Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2008/0192(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0146/2010

Ingediende teksten :

A7-0146/2010

Debatten :

PV 17/05/2010 - 15
CRE 17/05/2010 - 15

Stemmingen :

PV 18/05/2010 - 8.11
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0167

Debatten
Maandag 17 mei 2010 - Straatsburg Uitgave PB

15. Gelijke behandeling van zelfstandig werkzame mannen en vrouwen (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is het verslag (A7-0146/2010) van Astrid Lulling, namens de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid, betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van zelfstandig werkzame mannen en vrouwen en tot intrekking van Richtlijn 86/613/EEG (17279/3/2009 – C7-0075/2010 – 2008/0192(COD)).

 
  
MPphoto
 

  Astrid Lulling, rapporteur. – (FR) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, in een tijd dat de omstandigheden nopen tot een buitengewoon responsief beleid, blijkt uit het dossier waar ik het met u over ga hebben dat ook volharding een deugd is.

Sinds het begin van de jaren tachtig heb ik gepleit voor een herziening van de richtlijn uit 1986, omdat deze haar voornaamste doelstelling niet heeft bereikt, namelijk om de status van meewerkende echtgenoten in familiebedrijven te verbeteren als het gaat om sociale zekerheid en zwangerschapsbescherming.

Door aanneming van mijn verslag uit 1997 had het Parlement reeds verzocht om een wijziging van deze richtlijn, die te voorzichtig geformuleerd was, terwijl de Raad van Ministers zich niet eens achter het ambitieuzere voorstel van de Europese Commissie uit 1984 had geschaard. Ondanks meerdere herinneringen heeft de Commissie tot oktober 2008 aan de leiband gelopen, toen ze ons eindelijk heeft voorgesteld de verwaterde richtlijn uit 1986 in te trekken en deze te vervangen door een tekst met een degelijkere rechtsgrondslag.

Het Parlement heeft haar amendementen op 4 mei 2009 in eerste lezing aangenomen. Om het voorstel van de Commissie te verbeteren, vonden wij met name dat echtgenoten en erkende partners verplicht zouden moeten worden zich aan te sluiten bij het socialezekerheidsstelsel van de zelfstandige, onder meer om ervoor te zorgen dat ze zelf recht hebben op een ouderdomspensioen.

Indien de aansluiting namelijk vrijwillig is, zien te veel echtgenoten af van de mogelijkheid zelf rechten op te bouwen, waardoor ze, bijvoorbeeld na een scheiding, geen sociale bescherming meer genieten, zelfs wanneer ze tientallen jaren in het familiebedrijf hebben gewerkt en hebben bijgedragen aan het succes ervan.

Binnen de Raad van Ministers was helaas geen meerderheid te vinden voor het beginsel van verplichte aansluiting. De Raad heeft er bovendien negen maanden over gedaan om een gemeenschappelijk standpunt vast te stellen. Het Spaanse voorzitterschap, dat buitengewoon veel tact en doorzettingsvermogen aan de dag heeft gelegd, bracht uiteindelijk uitkomst. Mijn dank gaat uit naar het voorzitterschap en naar de medewerkers van mevrouw Reding, met wie ik vanaf januari overleg heb gevoerd. Dankzij hun begrip en hun ijver hebben we overeenstemming weten te bereiken met de Raad, waardoor de nieuwe richtlijn na onze stemming van morgen in werking zal kunnen treden.

We hebben uiteraard water bij de wijn moeten doen, maar we hebben het voldane gevoel de belangen van zelfstandigen goed te hebben gediend. Aangezien ze 16 procent van de beroepsbevolking uitmaken, waarbij een derde van dit percentage wordt gevormd door vrouwen, vertegenwoordigen ze een categorie waar rekening mee moet worden gehouden in Europa. Hun echtgenoten, voor het merendeel vrouwen, die feitelijk meewerken in het familiebedrijf, of het nu in de landbouw, ambacht, handel of vrije sector is, zijn in sommige lidstaten nog te vaak onzichtbare medewerkers die, indien aangesloten, de arbeidsparticipatie zouden vergroten en daarnaast zouden helpen de doelstellingen van de 2020-strategie sneller te verwezenlijken.

Nu ik de lange en moeilijke wordingsgeschiedenis van deze richtlijn in herinnering heb geroepen, moet ik ook ingaan op de geboekte vooruitgang als het gaat om de zwangerschapsbescherming voor zelfstandig werkzame vrouwen en de echtgenoten van zelfstandigen. Voor hen voorziet de nieuwe richtlijn, op hun verzoek, in een zwangerschapsverlof van veertien weken. Politik ist die Kunst des Erreichbaren, luidt een Duits gezegde, oftewel politiek is de kunst van het haalbare. Ik weet dat er in dit Parlement collega’s zijn – gelukkig zijn het er niet veel – die vinden dat zelfstandigen en hun echtgenoten zelf hun boontjes maar moeten doppen om hun sociale zekerheid te regelen. Dit is voor mij een bekende kwestie, die twintig, dertig jaar geleden in mijn land ook aan de orde was toen de aansluiting van echtgenoten van boeren bij het landbouwpensioenfonds verplicht werd gesteld.

Nu zijn deze mensen gelukkig. Ik wilde er tevens op wijzen dat de vooruitgang die ik heb beschreven overeenstemt met het subsidiariteitsbeginsel, omdat ze de lidstaten vrij laat zelf te bepalen hoe ze de sociale bescherming van echtgenoten overeenkomstig hun nationale recht organiseren, en of ze deze bescherming verplicht of vrijwillig ten uitvoer leggen.

Zoals u ziet, mevrouw de Voorzitter, kom ik tijd tekort om hier alles toe te lichten wat me bevalt in de richtlijn, maar u kunt zien dat we nog altijd in staat zijn Europese richtlijnen op te stellen die de belangen van burgers dienen, op sociaal gebied, en die zelfs tot gevolg hebben concurrentievervalsingen op de interne markt te beperken. Ik bedank iedereen, waaronder mijn collega’s van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid, die eraan heeft bijgedragen.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Mevrouw Lulling, ik wilde u niet onderbreken, maar u had nu vier minuten en straks nog twee. Daarom hebt u voor straks nog maar één minuut over.

 
  
MPphoto
 

  Günther Oettinger, lid van de Commissie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik ben hier graag aanwezig voor het Parlementsdebat over de ontwerpaanbeveling van mevrouw Lulling inzake het Commissievoorstel betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van zelfstandig werkzame mannen en vrouwen.

Ons voorstel geeft een sterk signaal af dat we niet werkeloos kunnen toezien dat vrouwen tot armoede vervallen door gebrek aan sociale bescherming. Het vraagt ook om een grote stap voorwaarts op het punt van het stimuleren van vrouwelijk ondernemerschap. Ik hoef in de huidige situatie nauwelijks het belang van deze beide punten te benadrukken.

Ik prijs de inspanningen van de rapporteur, mevrouw Lulling, om tot een akkoord te komen met het Spaanse voorzitterschap over deze technisch complexe en politiek gevoelige materie. De Commissie steunt de tekst die de commissie met een overweldigende meerderheid op 3 mei heeft aangenomen volledig, en ik doe een dringend beroep op het Parlement dit ook te doen. Goedkeuring van de voorliggende tekst zou een duidelijke boodschap aan de Raad zijn en de weg effenen voor de uiteindelijke goedkeuring van het voorstel. Belangrijker is dat dit in de praktijk een werkelijk verschil zou betekenen op een moment dat dit heel hard nodig is.

 
  
MPphoto
 

  Anna Záborská, namens de PPE-Fractie. (SK) Ik zou graag allereerst de geachte afgevaardigde, mevrouw Lulling, willen bedanken voor haar langdurige en systematische inspanningen voor deze richtlijn. Ik zou graag stil willen staan bij drie punten in dit verslag die mijns inziens belangrijk zijn.

In de Europese Unie worden zelfstandig werkzame vrouwen met kinderen onvoldoende beschermd en wordt de positie van echtgenotes en echtgenoten van zelfstandig werkzame personen onvoldoende verbeterd. Ik vertrouw erop dat de toekomstige richtlijn voor alle sectoren zal gelden, en niet alleen voor die van de landbouw.

Door gunstige voorwaarden te scheppen voor de ontwikkeling van familiebedrijven steunen we het midden- en kleinbedrijf (KMO’s). Aldus ontstaat er ruimte voor ondernemerschap en nieuwe arbeidsplaatsen. Dergelijke gunstige voorwaarden betreffen onder meer de bescherming van degenen die er voor gekozen hebben hun echtgenoot of echtgenote te helpen bij hun bedrijfsactiviteiten. Ook hun werk draagt, net zoals het werk van eender welk werknemer, een steentje bij aan de economie. Dat geeft hun het volste recht op dezelfde sociale zekerheid als werknemers.

Bij onze zoektocht naar wegen om deze bescherming gestalte te geven, dienen we echter zorgvuldig het subsidiariteitsbeginsel te eerbiedigen. De keuze van de specifieke instrumenten hiertoe dient bij de lidstaten te blijven.

En nog tot slot: kinderen hebben in de eerste maanden van hun leven hun moeder nodig, of het kindje nu in Frankrijk, Duitsland of in Slowakije is geboren. Ik hoop van harte dat met de nieuwe richtlijn voor zwangerschaps- en moederschapsverlof weldra het recht op uitkeringen in verband hiermee zal worden uitgebreid tot achttien weken voor alle werkende vrouwen, zonder uitzondering.

 
  
MPphoto
 

  Rovana Plumb, namens de S&D-Fractie. (RO) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de commissaris, hartelijk dank, en ook mijn dank aan de vertegenwoordigers van de Raad en niet in de laatste plaats aan mevrouw Lulling, met wie ik zeer goed heb samengewerkt, en aan alle collega’s van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid.

Dit is werkelijk een belangrijk moment voor de Europese Unie, die zich momenteel in een crisis bevindt. Met deze richtlijn wordt vrouwelijk ondernemerschap ondersteund. De Europese Unie moet ondernemerschap bij vrouwen ontwikkelen en steunen, om bij te dragen aan het scheppen van banen en om te zorgen voor gelijke kansen op de arbeidsmarkt, vooral in deze tijd.

Wij hebben onze steun gegeven aan het in dit voorstel voor een richtlijn opgenomen uitgangspunt dat zelfstandig werkzame vrouwen en echtgenotes en levenspartners van zelfstandigen die besluiten kinderen te krijgen, recht moeten hebben op sociale steun voor de kinderen en betaalde vakanties. Wij ondersteunen het idee dat echtgenoten van zelfstandigen beschermd moeten worden om de obstakels voor vrouwelijke ondernemers weg te nemen. We zijn er ook voorstander van om nationale instellingen duidelijke bevoegdheden te geven voor het bevorderen van gelijke kansen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen.

Het onderbreken van de beroepsuitoefening vanwege zwangerschap of moederschap zou geen obstakel moeten vormen. De lidstaten moeten adequate methoden vinden ter ondersteuning van hun actieve rol in de samenleving, zodat ze hun gezinsleven en werk op evenwichtige wijze kunnen combineren. Ik vind het ook belangrijk dat er manieren worden gevonden waarop deze moeders in het zakenleven kunnen terugkeren en tegelijkertijd actief kunnen bijdragen aan het onderhouden van hun gezin.

De uitoefening en bescherming van economische, sociale en culturele rechten, het verbeteren van professionele activiteiten maar ook van het gezinsleven, zijn de fundamentele doelstellingen die met deze nieuwe richtlijn bevorderd moeten worden.

 
  
MPphoto
 

  Antonyia Parvanova, namens de groep ALDE. – (BG) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, allereerst zou ik mevrouw Lulling willen bedanken voor de vele uren die zij heeft besteed om te komen tot een deugdelijk compromis en een goede overeenkomst met de Raad. Ondanks de verschillende meningen over de afzonderlijke kernpunten van de richtlijn, en in de wetenschap dat deze nu in tweede lezing wordt besproken, verklaar ik vol overtuiging dat de Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa met het bereikte compromis instemt en hoopt dat deze wetgeving zo snel mogelijk door de lidstaten kan worden ingevoerd.

Met de modernisering van deze wetgeving zullen we een gelijke behandeling van mannen en vrouwen kunnen waarborgen, waarbij we speciaal wijzen op de kwestie van sociale bescherming, in het bijzonder die van zelfstandig werkzame vrouwen. Met dit nieuwe wetgevende kader kunnen we een gelijke mate van bescherming waarborgen voor zelfstandig werkzame vrouwen en voor de echtgenotes dan wel partners van zelfstandigen.

Met deze wijziging in de richtlijn zullen de lidstaten gestandaardiseerde socialezekerheidsrechten kunnen bieden, met inbegrip van veertien weken betaald zwangerschapsverlof voor zowel zelfstandig werkzame vrouwen als de echtgenotes of levenspartners van zelfstandig werkzame personen.

De wijziging van de richtlijn is een redelijk modern en constructief besluit, waardoor zelfstandig werkzame vrouwen en de echtgenotes en levenspartners van zelfstandigen de mogelijkheid krijgen om dezelfde rechten op sociale zekerheid te genieten als werknemers. Echtgenotes en levenspartners zijn weliswaar geen werknemers, maar men dient zich wel te realiseren dat zij gewoonlijk de zelfstandigen helpen – een praktijk die in mijn land veel voorkomt in de agrarische sector, in het kleinbedrijf en in de vrije beroepen.

Met deze modernisering van de wetgeving zullen de lidstaten kunnen besluiten om ook aan zelfstandig werkzame vrouwen en meewerkende echtgenotes van zelfstandig werkzame personen de mogelijkheid te bieden om vrijwillig dan wel verplicht aan een regeling voor sociale verzekering deel te nemen. Die zou gelijkwaardige garanties voor sociale zekerheid en sociale rechten moeten bieden aan vrouwen die in een familiebedrijf werkzaam zijn. Ze moeten niet alleen de marktrisico’s, de productie en de financiële crisis onder handen nemen, maar ook zorgen voor een optimale sociale en ziektekostenverzekering.

Alleen op die manier zal een reële verbetering tot stand komen voor zowel zelfstandig werkzame vrouwen en hun echtgenoten als vrouwelijke levenspartners, met name wat betreft hun sociale en economische bescherming, onafhankelijk van die van hun echtgenoot of levenspartner.

Naar mijn mening is deze uitvoerige wetgevende tekst nog maar een kleine stap, maar wel een stap die voor de gelijke behandeling van mannen en vrouwen van uitzonderlijk belang is. Het is een stap op weg naar verwezenlijking van de strategische doelstelling: gelijke rechten voor mannen en vrouwen, en naar realisering van het programma dat we onlangs aan de eisen van deze tijd hebben aangepast: Peking +15 actieprogramma.

Nu we deze kleine, maar essentiële stap hebben gezet, geloof ik dat we verder kunnen gaan in de richting van betere programma’s voor de reproductieve gezondheid, een gemeenschappelijke markt voor Europese gezondheidszorg en ziektekostenverzekeringen, en bescherming van het moederschap en de kwaliteit van het leven, onafhankelijk van geografische, sociaal-culturele en etnische verschillen. Deze weg leidt ons naar de vrijheid om eigen prioriteiten te stellen en naar een nuttige manier om carrière en gezinsleven te combineren – en dat is een solide grondslag voor een harmonieuze en gelijkwaardige verdeling van verantwoordelijkheden tussen de beide geslachten.

 
  
MPphoto
 

  Raül Romeva i Rueda, namens de Verts/ALE-Fractie. (ES) Mevrouw de Voorzitter, ik sluit mij natuurlijk aan bij de felicitaties aan mevrouw Lulling en aan de leden van de Raad en de Commissie die aan deze richtlijn hebben gewerkt.

Ik wil echter graag hetzelfde punt maken als mevrouw Lulling. Ik vind het een zorgelijke zaak dat sommige lidstaten zoveel obstakels opwerpen om op Europese schaal voor non-discriminatie en gelijke behandeling te zorgen. Het is niet voor het eerst dat dit gebeurt. Dezelfde drempels worden opgeworpen in relatie tot de richtlijn inzake meervoudige discriminatie en gelijke behandeling op andere gebieden en ik denk dat dit ons aan het denken moet zetten.

We kunnen ons niet beroepen op subsidiariteit als het gaat om iets belangrijks en essentieels als duidelijke en fundamentele rechten voor alle inwoners van de Europese Unie. Naar mijn mening mag dit nooit een excuus zijn om te tolereren dat mensen in de Europese Unie worden gediscrimineerd.

Ik denk dat de richtlijn die nu op het punt staat te worden goedgekeurd – dat hoop ik althans –, een deel van dit probleem zal oplossen. Dat is niet alleen goed, maar ook belangrijk. De richtlijn waarborgt meer gelijkheid in behandeling voor mensen die op dit moment op zoek zijn naar mogelijkheden om een eigen zaak te beginnen en natuurlijk ook voor hun naasten: de echtgenoten van zelfstandigen.

Er is echter nog een ander belangrijk element en ik denk dat wij daar de nadruk op moeten leggen. Sommigen hebben de verlenging van het zwangerschapsverlof tot veertien weken een vooruitgang genoemd. Dat is het ook. We mogen echter niet vergeten dat er een andere richtlijn ter tafel ligt die ook het belang van een uitbreiding van dit verlof benadrukt. Ik noem het bewust verlof en geen afwezigheid wegens ziekte, vanuit het oogpunt van gelijkheid.

Dit houdt in dat er geen sprake mag zijn van discriminatie. Niet tussen de lidstaten, maar ook niet met betrekking tot het soort werk dat mensen die dit verlof aanvragen uitvoeren. Ik wil dan ook benadrukken dat die noodzaak om rechten gelijk te trekken, zowel tussen de lidstaten als met betrekking tot het soort werk en het soort sociale zekerheid waar we vandaag de dag recht op hebben, een prioriteit is die verder gaat dan de richtlijn die we vandaag zullen goedkeuren.

 
  
MPphoto
 

  Marina Yannakoudakis, namens de ECR-Fractie. (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil eerst mevrouw Lulling feliciteren met haar verslag: ze heeft een moedige inspanning geleverd.

Toen ik voor het eerst over dit verslag hoorde, vroeg ik mij af hoe het logistiek zou werken. Het doel van het verslag is bewonderenswaardig en steunt het beginsel van gelijke behandeling van zelfstandig werkzame vrouwen en mannen en hun echtgenoten.

Maar vervolgens vroeg ik me af hoe dit verslag zou worden ontvangen door bijvoorbeeld een zelfstandige zonder personeel, zoals een loodgieter of een elektricien. Laten we in een hypothetisch geval zeggen dat zijn vrouw hem 's avonds helpt met de administratie en thuis zakelijke telefoongesprekken behandelt. Hoe voorziet het verslag hierin?

Wordt hij geacht sociale premies voor zijn vrouw te betalen, waardoor zij eventueel in aanmerking komt voor zwangerschapsverlof? Kan deze zelfstandige, die in het hedendaagse economisch klimaat voor zijn levensonderhoud vecht, zich veroorloven deze indirecte belasting te betalen, en sterker nog, willen hij en zijn vrouw deze extra last? Als zij dit niet als voordeel zien, betalen zij geen premies – per slot van rekening weet niemand echt of zij haar echtgenoot helpt – en is dat niet wat getrouwde mensen doen, elkaar helpen?

Toen bedacht ik het volgende scenario: enkele jaren later gaan ze scheiden, zoals zo vaak voorkomt. Wat gebeurt er dan? Deze arme vent wordt in de rechtbank door zijn vrouw gevild, omdat hij de premies niet had betaald. Interessante tijden, en een interessante neveneffect van uw verslag.

Het aantal zelfstandigen in het Verenigd Koninkrijk is tot 1,7 miljoen gestegen. Een reden voor deze stijging is dat tegenwoordig de kans op werk kleiner is, dus kijken mensen of ze voor zichzelf kunnen beginnen. Behoort de overheid in deze omstandigheden niet hun inspanningen te steunen?

Ik heb de amendementen van mevrouw Lulling bestudeerd en ik vind dat zij een waardevolle inspanning heeft geleverd om het oorspronkelijk lijvige verslag over het werk als zelfstandige te verbeteren. Maar ik maak me nog steeds zorgen over de regelgeving van Brussel inzake werkgelegenheidskwesties. Ik geloof dat dit werk beter kan worden overgelaten aan nationale overheden. Die zijn het best in staat om de behoeften van hun burgers te onderzoeken, zoals ook in het verslag wordt gesteld.

Ik steun de aanbevelingen van mevrouw Lulling dat de nationale stelsels het belang van de bescherming van zelfstandigen moeten erkennen, en dat we ons moeten wapenen tegen alle vormen van discriminatie, maar ik ben nog niet ervan overtuigd dat dit Huis zich in de beste positie bevindt voor werkgelegenheidskwesties.

 
  
MPphoto
 

  Eva-Britt Svensson, namens de GUE/NGL-Fractie. – (SV) Mevrouw de Voorzitter, ik wil de Raad en de Commissie bedanken. Ik wil ook mevrouw Lulling oprecht bedanken want het is dankzij haar enorme engagement en uitstekende werk met betrekking tot dit onderwerp dat we nu de tweede lezing hebben bereikt. We hebben een overeenkomst over het recht van zelfstandig werkzame mannen en vrouwen en hun levenspartner op gelijke behandeling en de Confederale Fractie Europees Unitair Links/Noords Groen Links steunt dit voorstel.

