Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2008/0211(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0230/2010

Ingediende teksten :

A7-0230/2010

Debatten :

PV 08/09/2010 - 4
CRE 08/09/2010 - 4

Stemmingen :

PV 08/09/2010 - 6.1
CRE 08/09/2010 - 6.1
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0308

Debatten
Woensdag 8 september 2010 - Straatsburg Uitgave PB

4. Bescherming van dieren die voor wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is de aanbeveling voor de tweede lezing betreffende het standpunt van de Raad in eerste lezing met het oog op de aanneming van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van dieren die voor wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt [06106/1/2010 – C7-0147/2010 – 2008/0211(COD)] – Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling. Rapporteur: Elisabeth Jeggle (A7-0230/2010).

 
  
MPphoto
 

  Elisabeth Jeggle, rapporteur. − (DE) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de commissaris, beste collega's, na een bijna twee jaar durende intensieve discussie hebben we met de Raad en de Commissie overeenstemming bereikt over de richtlijn betreffende de bescherming van dieren die voor wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt, die een opmerkelijk compromis vormt tussen dierenbescherming en belangen van onderzoek.

Daarom wil ik alle betrokkenen danken voor de uitstekende samenwerking. Mijn dank gaat uit naar onze voormalige collega Neil Parish, die in mei vorig jaar in eerste lezing een goed uitgangspunt voor het Parlement wist te bereiken. Ik spreek mijn dank uit aan alle schaduwrapporteurs. Ik dank de vertegenwoordigers van de Commissie en die van het Zweedse en het Spaanse voorzitterschap van de Raad. En niet in de laatste plaats dank ik de medewerkers van de fracties en het commissiesecretariaat. Wij hebben er met zijn allen alles aan gedaan om dit compromis te bereiken.

De nieuwe richtlijn dierproeven betekent in vergelijking met de tot dusver geldende richtlijn uit 1986 een enorme sprong voorwaarts in de dierenbescherming. Alleen onder zeer strenge voorwaarden en wanneer er geen alternatieven zijn is medisch onderzoek op dieren nog toegestaan. Grondbeginsel van de nieuwe richtlijn is het vermijden en verminderen van dierproeven en het verbeteren van de dierenbescherming. Daartoe zijn bij de richtlijn uitvoerige beschermende bepalingen en controlecriteria vastgesteld. Met de verplichting tot een ethische beoordeling, waartoe ook een schade-batenanalyse behoort, de toelatingsprocedure voor de onderzoeksprojecten en de standaardisering en waarborging van de beroepskwalificaties van personen die met dieren werken, zijn fundamentele nieuwe beginselen ingevoerd.

Proeven waarbij dieren worden gebruikt mogen niet worden uitgevoerd zonder voorafgaande goedkeuring op basis van een projectbeoordeling waarbij ethische overwegingen een rol spelen. Hierbij moet zorgvuldig worden geëvalueerd of een bepaalde dierproef noodzakelijk is, of deze niet door een alternatieve procedure kan worden vervangen en of alle al naargelang de ernst van de proef geldende vereisten inzake dierenbescherming worden nageleefd. Angst, lijden en pijn moeten zoveel mogelijk worden voorkomen.

Op aandringen van de Parlementsdelegatie is bovendien voor een streng controle- en inspectiesysteem gezorgd. De bevoegde autoriteit past de frequentie van de inspecties, met inbegrip van onaangekondigde controles ter plaatse, aan aan het potentiële risico. Ik ben er volledig van overtuigd dat we het juiste evenwicht hebben gevonden tussen een hoog niveau van dierenbescherming en de mogelijkheid om in Europa ook in de toekomst onderzoek te blijven doen. De gevonden oplossing houdt rekening met de vereisten van onderzoek met betrekking tot menselijke waardigheid en gezondheid, verliest de gerechtvaardigde belangen van zieke mensen niet uit het oog en betekent voor de dierenbescherming een enorme sprong voorwaarts ten opzichte van de in 1986 geformuleerde normen.

In de driepartijenonderhandelingen hebben we een compromis bereikt dat op 3 juni werd goedgekeurd. Beste collega's, ik verzoek u dit compromis te steunen en alle voorgestelde amendementen te verwerpen.

 
  
MPphoto
 

  John Dalli, lid van de Commissie. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, allereerst wil de teleurstelling van commissaris Potočnik overbrengen dat hij vandaag hier niet aanwezig kan zijn. Hij is momenteel in Gent, waar hij deelneemt aan de informele ministersbijeenkomst over het EU-standpunt voor de tiende bijeenkomst van de conferentie van de partijen bij het Verdrag inzake biologische diversiteit, die in oktober in Nagoya wordt gehouden.

Ik wil het Parlement bedanken, en in het bijzonder de rapporteurs mevrouw Elisabeth Jeggle en het voormalige lid van dit Parlement de heer Neil Parish, de schaduwrapporteurs en al diegenen die even hard hebben gewerkt aan de totstandkoming van dit zeer belangrijke stuk wetgeving. Ik ben zeer verheugd over de uitstekende samenwerking tussen het Parlement, de Raad en de Commissie.

De onderhandelingen tussen de instellingen en het overleg vóór en tijdens de medebeslissingsprocedure bleek een hele uitdaging te zijn, aangezien de diverse en vaak sterk uiteenlopende opvattingen en behoeften van de lidstaten, de industrie, de academische wereld en de voorvechters van dierenwelzijn in aanmerking moesten worden genomen en zoveel mogelijk in de tekst tot uiting moesten komen. Ik ben van mening dat het resultaat een goed en werkbaar stuk wetgeving vormt, dat erin geslaagd is de balans te vinden tussen enerzijds het bevorderen van onderzoek en concurrentievermogen in Europa en anderzijds het volledig rekening houden met dierenwelzijn.

De herziening was zeer noodzakelijk aangezien deze essentieel was om de levensomstandigheden van proefdieren aanzienlijk te verbeteren, de wettelijke verplichtingen te verduidelijken en om te zorgen voor een gelijk speelveld binnen de EU. Zodra de nieuwe wetgeving wordt ingevoerd, kan de Europese Unie zich erop beroepen de hoogste dierenwelzijnsnormen in de wereld te hebben, waarbij de lat in alle 27 lidstaten van de Europese Unie hoger wordt gelegd op een wijze die het concurrentievermogen van ons onderzoek en onze industrie niet in gevaar brengt, maar juist bevordert.

Wij zijn van mening dat in de tekst waarover u vandaag gaat stemmen alle belangrijke aspecten van het oorspronkelijke voorstel van de Commissie gehandhaafd zijn. Ik denk daarom dat als u vóór het voorstel stemt, de ambitieuze doelstellingen van de Commissie met betrekking tot deze herziening bereikt zullen zijn.

 
  
MPphoto
 

  Herbert Dorfmann, namens de PPE-Fractie. – (DE) Mevrouw de Voorzitter, beste collega's, dieren hebben recht op bescherming, ongeacht de vraag of ze als proefdieren worden gebruikt, als vee of als huisdieren worden gehouden of in de vrije natuur leven.

Volgens mijn normbesef is echter een dier een dier en een mens een mens. En er is een duidelijk waardesysteem. In de afgelopen dagen hebben we er bijvoorbeeld over gediscussieerd dat dierproeven nu blijkbaar toch mogelijk zijn zonder verdoving. Inderdaad is het zo dat dieren bloed kan worden afgenomen zonder dat zij worden verdoofd. Maar dat gebeurt ook bij de mens. Ik ga ervan uit dat niemand ooit is verdoofd om bloed af te nemen. De vooruitgang van de medische wetenschap is een groot goed, en helaas zijn daarvoor wellicht ook dierproeven nodig. Met betrekking tot een hele reeks ziekten, ook zeldzame ziekten, zien we nog steeds reikhalzend uit naar vooruitgang in de geneeskunde, de wetenschap of onderzoek. Hiervoor zullen ook in de toekomst dierproeven nodig zijn!

Ik ben er absoluut voor om van dierproeven af te zien wanneer andere, gelijkwaardige methoden beschikbaar zijn. Dit wordt gewaarborgd door voorstel dat ter tafel ligt – met één uitzondering: bij zulke andere methoden mogen mensen noch menselijke voortplantingscellen worden gebruikt.

We hebben een goed compromis gevonden, een compromis dat het onderzoek en Europa als locatie voor onderzoek beschermt, maar vooral de dieren beschermt. We moeten vandaag voor dit compromis stemmen om op die manier voor meer bescherming voor dieren en zinvol onderzoek in Europa te zorgen!

 
  
MPphoto
 

  Daciana Octavia Sârbu (S&D). (RO) Ten eerste wil ik mijn dank uitspreken aan mevrouw Jeggle en de andere collega's, de schaduwrapporteurs, voor de goede samenwerking tijdens de onderhandelingen met de Raad over dit compromis.

Ieder jaar worden in de Europese Unie ongeveer twaalf miljoen dieren gebruikt voor wetenschappelijke experimenten. Het brede publiek heeft regelmatig een kwestie gemaakt van betere bescherming voor deze dieren.

Indien mogelijk zouden we een einde willen maken aan alle dierproeven. We hebben deze echter nog steeds nodig ter bescherming van de gezondheid van mens en dier en van het milieu.

De nieuwe bepalingen die aan deze richtlijn zijn toegevoegd bevatten onder andere de verplichting tot frequentere, vaak onaangekondigde inspecties dan in het verleden. Ook is voorafgaande toestemming nodig voor procedures met dieren, vooral niet-menselijke primaten.

Er is praktisch gezien een beperking aangebracht aan het lijden waar een dier in wetenschappelijke procedures aan onderworpen mag worden. Er is ook een beperking voorgesteld op het gebruik van niet-menselijke primaten. Dit betekent dat zij nu alleen kunnen worden gebruikt in procedures voor het vermijden, voorkomen, diagnosticeren en behandelen van voor mensen mogelijk fatale aandoeningen.

Ik ben tevreden dat de uiteindelijke tekst de verplichting om de richtlijn periodiek te herzien – rekening houdend met de wetenschappelijke vooruitgang – is gebleven. Ik wil de nadruk leggen op het belang van alternatieve methoden voor dierproeven, die aangegeven zijn in deze ontwerprichtlijn.

We zijn ons er allen van bewust dat het huidige wetsvoorstel lange tijd in de pijplijn heeft gezeten. Ik ben van mening dat we na de onderhandelingen met de Raad tijdens het Zweedse en Spaanse voorzitterschap een uitgebalanceerde gezamenlijke positie hebben bereikt, die recht doet aan zowel de noodzaak om dieren in wetenschappelijke procedures te beschermen en de behoeften van de wetenschappelijke wereld.

 
  
MPphoto
 

  Marit Paulsen, namens de ALDE-Fractie. – (SV) Mevrouw de Voorzitter, ik zal proberen hier kort de voorgeschiedenis te beschrijven. In de eerste plaats wil ik mevrouw Jeggle dankzeggen voor haar voortreffelijke leiding in deze bijzonder lastige zaak.

Wij hebben het werk overgenomen in een zaak waarvan je kort samengevat zou kunnen zeggen dat het voorstel van de Commissie extreem diervriendelijk en de eerste lezing van het Parlement bijna even extreem industrievriendelijk was. Het Parlement heeft zich er de afgelopen jaren met uitmuntende steun van het Zweedse en het Spaanse voorzitterschap, onder leiding van mevrouw Jeggle, de Commissie, de Raad, onze politieke fracties en de functionarissen van de parlementaire commissie, stukje bij beetje en woord voor woord doorheen gewerkt, om eindelijk tot een redelijk uitgebalanceerde richtlijn te komen.

Vooropgesteld dat we in de eerste plaats de dieren willen beschermen, zou ik persoonlijk de aandacht willen vestigen op de structuren die we op dit moment opstellen voor de dieren die we eten. In dat opzicht is er enorm veel werk te verzetten. Deze dieren genieten in de huidige situatie een slechtere bescherming dan proefdieren. Kijk maar eens naar de lange transportroutes op weg naar de slacht. Komt u deze nooit tegen op de snelweg?

Ik heb al eerder te maken gehad met pittige verslagen en lastige onderhandelingen, maar ik heb nog nooit eerder meegemaakt dat het Parlement van mening is veranderd en zijn besluiten heeft aangepast aan de hand van de stellingname van de aanwezige lobbygroepen. Dat had ik niet gedacht van dit Parlement.

 
  
MPphoto
 

  Jill Evans, namens de Verts/ALE -Fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil ook graag mevrouw Jeggle bedanken voor haar harde werk aan dit verslag. Er staan aanzienlijke verbeteringen in de compromistekst, met name wat betreft de inspecties, de nieuwe vergunningsprocedure voor experimenten en een adequaat classificatiesysteem, waar we blij mee zijn. We wachten echter al verschillende jaren op de actualisering van deze wet en mijn fractie heeft nog steeds drie belangrijke punten van zorg; vandaar de amendementen die we hebben ingediend.

Wij zijn van mening dat de lidstaten het recht moeten houden om strengere regels rond dierenbescherming in te voeren, zoals dat nu ook het geval is en wat we ook hadden afgesproken bij de eerste lezing. Wij zijn van mening dat er waar dat mogelijk is, gebruik moet worden gemaakt van alternatieven voor dieren. In de huidige formulering blijft de verplichte eis voor een het gebruik van een alternatieve methode beperkt tot een minderheid van de uitgevoerde proeven, hetgeen een afzwakking betekent van de bestaande wetten en ook dat is niet wat we hadden afgesproken bij de eerste lezing.

Voor wat betreft de niet-menselijke primaten zijn we van mening dat zonder het woord "wezenlijk" een gezondheidsondermijnende aandoening eigenlijk zou kunnen worden geïnterpreteerd als vrijwel elke menselijke kwaal, en niet als een ernstige vermindering van de menselijke gezondheid, wat hier wel bedoeld wordt.

We weten uit ervaring met wetgeving op dit gebied dat de tenuitvoerlegging en de handhaving cruciaal zijn om tot effectieve wetgeving te komen, en dit zijn cruciale punten. Om tot meer duidelijkheid te komen via verdere besprekingen, zal mijn fractie oproepen om het verslag terug te verwijzen naar de commissie.

 
  
MPphoto
 

  Janusz Wojciechowski, namens de ECR-Fractie. – (PL) Mevrouw de Voorzitter! Ik ben verheugd, dat deze verordening tot stand kwam. Ik zou mevrouw Jeggle willen feliciteren, want het werken aan een compromis was zeer zwaar. Goed, dat de Europese Unie een opeenvolgend, belangrijk deel regelt, betreffende het behandelen van dieren en dat we een oplossing voor de bestrijding van wreedheid tegen hen accepteren. In het oude systeem van dierproeven was veel wreedheid. Dit kan worden beperkt en de verordening is een stap in die richting. Wreedheid tegen dieren valt dierenrechten aan en veroorzaakt hun lijden, maar bovenal is het een aanval op de mensenrechten. Het tast de menselijke waardigheid aan. De mens, die wreed optreedt tegen dieren, handelt tegen de eigen menselijkheid en de eigen waardigheid. Dat de verordening vandaag werd aangenomen in het Parlement, is een stap in de goede richting. Hierin komt een kwestie aan bod, die twijfels doet rijzen, maar daarover zal ik spreken in een verklaring na de stemming.

 
  
MPphoto
 

  Marisa Matias, namens de GUE/NGL-Fractie.(PT) Mevrouw de Voorzitter, op Europa rust de plicht de bescherming van dieren te bevorderen, maar waar we het nu over hebben, gaat veel verder. Het confronteert ons met lastige vraagstukken. Geen enkele waarde mag worden gezien als een op zich zelf staande, absolute waarde. We moeten op dit gebied keuzes maken, en er is soms sprake van contradicties. Alleen een evenwichtige wetgeving kan die spanningen oplossen.

Als we een hiërarchie van waarden aanleggen - moet het welzijn van dieren dan ondergeschikt worden gemaakt aan de menselijke gezondheid? Welke Europese strategie met worden gevolgd wanneer zaken als - bijvoorbeeld - de menselijke gezondheid of essentieel onderzoek op het spel staan? Hoe kunnen we voorkomen dat we het medisch onderzoek in Europa zodanig aan beperkingen onderhevig maken dat we dit onderzoek uiteindelijk helemaal onmogelijk maken?

Als we die vragen vermijden, kan het Europese geweten zich misschien gerust voelen. Maar dan brengen we het onderzoek naar, bijvoorbeeld, medicijnen, over naar landen waar misschien wel in het geheel geen toezicht wordt gehouden op het welzijn van dieren. We moeten proberen alternatieven te vinden voor dierenexperimenten ten behoeve van wetenschappelijke doeleinden. We zullen daar nog veel discussies aan moeten wijden, en ik zou daarbij graag zien dat we die discussie verder verdiepten.

 
  
MPphoto
 

  Giancarlo Scottà, namens de EFD-Fractie. – (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, het is belangrijk en noodzakelijk om een evenwicht te vinden tussen de noodzaak om het wetenschappelijk onderzoek verder te brengen en de noodzaak om het welzijn van dieren te beschermen.

Op dit moment is de bescherming van dieren die voor wetenschappelijk onderzoek worden ingezet, niet afdoende. Dankzij nieuwe wetenschappelijke kennis kunnen alternatieven worden bevorderd waarbij geen of minder dieren worden ingezet. We moeten gebruik maken van methodes en procedures die zo min mogelijk pijn en lijden veroorzaken, zonder dat deze het wetenschappelijk onderzoek naar behandelmethoden voor ziektes belemmeren.

Om die reden is het goed om de Europese wetgeving op het gebied van dierenbescherming te herzien om bevredigende resultaten te behalen die tegemoet komen aan de behoeften van de onderzoekers – gezien de noodzaak van wetenschappelijk onderzoek waar de menselijke gezondheid bij gebaat is – en die tegelijkertijd het welzijn beschermen van de dieren die nog wel nodig zijn voor wetenschappelijke doeleinden.

 
  
  

VOORZITTER: STAVROS LAMBRINIDIS
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Mike Nattrass (NI). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de Commissie heeft deze richtlijn in 2008 voorgesteld en er waren toen zorgen over het overmatig belasten van de wetenschappelijke onderzoeksindustrie. Het voorstel zwakt sommige beperkingen af en ik stel vast dat de eis inzake het delen van gegevens over dierproeven er niet meer in staat.

Jaarlijks worden er in de EU bij experimenten zo'n 12 miljoen dieren gebruikt en dit voorstel zou het dierenleed nog kunnen doen toenemen. We moeten ervoor zorgen dat de behoefte aan dierproeven afneemt.

Beschaafde mensen proberen een balans te vinden tussen de behoefte aan onderzoek en de plicht de levens van andere wezens op deze planeet te respecteren. Beslissingen hierover vereisen de wijsheid van Salomo. Helaas voel ik mij verplicht de vraag te stellen: beschikt het Europees Parlement over die wijsheid?

 
  
MPphoto
 

  Martin Kastler (PPE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega's, het is belangrijk dat we op het gebied van dierenbescherming een grote nieuwe stap zetten en ervoor zorgen dat dieren in het kader van wetenschappelijk onderzoek meer bescherming genieten.

We hebben veel over dierenbescherming gehoord. We hebben ook gehoord dat Europa een belangrijke locatie is voor onderzoek en innovatie in de industrie. Over één punt hebben we het echter nauwelijks gehad, namelijk de fundamentele waarde van de Europese Unie: human dignity, de menselijke waardigheid, en de vraag hoe we daarmee omgaan. In mijn ogen is het onaanvaardbaar dat we aan de ene kant – godzijdank – voor een hoger niveau van dierenbescherming zorgen, maar aan de andere kant risico's nemen op een terrein dat althans gedeeltelijk in strijd is met onze Europese waarden.

Waarom zeg ik dat? De Europese Commissie heeft in haar documenten alternatieve methoden genoemd. Daaronder ook vijf methoden die op onderzoek en gebruik van embryonale stamcellen, met name menselijke stamcellen, zijn gericht. Ik vind dat immoreel. Het is een punt waaraan ik niet voorbij kan gaan als ik vandaag over dit voorgestelde compromis tussen het Parlement, de Raad en de Commissie moet stemmen. Daarom doe ik een beroep op u – in het bijzonder op de Raad, de lidstaten en de Commissie in de zogenoemde regelgevend comité – om voor een zeer voorzichtige benadering te kiezen. Als we aandacht besteden aan de menselijke waardigheid, betekent dat niet dat we tegen dierenbescherming zijn, maar we willen zowel het een als het ander: dat we de waardigheid van levende wezens, of het nu om dieren of om mensen gaat, gezamenlijk beschermen op een wijze die in overeenstemming is met ons Europese begrip van waardigheid, zodat we ons samen voor die bescherming kunnen inspannen en sterk maken.

Een kenmerk van Europa is dat we voor de vrijheid en de waardigheid van de mens strijden. Daarom kan ik vandaag niet aan deze stemming deelnemen, omdat het mij om morele redenen niet mogelijk is het een te doen of het ander te laten. Weliswaar was het een belangrijke stap om hierover te discussiëren, maar aan deze derde dimensie van de menselijke waardigheid is niet genoeg aandacht besteed.

 
  
MPphoto
 

  Paolo De Castro (S&D). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, na anderhalf jaar van moeizame onderhandelingen tussen het Parlement, de Raad en de Commissie hebben we nu eindelijk een compromistekst bereikt over het gevoelige dossier van de dierproeven. Het is een lastige klus geweest en ik wil onze rapporteur, mevrouw Jeggle, en de schaduwrapporteurs bedanken voor het voeren van deze intensieve onderhandelingen.

De tekst is zonder tegenstemmen en met slechts vier onthoudingen aangenomen in de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling, waarvan ik de eer heb voorzitter te zijn. De tekst kent een goede balans tussen de noodzaak om het welzijn van dieren die voor dierproeven worden ingezet, te verbeteren, en de noodzaak om het medisch onderzoek verder te brengen. Het voorstel poogt de inmiddels verouderde richtlijn uit 1986 te analyseren en te verbeteren en poogt de Europese voorschriften op dit gebied te harmoniseren.

Dierproeven zijn voor ons allen en voor de publieke opinie een zeer gevoelig onderwerp, maar, dames en heren, ik zeg met overtuiging dat de tekst waarover wij zo meteen stemmen verstandig is en het resultaat is van serieus en nauwkeurig onderzoek. De tekst is absoluut een verbetering van de bestaande wetgeving op het gebied van dierenbescherming, terwijl deze anderzijds onze morele verantwoordelijkheid om het medisch onderzoek verder te brengen, niet uit het oog verliest.

 
  
MPphoto
 

  George Lyon (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, zowel voor- als tegenstanders van deze kwestie nemen duidelijk zeer uitgesproken standpunten in. De kwestie is heel duidelijk. Enerzijds zijn er degenen die van mening zijn dat de rechten van dieren voorrang moeten krijgen, en anderzijds degenen van ons die geloven in het recht van de maatschappij op vooruitgang in de ontwikkeling van medicijnen, behandelingen en genezing van mensen met een zwakke gezondheid, de zieken en degenen die lijden. We moeten een goede balans zien te vinden. Ja, we moeten dieren beschermen, maar we moeten er ook voor zorgen dat onze wetenschappers de instrumenten hebben om de nieuwe geneesmiddelen te ontwikkelen die in de toekomst genezing zullen bieden voor sommige van de meest uitzichtloze ziektes waar we in onze samenleving mee worden geconfronteerd.

Ik denk dat ten aanzien hiervan de tekst die voor ons ligt de juiste balans biedt tussen deze twee standpunten. Ik ben van mening dat in deze tekst op adequate wijze rekening wordt gehouden met de bescherming van dieren en de rechten van de samenleving, en een goede balans is gevonden. Ik wil graag hulde brengen aan mevrouw Jeggle en alle schaduwrapporteurs voor het werk dat zij hebben verricht.

Ik zou de Groenen op dit late tijdstip willen verzoeken nog eens na te denken over de amendementen die zij indienen. Deze punten zijn al in het debat aan de orde gekomen. Er is al over onderhandeld. Ik ben van mening dat de tekst daadwerkelijk rekening houdt met hun zorgen en er ook een oplossing voor biedt. Dit onderwerp is te belangrijk voor politieke spelletjes en ik zou hen willen verzoeken om te overwegen in dit late stadium hun amendementen in te trekken voordat we hierover gaan stemmen.

 
  
MPphoto
 

  Carl Schlyter (Verts/ALE). - (SV) Mijnheer de Voorzitter, de strijd voor dieren gaat hand in hand met de strijd voor beter onderzoek. Wie dierproeven verdedigt, verzwakt het onderzoek. Er wordt traditioneel ten onrechte vertrouwd op de effectiviteit van dierproeven. Bij meer en meer medicijnen gaat het om specifiek menselijke reacties en dan hebben dierproeven geen enkel nut. De alternatieven zijn daarentegen wel effectief en ook nog eens sneller en goedkoper. De door de fractie van De Groenen/Vrije Europese Alliantie ingediende amendementen beogen dieren én onderzoek te helpen en dus is mijn advies dat u beter daarvoor kunt stemmen.

Bovendien is er een achterdeurtje dat het gebruik van apen mogelijk maakt. Dat moeten we dichten met de amendementen van De Groenen. Apen zijn in het slechtste geval alleen acceptabel bij de symptomen van ernstige aandoeningen van mensen, geen achterdeurtjes daar.

Ten slotte moeten landen voorop kunnen lopen bij de bescherming van dieren en het testen van nieuwe methoden. Pas dan kan Europa met betrekking tot de bescherming van dieren en medisch onderzoek mondiaal gezien een leidende rol spelen.

 
  
MPphoto
 

  John Stuart Agnew (EFD). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, als boer heb ik het altijd belangrijk gevonden dat dieren behoorlijk worden behandeld en naar mijn overtuiging is dat in het Verenigd Koninkrijk inderdaad het geval, tenminste door onze wetenschappelijke gemeenschap.

Ik heb in mijn kiesdistrict een bezoek gebracht aan Huntingdon Life Sciences en ik weet dat toegewijde mensen alleen datgene doen wat noodzakelijk is voor wetenschappelijke vooruitgang. Dit instituut voert essentiële testen uit op geneesmiddelen die over een paar jaar misschien wel het leven kunnen redden van iemand hier in deze zaal. Iedere werknemer daar is verplicht om als klokkenluider op te treden als zij bewijs hebben van dierenmishandeling.

We kunnen en mogen geen onnodige controles opleggen die op willekeurige wijze beperkingen opleggen aan bepaalde benaderingen. Deze drie amendementen zullen niet voor verbetering van het dierenwelzijn zorgen, maar zullen wel het onderzoek in de weg staan als ze worden opgelegd. Zij vormen onder andere een recept voor juridische conflicten hetgeen niet bijdraagt aan de bevordering van de geneeskunde maar misschien wel de beurzen van advocaten zal spekken.

De EU zou vaker het gezegde "als het niet kapot is, moet je het niet reparen" moeten toepassen. We hebben in het Verenigd Koninkrijk een goed stelsel, een verantwoordelijke wetenschappelijke gemeenschap – waaronder, in mijn eigen kiesdistrict, de universiteit van Cambridge, die een drijvende kracht vormt achter de wereldwijde wetenschappelijke vooruitgang – en evenwichtige wetten die op verstandige wijze rekening houden met wat in het kader van zowel de wetenschap als het dierenwelzijn noodzakelijk is. Dat zorgvuldige evenwicht moet in stand worden gehouden. Mijn boodschap aan de EU wat dit betreft is simpelweg: laten we hier nu eens met onze handen van afblijven.

 
  
MPphoto
 

  Miroslav Mikolášik (PPE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de richtlijn die we nu bespreken stelt zich ten doel dierproeven te beperken en de omstandigheden voor dieren die voor wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt, te verbeteren.

In Europa hebben we al de hoogste normen voor dierenwelzijn in de wereld en deze richtlijn zal die normen nog verder verhogen. Dat is zeer lovenswaardig, maar we moeten wel voor ogen houden dat mensen en hun welvaart belangrijker zijn dan het welzijn van dieren, en dat er een fundamenteel verschil bestaat tussen menselijke waardigheid en de waardigheid van dieren.

Ik waardeer de balans tussen strengere regels voor dierenwelzijn en het gebruik van dieren, terwijl onderzoek onder strenge voorwaarden nog steeds mogelijk blijft. Ik huldig het principe dat waar mogelijk dierproeven moeten worden vervangen door andere methoden, het aantal dieren dat wordt gebruikt moet worden teruggebracht, en dat de normen voor fokken, huisvesting en verzorging moeten worden verfijnd.

Dierproeven mogen alleen worden toegestaan als er geen alternatieve methode voorhanden is. Tegelijkertijd moet medisch onderzoek ook nog steeds mogelijk zijn. Dit zorgt voor een balans tussen de ethische noodzaak het aantal dierproeven te beperken en de eisen van het moderne medisch onderzoek.

Ik wil me hier ten zeerste uitspreken tegen alternatieve methoden voor dierproeven waar het mogelijk zou gaan om testen op basis van menselijke stamcellen. Ik maak mij zorgen over die lidstaten waar de nationale wetten de testmethoden waarbij menselijke embryo's worden gebruikt, niet uitsluiten van de verplichte alternatieve testmethoden. Wanneer deze richtlijn van kracht wordt, zouden lidstaten misschien verplicht worden ervoor te zorgen dat deze alternatieve methoden worden toegepast, ongeacht of ze nu wel of niet zijn gebaseerd op stamcellen van embryo's.

Ik wil mij daarom onthouden van de eindstemming, en verzoek de lidstaten met andere alternatieven te komen waarbij geen menselijk leven wordt vernietigd.

 
  
MPphoto
 

  Luis Manuel Capoulas Santos (S&D).(PT) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, ook ik wil om te beginnen mevrouw Jeggle gelukwensen met het uitstekende werk dat ze samen met de Commissie en de Raad voor het Parlement en de landbouwcommissie heeft verricht. Na anderhalf jaar onderhandelen - eerst onder het Zweeds, daarna onder het Spaans en ten slotte onder het Belgisch Voorzitterschap - is het gelukt een akkoord te formuleren dat een goed evenwicht aanhoudt tussen de eisen van de wetenschappelijke gemeenschap en wat we in dit verband wel het "welzijn van de dieren" kunnen noemen.

De voor dit resultaat benodigde meerderheid is behaald na een heel emotioneel en intens debat, waarin alle deelnemers concessies hebben gedaan. De burgers zijn bij dit debat nauw betrokken geweest, wat bij deze gevoelige materie natuurlijk te verwachten was. Maar beleidsmakers moeten nu eenmaal besluiten nemen, en hoewel we daarbij onze ogen niet mogen sluiten voor het lijden van dieren, moeten we toch keuzes maken en een rangorde van waarden aanleggen. Het standpunt dat mevrouw Jeggle ons vandaag heeft voorgelegd gaat uit van een waardenschaal die volgens ons heel geschikt is om de baten voor de menselijke gezondheid af te zetten tegen dierenleed. De socialistische fractie zal daarom vóór dit verslag stemmen en alle amendementen afwijzen.

 
  
MPphoto
 

  Jorgo Chatzimarkakis (ALDE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, om te beginnen wil ik uiting geven aan mijn dankbaarheid en respect voor mevrouw Jeggle, die echt al jaren aan deze tekst heeft gewerkt. Maar, mevrouw Jeggle, ik moet er wel bij zeggen dat we als Europeanen niet trots kunnen zijn op deze tekst. Daarvoor is hij veel te vaag en laat hij veel meer toe dan een land of een continent dat qua dierenbescherming een leidende rol in de wereld speelt, zou mogen toelaten.

Ik constateer dat de regeling op een aantal punten achteruitgang betekent, met name wat betreft het hergebruik van proefdieren. Dat hergebruik was vroeger aan meer beperkingen onderhevig, maar ik constateer dat de regeling wat dit betreft is versoepeld. U schudt het hoofd, maar als je het een en ander zorgvuldig bestudeerd is dat daadwerkelijk het effect van bepaalde woorden en nuances in de formuleringen. De ernst van de proefprocedures is volgens mij ook een punt waar er in sommige lidstaten sprake zou zijn van achteruitgang. In sommige lidstaten gaan de regels momenteel verder: in Duitsland, Groot-Brittannië, Zweden. We hebben een pijngrens ingevoerd, die door de Raad vervolgens is afgezwakt doordat uitzonderingen werden toegelaten. Bovendien zijn de bevoegdheden van de Commissie ingeperkt wat betreft de inspecties.

Toch zal ik voor dit verslag stemmen, mevrouw Jeggle, omdat het een verbetering inhoudt ten opzichte van de richtlijn van 1986, die dus al 24 jaar oud is. Er zijn toelatingsmechanismen ingevoerd. Voor drie categorieën proeven is een voorafgaande vergunning nodig, wat goed is. De procedures zijn vereenvoudigd, wat ook goed is. En persoonlijk ben ik er ook trots op dat we uit de afgelopen zittingsperiode de kwestie van alternatieve beproevingsmethoden hebben kunnen meenemen. Daarvoor zullen we echter meer geld moeten uittrekken.

Uiterlijk over zeven jaar moet deze richtlijn worden geëvalueerd. We hebben nu dus een goede basis, maar over zeven jaar moeten we nog verder gaan, opdat we onze reputatie waar kunnen maken dat we hier in Europa het hoogste niveau van dierenbescherming ter wereld hebben.

 
  
MPphoto
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE).(PT) Mijnheer de Voorzitter, het verslag dat nu door onze collega mevrouw Jeggle aan het plenum wordt voorgelegd zou de afsluiting moeten zijn van een lange en gecompliceerde procedure. Dat we tot dit punt kunnen hebben kunnen geraken heeft alles te maken met de inzet van mevrouw Jeggle en haar vermogen een intelligente dialoog te onderhouden. Ik wil haar daar graag voor bedanken.

Het is namelijk zo dat bij de onderwerpen die we nu bespreken niet alleen uiteenlopende belangen meespelen. Het gaat ook om ethische waarden. Over zulke onderwerpen wordt niet alleen met rationele argumenten gediscussieerd. Ze maken ook emoties los, en dat maakt het niet gemakkelijk een consensus te bereiken om zo - met inachtneming van de standpunten van de verschillende politieke stromingen en de lidstaten - de Europese burger te dienen en bij te dragen tot de opbouw van Europa door het uitwerken en vastleggen van gemeenschappelijke normen. Want daar gaat het bij dit verslag om: de hoognodige gelijkschakeling van criteria met als uiteindelijke doel een betere bescherming van de dieren.

Er zijn twee jaar verstreken sinds het besluit om een herziening uit te voeren van de Richtlijn van de Raad betreffende de bescherming van dieren die voor wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt. En nu doen we dan eindelijk een poging om met inachtneming van de verschillen tussen de lidstaten op dit punt een wat meer gedetailleerde regeling te formuleren om de uiteenlopende procedures dichter bij elkaar te brengen. Het ging er hier om een betere bescherming van voor wetenschappelijke doeleinden gebruikte dieren te scheppen, maar dan wel op een zodanige wijze dat de voortzetting van het biomedische onderzoek in Europa er niet door werd belemmerd. Dat evenwicht is in de tekst waarover we zo gaan stemmen bereikt.

Dat zal de dieren die we willen beschermen ten goede komen, en zo kwijten wij ons van onze verantwoordelijkheid jegens de dieren - zónder de kwaliteit en vooruitgang van het biomedisch onderzoek waarvan we elke dag profiteren te schaden.

 
  
MPphoto
 

  Ulrike Rodust (S&D). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, we moeten voor het onderhavige verslag over dierenbescherming stemmen. Het Parlement heeft in de onderhandelingen met de Commissie en de Raad veel weten te bereiken: namelijk vervanging, vermijding en verfijning.

Uit het oogpunt van dierenbescherming is dit altijd nog te weinig. De Raad was echter niet tot een verdergaand compromis bereid en heeft duidelijk gemaakt dat we geen nieuwe richtlijn krijgen als we dit resultaat niet aanvaarden. Dat wil echter niet zeggen dat we in de toekomst op dit gebied niet meer kunnen doen. Aan dierenbescherming en onderzoek moet in ons beleid hoge prioriteit worden gegeven. Ik zou zielsblij zijn als we nu al volledig van dierproeven zouden kunnen afzien. Helaas zijn we nog niet zo ver, zodat we er voorlopig voor moeten zorgen dat dieren zoveel mogelijk bescherming genieten.

Het in de onderhandelingen bereikte compromis biedt hiervoor in elk geval een veel betere basis. Wel moet erop worden gelet dat de lidstaten de nieuwe richtlijn consequent ten uitvoer leggen. Ik dank de rapporteur en de schaduwrapporteur hartelijk voor het goede werk dat zij hebben geleverd.

 
  
MPphoto
 

  Cristiana Muscardini (PPE). - (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, de rapporteur en degenen die met haar hebben samengewerkt, hebben lastig werk verricht, waar ik hen voor bedank.

Persoonlijk kan ik echter niet om het feit heen dat ik samen met een aantal leden van de Italiaanse regering, waar ik achter sta, verbijsterd ben dat dit onderwerp zelfs na 24 jaar nog niet dusdanig geregeld is zoals we zouden willen.

Enkele collega's hebben erop gewezen dat dieren een andere gevoeligheid hebben dan mensen. Zo zou geen enkel dier doen wat plaatsvindt, al heeft plaatsgevonden en nog zal plaatsvinden in Iran. In het algemeen maken dieren zich niet schuldig aan marteling en steniging en verkondigen zij niet de leugens die onze politieke wereld zo kenmerken.

Wij doen terecht een beroep op dieren als het wetenschappelijk onderzoek zich daarmee verder kan ontwikkelen en de gezondheid van de mens daarmee verbeterd kan worden, maar wij hebben niet het recht om dieren te blijven inzetten voor nutteloze, steeds herhaalde proeven die als enige doel hebben om de zakken van zogenaamde onderzoekers te vullen.

Wij zijn ons er goed van bewust dat we vandaag de dag met in vitro-experimenten of computersimulaties van de menselijke stofwisseling nauwkeurigere resultaten kunnen boeken dan mogelijk is met dierproeven, omdat je de resultaten van een experiment op de ene soort niet kunt toepassen op andere soorten, noch tussen diersoorten, noch tussen dier en mens.

Om deze redenen hopen wij dat deze richtlijn wordt herzien, opdat deze meer in lijn zal zijn met de huidige trends en met het wederzijds respect.

 
  
MPphoto
 

  Elisabetta Gardini (PPE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik wil de rapporteur en de schaduwrapporteurs danken voor het bereikte resultaat. Ik denk dat we het best mogelijke compromis hebben bereikt tussen de noodzaak van onderzoek en de noodzaak van bescherming van het welzijn van dieren die voor medisch onderzoek worden ingezet.

Helaas zijn dierproeven nog steeds noodzakelijk omdat er geen alternatieven bestaan. Computersimulaties en celculturen volstaan niet, en het zijn niet de politici, maar de onderzoekers die dit zeggen. Ik wil het Parlement erop wijzen dat er juist dankzij proeven met levende dieren behandelmethoden zijn ontdekt voor een aantal zeer ernstige ziektes. In 98 procent van de gevallen gaat het om knaagdieren, wat betekent dat grotere diersoorten maar zeer zelden worden ingezet. Ik wil u er ook op wijzen dat er dankzij deze proeven tegenwoordig behandelmethoden bestaan voor leukemie, diabetes en een aantal tumoren. Tot slot wil ik u erop wijzen dat de onderzoekers de eersten zijn die onnodig lijden willen voorkomen en ik denk dat een bezoek aan de onderzoekers volstaat om dat bevestigd te zien.

Het is waar dat er her en der nog reden tot zorg is. Ik verwijs daarbij naar een zorg die nog niet naar voren is gebracht: in artikel 49 zijn alle verwijzingen naar ethische comités geschrapt en vervangen door meer algemene nationale dierenbeschermingscomités. Daardoor zijn er alarmbellen gaan rinkelen bij degenen die in deze sector werkzaam zijn, omdat er in veel laboratoria al ethische comités bestaan of worden opgericht. Daarom bestaat de vrees dat de rol van deze comités op de een of andere manier beperkt zal worden en dat de comités misschien zelfs vervangen zullen worden door algemenere comités die ethisch en wetenschappelijk minder goed onderlegd zijn.

 
  
MPphoto
 

  Rareş-Lucian Niculescu (PPE).(RO) Allereerst wil ik mijn dank uitspreken aan de rapporteur, mevrouw Jeggle, voor haar geslaagde verslag. Ik steun ook mijn collega's die vandaag hebben gesproken tegen de drie amendementen op de gemeenschappelijke positie.

Dit is niet een perfect compromis, hoewel het op dit moment de best mogelijke verwoording is.

De inhoud van het ontwerp is tot stand gekomen na raadpleging van vooraanstaande wetenschappers, die weten wat ze nodig hebben om hun onderzoek te kunnen voortzetten.

Ieder amendement op het compromis zal leiden tot een hervatting van de gebruikelijke procedure, hetgeen naar mijn mening in niemands belang is. Daarom roep ik alle leden op die vandaag gaan stemmen, om de drie amendementen te verwerpen en het Europees onderzoek zijn best mogelijke prestaties te laten leveren.

 
  
MPphoto
 

  Anna Záborská (PPE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, Commissaris, ik verzoek de Raad en de Commissie het verbod op het gebruik van embryonale en volwassen cellen van mensen te garanderen om dieren te beschermen.

In de huidige situatie kan menselijk materiaal namelijk worden gebruikt om dieren tijdens noodzakelijke proeven te beschermen. We hebben het altijd over compromissen, en het resultaat van de compromiscultuur is dat we niet meer weten wat ethisch aanvaardbaar is en wat niet. Er zijn echter ethische vragen waarvoor geen enkel compromis mogelijk is. Als de Commissie en de Raad deze verbodsgarantie niet kunnen geven, dan is dat het feitelijke bewijs hoe de Unie met mensen omgaat.

Het spijt me, maar zonder deze garantie kan ik me niet achter de tekst van de voorgestelde richtlijn scharen.

 
  
MPphoto
 

  Karin Kadenbach (S&D). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, er heerst hier duidelijk consensus over het feit dat we een zo goed mogelijke medische zorg en preventieve gezondheidszorg voor de Europese burgers moeten waarborgen. Onderdeel daarvan zijn betrouwbare geneesmiddelen met zo min mogelijk bijwerkingen en ook nieuwe, moderne behandelmethoden. Bij de huidige stand van de wetenschap is dat alles helaas niet zonder dierproeven mogelijk.

Daarom beschouw ik het onderhavige verslag als redelijk geslaagde poging om een evenwicht te vinden tussen dierenbescherming en gezondheidszorg. De drie beginselen vervanging, vermijding en verfijning zijn fundamentele voorwaarden voor de verwezenlijking van die doelstelling, te meer daar we vandaag zo vaak over de menselijke waardigheid hebben gesproken, waartoe naar mijn oordeel ook het respect voor dieren behoort.

Er moeten vooraf aan te vragen vergunningen, strenge controles en inspectiesystemen komen. Wetten alleen volstaan niet. We moeten erop letten dat de inhoud van het verslag ook in de praktijk wordt gebracht.

 
  
MPphoto
 

  Frédérique Ries (ALDE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, ik denk dat we het allemaal eens zijn met deze stelling: in een ideale wereld zou onderzoek op dieren niet nodig zijn. De realiteit is echter dat we leven in een wereld van kwalen, waar zieke mannen, vrouwen en kinderen hun hoop hebben gevestigd op behandeling en dus op de resultaten van dit onderzoek, dat vitaal en cruciaal is. Daarom moeten wij onze steun uitspreken voor het uitstekende compromis dat is bereikt door mevrouw Jeggle, van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling, en de Raad.

Zoals is gezegd beperkt het akkoord dierenleed tot een minimum, maar het zet geen rem op dit onderzoek, dat vitaal is voor miljoenen patiënten in Europa en over de hele wereld. Wist u dat 70 procent van de Nobelprijzen voor geneeskunde is toegekend voor onderzoek dat gebaseerd is op dierproeven?

In deze tekst wordt ons niet gevraagd te kiezen tussen muizen en mensen: deze richtlijn beschermt zowel patiënten als dieren. Deze richtlijn beschermt onze toekomst.

 
  
MPphoto
 

  Martin Häusling (Verts/ALE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega's, deze regeling is beter dan de bestaande. Wat dat betreft zijn we het eens. Maar om nou te zeggen dat er geen alternatief is voor dit compromis, mevrouw Jeggle, is wel erg gedurfd. Volgens mij had er meer in gezeten.

Natuurlijk moet wel worden toegegeven dat er sprake was van sterke druk van de onderzoekslobby. Dat hebben we allemaal kunnen constateren. Maar wordt het primaire doel – minder dierproeven – wel bereikt? Daar moet een groot vraagteken bij worden geplaatst. Wij storen ons er natuurlijk ook aan dat het gebruik van niet-menselijke primaten in feite niet wordt teruggedrongen.

Waar we ons als Groenen echter het meest aan storen– en wat bovendien op een grove schending van Europese beginselen neerkomt – is het feit dat de lidstaten niet wordt toegestaan in strengere regels te voorzien dan die welke in de bestaande wetgeving zijn vastgesteld. Dat mag niet zo blijven. We moeten hier nog eens serieus over nadenken. Dit is dan ook het eerste punt in de amendementen van de Groenen. We zullen deze amendementen niet intrekken. We willen dat dit voorstel wordt terugverwezen naar het comité.

 
  
MPphoto
 

  João Ferreira (GUE/NGL).(PT) Mijnheer de Voorzitter, de wetenschap moet zich gaan bezig houden met de ontwikkeling van methoden die dierenexperimenten goeddeels overbodig maken en het dierenleed in die gevallen waarin zulke experimenten toch nodig zijn zoveel mogelijk beperken. Het is zaak dat we een dergelijke ontwikkeling van de experimenteertechnologie stimuleren. Het is verder van belang dat zulke nieuwe methoden en technieken in hun verschillende ontwikkelingsgraden verspreiding vinden en uiteindelijk overal - door instellingen voor onderzoek en ontwikkeling, maar ook door de nationale stelsels voor wetenschap en technologie - worden aanvaard.

De Europese Unie dient op dit gebied een leidersrol te vervullen, en wel door de samenwerking tussen de instellingen en het wetenschappelijk en technologisch bestel van de verschillende landen - waaronder ook derde landen - te bevorderen. Wij geloven dat het bestaan van wettelijke minimumvereisten niet mag betekenen dat landen die daartoe behoefte gevoelen geen strengere beschermende maatregelen mogen doorvoeren. En dat geldt natuurlijk ook voor alle andere beleidsgebieden.

 
  
MPphoto
 

  Anna Rosbach (EFD). - (DA) Mijnheer de Voorzitter, een verbetering van de richtlijn betreffende de bescherming van dieren die voor wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt, is iets waar ik alleen maar voor kan stemmen. Tegelijkertijd is het een beetje paradoxaal, aangezien ik eigenlijk tegen dierproeven ben. Er zijn alternatieve methoden en gelukkig is dit gebied ook in de herziening van de richtlijn meegenomen. Daar ben ik zeer dankbaar voor. Ik hoop dat er vaart wordt gezet achter de ontwikkeling van meer alternatieve methoden. Hier en nu echter moet de EU humane en veilige regels voor proefdieren invoeren. Er wordt nu eindelijk erkend dat dieren voelende wezens zijn, zodat we nu pijngrenzen invoeren. Waarom voeren we echter geen paragraaf in die verbiedt dat dezelfde dieren keer op keer gebruikt worden? Waarom verbieden we niet dat apen worden gebruikt voor hersenonderzoek? Het maakt me boos dat we zoveel meer rekening houden met belangenorganisaties dan met dierenwelzijn. Ook vind ik het frustrerend dat we alleen wetgeving voor de EU kunnen vaststellen, want hoe wordt in landen buiten de EU met dierproeven omgegaan?

 
  
MPphoto
 

  Laima Liucija Andrikienė (PPE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben verheugd over het initiatief van de Commissie. Ik denk dat het een belangrijke prestatie is dat we erin zijn geslaagd overeenstemming te bereiken over de harmonisering van de praktijken op het gebied van dierproeven in de EU.

Deze richtlijn is een belangrijke stap om ervoor te zorgen dat experimenten met levende dieren voor wetenschappelijke doeleinden zullen worden vervangen zodra het wetenschappelijk gezien haalbaar is. Deze richtlijn zal in de eerste plaats de lidstaten ertoe verplichten om het gebruik van alternatieve methoden te bevorderen. Ik dring er ten zeerste bij de lidstaten op aan om voor voldoende financiële middelen te zorgen voor opleiding en onderzoek naar en ontwikkeling en uitvoering van wetenschappelijk aanvaardbare methoden of teststrategieën waarbij geen dieren worden gebruikt.

 
  
MPphoto
 

  Paul Rübig (PPE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, als lid van de Commissie industrie, onderzoek en energie juich ik deze regeling en de hier bereikte overeenstemming natuurlijk toe. Ik weet dat het altijd moeilijk is om een compromis te sluiten, maar we hebben gepaste ethische normen nodig voor dierproeven, maar ook voor proeven op de mens. En dat kunnen alleen de hoogst mogelijke normen zijn.

Natuurlijk is het ook belangrijk om alternatieven te ontwikkelen. Het achtste kaderprogramma voor onderzoek moet daarom bijzondere aandacht besteden aan zulke alternatieve testmethoden. Daarnaast zijn er natuurlijk ook vereenvoudigde procedures nodig, die dan ook bij de richtlijn ook worden vastgesteld. Een evaluatie na zeven jaar kan ook aanzienlijke voordelen voor de industrie opleveren, omdat de veiligheid van de procedures en de duidelijke uniforme Europese regeling ook rechtszekerheid waarborgen voor de industrie.

 
  
MPphoto
 

  Elisabeth Köstinger (PPE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik wil er in alle duidelijkheid op wijzen dat in Europa wereldwijd de hoogste dierenbeschermingsnormen gelden. Met dit verslag wordt opnieuw een goede stap gedaan op weg naar betere dierenbescherming. Ons gemeenschappelijke doel is het aantal dierproeven te beperken en de omstandigheden voor proefdieren te verbeteren. In beginsel moet worden toegejuicht dat dierproeven waar mogelijk door andere methoden worden vervangen en dat de normen voor het fokken, de huisvesting en de verzorging van de dieren worden aangescherpt. Desondanks wil ik voor de achtergrond van ervaringen uit de landbouwsector een aantal punten van kritiek naar voren brengen.

Ook op het gebied van onderzoek mag men er niet van uitgaan dat de bescherming van dieren door meer bureaucratie kan worden verbeterd. Het onderzoek en de daarvan afhankelijke bedrijfstakken in Europa mogen op internationaal niveau en ten opzichte van andere sectoren niet worden benadeeld. Voor onderzoek en voor de landbouw geldt dat we, wanneer de samenleving hoge dierenbeschermingsnormen verlangt, ook moeten kijken naar de normen die voor ingevoerde producten gelden. De hoge Europese kwaliteits- en dierenbeschermingsnormen moeten ook evenredig zijn in de zin van eerlijke concurrentie. De rapporteur, Elisabeth Jeggle, heeft met haar zeer gedifferentieerde verslag uitstekend werk geleverd en verdient onze steun.

 
  
MPphoto
 

  John Dalli, lid van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, in de allereerste plaats wil ik u bedanken voor uw opmerkingen en de brede steun voor de bepalingen die zijn opgenomen in deze richtlijn.

Voor ons ligt een ambitieuze richtlijn die, als deze wordt aangenomen, het dierenwelzijn in de EU aanzienlijk zal verbeteren. Ik ben het eens met mevrouw Sârbu dat een volledige en nauwgezette tenuitvoerlegging essentieel zal zijn opdat de richtlijn volledig effect kan sorteren. Die uitdaging is nog maar net begonnen. Vandaag kunnen we tevreden zijn dat er een goed compromis is bereikt over een moeilijk doch belangrijk dossier, en dat er een grote stap kan worden gezet om het leven van dieren die nog steeds nodig zijn voor wetenschappelijke procedures te verbeteren.

Ik zal nu reageren op een aantal van de opmerkingen die vanochtend zijn gemaakt. Wat betreft de opmerkingen van mevrouw Evans, moeten we beseffen dat deze richtlijn nadere juridische duidelijkheid biedt ten aanzien van de huidige situatie. Bovendien, voor wat betreft het fundamenteel en toegepast onderzoek waarvoor geen EU-methodes worden voorgeschreven, vermeldt artikel 4 bijzonder duidelijk dat er waar mogelijk gebruik moet worden gemaakt van alternatieve methoden. Derhalve wordt de vereiste om alternatieve methoden te gebruiken niet afgezwakt, maar juist verder versterkt.

Wat betreft de opmerkingen van de heer Kastler en de heer Mikolášik over menselijke embryonale stamcellen, deze kwestie is wel degelijk in de besprekingen ter sprake gekomen. Er is tijdens de onderhandelingen langdurig over gesproken, en de oplossingen die gevonden zijn, laten zien dat er in de EU geen overeenstemming bestaat over het al dan niet gebruiken van menselijke embryonale stamcellen. De Commissie is daarom van mening dat deze kwestie het best op nationaal niveau kan worden geregeld.

De overeengekomen tekst geeft antwoord op deze zorgen door de beslissing ten aanzien van het al of niet gebruik maken hiervan over te laten aan iedere lidstaat afzonderlijk. Hieraan moet worden toegevoegd dat in de lidstaten waar geen expliciete wetgeving bestaat die het gebruik van embryonale stamcellen verbiedt, het gebruik van een dergelijke testmethode alleen onder de herziene richtlijn verplicht zou zijn als deze testmethode door de EU-wetgeving zou worden erkend. Een dergelijke wetgeving bestaat niet op EU-niveau, en bovendien zouden de lidstaten er eerst mee in moeten stemmen dat een dergelijke wetgeving wordt aangenomen.

Ten aanzien van de ethische beoordeling waar mevrouw Gardini over sprak, blijven het begrip ethische beoordeling en de commissie die deze moet uitvoeren stevig verankerd in artikel 38. Het woord "ethisch" moest weliswaar tijdens de besprekingen in de Raad worden geschrapt, maar aan de vereiste op zich wordt niet getornd.

Ik hoop dat u met uw stem een krachtig signaal zal afgeven dat het Europees Parlement achter de resultaten staat die de instellingen onder het bekwame leiderschap van mevrouw Jeggle en het Zweedse voorzitterschap hebben bereikt. Vandaag hebben we de kans om de EU met die combinatie van een hoog niveau van dierenwelzijn en hoogwaardige wetenschap voorop te laten lopen. Laten we ons motto waarmaken: "De EU – zorg voor dieren, streven naar wetenschappelijke vooruitgang".

 
  
MPphoto
 

  Elisabeth Jeggle, rapporteur. − (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, waarde collega's! Mijnheer de commissaris, ik wil u uitdrukkelijk danken voor uw uiteenzettingen, waarmee u een aantal punten heeft verduidelijkt die ik hier niet hoef te herhalen. Ik wil alle collega's mijn oprechte dank betuigen voor hun opmerkingen.

Zoals u ziet gaat het om een uiterst gevoelige kwestie waar tal van belangen bij komen kijken, die met elkaar in overeenstemming moesten worden gebracht. Ik verzoek u allen om voor dit verslag te stemmen, dat natuurlijk een compromis is.

Mijnheer Häusling, als we dit verslag vandaag verwerpen, is de richtlijn van 1986 nog een hele tijd van kracht. De dieren schieten daar niets mee op. Het zal niet lukken om op korte termijn een nieuw resultaat te bereiken. De amendementen die u opnieuw heeft ingediend, werden in de Landbouwcommissie al duidelijk verworpen. Voor uw amendementen was er geen enkele steun. Nu hebt u ze opnieuw ter tafel gebracht, dat is uw goed recht, en dat respecteer ik.

Wat hebben we aan de hoogste dierenbeschermingsnormen in de Europese Unie als we deze niet wereldwijd kunnen waarborgen? Het is belangrijk erop te letten dat de richtlijn, die we straks hopelijk zullen aannemen, in de komende jaren in de lidstaten ten uitvoer zal worden gelegd. Dat is een hele uitdaging! We moeten er in de eerste plaats op letten dat we op dit gebied in de lidstaten dezelfde hoge normen bereiken. Dat is onze belangrijkste taak! We moeten hier niet meteen al eisen dat de individuele lidstaten nog hogere normen invoeren.

In de lidstaten die nu al over hoge normen beschikken – als Duitse heb ik het hier over Duitsland – blijven deze normen van kracht. Op dit punt verlangen we niet dat deze lidstaten een stap terug doen. Integendeel, de soevereiniteit van de lidstaten wordt in dit geval gerespecteerd, net als in het geval van onderzoek op embryonale stamcellen. Dat is goed en belangrijk.

Als u nu dus voor meer dierenbescherming bent, verzoek ik u allen straks voor het verslag te stemmen en de amendementen te verwerpen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Het debat is gesloten.

De stemming vindt plaats op woensdag 8 september 2010.

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  Pavel Poc (S&D), schriftelijk. – (CS) Ik ben ingenomen met en sta achter de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van dieren die voor wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt van mevrouw de rapporteur Elisabeth Jeggle. Dit compromis is namelijk een vooruitgang ten opzichte van de huidige stand van zaken. Waar ik echter uitermate ontevreden over ben, is het feit dat het niet gelukt is om de bepaling dat alle ongewervelde levende wezens eveneens onder de werking van deze richtlijn vallen, opgenomen te krijgen in het eindvoorstel. Het Europees Parlement had gevraagd om ook op zijn minst die ongewervelde dieren onder de werking van de richtlijn te laten vallen waarvan wetenschappelijk is aangetoond dat zij zeer wellicht pijn kunnen voelen, kunnen lijden, bang kunnen zijn en permanent kunnen worden beschadigd. Zelfs die vereiste is niet in het voorstel opgenomen. Ondanks het feit dat ik inzie dat dieren onmisbaar zijn voor wetenschappelijk onderzoek vind ik dat de richtlijn veel verder had moeten gaan en zonder enige uitzondering voor alle levende wezens had moeten gelden. We dienen ons te realiseren dat het spectrum aan levende wezens waarvan de officiële wetenschap bereid is te erkennen dat deze in staat zijn pijn te voelen, te lijden en angst te voelen en permanent kunnen worden beschadigd, steeds groter wordt. We kunnen dus met grote zekerheid extrapoleren dat eigenlijk het hele dierenrijk angstgevoelens kan hebben, lijden kan en pijn kan voelen. De erkenning van dit feit is eerder een kwestie van moraal dan van wetenschap. Met de goedkeuring van dit compromis hebben we helaas bewezen dat de Europese cultuur zich nog altijd niet helemaal bevrijd heeft van de descartiaanse manier van kijken naar dieren als ware het voorwerpen alsook dat we wat dat betreft dus nog een lange weg te gaan hebben.

 
  
MPphoto
 
 

  Konrad Szymański (ECR), schriftelijk. – (PL) In verband met de procedure voor de tweede lezing konden we onze mening niet mondeling uitdrukken in de zaak van de definitieve tekst van de verordening inzake de bescherming van dieren, die gebruikt worden voor wetenschappelijke doeleinden (het verslag-Jeggle). Ik zou van deze opportuniteit gebruik willen maken om mijn fundamenteel bezwaar duidelijk te maken tegen de toelating in de vermelde verordening, van het gebruik van stamcellen van embryonale oorsprong voor wetenschappelijke doeleinden, als alternatief voor dierproeven. Dit is een uitwerking van onjuiste antropologie, die de mogelijkheid van vernietiging van menselijk leven in de vroegste fase van de ontwikkeling impliceert, met het oog op de verbetering van het welzijn van dieren. De garanties die in de eerste lezing door het Europees Parlement werden voorgesteld, waren in dit verband veel explicieter. Vage regels van de verordening leiden tot een reële bedreiging voor de handhaving van de wettelijke orde van landen zoals Duitsland, waar we te doen hebben met een mate van bescherming van embryo's. Een gebrek aan uitsluiting van deze onderzochte methodes dringt ronduit hun rechtmatigheid op in landen zoals Polen, Ierland, en Malta.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid