De Voorzitter. – Aan de orde is de verklaring van de Commissie over de slibramp in Hongarije.
Kristalina Georgieva, lid van de Commissie. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, allereerst wil ik mijn diepste medeleven uitspreken met de nabestaanden van de slachtoffers en allen die getroffen zijn door het bedrijfsongeval dat op 4 oktober in Ajka in Hongarije heeft plaatsgevonden. Ik wil ook mijn erkentelijkheid betuigen voor de kordate en doeltreffende maatregelen van de Hongaarse autoriteiten om de gevolgen van het wegstromen van het slib en de verspreiding daarvan vanuit de rivieren de Torna en de Marcal stroomafwaarts in de richting van de Donau en de buurlanden te beperken en ook om te voorkomen dat er opnieuw slib wegstroomt door extra beschermende dammen aan te leggen.
Ik was in de gelegenheid om minister Sandor Pinter, de Hongaarse minister van Binnenlandse Zaken, die verantwoordelijk is voor civiele bescherming, te bedanken voor alle inspanningen van de diverse diensten die hierbij betrokken waren en voor de moed en toewijding van de eerstehulpverleners.
Ik ben zojuist teruggekeerd van de plaats van het ongeval waar ik getuige was van de rampzalige gevolgen van het rode slib voor de mensen, de huizen, het land en de ecologie van het gebied, maar ook van de grote inspanningen van de Hongaarse reddingsteams.
Hoewel de oorzaken van de ramp en de volledige impact daarvan nog steeds worden onderzocht, is het inmiddels wel duidelijk dat de ernstigste schade zich heeft voorgedaan in de onmiddellijke nabijheid van het ongeval en de direct getroffen woningen, landerijen en ecologische systemen. Zevenduizend bewoners in dit gebied, met name in de dorpen Koluntár en Devecser zijn erdoor getroffen. Er zijn negen mensen om het leven gekomen en er waren 130 gewonden, waaronder 35 eerstehulpverleners.
Ongeveer 1 000 hectaren landbouwgrond en vier Natura 2000-gebieden zijn aangetast en er is aanzienlijke schade toegebracht aan de flora en fauna in het gebied.
Op grond van de door de Hongaarse autoriteiten verstrekte informatie zou het rode slib geen hoge concentraties zware metalen bevatten en wordt het daarom niet als gevaarlijk afval beschouwd.
Niettemin vormt stof afkomstig van het slib wel degelijk een bedreiging voor de gezondheid en daarom moeten er voorzorgsmaatregelen worden getroffen voor de bevolking en het personeel van de eerstehulpdiensten in het gebied.
De Hongaarse autoriteiten hebben aanzienlijke hoeveelheden personele middelen en materieel ingezet. Op de dag dat ik er was, gisteren, waren er rond de 1 200 reddingswerkers van de diensten voor civiele bescherming, milieu en volksgezondheid en van de politie onvermoeibaar aan het werk in het betrokken gebied.
Het is zeer belangrijk te benadrukken dat de noodtoestand globaal gezien nu achter de rug is, omdat de schade stroomafwaarts richting de Donau is verhinderd en het gevaar dat er voor een tweede keer slib zou wegstromen, is bezworen. Er worden nu stappen ondernomen voor de volgende fase: het schoonmaken en de wederopbouw van het gebied. Personeel en machines gaan door met het verwijderen van het rode slib en het storten daarvan op geschikte terreinen. Huizen en constructies die niet meer kunnen worden hersteld, worden gesloopt. Er zijn beschermende dammen aangelegd om het risico van een tweede slibstroom te voorkomen en deze worden tevens versterkt. Er wordt toezicht uitgeoefend en aan de bevolking wordt informatie verstrekt over voorzorgsmaatregelen en sanitaire maatregelen.
Ik wil het nu hebben over de reactie van de EU. Op 7 oktober brachten de Hongaarse autoriteiten het mechanisme voor civiele bescherming op gang en vroegen om een nieuw team van deskundigen. Dit werd onmiddellijk gedurende een week in het getroffen gebied ingezet. Dit team kwam met een aantal suggesties voor maatregelen om het sanerings- en herstelplan van de Hongaarse regering verder te stimuleren. Het gaat daarbij onder meer om het minimaliseren van de verdere verspreiding van de rode modder via de lucht en het water; maatregelen om de risico’s voor de menselijke gezondheid te beoordelen en deze te beperken, maatregelen om de risico’s van verdere schade te beoordelen en die te beperken, milieucontrole, en maatregelen voor herstel en revitalisering.
Naast deze eerste reactie op de noodsituatie, is de Commissie bereid om het mechanisme voor civiele bescherming in te zetten om verdere hulp aan te bieden in de vorm van expertise en ook materieel als de Hongaarse autoriteiten daar om zouden vragen.
In de tweede plaats zouden de structuurfondsen kunnen worden ingezet om de gevolgen van de ramp aan te pakken, zoals reeds duidelijk was gemaakt. De regering is daarvan op de hoogte gesteld. Als deze zou besluiten om de middelen een andere bestemming te geven en zij zouden verzoeken daartoe indienen, dan zou de Commissie daar niet afwijzend tegenover staan.
Ten derde. In dit geval is het uiterst onwaarschijnlijk dat het EU-solidariteitsfonds kan worden ingezet; dit vanwege de strenge voorwaarden van de huidige regeling op grond waarvan alleen natuurrampen in aanmerking worden genomen; tevens omvatten deze voorwaarden een schadedrempel van 0,6 procent van het bbp, die waarschijnlijk niet wordt gehaald.
Nogmaals, de Commissie is zich heel duidelijk bewust van de noodzaak om het solidariteitsfonds sneller inzetbaar te maken en het toepassingsgebied ervan uit te breiden. Het is erg moeilijk uit te leggen aan de burgers van de lidstaten waarom we wel onmiddellijk hulp kunnen bieden aan de mensen in Pakistan, maar dat we de mensen die in gebied rond Ajka wonen niet kunnen helpen.
De Commissie onderzoekt tevens de kwestie van de milieuwetgeving. Een eerste analyse wees uit dat de bestaande EU-afvalwetgeving, de richtlijn betreffende het afval van winningsindustrieën, de komende richtlijn inzake industriële emissies, ter vervanging van de richtlijn inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging, de richtlijn betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen, de zogenaamde Seveso-richtlijn, en de kaderrichtlijn afvalstoffen een toereikend kader bieden voor het reguleren van potentieel gevaarlijke industriële activiteiten en het beheersen van afval zodanig dat deze geen gevaar opleveren voor de menselijke gezondheid en het milieu.
De Commissie is van oordeel dat de nadruk niet moet liggen op nieuwe wetgeving maar op het garanderen dat de bestaande wetgeving door alle lidstaten op de juiste wijze wordt toegepast en nageleefd.
We hebben ook een milieuwetgeving die schade na ongevallen behandelt, namelijk de richtlijn betreffende milieuaansprakelijkheid. Deze is van toepassing op de installatie en op de noodzakelijke herstelmaatregelen die moeten worden getroffen door de aansprakelijke exploitant die ook de volledige kosten voor het herstel dient te dragen.
Ons verslag over de uitvoering van de richtlijn betreffende milieuaansprakelijkheid laat zien dat de instrumenten voor financiële zekerheid nogal traag op gang komen om de geldelijke verplichtingen te dekken en dat is ook het geval in Ajka. We denken erover na hoe we dit in de toekomst kunnen verbeteren en zo nodig verplicht kunnen stellen.
Naar aanleiding van het slibongeval in Ajka zal de Commissie de balans opmaken van de lessen die op Europees niveau zijn geleerd, in het bijzonder met betrekking tot de deugdelijkheid en de juiste toepassing en handhaving van de Europese milieuwetgeving, en nadenken over de maatregelen die ervoor moeten zorgen dat de getroffen bevolking en industrie die gevaar loopt door passende verzekeringen worden gedekt. Voorts wordt er nagedacht over hoe in de toekomst de bestrijding van rampen en het vermogen daarop te reageren op Europees niveau kan worden versterkt en ook hoe onze instrumenten om uiting te geven aan onze solidariteit met onze lidstaten en onze burgers in geval van nood kunnen worden verbeterd.
Wat betreft dit laatste punt wil ik nog zeggen dat de Commissie volgende week de mededeling over de versterking van het reactievermogen van de EU bij rampen zal aannemen waarin de reactie op diverse soorten rampen, met inbegrip van industriële ongevallen, zal worden besproken en waarmee ons vermogen om gezamenlijk te reageren zal worden versterkt.
Ik wil graag van deze gelegenheid gebruikmaken om het Parlement te bedanken voor zijn krachtige steun op dit gebied van de versterking van het reactievermogen van de EU bij rampen. Ik zie uit naar uw vragen over de specifieke situatie in Hongarije alsook naar alle opmerkingen die u zou willen maken over dit thema in breder verband.
János Áder, namens de PPE-Fractie. – (HU) Aangezien commissaris Georgieva al in detail op de omvang van de industriële ramp is ingegaan, hoef ik daar verder niet meer over uit te weiden, en ik wil haar bedanken voor de waardering die zij heeft uitgesproken voor al diegenen die hun best hebben gedaan de schade zo beperkt mogelijk te houden. Ik weet dat zij in Boedapest is geweest en zich daar in dezelfde trant heeft uitgelaten. Dat is uiteraard een welkom gebaar voor al die mensen die zich ruim een week dag en nacht hebben ingezet om de schade binnen de perken te houden. U hebt het zojuist gehad over de mogelijkheid om de structuurfondsen aan te wenden. Ik zou u willen vragen hier wat uitvoeriger op in te gaan in uw afsluitende antwoord, en ons te laten weten wat u hier precies mee bedoelt.
U gaf ook aan dat u eveneens denkt over verplichte bijstand. Daar zou ik ook graag wat meer over willen horen. Ik ben van mening dat van deze tragedie in Hongarije, maar ook die welke de afgelopen tien jaar elders plaatsvonden, van Spanje en Frankrijk tot België, een overduidelijk signaal uitgaat dat industriële rampen als deze overal en op elk moment weer kunnen gebeuren. Tegelijkertijd heeft deze ramp ons ook duidelijk gemaakt dat de Unie niet over de middelen beschikt om hier adequaat op te reageren, iets wat we denk ik helder en ondubbelzinnig moeten onderstrepen. Ja, de EU heeft geen middelen om met dit soort situaties om te gaan. U stipte dit al aan.
Volgens mij is het tijd voor een herziening van de lijst van gevaarlijke stoffen, en als het aan mij ligt komt rood slib daar opnieuw op. Ook denk ik dat het tijd is om een aansprakelijkheidsverzekering verplicht te stellen voor bedrijven die zich bezighouden met gevaarlijke activiteiten, precies de bedrijven die grotendeels verantwoordelijk zijn voor de grote industriële rampen van de afgelopen tien jaar. En bovendien is het volgens mij tijd voor een nieuw financieel systeem waarmee efficiënt bijstand kan worden verleend, dat wil zeggen concrete en snelle hulp voor het getroffen land. We zullen ons voorstel hierover snel voorleggen aan de commissaris en ik hoop dat zij hierbij blijk zal geven van dezelfde open houding als in haar inleiding.
Csaba Sándor Tabajdi, namens de S&D-Fractie. – (HU) Allereerst wil ik u en de Europese burgers die hun medeleven met de ramp in Hongarije hebben betuigd, graag bedanken. De tragische gebeurtenis in Hongarije is ook een verlies voor Europa. Het doel van het debat van vandaag is om de solidariteitsintenties van de EU om te zetten in concrete hulp, en om na te denken over de preventie van toekomstige milieurampen.
Collega's, ik stel voor dat we het solidariteitsfonds omvormen. Het zou zeer praktisch zijn om de reikwijdte van de steun uit te breiden naar industriële rampen en om de drempelwaarde voor het financiële equivalent van de schade te verlagen. Dit lijkt nog veel meer gerechtvaardigd nadat we eerder van mevrouw Georgieva hebben vernomen dat we de afgelopen tien jaar slechts tien procent van dit fonds hebben gebruikt. Het debat van vandaag moet ook antwoorden bieden op vijf technische veiligheidskwesties in verband met milieubescherming op lange termijn.
Ten eerste moeten alle reservoirs die nog worden gebruikt of zijn verlaten, technisch en milieukundig worden geïnspecteerd volgens uniform vastgelegde EU-principes. Lidstaten moeten conformiteit met de gemeenschappelijk vastgestelde technische discipline afdwingen en de Europese Commissie moet die conformiteit controleren. Ten tweede moeten industriële bedrijven die rood slib niet correct opslaan, worden opgenomen in de categorie gevaarlijke fabrieken. Ten derde moet de tenuitvoerlegging van de richtlijn betreffende mijnafval door de lidstaten worden versneld. Ten vierde moet de EU, zoals ik ook heb voorgesteld in een schriftelijke vraag, onderzoeksprogramma's stimuleren die gericht zijn op de recycling van rood slib. Ten vijfde moeten we tijdens het Hongaarse voorzitterschap als onderdeel van de strategie voor de Donauregio een begin maken met het opruimen en hercultiveren van de reservoirs voor industrieel- en mijnbouwafval in het stroomgebied van de Donau.
Tot slot zouden de enige industriële activiteiten die in de eenentwintigste eeuw toegestaan zijn in Europa, activiteiten moeten zijn die de ontsmetting en recycling van het ontstane afval waarborgen. Op deze manier kan Europa veiliger worden gemaakt en wordt de natuurlijke omgeving beter bewoonbaar.
Corinne Lepage , namens de ALDE-Fractie. – (FR) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, dames en heren, laat mij beginnen onze solidariteit te betuigen met de slachtoffers. Deze ramp noopt ons echter ook een aantal zaken te bespreken.
In de eerste plaats: dank, commissaris, voor uw inlichting dat er volgende week een mededeling komt over de noodinterventiemaatregelen, die natuurlijk essentieel zijn. Wij moeten onze medeburgers te hulp kunnen schieten bij natuurlijke en industriële rampen als deze.
Ik ben er echter niet gelukkig mee dat dit giftige aanslibsel – de tv-verslagen bevatten beelden van mensen die brandwonden hebben omdat ze met dit aanslibsel in contact zijn gekomen – als inert afval wordt geclassificeerd. Dat is volstrekt onaanvaardbaar. De Commissie moet het initiatief nemen tot een herziening van de lijst van gevaarlijke afvalproducten en daarin het aanslibsel opnemen. Tegelijkertijd moet ze vaststellen of andere soorten producten aan de lijst kunnen worden toegevoegd.
Het meest van belang is de feitelijke uitvoering van het Gemeenschapsrecht, en wat dat betreft, commissaris, meen ik dat de Commissie de benodigde middelen moet hebben om toe te zien op de daadwerkelijke uitvoering van de communautaire wetgeving. Dit betekent niet eenvoudigweg het omzetten van richtlijnen, maar veeleer uitvoering van de wetgeving in alle ondernemingen binnen de Unie.
Om dit doel te bereiken, heeft de Commissie toezichthoudende bevoegdheden nodig die ze op dit moment duidelijk niet bezit. We hebben niet meer regels nodig; het gaat erom de bestaande communautaire wetgeving uit te voeren.
Bart Staes, namens de Verts/ALE-Fractie. – Voorzitter, collega's, uiteraard ook namens de Verts/ALE-Fractie in het Parlement onze solidariteit, ons medeleven met de slachtoffers. We moeten de mensen helpen. Wat daar gebeurd is, is verschrikkelijk. Toch een drietal opmerkingen na uw interventie, mevrouw Georgieva.
U zegt, of uit uw woorden valt op te maken dat op het eerste gezicht de meeste Europese wetgeving correct is nageleefd. Ik zou toch willen vragen dat de Commissie een grondig onderzoek doet. Mevrouw Lepage heeft erop gewezen dat er een hele reeks Europese wetgeving bestaat: de mijnafvalrichtlijn, de richtlijn over emissies van gevaarlijke industriële installaties; er is een milieuaansprakelijkheidsrichtlijn.
Dit ongeval heeft kunnen gebeuren, en toch is blijkbaar alle milieuwetgeving nageleefd. Dit kan niet. Dus ergens is er een fout gemaakt. Hebben de Hongaarse autoriteiten hun verantwoordelijkheid genomen? Hebben ze voldoende controles uitgevoerd? Ik denk dus dat er een soort stresstest, en onderzoek moet komen naar hoe Europese wetgeving is toegepast en of die correct is toegepast.
Ten tweede: onze Hongaarse groene vrienden hebben erop aangedrongen om een onafhankelijke onderzoekscommissie naar het gebied te sturen om de objectieve data inzake de verontreiniging vast te stellen. Ik denk niet dat zo'n onderzoek alleen maar eenzijdig door de Hongaarse autoriteiten kan worden gedaan.
Ten derde: inspecties. Milieu-inspecties zijn van levensbelang. We hebben daar al over gedebatteerd in het Parlement. We hebben op 20 november 2008 een resolutie daarover aangenomen. Wij willen een dringend wetgevend kader daarover. Milieu-inspecties moeten uitgevoerd worden, niet alleen door nationale inspecties, maar vooral moet er ook controle en toezicht zijn op de toezichthouders. Een controle op de controleurs. We hebben dringend behoefte aan een goede milieu-inspectie over heel Europa, en vooral ook een goede implementatie van de milieurichtlijnen.
Lajos Bokros, namens de ECR-Fractie. – (HU) De afgelopen twee weken heeft de Hongaarse pers het over weinig anders gehad dan de verantwoordelijkheid van het bedrijf, de Hungarian Aluminium Corporation. De CEO werd gearresteerd nog voordat het onderzoek was begonnen, ver voordat er enige resultaten bekend waren. In het onderzoek moet de verantwoordelijkheid van het bedrijf nog worden vastgesteld, maar ik denk dat we alvast één conclusie kunnen trekken. De verantwoordelijkheid ligt niet alleen bij het bedrijf, maar ook bij de autoriteiten en de lokale overheden. Schadebeperking is zeer belangrijk, en de commissaris heeft het al gehad over de belangrijkste zaken die we in dat opzicht moeten doen. Daarnaast is preventie echter minstens zo belangrijk. De regering, de centrale overheid en zelfs de lokale overheden in Hongarije zijn onvoldoende voorbereid om dergelijke rampsituaties te voorkomen. De regering is uitermate versplinterd, heeft geen middelen tot haar beschikking en er zijn geen menselijke of financiële voorzieningen om rampen te voorkomen. Ik stel voor dat wij een conclusie trekken en hier rekening mee houden wat betreft de hervorming van lokale overheden en de regering.
Marisa Matias, namens de GUE/NGL-Fractie. – (PT) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, dames en heren, laat mij hier zeggen wat nog niet is gezegd. Commissaris, ik heb aandachtig naar u geluisterd en na wat ik heb gehoord, lijkt het er voor mij sterk op dat de meest effectieve actie, door de nationale of door de Europese autoriteiten, het waarborgen van een stilzwijgen is geweest.
Industriële ongevallen kunnen en moeten worden voorkomen. Hiervoor bestaat Europese wetgeving, en het lijkt mij duidelijk dat de wet hier is overtreden. Er is sprake geweest van inefficiëntie, vertraagde reacties en verwaarlozing van de getroffenen, met name de minder bevoorrechte bevolking. Er zijn mensen om het leven gekomen en vele anderen weten nog altijd niet wat de mogelijke gevolgen voor hun gezondheid zullen zijn. Het is onmogelijk om de totale kosten te bereken en het is immoreel om niet voor de slachtoffers te zorgen.
Ik wil u graag vragen, commissaris, hoe het mogelijk is dat we het nieuws wel kunnen vernemen door berichten afkomstig van de Hongaarse bevolking, maar dat de autoriteiten niets zien en ons niets vertellen? Daarom wil ik graag enkele vragen stellen. Hoe is het mogelijk dat de bank druk kan uitoefenen op huiseigenaren in het getroffen gebied en hen kan vragen het bedrag dat zij verschuldigd zijn te betalen, omdat hun huis minder waard is geworden? Hoe kunt u toestaan dat telefoonbedrijven de enige vorm van contact voor mensen in dit rampgebied afsluiten? Hoe kan het zijn dat het bedrijf dat verantwoordelijk is voor deze ramp, nu al weer zaken doet?
Tot slot hebt u het gehad over het matigen van de gevolgen van het slib, commissaris. Dan wil ik u graag vragen wat de redenen zijn om de werkelijke schaal van deze menselijke tragedie te blijven bagatelliseren? Op deze manier lijkt het alsof we telkens weer terug naar af moeten.
Jaroslav Paška, namens de EFD-Fractie. – (SK) Om te beginnen wil ik graag mijn oprechte medeleven betuigen met onze Hongaarse vrienden in verband met het grote ongeluk waardoor de inwoners van de dorpen Kolontár en Devecser maandag 4 oktober werden getroffen, toen zij plotseling werden overspoeld door een grote golf chemisch slib afkomstig uit een reservoir van een nabijgelegen fabriek.
Zoals na verloop van tijd duidelijk is geworden, zijn het ook hier weer de onschuldige mensen uit de getroffen gemeenschappen die de hoogste prijs betalen voor de onachtzaamheid van degenen die het onderhoud en de veiligheid van het reservoir, en daarmee ook de veiligheid van deze huizen, hadden moeten verzorgen. Het verheugt mij dat een van de eerste groepen die vrijwillig hulp aanboden aan de getroffen burgers, reddingsspecialisten en vrijwillige brandweermensen uit Slowakije waren. De Slowaken aarzelden geen moment en lieten hun eigen huizen en gezinnen achter om de onfortuinlijke getroffen mensen in het naburige Hongarije te helpen.
Ik weet dat het erg lang zal duren voordat de wonden in Kolontár en Devecser zijn geheeld, maar we moeten nu nadenken over het feit dat er binnen Europa mogelijk meer van deze verwaarloosde, gevaarlijke reservoirs met chemicaliën en ander afval bestaan. Er werd er zelfs één aangetroffen tijdens een spontane inspectie door het ministerie van Landbouw in mijn eigen land. Het lijkt erop dat het storten van industrieel of mijnbouwafval op stortplaatsen geen goede oplossing is voor de samenleving en voor het milieu. Daarom moeten we serieus gaan nadenken over de eis dat elke industriële of mijnbouwactiviteit alleen een vergunning krijgt als het afval dat hierbij ontstaat, onmiddellijk en volledig wordt vernietigd of geneutraliseerd als onderdeel van de productiecyclus. Alleen op deze manier kunnen wij ongelukken voorkomen die vergelijkbaar zijn met het ongeluk waardoor de inwoners van Kolontár en Devecser nu zijn getroffen.
Béla Kovács (NI). – (HU) Dames en heren, om te beginnen wil ik graag een voorstel van orde indienen en het Europees Parlement vragen de belangrijke gebeurtenissen met betrekking tot Hongarije indien mogelijk niet zo laat op de avond te bespreken, maar liever op een tijdstip waarop er zo veel mogelijk collega's aanwezig kunnen zijn in dit Parlement. Helaas deed deze situatie zich ook al voor toen we de Slowaakse taalwet bespraken.
Volgens de experts was de ramp in Kolontár het gevolg van ongeremd winstbejag en een ernstige schending van de technologische discipline. Na twee weken onderzoek zijn de verantwoordelijken voor het ongeluk helaas nog steeds niet aangewezen, en er heerst steeds minder hoop dat de waarheid aan het licht zal komen. Wat de situatie nog ernstiger maakt, is dat de slachtoffers zelfs niet kunnen rekenen op het solidariteitsfonds, omdat dit geen natuurramp is en de waarde van de geschatte schade de voorgeschreven 591 miljoen euro niet overschrijdt. Het is echter een geval van ernstige menselijke nalatigheid. Daar komt nog eens bij dat commerciële banken de schandaligste eisen sturen naar huiseigenaren met een hypotheek, waarin zij hen vragen al hun schulden in één keer onmiddellijk terug te betalen, aangezien woonhuizen in de regio mogelijk volledig waardeloos zijn geworden. Dit doet mij denken aan Thomas Friedman, een columnist bij de New York Times, die in zijn redactionele artikel van 4 september beweerde dat krediet een drug is, banken drugsdealers zijn en de centrale bank de Godfather is.
Om deze situatie zo snel mogelijk op te lossen, is het van cruciaal belang dat de schade kan worden beperkt door Europese sociale solidariteit. Het is onze plicht om de slachtoffers elke vorm van ondersteuning te bieden, om het te helpen zo snel mogelijk hun normale leefomstandigheden te herstellen. Bovendien moet de het wetboek van strafvordering onmiddellijk worden aangescherpt om vergelijkbare rampen die mensen het leven kosten in de toekomst te voorkomen.
Krisztina Morvai (NI). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, er is vandaag in deze vergaderzaal iets absoluut ongehoords gebeurd. Terwijl mijn collega aan het woord was over een grote tragedie in ons land waarbij negen mensen om het leven zijn gekomen, waren er twee afgevaardigden die op provocerende wijze zaten te lachen.
Dit is een formele klacht die ik bij u, mevrouw de Voorzitter, wil indienen, en ik verzoek u dit ook aan de heer Buzek te laten weten. Ik wil dat deze zaak naar behoren wordt onderzocht. De heer Nigel Farage deed iets wat heel wat minder provocerend en beledigend was. Hij kreeg toen een boete en er zijn tuchtrechtelijke maatregelen tegen hem genomen. Deze twee vrouwen hier, deze twee afgevaardigden, verdienen minstens eenzelfde lot te ondergaan.
De Voorzitter. – Het Bureau neemt nota van uw klacht.
Richard Seeber (PPE). – (DE) Mevrouw de Voorzitter, ik bewonder het dat mijn collega in staat is om het gelach van de beide collega's ginder op een bepaalde manier te interpreteren. Maar nu terug naar het onderwerp; ik denk dat dit debat te belangrijk is om er politiek munt uit te willen slaan.
Ten eerste wil ik mijn solidariteit en medeleven met de slachtoffers betuigen, met name met diegene die hulp bieden en hun leven op het spel zetten om deze ramp tegen te houden en af te wenden. Nu is het echter belangrijk dat we het hoofd koel houden, de huidige situatie analyseren en nagaan wie verantwoordelijk is. Ik ben het volkomen met de commissaris eens wanneer ze zegt dat we moeten nagaan of de richtlijnen die we voor dit soort incidenten hier in Europa hebben opgesteld, naar behoren zijn omgezet en toegepast. Dat is de eerste stap, en in dat opzicht kijk ik vol spanning uit naar het verslag van de Commissie en de conclusies die erin zullen worden getrokken.
Tezelfdertijd zou ik de Commissie echter willen vragen om de lidstaten die de wetgeving die we hier vaststellen, veel stringenter en sneller ter verantwoording te roepen. Dat is de taak van de Commissie en ik stel vast dat ze in dat opzicht soms een beetje laks optreedt. Wat dat betreft, zou de Commissie er goed aan doen om de lidstaten aan hun verantwoordelijkheid te herinneren.
Ten tweede hebben we hier in Europa het beginsel dat de vervuiler betaalt. Volgens mij is dat een zeer goed en belangrijk beginsel, en ik denk niet dat de financiële verantwoordelijkheid voor dergelijke incidenten op de staat mag worden afgewenteld. Daarom is de oproep tot uitbreiding van het Solidariteitsfonds volgens mij niet gerechtvaardigd, want het is hier duidelijk wie de vervuiler is en die moet de veroorzaakte schade vergoeden. Wanneer zich zulke rampen voordoen, moeten we natuurlijk nagaan of individuele bedrijven in staat zijn om de kosten te dragen. Wat dat betreft, kijk ik opnieuw in de richting van de Commissie, die na zou moeten gaan of we verzekeringsoplossingen zouden moeten invoeren om mensen die schade hebben geleden op gepaste wijze schadeloos te kunnen stellen.
Marita Ulvskog (S&D). – (SV) Hongarije is getroffen door een verschrikkelijke ramp en ik leef ontzettend mee met de getroffenen.
Wat onbegrijpelijk is, is het feit dat een bijproduct dat chroom, arsenicum en kwik bevat, werd opgeslagen in een open bekken waar zware regenval in principe zou kunnen volstaan om tot een gevaarlijke situatie te leiden. Hoeveel van zulke bekkens zijn er nog in Hongarije, in Europa en in de hele wereld?
Staat u mij toe een onderzoeker op het gebied van biogeometrie te citeren:
(EN) Ik citeer: "Er moet dringend een volledige inventaris worden gemaakt van zulke residubekkens in de hele wereld, waarvan de toxische inhoud chemische tijdbommen zijn. (...) In Europa alleen al is dit reeds de derde dergelijke ramp in de voorbije 12 jaar. Zij hadden stuk voor stuk kunnen worden vermeden. Het kan niet de taak van onderzoek alleen zijn om de wereld te behoeden voor zulke rampen. In dit verband zijn wetten en toezicht nodig."
(SV) Wat vindt de commissaris daarvan? Hebben we betere chemicaliënwetgeving, een beter substitutiebeginsel, effectievere voorschriften, meer voorschriften, meer controles en meer alternatieve producten nodig? Wat zou er moeten worden gedaan en hoe snel kunnen we het doen? De bedoeling en het doel moeten echter zijn om op lange termijn veranderingen teweeg te brengen en preventieve maatregelen tot stand te brengen.
Ramona Nicole Mănescu (ALDE). – (RO) We moeten inderdaad blijk geven van gepaste solidariteit met Hongarije, met name nu de milieuramp zich heeft verspreid en de giftige substantie die uit de bekkens van de fabriek stroomde, het water van de Donau al heeft bereikt.
Daarom roep ik de Europese Commissie op om direct in te grijpen in de aanpak van de situatie, om Hongarije met alle mogelijke beschikbare middelen bij te staan en om de verantwoordelijke instanties te verzoeken om de volgende documenten en gegevens te verstrekken: een verslag over de gevolgen van elke in ecosystemen vastgestelde chemische verbinding, opgave van de weggestroomde hoeveelheden en details van de gevolgen van het vrijgekomen slib voor fauna en flora, alsmede een verslag over de maatregelen die de Hongaarse autoriteiten hebben genomen, en meer specifiek de hoeveelheid chemische stoffen waarmee het weggestroomde slib als tegenmaatregel te lijf werd gegaan en de milieugevolgen van de nieuwe stoffen.
Gezien de ernst van de situatie en het gevaar dat uitgaat van de verspreiding van deze toxische stoffen, denk ik dat we zo snel mogelijk maatregelen moeten nemen. De Europese Commissie is het enige orgaan dat bij machte is om deze informatie te vragen, om te voorkomen dat deze milieuramp zich uitbreidt naar andere lidstaten langsheen de Donau en onmiddellijk maatregelen te nemen ter bestrijding van de gevolgen van deze ramp waar deze zich al heeft voorgedaan.
Dat is precies de reden waarom ik een schriftelijke vraag aan de Commissie zal stellen. Ik verwacht van de Commissie namelijk niet alleen dat ze een strategie ontwikkelt om te voorkomen dat zulke rampen zich in de toekomst nog voordoen, maar ook dat ze zo snel mogelijk concrete maatregelen aan ons voorstelt, die onverwijld zullen worden toegepast in het geval van de milieuramp in Hongarije. Ik maak mij grote zorgen over de gevolgen die deze ramp ook voor Roemenië zou kunnen hebben.
Bas Eickhout (Verts/ALE). – Voorzitter, en dank u commissaris voor uw inbreng tot nu toe. U stelt dat er geen nieuwe wetten nodig zijn, en dat concludeert u voor mij iets te snel. Want, laten we wel wezen, die rode modder valt dus niet onder gevaarlijk afval. Dat is niet uit te leggen. Wat bedoelt u daarmee? Is dat wel voldoende?
Maar ook onder de IPPC-richtlijn, waaronder deze aluminiumfabriek valt, moeten ze de best beschikbare technieken toepassen. Die technieken zijn bijvoorbeeld twee beschermingsmuren. Er was maar één beschermingsmuur. Dus ook daar zitten duidelijk problemen. In die zin wil ik van de Commissie veel duidelijker geanalyseerd of de wetten wel voldoende in orde zijn.
Vervolgens zijn er de inspecties: foto's in juni lieten al zien dat er lekken waren. Nationale toezichthouders hebben gezegd dat er geen problemen zijn. Die inspecties waren onvoldoende. Wordt het niet tijd dat de Commissie met meer ambitie voorstellen gaat doen over Europese inspecties om ervoor te zorgen dat de nationale inspecteurs ook weer gecontroleerd worden om dit soort rampen in de toekomst te voorkomen?
Horst Schnellhardt (PPE). – (DE) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw de commissaris, geachte afgevaardigden, natuurlijk leef ik mee met de slachtoffers van deze ramp. Toen ik in de krant las dat er daar rood slib uit een opvangbekken was gelopen, stelde ik mijzelf als lid van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid de vraag hoe zoiets in hemelsnaam mogelijk is. We stellen immers als sinds jaar en dag regels en wetten op om juist zulke giftige stoffen te isoleren, veilig op te bergen, om te voorkomen dat zoiets gebeurt. Kennelijk is hier iets fout gegaan, kennelijk zijn hier gezagsdragers die zich niet aan de regels en wetten van de Europese Unie gehouden hebben. Die moeten ter verantwoording geroepen worden, want er moet een antwoord komen op de vraag wie verantwoordelijk was en wie niet.
Ik bewonder de Hongaren om hun snelle ingrijpen, waarmee zij een grotere ramp verhinderd hebben. Maar dat mag er niet toe leiden dat we alles bij het oude laten. De verantwoordelijken moeten gevonden en aan de schandpaal genageld worden.
Deze gebeurtenissen mogen echter niet aangegrepen worden om het Solidariteitsfonds aan te passen. Dat fonds is in 2002, ten tijde van de overstromingen, in het leven geroepen. Dat zijn de regels en we kunnen wanbestuur in een lidstaat niet op Europa afschuiven en dat voor de kosten op laten draaien. Daar is het Solidariteitsfonds niet voor. Het is bedoeld voor onvoorziene omstandigheden. Daar moeten we het geld voor achter de hand houden en niet voor dergelijke gevallen als nu in Hongarije.
Maar laat ik een voorstel doen: in 2002 was er ten tijde van de overstromingen ook geen Solidariteitsfonds, maar we konden wel EFRO-middelen inzetten, bijv. met een verlaagde medefinanciering. Daarmee zijn de lidstaten ook geholpen, omdat ze hun eigen gelden dan aan andere doelen kunnen besteden. We kunnen dus met enige goede wil een andere potje aanspreken om het gevraagde geld ter beschikking te stellen. Dat is mijn advies, waarvan ik hoop dat de Commissie het overneemt.
Judith A. Merkies (S&D). – (HU) Ik zou alle getroffen Hongaren mijn medeleven willen betuigen. Door de milieuramp is de aandacht van de hele wereld op Hongarije gevestigd. Deze ramp heeft één ding duidelijk gemaakt, namelijk dat het onderhoud en de controle van oude industriële installaties van primordiaal belang is. Ook tijdens de economische crisis mag niet worden gesnoeid in de onderhoudskosten.
Ik switch nu naar het Nederlands. Een milieudrama in Hongarije heeft alle ogen in Europa naar zich toe getrokken en als één zaak duidelijk is - u hoort het hier ook al - is dat het toezicht op onderhoud en het onderhoud zelf essentieel zijn, ook van oudere installaties en industrieën van vroegere tijden. Ook in deze tijden van economische crisis mag echt niet op onderhoud en op toezicht worden beknibbeld. Goede omzetting en implementatie van de afvalstoffenrichtlijnen zijn noodzaak en hoofdzaak.
En om het toch maar even te vermelden: afval is de grondstof van de toekomst en moet geen gevaar zijn, maar een kans. En opgeslagen afval zoals dit – meren met afval – mag echt niet meer voorkomen. Recyclen of hergebruiken. De milieu- en grondstofplannen van Europa zijn heel ambitieus. De lidstaten moeten minstens zo ambitieus zijn en voortmaken om mens, milieu en de industrie te dienen, en meer werk te maken van recyclen en hergebruiken van afval.
Daarom roep ik, samen met de anderen, Hongarije op, en ook de Commissie en de andere lidstaten waar dit mogelijk ook nog kan voorkomen, om na te gaan of de afvalrichtlijnen, ook op het gebied van industrieel afval, en de milieuveiligheidseisen goed zijn geïmplementeerd. En ook toezien op onderhoud en toezicht op onderhoud. Zo'n ramp voor mens en milieu mag niet meer voorkomen.
Adina-Ioana Vălean (ALDE). – (EN) Mevrouw de Voorzitter, dit drama herinnert ons aan onze verantwoordelijkheid als politici. Het is niet urgent om met nog een nieuwe wet, nog een wetgevingspakket op de proppen te komen. Met de Europese richtlijn betreffende mijnafval beschikken we al over een volledig milieuacquis. Het probleem is niet dat Europa niet over een correct wetgevingskader beschikt, maar dat lidstaten die wetten niet correct toepassen.
Bedrijven hebben in hun onderhandelingen met de autoriteiten duidelijk te veel zeggenschap gehad met betrekking tot wat gevaarlijk afval is waarop de striktste veiligheidsnormen van toepassing zouden moeten zijn. Bovendien maak ik mij oprecht zorgen wanneer ik hoor hoe ontzettend veel opslagplaatsen van toxisch afval er in de hele Donauregio zijn en dat er in Roemenië alleen al meer dan duizend verontreinigde terreinen zijn. Wat preventie betreft, zou het inventariseren van die terreinen in Europa onze eerste prioriteit moeten zijn. We kunnen niet tot 2012 wachten om dit van kracht te laten worden.
Lidstaten zouden die informatie zo snel mogelijk en op vrijwillige basis aan de Commissie moeten verstrekken. Dit voorval toont ook aan dat de Commissie meer middelen zou moeten krijgen om correcte toepassing van de milieuwetgeving te verzekeren, met name in Midden- en Oost-Europa. Het toont ook aan dat de Commissie meer middelen zou moeten krijgen om na te gaan hoe het zit met de kwaliteitscontrole en inspectie van die gevaarlijke installaties.
Last but not least zou ik willen benadrukken dat het basisbeginsel zou moeten zijn dat de vervuilers de door hen veroorzaakte milieuschade betalen. Daarom ben ik niet zeker of het gebruik van het Europese Solidariteitsfonds voor natuurrampen aangewezen is, daar het dat beginsel zou kunnen ondermijnen dat de kern van de milieuaansprakelijkheidsrichtlijn vormt.
Satu Hassi (Verts/ALE). – (FI) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, ik zou twee dingen willen zeggen. Ten eerste zou de Commissie absoluut een taakgroep naar Hongarije moeten sturen om de situatie daar te analyseren. Het is eigenlijk niet bevredigend dat we bijvoorbeeld met betrekking tot wat er echt in het rode slib zit, moeten vertrouwen op door de Hongaarse autoriteiten verstrekte informatie. We hebben informatie van onafhankelijke onderzoekers nodig.
Het tweede element is dat u, commissaris, zei dat het rode slib niet voldoet aan de criteria met betrekking tot gevaarlijk afval en dat er op onze wetgeving niets aan te merken valt. Die beweringen kunnen echter niet allebei tegelijk kloppen. De criteria met betrekking tot gevaarlijk afval moeten absoluut worden verduidelijkt, op zo een manier dat hoge alkalineniveaus, of hoge pH-waarden, een van de criteria worden.
Romana Jordan Cizelj (PPE). – (SL) We moeten alles doen wat we kunnen om te voorkomen dat zulke ongevallen gebeuren. Ik verwacht daarom dat de Europese Unie nagaat hoe het komt dat er zich nog altijd ongevallen voordoen in de Europese Unie, en dat ze vervolgens gepaste maatregelen neemt.
We moeten vanzelfsprekend de uitvoering van de al vastgestelde wetgeving ernstiger aanpakken. Uit onderzoeken naar individuele ongevallen is gebleken dat ze onder andere te wijten waren aan nalatigheid en het niet naleven van de wet. Door de bank hebben we in de Unie zeer weinig bereikt wat de toepassing van milieuwetgeving betreft.
Ik verwacht verder van de Commissie dat ze ons informatie verstrekt over eventuele grensoverschrijdende risico’s die het ongeval in Hongarije heeft voor de menselijke gezondheid. Zullen bijvoorbeeld toxische stoffen vrijkomen in de lucht en zullen mensen in buurlanden, zoals Slovenië, gevaar lopen als ze die stoffen inademen?
We moeten vervuilers ook sterker ter verantwoording roepen en het beginsel dat de vervuiler betaalt, strikter toepassen. Overheidsgeld gebruiken om de schade op te ruimen en mensen te helpen zou alleen in geval van nood mogen, op basis van het beginsel van solidariteit.
Dat is een andere manier om bedrijven aan te zetten om op een veilige manier te werken.
Miroslav Mikolášik (PPE). – (SK) Ten eerste wil ik onze Hongaarse vrienden mijn oprechte medeleven betuigen, mij solidair verklaren met de gezinnen van de overledenen en mijn bezorgdheid uiten over de 150 personen die gewond raakten.
Het toxische slib dat wegstroomde nadat de dam van de aluminiumfabriek brak, overspoelde de omliggende gemeenten met alle gevolgen van dien voor ongeveer 40 vierkante kilometer land en waterlopen die in de Donau uitmonden. Misschien kwamen tot negen mensen om het leven bij deze milieuramp, die de zwaarste is geworden in de geschiedenis van Hongarije.
Volgens mij bestaat de topprioriteit erin om de gevolgen van de ramp te lenigen en daarom de ecosystemen van de rivieren op een verantwoorde manier nieuw leven in te blazen, alsmede om mogelijke rampen in de toekomst te voorkomen. De Europese Unie kan in dat opzicht een belangrijke rol spelen, want het is niet alleen haar recht maar ook haar plicht om aan te dringen op totale naleving van de strenge milieunormen, want ik kan me best voorstellen dat er in andere lidstaten vergelijkbare gevaarlijke bekkens bestaan.
Elena Băsescu (PPE). – (RO) Ook ik wil mijn medeleven betuigen met betrekking tot de voorvallen die hebben plaatsgevonden, en ik zou het volgende willen zeggen. Volgens de evaluatie van Greenpeace is dit ongeval veel ernstiger dan het ongeval dat zich in 2000 in Baia Mare voordeed. Ik zou erop willen wijzen dat toen geen mensen het leven lieten en dat de gevolgen na verloop van tijd relatief beperkt waren. Hongaarse leden van het Europees Parlement hebben echter een resolutie ingediend om cyanidetechnologie in de mijnbouw te verbieden, zonder een alternatief voor te stellen en met het tegenhouden van het Roşia Montana mijnbouwproject als enige doel.
We betreuren dat Europa tien jaar later nog altijd wordt geconfronteerd met grote veiligheidsrisico’s voor mensen en milieu. Die situatie is een gevolg van het feit dat wettelijke voorschriften inzake milieubescherming en rampenpreventie tekortschieten of niet naar behoren worden toegepast. Een van de vereiste maatregelen is een herziening van de criteria voor classificatie van toxisch en gevaarlijk afval. We moeten vaststellen dat het type rood slib dat het ongeval in Kolontár veroorzaakte, niet als gevaarlijk afval is geclassificeerd.
Monika Flašíková Beňová (S&D). – (SK) Ik denk dat iedereen in Europa geschokt was door de milieuramp die zich twee weken geleden in Hongarije voordeed, en ik zou mij hier solidair willen verklaren met de gezinnen van de slachtoffers en hun mijn medeleven betuigen, ook uit naam van de burgers van de Republiek Slowakije. Het doet mij veel plezier dat Slowaakse hulpverleners bij de eersten waren om onze Hongaarse vrienden bij te staan.
Volgens mij moeten de Europese Unie, de Hongaarse regering en het bedrijf in kwestie dat de milieuramp veroorzaakte, in de huidige situatie samenwerken en een oplossing zoeken.
Tot slot, mevrouw de Voorzitter, zou ik zeer kort aan mevrouw Morvai willen uitleggen dat de ramp in Hongarije niet aan de basis lag van mijn reactie, en dat ik niet tot elf uur ’s avonds in het Parlement zit om de draak te steken met mensen die lijden. Mijn reactie werd veroorzaakt door de volkomen belachelijke verklaring van de Hongaarse extremistische partij Jobbik, die een verband legde tussen de dramatische situatie die zich in Hongarije heeft voorgedaan en de taalwetgeving in Slowakije. Ik kan het lid verzekeren dat de huidige regering, waar de Hongaarse partij Hid deel van uitmaakt, de taalwetgeving niet heeft gewijzigd en dat de wetgeving zeer redelijk is. Het is volkomen belachelijk om een verband te leggen tussen de dood van mensen en de ramp in Hongarije enerzijds en de taalwetgeving van Slowakije anderzijds.
Kriton Arsenis (S&D). – (EL) Mevrouw de Voorzitter, ik zou de burgers van Hongarije een boodschap van solidariteit willen zenden. Commissaris, we moeten echt kijken of er nog andere risico’s zijn en die in kaart brengen, voor er nog zo een ongeval gebeurt. We moeten gevaarlijke stoffen registreren. Het Parlement heeft zich in dit plenum over die kwesties uitgesproken. We vragen dat cyanide wordt verboden bij goudwinning en de Commissie zou een initiatief in die richting moeten nemen, gezien het vorige zware ongeval in Baia Mare, dat verregaande repercussies had, precies het gevolg was van het gebruik van cyanide.
Ik ben het volkomen eens met datgene wat u zei met betrekking tot het Solidariteitsfonds. Tot slot moeten we de richtlijn inzake bodembescherming herzien, er moet een einde komen aan de blokkering ervan op het niveau van de Raad, en we moeten ons ertoe verbinden om de bodem te saneren en uit te zoeken wie er verantwoordelijk voor is.
Ulrike Lunacek (Verts/ALE). – (DE) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, ik denk dat deze ramp heel duidelijk aantoont hoe belangrijk Europese wetgeving, alsmede de toepassing ervan en toezicht erop, zijn. Milieurampen en hun gevolgen stoppen gewoon niet aan de grenzen van een lidstaat of enig ander land in de wereld, maar overschrijden die grenzen via grondwater, vervuiling van rivieren, kleine deeltjes en via de lucht, en verspreiden zich vervolgens over andere regio’s.
Commissaris, sommigen hebben er u al op gewezen dat de Europese wetgeving die we hebben, tot op zekere hoogte tekortschiet, dat ze ook niet naar behoren wordt omgezet en onvoldoende door de Commissie wordt gecontroleerd. Een voorbeeld van zulke wetgeving is de aansprakelijkheidswetgeving. In die wetgeving is er een echte lacune in zoverre dat diegenen die zulke rampen veroorzaken, ter verantwoording moeten worden geroepen en moeten worden gedwongen om te betalen. Welke wetswijzigingen bent u van plan om in te voeren om te verzekeren dat de vervuiler moet betalen? Wat bent u van plan om te doen met betrekking tot Hongarije, om onafhankelijke onderzoeken mogelijk te maken en wat vindt u van het voorstel – zoals mevrouw Hassi al aankaartte – om onze eigen EU-taakgroep op te richten?
Ik heb nog een laatste opmerking, namelijk dat we hebben gehoord dat journalisten worden tegengewerkt in hun onderzoek naar dit ongeval. Bent u van plan om uw invloed op de Hongaarse regering te gebruiken om te verzekeren dat onafhankelijk verslag kan worden uitgebracht?
Kristalina Georgieva, lid van de Commissie. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil alle sprekers hartelijk dankzeggen. U heeft alle vraagstukken waar we mee worden geconfronteerd goed aan bod laten komen. Voordat ik ga reageren, wil ik graag nog even het volgende zeggen. Toen ik gisteren in de getroffen dorpen aankwam, dacht ik bij mijzelf: godzijdank is het overdag gebeurd, want als dat ongeluk ’s nachts was gebeurd, zouden er veel meer mensen zijn omgekomen.
Vanaf een afstand lijkt het alsof iemand de huizen voor de helft heeft roodgeverfd. Dit komt duidelijk uit boven het niveau van waar de bedden staan waar vrouwen, mannen, kinderen en oudere mensen slapen. Wanneer we met iets dergelijks geconfronteerd worden, is het een goede zaak om dit grondig te bespreken en ervoor te zorgen dat we hier lessen uit trekken. Dan krijgen we ook feedback ten aanzien van paraatheid, preventie en respons in het geval van eventuele toekomstige rampen.
Daarom neem ik de opmerkingen die hier in deze zaal zijn gemaakt bijzonder serieus. Laat mij proberen daarop in te gaan.
Ten eerste wat betreft de wetgeving en de rol van de Commissie. Mijn precieze woorden waren dat uit de eerste analyse die we hebben verricht inderdaad lijkt af te leiden dat we over de passende wetgeving beschikken en dat waar er nog onvoldoende wordt opgetreden, het vooral gaat om de tenuitvoerlegging van die wetgeving. Ik zeg met nadruk ‘eerste analyse’ en in mijn conclusie benadrukte ik wel degelijk dat we zouden onderzoeken of er ook gaten in de wetgeving zitten.
Nogmaals, op grond van wat we voor ons hebben liggen in dit geval, maar ook in vele andere gevallen, moeten we ons echt concentreren op de tenuitvoerlegging de wetgeving die we al hebben in plaats van dat we zeggen: ‘Ach kom, laten we maar weer eens een nieuw vel papier gaan volschrijven en dit bovenop de stapel andere papieren leggen’, terwijl we weten dat het hier met name gaat om de implementatie.
Wanneer we bespreken wat we vanuit wetgevingsoogpunt wellicht specifiek zouden kunnen onderzoeken, gaat het op dit moment om twee specifieke punten, hoewel het goed mogelijk is dat dit er meer worden wanneer we klaar zijn met het opmaken van de balans.
Het eerste betreft de vraag of het rode slib als gevaarlijk moet worden aangemerkt of niet. We zeggen niet dat rood slib nooit gevaarlijk is. Het kan gevaarlijk zijn als het een hoog gehalte heeft aan zware metalen en als er aan specifieke technische kwalificaties wordt voldaan.. Met andere woorden, er zouden gevallen kunnen zijn waarin rood slib als gevaarlijk wordt aangemerkt. Op dit moment, op basis van de door de Hongaarse autoriteiten verstrekte informatie, kunnen we zeggen dat, op basis van hun informatie, dit rode slib niet gevaarlijk is. Het is echter duidelijk dat we een grondigere analyse moeten verrichten. Dan zou de vraag zijn hoe we een dergelijke situatie aanpakken en of er een noodzaak bestaat om de definitie van gevaarlijk afval aan te scherpen. Daar kan ik vandaag geen antwoord op geven, maar ik kan u verzekeren dat we dit zullen onderzoeken.
De tweede uiterst belangrijke wetgevingskwestie is die van de aansprakelijkheid die door een aantal sprekers naar voren is gebracht. Biedt de aansprakelijkheidsrichtlijn wel voldoende sanctiemogelijkheden wanneer het gaat om de toepassing van het beginsel “de vervuiler betaalt”? Helemaal aan het begin heb ik gezegd dat dit een terrein is waarop de Commissie al begonnen is het nodige te doen om te beoordelen of er behoefte is aan strengere regels als het gaat om hoe bedrijven handelen, ten aanzien van het feit of zij ook de middelen hebben om aan hun verplichtingen als vervuilers te voldoen. En ook daar zullen we weer grondig onderzoek naar verrichten.
De tweede reeks vragen heeft betrekking op financiering. Wat kunnen we doen? Hongarije heeft reeds de beschikking over structuurfondsen en subsidies voor plattelandsontwikkeling. We weten uit ervaring dat er bij de uitvoering van de programma’s altijd wat speelruimte is. In wezen heeft geen enkel land ooit 100 procent van de structuurfondsen benut en de prioriteiten verschuiven ook van tijd tot tijd. Daarom kan Hongarije, als de regering van oordeel is dat dit een zeer hoge prioriteit heeft, de structuurfondsen of fondsen voor plattelandsontwikkeling gebruiken voor milieucontrole, voor behandelingsfaciliteiten, voor het herstel van beschadigde infrastructuur en de sanering van landbouwgrond. Ze kunnen ook worden ingezet voor verandering van grondgebruik omdat het land dat ik heb gezien misschien niet snel genoeg kan herstellen om opnieuw als landbouwgrond te kunnen worden gebruikt, terwijl het misschien wel zou kunnen worden gebruikt voor energiegewassen die op het gebied van gevaarlijke stoffen niet aan dezelfde voorwaarden hoeven te voldoen.
Ook onze standpunten ten aanzien van het solidariteitsfonds liepen behoorlijk uiteen. Ik wil hier graag twee opmerkingen over maken. De eerste is dat ik het ermee eens ben dat het aan de vervuiler is om voor de kosten op te draaien, maar dat het tegelijkertijd, wanneer gemeenschappen door een ramp van een dergelijke omvang worden getroffen, ook een kwestie van Europese solidariteit en compassie is om hen op dit moment een helpende hand toe te steken omdat tegen de tijd dat de schulden van het bedrijf zijn afbetaald er maanden en maanden verstreken zullen zijn.
Als commissaris belast met humanitaire hulp en respons op rampen bevind ik me in een ongelukkige situatie, aangezien ik de slachtoffers van de watersnoodramp in Pakistan wel snel kan helpen, maar ik niet de beschikking heb over een instrument om de slachtoffers van deze ramp te helpen. Toen er deze zomer overstromingen waren in Roemenië en in Moldavië kon ik wel snel financiële hulp bieden aan Moldavië, maar kon ik niets doen voor de slachtoffers van de overstromingen in Roemenië – en ik heb het nu niet alleen over mijzelf; ik heb het over ons als Europese burgers.
Dit is een kwestie die we moeten onderzoeken om te kijken of we met het toenemend aantal rampen in binnen- en buitenland niet een instrument in handen zouden moeten krijgen dat ons in staat stelt om medeleven te tonen met onze burgers.
En overigens zijn onze burgers verbijsterd over het feit dat we Pakistan wel kunnen helpen maar Ajka niet.
Er waren ook vragen over de rol van de Commissie. Laat me dit heel duidelijk stellen. De inspecties en de controle behoren tot de verantwoordelijkheid van de lidstaten. We hebben daar in de Commissie geen mandaat voor. Wat wij wel proberen te doen – via trainingsactiviteiten, bewustwordingscampagnes en geleerde lessen – is om alle lidstaten in staat te stellen om toezicht uit te oefenen en inspecties uit te voeren. Eén van de sprekers heeft gezegd dat er duidelijk institutionele tekortkomingen zijn op dit gebied. We kunnen wel helpen met training maar we hebben geen mandaat om als inspecteur op te treden en in de plaats te treden van nationale autoriteiten.
Ik zeg niet dat we dit mandaat nooit zouden moeten hebben, maar op dit moment hebben we het niet en eerlijk gezegd vind ik het veel belangrijker dat de nationale autoriteiten beter toegerust zijn om hun taken uit te voeren dan dat er steeds meer nieuwe inspectielagen bij komen. Laten we ervoor zorgen dat de mensen die het werk doen ook toegerust zijn om het werk goed uit te voeren.
Er zijn ook vragen geweest over het recyclen van het rode slib. De richtlijn biedt zeker stimulansen voor onderzoek en onze milieuwetgeving moedigt de overgang naar de beste beschikbare technologie aan.
Wat specifiek deze installatie betreft; deze moest tegen 2012 aan de hoogste normen voldoen. Het is natuurlijk afschuwelijk dat de ramp in 2010 plaatsvond. En het is overduidelijk – en met dit punt zal ik eindigen omdat mijn spreektijd al lang voorbij is – dat we hiervan moeten leren en ons waakzaamheidsniveau moeten verhogen ten aanzien van andere plekken in Europa die in de toekomst een potentiële bron van gevaar zouden kunnen vormen.
Om een risico niet op een catastrofe te laten uitlopen, draait het om controle, paraatheid en preventie, en ik ben het roerend eens met de sprekers die op dit punt hebben gehamerd. We hebben een beleid betreffende paraatheid en preventie en nogmaals, zoals in het geval van de wetgeving die we hebben besproken, waar het echt om gaat is dat dit beleid ook daadwerkelijk in onze lidstaten wordt uitgevoerd.
Wat ons betreft, we zullen met een voorstel komen, een mededeling om het reactievermogen van de EU bij rampen te versterken en we komen nog bij u terug met de lessen die we van deze ramp hebben geleerd.
Katarína Neved’alová (S&D). – (SK) Ik wil graag het woord vragen voor een persoonlijk feit met betrekking tot de uitspraken van mevrouw Morvai.
Het gaat om drie dingen. Ten eerste was het mevrouw Morvai zelf die in deze vergadering smaakvol antwoordde op uitlatingen van andere afgevaardigden. Ten tweede is het volstrekt verwerpelijk om politieke munt te slaan uit zoiets als de ramp die zich in Hongarije heeft voorgedaan en die te vergelijken met iets wat er volkomen los van staat. Ten derde begrijp ik niet hoe zij er in alle ernst van uit kan gaan dat mensen die in fascistische uniformen door deze vergaderruimte paraderen ook maar iets zinvols te melden zouden kunnen hebben.
De Voorzitter. – Het debat is gesloten.
Schriftelijke verklaringen (artikel 149)
Kinga Göncz (S&D), schriftelijk. – (HU) Hoewel de Hongaarse minister-president gezegd heeft dat Hongarije sterk genoeg is om een dergelijke ramp op eigen kracht te boven te komen, wil ik de Europese Commissie en de lidstaten bedanken voor de tot nu toe aangeboden en geëffectueerde hulp ter bestrijding van de ramp. De ramp in Hongarije toont overigens de noodzaak van strengere gemeenschapsregels op het gebied van de burgerbescherming aan. Het Verdrag van Lissabon schept daar de mogelijkheden voor, aangezien het de rampenbeheersing tot een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de Unie en de lidstaten maakt. De ramp in de omgeving van Ajka kan de eerste echte test van de milieuaansprakelijkheidsrichtlijn worden, die in 2007 van kracht werd, en we zullen nu zien in hoeverre we het beginsel van de 'vervuiler betaalt' consequent toe kunnen passen. De richtlijn doet bedrijven tevens de suggestie om een financiële reserve aan te leggen om de gevolgen van mogelijke industriële rampen beheersbaar te maken.
Het is het overwegen waard om het aanleggen van zulke financiële reserves verplicht te stellen voor bedrijven die met gevaarlijke stoffen werken. Ik doe een beroep op de Hongaarse regering om zo snel mogelijk met de Europese Commissie in onderhandeling te treden over de herverdeling van fondsen voor milieubescherming en plattelandsontwikkeling ten behoeve van de rampenbeheersing. Ik ben blij met het voorstel dat de Europese Commissie deed in haar mededeling van dinsdag jongstleden over de begrotingsevaluatie om het Solidariteitsfonds voortaan ook te gebruiken voor het wegnemen van de gevolgen van industriële rampen.
Ivailo Kalfin (S&D), schriftelijk. – (BG) Allereerst wil ik de familieleden van de negen Hongaarse burgers die door het incident zijn omgekomen mijn deelneming betuigen en mijn medeleven met alle slachtoffers uitspreken.
Een industrieel ongeluk zoals dat zich in Hongarije voorgedaan heeft, confronteert de Europese burgers met verschillende vragen. Zoals te verwachten was, maken mijn landgenoten in Bulgarije zich ernstig zorgen en zien met argusogen toe of het water van de Donau nu of in de nabije toekomst ten gevolge van het incident vervuild raakt met zware metalen of andere schadelijke stoffen.
U, commissaris, zou ik willen vragen wat de Europese Commissie bij kan dragen aan het scheppen van responscapaciteit op het gebied van preventie, crisishulp, risicodekking en schadeloosstelling van de slachtoffers. Is de EU in staat om een analyse uit te laten voeren van de gevaren die van het ongeluk in Hongarije uitgaan voor het milieu en deze analyse zo snel mogelijk aan ons voor te leggen?
De noodzaak waar dit alles van getuigt is niet die van de overdracht van nationale bevoegdheden naar Europees niveau, maar die van een EU waar burgers een beroep op kunnen doen bij problemen die zich tot ver buiten een enkele lidstaat uitstrekken.
Iosif Matula (PPE), schriftelijk. – (RO) Ik betuig mijn medeleven met de mensen die zijn getroffen door de milieuramp die zich begin deze maand in Hongarije voltrok. Ik denk dat dit een tijd is om fatsoen te tonen, zonder veel misbaar en zonder de beelden van dit betreurenswaardige industriële ongeluk uit te buiten. Er valt een belangrijke les te leren van het incident in Hongarije. Economische activiteit is op zichzelf niet gevaarlijk, zolang de strikte milieubeschermingsvoorschriften worden nageleefd. Alleen wanneer de door de EU gestelde regels worden genegeerd, lopen complete ecosystemen gevaar om vernietigd te worden. Maar het ongeluk in Hongarije levert ook een voorbeeld van Europese solidariteit. Een team van deskundigen uit verschillende landen staat de Hongaarse autoriteiten bij in hun pogingen de rampzalige gevolgen voor bevolking en milieu in te perken. Verder acht ik dit het juiste moment om nogmaals de discussie aan te gaan over het oprichten van een Europese civiele beschermingseenheid ter ondersteuning van de lidstaten. Die zou permanent beschikbaar moeten zijn om onmiddellijke, professionele bijstand te verlenen bij diverse rampen, die immers gestaag in aantal toenemen, niet alleen in ons werelddeel, maar over de hele wereld.
Radvilė Morkūnaitė-Mikulėnienė (PPE), schriftelijk. – (LT) Het afgelopen jaar is onze planeet tweemaal getroffen door een grote milieuramp. In april verspreidde zich een olievlek in de Golf van Mexico en nu is er het rode slib in Hongarije. Hoewel verschillend van aard hebben beide rampen toch iets gemeen – ze hadden allebei voorkomen kunnen worden of zouden in elk geval kleinschaliger geweest zijn, als er meer aandacht aan milieubescherming was geschonken. Helaas heeft in een aantal landen, zowel binnen als buiten de EU, het milieu geen prioriteit bij het ontwerpen, bouwen en exploiteren van installaties met aanzienlijke milieurisico's. Ik ben er dan ook van overtuigd dat ieder van ons bij een rondgang installaties te over zou vinden waar zich vroeg of laat een milieuramp op grote of kleinere schaal zou kunnen voordoen. Op veel locaties zijn voorbeelden te vinden van geringe aandacht voor milieueisen (hetzij opzettelijk, hetzij door onbekwaamheid), worden bouwvergunningen gegeven voor installaties vlakbij woongebieden, worden alleen heel oppervlakkige milieueffectrapportages uitgevoerd, waarbij omwonenden niet naar behoren geraadpleegd worden en de uitkomsten altijd gunstig uitvallen voor de opdrachtgever. Als zulke installaties eenmaal in bedrijf zijn, worden klachten van omwonenden maar al te vaak weggewuifd. Ik roep zowel de Europese Commissie als de lidstaten op om voor één keer de feiten onder ogen te zien en dan maatregelen te nemen – om wetgeving te initiëren voor een strenger toezicht op de naleving van milieueisen, voor sancties op de niet-naleving van zulke eisen en voor het waarborgen van onpartijdige milieueffectrapportages.
Bogusław Sonik (PPE), schriftelijk. – (PL) De ecologische ramp die zich in Hongarije heeft voltrokken heeft ons alles geraakt door zijn omvang en zijn uiterst tragische uitwerkingen. Ik wil hierbij de familieleden van de slachtoffers mijn deelneming betuigen en ik leef mee met de mensen die hun hele bezit verloren hebben en nog vele jaren de gevolgen zullen voelen van het weglekken van verontreinigd slib. Zonder twijfel gaat het er vandaag bovenal om een antwoord te vinden op de vraag die op veler lippen bestorven ligt: had deze tragedie voorkomen kunnen worden? Of, beter gezegd: hoe hadden we dit kunnen voorkomen en wat moeten wij als leden van het Europees Parlement vandaag doen om te voorkomen dat zulke gebeurtenissen zich ooit nog voordoen? We weten dat er nog veel meer van zulke bekkens in Hongarije zijn. Dat is echter niet alles. Zo hebben we in Polen, in Neder-Silezië, de grootste stortplaats van vloeibaar afval van Europa, die in de jaren zeventig van de vorige eeuw in bedrijf is genomen. Kunnen we rustig slapen in een Europa waar zich zo'n ongeluk heeft voorgedaan, in weerwil van talloze bindende wetsbepalingen, die geacht werden een afdoende toezicht op chemische stoffen te waarborgen? We hebben de REACH-verordening, die nu drie jaar van kracht is en geïmplementeerd is door Europees Agentschap voor chemische stoffen. Daarnaast zijn er andere wettelijke voorschriften, zoals de CLP-verordening van 2008 voor stoffen en mengsels en het mondiaal gehanteerde GHS, dat deze stoffen en mengsels classificeert naar gelang de gevaren die ervan uitgaan. We moeten de bestaande EU-wetgeving en de uitvoering daarvan in de lidstaten zorgvuldig toetsen en we moeten heldere prioriteiten stellen om een effectieve risicobeheersing en doeltreffend crisismanagement te waarborgen.
Theodor Dumitru Stolojan (PPE), schriftelijk. – (RO) Ik wil uiting geven aan mijn verdriet over het verlies van mensenlevens ten gevolge van het uittreden van vloeibaar industrieel afval in Hongarije. Er zijn natuurrampen, zoals overstromingen, die we niet altijd kunnen voorkomen of in kunnen dammen. Voor het geval van industrieel afval daarentegen, dat een gevaar vormt voor de volksgezondheid en het milieu, heeft de Europese Unie regels. Helaas moeten we vaststellen dat men zich niet in alle lidstaten aan deze regels houdt. Vandaar dat ik de Europese Commissie aanraadt de kwaliteit van de nationale instellingen te onderzoeken die zijn belast met de uitvoering van de EU-voorschriften voor het opslaan van gevaarlijk industrieel afval. Dit onderzoek dient met voorrang uitgevoerd te worden in de landen die tussen 2004 en 2007 zijn toegetreden tot de EU.