Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2010/2018(INI)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

A7-0264/2010

Debatten :

PV 18/10/2010 - 13
CRE 18/10/2010 - 13

Stemmingen :

PV 19/10/2010 - 8.8
CRE 19/10/2010 - 8.8
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0365

Debatten
Dinsdag 19 oktober 2010 - Straatsburg Uitgave PB

9. Stemverklaringen
Video van de redevoeringen
PV
  

Mondelinge stemverklaringen

 
  
  

Verslag-Fraga Estévez (A7-0260/2010)

 
  
MPphoto
 

  Izaskun Bilbao Barandica (ALDE).(ES) Mevrouw de Voorzitter, ik zou de rapporteur en de Raad willen bedanken voor hun inspanningen om een akkoord te bereiken. Ik denk dat dit een belangrijke stap is in de vooruitgang en in de erkenning die het Verdrag van Lissabon geeft aan dit Parlement en aan de Visserijcommissie in het bijzonder. Ik denk dat dit een beslissende stap zal zijn om te garanderen dat toekomstige overeenkomsten inzake visserijkwesties gesloten worden krachtens de gewone wetgevingsprocedure.

Dat is wat ik zou willen opmerken over dit akkoord.

 
  
MPphoto
 

  Jarosław Kalinowski (PPE). - (PL) De controle van schepen die illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij bedrijven is van essentieel belang en dient op effectieve en efficiënte wijze en zo vaak mogelijk te worden uitgevoerd. Daarbij moet speciale aandacht worden geschonken aan gebieden waar het risico op illegale visvangst het grootst is. Daarom hebben we de nieuwe controlemiddelen die met de aangenomen verordening worden ingevoerd zo broodnodig. De controlesystemen die door de regionale visserijorganisaties worden toegepast dienen te worden omgezet in de EU-wetgeving en wel dusdanig dat vertragingen en juridische achterdeurtjes ten gevolge van gecompliceerde procedures zijn uitgesloten. Ik deel ook de mening van de rapporteur dat het argument dat de vertragingen te wijten zijn aan een tekort aan personele middelen onaanvaardbaar is.

 
  
MPphoto
 
 

  Clemente Mastella (PPE). - (IT) Mevrouw de Voorzitter, ik heb vóór dit verslag gestemd omdat ik het met de rapporteur eens ben dat de door het Verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan vastgestelde controle- en handhavingsregeling zo spoedig mogelijk in het Gemeenschapsrecht moet worden omgezet. Hierbij verwijs ik vooral naar de nieuwe bepalingen die een nieuw systeem voor havenstaatcontrole introduceren dat de Europese havens gesloten houdt voor de aanvoer en de overlading van bevroren vis die door de lidstaat in kwestie niet wettelijk is bevonden.

Ik ben er echter van overtuigd dat een aantal compromisoplossingen na de omzetting van deze wijzigingen dient te worden geëvalueerd, en het is essentieel om de eventueel daaruit resulterende aanpassingen, mits overeenkomstig het Verdrag, door te voeren.

 
  
  

Aanbeveling-Wałęsa (A7-0262/2010)

 
  
MPphoto
 

  Izaskun Bilbao Barandica (ALDE).(ES) Mevrouw de Voorzitter, dit akkoord zal ook betekenen dat er zal worden gestreden voor bescherming van vissers, dat illegale visserij wordt bestreden, dat er controlemaatregelen komen – die bepalend moeten zijn in het visserijbeleid – en dat we weer een stap dichter bij duurzame visserij komen.

Het zal ook betekenen dat de controleniveaus worden verhoogd en dat de vissers en de sector in Europa beschermd worden. Ik ben dan ook bijzonder blij dat we dit akkoord bereikt hebben.

 
  
MPphoto
 
 

  Jarosław Kalinowski (PPE). - (PL) De fundamentele doelstelling van het Verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordwestelijke deel van de Atlantische Oceaan is de verwezenlijking van een optimaal visbeheer in de betrokken gebieden. We mogen niet vergeten dat met dit verdrag gezorgd moet worden voor een zo breed mogelijke internationale samenwerking en gebruik van wetenschappelijk onderzoek, teneinde het visbeheer zo effectief mogelijk te maken.

De voornaamste wijzigingen in het verdrag betreffen de modernisering van de Visserijorganisatie voor het noordwestelijke deel van de Atlantische Oceaan, de herziening van de formule voor de begrotingsbijdrage, de herdefiniëring van de verplichtingen van de verschillende partijen en de wijziging van de procedure voor geschillenbeslechting. Ik sta achter de rapporteur en vind dat deze wijzigingen een positieve invloed zullen hebben op de belangen van de Europese Unie, die dankzij het verdrag in kwestie de toestemming heeft om in die gebieden te vissen.

 
  
  

Verslag- Thomsen (A7-0264/2010)

 
  
MPphoto
 

  Izaskun Bilbao Barandica (ALDE).(ES) Mevrouw de Voorzitter, ik heb voor dit initiatief gestemd want als we het over onzekere banen hebben, hebben we het wederom over de ongelijkheid en discriminatie waaronder vrouwen in Europa te lijden hebben.

Door de economische crisis is deze ongelijkheid toegenomen als gevolg van de impact ervan op de slechtst betaalde banen waarin vooral vrouwen werkzaam zijn, onder meer in het huishouden en de zorg, en die volgens onderzoek 31,5 procent van de banen in de zakelijke sector vertegenwoordigen, waaronder deeltijdbanen. Het verschil in beloning heeft overal in Europa dezelfde impact. Onzekerheid geldt ook voor banen van vrouwen met een hogere opleiding.

Het gebrek aan medeverantwoordelijkheid tussen vrouwen en mannen in de thuissituatie is een van de oorzaken van die onzekerheid en discriminatie. We moeten ervoor zorgen dat er hoogwaardige diensten komen voor de zorg aan kinderen en oudere mensen, en dat we de omstandigheden verbeteren waaronder vrouwen toetreden tot de arbeidsmarkt. Ik moet hier nog aan toevoegen dat immigrantenvrouwen het werk doen van Europese vrouwen zodat wij de arbeidsmarkt op kunnen.

Kortom, we moeten ons blijven inzetten voor echte gelijkheid.

 
  
MPphoto
 

  Miroslav Mikolášik (PPE). - (SK) Op de arbeidsmarkt heeft een verschuiving van gewone naar afwijkende dienstverbanden plaats gevonden, en daarom moet worden voorkomen dat werkgevers de voorkeur blijven geven aan de goedkoopste en meest voordelige dienstverbanden, die onzekere arbeidsplaatsen tot gevolg hebben.

Werknemers die zich in een kwetsbare arbeidspositie bevinden, waarin vaak zelfs niet wordt voldaan aan elementaire gezondheids- en veiligheidsnormen en geen sprake is van bescherming tegen discriminatie, sociale bescherming en collectieve vertegenwoordiging, moeten worden beschermd tegen onwaardige arbeidsomstandigheden en uitbuiting. Ik ben er daarom voor om werknemers te beschermen door sociale minimumnormen voor werknemers in te voeren en te zorgen voor gelijke toegang tot gezondheidszorg en ouderdomspensioen, een passend loon en een redelijke arbeidstijd. Ik ben van mening dat de lidstaten door middel van strenge arbeidscontroles zouden moeten verhinderen dat gewone arbeidsplaatsen veranderen in onzekere arbeidsplaatsen.

 
  
MPphoto
 

  Clemente Mastella (PPE). - (IT) Mevrouw de Voorzitter, de huidige economische en financiële crisis heeft de problematiek van vrouwen in onzeker dienstverband vergroot. Omdat zij vaak een evenwicht moeten vinden tussen werk en gezin, bevinden zij zich in een slechtere onderhandelingspositie, die vaak tot slechtere arbeidsvoorwaarden leidt.

Ik heb vóór dit verslag gestemd omdat ik het eens ben met de noodzaak om dit probleem te bestrijden door de lidstaten en de sociale partners te vragen om hun wetgeving en bij overeenkomst vastgelegde regels op het gebied van regelmatige en onregelmatige werkgelegenheid, in ruime mate in onderlinge overeenstemming te brengen zonder daarbij het reële gevaar van uitbreiding van zwartwerk te onderschatten. Daarom dringen wij er bij de Commissie en de lidstaten op aan om nieuwe, concrete strategieën tegen onzekere dienstverbanden te ontwikkelen, die rekening houden met een evenwichtige verdeling tussen mannen en vrouwen.

Dit verslag dringt er ook bij de Commissie op aan om een voorstel betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke beloning van mannen en vrouwen in te dienen. We moeten de lidstaten herinneren aan hun verplichting om Richtlijn 2006/54/EG onverwijld in nationaal recht om te zetten. Wij verzoeken de lidstaten daarom om netwerken voor kinderopvang en zorg te creëren en om alle maatregelen te treffen die voltijdse werkgelegenheid faciliteren voor de vrouwen die dat willen, om daarmee hun deelname aan de arbeidsmarkt en hun economische onafhankelijkheid te vergroten.

 
  
MPphoto
 

  Andrea Češková (ECR). - (CS) Ik heb tegen aanneming van dit verslag over vrouwen in onzeker dienstverband gestemd, omdat ik van mening ben dat deeltijdwerk, arbeidsbetrekkingen voor bepaalde duur en andere soortgelijke vormen van arbeidsbetrekkingen juist gunstig zijn voor werkende vrouwen en dan met name voor vrouwen die voor hun kinderen zorgen en tegelijkertijd een baan willen. Deze flexibele arbeidsvormen zijn in mijn ogen juist gunstig en verdienen dan ook juist te worden ondersteund, opdat werkgevers meer genegen zijn dergelijke arbeidsovereenkomsten af te sluiten en vrouwen op die manier meer kansen krijgen om het heft in eigen handen te nemen.

Tevens ben ik tegen quota bij de zorg voor kinderen, bijvoorbeeld dat uiterlijk in 2013 33 procent van de kinderen tot drie jaar in collectieve opvangvoorzieningen moeten verblijven. Ik sta pal voor de fundamentele vrijheid van gezinnen, die in volstrekte vrijheid moet kunnen beslissen hoe ze voor hun kinderen zorgen.

 
  
MPphoto
 

  Monika Flašíková Beňová (S&D). - (SK) Ik wil vooral graag van deze gelegenheid gebruik maken omdat de Voorzitter gisteren niet bereid was om iedereen die een bijdrage wilde leveren aan het debat daartoe de gelegenheid te geven, ofschoon dit een buitengewoon belangrijk thema is. In het verslag van mevrouw Thomsen wordt namelijk gewezen op de veelal onzekere posities van vrouwen op de arbeidsmarkt en de verslechterende sociale situatie.

De onzekerheid op de arbeidsmarkt betreft vrouwen in het algemeen. Vooral in deze tijd van wereldwijde crisis gaan de zogeheten afwijkende dienstverbanden het eerste voor de bijl, zowel in de dienstensector als in de landbouw. Aangezien in deze sectoren voornamelijk vrouwen werken, vallen de ontslagen vooral onder hen. Dit is opnieuw een terrein waar de zogenaamde logica van de markt niet opgaat en waarop, in naam van gelijkheid en ondersteuning van de koopkracht van de bevolking en de marktvraag, positieve interventie nodig is, bijvoorbeeld door te stoppen met het sluiten van arbeidsovereenkomsten zonder vermelding van de werkuren.

 
  
MPphoto
 

  Mario Pirillo (S&D). - (IT) Mevrouw de Voorzitter, met de enorme meerderheid die vóór het verslag heeft gestemd geeft het Parlement een belangrijk waarschuwingssignaal af over het probleem van vrouwen in onzeker dienstverband. In Europa zijn het nog steeds voornamelijk vrouwen die gebukt gaan onder onzekere dienstverbanden, en de situatie verslechtert verder als gevolg van de internationale crisis die ook onze landen treft. De Europese Unie heeft zich altijd ingezet voor het genderbeleid middels specifieke wetgeving die door de lidstaten is omgezet, en moet al het mogelijke blijven doen om echte gelijkheid te bewerkstelligen bij de toegang tot werk.

Dit initiatiefverslag geeft een duidelijk signaal af aan de Commissie en de lidstaten: zij moeten een einde maken aan onzekere dienstverbanden en de sociale bescherming van vrouwen in onzeker dienstverband verbeteren. Ik feliciteer de rapporteur, mevrouw Thomsen.

 
  
MPphoto
 

  Anna Záborská (PPE). - (SK) Ik heb het verslag gesteund, zij het met enige voorbehouden. Het verslag werpt ook een belangrijk licht op mijn verslag uit de vorige zittingsperiode, waarin gesproken werd over armoede onder vrouwen in de Europese Unie. Dit verslag toont aan dat we de situatie van bedreigde arbeidsplaatsen serieus nemen.

Veel vrouwen en gezinnen vragen zich af of de Europese politiek praktische oplossingen en concrete beleidsmaatregelen heeft voor sociale problemen. De politiek zou niet moeten ingrijpen in de economie. Economische vrijheid is één van de kenmerken van de gemeenschappelijke markt. Wanneer het winstoogmerk echter bepaalde ondernemingen ertoe drijft van hun werknemers te eisen dat zij werken onder gevaarlijke en onzekere omstandigheden, moet de wetgever dat verhinderen. We moeten eindelijk toegeven dat ook het werk van huisvrouwen onder onzeker werk valt. Verzekeringsmaatschappijen hebben de kosten daarvan al berekend en nu is het aan de politiek om er wat aan te doen. Ik roep de Commissie op voorstellen in te dienen voor de erkenning van het werk van huisvrouwen als een niet-monetaire investering in de nationale welvaart.

 
  
MPphoto
 

  Mario Borghezio (EFD). - (IT) Mevrouw de Voorzitter, dit is een belangrijk en significant verslag voor de bescherming van vrouwen. De Europese instellingen worden echter gekenmerkt door een grote tekortkoming: zij brengen niet in de praktijk wat zij prediken. Afgelopen vrijdag en zaterdag is er in aanwezigheid van Commissievoorzitter Barroso, de Voorzitter van het Europees Parlement en de voorzitter van de Europese Raad, de heer Van Rompuy, vergaderd met hoogwaardigheidsbekleders van de belangrijkste Europese vrijmetselaarsloges. In die vergadering is echter geen woord gezegd over het feit dat de meeste loges geen vrouwen toelaten. Erger nog, de vergadering werd in het Europees Parlement gehouden, achter gesloten deuren, en zelfs het personeel van het Parlement werd de toegang ontzegd. Dit alles is in strijd met de beginselen van transparantie, die leidend moeten zijn voor alle activiteiten van de Europese instellingen.

 
  
  

Schriftelijke stemverklaringen

 
  
  

Verslag-Simpson (A7-0217/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk.(PT) Ik ben heel tevreden met dit voorstel, aangezien het erop gericht is het verzamelen van gegevens naar soort goederen verplicht te stellen voor statistieken van het zeevervoer, wat een algemeen kader zal opleveren dat nuttig is voor de ondersteuning en monitoring van het beleid ter bevordering van intermodaliteit. Voor de eilanden zou dit meer steun betekenen voor een combinatie van zee- en luchtvervoer, aangezien dat de enig mogelijke vervoersmiddelen zijn. Dit statistisch onderzoek zal ons ook een beter inzicht geven in de met de ultraperifere regio’s samenhangende kosten, zowel voor goederen als voor personen, en dat inzicht zal dan weer kunnen meespelen bij de besluitvorming over zaken als de trans-Europese netwerken, vooral als het gaat om de zogenaamde “zeesnelwegen”. Dan hebben we het ook over de zeeverbindingen tussen de eilanden onderling en tussen de eilanden en het Europese vasteland. De rapporteur wijst op de mogelijkheid om deze bepalingen aan te passen aan de nieuwe voorschriften inzake gedelegeerde handelingen die zijn ingevoerd door het Verdrag van Lissabon, met als doel de bevoegdheden van het Europees Parlement op dit terrein te versterken. Ik sluit me daarbij aan.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Antoniozzi (PPE), schriftelijk.(IT) Ik heb voor het verslag van de heer Simpson gestemd, aangezien statistische gegevens over het zeevervoer van goederen en personen heel nuttig kunnen zijn. Het verzamelen van gegevens volgens goederensoort is al verplicht voor Europese statistieken betreffende vervoer over de weg, per spoor en over de binnenwateren.

Het is, zoals het verslag stelt, inderdaad zo dat “de beschikbaarheid van volledige en homogene statistieken volgens soort goederen voor alle vervoerswijzen een algemeen kader oplevert dat nuttig is voor de ondersteuning en monitoring van het beleid ter bevordering van de intermodaliteit, dat wil zeggen de mogelijkheid verschillende vervoerswijzen optimaal te combineren binnen dezelfde vervoersketen, en de modernisering van de goederenvervoerslogistiek.

 
  
MPphoto
 
 

  Zigmantas Balčytis (S&D), schriftelijk.(LT) Ik steun dit voorstel voor een verordening. Dit beoogt een wijziging van de bestaande richtlijn teneinde het verzamelen van gegevens naar soort goederen verplicht te stellen voor statistieken van het zeevervoer. Deze gegevens worden momenteel op vrijwillige basis verzameld door 18 lidstaten. Het verzamelen van gegevens volgens goederensoort is verplicht voor Europese statistieken betreffende vervoer over de weg, per spoor en over de binnenwateren. Door gegevens te verzamelen kunnen we vergelijkingen maken per vervoerswijze en dat geeft ons de mogelijkheid verschillende vervoerswijzen optimaal te combineren binnen dezelfde vervoersketen en de goederenvervoerslogistiek te moderniseren. Men gaat ervan uit dat het verzamelen van de relevante gegevens meestal geen bijkomende last zal betekenen voor de respondenten, aangezien de betrokken lidstaten in staat zouden moeten zijn de gegevens bijeen te brengen aan de hand van al bestaande gegevensbronnen (zoals douanedocumenten).

 
  
MPphoto
 
 

  Alain Cadec (PPE), schriftelijk.(FR) De nu geldende Richtlijn 2009/42/EG biedt de mogelijkheid om op vrijwillige basis statistische gegevens over het zeevervoer te verzamelen. De wijziging van die richtlijn zou het verzamelen van gegevens naar goederensoort verplicht stellen. Ik steun die wijziging, die geen bijkomende last zal betekenen voor de respondenten aangezien de betrokken lidstaten in staat zouden moeten zijn de gegevens bijeen te brengen aan de hand van al bestaande gegevensbronnen.

Het is zinvol om deze regels voor het zeevervoer verplicht te stellen: dat is al verplicht voor het vervoer over de weg, per spoor en over de binnenwateren. Ik ben ook heel tevreden over de amendementen van de rapporteur betreffende de handhaving van de verordening overeenkomstig de procedure inzake gedelegeerde handelingen. Het Parlement zou gebruik moeten maken van dit voorrecht, dat door het Verdrag van Lissabon is ingevoerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk. – (PT) Ik heb voor dit verslag gestemd omdat ik het ermee eens ben dat de beschikbaarheid van volledige en homogene statistieken naar soort goederen van cruciaal belang is voor alle vervoerswijzen. Deze informatie biedt een algemeen kader dat nuttig is voor de ondersteuning en monitoring van het beleid ter bevordering van de intermodaliteit, dat wil zeggen de mogelijkheid verschillende vervoerswijzen optimaal te combineren binnen dezelfde vervoersketen, en de modernisering van de goederenvervoerslogistiek. Ik zou met klem willen vragen om alle Europese statistieken over alle vervoerswijzen overeenkomstig gemeenschappelijke concepten en normen op te stellen, zodat de verschillende vervoerswijzen zo goed mogelijk met elkaar vergeleken kunnen worden.

 
  
MPphoto
 
 

  David Casa (PPE), schriftelijk. (EN) Dit verslag gaat over het verzamelen en registreren van gegevens op het gebied van zeevervoer in lidstaten met een kustlijn. Er wordt in voorgesteld de wijze waarop dergelijke gegevens worden verzameld aan te passen, door ze in het vervolg te ordenen naar soort goederen. Voor andere vervoersmodaliteiten wordt dit al gedaan. Ik vind dit een positieve ontwikkeling en steun de rapporteur dan ook met volle overtuiging.

 
  
MPphoto
 
 

  Lara Comi (PPE), schriftelijk. – (IT) Hoewel een tijdje geleden werd verklaard dat de interne markt voltooid is, openbaren de nog steeds bestaande verschillen tussen de verschillende toegangspunten voor goederen en mensen nog steeds het nationale karakter van haar grenzen. De lidstaten mogen dan wel besloten hebben om toe te geven aan de Europese instellingen op dit punt, maar dit soort verschillen, die sommige gebieden straffen en andere bevoordelen, kunnen niet blijven voortbestaan. Deze verdere voorwaarde, die bedoeld is om de behandeling van goederen en mensen te harmoniseren, is een nieuwe stap op de weg naar volledig integratie van de Europese interne markt.

 
  
MPphoto
 
 

  Vasilica Viorica Dăncilă (S&D), schriftelijk. – (RO) De lidstaten van de Europese Unie moeten een Europese databank helpen opzetten voor gegevens over het maandelijkse vervoer van goederen en passagiers over zee en over de schepen die hen vervoeren. Hierdoor zal de specialistische dienst van de EU, Eurostat, Europese statistieken kunnen samenstellen voor elke vervoerswijze conform de EU-normen. Onder gebruikmaking van deze gegevens kan vervolgens een geïntegreerd Europees systeem bestaande uit statistieken op dit gebied worden opgebouwd. De bedoeling hiervan is een zo groot mogelijke vergelijkbaarheid tussen de vervoerswijzen in de Europese landen te bewerkstelligen.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. – (PT) Dit voorstel is erop gericht om het verzamelen van gegevens naar soort goederen verplicht te stellen voor statistieken van het zeevervoer en om de soort informatie die in de 27 lidstaten bijeengebracht en verwerkt wordt te standaardiseren. In de woorden van de rapporteur: de beschikbaarheid van volledige en homogene statistieken naar soort goederen voor alle vervoerswijzen zou een algemeen kader opleveren dat nuttig is voor de ondersteuning en monitoring van het beleid ter bevordering van de intermodaliteit, dat wil zeggen de mogelijkheid verschillende vervoerswijzen optimaal te combineren binnen dezelfde vervoersketen, en de modernisering van de goederenvervoerslogistiek.

Gelet op het belang van een veilig en effectief vervoer van goederen in de internationale handel steun ik het voorstel van de Commissie.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. – (PT) Het doel van dit voorstel voor een verordening van het Parlement en de Raad is Richtlijn 2009/42/EG te wijzigen om het verzamelen van gegevens naar soort goederen verplicht te stellen voor statistieken van het zeevervoer. Deze gegevens worden momenteel op vrijwillige basis verzameld door achttien lidstaten. Vijf lidstaten beschikken niet over een kustlijn en verstrekken geen gegevens in het kader van deze richtlijn. Het verzamelen van de relevante gegevens zal meestal geen bijkomende last betekenen voor de respondenten, aangezien de betrokken lidstaten in staat zouden moeten zijn de gegevens bijeen te brengen aan de hand van al bestaande gegevensbronnen, bijvoorbeeld douanedocumenten. Ik heb voor dit verslag gestemd omdat ik het ermee eens ben dat er volledige en homogene statistieken naar soort goederen nodig zijn voor alle vervoerswijzen om een algemeen vergelijkingskader mogelijk te maken.

 
  
MPphoto
 
 

  João Ferreira (GUE/NGL), schriftelijk. – (PT) Het doel van dit voorstel voor een verordening van het Parlement en de Raad is Richtlijn 2009/42/EG te wijzigen om het verzamelen van gegevens naar soort goederen verplicht te stellen voor statistieken van het zeevervoer, aangezien de rapporteur van mening is dat het verzamelen van de relevante gegevens geen bijkomende last voor de respondenten zou betekenen, aangezien de betrokken lidstaten in staat zouden moeten zijn de gegevens bijeen te brengen aan de hand van al bestaande gegevensbronnen, bijvoorbeeld douanedocumenten. Bovendien is het verzamelen van gegevens naar soort goederen reeds verplicht voor Europese statistieken van het vervoer over de weg, per spoor en over de binnenwateren.

Wij delen de opvatting dat de beschikbaarheid van statistieken over alle vormen van vervoer, goederen en passagiers een informatiekader zal opleveren dat nuttig is voor de nauwkeurige omschrijving van een beleid van interoperabiliteit en intermodaliteit, dat wil zeggen de mogelijkheid verschillende vervoerswijzen optimaal te combineren binnen dezelfde vervoersketen, waarmee een bijdrage wordt geleverd aan de modernisering en rationalisering van de goederenvervoerslogistiek en de duurzaamheid ervan wordt bevorderd. Uiteraard is dit afhankelijk van de vergelijkbaarheid van de beschikbare statistieken, waarvoor enige harmonisatie van normen en concepten nodig is.

 
  
MPphoto
 
 

  Alan Kelly (S&D), schriftelijk. (EN) Dit voorstel beoogt enkel het verzamelen van gegevens naar soort goederen verplicht te stellen voor het zeevervoer. Voor het Europese vervoer over de weg, per spoor en over de binnenwateren is dit al verplicht, en deze aanpassing zou dan ook bijdragen aan de harmonisatie op dit gebied. Het verzamelen van de gegevens zal geen bijkomende last betekenen voor de respondenten.

 
  
MPphoto
 
 

  Willy Meyer (GUE/NGL), schriftelijk. – (ES) Doel van deze tekst is om Richtlijn 2009/42/EG te wijzigen teneinde het verzamelen van gegevens naar soort goederen verplicht te stellen voor de statistieken over zeevervoer. Op het ogenblik verzamelen achttien lidstaten deze gegevens op vrijwillige basis. Vijf lidstaten hebben geen kustlijn en verstrekken de in deze richtlijn vastgelegde gegevens niet. In de meeste gevallen zal het verzamelen van de relevante gegevens geen enkele extra belasting betekenen voor de respondenten, daar de betreffende lidstaten de gegevens zouden moeten kunnen verzamelen met behulp van reeds bestaande informatiebronnen, zoals douanedocumenten. Het verzamelen van gegevens per soort goederen is al verplicht voor de Europese statistieken van het vervoer over de weg, per spoor en over de binnenwateren. Het verzamelen van Europese statistieken over alle vervoerswijzen moet gebeuren aan de hand van gemeenschappelijke beginselen en normen, om ervoor te zorgen dat een zo hoog mogelijk niveau van vergelijkbaarheid tussen de vervoerswijzen bereikt wordt. Daarom heb ik vóór de tekst gestemd. De beschikbaarheid van volledige en homogene statistieken naar soort goederen voor alle vervoerswijzen zou een nuttig algemeen kader bieden voor de ondersteuning en monitoring van het beleid ter bevordering van de comodaliteit.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Mirsky (S&D), schriftelijk. – (LV) Ik heb het verslag van de heer Simpson volledig gesteund. Ik ben het ermee eens dat het nodig is om de statistieken van het zeevervoer naar soort goederen onder te verdelen. Deze statistieken zullen exporteurs en importeurs de mogelijkheid bieden om het beste vervoersmiddel te vinden voor hun goederen. Dit betekent dat de kosten van de goederen voor de Europese bevolking zullen dalen en dat de exporteurs op een efficiëntere manier prijzen in rekening kunnen brengen voor goederen uit derde landen. Met dit soort statistische gegevens kan beter worden voorkomen dat er onvoorziene kosten worden gemaakt en zal het verkeer van zowel interne als externe goederen worden gestimuleerd. Ik zou dit soort statistische gegevens ook willen invoeren voor vrachtvervoer per vliegtuig.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Om te kunnen reageren zijn statistieken belangrijk, omdat ze feiten leveren waarop besluiten kunnen worden gebaseerd. Bij het verzamelen van statistische gegevens is het echter altijd belangrijk om de balans te bewaren tussen de noodzakelijke verzameling van feiten en de administratieve kosten. Tot op heden worden de gegevens van het zeevervoer van goederen en personen door achttien lidstaten op vrijwillige basis verzameld. Dit heeft alleen zin als de betreffende gegevens niet tot extra belasting leiden, als de lidstaten inderdaad in staat zijn om deze gegevens te verzamelen op basis van reeds bestaande informatiebronnen. Het verzamelen van complete statistieken van het zeevervoer van goederen en personen voor alle goederen en voor alle vervoerswijzen om een vergelijking te kunnen maken, komt mij, gezien de administratieve kosten, overdreven voor. Ik heb daarom dienovereenkomstig gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Wojciech Michał Olejniczak (S&D), schriftelijk. – (PL) In het verslag wordt een reeks amendementen voorgesteld ter aanpassing van de bepalingen inzake de regelgevingsprocedure met toetsing aan de nieuwe bepalingen inzake gedelegeerde handelingen die zijn ingevoerd met het Verdrag van Lissabon. Het doel van de rapporteur was om amendementen voor te stellen op de EU-richtlijn en aldus het verzamelen van gegevens naar soort goederen verplicht te stellen voor statistieken van het zeevervoer. Deze gegevens worden momenteel op vrijwillige basis verzameld door achttien lidstaten. Vijf lidstaten beschikken niet over een kustlijn en verstrekken daarom de gegevens die in het kader van die richtlijn vereist zijn niet.

Het is de moeite waard om te vermelden dat het verzamelen van de relevante gegevens geen bijkomende last voor de respondenten betekent, aangezien de betrokken lidstaten in staat zouden moeten zijn om de gegevens bijeen te brengen aan de hand van al bestaande gegevensbronnen, bijvoorbeeld douanedocumenten. Het verzamelen van gegevens naar soort goederen is verplicht voor Europese statistieken van het vervoer over de weg, per spoor en over de binnenwateren. Gegeven de noodzaak om effectieve, op elkaar afgestemde en milieuvriendelijke communicatie- en vervoersnetwerken te ontwikkelen (voor het zeevervoer, het vervoer over de weg en over de binnenwateren) zijn maatregelen met betrekking tot het verzamelen en analyseren van gegevens voor alle soorten vervoer inderdaad zeer relevant.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. – (IT) Ik heb voor het verslag-Simpson gestemd omdat daarmee via de wijziging van Richtlijn 2009/42/EG de laatste hand wordt gelegd aan de wetgeving inzake het verzamelen van gegevens over het vervoer van goederen en passagiers vanuit en binnen Europa. Vroeger was het verzamelen van gegevens alleen verplicht voor het vervoer over de weg, per spoor en over de binnenwateren, maar met de wijziging van de richtlijn zal dit ook verplicht worden voor het zeevervoer. Daarmee wordt een reeks gegevens verschaft over de goederen die via onze grenzen de EU binnenkomen en verlaten. Dergelijke gegevens zijn niet alleen van essentieel belang voor statistische doeleinden maar via de tenuitvoerlegging van de gewijzigde richtlijn zullen vanaf begin volgend jaar ook gegevens worden vergaard over het zeevervoer, waardoor er meer transparantie mogelijk is wat betreft de soorten vervoerde goederen en waardoor het vervoer van specifieke goederen efficiënter wordt, aangezien het dankzij de vergelijkbaarheid mogelijk zal zijn om voor elke soort goederen het meest efficiënte vervoermiddel te vinden.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk. – (PT) Met dit voorstel wordt gestreefd naar de invoering van een verplichte verzameling gegevens naar soort goederen ten behoeve van zeevervoerstatistieken. Deze gegevens over het zeevervoer worden momenteel op zuiver vrijwillige basis verzameld door achttien lidstaten, terwijl het verzamelen van gegevens naar goederensoort reeds verplicht is voor Europese statistieken van het vervoer over de weg, per spoor en over de binnenwateren.

De beschikbaarheid van volledige en homogene statistieken naar soort goederen voor alle vervoerswijzen met inbegrip van het zeevervoer zal een algemeen kader opleveren dat nuttig is voor de ondersteuning en monitoring van het beleid ter bevordering van de intermodaliteit, dat wil zeggen de mogelijkheid verschillende vervoerswijzen optimaal te combineren binnen dezelfde vervoersketen, en de modernisering van de goederenvervoerslogistiek.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Dit voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad heeft tot doel Richtlijn 2009/42/EG te wijzigen om het verzamelen van gegevens naar soort goederen verplicht te stellen voor statistieken van het zeevervoer. Deze gegevens worden momenteel op vrijwillige basis verzameld door achttien lidstaten. Vijf lidstaten hebben geen kustlijn en verstrekken dan ook geen gegevens in het kader van deze richtlijn. Het verzamelen van de relevante gegevens zal meestal geen bijkomende last betekenen voor de respondenten, aangezien de betrokken lidstaten in staat zouden moeten zijn de gegevens bijeen te garen aan de hand van al bestaande gegevensbronnen, zoals douanedocumenten. De fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie heeft voor dit voorstel gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Teixeira (PPE), schriftelijk. (PT) Het verplicht verzamelen van gegevens naar soort goederen voor het aanleggen van statistieken van het zeevervoer is volgens mij essentieel voor het bevorderen van co-modaal vervoer. Daarmee zou de mogelijkheid om verschillende vervoersmodi met elkaar te combineren gestimuleerd worden. Daar deze verzameling van gegevens al verplicht is voor de statistieken van andere vervoersvormen – wegvervoer, spoorvervoer en vervoer over de binnenwateren – lijkt het me terecht een gemeenschappelijk kader vast te stellen waarin ook het aanleggen van statistieken van het zeevervoer geregeld wordt. Dat kan tevens een bijdrage leveren aan een optimale onderlinge vergelijkbaarheid van de verschillende vervoersmodi.

Op basis van het Commissievoorstel zou bij de herziening van Richtlijn 2009/42/EG deze aanpak moeten worden gevolgd. De gewijzigde richtlijn zou al moeten gelden voor de gegevens van 2011 op grond van de vrijwillige regeling voor het verzamelen van gegevens die momenteel reeds in achttien lidstaten van de Europese Unie toepassing vindt.

 
  
MPphoto
 
 

  Viktor Uspaskich (ALDE), schriftelijk.(LT) Dames en heren, deze kwestie van de systematische verzameling van statistische gegevens is vooral voor ons erg belangrijk. In Litouwen vertegenwoordigt het vervoer van goederen over de zee slechts een klein percentage van alle goederenvervoer en er valt op dit gebied dus veel te bereiken. Bovendien is er een groot groeipotentieel in de toeristische sector aan onze kust. Door de modernisering van de goederenvervoerslogistiek en de bevordering van de intermodaliteit, dat wil zeggen de mogelijkheid om verschillende vervoerswijzen optimaal te combineren binnen dezelfde vervoersketen, krijgen we de mogelijkheid de welvaart in de Baltische regio te vergroten. Dit is vooral van belang met het oog op het toekomstige concurrentievermogen van de Europese havens, zoals die van Klaipėda in Litouwen. Wanneer de Baltische landen nauwer gaan samenwerken zal dit hen nader tot elkaar brengen en zal de markt in onze regio harmonieuzer worden en toegankelijker voor de rest van de Europese Unie. Momenteel zijn de Baltische landen zo goed als afgesneden van het Europese transportnetwerk. Gehoopt wordt dat het verkeer tussen de Baltische landen tegen 2020 zal zijn verdubbeld en daarom moeten we ons bezighouden met het gebrek aan geschikte infrastructuur en toegankelijkheid. Bovenal moeten we ervoor zorgen dat het verzamelen van gegevens geen bijkomende last betekent voor de lidstaten. We hebben niets te verliezen.

 
  
  

Verslag-Matera (A7-0270/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk. – (PT) Gelet op het feit dat Denemarken om steun heeft gevraagd in verband met 951 gedwongen ontslagen in 45 bedrijven die vallen onder afdeling 28 van de NACE Rev. 2 (vervaardiging van machines, apparaten en werktuigen) in de NUTS II-regio Noord-Jutland, heb ik voor de resolutie gestemd omdat ik het eens ben met het voorstel van de Commissie en met de amendementen die het Parlement heeft ingediend. Ik ben het er ook mee eens dat in het voorstel van de Commissie, met name in zijn toelichting, heldere en gedetailleerde informatie wordt gegeven over de aanvraag. Deze gaat gepaard met een analyse van de subsidiabiliteitscriteria en een uitleg van de redenen voor het verlenen van goedkeuring, hetgeen overeenstemt met de wensen van het Parlement.

 
  
MPphoto
 
 

  David Casa (PPE), schriftelijk. (EN) Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering is een belangrijk structuurfonds in de Europese Unie. Dit stelt ons in staat werknemers bij te staan die werkloos zijn geworden als gevolg van veranderingen in de wereldhandelspatronen. Dit is ook inderdaad gebeurd in een aantal lidstaten, waaronder Spanje, waar het fonds zijn waarde uitstekend heeft bewezen. Daarom sluit ik mij aan bij de besluiten die de rapporteur heeft geformuleerd en heb ik besloten voor het verslag te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Mário David (PPE), schriftelijk. – (PT) In het licht van de structurele veranderingen in de internationale handel is het van essentieel belang dat de Europese economie de instrumenten ter ondersteuning van de hierdoor getroffen werknemers doeltreffend kan uitvoeren. Daarmee moeten de werknemers ook sterker worden gemaakt opdat zij snel kunnen terugkeren tot de arbeidsmarkt. Gelet op het feit dat Denemarken om steun heeft gevraagd voor 951 gedwongen ontslagen bij 45 bedrijven in de regio Noord-Jutland, wil ik herinneren aan de redenen die ik heb uiteengezet in mijn stemverklaring over de beschikbaarstelling van gelden uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering in de Spaanse regio Catalonië. Deze redenen gelden eveneens voor mijn stem vóór dit verslag.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. – (PT) Dit is een resolutie over het voorstel voor een besluit van het Parlement en de Raad over de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering overeenkomstig punt 28 van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer.

De sector die machines, apparaten en werktuigen vervaardigt voor de scheepsbouwindustrie in de Deense regio Noord-Jutland is door de veranderingen op de markten en de wereldwijde kredietcrisis overvallen en heeft te lijden gehad van een drastische afname van orders, hetgeen tot ontslagen in meer dan veertig bedrijven heeft geleid.

In regio’s als Noord-Jutland die bijzonder afhankelijk zijn van één sector, gaat het herstel van de markt en herintreding op de arbeidsmarkt in andere bedrijfstakken meestal langzamer en moeizamer. Ik geloof dat de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering in dit geval gerechtvaardigd is.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. – (PT) Gelet op de maatschappelijke impact van de wereldwijde economische crisis, die bijzondere gevolgen heeft gehad voor de werkgelegenheid, is het geëigende gebruik van het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) van groot belang om de moeilijke situatie van vele Europeanen en Europese gezinnen te verlichten. Daarmee kan een bijdrage worden geleverd aan sociale herintegratie en beroepsontwikkeling, terwijl er tegelijkertijd nieuwe middelen worden geboden om aan de behoeften van bedrijven te voldoen en de economie te stimuleren. Het actieplan van Denemarken om 951 mensen te helpen die ontslagen zijn in 45 bedrijven die machines, apparaten en werktuigen vervaardigen in de kleine regio Noord-Jutland valt binnen hetzelfde kader. In dit geval is 40 procent van de ontslagen werknemers geschoold handarbeider, metaalwerker of werktuigbouwkundige, en is 33 procent van de werknemers geclassificeerd als ongeschoolde handarbeiders. Uit deze situatie blijkt duidelijk de behoefte aan een effectieve technische en professionele evaluatie van de mensen die door deze wereldwijde crisis getroffen zijn. Ik hoop daarom dat de Europese instellingen hun inspanningen zullen verdubbelen om maatregelen ten uitvoer te leggen die de benuttingspercentages versnellen en verbeteren van zo’n belangrijk instrument als het EFG, dat momenteel in zeer geringe mate wordt aangesproken. Dit jaar werd maar een aanvraag ingediend voor 11 procent van de beschikbare 500 miljoen euro.

 
  
MPphoto
 
 

  Estelle Grelier (S&D), schriftelijk. – (FR) Opnieuw is het Parlement gevraagd om de verstrekking van steun uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering te valideren voor werknemers die ontslagen zijn als gevolg van de crisis of door verplaatsing van hun bedrijf naar elders. Opnieuw zal deze steun worden gehaald uit begrotingsonderdelen die oorspronkelijk aan andere Europese programma’s waren toegekend, aangezien het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering in het huidige financiële kader geen eigen financiële middelen heeft.

Om een einde aan deze situatie te maken heb ik tijdens de opstelling van de begroting 2011 geijverd voor de ontwikkeling van een reeks betalingskredieten specifiek voor het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering. Het bedrag van 50 miljoen euro is vervolgens door het Parlement goedgekeurd tijdens de stemming van zijn lezing van de begroting op 20 oktober 2010.

Dit bedrag, dat symbolisch is vergeleken met datgene wat jaarlijks nodig is, moet nog worden bevestigd, omdat de Europese Raad in eerste instantie het voorstel om het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering eigen financiële middelen te geven heeft verworpen. Ik zal deze kwestie daarom blijven volgen in de hoop dat we dit mechanisme via de begroting en wetgeving kunnen consolideren.

 
  
MPphoto
 
 

  Elisabeth Köstinger (PPE), schriftelijk. – (DE) Ik moet mevrouw Matera oprecht feliciteren met een totaal van vier verslagen over de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering. De verbreding van de reikwijdte van het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, zodat ook werknemers eronder vallen, is een belangrijke stap geweest in ons vermogen om Europese burgers rechtstreeks te steunen. Het instrument van het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering is bedoeld om degenen te helpen die overvallen zijn door de effecten van de globalisering. Om een doeltreffend gebruik van het beschikbaar gestelde geld mogelijk te maken, moet dit zijn bestemming snel en op een doelgerichte manier bereiken. Dat is de enige manier om de Europese burgers echt te helpen en het vertrouwen in de EU te versterken.

 
  
MPphoto
 
 

  Giovanni La Via (PPE), schriftelijk. (IT) Ik heb gestemd voor de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) aan Denemarken, omdat ik van mening ben dat dit instrument een waardevol hulpmiddel is voor de ondersteuning van mensen die als gevolg van de economische crisis in moeilijkheden verkeren.

Het EFG werd in 2006 opgericht om praktische steun te verlenen aan personen die zijn ontslagen, hetzij vanwege de verplaatsing van hun bedrijf, hetzij, na de wijziging van 2009, vanwege de economische crisis, met het oog op het bevorderen van hun re-integratie in de arbeidsmarkt. De stemming van vandaag betrof een aanvraag voor steun aan 1 122 werknemers in 45 machinefabrieken in de regio Noord-Jutland, ten bedrage van 7 521 359 euro, gefinancierd uit het EFG.

Concluderend juich ik toe dat het verslag is aangenomen. Hieruit blijkt dat het EFG een nuttig en effectief middel is voor de bestrijding van de werkloosheid als gevolg van de globalisering en de economische crisis.

 
  
MPphoto
 
 

  Willy Meyer (GUE/NGL), schriftelijk. – (ES) Ik heb gestemd vóór dit verslag over de besteding van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG), in concreto aan de 951 ontslagen die gevallen zijn bij 45 bedrijven die actief waren in NACE, herziening 2, Afdeling 28 (“Fabricage van machines en apparatuur”) in de NUTS II-regio Noord-Jutland. Het EFG verschaft extra steun aan werknemers die te lijden hebben onder de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen, en aan steun voor terugkeer naar de arbeidsmarkt. Denemarken heeft een aanvraag om steun uit het EFG ingediend in verband met ontslagen in de automobielsector die overeenstemmen met de verordening van het fonds. Er moet nu gegarandeerd worden dat het EFG de terugkeer van de ontslagen werknemers naar de arbeidsmarkt ondersteunt, ofschoon deze steun van het EFG niet in de plaats mag komen van maatregelen die volgens de nationale wetgeving of collectieve overeenkomsten de verantwoordelijkheid zijn van de ondernemingen, of in de plaats van maatregelen voor de herstructurering van bedrijven of sectoren.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Mirsky (S&D), schriftelijk. – (LV) Het is heel belangrijk dat we geen laissez faire-benadering hanteren ten aanzien van het werkloosheidsproces. Het is op dit gebied van essentieel belang dat mensen het gevoel hebben dat ze gesteund worden door zowel hun nationale regering als de EU in haar geheel. Hoewel ik vóór hebben gestemd, is het mij nog steeds niet duidelijk hoe het bedrag aan steun zal worden verdeeld. Waarom krijgt Nederland ongeveer 3 000 euro voor elke ontslagen werknemer, terwijl Spanje 1 000 euro en Denemarken 7 000 euro krijgt? Kost omscholing en bijscholing zeven keer zo veel in Denemarken als in Spanje? Afgezien van deze buitengewoon ongemakkelijke kwestie ben ik gedwongen het eens te zijn met de rapporteur, mevrouw Matera, dat de toekenning van deze financiële steun een noodzakelijke maatregel op het goede moment is. Het is een schande dat de Letse regering deze gelegenheid niet te baat heeft genomen en geen aanvraag heeft ingediend. Letland telt momenteel 180 000 werklozen.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk. – (PT) Gelet op het feit dat Denemarken om steun heeft gevraagd in verband met 951 gedwongen ontslagen in 45 bedrijven die vallen onder afdeling 28 van de NACE rev. 2 (vervaardiging van machines, apparaten en werktuigen) in de NUTS II-regio Noord-Jutland, heb ik voor de resolutie gestemd omdat ik het eens ben met het voorstel van de Commissie en met de amendementen die het Parlement heeft ingediend.

Ik zou graag de aandacht op de volgende punten willen vestigen omdat zij bijzonder relevant zijn: 1) het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EGF) steunt de terugkeer naar de arbeidsmarkt van ontslagen werknemers, zonder bedrijven van hun verantwoordelijkheden te ontslaan; 2) in de context van de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG heeft de Commissie een alternatieve bron van betalingskredieten naast niet-bestede middelen uit het Europees Sociaal Fonds (ESF) aangegeven, zoals het Parlement met klem heeft verzocht; 3) de werking en de toegevoegde waarde van het EFG moeten worden beoordeeld in de context van de algemene evaluatie van de op basis van het Interintstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 ingevoerde programma’s en andere instrumenten, in het kader van de begrotingsherziening van het meerjarig financieel kader 2007-2013; 4) in het voorstel van de Commissie staat informatie over de aanvraag en bevat een analyse van de subsidiabiliteitscriteria en uitleg van de redenen voor het verlenen van goedkeuring, hetgeen overeenstemt met de wensen van het Parlement.

 
  
MPphoto
 
 

  Paulo Rangel (PPE), schriftelijk. – (PT) Gelet op het feit dat Denemarken om steun heeft gevraagd in verband met 951 gedwongen ontslagen in 45 bedrijven die vallen onder afdeling 28 van de NACE Rev. 2 (vervaardiging van machines, apparaten en werktuigen) in de NUTS II-regio Noord-Jutland, heb ik voor de resolutie gestemd omdat ik het eens ben met het voorstel van de Commissie en met de amendementen die het Parlement heeft ingediend. Ik ben het er ook mee eens dat in het voorstel van de Commissie, met name in de toelichting, heldere en gedetailleerde informatie wordt gegeven over de aanvraag evenals een analyse van de subsidiabiliteitscriteria en uitleg van de redenen voor het verlenen van goedkeuring, hetgeen overeenstemt met de wensen van het Parlement.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Met deze stemming neemt het Europees Parlement er nota van dat Denemarken om steun heeft gevraagd in verband met 951 ontslagen bij 45 bedrijven die vallen onder afdeling 28 (vervaardiging van machines, apparaten en werktuigen) van de NACE Rev. 2 en die actief zijn in de NUTS II-regio Noord-Jutland. De aanvraag voldoet aan de subsidiabiliteitscriteria van de EFG-verordening. In zijn resolutie verzoekt het Europees Parlement de betrokken instellingen zich de nodige inspanningen te getroosten om de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG te bespoedigen. Verder brengt het Parlement in herinnering dat de instellingen zich ertoe verbonden hebben een probleemloze en snelle procedure te garanderen voor de goedkeuring van de besluiten betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG, met als doel tijdelijk en eenmalig individuele steun te verlenen aan werknemers die als gevolg van de globalisering en de financiële en economische crisis werkloos geworden zijn. Tot slot benadrukt het Parlement de rol die het EFG kan vervullen om ontslagen werknemers te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Silvia-Adriana Ţicău (S&D), schriftelijk. – (RO) De CESA, de Community of European Shipyards' Associations (Gemeenschap van Europese scheepswerfverenigingen) houdt er rekening mee dat de wereldwijde vraag in de scheepsbouwindustrie in 2014 gedaald zal zijn als gevolg van de wereldwijde financiële crisis, terwijl de scheepsbouwindustrie zich in de toekomst verplaatst naar gebieden met lagere kosten, in het bijzonder in Azië. Gezien het ontbreken van een Europees beleid ter ondersteuning van de scheepvaartindustrie is het onwaarschijnlijk dat het productieniveau op het peil van voor de huidige crisis zal terugkeren. In mijn eigen stad Galaţi wordt de Damen Shipyard nu ook geconfronteerd met de gevolgen van de economische en financiële crisis, waardoor alleen al in 2009 rond de zeshonderd werknemers ontslagen zijn. Naar verwachting worden er in 2010 nog eens vijfhonderd werknemers ontslagen. Ik heb voor de resolutie van het Europees Parlement over de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) gestemd. Denemarken heeft gevraagd 7 521 359 euro te mogen gebruiken voor de medefinanciering van het programma voor steunverlening aan 951 werknemers uit de regio Noord-Jutland die tussen 15 februari 2009 en 14 november 2009 zijn ontslagen. De ontslagen zijn gevallen in 45 bedrijven die machines, apparaten en werktuigen voor de scheepsbouwsector maken.

 
  
MPphoto
 
 

  Angelika Werthmann (NI), schriftelijk. (DE) Het gaat hierbij om het verlenen van steun aan ondernemingen die zich bezighouden met de productie van machines en apparatuur in de middenregio Nordjylland. In deze regio, in de noordoostelijke punt van Noord-Jutland, zijn tussen 15 februari en 14 november 2009 951 mensen uit 45 ondernemingen ontslagen. Om deze personen te ondersteunen bij hun re-integratie in het arbeidsproces, wordt een bedrag van 7 521 359 euro uit het Fonds beschikbaar gesteld.

 
  
  

Verslag-Matera (A7-0269/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Antoniozzi (PPE), schriftelijk. (IT) Zoals ik in maart van dit jaar, bij de stemming over het verslag-Böge, al de gelegenheid had om uit te leggen, is het gebruik van het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering, als een nuttig instrument voor de aanpak van de gevolgen van de economische en financiële crisis, een zeer waardevol initiatief dat een praktische reactie in termen van financiële hulp vormt. Diverse andere verzoeken zijn sindsdien goedgekeurd, inclusief het onderhavige. Ik denk dat dit het beste bewijst hoe nuttig het initiatief is.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk. (PT) Gezien het feit dat Nederland een aanvraag om steun heeft ingediend voor 512 gevallen van ontslag bij NXP Semiconductors Netherlands, een bedrijf dat actief is in de elektronicasector in de NUTS II-regio’s Gelderland en Eindhoven, heb ik voor de resolutie gestemd, aangezien ik het voorstel van de Commissie, met de respectieve amendementen van het Parlement, steun. Ik steun ook het voorstel van de Commissie voor een financieringsbron voor alternatieve betaling voor ongebruikte middelen uit het Europees Sociaal Fonds (ESF) in verband met de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG), nadat het Europees Parlement er veelvuldig op heeft gewezen dat het EFG is opgericht als een specifiek, afzonderlijk instrument met eigen doelstellingen en termijnen, en dat het derhalve noodzakelijk is om passende begrotingslijnen voor overschrijvingen aan te wijzen.

 
  
MPphoto
 
 

  David Casa (PPE), schriftelijk. (EN) Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering is een belangrijk structuurfonds van de Europese Unie, dat ons in staat stelt werknemers bij te staan die hun baan hebben verloren als gevolg van veranderingen in de wereldhandelspatronen. Het is noodzakelijk geworden om werknemers in Nederland die hun baan in de elektronicasector hebben verloren, toegang te verlenen tot dit fonds. Met het oog daarop sluit ik mij aan bij de besluiten die de rapporteur heeft geformuleerd en heb ik vóór het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Mário David (PPE), schriftelijk. (PT) Steun aan werknemers die zijn ontslagen als gevolg van herstructurering en verplaatsing moet dynamisch en flexibel zijn, zodat deze snel en doeltreffend kan worden uitgevoerd. Gezien het feit dat Nederland heeft verzocht om bijstand voor 512 gevallen van ontslag bij NXP Semiconductors Netherlands, een bedrijf dat actief is in de elektronicasector in de regio’s Gelderland en Eindhoven, en onder verwijzing naar de redenen die ik heb opgegeven in mijn stemverklaring over de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering aan de Spaanse regio Catalonië, stem ik voor dit verslag.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) Wederom worden we geconfronteerd met het probleem van het wegvallen van de belangrijkste bedrijfstak van een stad, in dit geval Nijmegen, met de verzwarende omstandigheid dat het ontstaan van een andere bedrijfstak met hetzelfde werkgelegenheidspotentieel niet wordt verwacht.

Een nadere beschouwing van de resoluties van het Parlement biedt een duidelijker inzicht in de reikwijdte en de omvang van het probleem in verschillende Europese landen. Deze landen hebben nog steeds niet laten zien dat zij in staat zijn het hoofd te bieden aan het gebrek aan coördinatie en het verlies van aantrekkelijkheid voor investeringen en innovatie.

Als er geen actie wordt ondernomen ben ik bang dat aanvragen om beschikbaarstelling van middelen uit het fonds alleen maar vaker zullen voorkomen en dat het fonds zelf onvoldoende zal blijken te zijn om werknemers die worden getroffen door plotselinge en onverwachte veranderingen in hun respectieve bedrijven, te helpen.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. (PT) Gezien de gevolgen van de huidige wereldwijde economische en financiële crisis voor de industriële activiteit en de specifieke banen in de elektronicasector moet er een dringend en effectief programma komen ter ondersteuning van de 512 ontslagen werknemers van het bedrijf NXL Semiconductors Netherlands in de Nederlandse regio’s Gelderland en Eindhoven. Er dient te worden gewezen op de regionale en sociale gevolgen van de activiteitsdaling bij de bedrijfseenheid in Nijmegen (provincie Gelderland), waar het bedrijf met een groot aantal laaggeschoolde werknemers die er al decennia lang werkzaam waren, de grootste lokale werkgever was. Deze situatie onderstreept de noodzaak van een plan ter bevordering van het herstel en de herscholing van deze voormalige werknemers, om hun re-integratie in het arbeidsproces te bevorderen. Ik zou de waarschuwing willen herhalen dat het noodzakelijk is mechanismen in het leven te roepen voor de vereenvoudiging en versnelling van de beschikbaarstelling en het gebruik door Europese landen van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG).

 
  
MPphoto
 
 

  Giovanni La Via (PPE), schriftelijk. (IT) Ik heb gestemd voor de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) aan Nederland, omdat ik van mening ben dat dit instrument een waardevol hulpmiddel is voor de ondersteuning van mensen die als gevolg van de economische crisis in moeilijkheden verkeren.

Het EFG werd in 2006 opgericht om praktische steun te verlenen aan personen die zijn ontslagen, hetzij vanwege de verplaatsing van hun bedrijf, hetzij – na de wijziging van 2009 – vanwege de economische crisis, met het oog op het bevorderen van hun re-integratie in de arbeidsmarkt. De stemming van vandaag betrof een verzoek om steun aan 1 590 werknemers van NXL Semiconductors Netherlands, een elektronicabedrijf in de regio’s Gelderland en Eindhoven, ten bedrage van 1 809 434 euro, gefinancierd uit het EFG.

Concluderend juich ik toe dat het verslag is aangenomen. Hieruit blijkt dat het EFG een nuttig en effectief middel is voor de bestrijding van de werkloosheid als gevolg van de globalisering en de economische crisis.

 
  
MPphoto
 
 

  Willy Meyer (GUE/NGL), schriftelijk. – (ES) Ik heb gestemd vóór dit verslag over de besteding van middelen afkomstig uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG), in concreto aan de 512 ontslagen die gevallen zijn bij NXL Semiconductors Netherlands, een bedrijf dat actief is in de elektronicasector in de NUTS II-regio’s in Gelderland en Eindhoven. Het EFG verstrekt extra steun aan werknemers die te lijden hebben onder de gevolgen van grote structurele veranderingen in de patronen van de wereldhandel, en steun voor hun terugkeer naar de arbeidsmarkt. Nederland heeft een aanvraag om steun uit het EFG ingediend in verband met ontslagen in de automobielsector, die overeenkomen met de verordening van het fonds. Er moet nu gegarandeerd worden dat het EFG de terugkeer van de ontslagen werknemers naar de arbeidsmarkt ondersteunt, ofschoon die steun niet mag komen in de plaats van maatregelen die krachtens de nationale wetgeving of collectieve overeenkomsten de verantwoordelijkheid van de ondernemingen zijn, noch in plaats van maatregelen voor de herstructurering van de ondernemingen of de sector.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk. (PT) Gezien het feit dat Nederland een aanvraag om steun heeft ingediend voor 512 gevallen van ontslag bij NXP Semiconductors Netherlands, een bedrijf dat actief is in de elektronicasector in de NUTS II-regio’s Gelderland en Eindhoven, heb ik voor de resolutie gestemd, aangezien ik het voorstel van de Commissie, met de respectieve amendementen van het Parlement, steun.

Ik zou graag de volgende punten als bijzonder relevant eruit willen lichten: (1) het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) steunt de re-integratie van mensen die hun baan hebben verloren, zonder de bedrijven van hun verantwoordelijkheid te ontslaan; (2) in het kader van de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG heeft de Commissie een alternatieve bron van betalingskredieten naast ongebruikte middelen uit het Europees Sociaal Fonds (ESF) voorgesteld, waarop het Parlement ook had aangedrongen; (3) het functioneren en de toegevoegde waarde van het EFG moeten worden geëvalueerd in de context van de algemene beoordeling van de programma’s en verschillende andere instrumenten die zijn ingesteld door het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 binnen het kader van de tussentijdse herziening van het meerjarig financieel kader (MFK) voor 2007-2013; (4) het voorstel van de Commissie bevat informatie over de toepassing, analyseert de toepassingscriteria en zet de redenen voor de goedkeuring uiteen, wat ook in overeenstemming is met de verzoeken van het Parlement.

 
  
MPphoto
 
 

  Paulo Rangel (PPE), schriftelijk. (PT) Gezien het feit dat Nederland een aanvraag om steun heeft ingediend voor 512 gevallen van ontslag bij NXP Semiconductors Netherlands, een bedrijf dat actief is in de elektronicasector in de NUTS II-regio’s Gelderland en Eindhoven, heb ik voor de resolutie gestemd, aangezien ik het voorstel van de Commissie, met de respectieve amendementen van het Parlement, steun. Ook ik vind dat de toelichting op het voorstel van de Commissie duidelijke en gedetailleerde informatie moet bevatten over de toepassing, de toepassingscriteria moet analyseren en de redenen voor de goedkeuring moet uitleggen, in overeenstemming met de verzoeken van het Parlement.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Overwegende dat financiële steun van de Unie aan ontslagen werknemers flexibel zou moeten zijn en zo snel en efficiënt mogelijk ter beschikking zou moeten worden gesteld, overeenkomstig de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie die is goedgekeurd op de bemiddelingsvergadering van 17 juli 2008, en met inachtneming van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 wat betreft het nemen van besluiten om gebruik te maken van het EFG, overwegende dat Nederland om steun heeft gevraagd in verband met 512 ontslagen bij NXP Semiconductors Netherlands, dat actief is in de elektronicasector in de NUTS II-regio’s Gelderland en Eindhoven, overwegende dat de aanvraag voldoet aan de criteria voor subsidiabiliteit van de EFG-verordening, verzoekt het Europees Parlement de betrokken instellingen zich de nodige inspanningen te getroosten om de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG te bespoedigen; brengt in herinnering dat de instellingen zich ertoe verbonden hebben een probleemloze en snelle procedure te garanderen voor de goedkeuring van de besluiten betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG, met als doel tijdelijk en eenmalig individuele steun te verlenen aan werknemers die als gevolg van de globalisering en de financiële en economische crisis werkloos geworden zijn; en benadrukt de rol die het EFG kan vervullen om ontslagen werknemers te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Silvia-Adriana Ţicău (S&D), schriftelijk. (RO) Ik heb gestemd voor de resolutie van het Europees Parlement over de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) in antwoord op de aanvraag van NL/NXP Semiconductors in Nederland.

Op 26 maart 2010 vroeg Nederland om financiële steun uit het EFG voor 512 van de 590 werknemers die zijn ontslagen bij NXP Semiconductors, een bedrijf dat actief is in de elektronicasector in de NUTS II-regio’s Gelderland en Eindhoven. Het totaal aantal ontslagen werknemers wordt gevormd door 425 mannen en 87 vrouwen. Hierbij zijn ook 7even personen met ernstige gezondheidsproblemen of een handicap (1,3 procent) meegeteld. Nederland benadrukt de ingrijpende gevolgen van deze ontslagen: NXP Semiconductors is de grootste industriële werkgever in de regio en biedt werkgelegenheid aan een groot aantal laaggeschoolde werknemers die al meerdere decennia bij het bedrijf werkzaam zijn. Het gebrek aan werkgelegenheid in soortgelijke bedrijven in de regio zal vooral een probleem vormen voor werknemers met specialistische ervaring in de productie van halfgeleiders.

De beschikbaarstelling van middelen uit het EFG is vooral van belang voor de re-integratie van ontslagen werknemers in het arbeidsproces. Ik wil echter de aandacht van de Commissie en de lidstaten vestigen op de noodzaak van het ontwikkelen van een Europees industriebeleid, dat duurzaam zal zijn en nieuwe banen zal scheppen.

 
  
MPphoto
 
 

  Angelika Werthmann (NI), schriftelijk. (DE) Na 1 mei 2009 is de werkingssfeer van het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering verbreed. Het fonds kan nu ook steun geven aan werknemers die zijn ontslagen als rechtstreeks gevolg van de wereldwijde financiële en economische crisis. In de NUTS II-gebieden Gelderland en Eindhoven zijn 512 werknemers ontslagen bij NXP Semoconductors Nederland. Ter ondersteuning van deze werknemers is een bedrag van 1 809 434 euro ter beschikking gesteld.

 
  
  

Verslag-Matera (A7-0271/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk. (PT) Ik heb voor dit verslag gestemd. Daarmee wordt goedkeuring gehecht aan de terbeschikkingstelling van 2,4 miljoen euro uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering aan Portugal. Het doel hiervan is steun te geven aan de ontslagen werknemers van Qimonda. Dit besluit volgt op de aanvraag tot activering van het EFG die Portugal in december 2009 had ingediend. Het EFG werd opgericht om aanvullende steun te geven aan werknemers die de gevolgen van belangrijke structurele veranderingen in de internationale handelspatronen ondergaan. Het pakket steunmaatregelen van het EFG moet de positie van de 839 werknemers van Qimonda Portugal die in de tijd van 8 juni tot 8 oktober van vorig jaar werden ontslagen, beschermen. Met dit bedrag zullen maatregelen worden gefinancierd op de volgende terreinen: erkenning van vaardigheden, beroepsopleiding, scholing en ondersteuning met het oog op het scheppen van banen, ondersteuning van zelfpromotie en stimulansen voor aanwerving en ervaring op de werkplek. Volgens mij is het dan ook essentieel dat wij al het mogelijke doen om de activering van het EFG te versnellen. Daarbij moeten wij voor ogen houden dat de Europese instellingen hebben toegezegd zich te zullen inzetten voor een snelle en eenvoudige procedure voor de goedkeuring van de besluiten.

 
  
MPphoto
 
 

  Regina Bastos (PPE), schriftelijk. (PT) Ik heb gestemd vóór de resolutie over de terbeschikkingstelling aan Portugal van een bedrag van 2 405 671 uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering. Dit bedrag is bestemd voor de 839 gevallen van ontslag bij Qimonda Portugal S.A. die plaatsvonden tussen 8 juni en 8 oktober van vorig jaar. Deze middelen zijn bedoeld om de ontslagen werknemers van Qimonda te ondersteunen via erkenning van vaardigheden, beroepsopleiding, scholing en ondersteuning bij het opstarten van een bedrijf, bijstand bij het vinden van een nieuwe baan, stimulansen voor het aanwerven van personeel en het opdoen van beroepservaring op de werkplek. Het is de tweede keer dat Portugal een aanvraag heeft ingediend tot beschikbaarstelling van een bijdrage uit het EFG aan de regio Norte. In 2009 was 832 800 euro toegekend na ontslagen in de textielsector. Tot slot betreur ik het dat de Portugese regering niet heeft geleerd hoe zij gebruik moet maken van het potentieel van het fonds. De voormalige werknemers van het Nederlandse bedrijf NXP Semiconductors ontvangen elk 3 534 euro en de voormalige werknemers van het Deens bedrijf in Noord-Jutland elk 7 908 euro. De Portugese werknemers van Qimonda krijgen echter slechts 2 867 euro per persoon als steun van het fonds.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk. (PT) Aangezien Portugal heeft gevraagd om steun voor de 839 gevallen van ontslag bij Qimonda S.A., een multinational die actief is in de elektronicasector in het NUTS II-gebied Norte, heb ik voor de resolutie gestemd. Ik ben het namelijk eens met het voorstel van de Commissie en de daarop door het Parlement ingediende amendementen. Ik ben het er ook mee eens dat de werking en de meerwaarde van het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering beoordeeld moeten worden in de context van de algemene evaluatie van de progamma´s en de diverse andere instrumenten die in het leven zijn geroepen met het interinstitutioneel akkoord van 17 mei 2006 in het kader van de tussentijdse herziening van het meerjarig financieel kader 2007-2013.

 
  
MPphoto
 
 

  David Casa (PPE), schriftelijk. (EN) Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering is een belangrijk structuurfonds van de Europese Unie, dat ons in staat stelt werknemers te steunen die werkloos zijn geworden als gevolg van veranderingen in de wereldhandelspatronen. Willen wij met dit fonds resultaten boeken, dan is het cruciaal dat er, waar nodig, tijdig en op efficiënte wijze toegang toe wordt verleend. Met het oog daarop sluit ik mij aan bij de conclusies van de rapporteur en heb ik besloten voor het verslag te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE), schriftelijk. (PT) De sluiting van Qimonda in Vila do Conde had tot rechtstreeks gevolg dat nog eens 1000 werknemers zonder werk kwamen te zitten in de regio Norte. Deze regio heeft nu al het hoogste percentage werkloosheid van het land: in de periode van januari tot oktober 2009 werd in de arbeidsbureaus in de noordelijke regio een gemiddelde werkloosheid van 22 000 personen per maand geregistreerd. Na de ontslagen bij de onderneming Qimonda Portugal S.A. is op 17 december 2009 een aanvraag ingediend tot steun voor 839 ontslagen werknemers.

Na een beoordeling van de aanvraag kwam de Commissie tot de conclusie dat aan alle noodzakelijke voorwaarden was voldaan. Zij kwam toen met dit voorstel voor een besluit tot beschikbaarstelling van een bijdrage uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering teneinde steun te kunnen geven aan herintreding op de arbeidsmarkt van deze werknemers, die als rechtstreeks gevolg van de wereldwijde financiële en economische crisis zijn ontslagen.

Ik geef dan ook steun aan dit besluit. Daarmee kan 2 405 671 euro beschikbaar worden gesteld uit de algemene begroting van de Europese Unie en in antwoord op de Portugese aanvraag financiële steun worden verleend. Ik wil nog wijzen op de noodzaak van een snelle goedkeuring van dit besluit.

 
  
MPphoto
 
 

  Mário David (PPE), schriftelijk. (PT) Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering is een initiatief van de voorzitter van de Commissie, de heer Barroso, uit 2005, dat volgde op het verslag van de Commissie European Values in a Globalised World en nu een nieuw formaat heeft gekregen, waardoor het transparanter is geworden en bredere doelstellingen kan nastreven. Hierin zijn ook de gevolgen van de huidige crisis opgenomen en wordt de weg gewezen naar kortere wachttijden bij de beschikbaarstelling van de financiële bijdragen, wat naar ik hoop in dit geval mogelijk zal zijn.

Ofschoon ik vóór het voorstel heb gestemd, vind ik het betreurenswaardig dat de Portugese regering, in tegenstelling tot de regeringen van andere landen, weer eens niet bij machte is geweest om volledig gebruik te maken van het fonds. Dit blijkt overduidelijk uit een analyse van de diverse aanvragen en uit de verschillende EFG-bedragen per hoofd waarom wordt verzocht.

Vandaag is bijvoorbeeld ook gestemd over andere aanvragen voor steun uit het EFG. Daaruit blijkt dat voormalige werknemers van het Nederlandse bedrijf NXP Semiconductors elk 3 534 euro ontvangen, de voormalige werknemers van het Deense bedrijf in Noord-Jutland elk 7 908 euro krijgen en de door het fonds gedekte Portugese voormalige werknemers van Qimonda slechts 2 867 elk ontvangen. De bijdrage aan Portugal is bestemd voor maatregelen op de volgende terreinen: erkenning van kwalificaties, beroepsopleiding, scholing en ondersteuning bij het opstarten van een bedrijf, bijstand bij het vinden van een nieuwe baan of stimulansen voor aanwerving en beroepservaring op de werkplek.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk. (PT) Ik heb voor dit verslag gestemd daar ik de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering aan Portugal ten behoeve van steun aan de ontslagen werknemers van het bedrijf Qimonda van fundamenteel belang acht. Het bedrag van 2,4 miljoen euro dat beschikbaar wordt gesteld, zal zeker niet volstaan om de negatieve gevolgen op te vangen van de ontslagen maar zal wel belangrijke steun bieden. De beschikbaarstelling moet eenvoudig en snel verlopen en zorgen voor scholingsprogramma’s die een bijdrage leveren aan de daadwerkelijke re-integratie op de arbeidsmarkt van de getroffen werknemers.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) De Portugese onderneming Qimonda is deel van een Duits wereldconcern en werd in Portugal gezien als een voorbeeld van succes en als toonaangevend in de sector. Qimonda was de grootste Portugese exporteur en voordat het bedrijf bekend raakte wegens insolventieproblemen maakte het zich op voor investeringen in nieuwe technologie en had het openbare steun gekregen voor de productie van zonnepanelen. De werknemers van Qimonda waren hooggeschoold en hadden een hoge productiviteit. Niets duidde erop dat het bedrijf binnen zo´n korte tijd niet meer levensvatbaar zou worden. In 2008 overwoog het bedrijf zelfs drie nieuwe fabrieken te bouwen in Portugal, alle drie rond de stad Vila do Conde. De regio Norte, waar Qimonda was gevestigd, is van oudsher een industriegebied en wordt hard getroffen door de sluiting van ondernemingen en door werkloosheid. Het vermogen van Qimonda om de boordnodige geschoolde werknemers naar de regio te halen, is nu in gevaar gebracht.

Ik hoop nu dat de werknemers van Qimonda in voldoende mate hun voordeel kunnen doen bij de beschikbaarstelling van bijdragen uit het EFG en erin zullen slagen volledig terug te keren tot de arbeidsmarkt. Ik wil uiting geven aan mijn solidariteit met deze werknemers en hun gezinnen hier.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. (PT) De sluiting van de Qimonda-fabriek in Vila do Conde heeft de toch al hoge werkloosheidcijfers in het noorden van Portugal nog verder omhoog gedreven. In dit geval zijn 900 werknemers ontslagen. De meeste onder hen hebben weinig onderwijs genoten: 36,6 procent heeft alleen lagere school en slechts 10,7 procent heeft voortgezet onderwijs genoten. Daarom is het de moeite waard te wijzen op het belang van dit steunplan voor 839 ontslagen werknemers. Daarmee moeten de gevolgen van de ernstige economische, financiële en sociale crisis waarmee de regio te kampen heeft, worden opgevangen. Ik wilde eveneens wijzen op het belang van maatregelen als het certificeren van vaardigheden, beroepsopleiding, stimulansen voor het scheppen van banen en de mogelijkheid om nieuwe ervaring op te doen op de werkplek. Anderzijds is het betreurenswaardig dat dit in twee jaar tijd nog maar de tweede aanvraag is die Portugal heeft ingediend bij het Europees Fonds voor de globalisering tot rechtstreekse steun voor de werknemers in de regio Norte. Gelet op de hoge werkloosheidscijfers en de slechte toestand van de overheidsfinanciën in Portugal en gelet ook op de economische recessie die in 2011 zal volgen op de onlangs genomen bezuinigingsmaatregelen, heeft de regering de plicht om competenter op te treden bij het aanvragen van deze bijdragen voor de concrete ondersteuning van werkloze werknemers.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Het Europees Parlement heeft zijn goedkeuring gehecht aan de beschikbaarstelling van 2,4 miljoen euro uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) als steun voor de ontslagen werknemers van het bedrijf Qimonda. De aanvraag voor deze steunverlening is op 17 december 2009 door de Portugese regering ingediend. Het betreft de beschikbaarstelling van 2 405 671 euro uit het EFG aan Portugal in verband met de 839 ontslagen bij Qimonda Portugal S.A. die tussen 8 juni en 8 oktober vorig jaar plaatsvonden. De totale kosten van dit pakket zijn naar schatting 3,7 miljoen euro waarvan 2,4 miljoen (dat wil zeggen 65 procent van de totale kosten) is aangevraagd bij het EFG.

Helaas waren de Commissie en de Raad niet bereid in te grijpen toen het nog mogelijk was het bedrijf open te houden en het ontslag van de werknemers door deze Duitse multinational te voorkomen. Pas nu het te laat is wordt deze zeer magere steun verleend aan de werklozen.

Dit is de zestiende aanvraag die behandeld wordt in het kader van de begroting 2010. De volgende maatregelen maken er deel van uit: erkenning van vaardigheden, beroepsopleiding, scholing en steun voor het oprichten van een bedrijf, steun voor het starten als zelfstandige en prikkels voor aanwerving en beroepservaring die is opgedaan op de arbeidsplaats.

Deze ontslagen zijn gevallen in de regio Norte. Bij een eerdere aanvraag in 2009 voor ontslagen in de textielindustrie is er door het EFG 832 000 euro aan die regio beschikbaar gesteld.

 
  
MPphoto
 
 

  Giovanni La Via (PPE), schriftelijk. (IT) Ik heb voor de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) aan Portugal gestemd, omdat ik van oordeel ben dat het een waardevol instrument is om steun te verlenen aan werknemers die moeilijkheden ondervinden als gevolg van de economische crisis.

Het EFG is in 2006 opgericht om praktische bijstand te verlenen aan werknemers die ontslagen zijn als gevolg van de verplaatsing van hun bedrijven, en sinds de wijziging van 2009 ook als gevolg van de economische crisis. Doel is hen te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt. Wij hebben hier vandaag gestemd over een verzoek om steun uit het EFG ten bedrage van 2 405 671 euro voor 839 werknemers van Qimonda Portugal, S.A., een elektronicabedrijf.

Tot besluit wil ik nog signaleren dat ik ingenomen ben met de aanneming van het verslag. Hiermee bewijzen wij immers dat het EFG een nuttig en doeltreffend instrument is om werkloosheid als gevolg van de globalisering en de economische crisis te bestrijden.

 
  
MPphoto
 
 

  Willy Meyer (GUE/NGL), schriftelijk. – (ES) Ik heb gestemd vóór dit verslag over de besteding van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG). In dit geval gaat het om 839 ontslagen die gevallen zijn bij Qimonda AG, een multinationale onderneming die actief is in de elektronicasector in de NUTS II-regio in het noorden van Portugal. Het EFG verstrekt extra steun aan werknemers die te lijden hebben onder de gevolgen van grote structurele veranderingen in de patronen van de wereldhandel, en geeft steun aan hun terugkeer naar de arbeidsmarkt. Portugal heeft een aanvraag om steun uit het EFG ingediend voor de ontslagen in de automobielsector die overeenstemmen met de verordening van het fonds. Er moet nu gegarandeerd worden dat het EFG de terugkeer naar de arbeidsmarkt van de ontslagen werknemers ondersteunt, ofschoon de steun van het EFG niet in de plaats mag komen van maatregelen die volgens de nationale wetgeving of collectieve overeenkomsten de verantwoordelijkheid van de ondernemingen zijn, of van maatregelen tot herstructurering van ondernemingen of sectoren.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk.(PT) Gelet op het feit dat Portugal om steun heeft verzocht naar aanleiding van 839 ontslagen bij Qimonda S.A., een multinational die actief is in de elektronicasector in de NUTS II-regio Noord-Portugal, heb ik voor deze resolutie gestemd. Ik kan mij vinden in het Commissievoorstel zoals geamendeerd door het Parlement.

Graag vraag ik hier uw aandacht voor de volgende punten die mijns inziens van bijzonder belang zijn: (1) het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) ondersteunt de terugkeer op de arbeidsmarkt van ontslagen werknemers zonder de bedrijven van hun verantwoordelijkheid te ontslaan; (2) in het kader van de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG heeft de Commissie een alternatieve bron van betalingskredieten naast niet-bestede middelen uit het Europees sociaal fonds voorgesteld, in overeenstemming met de wens van het Parlement; (3) de werking en de toegevoegde waarde van het EFG moeten worden beoordeeld in de context van de algemene evaluatie van de op basis van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 ingevoerde programma's en diverse andere instrumenten tijdens de tussentijdse herziening van het meerjarig financieel kader 2007-2013; (4) in het Commissievoorstel wordt informatie gegeven over de toepassing en een analyse van de subsidiabiliteitscriteria en uitleg van de redenen voor het verlenen van goedkeuring verstrekt, hetgeen overeenstemt met de wensen van het Parlement.

 
  
MPphoto
 
 

  Miguel Portas (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Natuurlijk heb ik voor het financiële besluit gestemd om middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) ter beschikking te stellen voor de werknemers en werkneemsters die bij Qimonda in Portugal zijn ontslagen.

We moeten echter vaststellen dat het besluit aan de late kant komt en dat het geld nog later in Portugal zal arriveren, namelijk pas eind november, begin december. Dat had niet zo hoeven te lopen en het zou ook niet zo moeten lopen. Het EFG kan en moet gestroomlijnd worden zodat de slachtoffers van collectief ontslag niet, zoals in dit geval, 17 maanden hoeven te wachten op steun die urgent heet te zijn.

Europa, dat uiterst vriendelijk is geweest voor het financieel kapitaal, kan zich niet ondankbaar blijven tonen ten opzichte van de slachtoffers van de crisis.

 
  
MPphoto
 
 

  Paulo Rangel (PPE), schriftelijk. (PT) Gelet op het feit dat Portugal om steun heeft verzocht naar aanleiding van 839 ontslagen bij Qimonda S.A., een multinational die actief is in de elektronicasector in de NUTS II-regio Noord-Portugal, heb ik voor deze resolutie gestemd. Ik kan mij vinden in het Commissievoorstel zoals geamendeerd door het Parlement. Bovendien onderschrijf ik de eis dat de toelichting van het Commissievoorstel moet voorzien in heldere en gedetailleerde informatie over de toepassing van het fonds, en een analyse van de subsidiabiliteitscriteria en uitleg van de redenen voor het verlenen van goedkeuring moet bevatten, hetgeen overeenstemt met de wensen van het Parlement.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Portugal heeft om steun gevraagd in verband met 839 ontslagen bij Qimonda AG, een internationaal bedrijf dat actief is in de elektronicasector van de NUTS II-regio Norte. De aanvraag voldoet aan de criteria voor subsidiabiliteit van de EFG-verordening. Het Europees Parlement roept in zijn resolutie de betrokken instellingen op zich de nodige inspanningen te getroosten om de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG te bespoedigen. Het brengt in herinnering dat de instellingen zich ertoe verbonden hebben een probleemloze en snelle procedure te garanderen voor de goedkeuring van de besluiten betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG, met als doel tijdelijk en eenmalig individuele steun te verlenen aan werknemers die als gevolg van de globalisering en de financiële en economische crisis werkloos geworden zijn. Het benadrukt de rol die het EFG kan vervullen om ontslagen werknemers te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Teixeira (PPE), schriftelijk. (PT) Het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is een wetgevings- en begrotingsinstrument dat in het leven is geroepen om extra steun te geven aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ondervinden. Gelet op het feit dat Portugal om steun heeft verzocht voor 839 werknemers die ontslagen zijn door Qimonda S.A., een multinational die actief is in de elektronicasector in de NUTS II-regio Noord-Portugal, verheugt het mij dat het verslag van het Parlement is aangenomen. Ik hoop dat de steun op zo dynamisch en doeltreffend mogelijke wijze zal worden toegekend, via een eenvoudige en snelle procedure. Doel is immers om deze werknemers, die ontslagen zijn als gevolg van de globalisering en de economische en financiële crisis, in de gelegenheid te stellen terug te keren op de arbeidsmarkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Angelika Werthmann (NI), schriftelijk. (DE) In de multinational Qimonda S.A., die actief is in de elektronicasector in de NUTS II-regio Noord-Portugal, zijn als gevolg van de wereldwijde financiële en economische crisis 839 ontslagen gevallen. Het bedrag ter waarde van 2 405 671 euro dat uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering beschikbaar is gesteld, zal worden gebruikt om een gecoördineerd pakket van individuele dienstverlening te financieren dat zal worden aangevuld met nationale maatregelen en bedrijfsmaatregelen.

 
  
  

Verslag-Matera (A7-0272/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Izaskun Bilbao Barandica (ALDE), schriftelijk. – (ES) Ik sta achter de toekenning van 2 752 935 euro uit het EFG aan Catalonië als extra steun voor de 1 429 werknemers die ontslagen zijn bij 23 bedrijven die zich bezighielden met de productie van motorvoertuigen, aanhangwagens en opleggers, als gevolg van structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen. Deze ontslagen hebben plaatsgevonden in een periode van negen maanden, van 23 februari 2009 tot 22 november 2009.

Deze steun moet worden gebruikt voor ondersteuning van de terugkeer van de ontslagen werknemers naar de arbeidsmarkt, die in 25 procent van de gevallen geen basisonderwijs genoten hebben of de basisschool voortijdig verlaten hebben, en die in 40 procent van de gevallen slechts basisonderwijs hebben. Zo’n 75 procent van hen zijn mannen, en 25 procent is ouder dan 44 jaar. Deze steun mag onder geen voorwaarde in plaats komen van de verantwoordelijkheden die ondernemingen hebben krachtens de nationale wetgeving of collectieve overeenkomsten, of in de plaats van maatregelen voor de herstructurering van ondernemingen of sectoren. Zoals is gesteld in het verslag van de Begrotingscommissie, zal moeten worden toegelicht waarom 23 procent van de werknemers niet wordt opgenomen onder de profielschetsen, en welke maatregelen geboden worden aan deze werknemers in het bijzonder.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk. (PT) Gelet op het feit dat Spanje om steun heeft verzocht naar aanleiding van 1 429 ontslagen in 23 bedrijven die vallen onder afdeling 29 van de NACE Rev. 2 (vervaardiging van auto's, aanhangwagens en opleggers) heb ik voor deze resolutie gestemd. Ik kan mij vinden in het voorstel van de Commissie zoals geamendeerd door het Parlement. Voorts onderschrijf ik dat het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering moet bijdragen tot de herintegratie van elke afzonderlijke ontslagen werknemer en wil ik onderstrepen dat uit het EFG afkomstige steun niet in de plaats mag komen van maatregelen waartoe bedrijven verplicht zijn krachtens hun nationale wetgeving of collectieve overeenkomsten, of van maatregelen ter herstructurering van bedrijven of bedrijfstakken.

 
  
MPphoto
 
 

  Mário David (PPE), schriftelijk. (PT) Het toekennen van financiële steun aan werknemers die ontslagen zijn als gevolg van de globalisering moet geval per geval worden bestudeerd. Doel moet zijn om de terugkeer van deze werklozen op de arbeidsmarkt te waarborgen. Daarom is het belangrijk te onderstrepen dat deze bijstand niet bedoeld is als vervangmiddel voor de maatregelen die onder de verantwoordelijkheid van de bedrijven vallen of om bedrijven te financieren of te herstructureren. In dit kader bekrachtigt de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie het belang van zo eenvoudig en snel mogelijke procedures voor de goedkeuring van besluiten tot beschikbaarstelling van de middelen van het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG). Gelet op het feit dat Spanje om steun heeft verzocht voor 1 429 ontslagen werknemers uit 23 bedrijven in de regio Catalonië heb ik voor dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk. (PT) Ik heb voor het verslag gestemd over de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering ten behoeve van de automobielsector in de Spaanse regio Catalonië. Met dat besluit kan er extra steun worden gegeven aan de werknemers in Catalonië die de gevolgen van de grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ondervinden en kunnen die werknemers tevens geholpen worden bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) Als ik aan de crisis in deze sector denk, hoor ik opnieuw de woorden van de voormalige Spaanse premier José María Aznar, die vertelde hoe verbaasd de voormalige Amerikaanse president George W Bush was toen hij vernam dat het belangrijkste Spaanse exportartikel geen landbouwproduct was maar auto’s. Hieruit blijkt dat de oude stereotypen over de economieën van Zuidwest-Europa niet langer gelden, en dat is een goede zaak.

Helaas zijn de inspanningen die met name door de regering van de Partito Popular zijn geleverd om de Spaanse industrie te moderniseren als gevolg van de huidige wereldwijde crisis op de helling komen te staan. In de Europese Unie is de vraag naar auto’s sterk teruggevallen en in het tweede trimester van 2009 is de productie met bijna 40 procent gedaald. Deze situatie brengt nog meer banen in gevaar, niet alleen in Spanje maar overal in de Europese Unie.

Ik maak mij zorgen over deze terugval en hoop dat de Spaanse economie in staat is aan de crisis het hoofd te bieden. Immers, de beschikbaarstelling van middelen uit dit fonds is slechts een deel van de oplossing.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. (PT) Dit voorstel inzake een steunplan voor 1 429 voormalige werknemers van 23 fabrikanten van motorvoertuigen, opleggers en aanhangwagens uit de regio Catalonië, Spanje, is dringend noodzakelijk met het oog op de technische en beroepsmatige ontwikkeling van een groot aantal Europeanen die rechtstreeks getroffen zijn door de huidige wereldwijde economische en financiële crisis. Ongeveer 25 procent van de werknemers op wie dit plan van toepassing is, zijn niet of slechts voor korte tijd naar school geweest en ruim 40 procent heeft slechts basisonderwijs genoten. De lage scholings- en opleidingsniveaus van arbeidskrachten in belangrijke Europese productiesectoren zijn een groot probleem in het licht van de doelstellingen van de EU 2020-strategie. Om een duurzame, slimme en inclusieve groei te waarborgen is een strategie nodig die voorziet in een hogere efficiëntie en rentabiliteit van de middelen die de lidstaten en de Europese burgers tot hun beschikking hebben, waaronder de steun uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG). In het geval van het EFG is dit jaar slechts gebruik gemaakt van iets meer dan 10 procent van het bedrag ter waarde van 500 miljoen euro dat in de begroting is opgenomen. Dat is onaanvaardbaar gelet op de hoge werkloosheidscijfers in Europa en de toenemende moeilijkheden om een nieuwe baan te vinden.

 
  
MPphoto
 
 

  Giovanni La Via (PPE), schriftelijk. (IT) Ik heb voor de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering aan Spanje gestemd, omdat ik van oordeel ben dat dit instrument een waardevol instrument is om steun te verschaffen aan werknemers die als gevolg van de economische crisis in moeilijkheden verkeren.

Het EFG is in 2006 opgericht om praktische bijstand te verlenen aan werknemers die ontslagen zijn als gevolg van de verplaatsing van hun bedrijven, en sinds de wijziging van 2009 ook als gevolg van de economische crisis. Doel is hen te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt. Het verslag dat wij hier vandaag hebben aangenomen, heeft betrekking op een steunaanvraag van Spanje waarin sprake is van 1 429 werknemers van 23 verschillende bedrijven uit de auto-industrie. Het gaat om een totaal bedrag van 2 752 935 euro.

Ten slotte wil ik nog signaleren dat de stemming van vandaag over de vier verslagen betreffende de beschikbaarstelling van een totaalbedrag van ongeveer 14 miljoen uit het EFG heeft aangetoond dat het fonds een nuttig en doeltreffend instrument is om werkloosheid ten gevolge van de globalisering en de economische crisis te bestrijden.

 
  
MPphoto
 
 

  Willy Meyer (GUE/NGL), schriftelijk. – (ES) Ik heb voor dit verslag gestemd over de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) aan de autonome gemeenschap Catalonië, met name aan de 1 429 gedwongen ontslagen werknemers van 23 bedrijven in de NUTS II-regio Catalonië die vallen onder afdeling 29 van de NACE revisie 2 (vervaardiging van auto’s, aanhangwagens en opleggers). Het EFG biedt steun aan werknemers die het slachtoffer zijn van de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen en helpt hen opnieuw werk te vinden. Spanje heeft een aanvraag gedaan voor middelen uit het EFG voor gedwongen ontslagen in de automobielindustrie, die in overeenstemming zijn met de verordening van het fonds. Nu moet worden gegarandeerd dat het EFG ontslagen werknemers helpt om terug te keren naar de arbeidsmarkt, ondanks het feit dat de steun uit het EFG geen vervanging mag zijn van de maatregelen die overeenkomstig de nationale wetgeving of collectieve overeenkomsten onder de verantwoordelijkheid van de bedrijven vallen, of van maatregelen om bedrijven of sectoren te hervormen.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk. – (PT) Aangezien Spanje een steunaanvraag heeft ingediend in verband met 1 429 gedwongen ontslagen in 23 bedrijven in de NUTS II-regio Catalonië die vallen onder afdeling 29 van NACE revisie 2 (vervaardiging van auto’s, aanhangwagens en opleggers), heb ik vóór de resolutie gestemd omdat ik het eens ben met het voorstel van de Commissie en met de amendementen die door het Parlement zijn ingediend.

Ik zou de aandacht willen vestigen op de volgende, bijzonder relevante aspecten: (1) het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) ondersteunt de herintegratie op de arbeidsmarkt van ontslagen werknemers, zonder de bedrijven van hun verantwoordelijkheden te ontslaan; (2) de Commissie heeft in verband met de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG een voorstel gedaan voor alternatieve bronnen van betalingskredieten in plaats van ongebruikte middelen uit het Europees Sociaal Fonds, zoals het Parlement ook heeft gevraagd; (3) de werking en meerwaarde van het EFG moeten worden geëvalueerd in het kader van de algemene beoordeling van de programma’s en andere instrumenten die met het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 in het leven zijn geroepen in de context van de tussentijdse herziening van het meerjarig financieel kader 2007-2013; (4) het voorstel van de Commissie omvat informatie over de aanvraag, een analyse van de subsidiabiliteitscriteria en een uitleg over de redenen voor de goedkeuring, zoals het Parlement eveneens heeft verzocht.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Spanje heeft om steun gevraagd in verband met 1 429 ontslagen bij 23 bedrijven die vallen onder afdeling 29 (Vervaardiging van auto's, aanhangwagens en opleggers) van de NACE Rev. 2 en die actief zijn in de NUTS II-regio Catalonië. De aanvraag voldoet aan de subsidiabiliteitscriteria van de EFG-verordening. Als Catalaan vind ik het heuglijk dat het Parlement heeft besloten de betrokken instellingen te verzoeken zich de nodige inspanningen te getroosten om de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG te bespoedigen, en om in herinnering te brengen dat de instellingen zich ertoe verbonden hebben een probleemloze en snelle procedure te garanderen voor de goedkeuring van de besluiten betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG, met als doel tijdelijk en eenmalig individuele steun te verlenen aan werknemers die als gevolg van de globalisering en de financiële en economische crisis werkloos zijn geworden. Het Parlement heeft tevens de rol benadrukt die het EFG kan vervullen om ontslagen werknemers te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Silvia-Adriana Ţicău (S&D), schriftelijk. – (RO) In januari 2010 heeft Spanje een aanvraag ingediend tot de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) met het oog op de gedwongen ontslagen in 23 bedrijven in de regio Catalonië die zich bezighouden met de vervaardiging van auto’s, aanhangwagens en opleggers. Ik heb voor de resolutie van het Europees Parlement over de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG voor hulp aan ontslagen werknemers gestemd. De ontslagen vielen in het kader van de financiële en economische crisis, waardoor de vraag naar voertuigen in Spanje en de rest van de wereld pijlsnel instortte.

Tussen februari en november 2009 vielen er alleen al in de regio Catalonië 2 330 gedwongen ontslagen, waarvan 75 procent mannen waren en bijna 25 procent ouder dan 55. Ik sta achter de financiële steun aan en bijscholing van de ontslagen werknemers, zodat zij een nieuwe baan vinden en deze zo lang mogelijk kunnen uitoefenen.

 
  
MPphoto
 
 

  Angelika Werthmann (NI), schriftelijk. – (DE) De beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering zal ten goede komen aan 1 429 werknemers in de sector die zich bezighoudt met de vervaardiging van auto’s, aanhangwagens en opleggers in de Spaanse regio Catalonië. De Commissie heeft voorgesteld om in dit specifieke geval 2 752 935 euro uit het fonds beschikbaar te stellen om de ontslagen werknemers van in totaal 23 bedrijven opnieuw aan een baan te helpen. De aanvraag, die in april werd aangevuld met extra informatie, voldoet namelijk aan de voorwaarden voor een financiële bijdrage uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering.

 
  
  

Verslagen - Matera (A7-0270/2010, A7-0269/2010, A7-0271/2010, A7-0272/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Jahr (PPE), schriftelijk. (DE) Ik ben heel blij dat het Europees Parlement vandaag heeft besloten om een groot aantal mensen te helpen die getroffen zijn door de globalisering. De Europese middelen moeten nu echter snel en onbureaucratisch beschikbaar worden gesteld, zodat deze mensen zo snel mogelijk een nieuwe baan kunnen vinden. Dit is een belangrijke en goed zichtbare bijdrage van de Europese Unie, die deze mensen duidelijk zal laten zien dat de EU individuele mensen wil en kan helpen in noodsituaties. We moeten ons echter ook inspannen om op een zinvolle manier vorm te geven aan de globalisering. Het is daarom belangrijk dat de Europese Unie zich inzet voor eerlijke concurrentievoorwaarden in internationale economische betrekkingen. Dit zal de benadeling van afzonderlijke sectoren van meet af aan kunnen voorkomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Crescenzio Rivellini (PPE), schriftelijk. – (IT) Ik zou mevrouw Matera van harte willen feliciteren met het fantastische werk dat ze heeft verricht. Ik heb vandaag voor de vier steunaanvragen gestemd voor werknemers die hun baan hebben verloren in Spanje, Denemarken, Nederland en Portugal. Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) werd in 2006 opgericht met een maximum van 500 miljoen euro om werklozen te helpen bij het vinden van een nieuwe baan, om specifieke scholing te financieren, om werknemers te helpen bij het opzetten van een eigen bedrijf en om tijdelijke uitkeringen te voorzien in de vorm van mobiliteitsubsidies, subsidies voor werkzoekenden, opleidingssubsidies en subsidies voor herintegratie op de arbeidsmarkt.

Het EFG blijkt voldoende flexibel en biedt bijstand in specifieke gevallen in veel regio’s van Europa. We moeten echter al het noodzakelijke doen om de beschikbaarstelling van deze middelen te versnellen, vooral met oog op de positieve rol ervan in de bestrijding van de economische crisis.

 
  
  

Verslag-Fraga Estévez (A7-0260/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk. – (PT) Ik ben verheugd over dit verslag waarmee een regeling wordt getroffen voor de tenuitvoerlegging van dit verdrag en de aanbevelingen van de visserijcommissie voor het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan (NEAFC). Daardoor kunnen controle- en handhavingsmaatregelen worden genomen voor alle vissersvaartuigen die gebruikt worden voor de visserij op visbestanden, of daarvoor bedoeld zijn. Enkele van deze bepalingen werden opgenomen in EU-wetgeving via de verordeningen en quota voor de totaal toegestane vangsten (TAC). De rapporteur is terecht van mening dat deze vroegere methode moet worden afgewezen omdat de wetgeving te verwarrend wordt en een negatieve impact heeft op de geloofwaardigheid van de EU. De tenuitvoerlegging van maatregelen van de regionale visserijorganisaties (RVO’s) voor de bestrijding van illegale visserij moet de hoogste prioriteit krijgen, zodat de in dit verdrag opgenomen controle- en handhavingsregeling snel wordt omgezet in EU-wetgeving. Daarbij moet het Parlement volledig en tijdig op de hoogte worden gebracht van alle fasen van de onderhandelingen met de RVO’s en ervoor zorgen dat zijn waarnemers aanwezig zijn bij de onderhandelingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Vito Bonsignore (PPE), schriftelijk. – (IT) Allereerst wil ik de rapporteur complimenteren. Ik heb voor dit verslag gestemd omdat ik het ermee eens ben dat de controle- en handhavingsregeling van het verdrag over toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan moet worden omgezet in EU-wetgeving. Ik ben over het algemeen verheugd over de nieuwe verordeningen inzake de controle van vissersvaartuigen die aan illegale en ongemelde visvangst doen. Deze zijn het onderwerp van het verslag dat we zojuist hebben aangenomen.

Ik ben het ook eens met het nieuwe systeem voor havenstaatcontrole, dat Europese havens gesloten houdt voor de aanvoer en overlading van bevroren vis die door de vlaggenstaat van een buitenlands vissersvaartuig niet wettelijk zijn bevonden. Ik ben echter van mening dat wanneer deze veranderingen zijn omgezet enkele compromisoplossingen moeten worden geëvalueerd en enige aanpassingen moeten worden gedaan, voor zover deze haalbaar zijn in het kader van het verdrag zelf. Tot slot ben ik ervan overtuigd dat de omzetting sneller en doeltreffender kan plaatsvinden als het Parlement voortdurend op de hoogte wordt gehouden van alle fasen van de onderhandelingen. Daartoe moet worden gegarandeerd dat waarnemers van het Parlement aan de onderhandelingstafel zitten.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk. – (PT) Het is voor de Europese Unie van levensbelang dat een communautair systeem wordt ingevoerd om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen. De voorgestelde verordeningen moeten maatregelen bevatten voor de vangstmogelijkheden en bijbehorende voorwaarden in de communautaire wateren en, voor communautaire vissersvaartuigen, in wateren waar vangstbeperkingen noodzakelijk zijn. Het is van fundamenteel belang dat dit in overeenstemming gebeurt met de doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid en dat het bijdraagt aan duurzame ontwikkeling.

 
  
MPphoto
 
 

  Lara Comi (PPE), schriftelijk. – (IT) Het is een goede methode om de inhoud van verdragen te herzien en bij te werken, zoals ook hier is gebeurd. Tegelijkertijd is het echter terecht om de rol van het Parlement bij deze herziening aan de orde te stellen. Los van formele zaken moet er voortdurend worden toegezien op de werking van organen die verbonden zijn aan de Europese instellingen om te waarborgen dat deze doeltreffend, efficiënt en actueel zijn en in staat om te reageren op uitdagingen die kunnen veranderen nadat de desbetreffende overeenkomst is ondertekend.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk. (PT) Ik heb voor het verslag gestemd over een controle- en handhavingsregeling voor het gebied dat onder het verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan valt, daar het een nieuw systeem voor controle en handhavingsmaatregelen introduceert met als doel de instandhouding en het evenwichtig gebruik van de visbestanden in de regio. Onder het voorstel valt de controle van vaartuigen die zich bezighouden met illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij, evenals een regeling voor controles die de havenstaat moet uitoefenen waar de visproducten worden aangeland.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. – (PT) Gezien het belang van de visserij voor Europa (als economische activiteit die voor banen en welvaart zorgt, maar ook als voedselbron voor de mens) moeten we elke verordening die de Europese vissers nieuwe en strengere verplichtingen oplegt altijd zeer zorgvuldig bestuderen.

Het onderhavige voorstel beoogt de actualisering van de EU-verordeningen die voorzien in een omzetting van de controle- en handhavingsregeling zoals aangenomen door het verdrag van de visserijcommissie voor het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan (NEAFC). Dergelijke maatregelen dienen hoofdzakelijk ter bevordering van de naleving van de regels van het verdrag door vaartuigen van niet-verdragsluitende partijen en zijn ook gericht op de invoering van een nieuw controlesysteem door de havenlidstaat. Dit voorkomt dat bevroren vis waarvan de wettigheid niet is bewezen in Europese havens wordt aangeland.

Bovendien worden hiermee nieuwe maatregelen geïntroduceerd, zoals de controle op vaartuigen die aan illegale, ongemelde en ongereglementeerde visvangst doen. Ik ben van mening dat deze maatregelen uiteindelijk dienen om de Europese vissers te beschermen tegen de aanvoer op de Europese markt van vis die niet voldoet aan communautaire regels, en dat moeten we verwelkomen.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. (PT) Ik heb voor dit document gestemd omdat ik de visie deel dat de controle- en handhavingsregeling die in het kader van het Verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan is aangenomen, in EU-wetgeving moet worden omgezet. Van de nieuwe regels noem ik speciaal de controle op illegale en ongemelde vissersvaartuigen en het nieuwe systeem voor havenstaatcontrole, dat de Europese havens effectief gesloten houdt voor de aanvoer en de overlading van bevroren vis die door de vlaggenstaat van vissersvaartuigen die onder de vlag van een andere verdragsluitende partij varen niet wettelijk is bevonden. In 2007 en 2008 was het Parlement niet vertegenwoordigd bij de jaarvergadering van de visserijcommissie voor het noordwestelijke deel van de Atlantische Oceaan. Daarom kan ik het niet nalaten om op te merken dat gelet op het Verdrag van Lissabon het Parlement vertegenwoordigd moet zijn bij toekomstige gesprekken over internationale verdragen die betrekking hebben op dit onderwerp.

 
  
MPphoto
 
 

  João Ferreira (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) De voorgestelde controleregeling omvat bepalingen die tot doel hebben de naleving van instandhoudings- en handhavingsmaatregelen door schepen van verdragsluitende partijen te bevorderen en op die manier een volledige eerbiediging van de instandhoudings- en beheersmaatregelen van het verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan (NEAFC-verdrag) te verzekeren. Het gaat erom de gaten in de controleregeling te dichten, met name wat betreft illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserijactiviteiten. Wij stemmen daar mee in.

De rapporteur is van mening dat de lidstaten waarvan de schepen vergunning hebben om in de zone te vissen die onder de regelgeving van de NEAFC valt, voldoende inspectiemiddelen ter beschikking moeten stellen voor deze regeling. Het is van belang erop te wijzen dat de controle van visserijactiviteiten tegenwoordig hogere eisen aan de lidstaten stelt, zowel in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) als in het kader van de regionale visserijorganisaties.

Daarom zijn we van mening dat het raadzaam is zich te herbezinnen op de financiële middelen die zijn uitgetrokken voor de controle, in het bijzonder wat betreft de maximumcofinancieringspercentages in de verordening betreffende financieringsmaatregelen voor het GVB voor de aanschaf, ontwikkeling en/of modernisering van controle-uitrusting door de lidstaten. Om die reden hebben we met het oog op de lopende herzieningsprocedure van deze verordening een verhoging van het huidige percentage van 50 procent naar 75 procent voorgesteld.

 
  
MPphoto
 
 

  Pat the Cope Gallagher (ALDE), schriftelijk. (GA) Het Verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan, waar de EU nu partij bij is geworden, is in 1982 in werking getreden.

Het doel van het verdrag is de instandhouding op lange termijn en de maximale benutting van de visbestanden in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan, in het belang van de samenleving, de duurzaamheid en het milieu. Er kunnen controle- en uitvoeringsmaatregelen worden ingevoerd om ervoor te zorgen dat dit verdrag en de door de visserijcommissie voor het noordwestelijke deel van de Atlantische Oceaan (NEAFC) aangenomen aanbevelingen ook daadwerkelijk worden uitgevoerd. Deze aanbevelingen hebben betrekking op alle vaartuigen die worden gebruikt voor visserijactiviteiten met betrekking tot de in het verdrag genoemde visbestanden.

Het voorstel heeft tot doel om de wetgeving van de Unie up-to-date te maken. In 2006 heeft de NEAFC een nieuwe regeling aangenomen om de controle en tenuitvoerlegging van haar aanbevelingen te verbeteren. Een andere verandering is dat het systeem voor havenstaatcontrole, dat verbiedt dat bevroren vis die door de vlaggenstaat van buitenlandse vissersvaartuigen niet wettelijk is bevonden in Europese havens wordt aangevoerd of overgeladen, nu ook is opgenomen. Ook omvat het voorstel nieuwe maatregelen voor de regulering van illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij.

 
  
MPphoto
 
 

  Giovanni La Via (PPE), schriftelijk. (IT) Ik heb mijn stem gegeven aan het voorstel voor een verordening tot vaststelling van een controle- en handhavingsregeling voor het gebied dat wordt bestreken door het verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan, dat door de EU is ondertekend, omdat deze regeling naar mijn mening in de EU-wetgeving moet worden omgezet. In 2006 heeft de visserijcommissie voor het noordwestelijke deel van de Atlantische Oceaan een nieuwe regeling aangenomen om de controle en tenuitvoerlegging van haar aanbevelingen te verbeteren, en daarna hebben de Europese Unie en het Europees Parlement allebei verklaard voor de aanneming van deze aanbevelingen te zijn. Er bestaat vooral krachtige steun voor de nieuwe bepalingen inzake de invoering van een systeem voor havenstaatcontrole, dat de Europese havens gesloten zal houden voor de aanvoer en de overlading van bevroren vis die door de autoriteiten van de staat in kwestie niet wettelijk is bevonden. Kort gezegd passen deze aanbevelingen de al van kracht zijnde regeling aan aan de huidige eisen, en daarom ben ik van mening dat het nuttig is om ze snel om te zetten.

 
  
MPphoto
 
 

  Marisa Matias (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) De strijd tegen illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij is essentieel om de duurzaamheid van onze visbestanden en een rechtvaardige en billijke verdeling van de rijkdom te garanderen. Het bestaan zelf van de vissersgemeenschap is van die uitgangspunten afhankelijk.

De controle van alle vissersvaartuigen die gebruikt worden of zullen worden in de gebieden die onder het verdrag vallen en handhavingsmaatregelen zijn in dit verband van groot belang. Dit verslag zet stappen in deze richting; wij zouden ons er allemaal voor moeten inzetten en het verder moeten verdiepen. Het voorkomen, beletten en elimineren van illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserijactiviteiten moet een prioriteit zijn van het gemeenschappelijk visserijbeleid.

 
  
MPphoto
 
 

  Willy Meyer (GUE/NGL), schriftelijk. – (ES) Het Europees Parlement heeft al verschillende malen onderstreept dat absolute prioriteit moet worden gegeven aan maatregelen ter bestrijding van illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij door regionale visserijorganisaties (de OROP’s). Bijgevolg is de rapporteur van oordeel dat de controle- en uitvoeringsregeling die is aangenomen door de NEAFC, de visserijcommissie voor het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan, op korte termijn in EU-recht moet worden opgenomen. Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad, waarbij een communautair systeem is ingesteld voor het voorkomen, ontmoedigen en afrekenen met illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij (de INDNR-Verordening), is op 1 januari 2010 van kracht geworden. Verordening (EG) nr. 1006/2008 van de Raad, betreffende de machtiging tot het verrichten van visserijactiviteiten door communautaire vissersvaartuigen buiten communautaire wateren en de toegang van vaartuigen van derde landen tot communautaire wateren, bepaalt dat vissersvaartuigen van de Europese Unie verplicht zijn om een visserijvergunning in hun bezit te hebben voor het verrichten van visserijactiviteiten buiten EU-wateren. Daarom heb ik voor het verslag-Fraga gestemd, omdat ik vind dat er moet worden gecontroleerd op illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Mirsky (S&D), schriftelijk. (LV) Samenwerking in het visserijgebied in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan betekent in de eerst plaats eerlijke quota voor alle deelnemers. De rechtsgrondslag die wordt ingevoerd en die op alle deelnemers van toepassing moet zijn, moet zijn gebaseerd op logica. Niemand mag exclusieve rechten hebben om de Atlantische visbestanden te exploiteren. Ik heb vóór gestemd in de hoop dat de wetgeving zal zorgen voor gelijke kansen en gelijke aansprakelijkheid in alle gevallen van inbreuk op de bepalingen, zonder dat er favorieten en buitenstaanders zijn, zoals zo vaak het geval is wanneer er wetgeving wordt opgesteld die de belangen van de grote EU-landen moet dienen.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Stijgende inkomens en verbeterde infrastructuur leiden ook in ontwikkelingslanden tot een grotere consumptie van vis. De hoeveelheid gevangen vis neemt nu al jaarlijks toe en zal dus blijven groeien. Studies hebben aangetoond dat als visbestanden in oceanen en binnenwateren groeien dit voornamelijk het gevolg is van aquacultuur. Met steeds grotere vloten wordt geprobeerd om vis te vangen uit steeds kleinere bestanden. Om een halt toe te roepen aan de genadeloze overbevissing is het belangrijk om controle- en handhavingsregelingen in te voeren. Berichten van vissers die als lijfeigenen gevangen worden gehouden op volle zee en zich kapot moeten werken voor heel weinig geld onder omstandigheden die lijken op slavernij, zijn ook reden voor bezorgdheid. Als we willen dat ons nageslacht de smaak van vis kent, zijn controles essentieel. Desondanks is op zijn minst een gedeeltelijke hernationalisatie van het visserijbeleid zinvol, zodat het mogelijk is om regionale problemen uitgebreid aan te pakken. Ik heb dienovereenkomstig gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Wojciech Michał Olejniczak (S&D), schriftelijk. (PL) In het verslag wordt het verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan genoemd, dat op 17 maart 1982 van kracht is geworden. De visserijcommissie voor het noordwestelijke deel van de Atlantische Oceaan (NEAFC) is ingesteld om toezicht te houden op de naleving van de aanbevelingen die in dat document worden gedaan.

In het verslag wordt nadrukkelijk gewezen op het belang van de nodige controle- en handhavingsmaatregelen, die van toepassing moeten zijn op alle vissersvaartuigen die gebruikt worden of bestemd zijn voor visserijactiviteiten met betrekking tot visbestanden in het verdragsgebied. Het belangrijkst is dat er maatregelen worden genomen om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te bestrijden. Deze maatregelen moeten worden gehandhaafd door de regionale visserijorganisaties (RVO's). Daarom is de verandering van de controle- en handhavingsregeling, als aangenomen door de NEAFC, een prioriteit en moet deze regeling zo snel mogelijk worden omgezet in EU-wetgeving.

De rapporteur benadrukt ook dat het belangrijk is om ervoor te zorgen dat vissersvaartuigen uit de EU verplicht zijn om een vergunning te hebben om buiten de EU-wateren te vissen. Door dit verslag kunnen we de nu nog bestaande mazen in de wet ten aanzien van de Europese vloot dichten, wat de geloofwaardigheid van de EU op dit gebied zal vergroten en zal bijdragen aan de bestrijding van illegale visserij.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk. (PT) Het voorstel voor een verordening van het Parlement en de Raad tot vaststelling van een controle- en handhavingsregeling voor het gebied dat onder het verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan valt, is van het allergrootste belang voor de tenuitvoerlegging van het controle- en handhavingsregeling die is aangenomen door de visserijcommissie voor het noordwestelijke deel van de Atlantische Oceaan (NEAFC).

Zoals andere keren dat aanbevelingen van de regionale visserijorganisaties (RVO's) in de EU-wetgeving inzake visserij zijn geïntegreerd, is ook hier weer het doel de controles strenger te maken om de illegale visserij te bestrijden, mogelijke mazen in de wet te dichten en het basisbeginsel van het gemeenschappelijk visserijbeleid, te weten duurzame visserij, binnen en buiten de EU-wateren te verdedigen.

Bovendien bevordert de overeengekomen tekst waarover vandaag zal worden gestemd de voorrechten van het Parlement krachtens de gewone wetgevingsprocedure en omvat de tekst de nodige veranderingen die voortvloeien uit de artikelen 290 en 291 van het Verdrag betreffende de werking van de EU.

Om al deze redenen heb ik vóór dit voorstel gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Het verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan, waarbij de EU verdragsluitende partij is, is door de Raad bij Besluit 81/608/EEG goedgekeurd en op 17 maart 1982 in werking getreden. Voor het toezicht op de naleving van dit verdrag en van de aanbevelingen van de visserijcommissie voor het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan (hierna NEAFC genoemd) kunnen controle- en handhavingsmaatregelen worden genomen, die van toepassing zijn op alle vissersvaartuigen die gebruikt worden of bestemd zijn voor visserijactiviteiten met betrekking tot visbestanden in het verdragsgebied.

Dit voorstel beoogt de actualisering van de EU-regelgeving tot omzetting van de controle- en handhavingsregeling van de NEAFC. Met het oog op de tenuitvoerlegging van de nieuwe NEAFC-regeling voorziet het voorstel daarom in de intrekking van verordening (EG) nr. 2791/1999 van de Raad van 16 december 1999, waarbij de in 1998 door de NEAFC vastgestelde eerste regeling werd omgezet.

 
  
MPphoto
 
 

  Oreste Rossi (EFD), schriftelijk. − (IT) Ik ben voorstander van dit verslag. Europa heeft de vangst van verschillende vissoorten weliswaar beperkt of zelfs verboden maar toch zijn er veel illegale vissersvaartuigen actief die niet alleen beschermde vissoorten vangen, maar die ook nog eens nalaten te voldoen aan de Europese richtlijnen op het gebied van de bescherming van werknemers.

Door dit verslag aan te nemen worden de tussen 2007 en 2010 in werking getreden aanbevelingen in wetgeving omgezet. Deze omzetting is een belangrijk instrument, zowel in de strijd tegen de illegale visserij als bij het voorkomen van een juridisch vacuüm voor de EU-vloten. Een ander positief punt is de introductie van een nieuw controlesysteem dat de Europese havens sluit voor de aanvoer van bevroren vis met een twijfelachtige of illegale herkomst.

 
  
  

Aanbeveling-Wałęsa (A7-0262/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk. (PT) Gezien het belang van dit verdrag voor overleg en samenwerking bij het verzekeren van een optimaal gebruik, een rationeel beheer en de instandhouding van visbestanden in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan, alsmede voor de bevordering van de internationale samenwerking om het duurzame beheer van de mariene rijkdommen op basis van wetenschappelijk onderzoek te verbeteren, is de voorgestelde wijziging van essentieel belang, aangezien daarmee het verdrag volledig wordt herzien en in overeenstemming wordt gebracht met andere regionale verdragen en internationale instrumenten en er moderne vormen van visserijbeheer in worden opgenomen. Van de positieve maatregelen springen de volgende eruit: de vereenvoudiging van de structuur van het verdrag, de modernisering van de bijdragen aan de begroting in overeenstemming met het beginsel "de gebruiker betaalt" met betrekking tot de diensten die aan de verdragsluitende partijen worden geleverd, nieuwe omschrijvingen van de verplichtingen, de herziening van het besluitvormingsproces en een nieuwe procedure voor geschillenbeslechting in verband daarmee. Deze verbeteringen zijn cruciaal voor de bevordering van het gemeenschappelijk visserijbeleid in de toekomst.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk. (PT) Ik heb voor de aanbeveling gestemd over het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de goedkeuring, namens de Europese Unie, van wijzigingen in het verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan, daar de wijzigingen een positieve bijdrage zijn aan de herziening van de interne structuur en de herverdeling van de bevoegdheden van de visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan.

Ik ben wel van mening dat in het licht van het Verdrag van Lissabon het Europees Parlement vertegenwoordigd moet zijn tijdens komende onderhandelingen over internationale overeenkomsten.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) Gezien het belang van de visserij voor Europa (zowel als economische activiteit die voor banen en welvaart zorgt als in de rol van voedselbron) moeten we elke regelgeving die de Europese vissers nieuwe en strengere verplichtingen oplegt altijd zeer zorgvuldig bestuderen. In dit geval hebben we echter een voorgestelde wijziging die leidt tot grotere kansen voor de visserij van de Europese Unie in het kader van het verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan, wat moet worden verwelkomd. Daarom stem ik voor het verslag.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. (PT) Ik heb voor dit document gestemd omdat ik de visie deel dat de controle- en handhavingsregeling die in het kader van het verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan is aangenomen, in EU-wetgeving moet worden omgezet. Van de nieuwe regels noem ik speciaal de controle van illegale en ongemelde vissersvaartuigen en het nieuwe systeem voor havenstaatcontrole, dat de Europese havens effectief gesloten houdt voor de aanvoer en de overlading van bevroren vis die door de vlaggenstaat van vissersvaartuigen die onder de vlag van een andere verdragsluitende partij varen niet wettelijk is bevonden. In 2007 en 2008 was het Parlement niet vertegenwoordigd bij de jaarvergadering van de visserijcommissie voor het noordwestelijke deel van de Atlantische Oceaan. Daarom kan ik het niet nalaten om op te merken dat in het licht van het Verdrag van Lissabon het Parlement moet zijn vertegenwoordigd bij toekomstige gesprekken over internationale verdragen die betrekking hebben op dit onderwerp.

 
  
MPphoto
 
 

  João Ferreira (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) De visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan (NAFO) heeft als hoofddoel om op basis van samenwerking tussen staten een bijdrage te leveren aan het duurzaam beheer en de instandhouding van de visbestanden in het NAFO-verdragsgebied.

Wij steunen en bepleiten het volgens ons op dit gebied belangrijke principe van internationale samenwerking dat gestoeld moet zijn op solide wetenschappelijke fundamenten. In die zin zijn we van mening dat de wijzigingen van het verdrag die in 2007 en 2008 zijn goedgekeurd moeten worden gesteund, daar zij in overeenstemming zijn met de hierboven genoemde doelstellingen en tot doel hebben andere regionale verdragen en internationale instrumenten om te zetten en moderne concepten voor het beheer van visserijactiviteiten in het verdrag op te nemen.

We betreuren het echter dat het Europees Parlement zo laat gevraagd wordt zich uit spreken. Het Commissievoorstel voor de omzetting in het communautair recht dateert van 8 maart 2010. Dat betekent dat er meer dan twee jaar verlopen zijn voordat het document kon worden opgesteld en behandeld in het Parlement.

Het is belangrijk het Parlement in de toekomst in een eerder stadium erbij te betrekken en te laten deelnemen aan het proces, bij voorkeur gedurende de onderhandelingen zelf.

 
  
MPphoto
 
 

  Pat the Cope Gallagher (ALDE), schriftelijk. (GA) Het verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordwestelijke deel van de Atlantische Oceaan werd op 24 oktober 1978 in Ottawa ondertekend en trad op 1 januari 1979 in werking.

Sindsdien is het de voornaamste doelstelling van de visserijorganisatie voor het noordwestelijke deel van de Atlantische Oceaan (“NAFO”) geweest om deel te nemen aan raadpleging en samenwerking teneinde een maximaal gebruik te maken van visbestanden in het beschermingsgebied, om deze bestanden op behoorlijke wijze te behouden en te beheren en om een nieuwe manier van denken te bevorderen ten gunste van internationale samenwerking bij de verbetering van duurzaam beheer van mariene rijkdommen in volle zee.

Op de jaarlijkse bijeenkomsten van de NAFO in 2007 en 2008 besloten de verdragspartijen tot ‘wijzigingen in het verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordwestelijke deel van de Atlantische Oceaan’. Door deze wijzigingen is het verdrag aanmerkelijk veranderd. Het stemt nu sterker overeen met andere regionale verdragen en internationale instrumenten en houdt rekening met moderne praktijken op het gebied van visserijbeheer. Deze wijzigingen dragen dus sterk bij aan de doeltreffendheid van de organisatiestructuur.

 
  
MPphoto
 
 

  Willy Meyer (GUE/NGL), schriftelijk. – (ES) Het verdrag inzake de toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan is op 24 oktober 1978 gesloten in Ottawa, en in werking getreden op 1 januari 1979, nadat de instrumenten voor de ratificatie, aanvaarding en goedkeuring door de zeven ondertekenaars waren neergelegd bij de Canadese regering. De NAFO heeft als prioritaire doelstelling om door middel van raadpleging en samenwerking een bijdrage te leveren aan het optimale gebruik, een verstandig beheer en het behoud van de visbestanden in het gebied dat onder het NAFO-Verdrag valt, en ook om ideeën over internationale samenwerking te bevorderen met als doel het duurzaam beheer van de mariene hulpbronnen op volle zee te verbeteren aan de hand van wetenschappelijke bevindingen. De verdragsluitende partijen hebben een “amendement op het verdrag inzake de toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan” aangenomen op de jaarlijkse bijeenkomsten van de NAFO van 2007 (Engelse versie) en 2008 (Franse versie). Dit amendement behelst een globale herziening van het verdrag, met als voornaamste doel dit zo veel mogelijk gelijk te trekken met andere regionale verdragen en internationale instrumenten, en hierin moderne concepten van het visserijbeleid op te nemen. Om die reden heb ik vóór gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Wij hebben goed dertig jaar geleden al nagedacht over optimaal gebruik en rationeel beheer teneinde de visserijbronnen te kunnen behouden. Nu worden de regelingen van de visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan (NAFO) herzien, niet alleen om ze beter in overeenstemming te brengen met andere regionale verdragen en internationale instrumenten, maar ook om ze aan te passen aan moderne inzichten, zoals de concepten van bestandsbeheer. Visquota en bestandsbeheer zijn essentieel om complete overbevissing van binnenwateren en oceanen te voorkomen. We moeten hierbij natuurlijk wel opletten dat organisaties als de NAFO kunnen blijven handelen dankzij een gestroomlijnde structuur en een goede organisatie. Het is ook belangrijk om te voorkomen dat de kosten uit de hand lopen. Desondanks is op zijn minst een gedeeltelijke hernationalisatie van het visserijbeleid zinvol, zodat het mogelijk is om regionale problemen uitgebreid aan te pakken. Ik heb dienovereenkomstig gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Claudio Morganti (EFD), schriftelijk. (IT) Dit voorstel is een aanpassing van de EU-wetgeving inzake de omzetting van de controle- en handhavingsregeling die is goedgekeurd door de visserijcommissie in het noordwestelijke deel van de Atlantische Oceaan. Er is een nieuwe procedure goedgekeurd die ten doel heeft de controle en handhaving van haar aanbevelingen inzake de visserij te verbeteren en, in het bijzonder om vaartuigen van niet-verdragsluitende partijen aan te moedigen de regels na te leven. Daarnaast is er een nieuw systeem voor havenstaatcontrole ingevoerd dat de Europese havens gesloten houdt voor de aanvoer en de overlading van bevroren vis die niet wettelijk is bevonden door de vlaggenstaat van vissersvaartuigen die varen onder de vlag van een verdragsluitende partij die niet de havenstaat is.

Nieuwe maatregelen worden ingevoerd om te controleren of vaartuigen illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij bedrijven. De voornaamste reden voor mijn stem vóór is om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, te ontmoedigen en uit te bannen.

 
  
MPphoto
 
 

  Wojciech Michał Olejniczak (S&D), schriftelijk. (PL) Het verslag van de heer Wałęsa’s heeft betrekking op het verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordwestelijke deel van de Atlantische Oceaan, dat op 24 oktober 1978 in Ottawa werd ondertekend en op 1 januari 1979 in werking trad.

De NAFO, ofwel de visserijorganisatie voor het noordwestelijke deel van de Atlantische Oceaan, heeft tot taak om te zorgen voor rationeel beheer en optimaal gebruik van visbestanden, op grond van raadpleging en samenwerking. De voornaamste taak van deze organisatie is om internationale samenwerking te bevorderen en het duurzaam beheer van mariene rijkdommen op volle zee te verbeteren aan de hand van de fundamentele beginselen van wetenschappelijk onderzoek. De rapporteur stelt positieve wijzigingen van het verdrag voor, die de huidige voorschriften sterker in overeenstemming zullen brengen met andere instrumenten op internationaal en regionaal niveau.

De voorgestelde veranderingen behelzen: modernisering van de NAFO-structuur (samensmelting van de algemene raad en de visserijcommissie tot een enkel orgaan), hervorming van het bijdragestelsel en invoering van duidelijke richtsnoeren inzake de rechten en plichten van de NAFO-verdragspartijen, veranderingen in het besluitvormingsproces en de invoering van een nieuwe procedure voor conflictoplossing, om geschillen doeltreffend te beslechten, wat de belangen van de Europese Unie ten goede komt.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. (IT) Het verslag-Wałęsa wijzigt het verdrag van de visserijorganisatie voor het noordwestelijke deel van de Atlantische Oceaan (“NAFO”) van 1978 en betekent een stap voorwaarts in de richting van samenwerking bij en beheer van visbestanden in het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan. Ik heb gestemd voor de wijziging van het verdrag omdat wetenschappelijk onderzoek de internationale samenwerking bij de exploitatie van mariene rijkdommen van dat gebied verbetert. Bovendien is de goedkeuring van de wijziging een uiting van de nieuwe rol van het Parlement na het van kracht worden van het Verdrag van Lissabon, omdat hiermee de noodzaak om de goedkeuring en aanpassing van verdragen te versnellen, wordt onderstreept.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk. – (PT) De hoofddoelstelling van de visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan (NAFO) is om rationeel beheer en behoud van de visbestanden in het gebied van het NAFO-Verdrag te waarborgen. De EU is een van de verdragsluitende partijen in deze regionale visserijorganisatie (RFO) en heeft, net als de andere verdragsluitende partijen, op de jaarlijkse vergadering van de NAFO in 2007 het amendement op het verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan aangenomen. Dit amendement is gericht op de vereenvoudiging en de modernisering van de structuren van deze organisatie, door haar aan te passen aan de huidige realiteit van de visserij, nieuwe definities te presenteren van de verplichtingen voor de verdragsluitende partijen, te weten de vlaggenstaten en havenstaten, en de rechten en plichten van de verdragsluitende partijen binnen de NAFO te verduidelijken.

Rekening houdend met de belangen van de EU, in het bijzonder met de visserijmogelijkheden die in het kader van dit verdrag aan de EU worden verschaft, ben ik van mening dat de goedkeuring van dit amendement cruciaal is en alleen kan worden bekritiseerd omdat alles te elfder ure gebeurde.

Evenals de rapporteur betreur ik het dat de Commissie een vertraging van meer dan twee jaar heeft opgelopen bij het indienen van haar voorstel, gerekend vanaf de datum dat het amendement was aangenomen tijdens een van de jaarlijkse vergaderingen van de NAFO in 2007.

Dit verslag kan rekenen op mijn stem.

 
  
MPphoto
 
 

  Crescenzio Rivellini (PPE), schriftelijk. (IT) Ik feliciteer de heer Wałęsa met zijn uitstekende verslag en ik wil u nog eens met nadruk wijzen op de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon in december 2009. In het kader van de nieuwe bevoegdheden van de Commissie visserij zou het Europees Parlement naar behoren vertegenwoordigd moeten zijn tijdens komende onderhandelingen over toekomstige internationale overeenkomsten.

In 2007 en 2008 was het Europees Parlement niet vertegenwoordigd op de jaarvergaderingen van de visserijorganisatie voor het noordwestelijke deel van de Atlantische Oceaan. Het Parlement heeft het voorstel in het kader van zijn bevoegdheden goedgekeurd, maar wil de Raad en de Commissie tevens herinneren aan de nieuwe procedurevereisten en de noodzaak om de nieuwe bevoegdheden van het Europees Parlement te eerbiedigen.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Het Verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan is op 24 oktober 1978 in Ottawa ondertekend en op 1 januari 1979 in werking getreden, nadat zeven ondertekenende landen de akten van ratificatie, aanvaarding of goedkeuring bij de Canadese regering hadden neergelegd. De belangrijkste doelstelling van de NAFO is om door raadpleging en samenwerking te komen tot een optimaal gebruik, rationeel beheer en instandhouding van de visrijkdommen in het NAFO-verdragsgebied, en ideeën voor internationale samenwerking te bevorderen om het duurzame beheer van de mariene rijkdommen op basis van wetenschappelijk onderzoek te verbeteren.

De verdragsluitende partijen hebben de ‘Wijziging van het Verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan’ (hierna ‘de wijziging’ genoemd) goedgekeurd tijdens de jaarlijkse vergadering van de NAFO van 2007 (Engelse versie) en die van 2008 (Franse versie). Deze wijziging betreft een grondige herziening van het verdrag en beoogt in de eerste plaats het verdrag beter in overeenstemming te brengen met andere regionale verdragen en internationale instrumenten en er moderne concepten van visserijbeheer in op te nemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Oreste Rossi (EFD), schriftelijk. (IT) Wij staan achter de aanbeveling om het verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan grondig te herzien, daar er moderne concepten van visserijbeheer in worden opgenomen. De herziening leidt enerzijds tot vereenvoudiging en zorgt er anderzijds voor dat de verantwoordelijkheden van de vlagstaten en de havenstaten duidelijker worden gedefinieerd.

 
  
  

Verslag-Thomsen (A7-0264/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk. – (PT) Het zou voorkomen moeten worden dat bedrijven van vaste banen naar atypisch werk gaan, wat leidt tot een gebrek aan werkzekerheid. Deze situatie is nog ernstiger als we de stijging van niet aangemelde vrouwelijke werknemers in aanmerking nemen en het feit dat veel vrouwen geen andere keus hebben dan een onzekere baan aan te nemen. Desondanks blijken vrouwen ondervertegenwoordigd in onzekere banen, aangezien betaald huishoudelijk werk en werk in de zorg bijvoorbeeld niet in aanmerking zijn genomen. Het wettelijk kader zou moeten worden aangepast aan de huidige toestanden die kunnen leiden tot onzekere arbeidsomstandigheden, met name onvrijwillig parttimewerk en het feit dat bedrijven een gebrek aan basisarbeidsvoorwaarden niet bekendmaken: een algeheel gebrek aan werkzekerheid, lage lonen, een gebrek aan sociale bescherming en carrièremogelijkheden of zelfs het gebrek aan collectieve vertegenwoordiging van werknemers. Scholing bij aanvang van een baan en op constante basis daarna, betere informatie over rechten en een echt onderzoek naar het beroeps- en gezinsleven van vrouwen moet worden gestimuleerd als tegenhanger van deze situaties, want de manier waarop het inkomen van vrouwen wordt gezien als een tweede inkomen kan misleidend zijn, aangezien dit vaak het enige gezinsinkomen is.

 
  
MPphoto
 
 

  Roberta Angelilli (PPE), schriftelijk. (IT) In de EU 2020-strategie wordt voorgesteld om de arbeidsparticipatie in de leeftijdscategorie 20 tot 64 jaar tot 75 procent op te trekken en om het aantal mensen dat het risico loopt om in armoede te vervallen, terug te brengen. Om deze doelstellingen te kunnen halen dienen er ook maatregelen te worden genomen tegen alle vormen van onzekere arbeid, waaronder mondelinge contracten, contracten voor minder dan tien uur per week en kortlopende tijdelijke contracten. Dan hebben we het nog niet eens over banen waarbij de minimale veiligheids- en gezondheidsvoorschriften worden genegeerd en die een hoog aantal ongelukken en een groot risico van blootstelling aan ziekten en andere gevaren met zich meebrengen.

Deze contractvormen, met alle risico's van dien, zijn vaak bedoeld voor vrouwen, die worden gestraft vanwege hun sekse, hun leeftijd, omdat ze een gezin hebben of immigrant zijn. De Europese Unie zou moeten interveniëren met wetgeving om gendergelijkheid te garanderen en de genderkloof op de arbeidsmarkt te verkleinen. De lidstaten zouden op hun beurt de controles moeten opvoeren om onrechtmatige behandeling van vrouwen te verminderen, om zwartwerk te bestrijden en om ontradende maatregelen tegenover werkgevers te nemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Vilija Blinkevičiūtė (S&D), schriftelijk. (LT) Het verheugt mij dat het Europees Parlement de aanzet heeft gegeven tot dit belangrijke verslag over vrouwen in onzeker dienstverband. Het zijn vooral vrouwen die onzeker werk hebben, en vaak niet eens profiteren van verplichte minimale sociale en arbeidsvoorwaarden. Vrouwen nemen vaak slecht betaalde banen aan om werk te kunnen combineren met hun gezin en worden daarmee gedwongen afstand te doen van sociale waarborgen en in te stemmen met slechte arbeidsvoorwaarden. Sociale bescherming is een wezenlijk bestanddeel van flexibele zekerheid. Om deze problemen op te lossen is het daarom van belang dat de lidstaten worden gestimuleerd om hun wetgeving en bij overeenkomst vastgelegde regels inzake arbeidsvoorwaarden in onderlinge overeenstemming te brengen. De lidstaten moeten de dubbele werklast van vrouwen, een van de redenen voor de oververtegenwoordiging van vrouwen in onzekere dienstverbanden, verminderen. Gelijke toegang voor alle werknemers tot sociale diensten en verstrekkingen, zoals zwangerschapsverlof, gezondheidszorg en ouderdomspensioen, opleiding en bijscholing, ongeacht de arbeidsvoorwaarden, is van groot belang.

 
  
MPphoto
 
 

  Vito Bonsignore (PPE), schriftelijk. – (IT) Ik feliciteer de rapporteur met het feit dat zij de aandacht heeft gevestigd op een aspect van de arbeidsmarkt dat nog steeds tot buitensporige verschillen tussen mannen en vrouwen leidt. De economische en financiële crisis heeft de omstandigheden voor werknemers met een onzekere baan zonder twijfel verslechterd, vooral voor vrouwen, die de grootste last van onzeker werk dragen. Dit wordt bevestigd door recente gegevens waaruit blijkt dat in 55 procent van de bedrijven alleen vrouwen een parttime baan hebben. Tevens is berekend dat 31,5 procent van de vrouwen parttime werkt, tegenover 8,3 procent van de mannen, en dat onzeker werk een hoger percentage ongevallen met zich meebrengt en een groter risico op ziekte en blootstelling aan gevaar. Kortom, dit is een ongelijkheid waar de Europese Unie niet onverschillig tegenover kan staan.

Ik heb voor het verslag gestemd omdat ik het eens ben met de noodzaak om dit probleem aan te pakken en de lidstaten en de sociale partners op te roepen hun wetgeving en contractregels in grote mate op elkaar af te stemmen. Daarnaast hoop ik dat de Commissie en de lidstaten hun toezicht op minimale gezondheids- en veiligheidsvoorschriften op het werk bevorderen. Er moet nog veel gebeuren voordat we vrouwen een eerlijke toegang tot de arbeidsmarkt kunnen garanderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Lara Comi (PPE), schriftelijk. – (IT) Binnen de Europese Unie behelst een zuiver beschrijvende term als ’vrouwelijke werknemers met een onzekere baan’ nog altijd twee vormen van discriminatie die beide zeer ernstig zijn. Bij de eerste vorm gaat het om het vraagstuk van vrouwenwerk dat in een ander dossier in deze vergaderperiode wordt benaderd vanuit een modern, duurzaam oogpunt. De tweede vorm van discriminatie gaat over de tweedeling van de arbeidsmarkt in veel lidstaten, waar sommige werknemers rechten en bescherming genieten terwijl anderen zijn overgeleverd aan omstandigheden waarop ze meestal geen invloed kunnen uitoefenen. Als we de gegevens objectief bekijken, lijkt het steeds duidelijker te worden dat in de toekomst ook regulier werk gepaard zal gaan met het aanvaarden van grotere risico’s dan tot nu toe het geval is geweest. Een dergelijke verandering zou echter in goede banen moeten worden geleid om speculatie te vermijden ten koste van de contractueel zwakste personen, en dan vooral van degenen die zich in een minder bevoorrechte positie bevinden. De Europese instellingen hebben de plicht om discriminatie te voorkomen en het iedereen mogelijk te maken zijn of haar eigen beroepsdoelstellingen vrijelijk na te streven, in overeenstemming met de capaciteiten, vaardigheden en voorkeuren. Ik grijp deze gelegenheid aan om u erop te wijzen dat verder onderzoek naar onzeker werk bij vrouwen nuttig zou zijn om maatregelen te plannen die zijn gericht op de opheffing van obstakels zonder al te ingrijpend te zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Corina Creţu (S&D), schriftelijk. (RO) Ik heb vóór het bestrijden van onzeker werk gestemd, een groeiend fenomeen in deze tijden van economische crisis. Hierdoor zal effectiever de strijd kunnen worden aangebonden met het gebrek aan werkzekerheid, lage lonen en veelal zwart vanwege de belasting, het ontbreken van sociale zekerheid voor mensen die op incidentele basis werken, en arbeidsomstandigheden die niet aan de minimumregels voor veiligheid en gezondheid beantwoorden en geen bescherming van arbeidskrachten tegen ongevallen biedt.

Tegelijkertijd zullen deze maatregelen ons helpen om effectiever te strijden tegen gendergerelateerde discriminatie die vaak gepaard gaat met onzeker werk, waar met name vrouwen het slachtoffer zijn van deze minder dan menselijke arbeidsomstandigheden.

De schandelijke behandeling van huishoudelijk en verzorgingspersoneel, dat meestal uit vrouwen bestaat, de loondiscriminatie waarmee vrouwen te maken hebben en de uitbuiting van vrouwelijke immigranten die zich niet bewust zijn van hun rechten en ook niet in staat zijn om voor hun rechten op te komen, zijn slechts enkele van de vele redenen om voor deze maatregelen te stemmen, die erop zijn gericht om een ongehoorde sociaaleconomische situatie aan te pakken.

 
  
MPphoto
 
 

  Vasilica Viorica Dăncilă (S&D), schriftelijk. (RO) Ik vind dat lidstaten zich actief moeten inzetten om vrouwen werk te bieden en hun de mogelijkheid te geven om door vakbonden beschermde rechten te verwerven als fatsoenlijk loon, zwangerschapsverlof, redelijke en regelmatige werktijden en een niet-discriminerende werkomgeving. Ik meen dat lidstaten sancties moeten opleggen als obstakels worden opgeworpen voor lidmaatschap van een vakbond en tevens laagdrempelige adviesdiensten moeten bieden aan vrouwen die geen steun kunnen krijgen van een arbeidsraad, zoals vrouwen die in privéhuishoudens of in de landbouw werken.

 
  
MPphoto
 
 

  Proinsias De Rossa (S&D), schriftelijk. (EN) Ik steun dit verslag, dat benadrukt dat vrouwen oververtegenwoordigd zijn in onzekere arbeidsverbanden. Dit bewijst eens te meer dat er betere regelingen moeten komen voor zwangerschaps- en vaderschapsverlof, zodat vrouwen en mannen kunnen komen tot een evenwichtige verdeling tussen werk en gezinsverplichtingen. Met de term onzekere arbeid worden vormen van werkgelegenheid bedoeld die niet aan de algemene norm beantwoorden, en die hoofdzakelijk worden gekenmerkt door beperkte of ontbrekende werkzekerheid, geringe beloning, ontbrekende rechten op het gebied van de sociale zekerheid, afwezigheid van beschermingsmechanismen tegen discriminatie en arbeidsomstandigheden die niet beantwoorden aan de minimumnormen inzake veiligheid en gezondheid. Volgens de meest recente informatie heeft 31,5 procent van de vrouwelijke werknemers in loondienst een deeltijdbaan (dertig uur of minder per week), tegenover slechts 8,3 procent van de mannelijke werknemers. Onzekere arbeid is niet alleen een van de hoofdoorzaken van de loonkloof tussen man en vrouw, maar ontneemt vrouwen ook kansen op beter werk en ontwikkeling in loopbaan en beroep. Velen zijn hierdoor gedwongen te blijven werken in slecht betaalde, onzekere banen. Vaak komen vrouwen uit minder ontwikkelde landen naar de EU en nemen daar ongeschoold, of zelfs illegaal werk aan. Onzekere arbeid betekent uitbuiting van de zwaksten in onze samenleving en ontneemt de mensen de mogelijkheid van waardig werk en de kans om een fatsoenlijk leven op te bouwen voor zichzelf en hun gezinnen.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) Onzeker werk is geen genderkwestie, hoewel dit soort werk wel vaak vooral door vrouwen wordt gedaan, en het is simplistisch om dit tot een genderkwestie te reduceren.

Zoals ik al bij diverse andere gelegenheden heb betoogd, is bewezen dat onflexibele arbeidsrechtmodellen niet voldoen. Uit het voorbeeld van de Verenigde Staten blijkt dat flexibiliteit niet synoniem is met onzekerheid, maar eerder met een dynamische arbeidsmarkt. Meer flexibiliteit betekent niet meer onzeker werk; eerder het tegendeel.

Na de crisis zullen we beseffen dat de modellen waaraan we gewend waren tekort zijn geschoten en dat de arbeidsmarkt, als we echt banen willen creëren, atypische contracten als normaal zal moeten gaan beschouwen, of het nu gaat om deeltijdwerk, incidenteel of tijdelijk werk in ploegendiensten, thuiswerken of telewerken, zonder aan zekerheid te verliezen wat we aan dynamiek en flexibiliteit winnen. Ik denk dat vooral vrouwen op deze manier zullen profiteren van flexibelere systemen en dat de combinatie van werk en gezinsleven of moederschap een minder hoge tol zal eisen dan in het verleden, in traditionelere arbeidssituaties.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. (PT) De huidige economische en financiële crisis heeft het probleem van arme werkende vrouwen vergroot. Deze vrouwen bevinden zich vaak in een zeer kwetsbare arbeidspositie omdat zij werk en gezinsverplichtingen moeten zien te combineren. Ik heb voor dit verslag gestemd omdat ik het ermee eens ben dat dit probleem moet worden aangepakt door er bij de lidstaten en de sociale partners op aan te dringen om nieuwe, doelmatige strategieën tegen werkonzekerheid te ontwikkelen, strategieën waarin rekening wordt gehouden met het beginsel van gendergelijkheid. Ik wil graag de aandacht vestigen op het verzoek dat in deze ontwerpresolutie aan de Commissie wordt gedaan om een voorstel in te dienen over de toepassing van het beginsel van gelijke beloning van man en vrouw.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Wij hebben voor dit initiatiefverslag gestemd dat de genderdimensie van onzekere dienstverbanden benadrukt. De rapporteur stelt ook een aantal toestanden aan de kaak en dringt aan op een reeks maatregelen om discriminatie van vrouwen te bestrijden. Over het algemeen vinden wij het een positief verslag, hoewel er een aantal tegenspraken en beweringen in staan waar we het niet mee eens zijn.

We lichten de volgende positieve voorstellen eruit:

dringt er bij de Commissie op aan om de lidstaten te ondersteunen om een campagne op te zetten om werkneemsters in onzekere dienstverbanden geleidelijk aan naar vaste banen over te hevelen;

dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan om strategieën tegen onzekere dienstverbanden te ontwikkelen om de nadruk op fatsoenlijke en “groene” banen te leggen en voor een evenwichtige verdeling tussen man en vrouw te zorgen;

dringt er bij de Raad en de Commissie op aan om in de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten en de nieuwe strategie voor de gelijkheid van man en vrouw de kenmerken van onzekere werkgelegenheid te omschrijven.

 
  
MPphoto
 
 

  Nathalie Griesbeck (ALDE), schriftelijk. (FR) Een dag na de Werelddag van verzet tegen armoede en sociale uitsluiting heb ik resoluut voor dit verslag over werknemers in onzeker dienstverband gestemd. Het is een feit: ondanks positieve ontwikkelingen op het gebied van de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen en gendergelijkheid zijn vrouwen op de arbeidsmarkt nog steeds kwetsbaarder dan mannen. Vrouwen hebben vaker onzeker werk dan mannen. Er zijn nog steeds talloze ongelijkheden tussen mannen en vrouwen als we kijken naar potentiële banen, kwaliteit van het werk, inkomsten en beloning.

Het is daarom van het allergrootste belang dat de Commissie zich actief opstelt om binnen het kader van het werkgelegenheidsbeleid de gelijke kansen van mannen en vrouwen te bevorderen door aan een strategie inzake gendergelijkheid te werken, door de werknemers in onzekere dienstverbanden geleidelijk over te hevelen naar reguliere dienstverbanden en door nationale initiatieven in deze richting te steunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jarosław Kalinowski (PPE), schriftelijk. (PL) De loopbaan van vrouwen wordt vaak belemmerd door het stereotype dat ze zwakker zijn en minder weerstand hebben, op elk moment zwanger kunnen worden en als gevolg daarvan vaker dan mannen ziekte- en andere vormen van verlof nemen. Om die reden vinden vrouwen minder gemakkelijk werk en zij die een baan hebben worden slechter betaald dan hun mannelijke collega’s voor hetzelfde werk. De economische crisis heeft die problemen nog meer geaccentueerd en aangetoond hoe erg de vrouwen worden uitgebuit op de arbeidsmarkt. Arbeidsovereenkomsten van korte duur en deeltijdcontracten met onbetaalde overuren: dit zijn slechts een paar voorbeelden van praktijken die ik onaanvaardbaar vind.

Daarom is het noodzakelijk erop toe te zien dat het arbeidsrecht alle werknemers gelijk behandelt. We moeten voorkomen dat de moeilijke situatie van mensen wordt uitgebuit om en deze mensen ertoe worden gedwongen om onder scrupuleloze en gezondheidsbedreigende omstandigheden te werken. Dit geldt vooral voor vrouwen, die bovendien de strijd moeten aanbinden met stereotypes.

 
  
MPphoto
 
 

  Giovanni La Via (PPE), schriftelijk. (IT) Ik heb voor het verslag van mevrouw Thomsen gestemd omdat er volgens mij op dit moment behoefte is aan een herziening van de wetgeving inzake arbeidsomstandigheden van vrouwen in onzeker dienstverband. In de meeste landen zijn de tot voor kort geldende omstandigheden veranderd en zijn meer vrouwen in een onzeker arbeidsverband beland. Het komt vaak voor dat zulke vrouwen niet worden geïnformeerd over hun rechten en uiteindelijk een groter risico lopen zonder wettelijke bescherming te komen zitten en onterecht te worden ontslagen, zonder dat ze zich hiertegen kunnen verweren. Aan deze situatie moet absoluut een einde worden gemaakt. Er moet aandacht worden geschonken aan gelijkwaardigheid van alle werkenden. Mannen en vrouwen moeten daarom gelijke toegang krijgen tot opleidings- en bijscholingsmogelijkheden. Dit geldt vooral voor vrouwen, die extra bescherming nodig hebben tijdens hun zwangerschap en de periode van borstvoeding en op het vaak kritieke moment dat ze weer aan het werk gaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Marie Le Pen (NI), schriftelijk. (FR) Dit verslag van de socialistische afgevaardigde Britta Thomsen plaatst zich in de context van de werkzaamheden van de Commissie rechten van de vrouw en wordt verondersteld een genereus verslag te zijn als het gaat om maatschappelijke vooruitgang. Maar zoals gebruikelijk staat dit verslag bol van nogal vage en zelfs onaanvaardbare voorstellen waarin het linkse gedachtegoed op het gebied van milieubescherming en immigratie doorklinkt.

Het is bijvoorbeeld ondenkbaar dat overwogen zou moeten worden vestiging van vrouwelijke migranten toe te staan, vooral wanneer er niet feitelijk is aangegeven of zij legale of illegale immigranten zijn. Deze vrouwen – of mannen – mogen dan wel de voornaamste slachtoffers zijn van de globalisering en van de ultraliberale neoslavernij, maar de enige oplossing om voorkomen dat zij in allerlei afschuwelijke vallen terechtkomen (slechte behandeling, geweld of seksueel misbruik), is ervoor te zorgen dat zij in hun land van herkomst kunnen blijven.

Het immigratiebeleid moet daartoe worden omgekeerd. Zo kunnen deze bevolkingsgroepen, die blootgesteld zijn aan de verleiding komen om in economische ballingschap te gaan, in eigen land blijven. Daartoe is het nodig nieuwe, bindende regels voor internationale hulp op te stellen, regels die leiden tot politieke en economische stabiliteit in deze landen.

 
  
MPphoto
 
 

  Marisa Matias (GUE/NGL), schriftelijk. – (PT) Onzekerheid heeft niet alleen invloed op de arbeidsomstandigheden en -verbanden, maar ook op de stabiliteit en kwaliteit van het leven van werkende mensen. Onzekere werkomstandigheden treffen vrouwen in Europa meer dan mannen, wat de genderongelijkheid op het werk verergert, met name op het gebied van de sociale rechten en de lonen. Deze situatie is nog ernstiger bij huishoudelijk en verzorgingswerk dat door geïmmigreerde vrouwen wordt verricht.

In de huidige crisis waren mensen met een onzeker dienstverband de eersten die hun werk kwijtraakten. Door de recessie en het verdwijnen van contractueel werk krijgt de werkgelegenheid een nog onzekerder karakter. Deze spiraal moet worden doorbroken. Gendergelijkheid en sociale rechten moeten op de werkplek worden gegarandeerd. De EU moet zich vooral richten op de bestrijding van onzeker werk en de dubbele werklast van vrouwen. Daarom steun ik dit verslag, want het is een stap in de goede richting.

 
  
MPphoto
 
 

  Willy Meyer (GUE/NGL), schriftelijk. (ES) Ik heb voor het verslag-Thomsen gestemd, waarin de kwestie van vrouwen in onzeker dienstverband wordt aangepakt, aangezien het mij verontrust dat met name vrouwen worden getroffen door de gevolgen van de economische crisis. De crisis heeft een grotere weerslag op onzeker werk, dat in veel gevallen door vrouwen wordt gedaan. Ik steun deze ontwerpresolutie, omdat we meer moeten doen aan de bestrijding van directe en indirecte discriminatie op grond van geslacht. Momenteel heeft een buitensporig aantal vrouwen onzeker werk en vaak moeten zij dat werk combineren met verantwoordelijkheden thuis. Mijn steun komt voort uit mijn overtuiging dat er iets moet worden gedaan aan de huidige oneerlijke situatie, waarin vrouwen minder kans op werk hebben, veelal onzeker werk doen en nog steeds minder verdienen dan mannen voor hetzelfde werk. Om al die redenen heb ik voor deze ontwerpresolutie gestemd. Daarin wordt onder andere benadrukt dat gestreefd moet worden naar gendergelijkheid en dat door gender bepaalde verschillen in behandeling op de arbeidsmarkt moeten worden tegengegaan. Ook worden de lidstaten hierin opgeroepen om zwartwerk te bestrijden, zodat zwart werk regulier werk wordt.

 
  
MPphoto
 
 

  Louis Michel (ALDE), schriftelijk. (FR) Ik steun het verslag over vrouwen in onzeker dienstverband, want ik vind het onbegrijpelijk dat vrouwen zelfs in de eenentwintigste eeuw binnen de EU nog te maken hebben met grote verschillen in werkgelegenheidskansen, arbeidskwaliteit, inkomen en een gelijke beloning voor gelijk werk of werk van dezelfde waarde. Helaas wordt het inkomensverschil tussen mannen en vrouwen grotendeels veroorzaakt doordat vrouwen zijn oververtegenwoordigd in onzekere banen. Ik deel de mening dat dit inkomensverschil kan worden teruggedrongen door verbetering van de kwaliteit van werk voor vrouwen.

Ik denk ook dat alle werknemers, inclusief werkneemsters, in onzeker dienstverband recht moeten hebben op onderwijs en beroepsopleiding en dat kwalitatief hoogwaardig onderwijs en dito opleidingen en studies beter toegankelijk moeten worden gemaakt voor meisjes en jonge vrouwen. De Commissie moet de lidstaten absoluut blijven steunen bij het op touw zetten van campagnes om werknemers in onzekere vormen van dienstverband geleidelijk aan naar vaste werkgelegenheid over te hevelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Mirsky (S&D) , schriftelijk. (LV) Helaas komt de loonongelijkheid tussen mannen en vrouwen vooral aan de oppervlakte in tijden van crisis. We moeten deze discussie veel breder voeren en dan met specifieke voorstellen komen om de arbeidsomstandigheden voor werkende vrouwen bij wet te regelen. We moeten bovendien met name sociale waarborgen invoeren voor alleenstaande moeders, vrouwen met een handicap en vrouwen die in de zware industrie werkzaam zijn. Het is de plicht van de samenleving om op deze manier een krachtig signaal aan werkgevers te sturen dat het onaanvaardbaar is om gebruik te maken van bepaalde gelegenheden om het loon of het aantal arbeidsuren op grond van geslacht te verlagen. Er moet een apart EU-fonds komen om alleenstaande moeders te steunen, mochten zij hun werk en middelen van bestaan kwijtraken. In dit opzicht komt het verslag van mevrouw Thomsen precies op het juiste moment. Ik steun dit verslag van ganser harte en beschouw het als de start van een nieuwe aanpak van de problemen van vrouwen op de arbeidsmarkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Deze arbeidsvormen zijn voornamelijk een probleem waar vrouwen mee te maken hebben, aangezien de onverenigbaarheid van carrière en gezin veel vrouwen dwingt in deze onzekere arbeidssituaties en armoede op latere leeftijd onontkoombaar maakt. Hierbij mogen we echter niet vergeten dat ook mannen getroffen zijn door deze vormen van arbeid en er zelfs bij een voltijdbaan armoede dreigt. De lokale sociale systemen en sociale maatregelen zijn echter bedoeld als bescherming van de hardwerkende lokale bevolking in geval van nood. Het verslag richt zich veel te veel op vrouwelijke migranten die kennelijk vaak in deeltijd werken, en schrijft indirect zelfs voor dat hun vestiging gesteund moet worden. Vrouwen zijn zeker in het bijzonder getroffen door valse beloften van mensensmokkelaars, door de problemen van globalisering en – in het geval van illegale binnenkomst – door neoslavernij in bedrijven. Verdere ondersteuning van geïmporteerde armoede is niet de oplossing. Het versterkt alleen de sociale problemen en kan sociale vrede permanent in gevaar brengen. Het versterken van deze ontwikkeling is de verkeerde weg. Uiteindelijk kan alleen lokaal, met andere woorden in de landen van herkomst, iets veranderd worden. Deze verankering via de achterdeur moet scherp worden afgewezen.

 
  
MPphoto
 
 

  Claudio Morganti (EFD), schriftelijk. (IT) Bedrijven hebben op de huidige economische en financiële crisis gereageerd door tijdelijke banen, zoals banen met een contract voor bepaalde tijd, te schrappen en hebben personeel of werknemers ingehuurd op basis van andere soorten contracten met een niet-permanent karakter.

De ontwerpresolutie zou mijn steun hebben gehad als werkgevers er niet toe zouden worden aangemoedigd specifieke maatregelen te nemen om de sociale integratie van vrouwelijke geïmmigreerde werknemers te vergemakkelijken. Ik vind dat discriminerend ten opzichte van onze vrouwelijke werknemers. Daarom heb ik tegen de ontwerpresolutie gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Wojciech Michał Olejniczak (S&D), schriftelijk. (PL) Met het begrip "onzekere arbeid" bedoelt de rapporteur vormen van werkgelegenheid die gekenmerkt worden door weinig werkzekerheid, geringe beloning, geen sociale verzekering of arbeidsgebonden uitkeringen, geen bescherming tegen discriminatie, geringe vooruitzichten op een betere positie op de arbeidsmarkt, geen collectieve vertegenwoordiging, of arbeidsomstandigheden die niet aan de minimum regels voor veiligheid en gezondheid beantwoorden.

Door de financiële en economische crisis is onzekere arbeid een nog zichtbaarder en urgenter probleem geworden. Ondernemingen hebben resoluut gesneden in tijdelijke banen en er wordt gevreesd dat de banen die verdwenen zijn, niet meer terug zullen komen. Helaas treft deze situatie vrouwen het zwaarst en is het probleem het zichtbaarst in de dienstensector (hotels en restaurants, onderwijs, gezondheidszorg en sociaal werk) en de landbouw. Vrouwen die in deze sectoren werken, hebben geen voltijds dienstverband, hetgeen betekent dat hun lonen en pensioenen lager zijn, dat ze minder sociale ondersteuning ontvangen en minder kans hebben om hogerop te komen. Het laatste onderzoek wijst uit dat vrouwen aanzienlijk meer moeite hebben om een baan te vinden dan mannen.

Daar komt bij dat er een enorme loonkloof gaapt tussen vrouwen en mannen (het verschil bedraagt zo'n 18 procent; vrouwen verdienen een vijfde minder per uur dan mannen). Met het oog op de bovengenoemde problemen heb ik voor het verslag gestemd, dat een oplossing voorstelt voor deze moeilijke situatie binnen het werkgelegenheidsbeleid.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. (IT) Ik heb voor het verslag van mevrouw Thomsen gestemd. Tijdens een economische neergang zoals nu worden bepaalde groepen werknemers steevast het zwaarst getroffen. Werknemers in onzekere banen krijgen deze crisis namelijk over zich heen zonder te beschikken over de zekerheden die andere werknemers genieten. Bovendien zitten vrouwen in deze categorie in een nog hachelijker positie. Het probleem van onzekere banen is epidemisch onder vrouwen, vooral in de dienstensector en de landbouw, en er zijn dringend effectieve maatregelen nodig om hier verandering in te brengen. De oorzaken die eraan ten grondslag liggen, lopen sterk uiteen. De werkgelegenheidskloof en de loonkloof tussen mannen en vrouwen zijn nog altijd veel te breed om te kunnen beweren dat gelijkwaardigheid bereikt is, en daarom zouden bepaalde doeltreffende maatregelen, zoals zwangerschapsverlof, gezondheidszorg en ouderdomspensioenen, een effectieve manier vormen om de verbreiding van onzekere arbeidsomstandigheden een halt toe te roepen. Het eerste waar we ons evenwel op moeten richten om uit deze situatie van arbeidsongelijkheid te geraken is vast en zeker onderwijs en opleiding voor jonge vrouwen. En tot slot is nader onderzoek nodig naar de oorzaken, de redenen en de kosten van lage scholing.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk. (PT) Onzekere vormen van dienstverband dragen in belangrijke mate bij aan de verergerende sociale instabiliteit, met hoge werkloosheidscijfers die in veel landen – waaronder mijn land, Portugal – nog altijd stijgen.

Het zijn vanouds de vrouwelijke handarbeiders die het eerst en het zwaarst getroffen worden door allerhande onzekerheid en schommelingen in de werkgelegenheid, met lagere lonen, zelfs voor hetzelfde werk, met hogere werkloosheidscijfers en met grotere baanonzekerheid, als gevolg van ingebakken sociale factoren, maar ook vanwege moederschap.

De negatieve gevolgen van deze situatie blijven niet beperkt tot de – op zichzelf al ernstige – discriminatie waarmee vrouwen altijd al te maken hebben gehad; de belemmering van de gelijke toegang van vrouwen tot de wereld van het werk gaat bovendien ten koste van hun economische onafhankelijkheid en hun autonomie als individu.

In dit verband vormt het tegengaan van baanonzekerheid, met name voor vrouwen, een zeer constructieve bijdrage tot sociale stabiliteit en gendergelijkheid, die de Europese Unie tot haar kernwaarden rekent.

 
  
MPphoto
 
 

  Rovana Plumb (S&D), schriftelijk. (RO) Door de huidige economische problemen is ook het aantal onzekere banen gestegen, met name onder vrouwen. De vaste banen die tijdens de economische recessie verloren zijn gegaan zullen zeker niet terugkeren. Ze zullen worden vervangen door atypische tot zeer atypische arbeidscontracten. Dit zal leiden tot een scherpe achteruitgang van de arbeidsomstandigheden. In de EU werkt 31,5 procent van de vrouwen in deeltijd (30 uur of minder per week), vergeleken met 8,3 procent van de mannen.

Ik meen dat de houdbaarheid van de pensioenstelsels, leenfaciliteiten voor zelfhulpprojecten en het scheppen van banen en regelingen voor het scheppen van alternatief inkomen de omstandigheden voor vrouwen met onzekere banen kunnen verbeteren.

Ik roep de Commissie en de lidstaten op om uitvoerbare strategieën voor onzeker werk te bedenken, en daarin vooral aandacht te schenken aan het scheppen van fatsoenlijk, milieuvriendelijk werk en de opneming van het beginsel van een evenwichtige deelname van mannen en vrouwen. Ik dring er bij elke lidstaat op aan duidelijke maatregelen te treffen om het loonverschil tussen mannen en vrouwen in 2020 met 10 procent terug te dringen, met inbegrip van de pensioenkloof, om de levensstandaard te verbeteren, de armoede te bestrijden en de economische groei een impuls te geven.

 
  
MPphoto
 
 

  Crescenzio Rivellini (PPE), schriftelijk. (IT) Ik feliciteer mevrouw Thomsen met het uitstekende werk dat zij heeft geleverd. Te vaak moeten vrouwen onwaardige arbeidsomstandigheden accepteren. Daarom is het nodig om de situatie van werkende vrouwen nauwlettend in de gaten te houden, vooral wanneer het gaat om vrouwen die zwanger zijn of borstvoeding geven. Vrouwen die na hun zwangerschapsverlof weer aan het werk gaan, moeten de garantie krijgen dat ze weer volwaardig kunnen gaan deelnemen aan de arbeidsmarkt.

De lidstaten wordt gevraagd om er goed op toe te zien dat werkgevers die vrouwelijke werknemers op welke wijze dan ook onrechtmatig behandelen, zo spoedig mogelijk voor de rechter worden gebracht. Daarnaast moet er een nieuwe Europese werkgelegenheidsstrategie worden ontwikkeld die ervoor zorgt dat vrouwen in onzeker dienstverband worden opgenomen in de stelsels van sociale zekerheid en arbeidsrechtelijke bescherming.

 
  
MPphoto
 
 

  Robert Rochefort (ALDE), schriftelijk. (FR) Werknemers met lage – zwart verdiende – lonen, werknemers die geen enkel recht hebben op sociale verzekering of arbeidsgebonden uitkeringen, werknemers zonder vooruitzichten op een betere positie op de arbeidsmarkt … Als gevolg van de huidige economische crisis neemt het aantal "werknemers in onzeker dienstverband" toe. In deze groep tekent zich een brede genderkloof af: vrouwen zijn er oververtegenwoordigd. Omdat ik inzie dat zij meer bescherming nodig hebben, heb ik mijn steun verleend aan de resolutie van het Europees Parlement over vrouwen in onzeker dienstverband. Ik wil de lidstaten vragen ervoor te zorgen dat werkgevers die vrouwelijke werknemers onrechtmatig behandelen en schaden, zo spoedig mogelijk voor de rechter gebracht worden. Daarnaast moeten er maatregelen worden genomen om te garanderen dat vrouwen in onzeker dienstverband de mogelijkheid krijgen tot vakbondsbescherming van rechten, zoals fatsoenlijke beloning, zwangerschapsverlof en eerlijke en regelmatige werkuren. Bovendien vertrouw ik erop dat de doelstellingen van Barcelona voor kinderopvang zo snel mogelijk ten uitvoer worden gelegd en dat de hindernissen die vrouwen beletten om het aantal uren te werken dat ze zelf verkiezen – in vol- of deeltijds verband – worden weggenomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Dit was een cruciaal verslag en ik ben blij dat het Europees Parlement het heeft aangenomen. Ik zeg dit voornamelijk omdat hierin wordt gewezen op het feit dat onzekere werkgelegenheid gendergerelateerd is, en nogmaals wordt vastgesteld dat er sprake is van een verschuiving van regelmatige naar onregelmatige vormen van werkgelegenheid, waardoor het nodig wordt te voorkomen dat onregelmatige werkgelegenheid onzeker werk wordt. Het Parlement geeft daarnaast aan dat, om deze problemen te bestrijden, de lidstaten en sociale partners moeten worden gevraagd om hun wetgeving en contractuele regels inzake regelmatige en onregelmatige werkgelegenheid in ruime mate in onderlinge overeenstemming te brengen, om te voorkomen dat de voordeligste en goedkoopste vormen van werk de overhand krijgen, maar daarbij tegelijkertijd het gevaar voor uitbreiding van zwartwerk in het oog te houden. Tot slot verzoekt het Parlement de Raad en de Commissie om in de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten en de nieuwe strategie voor de gelijkheid van man en vrouw de kenmerken van onzekere werkgelegenheid te omschrijven.

 
  
MPphoto
 
 

  Oreste Rossi (EFD), schriftelijk. (IT) Vrouwen worden harder geraakt door de huidige economische crisis: zij zijn kwetsbaarder omdat hun werkzaamheden zich doorgaans niet beperken tot de werkvloer, maar zich ook thuis en in het gezin afspelen. De meeste werknemers in onzeker dienstverband zijn vrouwen. Hierdoor hebben zij geen baanzekerheid, is hun loon laag, genieten zij minder sociale bescherming en zijn zij lager geschoold.

In deze omstandigheden komen vrouwen die na een periode van ziekte of zwangerschap weer aan het werk willen gaan, zonder werk te zitten. Onze delegatie is erg gevoelig voor deze problematiek en daarnaast ook voor de zeer vergelijkbare problematiek waar vrouwen die als zelfstandige actief zijn en die niet in loondienst zijn, mee kampen. Wij hadden de gehele tekst kunnen steunen, ware het niet dat deze helaas een integratiebeleid voor vrouwelijke werknemers uit derde landen bevordert, ten nadele van Europese vrouwen. Om die reden hebben wij tegengestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Joanna Senyszyn (S&D), schriftelijk. (PL) Ik heb mijn steun verleend aan het verslag over vrouwen in onzeker dienstverband. De economische crisis heeft bijgedragen tot de destabilisering van de arbeidsmarkt. De werkgevers hebben minder of tijdelijke werkkrachten aangeworven en hun slechtere financiële voorwaarden aangeboden. De golf ontslagen zorgde er ook voor dat veel mensen ver van de arbeidsmarkt kwamen te staan. De situatie was vooral moeilijk voor pas afgestudeerden, ouderen en vrouwen. De crisis maakte de bestaande genderongelijkheden op de arbeidsmarkt nog groter. Dit was vooral voelbaar voor de vrouwen, die procentueel het sterkst vertegenwoordigd zijn in zogenaamd onzeker arbeidsverband. De inkomenskloof is breder geworden en de ongelijkheden in de sociale bescherming zijn groter geworden. Deze situatie heeft ook de beroepsontwikkeling van vrouwen bemoeilijkt en gezorgd voor consolidering van de genderstereotypen met betrekking tot werk. Daarom verdienen vrouwen in onzeker arbeidsverband speciale bescherming!

Ze zouden onder andere ook moeten worden gedekt door de socialezekerheidstelsels en de wetgeving betreffende de bescherming van arbeidsovereenkomsten. Het is ook cruciaal dat vrouwen financieel verzekerd zijn voor het geval ze werkloos worden of een kind hebben gekregen. Vrouwen in onzeker arbeidsverband zouden ook vakbondsbescherming moeten kunnen krijgen. Bovendien moeten vrouwen die uitsluitend in huishoudens werken gratis toegang tot adviesdiensten op het vlak van sociaal recht gegarandeerd krijgen. Ik wijs er ook op dat er een regeling moet komen voor de rechtssituatie van seizoensarbeiders, die door de aard van het uitgevoerde werk meer blootgesteld zijn aan allerlei onrechtvaardigheden.

 
  
MPphoto
 
 

  Angelika Werthmann (NI), schriftelijk. (DE) Volgens de laatste studies werkt 31 procent van de werkende vrouwen in deeltijd, tegen slechts 8,3 procent van de werkende mannen. Deeltijdse werknemers hebben een lager inkomen en krijgen dientengevolge ook minder pensioen dan voltijdse. Binnen teams worden ze minder in de groepsarbeid betrokken, hetgeen zich ook uit als het gaat om promotie of om het invullen van hogere functies. 36 procent van de mannelijke werknemers met een hogere opleiding werkt in leidende functies, tegen slechts 15 procent van de hoger opgeleide vrouwen. Tot slot zij, wat het lagere inkomen betreft, nog vermeld dat in Europa – zonder rekening te houden met verschillende aantallen werkuren en verschillende soorten contracten – de loonkloof tussen mannen en vrouwen gemiddeld 18 procent bedraagt.

 
  
MPphoto
 
 

  Marina Yannakoudakis (ECR), schriftelijk. (EN) De ECR-Fractie blijft bij haar standpunt dat besluiten op het gebied van sociaal beleid en arbeidsrecht niet moeten worden genomen op EU-niveau, maar op lidstaatniveau, door nationale regeringen en lokale besturen. We erkennen wel dat een minimumnorm voor de behandeling van werknemers op het werk belangrijk is, en vinden het positief dat het Europees Parlement zich inzet om het bewustzijn hieromtrent te vergroten, maar we vinden dat deze norm moet gelden voor zowel mannen als vrouwen, en dat specifieke aanbevelingen met betrekking tot bijvoorbeeld arbeidsovereenkomsten en kinderopvang buiten de verantwoordelijkheidssfeer van de EU vallen.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid