Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2009/2216(INI)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

A7-0123/2010

Debatten :

PV 20/05/2010 - 4
CRE 20/05/2010 - 4

Stemmingen :

PV 20/05/2010 - 7.8
CRE 20/05/2010 - 7.8
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0193

Debatten
Donderdag 20 mei 2010 - Straatsburg Uitgave PB

8. Stemverklaringen
Video van de redevoeringen
PV
  

Mondelinge stemverklaringen

 
  
  

Verslag-Grech (A7-0132/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Jahr (PPE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, ik ben zeer ingenomen met het feit dat in het verslag over het verwezenlijken van een interne markt voor consumenten en burgers ook de kleine en middelgrote ondernemingen worden genoemd. Paragraaf 46 wijst er terecht op dat het belangrijkste probleem de toegang tot financiering is. Dat klopt, want het is nog altijd makkelijker om een hedgefonds met miljoenen euro's te financieren dan voor een kleine onderneming een lening van 100 000 euro te krijgen.

In dat opzicht hoop ik dat het verslag niet alleen beschrijft wat er idealiter zou moeten gebeuren, maar dat het de Commissie ook aanzet tot het treffen van concrete maatregelen.

 
  
  

Verslag-Schmitt (A7-0108/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Miroslav Mikolášik (PPE).(SK) Ik geloof dat een intensivering van de dialoog tussen de universiteiten en het bedrijfsleven zal bijdragen aan de economische groei. Ik vind het alarmerend dat het aantal werkloze jongeren stijgt. De onzekere arbeidssituatie van jongeren ontmoedigt hen vaak om een gezin te stichten of leidt ertoe dat zij dit te lang uitstellen, wat gezien de demografische ontwikkelingen in Europa uiteindelijk een negatief effect heeft, zowel op economisch als op sociaal gebied.

De dialoog zou daarom ook moeten gaan over maatregelen om de toetreding van jongeren tot de arbeidsmarkt te vergemakkelijken en ervoor te zorgen dat hun capaciteiten volledig benut worden. Andere thema’s zouden onder meer moeten zijn: het inzetten van onderwijs als middel in de strijd tegen armoede, ongelijkheid en sociale uitsluiting, waarbij speciale aandacht zou moeten worden gewijd aan mensen met een handicap. Om deze redenen steun ik het voorgestelde verslag.

 
  
  

Verslag-Harms (A7-0142/2010)

 
  
MPphoto
 

  Seán Kelly (PPE).(GA) Mijnheer de Voorzitter, ik heb voor dit verslag gestemd en dat was de juiste beslissing.

Met betrekking tot kernenergie in het algemeen wil ik echter zeggen dat veel burgers erdoor in verwarring zijn gebracht en in mijn eigen land is bijna iedereen tegen kernenergie als gevolg van de vreselijke rampen die hebben plaatsgevonden in Sellafield en Tsjernobyl. Daarom adviseer ik de Commissie onderzoek te doen naar de voor- en nadelen van kernenergie en een verslag te publiceren om de burgers de kans te geven zich een mening te vormen op basis van de werkelijkheid in plaats van emoties.

Tot slot wil ik u, mijnheer de Voorzitter, complimenteren met uw uitstekende werk tijdens uw eerste dag als Voorzitter.

 
  
MPphoto
 

  Sergej Kozlík (ALDE). (SK) De Europese Gemeenschap heeft financiële hulp verstrekt aan Litouwen, Slowakije en Bulgarije om deze landen te helpen verplichtingen na te komen in verband met het buiten gebruik stellen van oude kernreactoren. De financiële hulp voor het buiten gebruik stellen van reactoren die in 2009 aan Bulgarije werd verstrekt, was vooral bedoeld voor voorbereidende werkzaamheden. Het doel van het voorstel om hiermee verder te gaan was om Bulgarije te helpen in het onderhoud te blijven voorzien en de veiligheid te garanderen ...

(Spreker wordt onderbroken)

 
  
 

Mijnheer Kozlík, u kunt niet in uw verklaring van onderwerp veranderen.

 
  
  

Verslag-Hoang Ngoc (A7-0147/2010)

 
  
MPphoto
 

  Peter van Dalen (ECR). - Voorzitter, de rapporteur heeft enkele onthutsende amendementen ingediend op zijn verslag. Alle teksten over solide overheidsfinanciën, schendingen van het stabiliteits- en groeipact die gestopt moeten worden en het belang van strikt toezicht op de naleving van het SGP wilde de rapporteur met de steun van 250 collega's schrappen. Onthutsend!

De visie van de rapporteur en die 250 anderen is de visie om de economie kapot te maken. Hoe is het mogelijk dat er nog 250 parlementsleden zijn die de tering niet naar de nering willen zetten? 250 parlementsleden die niet willen begrijpen dat Luilekkerland niet bestaat! Het zal in alle lidstaten veel zweet en tranen kosten om de schulden te saneren, de financiën op orde te krijgen en een andere koers te gaan varen.

Natuurlijk, een harde en voor de kiezers niet prettige boodschap. Maar als wij dit niet doen gaat heel Europa failliet! Die weg geeft aan hoe de houdbaarheid van de overheidsfinanciën op korte termijn om zeep kan worden geholpen. Gelukkig zijn de amendementen niet aangenomen!

 
  
MPphoto
 

  Vicky Ford (ECR).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik verwelkom dit verslag over de overheidsfinanciën. Het is een enorme verbetering ten opzichte van het eerste ontwerp.

Hoge schulden en tekorten zijn een bron van ernstige bezorgdheid zowel in het Verenigd Koninkrijk als in tal van andere lidstaten. We moeten het gebruik van fiscale stimulansen en kwantitatieve versoepeling afbouwen. Deze mogen niet de geaccepteerde norm zijn. We moeten ons nu concentreren op het bestrijden van onze hoge werkloosheid en op het verlagen van de belastingdruk die ten koste gaat van de werkgelegenheid en het MKB. De middelen zijn schaars en we zijn het erover eens dat, wanneer er geld beschikbaar is, dit in investeringen gestoken moet worden die de groei stimuleren, zoals onderzoek en ontwikkeling en groenere, slimmere innovatie. Tot slot kunnen we niet voorbijgaan aan de kwestie van de steeds meer vergrijzende bevolking. Pensioenregelingen moeten doorzichtig zijn en daar moeten we rekening mee houden wanneer we het over de overheidsfinanciën hebben.

Er zijn een aantal zaken in dit verslag waar ik wat huiverig tegenover stond. Migratie, bijvoorbeeld, is een gevoelig onderwerp. Zij kan een aantal lacunes in de beroepsbevolking opvullen, maar moet gecontroleerd worden, waarbij rekening moet worden gehouden met lokale factoren. Ja, ik ben het ermee eens dat de Europese problemen Europese oplossingen vereisen, maar we moeten ons bewust zijn van de wereldeconomie om ons heen en we moeten ook de fundamentele bevoegdheden van onze nationale regeringen respecteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Philip Claeys (NI). - Ik heb tegen het verslag-Hoang Ngoc gestemd en de voornaamste reden daarvoor is de lichtzinnigheid waarmee eens te meer wordt gepleit voor nog meer massale immigratie richting Europa.

Hoe wereldvreemd kan dit Europees Parlement eigenlijk nog worden? Onze grote steden kreunen nu al onder het probleem van de massale en ongecontroleerde immigratie. Het wordt tijd dat er op Europees niveau een kosten-batenanalyse wordt gemaakt van de immigratie van vreemdelingen van buiten de Europese Unie. De regeringen van meerdere lidstaten die al met de vraag geconfronteerd zijn hebben geweigerd om de kostprijs van de immigratie te berekenen en vinden het blijkbaar ongewenst dat er enige kennis over die materie bestaat. Hoe is het mogelijk?

Men moet ook eens rekening houden met de problemen voor de derde wereld die een braindrain zien gebeuren, waardoor de vitale krachten van die maatschappij worden gedraineerd naar Europa, waardoor de problemen daar alleen nog erger worden, met nóg meer immigratie tot gevolg.

 
  
  

Verslag-Peillon (A7-0133/2010)

 
  
MPphoto
 

  Diane Dodds (NI).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik heb tegen het initiatiefverslag over de Unie voor de Middellandse Zee gestemd om een aantal redenen.

Er bestaat geen twijfel over dat een stabiel Middellandse Zeegebied een enorm voordeel zou opleveren voor de rest van Europa, maar op een moment dat het economisch klimaat in heel Europa hoogst instabiel is, is het volkomen ongepast dat dit Parlement de kosten voor een dergelijk plan moet overwegen. Grote bijeenkomsten van de staatshoofden, een veertigkoppig secretariaat en nabuurschapspakketten zijn geen tekenen van het zuinige economische beleid dat op dit moment gepast zou zijn.

Bovendien heb ik tegen amendement 5 gestemd waarin gevraagd wordt de opwaardering van de betrekkingen tussen de EU en Israël in het kader van de overeenkomst over preferentiële economische samenwerking niet te laten doorgaan. Europa moet een delicaat evenwicht zien te vinden, en dergelijke oproepen zullen niet helpen om Israël het vertrouwen te geven dat dit Parlement zal fungeren als onpartijdige bemiddelaar.

 
  
MPphoto
 
 

  Bernd Posselt (PPE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, aan het begin van de jaren tachtig heb ik als jonge journalist een bezoek gebracht aan koning Hassan van Marokko, wiens verzoek om toetreding tot de Europese Unie kort daarvoor was afgewezen. Naar aanleiding van dit bezoek schreef ik een artikel waarin ik pleitte voor een mediterrane gemeenschap. Ik had het voorrecht hier te mogen werken voor Otto von Habsburg, die zei dat de Middellandse Zee de Europeanen en hun buren nooit had gescheiden, maar dat die hen samen moest brengen. Jean-Paul Picaper schreef in zijn biografie van president Sarkozy dat het idee van de Unie voor het Middellandse Zeegebied voortkwam uit de pan-Europese beweging.

Waarom noem ik dit? Welnu, ik wil duidelijk maken dat het niet gaat om een gril van Frankrijk, zoals door velen is gezegd. Er wordt ook geen geld verspild, zoals de vorige spreker beweerde. Op het Oostelijk Partnerschap na, gaat het om het belangrijkste instrument van het buitenlands beleid van de Europese Unie. Dat is echter precies de reden waarom we er op basis van een politieke structuur zorgvuldig vorm aan moeten geven. Het moet meer zijn dan alleen een vrijhandelszone. Churchill heeft immers gezegd – en ik richt mij daarbij tot de Britse leden van ons Parlement – dat de Middellandse Zee de achilleshiel van Europa is. We moeten ervoor zorgen dat de geschiedenis zich op dat punt niet herhaalt.

 
  
  

Verslag-Kirilov (A7-0123/2010)

 
  
MPphoto
 

  Tunne Kelam (PPE). (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik steun de oorspronkelijke paragraaf 12 van dit verslag, waarin bezorgdheid wordt geuit over het gebruik van etnische zuivering als een voorbode op de erkenning door Rusland van de marionettenentiteiten Zuid-Ossetië en Abchazië. Mijn voorstel was om Rusland op te roepen de verplichtingen van de staakt-het-vurenovereenkomst onverwijld na te komen en zonder uitstel de EUMM toegang te verschaffen tot Zuid-Ossetië en Abchazië. Ik vind het werkelijk ondraaglijk en vernederend dat de vertegenwoordigers van de EU toegang moeten vragen tot die entiteiten, terwijl die toegang reeds was overeengekomen. Tegen deze achtergrond gaat van een oproep aan Rusland om de soevereiniteit en de integriteit van de Republiek Georgië te erkennen helaas geen enkel gezag uit.

 
  
  

Schriftelijke stemverklaringen

 
  
  

Verslag-Grech (A7-0132/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk. – (FR) De interne markt en de euro vormen twee echte schilden voor de Europese Unie in de financiële, budgettaire, economische en sociale storm die op dit moment over de 27 lidstaten raast. Ik heb vóór dit verslag gestemd, omdat het de voorname rol van de interne markt bevestigt en een uitstekend beeld schetst van wat er momenteel op het spel staat (begrotingscoördinatie, ontwikkeling van onderwijs en onderzoek, steun aan KMO’s, versterking en toegankelijkheid van SOLVIT en van het Enterprise Europe Network). Het is een discussienota en een routekaart die prima aansluit bij het stappenplan van professor Monti, die onlangs zijn rapport ‘Een nieuwe strategie voor de eengemaakte markt’ heeft voorgelegd aan de voorzitter van de Europese Commissie, José Manuel Barroso.

 
  
MPphoto
 
 

  Zigmantas Balčytis (S&D), schriftelijk. (EN) Ik heb gestemd voor dit verslag dat handelt over de huidige tekortkomingen van de interne markt. De economische en financiële crisis heeft het integratieproces van de interne markt aanzienlijke schade toegebracht. Het is jammer om te zien hoe het economisch protectionisme op nationaal niveau opnieuw de kop opsteekt, want dat zou kunnen leiden tot een versnippering van de interne markt. Een groot aantal KMO’s verdwijnt van de markt omdat hun toegang tot financiering in deze tijden van crisis onderworpen is aan strenge beperkingen. We mogen niet vergeten dat de KMO's een essentieel onderdeel vormen van de ruggengraat van de Europese economie en dat ze de belangrijkste motor zijn van economische groei en sociale cohesie. De lidstaten moeten meer inspanningen doen om de “Small Business Act” toe te passen. Ze moeten de administratieve rompslomp en de andere administratieve en bureaucratische obstakels voor de KMO’s uit de weg ruimen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nikolaos Chountis (GUE/NGL), schriftelijk. (EL) Ik heb tegen het verslag gestemd omdat daarmee dingen worden gepromoot die bijzonder nadelig zijn voor echte duurzame ontwikkeling, voor de belangen van de werknemers en meer in het algemeen van de consumenten in de EU. Om te beginnen komt de rapporteur niet alleen tot verkeerde conclusies maar heeft hij ook een verkeerd uitgangspunt gekozen voor de formulering van zijn voorstellen. Hij beweert namelijk dat “de interne Europese markt samen met de eurozone de beste illustratie vormt van de ware betekenis van economische integratie en eenheid in de EU en voor de burgers van de EU zeker de meest zichtbare prestatie van de Europese integratie is”. Hij vergeet dat er een tekort is aan echte sociale en politieke eenheid, en hij sluit de ogen voor de reële situatie die momenteel in veel landen van de eurozone heerst.

Hij verwijst met name naar de sociale markteconomie, die – afgezien van het feit dat dit sowieso een nogal vaag begrip is – in feite neerkomt op liberalisatie van de markt, waardoor korte metten zal worden gemaakt met zelfs de laatste restjes sociaal beleid. De rapporteur schaart zich volledig achter de filosofie van het concurrentievermogen en achter de EU 2020-strategie, die niet alleen ongegrond is maar nog negatievere gevolgen zal hebben voor de volkeren van Europa.

 
  
MPphoto
 
 

  Vasilica Viorica Dăncilă (S&D), schriftelijk. (RO) We weten allemaal dat de EU 2020-strategie is geïntroduceerd om de Europese Unie uit de huidige economische crisis te helpen en de economie voor te bereiden op het volgende decennium. Daarom ben ik van mening dat de EU 2020-strategie realistische doelen moet stellen om in 2020 tot een groene, op kennis gebaseerde sociale markteconomie en duurzame ontwikkeling te leiden. Een ander doel is het creëren van banen in de sectoren landbouw en milieu omdat de interne markt de hoeksteen moet zijn van de EU 2020-strategie, waardoor de problemen van economische groei en consumentenbescherming worden overwonnen.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk.(PT) Ik heb vóór dit verslag gestemd omdat het ervan uitgaat dat de interne markt niet uitsluitend een economische realiteit vertegenwoordigt. Het is cruciaal dat we bij het vernieuwen van de interne markt voor een holistische benadering kiezen, waarin naast doelstellingen van consumenten ook economische, sociale en milieugerelateerde doelstellingen geïntegreerd zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk.(PT) De interne markt en alle daarmee samenhangende beleidsmaatregelen hebben ertoe geleid dat Europese burgers gemakkelijker kunnen beschikken over een gevarieerder pakket goederen en diensten, tegen een lagere prijs. Dankzij de beginselen van de interne markt zijn de consumenten beter geïnformeerd en beschermd. Ze zijn zich bovendien beter bewust van hun plichten. De interne markt is dus geen statische realiteit maar een dynamische, dat wil zeggen een realiteit die in deze geglobaliseerde wereld voortdurend aan verandering onderhevig is. Over de verdere uitwerking en verdieping van deze markt moet dus steeds weer worden nagedacht. Ik sluit me aan bij de stelling van de rapporteur dat de interne markt van groot belang is voor de Europese integratie en de bevordering van sociale cohesie, duurzame ontwikkeling, concurrentievermogen en economische groei – allemaal factoren die ons in staat moeten stellen de uitdagingen van de toekomst aan te gaan en te blijven concurreren in een gemondialiseerde markt.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk.(PT) Het opbouwen van een goed functionerende geïntegreerde interne markt is een fundamenteel proces ter bevordering van de integratie, sociale cohesie, economische groei en duurzame ontwikkeling van de EU. De economische crisis heeft het vertrouwen van de consumenten in die interne markt evenwel aangetast. Het is van belang dat de Europese burger het belang van de interne markt doorgrondt, begrijpt hoe deze markt functioneert en – belangrijker nog – inziet welke voordelen burgers, consumenten en KMO’s eraan kunnen ontlenen. Alle partijen die betrokken zijn bij het opnieuw vormgeven en ten uitvoer leggen van de interne markt, dienen voor een holistische, gemeenschappelijke benadering te kiezen waarbij de doelstellingen van de consumenten en burgers – met name de economische, sociale, gezondheids- en milieugerelateerde doelstellingen en de consumentenbescherming – volledig in de nieuwe interne markt geïntegreerd dienen te worden. Het nieuwe programma voor de interne markt dient zodanig te worden geformuleerd dat het een stimulans vormt voor meer sociale gerechtigheid, voor gegarandeerde integriteit van de markt, voor het tot stand komen van innovaties en voor de overgang naar een nieuw digitaal tijdperk. Een en ander zal de interne markt waarschijnlijk een voorsprong opleveren ten opzichte van andere grote economieën in de wereld. Om het vertrouwen in de interne markt te verzekeren moeten de rechten van de consumenten worden beschermd en de eisen van de burgers op sociaal en milieugebied worden gehonoreerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. – (FR) Ik neem mijn petje af voor de rapporteur omdat hij, bloedserieus en zonder in de lach te schieten, kan opschrijven dat de interne markt en de euro het beschermende schild van Europa zijn geweest tijdens de ernstige crisis waar we sinds twee jaar mee geconfronteerd worden. Niets heeft ons beschermd, het Europa van Brussel al helemaal niet. Integendeel, het heeft alle voorwaarden gecreëerd om ons in de hoek te zetten waar de klappen vallen: vrij, wereldwijd kapitaalverkeer, ontmanteling van de openbare diensten en de socialezekerheidsstelsels, werknemers die op straat komen te staan, een monetair beleid in handen van een centrale bank die zich niets gelegen laat liggen aan de economische behoeften van de lidstaten. Dat zijn de gevolgen van de invoering van een interne markt die sinds 1992 onvoltooid is gebleven. De interne markt is ook een element van inertie geweest, een overbodig element waarmee rekening moest worden gehouden toen lidstaten het heft in eigen hand namen. Wat de euro betreft, denk ik dat we aan alle landen die gebukt gaan onder speculatie moeten vragen wat ze vinden van de beschermcapaciteit van de euro, die momenteel een crisisfactor op zich is.

 
  
MPphoto
 
 

  Małgorzata Handzlik (PPE), schriftelijk. (PL) De gemeenschappelijke Europese markt is een belangrijke mijlpaal in de integratie van de Europese Unie. Zij biedt onze burgers en kleine en middelgrote ondernemingen vele mogelijkheden.

In een rapport over de strategie en de toekomst van de interne markt, dat afgelopen week is gepubliceerd en gepresenteerd, wijst professor Mario Monti nadrukkelijk op de burgers en consumenten. Zij zouden het meest moeten profiteren van de interne markt, maar die werkt niet altijd in hun voordeel. Daarom moet bij de ontwikkeling van komende wetgevingsvoorstellen zoveel mogelijk rekening gehouden worden met hun belangen. We moeten ons best doen om ervoor te zorgen dat kwesties als erkenning van beroepskwalificaties, de juiste tenuitvoerlegging van de dienstenrichtlijn, elektronische handel, kleine en middelgrote ondernemingen en consumentenbescherming, prioriteit krijgen bij de verdere opbouw van de interne markt.

Zoals professor Monti terecht heeft opgemerkt, is in de lidstaten met betrekking tot thema’s rond de interne markt een zekere vermoeidheid merkbaar, maar juist nu hebben we meer dan ooit een sterke interne markt nodig. De crisis van de laatste maanden heeft dit aangetoond. Ik juich het verslag van de heer Grech, waaraan ik heb mogen meewerken, daarom toe. Het is ons commentaar op de positie van consumenten en burgers in de interne markt.

 
  
MPphoto
 
 

  Eija-Riitta Korhola (PPE), schriftelijk. (EN) Dit verslag had niet op een crucialer moment kunnen komen. De aanhoudende financiële crisis heeft geleid tot een gevoel van wantrouwen en tot discussies over de protectionistische maatregelen van bepaalde regeringen. Op lange termijn zou dit alles zeer nadelige gevolgen kunnen hebben voor de Europese economie. Ik geloof dat er een verband bestaat tussen enerzijds de economische problemen en anderzijds het gebrek aan enthousiasme voor de voltooiing van de interne markt. De heer Grech wijst er in zijn verslag terecht op dat de burger de echte kern van de interne markt vormt en dat de economie moet werken voor de burger, niet andersom. De heer Monti waarschuwt in zijn rapport ‘Een nieuwe strategie voor de eengemaakte markt’ dat de interne markt nog nooit zo weinig steun heeft gekend, maar nog nooit zo noodzakelijk is geweest als nu. Het is mijn overtuiging dat we moedig moeten handelen, weliswaar rekening houdend met de bezorgdheden van de burgers, om de interne markt nieuw leven in te blazen. Ik heb voor het verslag van de heer Grech gestemd, hoewel het naar mijn mening de situatie van de KMO’s meer had mogen onderstrepen. Na aanneming van een aantal belangrijke amendementen is het resultaat echter evenwichtig en ik hoop dat het zal leiden tot goed doordachte wetgevende initiatieven van de Commissie.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk.(PT) Het opbouwen van een interne markt was altijd een van de belangrijkste doelstellingen van de EU en is dat nog steeds. Een goed functionerende geïntegreerde interne markt is een fundamenteel proces ter bevordering van de Europese integratie, sociale cohesie, economische groei en duurzame ontwikkeling binnen de Unie. De huidige financiële crisis heeft echter twijfels doen rijzen met betrekking tot de vraag hoe die markt functioneert. Er zijn er die zeggen dat de interne markt nu zwak is, hetgeen – indien waar – een slechte zaak zou zijn voor het marktintegratieproces en de ontwikkeling van de Unie zelf. Het is daarom heel belangrijk dat we een instrument vinden om de Europese burgers duidelijk en ondubbelzinnig te informeren over de wijze waarop de interne markt functioneert. Daarbij moet ook worden uiteengezet welke voordelen consumenten en KMO’s aan de interne markt kunnen ontlenen. Vandaar mijn stemgedrag.

 
  
MPphoto
 
 

  Franz Obermayr (NI), schriftelijk. (DE) Het verslag gaat de verkeerde kant op. Het is juist nu het moment om de ondernemingen in de diverse lidstaten te beschermen tegen de gevolgen van de wereldwijde financiële crisis en duidelijke voorschriften vast te stellen voor speculanten en de vrije markt. In plaats daarvan laat het verslag het belang van een wereldwijde markt prevaleren boven dat van de culturele en economische verschillen die er zijn tussen de markten, de ondernemingen en de manieren van zakendoen.

 
  
MPphoto
 
 

  Robert Rochefort (ALDE), schriftelijk. – (FR) Ik heb vóór het verslag-Grech over het verwezenlijken van een interne markt voor consumenten en burgers gestemd. Deze tekst vormt namelijk een gulden middenweg tussen enerzijds het streven naar een open economie die in staat is groei en werkgelegenheid te stimuleren en een totaaloplossing te vinden voor de grote vraagstukken van morgen (waaronder concurrentievermogen, onderzoek en ontwikkeling, industriebeleid, en demografische en ecologische uitdagingen), en anderzijds de ambitie een economisch systeem tot stand te brengen dat bij machte is de consument te beschermen en de maatschappelijke en milieuwaarborgen te scheppen waar burgers behoefte aan hebben. We mogen de burger en consument niet vergeten in onze herstelstrategie.

Ook moet Europa kiezen voor een holistische benadering die terdege rekening houdt met wat burgers bezighoudt en andere horizontale beleidsterreinen, zoals volksgezondheid, sociale bescherming en consumentenbescherming, arbeidsrecht, milieu, duurzame ontwikkeling en buitenlands beleid. De tekst roept de Commissie op uiterlijk in mei 2011 met een wetgevingsvoorstel te komen voor de tenuitvoerlegging op Europees niveau van een betaalbaar, praktisch en toegankelijk systeem voor collectief verhaal, waarvan ik voorstander ben.

 
  
MPphoto
 
 

  Carl Schlyter (Verts/ALE), schriftelijk. − (SV) Dit verslag bestaat uit de beste holle frasen die ik dit jaar heb gezien, en daarom kan ik het niet steunen. Het bevat echter zowel goede als slechte voorstellen, en daarom onthoud ik mij van stemming.

 
  
  

Verslag-Schmitt (A7-0108/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk. – (FR) Ik heb vóór het verslag over de dialoog tussen universiteiten en bedrijven gestemd omdat het naar mijn idee essentieel is de koppeling tussen opleiding en arbeidsmarkt te verbeteren. Het gaat er niet om studenten te sturen naar aanleiding van de wensen van het bedrijfsleven, maar om jongeren bewust te maken van wat het arbeidsleven zoal inhoudt. Het is zaak de banden tussen universiteiten en bedrijven aan te halen, zodat studenten makkelijker aan een baan kunnen komen en bedrijven meer begrip kunnen opbrengen voor atypische loopbaantrajecten.

 
  
MPphoto
 
 

  Zigmantas Balčytis (S&D), schriftelijk. (LT) Ik steun dit verslag over een actievere samenwerking tussen universiteiten en bedrijven. Universiteiten spelen een sleutelrol in de succesvolle overgang naar een kenniseconomie, maar de actieve deelname van andere belanghebbende partijen, te weten bedrijven en overheidsinstanties, is ook nodig. Om doelmatiger resultaten te bereiken, moet de onderwijssector worden geherstructureerd en gemoderniseerd en moeten de onderwijsprogramma’s worden hervormd en geactualiseerd zodat ze voldoen aan de eisen van de arbeidsmarkt. Als de voorwaarden zijn geschapen waaronder afgestudeerden werk kunnen vinden in kleine en middelgrote ondernemingen, kunnen we de kloof tussen de toestroom van jonge specialisten en de eisen van de arbeidsmarkt overbruggen.

 
  
MPphoto
 
 

  Mara Bizzotto (EFD), schriftelijk. − (IT) Dit initiatiefverslag bevat werkelijk positieve ideeën voor de toekomst van onze universiteiten. Alle veranderingen van het academisch onderwijssysteem die helpen om de onderwijsprogramma’s te moderniseren en die bovenal afgestudeerden en het bedrijfsleven dichter bij elkaar brengen, moeten positief worden ontvangen en krachtig worden aangemoedigd.

Het Europese universiteitssysteem is een van de belangrijkste elementen waarmee we in ons dagelijks leven de basis kunnen leggen voor een solide en duurzaam economisch herstel en dit systeem moet openstaan voor het bedrijfsleven. Het opbouwen van een sterke band met wederzijdse uitwisseling tussen universiteiten en bedrijven is een prioriteit voor de instellingen van de lidstaten en het zijn vooral de lokale en regionale instanties die het voor het zeggen moeten hebben bij pogingen om het bedrijfsleven en het onderwijs succesvol dichter bij elkaar te brengen. Alleen universiteiten die de dialoog aangaan met de bedrijven in hun eigen omgeving kunnen hopen op het opleiden van jongeren die klaar zijn om de arbeidsmarkt te betreden en daar te blijven.

We hebben allemaal, nu en altijd, onderwijsinstellingen nodig die up-to-date zijn en die aansluiten bij de regionale vraag. Ik weet zeker dat ook dit een onmisbaar ingrediënt is voor de groei van onze regio’s. Ik heb daarom vóór het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk.(PT) Kennisverwerving is thans een grotere prioriteit dan ooit. We moeten binnen de kennisdriehoek meer ondernemen, en wel via de doorvoering van een reeks hervormingen die kennis tot een sociaal goed verheffen en door de betrekkingen tussen bedrijven en universiteiten te verbeteren, zoals dat gebeurt bij de kennis- en innovatiegemeenschappen (KIG's) van het Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT). Het is van cruciaal belang dat universiteiten sociale en economische factoren integreren in de invloedssfeer van hun onderzoeks- en innovatieprogramma’s. Daarom is het zaak dat we snel een strategie ontwerpen voor investeringen in nieuwe bronnen van groei en het stimuleren van onderzoek, ontwikkeling, innovatie en onderwijs. Zo kunnen we onze industriële basis versterken, een kwalitatief hoogstaande dienstensector creëren en een moderne plattelandseconomie tot stand brengen. Openbare en particuliere instellingen voor hoger onderwijs, universiteiten en hogescholen kunnen daarbij een heel belangrijke rol spelen en moeten op het vertrouwen van de overheden kunnen rekenen, wat betekent dat deze hun autonomie dienen te respecteren. Alleen zo kunnen ze hun onmisbare bijdrage leveren aan de ontwikkeling van Europa. We moeten niet alleen de interdisciplinariteit en transdisciplinariteit van de opleidings- en onderzoeksprogramma’s, maar ook de samenwerking tussen de universiteiten vergroten. Informatie- en communicatietechnologieën zijn in dit opzicht een onmisbaar instrument.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk.(PT) Ik heb voor dit verslag over de dialoog tussen universiteiten en bedrijven (een nieuw partnerschap voor de modernisering van de Europese universiteiten) gestemd, omdat daarin maatregelen worden voorgesteld die de kansen van studenten op het vinden van een baan vergroten. Samenwerking tussen de onderwijssector en het bedrijfsleven is van fundamenteel belang bij het dichten van de kloof tussen het aanbod van het onderwijs en de vraag bij bedrijven.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk.(PT) Ik geloof dat partnerschappen voor de modernisering van universiteiten, vooral die welke een beter onderwijs en betere kwalificaties voor studenten bevorderen, van fundamenteel belang zijn voor het verbeteren van het Europese concurrentievermogen. Die extra kwalificatie zal een weerslag krijgen op het vlak van innovatie, onderzoek en ontwikkeling, en dat zijn cruciale factoren voor het verwezenlijken van duurzame economische en sociale groei. Er moeten partnerschappen tussen universiteiten en bedrijven worden opgezet om de toegang van deze categorie werknemers tot de arbeidsmarkt te vergemakkelijken en zo een bijdrage te leveren tot het terugdringen van de hoge werkloosheid die we nu waarnemen. Ik wijs in dit verband ook op het belang van het cohesiebeleid van de Europese Unie. De voor dit beleid gereserveerde middelen kunnen hier heel nuttig gebruikt worden.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk.(PT) Tijdens de Europese Raad van Lissabon van maart 2000 en de Raad van Barcelona van maart 2002 is een strategisch doel voor de EU overeengekomen: de EU moet de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie ter wereld worden; de onderwijs- en opleidingsstelsels in de EU moeten overal ter wereld als kwaliteitsreferentie gelden en er moet een Europese Ruimte voor Onderzoek en Innovatie worden gecreëerd. De verantwoordelijkheid voor onderwijs en opleiding blijft bij de lidstaten berusten; de rol van de EU bestaat erin de verbetering van de nationale systemen te ondersteunen via aanvullende EU-instrumenten, door het mogelijk te maken van elkaar te leren, en door de uitwisseling van informatie en goede werkwijzen te vergemakkelijken. De kenniseconomie en de razendsnelle technologische ontwikkeling betekenen voor het Europese hoger onderwijs en onderzoek grote uitdagingen, maar ze bieden ook nieuwe mogelijkheden die op een doeltreffende wijze moeten worden benut. Het is in dit verband van het allergrootste belang dat er goede partnerschappen worden opgezet tussen het hoger onderwijs en het bedrijfsleven. Samenwerking tussen onderwijsinstellingen en bedrijven op lokaal, regionaal, nationaal en transnationaal niveau is volgens mij cruciaal als we de kloof tussen de aanbodbenadering van de onderwijssector en de vraagbenadering van de arbeidsmarkt willen overbruggen.

 
  
MPphoto
 
 

  João Ferreira (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) De weg die in dit verslag over de dialoog tussen universiteiten en bedrijven wordt ingeslagen, leidt volgens ons niet tot modernisering van het onderwijs. We moeten de risico’s die de openbare, vrije en democratische toegang tot onderwijs bedreigen heel serieus nemen. Wij geloven dat het tijd wordt de fouten van het Bolognaproces te erkennen. In tegenstelling tot wat de rapporteur in dit verband bericht, moeten we de misvatting dat mobiliteit kan bijdragen tot toenadering en gelijkstelling van lidstaten rechtzetten.

We mogen ook niet vergeten dat het Bolognaproces niet neutraal is. Het veronderstelt om te beginnen een zekere investering, terwijl de verantwoordelijkheid van de staat voor het financieren van de universiteiten wordt uitgehold. In dit verslag wordt een aantal malen verwezen naar de autonomie van universiteiten, en die kwestie wordt dan gekoppeld aan het idee om een partnerschap te creëren tussen universiteiten en bedrijven, om zo de financiering van deze onderwijsinstellingen te garanderen. Dit idee – een universiteit plus onderneming – doet afbreuk aan de opvatting dat onderwijs een universeel recht is, en maakt dit onderwijs onderhorig aan een mercantilistische visie, met alle negatieve gevolgen van dien voor zowel inhoud als kwaliteit. Het is een neoliberale visie waartegen wij ons verzetten.

 
  
MPphoto
 
 

  Filip Kaczmarek (PPE), schriftelijk. − (PL) Ik heb voor het verslag-Schmitt over de dialoog tussen universiteiten en bedrijfsleven (een nieuw partnerschap voor de modernisering van de Europese universiteiten) gestemd. Ik wil de rapporteur, die helaas geen lid meer is van het Europees Parlement, van harte bedanken. Ik feliciteer de heer Schmitt van harte met zijn verkiezing in het Hongaarse parlement en zijn benoeming tot voorzitter. Ik wens hem het allerbeste.

 
  
MPphoto
 
 

  Jaromír Kohlíček (GUE/NGL), schriftelijk. (CS) De EU bevindt zich op dit moment in een heel schizofrene situatie. Aan de ene kant hebben de universiteiten de duidelijke opdracht om tijdens de bachelorfase praktijkgerichte professionals op te leiden en aan de andere kant hebben mensen met echt verstand van technisch onderwijs drommels goed in de gaten dat met het oog op een succesvolle vervolgstudie studenten tijdens de eerste drie jaar van een fatsoenlijke universitaire studie een theoretische basis bijgebracht dient te worden. Dit is de oorzaak van het grote misverstand. In fora van universiteiten en ondernemingen zal het, ongeacht de precieze vormgeving, altijd weer draaien om zogeheten “praktisch inzetbare” afgestudeerden. Fundamenteel onderzoek en belangwekkende innovaties zijn daarentegen vooral het werk van universitair opgeleide ingenieurs, masters en doctoren. Deze moeten echter, om enig hout te kunnen snijden in hun vakgebied, gedurende de eerste drie jaar van hun studie de beginselen van de belangrijkste technische disciplines bijgebracht krijgen. Het lijkt me sterk dat ze genoeg zullen hebben aan middelbareschoolwiskunde en een oppervlakkige kennis van de fundamentele technische wetenschappen, aangevuld met een examen enkelvoudige en dubbele boekhouding en praktijkervaring met het aanvragen van subsidies voor projecten. Ik weet zeker dat universitaire docenten met het nodige verantwoordelijkheidsgevoel ondanks alle verklaringen, fora, mededelingen en nieuwe partnerschappen een standpunt zullen uitdragen dat niet zoveel afwijkt van het mijne. Het lijkt me dan ook verstandig om voor verdere discussies een scherp onderscheid aan te brengen tussen universitair onderwijs overeenkomstig de verklaring van Bologna en het zogeheten klassieke universitair onderwijs. Uiteraard dient dit alles vergezeld te gaan van nieuwe aanvullende vormen van onderwijs in het kader van het zogeheten levenslang leren.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk.(PT) De dialoog tussen universiteiten en bedrijven is essentieel voor het kwaliteitsonderwijs dat de jongeren in de EU ambiëren. Samenwerking tussen onderwijsinstellingen en bedrijven op alle niveaus is een cruciale factor bij de overbruggen van de kloof tussen de aanbodbenadering van de onderwijssector en de vraagbenadering van de arbeidsmarkt. Partnerschappen tussen onderwijs- en opleidingsinstituten en werkgevers zijn onontbeerlijk voor het verhogen van de kansen op werk, het bevorderen van ondernemerschap en de bewustmaking van de arbeidsrealiteit. Vandaar mijn stemgedrag.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) In haar mededeling wijst de Commissie erop dat hogescholen en universiteiten werkelijke autonomie moeten krijgen. Die autonomie zou hand in hand moeten gaan met financiële autonomie, maar met de komende bezuinigingen is dat niet realistisch. Er zijn talloze voorbeelden van bijzonder vruchtbare samenwerking tussen onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven. De behoefte aan een intensievere dialoog in het kader van het Bolognaproces is onvoldoende tot uitdrukking gebracht. Derhalve heb ik mij van stemming onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Radvilė Morkūnaitė-Mikulėnienė (PPE), schriftelijk. (LT) Geen enkele EU-lidstaat zal er waarschijnlijk aan twijfelen dat samenwerking tussen het onderwijs en het bedrijfsleven essentieel is. Aangezien de crisis niet alleen werkloosheidsproblemen aan het licht heeft gebracht, maar ook het belang heeft laten zien van onderwijs dat voldoet aan de eisen van de markt, ben ik blij dat het Europees Parlement met de goedkeuring van dit document streeft naar het op gang brengen van de dialoog tussen de academische en de zakenwereld. Dit moet worden gezien als iets voor de lange termijn, vanaf het begin van de studie aan de universiteit: diverse uitwisselingsprogramma’s, het bevorderen van stages bij bedrijven, misschien zelfs overleg tussen universiteiten en bedrijven bij het samenstellen van het studieprogramma. Als toekomstige werkgevers vanaf het begin in het onderwijsstelsel worden geïntegreerd, is er een grotere kans dat we specialisten opleiden die beter voldoen aan de eisen van de werkgevers op de arbeidsmarkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Wojciech Michał Olejniczak (S&D), schriftelijk. − (PL) Ik heb voor resolutie A7-0108/2010 van het Europees Parlement over de dialoog tussen universiteiten en bedrijven (een nieuw partnerschap voor de modernisering van de Europese universiteiten) gestemd (2009/2099 (INI)), omdat de dynamiek van de moderne arbeidsmarkt, de economische ontwikkeling en veranderende ontwikkelingsprioriteiten samenwerking vereisen op vele niveaus. Het hoger onderwijs in heel Europa staat voor een grote uitdaging. Het moet in de pas blijven met de zich dynamisch ontwikkelende wereld en de veranderende eisen die de markt aan nieuwe werknemers stelt. Op dit moment is de discrepantie tussen enerzijds de mogelijkheden en het niveau van het onderwijs en anderzijds de eisen van de arbeidsmarkt een bijzonder belangrijk probleem. Instandhouding van een systeem dat vol zit met ongelijkheden is een onaanvaardbare fout. De veranderingen die we moeten invoeren, zullen om die reden het gehele terrein van het onderwijs en het functioneren van jonge mensen op de arbeidsmarkt moeten beslaan. Als voormalig voorzitter van het Poolse studentenparlement, een wettelijk instituut dat alle studenten in Polen vertegenwoordigt, ontmoet ik regelmatig mensen die beginnen met een studie en mensen die hun studie afronden. Hun kennis van de arbeidsmarkt en de eisen die deze markt stelt is bijzonder laag en ook het opleidingsniveau bevredigt niet. In politieke kringen maar ook onder studenten heerst de opvatting dat het aantal uitgevoerde practica en stages, het aantal afgeronde studierichtingen en het aantal talen dat een afgestudeerde spreekt het belangrijkst zijn. De arbeidsmarkt heeft echter behoefte aan kwaliteit, niet aan kwantiteit. Onze activiteiten moeten we daarom richten op verbetering van de samenwerking tussen universiteiten, de academische wereld en het bedrijfsleven.

 
  
MPphoto
 
 

  Daciana Octavia Sârbu (S&D), schriftelijk. (RO) Ik heb voor het verslag-Schmitt gestemd om de samenwerking tussen universiteiten en bedrijven te stimuleren. Universiteiten moeten tegenwoordig nauwer samenwerken met het bedrijfsleven om een passend antwoord te vinden op de eisen van de arbeidsmarkt, vooral in een geglobaliseerde economie. Wat dit betreft moeten de dialoog en de samenwerking tussen universiteiten en bedrijven gebaseerd zijn op wederkerigheid, vertrouwen en respect.

Dit doel kan worden bereikt met een systeem van kennisvouchers, dat momenteel in een aantal lidstaten in gebruik is, waarbij vooral KMO's hun onderzoekscapaciteit kunnen verbeteren zonder dat de onafhankelijkheid, autonomie en het openbaar karakter van universiteiten worden aangetast. Zowel universiteiten als bedrijven kunnen baat hebben bij de gezamenlijke ontwikkeling van multi- en interdisciplinaire vaardigheden en ondernemerschap, alsook bij het soepel aanpassen van studiegebieden, specialiteiten en specialisaties aan de behoeften van de economie, met inbegrip van de behoeften van kleine en middelgrote ondernemingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Silvia-Adriana Ţicău (S&D), schriftelijk. (RO) Ik heb voor het verslag over de dialoog tussen universiteiten en bedrijven (een nieuw partnerschap voor de modernisatie van de Europese universiteiten) gestemd.

De EU moet nauwere banden en partnerschappen creëren tussen de universiteiten en het bedrijfsleven om de kennismaatschappij en het toegepast onderzoek te ontwikkelen en afgestudeerden betere vooruitzichten op de arbeidsmarkt te bieden. Helaas bestaan er steeds vaker verschillen tussen de vaardigheden van afgestudeerden en de op de arbeidsmarkt benodigde kwalificaties.

Ik roep de Commissie en de lidstaten op om middellange- en langetermijnprognoses op te stellen voor de vereiste vaardigheden teneinde de onderwijsprogramma’s in overeenstemming te brengen met de ontwikkeling van de economie. Verder wil ik de aandacht vestigen op de noodzaak om meer banen te creëren, wat met name tijdens de huidige recessie een prioriteit is voor de Europese Unie.

Wij moedigen de Commissie aan om met de tot haar beschikking staande middelen en instrumenten de ontwikkeling van een ondernemerscultuur te bevorderen door het vereenvoudigen van procedures en het terugdringen van bureaucratie, zodat uitwisseling tussen universiteiten en bedrijven wordt gestimuleerd.

Tot slot wil ik het belang van een leven lang leren onderstrepen, in het bijzonder door afstandsonderwijs dat is toegespitst op nieuwe technologieën en met name nuttig is voor mensen boven de 45 jaar, die kwetsbaarder zijn en meer gevaar lopen maatschappelijk te worden buitengesloten.

 
  
  

Verslag-Harms (A7-0142/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk. – (FR) De Europese Unie beschermt haar burgers. Naast Europese regels inzake gevaarlijke producten die mensen op de interne markt proberen te brengen, naast gezamenlijke maatregelen ter bestrijding van het terrorisme, naast gemeenschappelijke initiatieven om vrede te waarborgen in Europa, draagt de Europese Unie haar steentje bij aan de ontmanteling van kerncentrales die zijn gebouwd in het Sovjettijdperk en die elk moment onze gezondheid in gevaar kunnen brengen. 24 jaar na het vreselijke ongeluk van Tsjernobyl ben ik blij te hebben bijgedragen aan de veiligheid van ons continent door voor dit verslag te stemmen. Het is namelijk cruciaal dat de maatregelen die in Bulgarije zijn genomen in het kader van het Kozloduy-programma worden voortgezet in de periode 2010-2013.

 
  
MPphoto
 
 

  Gerard Batten, John Bufton en Derek Roland Clark (EFD), schriftelijk. (EN) De UKIP vindt de veiligheid bij het opwekken van kernenergie zeer belangrijk, maar beschouwt de Europese steun aan Bulgarije, die zogenaamd voor dit doel bestemd is, als ingegeven door politieke overwegingen (zoals het voorkomen van de opwerking van splijtstoffen in het naburige Rusland, dat niet toevallig vlak bij Bulgarije ligt) en doctrinaire redenen (het opleggen van een onrealistisch windenergiebeleid), alsmede door een verlangen tot het financieren van lokale conserveringsprojecten die niets te maken hebben met de opdracht van het ontmantelingsfonds. Daarom hebben de UKIP-leden tegen het extra geld gestemd dat in dit verslag gevraagd wordt.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk.(PT) De regels die in de landen van Midden- en Oost-Europa voor kernenergie en radioactief afval golden voordat zij toetraden tot de EU, waren minder streng dan die welke destijds in de EU van kracht waren. Vandaar dat er van de zijde van de EU druk wordt uitgeoefend en financiële steun wordt verleend om de bescherming van mens en milieu beter te waarborgen. In dat kader past het voorstel waarover we nu stemmen.

Dit voorstel van de Commissie voor een verordening heeft betrekking op financiële bijstand voor de ontmanteling van de eenheden 1 tot en met 4 van de kerncentrale van Kozloduy in Bulgarije. Ook de behandeling van radioactief afval komt daarbij aan de orde. Volgens de rapporteur zou zonder steun van de EU de veiligheid in gevaar kunnen komen omdat het ontwerp van reactoren van het type WWER 440/230 (en daar gaat het hier om) ernstige tekortkomingen vertoont die niet kunnen worden verholpen.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk.(PT) De bescherming en bevordering van de volksgezondheid en het milieu zijn prioritaire doelstellingen in het Europees beleid. Daarom geloof ik dat het van cruciaal belang is dat de Europese Unie de nodige technische en financiële middelen vrijmaakt voor de ontmanteling van de eenheden 1 tot en met 4 van de kerncentrale van Kozloduy in Bulgarije, precies zoals het Europees Parlement dat via deze resolutie aanbeveelt. Europa verhindert zo dat er een punt ontstaat dat sterke radioactieve straling produceert en mogelijk tot ernstige ongevallen aanleiding geeft. De Europese Gemeenschap moet niet alleen vaststellen volgens welke veiligheidsvoorschriften de ontmanteling dient te geschieden, ze moet ook een actieve rol vervullen en Bulgarije hulp bieden om de negatieve gevolgen te compenseren die deze operatie zal hebben voor het concurrentievermogen van de Bulgaarse economie, de duurzaamheid van de energievoorziening en de situatie op de arbeidsmarkt. De interventiestrategie van de EU moet dus steunmaatregelen omvatten die leiden tot het creëren van nieuwe banen en het ontstaan van duurzame industrie in de gebieden die de gevolgen van de ontmanteling zullen ondervinden.

 
  
MPphoto
 
 

  Rebecca Harms (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Het Parlement heeft vandaag ingestemd met het besteden van 300 miljoen euro aan de verdere ondersteuning van de ontmanteling van de kernreactoren Kozloduy 1-4. Ik steun deze maatregel omdat deze ondersteuning noodzakelijk is om de veilige ontmanteling van de reactoren te waarborgen. Het Parlement heeft echter het gebruik van deze fondsen voor vervuilende bruinkoolcentrales afgewezen. Ook het voorstel om een deel van de middelen te gebruiken om Bulgarije te helpen een oplossing te vinden voor de definitieve opslag van kernafval werd verworpen. Dit heeft mij ertoe gebracht tegen dit gewijzigde voorstel te stemmen. Ik heb me echter onthouden van stemming over de wetgevingsresolutie die de financiering van de ontmantelingdoor de EU mogelijk maakt.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Mélenchon (GUE/NGL), schriftelijk. – (FR) We kunnen elk initiatief dat de aanzet geeft tot de ontmanteling van een kerncentrale en het opzetten van onderzoeksprogramma’s voor hernieuwbare energiebronnen en de verwijdering van kernafval alleen maar toejuichen. Dit is een stap in de richting van de geleidelijke afschaffing van kernenergie die wij voor ogen hebben. Ik wil echter benadrukken dat ik versteld sta over het hardnekkig vasthouden aan de “definitieve berging” van kernafval. Deze methode kan geen oplossing op lange termijn vormen, gezien de risico’s die ze met zich meebrengt voor ons ecosysteem.

Ik ben tevens bezorgd over de geringe waarborgen wat betreft de toekenning van financiële bijstand van de Europese Unie voor deze ontmanteling. Welke garantie hebben we dat dit bedrag van 300 miljoen euro niet voor een deel zal worden gebruikt om de nieuwe Bulgaarse kerncentrale in Belene te financieren? Heeft commissaris Oettinger zich niet reeds vastgelegd op de financiering van dat project? Ik stem vóór dit verslag in de hoop eindelijk getuige te zullen zijn van de ontmanteling van de reactoren in Kozloduy.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk.(PT) De toetreding van landen in Midden- en Oost-Europa tot de EU en hun toepassing van kernenergie hebben ertoe geleid dat deze landen financiële steun nodig hebben om hun radioactieve afval op doeltreffende wijze te verwerken teneinde de bescherming van de volksgezondheid en het milieu te verbeteren. Dat is het kader waarin de nu goedgekeurde financiële steun moet worden gezien. Vandaar mijn stemgedrag.

 
  
MPphoto
 
 

  Alajos Mészáros (PPE), schriftelijk. − (HU) Bulgarije heeft net als Slowakije en Litouwen in zijn toetredingsverdrag toegezegd een deel van de productie van zijn kernenergie te ontmantelen. Voor de definitieve sluiting van de kernreactor van Kozloduy heeft het land tot 2009 gebruik kunnen maken van subsidies, maar vervolgens werd een verzoek ingediend om deze net als bij de andere landen te verlengen tot 2013. In het kader hiervan zal het land voor ongeveer 860 miljoen euro financiële steun ontvangen. Het volledige ontmantelingsproces zal echter zeer veel tijd in beslag nemen, aangezien het niet voldoende is de centrale volledig los te koppelen van het netwerk. In zulke gevallen, als men een kernreactor sneller wil sluiten dan gepland, moet er ook worden gezorgd voor vervangende energie. Bulgarije heeft zijn energievoorziening niet te gronde gericht maar de buurlanden worden hier wel door getroffen, want zij ontvangen geen stroom meer. De sluiting van vier reactoren betekent een verlies van 1 700 MW aan energie voor Bulgarije.

De Bulgaarse regering is zonder de financiële hulp van de Europese Unie niet in staat zich op veilige wijze te ontdoen van de gebruikte brandstoffen, waarvan een deel hoe dan ook buiten de lidstaten van de EU is afgevoerd. Ik ben me ook bewust van het feit dat de Bulgaarse regering geen reserves heeft in het geval van een definitieve ontmanteling en daarom moeten we het land steunen. We hebben al gigantisch veel geld geïnvesteerd in de definitieve sluiting van de kernreactor, maar het is goed om te overwegen of het niet veel rendabeler is om onze kernreactoren te moderniseren in plaats van te sluiten. Ik denk nu niet specifiek aan Kozloduy. We moeten de verbetering van de lage veiligheidsnormen in Oost- en Midden-Europese landen steunen, want vanwege deze normen moeten onze kernreactoren worden gesloten.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Zolang er geen bevredigende oplossing is voor de definitieve verwijdering van radioactieve afvalstoffen, is het niet zo vreemd dat de kandidaat-lidstaten niet weten welke mogelijkheid ze moeten kiezen. We moeten ervoor zorgen dat we als EU geen financiële steun verstrekken voor een betere bescherming van mens en milieu terwijl de splijtstof vervolgens verkocht blijkt te worden en we niet kunnen uitsluiten dat die voor militaire doeleinden wordt gebruikt. Natuurlijk is het vinden van een oplossing voor de definitieve verwijdering in het belang van de veiligheid en het milieu in heel Europa, maar er moet een einde komen aan het doorverkopen van radioactief afval.

Als de ontmanteling van twee kerncentrales ons 1 780 miljoen euro kost, is het duidelijk dat het sprookje van goedkope en milieuvriendelijke kernenergie uit is. Ik heb vóór dit verslag gestemd, omdat het licht werpt op een aantal knelpunten met betrekking tot kernenergie en de ontmanteling van kerncentrales.

 
  
MPphoto
 
 

  Rovana Plumb (S&D), schriftelijk. (RO) Conform de verplichtingen op grond van de Akte van toetreding tot de EU moet Bulgarije de eenheden 1 tot en met 4 van de kerncentrale van Kozloduy sluiten. De EU heeft hiervoor financiële steun verleend tot 2009. Ik heb voor dit verslag gestemd ter ondersteuning van de inspanningen van Bulgarije om 300 miljoen euro aanvullende financiering te verkrijgen tot 2013 om de kerncentrale van Kozloduy volledig buiten bedrijf te kunnen stellen, de locatie te reinigen en al het overblijvende afval op duurzame wijze te behandelen, waarbij er geen schade wordt toegebracht aan de volksgezondheid of het milieu.

Verder steun ik het verzoek van de Commissie tot het uitvoeren van audits en het monitoren van alle projecten die met behulp van deze steun worden uitgevoerd. Het gaat om onderzoek en innovatie gericht op nieuwe technologieën op basis van hernieuwbare energiebronnen, teneinde te kunnen voldoen aan de eis om een verdere reductie te realiseren van de 18 000 kt CO2-equivalent die door de ontmanteling wordt gegenereerd. Er moet vooral aandacht worden besteed aan omscholing van de werknemers om te voorkomen dat de werkloosheid nog hoger wordt, en aan de ontwikkeling van de lokale gemeenschappen, vooral tijdens de huidige crisis. Al deze processen moeten worden uitgevoerd op een wijze die volledig transparant is voor de burgers, conform de bepalingen van alle multilaterale milieuverdragen waarbij Bulgarije partij is (Aarhus, Espoo, enzovoort).

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Zoals verwacht, hebben wij, de Groenen, onze laatste kans gemist om het verslag-Harms te wijzigen tijdens de plenaire stemming over de communautaire financiële steun voor de ontmanteling van vier eenheden van de kerncentrale van Kozloduy in Bulgarije.

Vandaag heeft het Europees Parlement besloten om (tot 2013) 300 miljoen euro aan Bulgarije te geven om te besteden aan hun huidige programma voor de ontmanteling van vier nucleaire eenheden in Kozloduy. Dit positieve signaal aan Bulgarije was de reden waarom de rapporteur en de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie zich onthielden van de stemming over het wetgevingsvoorstel.

Dankzij de Groenen heeft het EP eindelijk erkend dat Bulgarije nauwelijks enig beleid had voor de definitieve verwijdering van kernafval. Maar de Bulgaarse regering is er – met dank aan EPP en S&D – in geslaagd elke bepaling te schrappen die een echte vooruitgang zou betekenen inzake de definitieve verwijdering van kernafval. Momenteel worden de belangrijkste gevaren voor mens en milieu verplaatst naar Rusland, waar de meeste radioactieve splijtstofelementen naartoe worden gebracht.

Het EP is er niettemin in geslaagd om meer bepalingen inzake inspraak, transparantie, controle en verslaglegging veilig te stellen dan er in het oorspronkelijke voorstel van de Commissie stonden. We zullen nu zien of deze worden overgenomen door de Raad, die het laatste woord heeft omdat het EP over nucleaire kwesties slechts geraadpleegd wordt.

 
  
MPphoto
 
 

  Viktor Uspaskich (ALDE), schriftelijk. (LT) Dames en heren, net als bij de kerncentrale van Kozloduy in Bulgarije het geval is, was de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina in Litouwen een van de voorwaarden voor toetreding tot de Europese Unie. De ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina in 2009 heeft grote invloed gehad op Litouwen. Nadat Litouwen in 1991 zijn onafhankelijkheid terugkreeg, heeft de kerncentrale van Ignalina veel bijgedragen aan onze economie en meer dan 70 procent van de energie in ons land geleverd. Als gevolg van de ontmanteling waren wij gedwongen afstand te doen van onze status van energie-exporteur en werden we importeur van een breed scala aan energie. De kerncentrale van Ignalina was een goedkope bron van energie voor industrie en consumenten en ook een bron van inkomsten dankzij de export. Net als de ontmanteling van Kozloduy zal het verdwijnen van Ignalina leiden tot verlies van bedrijfsactiviteiten en banen in de lokale economie. Volwaardige financiële steun van de EU voor Kozloduy en Ignalina is belangrijk om enkele van de economische en sociale gevolgen van de ontmanteling van de kerncentrales op te vangen. De financiële onrust van de afgelopen jaren heeft Litouwen en veel andere lidstaten van de EU laten schrikken en heeft voorlopig een einde gemaakt aan de hoop op de bouw van nieuwe geavanceerde kerncentrales in de nabije toekomst. Het zou echter dwaas zijn als wij volledig zouden afzien van kernenergie. Nucleaire technologie is zeker geen wondermiddel voor onze energiezekerheid en tegen natuurrampen, maar het gebruik van efficiënte en veilige kernenergie zou kunnen bijdragen aan het oplossen van strategische uitdagingen op de lange termijn.

 
  
  

Verslag-Van Nistelrooij (A7-0138/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk. – (FR) De structuurfondsen die in onze regio’s beschikbaar worden gesteld moeten beter worden afgestemd op de Europese fondsen voor onderzoek en innovatie. Het verslag-Van Nistelrooij bevat nuttige aanbevelingen om al deze fondsen beter te gebruiken. Er liggen hier onmiskenbare financierings- en groeimogelijkheden voor onze regio’s. Ook een grotere synergie tussen de verschillende financiële instrumenten kan alleen maar gunstig zijn op een moment dat we de economische activiteit weer op gang moeten brengen. Ten slotte komen deze middelen zeer goed van pas bij de tenuitvoerlegging van de EU 2020-strategie. Ik heb dan ook vóór dit uitstekende verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk.(PT) Innovatie kan het doeltreffendst worden gestimuleerd op regionaal niveau, in de nabijheid van actoren als universiteiten, publieke onderzoeksorganisaties of industrieën, door het bevorderen van partnerschappen op het gebied van kennisoverdracht en het aanmoedigen van de uitwisseling van goede praktijken tussen regio's. Het cohesiebeleid vormt een onmisbare pijler in het proces van de Europese integratie en is een van de succesvolste EU-beleidslijnen doordat het de convergentie tussen onderling steeds meer afwijkende regio's vereenvoudigt en de groei en werkgelegenheid stimuleert. Het is van groot belang dat we succesvolle modellen binnen de kennisdriehoek bevorderen en toepassen en de duurzame ontwikkeling van regionaal onderzoek en strategische kaders voor innovatie waarborgen in samenwerking met ondernemingen, onderzoekscentra, universiteiten en overheidsinstanties. Ik wijs daarbij op het potentieel van kennisintensieve regionale ‘innovatieclusters’ bij het mobiliseren van het regionale concurrentievermogen, en verwelkom de opname van clusterontwikkeling in zowel het programma voor concurrentievermogen en innovatie als het zevende kaderprogramma. Verder wil ik de aandacht vestigen op de nieuwe kennis- en innovatiegemeenschappen (KIG's) die zijn opgericht in het kader van het Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT) en die de belangrijkste regionale kennisintensieve clusters in Europa met elkaar verbinden. Ik pleit ervoor de kennisuitwisseling in regionale clusters te bevorderen via de structuurfondsen , aangezien zulke clusters grote kansen bieden, vooral voor achterstandsgebieden.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk.(PT) Ik geloof dat het verstandig is om te analyseren hoe het indicatieve kader van de communautaire strategische richtsnoeren 2007-2013, en met name richtsnoer 1.2 over meer kennis en innovatie voor groei, door de lidstaten en regio’s in hun nationale strategische referentiekaders (NSR's) en operationele programma’s is opgevolgd. Een dergelijk analyse kan ons een concreter inzicht verschaffen in hetgeen er reeds tot stand gebracht is en wat er nog gebeuren moet. Het gaat hier om zaken die steeds sterker spelen. In tijden van crisis is het niet alleen wenselijk maar gewoon dringend noodzakelijk om verspilling en overlappingen te vermijden. Daarom is het zo belangrijk te onderzoeken hoe het cohesiebeleid en het beleid op het gebied van onderzoek en innovatie en de daarbij behorende instrumenten (de structuurfondsen, het zevende kaderprogramma voor onderzoek en ontwikkeling en het kaderprogramma voor innovatie en concurrentievermogen) op elkaar aansluiten. Dan kunnen we deze instrumenten nog doeltreffender en productiever maken.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk.(PT) Onderzoek en innovatie zijn prioriteitsgebieden die van doorslaggevend belang zijn voor ons concurrentievermogen en het succes van de Europese economie in de huidige mondiale crisis, en om in die sterk concurrerende sfeer een antwoord te formuleren op nieuwe uitdagingen, bijvoorbeeld op het gebied van klimaatverandering of territoriale samenhang. Door de crisis lopen we het risico dat regionale onevenwichtigheden worden geaccentueerd en de economische en sociale situatie in achtergebleven gebieden verergert. Daarom steun ik deze resolutie, omdat daarin aangedrongen wordt op meer efficiëntie en flexibiliteit bij de toegang tot de structuurfondsen, met een vereenvoudigde procedure om ervoor te zorgen dat er snel steun beschikbaar kan komen voor het financieren van nieuwe ondernemingsprojecten, waardoor ook kleine en middelgrote bedrijven een impuls zouden kunnen krijgen. Deze strategie is voor de territoriale cohesie van de Europese Unie van groot belang: we kunnen er zo voor zorgen dat de kansen die deze crisis biedt worden benut en dat onze middelen doelmatig worden aangewend.

 
  
MPphoto
 
 

  Petru Constantin Luhan (PPE), schriftelijk. (RO) Ik heb voor dit verslag gestemd omdat onderzoek, ontwikkeling en innovatie sleutelelementen zijn die ertoe kunnen bijdragen dat de Europese Unie sneller en sterker uit de huidige economische crisis komt en tegelijkertijd de gestelde doelen voor economische ontwikkeling haalt. Hiervoor is consistent beleid nodig, met de juiste doelstellingen en voldoende financiering. Ik denk echter dat rekening moet worden gehouden met de uiteenlopende sociale en economische kenmerken van de regio’s. Afhankelijk van de werkelijke situatie moeten grenzen worden geaccepteerd en doelen gesteld, terwijl de vereisten moeten worden opgesteld in overleg met alle lokale, regionale en nationale instanties.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Innovaties zijn belangrijk, maar het is niet mogelijk ze van bovenaf op te leggen, zoals de Europa 2020-strategie tracht te doen. Ze kunnen echter wel via steunprogramma's worden bevorderd. Het is dan niet praktisch als de aanvrager van een subsidie in een woud aan instanties en voorschriften terechtkomt als gevolg van een gebrekkige coördinatie tussen de EU en de lidstaten. Elke stap die leidt tot vereenvoudiging is een stap in de goede richting, zolang hij maar geen misbruik in de hand werkt. Ik kan me vinden in de aanpak die het verslag beschrijft en heb voorgestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Teixeira (PPE), schriftelijk.(PT) Het cohesiebeleid vormt een onmisbare pijler in het proces van de Europese integratie en is een van de succesvolste EU-beleidslijnen. Dit beleid vergemakkelijkt de convergentie tussen regio’s en stimuleert de groei en werkgelegenheid met financiering uit de structuurfondsen. Voor de periode 2007-2013 hebben alle lidstaten een aanzienlijk bedrag van hun totale begroting aan innovatie en ontwikkeling toegekend. Ik geloof dat het cohesiebeleid in staat is synergieën te creëren in het kader van het beleid voor onderzoek en innovatie, door capaciteitsopbouw en door de totstandbrenging van kennisnetwerken waarmee kennis kan worden overgedragen.

Als we de middelen beter gebruiken kunnen we de capaciteit van de verschillende regio’s op het gebied van onderzoek, kennis en innovatie vergroten. De territoriale dimensie van het beleid kan worden versterkt via partnerschappen voor het opstellen en uitvoeren van overheidsbeleid. Ik steun het in dit verslag opgenomen initiatief, omdat ik veel waarde hecht aan de totstandbrenging van synergieën tussen voor onderzoek en innovatie bestemde fondsen en middelen die zijn bestemd voor het financieren van het zevende kaderprogramma voor activiteiten op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling. Zo kunnen we doeltreffender te werk gaan bij het verwezenlijken van onze doelstellingen met betrekking tot de kennismaatschappij.

 
  
  

Verslag-Hoang Ngoc (A7-0147/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk. – (FR) Ik heb vóór de resolutie gestemd zoals die is aangenomen door de Commissie economische en monetaire zaken van het Europees Parlement. De geloofwaardigheid van het Europese economische en begrotingsbeleid staat of valt met de houdbaarheid van onze overheidsfinanciën op lange termijn. De Griekse crisis heeft dit aangetoond. Overheden moeten tegenover de markten en kredietbeoordelingsbureaus een verantwoorde houding aan de dag leggen. Deze noodzaak vloeit ook voort uit de demografische realiteit van vandaag en van de komende jaren. Ik kan me dan ook beslist niet vinden in de door rapporteur Liem Hoang Ngoc te berde gebrachte argumenten om het beleid van overheidstekorten voort te zetten. We moeten inzien dat de overheidsfinanciën van talloze lidstaten niet houdbaar zijn en de moed hebben daar iets aan te doen. Onze boot loopt vol water. Ook al is ze nog niet zinkende, het is hoog tijd dat we gaan hozen.

 
  
MPphoto
 
 

  Françoise Castex (S&D), schriftelijk. – (FR) Tijdens de stemming van donderdag 20 mei over het verslag van de socialistische afgevaardigde Liem Hoang Ngoc over de houdbaarheid van de overheidsfinanciën op lange termijn hebben de leden van de UMP en Modem in het Europees Parlement vol overtuiging voor een tekst gestemd die de Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten) en de Fractie Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa regel voor regel hadden geamendeerd om er een neoliberaal manifest van te maken. Ik heb tegen deze tekst gestemd, die een belediging vormt voor de Europese burger. De UMP en Modem waarschuwen voor onhoudbare tekorten om met ingang van 2011 ongekende bezuinigingsmaatregelen te rechtvaardigen in heel Europa. Ze stellen voor het stabiliteitspact om te vormen tot een pact van sociale regressie. In deze tekst gaat rechts zelfs zo ver om de oprichting van een Europees kredietbeoordelingsbureau te verwerpen, terwijl de particuliere bureaus met veel tamtam speculatieve aanvallen tegen de lidstaten van de eurozone op touw zetten. Rechts vergeet echter dat de oplopende tekorten in de eerste plaats het gevolg zijn van de crisis, de reddingsplannen voor banken en het falende neoliberale beleid. Rechts laat de burgers nu opdraaien voor de kosten.

 
  
MPphoto
 
 

  Nikolaos Chountis (GUE/NGL), schriftelijk. (EL) De enorme tekorten en hoge schulden van een groot aantal lidstaten van de EU zijn inderdaad een groot probleem. Ze hebben geleid tot de begrotingscrisis die wij momenteel doormaken en die wij allemaal moeten zien te beheren. De oorzaken van deze begrotingsontsporing zijn echter niet dezelfde als die welke de rapporteur constateert. De staatsbegrotingen zijn ontspoord omdat a) in elke crisis de overheidsuitgaven stijgen (sociale uitgaven en uitgaven voor economische ontwikkeling), b) de handelsbanken werden gered en c) de belastingconcurrentie is toegenomen waardoor de vennootschapsbelasting gedurende de afgelopen twintig jaar duidelijk is afgenomen. Onze analyse van de realiteit is dus heel anders dan die van de rapporteur, die van mening is dat de regeringen verantwoordelijk zijn voor de ontsporing van de begrotingen.

 
  
MPphoto
 
 

  George Sabin Cutaş (S&D), schriftelijk. (RO) Vorig jaar bedroegen het begrotingstekort en de staatsschuld in de eurozone respectievelijk 6,3 procent en 78,7 procent van het bnp, een veel hoger niveau dan de limieten in het stabiliteits- en groeipact. De beperkingen van het stabiliteits- en groeipact zijn tijdens de huidige crisis aan het licht gekomen. Het is geen adequaat instrument gebleken voor het harmoniseren van nationale economieën. Daarom steun ik een herziening van dit pact en het onderzoeken van alternatieve mechanismen voor het herstellen van de convergentie van de economieën binnen de EU, het opzetten van een Europees kredietbeoordelingsagentschap en een strakkere coördinatie van het begrotings- en monetaire beleid van de lidstaten. De beslissing van de Europese Centrale Bank van afgelopen week om staatsobligaties uit de eurozone te kopen, beschouw ik in feite als een positieve stap. Aangezien deze aspecten, die ik beschouw als fundamenteel voor het stabiliseren van de interne Europese markt en het behouden van de moderne Europese welvaartsstaat, zijn verwijderd uit het verslag over de houdbaarheid van de overheidsfinanciën op lange termijn, heb ik tegengestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk.(PT) Veel lidstaten ondervinden op dit moment ernstige problemen met hun overheidsfinanciën. Daarom is het zaak nu beleidsmaatregelen te treffen die leiden tot economische en sociale stabiliteit en vooral groei. Het is niet voldoende om vast te stellen hoe groot het tekort is; ook de omvang van de overheidsschuld moet worden berekend. We kunnen voor dat doel teruggrijpen op beste werkwijzen en zo meer stabiliteit scheppen, om te verhinderen dat we fouten uit het verleden herhalen. Ik vind het verder van fundamenteel belang dat we doordachte criteria vastleggen voor het begrip “economisch herstel”, aangezien de situatie per lidstaat sterk verschilt. Tot slot wijs ik op het belang van een concurrerend fiscaal beleid, niet alleen binnen de EU, maar ook als het gaat om investeringen in derde landen.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk.(PT) De huidige crisis heeft ernstige gevolgen voor de economische ontwikkeling, de kwaliteit van het leven van de burgers en de maatschappelijke stabiliteit. Eén en ander toont aan dat de houdbaarheid van de overheidsfinanciën een doorslaggevende factor is voor het economisch herstel en de duurzaamheid van de ontwikkeling. Bovendien is duidelijk geworden dat de herziening van het stabiliteits- en groeipact niet ver genoeg is gegaan. Daarom herhaal ik dat de mechanismen van de instellingen moeten worden versterkt ten behoeve van een versterkte integratie en een betere territoriale samenhang, om zo te verzekeren dat we over een sterke interventie- en beschermingscapaciteit beschikken met betrekking tot de risico’s die uit het gemeenschappelijk beleid voortvloeien. Ik wijs verder op de sociale kwesties die in dit verslag aan de orde komen. Er wordt gewezen op grote inkomensverschillen tussen de burgers, een omstandigheid die negatieve gevolgen heeft voor de productiviteit en het concurrentievermogen van de economie. Ik sta daarom achter het idee om de lidstaten aan te sporen de nodige hervormingen door te voeren teneinde deze onevenwichtigheden enigszins uit te vlakken. Rechtvaardigheid op fiscaal vlak en efficiëntie bij de overheidsuitgaven zijn van fundamenteel belang voor het economisch herstel en de sociale cohesie. Het terugdringen van de armoede en het garanderen van groei en productiviteit moeten prioriteiten zijn voor de Europese Unie. Een geleidelijke verlaging van de belastingdruk op arbeid en voor de KMO’s zal daartoe zeker bijdragen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. – (FR) Ik ben het eens met het verslag: het niveau van de overheidstekorten en van de staatsschuld is nauwelijks houdbaar voor de generaties na ons, maar vormt ook nu al een groot probleem. Ik kan me echter niet vinden in de voorgestelde oplossingen. Ik geloof niet dat een verslag dat voorbijgaat aan de oorzaak van de recente explosie van deze schulden en tekorten serieus te nemen valt. Deze tekorten zijn juist zo opgelopen omdat de lidstaten, en dus de Europese burgers en belastingbetalers, de particuliere schulden van banken en van de financiële sector op zich hebben genomen. We moeten blijven hameren op het feit dat de Unie en de eurozone er momenteel enkel op uit zijn de markten te behagen die u altijd neerzet als rationeel en doeltreffend maar die in paniek raken wanneer de tekorten te groot zijn, en nogmaals in paniek raken omdat ze bang zijn dat de maatregelen om de tekorten te verlagen het onmogelijk zullen maken de schijn van economisch herstel op te houden. Ze zijn binnengelopen door een hoge prijs te rekenen voor een risico op de Griekse staatsschuld die u zojuist hebt weggetoverd met de laatste goedgekeurde maatregelen. Ze hebben op alle fronten gewonnen en hun eigen winsten nog verder opgeschroefd zonder acht te slaan op de gevolgen voor de reële economie en de bevolking.

 
  
MPphoto
 
 

  Sylvie Guillaume (S&D), schriftelijk. – (FR) Ik heb mij gedwongen gevoeld om tegen het verslag van mijn collega Liem Hoang Ngoc te stemmen, dat door rechts en de liberalen volledig van zijn wezen is beroofd en dat alleen maar dogmatisch vasthoudt aan het stabiliteitspact en dus pleit voor bezuinigingsmaatregelen. Begrotingsbeleid is geen doel op zich, maar juist een instrument dat beantwoordt aan politieke doelstellingen. De prioriteit moet niet zijn te bezuinigen, want daarmee smoren we het beetje groei dat we hebben in de kiem; we moeten juist een aanpak bepleiten die gericht is op werkgelegenheidsgroei. Daarvoor moet de EU de middelen krijgen om actie te ondernemen, hetgeen betekent dat we onszelf andere instrumenten van economische sturing moeten verschaffen dan waarover we momenteel met het stabiliteitspact beschikken en die tekortschieten.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Mélenchon (GUE/NGL), schriftelijk. – (FR) Deze tekst wil een systeem van herverdeling tot stand brengen waar de hele samenleving baat bij heeft. De positieve voorstellen hebben betrekking op het migratiebeleid. Het verslag verwerpt het zonder meer snoeien in overheidsinvesteringen naar aanleiding van de crisis. Daarna wordt echter een omgekeerde logica gehanteerd bij concrete voorstellen.

Verhoging van de pensioenleeftijd, steun voor een stabiliteits- en groeipact als uitweg uit de crisis hoewel het onmiskenbaar een van de oorzaken is, complimenten aan de ECB voor de redding van het bankwezen, en het aanprijzen van een sociale economie gebaseerd op een duurzame, competitieve markt – allemaal neoliberale dogma’s die telkens weer opduiken in de tekst. Crisis of geen crisis, dit Europa is verblind door zijn dogmatiek en doof voor de eisen van zijn burgers. Ik stem tegen deze tekst.

 
  
MPphoto
 
 

  Claudio Morganti (EFD), schriftelijk. − (IT) De mate waarin de wereldwijde economische en financiële crisis de houdbaarheid van de nationale begrotingen aantast is zorgwekkend, maar desondanks bevat het verslag waarover we in dit Parlement een oordeel moeten vellen passages die mij beletten voor te stemmen.

Om te beginnen wordt in paragraaf 59 verklaard dat we een bijdrage kunnen leveren aan het beëindigen van de crisis door de werkgelegenheid te laten groeien en in deze paragraaf wordt voorgesteld een beleid te volgen dat gunstig is voor immigratie vanuit derde landen en dat zelfs leidt tot het toekennen van staatsburgerschap. Enerzijds worden de thema’s economie en migratiebeleid in de tekst ten onrechte door elkaar gehaald, waarbij met name geen rekening wordt gehouden met de reeds hoge werkloosheidscijfers.

Anderzijds vind ik niet dat Europa het toekennen van staatsburgerschap moet bevorderen. Verder vragen enkele van de voorgestelde amendementen om het in het leven roepen van een belasting op financiële transacties en een Europees kredietbeoordelingsbureau. We zullen absoluut geen betere regulering van de financiële markten bewerkstelligen door een nieuwe belasting te introduceren.

Ten slotte dit: wat betreft het oprichten van een openbaar kredietbeoordelingsbureau slaat men met het ingediende amendement de plank mis, omdat het vertrouwen van investeerders het best kan worden gewaarborgd door te garanderen dat de kredietbeoordelingsbureaus onpartijdig en onafhankelijk zijn, en niet door deze bureaus te onderwerpen aan politieke invloed.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Ik betreur ten zeerste dat de rechtervleugel dit verslag over de overheidsfinanciën uiteindelijk heeft gekaapt en het belangrijkste doel ervan volledig heeft veranderd, waardoor het een zeer neoliberaal verslag geworden is. Ik verwelkom de beslissing van rapporteur Hoang Ngoc om zijn naam van dit verslag te laten verwijderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Marc Tarabella (S&D), schriftelijk. – (FR) Het is gewoon onaanvaardbaar dat dit verslag is aangenomen door een meerderheid van de Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten) en de Fractie van de Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa, en daarom heeft de Fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten in het Europees Parlement, in de geest van onze rapporteur Liem Hoang Ngoc, tegengestemd. Hoe kan iemand onze medeburgers laten opdraaien voor een crisis waarvoor de banken en speculanten grotendeels verantwoordelijk zijn? De maatregelen die bepleit worden door de PPE-Fractie en de ALDE-Fractie, te weten een snelle consolidatie van de overheidsfinanciën, vermindering van de overheidsuitgaven, met name voor pensioenen en de gezondheidszorg, en de onvoorwaardelijke tenuitvoerlegging van het groei- en stabiliteitspact, zullen op de lange termijn rampzalige gevolgen hebben voor onze samenlevingen. We stevenen regelrecht op een ramp af als we niet een belasting op financiële transacties instellen, zoals de heer Hoang Ngoc voorstelt, en geen levensvatbare herstelmaatregelen treffen. Laten we de Europeanen niet op de knieën dwingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Teixeira (PPE), schriftelijk.(PT) Dit verslag is vooral bedoeld als een analyse van de houdbaarheid van de overheidsfinanciën in de Europese Unie op lange termijn in de context van het economisch herstel. Dit plenaire debat kon niet op een beter moment komen. De Europese leiders hebben de afgelopen week immers een voorheen nog nooit vertoonde mate van overeenstemming weten te bereiken op economisch en financieel gebied. De genomen maatregelen – met name het groene licht voor steun aan Griekenland, het versneld saneren van de overheidsfinanciën van de lidstaten en het opzetten van een mechanisme voor financiële stabiliteit – vormen het bewijs van een hechte solidariteit. Ze maken echter ook duidelijk dat er in de nu volgende periode offers zullen moeten worden gebracht, en dat alle Europeanen daaraan zullen moeten bijdragen. Deze lasten moeten op een evenwichtige en rechtvaardige manier worden gespreid. Nu is het moment om op nationaal niveau moedige beslissingen te nemen, gericht op de lange termijn en zonder gemakzucht. Evenwicht op de balans van de overheidsuitgaven bereik je ofwel door de uitgaven te beperken, ofwel door de inkomsten te vergroten, ofwel door een combinatie van beide.

In een economische recessie rest ons geen keus dan het fors terugdringen van de overheidsuitgaven. Dat kan door verspilling van openbare middelen tegen te gaan en het functioneren van het staatsapparaat te optimaliseren. De uiteindelijke ontwerpresolutie richt zich na diverse wijzigingen op een aantal van deze uitdagingen; daarom heb ik ervoor gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Viktor Uspaskich (ALDE), schriftelijk. (LT) Dames en heren, in 2009 bereikten Litouwen en enkele aangrenzende EU-lidstaten bijna het absolute dieptepunt. Misschien cirkelen er nog net geen gieren boven ons hoofd, maar we voelen ons nog niet veilig: het bnp van Litouwen daalde op kwartaalbasis met 4,1 procent in het eerste kwartaal van 2010. De meeste mensen in Litouwen begrijpen dat de noodzaak van pijnlijke slachtoffers en ingrijpende maatregelen niet van de ene op de andere dag verdwijnt. De houdbaarheid van de overheidsfinanciën op de lange termijn is essentieel om stabiliteit en groei te bereiken. De oplossing is het terugdringen van het begrotingstekort. In het verslag wordt terecht gesteld dat hoge schulden en tekorten een bedreiging vormen voor de houdbaarheid en een rampzalig effect kunnen hebben op de werkgelegenheid, de gezondheidszorg en de pensioenen. Het is een moeilijke beslissing die we moeten nemen – het oplopende overheidstekort wordt een enorme last voor de generaties na ons. Financiële stabiliteit is belangrijk voor het herstel van de Litouwse en de Europese economie. Daarom ben ik het eens met de maatregelen waarover we deze week hebben gedebatteerd, bijvoorbeeld de voorstellen over het Europees Comité voor systeemrisico’s en het Europees Systeem van financiële toezichthouders. We hebben nu meer dan ooit behoefte aan soepele coördinatie van markten en hedgefondsen en beter toezicht. We moeten ook onze internationale verplichtingen serieus blijven nakomen. Het belangrijkste is het terugwinnen van het vertrouwen van de bevolking en het herstel van het economisch zelfvertrouwen van onze landen. Dat kunnen we bereiken door te zorgen voor houdbare overheidsfinanciën op lange termijn, door de waarheid te spreken en door transparant te zijn in alles wat we doen.

 
  
  

Verslag-Cortés Lastra (A7-0129/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk. – (FR) Het verslag over de bijdrage van het cohesiebeleid aan de verwezenlijking van de Lissabon- en de Europa 2020-doelstellingen is van essentieel belang, in die zin dat het aantoont hoezeer dat beleid beslissend kan zijn voor de toekomst van de Unie. De structuurfondsen, die de Europese territoriale samenhang waarborgen en innovatie financieren, zijn bevorderlijk voor de ontwikkeling van initiatieven die groei in de regio’s genereren. Ik denk werkelijk dat het cohesiebeleid een essentieel instrument zal zijn voor het verwezenlijken van de EU 2020-doelstellingen, en daarom heb ik voor dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Mara Bizzotto (EFD), schriftelijk. − (IT) De problemen die altijd zijn benadrukt door de politieke, maatschappelijke en economische diversiteit van het Europese erfgoed, als onderdeel van een groot, maar nog steeds niet homogeen grondgebied, hebben vanaf de jaren tachtig geresulteerd in het ontwikkelen van het cohesiebeleid. Europa is cyclisch, met de overgang van de ene programmaperiode naar de andere, geconfronteerd met de noodzaak om zijn cohesiedoelstellingen te actualiseren. Dat heeft Europa gedaan door zich te vernieuwen, zowel op het gebied van middelen (waarbij de structuurfondsen de onontbeerlijke financiële basis zijn, zijn geweest en zullen blijven van elk EU-beleid waarmee naar het verhogen van de mate van interne cohesie wordt gestreefd) als op het gebied van doelen (waarbij de verschillende doelstellingen en afzonderlijke acties constant op één lijn zijn gebracht met de op dat moment geldende vereisten). Ik stem vóór het initiatiefverslag van de heer Cortés Lastra: de Europa 2020-strategie moet deel gaan uitmaken van de doelstellingen van het cohesiebeleid voor de periode 2007-2013, gesteund door de doelstelling van territoriale cohesie en door de concrete afstemming van de doelstellingen op lokaal niveau. Alleen op die manier kunnen we het risico vermijden dat de Europa 2020-strategie wordt gereduceerd tot een strategie waarbij de Eurocraten hun eigen loftrompet steken, zoals bij de Lissabonstrategie.

 
  
MPphoto
 
 

  Alain Cadec (PPE), schriftelijk. – (FR) De structuurfondsen spelen een vitale rol in de uitvoering van de EU 2020-strategie, in die zin dat zij een krachtig instrument zijn voor de economische ontwikkeling van alle Europese regio’s. Het verslag van de heer Cortés Lastra benadrukt terecht dat de Lissabonstrategie pas concrete resultaten heeft opgeleverd toen zij werd gekoppeld aan het cohesiebeleid. Ik ben het dan ook eens met de aanbevelingen van de rapporteur over de noodzaak om het bestuurssysteem in de EU 2020-strategie te verbeteren in vergelijking met de Lissabonstrategie. Het is essentieel om nauwere banden te creëren tussen de lokale en de regionale overheden en de actoren van het maatschappelijk middenveld in het kader van goed bestuur op verschillende niveaus. Verder ben ik het met de rapporteur eens als hij benadrukt hoe belangrijk het is om het gebruik van de structuurfondsen in de toekomstige regelgeving te vereenvoudigen. Uiteindelijk is eenvoud een van de sleutels tot doeltreffendheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Mário David (PPE), schriftelijk.(PT) Ik heb de in dit verslag opgenomen voorstellen gesteund. Ze zijn erop gericht het cohesiebeleid in te zetten bij het verwezenlijken van de doelstellingen van de 2020-strategie. Het Verdrag van Lissabon legt extra nadruk op de beginselen van sociale, economische en territoriale cohesie, en zonder deze solidariteitsclausule heeft de Europese Unie eigenlijk geen zin. Het cohesiebeleid is uiteindelijk bedoeld om de verschillen in ontwikkelingsniveau tussen de regio's en de achterstand van de achtergestelde, al dan niet ultraperifere regio's te verkleinen. Bij de uitvoering van de 2020-strategie – gericht op het bevorderen van groei, concurrentievermogen en werkgelegenheid – mogen we niet vergeten dat het cohesiebeleid een belangrijk instrument kan vormen voor het behalen van de in die strategie vastgelegde doelstellingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk.(PT) Het cohesiebeleid is uiteindelijk bedoeld om de verschillen tussen de ontwikkelingsniveaus van de verschillende regio's te verkleinen door middelen te bestemmen voor het bevorderen van groei en werkgelegenheid. De 2020-strategie bevat een opsomming van de belangrijkste uitdagingen voor Europa op vijf gebieden die van bijzonder strategisch belang worden geacht: i) werkgelegenheid; ii) innovatie en onderzoek; iii) klimaatverandering en energie; iv) onderwijs; v) het uitbannen van armoede. Het is een gedurfde en ambitieuze strategie, zoals ik overigens als eerder heb vermeld. Ik sluit me aan bij de stelling van de rapporteur dat we deze strategie moeten afstemmen op het toekomstige cohesiebeleid, en dat we moeten proberen de uitvoering ervan ook op regionaal en lokaal niveau te realiseren. Dat is iets wat we met de strategie van Lissabon verzuimd hebben te doen, terwijl het toch essentieel is voor de economische ontwikkeling en groei van de verschillende regio’s. Ik kom zelf uit een regio van Portugal waarvan de belangen en wensen vaak hebben moeten wijken voor de belangen van het machtscentrum. Ik heb dat al een aantal malen in het openbaar gezegd. Daarom geloof ik dat regionale invulling van de doelstellingen van de 2020-strategie beter kan zijn voor een evenwichtiger regionale ontwikkeling.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk.(PT) In het Europese ontwikkelingsproject kan nog veel gedaan worden aan de territoriale samenhang – de doorslaggevende factor bij het uitbannen van armoede en sociale uitsluiting – en het bevorderen van werkgelegenheid, duurzame ontwikkeling en sociale cohesie. Voor mij staat vast dat ’kleine en middelgrote ondernemingen een sleutelrol spelen bij het welslagen van de opbouw van Europa. Daarom ben ik het eens met de stellingen van dit verslag, waaronder het idee dat de regels voor toegang tot en het beheer van de beschikbare fondsen moeten worden vereenvoudigd om het gebruik ervan te stimuleren en doeltreffender te maken, waar dan ook in de EU. De regio’s voeren een derde van de overheidsinvesteringen in de EU uit en de uitgaven van de structuurfondsen zijn in steeds grotere mate gericht op doelstellingen die verband houden met groei en werkgelegenheid. Ik geloof dat het van cruciaal belang is dat de EU snel concrete maatregelen neemt “om tegemoet te komen aan de specifieke behoeften van regio's met ernstige en permanente fysische of demografische handicaps zoals kustgebieden, eilanden, berggebieden en grensoverschrijdende en ultraperifere regio's”. Ik herhaal verder dat “onderwijs en scholing fundamentele voorwaarden zijn, wil de EU zich verder ontwikkelen en concurrerender worden om de mondiale uitdagingen het hoofd te kunnen bieden”.

 
  
MPphoto
 
 

  João Ferreira (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) De rapporteur betreurt het dat verzuimd is in de 2020-strategie de balans op te maken van de resultaten van de van Lissabonstrategie. Wij zijn het daarmee eens. Dat de naar buiten toe uitgedragen doelstellingen van de Lissabonstrategie – economische groei, werkgelegenheid en sociale cohesie – niet bereikt zijn (de situatie is in tegendeel verergerd), is, zoals we steeds hebben gezegd, te wijten aan de instrumenten die zijn ingezet en aan de doelstellingen zelf. En dan hebben we het vooral over liberaliseringen en privatiseringen, en over de deregulering en flexibilisering van de arbeidswetgeving. De opties, instrumenten en doelstellingen van Lissabon zijn in de 2020-strategie overgenomen. In overeenstemming met die filosofie verdedigt de rapporteur het idee dat we “de vrije, open en goed functionerende markt” moeten voltooien. En het is nu juist die “vrije, open en goed functionerende markt” die geleid heeft tot meer armoede en sociale uitsluiting terwijl de territoriale samenhang is uitgehold. Daarom aanvaarden wij niet dat het cohesiebeleid op deze strategie wordt gebaseerd. Wij weigeren dat in verband met wat de doelstelling wel zou moeten zijn: het verkleinen van de verschillen in ontwikkelingsniveau tussen de diverse regio’s en het tot stand brengen van werkelijke economische, sociale en territoriale cohesie.

 
  
MPphoto
 
 

  Jarosław Kalinowski (PPE), schriftelijk. − (PL) Het hoofddoel van het cohesiebeleid is het streven naar een gelijk ontwikkelingsniveau in de regio’s van de EU. Dankzij de meerjarige programma’s en strategieën in het kader van dit beleid kunnen de verschillende regio’s en in het bijzonder de armste regio’s duurzame economische groei realiseren, hun concurrentievermogen verbeteren en banen scheppen. Meer dan de helft van de investeringen in de publieke sector vindt plaats op regionaal niveau. De regionale autoriteiten zijn dan ook de belangrijkste uitvoerders van de Lissabonstrategie en in de toekomst van de EU 2020-strategie. We moeten de uitvoering van projecten in het kader van het cohesiebeleid volledig steunen, daarbij in gedachten houdend dat de het vooral plattelandsgebieden zijn die het meest zullen profiteren. Het partnerschapbeginsel dat door de rapporteur bepleit wordt, maakt efficiënte informatievoorziening aan de burgers over de doelen en de resultaten van de ondernomen activiteiten mogelijk.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Naar het schijnt, komt het geld dat we voor probleemgebieden hebben bestemd uiteindelijk terecht in verhoudingsgewijs welvarende regio's. In de hele EU zijn er problemen met het subsidiebeleid. Enerzijds wordt er geld gestoken in dorpsvernieuwing om te voorkomen dat het plattelandsleven verdwijnt, anderzijds worden deze inspanningen gedwarsboomd door wetgeving op het gebied van privatisering en liberalisering.

Een levendige dorpskern heeft geen zin zolang het dorp zo goed als afgesneden is van het openbare wegennet en het postkantoor zijn deuren heeft moeten sluiten. Ik heb tegen het verslag gestemd omdat het onvoldoende aandacht besteedt aan de problemen van het cohesiebeleid.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk.(PT) Dit verslag is heel belangrijk, omdat het vastlegt op welke wijze er het beste het nodige verband kan worden gelegd tussen het cohesiebeleid en de 2020-strategie. We zijn nu aan het nadenken over het cohesiebeleid in de periode na 2013, en dan is het van belang dat we dit beleid gaan zien als een onmisbaar instrument voor het verwezenlijken van de 2020-strategie. Daarmee herhalen we dat het cohesiebeleid van fundamenteel belang is voor het verwezenlijken van het onderliggende beginsel van de gehele EU: integratie. Het cohesiebeleid is van doorslaggevende betekenis geweest bij het tot stand brengen van een beter evenwicht tussen de Europese regio’s. Dit beleid wordt zelfs gezien als de sleutel tot het doorstaan van de huidige crisis in de Europese Unie, en wel door het versterken van het eigen, Europese concurrentievermogen. Het is niet waarschijnlijk dat de EU-begroting zal worden verhoogd, en de begroting voor het cohesiebeleid (circa 45 procent van de totale begroting) staat onder sterke druk. Daarom is het nu zaak de doelstellingen van het cohesiebeleid en die van de 2020-strategie op elkaar af te stemmen, de cohesie te versterken en alle regio’s en alle burgers te helpen een positieve respons te formuleren op de uitdagingen waarmee de EU nu geconfronteerd wordt.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Het is jammer dat onze alternatieve resolutie over het cohesiebeleid en EU2020 is verworpen. Wij, De Groenen/Vrije Europese Alliantie, hebben dan ook besloten ons te onthouden van de eindstemming over het verslag-Cortés Lastra.

 
  
MPphoto
 
 

  Elisabeth Schroedter (Verts/ALE), schriftelijk.(DE) De rapporteur, de heer Cortés Lastra, heeft oorspronkelijk een zeer evenwichtig verslag overgelegd over de bijdrage van het cohesiebeleid aan de verwezenlijking van de EU2020-doelstellingen. De bedoeling was om de procedure van de eerste Commissie-Barroso voor het omvangrijke oormerken van het cohesiebeleid te corrigeren. Terecht werd in het verslag de vraag gesteld of het cohesiebeleid een instrument van de Lissabonstrategie respectievelijk de nieuwe Europa 2020-strategie is of dat dit beleid een autonome betekenis en waarde heeft. De rapporteur heeft beide aspecten met elkaar in evenwicht gebracht. Het is aan hem te danken dat de onafhankelijkheid van het cohesiebeleid weer een eigen stem heeft gekregen. Wij hebben zijn uitgangspunt gesteund. Helaas hebben de amendementen, die voornamelijk van de Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten) afkomstig zijn, de oorspronkelijke intentie van het verslag danig afgezwakt. Dat betreuren wij in de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie ten zeerste. Daarom hebben wij het verslag waar mogelijk in zijn oorspronkelijk versie als alternatieve ontwerpresolutie opnieuw aan de plenaire vergadering voorgelegd.

Helaas was daarvoor geen meerderheid te vinden. Dat bleek eigenlijk al na de stemming in de commissie. Wij wilden met deze alternatieve ontwerpresolutie echter duidelijk maken dat er in dit Parlement ook een minderheidsstandpunt bestaat op basis waarvan de regio’s meer rechten krijgen op een zelfstandige ontwikkeling dan op grond van het oormerkmodel van de huidige structuurfondsperiode mogelijk is.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Teixeira (PPE), schriftelijk.(PT) Het cohesiebeleid is van fundamenteel belang voor het verwezenlijken van de doelstellingen van de 2020-strategie: het verbeteren van onderwijs en opleiding, het bevorderen van onderzoek, het creëren van werkgelegenheid en het stimuleren van de economische groei. Met de Lissabonstrategie zijn de cohesiedoelstellingen niet gerealiseerd, onder andere omdat het Europees Parlement niet voldoende is geraadpleegd en de regionale en lokale autoriteiten niet in het proces zijn betrokken. Dit verslag wijst erop dat het cohesiebeleid in de toekomst een belangrijke bijdrage kan leveren aan het behalen van strategische doelstellingen. Het is dus van belang dat we regionale en lokale overheden en entiteiten gaan betrekken bij de doelstellingen van de 2020-strategie.

’De regio’s spelen een cruciale rol bij het bereiken van economische en sociale actoren, met name kleine en middelgrote ondernemingen. Alleen met een adequaat gefinancierd, horizontaal geformuleerd cohesiebeleid kunnen we de ontwikkeling en het concurrentievermogen van de Europese Unie bevorderen en onze Unie daardoor in staat stellen de mondiale uitdagingen aan te gaan. De regionale dimensie van Europa moet worden versterkt via een strategie die rekening houdt met de specifieke kenmerken van de verschillende regio’s of categorieën regio’s (zoals de ultraperifere regio’s). Om deze redenen meen ik dat het cohesiebeleid een essentieel instrument is voor het concretiseren van de doelstellingen van de 2020-strategie. Ik heb dus voor dit verslag gestemd.

 
  
  

Verslag-Peillon (A7-0133/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk. – (FR) De Unie voor het Middellandse Zeegebied (UMZ) is een geweldig project waarvoor een grote politieke betrokkenheid van het Europees Parlement vereist is. Ik heb voor dit verslag gestemd, omdat het de volgende drie ideeën bevat die bijzonder belangrijk zijn: 1) de nieuwe institutionele architectuur moet zo snel mogelijk zijn beslag krijgen om de Unie voor het Middellandse Zeegebied operationeel te maken; 2) adequate financiële middelen zijn van essentieel belang, wil de UMZ haar doelstellingen verwezenlijken en zo de zes grote strategische projecten ten uitvoer leggen (zuivering van de Middellandse Zee, vervoer, duurzame energie, onderwijs, KMO’s, burgerbescherming); 3) het welslagen van de Unie voor het Middellandse Zeegebied hangt af van de vraag of er oplossingen worden gevonden voor de regionale conflicten in het mediterrane bekken.

 
  
MPphoto
 
 

  Mara Bizzotto (EFD), schriftelijk. − (IT) De Unie voor het Middellandse Zeegebied is een ambitieus project dat enkele ongetwijfeld positieve kanten heeft, vooral wat betreft de toekomstige mogelijkheid om door middel van dit politieke en economische partnerschap te komen tot het verbeteren van de instrumenten voor het beheersen van de immigratie en voor het tegengaan van de stroom van illegale immigranten waarmee het Middellandse Zeegebied de laatste jaren te maken heeft gehad. Ook daarom kan Europa voordeel trekken uit het vooruitzicht op een forum voor dialoog met de mediterrane landen, die bijna allemaal doorvoerlanden zijn voor het grootste deel van de illegale immigranten die de zuidelijke kusten van het continent bereiken.

Natuurlijk moet de mogelijkheid tot dialoog die zal ontstaan niet worden gezien als instrument ter bevordering van de immigratiestromen, maar als instrument om illegaliteit te reguleren en tegen te gaan. Het is uiteindelijk de handel die, samen met een algehele pacificatie van het Midden-Oosten – waaraan de Unie voor het Middellandse Zeegebied met grote inzet een actieve bijdrage moet leveren – de maatschappelijke en economische groei zal bevorderen in de landen waar de immigranten vandaan komen. Als de Unie voor het Middellandse Zeegebied dus een solide politieke basis en duidelijke doelstellingen heeft, zal zij ons de mogelijkheid kunnen bieden om de mensen die tegenwoordig in groten getale de Zuid-Europese kusten proberen te bereiken, in hun eigen land te helpen. In de hoop dat er op de volgende topbijeenkomsten van de Unie voor het Middellandse Zeegebied meer gewicht wordt toegekend aan de migratiekwestie, stem ik vóór.

 
  
MPphoto
 
 

  Vito Bonsignore (PPE), schriftelijk. − (IT) Door vóór het verslag-Peillon te stemmen, hebben wij allemaal erkend dat het Middellandse Zeegebied van cruciaal belang is en dat, in een multipolaire wereld met wederzijdse afhankelijkheid, de grote regionale, samengevoegde gebieden, zoals het Middellandse Zeegebied, beter in staat zullen zijn om het hoofd te bieden aan uitdagingen op het gebied van maatschappij, cultuur, economie, milieu, demografie, politiek en veiligheid.

Het Middellandse Zeegebied omvat alle uitdagingen die cruciaal zijn voor de stabiliteit van de hele regio en die vragen om gezamenlijke en daadkrachtige actie.

Bij de volgende bijeenkomst in Barcelona zullen de Euro-mediterrane staatshoofden en regeringsleiders opnieuw samenkomen om de voortgang van de Unie voor het Middellandse Zeegebied te beoordelen.

Ik ben van mening dat er bij die gelegenheid drie politieke punten in aanmerking moeten worden genomen:

a) de traagheid waarmee verder wordt gewerkt aan de institutionele organisatie, die destijds in Parijs is vastgesteld, en het feit dat het niet gelukt is om de parlementaire dimensie die de Euro-mediterrane Parlementaire Vergadering biedt, zo goed mogelijk te benutten;

b) de ontoereikendheid van de financiële middelen en aangewende samenwerkingsverbanden; terwijl de vooruitgang en enorme concrete inzet van enkele van onze landen, waaronder Italië, wel wordt erkend, blijft de algehele impact van de Unie voor het Middellandse Zeegebied wat betreft de totstandbrenging van een economisch welvarend gebied zwak;

c) de moeite die het kost om kwesties zoals vrede, stabiliteit en veiligheid resoluut aan te pakken, wat een belangrijke vereiste is om de Unie voor het Middellandse Zeegebied te voorzien van een politieke dimensie en eensgezindheid.

 
  
MPphoto
 
 

  John Bufton (EFD), schriftelijk. (EN) Wij verzetten ons tegen de Unie voor het Middellandse Zeegebied. Deze zal massale immigratie op gang brengen uit arme Noord-Afrikaanse landen. Bovendien zal het voor Noord-Afrikaanse groepen van Al-Qaeda gemakkelijker worden om naar Europa te komen en terreuraanslagen uit te voeren. We merken ook op dat de EU Marokko een bevoorrechte economische status toekent, ondanks de gewelddadige bezetting van de Westelijke Sahara en de plundering van de rijkdommen aldaar.

 
  
MPphoto
 
 

  Nikolaos Chountis (GUE/NGL), schriftelijk. (EL) Als de samenwerking van de Europese landen met de andere Middellandse Zeelanden een echte hefboom moet zijn voor vrede en welvaart en voor de bevordering van de mensenrechten, moet deze zijn gegrondvest op de beginselen van een gelijkwaardige en wederzijds nuttige samenwerking in het belang van de volkeren van het gebied. Dan moet deze samenwerking bijdragen aan de oplossing van internationale en bilaterale problemen op grond van het Handvest van de Verenigde Naties en het internationaal recht, en dan moet in het bijzonder de klemtoon worden gelegd op de noodzaak van een billijke en duurzame oplossing van de conflicten in Palestina, de Westelijke Sahara en Cyprus. Helaas wordt daar in het verslag niet naar verwezen. Evenmin wordt gewag gemaakt van de onaanvaardbare omstandigheden waaronder duizenden zonder documenten reizende mensen worden vastgehouden op eilanden en in steden van het Middellandse Zeegebied, omstandigheden die een aanfluiting zijn voor onze menselijke waardigheid. Om echte samenwerking mogelijk te maken moeten in alle handelsovereenkomsten de procedures voor dialoog en wederzijds begrip worden versterkt en moet rekening worden gehouden met de asymmetrische verhoudingen in het gebied teneinde de gelijkheid van alle landen te kunnen waarbogen. Een dergelijke samenwerking moet de sociale en culturele uitwisseling bevorderen en versterken, en moet bijdragen aan de totstandkoming van gemeenschappelijke beleidsvormen en acties voor de bescherming van het milieu en de aanpak van de klimaatverandering.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Maria Corazza Bildt, Christofer Fjellner, Gunnar Hökmark en Anna Ibrisagic (PPE), schriftelijk. − (SV) Wij, de Zweedse Conservatieven, hebben vandaag tegen verslag A7-0133/2010 over de Unie voor het Middellandse Zeegebied (2009/2215(INI)) gestemd. Dat komt omdat wij niet kunnen instemmen dat de aanzienlijke verhoging van de bijdrage van de EU aan de projecten van de Unie voor het Middellandse Zeegebied in de nieuwe financiële vooruitzichten 2014-2020. Het is zeer belangrijk dat we een constructieve samenwerking hebben met de landen rond de Middellandse Zee op basis van de beginselen van gelijke behandeling, solidariteit, dialoog en respect voor de verschillen en eigenheid van elk land. Regionale samenwerking met de EU in de Unie voor het Middellandse Zeegebied mag echter niet in de plaats treden van integratie in de EU en lidmaatschap van de Europese Unie, zoals bepaalde krachten wensen. Bovendien is het essentieel dat de EU haar verantwoordelijkheid neemt en haar geloofwaardigheid behoudt en dus geen geld belooft voor diverse doeleinden zonder houdbare financiering.

 
  
MPphoto
 
 

  Mário David (PPE), schriftelijk.(PT) Op 13 juli 2008 is met de Verklaring van Parijs een Unie voor het Middellandse Zeegebied opgezet. Daarmee zou het aan die Verklaring voorafgaande Barcelonaproces een nieuwe impuls moeten hebben gekregen. In de Verklaring van Parijs wordt daar ook duidelijk naar verwezen: “het vernieuwen van de inspanningen om het Middellandse Zeegebied om te vormen tot een ruimte voor Vrede, Democratie, Samenwerking en Welvaart”. 2009 was voor de Europese Unie echter een jaar van grote veranderingen (Europese verkiezingen, aanwijzing van een Commissievoorzitter, inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon, bestrijding van de economische en financiële crisis, enzovoort). De tenuitvoerlegging van de Unie voor het Middellandse Zeegebied heeft als gevolg daarvan vertraging opgelopen. Ik geloof dat in dit verslag correct wordt aangegeven wat we nu moeten doen om de doelstellingen zoals die bij het opzetten van de Unie voor het Middellandse Zeegebied zijn vastgelegd te verwezenlijken. Ik ben daarom heel benieuwd naar de resultaten van de tweede top van staatshoofden en regeringsleiders, die op 7 juni in Barcelona zal worden gehouden. Het versterken van de mediterrane betrekkingen van de Unie is van cruciaal belang. Ik geloof dat alleen een politieke dialoog en een verbeterde samenwerking tussen de Unie en de overige landen van het Middellandse Zeegebied kunnen leiden tot de totstandbrenging van een duurzame ruimte voor vrijheid, rechtvaardigheid, vrede en welvaart.

 
  
MPphoto
 
 

  Proinsias De Rossa (S&D), schriftelijk. (EN) Ik heb dit verslag over de Unie voor het Middellandse Zeegebied gesteund. Europa en het Middellandse Zeegebied hebben veel grensoverschrijdende problemen gemeen die beter door middel van een regionaal integratieproces aangepakt kunnen worden, gebruikmakend van doeltreffende instellingen waarmee de beperkingen van bilaterale samenwerking overwonnen kunnen worden. Dergelijke problemen zijn des te nijpender als er een crisis is, en het is in het belang van de EU dat zij iets doet aan de toenemende ongelijkheden tussen de twee regio’s. Op die manier draagt zij bij aan een levensvatbare en veilige toekomst voor de bevolking van het Middellandse Zeegebied. De EU en de regeringen van de landen binnen de Unie voor het Middellandse Zeegebied moeten de oprichting van de instellingen vooropstellen en deze een samenhangende politieke strategie meegeven, met als blijvend kenmerk de bevordering van de democratie en de mensenrechten, met inbegrip van sociale rechten. Om die doelstellingen op een zinvolle manier te kunnen bevorderen, is het nodig vredesovereenkomsten tussen buurlanden in het Midden-Oosten te realiseren. Daarvoor is het nodig dat er een einde komt aan de Israëlische belegering van Gaza en het Israëlische nederzettingenbeleid, dat de Palestijnen zich gezamenlijk uitspreken tegen geweld en voor het programma inzake natievorming en dat wederzijds de grenzen van 1967 geëerbiedigd worden. Ik zal mij blijven verzetten tegen de opwaardering van de associatieovereenkomst tussen de EU en Israël zolang Israël zich niet houdt aan zijn verplichtingen op het gebied van de mensenrechten.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk.(PT) Ik heb voor dit verslag over de Unie voor het Middellandse Zeegebied gestemd, omdat daarin wordt gepleit voor een grotere betrokkenheid van het Europees Parlement bij de ontwikkeling van dit regionale initiatief. Het is van groot belang dat het Europees Parlement in staat wordt gesteld een bijdrage te leveren aan het slagen van de volgende maand in Barcelona te houden top. De resultaten van die top zullen voor de toekomst van de Unie voor het Middellandse Zeegebied – een Unie die de afgelopen twee jaar slechts moeizaam van de grond is gekomen – van doorslaggevend belang zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk.(PT) Een onbevooroordeelde waarnemer zou zeggen dat met het Europees-mediterraan partnerschap niet zoveel vorderingen zijn gemaakt als wenselijk, en dat er nog veel moet worden gedaan voordat dit partnerschap concrete vorm krijgt en iets inhoudelijks kan voortbrengen. Historisch gezien heeft de Middellandse Zee veeleer tot binding dan tot scheiding geleid. De culturen die rond deze zee zijn ontstaan vormden de kern van wat later de westerse beschaving zou worden. Culturen aan weerszijden hebben bijgedragen tot de vorming van identiteiten met duidelijke voorkeuren. Godsdienstoorlogen hebben echter een gracht gegraven waar vroeger een brug lag. Toch is die brug op een of andere wijze tot op heden blijven bestaan. Ik hoop nu dat de Europese Unie samen met haar partners concrete stappen zal ondernemen om een Europees-mediterraan partnerschap vorm te geven dat in staat zal zijn angst, verschillen en wantrouwen te overwinnen. Dit partnerschap moet op de toekomst gericht zijn. Beide zijden van deze zee, die eens de binnenzee van een krachtige beschaving was, zouden baat hebben bij een dergelijke evolutie.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk.(PT) Gelet op de precaire economische situatie in de zuidelijke landen dienen we aan het verdiepen van de betrekkingen met de mediterrane landen bijzonder belang te hechten. Ik geloof dat het zaak is dat we nu snel concrete en doeltreffende voortgang boeken bij het consolideren van de Unie voor het Middellandse Zeegebied. De verdere uitwerking van voornoemde betrekkingen wordt des te dringender als men bedenkt welke gevolgen de consolidatie van een ruimte voor vrede, culturele, economische, politieke en sociale ontwikkeling kan hebben. Ik wil intussen wel wijzen op kwesties die verband houden met de rechten van vrouwen, gendergelijkheid en discriminatie op grond van seksuele voorkeur – meer Europese invloed op deze gebieden zou wel eens kunnen bijdragen tot een gunstige ontwikkeling. Daar staat tegenover dat de mediterrane regio over een enorm potentieel voor hernieuwbare energie beschikt, een van die meerwaarden die voor de Europese Unie van belang kunnen zijn bij het concretiseren van het beleid op het gebied van energie-efficiëntie. Bovendien zou de handelsruimte van de EU worden uitgebreid tot een gebied met 800 miljoen inwoners.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) Wij zijn het volledig oneens met de ideeën die in dit verslag zijn opgenomen. Het is in wezen niets anders dan een poging om de economische overheersing van grote ondernemingen uit de EU uit te breiden tot de landen ten zuiden van de Middellandse Zee, controle te verkrijgen over natuurlijke hulpbronnen (in het bijzonder energiebronnen), het arbeidspotentieel van deze landen uit te buiten en repressie uit te oefenen ten aanzien van immigranten. Het is duidelijk dat de meerderheid van de afgevaardigden van het Europees Parlement nog steeds in een ivoren toren leeft en volstrekt ongevoelig blijft voor de gevolgen van de zogenaamde “vrijhandel”. Ze blijft aandringen op hetzelfde soort beleid en draagt zo bij tot het verergeren van de toestand. In Portugal zijn bijvoorbeeld 100 000 banen in de textielsector verdwenen als gevolg van de sluiting van duizenden bedrijven en de toenemende externe concurrentie.

Daarom eisen wij dat er nu snel een einde wordt gemaakt aan de steeds verder voorschrijdende liberalisering van de internationale handel. Die liberalisering heeft de verworvenheden van de arbeiders en de soevereiniteit van de volkeren aangetast, en er verder toe geleid dat grote multinationals zich meester hebben gemaakt van natuurlijke hulpbronnen en de biodiversiteit. En dat heeft dan weer geleid tot de vernietiging van het milieu, een toename van de werkloosheid, en het faillissement van miljoenen kleinschalige boerenbedrijven, waardoor ook de voedselsoevereiniteit en –veiligheid in gevaar worden gebracht. Wij eisen dat er economisch gelijkwaardige en rechtvaardige betrekkingen tot stand worden gebracht, ten dienste van de volkeren en landen aan beide zijden van de Middellandse Zee.

 
  
MPphoto
 
 

  Sylvie Guillaume (S&D), schriftelijk. – (FR) Ik heb het verslag van mijn Franse socialistische collega Vincent Peillon gesteund, omdat de Unie voor het Middellandse Zeegebied gericht is op het bevorderen van de Europees-mediterrane samenwerking door middel van concrete en strategische maatregelen voor Europa als geheel en voor het Middellandse Zeegebied. In feite is regionale integratie noodzakelijk voor het bevorderen van de vrede, een van de voornaamste kwesties waarom het gaat bij deze samenwerking, en daarom moet zij worden versterkt. Ik denk dat de Unie voor het Middellandse Zeegebied een uitstekend instrument is om met vaste hand te interveniëren in de aanhoudende conflicten in dit gebied en er misschien zelfs oplossingen voor aan te dragen. Ik hoop dat de komende top van Barcelona een succes wordt, dat de lidstaten echt een nieuwe impuls zullen geven aan de Unie voor het Middellandse Zeegebied en dat er, wanneer de oprichting van het secretariaat in Barcelona een feit is, in ieders belang gestalte kan worden gegeven aan een hele reeks projecten.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Mélenchon (GUE/NGL), schriftelijk. – (FR) Dit verslag heeft ongetwijfeld de verdienste dat wordt gewezen op de noodzaak om twee staten te erkennen, een Palestijnse staat en de staat Israël, die in vrede en veiligheid naast elkaar bestaan, en dat wordt gepleit voor de rechten van de vrouw en tegen discriminatie op grond van seksuele voorkeur. Daar houdt zijn verdienste echter op. Deze tekst is bovenal een geruststelling aan huidige en potentiële particuliere investeerders in de regio, zoals blijkt uit de vele waarschuwingen betreffende de vereiste bescherming en financiële veiligstelling van investeringen. De tekst ondersteunt ook het Barcelonaproces en de oprichting van een Europees-mediterrane vrijhandelszone die volkomen in strijd is met de regelgeving die de situatie vereist.

Ik stem tegen deze tekst. Ik denk dat de belangen van de bevolking van Europa en van het Middellandse Zeegebied altijd voorrang moeten krijgen boven die van financiers. Gekozen parlementsleden hebben de taak zich in te zetten voor het algemeen welzijn. Het is jammer dat degenen die deze tekst hebben opgesteld hiervan niet hun prioriteit gemaakt hebben.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk.(DE) De Unie voor het Middellandse Zeegebied wordt door een aantal mensen in Europa slechts gezien als een prestigeobject van individuele staatshoofden, maar persoonlijk vind ik een intensievere samenwerking tussen de landen die aan de Middellandse Zee grenzen absoluut een positieve ontwikkeling. Juist met het oog op de toenemende migratiestromen vanuit Afrika is coördinatie van de verschillende maatregelen als reactie op die tendens onontbeerlijk. De Unie voor het Middellandse Zeegebied biedt dankzij haar structuren een goede mogelijkheid om de effectiviteit van Frontex te ondersteunen. Zij biedt met name de mogelijkheid om de Afrikaanse landen bij projecten te betrekken teneinde de economische vluchtelingen aan te sporen in Afrika te blijven.

De verschillende projecten die voorzien zijn, zoals een intensievere uitwisseling van studenten of de talrijke economische programma’s om de handel tussen de EU en de Afrikaanse landen te stimuleren, zijn eveneens positief van aard. Die landen mogen echter niet onder druk worden gezet om met een vrijhandelszone in te stemmen omdat dan het grote risico bestaat dat hierdoor een enorme negatieve invloed wordt uitgeoefend op de lokale en regionale markten. Hoewel een aantal aspecten vanwege de genoemde argumenten niet op mijn volledige instemming kan rekenen, heeft het verslag over het algemeen een evenwichtig karakter en heb ik er dan ook mijn steun aan gegeven.

 
  
MPphoto
 
 

  Wojciech Michał Olejniczak (S&D), schriftelijk. (PL) Met het oog op een betere relatie van de Europese Unie met derde landen heb ik voor het verslag over de Unie voor het Middellandse Zeegebied gestemd. Teneinde de samenwerking te versterken is het noodzakelijk om het proces van Barcelona te steunen, dat de laatste tijd minder actief is geweest. De top in Barcelona van de landen van de Unie voor het Middellandse Zeegebied, die gepland staat op 7 juni 2010, is bij uitstek de gelegenheid om de huidige verklaringen in daden om te zetten. De Europese Unie kan het zich namelijk niet veroorloven om in deze regio, waarmee ze traditionele banden heeft, aan betekenis in te boeten. We moeten gebruikmaken van institutionele structuren zoals covoorzitterschap om maatregelen te intensiveren die leiden tot een grotere integratie van de samenlevingen en economieën aan weerszijden van de Middellandse Zee.

 
  
MPphoto
 
 

  Robert Rochefort (ALDE), schriftelijk. – (FR) De staatshoofden en regeringleiders aan beide zijden van de Middellandse Zee zullen bijeenkomen in Barcelona op 7 juni aanstaande. Het is van essentieel belang dat die bijeenkomst concrete vooruitgang oplevert – ik denk met name aan het op de rails zetten van de instellingen van de Unie voor de Middellandse Zee, maar ook aan vooruitgang op het gebied van economie en handel, werkgelegenheid en armoedebestrijding, landbouwkwesties, voedselveiligheid, water en plattelandsontwikkeling. Verder is het essentieel dat er meer middelen worden uitgetrokken voor de Unie voor het Middellandse Zeegebied, wat de belangrijkste uitdaging zal zijn bij de komende financiële onderhandelingen voor de periode 2014-2020.

In verband hiermee moeten we bedenken dat het mogelijk moet zijn om de Europese steun te combineren met particuliere fondsen en te coördineren met de middelen van de Europese Investeringsbank en investeringsfondsen zoals InfraMed. Daarnaast is het van essentieel belang dat de zuid-zuid-uitwisseling wordt versterkt en de Euro-mediterrane vrijhandelszone wordt ingesteld om de economische ontwikkeling en armoedebestrijding te bevorderen in de landen aan de zuidkust van de Middellandse Zee. Deze richtsnoeren worden duidelijk genoemd in de resolutie die is voorgelegd aan het Parlement, en daarom steun ik die.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) De amendementen van de GUE/NGL-Fractie waren geen van alle erg verrassend (we hebben ze verworpen), behalve het eerste deel van amendement 6 over de Westelijke Sahara.

Ik wil duidelijk laten weten dat ik voor amendement 6 gestemd heb, waarin de verantwoordelijkheid van Marokko voor de situatie met betrekking tot de schendingen van de mensenrechten in de Westelijke Sahara onderstreept wordt.

Ook het tweede deel van amendement 1, ingediend door Elmar Brok, waarin benadrukt wordt dat het nodig is meer geld beschikbaar te stellen voor de Unie voor het Middellandse Zeegebied, hebben wij verworpen.

Wij hebben voor het verslag als geheel gestemd (dat met een grote meerderheid aangenomen is).

 
  
  

Verslag-Kirilov (A7-0123/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  George Sabin Cutaş (S&D), schriftelijk. (RO) Ik heb voor de resolutie over de noodzaak van een EU-strategie voor de zuidelijke Kaukasus gestemd. De zuidelijke Kaukasus is van strategisch belang voor de Europese Unie. Tegelijkertijd kan en moet de Europese Unie deze zwaar beproefde regio helpen om zich economisch en commercieel te ontwikkelen. We kunnen het handelsbeleid gebruiken om respect voor de mensenrechten, energiezekerheid, democratie en goed bestuur te bevorderen. Ook in mijn hoedanigheid als zeg maar virtuele rapporteur voor mijn fractie met betrekking tot deze resolutie, dring ik aan op vrijhandelsovereenkomsten met Georgië, Armenië en Azerbeidzjan. Ik ben van mening dat dergelijke overeenkomsten de economische groei in de regio zullen stimuleren door het verhogen van de investeringen en het creëren van nieuwe banen. De armoede zal daardoor afnemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Mário David (PPE), schriftelijk.(PT) Ik ben het geheel eens met dit verslag. Ook ik geloof dat de EU, in aansluiting op de gezamenlijke verklaring van de Top van Praag inzake het Oosters Partnerschap, haar partnerschappen met oostelijk gelegen landen dient te versterken, zeker met de drie landen van de zuidelijke Kaukasus, via een duidelijke en goed omlijnde strategie. Het bewaren van de vrede, de stabiliteit van de grenzen en de oplossing van grensgeschillen, vooruitgang bij het democratiseringsproces en het instellen van een rechtsstaat, en de bevordering van regionale samenwerking – het zijn allemaal cruciale factoren voor de ontwikkeling van deze regio. Daarom geloof ik dat de EU bij haar optreden ook moet aandringen op duurzame ontwikkeling, gebaseerd op de beginselen van goed bestuur, absolute eerbiediging van de mensenrechten en een beleid van goed nabuurschap waarbij gestreefd wordt naar vreedzame coëxistentie van de drie genoemde landen en hun buurlanden. Ik wil in dit verband graag wijzen op de belangrijke rol van de Parlementaire Vergadering voor het Oostelijk Nabuurschap van de EU (Euronest). Bij het opstellen van overeenkomsten tussen de EU en deze landen dient beslist rekening te worden gehouden met de geostrategische betekenis ervan, zeker als het gaat om de levering en doorvoer van grondstoffen.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE).(PT) Het recente conflict tussen Rusland en Georgië (een land dat te kennen heeft gegeven tot de Europese Unie te willen toetreden en zich bereid heeft verklaard de waarden van die Unie te aanvaarden) toont aan hoe belangrijk het is dat we snel een strategie voor de zuidelijke Kaukasus ontwikkelen. Deze binnen de Russische invloedssfeer gelegen regio is in het verleden vaak het toneel van bloedige conflicten geweest, maar zet nu heel voorzichtig stappen in de richting van stabilisering. De conflicten kunnen er echter weer oplaaien, reden waarom we aan de ontwikkelingen in deze regio serieuze aandacht dienen te besteden. De gespannen verhoudingen tussen Armenië en Azerbeidzjan zijn hiervan een voorbeeld. Ik hoop dat de Europese Unie haar kennis over deze regio uitbreidt en zo een bijdrage kan leveren aan de vrede en vooruitgang van de volkeren van de zuidelijke Kaukasus en de verspreiding van vrijheid en democratie, de grondrechten en de rechtsstaat in dit gebied.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk.(PT) In de context van het uitbreidingsbeleid en de versterking van de politieke, culturele en handelsbetrekkingen tussen de Europese Unie en derde landen valt het strategische belang van de landen in de zuidelijke Kaukasus – Armenië, Azerbeidzjan en Georgië – meteen op. De Europese Unie kan en moet, gelet op de geostrategische positie van deze landen (ze hebben grenzen met machtige buren als Rusland, Iran en Turkije), invloed proberen uit te oefenen en trachten een samenwerkingskader op te zetten om zo op doorslaggevende wijze bij te dragen aan vrede en veiligheid in deze regio. Dat is immers een voorwaarde voor de economische, sociale en culturele ontwikkeling en de democratisering van deze regio tussen de Zwarte Zee en de Kaspische Zee. Het verdiepen van de betrekkingen met de bedoeling om deze landen uiteindelijk in de Europese Unie te integreren zal zeker bijdragen tot meer rechtvaardigheid, meer vrijheid en meer vooruitgang. In het verslag wordt gepleit voor het ontwerpen van een strategie voor de ontwikkeling van op de Europese Unie gerichte energiemarkten. Ook ik geloof dat dit heel belangrijk is.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) Ook dit verslag over een strategie van de EU voor de Kaukasus draagt bij tot de verspreiding van een wel erg beperkte visie op het conflict tussen Rusland en Georgië. Het beperkt zich vooral tot de territoriale en soevereiniteitsaanspraken van laatstgenoemd land op Zuid-Ossetië en Abchazië, en dat alles met de bedoeling om de economische en geopolitieke belangen van de EU in deze regio te verdoezelen.

Zoals in het verslag zelf wordt vermeld, gaat het erom dat deze drie landen in de Kaukasus van groot belang zijn voor de “energiedoorvoer” en de “energievoorziening van de EU” (waarvan de EU heel sterk afhankelijk is). Het is de bedoeling om de economieën van deze landen aantrekkelijker te maken voor buitenlandse investeerders via “vrijhandelsovereenkomsten”.

Tegen die achtergrond moet men de impliciete steun voor het hervatten van de wapenwedloop en de militarisering van deze regio zien. De EU mengt zich daarmee in de machtsstrijd tussen de VS, de NAVO en Rusland. De meerderheid van het EP is bij deze hypocrisie betrokken: het Parlement roept zich uit tot de beschermer van de soevereiniteit en de territoriale integriteit van staten als het om Georgië gaat, maar we bevorderen en steunen wel het afscheidingsproces waarmee Kosovo zich van Servië losmaakt.

 
  
MPphoto
 
 

  Jaromír Kohlíček (GUE/NGL), schriftelijk. (CS) De zuidelijke Kaukasus is een uitermate interessant gebied waarover al twee eeuwen lang volop gediscussieerd wordt in Europa. Gedurende al die tijd hebben ook de belangen van Rusland, Iran en Turkije in dit gebied om de voorrang gestreden. Het onstuimige reliëf van het landschap en de rijke geschiedenis doen een enorme complexiteit vermoeden op etnisch en religieus vlak. Onlangs heeft ook de Europese Unie deze regio ontdekt. Het is werkelijk ontroerend hoe mevrouw Tagliavini op basis van haar onderhandelingen in Georgië nu een perfecte kennis heeft van het gebied als geheel, met inbegrip van alle historische en actuele achtergronden. Echt, petje af! Prachtig ook dat de auteurs van het verslag over de noodzaak tot uitwerking van een nieuwe EU-strategie voor de zuidelijke Kaukasus een organisatie als de OVSE ontdekt hebben. Alleen toch wel jammer dat hun de betrekkingen van de landen in dit gebied met Iran ontgaan lijken te zijn en ook dat ze net even de specifieke ambities van Turkije in deze regio gemist hebben. Bovendien hebben de auteurs ook nog eens de glorieuze onafhankelijkheidsverklaring van de staat Kosovo over het hoofd gezien en hun onverhulde uitvallen naar Rusland en hun weigering om de verkiezingen van de lokale organen in Abchazië en Zuid-Ossetië te erkennen wordt treffend geïllustreerd met de formulering “de facto-autoriteiten van de bezette gebieden”. Dit doet me allemaal sterk denken aan de conclusies van de missie van een zekere lord Runcinman naar het vooroorlogse Tsjechoslowakije. Maar goed, ik heb desalniettemin goede hoop dat we de kennis van mijn geachte collega's over dit deel van Europa binnen afzienbare tijd zullen weten op te krikken en dat de volgende resolutie over dit gebied iets beter in elkaar zal zitten. De GUE/NGL-fractie onthoudt zich om bovengenoemde redenen bij de eindstemming over de resolutie van stemming.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk.(DE) Het onderhavige verslag over een EU-strategie is helaas niet evenwichtig. Daar heb ik ook al in de Commissie buitenlandse zaken op gewezen. In die commissie is weliswaar een aantal van mijn amendementen overgenomen, maar niettemin gaat het verslag in de verkeerde richting. Er wordt bijvoorbeeld geen neutrale en evenwichtige houding aangenomen in de kwestie-Georgië. In plaats daarvan worden de formuleringen van het buitenlandse beleid van de VS overgenomen, die gericht zijn op het verzwakken en isoleren van Rusland. Ook met het oog op de betrekkingen met Armenië, met name wat de situatie in Nagorno-Karabach betreft, wijkt de EU van het standpunt af dat zij tot nu toe heeft ingenomen. Dat is volledig onbegrijpelijk en moet dan ook van de hand worden gewezen. De rapporteur heeft klaarblijkelijk nog nooit een bezoek ter plaatse gebracht en kan zich daarom ook geen eigen beeld van de situatie vormen. Dat zijn de redenen waarom ik tegen het verslag-Kirilov heb gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Rareş-Lucian Niculescu (PPE), schriftelijk. (RO) Ik heb tegen amendement 7 gestemd, omdat daarmee een essentieel onderdeel uit het verslag wordt geschrapt, waarin het Parlement Rusland oproept om de soevereiniteit en de territoriale integriteit van de Georgië en de onschendbaarheid van zijn internationaal erkende grenzen te respecteren. Het is ook een veroordeling van de erkenning door de Russische Federatie van de onafhankelijkheid van de Georgische separatistische regio’s Zuid-Ossetië en Abchazië als strijdig met het internationaal recht. Een ferm standpunt zal precedentwerking voor de toekomst helpen voorkomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Ik ben blij dat al onze wensen in de Commissie buitenlandse zaken zijn overgenomen en dat alle door S&D, EPP en Groenen ingediende correcties aangenomen zijn. De eindstemming, met een positief resultaat, was voor ons heel eenvoudig.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid