Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2009/2228(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0120/2010

Ingediende teksten :

A7-0120/2010

Debatten :

PV 05/05/2010 - 25
CRE 05/05/2010 - 25

Stemmingen :

PV 06/05/2010 - 7.7
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0153

Debatten
Woensdag 5 mei 2010 - Brussel Uitgave PB

25. De inzet van informatie- en communicatietechnologieën (ICT) voor het vergemakkelijken van de overgang naar een energie-efficiënte, koolstofarme economie (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is het verslag (A7-0120/2010) van Patrizia Toia, namens de Commissie industrie, onderzoek en energie, over de inzet van informatie- en communicatietechnologieën (ICT) voor het vergemakkelijken van de overgang naar een energie-efficiënte, koolstofarme economie (COM(2009)0111 - 2009/2228(INI)).

 
  
MPphoto
 

  Patrizia Toia, rapporteur. – (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het verslag waarover we vanavond debatteren en waarover we morgen zullen stemmen, maakt deel uit van de grote inspanning die geleverd moet worden om uitvoering te geven aan het 20-20-20-pakket, dat mijns inziens nog altijd een van de meest toekomstgerichte en betekenisvolle resultaten is van de vorige zittingsperiode van het Europees Parlement. Als iemand mij zou vragen wat ik van de afgelopen vijf jaar zou behouden, dan zou ik het 20-20-20-pakket absoluut bovenaan de lijst zetten.

Ik denk dat het ook belangrijk is op te merken dat aan dit verslag intensief werk is gewerkt, zowel door de Commissie – een mededeling en een aanbeveling gingen aan dit verslag vooraf – als door de Commissie industrie, onderzoek en energie en andere commissies. Zij hebben het oorspronkelijke verslag en ons werk verrijkt met tal van suggesties, aanvullingen en amendementen.

Over één punt bestaat binnen het Parlement denk ik nog een klein verschil van mening, en ik hoop dat dat met de stemming van morgen kan worden opgelost. Het betreft het min of meer bindende karakter dat we willen toekennen aan de inhoud van dit verslag, dat – en dit wil ik graag benadrukken – tot stand gekomen is in een geest van goede samenwerking en grote eensgezindheid.

Informatie- en communicatietechnologie, ofwel ICT, is een belangrijke sector, niet in de laatste plaats vanwege de betekenis ervan voor de Europese economie: 7 procent van de – Europese – beroepsbevolking is werkzaam in deze sector, die 6 procent van het bbp, en dus een aanmerkelijk deel van de economie, het productievermogen en de beroepsbevolking van Europa voor zijn rekening neemt.

Niet alleen hierom is ICT van groot belang maar ook vanwege de bijdrage die zij kan leveren en de essentiële, aanzienlijke rol die ze kan spelen in het streven naar de overgang van onze huidige economie naar een economie die weliswaar nog steeds ontwikkeld is, maar waarin sprake is van minder emissies en een lager koolstofgehalte en dus minder verontreiniging voor onze toekomst en die van de volgende generaties. Kortom, ICT kan – niet met woorden, maar met concrete feiten – veranderingen tot stand brengen die leiden naar die wijze van produceren, leven, reizen en consumeren in onze samenleving, naar die industriële revolutie die voor velen de toekomst van het sociaaleconomisch leven zal kenmerken, niet alleen op ons continent, maar overal ter wereld.

Hoe kan ICT deze grote bijdrage leveren aan de transformatie van onze economie? Allereerst door de sector zelf te veranderen: het verslag heeft tot doel aan te tonen hoe deze sector eerst en vooral bij zichzelf te rade kan gaan om te onderzoeken hoe hij instrumenten voor bijvoorbeeld communicatie en micro-elektronica kan produceren die minder energie verbruiken en dus intrinsiek efficiënter zijn.

Verder kan ICT een enorme bijdrage leveren binnen grote sectoren als huisvesting en vervoer. Dit zijn – ik grijp nu even terug op gegevens van de Commissie – sectoren waarin een grotere efficiëntie overeenkomstig de Europese voorschriften en de streefcijfers die ook in het 20-20-20-pakket zijn neergelegd, kan leiden tot eventueel zelfs een heel sterke vermindering van deze emissies. Op dit moment neemt de vervoerssector namelijk 26 procent van het energieverbruik in Europa voor zijn rekening en 40 procent wordt in woningen gebruikt voor verwarmen en koelen, afhankelijk van het seizoen. Er kan op die manier ook een zeer hoog niveau van energie-efficiëntie worden verwezenlijkt.

En dan heb ik het nog niet eens over het feit dat het toepassingsbereik, in het geval van de grote sectoren, van invloed is op ons leven op uitermate belangrijke gebieden. Ik denk bijvoorbeeld aan de gehele banksector, aan de betrekkingen binnen het openbaar bestuur, aan het hele gebied van e-government – aan alle diensten, kortom, die dankzij de toepassing van deze technologieën niet alleen hun kooldioxide-emissies zullen kunnen terugdringen, maar tijd zullen kunnen besparen, met als gevolg een betere levenskwaliteit van de Europeanen en een betere kwaliteit van het maatschappelijk leven.

Dit verslag is dus van zeer grote betekenis. Naar mijn mening zal het echter van nog grotere betekenis zijn als het Parlement morgen zijn goedkeuring hecht aan het bindende karakter ervan. Ik wil slechts twee voorbeelden geven als u mij toestaat, mijnheer de Voorzitter: slimme meters en slimme energienetten, en 'smart cities'. Gisteren nog hebben zevenhonderd Europese burgemeesters in dit Parlement, in de aanwezigheid van onze Voorzitter en de Europese commissaris, een nieuw akkoord gesloten dat juist daarop gericht was: het verbeteren van de energie-efficiëntie van steden, waar meer dan 70 procent van de Europese burgers woont en die aldus een grote bijdrage kunnen leveren aan het verbeteren van de efficiëntie en van de sociaaleconomische ontwikkeling.

