De Voorzitter. – Aan de orde is de verklaring van de Commissie: Hulp voor Pakistan en mogelijke implicaties voor de Europese bedrijfssector.
Karel De Gucht, lid van de Commissie. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, geachte leden van het Europees Parlement, Europa maakt zich grote zorgen over de verwoestende gevolgen van de overstromingen in Pakistan, die in het hele land middelen van bestaan en gemeenschappen hebben verwoest.
De omvang van de ramp is ongekend in de geschiedenis van Pakistan. De kosten van de humanitaire noden en de schade aan zijn toch al kwetsbare economie zijn immens. De ernst van deze crisis vraagt om een onmiddellijke en aanzienlijke respons, waarbij ook rekening wordt gehouden met het strategisch belang van de ontwikkeling en veiligheid van Pakistan en de stabiliteit in de regio.
De Europese Raad heeft op 16 september verzocht om een breed pakket maatregelen voor de korte, middellange en lange termijn om Pakistan te helpen bij het herstel en zijn toekomstige ontwikkeling. De eerste respons van de EU op de overstromingen was snel en genereus. Onze gezamenlijke bijdrage aan de humanitaire hulpinspanningen staat op dit moment op meer dan 320 miljoen euro in geld en in natura van de lidstaten en de Europese Commissie. Dit alleen al vormt meer dan 60 procent van de wereldwijde initiële hulp waar de VN om hebben gevraagd.
De Europese Raad heeft erkend dat, behalve onmiddellijke en aanzienlijke humanitaire hulp en ontwikkelingshulp, ambitieuze handelsmaatregelen essentieel zijn voor economisch herstel en groei. Handel maakt daarom deel uit van de langetermijnrespons op de aanhoudende crisis. De Commissie heeft daartoe op 7 oktober een voorstel goedgekeurd voor de unilaterale opschorting van de invoerrechten voor een aantal belangrijke exportartikelen van Pakistan. Dit voorstel wordt nu voorgelegd aan de lidstaten en het Europees Parlement.
De Commissie stelt voor om 75 tarieflijnen voor invoer vanuit Pakistan te liberaliseren, die verantwoordelijk zijn voor 27 procent van de huidige invoer vanuit Pakistan in de EU en bijna 900 miljoen euro bedragen. Dit zou een stijging van de invoer vanuit Pakistan in de EU van circa 100 miljoen euro opleveren.
De doelstelling van deze maatregel is de wederopbouwinspanningen van Pakistan op de middellange termijn te steunen. De speciale concessies zullen daarom slechts voor beperkte tijd gelden – de Commissie stelt drie jaar voor. Gezien de aard van de industriële basis en exportmand van Pakistan, waarvan meer dan 60 procent bestaat uit textielproducten, zijn veel van de producten waarvoor we liberalisering voorstellen, textielproducten. Andere industriële producten zoals ethanol zijn ook opgenomen.
Als het Parlement en de Raad snel kunnen handelen op dit punt, hopen we de maatregel op 1 januari 2011 van kracht te laten worden. Tegelijkertijd werken we met andere leden van de Wereldhandelsorganisatie aan het verkrijgen van de benodigde vergunning – een WTO-ontheffing – die moet zijn verleend, voordat de maatregel van kracht wordt.
De handelsconcessies moeten economisch zinvol zijn voor Pakistan, maar tegelijkertijd rekening houden met de industriële kwetsbaarheden in de Europese Unie. Bij het opstellen van dit voorstel hebben we daarom geprobeerd om rekening te houden met industriële kwetsbaarheden in de EU, vooral met betrekking tot textielproducten. Onze analyse heeft laten zien dat de gevolgen voor de Europese productie waarschijnlijk bescheiden zullen zijn.
De mogelijke toename van de invoer vanuit Pakistan in de EU (ten bedrage van 100 miljoen euro) komt neer op minder dan 0,5 procent van de waarde van de Europese productie van de geliberaliseerde artikelen, die feitelijk 24 miljard bedraagt. De steun van het Europees Parlement voor het in vervulling doen gaan van dit voorstel is essentieel om een volledig beeld van Europese solidariteit in tijden van ongekende noden neer te zetten.
Handel kan een belangrijk onderdeel vormen van een economische oplossing voor de lange termijn voor Pakistan. We moeten werken met een strakke tijdsplanning. U kunt op mij en mijn medewerkers rekenen voor uitleg van onze aanpak en om nog resterende zorgen weg te nemen.
Nuno Melo, namens de PPE-Fractie. – (PT) Mevrouw de Voorzitter, ik moet zeggen dat ik alle begrip heb voor wat Pakistan momenteel doormaakt, maar ik wil ook zeggen dat dit besluit tragisch is voor Europa, en in het bijzonder voor enkele landen die al met grote moeilijkheden te maken hebben, zoals Portugal, Spanje en Griekenland.
De textiel- en kledingindustrie, bijvoorbeeld, vertegenwoordigt 11 procent van de Portugese export, 22 procent van de productiesector, en van enkele producten wordt zelfs 80 procent in Portugal gemaakt. En deze 80 procent verspreid over 27 lidstaten betekent wellicht voor de Europese Commissie niet zo veel, maar voor Portugal is dit een reusachtig aantal.
Europa kan van deze landen niet extreem schadelijke – hoewel begrijpelijke – maatregelen eisen om de openbare financiën onder controle te krijgen en het begrotingstekort terug te dringen, en tegelijkertijd besluiten nemen die schadelijke gevolgen hebben voor de kern van de productie en het vermogen om rijkdom en werkgelegenheid te creëren.
Ik moet ook zeggen dat dit besluit een onbegrijpelijke aanslag is op de normale marktregels. Ik ben geen voorstander van enige vorm van marktprotectionisme, maar ik eis dat de marktregels nauwlettend worden beschermd: de regels van een markt die gezond en rechtvaardig is.
U moet inzien dat dit besluit het mogelijk maakt dat producten op de Europese markt komen die in Pakistan zijn vervaardigd voor lagere kosten dan het niveau dat voor onze ondernemingen mogelijk is, gewoonweg omdat die producten tijdens de productie niet aan dezelfde voorwaarden hoeven te voldoen. Het spijt me vreselijk, maar ik noem dat oneerlijke concurrentie. Het is oneerlijke concurrentie omdat de Pakistaanse bedrijven geen sociale kosten hebben voor hun werknemers, geen milieukosten hebben, zich niet bijzonder bekommeren om de bestrijding van de kinderarbeid die daar veel voorkomt, en geen gelijkwaardige restricties hebben voor het gebruik van grondstoffen in verband met de volksgezondheid.
En ik vraag zelfs: hoe is het mogelijk dat een dermate radicaal besluit wordt genomen zonder dat vooraf een rapport wordt gepresenteerd waarin nauwkeurig en in detail de negatieve effecten voor de diverse landen uiteen worden gezet?
Desalniettemin durf ik nu wel wat effecten op te noemen, die effecten zijn namelijk de sluiting en het faillissement van bedrijven in de Europese Unie, met name in Portugal, en een stijging van het aantal werklozen. Het is goed dat u dit volledig begrijpt, want er komt een tijd dat iemand de verantwoordelijkheid moet dragen.
Als we uiteindelijk kunnen veronderstellen dat dit voorstel onvermijdelijk is – wat sommigen zeker zullen doen – laten we dan op zijn minst vooraf beraadslagen over enkele zaken waar nu niet naar is gekeken. Bijvoorbeeld de vaststelling van tariefcontingenten, zoals is gedaan voor ethanol, maar niet voor textiel. De ontheffing moet maximaal een jaar van kracht blijven, omdat hulp tijdelijk is. U kunt van mij aannemen dat geen enkel Europees bedrijf drie jaar kan overleven als het direct moet concurreren met Pakistaanse bedrijven.
Ik rond af, mevrouw de Voorzitter. Tot slot is een regeling over grondstoffen nodig, opdat Pakistan de toegang van Europese bedrijven tot grondstoffen niet verhindert om vervolgens zelf van deze productie te kunnen profiteren.
David Martin, namens de S&D-Fractie. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik begrijp wat de heer Melo zegt, maar ik kan het er niet mee eens zijn. Ik verwelkom het voorstel van de Commissie om de invoerrechten voor belangrijke Pakistaanse invoer in de Europese Unie op te schorten.
Ten eerste zijn we het er over eens dat Pakistan, dat geen gemakkelijke geschiedenis heeft gehad sinds de geboorte van de natie, de slechtst mogelijke tijd doormaakt. Het bevindt zich in de frontlinie van de strijd tegen terrorisme, die het land tot nu toe volgens berekeningen 40 miljard Amerikaanse dollar heeft gekost. We zijn ons allemaal terdege bewust van de overstromingen, waarvan het gecombineerde effect erger is dan dat van de tsunami van 2004 in Azië en de overstromingen eerder dit jaar in Haïti. Dat is een zware klap voor elk land.
Wat ik verwelkom in het voorstel van de Commissie, is dat we Pakistan de gelegenheid geven om zich door middel van handel zelf uit enkele van zijn moeilijkheden te werken. Het is een intelligent voorstel. Op de eerste plaats brengen de 75 tarieflijnen die de handel van Pakistan zullen helpen stimuleren met naar schatting 100 miljoen euro per jaar, weinig schade toe aan Europese investeringen, zoals de commissaris heeft gezegd. Dit voorstel zal geen grote schade toebrengen aan een Europese industrie, en wat even belangrijk is – vermoedelijk eigenlijk nog belangrijker – het zal geen schade toebrengen aan de ontwikkelingslanden die op hetzelfde niveau staan als Pakistan, want geen van de tarieflijnen betreft producten staat op de lijst van de Doha-ontwikkelingsagenda met producten die aan preferentie-erosie onderhevig zijn. Dat is heel positief.
Het tweede verstandige aspect van het voorstel van de Commissie is dat de maatregel slechts voor beperkte tijd geldt en niet probeert om unilateraal de SAP-resolutie te wijzigen. Ik verwelkom dit, omdat het Pakistan toch stimuleert om tussen nu en 2014 zich te gaan houden aan normen voor sociale rechten en mensenrechten, teneinde in 2014 in aanmerking te komen voor de SAP plus-regeling. Het voorstel geeft dus de noodhulp die we nu nodig hebben, maar geeft de Pakistaanse regering tegelijkertijd geen carte blanche. Het zegt: ‘U hebt zelf de plicht om uw land op orde te brengen, als u in aanmerking wilt blijven komen voor deze voordelen.’
Dit is een echte test voor de generositeit van Europa, en ik hoop dat we in dit Parlement klaar zijn om de toets te doorstaan.
Niccolò Rinaldi, namens de ALDE-Fractie. – (IT) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, dames en heren, in het debat van vandaag komen twee belangrijke beginselen samen. Enerzijds hebben we de verplichting solidair te zijn met een land dat getroffen is door natuurrampen die zijn hele samenleving, die al structurele problemen kent, volledig hebben ontwricht en anderzijds hebben we een evenwichtig handelsbeleid nodig. Door het voorstel van de Commissie om voor Pakistan de douanerechten op te schorten, vermijdt de Europese Unie terecht een beleid van louter humanitaire hulp, zodat Pakistan zijn economie kan versterken en daarmee zijn samenleving.
Het is zo goed als onvermijdelijk dat bijna alle 74 betrokken tarieflijnen betrekking hebben op de kleding- en textielsector, aangezien Pakistan een land is dat alleen producten uit deze sector kan exporteren. Wij liberaal-democraten nemen absoluut liever onze toevlucht tot een dergelijke maatregel dan akkoord te gaan met humanitaire hulp waarmee het land geen daadwerkelijke duw in de goede richting kan worden gegeven. Maar we moeten niet naïef zijn, zoals de heer Melo net ook al herhaalde, en we vragen de Commissie vooral om niet de fout te maken naïef te zijn.
De commissaris is maar al te goed op de hoogte van de kritieke situatie waarin bepaalde textieldistricten, zoals Prato en vele andere, zich bevinden. Prato is een bijzonder geval: de situatie daar is door de nationale autoriteiten niet meer in de hand te houden en er is sprake van wijdverbreide illegaliteit, die ook wordt aangewakkerd door de crisis in de Europese textielsector.
Aangezien wij denken dat het niet de bedoeling is dat alleen de Europese textielsector moet bloeden voor onze rechtvaardige humanitaire solidariteit met Pakistan, vragen wij drie dingen: 1) het opzetten van regelgevende instrumenten ter voorkoming van elke mogelijke driehoeksconstructie met andere landen die zouden kunnen profiteren van de douanerechten waaruit Pakistan voordeel trekt; 2) de crisis in de Europese textielindustrie niet erger te maken, maar juist maatregelen te nemen die deze industrie kunnen ondersteunen, zoals een verlaging van de elektriciteitskosten; 3) het vermijden van het scheppen van een precedent voor andere landen die het slachtoffer worden van dit soort natuurrampen. Als er op deze manier te werk wordt gegaan, denk ik dat de hulp aan Pakistan zal worden gesteund en duurzaam zal zijn, ook op lange termijn, en daar heeft het land behoefte aan.
Jacek Włosowicz, namens de ECR-Fractie. – (PL) We zijn hier vanavond bijeengekomen om ons te buigen over het voorstel van de Europese Commissie om Pakistan te helpen bij het bestrijden van de gevolgen van de overstroming. We dienen in gedachten te houden dat bijna 14 miljoen mensen het slachtoffer zijn geworden van de overstroming in Pakistan die de omvang van een Bijbelse zondvloed heeft aangenomen. Deze overstroming heeft enorme verwoestingen aangericht in Pakistan zelf en de gevolgen van deze natuurramp zullen weldra wereldwijd voelbaar zijn. Waarom? De oogst van katoen, dat ook wel het ‘witte goud’ wordt genoemd en waarvan Pakistan een van de belangrijkste producenten is, viel dit jaar al tegen en werd tot overmaat van ramp grotendeels vernield. Kledingfabrikanten en toonaangevende internationale merken hebben reeds aangekondigd dat de prijs van katoenproducten zal stijgen. Katoen is niet meer weg te denken uit ons dagelijkse leven. Deze grondstof wordt niet alleen gebruikt bij de productie van kleding, bankbiljetten, koffiefilters, tenten en visnetten en voor het binden van boeken, maar wordt ook verwerkt in tal van andere producten voor dagelijks gebruik. De toepassingsmogelijkheden zijn nagenoeg onuitputtelijk. Wij leven in een tijd van crisis en er wordt voorspeld dat de prijs van levensnoodzakelijke producten zal toenemen. Dit toont aan dat de omvang van het probleem gigantisch is.
Miguel Portas, namens de GUE/NGL-Fractie. – (PT) Aan de ene kant hebben we grote Europese importeurs die van de invoer van Pakistaanse producten in Europa zullen profiteren. Aan de andere kant is er ook een klein aantal grote Pakistaanse textielfabrieken die zich buiten het rampgebied bevinden en die ook ruimschoots van het voorstel van de Commissie zullen profiteren.
Dat is de realiteit. De winnaars zijn niet de zieken, niet de daklozen, niet de kinderen, niet de ouderen wier huizen zijn verwoest: de winnaars zijn de rijke ondernemers. En wat hier gebeurt is dat de ramp als middel wordt gebruikt: een extreem klimaatverschijnsel wordt als middel gebruikt om grote handelsuitwisselingen te realiseren.
En dat is wat het voorstel van de Commissie volstrekt onaanvaardbaar maakt. De Commissie zou er goed aan doen haar voorstel in te trekken.
William (The Earl of) Dartmouth, namens de EFD-Fractie. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, in het verleden heb ik vaak scherpe kritiek geuit op de Britse premier Cameron. Premier Cameron had echter volstrekt gelijk toen hij vroeg om Pakistan handelspreferenties te verlenen. Ik gebruik hier zorgvuldig het woord ‘vroeg’. Vragen is precies wat de Britse premier moest doen.
Sinds het Verenigd Koninkrijk, de vijfde economie van de wereld, is toegetreden tot de EU, heeft het zelfs niet meer de autonomie om zijn handelsbeleid met landen van het Britse Gemenebest vast te stellen. Desondanks is het in het nationaal belang van het Verenigd Koninkrijk dat Pakistan nu handelspreferenties krijgt. Ik ben het zelden met David Martin eens, maar op dit punt wel. Pakistan is niet alleen een ontwikkelingsland met 170 miljoen inwoners en strategische grenzen met Afghanistan; het is ook een land dat circa dertig kernkoppen heeft.
Een ineenstorting van de Pakistaanse staat zou verwoestende gevolgen hebben voor de veiligheid van de hele ontwikkelde wereld. Handelspreferenties voor Pakistan zouden dat op dit moment misschien kunnen helpen voorkomen.
Daniel Caspary (PPE). – (DE) Mevrouw de Voorzitter, waarde collega’s, ik vind dat we ons allemaal nog eens moeten bedenken hoe dramatisch de situatie in Pakistan enkele weken geleden was en in veel gebieden nog steeds is. Hele gebieden, die groter dan veel van onze lidstaten zijn, zijn overstroomd. Tienduizenden, ja zelfs honderdduizenden mensen verkeren in grote nood. De infrastructuur is verwoest: straten, ziekenhuizen, universiteiten, crèches, scholen, bedrijven. Veel mensen zijn hun middelen van bestaan kwijt. Ik denk dat we ons dat helemaal niet kunnen voorstellen. We zijn het er allemaal over eens dat we moeten helpen. Maar het probleem is ‘was me, maar maak me niet nat’, zoals we in mijn taal zouden zeggen. Wat bedoel ik daarmee? Directe financiële hulp kost geld en dat ontbreekt dan natuurlijk in onze begroting op andere posten. Indirecte hulp – handelsverlichtingen – stelt de Commissie nu voor, en ook daartegen bestaan natuurlijk bezwaren van degenen die dit misschien treft. Daarom is het terecht dat we hierover vandaag dit debat voeren.
De Commissie heeft niet voorgesteld om gebruik te maken van het schema van algemene preferenties. Ik vind dat heel goed en ik acht de huidige oplossing om het via de WTO te doen, die route te kiezen en werkelijk te proberen om mensen te helpen zichzelf te helpen, ook principieel verstandig. Er dienen echter nog veel vragen beantwoord te worden. Wat zijn de gevolgen voor de industrieën in de Europese Unie? Wanneer ik het document van de Commissie bekijk, het voorstel voor een verordening, zie ik dat in het begin in de toelichting staat dat men ervan uitgaat dat de netto-invoer in de Europese Unie met 100 miljoen euro zal toenemen. Is dat dan echt een grote duurzame steun voor Pakistan? Draagt dat er werkelijk toe bij dat de grote sommen geld worden gemobiliseerd waar het hier om gaat? Aan de andere kant betekent dit voor onze begroting een verlies aan tariefinkomsten van 80 miljoen euro. Klopt die verhouding? Heeft het zin 80 miljoen aan tariefinkomsten mis te lopen om 100 miljoen euro aan importgroei te krijgen? Kloppen deze cijfers? Ik zou van de Commissie in deze hele kwestie graag echt accurate informatie willen ontvangen.
Ik ben ervan overtuigd dat we Pakistan moeten helpen. Ik ben ook bereid om aan de burgers in de Europese Unie en ook in mijn kiesdistrict uit te leggen dat we iets moeten doen en dat hulp aan anderen altijd door iemand moet worden betaald. Ik heb echter de stellige overtuiging, commissaris, dat u vanavond en ook de komende dagen en weken van de gelegenheid gebruik moet maken om de 736 leden van het Europees Parlement ervan te overtuigen dat uw maatregelen de juiste zijn en dat ze nut hebben. Anderzijds moet u vooral ook van de gelegenheid gebruikmaken om aan te geven hoe medewerkers van bedrijven die misschien getroffen worden in landen als Portugal, Italië, Spanje en de Europese Unie in haar geheel eventueel ook wegen en perspectieven voor zichzelf kunnen vinden. Ik denk dat dit echt moet worden gedaan om in een paar weken of maanden voor uw voorstel een meerderheid in het Europees Parlement te kunnen vinden. Ik denk dat alle betrokkenen nog zeer veel moeten doen om mensen te overtuigen en informatie te geven.
Gianluca Susta (S&D). – (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, ik denk dat we ons bewust moeten zijn van de crisis die de Europese Unie en haar lidstaten doormaken op wereldniveau. Met een crisis die haar weerslag heeft op arbeid, werkgelegenheid en groei, vraag ik me af welke logica bepaalde Europese landen, maar vooral de Commissie, drijft als het gaat om internationale betrekkingen. Het voorstel van de Commissie dat vandaag onderwerp is van debat zal bepaalde industriesectoren ernstig benadelen, met name de textielindustrie, en gezien de huidige omstandigheden vragen wij ons af wat de reden van dit voorstel is.
Er zijn mensen die vrezen dat deze beslissingen voortkomen uit de wens om Europa op internationaal niveau een leidende rol te laten spelen. In werkelijkheid weten wij dat dat niet het geval is en dat het ook niets te maken heeft met een poging de druk, waaronder terroristische druk, binnen of gerelateerd aan bepaalde politieke en institutionele systemen, te verminderen. De waarheid is dat zelfs de recente overstroming niets te maken heeft met dit voorstel, aangezien de grootste concentratie van de Pakistaanse textielindustrie zich niet bevindt in de regio’s die getroffen zijn door de ramp.
De werkelijke reden is dat men nogmaals een sector wil benadelen ten gunste van de ‘financialisering’ van de Europese economie en de grootschalige detailhandel wil bevoorrechten, in plaats van de belangen van de be- en verwerkende industrie die gevestigd is in bepaalde Europese landen. Vanuit groei, arbeid en werkgelegenheid gezien is dat een enorme fout op een moment van ernstige economische crisis waarop daadwerkelijke groei van de EU op de wereldmarkten noodzakelijk is, met betrekking tot haar export en capaciteit op het gebied van innovatie en kwaliteit.
Sajjad Karim (ECR). − (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil allereerst de commissaris en mijn collega’s Martin en Caspary bedanken voor hun zeer nuttige opmerkingen. Na de overstromingen die hebben plaatsgevonden, ben ik daadwerkelijk naar Pakistan gereisd om met eigen ogen de omvang van de verwoesting te bekijken. De door de overstromingen aangerichte verwoesting is de grootste natuurramp in de geschiedenis van Pakistan. Zij gaat zeker verder dan alles dat ik me had kunnen voorstellen of verwacht had te zien.
Toen ik op 22 september de premier van Pakistan ontmoette, had hij zeker veel waardering voor de respons van de EU tot op dat moment en hij was van mening dat het een zeer moedige respons was; moedig in de zin zoals commissaris De Gucht het heeft beschreven. We moeten er absoluut voor zorgen dat we op passende wijze blijven reageren. De Commissie is nu met een wetgevingsvoorstel gekomen om voor 75 tarieflijnen die 27 procent van de export van Pakistan naar de EU bestrijken, het tarief te verlagen tot nul, wat de export van Pakistan een stimulans zal geven van circa 100 miljoen euro per jaar. Dit is nu echt een test voor de geloofwaardigheid van de EU.
We moeten ervoor zorgen dat we de door de Europese leiders bereikte politieke overeenstemming vertalen in actie die echt verschil uitmaakt en de Pakistaanse economie een reddingslijn toewerpt in deze vreselijke tijd van nood. We zijn tenslotte hun grootste handelspartner. Ik hoor de zorgen die collega’s in dit Parlement naar voren brengen, en het is niet meer dan juist dat we rechtvaardig zijn in onze respons; rechtvaardig, maar ambitieus. De handelsconcessie die aan Pakistan zal worden aangeboden, moet een geloofwaardige inspanning van de EU zijn en moet Pakistan zinvolle economische voordelen bieden, maar tegelijkertijd rekening houden met de kwetsbaarheden van onze eigen industrieën en die van andere WTO-leden – in het bijzonder de leden die tot de minst ontwikkelde landen behoren.
Ik vind dat we met dit voorstel ambitieus zijn, moed tonen, maar bovenal rechtvaardig zijn voor onszelf en voor de bevolking van Pakistan.
Joe Higgins (GUE/NGL). − (EN) Mevrouw de Voorzitter, het is duidelijk dat de 20 miljoen mensen die door de recente rampzalige overstroming in Pakistan zijn getroffen, onmiddellijk omvangrijke hulp nodig hebben, en dat geldt in het bijzonder voor de honderdduizend kinderen die dakloos zijn geworden door de overstroming en het gevaar lopen om te komen door gebrek aan voedsel.
De miljoenen kleine boeren en landloze boeren die nu zijn overgeleverd aan de genade van de klasse van de pachtheren, zijn essentieel voor voedselproductie tegen betaalbare prijzen. De distributie van gratis zaden, meststoffen die het milieu niet belasten, en andere nuttige zaken zou de basis kunnen leggen voor een snel herstel van de voedselvoorraden, maar de opheffing van het pachtstelsel in Pakistan en de verdeling van land onder de landlozen is een sleutel tot duurzaamheid van de voedselvoorziening.
Het is 140 jaar geleden dat de Ierse boeren zware strijd hebben gevoerd om het pachtstelsel afgeschaft te krijgen, dus de afschaffing is hier ver over tijd. Verlagingen van de douanerechten moeten naar de werkenden en de armen gaan, en niet naar de pachtheren, corrupte overheidsbeambten of de winsten van industriëlen. Het zijn de kleine boeren in Pakistan die eerlijke prijzen zouden moeten krijgen voor hun landbouwproducten op de wereldmarkt, niet de ongevoelige speculanten op de grondstoffenmarkten.
Cristiana Muscardini (PPE). - (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, de verwoestende overstromingen in Pakistan en de ernstige gevolgen daarvan voor de economie baren ons allen zorgen, maar we zijn ook bezorgd over het voorstel van de Commissie, hoewel het initiatief daartoe door de staatshoofden en regeringsleiders is genomen.
Het door de Commissie ingediende voorstel voor een verordening is vooral gericht op een vrijstelling van rechten voor de textiel- en de ledersector, die 60 procent van de Pakistaanse export voor hun rekening nemen, met een omzet van bijna 200 miljoen euro in de textielsector en bijna 510 miljoen euro in de ledersector. Voor beide sectoren geldt dat de productie plaatsvindt in aangrenzende gebieden die niet aantoonbaar getroffen zijn door de overstromingen.
We verkeerden in de veronderstelling dat het te volgen beleid bestond uit het vaststellen van vormen van hulp die de cruciale sectoren van de Europese economie geen schade zouden berokkenen. De vrijstelling van rechten zal enorme gevolgen hebben voor de Europese textiel- en lederindustrie, met een mogelijk verlies van duizenden banen in de komende drie jaar, de termijn die in de verordening is vastgelegd. Deze maatregelen zullen worden opgenomen in het stelsel van algemene preferenties, dat in 2013 ook voor Pakistan van kracht zal worden, en zullen daardoor ernstiger gevolgen hebben.
Commissaris, we zijn ons er allemaal van bewust dat er buitengewone, unilaterale maatregelen worden getroffen omdat we een groot, arm land willen helpen dat zich na de ramp in moeilijkheden bevindt, een situatie die nog verergerd wordt door de economische crisis en doordat de regels van de Wereldhandelsorganisatie niet zijn aangepast. De huidige regels bevoordelen inderdaad de reeds ontwikkelde landen, zoals China en India, meer dan armere landen. De buitengewone maatregelen voor het ene land mogen echter geen crisis veroorzaken in andere landen.
Het voorstel van de Commissie dient daarom grondig te worden herzien om de betrokken sectoren, waaronder de industrie en de export van Pakistan, te kunnen diversifiëren en om via serieuze reflectie tot een andere visie op het naleven van de mensenrechten en de terrorismebestrijding te komen. Pakistan moet worden geholpen, maar op basis van duidelijke afspraken, onder meer op het gebied van de politieke situatie van de regio.
Josefa Andrés Barea (S&D). - (ES) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de commissaris, de overstromingen van juli en augustus dit jaar in Pakistan hebben geleid tot 1 800 doden en 20 miljoen getroffenen, waarvan 12,5 miljoen humanitaire hulp nodig hebben.
De Europese Unie heeft, zoals u heeft aangegeven, humanitaire hulp geleverd voor een bedrag van 320 miljoen euro en Spanje heeft 11 miljoen euro bijgedragen. We hebben het hier niet over een commerciële overeenkomst, maar over het steunen van de strategische ontwikkeling van Pakistan.
De Commissie heeft, met het mandaat van de Raad, in drie jaar 75 producten geliberaliseerd. Het lijdt geen twijfel dat de export van Pakistan verschillende gevolgen zal hebben voor de lidstaten van de Europese Unie, afhankelijk van de specifieke kenmerken van elk land. De producten die Pakistan kan uitvoeren zijn ethanol, textielproducten en lederwaren.
De Commissie beweert dat zij de lijsten met producten die botsen met de textielproductie niet kan aanpassen. Spanje vertegenwoordigt 16 procent van de omzet die in de textielsector wordt geboekt. De autonome gemeenschap Valencia is goed voor 18 procent van de Spaanse textielproductie en voor 17 procent van de werkgelegenheid in de textielsector. De markt voor het textiel uit Valencia is Europa en binnen Europa zijn dat Frankrijk, Italië en Duitsland. Dit betekent dat de invoer van textielproducten uit Pakistan het marktaandeel van Valencia verkleint, zowel binnen Europa als in Spanje.
U heeft gezegd dat er een strategisch onderzoek is, maar is de industriële capaciteit van Pakistan ook beoordeeld? Heeft u gedacht aan het beperken van de lijst textielproducten? Komt er een jaarlijkse evaluatie van de gevolgen van deze overeenkomst?
Christofer Fjellner (PPE). – (SV) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, ik zou willen zeggen dat het afschaffen van douanerechten en het wegwerken van handelsbelemmeringen als onderdeel van de hulp aan Pakistan naar aanleiding van de zware catastrofe ten zeerste welkom zijn. Ik moet zeggen, waarschijnlijk voor het eerst in dit Parlement, dat ik onder de indruk ben van de snelheid en besluitvaardigheid van zowel Commissie als Raad met betrekking tot deze kwestie.
Er is natuurlijk geld nodig. Maar wat maakt het uit of wij hulp en geld geven – afgezien van het feit dat we er ons slechte geweten mee sussen – als we het tezelfdertijd door middel van douanerechten en handelsbelemmeringen voor arme mensen moeilijker maken om er op eigen kracht weer bovenop te komen?
Wat we nu doen – namelijk niet minder dan 75 verschillende douanerechten en handelsbelemmeringen die samen goed zijn voor 27 procent van de uitvoer van Pakistan op grote schaal en snel afschaffen of wegwerken – is een uitstekende reactie op de catastrofe waar het land mee wordt geconfronteerd. Nu hebben we in het Parlement echter een verantwoordelijkheid. Het is onze verantwoordelijkheid om snel te handelen. Dit mag met andere woorden geen voorbeeld worden van hoeveel tijd het politieke proces in beslag kan nemen. Pakistan heeft het geld en de hulp nu nodig – niet over een jaar. We moeten tonen dat we dat begrijpen.
Tezelfdertijd ontmoedigt het mij om te zien hoe groot de weerstand hiertegen is. Ik kreeg een petitie van Europese textielproducenten waarin ze zich hiertegen verzetten omdat ze bang waren dat Pakistan meer naar Europa zou uitvoeren, wat zij niet wilden.
Maar is dat niet juist de bedoeling? Is het niet de bedoeling dat ze handel kunnen drijven met ons om zelf uit de armoede te geraken? Als Europese consumenten daardoor iets goedkoper textiel zouden krijgen, zou dat dan een probleem zijn?
Vrijhandel en solidariteit worden hier vaak geprezen, tot we er een besluit over moeten nemen. Laten wij hier en nu tonen dat die waarden voor ons het belangrijkst zijn als ze het hoogst nodig zijn. Er is waarschijnlijk geen betere gelegenheid om op te komen voor vrijhandel en solidariteit dan naar aanleiding van dit voorstel.
Lara Comi (PPE). - (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, met deze korte interventie wil ik kenbaar maken dat ik het oneens ben met de eventuele vrijstelling van rechten voor Pakistan, die voor een duur van drie jaar zou gelden voor 74 tarieflijnen die bijna allemaal binnen de textiel- en de kledingsector vallen.
Mijn zorgen betreffen de negatieve gevolgen voor de Europese industrie, en dan met name de Italiaanse, en het banenverlies voor een Europese sector die al sterk op de proef is gesteld door de economische crisis. Ik heb het dan vooral over kleine en middelgrote ondernemingen in deze sector, die wij op alle manieren proberen te helpen, maar die ernstige schade zouden lijden.
Daarnaast is het niet onbelangrijk dat Pakistan begin dit jaar een heffing van 15 procent op de export van katoengaren heeft ingesteld om de levering van grondstoffen te ontmoedigen. Het doel is daarbij duidelijk om de grondstoffen te behouden en te streven naar wisselkoersen die gunstiger zijn voor de export. Ik begrijp volledig dat een land dat in ernstige problemen verkeert, geholpen moet worden, vooral als het getroffen is door ernstige rampen. Toch zou ik liever zien dat de Europese hulp bestond uit een bijdrage aan de aanleg van wegen en de ontwikkeling van de infrastructuur, waarbij plaatselijke arbeidskrachten worden ingezet.
Jörg Leichtfried (S&D). – (DE) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, het is niet eenvoudig om een zakelijk debat te voeren, als het gaat over 100 000 kinderen die ontheemd zijn geraakt, miljoenen boeren die op straat staan en mensen die in bittere armoede leven. Ik acht het juist dat de Europese Unie hier snel handelt en snel hulp biedt. De grote vraag ten aanzien van de door u voorgestelde maatregelen is voor mij of we op de juiste plaats hulp bieden of de verkeerde mensen helpen. Daarover wil ik graag nog meer duidelijkheid krijgen, omdat gerust gezegd kan worden dat de hulp wat de textielindustrie betreft, Pakistan in zijn geheel ten goede komt, maar ik ben er niet zo zeker van of deze bij de juiste mensen terechtkomt.
Ten tweede wil ik nog zeggen dat, indien deze hulp aan mensen om zichzelf te helpen effectief is, natuurlijk ook bekeken moet worden wat voor gevolgen dat dan weer allemaal voor Europa heeft. Ik denk echter dat hier al sprake is van een zeer ernstige situatie waarin we hulp moeten bieden. Ik hoop dat deze hulp ook degenen bereikt die echt hulp nodig hebben.
Jean Lambert (Verts/ALE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil alleen even reageren op enkele van de gemaakte opmerkingen.
Wat Pakistan op dit moment probeert te doen, is niets anders dan zichzelf uit de ellende halen waarin het land zich bevindt na de vernietigende overstromingen. Als de fabrieken in de door overstromingen getroffen gebieden zouden staan, zouden ze niets kunnen produceren, dus mag het geen verrassing zijn dat de desbetreffende fabrieken niet in de door overstromingen getroffen gebieden staan.
De directe hulp die hiervoor kan worden geboden, is minuscuul vergeleken met de daadwerkelijke behoefte. Distributie van de inkomsten uit de extra export is belangrijk – dat weten we voor de infrastructuur, voor energievoorziening, voor scholen, voor wegen, enz. – terwijl er wat betreft de effectiviteit, de inkomsten, de belastinginkomsten, enzovoort, zeker ook verantwoordelijkheden zijn die liggen bij de democratisch gekozen regering van Pakistan.
Er hebben ook mensen gesproken over de behoefte aan een grotere diversiteit. Als Pakistan meer diversiteit in zijn industriesectoren had, zouden we ons niet zo concentreren op textiel. Ik doe een beroep op alle leden om het land deze gelegenheid te bieden zichzelf uit deze ramp te helpen.
João Ferreira (GUE/NGL). – (PT) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de commissaris, de ramp in Pakistan vraagt om solidariteit van Europa, maar mag geen voorwendsel zijn om de textielindustrie van een aantal lidstaten, zoals Portugal, in gevaar te brengen. Er zijn andere manieren om solidariteit te tonen: efficiëntere vormen van hulp die gericht zijn op het herstel van de getroffen gebieden en op de verbetering van de leefomstandigheden van de plaatselijke bevolking, maar ook eerlijkere vormen van hulp.
Handelsconcessies zijn geen langetermijnmaatregelen, zoals ik gezegd heb. Hiervan zullen vooral de grote Europese importeurs profiteren, omdat die nu krijgen waar zij al lange tijd op uit waren. De maatregel schaadt echter de textielindustrie en de landen en regio’s die daar het meest afhankelijk van zijn, dit alles in een context van zware crisis en hoge werkloosheid.
Waar het zeker is dat de door de Commissie voorgestelde maatregelen in geen geval een voorwendsel mogen zijn voor nieuwe afvloeiingen, mogen we de objectieve problemen die dit voorstel opwerpt niet negeren. Er zijn maatregelen nodig om de Europese textielindustrie en de arbeidsplaatsen in die sector te beschermen.
Op voorstel van de Confederale Fractie Europees Unitair Links/Noords Groen Links bevat de EU-begroting voor 2010 een begrotingslijn voor de opstelling van een EU-programma voor de textiel- en schoeiselsector. Waar is dit programma, mijnheer de commissaris? Wat zijn de hoofdpunten van dat programma? Dat zijn de vragen die ik bij u neerleg.
Claudio Morganti (EFD). - (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, ik vind het paradoxaal dat de Europese Unie de werkgelegenheid in gevaar brengt in plaats van deze te beschermen, waarbij zij de mogelijke gevolgen van haar eigen optreden verbergt achter goedbedoelde retoriek over humanitaire hulp. Doordat de heffingen op Pakistaanse kleding de komende drie jaar mogelijk beperkt worden, dreigt de crisis waar de industrie in verkeert, en die in heel Europa heeft geleid tot het verlies van 120 000 banen, waarvan 40 000 in Italië alleen, nog erger te worden.
Pakistan moet worden geholpen, maar we mogen geen slappe handelsmaatregelen treffen nu mijn land – Italië – en andere lidstaten lijden onder de gevolgen van namaaktextiel dat voornamelijk afkomstig is uit Azië, en dan met name uit China. De Commissie mag geen liefdadigheid bedrijven die ten koste gaat van met name Italië, dat 30 procent van de Europese textielsector voor zijn rekening neemt. Ik denk dat we gelijktijdig met Pakistan ook onze kleine en middelgrote ondernemingen moeten helpen de crisis te boven te komen door heffingen en quota voor Aziatische producten in te stellen. Ik kom uit Prato, en daar hebben we onze buik vol van dit soort maatregelen.
Georgios Papanikolaou (PPE). - (EL) Mevrouw de Voorzitter, wat de verwerkingsindustrie aangaat, wijs ik erop dat Pakistan wereldwijd de vierde grootste producent van katoen is, met een aandeel van 9 procent van de mondiale productie, terwijl de Europese Unie met nauwelijks 5,5 procent volgt. Het is daarom duidelijk dat dit een belangrijke zaak is. Natuurlijk, wij willen geen protectionisme dat afbreuk doet aan gezonde concurrentie, wij willen integendeel een vrije en open internationale handel. Van de andere kant echter hebben collega’s het hier ook over gehad. De heer Melo, afkomstig uit Portugal, een land met een bijzonder gevoelige economie, heeft ons een bijzonder plastisch exposé gegeven. Sommige collega’s wezen ook op Italië, en ik voeg daar nog Griekenland aan toe, waarvan u allen weet met welke problemen het te kampen heeft. Wij moeten Pakistan zeker ondersteunen, wij moeten echter nagaan, en dat wil ik de Commissie vragen, in hoeverre wij over mechanismen beschikken die garanderen dat de steun die wij aan Pakistan geven op de juiste plaats aankomt en niet voor andere doelen of voor de ondersteuning van bepaalde industrieën wordt gebruikt, ten koste van Europese bedrijven en Europese werknemers.
Seán Kelly (PPE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil niet beweren bijzonder op de hoogte te zijn van de details van deze situatie, maar ik erken wel het strategische belang van Pakistan. Daarom steun ik ook het punt van de heer Karim, dat het in ieders belang is om daar een stabiel regime te hebben in een zeer onstabiele regio.
Ik moet ook zeggen dat een Unie die werd opgericht op basis van de principes van vrede en welvaart voor onze burgers, zich in de voorhoede moet bevinden om vrede en welvaart te brengen in andere delen van de wereld, dus steun ik de voorstellen deze avond. Ik zou echter wel graag willen dat de Commissie de punten van de heer Higgins en anderen linkse leden zeer volledig beantwoordt.
Kan de Commissie garanderen dat de hulp die wij zouden geven, ook terecht zou komen bij degenen die deze verdienen en niet bij de grote handelaren en landheren? Dat is de cruciale vraag van vanavond.
Elisabeth Köstinger (PPE). – (DE) Mevrouw de Voorzitter, de overstromingsramp in Pakistan heeft humanitaire gevolgen van een onvoorstelbare omvang. Ik vind dat het de plicht van de Europese Unie is om de mensen in Pakistan snel hulp te bieden. Met maatregelen voor een duurzame economie en werkgelegenheid draagt de EU er in belangrijke mate toe bij dat dit zwaar getroffen land uit de crisis wordt geholpen. Ik betwijfel echter of een eenvoudige verlaging van de invoertarieven het gewenste effect heeft. We moeten onderzoeken of steun aan Pakistan niet via indirecte kanalen in derde landen terechtkomt waardoor het niet het gewenste effect heeft. Ik denk hier naast de textielindustrie vooral aan het terrein van de bio-ethanol.
Mijn concrete vraag aan de Commissie is of de instelling van een tariefcontingent voor ethanol wordt gezien als een werkelijk duurzame en efficiënte mogelijkheid om de mensen in Pakistan te helpen. Kan worden beoordeeld of voor de import in de EU ook wordt voldaan aan de vereiste duurzaamheidscriteria bij de productie van ethanol?
(Spreekster verklaart zich bereid een ‘blauwe kaart‘-vraag krachtens artikel 149, lid 8 van het Reglement te beantwoorden)
William (The Earl of) Dartmouth (EFD). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik vraag me alleen af of de spreekster beseft dat we het voor deze ene keer niet hebben over hulp, maar eigenlijk eenvoudigweg handelspreferenties bespreken. Dit zou Pakistan de gelegenheid bieden om zelf een uitweg uit de problemen van het land te verdienen, geheel op eigen inspanningen en wilskracht. Ik vraag me af of de spreekster dat beseft.
Elisabeth Köstinger (PPE). – (DE) Mevrouw de Voorzitter, ik denk dat dit de kern is van waarover we nu discussiëren. De maatregelen moeten goed doordacht zijn om ook duurzame steun te kunnen waarborgen. Natuurlijk is er ook altijd de vraag hoe uiteindelijk de kosten-batenrekening voor Europa uitvalt.
Sergio Paolo Francesco Silvestris (PPE). - (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, we moeten Pakistan absoluut helpen na de overstromingen die het land getroffen hebben. Wij moeten ons vandaag echter afvragen bij welke hulp dit land het meest gebaat is, en welke hulp de Europese Unie het best kan leveren. We moeten snel, maar ook efficiënt handelen.
Het is juist de efficiëntie van het voorstel van de Commissie die mij ernstige zorgen baart. Ik vind het een voorstel vol hiaten dat, doordat het voornamelijk in de textiel- en de ledersector ingrijpt, niet effectief genoeg dreigt te zijn: de hulp zou, als gevolg van de nieuwe armoede die deze in Europa veroorzaakt, kunnen leiden tot nieuwe spanningen, en zou de Europese textielsector, die al een sterke achteruitgang kent, verder op de knieën dwingen.
Bovendien moeten we in ogenschouw nemen dat we, door de export van productiebedrijven te stimuleren, de gebieden in Pakistan te hulp schieten die niet overstroomd zijn geweest, terwijl onze hulp juist het concurrentievermogen en de ontwikkeling zou moeten bevorderen door de productie in de gebieden die door de natuurramp zijn getroffen, weer op gang te helpen. Om al deze redenen denk ik dat de afschaffing van heffingen absoluut de verkeerde weg is. Daarom keuren wij dit voorstel af en steunen we het niet.
Karel De Gucht, lid van de Commissie. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, allereerst wil ik graag zeer duidelijk de cijfers presenteren waarover we het hier hebben. We hebben het hier over een handelsvolume van 900 miljoen euro. Het effect voor Pakistan zal 100 miljoen euro aan extra export naar de Europese markt zijn, maar het totale saldo voor de Europese Unie zal slechts 50 miljoen euro bedragen omdat er, ten gevolge van de gunstigere positie van Pakistan om naar de Europese markt te exporteren, ook een zekere mate van verlegging van het handelsverkeer zal plaatsvinden, wat betekent dat andere importeurs enkele mogelijkheden op de Europese markten zullen verliezen. De algehele impact zal op jaarbasis dus circa 50 miljoen euro bedragen.
Ik vertel u dit omdat ik tijdens dit debat opnieuw hoorde dat er 120 000 banen verloren zouden gaan. U hebt allemaal een rekenmachine op uw mobiele telefoon; als Europa 120 000 banen zou verliezen wegens 50 miljoen euro extra import op de Europese markt, is er echt een serieus probleem met de Europese textielindustrie, ongeacht wat er gebeurt met Pakistan. Dit kan eenvoudigweg niet als een serieus argument worden beschouwd.
Dat is mijn eerste opmerking. Ten tweede hebben wij naar behoren rekening gehouden met de gevoeligheden van de Europese textielindustrie en de ietwat lastige positie waarin deze industrie zich mogelijk bevindt. Beddengoed maakt geen deel uit van de tarieflijnen die wij voorstellen, evenmin als kleding of huishoudelijk linnen, samen de drie meest kwetsbare productlijnen voor Europa.
Integendeel: het gaat hierbij ook om veel halffabrikaten. De naam impliceert al dat deze producten in Europa worden voltooid, wat in wezen goedkopere import moet genereren voor die bedrijven die dergelijke producten hun eindbehandeling geven. Wij ondervinden hier dus geen onmiddellijke schade van. Ik zou zelfs het tegenovergestelde willen beweren. We hebben echt zeer zorgvuldig onderzocht wat een goed voorstel voor Pakistan zou zijn zonder de Europese industrie te veel te schaden; dit in een tijd waarin we ook herstellen van een economische crisis die zeker niet gemakkelijk te beheersen is.
Er werd ook een opmerking gemaakt over de katoenexport. Er heerst een schaarste op de wereldwijde katoenmarkt, en het is waar dat Pakistan een van de belangrijkste katoenproducenten is. Wat ik in gedachten heb, is dat wanneer deze overeenkomst er eenmaal is, wanneer we eenmaal zien dat we echt iets bereiken, we Pakistan ook moeten vragen ervoor te zorgen dat onze eigen textielindustrie voldoende katoen krijgt om dat te kunnen produceren waar de markt om vraagt. Aangezien er een wereldwijde schaarste aan katoen is, althans aan bepaalde soorten katoen, vraagt u zich misschien af waarom we die katoensoorten dan niet uit Afrika importeren. Dat komt doordat Afrika niet de juiste soorten katoen produceert die wij nodig hebben en het niet gemakkelijk is om van de ene dag op de andere over te schakelen op een andere soort katoenproductie. Aan dat probleem moeten we dus extra aandacht besteden.
Tot slot wil ik graag nog zeggen dat we, gezien de situatie met betrekking tot Pakistan, zowel meer hulp als meer handel nodig hebben; we hebben het allebei nodig. De Europese Unie heeft al 320 miljoen euro bijgedragen, 60 procent van het bedrag waar de Verenigde Naties aanvankelijk om vroeg. Dat zullen we ook blijven doen; dat is meer hulp.
Handel is geen hulp, zoals tijdens deze plenaire vergadering werd opgemerkt. Handel draait erom dat de Pakistaanse economie kansen wordt geboden om te produceren en te exporteren, en om banen te geven aan de mensen die deze banen nodig hebben. Ik denk dat het bieden van extra handelsmogelijkheden aan Pakistan een onmisbaar hulpmiddel voor economisch herstel is. Het draait hierbij echter niet om hulp, waarbij u de ‘begunstigden’ niet kunt sturen. Bij handel is het veel gemakkelijker om het proces te sturen, maar we weten ook dat hoewel handel zwakke plekken heeft, we een economie niet kunnen laten herstellen door enkel hulp te bieden.
Ik denk dat beide elementen nodig zijn, zowel hulp als handel. Daarom werken we dan ook aan beide mogelijkheden. Zoals ik tijdens deze plenaire vergadering al eerder heb gezegd, is het waar dat we er ook rekening mee moeten houden dat we het hier hebben over een regio die zwaar verwoest is. Er zijn veel Parlementsleden uit Italië aan het woord geweest, en naar ik begrijp, is het overstroomde grondgebied van Pakistan ongeveer zo groot al het hele Italiaanse grondgebied. Dat is de schaal waarover we het hier hebben, dus denk ik dat we hen moeten helpen, maar dat we ook niet mogen vergeten dat dit een zeer kwetsbare regio is die van grote geostrategische waarde is. De regio is ook erg belangrijk voor ons en onze veiligheid. Het zou erg gevaarlijk voor Europa zijn als deze regio onstabiel zou worden en dus moeten we al het mogelijke doen om ervoor te zorgen dat de stabiliteit van de regio niet wordt beïnvloed door wat er gebeurt in Pakistan.
Dit is dus een totaalpakket van maatregelen die we inzetten. We voeren politieke gesprekken met Pakistan; zo heeft er onlangs nog een top met het land plaatsgevonden, en we zullen ook in de toekomst zulke gesprekken blijven voeren. Diverse EU-functionarissen en bijvoorbeeld ook commissaris Georgieva hebben het land bezocht met het oog op humanitaire hulp. We hebben het hulppakket, dat zeer behoorlijk is, en we hebben tevens een economische aanpak in de vorm van meer handel. Ik denk en hoop dat dit echt iets behoorlijks zal betekenen voor Pakistan. Ik ben er tevens van overtuigd dat we door Pakistan te helpen in zekere mate ook onszelf helpen.