Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2010/2733(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

O-0081/2010 (B7-0451/2010)

Debatten :

PV 07/09/2010 - 17
CRE 07/09/2010 - 17

Stemmingen :

Aangenomen teksten :


Volledig verslag van de vergaderingen
Dinsdag 7 september 2010 - Straatsburg Uitgave PB

17. Discriminatie van koppels van hetzelfde geslacht die gehuwd zijn of een civiel partnerschap hebben (debat)
Video van de redevoeringen
Notulen
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is de gecombineerde behandeling van:

- de mondelinge vraag (O-0081/2010) van Cornelis de Jong en Eva-Britt Svensson, namens de GUE/NGL-Fractie, Marije Cornelissen, Raül Romeva i Rueda en Ulrike Lunacek, namens de Verts/ALE-Fractie, Michael Cashman, Britta Thomsen, Sophia in 't Veld en Sirpa Pietikäinen, aan de Commissie, over discriminatie van koppels van hetzelfde geslacht die gehuwd zijn of een civiel partnerschap hebben (B7-0451/2010),

- de mondelinge vraag (O-0117/2010) van Claude Moraes, Michael Cashman en Monika Flašíková Beňová, namens de S&D-Fractie, aan de Commissie, over wederzijdse erkenning van huwelijken en geregistreerde partnerschappen tussen koppels van hetzelfde geslacht (B7-0459/2010),

- de mondelinge vraag (O-0118/2010) van Sophia in 't Veld, Renate Weber, Niccolò Rinaldi, Sarah Ludford, Sonia Alfano, Cecilia Wikström, Alexander Alvaro en Gianni Vattimo, namens de ALDE-Fractie, aan de Commissie, over discriminatie van gelijkslachtige paren, vrij verkeer, holebi-rechten, EU-stappenplan (B7-0460/2010).

 
  
MPphoto
 

  Cornelis de Jong, Auteur. − Mevrouw de Voorzitter, mevrouw de Eurocommissaris, mijn partner en ik wonen ruim 21 jaar samen. Onlangs hebben we gebruik gemaakt van de in Nederland bestaande mogelijkheid om ons partnerschap officieel te laten registreren. Dat betekent dat we in Nederland precies dezelfde rechten krijgen als getrouwde heteroseksuele stellen. We hadden overigens ook kunnen kiezen voor het huwelijk, want in Nederland is het huwelijk opengesteld voor paren van gelijk geslacht.

Laten we nu eens aannemen dat ik besluit om te gaan werken in Polen en dat mijn partner met me meegaat. In dat geval worden we niet langer gezien als stel, want Polen erkent nog geen partnerschappen van gelijk geslacht. Met andere woorden, door gebruik te maken van het EU-recht van vrij verkeer van werknemers, verliezen we een aantal essentiële rechten, bijvoorbeeld op het gebied van sociale zekerheid of pensioenen. Terwijl getrouwde heteroparen hun status gewoon behouden, geldt dat dus niet voor paren van gelijk geslacht. Het recht op vrij verkeer wordt hiermee ingeperkt. Als GUE/NGL pleiten we er niet voor dat de Commissie met voorstellen komt voor harmonisatie van het familierecht op dit gebied. Dat blijft een aangelegenheid voor de lidstaten. Maar wel vragen we de Commissie met voorstellen te komen die ervoor zorgen dat de rechten die werknemers in het kader van het vrije verkeer genieten, of zelfstandigen, dezelfde zijn voor iedereen.

De Commissie lijkt op dit ogenblik, op zijn zachtst gezegd, te aarzelen met het ontwikkelen van voorstellen in deze richting. Daarom heb ik samen met andere collega's om het debat van vanavond gevraagd. Ik hoop van harte dat de commissaris kan toezeggen dat hier snel werk van wordt gemaakt en dat bijvoorbeeld op het gebied van sociale zekerheid en pensioenen de rechten voor paren die zich in een andere lidstaat vestigen, dezelfde zullen zijn, ongeacht de vraag of het gaat paren van gelijk geslacht of heteroseksuele paren.

 
  
MPphoto
 

  Marije Cornelissen, Auteur. − Voorzitter, vrij verkeer van Europese burgers is een basiswaarde in de Europese Unie. Het is onacceptabel dat een grote groep mensen van deze basiswaarde is uitgesloten. Mensen met een huwelijk of een partnerschap met iemand van hetzelfde geslacht, wier relatie niet wordt erkend in een aantal EU-landen. Dit is geen technisch probleempje. Het raakt aan de meest belangrijke dingen in een mensenleven. Kan ik mijn lief meenemen als ik in een ander land ga werken, en mijn kindjes? Krijgt mijn lief een pensioen of een uitkering als ik ineens het loodje leg. En het gaat nog verder dan dat.

Mevrouw Reding, stelt u zich voor dat u al jaren heel gelukkig getrouwd bent met een vrouw. Jullie gaan samen naar Italië of naar Griekenland omdat u daar de baan van uw leven hebt gevonden. Een paar jaar gaat alles heel goed, maar dan slaat het noodlot toe. Uw geliefde partner krijgt een auto-ongeluk en belandt op de intensive care. Dan kan het maar zo zijn dat u geen besluiten mag nemen over uw levenspartner, dat u niet eens bij haar mag zijn om haar hand vast te houden, want voor Italië bent u niets, hebt u niets met haar te maken.

Voorzitter, ik ben ontzettend blij dat steeds meer landen het huwelijk of partnerschap openstellen voor paren van gelijk geslacht, en tienduizenden mensen hebben daar al gebruik van gemaakt. Hun aantal wordt steeds groter. Een aantal lidstaten blijft helaas achter. Dat vind ik jammer, maar we kunnen dat vanuit het Parlement niet afdwingen. Wat we wel kunnen vragen is erkenning, zodat het vrij verkeer van EU-burgers echt voor iedereen in de EU mogelijk is.

Graag hoor ik van mevrouw Reding hoe ze dat samen met ons voor elkaar wil gaan krijgen.

 
  
MPphoto
 

  Michael Cashman, auteur. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, de reputatie van commissaris Reding op het gebied van non-discriminatie is voorbeeldig en de twee getuigenissen die hij vanavond heeft gehoord zijn uiterst interessant.

Net als de heer De Jong ben ik een homoseksuele man met een geregistreerd partnerschap. Ik heb een relatie die al 27 jaar duurt en die door de staat pas sinds vijf jaar wordt erkend.

Zoals al eerder is gezegd zou mijn partner, als ik op vakantie in Italië een ongeluk zou krijgen, niet eens het elementaire recht hebben om te beslissen of ik aan een beademingsmachine moet blijven of niet.

Het zijn zulke basiselementen, die zo privé en persoonlijk zijn, die ons uitsluitend op basis van vooroordelen onthouden worden. Er zijn mensen die zeggen dat wederzijdse erkenning en eerbiediging van burgerlijk recht en burgerrechten die zijn verworven in een ander land en die worden erkend en nageleefd in een andere lidstaat, de bevoegdheid van een lidstaat met betrekking tot het huwelijk zou ondermijnen.

Dat is absolute onzin. Ik ben bang dat dit argument naar voren is gebracht door hen die elk excuus aangrijpen om geen gelijkheid tot stand te brengen.

Er zijn vijf lidstaten die het homohuwelijk erkennen. Er zijn er twaalf die het geregistreerd partnerschap erkennen. Tien van de 27 lidstaten staan nog buiten deze fonkelende ring van tolerantie, gelijkheid en begrip.

Commissaris, het is uw rol – en ik weet dat u die rol op zich zult nemen – om ze in die ring van tolerantie en begrip te duwen. Dan zullen we pas echt een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht hebben, niet slechts voor enkelen maar voor allen, ongeacht seksuele geaardheid, geslacht of sekse-identiteit.

In de politiek is het zo makkelijk om de publieke opinie te volgen. Het is veel moeilijker om de publieke opinie te leiden en tegen vooroordelen in te gaan. Als dit Huis de goede keuze maakt en u, commissaris, de goede keuze maakt, dan kunnen we de Unie en de levens van mensen echt ten goede veranderen, niet alleen voor onszelf maar ook voor de volgende generaties.

Het verslag van uw hoorzitting is eenduidig. U hebt gezegd dat u gelooft dat in het ene land verworven rechten moeten worden geëerbiedigd in het andere. Ik heb het citaat hier, maar ik weet dat ik u er niet aan hoef te herinneren, omdat u een vrouw van beginselen bent die zich keert tegen vervolging en discriminatie.

 
  
MPphoto
 

  Sophia in 't Veld, auteur. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, een paar dagen geleden keek in naar een documentaire op BBC World over landen in de Kaukasus waar het de gewoonte is dat mannen erop uitgaan om een bruid te stelen. Wanneer hun oog op een leuk meisje valt, ontvoeren ze haar, nemen haar mee naar huis en verkrachten haar, waarna zij de bruid van de man is geworden. Natuurlijk protesteren de families van de meisjes hier krachtig tegen, omdat zij vinden dat het niet aan de man is om te beslissen welk meisje hij neemt – het is aan de vader om te beslissen aan wie hij zijn dochter geeft.

Het was een hartverscheurende documentaire. Het was schokkend, en waarom? Omdat wij vinden dat de keuze van een partner, de keuze van een man of een vrouw, de meest persoonlijke en intieme keuze is die je in je leven kunt maken. Het is niet aan de man, niet aan je vader, niet aan je broer – en zeker niet aan de staat – om te bepalen wie wel of niet jouw partner wordt.

We hebben in de geschiedenis staten gezien (en we zien ze tegenwoordig nog) met een verbod op huwelijken tussen zwarte en blanke mensen. In mijn land mochten nog niet zo heel lang geleden – dit een probleem waar mijn grootouders mee werden geconfronteerd – katholieken niet trouwen met protestanten, ook al hielden ze van elkaar. Er zijn nog altijd conservatieve moslims die vinden dat hun dochters niet met niet-moslims horen te trouwen. Er zijn veel van zulke voorbeelden te geven en wij vinden dat erg schokkend. Maar we hebben nog altijd landen in de Europese Unie die het huwelijk tussen instemmende volwassenen van hetzelfde geslacht verbieden.

Ik weet dat het voor sommige mensen heel schokkend is dat mensen van hetzelfde geslacht van elkaar kunnen houden, maar dat is niet echt relevant. Wat hier relevant is, is dat elke individuele EU-burger dezelfde rechten behoort te hebben. Het is niet aan de Europese Unie of aan de overheden van de lidstaten om een oordeel te geven over een persoonlijke relatie.

De Europese Unie heeft geen bevoegdheid in het familierecht, maar, zoals Michael Cashman zojuist heeft opgemerkt, er zijn al vijf landen die hun huwelijksrecht hebben opengesteld voor echtparen van hetzelfde geslacht. Een aantal andere landen kent een of andere vorm van erkend partnerschap. Het minste dat we in de Europese Unie zouden moeten doen is het beginsel van wederzijdse erkenning toepassen. Dat doen we voor jam en wijn en bier – waarom dan niet voor huwelijken en relaties?

Ik wil de Commissie vragen het initiatief te nemen tot wederzijdse erkenning door die lidstaten die al een homohuwelijk of een vorm van geregistreerd partnerschap hebben ingevoerd, en ons een routekaart te geven voor de weg naar een situatie waarin die relaties overal erkend zullen worden.

 
  
MPphoto
 

  Viviane Reding, vicevoorzitter van de Commissie. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, het is duidelijk dat het recht op vrij verkeer en vrije vestiging van EU-onderdanen en hun gezinsleden een van de hoekstenen van de EU is. Het is niet alleen een grondrecht maar ook een persoonlijk recht.

Artikel 21 van het Verdrag is zeer duidelijk en geeft uitwerking aan dat recht. Het verbod op discriminatie, waaronder discriminatie op grond van seksuele geaardheid, is een hoeksteen van de EU en wordt ook erkend in een ander artikel 21, dat van het Handvest van de grondrechten.

De richtlijn heeft geleid tot een zeer aanzienlijke verbetering voor paren van hetzelfde geslacht. Ik wil het Parlement bedanken, want het was het Parlement dat dit echt heeft doorgedrukt. Het EU-recht voorziet voor het eerst in het recht van zowel paren van hetzelfde geslacht als paren van verschillend geslacht om vrij te reizen en te verblijven binnen de Europese Unie.

Dat gezegd hebbende is de implicatie dat, als je vrij kunt reizen en verblijven, je ook dezelfde rechten moet hebben op je tweede verblijfplaats als op je eerste verblijfplaats. Het is aan de lidstaten, zoals gezegd, om te beslissen of zij voorzien in een geregistreerd partnerschap of een wettelijke regeling, maar wat we geleidelijk zien gebeuren is dat steeds meer lidstaten zich in de richting van erkenning of invoering van huwelijken tussen mensen van hetzelfde geslacht bewegen.

De richtlijn is in dat opzicht zeer modern omdat geen onderscheid wordt gemaakt tussen paren van hetzelfde geslacht en paren van verschillend geslacht. Eigenlijk is de richtlijn op dit punt neutraal. Zij maakt dergelijke situaties mogelijk waarin koppels zich kunnen uiten en van dit recht gebruik kunnen maken. In die zin is het niet nodig de richtlijn te wijzigen.

Hoe deze richtlijn in de praktijk wordt uitgevoerd, is een andere zaak. Het probleem is niet de richtlijn op zich, maar veeleer de interpretatie van de richtlijn. Voor de Commissie is het zeer duidelijk dat de richtlijn moet worden toegepast met volledige eerbiediging van het principiële verbod op discriminatie op grond van seksuele geaardheid.

De Commissie moet zorgen voor de correcte toepassing van het EU-recht. Dit betekent dat de Commissie moet nagaan of de lidstaten bij de toepassing van de richtlijn de grondrechten eerbiedigen, waaronder het verbod op discriminatie op grond van seksuele geaardheid – het bekende artikel 21 van het Handvest.

De Commissie hecht groot belang aan het wegnemen van alle belemmeringen voor het recht van vrij verkeer en verblijf, en zal met de lidstaten blijven samenwerken om ervoor te zorgen dat de richtlijn correct wordt toegepast.

U weet dat de Commissie richtsnoeren heeft vastgesteld voor een betere omzetting van de richtlijn. De richtsnoeren zijn van juli 2009; daarom kijken we nu naar de manier waarop de lidstaten in praktische zin toepassen.

De Commissie is blij met het verslag over homofobie en discriminatie op grond van seksuele geaardheid dat is uitgegeven door het Bureau voor de grondrechten. Dat verslag (opgesteld op verzoek van het Parlement) bevat uitgebreide en belangrijke gegevens over de mensenrechten van homo’s, lesbiennes, biseksuelen, transseksuelen en transgenders.

Deze gegevens zijn nodig en ik heb het Bureau gevraagd om het onderzoek op dit gebied te verdiepen – zoals ik in het openbaar heb verklaard tijdens de Internationale Dag tegen Homofobie op 18 mei – omdat we moeten weten wat er in de praktijk in de lidstaten gebeurt. Het komende jaarlijkse verslag over de toepassing van het Handvest, dat in november moet verschijnen, gaat over discriminatie en homofobie. U kunt rekenen op mijn vastberadenheid om te handelen in het kader van de bevoegdheden die het Verdrag aan de Commissie heeft toevertrouwd.

Ik weet zeker dat u begrijpt dat dit voor sommige lidstaten een zeer delicaat politiek en sociaal vraagstuk is, omdat de kijk op deze zaken niet in heel Europa dezelfde is. Echter, het feit dat meer en meer lidstaten huwelijken hetzij erkennen, hetzij toepassen ongeacht de seksuele geaardheid van de huwelijkspartners, is een heel goed teken.

We moeten stap voor stap voorwaarts gaan. We moeten vooral, op basis van onze richtsnoeren, de lidstaten ertoe brengen deze regels te aanvaarden. Voor velen is dit erg nieuw en erg ongebruikelijk. Voor sommigen is het erg schokkend. We moeten voorzichtig voorwaarts, want wat we niet willen – en ik denk dat allen die hier vanuit hun hart over hun ervaringen hebben gesproken, dit ook begrijpen – is te hardvochtig zijn.

Als ik dit zeg heb ik het niet over de fundamentele waarden, die niet ter discussie staan, maar bedoel ik dat we de tegenstribbelende lidstaten er stap voor stap toe moeten brengen dat ze de algemene regels aanvaarden. Wat we niet willen is dat mensen zich gaan keren tegen het homohuwelijk, de erkenning van rechten en non-discriminatie.

Laten we in het verslag kijken naar de details van de wijze waarop in de verschillende lidstaten en in verschillende regio’s van lidstaten de zaken worden toegepast. Ik wil niet dat er enige twijfel bestaat over de grondbeginselen, over de rechten op vrij verkeer ongeacht seksuele geaardheid of etniciteit. Die gaan we stap voor stap toepassen. We komen erop terug.

Sommige leden hebben een zeer persoonlijk inzicht gegeven en ik wil hen daarvoor bedanken. Het is voor mij heel belangrijk om de gevoelige aard van deze zaak te begrijpen, een zaak die niet alleen een beginselkwestie is, maar ook een kwestie van mensen die hun persoonlijke levens leiden. Ik dank u daarvoor. Ik ben ervan overtuigd dat we er samen de komende maanden en jaren in zullen slagen de situatie te veranderen.

 
  
MPphoto
 

  Salvatore Iacolino, namens de PPE-Fractie. – (IT) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, dames en heren, ik heb aandachtig geluisterd naar degenen die hebben gesproken over een onderwerp, een vraagstuk dat zonder meer uitzonderlijk en specifiek van aard is.

In tegenstelling tot het debat van een tijd geleden toen we lang stil hebben gestaan bij een te uitvoerig besproken en weinig inhoudelijk onderwerp, namelijk de vrijheid van meningsuiting in Europa, gaat het hier om een uitermate actueel en concreet vraagstuk.

Ik wil erop attenderen dat enige tijd geleden tijdens de goedkeuring van de resolutie van het programma van Stockholm een amendement dat in grote lijnen hetzelfde was als het vraagstuk waar we het vandaag over hebben, niet werd aangenomen in de Commissie. Dit gebeurde waarschijnlijk omdat, met specifieke verwijzing naar de tekst van die resolutie – met andere woorden dat de nationale identiteit en gevoeligheid van ieder lidstaat gerespecteerd moet worden – het standpunt van de Commissie hetzelfde was als toen ze onlangs het Europees Hof van Justitie informeerde, dat door middel van een verwijzing naar een specifiek voorval verklaarde dat het weigeren van een huwelijk van koppels van hetzelfde geslacht geen schending van een recht is.

Persoonlijk ben ik van mening dat bepaalde fundamentele standpunten gewaarborgd moeten worden, want alles wat tot de persoonlijke levenssfeer van een persoon behoort, moet inderdaad gerespecteerd worden, maar tegelijkertijd moeten we ook rekening houden met hetgeen waar commissaris Reding het zojuist over had, namelijk dat een geleidelijke overgang noodzakelijk is, met kleine concrete passen richting erkenning na verloop van tijd.

Er is al veel progressie geboekt, maar we kunnen niet het voor ons natuurlijke concept van een familie negeren dat bestaat uit een man en een vrouw en de voortplanting van kinderen, tegenover een ander concept waar we op gepaste wijze rekening mee houden, maar dat momenteel nog niet als familie wordt beschouwd door het overgrote deel van de Europese samenleving.

 
  
MPphoto
 

  Monika Flašíková Beňová, namens de S&D-Fractie.(SK) Ik heb heel goed geluisterd naar uw redevoering en ik wil u complimenteren met uw zorgvuldige woordkeus en zeggen, misschien alleen ter verduidelijking aan de heer Iacolino: we hebben het hier niet over het Europees Parlement dat geregistreerde partnerschappen wil invoeren of natiestaten wil opdragen deze in te voeren. We hebben het over een heel ander onderwerp, namelijk tolerantie en het feit dat de meeste ontvangende lidstaten een huwelijk of geregistreerd partnerschap dat wettelijk – en ik benadruk wettelijk – is gesloten tussen burgers van hetzelfde geslacht niet erkennen. Alles wijst er echter op dat dit een overtreding vormt van de richtlijn betreffende het recht op vrijheid van verkeer.

Op het eerste gezicht is dit een technisch-juridisch probleem, aangezien de richtlijn een familielid van een burger van de Europese Unie definieert als een echtgenoot of partner met wie de burger een geregistreerd partnerschap heeft gesloten.

Het eerste probleem is dat het vrije verkeer van geregistreerde partners wordt bepaald door de vraag of de wetgeving van de ontvangende staat het geregistreerde partnerschap gelijkwaardig acht aan een huwelijk. Zo niet, dan wordt de richtlijn niet volledig ten uitvoer gelegd en worden de basismensenrechten van deze personen dus beperkt.

Het tweede probleem is dat er geen overeenstemming is over de vraag of partners van hetzelfde geslacht ook onder de term ‘echtgenoot’ of ‘partner’ vallen. Ondanks de inspanningen van het Europees Parlement heeft de Commissie deze onduidelijkheid in de richtlijn niet opgehelderd. Nu komen we tot de kern van de zaak. Wat een probleem van juridische en administratieve aard lijkt te zijn is, zoals u zelf al zei, in werkelijkheid een zaak van politieke wil.

Ik wil graag geloven dat de Commissie het duidelijke signaal van de meeste fracties goed zal interpreteren, want we hebben al een kans laten schieten met het actieplan voor de tenuitvoerlegging van het programma van Stockholm, of liever gezegd: de Commissie heeft die kans laten schieten, maar ik hoop dat zij de eerste mogelijkheid zal aangrijpen om de noodzakelijke maatregelen te nemen om alle mogelijke onzekerheden weg te nemen die op dit moment zorgen voor discriminatie en het niet naleven van de geest van de Europese mensenrechtenwetgeving.

 
  
MPphoto
 

  Sarah Ludford, namens de ALDE-Fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, dit debat vertoont een aantal kenmerken die ook eerder vandaag zichtbaar waren in ons debat over de uitzetting van de Roma uit Frankrijk en daarvoor uit Italië. We hebben prachtige beginselen in de Verdragen en rechtsinstrumenten van de EU – non-discriminatie, gelijkheid, rechten van minderheden, menselijke waardigheid, het recht op een gezinsleven en het recht op vrij verkeer – maar hun uitvoering in de lidstaten laat veel te wensen over en blijft achter bij deze waarden en verplichtingen. Het probleem is dat de Commissie, die de waakhond en hoedster van de Verdragen is, maar al te vaak terugdeinst voor het vervolgen van lidstaten voor zelfs tamelijk ernstige en zeer ernstige overtredingen.

Ik heb het voorrecht Londen te vertegenwoordigen, dat wil zeggen – vind ik – een van de meest progressieve regio’s in Europa wat betreft homorechten. Ik zeg niet dat mijn stad, of mijn land, vrij is van homofobe vooroordelen of discriminatie – we hebben nog niet eens het homohuwelijk – maar we hebben veel vooruitgang geboekt. Maar wanneer de inwoners van mijn kiesdistrict met een geregistreerd partnerschap binnen de EU naar het buitenland reizen of verhuizen, verliezen zij hun rechten en juridische status, zoals ook anderen hebben opgemerkt: erfrecht, belastingrecht, sociale uitkeringen, zelfs het recht om als partner behandeld te worden, gaat verloren.

Maar het hele programma op een gebied waarin ik veel werk doe, namelijk het Europees strafrecht, is geworteld in het beginsel van grensoverschrijdende wederzijdse erkenning – erkenning en uitvoering van juridische besluiten die zijn genomen in andere EU-lidstaten. Dus waarom geldt dit niet voor juridische besluiten over partnerschap of huwelijk, een nog veel nauwkeuriger omschreven terrein dan dat van jam en dingetjes waarover mijn vriendin Sophie heeft gesproken?

Ik ben het daarom, met alle respect, niet eens met vicevoorzitter Reding die stelt dat de richtlijn betreffende vrij verkeer geen wijziging behoeft. Deze dient wel degelijk te worden gewijzigd om een eind te maken aan de semi-discretionaire bevoegdheid van lidstaten om paren met partners of echtgenoten van hetzelfde geslacht, die verhuizen vanuit een andere lidstaat, te discrimineren. Mij dunkt daarom dat we actie van de Commissie mogen verwachten. We hebben een soort kritische massa bereikt, zelfs als we het argument aanvaarden dat we op sociale verandering moeten wachten. Er bestaat een kritische massa van lidstaten die paren van hetzelfde geslacht wettelijk erkennen.

Het wordt tijd om een eenduidige behandeling in te voeren wanneer die partners van hetzelfde geslacht zich naar een ander Europees land begeven. In een recent interessant arrest van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens is al gesuggereerd dat het wellicht niet lang zou duren voordat dat Hof – het Hof van de Raad van Europa – zou uitspreken dat het huwelijk moet openstaan voor paren van hetzelfde geslacht. Het zou wel bijzonder ironisch zijn als de EU niet handelend zou optreden en we ons zouden zien ingehaald door de Raad van Europa terwijl we claimen dat we volgens onze eigen definitie de gouden standaard zijn in vergelijking met de Raad van Europa.

 
  
MPphoto
 

  Ulrike Lunacek, namens de Verts/ALE-Fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik geloof werkelijk elk woord dat de commissaris gezegd heeft en dat zij persoonlijk gelooft in de tenuitvoerlegging van de rechten op vrij verkeer van iedere Europese burger, of ze nu homo, lesbisch, heteroseksueel of wat dan ook zijn, getrouwd, geregistreerde partners of wat dan ook.

Ik heb een probleem, net als ieder van ons die heeft gesproken, of althans de meesten van ons, als u zegt dat we stap voor stap verder moeten gaan, en dat we de lidstaten begrip moeten bijbrengen, hen moeten overtuigen en vooroordelen moeten bestrijden. Ik weet dat dit zo is, maar ik denk ook dat in alle EU-landen de burgers veel verder zijn dan hun regeringen.

Laat ik u vertellen over de EuroPride in Warschau dit jaar, die ik heb bezocht. Ik liep met zo’n 20 000 mensen – lesbiennes, homo’s, hetero’s, biseksuelen, transgenders – door de hoofdstraten van Warschau, terwijl extremistische demonstranten door de politie werden weggedrukt naar de marges waar ze thuishoren, en terwijl veel heteroseksuele burgers – zoals vrouwen die met hun honden toekeken vanuit gebouwen – ons groetten en zeiden dat wij, lesbiennes en homo’s, in het centrum, in de hoofdstroom van de samenleving staan. Die gelijke rechten in het Handvest van de grondrechten, die u terecht hebt aangehaald, zijn er voor ons allemaal.

Zoals mevrouw Ludford en vele anderen hebben gezegd, moet de Commissie de zaak vooruit duwen en niet afwachten tot de lidstaten langzamerhand, misschien op een dag, doen wat ze moeten doen voor hun burgers, voor ieder van ons.

Ik geef u mijn eigen voorbeeld. 17 jaar lang was het voor mij in mijn land niet mogelijk om een geregistreerd partnerschap met mijn partner te sluiten, maar sinds een paar maanden is dat nu mogelijk. Als ik in een ander land, zoals Italië of Griekenland, moet gaan wonen, wil ik niet opnieuw moeten wachten totdat we kunnen worden erkend en in moeilijke situaties kunnen zeggen dat we partners zijn, dat we bij elkaar horen en voor elkaar willen zorgen. Dus alstublieft, duw! Er zijn velen in dit Parlement die met u mee willen duwen.

 
  
MPphoto
 

  Konrad Szymański, namens de ECR-Fractie. – (PL) Lidstaten passen de richtlijn die hier vaak wordt aangehaald, in overeenstemming met de voorschriften uit hun eigen familierecht toe. Dat kan ook moeilijk anders, omdat ze anders hun eigen soevereiniteit op het gebied van het familierecht ondermijnen, de soevereiniteit die door de verdragen is vastgelegd. Ik denk dat de Commissie dit kan bevestigen. Landen die geen civiele partnerschappen tussen partners van hetzelfde geslacht kennen, kunnen die dus ook niet erkennen en daar is niets vreemds aan. Ik zou in deze zaal net zo goed kunnen eisen dat de Poolse of Ierse abortuswet van toepassing is op Poolse staatsburgers die in Zweden of Groot-Brittannië verblijven. We vatten dit waarschijnlijk niet op als een geval van wederkerigheid en ik veronderstel dat niemand dit hier ook zal eisen. Ook de verwijzing naar het Europese systeem voor de bescherming van de mensenrechten is een loos argument. Volgens de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg is het ontbreken van erkenning voor civiele partnerschappen van mensen van hetzelfde geslacht, laat staan van huwelijken van mensen van hetzelfde geslacht, geen discriminatie. Dit hele debat is daarom wederom absolute tijdverspilling.

 
  
MPphoto
 

  Eva-Britt Svensson, namens de GUE/NGL-Fractie. – (SV) Mevrouw de Voorzitter, ik zou aan de heer Szymański willen zeggen dat het hier gaat om discriminatie. Commissaris Reding benadrukte de hoekstenen van de EU, namelijk het vrije verkeer en de grondrechten. Wat het Parlement betreft, ben ik ervan overtuigd dat de meerderheid alle activiteiten steunt die de bestrijding van discriminatie beogen. Die activiteiten verdienen onze steun.

Is het ook niet de hoogste tijd dat de Commissie ervoor zorgt dat er een einde wordt gemaakt aan de discriminatie van koppels van hetzelfde geslacht die gehuwd zijn of een civiel partnerschap hebben? De vraag is relevant omdat in het programma van Stockholm wordt benadrukt dat het vrije verkeer voor alle burgers moet gelden. Elke vorm van discriminatie moet worden vermeden. Merk op dat dit ook geldt voor discriminatie op grond van seksuele geaardheid.

Dat is allemaal goed en wel, maar in het actieplan van de Commissie voor het programma van Stockholm vinden we geen maatregelen om dezelfde rechten te garanderen voor gehuwde koppels van hetzelfde geslacht. Burgers die als koppel van hetzelfde geslacht in het huwelijk zijn getreden in landen waar dat is toegestaan, kunnen niet langer wachten. Zij moeten hetzelfde recht hebben om naar andere lidstaten te verhuizen zonder te worden gediscrimineerd met betrekking tot een hele reeks verschillende burgerrechten.

Wij in het Parlement en de burgers willen een antwoord van de Commissie en ik hoop dat het een antwoord zal zijn dat inhoudt dat er wordt opgetreden voor gelijke rechten voor iedereen, ongeacht seksuele geaardheid.

 
  
MPphoto
 

  Oreste Rossi, namens de EFD-Fractie. – (IT) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, dames en heren, Europa kan niet de positie van het soevereine volk innemen en anderen haar wensen opleggen. Want, mocht u daar niet van op de hoogte zijn, Europa heeft namelijk een motto: "In verscheidenheid verenigd", dat wil zeggen dat iedereen baas in eigen huis is.

De parlementaire vragen die vandaag worden besproken, lijken erg op elkaar en hebben als doel dat de Commissie de lidstaten verplicht om huwelijken tussen koppels van hetzelfde geslacht te erkennen en iedere vorm van discriminatie met betrekking tot adoptie te voorkomen. De fractie van Lega Nord kan niet toestaan dat de Europese Unie het volk het recht ontneemt hun eigen cultuur, tradities en wortels te beschermen.

Het traditionele huwelijk, met andere woorden dat tussen een man en een vrouw die wellicht kinderen voortbrengen, is de enige vorm die erkend kan en mag worden. Iedere andere vorm van verbintenis tussen personen van hetzelfde geslacht kan bestaan, maar kan en mag zeker niet als huwelijk worden beschouwd.

Wij zijn nog meer verontrust door het verzoek van degenen die vragen hebben ingediend om kinderen te laten adopteren door koppels van hetzelfde geslacht. Wat voor opvoeding zullen ze krijgen? Niemand wil homoseksuele koppels belemmeren om bijvoorbeeld wezen of arme kinderen te helpen door lange afstandsadoptie, maar het is een ding om ze te helpen bij het opgroeien binnen hun eigen familie of geboorteland, maar het is een tweede om te vragen ze te mogen adopteren.

(Spreker verklaart zich bereid om een ”blauwe kaart”-vraag krachtens artikel 149, lid 8, van het Reglement te beantwoorden)

 
  
MPphoto
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE). - (ES) Mevrouw de Voorzitter, geachte collega, zou u me kunnen uitleggen in welke zin het geven van dezelfde rechten aan een koppel dat bestaat uit twee mannen of twee vrouwen in het nadeel zou kunnen zijn van een koppel dat bestaat uit een man en een vrouw? Wat is er schadelijk voor een heteroseksueel koppel aan het geven van rechten aan koppels van hetzelfde geslacht? Waar zit de dreiging? Waar zit het gevaar?

 
  
MPphoto
 

  Oreste Rossi, namens de EFD-Fractie. (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, het gaat hier niet om een gevaar, maar dit is volgens de meeste Italianen – en ik spreek namens Italië – onaanvaardbaar: het is anders. Goed, we hebben het over iets anders als het gaat om een stel dat rustig hun leven wil leiden en verder om niets vraagt, vergelijkbaar met een koppel dat bestaat uit een man en een vrouw – waaruit, indien mogelijk, kinderen voortkomen aangezien Europa verder blijft vergrijzen.

Zoals ik al eerder zei, vinden wij dat een koppel dat recht heeft op een formeel en officieel huwelijk moet bestaan uit een man en een vrouw, omdat zij zich kunnen voortplanten en het uiteindelijke doel van een vergrijzend Europa is om kinderen voort te brengen.

 
  
MPphoto
 

  Crescenzio Rivellini (PPE). (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, het debat van vandaag ligt aan de basis van de Europese Gemeenschap: de unie van verschillende gemeenschappen, van verschillende gevoeligheden en uiteenlopende meningen. Het vermogen om deze verschillende gevoeligheden samen te brengen, vormt de basis van Europa en van het Europees Parlement en daarom is het, hoe lastig ook, noodzakelijk dat we dit debat voeren.

Mijn aandacht werd getrokken door hetgeen commissaris Reding zei over dat we verder voorzichtig te werk moeten gaan om populaire opstanden te voorkomen.

Het is terecht om alle Europese burgers rechten te geven zodat ze iedere vorm van discriminatie aan kunnen vechten en hun vrijheid kunnen beschermen, maar vrijheid komt iedereen toe, ook gemeenschappen die in historisch opzicht, al duizenden jaren lang, het idee delen van een samenleving die gebaseerd is op het gezin, het traditionele gezin dat bestaat uit een man en een vrouw. Daarom moet ook de vrijheid bestaan om te kunnen uiten dat een gezin een verbintenis is tussen een man en een vrouw.

Natuurlijk kan iedereen verschillende verbintenissen aangaan, maar we kunnen een gezin dat bestaat uit een man en een vrouw, waarmee het voortbestaan van de mens wordt veiliggesteld, niet gelijkstellen aan andere verbintenissen, hoezeer we ze ook respecteren.

Het debat moet uiteraard doorgaan, omdat Europa verenigd moet zijn in het tonen van respect voor alle gevoeligheden, en zelfs dergelijk moeilijke, gecompliceerde en opruiende debatten tot een oplossing moeten leiden, maar dan tot een die alle gemeenschappen respecteert. Want – en ik richt me hierbij tot commissaris Reding – we kunnen de uitdrukking ‘populaire opstanden’ die de Europese eenheid in gevaar brengt absoluut niet toestaan.

 
  
MPphoto
 

  Emine Bozkurt (S&D). - Voorzitter, samenlevingscontracten en huwelijken van partners van hetzelfde geslacht worden niet in alle ontvangende lidstaten wettelijk erkend. Dit leidt tot meervoudige discriminatie op het gebied van familiezaken zoals voogdij en erfrecht, maar ook fiscale zaken en sociale rechten, alsof de huwelijken en partnerschappen in dit geval minder echt of minder belangrijk zouden zijn. Het voorgestelde actieplan in het Stockholm-programma omvat geen voorstel om dit op te lossen. Er zijn geen specifieke en concrete nieuwe initiatieven voor LGBT-rechten. Maar u hebt zojuist mooie woorden gesproken, want u zei dat u actie gaat ondernemen. Daar ben ik heel blij mee. U had het over concrete stappen, nou ja, concrete stapjes, en dat het met bepaalde lidstaten die problemen hadden heel voorzichtig, heel omzichtig erin gemasseerd moest worden.

Mijn vraag is, ten eerste, gaat dit nog gebeuren tijdens uw mandaat? Mijn tweede vraag is, geldt dit soort moeilijke situaties ook voor andere discriminatiegronden, zoals ras, handicap, leeftijd? Ik denk dat moed noodzakelijk is, voor alle gronden, want alle gronden zijn gelijk en de discriminatie op alle gronden moet tegelijkertijd goed bestreden worden.

Mag ik een voorstel doen. U zei dat u in november een rapport verwacht van het Fundamental Rights Agency, ook over discriminatie op het vlak van homofobie. Kan ik aan u vragen of u naar aanleiding van dat rapport, dat een reality check moet geven van de toestand, met een verslag komt voor het Parlement over hoe u de situatie inschat en welke concrete acties u gaat nemen, het liefst met reuzenstappen.

 
  
MPphoto
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE). - (ES) Mevrouw de Voorzitter, ik heb het geluk dat ik geboren ben in een land dat in de laatste jaren een enorme vooruitgang heeft geboekt op het vlak van gelijke rechten voor holebi’s. Men dacht oorspronkelijk dat in een land als Spanje het proces traag zou moeten verlopen, dat onze maatschappij nog niet klaar was om deze stap te zetten. We hebben de stap toch gezet, en er is niets gebeurd. Niet alleen is er niets gebeurd, de tevredenheid is toegenomen omdat de angst onder de burgers is verdwenen.

Personen van hetzelfde geslacht het recht geven om te trouwen en samen plannen te maken verplicht u niet om dit te doen als u dat niet wilt. Ik heb de mogelijkheid om met een man te trouwen, maar daarom bent u nog niet verplicht om dat te doen. Het geeft mij gewoon het recht om het te doen als ik dat wil. En dat geeft ons allen de vrijheid om deel uit te maken van een Europese Unie die deze principes en deze rechten duidelijk garandeert.

Ik heb dus dit geluk, net als andere geachte parlementsleden. Toch zijn er landen binnen de Europese Unie waar dat niet mogelijk is, en dat is in de huidige Europese Unie onaanvaardbaar. En daarom richten we nu een verzoek aan de Europese Commissie, want het leiderschap dat Spanje op dat moment tentoon heeft gespreid is wat we willen zien. We vragen nu aan u om dit project, dat niet terug te vinden is in het actieplan van het programma van Stockholm, ook te doen gelden in de huidige Europese Unie. We vragen u een concreet project dat garanties biedt opdat de discriminatie die we nu zien en vermelden zich nooit meer kan voordoen.

En het enige dat daarvoor nodig is, zoals al bleek in Spanje, is politieke wil. Als die er is, dan staan we aan uw kant. Als die wil ontbreekt, dan staan we tegenover elkaar.

(Spreker verklaart zich bereid een “blauwe kaart”-vraag krachtens artikel 149, lid 8 van het Reglement te beantwoorden)

 
  
MPphoto
 

  Crescenzio Rivellini (PPE).(IT) Mevrouw de Voorzitter, ik verwijs naar de toespraak van mijn collega met de vraag: als deze mogelijkheid om te kunnen veranderen er in Spanje zou zijn en als de Spaanse bevolking akkoord was gegaan met deze verandering, waarom kan er dan geen respect zijn voor de gevoeligheden van andere landen die een andere aanpak willen hanteren? Waarom zou je andere landen jouw beslissingen opleggen en de historische gevoeligheid van andere gemeenschappen aantasten?

Europa bestaat uit een verzameling van gemeenschappen en als een van deze gemeenschappen de waarden van een andere gemeenschap niet begrijpt, kan het nooit tot een volwaardig Europa uitgroeien. Als we daarom de beslissingen respecteren die in Spanje zijn gemaakt, waarom zijn we dan niet in staat om de beslissingen van andere gemeenschappen te respecteren?

 
  
MPphoto
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE). - (ES) Omdat we Europese burgers zijn en willen zijn. Volgens de Verdragen moeten we de mogelijkheid hebben om ons vrij te bewegen binnen de Europese Unie en overal dezelfde rechten genieten. Dat is het basisprincipe. En het tweede element is ook zeer eenvoudig: wat wij voorstellen is niets om bang voor te zijn, want de maatschappijen die historisch gezien gestoeld zijn op de relatie tussen een man en een vrouw, worden hierdoor niet uitgehold. Er gebeurt helemaal niets. De wereld draait door en is bovendien veel gelukkiger.

 
  
MPphoto
 

  Joanna Senyszyn (S&D). - (PL) Het is ontoelaatbaar dat er in Europa landen zijn waarin de rechten van mensen die gehuwd zijn of een civiel partnerschap hebben, afhankelijk zijn van hun seksuele geaardheid. In een deel van de lidstaten kunnen homoseksuelen hun partnerschap niet wettelijk regelen en worden partnerschappen die in andere landen legaal geregistreerd zijn niet erkend. In Polen wordt een homoseksuele partner, zelfs bij de dood van zijn geliefde, behandeld als tweederangs burger. Hoe kunnen we een eind maken aan deze instemming met discriminatie op grond van seksuele geaardheid, als zelfs in deze zaal schandelijke, homofobe uitspraken worden gedaan? De auteurs van die uitspraken zijn zich er kennelijk niet van bewust dat homofobie een genante ziekte is die genezen moet worden. Laten we dus ophouden met het verdelen van burgers in 'mindere' en 'betere'. Iedereen heeft recht op het sluiten van legale partnerschappen, op adoptie, op werk in elk beroep, op eerlijk onderwijs, op het niet hoeven verbergen van de seksuele geaardheid, recht op liefde, trots en geluk.

 
  
MPphoto
 

  Anna Záborská (PPE). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw de commissaris, dit debat toont aan hoe het argument van non-discriminatie op basis van geslacht en seksuele geaardheid wordt gekoppeld aan het argument van vrij verkeer van werknemers met een enkel doel: de lidstaten ertoe dwingen hun nationale tradities in het civiele recht grondig te wijzigen, waarin de definitie van het gezin is verankerd.

Nationale parlementen respecteren de mening van hun burgers. Voor 80 procent van de burgers vormt het gezin eerst en vooral een stabiele verbintenis tussen een man en een vrouw. Dit cijfer is gepubliceerd door Eurostat, maar niemand heeft het erover. Als we openlijk zouden praten over het feit dat de overgrote meerderheid van de burgers vandaag de dag nog steeds achter het gezinsmodel staat dat is gebaseerd op het huwelijk tussen man en vrouw, zou dit debat anders worden gevoerd.

(Spreker stemt ermee in om een vraag te beantwoorden waarvoor een “blauwe kaart” is opgestoken, conform artikel 149, lid 8 van het Reglement.)

 
  
MPphoto
 

  Sarah Ludford (ALDE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, ik zou nog even aan mevrouw Záborská willen vragen of ze het ermee eens kan zijn dat er geen sprake van is dat we lidstaten willen dwingen hun huwelijkswetten te veranderen, maar dat we hen willen verplichten de uitkomsten van de wetgeving van andere landen betreffende partnerschap en huwelijk te erkennen. Dat is een fundamenteel verschil.

Dit gaat over de uitvoering van het beginsel van wederzijdse erkenning. Ik zou andere sprekers die vergelijkbare gevoelens hebben geuit, willen vragen te aanvaarden dat we al een goed ontwikkeld beginsel van wederzijdse erkenning hanteren op vele terreinen van het leven en de bevoegdheden van de EU.

Dat is de weg die we moeten inslaan op het gebied van non-discriminatie en vrij verkeer. Het gaat er niet om lidstaten te dwingen hun eigen huwelijkswetten te wijzigen, het gaat er simpelweg om dat zij de huwelijkswetten van andere landen erkennen.

 
  
MPphoto
 

  Anna Záborská (PPE). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, hierop geef ik graag antwoord.

Het gaat misschien niet om een wijziging van het familierecht of de wetgeving inzake het gezin in de lidstaten, maar het gaat om een wijziging van het burgerlijk wetboek. Het burgerlijk wetboek moet in de lidstaten worden gewijzigd. Sommige wijzigingen worden ingevoerd met grote wetten, andere middels regeringsverordeningen. Maar regering en parlement moeten de mening van burgers respecteren, ook wanneer zij wetten aannemen die niet geheel betrekking hebben op het familierecht.

 
  
MPphoto
 

  Nicole Sinclaire (NI).(EN) Mevrouw de Voorzitter, ik had niet verwacht vanavond te spreken. Ik was niet van plan te spreken en ik heb geen toespraak voorbereid, maar ik vond dat ik toch een paar woorden moest zeggen.

Als openlijk homoseksueel persoon denk ik dat het ons aller recht is om lief te hebben wie wij willen liefhebben en het leven te leiden dat wij willen leiden, met wie dan ook. Wat hier vanavond bevestigd wordt, is hoezeer ik gelijk had om de EFD-Fractie met haar fascistische standpunten te verlaten – bijvoorbeeld de negentiende-eeuws standpunten van haar Italiaanse leden. Ik herinner deze Kamer eraan dat hun burgemeester van Treviso heeft gezegd dat zijn stad etnisch moest worden gezuiverd van homoseksuelen.

Als openlijk homoseksueel persoon en openlijk homoseksueel politica ben ik soms een beetje bang om campagne te voeren voor datgene waarin ik geloof ten aanzien van gelijke rechten voor homoseksuelen. Dat is omdat ik niet wil worden getypecast. Ik wens campagne te voeren voor waar ik in geloof. Dat is zeker een vorm van discriminatie die nog altijd bestaat in onze lidstaten.

Natuurlijk, als mensen toetreden tot de Europese Unie – er zijn veel referenda geweest waarbij mensen zijn toegetreden tot de Europese Unie – treden ze daarmee ook toe tot deze rechten. Iedereen weet dat ik geloof in de lidstaat, maar – zoals mevrouw In 't Veld heeft gezegd – dit gaat verder dan de lidstaat. Dit gaat om fundamentele mensenrechten. Ik denk dat als je een land laat toetreden tot de Europese Unie – hoezeer ik daar ook tegen ben – de mensen van dat land ook moeten toetreden tot haar rechten. Dus wanneer gaat u deze rechten handhaven? Zijn we gelijk of niet?

 
  
MPphoto
 

  Sophia in 't Veld (ALDE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, ik zou heel kort een vraag willen stellen aan mijn Italiaanse collega – mijn verontschuldigingen dat ik zijn naam niet ken – die de andere lidstaten verzocht rekening te houden met de gevoeligheden in zijn land.

Dit debat gaat niet over het aanvaarden van de gevoeligheden van andere landen, maar over het aanvaarden van de wetten van andere landen. Daarom wil ik die collega vragen of hij bereid is de wetten van andere EU-lidstaten te erkennen?

 
  
MPphoto
 

  Crescenzio Rivellini (PPE). (IT) Ik hoef alleen maar te antwoorden door de beslissing van het Hof van Justitie in 2008 aan te halen, die compleet ingaat tegen jouw verklaring en die lidstaten de mogelijkheid verschafte om in dergelijke situaties wetten te maken en geen respect op te hoeven brengen voor debatten als deze.

Ik verwijs daarom naar de beslissing van het Hof van Justitie in 2008.

 
  
MPphoto
 

  Viviane Reding, vicevoorzitter van de Commissie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, voor mij is het eenvoudig want de wet is heel duidelijk. Het gaat om non-discriminatie, het recht op vrij verkeer en wederzijdse erkenning.

Laat ik het volgende benadrukken. Als je in land A in een wettelijk erkend partnerschap of huwelijk met een partner van hetzelfde geslacht leeft, heb je het recht – en dit is een fundamenteel recht – om deze status en die van je partner mee te nemen naar land B. Als dat niet kan, wordt het EU-recht geschonden, dus daar is geen discussie over. Dit is volstrekt duidelijk en we hoeven op dit punt niet te aarzelen.

Dit is nu de wet en u kunt erop rekenen dat ik u zal helpen die te handhaven. Maar wacht, het is de wet. De realiteit sur le terrain – de werkelijkheid – zou wel eens anders kunnen zijn en deze realiteit moeten we veranderen. Daarom heb ik gezegd dat we bilaterale bijeenkomsten op technisch niveau met de lidstaten houden om te zien hoe we hun toepassing kunnen veranderen van iets wat juridisch heel duidelijk is. Staat u mij toe om het oneens met mevrouw Ludford. We zijn het gewoonlijk eens in onze analyse, maar hier niet.

De richtlijn betreffende vrij verkeer verleent de lidstaten niet het recht te discrimineren – dat doet geen enkele EU-richtlijn. We mogen niet toestaan dat zich een mythologie ontwikkelt waarin wordt gezegd dat discrimineren eigenlijk wel mogelijk is. We moeten zeer stevig op onze beginselen staan. Ik denk dat we hier weer eens zijn, nietwaar?

Er is voor mij dus geen discussie mogelijk over de basis van ons rechtssysteem en hoe het moet worden geïnterpreteerd. We zullen proberen dit overal toegepast te krijgen zoals het is opgeschreven; hier vindt u mij aan uw zijde.

Er was een vraag: wanneer gaat dit gebeuren? Nu! Niet over vijf of tien jaar. Ik weet niet hoe het zit met de mentaliteitsverandering in de verschillende lidstaten. Ik kan alleen vertellen over de ervaring die ik als politicus in een aantal decennia heb opgedaan. Soms zijn regeringen voorzichtiger dan hun bevolking. Dat is uit persoonlijke ervaring in deze zaal gezegd. Soms reageert de bevolking op een heel natuurlijke, ontspannen manier terwijl de regering denkt dat er een zeer groot probleem is.

Wat ik probeer te doen is de regeringen dit te laten begrijpen. Als er geen begrip is, zullen hardere maatregelen moeten worden toegepast.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  Elisabetta Gardini (PPE), schriftelijk. (IT) Niemand kan ontkennen dat non-discriminatie een kernwaarde is. En niemand kan ontkennen dat partnerkeuze binnen de sfeer van persoonlijke vrijheid valt, maar in dit geval bemoeit Europa zich met zaken waar het niets mee te maken heeft. Voor ons, zoals bekrachtigd door de Italiaanse wet, is een gezin gebaseerd op een huwelijk tussen een man en een vrouw. Dit is het onderliggend principe van ons rechtssysteem dat weerspiegelt in de cultuur, tradities en gevoeligheden van de Italiaanse bevolking. Ook moeten we niet vergeten dat de Europese Unie volgens het subsidiariteitsbeginsel – versterkt door het Verdrag van Lissabon – niet tussenbeide kan komen in zaken die binnen het mandaat van de lidstaten vallen, zoals bij familierecht. Artikel 9 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie verklaart inderdaad dat ‘het recht te huwen en het recht een gezin te stichten worden gewaarborgd volgens de nationale wetten die de uitoefening van deze rechten beheersen’. De individuele lidstaten zijn hier dus verantwoordelijk voor. Ieder land heeft het recht zijn eigen nationale identiteit en overtuigingen ten aanzien van andere landen binnen de internationale gemeenschap te waarborgen. Deze gedachte komt tot uitdrukking in het motto van de Europese Unie: in verscheidenheid verenigd.

 
  
MPphoto
 
 

  Debora Serracchiani (S&D), schriftelijk. (IT) Het wettelijk kader voor koppels van hetzelfde geslacht loopt nogal uiteen binnen de Europese Unie en er komen grote verschillen voor tussen de verschillende lidstaten. Bijna dagelijks komen er voorvallen van discriminatie tegen koppels van hetzelfde geslacht voor en daarom is het noodzakelijk dat Richtlijn 2000/43/EG en 2000/78/EG worden nageleefd met als doel discriminatie op grond van godsdienst, handicap of seksuele geaardheid te bestrijden. De Europese Unie moet zich meer inzetten om te garanderen dat koppels van hetzelfde geslacht over dezelfde rechten beschikken als heteroseksuele koppels als ze naar een ander land binnen de Europese Unie verhuizen voor studie of werk, op grond van de richtlijn inzake het vrij verkeer van Europese burgers.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid