Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2009/0127(COD)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

A7-0125/2010

Debatten :

PV 18/05/2010 - 6
CRE 18/05/2010 - 6

Stemmingen :

PV 18/05/2010 - 8.4
Stemverklaringen
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0160

Debatten
Dinsdag 18 mei 2010 - Straatsburg Uitgave PB

6. Europees Vluchtelingenfonds voor de periode 2008-2013 (wijziging van Beschikking nr. 573/2007/EG van de Raad) - Migratie van het Schengeninformatiesysteem (SIS 1+) naar het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) (wijziging van Verordening (EG) nr. 1104/2008) - Migratie van het Schengeninformatiesysteem (SIS 1+) naar het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) (wijziging van Besluit 2008/839/JBZ) - Vaststelling van een gemeenschappelijk hervestigingsprogramma van de EU (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is de gecombineerde behandeling van:

- het verslag van Rui Tavares, namens de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, over het voorstel voor een beschikking van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Beschikking nr. 573/2007/EG tot instelling van het Europees Vluchtelingenfonds voor de periode 2008-2013 als onderdeel van het algemeen programma ‘Solidariteit en beheer van de migratiestromen’ en tot intrekking van Beschikking 2004/904/EG van de Raad [COM(2009)0456 - C7-0123/2009- 2009/0127(COD)] (A7-0125/2010),

- het verslag van Carlos Coelho, namens de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, over het voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1104/2008 van de Raad over de migratie van het Schengeninformatiesysteem (SIS 1+) naar het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) [COM(2009)0508 - C7-0244/2009 - 2009/0136(NLE)] (A7-0126/2010),

- het verslag van Carlos Coelho, namens de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, over het voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Besluit 2008/839/JBZ over de migratie van het Schengeninformatiesysteem (SIS 1+) naar het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) [COM(2010)0015 - 2010/0006(NLE)] (A7-0127/2010), en

- het verslag van Rui Tavares, namens de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, over de vaststelling van een gemeenschappelijk hervestigingsprogramma van de EU [COM(2009)0447 - 2009/2240(INI)] (A7-0131/2010).

 
  
MPphoto
 

  Carlos Coelho, rapporteur. (PT) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, beste collega’s, om te beginnen zou ik eraan willen herinneren dat dit Parlement al kritiek heeft geleverd op de enorme vertraging bij de ontwikkeling van het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II). Op 22 oktober 2009 hebben we een resolutie aangenomen over SIS II en het Visuminformatiesysteem. Het Europees Parlement heeft toen voor de zoveelste keer zijn diepe bezorgdheid uitgesproken over de vertragingen bij het operationeel worden en de Commissie en de Raad verzocht informatie te geven over de resultaten van de technische testen. Daarbij vroeg het Parlement om volledige transparantie wat betreft de uitvoeringsprocedure voor SIS II.

SIS II had in 2007 operationeel moeten worden. We zitten nu in 2010 en niemand kan garanderen wanneer het zover zal zijn. Bij het pakket voorstellen dat we behandelen kunnen we vier essentiële vragen stellen. Ten eerste vragen we ons af wanneer die migratie plaats moet hebben. Voordat SIS II kan gaan functioneren moet het systeem personeel worden getest, zodat beoordeeld kan worden of het systeem kan werken op basis van de technische en functionele vereisten in de desbetreffende rechtsinstrumenten. Pas na het succesvol afsluiten van alle testen kan de migratie starten van SIS I naar SIS II.

De tweede vraag is wat er gebeurt na het beëindigen van de testen. Gezien de enorme vertraging bij het project en alle problemen en moeilijkheden heeft de Raad besloten twee “mijlpaaltests” te houden. De eerste test was gepland voor het laatste kwartaal van 2009 en de tweede voor de zomer van 2010. De eerste test moest echter worden uitgesteld tot eind januari, omdat niet was voldaan aan de noodzakelijke vereisten. De test vond plaats tussen 21 en 24 januari 2010. De eerste 25 uur werkte het systeem blijkbaar, maar tijdens de resterende tijd blonk het uit in instabiliteit. Tussen 2 en 5 maart is de test herhaald. De evaluatie en validering van de tweede reeks testen hebben op 6 april plaatsgevonden.

Hoewel de testvoorwaarden door de lidstaten noch door het gecontracteerde bedrijf volledig werden nageleefd en de vereiste reactietijden niet werden gehaald bij de – overigens beperkte – overdracht van de gegevens, heeft de overgrote meerderheid van de lidstaten geconcludeerd dat het om onbelangrijke afwijkingen ging en dat de hoofddoelen van de testen waren gehaald. Naar verwachting zullen het nieuwe algemene tijdschema en de begroting tijdens de Raadsvergadering van juni worden goedgekeurd, of anders uiterlijk in oktober dit jaar.

Ook vond men dat aan de volgende voorwaarden moest zijn voldaan voordat het systeem operationeel zou kunnen worden. De tweede mijlpaaltest moet succesvol zijn geweest en volledig hebben voldaan aan de operationele voorwaarden. De integrale test die voorzien is in artikel 55 van de verordening moet ook een positief resultaat hebben gehad en tot slot moet de veiligheid van het netwerk gewaarborgd zijn.

De derde vraag luidt waarom de goedkeuring van deze initiatieven zo dringend is. Hoewel niet voldaan is aan de noodzakelijke voorwaarden voor de migratie – en op dit moment niet te zeggen valt wanneer dat wel het geval zal zijn – zal het aan de Commissie verleende mandaat voor de ontwikkeling van SIS II opnieuw verstrijken, deze keer op 30 juni 2010. Daarom moeten we de vervalbepaling van de instrumenten voor de migratie, die we in 2008 hebben goedgekeurd, wijzigen om te voorkomen dat ze verstrijken.

Dan de vierde en laatste vraag. Welke aspecten heb ik in de voorstellen proberen te wijzigen? Op de eerste plaats heb ik een vervalbepaling opgenomen, terwijl de Commissie dat niet had gedaan. Wij stellen als vervaldatum 31 december 2013 voor. Aan de andere kant is het gezien de aanzienlijke vertragingen essentieel dat in de rechtsgrond wordt bepaald dat ongeacht de gekozen technische oplossing de beste beschikbare technologie moet worden gebruikt, het tijdschema redelijk moet zijn en de uitgaven kostenefficiënt moeten zijn.

Ook het instellen van een algemene programmabeheersraad (GPMB) en het formaliseren van de rol van de raad bij het beheer van SIS II zijn nieuw. Ik ben er absoluut van overtuigd dat indien dit orgaan vanaf het begin had bestaan, er beter gecoördineerd had kunnen worden, meer kennis was vergaard en meer efficiëntie was bereikt.

Tot slot wil ik opmerken dat het essentieel is dat het migratieproces door het Parlement wordt gecontroleerd. Het Parlement is niet alleen verantwoordelijk voor de rechtsgrond, maar houdt als begrotingsautoriteit ook toezicht op de acties die door de begroting van de Unie worden gefinancierd. Daarom heb ik samen met de heer Alvaro een amendement ingediend voor het plaatsen van de middelen in de reserve en met de collega’s Alvaro, Ludford, Enciu en Hohlmeir een auditverzoek gericht aan de Europese Rekenkamer. Ik dank iedereen voor de uitstekende samenwerking.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Ik kan de heer Tavares nu niet het woord geven, omdat hij een vervoersprobleempje had door een zekere vulkaan. Zodra hij hier is, zal ik hem het woord geven.

 
  
MPphoto
 

  Alexander Alvaro, rapporteur voor advies van de Begrotingscommissie. − (DE) Mevrouw de Voorzitter, SIS II is een zich al jarenlang voortslepend verhaal van pogingen, mislukkingen en nieuwe pogingen. Deze pogingen, mislukkingen en nieuwe pogingen hebben tot dusver in totaal 90 miljoen euro gekost - weggegooid geld in de ogen van velen.

Begrotingstechnisch gezien steun ik elke zin, elk woord en elke inspanning van de heer Coelho. Wij werken zeer nauw en uitstekend samen op dit gebied. We hebben er allen een gezamenlijk belang bij dat SIS II functioneert. Soms moet je echter - zoals zo vaak in het leven - bekennen dat bepaalde zaken niet goed werken en nadenken over alternatieven.

Wij zijn als Europees Parlement niet bereid dit project nu al op te geven en wij steunen commissaris Malmström, die deze lastige erfenis op zich heeft genomen, waar we maar kunnen. Het moet echter duidelijk zijn - en dat hebben wij ook vastgesteld in de Begrotingscommissie en dat adviseren wij het Parlement - dat de bijdragen voor SIS II in de reserve moeten worden geplaatst, zodat we meer controle hebben over de toepassing van deze middelen. Persoonlijk verwacht ik dat er een plan B is voor het geval we op een dag moeten bekennen dat we niet datgene kunnen bereiken wat we wilden bereiken.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aangezien de heer Tavares er nog niet is, geef ik het woord aan commissaris Malmström.

 
  
MPphoto
 

  Cecilia Malmström, lid van de Commissie. (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil de heer Coelho en de heer Alvaro bedanken voor hun bijdragen en ik wil u bedanken voor de zeer constructieve wijze waarop we hebben samengewerkt aan dit uiterst gecompliceerde dossier dat ik heb geërfd. Het is zeer gecompliceerd, maar ik ben vastbesloten met u samen te werken om dit op transparante wijze voor elkaar te krijgen en ervoor te zorgen dat het project wordt afgerond.

De stemming van morgen komt op het juiste moment voor het SIS II-project. De Raad heeft bevestigd dat de eerste mijlpaaltest een succes was en dat de ontwikkeling van SIS II door moet gaan op basis van de huidige technische oplossingen.

De voorliggende wetgevingsvoorstellen bevatten drie substantiële elementen – de heer Coelho verwees er al naar – die de ontwikkeling van het project zullen bijsturen. Ten eerste is, zoals de heer Coelho zei, de aanvankelijke vervaldatum van de instrumenten – 30 juni van dit jaar – onrealistisch geworden en zal deze daarom worden aangepast. Zo kan het SIS II-project doorgaan binnen de context van de technische eisen en de algemene planning die op dit moment opnieuw worden vastgesteld in samenspraak met de deskundigen van de lidstaten. Deze zullen beschikbaar zijn voor de Raad op 3 en 4 juni.

De rapporteur vraagt om een concrete uiterste termijn voor de ontwikkeling van SIS II. Helaas moet ik u mededelen dat de Commissie nog niet met dat voorstel aan de slag kan. De deskundigen van de Commissie zijn samen met alle lidstaten bezig met het afronden van de aanpassing van de eisen en de nieuwe algemene planning. Zodra dat gereed is, zal de Commissie gepaste voorstellen doen in het licht van de nieuwe algemene planning die zal worden voorgelegd aan de volgende Raad Justitie en Binnenlandse Zaken over twee weken.

Ten tweede is de algemene programmabeheersraad een groep technische deskundigen die adviseert over de ontwikkeling van SIS II en die zou moeten worden geformaliseerd. De algemene beheersraad heeft zich al bewezen als een goed instrument voor samenwerking en technische analyse tussen de Commissie en de deskundigen van de lidstaten. Het voorstel zal ervoor zorgen dat dit zo blijft en tegelijkertijd de rol, samenstelling en procedures van de raad stroomlijnen. Daarom – het is een zuiver technisch orgaan – is het niet gepast het lidmaatschap van de raad open te stellen voor leden van het Parlement en andere parlementaire functionarissen. We zullen ten aanzien van het Europees Parlement op een transparante manier door blijven gaan met SIS II, maar we moeten duidelijk onderscheid blijven maken tussen het technische werk en politieke transparantie. In deze sfeer is de Commissie echter bereid volledige technische informatie te verstrekken aan de leden van dit Parlement door de verslagen van de beheersraad beschikbaar te stellen aan het Parlement, overeenkomstig de suggestie van de heer Coelho.

Ten derde zou voorzien moeten zijn in de noodzakelijke juridische flexibiliteit om verder te gaan met de ontwikkeling aan de hand van een alternatief technisch scenario, en ik denk dat we het allemaal eens zijn over de redenering daarachter.

Als het gaat om de begrotingsaspecten van de verdere ontwikkeling van SIS II, deelt de Commissie het streven van de rapporteur om het geld van de belastingbetaler zo efficiënt mogelijk te gebruiken. In dat verband wordt in het verslag verzocht het Parlement het recht te geven fondsen voor de ontwikkeling van SIS II voor 2011 in de begrotingsreserve te plaatsen. Deze beslissing is uiteraard volledig aan de begrotingsautoriteit. Vanuit het perspectief van de tenuitvoerlegging van de begroting wil ik de heer Alvaro vragen of er een duidelijke en efficiënte deblokkeringsprocedure is voor het geval we het geld nodig hebben. Ik wil de Commissie LIBE, de heer Coelho en de rapporteur van de Commissie begrotingscontrole, de heer Alvaro, bedanken voor hun uitstekende medewerking aan dit dossier.

Ik vind het jammer dat de heer Tavares er nog niet is. Anders zouden we met hem hebben kunnen discussiëren over het hervestigingsprogramma van de EU – een uiterst belangrijk onderwerp. Zoals u weet, wordt de grote meerderheid van de vluchtelingen wereldwijd opgevangen in landen in Azië, Afrika en het Midden-Oosten. Veel van deze vluchtelingen bevinden zich in ‘catch-22’-situaties: ze kunnen niet terug naar hun land van herkomst, maar ze kunnen ook niet integreren in het eerste land van asiel, doordat deze landen zelf vaak ook te lijden hebben onder conflicten of armoede. Voor deze groepen vluchtelingen kan hervestiging de enige oplossing zijn.

Door middel van hervestiging kunnen de lidstaten van de Europese Unie tastbare solidariteit tonen met deze vaak overbelaste eerste landen van asiel en tegelijkertijd enkele van de meest kwetsbare vluchtelingen beschermen onder duurzame en humane omstandigheden. Op dit moment vindt hervestiging plaats, maar is er geen structurele coördinatie op EU-niveau. De Commissie is van mening dat de EU een grotere rol kan spelen en actiever kan zijn op het gebied van hervestiging door de rol van de Unie wereldwijd te versterken en solidariteit te tonen met de zwaarst getroffen gebieden. Het in september 2009 ingediende voorstel is gericht op verbetering van de situatie. We zijn erg tevreden over de zeer positieve reacties van het Parlement en de Raad op dit voorstel. Ik wil in het bijzonder de heer Tavares bedanken voor zijn uitstekende werk op dit gebied en ik juich de sterke politieke consensus tussen de verschillende fracties over deze kwestie toe.

Het idee in het voorstel is dat de EU, in samenwerking met de UNHCR, zal bijdragen aan een meer strategische inzet van hervestiging op basis van een jaarlijks besluit over de gemeenschappelijke prioriteiten voor hervestiging. Door bundeling van de nationale quota kan de EU helpen enkele van de moeilijkste situaties in de wereld op het gebied van vluchtelingen te verlichten. Het programma laat elke lidstaat uiteindelijk vrij om zelf het aantal te hervestigen vluchtelingen te bepalen, maar geeft hun wel mogelijkheden voor coördinatie en het delen van ervaringen en goede werkwijzen. Door de jaarlijkse procedure kan de EU beter reageren op veranderende uitdagingen en wereldwijde behoeften van vluchtelingen om het gebruik van het Europees Vluchtelingenfonds door de lidstaten efficiënter te maken. Het programma zal ook van pas komen bij een gerichter en praktischer samenwerkingsproject via het Ondersteuningsbureau voor asielzaken, dat samenwerkt met zowel nationale overheden als organisaties uit het maatschappelijk middenveld. Ik sta volledig achter het idee van de rapporteur om een gespecialiseerde eenheid van het bureau op te richten in Malta.

Het gemeenschappelijk hervestigingsprogramma van de EU wordt besproken op een cruciaal moment: sinds 2007 hebben vijf lidstaten – naast de lidstaten die al dergelijke programma’s hadden – besloten nationale hervestigingsprogramma’s op te zetten. Verschillende andere lidstaten hebben het afgelopen jaar Iraakse vluchtelingen gehervestigd in het kader van een toezegging die in 2008 op EU-niveau is afgesproken. Het is cruciaal dat we dit positieve momentum vasthouden en dat de aanneming van het voorstel niet wordt vertraagd.

We betreuren echter dat bepaalde meningsverschillen en procedurele kwesties de snelle aanneming van dit voorstel in de weg staan. Dit voorstel is van groot politiek belang. Het besluit van de Commissie om jaarlijks prioriteiten voor hervestiging vast te stellen is een uitvoeringsbesluit dat deel uitmaakt van het financieel beheer van het Europees Vluchtelingenfonds. Met betrekking tot de procedures voor ‘gedelegeerde handelingen’ zijn wij bang dat de procedure aanzienlijk zou worden vertraagd, wat het beheer van het fonds ernstig zou bemoeilijken.

Dit is de eerste stap in de richting van een gemeenschappelijke aanpak; er komt uiteraard een evaluatie van de ervaringen die zijn opgedaan en er zijn plannen om ambitieuzere initiatieven te ontplooien in het kader van het Stockholmprogramma.

 
  
MPphoto
 

  Georgios Papanikolaou, namens de PPE-Fractie. – (EL) Commissaris, dank u wel dat u ons hebt bijgepraat. Hoewel de heer Tavares niet aanwezig is, wil ik hem bedanken voor de samenwerking die we tot dusver hadden en namens onze fractie ons positieve standpunt kenbaar maken over het hervestigingsprogramma.

Het gaat hier, beste collega's, om een gemeenschappelijke ruimte voor asielverlening en om de noodzaak van een geïntegreerd vluchtelingenbeleid. Het financieringsinstrument om deze inspanningen te ondersteunen is uiteraard het Europees Vluchtelingenfonds, dat we tot nog toe onvoldoende hebben aangewend. Het is mogelijk om nog belangrijker dingen te doen.

De Europese respons op de mondiale behoefte aan hervestiging was tot dusver voldoende. Ik wens eraan te herinneren dat de lidstaten op vrijwillige basis deelnemen. Tot nu toe hebben van de 27 lidstaten slechts 12 een bijdrage geleverd aan deze inspanning, inclusief de twee landen die hebben deelgenomen aan deze specifieke hervestiging. De cijfers zijn tot nog toe weinig bemoedigend: 6 896 vluchtelingen zijn in 2009 in Europa aangekomen in het kader van het hervestigingsprogramma, dat is 8,2 procent van het totale aantal.

Wij hebben dus duidelijk een betere coördinatie nodig en wat we proberen te doen, in dit verslag en via de raadpleging die we hebben gehouden, is stimulansen geven, de lidstaten uitleggen dat we er alle reden toe hebben om dit programma ten uitvoer te leggen.

Natuurlijk is de bescherming van de mensenrechten en daadwerkelijke solidariteit met derde landen een prioriteit. We moeten echter ook inzien dat er nog een ander argument is dat pleit voor deelname van alle lidstaten aan dit programma, namelijk dat we via dit programma aan al diegenen waarvoor dat nodig is het signaal kunnen afgeven dat ze er alle belang bij hebben om te kiezen voor legale kanalen als ze Europa willen bereiken, in hun zoektocht naar een betere toekomst.

Ik wil daarmee zeggen dat de illegale immigratie indirect zou kunnen worden aangepakt via het hervestigingsprogramma’ omdat de vluchteling, als er zulke programma's zijn, geen illegale kanalen zal zoeken, maar zal wachten om te worden opgenomen in dergelijke programma's.

Tot slot wil ik vermelden dat we een amendement hebben ingediend betreffende de interne hervestiging van vluchtelingen, dat niet is overgenomen. Commissaris, wij verwachten dat de Commissie op een zeker ogenblik een initiatief neemt op dit punt. Dublin II heeft bepaalde landen zwaarder belast dan andere en het is zeer belangrijk dat we werk maken van het hervestigingsprogramma met de hulp van het Europees Vluchtelingenfonds.

 
  
MPphoto
 

  Antonio Masip Hidalgo, namens de S&D-Fractie. – (ES) Mevrouw de Voorzitter, ik wil mevrouw Malmström bedanken voor haar aanwezigheid. Ik wil me aansluiten bij het verslag en de geest waarin de heer Tavaras zijn werkzaamheden heeft verricht, omdat zijn werk met de ngo’s en met de Hoge Commissaris voor vluchtelingen van de Verenigde Naties, maar ook zijn werk op het gebied van het vergelijkend recht, met het recht van buiten de Unie, heel belangrijk is.

Deze ervaringen zijn van groot belang, en ook ik – ik heb zelf tot een gemeentelijke autoriteit behoord – vind dat alle Europese gemeenten zich hieraan moeten verbinden.

Want we mogen dan een crisis doormaken, de diepste crisis is die van de vluchtelingen, omdat er collectief geheugenverlies heeft plaatsgevonden. We zijn in Europa en de andere rijke landen vergeten dat oorlogen die tot een stroom vluchtelingen leiden oorlogen zijn waar wij medeverantwoordelijk voor zijn, waar onze landen en onze regeringen medeverantwoordelijk voor zijn. Dat collectieve geheugenverlies moet ongedaan worden gemaakt.

Ik ben het eens met wat mevrouw Malmström heeft gezegd over committeren, over dat we ons moeten committeren. Natuurlijk moeten we ons committeren! Een commissie van dit Parlement heeft de Iraakse Palestijnen bezocht. Natuurlijk! We moeten ons committeren aan deze vluchtelingen.

Maar met alle genegenheid die ik voor mevrouw Malmström voel, zou ik tegen haar willen zeggen: de verschillen tussen het Europees Parlement – ze is zelf lid van het Parlement geweest – en de Commissie over de gedelegeerde handelingen moeten overbrugd worden, want ik wil niet dat dit verslag, dat vandaag over het geheel genomen goed lijkt te worden ontvangen, uiteindelijk wordt geblokkeerd omdat de Commissie en het Parlement het niet eens worden over de gedelegeerde handelingen.

 
  
  

VOORZITTER: DAGMAR ROTH-BEHRENDT
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Nadja Hirsch, namens de ALDE-Fractie. – (DE) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, waar we bij dit onderwerp allemaal over hebben gesproken was dat wij er eenvoudigweg meer lidstaten van moeten overtuigen om aan dit programma deel te nemen. Mijns inziens kan er in dat opzicht veel worden bereikt door het programma toe te lichten en te wijzen op de voordelen, want degenen die eraan deelnemen hebben tot dusver steeds gezegd dat ze hiermee verder gaan en dat zij het programma toejuichen.

Het is bijzonder belangrijk om uit te leggen om welke mensen het gaat. Het gaat om mensen die niet op eigen kracht naar Europa kunnen komen. Het gaat om vrouwen, kinderen en zieken die in vluchtelingenkampen buiten de EU zitten en onze hulp nodig hebben. Mijns inziens is het zeer goed dat wij het besluit zullen nemen om in de toekomst een groter deel van het Europees Vluchtelingenfonds daarvoor ter beschikking te stellen.

Tegelijkertijd is het naar mijn mening uiterst belangrijk dat deze middelen niet zomaar in de begroting verdwijnen als ze aan de nationale parlementen, de lidstaten ter beschikking worden gesteld, maar dat ze daadwerkelijk worden benut om een duurzame structuur op te bouwen, dat deze middelen zelfs aan de gemeenten en steden moeten worden gegeven waar integratie daadwerkelijk plaatsvindt, waar kinderdagverblijven en woningen ter beschikking worden gesteld. Het is bijzonder belangrijk dat steden en gemeenten als onze bondgenoten bij deze discussie worden betrokken.

De lidstaten zijn wellicht eerder geneigd om dit op korte termijn af te wijzen dan de lokale gemeenten. De voorspelbaarheid die dit met zich meebrengt is mijns inziens een bindend element tussen ons - als EU - en degenen ter plaatse die de integratie in de praktijk brengen. Alles bij elkaar kan dit zonder meer een impuls geven aan het hervestigingsprogramma, wat volgens mij uitstekend is. Voor alles moet één ding heel duidelijk worden gemaakt, namelijk dat de burgers niet achter kunnen blijven - er moeten mensen en verenigingen worden gezocht die het pad kunnen effenen voor mensen die ter plaatse een nieuw leven willen opbouwen en die hen laten zien hoe hun nieuwe stad functioneert of waar het dichtstbijzijnde zwembad is.

We hebben een algemene maatschappelijke consensus nodig dat we aan een hervestigingsprogramma willen deelnemen, dat dit een goede oplossing is en dat men integratie daadwerkelijk ter plaatse tot stand brengt.

 
  
MPphoto
 

  Hélène Flautre, namens de Verts/ALE-Fractie. – (FR) Mevrouw de Voorzitter, ik had liever rapporteur Tavares zelf gehoord, maar goed; hij heeft zich nu eindelijk in dit debat bij ons gevoegd en dat is het voornaamste. Ik ben van mening dat zijn inspanningen om overeenstemming te bereiken over het gebruik van het Europees Vluchtelingenfonds, dat tot doel heeft de lidstaten de financiële middelen en stimulansen aan te reiken voor het ontwikkelen van hun hervestigingsprogramma voor vluchtelingen, buitengewoon positief zijn, inspanningen die commissaris Malmström van harte ondersteunt, waarover ik zeer verheugd ben.

Niettemin dienen we enkele cijfers voor ogen te houden op basis waarvan de reikwijdte van dit Fonds enigszins gerelativeerd kan worden. Als we het Europees Vluchtelingenfonds in zijn geheel hiervoor zouden aanwenden – wat ik niet wil, omdat dit beslist ten koste zou gaan van de financiering van de opvangvoorzieningen voor vluchtelingen en asielzoekers in Europa –, zouden we amper twintigduizend vluchtelingen in Europa kunnen hervestigen, een aantal dat heel ver af ligt van het verzoek van de UNHCR, die heeft vastgesteld dat er op de hele wereld meer dan 470 000 vluchtelingen zijn voor wie hervestiging noodzakelijk is, dat wil zeggen, mensen die werkelijk specifieke behoeften, kwetsbaarheden en zwakheden hebben en voor wie het absoluut onmogelijk is terug te keren naar het land van herkomst. We moeten dus reëel blijven.

De tweede voorzorgsmaatregel die we volgens mij moeten treffen – we hebben daar immers ervaring mee in mijn vaderland, Frankrijk –, is het via de media zichtbaar maken van de hervestiging van enkele vluchtelingen, als een boom van goede wil die een bos van slechte praktijken verbergt, omdat dit land, Frankrijk, tegelijkertijd door de VN-commissie tegen foltering is veroordeeld wegens het uitwijzen van asielzoekers naar derde landen, waar zij het risico lopen onmenselijk of mensonwaardig te worden behandeld.

Dat zijn naar mijn mening de voorzorgsmaatregelen die we ons – en daarmee sluit ik af – voor ogen moeten houden.

 
  
MPphoto
 

  Marie-Christine Vergiat, namens de GUE/NGL-Fractie. (FR) Mevrouw de Voorzitter, ik wil het graag hebben over het Schengeninformatiesysteem. Vandaag moeten we het juridisch kader onderzoeken waarbinnen de migratie van SIS I naar SIS II kan plaatsvinden. Volgens mij staan in deze kwestie alle seinen op rood. Het minste dat we kunnen zeggen, commissaris, is dat de tests niet overtuigend zijn geweest.

Maar ondanks het verzet van drie lidstaten, en niet de minste, namelijk Frankrijk, Duitsland en Oostenrijk, weet de Commissie van geen wijken. Zoals u bekend is, weten ook wij in de GUE/NGL-Fractie van geen wijken als het gaat om onze terughoudendheid ten aanzien van kwesties als gegevensopslag en de risico's daarvan in verband met de gegevensbescherming. Ik ben van mening dat we in een vrij surrealistische periode leven, als het misbruik en de risico´s wat betreft alle veiligheidsaspecten door deskundigen die weten waar ze het over hebben, steeds vaker aan de kaak worden gesteld. We moeten maatregelen nemen op het gebied van gegevenbescherming voor alle burgers, ongeacht wie ze zijn. We moeten een minimum aan verplichtingen hebben ten aanzien van de gevaren van het koppelen van gegevensbestanden. In Frankrijk zijn we ons maar al te zeer bewust van het misbruik dat van dat laatste kan worden gemaakt.

Commissaris, onder de huidige omstandigheden is de GUE/NGL-Fractie niet vóór zo’n migratie.

 
  
MPphoto
 

  Gerard Batten, namens de EFD-Fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, Groot-Brittannië heeft het Schengenverdrag niet ondertekend, dus technisch gezien zou dit voorstel niet moeten gelden voor het Verenigd Koninkrijk. De oude Labour-regering heeft niet gekozen voor deelname en de nieuwe Lib-Dem/Con-coalitieregering moet er ook buiten blijven. Een dergelijke regeling zou alleen maar meer al dan niet echte vluchtelingen aanmoedigen om naar de Europese Unie te komen.

Stel u voor dat Turkije lid wordt van de Europese Unie: dan kunnen we verwachten dat niet alleen 72 miljoen Turken automatisch het recht hebben de Europese landen en Groot-Brittannië binnen te komen, maar ook dat stromen vluchtelingen uit gebieden als Iran en Irak de grens oversteken naar Turkije en zich vervolgens in Europa willen vestigen! Groot-Brittannië hoeft niet deel te nemen aan deze regeling, maar het zal interessant zijn om onze nieuwe regering met deze kwesties te zien worstelen. De ene helft ervan, de Conservative Party, doet zich voor als eurosceptisch, wat dat ook moge betekenen, terwijl de andere helft, de Liberal Democratic Party, zonder voorbehoud eurofiel is. Onze nieuwe premier, de heer Cameron, kan zulke problemen echter in één klap oplossen, zoals ik hier gisteren heb uitgelegd.

De toename van het aantal Parlementsleden vereist een volledige herratificatie van het Verdrag van Lissabon. De heer Cameron kan er eenvoudig voor kiezen het niet opnieuw te ratificeren of hij kan alsnog zijn harde belofte inlossen en het Britse volk het referendum over het Verdrag van Lissabon geven dat hun is onthouden.

 
  
MPphoto
 

  Rui Tavares, rapporteur. (PT) Beste collega’s, er zijn in de wereld vluchtelingen die noch naar hun land kunnen terugkeren omdat de situatie daar te instabiel is, noch in een doorgangsland kunnen verblijven en daar bijvoorbeeld werken omdat het desbetreffende land de Conventie van Genève niet heeft ondertekend.

Het gaat per jaar om vrij beperkte aantallen: 200 000. Een deel van die vluchtelingen, wier enige optie is een kans te krijgen een nieuw leven op te bouwen in een derde land, heeft zijn problemen al opgelost via actoren op het internationaal toneel die zich bezighouden met hervestiging. De Verenigde Staten hervestigen per jaar 80 000 vluchtelingen en ook Canada, Australië, Brazilië en Chili leveren hun aandeel. Wie ontbreekt er op het appel? Juist, Europa.

De Raad is onder het Zweedse voorzitterschap zo verstandig geweest te erkennen dat het aantal te hervestigen vluchtelingen in Europa aanzienlijk verhoogd moest worden. Er was zelfs sprake van 100 000 vluchtelingen en de Commissie is toen zo wijs geweest een aantal uitgaven van het Europees Vluchtelingenfonds te herzien om een krachtiger en robuuster beleid voor de hervestiging van vluchtelingen mogelijk te maken.

Ik ben op dit moment rapporteur voor twee verslagen van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken: een verslag dat onder de medebeslissingsprocedure valt en een initiatiefverslag. Het eerste verslag bevat vier noviteiten om het bestaande beleid te corrigeren, waarvan er twee van inhoudelijke en twee van procedurele aard zijn.

De eerste noviteit is een duale benadering. Het Commissievoorstel dat het uitgangspunt vormt voor het verslag, legt met name de nadruk op regionale prioriteiten en daarbinnen wordt het accent weer gelegd op wat ik humanitaire prioriteiten zou willen noemen. Wij vinden het goed om die prioriteiten aan te houden, maar we willen ze verzelfstandigen. Wij menen namelijk dat Europa interventiestrategieën nodig heeft voor de hervestiging van vluchtelingen. Uit het oogpunt van buitenlands beleid zijn die strategieën erg belangrijk. Daarmee kan soms opgetreden worden in bepaalde delen van de wereld, kunnen de deuren van een bepaald land worden geopend of een vertrouwensband worden gesmeed in bepaalde delen van de wereld. Tegelijkertijd kan aan de lidstaten de vrijheid worden gegeven in de rest van de wereld hulp te bieden bij situaties die humanitair gezien prioritair zijn.

Welke zijn die situaties? Bijvoorbeeld slachtoffers van foltering, vrouwen en kinderen die het slachtoffer zijn van seksueel geweld of mensen die hervestiging nodig hebben vanwege ernstige gezondheidsproblemen.

De tweede noviteit is modulatie. Dat betekent dat we zullen proberen naast de slechts tien lidstaten die zich op dit moment op Europees niveau met hervestiging bezighouden, ook de andere zeventien lidstaten mee te laten doen. Daarom hebben we voorgesteld dat het bedrag dat in het eerste jaar aan de nieuwe lidstaten per vluchteling wordt toegekend verhoogd wordt, daarna in het tweede jaar lichtjes daalt en vanaf het derde jaar gelijk is aan het bedrag dat geldt voor alle andere lidstaten die zich met hervestiging bezighouden. De voorwaarde hiervoor is dat het extra bedrag in de eerste jaren – waarin de kosten het hoogst zijn bij het starten van een nieuw hervestigingsprogramma – wordt gebruikt om een duurzaam hervestigingsprogramma te ontwikkelen.

De twee andere noviteiten zijn procedureel van aard. Op de eerste plaats krijgt de Commissie de mogelijkheid een noodprocedure te starten om vluchtelingen uit een bepaald deel van de wereld, waar zich een humanitaire ramp heeft voorgedaan of waar een crisissituatie bestaat, te hervestigen. De tot nu toe gevolgde procedure was gestoeld op jaarbasis, maar rampen en humanitaire crises volgen natuurlijk niet de kalender. De vierde noviteit betreft de gedelegeerde handelingen. In dat verband wil ik de commissaris klip en klaar zeggen dat het Parlement problemen in verband met tijdschema’s en procedures zeer snel kan afhandelen. Wij beloven u dat onze termijnen om te reageren op gedelegeerde handelingen kort zullen zijn. Wij beloven u eveneens dat ons voorstel voor voorafgaand overleg en debat met onder meer de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, de Commissie buitenlandse zaken en de Commissie ontwikkelingssamenwerking, eventuele meningsverschillen tussen het Parlement en de Commissie over de prioritaire regio’s voor hervestiging kan voorkomen.

We kunnen echter niet aanvaarden dat de Commissie, als hoedster van de Verdragen, ons zegt dat de gedelegeerde handelingen waartegen zij geen enkel juridisch bezwaar aantekent niet hoeven te worden goedgekeurd in het kader van deze beschikking, die zowel voor het buitenlands als het humanitair beleid zo belangrijk is, louter omdat het voor de Commissie bureaucratische handelingen zijn, terwijl wij een andere mening zijn toegedaan.

De realiteit is echter dat deze beschikking volgens ons, en volgens de juridische dienst, deel uitmaakt van de gedelegeerde handelingen. Daarom menen wij dat de Commissie als hoedster van de Verdragen de taak heeft de goedkeuring van gedelegeerde handelingen hier te verdedigen en daar geen bezwaren tegen in te brengen die, vooralsnog, louter procedureel van aard zijn. Bovenal geloven wij dat geen enkele van deze kwesties voor ons een beletsel moet vormen om ons gemeenschappelijk doel te bereiken: het hervestigen van meer vluchtelingen in de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 

  Simon Busuttil (PPE).(MT) Mevrouw de Voorzitter, het hervestigingsprogramma dat nu wordt opgezet, vult een belangrijke, al lang bestaande lacune. Het verbaast me eerlijk gezegd hogelijk dat er op Europees niveau niet al een eerder zo’n programma is ontwikkeld. Er zijn landen die het goede voorbeeld hebben gegeven, zoals de Verenigde Staten, die al zeer efficiënte hervestigingsprogramma’s hebben en veel ervaring op dit gebied hebben opgedaan. Daar kunnen we zeker het een en ander van leren.

Dit soort programma’s is belangrijk omdat ze aantonen dat de Europese Unie bereid is haar menselijke gezicht te laten zien als het gaat om vluchtelingen wereldwijd. De andere belangrijke doelstelling van deze programma’s is echter om de instroom van illegale immigranten naar de Europese Unie aan banden te leggen, waaronder ook vluchtelingen die bescherming nodig hebben.

Als het nu op te zetten hervestigingsprogramma kan worden gebruikt voor de hervestiging van internationale, bescherming zoekende vluchtelingen in Libië, dan zullen deze mensen ongetwijfeld weinig reden hebben om de Middellandse Zee over te steken en daarbij hun leven te riskeren. Op deze manier helpen we zowel hen als de landen van de Europese Unie die onevenredige lasten moeten dragen.

Het spreekt voor zich dat dit programma moet worden gebruikt in combinatie met een ander programma, een programma dat gericht is op het helpen van de EU-landen die als gevolg van de huidige immigratiestromen onevenredige lasten dragen. We moeten deze landen laten zien dat we bereid zijn een programma op te zetten dat ervoor zorgt dat mensen die internationale bescherming hebben gekregen, naar andere Europese landen kunnen worden overgebracht.

Tot dusver betreft dit alleen een proefproject op Malta. Ik zou echter graag zien dat dit een permanent programma wordt en dat het wordt uitgebreid naar andere EU-landen die het nodig hebben.

 
  
MPphoto
 

  Ioan Enciu (S&D).(RO) Als rapporteur voor de SIS-kwestie van de Fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten in het Europees Parlement, ga ik over dit specifieke onderwerp spreken. In de eerste plaats wil ik de heer Coelho bedanken voor de enorme moeite die hij zich heeft getroost en in het bijzonder voor de consistente wijze waarop hij deze twee verslagen heeft afgerond. Ik wil ook graag commissaris Malmström bedanken, want sinds zij haar post heeft betrokken, is de Commissie enige transparantie aan de dag gaan leggen.

Wat ons zorgen blijft baren is dat de termijnen van de tenuitvoerlegging van SIS II niet worden gehaald. Het Parlement heeft meermaals zijn standpunt over de opschortingen kenbaar gemaakt, vooral wat betreft het onvermogen van de Commissie een precieze datum vast te stellen voor het operationeel worden van het systeem. Het feit dat wij niet eens zeker weten of de uitgevoerde tests al dan niet succesvol zijn geweest, geeft aanleiding tot ernstige twijfels over de wijze waarop het project wordt beheerd.

Aangezien het Europees Parlement de plicht heeft erop toe te zien hoe Gemeenschapsgeld wordt besteed, is het voorstel om de fondsen in reserve te houden die in het begrotingsjaar 2011 voor de ontwikkeling van SIS II zouden worden toegewezen, een normale veiligheidsmaatregel. Het Parlement moet continu op de hoogte worden gehouden van en worden geraadpleegd over de voortgang van het SIS II-project, dat niet in gevaar mag worden gebracht door een gebrek aan politieke wil of aan kundig beheer. Het moet voldoen aan de huidige eisen, gegevensbescherming ondersteunen en aansluiten bij het kosten-batenprincipe, en geheel volgens het tijdschema dat voor zijn tenuitvoerlegging is uitgestippeld, worden ingezet.

 
  
MPphoto
 

  Tatjana Ždanoka (Verts/ALE). (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik ga het ook hebben over het Schengeninformatiesysteem. Allereerst wil ik de heer Coelho bedanken voor zijn uitstekende werk en benadrukken dat mijn fractie – vanaf het eerste begin – vrij terughoudend was met het aanvaarden van SIS II, vanwege de vele gevolgen met betrekking tot gegevensbescherming.

Nu lijkt het erop dat het einde van de lange SIS II-saga nog lang niet in zicht is. We zien vertragingen en kostenoverschrijdingen; we hebben helemaal geen positieve resultaten. We hebben niet eens consensus over de evaluatie van de testresultaten, aangezien Oostenrijk, Duitsland en Frankrijk de tests niet succesvol vinden. Naar onze mening is de aanpak van de rapporteur helemaal juist. We moeten eerlijk zijn en toegeven dat het huidige project kan mislukken en we moeten de alternatieven bespreken. We moeten ook de redenen van deze mislukking zorgvuldig onderzoeken; als we 30 miljoen euro extra moeten investeren, moet het Parlement alle informatie hebben die nodig is voor een geïnformeerde toestemming.

We moeten ook een uiterste termijn voor verval aanhouden. We kunnen geen geld blijven investeren in een levenslang project. Natuurlijk moet er een bepaalde flexibiliteit zijn, maar we moeten duidelijke criteria hebben voor de evaluatie en om snel te kunnen reageren als er weer iets misgaat.

 
  
MPphoto
 

  Cornelia Ernst (GUE/NGL). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, om te beginnen wil ik opmerken dat de EU mijns inziens - en daarbij doel ik op het Schengeninformatiesysteem - geen doe-een-wens-beleid moet voeren, maar een beleid dat is gebaseerd op de realiteit. Ten aanzien van het Schengeninformatiesysteem betekent dit dat we moeten inzien dat de tests - die de zogenoemde 'eerste mijlpaal' zijn genoemd - zijn mislukt.

Na acht jaar aanmodderen moeten we constateren dat het doel van de door de Commissie voorgestelde maatregel - de migratie van SIS 1+ naar SIS II - niet haalbaar is voor de lidstaten, zowel om technische als om wettelijke redenen. Dat is niet mijn oordeel - dat is het oordeel van de Bondsrepubliek Duitsland. Dat is het standpunt van het land waar ik vandaan kom, een standpunt waar ik het overigens volledig mee eens ben. Er is tot dusver 90 miljoen euro weggegooid en de Commissie zou nog meer willen uitgeven. Wij willen niet dat de termijn tot 2013 wordt verlengd; dat willen we heel duidelijk stellen. In plaats daarvan willen wij dat dit systeem wordt afgeschaft en dat er gezocht wordt naar een alternatief.

Op de tweede plaats heeft de Duitse partij Die Linke principieel kritiek op SIS II - dat wil ik hier eveneens opmerken - omdat de toegang tot het systeem ingrijpend wordt uitgebreid, bijvoorbeeld voor de geheime diensten. In Duitsland is het verplicht dat de geheime diensten en de politie van elkaar gescheiden zijn. Als gegevens van geheime diensten en politie dus op enige wijze worden samengebracht, betekent dit dat het hele systeem aan het Duitse constitutionele hof zal worden voorgelegd. Daar moet ik in ieder geval vanuit Duits oogpunt op wijzen. Bovendien zijn wij tegen SIS II omdat er enorme hoeveelheden gegevens worden verzameld en biometrische gegevens worden vergaard en vastgelegd. Dat dient geen specifiek doel en is buitenproportioneel.

 
  
MPphoto
 

  Salvatore Iacolino (PPE).(IT) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, dames en heren, het plan om een kader voor een samenhangend optreden vast te stellen, met de wens daadwerkelijke solidariteit tussen de lidstaten tot uitdrukking te brengen, is een stap in de goede richting op weg naar een gecoördineerd beleid in de Unie ten aanzien van migratiestromen. Deze maatregel is overigens onderdeel van een breder proces dat gericht is op de internationale bescherming van vluchtelingen. Als het maatschappelijk middenveld op zinvolle wijze bij dit proces betrokken kan worden, lijkt deze maatregel nauwe samenhang te vertonen met het ophanden zijnde startsein voor het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken.

Er moet onmiddellijk een lijst worden opgesteld van de prioriteiten en de doelstellingen die verwezenlijkt moeten worden, met een tijdpad en concrete stimuleringsmaatregelen. We moeten ook specifieke middelen beschikbaar maken om het aantal landen die aan het programma deelnemen – op dit moment zijn dat er slechts tien – omhoog te brengen. Daarbij mag niet uit het oog worden verloren dat naast de sociale bescherming ook bescherming op het gebied van de gezondheid geboden moet worden aan deze mensen, die vaak uitgeput zijn als gevolg van een extreem zwakke gezondheid.

Met behulp van een digitale databank zal elke verwerking kunnen worden gevolgd en zal kunnen worden gewaarborgd dat gezinnen tijdens het hervestigingsproces niet uiteenvallen. Samenwerking met de lidstaten kan in dit verband van doorslaggevend belang zijn om gestroomlijnde en flexibele procedures te waarborgen. We willen een eerlijker en realistischer Europa, dat rekening houdt met de inspanningen van met name de zuidelijke lidstaten.

Wat derde landen betreft, is het van fundamenteel belang dat de Europese Unie de verantwoordelijkheid op zich neemt voor het vaststellen van samenwerkingsovereenkomsten, zoals Italië overigens recentelijk ook heeft gedaan met Libië en Niger. Onzes inziens is dit de manier, de enige mogelijke manier, om de omslag te maken van een vorm van solidariteit die tot dusverre maar al te vaak een wassen neus was, naar daadwerkelijke solidariteit tussen de lidstaten van de Europese Unie in het algehele beheer van migratiestromen.

 
  
MPphoto
 

  Monika Flašíková Beňová (S&D).(SK) Ten eerste wil ik graag de heer Tavares bedanken voor zijn werk op het gebied van het vluchtelingenbeleid. Tevens zou ik op deze plaats graag uitdrukking geven aan mijn teleurstelling over het feit dat minder dan de helft van de EU-lidstaten officiële hervestigingsprogramma’s heeft voor vluchtelingen uit derde landen.

Bovendien, zoals hier al meerdere keren is gezegd, zijn deze programma’s onvoldoende gecoördineerd en als gevolg van de geringe mate van afstemming en samenwerking tussen de lidstaten van de EU zijn er ook hoge kosten verbonden aan hervestiging, wat het idee natuurlijk minder aantrekkelijk maakt.

Toch ben ik ervan overtuigd dat wij Europeanen er met voldoende politieke wil toe in staat zullen zijn een effectief, rechtvaardig en eenvormig hervestigingsprogramma op te zetten. Daarvoor is het essentieel om, naast het totstandbrengen van het programma zelf, tevens een speciaal fonds op te richten voor de hervestiging van vluchtelingen in de EU. Uit dat maatregelenpakket zouden dan nationale hervestigingsprogramma’s kunnen worden gefinancierd in de landen waar deze niet bestaan, evenals coördinerende activiteiten op centraal niveau. Naar mijn mening zou het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken de beste coördinerende instantie zijn.

 
  
MPphoto
 

  Indrek Tarand (Verts/ALE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil iedereen bedanken die heel hard gewerkt heeft aan het schijnbaar oneindige verhaal van SIS II: de heer Coelho en de mensen in het veld.

De kwestie van de voortdurende vertragingen en kostenoverschrijdingen is zeer zorgwekkend en wat zou veelzeggender kunnen zijn over de bestuurlijke kwaliteiten van de heer Barroso in zijn eerste Commissie? Ik ben van mening dat we de lessen die we vandaag hebben geleerd moeten vertalen in de oprichting van een nieuw IT-bureau, dat in Tallinn gevestigd zou kunnen worden. Dat zou een win-winsituatie zijn: de Franse collega’s zouden de servers in Straatsburg kunnen houden en het nieuwe programmeerwerk zou in Tallinn kunnen worden gedaan door bekwame specialisten met lage beheerskosten, waarmee een monopolie vermeden zou worden, het idee van de EU-integratie zou worden omarmd en bovendien de gegevensbescherming gegarandeerd zou zijn.

Tot slot wil ik zeggen dat ik er vertrouwen in heb dat commissaris Malmström deze ingewikkelde kwesties kan oplossen.

 
  
MPphoto
 

  Agustín Díaz de Mera García Consuegra (PPE). – (ES) Mevrouw de Voorzitter, ik zal mijn standpunt in telegramstijl uiteenzetten.

In de eerste plaats feliciteer ik de heer Coelho. Het proces had voor 30 september voltooid moeten zijn. Daarom moeten de regelgevingsinstrumenten worden gewijzigd voordat ze komen te vervallen.

In de tweede plaats wordt in geen enkel voorstel van de Commissie een termijn vastgesteld of voorgesteld om de vervalbepalingen van de oorspronkelijke voorstellen te schrappen.

In de derde plaats moet er een overgangsperiode worden vastgesteld voor de migratie, die indien nodig kan worden uitgebreid via de comitologieprocedure.

In de vierde plaats wordt het proces niet gecontroleerd door het Europees Parlement, wat ik een slechte zaak vind.

In de vijfde plaats zijn de resultaten van de tests met SIS II niet bekendgemaakt en moet het Parlement worden geïnformeerd.

In de zesde plaats, en vanwege dit alles, steun ik het voorstel van de rapporteur en de waarschuwing dat de Europese Rekenkamer zal worden ingeschakeld als het project mislukt.

Wat betreft de verslagen van de heer Tavares over het Europees Vluchtelingenfonds en hervestiging, wil ik ook de heer Tavares feliciteren. Voornaamste probleem: gebrek aan interne solidariteit in de Unie. En ik zeg tegen hem dat we terughoudend moeten zijn met het geven van financiële steun aan lidstaten die als eerste vluchtelingen opvangen, vooral om redenen van relatief onrecht. Eerst, mijnheer Tavares, moeten de financiële gevolgen van deze maatregelen, die ik in beginsel steun, grondig worden bestudeerd.

 
  
MPphoto
 

  Sylvie Guillaume (S&D). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, de stem die we morgen zullen gaan uitbrengen vóór een wijziging van het Europees Vluchtelingenfonds, is in vele opzichten essentieel en daarover gaat mijn interventie dan ook, waarbij ik de heer Coelho en de heer Tavares complimenteer met het denk- en andere werk dat zij hebben verricht.

De stemming over het Europees Vluchtelingenfonds zal bij de lidstaten van de Europese Unie het besef moeten doen ontstaan dat het noodzakelijk is volledig in de hervestiging deel te nemen om zo de dubbele kloof te dichten die bestaat op het gebied van het aantal bij het programma betrokken landen en de opvangcapaciteit van elk land. Zoals we allen weten, gaat het hier om vluchtelingen die in de landen die hen hebben opgevangen, vaak ternauwernood worden getolereerd en van wie de levensomstandigheden soms een tragische wending kunnen nemen, als er niet snel oplossingen worden gevonden.

Met behulp van deze nieuwe middelen kunnen we die bijzonder kwetsbare mensen dan ook meer zekerheid bieden, waarbij ik er wel op wijs dat elk van de bij het Europees Vluchtelingenfonds betrokken lidstaten op rechtvaardige en transparante wijze van de betreffende fondsen gebruik moet maken, iets waarop u, mevrouw Malmström, ik weet het, nauwlettend zult toezien. Het zal moeilijk zijn de uitdaging aan te nemen als we bedenken met hoe weinig animo deze nieuwe maatregel in de lidstaten is ontvangen, en ook op dat gebied, mevrouw de commissaris, wil ik uw vastbeslotenheid onderstrepen.

Tot slot wil ik de nadruk leggen op het feit dat de integratie van vluchtelingen een van de sleutels is voor het welslagen van deze onderneming. Hoe meer de komst van vluchtelingen wordt voorbereid en toegelicht, hoe groter de kans op acceptatie en op het goede verloop ervan, en hoe meer de lidstaten – naar we hopen – blijk zullen geven van hun engagement inzake hervestiging. Daarom moet ons Parlement zich massaal vóór deze wijzigingen van het Europees Vluchtelingenfonds uitspreken.

 
  
MPphoto
 

  Franz Obermayr (NI). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, in vele lidstaten, waaronder Oostenrijk waar ik vandaan kom, weet men zich geen raad meer met nieuwe asielzoekers en verzet de bevolking zich volledig terecht tegen nieuwe opvangcentra voor vluchtelingen. Hoe is het mogelijk dat desalniettemin hervestiging van vluchtelingen in de EU wordt bevorderd? Het plan om asielzoekers die reeds naar een naburig derde land zoals Oekraïne zijn gevlucht naar de EU te halen, omdat de levensstandaard hier hoger is, is derhalve volstrekt onbegrijpelijk. Met name in deze tijden van economische crisis kunnen we niet meer dan ons hoofd schudden om dergelijke voorstellen.

Het asielconcept van de EU is wat mij betreft een complete ramp. Een asielzoeker die eerst in Roemenië is opgevangen, moet toch ook daar naartoe kunnen worden teruggestuurd voor een beoordeling en een asielprocedure. Het idee om de voorziening in de basisbehoeften van asielzoekers aan te passen aan hetzelfde hoge socialezekerheidsniveau voor inwoners van de betreffende lidstaat is verre van realistisch en onbetaalbaar. De EU zou asielbescherming moeten bieden aan degenen die dit daadwerkelijk nodig hebben, aan degenen die daadwerkelijk in nood zijn, maar ze zou haar deuren niet wagenwijd open moeten zetten voor de massa's economische vluchtelingen.

Wat wij nodig hebben is een betere bescherming van de buitengrenzen, snelle, onbureaucratische procedures en uiteraard een consequent terugstuurbeleid.

 
  
MPphoto
 

  Petru Constantin Luhan (PPE).(RO) In haar bemoeienissen met asielkwesties geldt voor de Europese Unie als basisbeginsel dat zij moet zorgen voor een sterkere mate van samenwerking en solidariteit tussen lidstaten. Dit kan niet in de landen afzonderlijk tot stand worden gebracht. Het feit dat hervestiging meer en meer als strategisch instrument wordt ingezet, vereist een gemeenschappelijk initiatief van de Europese Unie. Er is een deugdelijk, gericht programma nodig, dat effectief is en van goede kwaliteit, en dat voorziet in een passend raamwerk, waardoor lidstaten zullen deelnemen aan het hervestigingsproces van vluchtelingen.

De inspanningen van lidstaten om vluchtelingen toe te laten moeten met extra financiële prikkels worden ondersteund en aangemoedigd. Door deze maatregelen kunnen wij een grotere Europese solidariteit met het wereldwijde vluchtelingenprobleem betonen. Wij zullen ook de deelname van een groot aantal lidstaten aan dit proces aanmoedigen.

 
  
MPphoto
 

  Marian-Jean Marinescu (PPE).(RO) Ik wil eerst een opmerking maken aan het adres van mijn collega ter linkerzijde. Ik meen dat een voorbeeld van het tegendeel evenzeer opgeld doet: wanneer een Engelsman of Ier in mijn land een misdrijf begaat, moet het mogelijk zijn hem terug te sturen.

Het proces voor de tenuitvoerlegging van het Schengeninformatiesysteem is vertraagd en het lijkt erop dat het systeem niet voor eind 2011 in werking zal treden. Dientengevolge zou ik de Commissie willen vragen wat de gevolgen zijn voor het tijdpad van de landen die in de toekomst ook deel gaan uitmaken van het Schengengebied.

Het is onacceptabel dat de Commissie op dit moment geen precieze datum kan geven voor de inwerkingtreding van SIS II. Dit geeft aanleiding tot ernstige twijfels over het beheer van dit project. De extra kosten en de noodzaak van nieuwe investeringen – mocht de migratie naar SIS II op een mislukking uitdraaien en het noodplan SIS 1+RE van kracht worden – betekenen dat er een veel stringentere begrotingscontrole is vereist, vooral voor het nieuwe agentschap dat het SIS, het VIS en Eurodac moet regelen en coördineren.

 
  
MPphoto
 

  Morten Messerschmidt (EFD). - (DA) Mevrouw de Voorzitter, een jaar geleden bevonden wij ons allen, als leden van het Europees Parlement, in een verkiezingsstrijd waarin we probeerden ons mandaat te veroveren of herveroveren en ik weet dat in een behoorlijk aantal landen de kwestie van Schengen een ongelooflijk belangrijke rol speelde in de verkiezingsstrijd. Er bestaat enorm veel ontevredenheid onder onze kiezers, dat wil zeggen de burgers van Europa, over de manier waarop de EU met deze kwesties omgaat: het gebrek aan interne grenscontroles, de bijzonder twijfelachtige externe grenscontroles, de volledig ontoereikende controle op immigratie en het schrikbeeld dat ons binnen nu en een jaar tijd te wachten staat, dat wil zeggen de vraag of de Commissie haar goedkeuring zal geven aan de toetreding van Bulgarije en Roemenië tot het Schengengebied.

Ik hoor mensen zeggen dat we solidair moeten zijn, maar om heel eerlijk te zijn vraag ik me af met wie we solidair moeten zijn. Aan wie moeten we solidariteit betonen? Wanneer we zien dat het systeem, dat zowel door de EU als door onze lidstaten is opgericht, op grote schaal wordt uitgebuit, wordt het misschien tijd dat we ook een beetje solidariteit laten zien met de burgers die moeten leven onder het falende beleid dat de Commissie en haar lidstaten hebben gevoerd.

 
  
MPphoto
 

  Roberta Angelilli (PPE).(IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, het tot stand brengen van een gemeenschappelijk Europees asielbeleid en hervestigingsbeleid betekent enerzijds dat de mensenrechten gewaarborgd worden en anderzijds dat illegale immigratie aan banden wordt gelegd.

Daarom wil ik de sprekers en commissaris Malmström bedanken, aangezien we nu beschikken over een waardevol instrument, vooral voor landen die aan de Middellandse Zee gelegen zijn: landen zoals Italië, die tot op heden noch konden rekenen op echte solidariteit tussen de lidstaten, noch op een eerlijke verdeling van verantwoordelijkheden. Deze beleidsvormen moeten worden ondersteund door een passend budget, maar ook door betrouwbare controles van de uitgevoerde programma’s, met geregelde follow-ups en het vaststellen van goede praktijken.

Nog een laatste opmerking over de mensenrechten: we moeten prioriteit geven aan diegenen die het meest kwetsbaar zijn – minderjarigen, vrouwen die het slachtoffer zijn van vrouwenhandel, van uitbuiting en van geweld, met inbegrip van genitale verminking – maar ik weet dat commissaris Malmström hier zeer alert op is.

 
  
MPphoto
 

  Andreas Mölzer (NI). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, de EU lijkt op dit moment over ongelooflijke financiële middelen te beschikken. Na het steunpakket van 750 miljard euro staan we nu opnieuw op het punt om enorme middelen voor het migratieprobleem ter beschikking te stellen, maar niet voor terugstuurmaatregelen of zelfs voor beveiliging van de grenzen - de schijnbaar veilige Schengengrens vertoont in ieder geval evenveel gaten als een Zwitserse kaas. Nee, er wordt 6 000 euro per persoon ter beschikking gesteld voor de vrijwillige opname van vluchtelingen uit derde landen.

Als de EU daadwerkelijk nog ergens het nodige kleingeld heeft liggen, dan kan ze beter Europese gezinnen ondersteunen - dan zou wellicht het geboortecijfer weer stijgen. Het argument dat we immigratie nodig hebben om de kinderloosheid te compenseren zou dan eindelijk niet meer van toepassing zijn. In plaats van de deuren wagenwijd open te zetten voor immigranten moet nu eindelijk het Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen adequaat worden toegepast en dat is uiteraard niet van toepassing op de massa economische vluchtelingen. Als we toch vele miljoenen willen uitgeven, dan zouden we die ook kunnen besteden aan FRONTEX, het agentschap voor de bewaking van de buitengrenzen, en niet aan de bodemloze put van het Schengeninformatiesysteem.

 
  
MPphoto
 

  Jaroslav Paška (EFD).(SK) Ik wil het graag hebben over het Schengeninformatiesysteem. We weten dat er relatief lang aan de ontwikkeling van dit systeem is gewerkt en dat het veel geld heeft gekost. Daar komt nog bij dat de kosten van de invoering blijven toenemen en dat de testuitslagen onbekend zijn.

Het zou waarschijnlijk op zijn plaats zijn onderzoek te doen naar de tot nu toe uitgevoerde werkzaamheden voor dit systeem, te overwegen of dit systeem levensvatbaar is, of we het werk aan het systeem af kunnen krijgen zodat het van nut zal zijn voor Europa, en vervolgens te beslissen hoe verder te gaan.

Wat betreft het hervestigingsprogramma ben ik het ermee eens dat er een wettelijke norm moet worden vastgelegd die de illegale immigratie naar de EU aan banden legt en voorschriften bevat voor legale hervestiging.

Daarnaast zouden we misschien iets moeten doen met de ervaringen van onze collega’s uit ontwikkelingslanden, die opmerken dat niet alle immigratie naar de EU, niet elke reis vanuit een ontwikkelingsland naar de EU, is ingegeven door een verminderde veiligheid in het thuisland, maar vaak ook door economische overwegingen.

 
  
MPphoto
 

  Martin Ehrenhauser (NI). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, ik wil eigenlijk slechts enkele opmerkingen over het verslag-Maňka maken. Dat heb ik eerder met uw collega afgesproken. Ik wil uitdrukkelijk aangeven dat ik tegen elke verhoging van de secretariaatstoelage ben, met name tegen de beoogde 1 500 euro. Bovendien ben ik tegen elke verhoging van het personeelsbestand van dit Huis en mocht er na verdere beoordeling toch besloten worden om maandelijks 1 500 euro extra voor de secretariaatstoelage ter beschikking te stellen, dan drijven we de spot met de belastingbetalers.

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Mijnheer Ehrenhauser, ik denk dat u over het verkeerde onderwerp spreekt. Dit is de gecombineerde behandeling van de Schengenovereenkomst. Het spijt mij dat u niet over het verslag-Maňka hebt kunnen spreken, maar ik vrees dat we verder moeten.

 
  
MPphoto
 

  Piotr Borys (PPE). - (PL) Ik wil allereerst mijnheer Coelho feliciteren met zijn weerom geslaagde verslagen. Ten tweede: de overstap naar SIS II is nu onvermijdelijk. Als we een veilig systeem willen, dan moet SIS II ingevoerd worden. Daarom lijkt het me noodzakelijk om deze werkzaamheden voort te zetten en de Commissie hierbij te steunen. Ik wil eraan herinneren dat de nieuwe visumcode vereist dat de biometrische gegevens in dit systeem opgenomen worden. SIS 1+ garandeert dit niet. SIS II zal daarentegen de mogelijkheid bieden om deze gegevens in de toekomst snel te controleren. Om veiligheidsredenen mogen we dus niet afzien van de werkzaamheden aan SIS II. We kunnen natuurlijk wel eisen dat deze werkzaamheden doeltreffender uitgevoerd worden en dat ze meer vruchten afwerpen.

Ik wil eraan herinneren dat we onlangs ook voor een oplossing gekozen hebben die toelaat om op basis van visa voor verblijf van langere duur gemakkelijk door de hele Schengenzone te reizen. Daarom moeten de werkzaamheden aan SIS II voortgezet worden. We willen de Commissie hierin steunen en rekenen erop dat de werkzaamheden sneller en doeltreffender zullen verlopen. We wensen de Commissie succes toe. Dank u.

 
  
MPphoto
 

  Cecilia Malmström, lid van de Commissie. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil alle leden van het Parlement bedanken voor hun steun en opmerkingen met betrekking tot deze twee verschillende, maar zeer belangrijke onderwerpen.

Als eerste SIS II; dit was natuurlijk – en ik ben de eerste om dat te erkennen – een lange saga, zoals iemand het uitdrukte. Het is een complex en erg moeilijk dossier. Waarschijnlijk waren er dingen die beter gedaan hadden kunnen worden, maar sinds ik in functie ben, heb ik erg mijn best gedaan om dit op een zeer transparante en grondige manier aan te pakken. De Commissie heeft de door de Raad opgestelde routekaart minutieus gevolgd en de Raad is tijdens de laatste bijeenkomst akkoord gegaan met de conclusies. Sommige lidstaten waren sceptisch, maar ze waren het wel eens met de conclusie dat de eerste mijlpaaltest succesvol was. Op dit moment werken we samen met verschillende deskundigen om de definitieve eisen van de lidstaten om aan hun operationele behoeften te voldoen te beoordelen en definiëren en om een concretere planning en verdere aanpak vast te stellen. Ik zal dit voorstel op 3 en 4 juni ter behandeling voorleggen aan de ministers en na de zomer volgt een verdere beoordeling. We zullen natuurlijk transparant zijn en voortdurend samenwerken met het Europees Parlement en de rapporteur.

Om de vraag over de nieuwe lidstaten te beantwoorden: de toetreding van Bulgarije en Roemenië gebeurt volledig via SIS I. Intussen worden daarvoor regelingen opgesteld voor Bulgarije en Roemenië.

We bereiden ons voor op een – hopelijk succesvolle – tweede mijlpaaltest voor SIS later dit najaar. Tot die met succes is afgerond, houden we de contacten en werkwijzen gaande om het noodplan voor de toekomst te behouden. We hopen dat het niet nodig zal zijn, maar we hebben die voorbereiding ook getroffen. Intussen wil ik alle leden van het Parlement, in het bijzonder de heer Coelho, bedanken voor de steun en wil ik u verzekeren van de maximale transparantie en betrokkenheid van de Commissie ten aanzien van het Europees Parlement met betrekking tot dit dossier.

Over het onderwerp van hervestiging ben ik het volledig eens met de heer Busuttil, die zei dat hij verbaasd was dat dit nog niet bestond. Het is natuurlijk een heel goed initiatief om de middelen van de lidstaten te bundelen en verdere inzet op het wereldtoneel aan te moedigen om de druk op de vluchtelingenkampen na een crisis of een zeer moeilijke situatie te verlichten. We kunnen de lidstaten inspireren om intelligenter gebruik te maken van de fondsen en dit te coördineren met de UNHCR. Dit is natuurlijk iets wat onze rol op het wereldtoneel echt zou kunnen versterken, maar het maakt ook een groot verschil voor de mensen die zich in een zeer moeilijke situatie bevinden. De UNHCR schat dat alleen vorig jaar al voor 747 000 mensen hervestiging nodig was. Zoals mevrouw Flautre zei, kunnen we zeker helpen, maar is de nood heel hoog. Ik denk dat er brede overeenstemming is over de doelstelling van dit fonds en ik hoop dat we heel snel een oplossing kunnen vinden voor de procedurele kwesties, zodat het voorstel onverwijld kan worden aangenomen.

Verschillende Parlementsleden hadden het over interne solidariteit. Dat hangt hier natuurlijk mee samen, maar het is een iets ander onderwerp. Ik erken dat die ook nodig is. De Commissie heeft daarover al voorstellen ingediend. We hebben een tijdelijk opschortingsmechanisme voorgesteld in de Dublinverordening en we hebben het Europees Ondersteuningsbureau opgericht, dat later dit jaar zal worden geopend in Malta. We hebben het proefproject voor Malta dat we evalueren. Ik ben het ermee eens dat we moeten proberen manieren te vinden om hier een permanenter karakter aan te geven en er meer lidstaten bij te betrekken. Dat hangt natuurlijk af van de bereidheid van de lidstaten om bij te dragen, maar de Commissie zal hiernaar kijken en we zullen ook kijken naar een algemeen mechanisme voor solidariteit binnen de EU, dat volgend jaar gepresenteerd zal worden. We kunnen dus terugkomen op deze discussie, die enigszins los staat van het EU-hervestigingsprogramma, maar niettemin erg belangrijk is.

Heel hartelijk dank, mijnheer Coelho, mijnheer Tavares en mijnheer Alvaro, voor uw werk aan deze twee zeer belangrijke dossiers. Ik verheug me erop met u samen te werken om ze zo snel mogelijk af te ronden.

 
  
MPphoto
 

  Carlos Coelho, rapporteur. (PT) Hartelijk dank aan de verschillende collega’s die vriendelijke woorden voor mij over hebben gehad. Mevrouw Malmström, ik hecht eraan u te laten weten dat het Parlement beseft dat u dit dossier hebt geërfd en dat we vertrouwen hebben in uw capaciteiten en intelligentie om er het best mogelijke resultaat uit te halen. Wij waarderen ook uw inspanningen om voor transparantie te zorgen, waar de heer Enciu trouwens nog eens terecht op heeft gewezen.

Wat betreft de termijn zou het een verkeerd signaal zijn indien we in de nieuwe instrumenten geen einddatum zouden opnemen. Na alle opgelopen vertraging zou het verlengen van het mandaat voor de Commissie zonder eindtermijn geen enkele zin hebben. Ik begrijp dat de Commissie zich niet kan vastleggen op de termijn die het Parlement heeft voorgesteld. Toch zullen wij die termijn wel vastleggen en mocht tegen die tijd om de een of andere reden de procedure niet zijn afgerond, dan verschijnt de Commissie opnieuw in het Parlement met het verzoek de termijn te verlengen en om toe te lichten waarom dat nodig is. Nu, na al die vertragingen, het mandaat van de Commissie verlengen zonder daar een termijn aan te koppelen zou een uiterst slecht signaal zijn, zowel voor de instellingen als voor de Europese burgers.

Ik deel uw mening dat de algemene programmabeheersraad (GPMB) geen algemene vergadering moet worden. Daarom begrijp ik dat de Commissie terughoudend is en de toegang tot de werkzaamheden van de raad wenst te beperken. Ik ben het echt volledig eens met dat standpunt. Het voorstel van het Parlement was de vrucht van een wat minder gelukkige formulering in het oorspronkelijke Commissievoorstel. Die tekst beperkte de samenstelling van de GPMB, maar ruimde tegelijkertijd de mogelijkheid in voor willekeurige andere functionarissen van de Commissie, de Raad en de lidstaten om aan de vergaderingen deel te nemen of legitieme kwesties aan de orde te stellen. Waarom kunnen willekeurige functionarissen van de Commissie of de lidstaten wel deelnemen en wordt die van het Parlement dit recht ontzegd? Indien we de activiteiten van dit orgaan tot zijn eigenlijke taken beperken, denk ik dat we het daar allemaal mee eens zijn, vooral gezien de garanties die de commissaris heeft gegeven voor meer transparantie.

 
  
MPphoto
 

  Rui Tavares, rapporteur. (PT) Mevrouw de Voorzitter, ik wil de collega’s die aan dit debat hebben deelgenomen en de commissaris bedanken. Er bestaat hier een zekere mate van gezamenlijke wil met betrekking tot de hervestiging van vluchtelingen, omdat we begrijpen dat we te maken hebben met een oplosbaar probleem. Dat komt bij debatten over immigratie – we weten allemaal hoe moeilijk immigratievraagstukken liggen in Europa – en over asiel en vluchtelingen zelden voor. We kunnen het probleem voor onszelf én voor de vluchtelingen oplossen. Wie ooit een vluchtelingenkamp heeft bezocht, weet dat daar kinderen zitten die een jaar of langer van onderwijs verstoken blijven terwijl ze in Europa naar school hadden kunnen gaan. Ik denk dat daarmee de juiste graad van urgentie van dit debat wordt geschilderd.

Ik hoop tevens dat de procedurele problemen snel worden opgelost op basis van de bepalingen van de Verdagen, daar we allemaal weten dat de bestaande regeling ontoereikend is en dat een begrotingslijn nog geen echt programma voor de hervestiging van vluchtelingen is. Dat zijn trouwens de zaken waarbij het gaat om kwaliteit, de zaken die wij in het initiatiefverslag, dat we hier vandaag ook behandelen, aansnijden. De kwaliteit van de integratie van vluchtelingen is uiterst belangrijk en behoeft een multilaterale aanpak. Er zijn ngo’s, plaatselijke actoren en gemeenten bij betrokken en veel bestaande bureaucratische coördinatieproblemen dienen ervoor te worden opgelost.

Kinderen in vluchtelingenkampen die geen onderwijs krijgen en recht zouden hebben op hervestiging, moeten soms lang wachten op hun procedure. Medewerkers van de grensbewaking van verschillende lidstaten laten weten dat dit bijvoorbeeld te maken kan hebben met de lange tijd die gemoeid is met de coördinatie tussen lidstaten bij het geldig verklaren van de doorreisdocumenten. Die procedure kan verbeterd worden via een instrument dat wij voorstellen in ons initiatiefverslag. De uitvoering van de procedure moet verlopen via een eenheid voor hervestiging bij het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken. Bij die eenheid moet een beperkt aantal ambtenaren werken die zich permanent bezighouden met hervestiging. De eenheid moet zorgen voor de uitwisseling van goede praktijken, de nieuwe lidstaten kunnen invoeren in de mechanismen voor hervestiging en zelfs met de toekomstige Europese Dienst voor Extern Optreden tot afstemming kunnen komen om hervestigingsprocedures te vergemakkelijken.

Indien we besluiten dat mensen gehervestigd moeten worden, is er geen enkele reden om vanwege de papierwinkel en bureaucratische procedures te dralen voordat wij de vluchtelingen echt op Europees grondgebied kunnen integreren.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – De gecombineerde behandeling is gesloten.

De stemming vindt vandaag om 12.00 uur plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  Stavros Lambrinidis (S&D), schriftelijk. (EL) Wij stemmen vandaag over een gemeenschappelijk Europees hervestigingsprogramma voor asielzoekers uit problematische derde landen in de EU. Er is echter een andere discussie die we moeten voeren. In het afgelopen decennium zijn in Europa zelf vele vluchtelingen toegestroomd en was Europa het toneel van immigratiegolven. Zuid-Europa moet als enige het gewicht van het Europese naastenliefde dragen en de grenzen daarvan zijn al enige tijd geleden bereikt. Hoewel Europa een fonds gereed heeft voor derde landen, en terecht, is er geen enkele voorziening getroffen voor de lidstaten.

Het verslag van de rapporteur erkent tenminste het probleem. Andere verslagen, zoals het verslag over de oprichting van het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken, erkennen, althans op papier, dat het nodig is de landen te steunen die wegens hun geografische ligging in het bijzonder belast worden door het systeem van asiel en opvang. Expliciet wordt de doelstelling vermeld om solidariteitsmechanismen te ontwikkelen, zoals het binnen de EU verplaatsen van personen die recht hebben op internationale bescherming.

Laten we hopen dat Europa stilaan de solidariteit gaat ontdekken. Daarbij mogen we niet vergeten dat ook hier iedere vertraging ten koste gaat van onschuldige medemensen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jiří Maštálka (GUE/NGL), schriftelijk. – (CS) Ik wil in verband met het Schengeninformatiesysteem andermaal wijzen op het feit dat de staatsinstellingen van de Tsjechische Republiek, de lokale overheden alsook individuele politici - waaronder Tsjechische leden van het Europees Parlement - voortdurend klachten binnenkrijgen van Tsjechische burgers naar aanleiding van veelal ongegronde en bovenal vernederende politiecontroles en doorzoekingen op doorreis naar de Bondsrepubliek Duitsland, zowel vlak aan de grens als in een bredere strook aan Duitse zijde van de grens. Dit zeer frequente en met verve uitgevoerde optreden van de Duitse politie en douaneorganen heeft een uitermate negatief effect op zowel de Duits-Tsjechische betrekkingen als de houding van de burgers van de Tsjechische Republiek ten opzichte van de Europese integratie. De Tsjechische burgers werd na toetreding van de Tsjechische Republiek tot het Schengeninformatiesysteem verteld dat zij vrij en ongehinderd reizen konden in de hele Europese Unie, waaronder de Bondsrepubliek Duitsland. Dat is per slot van rekening niet minder dan het grondbeginsel van het Schengensysteem, datgene waar het garant voor zou moeten staan. Naar mijn stellige overtuiging is het optreden van de Duitse staatsorganen jegens vanuit de Tsjechische Republiek reizende personen in het overgrote deel van de gevallen volstrekt ongegrond en bovendien volledig in strijd met het beloofde vrije verkeer van personen.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid