Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2009/0051(COD)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

A7-0260/2010

Debatten :

PV 18/10/2010 - 16
CRE 18/10/2010 - 16

Stemmingen :

PV 19/10/2010 - 8.6
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0363

Debatten
Maandag 18 oktober 2010 - Straatsburg Uitgave PB

16. Verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan - Controle- en handhavingsregeling voor het gebied dat onder het verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan valt (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is de gecombineerde behandeling van:

- de aanbeveling over het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de goedkeuring, namens de Europese Unie, van wijzigingen in het Verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan [2010/0042(NLE)] - Commissie visserij. Rapporteur: Jarosław Leszek Wałęsa (A7-0262/2010), en

- het verslag over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een controle- en handhavingsregeling voor het gebied dat onder het verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan valt [2009/0051(COD)] - Commissie visserij. Rapporteur: Carmen Fraga Estévez (A7-0260/2010).

(De Voorzitter benadrukt dat de sprekers zich strikt aan hun spreektijd dienen te houden)

 
  
MPphoto
 

  Jarosław Leszek Wałęsa, rapporteur. (PL) Het verdrag, waarvan ik de eer heb het aan u te mogen voorstellen, is in 1978 ondertekend in Ottawa en is in werking getreden op 1 januari 1979. Krachtens dit verdrag werd de Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan, of kortweg NAFO, opgericht om de instandhouding en het optimale gebruik van de visbestanden te bevorderen en de internationale samenwerking in stand te houden. De verdragsluitende partijen hebben wijzigingen in het verdrag goedgekeurd op de jaarlijkse vergadering van de NAFO van 2007 en die van 2008. Dit document brengt grondige wijzigingen aan in het verdrag, die in de eerste plaats beogen het verdrag beter in overeenstemming te brengen met andere regionale verdragen en internationale instrumenten, en om er moderne concepten van visserijbeheer in op te nemen. De structuur van de organisatie is gestroomlijnd, de verantwoordelijkheid van de verdragsluitende partijen, de vlagstaten en de havenstaten zijn duidelijk afgebakend, een coherenter besluitvormingsproces is tot stand gebracht en de formule voor de berekening van de bijdrage aan de NAFO-begroting is gemoderniseerd. Er zijn ook mechanismen voorzien voor geschillenbeslechting, ingevoerd voor het geval het tussen de verdragsluitende partijen tot een geschil komt.

In het licht van de vangstmogelijkheden die krachtens het verdrag aan de Europese Unie toekomen, is het in het belang van de Europese Unie de voorgestelde wijziging van het verdrag goed te keuren. Daarom moeten we onze goedkeuring verlenen aan de wijzigingen in het verdrag. Dit gezegd hebbende, zou ik nu een paar problemen die tijdens de wijziging van het verdrag zijn gerezen helder en duidelijk willen beklemtonen. Ten eerste hebben de verdragsluitende partijen de wijzigingen goedgekeurd op de jaarlijkse vergadering van de NAFO in 2007 en werd er een Engelstalige versie opgesteld.. In 2008 is er een Franstalige versie geleverd, maar het COM-document, het voorstel van de Commissie om dit om te zetten in communautair recht, dateert van 8 maart 2010. Dit betekent dat de opstelling van dit document meer dan twee jaar heeft aangesleept. Een dergelijke vertraging is ontoelaatbaar en zou zich in de toekomst niet meer mogen herhalen. Een snelle besluitvorming is een absolute voorwaarde voor een doeltreffende werking van de Unie. De drie instellingen (Commissie, Raad en Parlement) moeten een gepaste oplossing vinden om de vertragingen in de procedure te voorkomen en om een van de hoofddoelstellingen van het Verdrag van Lissabon, de vereenvoudiging en bespoediging van het besluitvormingsproces, te verwezenlijken. Dit voorstel, dat ter goedkeuring is voorgelegd, bewijst dat er nog steeds iets misloopt en dat er dringend stappen moeten worden ondernomen om deze situatie recht te trekken. Ten tweede wil ik er aan herinneren dat het Verdrag van Lissabon in december 2009 in werking is getreden. In het licht van de nieuwe bevoegdheden zouden de Commissie visserij en het Europees Parlement naar behoren vertegenwoordigd moeten zijn tijdens komende onderhandelingen over toekomstige internationale verdragen. In 2007 en 2008 was het Europees Parlement niet vertegenwoordigd, om voor de hand liggende redenen. Onze instelling is echter bereid om de wijzigingen goed te keuren in het kader van haar bevoegdheden, maar tegelijkertijd moeten de Raad en de Commissie herinnerd worden aan de nieuwe procedurevereisten en de noodzaak om de nieuwe bevoegdheden van het Europees Parlement te eerbiedigen.

 
  
MPphoto
 

  Carmen Fraga Estévez, rapporteur. – (ES) Mijnheer de Voorzitter, staat u mij toe mijn dank uit te spreken aan de Raad en de Europese Commissie dat dit uitstekende akkoord in eerste lezing bereikt is, en ik zou met name de juridische diensten van de drie instellingen willen bedanken voor hun medewerking en hulp bij het oplossen van de problemen ontstaan door de nieuwe comitologieprocedure ten gevolge van het Verdrag van Lissabon.

Ik denk dat we een goed compromis hebben bereikt, vooral omdat hij vergeleken met huidige situatie een behoorlijke stap vooruit betekent, ofschoon we allen, net als bij elke compromis, concessies hebben moeten doen en soepel hebben moeten zijn, in iets dat wat een bijzonder gecompliceerde taak is geweest, daar we het Commissievoorstel kregen voordat het Verdrag van Lissabon in werking trad. Dat betekende dat het tegelijkertijd moest worden aangepast aan de nieuwe situatie, in het bijzonder aan de artikelen 290 en 291 van het Verdrag, inzake gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen.

Het gaat hier om een omzetting naar communautaire regelgeving van aanbevelingen gedaan door een regionale visserijorganisatie, in dit geval de Visserijcommissie voor het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan, de NEAFC – waarop echter nog vele andere zullen volgen. Daarom had het Parlement het doel een mechanisme vast te stellen waarmee die omzettingen zo snel mogelijk gedaan kunnen worden, door te vermijden dat we door interne, bureaucratischer vertragingen niet in staat zouden zijn om naar behoren aan onze internationale verplichtingen te voldoen, zoals tot op heden het geval was.

Zo zal de nieuwe formulering van artikel 48, na het met de Raad bereikte compromis over latere wijzigingen van deze verordening, de Commissie in staat stellen om zowel te voldoen aan de verplichtingen die zijn opgelegd door de Visserijcommissie voor het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan, als om zich aan te passen aan nieuwe aanbevelingen die in de toekomst gedaan worden, door het delegeren van bevoegdheden.

Het is waar dat de Commissie wilde dat het mogelijk was om alle artikelen van het voorstel te herzien door middel van gedelegeerde handelingen, en in het compromis wordt ermee ingestemd dat dit zal gelden voor een meerderheid van de artikelen, behalve op gebieden zoals de vangstregistratie, overladingen, of inspecties van of toezicht op overtredingen: voornamelijk zaken die betrekking hebben op de controle en het toezicht, die blijven vallen buiten het kader van de gewone wetgevingsprocedure.

In elk geval, commissaris, belooft het Parlement deze procedure te zullen wijzigen als mocht blijken dat de opneming van deze aspecten in de gewone wetgevingsprocedure de naleving van de verplichtingen van de Europese Unie in gevaar brengt, en met name die van de Commissie als verdragsluitende partij van de regionale visserijorganisatie.

Om die reden zijn wij van oordeel dat dit compromis een wezenlijke stap vooruit betekent, niet alleen wat betreft dit concrete voorstel, maar ook om de grondslagen te leggen van toekomstig overleg tussen Raad, Commissie en Parlement over het visserijbeleid.

 
  
MPphoto
 

  Maria Damanaki, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, de Commissie dringt er bij het Parlement op aan om zijn toestemming te geven voor de goedkeuring van de amendementen op het verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan, die collectief worden aangeduid als het Amendement op het NAFO-verdrag.

Ik dank de heer Wałęsa voor zijn zinvolle werk aan dit verslag.

Dit amendement betreft een herziening van het verdrag en beoogt het verdrag beter in overeenstemming te brengen met andere regionale verdragen en internationale instrumenten. Het amendement bevat moderne concepten van visserijbeheer, stroomlijnt de structuur van de Visserijorganisatie van het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan (NAFO), bakent duidelijk de verantwoordelijkheid van de verdragsluitende partijen, de vlaggenstaten en de havenstaten af, en brengt een coherenter besluitvormingsproces tot stand.

Het voorziet in de modernisering van de formule voor de berekening van de bijdrage aan de NAFO-begroting en een mechanisme om geschillen tussen de verdragsluitende partijen te beslechten.

Dit ingrijpende amendement zal de EU helpen haar internationale verplichtingen inzake duurzame visserij na te komen en de doelstellingen van het Verdrag te bevorderen. Een snelle ratificatie van het amendement is in het belang van de EU en ik beveel het amendement derhalve aan bij het Parlement.

Dan buig ik me nu over het tweede verslag, over een controle- en handhavingsregeling voor het gebied dat onder het verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan valt.

Ik dank mevrouw Fraga Estévez voor haar werk aan dit verslag. Ik ben blij om te zien dat de Commissie visserij de inhoud van dit belangrijke voorstel zeer krachtig steunt.

De tenuitvoerlegging van de controle- en handhavingsregeling van de Visserijcommissie voor het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan (NEAFC) is inderdaad een belangrijke maatregel, die ons kan helpen de visbestanden in het Atlantisch gebied te beheren en een eind te maken aan illegale, ongemelde en ongereglementeerde (IUU) visvangst.

Ik moet er echter wel op wijzen dat de Commissie niet zo blij is met het totaalakkoord dat het Parlement en de Raad tijdens hun triloog met de Commissie hebben gesloten.

Bepaalde resultaten, met name ten aanzien van artikel 48, inzake de procedure in geval van wijziging van de verordening, stellen mij zelfs teleur.

De Commissie heeft gezocht naar grotere gedelegeerde bevoegdheden voor omzetting van toekomstige amendementen op de regeling. Ik zal uitleggen waarom – en ik verzoek u aandachtig te luisteren want in de toekomst zullen zich dezelfde problemen voordoen.

Zoals u weet, moet de Europese Unie deze regeling volledig ten uitvoer leggen omdat we op grond van het NEAF-verdrag de internationale verplichting hebben dat te doen. Krachtens dit verdrag worden amendementen normaal gesproken tachtig dagen na aanneming bindend voor ons. We hebben dus tachtig dagen om ze ten uitvoer te leggen. Ik maak me er echt zorgen over dat de beperkte bevoegdheden die de beide wetgevers aan de Commissie hebben gedelegeerd, de tijdige omzetting van de amendementen in EU-wetgeving in de weg kunnen staan. Dat is de realiteit en dat is een antwoord op de bezorgdheid van de heer Wałęsa over het tijdschema.

Het is weliswaar niet mijn verantwoordelijkheid om de regeling te steunen, maar ik wil wel dat u zich bewust bent van het probleem.

We moeten uiteindelijk zien te voorkomen dat de omzetting van NEAFC-maatregelen uitmondt in een moderne versie van de mythe van Sisyfus. Zoals de zaken er nu voorstaan, zullen de maatregelen die de NEAFC vorig jaar heeft aangenomen, omgezet zijn tegen de tijd dat het totaalakkoord definitief wordt aangenomen, maar volgende maand zal de NEAFC zeer waarschijnlijk nieuwe amendementen aannemen die voorzien in de effectieve omzetting in EU-wetgeving begin 2011.

We zullen hier derhalve meer tijd voor nodig hebben.

De Commissie is derhalve van oordeel dat deze verordening geen afbreuk doet aan toekomstige standpunten van de instelling met betrekking tot de toepassing van de artikelen 290 en 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie voor de omzetting van maatregelen van de regionale visserijorganisaties.

Verder behoudt de Commissie zich het recht voor om amendementen op de verordening voor te stellen en het aantal maatregelen dat moet worden aangenomen door middel van gedelegeerde of uitvoeringshandelingen, uit te breiden.

Dit zullen we doen als omzetting via de gewone wetgevingsprocedures tot vertraging leidt, waardoor het gevaar ontstaat dat we niet aan onze internationale verplichtingen kunnen voldoen.

Tot slot dank ik nogmaals mevrouw Fraga Estévez en de heer Wałęsa voor hun verslagen en de Commissie visserij voor haar werk met betrekking tot deze belangrijke kwesties.

 
  
MPphoto
 

  Alain Cadec, namens de PPE-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, dames en heren, ik zal voornamelijk ingaan op het verslag van mevrouw Fraga Estévez. Wij zullen ons vandaag uitspreken over dit verslag, dat van het grootste belang is voor de versterking van de controle in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan en voor de rol van het Europees Parlement als medewetgever in kwesties die betrekking hebben op het gemeenschappelijk visserijbeleid.

Een van de prioriteiten van de Commissie visserij van het Europees Parlement is namelijk om te strijden tegen illegale, ongemelde en ongereglementeerde visvangst (IUU), die rechtstreekse gevolgen heeft voor onze vissers en onze Europese visserij-industrieën. Zij zijn namelijk het slachtoffer van de oneerlijke concurrentie van een ondergrondse visserij-industrie. Illegale reders buiten onderbetaalde bemanningen uit en verkopen visserijproducten tegen zeer lage prijzen. Deze niet-naleving van het zeerecht, de verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie en de IUU-verordening van 1 januari 2010 zorgt ervoor dat Europese reders niet langer kunnen concurreren vanwege de arbeidskosten die zij moeten opbrengen. Wij willen dat de regels en arbeidsvoorwaarden die van toepassing zijn op de visserij die in de Europese Unie door derde landen wordt bedreven, naar boven worden geharmoniseerd.

Europese vissers houden zich ook aan strikte regels op het gebied van beheer en controle, die leiden tot de instandhouding van visbestanden en een duurzame ontwikkeling van de Europese visserij. Het moet echter niet zo zijn dat onze vissers worden gestraft door deze regels, in vergelijking met degenen die ze niet naleven. Daarom roep ik op tot een versterking van de controles en een juiste toepassing van de sancties tegen deze illegale visserij.

In dit verband feliciteer ik onze voorzitter met haar verslag, waarin erop wordt gewezen dat de controleregeling die door de visserijcommissie voor het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan (NEAFC) is goedgekeurd, snel in Europees recht moet worden omgezet; meer in het bijzonder verwelkom ik de introductie van het programma ter bevordering van de naleving van de regels door vaartuigen van niet-verdragsluitende partijen. In dit verslag wordt ook de reikwijdte van artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie gepreciseerd als het gaat om gedelegeerde handelingen.

Het verheugt mij dat er in een aanhangsel drie verklaringen zijn toegevoegd waarin de voorwaarden worden vastgelegd voor de tenuitvoerlegging van gedelegeerde handelingen, die het mogelijk maken de uitvoerende bevoegdheden van de Commissie te controleren en het institutionele evenwicht te bewaren.

Ik wijs er nog eens op dat het Parlement in zijn hoedanigheid van wetgever volledige vrijheid van handelen moet hebben als het om delegatie gaat.

 
  
MPphoto
 

  Ulrike Rodust, namens de S&D-Fractie.(DE) Mijnheer de Voorzitter, commissaris Damanaki, geachte collega’s, mevrouw de commissaris, geachte dames en heren, het doet mij deugd dat wij een besluit over een verordening kunnen nemen die een kleine stap vooruit vormt op onze gemeenschappelijke weg naar een duurzame visserij. De regionale visserijorganisaties zijn wereldwijd van bijzonder belang voor een goed beheer. Helaas verlopen de onderhandelingen vaak problematisch en is de vooruitgang die geboekt wordt, voor een ongeduldig iemand als ik veel te gering. Daarom moeten wij alles in het werk stellen om die regionale visserijorganisaties sterker te maken.

Sta mij toe op specifieke punten in te gaan op het NEAFC-verslag. Naar mijn idee mogen wij zeer verheugd zijn over het nieuwe systeem voor havenstaatcontrole waartoe in het kader van de NEAFC is besloten en over de nieuwe maatregelen ter voorkoming van illegale visserij. Niettemin hebben wij intensief met de Raad en de Commissie over kwesties moeten onderhandelen die op het eerste gezicht weliswaar een zeer technische indruk maken, maar die voor onze toekomstige activiteiten bijzonder belangrijk zijn. Ik denk dat wij over de kwestie van de gedelegeerde besluiten een compromis hebben gesloten dat voor alle partijen acceptabel is.

Wij hebben eveneens overeenstemming kunnen bereiken over de vraag op welke wijze NEAFC-besluiten in EU-recht omgezet moeten worden. Het is echter geen geheim dat de Commissie niet erg gelukkig is met het betreffende resultaat. Dat kan ik begrijpen. Het mag geen jaren duren voordat de EU NEAFC-besluiten omzet. De Raad en het Parlement moeten op dit punt gezamenlijk bewijzen dat wij, indien noodzakelijk, in staat zijn om een medebeslissingsprocedure snel af te ronden.

Sta mij toe om tot slot nog even kort op een actueel thema in te gaan: het conflict met Ierland over de makreelvisserij. Wij beschikken al over de NEAFC die verantwoordelijk is voor de internationale wateren in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan. Bij trekvissen zoals de makreel, dient er echter ook overeenstemming te worden bereikt over de nationale territoriale wateren. U weet dat de schoen daar nog steeds wringt. Ik vind het buitengewoon betreurenswaardig dat er op dit punt, ondanks de in wezen goed functionerende samenwerking, nog zo veel onenigheid bestaat. Zou het geen oplossing zijn als wij de regionale visserijorganisaties ook de bevoegdheid voor de kustwateren geven – in ieder geval voor trekvissen? Dat is natuurlijk een radicale stap, maar absoluut het overwegen waard.

 
  
MPphoto
 

  Britta Reimers, namens de ALDE-Fractie.(DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, op grond van het Verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan is de NAFO opgericht (de Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan). Dit is een bijzonder belangrijke organisatie, die tot doel heeft om de visrijkdommen in het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan optimaal te gebruiken en in stand te houden. Vervolgens is dit verdrag gewijzigd met het oog op een betere afstemming op andere regionale verdragen. Zo zijn er nu ook moderne concepten voor visserijbeheer in opgenomen. Ik vind het belangrijk dat de structuur van de organisatie gestroomlijnd wordt en dat de verplichtingen van de verdragsluitende partijen duidelijk gedefinieerd zijn. Het is ook een goede zaak dat conflicten tussen partijen nu via een procedure voor geschillenbeslechting opgelost kunnen worden. De vangstmogelijkheden van de Europese in het kader van het verdrag zijn van groot belang voor de EU. Het Parlement dient op grond van de nieuwe bevoegdheden uit hoofde van het Verdrag van Lissabon zijn goedkeuring aan die wijzigingen te geven.

Als schaduwrapporteur namens de ALDE-Fractie steun ik het standpunt van de heer Walesa.

 
  
MPphoto
 

  Isabella Lövin, namens de Verts/ALE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik dank de rapporteurs, mevrouw Fraga Estévez en de heer Wałęsa, voor de verslagen die we vandaag bespreken.

De Visserijcommissie voor het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan (NEAFC) is een zeer belangrijke regionale visserijorganisatie – of RVO – voor Europa en voor de ecosystemen in het noordelijk deel van de Atlantische Oceaan. Een onafhankelijke beoordeling van de resultaten van de NEAFC was over het geheel positief, wat niet altijd het geval is bij RVO’s. Hoewel de NEAFC het beter doet dan andere RVO’s, bevinden de voornaamste visbestanden in het verdragsgebied zich op een kritisch punt. Op het gebied van economische en sociale aspecten kunnen de resultaten niet worden geëvalueerd en dat leidt tot enorme onzekerheden over de vraag of de doelstelling van optimale benutting van het verdrag wel of niet wordt gehaald. Verbeteringen bij instellingen voor controle en toezicht en de hantering van zwarte lijsten voor IUU-schepen en havenstaatmaatregelen zijn evenwel belangrijke resultaten.

Een ander resultaat van de evaluatie was de vorming van een geschillenbeslechtingsmechanisme, maar het heeft veel te lang geduurd voordat de EU dit in wetgeving heeft omgezet. Deze maatregelen zijn al in 2006 door de NEAFC aangenomen en zijn nu pas van kracht geworden. De EU moet beter voorbereid zijn om te kunnen reageren op nieuwe ontwikkelingen en haar internationale verantwoordelijkheden na te komen.

De bestrijding van de illegale visvangst wordt steeds belangrijker. In sommige gevallen is 30 procent van de vangst illegaal. Op wereldwijde schaal wordt ieder jaar 11 tot 26 miljoen ton vis, met een geschatte waarde van 23 miljard dollar, illegaal aan land gebracht. Dit staat gelijk aan ongeveer een vijfde van de wereldwijd gemelde visvangst. Illegale visvangst ondermijnt een duurzaam visserijbeheer met name, maar niet alleen, op volle zee en in de kustwateren van ontwikkelingslanden. Illegale visvangst heeft ook grote ecologische, sociale en economische gevolgen.

De inwerkingtreding van de controleverordening en de IUU-regelgeving zijn belangrijke instrumenten voor de EU. In het gebied van het CCAMLR (Verdrag inzake de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren) is gebleken dat IUU-vissers op beheersmaatregelen gericht op het terugdringen van de IUU-visserij reageren door van visgronden, havens, aanlandingen en vlaggenstaten te veranderen. Hun aanpassingsvermogen heeft geresulteerd in een wapenwedloop tussen IUU-vissers en instanties voor visserijbeheer op nationaal en internationaal niveau. Nalevingsmechanismen in een RVO kunnen ertoe leiden dat IUU-schepen van visgronden veranderen. IUU-vissers veranderen nu stelselmatig van vlaggenstaat, wat wel wordt aangeduid als “flag hopping”. Dit is iets waar de EU aandacht aan moet schenken.

De EU moet verder gaan. Samenwerking tussen RVO’s is van belang, maar we moeten ook het initiatief nemen door een wereldwijd register van vissersvaartuigen, inclusief alle ondersteuningsvaartuigen, op te stellen waarin duidelijk wordt aangegeven wie de uiteindelijk gerechtigde van een schip is. De EU moet meer verantwoordelijkheid op zich nemen bij de aanpak van de wereldwijde IUU-visserij.

 
  
MPphoto
 

  Marek Józef Gróbarczyk, namens de ECR-groep. – (PL) Om te beginnen zou ik de rapporteurs willen feliciteren met hun buitengewoon cruciale en belangrijke verslagen en in het bijzonder de verslagen die de kwestie van de controle regelen. Aangezien er in de wateren die eigendom zijn van de EU plaatsen zijn die niet gecontroleerd worden of tijdens controles volledig worden overgeslagen, dient er actie te worden ondernomen om alle Europese wateren te controleren.

In het licht van de controles dient er vooral op te worden gewezen dat er geen uniform systeem bestaat voor de verdeling van quota en de rapportage van de vangsten door de afzonderlijke landen. De voorgelegde analyses bewijzen dat de Commissie zelf geen knowhow in huis heeft en dat de door vertegenwoordigers van de Commissie geuite meningen meer dan eens tegenstrijdig zijn. Ook de regionale raadgevende bureaus beschikken niet over dergelijke kennis. We mogen de tragische toestand van de haringbestanden in de westelijke Oostzee niet vergeten. Al sinds 2004 wordt er onderzoek verricht naar de redenen van deze crisis. Tot op heden is er nog geen rationele verklaring voor gevonden. Het is onbegrijpelijk dat het probleem van de overproductie van vismeel en visolie over het hoofd wordt gezien.

Er moet aandacht worden besteed aan de kwestie van het Bureau voor visserijcontrole in Vigo, dat in bepaalde gevallen een subjectieve voorstelling van inspectieverslagen geeft, zoals in het geval van de oostelijke Oostzee. Ook de inspectie van de industriële vissersschepen zorgt voor controverse. Momenteel is de aanleg van de North Stream-pijpleiding echter een fundamentele kwestie, waarbij de vissers op eigen houtje hun rechten moeten laten gelden voor de geleden winstderving. Dit allemaal dwingt ons om een grondigere analyse uit te voeren, die moet worden opgenomen in het toekomstige gemeenschappelijk visserijbeleid, en elk verslag zou een implementering van dit beleid moeten zijn.

 
  
MPphoto
 

  Diane Dodds (NI). (EN) Mijnheer de Voorzitter, commissaris Damanaki, u hebt het vanavond behoorlijk druk. We zijn elkaar namelijk ook al in de Commissie visserij tegengekomen. Om te beginnen dank ik de rapporteurs voor deze verslagen en ik sluit mij aan bij de bezorgde opmerkingen van diverse collega’s hier vanavond over de vertraagde voortgang van deze zaken.

Maar ik wil deze gelegenheid in het Parlement vooral benutten om meer in het algemeen bij visserijovereenkomsten stil te staan en de noodzaak van samenwerking tussen alle partijen bij de overeenkomst te benadrukken. De commissaris schetste dat toen ze aangaf dat overeenkomsten verantwoordelijkheid vergen van alle betrokkenen.

Nu moet u zich voorstellen dat u zojuist miljoenen ponden hebt geïnvesteerd in een nieuwe ultramoderne fabriek waar jaarlijks op basis van een hernieuwbare en duurzame hulpbron een hoogwaardig product wordt vervaardigd dat voldoet aan de hoogste internationaal erkende normen. Vervolgens besluit uw buurman die internationale overeenkomst te verscheuren en unilateraal te verklaren dat hij het gebruik van de natuurlijke hulpbron waar uw bedrijf van afhankelijk is, aanzienlijk gaat uitbreiden. Dat is precies wat er is gebeurd met makreel en, met name, één bepaalde visserijfamilie uit Noord-Ierland.

Ik heb het natuurlijk over de kuststatenovereenkomst tussen de EU, Noorwegen, IJsland en de Faeröer. Commissaris, we hebben u al gehoord en we waarderen het krachtige standpunt dat u ten aanzien van deze specifieke kwestie inneemt. We zijn u erkentelijk voor uw inspanningen namens deze vissers, maar we dringen er ook bij het Parlement en de Commissie op aan om achter u te gaan staan terwijl u verder onderhandelt over een oplossing voor wat een zeer moeilijke en zeer beladen situatie begint te worden.

 
  
MPphoto
 

  Seán Kelly (PPE). (EN) Mijnheer de Voorzitter, er zijn hier vanavond drie sprekers uit Ierland aanwezig: mevrouw Dodds, die aan het woord is geweest, Pat the Cope, die dadelijk aan het woord komt, en ikzelf. Wij drieën vertegenwoordigen bijna de gehele visserijgemeenschap van het eiland Ierland. Visserij is al vele jaren van zeer groot belang voor ons land. We hebben prachtige kustgemeenschappen die afhankelijk zijn van de visserij, maar, zoals ik hier al vaker heb gezegd, ik ben nog nooit ergens een groep mensen tegengekomen die zo ontgoocheld zijn als deze vissers. Dat is het gevolg van quota, illegale visvangst, gebrek aan traceerbaarheid “van vis tot vork” en, met name, doorgeslagen regelgeving, zeer hoge boetes en ondermijnende concurrentie door de import van vis van dubieuze kwaliteit en dubieuze oorsprong.

Gelukkig hebben de rapporteurs een aantal van deze kwesties hier vanavond aan de orde gesteld. Ik verwelkom met name het in het Verdrag inzake de visserij in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan voorgestelde verbod op de aanvoer van bevroren vis via Europese havens zonder ratificatie door de vlaggenstaat van het buitenlandse vaartuig. Dat is een zeer belangrijk punt en ik hoop dat het met hetzelfde enthousiasme ten uitvoer wordt gelegd als waarmee we onze eigen verordeningen met betrekking tot onze eigen visserijgemeenschappen ten uitvoer leggen.

De rapporteurs wezen erop dat het voor het Parlement van belang is om zijn prerogatief om toekomstige amendementen op het verdrag aan een onderzoek te onderwerpen, te behouden, maar het is evenzeer van belang dat de Commissie en het Parlement nauw samenwerken om de grootst mogelijke voordelen te behalen voor onze kustgemeenschappen, voornamelijk visserijgemeenschappen.

Tot slot moeten we de kans niet laten schieten om alle mogelijkheden voor de ontwikkeling van aquacultuur die voor ons openstaan, te bekijken. Er wordt veel te veel vis ingevoerd in de Europese Unie terwijl we die zelf zouden kunnen produceren. Er liggen beslist grote kansen voor de ontwikkeling van aquacultuur in deze tijden van economische crisis.

 
  
MPphoto
 

  Josefa Andrés Barea (S&D). (ES) Mijnheer de Voorzitter, ik wil mevrouw Damanaki bedanken voor haar aanwezigheid en de rapporteurs gelukwensen, de heer Walesa en mevrouw Fraga.

Het verslag van mevrouw Fraga is het resultaat van de aanbevelingen over de controleregeling die in 2006 is goedgekeurd door de Visserijcommissie voor het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan, de NEAFC, ofschoon het Verdrag in 1982 was opgesteld, en het herdefinieert de controle- en uitvoeringsmaatregelen voor vaartuigen in de gebieden die onder het Verdrag vallen. Het verslag van mevrouw Fraga is het rechtskader dat is opgenomen in het voorstel voor een verordening teneinde de maatregelen op Europees niveau in te voeren.

De voornaamste wijzigingen zijn: het bevorderen van de naleving van de maatregelen door vaartuigen van niet-verdragsluitende partijen, een nieuw controlesysteem, het verbod om ingevroren vis te lossen waarvan de wettelijkheid niet is aangetoond, de aansluiting op andere verdragen, maatregelen voor het visserijbeleid en nieuwe maatregelen ter bestrijding van illegale visserij.

Ik zou uw aandacht willen vestigen op een punt dat al eerder genoemd is door sommige collega’s. In mevrouw Fraga’s verslag staat dat de aanbeveling inzake de controleregeling in het jaar 2006 is goedgekeurd, ofschoon het Verdrag is opgesteld in 1982, 28 jaar eerder, terwijl het Verdrag dat genoemd wordt in het verslag van de heer Walesa in 1978 is goedgekeurd, en ik geloof dat hij zei dat het is omgezet in het jaar 1989. Met andere woorden, ik zou willen zeggen dat ik het niet eens ben met de methode die de Commissie hanteert bij het omzetten van de aanbevelingen van de regionale visserijorganisaties.

Niet alleen moet er gecontroleerd worden op illegale visserij door middel van TAC’s en quota, we moeten ook het rechtsvacuüm aanpakken dat kan ontstaan als gevolg van het gebrek aan omzetting van de wetgeving.

Er kan niet worden volstaan met het omzetten van aanbevelingen van andere verordeningen, omdat dit de duidelijkheid en betrouwbaarheid zou verminderen. Bovendien roept dat vragen op over de gewone wetgevingsprocedure en het institutionele evenwicht. De maatregelen genomen in regionale organisaties dienen zo snel en doeltreffend mogelijk te worden opgenomen. Dit Parlement heeft vaak benadrukt dat prioriteit moet worden gegeven aan de regionale organisaties en hun overeenkomsten.

Als het communautaire recht niet wordt nageleefd bij de omzetting van deze besluiten die regionale organisaties hebben genomen, gaat dat ten koste van dit Parlement zelf, en natuurlijk is het een aanfluiting voor het Verdrag van Lissabon.

De commissaris heeft erop gewezen dat er nieuwe akkoorden op stapel staan. Daarom verzoeken wij de Commissie, om kort te gaan, om snelheid en soepelheid te betrachten bij hun omzetting in EU-wetgeving. We mogen niet toelaten dat het rechtsvacuüm ruimte biedt aan illegale visserij.

 
  
MPphoto
 

  Pat the Cope Gallagher (ALDE). (EN) Mijnheer de Voorzitter, ten eerste complimenteer ik beide rapporteurs met hun verslagen en ik verwijs met name naar het verslag van Carmen Fraga Estévez, dat oncontroversieel is gebleken aangezien alle partijen met het compromis hebben ingestemd. Het verslag is gericht op de instandhouding en de optimale benutting van visbestanden in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan op de lange termijn en voorziet in duurzame ecologische en sociale voordelen.

Ik wil graag van de gelegenheid gebruik maken door het lopende geschil over makreel aan de orde te stellen, aangezien een deel van de bestanden binnen het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan wordt gevangen. Het is belangrijk dat dit geschil zo snel mogelijk wordt opgelost, want overbevissing van de makreelbestanden zal verwoestende gevolgen hebben voor de vangsten in de toekomst. Het is van wezenlijk belang dat de bestanden op een duurzame manier worden gevangen, en alle partijen dienen dat te onderschrijven. Ik begrijp dat recente besprekingen in Londen geen resultaat hebben opgeleverd, maar ik merk hierbij op dat de besprekingen volgende week worden hervat. Ik wens de betrokkenen succes en ik hoop dat het gezond verstand zal zegevieren. Commissaris, ik begrijp dat u de situatie na de besprekingen op 26 oktober gaat beoordelen en ik waardeer het krachtige standpunt dat u hierbij inneemt. U moet ervoor zorgen dat deze gezamenlijk beheerde visbestanden in de toekomst gezond blijven. Tot slot nog dit: we kunnen het ons niet veroorloven te vervallen in de fouten die we in het verleden hebben gemaakt met betrekking tot de blauwe wijting. We mogen deze gezonde makreelbestanden niet decimeren.

 
  
MPphoto
 

  Ian Hudghton (Verts/ALE). (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik steun de verslagen waarover wij debatteren en ik wil van de gelegenheid gebruik maken om een paar meer algemene opmerkingen te plaatsen over internationale en multinationale visserijovereenkomsten.

Als we willen dat overeenkomsten tussen visserijlanden een succes worden, moeten alle partijen duidelijk gestimuleerd worden om de instandhoudingsmaatregelen die van tijd tot tijd noodzakelijk zijn, na te leven.

Er moet ook vertrouwen zijn in het wetenschappelijk advies dat als uitgangspunt dient voor plannen voor behoud en beheer. Vanuit mijn eigen visserijland, Schotland, gezien is het gemeenschappelijk visserijbeleid, de internationale overeenkomst van de EU, niet echt een succes.

Het zogenaamde herstelplan leidt tot teruggooi van vis waar niets mis mee is en legt een nagenoeg onwerkbare combinatie van quotabeperkingen en zeedagen op. Het huidige geschil over makreel – de meest waardevolle visserij voor Schotland – waarover we andere sprekers hebben gehoord, heeft gevolgen voor alle internationale onderhandelingen.

Als er enige hoop op succesvolle onderhandelingen tussen visserijlanden is, dan mag er geen situatie ontstaan waarbij visbestanden worden bedreigd door een wedloop om alle beschikbare vis op unilaterale basis te vangen.

Ik verzoek de commissaris haar inspanningen om dit geschil tot een oplossing te brengen, voort te zetten. Ik weet dat ze er door haar recente bezoek van doordrongen is dat deze kwestie in Schotland sterk leeft, maar ik doe in algemene termen een beroep op de commissaris om er vooral voor te zorgen dat we bij alles wat we proberen te doen, uitgaan van een stevig wetenschappelijk advies, van beheersplannen met verstandige, werkbare regels – wat in het gemeenschappelijk visserijbeleid een unicum zou zijn – en, bovenal, dat we degenen die het onderwerp van deze plannen zijn, dat wil zeggen de visserijgemeenschappen, stimuleren om de maatregelen na te leven.

 
  
MPphoto
 

  Daciana Octavia Sârbu (S&D).(RO) Illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij vernietigt gemeenschappen in kustgebieden, heeft een verwoestend effect op mariene ecosystemen en is een bedreiging voor voedselbronnen. Daarom verwelkom ik deze overeenkomst met de Raad. Ik meen dat we een stap voorwaarts hebben gezet in de uitvoering van aanbevelingen van de visserijcommissie voor het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan.

Het is van vitaal belang om de controlemaatregelen te verscherpen en deze op deugdelijke wetgeving te baseren. Zo kunnen wij voldoen aan de verplichtingen in het Verdrag en de rijkdommen van de ernstig overbeviste Atlantische Oceaan beschermen. Maar ondanks deze vooruitgang stelt het toepassingsgebied van de verordening ons niet in staat de problemen betreffende illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij volledig aan te pakken.

Wij zijn ons er allen van bewust dat duizenden vaartuigen vlaggen voeren van staten die niet bereid of in staat zijn internationale wetgeving toe te passen. Niet alleen visbestanden lijden hieronder, dat geldt evenzeer voor het mariene milieu. De arbeidsomstandigheden op veel van deze vaartuigen komen neer op slavenarbeid.

 
  
MPphoto
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE). (PL) De verdragen inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordwestelijk en noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan vragen om aanpassingen in reactie op de huidige uitdagingen, en daarom dienen de verdragsbepalingen te worden gewijzigd. De voorgestelde wijzigingen betreffen ten eerste een optimaal gebruik van de visbestanden, ten tweede een correct visbeheer en de juiste vismethodes, en ten slotte ook het voorkomen van illegale visvangst.

Deze wijzigingen zullen een duurzame en evenwichtige ontwikkeling van de visvangst bevorderen, maar essentieel is de systematische controle van de processen van de uitputting van de visbestanden en processen ter aanvulling van de visbestanden, om de werkelijke situatie in te kunnen schatten en de juiste beslissingen op dit vlak te nemen.

 
  
MPphoto
 

  Elie Hoarau (GUE/NGL).(FR) Mijnheer de Voorzitter, tijdens de onderhandelingen over de overeenkomsten van de Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan (NAFO) had de delegatieleider van de Europese Unie toegezegd de vissers van Saint-Pierre en Miquelon het Franse visquotum voor kabeljauw terug te geven. Deze teruggave komt niet voor in de NAFO-overeenkomst.

Namens de vissers van Saint-Pierre en Miquelon verzoek ik om een bevestiging van deze teruggave en om de formalisering van deze teruggave. Ik denk dat dit simpelweg per brief kan geschieden, als de NAFO-overeenkomsten eenmaal definitief geratificeerd zijn. Kan de commissaris ons nadere informatie verschaffen over deze kwestie?

 
  
MPphoto
 

  João Ferreira (GUE/NGL). (PT) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, multilaterale samenwerking op visserijgebied in internationale wateren is de voorwaarde om de duurzaamheid van visserijactiviteiten te garanderen, met behoud op middellange en lange termijn van de visbestanden. Het vastleggen van instandhoudings- en beheersmaatregelen voor visbestanden op het niveau van de regionale visserijorganisaties moet natuurlijk gepaard gaan met het vastleggen van maatregelen die kunnen zorgen voor de daadwerkelijke naleving van genoemde maatregelen.

Daarom zijn we voor maatregelen die de gaten in de controleregeling dichten, met name wat betreft de illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij. De controle op de visserijactiviteiten stelt vandaag de dag hogere eisen aan de lidstaten, zowel op het vlak van het gemeenschappelijke visserijbeleid (GVB) als op het vlak van de multilaterale samenwerking. Het voorstel dat hier ter discussie staat is er een bewijs van.

De Commissie mag dat feit niet negeren. De noodzakelijke aanschaf, ontwikkeling en modernisering van controlemiddelen kan een aanzienlijke financiële inspanning vergen. Daarom is het belangrijk ons te bezinnen op de financiële middelen die worden ingezet voor controleactviteiten in de bestaande wetgevingsinstrumenten. Hierbij denk ik meer in het bijzonder aan de verordening betreffende financieringsmaatregelen voor het GVB en de herziening van het maximumpercentage voor de cofinanciering op dit terrein, dat op dit moment 50 procent bedraagt.

 
  
MPphoto
 

  Franz Obermayr (NI).(DE) Mijnheer de Voorzitter, tijdens de jaarlijkse vergadering van de NAFO zijn er wijzigingen aangebracht in het Verdrag van Ottowa van 1 januari 1979. Het is belangrijk dat wij de fundamentele argumenten daarvoor nog eens in herinnering roepen, te weten een optimaal gebruik en zinvol beheer van de visrijkdommen. Wij hebben een duurzaam en ecologisch concept nodig om de voedselvoorziening door de visserij ook voor toekomstige generaties zeker te stellen.

Op basis van deze overeenkomsten dient met name het voortbestaan van de kleine, lokale vissers met hun familiebedrijven gewaarborgd te worden. Die lokale vissers moeten zo ook niet alleen beschermd worden tegen de concurrentie met illegale methoden, maar ook tegen grootschalige visvloten die met elektronische apparatuur en diepzeenetten met roofbouw bezig zijn. Kortom: visserijindustrie ja, maar niet in deze vorm, omdat de kleine, de lokale visbedrijfjes hierdoor bedreigd worden aangezien zij aangezet worden om op een negatieve wijze hun bedrijf uit te oefenen. Er moet met het oog op de toekomstige generaties naar een duurzame aanpak worden gestreefd. Om de visbestanden adequaat te kunnen beschermen, dient dat in overeenkomsten vastgelegd te worden.

 
  
MPphoto
 

  Maria Damanaki, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik dank de twee rapporteurs nogmaals voor hun voortreffelijke werk en ik dank ook alle Parlementsleden voor hun opmerkingen. Ik begrijp dat dit zeer belangrijke verslagen zijn. Deze amendementen zouden leiden tot een drastische verbetering van de situatie, met name op het gebied van de controle en onze houding tegenover het probleem van de illegale visvangst.

Ik ben het met iedereen eens dat we het probleem van de illegale visvangst moeten aanpakken, omdat het de duurzaamheid van visbestanden verwoest. Het is ook een ernstig gevaar voor onze kustgemeenschappen, want als de duurzaamheid van de visbestanden instort, hebben onze kustgemeenschappen geen toekomst meer. Het is van groot belang dat we deze controleregelingen veiligstellen. De verslagen en de amendementen met betrekking tot deze regelingen kunnen ons hierbij enorm helpen.

Ik onderstreep ook dat ik begrijp dat we meer middelen nodig hebben – en misschien ook meer financiering – om ervoor te zorgen dat deze regels behoorlijk ten uitvoer worden gelegd. Het valt niet mee om met deze crisis om te gaan, maar we zullen zeker ons best doen.

Ik wil wat uitgebreider stilstaan bij het medebeslissingsproces tussen het Parlement, de Raad en de Commissie in het kader van de amendementen op deze RVO-besluiten en de omzetting ervan in onze wetgeving. Ik deel uw standpunt dat deze regionale visserijorganisaties van groot belang zijn voor ons beleid en we moeten hun activiteiten versterken om illegale visvangst wereldwijd te bestrijden. Ik ben het er ook mee eens dat als we de tenuitvoerlegging van onze beginselen wereldwijd kunnen veiligstellen, dit de duurzaamheid van de visserij zeer ten goede zou komen.

Ik verwelkom ook de voorstellen over de manier waarop we de samenwerking kunnen versterken en het voorstel om een internationaal register van vissersvaartuigen op te zetten, maar er moeten nog diverse stappen worden genomen voor we dat stadium hebben bereikt.

Als we de internationale samenwerking echt willen versterken, moeten we onverbiddelijk doorgaan en de in deze organisaties genomen besluiten snel ten uitvoer leggen. Daarom vraagt de Commissie om meer gedelegeerde bevoegdheden inzake deze kwestie. We respecteren het medebeslissingsproces, we begrijpen dat er nu sprake is van een nieuw klimaat en we begrijpen dat de Raad en het Parlement beslissen over de bevoegdheden die u ons uit hoofde van het delegatiemandaat kunt geven. Toch zou ik willen onderstrepen dat het niet alleen het probleem van de Commissie is: de internationale reputatie van de EU staat op het spel als we de omzetting van de besluiten van deze regionale organisaties in onze wetgeving uitstellen. Daarom dringen we aan op meer evenwicht in deze kwestie.

Ik ben het met u eens dat evenwicht tussen de drie instellingen noodzakelijk is, maar we moeten op zoek naar een beter evenwicht en ik ben bereid deel te nemen aan specifieke discussies met het Parlement over de vraag hoe deze RVO-maatregelen effectiever in EU-wetgeving kunnen worden omgezet.

 
  
MPphoto
 

  Jarosław Leszek Wałęsa, rapporteur. (PL) Ik zou iedereen willen bedanken voor het debat dat we vandaag hebben gevoerd. Ik zie dat we eensgezind zijn. De wijzigingen die door middel van herzieningen zijn aangebracht in de verdragen zijn absoluut essentieel. Ik wil mevrouw Estévez bedanken voor het voorzitten van onze commissie, maar bovenal zou ik mevrouw de commissaris willen bedanken. Het was een waar genoegen om met u samen te werken. Ik dank u voor uw woorden en garanties, want ik zie dat u de veranderende werkingsdynamiek van de Europese instellingen begrijpt. Ondanks het feit dat wij als Europees Parlement alleen wijzigingen in de verdragen kunnen goedkeuren, hoop ik ten zeerste dat de samenwerking en onderhandelingen zullen verlopen zoals het hoort en dat ze snel, transparant en efficiënt zullen zijn. Mevrouw de commissaris, ik dank u voor uw woorden en reken op een verdere goede samenwerking.

 
  
MPphoto
 

  Carmen Fraga Estévez, rapporteur. – (ES) Mijnheer de Voorzitter, ik zou de commissaris willen zeggen dat het voorbeeld van deze laatste verordening betreffende de NEAFC, die wij morgen zullen goedkeuren, naar mijn idee geen goed voorbeeld is, want wat er gebeurd is, is precies wat we willen vermijden.

De Commissie is laat met haar voorstel gekomen en de procedure is veranderd omdat we van de raadplegingsprocedure zijn overgegaan op de gewone wetgevingsprocedure, en het voorstel als geheel is gewijzigd overeenkomstig de gewone wetgevingsprocedure. Dat is wat juist wat we met dit compromis vermijden. Door de nieuwe formulering van artikel 48 van de verordening, het artikel dat voorziet in wijziging van deze verordening in de toekomst teneinde de verschillende aanbevelingen van de NEAFC om te zetten in EU-recht, hebben we, in de meeste artikelen, bevoegdheden overgedragen aan de Commissie. We hebben de gewone wetgevingsprocedure slechts op enkele gebieden gehandhaafd en behouden – dat was het compromis met de Raad.

Er is dus een belangrijke stap vooruit gezet om ervoor te zorgen dat dit werkt in de toekomst, maar dan nog, commissaris, heb ik hier openlijk toegezegd dat als het in de toekomst niet goed werkt en we ervan worden weerhouden onze verplichtingen na te komen, het Parlement bereid zal zijn om de procedure te herzien. Ik denk dat we een behoorlijke inspanning hebben geleverd, en ik denk dat een belangrijke stap vooruit is als uitgangspunt. We zijn er zeker van dat de Commissie gebruik zal weten te maken van de nieuwe bevoegdheden die haar zijn toegekend door de Raad en het Parlement.

Dank u, mijnheer de Voorzitter, commissaris, ik ben er zeker van dat dit veel beter gaat functioneren dan het in het verleden gedaan heeft. Natuurlijk bent u, commissaris, wel degene die de instrumenten zal hebben om ervoor te zorgen dat dit gebeurt.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

De stemming vindt dinsdag 19 oktober 2010 om 12.30 plaats.

(De vergadering wordt kortstondig onderbroken)

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  Luis Manuel Capoulas Santos (S&D), schriftelijk. – (PT) Portugal kent een grote traditie op visserijgebied en heeft specifieke belangen in de Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan (NAFO). Als Portugees lid van het Parlement juich ik de wijzigingen in het NAFO-verdrag toe, omdat die tot doel hebben deze regionale visserijorganisatie (RVO) beter te doen functioneren.

De herstructurering waardoor de besluitvormingscapaciteit bij één enkel nieuw orgaan wordt geconcentreerd en er een nieuwe procedure voor het beslechten van geschillen komt zal de interne besluitvorming stroomlijnen. Nieuwe definities hebben gezorgd voor duidelijker richtsnoeren met betrekking tot de rechten en de plichten van de verdragsluitende partijen en meer transparantie van de visserijactiviteiten in die zone.

Bij de NAFO moet de EU een proactieve houding innemen in samenspraak met de overige verdragsluitende partijen. De EU dient te streven naar het handhaven van optimale betrekkingen met Canada zonder het streven naar dialoog en consensus met de andere verdragsluitende partijen van deze organisatie te verwaarlozen. Voorts moeten we streven naar optimale betrekkingen tussen de lidstaten die betrokken zijn bij deze RVO.

Wetenschappelijke adviezen spelen een essentiële rol. Zij vormen de basis voor besluiten die een duurzaam beheer van de mariene bronnen mogelijk maken en die succesvol zijn gebleken bij een aantal vissoorten. Desalniettemin moeten die besluiten weloverwogen genomen worden zodat er een evenwicht tot stand komt, dat alleen duurzaam kan zijn als er ook rekening wordt gehouden met de sociaaleconomische effecten.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid