Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Debatten
Dinsdag 7 september 2010 - Straatsburg Uitgave PB

12. Humanitaire situatie na de overstromingen in Pakistan (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is de verklaring van de Commissie over de humanitaire situatie na de overstromingen in Pakistan.

 
  
MPphoto
 

  Kristalina Georgieva, lid van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik dank u dat u Pakistan op de agenda hebt gezet. Maar ik dank vooral het Parlement voor zijn actieve bijdrage aan de EU-respons tot op heden door zeer nuttige bijeenkomsten op commissieniveau te organiseren en voor het feit dat u van de zomer zo snel, binnen een dag zelfs, uw controlerecht hebt uitgeoefend. Dat heeft ons in staat gesteld om snel financieringsbesluiten te nemen zodat er snel hulp kon worden geboden.

Ik wil vandaag verslag doen van de indrukken die ik heb opgedaan tijdens mijn recente missie naar Pakistan, vaststellen wat de volgende stappen zullen zijn en afsluiten met enkele conclusies waaruit de Europese Unie lering kan trekken.

Om te beginnen mijn indrukken van Pakistan. Deze werden overheerst door het gegeven dat dit een ongelooflijk ingewikkelde situatie is, in feite twee rampen in één.

In het noorden bevinden zich drie miljoen binnenlandse ontheemden en vluchtelingen, die eerder gevlucht waren voor gewapende conflicten om vervolgens te moeten toezien hoe hun kampen en pas gebouwde huizen werden weggespoeld en hun nieuwe leven werd verwoest. Stroomafwaarts, in de vruchtbare vlakten van Zuid-Pakistan, zijn plattelandsgemeenschappen niet alleen hun huis kwijt, maar ook hun middel van bestaan en een groot deel van de Pakistaanse economie waarvan het land afhankelijk is.

Sinds ik de kwestie heb doorgenomen met het ontwikkelingscomité, zijn de getallen die de gevolgen van deze ramp uitdrukken, nog verder gestegen. Alles bij elkaar zijn meer dan twintig miljoen Pakistanen getroffen door de overstromingen in het hele land. Meer dan twaalf miljoen mensen hebben meteen hulp nodig.

(De Voorzitter vraagt enkele leden van het Parlement om rustig te zijn).

Ik weet dat de hiervoor aan de order gestelde kwestie van groot belang is voor de Europese waarden. Dat geldt ook voor de kwestie waar ik nu bij stilsta. Ik dank u derhalve.

In termen van aantallen spraken we nog maar een week gelden over ongeveer acht miljoen mensen die onmiddellijk hulp nodig hadden. De aantallen zijn inmiddels bijgesteld tot twaalf miljoen. Meer dan 1,8 miljoen huizen zijn verwoest of beschadigd; dit getal stond eerst op 1,2 miljoen. Meer dan 3,4 miljoen hectare landbouwgrond staat onder water. Er zijn meldingen van diarree en cholera. Onder deze omstandigheden richten wij onze hulp op wat duidelijk de eerste prioriteiten zijn: voedsel, drinkwater, sanitaire voorzieningen, medische hulp en onderdak. Bij een ramp van een dergelijke omvang is grootschalige internationale noodhulp noodzakelijk. Dat brengt me meteen bij het volgende punt. Wat heeft de EU al gedaan en wat gaan we nu doen?

Onze humanitaire respons is aanzienlijk geweest. De EU, dat wil zeggen de lidstaten en de Commissie, hebben tot nu toe in totaal 231 miljoen euro bijgedragen voor directe noodhulp, 70 miljoen euro van de Commissie en de resterende 161 miljoen euro van de lidstaten. Twaalf lidstaten hebben ook hulp in natura gemobiliseerd via het communautaire mechanisme voor civiele bescherming. Hierdoor zijn wij de grootste donor. Onze bijdrage moet worden afgezet tegen de oproep van de VN voor 460 miljoen dollar voor directe noodhulp, maar ik benadruk dat deze oproep naar boven toe zal worden bijgesteld en er komt waarschijnlijk binnen een week een nieuw verzoek van de VN.

Wij waren ook snel met onze hulp. Op 30 juli werd duidelijk dat de overstromingen verwoestend zouden zijn en ons eerste financiële besluit voor 30 miljoen euro werd de volgende dag, op 31 juli, genomen.

Nadat wij een verzoek van de Pakistaanse autoriteiten hadden ontvangen, activeerden wij op 6 augustus meteen het Europese mechanisme voor civiele bescherming en stuurden we een team van 18 deskundigen om onze hulp samen met de VN en de Pakistaanse autoriteiten te coördineren zodat deze zo effectief mogelijk zou kunnen worden ingezet.

Dit is de eerste keer dat lidstaten met behulp van de capaciteit voor civiel strategisch luchttransport in coördinatie met de militaire staf van de EU hulp in natura hebben geleverd. Hierdoor zijn we in staat de zeer noodzakelijke waterzuiveringsinstallaties, mobiele hospitalen, geneesmiddelen, onderdak en tenten te leveren. Maar ik zal niet verhullen dat er, ondanks deze enorme inspanning, nog grote uitdagingen voor ons liggen.

Ik zal vier belangrijke uitdagingen naar voren halen. Ten eerste is de humanitaire crisis nog lang niet voorbij. Misschien moet de piek van de crisis nog komen. We weten van humanitaire hulpverleners dat ze aan het eind van de maand september naar verwachting zes van de twaalf miljoen mensen die hulp nodig hebben, zullen hebben bereikt. In zekere zin breidt de crisis zich dus zo snel uit dat de hulp die wordt gemobiliseerd, het tempo niet kan bijhouden. De situatie wordt mogelijk eerst nog slechter voordat ze verbetert, vooral in termen van epidemieën.

Ten tweede is het van cruciaal belang dat we ons, bij onze pogingen om zoveel mogelijk mensen te bereiken, vooral richten op de meest kwetsbaren. Dat zijn onder andere arme gemeenschappen, vrouwen, met name gezinnen met een vrouw aan het hoofd, kinderen, ouderen en gehandicapten, omdat zij waarschijnlijk buiten de boot vallen als daar geen specifieke aandacht voor is. Dit is dus precies wat de Commissie, in samenwerking met onze 26 partners, van plan is.

Ten derde is snelle hulpverlening niet alleen een kwestie van mensenlevens redden. Het gaat ook om het behoud van de stabiliteit van een land dat te maken heeft met grote uitdagingen op het gebied van de veiligheid. Wanhoop kan heel eenvoudig ontaarden in ontevredenheid onder de burgers en daarom moeten we deze mensen beslist zo snel mogelijk en zoveel mogelijk proberen te helpen.

Ten vierde: het is heel belangrijk om vandaag levens te redden, toch moeten we ook nu al aan herstel denken. In termen van vroegtijdig herstel liggen er twee zeer belangrijke taken. Om te zorgen voor herstel van de landbouw als het water terugwijkt, moeten we gereed staan met gereedschap en zaden en met hulp voor boeren, zodat ze het plantseizoen kunnen inlopen. Tevens is het noodzakelijk dat er wordt gewerkt aan het herstel van de essentiële infrastructuur die boeren verbindt met de markten en ons in staat stelt afgelegen gemeenschappen te bereiken.

Op de lange termijn staat het land onmiskenbaar voor een grote uitdaging als het gaat om herstel. Momenteel wordt onder leiding van de Wereldbank en de Aziatische Ontwikkelingsbank samen met de Commissie en de UNDP een beoordeling uitgevoerd om te bepalen wat op de lange termijn nodig is voor het herstel. We werken voortdurend zeer nauw samen met hoge vertegenwoordiger en vicevoorzitter Ashton, commissaris Piebalgs en commissaris De Gucht zodat de Europese Unie met een alomvattend en holistisch voorstel kan komen over de wijze waarop we de ontwikkeling van het land kunnen steunen.

Pakistan zal op de agenda staan tijdens de eerstvolgende Gymnich-bijeenkomst en bij de vergadering van de Vrienden van democratisch Pakistan in Brussel op 14 en 15 oktober.

Er zijn lessen te leren voor de EU. Ik zie er drie. Ten eerste herinneren de overstromingen in Pakistan ons er voor de zoveelste keer aan dat de klimaatverandering vergaande gevolgen heeft. Als we kijken naar de prijs die hiervoor wordt betaald, is het van groot belang dat we werken aan een goede paraatheid bij rampen en moet de wederopbouw van een zeer kwetsbaar land dat verwoest is door een ramp, erop gericht zijn het land beter te wapenen tegen de gevolgen van klimaatverandering.

Ik hanteer een behoedzame benadering en kan niet zonder meer stellen dat deze overstromingen het gevolg van klimaatverandering zijn. Ik weet echter wel dat volgens de wetenschappelijke opvatting de toegenomen frequentie en intensiteit van rampen duidelijk het gevolg zijn van klimaatverandering. Ten tweede: in een jaar waarin er een aardbeving was in Haïti, langdurige droogte in de Sahel, een conflict in Sudan en nu overstromingen van grote proporties in Pakistan, is onze budgettaire positie opnieuw zwak, aangezien onze eigen begroting en de reserve voor noodhulp bijna uitgeput zijn. En het is nog maar begin september.

Vanwege de opwaartse trend in het aantal rampen en de omvang ervan ontstaat er een steeds groter wordend gat in onze begroting voor humanitaire hulp. Daar moeten we rekening mee houden bij de voorbereiding van het volgende Financieel Perspectief zodat we onze middelen kunnen afstemmen op de wil van onze burgers om mensen in nood te helpen.

Mijn derde punt is dat de EU al sinds het begin van de crisis in de vuurlinie staat en toch schonken de media in het begin weinig aandacht aan onze aanwezigheid. We moeten ons derhalve niet alleen sterk richten op het verbeteren van de efficiëntie van communautaire instrumenten waarmee op rampen kan worden gereageerd maar ook de zichtbaarheid ervan, zoals vanochtend in de zitting die u met voorzitter Barroso had, werd aangegeven. We komen volgende maand met een voorstel.

Tot slot kan ik met trots namens onze burgers zeggen dat Pakistan heeft aangetoond dat de solidariteit van de EU niet blijft bij woorden alleen; er worden ook daden verricht. Daar mogen we trots op zijn, omdat we door ons werk niet alleen levens redden maar ook de beginselen en waarden hooghouden die de kern van het Europese project raken.

 
  
  

VOORZITTER: RODI KRATSA-TSAGAROPOULOU
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Filip Kaczmarek, namens de PPE-Fractie. – (PL) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw Georgieva, de overstromingen in Pakistan zijn een bijzonder ernstige humanitaire ramp. Tientallen miljoenen mensen zijn geraakt door de gevolgen. We moeten elkaar niet de loef afsteken met het noemen van aantallen slachtoffers en het vergelijken van leed. Ik zal deze ramp dan ook niet vergelijken met andere. Het is een enorme tragedie. Ik wil mevrouw Georgieva bedanken voor de snelle en adequate maatregelen van de Europese Commissie. Het is jammer dat het niet gelukt is om tijdens het zomerreces een buitengewone vergadering van de Commissie ontwikkelingssamenwerking van het Europees Parlement bijeen te roepen. We mogen echter trots op zijn op het feit dat de Europese Unie snel en solidair heeft gereageerd. Laten we echter niet vergeten dat miljoenen mensen nog steeds hulp, steun en samenwerking nodig hebben. Naast noodhulp, landbouw en transport zijn de prioriteiten van mevrouw Georgieva daadwerkelijk cruciaal. Als het niet lukt om de Pakistaanse landbouw te redden, dan voltrekt zich daar volgend jaar de volgende humanitaire ramp - hongersnood. De overstromingen kunnen paradoxaal genoeg ook positieve effecten opleveren. Extremistische activiteiten worden bijvoorbeeld bemoeilijkt en het vluchtelingenprobleem is eenvoudiger op te lossen.

Ik ben blij dat u van plan bent om met initiatieven te komen die erop gericht zijn om onze instrumenten om op humanitaire rampen te reageren effectiever te maken. Het verheugt mij ook dat het Belgisch voorzitterschap bereid is om die initiatieven prioriteit te maken van hun voorzitterschap. Het Europees Parlement zal dergelijke initiatieven zeker steunen.

 
  
MPphoto
 

  Véronique De Keyser, namens de S&D-Fractie. (FR) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw de commissaris, ten eerste wil ik u complimenteren met uw inzet. U hebt uw taak zeker naar tevredenheid volbracht.

Maar er is nog zo veel te doen en er gaapt een kloof tussen Pakistan en de publieke opinie. Het beeld is vertroebeld, mensen willen geen geld doneren en dat is een echt probleem. De zaal is vrijwel leeg vandaag en soms krijg ik te horen: “O, in Pakistan is er niets meer aan de hand, het water is aan het zakken.” Ja, het water is inderdaad aan het zakken, maar we hebben wel te maken met een van de grootste rampen, die van dezelfde omvang is als de tsunami.

Mijn aandacht richt zich op twee punten. Ten eerste moeten onze mechanismen voor snel optreden worden verbeterd. U hebt gedaan wat in uw macht lag, taken en maatregelen gecoördineerd, met de financiële middelen die u tot uw beschikking had. Dat is absoluut geen kritiek. Maar ik denk dat Europa zijn mechanismen voor snel optreden moet versterken, zoals het Belgische B-Fast, en ik roep het Belgische voorzitterschap op om hieraan in overleg met de Commissie invulling te geven.

Het tweede punt is het probleem van de vrouwen. Mevrouw de commissaris, ik heb het al eerder gezegd: zij worden in conflicten en rampen vaak vergeten. We weten welk lot de Pakistaanse vrouw ondergaat. We weten dat er nu, op het moment dat ik dit zeg, 300.000 vrouwen in de komende weken moeten bevallen. We weten dat 30.000 van deze hoogzwangere vrouwen een chirurgische ingreep zullen moeten ondergaan en ik smeek en zeg u daarom: “Onderneem gerichte actie voor dit probleem.”

Er zijn lokale organisaties die ter plaatse vrijwel overal kunnen komen. Een aantal daarvan is bijvoorbeeld aangesloten bij de Internationale Federatie voor Ouderschapsplanning. Sluit lokale overeenkomsten en houd ons daarvan op de hoogte. Mevrouw de commissaris, wij zullen u niet ter verantwoording roepen, maar willen wel weten hoe het deze vrouwen is vergaan. Ik hoop dat u ons dat zult kunnen vertellen.

 
  
MPphoto
 

  Charles Goerens, namens de ALDE-Fractie. – (FR) Mevrouw de Voorzitter, het grootste meer ter wereld bevindt zich momenteel in Pakistan, om de woorden van de verantwoordelijke van Oxfam voor dit land te gebruiken.

Gezien het leed en de ellende die deze ongekend grote overstromingen veroorzaken, kunnen we nu al spreken over een oceaan van problemen, nood, leed en wanhoop.

Wij moeten allemaal onze verantwoordelijkheid nemen. Waarom?

Allereerst omdat de twintig miljoen directe slachtoffers van deze ramp er niet alleen uit kunnen komen. Daarnaast hebben wij als Europese Unie, maar ook al lidstaten onze verantwoordelijkheid te nemen, wat op hetzelfde neerkomt. Nu het Verdrag van Lissabon in werking is getreden, moeten wij dit kunstmatige onderscheid laten varen, want het is volledig overbodig geworden.

Europa neemt natuurlijk zijn verantwoordelijkheid en daarvan toont u het voorbeeld, mevrouw de commissaris. Europa doet het zelfs voorbeeldig. Is de Europese Unie doorgaans niet de eerste die middelen vrijmaakt om humanitaire acties op touw te zetten? Anderen zouden hieraan een voorbeeld kunnen nemen en hun bijdrage aan Pakistan kunnen verhogen, zodat het land uit de ellende kan worden getrokken waartoe deze overstromingen zullen leiden. Ik denk met name aan staten die over miljarden beschikken en de rijke olielanden in dit gebied.

Zijn wij Europeanen dan perfect? Nee. Ik denk zelfs dat wij het beter zouden kunnen doen zonder per se meer te hoeven uitgeven. Allereerst is er het verslag van de heer Barnier, waarin wordt voorgestaan de middelen en instrumenten van de 27 lidstaten bij rampen te delen en gezamenlijk in te zetten. Waar wachten we nog op om de conclusies van dit verslag eindelijk ten uitvoer te leggen?

Dan is er het gebrek aan zichtbaarheid van de Europese Unie. Dat is niet het belangrijkste punt, maar er moet wel iets aan worden gedaan, niet om onze edelmoedigheid flink ten toon te spreiden of op te scheppen over ons kunnen. Het gaat erom dat de Unie alles in het werk stelt om zich te profileren op de terreinen waarin zij het beste is. Zij moet zich zichtbaar opstellen als de grootste humanitaire hulpverlener in de wereld en uitblinken in haar echte roeping, namelijk een echte vredesmacht worden.

 
  
MPphoto
 

  Jean Lambert, namens de Verts/ALE-Fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, zoals al is opgemerkt, zijn de gebeurtenissen die momenteel in Pakistan plaatsvinden, een echte tragedie en er zullen de komende tijd langetermijntoezeggingen aan de bevolking van Pakistan en zijn democratisch gekozen regering moeten worden gedaan.

Ik ben blij met de reactie van de commissaris en haar langeretermijnperspectief, waaronder niet in de laatste plaats de link met klimaatbestendigheid. Ik deel de bezorgdheid die ze heeft uitgesproken over de financiering van dergelijke rampen op de lange termijn. Ik denk dat wij er allemaal op aandringen dat de internationale gemeenschap haar reactie uitbreidt. We zouden zeker graag zien dat India zijn bijdrage aan het VN-fonds verhoogt, omdat daar een belangrijk politiek signaal van uitgaat.

Wij zijn van mening dat de internationale gemeenschap verder kan gaan. Ze zou meer eigen geld van Pakistan kunnen vrijgeven door maatregelen te nemen ter verlichting van de internationale schuld van Pakistan, die voor een groot deel tijdens militaire regimes is opgebouwd. In 2008 heeft Pakistan drie miljard dollar besteed aan het aflossen van zijn schulden: hierbij valt de internationale hulp in het niet. Frankrijk en Duitsland zijn belangrijke bilaterale donoren. Ik denk dat we ons zorgen moeten maken over de aflossingsvoorwaarden die geboden worden voor de leningen die momenteel worden voorgesteld.

Ik ben ook van mening dat het van belang is dat er een vergelijkbare respons komt vanuit Pakistan zelf, niet in de laatste plaats van de rijke grondbezitters die bijvoorbeeld de pacht zouden kunnen verlagen voor arme pachtboeren die de komende tijd niet in staat zullen zijn om de pacht te betalen.

 
  
MPphoto
 

  Sajjad Karim, namens de ECR-Fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, ten eerste verwelkom ik de opmerkingen die de commissaris in de commissie en ook hier vandaag heeft gemaakt. Onze respons – onder leiding van de commissaris – is inderdaad prijzenswaardig, zowel op EU-niveau als van de op bilaterale basis handelende lidstaten. Het Verenigd Koninkrijk heeft beslist al het mogelijke gedaan.

Het is zeer bedroevend om te zien dat, terwijl de bevolking van Pakistan met deze catastrofe werd geconfronteerd, hun president met volle teugen genoot van al het goede dat Europa te bieden had. Terwijl hij daarmee bezig was, begonnen wij hulp te mobiliseren en stonden wij zij aan zij met de bevolking van Pakistan. Ik ben er zeer trots op dat we dat hebben gedaan.

Toen de civiele infrastructuur afbrokkelde, moest het leger in actie komen. Het feit dat we alles in het werk hebben gesteld om de benodigde noodhulp te bieden is zeer prijzenswaardig. Maar terwijl we hier vandaag bij elkaar zijn, neemt de nood nog steeds toe. We doen ondertussen wat we kunnen, maar we moeten onze respons voor de middellange tot lange termijn nu wel gaan plannen.

De ongekende omvang van de overstromingen staat garant voor een ongekende internationale respons. We moeten een aanvang maken met de wederopbouw van Pakistan, maar we moeten op zodanige wijze te werk gaan dat de bevolking van Pakistan ziet wat er gebeurt, want anders zijn de gevolgen mogelijk niet te overzien. We hebben een ontwikkelingsagenda, maar we moeten daar ook een handelsgerelateerde agenda aan koppelen om de bevolking van Pakistan in staat te stellen zelf ook aan de wederopbouw van haar land te werken.

Collega’s, wat ik eigenlijk wil is dat we ambitieus zijn en een EU-plan opstellen – net zoiets als het Marshallplan dat heeft bijgedragen aan de wederopbouw van delen van Europa. Zoiets hebben we nodig. We hebben het over een uitdaging van een dergelijke omvang. Laten we die uitdaging aangaan.

 
  
MPphoto
 

  Michèle Striffler (PPE). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw de commissaris, geachte collega’s, de humanitaire situatie in Pakistan is dramatisch en erger dan de tsunami die Azië destijds heeft getroffen.

Ik ben opgetogen over het besluit van de Commissie om in totaal 70 miljoen euro aan humanitaire hulp te verstrekken aan de slachtoffers van de overstromingen en ik ben verheugd over het snelle optreden van mevrouw Georgieva, die opnieuw onmiddellijk in actie is gekomen.

Een van de grootste problemen is dat de slachtoffers moeilijk bereikbaar zijn. Infrastructuur is verwoest, de slachtoffers zijn omringd door water en de veiligheidssituatie is zeer instabiel. Het is van levensbelang dat de humanitaire beginselen van onpartijdigheid, neutraliteit, onafhankelijkheid en menselijkheid bij de hulpverlening in acht worden genomen. Zij mag alleen uitgaan van de behoefte van de bevolking.

De instrumenten voor rampenbestrijding van de Europese Unie hebben weliswaar goed gewerkt, maar uit de crisis in Pakistan is opnieuw gebleken dat er doeltreffender moet worden opgetreden. Hulp moet sneller worden verleend, beter worden afgestemd en zichtbaarder zijn. Eens te meer is de les van deze ramp dat er een Europese capaciteit moet zijn die snel in actie kan komen. Ik dring daarom nogmaals aan op de oprichting van een Europese noodhulpmacht voor civiele bescherming.

Mevrouw de commissaris, in november komt u met een mededeling inzake de versterking van de capaciteit voor optreden bij rampen door de Europese Unie, die zal worden gevolgd door wetsvoorstellen. Daarmee hebt u dus de mogelijkheid om ambitieuze oplossingen voor te stellen en ik ben ervan overtuigd dat u dat ook zult doen.

 
  
MPphoto
 

  Thijs Berman (S&D). - Mevrouw de Voorzitter, de EU neemt ruimschoots haar deel van de hulpgelden op zich, maar die toezeggingen, 230 miljoen euro van EU en lidstaten, moeten nu wel worden waargemaakt. Pakistan mag niet het slachtoffer worden van een onuitgesproken wantrouwen. Humanitaire hulp is een plicht, los van politiek, zonder discriminatie. De EU is een van de belangrijkste donoren. Het is daarom van essentieel belang dat juist wij onze inspanningen goed coördineren. Vraag aan commissaris Georgieva: waar kan onze coördinatie beter? Wat is daarvoor nodig? Wat hebt u daarvoor nodig?

De bevolking moet toegang krijgen en houden tot schoon drinkwater, medische zorg en voedsel. Zolang de dreiging van nieuwe overstromingen blijft, is de opbouw van de getroffen gebieden lastig. Zodra dat mogelijk is, moet de internationale gemeenschap de Pakistaanse overheid en de bevolking bijstaan om ook de gevolgen van deze ramp op de lange termijn te verzachten en als dat om meer budget vraagt, moeten wij de ruimte daarvoor vinden.

 
  
MPphoto
 

  Louis Michel (ALDE). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw de commissaris, uiteraard ben ik vol lof over het aanzienlijke werk dat u hebt verricht.

Dankzij uw optreden hebben de lidstaten van de Europese Unie 230 miljoen euro aan noodhulp beschikbaar gesteld, waarvan 70 miljoen euro aan Europese middelen. Er is al gezegd dat dit geweldig en prachtig is. U bent er zelf geweest, en daaruit blijkt dat u het probleem echt ter harte hebt genomen.

Allereerst sluit ik me aan bij alles wat hier is gezegd: het probleem van vrouwen, het probleem van gezondheidszorg, ook het politieke probleem, want het risico dat dit land in handen komt van extremisten is reëel. Ook wil ik er, helaas ten overvloede, op wijzen dat er snel een noodhulpmacht voor civiele bescherming moet worden opgezet. Ik heb dit al herhaaldelijk aan de orde gesteld, met name na de aardbeving in Haïti.

Het verslag van de heer Barnier is een perfect uitgangspunt voor de invoering van dit mechanisme. Ik zou u in verband hiermee willen vragen wat uw voornemens in dit verband precies zijn.

 
  
MPphoto
 

  Peter van Dalen (ECR). - Voorzitter, in Nederland kennen wij de strijd tegen het water en daarom voel ik mij zeer verbonden met het Pakistaanse volk, dat zo zwaar getroffen is door de watersnoodramp. Ik roep de Europese Unie, de lidstaten en de internationale gemeenschap op de Pakistanen bij te staan en hen niet over te laten aan de grillen van de Taliban.

Als christen voel ik mij ook verbonden met de Pakistaanse christenen. Ik heb gehoord van organisaties als Open Doors International en Compass Direct News dat in verschillende gebieden christenen worden gediscrimineerd bij de distributie van voedsel en medische hulp. Dat bericht heeft mij geschokt, en ik wil de commissaris vragen daar ook aandacht aan te besteden. Een ernstiger bericht was nog dat kennelijk inmiddels drie buitenlandse hulpverleners van een christelijke organisatie zijn vermoord door Pakistaanse Taliban. Ik wil de commissaris vragen ook hier nadrukkelijk aandacht aan te besteden. En ook de Pakistaanse overheid te steunen, want de Pakistaanse overheid moet binnen- en buitenlandse hulpverleners beschermen, en discriminatie in de hulpverlening mag nooit voorkomen.

Graag ook een reactie hierop van de commissaris.

 
  
MPphoto
 

  Eija-Riitta Korhola (PPE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ten eerste wil ik blijk geven van mijn medeleven met de bevolking van Pakistan in verband met de tragische gebeurtenissen waarbij vele mensen om het leven zijn gekomen. Ook dank ik commissaris Georgieva voor de toewijding waarmee ze Pakistan tot een dringende prioriteit op haar agenda heeft gemaakt.

De wereld en de EU hadden enige tijd nodig voordat ze de omvang van de ramp volledig konden overzien. Nu we een beter inzicht hebben in de behoeften van de getroffen mensen, moeten we op deze behoeften inspelen en met spoed handelen. We moeten meer financiële en materiële hulp bieden en ervoor zorgen dat de hulp iedereen, ook minderheden, bereikt naargelang de behoeften.

We moeten ook niet vergeten dat Pakistan een frontlijnstaat is in de internationale strijd tegen extremisme en terrorisme. Als we er niet in slagen hen te helpen, zullen armoede en wanhoop de strijdlust mogelijk versterken. Een eenmalige humanitaire inspanning volstaat niet. Deze moet worden gecombineerd met hulp om de infrastructuur van het land – wegen, bruggen, scholen, enzovoorts – weer op te bouwen

We moeten ook dringend maatregelen nemen om Pakistan te helpen de economie en de handel weer op gang te brengen. Grotere markttoegang voor Pakistaanse exportproducten en nieuwe schuldregelingen kunnen het tij doen keren. EU-lidstaten moeten nog eens goed nadenken over een schuldenruil als een manier om hulp te bieden bij deze tragedie.

 
  
MPphoto
 

  Enrique Guerrero Salom (S&D). - (ES) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw de commissaris, zowel in de publieke opinie als bij onszelf overheerst de indruk dat de reactie van de internationale gemeenschap op de humanitaire ramp in Pakistan zwak was en traag op gang is gekomen. In vergelijking met andere humanitaire rampen van gelijkaardige omvang hebben we trager en minder intens gereageerd.

Bovendien bleken we niet volledig bereid om te voorzien in de noden die de Verenigde Naties hebben vastgelegd. Enkele collega’s hadden het al over de weerstand die zich kan voordoen in onze maatschappij omwille van het politieke regime of omwille van de problemen die zich kunnen voordoen in Pakistan. Ik vind echter dat we als parlementsleden een inspanning moeten doen om aan onze gemeenschap uit te leggen dat we hiermee mensen helpen. Onze hulp gaat naar de personen die in de problemen zitten, en niet naar een of ander politiek regime. Onze humanitaire actie is gebaseerd op neutraliteit, onpartijdigheid en onafhankelijkheid. Dat zijn de waarden die onze activiteit bepalen.

 
  
MPphoto
 

  Elena Băsescu (PPE).(RO) Een ramp zonder weerga, luidt de beoordeling van de overstromingen in Pakistan.

Twintig miljoen mensen zijn getroffen. Tweeduizend mensen hebben hun leven verloren en meer dan een miljoen huizen zijn verwoest, terwijl delen van de infrastructuur en een groot deel van de landbouwgrond onbruikbaar zijn geworden.

De Europese Unie kon niet onverschillig blijven tegenover deze tragedie, vooral niet omdat enkele lidstaten, waaronder Roemenië, deze zomer ook het geweld van overstromingen hebben ervaren.

Ik verwelkom de harde toezegging van de Europese Unie en de lidstaten, die een bedrag van 230 miljoen euro hebben vrijgemaakt voor het verlichten van de problemen. Dit maakt de EU tot de grootste externe donor van Pakistan.

Desondanks blijft de humanitaire situatie zeer ernstig en zal deze langetermijngevolgen hebben.

Ik ben van mening dat duurzaam herstel alleen kan worden verwezenlijkt door groei van de economie van dit land. Daar kan de EU aan bijdragen door het openstellen van haar markten voor Pakistan.

 
  
MPphoto
 

  Corina Creţu (S&D).(RO) De Europese Unie heeft snel gereageerd op de tragedie in Pakistan, hoewel dit, zoals u hebt gezegd, niet altijd even goed zichtbaar is. Met uw bezoek aan de door de overstromingen getroffen gebieden hebt u laten zien dat de Europese Unie zich in reactie op deze humanitaire ramp solidair opstelt.

De slachtoffers van de ramp – we hebben het over ruwweg achttien miljoen mensen – zijn nu blootgesteld aan grote gezondheidsrisico’s. Helaas hebben de Verenigde Naties maar een derde van de gevraagde middelen ontvangen, wat ook te wijten is aan de bedenkingen die sommige lidstaten hebben geuit ten aanzien van de wijdverspreide corruptie in Pakistan.

Ik ben van mening dat er een controlemechanisme nodig is om ervoor te zorgen dat de humanitaire hulp rechtstreeks naar de slachtoffers van de overstromingen wordt gekanaliseerd en niet wordt toegeëigend door lokale leenheren, terwijl tegelijkertijd het aantal humanitaire missies moet worden vergroot.

Ook denk ik dat we het nemen van veiligheidsmaatregelen voor humanitaire hulpverleners tot een van onze prioriteiten moeten maken, gezien de islamistische bedreigingen.

 
  
MPphoto
 

  Jürgen Creutzmann (ALDE).(DE) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw de commissaris, in Pakistan heeft een vreselijke watersnoodramp plaatsgevonden, en we moeten de berooide slachtoffers in dit land helpen. Ik maak me met name zorgen over het feit er in Pakistan regio’s zijn die niet de nodige hulp krijgen van de nationale regering.

Een voorbeeld is de regio Gilgit-Baltistan, ten noorden van Jammu en Kasjmir in het grensgebied, ook die is zwaar getroffen door de stortregens en de gevolgen daarvan. Ik heb gehoord dat alleen al in Gilgit-Baltistan 500 mensen om het leven zijn gekomen, en dat 50 000 mensen dakloos geworden zijn. Er zijn vier bruggen weggespoeld, en veel gebieden zijn volledig van de buitenwereld afgesneden. Tot nu toe zijn er echter slechts hulpgoederen ter waarde van omgerekend 10 000 euro in Gilgit-Baltistan aangekomen.

Daarom moet de Europese Unie niet al het geld voor noodhulp naar de regering van Pakistan sturen, we moeten daarnaast non-gouvernementele organisaties ondersteunen, die ook in de afgelegen regio’s in Pakistan hulp bieden.

 
  
MPphoto
 

  Janusz Władysław Zemke (S&D). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, de Europese Unie heeft doeltreffender gereageerd op de gigantische humanitaire ramp in Pakistan dan bij andere gelegenheden in het verleden. Ik denk dat iedereen hier met grote tevredenheid constateert dat er vooruitgang is geboekt in vergelijking met bijvoorbeeld de hulp die is geboden aan Haïti. Ik wil graag twee bijzonder belangrijke zaken aan de orde stellen. De eerste kwestie betreft het vergroten van de daadwerkelijke mogelijkheden van de Unie, met nadruk op de woorden 'de daadwerkelijke mogelijkheden van de Unie', bij de verstrekking van humanitaire hulp. We moeten bijvoorbeeld de problemen rond het luchttransport oplossen. Zonder dergelijk transport is het lastig om effectief hulp te verlenen. De tweede kwestie betreft de verbetering van de coördinatie op EU-niveau. De Unie levert een bijzonder grote inspanning, maar het punt is dat de inspanningen van de Unie en van de individuele lidstaten zelf beter op elkaar afgestemd moeten worden.

 
  
MPphoto
 

  Kristalina Georgieva, lid van de Commissie. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik dank de Parlementsleden voor hun zeer nuttige commentaar. Ik zal in mijn reactie proberen de kwesties in te delen in drie categorieën. Ten eerste prioriteiten voor de korte en lange termijn en hoe we het advies dat u hebt gegeven, hierin kunnen opnemen. Ten tweede het politieke klimaat en hoe we de neutraliteit en onafhankelijkheid van de humanitaire hulp en de veiligheid van de humanitaire hulpverleners kunnen beschermen. Ten derde het reactievermogen van de EU bij rampen en wat we momenteel doen om ervoor te zorgen dat deze in de toekomst groter is.

Wat de eerste categorie betreft: ik zit heel erg op één lijn met het commentaar in dit Parlement dat we ons moeten richten op degenen die het gevaar lopen te worden uitgesloten. Het zijn met name de conservatievere gebieden van Pakistan, vrouwen en natuurlijk kinderen in gezinnen met een vrouw aan het hoofd, die een zeer groot risico lopen, en ook minderheden, waaronder religieuze minderheden, waar eerder naar werd verwezen.

In ieder land, waaronder in dit geval Pakistan, lopen vooral gemeenschappen die moeilijk te bereiken zijn bijzonder groot gevaar. Ze zijn geïsoleerd vanwege hun aard of ten gevolge van conflicten. Ik kan u verzekeren dat we voorstellen van onze partners zeer zorgvuldig onderzoeken om ervoor te zorgen dat onze financiering voor een heel groot deel gericht is op mensen die het gevaar lopen te worden uitgesloten.

Ik zal mij samen met mijn personeel uitvoeriger buigen over de specifieke vraag die mij werd gesteld over de behandeling van religieuze minderheden. Ik weet wel dat we bijzondere aandacht hebben voor minderheden en ik weet zeker dat we daar meer specifieke informatie over hebben, net als over de situatie in Kasjmir. Ik kan u zeggen dat we er samen met ngo-partners ter plaatse aan werken om deze mensen te bereiken.

Er werd duidelijk gesteld dat landbouw het fundament vormt van een groot deel van de Pakistaanse samenleving en de Pakistaanse economie. Als het water terugwijkt, komt er misschien vruchtbaarder land tevoorschijn, maar dat biedt alleen kansen als we er snel bij zijn om boeren te helpen hun plantcapaciteit te herstellen. Als de respons goed doordacht is, vooral wat betreft herstel op lange termijn, kan er, zoals bij elke ramp, ook vooruitgang worden geboekt in termen van veiligheid.

Dat brengt me bij het punt dat naar voren werd gebracht over de noodzaak om er bij anderen op aan te dringen een bijdrage te leveren. Met andere woorden, we moeten ons morele gezag aanwenden om er bij anderen in de omgeving, de Golfstaten, op aan te dringen dat ze doneren aan Pakistan. Dat hebben ze ook gedaan en het is waar dat de EU, die snel en grootschalig heeft gereageerd, nu in de positie verkeert dat ze een beroep op anderen kan doen. Dat zullen we blijven doen terwijl we ons voorbereiden op de vergadering van Vrienden van democratisch Pakistan hier op 14 en 15 oktober. Hoge vertegenwoordiger en vicevoorzitter Catherine Ashton en de minister van Buitenlandse Zaken van Pakistan, minister Qureshi, zullen deze vergadering samen voorzitten en we hebben al afgesproken dat we een speciale extra lange vergadering zullen houden om de aandacht op deze kwestie te vestigen, de inspanningen van anderen te steunen en er bij anderen op aan te dringen dat ze ook een bijdrage leveren.

Wat onze lidstaten en onze eigen middelen betreft, kan ik het volgende zeggen. Wat de middelen van de Commissie betreft: er is al 70 miljoen euro toegezegd en een groot deel daarvan is al uitbetaald. De week dat ik in Pakistan was, raakte het geld op voor de noodhulpprojecten die we met zeer betrouwbare organisaties en zeer bekwame mensen in het veld steunen. Ons personeel aldaar heeft al duidelijk gemaakt dat we extra middelen zullen moeten verstrekken.

Wat de lidstaten betreft: ik spreek mijn waardering uit voor het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Zweden. Zij zijn de grootste donoren. Zij hebben hun hulp veelal reeds geleverd. De Commissie en de lidstaten hebben een gedeelde bevoegdheid op dit terrein. Natuurlijk werken we samen en we zouden graag zien dat al onze toezeggingen volledig ten uitvoer worden gelegd.

Wat de prioriteiten voor onze respons voor de langere termijn betreft, is het heel duidelijk dat de economische verwachtingen voor Pakistan neerwaarts moeten worden bijgesteld. Met andere woorden, de groeivoorspelling voor volgend jaar daalt van 4,5 procent vóór de overstromingen mogelijk tot 1 procent of zelfs onder nul. Er moeten nog schattingen worden gemaakt van de grootschalige verwoesting die heeft plaatsgevonden, maar de kosten zullen in de orde van miljarden zijn. We moeten de steun voor Pakistan derhalve op een holistische manier mobiliseren. Dat betekent dat alle mogelijke opties voor de verstrekking van hulp zullen worden bekeken.

De Commissie heeft natuurlijk geen leencapaciteit, dus ik kan niet namens de Commissie spreken als het gaat om de mogelijkheden die er zijn, maar een van de opties is dat we kijken waartoe Pakistan zelf in staat is. We zullen ervoor zorgen dat uw stem gehoord wordt als deze opties worden besproken.

Evenzo zullen er vragen worden gesteld over de mogelijkheden ten aanzien van de handel. Ik kan u vertellen dat commissaris De Gucht reeds serieus aan het bekijken is wat we door middel van deze holistische respons aan de problemen van het land kunnen doen.

Ik wil nog één punt toevoegen. We moeten de Pakistaanse regering ook steunen bij de hervormingen die ze ondernemen om een betere basis voor de economie te creëren – waaronder de hervorming van de publieke financiering en de begroting – om te voorkomen dat de overstromingen de regering er op de lange termijn van weerhouden de juiste beslissingen voor haar eigen bevolking te nemen. Dat is ook een punt waar we het over hebben.

Natuurlijk draait het bij de hulp aan Pakistan ook om de politieke stabiliteit in een land dat zo belangrijk is voor zijn eigen regio en voor de rest van de wereld. In die zin hopen we ten zeerste dat onze collectieve actie niet alleen levens zal redden maar ook voorkomt dat er chaos uitbreekt in deze zeer gevoelige regio. Voor degenen onder ons die aan de humanitaire aspecten denken, wijs ik erop dat het hierbij ook van groot belang is dat we de autoriteiten er met klem op wijzen dat de veiligheid van de humanitaire hulpverleners van cruciaal belang is – zoals ik ook deed toen ik daar was.

Anderzijds moeten wij ervoor zorgen dat we neutraal zijn. Wie we helpen mag niet worden bepaald op basis van factoren zoals godsdienst of geslacht of de vraag of het gaat om stedelijke of plattelandsgebieden. De neutraliteit en veiligheid van humanitaire hulpverleners is van bijzonder groot belang. 19 augustus was de dag van de humanitaire hulp. Die dag stelden we vast dat er vorig jaar meer humanitaire hulpverleners om het leven zijn gekomen dan vredessoldaten. Er kwamen 102 humanitaire hulpverleners om. In verband met Pakistan word ik elke ochtend wakker met de angst dat er weer iemand omkomt tijdens de hulpverlening bij deze ramp. Ik wil alleen maar bevestigen dat wij dit heel serieus nemen.

Ik wil eindigen met het punt aangaande een krachtiger EU-respons bij rampen. Ik ben degenen die positief spraken over wat we hebben ondernomen om de organisatie en coördinatie te verbeteren, zeer erkentelijk. Degenen die zeggen dat we meer moeten doen, ben ik ook zeer erkentelijk en ik ben het met hen eens.

Ik zal u één voorbeeld geven van wat coördinatie in het geval van Pakistan betekent. Zoals ik al zei, hebben we ons coördinatieteam voor civiele bescherming in Pakistan ingezet. Twaalf lidstaten verstrekken hulp in natura. Bij wijze van EU-luchtbrug naar Pakistan hebben we tien vluchten georganiseerd – twee zijn er georganiseerd door Tsjechië, één door Finland en zeven medegefinancierd door de Commissie. We hebben zelfs op gecoördineerde wijze namens meerdere landen hulp overgebracht en vervolgens, op gecoördineerde wijze, ter plekke gedistribueerd.

Er wordt dus vooruitgang geboekt, maar tegen degenen die zeggen dat er meer moet gebeuren, is mijn antwoord: “zegt het voort”. Hopelijk zie je een zeer vastberaden en ambitieuze benadering van de Commissie gericht op versterking van het reactievermogen van de EU bij rampen.

Aangezien we hier in de toekomst nog over zullen praten, zal ik het kort in vier punten samenvatten.

Op het gebied van scenarioplanning moeten we veel beter anticiperen op de soorten rampen die zich kunnen voordoen.

Ten tweede moeten we vooraf vastgestelde financiële toewijzingen van de lidstaten hebben waarop we kunnen vertrouwen als er een ramp plaatsvindt. Telkens wanneer zich een ramp voordoet en ik een beroep op hulp doe, weet ik op het moment dat ik dit beroep doe niet of ik krijg wat er nodig is. Gelukkig voor mij zijn de lidstaten tot nu toe elke keer nog over de brug gekomen, maar het zou veel verstandiger zijn als we van te voren kunnen voorspellen wat de lidstaten zullen toezeggen en over welke middelen wij beschikken.

Mijn derde punt betreft versterking van de coördinatie. Ik ga daar verder niets over zeggen. Het is duidelijk dat onze 27 lidstaten plus één als één moeten handelen.

Ten vierde moeten we het reactievermogen bij rampen op een holistische manier benaderen, uitgaande van preventie, paraatheid, respons en herstel.

Deze vier punten vormen de basis van het voorstel dat ik aan u wilde presenteren.

Mevrouw de Voorzitter en geachte afgevaardigden, ik dank u nogmaals voor uw advies aan mij en mijn team.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid