Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2009/0108(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0112/2010

Ingediende teksten :

A7-0112/2010

Debatten :

PV 21/09/2010 - 3
CRE 21/09/2010 - 3

Stemmingen :

PV 21/09/2010 - 5.4
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0322

Debatten
Dinsdag 21 september 2010 - Straatsburg Uitgave PB

3. Veiligstelling van de aardgasvoorziening (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is het verslag van Alejo Vidal-Quadras, namens de Commissie industrie, onderzoek en energie, over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende maatregelen tot veiligstelling van de aardgasvoorziening en houdende intrekking van Richtlijn 2004/67/EG (COM(2009)0363 - C7-0097/2009 - 2009/0108(COD)) (A7-0112/2010).

 
  
MPphoto
 

  Alejo Vidal-Quadras, rapporteur. – (ES) Mijnheer de Voorzitter, de laatste jaren zijn we er meerdere malen getuige van geweest hoe kwetsbaar de lidstaten zijn op het gebied van energie, met name wat betreft de gasvoorziening.

De onderbrekingen van de voorziening in het noorden en oosten van de Europese Unie in de winters van 2005-2006 en 2008-2009 waren een echte nachtmerrie. Door de afgelopen strenge winters in Europa is het nog meer onze plicht geworden alles in het werk te stellen om dergelijke situaties in de toekomst te voorkomen.

Het grootste deel van de energie van de Unie wordt geïmporteerd, en daarom kan diplomatie een belangrijke rol spelen op dit strategisch gebied. Wij ons zijn bewust van de inspanningen die de Commissie zich op dit vlak getroost en we waarderen die bijzonder, maar we dienen ons uit te rusten met mechanismen die een meer rechtstreeks effect sorteren.

We mogen niet vergeten dat het in de voorzieningscrises die we hebben meegemaakt onmogelijk was de getroffen lidstaten op adequate wijze te helpen, als gevolg van de regels van de nationale markten en het gebrek aan interconnecties.

De verordening waarover wij gaan stemmen heeft tot doel een flinke stap vooruit te zetten om dit probleem op te lossen. We hebben lange tijd geprobeerd vooruitgang te boeken in dit dossier en de moeilijkheden te overwinnen die voortvloeien uit de verschillende nationale opvattingen. Het is een lang en zwaar onderhandelingsproces geweest.

Het onderhavig akkoord toont aan dat de lidstaten verder hebben gekeken dan hun eigen specifieke belangen en een sterker Europese benadering hebben aanvaard. Wanneer de verordening eenmaal is aangenomen, zullen we een krachtig instrument hebben waarmee we de zekerheid van de gasvoorziening in de Unie als geheel kunnen vergroten.

De verordening is, na het succesvolle resultaat van de trialogen met de Raad, unaniem goedgekeurd in de Commissie industrie, onderzoek en energie.

Ik zou deze gelegenheid willen aangrijpen om alle schaduwrapporteurs te bedanken voor hun uitstekend werk, dat in de eindtekst weerspiegeld wordt. Ook dan ik de leden van de commissies voor hun standpunten. Een significant aantal van hun belangrijke amendementen zijn opgenomen in de tekst.

Tevens zou ik de Commissie willen bedanken voor haar waardevolle steun aan de medewetgevers en mijn erkentelijkheid willen betuigen voor de vruchtbare samenwerking met het Spaanse voorzitterschap van de Raad, dat ons voortdurend op de hoogte heeft gehouden van de vooruitgang van zijn werkzaamheden.

Deze verordening waarborgt de gasvoorzieningszekerheid van alle Europese burgers, die zullen merken dat zij voortaan bij een crisis beter beschermd zullen zijn. Bovendien verschaft zij de lidstaten een zekere speelruimte door hen in staat te stellen nog meer beschermde klanten op te nemen, zoals overheidsdiensten.

Niettemin moet het op zich legitieme streven van de lidstaten om de consumenten op hun nationale markten te beschermen, in evenwicht worden gebracht met een solidariteitsplicht jegens de burgers van de overige lidstaten van de Unie.

In geval van een crisis zijn gasbedrijven er uit hoofde van de verordening toe verplicht om beschermde klanten voor een ononderbroken periode van minimaal 30 dagen van gas te voorzien. Verder moeten de lidstaten hun eigen infrastructuur zodanig aanleggen dan wel vernieuwen dat de integratie van de interne energiemarkt wordt verdiept en het bestaan van “energie-eilanden” beperkt wordt.

Een van de belangrijkste verdiensten van deze verordening is het feit dat zij een daadwerkelijke capaciteit om gas in beide richtingen te vervoeren verplicht stelt in de gasinterconnecties van alle lidstaten, en op die manier voldoet aan de criteria van noodzakelijkheid en levensvatbaarheid. Een dergelijke bidirectionele stroomcapaciteit zal het middels investeringen op korte termijn en tegen aanvaardbare kosten mogelijk maken om de voorziening in Europa op een nooit eerder gekende manier te diversifiëren. Een duidelijk voorbeeld hiervan is de gasleiding Yamal, die Polen, de republiek Tsjechië, Slowakije en Duitsland van aardgas voorziet via Wit-Rusland.

Een andere prestatie van het Parlement is de belangrijke rol die is toebedeeld aan de Commissie, die vetorecht krijgt bij specifieke maatregelen als zij van oordeel is dat deze een gevaar kunnen betekenen voor de gasvoorzieningszekerheid van andere lidstaten.

Verder zal de Commissie, via de Groep coördinatie gas, in crisissituaties een beslissende rol spelen in de coördinatie tussen de lidstaten. Deze verordening biedt een concrete oplossing voor een reëel probleem. Zij versterkt de gasvoorzieningszekerheid en verplicht alle marktdeelnemers samen te werken om ernstige problemen in de gasvoorziening in de toekomst aan te pakken.

Een behoorlijke en efficiënte marktwerking, de aanleg van interconnecties en diversificatie van leveranciers en aanvoerroutes zijn de beste bescherming tegen crises in de toekomst.

Mijnheer de Voorzitter, de verordening betreffende de veiligstelling van de gasvoorziening houdt een ingrijpende kwalitatieve verandering in: de lidstaten laten hun zuiver nationale programma’s achter zich en omarmen een ambitieuze Europese aanpak.

Het is waar dat het twee crises met gevaarlijke gevolgen gevergd heeft om het EU-geweten bij sommige lidstaten wakker te schudden, maar hun spijt is welkom als die tot hetzelfde leidt als berouw.

Ten slotte, mijnheer de Voorzitter, is deze verordening een historische mijlpaal op de weg naar gasvoorzieningszekerheid in de Unie, en een overtuigend bewijs van de grote waarde van ons geweldige integratieproject. De adequate en snelle tenuitvoerlegging van deze verordening zal een duidelijk signaal zijn aan onze leveranciers, die meestal ook onze vrienden zijn, namelijk dat wat de gasvoorziening betreft in de Unie niet langer het motto geldt van “ ieder voor zich”. Het is vervangen door “ allen voor één en één voor allen”.

 
  
MPphoto
 

  Günther Oettinger, lid van de Commissie. − (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, aardgas is een belangrijke factor in ons energiebeleid en de desbetreffende strategie is duidelijk: we willen ten eerste een doeltreffend Europees wetgevingskader voor de gasvoorzieningszekerheid en ten tweede een diversificatie van de bevoorradingsbronnen en -routes bij gasinvoer. Bovendien willen we de nodige infrastructuur verder ontwikkelen en consolideren en in onderhandelingen met onze energiepartners en de transitlanden één lijn trekken als het om de Europese belangen gaat. En bij dit alles moeten we de goede werking van de interne markt waarborgen.

De gascrisis van januari vorig jaar en de ontwikkelingen die zich in juni tussen Moskou en Minsk hebben voorgedaan, hebben bevestigd dat we de goede weg zijn ingeslagen met onze gasstrategie. Daarom ben ik dankbaar dat de onderhandelingen die tussen het Parlement en de lidstaten op basis van het Commissievoorstel zijn gevoerd, binnen een jaar tot een constructief resultaat hebben geleid. Dit is goed nieuws voor het bedrijfsleven en de burgers in de Europese Unie! Ik dank het Europees Parlement, en met name u, mijnheer Vidal Quadras, voor uw bemiddelingsinspanningen. U was van een goed resultaat overtuigd en heeft dit resultaat ook op een overtuigende wijze weten te bereiken. Tevens dank ik de lidstaten voor hun bereidheid om bevoegdheden over te dragen en opgenomen te worden in een Europees kader.

Overigens is deze ontwerpverordening de eerste wetgevingstekst die op het alomvattend artikel inzake energie van het nieuwe Verdrag van Lissabon is gebaseerd. U slaat hiermee vandaag een heel nieuwe weg in en maakt gebruik van uw nieuwe, uitgebreide bevoegdheden. Niemand kan een onderbreking van de gastoevoer uitsluiten. Preventief handelen is dus des te noodzakelijker. Wij zijn ervan overtuigd dat een nauwe samenwerking met de lidstaten op het gebied van de gasvoorziening thans meer dan ooit nodig is. Wij adviseren momenteel Polen, om er voor te zorgen dat de nieuwe gasleverantieovereenkomst tussen Rusland en Polen van meet af aan verenigbaar is met het EU-recht en formele inbreukprocedures worden voorkomen.

Wij zijn verheugd dat het Parlement pleit voor een gemeenschappelijke Europese aanpak, voor sneller preventief optreden, nieuwe technische opties, zoals bidirectionele stroomcapaciteit, uitbreiding van de infrastructuur en een gemeenschappelijk extern energiebeleid. Ook steunen wij het voorstel van het Parlement om de interne markt te monitoren en te realiseren. De verplichte minimumnormen voor elk particulier huishouden zijn een teken van solidariteit en van de verantwoordelijkheid die de EU voor haar burgers neemt. Overal in Europa moet een noodvoorraad van 30 dagen worden aangelegd voor extreme omstandigheden, zoals het uitvallen van de infrastructuur, temperatuurschommelingen of pieken in de vraag. Een voorzieningszekerheid van 30 dagen is weliswaar niet wat men een stevig vangnet zou kunnen noemen, maar vormt wel een basis die ons de winter en eventuele toekomstige crisis met meer vertrouwen tegemoet doet zien.

We moeten nog meer met één stem spreken, naar binnen toe aan ons standpunt werken – zoals we nu doen – en naar buiten toe eensgezind optreden.

Tal van maatregelen die deel uitmaken van de verordening zijn al ten uitvoer gelegd – onder meer wat betreft de gasinfrastructuur en de bidirectionele stroomcapaciteit. Met middelen die het Parlement heeft toegewezen steunen we momenteel 31 projecten op het gebied van aardgas. Het bedrag van 1,4 miljard euro zorgt ervoor dat nog eens een veelvoud daarvan aan particuliere en openbare middelen vlot getrokken wordt. In de afgelopen maanden werden daarmee vele doelstellingen van de verordening verwezenlijkt. Toch moet er nog veel werk worden verzet. Ik ben ervan overtuigd dat het niet bij deze verordening zal blijven. Daarom kijk ik nu al met belangstelling uit naar de tussenbalans over twee à drie jaar en naar een eventuele verlenging van de verordening en een bijstelling en uitbreiding van de doelstellingen ervan.

Wij pleiten ervoor dat de verordening na aanneming snel wordt toegepast. De Commissie is voornemens vroegtijdig in actie te komen om ten aanzien van vraagstukken op het gebied van externe energiebetrekkingen een gemeenschappelijke benadering te garanderen. De Groep coördinatie gas, die wordt voorgezeten door de Commissie en maandelijks bijeenkomt, zal als gevolg van de verordening een grotere rol gaan spelen. Wij zijn ingenomen met het feit dat de samenwerking niet alleen op Europees niveau, maar ook op regionaal niveau zal plaatsvinden, bijvoorbeeld in de vorm van het proefproject waarbij de drie Baltische staten Estland, Letland en Litouwen in het kader van het Interconnectieplan voor de energiemarkt in het Oostzeegebied (BEMIP) zijn betrokken. Kortom, ook binnen de Europese dimensie bestaat er behoefte aan regionale oplossingen.

Ik kan u verzekeren dat de Commissie naar een breed debat over infrastructuur streeft. Het infrastructuurpakket dat we in november willen indienen biedt daarvoor de juiste gelegenheid, net als de volgende financieringsperiode.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Bogusław Sonik, rapporteur voor advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid. – (PL) De Europese burger verwacht dat de Europese Unie maatregelen en besluiten neemt die het gemeenschappelijke beheer van de supranationale infrastructuur zichtbaar en concreet maken. Deze verordening voldoet aan die verwachting. Het gaat de burger in eerste instantie om vervoer en de mogelijkheid om via snelle trein-, weg- en luchtverbindingen snel naar een willekeurige plaats in Europa te reizen, maar ook zekerheid speelt een rol, inclusief de energievoorzieningszekerheid.

Dit Parlement vindt al een aantal jaar dat energievoorziening een strategisch beleidsthema moet zijn. Europa mag niet afhankelijk zijn van slechts één leverancier. In Midden- en Oost-Europa komt het gros van de leveringen echter uit Rusland. Gazprom heeft al meerdere keren gasleveringen bemoeilijkt en daarmee aardgas ingezet als strategisch wapen om de politieke invloed van Moskou te vergroten. Polen en Poolse leden van het Parlement hebben gewezen op het zelfzuchtige karakter van de noordelijke gaspijpleiding, een investering die is ondernomen zonder de lidstaten van de Europese Unie te raadplegen.

De verordening over solidair gasbeleid die vandaag voorligt, verwoordt het Europese besef dat we alleen gezamenlijk een effectief en solidair systeem voor gaslevering en -distributie kunnen opbouwen. Een systeem waarin geen enkel land in de kou blijft staan als de gaskraan wordt dichtgedraaid. Om de bepalingen van deze verordening uit te kunnen voeren, hebben we echter de politieke wil van de regeringen en financiële inspanning van de Europese Unie nodig.

 
  
MPphoto
 

  Sandra Kalniete, rapporteur voor advies van de Commissie interne markt en consumentenbescherming. (LV) Dank u, mijnheer de Voorzitter. Dit is een heel belangrijk verslag en ik ben blij dat de resolutie van het Parlement de zorgen weerspiegelt van de lidstaten die op energiegebied geïsoleerd zijn doordat zij grotendeels afhankelijk zijn van aanvoer uit derde landen en geen infrastructuur hebben die hen met andere lidstaten van de Europese Unie verbindt. Ik hoop dat het door het aannemen van deze resolutie mogelijk wordt projecten te ontwikkelen voor een gemeenschappelijk energiebeleid. Namens de Commissie interne markt en consumentenbescherming kan ik tot mijn genoegen opmerken dat het Parlement dit voorstel op verschillende punten heeft verbeterd. Ten eerste is de categorie consumenten voor wie de gastoevoer in extreme omstandigheden wordt gewaarborgd, preciezer omschreven en duidelijker gedefinieerd. Ten tweede is de werking van het Europese solidariteitsbeginsel versterkt en specifieker gemaakt. Daarin lig de nadruk op regionale samenwerking en uitbreiding van de bevoegdheden en de verantwoordelijkheid van de Commissie. Ten slotte is ondubbelzinnig prioriteit gegeven aan marktinstrumenten in plaats van niet-marktinstrumenten voor de oplossing van verstoringen in de toevoer. Deze instrumenten moeten alleen worden ingezet in omstandigheden waaronder de markt de toevoer aan beschermde consumenten niet kan garanderen. Ter afsluiting wil ik de heer Vidal-Quadras bedanken voor de uitstekende samenwerking.

 
  
MPphoto
 

  Jacek Saryusz-Wolski, rapporteur voor advies van de Commissie buitenlandse zaken. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, energiezekerheid is een van de belangrijkste elementen om de toekomst te kunnen waarborgen. Energie is een publiek goed en het is de plicht van de EU om dit goed te verstrekken aan haar burgers. De vraag is niet of maar hoe de Gemeenschap moet handelen om de lidstaten energiezekerheid te bieden. Hiervoor zijn twee elementen vereist: ten eerste goede wetgevende instrumenten en ten tweede politieke visie en de wil om die instrumenten te implementeren.

Wat betreft het wetgevingspakket – waarover de rapporteur, de heer Vidal-Quadras, op zeer effectieve wijze heeft onderhandeld – is volgens mijn inschatting, vergeleken met de aanvankelijke ambities, tweederde van de doelstellingen inzake energiezekerheid voor de gehele EU bereikt. Het pakket biedt ons ambitieuze regels op het gebied van infrastructuur, introduceert een systeem voor reacties op noodsituaties door de Gemeenschap en bevat de verplichte toepassing van het solidariteitsprincipe, overeenkomstig artikel 194 van het Verdrag.

Er zijn echter ook enkele belangrijke nalatigheden, met name wat betreft de externe dimensie van het energiebeleid van de EU. In de verordening wordt de rol van de hoge vertegenwoordiger weggelaten en wordt slechts vaag verwezen naar de zuidelijke corridor, Nabucco of de samenwerking met onze ENB-partners.

De totale tekst betekent echter een enorme vooruitgang – of kan dit betekenen als de verordening naar behoren ten uitvoer wordt gebracht.

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Herbert Reul, namens de PPE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, beste collega's, om te beginnen een woord van dank aan de collega's die zo intensief aan dit project hebben gewerkt, met name mijnheer Vidal-Quadras. Dit bewijst dat de Europese politiek in staat is op crises te reageren en effectieve oplossingen te bieden.

We hebben vaker dit soort situaties met betrekking tot de voorzieningszekerheid meegemaakt. Het probleem van de voorzieningszekerheid heeft zich daardoor duidelijk doen gevoelen. We werden tot handelen gedwongen, en we hebben dan ook gehandeld. We hebben oplossingen gevonden die niet voor het oprapen lagen, die ook nieuwe instrumenten vergen en die – en dat is het bijzondere eraan – nu juist niet alleen Europese infrastructuurnormen en gemeenschappelijke regels voor preventie- en noodplannen vaststellen, en die niet alleen de – door de commissaris terecht benadrukte – garantie bieden dat we in de toekomst 30 dagen lang zekerheid kunnen waarborgen, maar ook hebben aangetoond dat we in staat zijn compromissen te vinden, die vervolgens tot haalbare oplossingen leiden. Dit was een moeilijk proces, maar inmiddels staat vast dat zowel de rol als de verantwoordelijkheid van de bedrijven die de netwerken aanleggen en ervoor verantwoordelijk zijn, van centraal belang zijn. Een andere belangrijke factor is een flexibel beleid, dat geen verplichtingen oplegt die uiteindelijk noch economisch noch verstandig en zinvol zijn, zoals de flexibele benadering ten aanzien van de noodzakelijke bidirectionele stroomcapaciteit. We zeggen dus niet dat alles koste wat het kost moet gebeuren, maar dat we de nodige speelruimte moeten behouden om per geval te kunnen beslissen en ook de samenwerking op regionaal gebied te kunnen versterken.

Tevens is het belangrijk erop te wijzen dat de lidstaten zich van hun verantwoordelijkheden moeten kwijten, maar dat, als zij niet tot een oplossing komen, de Commissie er een taak bij krijgt. De Commissie krijgt een sterkere rol, maar zij bezit geen exclusieve beslissingsbevoegdheid. Zij beslist alleen wanneer er geen andere oplossing mogelijk blijkt, en zij heeft laatste woord. We hebben dus flexibiliteit nodig, regelingen waarbij de lasten binnen de perken blijven. Last but not least moeten we voor oplossingen zorgen, en dat is het goede nieuws voor de mensen in Europa.

 
  
MPphoto
 

  Hannes Swoboda, namens de S&D-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, allereerst wil ik natuurlijk collega Vidal-Quadras hartelijk danken voor zijn goede verslag en vooral voor de goede samenwerking met de schaduwrapporteurs. Bovendien wil ik mijn dank uitspreken aan de voorzitter van de commissie, die leiding heeft gegeven aan de gesprekken met het Spaanse voorzitterschap.

We hebben een goed resultaat bereikt. Natuurlijk gaat het om solidariteit op Europees niveau – dat punt staat centraal –, om de gemeenschappelijke uitbreiding van het pijpleidingnetwerk, om bidirectionele stroomcapaciteit en vooral om de bescherming van kwetsbare consumenten. Zoals gezegd is dat nu geregeld, en wel door rechtstreekse wetgeving. Sommigen hebben hierop kritiek geuit, maar deze rechtstreekse wetgeving is belangrijk om een duidelijk signaal te kunnen afgeven.

De commissaris heeft al een voorzichtige blik op de toekomst geworpen door te zeggen dat het hier niet bij zal blijven. Dat wil ik onderschrijven. We moeten nog heel wat stappen doen. Onlangs heeft de groep van Jacques Delors een verslag gepresenteerd over de mogelijkheid om een Europese energiegemeenschap op te richten. Ik weet dat onze Voorzitter hier een sterk voorstander van is. Ik ben daar erg blij over omdat ik van mening ben dat het een essentieel onderdeel van de vooruitgang en voortzetting van de Europese eenwording zou zijn om een Europese gemeenschap op energiegebied in het leven te roepen, zonder daarvoor het Verdrag te wijzigen. Want het is ook belangrijk dat we niet in een discussie over Verdragswijzigingen verzeild raken. Solidariteit moet op de eerste plaats komen.

Mijn tweede punt is het gemeenschappelijk intern en extern optreden. Wat bedoel ik met "intern optreden"? Ik denk daarbij aan de infrastructuur die nog fors moet worden uitgebreid – de commissaris heeft daar ook op gewezen. Hoe meer we op zonne-energie en windkracht overstappen, des te meer moeten we onze infrastructuur ontwikkelen. Naast meer opslagcapaciteit moeten we ervoor zorgen dat andere energieproducenten uitkomst kunnen bieden zolang er nog niet genoeg zonne- en windenergie wordt geleverd. Daarom is deze interconnectie van de Europese infrastructuur zo belangrijk.

Wat betreft het extern optreden: in de Unie is er meer en meer sprake van een interne markt, daarbuiten niet. Rusland kent geen gemeenschappelijke, open markt, maar monopolistische, door de staat beheerde structuren. Als we met dergelijke landen te maken hebben, moeten we gemeenschappelijk optreden, in de zin van een gemeenschappelijk extern energiebeleid, maar misschien ook in de vorm van een gemeenschappelijk optreden van Europese gasondernemingen, om betere prijzen en voorwaarden te kunnen bedingen. Natuurlijk moeten we ook infrastructuur zoals Nabucco en andere projecten ontwikkelen. Dat is voor mij vandaag aanleiding om een stap verder te doen in de richting van een gemeenschappelijk Europees energiebeleid.

 
  
MPphoto
 

  Adina-Ioana Vălean, namens de ALDE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, allereerst wil ik de rapporteur, de heer Vidal-Quadras, graag feliciteren met zijn uitstekende werk aan dit belangrijke verslag. Elke winter worden wij er weer aan herinnerd dat Europa afhankelijk is van de gastoevoer vanuit Rusland, Oekraïne en andere landen. Energievoorzieningszekerheid is een prioriteit geworden voor de EU, en dat is zeer welkom.

Deze wetgeving is een positieve stap in de richting van minder kwetsbaarheid van Europa en geeft onze burgers tevens de garantie dat er gas zal worden geleverd in geval van een ernstige verstoring; de prijzen blijven betaalbaar en solidariteit zal prevaleren. Er moet echter nog meer worden gedaan. We moeten aanvoerroutes en energiebronnen blijven diversifiëren. Afhankelijk van de vraag of je Roemeens, Nederlands of Fins bent, heeft energievoorzieningszekerheid een andere betekenis. Onze diverse geopolitieke situaties vragen om een Europese benadering en een Europese benadering vraagt om een volledige totstandbrenging van de energiemarkt.

Ik vertel echt niets nieuws als ik zeg dat er nog altijd veel protectionistische barrières bestaan binnen de EU. Protectionisme is schadelijk voor de markt en dus schadelijk voor consumenten, zorgt ervoor dat de prijzen hoog blijven en ondermijnt onze voorzieningszekerheid. Wat echter wel nieuw is, is een politicus die zegt dat de politiek zich verre moet houden van het energiebeleid, en dat is wat ik hier luid en duidelijk zeg. Elke dag horen we weer over dubbelzinnige contracten, afspraken die achter gesloten deuren worden gemaakt, monopolies en politieke afspraken.

In Roemenië is de vormgeving van onze energiestrategie in handen van enkele personen in de veiligheidsraad, onder leiding van de president. Rekenschap en verantwoording? Niet voor de Roemenen. Democratie? Niet voor de Roemenen. En toch draaien de Roemeense burgers op voor de gevolgen van dit beleid wanneer zij aan het einde van het jaar hun dure gasrekening ontvangen.

Het is tijd om te vragen om meer transparantie, rekenschap en democratie in de manier waarop onze lidstaten omgaan met hun energiebeleid. Anders kunnen wij de situatie voor consumenten niet verbeteren. Laat de vrije markt de prijzen reguleren. Dit zal ongetwijfeld beter gaan dan wanneer politici dit doen. We hebben de Commissie nodig om protectionistische barrières en gedragspatronen weg te nemen.

 
  
MPphoto
 

  Claude Turmes, namens de Verts/ALE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijn gelukwensen aan collega Vidal-Quadras en allen die bij de onderhandelingen waren betrokken. Mijn gelukwensen ook aan het Spaanse voorzitterschap, dat ons werkelijk heeft geholpen om op dit terrein vooruitgang te boeken. Er is een goed evenwicht gevonden tussen de interne markt en planning voor de toekomst, tussen het regionaal en het Europees niveau. Ik ben ook blij dat het element dat wij bijzonder hebben benadrukt, de bidirectionele stroomcapaciteit, een prominente plaats in de verordening heeft gekregen.

Met het oog op de toekomstige ontwikkeling wil ik graag nog drie punten noemen. Ten eerste zijn wij van mening dat op het gebied van infrastructuur vooral de noord-zuid-verbindingen nog kunnen worden uitgebreid, dat wil zeggen in Polen, Hongarije en Slowakije. Het is heel belangrijk dat we meer noord-zuid-verbindingen tot stand brengen. Met betrekking tot de opslag van gas moeten we over de vraag nadenken die ook door de heer Swoboda is opgeworpen: als gas een grotere rol gaat spelen op de elektriciteitsmarkt, en daar ziet het naar uit, dan hebben we snelle opslagcapaciteit nodig. We moeten bekijken of onze infrastructuur over langzame of snelle opslagcapaciteit beschikt en we moeten meer de nadruk leggen op dergelijke snelle opslagcapaciteit.

Ten tweede ontbreekt het volgens mij absoluut aan geschikte gegevens om te kunnen inschatten hoe de vraag naar gas zich in de toekomst zal ontwikkelen. Welke gevolgen heeft de EU-richtlijn betreffende de energieprestaties van gebouwen? Wat zijn de gevolgen als een land als Duitsland zegt dat in 2050 alle gebouwen in dat land, zowel nieuwe als oude, energieneutraal zullen zijn? Het PRIMES-model is niet gedetailleerd en niet onafhankelijk genoeg omdat het door dezelfde man is ontworpen die ook de scenario's voor Eurelectric ontwikkelt. We hebben dus betere gegevens nodig, ook om zinloze investeringen te voorkomen.

Ten derde komen de staatshoofden en regeringsleiders op 4 februari bijeen. Ik vind dat de Commissie vóór deze belangrijke top op 4 februari een document dient voor te leggen met een evaluatie van de actuele situatie op de wereldmarkt voor gas. Door de ontdekking van schaliegas in de VS is meer vloeibaar gas beschikbaar gekomen. Wat zijn de gevolgen als er schaliegas in Europa zou worden ontdekt? De Commissie moet met een document komen waaruit de staatshoofden en regeringsleiders kunnen opmaken hoe de situatie op de gasmarkt er momenteel uitziet. Volgens mij is die situatie een stuk positiever dan twee à drie jaar geleden.

 
  
MPphoto
 

  Konrad Szymański, namens de ECR-fractie. – (PL) Felicitaties zijn zeker op zijn plaats, omdat de heer Vidal-Quadras niet alleen de architect is van het compromis dat wij met de Raad hebben bereikt, maar ook van de ongekend grote consensus tussen de politieke krachten in dit Parlement. Dat is heel belangrijk. De ECR-fractie steunt dit compromis, ondanks het feit dat het Parlement in eerste instantie ambitieuzere maatregelen had voorgesteld, vooral op het gebied van de bouw van infrastructuur en de politieke betrokkenheid van de Europese Unie bij het oplossen van crisissituaties, ook op internationaal gebied.

We kunnen stellen dat de oorspronkelijke versie van de verordening veel meer verplichtingen bevatte voor zowel bedrijven als lidstaten. Wat nu voor ons op tafel ligt, biedt veel meer mogelijkheden. Het is alleen te hopen dat lidstaten en bedrijven dit niet als excuus gaan gebruiken om onverschillig toe te kijken hoe Rusland het gaswapen inzet in Midden-Europa. Hopelijk bindt de Commissie resoluut de strijd aan met Gazprom, dat zijn monopoliepositie misbruikt om uit politieke overwegingen niet alleen volledige controle te houden over de gaspijpleidingen, inclusief de leidingen op het grondgebied van de Europese Unie, maar ook over de grondstof, zelfs nadat die is verkocht op de EU-markt. Dit gaat ten koste van de gemeenschappelijke markt, de concurrentie, de consumentenrechten en tot slot de ontwikkeling van nieuwe technologieën in de gasindustrie.

Natuurlijk, de verordening had beter kunnen zijn, maar voorlopig is zij nog steeds een uitgelezen kans en de beste garantie voor een Europees energiebeleid als een crisis uitbreekt in de gasvoorziening. De verordening verdient daarom vandaag de breedst mogelijke steun.

 
  
MPphoto
 

  Jacky Hénin, namens de GUE/NGL-Fractie.(FR) Mijnheer de Voorzitter, moeten wij energiezekerheid en -onafhankelijkheid waarborgen? Ja. Maar om deze zekerheid en onafhankelijkheid volledig te kunnen waarborgen, is het absoluut noodzakelijk dat wij gas en andere energiebronnen aan de schadelijke invloed van de speculatieve markten onttrekken door hen als publieke goederen te bestempelen, en dat wij tariefovereenkomsten afsluiten waarmee rekening wordt gehouden met de bevolking van de producerende landen en de energievoorziening van Europese consumenten wordt veiliggesteld. Dit zou de taak kunnen zijn van een Europees energieagentschap onder toezicht van het Parlement en de Raad.

De Unie moet niet optreden als vertegenwoordiger van de aardgas- en aardoliemultinationals, zeker niet na de ramp die wij onlangs voor de kust van Florida hebben meegemaakt. Multinationals trekken zich niets aan van de belangen van consumenten. Ze dienen uitsluitend hun aandeelhouders, terwijl ze volledig voorbijgaan aan de rechten van de bevolkingen van aardgasproducerende landen om vrij te kunnen beschikken over de producten van hun bodem.

In tegenstelling tot onze rapporteur ben ik er niet van overtuigd dat de vrije marktwerking en de activiteiten van particuliere ondernemingen in de aardgassector de gasvoorziening in de Unie zullen veiligstellen. Om de aardgasvoorziening voor alle burgers van de Unie te verzekeren is het noodzakelijk om de grote aardgasconcerns te nationaliseren en om, op basis van deze entiteiten, een Europese belangengroep op te richten die onder multinationaal en, bovenal, publiek toezicht staat.

 
  
MPphoto
 

  Niki Tzavela, namens de EFD-Fractie. – (EL) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Vidal-Quadras, ik wil u gelukwensen met uw uitstekende verslag. Daarmee wordt orde op zaken gesteld in onze interne markt. Ik wilde echter het volgende verduidelijken. Europa heeft zijn grote probleem, het probleem van de alternatieve aardgasleveranciers, veiliggesteld noch opgelost.

Integendeel, ik zou zeggen dat als wij nagaan met welke leveranciers wij duurzaamheid kunnen waarborgen van de door Europa geplande aardgasleidingen, wij zien dat er uiteindelijk maar één leverancier over blijft. Rusland heeft gasleverantieovereenkomsten gesloten met elke mogelijke leverancier van Europa, zelfs met Iran. U kunt zich dus gemakkelijk voorstellen hoe efficiënt Rusland ons omsingeld heeft. Ik vind het prima, mijnheer de commissaris, maar dan zou u toch in samenwerking met de heer Tajani een voorstel moeten doen voor handelstoezeggingen op basis van wederkerigheid met Rusland, zodat wij van onze kant Rusland economisch gezien kunnen vastleggen.

Daarom vraag ik u of u overweegt meer vaart te zetten achter het LNG-actieplan. Er zijn daarvoor leveranciers in Noord-Afrika en de Golf. Bent u van plan om het aantal LNG-terminals in de Middellandse Zee te verhogen? Er zijn alternatieve leveranciers, en ik verzoek u om dit vraagstuk de noodzakelijke aandacht te geven.

 
  
MPphoto
 

  Béla Kovács (NI). (HU) Dames en heren, de mondiale uitbreiding en internationalisering van de handel in aardgas heeft het risico met zich meegebracht dat internationale, politieke en economische conflicten een direct of indirect effect hebben op de geharmoniseerde gasmarkt, waardoor de werking daarvan en dientengevolge ook de voorzieningszekerheid in gevaar worden gebracht. Elk gasmarktmodel kan per definitie alleen maar kortetermijnproblemen op het gebied van capaciteit, levering, technische en technologische zaken en prijsveranderingen aanpakken en alleen maar de kosten van de dienstverlening als geheel proberen te minimaliseren. Juist daarom moet voorzieningszekerheid worden gedefinieerd als een garantie dat verbruikers die behoefte hebben aan een ononderbroken voorziening continu de beschikking hebben over de vereiste gashoeveelheid tegen een redelijke prijs. Bij het opstellen van het beleid op het gebied van voorzieningszekerheid moet speciale aandacht worden besteed aan huishoudelijke verbruikers die afhankelijk zijn van de temperatuur en niet kunnen veranderen van energiesoort. Deze verbruikers verkeren niet in de positie dat ze de zekerheid van hun gasvoorziening voor zichzelf kunnen afdwingen. Op de inmiddels volledig geliberaliseerde gasmarkt is het de plicht van de staat, de regering en de regulerende instanties om ervoor te zorgen dat in het algemene dienstverleningscontract alle aanvaardbare eisen van de dienstverlening zijn opgenomen.

 
  
MPphoto
 

  Arturs Krišjānis Kariņš (PPE).(LV) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, we zijn allemaal afhankelijk. In Europa zijn we afhankelijk van de energietoevoer uit derde landen. We zijn met name afhankelijk in de gassector, waar zich een grote afhankelijkheid van één aanvoerland, te weten Rusland, voordoet. We weten dat Rusland als leverancier problematisch kan zijn. Als gevolg van het geschil tussen Rusland en Oekraïne zaten in januari 2009 bijvoorbeeld verscheidene EU-lidstaten zonder aardgastoevoer. Wat is de oplossing? De oplossing is uiteraard tweeledig. De eerste oplossing is, zoals verschillende sprekers hebben gezegd, diversificatie van de voorziening. De tweede is de ontwikkeling van een interne markt met interconnecties. Dus als we het hebben over een gemeenschappelijk Europees energiebeleid, bedoelen we de noodzaak om een goed werkende interne markt te ontwikkelen die ons kan beschermen. Waar schuilt het probleem? Het probleem is dat er in Europa op het ogenblik diverse landen en regio’s zijn die volkomen zijn afgesneden van de rest van de Europese Unie. Met name de Baltische staten zijn volkomen geïsoleerd en volledig afhankelijk van gastoevoer uit Rusland. Dit heeft er bijvoorbeeld toe geleid dat consumenten in de Baltische staten momenteel 30 procent meer voor hun aardgas betalen dan dezelfde consumenten in Duitsland. Derhalve ben ik er ten volle van overtuigd dat deze verordening, waartoe de Commissie het initiatief heeft genomen en die de heer Vidal-Quadras heeft afgerond, een stap in de goede richting is. Dit is de goede richting maar we moeten de reis afmaken. We moeten een einde maken aan het isolement van verschillende lidstaten door te investeren in infrastructuur die een gemeenschappelijke markt mogelijk maakt en die de voorwaarden kan scheppen voor een vrije interne markt met aardgasvoorzieningszekerheid. Dank u wel.

 
  
MPphoto
 

  Teresa Riera Madurell (S&D). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, het Parlement is er hier vandaag aan herinnerd dat de crisis van januari 2009 iets meer aan het licht heeft gebracht dan onze afhankelijkheid op energiegebied. We hebben geleerd dat een aanzienlijk deel van het probleem binnen onze grenzen ligt. Zo kan Spanje bijvoorbeeld de getroffen nieuwe lidstaten niet te hulp schieten, ook al heeft het de middelen daartoe

Ik zou u eraan willen herinneren, dames en heren, ook al lijkt dat vanzelfsprekend, dat de interne solidariteit vereist dat gas gemakkelijk door de hele Unie kan worden verplaatst, zonder technische of contractuele belemmeringen, en vooral door middel van grensoverschrijdende interconnecties, die thans nog allesbehalve optimaal zijn.

Daarin ligt de waarde van deze verordening, die de bouw van interconnecties duidelijk koppelt aan de voorzieningszekerheid, en de nadruk legt op de noodzaak om de bronnen te diversifiëren en een einde te maken aan “energie-eilanden”.

Mijnheer de Voorzitter, staat u mij toe dat ik mijn betoog afsluit met gelukwensen aan het adres van de Commissie, de heer Vidal-Quadras, en het Spaanse voorzitterschap, omdat ze in recordtijd een bijdrage hebben geleverd aan de verwezenlijking van Europese solidariteit op energiegebied.

 
  
MPphoto
 

  Jorgo Chatzimarkakis (ALDE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, om te beginnen wil ik commissaris Oettinger danken en mijnheer Vidal-Quadras van harte feliciteren met zijn verslag. Mede dankzij de ondersteuning van het Spaanse voorzitterschap is een uitstekend verslag tot stand gekomen. Aardgas is belangrijk en zal steeds belangrijker worden. Claude Turmes heeft in zijn toespraak ook gezegd dat we een andere visie moeten ontwikkelen. In het land dat ik vertegenwoordig is één op de twee huishoudens afhankelijk van aardgas, maar 40 procent van dat gas is afkomstig uit Rusland.

Daarom is het een belangrijke en positieve stap dat de bestaande richtlijn wordt aangevuld met een verordening. Daarmee worden preventieplannen, preventieve maatregelen en noodplannen met drie crisisniveaus ingevoerd. We willen geen herhaling van de situatie die zich in de crisiswinter van 2009 heeft voorgedaan. We willen niet dat Europese partnerlanden of buurlanden weer in de kou komen te zitten. Daarom is dit verslag ook een bewijs van onze gemeenschappelijke Europese verantwoordelijkheid, die niet beperkt is tot de lidstaten van de EU, maar zich ook tot de buurlanden uitstrekt.

Dames en heren, de verordening is prima, maar we moeten ook andere wegen inslaan. Daarom ben ik verheugd over de aankondiging van commissaris Oettinger dat in dit verband alle infrastructuurmaatregelen – waarvan sommige, zoals Nabucco, Nord Stream en South Stream reeds werden genoemd – zullen worden gesteund, zodat voor diversificatie wordt gezorgd en we niet meer afhankelijk zijn van toelevering uit één bron. Daarnaast hebben we echter ook opslagfaciliteiten nodig. Duitsland beschikt over opslagcapaciteit voor 70 dagen, dat is niet in elk land het geval. We moeten wat dit betreft de normen in alle landen verhogen. En we moeten voor een energiemix blijven zorgen. Dat blijft onze grootste uitdaging, die we gezamenlijk moeten aanpakken. Ik dank u hartelijk en spreek de wens uit dat deze verordening een succes wordt.

 
  
MPphoto
 

  Evžen Tošenovský (ECR). - (CS) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, in januari 2009 stond Europa op zijn kop als gevolg van de problemen met de gastoevoer uit Rusland. We noemen dat de gascrisis van januari 2009. Uiterste voorzichtigheid is hier echter geboden, want de crisis trof slechts een deel van de EU en uit analyses bleek dat het eerst en vooral om een structureel probleem ging. We moeten dus niet bezwijken voor de verleiding om al te veel te gaan reguleren, want als er nu in reactie op de leverantieproblemen veel of zelfs overmatig veel opslagcapaciteit moet worden aangelegd en er overmatig gereguleerd wordt, gaat de gasprijs onnodig omhoog. Dat zou het leven van de eindgebruikers onnodig compliceren en het concurrentievermogen onnodig verzwakken.

Er zijn in dit verslag wat mij betreft uiterst redelijke conclusies neergelegd die een waarborg vormen voor de flexibiliteit van de algehele aanpak. Tevens ben ik uitermate ingenomen met het standpunt van commissaris Oettinger die stelt dat na enige tijd de gevolgen van het verslag op de gasprijs moeten worden geanalyseerd en bekeken moet worden wat het totale effect van de getroffen maatregelen op de gasmarkt was.

 
  
MPphoto
 

  Fiorello Provera (EFD). (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega's, de Europese gasproductie neemt voortdurend af en de vraag naar energie zal, vooral in de nabije toekomst toenemen als het verwachte herstel van de economie zich aandient.

Het is dus erg belangrijk om vooral in tijden van crisis, wanneer de gasbevoorrading van externe geopolitieke factoren afhangt, beleid voor een overvloedige en zekere bevoorrading uit te voeren.

Deze verordening leidt tot een sterke verbetering van de coördinatie tussen de verschillende partijen in de gassector en voorkomt situaties zoals die van de Russisch-Oekraïense crisis, zonder de bevoegdheden van elke lidstaat op energiegebied ter discussie te stellen.

Ik feliciteer de rapporteur, de heer Vidal-Quadras, en ik bedank hem omdat hij rekening heeft gehouden met enkele voor ons zeer belangrijke amendementen. Ik neem ook met genoegen nota van wat de commissaris heeft gezegd, namelijk dat hij meer en nauwere regionale samenwerking in deze sector wenst en ik bedankt hem voor deze aandacht.

 
  
MPphoto
 

  Nick Griffin (NI). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, advocaten hebben de gewoonte achter ambulances aan te jagen: als er ergens een ongeluk is gebeurd, is er altijd wel een parasiet die eropaf snelt om te profiteren van andermans tegenslag. De pleitbezorgers van de Europese Unie zijn een speciaal soort ambulancejagers: van het verzinsel van de door de mens veroorzaakte opwarming van de aarde tot aardbevingen en bosbranden, elke crisis is voor hen een excuus om nog meer macht te grijpen.

De gascrisis tussen Rusland en Oekraïne was een kunstmatig probleem dat werd veroorzaakt door neoconservatieve inmenging in de politiek van Oost-Europa. Als antwoord hierop moet er een einde komen aan dit ophitsende gedrag en moeten we de naties van Europa vrij laten om zelf het gas te kopen dat Rusland aan ons moet verkopen. In plaats daarvan gebruikt de EU de crisis echter als een excuus om de macht over de gastoevoer te grijpen en ons allemaal verstrikt te doen raken in een web van onderlinge afhankelijkheid, dat in het leven is geroepen om een Unie af te dwingen waar kiezers anders nooit mee zouden instemmen.

Het gaat hier helemaal niet om gastoevoer. Het gaat om de sluipende tirannie van een socialistische superstaat, die misleiding gebruikt om alles te grijpen wat niet op democratische wijze kan worden verkregen. Wanneer deze superstaat het masker van redelijke noodzakelijkheid laat vallen, wordt zijn nieuw fascisme aan ons opgelegd, en dat zal zeker niet met zachte hand gaan. Daarom moet iedereen die van vrijheid houdt, tegen dit verslag stemmen.

 
  
MPphoto
 

  Amalia Sartori (PPE). (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, ik bedank collega Vidal-Quadras voor zijn uitstekende verslag en voor zijn enorme en algemeen erkende bemiddelingskwaliteiten, waardoor we in een enkele lezing een verordening kunnen aannemen waarover een ruime consensus bestaat.

Ook ik stem graag samen met mijn delegatie en mijn fractie vóór deze verordening omdat deze zonder twijfel een belangrijke vooruitgang betekent ten opzichte van het tot nu toe gevolgde beleid, ook al is de verordening slechts een belangrijke bouwsteen in een traject waarin we ons steeds moeten inspannen voor nieuwe en ambitieuze beleidsplannen, zoals de commissaris al aankondigde.

Ik steun de publieke en officiële keuze van het Parlement voor een beleid van solidariteit op de interne markt, een beleid dat tevens een waarschuwing is voor wie de afgelopen jaren te vaak heeft gespeculeerd. We moeten echter onze corridors, bronnen en de kwaliteit van de energiebronnen diversifiëren. In dit opzicht vind ik dat er meer aandacht moet worden geschonken aan het vraagstuk van de zuidelijke corridor.

Ik ben het absoluut eens met het feit dat de markt de enige echte garantie vormt in de strijd tegen de risico’s die gepaard gaan met de toevoer, maar dan moet er wel en markt zijn, en dus moeten wij garanderen dat de markt dankzij verordeningen, richtlijnen, financiële middelen, meervoudige netwerken en meervoudige leveringsbronnen concurrerend is, zodat er geen monopolie meer is in deze sector, noch wat de bronnen, noch wat de netwerken betreft.

 
  
MPphoto
 

  Marek Siwiec (S&D). (PL) De zekerheid van de gasvoorziening is een uitzonderlijk en strategisch onderwerp waar totaal vier commissies aan hebben gewerkt. U zegt hier dat de werkzaamheden kort duurden, maar alles we alles bij elkaar optellen, duurden zij juist bijzonder lang. Er zijn adviezen opgesteld en standpunten uitgewisseld. Het onderwerp is uitzonderlijk omdat het gaat over geopolitiek, technologie en techniek, maar vooral over de kern van de Europese solidariteit. Hoever gaan we bij het opbouwen van een gemeenschappelijke markt op dit gebied? Hoever willen we dat de solidariteit gaat? In hoeverre zijn de grote, sterke landen bereid om in crisissituaties de zwakkere en minder goed voorbereide landen onder hun hoede te nemen?

Er is een compromis gesloten, een compromis waar we blij mee zijn, zoals met ieder compromis. Het is goed dat het er is. Ik herinner me echter dat we met de eerste, ambitieuze doelstellingen verder wilden gaan. Voor de Fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten in het Europees Parlement is veiligstelling het belangrijkste woord uit de titel van het verslag. Maar het gaat wel om veiligstelling met een kleine 'v', de veiligstelling van gewone mensen die hun rekeningen betalen, de krant lezen en er achter komen dat iemand hun gaskraan zomaar kan dichtdraaien. De zorgen van deze mensen, die iedere winter weer bang zijn dat hun gaskraan wordt dichtgedraaid, die bang zijn dat ze steeds meer moeten gaan betalen, neemt dit verslag een beetje weg. Het is dus goed dat het op deze manier is voorgesteld.

Maar laten we ook eerlijk zijn tegen elkaar. We konden het hier niet eens worden over wie onder welke voorwaarden bepaalt wanneer er sprake is van een noodsituatie in de gasvoorziening. Voorgesteld is dat een bedreigd land dit kan doen. Het eerste voorstel hield in dat twee landen dit kunnen doen, maar dat heeft het ook niet gehaald. Nu zitten we met een vage definitie die zegt dat bepaalde organen hier verder over zullen discussiëren. We zetten dus een klein stapje, maar wel in de goede richting.

 
  
MPphoto
 

  Norica Nicolai (ALDE). − (RO) Ik wil twee dingen benadrukken. In de eerste plaats het belang van productie- en doorvoerlanden. Tegelijkertijd wil ik de rapporteur bedanken voor het feit dat hij ons de mogelijkheid biedt om hierover te debatteren, en ook voor de wijze waarop hij dit onderwerp heeft behandeld.

Als rapporteur voor Turkmenistan ben ik van mening dat dit land een van de belangrijkste leveranciers van de Europese Unie is, gezien de reserves waarover dat land beschikt en de kansen die er bestaan voor openstelling naar de Europese Unie, zoals Turkmenistan zich al heeft opengesteld naar andere Aziatische landen, met name naar China. Ik denk dat alle Europese projecten, waaronder Nabucco en White Stream, afhangen van de betrekkingen met dit land. In deze context denk ik dat het verbeteren van de betrekkingen met de productielanden buitengewoon nuttig kan zijn en tegelijkertijd de door de Europese Unie opgelegde normen kunnen worden gehandhaafd. Het engagement dat deze landen laten zien in wat niet alleen een economisch, maar ook een democratisch en strategisch partnerschap met de Europese Unie is, moet worden gekoesterd in het externe beleid van de Europese Unie.

In de tweede plaats wil ik wijzen op het belang van mijn eigen land, Roemenië, als doorvoerland. Ik denk dat Roemenië en Bulgarije allebei een stabiliserende rol kunnen spelen.

 
  
MPphoto
 

  Adam Bielan (ECR). (PL) In deze tijd is energiezekerheid een van de belangrijkste voorwaarden voor soevereiniteit. De Europese Unie moet daarom zo snel mogelijk samenhangend beleid op dit gebied vaststellen. De geldende richtlijn inzake gascrises stamt uit 2004 en is absoluut niet meer toereikend om bestaande risico's het hoofd te bieden, omdat zij niet in staat is om landen, vooral de Midden- en Oost-Europese landen, te beschermen tegen weken durende beperkingen van de gasleveranties. Tijdens de twee Russisch-Oekraïense gascrises in 2008 en 2009 hebben wij aan den lijve ondervonden hoe ernstig dit risico is.

Het feit dat we met het aannemen van de nieuwe verordening eindelijk starten met de formulering van een gemeenschappelijk energiebeleid is verheugend: beter laat dan nooit. Deze verordening moet leiden tot mechanismen voor het coördineren van maatregelen als zich een nieuwe gascrisis voordoet en tot verbetering van de infrastructuur die de gassystemen van de lidstaten met elkaar verbindt. Het compromis dat met de Raad is bereikt is zeker niet ideaal. Ik vond de oorspronkelijke voorstellen van het Europees Parlement aanzienlijk beter. Als we echter de huidige, gebrekkige rechtssituatie in aanmerking nemen, ben ik ondanks alles van mening dat we de gepresenteerde voorstellen moeten steunen.

 
  
MPphoto
 

  Jaroslav Paška (EFD). - (SK) In de verordening betreffende de veiligstelling van de aardgasvoorziening wordt gereageerd op problemen die zich hebben gemanifesteerd tijdens de energie- en gascrisis begin vorig jaar.

De door de Commissie voorgestelde verordening bevat een breed scala aan maatregelen met het ambitieuze doel om een hogere graad van energiezekerheid te bereiken voor de hele Europese Unie. Op verscheidene punten hebben we in de parlementaire commissies de oorspronkelijke tekst van het voorstel moeten preciseren of verbeteren. Het Parlement heeft de rol van het bedrijfsleven bij de coördinatie van noodsituaties nader gespecificeerd, de omvang van het gebruik van bidirectionele stroom aangepast en de kostenverdeling voor nieuwe, grensoverschrijdende investeringen in de infrastructuur opgelost. Het heeft de voorwaarden voor het mechanisme van de Europese Gemeenschap voor het automatisch uitroepen van de noodtoestand gespecificeerd en aan laten sluiten op de preventie- en noodplannen van de lidstaten. Het Parlement heeft maatregelen voor de omgang met gevoelige bedrijfsinformatie voorgesteld, zodat deze niet kan worden misbruikt. Ondanks de grote inspanningen van zowel de rapporteur als de parlementaire commissies zijn vele vragen echter onopgelost gebleven. Dat geldt vooral voor de definitie van beschermde afnemers en de toepassing van de N-1-norm voor de infrastructuur. Na de aanname van de richtlijn zullen we op deze vragen nog terug moeten komen.

 
  
MPphoto
 

  Romana Jordan Cizelj (PPE). - (SL) Vandaag bespreken we waarschijnlijk een van de belangrijkste documenten van deze zittingsperiode. Heel wat van onze burgers zijn namelijk tijdens het koudste deel van de winter in 2009 bevroren omdat hun radiatoren koud zijn gebleven. Juist in dergelijke noodgevallen, wanneer de gastoevoer in Europa ernstig wordt verstoord, kunnen we Europese solidariteit tonen.

De genoemde verordening is het bewijs dat we het welzijn van het individu in onze werkzaamheden centraal stellen. De verordening definieert namelijk alle huishoudens die op het gasdistributienet zijn aangesloten als beschermde afnemers. Op basis van deze verordening moeten maatregelen worden getroffen die ook in uitzonderlijke omstandigheden een voldoende toevoer garanderen. Dat betekent dat we de infrastructuur moeten uitbouwen, zowel in de lidstaten als tussen de lidstaten. We moeten ook zorgen voor de goede werking van gaslussen, dus voor bidirectionele stroom. Bovendien moeten we een efficiënt plan met preventieve maatregelen voor noodgevallen uitwerken.

Ik wil hier de Commissie aanmoedigen om vastbesloten van de lidstaten te verlangen dat ze tijdig aan de eisen uit de verordening voldoen. Ik ben tevreden dat de rapporteur ook heeft geluisterd naar de argumenten van individuele lidstaten en met hun specifieke omstandigheden rekening heeft gehouden. Deze oplossingen zijn ook relevant voor Slovenië, waar de bestaande combinatie van gastoevoer uit Rusland en Algerije volstaat om aan de standaardvraag te voldoen, ondanks de tekortkomingen bij de N-1-norm.

Tot slot feliciteer ik de rapporteur, de heer Alejo Vidal-Quadras, die de onderhandelingen in het Parlement en tussen de instellingen bedreven heeft geleid. Hij heeft echt uitstekend werk geleverd en ik hoop dat het bij de stemming door een grote meerderheid zal worden gesteund.

 
  
MPphoto
 

  Anni Podimata (S&D).(EL) Mijnheer de Voorzitter, allereerst wil ik de heer Vidal-Quadras van harte gelukwensen met zijn belangrijke bijdrage aan het veelomvattend compromis dat, let wel, in eerste lezing met de Raad kon worden bereikt.

Met de nieuwe verordening worden de ernstige, endogene gebreken in de gasvoorzieningszekerheid van de Unie aangepakt door sterkere maatregelen te treffen op Europees niveau, de bevoegdheden van de Europese Groep coördinatie gas uit te breiden, criteria vast te stellen voor vroegtijdige waarschuwing en waakzaamheid en natuurlijk door bepalingen vast te stellen voor de bescherming van en een betere dienstverlening aan consumenten en met name aan de meest kwetsbare bevolkingsgroepen, die onze fundamentele prioriteit moeten zijn.

Ik wil er echter op wijzen dat wij – zoals het Parlement steeds weer beklemtoont – een einde moeten maken aan de onsamenhangende aanpak van de vraagstukken inzake energievoorzieningszekerheid en over moeten stappen op een coherent Europees energiebeleid. Daarbij moeten wij in een eerste fase de regionale samenwerking versterken en projecten voor differentiatie van energiebronnen en bevoorradingsroutes bevorderen, zoals Nabucco en ITGI, die aanvullende en geen concurrerende projecten zijn en een beslissende rol kunnen spelen in de voorzieningszekerheid van de Unie.

 
  
MPphoto
 

  Ivo Strejček (ECR). - (CS) Mijnheer de Voorzitter, de energiecrisis van vorig jaar was weliswaar onaangenaam, maar heeft niet gewezen op een structureel falen van de markt. Overmatige regulering van de gasmarkt of de gasleverantiemarkt is dan ook niet nodig, zeker omdat deze uiteindelijk alleen maar tot hogere gasprijzen voor de eindgebruiker leidt. Ik heb dienaangaande drie opmerkingen. Allereerst dient er een waterdichte definitie te worden opgesteld van zogeheten beschermde klanten, dit om te voorkomen dat het er teveel worden, wat uiteraard tot hogere gasprijzen voor de eindgebruiker leiden zou. Ten tweede dient er bij de vastlegging van de minimale verplichte leveringsduur uitermate voorzichtig te werk te worden gegaan. Geen zestig dagen dus, maar eerder dertig dagen, want anders moeten er gigantische voorraden worden aangehouden, wat opnieuw zijn weerslag zou hebben op de prijzen voor de eindgebruiker. Ten derde is het noodzakelijk een nauwkeurige definitie op te stellen van de zogeheten koudste periode.

 
  
MPphoto
 

  Bogdan Kazimierz Marcinkiewicz (PPE). (PL) Ik wil mijn waardering uitspreken voor de rapporteur, de heer Vidala-Quadras, die een jaar geleden voor de buitengewoon moeilijke taak werd gesteld om een verslag op te stellen over energiezekerheid op het gebied van de veiligstelling van de aardgasvoorziening van de Europese Unie. Zowel het Europees Parlement als de Raad zijn zich ten volle bewust van het gezamenlijk bereikte akkoord. De verordening over de veiligstelling van de gasvoorziening moet een instrument worden in handen van de Commissie, de lidstaten en hun autoriteiten maar ook van de gasbedrijven, zodat zij tijdig maatregelen kunnen treffen om de gevolgen van een onderbreking van de gastoevoer te voorkomen. We hebben de rapporteur horen zeggen dat deze wetgeving het antwoord is op een reëel probleem waarmee de Europese Unie geconfronteerd wordt.

De huidige situatie wijst in de richting van een nieuwe crisis. Ik doel hiermee op de gebeurtenissen rond het contract tussen Polen en Rusland. Dit is een nieuwe uitdaging voor de Commissie. Polen is momenteel het slagveld waarop de Commissie en de Russische Federatie hun strijd over de invoering van het derde pakket voor de liberalisering van de gasmarkt uitvechten. Als de Commissie dit wil testen, dan moet zij dit doen in een land met een gediversifieerde gasvoorziening en niet in Polen, dat op dit gebied bijzonder beperkte mogelijkheden heeft. Polen dreigt nu in een ernstige energiecrisis terecht te komen met een tekort ter hoogte van 1,7 miljard kubieke meter. Dit kan betekenen dat de Poolse economie instort. Wij verwachten steun van de Commissie bij het oplossen van de ontstane problemen. Hierbij moet vermeld worden dat Polen een transitland is en niet het eindpunt van het Russische systeem. Ik hoop dat de ontwikkelingen aan de oostgrenzen van de Europese Unie ertoe zullen leiden dat een meerderheid van de lidstaten het belang en het gewicht van de veiligstelling van de aardgasvoorziening op waarde zal schatten.

 
  
MPphoto
 

  George Sabin Cutaş (S&D). − (RO) De Europese Unie kan het zich niet veroorloven om afhankelijk te zijn van externe gasmonopolies. De gascrisis tussen Rusland en Oekraïne in 2009 heeft ons laten zien hoe kwetsbaar we zijn zonder een goede gemeenschappelijke Europese strategie.

De gevolgen hiervan zijn duidelijk te zien aan de gevolgen voor de Europese economie en voor groepen consumenten die al kwetsbaar waren. Deze externe EU-crisis heeft ook duidelijk gemaakt hoezeer de lidstaten van elkaar afhankelijk zijn. Daarom denk ik dat er een gemeenschappelijke strategie moet worden ontworpen die de diversificatie van de gasroutes en -bronnen van de EU bevordert, zodat de EU over voldoende capaciteit beschikt om te reageren op een crisis.

Solidariteit tussen lidstaten, een bekend beginsel van het Verdrag van Lissabon, is van vitaal belang voor een Europees gasvoorzieningsmechanisme. Als onderdeel van dit mechanisme wordt het Nabucco-project strategisch van groot belang. En vooral moet het worden gesteund door de Europese Unie, omdat dit het enige levensvatbare alternatief is voor het energiemonopolie van Rusland.

 
  
  

VOORZITTER: RODI KRATSA-TSAGAROPOULOU
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Paweł Robert Kowal (ECR). (PL) Ik bedank de rapporteur voor het tot stand brengen van het compromis. Dat is altijd een bijzonder moeilijke opdracht, vooral als het gaat om energievraagstukken. Ook wil ik de heer Oettinger bedanken voor zijn betrokkenheid bij het gasleveringscontract tussen Polen en Rusland. Wij waarderen het zeer dat de Commissie een fundamentele rol speelt in deze kwestie.

In het moderne Europa is het energievraagstuk bepalend voor de soevereiniteit van vele landen. Ik hoor dan ook met verbazing de sprekers in deze zaal beweren dat het hier slechts een energieprobleem en een economisch probleem betreft en dat onze discussie alleen daarover gaat. Ik ben het daar niet mee eens! Veel landen in Europa zien het energieprobleem terecht als een factor die hun soevereiniteit bepaalt en de feiten geven hen gelijk. Lees een willekeurig Russisch document over dit thema en u bent overtuigd.

Op energiegebied opereren de Russen op twee niveaus: op het eerste niveau gaat het om puur economische factoren en op het tweede niveau spelen politiek en veiligheid een rol. Dus als er iets ontbreekt dan is het een groter engagement, ook van de kant van de diensten van de Commissie die verantwoordelijk zijn voor de externe betrekkingen, zodat ook wij op twee niveaus kunnen opereren.

 
  
MPphoto
 

  András Gyürk (PPE). (HU) Ik ben het eens met de sprekers die zeiden dat we ons met een verordening voor de gasvoorziening effectiever zullen kunnen weren tegen onderbrekingen in de bevoorrading. Daarvoor bedank ik de rapporteur. Ik vind vooral de bepalingen inzake beschermde verbruikers belangrijk. Ik ben blij dat in plaats van de aanvankelijke restrictieve definitie de netwerken met blokverwarming en kleine ondernemingen ook bijzondere bescherming zullen genieten. Het gaat hier niet om een gering aantal verbruikers, want alleen al in Hongarije worden 600 000 huishoudens bediend door netwerken van blokverwarming. En de bescherming van kleine ondernemingen is belangrijk omdat, zoals we in de eerste dagen van 2009 al hebben kunnen zien, deze bedrijven gemakkelijk op de rand van faillissement terecht kunnen komen als de gasvoorziening stokt.

Dames en heren, graag herinner ik u aan het feit dat het aannemen van de verordening betreffende de gasvoorziening weliswaar een belangrijke stap is maar niet in de plaats mag komen van investeringen op energiegebied. Vorige week hebben vier nieuwe lidstaten een brief geschreven aan commissaris Oettinger voor energie, waarin zij namens de Visegrád-landen erop aandringen dat de EU de financiële middelen voor de steun aan energie-investeringen optrekt, in het bijzonder met het oog op het financiële plan voor de volgende zeven jaar. We kunnen het alleen maar eens zijn met de inhoud van deze brief. Er kan namelijk pas een bevredigende gasvoorziening worden bewerkstelligd als de EU begint met de aanleg van alternatieve toeleveringsroutes. Deze intentie moet mijns inziens eindelijk ook in de begrotingscijfers worden weerspiegeld.

 
  
MPphoto
 

  Eija-Riitta Korhola (PPE). − (FI) Mevrouw de Voorzitter, ik wil mijn collega, de heer Vidal-Quadras, hartelijk bedanken voor zijn uitstekende werk. Of wij dat nu willen of niet, Europa verbruikt steeds meer gas en het is Rusland dat ons dat gas levert. Daarom volstaat het niet dat de betrekkingen van de Europese Unie met haar gasleverancier in orde zijn. Wij moeten ook de interne infrastructuur en de wetgeving van de Europese Unie aanpassen, zodat wij voorbereid zijn op crisissituaties die niet onze schuld zijn. De lidstaten moeten de taken en verantwoordelijkheden van alle medespelers op de markt vastleggen om voorzieningszekerheid te waarborgen. De recente geschiedenis toont aan dat dit nodig is.

De mate van afhankelijkheid van Europa is zorgwekkend. Nu al wordt meer dan 40 procent van de totale aardgasconsumptie in Europa ingevoerd en volgens prognoses kan deze afhankelijkheid oplopen tot 70 procent in 2020. Het gevolg daarvan is zowel economische als politieke afhankelijkheid, en dat is niet gezond. In de toekomst zal de situatie misschien verbeteren dankzij de productie van vloeibaar aardgas, waarvan de prijs is gedaald, en ook dankzij het meer recentelijk geproduceerde leisteengas, dat in verschillende delen van de wereld is gevonden, onder meer in Polen. Deze gassen zullen de voorzieningszekerheid hopelijk verbeteren en meer alternatieven bieden voor de aanschaf van gas. De ontwikkeling van efficiënte vormen van hernieuwbare energie zal ook helpen.

De recente conflicten tussen Rusland en zijn buurlanden toonden aan hoe precair de situatie was met betrekking tot onze interne voorzieningszekerheid. Daarom zijn ook concrete maatregelen belangrijk, zoals het waarborgen dat gas ook in de tegenovergestelde richting tussen de lidstaten vloeit of dat er, krachtens het solidariteitsbeginsel, ook genoeg gas in onze eigen voorraden zit voor onze buren in crisissituaties. Het is ook belangrijk dat wij ons bewust zijn van de verschillende omstandigheden in de lidstaten en dat wij die erkennen.

 
  
MPphoto
 

  Zigmantas Balčytis (S&D). (LT) Allereerst wil ik de rapporteur complimenteren met het opstellen van dit zeer belangrijke document. De toenemende afhankelijkheid van geïmporteerde energie, in het bijzonder gas, is een van de nieuwe uitdagingen waarmee de EU wordt geconfronteerd in het veiligheidsbeleid. De oplossing van dit probleem vergt een vereende inspanning van de EU en van ons allemaal.

De Commissie moet daarbij een bijzonder belangrijke rol spelen, niet alleen wanneer zij met crisissituaties te maken heeft, maar ook bij het vormgeven van het Europese energiebeleid in het algemeen, en met name wanneer zij gesprekken voert over gasleveringscontracten met leveranciers in derde landen.

Commissaris, ik zou echt niet willen dat de voorwaarden in de overeenkomst tussen Polen en Rusland over de gaspijpleiding uit Yamal, of de manier waarop deze is ondertekend als slecht voorbeeld zouden dienen voor alle nieuwe en toekomstige energiestrategieën in het kader van het document waarover vandaag wordt gedebatteerd. Alleen door met één stem te spreken, door het optreden van alle EU-lidstaten te coördineren en door solidariteit te tonen kunnen we bijdragen aan de totstandkoming van de gewenste interne energiemarkt, van een voor de consumenten veilige, gemeenschappelijke en eerlijke markt.

 
  
MPphoto
 

  Tunne Kelam (PPE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, uit het debat van vandaag blijkt dat Europa heeft geleerd van de diverse toevoercrisissen. De eerste ervaring van Estland als onafhankelijk land was in december 1992, toen Rusland alle gas- en olietoevoer naar het land afsloot. Desondanks werden we hier sterker van.

Vandaag zien we een bemoedigende samenwerking, in de eerste plaats tussen het Parlement en de Commissie. Ik wil commissaris Oettinger graag bedanken voor de daadkrachtige en verantwoordelijke benadering van deze uitdagingen. Dit is een bemoedigende poging om solidariteit haar beslag te doen vinden in praktische EU-mechanismen. Belangrijker nog is dat we hiermee een gemeenschappelijke reeks normen voor infrastructuur en voorziening bieden en dit gepaard doen gaan van een toenemende verantwoordelijkheid voor en coördinatie door de Commissie. Boven alles hebben we echter nog steeds behoefte aan een geïntegreerd voorzieningsnetwerk binnen de EU. Daarom wil ik graag de aandacht vestigen op de suggesties van de heer Turmes om onze noord-zuidverbindingen te verbeteren en te zorgen voor opslagvoorzieningen voor de toekomst.

 
  
MPphoto
 

  Csaba Sándor Tabajdi (S&D). (HU) Het is belangrijk dat de Europese Unie, in het belang van de energiezekerheid, op communautair niveau reageert, maar de lidstaten die hun bilaterale politieke betrekkingen met Rusland nog niet adequaat hebben geregeld, moeten ook in actie komen. 80 procent van de aardgasimport van Hongarije komt uit Rusland, en daarom is de afhankelijkheid van de Hongaarse verbruikers uitermate groot. Vooral bewoners met blokverwarming zijn kwetsbaar. Daarom wil Hongarije zowel de leveringsbronnen als de aanvoerroutes diversifiëren. We hebben de aanleg van zowel de Nabucco-pijplijn als de Zuidelijke Corridor eenduidig ondersteund en blijven dat doen, in combinatie met het gebruik van Europese communautaire middelen. Toch zou het voor ons het goedkoopst zijn als we de doorvoer via Oekraïne op een bevredigende en stabiele wijze zouden oplossen. We vragen de Commissie om ervoor te zorgen dat de Europese Unie op communautair niveau optreedt, bemiddelt tussen Rusland en Oekraïne en een garantiesysteem afdwingt met betrekking tot de doorvoer door Oekraïne.

 
  
MPphoto
 

  Reinhard Bütikofer (Verts/ALE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, ik wil graag de aandacht van de heer Oettinger vestigen op twee punten die door de collega's in de discussie zijn genoemd. Ten eerste heeft collega Turmes nadrukkelijk gewezen op het vraagstuk van de voorspelbaarheid van de vraag naar gas. Het thema gasvoorziening wordt eenzijdig benaderd.

Mijnheer Oettinger, ik zou u willen vragen hoe u, met het oog op de toekomst, in de strategie rekening wilt houden met dit tweede elementaire aspect. En ten tweede zou ik, terugkomend op een opmerking van mijnheer Swoboda, nog eens aan de idee van een energiegemeenschap in de Europese Unie willen herinneren. Deze idee werd onlangs door de denktank Notre Europe van Jacques Delors aan de orde gesteld en werd ook jaren geleden al eens door de toenmalige commissaris Michaele Schreyer geopperd. Is een dergelijke gemeenschap iets waar u naartoe zult werken, mijnheer Oettinger?

 
  
MPphoto
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL). - (PT) Mevrouw de Voorzitter, bij dit debat over de veiligstelling van de aardgasvoorziening wil ik erop wijzen dat er in de wereld al een grote diversifiëring van de aardgasvoorziening bestaat; dat feit dienen we op gepaste wijze te erkennen.

Als we naar de toekomst kijken is de belangrijkste ontwikkeling echter de verwachte oliecrisis. Met het oog daarop zou de Europese Unie actief de vervanging moeten bevorderen van de geraffineerde olieproducten die door de scheepsvloten van de Unie worden gebruikt. Het beste vervangingsproduct is nu juist aardgas.

Maar we mogen niet vergeten dat er ook aardgas bestaat dat niet afkomstig is van fossiele bronnen. Hiermee doel ik op biomethaan dat geproduceerd wordt met afvalstoffen. Verschillende Europese landen produceren dit gas al: onder meer Zweden en Zwitserland en naar ik meen ook Spanje. De productie van dat gas dient gestimuleerd te worden met communautaire investeringen en bij dit debat moeten we dat punt duidelijk voor ogen houden.

 
  
MPphoto
 

  Andreas Mölzer (NI). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, de meeste gasleveranciers hebben vanwege de toenemende vraag forse prijsstijgingen aangekondigd. Er is sprake van een verdubbeling van de groothandelsprijzen. Volgens mij zal Moskou in de winter mogelijk opnieuw op een gascrises aansturen. In het verleden heeft de EU haar bemiddelende rol waarschijnlijk met teveel terughoudendheid vervuld. Gezien de bestaande bevoegdheidsgeschillen tussen de nieuwe topvertegenwoordigers van de EU zullen de betrokken lidstaten zich dan wellicht opnieuw in de steek gelaten voelen.

Een zwak crisisbeheer door de EU heeft echter gevolgen. Reeds buiten bedrijf gestelde kerncentrales werden weer in gebruik genomen en in Polen wil men investeren in een terminal voor vloeibaar gas, die rechtstreekse concurrentie vormt voor de pijpleiding door de Oostzee. Ook al is de gisteren aangekondigde inkoopcoöperatie misschien zinvol, zij verandert niets aan de fundamentele problemen. Bij het volgende gasgeschil zal blijken wat het Europese systeem voor vroegtijdige waarschuwing waard is en of de door het Verdrag van Lissabon ontstane wirwar van bevoegdheden is ontrafeld. De afhankelijkheid van Russisch gas kan namelijk niet een-twee-drie uit de wereld worden geholpen, en ook het Nabucco-project zal daar weinig verandering in brengen.

 
  
MPphoto
 

  Andrzej Grzyb (PPE). (PL) De heer Oettinger heeft gezegd dat dit het eerste document over energievraagstukken is sinds het Verdrag van Lissabon. Energiesolidariteit was voor vele landen, inclusief Polen, de belangrijkste doelstelling met betrekking tot het Verdrag van Lissabon. De gascrises van de afgelopen jaren, vooral die uit 2009 maar ook de eerdere crises, hebben echter laten zien dat we zonder energiemarkt, infrastructuur met interconnecties, zonder nieuwe netwerken en nieuwe leveringsbronnen, zonder coördinerende rol van de Commissie en vooral - en dit wil ik extra benadrukken - zonder politieke wil van zowel de Commissie, als de Raad en de lidstaten, een nieuwe gascrisis niet kunnen voorkomen. Polen heeft op dit moment nog steeds geen overeenkomst gesloten voor de levering van circa 2,5 miljard kubieke meter gas.

De verordening had beter en perfecter kunnen zijn. Bijvoorbeeld op het gebied van de verplichtingen van onder andere de Commissie of de rol die de hoge vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de lidstaten in het geheel spelen. De heer Oettinger heeft bevestigd dat we deze verordening over twee à drie jaar moeten evalueren, om haar doelmatigheid te kunnen beoordelen. Dit bevestigt dat we nog niet alles in de verordening hebben opgenomen.

 
  
MPphoto
 

  Silvia-Adriana Ţicău (S&D). − (RO) De energiezekerheid van de Europese Unie hangt af van de diversificatie van haar energiebronnen en -routes. Ik ben van mening dat de Europese Unie meer moet investeren in de energie-infrastructuur en in energie-efficiëntie. Wat betreft de energie-infrastructuur in de gassector – daarmee doel ik op de aanleg van nieuwe pijleidingen, en ik wil hier benadrukken hoe belangrijk het Nabucco-project voor de energiezekerheid van de Europese Unie is – zou het een belangrijke stap voor de Europese Unie zijn om te investeren in nieuwe gasvelden, in het verbeteren van de interconnecties tussen lidstaten, in het tot stand brengen van bidirectionele stromen voor lidstaten en in faciliteiten voor het produceren van gas uit hernieuwbare energiebronnen.

Ik wil benadrukken dat het Verdrag van Lissabon een nieuw kader heeft geschapen voor het bevorderen van solidariteit tussen lidstaten ingeval van een energiecrisis. Ook wil ik de rapporteur, de heer Vidal-Quadras, complimenteren met zijn inspanningen, omdat deze verordening een stap vooruit is in de richting van meer energiezekerheid van de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 

  Alajos Mészáros (PPE). (HU) Mijn dank gaat uit naar de heer Vidal-Quadras en commissaris Oettinger voor het feit dat zij dit belangrijke verslag mogelijk hebben gemaakt. Deze verordening zal warm worden ontvangen in de landen in Midden-Europa, waarvan er enkele voor 100 procent afhankelijk zijn van Russische gasimport. Afgezien van het feit dat dit een afhankelijkheidssituatie oplevert, is dit ook gevaarlijk als politiek middel. Vergeleken bij fossiele brandstoffen produceert gas de laagste CO2-uitstoot en daarom speelt het een grote rol in de strijd van Europa tegen klimaatverandering. Het begrip Europese noodsituatie moet echter opnieuw worden geëvalueerd daar dit is gekoppeld aan een daling van de import met 10 procent. In de praktijk kan dit de volledige import van een EU-lidstaat betekenen, bijvoorbeeld Slowakije. Het zou logischer zijn een Europese noodsituatie aan te kondigen voor een specifiek geografisch gebied. Het veiligstellen van een ononderbroken gasvoorziening tegen een aanvaardbare prijs moet een prioriteit zijn, zelfs in een crisissituatie. Daaraan kan dit verslag mijns inziens in grote mate bijdragen.

 
  
MPphoto
 

  Ioan Enciu (S&D). − (RO) Om te beginnen wil ook ik de heer Vidal-Quadras feliciteren met al zijn inspanningen bij het opstellen van dit belangrijke verslag. We weten allemaal hoe belangrijk de energievoorziening voor de Europese Unie is. De Commissie en commissaris Oettinger moeten actief betrokken blijven bij het oplossen van de problemen die de voortgang van projecten voor de diversificatie van gasbronnen belemmeren. Zij moeten zowel met politieke oplossingen komen als zo veel mogelijk financiële middelen vrijmaken.

De sleutel tot het veiligstellen van de energiezekerheid van Europa wordt gevormd door de verbetering van de energie-infrastructuur, de interconnecties, de capaciteit voor bidirectionele stromen en de opslagfaciliteiten, en vooral door monitoring en beheer op basis van solidariteit tussen lidstaten. Ook is het belangrijk om het debat over de toekomstige Europese Energiegemeenschap voort te zetten.

 
  
MPphoto
 

  Danuta Jazłowiecka (PPE). (PL) De verordening waar we vandaag over stemmen is een mijlpaal in de ontwikkeling van het gemeenschappelijk energiebeleid. Het bewijs hiervan zijn ongetwijfeld de bepalingen over energiesolidariteit. Zij garanderen dat er wettelijke instrumenten gaan functioneren die een gemeenschappelijke, solidaire reactie in crisissituaties mogelijk maken. De tekst waar we over gaan stemmen, wijkt weliswaar af van de ambitieuze visie die door het Parlement was voorgesteld, maar biedt desondanks hoop op een goed functionerend noodmechanisme voor de toekomst. Het is positief dat snel overeenstemming is bereikt met de Raad, waar de belangen van de verschillende lidstaten met elkaar in botsing kwamen.

Ik wil vanaf deze plaats de rapporteur, de heer Vidal-Quadras, bedanken. Vanaf het begin stond hij open voor de voorstellen van de collega's en streefde hij naar een compromis dat voor iedereen acceptabel was. Deze verordening laat ook zien dat het Europees Parlement een sleutelrol speelt in het interinstitutionele spel en de moed heeft te strijden voor maatregelen die vaak onrealistisch lijken vanwege het gebrek aan overeenstemming tussen de lidstaten.

 
  
MPphoto
 

  Edit Herczog (S&D). (HU) Ik feliciteer de commissaris en het Parlement met hun samenwerking bij de totstandkoming van dit grootschalige document. Het is een stap in de goede richting, maar aan de andere kant is het duidelijk dat de wet slechts een randvoorwaarde is voor investeringen. Het bevorderen van Europese investeringen kan ons door de crisis heen helpen. Deze richtlijn kan als eenduidig bewijs dienen voor het feit dat samenwerking niet gelijk is aan het opgeven van nationale soevereiniteit, maar in plaats daarvan een grotere vrijheid voor de Europese burgers betekent. In Hongarije worden er verhitte discussies gevoerd. Wij, Hongaarse socialisten, streven naar het creëren van Europese energiezekerheid. De Hongaarse regeringsleider heeft een jaar geleden beloofd Hongarije volledig onafhankelijk te maken op energiegebied. Als socialistische leden van dit Parlement zijn we dan ook blij dat hij deze mening heeft bijgesteld en dat ook hij de toekomst nu ziet in termen van energiezekerheid en Europese samenwerking.

 
  
MPphoto
 

  Ioan Mircea Paşcu (S&D). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, sinds Rusland in 2006 voor het eerst de gastoevoer afsloot, is het veiligstellen van de energievoorziening een primair agendapunt geworden voor EU-optreden. Dit is niet alleen een economische maar ook een zeer politieke kwestie, aangezien deze veel invloed heeft op het buitenlands beleid van de EU en daarmee ook op het internationale aanzien van de EU. Ondanks het feit dat dit alom wordt erkend, is de EU in de praktijk niet in staat om een halt toe te roepen aan de toenemende afhankelijkheid van de energietoevoer door partijen met een sterke politieke agenda, partijen die er niet voor terugdeinzen om misbruik te maken van de toenemende kwetsbaarheid van de EU. Dit komt door de weerstand van enkele nieuwe belangrijke leden.

Tot slot wil ik graag zeggen dat het onjuist zou zijn om te beweren dat er momenteel geen systeem voor energiezekerheid is – dat is er zeker wel, alleen is het individueel en niet collectief, aangezien elk EU-land zichzelf wil beschermen door voorkeursrelaties aan te gaan met afzonderlijke leveranciers, om wier gunsten zij soms bereid zijn hevige strijd te leveren.

 
  
MPphoto
 

  Niki Tzavela (EFD).(EL) Mevrouw de Voorzitter, aangezien diverse collega’s in deze zaal hebben gesproken over Nabucco en dit een belangrijk project voor de energievoorzieningszekerheid van Europa hebben genoemd, wil ik de commissaris vragen ons, indien mogelijk, te zeggen wat de huidige stand van zaken is bij dit project en welke vooruitgang is geboekt bij het Nabucco-vraagstuk.

 
  
MPphoto
 

  Günther Oettinger, lid van de Commissie. − (DE) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, het debat, dat oorspronkelijk over gas en opslagcapaciteit ging, heeft een meer algemeen karakter gekregen en zich uitgestrekt tot het complete energiebeleid. Natuurlijk zijn we afhankelijk van gas. Dit geldt echter niet alleen voor gas, maar ook voor alle andere energiedragers. Het geldt net zozeer voor olie, voor op de wereldmarkt ingekochte steenkool en nucleaire grondstoffen. En zelfs op het gebied van hernieuwbare energiebronnen neemt de afhankelijkheid van landen met opslagcapaciteit, zoals Noorwegen en Zwitserland, toe. Europa is afhankelijk. Daardoor komt het thema energie-efficiëntie – de vraag hoe we onze energie doelgerichter kunnen gebruiken zonder energie te verspillen – een steeds groter belang toe. In de komende maanden willen we uitvoerig met u discussiëren over onze conclusies.

Het punt energiegemeenschap werd aangestipt. Ik ben van mening dat de Europese Unie een beter functionerende, solidaire energiegemeenschap moet worden. De benadering van de heer Delors wijst wat dit betreft in de goede richting. Volgens mij verdient het echter aanbeveling om in de komende jaren de bestaande nieuwe instrumenten, met name artikel 194, maar ook andere, als rechtsgrondslag te benutten om de interne markt tot stand te brengen. We hebben nog geen echte interne markt voor stroom en gas. Uiteindelijk laten de lidstaten het, in meer of mindere mate, bij mooie woorden over de interne markt, maar ze doen er niet echt iets aan en beperken zich tot hun nationale industriebeleid. Ze moeten dus de bestaande instrumenten toepassen. Dan hebben we over vier à vijf jaar een geloofwaardige situatie bereikt waarin we met de lidstaten en het publiek over de verdere ontwikkeling van de rechtsgrondslag kunnen praten.

Wat betreft de energiegemeenschap: naar mijn mening behoren Zwitserland, Noorwegen, Servië, Kroatië – de landen van het voormalige Joegoslavië in het algemeen -- en ook landen als Marokko, de Maghreb-regio, het Midden-Oosten en Georgië, Moldavië en Oekraïne als nauw aan de Unie verbonden partners tot de energiegemeenschap, wat overigens in bijzondere mate ook voor Turkije geldt.

Er werd om een prognose met betrekking tot de energie- en gasmarkt verzocht. Wij zijn voornemens in het kader van de Roadmap 2050 een dergelijke prognose met verschillende opties voor te leggen. Het is duidelijk dat zolang de energiemix voornamelijk een zaak van de lidstaten blijft, wij afhankelijk zijn van de som van de beleidsmaatregelen van de lidstaten om te kunnen voorspellen hoeveel gas voor de elektriciteitsopwekking zal worden gebruikt en hoe groot behoefte aan gas zal zijn. We kunnen dit niet zelf bepalen. Toch willen we een voorstel doen met betrekking tot het gasgebruik in de komende decennia. Momenteel bedraagt het gasverbruik meer dan 400 miljard kubieke meter. Komen we in 2030 of 2040 uit op 500, op 600 of op 300 miljard? Deze vraag is van essentieel belang als we voorspellingen willen doen over de nodige infrastructuur en de toekomstige afhankelijkheid.

Wat betreft onze afhankelijkheid: we mogen niet vergeten dat we nog een aanzienlijke eigen gasvoorraad hebben, die echter over 15 à 20 op zal zijn. Nederland is hiervoor een typisch voorbeeld. We zijn in de eerste plaats afhankelijk van Rusland, dat klopt. Momenteel bedraagt het Russische aandeel op de Europese gasmarkt 25 procent. Een kwart is afkomstig uit Russische gasvelden; dat is weliswaar veel, maar het blijft nog binnen de perken. Maar het is ook duidelijk dat dat aandeel in Letland, Litouwen, Bulgarije, Polen en Roemenië loopt van ruim 50 procent tot 100 procent, en nul procent is in het geval van Portugal. We hebben dus te maken met een van Oost naar West afnemende afhankelijkheid, evenredig aan de afstand tot de herkomstgebieden, die met name in Siberië gelegen zijn. Daarnaast komen omvangrijke leveringen uit Algerije en ook uit Noorwegen, terwijl ook de LNG-leveringen uit het Midden-Oosten moeten worden genoemd die per schip en via terminals uit Qatar komen.

Wat betreft onafhankelijkheid van Rusland: ik beschouw Rusland ondanks alle problemen als partnerland. In november bestaat de energiedialoog tussen de EU en Rusland tien jaar. De afhankelijkheid is wederzijds. Waarom? Als de Russen bijvoorbeeld meer dan 50 procent van de Nord Stream-pijpleiding financieren en daar dus meer dan vier miljard euro in investeren, dan hebben zij er ook belang bij dat met die pijpleiding gas wordt getransporteerd. Anders zou die investering zinloos zijn. Bovendien willen de Russen gas verkopen om aan Europees geld te komen waarmee ze voertuigen, installaties, machines, geavanceerde technologie en knowhow voor het opbouwen van de Russische economie kunnen kopen. Daarom ben ik ervan overtuigd dat we, wanneer we samenwerken, een situatie van wederzijdse afhankelijkheid scheppen en niet chanteerbaar worden.

Vervolgens moeten we aandacht besteden aan diversificatie en vermindering van afhankelijkheid. Daartoe moeten wij aan de ene kant de bestaande pijpleidingen vernieuwen, zodat onze technische afhankelijkheid niet groter wordt, en aan de andere kant nieuwe gebieden ontsluiten. De Russen moeten onze partners zijn bij de handel in en verkoop van hùn gas, maar niet als het gaat om gas uit derde landen. De grootste gasvelden bevinden zich in het Kaspische Zeegebied. Hoewel Rusland onze partner voor gas uit Rusland moet zijn, is niet in te zien waarom gas uit het Kaspische Zeegebied via Rusland naar Europa zou moeten worden geleverd. De Russen dienen hun eigen gas op de markt te brengen en geen gas uit derde landen aan ons te verkopen. Het gas uit Algerije wordt immers ook niet via Rusland geleverd. De Europese Unie moet derhalve streven naar de totstandbrenging van een zo kort mogelijke, rechtstreekse verbinding naar de Kaspische Zee, naar een verbinding zonder omwegen zodat wij niet onnodig afhankelijk worden van het Russische handelssysteem. Hiervoor is echter solidariteit vereist. Ik vraag daarom aan alle lidstaten, ook aan Oostenrijk, Hongarije, Roemenië, Bulgarije en Polen: zijn we bereid om samen op zoek te gaan naar een oplossing voor de zuidelijke corridor die in het belang van Europa is? Of laten we toe dat we onderling verdeeld raken? Dat is het beslissende punt. Als we eendrachtig zijn en niet op aanbiedingen ingaan die niet echt in het belang van de Europese Unie zijn, dan kunnen we voor een doorbraak zorgen in het Kaspische Zeegebied. We werken heel hard aan Nabucco. Zo hebben we elke week een werkvergadering en op 1 oktober een topontmoeting met Turkmenistan en Azerbeidzjan. De beslissing wordt niet door ons genomen. De beslissing wordt genomen door de investeerders, maar we kunnen wel alles doen wat nodig is om te bemiddelen in het besluitvormingsproces tussen de lidstaten en buurlanden als Turkije, Azerbeidzjan en Georgië. Ik ben nog steeds van mening dat Nabucco op de goede weg is.

U zegt dat we meer moeten investeren. Dat kan wel zijn, maar ik beloof u dat wij goed gebruik zullen maken van elke euro die door het Parlement en de lidstaten wordt gezet op de Europese begroting voor mede te financieren infrastructuur, op gebieden waar een solotoer voor ons niet rendabel zou zijn. Binnenkort zult u een beslissing nemen over de komende financieringsperiode. In dit verband moeten we het over prioriteiten hebben. Wie meer geld voor infrastructuur wil uitgeven, moet ofwel voor hogere ontvangsten zorgen – en daar geloof ik niet echt in – of moet op andere terreinen minder geld uitgeven. Ik ben benieuwd naar het afwegingsproces dat zal plaatsvinden tussen de verschillende werkterreinen, en dat ook in het Parlement zal spelen.

Nogmaals hartelijk dank voor uw steun. U heeft voor vooruitgang in deze kwestie gezorgd. We hebben samen de lidstaten weten te overtuigen. Ik wil u allen ook graag beloven dat we de verordening snel ten uitvoer zullen leggen. In het verslag dat we over vier jaar moeten indienen zullen we de sterke en zwakke punten analyseren en ook conclusies trekken met betrekking tot de vraag waar de verordening verder kan worden ontwikkeld en waar uitbreiding ervan zinvol is.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

De stemming vindt vandaag, dinsdag 21 september, om 12.00 uur plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  Elena Băsescu (PPE), schriftelijk. (RO) De aanneming van dit verslag versterkt het wettelijk kader voor het EU-beleid inzake energiezekerheid aanzienlijk. Diversificatie van energiebronnen is een prioriteit, gezien de energiecrises waarmee Europa is geconfronteerd. Ik ben van mening dat het van cruciaal belang is om geloofwaardige alternatieve projecten in de gasvoorzieningssector in de regio van de Kaspische Zee te steunen. Aangezien de Nabucco-pijpleiding pas in 2018 volledig operationeel zal zijn, is het AGRI-project meer dan nodig. Deze pijpleiding zal de Europese markt via de energiecorridor Azerbeidzjan-Georgië-Roemenië met de gasbronnen in de regio van de Kaspische Zee verbinden. De politieke leiders van de vier deelnemende landen hebben vorige week de Verklaring van Bakoe ondertekend. De eerste gasleveranties uit Azerbeidzjan zullen naar verwachting al over drie jaar plaatsvinden, vooral omdat Roemenië al een haalbaarheidsstudie naar de terminal in Constanţa is gestart. Bovendien bedragen de uitvoeringskosten maar de helft van die van de Nabucco-pijpleiding. Gelet op de garanties voor de energiezekerheid die deze overeenkomst biedt, hoop ik dat de EU dit project de aandacht zal geven die het verdient.

 
  
MPphoto
 
 

  George Becali (NI), schriftelijk. (RO) Het onderwerp van het debat van vandaag is de aardgasvoorzieningszekerheid. We debatteren daarover nu de winter in aantocht is. In januari 2009 werd door de aardgascrisis tussen Rusland en Oekraïne duidelijk dat de afhankelijkheid van import in heel Europa is toegenomen. Ditmaal zijn ook de met leverantie en doorvoer verbonden risico’s toegenomen. Daarom moet er in Europa nog steeds in infrastructuur worden geïnvesteerd. Hoe lang zal de aanleg van die infrastructuur gaan duren? Zeker een aantal jaren. Kunnen we ons dat veroorloven wanneer er elke winter een nieuwe gascrisis uitbreekt? Hoeveel concessies moeten we tot die tijd nog aan Oekraïne en Rusland doen? Ik ben van mening dat we naar een alternatieve oplossing moeten zoeken en daar ook voor moeten kiezen, zowel wat betreft de bronnen als wat betreft een netwerk waarin interne en interne aspecten met elkaar worden gecombineerd. Wanneer ik zeg ‘alternatieve’ oplossing, denk ik aan wat deskundigen de White Stream-pijpleiding noemen, die door Azerbeidzjan, Georgië, de Zwarte Zee, Roemenië en Bulgarije loopt. Bovendien moeten alle maatregelen die bedoeld zijn om de interne energiemarkt goed te laten functioneren gepaard gaan met actieve diplomatie op het gebied van energie.

 
  
MPphoto
 
 

  Jolanta Emilia Hibner (PPE), schriftelijk. (PL) Ik spreek mijn waardering uit voor de inzet en de betrokkenheid van de heer Vidal-Quadras bij de verordening inzake de veiligstelling van de aardgasvoorziening. Ik ben blij dat het is gelukt om in dit buitengewoon belangrijke document een goed compromis te bereiken. De belangen van alle lidstaten zijn op de belangrijkste punten met elkaar verzoend, zodat de Europese Unie bij verstoring van de gasvoorziening snel en solidair kan reageren. De belangrijkste aspecten van de bescherming van de lidstaten tegen mogelijke verstoring van de gasvoorziening en vruchtbare samenwerking bij preventieve maatregelen en crisismaatregelen in de EU, zijn opgenomen in het verslag.

Een belangrijke wijziging is dat de Commissie en de lidstaten verplicht worden om op EU-niveau samen te werken om potentiële crisissituaties te voorkomen. Volgens de verordening kan de Commissie al op verzoek van één land de noodtoestand uitroepen voor een regio die te maken heeft met onderbrekingen in de gasvoorziening. Het voorgestelde compromis gaat uit van een grotere rol van de Commissie, die nieuwe instrumenten krijgt om snel te kunnen reageren. In deze vorm garandeert de verordening veiligstelling van de aardgasvoorziening, zelfs in bijzonder kwetsbare regio's. Hiervoor zijn echter investeringen in de ontwikkeling van infrastructuur nodig, zodat de maatregelen die zijn opgenomen in de verordening geen dode letter blijven.

 
  
MPphoto
 
 

  Lena Kolarska-Bobińska (PPE), schriftelijk. (PL) We spreken veel over de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon in het kader van de Europese Dienst voor externe actie. Het is echter ook de moeite waard om aandacht te besteden aan de maatregelen die worden getroffen op het gebied van energiebeleid. Het Verdrag van Lissabon onderstreept in artikel 194 de belangrijke prioriteiten op dit gebied: totstandbrenging van een homogene energiemarkt, veiligstelling van de gasvoorziening, energie-efficiëntie en -besparing, maar ook bevordering van interconnectie van energienetwerken en vermindering van de afhankelijkheid van energie-importen. Het verslag van de Heer Vidal-Quadras over de veiligstelling van de aardgasvoorziening is een belangrijke stap in de verwezenlijking van de doelstellingen van het Verdrag. Het weerspiegelt de geest van Europese solidariteit die tegenwoordig zo belangrijk is. In een tijd, waarin vooral gesproken wordt over nationale belangen en decentralisering, waardoor de Unie verdeeld raakt, geeft dit soort documenten een belangrijk signaal aan de burgers. Het laat zien dat het Europees Parlement in samenwerking met de Commissie Europese waarden als samenwerking en solidariteit in praktijk brengt. Het document van de Commissie 'Naar een nieuwe energiestrategie voor Europa 2011-2020' gaat nog een stap verder. Een alomvattend energiebeleid in het kader van de EU 2020-strategie komt hierdoor dichterbij en tegelijkertijd realiseert het de doelstellingen van het Verdrag van Lissabon. Ook mijn verslag, waaraan op dit moment in het Parlement gewerkt wordt, wijst erop dat de communautaire methode vooral op energiegebied bijzonder belangrijk is.

 
  
MPphoto
 
 

  Marian-Jean Marinescu (PPE), schriftelijk. (RO) De gasvoorzieningszekerheid zal in de toekomst afhangen van de evolutie in de brandstoffenmix, de ontwikkeling van de productie in de Europese Unie en in derde landen die aan de EU leveren, en van investeringen in opslagfaciliteiten en in diversificatie van aanvoerroutes en bronnen binnen en buiten de Europese Unie. Het doet me genoegen dat het Europees Parlement het voorstel voor een verordening heeft kunnen amenderen door een artikel toe te voegen dat specifiek betrekking heeft op de Nabucco-gaspijpleiding. Dat bevestigt dat de EU-instellingen in de toekomst speciaal belang zullen hechten aan de politieke aspecten en de financiering van de Nabucco-gaspijpleiding. Meer specifiek garandeert deze verordening dat de consumenten in de EU ook tijdens een crisis van aardgas zullen worden voorzien, zodat situaties als die van januari 2009, toen een aantal lidstaten helemaal geen gas geleverd kregen, kunnen worden vermeden. De Commissie zal in deze mogelijke noodsituaties als coördinator optreden en ervoor zorgen dat elke lidstaat wordt beschermd.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Mirsky (S&D), schriftelijk.(LV) Het is duidelijk dat de Europese Unie niet afhankelijk zou mogen zijn van het goede of het verkeerde been waarmee de president van Oekraïne of Wit-Rusland ’s morgens uit bed is gestapt. Het is duidelijk dat de Europese Unie niet afhankelijk zou mogen zijn van de machinaties van overbodige tussenpersonen die geld verdienen met speculatie en manipulatie op het gebied van de gasvoorziening. Het is duidelijk dat de gasvoorziening geen politiek wapen mag worden bij het najagen van strikt nationale belangen. Maar hoe moeten wij dan het feit beoordelen dat aardgas in Letland drie keer zoveel kost als in Duitsland? Het toeval wil dat Letland en Duitsland, beide lidstaten van de EU, verschillende mogelijkheden hebben om hun economie te ontwikkelen. Het feit dat de Republiek Letland een zware crisis doormaakt en dat haar bbp en inkomen per hoofd van de bevolking één tiende bedragen van die van Duitsland, doet de vraag rijzen of alle EU-lidstaten dezelfde ontwikkelingsvoorwaarden hebben. Een snelle oplossing van dit vraagstuk is essentieel, althans wat betreft de gemeenschappelijke gasprijzen voor alle EU-lidstaten. Zonder die oplossing vormen de woorden ‘verenigd Europa’ een twijfelachtige combinatie.

 
  
MPphoto
 
 

  Algirdas Saudargas (PPE), schriftelijk. (LT) Ik stem graag in met mijn collega’s en juich het toe dat zo’n belangrijke verordening op zo korte termijn wordt aangenomen. Dit bewijst opnieuw dat Europa snel en effectief kan optreden wanneer er een echt probleem is.

De verordening tot veiligstelling van de aardgasvoorziening versterkt het beginsel van solidariteit tussen de lidstaten en betekent een nieuwe stap op weg naar een gemeenschappelijk energiebeleid. We hopen waarschijnlijk allemaal dat de crisis van 2009 zich niet zal herhalen en dat we geen toevlucht hoeven te nemen tot de mechanismen die in de verordening zijn voorgeschreven, maar wat er werkelijk gebeurt, is een andere zaak. Nog niet zo lang geleden, in juni, werd de gastoevoer naar Litouwen gehalveerd wegens de onenigheid tussen Rusland en Wit-Rusland. Dat heeft ons ervan overtuigd dat deze verordening op het juiste moment komt.

Ik heb er vaak op gewezen dat deze verordening voor geïsoleerde gasmarkten die afhankelijk zijn van één leverancier, zoals wij in de Baltische staten bijvoorbeeld, pas doeltreffend kan zijn wanneer deze markten zijn opgenomen in een gezamenlijk Europees gasnet. Particuliere investeringen zijn vaak ontoereikend voor de aanleg van de nodige nieuwe paspijpleidingen en daarom is aanvullende financiering noodzakelijk.

Ik wil mijn dank uitspreken aan de collega’s die dit begrepen hebben en daarmee rekening hebben gehouden tijdens de onderhandelingen over deze verordening, en aan de Commissie die officieel heeft toegezegd het probleem van de energie-eilanden te zullen oplossen binnen het pakket maatregelen voor de energie-infrastructuur. Alles wat ons nu nog te doen staat is de lidstaten oproepen deze verordening op de juiste wijze uit te voeren.

 
  
MPphoto
 
 

  Joanna Katarzyna Skrzydlewska (PPE), schriftelijk. (PL) Mijnheer de Voorzitter, het aannemen van de verordening betreffende de veiligstelling van de aardgasvoorziening betekent dat wij ons openstellen voor een toekomstige gemeenschappelijke gasmarkt op EU-niveau. Belangrijke bepalingen uit dit document zijn de invoering van de verplichting om in elke lidstaat preventieve actieplannen en noodplannen op te stellen, de verplichting om op EU-niveau een noodsituatie af te kondigen zodra twee landen een noodsituatie melden en het opnemen van geopolitieke risico's als criterium bij de alomvattende risico-evaluatie van de gasvoorzieningszekerheid van de EU. Een land waarvan de energievoorziening wordt bedreigd kan, dankzij de nieuw verworven mogelijkheid om gas in twee richtingen te vervoeren, geholpen worden door een ander land dat op dat moment voldoende voorraad van de grondstof bezit. Hiermee begint de toepassing van de maatregelen die zijn gebaseerd op het concept van samenwerking en solidariteit. De diversifiëring van energiebronnen biedt lidstaten de mogelijkheid om hun activiteiten op dit gebied te intensiveren en zal projecten die al zijn gestart, zoals Nabucco, verder versterken. Met de in de verordening voorgestelde maatregelen en intensieve investeringen in infrastructuur zullen we in staat zijn om onszelf te beschermen of beter te beveiligen tegen een situatie zoals die zich in 2008 in Oekraïne afspeelde. Volledige onafhankelijkheid van de Russische gasleveranties is een illusie, maar we kunnen wel onze onderhandelingspositie met Rusland versterken. Ik bedank iedereen die heeft bijgedragen aan het bewerkstelligen van een compromis in deze voor de hele Unie uiterst belangrijke aangelegenheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Rafał Trzaskowski (PPE), schriftelijk. (PL) Het compromis dat het Europees Parlement heeft bereikt, brengt de inwerkingtreding van de bepalingen uit het Verdrag van Lissabon een stapje dichterbij. Het schept voorwaarden voor de praktische toepassing van solidariteit tussen de lidstaten bij verstoring van de gasvoorziening, en dat is ons succes. De bepalingen over de transmissie-infrastructuur, het systeem voor het op EU-niveau reageren op crises, de gemeenschappelijke risico-evaluatie en de hierop gebaseerde preventieve actieplannen en noodplannen, en de introductie van het geopolitieke aspect in die evaluatie zijn meer dan alleen het onderhandelingssucces van de leden van het Parlement. Zij leggen de grondslag voor een meer gemeenschappelijk energiebeleid, iets waar het Parlement al in de vorige zittingsperiode om had gevraagd.

 
  
MPphoto
 
 

  Vladimir Urutchev (PPE), schriftelijk.(BG) Het is nog maar achttien maanden geleden – in januari 2009 – dat de gasaanvoer langs de route Rusland-Oekraïne-EU werd onderbroken. Bulgarije was het land dat toen het zwaarst werd getroffen, maar de hele EU besefte hoe kwetsbaar vooral de Midden- en Oost-Europese landen zijn als het gaat om gasvoorzieningszekerheid. Daarom ben ik blij met de aanneming van het verslag van de heer Vidal-Quadras, dat een pan-Europese wetgevingsreactie is op het ontstaan en de gevolgen van dergelijke gascrises. Ofschoon de wetgevingsresolutie over de gasvoorzieningszekerheid alomvattend is, wil ik de volgende aspecten benadrukken: de totstandbrenging van een geïntegreerd EU-gasnetwerk dat gas in twee richtingen tussen individuele landen kan laten stromen, de waarborging van grensoverschrijdende toegang tot opslagfaciliteiten en het behoud van grensoverschrijdende gastransmissie in gevallen waarin het hoogste crisisniveau ‘noodgeval’ van kracht wordt. Wat mijn land, Bulgarije, betreft, betekent voldoen aan deze eisen uiteindelijk dat er verbindingen tot stand worden gebracht met buurlanden, dat Bulgarije meer mogelijkheden krijgt om gas op te slaan op zijn grondgebied en dat er een alternatief beschikbaar komt voor onze afhankelijkheid van één enkele externe gasleverancier. Deze nieuwe EU-wetgeving maakt een eind aan het leveringsmonopolie van GAZPROM aan ons land en dat moet in de komende vier jaar gebeuren. Bedankt voor uw aandacht.

 
  
MPphoto
 
 

  Artur Zasada (PPE), schriftelijk. (PL) Ik feliciteer de rapporteur met het bijzonder goede verslag. Het is gelukt om na lange en moeilijke onderhandelingen een breed Europees compromis te sluiten. De belangrijkste elementen van het akkoord zijn volgens mij de verplichting om in iedere lidstaat binnen twee jaar preventieve actieplannen en noodplannen op te stellen en de verplichte afkondiging van een noodsituatie op EU-niveau als twee landen een noodsituatie melden. Een ander succes van de onderhandelingen is de verplichting om drie jaar na inwerkingtreding van de verordening bidirectionele gasstromen in de gaspijpleidingen mogelijk te maken. Nogmaals mijn felicitaties voor de rapporteur. Dit document brengt een echte Europese energiegemeenschap een stukje dichterbij.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid