Index 
Volledig verslag van de vergaderingen
PDF 3129k
Donderdag 11 november 2010 - Brussel Uitgave PB
1. Opening van de vergadering
 2. Ingekomen stukken: zie notulen
 3. Presentatie van het jaarverslag 2009 van de Rekenkamer (debat)
 4. Wijziging van Verordening (EG) nr. 663/2009 tot vaststelling van een programma om het economisch herstel te bevorderen via financiële bijstand van de Gemeenschap aan projecten op het gebied van energie (debat)
 5. Crisis in de Europese veehouderij (debat)
 6. Verklaring van de Voorzitter
 7. Goedkeuring van de notulen van de vorige vergadering: zie notulen
 8. Stemmingen
  8.1. Beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering: Ierland - SR Technics (A7-0297/2010, Barbara Matera)
  8.2. Verzoek om opheffing van de parlementaire immuniteit van Krzysztof Lisek (A7-0301/2010, Eva Lichtenberger)
  8.3. Beheerders van alternatieve beleggingsfondsen (A7-0171/2010, Jean-Paul Gauzès)
  8.4. Wijziging van Verordening (EG) nr. 539/2001 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld (A7-0294/2010, Agustín Díaz de Mera García Consuegra)
  8.5. Wijziging van Verordening (EG) nr. 663/2009 tot vaststelling van een programma om het economisch herstel te bevorderen via financiële bijstand van de Gemeenschap aan projecten op het gebied van energie (A7-0246/2010, Kathleen Van Brempt)
  8.6. Komende EU-VS top en Trans-Atlantische Economische Raad (B7-0608/2010)
  8.7. Extern EU-beleid inzake persoonsgegevens van passagiers (PNR-gegevens) (B7-0604/2010)
  8.8. Innovatiepartnerschappen (B7-0602/2010)
  8.9. Versterking van de OVSE - Rol van de Europese Unie (B7-0603/2010)
  8.10. Demografische vraagstukken en solidariteit tussen generaties (A7-0268/2010, Thomas Mann)
  8.11. Tenuitvoerlegging van de kaderprogramma's voor onderzoek (A7-0274/2010, Maria da Graça Carvalho)
  8.12. Crisis in de Europese veehouderij
 9. Stemverklaringen
 10. Rectificaties stemgedrag/voorgenomen stemgedrag: zie notulen
 11. Besluiten inzake bepaalde documenten: zie notulen
 12. In het register ingeschreven schriftelijke verklaringen (artikel 123 van het Reglement): zie notulen
 13. Verzending van de tijdens deze vergadering aangenomen teksten: zie notulen
 14. Rooster van de volgende vergaderingen: zie notulen
 15. Onderbreking van de zitting


  

VOORZITTER: JERZY BUZEK
Voorzitter

 
1. Opening van de vergadering
Video van de redevoeringen
 

(De vergadering wordt om 9.05 uur geopend)

 

2. Ingekomen stukken: zie notulen

3. Presentatie van het jaarverslag 2009 van de Rekenkamer (debat)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is de presentatie van het jaarverslag 2009 van de Rekenkamer.

 
  
MPphoto
 

  Vítor Manuel da Silva Caldeira, president van de Rekenkamer. (EN) Mijnheer de Voorzitter, het is mij een eer om hier vandaag deel te mogen nemen aan het debat over het Jaarverslag van de Europese Rekenkamer over de uitvoering van de EU-begroting 2009, dat ik al aan u en aan de Commissie begrotingscontrole heb gepresenteerd.

Ik wil graag aan het Parlement de vier kernboodschappen van het jaarverslag van dit jaar presenteren. Ten eerste concludeert de Rekenkamer dat de rekeningen van de Europese Unie een getrouw beeld geven van de financiële situatie en van de resultaten van de verrichtingen en kasstromen. Dit is het derde opeenvolgende jaar dat de Rekenkamer concludeert dat de rekeningen geen onjuistheden van materieel belang bevatten en betrouwbaar zijn.

Wat wettigheid en regelmatigheid betreft, geeft de Rekenkamer een goedkeurende verklaring ten aanzien van ontvangsten en vastleggingen, net als in voorgaande jaren. Wel is het zo – en dit is de tweede kernboodschap uit het jaarverslag van dit jaar – dat in de betalingen uit de begroting nog steeds materiële fouten voorkomen, behalve op twee terreinen: administratieve uitgaven en economische en financiële zaken.

Op alle andere uitgaventerreinen heeft de Rekenkamer materiële fouten ontdekt. Ik beperk me tot de twee hoofdterreinen: landbouw en cohesie.

Op het terrein van landbouw en natuurlijke hulpbronnen schat de Rekenkamer het foutenpercentage iets hoger in dan in 2008. De resultaten zijn echter consistent met het oordeel van de Rekenkamer, zowel in 2008 als in 2009, dat de systemen slechts deels doeltreffend zijn. De Rekenkamer beveelt aan het foutenrisico te verkleinen door de kwaliteit van de gegevens in de databanken die worden gebruikt voor het vaststellen van rechten en het berekenen van betalingen te verbeteren en de regels inzake het gebruik en in goede landbouw- en milieuconditie houden van grond te verduidelijken en effectief te handhaven.

Cohesie, dat bijna een derde van de begroting uitmaakt, is nog steeds het enige begrotingsterrein waarop het geschatte foutenpercentage hoger is dan 5 procent. De meeste fouten houden verband met ernstige tekortkomingen van de nationale overheden bij het toepassen van de regels inzake overheidsopdrachten en het terugvorderen van vergoedingen voor niet-subsidiabele kosten. Veel fouten hadden door de lidstaten opgespoord en gecorrigeerd kunnen en moeten worden voordat zij de uitgaven bij de Commissie certificeerden, omdat uit de controle is gebleken dat de noodzakelijke informatie beschikbaar was.

Wanneer wij de resultaten van dit jaar vergelijken met die van vorig jaar, zien wij dat de grootste verandering bij de cohesie heeft plaatsgevonden. Dat brengt mij bij de derde kernboodschap. De raming van het meest waarschijnlijke foutenpercentage voor de uitgaven voor de cohesie is aanzienlijk lager dan in voorgaande jaren, en ook voor de begroting als geheel is de raming van het foutenpercentage de laatste jaren gedaald.

Toch moet enige voorzichtigheid worden betracht bij het trekken van conclusies over een eventuele trend op dit terrein. Vanwege variaties in uitgavenpatronen kan de populatie van betalingen van jaar tot jaar aanzienlijk verschillen – 2009 vertoont wat dat betreft duidelijke verschillen met 2008. Bovendien is het niet zeker dat de algehele daling van het geraamde foutenpercentage de komende jaren zal doorzetten, zolang de systemen voor de overgrote meerderheid van de uitbetalingen slechts voor een deel doeltreffend zijn.

Zo kom ik bij de laatste kernboodschap. De informatie die door de Commissie is verstrekt over terugvorderingen en andere correcties is nog niet volledig betrouwbaar en kan daardoor niet worden gebruikt voor een zinvolle vergelijking met het geraamde foutenpercentage van de Rekenkamer.

Er zit een aantal initiatieven in de pijplijn die een goede gelegenheid bieden om het financieel beheer van de Europese Unie te verbeteren. Het jaarverslag van dit jaar bevestigt de conclusies en aanbevelingen die de Rekenkamer eerder heeft uitgesproken in haar advies over de risico's en uitdagingen bij het verbeteren van het financieel beheer van de EU. Het verbeteren van de kwaliteit van de uitgaven dient een hoge prioriteit te hebben. Vereenvoudiging van het wetgevingskader en invoering van meer kosteneffectieve controlesystemen voor het verminderen van het foutenrisico zouden bijdragen aan het bereiken van dit doel.

Eerder dit jaar heeft de Commissie een voorstel voor een herschikking van het Financieel Reglement gepresenteerd. In haar recente advies hierover concludeert de Rekenkamer dat het een aantal voorstellen bevat die de Commissie mogelijkheden bieden om de transparantie en het financieel beheer te verbeteren. Vereenvoudiging van sectorale wetgeving blijft echter een belangrijke weg naar een substantiële verbetering van de kwaliteit van de uitgaven.

Volgend jaar presenteert de Commissie wetgevingsvoorstellen voor beleid en programma's betreffende de belangrijkste uitgaventerreinen in de volgende programmeringsperiode. De Rekenkamer stelt voor om bij de herziening van uitgavenprogramma's een reeks beginselen toe te passen die moeten waarborgen dat sprake is van Europese meerwaarde, dat de doelstellingen duidelijk zijn en de programma's zo realistisch en eenvoudig als redelijkerwijs mogelijk, en dat ook de verantwoordingsplicht duidelijk is geregeld.

Te zorgen dat de Europese middelen optimaal worden besteed, legt op ons alleen een zware verantwoordelijkheid: op de Commissie, wanneer ze wetgevingsvoorstellen doet en de begroting uitvoert; op de lidstaten, die het dagelijks beheer van zo'n 80 procent van de EU-begroting voeren; op het Parlement en de Raad, als wetgever en kwijtingsautoriteit; en op de Rekenkamer, als de externe controleur van de Unie.

De Rekenkamer ziet ernaar uit een volwaardige rol te spelen bij inspanningen om ervoor te zorgen dat de EU-middelen correct en goed worden besteed.

 
  
MPphoto
 

  Algirdas Šemeta, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, twee dagen geleden hadden president Caldeira en ik al de gelegenheid om met elkaar en met de leden van de Commissie begrotingscontrole van gedachten te wisselen over het jaarverslag van de Rekenkamer. Ik wil hier de hoofdpunten van die discussie en de allereerste conclusies schetsen.

Maar voordat ik dat doe, wil ik graag wijzen op de vruchtbare dialoog tussen de controleur, de Rekenkamer en het auditteam van de Commissie, en president Caldeira danken voor deze uitstekende samenwerking. Ik ben blij dat de Rekenmaker erkent dat er vorderingen zijn gemaakt. Maar behalve de vele positieve boodschappen van de Rekenkamer zie ik ook de kritische opmerkingen die zij maakt. De Commissie heeft zich ertoe verbonden om de aanbevelingen van de Rekenkamer nauwgezet te volgen.

De kernboodschappen uit het verslag van de Rekenkamer vormen voor de Commissie de leidraad voor haar eigen beoordeling van de wijze waarop zij invulling geeft aan haar verantwoordelijkheid voor het beheer van de EU-begroting.

Ten eerste ontvangen de jaarrekeningen voor de derde opeenvolgende keer een goedkeurende verklaring. Naar het oordeel van de Rekenkamer geven de EU-rekeningen een getrouwe weergave, waarbij zij geen enkel punt van voorbehoud maakt. De Commissie is natuurlijk zeer tevreden met dit resultaat, omdat het bevestigt dat de effecten van onze boekhoudhervorming blijvend zijn. De Rekenkamer wijst echter terecht op een aantal zwakke punten. Ofschoon geen enkele daarvan in de weg heeft gestaan van een goedkeurende verklaring, is de Commissie vastbesloten deze zwakke punten aan te pakken en gaat zij derhalve door met het verbeteren van haar boekhoudkundige praktijken. Wat betreft de wettigheid en regelmatigheid van verrichtingen, ben ik blij dat de dalende trend in het totale foutenpercentage zich in 2009 heeft doorgezet.

De ontvangsten en vastleggingen zijn voor de hele begroting in alle materiële opzichten wettig en regelmatig. Meer dan 95 procent van de betalingen uit de EU-begroting bevat geen fouten. Dit oordeel van de Rekenkamer is een teken dat onze inspanningen voor het verder verbeteren van de controle daadwerkelijk effect sorteren. Dat is vooral te danken aan een aanzienlijke vermindering van het foutenpercentage bij de cohesie. Deze vooruitgang is deels het resultaat van de sterkere toezichthoudende rol die de Commissie via de ex-antebeoordeling van de beheers- en controlesystemen van de lidstaten uitoefent en weerspiegelt de voordelen van een strenge aanpak, waarbij betalingen worden onderbroken of geschorst wanneer problemen worden geconstateerd.

Tot slot constateert de Rekenkamer in haar verslag dat de informatie over terugvorderingen die de Commissie in de rekeningen verstrekt, kwalitatief is verbeterd. De stijging van de hoogte van de bedragen die werden teruggevorderd bij projecten waar fouten waren geconstateerd, dan wel bij de verantwoordelijke nationale instanties, is een ander teken van de vastberadenheid van deze Commissie. Maar ik deel de opvatting van de Rekenkamer dat de rapportage door de lidstaten nog niet bevredigend is. De Commissie zal zich blijven inspannen om deze situatie te verbeteren voor zowel de lopende programma's als voor de programma's van de volgende generatie en die onder gezamenlijk beheer.

Ik ben het volledig eens met president Caldeira wanneer hij ons zegt voorzichtig te zijn met het trekken van conclusies vanwege mogelijke variaties in foutenpercentages in de toekomst, in het bijzonder bij de cohesie. Ik ben het ook eens met de Rekenkamer wanneer zij wijst op de zwakke punten van de controlesystemen van de lidstaten en op enkele problemen met gezamenlijk beheer. Naar mijn mening bestaat de oplossing onder meer uit het ontwikkelen van kosteneffectieve controlemechanismen, het vereenvoudigen van de subsidiabiliteitsregels wanneer fouten duidelijk te wijten zijn aan de complexiteit van die regels, en het verbeteren van de kwaliteit van de informatie die de lidstaten over financiële correcties en terugvorderingen verstrekken.

Maar deze lijst is niet uitputtend. Uit de discussie van dinsdag is gebleken dat wij ook nog voor andere uitdagingen staan. Zo moet bijvoorbeeld de verantwoordingsplicht voor de belangrijkste financiële actoren, met name de lidstaten, worden vergroot en een kosteneffectief controlebeleid worden ingevoerd dat op risico's en prestaties is gebaseerd. Bovendien heb ik bij het opstellen van de begrotingsherziening de nieuwe benadering gepropageerd waarbij meer wordt gekeken naar het resultaat dan naar de input, door het vaststellen van duidelijke en meetbare doelstellingen en essentiële prestatie-indicatoren. Ik heb in mei aan de Commissie begrotingscontrole mijn agenda voor kwijting, controle en fraudebestrijding voor 2010-2014 gepresenteerd. Daarin schets ik de belangrijkste strategische doelstellingen en concrete maatregelen die de Commissie zal nemen om te bereiken dat de Rekenkamer een verklaring van betrouwbaarheid kan afgeven. Gezien het jaarverslag 2009 van de Rekenkamer is deze agenda nog steeds volledig relevant voor onze toekomstige acties.

Ik ben, ter afronding, blij dat het jaarverslag 2009 bevestigt dat onze inspanningen effect sorteren. Het verslag biedt belangrijke en tijdige input voor onze beschouwingen over de wijze waarop het financieel beheer van de EU-begroting effectiever en efficiënter kan worden gemaakt, een streven waar wij ons bij het opstellen van de volgende generatie programma's door moeten laten leiden.

 
  
MPphoto
 

  Ingeborg Gräßle, namens de PPE-Fractie.(DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Caldeira, mijnheer Šemeta, dames en heren, wij hebben een zeer positieve dag voor de boeg, aangezien het voor de eerste keer zal zijn dat de Commissie Barosso II de grens van 2 procent doorbreekt. Dat aanvaardbare foutenrisico hebben wij eigenlijk helemaal niet nodig. Dat is de reden dat het verslag van de Rekenkamer dat aan ons is voorgelegd, zonder meer goed nieuws is, met name voor ieder van ons die op dit gebied actief is. Het moge duidelijk zijn dat als de Commissie zich ergens daadwerkelijk en vastberaden sterk voor maakt, dit ook tot resultaten leidt.

Als wij wat beter naar die resultaten kijken, blijkt dat zij voor een deel een gevolg zijn van de wijzigingen in de regelgeving. Daar kan niemand omheen en dat is ook de weg die wij in de toekomst moeten volgen. Indien de Commissie zich ertoe zou kunnen zetten om de Richtlijn inzake overheidsopdrachten te herzien en zij de dingen daadwerkelijk eenvoudiger zou maken voor de publieke instanties in de lidstaten, dan zou dit ongetwijfeld de grootste stap zijn die wij kunnen zetten in de richting van een positieve betrouwbaarheidsverklaring.

Tegen iedereen die er voortdurend op hamert dat de Europese begroting aan te grote risico's blootgesteld staat, zou ik willen zeggen dat het klopt dat de Europese uitgaven absoluut aan consequentere controles onderworpen moeten worden dan de nationale uitgaven. Dat Europese geld wordt ook strikter in de gaten gehouden en de uitgaven moeten ook consequenter verantwoord worden dan op veel nationale begrotingsterreinen. Dat blijkt ook altijd als wij een bezoek aan de lidstaten brengen, omdat de nationale regelgeving überhaupt pas ontstaan is op basis van de Europese regelgeving. Dat betekent dat wij de lidstaten slechts hoeven aan te sporen en op te roepen om hun nationale uitgaven aan dezelfde controles te onderwerpen als de Europese uitgaven en vice versa.

Ik wil de Rekenkamer graag bedanken, maar ik wil ook graag zeggen dat ik teleurgesteld ben over dit jaarverslag. Ik heb al gewezen op het feit dat het jaarverslag aanzienlijk minder informatie bevat dan in het verleden. Wij hebben uitgebreide informatie nodig over de foutenpercentages. Die informatie hebben wij in het verleden altijd met betrekking tot de Structuurfondsen gekregen, maar dit jaar voor het eerst niet. Wij zijn geen kleuterschool. Wij vertrouwen er in dit Parlement op dat wij die informatie krijgen. Als ik terugkijk naar de hoorzitting met de leden van de Rekenkamer, herinner ik mij dat zij beloofd hebben om nauw met het Parlement samen te werken. Ik geloof niet dat deze belofte gestand wordt gedaan.

 
  
MPphoto
 

  Georgios Stavrakakis, namens de S&D-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik verwelkom het jaarverslag en feliciteer president Caldeira en de overige leden van de Rekenkamer met hun uitstekende werk. Staat u mij toe om met name de heer O'Shea te danken voor zijn uitstekende samenwerking bij de jaarverslagen van de agentschappen.

Het behoort tot onze taak als parlement om aan de burgers verantwoording af te leggen. Wij moeten ervoor zorgen dat het geld van belastingbetalers correct, transparant en effectief wordt gebruikt. Ik verwacht dat de bevindingen van de jaarverslagen van de agentschappen – die op een later tijdstip worden gepubliceerd – de lijn van de afgelopen jaren zullen volgen. De situatie wordt geleidelijk beter, maar er zijn nog steeds controlesystemen die verbetering behoeven en problemen die om een oplossing vragen.

In de huidige economische en sociale crisis is het belang van monitoring groter dan ooit geworden. In het Parlement en de Rekenkamer hebben wij ons er samen toe verbonden die problemen op te lossen en aan te pakken om tot nog betere resultaten te komen.

 
  
MPphoto
 

  Jorge Chatzimarkakis, namens de ALDE-Fractie.(DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Šemeta, mijnheer Caldeira, sta mij toe om de Rekenkamer te bedanken voor dit verslag. Uw organisatie, mijnheer Caldeira, verleent een essentiële dienst aan de Europese belastingbetalers. Het is een goede zaak dat de afname van het foutenpercentage zich ook dit jaar heeft doorgezet. Dit is het gevolg van de hervorming van de Commissie die de liberale commissaris, de heer Kallas, erdoor heeft gedrukt. Er is sprake van belangrijke verbeteringen ten opzichte van het vorig jaar op cohesiegebied en van slechts een kleine achteruitgang wat de landbouw betreft. De Commissie moet nu echter niet simpelweg achterover gaan leunen en verder niets meer ondernemen. Wij moeten duidelijk maken dat de enorme verbeteringen gebaseerd zijn op een bijzonder gelukkige keuze aan steekproeven. Ik ben dan ook bang dat de positieve tendens volgend jaar niet zal doorzetten. Wij moeten gebruik maken van het momentum van de eerste kwijting voor de uitvoering van de begroting op grond van het Verdrag van Lissabon om een doorslaggevende paradigmaverschuiving in gang te zetten.

Ik wil nogmaals duidelijk stellen dat het onderhavige jaarverslag van de Rekenkamer het zestiende verslag op rij is zonder positief totaaloordeel. Hoe kunnen wij nu eindelijk eens een keer een definitief einde toeroepen aan de inefficiënte en verspillende toewijzing van de financiële middelen en aan het politieke gedogen op dit gebied?

Mijn voorstellen als rapporteur zijn als volgt: in de eerste plaats moet de Commissie bij duidelijke fouten daadkrachtiger interveniëren. Bij een herhaling van fouten dient de financiering opgeschort te worden. Hoe is het toch mogelijk dat er tegen een land als Griekenland, dat al zo lang lid van de EU is, de afgelopen tien jaar geen sancties zijn ingesteld, ondanks het feit dat er sprake was van een duidelijke schending van de voorschriften van het geïntegreerd beheers- en controlesysteem (IACS)?

In de tweede plaats mogen de belastingbetalers niet langer dubbel gestraft worden. De begunstigden van EU-financiering die op onrechtmatige gronden is toegewezen, hoeven slechts 10 procent terug te betalen. In overeenstemming met de 50:50-regel dragen de lidstaten de helft bij uit hun nationale begrotingen. Dit is een belediging van de belastingbetalers. Sta mij toe om u wat cijfers te geven. Tussen 1994 en 2006 hebben de lidstaten ontrecht een fenomenaal bedrag toegewezen gekregen van 7,7 miljard euro voor het cohesiebeleid. De Commissie heeft dit feit zelf onlangs openbaar gemaakt. Van dat bedrag is slechts 709 miljoen euro terugbetaald. Hieruit blijkt toch heel duidelijk hoe verschillend de verhoudingen liggen. Dit is waarschijnlijk een gevolg van het feit dat de lidstaten niet in staat zijn om adequate berekeningen te maken. Dat heeft de Rekenkamer ook bevestigd.

In de derde plaats dienen alle lidstaten nu eindelijk nationale beheersverklaringen te ondertekenen en te overleggen. In de vierde plaats dient de Commissie politieke verantwoording af te leggen. Dat is de reden dat wij in ieder geval de handtekening van de heer Barosso onder het syntheseverslag over de jaarlijkse activiteiten willen zien. Wij verlangen ook een evaluatieverslag zoals dat in het Verdrag van Lissabon is voorzien.

Er is nog steeds een aantal dingen dat verbetering behoeft. Alles wel beschouwd, wil ik de Rekenkamer echter hartelijk voor dit verslag bedanken.

 
  
MPphoto
 

  Bart Staes, namens de Verts/ALE-Fractie. – Voorzitter, collega's, toen ik dit jaarverslag las, had ik een "déja lu"-gevoel. Een gevoel van iets te lezen wat ik al vele jaren lees. Ten eerste, eens te meer zijn er te veel materiële fouten in de sectoren landbouw, Cohesiefonds, onderzoek en ontwikkeling, externe hulp, ontwikkelingssamenwerking en onderwijs. En ten tweede zijn de toezicht- en controlesystemen slechts deels doeltreffend in het voorkomen en corrigeren van de vergoeding van te hoog gedeclareerde of niet-subsidiabele kosten.

Collega's, het fundamentele probleem blijft dat de lidstaten niet doen wat ze moeten doen, namelijk op een correcte manier toezien op de gelden die zij uitbetalen aan begunstigden. Het gaat hier over 80 procent van de Europese begroting. Het fundamentele probleem blijft ook dat de Commissie niet genoeg toeziet op wat de lidstaten wat dat betreft doen.

Daarom volg ik inderdaad de strategie van de rapporteur, die erin zal bestaan om ervoor te zorgen dat wij eens te meer vragen dat er nationale beheersverklaringen komen, ondertekend door de ministers van Financiën. En ten tweede, dat de Commissie nu eindelijk eens optreedt tegen die lidstaten die in gebreke blijven en desnoods harde sancties oplegt, desnoods financiële sancties, het inhouden van subsidies. Dit is denk ik de weg die we moeten volgen.

 
  
MPphoto
 

  Ryszard Czarnecki, namens de ECR-Fractie.(PL) Mijnheer de Voorzitter, de Rekenkamer is een soort grote inspecteur, laten we zeggen een politieagent, een vriendelijke politieagent, hoewel ik soms de indruk heb dat hij dingen door de vingers ziet en te goedgunstig en goedhartig is jegens de instellingen waarover hij toezicht houdt. De conclusie van dit verslag, de conclusie van het werk van de Rekenkamer is als volgt samen te vatten: "goed, maar niet uitstekend".

Ik heb de indruk dat veel mensen in Europa negatiever gestemd zijn dan de Rekenkamer. De Rekenkamer moet een grotere rol en meer geloofwaardigheid krijgen, opdat de Europese instellingen geloofwaardig zijn in de ogen van de belastingbetalers en kiezers. Maar om geloofwaardig te zijn moet de Rekenkamer echt nauwgezetter zijn, want nu zegt de Rekenkamer blij te zijn dat het glas voor 95 procent vol is, terwijl ik denk dat veel belastingbetalers zich zullen afvragen: "Maar waarom is het voor 5 procent leeg?" Te meer daar algemeen de overtuiging heerst dat het voor meer dan slechts 5 procent leeg is. Met één conclusie ben ik het eens: de controle op Europees niveau is soms misschien gedetailleerder dan die in de lidstaten, en ik roep de Rekenkamer op om sterker te controleren in de lidstaten, waar het geld dikwijls gewoon verspild wordt.

 
  
MPphoto
 

  Søren Bo Søndergaard, namens de GUE/NGL-Fractie.(DA) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de Rekenkamer danken voor een uitstekend verslag. Zoals we hebben gehoord is er een algemene vermindering van het aantal gemaakte fouten te zien. Hoe moeten we dit beoordelen? Dit is naar mijn mening afhankelijk van twee dingen: enerzijds het uitgangspunt, anderzijds de verwachtingen. Het uitgangspunt was verschrikkelijk slecht. In 2008 werden miljarden euro's in strijd met de regels uitbetaald. Daarom was het niet alleen de verwachting dat deze situatie verbeterd zou worden, maar dat er aanzienlijke verbeteringen op alle gebieden zouden worden doorgevoerd.

Is dit ook gebeurd? Ja, op het gebied van de cohesie is er een duidelijke vermindering van het aantal incorrecte betalingen, wat positief is, hoewel het aantal nog steeds onacceptabel hoog is. Op andere gebieden is er echter een stijging te zien, wat gewoonweg niet goed genoeg is.

Commissaris Šemeta verklaarde onlangs in de Commissie begrotingscontrole en vandaag opnieuw dat de totale vermindering van het aantal fouten het resultaat was van de inspanningen van de Commissie. Ik vind dat prima. Ik gun de Commissie graag de eer, maar dan is het dus ook volstrekt duidelijk wie de verantwoordelijkheid draagt, als het aantal fouten volgend jaar stijgt. Ik hoop dat u dit als een uitnodiging wilt beschouwen.

 
  
MPphoto
 

  Marta Andreasen, namens de EFD-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, de afgelopen zestien jaar heeft de Rekenkamer jaar na jaar geweigerd om goedkeuring te geven aan 90 procent of meer van de begroting, en dat is dit jaar niet anders. De Rekenkamer praat over fouten, maar de onregelmatigheden die worden geconstateerd gaan veel verder dan een simpele fout. Een particuliere onderneming zou bij zo'n "fout" worden gesloten en de directeuren veroordeeld.

Feit is dat het geld van belastingbetalers onrechtmatig is besteed. Voor dit jaar concludeert de Rekenkamer dat ten minste zes miljard Britse pond niet had moeten worden uitbetaald. Wat is de kern van het probleem? Gebrek aan verantwoordelijkheidsbesef.

De Commissie en de Rekenkamer geven zoals altijd de lidstaten de schuld. Maar het zijn niet de lidstaten maar de Commissie die tekortschiet, omdat zij geen goede controles uitvoert. De Commissie verkeert in de beste positie om regels vast te stellen en sancties op te leggen aan degenen die regels overtreden. Maar de Commissie is wat dat betreft steeds tekortgeschoten. Het Parlement is medeverantwoordelijk, omdat het deze situatie elk jaar goedkeurt en blijft vragen om een grotere begroting.

Er is geen hoop meer dat de EU-begroting ooit door de Rekenkamer zal worden goedgekeurd. Het enige wat wij nog kunnen doen om het geld van belastingbetalers te beschermen, is de EU-begroting drastisch te verlagen.

Ik richt mij nu toe tot de Britse premier, de heer Cameron: door akkoord te gaan met een verhoging van de EU-begroting 2011 met 2,9 procent, hebt u dramatisch gefaald. Namens de Britse belastingbetalers verzoek ik u nu voor te gaan in de eis tot een aanzienlijke verlaging van de begroting 2011.

 
  
MPphoto
 

  Martin Ehrenhauser (NI). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, het klopt dat het foutenpercentage op cohesiegebied aanzienlijk is gedaald: van 54 procent in 2007 tot 36 procent in 2009. Dat is juist. Het is een feit waar zelfs ik niet omheen kan. Zoals de rapporteur echter al heeft gezegd, is het duidelijk dat de cijfers gerelativeerd moeten worden wanneer wat nauwkeuriger naar de wijze wordt gekeken waarop zij tot stand zijn gekomen. Volgens het onderhavige verslag van de Rekenkamer is het ook een feit dat de controlesystemen op cohesiegebied niet effectief zijn. Daarnaast is het een feit dat minimaal 3 procent van het geld helemaal niet betaald had mogen worden. Dat betekent dat onder de andere de heer Hahn nog veel werk moet verzetten om zijn portefeuille op orde te krijgen.

Naar mijn mening is de stijging van het foutenpercentages op landbouwgebied uiteraard een stap terug. Daarnaast worden verspillingen in situaties waarin bijvoorbeeld subsidies voor mijnwerkers aan miljardairs worden uitbetaald, niet als fouten aangemerkt.

Ik heb in de parlementaire commissie al opgemerkt dat ik nog geen antwoord van de Rekenkamer of van de Commissie heb ontvangen met betrekking tot de sociale uitkeringen die dubbel zijn betaald. Daarom luidt mijn vraag wederom: wie is er in dit geval verantwoordelijk voor de fout? Wordt dat geld terugbetaald en om welk bedrag gaat het eigenlijk? Tot slot wil ik graag zeggen dat het met het oog op de toekomst belangrijk is dat de Rekenkamer niet alleen controleert of betalingen rechtmatig worden gedaan, maar dat er ook naar wordt gekeken of dit op een kosteneffectieve en efficiënte wijze gebeurt.

 
  
  

VOORZITTER: ISABELLE DURANT
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Cătălin Sorin Ivan (S&D).(RO) Om te beginnen wil ik Victor Caldeira bedanken voor dit duidelijke verslag, dat relevant is voor de activiteiten van de Commissie en de tenuitvoerlegging van de begroting voor 2009. Verder wil ik direct aan het begin iets verduidelijken wat voor ons van cruciaal belang is: één keer in de vijf jaar worden wij verkozen en naar het Europees Parlement gestuurd door de Europese burgers, de mensen die belastingen en rechten betalen en die uiteindelijk deze begroting bepalen. Gezien vanuit hun standpunt, dat is gebaseerd op de ontmoetingen die we regelmatig met hen hebben wanneer we terug naar huis gaan, kan de tenuitvoerlegging van de begroting voor 2009 niet als een succes worden beschouwd. Hier kan ik twee redenen voor geven.

Ten eerste worden de nationale beheersverklaringen niet politiek ondersteund. Er staat met andere woorden geen handtekening onder van de minister van Financiën of de premier. Als gevolg hiervan weten we niet wie verantwoordelijk is voor deze nationale beheersverklaringen en in welke mate ze begrijpelijk en nauwkeurig zijn. Praktisch gezien wordt hiermee de weg vrij gemaakt voor valse rapportage en zo niet vals, dan toch in elk geval onvolledig.

Ten tweede moet elke staat wanneer er fouten zijn gemaakt in het beheer van Europese fondsen, het geld terugbetalen aan de Commissie. De Europese burgers betalen met andere woorden één keer geld om de Europese begroting te realiseren en moeten aan de andere kant als verliezers nogmaals het verlies vergoeden in hun nationale begroting. Daarom betalen de burgers van de Europese Unie twee keer voor de vergissingen, fouten of zelfs frauduleuze handelingen die worden begaan bij het beheer van de Europese middelen.

Ten derde steun ik de Commissie en de Europese Rekenkamer. Ook ik ben voorstander van hechtere banden tussen deze instelling en de nationale rekeninstanties in de lidstaten. Ik vind dat als we meer geld in de begroting willen hebben, we in de eerste plaats het geld dat we al hebben, beter moeten besteden. Om het geld dat we hebben beter te kunnen besteden, moeten we in de eerste plaats weten waar er zich problemen voordoen en hoe we deze kunnen oplossen.

 
  
MPphoto
 

  Luigi de Magistris (ALDE). - (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, dat wij vandaag kunnen debatteren over de vermindering van het foutenpercentage, is te danken aan de bekwaamheid, onafhankelijkheid en de professionaliteit van de Rekenkamer, en dat wilde ik president Caldeira laten weten.

In denk dat naast de Commissie ook het Parlement een belangrijke rol heeft gespeeld bij deze verbetering, en dan met name de Commissie begrotingscontrole, die zeer veel belang hecht aan transparantie en aan een effectieve en efficiënte besteding van publieke middelen.

We moeten echter nog bekijken hoe we verbetering kunnen boeken, omdat er nog steeds te veel zaken niet op orde zijn, voornamelijk op zeer gevoelige terreinen als de landbouw en de cohesie, vaak met zorgwekkende foutenpercentages in sectoren waar bijvoorbeeld contractfraude en overfacturering schering en inslag zijn. Ik denk dat er minder bureaucratie en minder onnodige formaliteiten moeten komen, en dat we moeten beschikken over een paar duidelijke regels waarmee we helder en vastberaden "nee" kunnen zeggen tegen elke vorm van fraude in sectoren waar corruptie aan de orde van de dag is.

Verder is het van belang om de rol van het Europees Bureau voor Fraudebestrijding (OLAF) te versterken om alle vormen van fraude en corruptie te kunnen bestrijden. Een ander punt dat we niet mogen onderschatten – en dat hebben we ook gemerkt tijdens het recente bezoek van de Commissie begrotingscontrole aan Italië – is het gevaar dat de georganiseerde misdaad veel invloed krijgt en dat er gefraudeerd wordt met publieke middelen. Vanuit dit oogpunt kan OLAF een cruciale rol vervullen, in combinatie met een betere samenwerking tussen de lidstaten, de Commissie en het Parlement.

Een ander absoluut essentieel punt is dat ik geloof dat de Commissie onafhankelijker moet worden van de lidstaten. Ik geloof dat wij fondsen moeten blokkeren om te voorkomen dat dit soort gedrag zich herhaalt, met name in landen waar al jaren sprake is van ernstige fouten – ik heb het niet over kleine fouten – en grootschalige fraude.

De geloofwaardigheid van het Europees Parlement en de Europese instellingen wordt in belangrijke mate bepaald door de mate van transparantie en correct handelen waarmee de publieke middelen worden besteed. Daarom denk ik dat er op dit punt nog verbetering kan worden geboekt.

 
  
MPphoto
 

  Peter van Dalen (ECR). – Voorzitter, hoewel de Rekenkamer stelt dat de verantwoording van de Europese uitgaven is verbeterd, geeft de Kamer geen volledige goedkeuring aan de uitgaven. Dit komt onder meer omdat de op een na grootste post "cohesie" weliswaar een verbetering liet zien, maar er toch fouten waren bij circa 40 procent van de projecten; op een totale begroting van 35 miljard kan dus voor 2 miljard euro geen verklaring worden afgegeven. Ik vind dat onacceptabel; met name de Commissie moet daarom grondig uitzoeken hoe deze fouten konden ontstaan en hoe die fouten kunnen worden teruggedrongen. Dit is vooral van belang met het oog op de kwijting 2009.

Gisteren verklaarde Rekenkamerlid Engwirda dat de fouten vooral worden veroorzaakt door de complexiteit van de procedures. Daarmee wordt opnieuw aangetoond dat Europa eenvoudiger en transparanter moet. Gebeurt dat niet, dan blijft Europa voor onze burgers een ingewikkelde "ver-van-mijn-bed-show".

(Spreker verklaart zich bereid een "blauwe kaart"-vraag krachtens artikel 149, lid 8 van het Reglement te beantwoorden)

 
  
MPphoto
 

  Jens Geier (S&D).(DE) Mevrouw de Voorzitter, ik zou de heer Van Dalen willen vragen of hij zich ervan bewust is dat de hoge percentages uitsluitend betrekking hebben op het percentage van de steekproef. Het is dus niet zo dat 36 procent van de betalingen ten onrechte is uitgekeerd; het gaat om 36 procent van de betalingen in de steekproef. Op basis van een voorlopige prognose zou dat neerkomen op minstens 5 procent in het geval van het Cohesiefonds. Dat betekent dat de miljarden waarnaar u verwijst, geen correcte bedragen zijn. Bent u zich daarvan bewust?

 
  
MPphoto
 

  Peter van Dalen (ECR). – Voorzitter, ik heb dat ten volle begrepen. Het gaat er mij om dat er voor miljarden geen verklaring kan worden afgegeven, en daarom heb ik de Commissie gevraagd om dat grondig te onderzoeken, en ook na te gaan hoe dat verbeterd kan worden. Gelukkig heeft de commissaris in zijn interventie zojuist al aangegeven dat hij dat onderzoek gaat oppakken en serieus neemt.

 
  
MPphoto
 

  Franz Obermayr (NI).(DE) Mevrouw de Voorzitter, uit de ramingen van de Europese Rekenkamer blijkt dat er in 2009 6 miljoen euro van de Europese begroting is verdwenen als gevolg van onverschilligheid, mismanagement, fraude, onkunde en een gebrek aan controles. De Rekenkamer heeft het schandalige feit onthuld dat circa 40 procent van de EU-functionarissen twee keer het normale bedrag aan gezinstoelagen ontvangt. Griekenland veroorzaakt wederom problemen. Dat land is niet alleen door andere lidstaten voor een faillissement behoed dankzij een reddingspakket met een omvang van miljarden euro's, maar het is ook koploper wat de fraude met subsidies betreft. We hoeven alleen maar te kijken naar de beboste oppervlakken waarvoor Griekenland "groene gebieden"-subsidie heeft aangevraagd om de ongekende vermetelheid van het land op dit punt te demonstreren.

De situatie is uiteraard met name belabberd op het gebied van de regionale subsidies. Zoals de vorige spreker al heeft opgemerkt, is 36 procent van de gecontroleerde betalingen ten onrechte uitgekeerd; dat is al erg genoeg. Dat is de reden dat wij de heer Hahn oproepen om drastische maatregelen te nemen met betrekking tot deze belangrijke portefeuille. Het is niet de bedoeling dat wij ons geld zo maar weggeven.

Tot slot zou ik de geëngageerde medewerkers van de Rekenkamer een compliment willen maken. Zij zijn bijzonder gemotiveerd en wij, als politici, zouden hen moeten aansporen om zelfs nog grondigere controles uit te voeren. Als politici hebben wij daarnaast ook de mogelijkheid om richtsnoeren op te stellen en ten uitvoer te leggen.

 
  
MPphoto
 

  Jan Olbrycht (PPE).(PL) Dames en heren, ik denk dat we bij het discussiëren over dit verslag moeten zorgen dat we voldoende zorgvuldig zijn in wat we zeggen, want we hebben het hier ook heel vaak over fouten, onregelmatigheden of verduistering. Het verslag laat heel duidelijk zien dat, als het gaat om het foutenpercentage in het cohesiebeleid, er een wezenlijke vermindering is opgetreden. Het percentage is nu zo'n 5 procent en wat dat betreft kunnen we het niet tegelijkertijd over foutenpercentages van 20, 30 of 40 procent hebben, want dat vertroebelt gewoon het totaalbeeld. We hebben hier te maken met een duidelijke verbetering in dit beleid, dat ongetwijfeld erg complex is, aangezien het gezamenlijk beheerd wordt met de lidstaten. Het is een probleem voor ons allemaal hoe we dit beleid, waarvan de structuur gewoon erg veeleisend en erg complex is, maar dat ook een enorme toegevoegde waarde heeft, kunnen verbeteren. De situatie is aan het veranderen en dat moet met tevredenheid en een positieve insteek worden opgemerkt.

Ik wil echter de aandacht vestigen op een verontrustend fragment uit het verslag, ik citeer: "In dit licht bezien concludeert de Rekenkamer dat het niet mogelijk is een zinvolle vergelijking te maken tussen haar eigen schatting van de foutenpercentages en de door de Commissie verstrekte gegevens inzake financiële correcties en terugvorderingen." Deze opmerking is denk ik heel belangrijk, ja essentieel voor de toekomt, want we willen geen situatie waarin de Rekenkamer verklaart geen overeenstemming te kunnen bereiken met de Commissie over de resultaten. Hier moet meer werk worden gedaan en opheldering worden verschaft.

 
  
MPphoto
 

  Christel Schaldemose (S&D).(DA) Mevrouw de Voorzitter, ik wil de Rekenkamer danken voor het beschikbaar stellen van een uitstekend instrument waarmee wij kunnen evalueren hoe we middelen in de EU gebruiken. We kunnen vaststellen dat het de goede kant op gaat, hoewel er nog steeds veel problemen zijn. Omdat het de goede kant op gaat, hebben we naar mijn mening nu de tijd nodig om te bekijken wat de volgende stap zou kunnen inhouden. Als we kijken naar hoe het zit met, bijvoorbeeld, de administratieve uitgaven, zien we dat we zowel een doeltreffend controlesysteem hebben als minder fouten. Voor mij is dat echter niet goed genoeg. We moeten ook tijd uittrekken om te onderzoeken of we de middelen eigenlijk wel op de juiste manier gebruiken.

Als we spreken over de administratieve uitgaven, hebben we het over uitgaven aan salarissen, gebouwen en dergelijke. In dit verband moeten we ons afvragen of we werkelijk genoeg krijgen voor het geld dat we uitgeven aan salarissen. Gebruiken we het geld op de juiste manier wanneer het gaat om de manier waarop we onze gebouwen beheren, enz.? Ik ben van mening dat we in dit debat nu een volgende stap moeten zetten door ons af te vragen of het doeltreffend genoeg is en op zo'n manier dat er ook een grotere mate van openheid rond dit onderwerp ontstaat. Daarom wil ik niet alleen het Europees Parlement maar ook de Commissie verzoeken om een grote bereidheid tot meer openheid aan de dag te leggen en om deel te nemen aan dit debat.

 
  
MPphoto
 

  Andrea Češková (ECR).(CS) Het is nu eigenlijk al voor de tweede keer dat we tijdens deze zittingsperiode het jaarverslag van de Europese Unie behandelen. Allereerst wil ik de heer Silva Caldeira en zijn team buitengewoon bedanken voor het geleverde werk. Verder verbaast het mij hogelijk dat er ook nu weer zo veel fouten te vinden zijn bij welhaast 92 procent van de uitgavenkant van de begroting, kijkend naar alle hoofdstukken met uitzondering van de administratieve kosten en economische aangelegenheden. De vraag is welk deel van de verantwoordelijkheid hiervoor bij de lidstaten ligt en welk deel – als gevolg van onvoldoende toezicht – bij de Commissie.

Eigenlijk geeft het verslag al het antwoord daarop, te weten de talloze onvolkomenheden in de controlemechanismen binnen de lidstaten. We hebben dan ook in de allereerste plaats meer samenwerking en meer openheid van de kant van de lidstaten nodig om al die talloze onregelmatigheden onder bedwang te krijgen.

 
  
MPphoto
 

  Tamás Deutsch (PPE). (HU) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, collega's, de Europese Rekenkamer heeft hoogwaardig werk geleverd bij het opstellen van het verslag over de controle van de EU-begroting voor 2009, en de heer Caldeira en de leden van de Europese Rekenkamer komt alle lof toe voor hun werk. Ik ben het eens met de collega's die zeggen dat het verslag duidelijk en onmiskenbaar laat zien dat de tendens wat betreft de benutting van EU-fondsen een stijgende lijn laat zien en dat het foutenpercentage over de hele linie afneemt. Aan de andere kant moeten we duidelijke en eenduidige conclusies uit het verslag trekken over wat wij hier in het Parlement, in de Commissie en de andere EU-instellingen moeten doen.

Het dalende foutenpercentage betekent ook niet minder dan dat er volgens de Europese Rekenkamer miljarden euro's aan EU-fondsen incorrect of tegen de regels zijn besteed en eventueel zelfs de verdenking van een misdrijf kunnen wekken. Dit alles betekent dat er actie moet worden ondernomen. Hierbij wil ik graag opmerken dat ik het uitermate belangrijk vind dat de Europese Rekenkamer de komende periode per land de hoogte van het foutenpercentage bij het gebruik van EU-fondsen laat zien, evenals het niveau waarop het controlemechanisme in elk land opereert. Daarmee kunnen we helpen het foutenpercentage verder terug te dringen.

 
  
MPphoto
 

  Inés Ayala Sender (S&D).(ES) Mevrouw de Voorzitter, dankzij de intensieve dialoog tussen de Rekenkamer, de Commissie en natuurlijk het Europees Parlement is er ook deze keer veel verbeterd, en daar zijn we blij mee. Dit jaarverslag toont echter ook aan dat we niet op onze lauweren kunnen rusten, en dat we waakzaam moeten blijven.

Ik sta ook achter de voorstellen van de heer Da Silva Caldeira voor de toekomst: hij wil samenwerken om een aantal hoofdpunten van het financieel reglement te verbeteren en te vereenvoudigen, en de nieuwe wetgevende voorstellen te behandelen, om op die manier te proberen om samen goede resultaten te bereiken.

Ik wil nog ingaan op de andere instellingen. Ik zal de operatieve uitgaven van de Raad goed in de gaten houden, vooral voor het systeem Sesame, waarvoor met zoveel woorden wordt gezegd dat de ramingen voor de begroting van de Raad nauwkeuriger moeten worden. Ik zal ook kijken naar een aantal concrete punten in verband met de Europese Ombudsman en de Europese toezichthouder voor de gegevensbescherming, waarvan de begrotingen sterk lijken te zijn teruggebracht. We hebben ook vernomen dat er een zaak in verband met het Economisch en Sociaal Comité is voorgelegd aan OLAF, en dat interesseert me ook. Tot slot zou ik graag willen weten hoe het zit met de sterke stijging van het aantal personeelsleden van het Comité van de Regio's in 2009 en 2010.

 
  
MPphoto
 

  Iliana Ivanova (PPE).(BG) Dames en heren, het is belangrijk dat we het feit benadrukken dat uit de conclusies van de Rekenkamer de vooruitgang duidelijk wordt die de Commissie heeft geboekt bij de controle van de opname van Europese fondsen. Tegelijk hoop ik echter dat de aanbevelingen en voorstellen die het Europees Parlement jaren achtereen in de kwijtingsverslagen heeft gedaan, daadwerkelijk in overweging genomen zullen worden, vooral op die gebieden waarop er nog steeds veel onregelmatigheden zijn. De kwaliteit van de informatie die de Rekenkamer ons levert moet ook nog hoger worden. Ik vind dat we echt precies te horen moeten krijgen wat de cijfers en onregelmatigheden zijn.

Het goede nieuws met betrekking tot 2009 is dat er op het gebied van het cohesiebeleid aanzienlijk minder onregelmatigheden te melden zijn dan het jaar ervoor. De grote vraag blijft echter of deze afname blijvend is of dat het simpelweg om een uitzondering gaat, mogelijk samenhangend met de specifieke landen die zijn gecontroleerd.

Er staan hoe dan ook nog onopgeloste kwesties op de agenda in verband met onregelmatigheden op het gebied van externe hulp en ontwikkeling en uitbreiding, landbouw, onderzoek, energie en transport, onderwijs en burgerschap.

Laat mij de Rekenkamer, de Commissie en de Raad verzekeren dat wij ons in de Commissie begrotingscontrole van het Europese Parlement de komende maanden zeer uitgebreid en diepgaand zullen wijden aan het efficiënter maken van het beheer van de Europese fondsen.

We zullen blijven wijzen op de verantwoordelijkheden die de Europese Commissie en de lidstaten hierbij op zich moeten nemen en waar strikt de hand aan moet worden gehouden, alsmede op de maatregelen die, om de belangen van de Europese belastingbetaler werkelijk te beschermen, moeten worden getroffen tegen hen die de regels overtreden.

 
  
MPphoto
 

  Jens Geier (S&D).(DE) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer Caldeira, mijnheer Šemeta, het cohesiebeleid is de patiënt van de EU-begroting. Afgelopen jaar lag hij op de intensive care en dit jaar is hij herstellende. De weg naar een volledig herstel is echter nog lang en de patiënt zou op elk moment weer een terugval kunnen krijgen. Bij meer dan 5 procent van alle betalingen in het kader van het cohesiebeleid zijn fouten gemaakt en 3 procent had helemaal niet uitgekeerd mogen worden. Dat komt overeen met een bedrag van circa 700 miljoen euro. Een groot gedeelte van deze foutieve betalingen had door de lidstaten voorkomen kunnen worden. Ondanks de bestaande controleregelingen die door de Commissie zijn goedgekeurd, hebben de fouten zich voorgedaan bij overheidsopdrachten en bij de betaling van cohesiegelden. Wij moeten die controleregelingen dus nog een keer uitgebreid onder de loep nemen. In Duitsland, het land waar ik vandaan kom, is uit de steekproeven gebleken dat alle controlesystemen die daar zijn gecontroleerd slechts voor een deel effectief waren.

De verantwoordelijkheid voor het beheer van de begroting berust bij de Commissie. Wij kunnen in onze eigen landen natuurlijk discussiëren over deze tegenstrijdigheid: fouten in de lidstaten die onder de verantwoordelijkheid vallen van de Commissie. Wij kunnen het ook aan de media uitleggen en wij kunnen het aan onze burgers vertellen. In politiek opzicht is het echter de taak van de Commissie om dit probleem in de lidstaten op te lossen. Mijnheer Šemeta, u dient op dit vlak de touwtjes in handen te nemen en u kunt daarbij op onze steun rekenen.

 
  
MPphoto
 

  Lambert van Nistelrooij (PPE). – Voorzitter, beste vertegenwoordigers van de Commissie, van de Rekenkamer, ik spreek hier als coördinator voor het regionaal beleid van de PPE.

Als ik nu kijk naar de foutenmarge, dan zit daar voor de cohesie een duidelijke verbetering in. We zien nu de effecten van de nieuwe verordeningen die we voor 2007-2013 hebben gemaakt en van de actieplannen waarvoor het Parlement, maar ook de Commissie en de vorige Commissie hebben geijverd. Het merendeel van de strubbelingen, van de fouten, zit in het dossier van de openbare aanbestedingen. De omzetting van Europese wetgeving in eigen wetgeving in een aantal lidstaten en de uitvoering daarvan, stuwen de foutenmarge erg omhoog.

Ik vraag de commissarissen dan ook te komen met een actieplan om enerzijds de lidstaten onder druk te zetten, of deze ten aanzien van de openbare aanbestedingen te ondersteunen. Ik heb vorige week een delegatie van het Parlement naar Roemenië mogen leiden, en daar zie je hoe ze ermee tobben, hoe die strubbelingen daar leven. Daar kun je een grote slag op maken.

Tenslotte, ook ik ben van harte voorstander van die nationale managementsverklaringen, financiële door de lidstaten af te leggen verklaringen, want daar ligt in overgrote mate het euvel.

 
  
MPphoto
 

  Derek Vaughan (S&D).(EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil zo positief als mogelijk over dit verslag zijn, omdat ik geloof dat wij audits moeten gebruik om zaken te verbeteren en van onze fouten te leren. Het verslag bevat tal van voorbeelden die de Commissie, de lidstaten en de begunstigden kunnen gebruiken om dingen te verbeteren, bijvoorbeeld in de sector landbouw. Het feit dat de Commissie voortdurend haar eisen verandert, brengt lidstaten en begunstigden in moeilijkheden. In Wales krijg ik dat steeds weer te horen. Om het aantal vorderingen van landbouwers wegens niet-subsidiabele grond te verminderen, zou de Commissie ook wetgeving kunnen maken waarin duidelijk is omschreven wat onder "actieve landbouwers" moet worden verstaan. In alle lidstaten zou dan dezelfde definitie worden gehanteerd, terwijl zij nu enige beoordelingsvrijheid hebben. Tot slot, nu de GLB-hervorming voor de deur staat, is er een geweldige gelegenheid de procedures te vereenvoudigen, zodat wij in Europa waar ons geld krijgen, maar ook individuele personen en gemeenschappen blijven steunen.

 
  
MPphoto
 

  Andrzej Grzyb (PPE).(PL) Mevrouw de Voorzitter, de presentatie van de resultaten van het werk van de Europese Rekenkamer verschaft altijd uitstekende informatie, aan de hand waarvan we kunnen vergelijken hoe een en ander in het verleden gegaan is en wat er in de toekomst gebeuren moet. Hoe kan de algemene conclusie luiden? Het lijkt erop dat waar de procedures minder ingewikkeld zijn en het gemakkelijker is om geld te gebruiken, we minder wezenlijke fouten vinden. Hoe ingewikkelder het beleid, des te wezenlijker de fouten en soms zelfs de onregelmatigheden. Een voorbeeld daarvan is het cohesiebeleid, dat tegelijkertijd ook erg belangrijk is voor de Europese Unie. Daarom is hier ook geconcludeerd dat het gemeenschappelijk landbouwbeleid een hoog foutenpercentage heeft, maar dat daar waar de procedures voor het gebruik van middelen vereenvoudigd zijn, er minder fouten optreden dan waar het ingewikkelder is.

Ik wil graag de aandacht vestigen op het belang van samenwerking met de nationale toezichthoudende autoriteiten, maar ook – en dat heeft nog niemand genoemd – op het belang van samenwerking met nationale parlementen en, in het bijzonder, met commissies Europese zaken, begrotingscommissies en commissies begrotingscontrole. Ikzelf was lid van het Poolse nationale parlement toen we begonnen te werken met gegevens van de Europese Rekenkamer, en deze werden uitstekend ontvangen door de leden.

 
  
MPphoto
 

  Karin Kadenbach (S&D).(DE) Mevrouw de Voorzitter, sta mij toe om de Rekenkamer van harte te bedanken. Dit verslag is een indrukwekkende demonstratie van het feit dat de controles continu beter worden. Ik ben overigens niet uitermate geschrokken van de foutenpercentages die hier zijn benadrukt, omdat ik van mening ben dat het auditproces een leerproces is. Dat betekent dat er steeds zorgvuldiger naar de problemen gekeken gaat worden en dat daardoor, gelukkig, een toenemend aantal fouten wordt ontdekt. Het is onze taak om middels een goede samenwerking dergelijke fouten in de toekomst te voorkomen. Ik zou de aandacht van iedereen graag willen vestigen op het vijfde cohesieverslag dat gisteren is gepresenteerd. De Commissie roept in dat verband alle betrokkenen op om hun standpunt kenbaar te maken over de kwesties die in dat document aan de orde worden gesteld. Dat biedt een ideale gelegenheid om het fundament te leggen voor toekomstige subsidieregelingen om te waarborgen dat enerzijds de subsidies op dit gebied eenvoudiger verkregen kunnen worden, dat de toegang tot subsidies gemakkelijker wordt en dat de bureaucratie wordt teruggedrongen en dat anderzijds de noodzakelijke, strikte controles worden toegepast ter bescherming van het geld van de belastingbetalers dat voor die subsidies wordt gebruikt.

Ik roep alle betrokkenen dan ook op om in te gaan op het verzoek van de Commissie. Als Parlement zullen wij daar uiteraard gevolg aan geven.

 
  
MPphoto
 

  Algirdas Šemeta, lid van de Commissie. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, het debat van vandaag laat zien dat in 2009 opnieuw vooruitgang is gemaakt met het beheer van de EU-begroting. Het heldere advies van de Rekenkamer over de rekeningen en het laagste foutenpercentage ooit voor de totale begroting, zoals door onze externe controleur in zijn advies wordt gemeld, bevestigen dat de Commissie de juiste beslissingen heeft genomen en adequate maatregelen heeft voorgesteld voor het verbeteren van de prestatie van de programma's die in de huidige financiële periode worden uitgevoerd.

Maar de Rekenkamer wijst ook met nadruk op de terreinen waar door alle financiële actoren meer vooruitgang moet worden gemaakt. Dan doel ik natuurlijk met name op de Commissie, en ook op de financiële actoren in de lidstaten, waarvan de verplichtingen en verantwoordelijkheden onder het gezamenlijk beheer duidelijk groter zijn geworden onder het nieuwe Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Velen van u hebben hier gesproken over de noodzaak van het opleggen van sancties aan de lidstaten. De Commissie is juist heel streng bij het opleggen van sancties. Net op dit moment zitten wij in een procedure voor het opschorten of schorsen van de betaling voor veertig cohesieprogramma's die samen goed zijn voor 1,75 miljard euro. Dat is een enorm bedrag. Belangrijker nog is dat het aantal acties in 2010 vergeleken met 2009 bijna is verdubbeld. Afgelopen vrijdag nog hebben wij besloten om voor meer dan 578 miljoen euro aan onterecht betaalde gelden in de landbouw terug te vorderen. Dus wij passen die sancties echt streng toe en zijn voornemens dat ook in de toekomst te zullen doen. U kunt ook in het verslag van de Rekenkamer zien dat het bedrag aan terugvorderingen en financiële correcties in de loop van de jaren aanzienlijk is gestegen en in 2009 was opgelopen tot 3,3 miljard euro. Ook dat is een zeer aanzienlijk bedrag. Ons voornemen is om dit beleid voort te zetten en sancties steeds wanneer dat nodig is zeer streng toe te passen.

Het verslag van de Rekenkamer en de kwijtingsprocedure die nu van start gaat, zullen niet alleen helpen bij het aanpakken van de zwakke punten van de huidige programma's, maar ook bij het trekken van lering voor de volgende generatie programma's. De Rekenkamer heeft gewezen op de weg die moet worden bewandeld, en die loopt natuurlijk via vereenvoudiging en verbetering van de regels voor overheidsopdrachten. Want het is waar dat de overgrote meerderheid van de fouten wordt gemaakt door het niet of verkeerd toepassen van subsidiabiliteitscriteria en regels voor overheidsopdrachten. Daar moeten wij lering uit trekken en de Commissie is daartoe bereid. Zij zal de aanbevelingen van de Rekenkamer volgen en ziet uit naar een vruchtbare kwijtingsprocedure.

 
  
MPphoto
 

  Vítor Manuel da Silva Caldeira, president van de Rekenkamer. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, geachte afgevaardigden, dank voor alle vriendelijke opmerkingen aan het adres van de Rekenkamer, die ik ook beschouw als een blijk van waardering voor alle medewerkers van onze instelling die zich dag in dag uit buigen over de zorgen van het Parlement, en dat doen volgens de hoogste professionele normen en conform internationale controlenormen. Wij besteden naar behoren aandacht aan de aanbevelingen van het Parlement. Laat ik u twee voorbeelden geven van de wijze waarop wij in het jaarverslag 2009 tegemoet komen aan uw verzoek om meer informatie.

Wij geven u een algemene beoordeling van de totale financiële situatie. Dat doen wij in dit verslag voor de eerste keer. Onze conclusie is dat de financiële situatie de laatste jaren in het algemeen is verbeterd. Het meest waarschijnlijke foutenpercentage voor de totale begroting neemt af. Wij geven u ook, vooral op het terrein van Cohesie, meer informatie dan vorig jaar. Toen zeiden wij dat ten minste 11 procent van de middelen niet betaald had moeten worden, terwijl wij nu kunnen zeggen dat het meest waarschijnlijke foutenpercentage inderdaad op meer dan 5 procent wordt geraamd – wat wij vorig jaar niet konden zeggen – en dat ten minste 3 procent van de uitgaven niet had moeten worden vergoed. Dat is de mate van vooruitgang die wij hebben geconstateerd. Dit zijn de feiten. Waarom? Wat zijn de redenen hiervoor? Welke vooruitgang is gemaakt? Wij verzinnen geen feiten om de Commissie en de lidstaten in een fraai daglicht te stellen. Wij zijn er niet om aardig voor de Commissie of de lidstaten te zijn. De Rekenkamer is een onafhankelijke auditinstelling die onder het Verdrag valt. Wij baseren onze bevindingen op het bewijs dat voor ons ligt en rapporteren die vervolgens aan deze instelling om haar bij te staan bij de kwijtingsprocedure. Dat is onze taak.

Wij zijn bereid u bij dit werk te helpen en de belangrijkste reden hiervoor is dat, zoals wij in ons verslag meedelen, enerzijds de systemen die zijn geïntroduceerd voor het beheer van de middelen voor de programmeringsperiode 2007-2013 beter presteren, en anderzijds de voor deze programmeringsperiode toegewezen middelen maar voor 25 procent zijn uitbetaald, zodat volgens de bewijsmiddelen waarover wij beschikken de financiële uitvoering voor deze periode lager is dan verwacht had mogen worden. Dus de combinatie van deze twee factoren – enerzijds beter presterende systemen en anderzijds lagere uitvoering, met andere woorden: minder feitelijke betalingen – heeft ons in de huidige situatie gebracht. Op dit punt is zoals gezegd enige voorzichtigheid op zijn plaats. Wij moeten nog zien hoe de zaken zich ontwikkelen nu de systemen in alle 27 lidstaten zo goed presteren en in de toekomst al die middelen moeten worden uitbetaald. Er is dus voorzichtigheid geboden.

Zoals gezegd zijn wij bereid het Parlement, en met name de Commissie begrotingscontrole, bij de kwijting te helpen. De leden van de Rekenkamer zullen u alle noodzakelijke informatie geven. Maar wij helpen u ook met onze speciale (audit)verslagen over de effecten van financiering in de echte wereld en over de effectiviteit van die financiering. Ik denk dat dat ook voor het Parlement erg nuttige informatie is.

Het is duidelijk dat de verantwoordelijkheid voor het uitvoeren van de begroting primair bij de Europese Commissie ligt. Maar het Verdrag van Lissabon zegt dat dat in samenwerking met de lidstaten moet gebeuren. Wij hebben nu een unieke kans om een nieuw momentum te creëren voor het verbeteren van het beheer van de EU-begroting. Momenteel wordt gesproken over een nieuw financieel reglement, dat spoedig zal worden aangenomen en dan de basis en het richtsnoer zal vormen voor besluiten over het begrotingsbeheer die in de toekomst tot verdere vooruitgang moeten leiden. Als wij eenvoudige regels willen hebben en efficiëntere en meer kosteneffectieve systemen voor de uitvoering van die regels via de lidstaten en door de Commissie, dan is het debat over het nieuwe financieel reglement de geschikte gelegenheid om dat aan de orde te stellen. Ook de begrotingsherziening ligt voor volgend jaar op tafel.

De Commissie, de Raad en het Europees Parlement staan bijgevolg voor een periode waarin belangrijke besluiten moeten worden genomen voor het verbeteren van de situatie in de toekomst. Ik stel voor dat u daarbij voortbouwt op de aanbevelingen die wij eerder hebben gedaan in ons advies over de belangrijkste risico's en uitdagingen bij het verbeteren van het financieel beheer van de Unie.

Nogmaals, wanneer wij kijken naar de nieuwe generatie programma's voor de periode na 2013, dan moeten wij ons de volgende vragen stellen: is het aannemelijk dat de financieringsprogramma's een meerwaarde voor de Europese Unie zullen hebben? Zijn onze programma's eenvoudig, de doelstellingen helder en realistisch en de verantwoordingslijnen duidelijk? Wij willen het soort situaties voorkomen waarin de Commissie noch de lidstaten zich verantwoordelijk achten. U hebt nu de kans om maatregelen te nemen en de Rekenkamer kijkt er naar uit om u daarbij te helpen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Dit punt is afgehandeld.

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE), schriftelijk. (FR) Voor het eerst in zestien jaar heeft de Europese Rekenkamer een positieve betrouwbaarheidsverklaring afgegeven met betrekking tot de betrouwbaarheid van de jaarrekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen. Dit is het einde van een cyclus die begon met de in 1999 afgetreden Commissie-Santer. Deze situatie is te danken aan de vastbeslotenheid van het Europees Parlement en zijn Commissie begrotingscontrole om de Commissie en ook de lidstaten te dwingen om Europees geld op correcte wijze te beheren in zaken die betrekking hebben op gedeeld beheer. Ik ben ingenomen met het werk van de Rekenkamer. Ik kan niet begrijpen waarom de Unie de 37,2 miljard euro die de lidstaten schuldig zijn voor werknemerspensioenen niet in haar rekeningen opneemt, aangezien zij als gevolg hiervan ongeveer 44 miljard euro aan negatief kapitaal heeft. Wat slaan we een figuur! Ik vraag me af hoe het ons zal lukken om op de markten de 60 miljard euro bij elkaar te lenen die nodig zijn voor het stabiliteitsplan. Tot slot ben ik van mening dat dit verslag te laat is gekomen. In elke serieuze organisatie zou het verslag van de rekenkamer zijn verstuurd vóór 30 juni in het jaar dat op het onderzochte jaar volgt. Het gekibbel over complexe kwesties en over de vele betrokken talen is onacceptabel.

 
  
MPphoto
 
 

  Zuzana Brzobohatá (S&D), schriftelijk. – (CS) De Europese Rekenkamer heeft haar inmiddels zestiende jaarverslag ingediend met daarin een betrouwbaarheidsverklaring over de wettelijkheid en correctheid van de operaties die ten grondslag liggen aan de jaarrekening voor de EU-begroting. Ik zou willen benadrukken dat het materiële foutenniveau van sommige operaties nog altijd erg hoog is. Zo constateert de Rekenkamer dat het foutenniveau bij projecten op het gebied van de cohesie meer dan vijf procent bedraagt. Dat is ondanks de neergaande trend nog altijd veel te hoog. Ik ben dan ook van mening dat de Europese Commissie alles op alles moet zetten om het foutenniveau terug te brengen tot een maximaal aanvaardbare twee procent. Daarbij dient echter te worden aangetekend dat de aanwezigheid van fouten nog niet altijd betekent dat de publieke middelen foutief zijn aangewend. In veel gevallen gaat het eerder om boekhoudkundige fouten in de financiële verslaglegging van projecten.

 
  
MPphoto
 
 

  Véronique Mathieu (PPE), schriftelijk. (FR) In haar jaarverslag over de uitvoering van de begroting voor 2009 merkt de Rekenkamer aangaande de betrouwbaarheid van de rekeningen op dat sommige geconsolideerde entiteiten geen verklaring hebben afgelegd inzake hun geconsolideerde jaarrekeningen of een gewijzigde verklaring hebben ingediend. De Europese Politieacademie is een van die entiteiten waarover deze informatie al jaren ontbreekt. Dit heeft aanzienlijke gevolgen, omdat na een diepgaand onderzoek van de rekeningen van de academie in juli 2010, de rekeningen zijn gecorrigeerd. In het financieel verslag 2009 voor het agentschap werd het rekeningenbeheer over de financiële jaren 2008 en eerder onder de loep genomen en het begrotingseffect geschat op ongeveer 13 procent van de huidige begroting van het agentschap. Sinds het college op 1 januari een communautair agentschap is geworden, heeft de Rekenkamer alleen bedenkingen geuit over de betrouwbaarheid van de rekeningen voor het financieel jaar 2007. Dat volstond niet om de rekeningen vóór 2010 weer op orde te krijgen.

 

4. Wijziging van Verordening (EG) nr. 663/2009 tot vaststelling van een programma om het economisch herstel te bevorderen via financiële bijstand van de Gemeenschap aan projecten op het gebied van energie (debat)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is het verslag van Kathleen Van Brempt, namens de Commissie industrie, onderzoek en energie, over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 663/2009 tot vaststelling van een programma om het economisch herstel te bevorderen via financiële bijstand van de Gemeenschap aan projecten op het gebied van energie [COM(2010)0283 - C7-0139/2010- 2010/0150(COD)] (A7-0246/2010).

 
  
MPphoto
 

  Kathleen Van Brempt, rapporteur. − Voorzitter, beste collega's, voor u staat een heel tevreden rapporteur, want ik denk dat wij - en ik leg heel sterk de nadruk op wij, want dit is een verslag dat hopelijk straks vrij unaniem zal worden aangenomen, omdat intensief en zeer goed is samengewerkt tussen alle politieke fracties in dit Parlement.

Het verslag en de regelgeving waar het over gaat hebben een historiek in dit Parlement. Deze komt met name van het herstelplan dat in 2009 is opgestart naar aanleiding van de economische crisis. Toen is er op Europees niveau 4 miljard euro vrijgemaakt, vooral met de doelstelling om te werken aan economisch herstel. De doelstelling was via dat geld ook met name energieprojecten te financieren. Grootschalige energieprojecten, geënt op carbon capture and storage, geënt op infrastructuur en op een aantal grote offshore-windenergieprojecten.

Op dat moment - en uiteraard heeft het Parlement dat goedgekeurd - waren er wel heel wat bedenkingen vanuit verschillende hoeken en vanuit het Parlement, met name wat betreft het grootschalige karakter en de vraag of een en ander wel voldoende werkgelegenheid zou genereren. Maar de belangrijkste kritiek ging over de energie-efficiëntie. Er is toen een politiek akkoord gesloten, en wat er nu vandaag voorligt, is het resultaat daarvan.

Je zou denken dat als er een politiek akkoord is tussen Parlement, Raad en Commissie om de overschotten met zijn allen te investeren in energie-efficiëntie, het een gemakkelijk verslag zou zijn en gemakkelijke onderhandelingen zouden worden. Dat is niet het geval. We hebben moeilijke onderhandelingen gehad, met name met de Raad. Maar ik kan toch zeggen dat we - en we hebben weliswaar een compromis moeten sluiten, laten we daar duidelijk in zijn - op de meeste punten onze slag hebben thuis gehaald. En ik wil ze kort nalopen, want ze zijn heel belangrijk voor de goede interpretatie van wat er nu voorligt aan fondsen en hoe die geïmplementeerd moeten worden in de zeer nabije toekomst.

Ten eerste: het gaat over projecten rond hernieuwbare energie, maar vooral ook over energie-efficiëntie, en dat ziet u in het middelpunt van het energiedebat, commissaris, vandaag de dag. Ik ben een zeer groot voorstander van hernieuwbare energie, maar we weten dat als we heel snel resultaten willen boeken, we alles moeten inzetten op energie-efficiëntie: goed voor minder gebruik, werkt mee aan het grote probleem rond energiebevoorrading en, zéér belangrijk, zorgt ervoor dat onze bedrijven en onze gezinnen minder energiekosten hebben. Onwaarschijnlijk belangrijk. We zijn ook bezig met industriebeleid en komen daar zeker nog op terug.

Ten tweede: en dat is heel erg gelinkt aan de energie-efficiëntie, het lokale niveau. Europa werkt heel vaak bijna exclusief met nationale lidstaten, en ook het vorige was vooral geënt op grote projecten. Wel, dit is fundamenteel anders. Het richt zich op het lokale niveau, op steden en gemeenten, op kleinschalige projecten die onmiddellijk geïmplementeerd kunnen worden, onmiddellijk resultaat zullen opleveren en daardoor een enorm groot effect hebben, niet alleen op energie-efficiëntie, maar ook op werkgelegenheid, en dat blijft ontzettend belangrijk.

Ten derde: financiering. Het vorige grote herstelplan was wat we noemen "upfront"-financiering. Gewoon subsidiëren van grote projecten, al dan niet - want dat is ook eigen aan Europa - met cofinanciering. Typisch de manier waarop Europa werkt. Dit fonds niet, en daardoor is het zeer innovatief. Met de middelen wordt zodanig gewerkt, dat er een ondersteuning komt om die projecten gefinancierd te krijgen via waarborgen en andere financiële middelen. Met uitzondering van de technische assistentie, waar nog wel upfront gefinancierd wordt, betekent dit dat er een groot hefboomeffect zal zijn. Die 146 miljoen euro moet je ongeveer met 8 vermenigvuldigen om te weten wat het effect kan zijn.

Ik kom tot het laatste punt, waar we lang over hebben gebakkeleid: de cap on the money, het geld dat we beschikbaar hebben. Het Parlement had het liever anders gezien. Dat was trouwens ook het akkoord, laten we daar duidelijk in zijn. Alles wat er over was aan middelen moest kunnen worden geïnvesteerd in dit project. We hebben een compromis gesloten: al het geld dat vandaag over is, staat ingeschreven en ik ben ervan overtuigd - en ik denk dat als we zo blijven samenwerken als we gedaan hebben we er ook voor kunnen zorgen dat het voor ons ongelooflijk succesvol wordt - dat dit dan zal betekenen dat dit project nog een lang leven beschoren is.

Nog één seconde, Voorzitter, ik weet dat ik over tijd ben. Ik wil nog eens heel uitdrukkelijk alle mensen bedanken die eraan hebben meegewerkt, in het bijzonder alle schaduwrapporteurs. Ik vond het een bijzonder aangename samenwerking, en ik zeg dat niet uit beleefdheidsoverwegingen, maar gewoon omdat het een hele fijne en goede samenwerking was. Ik dank u.

 
  
MPphoto
 

  Günther Oettinger, lid van de Commissie.(DE) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, wij bespreken vandaag het tussentijdse verslag van een succesvol programma ter ondersteuning van het economisch herstel in de energiesector. Tot nu toe hebben wij, als onderdeel van de tenuitvoerlegging van het programma dat voor ons door het Parlement en de Raad is opgesteld, 43 financieringsbesluiten genomen voor projecten voor de gasvoorziening, voor de energie-infrastructuur, voor de offshore-energie en voor de afvang en opslag van kooldioxide. Daardoor hebben wij 98 procent van de totale begroting van 3,98 miljard euro kunnen toewijzen en is gewaarborgd dat de doelstellingen van het programma grotendeels zijn verwezenlijkt. Slechts een paar projecten konden niet uitgevoerd worden. Wij stellen voor de bestaande verordening te wijzigen om aan de eisen van het Parlement te voldoen en niet alleen proefprojecten te initiëren voor hernieuwbare energie, maar ook voor energie-efficiëntie, waarvan het belang niet onderschat mag worden. Ik beschouw deze proefprojecten als een mogelijkheid om onze activiteiten op het gebied van de energie-efficiëntie te testen, hetgeen een van de centrale aandachtspunten van mijn werkzaamheden zal zijn in het komende jaar.

Ik wil mevrouw Van Brempt van harte bedanken. Daarnaast wil ik alle strijdbare afgevaardigden van dit Parlement en ook het Belgische voorzitterschap bedanken voor het intensieve werk dat de afgelopen weken op dit gebied is verzet. Daardoor zijn wij in staat om vandaag een document te presenteren dat ongetwijfeld een impuls zal geven aan een betere energie-efficiëntie.

Om te waarborgen dat deze gewijzigde verordening, die binnenkort in werking zal treden, snel het gewenste effect sorteert, hebben onze functionarissen al voorbereidingen getroffen voor de tenuitvoerlegging ervan. In de komende paar dagen zal er 146 miljoen euro beschikbaar worden gesteld voor projecten die u allen van belang acht. Onze partners in deze projecten zijn gemeentelijke, lokale en regionale instanties die een nauwe band hebben met de betreffende projecten. U heeft zelf uw voorkeur voor dergelijke partners uitgesproken. Deze lokale partners zullen ervoor zorgen dat de financiering op optimale wijze wordt gebruikt en wel voor openbare gebouwen, particuliere gebouwen, faciliteiten voor warmtekrachtkoppeling, netwerken voor stadsverwarming, gedecentraliseerde hernieuwbare energiebronnen, schonere systemen voor stadsvervoer en lokale infrastructuren, zoals intelligente netwerken, een efficiënte straatverlichting en slimme meetsystemen. Dat betekent dat wij iets doen wat een onmiddellijk lokaal effect heeft en als een ijkpunt zal fungeren voor mijn toekomstige activiteiten in verband met "smart cities".

Als u vandaag een dienovereenkomstig besluit neemt, zullen onze diensten meteen een begin maken met de tenuitvoerlegging van de gewijzigde verordening. Dan zullen wij volgend jaar in maart of april ongetwijfeld melding kunnen maken van het feit dat zowel de grote als de kleine gedecentraliseerde projecten van ons economisch herstelprogramma een zeer positief effect hebben. Dankzij die projecten zijn wij in staat om lessen te leren die belangrijk zijn voor de toekomstige begrotingsjaren. Sta mij toe om nogmaals alle betrokkenen hartelijk dank te zeggen.

 
  
MPphoto
 

  Jens Geier, rapporteur voor advies van de Begrotingscommissie.(DE) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer Oettinger, als rapporteur voor advies van de Begrotingscommissie met betrekking tot het verslag van mevrouw Van Brempt, kan ik zeggen dat de leden van deze commissie zeer positief staan ten opzichte van dat verslag. Wij hebben er niet alleen vanuit een begrotingsperspectief naar gekeken, maar ook – tot op zekere hoogte – vanuit een inhoudelijk perspectief. Wij hebben wat dat betreft één punt van zorg naar voren gebracht en mevrouw Van Brempt is zo welwillend geweest om dat in haar verslag op te nemen. Dit instrument is terecht op de gemeenten gericht, aangezien daar de grootste toename in energie-efficiëntie gerealiseerd kan worden.

Ik ben echter uit een Duitse regio afkomstig waar gemeenten geen aanvullende leningen af kunnen sluiten, omdat zij al een te hoge schuldenlast hebben. Wellicht dat dit een specifiek Duits probleem is vanwege de gemeentelijke reglementen, maar de heer Oettinger, als voormalig minister-president van een Duitse deelstaat, is maar al te goed bekend met dit onderwerp. Dat betekent dat de situatie in Duitsland zodanig is dat de lokale autoriteiten waarvoor dit programma bestemd is, daar geen gebruik van mogen maken omdat hun toezichthouder geen toestemming geeft voor het aangaan van nieuwe schulden. Daar maken wij ons grote zorgen over. Dit zou ertoe kunnen leiden dat het programma in deze gebieden niet effectief is. Wij verwelkomen dit programma en wij willen graag dat het voortgezet wordt. Wij hebben voorgesteld een aparte begrotingsrubriek te creëren. Wij zouden de 15 miljoen euro die op agrarisch beleidsgebied beschikbaar is, maar die daar niet gebruikt mag worden omdat de rechtsgrondslag ontbreekt, graag naar die rubriek overhevelen. Op dergelijke punten moet de begroting een flexibeler karakter krijgen.

 
  
MPphoto
 

  Antonio Cancian, namens de PPE-Fractie. – (IT) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, dames en heren, ik denk dat wij goed naar de lange termijn kijken met het besluit om de weinige overgebleven middelen uit het in 2009 van kracht geworden Herstelplan, anders te besteden, en om van de gelegenheid gebruik te maken om een nieuw principe te hanteren bij de oprichting van een nieuw ad-hocfonds. Dit strookt met wat we al enige tijd in dit Parlement zeggen, maar wat we nooit in de praktijk hebben kunnen brengen.

We hebben wat voorzichtige, nog niet geactualiseerde signalen opgevangen uit het beleggingsfonds Marguérite. Voor ons en voor de Fractie van de Europese Volkspartij is dit een voorbeeldmethode die gevolgd dient te worden om de begroting van de Europese Unie intelligent te kunnen besteden. Het instrument is een ad-hocfonds dat op verschillende manieren actief is, zoals met leningen, garanties, aandelen en cofinanciering, en dat door een speciale vermogensbeheerder wordt beheerd.

In eerste instantie zal het fonds bestaan uit een bedrag van 146 miljoen euro, en wij begrijpen niet waarom niet wordt overwogen om de andere niet-bestede middelen uit het Herstelplan ook in te zetten. Er zou een groot bedrag kunnen worden vrijgemaakt door een hefboomwerking toe te passen op de EIB, de KfW, spaarbanken, kredietverstrekkers en andere financiële instellingen, wat een grote stimulans kan zijn bij het opstarten van goedgekeurde projecten, die prioritair zijn op economisch en milieugebied.

Naar mijn mening is het centrale aspect van het fonds, dat tegen het eind van dit jaar wordt opgericht, dat het dienst kan doen als vruchtbaar proefproject voor de toekomstige organisatie van een breder energiefonds dat op een juiste manier in het meerjarig financieel kader 2014-2020 moet worden opgenomen. Dit principe kan ook op andere sectoren worden toegepast, zoals op TEN- en eTEN-netwerken. Staat u mij toe te zeggen dat we allemaal een beetje gelukkiger worden van een concreet signaal in deze cruciale tijden waarin wij geconfronteerd worden met een werkloosheidscrisis.

 
  
MPphoto
 

  Teresa Riera Madurell, namens de S&D-Fractie. (ES) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de commissaris, allereerst zou ik de rapporteur willen feliciteren met haar uitstekende werk. Er komt 146 miljoen euro beschikbaar, wat hopelijk een hefboomeffect heeft met een factor acht, maar bovendien heeft dit initiatief een grote symbolische waarde.

De rapporteur heeft al uitgelegd dat we geld zullen uittrekken voor microprojecten in de duurzame energie. Op die manier kunnen we belangrijke doelstellingen bereiken als het verbeteren van de veiligheid van de energiebevoorrading en de reductie van CO2-uitstoot, maar ook een andere doelstelling, die directe gevolgen heeft voor de burgers: het bestrijden van de energiearmoede.

De tekst waarover we vandaag stemmen is ook belangrijk omdat we hier een innovatief financieel instrument invoeren. Met dit mechanisme kunnen we ertoe bijdragen het verzet van de financiële instellingen tegen dit soort projecten te overwinnen, omdat verschillende internationale financiële instellingen er achter staan.

Tot slot kunnen we er trots op zijn dat we eens te meer hebben aangetoond dat we flexibel genoeg zijn om uit te gaan van de goede praktijken die in de lidstaten zijn ontwikkeld voor het bevorderen van het gebruik van hernieuwbare energie en de energie-efficiëntie.

Ik hoop dat we er bij de uitvoering van deze verordening in zullen slagen om volledig te profiteren van het potentieel van deze organisaties, zonder de belemmeringen die meestal gepaard gaan met buitensporige bureaucratie.

 
  
MPphoto
 

  Pat the Cope Gallagher, namens de ALDE-Fractie.(GA) Mevrouw de Voorzitter, ik wil de rapporteur graag bedanken voor het opstellen van dit verslag over projecten op het gebied van energie en voor de extra middelen die de Commissie nu beschikbaar stelt. Er is 146 miljoen euro beschikbaar voor projecten die cruciaal zijn voor Europa en de diverse landen en, zoals de commissaris zei, in het bijzonder voor de lokale en regionale autoriteiten die, naar ik hoop, dit geld of deze subsidies zullen gaan inzetten.

(EN) Om te beginnen wil ik de rapporteur complimenteren met de presentatie van haar verslag over financiële bijstand voor energieprojecten.

Ik juich dit initiatief, dat voorziet in een specifiek financieringsinstrument voor projecten op het gebied van energie-efficiëntie en hernieuwbare energie, van harte toe. De financiering van projecten op dit terrein zal het economisch herstel in Europa, en natuurlijk ook in mijn eigen land, Ierland, stimuleren en helpen bij het scheppen van nieuwe werkgelegenheid, en daarenboven de klimaatverandering helpen bestrijden.

In alle delen van Europa, en met name in mijn eigen land, dat kampt met een zeer hoog werkloosheidspercentage, willen wij er nu voor zorgen dat alle middelen kunnen worden verschoven naar terreinen waar banen kunnen worden gecreëerd. Het bedrag van 146 miljoen euro dat onder het gewijzigde voorstel beschikbaar is, moet gaan naar projecten die een snel, meetbaar en reëel effect op het economisch herstel hebben. 146 miljoen euro is het bedrag dat beschikbaar is, maar door het multiplicatoreffect is de feitelijke investering minstens zes of zeven keer hoger.

Ik geloof dat het creëren van een specifiek financieringsinstrument de mogelijkheid biedt om deze financiering op de meest efficiënte wijze te beheren. Zoals ik hiervoor al in mijn moedertaal zei, zullen tot de begunstigden ook lokale en regionale overheden behoren. Wij hebben allemaal de verantwoordelijkheid om dit initiatief onder de aandacht van die overheden te brengen. De nationale overheden zullen een afzonderlijke aanvraag doen en dan in verbinding treden met de regionale overheden.

 
  
MPphoto
 

  Claude Turmes, namens de Verts/ALE-Fractie. (EN) Mevrouw de Voorzitter, vandaag vieren wij een overwinning, zij het een kleine, voor een groen en meer Europees energiebeleid. Om te beginnen wil ik onze uitstekende delegatie, bestaande uit leden van alle fracties en geleid door Kathleen, dankzeggen. Ik denk dat wij goed werk hebben verricht.

(DE) Ik zou ook graag de heer Oettinger een compliment willen maken. Tijdens de presentatie van de energieagenda moesten wij gisteren helaas bijzonder kritisch zijn. Dit instrument is echter mede tot stand gekomen omdat u zich daarvoor persoonlijk heeft ingespannen, ondanks de weerstand op een aantal punten van de Duitse regering en van uw partners in de CDU in Duitsland.

(EN) Waarom is dit een kleine en wrange overwinning? Omdat – sommigen heb dit al gezegd – het hier gaat om slechts 150 miljoen euro voor gedecentraliseerde, lokale energie-investeringen, terwijl wij beschikken over miljarden – bijvoorbeeld een miljard voor koolstofvastlegging. Ik vraag mij nog steeds af of dit miljard wel zal worden gebruikt. Wij ontvangen steeds meer aanwijzingen dat dit project tot mislukking is gedoemd. Er is geen evenwicht tussen de gedecentraliseerde, lokale projecten, die dichtbij de burger staan, en de grote projecten, waarvan er sommige volgens mij zullen mislukken.

Waarom stemmen wij als Groenen vandaag dan toch voor dit project? Omdat wij optimisten zijn! Wij zijn optimistisch dat deze 150 miljoen euro – mits goed beheerd – aan de basis zal staan van een veel groter instrument in het volgende financieel perspectief. Daarvoor moet aan twee voorwaarden worden voldaan. De eerste is dat sprake is van kwaliteitsprojecten. Ik denk dat de EIB en KFW, die deze middelen zullen beheren, niet alleen zullen kijken naar oppervlakkige maar ook naar ingrijpende renovatieprojecten. Wij moeten nu grote stappen maken, zeker wanneer het gaat om energiezuinige gebouwen. De tweede voorwaarde is dat lokale overheden die een aanvraag doen voor medefinanciering van projecten met zo min mogelijk administratieve formaliteiten worden opgezadeld.

Deze twee voorwaarden zijn cruciaal. Daarom wil ik u de volgende vragen stellen, mijnheer de commissaris: Hoe zorgt de Commissie ervoor dat deze middelen worden gebruikt voor de financiering van of als kredietgarantie voor kwaliteitsprojecten? En wat gaat de Commissie doen om de administratieve formaliteiten te verminderen, zodat lokale overheden gemakkelijk toegang hebben tot deze middelen?

 
  
MPphoto
 

  Zbigniew Ziobro, namens de ECR-Fractie.(PL) Mevrouw de Voorzitter, elk voorstel om de financiële steun van de Unie aan energieprojecten te verhogen kan op mijn steun rekenen. Ook groene energie verdient onze steun. We moeten onszelf echter niet voor de gek houden: de gedachte dat groene energie de oplossing is voor al Europa's energieproblemen, een denkwijze die hier dikwijls wordt geuit, is een illusie. Wat de Unie wel nodig heeft zijn grote, met nadruk op grote, investeringen. Waar het in de kern om gaat is dat we de diversifiëring van de brandstofaanvoer waarborgen. Een dergelijke oplossing is mogelijk, bijvoorbeeld door de Nabucco-gaspijplijn te bouwen om de gigantische gasvoorraden van Centraal-Azië te verbinden met afnemers in Europa en door transmissienetten op te bouwen en nieuwe interconnectoren te bouwen in Midden- en Oost-Europa.

We willen groene energie ontwikkelen, maar tegelijkertijd wordt helaas de ontwikkeling van technieken om schaliegas te winnen volkomen over het hoofd gezien en wordt er onvoldoende geld voor uitgetrokken. Het betreft een onconventioneel gas dat al een enorme rol speelt bij de gaswinning in de Verenigde Staten en dat Amerika volledig onafhankelijk maakt als het gaat om de toegang tot gas. Er bevinden zich grote hoeveelheden van dit gas in Frankrijk, Polen en Bulgarije, maar ten aanzien van de mogelijkheid om dit grote potentieel te benutten zien we louter passiviteit. De Europese solidariteit vereist dat de Unie deze projecten steunt als zijnde van strategisch belang voor de toekomst en als waarborgen voor een gelijkmatige ontwikkeling van alle Europese staten. Het valt te betreuren dat we het vandaag niet hebben over de grote investeringen die onze energieproblemen werkelijk zullen oplossen en die de Europese Unie verenigen en verder ontwikkelen. Laten we echter, als we discussiëren over belangrijke maatregelen in verband met groene energie, in het achterhoofd houden dat de gedachte dat groene energie onze energieproblemen zal oplossen, een illusie is.

 
  
  

VOORZITTER: DIANA WALLIS
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Maria Matias, namens de GUE/NGL-Fractie.(PT) Ook ik wil om te beginnen de rapporteur gelukwensen met het werk dat ze verricht heeft. We hebben het nu over een heel concreet programma voor het ondersteunen van het economisch herstel, en in dit specifieke geval gaat het over een kernpunt: energie. In de huidige crisistijd is het van essentieel belang dat we voorstellen doen die bijdragen tot het scheppen van banen. Als we geen prioriteit geven aan het creëren van werk zullen we het economisch tij beslist niet kunnen keren. Dit verslag geeft een heel positief signaal af, in de zin dat het de aandacht vestigt op de wijze waarop we in dit opzicht op lokaal niveau iets kunnen doen, ofwel hoe we op een concrete manier kunnen voorzien in lokale behoeften. We bespreken nu een hele reeks wetgevingsvoorstellen over energie en we zullen daar nog wel geruime tijd mee bezig zijn. We hebben daarbij echter de neiging om ons teveel te concentreren op grote projecten, de grote netwerken. En dan vergeten we dat er ook andere kwesties zijn die beslist onze aandacht behoeven.

Ik denk daarom dat dit verslag ons kan helpen meer te investeren in energie-efficiëntie en hernieuwbare energie, wat heel belangrijk is. Maar dit verslag kan ook bijdragen tot concrete verbeteringen voor lokale gemeenschappen, wat natuurlijk tevens een concrete verbetering inhoudt voor de Europese bevolking als geheel. Daarom wil ik afsluiten, mevrouw de Voorzitter, met twee opmerkingen. Om te beginnen is het heel belangrijk dat we blijven beseffen dat de energie-efficiëntie ook sterk kan worden verbeterd door het verbruik via de inzet van micro-opwekkingsprojecten te verminderen. Verder heeft het Parlement er heel goed aan gedaan een belofte af te dwingen met betrekking tot de vaststelling van de hoogte van de financiering voor dit soort projecten. Het is echter niet precies wat we in gedachten hadden – we moeten veel verder gaan. Daarom vraag ik de commissaris wat hij overweegt te ondernemen om ervoor te zorgen dat er op al deze punten ook inderdaad iets gaat gebeuren.

 
  
MPphoto
 

  Jaroslav Paška, namens de EFD-Fractie.(SK) Het voorliggende ontwerp voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad ter wijziging van Verordening (EG) nr. 663/2009 is een reactie op de herhaalde verzoeken van het Europees Parlement om een nieuw doelmatig financieel instrument te ontwikkelen ter bevordering van energie-efficiëntie en initiatieven op het gebied van duurzame energiebronnen. Vooral de steun aan maatregelen in de bouw ter verhoging van de energie-efficiëntie van gebouwen, die jaarlijks tot 40 procent van het energieverbruik in de Europese Unie verbruiken, maakt dit initiatief zinvol en gerechtvaardigd.

De financiële middelen om de activiteiten van het voorgestelde financiële instrument te dekken kunnen worden verkregen door onbenutte middelen over te hevelen uit diverse programma's waarvoor de toegewezen middelen objectief gezien niet op tijd in de geplande mate kunnen worden aangewend. Ik noem als voorbeeld het Europees energieprogramma voor herstel met een financiële reserve van ongeveer 150 miljoen euro, maar ook het meerjarenprogramma van het directoraat-generaal Klimaat, dat is opgesteld met een vergelijkbaar doel. Daarom is het naar mijn mening verstandig te overwegen hoe we de bespaarde financiële middelen het best kunnen gebruiken om het toepassingsgebied van het Europees energieprogramma voor herstel uit te breiden met een nieuw en naar het schijnt noodzakelijk doelgericht financieel instrument ter bevordering van energie-efficiëntie en initiatieven op het gebied van duurzame energiebronnen.

Dankzij dit effectieve nieuwe financiële instrument kunnen we het overheidsorganen op lokaal, gemeentelijk en regionaal niveau gemakkelijker maken projecten te realiseren op het gebied van energiebesparing en duurzame energiebronnen.

 
  
MPphoto
 

  Arturs Krišjānis Kariņš (PPE).(LV) Mevrouw de Voorzitter, het verheugt mij dat de Europese Unie heeft geleerd twee vliegen in één klap te slaan. De eerste "vlieg" is steun voor het bedrijfsleven. Op een moment dat de lidstaten gedwongen zijn te bezuinigen en de banken terughoudend zijn met het verstrekken van leningen, komt de Europese Unie met een specifieke oplossing in de vorm van een nieuw financieel instrument. De tweede "vlieg" is de grote afhankelijkheid van Europa van geïmporteerde energie. Het tweeledige doel van dit nieuwe instrument is verlaging van het energieverbruik en verhoging van het gebruik van onze eigen energiebronnen, zoals de wind, de zon, water en biomassa, met als gevolg verlaging van onze algehele afhankelijkheid van geïmporteerde energie. Dames en heren, ik roep u allen op de instelling van dit nieuwe financiële instrument ter ondersteuning van projecten op het gebied van energie te steunen. Het zal zowel ons bedrijfsleven helpen in moeilijke tijden als onze afhankelijkheid van geïmporteerde energie verminderen. Dank u voor uw aandacht.

 
  
MPphoto
 

  Zigmantas Balčytis (S&D).(LT) In de eerste plaats wil ik mijn fractiecollega feliciteren met het significante werk dat zij heeft verricht in verband met dit document, een document waarin alle kwesties zijn opgenomen die van bijzonder belang zijn voor de energiemarkt in de gehele Europese Unie. In het kader van de energiezekerheid is het met name belangrijk om de energie-efficiëntie te bevorderen, om hernieuwbare energiebronnen te ontwikkelen en om de benodigde financiering voor dergelijke projecten aan te trekken. Een geslaagde uitvoering van die projecten zou een directe bijdrage leveren aan het verwezenlijken van de energiedoelstellingen die de Europese Unie zich heeft gesteld.

Dankzij deze aanvullende financiële middelen zijn lokale en regionale overheidsinstanties beter in staat om de financiering van duurzame energieprojecten te waarborgen en innovatieve financiële stimuleringsregelingen uit te voeren, bijvoorbeeld door middel van garanties en zachte leningen. Tot nu toe zijn plannen om de energie-efficiëntie te bevorderen, zoals de reeds besproken renovatie van gebouwen, niet volledig ten uitvoer gelegd. Ik ben dan ook van mening dat deze aanvullende financiering een goede impuls zal geven aan het bevorderen van duurzame energie-initiatieven, vooral op regionaal en lokaal niveau.

 
  
MPphoto
 

  Bart Staes (Verts/ALE). – Voorzitter, collega's, ik wens met heel veel nadruk mevrouw Van Brempt en haar collega's, haar schaduwrapporteurs, te complimenteren met dit belangrijk wetgevend initiatief. Ik denk dat deze verordening inderdaad een krachtige impuls kan zijn voor projecten voor energie-efficiëntie en de exploitatie van hernieuwbare energiebronnen.

Er wordt ingezet op duurzame energie, en ik verwelkom dan ook heel speciaal een aantal speciale accenten. Accenten zoals: energiebesparing, microwarmtekrachtkoppeling, de integratie van gedecentraliseerde en lokaal geïntegreerde hernieuwbare energiebronnen in de elektriciteitsnetwerken; de micro-opwekking uit hernieuwbare energiebronnen, het inzetten van hernieuwbare energiebronnen binnen de sector van het openbaar vervoer, elektrische voertuigen, waterstofvoertuigen.

De nadruk die mevrouw Van Brempt en haar collega's leggen op de efficiënte buitenverlichting van openbare infrastructuur, en tenslotte ook het zoeken naar oplossingen voor elektriciteitsopslag, is veelbelovend. Bedankt voor dit werk. Ik hoop dat dit een nieuwe stap kan zijn naar een echte green new deal.

 
  
MPphoto
 

  Ryszard Czarnecki (ECR).(PL) Mevrouw de Voorzitter, we debatteren op dit moment over iets absoluut fundamenteels, niet alleen als het gaat over economische kwesties, maar ook als het, in bredere zin, gaat over het vraagstuk van Europese solidariteit, want energie is gewoon de grootste uitdaging en de grootste test. Kan die Europese solidariteit echt werken in de praktijk, of blijft het slechts een slogan, een kreet? Of – en dat is zeker wat Europese belastingbetalers en kiezers verwachten – wordt de Europese solidariteit verwerkelijkt in concrete projecten die Europese eenheid tot stand zullen brengen en die zullen laten zien dat in Europa de afzonderlijke landen elkaar helpen, gezamenlijk projecten uitvoeren en afwijzend staan tegenover situaties waarin bepaalde landen van buiten de Europese Unie over de hoofden van de Europese Unie afspraken maken met andere landen? Ik denk dat dit nu eindelijk eens heel duidelijk en ronduit gezegd moet worden.

 
  
MPphoto
 

  Jan Březina (PPE).(CS) Het is ontegenzeggelijk de verdienste van dit Parlement dat er voor een bedrag van 146 miljoen euro financiering beschikbaar is voor projecten op het gebied van energie-efficiëntie en hernieuwbare energiebronnen. Als het aan de lidstaten gelegen had, was dit bedrag beduidend lager geweest. Wat echter helaas nog wel onduidelijk blijft, zijn de rechtsvorm en de juridische structuur van het fonds en ook wat voor soort financiële projecten het leveren zal. Potentiële geïnteresseerden dienen in het belang van transparantie te weten wie over de aanvragen beslist en hoe de selectiecommissie tot stand komt.

Indien we van tevoren elk vermoeden dat het nieuwe fonds voornamelijk bedoeld is voor diegenen die de toegewezen middelen in het kader van het vijf miljard grote economische herstelprogramma ten gevolge van niet uitgevoerde projecten niet besteed hebben, de kop willen indrukken, dan dienen tevens vertegenwoordigers van de nieuwe lidstaten bij het selectieproces te worden betrokken. Het fonds is weliswaar in allereerste instantie bedoeld voor lokale en regionale overheden, maar dat neemt niet weg dat er gekeken zou kunnen worden of het niet goed zou zijn om eveneens private entiteiten in aanmerking te laten komen voor steun uit het fonds, en dit dan naast de gevallen waarin private entiteiten namens overheden optreden. De vergroting van de energie-efficiëntie en het aandeel hernieuwbare energiebronnen dient een gedeelde verantwoordelijkheid te zijn van de private en publieke sector, reden waarom de Europese financiële middelen ter beschikking behoren te worden gesteld aan beide groepen. Ik zie grote mogelijkheden in zowel de gecombineerde productie van elektriciteit en warmte als schoon openbaar vervoer in steden.

 
  
MPphoto
 

  Patrizia Toia (S&D).(IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, het is niet eenvoudig om in dit Parlement zo'n meerderheid te behalen. Dit betekent dat er uitmuntend werk is geleverd, en daar moeten mevrouw Van Brempt en alle schaduwrapporteurs op worden geattendeerd.

Er is gezegd dat het instrument dat hiervan het gevolg is, om verschillende redenen zeer positief is. Het is positief vanwege de snelle procedures en de korte termijnen; positief vanwege de hooggekwalificeerde projecten waar het zich op richt; positief omdat het gericht is op steden, en dus op lokale overheden die, door bepaalde keuzes te maken, in staat worden gesteld om de stand van zaken echt te veranderen en om de luchtkwaliteit, de kwaliteit van woningen en van het stadsvervoer te verbeteren; positief omdat het gericht is op winstgevende projecten waarmee de investering kan worden terugverdiend; positief, ten slotte, omdat er in deze strategie veel meer middelen worden ingezet.

Toch wil ik, met dit alles voor ogen, ingaan op een bezwaar dat vele leden hebben gemaakt, onder wie de heren Geier, Turmes en Cancian: ik wil de commissaris zeggen dat het zal aankomen op de uitvoering, de keuze voor financiële tussenpersonen, de contacten met lokale overheden en de manier waarop zij met financiële problemen omgaan. Commissaris, met dit instrument kunnen wij ook andere projecten aanboren; wij kunnen het stabiliseren en uitbreiden naar andere sectoren. Het onderwerp is van wezenlijk belang. We moeten voorkomen dat opnieuw gebeurt wat het geval was met het Herstelplan en met de middelgrote en kleine bedrijven die nog steeds wachten op de dertig miljard euro die dit Parlement en de Commissie eind 2008 hebben vastgesteld.

 
  
MPphoto
 

  Ioannis A. Tsoukalas (PPE).(EL) Mevrouw de Voorzitter, ook ik op mijn beurt wil de rapporteur feliciteren met het buitengewoon productieve werk dat zij met dit belangrijke verslag heeft verricht. Het verslag biedt een belangrijk technisch instrument voor het financieren en uitvoeren van projecten in de energiesector, dat zal bijdragen tot het stimuleren van de economie in moeilijke tijden, de integratie van de interne energiemarkt en het halen van de klimaat- en energiedoelen die de Europese Unie zich voor 2020 heeft gesteld.

Van bijzondere betekenis is de instelling van het steunfonds voor energie-efficiëntie en hernieuwbare energiebronnen, zelfs met deze bescheiden initiële financiering van 146 miljoen. Ik ben blij dat het Europees Parlement bij zijn toezegging blijft om projecten op het gebied van hernieuwbare energiebronnen en energie-efficiëntie te stimuleren.

Ten slotte zou ik willen wijzen op de aandacht die moet worden geschonken aan de gelijke geografische verdeling van de toekomstige programma's zodat alle Europese landen ervan kunnen profiteren. Mijn land kreeg slechts 1,5 procent van het programma voor aardgaspijpleidingen. Ik hoop dat de verdeling in de toekomst rechtvaardiger is.

 
  
MPphoto
 

  Edit Herczog (S&D). (HU) Mevrouw de Voorzitter, het is een geweldige prestatie dat het de rapporteur van het Parlement en de commissaris gezamenlijk is gelukt te bereiken dat de Raad dit geld apart heeft gehouden. Dit is een zeer belangrijke en gewichtige gebeurtenis vanuit ons perspectief. We hopen dat het lukt dit later ook uit te breiden naar andere hoofdstukken in de begroting. Het is net zo belangrijk dat het is gelukt dit geld aan het oorspronkelijke doel te besteden, aan projecten die de bevolking rechtstreeks aangaan, in de eerste plaats via kleine en middelgrote ondernemingen en lokale overheden.

Dit is een zeer belangrijke stap voorwaarts. Het komt zelden voor dat het Europese institutionele stelsel de bevolking of de kleine en middelgrote ondernemingen direct bereikt. Daarom is het essentieel dat we deze projecten tot 2014 met succes kunnen afwikkelen, en het is tevens van groot belang dat we in 2014 onderzoek doen naar de efficiëntie ervan om ook de efficiëntie van dit institutionele stelsel te verbeteren. Ik feliciteer de rapporteur en wens haar veel succes bij de besteding van het geld.

 
  
MPphoto
 

  Herbert Reul (PPE).(DE) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer Oettinger, dames en heren, de financiering die onder andere in de energiesector geïnvesteerd zou moeten worden, was op een gegeven moment beschikbaar. Wij hebben hierover uitgebreid in de parlementaire commissie gesproken, maar wij waren er niet zeker van of al het geld ook besteed zou kunnen worden. Toentertijd heeft de commissaris ons toegezegd dat hij ons kon garanderen dat er geen geld over zou blijven of geretourneerd zou worden. Het belangrijkste punt vanuit mijn optiek is dat de commissaris zijn woord heeft gehouden. Hij heeft vrij snel een document aan ons voorgelegd waardoor wij in staat waren om te zorgen dat de financiële middelen die anders verloren zouden zijn gegaan, voor de energiesector gebruikt konden worden. Dat was de eerste stap.

De tweede stap is dat mevrouw Van Brempt erin geslaagd is om de leden van de Commissie industrie, onderzoek en energie de weg te wijzen naar een oplossing en een compromis. Daarvoor zijn wij haar dank verschuldigd. Het was namelijk niet gemakkelijk, omdat het eenvoudiger is om je eigen standpunt door te drukken dan om een oplossing te vinden. Ondanks het feit dat ook de tijdsdruk groot was, is het ons uiteindelijk toch gelukt om de betreffende financiële middelen voor gebruik vrij te maken.

Niet in de laatste plaats zijn wij er, met steun van de Raad – en dat moeten wij ook eens in alle eerlijkheid durven toegeven – eindelijk in geslaagd om een compromis te sluiten op basis waarvan wij de financiering van de energiesector binnen de gestelde termijn tot vrijwel op de laatste euro hebben zeker gesteld. Dat betekent dat wij ervoor gezorgd hebben dat die financiële middelen niet verloren zijn gegaan. Dat was voor mij het allerbelangrijkste en het best denkbare resultaat. Ik wil alle betrokkenen daarvoor van harte bedanken.

 
  
MPphoto
 

  Silvia-Adriana Ţicău (S&D).(RO) Ik wil u er graag aan herinneren dat toen het economisch herstelplan van de Europese Unie voor het eerst werd besproken in 2009, de Commissie toezegde één miljard euro ter beschikking zullen stellen aan energie-efficiëntie in huizen. Helaas is deze actie niet op het juiste moment ondernomen. In feite is er slechts een klein bedrag toegekend aan het "slimme steden"-initiatief wegens het feit dat, als er uiteindelijk ongebruikte middelen overblijven, de Commissie dit geld moet toekennen aan het "slimme steden"-initiatief, wat via deze verordening gebeurt.

Ik heb een amendement ingediend waarin ik erop aandring dat het niveau van beheeruitgaven en -kosten in verband met de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van het instrument, de waarde van elk gebruik niet met meer dan vijf procent mag overschrijden, zodat het grootste deel van het geld niet terechtkomt bij financiële tusseninstanties, maar gaat naar investeringen in projecten die verband houden met energie-efficiëntie in huizen en het gebruik van hernieuwbare energiebronnen.

Verder heb ik opgeroepen tot meer transparantie en het gebruik van de website www.buildup.eu. Ook heb ik gevraagd het toegepaste model, wanneer dit instrument wordt gebruikt, kosteloos beschikbaar te stellen aan iedereen die erin geïnteresseerd is, zodat we kunnen profiteren van beste praktijken.

Ik wil mevrouw Van Brempt graag feliciteren met haar verslag. Ik vind dat energie-efficiëntie bovenaan moet staan in de lijst met prioriteiten voor de energiestrategie van de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 

  Elena Băsescu (PPE).(RO) De Energie 2020-strategie die gisteren door de Europese Commissie werd geïntroduceerd, betekent een belangrijke stap voorwaarts in de richting van een veilige, concurrerende energiemarkt in Europa. Deze strategie biedt oplossingen voor belangrijke kwesties, bijvoorbeeld hoe toevoerroutes en -bronnen kunnen worden gediversifieerd, hoe het energieverbruik kan worden verlaagd of hoe activiteiten met derde landen kunnen worden gecoördineerd. Er zijn echter duidelijke tekortkomingen wat betreft de financiering. Het belangrijkste doel van het Europees energieprogramma voor herstel is nu precies de ondersteuning van de financiering van investeringen op dit gebied. Voor een efficiënte tenuitvoerlegging moeten alle milieuwetten worden nageleefd en moeten voorstanders van het project zich houden aan hun financieringsverbintenissen. Naar mijn mening zou actieve samenwerking tussen nationale, regionale en lokale autoriteiten de afgifte van benodigde vergunningen zeker ondersteunen.

Tot slot wil ik graag het belang benadrukken van publiek-private partnerschappen, die een onmisbaar element zijn in de tenuitvoerlegging van oplossingen voor een vermindering van broeikasgasemissies.

 
  
MPphoto
 

  Francesco De Angelis (S&D).(IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, ik dank mevrouw Van Brempt voor haar uitstekende werk en voor een overeenkomst waarmee we, in het kader van de uitdaging van duurzame groei, eindelijk belangrijke middelen kunnen vrijmaken voor de ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen en energie-efficiëntie.

Het programma bevat prioriteiten waar de lidstaten rekening mee moeten houden, voornamelijk met het oog op de doelstelling om onze energie-infrastructuren op een concurrerende manier te moderniseren. Tot slot wil ik de nadruk leggen op wat in mijn ogen het basiskenmerk is van de criteria waar overheden aan moeten voldoen om financiering te verkrijgen: met name de wil om aan meerjarige strategieën te werken op verschillende bestuursniveaus, van landen tot aan lokale en regionale overheden en de instellingen van de Europese Unie, ook in het kader van het rationaliseren van de beschikbare financiële instrumenten. Dit is een belangrijk resultaat voor de bevolking en kleine en middelgrote ondernemingen.

 
  
MPphoto
 

  Bairbre de Brún (GUE/NGL).(GA) Mevrouw de Voorzitter, financiële steun voor energie-efficiëntie en hernieuwbare energie met economisch herstel als doel, is een verstandige en nuttige investering.

Ik ben het geheel eens met hen die hebben gezegd dat investeringssteun voor duurzame energie zeer effectief en voordelig is, vooral wanneer deze op het lokale niveau wordt gericht. Zo kunnen we zorgen voor een duurzamere toekomst in zowel economische als sociale en ecologische zin. We moeten deze kans op een meer koolstofarme economie grijpen en de verandering bevorderen voor hen die willen veranderen. Decentralisatie is heel belangrijk voor duurzame energie.

Dus, wanneer de mogelijkheid wordt geboden om via lokale en regionale autoriteiten de financiering te vergemakkelijken van investeringsprojecten in het kader van energie-efficiëntie en hernieuwbare energie, is dit een verstandig, functioneel gebruik van de ongebruikte middelen van het Europees energieprogramma voor herstel. Ik bedank de rapporteur voor haar uiterst belangrijke werk.

 
  
MPphoto
 

  Radvilė Morkūnaitė-Mikulėnienė (PPE).(LT) Over de financiële bijstand ter ondersteuning van projecten op het gebied van de energie-infrastructuur met geld dat geoormerkt is om de economie van de Europese Unie te stimuleren, hebben wij al een jaar geleden gedebatteerd. Ook heeft toen de toewijzing van middelen plaatsgevonden. Het geld was toentertijd eigenlijk slechts voor twee soorten projecten bestemd om de kooldioxide-emissies in de atmosfeer te verminderen, te weten de afvang en opslag van kooldioxide (CCS) en windmolenparken in de Noordzee.

Wat deze specifieke bijstand en de bijstand voor hernieuwbare energie in het algemeen betreft, is een confectieaanpak voor de gehele Europese Unie meestal niet de goede manier. Wij moeten rekening houden met de situatie van elke lidstaat, met name met betrekking tot de energieonafhankelijkheid. Ik verwelkom dan ook het voorstel van de Europese Unie om de procedure voor de toewijzing van middelen op basis van het genoemde programma te herzien, met het oog op het bevorderen van de energie-efficiëntie.

Ik vind echter dat wij hierover niet uitsluitend tegen de achtergrond van de financiële crisis moeten praten. Mocht de normale economische cyclus ooit weer hersteld zijn, dan blijft de kwestie van de energie-efficiëntie immers nog steeds een rol spelen. De lidstaten moeten de mogelijkheid hebben om flexibeler op veranderende omstandigheden te reageren om zo de energie-efficiëntie en de energiediversificatie te bevorderen en de energie-onafhankelijkheid te vergroten.

 
  
MPphoto
 

  Mario Pirillo (S&D).(IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, in de huidige moeilijke economische en financiële omstandigheden moet Europa projecten op het gebied van energie-efficiëntie en hernieuwbare energie blijven ondersteunen om een duurzame, sociale en concurrerende economie te realiseren.

De werking van het financiële instrument moet worden verbeterd om te kunnen investeren in gedecentraliseerde projecten, om het geografisch evenwicht te waarborgen en om een gelijkmatig herstel te bevorderen. Dit financiële instrument moet onmiddellijk worden gecreëerd en moet gericht zijn op lokale projecten die de werkgelegenheid stimuleren in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 663/2009. Er zijn kredietlijnen nodig waarmee lokale initiatieven die de moeite waard zijn, kunnen worden ondersteund. We moeten daarbij voorrang verlenen aan het financieren van technologisch innovatieve projecten om de industrie concurrerender te maken. De niet-bestede middelen in het kader van het meerjarenprogramma van het DG Klimaat kunnen worden ingezet voor de financieringsregeling en kunnen daarbij ten goede komen aan projecten op het gebied van hernieuwbare energie. Ik dank mevrouw Van Brempt voor haar uitstekende werk.

 
  
MPphoto
 

  Bogusław Sonik (PPE). - (PL) In reactie op de financiële crisis stelde de Europese Commissie in januari 2009 voor vijf miljard euro van de niet-bestede EU-middelen grotendeels toe te wijzen aan de ondersteuning van projecten op het gebied van energie. We kunnen het nu voorgestelde Europese energieprogramma voor herstel met tevredenheid aannemen. Van dit voorstel vind ik de ondersteuning van grensoverschrijdende gas- en elektriciteitsinfrastructuurprojecten, waaronder de interconnectieprojecten en projecten voor koolstofafvang en -opslag het belangrijkst. Tegelijkertijd ben ik van oordeel dat in het voorstel ook projecten inzake energie-efficiëntie en hernieuwbare energiebronnen opgenomen moeten worden. Die zijn een stimulans voor het economisch herstel, het scheppen van werkgelegenheid en dragen bij aan de bestrijding van klimaatverandering.

Deze projecten kunnen het best op gemeentelijk, lokaal of regionaal niveau ten uitvoer worden gelegd. De meeste lokale projecten gaan gepaard met een grote werklast en leveren dus een hoop nieuwe banen op.

 
  
MPphoto
 

  Günther Oettinger, lid van de Commissie.(DE) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, met deze 146 miljoen euro betreden wij gezamenlijk een experimenteel laboratorium. Ik wil u in de eerste plaats graag bedanken omdat u er zo hard voor gevochten hebt dat wij niet op 114 miljoen euro, maar op 146 miljoen euro zijn uitgekomen. Gelukkig bleken de lidstaten bereid om iets verder te gaan dan hun nogal beperkte limiet.

Wat dat experimentele laboratorium betreft, moeten wij op vier interessante vragen antwoord geven. De eerste vraag is hoe wij succes kunnen boeken op het gebied van de energie-efficiëntie. Met betrekking tot de doelen die wij ons op drie gebieden hebben gesteld – qua CO2, energie-efficiëntie en hernieuwbare energie –, brengt de verhoging van de energie-efficiëntie met 20 procent de grootste en meest ingewikkelde uitdaging met zich mee. Het gaat hierbij niet alleen om verplichte nationale vereisten, maar ook om specifieke projecten. In wezen gebruiken wij dit beheersbare programma om te evalueren welke projecten haalbaar zijn. Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan projecten op het gebied van de renovatie van gebouwen en betreffende de energie in het algemeen. Ik hoop dat in de komende twee tot drie jaar uit de eerste beoordeling van deze projecten met het oog op de volgende begrotingsperiode, zal blijken dat wij een aantal nuttige positieve en negatieve ervaringen hebben opgedaan met betrekking tot de energie-efficiëntie. Ik wil graag duidelijk stellen dat wij over twee tot drie jaar absoluut over meer kennis zullen beschikken dan nu het geval is, dankzij een aantal goede ervaringen, maar ook door een aantal fouten. Mocht dat zo blijken te zijn, dan hebben wij ons geld verstandig geïnvesteerd.

In de tweede plaats is de Europese Unie door dit programma in staat om een directe samenwerking met de gemeenten aan te gaan. Dat is niet iets wat elke dag gebeurt. Het is duidelijk dat de energievereisten en het energieverbruik in openbare gebouwen en in particuliere gebouwen die gerenoveerd kunnen worden – met andere woorden, een aanpak waarbij de "smart city" centraal staat –uitsluitend via de gemeenten door de EU kunnen worden uitgevoerd. Dat betekent dat wij direct in contact staan met wat er in de praktijk gebeurt.

In de derde plaats hoop ik dat wij met dit programma aan kunnen tonen dat er voor iedereen een Europese meerwaarde is. Als wij met geld dat wij van de lidstaten krijgen geen meerwaarde kunnen creëren, zouden wij overbodig zijn. Wij moeten een meerwaarde bieden in de vorm van ervaring, effectiviteit en competentie. In dit geval beschikken wij over twee jaar dankzij dit programma over goede argumenten die wij in de begrotingsdebatten – een pokerspel met de Commissie, het Parlement en de lidstaten als de spelers – kunnen gebruiken, om, in het belang van alle burgers van de Europese Unie, meer geld van de lidstaten los te krijgen. Dit betekent dat dit programma ook een experimenteel laboratorium voor meer begrotingsruimte is. Deze controversiële kwestie zal de komende twee jaar op ons allemaal van invloed zijn.

In de vierde plaats hebben wij een experimenteel laboratorium nodig voor ons partnerschap met de structurele banken – de Europese Investeringsbank (EIB) en de KfW Bankengruppe – en met externe particuliere investeerders en fondsen. Dat betekent een partnerschap dat verder gaat dan het partnerschap dat de diensten van de Commissie tot nu toe zijn aangegaan met ondernemingen waarmee wij nauwe betrekkingen onderhouden. Die ondernemingen zullen nu ook moeten aantonen dat zij tot meer in staat zijn dan alleen maar het beheren van overheidsgeld.

Het lijkt wellicht dat wij het nu over een groot bedrag hebben, maar in feite gaat het maar om een klein beetje. Het draait niet om die 146 miljoen euro. Het draait om de viervoudige test van ons partnerschap met de gemeenten en met de EIB en de KfW. Het draait om de kwestie van de energie-efficiëntie op lokaal niveau en om het leveren van het bewijs dat dit op Europees niveau een onderwerp is waarvoor terecht meer ruimte in de begroting moet worden gecreëerd.

Tegen die achtergrond wil ik u allen hartelijk bedanken. Laten wij contact blijven houden. Ik ben ervan overtuigd dat wij allen over twee jaar een stuk wijzer zullen zijn dan nu.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Nicole Sinclaire (NI).(EN) Mevrouw de Voorzitter, ik constateer met dankbaarheid dat vandaag een officiële feestdag is in België ter herinnering aan de miljoenen slachtoffers van de twee wereldoorlogen. Ik ben enigszins teleurgesteld dat het Parlement niet hetzelfde doet en deze miljoenen slachtoffers herdenkt. Ik vraag dus met alle respect om een minuut stilte voor iedereen die tijdens een oorlog voor de democratie is gevallen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Mevrouw Sinclaire, u moet weten dat de Voorzitter volgens het programma vandaag een mededeling zal doen voor het Huis en dan zal een minuut stilte worden gehouden, zoals dat hoort.

 
  
MPphoto
 

  Kathleen Van Brempt, rapporteur. − Voorzitter, als Belgisch parlementslid was het echt een genoegen om hier op een verlofdag te komen werken, en daardoor stond ik binnen vijftig minuten vanaf mijn thuisstad in het Europees Parlement, maar dit geheel terzijde.

Rapporteur, ik wil kort zijn. Laat me iedereen, zonder enige uitzondering, die vandaag het woord heeft gevoerd, bedanken. Er waren hier en daar wat opmerkingen. Er zijn heel veel goede voorbeelden gegeven. Maar de rode lijn is het enthousiasme voor wat hier voorligt. Niet zonder kritiek, want ik kan perfect kritiek uitoefenen op de cap on money die er gesteld is.

Er is heel veel enthousiasme, omdat dit een goed fonds is, omdat er geld voorhanden is, omdat het gaat om energie-efficiëntie en hernieuwbare energie én omdat het ons als Europese Parlementsleden de mogelijkheid geeft om met dit project ook lokaal aan de slag te gaan. Dat is wat er nodig is.

Wat is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid? Uiteraard ligt in eerste instantie de verantwoordelijkheid bij de Commissie, de Europese Investeringsbank en andere partners in dit verhaal, maar ook het Europees Parlement en wij politici dragen onze verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat dit project succesvol wordt, wervend wordt en dat de betrokkenheid op het lokale niveau zo groot is dat de 146 miljoen zich bij wijze van spreken niet met 8, maar met 80 vermenigvuldigen, omdat er heel veel in gang wordt gezet. In dat opzicht heb ik heel veel vertrouwen in de Commissie en de commissaris. Ik weet dat dit een project is dat de commissaris aan het hart ligt. Hij heeft ook zeer goede medewerkers – ik heb dat de laatste maanden ervaren – en dat zal heel belangrijk zijn bij de uitwerking van dit project.

Tot slot – ik ben het daarnet vergeten en het is echt niet netjes van mij, met name als Belg – wil ik onderstrepen dat het Belgische voorzitterschap in dezen een uitzonderlijke prestatie heeft geleverd. In het begin, vanaf het eerste moment, was er eigenlijk een grote meerderheid in de Raad tegen dit project. Het is dankzij de grote inspanningen van minister Paul Magnette en zijn team dat we nu een heel goed compromis hebben, dat we straks denk ik ook met heel veel enthousiasme gaan goedkeuren.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

De stemming vindt dadelijk plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  Sergio Berlato (PPE), schriftelijk. – (IT) In januari 2009 heeft de Europese Commissie, in reactie op de economische en financiële crisis, voorgesteld om een deel van de niet-bestede EU-middelen toe te wijzen aan de ondersteuning van projecten op het gebied van energie. Het debat van vandaag over het verslag tot wijziging van Verordening (EG) nr. 663/2009 is van groot belang: het voorstel om niet-bestede middelen in te zetten voor de ondersteuning van energieprojecten, is een kans in deze tijden waarin het moeilijk is om financiering te vinden. Het Europees energieprogramma voor herstel, dat als doel heeft om initiatieven en projecten te financieren op het gebied van energie-efficiëntie, energiebesparing en hernieuwbare energie, en dat investeringen door Europese overheden met name in steden stimuleert, kan mijns inziens een concrete stimulans betekenen voor het herstel van de Europese economie en het creëren van werkgelegenheid voor jongeren. Ik ben blij met de maatregelen op het gebied van energie-efficiëntie in de bouwsector, die goed is voor 40 procent van het Europese energieverbruik. Deze maatregelen zouden op lokaal en regionaal niveau een steun in de rug betekenen voor kleine en middelgrote bedrijven. Deze steun bevordert ook de ontwikkeling van veelbelovende energie-efficiëntie-initiatieven op het niveau van de lokale overheden, die als gevolg van de recente crisis te kampen hebben met een forse inkomstenderving.

 
  
MPphoto
 
 

  András Gyürk (PPE), schriftelijk. (HU) Dames en heren, vorig jaar heb ik zelf ook de reservering van bijna 4 miljard euro voor energieprojecten verwelkomd in het kader van het Europese economische stimuleringspakket. Aan de andere kant vestigde ik de aandacht op het feit dat in het steunpakket de Midden- en Oost-Europese regio, die in het opzicht van energiezekerheid het meest kwetsbaar is, was verwaarloosd en dat ook projecten op het gebied van energie-efficiëntie gespeend bleven van steun. Maar juist via projecten op het gebied van energie-efficiëntie zou het belangrijkste doel van het pakket, het snel en effectief creëren van banen, goed kunnen zijn bereikt. Ik ben blij dat in het nieuwe voorstel nog niet benutte fondsen juist hiervoor worden ingezet. Projecten op het gebied van hernieuwbare energiebronnen en energie-efficiënte behoren namelijk niet alleen tot de belangrijkste instrumenten voor de verwezenlijking van de 20-20-20-doelstellingen, maar vergroten tegelijkertijd de voorzieningszekerheid en het concurrentievermogen. Deze projecten genereren al op korte termijn indrukwekkende resultaten, creëren nieuwe banen op geografisch gediversifieerde wijze en dynamiseren economische spelers op effectieve wijze. De besteding van het fonds van 146 miljoen euro aan projecten op het vlak van hernieuwbare energiebronnen en energie-efficiëntie, is een goed begin, maar aan de andere kant moeten we inzien dat dit bedrag zelfs op nationaal niveau nog uiterst gering te noemen valt. Het deed ons deugd dat ook in de Energie 2020-strategie, die de Commissie gisteren openbaar heeft gemaakt, de verwezenlijking van een energie-efficiënt Europa als een van de hoofdprioriteiten wordt aangeduid. We vertrouwen erop dat de strategische toewijding op het vlak van energie-efficiëntie ook zal worden weerspiegeld in de verdeling van verdere fondsen.

 
  
MPphoto
 
 

  Marian-Jean Marinescu (PPE), schriftelijk.(RO) Het Europees energieprogramma voor herstel biedt een financieel pakket dat 3,98 miljard euro bedraagt voor 2009 en 2010. Het was absoluut noodzakelijk om een financieel instrument te ontwikkelen dat speciaal bestemd was voor het gebruik van de middelen in dit energieprogramma, die niet voor eind 2010 kunnen worden vastgelegd, zodat de rest van het financiële pakket niet verloren zou gaan. Een zeer belangrijk aspect dat werd genoemd in het Europese energieprogramma, is het geografische evenwicht tussen de projecten. Dit is een belangrijk element waardoor de invloed van deze verordening op het economisch herstel kan worden gewaarborgd in de gehele Europese Unie. Ook wordt hiermee erkend dat er in enkele lidstaten projecten bestonden die helemaal niet of slechts gedeeltelijk werden gefinancierd. Tot slot wil ik graag nog benadrukken hoe belangrijk het is om dergelijke financiële instrumenten die gericht zijn op het bevorderen van energie-efficiëntie op lange termijn in de EU, te vernieuwen. Ik doe een beroep op de Commissie om zorgvuldig te beoordelen wat de doeltreffendheid van het vernieuwen van dergelijke instrumenten is, en om de mogelijkheden te bestuderen van het gebruik van een vergelijkbare benadering om in de toekomst om te gaan met andere ongebruikte middelen in de EU-begroting.

 
  
MPphoto
 
 

  Algirdas Saudargas (PPE), schriftelijk.(LT) De mogelijkheid om middelen die niet in overeenstemming met de richtlijn zijn besteed, over te hevelen naar projecten gericht op de ontwikkeling van energie-efficiëntie en hernieuwbare energiebronnen, was weliswaar al opgenomen in de verordening, maar ik ben verheugd over het feit dat wij ook consensus hebben bereikt met betrekking tot de specifieke uitvoering ervan. Energie-efficiëntie en hernieuwbare energie zijn vaak als EU-prioriteiten aangeduid die een bijdrage leveren aan de uitvoering van de Europa 2020-strategie en aan het waarborgen van de energiezekerheid. Het is erg belangrijk om tijdens de economische malaise in deze sector te investeren, aangezien hierdoor een mogelijkheid voor meer werkgelegenheid wordt gecreëerd, het concurrentievermogen wordt bevorderd en de verspreiding van innovatieve ontwikkelingen en economische stabiliteit wordt verbeterd. Daarnaast wordt door het geplande financiële instrument – zoals het oprichten van een fonds voor Europese financiële instellingen – het beschikbare bedrag een aantal keren vermenigvuldigd, hetgeen meer mogelijkheden biedt om projecten te financieren. Het enige betreurenswaardige is dat het geplande financiële instrument geen permanent karakter heeft. Hopelijk zal het echter wel een adequate stimulans vormen voor meer energie-efficiëntie en voor de bevordering van het gebruik van hernieuwbare energiebronnen.

 

5. Crisis in de Europese veehouderij (debat)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is het debat over de mondelinge vraag van Esther Herranz García, Albert Deß, Mairead McGuinness, Giovanni La Via, Michel Dantin, Véronique Mathieu, Gabriel Mato Adrover, Herbert Dorfmann, Georgios Papastamkos, Mariya Nedelcheva, Filip Kaczmarek, Jarosław Kalinowski, Béla Glattfelder, Czesław Adam Siekierski, Rareş-Lucian Niculescu, Sergio Paolo Francesco Silvestris, Elisabeth Köstinger, Milan Zver, Peter Jahr en Maria do Céu Patrão Neves namens de PPE-Fractie, James Nicholson namens de ECR-Fractie, Luis Manuel Capoulas Santos, Paolo De Castro, Stéphane Le Foll en Iratxe García Pérez namens de S&D-Fractie, aan de Commissie, over de crisis in de Europese veehouderij (O-0141/2010/rév.1) – B7-0559/2010).

 
  
MPphoto
 

  Esther Herranz García, auteur. (ES) Mijnheer de commissaris, ik dank u voor uw komst, en omdat u zoveel begrip hebt getoond voor dit parlementaire initiatief, dat zo belangrijk is en zo nodig voor de Europese veehouderij.

Deze sector is bijzonder kwetsbaar voor de gevolgen van deze crises, die de hele Europese landbouw raken, en wel om meerdere redenen: de inputs zijn heel duur geworden, de producten brengen minder op, in de levensmiddelensector is de macht heel ongelijk verdeeld, en de prijs van graan is de laatste tijd gestegen.

De Europese veehouderij moet al die problemen aanpakken, net als de andere sectoren in de landbouw, maar heeft nog een bijkomend probleem: de grote investeringen die kenmerkend zijn voor deze sector.

Binnenkort zal de Europese Commissie een mededeling publiceren over de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, en daarom lijkt me dit een goed moment om een boodschap van solidariteit te laten horen, te laten blijken dat we begrip hebben voor deze groep van producenten. In mijn land, Spanje, is, net als in andere lidstaten van de Europese Unie, sprake van een structurele crisis. De stijging van de graanprijs heeft een situatie die al sinds een paar jaar zorgwekkend is nog erger gemaakt.

Uit de statistieken blijkt dat steeds meer boeren hun bedrijf opgeven, hoewel dat niet nodig was geweest. In de komende jaren zal de vraag in de hele wereld stijgen, vanwege de toenemende welvaart die wordt voorspeld.

Ik heb een vraag over de komende hervorming van het GLB. Hoe denkt de commissaris, of de Europese Commissie, bij de maatregelen rekening te houden met de specifieke belangen van de veehouderij? Ik bedoel daarmee de ondersteuning van de markt, maar ook andere initiatieven om ongewenste effecten te vermijden, bijvoorbeeld dat de milieuvriendelijke intensieve veehouderij in de Europese Unie in het nieuwe stelsel van steunmaatregelen wordt bestraft. We moeten met gezond verstand te werk gaan, we moeten maatregelen nemen om een betere continuïteit van de voorziening van veevoer te garanderen, voldoende graanvoorraden opbouwen en die voorraden sneller vrijgeven.

Tot slot kan ik wel zeggen dat ik blij ben dat we in deze ontwerpresolutie expliciet ingaan op de varkensvleessector en op de pluimveehouderij. Die sectoren krijgen geen directe steun van de Unie, maar ook zij zouden in aanmerking moeten komen voor maatregelen ter ondersteuning van de markt en de handel, om ze een beetje te helpen.

 
  
MPphoto
 

  James Nicholson, auteur. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, laat ik om te beginnen zeggen dat ik het toejuich dat deze kwestie hier vandaag wordt besproken. Dat gebeurt op een heel passend moment. De Europese veehouderij kampt met moeilijkheden die worden veroorzaakt door een scala aan factoren, waaronder stijgende productiekosten, concurrentie van producten uit derde landen en natuurlijk verscheidene kwesties die bijdragen aan stijgende voederprijzen.

Wij kunnen niets doen aan droogteperioden in Australië of ernstige weersomstandigheden die gevolgen hebben voor de graanoogst in Rusland, maar wel aan het feit dat wij met betrekking tot eiwitgewassen niet zelfvoorzienend zijn. Ik ben van mening dat Europa daar dringend wat aan moet doen. Wij zijn voor onze veevoeders veel te afhankelijk van derde landen en moeten beginnen meer zelf te verbouwen. De huidige situatie is echter dat wij noodgedwongen veel veevoeder importeren. Ik heb eerder al vele malen gezegd dat ik sterk van mening ben dat de goedkeuringsprocedure voor de invoer van nieuwe soorten ggo-graan veel te lang duurt en dat de invoer van veevoer gemaakt van soja snel moet worden opgevoerd. Als dat niet gebeurt, zullen veehouders overal in de Europese Unie nog lang worden geconfronteerd met stijgende prijzen, volatiliteit en onzekerheid.

Ik wil ook kort ingaan op de gevolgen van deze situatie voor de varkens- en pluimveesector. Boeren in deze sectoren ondervinden de gevolgen van deze crisis vrij acuut, aangezien hun kosten stijgen terwijl de prijs van varkensvlees daalt. Ik wil de Commissie vragen deze situatie nauwgezet te volgen en alle beschikbare instrumenten te gebruiken om zaken te corrigeren.

Producenten van rund-, schapen- en varkensvlees en van pluimvee lijden allemaal verlies. Ik hoef u toch niet meer te vertellen over de concrete schade die al deze sectoren lijden? Maar uiteindelijk zal de consument hiervoor moeten betalen, want als alle landbouwers ophouden met produceren, zal dit voedsel moeten worden geïmporteerd, met alle problemen van dien. Wij moeten in Europa dus de zekerheid van een eigen voedselvoorziening hebben. Verschaffen wij ons die zekerheid niet, dan moeten wij ook de risico's accepteren.

 
  
MPphoto
 

  Iratxe García Pérez, auteur. (ES) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de commissaris, de opbrengst van de veehouderij is volledig afhankelijk van de kosten van het voer. De toenemende fluctuaties van de prijs van de grondstoffen maakt het voor de voederproducenten en voor de veeboeren erg moeilijk om de juiste besluiten te nemen; dat hebben we aan het begin van het politieke jaar al gezien.

De grootste problemen in de vleesproducerende sector bestaan op dit moment bij varkensvlees, en daarom zou ik op de grote problemen in die sector in willen gaan: de stijging in de prijzen van diervoeders, die 60 procent van de totale productiekosten uitmaken en dus cruciaal zijn voor de rentabiliteit van vleesproducerende bedrijven.

De prijs van graan is in twee maanden tijd met 50 procent gestegen, niet omdat het evenwicht tussen vraag en aanbod verstoord is, er wordt genoeg geproduceerd, maar vanwege speculaties die niet uit de sector zelf komen.

Daarom moet worden opgetreden tegen speculatie, naast een beleid voor het aanhouden van een strategische voorraad waardoor speculatie ook wordt tegengegaan.

We zijn blij dat er graan uit de interventievoorraden op de markt wordt aangeboden. We moeten hopen dat het op de markt van de Gemeenschap terechtkomt; anders levert dit niets op voor de veehouderij. Een heffing op de uitvoer van Europees graan, zoals we in 1994 voor tarwe hebben gehad, is een mogelijke oplossing.

Een ander probleem wordt gevormd doordat grootwinkelbedrijven druk uitoefenen op de prijs. Daardoor kan de stijging van de productiekosten niet worden opgevangen door een hogere verkoopprijs.

We moeten producentenverenigingen ondersteunen die het aanbod, en dus ook de markt, kunnen sturen. De Commissie is zich terdege bewust van het probleem, maar er bestaan geen concrete maatregelen voor. Hopelijk komen ze er in het toekomstige GLB, in de vorm van doeltreffende en flexibele mechanismen voor het beheer van de markten. Op die manier willen we de bestaande problemen aanpakken. We willen de speculatie bestrijden en concrete maatregelen nemen om het concurrentievermogen van de sector op de markt te verbeteren en hun positie in de keten van de toegevoegde waarde te versterken.

Ik zou ook van deze gelegenheid gebruik willen maken om u te verzoeken gebruik te maken van de sturingsmaatregelen voor de markt voor varkensvlees: de exportrestituties en de particuliere opslag. De Commissie vindt dat de situatie in de sector dit niet rechtvaardigt. In de afgelopen maanden hebben we echter vastgesteld dat de opbrengst voor de veeboeren almaar verder daalt. De prijs die ze krijgen ligt onder het gemiddelde van de afgelopen vijf jaar.

Ik denk dat de Commissie alle reden heeft om gebruik te maken van de bestaande mechanismen voor de sturing van de markt, en dat hebben enkele lidstaten in de Raad ook al gevraagd.

 
  
MPphoto
 

  Dacian Cioloş, lid van de Commissie.(FR) Mevrouw de Voorzitter, mijn antwoord is tweeledig, omdat het probleem in de veehouderijsector in de eerste plaats te maken heeft met de voedselsituatie en dus met de situatie op de graanmarkt. Vervolgens zal ik het ook hebben over de mechanismen die wij tot onze beschikking hebben voor de veehouderijsector.

De Commissie volgt de situatie op de graanmarkt en de gevolgen die deze heeft voor de landbouwers nauwgezet. De graanprijzen zijn deze zomer sterk gestegen door tekorten in het aanbod, vooral in de landen rond de Zwarte Zee. Zo hebben we de prijs van gerst en haver zien stijgen tot niet minder dan 200 euro per ton. Op dit moment zijn de prijzen, hoewel nog zeer instabiel, nog steeds duidelijk onder het recordniveau van 2008. De kracht van de euro ten opzichte van de dollar, die de uitvoer van de EU op dit moment minder concurrerend maakt, werkt ook verstorend op de Europese markt.

Wereldwijd is, ondanks het tekort in Rusland en Oekraïne, de graanoogst van normaal niveau, en zijn de voorraden aangevuld dankzij de laatste twee recordoogsten. In de Europese Unie wordt de gemiddelde graanproductie geschat op 276 miljoen ton en als we hieraan de voorraad van het begin van de oogst toevoegen, hebben we bijna 60 miljoen ton meer dan we verwachten te gebruiken.

De graaninterventievoorraden, die voornamelijk bestaan uit haver, bedragen op dit moment 5,6 miljoen ton; 2,8 miljoen ton is kort geleden opzij gezet voor de uitvoering van het programma voor 2011 om de armste burgers te helpen en de rest zal binnenkort op de interne markt worden verkocht. Feitelijk is de beslissing al genomen: de granen zullen eind deze maand in de handel worden gebracht.

De druk op de markt is wat afgenomen sinds de aankondiging van deze maatregel door de Commissie, die ik de Raad recent heb meegedeeld. Met betrekking tot de situatie op de graanmarkt zijn noodmaatregelen dus niet gerechtvaardigd omdat, zoals ik u heb uitgelegd, het probleem niet de levering van graan aan de Europese markt is, aangezien de hoge granenprijzen op de Europese markt niet te wijten zijn aan een gebrek aan bevoorrading van de markt.

De Commissie volgt de ontwikkelingen op de markt in de veehouderijsector zeer nauwgezet, vooral wat de varkens- en pluimveeproductiesectoren betreft. De marges in deze sector zijn zeer afhankelijk van de kosten van voer. Prijzen in de pluimveesector liggen boven het langtermijngemiddelde en lijken in ieder geval gedeeltelijk op te wegen tegen de toegenomen voedselprijzen. De prijs van slachtvarkens volgt de seizoensgebonden neerwaartse trend en ligt net iets beneden het niveau van vorig jaar. De productie wordt momenteel goed geabsorbeerd door de interne markt en de uitvoer. Tussen juni en augustus 2010 lag de uitvoer van varkensvlees 10 procent en die van gevogelte 21 procent hoger dan in dezelfde periode vorig jaar. Daarom hebben varkens- en pluimveeproducenten ondanks de prijsstijgingen toch enige tijd kunnen uitvoeren.

Uiteraard zal de Commissie de marktontwikkelingen blijven volgen en, waar dit nodig en nuttig is,de middelen die zij tot haar beschikking heeft gebruiken om in de markt te interveniëren. Twee maatregelen zijn op dit moment voorhanden voor de veehouderijsector: uitvoerrestituties en particuliere opslag.

Uitvoerrestituties zouden nu niet doeltreffend zijn omdat de mondiale prijs nogal hoog is; exportsubsidie kan derhalve niet worden gerechtvaardigd. De verhouding tussen de dollar en de euro betekent dat de uitvoerproblemen en een gebrek aan concurrentiekracht mogelijk zijn, maar dit probleem is niet voorbehouden aan de landbouwsector. We zullen zien hoe de wisselkoers tussen de dollar en de euro verandert, en afhankelijk daarvan kunnen we, als we overschotten hebben op de interne markt, maatregelen voor particuliere opslag bespreken. Momenteel zijn er geen vleesoverschotten op de interne markt en om die reden zijn maatregelen voor private opslag op dit moment niet aan de orde. Ik ben echter bereid om de mogelijkheid te overwegen deze maatregelen te nemen, afhankelijk van hoe de markten zich ontwikkelen.

Wat de volatiliteit betreft: die zal worden aangepakt bij de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid voor 2013. Verwacht wordt dat deze hervorming ook zal bestaan uit voorstellen voor nu niet-bestaande mechanismen ter beheersing van inkomensinstabiliteit. Wat de kwestie van transparantie in de voedselketen betreft, probeer ik op dit moment met commissaris Tajani na te gaan hoe meer informatie op dit gebied duidelijk kan maken op welke manier toegevoegde waarde kan worden verdeeld. Dit zijn de antwoorden die ik in dit stadium kan geven.

 
  
MPphoto
 

  Albert Deß, namens de PPE-Fractie.(DE) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer Cioloş, dames en heren, de ontwerpresolutie van vandaag levert er een bijdrage aan dat de Europese veehouderij weer op de juiste koers komt te liggen. Ik wil mevrouw Garcia graag voor dit initiatief bedanken. De ontwerpresolutie is niet bedoeld om Europa van de rest van de wereld af te snijden of om de regels van de markt terzijde te schuiven. Het doel is om eerlijke marktvoorwaarden voor de Europese veehouderij te creëren teneinde bij te dragen aan het waarborgen van de toekomstige voedselzekerheid van meer dan 500 miljoen mensen. Wij moeten ervoor zorgen dat de Europese landbouwers niet elke dag weer geconfronteerd worden met nieuwe en zeer gedetailleerde productievoorschriften en dat zij het ene na het andere competentiecertificaat moeten overleggen, terwijl zij tegelijkertijd aan hoge normen voor het dierenwelzijn en het milieu moeten voldoen. Degelijke regels gelden kennelijk ook niet voor ingevoerde landbouwproducten.

Ik ben dan ook alle 534 leden van dit Parlement dankbaar die in Straatsburg hun steun hebben gegeven aan de eis dat ingevoerde landbouwproducten in de toekomst eveneens aan de Europese normen op het gebied van de consumentenbescherming, het dierenwelzijn en de milieubescherming moeten voldoen. Het Parlement staat klaar om u zijn volledige ondersteuning te geven, mijnheer Cioloş. De betreffende normen dienen ook voor ingevoerde producten te gelden en dat is de reden dat mijn fractie deze ontwerpresolutie verwelkomt en steunt.

 
  
MPphoto
 

  Paolo De Castro, namens de S&D-Fractie. – (IT) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, dames en heren, wij zijn hier vandaag om de Commissie te verzoeken om gepaste, efficiënte en flexibele marktinstrumenten toe te passen ter bestrijding van de crisis die de Europese veehouderij treft.

We hopen dat het voorstel over marktinstrumenten voor de melk- en zuivelsector, dat de Commissie binnenkort zal presenteren, ook voorstellen bevat tot beperking van de gevolgen van de prijsvolatiliteit in de gehele landbouwsector.

We kunnen nog veel doen om een krachtig signaal af te geven aan de Europese veehouderij. Zo geloven we dat het voor de veehouderij goed zou zijn om het huidige verbod op diermeel in het diervoeder van niet-herkauwers, dat bijvoorbeeld geldt voor de pluimvee- en de visserijsector, te herzien. Zoals u weet is dit verbod ingesteld na de BSE-besmettingen, maar nu, een paar jaar later, is de wetenschappelijke wereld het erover eens dat het verbod alleen gerechtvaardigd is voor herkauwers. In het geval van niet-herkauwers bestaat er geen gevaar voor de volksgezondheid en het milieu, en daarom hopen wij dat dit verbod teruggedraaid kan worden, zodat het eenvoudiger wordt om deze dieren energierijkere voeding te geven.

 
  
MPphoto
 

  Liam Aylward, namens de ALDE-Fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, de veehouderij is een belangrijke traditionele landbouwsector, waarmee duizenden producenten in de hele EU in hun levensonderhoud voorzien. De sector speelt een centrale rol in de sociaaleconomische bijdrage van de landbouw aan de plattelandsgebieden in de Europese Unie. Het is een cruciale tak van de landbouwindustrie in Europa, zeker in Ierland, dat de op drie na grootste exporteur van rundvlees in de wereld is.

De hoge graanprijzen vergroten met name de rentabiliteitsproblemen voor veehouders die in de wintermaanden slachten, doordat zij afhankelijker zijn van geïmporteerde veevoeders op basis van granen. Ik wil met name de volgende drie punten onder de aandacht brengen. Ten eerste is het noodzakelijk dat de Commissie efficiënte en flexibele maatregelen neemt om de extreme prijsvolatiliteit te beperken. Ook moeten maatregelen worden genomen om de kloof te dichten tussen de prijzen die consumenten betalen en de prijzen die producenten ontvangen.

Ten tweede is het essentieel dat de Commissie meer werk maakt van het ondersteunen van de veehouderij in met name achtergestelde gebieden. Bij de volgende GLB-hervorming moet de aandacht vooral uitgaan naar de bijzondere kwetsbaarheid van bepaalde veehouderijsectoren en de aanzienlijke productiekosten die landbouwers moeten maken. Verder moet onder het volgende GLB iets gedaan worden aan de buitensporige administratieve lasten voor veehouders.

Ten slotte mag het feit dat Europese producenten voldoen aan de strengste regels ter wereld wat voedselveiligheid en -kwaliteit, het milieu en de gezondheid en het welzijn van dieren betreft, hen niet op achterstand plaatsen ten opzichte van concurrenten uit derde landen. Voor de langetermijnlevensvatbaarheid van de veehouderij in het algemeen, is het van cruciaal belang dat de acties die de Commissie op het gebied van handel en landbouw onderneemt niet het voortbestaan van Europese boeren in gevaar brengen, maar voor de toekomst juist de duurzaamheid en levensvatbaarheid van de veehouderij ondersteunen.

 
  
MPphoto
 

  José Bové, namens Verts/ALE-Fractie.(FR) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, net als in 2007 stijgen de wereldgraanprijzen en worden boeren net als twee jaar geleden geconfronteerd met een scherpe toename van hun productiekosten. Aan veevoer besteden ze 60 tot 80 procent van hun kosten en hun inkomsten kelderen: ze moeten rondkomen van gemiddeld 700 euro per maand. Moeten we wachten tot opeenvolgende crises de kleinschalige landbouw in Europa verwoesten, voordat we in actie komen? Consumenten betalen 17 euro per kilo ribbiefstuk in de supermarkt, terwijl producenten 3 euro per kilo ontvangen – is dat juist?

Op 7 september sprak het Parlement zijn oordeel uit door voor het verslag over redelijke inkomens voor boeren te stemmen. De Commissie werd op het hart gedrukt snel te handelen en verkoop onder de aankoopprijs te verbieden. De leden van het Europees Parlement namen in Straatsburg het standpunt in om de organisaties van de producenten te versterken, om speculaties op de internationale markten een halt toe te roepen en om de invloed van bedrijven in de verwerkings- en distributiesector te controleren.

Boeren verwachten zelfs meer: ze willen dat er gemeenschappelijke marktorganisaties worden ingesteld of versterkt, aangezien die het enige middel zijn om de kosten te stabiliseren en te zorgen voor economische levensvatbaarheid. Volgende week zal commissaris Cioloş zijn voorstel voor hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid indienen; hij zal de landbouwers duidelijke antwoorden moeten geven. De geloofwaardigheid van Europa staat op het spel. Europa kan niet één van zijn boeren missen.

 
  
MPphoto
 

  Janusz Wojciechowski, namens de ECR-Fractie. – (PL) Mevrouw de Voorzitter, ik ben verheugd dat we ons bezighouden met de situatie in de veehouderijsector, die is namelijk zeer ernstig. Ik wil graag de aandacht vestigen op het probleem uit punt 15 van de ontwerpresolutie, namelijk het probleem van het dierenwelzijn.

De normen inzake dierenwelzijn moeten verplicht zijn en verder aangescherpt worden. Ik ben er een absoluut voorstander van dat dieren in de veehouderij onder zo goed mogelijke omstandigheden kunnen leven. Dierenwelzijn brengt echter kosten met zich mee die gedragen worden door de veehouders. Hierdoor ontstaat oneerlijke concurrentie, omdat er vleesproducten in Europa worden ingevoerd uit landen die geen enkele norm voor dierenwelzijn respecteren. Dat moet veranderen. De normen moeten bij ons worden ingevoerd, maar we moeten ook strenge eisen stellen – dezelfde eisen die gelden in de Unie – aan iedereen die dierlijke producten exporteert naar de EU-markt.

 
  
MPphoto
 

  Patrick Le Hyaric, namens de GUE/NGL-Fractie.(FR) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, er moet werkelijk lering worden getrokken uit het beleid dat momenteel van kracht is. Er moet worden besloten tot stopzetting van deze grootschalige liberalisering van de landbouwmarkten, die ertoe leidt dat boeren, zoals iemand net zei, tussen 700 en 800 euro per maand verdienen – 700 tot 800 euro per maand! – terwijl de detailhandelsprijs voor vlees met 40 procent is gestegen.

Neem het besluit om te stoppen met deze excessieve invoer en stop de onderhandelingen over dat vreselijke akkoord om 400 000 ton rundvlees te importeren uit de Mercosur-landen, aangezien hierdoor complete regio's te gronde zullen gaan. Toon daarentegen de moed om de Europese landbouw te beschermen en laat de Wereldhandelsorganisatie niet langer besluiten over het lot van onze landbouwbedrijven.

Gebruik nieuwe instrumenten voor het reguleren van productie. Zeg "nee" tegen dodelijke concurrentie binnen de Europese Unie zelf en voer redelijke, stabiele prijzen in, door landbouw gebaseerd op begrazing te bevorderen. Neem actie om die verwerpelijke graanspeculatie een halt toe te roepen. Commissaris, dit vereist spoed; de situatie op ons platteland begint een tragische wending te nemen. Een beleid van laat maar waaien brengt het Europese project zelf in diskrediet.

 
  
MPphoto
 

  Giancarlo Scottà, namens de EFD-Fractie. – (IT) Mevrouw de Voorzitter, de schommelingen van de graanprijzen hebben ernstige gevolgen voor de gehele veehouderijsector, maar ook voor de consumenten.

Vanwege de hitte, de branden, de droogte en de overstromingen – zoals nu het geval is in Italië – wordt de uitvoer van granen tegengehouden. De situatie wordt nog erger doordat Canada de productie na de zware regens van afgelopen zomer heeft verminderd. De prijzen worden niet alleen beïnvloed door de klimaatverandering, maar ook door de speculatie op de internationale markten. De graanproducenten die in afwachting zijn van stijgende graanprijzen, wachten met de verkoop van hun oogst en slaan deze op, met als gevolg dat de kwaliteit ervan achteruitgaat. De speculatie en de ernstige klimaatverandering hebben geleid tot een enorme stijging van de prijzen van granen die als diervoeder dienen, en daardoor tot een stijging van de vleesprijzen.

Ik denk dat het essentieel is dat de Commissie snelle, doelgerichte maatregelen treft om de prijsvolatiliteit van landbouwproducten te bestrijden met innovatieve marktinterventies in het kader van het nieuwe GLB. De Commissie moet speculatieve praktijken in de landbouw voorkomen om de landbouwbedrijven en veehouderijen te beschermen en om de consumenten echte kwaliteitsproducten te garanderen tegen een eerlijke prijs.

 
  
MPphoto
 

  Diane Dodds (NI). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik verzoek het Parlement met klem om zijn steun uit te spreken voor de buitengewoon belangrijke motie die vanmorgen voor ons ligt. Voor degenen onder ons die afkomstig zijn van rurale kiesdistricten, en voor de leden van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling, is het duidelijk dat de positie waarin tal van veehouders momenteel verkeren, gewoonweg onhoudbaar is.

Dit is geen loos alarm. Als wij er niet in slagen de in deze motie genoemde problemen op te lossen, zullen de voedselprijzen stijgen en zal onze afhankelijkheid van derde landen toenemen. Landen als China en de Verenigde Staten worden zich steeds meer bewust van het belang van voedselvoorzieningszekerheid en geven daardoor steeds meer steun aan de eigen landbouw.

In Noord-Ierland is de prijs voor rundvlees een stuk lager dan de productiekosten. Zolang de productiekosten blijven stijgen en het aantal niet-wetgevingsvoorschriften blijft toenemen, zullen veel boeren de sector verlaten, met als gevolg verlaten gronden, gebrek aan economische activiteit in plattelandsgebieden en vermindering van de voedselproductie in de EU. Het is hoog tijd dat wij het belang van voedselzekerheid onderkennen, alsook de waarde van het werk dat landbouwers overal in Europa verrichten.

Tot slot, de lopende handelsbesprekingen met het Mercosur-blok hebben een destabiliserend effect op de landbouwsector. Behalve door de moeilijke marktomstandigheden en de stijgende kosten wordt de onzekerheid voor de veehouderij nu door de heropening van deze besprekingen nog extra vergroot.

De Commissie gaat door met deze besprekingen. De producenten in Noord-Ierland geloven vooralsnog – ondanks de beweringen van het tegendeel door de commissaris van Handel – dat de resultaten daarvan alleen maar negatief kunnen zijn voor Europese landbouwers en voor de kwaliteit van het voedsel dat aan de burgers van Europa wordt geleverd.

 
  
MPphoto
 

  Rareş-Lucian Niculescu (PPE).(RO) Ik denk dat we direct vanaf het begin moeten aangeven dat de consumenten de grootste slachtoffers zijn van de crisis waarover we vandaag debatteren, en niet de boeren. Het is een bekend feit dat de graanprijzen in de landbouw voor circa tachtig procent de prijzen van veevoer bepalen. Dit is vervolgens weer van invloed op grofweg zeventig procent van de productiekosten. Het is onmogelijk om de verkoopprijs van vlees proportioneel te verhogen voor de producenten. Veehouders hebben geen contact met de eindconsument, maar hebben te maken met de verwerkende bedrijven, die altijd nog de keuze hebben om te importeren. Tegelijkertijd berekenen de verwerkende bedrijven de grote winstmarge waaraan zij inmiddels gewend zijn geraakt, door in de verkoopprijs. Helaas valt deze periode samen met een algemene economische crisis en is de daling van de koopkracht van de bevolking ook van invloed op de veehouderij.

Er is nog een andere factor waarmee rekening moet worden gehouden. In een tijd waarin boeren het moeilijk vinden om hun dieren in de winter van voedsel te voorzien, zal een groot aantal van hen ervoor kiezen hun dieren te slachten, waardoor de crisis nog jaren langer zal voortduren. Om de binnenlandse prijzen op een redelijk peil te kunnen handhaven en te kunnen waarborgen dat dieren het voedsel krijgen dat ze nodig hebben, moeten er interventievoorraden worden vrijgegeven. Daarom ben ik erg blij met de mededeling die commissaris Cioloş vandaag heeft gedaan. Ik deel het standpunt van mijn collega's die het belang benadrukken van de ontwikkeling van nieuwe genetisch gemanipuleerde organismen om goedkoop veevoer te kunnen leveren en onze afhankelijkheid van de import te beperken.

Tot slot houdt het debat van vandaag nauw verband met de toekomst van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. We hebben een sterk gemeenschappelijk landbouwbeleid nodig dat goed wordt gefinancierd en beheerd, en dat ruimte biedt voor zowel structurele ontwikkeling als moderniseringsmaatregelen, evenals maatregelen voor marktsteun en directe steun.

 
  
MPphoto
 

  Luís Capoulas Santos (S&D).(PT) We weten allemaal heel goed dat de veehouderijsector – en zeker de varkenshouderij – in Europa met enorme moeilijkheden te kampen heeft. Dat is het gevolg van een aantal factoren, en die komen in de tekst van de resolutie die we nu bespreken uitvoerig aan de orde. Van grote invloed zijn vooral de hoge graanprijzen.

Het Parlement mag ten aanzien van deze situatie niet onverschillig blijven. We moeten daarom onmiddellijk actie ondernemen en de beschikbare mechanismen inzetten. Ik ben dus heel tevreden dat de Commissie heeft besloten 2,8 miljoen ton graan op de markt te brengen. Dat is een goede maatregel, maar hij gaat duidelijk niet ver genoeg. We moeten op de korte en middellange termijn nieuwe instrumenten ontwikkelen, in de eerste plaats om speculatie tegen te gaan. De commissaris heeft in zijn interventie aangegeven dat daar de kern van het probleem ligt. Op de lange termijn zullen er oplossingen moeten worden geformuleerd in het kader van de discussie over het nieuwe gemeenschappelijk landbouwbeleid. We gaan dat debat binnenkort in gang gaan zetten. Daarom dring ik er bij de Commissie op aan dat ze de in deze resolutie opgenomen aanbevelingen ter harte neemt. Die worden door een aantal fracties, waaronder de mijne, onderschreven. Want het is werkelijk hoog tijd dat we iets ondernemen, mijnheer de commissaris.

 
  
MPphoto
 

  Martin Häusling (Verts/ALE).(DE) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer Cioloş, het staat buiten kijf dat deze crisis opgelost moet worden. In de onderhavige ontwerpresolutie worden echter oplossingen voorgesteld die wij niet kunnen steunen. De crisis in de veehouderij wordt niet opgelost door de invoer van genetisch gemanipuleerde soja eenvoudiger te maken. Integendeel, wij moeten juist een begin maken met een hernieuwde ontwikkeling van onze eigen bron aan plantaardige eiwitten. Circa 75 procent van onze plantaardige eiwitten wordt ingevoerd. Dat is onaanvaardbaar en daar moeten wij dringend verandering in brengen.

Ik kan ook niet begrijpen waarom zo veel mensen vraagtekens zetten bij het compromis dat door alle fracties is gesloten en waarom zij de deur open willen zetten voor het invoeren van genetisch gemodificeerde soja. Dat is toch geen oplossing. Wij moeten ook debatteren over het soort veehouderij dat wij eigenlijk in Europa willen. Nogmaals, de kleine landbouwbedrijven zijn het hardst door de crisis getroffen. Aan de andere kant ontwikkelt zich in Europa een grootschalige industriële veehouderij die niet diervriendelijk is en in agrarische zin ook niet rechtvaardig. Uiteindelijk zullen wij ook op dit vlak actie moeten ondernemen.

Tot slot wil ik hier mijn verbazing tot uitdrukking brengen dat 450 miljoen euro van de landbouwbegroting overgeheveld wordt naar een kernfusieproject van de Commissie industrie, onderzoek en energie. Ik zou de heer Cioloş willen verzoeken om toe te lichten wat wij hier nu eigenlijk precies van moeten denken.

 
  
MPphoto
 

  Bairbre de Brún (GUE/NGL).(GA) Mevrouw de Voorzitter, het gevolg van de forse toename van de kosten in verband met diervoeder is instabiliteit binnen de Europese landbouwsector. De prijsfluctuaties hebben een negatief effect op een veehouderijsector die toch al kwetsbaar is. De gestegen prijzen van mengvoeders drijven de productiekosten voor de veehouderij op, en er is meer flexibiliteit nodig in de bijstand voor deze sector.

Het is nu tijd voor de Commissie om maatregelen voor te stellen om de prijsinstabiliteit te verminderen en de prijs van voeders te stabiliseren. Het doet mij deugd van de commissaris te horen dat hij een nieuw instrument overweegt om de prijsvolatiliteit na 2013 op te vangen. Geschikte maatregelen en instrumenten zijn ook nu al nodig.

 
  
MPphoto
 

  John Stuart Agnew (EFD). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik steun de opmerkingen van de heer De Castro over vleesbeendermeel. Deregulering is op dit terrein heel erg nodig. De Britse veehouderij kampt momenteel met hoge voederkosten en de belemmeringen van de kant van de Commissie helpen niet om die kostenproblemen het hoofd te bieden. Bovenaan de lijst van belemmeringen staat de elektronische identificatie van afzonderlijke schapen – een regel die niet voor veel andere lidstaten geldt en evenmin van toepassing is op geïmporteerd schapenvlees uit derde landen.

Het op handen zijnde verbod op batterijkooien zorgt voor enorme verstoringen op onze eierenmarkt, aangezien producenten in lidstaten die zich niet aan dit verbod houden, de verkoop van onze duurdere scharreleieren kunnen ondermijnen. Enkele van onze eierboeren produceren zowel batterij- als scharreleieren tot het verbod ingaat, om te proberen de 400 miljoen Britse pond die wij hebben moeten besteden om aan uw regels te voldoen, ten minste voor een deel goed te maken. Daarmee komen er uiteraard meer eieren op de markt.

Wat als een donkere wolk boven de hele Britse veehouderij hangt, is de opening van de bilaterale besprekingen met de Mercosur. De Britse veehouders zullen worden gebruikt als offerlam, en daar zijn wij niet blij mee.

 
  
MPphoto
 

  Béla Glattfelder (PPE). (HU) Er zijn veel oorzaken voor de crisis in de veehouderijsector. Ik ben het eens met degenen die zeggen dat een van de oorzaken de oneerlijke concurrentie is die wordt veroorzaak door de import, waarbij ook de gevaren van de Mercosur-onderhandelingen worden genoemd. Ik wil het graag hebben over de stijging van de graanprijzen. Het was van tevoren te voorspellen dat de graanprijzen zouden stijgen; dat heb ik hier in het Europees Parlement ook meermalen gezegd. De Europese Commissie heeft niets gedaan om dit te voorkomen. Een van de redenen hiervoor is het afbouwen van interventies, wat een grove fout was. We moeten inzien dat de wereldhandel in graan zich concentreert in de handen van steeds minder bedrijven. Overigens is dit ook het geval in diverse lidstaten van de Europese Unie. De Europese Unie heeft besloten af te zien van veiligheidsvoorraden, waardoor speculaties in de toekomst alleen maar verder zullen toenemen.

De schommeling van de graanprijs levert niet alleen verlies op voor graanproducenten, maar ook voor veehouders en consumenten. Bovendien zullen de kosten hiervan worden gedragen door de Europese belastingbetaler. Ik breng u graag in herinnering dat de Europese Unie de interventievoorraden van 2004-2005 met enorme winst heeft verkocht. De afgelopen tijd waren de graanprijzen laag. Als de Europese Unie toen iets had gedaan, had het graan nu met grote winst kunnen worden verkocht, waarmee ook de veehouders zouden zijn geholpen. Maar we beschikken niet over dergelijke voorraden, en dit is niet alleen slecht voor producenten en consumenten, maar het ontneemt de Europese Unie tevens de mogelijkheid om hulp te bieden aan hongerlijdende landen als Pakistan.

 
  
MPphoto
 

  Csaba Sándor Tabajdi (S&D). (HU) Ten eerste: het streven van commissaris Cioloş om de Europese Unie eindelijk een adequaat beschermingsmechanisme te laten uitwerken tegen de wereldwijde volatiliteit van de voedselprijzen, verdient alle steun. Ten tweede: de hoge prijzen voor graan en diervoeder wijzen onder andere op het eiwittekort in de Europese Unie, waarover de heer Häusling een verslag zal opstellen. Ten derde: het feit dat het systeem van het gemeenschappelijk landbouwbeleid scheve verhoudingen vertoont, aangezien het graanproducenten oversubsidieert en varkens- en pluimveehouders of veehouders in het algemeen niet steunt, heeft mede bijgedragen aan de huidige crisis in de veehouderij. Ten vierde: de veehouders bevinden zich in de toeleveringsketen in een ongunstige positie ten opzichte van de verwerkende industrie en de winkeliers. Ten vijfde: we hebben veehouders tot onevenredig grote milieu-investeringen gedwongen. Dat is vooral ernstig in de nieuwe lidstaten. Dit moet ook in aanmerking worden genomen en worden verholpen.

 
  
MPphoto
 

  Herbert Dorfmann (PPE).(DE) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer Cioloş, dames en heren, ik wil mevrouw Garcia van harte voor dit initiatief bedanken. Daarnaast wil ik specifiek verwijzen naar de situatie van de veehouderij in berggebieden. In veel regio's van de Europese Unie zijn er agrarische alternatieven voor de veehouderij, maar over het algemeen is dat in berggebieden niet het geval. Als er geen grazend vee in de bergen zou zijn, zouden veel van de landbouwgebieden aldaar overbodig worden en zouden de boeren wegtrekken. Dat zou niet alleen een beperking van de bedrijfsmatige mogelijkheden in berggebieden vormen, maar hierdoor zou ook het landschap veranderen, hetgeen uiteindelijk ten koste zou gaan van de biodiversiteit.

De zuivelsector speelt een speciale rol wat dat betreft, omdat deze sector banen schept en inkomsten genereert in bergstreken en in andere gebieden. Dat is de reden dat ik van mening ben dat wij onze aandacht specifiek op drie aspecten bij de hervorming van het van het gemeenschappelijk landbouwbeleid moeten richten. Wij hebben in de eerste plaats een GLB nodig dat rekening houdt met de veehouderij in berggebieden en dat subsidies verstrekt aan de veehouders aldaar. In de tweede plaats hebben wij behoefte aan een flexibele tweede pijler van het GLB die het mogelijk maakt om bijzondere steun te geven aan veehouderijen in berggebieden. In de derde plaats hebben wij een kwaliteitsbeleid nodig dat met name aandacht besteed aan producten uit berggebieden en dat mogelijkheden biedt voor een speciale etikettering, zodat producten van de veehouderij in berggebieden op de markt een toegevoegde waarde krijgen.

 
  
MPphoto
 

  Luís Paulo Alves (S&D).(PT) We zijn waarschijnlijk op weg naar een volgende commodities bubble. De prijzen op de internationale markten zijn sinds juni gemiddeld met 16 procent gestegen. De omzet op de futuresmarkt is hoger dan ooit, en er is nooit eerder zoveel geld op deze markt rondgegaan. De rente is erg laag en veel te veel geld wacht op een winstgevende besteding. Dat leidt tot een opgeblazen handel en financiële speculatie in termijncontracten, zonder enige aansluiting op de reële economie. De omzetcijfers op de grootste graanbeurs ter wereld – de beurs van Chicago – zijn indrukwekkend. Alle records voor de handel in soja, maïs en tarwe worden daar gebroken. In de praktijk komt het erop neer dat de zo veroorzaakte prijsstijgingen naar de reële economie worden overgeheveld, zelfs in een jaar waarin het aanbod van granen heel ruim is. De hogere prijzen voor diervoeders berokkenen onze veehouders – die het toch al moeilijk hebben – veel schade, omdat ze die hoge prijzen vanwege de crisis niet in de verkoopprijs kunnen doorberekenen en daarom dus maar moeilijk kunnen opnemen. Het is dus tijd dat we iets ondernemen en onze voedselvoorziening beschermen tegen financiële speculatie. Ik zou daarom graag willen weten wat de Commissie op dit punt overweegt te doen.

 
  
MPphoto
 

  Michel Dantin (PPE).(FR) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, dames en heren, wat is de landbouw toch een eigenaardig wereldje! Een jaar geleden beweenden we in dit Parlement al de algemene toestand rond de productie. Nu doet een productiesector, die van granen, het beter dan andere – en ik vind dat we dat hoe dan ook moeten toejuichen. Helaas heeft dit succes zeer ernstige gevolgen voor een andere sector, de veehouderijsector.

Het werkelijke huidige probleem is het onvermogen van de landbouwsector om de kosten door te berekenen waarmee zij consumenten moet opzadelen. Daarom moeten we, zoals vanmorgen reeds is gezegd, producenten helpen zich zo te organiseren dat zij gewicht in de schaal leggen wanneer zij met hun klanten onderhandelingen, in het bijzonder de grootschalige distributiesector.

De keten, het functioneren van de markten, is echter schadelijker. Hoe kunnen we uitleggen dat jarenlang, tientallen jaren lang, Zuid-Amerikaanse landen de productie afremden en de prijzen drukten? Hoe kunnen we uitleggen dat hoewel de prijzen in die landen tegenwoordig toenemen, wij deze toename niet naar onze producenten kunnen doorberekenen omdat er, jazeker, sprake is geweest van een productiekostenstijging, maar – en dit moet ook worden gezegd – er geen stijging van producentenprijzen is geweest?

Hoe kunnen we het nalaten de verschillen in kosten tussen onze landen te vermelden? Toegegeven, dat is voor een deel een kwestie van nationale verantwoordelijkheid. Maar de dumping die zich nu nog tussen onze landen voortzet draagt bij tot een destabilisering van de markten, en ik ben van mening dat Europa dit probleem moet aanpakken.

Ja, er moeten oplossingen worden gevonden. Europese graanproducenten zijn zich bewust, denk ik, van de situatie waarin hun belangrijkste afnemers – boeren – verkeren. Ze zijn bereid een contractuele overeenkomst aan te gaan. Bent u, commissaris, bereid deze overeenkomst te steunen?

 
  
MPphoto
 

  Alan Kelly (S&D).(EN) Mevrouw de Voorzitter, opnieuw voeren wij hier een debat over hoe het inkomen van landbouwers wordt vernietigd door markten die, eerlijk gezegd, qua opbouw enigszins disfunctioneel zijn en ook niet bestand zijn tegen grotere schokken zoals de scherpe stijging van de graanprijzen die wij nu zien. Het is hoog tijd dat ons landbouw- en marktsysteem sterker wordt, en ik hoop dat de Commissie en de commissaris zien dat de fracties in het Parlement opnieuw oproepen tot een adequate GLB-begroting voor de periode na 2013.

De productiekosten en excessieve voorschriften maken dat EU-landbouwers hun concurrentiekracht verliezen en de levensvatbaarheid van onze landbouwsector afneemt. Ons kwalitatief hoogwaardig weidesysteem en uit milieuoogpunt duurzame rundvleesproductie worden ondergraven door importproducten uit derde landen. Wij moeten onze boeren een eerlijke kans geven. En naar mijn ervaring is dat ook het enige wat zij willen. Het feit dat de EU niet zelfvoorzienend is in granen, wordt een ernstig probleem. Niet alleen voor de rundvlees-, maar ook voor de varkens- en pluimveesector. Met deze motie brengt het Parlement tot uitdrukking dat het de lopende ontwikkelingen op onze landbouwmarkten als zeer ernstig beschouwt. Als Parlement is het onze plicht om te interveniëren wanneer wij het gevoel hebben dat de situatie dringend is en, laat dat duidelijk zijn, commissaris, onze rundvlees-, pluimvee- en varkenssector hebben een positieve interventie inderdaad dringend nodig. Ik zie uw antwoord met belangstelling tegemoet.

 
  
MPphoto
 

  Jarosław Kalinowski (PPE). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de commissaris, de situatie in het lopende jaar heeft ons geleerd dat voor de voedselveiligheid en marktstabiliteit een voldoende hoog niveau van graanreserves noodzakelijk is. Passende besluiten op EU-niveau moeten die veiligheid waarborgen.

Een andere belangrijke kwestie is het zoeken naar nieuwe eiwitbronnen – een bijzonder goede route naar onafhankelijkheid van de Europese landbouw. We moeten daarom de teelt van eiwitrijke gewassen bevorderen. We mogen echter niet vergeten dat wij er voor moeten zorgen dat boeren permanent kunnen beschikken over veevoeder. Ik steun daarom de ontwerpresolutie die de Europese Commissie oproept om een minimale drempel in te voeren voor de toelaatbare hoeveelheid niet-toegestane ggo's in sojaleveringen. Voortzetting van het nultolerantiebeleid bedreigt de gehele voedselproductieketen.

 
  
MPphoto
 

  Kriton Arsenis (S&D).(EL) Mevrouw de Voorzitter, er zijn op het ogenblik twee dreigingen voor de mondiale veehouderij en voedselvoorziening. Aan de ene kant zijn er de monopolies van het zaaigoed – en we hebben de gemodificeerde soorten in die sector gezien en de catastrofale gevolgen ervan in India. Aan de andere kant zijn er de machinaties van de financiële instellingen met de prijzen van de basisproducten.

In 2008 hadden we wereldwijd de grootste graanproductie. In 2008 hadden we ook de grootste voedselcrisis, een paradoxale situatie die alleen verklaard kan worden door de financiële machinaties. Deze voedselcrisis leidde tot sociale onlusten en het verlies van veel mensenlevens. Wij moeten deze twee zaken onder controle houden. Wij moeten de lokale middelen versterken, wij moeten ervoor zorgen dat telers vrije toegang hebben tot zaaigoed, wij moeten veehouders lagere prijzen bieden en het functioneren van financiële instellingen reguleren.

 
  
MPphoto
 

  Izaskun Bilbao Barandica (ALDE).(ES) Mevrouw de Voorzitter, de veehouders dragen de gevolgen van de crisis. Bovendien moeten ze zich houden aan regels die strenger zijn dan waar dan ook. Daardoor stijgen hun productiekosten. Bovendien heeft dit andere nadelen tegenover derde landen. Daarom denk ik dat we allereerst moeten garanderen dat het GLB vanaf 2013 voldoende middelen heeft om het overleven van de landbouwers en veetelers te garanderen. Ten tweede moeten we specifieke maatregelen nemen voor de veetelers die met duurzame productiemethodes werken. Ten derde moeten we meer maatregelen nemen om de veehouderij in de meest benadeelde gebieden te ondersteunen. Ten vierde moeten we eisen dat uit derde landen ingevoerde producten voldoen aan de normen van de Europese Unie. Zo kunnen we oneerlijke concurrentie vermijden.

Tot slot zou ik de Commissie willen verzoeken om in alle handelsonderhandelingen de belangen van de Europese producenten te behartigen, om de veehouderij te beschermen. Als we dat niet doen zou Europa wel eens een continent zonder eigen productie kunnen worden, dat afhankelijk is van de invoer uit derde landen.

 
  
MPphoto
 

  Struan Stevenson (ECR).(EN) Mevrouw de Voorzitter, de crisis in de veehouderij van de EU heeft de boeren in Schotland zwaar getroffen en er is veel dat wij zouden kunnen doen om hen te helpen. Ten eerste zouden wij de regelgevingslast kunnen verlichten. Het is waanzin dat wij onze eigen producenten meer administratieve formaliteiten en strengere voorschriften opleggen dan hun concurrenten buiten de EU. Onze landbouwers zijn met handen en voeten gebonden aan bureaucratische regels, terwijl wij enorme hoeveelheden voedsel importeren dat is geproduceerd in omstandigheden die qua dierenwelzijn en hygiëne in de EU als een misdrijf zouden worden beschouwd.

De hoge kosten die naleving van al deze bureaucratische regels met zich meebrengt, komt niet tot uitdrukking in de prijzen die onze rundveeboeren voor hun vee krijgen. Brits rundvlees wordt nu behoorlijk onder de productieprijs verkocht: zoogkoehouders schatten dat zij per koe ongeveer 260 Britse pond verliezen. Ook onze melkveehouders zitten al lange tijd in een neerwaartse spiraal. Wij moeten een einde maken aan het verval van de sector.

 
  
MPphoto
 

  João Ferreira (GUE/NGL).(PT) De veehouderij verkeert in een crisis en die toestand wordt nog eens verergerd door de stijging van de graanprijzen. Het huidige gemeenschappelijk landbouwbeleid en het handelsbeleid van de Europese Unie kunnen de landbouwers geen rechtvaardig inkomen garanderen, en dat geldt zeker voor kleine en middelgrote ondernemingen. Het gevoerde beleid biedt ook geen bescherming tegen de gevolgen van de toenemende kosten van de productiefactoren en de volatiliteit van de prijzen voor landbouwproducten. Integendeel: het maakt de situatie nog erger. Die volatiliteit is overigens niet – en zelfs niet vooral – het gevolg van natuurlijke ontwikkelingen. Ze wordt vooral veroorzaakt door speculatie in voedingsmiddelen. Maatregelen op dit gebied zullen altijd een beperkte reikwijdte hebben, tenzij ze een verbod inhouden op de instrumenten die deze speculatie onmogelijk maken, in de eerste plaats derivaten. De productie, het recht op productie, de voedselveiligheid en -soevereiniteit moeten worden gegarandeerd. Daarom mogen de landbouw en de voedselproductie niet langer ondergeschikt blijven aan de markt en de mededinging. Er moeten efficiënte regulerende maatregelen voor interventie op de markten worden ontwikkeld. Als dat niet gebeurt zal de prijsvolatiliteit toenemen. Het zal bovendien leiden tot een proces van concentratie, waarbij slechts een klein aantal grote producenten zal overleven.

 
  
MPphoto
 

  Dacian Cioloş, lid van de Commissie.(FR) Mevrouw de Voorzitter, ik ben ingenomen met de getoonde belangstelling, die van het Europees Parlement inbegrepen, voor een sector die niet alleen van essentieel belang is voor toelevering aan de markt, maar ook voor de stabiliteit van onze regio's: ik heb het over de veehouderijsector.

De antwoorden op veel van de aangesneden kwesties en problemen kunnen zonder twijfel worden gevonden in de voorstellen die de Commissie binnenkort zal indienen over de toekomst van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Het Parlement zal reeds volgende week in de gelegenheid zijn deze voorstellen te bespreken. Wij zullen daarbij ongetwijfeld ook de kwestie van een redelijke verdeling van hulp onder de diverse sectoren, waaronder de veehouderijsector, behandelen. Wij zullen ook de kwesties behandelen betreffende steun aan de veehouderijsector in meer specifieke en moeilijkere gebieden en van beheersmechanismen voor prijsvolatiliteit. Er is echter een aantal specifieke vragen gesteld waarop ik graag antwoord zou willen geven. De eerste betreft het probleem van graanprijzen en interventievoorraden.

Het is waar dat we niet langer de interventievoorraden van vroeger hebben, maar dat is omdat de prijzen nu hoger zijn. Marktinterventie kan niet worden gerechtvaardigd wanneer de prijzen hoog zijn. Ik meen dat we andere soorten mechanismen in overweging moeten nemen. We zullen, hoewel voorraden een rol kunnen spelen, andere voorradensoorten moeten overwegen dan de marktinterventievoorraad die we in het verleden hadden. Deze kwestie zou misschien zelfs op een breder niveau dan het Europees niveau moeten worden behandeld, aangezien de markt nu opener is dan in het verleden.

Over ITER, mijnheer Häusling: dat een deel van de begroting voor 2010 niet is gebruikt voor landbouw en naar ITER gaat, betekent nog niet dat we niet de middelen hebben om in de landbouwsector te interveniëren. Ik kan u verzekeren dat deze aanvullende fondsen die naar ITER gaan niet aan enig GLB-mechanisme zijn onttrokken; dit geld is nog altijd beschikbaar en is niet gebruikt, omdat er geen reden toe was. Maar zelfs met de overdracht kan ik u verzekeren dat we de begroting hebben die we nodig hebben om de verlangde maatregelen te kunnen uitvoeren.

Ik besluit met te zeggen dat de kwestie van de volatiliteit – en het destabiliserende effect van speculatie op de markt – er een is waaraan de Commissie zich uitvoeriger wijdt, evenzeer wat afgeleide producten als wat grondstoffen betreft. Ik werk hier met mijn collega, de heer Barnier, aan. De Commissie zal een aantal voorstellen indienen.

Wat de verdeling van toegevoegde waarde in de voedselketen betreft, zullen wij niet later dan volgende week, samen met commissaris Tajani, een eerste bijeenkomst van de Groep op hoog niveau over dit onderwerp organiseren.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Tot besluit van het debat zijn er twee ontwerpresoluties ingediend(1), overeenkomstig artikel 115, lid 5 van het Reglement.

Het debat is gesloten.

De stemming vindt dadelijk plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  Sandra Kalniete (PPE) , schriftelijk. (LV) Vandaag de dag hebben de Europese veehouders te maken met moeilijkheden die we gezamenlijk moeten aanpakken om de veehouderijsector in staat te stellen zich te ontwikkelen en voldoende inkomsten te genereren voor de boeren. De afgelopen maanden hebben de graanprijzen een forse stijging laten zien, een stijging die extra hevig is door enkele buitengewone gebeurtenissen, zoals de overstromingen in Pakistan en de bosbranden in Rusland. We kunnen natuurlijk niets doen aan deze klimaatrampen, maar het ligt wel binnen onze vermogens om wetgevingsvoorstellen te doen die de boeren van Europa kunnen helpen de gevolgen van deze catastrofes het hoofd te bieden. Zeker is dat we speculatie in graan, ook een van de oorzaken van deze problemen, kunnen en moeten beperken. Het is onverdraaglijk dat zulke oneerlijke transacties verliezen veroorzaken voor een sector die een van de pijlers is onder de Europese landbouw. Daarnaast wil ik u er aan herinneren dat het cruciaal is dat de Commissie in haar gesprekken met de Mercosur-landen over een nieuwe handelsovereenkomst de belangen verdedigt van de Europese boeren en de voorwaarden voor eerlijke mededinging waarborgt. Ik roep de Commissie op om te beginnen de Europese boeren actief te helpen de bestaande problemen in de veehouderijsector te overwinnen, aangezien onze steun voor hen cruciaal is.

 
  
MPphoto
 
 

  Franz Obermayr (NI), schriftelijk.(DE) De veehouderij stelt de Europese boeren voor een aantal problemen, met inbegrip van de toenemende kosten van de bedrijfsmiddelen, de concurrentie van ingevoerde producten uit derde landen, de aanzienlijke schommelingen in de voederkosten en de relatief lage vleesprijzen. Indien wij een duurzaam beleid voor de veehouderij willen ontwikkelen, moeten wij alle belanghebbenden in aanmerking nemen, inclusief de boeren, de consumenten en de dieren zelf. Ons doel moet zijn om de grootschalige industriële veehouderij achter ons te laten en te kiezen voor kleinere landbouwbedrijven waar dieren een natuurlijker en respectvoller behandeling krijgen. Dit dient dan wel gecombineerd te worden met een optimaal veiligheidsniveau voor de consumenten in de vorm van enerzijds een uitgebreid dienstenpakket wat de gezondheid van de dieren betreft en anderzijds een duidelijke etikettering van alle dierlijke voedselproducten, met name met betrekking tot de herkomst en de wijze waarop de dieren zijn gehouden. De EU dient voor de basisvoorwaarden te zorgen om de toekomst van onze landbouwers te waarborgen zodat zij internationaal kunnen blijven concurreren en hun bedrijven ook in de toekomst economisch levensvatbaar zijn. Dat moet kunnen, zelfs als bedacht wordt dat wij de meest strikte normen voor dierenwelzijn ter wereld hanteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Pavel Poc (S&D), schriftelijk. – (CS) De stijging van de graanprijzen vormt onder meer gezien de afhankelijkheid van de invoer van veevoeders uit derde landen een bedreiging voor de veehouderij in de EU. Vooral de situatie in de varkenshouderij is kritiek. Daar vertegenwoordigt veevoer zestig procent van de totale productiekosten, wat niet wegneemt dat dat de almaar stijgende kosten ook een bedreiging kunnen gaan vormen voor de overige vormen van veehouderij. Het is duidelijk dat Europa zijn afhankelijkheid van de invoer van veevoeders uit derde landen moet verminderen.

Genetisch gemodificeerde veevoeders uit de Verenigde Staten vormen echter absoluut geen enkele oplossing voor dit probleem. In de Europese Unie duurt een toelatingsprocedure namelijk ongeveer tweeëneenhalf jaar, in Argentinië zo'n drie jaar, in Brazilië drie tot vijf jaar en ook China heeft strenge regels op dit vlak, terwijl in de Verenigde Staten een gewas binnen slechts 15 maanden is goedgekeurd. De crisis in de Europese veehouderij mag niet misbruikt te worden ten behoeve van de financiële belangen van het Amerikaanse bedrijfsleven dat een enorm exportpotentieel ziet in de Europese markt.

De Europese Unie dient zich te richten op verlaging van de productiekosten, naleving van de EU-normen in derde landen, alsook op een redelijke prijs voor producenten. Het kan toch niet zo zijn dat de consument de gevolgen van de gestegen kosten dragen moeten, producenten steeds minder geld krijgen, maar de distributiesector steeds grotere winsten opstrijkt?

Ik ben het niet eens met het standpunt van de Commissie dat er geen urgente maatregelen getroffen hoeft te worden. We hebben hier te maken met een structurele crisis die alleen al ten behoeve van de veiligheid van de voedselvoorziening dringend om oplossingen vraagt.

 
  
MPphoto
 
 

  Daciana Octavia Sârbu (S&D), schriftelijk.(RO) Europese veehouders worden recentelijk geconfronteerd met steeds grotere problemen. Ze vinden het lastig om te concurreren met derde landen, aangezien die landen niet voldoen aan de hoge normen waaraan lokale producenten wel moeten voldoen, en ze zijn altijd het slachtoffer van het commercieel overleg van de Europese Unie. We hopen echter dat de Europese Commissie in de toekomst een andere houding zal aannemen, omdat het niet normaal is dat Europese boeren altijd de strijd verliezen als gevolg van commerciële overeenkomsten. De Commissie moet ook meer betrokken zijn bij een versterking van producentenorganisaties in alle veehouderijsectoren, om hen in staat te stellen betere prijzen voor hun producten te bedingen, rekening houdend met de productiekosten. Tegelijkertijd doe ik een beroep op de Commissie om zo snel mogelijk graan uit de interventievoorraden vrij te geven, ter ondersteuning van deze sector die hard is getroffen door de crisis.

 
  
  

(De vergadering wordt enkele minuten onderbroken)

 
  
  

VOORZITTER: ALEJO VIDAL-QUADRAS
Ondervoorzitter

 
  

(1) Zie notulen.


6. Verklaring van de Voorzitter
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. Dames en heren, zoals u weet is het vandaag wapenstilstandsdag, de dag waarop we herdenken dat de vijandelijkheden van de Eerste Wereldoorlog ten einde kwamen. Om de wapenstilstand te herdenken die een einde maakte aan de Eerste Wereldoorlog nemen we een minuut stilte in acht, ter nagedachtenis aan de miljoenen Europeanen die in die strijd zijn om het leven zijn gekomen.

(Het Parlement neemt staande een minuut stilte in acht)

 

7. Goedkeuring van de notulen van de vorige vergadering: zie notulen
Video van de redevoeringen

8. Stemmingen
Video van de redevoeringen

8.1. Beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering: Ierland - SR Technics (A7-0297/2010, Barbara Matera)

8.2. Verzoek om opheffing van de parlementaire immuniteit van Krzysztof Lisek (A7-0301/2010, Eva Lichtenberger)

8.3. Beheerders van alternatieve beleggingsfondsen (A7-0171/2010, Jean-Paul Gauzès)
 

Vóór de stemming

 
  
MPphoto
 

  Jean-Paul Gauzès, rapporteur.(FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de stem die u gaat uitbrengen betreft een van de kernelementen van de Europese reactie op de financiële crisis, namelijk de regulering van alternatieve investeringsfondsen, waaronder hedgefondsen en particuliere beleggingsfondsen.

Het heeft lange tijd gekost om dit compromisdocument, deze compromistekst, gereed te krijgen. Wij zijn er in geslaagd brede overeenstemming te bereiken, en ik zou hier graag, ten overstaan van de voorzitter van Ecofin, lof toezwaaien aan het Belgische voorzitterschap, dat een rechtstreeks en belangrijk aandeel heeft gehad in deze zaak, met name door de actieve deelname aan de belangrijkste trialogen, en ik zou ook commissaris Barnier, wiens arbeid buitengewoon nuttig is geweest, willen bedanken.

Tot slot zou ik ook mijn medeschaduwrapporteurs, het secretariaatspersoneel en de deskundigen die ons hebben bijgestaan, willen bedanken. Dit werk heeft meer dan 14 maanden in beslag genomen en er waren 1 690 amendementen. Het was een hoop werk, maar ik meen dat we nu met een tekst zijn gekomen die, met dank aan het Belgische voorzitterschap, een belangrijke stap voorwaarts is op het gebied van Europese financiële regelgeving.

 

8.4. Wijziging van Verordening (EG) nr. 539/2001 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld (A7-0294/2010, Agustín Díaz de Mera García Consuegra)
 

Vóór de stemming

 
  
MPphoto
 

  Agustín Díaz de Mera García Consuegra, rapporteur. (ES) Mijnheer de Voorzitter, ik zou het Parlement iets willen meedelen.

De regering van Taiwan heeft de Raad, het Parlement en de Commissie via de permanente vertegenwoordigingen meegedeeld dat ook de onderdanen van Cyprus, Bulgarije en Roemenië vanaf vandaag, vanaf 11 november, zijn vrijgesteld van de visumplicht. Dat betekent dat de burgers uit alle 27 lidstaten van de Europese Unie zonder visum naar Taiwan kunnen reizen.

We gaan straks stemmen, mijnheer de Voorzitter, en ik zal van die gelegenheid gebruik maken om alle fracties te bedanken voor hun steun voor dit dossier, maar ook het volk, de regering en de briljante diplomaten van Taiwan.

 

8.5. Wijziging van Verordening (EG) nr. 663/2009 tot vaststelling van een programma om het economisch herstel te bevorderen via financiële bijstand van de Gemeenschap aan projecten op het gebied van energie (A7-0246/2010, Kathleen Van Brempt)

8.6. Komende EU-VS top en Trans-Atlantische Economische Raad (B7-0608/2010)
 

Vóór de stemming over paragraaf 33

 
  
MPphoto
 
 

  Elmar Brok (PPE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, een aantal fracties is van mening dat wij iets moeten zeggen over de coördinatie van monetaire beleidsmaatregelen na het besluit van de Amerikaanse Federal Reserve met betrekking tot die 600 miljard USD. Wij stellen alleen maar de volgende toevoeging voor:

(EN) roept de Verenigde Staten ertoe op om bij de tenuitvoerlegging van haar binnenlandse monetaire beleid het probleem van het mondiale evenwicht van de wisselkoersen niet te vergroten.

(DE) Naar mijn idee is dit een redelijke aanvulling omdat dit onderwerp ongetwijfeld een rol zal spelen op de top.

 
  
 

(Het Parlement neemt het mondelinge amendement aan)

Vóór de stemming over overweging C

 
  
MPphoto
 
 

  Elmar Brok (PPE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, in aanvulling op hetgeen ik zojuist heb gezegd, zou ik graag zien dat het monetaire beleid ook in de overwegingen wordt opgenomen. Ik denk dat de volgende zin op brede instemming in dit Parlement zal kunnen rekenen:

(EN) overwegende dat in het trans-Atlantische partnerschap een hogere prioriteit moet worden gegeven aan een gecoördineerd monetair beleid.

 
  
 

(Het Parlement neemt het mondelinge amendement aan)

 

8.7. Extern EU-beleid inzake persoonsgegevens van passagiers (PNR-gegevens) (B7-0604/2010)

8.8. Innovatiepartnerschappen (B7-0602/2010)

8.9. Versterking van de OVSE - Rol van de Europese Unie (B7-0603/2010)

8.10. Demografische vraagstukken en solidariteit tussen generaties (A7-0268/2010, Thomas Mann)

8.11. Tenuitvoerlegging van de kaderprogramma's voor onderzoek (A7-0274/2010, Maria da Graça Carvalho)

8.12. Crisis in de Europese veehouderij
 

Vóór de stemming

 
  
MPphoto
 

  Esther Herranz García (PPE).(ES) Mijnheer de Voorzitter, ik vraag alleen maar het woord om een fout recht te zetten. In overweging J staat "70 procent van het vlees". Dat zou moeten zijn: "60 procent van het vlees".

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Hiermee is dit onderdeel beëindigd.

 

9. Stemverklaringen
Video van de redevoeringen
  

Mondelinge stemverklaringen

 
  
  

Verslag-Gauzès (A7-0171/2010)

 
  
MPphoto
 

  Jarosław Kalinowski (PPE).(PL) Mijnheer de Voorzitter, alternatieve beleggingsfondsen zijn van bijzonder grote betekenis voor de economie van de Unie. De beheerders van deze beleggingsfondsen moeten de voorschriften en normen naleven die diensten op het grondgebied van de lidstaten mogelijk maken. Het toezicht op de financiële markten moet nauwkeurig en effectief zijn. Hiertoe moeten alle onnauwkeurigheden in de juridische en administratieve systemen die verantwoordelijk zijn voor deze fondsen geëlimineerd worden. De voorgelegde voorstellen verbeteren de transparantie en efficiëntie van de toezichtsystemen. De grotere effectiviteit van de voorschriften resulteert in verbeterde stabiliteit en geloofwaardigheid van de financiële instellingen en daarmee ook van de Europese economie.

 
  
MPphoto
 

  Mario Pirillo (S&D).(IT) Mijnheer de Voorzitter, de stemming van vandaag betekent een belangrijke stap vooruit voor de regulering van alternatieve beleggingsfondsen. Dankzij deze richtlijn moeten fondsbeheerders worden geregistreerd, moeten zij een vergunning bemachtigen en aan strikte gedragsregels voldoen. Het is de eerste keer dat deze sector aan regels wordt onderworpen, en ik denk dat de tekst waarover wij hebben gestemd, de weg heeft vrijgemaakt voor de – ik hoop snelle – realisatie van een echte interne markt voor financiële producten.

Ik wil de belangrijke rol van het Europees Parlement benadrukken, dat heeft aangedrongen op strikte regels om meer toezicht te kunnen houden op de financiële industrie, die als gevolg daarvan – staat u mij toe dit te zeggen – ook ethischer wordt. Als wij leren van het recente verleden, van de financiële crisis die de beleggingsfondsen met excessieve speculatie veroorzaakten, moeten wij deze richtlijn, die de bescherming van de burgers beter waarborgt, omarmen.

Ik heb vóór het bereikte compromis gestemd en wil tot slot deze gelegenheid te baat nemen om de rapporteur, de heer Gauzès, te danken voor het harde werk.

 
  
MPphoto
 
 

  Syed Kamall (ECR).(EN) Mijnheer de Voorzitter, toen het oorspronkelijke voorstel achttien maanden geleden werd ingediend, zouden velen het hebben beschreven als een "verkreukeld hemd". Dit was duidelijk een voorstel waarover de industrie niet was geraadpleegd, een voorstel dat tot de sluiting van markten had geleid, het voor veel Europese beleggers erg moeilijk had gemaakt om in niet-EU-fondsen te beleggen en het rendement op pensioenfondsen had verlaagd, hetgeen de investeringen in ontwikkelingslanden negatief had beïnvloed. Ik was zeer bezorgd over dit voorstel.

Gelukkig zijn wij dankzij de uitstekende samenwerking tussen de schaduwrapporteurs en het goede werk van de commissaris en het Belgische voorzitterschap tot een voor iedereen aanvaardbaar compromisvoorstel gekomen, dat markten openhoudt, de transparantie vergroot en garandeert dat Europese investeerders kunnen blijven investeren in markten buiten de EU. Wij moeten de EAEM goed in de gaten blijven houden, om er zeker van te zijn dat zij niet de toegang blokkeert tot niet-EU-fondsen. Maar alles bij elkaar genomen, hebben wij een compromis bereikt dat voor alle fracties aanvaardbaar is.

 
  
  

Verslag-Díaz de Mera García Consuegra (A7-0294/2010)

 
  
MPphoto
 

  Laima Liucija Andrikienė (PPE).(LT) Ik heb mijn steun gegeven aan dit zeer belangrijke document. Nu het besluit van het Europees Parlement over het afschaffen van visa voor burgers van de Republiek China (Taiwan) die naar de lidstaten van de EU of naar Schengen-landen reizen met een zo grote en significante meerderheid is aangenomen, feliciteer ik de Taiwanese bevolking van harte. Vanaf vandaag kunnen zij zonder visum naar de lidstaten van de EU reizen. Daarnaast kunnen alle burgers van de lidstaten van de EU, met inbegrip van Cyprus, Bulgarije en Roemenië, vanaf vandaag zonder visum naar Taiwan reizen. Naar mijn idee verdienen Taiwan en zijn burgers een dergelijk besluit en ik ben dan ook verheugd dat het Europees Parlement hieraan zijn goedkeuring heeft gegeven.

 
  
MPphoto
 
 

  Ulrike Lunacek (Verts/ALE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, mijn fractie en ik zijn verheugd over het feit dat de burgers van Taiwan nu vrijelijk naar de Europese Unie kunnen reizen. Zover ik weet, heeft echter geen van de lidstaten van de EU Taiwan al erkend. Niettemin ben ik niet tegen de visumliberalisering. Ik vind het een goede zaak dat Taiwanese burgers de EU zonder visum kunnen bezoeken. Wat gebeurt er echter met de nieuwste staat van Europa, te weten Kosovo? In totaal hebben 22 EU-lidstaten Kosovo erkend en slechts vijf lidstaten niet, maar de discussie met Kosovo over de visa is nog niet eens begonnen. De Commissie heeft die discussie nog steeds niet in gang gezet. Ik hoop dat mevrouw Malmström nu eindelijk eens een begin zal maken met de discussie met Kosovo over de visa om duidelijk te maken dat de burgers van de jongste staat van Europa net zo vrij kunnen reizen als de burgers van Taiwan.

 
  
  

Verslag-Van Brempt (A7-0246/2010)

 
  
MPphoto
 

  Lena Ek (ALDE).(SV) Mijnheer de Voorzitter, het Europees energieprogramma voor herstel is een instrument dat wordt gebruikt om investeringen in energie-efficiëntie en hernieuwbare energie te financieren. Projecten die snel van start kunnen gaan en die de economie direct groener helpen te maken, zijn waardevol. De overeenkomst, die uiteindelijk 1,4 miljard SEK vrijmaakte voor het programma, is een stap in de richting van een Europa dat er met vereende krachten aan werkt om het eenvoudiger en goedkoper te maken om milieuvriendelijk te zijn.

Door projecten op het gebied van energie-efficiëntie op touw te zetten, creëren we nieuwe banen, wordt de economie groener en worden we minder afhankelijk van olieproducerende landen, wat in deze tijden van crisis bijzonder belangrijk is. Dit is precies de manier waarop de EU zou moeten werken. Geld dat niet wordt gebruikt, kan voor andere nuttige projecten worden gebruikt door middel van dit soort zogenaamde roterende fondsen. Het kostte echt tijd voor de Raad dat inzag. De onderhandelingen waren ontzettend moeilijk en de lidstaten deden alles wat ze konden om zich aan hun eerdere beloften te onttrekken. Vandaag ben ik blij dat wij, Europese Parlementsleden, niet toegaven.

Tijdens de onderhandelingen heb ik mij ingespannen voor eenvoudigere regels en transparantie met betrekking tot de toepassingsprocedures. Ik ben daarom bijzonder tevreden dat de overeenkomst tussen het Europees Parlement en de Raad zich ook duidelijk toespitst op het beperken van de administratieve kosten.

 
  
MPphoto
 
 

  Daniel Hannan (ECR).(EN) Mijnheer de Voorzitter, gisteren hield de voorzitter van de Europese Raad, Herman van Rompuy, een opmerkelijke rede, waarin hij zei dat het in een geglobaliseerde wereld onmogelijk is om geen lid van de Europese Unie te zijn. Vandaar natuurlijk de lange rijen uitkeringstrekkers in Noorwegen of de voedselrellen in Zwitserland. Maar dat is niet waar Van Rompuy op doelde. Hij zei dat het euroscepticisme van vandaag een moderne vorm van patriottisme is, en dat zou gevaarlijk zijn omdat het is gebaseerd op minachting van andere landen. En daar sloeg hij de plank volledig mis.

Een echte patriot wil niets liever dan de vrijheid van alle volkeren en waardeert het patriottisme van andere landen. Toen Van Rompuy vervolgens zijn tweede punt maakte, namelijk dat euroscepticisme hetzelfde is als nationalisme en dat nationalisme leidt tot oorlog, had hij er goed aan gedaan om eens te kijken naar de doelstellingen van de geallieerden in de twee oorlogen waarvan wij vandaag het einde herdenken. Zij streden voor de vrijheid van alle naties, voor het herstel van de soevereiniteit van alle Europese landen. Dankzij hun patriottisme werd Europa niet verenigd in tirannie, werden soevereiniteit en onafhankelijkheid hersteld en, inderdaad, werd de oprichting van de Europese Unie mogelijk. Juist vandaag zou hij zich dat moeten herinneren.

 
  
  

Ontwerpresolutie RC-B7-0608/2010

 
  
MPphoto
 
 

  Laima Liucija Andrikienė (PPE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben blij met het besluit van president Obama om deze maand de topontmoeting EU-VS in Lissabon bij te wonen en heb vandaag vóór de resolutie gestemd. Er zijn zo veel belangrijke kwesties waarover gepraat moet worden. Als altijd is de EU-VS-agenda vol. Beide partijen zouden deze gelegenheid moeten aangrijpen om vooruitgang te boeken met het bepalen van een gemeenschappelijk standpunt ten aanzien van kwesties als financiële regulering, klimaatverandering, verdieping van verdragen en terrorismebestrijding.

Economisch herstel moet echter bovenaan de agenda staan. Ons economisch partnerschap is een belangrijke motor voor economische welvaart in de wereld. Onze economieën zijn samen goed voor de helft van de wereldeconomie. Vandaar dat we gezamenlijke strategieën moeten opstellen voor aanvullende maatregelen voor een stabiel herstel van de crisis, waaronder het reguleren van de financiële markten, het vaststellen van stimuluspakketten en het effectief aanpakken van deviezenmanipulaties door andere grote spelers in de wereld.

 
  
  

Verslag-Mann (A7-0268/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Philip Claeys (NI). – Voorzitter, ik heb tegen het verslag-Mann gestemd, omdat dit verslag blijk geeft van politiek correcte zelfverblinding. Hoewel de massa-immigratie van de voorbije twintig jaar rampzalige, sociaal-economische, maatschappelijke en politieke gevolgen heeft, kiest men ervoor om nog meer immigratie van buiten de Europese Unie toe te laten.

Bijzonder cynisch vind ik paragraaf 110, die stelt dat "de totstandbrenging van een draagvlak voor legale immigratie onder de bevolking in de gastlanden rechtstreeks afhankelijk is van een juiste, alomvattende informatie". Eigenlijk bedoelt men, in gewone mensentaal gezegd, dat er nog meer eenzijdige overheidspropaganda moet komen voor het totaal mislukte multiculturalisme en de massa-immigratie. Want als men juiste, alomvattende informatie wil over het immigratiebeleid, dan moet men er eindelijk een kosten-batenanalyse van maken en dat is nu juist wat de immigratielobby niet wil.

 
  
  

Ontwerpresolutie RC-B7-0608/2010

 
  
MPphoto
 

  Peter Skinner (S&D).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik moet zeggen dat deze resolutie als compromis niet onaardig is. Maar volgens veel afgevaardigden is hij te lang en wordt niet rechtstreeks ingegaan op de belangrijke punten. De resolutie moet worden gesplitst en ingekort: de punten met betrekking tot de trans-Atlantische Economische Raad zouden misschien tot een tien- of driepuntenplan kunnen worden ingekort – het precieze aantal doet er nu even niet toe – zodat wij er werkelijk wat aan hebben wanneer wij eindelijk gaan praten met de Amerikaanse regering en onze collega's van het Congres.

Ik denk dat wij ook moeten praten over kwesties als de invoering van een dubbelnul-tarief in gevallen waarin de handel tussen de Verenigde Staten en de EU door een dergelijke maatregel kan worden bevorderd en de concurrentie vergroot. Een dubbelnul-tarief zou onder meer kunnen gelden voor landbouwproducten. Maar het zal hoe dan ook bevorderlijk zijn.

Tot slot moet het Parlement de Amerikaanse regering niet de kans geven om onze agenda voor de TEC te bepalen. Die agenda moeten wij zelf bepalen. Het is allemaal goed en aardig om vóór deze resolutie te stemmen – aangezien ik zelf heb geholpen hierover een akkoord te bereiken, heb ik natuurlijk vóór gestemd – maar juist omdat ik aan de onderhandelingen over de resolutie heb deelgenomen, ben ik mij er goed van bewust dat niet alle punten ervan even sterk zijn. Ik denk dat wij in de toekomst ten aanzien van deze kwestie meer bereiken als wij ons richten op het nieuwe Congres onder voorzitterschap van John Boehner – want ik ben ervan overtuigd dat hij de nieuwe voorzitter zal worden – en op Darrell Issa en zijn collega's, die waarschijnlijk zullen deelnemen aan de gesprekken.

 
  
MPphoto
 
 

  Philip Claeys (NI). – Voorzitter, een motie van orde. Ik had mij vergist van verslag en ik had ook een schriftelijke verklaring over de topontmoeting Europese Unie/Verenigde Staten, dus ik vraag u of ik die straks ook nog mag brengen.

 
  
  

Ontwerpresolutie B7-0604/2010

 
  
MPphoto
 
 

  Laima Liucija Andrikienė (PPE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik heb voor deze resolutie gestemd omdat ik vind dat het Europees Parlement moet laten zien dat het veiligheid en de strijd tegen terrorisme en georganiseerde en transnationale misdaad serieus neemt. We houden ook serieus rekening met onze betrekkingen met onze partners zoals de Verenigde Staten, Canada en Australië.

Na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon moet het Europees Parlement nu zijn goedkeuring geven aan de overeenkomsten tussen de EU en derde landen over de overdracht van persoonsgegevens van passagiers (PNR-gegevens) voordat dergelijke overeenkomsten kunnen worden gesloten. We moeten deze bevoegdheid dus verantwoordelijk gebruiken.

Gezien het feit dat het Parlement al één keer, op 5 mei van dit jaar, heeft besloten de stemming over het verzoek tot goedkeuring van de overeenkomsten met de VS en Australië uit te stellen en gezien het feit dat de huidige overeenkomst tussen de EU en Canada over de overdracht van PNR-gegevens niet meer geldig is, moeten we ervoor zorgen dat we te zijner tijd groen licht geven voor deze belangrijke maatregelen, die de veiligheid in het trans-Atlantische gebied en daarbuiten zullen vergroten.

 
  
  

Ontwerpresolutie B7-0602/2010

 
  
MPphoto
 
 

  Filip Kaczmarek (PPE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, de Innovatie-Unie is een sleutelproject voor de toekomst van Europa. Waar ik woon, in Poznan in het woiwodschap Groot-Polen, organiseren de regionale autoriteiten sinds een paar jaar de "Wereld Innovatiedagen". Dit is een bijzonder waardevol initiatief, omdat goede coördinatie op regionaal, nationaal en Europees niveau het Innovatie-Unieproject tot een succes kan maken. Daarom heb ik de resolutie over Europese innovatiepartnerschappen gesteund. Ik vind dat iedereen zich moet inzetten voor innovatie omdat dit, zoals ik al zei, voor de toekomst van groot belang is.

 
  
  

Ontwerpresolutie B7-0603/2010

 
  
MPphoto
 
 

  Laima Liucija Andrikienė (PPE).(LT) Ik heb mijn steun gegeven aan deze zeer belangrijke ontwerpresolutie, omdat ik van mening ben dat de rol van de Europese Unie binnen de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa bijzonder belangrijk is voor het verwezenlijken van de doelstelling van de OVSE. Daarnaast dient benadrukt te worden dat, hoewel het om zeer verschillende structuren gaat, zowel de Europese Unie als de OVSE dezelfde beginselen en waarden als uitgangspunt hanteren, te weten de eerbiediging van de mensenrechten en van de democratie.

Ik sluit mij aan bij oproep aan Kazachstan in de ontwerpresolutie om voorafgaand aan de bijeenkomst op hoog niveau concrete stappen te nemen met het oog op de waarborging en naleving van de fundamentele waarden van de OVSE, zoals op het gebied van de mensenrechten, de rechtsstaat en de vrijheid van meningsuiting. Tegelijkertijd met de OVSE-top, vindt er ook een openbaar forum plaats en ik hoop van ganser harte dat dit een groot succes zonder obstakels wordt. Ik wil nogmaals benadrukken dat de OVSE geleid moet worden door landen die de mensenrechten eerbiedigen en die zich sterk maken voor de democratische waarden en die mensenrechten. Zij dienen een voorbeeld te zijn voor de andere OVSE-landen.

 
  
  

Verslag-Mann (A7-0268/2010)

 
  
MPphoto
 

  Licia Ronzulli (PPE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, ik heb vóór deze resolutie gestemd, omdat ik denk dat deze nuttige en interessante voorstellen bevat waarmee we de toekomstige demografische uitdagingen aan kunnen gaan. Het sociale beleid van de lidstaten moet in het bijzonder gericht zijn op jongeren, de ware motor achter groei en ontwikkeling. We moeten de onmiddellijke integratie van jongeren op de arbeidsmarkt en hun voortdurende opleidingsproces bevorderen, om op die manier hun professionele ontwikkeling te stimuleren.

Daarnaast moet ook het gezin worden beschermd met strengere en concretere maatregelen, want als we het gezin vergeten, zien we een essentiële bouwsteen van de samenleving over het hoofd. Daarom benadruk ik het belang van de paragrafen met maatregelen die ten goede komen aan gezinnen.

Om daarnaast beter en effectiever te kunnen reageren op de gevolgen van de vergrijzing, moeten we de sociale zekerheidsstelsels aanpassen, en dan met name de pensioenstelsels. Zoals Altiero Spinelli zei: "het creëren van Europa hangt ook af van jou", en dat is nu heel goed mogelijk.

 
  
MPphoto
 

  Jarosław Kalinowski (PPE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, de demografische veranderingen van de afgelopen decennia in de Europese Unie hebben de aandacht gevestigd op de noodzaak om de socialezekerheids- en pensioenstelsels te hervormen en een effectief migratiebeleid te ontwikkelen. Het is algemeen gangbaar geworden om mensen over te halen met vervroegd pensioen te gaan. Het gevolg hiervan is een daling van het aantal werkenden in de leeftijd van 55 tot 64 jaar. Tegelijkertijd bestaat het schrijnende probleem van het hoge werkloosheidspercentage onder jongeren, dat hoger is dan onder andere leeftijdsgroepen. We moeten daarom zowel streven naar het opnemen en het vasthouden op de arbeidsmarkt van werknemers uit verschillende leeftijdsgroepen. Ook een open migratiebeleid, gekoppeld aan effectieve assimilatie en integratie kan de gevolgen van het te lage geboortecijfer verzachten. Ik heb natuurlijk voor gestemd.

 
  
MPphoto
 

  Filip Kaczmarek (PPE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik heb gestemd voor het verslag van de heer Mann over demografische vraagstukken en solidariteit tussen de generaties. Het is een bijzonder goed verslag en het onderwerp is buitengewoon belangrijk. Een van de belangrijkste thema's is het verbod op leeftijdsdiscriminatie bij de toegang tot goederen, faciliteiten en diensten. Wanneer we spreken over solidariteit, mogen we de solidariteit tussen generaties niet vergeten.

Ouderen mogen niet worden gediscrimineerd vanwege hun leeftijd. Als lid van de lokale, regionale, nationale en Europese samenleving hebben zij volledige rechten. De Europese Unie zorgt voor jongeren. Zij zijn bijvoorbeeld een van de prioriteiten in de begroting van volgend jaar. Dat is goed, want de jeugd bepaalt de toekomst van Europa. Aan de andere kant kunnen we niet voorbijgaan aan degenen die hun bijdrage aan de opbouw van Europa al hebben geleverd.

 
  
MPphoto
 

  Marian Harkin (ALDE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik steun het verslag van de heer Mann volledig. Ik ben van mening dat solidariteit tussen de generaties even belangrijk is als solidariteit tussen de lidstaten. Ik wil drie zaken in het bijzonder belichten.

Ik ben het volledig eens met paragraaf 24, waarin wordt gesproken over het afschaffen van een verplichte pensioenleeftijd, zodat mensen kunnen kiezen wanneer ze willen stoppen met werken, maar tegelijkertijd het behouden van een pensioengerechtigde leeftijd, om ervoor te zorgen dat de mensen die met pensioen willen gaan dat kunnen doen en hun uitkering krijgen.

Ik was vooral blij om te zien dat een aantal van mijn amendementen over verzorgenden en familieverzorgenden in aanmerking zijn genomen, in het bijzonder paragraaf 125, die gaat over familieverzorgenden en over hun recht om te kiezen of ze zorg willen verlenen of niet en over de mogelijkheid om zorg te combineren met betaald werk en de garantie dat zij volledige toegang hebben tot socialezekerheidsstelsels en ouderdomspensioenen.

Ik steun echter ook het initiatief voor een Europese jeugdwerkgarantie, waarbij wordt voorgesteld dat jongeren die vier maanden of langer werkloos zijn een baan, stage of aanvullende opleiding krijgen aangeboden ter ondersteuning van hun integratie dan wel re-integratie op de arbeidsmarkt. Zoals ik aan het begin al zei: solidariteit tussen de generaties is cruciaal, vooral in de huidige economische situatie.

 
  
MPphoto
 

  Radvilė Morkūnaitė-Mikulėnienė (PPE).(LT) Ik heb mijn steun gegeven aan dit document van Thomas Mann omdat hierin de problemen weerspiegeld worden van de interactie tussen de generaties. Wij praten doorgaans over de demografische problemen van de Europese Unie vanuit het perspectief van jonge mensen, In dit document wordt getracht om de specifieke kenmerken van alle generaties en van de hieraan gerelateerde problemen in de gezondheidzorg, het onderwijs, de arbeidsmarkt en soortgelijke sectoren te combineren, waarbij gezocht is naar evenwichtige oplossingen voor deze problemen.

Wat de oudere generatie betreft, dienen wij dankbaar te zijn voor haar bijdrage aan de ontwikkeling van de Europese Unie, zowel op economisch als cultureel gebied. Wij moeten ervoor zorgen dat deze mensen op een waardige manier oud kunnen worden. Als gevolg van de vergrijzing in Europa lijkt het echter redelijk moeilijk om dit in de praktijk ook te verwezenlijken. Wij moeten dan ook niet alleen de voorwaarden creëren voor een verbetering van het gezins- en familiebeleid, maar ook een jonge generatie opvoeden die in staat is om een toegevoegde waarde te creëren, bijvoorbeeld via het onderwijssysteem en de niet-formele educatieve mogelijkheden. Uiteraard moeten wij ons inspannen om de integratie van jonge mensen op de arbeidsmarkt mogelijk te maken. Ik dank u derhalve voor uw verslag.

 
  
MPphoto
 
 

  Daniel Hannan (ECR).(EN) Mijnheer de Voorzitter, demografen vertellen ons dat een bevolking om zichzelf in stand te kunnen houden een geboortecijfer van 2,1 levend geboren kinderen per vrouw nodig heeft. In heel Europa is Albanië het enige land waar de voortplanting een duurzaam niveau haalt – en Turkije, als dat meetelt als een Europees land. Volgens een verslag van de VN zal Europa, met inbegrip van het Europese deel van Rusland, in de komende veertig jaar 100 miljoen inwoners verliezen. Alleen al in Duitsland zal de bevolking met 20 miljoen afnemen.

Dit zijn geen voorspellingen van wat er kan gebeuren als we niets doen, want we kunnen er nu niets meer aan doen, aangezien de daling van de geboortecijfers al heeft plaatsgevonden. De enige vraag is hoe we ermee om moeten gaan. Hoe is het zo ver gekomen? Wat heeft deze situatie veroorzaakt? Dat moeten we niet overmatig simplificeren, want er zijn natuurlijk allerlei dingen aan de hand, die te maken hebben met veranderende werkpatronen, de verspreiding van anticonceptie, de veranderende rol van de vrouw in de samenleving en de stijgende levensverwachting.

Ik vraag me echter af of het probleem voor een deel niet is veroorzaakt door de manier waarop de staat zich heeft uitgebreid en de privésfeer heeft uitgehold en banen en taken naar zich toe heeft getrokken die van oudsher werden verdeeld binnen een familie: zorg voor kinderen, opvoeding en sociale zekerheid. De eerste generatie die is opgegroeid met verzorging van wieg tot graf, die met andere woorden is vrijgesteld van de traditionele verantwoordelijkheden van volwassenheid, was ook de eerste die het ouderschap heeft opgegeven.

We kunnen nu kiezen tussen een demografische instorting of het importeren van 100 miljoen mensen om onze aantallen op peil te houden en onze pensioenen te betalen. Dat zou het belangrijkste onderwerp in Europa moeten zijn en het is geen onderwerp dat we kunnen aanpakken door te discussiëren over veranderingen in de arbeidswetgeving.

 
  
  

Verslag-da Graça Carvalho (A7-0274/2010)

 
  
MPphoto
 

  Alajos Mészáros (PPE). (HU) Ik verwelkom het voorstel van de Commissie om onze kaderprogramma's voor onderzoek een vereenvoudigingsproces te laten doormaken. In de loop van de tijd zijn deze programma's dankzij goede aanbestedingsmogelijkheden uitgebreid, maar tegelijkertijd zijn ook de onzekerheden in verband met administratie en controle toegenomen. We hebben een nieuw systeem nodig dat meer vertrouwen heeft in degenen die inschrijven op een aanbesteding en dat naast de versterking van wetenschappelijke- en technologische evaluatieprocessen ook de vereenvoudiging van financiële- en administratieve processen in aanmerking neemt.

Uiteraard gaat elke financiële transactie gepaard met een zeker risico, maar door de overtrokken administratieve controle van zulke risico's nemen de totale kosten van het hele proces alleen maar verder toe. We moeten er ook naar streven dat ons onderzoek aantrekkelijk en toegankelijk is voor 's werelds beste onderzoekers en Europese ondernemers en universiteiten. Ook in dit opzicht is het nodig dat de regels en procedures zo snel mogelijk op elkaar worden afgestemd, eventueel zelfs al tijdens het zevende kaderprogramma, maar in elk geval bij de voorbereiding van het achtste kaderprogramma. Daarom heb ook ik voor dit voorstel gestemd.

 
  
MPphoto
 

  Jarosław Kalinowski (PPE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, het fundament van de economische ontwikkeling van Europa wordt gevormd door investeringen in opleiding – als vorm van investering in menselijk kapitaal – en in innovaties die bijdragen aan de ontwikkeling van moderne methoden en technologieën. Investeringen in innovatie moeten zich concentreren op subsidiëring van onderzoek. Een voorbeeld daarvan zijn de hier besproken kaderprogramma's, de grootste internationale onderzoeksprogramma's ter wereld. Het subsidiëren van dit soort onderzoek geeft Europa een kans op verbetering van haar concurrentievermogen in de mondiale arena, vergroting van de werkgelegenheid voor duizenden mensen en toename van de levenskwaliteit van alle Europeanen.

De rapporteur spreekt zich uit voor minimalisering van de bureaucratie en vereenvoudiging van administratieve procedures teneinde de hoogste normen in de kaderprogramma's te handhaven. Dit vertaalt zich in betere toegang tot financiering van dit onderzoek in de Europese Unie en dat is waar het uiteindelijk om begonnen is. Ik heb natuurlijk voor gestemd.

 
  
MPphoto
 

  Mario Pirillo (S&D).(IT) Mijnheer de Voorzitter, het vergemakkelijken van de toegang tot de steunregeling die is voorzien in de kaderprogramma's voor onderzoek, betekent een sterke impuls voor het concurrentievermogen van de gehele Europese industrie. Ik ben ervan overtuigd dat we met de stemming van vandaag een aanzienlijke bijdrage aan de verwezenlijking van deze essentiële doelstelling hebben geleverd, met name voor kleine en middelgrote bedrijven, die de ruggengraat van de economieën van de lidstaten vormen. Ondanks de hoge kwaliteit van hun productie, hebben deze bedrijven vaak moeite om toegang te krijgen tot de middelen die nodig zijn om het productieniveau verder te verhogen.

Daarnaast is het goed om er net als de rapporteur op te wijzen dat de stemming precies op het juiste moment kwam, precies na de tussentijdse evaluatie van het zevende kaderprogramma en de voorbereiding op het achtste. Ik dank de rapporteur voor het geleverde werk.

 
  
MPphoto
 
 

  Radvilė Morkūnaitė-Mikulėnienė (PPE).(LT) Ik heb mijn steun gegeven aan het document over het vereenvoudigen van de tenuitvoerlegging van de kaderprogramma's voor onderzoek in de Europese Unie. Helaas moet ik erop wijzen dat ik de bredere discussie tijdens de plenaire bijeenkomst niet heb kunnen bijwonen, maar het document zelf is van groot belang en ik ben verheugd dat het is aangenomen.

Het is belangrijk om gelijke spelregels voor wetenschappers uit alle lidstaten van de EU te creëren en een gelijke betaling voor onderzoeksactiviteiten te waarborgen, in plaats van wetenschappers in te schalen op basis van de levensstandaard in hun land. Wetenschappelijke vooruitgang is namelijk een kwestie die voor de gehele Europese Unie van belang is en niet alleen voor afzonderlijke landen. Op dit moment is de heersende opvatting dat het werk van wetenschappers uit de nieuwe lidstaten minder waardevol is dan dat van wetenschappers uit de oude lidstaten. Een dergelijke discriminerende houding is verkeerd en onaanvaardbaar.

Het is ook belangrijk dat er voor gelijke omstandigheden voor alle onderzoeksinstellingen wordt gezorgd en dat zij niet worden onderverdeeld op grond van hun omvang en financiële capaciteit. Dat is met name belangrijk voor onderzoeksinstellingen in de nieuwe lidstaten van de EU. Waarde wordt niet gecreëerd door de omvang van organisaties, maar door wetenschappelijke vooruitgang. Het is dan ook van belang om nieuwe mogelijkheden aan te bieden, niet alleen voor universiteiten, maar ook voor onderzoeksinstellingen zonder winstoogmerk en andere wetenschappelijke organisaties. Ook zij moeten aanvragen kunnen indienen om aan onderzoeksprogramma's deel te kunnen nemen. Ik feliciteer derhalve alle wetenschappers. Op basis van betere onderzoeksmechanismen zullen wij straks meer vooruitgang kunnen boeken.

 
  
  

Ontwerpresolutie RC-B7-0605/2010

 
  
MPphoto
 

  Marian Harkin (ALDE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, de commissaris zei dat hij bereid was om zo nodig naar marktondersteuning te kijken en dat hij zal ingrijpen als dat nodig is, maar we hebben bepaalde zekerheden nodig voor veehouders. Zij worden van alle kanten aangevallen; de prijzen stijgen gigantisch, deels als gevolg van speculatie.

Ik ben erg blij met de aanneming van het amendement waarin de Commissie wordt verzocht de kwestie van toevallige aanwezigheid van ggo's in geïmporteerde voedingswaren direct aan te pakken. Dat is iets waarover we controle hebben en wat we moeten aanpakken en tot nu toe hebben we geweigerd hier iets aan te doen.

We hebben ook gehoord over de hoge kosten voor naleving van de EU-regels, waardoor er geen gelijke mededingingsvoorwaarden zijn in vergelijking met importen uit derde landen. Maar een van de meest cruciale kwesties is misschien wel de hele voedselketen als zodanig. Gisteren heeft de Rekenkamer een verslag gepresenteerd over de suikersector en een van hun aanbevelingen was dat de prijsvorming gebonden zou moeten zijn aan regelmatig toezicht door de Commissie en dat de Commissie en de lidstaten ervoor moeten zorgen dat het mededingingsrecht correct wordt toegepast in deze sector, voor het verwezenlijken van de doelstelling van het Verdrag dat de aanvoer naar de consumenten tegen redelijke prijzen gebeurt. Dat moet niet alleen in de suikersector gebeuren. Dat moeten we in de hele voedselketen doen.

 
  
MPphoto
 

  Mario Pirillo (S&D).(IT) Mijnheer de Voorzitter, ik heb vóór de ontwerpresolutie gestemd, omdat de Europese veehouderij al jarenlang gebukt gaat onder vele crises.

Er zijn vele oorzaken, waaronder de dalende vraag naar schapen-, lams- en geitenvlees, die mede verband houdt met de grootschalige invoer van vlees uit derde landen. De veehouderij wordt echter ook door indirecte oorzaken getroffen. Hierbij noem ik de problemen in de melk- en zuivelsector en het probleem van de schommelende graanprijzen waar sterk mee gespeculeerd is.

Met het oog op de GLB-hervorming na 2013, moeten wij deze kwestie met toewijding aanpakken en moeten wij de maatregelen treffen die nodig zijn om de gevolgen van de prijsschommelingen in de gehele landbouwsector te beperken. Daarom verzoek ik de Commissie om sneller met instrumenten te komen waarmee het mogelijk wordt om snel te reageren op crisissituaties binnen alle afzonderlijke gemeenschappelijke marktordeningen.

 
  
MPphoto
 

  Seán Kelly (PPE).(GA) Mijnheer de Voorzitter, ik heb voor dit verslag gestemd en ben verheugd over enige van de punten in de toespraak vanmorgen van commissaris Cioloş.

(EN) Ik wil echter een paar dingen zeggen. Ten eerste was het verslag van de Rekenkamer van gisteren een vernietigende beschuldiging aan het adres van de Commissie, die liet zien dat we na 1,2 miljard euro aan compensatie, de sluiting van een groot aantal fabrieken en het verlies van duizenden banen toch slechts voor 85 procent zelfvoorzienend zijn als het gaat om de suikerlevering.

Ten tweede heb ik hier deze week een studiebijeenkomst op het gebied van landbouw bijgewoond en heb ik gehoord dat dezelfde situatie geldt voor vis die de Europese Unie binnenkomt, in het bijzonder vanuit Vietnam, waarvan een deel mogelijk zelfs verontreinigd is. Voor de veeteeltsector geldt hetzelfde, namelijk dat derde landen die basisproducten exporteren naar de Europese Unie in het voordeel zijn ten opzichte van de producenten in de Europese Unie.

Een conditio sine qua non voor de Europese Unie bij het aanpakken van al deze kwesties is ervoor zorgen dat voor producten die vanuit derde landen binnenkomen dezelfde normen op het gebied van regelgeving, dezelfde checks-and-balances en dezelfde strenge handhaving gelden als voor onze eigen producenten binnen de Europese Unie.

 
  
  

Schriftelijke stemverklaringen

 
  
  

Verslag-Matera (A7-0297/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Maria da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk.(PT) Gelet op het feit dat Ierland om steun heeft verzocht in verband met 850 gedwongen ontslagen bij het bedrijf SR Technics Ireland Ltd, dat werkzaam is in de luchtvervoersector in de NUTS III-regio Dublin, heb ik voor deze resolutie gestemd, omdat ik het eens met het voorstel van de Commissie, zoals gewijzigd via de amendementen van het Europees Parlement. Ik sluit me ook aan bij het verzoek aan de betrokken instellingen om zich de nodige inspanningen te getroosten teneinde de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG te bespoedigen, en ik onderschrijf de stelling van het Europees Parlement dat de Commissie ernstig tekort geschoten is bij de uitvoering van de programma's voor concurrentievermogen en innovatie, in het bijzonder gedurende een economische crisis die de behoefte aan dergelijke steun aanmerkelijk vergroot.

 
  
MPphoto
 
 

  Proinsias De Rossa (S&D), schriftelijk. − (EN) Ik ben zeer ingenomen met de goedkeuring van de EU-steun van 7,45 miljoen euro voor omscholing van de 850 ontslagen werknemers van SR Technics. De steun vanuit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is dringend nodig voor de werknemers, hun gezinnen en de gemeenschap van Noord-Dublin, die zwaar is getroffen door de sluiting van dit bedrijf, resulterend in het verlies van meer dan duizend geschoolde banen. Halverwege 2009 leidde ik een delegatie van SR Technics voor een ontmoeting met commissaris Spidla, toen de beschikbaarheid van dit fonds aan ons werd bevestigd. Het kostte de Ierse regering toen zes maanden om een beroep te doen op het EFG en nog eens zeven maanden om het verzoek om nadere toelichting van de commissaris te beantwoorden. De trage en ineffectieve afhandeling van de aanvraag van Dell dreigt ertoe te leiden dat veel van het toegekende geld teruggaat naar Brussel en die les is genegeerd. De Ierse regering moet sneller optreden om ervoor te zorgen dat deze steun direct wordt toegekend aan degenen die hem nodig hebben, dat hij niet wordt gebruikt ter vervanging van overheidssteun en dat de aangeboden opleidings- en omscholingsprogramma's zijn afgestemd op de behoeften van de werknemers. Verbijsterend genoeg treft de regering pas nu, vier jaar na aanvang, voorbereidingen voor de aanstelling van een coördinator voor het fonds.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk.(PT) Ik heb vóór het verslag betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering gestemd. Het gaat nu om SR Technics uit Ierland. Ik stem hiermee in, omdat zo serieuze steun wordt gegeven aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ondervinden. Om de terugkeer van deze werknemers op de arbeidsmarkt te vergemakkelijken moet de procedure voor de beschikbaarstelling van middelen uit het Fonds sneller en eenvoudiger worden. Er zullen daarom begrotingslijnen aangewezen moeten worden die geschikt zijn voor overschrijvingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk.(PT) De Ierse onderneming SR Technics heeft ernstige schade ondervonden van de impact die de huidige economische en financiële crisis op de vliegtuigindustrie heeft gehad. De onderneming is belangrijke onderhoudscontracten kwijtgeraakt, waardoor ze gedwongen is meer dan duizend werknemers te ontslaan. Het verlies van opdrachten en de concurrentie van regio's met goedkopere diensten doen vrezen voor de economische levensvatbaarheid van dit bedrijf en andere ondernemingen in dezelfde branche. Ik ben het er daarom mee eens dat het fonds wordt ingezet om in dit geval steun te bieden. Ik vind het zorgwekkend dat luchtvaartmaatschappijen bezuinigen op de uitgaven voor het onderhoud en de reparatie van vliegtuigen, aangezien dat negatieve gevolgen kan hebben voor de veiligheid van het vliegverkeer.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) Er is opnieuw toestemming gegeven voor de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering. In dit geval gaat het om de Ierse onderneming IE/SR Technics.

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken heeft erop gewezen dat het een jaar heeft geduurd alvorens deze aanvraag aan de begrotingsautoriteit werd voorgelegd, nadat de betrokken werknemers al in april 2009 zijn ontslagen.

Intussen zijn er ten gunste van de ontslagen werknemers verschillende maatregelen genomen, met inbegrip van beroepskeuzevoorlichting en opleidingen voor het verwerven van basisbekwaamheden, training voor ontslagen stagiaires op en buiten de werkplek, beroepsonderwijs, en steun voor ondernemerschap.

Tot slot moeten we vermelden dat de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken erop heeft moeten wijzen dat de vakbonden in de gelegenheid moeten worden gesteld om hun standpunten met betrekking tot deze gevallen kenbaar te maken, om er zo voor te zorgen dat ze – als ze dat willen – betrokken worden bij de behandeling van aanvragen en de uitvoering van de maatregelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Elisabeth Köstinger (PPE), schriftelijk.(DE) Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) heeft recentelijk in meer dan één situatie aangetoond dat het een nuttig instrument is voor het bestrijden van werkloosheid, een van de veel voorkomende neveneffecten van de globalisering. Het EFG kan gebruikt worden voor de financiering van maatregelen om werkgelegenheid te creëren, voor omscholingsprogramma's en voor workshops ter ondersteuning van het opstarten van een bedrijf. Vanwege deze en andere redenen kan ik het verslag van de heer Matera volledig ondersteunen. Om te waarborgen dat het geld ook effectief gebruikt kan worden, moet het zeer gericht besteed en snel beschikbaar gesteld worden. Wij moeten daarbij prioriteit geven aan de ondersteuning van Europese burgers. Dat mogen wij niet uit het oog verliezen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Mélenchon (GUE/NGL), schriftelijk. (FR) Ik onthoud mij van stemming uit eerbied voor de Ierse arbeiders, die slecht af zijn door de globalisering. In de situatie waarin zij zijn gestort vanwege het door de Europese Unie voorgestane neoliberale beleid, zou het gerechtvaardigd zijn geweest te stemmen tegen het schamele bedrag dat de Europese Unie hun met tegenzin toekent. Maar hoe weinig het ook is, het kan hun ontberingen wellicht verlichten. Dit maakt de gedachte achter het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering niet minder verwerpelijk. Het steunt de bedrijfsverplaatsingen die de eigenaren van SR Technics hebben doorgezet om hun winsten te verhogen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk.(PT) De EU is een ruimte van solidariteit, en het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is daar een onderdeel van. De steun uit dit fonds is van fundamenteel belang voor werklozen en al degenen die hun baan kwijtraken als hun werkgever het bedrijf in de context van de globalisering elders voortzet. Steeds meer ondernemingen verplaatsen hun vestigingen naar andere landen om te profiteren van de lagere loonkosten aldaar, met name India en China. Dat gaat ten koste van de landen die de rechten van werknemers respecteren. Het EFG is opgezet om de slachtoffers van deze bedrijfsverplaatsingen te helpen, en speelt voor hen een cruciale rol bij het vinden van een nieuwe betrekking. Andere EU-landen hebben reeds gebruik gemaakt van het EFG. Dit keer is het Ierland dat om steun heeft verzocht in verband met 850 gedwongen ontslagen bij het bedrijf SR Technics Ireland Ltd, dat werkzaam is in de luchtvervoersector in de NUTS III-regio Dublin.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk.(DE) Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) ontvangt jaarlijks 500 miljoen euro om financiële steun te verlenen aan werknemers die hun baan hebben verloren als gevolg van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen. Uit schattingen blijkt dat er elk jaar tussen de 35 000 en 50 000 werknemers van dergelijke steun zouden kunnen profiteren. Het geld kan worden gebruikt voor begeleiding bij het zoeken naar een nieuwe baan, voor op maat gemaakte opleidingen, voor steun om als kleine zelfstandige aan de slag te gaan of om een eigen bedrijf op te zetten, voor een grotere mobiliteit en voor ondersteuning van achterstandgroepen of oudere werknemers. Om als werknemer van een bedrijf voor dergelijke steun in aanmerking te kunnen komen, moet er binnen een periode van vier maanden sprake zijn van ten minste 500 gedwongen ontslagen bij dat bedrijf. Aangezien SR Technics Ireland aan alle voorwaarden voor financiële ondersteuning voldoet, kan het verslag op mijn steun rekenen.

 
  
MPphoto
 
 

  Franz Obermayr (NI), schriftelijk.(DE) Het gebruik van het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering is gerechtvaardigd in het geval van het Ierse luchtvervoersbedrijf SR Technics. Met dat geld kan een bijdrage worden geleverd aan het behoud van de 1 135 arbeidsplaatsen. Ik heb het verslag dan ook gesteund.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. − (IT) Dames en heren, wij bevinden ons opnieuw in dit Parlement om binnen onze grenzen een buitengewoon krediet goed te keuren. Ik zeg dat met spijt, omdat deze maatregel verband houdt met de crisis en met een reeks problemen op het gebied van de economie, de arbeidsmarkt, werknemers en hun gezinnen. Toch is het goed dat wij over dit instrument beschikken. Het zijn juist situaties als deze waarin de Europese Unie haar waarden en onderscheidende kenmerken kan tonen. De Europese solidariteit en de bescherming van Europese behoeften zijn waarden die moeten worden verdedigd en beschermd. Dit is de boodschap die het Europees Parlement en de Europese Unie willen overbrengen en ik hoop dat men deze boodschap zorgvuldiger zal overbrengen, mede ter bestrijding van goedkope anti-Europese retoriek en om daarentegen te laten zien hoe essentieel het is dat er communautaire hulp en steun wordt geboden.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk.(PT) Gelet op het feit dat Ierland om steun heeft verzocht in verband met 850 gedwongen ontslagen bij het bedrijf SR Technics Ireland Ltd, dat werkzaam is in de luchtvervoersector in de NUTS III-regio Dublin, heb ik voor deze resolutie gestemd, omdat ik het eens met het voorstel van de Commissie, zoals gewijzigd door de amendementen van het Europees Parlement.

Ik ben het ook eens met:

- het verzoek aan de betrokken instellingen om zich de nodige inspanningen te getroosten teneinde de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG te bespoedigen, waarbij aangetekend dient te worden dat uit het EFG afkomstige steun niet in de plaats mag komen van maatregelen waartoe bedrijven verplicht zijn krachtens hun nationale wetgeving of collectieve overeenkomsten, of van maatregelen ter herstructurering van bedrijven of bedrijfstakken;

- het voorstel van de Commissie om in het kader van de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG een alternatieve bron van betalingskredieten aan te wijzen naast niet-bestede middelen uit het Europees sociaal fonds, nadat het Europees Parlement er herhaaldelijk op had gewezen dat het EFG is opgericht als een op zichzelf staand specifiek instrument met eigen doelstellingen en termijnen en dat daarom begrotingslijnen aangewezen moeten worden die geschikt zijn voor overschrijvingen;

- de stelling van het Europees Parlement dat de Commissie ernstig tekort geschoten is bij de tenuitvoerlegging van de programma's voor concurrentievermogen en innovatie, in het bijzonder gedurende een economische crisis die de behoefte aan dergelijke steun aanmerkelijk vergroot.

 
  
MPphoto
 
 

  Aldo Patriciello (PPE), schriftelijk. − (IT) Ik ben het met de rapporteur en de Ierse autoriteiten eens dat de wereldwijde economische en financiële crisis ernstige gevolgen heeft gehad voor de luchtvaartindustrie en dat de aantallen passagiers, afgelegde kilometers en ingezette vliegtuigen sterk zijn gedaald. Daarom steun ik de Europese steun voor een sector die van vitaal belang is voor het herstel van de Ierse en de Europese economie.

 
  
MPphoto
 
 

  Paulo Rangel (PPE), schriftelijk.(PT) De door Ierland ingediende aanvraag voor de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG in verband met 850 gedwongen ontslagen bij het bedrijf SR Technics Ireland Ltd voldoet aan alle wettelijk vastgelegde criteria voor subsidiabiliteit. Verordening (EG) nr. 546/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1927/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot oprichting van een Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering heeft het toepassingsbereik van het EFG tijdelijk uitgebreid, waardoor dit fonds nu ook kan worden ingezet in situaties als de onderhavige, wanneer er als rechtstreeks gevolg van de wereldwijde economische en financiële crisis sprake is van "ten minste 500 gedwongen ontslagen binnen een periode van vier maanden in een onderneming in een lidstaat, met inbegrip van de ontslagen bij leveranciers of downstreamproducenten". Ik heb daarom voor deze resolutie gestemd, omdat ik het eens ben met het voorstel van de Europese Commissie, zoals gewijzigd door de amendementen van het Europees Parlement. Ik ben ook heel tevreden dat de Commissie nu een alternatieve bron van betalingskredieten heeft aangewezen naast niet-bestede middelen uit het Europees sociaal fonds, en zo gehoor geeft aan de daartoe strekkende verzoeken van de zijde van het Europees Parlement.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Met de aanneming van dit verslag verzoekt het EP de betrokken instellingen de noodzakelijke inspanningen te leveren voor het versnellen van de inzet van het EFG en herinnert het de instellingen vooral aan hun belofte om te zorgen voor een soepele en snelle procedure voor de aanneming van de besluiten over de inzet van het EFG om gedurende beperkte tijd eenmalige, individuele steun te verstrekken aan werknemers die zijn ontslagen wegens boventalligheid als gevolg van globalisering en de financiële en economische crisis. Het verslag benadrukt de rol die het EFG kan spelen bij de re-integratie op de arbeidsmarkt van wegens boventalligheid ontslagen werknemers.

 
  
MPphoto
 
 

  Silvia-Adriana Ţicău (S&D), schriftelijk. (RO) Ik heb gestemd vóór de resolutie van het Europees Parlement over de beschikbaarstelling van het EFG om hulp te kunnen verlenen aan ontslagen werknemers. In oktober 2009 diende Ierland een aanvraag in om middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) beschikbaar te stellen voor ontslagen bij het bedrijf SR Technics, dat actief was in de luchtvervoersector in de Ierse regio Dublin. De wereldwijde financiële en economische crisis heeft geleid tot minder activiteiten op het gebied van luchtvervoer, wat ook in deze sector heeft geleid tot een grote ontslaggolf. In Ierland werden tussen april en augustus 2009 1 135 ontslagen geregistreerd, waaronder de 850 ontslagen bij SR Technics Ireland Ltd. Hoewel ik erken dat het EFG een belangrijke rol speelt bij de terugkeer van ontslagen werknemers op de arbeidsmarkt, wat ook wordt bevestigd door de circa elf aanvragen die alleen al in 2010 werden ingediend, samen goed voor een totaal van meer dan dertig miljoen euro, vind ik dat dit instrument nog steeds niet voldoende bekend is bij en gebruikt wordt door de lidstaten. Ook dring ik er bij de Europese Commissie op aan om de ontslagen die tijdens de economische crisis in de publieke sector plaatsvonden te analyseren, en een instrument te ontwikkelen dat vergelijkbaar is met het EFG, maar dat werknemers steunt die zijn ontslagen in de publieke sectoren van diverse lidstaten.

 
  
  

Verslag-Lichtenberger (A7-0301/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk.(PT) Het behoort tot de taken van het Europees Parlement om op te komen voor de onafhankelijkheid van het mandaat van de leden van het Europarlement. Aan die onafhankelijkheid kan niet worden getornd. In dit geval is het zo dat een Europese afgevaardigde eerst en vooral wordt beschuldigd van strafbare feiten in verband met zijn beheers- en boekhoudkundige activiteiten als bestuursvoorzitter van de Poolse Vereniging voor Jongerenkaarten en van CAMPUS Sp., begaan gedurende een periode vóór zijn verkiezing tot lid van het Europees Parlement. De strafbare feiten waarvan deze afgevaardigde beschuldigd wordt houden geen verband met zijn werkzaamheden als lid van het Europees Parlement, reden waarom we in dit geval moeten overgaan tot het opheffen van zijn immuniteit. Vandaar mijn stemgedrag.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk.(DE) De Poolse burger en lid van het Europees Parlement, Krzysztof Lisek is door de officier van justitie van de regionale rechtbank in Koszalin in Polen beschuldigd van drie strafbare feiten. Het gaat om financiële vergrijpen die krachtens het Poolse recht onwettig zijn. Om een onderzoek naar de zaak tegen de heer Lisek mogelijk te maken op grond van dat Poolse recht, is er een verzoek tot opheffing van zijn immuniteit ingediend. In de huidige communautaire wetgeving is duidelijk vastgelegd hoe er moet worden omgegaan met de immuniteit van leden van het Europees Parlement en de opheffing ervan: daar dient over gestemd te worden. Ik ben voorstander van het opheffen van de immuniteit van de heer Lisek. In de eerste plaats omdat hij hierdoor geholpen wordt en in de tweede plaats omdat dit de enige manier is waarop hij kan reageren op de beschuldigingen die tegen hem in Polen zijn geuit.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk.(PT) Ik heb vóór de voorgestelde opheffing van immuniteit gestemd, omdat ik geloof dat dergelijke verzoeken, mits goed onderbouwd (en dan volstaat een redelijke vermoeden), moeten worden gehonoreerd om de waardigheid van de instellingen te garanderen. Dat is ook in het belang van de betrokkenen.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Overwegende dat Krzysztof Lisek voornamelijk wordt beschuldigd van strafbare feiten in verband met zijn beheers- en boekhoudkundige activiteiten als bestuursvoorzitter van de Poolse Vereniging voor Jongerenkaarten en van CAMPUS Sp. gedurende een periode vóór zijn verkiezing tot lid van het Europees Parlement, en overwegende dat de strafbare feiten waarvan de heer Lisek beschuldigd wordt geen verband houden met zijn werkzaamheden als lid van het Europees Parlement en dat geen overtuigend bewijs is aangedragen dat op fumus persecutionis (tendentieuze vervolging) zou kunnen duiden, heeft het EP vandaag besloten de immuniteit van de heer Lisek op te heffen.

 
  
  

Verslag-Gauzès (A7-0171/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  William (The Earl of) Dartmouth (EFD), schriftelijk. − (EN) Ik heb tegen het verslag van de heer Gauzès over de richtlijn inzake beheerders van alternatieve beleggingsfondsen gestemd, omdat deze een belangrijk deel van de voornaamste bedrijfstak van het Verenigd Koninkrijk, financiële diensten, benadeelt. Alle fondsen die nog niet onder de icbe-richtlijn vielen, van beleggingsfondsen tot hedgefondsen, worden door dit verslag bij elkaar geveegd op één hoop dure wetgeving. Het creëert ook lasten voor Europese beheerders en beleggers in Europa die derde landen niet aan hun beheerders en beleggers opleggen. Dit zal ongetwijfeld betekenen dat Londen talent verlies aan landen buiten de EU. Zoals gebruikelijk legt de EU-wetgeving de branche hoge kosten op, waardoor het kleine en middelgrote ondernemingen onevenredig zwaar worden getroffen en die dus in het voordeel werken van de grote spelers. Door private-equityfondsen te straffen zal de richtlijn een afname van de investeringen in het Verenigd Koninkrijk en Europa veroorzaken, in een tijd waarin meer investering nodig is om concurrerend te blijven in een geglobaliseerde economie. Hij wordt toegepast met een lage drempel, wat vooral van invloed zal zijn op private-equityfondsen, doordat kleine fondsen snel onder de richtlijn vallen als ze slechts een klein aantal investeringen hebben gedaan. De kapitaaleisen zullen vooral belastend zijn voor particulier vermogen en durfkapitaal. Durfkapitaal is nodig om nieuwe banen te scheppen bij startende bedrijven.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk.(PT) Beheerders van alternatieve beleggingsfondsen beheren nagenoeg 1 000 miljard dollar aan activa en vervullen dus een belangrijke rol in de financiering van de Europese economie. Nu is er op de beleggingsmarkten een crisis ontstaan, en ook al zijn voornoemde fondsen niet direct verantwoordelijk voor de financiële crisis, het is toch zaak dat er voor de gehele financiële dienstverleningsbranche – en zeker voor deze fondsen met een hoog verliesrisico – regelgeving wordt ontwikkeld om beleggers te beschermen en de stabiliteit op de markten te bevorderen. Deze regelgeving vervult een cruciale rol, aangezien ze de nationale regels vervangt door een Europese regeling die rekening houdt met de specifieke eigenschappen van de verschillende fondsen (waarbij gekeken wordt naar de systeemrisico's die aan deze fondsen verbonden zijn). Het is de bedoeling om in deze crisissituatie voor alle financiële diensten geldende gedragsregels op te stellen en tegelijkertijd een werkelijk geïntegreerde markt te scheppen, door een kader te scheppen dat het mogelijk maakt op Europees niveau gemeenschappelijke regels te creëren. De via deze verordening voorgestelde regels zullen bijdragen tot meer transparantie aangaande het beheer van de fondsen zelf én de verhandeling van die fondsen, hetzij binnen de Europese Unie (in een aantal lidstaten krachtens een eenvoudige vergunning), hetzij in derde landen.

 
  
MPphoto
 
 

  Marta Andreasen en Derek Roland Clark (EFD), schriftelijk. − (EN) Ik heb tegen het verslag van de heer Gauzès over de richtlijn inzake beheerders van alternatieve beleggingsfondsen gestemd, omdat deze een belangrijk deel van de voornaamste bedrijfstak van het Verenigd Koninkrijk, financiële diensten, benadeelt.

Alle fondsen die nog niet onder de icbe-richtlijn vielen, van beleggingsfondsen tot hedgefondsen, worden door dit verslag bij elkaar geveegd op één hoop dure wetgeving. Het creëert ook lasten voor Europese beheerders en beleggers in Europa die derde landen niet aan hun beheerders en beleggers opleggen. Dit zal ongetwijfeld betekenen dat Londen talent verlies aan landen buiten de EU. Zoals gebruikelijk legt de EU-wetgeving de branche hoge kosten op, waardoor kleine en middelgrote ondernemingen onevenredig zwaar worden getroffen en die dus in het voordeel werken van de grote spelers.

Door private-equityfondsen te straffen zal de richtlijn een afname van de investeringen in het Verenigd Koninkrijk en Europa veroorzaken, in een tijd waarin meer investering nodig is om concurrerend te blijven in een geglobaliseerde economie. Hij wordt toegepast met een lage drempel, wat vooral van invloed zal zijn op private-equityfondsen, doordat kleine fondsen snel onder de richtlijn vallen als ze slechts een klein aantal investeringen hebben gedaan. De kapitaaleisen zullen vooral belastend zijn voor particulier vermogen en durfkapitaal. Durfkapitaal is nodig om nieuwe banen te scheppen bij startende bedrijven.

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk. (FR) De financiële crisis die de Europese Unie zwaar heeft getroffen, vindt haar wortels in de "ongebreidelde" activiteit van talrijke beleggingsfondsen, vooral die uit de Verenigde Staten. Onder deze fondsen worden, de alternatieve fondsen, of hedgefondsen, gekenmerkt door agressieve speculatie. Dit lijkt een van de belangrijkste oorzaken te zijn van de ramp, waarvan we de gevolgen nu ondervinden. Om de toekomst van de Europese markt te behoeden voor de excessen van deze alternatieve fondsen, heb ik gestemd voor het verslag van collega Gauzès. Deze tekst betekent een belangrijke stap in de richting van financiële regelgeving. Met deze stem versterken wij de bevoegdheden van de Europese Autoriteit voor effecten en markten (EAEM). Deze Europese autoriteit voor financiële markten wordt op 1 januari 2011 opgezet en zal onder strikte voorwaarden een "paspoort" uitgeven dat beheerders van alternatieve fondsen toestemming geeft actief te zijn in de Europese Unie. De richtlijn vereist dat zij geautoriseerd of ingeschreven zijn, operationele en organisatorische eisen eerbiedigen en gedrags- en transparantieregels in acht nemen. Ze worden onderworpen aan de toezichthoudende bevoegdheden en de mogelijkheid sancties op te leggen van de lidstaten en de EAEM. Later zullen beheerders van fondsen buiten de Europese Unie aan dezelfde regels worden onderworpen als die van toepassing zijn op Europese fondsen.

 
  
MPphoto
 
 

  Vito Bonsignore (PPE), schriftelijk. − (IT) Ik feliciteer de heer Gauzès met zijn uitstekende werk. Ik heb vóór dit verslag gestemd, omdat ik het nodig acht om de Europese spaarders te laten beschikken over duidelijke en veilige financiële instrumenten. Ik ben ervan overtuigd dat we een verdere verstoring van de markt alleen kunnen voorkomen met strikte en specifieke regelgeving. Het verslag waarover we vandaag hebben gestemd, maakt daarom deel uit van het bredere kader van economische en financiële regelgeving dat de Europese Unie uitvoert. In deze zin is de gerechtvaardigde regulering van beleggingsfondsen ook een effectief instrument om verstoringen van het systeem te voorkomen, zoals bijvoorbeeld de overmatige blootstelling aan risico's voor actoren die relevant zijn voor het systeem. Ook steun ik de gedachte van een Europees "paspoort", dat neerkomt op het verlenen van vergunningen aan en het houden van toezicht op alle beheerders van alternatieve fondsen die in de Unie gevestigd en actief zijn. Tot slot waardeer ik de plicht om de toezichthoudende autoriteiten te informeren om op die manier meer transparantie te kunnen garanderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk.(PT) Blijkens de recente problemen op de financiële markten brengen veel strategieën van beheerders van alternatieve beleggingsfondsen een beperkt dan wel zeer groot aantal risico's mee voor beleggers, andere marktdeelnemers en de markten zelf. Ik heb voor het standpunt van het Parlement gestemd, omdat ik vind dat moet worden gewaarborgd dat BAB-werkzaamheden aan degelijke governancecontroles worden onderworpen. AB's moeten zodanig beheerd en georganiseerd worden dat belangenconflicten tot een minimum beperkt blijven. Ik vind ook dat de via deze richtlijn geïntroduceerde organisatorische vereisten de door de nationale wetgeving ingestelde systemen en controles voor de registratie van personen die bij of voor beleggingsmaatschappijen werken onverlet moeten laten. De bevoegdheden en taken van de autoriteiten die bevoegd zijn voor de uitvoering van deze richtlijn moeten worden verduidelijkt, en de mechanismen die nodig zijn voor de waarborging van de noodzakelijke grensoverschrijdende samenwerking op toezichtgebied moeten worden versterkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Nikolaos Chountis (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) De excessieve groei van het financiële systeem, met zijn speculatieve acties en ondoorzichtigheid, heeft bijgedragen tot de economische crisis. De aanpak van deze crisis en van crises in het algemeen vergt structurele veranderingen, een andere manier van functioneren en het beschermen van de economie tegen besmette producten. Toezichtmaatregelen, die gemeengoed moeten worden, zijn van belang. Echter, noch de richtlijn van de Commissie noch het verslag van het Europees Parlement vormen een garantie dat er ook daadwerkelijk toezicht en controle wordt uitgeoefend op de activiteiten van hedgefondsen en private-equityfondsen. Met de vele uitzonderingen en de voorwaarden waaraan het nagestreefde toezicht volgens het verslag moet beantwoorden, is het zeker dat speculatie en ondoorzichtigheid blijven bestaan. Daarom heb ik tegen het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Christine De Veyrac (PPE), schriftelijk. (FR) Hoewel de groei in de Europese Unie nog altijd lijdt onder de gevolgen van de economische crisis in 2008, heb ik voor het verslag van de heer Gauzès gestemd, omdat hiermee een bijdrage wordt geleverd aan de rationalisering van het financiële systeem door een betere controle van beleggingsfondsen. Het is immers duidelijk geworden dat de crisis door speculatieve fondsen is verergerd. Door het systeem van een "Europees paspoort" in te voeren, legt de Europese Unie een soort "gedragscode" op aan deze financiële instellingen, die nu in de Europese ruimte aan bepaalde voorwaarden dienen te voldoen. Als gevolg hiervan zal de interne markt transparanter en efficiënter worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Harlem Désir (S&D), schriftelijk. (FR) Ingevolge de stemming in het Parlement gaat de Unie eindelijk de activiteiten van de meest speculatieve investeringsfondsen reguleren. Het is alweer een tijd geleden dat in het initiatiefverslag van Poul Rasmussen uit 2008 werd voorgesteld strikte beperkingen op te leggen aan deze "financiële zwarte gaten". Er was een financiële crisis nodig om de lidstaten en een meerderheid van het Parlement tot overeenstemming te brengen over bindende wetgeving aangaande alternatieve fondsen. Voor het eerst zullen deze fondsen, of zij nu wel of niet in Europa zijn gevestigd, worden onderworpen aan controles, beperkingen van hun activiteiten en grotere transparantie; het opsplitsen van bedrijven zal niet langer mogelijk zijn en de toezichthoudende bevoegdheden van de Europese Autoriteit voor effecten en markten zullen worden uitgebreid. Er valt nog veel te doen op het gebied van effectief toezicht op de financiële wereld in Europa; de EAEM, niet de nationale autoriteiten, zou de enige autoriteit moeten zijn met verantwoordelijkheden op dit gebied, en bedrijven moeten nog meer tegen speculatie worden beschermd. Als de conservatieven geen bedenkingen hadden gehad, dan had de Unie nog strengere effectievere wetgeving kunnen vaststellen. Dit is niet meer dan een eerste stap. De tekst die we hebben aangenomen, zal binnen vier jaar worden herzien. Dit biedt de kans om op basis van een evaluatie verder te gaan, teneinde de economie en de werkgelegenheid te beschermen tegen de schade die speculatie aanricht.

 
  
MPphoto
 
 

  Marielle De Sarnez (ALDE), schriftelijk. (FR) Er worden almaar nieuwe regels voor beter economisch bestuur opgesteld, maar het blijft onvoldoende. Door met ruime meerderheid het verslag inzake alternatieve fondsen en kapitaalbeleggingen aan te nemen, gaat het Parlement door met het opstellen van nieuwe regels voor beter economisch bestuur. Beheerders van alternatieve beleggingsfondsen, die goed zijn voor duizend miljard Amerikaanse dollars aan activa, spelen een belangrijke rol in de financiering van de Europese economie. Hoewel deze fondsen niet direct aan de basis liggen van de financiële crisis, mogen hun beheerders niet ontsnappen aan de noodzaak alle financiële dienstverleners aan regelgeving te onderwerpen. Het Parlement heeft weten af te dwingen dat er nieuwe hoofdstukken over het verzilveren van waardevolle activa en betaling zijn opgenomen en heeft veel gedaan om invloed uit te oefenen op de regels ten aanzien van het paspoortsysteem, de verantwoordelijkheid van de bewaarder, eisen voor eigen fondsen en de toevlucht tot hefboomfinanciering.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) Dit is de eerste Europese richtlijn voor het reguleren van beleggingsfondsen met hoog risico (hedgefondsen), en daarmee sluiten we een onderhandelingsprocedure af die meer dan een jaar geduurd heeft. Zoals het verslag stelt zijn de nieuwe regels bedoeld om het gedrag van de beheerders te controleren en de transparantie met betrekking tot het beheer van deze fondsen te vergroten, teneinde de beleggers te beschermen en de stabiliteit op de financiële markten te bevorderen.

We zijn zo echter niet tot de kern van de zaak doorgedrongen. Dit soort speculatieve fondsen zijn niet verboden. De derivatenmarkt blijft bestaan, wat betekent dat de mechanismen die speculatie mogelijk maken actief blijven. We hadden een unieke kans om de financiële markten werkelijk te reguleren en we hebben van die gelegenheid geen gebruik gemaakt. De Raad en het Europees Parlement hebben toegegeven aan de enorme druk van de financiële lobby.

De financiële crisis laat zien dat het uit de rails lopen van het mondiaal financieel bestel deels te wijten is aan een te hoge blootstelling aan risico's – hedgefondsen zijn daarvan een voorbeeld – en deels aan het gebrekkig functioneren van de systemen die zijn toegepast om deze risico's in de hand te houden. De nieuwe Europese regelgeving is bedoeld om gemeenschappelijke regels vast te stellen voor de vergunningverlening voor en controle op hedgefondsen, maar is bij lange niet in staat te garanderen dat systeemrisico's zich niet langer zullen voordoen. Daarom kunnen wij niet met dit voorstel instemmen.

Er wordt intussen gediscussieerd en onderhandeld over nieuwe richtlijnen. Het blijft dus mogelijk tot de kern van deze kwestie door te dringen en – dat is het belangrijkste – speculatieve fondsen te verbieden. We zullen zien.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. (FR) Ik heb gestemd voor het compromis dat na maanden van onderhandelingen is bereikt over de regeling van beheerders van alternatieve beleggingsfondsen. Ik heb voor gestemd omdat het, ondanks zijn tekortkomingen, onaanvaardbaar zou zijn om bepaalde beleggingsfondsen toe te staan hun activiteiten straffeloos voort te zetten, in de wetenschap dat zij de crisis hebben verergerd en mede hebben verspreid. Ik betreur in het bijzonder de zwakke bepalingen ten aanzien van hefboomfinanciering, de zwakke waarborgen ten aanzien van offshorefondsen, die een paspoort zullen kunnen verkrijgen, en de geringe verplichtingen waaraan private-equityfondsen dienen te voldoen, die vaak zeer bedreven zijn in het verzilveren van de waardevolle activa van niet-beursgenoteerde ondernemingen. Ik betreur het dat we moeten toestaan dat deze roofdieren in de hele EU actief zijn, zolang zij maar zijn ingeschreven en zich aan minimumcontroles onderwerpen. Maar wat kon er meer worden verwacht van een tekst die er niet op is gericht speculatieve fondsen, maar hun beheerders te reguleren en veeleer risicobeheersing nastreeft dan voorkoming van deze speculatie?

 
  
MPphoto
 
 

  Sylvie Guillaume (S&D), schriftelijk. (FR) Ik heb voor de tekst over beheerders van alternatieve fondsen gestemd, omdat het van vitaal belang is dat er wetgeving komt inzake dit deel van de financiële markten, waarin strategieën worden aangewend die extreem riskant zijn en schadelijk voor de werkgelegenheid en de reële economie. Er is veel lovenswaardige vooruitgang geboekt, zoals het toezicht op de betaling van beheerders van deze fondsen teneinde het nemen van buitensporige risico's noch aan te moedigen, noch te belonen, om maar een voorbeeld te geven. De richtlijn gaat duidelijk in de goede richting, hoewel hij een aantal ernstige beperkingen telt. Het is in het bijzonder teleurstellend dat het toezicht is overgelaten aan nationale autoriteiten en niet aan de Europese Autoriteit voor effecten en markten (EAEM) die kort geleden, ten tijde van de stemming inzake het pakket betreffende het financieel toezicht, in het leven is geroepen. Wij dienen waakzaam te blijven en moeten zonder uitstel de volgende stappen voorbereiden naar het weer ten dienste van de economie laten functioneren van de markten, en de voorkoming van nieuwe financiële crises.

 
  
MPphoto
 
 

  Alan Kelly (S&D), schriftelijk. − (EN) Deze richtlijn is een van de eerste wetgevingsreacties van de EU op de financiële crisis. Deze richtlijn is een stap in de richting van het nieuwe regelgevings- en toezichtkader voor de financiële markten. Het is de eerste stap in de goede richting voor de wetgevingsprocedure die hopelijk binnen niet al te lange tijd zal worden voltooid. Het is belangrijk dat deze systemen worden ingevoegd om te voorkomen dat de regelgevingscrisis van 2008 zich herhaalt.

 
  
MPphoto
 
 

  Giovanni La Via (PPE), schriftelijk. − (IT) Ik heb voor het verslag over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake beheerders van alternatieve beleggingsfondsen gestemd, omdat ik vind dat fondsbeheerders geregistreerd moeten worden en zich aan enkele basale gedragsregels moeten houden. Zij beheren ongeveer duizend miljard dollar aan activa en vervullen daarmee een belangrijke rol in de financiering van de Europese economie. Zoals het verslag goed laat zien, omvat deze sector een zeer breed scala aan actoren en producten, zoals alternatieve fondsen, private-equityfondsen, vastgoedfondsen en grondstoffenfondsen. Door deze kenmerken is het van prioritair belang om communautaire maatregelen te treffen in de vorm van een compacte en precieze regeling die voor alle financiële dienstverleners geldt – een regeling waarmee het financiële systeem stabieler kan worden gemaakt en waarmee beleggers beter kunnen worden beschermd; instrumenten die kunnen worden ingezet bij het creëren van een werkelijke interne Europese markt voor financiële producten.

 
  
MPphoto
 
 

  Patrick Le Hyaric (GUE/NGL), schriftelijk. (FR) Het verslag-Gauzès is helaas een gemiste kans als het gaat om effectieve regelgeving ten aanzien van de speculatieve fondsen die aan de basis liggen van de crisis. Ondanks de destructieve rol die zij hebben gespeeld en het risico dat deze fondsen met zich meebrengen voor de huidige financiële structuur, zijn de Raad en het Parlement gezwicht voor het intensieve lobbywerk van de financiële sector, dat was gericht op behoud van deze voor een minderheid uiterst winstgevende instrumenten. Ik heb daarom tegen dit verslag gestemd, omdat het alternatieve fondsen buiten de EU verhandeling erbinnen toestaat zonder dat er aan nieuwe Europese regels hoeft te worden voldaan. Dit is een gapend gat dat alle door deze nieuwe wetgeving tot stand gebrachte wetgeving zal vernietigen.

 
  
MPphoto
 
 

  Elżbieta Katarzyna Łukacijewska (PPE), schriftelijk. - (PL) Dames en heren, de stemming van vandaag is een belangrijke stap in de wetgeving over alternatieve beleggingsfondsen. Het betekent vooral een verbetering van de transparantie, betrouwbare regels voor de regulering van de financiële branche en effectievere wetgeving. In deze tijd waarin ieder land worstelt met financiële problemen, ben ik van mening dat alternatieve beleggingen, mits op de juiste manier begrepen en benut, een positieve bijdrage kunnen leveren aan het functioneren en verbeteren van de economische situatie.

 
  
MPphoto
 
 

  Véronique Mathieu (PPE), schriftelijk. (FR) Ik wil de heer Gauzès lof toezwaaien voor het uitstekende verslag over de richtlijn inzake beheerders van alternatieve beleggingsfondsen. Dankzij dit verslag zal het mogelijk zijn de regulering van financiële markten van grotere transparantie, toezicht en gedragsregels te voorzien. Dit is een eerste succesvolle stap waarvan ik hoop dat deze wordt gevolgd door andere initiatieven om het financiële systeem grondig en volledig te hervormen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Mélenchon (GUE/NGL), schriftelijk. (FR) Ik heb tegen deze tekst en de wijzigingen van het Europees Parlement die het bevat gestemd. In tegenstelling tot wat in deze tekst wordt beweerd, wordt er niets door geregeld. Aanneming van dit verslag betekent een overwinning van de financiële lobby's op de algemene belangen van de burgers.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk.(PT) De financiële crisis van 2007 is in gang gezet door de grote investeringsbanken die in hun portefeuille een reeks alternatieve fondsen (hedgefondsen) hadden opgenomen, waarop in het geheel geen toezicht werd gehouden en die vaak activa van twijfelachtige waarde bevatten. De crisis was een weerspiegeling van dat gegeven, en het is zaak dat we nu concrete maatregelen nemen om te verhinderen dat er zich in de toekomst opnieuw een financiële crisis voordoet, veroorzaakt door financiële mechanismen die door niemand gecontroleerd worden en die vaak niet goed kwantificeerbaar zijn. Deze richtlijn bekrachtigt een reeks normen die, indien nagevolgd, de bedoelde financiële mechanismen transparanter zullen maken en gemakkelijker controleerbaar. Dan kunnen deze mechanismen de Europese economie opnieuw financieren in plaats van haar ineenstorting veroorzaken.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Mirsky (S&D), schriftelijk. (LV) Denkend aan de negatieve gevolgen van de economische crisis in de hele wereld, meen ik dat het zeer gepast is dat het Europees Parlement probeert de activiteiten van alternatieve beleggingsfondsen te beteugelen. Gezien de enorme omzet van 1 000 miljard euro van deze fondsen, kan ieder foutje uiterst negatieve gevolgen hebben voor de Europese financiële stabiliteit. Deze richtlijn is zeer belangrijk en komt als geroepen, aangezien financiële en beursspeculanten en oneerlijke beleggers zullen blijven proberen deze fondsen voor eigen gewin te gebruiken. De richtlijn voorziet in zekere beperkingen en biedt de EU de mogelijkheid ordinair misbruik van deze fondsen te voorkomen. Ik hoop dat dit slechts de eerste stap in deze richting is.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk.(DE) Beleggingsfondsen leveren een bijdrage aan de financiering van de Europese economie. De systeemrisico's die verbonden zijn aan de verschillende soorten fondsen, zoals private-equity-, vastgoed - en grondstoffenfondsen, lopen uiteraard uiteen. De strengere voorschriften die in de financiële sector worden ingevoerd als gevolg van de bancaire en financiële crisis dienen alle soorten financiële instrumenten te bestrijken. Enerzijds is het belangrijk om het risico op verliezen te verminderen en de kans op foute beslissingen op beheerdersniveau te minimaliseren. Aan de andere kant mag dit niet leiden tot de invoering van onnodige bureaucratie. Wij hebben ook regels nodig voor baissetransacties ("short selling") omdat dergelijke transacties ook een rol bij de financiële crisis hebben gespeeld. Dat is de reden dat ik het onderhavige verslag heb gesteund.

 
  
MPphoto
 
 

  Franz Obermayr (NI), schriftelijk.(DE) Beheerders van alternatieve beleggingsfondsen beheren circa 1 000 miljard dollar aan activa en spelen een belangrijke rol bij de financiering van de Europese economie. Deze sector bestaat uit een zeer brede variëteit aan spelers en financiële producten, met inbegrip van alternatieve fondsen, private-equityfondsen en vastgoedfondsen. Het is hierbij met name van belang om rekening te houden met de speciale systeemrisico's die aan private-equityfondsen zijn verbonden. Het beheer van deze fondsen mag niet vrijgesteld worden van de regulering die voor de financiële dienstensector als geheel geldt. Uit de huidige financiële crisis blijkt dat de slechte werking van het mondiale financiële stelsel deels te wijten is aan het feit dat essentiële marktdeelnemers in het stelsel aan te grote risico's worden blootgesteld. Daarnaast spelen hierbij ook tekortkomingen in het beheersen van die risico's een rol. In het voorstel van de Commissie en in het verslag wordt gestreefd naar een stabieler financieel stelsel en naar een grotere bescherming van de beleggers. Dat is de reden dat ik het verslag heb gesteund.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk.(PT) Ik heb voor het standpunt van het Parlement gestemd, omdat:

- AB's zelf niet gereglementeerd worden door de onderhavige richtlijn: het blijft mogelijk deze fondsen op nationaal niveau te regelen en te controleren;

- er moet worden gewaarborgd dat BAB-werkzaamheden aan degelijke governancecontroles worden onderworpen;

- BAB's uitdrukkelijk verplicht dienen te worden om voor de categorieën van medewerkers wier beroepsactiviteiten hun risicoprofiel of het risicoprofiel van de door hen beheerde AB's materieel beïnvloeden, een beloningsbeleid en een beloningscultuur vast te stellen en in stand te houden die stroken met een doeltreffend risicobeheer;

- voor de vereisten met betrekking tot informatieverstrekking en de garanties tegen de verzilvering van waardevolle activa (asset stripping) moet een algemene uitzondering gelden als het gaat om het toezicht op kleine en middelgrote ondernemingen;

- de bevoegdheden en taken van de autoriteiten die bevoegd zijn voor de uitvoering van deze richtlijn moeten worden verduidelijkt en de mechanismen die nodig zijn voor de waarborging van de noodzakelijke grensoverschrijdende samenwerking op toezichtgebied, moeten worden versterkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Aldo Patriciello (PPE), schriftelijk. − (IT) Beheerders van alternatieve beleggingsfondsen zijn verantwoordelijk voor het beheer van een aanzienlijk deel van de belegde activa in Europa. Zij nemen een fors deel van de handel op de markten voor financiële instrumenten voor hun rekening en kunnen grote invloed uitoefenen op de markten waarop en de ondernemingen waarin zij beleggen. Ik ben er zeker van dat beheerders van alternatieve beleggingsfondsen een substantiële bijdrage leveren aan de markten waarop zij opereren, maar zij kunnen, gezien de recente financiële problemen, ook bepaalde risico's door het financiële stelsel en de economie verspreiden of versterken. Deze richtlijn zou er ook toe moeten strekken stimulansen te creëren voor de verplaatsing van offshorefondsen naar de Unie; dit houdt niet alleen voordelen in voor de regelgever en voor de bescherming van de belegger, maar laat ook toe de inkomsten op het niveau van de beheerder, het fonds en de alternatieve belegger op een gepaste manier te belasten. Ik wil hier benadrukken dat niet-gecoördineerde nationale oplossingen het moeilijk maken om deze risico's effectief te beheren.

 
  
MPphoto
 
 

  Miguel Portas (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) Ik stem tegen dit verslag, omdat de erin opgenomen regels zich uitsluitend bezig houden met het gedrag van de ondernemingen die alternatieve fondsen beheren, en de aard en samenstelling van de financiële producten in kwestie ongewijzigd laten. Bij het doen van deze concessie ten behoeve van de "creativiteit" van de financiële bedrijfstak gaat men geheel voorbij aan het feit dat deze fondsen per definitie speculatief van aard zijn en dat die speculatie altijd een destabiliserende en usurperende dimensie heeft. Daar komt bij dat de voorgestelde regelgeving uitzonderlijk zwak is. De Europese dimensie ervan telt zoveel uitzonderingen en derogaties dat het bestaande systeem, dat op nationale en dus per lidstaat van elkaar afwijkende regels gebaseerd is, in wezen intact blijft. Het verslag maakt ook geen duidelijk onderscheid tussen degenen die zich met dit type fondsen bezig houden en degenen die de gewone, traditionele bankactiviteiten uitoefenen. Er wordt bovendien niets ondernomen tegen speculatieve fondsen die vanuit belastingparadijzen opereren. Door "drempelwaarden" in te stellen voor activa met "systeemrelevantie" worden echter wel mogelijkheden geschapen voor formele fragmentatieprocessen die tot gevolg zullen hebben dat veel beleggingsmaatschappijen waarvoor deze richtlijn bedoeld is uiteindelijk buiten het bereik van diezelfde richtlijn zullen vallen. De veiligheid van de monetaire activa van de Europese burgers is een veel te belangrijk openbaar goed om te worden blootgesteld aan de zwakheden van de voorgestelde richtlijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Paulo Rangel (PPE), schriftelijk.(PT) De financiële crisis heeft aangetoond dat de activiteiten van de verschillende spelers op de financiële markten aan een strikte controle dienen te worden onderworpen, en dat geldt zeker voor de entiteiten die zich bezig houden met het beheer en de administratie van alternatieve beleggingsfondsen. Beheerders van alternatieve beleggingsfondsen hebben met hun werkzaamheden over het geheel genomen een gunstige invloed op de markten waarop zij opereren, maar de recente problemen op de financiële markten hebben duidelijk gemaakt dat er aan die activiteiten bepaalde risico's zijn verbonden die alleen binnen een voor de gehele Europese Unie geldend samenhangend regelkader doeltreffend kunnen worden beheerd. Een op communautair niveau geharmoniseerd kader voor regelgeving en toezicht moet een oplossing kunnen bieden voor de grensoverschrijdende risico's zoals die uit de aard der zaak samenhangen met de activiteiten van de beheerders van alternatieve beleggingsfondsen en tegelijkertijd bijdragen tot de versterking van de interne markt. Dat is de reden waarom ik het standpunt van het Europees Parlement in dezen met mijn stem heb gesteund.

 
  
MPphoto
 
 

  Crescenzio Rivellini (PPE), schriftelijk. − (IT) Ik feliciteer de heer Gauzès met zijn uitstekende werk. De Europese richtlijn inzake beheerders van alternatieve beleggingsfondsen, zoals hedgefondsen en private-equityfondsen, waartoe de Commissie in april 2009, overeenkomstig de op de G20-top bepaalde richtsnoeren, een voorstel heeft gedaan als antwoord op de financiële crisis, is eindelijk aangenomen met een zeer grote meerderheid. Dit is een goede stap in de richting van de Europese ambitie om aan het begin van 2011 over een werkend financieel bestuur te beschikken. Deze nieuwe regels zouden het internationale financiële stelsel verantwoordelijker en transparanter maken en zouden het mogelijk maken om de speculatie te beperken. Volgens de richtlijn worden beleggers in speculatieve fondsen die in derde landen zijn gevestigd (beheerders van hedgefondsen zijn vaak gevestigd in belastingparadijzen) gedwongen om te voldoen aan dezelfde voorwaarden waar alle Europese bedrijven aan moeten voldoen om te mogen opereren op de Europese markt. Om dit Europese "paspoort" te kunnen verkrijgen bij de bevoegde Europese toezichthoudende autoriteiten, moeten beheerders van alternatieve fondsen dus akkoord gaan met duidelijke regels, een beperking van de speculatie en meer transparantie.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) De Groenen/EVA-Fractie heeft tegen dit verslag gestemd, hoewel de EP-leden van de Groenen voor het verslag van de heer Gauzès hebben gestemd in de Commissie economische en monetaire zaken. De reden daarvoor is dat de tekst toen er in die commissie over werd gestemd veel ambitieuzer was dan de uiteindelijke overeenkomst die is bereikt met de Raad. Toegegeven, de tekst is een eerste stap in de goede richting, aangezien er eerder geen transparantie werd geëist van hedgefondsen. De versie die is uitgegeven door de Raad is voor het Parlement echter niet bevredigend als het gaat om enkele essentiële vereisten en zij verzwakt enkele van de regelingen die de Commissie in haar oorspronkelijke voorstel had opgenomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Catherine Stihler (S&D), schriftelijk. − (EN) Ik ben blij dat er een conclusie is geformuleerd met betrekking tot BAB's en dat er rekening is gehouden met de kwestie van investeringsmaatschappijen en dat er meer rekening mee zal worden gehouden als er wetgevingsvoorstellen worden ingediend.

 
  
MPphoto
 
 

  Marie-Christine Vergiat (GUE/NGL), schriftelijk. (FR) De Confederale Fractie Europees Unitair Links/Noords Groen Links heeft tegen dit verslag over speculatieve fondsen gestemd.

Ondanks het aantal pagina's en de energie die de rapporteur erin lijkt te hebben gestoken, is dit verslag onvoorstelbaar zwak. De inhoud komt bij lange na niet tegemoet aan de problemen die wij het hoofd moeten bieden.

Vaak druisen de voorstellen druisen zelfs in tegen wat er moet worden gedaan om een herhaling te voorkomen van de financiële hypotheekcrisis van najaar 2008.

Met dit verslag kan het Europees Parlement daarom geen druk uitoefenen op de Commissie en de Raad om te stoppen met dit beleid van begrotingsbeperking dat gaandeweg al onze instrumenten voor sociaal beleid verwoest.

Aan de vooravond van de door Nicolas Sarkozy voorgezeten G20-top wordt hiermee een slecht signaal afgegeven.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Záborská (PPE), schriftelijk. − (SK) Het is goed om te proberen lering te trekken uit onze fouten die tot de wereldwijde financiële crisis hebben geleid. Hoewel in sommige sectoren regulering noodzakelijk is, geef ik persoonlijk de voorkeur aan transparantie en een informatieplicht. Als banken verplicht zouden zijn cliënten te informeren over hoe ze met hun geld omgaan en wat dat voor hen betekent, zou er geen crisis kunnen ontstaan. Maatregelen die de activiteiten van ondernemers beperken zouden alleen een oplossing moeten zijn wanneer een fout niet kan worden hersteld, bijvoorbeeld als de gezondheid of het leven van mensen op het spel staan. Laten we daarom voorzichtig zijn met reguleren. De taak van overheidsinstanties is niet mensen hun verantwoordelijkheid voor hun beslissingen te ontnemen, maar ervoor te zorgen dat ze de benodigde informatie krijgen om beslissingen te kunnen nemen. Laten we niet vergeten dat de natuurlijke steun voor onderzoek en onderwijs afkomstig is uit particuliere bronnen, ofwel beleggingsfondsen, die geld uitlenen aan veelbelovende ondernemingsprojecten en investeren in nieuwe technologieën, met kennis en afweging van de mogelijke risico's. Indien ons streven naar zekerheid investeerders demotiveert om nieuwe mogelijkheden te zoeken in de Europese Unie, blijven we voor altijd afhankelijk van de inefficiënte en bureaucratische overheidsinvesteringsprogramma's. Zo komen we nog meer achter te liggen op technologisch gebied. Ik beschouw het voorliggende verslag als een compromis, waarin uitdrukking is gegeven aan enkele van mijn bedenkingen ten opzichte van de regulering van de sector. Daarom heb ik het verslag gesteund.

 
  
  

Verslag-Díaz de Mera García Consuegra (A7-0294/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk. (FR) In Verordening (EG) Nr. 539/2001 is de lijst vastgesteld van derde landen waarvan de onderdanen in het bezit moeten zijn van een visum om de Europese Unie te kunnen binnenkomen. Tot voor kort waren het eiland Taiwan en de eilanden van de Noordelijke Marianen opgenomen in Bijlage 1 van de verordening en als gevolg daarvan onderworpen aan deze visumeis. Aangezien Taiwan geen enkel risico van illegale immigratie of bedreiging van de openbare orde voor de Unie vertegenwoordigt en aangezien de onderdanen van de Noordelijke Marianen, als houders van Amerikaanse paspoorten, onderdanen zijn van de Verenigde Staten, bleek het noodzakelijk om deze regio's over te hevelen van de beperkende regeling van Bijlage I naar de minder beperkende regeling van Bijlage II. Ik heb derhalve mijn steun gegeven aan het standpunt van de rapporteur om deze overheveling mogelijk te maken.

 
  
MPphoto
 
 

  Elena Băsescu (PPE), schriftelijk.(RO) Het feit dat het verslag van Agustín Díaz de Mera door een grote meerderheid is aangenomen wijst duidelijk op het voordeel van de beslissing om de visumplicht voor Taiwan op te heffen. Hiermee bevestigt het Europees Parlement zijn vertrouwen in het grote democratiseringsproces dat Taiwan de laatste jaren heeft doorgevoerd. Ik zou willen benadrukken dat Taiwan een opmerkelijke economische vooruitgang heeft geboekt. Taiwan heeft een omvangrijk handelsverkeer met de EU. Zijn economie staat op de vijfentwintigste plaats in de wereld en blijft jaarlijks nog steeds met ruim 13 procent groeien. Deze gestadige ontwikkeling verlaagt de kans dat de EU met een toevoer van illegale immigranten uit Taiwan te maken zal krijgen. Daarom ben ik van mening dat het vergemakkelijken van het verkeer van personen een van de belangrijkste aspecten van de bilaterale samenwerking moet worden. Bij de beslissing om Taiwanese burgers van de visumplicht te ontheffen is ook het feit in beschouwing genomen dat Taiwan voldoet aan de technische vereisten met betrekking tot de veiligheid van reisdocumenten. De introductie van biometrische paspoorten in 2008 is een van de diverse constructieve maatregelen die tot nu toe ten uitvoer zijn gelegd. Ik hoop dat de beslissing van het Europees Parlement door de Raad zal worden goedgekeurd en dat de nieuwe bepaling zelfs al dit jaar van kracht zal worden. Tot slot: gezien de noodzaak tot inachtneming van de wederkerigheidscriteria vind ik het gepast dat de Taiwanese overheid heeft besloten de visumplicht voor burgers uit Roemenië, Bulgarije en Cyprus op te heffen.

 
  
MPphoto
 
 

  Vilija Blinkevičiūtė (S&D), schriftelijk.(LT) In deze verordening wordt een overzicht gegeven van de derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen van de Unie in het bezit moeten zijn van een visum, evenals een overzicht van de derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld. Het besluit om een visumplicht voor derde landen te hanteren wordt per afzonderlijk geval genomen. Het doel van het onderhavige voorstel is om de visumplicht voor burgers van Taiwan af te schaffen. Het Europees Parlement heeft het doel van dit voorstel ondersteund. Het is zeer belangrijk om een gemeenschappelijk immigratiebeleid vast te stellen en tegelijkertijd de handels- en economische betrekkingen tussen de Europese Unie en Taiwan te ontwikkelen. In de afgelopen jaren heeft Taiwan op economisch gebied een aanzienlijke groei doorgemaakt. Op dit moment is het inkomen per hoofd van de bevolking in dat land het hoogste ter wereld. Taiwan is daarnaast een uitstekende samenwerkingspartner wat wetenschap, investeringen, nieuwe technologieën, onderwijs, cultuur en toerisme betreft. Dat betekent dat het opheffen van de visumplicht voor Taiwan bevorderlijk zal zijn voor de handels- en economische betrekkingen met de EU.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk.(PT) Ik heb vóór gestemd, omdat ik meen dat Taiwan moet worden overgeheveld naar de positieve lijst als het gaat om visumvrijstelling. Ik geloof dat de bestaande handelsbetrekkingen tussen de EU en Taiwan van dien aard zijn dat dit besluit een gunstige impact zal hebben. Voor de meeste landen van deze regio met een vergelijkbaar ontwikkelingsniveau geldt reeds een visumvrijstelling. De EU heeft besloten om prioriteit te verlenen aan beleidsmaatregelen die bijdragen tot versterking van de mededinging, tot meer economische groei en tot het scheppen van meer en betere banen. Het besluit om visumvrijstelling te verlenen zal die strategie ondersteunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE), schriftelijk.(PT) Ik steun het besluit om staatsburgers van Taiwan visumvrijstelling te verlenen. Dat besluit houdt in dat dit Taiwan wordt overgeheveld naar de zogenaamde positieve lijst. Dat zal een gunstige economische invloed hebben op de betrekkingen tussen de EU en Taiwan, dat ook nu al een belangrijke handelspartner van de EU is (Taiwan komt op de negentiende plaats). De EU is ook de belangrijkste buitenlandse investeerder in Taiwan. Dit besluit kan verder het toerisme bevorderen (de EU is voor staatsburgers van Taiwan nu één van de belangrijkste bestemmingen). Het risico op illegale immigratie is zeer gering: er zijn maar heel weinig gevallen geregistreerd (45 personen voor de periode 2006-2008). Ook de openbare veiligheid loopt geen gevaar. De regionale samenhang zal door dit besluit toenemen, aangezien de meeste andere landen en entiteiten in dezelfde regio met een vergelijkbaar niveau van economische ontwikkeling, zoals Hongkong, Macao, Japan, Zuid-Korea en Singapore al een vrijstelling van visumplicht genieten. Ik ben heel tevreden dat Taiwan de nodige maatregelen heeft genomen om de betrouwbaarheid van identiteitsbewijzen en paspoorten te verzekeren (door biometrische paspoorten te introduceren). Taiwan heeft bovendien aangekondigd dat het maatregelen zal nemen om de lidstaten van de EU allemaal een gelijke behandeling te geven.

 
  
MPphoto
 
 

  Mário David (PPE), schriftelijk.(PT) Het doet mij deugd met mijn stem bij te kunnen dragen aan de erkenning, van de zijde van de Europese Unie, dat aan de voorwaarden voor visumliberalisering voor Taiwan is voldaan. Taiwan heeft de laatste decennia een belangrijk democratiseringsproces doorgemaakt, alsook een enorme economische groei (het land staat nu economisch gezien op de vijfentwintigste plek wereldwijd). De Europese Unie en Taiwan onderhouden belangrijke economische en handelsbetrekkingen en werken bovendien samen op het gebied van onderzoek, wetenschap, technologie, onderwijs, cultuur en milieu. De vrijstelling van de visumplicht voor Taiwan zal de bilaterale betrekkingen tussen de Europese Unie en Taiwan verstevigen, het partnerschap op een aantal vlakken verdiepen en het onderlinge toerisme bevorderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ioan Enciu (S&D), schriftelijk.(RO) Ik heb gestemd vóór dit nieuwe amendement op Verordening (EG) nr. 539/2001, waarin wordt bepaald dat de Noordelijke Marianen van de VS en Taiwan worden opgenomen in de positieve lijst van landen met vrijstelling van de visumplicht voor toegang tot de Europese Unie, omdat ik van mening ben dat dit Europese burgers een groter vrij verkeer geeft. Daarbij hoop ik ook dat Taiwan zich op zijn beurt aan de belofte zal houden Roemenië en Bulgarije uit de lijst van landen die nog steeds een visumplicht hebben te schrappen.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk.(PT) Wie wel eens buiten de grenzen van de Europese Unie heeft gereisd beseft dat onze vrijheid van intern verkeer een positieve impact heeft gehad op ons leven. De opheffing van de binnengrenzen heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de verbetering van de mobiliteit van personen en goederen. Het feit dat men binnen de Europese Unie vrij gemakkelijk kan reizen maakt nog eens duidelijk hoe belangrijk buitengrenzen zijn. We moeten daarom zonder terughoudendheid een beleid ontwerpen voor toegang tot de Europese ruimte, en dat beleid moet in de eerste plaats de belangen van de Europese burgers dienen. Mensen die onze ruimte willen binnenkomen dienen op een humane wijze behandeld te worden en we moeten hun rechten respecteren. De Unie doet er echter verstandig aan de kandidaten voor de “positieve lijst” aan een rigoureus onderzoek te onderwerpen. Opname van Taiwan in die lijst lijkt me redelijk: dit eiland heeft het daarvoor benodigde humanitaire en economische niveau en het is een functionerende rechtsstaat.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) De opname van Taiwan op de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van de visumplicht zijn vrijgesteld is duidelijk een provocatie aan het adres van de Volksrepubliek China. Het is een schending van de soevereiniteit van de Chinese instellingen over het eigen grondgebied en als zodanig een schaamteloze poging om verdeeldheid aan te wakkeren. Het is ook een aanval op de territoriale integriteit van China.

Als dit besluit wordt bekrachtigd betekent dat een impliciete erkenning van Taiwan, en dat komt neer op een schending van het internationaal recht en het Handvest van de Verenigde Naties door de EU. Taiwan is immers nooit een soevereine staat geweest, wat door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, die opname van Taiwan in de VN nooit heeft aanvaard, herhaaldelijk is erkend.

Nu de crisis van het kapitalisme steeds ernstiger wordt laat de meerderheid binnen het EP opnieuw zien dat ze geen middelen schuwt om haar doel te bereiken. Ze wil de buitengewone economische ontwikkeling van China stuiten, onder andere door separatisme binnen de grenzen van China aan te wakkeren. Dit standpunt sluit aan bij de positie van de VS, die de soevereiniteit van China ook geschonden hebben door onlangs nog wapens te verkopen aan de zogenaamde “autoriteiten” van Taiwan.

Het is onaanvaardbaar dat de meerderheid van het EP schendingen van de soevereiniteit en territoriale integriteit van landen blijft steunen, zoals dat ook al gebeurd is met betrekking tot Servië (Kosovo) en zoals nu gebeurt met Soedan (Zuid-Soedan).

 
  
MPphoto
 
 

  Nathalie Griesbeck (ALDE), schriftelijk. (FR) Het Europees Parlement heeft op 11 november gestemd vóór de overheveling van Taiwan naar de lijst van derde landen waarvan de onderdanen zijn vrijgesteld van de visumplicht bij het overschrijden van de externe grenzen van de lidstaten, en ik ben zeer verheugd over de aanneming van deze resolutie. In de eerste plaats genieten al veel landen in dezelfde geografische zone (Hongkong, Macao, Japan, Zuid-Korea ...) van deze visumvrijstelling. Daarnaast is, meer in het bijzonder, visumliberalisering een uitstekend middel om contact en toenadering tussen volkeren te bevorderen: studenten, onderzoekers, gewone reizigers, enzovoort, en ik ben ervan overtuigd dat hierdoor nauwere samenwerking op het gebied van onderwijs, cultuur, onderzoek en zelfs toerisme wordt bevorderd tussen de Europese Unie en Taiwan.

 
  
MPphoto
 
 

  Giovanni La Via (PPE), schriftelijk. − (IT) De lijst van derde landen waarvan de onderdanen aan de visumplicht zijn onderworpen, is vastgesteld na een zorgvuldige beoordeling van de situatie per land, waarbij gekeken is naar illegale immigratie, veiligheidskwesties, de externe betrekkingen van de Europese Unie en het wederkerigheidsbeginsel. Het is begrijpelijk dat, gelet op de waarschijnlijkheid dat de criteria in de loop der tijd veranderen, het wettelijk kader voorziet in een herzieningsprocedure voor de landenlijst, waarmee het aantal landen waarvoor een visumvrijstelling geldt, kan worden aangepast. Met het vandaag aangenomen voorstel van de heer Díaz de Mera García Consuegra wordt Taiwan in die laatste lijst opgenomen. Taiwan heeft de laatste decennia een belangrijk democratiseringsproces doorgemaakt, waardoor het land nu belangrijke economische en handelsbetrekkingen onderhoudt met de Europese Unie. Daarom denk ik dat dit een belangrijk besluit is, waarmee we kunnen benadrukken dat de EU handelt in overeenstemming met de onlangs aangenomen besluiten die van Taiwan de vierde Aziatische partner van de EU hebben gemaakt.

 
  
MPphoto
 
 

  Krzysztof Lisek (PPE), schriftelijk. – (PL) De laatste decennia is in Taiwan veel veranderd. De institutionele hervormingen hebben, samen met het dynamische optreden van het maatschappelijk middenveld en de eerbiediging van de vrijheden en de burgerrechten, bijgedragen aan de politieke stabiliteit in Taiwan. Tegelijkertijd is het land op internationaal niveau op velerlei terreinen actief, inclusief het verlenen van hulp aan slachtoffers van natuurrampen. Momenteel zien we in Taiwan een hoge economische groei en lage werkloosheid. Sinds de jaren vijftig van de twintigste eeuw heeft het land vele hervormingen met succes afgerond. Politiek gezien heeft Taiwan een diepgaand democratiseringsproces achter de rug. De in de jaren tachtig ingevoerde veranderingen bereikten hun hoogtepunt met de eerste rechtstreekse presidentsverkiezingen in 1996. De EU en Taiwan onderhouden grootschalige economische en handelsbetrekkingen en de EU is de belangrijkste buitenlandse investeerder in Taiwan. Het land is de op drie na grootste handelspartner van de EU in Azië. Ook wordt samengewerkt op het gebied van onderzoek en onderwijs, cultuur en milieu. Het percentage illegale vluchtelingen uit Taiwan op het grondgebied van de EU is bijzonder laag. De burgers van de meeste EU-lidstaten, Cyprus, Roemenië en Bulgarije uitgezonderd, hebben geen visum nodig om naar Taiwan te reizen. Binnenkort worden ook burgers van bovengenoemde landen vrijgesteld van visumplicht. Ik ben ervan overtuigd dat het opheffen van de visumplicht voor de burgers van Taiwan, zal leiden tot een nog grotere opleving van de handelsbetrekkingen en de betrekkingen op het gebied van onderzoek en onderwijs, cultuur en milieu en tot een toename van het toeristische verkeer tussen de EU en Taiwan.

 
  
MPphoto
 
 

  Clemente Mastella (PPE), schriftelijk. − (IT) Ik heb vóór dit verslag gestemd, omdat de belangrijkste doelstelling van het voorstel is om een gemeenschappelijk immigratiebeleid te ontwikkelen, dat tegelijkertijd bijdraagt aan de versterking van de handelsbetrekkingen tussen de Europese Unie en Taiwan.

Na de eerste democratische verkiezingen in 1996 is er in Taiwan een belangrijk democratiseringsproces op gang gebracht, waarin met belangrijke institutionele hervormingen, die de eerbiediging van de burgerlijke vrijheden en de burgerrechten hebben verbeterd, is bijgedragen aan de consolidatie van de politieke stabiliteit van Taiwan. Vanuit economisch oogpunt heeft Taiwan een aanzienlijke groei doorgemaakt, en de Europese Unie en Taiwan onderhouden belangrijke economische en handelsbetrekkingen en werken samen op het gebied van onderzoek, wetenschap, technologie, onderwijs, cultuur en milieu.

De kans dat illegale immigranten van het Aziatische eiland naar de Europese Unie zullen komen, is heel klein, en dat rechtvaardigt de afschaffing van de visumplicht. De visumvrijstelling voor Taiwan zal de handelsbetrekkingen met de Europese Unie versterken, zorgen voor een nauwere samenwerking op het gebied van cultuur, onderwijs, milieu en onderzoek en het onderlinge toerisme bevorderen. Dit zijn wij de Taiwanese burgers verschuldigd, mede omwille van de regionale samenhang, aangezien wij al vrijstelling van de visumplicht hebben verleend aan andere landen en entiteiten in dezelfde regio met een vergelijkbaar niveau van economische ontwikkeling.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk.(PT) De criteria voor derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum worden voor elk geval afzonderlijk onderzocht, en dan wordt gekeken naar kwesties als illegale immigratie, openbare orde en veiligheid, de betrekkingen met de Unie, regionale samenhang en het wederkerigheidsbeginsel. Bij het herzien van de lijsten wordt de Europese Commissie bijgestaan door de lidstaten. Zij zijn verantwoordelijk voor het opnemen van landen in de positieve dan wel negatieve lijst. De informatie van de lidstaten en de waardevolle gegevens van het Centrum voor informatie, beraad en gegevensuitwisseling inzake grensoverschrijding en immigratie (CIBGGI) helpen de Commissie bij het nemen van een beslissing. De opname van Taiwan op de positieve lijst is volledig gerechtvaardigd. Het is ook een beloning voor de economische en democratische vooruitgang die dit land geboekt heeft.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Mirsky (S&D), schriftelijk. (LV) In dit verband verontrust het mij dat de betrekkingen tussen Taiwan en China niet goed zijn gereguleerd. Door Taiwanezen de buitengrenzen van de EU zonder visum te laten overschrijden, bevorderen we een verwijdering tussen China en Taiwan. Rekening houdend met het feit dat China een belangrijke rol speelt in de wereldpolitiek en dat Taiwan een teer punt blijft, moeten we geen overhaaste en ondoordachte stappen zetten. Ik heb tegen gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk.(DE) Met betrekking tot visa voor derde landen waarvoor een visumplicht geldt, is het essentieel dat elk geval afzonderlijk wordt onderzocht. In het verleden werden visa vaak verkocht. Het is belangrijk dat wij dergelijke schandalen een halt toe roepen en zorgen dat de Schengen-regels in acht worden genomen. Op visumvereisten dient het wederkerigheidsbeginsel van toepassing te zijn, maar uit het voorbeeld van de VS blijkt dat dit niet altijd het geval is. Dat land gebruikt immers het intrekken van de visumvrijstelling als dreigement tijdens onderhandelingen. Het is ook belangrijk om een onderscheid te maken tussen de verschillende derde landen. Taiwan is een speciaal geval. Tot nu toe heeft dat land een relatief goede economische groei doorgemaakt waardoor de EU aanneemt dat het risico op illegale immigratie klein is. Ik vind het echter geen goede zaak om mensen zonder een vaste verblijfplaats in Taiwan die geen identiteitsdocumenten hebben dezelfde voorrechten te geven. Dat is de reden waarom ik het onderhavige verslag niet heb gesteund.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. − (IT) Dames en heren, ik heb vóór het voorstel voor een verordening gestemd, omdat ik het gepast en terecht acht om het eiland Taiwan in de positieve lijst op te nemen. Taiwan is een zeer goede handelspartner van de EU en kent hoge sociale normen en een hoge levensstandaard, die zeer vergelijkbaar zijn met de meest ontwikkelde regio's van de EU. De visumvrijstelling voor Taiwan zal de handelsbetrekkingen met de Europese Unie versterken, zorgen voor een nauwere samenwerking op het gebied van cultuur, onderwijs, milieu en onderzoek en het onderlinge toerisme bevorderen. Daarentegen ben ik van mening dat – zoals de heer Díaz de Mera García Consuegra duidelijk heeft aangetoond – de opgesomde landen niet in de positieve lijst moeten worden opgenomen, omdat deze in tegenstelling tot Taiwan niet voldoen aan dezelfde normen en vereisten.

 
  
MPphoto
 
 

  Paulo Rangel (PPE), schriftelijk.(PT) Ik heb vóór gestemd, omdat ik meen dat opname van Taiwan op de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van de visumplicht zijn vrijgesteld (de zogenaamde “positieve lijst”) gerechtvaardigd is op grond van de vooruitgang die Taiwan geboekt heeft op het gebied van democratisch bestuur, economische groei en onderwijs. Dit besluit zal bijdragen tot de versterking van de handelsbetrekkingen tussen de Europese Unie en dit eiland. Daar komt bij dat deze maatregel geen extra risico's met zich meebrengt op het gebied van illegale immigratie of openbare veiligheid. Van belang is ook dat de regering van Taiwan beloofd heeft om tegen het einde van 2010 alle 27 lidstaten visumvrijstelling te verlenen.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) We hebben steun verleend aan deze wijziging van Verordening (EG) nr. 539/2001, die als voornaamste doel heeft houders van een Taiwanees paspoort vrij te stellen van visumplicht bij binnenkomst in de EU. Zoals heel nauwkeurig is beschreven in het voorstel van de Commissie, moet het beginsel van de visumvrijstelling zeker worden gesteund, aangezien het niveau van de economische ontwikkeling, het onderwijs en het democratisch bestuur van Taiwan vergelijkbaar is met dat van de OESO-landen in de regio – Zuid-Korea en Japan. Na tientallen jaren van spanningen is het politieke klimaat tussen de huidige Taiwanese regering en de Volksrepubliek China op dit moment zeer positief, zoals blijkt uit de invoering van rechtstreekse vluchten en het grote aantal zakelijke en persoonlijke uitwisselingen tussen de landen, zodat de maatregel zonder problemen kan worden ingevoerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Oreste Rossi (EFD), schriftelijk. − (IT) Taiwan vormt geen bedreiging voor de Europese Unie, noch op het vlak van de illegale immigratie (tussen 2006 en 2008 zijn slechts 45 illegale immigranten als Taiwanees geïdentificeerd), noch op het vlak van de openbare veiligheid.

Zoals de rapporteur, de heer Díaz de Mera García Consuegra ons vanochtend zei, hebben de Taiwanese autoriteiten alle EU-burgers officieel vrijgesteld van de visumplicht. Ik ben het eens met de rapporteur, omdat het belangrijk is om een gemeenschappelijk immigratiebeleid te ontwikkelen, dat tegelijkertijd bijdraagt aan de versterking van de handelsbetrekkingen tussen de Europese Unie en Taiwan. Taiwan is de vierde Aziatische partner van de Europese Unie, is politiek stabiel, voert institutionele hervormingen door en eerbiedigt de burgerlijke vrijheden en de burgerrechten.

 
  
  

Verslag-Van Brempt (A7-0246/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk.(PT) Het verlenen van bijstand voor projecten op het gebied van energie is volgens mij zeker nu, in deze crisis, van cruciaal belang. Zo stimuleren we de Europese economie, door nieuwe banen te creëren. Het verzoek van het Parlement om ook bijstand te verlenen aan projecten op het gebied van energie-efficiëntie en hernieuwbare energiebronnen vind ik terecht. Als je dat doet, stap je eigenlijk over van in wezen grensoverschrijdende projecten op lokale projecten, en die laatste hebben in heel Europa een grotere impact. We mogen niet vergeten dat KMO's die willen investeren in projecten op het gebied van hernieuwbare energie vooral problemen ondervinden bij het dekken van de aanloopkosten. In de verordening wordt daarop gewezen. Het idee om technische bijstand te verlenen bij het realiseren van deze projecten is heel goed. De rapporteur wijst er terecht op dat de moeilijke budgettaire situatie van regionale autoriteiten niet mag verhinderen dat deze toegang tot de middelen krijgen. Wat het toepassingsgebied betreft: deze steun moet ook beschikbaar zijn voor projecten voor gedecentraliseerde hernieuwbare energiebronnen op lokale sites en hun integratie in het stroomnet.

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk. (FR) Verordening (EG) nr. 663/2009 van het Europees Parlement en de Raad voorziet in de vaststelling van het Europees energieprogramma voor herstel (European Economic Programme for Recovery - EEPR) dat het economisch herstel moet bevorderen met de toewijzing van 3,98 miljard euro in de jaren 2009 en 2010. Wanneer investeringshulp voor duurzame energie zich op lokaal niveau concentreert, is deze zeer effectief en winstgevend. Daarom heb ik voor deze tekst gestemd. Hij voorziet in de instelling van een financieel instrument ter ondersteuning van initiatieven op het gebied van energie-efficiëntie en hernieuwbare energie die een snel, meetbaar en substantieel effect hebben op het economisch herstel van de Unie, de energiezekerheid versterken en de broeikasgassen terugdringen. De begunstigden van deze instrumenten zijn de overheidsinstellingen, bij voorkeur op lokaal en regionaal niveau, en publieke en private organen die namens deze overheidsinstellingen optreden.

 
  
MPphoto
 
 

  Vito Bonsignore (PPE), schriftelijk. − (IT) Ik feliciteer de rapporteur met het uitstekende werk en het positieve resultaat. Ik heb vóór deze maatregel gestemd, omdat ik denk dat de oprichting van een ad-hocfonds om de energieafhankelijkheid te verminderen en om over te gaan op hernieuwbare en lokale energie (ook al is de omvang ervan slechts 146 miljoen euro) voor mijn fractie een belangrijk voorbeeld is van de manier waarop wij verstandiger om kunnen gaan met de begroting van de Europese Unie. Ik ben er dan ook van overtuigd dat dit financiële instrument van nog grotere waarde wordt in het licht van de financiële crisis, omdat het bedrijven beter kan helpen herstellen en omdat het in de toekomst als proefproject kan worden gebruikt voor de oprichting van een royaler energiefonds. Daarnaast denk ik dat deze maatregel nuttig is bij het realiseren van projecten die kunnen bijdragen aan het economisch herstel en aan het halen van de energiedoelstellingen die voor de bestrijding van de klimaatverandering zijn vastgesteld. Door energie-efficiëntie en het gebruik van hernieuwbare energie te prioriteren, zetten we een essentiële stap voorwaarts. Tot slot hoop ik dat de programma's zullen voorzien in een evenwichtige geografische verdeling en dat de totale juridische structuur (en de samenstelling van de voor toewijzing bevoegde instantie) beter wordt gedefinieerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk.(PT) De ontwikkeling van andere hernieuwbare energiebronnen en de bevordering van energie-efficiëntie dragen bij tot “groene” groei, een duurzame en concurrerende economie en het tegengaan van klimaatverandering. Door dat beleid te steunen zal de Unie zorgen voor nieuwe banen en nieuwe mogelijkheden voor een “groene” markt, wat de totstandkoming van een veilige, duurzame en concurrerende economie zal stimuleren. Het is van cruciaal belang meer openbare financiële bijstand te verlenen voor het ontwikkelen van projecten gericht op energiebesparing, energie-efficiëntie en hernieuwbare energie. Europa moet ook de voorwaarden scheppen voor meer particuliere investeringen in wetenschappelijk onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstraties op het gebied van energie. Ik zou verder graag willen dat energieveiligheid, milieu en bestrijding van klimaatverandering prioriteiten werden voor het achtste kaderprogramma voor onderzoek en technologische ontwikkeling. Alleen zo kunnen we het concurrentievermogen van onze industrie behouden en economische en banengroei bevorderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Giles Chichester (ECR), schriftelijk. − (EN) De conservatieve leden van het Europees Parlement zijn van mening dat in het huidige financiële en economische klimaat voorstellen voor nieuwe EU-uitgaven aan een grondige toetsing moeten onderworpen. Bij dit specifieke instrument maakten we ons zorgen over de begrotingsbeginselen van de EU-begroting en over begrotingsdiscipline. De conservatieve leden van het Europees Parlement zien echter de mogelijke toegevoegde waarde van dit voorstel en de nadruk die het legt op prioritaire beleidsgebieden. Daarom kunnen de conservatieve leden van het Europees Parlement het compromisvoorstel bij wijze van uitzondering steunen, wat op geen enkele wijze een precedent schept.

 
  
MPphoto
 
 

  Lara Comi (PPE), schriftelijk. − (IT) Het beste antwoord op de inzinking van de vraag zoals deze zich de afgelopen jaren heeft voorgedaan in de wereldeconomie is het stimuleren van de huidige geldomloop. De overheidssector is absoluut het beste in staat om op dat gebied maatregelen te treffen. Het is daarom te hopen dat deze sector gestimuleerd wordt en in staat kan worden gesteld om te sparen, zodat de economie de vruchtbare weg van efficiënte consumptie kan inslaan, waarbij tegelijkertijd niet te delokaliseren arbeidsplaatsen worden gecreëerd. Toch moeten we benadrukken dat deze maatregel zeer dringend nodig is. Voorspellingen laten zien dat het mogelijk is dat een dergelijke maatregel al snel wordt gezien als slechts een van de vele herstelmaatregelen, en het risico bestaat dat deze weinig aandacht krijgt. Snel handelen zou dat gevaar wegnemen en zou de maatregel tegelijkertijd doeltreffender maken.

 
  
MPphoto
 
 

  Vasilica Viorica Dăncilă (S&D), schriftelijk. (RO) De toegang van plaatselijke en regionale overheidsinstanties tot financiering van investeringen in projecten voor hernieuwbare energiebronnen en energie-efficiëntie moet worden verbeterd. Mijns inziens is de uitwisseling van ervaringen tussen plaatselijke en regionale instanties in de lidstaten bevorderlijk voor de ontwikkeling van levensvatbare projecten op het gebied van energie-efficiëntie, waarmee bovendien gevolg wordt gegeven aan de toezeggingen om klimaatverandering tegen te gaan. De Europese Unie moet echter de benodigde financiële mechanismen ten uitvoer leggen om de doelstellingen van de EU 2020-strategie te verwezenlijken.

 
  
MPphoto
 
 

  Mário David (PPE), schriftelijk.(PT) Ik steun grosso modo de in dit verslag opgenomen voorstellen om economisch herstel te realiseren door meer economische bijstand toe te kennen aan projecten op het gebied van energie. Ik vind het een heel goed idee om niet gebruikte kredieten van het Europees energieprogramma voor herstel (EEPR) door te sluizen naar een nieuw instrument voor steun aan projecten op het gebied van energie-efficiëntie en hernieuwbare energie. Met de nodige financiële prikkels kunnen deze projecten bijdragen tot niet alleen het herstel van de Europese economie, maar ook de energievoorzieningszekerheid en de vermindering van de broeikasgasemissies in de EU. Een ander positief punt van dit initiatief is het idee om de efficiëntie van dit instrument te vergroten door de middelen op lokaal en regionaal niveau in te zetten. Dat zal “spillover” effecten genereren, zoals de opleving van de lokale en regionale economieën door de activiteiten van KMO's, meer werkgelegenheid, verbetering van de sociale integratie en het vergroten van de aantrekkelijkheid van regio's.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk.(PT) Ik heb voor dit verslag gestemd, omdat het ervoor pleit steunmaatregelen voor projecten op het gebied van energie-efficiëntie en hernieuwbare energie op te nemen in het Europees energieprogramma voor herstel. Financiering van dit soort projecten zal het economisch herstel stimuleren, banen creëren en klimaatverandering tegengaan, en kan zo een belangrijke bijdrage leveren aan de oplossing van de financiële crisis.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk.(PT) We weten dat de Europese Unie voor haar energie sterk van andere landen afhankelijk is, en dat de lidstaten daar een oplossing voor proberen te vinden door de energieproductie te diversifiëren en te opteren voor hernieuwbare energie. Die ontwikkeling is sterk vertraagd door de economische en financiële crisis waar we nu mee te kampen hebben. Een programma voor het toekennen van communautaire financiële bijstand op het gebied van energie om zo het economisch herstel te bevorderen zou de huidige trend kunnen keren en leiden tot het wederom oppakken van initiatieven die erop gericht zijn de lidstaten in sterkere mate zelfvoorzienend te maken als het gaat om energie. Het is bekend dat de aanloopkosten van dit soort projecten heel hoog liggen, maar we weten ook dat we er allemaal bij winnen als we hulp bieden aan degenen die bereid zijn op dit vlak risico's te nemen. Deze sector beschikt over een potentieel, niet alleen om het milieu te beschermen, maar ook om banen te creëren in een Europa dat minder afhankelijk van het buitenland wenst te worden. Ik hoop dat dit programma vruchten zal afwerpen, dat het het doel waarvoor het in het leven is geroepen zal dienen, en dat we bureaucratie en onnodige uitgaven zullen weten te verhinderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) Het gaat hier om een wijziging van de verordening waarin het Europees energieprogramma voor herstel wordt vastgesteld. Met het oog op dat herstel was voor de jaren 2009 en 2010 een bedrag van 3,98 miljard euro toegekend. Men zij eraan herinnerd dat dit bedrag niet is gebruikt, en dat de Commissie nu werkt aan het initiatief voor de financiering van duurzame energie. Het is de bedoeling de genoemde middelen voor dit initiatief te gebruiken.

Het niet gebruikte geld (146 miljoen euro) zal worden doorgesluisd naar het nieuwe financieringsinstrument, dat zal worden ingezet voor projecten op het gebied van duurzame energie, vooral in stedelijke gebieden. Het gaat dan onder andere om:

- openbare en particuliere gebouwen waarin oplossingen op het gebied van hernieuwbare energie en/of energie-efficiëntie worden toegepast, inclusief oplossingen die op het gebruik van informatie- en communicatietechnologie (ICT) zijn gebaseerd;

- investeringen in warmtekrachtkoppeling (WKK), inclusief microwarmtekrachtkoppeling, en in netwerken voor stadsverwarming/-koeling, met name op basis van hernieuwbare energiebronnen, met een hoge energie-efficiëntie;

- gedecentraliseerde en lokaal geïntegreerde hernieuwbare energiebronnen en de integratie hiervan in de elektriciteitsnetten;

- micro-opwekking uit hernieuwbare energiebronnen;

- schoon stadsvervoer ter ondersteuning van een verhoogde energie-efficiëntie en de integratie van hernieuwbare energiebronnen, met de nadruk op openbaar vervoer, elektrische en waterstofvoertuigen en verminderde broeikasgasemissies;

- lokale infrastructuur, met inbegrip van efficiënte buitenverlichting van openbare infrastructuur.

 
  
MPphoto
 
 

  Juozas Imbrasas (EFD), schriftelijk.(LT) Ik wil de rapporteur van het verslag bedanken voor dit uitstekende wetgevingsinitiatief. Het kan op mijn steun rekenen omdat de financiering van projecten op het gebied van energie-efficiëntie en hernieuwbare energie een bijdrage levert aan het bevorderen van het economisch herstel, aan het creëren van werkgelegenheid en aan de bevordering van sociale integratie en de attractiviteit van de regio's. Deze projecten hebben weliswaar een optimaal effect wanneer zij op gemeentelijk, regionaal en lokaal niveau worden uitgevoerd, maar in goed onderbouwde gevallen kan het effectiever zijn om ze op nationaal niveau uit te voeren. Aangezien de huidige financiële en economische crisis en de daaruit voortvloeiende lagere begrotingsinkomsten een negatief effect hebben op met name de financiële situatie van de lokale en regionale autoriteiten, moet gewaarborgd worden dat de problematische begrotingssituatie van die autoriteiten geen beletsel vormt om toegang tot financiering te krijgen. Ik ben verheugd dat een van de voorwaarden economische impact op korte termijn is en dat de tijd tussen de ontvangst van de aanvraag voor een project en het besluit over de financiering, maximaal zes maanden mag bedragen. Zoals wij weten, wordt de afhankelijkheid van de EU van olie- en gasleverende landen steeds groter. In een aantal landen wordt er bij projecten voor renovatie van gebouwen, interconnectoren, windmolenparken en de afvang en opslag van kooldioxide (CCS) slechts mondjesmaat vooruitgang geboekt. De financiële middelen die niet voor deze projecten worden gebruikt, kunnen wellicht aan het onderhavige doel worden toegewezen. Het verslag is met name relevant voor Litouwen dat in toenemende mate afhankelijk wordt van energie uit Rusland. Ik hoop dan ook dat de regering alles in het werk zal stellen om financiële middelen aan te trekken en dat zij die middelen op lokaal niveau zal aanwenden teneinde een toegevoegde waarde en directe voordelen voor de burgers te creëren, waarbij tegelijkertijd de energieschaarste wordt teruggedrongen. Ik hoop daarnaast dat het verslag niet aan bureaucratische rompslomp ten onder zal gaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk.(PT) Het verbeteren van de energie-efficiëntie en de energievoorzieningszekerheid zijn belangrijke prioriteiten van de EU. De Europa 2020-strategie is heel ambitieus als het gaat om de verwezenlijking van de doelstellingen op dit gebied. Het is een goed idee om overgebleven middelen in te zetten voor de ondersteuning van projecten op het gebied van energie-efficiëntie en hernieuwbare energie in het kader van het van het Europees Energieprogramma voor Herstel (EEPR), zeker tegen de achtergrond van de financiële crisis. Investeringsprojecten op deze gebieden zijn van cruciaal belang voor economische groei en een schonere economie.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Mirsky (S&D), schriftelijk. (LV) Ik schaar me geheel achter het idee dat we 146 miljoen euro moeten toewijzen aan projecten op het gebied van energie. Dit zal een merkbaar effect hebben, mits het geld verstandig wordt gebruikt. Deze beslissing zal om te beginnen het groene licht geven aan iedereen in de verwerkende industrie en de vervoersector die op zoek is naar een flinke kostenverlaging. Er zal sprake zijn van lagere kosten, wat betekent dat er meer verdiend wordt, en vervolgens kunnen de EU-landen, door een evenwichtig begrotingsbeleid te voeren, de gevolgen van de mondiale financiële crisis sneller overwinnen. De toewijzing van EU-middelen aan projecten op het gebied van energie is een goede prikkel voor de regeringsleiders van de EU, lokale overheden en bedrijven.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk.(DE) Onderzoek en ontwikkeling zijn essentieel voor een gezonde economische groei en zijn onontbeerlijk voor het verwezenlijken van de doelstellingen van de EU met betrekking tot klimaatverandering of een betere energie-efficiëntie. Dat is een van de redenen dat onderzoek en ontwikkeling centraal staan in de EU 2020-strategie. Aan de andere kant is het belangrijk dat de subsidieregels duidelijk zijn om misbruik zo veel mogelijk te voorkomen. De controlemaatregelen mogen er evenwel niet toe leiden dat kleine bedrijven en KMO's indirect van steun uitgesloten worden vanwege de complexiteit van de subsidieprocedure. Tegen deze achtergrond moeten de subsidievoorschriften dan ook om de paar jaar worden herzien en, waar mogelijk, ook worden vereenvoudigd. De geplande herziening voldoet echter niet aan deze vereiste en dat is de reden dat ik tegen het onderhavige verslag heb gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. − (IT) Ik heb vóór dit verslag gestemd, om dat ik denk dat het vooral in tijden van crisis belangrijk is om de economie te ondersteunen en stimuleren. Daarbij moet de nadruk worden gelegd op sectoren die het plafond nog niet hebben bereikt maar veeleer verder moeten worden ontwikkeld en waarin verder moet worden geïnvesteerd. Daarnaast ben ik het eens met de bepaling op grond waarvan de regeling beperkt moet blijven tot de financiering van investeringsprojecten met een snelle, meetbare en substantiële impact op het economisch herstel van de Unie, op de verbetering van de energiezekerheid en de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. De huidige structurele crisis biedt paradoxaal genoeg een belangrijke kans om hier opnieuw over te spreken. De problemen waar de belangrijkste economieën mee te kampen hebben gehad, zouden Europa in staat kunnen stellen zich te herstellen. Daarbij zijn echter de visie en de moed van een nieuwe strategie vereist. In de huidige omstandigheden is de enige strategie die kans van slagen heeft, een strategie van investeringen in innovatieve oplossingen om de huidige technologische en wetenschappelijke paradigma's te doorbreken.

 
  
MPphoto
 
 

  Paulo Rangel (PPE), schriftelijk.(PT) Ik heb voor dit verslag gestemd, omdat ik het een heel verstandig idee vind om niet gebruikte fondsen uit het Europees energieprogramma voor herstel in te zetten voor het samenstellen van een specifiek financieringsinstrument voor het verlenen van bijstand aan projecten op het gebied van energie-efficiëntie en hernieuwbare energie. Het financieren van dit soort projecten sluit aan bij de doelstellingen van de Europa 2020-strategie en kan op beslissende wijze bijdragen tot de totstandkoming van een duurzame economie, het bestrijden van klimaatverandering en het bevorderen van banengroei. Dat is tegen de achtergrond van de financiële en economisch crisis die we nu doormaken een bijzonder geschikte maatregel.

 
  
MPphoto
 
 

  Crescenzio Rivellini (PPE), schriftelijk. − (IT) Ik feliciteer mevrouw Van Brempt met haar uitstekende werk. Dankzij de wijziging van de wetgeving inzake het Europees energieprogramma voor herstel (EEPR) kunnen de beschikbare middelen worden ingezet voor de financiering van projecten als: de renovatie van openbare en particuliere gebouwen om de energie-efficiëntie te verbeteren of over te schakelen naar hernieuwbare energie; de bouw van duurzame energiecentrales en de integratie daarvan in elektriciteitsnetten; de ontwikkeling van schoon openbaar stadsvervoer, zoals elektrische en waterstofvoertuigen, en de ontwikkeling van de lokale infrastructuur, met inbegrip van efficiënte straatverlichting, oplossingen voor elektriciteitsopslag, slimme meters en intelligente netwerken. De financiële middelen dienen hoofdzakelijk lokale en regionale overheden te ondersteunen bij de uitvoering van economisch en financieel haalbare projecten, om zo de investering te zijner tijd terug te kunnen verdienen. Tussen januari 2011 en 31 maart 2014 zou een bedrag van 146,34 miljoen euro ter beschikking moeten worden gesteld. De ontvangen bijdragen kunnen leningen, garanties, equities en andere financiële producten omvatten. Voorts mag maximaal 15 procent van de verstrekte middelen worden gebruikt voor bijstand aan overheidsinstanties bij het opzetten van projecten, die deels op basis van het geografisch evenwicht zullen worden geselecteerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Robert Rochefort (ALDE), schriftelijk. (FR) In de moeilijke economische omstandigheden waarin wij ons momenteel bevinden zal dit financiële instrument – waarmee 146 miljoen euro in niet-vastgelegde kredieten worden bestemd voor projecten voor energiebesparing, energie-efficiëntie en hernieuwbare energie tot 2014 – bijdragen aan de stimulering van de groei binnen de Europese Unie en tegelijkertijd de klimaatverandering bestrijden en milieubescherming bevorderen. Ik ondersteun dit instrument en stem voor het verslag van mijn collega, mevrouw Van Brempt.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) In 2009 heeft de EU een programma (het EEPR) goedgekeurd ter ondersteuning van het economisch herstel in Europa door 3,98 miljard euro uit te trekken voor energieprojecten tot eind 2010. Die communautaire financiering werd toegekend aan drie subprogramma's op het gebied van projecten voor gas- en elektriciteitsinfrastructuur, windenergie op zee (OWE) en afvang en opslag van kooldioxide (CCS). Dankzij de groenen zijn we erin geslaagd een bepaling op te nemen die het mogelijk maakt de niet-vastgelegde kredieten te gebruiken voor een speciaal financieel instrument voor energie-efficiëntie en initiatieven op het gebied van hernieuwbare energie, in het bijzonder in stedelijke omgevingen. Om een groot aantal gedecentraliseerde investeringen te stimuleren, zullen gemeentelijke, lokale en regionale overheden de steun ontvangen.

 
  
MPphoto
 
 

  Oreste Rossi (EFD), schriftelijk. − (IT) Tijdens een crisis, zoals de crisis die ons momenteel treft, is het onacceptabel dat de middelen die de Europese Unie beschikbaar heeft gesteld voor energieprojecten, worden verspild. Van de middelen die bestemd waren voor infrastructurele werken op het gebied van gas, elektriciteit en windenergie, is meer dan 146 miljoen euro niet besteed. Deze maatregel heeft als doel om met dat bedrag projecten te financieren die gericht zijn op de herstructurering en de verhoging van de energie-efficiëntie van woningen en openbare gebouwen, straatverlichting en het stadsvervoer. Deze middelen kunnen nieuwe werkgelegenheid creëren, waarmee wordt bijgedragen aan de ontwikkeling van een concurrerende en duurzame economie.

 
  
MPphoto
 
 

  Salvatore Tatarella (PPE), schriftelijk. − (IT) Met de stemming van vandaag wordt een nieuw, belangrijk fonds opgericht waarmee middels innovatieve financiële instrumenten projecten worden gefinancierd op het gebied van hernieuwbare energie en energie-efficiëntie. Het fonds heeft een tweeledig doel: enerzijds moet het energiebesparingen en milieuverbeteringen bevorderen en anderzijds moet het een nieuwe impuls geven aan het economisch herstel van Europa. Het fonds zal energieprojecten en -initiatieven financieren en hanteert daarbij een andere zienswijze dan in het verleden, met dien verstande dat geen financiering “à fonds perdu” meer plaatsvindt, die vaak desastreus uitpakte, maar gekeken wordt naar de winstgevendheid van de investering. Ik denk dat deze nieuwe methode, als deze goed wordt toegepast, het begin zal zijn van een positieve spiraalwerking voor het herstel van de Europese economie. Daarnaast biedt dit nieuwe financiële instrument een belangrijke kans voor de ontwikkeling van lokale overheden, met name in Zuid-Italië. Het fonds kan in verbinding worden gebracht met andere Europese fondsen, zoals het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling. Door met overtuiging vóór dit nieuwe fonds te stemmen hoop ik dat deze innovatieve vorm van financiering in de toekomst ook kan worden toegepast in vele andere sectoren, te beginnen met het wegennet, het spoorwegennet, havens en luchthavens.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Teixeira (PPE), schriftelijk.(PT) Het streven naar energie-efficiëntie en meer energievoorzieningszekerheid is nu één van de prioriteiten van de Europese Unie. De omvang van de economische en financiële crisis in Europa is van dien aard dat ze noopt tot het vinden van evenwichtige oplossingen die aansluiten bij de behoeften van het huidige tijdsgewricht, in de eerste plaats door gebruik te maken van bestaande financiële middelen. Ik ben daarom heel tevreden met dit initiatief om de 114 miljoen euro die in het kader van het Europees energieprogramma voor herstel waren gereserveerd te gebruiken voor de ondersteuning van projecten op het gebied van energie-efficiëntie en hernieuwbare energie. Dit is geheel in de geest van de Europa 2020-strategie. Het is de bedoeling dat deze investeringsprojecten bijdragen tot het scheppen van banen en het verbeteren van het concurrentievermogen van de sector. Het verslag wijst er terecht op dat de nadruk moet worden gelegd op gedecentraliseerde investeringen, omdat het de overheden op de verschillende niveaus (lokaal, regionaal en nationaal) zijn die van deze initiatieven baat zullen ondervinden. De rol van de verschillende belanghebbenden wordt zo versterkt en beter gewaardeerd, wat aantoont dat de coördinatie in het kader van het Burgemeestersconvenant een positieve impact heeft.

 
  
  

Ontwerpresolutie RC-B7-0608/2010

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk.(PT) Ik heb voor deze gemeenschappelijke resolutie gestemd omdat ik geloof dat de trans-Atlantische betrekkingen voor ons Europeanen verreweg de belangrijkste buitenlandse betrekkingen zijn. Bij de volgende topontmoeting EU-VS zullen beide partners moeten samenwerken om voortgang te boeken met hun gemeenschappelijke, op gedeelde waarden gebaseerde agenda, zoals de verdediging van de democratie, de rechtsstaat en de mensenrechten. Er is nu een ernstige crisis gaande en we staan aan de vooravond van een belangrijke G20-top. Daarom moeten de VS en de EU – die samen de helft van de wereldeconomie vertegenwoordigen – nu meer dan ooit nauw samenwerken om de wereldeconomie weer op gang te helpen en maatregelen te nemen voor het reguleren van het mondiale financiële systeem. De planeet ziet zich voor enorme uitdagingen gesteld: de bestrijding van klimaatverandering, het verwezenlijken van de millenniumdoelstellingen, het vredesproces in het Midden-Oosten, de toestand in Afghanistan en Irak, en het tegengaan van de verspreiding van kernwapens. Om op die uitdagingen een antwoord te kunnen formuleren en zo een bijdrage te leveren aan een oplossing van die problemen, moeten we gezamenlijk actie ondernemen, en die actie moet voortkomen uit een intensievere dialoog en een nauwere samenwerking tussen de VS en de EU binnen het kader van de bestaande multilaterale instellingen, inzonderheid de Verenigde Naties, de OSVE en de NAVO.

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk. (FR) De unieke relatie tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten is een van de strategische hoekstenen van de Europese Unie. Het trans-Atlantisch partnerschap, dat de helft van de wereldeconomie voor zijn rekening neemt en waarden als democratie en mensenrechten deelt, staat bovendien borg voor mondiale stabiliteit. De volgende top tussen de EU en de Verenigde Staten is een cruciaal moment in deze samenwerking. Ik heb voor deze tekst gestemd aangezien er de aandacht in wordt gevestigd op de uitdagingen die deze samenwerking wacht en de verplichtingen die ermee gepaard gaan. De hernieuwde dialoog tussen onze twee grote mogendheden en de bevordering van multilaterale onderhandelingen die het beleid van de nieuwe regering-Obama kenmerken, onderstrepen het belang van deze tekst. Vanuit dit perspectief worden in de tekst de richtsnoeren voor de volgende top verschaft, in het bijzonder in relatie tot het Israëlisch-Palestijnse conflict, de Iraanse nucleaire kwestie, nucleaire ontwapening en het trans-Atlantisch veiligheidspact. Tenslotte wordt aangedrongen op een versterking van de Trans-Atlantische Economische Raad en wordt de aandacht gevestigd op de noodzaak het internationale financiële systeem te hervormen en de samenwerking op het gebied van energie, milieu, intellectueel eigendom, consumentenbescherming en juridische en politionele samenwerking te ontwikkelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Zigmantas Balčytis (S&D), schriftelijk.(LT) Ik steun de onderhavige resolutie. Dankzij de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon is de Europese Unie een belangrijke speler op het internationale toneel geworden. Hoewel de EU en de Verenigde Staten de grootmachten in de mondiale economie blijven, hebben de ingrijpende gevolgen van de financiële en economische crisis tot de vorming van een meer geïntegreerde trans-Atlantische markt geleid, hetgeen gunstigere voorwaarden zou moeten scheppen voor economische groei en een duurzame sociale ontwikkeling. Daarvoor is het echter noodzakelijk sterker bilateraal samen te werken bij de voorbereiding van een gezamenlijke energiestrategie ter ondersteuning van de diversificatie en de continuïteit van de energie- en toeleveringsroutes en ter bevordering van een ecologisch efficiënte economie. Bovendien is het met het oog op het creëren van een nieuwe bedrijfscultuur noodzakelijk om meer innovaties, creativiteit en informatie- en communicatietechnologieën te gebruiken en om de samenwerking te intensiveren op onderwijs-, onderzoeks- en wetenschappelijk gebied.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk.(PT) Overwegende dat beide partners zich ertoe hebben verbonden samen te werken om groei en werkgelegenheid in hun economieën te bevorderen, en dat het Europees Parlement blijft pleiten voor voltooiing van de trans-Atlantische markt in 2015, die naast de voltooiing van de interne markt van de EU een centraal onderdeel zal vormen van de groei en het herstel van de wereldeconomie, heb ik voor deze resolutie gestemd. Ik ben er namelijk van overtuigd dat de Trans-Atlantische Economische Raad (TEC) het meest geschikte mechanisme is om de trans-Atlantische economische betrekkingen te beheren. De partners moeten alle mogelijkheden van de TEC benutten teneinde de bestaande belemmeringen voor economische integratie uit de weg te ruimen en tegen 2015 een trans-Atlantische markt tot stand te brengen, op basis van het beginsel van een sociale markteconomie, om zo een positieve respons te formuleren op de huidige economische en sociale crises. Ik sluit me ook aan bij het verzoek om telkens wanneer wetgeving met trans-Atlantische gevolgen wordt overwogen, in de TEC samen te werken in alle aangelegenheden die van invloed zijn op het regelgevingsklimaat voor het bedrijfsleven (en dan met name voor KMO's), en dat daarbij de aanpak wordt gevolgd van de Small Business Act van de EU (“denk eerst klein”).

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE), schriftelijk.(PT) Het partnerschap tussen de EU en de VS is gebaseerd op een gemeenschappelijke geschiedenis en cultuur en op gemeenschappelijke belangen en waarden. De EU en de VS hebben verder een gedeelde verantwoordelijkheid bij de aanpak van wereldwijde kwesties en nieuwe uitdagingen. De geïntegreerde economieën van deze twee partners vertegenwoordigen de helft van de wereldeconomie, wat dit partnerschap de drijvende kracht maakt achter de wereldwijde economische welvaart. Het is van groot belang dat er op deze top een gemeenschappelijke en consistente strategie wordt ontwikkeld, met nieuwe beleidsmaatregelen en -instrumenten om de nieuwe uitdagingen aan te gaan, of het nu gaat om economische groei en het creëren werkgelegenheid, of om strategische en veiligheidsvraagstukken. Ik hoop dat deze top de boodschap zal opleveren dat de EU en de VS als nooit tevoren moeten samenwerken om hun markten en financiële instellingen te hervormen en dat ze daarbij lering moeten trekken uit de fouten die tijdens de recente economische en financiële crisis zijn gemaakt. Zo kunnen ze de voorwaarden voor herstel en banengroei creëren. Ik roep ook op tot een open dialoog tussen beide partners met betrekking tot de wijze waarop we in het kader van het respect voor al de fundamentele mensenrechten meer tolerantie en eerbied kunnen genereren voor de diversiteit van de respectieve gemeenschappen.

 
  
MPphoto
 
 

  Lara Comi (PPE), schriftelijk. − (IT) De wetenschap dat de Verenigde Staten en de Europese Unie in de wereld de eerste plaats innemen brengt een verantwoordelijkheid met zich mee waar we ons niet aan kunnen onttrekken. Het gaat er niet om ingenomen standpunten te verdedigen of vergeefse pogingen te doen om historische processen tegen te houden, onder het mom van het beschermen van die positie, maar veeleer om de verworvenheden van de beschaving die onze landen decennialang hebben gekenmerkt, te waarborgen. De wens om onze burgers langs democratische weg welvarend te maken – middels de vrije markt, humanere arbeidsomstandigheden, goed werkende sociale stelsels en alle andere verworvenheden die onze landen hebben gemaakt tot wat ze zijn – is veel belangrijker dan een eerste plaats op een internationale ranglijst, die wel ruwe gegevens kan leveren maar niets zegt over emoties en levenskwaliteit. Dit alles geldt niet alleen voor het onderhouden van mondiale economische betrekkingen, maar ook voor gevoeligere kwesties op het gebied van bijvoorbeeld het buitenlands- en milieubeleid (met de daarmee verband houdende implicaties voor het industrie- en energiebeleid). Als we vandaag meer samenwerken, kan dat morgen tot een betere wereld leiden, en het is niet onze bedoeling om die ambitieuze doelstelling los te laten.

 
  
MPphoto
 
 

  Christine De Veyrac (PPE), schriftelijk. (FR) De relatie tussen de Verenigde Staten en Europa is uniek en historisch. De vandaag in het Parlement aangenomen resolutie, die ik heb ondersteund, benadrukt het belang van steeds grotere samenwerking tussen onze landen, en van een voortdurende versterking van onze betrekkingen, zeker tegen de achtergrond van de economische crisis en de tegen het Westen gerichte terroristische bedreigingen. Ik juich het ook toe dat de monetaire kwestie in de resolutie is opgenomen, aangezien hiermee wordt aangetoond dat wij het internationale monetair stelsel willen herzien, in een tijd dat valutaoorlogen de groei van de EU schaden. Aan de vooravond van de G20-top versturen wij derhalve een vriendelijke maar krachtige boodschap aan onze trans-Atlantische bondgenoten.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk.(PT) Ik heb voor deze gezamenlijke resolutie over de aanstaande topontmoeting EU-VS en de Trans-Atlantische Economische Raad gestemd, omdat ik het heel belangrijk vind dat het huidige voorzitterschap al het mogelijke onderneemt om bij de volgende top in Cancún een ambitieuze overeenkomst met de VS te bereiken. Belangrijk is ook dat we beter met de VS samenwerken om het emissiehandelssysteem van de EU en de emissiehandelprogramma's in de VS beter op elkaar af te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) Deze resolutie is heel helder als het gaat om de doelstellingen van de volgende topontmoeting en de aangekondigde intensivering van de “strategische dialoog” tussen de VS en de EU.

De veranderingen die de wereld op dit moment ondergaat, de crisis van het kapitalisme en de opkomst van andere landen met een sterke economische macht, en dan vooral van Brazilië, Rusland, India en China, de zogenaamde BRIC-landen, vormen een serieuze bedreiging voor de imperialistische hegemonie. De VS en de EU willen hun strategieën “coördineren” teneinde deze tendens te keren, en ze willen daar een hele reeks economische, diplomatieke en militaire middelen voor inzetten. De meerderheid binnen het Europees Parlement is niet bereid de neoliberale opties om te buigen. Integendeel, die koers willen ze juist nog strakker aanhouden. Men hoopt dat bij deze top nieuwe stappen zullen worden genomen in de richting van een sterkere “economische integratie” en de totstandkoming van een “trans-Atlantische markt”, wat zal leiden tot nog meer uitbuiting van de werknemers en de volkeren, en een nog scherpere economische en sociale asymmetrie tussen de landen van de EU.

Aan de militaire optie om de controle over de grondstoffenmarkt zeker te stellen wordt steeds meer gewicht toegekend, wat heel gevaarlijk is. Dat moet gebeuren via een versterkte “strategische samenwerking” tussen de VS en de EU binnen de NAVO, ten behoeve van de “trans-Atlantische veiligheid”.

De volkeren hebben met hun strijdvaardigheid een antwoord geformuleerd op deze optie voor oorlog en uitbuiting. Wij zijn ervan overtuigd dat het Portugese volk de strijd tegen dit beleid zal opvoeren, allereerst tijdens de demonstratie tegen de NAVO, op 20 november, en verder bij de algemene staking waartoe de CGTP-IN heeft opgeroepen en die op 24 november moet plaatsvinden.

 
  
MPphoto
 
 

  Lorenzo Fontana (EFD), schriftelijk. − (IT) Het is belangrijk om zo goed mogelijke politieke en economische trans-Atlantische betrekkingen te onderhouden. De laatste jaren zijn deze steeds intensiever geworden en hebben deze invloed gehad op de investeringen en activiteiten van het bedrijfsleven. Ik denk dat de betrekkingen tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten, zoals uit de gezamenlijke ontwerpresolutie naar voren komt, verder verbeterd kunnen worden door de economische samenwerking en de regelgeving op het gebied van de bescherming van persoonsgegevens te versterken en door de Amerikaanse autoriteiten te vragen om meer transparantie te betrachten op het gebied van het buitenlands en defensiebeleid. Het is belangrijk dat de betrekkingen tussen de EU en de VS worden geïntensiveerd, vooral op het vlak van de handel, en dat daarbij rekening wordt gehouden met de gedeelde waarden en de meningsverschillen, waarover een constructieve dialoog moet worden gevoerd. Over het geheel genomen ben ik positief over de gezamenlijke ontwerpresolutie, waardoor ik vóór zal stemmen, in de hoop dat de tekst een impuls kan geven aan een intensievere samenwerking tussen deze twee belangrijke spelers op het mondiale politieke en economische toneel.

 
  
MPphoto
 
 

  Nathalie Griesbeck (ALDE), schriftelijk. (FR) De Europese Unie en de Verenigde Staten zijn twee gebieden die zwaar zijn getroffen door de economische en financiële crisis. In een periode waarin de weerslag daarvan nog steeds voelbaar is, hebben wij in het Europees Parlement nog eens de nadruk willen leggen op onze wens om een gemeenschappelijk antwoord te vinden op de crisis en economische samenwerking te versterken, teneinde samen deze moeilijke periode definitief te boven te komen. Ik meen dat de voltooiing van de trans-Atlantische markt in 2015 een goede manier is om de economische betrekkingen tussen beide gebieden verder te ontwikkelen en om sterker te staan ten opzichte van de grillen van de wereldeconomie. Aangezien de Verenigde Staten en de EU oude partners zijn die veel waarden delen (democratie, mensenrechten), zouden wij verder willen dat er een trans-Atlantisch onderzoek kwam naar verdenkingen van martelingen in Irak. Nu tot slot de dreiging van het terrorisme duidelijker lijkt te worden, hoop ik dat de EU en de Verenigde Staten volledig op dit gebied zullen samenwerken, zonder evenwel maatregelen te nemen die te zeer inbreuk zouden kunnen maken op de privélevens van onze burgers. Dat is wat naar voren wilden brengen, nu de top van de EU en de Verenigde Staten nadert.

 
  
MPphoto
 
 

  Tunne Kelam (PPE), schriftelijk. − (EN) Ik heb de resolutie over de Trans-Atlantische Economische Raad gesteund, met uitzondering van enkele door de ALDE-Fractie ingediende amendementen. Ik zou deze gelegenheid willen aangrijpen om beide trans-Atlantische partners met klem te verzoeken om het potentieel van de Trans-Atlantische Economische Raad onverwijld volledig te benutten. Deze Raad is een cruciaal instrument om de nog steeds bestaande barrières voor de vrijhandel te slechten en de trans-Atlantische vrije markt binnen de komende vijf jaar te verwezenlijken. Een dergelijke markt is herhaaldelijk door het Europees Parlement bepleit en is de enige basis voor een langdurige en betrouwbare samenwerking tussen de VS en de EU. In politiek opzicht zouden de VS en Europa vastberaden inspanningen moeten ondernemen om tot overeenstemming te komen over een gemeenschappelijke agenda voor de aanpak van de uitdagingen op wereldniveau.

 
  
MPphoto
 
 

  Alan Kelly (S&D), schriftelijk. − (EN) De relatie tussen de EU en de VS is een van de belangrijkste relaties die de EU heeft. De VS is zo'n belangrijke handelspartner dat ook maar alles wat ons zou helpen dichter bij elkaar te komen en nauwer samen te werken zeer welkom is. Ik verwelkom de resolutie die een oproep doet om de meningsverschillen tussen de twee handelsblokken over kwesties als visumvrijstelling en PNR-gegevens bij te leggen. In deze resolutie wordt ook gevraagd om een sterkere mate van overeenstemming over de financiële hervormingen aan beide zijden van de Atlantische Oceaan, hetgeen denk ik heel belangrijk is om te vermijden dat er in de toekomst opnieuw een crisis plaatsheeft als de crisis die we momenteel ondervinden.

 
  
MPphoto
 
 

  Constance Le Grip (PPE) , schriftelijk. (FR) Ik heb steun gegeven aan de resolutie waarin het Europees Parlement aanbevelingen doet aan de Raad met betrekking tot de manier waarop de trans-Atlantische kwesties het beste op de komende top tussen de EU en de VS kunnen worden behandeld. Gezien het gewicht van de Europese Unie en de Verenigde Staten in de wereldeconomie en de huidige economische situatie lijkt het van cruciaal belang dat beide partners hun samenwerking intensiveren en aldus groei en werkgelegenheid bevorderen. Daarom heb ik met name steun gegeven aan de twee door mijn collega Brok ingediende mondelinge amendementen, die het belang van gecoördineerd monetair beleid binnen de context van de trans-Atlantische betrekkingen benadrukken. Deze twee amendementen moeten in verband gebracht worden met het debat dat in de G20 geopend wordt over de risico's die alle economieën van de wereld lopen door de "valutaoorlog" en door nationale monetaire initiatieven die de wisselkoersen uit het lood kunnen slaan. Alle "concurrerende devaluaties" en alle "concurrerende onderwaarderingen" moeten worden vermeden, omdat zij de noodzakelijke internationale economische en monetaire samenwerking schaden.

 
  
MPphoto
 
 

  Patrick Le Hyaric (GUE/NGL), schriftelijk. (FR) De aangenomen resolutie over de trans-Atlantische betrekkingen is een pleidooi voor een speciale relatie met de Verenigde Staten, voor een speciale economische relatie op basis van een tot 2015 tot stand te brengen trans-Atlantische markt en voor een speciale politieke relatie teneinde "de gemeenschappelijke zaak" te kunnen verdedigen. Deze gemeenschappelijke zaak omvat nauwere samenwerking in Afghanistan, een aanzienlijk intensievere integratie met missies van de Noord Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) en inwilliging van de Amerikaanse eisen met betrekking tot het delen van bankgegevens van Europese burgers via de SWIFT-overeenkomst.

 
  
MPphoto
 
 

  Jiří Maštálka (GUE/NGL), schriftelijk. − (CS) Voor wat betreft de nog niet ondertekende overeenkomst tussen de Europese Unie en de VS inzake de bescherming van persoonsgegevens bij de overdracht en de verwerking ervan in het kader van de politiële en justitiële samenwerking, dienen we ons één fundamentele vraag te stellen: “Is deze overeenkomst voor beide partijen even gunstig, ja of nee?”. Als u het mij vraagt, luidt het antwoord “nee”. Het belang van de VS om gegevens over EU-burgers in handen te krijgen is het sterkst. Indien we bovendien naar de grote verschillen tussen de systemen voor de bescherming van persoonsgegevens aan beide zijden kijken, dan kan men welhaast niet anders dan tot de conclusie komen dat het eigenlijk onmogelijk is een dergelijke overeenkomst te sluiten, tenminste indien we de Europese normen uit Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en het Handvest van grondrechten van de EU daadwerkelijk serieus willen nemen. Bovendien is het zo dat, overeenkomst artikel 16 van het Verdrag inzake de werking van de EU, voorafgaand aan de onderhandelingen over een dergelijke overeenkomst tussen de EU en de VS de organen, instellingen en andere entiteiten van de EU alsook de lidstaten regels inzake de bescherming van fysieke personen bij de verwerking van persoonsgegevens moeten goedkeuren.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Mélenchon (GUE/NGL), schriftelijk. (FR) De enige verdienste van deze resolutie is dat ze de universele afschaffing van de doodstraf aanbeveelt en de Verenigde Staten oproept toe te treden tot het Internationaal Strafhof. Voor de rest is ze onacceptabel. Hoe kan het Parlement verklaren voorstander te zijn van de voltooiing van de grote brede trans-Atlantische markt, dat een kolossaal project is dat achter de ruggen van Europese burgers wordt uitgevoerd? Hoe kan het de SWIFT-overeenkomst verwelkomen, de overdracht van passagiersgegevens (PNR-gegevens), de "Open Skies"-overeenkomst tussen Europa en de Verenigde Staten, de handel in broeikasgasemissierechten, en de antidemocratische instellingen die achter de Multidisciplinaire Groep inzake internationaal optreden tegen terrorisme (GMT) zitten? Ik heb tegen dit verraad van het algemene belang en de democratie gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk.(PT) De relatie tussen de EU en de VS houdt een wederzijdse verbintenis in om de democratie, de rechtsstaat en de mensenrechten te verdedigen, terrorisme te bestrijden en de verspreiding van massavernietigingswapens te voorkomen. Dat zijn onze gemeenschappelijke belangen en waarden. We mogen niet vergeten dat de EU en de VS samen de helft van de wereldeconomie uitmaken en dat dit partnerschap de grootste, meest geïntegreerde en langdurigste economische relatie ter wereld is, en een drijvende kracht achter de wereldwijde economische welvaart. We moeten ook beseffen dat de kracht van de trans-Atlantische relatie nu, gelet op de huidige wereldwijde financiële en economische crisis, des te belangrijker is. Deze topontmoeting vormt daarom een heel belangrijke gelegenheid om de banden aan te halen en te verbeteren, teneinde de voor 2015 vastgelegde doelstellingen te verwezenlijken.

 
  
MPphoto
 
 

  Louis Michel (ALDE), schriftelijk. (FR) De resolutie over de komende top tussen de EU en de VS en de Trans-Atlantische Economische Raad is bedoeld om de trans-Atlantische agenda opnieuw te bevestigen en de samenwerking tussen de EU en de VS te versterken. Deze relatie blijft een topprioriteit voor de Europese Unie. Afgezien van het feit dat de EU en de Verenigde Staten een aantal belangen en waarden delen, zoals de bevordering van vrede, democratie, eerbiediging van de mensenrechten en markteconomie, onderhouden zij omvangrijkste bilaterale handels- en investeringsbetrekkingen ter wereld: de trans-Atlantische economie is 4 280 miljard dollar waard. Onze realiteit is er een van almaar nauwere economische integratie. Het belang van deze betrekkingen kan ook in zijn volle omvang tegen de achtergrond van ontwikkelingssamenwerking worden bezien: de Verenigde Staten en de Europese Unie voorzien samen in bijna 80 procent van de ontwikkelingshulp. Tot slot: ons partnerschap is van vitaal belang om de wereld stabieler te maken en om belangrijke multilaterale kwesties te bespreken, zoals klimaatverandering, energie, de economische en financiële crisis, crisisbeheer, ontwikkelingssamenwerking, regionale zaken, non-proliferatie en ontwapening, en veiligheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Radvilė Morkūnaitė-Mikulėnienė (PPE), schriftelijk.(LT) De EU en de Verenigde Staten vertonen veel overeenkomsten en spelen een overheersende rol bij het oplossen van de mondiale problemen. Wij moeten echter wel van elkanders goede praktijken leren en ons partnerschap versterken teneinde de effectiviteit van ons optreden te waarborgen. Deze problemen zijn relevant voor zover het gaat om klimaatverandering, een gezond milieu en voedselzekerheid. De kolossale milieuramp in de Golf van Mexico heeft de hoop gewekt dat de Amerikaanse regering adequate maatregelen zou nemen om milieuzorg te waarborgen en een bijdrage te leveren aan de aanpak van de uitdagingen die met klimaatverandering gepaard gaan. De EU moet een actieve rol spelen tijdens de Conferentie over klimaatverandering in Cancún. Het is belangrijk dat de VS zich aansluit bij deze overeenkomst, omdat soms de indruk ontstaat dat het eenvoudiger is om met ontwikkelingslanden tot overeenstemming te komen dan met de VS. Wij moeten manieren vinden om koppelingen tussen de regeling voor de handel in emissierechten (ETS) van de Europese Unie en de regionale en federale regelingen van de VS te bevorderen. Daarnaast moeten wij streven naar een trans-Atlantisch partnerschap op het gebied van strategische energiekwesties met betrekking tot zowel energievoorzieningszekerheid als beleid voor koolstofarme energiebronnen. Een van de onderwerpen bij die trans-Atlantische samenwerking moet een gezond milieu zijn – nieuwe voedingsmiddelen en het gebruik van nieuwe technologieën voor de voedselproductie. De Europese samenleving is nog niet helemaal voorbereid op innovaties, hetgeen betekent dat de landen elkaars keuzes moeten respecteren. Een sterk partnerschap tussen de EU en de VS dient voor beide partijen voordelen op te leveren en moet zich in een mondiale context plaatsen. Ik hoop dat de komende top tussen de EU en de VS een stap op weg naar de verwezenlijking van dit doel zal betekenen.

 
  
MPphoto
 
 

  Franz Obermayr (NI), schriftelijk.(DE) De ontwerpresolutie bevat een aantal positieve punten en de EU moet ernaar streven om haar positie op deze gebieden te versterken. Ik denk daarbij aan het bestrijden van de mondiale economische en financiële crisis en aan de samenwerking op het gebied van vervoer en industrie. Aan de andere kant zitten er in de ontwerpresolutie tekortkomingen, bijvoorbeeld met betrekking tot het buitenlands en veiligheidsbeleid, met name waar het om de bestrijding van het internationale terrorisme gaat. Derhalve heb ik mij van stemming onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. − (IT) Ik heb vóór de resolutie gestemd, omdat ik het een eerlijke en evenwichtige tekst vind. Het is belangrijk dat het Parlement zijn mening geeft over deze belangrijke topontmoeting met onze belangrijkste bondgenoot. De trans-Atlantische betrekkingen vormen van oudsher een cruciaal onderdeel van het Europese buitenlands beleid. Ook in een geglobaliseerde wereld, waarin het zwaartepunt zich volgens sommige deskundigen van het Westen naar de oosterse mogendheden verplaatst, ben ik er nog steeds stellig van overtuigd dat de betrekkingen tussen de EU en de VS aan de basis staan van stabiliteit, ontwikkeling en welvaart van niet enkel de beide trans-Atlantische partners, maar de hele wereld. In sterke mate delen wij dezelfde achtergrond; we delen dezelfde cultuur, leefstijlen, vooruitzichten en markten, maar bovenal zijn wij van oudsher de voortrekkers op het gebied van waarden, idealen en ideologische, economische en sociale behoeften, waardoor wij een leidende positie in de wereld innemen. Met het oog op de nieuwe mondiale vooruitzichten en machtsverhoudingen denk ik echter dat wij onze samenwerking met Washington een meer operationeel karakter moeten geven. En als de EU een geloofwaardige partner van de VS wil blijven, dan is het van fundamenteel belang dat we niet alleen een beeld van eenheid uitdragen, maar dat we ook in staat zijn om concrete verplichtingen aan te gaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk.(PT) Ik heb voor deze resolutie gestemd, omdat:

- de Trans-Atlantische Economische Raad (TEC) het meest geschikte mechanisme is om de trans-Atlantische economische betrekkingen te beheren, en de partners alle mogelijkheden van de TEC moeten benutten om de bestaande belemmeringen voor economische integratie uit de weg te ruimen en tegen 2015 een trans-Atlantische markt tot stand te brengen, hetgeen een positieve reactie op de huidige economische en sociale crisis zal vormen;

- de TEC een meer strategische invulling moet krijgen, zodat de wensen van alle partijen aan bod komen;

- de aanpak van de Small Business Act van de EU moet worden gevolgd wanneer wetgeving met een trans-Atlantische impact wordt overwogen;

- de economische en financiële bestuursstructuren zoals die bij het begin van de crisis bestonden, zowel op mondiaal niveau als in de VS of de EU, het wereldwijde financiële systeem onvoldoende stabiliteit hebben verleend, reden waarom de samenwerking op het vlak van het macro-economisch beleid en het toezicht op de belangrijkste economieën moet worden versterkt.

Ik stem ook in met het verzoek aan de EU en de VS om met China samen te werken aan de beslechting van het wereldwijde geschil over wisselkoersen, zonder protectionistische of retorsiemaatregelen te nemen, waarbij rekening moet worden gehouden met het feit dat de EU-lidstaten andere marktpressies ondervinden dan de VS, met name met betrekking tot overheidsobligaties en vanwege het bestaan van een monetaire unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Paulo Rangel (PPE), schriftelijk.(PT) De betrekkingen tussen Europa en de VS zijn uniek en historisch gegroeid. De resolutie die het Parlement nu heeft aangenomen (en die ook ik heb gesteund) wijst op het belang van een uitbreiding van de samenwerking en de strategische dialoog tussen de EU en VS in de context van de huidige financiële en economische crisis en de strijd tegen het terrorisme. Gelet op de belangrijke internationale vraagstukken van het moment, is het van cruciaal belang dat we appelleren aan gedeelde principes, belangen en waarden. Dan kunnen we bij de aanstaande topontmoeting tussen de VS en de EU beslissende stappen nemen in de richting van een breed opgezette agenda die ons in staat stelt op een efficiënte wijze met deze uitdagingen om te gaan. Het is ook belangrijk dat alle mogelijkheden van de TEC worden benut om de bestaande belemmeringen voor economische integratie uit de weg te ruimen, tegen 2015 een trans-Atlantische markt tot stand te brengen en een geïntegreerde aanpak te bevorderen, niet alleen met betrekking tot het toezicht op het macro-economisch beleid, maar ook als het gaat om de handelsbetrekkingen van de VS en de EU met derde landen.

 
  
MPphoto
 
 

  Robert Rochefort (ALDE), schriftelijk. (FR) Trans-Atlantische betrekkingen zijn voor Europa van essentieel belang en ik heb deze resolutie inzake de toekomstige prioriteiten voor de komende top tussen de EU en de VS gesteund. Met name ten aanzien van mondiaal bestuur moeten meer inspanningen worden ondernomen om de hervormingsagenda van de VN uit te voeren. Daarnaast is het van cruciaal belang om voor de periode na 2012 een ambitieus en bindend systeem voor de uitstoot van broeikasgassen te realiseren. Voorts is, wat de financiële stabiliteit betreft, de vergelijkbaarheid van boekhoudnormen op mondiale schaal van vitaal belang en moet er ten aanzien hiervan vooruitgang worden geboekt. Bovendien moeten regelgevingsnormen op een bepaald gebied als referentie dienen voor dergelijke normen op andere gebieden, waardoor de dichtheid van de internationale financiële regelgeving almaar groter wordt.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Ik heb me bij de eindstemming van stemming onthouden. Een van de belangrijkste positieve aspecten van deze resolutie (waar niet heel onze fractie het mee eens is) die benadrukt zou moeten worden, is te vinden in paragraaf 24, waar het Europees Parlement stelt dat de internationale toezeggingen met betrekking tot de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling, waarvan er vele achterlopen op schema, slechts kunnen worden ingelost als de industrielanden hun beloften nakomen en uiterlijk in 2015 0,7 procent van hun bbp opzijzetten voor ontwikkelingshulp. Het parlement roept daarom de EU, de VS en de andere internationale donoren op om hun beloften na te komen en maatregelen te treffen om sneller voortgang te maken bij de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen tot 2015.

 
  
MPphoto
 
 

  Geoffrey Van Orden (ECR), schriftelijk. − (EN) De relatie van het Verenigd Koninkrijk en andere Europese landen met de VS zal ook de komende decennia onze belangrijkste strategische prioriteit blijven. Op sommige gebieden van activiteit kan ook de EU misschien een nuttige bijdrage leveren. Ik heb daarom de resolutie over de betrekkingen tussen de EU en de VS gesteund. Ik ben echter nog steeds niet overtuigd van de waarde van het GVDB en het beleid ten aanzien van Iran moet worden versterkt.

 
  
  

Ontwerpresolutie B7-0604/2010

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk. (FR) De behoefte aan veiligheid in het luchtvervoer heeft de EU ertoe aangezet om met diverse staten overeenkomsten te ondertekenen voor de uitwisseling van passagiersgegevens (PNR-gegevens). Voorts is met het Verdrag van Lissabon het Handvest van de grondrechten bindend geworden, waardoor de persoonsgegevens van Europese burgers zijn beschermd. Wanneer deze uitwisselingsovereenkomsten moeten worden vernieuwd, zal het Parlement hieraan telkens zijn goedkeuring moeten verlenen. Er zijn wat deze kwestie betreft twee tegenstrijdige vereisten. Aan de ene kant moet de strijd worden aangebonden met de georganiseerde misdaad en het terrorisme die gedijen dankzij de nieuwe communicatiemedia, en aan de andere kant moet bescherming worden geboden voor de privacy en de fundamentele vrijheden die door deze zelfde communicatiemedia in gevaar worden gebracht. Ik vond het belangrijk mijn steun te geven aan deze tekst die de trans-Atlantische samenwerking in de strijd tegen georganiseerde misdaad en terrorisme voortzet en tegelijkertijd een groot deel wijdt aan de noodzakelijke waarborgen voor de vrijheid van Europese burgers.

 
  
MPphoto
 
 

  Zigmantas Balčytis (S&D), schriftelijk. (LT) Ik steun deze resolutie. De terreurdaden die de hele wereld hebben geschokt en de toenemende georganiseerde misdaad op het terrein van drugs- en mensenhandel vragen om verhoogde inspanningen in de strijd hiertegen. Willen die inspanningen resultaat opleveren, dan moeten zij gepaard gaan met een effectievere, meer doelgerichte en snellere uitwisseling van gegevens, zowel binnen Europa als wereldwijd. Het hoofdprobleem blijft echter de bescherming van persoonsgegevens, de waarborg dat zulke gegevens niet voor andere doeleinden worden gebruikt dan het voorkomen, onderzoeken of opsporen van strafbare feiten. De Commissie moet ervoor zorgen dat elke overeenkomst of maatregel over de doorgifte van persoonsgegevens ook aan het evenredigheidsbeginsel voldoet en dat persoonsgegevens vertrouwelijk worden behandeld. Als instelling die de Europese burgers vertegenwoordigt, moet het Europees Parlement door de Commissie worden geïnformeerd over alle kwesties die met het doorgeven van persoonsgegevens verband houden, zodat het Parlement zijn mening kan geven over een voorgenomen overeenkomst. Zo zijn wij in staat om voor de problemen rond gegevensbescherming een optimale oplossing te vinden en ervoor te zorgen dat de persoonsgegevens van onze burgers alleen worden gebruikt volgens strenge voorschriften en de bescherming ervan is gegarandeerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Vilija Blinkevičiūtė (S&D), schriftelijk. (LT) Het Parlement streeft naar een betere gegevensbescherming bij de doorgifte van passagiersgegevens (Passenger Name Record, of PNR) aan instellingen in derde landen. Het is erg belangrijk dat persoonsgegevens op een doeltreffende en voldoende flexibele wijze worden gebruikt en ook dat persoonsgegevens worden beschermd. Het Parlement verzoekt om het opstellen van een standaardformaat voor de doorgifte van PNR-gegevens en om waarborgen dat gegevens uitsluitend worden doorgegeven en verwerkt voor het voorkomen, onderzoeken, opsporen of vervolgen van strafbare feiten, waaronder terrorisme. Het is erg belangrijk te verzekeren dat PNR-gegevens niet worden gebruikt voor datamining of profilering, dat deze gegevens niet alleen elektronisch worden geanalyseerd en dat de uiteindelijke beslissing over het wel of niet doorgeven van gegevens door mensen wordt genomen. Met het oog hierop is het erg belangrijk dat wordt samengewerkt en informatie wordt uitgewisseld met onafhankelijke bevoegde instellingen, om er zeker van te zijn dat de beslissingen over doorgifte van persoonsgegevens op doeltreffende en onafhankelijke manier worden genomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nikolaos Chountis (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) Uit het oogpunt van terrorismebestrijding zijn alle burgers potentiële daders, met als gevolg dat hun persoonsgegevens worden geregistreerd, waarbij fundamentele mensenrechten en institutionele garanties voor de eerbiediging ervan worden geschonden. De amendementen die de Fractie Europees Unitair Links/Noords Groen Links heeft voorgesteld en die een zekere verbetering zouden hebben gebracht, werden helaas niet aangenomen. Daarom heb ik tegen de resolutie gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Lara Comi (PPE), schriftelijk. (IT) Vrijheid is een van de grondbeginselen waarop dit Parlement is gegrondvest. Deze waarde vormt het fundament waarop de Europese instellingen zijn gebouwd, de krachtbron waarmee de markt een gevarieerde en complexe economie kan voortstuwen, en de lucht die onze burgers inademen als ze vanwege hun werk of studie naar steden reizen waarvoor ze ooit een paspoort of zelfs een visa nodig hadden. Het belang van vrijheid staat daarom buiten kijf. In deze ontwerpresolutie wordt meer de nadruk gelegd op de relatie tussen vrijheid en veiligheid. Er is geen eenvoudige oplossing voor dit probleem. Gegevens moeten worden verzameld en geanalyseerd op de juiste plekken, maar we moeten waakzaam blijven om misbruik te voorkomen. Deze procedure moet voortdurend en constant worden gecontroleerd, zodat er geen gegevens uitlekken. We kunnen niet toestaan dat mensen dit zien als een poging om vrijheid aan de kant te schuiven, maar we kunnen net zomin toestaan dat de veiligheid van de Europese burgers in gevaar wordt gebracht omdat er een beroep op vrijheid wordt gedaan. Ik ben van mening dat de resolutie een uitstekend compromis biedt om een balans te vinden tussen deze twee tegenstrijdige beginselen.

 
  
MPphoto
 
 

  Corina Creţu (S&D), schriftelijk. (RO) Ik ben verheugd over de aanneming van de resolutie van het Europees Parlement over de algemene aanpak van de doorgifte van passagiersgegevens (Passenger Name Record – PNR) aan derde landen, en over de aanbevelingen van de Commissie aan de Raad om machtiging te verlenen voor het openen van onderhandelingen tussen de Europese Unie en Australië, Canada en de Verenigde Staten. Ik heb hier dan ook vóór gestemd. Deze aanpak weet het juiste evenwicht te vinden tussen de beveiligingseisen van de EU-lidstaten en stipte eerbiediging van de rechten en vrijheden van burgers. De PNR is een bijzonder gevoelige database, die derhalve moet worden beveiligd om te voorkomen dat degenen wier namen erin opgenomen zijn hoe dan ook schade ondervinden. Ik geloof dat het voor ons belangrijk is om in de onderhandelingen met de VS, Australië en Canada de verzekering te krijgen dat de gegevens niet worden gebruikt om profielen te creëren aan de hand van bepaalde gegevens uit de PNR. Ik ben het ermee eens dat er een verschil is tussen beoordeling van beveiligingsrisico's en het creëren van profielen die door misinterpretatie van gegevens onjuist kunnen blijken. Ik hoop dat de overeenkomsten waar de Commissie met de betreffende landen over gaat onderhandelen aan de vereisten van de resolutie zullen voldoen.

 
  
MPphoto
 
 

  Vasilica Viorica Dăncilă (S&D), schriftelijk.(RO) In het huidige digitale tijdperk zijn waarden zoals gegevensbescherming, het recht van personen om te bepalen welke gegevens over zichzelf aan anderen bekend worden gemaakt, persoonlijke rechten en het recht op privacy een essentiële rol gaan spelen, en deze waarden moeten zeer zorgvuldig worden beschermd. Daarom ben ik van mening dat de EU een kernbeginsel in het beleid op het gebied van gegevensbescherming dient te eerbiedigen en te bevorderen, en dat elke overeenkomst of beleidsmaatregel bovendien aan het evenredigheidsbeginsel moet worden getoetst, en dat daarbij wordt aangetoond dat deze erop gericht zijn de doelstellingen van het Verdrag te verwezenlijken.

 
  
MPphoto
 
 

  Mário David (PPE), schriftelijk.(PT) Ik heb grosso modo gestemd vóór hetgeen in deze ontwerpresolutie wordt voorgesteld. Ik ben heel tevreden dat de EU, de Verenigde Staten, Australië en Canada bereid zijn samen te werken om terrorisme en andere vormen van transnationale misdaad te bestrijden en te voorkomen, en ik moedig ze aan in dit streven. Als het om de bescherming van persoonsgegevens gaat, meen ik wel dat het proportionaliteitsbeginsel de basis van ons beleid dient te zijn. De doelstelling van deze overeenkomsten – ervoor zorgen dat de doorgifte van gegevens in overeenstemming is met de Europese normen voor gegevensbescherming – moet daarom rigoureus worden gerespecteerd en verdedigd. Ik wijs er verder op dat het heel belangrijk is dat we een aanvang maken met de onderhandelingen over een overeenkomst inzake de doorgifte en bescherming van persoonsgegevens met de Verenigde Staten binnen het ruimere kader van politiële en justitiële samenwerking. Ik herhaal echter dat de beginselen van noodzakelijkheid en proportionaliteit de basis vormen van een efficiënte bestrijding van het terrorisme.

 
  
MPphoto
 
 

  Christine De Veyrac (PPE), schriftelijk. (FR) De overdracht van passagiersgegevens (Passenger Name Record, PNR) is een belangrijk middel in de strijd tegen terrorisme en grensoverschrijdende misdaad. Het aantal landen dat om overdrachten van PNR-gegevens door luchtvaartmaatschappijen verzoekt neemt echter gestaag toe, en dus moet er nauw op worden toegezien dat persoonlijke gegevens van Europese burgers niet voor andere doeleinden worden gebruikt dan waarvoor ze zijn verzameld en dat deze overdracht in overeenstemming is met de Europese normen op het gebied van gegevensbescherming. Ik ondersteun daarom volledig de vandaag door het Europees Parlement aangenomen resolutie, die erop is gericht te voorzien in een strikt raamwerk voor de overdracht van passagiersgegevens aan derde landen. Deze landen zullen waarborgen moeten geven voor wat betreft het gebruik, de opslag en de verzameling van dergelijke gegevens, die misbruik moeten voorkomen en ervoor dienen te zorgen dat de rechten van onze burgers worden geëerbiedigd.

 
  
MPphoto
 
 

  Harlem Désir (S&D), schriftelijk. (FR) Om voor de veiligheid van internationaal vervoer te blijven zorgen, met name gezien het terrorismegevaar, is het voor landen van vitaal belang om informatie over passagiers te kunnen uitwisselen – door luchtvaartmaatschappijen verzamelde PNR-gegevens. Het is echter van even groot belang om ervoor te zorgen dat deze bepalingen de fundamentele vrijheden van burgers niet in gevaar brengen of ertoe leiden dat sommige mensen worden gediscrimineerd vanwege hun afkomst of religie. Daarom moet de bescherming van persoonsgegevens beter worden gewaarborgd. Het Europees Parlement heeft een duidelijke eis voordat de Commissie begint te onderhandelen over methoden van uitwisseling van passagiersgegevens met de Verenigde Staten, Canada en Australië: de bescherming van persoonsgegevens is een te gevoelig onderwerp om deze onderhandelingen uitsluitend tussen lidstaten te laten plaatsvinden, achter gesloten deuren. Ze moeten op transparante wijze worden gevoerd, op EU-niveau. De gegevens mogen alleen worden gebruikt in een strikt omschreven kader en mogen niet worden overgedragen aan een derde land. Veel soorten informatie moeten worden uitgesloten van de gegevens die kunnen worden verzameld, in het bijzonder informatie die verband houdt met etnische afkomst en religieuze overtuiging.

 
  
MPphoto
 
 

  Marielle De Sarnez (ALDE), schriftelijk. (FR) De bescherming van persoonsgegevens is een gevoelige kwestie in de betrekkingen tussen de EU en de VS, net als de overeenkomst inzake overdracht van bankgegevens (SWIFT-overeenkomst). Op dit moment worden besprekingen gevoerd over een algemene overeenkomst tussen de EU en de VS inzake gegevensbescherming, evenals over een nieuwe overeenkomst inzake uitwisseling van persoonsgegevens (PNR-gegevens). Met de stemming van vandaag over de gezamenlijke resolutie heeft het Parlement zijn eis herhaald dat verzamelde PNR-gegevens onder geen voorwaarde mogen worden geëxploiteerd of worden gebruikt voor het opstellen van profielen. Tot slot roept het Parlement nogmaals de Commissie op feitelijk bewijs te leveren dat de "verzameling, opslag en PNR-gegevens noodzakelijk is" en verzoekt de Commissie "minder ingrijpende alternatieven te overwegen". Als niet aan het Parlement tegemoet wordt gekomen, kan het zijn vetorecht gebruiken.

 
  
MPphoto
 
 

  Ioan Enciu (S&D), schriftelijk.(RO) Ik heb voor dit verslag gestemd, omdat ik vind dat de Europese Unie een coherente, uniforme visie moet hebben met betrekking tot de ondertekening van toekomstige overeenkomsten inzake passagiersgegevens. Dit zal bijdragen aan een betere bescherming van persoonsgegevens en privacy en tegelijkertijd het gebruik van deze gegevens in de strijd tegen terrorisme en ernstige grensoverschrijdende misdaad bevorderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk.(PT) Ik heb voor deze resolutie gestemd omdat mijns inziens de aanbeveling van de Commissie aan de Raad om machtiging te verlenen voor het openen van onderhandelingen over overeenkomsten tussen de Europese Unie en Australië, Canada en de Verenigde Staten inzake de doorgifte en het gebruik van PNR-gegevens heel belangrijk is. Zulke overeenkomsten moeten verzekeren dat onze vastberadenheid om terrorisme en misdaad te bestrijden er niet toe leidt dat afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke vrijheden en de grondrechten, met inbegrip van het recht op privacy, eigen beeldvorming en gegevensbescherming.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk.(PT) Persoonsgegevens, de bescherming van deze gegevens en het recht van elk individu op zulke bescherming zijn zaken die de laatste tijd steeds meer aandacht krijgen, zowel van politieke besluitnemers als vanuit het maatschappelijk middenveld. De thans beschikbare technologische hulpmiddelen kunnen het recht op privacy dat elk individu toekomt ernstig bedreigen. Het recht op privacy wordt ook op de proef gesteld vanwege de toenemende mate waarin dit recht van de burgers vrijwillig dan wel onvrijwillig aan andere invloeden wordt blootgesteld. De burgers begrijpen dat er een steeds grotere spanning ontstaat tussen het individuele recht op privacy en het collectieve recht op veiligheid. Al deze kwesties zijn sinds 11 september 2001 steeds nijpender geworden en dat zal zo blijven. Terrorisme en andere vormen van georganiseerde misdaad worden vandaag de dag niet alleen met conventionele politiemethoden bestreden, maar meer en meer via een snelle en doeltreffende uitwisseling van informatie tussen de veiligheidsinstanties. Zonder een dergelijke gegevensuitwisseling zouden we blootgesteld zijn aan gerichte grensoverschrijdende misdaad, waartegen we geen adequate reactie zouden kunnen formuleren. Daarom is het mijns inziens van cruciaal belang dat we onderhandelingen met onze partners aanvangen om samen iets te ondernemen tegen collectieve bedreigingen. We moeten er dan wel voor zorgen dat bij de gegevensuitwisseling tussen partners rekening wordt gehouden met het proportionaliteitsbeginsel en dat de gegevens gebruikt worden voor het doel waarvoor ze bedoeld zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  João Ferreira (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) Deze resolutie sluit aan bij de door de VS gecreëerde dynamiek met betrekking tot de “terrorismedreiging” en beoogt zo de lidstaten van de EU in diezelfde stroom mee te trekken. In plaats van de onderliggende oorzaken van het probleem te bestrijden, probeert men dat probleem te gebruiken als excuus om onaanvaardbare beperkingen op te leggen aan de rechten, vrijheden en garanties van de burgers. Degenen in het Europees Parlement die verantwoordelijk zijn voor deze capitulatie – die geheel in strijd is met de eerder ingenomen standpunten – nuanceren hun beslissing nu door te verwijzen naar zogenaamde beginselen van “proportionaliteit” of “noodzakelijkheid”, discutabele concepten die hoe dan ook altijd subjectief beoordeeld kunnen worden. Het argument dat er nu al PNR-gegevens aan derde landen worden overgedragen zonder dat daar enige controle op wordt uitgeoefend houdt geen steek. Als er inderdaad zonder gerechtvaardigde reden gegevens worden gebruikt en verwerkt, dan moeten we dat zonder terughoudendheid onderzoeken, aan de kaak stellen en bestrijden. Deze resolutie betekent dat men capituleert en aldus probeert bestaande illegale praktijken juridisch toelaatbaar te maken.

 
  
MPphoto
 
 

  Sylvie Guillaume (S&D), schriftelijk. (FR) Ik heb gestemd vóór de resolutie over de brede strategie met betrekking tot de overdracht van gegevens van vliegtuigpassagiers aan derde landen, want het is noodzakelijk een wettelijk bindend kader op te stellen voor deze overdrachten, die in toenemende mate worden gebruikt in de strijd tegen het terrorisme. Gedurende de voorbereiding van deze onderhandelingen met de VS, Canada en Australië, heeft het Parlement voorwaarden gesteld. Zo hebben wij verzocht om de data niet te gebruiken voor het opstellen van profielen en om in relatie tot het Parlement de onderhandelingen in volle transparantie te voeren. Bovendien moeten de Europese afgevaardigden in de gelegenheid worden gesteld nauw toezicht te houden op deze situatie. Bescherming van de persoonlijke levenssfeer is een gevoelige kwestie, die niet mag worden opgeofferd aan een andere vereiste: de strijd tegen terrorisme. Net als in de onderhandelingen over de SWIFT-overeenkomst zal het Parlement ook hier erin slagen de persoonlijke levenssfeer van burgers te beschermen.

 
  
MPphoto
 
 

  Véronique Mathieu (PPE), schriftelijk. (FR) Ik heb gestemd vóór de resolutie over de externe EU-strategie inzake persoonsgegevens van passagiers (PNR-gegevens), aangezien ik van mening ben dat het sluiten van overeenkomsten die de overdracht van PNR-gegevens tussen de Europese Unie en Canada, de Verenigde Staten en Australië mogelijk maken, van het grootste belang zijn voor de internationale veiligheid. Ik verwelkom daarom de aanbeveling van de Commissie om onderhandelingen te beginnen over de sluiting van deze overeenkomsten. Het is immers al jaren duidelijk dat uitwisseling van deze gegevens bijdraagt aan de bestrijding van terrorisme en internationale misdaad. Deze internationale overdrachten van PNR-gegevens bieden de wetshandhavinginstanties van onze landen kostbare middelen om het terrorismegevaar te bestrijden. Verder wil ik met nadruk stellen dat de nieuwe mondiale benadering van PNR-gegevens die de Commissie in oktober heeft gepresenteerd en die erop is gericht algemene, specifiek voor alle PNR-overeenkomsten geldende criteria vast te stellen, naar mijn oordeel zeer positief is. Zij zal een meer gestructureerd en beter samenhangend kader scheppen voor deze overeenkomsten en aanzienlijke waarborgen bieden inzake de bescherming van persoonsgegevens.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Mélenchon (GUE/NGL), schriftelijk. (FR) Deze resolutie is in volstrekte tegenspraak met de resolutie die in mei door dit Parlement werd aangenomen. Ze "verwelkomt" het voorstel dat de Commissie in september heeft gedaan. In dat voorstel wordt steun gegeven aan de overdracht van PNR-gegevens aan derde landen. Het bevat geen bevredigende waarborg ten aanzien van de wijze waarop de gegevens worden gebruikt. Wat erger is, het acht het gerechtvaardigd om deze gegevens voor onbeperkte tijd op te slaan voor het opstellen van profielen. Waartoe dient het schijnheilig uitvaren in deze resolutie tegen een praktijk die ze zelf ondersteunt? Ik heb tegen deze resolutie gestemd: zij schendt de rechten van elk mens op bescherming van zijn of haar persoonsgegevens.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk.(PT) PNR-gegevens kunnen als instrument bij de terrorismebestrijding worden ingezet. Het Europees Parlement moet overeenkomstig het Verdrag van Lissabon meehelpen bij het definiëren van een nieuwe externe strategie met betrekking tot een nieuwe PNR-overeenkomst tussen de EU, de VS, Australië en Canada. De EU maakt zich sterk voor het bestrijden van terrorisme en grensoverschrijdende georganiseerde misdaad en is derhalve bereid om te onderhandelen over overeenkomsten die in deze strijd doeltreffend kunnen zijn, maar ze zal daarbij wel steeds de burgerlijke vrijheden en de grondrechten beschermen en garanderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Louis Michel (ALDE), schriftelijk. (FR) Ik ondersteun volledig de doelstelling om terrorisme en andere ernstige grensoverschrijdende misdaad te voorkomen en te bestrijden. Met het oog daarop gebruiken steeds meer landen passagiersgegevens. In het digitale tijdperk is het echter van cruciaal belang om speciale aandacht te schenken aan de handhaving en bescherming van burgerlijke vrijheden en fundamentele rechten, waaronder het recht op privacy en gegevensbescherming. De belangrijkste beginselen die hier vooral in acht moeten worden genomen, zijn noodzakelijkheid en evenredigheid. De verzameling van passagiersgegevens moet niet allee nuttig zijn, ze moet ook noodzakelijk zijn. Ook het beginsel van evenredigheid moet worden toegepast om te voorkomen dat de voorgenomen maatregelen verder gaan dan nodig is om de gestelde doelen te bereiken. Deze gegevens mogen dus in geen geval worden geëxploiteerd of worden gebruikt voor het opstellen van profielen. Sinds het Verdrag van Lissabon van kracht is geworden, heeft het Europees Parlement een grote bijdrage geleverd aan de inspanningen om deze overeenkomst te sluiten. Het dient dus volledig en regelmatig te worden geïnformeerd over ontwikkelingen met betrekking tot PNR-gegevens.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk.(DE) In de afgelopen jaren zijn de grondrechten, in naam van de zogeheten strijd tegen terrorisme, steeds meer beknot. De achterliggende redenering is echter hoogst twijfelachtig. Terwijl passagiers tot vrijwel op hun ondergoed worden onderzocht en geen nagelvijltjes of deodorant in hun handbagage mogen hebben, wordt de controle op vracht vaak aan de expeditiebedrijven zelf overgelaten. Als daar in de toekomst verandering in gebracht gaat worden, is het belangrijk ervoor te zorgen dat het evenwicht tussen vrijheid en veiligheid in stand wordt gehouden. Bij de veiligheidscontroles van passagiers is dat evenwicht inmiddels al verloren gegaan en dat betekent, nu de hysterie rondom het terrorisme wegebt, dat de voorschriften wederom versoepeld zullen worden. Een net zo dubieuze kwestie is de vraag of de FBI op de hoogte moet zijn van de naam, het adres, het e-mailadres, het creditcardnummer en het aantal koffers van mensen die naar de Verenigde Staten reizen en of de FBI deze gegevens vijftien jaar lang mag bewaren. Deze informatie zou slechts in een paar uitzonderlijke gevallen bewaard mogen blijven. Wanneer er inbreuk op de grondrechten wordt gemaakt teneinde een gevoel van veiligheid te creëren, dient die inbreuk zo gering mogelijk te zijn en moeten de rechten van de betrokkenen versterkt worden. Helaas is het op dit moment onwaarschijnlijk dat dit gaat gebeuren en derhalve heb ik tegen de ontwerpresolutie gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Franz Obermayr (NI), schriftelijk. (DE) Ongetwijfeld kan de analyse en verwerking van persoonsgegevens van passagiers (PNR = Passenger Name Record) op internationale luchthavens bijdragen tot de bestrijding van terrorisme en georganiseerde misdaad. Uit het oogpunt van gegevensbescherming zijn desbetreffende overeenkomsten echter vaak problematisch. Het Europees Parlement moet zich in dit verband (net als in het geval van SWIFT) consequent sterk maken voor de bescherming van de grondrechten van de EU-burgers. Momenteel is een grote verscheidenheid van regelingen van kracht voor de overdracht van PNR-gegevens aan derde landen waarmee de EU desbetreffende overeenkomsten heeft gesloten. Hoe meer landen dergelijke gegevens willen hebben, des te groter is het risico dat de verschillende systemen negatieve gevolgen hebben: voor de rechtszekerheid, de bescherming van persoonsgegevens en de kosten voor luchtvaartmaatschappijen. De EU moet daarom hoge uniforme veiligheidsnormen invoeren die in de toekomst voor een samenhangende aanpak zorgen. Dat verwacht ik van een doeltreffende externe EU-strategie voor de uitwisseling van PNR-gegevens. Omdat dit door de ontwerpresolutie niet in voldoende mate wordt gewaarborgd, heb ik tegen gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. (IT) Ik sta achter de doelen die de Commissie voorstelt in haar mededeling. Het moet helder en begrijpelijk worden gemaakt waarom het nodig en nuttig is om persoonsgegevens van passagiers (PNR-gegevens) om veiligheidsredenen te gebruiken en uit te wisselen met derde landen. Tegelijkertijd moeten de betrokken partijen aantonen dat zij zich ten volle bewust zijn van de eventuele consequenties van deze maatregelen voor de privacy en van het feit dat deze maatregelen moeten worden uitgevoerd volgens een aantal uniforme, duidelijke en strenge regels inzake gegevensbescherming, die ook van kracht moeten zijn als er gegevens worden doorgegeven aan andere landen. Het gebruiken en uitwisselen van PNR-gegevens zal niet alleen de veiligheid van mensen vergroten, maar ook hun leven en het reizen over de grenzen makkelijker maken. Met PNR-gegevens kan het aantal politiecontroles aanzienlijk worden verminderd en kunnen surveillances worden gericht op passagiers die er om gegronde redenen van worden verdacht een daadwerkelijk risico te vormen, zodat de andere passagiers onnodige controles en inspecties bespaard blijven.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Papanikolaou (PPE), schriftelijk. – (EL) Het Europees Parlement eist in de gezamenlijke resolutie die vandaag in de plenaire vergadering is aangenomen, nieuwe onderhandelingen over PNR-overeenkomsten en strenge criteria voor het doorgeven van persoonsgegevens teneinde de veiligheid van passagiers te kunnen waarborgen. Dit moet echter altijd geschieden met eerbiediging van persoonlijke gegevens. Het voornaamste doel is het verzamelen, doorgeven en bewerken van PNR-gegevens mogelijk te maken onder zekere restricties, zodat ze niet kunnen worden gebruikt voor datamining en profiling.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk.(PT) Ik heb voor deze resolutie over de doorgifte van PNR-gegevens in het kader van de externe EU-strategie gestemd, aangezien ze de Europese normen voor gegevensbescherming veilig stelt door een reeks gemeenschappelijke basisbeginselen vast te stellen voor overeenkomsten met derde landen. De resolutie dient ook een aantal andere doelstellingen: naleving van de wet en verbetering van de veiligheid, in de eerste plaats door het terrorisme te bestrijden.

Het Europees Parlement herhaalt zijn eis dat het op de hoogte moet worden gehouden van alle ontwikkelingen op dit vlak. Het Parlement zal hier een actieve rol spelen, en het is daartoe bevoegd.

 
  
MPphoto
 
 

  Paulo Rangel (PPE), schriftelijk.(PT) De bestrijding van terrorisme en andere vormen van georganiseerde misdaad kan het niet zonder een snellere, efficiëntere en beter gerichte uitwisseling van gegevens stellen, en dat geldt zowel voor Europa als voor de rest van de wereld. Het is wel van fundamenteel belang dat de aangenomen veiligheidsmaatregelen de bescherming van de burgerlijke vrijheden en de grondrechten en het recht op privacy niet compromitteren en de normen voor gegevensbescherming respecteren. Overeenkomstig het proportionaliteitsbeginsel moeten we dus garanderen dat het vergaren en verwerken van gegevens beperkt blijft tot wat voor het verwezenlijken van de veiligheidsdoelstellingen strikt noodzakelijk is.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Verschillende fracties zijn tot overeenstemming gekomen over deze tekst, waarin in feite de vastberadenheid van het Parlement in herinnering wordt gebracht om terrorisme en georganiseerde grensoverschrijdende misdaad te bestrijden, en tegelijkertijd zijn vaste overtuiging dat de burgerlijke vrijheden en de grondrechten, met inbegrip van het recht op privacy, eigen beeldvorming en gegevensbescherming beschermd moeten worden. Het Parlement bevestigt opnieuw dat noodzakelijkheid en evenredigheid, zoals uiteengezet in artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en in de artikelen 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, cruciale beginselen zijn voor een doeltreffende bestrijding van terrorisme. Het is ingenomen met de mededeling van de Commissie over de algemene aanpak van de doorgifte van passagiersgegevens aan derde landen en is verheugd over de aanbeveling van de Commissie aan de Raad om toestemming te verlenen voor het openen van onderhandelingen tussen de Europese Unie en Australië, Canada en de VS over de doorgifte en het gebruik van PNR-gegevens met het oog op het voorkomen en bestrijden van terrorisme en andere ernstige grensoverschrijdende misdaad. Het Parlement is ook ingenomen met het besluit van de Raad om alle onderhandelingen tegelijkertijd te openen, maar erkent ook dat de lengte van de onderhandelingen uiteen kan lopen.

 
  
MPphoto
 
 

  Angelika Werthmann (NI), schriftelijk. (DE) Op 21 september 2010 heeft de Commissie haar algemene aanpak voor de overdracht van passagiersgegevens (PNR) aan derde landen voorgesteld. Doel van de overdracht en verwerking van gegevens zoals ticketinformatie, stoelnummer, bagagegegevens, reistraject en wijze van betalen, is het voorkomen, onderzoeken, opsporen of vervolgen van strafbare feiten, met inbegrip van terroristische handelingen, in het kader van de politiële en justitiële samenwerking in strafzaken. Deze "algemene aanpak" moet als richtsnoer dienen bij toekomstige onderhandelingen met derde landen – er staan onderhandelingen met de VS, Canada en Australië voor de deur, terwijl andere landen hebben aangekondigd eveneens onderhandelingen te willen voeren. De ontwerpresolutie van het Parlement zet het evenredigheidsbeginsel nog eens kracht bij. Er bestaat een fragiel evenwicht tussen veiligheidsbelangen en vrijheidsrechten. De Commissie wordt verzocht om feitelijk bewijs te leveren dat het vergaren, opslaan en verwerken van passagiersgegevens noodzakelijk is voor alle genoemde doeleinden en om mogelijke alternatieven naar behoren te onderzoeken. Het Europees Parlement herhaalt zijn standpunt dat PNR-gegevens in geen geval mogen worden gebruikt voor datamining of profilering.

 
  
  

Ontwerpresolutie B7-0602/2010

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk.(PT) Ik heb voor deze resolutie over innovatiepartnerschappen gestemd, omdat ik geloof dat Europese innovatiepartnerschappen een essentieel element vormen van de acties die in het kader van het kerninitiatief moeten worden ondernomen. In het huidige klimaat, met begrotingsbezuinigingen, belangrijke demografische veranderingen en een voortdurend sterkere concurrentie vanuit de rest van de wereld, is het concurrentievermogen van Europa – en dus ook onze levensstijl in de toekomst – afhankelijk van ons vermogen innovatie te verwerken in producten, diensten, bedrijven, maatschappelijke processen en modellen. Daarom vind ik het heel belangrijk dat innovatie een centraal onderdeel van de Europa 2020-strategie is geworden. Innovatie is voor ons de beste manier om een antwoord te vinden op de grote uitdagingen waarmee we nu geconfronteerd worden – klimaatverandering, energieschaarste en gebrek aan hulpmiddelen, gezondheidzorg en vergrijzing. Bij het zoeken naar die antwoorden zullen we ons moeten laten leiden door het idee van een economisch en sociaal rechtvaardig en ecologisch duurzaam Europa.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk.(PT) Ik ben ingenomen met dit initiatief “Innovatie-Unie”. Het is gericht op de totstandbrenging van een geïntegreerd Europees innovatiebeleid, waarvan het succes afhankelijk is van goed gecoördineerde samenwerking op regionaal, nationaal en Europees niveau. Het opzetten van innovatiepartnerschappen is volgens mij een goed idee, omdat ze een vernieuwend concept vormen met als doel synergieën tot stand te brengen tussen bestaande en, indien noodzakelijk, nieuwe Europese initiatieven en initiatieven van de lidstaten op het gebied van innovatie. En ik ben verheugd over het eerste voorgestelde onderwerp voor een Europees innovatiepartnerschap: actief en gezond ouder worden. Enkele van de belangrijkste sociale uitdagingen voor Europa – en vergrijzing is daar één van – dwingen ons tot het formuleren van radicale en innovatieve, sectoroverschrijdende oplossingen. Een oplossing voor de vergrijzing noopt tot veranderingen op alle vlakken, van het recht op werk en pensioenen tot nieuwe modellen voor dienstverlening (waaronder zelfzorg en nieuwe huisvestingstypen). We kunnen met deze nieuwe risico's en ongelijkheden alleen omgaan als we op sociaal gebied een innovatieve aanpak volgen, en dan niet uitsluitend door het implementeren van nieuwe technologische oplossingen, maar ook via innovatieve organisaties. Ik verzoek de Commissie om met inachtneming van duidelijke criteria ervoor te zorgen dat de partnerschappen op gepaste en doelmatige manier worden gefinancierd via een effectieve bundeling van de middelen van de Europese Unie, de lidstaten en de regio's en van andere openbare en particuliere spelers. Daarbij dienen echter duidelijke criteria in acht te worden genomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Lara Comi (PPE), schriftelijk. (IT) We moeten het innovatiepotentieel van Europa ten volle benutten. Dit kan niet slechts een beginselverklaring zijn, en ik ben verheugd dat we eindelijk tot een voorstel als het onderhavige zijn gekomen. Vele inspanningen en ideeën die los van elkaar nogal abstract blijven, kunnen nu deel gaan uitmaken van een systeem en worden uitgevoerd om aan specifieke behoeften te voldoen. De onderwerpen van vandaag zijn zeer actueel en we moeten alles op alles zetten om ervoor te zorgen dat alle betrokken spelers deelnemen. In het bijzonder waardeer ik de vermindering van de administratieve rompslomp en de actieve deelname van kleine en middelgrote ondernemingen, die op het gebied van innovatie bruisen van energie, die alleen maar vrijgelaten hoeft te worden zodat de hele Europese Unie ervan kan profiteren. Ik hoop alleen dat het project op passende wijze ten uitvoer wordt gebracht.

 
  
MPphoto
 
 

  Corina Creţu (S&D), schriftelijk.(RO) De resolutie van het Europees Parlement over Europese innovatiepartnerschappen in het kader van het kerninitiatief Innovatie-Unie is een specifiek initiatief dat bedoeld is om een geïntegreerd Europees innovatiebeleid op te zetten. Dit is des te belangrijker omdat we moeten erkennen dat we niet al onze doelstellingen van het Lissabon-programma van 2000 hebben verwezenlijkt. Innovatie en uitbreiding van de O&O-sector moet toch een van de aansturingsmechanismen zijn van toekomstige economische groei. Ik ben verheugd over de lancering van het innovatieve concept van Europese innovatiepartnerschappen, dat bedoeld is om synergieën tussen de huidige initiatieven op het gebied van innovatie tot stand te brengen. We zullen de voortgang van het eerste proefproject op dit gebied nauwgezet moeten volgen, want het betreft een thema dat voor heel Europa van belang is, namelijk het effect van de vergrijzing en de verlenging van het arbeidsleven. Ik heb gestemd voor aanneming van deze resolutie, tevens met het oog op de toekomstige thema's die aan de orde zullen komen nadat het proefproject is geëvalueerd. Het zijn thema's van algemeen belang.

 
  
MPphoto
 
 

  Ioan Enciu (S&D), schriftelijk.(RO) Ik heb voor deze resolutie gestemd, omdat ik van mening ben dat het concept van innovatiepartnerschappen in de openbare en particuliere sector onderzoeks- en innovatieactiviteiten kan stimuleren en kan bijdragen tot een opleving van de vraag gedurende de crisis. Ze spelen ook een belangrijke rol bij het verwezenlijken van de doelstellingen van de EU 2020-strategie met betrekking tot het scheppen van een meer concurrerende economie en een eerlijkere, groenere maatschappij.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk.(PT) Europese innovatiepartnerschappen vormen een vernieuwend concept met als doel synergieën tot stand te brengen tussen bestaande en, indien noodzakelijk, nieuwe Europese initiatieven en initiatieven van de lidstaten op het gebied van innovatie, en de resultaten en voordelen hiervan voor de samenleving zo groot mogelijk te maken en te versnellen. Ze vormen dus ook een belangrijk instrument op een moment waarop de lidstaten oplossingen proberen te vinden voor belangrijke economische vraagstukken, en ik geloof dat de optie voor innovatie een efficiënte strategie kan zijn. Ik ben heel tevreden over het eerste onderwerp dat is voorgesteld voor een Europees innovatiepartnerschap, namelijk actief en gezond ouder worden. We weten dat Europa vergrijst en dat wordt vaak als een negatieve factor gezien. Het is daarom van belang dat Europa op een intelligente wijze gebruik weet te maken van zijn menselijke hulpbronnen, en in de eerste plaats van de mensen die, juist omdat ze ouder zijn, over meer ervaring beschikken en vaak belangrijke kennis kunnen overdragen.

 
  
MPphoto
 
 

  Alan Kelly (S&D), schriftelijk. − (EN) Het concept Europees innovatiepartnerschap is een essentieel onderdeel van de toezeggingen in het kader van het kerninitiatief. De fractie in het Europees Parlement waarvan ik deel uitmaak, de S&D, steunt het proefproject “actief en gezond ouder worden” van het Europees innovatiepartnerschap volledig en komt met suggesties voor twee extra partnerschappen op die terreinen die onmiddellijk van de tot stand gebrachte meerwaarde zouden profiteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Elżbieta Katarzyna Łukacijewska (PPE), schriftelijk. – (PL) Dames en heren, met tevredenheid heb ik kennis genomen van het resultaat van de stemming over de ontwerpresolutie over innovatiepartnerschappen. Ik ben van mening dat het gelukt is om een eenduidig en ambitieus standpunt te formuleren in het verslag. Het idee van een Innovatie-Unie is erg belangrijk en op dit moment de meest concrete poging om een geïntegreerd Europees innovatiebeleid in te voeren. Ik wil benadrukken dat het belangrijk is dat we de Europa 2020-strategie in de werkzaamheden hebben meegenomen, omdat die voorziet in meer aandacht voor onderzoek, innovatie en onderwijs in de toekomst.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk.(PT) Innovatie is één van de drijvende krachten achter de economie en draagt zo op een beslissende wijze bij tot de verwezenlijking van de Europa 2020-strategie. De hier voorgestelde partnerschappen vormen een vernieuwend concept met als doel synergieën tot stand te brengen om de innovatieprocessen te versnellen en zo veelomvattend mogelijk te maken. Het is volgens mij ook heel belangrijk dat het eerste proefproject betrekking heeft op actief en gezond ouder worden, aangezien vergrijzing van de Europese bevolking een werkelijkheid is waar we niet omheen kunnen. De EU moet doorgaan met het steunen van andere innovatiegebieden, niettegenstaande de financiële crisis die we nu doormaken: zonder die steun zullen we niet in staat zijn de ambitieuze doelstellingen van de Europa 2020-strategie te verwezenlijken.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) De "Innovatie-Unie" is een innovatiestrategie waar op het hoogste politieke niveau werk van wordt gemaakt. De strategie is een van de kerninitiatieven van de Europa 2020-strategie. Ze is erop gericht toekomstige uitdagingen zoals klimaatverandering, energie- en voedselveiligheid, gezondheid en vergrijzing op passende wijze het hoofd te bieden en op internationaal niveau aan te pakken. Mogelijke belemmeringen die zich als gevolg van financieringsmoeilijkheden, versnippering van onderzoek en markten, ontoereikend gebruik van overheidsopdrachten ter bevordering van innovatie en trage normalisatie zouden kunnen voordoen, kunnen zo beter worden verholpen. Ik stem voor de ontwerpresolutie, omdat elke lidstaat zal profiteren van een gemeenschappelijk concept als dat van innovatieve partnerschappen.

 
  
MPphoto
 
 

  Franz Obermayr (NI), schriftelijk. (DE) Dit nieuwe concept van innovatieve partnerschappen heeft het voordeel dat voor de betrokken partners duidelijk afgebakende werkterreinen en verantwoordelijkheden zijn vastgesteld. Bovendien worden nauwkeurige tijdschema's voor de uitvoering van de projecten en meetbare en haalbare doelstellingen vastgelegd. Tevens worden vereenvoudigde administratieve procedures voor de tenuitvoerlegging en optimale verspreiding en toegang tot onderzoeksresultaten toegepast. Daarom heb ik voor het onderhavige verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Paulo Rangel (PPE), schriftelijk.(PT) Ik heb voor deze resolutie gestemd, omdat ik geloof dat innovatiepartnerschappen in de huidige context een belangrijk instrument vormen bij de opbouw van een in economisch, ecologisch en sociaal opzicht duurzaam Europa. Ik ben ook heel tevreden met de keuze van het onderwerp voor het eerste partnerschap: gezond en actief oud worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Met de aanneming van deze tekst verklaart het Parlement dat het initiatief Innovatie-Unie het belangrijkste initiatief tot op heden is en een concrete poging vormt tot de totstandbrenging van een geïntegreerd Europees innovatiebeleid, waarvan het succes afhankelijk is van goed gecoördineerde samenwerking op regionaal, nationaal en Europees niveau, met maximale deelname van alle betrokken spelers op elk niveau. De Europese innovatiepartnerschappen vormen een vernieuwend concept met als doel synergieën tot stand te brengen tussen bestaande en, indien noodzakelijk, nieuwe Europese initiatieven en initiatieven van de lidstaten op het gebied van innovatie, en de resultaten en voordelen hiervan voor de samenleving zo groot mogelijk te maken en te versnellen. Het Parlement is daarom verheugd over het eerste voorgestelde onderwerp voor een Europees innovatiepartnerschap, namelijk actief en gezond ouder worden, en over het voorstel van de Commissie om eerst een proefproject te organiseren om de meest geschikte vorm voor dergelijke partnerschappen te bepalen voordat verdere partnerschapen worden gestart. Het verzoekt de Commissie om ervoor te zorgen dat in het eerste proefproject over actief en gezond ouder worden aandacht wordt besteed aan maatschappelijke vernieuwing, hetgeen bijdraagt aan een betere levenskwaliteit, ziekten voorkomt, sociale netwerken binnen de openbare sector en onder sociale partners verbetert en de invoering van nieuwe technologieën ter ondersteuning van de levenskwaliteit bevordert.

 
  
MPphoto
 
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE), schriftelijk. – (PL) In deze tijd waarin we de crisis langzaam te boven komen en we ons voorbereiden op de nieuwe uitdagingen die de EU na 2013 te wachten staan, is innovatie een van de belangrijkste manieren – zo niet de belangrijkste manier – om de positie van de EU in de wereld te consolideren. Innovatief gebruik van hulpbronnen zou wel eens een van de beste methoden kunnen zijn om de verschillen tussen landen en regio's te nivelleren. Dit draagt tevens bij aan de instandhouding van de diversiteit in deze gebieden omdat gebruik wordt gemaakt van goede praktijken en ervaringen van andere partijen. De ontwikkeling van nieuwe productievormen en diensten en innovatieve benutting van hulpbronnen dragen bij tot een rationele en effectieve ontwikkeling van lokale, regionale en nationale markten.

Innovatie is menselijke creativiteit. De zoektocht naar innovatieve oplossingen leidt tot grotere voordelen voor de samenleving. In tijden waarin economie, techniek en informatica zich dynamisch ontwikkelen mogen we het belangrijkste element, namelijk het menselijk kapitaal, niet vergeten. Innovatie betekent niet alleen nieuwe productiemethoden of innovatief gebruik van bijvoorbeeld lokale producten, het betekent vooral menselijk kapitaal. Nieuwe manieren om de samenleving te betrekken bij de ontwikkelingsprocessen op alle levensterreinen is een noodzakelijke voorwaarde voor succes. Samenwerking tussen de verschillende maatschappelijke niveaus wordt op het gebied van onderzoek en onderwijs langzamerhand een essentiële vereiste. Innovatiepartnerschappen zijn een volgende, logische stap in de ontwikkeling van Europa.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Teixeira (PPE), schriftelijk.(PT) Innovatie is de beste manier om een antwoord te formuleren op de uitdagingen waarvoor de Europese Unie zich ziet gesteld. Er wordt nu overal bezuinigd, de bevolkingssamenstelling verandert en de mondialisering kan voor ons een bedreiging inhouden. Daarom moeten we innovatie gebruiken om het concurrentievermogen van Europa te versterken en banen te scheppen. Alle prioriteiten zijn daarop gericht. Het EU 2020-kerninitiatief “Innovatie-Unie” is erop gericht innovatiepartnerschappen op te zetten om onderzoek en ontwikkeling te versnellen en ervoor te zorgen dat innovaties sneller de markt bereiken. Het eerste proefproject heeft betrekking op gezond oud worden. Het lijkt mij een goede zaak om ook andere onderwerpen bij dit initiatief te betrekken, zoals jongeren, onderzoekers en kleine en middelgrote ondernemingen. Het werk in die partnerschappen moet doeltreffender geschieden. We beschikken immers over een uniek potentieel als het gaat om waarden, creativiteit en diversiteit. Ik roep daarom op tot meer investeringen in opleiding, onderzoek en ontwikkeling. Dat zijn prioriteiten die bij de bezuinigingen moeten worden ontzien. Of liever: voor deze zaken moeten juist meer middelen worden uitgetrokken.

 
  
MPphoto
 
 

  Angelika Werthmann (NI), schriftelijk. (DE) Ik heb voor dit verslag gestemd omdat het initiatief van de "Innovatie-Unie" een eerste concrete stap op weg naar een geïntegreerd Europees innovatiebeleid betekent. Het eerste proefproject gaat over het passende thema "actief en gezond ouder worden", waarbij de nadrukt komt te liggen op verbetering van de levenskwaliteit en van de vorming van sociale netwerken binnen de openbare sector. Of meer van dit soort initiatieven worden gelanceerd, hangt van de resultaten van dit proefproject af. In de vandaag aangenomen resolutie worden al voorstellen gedaan, die waarschijnlijk op een grote meerderheid kunnen rekenen: "intelligente steden" – met de nadruk op een efficiënter gebruik en beter beheer van energie, vervoer en infrastructuur, en "grondstoffen" – zekerheid van de grondstoffenaanvoer, met inbegrip van duurzame winning en verwerking, recycling en vervanging. Het Europees Parlement wil in elk geval een bijdrage leveren aan de succesvolle tenuitvoerlegging van dit veelbelovende initiatief en heeft de Commissie daarom niet alleen verzocht om verslag uit te brengen over de voorgang van het proefproject, maar ook om uit de doeken te doen hoe zij voornemens is het Parlement bij het bepalen van de strategische koers van toekomstige partnerschappen te betrekken.

 
  
  

Ontwerpresolutie B7-0603/2010

 
  
MPphoto
 
 

  Zigmantas Balčytis (S&D), schriftelijk. (LT) Ik heb vóór deze resolutie gestemd. De Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) vormt een integraal onderdeel van de Euro-Atlantische, Euro-Aziatische veiligheidsarchitectuur en wordt gekenmerkt door haar allesomvattende concept van veiligheid, dat onder meer een politieke en militaire dimensie, een economische en milieudimensie en een humanitaire dimensie omvat. Maar ondanks het belang van de OVSE is zij van alle organisaties die zich met veiligheidsvraagstukken bezighouden, de enige die geen internationale rechtspersoonlijkheid heeft, een gegeven dat tal van politieke en praktische rechtsgevolgen heeft. Voor de OVSE is een belangrijke rol weggelegd bij een aantal vraagstukken, zoals non-proliferatie, ontwapening, economische samenwerking en bescherming en bevordering van de mensenrechten. Het ontbreken van rechtspersoonlijkheid en problemen met de besluitvormingsmechanismen verzwakken deze organisatie echter en zijn er de oorzaak van dat zij niet altijd in staat is om tijdig of op passende wijze op een crisis te reageren. Ik ben het eens met de in deze resolutie vervatte voorstellen aangaande de noodzaak om de dialoog over het wettelijk kader van de OVSE voort te zetten, en met de oproep aan Litouwen, dat in 2011 het voorzitterschap van de OVSE zal bekleden, om te zorgen voor continuïteit en vooruitgang in het proces ter versterking van de OVSE.

 
  
MPphoto
 
 

  Lara Comi (PPE), schriftelijk. (IT) Het lijdt geen twijfel dat veiligheid een struikelblok is als het gaat om het versterken van de politieke integratie van de EU. Er moet met name nadruk worden gelegd op het belang van het op passende wijze ten uitvoer brengen van een gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid dat rekening houdt met de specifieke aard van de afzonderlijke landen en waarvan de mate van effectiviteit toch past bij de rol die de Europese Unie zal gaan spelen op het internationale toneel. De beginselen van vrede en vrijheid die werden afgekondigd in het Verdrag van Rome en de daaropvolgende Verdragen moeten de basis blijven vormen van alle beslissingen die genomen gaan worden. Tot nu toe heeft de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa laten zien dat de manier waarop zij haar taken vervult absoluut in overeenstemming is met deze beginselen en daarom is een grotere deelname van de Europese instellingen aan deze organisatie gewenst. Ik denk ook dat het nemen van een grotere verantwoordelijkheid de lidstaten kan helpen bij het bereiken van gemeenschappelijke standpunten, zodat de verhoudingen tussen de 27 lidstaten beter worden, ook wat deze onderwerpen betreft.

 
  
MPphoto
 
 

  Corina Creţu (S&D), schriftelijk.(RO) Ik heb gestemd voor versterking van de OVSE, die gebaseerd moet zijn op harmonie tussen de drie belangrijkste pijlers waar de organisatie op rust: politiek en militair, economisch en milieuvriendelijk, en menswaardig. Deze versterking van de OVSE moet zorgen voor een kader waarbinnen een evenwicht kan worden verkregen, waarbij geen van deze aspecten ten koste van de andere aspecten wordt ondersteund. Hoe effectief de maatregelen zijn die ter bestrijding van gevaren voor en problemen met de veiligheid worden genomen, is afhankelijk van een juiste coördinatie en werking van deze drie elementen. De OVSE moet een van de belangrijkste factoren zijn bij de respons op hoofdzakelijk nieuwe gevaren, zoals georganiseerde misdaad, terrorisme, cyberaanvallen, mensenhandel en drugshandel, evenals bij de activiteiten die gericht zijn op waarschuwing voor en voorkoming en oplossing van conflicten. Een andere reden waarom ik voor versterking van de OVSE heb gestemd is het aspect van de mensenrechten, waaronder ook de eerbiediging van de rechten van minderheden en fundamentele vrijheden valt, die kernpunten zijn in het geïntegreerde veiligheidsconcept van de OVSE.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk.(PT) Ik heb voor deze resolutie gestemd, omdat ik vind dat de OVSE haar inspanningen om de menselijke bijdrage tot de opwarming van de aarde te temperen op moet voeren. Een effectievere samenwerking van de OVSE-landen tegen bedreigingen door economische en milieufactoren kan een cruciale bijdrage leveren aan veiligheid, stabiliteit, democratie en welvaart in de regio, daar economische en milieufactoren tot het ontstaan van conflicten kunnen leiden.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk.(PT) We leven in een wereld waarin veiligheid een basisbegrip is, en dan kan het gaan om veiligheid in wat meer traditionele zin (defensie), economische veiligheid, milieuveiligheid, energievoorzieningszekerheid, of zelfs veiligheid in het vervoer. Daarom speelt de OVSE, die vanuit een ruim perspectief integraal deel uitmaakt van de Euro-Atlantische en de Euro-Aziatische veiligheidsarchitectuur, en landen omvat van Vancouver tot Wladiwostok, een cruciale rol. Ik sluit me aan bij de slotaanbeveling, die luidt dat het Parlement moet nadenken over zijn deelname aan de parlementaire vergadering van de OVSE en de mogelijkheid moet overwegen om een permanente delegatie aan te wijzen. Ik moet benadrukken dat de EU in de OSVE haar stem moet laten blijven horen als het gaat om gevoelig liggende onderwerpen, zoals de bescherming van de mensenrechten en de naleving van het volkenrecht.

 
  
MPphoto
 
 

  Barbara Matera (PPE), schriftelijk. (IT) De Europese Unie en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) delen dezelfde principes en waarden als het gaat om onderwerpen zoals de bevordering van mensenrechten, conflictpreventie, de bevordering van democratisering en de bescherming van minderheden, maar ook om recentere uitdagingen zoals klimaatverandering. Het is van fundamenteel belang om synergieën tot stand te brengen tussen de EU en de OVSE om deze gemeenschappelijke doelen te halen. De OVSE is de enige organisatie zonder internationale rechtspersoonlijkheid die zich bezighoudt met veiligheidskwesties in de Europese regio. In die zin is het belangrijker dan ooit om de huidige structuur van de OVSE te versterken om zodoende een vruchtbare samenwerking met de Europese instellingen te waarborgen, in het bijzonder na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon en met het oog op de op til zijnde inrichting van de Europese Dienst voor extern optreden. Het aanwijzen van een permanente EU-delegatie in de parlementaire vergadering van de OVSE zal helpen bij het versterken van de samenwerking tussen de EU en de OVSE en zal het makkelijker maken de activiteiten van de OVSE van dichtbij te volgen en gedeelde principes en waarden te hanteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk.(PT) Geen enkel aspect van de veiligheid van de EU mag worden veronachtzaamd. De OSVE weerspiegelt dat idee, aangezien ze integraal deel uitmaakt van de Euro-Atlantische en Euro-Aziatische veiligheidsarchitectuur en gekenmerkt wordt door haar allesomvattende concept van veiligheid, dat onder meer een politiek-militaire dimensie, een economische en milieudimensie en een humanitaire dimensie omvat. De OSVE telt veel leden en omvat landen van Vancouver tot Wladiwostok. Het is dus een organisatie die wereldwijd van betekenis is en uit een groot aantal zeer uiteenlopende elementen bestaat. Daarom is het van belang dat de EU iets onderneemt om haar rol binnen de OSVE te versterken.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Sinds een aantal jaren wordt getwijfeld aan het nut van de OVSE, die tijdens de Koude Oorlog werd opgericht als orgaan voor controle en de ontwikkeling van wederzijds vertrouwen. Volgens critici is de organisatie niet meer opgewassen tegen de uitdagingen van de eenentwintigste eeuw, zoals de wereldwijde financiële crisis, de milieuvraagstukken en de klimaatverandering. Theoretisch zijn er drie grote spelers binnen de OVSE, namelijk de VS, Rusland en de EU. Ook al is de situatie onder de nieuwe president iets beter geworden, wordt in het Amerikaanse buitenlandse beleid nog steeds weinig belang gehecht aan multilaterale organisaties. Dit geldt ook voor Rusland, dat onder meer de uitbreiding van de EU en de NAVO als inbreuk op zijn historische invloedssfeer beschouwt. In dit licht is het maar al te begrijpelijk dat Moskou aandringt op een vernieuwing van het beleid van de OVSE en de focus wil verschuiven van mensenrechten en democratisering naar een Europese veiligheidsstructuur. Rusland is van essentieel belang voor Europa, niet alleen vanwege de energievoorziening, maar ook als strategische partner. Als de EU naar een nieuwe rol binnen de OVSE streeft, moet zij zich dus van een betaler zonder stem ontwikkelen tot een tegenpool van de VS. Niet alleen ten opzichte van Rusland, maar ook ten opzichte van alle derde landen van Eurazië die lid zijn van de OVSE, is een voorzichtige benadering geboden. Omdat het verslag hiermee naar behoren rekening houdt, heb ik ervoor gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Franz Obermayr (NI), schriftelijk. (DE) Tussen de drie beleidsdimensies van de OVSE moet een zeker evenwicht worden bewaard. In ieder geval moeten bedreigingen van de veiligheid in het kader van alle drie de dimensies serieus worden genomen. Dat geldt ook voor de huidige bedreigingen, zoals georganiseerde misdaad, terrorisme, cyberaanvallen, mensen- en drugssmokkel en bedreigingen van de energiezekerheid, evenals voor de activiteiten op het gebied van vroegtijdige waarschuwingsmechanismen, conflictpreventie en conflictbeslechting. Versterking van de interactie en bevordering van synergie tussen de EU en de OVSE is zinvol en nuttig. Daarom heb ik voor het onderhavige verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. (IT) De Europese Unie en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) moeten worden versterkt. De rol van laatstgenoemde is belangrijk en onmisbaar op een flink aantal terreinen, met name vanwege de rol die zij speelt op het gebied van de veiligheid en het beschermen van de democratie. Ondanks dat deze twee organisaties verschillende behoeften, doelen en structuren hebben, is het belangrijk dat er geen sprake is van tegenstrijdige standpunten of overlappingen, die bevoegdheidsconflicten kunnen veroorzaken. Hun rollen zijn afgebakend en verschillend, maar hoe dan ook bestaat er op bepaalde vlakken toch het risico van overlapping. Ik heb vóór deze resolutie gestemd, omdat ik me kan vinden in zowel de inhoud als de geest ervan. Ik denk inderdaad dat de OVSE een onmisbare organisatie is, die zich profileert als een forum en rekening houdt met de verhoudingen van de EU met zowel Azië als de Verenigde Staten. Het is duidelijk dat de Europese Unie, gezien haar lidstaten, zowel de spil als de basis van de OVSE vormt, en daarom hoop ik dat zij een leidende rol binnen deze organisatie speelt.

 
  
MPphoto
 
 

  Paulo Rangel (PPE), schriftelijk.(PT) Ik heb voor deze resolutie gestemd, omdat ik vind dat de mogelijkheden van de OSVE op een efficiëntere manier moeten worden benut, en dat er moet worden nagedacht over de wijze waarop de EU meer verantwoordelijkheden op zich kan nemen en doeltreffender kan bijdragen aan de verwezenlijking van de gezamenlijke doelstellingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Door deze resolutie aan te nemen benadrukt het Parlement dat er een evenwicht bewaard moet worden tussen de drie beleidsdimensies van de OVSE, door ze op coherente wijze en verregaand te ontwikkelen en voort te bouwen op wat al bereikt is. Het Parlement wijst erop dat geen dimensie mag worden versterkt ten nadele van een andere. Het benadrukt verder dat het optreden slechts werkelijk effectief kan zijn als bedreigingen van de veiligheid in het kader van alle drie de dimensies worden aangepakt, ook die van het moment, zoals georganiseerde misdaad, terrorisme, cyberaanvallen, mensen- en drugssmokkel en bedreigingen van de energiezekerheid, evenals de activiteiten op het gebied van vroegtijdige waarschuwingsmechanismen, conflictpreventie en conflictbeslechting. Het Parlement benadrukt dat versterking van de OVSE niet mag leiden tot verzwakking van de bestaande instellingen en instrumenten of tot aantasting van de onafhankelijkheid daarvan, zolang deze nog niet hervormd zijn of nog geen overeenstemming over alternatieven is bereikt, met name voor wat betreft de werkzaamheden van het Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten (ODIHR). Tot slot dringt het Parlement er bij de OVSE op aan haar capaciteit te versterken om in alle drie beleidsdimensies te zorgen voor de eerbiediging en toepassing van de beginselen en de verplichtingen waartoe alle deelnemende landen zich hebben verbonden, onder andere door de follow-upmechanismen te versterken.

 
  
MPphoto
 
 

  Viktor Uspaskich (ALDE), schriftelijk. (LT) Dames en heren, zoals velen van u al weten, neemt Litouwen in januari 2011 het voorzitterschap van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) over. Dit voorzitterschap is voor mijn land een unieke kans om initiatieven te nemen voor het versterken van de regionale samenwerking, het vergroten van de energiezekerheid en het bestrijden van corruptie. Ook het belang van de humanitaire dimensie van de samenwerking binnen de OVSE mag niet worden onderschat. Behalve op politiek en militair vlak speelt de OVSE namelijk ook een cruciale rol bij het bevorderen van het respect voor de mensenrechten en de fundamentele vrijheden. Ook de EU moet op het terrein van de mensenrechten een belangrijke rol spelen. Wij hebben er allemaal baat bij dat de EU en de OVSE hun activiteiten op dit terrein coördineren. Laten wij niet vergeten onder welke omstandigheden de OVSE is opgericht. Dit jaar is het precies 35 jaar geleden dat de openingsconferentie van de OVSE werd gehouden en de Slotakte van Helsinki werd ondertekend, waarmee het fundament voor deze organisatie werd gelegd. De oprichting van de OVSE stond symbool voor een moreel en politiek engagement voor de beginselen van democratie en mensenrechten. Het is betreurenswaardig dat het enthousiasme van Helsinki de laatste jaren is geluwd. Dat moet veranderen. Vandaar dat ik vol ongeduld wacht op de resultaten van de topconferentie van de OVSE die in december in Astana wordt gehouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Angelika Werthmann (NI), schriftelijk. (DE) Ik heb voor dit verslag gestemd, aangezien de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) in de afgelopen tien jaar steeds meer aan belang heeft ingeboet. In de ontwerpresolutie staat het Europees Parlement stil bij de activiteiten van de OVSE in het verleden en worden de lidstaten, de Commissie en de hoge vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid opgeroepen voorstellen te doen voor de wijze waarop de Unie doeltreffend kan participeren in de OVSE en een constructieve bijdrage kan leveren tot de verwezenlijking van de gemeenschappelijke doelstellingen. Wanneer we militaire crisispreventieacties willen vermijden, moeten we bijtijds preventieve politieke maatregelen treffen.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Záborská (PPE), schriftelijk. − (SK) De geschiedenis leert ons dat gewapende conflicten het gevolg zijn van het onvermogen van de betrokken partijen om samen moeilijke kwesties te bespreken en tot compromissen te komen. De OVSE biedt een platform om dergelijke oplossingen te zoeken. Tevens wordt de OVSE tegenwoordig gerespecteerd als onafhankelijk arbiter bij de beoordeling van het democratische verloop van verkiezingen en het voldoen aan democratische normen. Daarom ben ik voorstander van versterking van de OVSE, vooral in verband met de verspreiding van de democratie en de naleving van de mensenrechten. De waarnemings- en veldmissies van de OVSE leveren een belangrijke bijdrage aan de uitbreiding van de vrije wereld. Vanuit het oogpunt van de Europese Unie worden enkele activiteiten echter dubbel uitgevoerd. Als we het hebben over versterking van de OVSE moeten we er daarom tegelijkertijd over nadenken in hoeverre de OVSE de activiteiten van de vertegenwoordigers van de Europese Unie in conflictgebieden kan vervangen. Aangezien we het werk van de OVSE op het gebied van de mensenrechten zo op prijs stellen, geeft dat ruimte voor een discussie over de vraag in hoeverre de taken van de OVSE en de Raad van Europa elkaar overlappen. Deze discussie zou erop gericht moeten zijn een betere efficiëntie in het gebruik van openbare middelen te bereiken, wat in deze tijd van bezuinigingen ongetwijfeld een prioriteit van onze kiezers is.

 
  
  

Verslag-Mann (A7-0268/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk.(PT) Ik heb voor dit verslag over demografische vraagstukken en solidariteit tussen de generaties gestemd. Nu de levensverwachting toeneemt en het geboortecijfer daalt, worden wij met ongekende demografische uitdagingen geconfronteerd, en dat zullen voor de nu komende jaren de meest urgente uitdagingen voor het sociale beleid vormen. Er moeten snel beslissingen worden genomen, zeker nu het banenaanbod voor jongeren en de duurzaamheid van de pensioensystemen voor ouderen problemen beginnen op te leveren. Om de bijdragen van beide generaties optimaal te kunnen benutten hebben we behoefte aan solidariteit tussen de generaties. Er is maar één manier om dat te doen, en dat is door iedereen, ongeacht leeftijd, vrije en gelijke toegang tot werk, levenslang leren en carrièremogelijkheden te geven. We moeten dus banen voor jongeren garanderen en gebruik maken van de bijdragen die ouderen de maatschappij nog steeds kunnen bieden, in de eerste plaats via vrijwilligerswerk, maar ook door gebruik te maken van de mogelijkheden voor ouderen om na het bereiken van de vastgelegde pensioenleeftijd door te werken.

 
  
MPphoto
 
 

  Elena Oana Antonescu (PPE), schriftelijk. (RO) Hoewel in dit verslag wordt benadrukt dat een maatschappij die de menselijke waardigheid respecteert, op het beginsel van rechtvaardigheid tussen de generaties is gebaseerd, geloof ik dat het belang van dit verslag ook is gelegen in de bijdrage die hiermee wordt geleverd aan het bestrijden van vooroordelen en discriminatie in welke vorm en jegens welke groep dan ook. Ik geloof dat migratie, samen met een succesvolle integratie in onder meer het economische leven en sociale insluiting, een oplossing kan zijn voor de problemen als gevolg van de demografische veranderingen. Daarom ben ik het ermee eens dat een open debat over het immigratiebeleid moet worden gevoerd. Het wegnemen van vooroordelen over andere culturen is een eerste vereiste voor de succesvolle integratie van immigranten, wat tevens bijdraagt aan het vergroten van de solidariteit tussen de generaties en culturen. Het verslag bevat ook een voorstel voor het aannemen van nieuwe bepalingen om leeftijdsdiscriminatie bij de toegang tot goederen en diensten tegen te gaan. Daarom heb ik vóór het verslag-Mann gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk. (FR) Volgens de schattingen van de Commissie dreigen demografische veranderingen de bevolkingsstructuur en de leeftijdsgroepen ingrijpend te wijzigen. Zo zou tot 2050 het aantal jonge mensen van 0 tot 14 jaar van 100 miljoen naar 66 miljoen dalen. Wat de beroepsbevolking betreft, deze zou rond 2010 een piek bereiken en dan geleidelijk dalen naar ongeveer 268 miljoen in 2050. Gezien deze situatie moet de EU een passende oplossing vinden om de werkgelegenheid voor ouderen maar ook voor jongeren te beschermen. Ik heb gestemd voor dit initiatiefverslag van het Europees Parlement waarin lidstaten wordt opgeroepen om na te denken over de mogelijkheid wettelijke pensioenleeftijden te schrappen, maar waarin ook in grote lijnen een beleid wordt geschetst dat het ons mogelijk maakt discriminatie te bestrijden en levenslang leren ten doel te stellen, en dat stimuleert tot nadenken over nieuwe manieren om werk binnen ondernemingen te organiseren, met name ter vermindering van stress. Verder bevat deze resolutie veel initiatieven. Zo wordt bijvoorbeeld aandacht geschonken aan de bestrijding van jeugdwerkloosheid, een fatsoenlijk pensioen voor 50-plussers bepleit en een Europees Pact voor deze groep voorgesteld.

 
  
MPphoto
 
 

  Liam Aylward (ALDE), schriftelijk. (GA) Ik steun met overtuiging wat in dit verslag wordt gezegd over het opvoeren van het vaardigheidsniveau zodat alle generaties en maatschappelijke groepen kunnen rekenen op opleidingen van een zo hoog mogelijke kwaliteit en betere mogelijkheden voor een leven lang leren. Ik ben blij met de erkenning die in het verslag wordt uitgesproken voor het nut en de gunstige effecten voor de Europese samenleving van al hen die actief zijn in vrijwilligerswerk, de opbouw van lokale gemeenschappen en verzorging in het gezin. Bovendien steun ik het initiatief van het Europees Parlement voor een overzicht van activiteiten in verband met gezond en waardig ouder worden in de EU en een actieprogramma 2011 om de waardigheid, de gezondheid en het welzijn van ouderen te bevorderen. De Commissie verdient lof voor haar oproep om iets te doen aan de schendingen van de rechten van ouderen en om ouderen in de gemeenschap en in verpleeghuizen te beschermen.

 
  
MPphoto
 
 

  Zigmantas Balčytis (S&D), schriftelijk. (LT) Ik steun dit verslag. Wij worden nu geconfronteerd met een dubbele crisis: hoge jeugdwerkloosheid en onzekerheid over de vraag hoe wij de pensioenstelsels gaan financieren. Aangezien deze twee verschijnselen met elkaar verband houden, moeten zij samen worden aangepakt. Demografische veranderingen kunnen worden gestuurd en zijn duurzaam, mits zij voldoende worden voorbereid en door iedereen serieus worden genomen. De lidstaten beschikken over de belangrijkste instrumenten om te zorgen voor een evenwichtige lastenverdeling tussen de generaties en het beëindigen van discriminatie. Wanneer het toezicht op de pensioenstelsels, de nationale begrotingen, de gezondheidszorg en de uitvoering van onderwijs- en werkgelegenheidsbeleid onvoldoende is, moeten structurele hervormingen worden doorgevoerd en moet naar nieuwe, duurzame oplossingen worden gezocht. Tegelijkertijd moet de EU de uitwisseling van goede praktijken tussen de lidstaten bevorderen, erop toezien dat de lidstaten de EU-wetgeving uitvoeren en het initiatief nemen voor de vaststelling van nieuwe wetgeving op dit terrein.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Bennahmias (ALDE), schriftelijk. (FR) Er zaten enkele hele goede punten in het initiatiefverslag van de heer Mann over demografische vraagstukken en solidariteit tussen de generaties, vooral met betrekking tot het belang van de overeenkomst tussen de generaties in onze moderne samenlevingen, de jeugdwerkloosheid en de noodzaak om de problemen aan te pakken waarmee ouderen, maar ook jongeren, worden geconfronteerd. Toch heb ik tegen de resolutie gestemd omdat sommige paragrafen onacceptabel zijn, met name die inzake pensioenen. Gelukkig werd de paragraaf waarin expliciet werd gerept van de noodzaak om het op basis van het omslagprincipe functionerende stelsel te vervangen door stelsels met kapitaaldekking, door een ruime meerderheid van dit Parlement verworpen. Maar een andere paragraaf waarin lidstaten wordt verzocht "nogmaals te kijken naar de haalbaarheid van afschaffing van verplichte pensioenleeftijden", werd aangenomen. Dat is werkelijk ondenkbaar! Ja, er moet meer flexibiliteit komen in het pensioenstelsel, maar de pensioenleeftijd moet er een fundamentele pijler van blijven! In een periode dat de Commissie haar raadplegingen over de toekomst van de pensioenen in Europa afrondt, is de boodschap van het Parlement van bijzonder belang. Daarom heb ik besloten om tegen de resolutie te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Vilija Blinkevičiūtė (S&D), schriftelijk. (LT) Ik heb vóór dit verslag gestemd, omdat wij niet moeten streven naar conflict en concurrentie tussen de generaties maar naar gelijke kansen en solidariteit. Ik kan mij echter niet vinden in het standpunt van de rapporteur dat vervroegd pensioen moet worden afgeschaft. Ouderen zijn feitelijk vaak gedwongen om met vervroegd pensioen te gaan en hebben dan geen andere keus. Vervroegd pensioen is voor ouderen die door de economische crisis werkloos zijn geworden vaak de enige kans om te overleven. Aangezien de pensioenstelsels van de lidstaten onderling verschillen, moeten wij rekening houden met de gang van zaken in alle lidstaten, en niet het voorbeeld van maar één of een paar landen volgen. De lidstaten moeten het vervroegd pensioen zelf kunnen regelen, zodat zij rekening kunnen houden met de situatie en gang van zaken in eigen land. Ik wijs er nogmaals op dat zowel demografische veranderingen als leeftijdsdiscriminatie de solidariteit tussen de generaties en economische groei ondergraven. Leeftijdsdiscriminatie vormt zowel voor ouderen als jongeren een ernstig hindernis voor het betreden van de arbeidsmarkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Sebastian Valentin Bodu (PPE), schriftelijk. (RO) De laatste jaren worden de EU-lidstaten geconfronteerd met een dramatische daling van het geboortecijfer en een toenemende vergrijzing. Hoewel de stijging van de levensverwachting een positieve ontwikkeling is, net als het feit dat mensen lichamelijk en geestelijk langer actief blijven, moeten wij erop bedacht zijn dat de situatie nog erger wordt dan zij al is en een demografische onevenwichtigheid ontstaat die negatieve gevolgen heeft voor de economieën en begrotingsmiddelen van de lidstaten, een ontwikkeling die ook zijn weerslag zal hebben op de EU als geheel. Om te voorkomen dat toekomstige generaties de financiële lasten van deze demografische veranderingen moeten dragen, is het absoluut noodzakelijk dat de Lissabon-doelstelling voor arbeidsparticipatie wordt gehaald, ingevolge waarvan het percentage werkenden in de leeftijdsgroep tussen 55 en 64 jaar minstens 50 procent moet bedragen. Dat deze doelstelling dit jaar niet wordt gehaald, doet niets af aan het belang ervan. Om het probleem van de vergrijzing tegen te gaan, moeten snel ingrijpende maatregelen worden genomen – gebaseerd op een "levenscyclus-aanpak" – om meer jongeren en ouderen op de arbeidsmarkt te brengen. Het werkloosheidspercentage onder 15- tot 24-jarigen ligt in de EU aanzienlijk hoger dan bij alle andere leeftijdsgroepen. Vandaar dat ik het initiatief "Europese Jeugdgarantie" ondersteun.

 
  
MPphoto
 
 

  Vito Bonsignore (PPE), schriftelijk. (IT) Allereerst wil ik de heer Mann complimenteren met het opstellen van dit verslag. Het pluspunt van dit verslag is dat er specifieke maatregelen in worden voorgesteld om een zinvolle dialoog tussen de generaties op gang te brengen. Ik heb vóór dit verslag gestemd omdat ik van mening ben dat het creëren van een eerlijke balans tussen generaties de enige manier is om de jongere generatie concrete garanties te geven en hun deelname aan de arbeidsmarkt te vergroten. Ik ben ook van mening dat het moment is aangebroken waarop de Europese Unie en de lidstaten de nieuwe problemen als gevolg van de generatievraagstukken onder de loep moeten nemen. Europa zal namelijk binnenkort te maken krijgen met reële problemen vanwege een lage demografische groei en we moeten onmiddellijk geschikt beleid aannemen, zodat we niet het volledige Europese socialezekerheidsstelsel op het spel zetten. Wat dat betreft denk ik dat een herwaardering van het sociaal beleid ten gunste van 60-plussers van essentieel belang is. Mensen uit deze leeftijdscategorie vormen een toegevoegde waarde voor de arbeidswereld en daarom moeten er voorbereidende maatregelen worden getroffen om hun betrokkenheid te vergroten. Daarom sta ik achter het voorstel om het socialezekerheidsstelsel te herzien, zodat 60-plussers hun baan kunnen houden als ze de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt.

 
  
MPphoto
 
 

  Zuzana Brzobohatá (S&D), schriftelijk. − (CS) De rapporteur stelt wat mij betreft geheel terecht twee maatregelen voor om de onevenwichtige demografische ontwikkeling en de gevolgen ervan op de financiering van de pensioenstelsels in de lidstaten aan te pakken. De eerste maatregel is gericht op hogere werkgelegenheid voor jongeren en de tweede op verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd. Ik ben het eens met de rapporteur als die zegt dat oudere mensen geen economische en maatschappelijke last vormen, maar gezien hun levenservaring en kennis daarentegen juist een grote plus zijn. Ik heb besloten voor het verslag te stemmen, aangezien het controversiële deel van het verslag waarin steun werd uitgesproken voor vervanging van het huidige omslagstelsel door een kapitaaldekkingsstelsel geheel uit het verslag verwijderd is.

 
  
MPphoto
 
 

  Nikolaos Chountis (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) Ik heb tegen het verslag gestemd. Het benadert het demografisch vraagstuk en de solidariteit tussen de generaties op zeer behoudende wijze. In vele gevallen, zoals bijvoorbeeld bij de schier onbegrensde verlenging van het arbeidzame leven, zet het de arbeids- en socialezekerheidsrechten onder druk, wat tot een totale uitholling ervan leidt. Het probleem van de jeugdwerkloosheid neemt toe. De verbetering van de levensverwachting en levenskwaliteit wordt een probleem, in plaats van een universeel – en dus pan-Europees – nagestreefd doel.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE), schriftelijk.(PT) We worden vandaag geconfronteerd met hoge jeugdwerkloosheid en ontoereikende financiering van de pensioenstelsels. Deze twee fenomenen moeten tegelijkertijd worden aangepakt, aangezien jongeren in onze vergrijzende samenleving moeten worden gezien als een voor de maatschappij waardevol en essentieel potentieel dat benut kan en moet worden om sociale en economische doelen te bereiken. Als de huidige trend niet wordt gekeerd zal de verhouding tussen werkenden en niet-werkenden in 2030 door de demografische veranderingen naar verwachting 2:1 zijn. De voornaamste instrumenten voor een rechtvaardige lastenverdeling tussen generaties en het beëindigen van oneerlijke discriminatie zijn in handen van de lidstaten, maar de EU kan toch een belangrijke rol spelen door erop te letten dat de EU-wetgeving tegen leeftijdsdiscriminatie correct en efficiënt ten uitvoer wordt gelegd, en door uitwisseling van optimale werkmethoden en actieprogramma's te bevorderen. Het is van groot belang dat de EU en de lidstaten nieuwe initiatieven voor de bevordering van actief, gezond en waardig ouder worden ondersteunen. Van belang is ook dat jongeren lange termijnvooruitzichten hebben, en dat er maatregelen worden genomen om mobiliteit van jongeren op onderwijsgebied te stimuleren, beroepsopleidingen te garanderen, meer kansen op werk voor jongeren te scheppen, en zo hun volledige deelname aan het maatschappelijke leven te waarborgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Lara Comi (PPE), schriftelijk. (IT) In het verslag komen veel onderwerpen samen die allemaal erg belangrijk zijn, met name voor de armere lagen van de bevolking. Ik wil graag een gemeenschappelijk aspect van de voorstellen en initiatieven benadrukken: we moeten ons er namelijk bij neerleggen dat de wereld steeds sneller verandert, wat een duidelijke weerslag heeft op de socialezekerheidsstelsels. We beseffen allemaal terdege dat de garanties die wij in het verleden hadden, niet kunnen worden gehandhaafd in de toekomst, en we moeten bereid zijn een samenleving te creëren die kan floreren, ook onder omstandigheden die anders zijn dan de huidige of de toekomstige. Ik stel de roep om solidariteit enorm op prijs, en ook de definitie van de "rechtvaardige verdeling tussen de generaties". Ik ben tevens van plan om al het mogelijke te doen om een oplossing te vinden voor de onduidelijkheden rond de omvang van het ouderdomspensioen waarmee mijn generatie te maken zal krijgen in mijn land.

 
  
MPphoto
 
 

  Vasilica Viorica Dăncilă (S&D), schriftelijk. (RO) De lidstaten beschikken over de belangrijkste instrumenten voor het bevorderen van een rechtvaardige lastenverdeling tussen de generaties en het beëindigen van discriminatie. Het aantal 60-plussers zal in de EU sneller toenemen dan ooit tevoren. De grootste toename zal naar verwachting in de periode 2015-2035 plaatsvinden, wanneer deze bevolkingsgroep jaarlijks met 2 miljoen zal stijgen. Gezien deze factoren moet de EU een doeltreffend beleid ontwikkelen dat erop is gericht oudere werknemers in staat te stellen langer op de arbeidsmarkt te blijven en te voorkomen dat zij het slachtoffer worden van leeftijdsdiscriminatie. Ook moeten zo veel mogelijk vrouwen, van alle leeftijdscategorieën, aan programma's voor levenslang leren deelnemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Mário David (PPE), schriftelijk.(PT) Solidariteit en een eerlijke lastenverdeling tussen de generaties binnen de Europese Unie zullen de belangrijkste uitdagingen vormen voor het sociale beleid van de eerstvolgende decennia. Ik heb daarom de meeste initiatieven en voorstellen van dit verslag gesteund. Samenlevingen en economieën zullen hun ideeën over de manier waarop ze met de vergrijzing van de bevolking omgaan moeten wijzigen. Ouderen moeten niet worden gezien als een last, als mensen die hoge extra kosten met zich meebrengen. We moeten ze, juist omdat ze over kennis en ervaring beschikken, als een waardevolle factor voor het bedrijfsleven beschouwen. Bedrijven moeten daarom worden aangemoedigd leeftijdsbeheerstrategieën in te voeren die hun concurrentiekracht zullen vergroten door gebruik te maken van de ervaring en de specifieke kwaliteiten van oudere werknemers. Ik geloof verder dat door de toenemende vergrijzing ook omvangrijke kansen worden geboden voor verbetering van het mededingings- en innovatievermogen en daardoor voor het opvoeren van groei en werkgelegenheid. Tot slot spreek ik mijn bezorgdheid uit over de hoge jeugdwerkloosheid in de EU. Er moeten maatregelen genomen worden om banen te scheppen en jongeren langetermijnperspectieven te bieden die ze in staat stellen volledig aan het maatschappelijk leven deel te nemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Luigi Ciriaco De Mita (PPE), schriftelijk. (IT) Rechtvaardigheid in de verhoudingen tussen generaties vormt een nieuwe wereldwijde uitdaging, waaraan we adequaat het hoofd moeten bieden. Moderne samenlevingen hebben geprofiteerd van een periode van constante groei, waarin de nieuwe generaties, met name in de laatste tientallen jaren, betere levensomstandigheden en vooruitzichten hadden dan de voorgaande generaties. Nu zijn de grenzen van ogenschijnlijk eindeloze groei overschreden en worden we geconfronteerd met een frictie tussen rechten en beperkte middelen. Alle landen, te beginnen bij de ontwikkelde en democratische landen en de daaraan gelieerde organisaties (zoals de EU), moeten daarom vastberaden, overtuigend en afdoende te werk gaan om beleid te bedenken en keuzen te maken en deze op samenhangende wijze ten uitvoer te brengen, voor een beter evenwicht tussen de huidige en toekomstige generaties, zodat de scheiding en afstand tussen degenen met rechten en degenen zonder rechten, en tussen degenen met middelen en degenen zonder middelen, verkleind kunnen worden. Ik denk dat het verslag over demografische vraagstukken en solidariteit tussen de generaties, waarover we hebben gestemd, deze weg is ingeslagen.

 
  
MPphoto
 
 

  Proinsias De Rossa (S&D), schriftelijk. − (EN) Ik steun dit verslag, waarin een aantal belangrijke voorstellen wordt gedaan om de demografische uitdagingen waarvoor we staan op te pakken in een geest van solidariteit tussen de generaties. Te lage uitkeringen, onvoldoende maatschappelijke diensten en hoge percentages jeugdwerkeloosheid dragen ertoe bij dat men pas op latere leeftijd trouwt en kinderen krijgt, waardoor onze bevolkingen sneller vergrijzen. Zowel jongeren als ouderen ondervinden verschillende vormen van leeftijdsdiscriminatie, in het bijzonder bij de toegang tot de arbeidsmarkt en bepaalde maatschappelijke diensten. Terwijl de lidstaten essentiële instrumenten in handen hebben, als de nationale begroting, pensioenen en de gezondheidszorg, kan de EU de reikwijdte van de antidiscriminatiewetgeving vergroten, in het bijzonder om oudere vrouwen op de arbeidsmarkt te beschermen. Bovendien zorgen vrouwen van alle leeftijden vaak voor zorgbehoevende jongeren en ouderen. Hun werk is op zichzelf een voorbeeld van steun tussen de generaties en moet in sociaaleconomisch opzicht erkend worden, hoewel het geen substituut mag zijn voor het ontwikkelen van kwalitatief hoogwaardige zorgdiensten. Nu atypische en onzekere vormen van werk steeds gewoner worden, wordt het recht op een fatsoenlijk pensioen bij het bereiken van de pensioenleeftijd bedreigd. Deze trend kan alleen worden gekeerd door economische beleidsmaatregelen te nemen die zijn gericht op groei, eerbiedingen van de rechten van werknemers en het verschaffen van hoogwaardige publieke diensten.

 
  
MPphoto
 
 

  Martin Ehrenhauser (NI), schriftelijk. (DE) Ad paragraaf 24: als oudere werknemers de mogelijkheid wordt geboden om desgewenst ook na verplichte pensioenleeftijd te blijven werken, mag dit er niet toe leiden dat druk op oudere werknemers wordt uitgeoefend opdat zij na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd op brede schaal blijven werken. Oudere werknemers moeten de mogelijkheid behouden om op het wettelijk vastgestelde tijdstip met pensioen te gaan, zonder dat zij gevaar lopen te worden gediscrimineerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk.(PT) Zoals ik al eerder heb aangegeven is de Europese maatschappij aan het vergrijzen. Dat wordt in de economische analyse vaak als een negatieve factor aangeduid. Natuurlijk is het zo dat in staten met een sterk sociaal stelsel de omkering van de bevolkingspiramide tot gevolg heeft dat er steeds minder mensen bijdragen tot het onderhouden van dit systeem voor sociale ondersteuning, terwijl steeds meer mensen ervan afhankelijk worden. Meer ouderen betekent grofweg hogere pensioenuitgaven en hogere ziektekosten. Een solidaire maatschappij mag de vergrijzing echter niet op die manier zien. Het is van cruciaal belang dat er mogelijkheden worden geschapen voor actief ouder worden, en dat er manieren worden gevonden om het enorme potentieel van ouderen te benutten, dat – vanwege de kennis of ervaring van deze ouderen – zelfs op een concurrerende markt als de Europese nog steeds een toegevoegde waarde inhoudt. Aan de andere kant is het niet goed om het over vergrijzing te hebben zonder ook iets te zeggen over strategieën om het geboortecijfer in de Europese Unie te verhogen. Het gemiddelde geboortecijfer in de EU bedraagt 1,5 kinderen en is aldus één van de laagste ter wereld. Die trend kan alleen gekeerd worden met een overtuigend beleid dat gezinnen ondersteunt en degenen die kinderen willen krijgen geen economische of fiscale lasten oplegt en hun carrièremogelijkheden onverlet laat.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) Dit verslag zit vol tegenstrijdigheden. Het laat zich aan de ene kant lovend uit over ouderen, maar stelt daar maatregelen tegenover die de rechten van ouderen (en die van werkers in het algemeen) aantasten. Ik noem hier een aantal voorbeelden:

- het bevorderen van particuliere pensioensvoorzieningen: daarmee wordt de financiële sector bevoordeelt, terwijl men vergeet welke desastreuze gevolgen deze optie reeds teweeg heeft gebracht, vooral in de VS, waar miljoenen gepensioneerden geheel berooid zijn achtergebleven en de overheid gedwongen is te interveniëren;

- de oproep aan de lidstaten om flexibel en deeltijdwerk te bevorderen, waarbij men niet vermeldt dat dit leidt tot een geringere waardering van werk, lage lonen, onzekere banen en een toename van het aantal mensen met inkomsten onder de armoedegrens;

- de oproep om de pensioengerechtigde leeftijd te verhogen.

We hebben om al deze redenen tegen dit verslag gestemd. We zijn bereid te erkennen dat het enige positieve punten bevat, maar die worden door de steun voor het neoliberale beleid dat uit dit verslag spreekt teniet gedaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Elisabetta Gardini (PPE), schriftelijk. − (IT) In deze tijden van financiële, economische en sociale crisis wordt Europa geconfronteerd met een ernstig probleem: werkloosheid. Dit fenomeen treft met name jongeren en veroorzaakt voor een zorgwekkende situatie, die ernstige gevolgen zal hebben voor de toekomstige concurrentiepositie van Europa. Ik heb vóór deze ontwerpresolutie gestemd, omdat ik weliswaar het subsidiariteitsbeginsel en de bevoegdheden van de lidstaten op dit gebied erken, maar toch van mening ben dat de Europese Unie een bijdrage moet leveren door het bevorderen van de dialoog tussen de verschillende actoren op het gebied van solidariteit tussen de generaties. De werkende bevolking van morgen zijn de jongeren van vandaag. Als zij de arbeidsmarkt later betreden, betekent dat langzamere carrières, lagere lonen en een kloof tussen hun inkomen en dat van andere generaties. We moeten jongeren meer helpen, en ondernemerschap en jeugdwerkgelegenheid ondersteunen. Alleen op die manier kunnen wij ervoor zorgen dat de komende generaties een minder onzekere toekomst tegemoet gaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. (FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, hoewel het verslag van de heer Mann enkele goede punten bevat ten aanzien van het bevorderen van gezinsvriendelijk beleid, het op elkaar afstemmen van werk en gezinsleven, de toegang van oudere en jongere werknemers tot de arbeidsmarkt, enzovoort, is het jammer dat daarin immigratie, zij het gedeeltelijke immigratie, als een oplossing wordt bepleit voor de vergrijzing van onze landen, en zelfs voor de financiering van pensioenen. In elk land, waaronder Frankrijk, tonen studies aan dat dit niet het geval is, niet alleen voor de demografie, maar evenmin op financieel gebied. Zelfs mevrouw Tribalat, een Franse demograaf die niet kan worden beschuldigd van sympathie voor Front National, is tot dezelfde conclusie gekomen. Ik ben mij ervan bewust dat wij in dit Parlement, indachtig de slogan van SOS Racisme, graag geloven dat "Mohamed zal betalen voor het pensioen van Maurice" .... net als voor dat van Karl, Matthew en Juan. Maar dat is niet waar, nergens. De heer Mann moet ook voorzichtig zijn wanneer hij de aanbeveling doet om onze op basis van het omslagprincipe functionerende stelsel te vervangen door stelsels met kapitaaldekking. Gezien de huidige financiële crisis in de wereld is dit het soort voorstel dat onze ouderen zou kunnen ruïneren en alleen profijtelijk is voor types als Madoff.

 
  
MPphoto
 
 

  Nathalie Griesbeck (ALDE), schriftelijk. (FR) Solidariteit tussen de generaties is een van de belangrijkste sociale vraagstukken van het Europese en nationale beleid voor de komende jaren, gezien de vergrijzing van de Europese bevolking. In dit verslag wordt terecht grote nadruk gelegd op de waarde van solidariteit, op de noodzaak van solidariteit tussen de generaties, op het belang van de overeenkomst tussen generaties. Het verslag bevat hele positieve passages, bijvoorbeeld over het evenwicht tussen werk en gezinsleven, flexibele werktijden, met name voor vrouwen, werkgelegenheid voor jongeren en ouderen, bestrijding van discriminatie, enzovoort. Dit verslag bevat echter ook veel zaken waarmee ik het niet eens ben, bijvoorbeeld paragraaf 24, waarin wordt opgeroepen tot het schrappen van verplichte pensioenleeftijden, diverse passages over het organiseren van flexibel werk en eenvoudigere sociale wetgeving, en een passage over het schrappen van stelsels voor vervroegde pensionering. Ik heb dan ook verkozen mij bij dit verslag van stemming te onthouden. Afgezien daarvan stemt het mij tevreden dat de passage waarin wordt gepleit voor de vervanging van het op basis van het omslagprincipe functionerende stelsel te vervangen door stelsels met kapitaaldekking, desalniettemin door het Europees Parlement is verworpen.

 
  
MPphoto
 
 

  Sylvie Guillaume (S&D), schriftelijk. (FR) Ik heb tegen het verslag gestemd over demografische vraagstukken en solidariteit tussen de generaties omdat het onacceptabele standpunten bevat. Er staan bijzondere interessante dingen in deze tekst, zoals het feit dat werkgelegenheid voor jongeren niet tegen het handhaven van 50-plussers in de arbeidsmarkt moet worden afgezet, alsmede de nadruk die wordt gelegd op levenslang leren en de bestrijding van discriminatie op de arbeidsmarkt op grond van geslacht. Niettemin bevat deze tekst veel aanbevelingen betreffende pensioenstelsels die ik niet kan ondersteunen. Zo wordt lidstaten verzocht om de wettige pensioenleeftijd te schrappen en wordt grote nadruk gelegd op de noodzaak de last van de overheidsschuld terug te dringen, wat neerkomt op het aanmoedigen van privaat gefinancierde pensioenstelsels die bijzonder onbillijk zijn. Ook wordt lidstaten verzocht de werkgelegenheid te bevorderen door deeltijdwerk uit te breiden, waardoor de arbeidsonzekerheid alleen maar zal verergeren. Dit is een aantal redenen waarom ik tegen deze tekst heb gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Jiří Havel (S&D), schriftelijk. − (CS) De huidige onevenwichtige demografische ontwikkelingen hebben verregaande gevolgen voor de financiering van de sociale uitgaven en de financiële gezondheid van de pensioenstelsels van de lidstaten. In zijn niet-wetgevingsverslag stelt Thomas Mann twee maatregelen voor: enerzijds verhoging van de werkgelegenheid voor de jeugd en anderzijds verhoging van de pensioensgerechtigde leeftijd. Ik ben het met de rapporteur eens dat oudere mensen geen belasting vormen voor de economie en de samenleving, maar dankzij hun uitgebreide ervaring, arbeidsverleden en rijpe inzichten juist een enorme plus vormen. Wat dat betreft ben ik het eens met het voorstel van de rapporteur ten aanzien van concrete maatregelen om de basis te leggen voor een open dialoog. Ik roep de Commissie en de Raad op om in alle lidstaten alsook op EU-niveau een intergenerationele balans op te stellen.

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Jahr (PPE), schriftelijk. (DE) Gerechtigheid tussen de generaties is een van de centrale politieke uitdagingen van de komende jaren. Met name gezien het feit dat de demografische verandering van invloed is op de maatschappelijke verhoudingen, is het belangrijk dat de ene generatie niet ten koste van de andere leeft. Dit geldt niet alleen voor het financieel en het begrotingsbeleid, maar ook voor de bescherming van het milieu, de natuurlijke hulpbronnen en het klimaat. Om solidariteit in de samenleving te waarborgen moet gerechtigheid tussen de generaties als horizontaal vraagstuk worden behandeld. Onze beleidsbeslissingen moeten in dit licht zorgvuldig worden overwogen. We moeten aan dit vraagstuk de nodige aandacht besteden, om ook in de toekomst verzekerd te zijn van solidariteit in onze samenleving.

 
  
MPphoto
 
 

  Karin Kadenbach (S&D), schriftelijk. (DE) Ik heb voor het verslag over de demografische vraagstukken gestemd, maar tégen de paragraaf waarin de lidstaten wordt verzocht "gereglementeerde migratie van arbeidskrachten in overweging te nemen". Deze formulering impliceert mijns inziens indirect een positief standpunt ten aanzien van de immigratie van arbeidskrachten uit derde landen. Ik heb voor het verslag van de heer Mann gestemd omdat de aanbeveling in het ontwerpverslag met betrekking tot de wijziging van de financiering van de pensioenstelsels niet door het Europees Parlement is aangenomen. Ik ben echter sterk gekant tegen de eis dat particuliere pensioenvoorziening wordt aangemoedigd en dat de pensioenen in de overheidssector zowel qua premie- als qua uitkeringsniveau niet aantrekkelijker zijn dan vergelijkbare pensioenen in de particuliere sector. Voorts ben ik ertegen dat particuliere pensioenfondsen een belangrijke rol dienen te spelen bij het verlichten van de toekomstige lasten als gevolg van de uitkering van algemene ouderdomspensioenen. Volgens mij is het op basis van het omslagprincipe functionerende stelsel het economisch meest efficiënte en duurzame systeem.

 
  
MPphoto
 
 

  Alan Kelly (S&D), schriftelijk. − (EN) De Ierse samenleving is in een ongekend tempo aan het vergrijzen. Dit initiatief bevat verschillende suggesties aan het adres van de Commissie die een bijdrage zouden kunnen leveren aan het aanpakken van de problemen waarmee landen in heel Europa de komende decennia te maken zullen krijgen. In dit verslag was men voorzichtig genoeg om de nadruk te leggen op de solidariteit tussen de generaties en was men zo slim om te verzekeren dat niemand denkt dat er één enkele oplossing is voor de vergrijzende samenleving en de problemen die dat met zich mee brengt.

 
  
MPphoto
 
 

  Giovanni La Via (PPE), schriftelijk. − (IT) Ik heb vóór het verslag van de heer Mann gestemd omdat ik van mening ben dat de generatie-uitdaging onderwerp moet zijn van prioritair beleid in het toekomstig Europees optreden. Het staat buiten kijf dat jongeren een belangrijke bron zijn waarin we moeten investeren om de economie van de hele Europese Unie weer op gang te brengen. Naar mijn mening moet bijzondere aandacht aan hen worden besteed. Ik denk tevens dat het goed is het belang van onderwijs en werkgelegenheidsbeleid te benadrukken. Sterker nog, ik denk dat de versterking van de groei en de werkgelegenheid, die moet worden gewaarborgd door middel van gelijke toegang tot onderwijsmogelijkheden en de arbeidsmarkt, een onvermijdelijke stap is met het oog op de verwezenlijking van verschillende belangrijke groeidoelstellingen, zoals verbetering van het concurrentievermogen en de innovatiecapaciteit.

 
  
MPphoto
 
 

  Patrick Le Hyaric (GUE/NGL), schriftelijk. (FR) Ik heb tegen het verslag-Mann gestemd omdat het doortrokken is van het liberaal gedachtegoed, dat een vergrijzende Europese bevolking gebruikt als excuus om hervormingen van het overheidsstelsel van sociale zekerheid in Europa te bepleiten, via in het bijzonder de ondermijning van de gezondheidszorg en het op basis van het omslagprincipe functionerende stelsel voor pensioenen en via de aanmoediging van privatisering en een hogere pensioenleeftijd, wat ik verwerp.

 
  
MPphoto
 
 

  Elżbieta Katarzyna Łukacijewska (PPE), schriftelijk (PL) Dames en heren, ik heb voor het verslag van de heer Mann over demografische vraagstukken en solidariteit tussen de generaties gestemd, omdat ik van mening ben dat de vergrijzing van de samenlevingen in de lidstaten een van de ernstigste problemen is waar de Europese Unie zich voor gesteld ziet. De Europese Unie kan deze uitdaging het hoofd bieden als er voorwaarden worden geschapen om moederschap te stimuleren, als er betere methoden worden ontwikkeld om werk en gezin te combineren en als de mogelijkheden worden benut die voortkomen uit een productiever leven. 2012 wordt uitgeroepen tot Europees jaar voor actief ouder worden en solidariteit tussen de generaties. Ik vind dat het onze taak als afgevaardigden is om het beleid voor actief ouder worden te promoten en te wijzen op de nieuwe demografische uitdagingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Barbara Matera (PPE), schriftelijk. − (IT) Het verslag van de heer Mann is degelijk en goed gestructureerd. Bovendien zijn alle suggesties van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid hierin opgenomen. Het gendervraagstuk heeft daarmee de terechte en noodzakelijke aandacht gekregen op dit gebied. Dit Parlement krijgt inmiddels steeds meer bekendheid omdat het ervoor zorgt dat al onze landen uitvoering wordt gegeven aan specifiek beleid ter verbetering van gelijke waardigheid en levenskwaliteit voor iedereen, zij het dan met inachtneming van de bekende regionale verschillen. Ik waardeer dan ook het feit – en vestig daar de aandacht op – dat ruimte wordt geboden om werk met privé- en gezinsleven te combineren, en dat in het bijzonder ruimte wordt gegeven aan en de rol wordt erkend van vrouwen, ook oudere vrouwen, die het beginsel van rechtvaardigheid tussen de generaties toepassen. Op alle niveaus worden wij opgeroepen – en hierbij is de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld en zowel seculiere als religieuze organisaties van belang – om met passende beleidsmaatregelen te komen en een solide Europa te creëren zonder discriminatie op grond van leeftijd of geslacht, een Europa dat niet oud mag worden zonder nieuwe en sterke generaties te zien opgroeien.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Mélenchon (GUE/NGL), schriftelijk. (FR) In dit verslag wordt betoogd dat een stijgende levensverwachting er niet toe mag leiden dat de rechten van werknemers worden beknot, maar dat is precies wat het van begin tot eind bepleit. Het zo veel mogelijk boven de leeftijd van 64 jaar oprekken van de pensioenleeftijd, zoals beloofd in de Europa 2020-strategie, het bevorderen van tijdelijk werk, het vervangen van het op basis van het omslagprincipe functionerende stelsel voor pensioenen door stelsels met kapitaaldekking, zijn een aantal van de maatregelen waaraan het Europees Parlement zich committeert als het dit verslag aanneemt. Ik stem tegen deze onuitsprekelijke sociale achteruitgang.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk.(PT) Demografische vraagstukken en solidariteit tussen de generaties vormen de sleutel voor een betere toekomst. We moeten een sterk tegenwicht vinden voor al de factoren die bijdragen tot een geringe bevolkingsgroei, waaronder, eerst en vooral, tekortschietende dienstverlening, lage sociale uitkeringen, langzame en moeizame opname op de arbeidsmarkt, lange perioden met onzeker of tijdelijk werk en onvoldoende steun voor jonge echtparen. Ziehier een aantal redenen waarom jongeren het voortbrengen van nageslacht en het stichten van een gezin uitstellen. Daar staat tegenover dat de gemiddelde levensverwachting blijft stijgen en dat daarom het aantal ouderen toeneemt. Om een rechtvaardiger en evenwichtiger maatschappij te bekomen is het dus van belang de solidariteit tussen de generaties te bevorderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Louis Michel (ALDE) et Frédérique Ries , schriftelijk. (FR) De gestaag toenemende levensverwachting van Europese burgers is uitstekend nieuws, gunstig voor de dynamiek en de uitwisseling tussen de generaties. Aan de andere kant is vergrijzing, als wij deze zien in het licht van de toekomst van onze pensioenstelsels, een waar hoofdpijndossier voor beleidsmakers en voorstanders van evenwichtige begrotingen. Als we hieraan een laag geboortecijfer in veel van de 27 lidstaten toevoegen, lijkt de solidariteit tussen de generaties op Proust's Madeleine, met Europese samenlevingen die zich herinneren wat voorbij is. Om het uitstekende verslag van de heer Mann te parafraseren: Europa moet de demografische problemen aanpakken. Het beroemde citaat van Jean Bodin – "de enige rijkdom is de mens" – doet nu geheel ter zake. Om een eerlijke samenleving te behouden, een samenleving die, met andere woorden, gestoeld is op solidariteit, een samenleving die weigert toekomstige generaties te belasten met onze overheidsschulden en die een evenwicht tussen het aantal gepensioneerden en de actieve bevolking bevordert, is er maar één oplossing. Er zal onvermijdelijk actie nodig zijn waarin een aantal benaderingen wordt gebruikt: arbeids- en pensioenflexibiliteit, een menselijk en realistisch immigratiebeleid, en complementariteit van het op basis van het omslagprincipe functionerende stelsel voor pensioenen en stelsels met kapitaaldekking. Om deze reden heeft de MR-delegatie tegen paragraaf 99 over deze laatste kwestie gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Mirsky (S&D), schriftelijk. (LV) Ik kon mij in het algemeen vinden in het verslag van de heer Mann, maar ik wil er op wijzen dat het verslag te veel onderwerpen beslaat en geen oplossingen voor problemen biedt. De kwestie van discriminatie van kwetsbare etnische groepen is zeer belangrijk en behoeft een aparte beoordeling. In Letland leven bijvoorbeeld meer dan 200 000 Letgallen, die niet eens basisonderwijs kunnen krijgen in het Letgaals. We hebben in het nationale parlement van de Republiek Letland veelvuldig de aandacht gevestigd op dit probleem, maar vooralsnog is niemand van de heersende Letse elite zelfs maar bereid hierover in gesprek te gaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) De Europese Unie ziet zich met een significante vergrijzing van de bevolking geconfronteerd. In 2060 zullen er per persoon van boven de 65 jaar nog maar twee personen op arbeidsgeschikte leeftijd zijn. Deze verhouding bedraagt thans één op vier. De oudere generatie zou daarom een grote last kunnen gaan vormen voor de beroepsbevolking, die de economie draaiende houdt. Omdat valt te voorzien dat de pensioengerechtigde leeftijd zal stijgen, dienen de arbeidsomstandigheden voor oudere doelgroepen te worden aangepast en aantrekkelijker te worden gemaakt. Oudere werknemers moeten betere mogelijkheden worden geboden om te participeren op de arbeidsmarkt. Ook in de samenleving is een mentaliteitsverandering nodig. Zo moeten vooroordelen, bijvoorbeeld wat betreft een lager prestatievermogen van oudere werknemers, worden weggenomen. Ik heb mij van stemming onthouden omdat de voorstellen met betrekking tot gezond ouder worden weliswaar moeten worden toegejuicht, maar op het punt van verlenging van de arbeidstijd nog een aantal onduidelijkheden uit de wereld moet worden geholpen.

 
  
MPphoto
 
 

  Franz Obermayr (NI), schriftelijk. (DE) Onze bevolking krimpt, wat vergrijzing en grote lasten voor de pensioenstelsels tot gevolg heeft. Om de demografische uitdagingen van de toekomst het hoofd te kunnen bieden, is een consequent gezinsvriendelijk beleid nodig. Ongecontroleerde, massale immigratie in de EU is echter niet de goede weg. Ik heb mij daarom van stemming onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. − (IT) Ik heb vóór het verslag van de heer Mann gestemd. De ontwikkelingen die in de afgelopen decennia hebben plaatsgevonden in de Europese Unie en haar lidstaten hebben tot duidelijke veranderingen en gevolgen geleid op sociaal vlak, die door de Europese instellingen moeten worden gesteund. Het concept "ontwikkeling" is onvermijdelijk verbonden met economische, culturele en maatschappelijke zaken, zelfs zozeer dat die sectoren niet van elkaar kunnen worden gescheiden wanneer men spreekt over globalisering en ontwikkeling. In dit verband zou het werk van de Europese instellingen de ongelijkheid, die een gebrek aan sociale cohesie veroorzaakt, moeten beperken. Het gemeenschappelijke ideaal zou leiden tot meer sociale cohesie, minder economische ongelijkheid en een evenwichtiger individuele en collectieve ontwikkeling van de samenleving. Ontwikkeling en sociale cohesie mogen geen vijanden zijn van vooruitgang, maar moeten daar juist volledig deel van uitmaken, voor een meer solide integratie en samenleving. In dit verband dwingen de demografische problemen die het gevolg zijn van de vergrijzing, ons om dit proces te versnellen en diverse sociale structuren en programma's te heroverwegen en aan te passen aan de nieuwe situatie.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Papanikolaou (PPE), schriftelijk. – (EL) Het demografisch vraagstuk maakt de betekenis van levenslang leren als product van solidariteit tussen generaties actueler dan ooit. Kennis, onderwijs, scholing en informatie kennen geen leeftijd. Ondanks dat is de verhoging van de middelen voor programma's voor levenslang leren in de begroting voor 2011 bedroevend, ondanks de verklaringen in de 2020-strategie en ondanks de toezegging van de lidstaten om te investeren in scholing van alle burgers, ongeacht hun leeftijd. Het verslag erkent de noodzaak om instrumenten te ontwikkelen die bijdragen tot voortdurende scholing van burgers en om reeds bestaande instrumenten te versterken, zoals de programma´s Grundtvig en Leonardo Da Vinci. De resolutie vormt een stap in die richting, en om die reden heb ik vóór gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk.(PT) In een Europese Unie waar steeds meer mensen steeds langer leven, waar het geboortecijfer in het algemeen laag is, en waarin de bevolkingspiramide nu al omgekeerd is, moeten we eens goed gaan nadenken over “demografische vraagstukken en de solidariteit tussen de generaties”. Ik ben daarom heel blij met dit verslag.

Ik ben het in grote lijnen eens met de inhoud van dit verslag, zeker als het gaat om het recht van oudere burgers om in de toekomst door te gaan met werken als zij dit verlangen, wat geheel aansluit bij het “actief oud worden” dat dit verslag voorstaat. Ik kan me ook vinden in het idee om de kansen op een baan voor jongeren die al ten minste vier maanden op zoek naar werk zijn te verbeteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Aldo Patriciello (PPE), schriftelijk. − (IT) Enerzijds betekenen demografische veranderingen dat mensen – gelukkig – een hogere levensverwachting hebben en fysiek en mentaal langer actief blijven, maar anderzijds zijn de geboortecijfers in de lidstaten al decennialang laag en vormen ouderen een steeds groter percentage van de bevolking. De overeenkomst tussen de generaties nadert zijn grenzen. Actief ouder worden is een proces in het kader waarvan mensen zoveel mogelijk in staat worden gesteld naarmate zij ouder worden gezond te blijven, deel te nemen aan het leven in hun maatschappelijke omgeving en hun welzijn te verbeteren. Ik ben er sterk van overtuigd dat 2012 moet worden uitgeroepen tot Europees jaar van actief ouder worden en van de solidariteit tussen de generaties, om duidelijk te maken welke bijdrage zowel jongeren als ouderen leveren tot de maatschappij. Daarom heb ik hier in dit Parlement geijverd voor alle steun die nodig is om Europa in staat te stellen deze uitdaging te winnen.

 
  
MPphoto
 
 

  Rovana Plumb (S&D), schriftelijk. (RO) Leeftijdsdiscriminatie ondergraaft de solidariteit tussen de generaties en is volgens het Verdrag verboden. Desalniettemin is leeftijdsdiscriminatie nog steeds een wijdverspreid verschijnsel dat de toegang van oudere en jongere werknemers tot de arbeidsmarkt, sociale zekerheid en bepaalde diensten ernstig beperkt. Ik heb vóór het voorstel gestemd op grond waarvan de lidstaten krachtige maatregelen moeten nemen om de zwarte of grijze economie met haar ongereguleerde arbeidskrachten – waarvan voornamelijk vrouwen het slachtoffer zijn – te ontmoedigen, omdat deze een zeer ongunstig effect op de arbeidsmarkt van de EU heeft, in plaats van alleen maatregelen te nemen om de eigen werknemers te beschermen. Tegelijkertijd moet niet-gedeclareerd werk worden bestreden, middels concrete op de werkgevers en/of tussenpersonen gerichte (straf)maatregelen. Ik steun ook het voorstel op grond waarvan de lidstaten en de Commissie ook bij het toezicht op zorgdiensten dienen samen te werken en de lidstaten in het kader van die samenwerking zouden kunnen overwegen netwerken van binnenlandse contactpunten voor zorgdiensten op te richten, die zowel op nationaal als EU-niveau gebruikt zouden kunnen worden om informatie te verwerven over zorgdiensten en de kwaliteit van deze diensten, alsook om klachten in te dienen over de kwaliteit ervan.

 
  
MPphoto
 
 

  Paulo Rangel (PPE), schriftelijk.(PT) Een eerlijke lastenverdeling tussen de generaties zal één van de belangrijkste uitdagingen voor het sociale beleid van de nu volgende jaren worden. We zijn daarom blij dat dit verslag erop wijst dat we de solidariteit tussen de generaties moeten waarborgen. Het verslag geeft daarvoor een aantal ideeën, waaronder in de eerste plaats het idee om beleidsmaatregelen voor actief oud worden te bevorderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Evelyn Regner (S&D), schriftelijk. (DE) Ik heb voor het verslag over demografische vraagstukken en solidariteit tussen de generaties gestemd omdat de aanbeveling in het ontwerpverslag om de financiering van de pensioenstelsels te wijzigen, door het Europees Parlement niet is aangenomen. Ik spreek mij duidelijk uit tegen de eis dat particuliere pensioenvoorziening moet worden aangemoedigd en dat ervoor moet worden gezorgd dat de pensioenen in de overheidssector zowel qua premie- als qua uitkeringsniveau niet aantrekkelijker zijn dan vergelijkbare pensioenen in de particuliere sector. Bovendien behoren particuliere pensioenfondsen geen belangrijker rol te spelen bij het verlichten van de toekomstige lasten als gevolg van de uitkering van algemene ouderdomspensioenen. In geen geval mag het op basis van het omslagprincipe functionerende stelsel worden vervangen door stelsels met kapitaaldekking. Ik ben van mening dat het omslagstelsel het economisch meest efficiënte en duurzame systeem is. Ik heb echter tegen het in de resolutie geformuleerde verzoek gestemd om "gereglementeerde migratie van arbeidskrachten in overweging te nemen". Deze formulering impliceert mijns inziens indirect een positief standpunt ten aanzien van de immigratie van arbeidskrachten uit derde landen.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Wij groenen hebben de tekst gesteund omdat paragraaf 99 (over door privékapitaal gefinancierde stelsels) is geschrapt en omdat in de rest van de tekst enkele positieve punten van de groenen zijn verwerkt, bijvoorbeeld dat maatregelen ten aanzien van de pensioenleeftijd eigenlijk gebaseerd moeten zijn op de behoeften van de betrokken personen, dat perioden die aan werk, scholing, zorg of vrijwilligerswerk worden besteed elkaar aanvullen en waardevolle ervaring opleveren voor mensen van alle leeftijden, dat leeftijdsdiscriminatie moet worden bestreden en dat landspecifieke doelen moeten worden bepaald voor beschikbaarheid van opleiding en levenlang leren voor oudere werknemers, gespecificeerd naar leeftijdsgroep en geslacht, dat de inzetbaarheid van ouderen op de arbeidsmarkt eveneens afhangt van zelfstandigheid en individuele keuzes voor werknemers en een beter evenwicht tussen arbeid en leven, dat het combineren van arbeid en zorg, om te voorkomen dat vrouwen onevenredige lasten moeten dragen wegens de toenemende vraag naar zorg in een vergrijzende samenleving, in alle lidstaten voor mannen en vrouwen mogelijk moet worden en dat deze taken gelijkelijk worden verdeeld over mannen en vrouwen

 
  
MPphoto
 
 

  Oreste Rossi (EFD), schriftelijk. − (IT) Het deel van dit verslag waarin wordt voorgesteld fiscale en administratieve lasten voor bedrijven terug te dringen is positief. Dit is een belangrijk doel om concurrentie uit derde landen te beperken, waar niet alleen de belastingen, maar ook de productie- en arbeidskosten aanzienlijk lager zijn dan in Europa.

Ook het voorstel om pensioenverplichtingen voor ouderen te beperken is positief, zowel vanwege de stijging van de gemiddelde leeftijd als vanwege de verbeterde gezondheid, waardoor mensen die dat willen door kunnen blijven werken. Het is betreurenswaardig dat via amendementen die naar onze mening onaanvaardbaar zijn, onderdelen zijn opgenomen die in het geheel niet relevant zijn voor het verslag en die tot doel hebben de integratie van mensen van buiten de Europese Unie te bevorderen. Dat besluit, dat werd gesteund door de meerderheid van dit Parlement, biedt ons helaas geen andere keus dan tegen het verslag te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Marco Scurria (PPE), schriftelijk. − (IT) Ik wil graag van de gelegenheid gebruik maken om te benadrukken dat een menswaardige maatschappij gebaseerd moet zijn op het beginsel van rechtvaardigheid tussen de generaties en dat leeftijdsdiscriminatie de solidariteit tussen de generaties op het spel zet, tot armoede leidt en verboden is op grond van de oprichtingsverdragen.

Werk is meer dan alleen betaalde arbeid en alle mensen, jongeren en ouderen, dragen, ook via werk binnen het gezin, in aanzienlijk mate er toe bij dat onze maatschappij menselijker wordt en de stabiliteit van diensten en banen wordt verbeterd.

Met dit verslag doen wij een beroep op regeringen om vrijwilligerswerk op het gebied van gemeenschaps- en gezinszorg te vergemakkelijken en te erkennen en zo spoedig mogelijk de wettelijke aansprakelijkheidsproblemen in dat verband op te lossen. Ik ben tevens verheugd dat dit verslag de lidstaten oproept maatregelen te nemen voor de erkenning van onzichtbaar en informeel werk van gezinsleden, met name van vrouwen, ongeacht de leeftijd, die in het kader van de solidariteit tussen de generaties zorg verlenen aan de oudste en jongste gezinsleden.

 
  
MPphoto
 
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE), schriftelijk. (PL) Het is een feit dat heel Europa te maken heeft met demografische veranderingen zoals een vergrijzende samenleving, lage geboortecijfers, migratie van armere naar rijkere landen, hogere levensverwachting, latere toetreding tot de arbeidsmarkt, een stijgend aantal eenpersoonshuishoudens en huishoudens zonder kinderen, enzovoorts. Dit vertaalt zich in een enorme behoefte aan verandering, ingegeven door de nieuwe demografische uitdagingen en de groeiende rol van het bijeenbrengen van de generaties. Hierop zal moeten worden gereageerd met de invoering van zogenaamde generatieoverschrijdende boekhoudmethoden, een hervorming van de verzorgings- en belastingstelsels in Europa, waaronder de pensioenstelsels, waarbij een goede zorg aan de oudere generaties moet worden geboden terwijl een opeenhoping van schulden voor de jongere generaties moet worden vermeden. Een hervorming van het Stabiliteits- en groeipact is daarom noodzakelijk, zodat de lidstaten kunnen voldoen aan hun verplichting om hun pensioenstelsels duurzamer te maken.

 
  
MPphoto
 
 

  Marc Tarabella (S&D), schriftelijk. – (FR) Het verslag van de heer Mann over demografische vraagstukken en solidariteit tussen de generaties werpt licht op de aan demografische veranderingen gelieerde uitdagingen, met name werkloosheid en onzeker werk, onderwijs en discriminatie van kwetsbare groepen. Het onderstreept de noodzaak van solidariteit tussen de generaties en doet steekhoudende suggesties. Ik noem in het bijzonder het initiatief Europees Pact 50plus waarbij onder andere wordt gestreefd naar bestrijding van leeftijdsdiscriminatie, volledige werkgelegenheid tot de wettelijke pensioenleeftijd en ondersteuning voor de re-integratie van gehandicapt geraakte ouderen. Dat ik mij heb onthouden tijdens de eindstemming over dit meer dan bevredigende verslag, komt doordat paragraaf 24 is gehandhaafd, waarin wordt gestreefd naar de afschaffing van verplichte pensioenleeftijden. Als wij geen waarborgen voorzien waarmee onze ouderen met pensioen kunnen gaan, kunnen wij hun niet langer een aangename herfst van hun leven garanderen. Ik wil niet dat onze ouderen net als in de negentiende eeuw tot aan hun dood moeten werken.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Teixeira (PPE), schriftelijk.(PT) Solidariteit is één van de waarden die de Europese Unie schragen. Daarom is het belangrijk dat we die solidariteit concrete invulling geven in de vorm van een eerlijke lastenverdeling tussen de generaties. De lidstaten worden nu met een aantal uitdagingen op demografisch en sociaal gebied geconfronteerd die ons dwingen solidariteit tussen de generaties te verzekeren. Als er geen concrete maatregelen worden genomen zullen de toename van de levensverwachting en de daling van het geboortecijfer nefaste gevolgen hebben voor de Europese stelsels voor sociale zekerheid.

Gelet op de huidige conjunctuur gelooft het Europees Parlement dat het nodig is een dialoog op gang te brengen over de betrekkingen tussen de generaties. Het verslag noemt een groot aantal sectoren, van onderwijs en werkgelegenheid voor zowel ouderen als jongeren, gezondheid en sociale uitkeringen, gezins- en geboortebeleid en de ontwikkeling van sociale stelsels, tot migratiebeleid, dat we zullen moeten voeren om de gevolgen van een vergrijzende maatschappij op te vangen.

Ik hoop dat de in dit verslag genoemde initiatieven geïmplementeerd worden en dat we erin slagen rechtvaardigheid en een dialoog tussen de generaties in de Europese Unie te realiseren

 
  
MPphoto
 
 

  Viktor Uspaskich (ALDE), schriftelijk. (LT) Dames en heren, in het verslag wordt terecht opgemerkt dat de gestaag dalende bevolkingsaantallen en de aanhoudende tendens van dalende geboortecijfers in de Europese Unie de Europese economie en samenleving voor talloze uitdagingen plaatsen. De structurele veranderingen die de arbeidsmarkt van de EU door deze ontwikkelingen ondergaat, zijn vooral negatief van aard. In Litouwen worden deze demografische problemen nog verergerd door de massale exodus van jongeren naar het buitenland. Wij zijn een klein land en raken in snel tempo onze meest actieve bevolkingsgroep kwijt, namelijk de 25- tot 40-jarigen, waar veel geld in opvoeding en onderwijs in is geïnvesteerd. Litouwen heeft de talenten, ervaringen en ijver van deze groep hard nodig om de genoemde demografische uitdagingen het hoofd te kunnen bieden. Vandaar dat ik het initiatief "Europese Jeugdgarantie" dat door de rapporteur wordt voorgesteld, waarbij iedere jongere in de EU na zes maanden werkloosheid een baan, een opleidingsplaats of een aanvullende opleiding krijgt, van harte ondersteun. Ook zou meer moeten worden gedaan om de geboortecijfers te verhogen: toegankelijke opvang, onderwijsvoorzieningen en begeleiding van hoge kwaliteit voor jonge kinderen is de eerste stap in de goede richting. Ook moeten wij een einde maken aan de sociale uitsluiting van ouderen. Wij moeten de maatschappij, en het bedrijfsleven in het bijzonder, ervan overtuigen dat ouderen geen last zijn. Hun ervaringen, prestaties en kennis zijn voor alle generaties van nut.

 
  
MPphoto
 
 

  Marie-Christine Vergiat (GUE/NGL), schriftelijk. – (FR) Ik stem tegen dit verslag dat eens te meer aantoont dat de meerderheden die Europa besturen niet in staat zijn om te luisteren naar de eisen van de Europese burgers.

Hoewel de Europese Unie wat deze kwesties betreft geen bevoegdheid heeft over de exclusieve bevoegdheden van de lidstaten, slaat de heer Mann tegelijkertijd de sociale verworvenheden en het subsidiariteitsbeginsel aan diggelen.

In het verslag worden de lidstaten onder andere aangemoedigd om mensen te stimuleren na de pensioengerechtigde leeftijd door te werken en om 60-plussers ertoe te bewegen langer aan de slag te blijven doordat hun werkplek wordt aangepast aan hun gezondheidstoestand.

Ouderen moeten echter vóór alles recht hebben op een behoorlijk pensioen, dat hun in staat stelt waardig te leven.

De aanpassing aan de behoeften van de werkenden aan het einde van hun loopbaan wordt bovendien hoofdzakelijk gerealiseerd door middel van vervroegd pensioenregelingen, die de heer Mann desalniettemin simpelweg wil ontmantelen.

Wel ben ik blij dat een passage waarin wordt onderstreept dat het op basis van het omslagprincipe functionerende stelsel moet worden vervangen door stelsels met kapitaaldekking, door het Europees Parlement is verworpen.

Onder het mom van solidariteit tussen de generaties voelt de heer Mann zich zelfs genoodzaakt ons eraan te herinneren dat ouderen gelijk moeten worden behandeld als menselijke wezens met grondrechten. Waarvan akte.

(Stemverklaring ingekort overeenkomstig artikel 170 van het Reglement)

 
  
MPphoto
 
 

  Hermann Winkler (PPE), schriftelijk. (DE) Collega Mann heeft zoals gewoonlijk goed werk geleverd met zijn verslag over een gevoelige kwestie, zodat ik vóór het verslag kon stemmen. Ik zou echter nog één aanvullend aspect willen aanstippen. Als afgevaardigde uit Saksen, een regio die op grote schaal te lijden heeft onder de demografische verandering, alsook als lid van de Commissie industrie, onderzoek en energie en rapporteur van het initiatiefverslag over het toekomstige innovatiebeleid van de EU zou ik erop willen wijzen dat we op het niveau van de Unie en vooral op het niveau van de lidstaten de demografische verandering natuurlijk moeten blijven bestrijden en de regio's aantrekkelijker moeten maken voor jonge mensen, met name door voor meer economische groei te zorgen, arbeidsplaatsen te scheppen en een doelgericht onderwijsbeleid te voeren. Ik zou echter eveneens willen benadrukken dat oudere werknemers met name in het mkb van bijzonder belang zijn voor innovatie. De EU erkent eindelijk dat innovatie in het mkb niet alleen in nieuwe uitvindingen op technologisch gebied bestaat, maar bijvoorbeeld ook in de specifieke aanpassing van een product aan de wensen en behoeften van de klant of in de verbetering van het dienstverleningsproces. Juist op dit gebied kunnen oudere werknemers op grond van hun rijke ervaring voor innovatie in het bedrijf zorgen. Ook om deze reden moet discriminatie op het werk op grond van leeftijd worden bestreden. De EU en de lidstaten dienen hiermee bij de ontwikkeling van hun sociale en arbeidswetgeving te allen tijde rekening te houden.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Záborská (PPE), schriftelijk. − (SK) Laten we niet in de war raken door de terminologie: het verslag dat we hebben aangenomen gaat meer over het vinden van nieuwe arbeidskrachten dan over solidariteit. De demografische crisis is geen ontdekking van gisteren. Sommigen van ons wijzen er al jaren op. Jarenlang hebben we het er al over dat Europa aan het vergrijzen en uitsterven is. Nu staat het probleem voor de deur en zoeken we koortsachtig naar oplossingen. Simpele logica brengt ons al op diverse oplossingen. Het opschuiven van de pensioengerechtigde leeftijd, verhoging van het geboortecijfer, meer vrouwen betrekken in het formele arbeidsproces, meer immigranten toelaten en deze laten integreren in de maatschappij. Daartoe zijn we allemaal bereid en het voorliggende verslag gaat daarover. Ik ben er echter niet helemaal zeker van of dat helpt, en als het helpt, voor hoe lang. We proberen namelijk niet de oorzaak, maar de gevolgen op te lossen. We gedragen ons als de deelnemers aan een piramidespel die zien dat de basis van de piramide begint te stagneren. We zoeken meer spelers om de basis te kunnen verbreden. Door de woorden „solidariteit“ en „evenwicht tussen werk en gezin“ doelbewust een nieuwe betekenis te geven, vernietigen we echter werkelijke solidariteit en halen we kinderen weg bij hun ouders. Toch heb ik gestemd vóór het voorliggende verslag. Ik beschouw het namelijk als een belangrijke bijdrage aan het fundamentele debat over het overleven van de Europese beschaving.

 
  
  

Verslag-da Graça Carvalho (A7-0274/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Elena Oana Antonescu (PPE), schriftelijk. (RO) Onderzoek levert een fundamentele bijdrage aan economische groei, werkgelegenheid en groene en duurzame energie. Ik ben er voor om in de Europese Unie meer onderzoek te financieren, omdat het van essentieel belang is om een Europese ruimte van onderzoek te verwezenlijken die maakt dat op onderzoeksgebied de hoogste normen van excellentie, doelmatigheid en efficiëntie worden bereikt, waardoor de beste wetenschappers naar Europa worden gelokt, respectievelijk voor Europa worden behouden, en een op innovatie en kennis gebaseerde economie wordt bevorderd. Europa moet investeren in onderzoek ten behoeve van nieuwe producten en diensten die de levenskwaliteit van haar burgers vergroten. Ik heb vóór dit kaderprogramma gestemd omdat ik geloof dat het de onderzoeksgemeenschap, de academische wereld, organisaties uit het maatschappelijk middenveld, ondernemingen en de industrie stimuleert om aan onderzoeksprojecten deel te nemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk. – (FR) Onderzoek en ontwikkeling zijn twee grote uitdagingen voor de toekomst van de Europese Unie in de huidige mondiale context. Ik steun derhalve het initiatief van het Europees Parlement dat gericht is op het vereenvoudigen van de tenuitvoerlegging van de EU-kaderprogramma's voor onderzoek. Mijn collega's en ik hebben aldus gemeend dat de mededeling van de Europese Commissie inzake het vereenvoudigen van de tenuitvoerlegging van de kaderprogramma's voor onderzoek serieuze en creatieve maatregelen bevat voor het aanpakken van de knelpunten waarmee deelnemers aan kaderprogramma's worden geconfronteerd. Het gaat er hier om het vertrouwen van de Europese financiering in de kandidaten alsmede de risicotolerantie ten aanzien van deelnemers in alle stadia, met flexibele Europese regels, te vergroten. De resolutie weerspiegelt het feit dat het huidige systeem in excessieve mate is gericht op controle en daardoor leidt tot verspilling van middelen en een lagere participatiegraad. Tot slot verheugen wij ons over de algemene tendens tot verkorting van de gemiddelde tijd tot aan het verlenen van een subsidie en de tijd van uitbetaling, ondanks het feit dat er nog verdere vooruitgang kan worden geboekt.

 
  
MPphoto
 
 

  Liam Aylward (ALDE), schriftelijk. (GA) Ik steun met overtuiging wat in dit verslag wordt gezegd over het vereenvoudigen van de tenuitvoerlegging van de EU-kaderprogramma's voor onderzoek. Bureaucratie en excessieve administratieve en reglementaire vereisten maken de aanvraagprocedure alleen maar ingewikkelder en dragen bij aan de problemen waar kleine organisaties en kleine en middelgrote bedrijven tegenaan lopen wanneer zij financiering proberen te vinden voor hun onderzoek. Het feit dat de onderzoekgemeenschap zelf aandringt op aanpassing van de regels, op vereenvoudiging van de procedures en eisen en op meer vertrouwen bij de communautaire financiering van onderzoek, maakt maar al te duidelijk dat er behoefte is aan versoepeling van de procedures voor de financiering van onderzoek. Alleen zo kan ervoor worden gezorgd dat onderzoek en innovatie doeltreffend en overal in Europa kunnen plaatsvinden. Deze vereenvoudiging en grotere doeltreffendheid zullen een positieve invloed hebben op de algemene onderzoeksituatie in de EU, en zou ook ten goede komen aan de belanghebbende partijen. Ik steun het verzoek van het Parlement om de tenuitvoerlegging van een vereenvoudigingsproces ten behoeve van stabiliteit en rechtszekerheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Zigmantas Balčytis (S&D), schriftelijk. (LT) Ik heb vóór dit verslag gestemd. Wetenschap, onderwijs en innovatie zijn de peilers van economische groei en werkgelegenheid. Europa moet in innovatie investeren als het nieuwe producten en diensten wil ontwikkelen. Deze zullen een bron van nieuwe werkgelegenheid en groei vormen, en dat zal Europa een sterkere concurrentiepositie geven en bijdragen tot hogere levenskwaliteit. De onderzoeksgemeenschap toont zich al enige tijd bezorgd over het feit dat de uitvoering van onderzoeksprogramma's en de ontwikkeling van innovaties minder snel verlopen dan men had gehoopt, omdat buitengewoon ingewikkelde administratieve eisen worden gesteld. Dit is met name een probleem voor kleinere organisaties, zoals KMO's, hightechstarters en kleinere instituten, universiteiten en onderzoekscentra. Er is een reële behoefte aan het verbeteren en stroomlijnen van de procedures voor onderzoeksfinanciering. Op dit moment gelden voor elk instrument van het kaderprogramma aparte regels en procedures, wat een ernstige belemmering vormt voor het indienen van aanvragen. Ik ben het ermee eens dat bij het debat over het achtste kaderprogramma voor onderzoek de meeste aandacht moet uitgaan naar de vereenvoudiging van de administratieve procedures om te zorgen voor een uniforme interpretatie en toepassing van de regels en de procedures in alle programma's en instrumenten.

 
  
MPphoto
 
 

  Sebastian Valentin Bodu (PPE), schriftelijk. (RO) De Europese Unie is zich er heel goed van bewust dat onderzoek en innovatie de sleutel voor de toekomst vormen, omdat daarmee niet alleen nieuwe producten worden gecreëerd, maar ook nieuwe banen en middelen en, in het verlengde daarvan, economische groei. Deze ontwikkeling zal zeker helpen om de concurrentiekracht van Europa te vergroten en dus ook om de levenskwaliteit te verbeteren. Maar onder de huidige omstandigheden zal de toename van de administratieve formaliteiten voor subsidieaanvragen voor onderzoeks- en innovatieprogramma's het enthousiasme van de deelnemers, die toch al beginnen te twijfelen aan dit proces, alleen maar verder verminderen. Het huidige systeem moet worden vervangen door een systeem dat aanvragers meer vertrouwen geeft. Een stap in de goede richting zou zijn om de procedure voor het controleren van de financiële en administratieve aspecten van projecten te vereenvoudigen en tegelijkertijd de procedure voor de wetenschappelijke en technologische beoordeling te versterken. Om te beginnen zou het mogelijk moeten zijn de administratieve controleprocedure te vereenvoudigen en daardoor het vertrouwen van de wetenschapsgemeenschap en het bedrijfsleven te vergroten. Er moet een evenwicht worden gevonden tussen vertrouwen en controle en tussen het nemen van risico's en de daaraan verbonden gevaren, zodat onderzoeksmiddelen goed worden beheerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Vito Bonsignore (PPE), schriftelijk. (IT) Ik wil graag de rapporteur, mevrouw Carvalho, feliciteren met haar werk. Ik ben er sterk van overtuigd dat wetenschap, innovatie en onderzoek de belangrijkste motoren zijn van economische groei in Europa en van de groei van werkgelegenheid. Het is niet voor niks dat onderzoek en innovatie de kern vormen van het Europa-2020 initiatief. Het is dan ook tijd dat Europa meer in deze sectoren investeert. Om op mondiaal niveau te kunnen concurreren moet de EU innovatieve producten en moderne diensten creëren. Juist hierom neemt het aantal aanvragen voor financiering iedere dag toe, wat betekent dat er behoefte is aan een algemene vereenvoudiging van de financiële verantwoordingseisen, evenals aan harmonisering van de regels en procedures, die momenteel sterk van elkaar verschillen. Ik heb vóór het verslag gestemd, omdat ik het eens ben met het feit dat we snel met een antwoord moeten komen voor de onderzoeksgemeenschap, die luid om deze veranderingen heeft gevraagd. Ik ben het eens met de door de rapporteur voorgestelde aanpak om het financieringsstelsel niet te baseren op resultaten, aangezien die de wetenschappelijke ambitie van onderzoekers zou kunnen beperken, maar op wetenschappelijke aspecten en dus op excellentie. Administratieve vereenvoudiging is een van de belangrijkste prioriteiten van Europa en een hogere mate van internationalisering van het kaderprogramma zou nieuwe kansen en mogelijkheden kunnen creëren voor samenwerking met derde landen en ontwikkelingslanden.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk.(PT) Dit verslag behelst een voorstel voor de vereenvoudiging van het toezicht op de financiële en administratieve aspecten van projecten en een verscherping van de wetenschappelijke en technologische evaluatie aan de hand van een “peer review”, met gebruikmaking van op excellentie gebaseerde criteria. De Commissie is belast met de tenuitvoerlegging van deze aanbevelingen. Daartoe heeft ze behoefte aan de begeleiding en politieke ondersteuning van het Europees Parlement en de Raad. Dit vereenvoudigingsproces zou in de toekomst ook op andere Europese programma's kunnen worden toegepast, in de eerste plaats op de structuurfondsen. Programma's met eenvoudiger regels zullen ook transparanter en doeltreffender zijn. Ik wil graag mijn collega's, alsook de heer Cerexhe van het Belgisch voorzitterschap en commissaris Geoghenan-Quinn, en iedereen die in het kader van de openbare raadpleging een bijdrage heeft geleverd, bedanken voor hun steun. Het is van cruciaal belang dat we de toegang tot onderzoeksmiddelen vereenvoudigen en een beoordelingscultuur ontwikkelen. En die moet gebaseerd zijn op een partnerschap dat voortbouwt op het vertrouwen van alle betrokkenen. Zo kunnen we onderzoek en innovatie in Europa bevorderen. Dat zal Europa een aantrekkelijke ruimte maken om in te wonen, om in te werken en om gelukkig in te zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE), schriftelijk.(PT) Onderzoek en ontwikkeling zijn van cruciaal belang voor het verwezenlijken van de doelstellingen die de Europese Unie in haar Europa 2020-strategie heeft vastgelegd. De reikwijdte van de Europese programma's voor onderzoek en innovatie is in de loop der jaren groter geworden, zowel wat betreft het aantal aanvragen als wat betreft de beschikbaar gestelde begrotingsmiddelen. Voor kleine en middelgrote ondernemingen is de met deze programma's samenhangende bureaucratie en complexiteit evenwel een obstakel. Het is nog steeds – zeker voor nieuwkomers – heel moeilijk om toegang te krijgen tot de programma's en voorstellen te formuleren, men vindt de administratieve lasten voor het beheer en de boekhouding van de projecten te hoog, en de gemiddelde tijd die verstrijkt tussen het toekennen en het uitkeren van een subsidie is te lang. De mechanismen zoals die bij de kaderprogramma's voor onderzoek worden gehanteerd dienen daarom zo snel mogelijk te worden vereenvoudigd en up-to-date gebracht. Dat zal ook leiden tot de vereenvoudiging van het toezicht op de financiële en administratieve aspecten van projecten en een verscherping van de wetenschappelijke en technologische evaluatie. Ik ben ingenomen met dit initiatief van de Europese Commissie om iets te doen aan deze status quo, en ik wil de rapporteur, mevrouw Carvalho, graag gelukwensen met het uitstekende werk dat ze verricht heeft bij formuleren van voorstellen voor concrete maatregelen om het bestaande systeem te verbeteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Lara Comi (PPE), schriftelijk. (IT) De schaalvoordelen die zijn gerealiseerd dankzij de kaderprogramma's voor onderzoek van de Europese Unie vormen een van de belangrijkste bijdragen van de EU-instellingen aan het welzijn en de langetermijngroei van de lidstaten. In tijden van sterke internationale concurrentie is dat echter niet genoeg. Sterker nog, het is altijd noodzakelijk resultaten te monitoren, de haalbaarheid van bepaalde kansen te bestuderen en nauwe betrekkingen te onderhouden met de wetenschapswereld, die de maatschappij een enorme dienst bewijst. Door het verminderen van de bureaucratie en het stroomlijnen van de openbare aanbestedingen zouden wetenschappers zich beter op hun eigen professionele doelstellingen kunnen richten, dankzij het gebruik van middelen en vaardigheden die anders verspild zouden worden. We mogen niet vergeten dat deze financiële middelen worden uitgetrokken om op efficiënte wijze te worden gebruikt. Verdiensten vormen weliswaar een essentieel onderdeel van efficiëntie, maar het mag niet zo zijn dat de wetenschap wordt gehinderd door bureaucratische vereisten waarvan het nut twijfelachtig is.

 
  
MPphoto
 
 

  António Fernando Correia de Campos (S&D), schriftelijk.(PT) Ik heb vóór dit belangrijke verslag gestemd, dat erop gericht is de regels voor de financiering en implementatie van het zevende kaderprogramma (KP7) te vereenvoudigen. Er bestaat brede steun voor dit verslag, aangezien de genoemde vereenvoudiging essentieel is voor het verbeteren van ons concurrentievermogen en het vergroten van de impact van onderzoek in Europa. De Unie volgt een strategie die gebaseerd is op een kenniseconomie, en dat betekent dat het belangrijkste Europese instrument voor de financiering van onderzoek en ontwikkeling tegemoet moet komen aan de behoeften van de wetenschappelijke gemeenschap. Om de Europese Onderzoeksruimte aantrekkelijker te maken zullen de programma's toegankelijker moeten worden. De nadruk moet meer en meer op excellentie komen te liggen en de basis voor het verlenen van steun voor innovatie en de overdracht van technologie aan Europese ondernemingen moet worden versterkt. Het verslag verschaft de Commissie duidelijke richtsnoeren en opties voor het vereenvoudigen van het KP7. De Commissie doet er verstandig aan deze inspanningen voort te zetten bij het voorbereiden van het toekomstig achtste kaderprogramma en de gebruiker in dat programma een centrale plaats toe te kennen. De onderzoekssector in Europa mag niet langer de negatieve gevolgen ondervinden van de procedurele gebreken die de kaderprogramma's tot nu hebben gekenmerkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Corina Creţu (S&D), schriftelijk. (RO) Ik heb vóór vereenvoudiging van de uitvoering van de kaderprogramma's voor onderzoek gestemd, omdat deze vereenvoudiging een essentieel onderdeel is van het faciliteren van de ontwikkeling van wetenschap en onderwijs. Dit kan op zijn beurt helpen bij het creëren van nieuwe banen en het stimuleren van economische groei, waarmee weer de concurrentiekracht van de EU wordt vergroot en de levenskwaliteit van haar burgers verbeterd. Het huidige systeem moet worden vervangen door een systeem dat aanvragers meer vertrouwen geeft. In een poging om een juist gebruik van EU-middelen te verzekeren is de stijging van het aantal financieringsaanvragen gepaard gegaan met een even grote stijging van het aantal controlemechanismen. Voor een goed financieel beheer van de EU-onderzoeksmiddelen is het nodig dat een evenwicht wordt gevonden tussen vertrouwen en controle en tussen het nemen van risico's en de daaraan verbonden gevaren. Een andere reden waarom ik vóór heb gestemd, is dat de vereenvoudiging de nieuwe lidstaten in Oost-Europa gemakkelijker toegang geeft tot de relevante middelen en ze op die manier stimuleert om het niveau van hun onderzoek op te trekken tot dat van de West-Europese landen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ioan Enciu (S&D), schriftelijk. (RO) Ik heb vóór dit verslag gestemd, omdat ik van mening ben dat de uitvoering van het zevende kaderprogramma voor onderzoek (KP7) op bepaalde punten tekort is geschoten, waardoor het niet onder ideale omstandigheden kon worden geïmplementeerd. Ik denk dat dit voorstel de noodzakelijke oplossingen verschaft voor het vereenvoudigen van de subsidieprocedures en voor een grotere participatie van kleine ondernemers en nieuwe deelnemers, en tevens zal zorgen voor meer synergie tussen het KP7 en andere Europese fondsen, waaronder de structuurfondsen.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk. (PT) Ik heb voor het verslag gestemd omdat ik van mening ben dat onderzoek een fundamentele bijdrage levert aan economische groei, schepping van arbeidsplaatsen en milieuduurzaamheid. Naast de door haar voorgestelde vereenvoudiging zou de Europese Unie een gedetailleerd plan moeten opstellen voor de ontwikkeling van een onderzoekinfrastructuur in de verschillende lidstaten, teneinde gelijke kansen te creëren voor toegang tot financiering.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) Allereerst wil ik mevrouw Carvalho feliciteren met haar werk aan dit verslag en met de uitslag van de stemming, zowel in de Commissie industri