Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2010/2094(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

A7-0283/2010

Debatten :

PV 19/10/2010 - 5
CRE 19/10/2010 - 5

Stemmingen :

PV 20/10/2010 - 4.5
CRE 20/10/2010 - 4.5
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0370

Debatten
Woensdag 20 oktober 2010 - Straatsburg Uitgave PB

7. Stemverklaringen
Video van de redevoeringen
PV
  

Mondelinge stemverklaringen

 
  
  

Ontwerp van algemene begroting voor het begrotingsjaar 2011

 
  
MPphoto
 

  Nicole Sinclaire (NI). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik heb de volgende opmerkingen voor mijn collega-Parlementsleden.

Vandaag was de eerste keer na Lissabon dat we over de begroting hebben gestemd. U hebt allen voor elkaar geapplaudisseerd en u denkt dat u goed werk heeft verricht, maar terwijl landen in heel de Europese Unie moeten bezuinigen in hun overheidsdiensten en –begrotingen, wilde u uw eigen begroting gewoon verhogen.

U hebt uw begroting voor amusement verhoogd met 2 miljoen euro, een stijging van 85 procent. Is dit de echte boodschap die u de bevolking van Europa wilt geven? U hebt ook bepalingen over de zwangerschapsuitkering aangenomen die van grote invloed zullen zijn op mijn kiezers binnen het Verenigd Koninkrijk. Dit gaat banen kosten, en ook de overheidsdiensten zullen hier de gevolgen van ondervinden. Ik hoop dat u vandaag trots op uzelf bent. Dit is niet de wijze waarop Europa bestuurd dient te worden.

 
  
MPphoto
 

  Licia Ronzulli (PPE). (IT) Mijnheer de Voorzitter, om het eerlijk te houden zal ik een stemverklaring opstellen voor het resultaat dat behaald is in het verslag-Estrela.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Laten we een punt zetten achter deze discussie. Wij hebben aan twee afgevaardigden het woord gegeven. De andere stemverklaringen – het waren er 61, er zijn er nog 59 te gaan – kunnen schriftelijk worden gegeven of morgen aan het eind van de stemming worden afgelegd.

 
  
  

Schriftelijke stemverklaringen

 
  
  

- Verslag-Rangel (A7-0279/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk. (PT) Ik heb gestemd voor de revisie van de kaderovereenkomst over de toekomstige betrekkingen tussen het Parlement en de Commissie met het oog op het Verdrag van Lissabon. Ik ben namelijk van mening dat deze revisie leidt tot meer transparantie en meer dynamiek in de relatie tussen het Parlement en de Commissie. Voor de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon was artikel 295 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie de rechtsgrondslag, waardoor de instellingen van de EU in de Verdragen niet expliciet werden aangemoedigd om interinstitutionele overeenkomsten te sluiten. Daarom ben ik van mening dat deze herziening van de kaderovereenkomst een afspiegeling is van het institutionele evenwicht dat is ontstaan door het Verdrag van Lissabon, en dat ze de verworvenheden van dit nieuwe verdrag versterkt. Deze tekst is dan ook een compromis tussen de twee partijen en leidt tot een meer samenhangende en verstandige tenuitvoerlegging van het Verdrag van Lissabon.

 
  
MPphoto
 
 

  Mara Bizzotto (EFD), schriftelijk. (IT) In alle democratische systemen is parlementaire controle op de activiteiten van de uitvoerende macht een fundamentele kwestie. Net zo belangrijk is echter een goede communicatie over en weer tussen regering en vertegenwoordigers van de burgers. Het interintitutioneel akkoord tussen het Parlement en de Commissie komt – voor zover dat mogelijk is in zo'n ingewikkeld en zich voortdurend ontwikkelend systeem als de Europese Unie – tegemoet aan een aantal legitieme eisen van het Parlement met betrekking tot de Commissie. Daarom is het een goede zaak dat de controle van het Parlement op de Commissie gemakkelijker wordt, daar de Commissie een technisch orgaan is dat niet het politieke brein kan zijn van een heel continent. De Commissie moet dan ook rekenschap afleggen van de inhoud, de beweegredenen en de methoden van haar optreden. Het is ongetwijfeld ook een positieve zaak dat gestreefd wordt naar een nog grotere deelname van de Commissie aan met name de plenaire vergaderingen, opdat de Commissie kan antwoorden op de verzoeken van de vertegenwoordigers van de burgers van de Europese Unie en tijdig verantwoording kan afleggen over de standpunten van de Commissie ten aanzien van lopende politieke, economische, sociale en internationale vraagstukken. Zeker is dat als de EU vooruitgang wil boeken in de richting van een andere democratische structuur dan de huidige de betrekkingen tussen de Commissie en het Parlement moeten worden verbeterd en geïntensiveerd. Ik heb voor het verslag van de heer Rangel gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Vilija Blinkevičiūtė (S&D), schriftelijk. – (LT) Dit voorstel heeft geleid tot het eerste constructieve kaderakkoord. De extra bevoegdheden die het Europees Parlement door het Verdrag van Lissabon heeft gekregen, zijn van groot belang voor de verdere samenwerking met de Europese Commissie en de toekomstige betrekkingen in verband met de tenuitvoerlegging van nieuwe overeenkomsten. In dit document zijn aanvullende richtsnoeren neergelegd voor de samenwerking tussen deze twee instellingen. Het Europees Parlement en de Commissie zullen een intensieve dialoog tot stand kunnen brengen over het werkprogramma van de Commissie en de onderhandelingen over internationale overeenkomsten. Het Parlement krijgt het recht om vertrouwelijke documenten toegestuurd te krijgen. Het Parlement zal worden geïnformeerd over de voortgang van onderhandelingen over internationale overeenkomsten, en bovendien zal het Parlement een deskundige worden die de Commissie voorstellen op dit gebied kan doen. De kaderovereenkomst voorziet ook in uitgebreide parlementaire controle, die wordt versterkt door bepalingen met betrekking tot de verkiezing van de voorzitter van de Commissie en van de Commissie als orgaan en haar samenstelling, eventuele aanpassing en herschikking. Het Parlement streeft naar een betere en transparantere samenwerking met andere instellingen. Ik verwelkom het feit dat nauwere samenwerking tussen deze twee instellingen de lidstaten zal helpen om EU-wetgeving zo snel en effectief mogelijk in nationale wetgeving om te zetten.

 
  
MPphoto
 
 

  Lara Comi (PPE), schriftelijk. – (IT) De constitutionele structuur van de EU neemt steeds meer de vorm aan van een nationale staat. Naast de overwegingen die daaruit voortkomen voor de politieke toekomst van de EU, moeten we deze gelijkenis erkennen. Want de modellering van de betrekkingen tussen Commissie en Parlement is, mijns inziens terecht, hierop gebaseerd, op een wijze waarmee al decennialang, zo niet eeuwenlang, in alle lidstaten is geëxperimenteerd en waar men al lang aan heeft kunnen wennen. In het bijzonder dient de controlerende en onderzoekende rol van het Parlement erkend te worden, die het zogeheten democratisch tekort vermindert en de betrekkingen tussen de burger en de Commissie transparanter maakt.

 
  
MPphoto
 
 

  Mário David (PPE), schriftelijk. (PT) Ik ben blij met de succesvolle onderhandelingen en de compromissen die zijn bereikt over dit nieuwe kaderakkoord, het vijfde kaderakkoord tussen het Parlement en de Commissie. Dit nieuwe akkoord is ongetwijfeld een stap vooruit in de betrekkingen tussen Parlement en Commissie. Ofschoon het uiteindelijke compromis achter blijft bij hetgeen het Parlement ambieerde, hebben wij een akkoord dat een coherente en verstandige tenuitvoerlegging van het Verdrag van Lissabon mogelijk maakt. Ik wil wijzen op het belang van de onderhandelingen over de interinstitutionele dimensie van de internationale betrekkingen van de EU. Het Parlement kan nu volledig en tijdig worden geïnformeerd, en zo kunnen wij bijdragen aan de onderhandelingen over internationale overeenkomsten. Wat tot slot de informatieplicht betreft wil ik onderstrepen dat vroegtijdige samenwerking met het Parlement, indien op basis van burgerinitiatieven verzoeken om wetgevingsvoorstellen worden gedaan, van cruciaal belang zal zijn om een band te verzekeren tussen Parlement en publiek. Daarom heb ik voor het merendeel van de voorstellen in dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Robert Dušek (S&D), schriftelijk. (CS) Het ontwerpverslag over de herziening van het kaderbesluit over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie heeft tot doel op basis van het Verdrag van Lissabon een institutioneel evenwicht tot stand te brengen tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie. Met het interinstitutionele akkoord komt het weliswaar niet tot wijziging van het primaire recht, maar worden de betrekkingen tussen instellingen van de EU wel verder in detail uitgewerkt. Volgens de rapporteur is de definitieve versie van het voorstel een afgewogen compromis tussen de meningen en standpunten van beide institutionele zijden, waarbij de onderhandelingen ten aanzien van de internationale betrekkingen van de EU het moeizaamst verliepen. Het Parlement dient te allen tijde volledig te worden geïnformeerd, opdat het voor het Parlement eenvoudiger wordt groen licht te geven en er niet opnieuw reeds uitonderhandelde internationale akkoorden in de prullenbak verdwijnen.

Het Parlement beschikt nu dankzij het Verdrag van Lissabon over nieuwe bevoegdheden waarmee het de omzetting van de Europese regelgeving in de nationale wetgeving en de tenuitvoerlegging ervan beter kan monitoren, iets dat mij buitengewoon tevreden stemt. Communautaire wetgeving verliest echter elke zin indien een aantal lidstaten deze niet op nationaal niveau ten uitvoer legt. Ik sta achter het verslag en zal dan ook stemmen voor goedkeuring ervan.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) De interinstitutionele overeenkomsten binnen de Europese Unie zijn van het grootste belang voor een doeltreffend toezicht, goede sturing en het evenwicht tussen de machten. Na de nodige aanpassingen die voortvloeien uit het Verdrag van Lissabon ben ik dus blij dat het Parlement meer bevoegdheden heeft gekregen in zijn betrekkingen met de Commissie. Uit het verslag blijkt dat dit leidt tot een sterkere en doeltreffendere sturing van de voorstellen van de Commissie, en tot meer transparantie in het wetgevingsproces.

Daarom was dit weer een stap op weg naar werkelijk uitgeoefende democratische macht. Dit zal bijdragen tot een Europa dat dichter bij zijn burgers staat. Ik wil er ook graag op wijzen dat dit voorstel tot stand is gekomen dankzij zeer vaardige onderhandelingen, met name door de rapporteur, de heer Rangel. Ik zou hem hier graag mee willen feliciteren.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. (PT) Ik ben verheugd over de aanneming van dit verslag en over het uitstekende werk van de rapporteur, de heer Rangel. Dit verslag weerspiegelt het in het Verdrag van Lissabon verankerd institutioneel evenwicht en geeft daar vorm aan. Het resultaat van dit alles is een duidelijke en belangrijke verbetering van de betrekkingen tussen Parlement en Commissie. Het herziene ontwerp van een kaderakkoord voor de betrekkingen tussen Parlement en Commissie is het vijfde akkoord van dit soort dat beide instellingen hebben ondertekend. Wat het wetgevend proces en het tijdschema betreft dient te worden gewezen op de veranderingen in de "beter wetgeven"-benadering en de aankondiging van een herziening van het desbetreffend interinstitutioneel akkoord, evenals op de nieuwe verordeningen betreffende de door de Commissie te maken effectbeoordelingen. Wat de interinstitutionele dimensie van de internationale betrekkingen van de EU betreft wil het Parlement recht op informatie krijgen, zodat het zijn goedkeuring met volledige kennis van zaken kan geven en kan voorkomen dat internationale overeenkomsten niet kunnen worden goedgekeurd omdat de onderhandelingen al zijn afgesloten. Ook wil ik wijzen op de toekenning van de waarnemersstatus bij internationale conferenties aan EP-leden. Zo kunnen EP-leden deelnemen aan alle relevante vergaderingen. Deze rol is van cruciaal belang voor de versterking van de democratische bevoegdheden van het Parlement, met name als onderhandelingen worden gevoerd tijdens belangrijke internationale conferenties zoals de conferenties van de Verenigde Naties over klimaatverandering.

 
  
MPphoto
 
 

  Nathalie Griesbeck (ALDE), schriftelijk. (FR) Vorige woensdag hebben wij gestemd over het herziene kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Commissie. Met deze herziening worden de nieuwe bevoegdheden van het Parlement op grond van het Verdrag van Lissabon verankerd in dit akkoord.

De nieuwe bevoegdheden van het Europees Parlement zijn essentieel en betekenen een radicale verandering in de Europese institutionele procedure. Versterkte parlementaire controle op de Commissie, goedkeuring door het Parlement van internationale overeenkomsten, deelneming van het Parlement aan het werkprogramma van de Commissie, deelneming van het Parlement aan de verkiezing van de voorzitter van de Commissie: ziehier enkele cruciale ontwikkelingen in de opbouw van een meer democratische Europese ruimte.

Bovendien is het voor mij fundamenteel dat wij aanvullende garanties krijgen voor de plicht om het Parlement te informeren. Wij zullen betere toegang krijgen tot vertrouwelijke documenten over internationale overeenkomsten en onderhandelingen. Het Europees Parlement moet zowel in de begin- als in de slotfase betrokken worden bij deze "internationale procedures". Dit akkoord bewerkstelligt een nieuw evenwicht ten behoeve van een meer democratische Europese ruimte en het is een goede zaak dat dit alles zijn beslag heeft gevonden in een officieel akkoord.

 
  
MPphoto
 
 

  Sylvie Guillaume (S&D), schriftelijk. – (FR) De met een overgrote meerderheid aangenomen herziening van het kaderakkoord is een onbetwistbare stap vooruit in de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Commissie. Het wordt namelijk tijd dat het bij het Verdrag van Lissabon vastgelegde institutionele evenwicht zich echt vertaalt in de praktijk. Een van de belangrijkste elementen van deze herziening is met name de gelijke behandeling van het Parlement en de Raad, in het bijzonder ten aanzien van informatie-uitwisseling en de toegang tot vergaderingen. In dit opzicht ben ik dan ook bijzonder ingenomen met de geïntroduceerde bepalingen betreffende de onderhandelingen over internationale overeenkomsten. Hoe zou het Parlement met kennis van zaken zijn goedkeuring kunnen geven als het niet gedurende de hele onderhandelingsprocedure is geïnformeerd? De Parlementsleden zijn vastbesloten de hun met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon verleende versterkte bevoegdheden ten volle uit te oefenen: de verwerping in februari van het SWIFT-akkoord bewijst dit. Een ding is zeker: wij moeten dus waakzaam blijven om deze nieuwe institutionele dynamiek te behouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Jahr (PPE), schriftelijk.(DE) Door de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon heeft het Europees Parlement aanzienlijk meer medebeslissingsbevoegdheden gekregen. Daardoor dient niet in de laatste plaats de democratie in de Europese Unie vergroot te worden en moet de betrokkenheid van de Europese burgers verbeterd worden.

In het nieuwe kaderakkoord worden deze eisen en het nieuwe evenwicht tussen de Commissie en het Parlement in aanmerking genomen, doordat die rechten nu verankerd en geconcretiseerd zijn. Dat is een zeer positieve zaak, aangezien het Parlement nu nog beter in staat zal zijn om zijn taak als vertegenwoordiger van de burgers van de Europese Unie te vervullen. Het is nu aan ons om deze nieuwe rechten ook op een verantwoorde wijze in te vullen.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (S&D), schriftelijk. (EN) Dit is een groot succes voor het Parlement en vormt een positieve context voor de verhoudingen tussen het Parlement en de Commissie. Ik verwelkom in het bijzonder de erkenning dat de Raad op hetzelfde niveau staat als het Parlement, en de gevolgen die dat voor het Parlement heeft met betrekking tot de toegang tot vertrouwelijke documenten, het recht om geïnformeerd te worden over Commissievergaderingen met nationale deskundigen en de deelname aan internationale conferenties. Ik ben tevens verheugd dat het Parlement een krachtige rol zal spelen bij de wetgevingsprogrammering, en dat het talrijke mogelijkheden zal hebben om deze zaken aan de orde te stellen en hierover te debatteren met de Commissie tijdens plenaire vergaderingen en commissiebijeenkomsten.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. – (PT) De betrekkingen tussen het Parlement en de Commissie zijn ingrijpend veranderd met de goedkeuring van het Verdrag van Lissabon. Het Parlement heeft meer bevoegdheden gekregen voor talrijke vraagstukken, met name op de onder de gewone wetgevingsprocedure vallende gebieden en voor begrotingsvraagstukken. Ook heeft het een grotere rol gekregen in het buitenlands beleid van de EU. Deze veranderingen betekenen dat het Europese publiek nu een nieuwe rol speelt in de besluitvorming op EU-niveau. Het is daarom noodzakelijk en urgent om het kaderakkoord voor de betrekking tussen het Parlement en de Commissie te herzien.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Mirsky (S&D), schriftelijk. (LV) Ik kan me volledig vinden in het verslag van de heer Rangel. Tot nu toe heeft de Europese Commissie de resoluties van het Europees Parlement bij diverse gelegenheden naast zich neergelegd. Dit is mijns inziens onaanvaardbaar. Bijvoorbeeld de resolutie van het Europees Parlement van 11 maart 2004, waarin het Europees Parlement de Republiek Letland aanbeveelt om niet-staatsburgers stemrecht bij lokale verkiezingen te verlenen en de naturalisatieprocedure voor ouderen te vereenvoudigen, is tot op heden niet ten uitvoer gelegd. Ik wil graag weten waarom de betrokken Europese commissarissen deze kwesties nog niet bij de Letse regering aan de orde hebben gesteld. Waarom wordt deze resolutie van het Europees Parlement genegeerd? Wellicht wordt dit soort inactiviteit van de zijde van de Commissie na de ondertekening van het nieuwe akkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Commissie op gepaste wijze door het Europees Parlement beoordeeld en worden mensen die hun werk niet naar behoren doen, bij de volgende gelegenheid uitgesloten van het lidmaatschap van de Commissie.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk. – (PT) Ik ben verheugd over de opstelling van het verslag over het herziene kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Parlement en de Commissie. Ik ben eveneens verheugd over het feit dat dit kaderakkoord tijdens de plenaire vergadering, waaraan ook ik een bijdrage heb geleverd, is aangenomen en wordt beschouwd als een essentieel kader voor de verdere democratisering van de Europese Unie via een scheiding der machten tussen Parlement en Commissie waarmee hun respectieve bekwaamheden beter worden gerespecteerd.

Dit kaderakkoord is bijzonder belangrijk. Het is namelijk het eerste kaderakkoord sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon, dat het Parlement meer bevoegdheden heeft gegeven op met name wetgevingsgebied.

Mijns inziens zal het Parlement met dit nieuwe kaderakkoord een actievere partner kunnen zijn bij de opbouw van het Europees project, daar het zijn bevoegdheden vollediger, effectiever en met meer verantwoordelijkheid kan uitoefenen.

 
  
MPphoto
 
 

  Marc Tarabella (S&D), schriftelijk. – (FR) Ondanks de belangrijke maatregelen die worden voorgesteld in de resolutie van mevrouw Figueiredo over de rol van het minimuminkomen bij de bestrijding van armoede en de bevordering van een inclusieve samenleving in Europa, betreur ik het dat de meerderheid van het Europees Parlement niet ambitieuzer is geweest. Als socialist denk ik namelijk dat er absoluut een kaderrichtlijn nodig is, willen we op doeltreffende wijze de strijd kunnen aanbinden met de armoede, waarin zeventien procent van de Europese bevolking zich bevindt.

Deze, door mijn collega Frédéric Daerden voorgestelde kaderrichtlijn zou het beginsel omvatten van een toereikend minimuminkomen in Europa, vastgesteld op basis van criteria die alle lidstaten gemeen hebben en conform de nationale praktijken voor collectieve onderhandelingen of het nationaal recht. Het is onze plicht ambitieus te zijn met het oog op een socialer Europa.

 
  
MPphoto
 
 

  Aldo Patriciello (PPE) , schriftelijk. – (IT) Tot het Verdrag van Lissabon en de nieuwe rechtsgrondslag in artikel 291 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie moedigden de Verdragen de EU-instellingen niet uitdrukkelijk aan tot het sluiten van interinstitutionele akkoorden. Deze overeenkomsten mogen de bepalingen van de primaire wetgeving niet wijzigen, maar ze maken ze wel vaak duidelijker.

Ik ben ervan overtuigd dat dit project een precieze weergave is van het evenwicht tussen de instellingen dat in het Verdrag van Lissabon is vastgelegd. Ik geef het mijn goedkeuring, omdat dit akkoord een duidelijke en betekenisvolle verbetering van de betrekkingen met de Commissie vormt. Zoals bij alle akkoorden de uiteindelijke tekst meestal een compromis tussen de twee partijen; desalniettemin biedt dit uiteindelijke compromis een afgewogen oordeel en een redelijke en consistente tenuitvoerlegging van het Verdrag van Lissabon.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Het verslag-Rangel zet de belangrijkste zaken uiteen die het Europees Parlement heeft bereikt en die als volgt zijn opgenomen in het herziene kaderakkoord:

Met betrekking tot "Wetgevingsprocedure en -planning: onderlinge samenwerking" omvat het onder andere een betere betrokkenheid van het Parlement, de toetsing van alle hangende voorstellen aan het begin van de ambtstermijn van een nieuwe Commissie, naar behoren rekening houdend met de standpunten die het Parlement te kennen heeft gegeven en de toezegging van de Commissie verslag te doen van de concrete gevolgmaatregelen naar aanleiding van verzoeken om wetgevingsinitiatieven overeenkomstig artikel 225 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Met betrekking tot "Parlementaire controle" omvat het nieuwe voorschriften voor de deelname van leden van de Commissie aan verkiezingscampagnes, de verplichting van de Commissie het Parlement om advies te vragen als zij voornemens is de gedragscode voor leden van de Commissie te herzien, en de verplichting voor kandidaten voor de post van uitvoerend directeur van een regulerend agentschap om in een hoorzitting voor de bevoegde Parlementscommissie te verschijnen.

Tevens wijst het verslag op de kennisgevingsverplichting en de aanwezigheid van de Commissie in het parlement.

 
  
MPphoto
 
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE), schriftelijk. (PL) Met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon hebben zowel de Europese Commissie als het Europees Parlement nieuwe bevoegdheden gekregen. Het ontwerp voor herziening van het kaderakkoord is een uiting van de effectievere uitvoering van de veranderingen die voortvloeien uit het Verdrag, op basis van de betrekkingen tussen deze instellingen. Het introduceert voordelige wijzigingen in het kader van de wetgevingsprocedure, parlementaire controle en de verplichting tot het verstrekken van inlichtingen. Het is een grote vooruitgang in de betrekkingen met de Commissie en een belangrijke stap in de richting van intensievere samenwerking. Door de uitwisseling van informatie en een constructieve dialoog worden doeltreffendere en transparantere resultaten haalbaar, en dat is vanuit het perspectief van de EU-burger, wiens belangen wij vertegenwoordigen, een essentieel punt. Mede daarom acht ik de prioriteit die in het akkoord gegeven wordt aan de deelname van de leden van de Commissie aan de plenaire vergaderingen en andere vergaderingen die verband houden met de activiteiten van het Parlement, bijzonder belangrijk. Ik ben vooral verheugd dat de Commissie zich verplicht tot nauwe en vroegtijdige samenwerking met het Parlement inzake verzoeken om wetgevingsinitiatieven die voortvloeien uit burgerinitiatieven.

Hierdoor kunnen we in het Parlement dichter bij onze burgers blijven, waardoor de democratie versterkt wordt. Om echter doeltreffend te kunnen opereren in het belang van de EU-burgers, zou de Commissie de leden van het Parlement bij alle internationale conferenties de waarnemersstatus moeten verlenen en waar mogelijk onze aanwezigheid bij andere vergaderingen van betekenis nog sterker moeten bevorderen. Verder moet de Commissie het Parlement ook informeren over de onderhandelingsstandpunten die door de Commissie tijdens dergelijke vergaderingen en conferenties worden ingenomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Eva-Britt Svensson (GUE/NGL), schriftelijk. (EN) Ik heb voor het verslag-Rangel A7-279/2010 gestemd. Ik ben het echter volstrekt niet eens met de veronderstelling van de rapporteur dat "de democratie door het Verdrag van Lissabon aanzienlijk wordt verdiept doordat aan de burgers van de Unie, voornamelijk via het Parlement, een grotere bevoegdheid tot controle van de Commissie wordt toegekend".

 
  
MPphoto
 
 

  Viktor Uspaskich (ALDE), schriftelijk. – (LT) Dit nieuwe kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie kan de verworvenheden van het Verdrag van Lissabon in potentie consolideren en dat kan een belangrijke doorbraak zijn. Vooral belangrijk zijn de wijzigingen die de wetgevingsprocedures verbeteren en de parlementaire controle versterken. Ik ben het eens met alle wijzigingen die bijdragen tot een verbetering van de informatie-uitwisseling tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie. Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat dit institutionele partnerschap gepaard gaat met zo min mogelijk bureaucratie. Het nieuwe kaderakkoord reguleert het "bijzondere partnerschap" tussen het Europees Parlement en de Commissie. Maar we mogen niet vergeten dat het belangrijkste partnerschap van allemaal dat tussen de Europese Unie en haar burgers is. De Europese Unie moet harder proberen om een gemeenschappelijke basis met haar burgers te vinden en bewijzen dat ze belangrijk is voor hun dagelijkse leven.

De rapporteur stelt terecht dat dit akkoord een 'nieuwe interinstitutioneel evenwicht' aanbrengt, ofwel dat dit een gezond compromis is. Er is echter een onderwerp waarover de Europese Unie niet kan onderhandelen: de fundamentele mensenrechten en vrijheden. Grotere bevoegdheden brengen een grotere verantwoordelijkheid met zich mee. Het is één ding om over gemeenschappelijke waarden te spreken, maar het in de praktijk brengen en verdedigen van deze waarden is iets heel anders. Tenzij dit wordt verwezenlijkt, zullen de verschillende takken van het institutionele systeem van de Europese Unie hun potentieel niet volledig kunnen vervullen. Om een bindende kracht te kunnen zijn moet de Europese Unie geloofwaardig zijn.

 
  
  

- Verslag-Rangel (A7-0278/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Mário David (PPE), schriftelijk. (PT) Nu het herziene kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Parlement en de Commissie is aangenomen, komt de aanpassing van het Reglement van het Parlement aan voornoemd kaderakkoord als een volgende, natuurlijke stap. Daarom heb ik voor dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. (PT) Ik ben het ermee eens dat het Reglement van het Europees Parlement moet worden gewijzigd. Het Reglement moet namelijk worden aangepast aan het herziene kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Parlement en de Commissie. De Commissie is bereid om EP-leden meer informatie te verstrekken maar EP-leden zijn verplicht de regels van het Parlement inzake de behandeling van vertrouwelijke informatie na te leven. Daarover is overeenstemming. De Commissie is bereid om EP-leden meer informatie te verstrekken maar de voorzitters en rapporteurs van de commissie ten principale, en van alle medeverantwoordelijke commissies moeten er gezamenlijk voor zorgen dat het Parlement regelmatig volledige en rechtstreekse informatie ontvangt, indien nodig vertrouwelijke informatie, in elk stadium van de onderhandelingen en de sluiting van internationale overeenkomsten. Dat betekent onder meer ook dat het Parlement moet kunnen beschikken over de ontwerpovereenkomst en over de uiteindelijk goedgekeurde onderhandelingsrichtsnoeren.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) De betrekkingen tussen het Parlement en de Commissie zijn ingrijpend veranderd sinds de goedkeuring van het Verdrag van Lissabon. Het Parlement heeft meer bevoegdheden gekregen op talrijke gebieden, met name op de gebieden die verband houden met de normale wetgevingsprocedure en met begrotingsvraagstukken. Ook heeft het Parlement nu een sterkere rol gekregen op het gebied van het buitenlands beleid van de EU. Deze veranderingen betekenen dat het Europese publiek nu een nieuwe rol kan vervullen in de besluitvorming op EU-niveau. Daarom is het noodzakelijk en urgent om het Reglement aan te passen aan het herziene kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Parlement en de Commissie.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk. (PT) De aanpassing van het Reglement van het Europees Parlement aan het herziene kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Commissie is een natuurlijk uitvloeisel van de herziening van het kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Commissie. Daardoor wordt het mogelijk het kaderakkoord onmiddellijk goed te keuren en in werking te laten treden, zoals ook was gevraagd. Daar is nu voor gezorgd. Beide verslagen hebben dezelfde achtergrond en overeenstemming en dat is voor mij een reden te meer om voor te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Het verslag-Rangel zet de belangrijkste zaken uiteen die het Europees Parlement heeft bereikt en die als volgt zijn opgenomen in het herziene kaderakkoord:

Met betrekking tot "Wetgevingsprocedure en -planning: onderlinge samenwerking"" omvat het onder andere een betere betrokkenheid van het Parlement, de toetsing van alle hangende voorstellen aan het begin van de ambtstermijn van een nieuwe Commissie, naar behoren rekening houdend met de standpunten die het Parlement te kennen heeft gegeven en de toezegging van de Commissie verslag te doen van de concrete gevolgmaatregelen naar aanleiding van verzoeken om wetgevingsinitiatieven overeenkomstig artikel 225 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Met betrekking tot "Parlementaire controle" omvat het nieuwe voorschriften voor de deelname van leden van de Commissie aan verkiezingscampagnes, de verplichting van de Commissie het Parlement om advies te vragen als zij voornemens is de gedragscode voor leden van de Commissie te herzien, en de verplichting voor kandidaten voor de post van uitvoerend directeur van een regulerend agentschap om in een hoorzitting voor de bevoegde Parlementscommissie te verschijnen.

Tevens wijst het verslag op de kennisgevingsverplichting en de aanwezigheid van de Commissie in het parlement.

 
  
MPphoto
 
 

  Eva-Britt Svensson (GUE/NGL), schriftelijk. (EN) Ik heb voor het verslag-Rangel A7-278/2010 gestemd. Ik ben het echter volstrekt niet eens met de veronderstelling van de rapporteur dat "de democratie door het Verdrag van Lissabon aanzienlijk wordt verdiept doordat aan de burgers van de Unie, voornamelijk via het Parlement, een grotere bevoegdheid tot controle van de Commissie wordt toegekend".

 
  
  

- Verslagen-Rangel (A7-0279/2010), (A7-0278/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Bairbre de Brún en Søren Bo Søndergaard (GUE/NGL), schriftelijk. (EN) Ik heb voor de verslagen-Rangel A7-0278/2010 en A7-0279/2010 gestemd. Ik ben het echter volstrekt niet eens met de veronderstelling van de rapporteur dat "de democratie door het Verdrag van Lissabon aanzienlijk wordt verdiept doordat aan de burgers van de Unie, voornamelijk via het Parlement, een grotere bevoegdheid tot controle van de Commissie wordt toegekend".

 
  
MPphoto
 
 

  Joe Higgins (GUE/NGL), schriftelijk. (EN) Ik heb me onthouden van stemming over de verslagen-Rangel A7-0278/2010 en A7-0279/2010. Alhoewel ik voorstander ben van veel van de in de verslagen genoemde maatregelen, zoals de versterkte rol van het Parlement bij het opstellen van de gedragscode voor leden van de Commissie en bij internationale onderhandelingen, ben ik het volstrekt niet eens met de veronderstelling van de rapporteur dat "de democratie door het Verdrag van Lissabon aanzienlijk wordt verdiept doordat aan de burgers van de Unie, voornamelijk via het Parlement, een grotere bevoegdheid tot controle van de Commissie wordt toegekend".

 
  
MPphoto
 
 

  Marisa Matias (GUE/NGL), schriftelijk. (EN) Ik heb voor de verslagen-Rangel A7-0278/2010 en A7-0279/2010 gestemd. Ik ben het echter volstrekt niet eens met de veronderstelling van de rapporteur dat de democratie door het Verdrag van Lissabon aanzienlijk wordt verdiept doordat aan de burgers van de Unie, voornamelijk via het Parlement, een grotere bevoegdheid tot controle van de Commissie wordt toegekend.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Mirsky (S&D), schriftelijk. (LV) De heer Rangel stelt zeer belangrijke amendementen op het Reglement van het Europees Parlement voor. Het is mogelijk dat de problemen waarover we debatteren als rechtstreeks gevolg van deze aanpassingen van het Reglement van het Europees Parlement sneller worden opgelost. Ik zou vooral graag zien dat de besluiten en aanbevelingen van het Europees Parlement in de EU-lidstaten worden uitgevoerd. Als we willen dat de aanbevelingen van de EU aan derde landen meer gewicht in de schaal leggen, zullen we eerst onze eigen zaken op orde moeten hebben. De aanbevelingen in de resolutie van het Europees Parlement van 11 maart 2004 over de situatie van niet-staatsburgers in Letland zijn bijvoorbeeld nog steeds niet ten uitvoer gelegd. Ik hoop dat het herziene Reglement van het Europees Parlement EU-instellingen in staat zal stellen een duidelijk beeld te vormen van de schendingen van elementaire mensenrechten die plaatsvinden in Letland.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE) , schriftelijk. – (IT) Met dit akkoord is het Parlement "verbeterd" en versterkt en is de democratisering van de Europese Unie verstevigd. De aanneming van dit verslag is een sterk teken van de wil om het beginsel van de scheiding der machten te consolideren. Dit kaderakkoord is van groot belang, aangezien het de betrekkingen tussen Parlement en Commissie definieert in een periode waarin het Parlement meer bevoegdheden heeft gekregen, vooral in het wetgevende proces, waar het nu op gelijke hoogte staat met de Raad. En inderdaad was er, ondanks alle aanvullende verdragen en protocollen, een integrerend normenstelsel nodig, gericht op specificatie en een betere definitie van bepaalde zaken. In het bijzonder verwelkom ik de duidelijkheid die het verschaft over de punten die betrekking hebben op de politieke verantwoordelijkheid van beide instellingen, de verspreiding van informatie, internationale betrekkingen, de uitbreiding en internationale overeenkomsten, de uitvoering van de begroting, het beleids- en wetgevingsprogramma van de Commissie en het meerjarenprogramma van de Unie, de wetgevingsbevoegdheid van de Commissie en de uitoefening van haar specifieke bevoegdheden, de controle op de tenuitvoerlegging van het Europees recht en de deelname van de Commissie aan de werkzaamheden van het Parlement.

 
  
  

- Verslag-Gräßle/Rivellini (A7-0263/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  George Becali (NI), schriftelijk. (RO) Ik heb voor deze verordening gestemd. Zij bevat technische, financiële en administratieve details en verklaart de interinstitutionele betrekkingen die voor deze Europese dienst en zijn structuren noodzakelijk zijn. Het is en blijft onze wens dat de EU als machtige en erkende speler in het buitenlands beleid optreedt. Om dat te bereiken, hebben we ook regels en Europese verordeningen nodig die daarop zijn toegesneden.

 
  
MPphoto
 
 

  Alain Cadec (PPE), schriftelijk. – (FR) Door de oprichting van de Europese dienst voor extern optreden (EDEO) moest het Financieel Reglement worden gewijzigd ter verbetering van de controle en het toezicht op de uitvoering van deze dienst. Het verslag Gräßle-Rivellini versterkt de budgettaire en financiële verantwoordelijkheid, vergroot de transparantie en bevordert de doeltreffendheid van de EDEO. De voorgestelde verbeteringen zullen bijdragen tot de vorming van een cultuur van financiële integriteit die noodzakelijk is, willen we vertrouwen wekken in de goede werking van de EDEO. Ook verwelkom ik de punten in het verslag waarin grote controlebevoegdheden van het Parlement worden geëist. Net als de rapporteurs dring ik erop aan dat het Parlement zijn rechten inzake het verlenen van kwijting ten volle moet kunnen uitoefenen en dat de delegatiehoofden hun verslagen betreffende de uitvoering van de begroting overleggen aan de Commissie begrotingscontrole.

 
  
MPphoto
 
 

  Mário David (PPE), schriftelijk. (PT) Ik heb voor de meeste in het verslag voorgestelde maatregelen gestemd. Het doel hiervan is een cultuur van financiële integriteit te creëren in de Europese dienst voor extern optreden. Een dergelijke cultuur is namelijk noodzakelijk om vertrouwen te kunnen wekken in een soepele en onlaakbare toekomstige werking van de EDEO. Door de verschillende achtergronden van de personeelsleden is de EDEO een smeltkroes van verschillende culturen. Daaruit moet de EDEO geleidelijk aan een eigen cultuur opbouwen. Bij de vaststelling van de structuur van deze nieuwe dienst moeten financiële regels worden geformuleerd en moet van meet af aan worden gezorgd voor maximale waarborgen, zodat financiële eerlijkheid wortel kan schieten in de EDEO-cultuur. Ik wil er tevens op wijzen dat het Parlement elk jaar een betrouwbaarheidsverklaring over het intern beheer en de controlesystemen in de Uniedelegaties moet ontvangen, teneinde de democratische controle te verzekeren en het vertrouwen van de Europese burgers in hun Europese instellingen te verbeteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Marielle De Sarnez (ALDE), schriftelijk. – (FR) De Europese dienst voor extern optreden (EDEO) is nu snel een operationeel diplomatiek korps aan het worden. Het Parlement heeft ervoor gezorgd dat zestig procent van het personeel afkomstig is uit andere Europese instellingen, hetgeen een zekere mate van onafhankelijkheid van de lidstaten waarborgt. Men heeft het principe van geografisch evenwicht geïntroduceerd om een adequate aanwezigheid van onderdanen uit alle lidstaten te verzekeren.

Deze stemming heeft de rol van het Parlement versterkt. De hoofden van de delegaties van de Europese Unie die in 'strategisch belangrijke' regio's worden benoemd zullen inderdaad worden gehoord in de Commissie buitenlandse zaken van het Europees Parlement. Bovendien krijgt het Parlement het recht om controle uit te oefenen op de besteding van de EDEO-begroting en moet het personeel van de EDEO een specifieke cursus voor begrotingsbeheer volgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Philippe de Villiers (EFD), schriftelijk. – (FR) Het Europees Parlement heeft zich uitgesproken over de door mevrouw Gräßle en de heer Rivellini gepresenteerde ontwerpwetgevingsresolutie over de opstelling van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen, voor wat betreft de Europese dienst voor extern optreden (EDEO).

Er kan onmogelijk steun worden verleend aan de totstandbrenging van een toekomstige communautaire diplomatie die onder het administratieve, budgettaire en politieke toezicht van de Commissie zal staan. Frankrijk, dat er prat op kan gaan de oudste diplomatie ter wereld te hebben, zal opnieuw diplomatieke veren moeten laten ten gunste van een Europese Unie waarvan de burgers volkomen onverschillig staan tegenover haar stellingnamen.

Met deze door de Europese Commissie zo vurig gewenste diplomatie zal geheel worden gebroken met het nationale erfgoed. De ambtenaren van de EDEO zullen geen instructies mogen ontvangen van de lidstaten en moeten werken voor het "hogere" algemeen belang van een Europese Unie die slechts een richtpunt is voor de eurocraten zelf.

 
  
MPphoto
 
 

  Diane Dodds (NI), schriftelijk. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben altijd tegen de oprichting van de Europese dienst voor extern optreden (EDEO) geweest, en niets zou mijn mening hierover hebben veranderd. Ik ben me echter bewust van de beloften die tijdens het verloop van de overredingscampagne van de EU werden gedaan en waarmee de EU steun voor de EDEO trachtte te vergaren.

Er werd tegen ons gezegd dat de EDEO begrotingsneutraal zou zijn. Hoe is de situatie nu echter? Begrotingsneutraliteit is nu verworden tot een van die beloften van de EU die ergens in de ruimte rondzweven. Als gevolg van verzoeken om nog meer personeel en andere opstartkosten hebben we de geplande begroting al met 34 miljoen euro overschreden, en de EDEO is nog niet eens operationeel!

De EDEO is wederom een voorbeeld van verspild belastinggeld voor een dienst waar mijn kiezers niet op zitten te wachten, maar die ze opgedrongen hebben gekregen door bureaucraten die meer en meer macht van nationale overheden in de richting van de EU proberen te pompen. Een dergelijke bureaucratie is onaanvaardbaar en moet in deze tijden van economische crisis worden ingekrompen in plaats van versterkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) Het voorstel voor een verordening is bedoeld tot wijziging van het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen, voor wat betreft de oprichting van de Europese dienst voor extern Optreden (EDEO), die voortvloeit uit de goedkeuring van het Verdrag van Lissabon door de lidstaten. Deze nieuwe eenheid heeft geen begrotingskader, en daarom is deze wijziging nodig. De EDEO wordt gelijkgesteld met een instelling, en krijgt daardoor begrotingsautonomie, en het recht om zijn eigen administratieve uitgaven te beheren, waarbij kwijting moet worden verleend door het Parlement.

Ik hoop dat de EDEO zijn taken op een vaardige, doeltreffende en complementaire manier zal uitoefenen, zonder in het vaarwater van de diplomatieke vertegenwoordigingen van de lidstaten te komen, dat is het belangrijkste punt. Daarover heeft de Commissie gezegd dat ze ervoor wil zorgen dat de EDEO zijn taak, het verzorgen van een gezamenlijk extern optreden, kan verrichten zonder de principes van gezond financieel beheer, verantwoordingsplicht en de bescherming van de financiële belangen van de Unie aan te tasten. Ik hoop dat dit zal lukken.

 
  
MPphoto
 
 

  Elisabeth Köstinger (PPE), schriftelijk.(DE) De Europese dienst voor extern optreden (EDEO) wordt de toekomstige spreekbuis van de Europese Unie op het gebied van het buitenlands beleid. In die dienst worden de uiteenlopende standpunten tot één communicatief sterke stem verenigd en dat verdient onze steun. Er is echter wel een efficiënte financiële controle nodig om te zorgen dat die EDEO effectief kan functioneren. Een dergelijke controle kan uitsluitend optimaal worden gewaarborgd indien de EDEO ook deel van de Commissie uitmaakt. Door een duidelijke verdeling van de rechten en plichten kunnen de werkzaamheden op soepele wijze verlopen. Ik steun het geslaagde verslag van mevrouw Gräßle en de heer Rivellini, en ik heb uiteraard mijn steun gegeven aan deze constructieve bijdrage van het Europees Parlement.

 
  
MPphoto
 
 

  Giovanni la Via (PPE), schriftelijk. (IT) Geachte Voorzitter, beste collega's, ik heb gestemd voor het verslag van collega's Gräßle en Rivellini, houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen, voor wat betreft de Europese dienst voor extern optreden (EDEO), omdat ik geloof dat bevordering van de financiële integriteit van belang is om een correct en transparant bestuur van de instellingen te waarborgen. De invoering van deze nieuwe diplomatieke dienst, waarin wordt voorzien door het Verdrag van Lissabon, betekent een grote stap vooruit voor de Europese Unie. Eindelijk zal de Unie gebruik kunnen maken van één enkel corps diplomatique, dat is belast met het faciliëren van acties die zijn gericht op het coherenter, secuurder en efficiënter maken van de buitenlandse betrekkingen van de Unie. Ik wil tenslotte nog onderstrepen dat de Europese dienst voor extern optreden zelf zijn administratieve begroting zal beheren en eveneens verantwoordelijk zal zijn voor bepaalde delen van de operationele begroting die onder zijn bevoegdheid vallen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) De nieuwe Europese dienst voor extern optreden, die werd opgericht na de goedkeuring van het Verdrag van Lissabon, heeft een begroting nodig om zich van zijn taken te kunnen kwijten en de in het Verdrag uiteengezette doelstellingen te verwezenlijken. Met het oog daarop is het noodzakelijk een aantal bepalingen van het Financieel Reglement te wijzigen, teneinde rekening te kunnen houden met de door het Verdrag van Lissabon ingevoerde veranderingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Willy Meyer (GUE/NGL), schriftelijk. (ES) Ik heb tegen deze wetgevingsresolutie van het Europees Parlement gestemd omdat de oprichting van deze dienst die men hier wil financieren ons weer een stap dichter brengt bij de militarisering van het buitenlands beleid van de Europese Unie. Afgezien van mijn verzet tegen deze militaristische opvatting van het buitenlands beleid, wordt mijn tegenstem gerechtvaardigd door de totale afwezigheid van de meest elementaire beginselen van transparantie en democratie bij heel dit oprichtingsproces van de Europese dienst voor extern optreden. De samenstelling en de financiering van deze dienst worden niet onderworpen aan de noodzakelijke volledige controle van het Europees Parlement wat betreft personeel en middelen en daarom heeft de EDEO te kampen met een verontrustend gebrek aan democratie en transparantie. Het is dan ook niet verwonderlijk dat in de structuur die de EDEO voorstelt, het Europees Parlement wat betreft het buitenlands beleid van de Europese Unie een irrelevante rol op de achtergrond wordt toebedeeld, wat wij vanuit onze fractie scherp veroordelen. Daarom heb ik tegengestemd. Ik kan niet akkoord gaan met een voorstel voor een begroting voor zo'n oorlogzuchtige dienst.

 
  
MPphoto
 
 

  Franz Obermayr (NI), schriftelijk.(DE) Behalve dat er door de EDEO dubbele structuren worden gecreëerd, exploderen voor de zoveelste keer de personeelskosten op een voor de EU zo kenmerkende verspillende en bureaucratische wijze. Van de 1 643 banen waarmee de EDEO op 1 december van start moet gaan, zijn er zegge en schrijve 50 ingeruimd voor directeuren-generaal. Dat betekent dat elke directeur-generaal in de beginfase net iets meer dan 30 medewerkers onder zich heeft. Aan het eind van de opbouwfase zijn dat er nog steeds maar minder dan 80. Genoemde directeuren-generaal verdienen gemiddeld 17 000 euro per maand. Op een niveau lager zijn er nog eens 224 directeuren en 235 afdelingshoofden voorzien. Bovendien zijn wij nog steeds in afwachting van een concrete taak- en doelstelling voor het EDEO-personeel. Wij hebben behoefte aan een sterke stem van de EU in de wereld, maar daarvoor hebben wij absoluut geen opgeblazen administratief apparaat nodig dat de EU-burgers miljarden kost vanwege de dubbele structuren en medewerkers die van een wel zeer lucratieve inkomstenbron kunnen genieten. Dat is de reden dat ik tegen het verslag heb gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Justas Vincas Paleckis (S&D), schriftelijk. – (LT) In de onderhandelingen met vertegenwoordigers van de Europese Raad en de Commissie is het Parlement erin geslaagd – en dat geldt met name voor de onderhandelaars van de Fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten – om ervoor te zorgen dat de begroting van de nieuwe diplomatieke dienst van de EU op een transparantere wijze zal worden uitgevoerd. Het Parlement zal jaarlijks kwijting verlenen voor de uitvoering van de begroting en de Commissie zal het Parlement regelmatig gedetailleerde informatie over de uitgaven van de Dienst verstrekken. Ik heb voor dit verslag gestemd omdat daarin wordt onderstreept dat bij het aannemen van personeel uit de EU-lidstaten een grotere geografische dekking wordt gewaarborgd, evenals een behoorlijke en betekenisvolle vertegenwoordiging van de burgers van alle lidstaten.

Ik ben het eens met de rapporteur dat we moeten proberen om ervoor te zorgen dat personeelsleden worden aangenomen op basis van hun capaciteiten en dat ook moet worden gestreefd naar een gelijke verdeling tussen mannen en vrouwen. Het is belangrijk dat de Europese dienst voor extern optreden, die op 1 december van start gaat, zo snel mogelijk operationeel wordt en dat ze, boven alles, gestalte geeft aan de belangen van de EU, en indien nodig aan nationale belangen.

 
  
MPphoto
 
 

  Aldo Patriciello (PPE), schriftelijk. (IT) De Europese dienst voor extern optreden (EDEO) zal zijn eigen administratieve begroting beheren en zelf hiervoor verantwoordelijk zijn. In feite is het bij de oprichting van de nieuwe dienst, en in het bijzonder bij het opstellen van de bijbehorende financiële bepalingen, noodzakelijk om van meet af aan voor passende economische waarborgen te zorgen.

Om de financiële integriteit te bevorderen, is het derhalve van belang een soepele interactie te garanderen tussen de verschillende diensten die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de financiën, met name bij delegaties. Door versterking van deze waarbogen hopen we dat het vertrouwen van de EU-burgers in de Europese instellingen groeit. Dientengevolge zijn de structurele verbeteringen in dit voorstel gericht op het afdwingen van de noodzakelijke financiële integriteit, zodat men erop kan vertrouwen dat de EDEO soepel en onberispelijk functioneert.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE) , schriftelijk. – (EN) Het heeft heel wat voeten in de aarde gehad, maar dankzij de inspanningen van het Europees Parlement heeft de Europese dienst voor extern optreden nu het potentieel om de drijvende kracht achter een effectiever en legitiemer buitenlands beleid van de EU te worden. We verwelkomen het feit dat tegemoet is gekomen aan belangrijke zorgen van de Groenen – zoals het evenwicht tussen mannen en vrouwen en een gemeenschappelijke opleiding om een esprit de corps te creëren – en dat het Parlement meer democratische controle kan uitoefenen op het functioneren van de Dienst, met name door de invoering van individuele begrotingslijnen voor de grote overzeese operaties van de EU. Het Europees Parlement is er ook in geslaagd om de communautaire methode veilig te stellen, evenals, onder druk van de Groenen, de prioriteiten van het ontwikkelingsbeleid.

 
  
MPphoto
 
 

  Angelika Werthmann (NI), schriftelijk.(DE) Om de belangen van de Europese landen op het internationale toneel effectief te kunnen behartigen, dient de aanpak van het buitenlands beleid vooraf besproken te worden en moet het resultaat vervolgens met één enkele stem naar buiten toe worden gecommuniceerd. Met de Europese dienst voor extern optreden wordt thans getracht om de instrumenten van de Unie voor het buitenlands beleid in een coherent kader samen te brengen. Daartoe worden de reeds aanwezige middelen gebundeld en worden tevens aanvullende middelen ter beschikking gesteld. Gezien de nieuwheid van deze structuur dienen er ambitieuze voorwaarden gehanteerd te worden met betrekking tot de transparantie en de begrotingstechnische en financiële verantwoordingsplicht. Aangezien de EDEO ook onder de begrotingsbevoegdheid van het Europees Parlement valt, moet de dienst binnen de structuur van de Commissie geïntegreerd worden omdat een kwijting in de zin van de Verdragen anders niet mogelijk is. De jaarlijkse activiteitenverslagen worden ook aan de begrotingsinstanties overgelegd.

 
  
  

- Verslag-Rapkay (A7-0288/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  George Becali (NI), schriftelijk. (RO) Ook ik meen, net als mijn collega-afgevaardigden, dat de EDEO een zelfstandige positie moet krijgen binnen het Statuut van de Europese ambtenaren. Ik steun de bepaling dat ambtenaren en tijdelijke medewerkers van de EU uit de lidstaten en de diplomatieke diensten dezelfde rechten hebben en mogen solliciteren naar dezelfde functies. Ik hoop dat aanwerving op de breedst mogelijke geografische basis, en daarmee doel ik op de nieuwe lidstaten, werkelijkheid zal worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. – (PT) De Europese dienst voor extern optreden is een essentieel instrument voor de Europese Unie, als deze zich verder open wil stellen voor de wereld en in staat wil zijn vruchtbare contacten te onderhouden met de talloze regio's en landen in de wereld. Voor een goede werking van deze dienst is het noodzakelijk ervoor zorgen dat de functionarissen ervan echte taken krijgen en dat duidelijkheid wordt gebracht in hun status en in die van het tijdelijk personeel dat afkomstig is van de nationale diplomatieke diensten en gaat werken voor de Europese dienst. De wijziging van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en van de Regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden van deze Gemeenschappen toont aan dat dit volledig gerechtvaardigd is. Ik hoop dat de Europese dienst een tandem zal vormen met de nationale diplomatieke diensten en een positieve bijdrage zal leveren aan de verbetering van het prestatievermogen van deze laatste. Ik hoop dat in de belangrijkste prioriteiten van het Europees beleid de externe component niet verwaarloosd zal worden en dat de dienst bij zijn optreden noch de cruciale rol van de Europese talen in de wereldwijde communicatie noch de rol van de Europese wereldtalen die het meest geschikt zijn om rechtstreekse communicatie met grote werelddelen tot stand te brengen, zal verwaarlozen.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. (PT) De Europese dienst voor extern optreden is nu een vast onderdeel van de Europese overheid. Dit is een open, efficiënte en onafhankelijke dienst die is gebaseerd op grond van artikel 298 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Wat betreft de wijziging van het Statuut van de ambtenaren en van de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden wil ik erop wijzen dat alle ambtenaren en al het tijdelijk personeel dat afkomstig is van de diplomatieke diensten van de lidstaten, een gelijke status hebben en dat eenieder onder hen in aanmerking moet kunnen komen voor ongeacht welke taak en onder gelijke voorwaarden hun taken moet kunnen vervullen. Ook moeten gelijke kansen voor het ondervertegenwoordigd geslacht worden bevorderd.

 
  
MPphoto
 
 

  Tunne Kelam (PPE) , schriftelijk. – (EN) Ik heb me bij de eindstemming over het verslag-Rapkay op 20 oktober 2010 onthouden van stemming. Ik steun de oprichting van de Europese dienst voor extern optreden volledig en heb grote waardering voor de inspanningen van Elmar Brok en de andere afgevaardigden die erin zijn geslaagd om de oorspronkelijke door de Hoge Vertegenwoordiger ingediende ontwerpverordening evenwichtiger te maken. Het was mijn bedoeling om te wijzen op het feit dat het amendement over de geografische spreiding, dat is gesteund door de Commissie buitenlandse zaken en de Begrotingscommissie, niet is aangenomen in de Commissie juridische zaken. Dientengevolge zijn er twijfels over de vraag of de eindversie van het verslag het Europees Parlement een rechtsgrondslag kan vormen met betrekking tot de geografische spreiding.

 
  
MPphoto
 
 

  Andrey Kovatchev (PPE) , schriftelijk. – (BG) Ik wens u, lady Ashton, en de nieuwe EDEO, waarop we veel hoop vestigen dat nog een Europese droom zal uitkomen, alle succes en ik hoop dat Europa zich met één sterke, gezaghebbende stem tot de wereld zal richten. Dat is wat een heel groot deel van ons Parlement wil. U kunt er zeker van zijn dat wij u zullen helpen.

Ik wil graag uitleggen waarom ik me van stemming heb onthouden bij de stemming over het amendement op het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen. Ik denk dat indicatieve doelen ten behoeve van een geografisch evenwicht goed zijn voor de nieuwe instelling. We hebben een zeer hooggekwalificeerde diplomatieke dienst nodig met mensen uit elke lidstaat, zodat ze de vertegenwoordiging van de EU in de wereld kunnen versterken.

Ik ben er zeker van dat de dienst een succes zal zijn als hij kan profiteren van de ervaring van alle lidstaten. Ik besef dat het aantal lidstaten sinds de aanvang van het proces van Europese integratie met meer dan het viervoudige is toegenomen. Het is begrijpelijk dat de landen die nog niet zo lang geleden zijn toegelaten, in deze fase in een achterstandspositie zitten wat betreft het niveau van vertegenwoordiging. We moet dit echter met vastberadenheid en duidelijk omschreven wetgevende teksten verhelpen.

Ik geloof in uw verlangen en vastberadenheid, die u tijdens talrijke gelegenheden aan ons kenbaar hebt gemaakt, om te werken aan een echte, passende geografische vertegenwoordiging voor de nieuwe dienst, zodat u de hoge vertegenwoordiger van de hele EU kunt zijn. We zullen zijn activiteiten nauwlettend volgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Edvard Kožušník (ECR), schriftelijk. (CS) Het doet mij deugd dat het in de vorm van amendementen gelukt is een aantal waarborgen in het verslag op te nemen waardoor nu zeker is dat bij de invulling van de functies binnen de Europese dienst voor extern optreden onderdanen van bepaalde lidstaten niet bevoordeeld worden ten koste van onderdanen van andere lidstaten. Het buitenlands beleid van de Europese Unie is per slot van rekening een beleidsterrein met zijn eigen specifieke kenmerken, reden waarom afgezien van de kwalificaties van de kandidaten en de aanwezigheid van een brede geografische basis het uitgangspunt dient te zijn dat het personeelsbestand van de Europese dienst voor extern optreden een afdoende afspiegeling behoort te vormen van alle lidstaten. Ik ben dan ook zeer gelukkig met het feit dat het Parlement heeft voorgesteld een bepaling waardoor ambtenaren van de Raad of de Commissie zonder enige toelatingsproeven zouden hebben kunnen overstappen naar de Europese dienst voor extern optreden, te schrappen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) De Europese dienst voor extern optreden werkt samen met de diplomatieke diensten van de lidstaten en bestaat uit personeelsleden van de relevante diensten van het secretariaat-generaal van de Raad en de Commissie en uit personeelsleden die door de nationale diplomatieke diensten van de lidstaten zijn gedetacheerd. Dus moet de EDEO, wat betreft het Statuut van de ambtenaren en de Regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden, worden behandeld als een EU-instelling. Met het oog daarop moeten ambtenaren van de EU en tijdelijke personeelsleden van de diplomatieke diensten van de lidstaten dezelfde rechten en plichten hebben en op gelijke manier worden behandeld. Met name moet een ieder onder hen in aanmerking kunnen komen voor ongeacht welke functie, en wel onder gelijke voorwaarden. Daarom is het in de resolutie opgenomen amendement noodzakelijk.

 
  
MPphoto
 
 

  Alajos Mészáros (PPE), schriftelijk. – (HU) Ik heb dit verslag gesteund, dat vooraf werd gegaan door zeer verhitte debatten, in de eerste plaats over de invulling van de posten van de Europese Externe Dienst. Het beginsel van geografisch evenwicht was de voornaamste aanleiding voor deze debatten, dat – naast de prioriteiten op het gebied van institutioneel evenwicht en een evenredige verdeling tussen de seksen – uiteindelijk slechts in zeer afgezwakte vorm in het verslag terecht is gekomen.

De nieuwe lidstaten kunnen niet volledig tevreden zijn, maar toch is het goed dat er een compromis is bereikt, en we vertrouwen erop dat we dit in de toekomst in een nog rechtvaardiger vorm kunnen gieten. Om dit te bereiken, moeten we alles in het werk stellen om te zorgen dat de door de afzonderlijke lidstaten aangewezen diplomaten een opleiding van vergelijkbare hoge kwaliteit hebben genoten. We moeten echter blij zijn dat we een verdere belangrijke stap hebben gezet in het belang van een verenigde effectieve externe vertegenwoordiging van de EU, aangezien dit gezien de uitdagingen van het heden en de toekomst een van de belangrijkste elementen is van ons EU-beleid.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE) , schriftelijk. – (EN) We hebben met een grote meerderheid het compromispakket aangenomen, dat het standpunt van de Groenen weerspiegelt en waaraan onze fractie substantieel heeft bijgedragen.

 
  
MPphoto
 
 

  György Schöpflin (PPE), schriftelijk. – (EN) Voor degenen van ons die uit de nieuwe lidstaten komen is het ontbreken van een wettelijke verplichting om in de Europese dienst voor extern optreden voor geografisch evenwicht te zorgen een teleurstelling. Het is waar dat er verschillende politieke verklaringen zijn afgelegd waarin is beloofd dat er rekening zal worden gehouden met de belangen van de nieuwe lidstaten. Hoe positief een politieke toezegging echter ook mag zijn, het is moeilijk in te zien hoe de kiezers in de nieuwe lidstaten het gevoel moeten krijgen dat de Dienst ook van hen is. Daarom heeft een aantal van ons getwijfeld of ze volledige steun aan het verslag-Rapkay moesten geven.

 
  
MPphoto
 
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE), schriftelijk.(PL) De stemming van vandaag brengt het einde naderbij van de nogal onstuimige werkzaamheden aan de vorm die de Europese dienst voor extern optreden moet krijgen. We hebben veel gesproken over duurzame ontwikkeling uit het oogpunt van gender en geografie, en gewezen op de transparantie van de personeelswerving volgens vooraf bekende regels en reglementen, echter de kwaliteit en doeltreffendheid van de EDEO staan voorop. Daarom zijn de inhoudelijke criteria voor de personeelswerving zo belangrijk. Ik wil de behoefte, ja de noodzaak onderstrepen dat de mensen die bij deze diensten werken afkomstig zijn uit de relevantie inhoudelijke directoraten van de Europese Commissie en tevens uit de Raad en het Parlement.

Het gaat hierbij niet om vertegenwoordiging van EU-instellingen, maar om de inhoudelijke kwalificaties van deze personen op de verschillende werkterreinen van de Unie, bijvoorbeeld complexe vraagstukken op het gebied van energie, handel en landbouw, om maar niet te spreken van mensenrechten of terrorisme. Ik ben namelijk bang dat het merendeel van de mensen bij de EDEO wel algemene diplomatieke kwaliteiten zal bezitten, maar kennis van de complexe inhoudelijke problemen waar ze mee te maken zullen krijgen, zal ontberen.

 
  
MPphoto
 
 

  Róża Gräfin von Thun und Hohenstein (PPE), schriftelijk. – (PL) Onthouding van stemmen is geen oplossing. Afwezigen hebben ongelijk. Ik vind dat de resolutie in zijn geheel meer goede dan minder gunstige maatregelen bevat. We hebben de Europese dienst voor extern optreden nodig. Hij moet zo snel mogelijk gaan functioneren om de betekenis van Europa in de wereld te vergroten.

In de aangenomen resolutie staat dat alle lidstaten vertegenwoordigd zullen zijn in de dienst. Wij moeten er nu voor zorgen dat dit inderdaad gaat gebeuren. Ik geef mijn vertrouwen aan de oprichting van de dienst voor extern optreden. Er zij op gewezen dat de Europese Unie is gebouwd op wederzijds vertrouwen en dat Polen hier ruim van profiteert. Ik zal dit proces goed in de gaten gaan houden.

 
  
MPphoto
 
 

  Rafał Trzaskowski (PPE), schriftelijk. – (PL) Een jaar geleden stuitte de introductie van het concept geografisch evenwicht in het debat over de Europese dienst voor extern optreden nog op enorm verzet, zelfs binnen het Europees Parlement. Nu betwijfelt werkelijk niemand meer dat dit een probleem is en dat dit probleem moet worden opgelost. In bijna alle documenten over de EDEO is sprake van de toezegging dat stappen ondernomen zullen worden om een gelijke vertegenwoordiging van alle lidstaten van de Europese Unie in de nieuwe diplomatieke dienst van de Unie te bewerkstelligen en dat is een succes. De voor 2013 geplande toets zal ons in staat stellen te beoordelen of deze stappen ook inderdaad gezet zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Traian Ungureanu (PPE), schriftelijk. – (EN) Het resultaat van de stemming over het verslag-Rapkay laat zien dat een aanzienlijk aantal afgevaardigden van de nieuwe lidstaten zich van stemming heeft onthouden of tegen heeft gestemd. Ik ben een van de afgevaardigden die zich van stemming hebben onthouden. Mijn belangrijkste zorg was het gebrek aan ambitie in de bewoording van het beginsel van geografische spreiding in het werkgelegenheidsbeleid en het personeelsbestand van de toekomstige Europese dienst voor extern optreden (EDEO). De rapporteur heeft nagelaten om een wettelijk bindende afspraak over geografische spreiding binnen de EDEO op te nemen en vertrouwt derhalve louter op politieke beloften van de belangrijke besluitvormers op het gebied van het buitenlands beleid van de EU. Daarom voelen de meeste nieuwe lidstaten zich niet gerustgesteld dat het beginsel van geografische spreiding in de toekomstige EDEO correct zal worden toegepast. Het is betreurenswaardig dat de rapporteur zo'n minimalistische lijn heeft gekozen, terwijl de aarzeling van de Raad om deze verplichting te accepteren nog meer zorgen baart. Ik roep de Raad en de Commissie op om het resultaat van de stemming over dit verslag zorgvuldig te bestuderen en zich aan hun belofte te houden om bij de aanwerving van het personeel van de EDEO het beginsel van geografisch evenwicht te respecteren. Het zal een van de prioriteiten van de afgevaardigden worden om dit proces in de toekomst nauwlettend te volgen.

 
  
  

- Verslag-Gualtieri/Surján (A7-0283/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk. – (PT) Ik heb voor de resolutie van het Parlement gestemd omdat ik het ermee eens ben dat de EU absoluut in staat moet zijn om al haar externe instrumenten te gebruiken binnen een samenhangende structuur en dat de terbeschikkingstelling in 2010 van begrotingsmiddelen voor de oprichting van deze structuur in haar beginfase het politieke doel van dit verslag is.

 
  
MPphoto
 
 

  Nikolaos Chountis (GUE/NGL), schriftelijk.(EL) Ik heb tegen het verslag inzake de Europese Dienst voor extern optreden gestemd, een dienst die wordt opgericht op basis van het Verdrag van Lissabon. Financiële en elke andere vorm van ondersteuning van deze dienst is onacceptabel, omdat hierdoor politieke en militaire middelen worden ingezet voor de acties van een verkeerd georiënteerd buitenlands beleid van de Unie, wat uiteindelijk tot een verdere militarisering van de Europese Unie leidt. Tegelijkertijd wordt Europa hierdoor zijn onafhankelijke en vredelievende rol ontnomen, die het moet spelen bij het slechten van internationale geschillen. Op deze wijze wordt Europa zelf onderdeel van spanningen en deelnemer aan militaire avonturen in oorlogshaarden.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) De begrotingsinstrumenten moeten nu worden aangepast aan de nieuwe realiteit van de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO). De voorstellen voor het vinden van de nodige middelen voor het werk van de dienst, voor het efficiënt en doeltreffend vervullen van de toegewezen taken ervan en voor een doeltreffend toezicht op de kosten zijn volgens mij al met al echter gerechtvaardigd.

In de eerste fase van het bestaan van de EDEO moeten de Europese instellingen en de lidstaten de nodige aandacht aan deze dienst besteden, zijn activiteiten goed volgen, en vaststellen wat de grootste problemen zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. (PT) Het voorstel voor een gewijzigde begroting valt binnen het kader van het Verdrag van Lissabon en heeft tot doel de oprichting en werking van de Europese Dienst voor extern optreden te vergemakkelijken. Daarom geef ik steun aan dit initiatief. Ook is het belangrijk te verzekeren dat dit voorstel ten uitvoer wordt gelegd met inachtneming van de beginselen inzake efficiënt beheer van Europese financiële middelen. Ook wil ik wijzen op de noodzaak van een goede kosten-batenverhouding en op de vereisten inzake strikte begrotingsdiscipline, gelet op de impact van de economische crisis op de overheidsfinanciën.

 
  
MPphoto
 
 

  João Ferreira (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) In dit verslag wordt voorgesteld om een verdere stap te zetten op weg naar het oprichten en inzetten van de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO). Wij zijn altijd tegen het oprichten van deze Dienst geweest, en daarom hebben wij tegen het verslag gestemd. Deze Dienst is een kernpunt van het Verdrag van Lissabon, en een hoofdelement van het federalisme in de Europese Unie. Er zullen meer dan 5 000 personen in dienst worden genomen, die in 130 ambassades van de EU in verschillende landen zullen werken.

Dit wordt een diplomatieke megastructuur, ten koste van de belangen van de lidstaten, en hun de vertegenwoordigers zullen uiteraard op de tweede plaats terechtkomen, ze zullen eens te meer worden gedwongen om de belangen te behartigen van de machten die de koers van de EU hebben bepaald. Bovendien bestaan er geen garanties dat de EDEO niet zal worden gekoppeld aan structuren van het leger en de geheime diensten. Dat betekent dat dit kan leiden tot het militariseren van de EU en van onze externe betrekkingen. Dat is zorgwekkend, en daartegen zullen we met alle macht strijden.

De vraag is ook waar het geld voor deze uitgaven vandaan moet komen. De begroting van de EU is heel krap. Dit gebeurt allemaal nu de gevolgen van de crisis al voelbaarder worden: het zogenaamde "bezuinigingsbeleid" leidt tot een enorme druk op de nationale begrotingen, de salarissen en uitkeringen worden verlaagd, en de loonbelasting stijgt.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) Na de wijziging van het Statuut van de ambtenaren en de wijziging van het Financieel Reglement, die noodzakelijk waren om de Europese Dienst voor extern optreden op te richten, moeten wij nu een begroting goedkeuren waarmee deze dienst aan de slag kan gaan. Als deze dienst zijn werk goed moet kunnen doen en de doelstellingen moet kunnen bereiken waarvoor hij is opgericht, dan heeft hij een begroting nodig waarmee hij de menselijke en materiële hulpbronnen kan verkrijgen die noodzakelijk zijn om zich van zijn taken te kunnen kwijten.

 
  
MPphoto
 
 

  Willy Meyer (GUE/NGL), schriftelijk. (ES) Ik heb tegen deze wetgevingsresolutie van het Europees Parlement gestemd omdat de oprichting van deze dienst die men hier wil financieren ons weer een stap dichter bij de militarisering van het buitenlands beleid van de Europese Unie brengt. Afgezien van mijn verzet tegen deze militaristische opvatting van het buitenlands beleid, wordt mijn tegenstem gerechtvaardigd door de totale afwezigheid van de meest elementaire beginselen van transparantie en democratie bij dit gehele oprichtingsproces van de Europese Dienst voor extern optreden.

De samenstelling en de financiering van deze dienst worden niet onderworpen aan de noodzakelijke volledige controle van het Europees Parlement wat betreft personeel en middelen, en daarom heeft de EDEO te kampen met een verontrustend gebrek aan democratie en transparantie.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat in de structuur die de EDEO voorstelt, het Europees Parlement in het buitenlands beleid van de Europese Unie een irrelevante rol op de achtergrond wordt toebedeeld, wat wij vanuit onze fractie scherp veroordelen.

Daarom heb ik tegen gestemd. Ik kan niet akkoord gaan met een voorstel voor een begroting voor een dergelijke oorlogzuchtige dienst.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk.(DE) De precieze invulling van de nieuw op te richten Europese Dienst voor extern optreden moet goed doordacht zijn. Een systeem waarin vijftig directeuren-generaal in het begin leiding geven aan slechts dertig en later ruim tachtig medewerkers, zou echter leiden tot een duur administratief waterhoofd.

Daarnaast gaat de oprichting van de EDEO ook gepaard met een promotiegolf. Een aantal kwesties is nog steeds niet helder. Eventuele effecten op de kosten van de gebouwen dienen vooraf getoetst te worden. Andere factoren, zoals de feitelijke omzetting van de in de Verdragen vastgelegde betekenis van de werktaal Duits, zijn genegeerd. Dat zijn de redenen dat de EDEO-financiering in de huidige vorm afgewezen dient te worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk. – (PT) Ik heb voor de resolutie van het Parlement gestemd omdat ik het ermee eens ben dat de EU absoluut in staat moet zijn om al haar externe instrumenten te gebruiken binnen een samenhangende structuur en dat de terbeschikkingstelling in 2010 van begrotingsmiddelen voor de oprichting van deze structuur in haar beginfase het politieke doel van dit verslag is.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. – (EN) De oprichting van de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) maakt een wijziging van de begroting voor 2010 en de voorgestelde begroting voor 2011 noodzakelijk. Er moet een nieuwe Afdeling X in de begroting worden gecreëerd, en de begroting voor 2010 moet worden gewijzigd om te voorzien in honderd extra posten in de personeelsformatie van de EDEO en in financiële middelen voor zeventig extra arbeidscontractanten. Het grootste deel van de benodigde middelen zal eenvoudigweg worden overgedragen vanuit de afdelingen voor de Europese Raad, de Raad en de Commissie. Het overheersende gevoel in de Commissie buitenlandse zaken is dat de hoge vertegenwoordiger, barones Ashton, haar beloften aan het Europees Parlement met betrekking tot de oprichting van de EDEO niet helemaal is nagekomen. De Commissie buitenlandse zaken is van mening dat het Europees Parlement moet worden geraadpleegd over de prioriteiten bij de personele invulling van de dienst (bijvoorbeeld met betrekking tot de geografische spreiding) en dat de kwestie van het evenwicht tussen mannen en vrouwen beter moet worden geregeld in de wervingsprocedure voor de EDEO. Vanuit het gezichtspunt van de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie moet het feit dat barones Ashton tot nu toe nog geen personeelsleden van het directoraat-generaal Buitenlandse betrekkingen die zich bezighouden met vredeshandhaving en crisisrespons naar de EDEO heeft overgeplaatst, als een grote tekortkoming worden beschouwd, vooral omdat de hoge vertegenwoordiger het Europees Parlement geruststellende boodschappen heeft meegegeven ten aanzien van deze overplaatsing.

 
  
  

-Verslag-Gräßle/Rivellini (A7-0263/2010), verslag-Rapkay (A7-0288/2010), verslag-Gualtieri/Surján (A7-0283/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, wij zijn absoluut tegen de oprichting van een Europese Dienst voor extern optreden. Buitenlandse zaken en diplomatie vallen onder de nationale soevereiniteit. Daarom hebben wij tegen alle verslagen over dit onderwerp gestemd.

Een gemeenschappelijk buitenlands beleid dat louter het EU-belang dient, zal op enig moment absoluut in strijd zijn met de fundamentele belangen van een of meerdere of zelfs alle lidstaten. Als er bijvoorbeeld een conflict is waarbij de betrokkenheid van landen gewenst is, maar hun burgers hiertegen zijn. Of wanneer er een beleid wordt gepromoot dat bijzonder vijandig of juist uiterst welgezind is ten opzichte van een land of een groep landen, in weerwil van de eeuwenoude tradities van bepaalde diplomatieke diensten of de vitale belangen van een aantal leden.

Wat echter nog erger is: de Verdragen stipuleren al dat dit alles hoe dan ook ondergeschikt zal zijn aan andere verbintenissen of verplichtingen in een nog breder, ja zelfs mondiaal kader: NAVO, VN en wie weet wat nog meer. Ons wordt hier dus niet eens een sterke en onafhankelijke diplomatieke dienst voorgesteld, maar een instrument voor onderwerping aan niet-Europees leiderschap.

 
  
  

- Verslag-Surján (A7-0281/2010).

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk. (PT) Er is in 2010 75 miljoen euro voorzien voor de financiële bijstand voor de begeleidende maatregelen in de bananensector; het grootste deel daarvan was een herschikking van rubriek 4 van de begroting. Het ging daarbij om een bedrag van 55,8 miljoen euro. In 2011 zit er in die rubriek echter slechts 875 530 euro. Daarom stemmen we in met het voorstel van het Parlement om de Commissie te verzoeken een nieuw voorstel in te dienen voor de inzet van het flexibiliteitsinstrument voor het resterende bedrag van 74 124 470 euro. Dit voorstel wordt gerechtvaardigd door het feit dat er financiële bijstand voor de begeleidende maatregelen in de bananensector nodig is. Wanneer de EU haar invloed als global player wenst te handhaven, moet voor de bananenexporterende ACS-landen die de gevolgen ondervinden van de meest begunstigde natie (MFN)-liberalisering in het kader van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) de financiële bijstand verzekerd zijn. We moeten er ook op wijzen dat het heel zinvol is om dit voorstel om te zetten, omdat deze maatregelen voorzien zijn in punt 27 van de interinstitutionele overeenkomst over het gebruik van het flexibiliteitsinstrument.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk. (PT) Ik heb voor de resolutie gestemd. Ik ben het er namelijk mee eens dat niet getornd mag worden aan de financiële bijstand van de EU aan de bananenproducerende landen van de ACS die bij de liberalisering het sterkst getroffen zijn door de toepassing van de clausule van de meest begunstigde natie (MFN) in het kader van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en dat de begrotingsinspanning niet mag worden bemoeilijkt. Daarom sta ik achter het voorstel van de Commissie tot wijziging van Verordening (EG, Euratom) nr. 1905/2006, dat het mogelijk zal maken de BMB, de begeleidende maatregelen bananen, gedurende de periode 2010-2013 te financieren met een totale begroting van 190 miljoen euro en eventueel een aanvullende begroting van 10 miljoen vast te stellen, als de marge dit toestaat.

 
  
MPphoto
 
 

  Marielle De Sarnez (ALDE), schriftelijk. (FR) De bananensector is van vitaal belang voor een aantal EU-regio´s en met name voor de Franse overzeese departementen en gebieden. Het Parlement heeft, gelet op de concurrentie vanuit de Zuid-Amerikaanse landen, die nog scherper zal worden met de overeenkomsten waarover momenteel onderhandeld wordt, financieringsmaatregelen vastgesteld om deze verzwakte sector te helpen.

De leden van het Europees Parlement willen graag dat het flexibiliteitsinstrument wordt ingezet met een bedrag van 74,12 miljoen euro. Dit is een krachtig signaal van het Parlement aan de Commissie en de Raad, die slechts 18,3 miljoen hadden uitgetrokken. Bovendien is dit een gelegenheid voor het Parlement om duidelijk te maken dat het hoog tijd is een einde te maken aan de financiering van de begeleidende maatregelen bananen uit de EU-begroting voor extern optreden. Het bedrag van 190 miljoen euro dat als hulp was toegezegd voor de periode 2010-2013 moet worden gedekt door nieuwe kredieten, en daarop zal het Parlement tijdens de volgende financiële vooruitzichten ook aandringen.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. (PT) De Commissie heeft een wijziging voorgesteld op Verordening (EG, Euratom) nr. 1905/2006 om begeleidende maatregelen in de bananensector te kunnen financieren met een totale begroting van 190 miljoen euro. De opsplitsing in jaarlijkse bedragen levert voor 2010 een bedrag op van 75 miljoen euro. Hierbij dient te worden vermeld dat de marge in rubriek 4 slechts 875 530 euro bedraagt. Het belangrijkste deel van de financiële bijstand in 2010 komt voort uit een herschikking van de kredieten in rubriek 4 van de begroting, namelijk 55,8 miljoen op een totaal van 75 miljoen. Dit zal een weerslag hebben op de instrumenten en maatregelen die de EU, en het Parlement in het bijzonder, als zeer belangrijk beschouwt. Daar komt bij dat er bij de vaststelling van het huidig meerjarig financieel kader (MFK) geen rekening is gehouden met de behoefte aan financiële bijstand voor begeleidende maatregelen in de bananensector. Er mag niet getornd worden aan de financiële bijstand van de EU aan de bananenproducerende ACS-landen die getroffen werden door de liberalisering op grond van het beginsel van het meest begunstigde land (MFN) in het kader van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), en de financiële inspanning mag niet worden gedwarsboomd. Daarom stem ik in met de door de rapporteur voorgestelde wijziging van het voorstel voor een gewijzigde begroting.

 
  
MPphoto
 
 

  João Ferreira (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Met dit verslag willen we de maatregelen vastleggen voor de financiële bijstand aan de groep van landen in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan (ACS), die te lijden zullen krijgen onder de liberalisering van de handel in bananen tussen de EU en 11 landen in Latijns-Amerika. De EU moet toezeggen geen kwantitatieve beperkingen en geen vergelijkbare maatregelen op te zullen leggen voor de invoer van bananen.

Door het ondertekenen van de Overeenkomst van Genève, die deze liberalisering regelt, heeft de EU zich ertoe verplicht om de ACS-landen 200 miljoen euro ter beschikking te stellen, als compensatie voor de gevolgen van die maatregel voor hun uitvoer naar de EU. We hadden indertijd heel wat kritiek op die overeenkomst, aangezien hoofdzakelijk de multinationale bedrijven uit de VS hiervan zullen profiteren, die de wereldmarkt voor bananen beheersen.

Meerdere ACS-landen en meerdere bananenproducenten in die landen hebben hun zorgen uitgesproken over de gevolgen van de overeenkomst. Ze denken dat het bedrag van 200 miljoen niet genoeg is om alle gevolgen te compenseren. Nu is er in het verslag "een begroting van in totaal 190 miljoen euro voorzien, en eventueel nog eens 10 miljoen euro extra, indien de marges dit toelaten". Bovendien is er onvoldoende gewaarschuwd voor de gevolgen voor de bananenproducerende landen en regio's in de EU, zoals de autonome regio Madeira. Daarom hebben wij ons bij de stemming over dit verslag onthouden van stemming.

 
  
MPphoto
 
 

  Giovanni La Via (PPE), schriftelijk. (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, in het voorstel van het Europees Parlement voor een resolutie over het standpunt van de Raad betreffende het ontwerp van de gewijzigde begroting 3/2010 van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2010, afdeling III – Commissie, worden nieuwe middelen toegezegd om de begeleidende maatregelen in de bananensector voor de ACS-landen (Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan) te financieren. Het voorstel van de Commissie, dat in feite zonder inmenging van een afdeling van de begrotingsautoriteit is opgesteld, voorziet in een vastleggingskrediet van 75 miljoen euro dat in de reserve wordt opgenomen, in afwachting van de goedkeuring van de betreffende wijzigingsverordening. Naar aanleiding hiervan wil ik erop wijzen dat het Parlement en de Raad geen akkoord hebben bereikt. Het Parlement heeft namelijk het gebruik van het flexibiliteitsinstrument overwogen, dat uitstekend werkt voor soortgelijke situaties, aangezien dergelijke fondsen direct beschikbaar zijn en een juridische grondslag hebben. De Raad had daarentegen een ander idee, vanwege de onwil van de lidstaten om het flexibiliteitsinstrument in te zetten, dat leidt tot een verhoging van hun bijdrage. Het is juist om deze redenen dat de Begrotingscommissie heeft vastgesteld dat het onmogelijk is om een akkoord te bereiken over de begroting van 2010.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) De EU heeft zich altijd ingezet voor hulp aan de ontwikkelingslanden en in het bijzonder aan de ACS-landen. Het specifieke geval waarom het in het voorstel voor een gewijzigde begroting gaat betreft de bananenproducerende landen. Deze speciale hulpverlening heeft de vorm gekregen van liberalisering van de bananenhandel tussen de EU en elf bananenproducerende landen in Zuid-Amerika. Dit soort hulp is naar onze mening beter en effectiever dan rechtstreekse hulp waarbij financiële middelen zonder onderscheid worden uitgegeven. Door de bananensector te ondersteunen, helpen wij deze landen hun economie te ontwikkelen, banen te creëren en armoede te bestrijden.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk.(DE) Om deze crisis te boven te komen, moet er voor 2010 liefst veel geld beschikbaar zijn voor de financiering van de EU-prioriteiten – dat is althans de overweging. Dat is mogelijk gemaakt door een herschikking van de begroting. Een financiële ondersteuning voor begeleidende maatregelen voor de bananensector was echter bij het opstellen van het meerjarig financieel kader nog niet voorzien.

Met het oog op de opvang van de gevolgen van de handelsliberalisering op WTO-niveau en de daaraan gekoppelde verlaging van het meestbegunstigingstarief, wordt beweerd dat de financiële steun van de EU voor ACS-landen die bananen leveren, in stand moet worden gehouden. Juist in tijden dat de EU zelf met een economische crisis te kampen heeft, dient een dergelijk gebruik van het flexibiliteitsinstrument van de hand te worden gewezen.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. – (EN) Als gevolg van gewijzigde handelsakkoorden, met name de liberalisering van de handel in het kader van de Wereldhandelsorganisatie, heeft de verlaging van de preferentiële marge voor bananenexporterende ACS-landen negatieve gevolgen gehad.

De Europese Commissie stelt daarom voor om de belangrijkste bananenexporterende ACS-landen te steunen door middel van begeleidende maatregelen in de bananensector (BMB's) met een begroting van 190 miljoen euro over vier jaar (2010-2013). Het doel van deze bijstand is om bananenexporterende ACS-landen te helpen bij het opzetten van aanpassingsprogramma's. Hoewel het bananenvraagstuk bepaald niet nieuw is, blijft de financiering van de BMB's problematisch.

De Commissie en de Raad hebben die niet geïntegreerd in rubriek 4 van het meerjarig financieel kader voor 2007-2013, en de Commissie ontwikkelingssamenwerking is van mening dat het voorstel niet verenigbaar is met het plafond voor rubriek 4 van het meerjarig financieel kader en vraagt de Commissie om substantiële wijzigingen aan te brengen of de tekst te vervangen door een andere.

 
  
  

Ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie - begrotingsjaar 2011

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk. (PT) Ik ben blij met de vandaag behandelde begroting 2011, juist omdat deze ingaat op de vastgestelde prioriteiten. Voor het eerst staat het Parlement op dit gebied op voet van gelijkheid met de Raad. Dit is de eerste begroting na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon. Om deze reden en omdat Europa momenteel geteisterd wordt door een crisis, is het belangrijk dat de bemiddeling met succes wordt bekroond. Het is vitaal dat de EU een begroting krijgt waarmee zij haar prioriteiten en haar met het Verdrag verkregen nieuwe bevoegdheden kan uitvoeren. Het is belangrijk dat wij in deze tijd van crisis vechten voor onze overtuiging en voor een begroting met een visie. De voorstellen van het Parlement weerspiegelen zijn ambitie. Anderzijds zijn de door de Raad voorgestelde waarden een weerspiegeling van de bezuinigingen die op nationaal niveau binnen de EU worden doorgevoerd. De EU moet echter het vermogen hebben om in te spelen op de uit de grote uitdagingen voortvloeiende beleidsveranderingen. De EU is verplicht een ambitieuze Europese begroting voor te leggen, een begroting waarmee zij het economisch herstel kan begeleiden. Alleen als wij gebieden als wetenschap en innovatie versterken en bijdragen aan de economische groei en aan meer en betere banen, kunnen wij van Europa een aantrekkelijke plek om te werken en te leven maken.

 
  
MPphoto
 
 

  Ole Christensen, Dan Jørgensen, Christel Schaldemose en Britta Thomsen (S&D), schriftelijk. (DA) Wij, de Deense sociaaldemocraten in het Europees Parlement, hebben voor de amendementen 700, 701 en 706 op de begroting gestemd. Dat hebben we gedaan ondanks het feit dat de commentaren een passage bevatten die stellen dat de EU zich in de richting van een ’low carbon economy’ moet bewegen. We zijn ons ervan bewust dat de aanhangers van kernenergie deze term proberen te gebruiken om te verhullen dat het feitelijk om een economie gaat waarin kernenergie een prominente rol als energiebron speelt. We willen benadrukken dat het naar onze mening een zeer slecht idee is EU-middelen aan kernenergie te spenderen, en met dat voorbehoud hebben wij voor dit amendement gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Anne E. Jensen (ALDE), schriftelijk. (DA) In de stemming over de begroting van de EU voor 2011 heeft de Deense Liberale Partij tegen een aantal amendementen met betrekking tot het weghalen van gelden voor uitvoerrestituties gestemd. De uitgaven voor uitvoerrestituties zijn wettelijk vastgelegd en zullen daarom worden gedaan, ongeacht wat er in de begroting staat. Maar als deze restituties niet in de begroting van de EU worden gespecificeerd, zullen ze moeten worden uitbetaald door de individuele lidstaten. In een tijd dat er in de nationale begrotingen wordt gesneden, zou het economisch gezien onverantwoord zijn om de lidstaten met deze aanzienlijke extra uitgaven op te zadelen. De Deense Liberale Partij is blij met de aanzienlijke verlaging van de exportsubsidies van de EU in de afgelopen jaren en zal blijven werken aan een verandering van de onderliggende wetgeving, zodat het uitfaseren kan doorgaan. De Deense Liberale Partij heeft tevens tegen een formulering gestemd die de betaling van een speciale premie voor mannelijke runderen verhindert voor stieren die worden gebruikt voor stierengevechten.

De reden dat de Deense Liberale Partij tegen dit voorstel heeft gestemd, is dat deze premie alleen wordt uitbetaald in Denemarken, Zweden en Slovenië, waar zoals bekend geen stierengevechten worden gehouden. Tot slot heeft de Deense Liberale Partij tegen de reservering van DKK 300 miljoen voor een Europees zuivelfonds gestemd. De zuivelprijzen zijn het afgelopen jaar gestegen, en in dat licht gezien is de Commissie tot de slotsom gekomen dat er met de huidige regels geen geld uit een dergelijk fonds kan worden uitbetaald.

 
  
MPphoto
 
 

  Véronique Mathieu (PPE), schriftelijk. – (FR) Ik stem voor het amendement op de begroting waarbij een deel van de begroting voor 2011 wordt gereserveerd voor de Europese Politieacademie (CEPOL). Ik ben verheugd over de stemming van de plenaire vergadering die, met 611 stemmen voor, 38 tegen en zes onthoudingen, het standpunt van het Parlement inzake de CEPOL versterkt. Het Parlement zal de middelen van deze reserve namelijk deblokkeren als het van deze academie bevredigende informatie ontvangt over het aan de kwijting voor 2008 gegeven gevolg.

De eisen zijn duidelijk: het Parlement informeren over de resultaten van het onderzoek van OLAF, de ledenlijst van de raad van bestuur publiceren, een definitief verslag van een externe accountant uitbrengen over de middelen die zijn gebruikt voor de financiering van particuliere uitgaven en veranderingen doorvoeren binnen de raad van bestuur om ervoor te zorgen dat deze situatie zich in de toekomst niet meer voordoet. Ik kijk reikhalzend uit naar een snelle reactie van de CEPOL en een bewijs dat deze ten volle wil meewerken met het Parlement.

 
  
MPphoto
 
 

  Marit Paulsen, Olle Schmidt en Cecilia Wikström (ALDE), schriftelijk. − (SV) Een sterk en modern Europa heeft een toekomstgerichte en op groei gerichte begroting nodig, terwijl de economische situatie tot bedachtzaamheid en terughoudendheid noopt. Daarom hebben wij ervoor gekozen om de lijn van een restrictieve begroting aan te houden waarin de klemtoon ligt op brede investeringen in onderzoek, ontwikkeling en innovatie, die groei en banen creëren in overeenstemming met de Europa 2020-strategie. Omdat we een Europa willen dat duurzaam is vanuit economisch, sociaal en milieuopzicht, hebben wij voor investeringen in het milieu en in menselijk kapitaal en controle van de financiële markten gestemd, maar altijd binnen het kader van bestaande middelen.

Een onverdedigbaar groot deel van de begroting gaat nog altijd naar het gemeenschappelijk landbouwbeleid, en we kunnen de uitdagingen van morgen niet oplossen met het beleid van gisteren. Daarom stemden wij onder andere tegen het voorgestelde melkfonds van 300 miljoen euro en dienden wij zelf een voorstel in om een einde te maken aan de EU-exportsubsidies voor landbouwproducten en de steun voor tabaksteelt. Omdat iedereen in deze economisch barre tijden zijn steentje bij moet dragen, hebben we ook voor een reductie van de administratieve kosten van de EU gestemd.

 
  
  

- Verslag-Jędrzejewska/Trüpel (A7-0284/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk. (PT) Het herstel in de eurozone is fragiel, en de overheidsfinanciën staan in veel lidstaten onder druk. Daarom kan onze begroting het economisch herstel bevorderen, maar dit instrument moet wel verstandig worden gebruikt, we moeten weten hoe we er optimaal van kunnen profiteren. In de rubrieken "Concurrentievermogen voor groei en werkgelegenheid" en "Cohesie voor groei en werkgelegenheid" zijn de bedragen gestegen, terwijl ze zijn gedaald voor onderwijs en opleiding. Dat is niet onbelangrijk voor de burger. Er is duidelijk meer geld voor het Europees Sociaal Fonds (ESF), maar het is betreurenswaardig dat slechts 1,4 procent van de middelen bestemd is voor de tenuitvoerlegging van het sociaal beleid, waar voor de gezondheid 15,77 miljoen euro minder is voorzien dan in 2010. De bedragen voor de regionale ontwikkeling stijgen met ongeveer 3,2 procent, en dat wordt als een essentieel feit beschouwd. Over de landbouw wil ik het volgende zeggen: de zuivelprijzen schommelen heel sterk, en dat is belangrijk. Om die reden moet er beslist een permanente aanpak voor dit probleem komen, en wel door een fonds voor de zuivelsector. Het is betreurenswaardig dat er minder geld beschikbaar is voor het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB).

 
  
MPphoto
 
 

  Charalampos Angourakis (GUE/NGL), schriftelijk. De EU-begroting voor 2011 dient de winstgevendheid van het grootkapitaal en het wilde offensief van de monopolies en de burgerlijke regeringen tegen de arbeids- en sociale rechten van de werkenden. Zij kent nog meer flitsgeld, subsidies en voorzieningen toe aan de monopolistische consortia – buiten de circa vijf biljoen die de nationale burgerlijke regeringen hun al hebben geschonken – ter versterking van hun positie in de onverbiddelijke onderlinge concurrentiestrijd van het imperialisme en met het oog op de herleving van het kapitalisme. De basistendens van de begroting is enerzijds geld verstrekken aan het kapitaal en anderzijds alle – hoe dan ook onbeduidende – uitgaven schrappen voor de werkenden, kleine handels- en ambachtsbedrijven, arme middelgrote boeren en jongeren. En nog meer geld voor de imperialistische interventies van de EU en de onderdrukkings- en achtervolgingsmechanismen die tegen het volk worden ingezet.

De eerste begroting die wordt goedgekeurd door het Europees Parlement, met zijn zogenaamd grotere bevoegdheid waarin het Verdrag van Lissabon voorziet, is zijn reactionaire aard waardig. Zij bewijst eens te meer dat het Europees Parlement de behoeften en belangen dient van de monopolies en dat het een diepe haat koestert jegens de werkenden en de behoeften van het volk. De arbeiders en het volk moeten hun strijd opvoeren om te voorkomen dat de werkenden het gelag van de kapitalistische crisis betalen.

 
  
MPphoto
 
 

  Liam Aylward, Brian Crowley en Pat the Cope Gallagher (ALDE), schriftelijk. – (GA) De afgelopen jaren is de internationale markt voor zuivelproducten steeds volatieler geworden. De 300 miljoen euro aan buitengewone financiering voor de zuivelsector in de begroting voor 2010 is vooral gunstig geweest voor zuivelboeren, die zwaar te lijden hadden onder de crisis. We hebben voor de nieuwe begrotingslijn gestemd, zodat er een zuivelfonds komt om de innovatie, de diversificatie en de herstructurering te ondersteunen en de onderhandelingspositie van zuivelboeren te verbeteren om onevenwichtigheden in de voedselvoorzieningsketen aan te pakken. Daarnaast verwelkomen we wat in het verslag wordt gezegd over de steun voor de schoolmelkregeling en het voorstel van de Commissie om meer middelen uit te trekken voor deze regeling en de schoolfruitregeling.

Het gemeenschappelijk landbouwbeleid heeft tot doel om de zekerheid van de voedselvoorziening veilig te stellen, het milieu en de biodiversiteit te beschermen en een behoorlijk inkomen voor boeren te waarborgen. In dit verband verwelkomen we het feit dat de Commissie in het verslag wordt gevraagd om in de begroting 2011 een financiële buffer in te bouwen ingeval de markt in 2011 volatiliteit zou vertonen, om de bureaucratie te verminderen en om de toegang tot financiering te verbeteren en de procedures daarvoor duidelijker te maken.

 
  
MPphoto
 
 

  George Becali (NI), schriftelijk. (RO) Ik ben het eens met mijn collega's die de door de Raad voorgestelde begrotingsverlagingen niet steunen. Het beste argument daartegen is de situatie in de lidstaten die een dergelijke actie in eigen land hebben uitgevoerd. Ik doel met name op Roemenië. De druk die op de consumptie wordt uitgeoefend door deze te beperken, heeft ons niet uit de crisis geholpen maar heeft juist tot een ongehoorde sociale druk geleid. Ik stem wel in met de verhoging van 300 miljoen euro van het melkfonds. Ik heb hetzelfde standpunt ingenomen ter ondersteuning van de toewijzing van extra financiële middelen voor dit product gedurende de hele periode van de Europese crisis. Ik onderschrijf krachtig het idee van het Europese stabilisatiemechanisme en de noodzaak dat de twee nieuwe begrotingsonderdelen specifiek zijn, met cijfers en niet blanco zoals nu het geval is, zodat dit Europese interventie-instrument werkelijkheid kan worden in plaats van alleen theorie. Ik hoop dat het standpunt van het Parlement zal worden geëerbiedigd tijdens de bemiddeling, dat een overeenkomst met de Raad zal worden bereikt en dat we in november voor de EU-begroting 2011 zullen kunnen stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Zuzana Brzobohatá (S&D), schriftelijk. (CS) Voor het eerst in zijn geschiedenis heeft het Europees Parlement het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie, voor het jaar 2011, behandeld overeenkomstig de nieuwe regels van het Verdrag van Lissabon. De grote hoeveelheid wijzigingen die de plenaire vergadering van het Parlement heeft aangebracht, vormt het klinkende bewijs dat de controlerende functie en het democratische gehalte van de Europese Unie zijn vergroot. Met het oog op verbetering van de democratische procedures, alsmede met het oog op de inhoud van de begroting als zodanig, heb ik voor de ontwerpbegroting gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk. – (PT) Ik heb voor de resolutie van het Parlement gestemd omdat ik het eens ben met de horizontale prioriteiten 2011 van het Parlement voor jeugd, onderwijs en mobiliteit. Daarvoor zijn in het kader van de diverse beleidsvormen specifieke sectoroverschrijdende investeringen nodig om groei en ontwikkeling in de EU te kunnen bevorderen. Ik stem in met de voorgestelde verhoging van de kredieten voor alle programma´s met betrekking tot deze prioriteiten, te weten Een leven lang leren, Pessoa en Erasmus Mundus. Ik ben het er ook mee eens dat mobiliteit van werkende jongeren een essentieel instrument is voor de ontwikkeling van een concurrentiële en dynamische arbeidsmarkt in Europa, en daarom dient deze te worden versterkt. Ik ben verheugd over de verhoging van de financiële middelen voor de Europese werkgelegenheidsdienst en geef derhalve krachtige steun aan het opstarten van de voorbereidende actie “Je eerste Eures-baan” die tot doel heeft jongeren te helpen toegang te vinden tot de arbeidsmarkt of tot banen voor geschoolden in andere lidstaten. Dit zal een eerste stap zijn in de richting van een specifiek niet-universitair programma voor mobiliteit van jongeren.

 
  
MPphoto
 
 

  Françoise Castex (S&D), schriftelijk. – (FR) Deze begroting voldoet niet aan de behoeften van de Europese Unie teneinde uit de crisis te geraken, te zorgen voor herstel en haar verantwoordelijkheden inzake solidariteit te dragen. In dit opzicht betreur ik het dat het voorstel van de Fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten in het Europees Parlement om een door een belasting op financiële transacties gefinancierde begrotingslijn "eigen middelen" te creëren, vrij eenvoudig is verworpen door de Fractie van de Europese Volkspartij (christendemocraten). Deze incoherentie tussen de woorden en daden van rechts is schandalig: het verkondigt namelijk al maanden aan de burgers en in de media vóór zo'n belasting te zijn, maar wanneer het moment om te kiezen daar is en het Europees Parlement in dezen iets kan uitrichten, begraaft rechts zelf dit voorstel. Terwijl Europa zich uitbreidt en steeds grotere bevoegdheden krijgt, slinken de middelen waarover het beschikt. Dit is een slecht signaal voor het herstel van de groei en de werkgelegenheid in Europa in het algemeen en voor de Europese burgers in het bijzonder.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Maria Corazza Bildt, Christofer Fjellner, Gunnar Hökmark en Anna Ibrisagic (PPE), schriftelijk. − (SV) Wij zouden willen dat de begrotingsprioriteiten van de EU meer gericht zijn op de toekomst, op grotere concurrentiekracht en meer investeringen in infrastructuur en onderzoek dan op het ondersteunen van het landbouwbeleid. Vandaag hebben wij vastgehouden aan onze prioriteiten door te stemmen voor rechtszekerheid, voor meer geld voor onderzoek en klimaatmaatregelen, maar ook voor minder middelen voor landbouwsubsidies, uitvoersubsidies, tabaksteelt en zuivelfondsen. Uiteraard hebben we voor de begroting voor 2011 van de Europese Unie gestemd, ook al bevatte ze niet alle prioriteiten die we zouden hebben gewild.

 
  
MPphoto
 
 

  Marielle De Sarnez (ALDE), schriftelijk. – (FR) Wij hebben zojuist de door het Parlement nagestreefde begroting 2011 goedgekeurd. Met deze stemming bevestigen wij onze prioriteiten voor de allerarmsten, voor wie we een pakket van 100 miljoen euro hadden gevraagd, evenals onze prioriteiten voor de zuivelproducenten voor wie wij het melkfonds graag willen voortzetten.

Ook moeten in moeilijkheden verkerende bedrijven steun blijven ontvangen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering, dat een permanent fonds moet worden met een eigen begroting. Tot slot willen wij graag dat de Europese begroting eigen middelen krijgt en dat een belasting op financiële transacties wordt ingevoerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Christine De Veyrac (PPE), schriftelijk. (FR) In een tijd waarin staten, lokale gemeenschappen, belastingbetalers en bedrijven aanvaarden dat er financiële offers moeten worden gebracht, kan de Unie zich niet aan dit heilzame proces onttrekken. De buitenproportionele stijgingen in de begroting van de Unie waar sommigen voorstander van zijn, zijn onacceptabel. Dat wil niet zeggen dat we nu moeten korten op strategisch onontbeerlijke uitgaven, zoals voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Dankzij deze uitgaven beschikken we over een onafhankelijke positie op het gebied van voedingsmiddelen en profiteren we van een bron van exportartikelen (en dus inkomsten).

Dit is echter wel een goed moment om vraagtekens te zetten bij de afwijkende bijdragen die om historische redenen voor sommige staten gelden, maar waarvoor inmiddels geen rechtvaardiging meer bestaat. In de huidige context kan invoering van een Europese belasting niet worden overwogen: eerst moet de belastingdruk voor lidstaten worden verlaagd.

 
  
MPphoto
 
 

  Philippe de Villiers (EFD), schriftelijk. (FR) Het Europees Parlement heeft zich uitgesproken over de ontwerpwetgevingsresolutie inzake het standpunt van de Raad over het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2011.

De behandeling van de algemene begroting van de Europese Unie door het Europees Parlement biedt altijd de mogelijkheid om beter te zien hoe de macht van de Unie met de jaren is uitgebreid en, andersom, de lidstaten over minder soevereiniteit beschikken.

Uit dit verslag blijkt hoeveel belastingdruk op de schouders van de belastingbetaler terecht zal komen. Het is duidelijk dat de burger teleurgesteld is in de Europese Unie, maar toch verhoogt de Unie haar budget met 6 procent voor de financiering van beleid dat het zichzelf heeft toegewezen. Waarom deze verhoging, terwijl 10 tot 15 procent van de middelen ongebruikt blijft en de Commissie van alle lidstaten matiging verwacht?

 
  
MPphoto
 
 

  Diane Dodds (NI), schriftelijk. – (EN) In mijn ogen is elk voorstel om de EU-begroting te verhogen onaanvaardbaar, omdat ik het mijn kiezers niet kan uitleggen wanneer de uitgaven van de Unie in 2011 met bijna 6 procent zullen stijgen. De minister van Financiën van het Verenigd Koninkrijk bereidt momenteel drastische bezuinigingen in de publieke sector voor – bezuinigingen waarop de Unie bij de lidstaten heeft aangedrongen. Maar tegelijkertijd acht de Unie het passend om de begroting van Brussel met 6 procent te laten groeien. Let op mijn woorden, niet op mijn daden, lijkt het officiële EU-beleid te zijn. Ik vind dat onaanvaardbaar.

Ik zou mijn kiezers, van wie er ongetwijfeld een aantal hun baan gaan verliezen als gevolg van de bezuinigingen in het Verenigd Koninkrijk, niet recht in de ogen kunnen kijken en zeggen dat de afgevaardigden nog meer van hun geld nuttig gaan besteden – vergeet niet dat het hun geld is – door de kas van de Europese Dienst voor extern optreden, Europol en de regulering van de financiële diensten te spekken. En ik kan zeker niet uitleggen dat ook het 'representatiebudget' van het Europees Parlement wordt verhoogd. Daarom heb ik tegen deze begroting gestemd. Het is aan de anderen om uit te leggen waarom ze de begroting hebben bekrachtigd.

 
  
MPphoto
 
 

  Lena Ek (ALDE), schriftelijk. − (SV) Een sterk en modern Europa heeft een toekomstgerichte en op groei gerichte begroting nodig, terwijl de economische situatie tot bedachtzaamheid en terughoudendheid noopt. Daarom heb ik ervoor gekozen om de lijn van een restrictieve begroting aan te houden waarin de klemtoon ligt op brede investeringen in onderzoek, ontwikkeling en innovatie, die groei en banen creëren in overeenstemming met de Europa 2020-strategie. Omdat ik een Europa wil dat duurzaam is vanuit economisch, sociaal en milieuopzicht, heb ik consequent voor investeringen in het milieu, in menselijk kapitaal en in controle van de financiële markten gestemd, maar altijd binnen het kader van bestaande middelen.

Een groot deel van de begroting gaat naar het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Helaas is het gemeenschappelijk landbouwbeleid in zijn huidige vorm zelden gericht op het oplossen van de uitdagingen van de toekomst. Een bloeiend platteland is zeer belangrijk. Verdere uitvoersubsidies en steun voor tabaksteelt zijn echter niet de juiste manier van werken. In plaats daarvan hebben we redelijke voorwaarden nodig voor voedselproductie in Europa, een gedegen dierenbescherming en stimulansen voor landbouwers om groene energie te produceren. Omdat iedereen in deze economisch barre tijden zijn steentje bij moet dragen, heb ik ook voor een reductie van de administratieve kosten van de EU gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Göran Färm, Anna Hedh, Olle Ludvigsson en Marita Ulvskog (S&D), schriftelijk. − (SV) Wij, Zweedse sociaaldemocraten, hebben vandaag voor het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2011 gestemd. Het is een terughoudende begroting die niettemin ook noodzakelijke investeringen in onderzoek, energie en initiatieven voor jongeren omvat en de oprichting van de Europese Dienst voor extern optreden en nieuwe instanties voor financieel toezicht mogelijk maakt.

Het is echter ook een begroting waarin aan veel van de nieuwe prioriteiten van de EU onvoldoende middelen worden toegewezen, zoals de nieuwe strategie van de EU voor groei en werkgelegenheid (EU 2020), het klimaatbeleid en het EU-beleid inzake buitenlandse betrekkingen en externe bijstand, met name de steun voor Palestina.

Om de begroting onder controle te houden, hebben wij een aantal besnoeiingen in de EU-landbouwsteun voorgesteld, die echter werden weggestemd. Wij stemden ook voor een evaluatie van het stelsel van eigen middelen, inclusief een belasting op financiële transacties. Ongeacht de vorm die een nieuw stelsel voor de inkomsten van de EU eventueel aanneemt, het moet begrotingsneutraal zijn en de bevoegdheid van de lidstaten op het gebied van belastingen respecteren.

Wat de begroting van het Europees Parlement zelf betreft, zijn wij van mening dat de commissies die door het Verdrag van Lissabon een zwaarder takenpakket hebben gekregen, versterking behoeven. Dat rechtvaardigt een stijging van het aantal personeelsleden van het secretariaat van het Parlement en de fracties. Wij vinden echter niet dat de leden extra personeel moeten krijgen. Het Parlement heeft nu besloten om de kredieten voor hogere vergoedingen voor medewerkers in de reserve te plaatsen, en ze mogen niet worden gebruikt als niet aan alle voorwaarden is voldaan. Wij hadden er de voorkeur aan gegeven om het Parlement meer middelen te geven door middel van efficiëntiemaatregelen en herverdeling in plaats van de totale begroting te laten stijgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) De EU-begroting is van vitaal belang voor het ontwikkelen van de activiteiten van de Unie, vooral in crisistijden. Zo kunnen we het geld voor het cohesiebeleid doeltreffend verdelen.

Ik ben van mening dat de Raad deze middelen niet zomaar mag beknotten, wat is gebeurd bij prioriteiten zoals de innovatie en de doelstellingen van groei en concurrentievermogen. De Raad heeft de vastleggingskredieten met 0,55 procent verlaagd, en de betalingskredieten met 2,77 procent. Op de uiteindelijk door de Raad vastgestelde begroting staan 141,8 miljard euro voor de vastleggingskredieten, en 126,5 miljard euro voor de betalingskredieten, en dat zou weleens ernstige gevolgen kunnen hebben voor de groei en het concurrentievermogen in Europa.

Daarom steun ik het voorstel dat het Parlement al eerder had gedaan om de oorspronkelijke bedragen voor die beleidsterreinen te handhaven.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. – (PT) Met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon is het onderscheid tussen verplichte en niet-verplichte uitgaven verdwenen. Dit betekent dat het Parlement en de Raad nu samen verantwoordelijk zijn voor alle uitgaven van de EU en dat zij daar samen over besluiten. Bovendien wordt de jaarlijkse begrotingsprocedure een speciale wetgevende procedure op grond waarvan de begroting wordt goedgekeurd via een verordening. Dit kan gezien worden als een speciale medebeslissingsprocedure of, om verwarring te voorkomen, als een gezamenlijk besluit van Parlement en Raad. De door het Parlement voorgestelde begroting 2011 is ambitieus en verstandig en eerbiedigt de verbintenissen die het Parlement op een strikte en realistische wijze is aangegaan. Wij hebben de beleidsvormen voor jeugd, onderwijs, mobiliteit, opleiding, onderzoek, concurrentiekracht en innovatie tot prioriteit uitgeroepen. Ik wil de klemtoon leggen op de voorbereidende actie waarbij ik persoonlijk betrokken was: “Je eerste Eures-baan”. Deze actie zal de mobiliteit van jongeren in de EU verbeteren en werkloosheid helpen bestrijden. De EU-begroting bedraagt ook dit keer ongeveer 1 procent van het BBP. Daaruit blijkt duidelijk dat het noodzakelijk is het meerjarig financieel kader te herzien, daar er maar heel weinig marge is in de diverse rubrieken en met name in rubriek 1A, 3B en 4. Ook is het duidelijk dat er dringend behoefte is aan een debat over de noodzaak van nieuwe middelen voor de EU-begroting.

 
  
MPphoto
 
 

  João Ferreira (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Wij delen de kritiek op het gedrag van de Raad, met zijn willekeurige bezuinigingen en verlagingen van de ontwerpbegroting voor 2011, die nu bijna zeven miljard euro lager ligt dan was afgesproken in het Meerjarig financieel kader (MFK) 2007-2013. Dit is onaanvaardbaar, ook al omdat het bedrag waarover we het in het MFK eens waren geworden al heel bescheiden is, waardoor het economisch en sociaal herstel toch al in gevaar is. Daarom versterkt dit de schadelijke gevolgen van het beleid dat de EU tot nu toe heeft gevoerd.

Daarom vinden ook wij dat er absoluut een grondige herziening van de begroting moet komen, evenals een directe herziening van de bovengrenzen van het huidige MFK. Ondanks deze kritiek kunnen wij echter niet akkoord gaan met het in het verslag genoemde voornemen de begroting te "lissabonniseren", waardoor de begroting ondergeschikt zou blijven aan de belangrijkste pijlers van het Verdrag van Lissabon: neoliberalisme, federalisme en militarisme. Met andere woorden: ondergeschikt aan de beleidsvormen die de ernstige crisis hebben veroorzaakt waarmee de Europese werknemers en burgers op dit moment worden geconfronteerd. We moeten afstappen van deze beleidsvormen, we moeten van ganser harte ja zeggen tegen cohesie, sociale vooruitgang en milieubescherming. Daarbij moeten we beginnen met de broodnodige versterking van de begroting van de Unie, die gebaseerd is op bijdragen van de lidstaten in verhouding tot hun bruto binnenlands product.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. (FR) Op 1 december vorig jaar is het Verdrag van Lissabon in werking getreden. Hiermee zijn nieuwe bevoegdheden toegekend aan de Europese Unie, wat weer nieuwe mogelijkheden biedt om geld uit te geven. Niemand of vrijwel niemand hier is eerlijk genoeg om erop te wijzen dat het iets schandaligs heeft om te verzoeken om een verhoging van de aan de Europese Unie toegekende middelen, of de invoering van een nieuwe belasting, wanneer van de lidstaten wordt verwacht dat ze matiging betrachten en snijden in hun sociale zekerheid.

In Frankrijk zijn de directe kosten voor Europa enorm: acht miljard euro per jaar, en dat bedrag neemt alleen maar toe. Dit komt overeen met bijvoorbeeld een groot deel van de tekorten in de sociale zekerheid. Indirect zijn de kosten nog hoger, in de vorm van onder meer werkloosheid, een zwakke groei en verplaatsing van bedrijven naar elders in verband met het Europese beleid. De Europese begroting bestaat niet simpelweg naast de nationale begrotingen, maar concurreert hiermee en onttrekt er geld aan. Met de structurele cofinancieringssystemen, die niets anders zijn dan verdeeld cliëntelisme, worden tevens bestedingen aangemoedigd. Nog een verzwarende omstandigheid: in vijftien jaar tijd heeft de Europese Rekenkamer het beheer van deze tientallen miljarden euro's door de Commissie geen enkele keer kunnen goedkeuren. Het is tijd dat aan dit alles een einde komt.

 
  
MPphoto
 
 

  Sylvie Guillaume (S&D), schriftelijk. (FR) Ik heb de resolutie van het Europees Parlement inzake het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor 2011 gesteund. Als we ons willen inzetten voor de politieke prioriteiten van de Europese Unie, de door de economische crisis noodzakelijk geworden nieuwe uitgaven, en de nieuwe bevoegdheden krachtens het Verdrag van Lissabon, moeten we een ambitieuze ontwerpbegroting steunen, waarmee de investeringen kunnen worden gedaan die nodig zijn voor meer banen en een terugkeer naar duurzame groei, of, met andere woorden: een begroting die recht doet aan het door ons gewenste Europa.

De Raad wil graag het budget van de Unie beperken omdat lidstaten zich voor aanzienlijke tekorten gesteld zien. Om deze reden hebben wij een nieuw begrotingsonderdeel voor eigen middelen van de Unie toegevoegd, zodat de begroting minder afhankelijk wordt van nationale bijdragen. We betreuren het feit dat het amendement ter invoering van een belasting op financiële transacties opnieuw is verworpen door rechts.

 
  
MPphoto
 
 

  Elisabeth Köstinger (PPE), schriftelijk.(DE) Ik steun het voorstel van het Europees Parlement over de ontwerpbegroting voor 2011. In het verslag komen de belangrijke beleidsterreinen aan de orde en wordt rekening gehouden met de afzonderlijke standpunten. Het Parlement erkent dat de Europese Unie in de toekomst niet met minder financiële middelen toe kan met het oog op de omvangrijke en veelzijdige taken die uitgevoerd moeten worden. Dat geldt met name voor de landbouw. In het standpunt van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling over de begroting 2011 is reeds bezorgdheid geuit over het feit dat de Commissie bij het plannen en toewijzen van ongebruikte middelen van te optimistische veronderstellingen uitgaat. Grote Europese onderzoeksprojecten zijn financieel afhankelijk van teruggestorte middelen waarvan de omvang vooraf niet bekend is. De Commissie wordt dan ook opgeroepen om de financiering van onderzoek en ontwikkeling in de toekomst voor de lange termijn te waarborgen en om gedetailleerde financieringsplannen hiervoor op te stellen. Financiële terugstortingen uit de landbouwpot moeten aan het oorspronkelijke doel ten goede komen.

 
  
MPphoto
 
 

  Petru Constantin Luhan (PPE), schriftelijk.(RO) Ik heb voor dit verslag gestemd omdat het Europees Parlement de belangrijkste prioriteiten aanwijst in zijn beleidsmaatregelen op het gebied van jongeren, onderwijs en mobiliteit. Ook ik heb bij herhaling gesteld dat dit cruciale en noodzakelijke onderdelen van de economische herstelstrategie van de EU en de Europa 2020-strategie zijn. Jongeren, onderwijs en mobiliteit vereisen specifieke sectordoorsnijdende investeringen binnen de geschikte beleidsterreinen ter bevordering van de groei en ontwikkeling van de EU.

Ik onderschrijf derhalve de noodzaak om de leningen te verhogen voor alle programma's met betrekking tot deze prioriteiten, zoals 'Een leven lang leren', het People-programma en Erasmus Mundus. Ook moeten de leningen voor het Europees netwerk van diensten voor de arbeidsvoorziening worden verhoogd. Daarom steun ik de start van de voorbereidende actie 'Je eerste baan in het buitenland', bedoeld om jonge mensen te helpen de arbeidsmarkt te betreden of gespecialiseerde functies te bekleden in een andere lidstaat, als eerste stap op weg naar een specifiek non-academisch programma voor jongerenmobiliteit.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (S&D), schriftelijk. – (EN) Bij de individuele stemmingen heb ik tegen bepalingen gestemd die negatieve gevolgen voor EU-burgers en mensen in ontwikkelingslanden hebben, waaronder EU-financiering voor de productie van tabak en exportsubsidies voor de landbouw die schadelijk zijn voor ontwikkelingslanden. Ook heb ik gestemd tegen de verhoging van de begrotingslijnen voor reis-, verblijfs- en administratieve kosten. Ik verwelkom echter de positieve elementen van het verslag in eerste lezing, waaronder de financiering ten behoeve van economische ontwikkeling in onze regio’s, steun voor onderzoek en ontwikkeling op cruciale gebieden en meer steun aan overzeese gebieden in overeenstemming met de doelstelling van het Verenigd Koninkrijk om de ontwikkelingshulp te verhogen. Ik ben van mening dat de EU-begroting nodig is om in een tijd dat de nationale regeringen in Europa zware versoberingsmaatregelen nemen voor stabiliteit op de lange termijn te zorgen. Terwijl de nationale regeringen drastisch bezuinigen, soms op basis van een kortetermijnvisie, kan de EU-begroting voor stabiliteit en langetermijnplanning zorgen om zo – via bijvoorbeeld de structuurfondsen en het Cohesiefonds – bij te dragen aan het scheppen van banen, het aanbieden van beroepsopleidingen en het stimuleren van de Europese economieën tijdens het herstel, met name door arme gebieden die het hardst zijn getroffen middelen uit de structuurfondsen ter beschikking te stellen.

 
  
MPphoto
 
 

  Barbara Matera (PPE), schriftelijk. (IT) Voor de eerste keer sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon is de Europese begroting in eerste lezing goedgekeurd. Het is tevens de eerste keer dat dit Parlement een groter besluitvormingsgewicht heeft dan de Raad. Een dergelijk gewicht moet gezien de aanhoudende financiële crisis echter vergezeld gaan van een groot verantwoordelijkheids- en realiteitsgevoel.

De Begrotingscommissie heeft in dat licht een duidelijk signaal afgegeven door te besluiten de marges in acht te nemen die door de huidige financiële situatie worden opgelegd en door een streng beleid te voeren dat gebaseerd is op de prioriteiten die de economische groei bevorderen, met een nadruk op onderzoek, innovatie en jongeren. Met genoegen verwelkom ik het besluit van deze Vergadering om de richtlijnen van de Begrotingscommissie en van de lidstaten te volgen, die vaak gedwongen zijn om schulden te maken als gevolg van te hoge voorschotten van EU-gelden.

De begroting van de EU moet niettemin opnieuw worden bekeken in het licht van de nieuwe bevoegdheden als gevolg van het Verdrag van Lissabon en van de behoefte aan eigen middelen. Dit zijn allemaal vraagstukken waarvoor tijdens de bemiddeling vastbeslotenheid nodig is, om te kunnen zorgen voor de juiste financiële ondersteuning van een ambitieus project zoals de EU 2020-strategie.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) Met de inwerkingtreding van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) zijn de Europese beleidsvormen versterkt en heeft Europa op diverse gebieden nieuwe bevoegdheden gekregen. Ik noem met name het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB), mededinging en innovatie, ruimte, toerisme, bestrijding van klimaatverandering, sociaal beleid, energiebeleid en justitie en binnenlandse zaken. Om deze bevoegdheden echter in de praktijk te kunnen uitoefenen, is een begroting nodig, en dat betekent dat alle organen met zeggenschap over de begroting coherent en consequent moeten zijn ten aanzien van hun toegenomen financiële bevoegdheden. Wij moeten de communautaire begroting dan ook voorzien van de noodzakelijke middelen, want anders zullen de voor 2014 vastgestelde doelstellingen niet worden bereikt en zal de EU 2020-strategie in gevaar komen. Natuurlijk verzetten de lidstaten zich in deze tijd van crisis tegen een verhoging van hun bijdragen, maar zij moeten wel beseffen wat de voornemens van de EU zijn en dat al hetgeen is bereikt op het gebied van cohesie en integratie niet op de helling mag worden gezet.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk.(DE) Door de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon zijn ook de financiële structuren van de EU veranderd. Dat geldt met name voor het meerjarig financieel kader (MFK) en de jaarlijkse begrotingsprocedure. Het MFK heeft op grond van dat Verdrag nu een bindend karakter en wordt door de Raad, met eenparigheid van stemmen en na goedkeuring van het Europees Parlement, vastgesteld. Thans wordt er geen onderscheid meer gemaakt tussen verplichte en niet-verplichte uitgaven, waarvoor de beide begrotingsautoriteiten voortaan gezamenlijk verantwoordelijkheid dragen. Ook is de bijbehorende procedure vereenvoudigd. Doordat het medebeslissingsrecht van het Parlement zich nu over de gehele begroting uitstrekt, wordt de democratische controle versterkt.

Ook met betrekking tot andere procedures is er een aantal bureaucratische vereenvoudigingen voorzien. Het is belangrijk dat de begrotingsrechten van het Europees Parlement, als enige rechtstreeks gekozen instelling van de Europese Unie, worden versterkt, omdat daardoor meer invloed op belangrijke besluiten van de EU kan worden uitgeoefend. Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan het aandringen op kostenbesparingen in verband met de nieuw op te richten EDEO. Ik kan echter geen steun geven aan centraliseringstendensen.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. (IT) Ik heb vóór de ontwerpbegroting gestemd, aangezien ik de lijn en inhoud ervan goedkeur. Ik ben het eens met de limieten die zijn ingesteld voor de bezuinigingen die door de Raad zijn uitgevoerd. Ik ben van mening dat deze stemming zeer belangrijk is en juich het standpunt van het Parlement toe dat de nieuwe prerogatieven laat gelden. Dankzij de nieuwe begrotingsprocedure, die sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon van toepassing is, kan het Parlement zijn eigen gewicht en bevoegdheden ten opzichte van de Raad doen gelden, door een sterke en ambitieuze, maar tegelijkertijd strenge begroting te verdedigen in de wetenschap dat er grote investeringen nodig zijn in sleutelsectoren zoals onderzoek en technische innovatie om de economie van de Europese Unie, die door de huidige economische en financiële crisis zwaar op de proef wordt gesteld, weer op gang te brengen.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Papanikolaou (PPE), schriftelijk.(EL) Een tekortkoming van het oorspronkelijke ontwerpvoorstel voor de begroting, dat door de Begrotingscommissie is voorgelegd aan de Commissie cultuur en onderwijs, was dat het niet voorzag in ambitieuze maatregelen voor het halen van de voornaamste doelen van de Europa 2020-strategie op het gebied van onderwijs, scholing en mobiliteit. Om precies te zijn: de bevoegde commissie heeft aanvankelijk het standpunt van de Europese Commissie en de Raad overgenomen om de middelen voor de programma's voor levenslang leren, onderwijs en ondernemerschap voor jongeren te bevriezen. Het is echter bemoedigend dat tengevolge van de door de leden van de Commissie cultuur en onderwijs geuite protesten tegen en bezorgdheid over de degradatie van het onderwijs- en scholingsbeleid, juist in een tijd dat de werkloosheid toeneemt en vele lidstaten van de Europese Unie treft, de Begrotingscommissie de nodige amendementen heeft ingediend, waar ik vóór heb gestemd. Deze amendementen verhogen de middelen die oorspronkelijk waren voorzien (bijvoorbeeld in het geval van artikel 150202 voor de programma's voor levenslang leren).

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk. – (PT) Ik heb ingestemd met de resolutie van het Parlement, omdat ik het eens ben met de horizontale prioriteiten van het Parlement voor 2011, in het bijzonder op het gebied van jeugd, onderwijs en mobiliteit, die onder de diverse beleidsmaatregelen doelgerichte en sectoroverschrijdende investeringen vergen om de groei en de ontwikkeling in de Europese Unie te bevorderen. Ik stem in met de voorgestelde verhoging van de kredieten voor alle met die prioriteiten samenhangende programma's, met name Een leven lang leren, Pessoa en Erasmus Mundus.

Ik denk ook dat de arbeidsmobiliteit van jongeren een essentieel middel is om een concurrerende en dynamische arbeidsmarkt in Europa tot stand te brengen, en om die reden moet worden gestimuleerd. Ik verwelkom daarom de verhoging van de middelen voor de European Employment Service en ben fervent voorstander van de lancering van de voorbereidende actie "Je eerste EURES-baan", die tot doel heeft jongeren te helpen bij het vinden van een eerste baan en bij toegang tot gespecialiseerd werk in een andere lidstaat, als eerste stap in de richting van een specifiek niet-academisch programma voor mobiliteit van jongeren.

 
  
MPphoto
 
 

  Frédérique Ries (ALDE), schriftelijk. (FR) 142 650 miljard euro – zoveel bedraagt de begroting voor het begrotingsjaar 2011, die om twaalf uur vanmiddag is aangenomen door het Europees Parlement. Een strakke begroting, die vrijwel geheel overeenkomt met het ontwerp van de Europese Commissie, en die is aangepast aan het huidige klimaat van matiging. We weten echter allemaal dat Europa niet meer en niets beter kan doen met minder geld.

Dit is dan ook de reden waarom ik, samen met een aantal andere leden en de commissaris voor financiële programmering en begroting, de heer Lewandowski, ervoor pleit dat de Europese Unie zichzelf eigen middelen toekent. Een financieel mechanisme waarmee autonomie wordt gegarandeerd en er speelruimte ontstaat met betrekking tot de lidstaten, die, crisissituatie of niet, allang het idee hebben opgegeven Europa de middelen te geven om haar ambities te realiseren. Ik zie ten minste twee redenen om niet te korten op de Europese begroting.

De eerste komt voort uit de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon en de nieuwe bevoegdheden van Europa op het gebied van buitenlands beleid, energie en financieel toezicht, om er maar een paar te noemen. De tweede heeft te maken met de nieuwe strategie voor 2020, waarvan de doelstelling is Europa weer op het pad van duurzame groei, grote projecten en innovatie te brengen. Nieuwe uitdagingen en bevoegdheden die adequaat gefinancierd dienen te worden. Wat ons weer brengt bij de enige echte oplossing: directe financiering van de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. – (EN) Het begrotingsdebat van dit jaar onderstreept maar weer eens dat we het nodig eens moeten worden over een zinvol systeem van eigen middelen van de EU. Het jaarlijkse gekibbel over de begrotingen tussen de Europese instellingen leidt tot chaotische besluitvorming en leidt de aandacht af van wat echt belangrijk is, wat gemakkelijk zou kunnen worden voorkomen door een systeem van eigen middelen op te zetten, bijvoorbeeld door een deel van de inkomsten van een EU-belasting op financiële transacties, een belasting op vliegtuigbrandstof of een CO2-belasting te gebruiken om de begroting van de EU te financieren. Desalniettemin is in de stemming van vandaag een goede balans gevonden tussen het reageren op de extra eisen die door het Verdrag van Lissabon zijn gecreëerd en het beperken van de groei van de EU-begrotingen in reactie op de huidige begrotingsproblematiek.

 
  
MPphoto
 
 

  Eva-Britt Svensson (GUE/NGL), schriftelijk. − (SV) Ik heb ervoor gekozen om mij van stemming te onthouden over de ontwerpbegroting van het Parlement. De extra middelen voor het Daphne-programma ter bestrijding van geweld tegen vrouwen doen mij plezier. Ik ben er ook mee ingenomen dat het Parlement het voorstel van de Commissie en de Raad om te snoeien in de steun aan de Palestijnse Autoriteit afwijst. Ik wil er echter ook op wijzen dat het Parlement volgens mij onverantwoord handelt door het EU-stelsel en zichzelf zulke enorme sommen toe te kennen in de vorm van programma’s, subsidies en steun voor bureaucratie, terwijl de lidstaten tot nietsontziende besparingen worden gedwongen om te voldoen aan de voorwaarden van het Stabiliteitspact – met andere woorden, het neoliberale pact die de meerderheid in het Parlement van ganser harte steunt.

De grote winnaar is de landbouw, met name de oprichting van een zuivelfonds ter waarde van 300 miljoen euro. Voor ons als leden van het Europees Parlement zal het erg lastig zijn om dit besluit uit te leggen aan de mensen die moeite hebben om de eindjes aan elkaar te knopen en in steeds meer landen de straat opgaan. Waarom zouden zij de gevolgen moeten dragen terwijl de realiteit geen enkel gevolg heeft voor de begrotingsuitgaven van de EU?

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Teixeira (PPE), schriftelijk. – (PT) Dit is de eerste begroting van de Europese Unie waarover in de allereerste lezing wordt gestemd volgens de regels van het Verdrag van Lissabon. Hoewel er nog geen overeenstemming is bereikt over enkele gevoelige punten met betrekking tot onderwerpen die ik bijzonder belangrijk vind, zoals een toekenning voor cohesie en landbouw, verwelkom ik dit voorstel.

In het goedgekeurde document is het oorspronkelijke voorstel van de Commissie met betrekking tot het onderdeel cohesie voor groei en werkgelegenheid weer opgenomen, nadat de Raad het toegekende bedrag eerst had verlaagd. Hoewel het bedrag voor 2011 al is vastgelegd in het meerjarig financieel kader met een limiet van 50,65 miljard euro tegen lopende prijzen, moet opgemerkt worden dat de rapporteur stelt dat er meer geld nodig is voor dit onderdeel.

Ik verwelkom ook de toekenningen in het onderdeel concurrentievermogen ter bevordering van groei en werkgelegenheid, waarin voorzieningen zijn opgenomen om de meeste voorstellen van het Parlement te financieren, zoals de voorstellen met betrekking tot kleine en middelgrote ondernemingen en programma's voor jongeren, onderwijs en mobiliteit.

Ik stem voor dit document, hoewel de voorstellen van de Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten) over interventiemaatregelen voor de opslag van graan, melk, zuivelproducten en poedermelk, die helaas zijn verworpen door de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling, er niet in zijn opgenomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Róża Gräfin von Thun und Hohenstein (PPE), schriftelijk.? – (PL) Onthouding van stemmen is geen oplossing. Afwezigen hebben per definitie ongelijk. Ik vind dat de resolutie in zijn geheel meer goede dan minder gunstige maatregelen bevat. We hebben de Europese Dienst voor extern optreden nodig. Hij moet zo snel mogelijk gaan functioneren om de betekenis van Europa in de wereld te vergroten.

In de aangenomen resolutie staat dat alle lidstaten in de dienst vertegenwoordigd zullen zijn. Wij moeten er nu voor zorgen dat dit inderdaad gaat gebeuren. Ik geef mijn vertrouwen aan de oprichting van de Dienst voor extern optreden. Vergeet niet dat de Europese Unie is gebouwd op wederzijds vertrouwen en dat Polen hier ruim van profiteert. Ik zal dit proces goed in de gaten houden.

 
  
MPphoto
 
 

  Derek Vaughan (S&D), schriftelijk. – (EN) Ik verwelkom de positieve elementen van de begroting voor 2011, zoals financiering voor de economische ontwikkeling van Wales, steun voor onderzoek en ontwikkeling en overzeese hulp. Ik onderken dat er extra financiële middelen nodig zijn voor de Europese Dienst voor extern optreden en de nieuwe Europese toezichthoudende autoriteiten, wat door alle lidstaten, inclusief het Verenigd Koninkrijk, wordt gesteund in de Raad. Ik maak me echter zorgen over de uitgaven op een aantal gebieden die hun geld niet waard zijn of die negatieve gevolgen hebben voor EU-burgers of mensen in ontwikkelingslanden. Dit omvat EU-financiering voor de productie van tabak, iets wat in strijd is met de doelstellingen van de EU op het gebied van gezondheid, en exportsubsidies voor de landbouw, die schadelijk zijn voor ontwikkelingslanden, evenals verhogingen van begrotingslijnen voor reis-, verblijfs- en andere administratieve kosten. In de huidige economische omgeving is het belangrijker dan ooit om de uitgaven voor onze prioriteiten te rechtvaardigen door alle verspillende en excessieve bestedingen in andere sectoren aan te pakken. Ik vond het niet verantwoord om tegen deze begroting te stemmen. In uitdagende economische tijden zou het contraproductief zijn om tegen vitale financiering voor een breed scala aan prioriteiten te stemmen. Ik meen echter ook dat bepaalde verhogingen niet gerechtvaardigd zijn, en daarom heb ik besloten mij van stemming te onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Angelika Werthmann (NI), schriftelijk.(DE) In de EU-begroting voor 2011 vormen de investeringen in onderwijs, onderzoek en innovatie cruciale doelstellingen – en dat is ook onontkoombaar gezien de huidige situatie op de arbeidsmarkt. Het terugdringen van de bestaande werkloosheid in Europa dient bij alle besluiten centraal te staan – ook met het oog op de concrete omzetting van de ambitieuze doelstellingen van de Europa 2020-strategie. Het is bijzonder zinvol om in de prioritaire doelstelling ‘jeugd’ te investeren in combinatie met onderwijs- en mobiliteitsprogramma’s, mede omdat dit goede ontwikkelingsmogelijkheden voor de arbeidsmarkt met zich meebrengt. Er is zowel sprake van verhogingen van de beschikbare middelen als van bezuinigingen; de begroting is immers een compromis, net als alle andere besluiten waar meer partijen bij betrokken zijn. Een herschikking van middelen ten gunste van nucleair onderzoek kan echter niet in het belang van de Europese bevolking zijn. De betreffende middelen zouden bijvoorbeeld veel beter aan hernieuwbare energie besteed kunnen worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Glenis Willmott (S&D), schriftelijk. – (EN) De Labour Party in het Europees Parlement verwelkomt de positieve elementen van het standpunt in eerste lezing van het Parlement, waaronder financiering voor economische ontwikkeling in onze regio's, steun voor cruciale activiteiten op het gebied van onderzoek en ontwikkeling en een toename van de buitenlandse hulp in lijn met het doel van het Verenigd Koninkrijk om de totale steun voor buitenlandse ontwikkeling te verhogen. We beseffen ook dat de Europese Dienst voor extern optreden en de nieuwe Europese toezichthoudende autoriteiten extra uitgaven met zich meebrengen, die essentieel zijn voor de tenuitvoerlegging van deze belangrijke nieuwe activiteiten, en dat wordt in de Raad gesteund door alle lidstaten, met inbegrip van het Verenigd Koninkrijk. We zijn echter zeer bezorgd over uitgaven op een aantal terreinen die geen toegevoegde waarde hebben of zelfs negatieve gevolgen hebben voor burgers van de Europese Unie en mensen in ontwikkelingslanden. Dit betreft Europese steun voor de productie van alcohol en tabak, wat in strijd is met de gezondheidsdoelstellingen van de Europese Unie, subsidies voor de uitvoer van Europese landbouwproducten, wat de ontwikkelingslanden schaadt, evenals verhogingen van begrotingsposten die verband houden met uitgaven, reizen, publicaties en andere administratieve kosten. In de huidige economische situatie is het belangrijker dan ooit dat wij laten zien dat onze uitgaven betrekking hebben op prioriteiten en dat wij verkwistende en buitensporige uitgaven op andere gebieden achterwege laten. De Labour Party in het Europees Parlement heeft in dit stadium tegen de definitieve begrotingsresolutie gestemd, om voorafgaand aan de onderhandelingen tussen de instellingen een duidelijk signaal af te geven.

 
  
MPphoto
 
 

  Artur Zasada (PPE), schriftelijk. ?– (PL) Het is met groot genoegen dat ik de rapporteur, mevrouw Jędrzejewska, feliciteer met het uitstekend opgestelde verslag. Vandaag hebben we voor het eerst een EU-begroting aangenomen op grond van de bepalingen uit het Verdrag van Lissabon, en is het ook de eerste keer dat we het financiële kader dat is vastgesteld in de actuele financiële vooruitzichten niet hebben overschreden. Naar mijn mening zijn de maatregelen die mevrouw Jędrzejewska voorstelt het resultaat van een realistische en pragmatische benadering in een moeilijke crisistijd. Verder constateer ik met tevredenheid dat de aangenomen begroting de prioriteiten van het Europees Parlement financieel versterkt.

 
  
  

- Verslag-Estrela (A7-0032/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk. – (PT) De verlenging van het zwangerschapsverlof van veertien naar twintig weken zou beschouwd moeten worden als een fundamenteel recht. Die nieuwe periode moet niet als een bedreiging worden gezien, zelfs niet als we de invoering van rechten voor vaders in aanmerking nemen. De gevolgen voor het wettelijke kader van de verschillende lidstaten zijn verwaarloosbaar, met inbegrip van de gevolgen voor de economie, als we bijvoorbeeld de mogelijkheid overwegen om tijdelijke vacatures op Europees niveau in het leven te roepen die beroepsmobiliteit stimuleren, en die het delen van beste praktijken en de continuïteit van beroepsmatige taken van vrouwen met zwangerschapsverlof bevorderen. De garantie van een volledig doorbetaald salaris tijdens zwangerschapsverlof en de verlenging van de periode waarin geen ontslag mag plaatsvinden van zes maanden tot een jaar, zouden niet ter discussie mogen staan, gezien de demografische problemen en het huidige economische klimaat. Andere eenvoudige maar doeltreffende maatregelen zijn bijvoorbeeld de mogelijkheid van flexibele werktijden in de periode na het zwangerschapsverlof, preventieve maatregelen met betrekking tot gezondheid en veiligheid, en de uitbreiding van deze rechten naar paren die kinderen adopteren, om zodoende een eerlijker wettelijk kader te bevorderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Roberta Angelilli (PPE), schriftelijk. (IT) Helaas varieert het geboortecijfer in Europa van land tot land, en is het vaak niet alleen afhankelijk van de garantie van de bescherming van de rechten, maar ook van de sociale voorzieningen die werkende moeders ter beschikking staan, zoals bijvoorbeeld kinderdagverblijven. Er is nog veel werk te doen voordat arbeids- en gezinsleven op elkaar zijn afgestemd.

De bescherming van het moederschap die in Italië geldt, is volledig in lijn met de nieuwe parameters die in de richtlijn worden voorgesteld, niet alleen voor wat betreft het aantal weken verplicht zwangerschapsverlof, maar ook voor wat betreft de doorbetaling van 100% van het inkomen tijdens de periode van afwezigheid. Het is van belang dat de richtlijn op evidente wijze het vaderschapsverlof introduceert: een belangrijke doelstelling die de gelijke rechten tussen man en vrouw garandeert en de gedeelde verantwoordelijkheid van de ouders versterkt!

 
  
MPphoto
 
 

  George Becali (NI), schriftelijk. (RO) Ik ben het eens met de verlenging van het zwangerschaps- en bevallingsverlof tot minimaal twintig weken met behoud van loon, echter met behoud van een zekere flexibiliteit voor de staten die al voorzieningen kennen voor dit soort verlof. Werkneemsters die zwangerschaps- en bevallingsverlof opnemen, moeten hun volledige salaris ontvangen, dat wil zeggen 100 procent van hun salaris van de laatste maand waarin zij gewerkt hebben of het gemiddelde van hun maandsalarissen. De aangenomen amendementen voorkomen dat zwangere vrouwen worden ontslagen vanaf het begin van hun zwangerschap tot zes maanden na afloop van hun zwangerschaps- en bevallingsverlof. Verder moeten vrouwen het recht hebben in hun functie of een functie met dezelfde beloning, in dezelfde beroepscategorie en met hetzelfde loopbaanpad terug te keren als zij hadden voordat ze met zwangerschaps- en bevallingsverlof gingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Bennahmias (ALDE), schriftelijk. (FR) Verlenging van het zwangerschapsverlof, verbetering van arbeidsomstandigheden … vrouwen vormden vandaag het middelpunt van het debat in het Europees Parlement. Achttien jaar na de eerste richtlijn inzake werkneemsters tijdens de zwangerschap, na de bevalling en tijdens de lactatie, is de economische en demografische situatie in Europa duidelijk veranderd. Wij hebben vandaag in de plenaire vergadering dan ook gestemd voor aanpassing van de vigerende wetgeving op het gebied van zwangerschapsverlof, zodat het werknemerschap voor vrouwen wordt aangemoedigd en het hen tevens mogelijk wordt gemaakt onder de best mogelijke omstandigheden een gezin te stichten.

Vrouwen in staat stellen hun gezinsleven en werk te combineren, maar ook voldoen aan de doelstellingen met betrekking tot gendergelijkheid, daar pleiten we vandaag voor, voor alle vrouwen in Europa. Het Europees Parlement heeft in meerderheid gestemd voor een volledig betaald zwangerschapsverlof van twintig weken. Nu moeten we dan ook gaan onderhandelen met de lidstaten om overeenstemming over deze tekst te bereiken.

 
  
MPphoto
 
 

  Izaskun Bilbao Barandica (ALDE), schriftelijk. (ES) Als we na het kennen van de uitslag van deze stemming een titel zouden moeten verzinnen voor de uitkomst van dit initiatief, dan zou dat zijn: “Rebellie in de aula”. In de vooravond ervoeren we de weerstand die leden van verschillende fracties boden tegen de verlenging van het zwangerschapsverlof tot twintig weken, de erkenning van de noodzaak om personen in dergelijke situaties het volledige loon uit te betalen, uitbreiding van de maatregel in het geval van gehandicapte kinderen en het opnemen van vaderschapsverlof. Alles wees erop dat de goedkeuring er niet zou komen, maar toch is het zover. Dit mirakel heeft kunnen plaatsvinden omdat heel wat Parlementsleden het stemadvies van hun fracties in de wind hebben geslagen. Vandaag heeft het Europees Parlement de verwachtingen van de Europese mannen en vrouwen ingelost. We hebben nog een stap gezet op de weg naar gelijkheid. Het doel is nog ver weg, maar wij, mannen en vrouwen, moeten het samen zien te bereiken.

 
  
MPphoto
 
 

  Vilija Blinkevičiūtė (S&D), schriftelijk. – (LT) Ik verwelkom het feit dat het Europees Parlement na alle langverwachte discussies vandaag deze zeer belangrijke richtlijn heeft aangenomen. Op basis van deze nieuwe richtlijn zal het zwangerschapsverlof worden verlengd van veertien tot twintig weken, met volledige doorbetaling van het loon. Om zo snel mogelijk oplossingen te vinden voor de demografische problemen waarmee we door het lage geboortecijfer en de vergrijzende samenleving worden geconfronteerd, moeten we de gezinstaken verdelen. Daarom is het belangrijk dat in deze richtlijn wordt bepaald dat mannen het recht hebben om ten minste twee weken vaderschapsverlof op te nemen. Een kind heeft het onbetwistbare recht om een band met beide ouders te ontwikkelen. Dit voorstel zal voor een beter evenwicht binnen gezinnen zorgen en zal de integratie in de arbeidsmarkt verbeteren. Het Parlement heeft laten zien dat het de in de Europa 2020-strategie neergelegde doelstelling kan verwezenlijken om gezinnen de mogelijkheid te geven om werk en privéleven te combineren en tegelijkertijd naar economische groei, welvaart, concurrentievermogen en gelijkheid tussen manen en vrouwen te streven. Ik hoop echt dat deze door het Parlement aangenomen richtlijn zo snel mogelijk ook door de Raad zal worden aangenomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Sebastian Valentin Bodu (PPE), schriftelijk.(RO) De EU wordt momenteel geconfronteerd met demografische problemen als gevolg van het dalende geboortecijfer en de toename van het aantal ouderen. Betere regelingen voor de bevordering van een goede balans tussen werk en privéleven zijn een manier waarop kan worden gereageerd op deze demografische neergang. Het is duidelijk dat er nog altijd genderstereotypen in de samenleving bestaan die voor vrouwen de toegang tot banen belemmeren, vooral betere banen. Vrouwen worden nog altijd beschouwd als de belangrijkste verzorgers van kinderen en andere afhankelijke personen, hetgeen betekent dat zij in veel gevallen moeten kiezen tussen moederschap en carrière.

Vrouwen worden vaak gezien als een 'verhoogd risico', 'tweederangs' of 'ongeschikte' werknemers, vanwege de grote kans dat ze zwanger worden en gebruikmaken van hun recht op zwangerschaps- en bevallingsverlof. Het is daarom van fundamenteel belang dat de nieuwe vormen van verlof geen bestaande stereotypen in de samenleving weerspiegelen of bevestigen. De betrokkenheid van ouders bij de levens van hun kinderen vanaf de eerste maand na de geboorte is vanuit lichamelijk, emotioneel en psychologisch oogpunt van het grootste belang voor de gezonde ontwikkeling van het kind.

 
  
MPphoto
 
 

  Vito Bonsignore (PPE), schriftelijk. (IT) In veel lidstaten is het geboortecijfer absoluut nog steeds heel laag. Het is daarom noodzakelijk dat de instellingen geboorten stimuleren via een gezinsondersteunend beleid. Ik heb voor het verslag-Estrela gestemd, aangezien het diezelfde richting opgaat. In denk dat het inderdaad juist is als er harmonie wordt bereikt tussen de moederschapsrechten van de verschillende lidstaten (waarbij in de eerste plaats rekening moet worden gehouden met de gezondheid van de jonge moeders en hun pasgeborenen) om te voorkomen dat er discrepanties ontstaan en om de competitiviteit tussen die lidstaten die al lange tijd vergaande maatregelen hebben aangenomen om het moederschap te beschermen te verminderen.

In dit opzicht waardeer ik het voorstel om in alle EU-landen het zwangerschapsverlof te verlengen tot 18 weken, een maatregel die al in veel lidstaten van kracht is: in Italië bijvoorbeeld is een zwangerschapsverlof van eenentwintig en een halve week gegarandeerd. Tenslotte denk ik dat het van essentieel belang is om het recht te garanderen dat hetzelfde werk kan worden hervat, of dat een gelijkwaardige arbeidspositie wordt toegewezen

 
  
MPphoto
 
 

  David Casa (PPE), schriftelijk. – (EN) Ik ben tegen het concept van twintig weken volledige doorbetaling en heb tegen dat specifieke amendement gestemd. Desondanks heb ik besloten om vóór de geamendeerde eindtekst te stemmen vanwege de invoeging van een bepaling waarvoor de PPE-Fractie zich sterk heeft gemaakt en die een zekere mate van flexibiliteit tijdens de laatste vier weken toestaat. Ik heb derhalve besloten om het bereiken van dit compromis door mijn fractie te steunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Françoise Castex (S&D), schriftelijk. (FR) Ik ben blij dat het Europees Parlement vooruitgang heeft geboekt met betrekking tot dit onderwerp sinds het debat over het demografische vraagstuk in 2007, waarvoor ik rapporteur was. Deze stemming bewijst dat het nog steeds mogelijk is nieuw sociaal acquis te bereiken; door middel van mobilisatie en politieke actie kunnen we de winst die in het verleden is behaald, behouden, en tevens nieuwe rechten verwerven. Vandaag hebben we de rechten van de vrouw versterkt, maar ook die van de man, met het vaderschapsverlof. Dit laatste vertegenwoordigt een ware ommekeer in opvattingen en zal met de jaren bijdragen aan een betere rolverdeling tussen beide ouders.

 
  
MPphoto
 
 

  John Bufton, William (The Earl of) Dartmouth en Nigel Farage (EFD), schriftelijk. – (EN) Wat betreft amendement 9: de UKIP heeft voor dit amendement gestemd, waarin slechts wordt verklaard: 'Alle ouders hebben het recht voor hun kind te zorgen'. De UKIP steunt de rechtmatigheid van deze richtlijn geenszins, omdat het aan de gekozen nationale regeringen moet zijn om te besluiten over het sociaal en welzijnsbeleid. De regering van het Verenigd Koninkrijk is echter veel te snel met het onder staatstoezicht stellen van kinderen, dus een stem voor deze overweging zal een mooi schot voor de boeg zijn. Wat betreft het voorstel in het algemeen: de UKIP accepteert de rechtmatigheid van deze richtlijn niet, omdat het aan de gekozen nationale regeringen moet zijn om te besluiten over het sociaal en welzijnsbeleid. Deze richtlijn zal ongelooflijke kosten met zich meebrengen voor werkgevers en de overheid, wat we ons op dit moment niet kunnen veroorloven. Dit zal ook de discriminatie van vrouwen bevorderen, omdat ze hierdoor nog duurder voor werkgevers zullen worden dan ze nu al zijn, vooral voor kleine ondernemingen, die de ruggengraat van de Britse economie vormen. Verder sympathiseert de UKIP met ouders van gehandicapte kinderen en ouders die ervoor kiezen om kinderen te adopteren. De EU heeft echter niet het recht om dit soort moederschapsregelingen aan te nemen en mag ook niet de legitimiteit krijgen om dat te doen. De UKIP heeft tegen deze richtlijn gestemd om ervoor te zorgen dat er via de stembus verantwoording voor wetgeving wordt afgelegd, en niet via Brusselse bureaucraten.

 
  
MPphoto
 
 

  Nikolaos Chountis (GUE/NGL), schriftelijk.(EL) Ik heb voor het verslag gestemd omdat het bijzonder belangrijk is voor de gendergelijkheid en de bescherming van de rechten van de werkenden – mannen en vrouwen – voor zover het om moederschaps- en vaderschapsrechten gaat. Dit is een belangrijke stap in de bescherming en verbetering van de rechten van vrouwen, maar ook van de gelijkheid op de werkvloer in het algemeen, aangezien volgens het verslag, "het in verband met de kwetsbaarheid van de werkneemsters tijdens de zwangerschap, na de bevalling en tijdens de lactatie noodzakelijk is hun recht te geven op een vóór en/of na de bevalling te nemen zwangerschapsverlof van ten minste twintig aaneengesloten weken, en hun de verplichting op te leggen na de bevalling een zwangerschapsverlof van ten minste zes weken te nemen".

Ik heb ook om een tweede, zeer belangrijk punt voor dit verslag gestemd: het erkent het recht van de vader op twee weken vaderschapsverlof.

 
  
MPphoto
 
 

  Derek Roland Clark en Paul Nuttall (EFD), schriftelijk. – (EN) Wat betreft het voorstel in het algemeen: de UKIP accepteert de rechtmatigheid van deze richtlijn niet, omdat het aan de gekozen nationale regeringen moet zijn om te besluiten over het sociaal en welzijnsbeleid. Deze richtlijn zal ongelooflijke kosten met zich meebrengen voor werkgevers en de overheid, wat we ons op dit moment niet kunnen veroorloven. Dit zal ook de discriminatie van vrouwen bevorderen, omdat ze hierdoor nog duurder voor werkgevers zullen worden dan ze nu al zijn, vooral voor kleine ondernemingen, die de ruggengraat van de Britse economie vormen. Verder sympathiseert de UKIP met ouders van gehandicapte kinderen en ouders die ervoor kiezen om kinderen te adopteren. De EU heeft echter niet het recht om dit soort moederschapsregelingen aan te nemen en mag ook niet de legitimiteit krijgen om dat te doen. De UKIP heeft tegen deze richtlijn gestemd om ervoor te zorgen dat er via de stembus verantwoording voor wetgeving wordt afgelegd, en niet via Brusselse bureaucraten.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE), schriftelijk. (PT) Dit voorstel is bedoeld om de veiligheid en de gezondheid in verband met het ouderschap te verbeteren. Ik zou in dat verband willen zeggen dat de verschillen tussen mannen en vrouwen kleiner moeten worden, en dat we alles moeten doen om werk en gezinsleven met elkaar in evenwicht te brengen, met elkaar compatibel te maken. Dat is de enige manier om ouderschap met gedeelde verantwoordelijkheid te bevorderen. Op die basis ben ik het eens met het voorstel van de rapporteur; ook ik vind dat we het ouderschapsverlof moeten verlengen tot twintig weken, waarvan zes na de bevalling. Die periode moet tussen de ouders kunnen worden gedeeld, en dan is het de juiste periode.

Ik sta ook achter het voorstel uit het verslag om tijdens het ouderschapsverlof het volledig maandsalaris door te betalen, dat wil zeggen, honderd procent van het laatste maandsalaris, of van het gemiddelde maandsalaris. Tot slot lijkt het me gepast om dezelfde maatregelen toe te passen op de adoptie van een kind onder de twaalf, en op vrouwen in zelfstandige beroepen.

Om die redenen heb ik voor het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Lara Comi (PPE), schriftelijk. (IT) Gelijkheid tussen man en vrouw is vaak een slogan, een loze aanspraak op rechten die niet altijd vergezeld gaat van het nemen van verantwoordelijkheden en steekhoudende argumenten. Dit voorstel voor een richtlijn zorgt daarentegen voor een juiste balans tussen de biologische rol van de moeder en de rechten die hieruit voortvloeien voor degenen die deze rol volledig op zich nemen. Op de demografische vraagstukken die meer en meer op een noodsituatie gaan lijken en een economie die een steeds hogere vrouwelijke arbeidsparticipatie vereist, geven deze maatregelen een verstandig antwoord. De erkenning van de gelijkheid is compleet wanneer bepaalde rechten ook worden uitgebreid naar de vaders, zodat de verplichtingen van het gezin zo goed mogelijk kunnen worden verdeeld en gezinnen zelf kunnen bepalen hoe zij de taken verdelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Corina Creţu (S&D), schriftelijk. (RO) Ik heb gestemd voor verbetering van de veiligheid en gezondheid van zwangere werkneemsters op het werk uit respect voor het beginsel van gelijke rechten voor mannen en vrouwen en van non-discriminatie op grond van geslacht, en om vrouwen aan te moedigen actiever deel te nemen aan de arbeidsmarkt.

Een van de uitkomsten van deze maatregelen is de totstandbrenging van een balans tussen werk en privé voor vrouwen. Bovendien hebben vrouwen deze wettelijke steun nodig ter bescherming van hun gezondheid en hun kinderen. Een ander belangrijk aspect van deze maatregel, gericht op versterking van de baanzekerheid voor vrouwen, is het verbod om hen te ontslaan in de periode van het begin van de zwangerschap tot ten minste zes maanden na afloop van het zwangerschaps- en bevallingsverlof. Ook is er een salarisplafond vastgesteld voor de periode van zwangerschaps- en bevallingsverlof, eveneens bedoeld om te voldoen aan de behoefte aan sociale zekerheid.

Eén cruciaal argument om voor te stemmen, en niet het minste, is tot slot de verhoging van het geboortecijfer, dat een bijzonder ernstig probleem voor de EU-lidstaten is.

 
  
MPphoto
 
 

  Vasilica Viorica Dăncilă (S&D), schriftelijk. (RO) Volgens de statistieken daalt het geboortecijfer in de EU. Het lage geboortecijfer zal ons in combinatie met de vergrijzing van de bevolking in de toekomst een reëel probleem opleveren wat betreft de betaalbaarheid van pensioenen en de kosten van medische zorg in Europa. Gezinnen en in het bijzonder vrouwen mogen niet worden gestraft voor het willen hebben van kinderen. Zwangere werkneemsters en werkneemsters die borstvoeding geven, dienen geen werkzaamheden te verrichten waarvan uit onderzoek is gebleken dat zij het risico van blootstelling aan bepaalde stoffen of bijzonder schadelijke arbeidsomstandigheden opleveren waardoor hun veiligheid of gezondheid in gevaar wordt gebracht. Daarom steun ik het idee om maatregelen uit te voeren ter bevordering van de veiligheid en gezondheid van werkneemsters die onlangs zijn bevallen of borstvoeding geven. Deze maatregelen mogen vrouwen niet in een nadelige positie op de arbeidsmarkt brengen of ingaan tegen de richtlijnen inzake gelijke behandeling van mannen en vrouwen.

 
  
MPphoto
 
 

  Michel Dantin (PPE), schriftelijk. (FR) Frankrijk behoort tot de landen met de hoogste geboortecijfers in de Unie. Dit is het gevolg van een pakket maatregelen in een allesomvattend gezinsbeleid. De resolutie zoals die nu is, na stemming over de amendementen, zal niet leiden tot een werkelijke verbetering. Integendeel, er zal veel onzekerheid ontstaan, omdat de begrotingslast van de maatregelen op dit moment niet kan worden gedragen. Om deze redenen heb ik niet mijn goedkeuring aan de tekst gegeven, ook al is de bedoeling erachter goed.

 
  
MPphoto
 
 

  Mário David (PPE), schriftelijk. – (PT) Ik ben het helemaal eens met de maatregelen in dit verslag, aangezien ik vind dat de vergrijzing van de bevolking een van de belangrijkste uitdagingen is waaraan Europa de komende decennia het hoofd zal moeten bieden. Dat geldt bijvoorbeeld voor Portugal, waar ik het van dichtbij meemaak. Net als in andere landen van de Europese Unie is het geboortecijfer hoe dan ook niet hoog genoeg om het bevolkingsaantal op peil te houden, en die benarde situatie vormt een gevaar voor de toekomst. Ik denk dat flexibeler beleid met betrekking tot zwangerschaps- en vaderschapsverlof kan bijdragen aan het ombuigen van deze tendens. Het is daarom van essentieel belang dat wij onze steun voor het moeder- en vaderschap op consistente wijze uitdragen naar gezinnen, met concrete maatregelen voor het beter combineren van beroeps-, privé- en gezinsleven. Het is van essentieel belang om deze uitdaging aan te gaan teneinde de economische en sociale doelstellingen van de Europa 2020-strategie te verwezenlijken en te proberen de vergrijzing van de bevolking in Europa een halt toe te roepen. Ook in Portugal wordt zwangerschapsverlof al volledig doorbetaald gedurende 120 dagen. Ik pleit er daarom voor dat het salaris van vrouwen gedurende hun zwangerschapsverlof gewaarborgd wordt op de in het verslag beschreven manier.

 
  
MPphoto
 
 

  Luigi Ciriaco De Mita (PPE), schriftelijk. − (IT) De stem voor de wetgevingsresolutie tot wijziging van Richtlijn 92/85/EEG is niet alleen gegeven ter ondersteuning van nieuwe en betere maatregelen voor de arbeidsveiligheid en -gezondheid van zwangere werkneemsters, werkneemsters die net zijn bevallen of die borstvoeding geven, maar ook in het algemeen ter ondersteuning van nieuwe maatregelen die een betere balans tussen en werk en gezin moeten bevorderen. Hoewel het Italiaanse rechtssysteem vooruitstrevender is, betekent de verlenging van het aantal weken zwangerschapsverlof op Europees niveau een grote verbetering van de gezinsondersteuning die aan pasgeborenen wordt gegeven. De ondersteuning van het vaderschapsverlof vormt eveneens een stap in dezelfde richting, ondanks het feit dat de verplichting ervan misschien niet de beste manier is om het doel na te streven dat beide ouders daadwerkelijk meer aanwezig zijn tijdens de moeilijkste tijden van een jong gezin, en om ervoor te zorgen dat de vader meer betrokken en bewuster is. De steun en de uitbreiding van de rechten van adoptiekinderen zorgt voor een versteviging, en laten we hopen ook voor een vereenvoudiging, van het adoptietraject. Ten slotte lijkt het mij belangrijk om, met het oog op een betere balans tussen arbeids- en gezinsleven, het verzoek aan de lidstaten te ondersteunen om de voorzieningen voor kinderen uit te breiden met opvangvoorzieningen voor kinderen tot en met het einde van de leerplichtige leeftijd.

 
  
MPphoto
 
 

  Marielle De Sarnez (ALDE), schriftelijk. – (FR) Door in te stemmen met het verslag-Estrela over de rechten van zwangere vrouwen en jonge moeders op het werk, zullen we de duur en de betaling van zwangerschapsverlof kunnen harmoniseren op een minimaal niveau. Het Europees Parlement heeft ervoor gekozen om over een stevig standpunt te onderhandelen met de Raad en heeft daarom het beginsel van een volledig doorbetaalde verlofperiode van twintig weken gesteund. (Ik merk hierbij op dat zwangerschapsverlof in Zweden wel 75 weken kan duren, waarvan veertien weken uitsluitend voor de moeder bestemd zijn en de rest van de periode met de vader gedeeld kan worden.)

Dit is een sterk gebaar ten gunste van Europese ouders, en hiermee zullen vrouwen en mannen geholpen worden om een beter evenwicht te vinden tussen hun gezinsleven en hun werk. Het is nu aan de Europese regeringen om te kijken wat de begrotingsmogelijkheden voor een dergelijke verandering zijn en ermee in te stemmen. Uiteindelijk is het waarschijnlijk dat de minimale verlofperiode overeen zal komen met het voorstel van de Europese Commissie, dat wordt gesteund door de afgevaardigden van Mouvement Démocrate, namelijk een verlofperiode van achttien weken, wat in lijn zou zijn met aanbevelingen van de Internationale Arbeidsorganisatie.

 
  
MPphoto
 
 

  Anne Delvaux (PPE), schriftelijk. (FR) Ik denk dat we met deze stemming, waarin de meerderheid vóór heeft gestemd, een sterk signaal afgeven aan de Raad. We hebben niet alleen gestemd voor uitbreiding van het zwangerschapsverlof van veertien tot twintig weken, met behoud van salaris, maar ook voor invoering van twee weken vaderschapsverlof. Het is onze plicht ervoor te zorgen dat niemand het krijgen van kinderen hoeft op te geven voor werk, of werk hoeft op te geven voor kinderen.

Ook waardeer ik het zeer dat het Parlement heeft gestemd voor maatregelen waardoor adoptiefmoeders wettelijk gelijk kunnen worden behandeld als biologische moeders. Dit is een parlement dat adoptiefmoeders en biologische moeders eindelijk gelijke rechten geeft. Adoptiefouders zijn ouders in de volledige betekenis van het woord, en verdienen ook zo behandeld te worden. Dit type ouderschap mag in wetgeving niet langer als minderwaardig worden behandeld.

Dit is dan ook een geweldige dag voor de vele gezinnen waarin het niet lukt gezinsleven en werk te combineren. De moeilijke economische omstandigheden waren bovendien geen reden al die gezinnen, die ook een aanzienlijke bijdrage leveren aan onze maatschappij, nog eens tientallen jaren in de kou te laten staan.

 
  
MPphoto
 
 

  Christine De Veyrac (PPE), schriftelijk. (FR) Het zwangerschapsverlof uitbreiden tot een periode van twintig volledig betaalde weken lijkt een goed idee, maar is in de praktijk juist nadelig. Een dergelijke wettelijke maatregel zal ervoor zorgen dat vrouwen minder snel worden aangenomen, omdat bedrijven een eventuele zwangerschap als een te zware last zullen beschouwen. Ook zal het voor een vrouw lastiger zijn om terug te keren in precies dezelfde functie als die zij had voor haar verlof. Ten slotte brengt een vergoeding van 100 procent gedurende een lange periode kosten met zich mee voor socialezekerheidsstelsels (in een tijd waarin de Europese instellingen een dringend beroep doen op staten om hun begrotingstekorten te verminderen).

Om deze redenen heb ik dit verslag niet kunnen steunen. Ik denk dat we de realiteit in het oog moeten houden en dat lidstaten op dit gebied een zekere mate van flexibiliteit moeten behouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Harlem Désir (S&D), schriftelijk. (FR) Het Parlement heeft zojuist in eerste lezing gestemd voor verlenging van het zwangerschapsverlof tot een minimum van twintig weken, met volledig doorbetaald salaris (uitgezonderd vrouwen met hoge inkomens), in heel Europa, en de mogelijkheid voor vaders om na de geboorte van een kind ten minste twee weken verlof op te nemen. Dit is een overwinning voor de voorstanders van een sociaal Europa en een stap dichter bij een grotere gelijkheid tussen mannen en vrouwen in Europa.

Een deel van rechts heeft de toekomstige kosten van deze maatregelen aangevoerd als excuus om deze stap voorwaarts af te wijzen. Als ouders echter worden geholpen gezin en werk te combineren, wordt het voor hen gemakkelijker weer aan het werk te gaan. Dit zal leiden tot hogere geboortecijfers in Europa en een betere gezondheid van moeders en baby's.

De linkse leden van het Parlement, waaronder de Portugese socialistische rapporteur, mevrouw Estrela, hielden echter stand. Europees rechts was verdeeld, en uiteindelijk heeft de vooruitgang gewonnen. Nu moet de strijd nog worden gewonnen in de Raad, waar verschillende regeringen dreigen deze richtlijn te blokkeren. Leden van de nationale parlementen zouden zich hier in moeten mengen en ervoor moeten zorgen dat het voorstel van het Europees Parlement voor een Europa dat de rechten van haar burgers beschermt, niet door regeringen ongedaan wordt gemaakt.

 
  
MPphoto
 
 

  Diane Dodds (NI), schriftelijk. – (EN) Hoewel ik achter de rechten van zwangere vrouwen sta, kan ik dit verslag in het huidige economische klimaat niet steunen. In de effectbeoordeling voor het Verenigd Koninkrijk worden de kosten van de verlenging van het zwangerschapsverlof tot twintig weken geraamd op gemiddeld bijna 2,5 miljard pond per jaar. Dat zou betekenen dat de kosten van zwangerschapsverlof in het Verenigd Koninkrijk zouden verdubbelen. Uit de cijfers blijkt dat vrouwen op dit moment sterk profiteren van de regelingen die in het Verenigd Koninkrijk al van kracht zijn. Negen van de tien vrouwen maken gebruik van de volle twintig weken zwangerschapsverlof en drie van de vier vrouwen nemen al hun betaalde verlof op. Wanneer een zo sterk beroep op een regeling wordt gedaan, is het duidelijk dat meer Europese bureaucratie, bovenop de bestaande wetgeving, in het Verenigd Koninkrijk niet nodig is.

Daarnaast zullen de voorgestelde twintig weken met volledige doorbetaling tot sociale achteruitgang leiden, omdat vrouwen met de hoogste salarissen de hoogste compensatie zullen ontvangen. Ik ben volledig voor een toereikend, flexibel zwangerschapsverlof, maar ik vind dat het aan de gekozen regering van het Verenigd Koninkrijk is, met inbreng van ouders en hun werkgevers, om te besluiten hoeveel onze eigen economie kan bijdragen en hoe het moederschapspakket eruit moet zien.

 
  
MPphoto
 
 

  Lena Ek, Marit Paulsen, Olle Schmidt en Cecilia Wikström (ALDE), schriftelijk. − (SV) Zich inzetten voor een samenleving waarin vrouwen en mannen gelijk zijn, is een ontzettend belangrijke principiële kwestie – niemand mag worden gediscrimineerd op grond van ouderschap. Daar moeten we aan toevoegen dat het vanuit het sociaaleconomisch perspectief ontzettend belangrijk is dat vrouwen en mannen gezins- en beroepsleven kunnen combineren om een hoge werkgelegenheidsgraad te bereiken.

Daarom vinden wij het jammer dat het verslag geen duidelijke stap voorwaarts zet voor de gelijkheid van vrouwen en mannen in Europa. Het verslag weerspiegelt een verouderde visie op gelijkheid van vrouwen en mannen waarbij de moeder de hoofdverantwoordelijkheid voor de kinderen op zich moet nemen in plaats van dat de beide ouders de verantwoordelijkheid delen. Het is ook verkeerd om, zoals het verslag doet, een verplicht beroepsverbod voor moeders gedurende zes weken na de bevalling voor te stellen.

Daarom hebben wij ervoor gekozen om voor de delen van het verslag te stemmen die wij positief vinden, zoals het amendement dat nationale stelsels met een ambitieuzere looncompensatieverzekering voor thuisblijvende ouders na de geboorte beschermt, de verhoging van de minimumduur van het zwangerschapsverlof en het opnemen van vaderschapsverlof in de richtlijn. Wij onthielden ons echter van stemming over het verslag als geheel omdat het volgens ons te vaag, te onduidelijk en te ouderwets is. De belangrijkste reden is het ontbreken van een duidelijk en ondubbelzinnig gendergelijkheidsperspectief.

 
  
MPphoto
 
 

  Göran Färm, Anna Hedh, Olle Ludvigsson en Marita Ulvskog (S&D), schriftelijk. − (SV) Wij, Zweedse sociaaldemocraten, kozen ervoor om onze steun te geven aan het verslag van mevrouw Estrella over een richtlijn tot wijziging van Richtlijn 92/85/EEG van de Raad inzake de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid op het werk van werkneemsters tijdens de zwangerschap, na de bevalling en tijdens de lactatie.

Wij hadden gewild dat de klemtoon in de richtlijn op ouderschapsverlof zou hebben gelegen in plaats van op zwangerschapsverlof. We hadden ook gewild dat de richtlijn, met name omdat het een minimumrichtlijn betreft, minder gedetailleerd en flexibeler zou zijn geweest met betrekking tot bijvoorbeeld beloning en de tijdsbeperking tot de periode onmiddellijk na de bevalling. Wij zijn echter van mening dat het verslag belangrijk is om de huidige richtlijn te verbeteren, die in veel lidstaten van de EU zeer beperkte mogelijkheden biedt om beroepsleven met ouderschap te combineren. Met dit besluit beschikken we nu over een eerste onderhandelingspositie ten aanzien waarvan de Raad een standpunt in moet nemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) Het Democratisch en Sociaal Centrum – Europese Volkspartij (CDS-PP) beschouwt de kwestie van het geboortepercentage als een nationale prioriteit, en erkent dat het onmogelijk is om het geboortepercentage te verhogen zonder bescherming van het ouderschap. De hoofdstukken over het gezin en het geboortepercentage zijn niet nieuw in onze programma's. Ook het feit dat we de rechten van moeders en vaders om een gezin te vormen verdedigen, zonder dat dit mag worden beschouwd als een bijkomende last, of als een probleem op het werk, is niets nieuws.

Een beleid dat gezinnen steunt en het geboortepercentage verhoogt, waar wij voor strijden, is echter altijd horizontaal, en kan niet gereduceerd worden tot moederschapsverlof. Toch ondersteunen wij deze maatregel, aangezien we in ons regeringsprogramma voor 2009 al voor het verlengen van het ouderschapsverlof tot zes maanden hadden gepleit. Daarom hopen we dat de Socialistische Partij in het Parlement samen met ons zal strijden voor de belangen van moeders en vaders. Dat zou iets heel anders zijn dan wat die partij op het nationale niveau doet: daar verlagen ze de kinderbijslag, beperken ze de terugbetaling van geneesmiddelen voor chronisch zieke patiënten, verlagen ze de fiscale aftrekbaarheid van uitgaven voor onderwijs en gezondheid, verhogen ze de belastingdruk op de bevolking heel sterk, met name op gezinnen met kinderen en met een laag inkomen.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. – (PT) De Europese Unie staat voor een uitdaging op demografisch gebied, die wordt gekenmerkt door lage geboortecijfers en een toenemend aantal ouderen. De verbetering van maatregelen die een evenwicht tussen beroeps- en gezinsleven bevorderen draagt bij aan de aanpak van de bevolkingsdaling. In Portugal is het geboortecijfer niet hoog genoeg om het bevolkingsaantal op peil te houden en dat is een gevaar voor de toekomst. Om deze tendens om te buigen, pleit ik voor een verbetering van de gezondheid en de veiligheid van werkneemsters tijdens de zwangerschap, na de bevalling en tijdens de lactatie, en dat vereist bevordering van een evenwichtige combinatie van beroeps-, privé- en gezinsleven. Ik ben het eens met het standpunt van de rapporteur en met de aangebrachte wijzigingen, zoals de verlenging van de minimale duur van zwangerschapsverlof van veertien tot twintig weken, het beginsel dat het salaris tijdens de periode van verlof volledig wordt doorbetaald, de invoering van gezondheids- en veiligheidvoorschriften op de werkplek en het ontslagverbod. Ik ben het er ook mee eens dat het in het geval van adoptie mogelijk moet zijn dat beide ouders het ouderschapsverlof onderling verdelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Wij hebben gestemd voor het verslag over de verbetering van de veiligheid en de gezondheid op het werk van werkneemsters tijdens de zwangerschap, na de bevalling en tijdens de lactatie. Dit is de afsluiting van een lange discussie in het Europees Parlement, die nog niet was afgesloten tijdens de vorige zittingsperiode. Wij hebben daaraan actief meegewerkt, en bijgedragen aan de goedkeuring van het verslag.

We bevinden ons nog in de eerste lezing van het voorstel voor een richtlijn, maar toch is dit een goede zaak voor de vrouwenrechten, omdat het een duidelijk signaal afgeeft, met name tegenover die landen die nog steeds geen twintig weken volledig betaald moederschapsverlof hebben, en die nog steeds geen twee weken volledig betaald vaderschapsverlof garanderen.

De goedkeuring van dit voorstel voor onderhandelingen met de Raad betekent een erkenning van de fundamentele waarde voor de samenleving van moederschap en vaderschap, waarbij de rechten van werkneemsters die moeder willen worden moeten worden gerespecteerd.

De goedkeuring van dit voorstel is ook een overwinning op de meest conservatieve standpunten die nog steeds bestaan in het Europees Parlement. De strijd voor de rechten van vrouwen, moeders, vaders en kinderen gaat door.

We hopen dat de Raad nu zal instemmen met het standpunt van het Europees Parlement, waardoor de door de Commissie voorgestelde periode van 18 weken tot 20 wordt verlengd, en waarin wordt geprobeerd om de bestaande richtlijn, die slechts 14 weken moederschapsverlof voorziet, te wijzigen.

 
  
MPphoto
 
 

  Robert Goebbels (S&D), schriftelijk. (FR) Ik heb de voorstellen van mijn collega, mevrouw Estrela, tot verbetering van de gezondheid en veiligheid op het werk van zwangere vrouwen en vrouwen na de bevalling en tijdens de lactatie, gesteund. De vrouw is de toekomst van de mens, aldus Louis Aragon. Kinderen zijn kwetsbaar en moeten worden beschermd. Net als hun moeders.

 
  
MPphoto
 
 

  Nathalie Griesbeck (ALDE), schriftelijk. – (FR) Door in te stemmen met een volledig betaald zwangerschapsverlof van minimaal twintig weken (momenteel is het veertien weken) en met een verplicht vaderschapsverlof van twee weken in de Europese Unie gaat het Europees Parlement echt in de richting van sociale vooruitgang.

Dat gezegd hebbende, heb ik gestemd voor een verlenging van het zwangerschapsverlof tot achttien weken in plaats van twintig weken. Ik denk namelijk dat een periode van twintig weken, hoewel het een zeer royaal voorstel is, negatieve gevolgen voor vrouwen kan hebben en als extra argument gebruikt kan worden om hen niet in dienst te nemen of hun terugkeer op het werk te bemoeilijken. Bovendien betreur ik dat de bepaling waarin de mogelijkheid van aanvullend verlof werd geregeld in het geval van complicaties, zoals een voortijdige bevalling, handicap, enzovoort, is verworpen.

 
  
MPphoto
 
 

  Françoise Grossetête (PPE), schriftelijk. (FR) Ik betreur het resultaat van deze stemming. We delen allen de wens om moeders in staat te stellen een sterke binding met hun kind te ontwikkelen tijdens de herstelperiode na de bevalling. Ik ben echter zeer bezorgd over de economische gevolgen van een dergelijke maatregel, die ons land 1,5 miljard euro kost.

In deze tijd van economische crisis kunnen we met demagogie geen rekeningen betalen. Bedrijven zijn niet in staat te betalen, evenmin als de regeringen van de lidstaten. Dergelijke maatregelen kunnen vrouwen met bepaalde carrièrepaden benadelen, of kunnen het moeilijker maken voor jonge vrouwen om een baan te vinden. Vasthouden aan een traditioneel systeem waarin de vader de kost verdient en de vrouw voor de kinderen zorgt, zoals sommigen zouden willen, is een stap terug. Vrouwen hebben ook recht op keuzevrijheid.

De onderhandelingen tussen de 27 lidstaten die nu in de Raad gaan plaatsvinden, zullen moeilijk worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Pascale Gruny (PPE), schriftelijk. (FR) Ik heb dit verslag niet willen steunen, aangezien een verlenging van veertien tot twintig weken met behoud van salaris voor verschillende lidstaten rampzalige financiële gevolgen zou hebben. Het OESO-onderzoek laat zien dat er zeer aanzienlijke kosten zullen drukken op de sociale begrotingen van de lidstaten.

Voor Frankrijk is het jaarlijkse bedrag 1,3 miljard euro, en voor het Verenigd Koninkrijk 2,4 miljard pond. In de huidige economische situatie kunnen verhogingen niet in deze begrotingen worden verwerkt. Bovendien zouden ook bedrijven deze extra kosten moeten dragen, wat onmogelijk is. Vrouwen ondersteunen in hun moederschap is echter van essentieel belang. Als deze maatregelen worden ingevoerd, houdt dat een groot risico in voor de werkgelegenheid van vrouwen. Het OESO-onderzoek laat ook zien dat uitbreiding van het zwangerschapsverlof zal leiden tot een afname in het aantal banen voor vrouwen.

Deze poging om vrouwen te helpen, leidt mogelijk juist tot benadeling op de arbeidsmarkt. Ik wil vrouwen graag helpen op het gebied van werkgelegenheid, en hen ondersteunen als ze moeder worden. De verlenging van veertien tot achttien weken, zoals door de Commissie is voorgesteld, was een goede stap vooruit. Het zou nog meer vooruitgang hebben betekend als er progressieve maatregelen zouden zijn genomen met betrekking tot kinderopvangmogelijkheden.

 
  
MPphoto
 
 

  Sylvie Guillaume (S&D), schriftelijk. (FR) Ik heb gestemd vóór het verslag-Estrela, en ik ben blij dat het Parlement een dergelijk progressief standpunt heeft ingenomen met betrekking tot moeders, toekomstige moeders en vaders. De uitbreiding van het zwangerschapsverlof tot twintig weken is ontegenzeglijk sociale vooruitgang, in overeenstemming met het sociale Europa dat we zo vurig wensen. Deze tekst zorgt voor een verbetering van het evenwicht tussen gezinsleven en werk.

De invoering van een verplicht vaderschapsverlof van twee weken is ook een grote stap voorwaarts in het veranderen van opvattingen en het verdelen van taken tussen ouders. Het argument van de extra kosten die deze maatregel met zich meebrengt, zou gegrond zijn als vrouwen niet nu al hun zwangerschapsverlof aanvullen met ziekengeld en/of betaald verlof. Deze kosten komen nu ook al voor rekening van bedrijven en socialezekerheidsstelsels.

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Howitt (S&D), schriftelijk. – (EN) Ik ben er trots op dat ik voor de verlenging van de moederschapsrechten heb gestemd, en ik veroordeel de conservatieve en liberaal-democratische afgevaardigden die eerst hebben samengespannen om parlementaire overeenstemming over deze richtlijn te blokkeren en vandaag hebben gestemd tegen het toekennen van behoorlijke rechten aan werkende vrouwen. Ik wil laten vastleggen dat ik voor een ander compromis over de lengte van het zwangerschapsverlof had willen stemmen, maar dat ik respecteer dat het deze optie is geworden omdat een meerderheid in het Parlement voor twintig weken was. Ik onderken dat er nog verder over deze richtlijn zal worden onderhandeld voordat hij definitief zal worden aangenomen en dat het voor het Parlement van cruciaal belang was om overeenstemming te bereiken over een tekst, zodat het proces kan worden voortgezet. Ik ben het volledig eens met mijn collega’s van de Britse Labourpartij, die vooral laagbetaalde vrouwen proberen te beschermen en in dit verband de Britse regering oproepen om de clausule over de instandhouding van het beschermingsniveau volledig te respecteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Romana Jordan Cizelj (PPE), schriftelijk. (SL) De Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-Democraten) heeft benadrukt dat vele ingediende voorstellen (amendementen) verder gaan dan de reikwijdte en het doel van de richtlijn. Ik ben het daarmee eens, maar bij het uitbrengen van mijn stem heb ik voor één keer een uitzondering gemaakt. De positie van vrouwen in de Europese Unie op het vlak van werkgelegenheid, lonen, blootstelling aan armoede … is beduidend slechter dan die van mannen. Ik ben van mening dat gelijke kansen een van de basisprincipes bij de werking van de Europese Unie zijn. Daarom zal ik elke gelegenheid benutten waarbij de positie van vrouwen en mannen wordt gelijkgeschakeld. De stemming van vandaag is niet de laatste, maar zal ons wel een stevig uitgangspunt geven voor de onderhandelingen in de Raad.

 
  
MPphoto
 
 

  Cătălin Sorin Ivan (S&D), schriftelijk. (RO) Verlenging van het zwangerschaps- en bevallingsverlof tot twintig weken en volledige doorbetaling van het loon gedurende die periode zijn maatregelen die de waardigheid van moeders herstellen. Daarom heb ik zonder voorbehoud voor het voorstel in het verslag gestemd in het vertrouwen dat de lidstaten ons besluit zullen eerbiedigen en in hun nationale wetgeving zullen opnemen.

Afgezien van de steun voor moeders beveelt dit verslag de staten ook aan een volledig betaald ouderschapsverlof in te voeren, waarmee de rol van beide ouders in de opvoeding van kinderen wordt erkend. We geven daarom met onze stem van vandaag een belangrijk signaal af, een oproep voor een fatsoenlijk leven die ideologische grenzen en nationale sociale stelsels overstijgt.

 
  
MPphoto
 
 

  Philippe Juvin (PPE), schriftelijk. (FR) Ik heb dit verslag niet willen steunen omdat uitbreiding van het zwangerschapsverlof van veertien weken (waarin de huidige richtlijn voorziet) tot twintig weken met behoud van salaris, voor de lidstaten aanzienlijke financiële gevolgen met zich mee zou brengen (1,3 miljard euro voor Frankrijk), in een tijd van economische crisis die niet bepaald gunstig is voor een toename van kosten in de begroting.

Ten tweede zouden de extra kosten voor bedrijven in lidstaten waar deze het zwangerschapsverlof gedeeltelijk financieren, zoals Duitsland, zeer hoog zijn. Ten derde zijn er daadwerkelijk negatieve gevolgen voor de werkgelegenheid van vrouwen, niet in de laatste plaats wanneer het gaat om hun terugkeer op de arbeidsmarkt.

Ten slotte doet het Europees Parlement, door maatregelen goed te keuren die financieel niet uitvoerbaar zijn en die zelfs contraproductief zouden kunnen zijn waar het gaat om deelname van vrouwen op de arbeidsmarkt, zijn geloofwaardigheid in het Europese besluitvormingsproces geen goed. Uitbreiding van het zwangerschapsverlof tot achttien weken, zoals voorgesteld door de Commissie, zou een belangrijke stap zijn geweest in de verbetering van de situatie van vrouwen, doordat de valkuilen zouden zijn vermeden die vóórkomen in de nu door het Parlement aangenomen tekst. Wat uiteindelijk echt belangrijk is, is dat vrouwen werk en gezin kunnen combineren.

 
  
MPphoto
 
 

  Jarosław Kalinowski (PPE), schriftelijk. (PL) In het licht van de vergrijzende samenleving en de problemen waarmee de Europese economie te kampen heeft, moeten alle mogelijkheden aangegrepen worden om vrouwen aan te moedigen kinderen te krijgen en hun terugkeer op de arbeidsmarkt te vergemakkelijken. Veel vrouwen zijn uitstekende specialisten op hun vakgebied, en de Europese economie kan het zich niet veroorloven om de diensten van hooggekwalificeerde werknemers onbenut te laten. Voor vrouwen die wonen en werken op het platteland is de situatie vergelijkbaar. Zij hebben vaak geen zwangerschapsverlof in de volledige betekenis van het woord en moeten snel weer aan het werk. Dit brengt hun eigen gezondheid en die van het kind natuurlijk in gevaar. Zij moeten daarom recht hebben op dezelfde privileges als vrouwen die buiten de landbouw werken.

 
  
MPphoto
 
 

  Sandra Kalniete (PPE) , schriftelijk. (LV) Ik heb gestemd vóór verlenging van de verplichte minimumduur van zwangerschapsverlof tot achttien weken, maar tegen verlenging tot twintig weken. Ik ben er terdege van doordrongen dat we moeten zorgen voor gunstige omstandigheden voor moeders na de bevalling. Maar op de lange termijn term zou verlenging tot minimaal twintig weken verlof in het nadeel zijn van jonge vrouwen die gezin en loopbaan willen combineren. Daar komt nog bij dat lidstaten momenteel eenvoudigweg niet in staat zijn om de extra kosten uit hun begroting te betalen. Bedrijven zijn tegen een minimumduur van twintig weken van zwangerschapsverlof omdat daar extra kosten mee gemoeid zijn die in de huidige economische situatie niet kunnen worden opgevangen. Het risico bestaat derhalve dat veel werkgevers dan gewoon geen jonge vrouwen meer aannemen. We zien nu al dat jonge mensen moeite hebben om werk te vinden, en als we het zwangerschapsverlof verlengen, wordt het voor vrouwen nog moeilijker om op de arbeidsmarkt met mannen te concurreren. Ik ben van mening dat we dit niet mogen laten gebeuren en dat we aan de lange termijn moeten denken. Als we het zwangerschapsverlof op twintig weken stellen, brengt dat in heel Europa miljarden aan begrotingskosten met zich mee. Dat zijn kosten die nationale regeringen noch belastingbetalers zich op het moment kunnen veroorloven. Natuurlijk zal er uit een bepaalde hoek van de maatschappij kritiek komen, maar het is onze taak om in het belang van alle Europeanen de best mogelijke besluiten te nemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Rodi Kratsa-Tsagaropoulou (PPE), schriftelijk.(EL) Bij de stemmingen over verlof heb ik een afwijkende mening laten horen. Ik geef de voorkeur aan het voorstel van de Commissie voor achttien weken.

Het voorstel is realistisch en evenwichtig in relatie tot de verhoudingen op de arbeidsmarkt, niet alleen vanwege de economische crisis, maar ook vanwege de eisen, arbeidsverplichtingen en ambities van de werkende vrouwen zelf.

Vrouwen moeten geen overbeschermde wezens worden die de arbeidsmarkt mijdt.

Trouwens, zoals ik stelselmatig heb betoogd, de poging om gezin en werk en het opvoeden van kinderen met elkaar in evenwicht te brengen, vereist hoofdzakelijk een maatschappelijke infrastructuur en sociale verantwoordelijkheid van de werkgevers gedurende een groot deel van het beroepsleven van vrouwen.

 
  
MPphoto
 
 

  Constance Le Grip (PPE), schriftelijk.(FR) Ik heb tegen het verslag-Estrela gestemd omdat de uitbreiding van het zwangerschapsverlof naar twintig weken in werkelijkheid alleen maar in eerste instantie een goed idee lijkt. Met deze uitbreiding wordt weliswaar de indruk gegeven dat hierdoor meer rechten voor vrouwen ontstaan, zelf denk ik echter dat er negatieve gevolgen kunnen zijn voor vrouwen die toegang tot de arbeidsmarkt proberen te krijgen.

Er dient rekening mee te worden gehouden dat dit voorstel bij eventuele implementatie een averechtse uitwerking voor vrouwen zou kunnen hebben, met voor hen een verminderde inzetbaarheid tot gevolg. In tegenstelling tot de beweringen van de rapporteur en diegenen die deze tekst staven, bestaat er geen duidelijk verband tussen geboortecijfers en de duur van het zwangerschapsverlof.

Bovendien is het voorstel voor de uitbreiding van betaald zwangerschapsverlof van veertien naar twintig weken voor veel landen een financieel onaanvaardbare situatie. In feite kunnen de door deze uitbreiding ontstane extra kosten noch door bedrijven, noch door de lidstaten worden gedragen. De stap van het aanvankelijke voorstel van de Europese Commissie, namelijk een uitbreiding van veertien naar achttien weken, was al groot genoeg.

 
  
MPphoto
 
 

  Elżbieta Katarzyna Łukacijewska (PPE), schriftelijk.(PL) Ik wil benadrukken dat ik bij het verslag-Estrela heb gestemd voor een zwangerschapsverlof van twintig weken, voor bescherming van vrouwen tegen ongegrond ontslag tot zes maanden na terugkeer op het werk, en voor volledige doorbetaling en bescherming van vrouwen die borstvoeding geven — in dit geval zonder specifieke maatregelen omdat ik vind dat dit de taak is van de lidstaten.

Bij geboorte van een meerling vind ik dat de verloven proportioneel moeten worden verlengd. Ik steun alle maatregelen die veilig moederschap mogelijk maken en die betere voorwaarden voor terugkeer op de arbeidsmarkt garanderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Toine Manders (ALDE), schriftelijk. De VVD in het Europees Parlement heeft vandaag tegen het voorstel voor een richtlijn om (betaald) zwangerschapsverlof uit te breiden naar 20 weken gestemd. Wij zijn van mening dat het eerder vastgelegde minimum van 14 weken voldoende is. Vrouwen die na hun zwangerschapsverlof nog niet in staat zijn om hun werk te hervatten, kunnen gebruik maken van de ziektewet in hun land. Het voorstel betekent een uitbreiding van de sociale zekerheid waarover de lidstaten zelfstandig moeten kunnen beslissen, zeker in deze tijd dat iedere lidstaat moet bezuinigen. Maatregelen om een betere balans tussen werk en privéleven te creëren kunnen ook op andere, minder rigoureuze manier tot stand komen. Met het voorstel bestaat het risico dat jonge getalenteerde vrouwen minder kans krijgen op de arbeidsmarkt, omdat de werkgever het risico niet wil lopen werkneemsters een groot aantal maanden door te moeten betalen voor zwangerschapsverlof. Een toename van geboortes in de EU, gewenst om de vergrijzing tegen te gaan, hoeft eveneens niet op EU-niveau te worden geregeld. EU-regels om de vrijstelling van arbeid voor het geven van borstvoeding te regelen zijn wat de VVD betreft overbodig. VVD-Eurofractie: Hans van Baalen, Jan Mulder en Toine Manders

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (S&D), schriftelijk. – (EN) Ik heb voor dit verslag gestemd. Omdat alle EU-burgers het recht hebben om in de hele EU te wonen en te werken, is het van essentieel belang dat we werkende vrouwen die een baby krijgen een minimumrecht op zwangerschapsverlof geven. Een fatsoenlijk zwangerschapsverlof is onderdeel van het bredere probleem van de participatie van vrouwen in de arbeidsmarkt en het vinden van oplossingen voor de financiële gevolgen van de vergrijzing. De EU heeft als doel om in 2020 een arbeidsparticipatie van 75 procent te verwezenlijken, en daarvoor is het cruciaal dat alle moeders de gelegenheid krijgen om zwangerschapsverlof op te nemen op een manier die ze zich kunnen veroorloven en om daarna weer aan het werk te gaan. In een vergrijzende samenleving waarin de vraag naar sociale zorg toeneemt en het aantal personen dat zorg verleent afneemt, zijn realistischere verlofregelingen nodig, zoals een beter zwangerschapsverlof. Vrouwen moeten niet het gevoel krijgen dat het hebben van kinderen onverenigbaar is met hun werk – ons beleid moet ervoor zorgen dat mensen voor jongeren en ouderen kunnen zorgen. Dit zal op zijn vroegst pas over vijf jaar van kracht worden. Bovendien zullen de extra kosten van het verlengen van het zwangerschapsverlof al worden gedekt door een toename van de participatie van vrouwen in de arbeidsmarkt met maar 1,04 procent.

 
  
MPphoto
 
 

  Clemente Mastella (PPE), schriftelijk. (IT) Eén van de prioriteiten van de sociale agenda van de Europese Unie is de behoefte om elk beleid te ondersteunen dat een betere balans bevordert tussen arbeidsleven, privéleven en gezinsleven voor zowel vrouwen als mannen. Een betere balans tussen het arbeidsleven aan de ene kant en het privé- en gezinsleven aan de andere kant vormt ook een van de zes prioriteitsgebieden op de routekaart naar gelijkheid tussen man en vrouw voor de periode 2006-2010.

De verbetering van deze bepalingen maakt derhalve onlosmakelijk deel uit van het Europese beleid in antwoord op de sterke daling van de bevolking die onlangs is geregistreerd. Moederschap en vaderschap zijn beslist fundamentele rechten die onmisbaar zijn voor een sociaal evenwicht. Het is derhalve te hopen dat de herziening van de betreffende richtlijn ten voordele werkt van zowel werkende vrouwen als van mannen die meer verantwoordelijkheid willen nemen voor het gezin.

Het respect voor een betere balans tussen het principe van de bescherming van gezondheid en veiligheid staat niet los van het principe van gelijke behandeling. Deze en andere factoren brengen mij ertoe de eis te ondersteunen om, indien nodig, de lidstaten genoeg ruimte te laten voor flexibiliteit in het vaststellen van de regels met betrekking tot zwangerschapsverlof. Dit echter uitsluitend om redenen van betaalbaarheid, om de extra kosten te dekken die hieruit voortvloeien.

 
  
MPphoto
 
 

  Marisa Matias (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) In het verslag dat nu is aangenomen, wordt een moederschapsverlof van 20 weken zonder loonderving voorgesteld. Alleen al deze maatregel zou een grote sociale verbetering voor het leven van moeders in ongeveer twee derde van de lidstaten van de EU kunnen betekenen, bijvoorbeeld in Portugal, waar vrouwen slechts recht hebben op 16 weken volledig betaald verlof. De opname van twee weken vaderschapsverlof is ook een grote stap op weg naar meer gelijkheid voor mannen en vrouwen. Nog belangrijker is dat dit verslag is aangenomen hoewel het haaks staat op maatregelen die onlangs zijn genomen vanwege het bezuinigingsbeleid, die leiden tot de verlaging van overheidsuitgaven en de beknotting van sociale rechten. Daarom hoop ik dat dit verslag ertoe kan bijdragen dat de arbeidsrechten en de sociale rechten in de hele EU en in alle lidstaten zullen worden aangescherpt.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. – (PT) Binnen de EU is men eensgezind van mening dat een lage bevolkingsgroei, veroorzaakt door lage geboortecijfers, een van de belangrijkste problemen van de EU is. Alles dat er toe kan bijdragen om deze situatie te veranderen is daarom belangrijk. De bescherming op de werkplek van zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven en het reduceren van ongelijkheden tussen mannen en vrouwen zijn belangrijke stappen in die richting. Ondanks de crisis waar wij momenteel mee te kampen hebben, zijn de maatregelen die hier vandaag worden goedgekeurd van groot belang om de trend van een afnemende EU-bevolking op korte termijn om te keren.

 
  
MPphoto
 
 

  Willy Meyer (GUE/NGL), schriftelijk. (ES) Ik heb gestemd voor de wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over "maatregelen ter verbetering van de veiligheid en gezondheid op het werk van zwangere werkneemsters die pas bevallen zijn of borstvoeding geven, en maatregelen ter ondersteuning van werknemers om werk en gezin te combineren ", omdat ik geloof dat het ondersteunen van de rechten van de vrouw op het werk een echte stap in de goede richting is wat betreft de gendergelijkheid op een gebied waar helaas nog veel belemmeringen bestaan. De discriminatie waaronder vrouwen op de arbeidsmarkt te lijden hebben, is zeer zorgwekkend, omdat zij in de meeste gevallen degenen zijn die het huishoudelijk werk op zich nemen en dit met hun werk moeten zien te combineren. Deze situatie komt het meest tot uiting in de maanden voor en na de bevalling, en daarom is er een betere bescherming nodig om de huidige discriminatie te voorkomen. Naar mijn mening is de uitbreiding van het zwangerschapsverlof tot twintig weken in totaal, voor en na de bevalling, met een minimum van zes verplichte weken na de bevalling een stap vooruit in de strijd om beroeps- en gezinsleven van vrouwen met elkaar te verzoenen.

 
  
MPphoto
 
 

  Louis Michel (ALDE), schriftelijk. (FR) Verlenging van het zwangerschapsverlof is een belangrijk project vanwege de positie van baby's en het ouderschap in onze maatschappij. Ik steun het voorstel tot toekenning van achttien weken zwangerschapsverlof en het principe van vaderschapsverlof. We moeten de nadelige gevolgen van te genereuze maatregelen, die het risico meebrengen dat er op het werk een oneerlijke situatie ontstaat, vermijden. Ik ben bovendien voorstander van meer keuzevrijheid voor zwangere vrouwen en vrouwen na de bevalling. Zij moeten zelf kunnen beslissen wanneer zij het niet-verplichte deel van hun zwangerschapsverlof opnemen. Dat zou hen moeten helpen een beter evenwicht te vinden tussen beroeps- en privéleven, en hun inzetbaarheid op het werk in stand te houden.

Het is evenzeer van belang dat vrouwen die na een carrièreonderbreking weer willen gaan werken, een eigen rechtspositie krijgen. Daarnaast wil ik graag de aandacht vestigen op het feit dat het recht op ouderschapsverlof en de garantie terug te kunnen keren naar dezelfde baan, werkbaar moeten zijn voor werkgevers, in het bijzonder kleine en middelgrote ondernemingen, omdat anders het risico bestaat dat deze vrouwen in de vruchtbare leeftijd minder snel zullen aannemen of promotie zullen geven.

 
  
MPphoto
 
 

  Miroslav Mikolášik (PPE), schriftelijk. (SK) Gezien de verregaande demografische veranderingen en de vergrijzing van de Europese maatschappij moet de Europese Unie actief maatregelen aannemen ter ondersteuning van het ouderschap.

Door de minimale duur van moederschapsverlof te verlengen, wordt naar mijn mening rekening gehouden met het feit dat de eerste levensmaanden van een kind beslissend zijn voor zijn gezonde ontwikkeling en psychisch evenwicht. Daarom sta ik achter volledige doorbetaling van het loon tijdens het moederschapsverlof. Dit zal een positief effect hebben op vrouwen en hun angst voor armoede en sociale uitsluiting wegnemen. Het recht om na de geboorte terug te keren in de oorspronkelijke functie of een gelijkwaardige functie onder dezelfde arbeidsvoorwaarden moet worden gewaarborgd, evenals de mogelijkheid om de werkuren of de organisatie van de werkzaamheden te wijzigen en kort na de geboorte overwerk te weigeren.

 
  
MPphoto
 
 

  Elisabeth Morin-Chartier (PPE), schriftelijk. (FR) Ik ben tegenstander van het project voor verlenging van het zwangerschapsverlof tot twintig weken met behoud van salaris. Aanneming van deze regeling zou grote gevolgen hebben voor de begroting van lidstaten en bedrijven. Voor Frankrijk zouden de extra kosten per jaar 1,3 miljard euro bedragen, een niet te dragen financiële last in een tijd van kortingen op de begroting. Het is een mooi idee, maar de effecten voor de werkgelegenheid van vrouwen zouden wel eens negatief kunnen zijn. We willen niet dat deze maatregel voor vrouwen een stap terug betekent. Het risico bestaat dat vrouwen die na hun zwangerschap weer gaan werken, en jonge werkzoekende vrouwen zwaar worden getroffen door deze maatregel. Het voorstel voor een maximum van achttien weken was daarentegen nog sociaal rechtvaardig. Ik roep op tot een zo snel mogelijke uitvoering van innovatieve ideeën op het gebied van kinderopvang en de balans tussen werk en gezin, zodat zowel moeders als vaders hun taak als ouder volledig kunnen vervullen.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. (IT) Mijn besluit om voor dit voorstel te stemmen komt voort uit de behoefte om de arbeidsveiligheid en -gezondheid van zwangere werkneemsters te verbeteren, werkneemsters die net zijn bevallen of die borstvoeding geven. De wijziging van de richtlijn is namelijk gericht op de bevordering van gendergelijkheid op de werkvloer, door een betere balans tussen arbeidsleven en gezinsleven van vrouwen te stimuleren. Vaak worden vrouwen beschouwd als "risicovol" of als "tweede keus", vanwege de grote kans dat ze zwanger raken of zwangerschapsverlof zullen opnemen. Het is belangrijk om bepaalde verlofvormen te ondersteunen om een aantal vooroordelen en stereotypen te bestrijden. Daarbij moeten we niet vergeten dat moederschap en vaderschap rechten zijn die onmisbaar zijn om een evenwicht te kunnen vinden tussen arbeidsleven en privé- en gezinsleven. Het spreekt voor zich dat er bij sommige amendementen een aantal punten zijn waarover ik een tegenovergestelde mening heb. Ik denk namelijk dat de Europese wetgeving een algemeen kader moet vormen dat minimale garanties en zekerheden biedt en waarin voor de lidstaten genoeg ruimte en beoordelingsvrijheid bestaat om de beste maatregelen te nemen. Er bestaan inderdaad verschillen die verbonden zijn met cultuur, sociale bescherming- en zekerheidsstelsels, ook op grond van het respect voor het subsidiariteitsbeginsel.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Papanikolaou (PPE), schriftelijk.(EL) Ik heb voor het verslag gestemd over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake de wijziging van Richtlijn 92/85/EEG van de Raad van 19 oktober 1992 inzake de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid op het werk van werkneemsters tijdens de zwangerschap, na de bevalling en tijdens de lactatie. Twee belangrijke factoren zijn van invloed geweest op mijn stem voor bepaalde amendementen: ten eerste het buitengewone belang van de bescherming van de veiligheid en de gezondheid van de jonge en de toekomstige moeders en ten tweede het bestaan van specifieke wetgeving voor de bescherming van zwangere vrouwen in Griekenland.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk. – (PT) Ik heb gestemd voor de voorstellen voor de introductie van maatregelen ter bevordering van veiligheid en gezondheid van zwangere werkneemsters en van werkneemsters die recentelijk zijn bevallen of borstvoeding geven, waaronder twintig weken zwangerschapsverlof en twee weken vaderschapsverlof, beide zonder enig verlies van inkomsten.

Deze sociale maatregelen sluiten aan bij het Europa dat wij voor ogen hebben, een Europa waarbinnen geboortecijfers, het gezin, de gezondheid van baby’s en de banen van ouders worden ondersteund.

Dit project valt echter moeilijk te realiseren en zou zelfs discriminatie van vrouwen op de arbeidsmarkt op een bizarre manier in de hand kunnen werken, omdat: (1) de sociale voorzieningen extra worden belast, dewelke in veel gevallen sowieso nog maar net overeind kunnen worden gehouden; en (2) er nieuwe beperkingen op de arbeidsmarkt worden geïntroduceerd, een arbeidsmarkt die nu al niet meer aan de behoeften van de huidige beroepsbevolking kan voldoen. Daarom ben ik bang dat deze maatregelen ter ondersteuning van werkende ouders wel eens zouden kunnen leiden tot verhoogde werkloosheid en/of tot onbestendig werk voor jonge moeders.

De onderhandelingen van het Parlement met de Raad dienen realistisch en pragmatisch te zijn, maar ook ambitieus, als deze toekomstige wet bij de implementatie ervan werkelijk de inhoudelijke betekenis van het voorstel waarover deze week plenair werd gestemd wil vervullen en bevorderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Aldo Patriciello (PPE), schriftelijk. − (IT) Met mijn stem wil ik aansporen tot een nieuwe, globale aanpak, waarmee een duidelijkere boodschap aan bedrijven kan worden afgegeven, in die zin dat de menselijke voortplanting zowel mannen als vrouwen betreft. De kaderovereenkomst over ouderschapsverlof is een belangrijk aspect van het gelijkekansenbeleid, dat een betere balans tussen arbeidsleven en privé- en gezinsleven bevordert, maar dat zichzelf beperkt door minimumeisen te stellen, waardoor het slechts als een eerste stap kan worden beschouwd.

Ik ben het eens met de mededeling die de rechten van het kind als een prioriteit van de Unie beschouwt en de lidstaten oproept om zich te houden aan het Verdrag van de Verenigde Naties over de rechten van het kind en de bijbehorende optionele protocollen, alsmede aan de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling. Voor wat deze richtlijn betreft, betekent dit de garantie dat alle kinderen de mogelijkheid hebben om zorg te ontvangen die aansluit bij hun ontwikkelingsbehoeften en tevens toegang hebben tot geschikte gezondheidszorg van goede kwaliteit.

 
  
MPphoto
 
 

  Rovana Plumb (S&D), schriftelijk. (RO) Vandaag heeft het Europees Parlement geïnvesteerd in de toekomst van de Europese Unie door het moederschap te stimuleren middels een uitbreiding van het zwangerschaps- en bevallingsverlof tot twintig weken met volledige doorbetaling van loon. Deze maatregel kan worden omschreven als een kwantitatieve en kwalitatieve verbetering. Het simplistische argument van economisch voordeel op korte termijn heeft het afgelegd tegen dat van de duurzaamheid van de Europese samenleving, die onmogelijk bereikt kan worden zonder een gezonde bevolkingssamenstelling en dus zonder een betere bescherming voor moeders en hun kinderen.

Ik heb het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken opgesteld en ik heb voor de volgende zaken gestemd: niet bestraffen van moederschap en volledige doorbetaling van loon; geen ontslag voor zwangere werkneemsters vanaf het begin van hun zwangerschap tot zes maanden na afloop van hun zwangerschaps- en bevallingsverlof; het recht van moeders om terug te keren in hun functie of een 'gelijkwaardige positie', dat wil zeggen met dezelfde beloning, in dezelfde categorie en met dezelfde loopbaanvooruitzichten als zij vóór het zwangerschaps- en bevallingsverlof hadden; opnemen van zwangerschaps- en bevallingsverlof heeft geen gevolgen voor de pensioenregeling van de betrokken vrouw; werkneemsters zijn niet verplicht 's nachts te werken of overwerk te verrichten gedurende de tien weken voorafgaande aan de uitgerekende bevallingsdatum en de resterende duur van hun zwangerschap indien dit noodzakelijk is voor de gezondheid van de moeder of het ongeboren kind, en gedurende de periode waarin zij borstvoeding geven.

 
  
MPphoto
 
 

  Cristian Dan Preda (PPE), schriftelijk. (RO) Ik heb tegen deze resolutie gestemd omdat ik geloof dat zwangerschaps- en bevallingsverlof een zaak is waarover volgens het subsidiariteitsbeginsel op nationaal niveau moet worden beslist. Bovendien denk ik dat invoering van een maatregel als deze in een tijd van crisis het diametraal tegenovergestelde effect kan hebben omdat zij een afschrikkende factor zal zijn voor bedrijven die vrouwen in dienst willen nemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Evelyn Regner (S&D), schriftelijk.(DE) Ik ben voorstander van een verbetering van de Europese minimumnormen voor de bescherming van moeders. Niettemin heb ik uiteindelijk tegen het verslag gestemd, aangezien ik uit een land afkomstig ben dat een speciale combinatie kent van bescherming van moeders en (onbezoldigd) ouderschapsverlof. Behalve op zestien weken volledige doorbetaling en een absoluut werkverbod, hebben vrouwen ook recht op een onbetaalde verlofperiode met een zorgtoelage voor het kind. De hoogte van de toelage voor de verzorging van kinderen in die onbetaalde verlofperiode is afhankelijk van de duur van het verlof en van de hoogte van het laatste salaris. De Oostenrijke faciliteiten gaan veel verder dan de minimumnormen waarop in het onderhavige verslag wordt aangedrongen.

Bovendien ben ik voorstander van een vaderschapsverlof met behoud van het volledige salaris. Daarvoor dient echter wel een andere rechtsgrondslag gekozen te worden. Ik ben van mening dat dit vaderschapsverlof niet in de Moederschapsrichtlijn geregeld moet worden, maar in een aparte richtlijn die geen verband houdt met de bescherming van de gezondheid van moeders en kinderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Mitro Repo (S&D), schriftelijk. (FI) Ik heb voor het zwangerschapsverlof van twintig weken gestemd. Langere zwangerschapsverloven zijn belangrijk voor de ontwikkeling en het welzijn van kinderen, die het grootste kapitaal van de samenleving vormen. Finland kent een goed functionerend stelsel van zwangerschaps- en ouderschapsverlof. Niet iedereen in Europa heeft echter de beschikking over een stelsel als dat van ons. Het is daarom belangrijk te waarborgen dat vrouwen niet financieel hoeven te lijden onder het besluit om kinderen te krijgen. De financiële last van het zwangerschapsverlof moet niet alleen op de schouders van ondernemingen worden gelegd, maar de publieke sector moet beslist in de kosten delen. Vooral het midden- en kleinbedrijf dreigt in moeilijkheden te komen. Ook sectoren met een oververtegenwoordiging aan vrouwen mogen niet onder grote financiële druk worden gezet. Vrouwen verkeren in een zwakke positie met betrekking tot salariëring. Hun positie mag niet verder verzwakken. Het is uitermate belangrijk ervoor te zorgen dat dit niet gebeurt.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. (ES) Eindelijk heeft dit Parlement de werkende moeders van de Europese Unie eer aangedaan, al verdienen ze nog meer eer dan ze gekregen hebben. Het is een lang proces geweest. Reeds op het einde van de vorige zittingsperiode stonden we in dit Parlement op het punt om een tekst aan te nemen die een enorme sprong vooruit betekend zou hebben voor de rechten van de werkende moeders. Toen konden we echter niet stemmen omdat de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-Democraten) en de Fractie Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa zich samen verzetten tegen het verslag en het terugzonden naar de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid.

Na maanden van werk hebben we vandaag opnieuw gestemd over een verslag dat misschien niet zo ambitieus is als het vorige dat de PPE en de ALDE verworpen hebben, maar dat toch blijk geeft van aanzienlijke moed. Het laat vrouwen toe om hun salaris te behouden tijdens de kraamtijd, versterkt de wettelijke bescherming tegen ontslag, biedt meer flexibele werkuren om het moederschap beter met het werk te verzoenen, verlengt het zwangerschapsverlof tot minimaal twintig weken (hoewel sommigen onder ons liever 24 weken hadden gezien, zoals aanbevolen wordt door de Wereldgezondheidsorganisatie), vergemakkelijkt de mobiliteit van vrouwelijke werknemers in de EU en bevordert de gedeelde verantwoordelijkheid van de ouders, al gaat dat laatste volgens sommigen nog niet ver genoeg.

 
  
MPphoto
 
 

  Licia Ronzulli (PPE), schriftelijk. (IT) De stemmingsuitslag van vandaag vormt een stimulans voor werkneemsters die moeder willen worden en markeert een belangrijke stap voorwaarts in de richting van een betere bescherming die miljoenen Europese vrouwen zal helpen om een balans te vinden tussen hun rol van moeder en die van werknemer. De economische belangen hebben niet gewonnen: nu slaan we een pad in dat tegemoetkomt aan de behoeften van jonge gezinnen. De uitkomst van de stemming richt zich op een maatschappij die de groei, de scholing en de educatie in het centrum van de politiek plaatst. Ik ben van mening dat de angst dat de uitbreiding van het zwangerschapsverlof van 14 naar 20 volledig uitbetaalde weken vrouwen kan benadelen ongegrond is: het is juist onze plicht om de zwakste werknemers te beschermen en het recht om thuis te blijven bij hun kinderen te garanderen. De overwinning van vandaag in het Parlement vormt ook een persoonlijke genoegdoening voor al het werk dat ik zelf heb verricht om te zorgen voor een garantie dat werkneemsters die borstvoeding geven geen zware of gevaarlijke werkzaamheden hoeven te verrichten en worden vrijgesteld van overwerk en nachtdiensten. De bal ligt nu bij de lidstaten, waarvan ik hoop dat zij hun uiterste best zullen doen. Met het besluit van vandaag heeft het Europees Parlement aangetoond dat het niet langer vrouwen wil die met een dilemma worstelen, maar juist vrouwen die vrij zijn en zich bewust zijn van hun rol in onze maatschappij.

 
  
MPphoto
 
 

  Oreste Rossi (EFD), schriftelijk. (IT) In een Europa dat steeds ouder wordt, is een beleid dat gunstig is voor vrouwen die kinderen willen krijgen, absoluut noodzakelijk. Met de gefragmenteerde wetgeving van vandaag de dag bestaan er te veel verschillen tussen de lidstaten bij de ondersteuning van het moederschap, hetgeen veel vrouwen verhindert om moeder te worden. Met deze richtlijn wordt een minimum van 20 weken zwangerschapsverlof vastgelegd, waarvan er minimaal zes volledig worden doorbetaald.

Het spreekt voor zich dat in landen zoals Italië een dergelijke norm overbodig is, aangezien de volledig doorbetaalde periode veel langer is dan de minimale periode die door de richtlijn wordt opgelegd, en de periode waarin de vrouw de mogelijkheid heeft om van haar werk afwezig te zijn om voor haar kind te zorgen, zich uitstrekt tot acht jaar. Maar voor andere landen betekent dit dat eindelijk de basis wordt gelegd voor de garantie dat moeders waardigheid ontvangen. Het voorstel voorziet ook in het mogelijkheid dat vaders twee weken betaald verlof kunnen opnemen, zodat ze bij hun vrouw kunnen zijn in de periode direct na de geboorte.

 
  
MPphoto
 
 

  Daciana Octavia Sârbu (S&D), schriftelijk. – (EN) Ik heb vandaag gestemd voor betere rechten en een betere balans tussen werk en privéleven voor werkende ouders. Van speciaal belang in dit verslag zijn de bepalingen voor vrouwen die hun kind borstvoeding geven op het werk. Pauzes om borstvoeding te geven zorgen ervoor dat moeders de tijd krijgen die ze nodig hebben om de beste en meest natuurlijke voeding te geven aan hun zich ontwikkelende kind. Voeding bepaalt voor een groot deel de gezondheid in de rest van iemands leven. Het doet me genoegen dat dit verslag goed is voor vrouwen die weer aan het werk gaan, maar ervoor kiezen om hun kind borstvoeding te blijven geven en ze de beste voeding te geven.

 
  
MPphoto
 
 

  Carl Schlyter en Isabella Lövin (Verts/ALE), schriftelijk. (SV) Wij zijn van mening dat goed ontwikkeld en wettelijk voorgeschreven ouderschapsverlof voor elk land van het grootste belang is. Bij de slotstemming wilden wij echter niet voor het wetgevingsvoorstel van het Parlement stemmen omdat het indruiste tegen meerdere voor ons belangrijke beginselen. Ten eerste wil het voorstel zes weken verplicht verlof invoeren voor uitsluitend de moeder.

Volgens ons moeten ouders zelf kunnen kiezen hoe ze hun ouderschapsverlof opnemen en is dit voorstel een stap in de verkeerde richting voor de gelijkheid van vrouwen en mannen in Zweden. Ten tweede is het volgens ons niet redelijk om de ouderschapsuitkering vast te leggen op honderd procent van het loon. Voor Zweden zou dat ertoe kunnen leiden dat de duur van de looncompensatieverzekering voor thuisblijvende ouders na de geboorte noodgedwongen ingekort moet worden om zo een duur stelsel te financieren. Wij zijn van mening dat de organisatie van socialezekerheidsstelsels een kwestie voor de nationale parlementen is.

 
  
MPphoto
 
 

  Brian Simpson (S&D), schriftelijk.(EN) De delegatie van de Labourpartij in het Europees Parlement is het er volledig mee eens dat de bescherming van zwangere vrouwen, vrouwen die net een kind hebben gekregen en vrouwen die borstvoeding geven moet worden verbeterd en heeft daarom voor een aantal van de belangrijkste voorstellen in de richtlijn gestemd, zoals de verlenging van het zwangerschapsverlof tot twintig weken, verplichte volledige doorbetaling van vrouwen tijdens de eerste zes weken na de bevalling en twee weken volledig bezoldigd vaderschapsverlof. De delegatie van de Labourpartij in het Europees Parlement vreest echter dat de door het Parlement aangenomen voorstellen onbedoelde gevolgen kunnen hebben in landen waarin al uitgebreide zwangerschapsverlofregelingen bestaan. Wij vrezen met name dat reactionaire regeringen door deze voorstellen de kans krijgen om die zwangerschapsverlofregelingen in te perken, zodat de laagstbetaalde werkende vrouwen die zwangerschapsverlof hebben er in de praktijk op achteruit zullen gaan. Hoewel enkele aspecten van dit verslag tot belangrijke verbeteringen zullen leiden in lidstaten waarin het zwangerschapsverlof slecht geregeld is, kunnen deze amendementen in andere landen juist tot een verslechtering leiden.

 
  
MPphoto
 
 

  Bogusław Sonik (PPE), schriftelijk.(PL) Het Europees Parlement heeft vandaag het verslag aangenomen inzake de bevordering van de gezondheid van zwangere vrouwen en vrouwen met zwangerschapsverlof. Door dit gezamenlijke standpunt in deze vorm aan te nemen, hebben we een duidelijk signaal afgegeven. Wij steunen de wijzigingen die de Europese normen voor de bescherming van jonge moeders verhogen. Er komt een gegarandeerde minimumduur van het zwangerschapsverlof, dat voortaan volledig doorbetaald zal worden. Ook is de bescherming van de arbeidsplaatsen voor vrouwen die na hun zwangerschapsverlof terugkeren op de arbeidsmarkt verbeterd door ongegrond ontslag onmogelijk te maken.

De wijzigingen die met de richtlijn worden ingevoerd, zijn een stap in de goede richting, door Europese vrouwen een minimumrecht op zwangerschapsverlof te garanderen. Ik ben ook positief over de maatregel die vaders stimuleert voor hun kinderen te zorgen door de invoering van een vaderschapsverlof van twee weken.

 
  
MPphoto
 
 

  Catherine Soullie (PPE), schriftelijk. (FR) De stemming over het verslag-Estrela is van cruciaal belang. Het aangenomen standpunt is puur demagogisch en onverantwoord. Door twintig weken zwangerschapsverlof te eisen, schaden we de reputatie van het Europees Parlement. Wij zijn de stem van de burgers, en het doet hun geen recht als we een dergelijk onrealistisch standpunt aannemen. De lidstaten zullen te maken krijgen met zeer aanzienlijke kosten op de sociale begroting. Voor Frankrijk gaat het dan bijvoorbeeld om een bedrag van 1,3 miljard euro.

In de huidige economische situatie kunnen we een dergelijke stijging niet in onze nationale begrotingen verwerken, om maar niet te spreken van de gevolgen voor de ondernemingen die een deel van deze kosten zullen moeten dragen. We moeten vrouwen steunen en aanmoedigen om ervoor te zorgen dat ze moederschap en werk beter kunnen combineren; we moeten niet hun kansen op een baan om zeep brengen.

De verlenging van veertien tot achttien weken, zoals voorgesteld door de Commissie, was echt een stap vooruit, een stap waarop verder gebouwd had kunnen worden door aandacht te besteden aan nieuwe kinderopvangmogelijkheden. De inhoud van deze tekst brengt echter een enorme verantwoordelijkheid met zich mee: het moederschap zou duidelijk een belemmering worden voor persoonlijke ontwikkeling op het werk.

 
  
MPphoto
 
 

  Marc Tarabella (S&D), schriftelijk. (FR) Ik ben blij dat dit verslag over het voorstel voor een richtlijn inzake de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid op het werk van werkneemsters tijdens de zwangerschap, na de bevalling en tijdens de lactatie en inzake de vaststelling van maatregelen die werknemers helpen om hun werk en gezinsleven te combineren, is aangenomen. Wij hebben het zwangerschapsverlof verlengd en daarbij voor een hogere betaling gezorgd en voor het eerst in de Europese geschiedenis een vaderschapsverlof ingesteld. Deze stemming zal geschiedenis schrijven als het gaat om de fundamentele rechten van Europese moeders en vaders.

Tegen allen die de sociale rechten op het altaar van de economische crisis willen offeren, zeg ik: ga het geld halen waar het aanwezig is, maar straf de burgers niet nog meer. Een meer comfortabel zwangerschapsverlof en de instelling van een vaderschapsverlof, dat betekent ook een strijd voor een iets menselijker samenleving, nu het gezin steeds meer een laatste schuilplaats vormt te midden van de ingrijpende veranderingen in het leven van mensen.

 
  
MPphoto
 
 

  Keith Taylor (Verts/ALE), schriftelijk. – (EN) Ik heb vandaag in het Parlement voor een wetgevingsvoorstel gestemd dat een verbeterd en verlengd betaald vaderschaps- en zwangerschapsverlof garandeert. Dat heb ik gedaan na lobbyende voor- en tegenstanders te hebben aangehoord. Ik ben me terdege bewust van de financiële omstandigheden in het Verenigd Koninkrijk, die nog verder zullen verslechteren door de recentelijk aangekondigde extra bezuinigingen. Desondanks heeft het Europees Parlement gekozen voor een volledig doorbetaald zwangerschapsverlof van twintig weken en twee weken vaderschapsverlof. In mijn ogen is dit een verstandige investering in de economie, die zal bijdragen aan het verwezenlijken van de doelstelling van de EU om in 2020 een arbeidsparticipatie van 75 procent te hebben. Het is goed voor de gezondheid van baby’s en beschermt de gezondheid en het welzijn van moeders. Het is een stap om de loonkloof tussen mannen en vrouwen te dichten. Gemiddeld verdienen in de EU vrouwen 17 procent minder dan mannen. Als we vrouwen geen fatsoenlijk loon tijdens hun zwangerschapsverlof garanderen, worden ze financieel gestraft voor het krijgen van kinderen. Het is ook positief dat vaders worden aangemoedigd om een deel van de zorg voor kinderen op zich te nemen. Naast de dood en de belastingen is de geboorte de enige zekerheid in het leven. Onze kinderen zijn de toekomst, en de verbeteringen waarvoor we vandaag gestemd hebben zullen hen een betere en veiligere start in het leven geven.

 
  
MPphoto
 
 

  Marianne Thyssen (PPE), schriftelijk. Voorzitter, collega's, om onze welvaart in stand te houden en om de pensioenen te kunnen betalen, moeten meer mannen en vrouwen aan de slag gaan en blijven. Ook in tijden van scherpe internationale concurrentie en budgettaire krapte moeten we mede daarom maatregelen durven te nemen die investeren in gezinnen en die de druk van de combinatie arbeid en gezin verlichten. Een langer moederschapsverlof is één van de middelen daartoe. Daarom ben ik voorstander van een verlenging van het moederschapsverlof. In budgettair moeilijke tijden moet men evenwel realistisch zijn. Twintig weken met volledig behoud van het salaris is voor de sociale zekerheid en het overheidsbudget niet haalbaar. Hoewel ik voorstander ben van een verlenging van het moederschapsverlof, heb ik mij om die reden bij de eindstemming onthouden. Ik steun daarentegen wel het originele Commissievoorstel voor een verlenging van het moederschapsverlof tot 18 weken, met handhaving van het huidige geplafonneerde vergoedingenstelsel. Hopelijk krijgt dit voorstel bij de tweede parlementaire lezing een betere kans.

 
  
MPphoto
 
 

  Silvia-Adriana Ţicău (S&D), schriftelijk. (RO) Ik heb voor het verslag over het voorstel voor een richtlijn inzake de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid op het werk van werkneemsters tijdens de zwangerschap, na de bevalling en tijdens de lactatie gestemd.

Ik geloof dat het van het grootste belang is dat werkneemsters tijdens hun zwangerschaps- en bevallingsverlof hun volledige salaris ontvangen en dat de zwangerschaps- en bevallingsuitkering honderd procent van hun laatste maandsalaris bedraagt, of van hun gemiddelde salaris als dat maandsalaris lager is. Dit betekent dat vrouwen niet voor hun zwangerschaps- en bevallingsverlof worden gestraft wanneer zij met pensioen gaan.

Gezien de demografische trends in de EU moet het geboortecijfer worden verhoogd door middel van gerichte wetgeving en maatregelen die bedoeld zijn om bij te dragen aan een betere balans tussen beroeps-, privé- en gezinsleven. Teneinde werknemers te stimuleren een betere balans tussen werk en privé te bereiken, is het van cruciaal belang om te voorzien in langere perioden van zwangerschaps-, bevallings- en ouderschapsverlof, ook voor het adopteren van kinderen jonger dan twaalf maanden. Vaststelling van de wettelijke duur van het zwangerschaps- en bevallingsverlof op twintig weken is in overeenstemming met de aanbeveling van de Wereldgezondheidsorganisatie van 16 april 2002 over een mondiale strategie voor het voeden van baby's en jonge kinderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Thomas Ulmer (PPE), schriftelijk. (DE) Ik heb tegen het verslag gestemd, aangezien hierin niet strikt de hand aan de subsidiariteit wordt gehouden. Het verslag begeeft zich op het terrein van de betalingsregelingen en verplichtingen die onder de nationale bevoegdheid vallen. Ook is er weer sprake van elementen die ik vanwege godsdienstige reden niet kan verantwoorden, zoals de vrijheid van reproductie en abortus.

 
  
MPphoto
 
 

  Viktor Uspaskich (ALDE), schriftelijk.(LT) Dames en heren, vrouwen mogen niet worden gestraft voor het feit dat ze hebben besloten een gezin te stichten. Dit is niet alleen een ethische kwestie, maar ook een strategische – de EU wordt momenteel geconfronteerd met demografische veranderingen vanwege het lage geboortecijfer en de grotere aantallen ouderen. Vooral in deze moeilijke tijden moeten we vrouwen niet wegjagen van de arbeidsmarkt. We hebben meer werkende vrouwen nodig als we willen dat de EU haar mondiale concurrentievermogen vergroot. De tijd is gekomen om de strijd aan te binden met stereotypen die wortel hebben geschoten in de samenleving. Werkende vrouwen worden vaak gezien als een 'risico' of als 'tweederangs' werknemers. Het is daarom essentieel dat de nieuwe verlofregelingen die in dit verslag worden gepresenteerd helpen om die stereotypen te doorbreken. Vrouwen die door de samenleving in de steek zijn gelaten, moeten meer hulp krijgen. Uit de statistieken van de EU blijkt dat in Litouwen alleenstaande moeders het grootste risico lopen om in armoede te vervallen. Het risico dat werkenden in deze groep in armoede vervallen is 24 procent. Het heeft lang geduurd voordat de EU de gelijkheid van mannen en vrouwen wettelijk heeft gegarandeerd. We moeten echter meer bereiken en de theoretische gelijkheid vertalen in echte, tastbare gelijkheid die in het leven van alledag in de praktijk wordt gebracht.

 
  
MPphoto
 
 

  Frank Vanhecke (NI), schriftelijk. − Ik heb voor het verslag-Estrela gestemd omdat ik hierover geen misverstand wil laten bestaan: het spreekt vanzelf dat vrouwen tijdens en onmiddellijk na de zwangerschap bijzondere noden hebben en dat de hele maatschappij hier groot belang bij heeft en dus ook grote verantwoordelijkheid moet dragen. Toch stel ik enkele principiële vragen. Ten eerste: is het echt wel redelijk om hier vanuit onze Europese ivoren torens dwingende regels op te leggen die in de hele Unie, inclusief de lidstaten die economisch nog een lange weg af te leggen hebben, zullen gelden?

En wie zal dat betalen? En daarmee komen we tot de tweede fundamentele opmerking: is het redelijk dat we de last van deze maatregelen omzeggens exclusief op de schouders van werkgevers leggen? Zal dit uiteindelijk niet leiden tot juist minder jobs voor jonge vrouwen - omdat werkgevers nu eenmaal niet geneigd zullen zijn de "risico's" van zwangerschap van hun jonge werkneemsters helemaal alleen te dragen? Het is gemakkelijk hier in dit Parlement "sociaal" te stemmen. Het zijn echter niet wij die de lasten van dat sociale stemgedrag moeten dragen.

 
  
MPphoto
 
 

  Marie-Christine Vergiat (GUE/NGL), schriftelijk. (FR) De zwangerschapsrichtlijn is op 20 oktober eindelijk door het Europees Parlement aangenomen. Ik heb voor deze tekst gestemd, omdat hij voor vrouwen een werkelijke vooruitgang betekent.

De richtlijn moet nog door de Raad worden vastgesteld. De tekst waarover vandaag gestemd is, verleent vrouwen binnen de Europese Unie een zwangerschapsverlof van twintig weken, ofwel vier weken meer dan in Frankrijk, waar vrouwen momenteel zestien weken zwangerschapsverlof hebben.

De aangenomen tekst voorziet tevens in een vaderschapsverlof van twintig dagen (meer dan de elf dagen die op dit moment in Frankrijk gelden).

In de richtlijn wordt eveneens bepaald dat vrouwen tijdens het zwangerschapsverlof hun salaris volledig doorbetaald moeten krijgen: een belangrijk signaal gezien de huidige crisis.

Bovendien bevat de tekst een clausule die sociale achteruitgang verbiedt, dat wil zeggen dat als het recht van de lidstaten op bepaalde punten meer bescherming verschaft, dit recht van toepassing blijft. Er is dus echt sprake van vooruitgang en daar ben ik blij om.

 
  
  

- Verslag-Weiler (A7-0136/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk. (PT) Ik heb voor dit verslag gestemd, omdat er in veel landen heel verschillende betalingsvoorwaarden bestaan voor ondernemingen wanneer het gaat om de staat, om kleine en middelgrote ondernemingen (KMO's) en om grote ondernemingen. We weten heel goed dat veel bedrijven vanwege de huidige economische crisis, met alle problemen van dien, al grotere liquiditeitsproblemen hebben, en dat ze in veel lidstaten zelfs al vaker door een faillissement worden bedreigd. De richtlijn waarin werd geprobeerd om dit op te lossen heeft maar weinig opgeleverd, en het voorstel dat we nu hebben goedgekeurd is een grote stap op weg naar het vastleggen en aanhouden van betalingstermijnen, niet alleen in de relaties tussen ondernemingen en overheidsinstanties, maar ook tussen ondernemingen. We krijgen nu een wetgeving die meer oplevert voor het aanhouden van betalingstermijnen, met een duidelijk systeem van boetes voor late betaling. Bovendien leidt dit tot een duidelijke verbetering in de strijd tegen het feit dat de overheid en grote ondernemingen vaak misbruik maken van hun machtspositie tegenover de KMO's. Nu moeten de lidstaten deze richtlijn snel omzetten, zodat de ernstige problemen die worden veroorzaakt door de lange betalingstermijnen en door het uitstellen van de betalingen eindelijk kunnen worden opgelost.

 
  
MPphoto
 
 

  Roberta Angelilli (PPE), schriftelijk. − (IT) Het nakomen van de verplichtingen die voortvloeien uit de contractvoorwaarden bij commerciële transacties, van zowel overheids- als privaatinstellingen, is niet alleen een kwestie van burgerplicht, maar ook van verantwoordelijkheid nemen voor een aantal negatieve omstandigheden die schuldeisende bedrijven kunnen treffen, met name kleine en middelgrote ondernemingen. Als deze bedrijven kunnen rekenen op een stipte betaling, zijn zij verzekerd van stabiliteit, groei, arbeidsplaatsen en investeringen.

Helaas komen, volgens de gegevens van de Europese Commissie, betalingsachterstanden in Europa vaak voor, wat een negatief effect heeft op het concurrentievermogen. Het zijn met name de overheidsinstellingen die problemen veroorzaken, dikwijls vanwege een verkeerd beheer van eigen begrotingen en van de kasstromen, of vanwege een hoog bureaucratisch gehalte van het administratieve apparaat. Soms wordt er ook voor gekozen om te werk te gaan op basis van nieuwe kostenvooruitzichten, zonder rekening te houden met de verplichtingen die eerder zijn aangegaan en waaraan, binnen de overeengekomen contractvoorwaarden, moet worden voldaan.

Derhalve beschouw ik het als onze plicht om maatregelen te nemen die een aanvulling vormen op de tekortkomingen van de vorige Richtlijn 2000/35/EG, om op die manier te trachten het fenomeen van achterstallige betalingen terug te dringen. Dit kan door maatregelen te nemen die debiteuren ertoe zetten niet te laat te betalen en andere maatregelen die crediteuren de mogelijkheid bieden om in geval van betalingsachterstanden op efficiënte wijze hun rechten volledig uit te oefenen.

 
  
MPphoto
 
 

  Liam Aylward (ALDE), schriftelijk. – (GA) Ik heb voor dit verslag gestemd, dat op een goed moment komt, en voor de instelling van een streeftermijn van dertig dagen voor de betaling van facturen. Kleine en middelgrote ondernemingen (KMO's) zijn de hoeksteen van de Europese economie; deze kleinere bedrijven vormen 99,8 procent van alle bedrijven in de EU en creëren 70 procent van de werkgelegenheid in de Unie. De maatregelen die in het verslag worden voorgesteld om betalingsachterstanden aan te pakken, zijn praktische maatregelen om KMO's te steunen en ervoor te zorgen dat kleinere ondernemingen geen schade lijden door onbetaalde rekeningen.

De nieuwe regels zorgen voor een beter investeringsklimaat en moeten KMO's in staat stellen zich te focussen op innovatie en ontwikkeling. Daarnaast verwelkom ik wat in het verslag wordt gezegd over het feit dat nieuwe maatregelen de bureaucratie niet mogen vergroten en dat er geen nieuwe bureaucratische of administratieve problemen voor KMO's mogen worden gecreëerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Zigmantas Balčytis (S&D), schriftelijk.(LT) Ik heb voor dit voorstel gestemd, en ik ben blij dat het Europees Parlement en de Raad erin zijn geslaagd om tot deze overeenkomst te komen, iets dat vooral voor kleine bedrijven van groot belang is. Het midden- en kleinbedrijf mag dan wel de basis voor het concurrentievermogen van de Europese Unie zijn en bovendien voor de meeste banen zorgen, toch heeft de crisis tegelijkertijd zeer duidelijk laten zien dat de eigenaren van middelgrote en kleine bedrijven het meest kwetsbaar zijn, en dat het beleid van de lidstaten er niet specifiek op is gericht om hen te helpen en te ontwikkelen, aangezien EU-wetgeving, zoals de Small Business Act, niet in haar geheel wordt geïmplementeerd of toegepast. Gedurende de crisis zijn veel bedrijven failliet gegaan, en dat is een enorm verlies. Daarom ben ik erg tevreden met deze kleine stap die van groot belang is voor kleine bedrijven, waarmee duidelijkheid over betalingstermijnen wordt gegeven. We beginnen nu echt een omgeving te creëren die voor kleine bedrijven duidelijk en overzichtelijk is, een omgeving waarbinnen een bedrijfscultuur kan ontstaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Sergio Berlato (PPE), schriftelijk. − (IT) Met de goedkeuring van de nieuwe richtlijn tegen betalingsachterstanden, een maatregel die een concrete steun vormt voor bedrijven, en in het bijzonder voor het midden- en kleinbedrijf, levert het Europees Parlement een beslissende bijdrage ten gunste van burgers en het Europese productiesysteem. De herziening van de richtlijn legt namelijk een aantal betalingsvoorwaarden vast en stelt sancties ter beschikking om de stipte betaling door zowel overheids- als privaatinstellingen binnen de Unie te bevorderen. Volgens de schattingen zou door deze maatregel circa 180 miljard terugstromen in de economie: dit is het daadwerkelijke bedrag dat de overheid schuldig is aan het Europese bedrijfsleven.

Het probleem van betalingsachterstanden treft met name Italië, waar de overheidsinstellingen gemiddeld 128 dagen wachten alvorens hun betalingen uit te voeren, ten opzichte van een Europees gemiddelde van 67 dagen. Derhalve zijn de negatieve effecten van de betalingsachterstanden bij commerciële transacties aanzienlijk. Ik hoop dat deze richtlijn zo snel mogelijk door de nationale overheden wordt geïmplementeerd, zodat op die manier één van de grootste obstakels voor de ontwikkeling van de Europese interne markt wordt weggenomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Mara Bizzotto (EFD), schriftelijk.(IT) Eindelijk zijn we dan hier aanbeland, na vele maanden uitstel: we hebben gestemd over een verslag dat een echte impuls geeft voor de toekomst van onze bedrijven. Late betalingen zijn een verschijnsel dat vooral in Italië tienduizenden bedrijven op de knieën heeft gebracht; volgens berekeningen van beroepsorganisaties kost dit de Italiaanse economiezo rond de 30 miljard euro. Specifieke overwegingen en nationale situaties buiten beschouwing latend stem ik voor het verslag, op basis waarvan nu eindelijk voor eens en voor altijd duidelijke regels worden gesteld voor ondernemers in zowel de publieke als de private sector. De economische crisis heeft inmiddels geleid tot een dramatisch aantal faillissementen en sluitingen van fabrieken en bedrijven, en tot de beëindiging van zakelijke activiteiten. Met deze maatregel kan Europa echt een handreiking doen naar vele kleine bedrijven die door de crisis permanent zwaar gebukt gaan onder bankleningen en die wellicht al met zwaar weer kampen vanwege late betalingen van uitstaande vorderingen. Door deze richtlijn toe te passen, kunnen we tenminste veel situaties voorkomen waarin bedrijven zich gedwongen zien om hun activiteiten te staken door schulden die zijn veroorzaakt door andere ondernemers in zowel de publieke als in de private sector.

 
  
MPphoto
 
 

  Sebastian Valentin Bodu (PPE), schriftelijk. (RO) In een instabiel economisch klimaat kunnen betalingsachterstanden een uiterst schadelijke uitwerking hebben op kleine en middelgrote ondernemingen die het geld nodig hebben om hun werknemers en leveranciers te betalen. Met de nieuwe regels inzake betalingsachterstanden bij handelstransacties, waarover het Parlement en de Raad het op 5 oktober eens zijn geworden, moeten bedrijven het hun verschuldigde geld eenvoudiger en sneller kunnen incasseren. Het zijn de kleine en middelgrote ondernemingen die de economie draaiend houden, zelfs in tijden van crisis. Dit is in elke Europese economie het geval. Het Europees Parlement heeft ervoor gezorgd dat alle partijen als gelijken tegenover elkaar staan en dat de regels voor iedereen gelden, hetgeen vele Europese kleine en middelgrote ondernemingen ten goede zal komen.

Dankzij dit akkoord hoeven kleine en middelgrote ondernemingen niet meer op te treden als bank voor beursgenoteerde bedrijven of grote ondernemingen. Net als de aanbeveling van het Europees Parlement om kleine en middelgrote ondernemingen pas btw te laten afdragen nadat rekeningen zijn voldaan, helpt het stellen van een vaste termijn waarop rekeningen moeten worden betaald degenen die zich afvragen hoe zij het hoofd boven water moeten houden in een tijd van krimpende markten.

 
  
MPphoto
 
 

  Vito Bonsignore (PPE), schriftelijk. – (IT) Ik heb vóór het verslag gestemd omdat het voor mij van fundamenteel belang is dat alle maatregelen die de concurrentiekracht van het midden- en kleinbedrijf kunnen versterken ook daadwerkelijk getroffen worden. Bovendien moet vooral tijdens een economische recessie als de huidige gestreden worden tegen betalingsachterstanden bij handelstransacties, die een onaanvaardbare vorm van misbruik zijn. Betalingsachterstanden hebben aanzienlijke negatieve gevolgen en jagen de schuldeisende bedrijven op hoge kosten. Zij verminderen de cashflow van bedrijven, tasten hun investeringsmogelijkheden aan en brengen hun concurrentiekracht in gevaar.

Deze richtlijn bevat terecht maatregelen die debiteuren moeten ontmoedigen laat te betalen en mogelijkheden voor schuldeisers om hun rechten uit te oefenen. Ook bevat deze specifieke en nauwkeurige regels met betrekking tot onder meer achterstalligheidsrente en vergoeding van invorderingskosten, en voorziet, behoudens enkele specifieke uitzonderingen, in een verplichte termijn van dertig dagen voor betaling van schulden door de overheid. Op die manier wordt de overheid ervan weerhouden om zich zo te gedragen dat het midden- en kleinbedrijf schade wordt berokkend en aldus de geloofwaardigheid van het uitgevaardigde beleid in gevaar te brengen.

Tot slot is snelle betaling een noodzakelijke voorwaarde voor investeringen, groei en het scheppen van werkgelegenheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Françoise Castex (S&D), schriftelijk. (FR) Ik ben ook tevreden over de oplossing die met betrekking tot de betalingstermijnen is gevonden, en ik ben blij dat het voorstel van socialisten en democraten om een extra termijn voor openbare gezondheidsdiensten mogelijk te maken, in de tekst is opgenomen. De ingewikkelde begrotingsprocedures die voor deze diensten gelden, leiden namelijk tot langere betalingstermijnen. Bovendien wordt, met inachtneming van de contractvrijheid tussen particuliere bedrijven onderling, een belangrijke waarborg gegeven door een verbod op buitensporige betalingstermijnen ten opzichte van schuldeisers, vaak kleine en middelgrote ondernemingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nikolaos Chountis (GUE/NGL), schriftelijk. (EL) Ik heb mij van stemming over het verslag onthouden, aangezien het de inspanningen van de Commissie versterkt om druk uit de oefenen op lidstaten die schulden hebben. Er worden strenge maatregelen aanbevolen in een tijd dat de openbare financiën in deze lidstaten zich in een deplorabele toestand bevinden. De druk om schulden onmiddellijk af te lossen, onder dwang van zware geldelijke sancties, dient vooral de belangen van het bedrijfsleven, dat, gebruikmakend van de crisis, uit is op ingrepen in de stelsels van sociale bescherming, op bevriezing of zelfs verlaging van de lonen. De bewering dat de kleine en middelgrote bedrijven hier baat bij hebben, houdt geen stand omdat uit de cijfers die in de regeling worden genoemd blijkt dat het juist niet om kleine en middelgrote bedrijven gaat. Een dergelijke maatregel zou te rechtvaardigen zijn als eerst de reële economie van de werknemers krachtig was ondersteund en maatregelen ter bevordering van de sociale en economische cohesie waren genomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Lara Comi (PPE), schriftelijk. – (IT) Ik ben het ermee eens dat Richtlijn 2000/35/EG versterkt moet worden en dat de noodzakelijke instrumenten gevonden moeten worden om betalingsachterstanden in handelstransacties te verminderen of op te heffen. Mijn aandacht gaat vooral uit naar het midden- en kleinbedrijf dat een essentieel onderdeel van de Europese markt vormt en rijkdom en banen creëert. Deze beleidskeuze van de Commissie gaat de juiste kant uit. Het is namelijk de bedoeling om het ondernemersklimaat gunstiger te maken voor het mkb. Wat het percentage van 8 procent rente als ontmoedigingsmaatregel betreft ben ik eerlijk gezegd wat verbaasd over de resultaten met betrekking tot een aantal regio´s van mijn land en van andere Europese landen, die echt de grootste moeite hebben om de nieuwe regels na te leven. Ik hoop dat deze nieuwe benadering een echte kans wordt om de zaken te veranderen. Laten wij ons er voorlopig op concentreren om samen met de regionale en lokale autoriteiten toezicht uit te oefenen op de omzetting van de richtlijn in de nationale wetgeving en ervoor zorgen dat deze overal op gelijke wijze plaatsvindt.

 
  
MPphoto
 
 

  Vasilica Viorica Dăncilă (S&D), schriftelijk. (RO) Ik hoop dat de inwerkingtreding van de richtlijn betreffende de bestrijding van betalingsachterstanden bij handelstransacties ten goede komt aan het merendeel van de kleine en middelgrote ondernemingen in de Europese Unie, en dat die daardoor beter beschermd worden en over de middelen kunnen beschikken om hun investeringen uit te breiden en nieuwe werkgelegenheid te scheppen. Tegelijkertijd hoop ik dat de richtlijn de ontwikkeling van mechanismen voor de incasso van schulden mogelijk zal maken, omdat betalingsachterstanden van overheidsinstanties tot onevenwichtigheden in de werking van kleine en middelgrote ondernemingen en dus ook van de markt leiden.

 
  
MPphoto
 
 

  Luigi Ciriaco De Mita (PPE), schriftelijk. – (IT) Betalingsachterstanden in de betrekkingen tussen bedrijven en overheid zijn een van de factoren die een rem zetten op economisch herstel. De aanneming van de nieuwe richtlijn betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties is een krachtige, innoverende stap waarvoor met name in de overheidssector de juiste voorbereidingen moeten worden getroffen op zowel politiek als administratief niveau. Op politiek niveau omdat bij de financiële en budgettaire planning niet alleen rekening moet worden gehouden met de gevolgen van de EU-bepalingen voor het Stabiliteitspact, maar ook met de gevolgen van de nieuwe bepalingen inzake betalingsachterstand. Als deze bepalingen namelijk niet goed worden beheerd, kunnen zij directe en indirecte gevolgen hebben voor de speelruimte van de overheid op verschillende niveaus. Op administratief niveau is een gedegen voorbereiding noodzakelijk om een gezond financieel beheer van de overheid te garanderen, in eerste instantie bij de verhouding tussen vastleggingen en betalingen om te voorkomen dat er voor de schatkist en dus voor de bevolking lasten zoals kredietrente ontstaan, die zwaar op de overheidsbegrotingen kunnen drukken. Tot slot moet bijzondere aandacht worden geschonken aan bepaalde sectoren en voor flexibiliteit worden gezorgd, bijvoorbeeld in de gezondheidszorg, waarin de overheid een grote achterstand heeft opgelopen bij de betaling van goederenleveranties en diensten. Deze achterstand moet worden weggewerkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Diane Dodds (NI), schriftelijk.(EN) In het huidige economische klimaat is het voor kleine en middelgrote ondernemingen al moeilijk genoeg om het hoofd boven water te houden zonder ook nog eens geconfronteerd te worden met betalingsachterstanden in handelstransacties. Daarom moet elk mechanisme dat deze ondernemingen helpt te beschermen tegen de extra kosten en financiële gevolgen van betalingsachterstanden worden verwelkomd.

Ik ben echter van mening dat het aan de Britse regering is, en niet aan de Europese Unie, om dit te reguleren en ervoor te zorgen dat bedrijven en overheden hun betalingsverplichtingen nakomen. Dit verslag, dat niet zonder merites is, behoeft verdere verduidelijking over bepaalde aspecten, en daarom heb ik ervoor gekozen om mijzelf deze keer van stemming te onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk. (PT) Ik heb voor dit verslag over de bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties gestemd, omdat we hierdoor geharmoniseerde maatregelen kunnen nemen, wat in deze tijden van crisis bijzonder belangrijk zou kunnen zijn voor de prestaties van ondernemingen, met name van kleine en middelgrote ondernemingen. Ik ben echter voorstander van een uitzonderingsregeling voor de gezondheidszorg.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk.(PT) Betalingsachterstanden vormen een probleem met bijzonder ernstige gevolgen voor de gezondheid van de wereldeconomie, waarbij het midden- en kleinbedrijf (mkb) in het bijzonder op een vernietigende manier wordt getroffen. De gevolgen hiervan zijn vooral in deze periode van economische en financiële crisis zelfs nog erger. Het slechte voorbeeld dat door overheidsinstellingen wordt gegeven, zoals momenteel in bijzonder hoge mate het geval is in Portugal, is onaanvaardbaar. Er zijn maatregelen noodzakelijk om de late betalingen in handelstransacties te beteugelen, zodat de Europese economie in goede gezondheid blijft en situaties worden voorkomen waarin productiestructuren financieel de nek om wordt gedraaid en er te veel wordt gevraagd voor financiële producten, waardoor afhankelijkheid van de bankensector wordt gecreëerd. Ik zou graag de aandacht willen vestigen op de specifieke situatie van landbouwproducenten, die vaak te kampen hebben met vertraagde betalingen van de aan hen openstaande schulden door supermarkten en distributeurs. De maximale termijn van 30 dagen – die nog tot 60 dagen kan worden verlengd – voor de betaling van bewezen en gefactureerde diensten is zeer redelijk voor het evenwicht binnen zakelijke relaties, en zal van essentieel belang zijn voor het bevorderen van een cultuur waarbinnen het tijdig nakomen van aangegane verbintenissen gemeengoed zal zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Louis Grech (S&D), schriftelijk.(EN) De aanneming vandaag van het verslag-Weiler betekent een belangrijke verschuiving van de betalingsdrempel in zakelijke relaties. Op dit moment is het een gebruikelijke praktijk – en wat nog zorgwekkender is, een geaccepteerde praktijk – dat overheden kleine en middelgrote ondernemingen onder druk zetten om overeenkomsten te sluiten waarin de vertraagde betaling van facturen wordt toegestaan.

Malta is hier een goed voorbeeld van. Veel kleine en middelgrote ondernemingen, die goed zijn voor meer dan 70 procent van de werkgelegenheid in de private sector, hebben ernstige cashflowproblemen vanwege de late betalingen door andere entiteiten, vooral openbare instellingen, waaronder de overheid.

In een aantal lidstaten zal de maximale betalingstermijn van zestig dagen voor kleine en middelgrote ondernemingen en voor burgers een belangrijke beschermende bepaling vormen. Als we echter willen dat deze bepaling echt effectief is, moet de richtlijn in elke lidstaat correct worden omgezet en ten uitvoer worden gelegd en worden gekoppeld aan streng toezicht door de Commissie. Alleen dan kan deze nieuwe regel werkelijk worden vertaald in tastbare voordelen voor burgers en vooral voor kleine en middelgrote ondernemingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jarosław Kalinowski (PPE), schriftelijk.(PL) Voor het goed functioneren van de Europese economieën is snelle betaling van handelstransacties een prioriteit. Helaas bestaan er tussen de verschillende lidstaten aanzienlijke verschillen in de naleving van betalingstermijnen. Dit maakt nauwkeurige verificatie van de geldende Richtlijn 2000/35/EG van 8 augustus 2002 noodzakelijk.

Het gebrek aan betalingsdiscipline bij transacties bedreigt vooral kleine en middelgrote ondernemingen uit landen die getroffen zijn door de economische crisis. Te late betaling veroorzaakt regelmatig problemen op zowel de binnenlandse markt als in het internationale handelsverkeer. Dat is de reden dat ik mijn steun geef aan het voorstel van de rapporteur om de voorschriften aan te scherpen, nieuwe instrumenten ter bescherming van het bedrijfsleven in te voeren en de kosten in verband met de vergoeding van invorderingskosten en van interest in geval van betalingsachterstand verplicht te maken.

 
  
MPphoto
 
 

  Elisabeth Köstinger (PPE), schriftelijk. (DE) Ik steun het besluit in het verslag om ondubbelzinnig de kant de kiezen van de kleine en middelgrote ondernemingen. Betalingsachterstanden vormen voor het handelsverkeer in de EU een enorm economisch probleem. Deze kwestie weegt ook zwaar in de landbouw wanneer liquiditeitsproblemen op landbouwbedrijven worden afgewenteld. Door duidelijk gedefinieerde betalingstermijnen wordt een stokje voor dergelijke methoden gestoken. Ik ondersteun het voorstel in het verslag om een betalingstermijn van dertig dagen als norm te gaan gebruiken. Ik steun eveneens de invoering van een algemene maximale betalingstermijn van zestig dagen. Ik vind het onbegrijpelijk dat in bepaalde lidstaten de betaling van transacties waarbij overheidsinstellingen zijn betrokken, op de lange baan worden geschoven. Vertraagde betalingen hebben een enorm negatieve invloed op het bedrijfsklimaat en op de interne markt. De gevolgen daarvan zijn direct merkbaar in de lidstaten. De verlangde forfaitaire vergoeding die vanaf de eerste dag van de vertraging verschuldigd is, vormt een effectief middel om dit te voorkomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Giovanni La Via (PPE), schriftelijk. – (IT) Ik heb voor het verslag-Weiler gestemd omdat ik het absoluut noodzakelijk vind de schuldeisers van de overheid - voornamelijk kleine en middelgrote bedrijven - te beschermen. Met deze richtlijn zal het mogelijk worden om ongeveer 180 miljard euro aan liquide middelen opnieuw in omloop te brengen. Dat is namelijk het totale bedrag dat de overheid het bedrijfsleven in de hele EU schuldig is. Deze richtlijn is een belangrijke stap vooruit omdat bedrijven automatisch het recht krijgen om betaling van rente wegens late betaling te eisen. Bovendien hebben zij recht op een vast bedrag van minimaal 40 euro ter vergoeding van de kosten die zij moeten maken om de schuld in te vorderen. Bedrijven kunnen echter hoe dan ook de terugbetaling eisen van alle redelijke kosten die zij daarvoor hebben moeten maken. Volgens mij zal dit initiatief de lidstaten van de EU ertoe aanzetten om gedragscodes voor prompte betaling op te stellen. Zij krijgen namelijk de mogelijkheid om wet- of regelgeving met voor crediteurs gunstigere bepalingen dan de bepalingen van de richtlijn te handhaven of uit te vaardigen.

 
  
MPphoto
 
 

  Erminia Mazzoni (PPE), schriftelijk. – (IT) Van de talloze voorstellen die zijn opgenomen in de Small Business Act is mijns inziens het voorstel tot de wijziging van Richtlijn 2000/35/EG een van de meest urgente. Betalingsachterstanden zijn in veel landen (waaronder zeker ook Italië) een normaal verschijnsel geworden als het om de overheid gaat. Als de betalingsachterstanden in Europa op gemiddeld 180 dagen na de vervaldatum liggen, dan kan men zich gemakkelijk voorstellen hoe groot de betalingsachterstanden soms zijn en welke gevolgen dat kan hebben voor het beheer van een kleine of middelgrote onderneming.

Het paradoxale is dat diezelfde overheid wel tijdige betaling van belastingen eist, sancties oplegt en rente eist vanaf de eerste dag waarop de schuldenaar in gebreke blijft en zijn verplichtingen niet nakomt. De wijziging waar wij vandaag over stemmen is vooral in deze economisch moeilijke tijd zeer belangrijk, maar volstaat niet om het probleem op te lossen. Als in de diverse lidstaten niet wordt gesleuteld aan de procedures voor invordering van schulden van de overheid en deze procedures korter en effectiever worden gemaakt, zullen de aangenomen bepalingen weinig zoden aan de dijk zetten.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk.(PT) Late betaling van handelstransacties, of dit nu tussen bedrijven onderling of tussen bedrijven en publieke instellingen plaatsvindt, is de oorzaak van cashflowproblemen in het midden- en kleinbedrijf (MKB), iets wat op zijn beurt vaak weer bijdraagt aan verdere vertragingen in betalingen, en zo wordt een vicieuze cirkel in gang gezet die moeilijk te doorbreken is. We zijn er zeker van dat de implementatie van de nieuwe regels zoals die hier worden voorgesteld een belangrijke stap is om deze situatie een halt toe te roepen, en om zodoende bedrijven te helpen om deze periode van economische en financiële crisis te doorstaan. De voorgestelde boetes zijn proportioneel en noodzakelijk, en het valt te hopen dat de door commerciële ondernemers overgenomen onbehoorlijke handelspraktijken hierdoor zullen worden ontmoedigd.

 
  
MPphoto
 
 

  Alajos Mészáros (PPE), schriftelijk. – (HU) De aanneming van de resolutie over de richtlijn bestrijding van betalingsachterstand was cruciaal, en daarom heb ik deze met mijn stem gesteund. In het debat van vanmorgen werd er ook al op gewezen hoe dichtbij en voelbaar de effecten van de crisis, die ook onze lidstaten in een recent verleden niet heeft gespaard, nog altijd zijn. We moeten diverse zaken veranderen om de interne markt effectief te kunnen laten functioneren. Als onderdeel hiervan schrijft het verslag terecht een overgang naar een stipte betalingscultuur voor. Hiermee kan het mogelijk worden dat betalingsachterstanden gevolgen hebben die voor de schuldenaren nadelig zijn.

Volgens de effectbeoordeling die voorafging aan de evaluatie worden overheidsinstanties in diverse lidstaten gekenmerkt door een slechte betalingsdiscipline. Ik hoop van harte dat we met de beslissing van vandaag ook hier verandering in kunnen brengen. Ten slotte kan het eenvoudiger maken van het leven van kleine en middelgrote ondernemingen ook bij dit vraagstuk op de eerste plaats komen. De voorgestelde alternatieve mechanismen om geschillen te beslechten kunnen een oplossing bieden, evenals het openbaar maken van bepaalde praktijken in lidstaten. Het benutten van de mogelijkheden die via het Europese e-Justice-portaal worden aangeboden, kan heel wat zorgen van crediteuren en ondernemingen helpen wegnemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Miroslav Mikolášik (PPE), schriftelijk. (SK) Ik sta achter het voorstel van de Commissie ter bestrijding van betalingsachterstanden, die vooral in de internationale handelsbetrekkingen een ernstig probleem aan het worden zijn, aangezien ze de rechtszekerheid aantasten.

Om te bewerkstelligen dat betalingsachterstanden dusdanige gevolgen hebben dat te late betaling wordt ontmoedigd, moeten we snelle methoden ontwikkelen om onbetwiste uitstaande schulden waarbij sprake is van een betalingsachterstand terug te vorderen en een cultuur van stipte betaling scheppen. Het wijzigingsvoorstel om dergelijke schulden van ondernemingen en overheidsdiensten terug te vorderen door middel van een breed toegankelijke online procedure zal een positieve stap zijn ter vereenvoudiging en versnelling van de terugvordering van dit soort schulden. Het zal vooral voordelig zijn voor het midden- en kleinbedrijf, dat het meest te lijden heeft onder betalingsachterstanden en tijdrovende terugvorderingprocedures.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Uitstaande vorderingen vormen met name voor kleine en middelgrote ondernemingen een aanzienlijk financieel risico. Een gebrek aan betalingsdiscipline kan er met name in tijden van crisis toe leiden dat de liquiditeit behoorlijk beperkt wordt. Maatregelen die een betere betalingsmoraal tot stand brengen, kunnen absoluut nuttig zijn. Ik heb mij echter van stemming onthouden, omdat ik van mening ben dat een Europese regeling op dit punt niet zinvol is en ook geen positief effect op de betalingsdiscipline heeft.

 
  
MPphoto
 
 

  Claudio Morganti (EFD), schriftelijk. – (IT) In het verslag wordt het probleem van de betalingsachterstanden behandeld. Dit probleem destabiliseert de markt en brengt vooral schade toe aan kleine en middelgrote ondernemingen, die mijn bijzondere belangstelling genieten. Ik heb vóór gestemd en wil dat mijn stem gezien wordt als een uiting van hoop. Ik hoop dat er een nieuwe handelscultuur zal ontstaan, met snellere betalingen, een cultuur waarin te late betaling een onaanvaardbare vorm van misbruik van de klant en contractbreuk is, en niet gezien wordt als een normale gang van zaken.

 
  
MPphoto
 
 

  Radvilė Morkūnaitė-Mikulėnienė (PPE), schriftelijk. – (LT) Ik heb voor deze wetgeving gestemd omdat ik van mening ben dat betere betalingsregelingen goed zijn voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) en voor de bedrijfscultuur in het algemeen. Met name één bepaling in dit document is in mijn ogen progressief: de oproep om snel lijsten van rapporterende entiteiten te publiceren. De maatregelen zullen bedrijven (met name kmo’s) niet alleen aanmoedigen om andere bedrijven op tijd te betalen, waardoor het risico op liquiditeitsproblemen wordt verminderd, maar zullen ook de geloofwaardigheid en daarmee het concurrentievermogen van die bedrijven vergroten.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. – (IT) Ik heb voor het verslag-Weiler gestemd omdat het voor mij van fundamenteel belang is dat een uiterlijke termijn wordt vastgesteld waarbinnen bedrijven de bedragen die hun verschuldigd zijn moeten ontvangen. Deze essentiële eis doet zich in deze tijd van crisis nog sterker gevoelen. Kleine en middelgrote ondernemingen spelen samen met ondernemers een belangrijke rol in al onze economieën. Zij zijn de belangrijkste motor voor het creëren van werkgelegenheid en inkomen en stimuleren bovendien innovatie en groei. De laatste tijd worden wij echter maar al te vaak geconfronteerd met situaties waarin bedrijven vorderingen van miljoenen euro´s hebben uitstaan bij de overheid maar helaas gedwongen worden om te sluiten of faillissement aan te vragen omdat de overheid te laat betaalt. Daarom hoop ik dat bij de omzetting van de richtlijn in nationaal recht ook met andere factoren rekening wordt gehouden en de aan overheidsinstanties opgelegde vereisten van het Stabiliteitspact worden versoepeld en tegelijkertijd de betalingstermijnen geleidelijk aan worden verminderd. Op die manier vangen we twee vliegen in één klap, en heel het land zou ermee gebaat zijn. Ik hoop dat de richtlijn snel wordt omgezet in de lidstaten en zo spoedig mogelijk kan worden toegepast. Het gaat hier om een plicht voor ons, wetgevers en een recht voor de schuldeisende bedrijven.

 
  
MPphoto
 
 

  Robert Rochefort (ALDE), schriftelijk. (FR) Betalingsachterstanden kunnen leiden tot financiële moeilijkheden en zelfs tot het faillissement van bepaalde bedrijven, vooral kleine en middelgrote ondernemingen: volgens de Europese Commissie kosten betalingsachterstanden de Europese economie jaarlijks ongeveer 180 miljard euro. In andere studies wordt gewag gemaakt van 300 miljard euro per jaar, een bedrag dat ongeveer gelijk is aan de Griekse overheidsschuld. Gezien het huidige economische klimaat ben ik blij dat de Raad en het Parlement het snel eens konden worden over een ambitieuze herziening van de Europese wetgeving op dit gebied. Het Europees Parlement heeft hieraan een substantiële bijdrage geleverd. Dankzij ons bevat de definitieve tekst veel verbeteringen die door de Commissie interne markt en consumentenbescherming zijn goedgekeurd, met name: een hogere wettelijke rente bij te late betaling; bij transacties tussen ondernemingen een standaardtermijn van dertig dagen en een uitbreiding tot zestig dagen met onder bepaalde omstandigheden de mogelijkheid van aanvullende verlenging; voor overheidsinstanties maximaal zestig dagen; meer flexibiliteit voor openbare gezondheidsinstellingen en openbare medisch-sociale instellingen; en tot slot vereenvoudiging van de vergoeding van invorderingskosten (een vast bedrag van 40 euro).

 
  
MPphoto
 
 

  Crescenzio Rivellini (PPE), schriftelijk. – (IT) Ik wil mevrouw Weiler gelukwensen met haar uitstekende werk. Het Europees Parlement heeft het licht op groen gezet voor nieuwe bepalingen om paal en perk te stellen aan de betalingsachterstanden van overheidsinstanties jegens hun leveranciers, meestal kleine en middelgrote ondernemingen. Het Parlement heeft bepaald dat overheidsinstanties de ontvangen diensten of goederen binnen dertig dagen moeten betalen. Doen zij dit niet, dan moeten zij acht procent achterstalligheidsrente betalen.

Tijdige betaling van werk is niet alleen een fundamenteel principe van correct gedrag, maar speelt ook een doorslaggevende rol bij het waarborgen van de soliditeit van een onderneming, bij haar financiële armslag en haar toegang tot krediet en financiering. De nieuwe richtlijn, die binnen vierentwintig maanden na aanneming omgezet moet zijn in nationale wetgeving, zal dan ook de gehele Europese economie ten goede komen.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk.(EN) Aangezien betalingsachterstanden een verschijnsel zijn met veel en met elkaar verband houdende oorzaken, kunnen ze alleen worden bestreden met behulp van een breed scala aan elkaar aanvullende maatregelen. Het Parlement is daarom van mening dat een zuiver legalistisch optreden tegen betalingsachterstanden nodig, maar onvoldoende is. De 'harde' aanpak van de Commissie, met een focus op harde sancties en ontmoedigende prikkels, moet worden verbreed en moet ook 'zachte' maatregelen omvatten, gericht op positieve prikkels om betalingsachterstanden te bestrijden.

Tegelijkertijd moeten, naast de tenuitvoerlegging van de richtlijn, praktische maatregelen worden gestimuleerd, zoals het gebruik van elektronische facturen.

 
  
MPphoto
 
 

  Marco Scurria (PPE), schriftelijk. – (IT) Italië is het land waarin bedrijven het meest te lijden hebben onder late betalingen door overheidsinstanties. De gemiddelde termijn voor betaling van leveranciers is 180 dagen, terwijl het Europees gemiddelde 67 dagen is. Betalingsachterstanden leiden vooral in het MKB tot financiële problemen, tot een drastische vermindering van de investeringsmogelijkheden en een verlies aan concurrentiekracht.

De vandaag aangenomen richtlijn ontmoedigt schuldenaren om laat te betalen en biedt schuldeisers de mogelijkheid om zich op efficiënte wijze te beschermen tegen dergelijke achterstanden. Schuldeisers krijgen namelijk het recht om in geval van late betaling wettelijke rente te vorderen, ook indien dit recht niet specifiek in het contract is vermeld. Ook verplicht de richtlijn de overheid om binnen 60 dagen na betalingsaanvraag te betalen mits de verlangde prestatie naar behoren werd verricht.

De aanneming van deze richtlijn is inderdaad een enorme steun in de rug voor onze bedrijven. Een op de vier ondernemingen moet namelijk sluiten wegens gebrek aan liquiditeit. Met de nieuwe bepalingen inzake betalingen kunnen bedrijven hun concurrentiekracht op de markten herstellen en zullen er geen banen verloren gaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Marc Tarabella (S&D), schriftelijk. (FR) Door het verslag van mijn collega Barbara Weiler over de richtlijn betreffende betalingsachterstanden met overweldigende meerderheid aan te nemen, heeft het Europees Parlement evenwichtige en duidelijke regels vastgesteld die de solvabiliteit, innovatie en werkgelegenheid ondersteunen. Kleine ondernemingen en openbare ziekenhuizen zullen profiteren van de maatregelen die wij voorstellen.

Kleine ondernemingen zullen niet langer worden geconfronteerd met financiële problemen door betalingsachterstanden, en openbare ziekenhuizen kunnen profiteren van een verlenging van de betalingstermijn tot zestig dagen vanwege hun specifieke karakter; zij worden gefinancierd uit vergoedingen op basis van de socialezekerheidstelsels. Wanneer we overeenstemming met de Raad bereiken, kan de richtlijn bovendien snel worden ingevoerd en is omzetting door de lidstaten vanaf januari 2011 mogelijk. Ik verheug mij erover dat we zo efficiënt hebben gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Salvatore Tatarella (PPE), schriftelijk.(IT) Gedurende de afgelopen jaren is het verschijnsel van late betalingen een steeds grotere last geworden voor financieel bedrijfsmanagement. De late betalingen vormen een ernstig en gevaarlijk probleem dat de kwaliteit van het betalingssysteem aantast en het overleven van kleine bedrijven ernstig bemoeilijkt, hetgeen bijdraagt aan het verlies van concurrentievermogen van de Europese economie. De statistieken zijn alarmerend, met name in Italië, waar gemiddeld pas na 186 dagen wordt betaald – met een uitschieter van 800 dagen in het geval van lokale overheden richting de gezondheidszorg. Het is een schande die maar al te vaak heeft geleid tot sluiting van kleine en middelgrote bedrijven. Op basis van dit verslag zetten we een grote stap voorwaarts door een limiet van 60 dagen in te stellen voor wat betreft betalingen die door de publieke sector aan de private sector dienen te worden gedaan. Natuurlijk is het niet zo dat door het instellen van deze wetgeving het probleem opeens op magische wijze verdwijnt, maar het is absoluut een startpunt voor het ontstaan van een virtuele cirkel, vooral voor wat betreft de omgang met overheidsinstanties. Efficiëntie en urgentie voor wat betreft betalingen van facturen door overheidsinstanties zijn een belangrijke stap, die bovendien voordelen heeft voor de Europese economie. Ik hoop dat de lidstaten, en bovenal Italië, deze wetgeving zeer snel doorvoeren.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Teixeira (PPE), schriftelijk. (PT) Dit verslag is een belangrijke bijdrage aan het oplossen van het probleem van de betalingsachterstand bij handelstransacties tussen ondernemingen of tussen ondernemingen en overheidsinstanties. Met dit initiatief streven we naar het vergroten van de liquiditeit van de ondernemingen in de Europese Unie door het harmoniseren van de regels. De strijd tegen betalingsachterstanden is in de huidige crisis des te belangrijker, omdat late betalingen negatieve gevolgen hebben voor de activiteiten van ondernemingen. Met deze maatregel willen we bijdragen aan het goed functioneren van de interne markt door de termijn aan te passen, wat hoog nodig was, en boetes te voorzien voor degenen die zich niet aan de termijn houden.

Ik sta achter het voorstel voor een algemeen geldende betalingstermijn van 30 dagen, zowel voor transacties tussen ondernemingen als voor transacties tussen ondernemingen en overheidsinstanties, waarbij voor overheidsinstanties in uitzonderlijke gevallen een termijn van 60 dagen zou kunnen gelden. Een grote meerderheid van de leden van mijn fractie, de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-Democraten) staat hier ook achter.

Ik ben ook voor een rente voor betalingsachterstand; daarbij zouden we moeten uitgaan van de referentie-interestvoet van de Europese Centrale Bank plus 8 procent. Ik denk dat dit een krachtige impuls zou geven aan de activiteiten van kleine en middelgrote ondernemingen, die vaak vaststellen dat hun financiële positie door bureaucratische hindernissen ernstig in het gedrang komt.

 
  
MPphoto
 
 

  Marianne Thyssen (PPE), schriftelijk. − Voorzitter, collega's, wij hebben hier zojuist gestemd over de nieuwe richtlijn bestrijding van betalingsachterstand en ik heb het akkoord met overtuiging gesteund. Te lange betalingstermijnen en zeker betalingsachterstand bedreigen het gezond beheer van een onderneming, beïnvloeden het concurrentievermogen en de winstgevendheid en kunnen uiteindelijk het voortbestaan van de onderneming in gevaar brengen. De huidige richtlijn blijkt ontoereikend om de betalingsachterstand terug te dringen. Ik steun dan ook aanscherping van de bestaande regels. Inzake maximale betalingstermijnen zorgen we voor bijkomende zekerheid voor de ondernemingen omdat betalingen in beginsel binnen de 30 dagen moeten worden verricht. Dit is zeker van belang voor de betalingen tussen ondernemingen en overheidsinstanties. Lidstaten en overheden moeten immers voortaan zélf het goede voorbeeld geven. Het is een kwestie van geloofwaardigheid dat ook de Europese instellingen zich voortaan aan dezelfde wettelijke termijnen zullen houden. Dat de richtlijn duidelijk stipuleert dat contractuele afwijking van de standaardbetalingstermijnen alleen maar mogelijk is om objectieve en niet onbillijke redenen, zal een belangrijke factor zijn in haar handhaving. Tot slot hoop ik dat de vaste compensatie voor invorderingskosten laattijdige betalers op het rechte pad zal brengen, of beter nog houden. Onze ondernemingen en onze werkgelegenheid zullen er wel bij varen.

 
  
MPphoto
 
 

  Iva Zanicchi (PPE), schriftelijk. – (IT) Ik heb vóór het verslag-Weiler over de bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties gestemd.

Ondernemingsactiviteiten ondervinden enorme hinder van schulden of late betalingen, waardoor het vaak voorkomt dat overigens solvabele bedrijven failliet gaan wegens een domino-effect. Betalingsachterstand is een veelvoorkomend verschijnsel in Europa en schaadt de bedrijven, met name de kleine bedrijven.

In de meeste lidstaten is het gebruikelijk dat overheden in tijden van financiële moeilijkheden laat betalen. Gebleken is evenwel dat het noodzakelijk is de reeds bestaande wetgeving te versterken en betalingsachterstanden te bestrijden om bedrijven en met name het midden- en kleinbedrijf te helpen, precieze termijnen vast te stellen en passende sancties op te leggen aan degenen die zich hier niet aan houden.

 
  
  

- Verslag-Figueiredo (A7-0233/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk. (PT) Ik heb voor dit verslag gestemd. Armoede is een ernstig probleem, waarmee 85 miljoen van onze mede-Europeanen te kampen hebben, en dat mag niemand koud laten. Dit moet een van onze eerste prioriteiten zijn, en we moeten samen een antwoord vinden, zodat degenen die sociaal kwetsbaar zijn tenminste enige waardigheid kunnen bewaren. Zowel jongeren als ouderen worden geconfronteerd met armoede, maar ook steeds vaker werknemers. Alleen al in de afgelopen twee jaar zijn er zes miljoen banen verloren gegaan; daarnaast worden ook de lonen van degenen die hun baan weten te houden steeds lager en minder stabiel. We moeten een systemische aanpak volgen, we moeten de oorzaken van de problemen aanpakken en beginnende problemen in de kiem smoren. Op dit moment kunnen we de gevolgen ervan echter niet meteen voorkomen. Daarom moeten we kwetsbare burgers een minimumloon voor hun levensonderhoud garanderen, en meteen het nodige doen om ze in staat te stellen om uit die situatie te komen. Dat is nodig, dat is dringend, dat is onze plicht en dat is onze verantwoordelijkheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Roberta Angelilli (PPE), schriftelijk. – (IT) De EU heeft aangetoond zich in te zetten voor de strijd tegen armoede in Europa via de initiatieven die zij heeft ontplooid in het kader van 2010 Jaar van de strijd tegen armoede en sociale uitsluiting en met het oog op de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling. Als wij kijken naar de ernst van de huidige economische en sociale crisis en de gevolgen daarvan – toename van armoede en sociale uitsluiting – dan zien we dat bepaalde kwetsbare bevolkingsgroepen, zoals vrouwen, kinderen, ouderen en jongeren, het sterkst te lijden hebben onder de negatieve gevolgen van deze situatie. Een minimuminkomen kan weliswaar een geschikt instrument zijn om deze groepen te beschermen, maar daarbij wordt geen rekening gehouden met het subsidiariteitsbeginsel en dus ook niet met het feit dat deze vraagstukken onder de bevoegdheid van de lidstaten vallen.

Aangezien er in Europa ongelijkheden bestaan op het gebied van lonen en sociale voorzieningen is het moeilijk om een gemeenschappelijke minimuminkomensdrempel vast te stellen. Mijns inziens zou het nuttiger zijn om de lidstaten ertoe aan te moedigen hun beleidsmaatregelen voor de strijd tegen armoede te verbeteren via de bevordering van actieve insluiting, een adequaat inkomen, toegang tot hoogwaardige diensten en een billijke verdeling van de rijkdom. Het is echter vooral noodzakelijk de lidstaten ertoe aan te moedigen om beter gebruik te maken van de hun ter beschikking staande structuurfondsen.

 
  
MPphoto
 
 

  Elena Băsescu (PPE), schriftelijk. (RO) De internationale gemeenschap heeft bij verschillende gelegenheden haar betrokkenheid uitgesproken bij de bestrijding van armoede. Een wereldwijde aanpak is vereist omdat armoede zich niet beperkt tot de onderontwikkelde Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara of tot Azië, maar ook 17 procent van de bevolking van de EU treft.

Ik geloof dat op de VN-top van vorige maand een belangrijke ontwikkeling is ingezet die zal leiden tot de vaststelling van een specifiek actieplan voor het bereiken van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling. De EU heeft van haar kant voorgesteld het aantal mensen dat in armoede leeft tot 2020 met 25 procent te verminderen en 0,7 procent van het bruto nationaal inkomen te bestemmen voor ontwikkelingshulp. Bovendien bevordert het Europees Parlement door het aannemen van dit verslag de actieve insluiting van achtergestelde groepen en de totstandbrenging van werkelijke economische en sociale cohesie.

Ik wil de grote bijdrage memoreren die Roemenië heeft geleverd aan de VN-programma's voor armoedebestrijding, een bijdrage die neerkomt op 250 miljoen euro. Omdat ontwikkelingssamenwerking wederkerig moet zijn, zal mijn land zijn verplichtingen blijven nakomen. Ik ben echter van mening dat meer aandacht moet uitgaan naar groepen met een hoog armoederisico, zoals de plattelandsbevolking of de etnische Romaminderheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Izaskun Bilbao Barandica (ALDE), schriftelijk. − (ES) Dit initiatief beoogt de goedkeuring van verschillende maatregelen op Europees niveau om de armoede en de sociale uitsluiting uit te roeien. De crisis heeft de situatie van heel wat mensen in Europa erger gemaakt. De werkloosheidscijfers zijn gestegen, en in de meest schrijnende situaties bevinden zich de kwetsbaarsten onder ons, namelijk de vrouwen, kinderen, jongeren en ouderen. Daarom moeten we maatregelen nemen, zowel op Europees niveau als op nationaal niveau. Een minimuminkomen is een goed instrument om ervoor te zorgen dat de mensen die het nodig hebben een waardig leven kunnen leiden. Maar de uiteindelijke doelstelling is de totale integratie in de arbeidsmarkt, omdat dit echte sociale samenhang mogelijk maakt. In dat opzicht hoop ik dat we de economische ontwikkeling gepaard kunnen laten gaan met sociale ontwikkeling. We moeten de nadruk leggen op de ontwikkeling van de sociale economie en het behalen van de doelstelling van de Europa 2020-strategie om het aantal mensen op de rand van de armoede met 20 miljoen te verminderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Vilija Blinkevičiūtė (S&D), schriftelijk. – (LT) Ik heb voor dit verslag gestemd omdat ondanks alle verklaringen over het bestrijden van de armoede nog steeds Europese burgers in armoede leven, de sociale ongelijkheid is toegenomen en het aantal werkende armen ook groter is geworden. De Europese Unie moet actiever optreden om armoede en sociale uitsluiting te bestrijden, waarbij vooral aandacht moet worden besteed aan personen zonder vaste baan, werklozen, gezinnen, ouderen, vrouwen, alleenstaande moeders, kansarme kinderen, zieken en personen die in uiteenlopende mate arbeidsgeschikt zijn. De instelling van een minimuminkomen is een van de basismaatregelen om armoede te bestrijden door deze mensen uit de armoede te tillen en hun recht op een fatsoenlijk leven te waarborgen. Ik wil aandacht vragen voor het feit dat het minimuminkomen zijn doelstelling om de armoede te bestrijden alleen zal verwezenlijken als de lidstaten concrete maatregelen nemen om een minimuminkomen te garanderen en nationale programma’s voor de bestrijding van armoede uit te voeren. Bovendien ligt het minimuminkomen in enkele lidstaten onder de drempel van relatieve armoede. Daarom moet de Europese Commissie bij de evaluatie van de nationale actieplannen goede en slechte praktijken vaststellen. En daarom is het minimuminkomen – het belangrijkste element van sociale bescherming – zonder enige twijfel van groot belang voor de bescherming van mensen die met armoede worden geconfronteerd en voor hun gelijke kansen in de samenleving.

 
  
MPphoto
 
 

  Sebastian Valentin Bodu (PPE), schriftelijk. (RO) Bijna 300 000 gezinnen in Roemenië ontvangen van staatswege een gegarandeerd minimuminkomen op grond van een wet die al sinds 2001 van kracht is en waarvoor in de begroting bijna 300 miljoen euro is gereserveerd. Tegen de achtergrond van de huidige economische crisis, waarvan de gevolgen vooral voelbaar zijn voor de burgers van landen die economisch minder ontwikkeld zijn, is de aanbeveling van het Europees Parlement voor de invoering van een minimuminkomensregeling in alle lidstaten een voor de hand liggende oplossing. Hoewel niemand de noodzaak van een dergelijke regeling voor een gegarandeerd minimuminkomen kan ontkennen, zou zij natuurlijk misbruikt kunnen worden.

Een goed tijdschema en een controlekader voor de regeling zijn geboden omdat de regeling het risico met zich meebrengt dat mensen worden aangemoedigd niet te werken. Juist om ervoor te zorgen dat dit niet gebeurt, staat in de aanbeveling dat iedereen die dit inkomen ontvangt ook in staat moet zijn enige uren werk te verrichten ten behoeve van de gemeenschap. Eind 2008 leefden in de hele EU 85 miljoen mensen onder de armoedegrens. Dit cijfer onderstreept het belang van steunmaatregelen, vooral wanneer we het hebben over jongeren of ouderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Alain Cadec (PPE), schriftelijk. (FR) De economische crisis heeft voor een flinke toename van de armoede gezorgd. In de Europese Unie leven momenteel meer dan 85 miljoen mensen onder de armoedegrens. In het kader van het Europees jaar van de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting juich ik het toe dat het Europees Parlement politieke toezeggingen doet om een krachtige en doeltreffende economische en sociale cohesie te waarborgen.

In het verslag-Figueiredo wordt erop gewezen dat de invoering van een minimuminkomen op nationaal niveau een van de doeltreffendste middelen vormt om de armoede te bestrijden. Ik ben echter tegen een minimuminkomen in EU-verband. Een dergelijke maatregel zou van demagogie getuigen en in de huidige situatie volstrekt ongepast zijn. Ook de structuurfondsen spelen een wezenlijke rol in de strijd tegen sociale uitsluiting. Vooral het Europees Sociaal Fonds is een krachtig Europees investeringsinstrument waardoor personen in moeilijkheden gemakkelijker toegang tot de arbeidsmarkt krijgen. Tijdens de periode 2014-2020 moet dit fonds een krachtig werktuig van het cohesiebeleid blijven.

 
  
MPphoto
 
 

  Nikolaos Chountis (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) Ik heb voor dit zeer goede verslag gestemd, omdat het erop hamert dat concrete maatregelen moeten worden genomen die armoede en sociale uitsluiting uitbannen, opkomt voor een rechtvaardige herverdeling van inkomen en rijkdom en een toereikend inkomen garandeert. Op die manier geeft het een werkelijke inhoud aan het Europees Jaar voor de bestrijding van armoede. Het roept de lidstaten op om hun beleid voor het veiligstellen van een toereikend inkomen te "heroverwegen" in het bewustzijn dat voor de bestrijding van armoede fatsoenlijke en levensvatbare arbeidsplaatsen moeten worden geschapen. Het is van oordeel dat sociale doelen integraal deel moeten uitmaken van de strategie om uit de crisis te komen en dat het scheppen van arbeidsplaatsen prioriteit moet hebben voor de Europese Commissie en de regeringen, als eerste stap naar vermindering van de armoede. Het bevat de overtuiging dat regelingen voor een toereikend minimuminkomen op ten minste zestig procent van het gemiddelde van de eigen staat dienen te worden vastgesteld. Verder benadrukt het dat het belangrijk is dat er een werkloosheidsuitkering bestaat die een fatsoenlijke levensstandaard garandeert, maar ook dat het noodzakelijk is de duur van afwezigheid van de arbeidsmarkt te beperken door middel van – onder andere – efficiëntere arbeidsbemiddelingsinstanties van de overheid. Eveneens wordt de noodzaak onderschreven om verzekeringsregelingen in te stellen die een link leggen tussen het minimaal uitbetaalde pensioen en de corresponderende armoedegrens.

 
  
MPphoto
 
 

  Ole Christensen (S&D), schriftelijk. − (DA) Wij, de Deense sociaaldemocraten in het Europees Parlement (Dan Jørgensen, Christel Schaldemose, Britta Thomsen en Ole Christensen), hebben voor het initiatiefverslag over de rol van het minimuminkomen bij de bestrijding van armoede en de bevordering van een inclusieve samenleving in Europa gestemd. Wij zijn van mening dat alle lidstaten van de EU armoededoelstellingen moeten aannemen en regelingen voor minimuminkomens moeten invoeren. Tegelijkertijd vinden wij dat deze doelstellingen en regelingen moeten worden afgestemd op de omstandigheden in de afzonderlijke lidstaten. Wij denken dat er talloze manieren zijn om armoede te beoordelen, en het zou aan elke afzonderlijke lidstaat moeten zijn om hiervoor de beste manier te vinden en een regeling voor minimuminkomens op te stellen die op die lidstaat is afgestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE), schriftelijk. (PT) De huidige economische crisis heeft enorme gevolgen gehad: de werkloosheid, de armoede en de sociale uitsluiting nemen in heel Europa toe. De armoede en de sociale uitsluiting hebben een onaanvaardbare omvang aangenomen: bijna 80 miljoen Europeanen leven onder de armoedegrens, waarvan 19 miljoen kinderen, dat wil zeggen bijna twee op de tien kinderen. Vele anderen hebben grote problemen met de toegang tot werk, onderwijs, huisvesting en sociale en financiële diensten. Ook de werkloosheid heeft in alle lidstaten een ongekend niveau bereikt; het Europese gemiddelde voor jongeren ligt bij 21,4 procent, één op de vijf. Dat is onaanvaardbaar, en we moeten alles in het werk stellen om een einde te maken aan de tragedie van deze burgers.

Met dat doel is 2010 aangeduid als Europees jaar van de bestrijding van deze gesel. We willen de politieke vastberadenheid van de EU versterken en maatregelen nemen die werkelijk veel bijdragen aan het uitroeien van de armoede. Ook ik vind dat er in iedere lidstaat een minimumloon zou moeten worden vastgelegd, naast een strategie voor de sociale re-integratie en voor de toegang tot de arbeidsmarkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Lara Comi (PPE), schriftelijk. – (IT) Economische en sociale samenhang is een fundamentele voorwaarde voor elk gemeenschappelijk beleid, niet alleen op Europees niveau, maar ook in kleinere verbanden. Waar de belangen uiteenlopen, lopen ook de doelstellingen uiteen, en dan kan er niets gemeenschappelijks worden gepland. Daarom is de verhoging van de levensstandaard van degenen die beneden de armoedegrens leven een prioriteit. Het lijdt geen twijfel dat de hiervoor uitgetrokken overheidsmiddelen een investering op de middellange termijn zijn, daar zij bij een goede verdeling zichzelf onderhoudende groei kunnen bewerkstelligen. Er is altijd onzekerheid als men vaste geldbedragen overhevelt zonder deze op te nemen in een ruimer stimuleringsbeleid. Er zijn twee situaties waarin een andere benadering dient te worden gevolgd. De eerste situatie is van sociale aard. Dat is de situatie van een werknemer die niet voldoende kan verdienen om een waardig leven te leiden en afhankelijk is van bijstand, ofwel omdat hij een lichamelijke of geestelijke handicap heeft ofwel om andere redenen. De tweede situatie is van juridische en economische aard en wordt gekenmerkt door een gebrek aan soepelheid op de arbeidsmarkt waardoor productiviteit en beloning niet naar behoren met elkaar verbonden kunnen worden of waardoor iemand niet de mogelijkheid krijgt om net zoveel te werken als hij wil of moet werken om genoeg te kunnen verdienen voor een fatsoenlijk leven. In deze twee situaties kan en moet de overheid optreden, maar in alle andere gevallen moeten er eerst stimulansen worden gecreëerd voor mensen om te gaan werken, niet andersom.

 
  
MPphoto
 
 

  Corina Creţu (S&D), schriftelijk. (RO) Circa één vijfde van de bevolking van de EU leeft onder de armoedegrens, en het armoedepercentage onder kinderen, jongeren en ouderen stijgt. Het aandeel van arme werknemers neemt toe met de groei van het aantal onzekere, laagbetaalde banen. In tien lidstaten wordt minstens een kwart van de bevolking getroffen door materiële deprivatie, terwijl dit lot in het geval van Roemenië en Bulgarije meer dan de helft van de bevolking treft. Al deze factoren dragen ertoe bij dat de EU wordt geconfronteerd met een armoedeprobleem dat niet alleen wordt verergerd door de recessie maar ook door het antisociale beleid van rechtse regeringen. Het minimuminkomen kan sociale bescherming waarborgen voor brede groepen van de bevolking die nu in armoede leven. Dit minimuminkomen kan een zeer grote rol spelen bij de preventie van tragische situaties als gevolg van armoede en bij het bestrijden van sociale uitsluiting. Om armoede effectief te bestrijden, is het ook nodig de kwaliteit van banen en salarissen te verbeteren, het recht op inkomen in te voeren en de middelen te verstrekken waarmee kan worden voorzien in sociale uitkeringen, pensioenen en toelagen. 2010 is het Europees Jaar van de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting, waarmee de campagne voor een inclusieve samenleving, geïnitieerd met het Verdrag van Lissabon, wordt voortgezet. Dit is voor mij nog een reden om voor deze campagne te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Vasilica Viorica Dăncilă (S&D), schriftelijk. (RO) Ik geloof dat op zowel Europees als nationaal niveau actie moet worden ondernomen om consumenten te beschermen tegen onredelijke aflossingsvoorwaarden van leningen en creditcards, en om zodanige voorwaarden te stellen aan het verkrijgen van leningen dat wordt voorkomen dat huishoudens met buitensporige schulden worden opgezadeld en als gevolg daarvan met armoede en sociale uitsluiting worden bedreigd.

 
  
MPphoto
 
 

  Marielle De Sarnez (ALDE), schriftelijk.(FR) Binnen Europa kennen twintig lidstaten een wettelijk vastgesteld minimumloon, met soms aanzienlijke verschillen tussen de landen. Zo is het minimumloon in Luxemburg ongeveer 1 682 euro, terwijl dit in Bulgarije slechts 123 euro bedraagt.

Daarom heeft het Europees Parlement opnieuw opgeroepen tot het instellen van een Europees minimuminkomen. Om te voorkomen dat miljoenen Europeanen in armoede afglijden, zou een dergelijk minimuminkomen als een mogelijke oplossing moeten worden onderzocht. Wij vinden het belangrijk om er op te attenderen dat het garanderen van een minimuminkomen uiteraard gepaard dient te gaan met een allesomvattende sociale strategie, inclusief toegang tot basale diensten als de gezondheidszorg, toegang tot huisvesting, onderwijs, levenslange educatie, en dit alles voor alle leeftijden en op een manier die voor elk land is afgestemd.

Parlementsleden hebben onderstreept dat voorzieningen met betrekking tot het minimuminkomen niet alleen tot doel moeten hebben een helpende hand te bieden, maar ook belanghebbenden te ondersteunen zodat zij zich uit een situatie van sociaal isolement kunnen bewegen naar een werkend bestaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Christine De Veyrac (PPE), schriftelijk. (FR) Ik heb voor dit verslag gestemd, en daarmee onderstreep ik het belang van solidariteit binnen onze Europese samenlevingen, vooral in dit Europees jaar van armoedebestrijding.

Sommige lidstaten, zoals Frankrijk, hebben een pioniersrol vervuld en twintig jaar geleden een "gegarandeerd minimuminkomen" vastgesteld. Uit ervaring weten we echter dat dit systeem een averechts effect kan hebben en sommige mensen tot inactiviteit kan aanzetten. Daarom moet de Unie naar het voorbeeld van het "revenu de solidarité active", het huidige minimuminkomen in Frankrijk, maatregelen bedenken om de begunstigden verantwoordelijkheidsbesef bij te brengen en hen aan te sporen een baan te zoeken, wat een eerste vereiste is voor sociale integratie.

 
  
MPphoto
 
 

  Anne Delvaux (PPE), schriftelijk. (FR) Ik heb altijd gepleit voor de invoering van een minimuminkomen van 60 procent van het gemiddelde inkomen voor elke burger van de Unie. Dat stond al in mijn programma voor de Europese verkiezingen van 2009. Helaas heeft het Parlement tegen dit wetgevingsinitiatief op communautair niveau gestemd.

In dit Europees jaar 2010 van armoedebestrijding ben ik ervan overtuigd dat een kaderrichtlijn inzake het minimuminkomen als referentietekst had kunnen dienen voor nationaal beleid en nationale wetgeving.

Volgens mij zou dat de doeltreffendste manier zijn geweest om de armoede te verminderen en tot 2020 twintig miljoen mensen uit de armoede te halen. Ter herinnering: tachtig miljoen mensen leven in Europa onder de armoedegrens.

 
  
MPphoto
 
 

  Ioan Enciu (S&D), schriftelijk. (RO) Ik vind dat het risico van verergering van de armoede in Europa tot elke prijs moet worden vermeden omdat een dergelijke verergering vanuit sociaal en economisch perspectief op de lange duur uiterst schadelijke structurele gevolgen kan hebben. Ik heb voor dit verslag gestemd omdat ik geloof dat een redelijk minimuminkomen moet worden gegarandeerd om een fatsoenlijke mate van sociale bescherming te waarborgen, met name voor de meest kwetsbare bevolkingsgroepen die hard zijn getroffen door de bezuinigingsmaatregelen die Europese regeringen tijdens de huidige economische en financiële crisis hebben genomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) Ik ben me wel degelijk bewust van de ernstige gevolgen van de huidige crisis voor de burgers, omdat die voor veel Europeanen leidt tot armoede, of tot meer armoede, maar ik deel niet de dirigistische visie van degenen die dit probleem willen aanpakken met meer uitkeringen, bijvoorbeeld in de vorm van een op Europees niveau vastgelegd minimuminkomen.

Voor meer uitkeringen heeft de staat meer geld nodig, en dat creëert geen welvaart, dat geld kan alleen maar komen uit hogere belastingen. Dat betekent meer belastingen voor iedereen, waardoor iedereen armer wordt, en meer afhankelijk van de staat, die een soort bloedzuiger wordt.

De strijd tegen de armoede moet worden geleverd door een beleid voor werkgelegenheid en concurrentievermogen. Wanneer in Portugal niet week in week uit meerdere bedrijven hun deuren zouden sluiten, zouden niet zo veel Portugezen werkloos en arm zijn. Daarom vind ik dat we de armoede moeten bestrijden door de economie aan te zwengelen en de markt te ondersteunen, en niet door subsidies te verstrekken, die altijd uit belastinggeld komen, waardoor de belastingbetalers en de economie in het gedrang komen, en die een obstakel zijn voor het economisch concurrentievermogen, zoals we allemaal weten.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. (PT) Zoals ik een jaar geleden in dit Parlement zei, ben ik voorstander van een nieuw sociaal concept in de Europese Unie dat iedereen een basislevensstandaard garandeert. In een Europa dat sociaal bewust, eerlijk en ontwikkeld is en op cohesie berust, is het een plicht om te zorgen voor maatregelen die het risico op sociale dumping en op achteruitgang van levensomstandigheden voor burgers die te maken krijgen met de verwoestende gevolgen van de huidige economische crisis, wegnemen en minimaliseren. Om Europa sterker en meer verenigd te maken, moeten we ervoor zorgen dat de fundamentele rechten van burgers in heel Europa beschermd worden. Ik begrijp dat minimumnormen nodig zijn op het gebied van gezondheidszorg, onderwijs, pensioen, en zelfs op het niveau van inkomen, om te zorgen voor grotere eenheid van de arbeidsomstandigheden. In het Europees Jaar van de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting ben ik verheugd over dit verslag omdat het alle lidstaten aanmoedigt om hun verantwoordelijkheden op het gebied van actieve inclusie te verwezenlijken en sociale ongelijkheid en marginalisering uit te sluiten. Ik zou willen benadrukken dat er een realistisch evenwicht en respect voor het subsidiariteitsprincipe moet zijn. In dit licht stem ik voor dit verslag en tegen de voorgestelde amendementen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) In het verslag, waarvoor ik verantwoordelijk was, en dat de plenaire vergadering van het Europees Parlement vandaag heeft aangenomen, stellen we voor om in alle lidstaten van de EU een stelsel voor een minimuminkomen in te voeren, en dat is heel belangrijk. Het is aangenomen met 437 stemmen voor en 162 tegen, bij 33 onthoudingen. Dit is een specifieke maatregel binnen het kader van het Europese Jaar van de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting.

In dit verslag staat: "is van mening dat het invoeren van stelsels voor een minimuminkomen in alle lidstaten – bestaande uit specifieke maatregelen ter ondersteuning van personen die een te laag inkomen hebben, door ze financiële middelen ter beschikking te stellen en de toegang tot diensten te vergemakkelijken – een van de doeltreffendste manieren is om armoede te bestrijden, een passende levensstandaard te garanderen en de sociale integratie te bevorderen".

In deze resolutie zeggen we dat stelsels voor een minimuminkomen een niveau moeten vastleggen dat ligt bij ten minste 60 procent van het mediane inkomen in de betrokken lidstaat. We doen een beroep op de Commissie om een actieplan op te stellen om de implementatie van een Europees initiatief voor een minimuminkomen in de lidstaten te begeleiden. We vestigen de aandacht op het groeiende aantal arme werkenden, en op het feit dat we deze nieuwe uitdaging moeten aangaan. Bovendien pleiten we voor een eerlijke herverdeling van het inkomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. (FR) Zelden heb ik een verslag gezien dat zo demagogisch en zo onrealistisch is. Demagogisch omdat wordt gepleit voor een minimuminkomen van ten minste 60 procent van het mediane inkomen in alle lidstaten voor iedereen, zonder dat enige voorwaarde aan de nationaliteit wordt gesteld. Gaat het hier om het mediane inkomen sec of het beschikbare inkomen? Gaat het om de mediaan van de levensstandaard waarmee de armoedegrens wordt berekend? In mijn land zou dit betekenen dat inactiviteit wordt beloond en dat de immigratie een enorme impuls krijgt.

Volgens de gekozen definitie kan dit inkomen namelijk boven het minimumloon uitkomen, dat 15 procent van de werknemers in Frankrijk krijgt uitbetaald. Een record in de ontwikkelde landen. De Europeanen hebben geen bijstand nodig, maar echte banen waarvoor ze naar behoren worden beloond. Verder is het verslag onrealistisch, omdat de werkelijke oorzaken van de armoede onvermeld blijven: de druk op de salarissen die wordt uitgeoefend door de externe concurrentie van lagelonenlanden waar sprake is van sociale dumping, en door de interne concurrentie van immigratie van buiten Europa; en de explosieve groei van de werkloosheid en van bedrijfsverplaatsingen en -sluitingen als gevolg van een ongebreidelde globalisering. Tevens wordt voorbijgegaan aan de uiterst zorgwekkende verarming van de Europese middenklassen. Deze oorzaken moeten met voorrang worden bestreden.

 
  
MPphoto
 
 

  Louis Grech (S&D), schriftelijk.(EN) Hoewel de Europese Unie een van de rijkste gebieden van de wereld is, kampt een groot deel van de Europese burgers nog steeds met armoede, waardoor deze burgers moeilijk kunnen voorzien in basisbehoeften als voeding, gezondheid, energie en onderwijs. Armoede treft 85 miljoen mensen in Europa. Bovendien is het risico van armoede door de huidige financiële en economische neergang hoger geworden, vooral voor kinderen, jongeren en ouderen, waardoor veel huishoudens een groter risico lopen en hun toegang tot geneesmiddelen, gezondheidszorg, scholen en werkgelegenheid wordt beperkt. We moeten ervoor zorgen dat de welvaart gelijkelijk wordt verdeeld tussen rijke en arme lidstaten, tussen kleine en grote landen en tussen hun burgers.

Er moeten meer financiële middelen worden toegewezen aan verschillende studies naar en analyses van armoede en sociale uitsluiting, waarin de systemen van de 27 lidstaten met elkaar moeten worden vergeleken en moet worden vastgesteld welk beleid het beste werkt. We moeten de armoede en sociale uitsluiting in Europa en in de rest van de wereld blijven bestrijden door dringende maatregelen te nemen en, nog belangrijker, door in solidariteit met elkaar samen te werken, ondanks de politieke of begrotingsdruk waar we mogelijk mee geconfronteerd zullen worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Nathalie Griesbeck (ALDE), schriftelijk. (FR) Op dit moment leeft in Europa 17 procent van de bevolking onder de armoedegrens, wat neerkomt op ongeveer 85 miljoen mensen. Achter deze cijfers gaat extreme armoede schuil, de meest verontrustende en snelst groeiende vorm – met name in deze tijden van recessie. Daarom is een minimuminkomen van essentieel belang.

Aangezien 2010 het Europees Jaar van de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting is en naar aanleiding van de Internationale Dag voor de uitroeiing van armoede, hebben we in het Europees Parlement gestemd voor een resolutie inzake een Europees minimuminkomen dat ten minste 60% van het gemiddelde inkomen in elke lidstaat bedraagt.

Ons verslag benadrukt dat het invoeren van stelsels voor een minimuminkomen in alle lidstaten één van de doeltreffendste manieren is om armoede te bestrijden, een passende levensstandaard te garanderen en de sociale integratie te bevorderen, en wat mij betreft wordt deze resolutie aangenomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Sylvie Guillaume (S&D), schriftelijk. (FR) Ik heb steun gegeven aan het verslag waarin de lidstaten wordt verzocht de armoede te bestrijden door stelsels voor een minimuminkomen in het leven te roepen, naar het voorbeeld van het RSA ["revenu de solidarité active"), voorheen het RMI ["revenu minimum d'insertion"] in Frankrijk. Het is duidelijk dat dit als een zeer nuttig instrument wordt beschouwd om de baanonzekerheid aan te pakken.

Volgens de tekst moet dit minimuminkomen op 60 procent liggen van het mediane salaris van elk land en vooral onderdeel uitmaken van een totaalstrategie van integratie, van terugkeer naar vast werk en van toegang tot openbare diensten, met name huisvesting.

De tekst is aangenomen, maar de alternatieve versies die door de linkse fracties zijn voorgesteld en die inhielden dat er een bindende kaderrichtlijn moest komen voor de invoering van een minimuminkomen, zijn helaas verworpen. Het standpunt dat wij ten aanzien van deze stelsels voor een minimuminkomen hebben ingenomen, is dus bemoedigend, maar kon wel eens ontoereikend zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Jarosław Kalinowski (PPE), schriftelijk. (PL) Volgens recente gegevens neemt de armoede in de Europese Unie toe. In veel lidstaten zijn het vooral kinderen en ouderen die door armoede getroffen worden. De groeiende populariteit van korte arbeidscontracten en de lage, onzekere inkomens verhogen het risico op verslechtering van de leefomstandigheden voor de hele samenleving. Tel hier bij op de demografische krimp die in sommige landen heerst, en we hebben een kant-en-klaar recept voor het gegarandeerd instorten van de economie. Het is onze taak om te zorgen dat alle burgers een waardig leven kunnen leiden.

We kunnen niet toelaten dat onze kinderen en kleinkinderen bedreigd worden door honger, werkloosheid en sociale uitsluiting. Wij moeten de toekomstige generaties verzekeren van voldoende hoge salarissen, stabiele carrières, toegang tot openbare diensten en sociale inclusie tijdens hun hele leven - van de wieg tot het graf.

 
  
MPphoto
 
 

  Alan Kelly (S&D), schriftelijk. (EN) Er zijn ongeveer 85 miljoen mensen in de Europese Unie die het risico lopen om in armoede te geraken, en ik vind dat op Europees niveau al het mogelijke gedaan moet worden om dit aan te pakken. Het is van essentieel belang dat procedures als deze ingevoerd worden om eraan bij te dragen het aantal burgers in de EU dat het risico loopt in armoede te vervallen te verminderen zodat de EU 2020-doelstelling, het uit een situatie van armoededreiging geraken van 20 miljoen mensen, wordt verwezenlijkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Petru Constantin Luhan (PPE), schriftelijk.(RO) De economische en financiële crisis heeft de situatie op de arbeidsmarkt in de hele Europese Unie verergerd. Nog onlangs zijn ongeveer 5 miljoen banen verloren gegaan, wat in lidstaten heeft geleid tot armoede en sociale uitsluiting. Ik onderschrijf dit verslag van harte omdat ik geloof dat dringende maatregelen nodig zijn om de getroffenen te re-integreren in de arbeidsmarkt en dat de garantie van een minimuminkomen geboden is om een fatsoenlijke levensstandaard en een menswaardig leven te kunnen waarborgen. Ik denk dat we relevante indicatoren moeten ontwikkelen waarmee we regelingen voor een minimuminkomen kunnen invoeren in de lidstaten om daarmee een toereikende levensstandaard te garanderen die de sociale integratie bevordert en de sociale en economische cohesie in de hele Europese Unie ten goede komt.

 
  
MPphoto
 
 

  Elżbieta Katarzyna Łukacijewska (PPE), schriftelijk.(PL) Een gegarandeerd minimuminkomen voor burgers van de Europese Unie dat lonen, pensioenen en uitkeringen omvat, is een doeltreffend wapen in de strijd tegen armoede. Het minimuminkomen zou een universeel recht moeten zijn en niet moeten afhangen van betaalde sociale bijdragen.

We moeten speciale aandacht besteden aan sociale groepen die bijzonder kwetsbaar zijn voor armoede en sociale uitsluiting. Hiertoe behoren vooral gehandicapten, grote gezinnen en eenoudergezinnen, chronisch zieken en ouderen. Een analyse van de ervaringen van een aantal lidstaten laat zien hoe belangrijk de rol van het minimuminkomen is in de strijd tegen armoede en sociale uitsluiting. Daarom heb ik voor het verslag van mevrouw Figueiredo gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Clemente Mastella (PPE), schriftelijk. – (IT) Het is tegenwoordig absoluut noodzakelijk preventie en bestrijding van armoede en uitsluiting op te nemen in andere communautaire beleidsvormen om eerbiediging van de fundamentele mensenrechten, universele toegang tot basisoverheidsdiensten en het recht op gezondheid, onderwijs en beroepsopleiding te waarborgen.

Dit vereist echter in sociaal opzicht duurzame macro-economische beleidsvormen evenals veranderingen in de prioriteiten en beleidsmaatregelen op monetair gebied, met inbegrip van het Stabiliteitspact, en in alle beleidsvormen voor mededinging, interne markt, begroting en belastingheffing. In dit verslag is sprake van “minimuminkomen” – een omstreden vraagstuk – dat wordt gedefinieerd als zijnde een instrument dat iemand de mogelijkheid biedt een situatie van sociale uitsluiting achter zich te laten en een volledig actief leven te lijden. In het verslag staat echter ook dat het belangrijk is dit alles vergezeld te doen gaan van een breder opgezet beleid, dat ook rekening houdt met andere behoeften, zoals gezondheidszorg, onderwijs, opleiding, sociale diensten en huisvesting.

Ik heb voor het verslag gestemd omdat ik het ermee eens ben dat er een Europese coördinatiestrategie nodig is. Wat het minimuminkomen betreft ben ik van mening dat dit een vraagstuk is dat op grond van het subsidiariteitsbeginsel onder de bevoegdheid van de lidstaten valt. Het is moeilijk om in de diverse lidstaten een minimumdrempel vast te stellen als er dermate grote verschillen bestaan in de lonen en meer algemeen in de kosten voor het levensonderhoud.

 
  
MPphoto
 
 

  Barbara Matera (PPE), schriftelijk. – (IT) Wat er in het Verdrag van Lissabon, in de EU 2020-strategie en de millenniumontwikkelingsdoelstellingen staat, lijkt zelfs qua prognoses in de verste verte niet overeen te komen met de verontrustende realiteit van het grote aantal mensen dat ook tegenwoordig nog in armoede leeft. Alleen al in Europa lijden 80 miljoen mensen, onder wie 19 miljoen kinderen, armoede. Maar al te vaak is gebleken dat de ambitieuze beleidsmaatregelen van de internationale gemeenschap voor de uitroeiing van armoede weinig opleverden en moeilijk uit te voeren waren of in feite niet veel verder gingen dan bijstandverlening.

Bij het streven naar de doelstellingen moet echter een structurelere aanpak worden gevolgd en moeten specifieke, op Europees niveau gecoördineerde initiatieven worden overwogen, initiatieven die een weerslag kunnen hebben op het inkomen, de sociale diensten en de gezondheidszorg en verlichting kunnen bieden voor de lasten van de financiële crisis die juist de risicogroepen op de arbeidsmarkt, zoals vrouwen en met name oudere vrouwen en jongeren, heeft getroffen. Mijns inziens is het in ogenschouw nemen van Europese initiatieven gericht op de vaststelling van een minimuminkomen een van de wegen waarlangs armoede, met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel, kan worden bestreden.

 
  
MPphoto
 
 

  Marisa Matias (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) De implementatie van een minimuminkomen in alle lidstaten van de Europese Unie is essentieel voor de armoedebestrijding. Daarom stem ik voor dit belangrijke verslag.

Het minimuminkomen wordt echter voor ieder land apart berekend, en draagt dus niet bij tot de sociale convergentie binnen Europa. De verschillen tussen de lidstaten blijven bestaan, ook in de huidige crisis. Er moet op Europees niveau een meer horizontaal sociaal beleid komen, om een eerlijkere herverdeling van de welvaart mogelijk te maken. Dit is een belangrijk onderdeel van de rol van de EU.

 
  
MPphoto
 
 

  Erminia Mazzoni (PPE), schriftelijk. – (IT) Voor de Europese Unie was sociale insluiting altijd al een grondbeginsel. Het is moeilijk om het grote aantal situaties te bestrijden waardoor mensen gemarginaliseerd, verwijderd of in de steek gelaten worden. Armoede staat ongetwijfeld hoog op de ranglijst van oorzaken. Echter, in tegenstelling tot ziekte, antisociaal gedrag, ras en gender moeten de beschaafde landen voor armoede normale preventie-instrumenten vaststellen.

Een minimuminkomen voor burgers is een remedie, maar geen oplossing. Ik sta achter het in de resolutie verwoorde verzoek aan de Commissie om de nationale maatregelen op te nemen in een Europees coördinatieraamwerk en om ervoor te zorgen dat het minimuminkomen vergezeld gaat van een geïntegreerde aanpak die ook gezondheidszorg, onderwijs en huisvesting omvat. Ik wil hieraan echter een persoonlijk verzoek aan de Commissie toevoegen, namelijk dat de Commissie in het “platform tegen armoede en sociale uitsluiting” de voorkeur geeft aan preventie, dat wil zeggen aan maatregelen ter ondersteuning van insluiting.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) De lidstaten kunnen niet ongevoelig zijn voor situaties van extreme armoede en moeten ervoor zorgen dat niemand zomaar aan zijn lot wordt overgelaten in vaak snel verslechterende situaties. In dit soort gevallen moet extra uitzonderlijke hulp worden overwogen.

Niettemin geven ervaringen als de Portugese - het toekennen van minimuminkomens zonder dit echt goed te monitoren, terwijl er een enorme groep mensen is geregistreerd als uitkeringstrekker die kunnen en zouden moeten werken maar nooit werken of het ook maar proberen - een verkeerde voorstelling van zaken die aan de orde moet worden gesteld. Ik heb mij daarom onthouden van stemming omdat ik gezien het gebrek aan behoorlijke monitoring zo mijn twijfels heb bij het systeem dat ik heb beschreven, zowel vanuit financieel als moreel oogpunt.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) De lidstaten moeten gevallen van extreme armoede aanpakken, en ervoor zorgen dat niemand zomaar aan zijn lot wordt overgelaten, in een vaak vernederende situatie. Uitsluitend in zulke gevallen moet de staat overwegen om buitengewone en uitzonderlijke hulp te verlenen.

Uit de ervaringen in landen als Portugal blijkt echter dat het verstrekken van een minimuminkomen zonder enige vorm van doeltreffend toezicht leidt tot een absurde situatie. Er zijn enorm veel personen geregistreerd als uitkeringsgerechtigd die zouden kunnen werken, en dat zouden moeten doen, maar die thuis zitten, en geen werk zoeken. Het systeem kent, zoals gezegd, geen goed toezicht, het is zowel financieel als moreel dubieus, en daarom heb ik me van stemming onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Willy Meyer (GUE/NGL), schriftelijk. − (ES) Ik heb gestemd ten gunste van deze resolutie van het Europees Parlement over de rol van het minimuminkomen bij de bestrijding van armoede en de bevordering van een inclusieve samenleving in Europa omdat ik het eens ben met het merendeel van de verzoeken en adviezen die erin vervat zijn, bijvoorbeeld dat het noodzakelijk is dat de lidstaten, de Raad en de Commissie “concrete maatregelen nemen die armoede en sociale uitsluiting uitroeien”, of “dat de bestrijding van armoede het creëren van fatsoenlijke en duurzame banen voor de minder begunstigde sociale groepen op de arbeidsmarkt vergt”. In dat opzicht denk ik dat het verdedigen van een minimuminkomen in alle lidstaten van grote waarde zou kunnen zijn, zodat alle mensen, of ze nu werk hebben of niet, in waardigheid kunnen leven. Ik heb deze resolutie gesteund omdat de armoede van miljoenen burgers nu eenmaal een grotere inmenging van de overheid vergt. Daarom worden er van de lidstaten en de Europese instellingen concrete maatregelen verwacht ter bevordering van een waardige re-integratie op de arbeidsmarkt van de mensen die in armoede leven.

 
  
MPphoto
 
 

  Siiri Oviir (ALDE), schriftelijk. (ET) Als vrouwelijk Parlementslid stoort het mij vooral dat in de huidige economische crisis vrouwen in de Europese Unie een veel groter gevaar lopen om in extreme armoede te moeten leven dan mannen. Volgens de cijfers van Eurostat loopt vandaag de dag 27 procent van de vrouwen het gevaar in armoede terecht te komen, voordat zij sociale bijstand krijgen. In de Europese samenleving toont de voortgaande tendens naar feminisering van armoede aan dat het huidige kader van socialezekerheidsstelsels en de verschillende, in de Europese Unie genomen maatregelen op het gebied van sociaal, economisch en werkgelegenheidsbeleid niet gericht zijn op de behoeften van vrouwen of op het wegnemen van de bestaande ongelijkheid met betrekking tot het werk van vrouwen. Ik ben het daarom met de rapporteur eens dat armoede en sociale uitsluiting onder vrouwen in Europa concrete, diverse en op gender gebaseerde beleidsoplossingen vereisen, en dus heb ik ook mijn stem gebruikt om het onderwerp op de agenda te zetten.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. – (IT) Ik heb voor het verslag-Figueiredo gestemd. Voor mensen is werk de hoogste prioriteit. Van levensbelang daarbij zijn solidariteit, waar het Europese model van de sociale markteconomie op is gegrondvest, en coördinatie van de nationale maatregelen. De initiatieven van de individuele lidstaten zullen pas zoden aan de dijk zetten als ze op EU-niveau worden gecoördineerd. Daarom is het van fundamenteel belang dat de Europese Unie met een krachtige, gemeenschappelijke stem spreekt en een gemeenschappelijk visie heeft, maar overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel de lidstaten de keuze laat als het om de concrete uitvoeringsmaatregelen gaat. In de sociale markteconomie zoals deze is verankerd in het Verdrag, moet de overheid een moderator zijn en maatregelen treffen waarmee sneller en gemakkelijker een evenwicht kan worden bereikt en moeilijkheden voor de burgers kunnen worden vermeden of tot een minimum kunnen worden beperkt. Er zijn sociale beleidsmaatregelen nodig om de gezinnen te beschermen en de ongelijkheden, de lasten en de gevolgen te beperken. De stelsels van sociale zekerheid moeten worden verbeterd met langetermijnbeleid op onder meer arbeidsgebied. Er moet meer stabiliteit worden gebracht in de werkgelegenheid zonder evenwel ondraaglijke lasten te creëren voor de nationale begrotingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Papanikolaou (PPE), schriftelijk.(EL) Ik heb voor de ontwerpresolutie gestemd – amendement 3 – (artikel 157, lid 4 van het Reglement) inzake de vervanging van niet-wetgevingsresolutie A7-0233/2010 betreffende de rol van een minimuminkomen bij de bestrijding van armoede en het bevorderen van een tolerante samenleving in Europa. Dit vooruitzicht is trouwens, vooral in de huidige economische crisis, niet strijdig met het beginsel van de sociale markteconomie, een beginsel waar ik rotsvast van overtuigd ben.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk. (PT) Armoede is een ernstig sociaal probleem in de hele wereld, en helaas is de Europese Unie hier niet ongevoelig voor. Bovendien heeft de aanhoudende financiële en economische crisis waar we mee te maken hebben de armoede van burgers in Europa verergerd en in sommige landen voor een nieuwe golf van armen gezorgd, zoals in Portugal, en zelfs de zogenaamde “middenklasse” aangetast.

Het toewijzen van een minimuminkomen is een belangrijke sociale maatregel met aanzienlijke impact in economisch opzicht, en velen zien dit als een morele plicht. Het is van doorslaggevend belang dat dit minimuminkomen zo geregeld wordt dat het kan functioneren als een hefboom waarmee mensen die in armoede leven naar een acceptabel bestaansniveau getild kunnen worden en dat het nooit een stimulans kan zijn voor mensen om passief te reageren in een lastige situatie – namelijk een potentieel gebrek aan doorzettingsvermogen bij het zoeken naar een baan.

 
  
MPphoto
 
 

  Rovana Plumb (S&D), schriftelijk. (RO) Armoede is een realiteit die mensen treft wier inkomen ontoereikend is om hun een aanvaardbaar bestaan te verschaffen. Het aantal mensen dat zich in die situatie bevindt, neemt als gevolg van de huidige crisis toe. In 2008 stond 17 procent van de EU-bevolking (ongeveer 85 miljoen mensen) bloot aan het risico van armoede. Dit cijfer was hoger onder kinderen en jongeren tot 17 jaar en bedroeg 20 procent in the EU-27, waarbij het hoogste aandeel werd geregistreerd in Roemenië (33 procent). De armoederisicogroep onder mensen met werk was gemiddeld 8 procent in de EU-27; ook hier werd het hoogste percentage gemeten in Roemenië (17 procent).

Ik heb ingestemd met de noodzaak om een systeem in te voeren waarmee het minimuminkomen (gelijk aan ten minste 60 procent van het mediaan inkomen in de betrokken lidstaat) kan worden berekend in elke lidstaat, bestaande uit specifieke steunmaatregelen voor mensen met een ontoereikend inkomen in de vorm van een financiële toeslag en betere toegang tot dienstverlening. Deze stap zou een van de meest doeltreffende manieren kunnen zijn om armoede te bestrijden, een toereikende levensstandaard te waarborgen en sociale integratie te bevorderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Frédérique Ries (ALDE), schriftelijk. (FR) In 2020 twintig miljoen Europese burgers van armoede te hebben bevrijd, zo luidt de ambitieuze doelstelling van de Europa 2020-strategie. Een doelstelling die een vrome wens dreigt te blijven, als Europa de groeiende verarming die momenteel meer dan tachtig miljoen burgers treft, niet aanpakt.

Daarom is het belangrijk op Europees niveau een minimumbestaansinkomen vast te stellen of een dergelijk inkomen tot alle lidstaten uit te breiden. Als "laatste vangnet" speelt het minimuminkomen reeds een rol in de strijd tegen sociale uitsluiting.

Nu moeten we dit instrument doeltreffender maken met drie solide uitgangspunten in het achterhoofd: handhaving van het verschil tussen het minimuminkomen en het gegarandeerde minimumloon, omdat werken aantrekkelijk moet blijven en integratie op de arbeidsmarkt nog altijd de beste manier is om niet in armoede te vervallen; opneming van het minimuminkomen in een gecoördineerd totaalbeleid voor steun aan kwetsbare bevolkingsgroepen (toegang tot huisvesting en gezondheidszorg, kinderopvang, thuiszorg); en schrappen van titel I betreffende de integratie van de doelstellingen die eraan zijn toegekend, en activering van het minimuminkomen als een middel om waar nodig een persoon of gezin in moeilijkheden financieel bij te staan.

 
  
MPphoto
 
 

  Robert Rochefort (ALDE), schriftelijk. (FR) In Europa worden 85 miljoen mensen met armoede bedreigd. Door de economische crisis worden jongeren, van wie meer dan een op de vijf werkloos is, vrouwen en alleenstaande ouders nog kwetsbaarder. Ook steeds meer werknemers komen in onzekere omstandigheden terecht: 19 miljoen van hen zijn tegenwoordig getroffen door armoede. Terwijl het jaar 2010 is uitgeroepen tot het "Europees Jaar van de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting", blijkt uit een recent onderzoek van Eurobarometer naar de houding van de burgers tegenover de EU dat 74 procent van hen verwacht dat de EU op dit gebied een belangrijke rol speelt. Laten we naar hen luisteren en in actie komen. Ik heb de resolutie gesteund over de rol van het minimuminkomen bij de bestrijding van armoede en de bevordering van een inclusieve samenleving in Europa. Helaas beschikken niet alle 27 lidstaten over een nationaal stelsel voor een minimuminkomen. Daarom heb ik steun gegeven aan het verzoek aan de Commissie om van haar initiatiefrecht gebruik te maken en een kaderrichtlijn voor te stellen waarin het beginsel van een passend minimuminkomen in Europa op basis van gemeenschappelijke criteria wordt vastgelegd; dit verzoek is jammer genoeg verworpen.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. (FR) Met ons voorstel voor een kaderrichtlijn over het minimuminkomen had het Parlement vandaag de gelegenheid Europa een wezenlijk instrument te verschaffen om de armoede concreet te bestrijden en elke jongere, elke volwassene, elke oudere het recht te geven op een inkomen dat toereikend is om zich uit de armoede te bevrijden en eindelijk waardig te kunnen leven. Daarvoor was lef en politieke moed nodig geweest, om zo een eind te maken aan het onverdraaglijke schandaal van blijvende armoede.

Maar door zijn lafheid en gebrek aan politieke samenhang zal Europees rechts de zware verantwoordelijkheid dragen voor de mislukking van de EU 2020-strategie en nog meer ontgoocheling veroorzaken bij onze medeburgers en alle organisaties die dagelijks solidair zijn met de zwaksten in hun strijd.

 
  
MPphoto
 
 

  Oreste Rossi (EFD), schriftelijk. – (IT) In een moderne, uit eerlijke en actieve burgers bestaande samenleving zou de invoering van een minimuminkomen voor degenen die werkloos zijn geworden een uitstekende zaak zijn. In de realiteit echter leidt het garanderen van een minimuminkomen aan degenen die niet werken, tot een verstoring van de arbeidsmarkt. Veel mensen zoeken dan liever geen werk en zullen het gegarandeerd minimuminkomen aanvullen met zwart werk of zelfs de kleine misdaad ingaan.

Een dergelijke negatieve ontwikkeling zou zeer zeker een weerslag hebben op de kwetsbare bevolkingsgroepen en met name op gezinnen uit landen van buiten de Unie die vaak in kleine en dus goedkope ruimten samen moeten wonen. Het behoeft geen betoog dat het alom garanderen van voorzieningen de armste mensen van de wereld ertoe zal aanzetten om naar Europa te komen, omdat Europa altijd nog beter is dan niets. Daarom zijn wij vierkant tegen het verslag.

 
  
MPphoto
 
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE), schriftelijk. – (PL) Armoede en sociale uitsluiting zijn symptomen van het gebrek aan respect voor de menselijke waardigheid. Bestrijding van deze verschijnselen is een prioriteit van de Europese Unie en is vastgelegd in de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling. Wat kunnen we doen, en welke taken zullen we op ons nemen? Onderwijs en het scheppen van ontwikkelingsvoorwaarden zijn de belangrijkste instrumenten, omdat zij mensen leren om zelf de armoede te overwinnen door gebruik te maken van hun eigen mogelijkheden, ondersteund door systeemoplossingen. Anders gezegd, we moeten hen de kennis geven die ze nodig hebben.

In ontwikkelingslanden is het belangrijk om de bouw van infrastructuur te ondersteunen, met name de toegang tot water. Ontwikkelingshulp moet gekoppeld zijn aan het creëren van voorwaarden voor handelsontwikkeling. De beste manier om de strijd met armoede aan te gaan in de verschillende regio's van de wereld, zowel de rijke als arme, is het stimuleren van ontwikkeling en het creëren van nieuwe arbeidsplaatsen. Met slechts administratieve voorschriften is de strijd tegen de armoede niet te winnen, zelfs niet met voorschriften die de hoogte van het minimuminkomen vastleggen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Teixeira (PPE), schriftelijk. (PT) De economische crisis heeft de sociale verschillen in de EU nog groter gemaakt. Eind 2008 leefde bijna 17 procent van de Europese bevolking – dat zijn 85 miljoen burgers – onder de armoedegrens. De gevolgen van de crisis – meer werkloosheid en minder vacatures – hebben veel mensen in een moeilijk parket gebracht. Voor Europa is het van het grootste belang om te strijden voor een meer inclusieve samenleving door maatregelen te nemen voor de armoedebestrijding. 2010 is het Europese Jaar van de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting, en het is een van de doelstellingen van de Europa 2020-strategie om het aantal personen dat door armoede bedreigd wordt met 20 miljoen te verlagen. Armoede in deze omvang heeft namelijk niet alleen gevolgen voor de sociale cohesie, maar ook voor de economie.

Het Parlement heeft verklaard deel te willen nemen aan de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting, en ik geloof dat een stelsel voor een minimuminkomen van 60 procent van het mediane inkomen in de betrokken lidstaat een belangrijke bijdrage is aan de economische en sociale cohesie. Om die redenen heb ik voor dit verslag gestemd, en omdat ik van mening ben dat daarin duidelijk wordt gemaakt dat er concrete stappen moeten worden gezet voor een werkelijke sociale en economische cohesie, waarbij moet worden uitgegaan van de subsidiariteit.

 
  
MPphoto
 
 

  Thomas Ulmer (PPE), schriftelijk. (DE) Ik heb tegen het onderhavige verslag gestemd omdat hierdoor de consolidatie van de begroting van de lidstaten op z’n kop wordt gezet en het ook de gebruikelijke communistische frasen over overdrachtseffecten tussen landen bevat. Bovendien maakt het verslag op sociaal gebied heel duidelijk inbreuk op de subsidiariteit. De sociale bijstand c.q. het door de staat gegarandeerde inkomen via Hartz IV is in de Bondsrepubliek al dermate hoog dat het voor mensen met een baan aan de onderkant van de arbeidsmarkt eigenlijk niet meer de moeite waard is om te gaan werken. Op dit punt is een minimumnorm noodzakelijk om een voldoende groot verschil te waarborgen tussen de hoogte van de overheidsuitkeringen en het inkomen uit arbeid. Een gezonde economische groei blijft overigens nog steeds de voorwaarde voor welvaart voor iedereen.

 
  
MPphoto
 
 

  Viktor Uspaskich (ALDE), schriftelijk.(LT) Dames en heren, ondanks alle verklaringen over het terugdringen van de armoede is de sociale ongelijkheid toegenomen – ongeveer 85 miljoen personen die in de EU verblijven, lopen het risico om in armoede te vervallen. Dit is een enorm probleem voor Litouwen, aangezien 20 procent van onze bevolking dat risico loopt. We hebben een krachtig werkgelegenheidsbeleid nodig dat de groei en het concurrentievermogen in de Europese sociale markteconomie bevordert, macro-economische onevenwichtigheden voorkomt en sociale insluiting garandeert.

Dat is echter niet genoeg om de werkloosheid te bestrijden. Alleen het hebben van werk biedt geen bescherming tegen armoede. De toename van het aantal banen dat onzeker is en het aantal lage lonen betekent dat het percentage werknemers dat het risico loopt om in armoede te vervallen stijgt.

Volgens de rapporten van de EU bedragen de inkomens van meer dan 20 procent van de werknemers met een volledige baan in Litouwen minder dan 60 procent van het gemiddelde inkomen, terwijl dat in de EU als geheel 14 procent is. Een verhoging van het minimummaandloon zal helpen om de armoede terug te dringen, maar zal geen samenleving zonder geïsoleerde personen garanderen. Vooral jongeren verlaten Litouwen, niet alleen omdat ze geen geld en werk hebben (vorig jaar bereikte de werkloosheid onder jongeren in Litouwen een niveau van bijna 30 procent), maar ook omdat ze zich in de steek gelaten voelen, en machteloos tegen besluiten die gevolgen hebben voor hun dagelijkse leven. Dat moet veranderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Derek Vaughan (S&D), schriftelijk. – (EN) Ondanks alle inspanningen overal ter wereld en de toezeggingen van een groot aantal internationale instellingen, waaronder de EU, is de strijd tegen de armoede nog lang niet gewonnen. Het aantal mensen dat in Europa in armoede leeft, is tussen 2005 en 2008 gestegen van 16 naar 17 procent. In Europa bestaat er consensus, zowel bij de regeringen als bij de burgers, dat we de armoede moeten uitbannen. Nu we de doelstellingen van de Europa 2020-strategie tegen het licht houden, moeten we opnieuw nadenken over de maatregelen die we kunnen nemen om de armoede te bestrijden.

Ik steun het verslag-Figueiredo, waarin wordt gevraagd om een heroverweging van het beleid van de EU om armoede en sociale uitsluiting te bestrijden en om de opname van uitdagende, maar haalbare en duidelijke doelstellingen in de Europa 2020-agenda. Ik sluit me aan bij de oproep van de Europese bevolking om een eind te maken aan de armoede en ongelijkheid door de tenuitvoerlegging van doelmatige, inclusieve en toekomstgerichte strategieën waarmee proactief de armoede overal ter wereld wordt bestreden.

 
  
MPphoto
 
 

  Angelika Werthmann (NI), schriftelijk. (DE) Ongeveer 85 miljoen burgers in de Europese Unie lopen nu het risico om in armoede te geraken. Hier vallen verschillende groepen onder: het armoederisico is hoger voor kinderen en jongeren tot 17 jaar; dat wil zeggen dat een op de vijf kinderen en jongeren slachtoffer is van armoede. Ook ouderen staan bloot aan een hogere armoededreiging dan de bevolking in het algemeen. In 2008 ging het om ongeveer 19% van de bevolking van 65 jaar of ouder. Het niveau van armoededreiging voor degenen die een baan hadden, de zogenaamde arme werknemers, bedroeg echter gemiddeld 8% in 2008. Het concept van een minimuminkomen zal aanzienlijk bijdragen aan de sociale integratie van de risicogroepen. Bij het opstellen van de richtlijn moet echter de grootst mogelijke aandacht worden besteed aan maximale controle en het voorkomen van mogelijke “exploitatie” van deze sociale steun. Als we alleen al kijken naar het aantal mensen dat een werkeloosheidsuitkering ontvangt: er zijn 23 miljoen mensen aan wie een werkloosheidsuitkering dient te worden verstrekt om een waardig leven te leiden.

 
  
  

- Verslag-Berès (A7-0267/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk. (PT) In dit verslag geven we steun aan de voortzetting van het werk van de Bijzondere Commissie financiële, economische en sociale crisis, die na meerdere vergaderingen tot een conclusie is gekomen en specifieke aanbevelingen heeft gedaan. Daarom heb ik voor dit verslag gestemd. Er moet echter nog meer en specifieker werk worden verricht voordat er op deze basis een uitwisseling met de nationale parlementen kan plaatsvinden, deze aanbevelingen kunnen worden omgezet in wetsontwerpen en de daaruit voortvloeiende doelstellingen kunnen worden omgezet in een werkprogramma. Wanneer we het werk van deze Bijzondere Commissie zouden beëindigen, zouden we de indruk wekken dat we de crisis achter de rug hebben, terwijl de situatie op de financiële markten nog niet gestabiliseerd is en we de economische en sociale gevolgen van deze enorme crash nog niet kunnen overzien, met alle ernstige gevolgen op de lange termijn van dien. We hebben allerlei dossiers al aangepakt, of we zullen ze aanpakken, en ik bedoel de Europa 2020-strategie en de nieuwe richtlijnen, economisch bestuur, financiële vooruitzichten, regulering en toezicht, de hervorming van het mondiaal bestuur en de vertegenwoordiging van de EU. In alle gevallen moeten we allereerst onder ogen zien dat het huidige model een crisis doormaakt. Wanneer die Commissie verder zou kunnen gaan, zou dat er onder andere toe leiden dat we al deze punten serieus kunnen behandelen, en op basis van een nog te bepalen werkprogramma analyses en politieke aanbevelingen zouden kunnen ontwikkelen. Vervolgens zouden we dan in de tweede helft van 2011 een follow-upverslag kunnen opstellen.

 
  
MPphoto
 
 

  Charalampos Angourakis (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) Wij stemmen tegen het verslag omdat het offensief van het kapitaal en zijn politieke vertegenwoordigers tegen de werkende klasse een algemeen verschijnsel is en niets te maken heeft met begrotingstekorten of hoge schulden. De stellingnames van de EU-functionarissen, maar ook de resolutie van het Europees Parlement bevestigen dit. De tegenstellingen binnen het imperialisme kunnen niet worden opgeheven en zullen voortdurend groter worden. De EU en de G20 stellen alleen maar plannen op om het volk een groter deel van zijn inkomen afhandig te maken, om het grootkapitaal het vermogen van het volk op te laten slokken en zijn eigen winst te vermeerderen, om de uitbuiting van de werkende klasse te vergroten en om socialezekerheids- en arbeidsrechten te beknotten. De maatregelen waartoe gemeenschappelijk wordt besloten, versterken de monopolies en wentelen de kapitalistische crisis af op de werkenden, terwijl de EU en de plutocratie tegelijkertijd proberen de pil te vergulden. Ze presenteren nieuwe modellen van economisch bestuur, groene economieën, en beloven dat er licht is aan het einde van de tunnel om valse hoop te wekken en de maatschappelijke consensus te verstoren. De massademonstraties in Griekenland, Frankrijk, Italië en andere landen vormen het onomstotelijke bewijs dat de werkenden de keuzes van het grootkapitaal afwijzen. En die afwijzing kan – en moet – een afwijzing van de monopolies en het imperialisme worden en worden omgezet in een strijd voor de macht van het volk.

 
  
MPphoto
 
 

  Liam Aylward (ALDE), schriftelijk. – (GA) De Europa 2020-strategie is van essentieel belang voor het concurrentievermogen, de duurzaamheid en de sociale kenmerken van de Unie, en ik heb gestemd voor wat in het verslag wordt gezegd over de aandacht die de komende jaren moet worden besteed aan initiatieven op het gebied van energie, onderzoek, innovatie, gezondheidszorg en onderwijs. Ik ben het er volledig mee eens dat onderwijs de kern van de economische strategie van de Unie moet vormen en dat er meer steun moet worden gegeven aan programma's als 'Een leven lang leren', Erasmus en Leonardo voor onderwijs en opleiding in het buitenland en dat de burgers van Europa een betere toegang tot deze programma's moeten krijgen. Onderzoek en ontwikkeling zijn van cruciaal belang voor het concurrentievermogen, en studenten en onderzoekers moeten worden gesteund en aangemoedigd wanneer ze gebruik willen maken van de mogelijkheden voor grensoverschrijdende mobiliteit, terwijl de toegang tot financiering transparanter en eenvoudiger moet worden.

Ook steun ik wat in het verslag wordt gezegd over het verbeteren van het vermogen van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) om krediet te krijgen, het verminderen van de bureaucratische rompslomp voor kmo's bij de aanbesteding van overheidsopdrachten en de instelling van een éénloketprocedure voor alle administratieve aangelegenheden van kmo's.

 
  
MPphoto
 
 

  Izaskun Bilbao Barandica (ALDE), schriftelijk. − (ES) Verschillende factoren hebben geleid tot de crisis waarin we ons nu bevinden: onder andere speculatie op de financiële markt en de ontwikkeling van een interne vraag gedurende de laatste jaren op basis van consumentenkrediet. De meeste oorzaken hebben we in dit Parlement reeds uitvoering besproken; nu moeten we naar de toekomst kijken. Een deel van de uitvoering van de inhoud van dit initiatief speelt zich namelijk af in de toekomst. Daarom moet Europa het probleem van de vergrijzing overwinnen. Europa moet de financiële markt van de Unie reguleren, herschikken, er toezicht op houden en de coördinatie ervan verbeteren en daarna, met die kracht, een actieve rol spelen op wereldvlak. We moeten stappen ondernemen om de coördinatie tussen de verschillende lagen van bestuur te versterken en een nieuw economisch groeimodel definiëren dat gepaard gaat met menselijke en sociale ontwikkeling, dat gericht is op Europese solidariteit, op de verbetering van het concurrentievermogen en het onderwijs, op innovatie, op nieuwe technologieën en op kennis. Alleen dan kunnen we ervoor zorgen dat Europa de wereld echte kansen te bieden heeft.

 
  
MPphoto
 
 

  Mara Bizzotto (EFD), schriftelijk. (IT) We hebben gestemd over een extreem lang en ingewikkeld verslag, met een gecompliceerde tekst en structuur. Er is echter één probleem met de overtuigingskracht ervan: de werkelijke onderliggende oorzaak van de economische crisis waarin we ons bevinden krijgt onvoldoende aandacht, al wordt er wel naar verwezen in de overwegingen. De oorzaak was niet incidenteel, maar structureel – en niet alleen in economische zin. De financiële crisis is in de eerste plaats veroorzaakt door de door ’s werelds financiële en politieke elite gecultiveerde illusie dat in het derde millennium de economie en welvaart meer gebaseerd zouden kunnen worden op financiën dan op de productie van goederen, meer op de verbazingwekkende producten van ‘financial engineering’ dan op dat wat werkelijk wordt gecreëerd, geproduceerd, verkocht en verhandeld door de honderden miljoenen bedrijven in de hele wereld. Als we het economische en politieke belang niet inzien van een herstel van de reële economie, in plaats van de virtuele economie, lopen we gevaar met het verslag een cruciale fout te maken: manieren voorstellen om uit de crisis te geraken die als het erop aankomt geen echte oplossingen vormen. Europa heeft geen verder centralisering van economische macht op EU-niveau nodig. Europa heeft ondernemingszin en minder bureaucratie nodig. Ik heb daarom tegen het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Vilija Blinkevičiūtė (S&D), schriftelijk. (LT) Ik heb voor dit verslag gestemd omdat de huidige financiële crisis, die de economische en financiële sector hard heeft getroffen, een algemene economische en sociale crisis heeft veroorzaakt waarin Europese burgers nog steeds in armoede leven, de sociale ongelijkheden nog groter worden en het aantal werkende armen toeneemt.

Ik wil onderstrepen dat de recessie verder is verergerd door het feit dat de verschillende nationale economische herstelplannen onvoldoende worden gecoördineerd, omdat het zeer waarschijnlijk is dat met coördinatie op EU-niveau meer kan worden bereikt dan met de meeste programma’s op nationaal niveau. In de Europa 2020-strategie heeft de Europese Unie zich verbonden aan het bestrijden van de werkloosheid, het vergroten van de werkgelegenheid en het terugdringen van de armoede en sociale uitsluiting, maar de uitvoering van deze strategie moet een gezamenlijke inspanning zijn, als onderdeel van het crisisbeheer en het strategische planningsproces voor na de crisis.

Ik ben het eens met het standpunt van het Parlement dat deze strategische doelstelling van de Europese Unie ook moet worden nagestreefd door nauw samen te werken met de nationale regeringen, de sociale partners en het maatschappelijk middenveld en dat het Europees Parlement daar sterker bij moet worden betrokken.

 
  
MPphoto
 
 

  Vito Bonsignore (PPE), schriftelijk. − (IT) De goedkeuring van dit complexe verslag is een zeer belangrijke stap voor de Europese gemeenschap, die luidkeels roept om duidelijke antwoorden en snelle oplossingen om deze lastige economische crisis te boven te komen. Ik heb vóór gestemd, omdat de tekst die vandaag is goedgekeurd beginselen bevat die altijd de basis hebben gevormd van het economische beleid van mijn fractie. Ik doel hier onder meer op de noodzaak van meer begrotingsconsolidatie, een versterking van het stabiliteit- en groeipact en de voltooiing van de interne markt.

Ik ben ervan overtuigd dat Europa een radicale transformatie moet ondergaan om haar groeipotentieel te verdubbelen. Dit kan alleen worden bereikt door betere coördinatie van het economische en fiscale beleid van de lidstaten. Allereerst moet naar mijn mening de financiële regelgevingssector worden herzien, aangezien die heeft laten zien dat hij niet alleen niet deugt, maar ook een van de belangrijkste oorzaken van de crisis is geweest. Tevens moet de EU op korte termijn diverse problemen oplossen, te beginnen met de problemen op het gebied van werkgelegenheid, demografie en het pensioenstelsel. Alvorens daarmee te beginnen moeten we echter beleidsmaatregelen nemen ter ondersteuning van kleine en middelgrote ondernemingen, aangezien zij de drijvende kracht en het economisch hart van Europa vormen, in het bijzonder door fiscale maatregelen en stimulansen te bevorderen die hun toegang tot krediet vereenvoudigen.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk. (PT) Ik heb voor dit verslag gestemd, omdat ook ik vind dat de Commissie volledige verantwoordelijkheid moet nemen om de sturing en financiering van projecten op de volgende gebieden te waarborgen: nieuwe investeringen in onderzoek naar en ontwikkeling en toepassing van hernieuwbare energiebronnen, in energie-efficiëntie, met name in het Europese gebouwenbestand, en in een efficiënter gebruik van hulpbronnen in het algemeen; uitbreiding van het Europese energienet door interconnectie van nationale netten en stroomdistributie vanuit grotere centrales voor de productie van hernieuwbare energie naar de consumenten, alsmede de introductie van nieuwe vormen van energieopslag en het Europese HVDC-"supernetwerk" voor hoogspanningsgelijkstroom; bevordering van EU-infrastructuur in de ruimte ten behoeve van radionavigatie en aardobservatie met het oog op nieuwe EU-diensten en de ontwikkeling van innovatieve toepassingen, alsmede op de tenuitvoerlegging van EU-wetgeving en -beleid; snelle toegang tot internet in de hele Unie, zodat vlot uitvoering wordt gegeven aan de digitale agenda van de EU en alle burgers over een betrouwbare, vrije toegang beschikken.

 
  
MPphoto
 
 

  David Casa (PPE), schriftelijk. – (EN) In dit verslag wordt gedetailleerd en grondig gekeken naar de oorzaken van de economische crisis en de ontwikkelingen die op EU-niveau in gang zijn gezet om de impact van toekomstige crises te voorkomen, in de kiem te smoren of ten minste te verzachten. De conclusies die in het verslag worden getrokken, zijn evenwichtig en bieden een accuraat overzicht van de oorzaken en gevolgen van de crisis. Het verslag heeft ook meerwaarde voor het huidige debat over mogelijke wegen vooruit. Daarom heb ik besloten om voor dit verslag te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Françoise Castex (S&D), schriftelijk. (FR) De crisis die wij sinds de zomer van 2007 beleven, heeft 60 triljoen dollar gekost, en nog steeds is er geen sprake van herstel. Net als mijn collega-parlementariërs heb ik voor deze tekst gestemd. Hiermee willen wij laten zien dat politieke verantwoordelijkheid en ambitie samen kunnen gaan. Als alternatief voor de kakofonie tussen de Commissie, de werkgroep-Van Rompuy en de tandem Merkel-Sarkozy over het economisch bestuur stellen wij een helder plan voor: wij willen een Mijnheer of Mevrouw Euro benoemen die belast wordt met de interne en externe samenhang van de keuzen die de Unie op het gebied van het economisch beleid maakt.

 
  
MPphoto
 
 

  Nessa Childers (S&D), schriftelijk. – (EN) Ik heb voor het verslag-Berès gestemd omdat ik het grootste deel van de inhoud van het verslag steun. Voortzetting van het gedetailleerde debat over één kwestie in het bijzonder, namelijk een gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting (CCCTB), blijft echter nodig. Ik ben het ermee eens dat ervoor moet worden gezorgd dat bedrijven hun plicht om de samenleving te ondersteunen door via een billijke vennootschapsbelasting een deel van hun winst bij te dragen, niet kunnen ontlopen door gebruik te maken van verschillende vennootschapsbelastingstarieven in verschillende lidstaten.

Speciale aandacht moet worden besteed aan de negatieve gevolgen die een CCCTB kan hebben voor kleine landen als Ierland, waarvan de welvaart en het werkgelegenheidsniveau in hoge mate afhangen van zijn vermogen om buitenlandse investeringen aan te trekken. Ik wil ook opmerken dat de Ierse Labourpartij geen voorstander van een CCCTB is.

 
  
MPphoto
 
 

  Nikolaos Chountis (GUE/NGL), schriftelijk. – (EN) Ik heb tegen het verslag gestemd, omdat links niet kan instemmen met een verslag dat is voortgekomen uit een compromis tussen de socialisten en Eurorechts, een verslag dat de kern van het probleem, namelijk de belangrijkste oorzaken van de economische en sociale crisis, niet raakt. Het verslag bindt het Europees Parlement in politiek opzicht aan de desastreuze voorstellen van Merkel, Sarkozy en de taskforce om de verdragen en het Stabiliteitspact aan te scherpen, wat leidt tot afbraak van de welvaartsstaat en een verslechterde positie van de werkenden.

Wij van onze kant hebben kritiek geuit op het Stabiliteitspact, dat antisociaal is en de ontwikkeling ondermijnt, op de institutionele en politieke tekortkomingen van de EMU, de antidemocratische werking van de ECB, de onevenwichtige ontwikkeling binnen de EU, en wij hebben voorstellen gedaan om uit de crisis te komen, met inachtneming van de arbeidsrechtelijke en sociale verworvenheden. Helaas echter houden geest en letter van de tekst vast aan het desastreuze neoliberale beleid, dat ten koste gaat van de werkenden, tot recessie en werkloosheid leidt en de crisis verergert.

 
  
MPphoto
 
 

  Lara Comi (PPE), schriftelijk. − (IT) We hebben harde lessen geleerd van de crisis en we zullen nog meer moeten leren van de statische en dynamische aspecten van het economisch beleid. Het is onze taak om iets op te steken van deze lessen en ze in de praktijk te brengen om de economie weer op gang te helpen. We moeten fouten die in het verleden zijn gemaakt voorkomen en fenomenen die we niet eerder hebben opgemerkt gaan herkennen. Maar bovenal moeten we op grondige wijze nagaan wat de relaties zijn tussen de reële en de financiële economie en daarmee de werkgelegenheid en het algemene welzijn beschermen tegen dit soort shocks. De Europese Unie moet echter meer doen. Ze moet toegevoegde waarde creëren, de instrumenten die goed hebben gewerkt (zoals de munteenheid) versterken, de instrumenten die kunnen worden verbeterd (zoals de coördinatie van het fiscale en het begrotingsbeleid) verfijnen en schaalvoordelen creëren voor een snel en duurzaam herstel. Ik vind het zeer positief dat het Parlement over deze thema’s reflecteert en de situatie in de gaten blijft houden, zolang deze signalen maar worden vertaald in concrete en efficiënte maatregelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Maria Corazza Bildt, Christofer Fjellner, Gunnar Hökmark en Alf Svensson (PPE), schriftelijk. − (SV) Wij stemden voor dit verslag, maar zijn sterk gekant tegen de aanbeveling betreffende de invoering van een belasting op financiële transacties en de verdeling van de schulden onder de eurolanden, waar we tegenstemden.

 
  
MPphoto
 
 

  Corina Creţu (S&D), schriftelijk. (RO) Ik heb om twee redenen gestemd voor aanneming van dit verslag. De eerste reden is dat de auteurs ervan prachtig werk hebben verricht, met een uitgebreide analyse van de oorzaken en gevolgen van de economische crisis op de wereldeconomie enerzijds en de Europese economie anderzijds. Mijn tweede reden om vóór te stemmen is dat het verslag een aantal belangrijke aanbevelingen bevat in de paragraaf “De toekomst – een Europa met een toegevoegde waarde”. We moeten inzien dat een specifieke kortetermijnfocus op winst in Europa heeft geleid tot een enorm verlies aan banen in sectoren die belangrijke toegevoegde waarde bieden, terwijl daar onzekere en kwaliteitsarme banen voor in de plaats zijn gekomen. De tijd is aangebroken om deze tendens te keren door de Europese Unie te herindustrialiseren en haar vermogen te herstellen om innovatief te zijn en werkgelegenheid te scheppen in sectoren gebaseerd op onderzoek en ontwikkeling en nieuwe technologieën.

 
  
MPphoto
 
 

  Anne Delvaux (PPE), schriftelijk. (FR) Ik ben blij met deze stemming, want het was belangrijk eindelijk te spreken over sancties in geval van niet-naleving van het stabiliteits- en groeipact, dat maar al te vaak door de lidstaten lichtvaardig met voeten wordt getreden.

Wij moeten een doeltreffend stimulerings- en sanctioneringsmechanisme instellen dat bij de uitvoering van het stabiliteits- en groeipact wordt toegepast en dat moet helpen voorkomen dat de huidige crisis nog verergert en dat zich in de toekomst een nieuwe crisis voordoet. Daarom heb ik mijn steun gegeven aan de paragraaf waarin de Commissie wordt verzocht te zorgen voor een scherpere Europese sanctieregeling die duidelijk onder haar bevoegdheid valt, om de lidstaten te dwingen aan de regels van het stabiliteits- en groeipact te voldoen.

 
  
MPphoto
 
 

  Harlem Désir (S&D), schriftelijk. (FR) De crisis heeft de tekortkomingen van de economische en monetaire unie aan het licht gebracht, de euro bijna naar de ondergang gevoerd en een verlies van miljoenen arbeidsplaatsen op het continent teweeggebracht. Met het verslag-Berès heeft het Europees Parlement zojuist een samenhangend voorstel aangenomen voor een strategie om Europa uit de crisis te halen en adequaat te reageren op de financiële, economische en sociale schokken die zij heeft veroorzaakt.

Dit voorstel omvat de totstandbrenging van een werkelijk financieel toezicht, waarmee we reeds een begin hebben gemaakt, maar dat aanzienlijk moet worden versterkt; een belasting op financiële transacties om de markten te reguleren, collectieve goederen te financieren en de overheidstekorten terug te dringen; de coördinatie van het economisch beleid en de begrotingen van de lidstaten ten behoeve van duurzame groei; de benoeming van een Mijnheer of Mevrouw Euro om leiding te geven aan de eurozone en om deze zone als eenheid te laten optreden in de G20 en binnen het IMF; en de instelling van een Europese energiegemeenschap.

Het wordt tijd dat Europa weer in beweging komt. Dat verwachten de burgers van ons. In een wereld die voortdurend verandert, is stilstand achteruitgang. Daarom moeten we nu, na aanneming van dit verslag, de handen uit de mouwen steken.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk. (PT) Ik heb gestemd voor dit verslag over de financiële, economische en sociale crisis en over de aanbevelingen voor maatregelen en initiatieven op EU-niveau, omdat daarin concrete maatregelen worden voorgesteld voor het overwinnen van de economische en sociale crisis door het opbouwen van een werkelijk Europese sociale markteconomie, met het oog op duurzame groei, werkgelegenheid en sociale inclusie.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. (PT) De economische en financiële crisis laat zich veel langer voelen dan gehoopt, en de maatschappelijke gevolgen zijn nog ernstiger. Zoals ik al eerder heb betoogd, en zoals dit verslag ook bevestigt, toont deze crisis aan dat we meer Europa nodig hebben. In een groot gebied als de EU, waarbinnen vrij verkeer over grenzen plaatsvindt en zich één interne markt bevindt, kunnen we niet meer de weerstand accepteren die hoort bij een systeem van bemiddeling, controle en toezicht op basis van de macht van afzonderlijke staten, een macht die gering en beperkt is in relatie tot de situatie in Europa en de rest van de wereld. Een versterking van de economische bestuursmogelijkheden, het financiële toezicht en de bevoegdheden om beleid en economische en monetaire kwesties te coördineren van en door de EU-instellingen zal leiden tot meer stabiliteit en een groter vermogen om snel en efficiënt te handelen. Ik wil het belang benadrukken van erkenning van de Europa 2020-strategie, waarin onderzoek en innovatie als centraal worden aangemerkt voor het concurrentievermogen van bedrijven en het creëren van werkgelegenheid. Ik wil nog eens herhalen dat voor het herstel en de dynamisering van de economie groot belang moet worden gehecht aan de interne markt en kleine en middelgrote ondernemingen, reden waarom maatregelen worden getroffen om hun consolidering en voortdurende ontwikkeling te bevorderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Ik heb tegen dit verslag gestemd, omdat het oorspronkelijke voorstel van de rapporteur verdraaid is, en er standpunten zijn opgenomen die leiden tot het toepassen van maatregelen die juist tot de crisis hebben geleid. Er wordt ook gepleit voor boetes voor lidstaten die zich niet aan het stabiliteits- en groeipact houden. Er staan nog wel een paar voorstellen van sociale aard in, maar de algemene koers is verkeerd.

De voorstellen die wij tijdens de plenaire vergadering hebben gedaan, zijn daarentegen weggestemd, met name over de volgende onderwerpen:

- Wij zijn tegen de wetgevingsvoorstellen die de Commissie onlangs heeft gedaan over economisch bestuur, met boetes – dat zou de al lage groeipercentages in de lidstaten nog verder onder druk zetten. Wij pleiten voor een ambitieus Europees investeringsplan ten gunste van de werkgelegenheid.

- Wij verheugen ons over de hoge opkomst bij de Europese dag van de mobilisering tegen bezuinigingen en onzekerheid, die de Unie op 29 september 2010 heeft georganiseerd. Dit was een politiek belangrijk evenement, en wij staan achter de eisen die daar zijn gesteld: zekere banen en een fatsoenlijk loon, een hoge mate van sociale bescherming, bescherming van de koopkracht, gegarandeerd betere pensioenen en gegarandeerd hoogwaardige en voor iedereen toegankelijke openbare en sociale diensten.

- Wij veroordelen met alle kracht de rol die belastingparadijzen hebben gespeeld bij het bevorderen en plegen van fraude, belastingontduiking en kapitaalvlucht.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. (FR) Wanneer in dit Parlement over de economische, sociale en financiële crisis wordt gesproken, gaat men gewoonlijk voorbij aan de kern en probeert men het systeem te redden in plaats van het aan de kaak te stellen. Het verslag-Berès vormt daarop geen uitzondering. Het bekrachtigt zelfs het geloof in de zelfregulerende kwaliteiten van de markt, die men pretendeert een meer ethisch karakter te kunnen geven.

Men gelooft in de zegeningen van de mondiale concurrentie en het ongebreidelde vrije verkeer van kapitaal en goederen. Toezicht houden op een systeem dat niet werkt, zal niet helpen de ernstigste ontsporingen van dat systeem te voorkomen. Het bankwezen heeft zijn cynische houding getoond door van tevoren de staatssteun terug te betalen waarmee het zijn ondergang kon vermijden, zodat het zelfs zijn meest schandalige gedragingen niet hoefde te veranderen.

Het hele mondiale financiële stelsel, zoals het nu functioneert, is schadelijk voor de reële economie. Het bevordert speculeren en de totstandkoming van complexe producten, die vaak ondoorzichtig en mogelijk dubieus zijn. Het produceert op lucht gebaseerde rijkdom. Het zorgt ervoor dat bedrijven strategieën voor de zeer korte termijn uitdenken, en begunstigt aandeelhouders ten koste van andere economische spelers. Te pretenderen dat we toezicht op dit systeem houden, is niet genoeg. We moeten het veranderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nathalie Griesbeck (ALDE), schriftelijk. (FR) Naast het verlies van miljoenen banen op het Europese vasteland en de verschillende bedreigingen van de euro, heeft de recessie de afwezigheid benadrukt van een krachtig en geharmoniseerd economisch bestuur binnen de Europese Unie en het tekortschieten van het financiële toezicht.

Dat ik vóór deze resolutie heb gestemd, komt dan ook doordat hiermee wordt beoogd deze kwalen aan te pakken en de invoering wordt bepleit van een belasting op financiële transacties, die als voordelen zou hebben dat speculatie wordt tegengegaan, de markten worden gereguleerd en dat wordt bijgedragen aan de financiering van mondiale collectieve goederen, maar ook aan het verkleinen van de overheidstekorten. Dit is een krachtige maatregel waarvoor ik me al geruime tijd sterk maak, en ik ben er dan ook blij mee.

 
  
MPphoto
 
 

  Sylvie Guillaume (S&D), schriftelijk. (FR) Ik heb steun gegeven aan het verslag van mijn Franse socialistische collega mevrouw Berès over de financiële, economische en sociale crisis. Deze ambitieuze tekst bevat talrijke ideeën en oplossingen om uit de crisis te raken, een duurzaam herstel te waarborgen en via mechanismen van bestuur en toezicht te voorkomen dat zich een nieuwe financiële crisis voordoet.

Met deze stemming bewijst het Europees Parlement dat politieke verantwoordelijkheid en ambitie samen kunnen gaan. De prioriteit ligt bij de werkgelegenheid, omdat het risico aanwezig is dat het economisch herstel niet gepaard zal gaan met een daling van de werkloosheid. De tekst nodigt ons uit om een werkelijke Europese energiegemeenschap in het leven te roepen. De benoeming van een Mijnheer/Mevrouw Euro die verantwoordelijk is voor de economische en monetaire keuzen van de Unie, betekent eveneens een grote vooruitgang. Ten slotte wordt gewezen op de noodzaak van een belasting van financiële transacties zodat eindelijk ook degenen die voor de crisis verantwoordelijk zijn, hun steentje moeten bijdragen.

 
  
MPphoto
 
 

  Gay Mitchell, Mairead McGuinness, Jim Higgins en Seán Kelly (PPE), schriftelijk. – (EN) De afgevaardigden van Fine Gael steunen het voorstel voor een richtlijn voor een gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting niet, maar hebben dit niet gezien als voldoende reden om tegen dit belangrijke verslag als geheel te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Anne E. Jensen (ALDE), schriftelijk. (DA) De Deense Liberale Partij heeft zich van stemming onthouden bij de eindstemming over het verslag-Berès over de financiële crisis, aangezien dit een positieve aanbeveling bevat ten aanzien van de realisatie van een belasting op financiële transacties.

 
  
MPphoto
 
 

  Alan Kelly (S&D), schriftelijk. (EN) Samen met mijn collega’s van Labour heb ik voor het verslag-Berès gestemd omdat ik het overgrote deel van de inhoud ervan steun. We moeten echter nog in detail verder debatteren over één specifiek onderwerp, namelijk een gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting. Ik ben het ermee eens dat moet worden gezorgd dat verschillen in vennootschapsbelastingsregelingen bedrijven niet in staat stellen zich te onttrekken aan hun verantwoordelijkheid om met een deel van hun winsten een bijdrage te leveren aan de samenleving via een billijke vennootschapsbelasting. Er moet echter speciale aandacht worden geschonken aan de negatieve gevolgen die harmonisatie van de grondslag voor de vennootschapsbelasting kan hebben voor kleine landen als Ierland, waarvan de welvaart en werkgelegenheidsniveaus in hoge mate afhangen van hun vermogen om buitenlandse investeringen aan te trekken. Ik wil ook opmerken dat de Ierse Labour Party geen steun verleent aan het idee van een gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting.

 
  
MPphoto
 
 

  Rodi Kratsa-Tsagaropoulou (PPE), schriftelijk. – (EL) Het verslag-Berès gaat over kwesties die belangrijk zijn voor de stabiliteit van de eurozone, en daar heb ik vóór gestemd.

Bij de eindstemming heb ik mij echter van stemming onthouden, enerzijds omdat ik geloof dat de economische en financiële problemen van de EU en de maatregelen die moeten worden genomen op een algemene en gesimplificeerde wijze worden benaderd, en anderzijds omdat er wordt gerefereerd aan voorstellen van de Commissie inzake sancties voor ongedisciplineerde lidstaten en andere, fiscale en financiële, maatregelen, waarover het Europees Parlement nog niet in debat is gegaan of tot een beslissing is gekomen.

Ik behoud mij daarom het recht voor om bij een volgende gelegenheid een specifieke mening te geven.

 
  
MPphoto
 
 

  Giovanni La Via (PPE), schriftelijk. − (IT) Ik heb vóór het verslag-Berès gestemd omdat ik geloof in de noodzaak van een daadkrachtige samenwerking tussen het Parlement, de Raad en de Commissie om uit de economische en financiële crisis te komen.

Het Internationaal Monetair Fonds heeft recentelijk een analyse gepresenteerd over de huidige stand van zaken van de mondiale economie, waaruit bleek dat het herstelproces nog steeds kwetsbaar en nog niet overal zichtbaar is. We staan inderdaad voor twee verschillende scenario’s: enerzijds een fase van sterke groei in de opkomende landen en anderzijds hoge werkloosheidscijfers en een traag herstel in economisch meer ontwikkelde landen.

Ik ben dan ook van mening dat het nuttig zou zijn een weg te bewandelen die gericht is op het waarborgen van voldoende soliditeit van de overheidsfinanciën, teneinde het vertrouwen in de markten te behouden en om ervoor te zorgen dat de burgers weer kunnen geloven in de zin van het Europese project.

 
  
MPphoto
 
 

  Thomas Mann (PPE), schriftelijk. (DE) Ik heb mijn steun aan het verslag van de bijzondere commissie gegeven, aangezien het een constructief compromis tussen alle betrokken fracties bevat. Wij hebben behoefte aan méér, niet aan minder Europa! Onze economieën zijn nauw met elkaar verbonden; nationaal egoïsme zou de gevolgen van de crisis alleen maar erger maken. In het verslag wordt een oproep gedaan voor een eenstemmige houding in Europa met betrekking tot essentiële kwesties. Het centrale fundament van ons handelen dient gevormd te worden door een duurzaam EU-beleid op financieel, economisch en werkgelegenheidsgebied. De aanbevolen maatregelen geven een duidelijk perspectief aan: de beoordeling van de kredietwaardigheid van bedrijven dient in de toekomst door een onafhankelijk Europees ratingbureau plaats te vinden; er moet een einde worden gemaaktaan zeer risicovolle speculaties door de invoering van een belasting op financiële transacties; en het Stabiliteits- en groeipact dient beter te worden afgestemd op de Europa 2020-strategie. Wij roepen de Commissie ondubbelzinnig op om een evenwicht te creëren tussen groei, gelijke kansen en stabiliteit op de financiële markten. Met het oog op het vergroten van de investeringen en dus ook het concurrentievermogen in Europa is het noodzakelijk om de belasting op arbeid te verlagen. Juiste de kleinere en middelgrote ondernemingen hebben behoefte aan een eenvoudigere toegang tot kredieten.

Op sociaal gebied heeft het stimuleren van menselijk kapitaal de hoogste prioriteit middels praktische en tastbare maatregelen op het gebied van onderwijs en opleidingen. Via talrijke openbare hoorzittingen, workshops en analyses hebben wij als lid van die bijzondere commissie een inhoudelijke bijdrage kunnen leveren aan het publieke debat. Het is belangrijk dat het Europees Parlement een duidelijk antwoord op crises geeft. Alleen op die manier kunnen wij onze geloofwaardigheid en het vertrouwen onder onze burgers vergroten.

 
  
MPphoto
 
 

  Mario Mauro (PPE), schriftelijk. − (IT) Mijn stem vóór het verslag is geheel te danken aan de nieuwe overeenkomst, die met name dankzij de Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten) tot stand is gekomen. Het ontwerp dat de rapporteur in eerste instantie had voorgelegd, was een duidelijke ideologische provocatie en diende daarom in zijn geheel te worden aangepast. Volgens het Internationaal Monetair Fonds liggen de prioriteiten bij het corrigeren van de nog bestaande zwakheden in de financiële sector, het zorgen voor een sterke groei van de vraag en de werkgelegenheid, de houdbaarheid van schulden in stand houden, werken aan een beter evenwicht in de mondiale groei en het oplossen van de problemen die voortvloeien uit grote en vluchtige kapitaalbewegingen. Het verslag, waarin het grote belang van het zorgen voor een goede gezondheid van de overheidsfinanciën wordt erkend om het vertrouwen in de financiële en reële markten te behouden, ligt volledig in lijn met de meest recente, door de Italiaanse overheid goedgekeurde begroting, die is gericht op het terugdringen van het begrotingstekort tot onder de drempel van 3 procent.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) De Bijzondere Commissie financiële, economische en sociale crisis (CRIS) is ingesteld ten behoeve van een diagnose van de factoren die tot de crisis hebben geleid, een vaststelling van de zaken die de EU niet heeft opgemerkt waardoor de crisis onverwacht kwam, en het beramen van maatregelen en initiatieven om vergelijkbare situaties in de toekomst te vermijden en om economieën nieuw leven in te blazen en de in sommige lidstaten aanhoudende crisisscenario’s een definitief halt toe te roepen. Ik ben van mening dat de Bijzondere Commissie financiële, economische en sociale crisis haar taken naar behoren heeft uitgevoerd en dat zij in dit document nieuwe wegen, maatregelen en initiatieven presenteert waardoor de EU veel beter voorbereid zal kunnen zijn op crises die in de toekomst mogelijk nog zullen optreden.

 
  
MPphoto
 
 

  Louis Michel (ALDE), schriftelijk. (FR) Ik steun het verslag-Berès waarin wordt opgeroepen tot meer Europa en niet tot minder Europa en tot meer efficiëntie en minder bureaucratie en waarin wordt erop wordt gewezen dat de Unie op het internationale toneel met één stem behoort te spreken.

Hoewel er weer sprake is van groei, moeten we niet de fout maken te geloven dat de economische crisis volledig achter ons ligt en vooral niet dat wij de oorzaken ervan afdoende hebben aangepakt. Een van de lessen die wij uit deze crisis moeten leren, is het besef dat een mondiaal bestuur (een wereldstaat) ontbreekt. Wat wij nodig hebben, is een rechtvaardiger verdeling van de rijkdom tussen landen en binnen elk land. Daar ligt de werkelijke crisis. Daarom ben ik ervoor dat de Europese Raad een G20-top belegt die uitsluitend aan deze problematiek is gewijd.

Wat betreft ontwikkeling benadruk ik, net als het verslag-Berès, hoe belangrijk het is dat de lidstaten hun toezeggingen uit 2005 op het gebied van de officiële ontwikkelingshulp gestand doen. Niets rechtvaardigt een vermindering van de officiële ontwikkelingshulp. De officiële ontwikkelingshulp moet blijven stijgen en mag niet lijden onder de gevolgen van de financiële crisis.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) De financiële crisis heeft een einde gemaakt aan het sprookje van de zichzelf regulerende financiële markten. De wereldwijde crisis is met name veroorzaakt door de ondoorzichtigheid van financiële producten en door de zeer riskante pakketconstructies in combinatie met het softe valutabeleid van de VS en belangenconflicten bij de ratings. De economische crisis die hierdoor is ontstaan en de gestegen werkloosheidspercentages en bezuinigingen op sociaal gebied, geven de lidstaten van de EU en hun burgers nog steeds veel stof tot nadenken. De noodmaatregelen hebben de neerwaartse spiraal slechts voor korte termijn tegen kunnen houden. Op de lange termijn worden de onderliggende problemen hierdoor alleen maar verplaatst. De crisis mag onder geen beding gebruikt worden om de bevoegdheden van de EU te vergroten.

Eurocratie en bureaucratie vormen geen antwoord op de crisis, maar zijn door hun nivellerende werking en door het negeren van de culturele verschillen juist mede debet aan die crisis. Er is niets tegen een betere coördinatie of tegen betere afspraken op EU-niveau; een Europese economische regering moet echter absoluut van de hand worden gewezen, en dat is de reden dat ik dit verslag zonder meer verwerp.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. − (IT) Ik heb vóór het tussentijdse verslag van de Bijzondere Commissie financiële, economische en sociale crisis gestemd. Als lid van deze bijzondere commissie heb ik actief meegewerkt en bijgedragen aan de opstelling van dit verslag. Ik ben met name van mening dat het publieke systeem in de sociale markteconomie, die is erkend en als doelstelling is opgenomen in het Verdrag, enkele aanpassingen zou moeten maken, om het bereiken van een evenwicht te versnellen en te vergemakkelijken, teneinde verliezen en problemen te voorkomen of deze zoveel mogelijk te beperken. In plaats van het zoeken naar nieuwe wegen over te laten aan de productiesector, die hoe dan ook een radicale verandering zal moeten ondergaan, moeten wij ons daar juist op storten, door middel van hervormingsplannen, kredieten, richtingsveranderingen en andere passende middelen. Europa moet weer investeringen en productie aantrekken, door zich weer op de kaart zetten als model voor innovatie en groei op mondiaal niveau. Publieke en private financiële instellingen moeten zich inspannen om ervoor te zorgen dat de markten zodanig werken dat ze goed zijn voor de reële economie van kleine en middelgrote ondernemingen, zodat zij kunnen bijdragen aan het herstel van de economie en de groei van Europa.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Papastamkos (PPE), schriftelijk. – (EL) Ik heb mij van stemming over het verslag-Berès onthouden, omdat de voorstellen voor het Europees economisch bestuur niets doen aan de structurele problemen van de onvoltooide economische unie en de asymmetrie niet wegnemen tussen de 'gekortwiekte' economische unie en de volledige monetaire unie. En wat nog zwaarder weegt: omdat zij het economisch beleid en het economisch risico niet tot Europese aangelegenheid maken. Ze maken alleen van de sancties een Europese aangelegenheid door ze strenger te maken. Er is een volledig gebrek aan strategische richtsnoeren voor het bewaken van een evenwichtige ontwikkeling en het stimuleren van het concurrentievermogen van alle lidstaten.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk. (PT) Ik heb voor dit verslag gestemd omdat ik van mening ben dat de Commissie projecten op de volgende gebieden zou moeten doorvoeren en financieren: (1) onderzoek, ontwikkeling en gebruik van hernieuwbare energie; (2) het versterken van het Europees energienetwerk, waarbij nieuwe vormen van energieopslag zouden moeten worden gebruikt, maar ook het Europees supergrid voor hoogspanningsgelijkstroom (HVDC); (3) het bevorderen van de ruimte-infrastructuur in de EU op het gebied van radionavigatie en aardobservatie; (4) het garanderen van snelle toegang tot internet; (5) een voortrekkersrol voor de EU op het gebied van de e-gezondheid; (6) het voltooien van de definitie en de ontwikkeling van gezamenlijke normen voor elektromobiliteit. Op het vlak van de regulering van de financiële markten moet het Parlement proberen om een systeem van regulering en toezicht te ontwikkelen dat geldt voor alle financiële markten, instrumenten en instellingen. In dat verband moeten we vooral: (1) meer anticyclische regulering invoeren; (2) het systeemrisico van grote instellingen en markten voor derivaten beperken; (3) de pan-Europese en mondiale structuren voor de regulering en het toezicht versterken; (4) onderzoek verrichten naar het gebruik van transacties buiten de balans; (5) een heffing op financiële transacties invoeren; (6) nieuwe normen invoeren voor de statistische gegevens over de financiële sector.

 
  
MPphoto
 
 

  Mario Pirillo (S&D), schriftelijk. − (IT) Dit tussentijdse verslag over de financiële, economische en sociale crisis is een nuttig instrument om de huidige financiële situatie in Europa te analyseren, maar het laat vooral zien welke weg Europa moedig moet inslaan om te voorkomen dat dit soort situaties zich opnieuw voordoen.

Ik ben van mening dat Europa hiervoor, zoals het verslag terecht stelt, onmiddellijk sterke en gezaghebbende organen moet opzetten die op eenduidige wijze vorm kunnen geven aan de complexe economische beleidsmaatregelen van alle lidstaten. Ik ben ervan overtuigd dat Europa niet langer aan de zijlijn kan blijven staan en kan toezien hoe de lidstaten met gefragmenteerde en inconsistente maatregelen komen ter bestrijding van economische crises waarvan de gevolgen een ware bedreiging vormen voor het groeipotentieel van onze economieën.

 
  
MPphoto
 
 

  Rovana Plumb (S&D), schriftelijk. (RO) Het proces waarbij de lidstaten de EU 2020-strategie omzetten in nationale programma's moet bijdragen aan de totstandbrenging van een meer concurrerende, sociale en duurzame Europese Unie die haar burgers en de bescherming van haar milieu in de beleidsontwikkeling centraal stelt.

De prioriteit van de lidstaten moet uitgaan naar banen van hoge kwaliteit en de goede werking van arbeidsmarkten. Ook moeten ze zorgen voor de juiste sociale voorwaarden voor verbetering van de arbeidsparticipatie. De werkloosheid onder de bevolking van de EU bedraagt gemiddeld 10 procent, maar bereikt in sommige landen de 20 procent en onder jongeren zelfs meer dan 40 procent. Dit onderstreept het belang van goede en verantwoorde overheidsuitgaven in combinatie met stimulering van de ondernemingsgeest en het innovatiepotentieel van de particuliere sector voor het aanjagen van de economische en sociale vooruitgang.

Ik heb ingestemd met de noodzaak dat de lidstaten haalbare programma's opstellen die de arbeidsmarkt versterken door prikkels en voorwaarden voor werknemers te verbeteren, maar die het voor werkgevers ook aantrekkelijker maken om werknemers aan te werven en in dienst te houden. Tegelijkertijd moet de nadruk worden gelegd op fatsoenlijk werk, inclusief de bestrijding van zwartwerken, en op het openstellen van de arbeidsmarkt voor mensen die er nu van zijn uitgesloten.

 
  
MPphoto
 
 

  Miguel Portas (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Ik heb helaas tegen het verslag-Berès moeten stemmen. De eerste versie was werkelijk veelbelovend, zowel wat betreft de analyse van de oorzaken van de crisis als wat betreft de vele voorstellen om de crisis te overwinnen. De eisen van de rechtse fracties hebben het oorspronkelijke verslag echter op kritieke punten vervalst. Er staan nog wel meerdere goede voorstellen in, zoals het oprichten van een Europees ratingbureau, maar met het oog op het economisch bestuur is het verslag een "consensus van Brussel" geworden. We moeten kiezen tussen een tekort en staatsschulden of groei en werkgelegenheid, en in dit verslag wordt die kritieke keuze niet gemaakt. Daarom kan ik het niet steunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Paulo Rangel (PPE), schriftelijk. (PT) Ik heb vóór dit verslag gestemd omdat ik het ermee eens ben dat de Commissie de verantwoordelijkheid op zich moet nemen voor de sturing en financiering van projecten, vooral waar het gaat om nieuwe investeringen in onderzoek en ontwikkeling en de ontwikkeling en toepassing van hernieuwbare energie, alsmede snelle toegang tot internet in de hele Unie, zodat vlot uitvoering wordt gegeven aan de digitale agenda van de EU. Wat betreft financiële regulering moet het Parlement een systeem van toezicht en regulering nastreven dat geen financiële markt, instrument of instelling buiten beschouwing laat. Om tot een dergelijke overeenkomst te komen, zullen de pan-Europese en mondiale regulering en toezichtstructuren moeten worden aangescherpt.

 
  
MPphoto
 
 

  Carmen Romero López en Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk.(EN) Het doet ons genoegen dat het verslag met een overweldigende meerderheid is aangenomen, maar vooral dat de poging van de ALDE-Fractie om de paragraaf over de belasting op financiële transacties te verzwakken is mislukt en de op ons amendement gebaseerde tekst, waarin juist om de invoering van een belasting op financiële transacties wordt gevraagd, is aangenomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Oreste Rossi (EFD), schriftelijk. − (IT) Dit verslag is het resultaat van een compromis, aangezien er niet minder dan 1 625 amendementen zijn ingediend en het is verdeeld in een aantal hoofdpunten die ingaan op de oorzaken van de crisis, variërend van het uiteenspatten van de onroerendgoed-luchtbel tot ongedekte bankproducten en van het gebrek aan Europese belastingharmonisering tot de niet-naleving van het Stabiliteits- en groeipact. We kunnen allemaal de gevolgen hiervan zien: werkloosheid en minder rijkdom.

We kunnen niet anders dan nieuwe banen creëren, door het bedrijfsleven en onderzoek en ontwikkeling een impuls te geven en door maatregelen te nemen die transparantie belonen en gemeenschappelijke Europese regels bevorderen, bijvoorbeeld op het gebied van belastingen, btw en indirecte belastingen.

Het enige dubieuze is de invoering van een nieuwe belasting op financiële transacties, die in feite de eerste Europese belasting zou zijn die rechtstreeks ten goede komt aan de begroting van de Unie. Wij kunnen niet accepteren dat Europa, in tijden van crisis, zijn handen in de toch al lege zakken steekt van onze burgers.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Teixeira (PPE), schriftelijk. (PT) De Europese Unie maakt op dit moment waarschijnlijk een van de ernstigste economische en sociale crises sinds haar oprichting door. Dat betekent dat we met een grote uitdaging worden geconfronteerd: we moeten voor de problemen van vandaag oplossingen op de lange termijn bedenken.

Ik sta achter het oprichten van de Bijzondere Commissie financiële, economische en sociale crisis, en ik sta ook achter dit verslag. Ik vind dat we mechanismen voor het economisch bestuur nodig hebben, zeker ook door de coördinatie van en het toezicht op het beleid van de lidstaten in verband met de duurzaamheid van de overheidsfinanciën.

Ik betreur echter dat het Europees Parlement geen grotere rol speelt bij deze strategische taak van het vinden van oplossingen voor de crisis: het zou wenselijk zijn dat zowel het Europees Parlement als de nationale parlementen hier in de toekomst nauwer bij worden betrokken. Volgens mij zijn de cohesie-instrumenten in dit proces heel belangrijk.

Ten eerste moet de EU de coördinatie verbeteren en beter gebruik maken van de samenwerking tussen de verschillende bestuursniveaus en beleidsvormen. Ten tweede moeten we rekening houden met de territoriale kenmerken, en met het feit dat de gevolgen van de crisis asymmetrisch zijn. In het verslag wordt duidelijk gezegd dat de kracht van het cohesiebeleid bij de totstandbrenging van een koppeling tussen herstel en groei op de lange termijn werkelijk de volgende is: daar moeten strategische richtsnoeren worden uitgewerkt, en de lidstaten en de regio's moeten een reden hebben om ze te implementeren en de instrumenten om de doelstellingen na te streven.

 
  
MPphoto
 
 

  Viktor Uspaskich (ALDE), schriftelijk. – (LT) Dames en heren, Europa is niet alleen het slachtoffer geworden van de financiële en economische crisis. We hebben ook te maken met een enorme vertrouwenscrisis bij het publiek. Zowel in Litouwen als elders in Europa moeten we het vertrouwen van het publiek in onze financiële en politieke instellingen terugwinnen en een levensvatbaar en houdbaar financieel systeem ontwikkelen dat bescherming biedt tegen toekomstige crises. We hebben een transparant reguleringsmechanisme op meerdere niveaus en met een hoog moreel niveau nodig dat ten dienste werkt van het algemene publiek.

De financiële crisis heeft Litouwen wel heel hard getroffen – in 2009 kromp onze economie met 15 procent. Bij het ontwerpen van een strategie om uit de crisis te komen, moeten we regionale kenmerken en de uiteenlopende gevolgen van de crisis in aanmerking nemen. Ik verwelkom het feit dat de bijzondere commissie speciaal wijst op het belang van cohesie-instrumenten voor het geven van steun aan de EU-regio’s die die steun het hardst nodig hebben. Die kunnen ons helpen om de gevolgen van de crisis te overwinnen door essentiële investeringen in infrastructuur, bedrijven en werkgelegenheid te bevorderen.

Het succes van het herstel is ook sterk afhankelijk van het succes van de Europa 2020-strategie. Voor elke investeringsstrategie van de EU voor de lange termijn is het belangrijk om het concurrentievermogen in stand te houden en de interne markt (een van de motoren van de Europese groei) te versterken.

 
  
MPphoto
 
 

  Derek Vaughan (S&D), schriftelijk. – (EN) De afgelopen jaren is duidelijk gebleken dat onze economieën onderling afhankelijk van elkaar zijn en hebben we gezien welke problemen er kunnen ontstaan door een gebrek aan wetgeving, regulering of samenhang tussen de Europese economieën. Bij het vinden van een weg uit de crisis moeten we naar Europese oplossingen zoeken die de Europese economie sterker zullen maken en moeten we streven naar beter geïntegreerde financiële stelsels die goed zijn voor de bevolking van Wales en de hele Europese Unie.

Daarom heb ik voor de in het verslag-Berès gepresenteerde aanbevelingen met betrekking tot de na de financiële, economische en sociale crisis te nemen maatregelen en initiatieven gestemd. We moeten zoeken naar gemeenschappelijke oplossingen voor Europese problemen, onder eerbiediging van de keuzevrijheid van elke lidstaat door ze te laten beslissen hoe we verder moeten gaan. De Raad, de Commissie en het Parlement moeten samenwerken om een sterkere, robuustere wereldeconomie op te bouwen die goed is voor de Europese Unie als geheel.

 
  
MPphoto
 
 

  Marie-Christine Vergiat (GUE/NGL), schriftelijk. (FR) Vandaag, woensdag 20 oktober, heeft het Europees Parlement het verslag van de Bijzondere Commissie financiële, economische en sociale crisis aangenomen.

Wij van de Confederale Fractie Europees Unitair Links/Noords Groen Links hebben tegen dit verslag gestemd, omdat de daarin opgenomen voorstellen nogal surrealistisch zijn en absoluut geen rekening houden met de sociale mobilisatie die in de lidstaten van de Europese Unie al maandenlang gaande is tegen de bezuinigingsplannen, antisociale maatregelen en de afbraak van de sociale stelsels en openbare diensten. Dit zijn de enige maatregelen om de begrotingstekorten van de EU-lidstaten terug te dringen.

Het verslag sluit aan op de contrahervorming van de pensioenen die door Nicolas Sarkozy en zijn regering wordt voorgesteld en die door de Franse sociale beweging nu al weken wordt bestreden en bekritiseerd.

In dit verslag wordt dus nog steeds hoog opgegeven van het Stabiliteitspact en van maatregelen en beleidsvormen die wij al jaren aan de kaak stellen en waarvan het falen voor onze medeburgers steeds duidelijker zichtbaar wordt.

De overgrote meerderheid (501 stemmen) die voor dit verslag heeft gestemd, begrijpt beslist niets van de signalen van de burgers die in heel Europa nu al weken tegen de bezuinigingsplannen en bijbehorende contrahervormingen protesteren.

 
  
  

- Verslag-Feio (A7-0282/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk. (PT) Ik heb gestemd voor het verslag dat hier vandaag is voorgesteld en besproken, omdat het voor de EU een stap in de juiste richting is. In dit verslag pleiten we voor het oprichten van een soort Europees monetair fonds (EMF), dat verantwoordelijk zou zijn voor het toezicht op de ontwikkeling van de staatsschuld van de lidstaten, en dat een aanvulling zou zijn op het Stabiliteits- en groeipact (SGP) als een mechanisme van laatste toevlucht voor de lidstaten. Ik wil ook graag wijzen op het voorstel om een beleidsgroep op hoog niveau onder voorzitterschap van de Commissie in het leven te roepen, die het mandaat zou krijgen om mogelijke institutionele veranderingen te bestuderen die gepaard gaan met de permanente hervormingen van het economisch bestuur, inclusief de mogelijkheid van een gezamenlijke Europese schatkist (ECT), die de EU eigen financiële middelen ter beschikking zou moeten stellen en minder afhankelijk zou maken van transfers van de lidstaten. Bovendien zou die groep een haalbaarheidsevaluatie moeten maken over het opbouwen op de lange termijn van een systeem voor de emissie van gezamenlijke Europese obligaties waaraan de lidstaten kunnen deelnemen. Wanneer we beschikken over een degelijke effectbeoordeling, wanneer we duidelijk maken welke juridische alternatieven er bestaan, en wanneer we duidelijk definiëren hoe de Europese infrastructuur eruit moet zien en hoe die moet worden gefinancierd, zal het makkelijker worden om strategische projecten voor de lange termijn voor het opbouwen van een sterkere EU te ontwikkelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Zigmantas Balčytis (S&D), schriftelijk. – (LT) Ik heb voor dit verslag gestemd. De huidige economische, financiële en sociale crisis heeft laten zien dat het bestaande economischebestuursmodel in de Unie niet zo doeltreffend is gebleken als was voorzien. De afgelopen jaren heeft er onvoldoende convergentie plaatsgevonden tussen de lidstaten, en het afgelopen decennium zijn macro-economische en fiscale onevenwichtigheden in stand gebleven en zelfs groter geworden. Het toezichtskader was te zwak en de regels van het stabiliteits- en groeipact zijn onvoldoende in acht genomen, vooral die welke gericht zijn op preventie. Ik steun de voorstellen in het verslag dat we ernaar moeten streven acties met en tussen de lidstaten beter te coördineren, vooral om een herhaling van de recentelijk opgetreden situatie te voorkomen. Het is cruciaal dat de lidstaten zich volledig houden aan de op EU-niveau overeengekomen regels en beslissingen, zoals de regels en instrumenten van het Stabiliteits- en groeipact. De meeste aandacht moet uitgaan naar duurzame groei op de lange termijn, waarmee de randvoorwaarden worden geboden voor het creëren van kwaliteitsbanen, in plaats van naar winst op de korte termijn, hetgeen enorme schade heeft berokkend aan de financiële stabiliteit van de Europese markten.

 
  
MPphoto
 
 

  Izaskun Bilbao Barandica (ALDE), schriftelijk. − (ES) De huidige economische crisis heeft aangetoond dat binnen de Europese Unie de coördinatie van het economisch beleid, het beheerskader, het economisch toezicht en het regelgevingskader voor de financiële diensten niet goed gewerkt hebben. Dit alles heeft geleid tot instabiliteit en een afgenomen groei in Europa. In dat opzicht wil ik graag met klem mijn steun uitspreken voor de aanbevelingen die met dit voorstel gepaard gaan. Ze zijn bedoeld om een coherent en transparant kader op te zetten om de macro-economische ontwikkelingen in de EU en de lidstaten te controleren, het toezicht te verhogen, de regels van het Stabiliteits- en groeipact te versterken, het economisch bestuur te verbeteren, een sterk mechanisme op te richten om de overmatige schuldenlast in de eurozone te voorkomen en te verminderen, en de financiële en fiscale begrotingsinstrumenten te herzien. Ik wil benadrukken dat ik een verbetering van de vertegenwoordiging van de Unie naar de buitenwereld toe op het gebied van economische en monetaire zaken volledig steun.

 
  
MPphoto
 
 

  Vito Bonsignore (PPE), schriftelijk. − (IT) Ik wil de heer Feio bedanken voor zijn uitstekende werk bij de opstelling van dit complexe verslag. Ik heb vóór het verslag gestemd, omdat ik het van essentieel belang acht het economische bestuur van de Europese Unie te verbeteren. De financiële crisis heeft het ontbreken van echte politieke en economische coördinatie tussen de lidstaten aan het licht gebracht, evenals het gebrek aan efficiëntie van de verschillende controle-instrumenten. Het is dan ook tijd dat Europa een betrouwbaarder juridisch kader opstelt dat rekening houdt met de doelstellingen van de EU 2020-strategie, maar dat tegelijkertijd meer toezicht behelst op schulden en overheidsinkomsten, fiscale stimulansen voor kleine en middelgrote ondernemingen bevat, en de ontwikkeling van de interne markt en de integratie van de arbeidsmarkten bevordert. In het licht van recente overeenkomsten ben ik het echter niet eens met de invoering van cijfermatige regels, aangezien die voor sommige lidstaten te mechanisch en te lastig te verwezenlijken zouden kunnen zijn. We mogen niet vergeten dat giftige financiële producten en met name buitensporige private schulden (de zogenoemde subprime-hypotheken) aan de basis lagen van de financiële crisis. Met andere woorden, de crisis is veroorzaakt door een gebrek aan evenwicht in de private en de bankensector, niet door schulden van de lidstaten. Ten slotte ben ik het eens met aanbeveling 3 over verbetering van de coördinatie tussen de lidstaten door middel van jaarlijkse toezichtrapporten over de eurozone.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk. (PT) Ik heb voor dit verslag gestemd omdat ik het ermee eens ben dat er een samenhangend en transparant kader moet komen voor multilateraal toezicht op macro-economische ontwikkelingen in de Unie en de lidstaten. Ik roep op tot een jaarlijks debat tussen het Parlement, de Commissie, de Raad en afgevaardigden van nationale parlementen over de stabiliteits- en convergentieprogramma’s en de nationale hervormingsprogramma's, alsmede over een beoordeling van de nationale economische ontwikkelingen in het kader van het Europees Semester. Ik roep ook op tot de instelling, op nationaal niveau, van een mechanisme ter beoordeling van de uitvoering van de prioritaire punten uit de Europa 2020-strategie en de realisering van de relevante in het nationale hervormingsprogramma opgenomen nationale doelen, ter ondersteuning van de jaarlijkse evaluatie door de EU-instellingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nikolaos Chountis (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) Ik heb tegen het verslag gestemd, omdat het in het belang van het economisch bestuur van de Europese Unie de heersende politieke opvatting van nauwgezet vasthouden aan het Stabiliteitspact overneemt en preventieve sancties van lidstaten steunt die zich niet aan de Maastrichtnorm houden. Het stelt financiële stabiliteit en streng toezicht op de nationale begrotingen voorop, en komt uit bij het nemen van harde maatregelen ten koste van de inkomens, pensioenen en arbeids- en sociale zekerheidsrechten van de werkenden. En dat allemaal terwijl we de resultaten van dit beleid zien in Griekenland, Ierland, Spanje, Portugal en elders. En terwijl in vele Europese landen de werkenden de straat op zijn gegaan om zich ertegen te verzetten slachtoffer te worden van de crisis en de neoliberale tegenaanval die door EU, ECB en IMF wordt gelanceerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Lara Comi (PPE), schriftelijk. − (IT) De invoering van de euro was een gok die van fundamenteel belang voor de EU is geweest. De belangrijkste risicofactor heeft niet zozeer betrekking op puur monetaire kwesties, waar de Europese Centrale Bank uitstekend werk levert, maar op economische samenhang en de verbinding met de reële economie. Het probleem is tijdens de crisis heel duidelijk naar voren gekomen: een gemeenschappelijke munt heeft steeds minder zin in een markt die verbrokkeld is en waar fiscale beleidsmaatregelen gelden die niet altijd voldoende op elkaar zijn afgestemd. Het bespreken van deze kwesties mag niet slechts een oefening of een excuus zijn om juridische soevereiniteit te claimen over onderwerpen die op dit moment nationale bevoegdheden zijn. Het is juist bedoeld om samenhang en een systematische aanpak te geven aan economische maatregelen in steeds complexere situaties, waarin valutaproblemen anders zijn dan die in het verleden en andere instrumenten en doelstellingen vereisen, en waarin de verantwoordelijkheden van specialisten gepaard moeten gaan met continu en consistent toezicht, evenals politieke sturing, gebaseerd op een weloverwogen visie op de toekomst en een blik gericht op het oplossen van problemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Maria Corazza Bildt, Christofer Fjellner, Gunnar Hökmark, Anna Ibrisagic en Alf Svensson (PPE), schriftelijk. − (SV) Wij stemden voor dit verslag zonder ons verzet tegen een Europese belasting op enige wijze op te geven. Wij blijven ons ook kanten tegen de oprichting van een beleidsgroep op hoog niveau die een mogelijke oprichting van een Europese gezamenlijke schatkist (ECT) moet bespreken, met als doel om de Europese Unie eigen financieringsbronnen te verschaffen. Ook met betrekking tot andere elementen hebben wij door ons stemgedrag een afwijkende mening tot uitdrukking gebracht.

 
  
MPphoto
 
 

  Corina Creţu (S&D), schriftelijk. (RO) De kwestie van economisch bestuur op EU-niveau is een lastige, en de terughoudendheid van sommige lidstaten met betrekking tot verdere overdracht van soevereiniteit is begrijpelijk. De crisis in Griekenland heeft de beperkingen van de huidige interventiemechanismen blootgelegd, om nog maar te zwijgen van de ontoereikendheid van de instrumenten waarmee naleving van de convergentiecriteria moet worden afgedwongen, met name in de landen van de eurozone. De instelling van een samenhangend en transparant kader voor multilateraal toezicht op macro-economische ontwikkelingen in de Unie en de lidstaten, alsmede een geconsolideerd begrotingstoezicht, zoals in het verslag voorgesteld, vormt een stap in de juiste richting, ook al zou hiervoor een wijziging van het grondwettelijk verdrag voor nodig zijn. Al met al zijn de voorstellen in dit stuk belangrijk, gaan ze over echte problemen en bieden ze relevante oplossingen. Daarom heb ik gestemd voor aanneming van het document.

 
  
MPphoto
 
 

  Mário David (PPE), schriftelijk. (PT) Het is met een gevoel van bevrediging en verantwoordelijkheid dat ik stem vóór de in dit verslag opgenomen aanbevelingen ter verbetering van het economische bestuur van de EU. Gezien het feit dat de EU te maken heeft met krachtige concurrentie uit opkomende economieën en het feit dat de stabiliteit van de overheidsfinanciën cruciaal is voor het consolideren van kansen, het bevorderen van innovatie en het stimuleren van economische groei, allemaal van fundamenteel belang voor een Europese kennismaatschappij, en overwegende dat economische groei en duurzame overheidsfinanciën voorwaarden zijn voor economische en maatschappelijke stabiliteit in de EU en voor begrotingsconsolidatie op de lange termijn, is gebleken dat de huidige regels van het Stabiliteits- en groeipact in combinatie met hun slechte tenuitvoerlegging onvoldoende waarborg zijn voor solide macro-economisch en begrotingsbeleid. Het is daarom belangrijk een meer rigoureuze toepassing van preventieve maatregelen en sancties te steunen en daarnaast ook beter toezicht en economisch bestuur te bevorderen door middel van nauwkeurigere en vergelijkbare statistieken van het beleid en de economische toestand van de lidstaten, met name die in de eurozone.

 
  
MPphoto
 
 

  Marielle De Sarnez (ALDE), schriftelijk. (FR) Door de resolutie inzake economisch bestuur aan te nemen, bevestigt het Europees Parlement opnieuw zijn belangrijkste doelstellingen met betrekking tot de onderhandelingen over de zes wetgevingsvoorstellen van de Commissie.

Leden van het Europees Parlement betreuren het dat de tenuitvoerlegging van het Stabiliteits- en groeipact ontoereikend is en stellen voor een doeltreffend stimulerings- en sanctioneringsmechanisme in te stellen, waarbij ze het belang van investeringen in energie, onderzoek, innovatie, gezondheidszorg en onderwijs benadrukken.

Om een eind te maken aan de recessie moeten we de benodigde financiering op Europees niveau plannen, en moet het idee van eigen middelen in de praktijk worden gebracht. We stellen dat de invoering van een belasting op financiële transacties speculatie tegen zou gaan en de werking van de interne markt zou verbeteren. Daarnaast zouden de door deze belasting gegenereerde inkomsten kunnen bijdragen aan de financiering van mondiale collectieve goederen en het verkleinen van de overheidstekorten. Deze belasting zou een zo breed mogelijk draagvlak moeten hebben en zeker om te beginnen op EU-niveau moeten worden ingevoerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Diane Dodds (NI), schriftelijk. – (EN) Het is op een heel goed moment, een paar dagen na het besluit van president Sarkozy en kanselier Merkel om te proberen het Verdrag van Lissabon te wijzigen om toekomstige crises in verband met staatsschulden in de eurozone beter het hoofd te kunnen bieden, dat het Europees Parlement over deze kwestie debatteert. Natuurlijk doen we dat tegen de achtergrond van een zich voortslepende crisis in de eurozone, waarbij elke dag blijkt dat het model van één gemeenschappelijke munt een dwaasheid is. Als dit doorgaat, is het duidelijk dat de coalitieregering van het Verenigd Koninkrijk een referendum moet houden.

Die verzekering heeft David Cameron ook gegeven, en anders dan hij heeft gedaan met zijn eerdere spijkerharde garantie, moet hij zich nu aan zijn belofte houden. Als Frankrijk en Duitsland een poging mogen doen om het Verdrag van Lissabon te wijzigen, is het van essentieel belang dat de regering van het Verenigd Koninkrijk het onderhandelingsproces daarover gebruikt om bevoegdheden voor ons soevereine parlement terug te winnen.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk. (PT) Ik heb voor het verslag-Feio gestemd. Het is het resultaat van geslaagde onderhandelingen tussen de fracties binnen het Europees Parlement, en het is gebaseerd op een brede consensus over het feit dat we het beleid voor groei en werkgelegenheid moeten versterken. Op die manier willen we het economisch bestuur verbeteren, en zo de crisis overwinnen en de Europese economie er weer bovenop helpen.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. (PT) Naar aanleiding van de huidige economische, financiële en sociale crisis heeft het Parlement een leidende rol aangenomen bij het vinden van mechanismen voor de Europese Unie die moeten zorgen voor doeltreffende interventie die niet alleen nog meer crises kan voorkomen, maar bovenal ook de stabiliteit kan waarborgen die nodig is voor duurzame ontwikkeling en cohesie in Europa. Dit verslag van de heer Feio geeft inhoud aan de verantwoordelijkheid van het Parlement voor de institutionele consolidatie van de EU voor grotere eenvormigheid in Europa en wat betreft de wereldeconomie, in het belang van de Europese burgers en hun welvaart. De aanbevelingen vertegenwoordigen een zeer waardevolle kwalitatieve ontwikkeling, doordat ze het economische bestuur binnen de EU verbeteren door de regels ter bevordering van de stabiliteit en de groei van de lidstaten en de Unie als geheel aan te scherpen, en hetzelfde doen met de mechanismen voor het voorkómen, corrigeren en oplossen van problemen en uitdagingen voor de strategie voor de ontwikkeling van de EU. De betrouwbaarheid van EU-statistieken is ook een belangrijk element wanneer het erom gaat structuren en autoriteiten te voorzien van meer mogelijkheden om te bepalen waar en hoe ingegrepen wordt. Ik wil tevens de zorg onderstrepen die er is ten aanzien van de noodzaak om naast overheidsschulden ook ander situaties met een buitensporige schuldenlast te voorkomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. (FR) We hebben hier niet te maken met een verbetering van het economisch bestuur op EU-niveau, maar met een bevoogding van het economische, budgettaire en fiscale beleid van de lidstaten, waarbij niet hun economische voorspoed, maar de belangen van de interne markt en van Brussel centraal staan. Tevens hebben we te maken met de reactivering en verslechtering van het Stabiliteitspact, dat ons nog steeds schade berokkent.

Dat is onacceptabel, net als de oprichting van een gezamenlijke publieke schatkist waarmee een Europese belasting moet worden beheerd, en de institutionalisering van een economisch bestuur (wat moet zo'n bestuur doen?). Het niveau van de overheidstekorten en van de overheidsschuld, die grotendeels in het buitenland is gemaakt, is inderdaad gevaarlijk, zowel financieel gezien als vanuit het oogpunt van soevereiniteit. Maar deze tekorten en schulden zouden wellicht minder omvangrijk zijn als u een ander beleid had gevoerd en de lidstaten niet had verplicht geld op de markten te lenen. Bijna een zesde van de begroting van de Franse staat gaat op aan de betaling van de rente op zijn schulden. Zolang dat het geval is, kunnen we met dat geld geen andere dingen doen.

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Jahr (PPE), schriftelijk. (DE) De economische en financiële crisis heeft duidelijk aangetoond dat de economische samenwerking in de Europese Unie dringend moet worden verbeterd. Daarom moet het Stabiliteits- en groeipact versterkt worden door het met adequate en effectieve sanctiemogelijkheden uit te breiden. Er moet echter ook meer controle wordt uitgeoefend op de nationale begrotingen en op het concurrentievermogen van de lidstaten.

Wij moeten in de toekomst onevenwichtigheden tussen de eurolanden en eventuele tekortkomingen in het concurrentievermogen eerder onderkennen en mogelijkheden creëren om te kunnen eisen dat er effectieve tegenmaatregelen worden genomen. Het doel daarvan moet zijn om de monetaire unie en de euro duurzaam sterk en solide te maken zodat een crisis, zoals in Griekenland, hopelijk kan worden voorkomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Anne E. Jensen (ALDE), schriftelijk. (DA) De Deense Liberale Partij heeft tegen één specifiek amendement op het verslag-Feio gestemd, waarin de aanbeveling wordt gedaan een studie te verrichten naar de voordelen van het realiseren van een Europees systeem voor belastinginning. De Deense Liberale Partij heeft voor het complete verslag gestemd, dat verder zeer uitgebalanceerd was.

 
  
MPphoto
 
 

  Alan Kelly (S&D), schriftelijk. – Het is heel belangrijk dat de regels inzake economisch bestuur worden aangescherpt, vooral in het licht van de economische crisis waar veel EU-landen zich nog steeds in bevinden. Ik ben het echter eens met de amendementen van het Parlement die de aanbevelingen inzake automatische sancties voor lidstaten met buitensporig hoge schulden schrappen omdat het, zoals deze crisis heeft aangetoond, in buitengewone omstandigheden nodig kan zijn om de overheidsschuld groter te laten zijn dan volgens het pact is toegestaan, om nog ernstiger economische gevolgen van een crisis af te wenden.

 
  
MPphoto
 
 

  Giovanni La Via (PPE), schriftelijk. (IT) Het verslag met aanbevelingen aan de Commissie betreffende verbetering van het EU-kader voor economisch bestuur en stabiliteit, met name in het eurogebied, waarover zojuist is gestemd, maakt deel uit van een breder debat dat sinds enkele maanden wordt gevoerd over initiatieven om de financiële crisis te bestrijden. Er komt een duidelijke behoefte naar voren aan een sterk economisch bestuur van de Europese Unie, met name na wat er enkele maanden geleden in Griekenland is gebeurd.

Een dezer dagen zal het eindverslag worden gepubliceerd van de speciale taskforce economische governance, die is opgericht door de voorzitter van de Europese Raad, Van Rompuy. We kunnen echter nu al zeggen dat het van groot belang is dat er regels worden opgesteld voor toezicht op het economisch beleid. Deze regels moeten niet mechanisch zijn, maar realistisch en houdbaar. Ze moeten het fiscale beleid kunnen versterken en het Europese bestuur als geheel verbeteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Petru Constantin Luhan (PPE), schriftelijk.(RO) Eén waarneming tijdens de recente periode van economische en financiële crisis was dat de controle en de economische coördinatie op EU-niveau aanzienlijk versterkt moesten worden. Er zijn grote macro-economische onevenwichtigheden geconstateerd, en sommige landen worden geconfronteerd met een grote toename van de overheidsschuld en het aandeel daarvan in hun bbp. Ik heb voor dit verslag gestemd omdat ik alle acht aanbevelingen van de rapporteur voor goed bestuur en economische stabiliteit in de Europese Unie krachtig onderschrijf.

Ik geloof dat ons de komende jaren grote uitdagingen te wachten staan. We zullen in staat moeten zijn vastomlijnde prioriteiten te stellen en moeilijke keuzes te maken teneinde het economisch groeipotentieel van de EU te ondersteunen en de openbare financiën te consolideren. Coördinatie op EU-niveau zal in dit verband cruciaal zijn en kan bijdragen aan het wegnemen van de negatieve effecten.

 
  
MPphoto
 
 

  Astrid Lulling (PPE), schriftelijk. (FR) In het gezamenlijke debat over de Europese Raad, de G20, het verslag van de Bijzondere Commissie financiële, economische en sociale crisis en het verslag over Europees bestuur zijn wat betreft de financiële crisis geen heldere lijnen uitgestippeld of relevante aanbevelingen gedaan. Eenieder is uitgegaan van zijn eigen persoonlijke interpretatie van verwarrende en wollige teksten. Dat is helaas het lot van deze initiatiefverslagen die grote meerderheden krijgen maar tegelijkertijd inhoudelijk weinig om het lijf hebben.

Het verslag-Feio is veel te laat besproken, nu de Europese Commissie de richtlijnen waarmee het Stabiliteitspact en het bestuur van de eurozone worden hervormd, reeds heeft ingediend. Wat heeft het dan nog voor nut over aanbevelingen aan de Commissie te stemmen?

Het Parlement moet veel strengere procedureregels opstellen en zich daaraan houden. Zijn doeltreffende werkwijze en zijn geloofwaardigheid staan op het spel.

De hervorming van het Stabiliteitspact en het bestuur van de eurozone komt in een beslissende fase wanneer de wetgevingsteksten worden geanalyseerd. Samen met anderen zal ik deze arbeid met een open blik en met toewijding verrichten. Het is belangrijk dat het Parlement een realistische en tegelijkertijd ambitieuze hervorming steunt om de monetaire unie een nieuwe basis te verschaffen. Serieuze arbeid is nodig, wil een instelling haar legitimiteit binnen het communautaire bouwwerk verwerven, geen ...

(Verklaring ingekort overeenkomstig artikel 170 van het Reglement)

 
  
MPphoto
 
 

  Mario Mauro (PPE), schriftelijk. − (IT) Zonder regels en toezicht komen we nergens. Het toepassen van de regels die we onszelf hebben opgelegd in deze tijden van crisis, teneinde economische coördinatie en toezicht te verbeteren, is het minste dat we moeten vragen van onszelf en van de lidstaten. Het verslag van de heer Feio biedt ons in die zin de mogelijkheid om onze aandacht te richten op diverse aanzienlijke verstoringen, door te kijken hoe “recente economische ontwikkelingen duidelijk hebben aangetoond dat de coördinatie van het economische beleid binnen de Unie, met name in de eurozone, niet afdoende heeft gewerkt en dat de lidstaten, ondanks hun verplichtingen uit hoofde van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, hun economische beleid niet als een zaak van algemeen belang hebben beschouwd”. Ik stem dan ook hartgrondig vóór het verslag.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) De huidige financiële en economische crisis heeft aangetoond dat de EU een steeds krachtiger economische en monetair bestuur behoeft, om te voorkomen dat de stabiliteit van de euro en de monetaire unie zelf ondermijnd raken. De Europa 2020-strategie dient economische groei en de schepping van werkgelegenheid te bevorderen, aangezien de sterke daling van het bbp, de afname van de industriële productie en de hoge werkloosheidscijfers een groot sociaal en economisch probleem vormen dat alleen kan worden aangepakt met behulp van krachtig, harmonieus en verenigd bestuur. In het verslag van de heer Feio zijn manieren en strategieën opgenomen voor een reële versterking van het economische bestuur en van het stabiliteitskader van de EU, met de nadruk op de eurozone. Voorbeelden hiervan zijn onder meer de vaststelling van een samenhangend en transparant toezichtskader, aanscherping van de regels van het Stabiliteits- en groeipact en krachtiger economisch bestuur in de eurozone.

 
  
MPphoto
 
 

  Louis Michel (ALDE), schriftelijk. (FR) De economische, financiële en sociale crisis heeft de beperkingen van het Europese model van economisch bestuur aangetoond. Daarom moet er tijdens de volgende Europese Raad een akkoord worden bereikt over economisch bestuur en het Stabiliteitspact. Er moeten dringend hervormingen worden goedgekeurd waarmee de kwaliteit van het economisch bestuur sterk kan worden verbeterd en waarmee transparante en doelgerichte toezichtinstrumenten kunnen worden ingevoerd.

Ik sta achter het verslag-Feio, omdat daarin het voorstel van de Commissie wordt ondersteund, dat volgens mij een evenwichtig compromisvoorstel vormt. Ik ben voor grotere betrokkenheid van het Parlement bij het economische bestuur van de Unie en bij de centralisering op Europees niveau van exclusieve bevoegdheden van toezicht op de grote grensoverschrijdende financiële instellingen. Mijns inziens zou het eveneens goed zijn de Unie eigen financiële middelen te verschaffen zodat zij beter in staat is haar activiteiten en werkzaamheden te plannen.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Mirsky (S&D), schriftelijk. (LV) Mijns inziens is het verslag-Feio het meest vakkundige verslag van de afgelopen drie maanden. Alle kwesties en oplossingen die in het verslag uiteengezet worden, komen precies op het juiste moment. Het gebrek aan informatie, vertekende verslaglegging en, bij gelegenheid, regelrechte leugens van de regeringen van de EU-lidstaten, hebben tot gruwelijke resultaten geleid. Door de flagrante begrotingstekorten angstvallig te verbergen hebben Griekenland, Letland en Hongarije het vertrouwen in de euro geschaad. De Europese Commissie en het Europees Parlement moeten streng en doeltreffend reageren op elke verdraaiing van de feiten en verhulling van de waarheid. Het is van cruciaal belang dat er maatregelen worden genomen tegen oneerlijke politici, door wier schuld de EU in een crisis is geraakt. Om uit deze ingewikkelde economische situatie te geraken, moet er niet alleen regelgeving op het gebied van toezicht en statistieken komen, maar ook een plan om de crisis te boven te komen. Dat betekent in de eerste plaats dat er duidelijke criteria voor financieel beleid en betalingstermijnen en garanties voor belastingbetalers moeten worden opgesteld. We moeten ook zien te voorkomen dat deze belastingwetgeving bij het geringste signaal van beleggers wordt gewijzigd. Helaas laat de Letse regering zich bij het wijzigen van haar regelgeving momenteel leiden door de grillen van de ambtenaren van het Internationaal Monetair Fonds en de Europese Bank. Ik hoop dat van het verslag-Feio een signaal naar de Europese Commissie uitgaat dat het tijd is om aan de slag te gaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. − (IT) IK heb vóór het verslag-Feio gestemd, maar zoals ik al heb aangegeven, heeft Europa dringend een aantal hervormingen nodig op dit gebied, ook omdat het nieuwe economische bestuur van Europa niet alleen naar de som van de overheidsschuld kan kijken. We hebben geen mechanismen nodig om schulden terug te dringen die te automatisch en procyclisch zijn, aangezien zij mogelijk hun doel niet bereiken en eerder maatregelen om de economische groei te stimuleren in de weg zullen zitten. Ik ben eerder voor toezichtsmechanismen met flexibele en redelijke formules, die voor de lidstaten makkelijk te hanteren zijn. De resultaten en voordelen voor de begroting van belangrijke hervormingen op sociaal en economisch vlak, in het bijzonder de pensioenhervorming, worden niet meteen in het volgende boekjaar zichtbaar, maar pas na diverse jaren op de middellange en lange termijn. Toch zijn dit de meest belangrijke en noodzakelijke hervormingen. We moeten dan ook meer en betere aandacht besteden aan de structurele hervormingen die nodig zijn om het concurrentievermogen en de economische groei in Europa te stimuleren. Concurrentievermogen zorgt voor economische groei en economische groei zorgt voor meer belastinginkomsten en een daadwerkelijke financiële consolidatie.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Papastamkos (PPE), schriftelijk. – (EL) Ik heb mij van stemming over het verslag-Feio onthouden, omdat de voorstellen voor het Europees economisch bestuur niets doen aan de structurele problemen van de onvoltooide economische unie en de asymmetrie niet wegnemen tussen de 'gekortwiekte' economische unie en de volledige monetaire unie. En wat nog zwaarder weegt: omdat zij het economisch beleid en het economisch risico niet tot Europese aangelegenheid maken. Ze maken alleen van de sancties een Europese aangelegenheid door ze strenger te maken. Er is een volledig gebrek aan strategische richtsnoeren voor het bewaken van een evenwichtige ontwikkeling en het stimuleren van het concurrentievermogen van alle lidstaten.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk. (PT) Ik heb voor dit verslag gestemd. Ik ben namelijk van mening: (1) dat er een samenhangend en transparant kader voor het multilaterale toezicht op de macro-economische ontwikkelingen in de Europese Unie en in de lidstaten moet komen, met een jaarlijks debat tussen het Parlement, de Commissie, de Raad en vertegenwoordigers van de nationale parlementen over de stabiliteits- en convergentieprogramma's (SCP's) en de nationale hervormingsprogramma's (NRP's) en over de beoordeling van de economische ontwikkelingen in de lidstaten; en (2) dat er een mechanisme op nationaal niveau moet komen om te beoordelen welk gevolg wordt gegeven aan de Europa 2020-prioriteiten, en in welke mate de nationale streefdoelen van het nationale hervormingsprogramma zijn bereikt, als aanvulling op de jaarlijkse evaluatie door de instellingen van de EU.

Bovendien ben ik van mening dat de regels van het Stabiliteits- en groeipact moeten worden aangescherpt om: (1) in het pact voor de convergentie naar middellangetermijnbelastingdoelstellingen (MTFO's), die moeten worden opgenomen in de SCP's, voor iedere lidstaat apart sterker rekening te houden met het niveau, het profiel en de ontwikkeling van de schuld; (2) te streven naar het creëren op het nationale niveau van mechanismen voor vroegtijdige waarschuwing in verband met de begrotingscontrole; en (3) in de eurozone van tevoren preventieve maatregelen te voorzien, zowel voor de preventieve als voor de correctieve instrumenten van het Stabiliteits- en groeipact.

 
  
MPphoto
 
 

  Miguel Portas (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Het verslag-Feio gaat over een kardinaal punt: de Europese economische coördinatie. Hier wordt geprobeerd om de wetgevende voorstellen van de Commissie te beïnvloeden, en we bespreken het 24 uur na het bekend worden van het standpunt van het Frans-Duitse directorium. De maatregelen die in het verslag worden voorgesteld, lijken wel voorbeschikt, vanwege het Frans-Duitse standpunt, of vanwege de voorstellen voor automatische boetes, die al in de teksten van de Commissie en van de taskforce van de Raad waren voorzien. In dit verslag volgen we de mode, de consensus van Brussel, iedereen wil boetes. We zwakken ze alleen maar een beetje af. Aan die consensus valt niets te verbeteren, die kan alleen maar worden vervangen door een andere consensus; we moeten de economische coördinatie baseren op werkgelegenheid en gelijke kansen, en daar is nog heel wat werk aan de winkel.

 
  
MPphoto
 
 

  Paulo Rangel (PPE), schriftelijk. (PT) Ik heb voor dit verslag gestemd omdat ik het ermee eens ben dat er een samenhangend en transparant kader moet komen voor multilateraal toezicht op de macro-economische ontwikkelingen in de Unie en in de lidstaten.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. – (EN) De mondiale economische crisis heeft grote twijfels gezaaid over de huidige mechanismen voor de coördinatie van het economisch beleid in de EU en heeft enkele zwakke punten daarvan aan de oppervlakte gebracht.

De werking van de Economische en Monetaire Unie staat onder grote druk omdat in een eerder stadium de onderliggende regels niet zijn nageleefd en de bestaande procedures voor het toezicht en de coördinatie onvoldoende omvattend zijn. Dit initiatiefverslag bevat een uiteenzetting van het standpunt van het Parlement ten aanzien van het wetgevingspakket inzake de coördinatie van het economisch beleid (zes voorstellen, waarvan vier met medebeslissing) dat de Commissie twee weken geleden heeft gepresenteerd. Het standpunt van de Raad wordt eind oktober verwacht, in het eindverslag van de werkgroep van Van Rompuy over economische governance.

 
  
MPphoto
 
 

  Oreste Rossi (EFD), schriftelijk. − (IT) Als gevolg van de economische en financiële crisis heeft het Europees Parlement een aantal verslagen en richtlijnen van de Commissie goedgekeurd over de gevolgen van de crisis en over hoe die moet worden bestreden. Om nieuwe speculatieve bubbels, zoals die waar we nu maar met moeite weer uitkomen, te voorkomen, is het van groot belang een aantal maatregelen en controles uit te voeren tussen en met de lidstaten. Het is bijvoorbeeld essentieel om het Stabiliteits- en groeipact na te leven. Serieus en uitgebreid toezicht had de extreme situaties in Griekenland en Spanje waarschijnlijk kunnen voorkomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Teixeira (PPE), schriftelijk. (PT) De huidige economische, financiële en sociale crisis heeft aangetoond dat het model van de Europese Unie voor economisch bestuur niet optimaal heeft gefunctioneerd. Daarom moeten we oplossingen vinden voor een betere en doeltreffendere vorm van economisch bestuur in Europa. Op die manier kunnen we verhinderen dat de gevolgen van de crisis nog ernstiger worden.

In dit verband adviseert de rapporteur de Europese Commissie om een samenhangend kader te scheppen voor economisch toezicht, de regels van het Stabiliteits- en groeipact en voor het economisch bestuur in de eurozone aan te scherpen, en nog eens na te denken over de begrotingstechnische, financiële en fiscale instrumenten van de EU.

Hij stelt ook voor om voor de eurozone een robuust en geloofwaardig mechanisme te creëren voor het verhinderen van het ontstaan van een excessieve schuld en voor het afbouwen ervan. Tot slot stelt hij voor om de betrouwbaarheid van de statistieken van de EU te verbeteren, en de Unie bij economische en monetaire kwesties naar buiten toe beter te vertegenwoordigen.

Dat betekent dat de lidstaten zich volledig moeten houden aan de regels en de besluiten van de Europese Unie. Ik wil er ook op wijzen dat we de hervorming moeten aanpassen aan de doelstellingen van de Europa 2020-strategie, zeker ook door de interne markt te versterken, en door sterker de nadruk te leggen op de rol van het midden- en kleinbedrijf als de eigenlijke motor voor de economische groei.

Om al deze redenen stem ik voor het verslag.

 
  
MPphoto
 
 

  Viktor Uspaskich (ALDE), schriftelijk. – (LT) Dames en heren, de regels van het huidige Stabiliteits- en groeipact en het zwakke systeem voor de tenuitvoerlegging ervan hebben niet voor een voldoende sterk begrotings- en macro-economisch beleid gezorgd. De aanbevelingen die in dit verslag worden gedaan, vormen een goed uitgangspunt. De rapporteur heeft gelijk als hij opmerkt dat we door moeten gaan met het uitvoeren van structurele hervormingen op het gebied van sociaal beleid en de integratie van arbeidsmarkten en het geven van fiscale prikkels aan kleine en middelgrote ondernemingen. Het terugdringen van langetermijntekorten moet worden gecombineerd met andere inspanningen om de economie te stimuleren, zoals het verbeteren van het investeringsklimaat en de interne markt, waardoor het concurrentievermogen groter wordt. Ook verwelkom ik het feit dat de rapporteur erkent dat voorgestelde nieuwe maatregelen geen onevenredige gevolgen mogen hebben voor de meest kwetsbare lidstaten, met name de Baltische staten. Dat zou onze inspanningen om economische groei en cohesie te verwezenlijken belemmeren. Vorig jaar is het enthousiasme voor de euro in de lidstaten die geen deel uitmaken van de eurozone, waaronder Litouwen, licht gedaald. Daarom is het belangrijk dat we onderkennen dat de besluiten die in de eerste helft van dit jaar zijn genomen om de stabiliteit van de euro te waarborgen maar tijdelijke maatregelen zijn en moeten worden ondersteund door een beter kader voor economisch bestuur op EU-niveau.

 
  
MPphoto
 
 

  Derek Vaughan (S&D), schriftelijk.(EN) De doelstellingen van de Europa 2020-strategie onderstrepen opnieuw de noodzaak van een sterkere integratie van de economieën van alle EU-lidstaten om de productiviteit, het concurrentievermogen en de groei te stimuleren. De economische crisis heeft laten zien dat het huidige model voor het economisch bestuur niet ver genoeg gaat en niet leidt tot een voortschrijdende integratie die de stabiliteit van de Europese economieën waarborgt.

Het is om die reden dat ik mijn steun geef aan de aanbevelingen in het verslag-Feio, waarin wordt gewezen op de noodzaak om de economische bepalingen van de EU te versterken en ze op de langere termijn te herzien en te verbeteren. Ik begrijp dat Europa kritisch naar zijn huidige plannen voor economische en financiële stabiliteit moet kijken, zodat er gezamenlijk vooruitgang kan worden geboekt op weg naar een sterkere, meer geïntegreerde economie waarmee de EU haar potentieel als economische supermacht kan verwezenlijken.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid