De Voorzitter. - Aan de orde is de verklaring van de Raad over versterking van de OVSE en de rol van de Europese Unie.
Olivier Chastel, namens de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger. − (FR) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, dames en heren, ik heb de eer het woord tot u te richten namens de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, barones Ashton.
Zoals u weet komen over drie weken de staatshoofden en regeringsleiders van de 56 lidstaten van de Organisatie voor veiligheid en samenwerking in Europa (OVSE) bij elkaar voor een top in Astana. Deze datum – 35 jaar na de Slotakte van Helsinki, 20 jaar na het Handvest van Parijs, 11 jaar na de Top van Istanbul – en de plaats – Kazachstan – getuigen van het belang van deze top.
De OVSE is op zoek naar een nieuw elan. Sommigen hebben getwijfeld aan de relevantie van deze organisatie. Bepaalde geschillen tussen lidstaten, haar onmacht om de laatste overblijfselen van de Koude Oorlog uit de weg te ruimen, de bevroren conflicten, al deze dingen hebben haar gaandeweg verlamd en haar geloofwaardigheid aangetast. De oproep van president Medvedev in juni 2008 om de Europese veiligheidsarchitectuur te herzien en te grondvesten op een verdrag werd niet alleen verwelkomd, maar heeft ook de dialoog binnen de OVSE nieuw leven ingeblazen en de aanzet gegeven tot het proces van Corfu. De debatten binnen de OVSE – die overigens zeker niet het enige relevante veiligheidsforum is – hebben een zeker hernieuwd vertrouwen mogelijk gemaakt. De Europese Unie en haar lidstaten hebben daarbij een sleutelrol gespeeld, hetgeen ook onderstreept en ondersteund wordt in de ontwerpresolutie van de heer Rouček. Dankzij de herzieningsconferentie, waarvan de laatste fase in Astana wordt gehouden, kunnen de contouren worden getrokken van de volgende top.
Onze vertegenwoordigers in Wenen onderhandelen nu over het slotdocument dat zij aan de staatshoofden en regeringsleiders zullen voorleggen. De inhoud van dit document moet drieledig zijn, met ten eerste een herbevestiging van de beginselen, de normen en de afspraken van de OVSE, ten tweede de uitdagingen die we gezamenlijk moeten aangaan en onze prioriteiten, en ten slotte een essentieel aspect voor de Europese Unie: een actieplan. Het slotdocument moet zo duidelijk zijn dat het leesbaar is voor al onze medeburgers.
De Europese Unie heeft, samen met de andere deelnemende staten, de ambitie de OVSE opnieuw te grondvesten als een veiligheidsgemeenschap die de brede Euro-Atlantische en Euro-Aziatische regio omvat, een gemeenschap die een eenheid vormt, zonder scheidslijnen, waarvan de burgers in vrijheid en vrede leven, waar geschillen vreedzaam worden beslecht, en waar de gemeenschappelijke beginselen, de normen en de afspraken die het acquis van de OVSE vormen, worden gerespecteerd. Dat is het doel dat op de top moet worden gesteld, het mandaat dat moet worden afgegeven – en het actieplan is de routekaart om er te komen.
Om het allesomvattende, op samenwerking gebaseerde concept van veiligheid dat de OVSE kenmerkt en haar uniek maakt, te waarborgen, moet in het actieplan een evenwicht worden gevonden tussen de drie beleidsdimensies, zoals in de voorliggende ontwerpresolutie wordt benadrukt. De Europese Unie zal erop toezien dat haar prioriteiten binnen de drie dimensies, zoals de ministers van Buitenlandse Zaken die tijdens hun bijeenkomst in juni van dit jaar hebben vastgesteld, in het actieplan terugkomen.
Wat de politiek-militaire dimensie betreft verlopen de gesprekken over het document van Wenen over maatregelen voor vertrouwens- en veiligheidsopbouw bemoedigend. Sommige resultaten kunnen op het conto van de top worden geschreven. Wat het Verdrag inzake conventionele strijdkrachten in Europa (CSE) betreft: dit moet dringend nieuw leven ingeblazen worden. De onderhandelingen verlopen voorspoedig en het is aan de staatshoofden en regeringsleiders om het nodige initiatief te nemen tot voortzetting ervan.
In alle drie de dimensies moeten de capaciteiten van de OVSE versterkt worden, zodat zij haar rol op het vlak van vroegtijdige waarschuwing, conflictpreventie, crisisbeheer en wederopbouw beter kan vervullen.
De concrete voorstellen van de Unie en haar partners liggen op tafel. Voor de vorming van een veiligheidsgemeenschap moet het probleem van de conflicten in Transnistrië, Nagorno-Karabach en Georgië, die op elk moment weer kunnen oplaaien, zoals de gebeurtenissen van 2008 hebben laten zien, worden opgelost. Het uitblijven van vooruitgang ondermijnt het vertrouwen; de top moet de gelegenheid zijn om een gemeenschappelijke politieke wil te tonen om deze conflicten op te lossen, om de inspanningen daartoe op te voeren en die wil concreet te maken in een routekaart.
Als dit probleem eenmaal is opgelost, moet de OVSE zich op de toekomst richten en haar krachten bundelen met de andere internationale organisaties op dit terrein om de nieuwe transnationale bedreigingen het hoofd te bieden. Deze bedreigingen zijn genoegzaam bekend om ze hier niet te hoeven opnoemen en de Europese Unie hoopt ook dat het vraagstuk van de energiezekerheid wordt aangepakt vanuit het oogpunt van conflictpreventie.
De economische en milieudimensie moeten uit het slop worden gehaald binnen de OVSE; afspraken op het vlak van behoorlijk bestuur en transparantie moeten beter worden nagekomen en de veiligheidsuitdaging van de energievoorziening als gevolg van de klimaatverandering moet voortvarender worden aangegaan.
Mensenrechten, fundamentele vrijheden, democratie en de rechtsstaat vormen het fundament van waarden en beginselen waarop de veiligheidsgemeenschap gegrondvest zal worden. Nog maar eens verklaren dat deze nog altijd gelden is niet voldoende. Het is essentieel dat we ze versterken en de toepassing ervan consolideren. Aan de staatshoofden en regeringsleiders zullen middelen worden voorgelegd om verder te komen op dat vlak: een doeltreffender evaluatie en tenuitvoerlegging van afspraken, en een betere follow-up van de aanbevelingen van de instellingen van de OVSE. De Europese Unie hecht bijzondere waarde aan de menselijke dimensie: deze vormt de basis voor het "samen leven" van zowel burgers als lidstaten. De Unie is gebrand op versterking van de persvrijheid en op vrije en democratische verkiezingen in de OVSE-regio. In dat opzicht moet de rol van het Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten worden versterkt en mag de autonomie van dit bureau niet worden aangetast. Bovendien moeten de middelen die nodig zijn voor het werk van de hoge vertegenwoordiger ter bevordering van de mediavrijheid, gegarandeerd worden.
Andrzej Grzyb, namens de PPE-Fractie. – (PL) Mijnheer de Voorzitter, enerzijds hebben we informatie van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, anderzijds ligt de door de heer Rouček opgestelde ontwerpresolutie voor ons, waarin wordt gesteld dat het Korfoe-proces de OVSE nieuwe energie heeft gegeven. De vertegenwoordiger van de hoge vertegenwoordiger, de heer Chastel, heeft dit laatste in zijn toespraak bevestigd.
Ik wil opmerken dat bij het oplossen van regionale conflicten, het aanpakken van de problematiek rond nationale minderheden en ondersteuning van het democratiseringsproces in de lidstaten, de OVSE een bijzonder belangrijke instelling is en dat ook in de toekomst kan blijven. Tegelijkertijd moet het evenwicht tussen de drie beleidsdimensies van de OVSE, namelijk de politieke en militaire dimensie, de economische en milieudimensie en de humanitaire dimensie, bewaard blijven. De traditionele interpretatie van veiligheid in termen van de zogenaamde hard power, die veiligheid waarborgt door de aanwezigheid van een legermacht of stabilisatiemacht, is net zo belangrijk als economische, sociale en ecologische en voedselveiligheid. De OVSE moet meer nadruk leggen op maatregelen op dit gebied.
Ik wil hierbij het belang onderstrepen van de rol die het Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten speelt op het gebied van democratisering, onder andere door verkiezingswaarneming en het doen van aanbevelingen in verslagen. Door bijvoorbeeld de ODIHR te steunen, kunnen we de OVSE versterken waardoor zij een grotere rol kan spelen.
Verder wil ik ook benadrukken dat de positieve rol van de OVSE niet ophoudt bij bemiddeling, maar ook tot uiting komt op plaatsen waar zij haar eigen activiteiten op richt. Deze organisatie brengt ons ook dichter bij de landen die het zware roulerende voorzitterschap op zich nemen. Ik noem als voorbeeld het huidige voorzitterschap van Kazachstan dat onder andere heeft geleid tot oplossing van de crisis in Kirgizië en bemiddeling tussen Turkmenistan en Oezbekistan, hoewel we ons ervan bewust zijn dat volgens mensenrechtenorganisaties de eerbiediging van de mensenrechten in dit land nog te wensen overlaat.
Op de top die in december in Astana plaats zal vinden, moet een actieplan worden aangenomen dat leidt tot een handvest voor een veiligheidsgemeenschap in de OVSE-regio. Dat plan is ook in het belang van de lidstaten van de Europese Unie. Met diepe overtuiging steun ik zowel het gepresenteerde standpunt als de ontwerpresolutie die door de heer Rouček is ingediend.
Libor Rouček, namens de S&D-Fractie. – (CS) Dit jaar herdenken we dat het 35 jaar geleden is dat de Slotakte van de Conferentie van Helsinki tot stand kwam. Het Helsinki-proces heeft bijgedragen tot verregaande historische veranderingen in Europa. Het voorheen door de Tweede Wereldoorlog en de Koude Oorlog in tweeën gedeelde continent leeft nu in vrede en eendracht. De burgers van het leeuwendeel van de landen achter het voormalige ijzeren gordijn kunnen nu hun mensen-, burger- en democratische rechten en alle vrijheden ten volle uitoefenen.
Dat neemt niet weg dat nog niet alle doelstellingen van het Helsinki-proces volledig zijn gerealiseerd. In talrijke delen van Europa gaan de mensen nog altijd gebukt onder territoriale en etnische conflicten. Talrijke landen hebben problemen met de invoering van burgerrechten en de democratie. Bovendien hebben alle lidstaten van de OVSE te maken met nieuwe uitdagingen en dreigingen, zoals terrorisme, georganiseerde misdaad, mensenhandel, drugshandel, energiezekerheid en milieu- en internetveiligheid.
Vijfendertig jaar na Helsinki en elf jaar na de laatste top van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa in Instanbul zijn er nieuwe impulsen nodig, een hernieuwd elan en de nodige hervormingen. Het proces van Corfu en ook de huidige climax ervan, te weten de komende top in december in Astana, biedt een goed kader voor het debat over deze hervormingen.
Het Europees Parlement heeft in zijn resolutie waarover morgen gestemd wordt een groot aantal voorstellen en thema's voor deze top voorbereid. Zo stellen we bijvoorbeeld voor om tijdens de top een concreet activiteitenplan voor conflictpreventie, crisisbeheer en wederopbouw na beëindiging van een conflict op te stellen en goed te keuren, of wellicht een actieplan dat de manieren uiteenzet waarop een handvest voor een veiligheidsgemeenschap in de OVSE-regio tot stand kan worden gebracht.
De Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa maakt, zoals reeds aangegeven, onlosmakelijk onderdeel uit van de Euro-Atlantische en Euro-Aziatische veiligheidsstructuren en verbindt talrijke landen, van Vancouver tot Vladivostok. Het unieke karakter van deze organisatie ligt besloten in de verwevenheid van de samenwerking op politiek-militair, economisch-ecologisch en mensenrechtenvlak. De Europese Unie met haar middels het Verdrag van Lissabon versterkte gemeenschappelijke buitenlands- en veiligheidsbeleid, zou moeten helpen de samenwerking tussen beide organisaties uit te breiden, want uitsluitend middels deze samenwerking kunnen de gemeenschappelijke doelen daadwerkelijk tot stand worden gebracht.
Anneli Jäätteenmäki, namens de ALDE-Fractie. − (FI) Mijnheer de Voorzitter, de Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa is vanuit historisch oogpunt belangrijk en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa is tegenwoordig een noodzakelijke en gewaardeerde organisatie voor samenwerking. De OVSE is nu vaak de organisatie die crisisgebieden mag betreden die voor anderen gesloten zijn. De OVSE is daarom uitermate belangrijk in bijvoorbeeld Centraal-Azië, of het nu gaat om steun aan politiewerk, drugsbestrijding of een verbeterde beveiliging van de grenzen.
Vooral de humanitaire kant van de OVSE is uniek en binnen dat kader heeft zij modellen ontwikkeld voor mensenrechtenwerk, acties ter bestrijding van mensensmokkel en het versterken van de capaciteit van zwakke staten. De Europese Unie richt zich op haar beurt steeds meer op politiële acties en het gebruik van paramilitaire politiemachten daarin. De Europese Unie heeft beslist een zeer krachtig ontwikkelingshulpbeleid. De OVSE is ook in staat geweest in het ontwikkelingsbeleid een erkende link tussen veiligheid en het milieu te smeden.
De Europese Unie moet hier lering uit trekken, maar bovenal kunnen de operaties van de OVSE als voorbeeld dienen voor die van de Europese Unie. Meestal is de OVSE veel eerder te plaatse, omdat zij meer ervaring, routine en zeer ervaren deskundigen heeft. Zij is zo sterk als de lidstaten willen dat zij is. Samenwerking tussen de OVSE en de Europese Unie, wederzijds respect en wederzijdse erkenning zijn zeer belangrijk.
VOORZITTER: LIBOR ROUČEK Ondervoorzitter
Reinhard Bütikofer, namens de Verts/ALE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, minister Chastel heeft in het begin gezegd: "De OVSE is op zoek naar een nieuwe dynamiek". Dit Parlement wil de OVSE hierbij helpen. Deze ontwerpresolutie, die is uitgewerkt onder leiding van de Ondervoorzitter, bevat een bijzonder progressieve houding ten opzichte van de rol van de OVSE, en een grote meerderheid van de leden van het Parlement staat hier achter.
Er zijn van allerlei kanten impulsen voor de OVSE gekomen. De voorstellen van de Amerikaanse vicepresident hebben bijvoorbeeld wel degelijk effect gesorteerd. Nu moeten we echter de doelstellingen van het Korfoe-proces duidelijker definiëren. Dat is belangrijk voor de top die voor de deur staat. We moeten alle drie dimensies van de OVSE sterker maken, met name het Bureau voor democratische instellingen en mensenrechten.
We willen echter ook nieuwe wegen bewandelen, en dat is het bijzondere van deze ontwerpresolutie. Hierin wordt bijvoorbeeld de vraag gesteld of de Europese Unie misschien de mogelijkheid zou moeten krijgen om in het kader van haar Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid opdrachten uit te voeren met een mandaat van de OVSE. In het geval van Kirgizië zou het bijvoorbeeld heel zinvol zijn geweest als die mogelijkheid had bestaan, dan hadden we bijvoorbeeld samen met onze Russische partners kunnen optreden.
Bovendien wordt bijvoorbeeld voorgesteld – en de heer Rouček heeft daar al op gewezen – om in het kader van het Korfoe-proces een handvest uit te werken voor de gezamenlijke veiligheid in het OVSE-gebied. Dat zou een adequate reactie zijn op de initiatieven van de Russen, die van mening zijn dat er een nieuwe discussie moet worden gevoerd over de gezamenlijke veiligheid in het Euro-Atlantische ruimte.
Ik ben ervan overtuigd dat de OVSE onmisbaar zal blijven voor de gezamenlijke Euro-Atlantische veiligheidsarchitectuur, en ik hoop dat we kunnen bijdragen aan het welslagen ervan.
Charles Tannock, namens de ECR-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, de OVSE speelt een steeds belangrijkere rol bij de bevordering van vrede en stabiliteit op het Europese continent. Door het feit dat Amerika, Canada, Rusland en veel landen in Centraal-Azië hier ook volledig lid van zijn, bezit de organisatie een grote geloofwaardigheid en reikwijdte – "van Vancouver tot Vladivostok", zoals de OVSE zelf trots zegt.
De OVSE maakt in toenemende mate gebruik van de Raad van Europa als het voornaamste en meest relevante forum voor de discussie over democratie – met de ODIHR-tak voor ondersteuning bij toezicht op verkiezingen – mensenrechten en de rechtsstaat in Europa. De OVSE-missies in landen als Georgië en Moldavië leveren een belangrijke bijdrage aan de stabilisering van door recente geschillen en bevroren conflicten getraumatiseerde samenlevingen.
Door het huidige voorzitterschap van de OVSE van Kazachstan is het profiel van de organisatie duidelijker geworden en is de aandacht weer op Centraal-Azië gericht, en in het bijzonder op de veiligheidskwestie en de bestrijding van het internationaal terrorisme.
Er zijn ongetwijfeld veel mogelijkheden voor de ontwikkeling van de betrekkingen tussen de EU en de OVSE. Ik hoop echter dat de hoge vertegenwoordiger bij de vorming van dit partnerschap voldoende zal letten op het voorkomen van overlappingen in de inspanningen en daarmee het verspillen van belastinggeld in een tijd van bezuinigingen. Ze kan ook nog denken aan samenwerking van de OVSE, de EU en vooral het GVDB en de NAVO binnen het partnerschap voor vrede.
Ten slotte wil ik nog voorstellen dat de twee organisaties – de Raad van Europa en de OVSE – een fusie overwegen. Daarmee zou ook veel geld kunnen worden bespaard.
Helmut Scholz, namens de GUE/NGL-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijn fractie is blij dat het Europees Parlement na al die jaren weer een echte inhoudelijke discussie voert over de OVSE, en daarbij in principe ja zegt tegen de samenwerking tussen de EU en de OVSE, tegen de in Helsinki afgesproken doelstellingen, waarden en mechanismen, en vooral tegen de taken die de organisatie nu heeft. Uw verslag, mijnheer de Ondervoorzitter, stelt duidelijk vast dat de Europese Unie en de OVSE geen concurrenten zijn, maar partners, die allebei met hun eigen vaardigheden en ervaringen kunnen bijdragen tot het oplossen van de gecompliceerde problemen in Europa.
Met het oog op Astana zou ik op twee aspecten nader in willen gaan. We moeten weer eens met alle Europese actoren een debat voeren over de toekomst van het veiligheidsbeleid van ons continent, dat groter is dan de EU. In het Europese veiligheidsbeleid is het evenwicht nog steeds ver te zoeken. Het Korfoe-proces biedt ons het perspectief van een gestructureerd debat, dat door de lidstaten zo zou moeten worden gevoerd dat we uiteindelijk concrete resultaten bereiken op het gebied van de ontwapening en de omschakeling in de bewapeningsindustrie. De EU en de OVSE hebben elkaar hiervoor nodig, maar ook voor de klimaatbescherming en de energievoorziening hebben we een intensievere en gestructureerde samenwerking nodig.
Mariya Nedelcheva (PPE). – (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Chastel, dames en heren, in mijn bijdrage aan het debat wil ik de aandacht vestigen op de sleutelrol van verkiezingswaarnemingsmissies in de versterking van zowel onze betrekkingen met de Organisatie voor veiligheid en samenwerking in Europa (OVSE) als ons externe optreden.
Het waarborgen van de eerbiediging van burgerrechten en politieke rechten behoort tot de kernwaarden van de Europese Unie. In het verlengde daarvan is het waarborgen van een eerlijk verloop van het verkiezingsproces een wezenlijk punt voor de geloofwaardigheid van het externe optreden van de Unie. Aangezien de OVSE en de EU allebei waarnemingsmissies verzorgen, hebben zij dus alle belang bij samenwerking op dit terrein.
Ik denk daarom dat de opzet van de Europese dienst voor extern optreden vraagt om de uitwerking van procedures die nauwe samenwerking mogelijk maken tussen het Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten van de OVSE en de afdeling waarnemingsmissies van de externe dienst, teneinde het risico van dubbel werk te vermijden en het externe optreden van de Europese Unie in de OVSE-regio te versterken.
Deze samenwerking moet voor, tijdens en na de inzet van waarnemers plaatsvinden, want een missie van hoge kwaliteit is een missie die goed is voorbereid, die goed verloopt ter plaatse en die een goede follow-up krijgt. Ik wil daarbij het belang onderstrepen van het Europees Parlement op dit gebied: dat democratisch en rechtstreeks gekozen vertegenwoordigers van Europese burgers kunnen toezien op een goed verloop van verkiezingen buiten de grenzen van de EU is een belangrijke troef van de Unie, die we tot elke prijs moeten behouden.
Tot slot wordt in het Handvest voor de Europese Veiligheid de belangrijke rol van de economische dimensie en de milieudimensie erkend. Stabiliteit en veiligheid zijn daar dikwijls van afhankelijk. Het is daarom essentieel om de expertise van de OVSE en het Europees Parlement op die terreinen te benadrukken; een regelmatig gebruik en de uitwerking van economische en milieugegevens vormen een aanvullende garantie voor het welslagen van onze gemeenschappelijke missies.
Versterking van de verkiezingswaarnemingsmissies dankzij meer samenwerking tussen de EU en de OVSE en door ons als leden van het Europees Parlement naar de betreffende gebieden te zenden, betekent een versterking van het buitenlands beleid van de Unie. Zo kunnen we een concrete invulling geven van de doelstellingen die in het Verdrag van Lissabon zijn neergelegd.
Csaba Sándor Tabajdi (S&D). – (HU) Mijnheer de Voorzitter, ik feliciteer u met uw initiatief, want we weten allemaal dat de Europese Unie de belangrijkste, meest invloedrijke organisatie in Europa is. Aan de andere kant hebben de OVSE en de Raad van Europa op diverse terreinen zo veel ervaring dat als we bijvoorbeeld het gewicht van de Europese Unie samenvoegen met de ervaring van de OVSE op het gebied van de aanpak van interetnische conflicten, we de humanitaire veiligheid binnen de Europese Unie op krachtige wijze kunnen versterken. Waar manifesteert zich de toegevoegde waarde van de OVSE? In interetnische conflicten, zoals ik al aangaf, vanwege het feit dat de OVSE een hoge commissaris inzake nationale minderheden heeft, die bemiddelt tussen de meerderheid en de minderheid en die heeft meegewerkt aan de oplossing van diverse interetnische conflicten, terwijl we weten dat de Europese Unie niet beschikt over een systeem voor de bescherming van minderheden. Het woord "minderheid" is nu pas in de preambule van het Verdrag van Lissabon opgenomen, en toen mijn collega's hier spraken over bevroren conflicten, gaat het in 90 procent van deze gevallen om interetnische conflicten. Met andere woorden: de Europese Unie moet op deze ervaring bouwen. Ze moet onder andere bouwen op de vele programma's van de OVSE voor de Roma. Ik beveel deze aan de Commissie aan en stel voor dat zij bij de opstelling van het omvattende kaderdocument over de Roma-strategie de ervaring van de OVSE op dit vlak in aanmerking neemt.
Tevens moet echter het slotdocument van Kopenhagen van de OVSE uit 1992 in aanmerking worden genomen waarin een regel aangaande autonomie voor minderheden is geformuleerd, die tot op de dag van vandaag van kracht is. Ten slotte iets over de kwestie van persvrijheid. Als ik de afgevaardigde van de OVSE zo beluister, durft hij EU-lidstaten waar de persvrijheid wordt beperkt veel moediger te bekritiseren dan de vertegenwoordigers van de Commissie. Ook daarom ben ik er voorstander van om de betrekkingen tussen de Europese Unie en de OVSE te institutionaliseren, aangezien hierdoor de Europese Unie, de vrede en de humanitaire veiligheid van de Europese Unie verder worden versterkt. Ik dank u voor de aandacht.
Heidi Hautala (Verts/ALE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben het volledig eens met wat de heer Bütikofer heeft gezegd over de noodzaak om te zorgen voor een evenwicht tussen de drie dimensies, of korven, van de OVSE. Ik wil er in het bijzonder op wijzen dat we de menselijke dimensie moeten verdedigen.
Ik ben heel blij dat in het verslag rekening wordt gehouden met het feit dat aan het fungerend voorzitterschap, Kazachstan, moet worden gevraagd om de fundamentele waarden en mensenrechten van de OVSE in acht te nemen, voordat de top in Astana plaatsvindt. We weten dat de situatie daar verre van bevredigend is. Er is sprake van veel ernstige schendingen van de mensenrechten, verschrikkelijke omstandigheden in gevangenissen, etc.
Ik ben ook heel blij dat in het verslag wordt vermeld dat het Europees Parlement meer actie moet ondernemen met het oog op de menselijke dimensie. Het is een opmerkelijke prestatie dat het maatschappelijk middenveld volledig kan deelnemen en we moeten steun verlenen aan het parallelle evenement dat het maatschappelijk middenveld zal organiseren. voordat de Astana-Top plaatsvindt. Die top mag niet slechts een pr-activiteit voor Kazachstan worden.
Marek Henryk Migalski (ECR). - (PL) Ik wil opmerken dat wij als Europese Unie de samenwerking met de OVSE moeten versterken op plaatsen waar wij belangen hebben, bijvoorbeeld in Transnistrië of in Georgië in het kader van het zespuntenplan van de heer Sarkozy. Ook op het gebied van mensenrechten moet, zoals mevrouw Hautala heeft gezegd, de samenwerking worden versterkt.
We mogen echter niet vergeten dat de Europese Unie een aparte entiteit is. Samenwerking met de OVSE mag ons niet afhankelijk maken van beslissingen van de OVSE, waarvan zoals u weet niet alleen Europese landen lid zijn. Het accepteren van volledige samenwerking met de OVSE zal voor de Europese Unie contraproductief uitpakken. We moeten intensief samenwerken, maar tegelijkertijd de autonomie van beide organisaties bewaren.
Csaba Sógor (PPE). – (HU) Sinds de oprichting van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa ziet zij het waarschuwen voor en het vermijden van mogelijke conflicten als haar primaire taak. De hoge commissaris inzake nationale minderheden verricht met zijn administratieve apparaat speciale taken binnen het institutionele stelsel van de organisatie en probeert de ontwikkeling van gespannen verhoudingen tussen meerderheden en minderheden te voorkomen. Dit is wat de Engelsen early warning diplomacy noemen. Op het grondgebied van de Europese Unie wordt de beslechting van geschillen weliswaar in de eerste plaats via de EU-instellingen gegarandeerd, maar in bepaalde gevallen kan een belangrijke rol worden toebedeeld aan de OVSE. Een voorbeeld hiervan is de Slowaakse taalwet, waarbij de hoge commissaris voor minderheden probeerde te bemiddelen tussen de partijen. Helaas kan deze bemiddeling in het licht van het resultaat niet als succesvol worden bestempeld. De wet blijft een bron van spanningen gezien het discriminerende karakter ervan en omdat deze in strijd is met diverse internationale verdragen. Dit is eenduidig vastgesteld door de Europese Commissie voor Democratie door Recht, die ook wel bekend staat als de Commissie van Venetië. We zouden nu misschien al dichter bij de oplossing zijn in deze kwestie als de uitermate belangrijke instelling van de OVSE het conflict van tevoren had kunnen signaleren en effectiever had gewerkt aan het wegnemen van de spanningen.
Joe Higgins (GUE/NGL). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, er is ons gezegd dat de OVSE is gericht op het bevorderen van politieke en mediavrijheid en mensenrechten. Mijnheer Chastel, mag ik u dan vragen hoe dit valt te rijmen met het feit dat Kazachstan dit jaar het voorzitterschap van de OVSE en het prestige van een belangrijke top in december in de hoofdstad Astana wordt gegund? Weet u dat de politieke rechten in Kazachstan keihard worden onderdrukt, dat de vrijheid van de media wordt belemmerd en dat de mensenrechten stelselmatig worden vertrapt?
Het is daar de gewoonste zaak dat activisten van de vakbond en sociale activisten op grond van verzonnen beschuldigingen in de gevangenis worden gegooid. In september heb ik tijdens een delegatiebezoek in Kazachstan beslissend bewijs gekregen voor uiterst meedogenloze behandelingen in gevangenissen. Toch heeft de voorzitter van de Commissie, de heer Barroso, twee weken geleden zonder een woord van kritiek de rode loper uitgerold voor de man – president Nazarbajev – die voor deze gruweldaden verantwoordelijk is. Waarom, mijnheer Chastel? Heeft dat te maken met ijzer- en staalovereenkomsten? De OVSE-top in Kazachstan zou onmiddellijk moeten worden afgelast, indien u werkelijk de zijde kiest van de dappere voorvechters van mensen-, democratische, politieke, werknemers- en sociale rechten in Kazachstan.
Olivier Chastel, namens de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger. − (FR) Mijnheer de Voorzitter, allereerst wil ik graag u en alle sprekers bedanken voor de kwaliteit van dit debat. Uiteraard zal ik uw suggesties overbrengen aan barones Ashton, met name wat betreft de rationalisatie van middelen, het gebruik van haar nieuwe dienst – de Europese dienst voor extern optreden – en samenwerking. Verder zal ik niet herhalen wat ik aan het begin van dit debat al gezegd heb. Velen van u hebben een aantal gemeenschappelijke onderwerpen ter sprake gebracht.
Eén punt werd in het bijzonder aan de orde gesteld: de mensenrechtensituatie in Kazachstan. U hebt gelijk dat u hier aandacht voor vraagt, zoals meerdere van u vanavond gedaan hebben. Het is een heel belangrijk punt voor de EU en we brengen het ter sprake bij elke ontmoeting die wij hebben met de Kazachse autoriteiten. In tegenstelling tot wat u lijkt te zeggen, is de noodzaak om de inspanningen voor politieke rechten, sociale rechten en democratisering voort te zetten aan de orde gesteld tijdens het afgelopen bezoek van president Nazarbajev hier.
Om af te ronden zou ik u alleen maar willen zeggen dat de top van Astana, onder leiding van Kazachstan, onze hoogwaardigheidsbekleders een belangrijke gelegenheid biedt om Europa te bevrijden van de lasten van het verleden, om de bouw aan te vatten van een veiligheidsgemeenschap van Vancouver tot Vladivostok – u wees er al op, mijnheer Rouček – en om na te denken over de nieuwe missies die we moeten volbrengen in het politieke en veiligheidsklimaat van de 21e eeuw.
We zijn verheugd dat het Parlement zijn steun kan verlenen aan de prioriteiten van de Europese Unie en haar vertegenwoordigers. We hebben die uitdrukkelijke steun nodig om het belang uit te dragen van de waardigheid van het individu, de organisatie van vrije en eerlijke verkiezingen, de coördinatie van inspanningen tegen transnationale bedreigingen en het bereiken van een harmonieuze economische en sociale ontwikkeling in een duurzaam milieu. Moge de politieke wil om een nieuwe bladzijde toe te voegen aan de vruchtbare geschiedenis van de OVSE in Astana tot uiting kunnen komen. U kunt ervan op aan dat de Europese Unie er haar verantwoordelijkheid zal nemen.
De Voorzitter. – Het debat is gesloten.
De stemming vindt morgen, donderdag 11 november 2010, om 12.00 uur plaats.
Schriftelijke verklaringen (artikel 149)
Krzysztof Lisek (PPE), schriftelijk. – (PL) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, in deze tijd moet Europa het hoofd bieden aan een nieuwe dimensie van verschijnselen als terrorisme, cyberaanvallen, mensen- en drugssmokkel. Om opgewassen te zijn tegen deze uitdagingen is het nodig om een efficiënt systeem te ontwikkelen voor het ontdekken van bedreigingen en conflictoplossing. De OVSE is de juiste plaats voor het voeren van een brede discussie over de Europese veiligheid. Zij is een van de grootste fora voor de uitwisseling van ideeën over internationale veiligheid en heeft in het verleden bewezen dat zij in staat is doeltreffend op te treden. Tegelijkertijd komen de structuren van de OVSE de laatste tijd niet meer tegemoet aan de eisen van de moderne tijd. Het onopgeloste conflict in de Kaukasus en de inadequate reactie op het conflict in Georgië in 2008 zijn hier voorbeelden van. Het is in ons beider belang om deze structuren te moderniseren, zodat wij in de toekomst een instrument in handen hebben om snel op nieuwe bedreigingen te kunnen reageren. Door aanpassing van oude en het creëren van nieuwe handelingsmechanismen kunnen we de mogelijkheden van de OVSE op dit gebied versterken. Alleen op deze manier is de OVSE is in staat om effectief zorg te dragen voor de veiligheid in Europa en Eurazië. We moeten het Korfoe-proces waarmee we in 2008 zijn begonnen, voortzetten en ons daarbij laten leiden door zorg voor de Europese veiligheid. Met onze steun kan de OVSE een belangrijke en effectieve kracht worden die recht en orde in Europa en Eurazië waarborgt. Met tevredenheid aanvaard ik het initiatief voor intensivering van de samenwerking tussen de EU en de OVSE.
Cristian Dan Preda (PPE), schriftelijk. – (RO) Met het oog op de top in Astana, in december, waarop we onze hoop hebben gevestigd voor de versterking van de OVSE, juich ik het debat over het verslag van de heer Rouček toe. De EU moet een duidelijk standpunt innemen over deze organisatie, die een belangrijke rol kan spelen op het gebied van de regionale veiligheid en de bevordering van democratische waarden en mensenrechten.
In dat kader moeten we ons naar mijn mening twee essentiële vragen stellen. De eerste vraag betreft de versterking van het menselijke aspect van de OVSE. Mensenrechten en democratie zijn in de periode na Lissabon van fundamenteel belang en de vorming van de Europese dienst voor extern optreden biedt een kans op vorming van een veelomvattend veiligheidsconcept. In de tweede plaats wil ik onderstrepen dat in het Korfoe-proces extra aandacht gegeven moet worden aan de beslechting van nog onopgeloste conflicten. Op dat vlak kan de OVSE werkelijk toegevoegde waarde bieden vergeleken met andere, soortgelijke regionale organisaties.
Ik wil graag paragraaf 8 van het verslag-Rouček naar voren halen. Daarover bestond binnen de Commissie buitenlandse zaken brede overeenstemming. Op de noodzaak van een blijvende oplossing voor het conflict in Transnistrië moet inderdaad steeds weer gewezen worden, met respect voor de territoriale integriteit en soevereiniteit van de Republiek Moldavië. Om dat te bereiken moeten we snel, en zonder voorwaarden vooraf, de "5 + 2"-onderhandelingen hervatten.