 
  
MPphoto
 

  Silvia-Adriana Ţicău (S&D). - (RO) Ik ben blij met de conclusies van de bijeenkomst van de Europese Raad van 25 en 26 maart 2010, waarin voor het eerst duidelijk als doelstelling van de Europese Unie een verhoging van de energie-efficiëntie met 20 procent is vastgesteld. De energie-efficiëntie kan in de bouwsector worden verbeterd door gebruik te maken van informatie- en communicatietechnologieën en efficiënte meetsystemen, en in de transportsector door de implementatie op Europees niveau van intelligente transportsystemen. Feitelijk kunnen op ICT gebaseerde systemen het energieverbruik van gebouwen tot 17 procent en de uitstoot van de vervoerssector tot 27 procent verminderen.

Ik denk dat tegen 2020 een vermindering van het energieverbruik met 20 procent haalbaar is als de elektriciteitsnetten intelligent worden, flexibele energiestromen aanbieden en bestuurd worden door en gebaseerd zijn op het gebruik van ICT. De EU moet prioriteit geven aan het stimuleren van de Europese economie door te investeren in de ontwikkeling van online diensten, nieuwe technologie en, in het bijzonder de ontwikkeling van breedband in alle lidstaten.

 
  
MPphoto
 

  John Dalli, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, de Commissie is heel blij met uw belangstelling, steun en waardevolle aanbevelingen voor de inzet van ICT om de overgang naar een energie-efficiënte, koolstofarme economie te vergemakkelijken, en heeft het verslag van mevrouw Toia zorgvuldig gelezen.

Het is belangrijk te erkennen dat de ICT-sector een vooraanstaande rol kan spelen in het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen, en we moeten die mogelijkheden beslist omarmen en benutten.

De Commissie is voornemens deze zaak tot prioriteit uit te roepen in het kader van de Europese digitale agenda die binnenkort wordt goedgekeurd door de Commissie.

Zoals u in het verslag stelt, kan ICT bijdragen tot een significante verbetering van de energie-efficiëntie op andere gebieden, met name in gebouwen en het vervoer. Wij zijn het ook met u eens dat slimme netwerken en de invoering van slimme meters door de lidstaten onontbeerlijk zijn om dat potentieel te realiseren. Het gebruik ervan moet binnen de lidstaten worden gestimuleerd om ervoor te zorgen dat steeds meer actieve consumenten hernieuwbare energie en energie-efficiënte technologie kunnen gebruiken.

Verder is het essentieel dat er een gemeenschappelijk kader komt om de eigen uitstoot van de ICT-sector te meten. Een strikt, in brede kring overeengekomen en door de sector goedgekeurd meetkader is noodzakelijk om de werkelijke voordelen van informatie- en communicatietechnologieën te kwantificeren. Hiermee moet rekening worden gehouden bij het overwegen van de positieve effecten van gebruikte ICT.

Sinds de goedkeuring van de aanbeveling over dit onderwerp in oktober 2009 heeft de Commissie diverse acties ondernomen met belanghebbenden om voortgang te maken met de agenda. Ik zal er enkele noemen die de in uw verslag genoemde bezorgdheden zouden kunnen wegnemen.

In februari 2010 is het Forum ICT voor energie-efficiëntie opgericht. Dit forum verenigt toonaangevende organisaties uit de hightech industrie in de EU, Japan en de VS. Zij gaan samen streefdoelen vaststellen op basis van een gemeenschappelijk meetkader voor de eigen energie- en koolstofvoetafdruk van de ICT-sector, dat eind 2010 gestalte moet krijgen.

Het forum onderzoekt ook hoe de ICT-sector zou kunnen bijdragen tot een grotere efficiëntie in andere sectoren, zoals de bouw- en de vervoerssector. Grote steden in Europa hebben het Groene Digitale Handvest ondertekend. Deze steden streven ernaar in de periode tot 2020 hun eigen ICT-koolstofvoetafdruk met 30 procent te verminderen en tussen nu en 2015 elk vijf grootschalige ICT-proefprojecten uit te voeren. Het totaalaantal steden dat het Groene Digitale Handvest heeft ondertekend, is opgelopen van 14 naar 21.

Als gevolg van de afnemende afstand tussen producent en consument vervult de detailhandel in de energiesector een steeds grotere rol bij de invoering van nieuwe technologie en systemen in de vorm van slimme meters en slimme netwerken. In dit verband maakt ook het werk met de taakgroep slimme netwerken van de Commissie vorderingen. Het doel is om de Commissie van advies te dienen inzake beleid en een regelgevend kader, en om de eerste stappen te zetten naar de implementatie van slimme netwerken volgens de bepalingen van het derde energiepakket. Naar verwachtingen volgt eind 2011 een serie aanbevelingen.

Tot slot wil ik benadrukken dat de Commissie er veel aan gelegen is de door de staatshoofden en regeringsleiders gestelde 20-20-20-streefdoelen te halen, en daarin is voor ICT een belangrijke rol weggelegd. Wij danken u voor de waardevolle bijdrage die u met uw verslag hebt geleverd en zien ernaar uit om samen met u te werken aan de totstandkoming van een goed beleid voor de verwezenlijking van die streefdoelen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen plaats.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid