Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2010/2927(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

O-0158/2010 (B7-0560/2010)

Debatten :

PV 10/11/2010 - 18
CRE 10/11/2010 - 18

Stemmingen :

Aangenomen teksten :


Volledig verslag van de vergaderingen
Woensdag 10 november 2010 - Brussel Uitgave PB

18. Innovatiepartnerschappen (debat)
Video van de redevoeringen
Notulen
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Aan de orde is het debat over de mondelinge vraag O-0158/2010 van Judith A. Merkies, namens de S&D-Fractie, Paul Rübig, namens de PPE-Fractie, Jorgo Chatzimarkakis, namens de ALDE-Fractie, Philippe Lamberts en Reinhard Bütikofer, namens de Verts/ALE-Fractie, Evžen Tošenovský, namens de ECR-Fractie, en Marisa Matias, namens de GUE/NGL-Fractie aan de Raad: Innovatiepartnerschappen binnen het kerninitiatief Innovatie-Unie (B7-0560/2010).

 
  
MPphoto
 

  Judith A. Merkies, auteur. Voorzitter, 90 procent van de mensen denkt dat we door innovatie een groene en beter concurrerende economie zullen krijgen. Daar zijn we het over eens. Maar kennelijk is de urgentie nog niet helemaal duidelijk, want de Europese Raad heeft besloten pas in februari en maart volgend jaar over de innovatie-unie te gaan praten.

Waarom? Zijn de urgente, grote maatschappelijke uitdagingen dan soms allemaal al opgelost? Is het energieprobleem, het grondstoffenprobleem of het vergrijzingsprobleem al opgelost? Nee, en daarom is het nodig dat we urgent die innovatiestrategie behandelen en bespreken. Vragen zijn er genoeg. Wat zijn die innovatiepartnerschappen eigenlijk? De innovatiestrategie van de Commissie is wel duidelijk, maar deze vraag blijft nog open.

Duidelijk is dat er geen nieuwe instrumenten moeten komen, althans niet helemaal nieuwe, maar wel betere. Belangrijk is langetermijnzekerheid, maar het liefst hebben we een goed werkend instrument met een visie tot 2020. Wat belangrijk is, is dat innovatiepartnerschappen zo concreet en duidelijk mogelijk moeten zijn, met echte impact, technologieneutraal en dicht bij de markt, én met een duidelijke deadline. Met de betrokkenheid van alle belangrijke partners én de industrie, de overheid, de onderzoeksinstellingen, en vooral de burger, die de drijfkracht is achter innovatie en het slagen daarvan.

Het is heel goed dat er gebouwd wordt op bestaande kracht met healthy aging, eigenlijk liever gezond léven dan gezond ouder worden, en het schijnt dat eigenlijk gezond ouder worden al begint bij de conceptie. Alle partnerschappen moeten in het teken staan van efficiënt en intelligent omgaan met natuurlijke hulpbronnen en dan beginnen met de meest urgente problemen: energie, het opraken van de grondstoffen. Daar is meer innovatie nodig.

Het betekent de volledige inzet van de Raad en enthousiasme. Allebei zijn nodig om de innovatiestrategie te laten werken. Terugtrekken achter de grenzen is geen optie. Economie gaat echt niet alleen over de euro of over de bankensector, het Stabiliteitspact. Het gaat over werk in Europa, een betere positie van Europa in de wereld en als niet door innovatie, hoe dan wel?

 
  
MPphoto
 

  Amalia Sartori, auteur. (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het voorstel van de Commissie in de op 6 oktober aangenomen mededeling "De Innovatie-Unie" is integrerend onderdeel van de Europa 2020-strategie. Het initiatief is bedoeld als concreet, efficiënt en duurzaam antwoord op de principiële problemen van onze maatschappij.

Een van de meest vernieuwende elementen van de vele voorgestelde acties en de verschillende doelstellingen die de Commissie heeft vastgesteld om een daadwerkelijke Innovatie-Unie in het leven te roepen, zijn de zogenaamde innovatiepartnerschappen. Om de vooraf gestelde doelen te bereiken, is het noodzakelijk de juiste partnerschappen te kiezen. Daarvoor heeft de Commissie een reeks prioritaire uitdagingen vastgesteld die onze samenleving de komende jaren en decennia zal moeten aangaan. Ten aanzien van die vernieuwing heeft het Europees Parlement besloten zijn standpunt uiteen te zetten in de resolutie waarvan ik namens de PPE-Fractie de auteur ben. Na een korte onderhandelingsronde hebben alle auteurs van de verschillende fracties een resolutie ondertekend, waarbij zich geen problemen hebben voorgedaan.

Ik wil graag onderstrepen dat onze bijdrage van fundamenteel belang is om ervoor te zorgen dat beide partnerschappen die worden gelanceerd na het proefproject over actief en gezond ouder worden betrekking hebben op intelligente steden, teneinde in diverse Europese steden geavanceerde experimenten te ondersteunen die gericht zijn op het realiseren van de 20-20-20-doelstellingen en niet-energetische grondstoffen, aangezien er een concreet antwoord moet worden gegeven op de grote en moeilijke problemen waar de samenleving op dit gebied mee te maken heeft.

In de komende maanden zal een werkgroep binnen de Commissie een besluit nemen over de details met betrekking tot governance, financiering, selectie- en begrotingscriteria van de initiatieven die worden gelanceerd met het eerste partnerschap.

 
  
MPphoto
 

  Jorgo Chatzimarkakis, auteur. − (DE) Mijnheer de Voorzitter, waartoe dient eigenlijk het Europees innovatiebeleid, waartoe dient het Europees onderzoeksbeleid? Wanneer we die vraag stellen, ook aan de gewone burger, krijgen we geen antwoord. Het is namelijk niet duidelijk welke toegevoegde waarde er ontstaat door Europees onderzoek en Europese innovatie. Daarom zijn we blij dat commissaris Geoghegan-Quinn haar voorstel opent met een definitie van innovatie. Wat is innovatie? Innovatie betekent van kennis geld maken, een product maken, een licentie maken, en dat is nieuw. Ik ben blij dat de Commissie deze weg bewandelt. Maar ook nu hebben we man on the moon- of woman on the moon-projecten nodig, projecten waar de burger zich iets bij kan voorstellen, zodat de Europese belastingbetaler begrijpt wat wij hier met zijn geld doen. Daarom zie ik dit project als een grote kans, we willen twee gezonde jaren toevoegen aan het leven. Dit is zo'n project, dat begrijpt de burger. Daarom ben ik blij dat voor het eerste voorstel voor een innovatiepartnerschap dit onderwerp is gekozen. Twee gezonde jaren meer, dat begrijpt iedereen, dat moeten we doen. Daarom heeft u onze steun hiervoor.

Ik wil echter wijzen op een punt dat mevrouw Merkies ook al heeft genoemd: wanneer we alleen maar een programma toevoegen aan de lijst van bestaande instrumenten en programma's – we hebben al het EIT, de KIG's, de JTI's, het zogenaamde Competitiveness and Innovation Programme (CIP) – wordt het geheel erg onoverzichtelijk, dat mogen we niet doen. De innovatiepartnerschappen moeten werkelijk tot wat meer overzicht leiden, tot een duidelijker systeem, en daarom kunnen we hier alleen maar mee instemmen wanneer alles voor de belastingbetaler duidelijker wordt. De vraag is altijd: wat levert meer Europese toegevoegde waarde op? Als we daarmee rekening houden staan wij hier volledig achter.

 
  
MPphoto
 

  Evžen Tošenovský, auteur. (CS) Het initiatief van de Commissie om in het kader van het Innovatiepartnerschap "actief en gezond ouder worden" een proefprogramma op te zetten, acht ik zeer interessant. Het feit dat de Commissie voor dit proefproject gekozen heeft, is voor mij andermaal een teken hoe gewichtig het vraagstuk vergrijzing wel niet is, EU-wijd. Gezien de vele uiteenlopende manieren waarop in de Europese Unie voor de oude dag gezorgd wordt, lijkt me dit proefproject echter allesbehalve eenvoudig uitvoerbaar. De zeer uiteenlopende stelsels op dit vlak zijn het gevolg van ongelijke ontwikkelingen en gebeurtenissen in het verleden, alsook de verschillende mentaliteiten van de lidstaten ten aanzien van deze problematiek. Het wordt voor ons dan ook uitermate interessant om te zien of en hoe de Commissie in staat zal zijn een daadwerkelijk innovatieve aanpak van dit complexe probleem te ontwikkelen. Ik hoop van harte dat het niet bij een algemene beschrijving van de problematiek blijft, maar dat er daadwerkelijk nieuwe initiatieven ontplooid worden.

Uit discussies met collega's is gebleken dat nog twee andere thema's geschikt zouden zijn voor een innovatiepartnerschap, te weten intelligente steden enerzijds en grondstoffen anderzijds. Gezien de huidige stand van zaken en de verwachte problemen lijkt een dergelijke benadering op het vlak van grondstoffen uitermate nuttig. Nu al, en in de nabije toekomst zeker, krijgen de lidstaten steeds meer te kampen met al dan niet grote tekorten voor zowel de energieopwekking als de industrie. Er zijn velerlei uiteenlopende problemen met grondstoffen, die overigens regelmatig behandeld worden in talrijke commissies van dit Parlement. Voor de toekomstige economische groei en het concurrentievermogen van de Europese lidstaten zijn een ongestoorde grondstoflevering en de opsporing van nieuwe grondstofvoorraden van cruciaal belang. Uiteraard hangt het levenspeil van de burgers in de Europese lidstaten daar nauw mee samen. Redelijke regels met de nadruk op de financiële toegankelijkheid van grondstoffen zijn dan ook van cruciaal belang.

 
  
MPphoto
 

  Marisa Matias, auteur. − (PT) We bespreken hier vandaag een onderwerp dat gepresenteerd is als een van de prioriteiten van de Europese Commissie, namelijk het innovatiebeleid, dat eindelijk vorm begint te krijgen, vooral met de innovatiepartnerschappen en het proefproject "actief en gezond ouder worden" dat we hier vandaag bespreken. Veel aspecten moeten echter nog worden vastgesteld, vooral wat betreft nadere uitwerking, definiëren van toekomstige projecten en prioriteitstelling. Wie gaat eigenlijk de prioriteiten stellen en op grond van welke criteria? Ik vind dat we recht hebben op het antwoord daarop.

Maar ik wil hier graag enkele specifieke opmerkingen maken over dit eerste project dat ons is voorgesteld, over actief en gezond ouder worden. En dat zijn positieve opmerkingen, omdat ik het positief vind dat de aandacht gericht wordt op een bevolkingsgroep die erg kwetsbaar is in een Europa dat steeds verder vergrijst en steeds verder achteruit gaat.

Maar ik wil aan al deze vragen toch ook nog enkele vragen toevoegen, omdat ik het tegenstrijdig vind dat er een project op dit gebied wordt voorgesteld, terwijl er geen kader is waarin deze innovatie kan worden ingebed. Hoe gaan we deze innovatie goed inbedden? Binnen welk kader? Zijn innovaties wel levensvatbaar binnen de huidige context, waarin de verzorgingsstaat voortdurend en systematisch onder vuur ligt, de gezondheidszorg steeds minder toegankelijk wordt, systematisch wordt bezuinigd op voorzieningen en er voortdurend desinvesteringen plaatsvinden op dit gebied?

De titel van de mededeling, "Innovatie-Unie", voor meer werk, betere kwaliteit van leven, een betere samenleving, is ambitieus. Ik zou zelfs zeggen dat ik er persoonlijk geen enkele moeite mee zou hebben deze te onderschrijven, maar we moeten zeggen dat dit tegenstrijdig is met wat er de laatste tijd in de lidstaten gebeurt, met al die bezuinigingsmaatregelen. Ik denk dat er alleen houdbare innovatie mogelijk is als er een helder, houdbaar en ambitieus beleid komt. Anders is het niet meer dan een vonk die snel uitdooft. Dat levert niet veel op en daar hebben deze bevolkingsgroepen niet veel aan.

 
  
MPphoto
 

  Benoît Cerexhe , fungerend voorzitter van de Raad. (FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik ben verheugd dat ons de gelegenheid wordt geboden om te discussiëren over dit kerninitiatief Innovatie-Unie, en met name over het nieuwe concept van Europees innovatiepartnerschap, dat zeker een centrale pijler vormt van de mededeling die de Commissie begin oktober heeft gepresenteerd.

Natuurlijk is de Raad in dit stadium nog bezig met de bestudering van het onderwerp en er worden conclusies voorbereid voor onze Raad Concurrentievermogen op 26 november.

Zoals u weet heeft de Europese Raad op 17 juni de laatste hand gelegd aan de strategie Europa 2020, en een van de belangrijke doelstellingen in dit verband is "betere voorwaarden voor onderzoek en ontwikkeling" zodat het totale niveau van overheids- en particuliere investeringen in deze sector op 3 procent van het bbp komt te liggen. Persoonlijk denk ik dat het problematisch zou zijn geweest om onder het percentage uit te komen van 3 procent dat al is vastgelegd in de strategie van Lissabon, en dat we nu moeten zorgen dat we deze doelstelling daadwerkelijk kunnen verwezenlijken.

Met het kerninitiatief voor een innovatie-Unie van de Commissie wordt voortgeborduurd op deze belangrijke doelstelling en het Belgische voorzitterschap heeft dit essentiële onderwerp tijdig willen behandelen. Binnen de Raad heeft in juli een eerste informele gedachtewisseling over het onderwerp plaatsgevonden, en vervolgens is het op 12 oktober formeel besproken. Naar aanleiding van dit debat heeft het voorzitterschap ontwerpconclusies voorgelegd die momenteel worden bestudeerd en op de agenda staan van de raadsformatie Concurrentievermogen, die op 25 en 26 november bijeenkomt. Ik benadruk dat het voorzitterschap de sectoren "onderzoek" en "ontwikkeling" nauw laat samenwerken voor dit dossier, wat tot uitstekende resultaten leidt. In juli heeft er een gezamenlijke vergadering van de Raad plaatsgevonden, die eind november zou moeten uitmonden in gezamenlijke conclusies.

De voorbereiding van het debat over onderzoek en innovatie dat tegen het einde van het jaar zal plaatsvinden in de Europese Raad, is ingegeven door de mededeling van de Commissie en de werkzaamheden van de Raad Concurrentievermogen.

U begrijpt dus dat ik in afwachting van de strategische impulsen van onze staatshoofden en regeringsleiders als voorzitter van de Raad Concurrentievermogen enige voorzichtigheid moet betrachten. Wel wijs ik erop dat het onderwerp innovatie, of eigenlijk de kennisdriehoek in bredere zin (onderwijs-onderzoek-innovatie), uiteraard noch voor de Raad, noch voor het Parlement geheel nieuwe materie is.

Binnen de Raad staat dit onderwerp in de algemene context van de Europese onderzoeksruimte regelmatig op de agenda van de Raad Concurrentievermogen. Ik verwijs met name naar de visie voor 2020 voor de Europese onderzoeksruimte van december 2008 en naar de recentere conclusies van de Raad, "Een innoverend Europa tot stand brengen", die in mei 2010 onder het Spaanse voorzitterschap zijn aangenomen. Ik kan ook een aantal beleidslijnen noemen die voor de Raad van belang zijn, ook al is dat geen uitputtende lijst.

Allereerst zouden de initiatieven betrekking moeten hebben op alle vormen van innovatie in de overheids- en particuliere sector.

Ten tweede moet de basis worden gelegd voor efficiëntere begrotingslijnen voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie.

Ten derde kan innovatie door aanbestedingen worden gesteund met innoverende producten, procedés en diensten. Deze weg blijft grotendeels onbenut.

Ten vierde vormen ook niet-technologische vernieuwingen, zoals op het gebied van design, diensten en culturele creativiteit, belangrijke factoren.

Ten vijfde moet intellectuele eigendom voor het inzetten van onderzoeksinspanningen doeltreffend worden beheerd en beschermd, en moeten wetenschappelijke en technologische innovaties doeltreffend worden verspreid.

Tot slot moeten beleid en programma's op het gebied van onderzoek en ontwikkeling en de bijbehorende instrumenten worden vereenvoudigd en gerationaliseerd, daarop is ook nu weer gewezen. Ik ben zeer verheugd dat we het in grote lijnen eens zijn met het standpunt van de Commissie industrie, onderzoek en energie in het verslag van mevrouw Carvalho. Innovatiepartnerschappen moeten de zaken niet extra complex maken, maar juist bijdragen tot vereenvoudiging.

De regionale dimensie is ook essentieel voor innovatie. Het Europese innovatiebeleid moet voor actoren van innovatie, inclusief kleine en middelgrote bedrijven, ook op regionaal niveau adequate steun waarborgen.

De menselijke factor vormt de hoeksteen van onderzoek en innovatie. Europa moet beter in staat zijn om zijn onderzoekers binnen de EU te houden en talenten uit landen buiten de EU aan te trekken.

Na deze algemene overwegingen zal ik nu ingaan op de vier concretere vragen die u heeft gesteld.

Voor wat betreft het aantal onderwerpen voor de innovatiepartnerschappen lijkt onze Raad redelijk unaniem in het oordeel dat er eerst een proefinitiatief moet worden ontplooid, ook al heeft de Raad zich nog niet uitgesproken. De Commissie heeft overigens voorgesteld dit proefinitiatief inzake vergrijzing begin 2011 op touw te zetten. In haar mededeling wordt voorts een reeks andere thema's genoemd waarvoor zij bereid is in 2011 voorstellen in te dienen, en sommigen van u hebben een aantal van deze thema's overgenomen. Per definitie kan er een proefproject op experimentele basis starten. We hoeven niet te wachten totdat alle voorwaarden vooraf zijn vastgelegd.

De keuze van onderwerpen van toekomstige partnerschappen is een van de essentiële kwesties die binnen de Raad worden besproken en in dit licht wijs ik op het initiatief van gezamenlijke programmering van onderzoek in Europa dat de Raad in 2008 heeft ontplooid en waarmee moet worden ingespeeld op belangrijke maatschappelijke uitdagingen. Destijds waren er al criteria vastgesteld die zeker van pas zullen komen in het kader van innovatiepartnerschappen: de omvang van de uitdaging op Europees niveau, effectieve afspraken van betrokken partijen, de Europese toegevoegde waarde, de mogelijkheid om de resultaten van onderzoek ten goede te laten komen van Europese burgers en het Europese concurrentievermogen. Ik constateer ook dat de voorgaande richtsnoeren van de Raad en de algemene voorwaarden in de Commissiemededeling in ruime mate op elkaar aansluiten.

In de discussies die wij in dit stadium hebben gevoerd, hebben mijn collega's vaak gewezen op de noodzaak van een top-downbenadering, met name bij de vaststelling van thema's, eenvoud, lichte structuren, de noodzaak van samenwerking met de particuliere sector, in het bijzonder kleine en middelgrote bedrijven, alsmede de optimalisering van bestaande financiële instrumenten.

Dan ben ik aangekomen bij het tijdschema en de beginselen van bestuur die waarschijnlijk de belangrijkste en meest netelige kwesties zijn. De kernwoorden zijn "toegevoegde waarde", "samenhang", "flexibiliteit" en "eenvoud". Er kan geen sprake zijn van een vastomlijnd uniek model. Er zijn diverse initiatieven ontplooid om de concepten te verfijnen, waarvan een seminar dat een paar dagen geleden, op 27 oktober, in samenwerking met Finland en de Commissie is georganiseerd door het Belgische voorzitterschap. Voor wat betreft het tijdschema is de dringende noodzaak duidelijk vastgelegd in de strategie Europa 2020. Deze dringende noodzaak is daardoor ook aanwezig in de initiatieven die daaruit voortvloeien. Hiertoe heeft de Commissie ambitieuze voorstellen op tafel gelegd, maar onze middelen zijn beperkt. We moeten onze ambities niet laten varen en ervoor zorgen dat we het proces onder controle kunnen krijgen en te zijner tijd lering kunnen trekken uit de voortgang.

Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik eindig met het begrip van beter bestuur van partnerschappen op nationaal niveau. Dit maakt deel uit van alle overwegingen die betrekking hebben op het bestuur van partnerschappen, waarvoor geen vastomlijnd en al helemaal geen uniek model bestaat. Er moet rekening worden gehouden met de verschillende situaties in de diverse lidstaten. Ook moeten alle belanghebbenden in de verschillende lidstaten bij het proces worden betrokken: belanghebbenden op Europees, nationaal en regionaal niveau, inclusief de overheids- en de particuliere sector.

Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, mijn overtuiging is dat onderzoek en innovatie geen keuze voor Europa vormen, maar een noodzaak zijn als we een oplossing op lange termijn willen waarbij niet wordt getornd aan ons sociale model en de weg wordt ingeslagen van een duurzaam milieu. Ik juich de niet aflatende interesse van het Parlement in deze onderwerpen toe, en in het bijzonder deze eerste interventie in het debat over het innovatieplan. Uw bijdrage lijkt me des te crucialer doordat de huidige context de lidstaten tot moeilijke keuzen dwingt, waarbij het me van essentieel belang lijkt om vast te houden aan onderzoek en innovatie als investering in de toekomst. Ik kan u dan ook verzekeren dat ik de Raad op de hoogte zal stellen van de strekking van dit debat en ik sta tot uw beschikking.

 
  
MPphoto
 

  Reinhard Bütikofer (Verts/ALE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, is het zo dat de Raad later op de avond meer spreektijd krijgt? Ik vind het niet erg beleefd dat de vertegenwoordiger van de Raad dubbel zo lang spreekt als de heren Barroso en Van Rompuy samen. We weten toch dat er nog meer belangrijke punten op de agenda staan? Misschien zou hij wat korter van stof kunnen zijn.

 
  
MPphoto
 

  Ioannis A. Tsoukalas, namens de PPE-Fractie. (EL) Mijnheer de Voorzitter, ik zou uw aandacht willen vestigen op de grote kans die innovatiepartnerschappen bieden voor de economische en sociale ontwikkeling van de Europese Unie, die wij zo hard nodig hebben, maar ook op het grote gevaar dat zij met zich meebrengen, omdat een verkeerd gebruik van dit instrument de kloof op het vlak van innovatie en onderzoek tussen de lidstaten van de Europese Unie kan vergroten.

Ik heb het om precies te zijn over de moeilijke economische omstandigheden die heersen in verschillende delen van Europa, om te beginnen in mijn vaderland, en ik zou dezelfde opmerking willen maken die mijn geachte collega, mevrouw Matias, heeft gemaakt. Talrijke landen in Zuid-Europa en elders bevinden zich in een deplorabele economische situatie, terwijl het Internationaal Monetair Fonds, de Europese Centrale Bank en de Europese Commissie immense horizontale kortingen op alle staatsuitgaven eisen en de publieke investeringen in onderzoek ongeveer tot nul zijn gereduceerd. Onder dergelijke omstandigheden is het overduidelijk dat op technologische ontwikkeling en innovatie rigoureus wordt bezuinigd aangezien deze in de reddingsplannen van de nationale regeringen de laagste prioriteit hebben.

De horizontale kortingen die deze landen worden opgelegd, in combinatie met de braindrain, dat wil zeggen het verlies van geschoolde werknemers die naar het buitenland gaan, en de onderfinanciering van universiteiten en onderzoekscentra maken dat de kennisdriehoek waar wij het net over hadden, allesbehalve een gelijkzijdige driehoek is.

Deze situatie wordt nog verergerd door feitelijke omstandigheden, door de feitelijke scores van de Europese universiteiten. Zo bevinden zich bijvoorbeeld volgens het Times Higher Education-supplement, dat eergisteren is gepubliceerd, 82 van de 200 topuniversiteiten in de wereld in Europa. Daarvan bevinden zich 80 in de noordelijke landen, en slechts 2 in het zuiden, in Spanje.

Ik wil de Europese Commissie, de Europese Unie en het Europees Parlement vragen hoe zij de kloof die tussen het innoverende noorden van Europa en het zuiden van Europa ontstaat, denken te dichten?

 
  
MPphoto
 

  Teresa Riera Madurell, namens de S&D-Fractie. – (ES) Mijnheer de Voorzitter, het is waar dat de Commissie haar voorstel voor een innoverende Unie gepresenteerd heeft op hetzelfde moment als haar voorstel voor industrieel beleid, want om verstandige, duurzame groei te waarborgen die werkgelegenheid en concurrentievermogen oplevert, moet de Europese Unie ongetwijfeld haar vermogen om te innoveren verbeteren.

Op grond van die overtuiging heeft onze fractie de verantwoordelijkheid genomen voor beide initiatieven. Als coördinatrice ben ik ervan overtuigd dat dit Parlement met ieders medewerking zal kunnen helpen om oplossingen te vinden voor deze nieuwe uitdagingen: oplossingen die de economische, de sociale en de milieuaspecten met elkaar in evenwicht houden om op te trekken naar een groener en verstandiger Europa met een grotere sociale samenhang.

Die bijdrage begint vandaag met deze resolutie, waarin wordt aangegeven, voordat de Raad zijn besluit neemt, welke kwesties met prioriteit moeten worden aangepakt, zoals samenwerking in de innovatie, en waarin ook wordt benadrukt dat hun kans op succes afhankelijk is van ons vermogen om hierbij zowel innoverende bedrijven als universiteiten en onderzoekscentra te betrekken.

 
  
MPphoto
 

  Zbigniew Ziobro, namens de ECR-Fractie. (PL) Mijnheer de Voorzitter, Europa moet zich ontwikkelen en innovatie is de beste weg om de huidige crisis te overwinnen. De aangekondigde verhoging van de financiering van investeringen in onderzoek en ontwikkeling met 3 procent van het Europese bbp is een factor van betekenis voor het initiëren van constructieve veranderingen. Naast flexibele wetgeving voor de oprichting van bedrijven, belastingvoordelen en vereenvoudiging van de patentregistratie, vormen financiële factoren het vliegwiel van ontwikkeling.

Zonder hulp van buitenaf zijn bedrijven zelf niet in staat om langjarige, kostenintensieve onderzoeken te financieren. Er doet zich evengoed een probleem voor. De toegekende middelen uit de Europese begroting op zich zijn vaak niet voldoende, waardoor bedrijven gedwongen zijn om uit eigen middelen enorme bedragen te investeren. Hierdoor bevinden ondernemers uit Midden- en Oost-Europa zich in een kansloze positie. Zij hebben geen eigen middelen, zij kunnen geen geld krijgen uit de staatsbegroting en zij zijn niet in staat om EU-gelden aan te vragen. Ook op andere gebieden doet deze situatie zich voor. Hierdoor concentreren de middelen zich in de rijke gebieden van de Europese Unie waardoor de wanverhouding op het gebied van onderzoek en ontwikkeling zich verder verdiept.

De voorzitter van de Europese Commissie heeft ooit gezegd: "Geen Unie zonder solidariteit". Tegen die achtergrond wil ik vragen op welke manier de Commissie van plan is om in de nieuwe lidstaten van de Unie de innovatie te versterken. Kunnen zij rekenen op meer financiële middelen, waardoor zij sneller kunnen aansluiten bij de oude lidstaten?

 
  
MPphoto
 

  Hermann Winkler (PPE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de invoering van de Innovatie-Unie toont aan dat de Europese Commissie de juiste weg bewandelt. Ik heb tot mijn grote tevredenheid gelezen dat de Commissie is ingegaan op vele van de eisen in het innovatieverslag van september 2010, dat is goedgekeurd door de Commissie industrie, onderzoek en energie. We zijn het erover eens dat de Europese Unie haar innovatiepotentieel nog veel beter moet gebruiken, ook al om de landen die sterk zijn op het gebied van de innovatie, zoals de VS en Japan, maar ook opkomende economieën als China, bij te houden. De Innovatie-Unie kan echter alleen slagen wanneer we die samen met de lidstaten en de regio's opbouwen. Daarvoor plant de Europese Commissie onder andere de zogenaamde innovatiepartnerschappen, die we nu behandelen in deze vraag van meerdere fracties.

Ik wil in dit verband echter waarschuwen; we mogen niet nog eens dubbele structuren creëren. Het idee van innovatiepartnerschappen is tenslotte nog niet duidelijk gedefinieerd. Ook de opmerkingen van de Raad hebben nog niet alle twijfels uit de weg geruimd. Het idee van de innovatiepartnerschappen heeft echter wel enige raakvlakken met al bestaande instrumenten, zoals de technologieplatformen van het zevende kaderprogramma voor onderzoek en de kennis- en innovatiegemeenschappen (KIG's) in het kader van het Europees Instituut voor innovatie en technologie. Ik zou erop willen wijzen dat we absoluut synergieën tot stand moeten brengen, dat we daarvan ook moeten profiteren, en dat we een uniforme aanpak moeten volgen.

 
  
MPphoto
 

  António Fernando Correia De Campos (S&D).(PT) Het verheugt ons dat de Commissie onderzoek en innovatie hoog op de politieke agenda wil zetten. We hebben hier te maken met een geïntegreerde strategie die erop gericht is het Europese ecosysteem voor innovatie effectiever en productiever te maken, in het belang van een duurzame economie. Europese innovatiepartnerschappen zijn opgekomen als instrument, en de grote uitdagingen waaromheen ze georganiseerd zijn, zijn algemeen genoeg om niet controversieel te zijn. Het is echter nog niet duidelijk hoe de prioriteiten zullen worden bepaald voor de subthema's en hoe zal worden bepaald welke zwaarte elke discipline daarbinnen krijgt. Welke mate van transparantie valt er te verwachten zodat "stakeholders" hieraan zullen meedoen? Hoe zal er worden omgegaan met tegenstrijdige belangen? Welke rol zullen respectievelijk de Commissie, de lidstaten en de regio's krijgen? Hoe wordt de "accountability" gewaarborgd binnen een zo complexe structuur? Hoe ziet de financiële kant van deze partnerschappen eruit? Mijnheer de Voorzitter, de Commissie en de Raad moeten zorgen voor een heel goede tenuitvoerlegging, en deze is niet gegarandeerd binnen die paar maanden die voor dit proefproject zijn uitgetrokken.

 
  
MPphoto
 

  Cristina Gutiérrez-Cortines (PPE).(ES) Mijnheer de Voorzitter, ik zou het feit willen toejuichen dat er innovatie is, dat er aandacht is voor innovatie, en ook partnership, maar ik zou daarbij willen zeggen dat we het over iets hebben waarvan we niet weten wat het is. We praten over een initiatief maar niemand heeft ons verteld wat het inhoudt, wat zijn formule of model is.

In de eerste plaats zou ik willen voorstellen, als we efficiëntie nastreven, zoals een paar collega's hier al gezegd hebben, dat we nog eens kijken naar de resultaten van wat er gebeurd is met de IETI's, de partnerships en de platforms. Nu we ervaring hebben opgedaan met het Zevende Kaderprogramma voor onderzoek en technologische ontwikkeling moeten we die dingen objectief analyseren, met een externe evaluatie, en de resultaten bekijken.

In het geval van sommige IETI bijvoorbeeld hebben we gezien dat ze uiteindelijk gedomineerd werden door grote ondernemingen, en dat de kleine bedrijven weer buiten spel waren gezet.

Ik zou willen voorstellen dat er beleidsvormen en formules voor innovatie komen om te zien hoe we kleine bedrijven kunnen helpen om te integreren, soms misschien via bemiddelende instanties die hen helpen om projecten te betalen of ze uit te voeren. In elk geval kunnen we niet zo doorgaan en kleine bedrijven buiten de deur houden.

In de tweede plaats moeten we de noodzaak overwegen van innovatie van het beleid, om precies te zijn, innovatie van het innovatiebeleid. Het is namelijk de markt die innovatie oppikt, en het beleid is er niet op ingesteld de markt te volgen, die veel sneller werkt.

Daarom moeten we veel meer werk maken van capaciteitsopbouw. Er moet innovatie plaatsvinden op het gebied van capaciteitsopbouw en onderzoeksbeleid, om het onderzoek aan te sturen en bedrijven te helpen aan de slag te gaan met deze bijzonder moeilijke, gecompliceerde onderneming voor de toekomst. Natuurlijk moet ook het bankstelsel worden opgenomen als het gaat om de risico's, want die zouden niet voor rekening moeten komen van de bevolking van Europa.

 
  
MPphoto
 

  Silvia-Adriana Ţicău (S&D).(RO) In artikel 27 van de Universele Verklaring van de rechten van de mens wordt gestipuleerd dat eenieder het recht heeft om vrijelijk deel te nemen aan het culturele leven van de gemeenschap, om te genieten van kunst en om deel te hebben aan wetenschappelijke vooruitgang en de vruchten daarvan. Het Europees onderzoek moet oplossingen vinden voor de grote uitdagingen waarvoor de samenleving staat: een vergrijzende bevolking, klimaatverandering, de energievoorziening en energie-efficiëntie, het tekort aan grondstoffen en een duurzame economische en maatschappelijke ontwikkeling.

Om de Europese Unie in staat te stellen om haar innovatieve vermogen te ontwikkelen, dat van essentieel belang is voor haar concurrentiekracht, moeten wij een innovatiebeleid ontwikkelen dat op het industriebeleid van de EU is afgestemd. Slechts door productiecapaciteit te ontwikkelen en in het verlengde daarvan banen in de hele EU te scheppen zullen wij het innovatieve vermogen van de EU op de lange termijn kunnen handhaven en verder ontwikkelen. Tegelijkertijd is het effect van innovatie op de maatschappij afhankelijk van de mate waarin de vruchten van de prestaties uit de wetenschap worden verspreid. Ik geloof dat wij, willen we een Europese Unie van innovatie hebben, een nieuw partnerschap nodig hebben dat het onderwijs steunt en de burgers helpt de vruchten van de wetenschappelijke vooruitgang te plukken.

 
  
MPphoto
 

  Danuta Maria Hübner (PPE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, er is de laatste jaren veel gezegd over innovatie. Dit is een symbool geworden voor een beleidsinstrument dat al onze problemen kan oplossen. De verwachtingen zijn dus hooggespannen en wij moeten ze waarmaken. We moeten nu echter wat pragmatischer worden.

Innovatie kan ongetwijfeld een zeer belangrijke rol spelen bij het bevorderen van groei in de Europese economie, maar om dit te bereiken hebben we sterke gezamenlijke inspanningen van de particuliere en publieke sector nodig. Deze inspanningen dienen gericht te zijn op de verbetering van raamvoorwaarden en toegang tot financiering en op een herziening van het innovatiebeleid. De tijd is nu van het grootste belang en we moeten onze ambitie snel en gedecideerd in actie omzetten door de factoren die nog steeds de innovatie in Europa belemmeren te identificeren en uit de weg te ruimen, maar in de eerste plaats door nieuwe effectieve beleidsinstrumenten te ontwikkelen.

Europese innovatiepartnerschappen zouden uitstekend als zo'n instrument kunnen worden gebruikt. We zouden ervoor moeten zorgen dat de eerste Europese innovatiepartnerschappen heel snel in werking treden. We moeten hierbij een aanpak hanteren van "leren door te doen", met gebruikmaking van de goede praktijken die er in Europa al bestaan.

Tegenwoordig ontstaat innovatie meestal binnen een goed functionerend innovatiesysteem waarin de regio's een belangrijke rol spelen. Dat betekent dat we de overgang naar een op innovatie gebaseerde economie kunnen versnellen door ten volle gebruik te maken van het potentieel van de huidige investeringen in innovatie in het kader van het cohesiebeleid, die 85 miljard euro bedragen, en van de afspraken voor na 2013 met betrekking tot slimme groei. Het cohesiebeleid kan ervoor zorgen dat innovatie in alle lidstaten en regio's werkt.

 
  
MPphoto
 

  Zigmantas Balčytis (S&D).(LT) Het innovatiebeleid en de verwezenlijking van technologische prestaties moeten een beslissende factor worden voor niet alleen de tenuitvoerlegging van de EU 2020-strategie, maar ook voor de toekomstige groei en het concurrentievermogen van de Unie zelf. De tenuitvoerlegging van het beleid van de Europese Unie op praktisch alle terreinen, zoals het vergroten van de energie-efficiëntie, het vestigen van een economie die minder vervuilend is, het verminderen van het negatieve effect van de klimaatverandering, en het waarborgen van maatschappelijk welzijn en het scheppen van banen, is direct afhankelijk van hoe effectief het innovatiebeleid ten uitvoer wordt gelegd. Europa heeft behoefte aan een geïntegreerd innovatiebeleid dat alleen succesvol zal zijn als er op regionaal, nationaal en Europees niveau voor een effectieve, gecoördineerde samenwerking kan worden gezorgd. Ik geloof dat het Europees innovatiepartnerschap een belangrijke stap is in de richting van een beter gecoördineerd innovatiebeleid waarmee we betere resultaten kunnen behalen op het gebied van het concurrentievermogen en dat het in de toekomst zal bijdragen aan een snellere vooruitgang van de hele Gemeenschap.

 
  
MPphoto
 

  Mario Pirillo (S&D).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, in een periode waarin een tekort aan overheidsgeld heerst, kan investeren in innovatie voor Europa de sleutel zijn om zich uit de crisis te bevrijden.

In het verleden heeft Europa een leidende rol gespeeld op het gebied van innovatie. Veel vernieuwingen die de wereld hebben veranderd, zoals de mobiele telefoon, zijn in ons continent uitgevonden. De waarde van het grote technologische potentieel en het menselijke kapitaal van Europa moet worden verhoogd door de acties van de Europese Unie en van de lidstaten nauw op elkaar af te stemmen zodat overlappingen worden vermeden en investeringen worden geoptimaliseerd. We moeten een strategischere en beter gecoördineerde benadering ten aanzien van innovatie aannemen, waar de technologische partnerschappen een uitstekend instrument voor zijn.

Ik wil de Raad vragen welke stappen zij beoogt te nemen om de partnerschappen dynamischer te maken en hoe ze springplanken kunnen worden voor de reële economie.

 
  
MPphoto
 

  Seán Kelly (PPE).(GA) Mijnheer de Voorzitter, we staan momenteel zonder enige twijfel voor een grote uitdaging en we moeten dringend kijken naar nieuwe manieren om al deze problemen op te lossen.

(EN) Enkele weken geleden had ik het genoegen hier voorzitter te zijn bij de lancering van de GE Innovatiebarometer, in het kader waarvan een enquête onder verschillende belanghebbenden werd gehouden. Hieruit kwamen twee belangrijke punten naar voren: 90 procent van de respondenten is van mening dat innovatie het belangrijkste instrument is om de economie omvangrijker, meer concurrerend en groener te maken; 83 procent is van mening dat publiek-private partnerschappen van essentieel belang zijn voor de ontwikkeling van een innovatiever Europa.

De meeste mensen zouden het hiermee eens zijn en daarom juichen wij deze discussie toe. Vandaag nog heb ik leden van de Raad, de Commissie en Parlementsleden ontvangen bij een lunch waar juist over dit onderwerp, innovatiepartnerschappen, werd gesproken. Zoals gezegd, vormen die innovatiepartnerschappen de sleutel tot de toekomst, als we onze doelstellingen in het kader van de Europa 2020-strategie willen verwezenlijken – 3 procent van het bbp en vooral risicodragend kapitaal dat ook van essentieel belang is.

 
  
MPphoto
 

  Ioan Enciu (S&D).(RO) Ik wil mijn instemming betuigen met het voorstel van de Commissie om het eerste Europese innovatiepartnerschap te lanceren. Om alle lidstaten bij innovatie betrokken te kunnen laten zijn, moet de EU een actievere rol spelen bij de sturing van de investeringen die nodig zijn om de onevenwichtigheden tussen de lidstaten wat betreft hulpbronnen ter ondersteuning van infrastructuur en beheer, op te heffen. Ik vind dat er vooral aandacht besteed moet worden aan regionale ontwikkelingsprojecten. Innovatiepartnerschappen moeten zich daar ook op richten. Er moet gezorgd worden voor een hoge mate van cohesie tussen de EU-structuurfondsen, de overheidsfinanciën in de lidstaten en particuliere bijdragen.

 
  
MPphoto
 

  Anneli Jäätteenmäki (ALDE). (FI) Mijnheer de Voorzitter, het lijkt wel of innovatie het modewoord van nu is geworden, een soort toverformule. Wij moeten echter beseffen dat zij geen onmiddellijke verlichting in de huidige situatie kan brengen. Het op de markt brengen van nieuwe uitvindingen duurt gemiddeld tien jaar en de kosten van het uitvinden en fabriceren van nieuwe producten zijn aanzienlijk gestegen.

Dat betekent dat wij in Europa werkelijk moeten investeren in gezamenlijk onderzoek en de interne markt en geen te gemakkelijke resultaten mogen verwachten. Mettertijd zullen er innovaties ontstaan. Als onderzoek voldoende wordt gefinancierd en onderzoekers alle ruimte en rust krijgen, dan zullen er vanzelf resultaten worden geboekt, maar innovatie is beslist geen toverformule.

 
  
MPphoto
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL). - (PT) De uitdaging hier is dat dit (in de woorden van de Europese Commissie) "kerninitiatief" niet moet blijven steken in een initiatief, en alleen maar dient om de kiezer te paaien, maar onderdeel wordt van een echt beleid voor ontwikkeling en sociale vooruitgang, waarbinnen innovatie een belangrijk instrument is als het voldoende gedragen wordt, zowel financieel als binnen de belangrijke beleidsterreinen.

Het proefproject over actief en gezond ouder worden is meteen al een goed voorbeeld van wat ik bedoel. Dit project zal alleen effect hebben als het wordt gekoppeld aan beleid dat erop gericht is goede gezondheidszorg voor iedereen toegankelijk te maken, en te zorgen voor goede pensioenen, sociale bescherming en voorzieningen voor ouderen, zodat deze een waardig leven kunnen leiden. Anders zal dit project een zeer kort leven beschoren zijn, te midden van het neoliberale beleid, de zogeheten bezuinigingsmaatregelen, die een belemmering vormen voor onderzoek en de kwaliteit van leven van onze burgers, en vooral onze ouderen. De vraag is: wat gaat de Europese Commissie doen om te zorgen dat dit initiatief niet een zeer kort leven beschoren zal zijn?

 
  
MPphoto
 

  Iosif Matula (PPE).(RO) De bedoeling van het halen van de doelstellingen van de Europa 2020-strategie is dat er een duurzame, slimme en inclusieve economie wordt bereikt door stimulering van het onderzoeks- en innovatieveld. Initiatieven op dat gebied moeten overal vandaan komen, ook als onderdeel van grensoverschrijdende samenwerking met andere regio's in de EU.

Ik wil het belang onderstrepen van een aanpak van onderop als het gaat om innovatie. Als gevolg van gebrek aan informatie of financiële belemmeringen is het moeilijk om door opleidingsinstituten of educatieve bedrijven bedachte innovatieve oplossingen werkelijkheid te laten worden. Regionale overheden kunnen het profiel van deze "slapende vernieuwers", zoals ze wel genoemd worden, oppeppen en steun verlenen door middel van bijstands- en partnerschapsprogramma's, met behulp van het cohesiebeleid. Het doel van partnerschappen kan zijn de verbetering van innovatieve prestaties, sterkere banden tussen initiatiefnemers en begunstigden of de bevordering van goede werkwijzen op dit gebied.

Tijdens het bezoek aan Roemenië van de Commissie regionale ontwikkeling afgelopen week konden we kennismaken met onderzoeks- en innovatieprojecten die ontworpen zijn door opleidingsinstituten in de westelijke regio van Roemenië, die ik vertegenwoordig. Het welslagen van deze initiatieven is inderdaad te danken aan de vorming van levensvatbare partnerschappen.

 
  
MPphoto
 

  Benoît Cerexhe, fungerend voorzitter van de Raad. (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik wil het Parlement graag hartelijk bedanken voor zijn belangstelling voor dit innovatieonderwerp. Uw steun is zonder meer essentieel voor een urgente, onverwijlde tenuitvoerlegging van dit innovatieplan, zowel om de uitdaging op de interne markt beter te kunnen aangaan als om ons concurrentievermogen op de externe markt te verbeteren.

Het presidentschap heeft, denk ik, een strak tijdsschema gevolgd, aangezien het voorstel van de Commissie is ingediend op 6 oktober 2010 en we nu onze conclusies voorbereiden voor de Raad van 26 november. Iedereen is ervan doordrongen dat onderzoek en innovatie onontbeerlijk zijn, vooral om de crisis te boven te komen.

Wat de keuze van de partnerschappen betreft, heb ik het belang onderstreept van het eerste onderwerp als proefproject, bedoeld om de haalbaarheid van het model vast te stellen, en ik denk dat dit eerste proefproject echt de steun van de bevolkingen in Europa zal kunnen wegdragen, zoals zojuist al werd opgemerkt.

Daarnaast heeft de Commissie een reeks andere mogelijke onderwerpen genoemd en het is echt de insteek van de Raad om het belang te onderstrepen van een inclusieve, "bottom-up" benadering met heel duidelijke en heel strikte garanties van de Raad dat er geen dubbel werk, extra rompslomp of aanvullende programma's worden gecreëerd. Nee! Dat zou strijdig zijn met ons doel van vereenvoudiging.

Wat het begrotingsprobleem betreft: we weten dat de budgetten voor onderzoek onder druk staan; de kloof Noord-Zuid, waar zojuist op gewezen werd, en uitmuntendheid moeten mijns inziens gemeenschappelijke prioriteiten zijn, waarmee rekening moet worden gehouden in de synergieën tussen Europese instrumenten, met name tussen het kaderprogramma en de structuurfondsen.

Tot slot zijn wij er in de Raad natuurlijk sterk op gefocust dat de kleine en middelgrote ondernemingen steun moeten krijgen. Deze hebben onvoldoende toegang gehad tot het voorgaande kaderprogramma en daarom werken wij aan vereenvoudiging en aan een laagdrempeliger toegang tot financiering en de raamvoorwaarden voor kleine en middelgrote ondernemingen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Tot besluit van het debat zijn er zeven ontwerpresoluties(1) ingediend, overeenkomstig artikel 115, lid 5, van het Reglement.

Het debat is gesloten.

De stemming vindt donderdag 11 november 2010 plaats.

 
  

(1) Zie notulen.

Juridische mededeling - Privacybeleid