De arbeidskrachten waar we het hier over hebben, zijn vaak vrouwen en waren voorheen onzichtbaar. Door deze noodzakelijke herziening van de eerdere richtlijn komt er een einde aan de discriminatie waardoor zelfstandig werkzame mannen en vrouwen en hun levenspartner voorheen werden getroffen.

Zelfstandig werkzame vrouwen en partners van zelfstandig werkzame mannen en vrouwen moeten vanzelfsprekend onder de socialezekerheidsstelsels van de lidstaten vallen. Een ander belangrijk onderdeel van deze richtlijn is dat de Commissie het Parlement en de Raad bij een eventuele toekomstige richtlijn over langer ouderschapsverlof voor werknemers moet informeren zodat we zelfstandig werkzame mannen en vrouwen eventueel dezelfde rechten kunnen geven als werknemers.

Met het oog op de EU 2020-strategie en de inspanningen voor meer groei in de EU, wil ik er nog aan toevoegen dat de discriminatie van zelfstandig werkzame vrouwen moet ophouden. Zij moeten ook recht hebben op ouderschapsverlof en moeten, zoals we zo vaak bespreken, hun beroeps- en gezinstaken met elkaar kunnen verenigen.

 
  
MPphoto
 

  Mara Bizzotto, namens de EFD-Fractie. (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de bestaande verschillen tussen werk voor mannen en vrouwen zijn nog pregnanter onder degenen die zelfstandig werkzaam zijn. Vrouwen zijn maar al te vaak gedwongen hun eigen ambities voor een carrière op te geven om een rol en werklast op zich te nemen op grond van de absurde veronderstelling dat zij zich aan hun gezin moeten toewijden.

Om dit probleem op te lossen is het mijns inziens nodig maatregelen te treffen zoals die in de richtlijn staan die we hier bespreken. Daarbij moeten we onze blik dan wel gericht blijven houden op het gezin als steunpilaar, want alleen op die manier kunnen we die maatregelen zin geven en hoop koesteren dat er succes mee wordt geboekt!

De vrouw bevrijden van het beangstigende dilemma van de keuze tussen haar rol als moeder, echtgenote en ondernemer veronderstelt het verlichten van haar werklast in het gezin en het direct aanpakken van concrete problemen met specifieke positieve steunmaatregelen voor het gezin. Het centraal stellen van het gezin is belangrijk, want anders zal ieder pakket maatregelen een geheel aan ongecoördineerde acties blijven die uiteindelijk geen nut hebben.

 
  
MPphoto
 

  Christa Klaß (PPE).(DE) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, na 24 jaar is het de hoogste tijd om de richtlijn over het beginsel van de gelijke behandeling van zelfstandig werkzame mannen en vrouwen te actualiseren en aan te passen.

Twee jaar nadat de Commissie haar voorstel had voorgelegd, heeft het Spaanse voorzitterschap met onze rapporteur, Astrid Lulling, een bruikbaar en redelijk compromis gesloten. Natuurlijk zijn niet alle wensen in vervulling gegaan. Er is gesproken over meer regelgeving, meer verplichtingen in verband met verzekeringen. We moesten beslissen hoe strak het korset moet en mag zijn voor de nodige sociale bescherming van zelfstandig werkzame vrouwen, en met name van echtgenoten die meewerken in het familiebedrijf, die meestal vrouwen zijn. Wanneer vrouwen meehelpen in kleine en middelgrote ondernemingen moeten ze ten minste over hun eigen vorm van bescherming beschikken. Dit moet echter ook van de ondernemingen zelf komen.

We weten allemaal dat zelfstandigheid een kans is, maar ook een risico, met name wat het inkomen betreft, dat is niet altijd hoog, en schommelt vaak. Het risico van degelijke sociale bescherming kan echter niet alleen met private middelen worden gedekt. Iedere burger draagt – voor zover hij daartoe in staat is – zelf de verantwoordelijkheid voor de eigen bescherming, om niet de samenleving ten laste te vallen, en om in alle levenssituaties zelf beschermd te zijn. Ik ben blij dat dit voorstel geldt voor alle zelfstandig werkzame personen, en dat we dit niet beperkt hebben tot de landbouw. De lidstaten kunnen zelf beslissen welke weg ze willen bewandelen, of ze deze bescherming willen verplichten, of vrijwillig willen maken. Dat is subsidiariteit.

Het zwangerschapsverlof van veertien weken voor zelfstandig werkzame vrouwen is een goede keuze. Daardoor genieten deze vrouwen dezelfde rechten als werkneemsters, en krijgen ze genoeg tijd voor het herstel na de zwangerschap en de gezondheid van het kind. Deze nieuwe richtlijn is een belangrijke stap voor de gelijke rechten, en leidt tot een duidelijke verlaging van het risico voor mannen en vrouwen die de uitdaging aannemen, en die zelfstandig willen werken. Ik zou iedereen willen bedanken die daaraan heeft meegewerkt!

 
  
MPphoto
 

  Britta Thomsen (S&D). - (DA) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, de richtlijn betreffende de gelijke behandeling van zelfstandig werkzame mannen en vrouwen is van cruciaal belang, aangezien in deze richtlijn voor miljoenen zelfstandig werkzame Europese vrouwen, ondernemers of vrouwen die meewerken met hun zelfstandig werkzame echtgenoot, bepaalde sociale voorwaarden worden gewaarborgd die vergelijkbaar zijn met die van vrouwelijke werknemers in loondienst.

Het belangrijkste en essentiële element van de richtlijn is het recht op een zwangerschapsverlof van ten minste veertien weken. De noodzaak om betere omstandigheden te waarborgen voor vrouwelijke ondernemers wordt duidelijk, wanneer we in ogenschouw nemen hoe weinig vrouwen, relatief gezien, vandaag de dag zelfstandig ondernemer worden. In de EU is slechts 8 procent van de vrouwelijke arbeidskrachten zelfstandig ondernemer tegenover 16 procent van de mannelijke arbeidskrachten. We moeten meer vrouwen motiveren om zelfstandig ondernemer te worden en deze richtlijn is een stap in de goede richting. Veel vrouwen zouden wel als zelfstandige willen gaan werken, maar durven niet vanwege de onzekere sociale omstandigheden. Naar mijn mening moet deze richtlijn gezien worden in het licht van het belangrijke werk dat wordt uitgevoerd door de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid met het oog op een algemene moederschapsrichtlijn. Het waarborgen van het recht op zwangerschapsverlof voor alle Europese vrouwen is een hoeksteen van de gendergelijkheid in Europa.

Indien we in de EU onze doelstellingen inzake het waarborgen van welvaart willen bereiken, moeten we de vrouwen in de EU ook goede mogelijkheden voor zwangerschapsverlof geven. Om onze doelstellingen in de EU inzake het waarborgen van welvaart te bereiken moeten we er ook voor zorgen dat het geboortecijfer stijgt. Ik hoop dat deze richtlijn slechts een eerste van twee stappen is om dit te bereiken. Nu waarborgen we het recht van alle Europese vrouwen op zwangerschapsverlof, maar de volgende stap moet zijn dat we er ook voor zorgen dat vaders vaderschapsverlof krijgen, zodat we werkelijke gelijke behandeling zeker kunnen stellen.

 
  
MPphoto
 

  Riikka Manner (ALDE). - (FI) Mevrouw de Voorzitter, allereerst wil ik de rapporteur bedanken voor het uitstekende compromis. De afgelopen tijd hebben wij in Europa gesproken over het mededingingsvermogen, vooral in het kader van het Europa 2020-programma, en over hoe wij dit mededingingsvermogen kunnen creëren door vooral het aantal kleine en middelgrote ondernemingen te verhogen.

Als wij ondernemerschap willen bevorderen, dan spelen ook de onderhavige kwesties met betrekking tot de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van zelfstandig werkzame mannen en vrouwen een zeer belangrijke rol en maken deze ook deel uit van dit debat. Wij moeten ondernemerschap een concreet alternatief laten zijn voor individuen, zowel mannen als vrouwen. Daarnaast moet academisch ondernemerschap worden gesteund door van ondernemerschap een onderdeel van studieprogramma’s te maken. In dit opzicht lopen wij aanzienlijk achter op onder meer de Verenigde Staten.

Wanneer wij over gelijke behandeling spreken, dan moeten wij beseffen dat een van de indicatoren die de mate van gelijke behandeling aangeeft juist de kwestie van ondernemerschap is en de mogelijkheden om als ondernemer te werken, ongeacht je geslacht. Als wij de cijfers in Europa met elkaar vergelijken, dan kunnen wij constateren dat de meeste ondernemers nog steeds mannen zijn. Als wij denken aan groeiondernemerschap en hoe wij dit kunnen steunen, dan kan ik tot mijn spijt alleen maar constateren dat de statistieken momenteel aantonen dat de wil om te groeien bij vrouwelijke ondernemers flink achterloopt op die bij mannen.

Er zijn natuurlijk vele redenen voor deze cijfers, maar feit is dat op dit moment onder andere de sociale zekerheid voor ondernemers gebreken kent die vooral voor vrouwelijke ondernemers een probleem vormen, zoals wij in dit debat hebben gehoord. Ook het kunnen combineren van moederschap, ouderschap en ondernemerschap vereist specifieke maatregelen, want het werk van een ondernemer is vaak onregelmatig en kent lange werkdagen en onzekere inkomsten. Deze wettekst is een uitstekende stap vooruit in de richting van rendabeler en gelijkwaardiger ondernemerschap.

 
  
MPphoto
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL). - (PT) Mevrouw de Voorzitter, het is belangrijk dat we aan het einde van deze procedure gekomen zijn, in weerwil van de beperkingen die eraan verbonden zijn. Het is tijd alle werkende vrouwen, met inbegrip van de miljoenen zelfstandig werkzame vrouwen en de echtgenotes en erkende partners van zelfstandig werkzame mannen, dezelfde rechten te geven, met name wat betreft het zwangerschapsverlof.

Hoewel deze richtlijn een stap in de goede richting is, gaat het voorstel niet ver genoeg wat betreft het bestrijden van discriminatie en het garanderen van gelijke behandeling. De stap vooruit steunen wij, maar wij vinden het wenselijk dat het niet bij veertien weken zwangerschapsverlof blijft. Wij eisen dat de nieuwe richtlijn betreffende het moeder- en vaderschapsverlof in de toekomst ook geldt voor deze situaties.

Natuurlijk zullen we de strijd voortzetten, hoewel we blij zijn met wat we tot nu toe hebben bereikt. Ook feliciteren we de rapporteur met de wijze waarop zij zich tijdens de hele procedure in de materie heeft vastgebeten.

 
  
MPphoto
 

  Pascale Gruny (PPE).(FR) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, vandaag geeft het Europees Parlement een krachtig signaal af aan vrouwen die hun echtgenoten helpen bij hun werk als zelfstandige. Vanaf nu zullen hun sociale rechten aanzienlijk worden uitgebreid, en ik wil onze rapporteur, mevrouw Lulling, feliciteren met het werk dat ze heeft verricht.

Europa moet beschermen. Dankzij de nieuwe definitie van ‘meewerkende echtgenoot’ komen echtgenoten en partners in aanmerking voor sociale bescherming in geval van ziekte en pensionering. De echtgenote van de bakker krijgt nu ook sociale rechten.

Het is echter jammer dat de Raad niet heeft ingestemd met verplichte aansluiting, maar enkel het systeem van vrijwillige aansluiting heeft goedgekeurd.

Daarnaast hebben alle vrouwen voortaan recht op zwangerschapsverlof. De nieuwe tekst voorziet in een minimale zwangerschapsverlof voor zelfstandig werkzame vrouwen en vrouwen van zelfstandigen in de hele Europese Unie. Dit verlof is momenteel vastgesteld op veertien weken. Ik ben schaduwrapporteur voor de Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten) voor de richtlijn inzake de gezondheid en de veiligheid van zwangere werkneemsters. Ik hoop van ganser harte dat met de aanneming van deze tekst het zwangerschapsverlof zal worden verlengd; en waarom zouden we het vervolgens niet verlengen voor zelfstandig werkzame vrouwen?

Europa heeft creatieve en pragmatische voorstellen aangedragen om echtparen te helpen werk en gezin te combineren. Het is nu tijd om de daad bij het woord te voegen en de voorstellen zo snel mogelijk ten uitvoer te leggen. De Europese campagne ter bescherming van vrouwen boekt vooruitgang met deze tekst. Als leden van het Europees Parlement moeten wij ons echter blijven inzetten om een einde te maken aan de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen.

 
  
MPphoto
 

  Edite Estrela (S&D). - (PT) Mevrouw de Voorzitter, de herziening van de richtlijn is dringend noodzakelijk. Dit is een belangrijk verslag, want het corrigeert een onrechtvaardige situatie waarin zelfstandig werkzame vrouwen worden gediscrimineerd. Tegelijkertijd bevordert het voorstel het ondernemerschap bij vrouwen.

Zelfstandig werkzame vrouwen en echtgenotes en vrouwelijke levenspartners van zelfstandigen hebben voortaan recht op een zwangerschapsuitkering die qua duur en hoogte gelijk is aan de uitkering voor werkneemsters in loondienst. Er moet vooraf echter wel aan een voorwaarde zijn voldaan, namelijk het betalen van premie voor de sociale zekerheid. Dat is normaal en rechtvaardig, aangezien ook werkneemsters in loondienst premie betalen voor de sociale zekerheid.

Het is ook een kwestie van elementaire rechtvaardigheid dat het recht op zwangerschapsverlof niet beperkt blijft tot de landbouw en verruimd wordt tot alle zelfstandig werkzame vrouwen. Ik wijs erop dat in 2007 zelfstandig werkzame vrouwen 10,5 procent vormden van het totaal aantal werkende vrouwen in de Europese Unie. Daarom zei ik ook dat de maatregel zou moeten gelden voor alle zelfstandig werkzame vrouwen ongeacht de plek waar zij hun werkzaamheden uitoefenen: in ambachtelijke beroepen, de handel, vrije beroepen of het midden- en kleinbedrijf (KMO’s).

We moeten gelijkheid bevorderen en daarom hoop ik dat het Europees Parlement de door de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid goedgekeurde voorstellen aanneemt.

 
  
MPphoto
 

  Lena Kolarska-Bobińska (PPE).(PL) De aanneming van de onderhavige maatregelen is niet alleen erg belangrijk vanuit economisch en sociaal oogpunt, maar ook in verband met de waarden die samenhangen met de bescherming van het gezin en gelijke kansen.

Door de huidige crisis en de groei van de werkloosheid die daarvan het gevolg is, worden kwetsbare groepen extra zwaar getroffen. Vrouwen vormen een van die groepen. Ook daarom zullen wettelijke maatregelen die zelfstandig werkzame mannen en vrouwen een gelijke behandeling garanderen, het vrouwen gemakkelijker maken om voor zichzelf te beginnen. Dit is dus belangrijk met het oog op het versnellen van de economische ontwikkeling in Europa en het terugdringen van de werkloosheid, maar het is ook belangrijk omdat steeds meer vrouwen besluiten een eigen zaak te beginnen. Zijzelf nemen daarin de beslissingen, het zijn hun eigen bedrijven, zij bepalen wat er moet gebeuren en hoe het geld wordt besteed, en ze hebben geen last van discriminatie.

Kleine ondernemingen bieden vrouwen die professioneel actief willen zijn maar hun gezinsleven daar niet aan willen opofferen, dan ook de gelegenheid om hun ambities te verwezenlijken. En met deze maatregelen zullen lidstaten die serieus nadenken over gezinsbeleid, de gelegenheid te baat kunnen nemen om hun eigen wetgeving te verbeteren. Ik zou ook de aandacht willen vestigen op een groep mensen die meer bescherming nodig heeft en in een situatie verkeert die onze aandacht verdient. Ik heb het over vrouwen die als huisvrouw werken. Huishoudelijk werk wordt niet als werk beschouwd, ook al omvat het dagelijks zo'n tweehonderd taken die moeten worden uitgevoerd. Huisvrouwen ontberen dikwijls elke vorm van pensioen of zorgverzekering en hebben geen recht op vakantiedagen. In dit verband ben ik van mening dat er regels moeten worden ingevoerd die het voor deze vrouwen gemakkelijker moeten maken om voor alle vormen van sociale bescherming in aanmerking te komen.

 
  
MPphoto
 

  Iratxe García Pérez (S&D). - (ES) Mevrouw de Voorzitter, ik wil mevrouw Lulling en het Spaanse voorzitterschap graag nogmaals bedanken. Ik dank mevrouw Lulling voor haar volharding, haar vasthoudendheid en haar inspanningen om te komen tot waar we nu zijn, en ik dank het Spaanse voorzitterschap voor het samenbrengen van verschillende tegenovergestelde posities in de Raad, teneinde het akkoord te bereiken dat nu ter tafel ligt.

In dit debat staan we voor de wijziging van Richtlijn 86/613/EEG, waarvan duidelijk is geworden dat zij de gestelde doelstellingen niet verwezenlijkt. Ik denk dat het essentieel is te wijzen op de grote betekenis van deze overeenkomst in deze tijden van crisis en onzekerheid in Europa, tijden die de vooruitgang op het vlak van de sociale bescherming van zelfstandig werkzame vrouwen in de EU echter niet hebben belemmerd.

Ik wil er op wijzen dat in 2007 meer dan 10 procent van de beroepsbevolking als zelfstandige werkte. De overeenkomst die we hebben bereikt is wellicht niet de beste oplossing, maar biedt wel de mogelijkheid om in de toekomst meer vooruitgang te boeken.

De belangrijkste doelstelling van deze richtlijn is dat sociale bescherming wordt uitgebreid tot de partners van zelfstandigen, inclusief ongehuwde partners. Verder moeten alle zelfstandig werkzame vrouwen of partners van zelfstandigen onder de sociale verzekeringen vallen, iets wat nu niet in alle lidstaten het geval is.

Op dit moment zijn we actief bezig met het ontwerp van de Europa 2020-strategie, waarin we de toekomst van het Europese model zullen vastleggen. Die toekomst mag niet voorbijgaan aan het beginsel van gelijke behandeling. Daarom moeten we maatregelen nemen die dit beginsel waarborgen. Ik hoop dat de stap van vandaag, de goedkeuring van dit voorstel, de eerste is van vele stappen die nog zullen volgen.

 
  
MPphoto
 

  Joanna Katarzyna Skrzydlewska (PPE).(PL) Ik ben blij dat het verslag van mevrouw Lulling bijkans unaniem door de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid is aangenomen. Het verslag behelst amendementen op de richtlijn betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van zelfstandig werkzame mannen en vrouwen.

Het is essentieel dat er een compromis is bereikt en dat de situatie van zelfstandigen, die ongeveer 10 procent van alle mensen op de arbeidsmarkt uitmaken, verbetert. Het belangrijkste van de ingediende amendementen is de mogelijkheid voor zelfstandigen en hun echtgenoten of levenspartners om in aanmerking te komen voor sociale uitkeringen, waaronder in de eerste plaats de mogelijkheid om premie te betalen voor een eigen pensioen, en ook om betaald zwangerschapsverlof te krijgen onder dezelfde voorwaarden als voor vrouwen in loondienst. Deze rechten moeten worden verleend door wetgeving op EU-niveau.

Dit zijn maatregelen die niet alleen de situatie van vrouwen zullen helpen verbeteren, maar die ook de aanzienlijke ongelijkheden die er bestaan tussen zelfstandigen en mensen die voor een werkgever werken, zullen verkleinen. Miljoenen mensen die in een familiebedrijf werken, krijgen eindelijk de mogelijkheid om gebruik te maken van vrijwillige sociale bescherming op basis van aansluiting bij een socialezekerheidsstelsel, bij gebrek waaraan ze altijd in een slechtere situatie verkeerden. Dit is een belangrijke stap vooruit, te meer omdat het compromis dat dit jaar bereikt is, jarenlang onbereikbaar was.

Ik roep alle collega's op dit verslag te steunen en ik wil vanaf deze plaats mevrouw Lulling heel hartelijk bedanken, want dankzij dit verslag zullen veel zelfstandig werkzame vrouwen het beter krijgen.

 
  
MPphoto
 

  Marc Tarabella (S&D).(FR) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, dames en heren, met dit uitstekende verslag van mevrouw Lulling probeert het Europees Parlement de ongelijke behandeling van mannen en vrouwen op de werkvloer verder terug te dringen, en dat doet me deugd. Het is weer een stap in de goede richting, zij het dat we nog een hele lange weg te gaan hebben.

Het belang van sociale bescherming voor de meewerkende echtgenoten of erkende levenspartners van zelfstandigen kan namelijk niet genoeg worden benadrukt. Laten we niet vergeten dat, in talloze Europese landen, meewerkende echtgenoten nog altijd geen volwaardig statuut hebben, dat hun werk niet wordt erkend en dat ze niet onder sociale zekerheid voor zelfstandigen vallen. We bevinden ons in het jaar 2010 en in sommige lidstaten gaan vrouwen nog altijd gebukt onder een gebrek aan erkenning van hun rechten en zijn ze volledig afhankelijk van de verzekering van hun echtgenoot.

In deze tijden van economische crisis kunnen we niet toestaan dat meewerkende echtgenoten afhankelijk blijven van een systeem dat ze van de ene op de andere dag in armoede zou kunnen storten, bijvoorbeeld in geval van echtscheiding of scheiding van tafel en bed. Daarom kunnen we niet aanvaarden dat lidstaten de mogelijkheid hebben nationale bepalingen te handhaven die de toegang tot specifieke stelsels van sociale bescherming of tot een zeker niveau van bijstand beperken. Meewerkende echtgenoten moeten ten aanzien van pensioenen, gezinstoelagen, gezondheidszorg, arbeidsongeschiktheid en zwangerschap bescherming genieten.

In de huidige fase van de onderhandelingen is het aan de lidstaten om te bepalen of deze sociale bescherming verplicht of vrijwillig ten uitvoer moet worden gelegd. Daarom doe ik een klemmend beroep op alle lidstaten er alles aan te doen om deze bescherming verplicht te stellen. Wij moeten allemaal een vuist maken tegen bestaansonzekerheid en het niet erkennen van rechten, met name in tijden van economische crisis.

 
  
MPphoto
 

  Zuzana Roithová (PPE). - (CS) Ook ik zou de rapporteur, mevrouw Astrid Lulling, hartelijk willen bedanken voor haar inspanningen. Ik ben het, net zoals de overige collega's, met haar eens dat de betere zwangerschapsbescherming voor zelfstandig werkzame vrouwen en de verbeteringen voor echtgenoten van zelfstandigen volgens deze richtlijn niet beperkt moeten blijven tot personen die werkzaam zijn in de landbouw, maar dat dit alles ook voor andere beroepsgroepen dient te gelden, met inbegrip van vrije beroepen. Helpende echtgenoten hebben niet overal dezelfde rechtspositie en daardoor worden hun werkzaamheden maar al te vaak niet erkend en bouwen zij geen eigen socialezekerheidsrechten op. Het statuut van deze personen dient dringend officiële erkenning te krijgen en hun rechten dienen te worden vastgelegd. Het doet mij deugd dat de Raad zich heeft aangesloten bij het standpunt van het Parlement in eerste lezing dat vrouwen gedurende ten minste drie maanden thuis zouden moeten kunnen zijn met een uitkering, de minimaal benodigde tijd voor een normaal verloop van de zwangerschap en het fysieke herstel van de moeder na een normale bevalling. Dat neemt overigens niet weg dat voor een gezonde ontwikkeling van het kind er op zijn minst twee jaar individuele zorg nodig is in de thuissituatie. Ik vind het betreurenswaardig dat de Raad niet inziet dat deze drie maanden het absolute minimum zouden moeten zijn dat automatisch gedekt zou moeten worden door de sociale zekerheidsstelsel van de lidstaten, waarbij het elke lidstaat vrij zou staan om daarbovenop nog meer maanden uitkering toe te kennen.

 
  
MPphoto
 

  Antigoni Papadopoulou (S&D). - (EL) Mevrouw de Voorzitter, ook ik schaar mij achter dit compromis, omdat het tekortkomingen van de democratie ter discussie brengt waarmee vooral vrouwen sinds jaar en dag te maken hebben, wanneer ze hun zelfstandige echtgenoot helpen in de handel, ambachten in kleine en middelgrote ondernemingen en vrije beroepen, zonder dat hun werk erkend wordt.

Zelfstandigen en hun partners, en dat zijn in de meeste gevallen vrouwen, hebben rechten. Ze hebben recht op sociale zekerheid, op gezondheidszorg, pensioen, zwangerschapsverlof, ouderverlof, vaderschapsverlof. De vrouw offert zichzelf steeds op voor de echtgenoot, zijn professionele ontplooiing, voor de kinderen, het gezin, als een goedkope onbetaalde werkkracht. Na een echtscheiding of de dood van de echtgenoot blijft zij vaak achter zonder verzekering, voordelen of vergoedingen.

Dit compromis lost bepaalde bestaande ongelijkheden op. Maar de noodzaak van verdere versterking van de positie van de vrouw blijft als een paal boven water staan. Een dergelijke noodzaak is de bevordering van de gelijkheid van vrouwen als ondernemers, in het bijzonder in een tijd van economische crisis en wanneer de Europese Unie haar beleid plant voor de toekomst, voor de Europese Unie van 2020.

 
  
MPphoto
 

  Franz Obermayr (NI).(DE) Mevrouw de Voorzitter, ik dank u dat u mij het woord geeft in dit debat. Ongeveer 30 procent van de zelfstandig werkzame personen in de EU zijn vrouwen. Zij werken met name in het midden- en kleinbedrijf, hoofdzakelijk in de dienstensector, en leveren op die manier een belangrijke bijdrage aan de samenleving.

Deze vrouwen moeten dezelfde kansen krijgen als hun mannelijke collega's, zonder gebruik te moeten maken van bepalingen over quota en dergelijke. Zelfstandig werkzame vrouwen hebben vaak het probleem dat ze hun werk op het spel zetten wanneer ze besluiten een kind te krijgen. Gezien de toenemende vergrijzing is het belangrijker dan ooit dat we de rechten van moeders goed beschermen, en voorrang geven aan het gezin.

Ook familiebedrijven waar vrouwen meewerken spelen een belangrijke rol. Dat geldt voor vrije beroepen, voor ambachtelijke bedrijven, voor de handel en vooral voor de landbouw. In al die bedrijven moeten we de vrouwen een redelijk niveau van sociale en wettelijke bescherming bieden.

De wetgeving inzake de sociale zekerheid moet in principe echter een taak voor de lidstaten blijven, die mag niet worden overgeheveld naar het Europese niveau. We moeten compromissen sluiten en keuzes bieden, zo kunnen we rekening houden met de verschillende tradities op het gebied van het sociaal beleid, zoals verplichte of vrijwillige verzekering van meewerkende echtgenoten.

 
  
MPphoto
 

  Angelika Werthmann (NI).(DE) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, ook ik zou mevrouw Lulling willen feliciteren. Ik ben blij dat we met dit verslag weer een stap hebben gezet op weg naar de omzetting van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen, ook wanneer ze zelfstandig werkzaam zijn. Een belangrijk beginsel is dat het niet alleen gaat om de echtgenoot, maar ook om de levenspartner, dat is terecht. Eindelijk geniet de meewerkende partner dezelfde sociale bescherming, ook in de vorm van het zwangerschapsverlof.

 
  
MPphoto
 

  Paul Rübig (PPE).(DE) Mevrouw de Voorzitter, ook ik zou mevrouw Lulling hartelijk willen feliciteren. Juist zelfstandig werkzame vrouwen in het midden- en kleinbedrijf krijgen volkomen nieuwe kansen. Juist in deze crisistijd moeten we erop letten dat er brood zit in zelfstandig werk, dat we nieuwe banen creëren, en dat we volledig nieuwe sectoren een kans geven. We hebben bijvoorbeeld de girls' day in het leven geroepen, om een beroep te doen op jonge vrouwen om ook technische beroepen te kiezen, omdat juist daar volledig nieuwe kansen liggen. In de huidige samenleving is onvoldoende bekend wat voor verschillende beroepen allemaal openstaan voor vrouwen. Uiteindelijk zijn het ook vrouwen die de financiële stabiliteit garanderen, en ik denk dat we er juist in crisistijden voor moeten zorgen dat ook bedrijven die door vrouwen worden gerund toegang krijgen tot eigenkapitaal en risicokapitaal.

 
  
MPphoto
 

  Günther Oettinger, lid van de Commissie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, vandaag hebben we voortgang geboekt in de strijd tegen armoede en de strijd om vrouwen te stimuleren als zelfstandigen te gaan werken. Dit is niet het einde van het proces, maar wel een reusachtige stap voorwaarts. Afhankelijk van de goedkeuring van de Raad krijgen vrouwelijke zelfstandigen dan voor het eerst recht op zwangerschapsverlof. De lidstaten krijgen ook een duidelijke verplichting om desgevraagd sociale bescherming aan meewerkende echtgenoten te bieden.

Ik bedank de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid en het hele Parlement voor al het werk om dit succes te bereiken.

Ten slotte wil ik nog iets zeggen tegen mevrouw Lulling die sedert jaar en dag persoonlijk voor dit onderwerp heeft gestreden. Die strijd is nu gewonnen en ik ben heel dankbaar voor haar inzet die tot deze opmerkelijke prestatie heeft geleid.

 
  
MPphoto
 

  Astrid Lulling, rapporteur. − (DE) Mevrouw de Voorzitter, allereerst zou ik de heer Oettinger willen bedanken, die als vertegenwoordiger van zijn collega, mevrouw Reding, een betoog in uitstekend Engels heeft gehouden.

(FR) Dames en heren, ik ben voldaan. Mijn dank gaat uit naar alle collega’s die het woord hebben genomen, want zij scharen zich achter het standpunt dat wordt ingenomen door de overweldigende meerderheid van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid, waardoor deze tekst morgen zal worden aangenomen.

Ik wilde de heer Romeva i Rueda geruststellen. Deze tekst is niet perfect. Hij voldoet nog altijd niet aan hetgeen mij voor ogen stond. Wij hebben een belangrijke slag gewonnen, maar nog niet de oorlog. Het is een stap in de goede richting.

Verder wilde ik tegen de heer Romeva i Rueda en mevrouw Figueiredo nog zeggen dat ze zich wat de zwangerschapsbescherming betreft geen zorgen hoeven te maken; wat zij willen is vastgelegd in overweging 17 bis. Leest u deze, mij ontbreekt de tijd om de overweging voor te lezen. Het is één enkel amendement. Mochten we het aannemen, dan kan de richtlijn niet onder het Spaanse voorzitterschap worden goedgekeurd, en zouden we mogelijk maanden of zelfs jaren verliezen, en dat allemaal voor niets, want – laat ik de auteurs geruststellen – wat ze in hun amendement voorstellen staat, in andere bewoordingen, reeds in het in eerste lezing goedgekeurde amendement 4, dat in zijn geheel is overgenomen door de Raad. Ik denk dan ook dat deze leden de andere amendementen met een schoon geweten zouden kunnen aannemen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

De stemming vindt dinsdag 18 mei 2010 plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  Robert Dušek (S&D), schriftelijk. (CS) Met de richtlijn betreffende de gelijke behandeling van zelfstandig werkzame mannen en vrouwen wordt beoogd de huidige communautaire wetgeving te stroomlijnen en verschillende aparte richtlijnen over dit onderwerp te vervangen. Van lidstaat tot lidstaat zijn er grote verschillen tussen de rechtspositie van zelfstandig werkzame personen en die van personen met een vaste arbeidsbetrekking. In een aantal gevallen bestaat er voor zelfstandig werkzame personen zelfs feitelijk geen enkele socialezekerheidsvoorziening voor het geval zij langdurig of tijdelijk arbeidsongeschikt raken. Ook beschikken zelfstandig werkzame personen in veel gevallen niet over een ziektekostenverzekering. Als ze ziek zijn, werken ze vaak gewoon door, eenvoudigweg omdat dit geld in het laatje brengt. Veel zelfstandig werkzame vrouwen gaan direct na de bevalling weer aan de slag en gaan dus niet met zwangerschapsverlof, en helpende echtgenotes en echtgenoten hebben veelal geen eigen socialezekerheidsvoorzieningen. Zelfstandig werkzame mannen en vrouwen zijn van cruciaal belang voor de werking van de economie en hebben een onvervangbare rol in de maatschappij. Deze burgers onderhouden zichzelf en hun familie en betalen belasting en sociale- en ziektekostenverzekeringen. Met name in regio’s waar er om uiteenlopende redenen een gebrek bestaat aan arbeidsplaatsen bij zogeheten “grote werkgevers”, alsook in de landbouw, vervullen deze mensen een onvervangbare rol. Om al deze redenen is het van belang te komen tot uniforme minimumnormen waarmee zelfstandig werkzame personen eenzelfde rechtspositie geboden wordt als personen met een vaste arbeidsbetrekking en waarmee zelfstandig werkzame mannen enerzijds en zelfstandig werkzame vrouwen anderzijds gelijke rechten krijgen. Met het oog hierop dient een betere bescherming tot stand gebracht te worden rond zwangerschap en bevalling en dienen er verlofregelingen te komen ten behoeve van de verzorging van gezinsleden en tot slot erkenning voor de bijdrage van helpende echtgenotes en echtgenoten.

 
  
MPphoto
 
 

  Zita Gurmai (S&D), schriftelijk. – (EN) Het voorstel waarover we deze week debatteren is geen technische kwestie. Het is in twee opzichten een kwestie van rechtvaardigheid en gezond verstand. Het is niet alleen vanuit een moreel oogpunt, maar ook vanuit een economisch oogpunt duidelijk dat we de sociale bescherming en zwangerschapsuitkering moeten geven aan zwangere vrouwelijke zelfstandigen en aan de zwangere echtgenotes of levenspartners van mannelijke zelfstandigen. We mogen deze vrouwen of de partners van deze mannen die voor dit soort werk kiezen, niet achterstellen, vooral als we allemaal het erover eens zijn dat we moeten stimuleren dat meer vrouwen tot de zakenwereld toetreden. Terwijl we proberen een uitweg uit de crisis te vinden, bevorderen we het scheppen van werk, waaronder dat van zelfstandigen. Daarom moeten we ook ervoor zorgen dat er een stimulans is voor vrouwen om een start te maken met dit soort carrièrekansen. Ook mogen we de pasgeboren kinderen in deze gezinnen niet achterstellen. Het is onaanvaardbaar als het ene kind tijdens zijn eerste levensweken er recht op heeft zijn moeder of vader om zich heen te hebben (zonder het levensonderhoud van het gezin op het spel te zetten), omdat de ouder een klassiek dienstverband heeft, terwijl het andere kind dit recht niet heeft, omdat de ouder als zelfstandige werkzaam is.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid