De Voorzitter. – Aan de orde is het debat van prioritair belang over de conclusies van de Europese Raad over economische governance (28-29 oktober) [2010/2654(RSP)].
Ik wil de voorzitter van de Raad, de heer Van Rompuy, en de voorzitter van de Commissie, de heer Barroso, van harte welkom heten in het Parlement. Tevens zijn vertegenwoordigers van het Belgische voorzitterschap en van de Commissie aanwezig. We beginnen met de informatie die de voorzitter van de Raad, de heer Van Rompuy, ons zal geven.
Herman Van Rompuy, voorzitter van de Europese Raad. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, de Europese Raad heeft tijdens zijn bijeenkomst van 28 en 29 oktober gesproken over de economische governance van de Unie, met name op basis van het verslag van de taskforce economische governance. De Europese Raad heeft dit verslag onderschreven, en de gebeurtenissen die sindsdien hebben plaatsgevonden – en ik heb het met name over Ierland – hebben aangetoond hoe belangrijk dit vraagstuk algemeen gesproken is en met name hoe noodzakelijk het snel inzetbaar financieel mechanisme is waarover wij in mei een besluit hebben genomen.
Ik moet hulde betuigen aan de ministers van Financiën die de afgelopen week snel in actie zijn gekomen en wil onderstrepen dat dit een blijk is van onze vastberadenheid om de stabiliteit van de euro te waarborgen.
“De financiële steun van de EU en de eurozone zal deel uitmaken van een krachtig beleidsprogramma waarover de Commissie en het IMF, in verbinding met de Europese Centrale Bank, samen met de Ierse autoriteiten zullen onderhandelen. […] Gelet op de sterke fundamentals van de Ierse economie zou het met een vastberaden uitvoering van het programma mogelijk moeten zijn om terug te keren tot robuuste en duurzame groei en tegelijkertijd de economische en sociale cohesie te waarborgen”. Ik citeer hier de Eurogroep en de Ecofin-ministers.
De taskforce was geen intergouvernementele conferentie maar was belast met de herziening van onze werkmethoden, prioriteiten en procedures op dit gebied. Wij hebben geprobeerd een juist evenwicht te vinden tussen enerzijds de vaststelling van een algemeen Europees kader met betrekking tot de noodzaak buitensporige financiële tekorten en economische onevenwichtigheden binnen de Unie te vermijden, en anderzijds de mogelijkheden voor de nationale regeringen om vrij te beslissen wat zij willen belasten en hoe zij hun geld willen uitgeven overeenkomstig hun nationale beleidsprocedures en het Europees recht.
Wij willen verzekeren dat elke lidstaat volledig rekening houdt met de gevolgen van economische en financiële besluiten voor zijn partners en voor de stabiliteit van de Europese Unie in haar geheel. Tegelijkertijd willen wij dat de Unie een groter reactievermogen krijgt als het beleid in een bepaalde lidstaat risico’’s voor de rest van de Unie met zich meebrengt.
Net als de andere aanbevelingen van de taskforce sluiten ook deze zeer nauw aan bij de voorstellen van de Commissie. Bovendien heb ik deze vraagstukken twee keer besproken met de fractievoorzitters van het Europees Parlement en met de voorzitters van de bevoegde commissies, overeenkomstig het door u gewenste model.
Eén verduidelijking: sommigen zeggen teleurgesteld te zijn over het feit dat er niet meer automatisme in de besluitvorming is. Welnu, wij stellen juist meer automatisme voor. De Raad – want het is de Raad die dit volgens het Verdrag moet doen – zal besluiten over sancties op basis van de zogenaamde “omgekeerde meerderheid”. Dat wil zeggen dat een voorstel van de Commissie is aangenomen tenzij een gekwalificeerde meerderheid ertegen stemt, terwijl tot nu toe een meerderheid nodig was om sancties goed te keuren.
Enkele weken geleden waren er nog lidstaten die heel weinig voelden voor een omgekeerde meerderheid. Dit is nu een echte doorbraak. Verder heeft de taskforce een reeks andere maatregelen voorgesteld voor de versterking van het stabiliteitspact, bijvoorbeeld met betrekking tot meer beleidscoördinatie (het Europees semester), juiste statistieken en onafhankelijke financiële adviezen.
De lidstaten moeten wel beseffen dat hun beleidsbesluiten een weerslag hebben op al hun partners en op de Unie in haar geheel. Dit is de grote les die wij leren uit de crisis. Een algemene opmerking: de taskforce was een beleidskader dat tot doel had snel consensus te verwezenlijken. Alle doorbraken die wij hebben gerealiseerd moeten nu hun beslag krijgen in wetsteksten. Dat werk moet worden gedaan door de Commissie, de Raad en het Parlement. Ik vertrouw erop dat alle instellingen ervoor zullen zorgen dat de vaart erin blijft. Dat is een verantwoordelijkheid van doorslaggevend belang.
Het derde en laatste hoofdelement van de taskforce brengt mij meteen ook bij de follow-up ervan. Om de stabiliteit van de eurozone in haar geheel te waarborgen bevelen wij een robuust en geloofwaardig, permanent crisismechanisme aan. Alle staatshoofden en regeringsleiders zijn het met die noodzaak eens, evenals met het feit dat daarvoor een beperkte wijziging van het Verdrag nodig is.
Voordat ik dit punt afsluit wil ik nog onderstrepen dat de werkzaamheden met betrekking tot het stabiliteitspact niet enkel gericht zijn op het uitdelen van straffen aan lidstaten of op het rechtzetten van fouten uit het verleden. Het is belangrijk dit in een bredere context te bekijken. Wij mogen de meer algemene uitdaging, te weten een verbetering van de Europese structuur, de duurzame groeipercentages en de algemene economische performance, niet uit het oog verliezen.
Dit was het kernpunt van de EU 2020-strategie, waarover de Europese Raad eerder dit jaar tot overeenstemming is gekomen. Het antwoord aan degenen die vrezen dat bezuinigingen zullen leiden tot lagere groeicijfers, luidt dat de aandacht sterker moet worden toegespitst op de onderliggende structurele factoren die onze economische performance aantasten en dat deze moeten worden verholpen. Dat zal het hoofddoel zijn van de bijeenkomsten van de Europese Raad in februari en maart volgend jaar.
De Europese Raad heeft ook een korte discussie gevoerd over zaken met betrekking tot de Europese begroting. Deze discussie werd onder meer gestimuleerd door de toespraak die uw Voorzitter bij de opening van de bijeenkomst heeft gehouden. Wij hebben afgesproken hier in december op terug te komen.
In afwachting daarvan hebben wij in onze conclusies eenvoudigweg gezegd, en ik citeer: “Het is van essentieel belang dat in de begroting van de Europese Unie en in het komende meerjarig financieel kader de inspanningen van de lidstaten tot uitdrukking komen om door middel van consolidatie tekorten en schulden beter in de hand te houden. De Europese Raad zal” – en ik onderstreep dit – “met inachtneming van de rol van de onderscheiden instellingen en de noodzaak om de doelstellingen van Europa te realiseren, tijdens zijn volgende bijeenkomst bespreken hoe de uitgaven op Europees niveau hieraan een passende bijdrage kunnen leveren”.
Ik wil u verzekeren dat wij de nieuwe rol van het Parlement krachtens het Verdrag van Lissabon erkennen. Wij hebben natuurlijk als Europese Raad geen standpunt ingenomen ten aanzien van de begrotingsprocedure 2011, daar deze een zaak is van de Raad van ministers en het Parlement.
Als voorzitter van de Europese Raad verzoek ik alle betrokken partijen om hun overleg voort te zetten en binnen een zo kort mogelijk tijdbestek tot een compromis over de begroting 2011 te komen. In een eventueel compromis moet rekening worden gehouden met de diverse zorgen en moet natuurlijk ook het Verdrag worden geëerbiedigd.
Deze Europese Raad bood ook de gelegenheid – zoals alle Europese Raden – om gemeenschappelijke standpunten van de Europese Unie voor te bereiden in de aanloop naar belangrijke internationale gebeurtenissen. In dit geval was onze aandacht gericht op de voorbereiding van de G20, de klimaatconferentie in Cancún en een aantal bilaterale toppen.
Wat de G20 betreft – die nu natuurlijk achter de rug is – hebben wij overeenstemming bereikt over de prioriteiten, die daarna door de vertegenwoordigers van de Unie en door de lidstaten in de G20 werden behartigd. Een van de prioriteiten was ervoor te zorgen dat de Basel III-overeenkomsten inzake kapitaalvereisten en de hervorming van het IMF werden goedgekeurd. Wat dit laatste betreft wil ik benadrukken dat deze hervorming een mijlpaal is en mogelijk is geworden dankzij de open en constructieve benadering van de Europeanen. Wij hebben twee zetels opgegeven om tot een slotakkoord te kunnen komen, en aldus hebben wij een groot deel van de aanpassingsinspanningen voor onze rekening genomen.
Wat betreft het vraagstuk van de onevenwichtigheden in de wereldeconomie en het wisselkoersbeleid waren de discussies in de aanloop naar de G20-bijeenkomst gespannen. De top heeft een juiste analyse gemaakt en een procedure afgesproken. Wij zijn verheugd over de besluiten om een aantal indicatoren voor onevenwichtigheden in te voeren en om in 2011 een evaluatie te maken. Van cruciaal belang is nu dat overeenstemming wordt bereikt over beleidsconclusies en indien nodig over corrigerend optreden op basis van de evaluatie.
Wat betreft Cancún heeft de Europese Raad ook het standpunt van de EU ten aanzien van de eind deze maand van start gaande onderhandelingen voorbereid. Sinds Kopenhagen vorig jaar hebben talrijke – formele en informele – besprekingen plaatsgevonden, maar deze vorderen langzaam en blijven heel moeilijk. Cancún zal waarschijnlijk slechts een tussenstap zijn op weg naar een mondiaal kader voor de bestrijding van klimaatverandering. De Europese Unie betreurt dit natuurlijk.
Wat tot slot onze bilaterale toppen betreft, heeft de Europese Raad besprekingen gevoerd over onze prioriteiten en strategieën voor de komende toppen, vooral met de Verenigde Staten, Rusland, Oekraïne, India en Afrika. Dit is uitermate behulpzaam voor voorzitter Barroso en mijzelf. Daarmee wordt verzekerd dat wij bij dergelijke gelegenheden niet alleen voor de instellingen in Brussel spreken maar voor alle 27 lidstaten. Ik ben van plan om hiervan een vast onderdeel van de bijeenkomsten van de Europese Raad te maken.
Collega’s, daarmee besluit ik mijn samenvatting van de laatste bijeenkomst van de Europese Raad die een maand geleden plaatsvond. Ik zal hoe dan ook mijn werkmethode voortzetten en de fractievoorzitters onmiddellijk, binnen een paar uur na het einde van elke bijeenkomst van de Europese Raad, een briefing geven. Ik luister nu graag naar uw meningen.
José Manuel Barroso, voorzitter van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, geachte afgevaardigden, als in de politiek een week lang is, kan een maand een eeuwigheid lijken. Er is veel gebeurd sinds de laatste Europese Raad, en dan denk ik vooral aan de recente gebeurtenissen in Ierland. Nu willen wij een nieuwe, beslissende stap zetten om de financiële stabiliteit van Ierland, de eurozone en heel de Europese Unie te waarborgen. De twee instrumenten die wij in mei in het leven hebben geroepen zijn effectieve instrumenten, die kunnen bewerkstellingen waarvoor ze zijn opgezet. Ierland moet enkele heel specifieke problemen aanpakken en deze instrumenten kunnen daarbij helpen. Deze maatregelen zouden de Ierse economie de mogelijkheid moeten bieden om terug te keren op het pad van duurzame groei doordat zij inspelen op haar fundamentele sterke punten.
De afgelopen paar maanden waren een regelrechte uitdaging. Wij hebben een lange weg afgelegd maar het werk is nog niet af. Er worden veranderingen aangebracht in onze economische governance. De door voorzitter Van Rompuy voorgezeten taskforce heeft zijn resultaten gepresenteerd, en die zijn heel positief. Dankzij de belangrijke bijdragen van de Commissie is de taskforce erin geslaagd tot brede overeenstemming te komen over de wetgevingsvoorstellen van de Commissie. De taskforce heeft ook andere heel belangrijke aspecten van de economische governance behandeld.
Van cruciaal belang is dat striktere financiële regels en een ruimer economisch toezicht zijn behouden. Beide zijn hoekstenen van het Commissiepakket. Ik heb herhaaldelijk benadrukt hoe belangrijk het is dat het nieuwe kader zo spoedig mogelijk operationeel wordt, en daarom was ik blij dat de Europese Raad steun gaf aan ons idee van een versnelde aanpak en zichzelf tot doel stelde om uiterlijk in de zomer 2011 tot een akkoord te komen over de wetgevingsvoorstellen van de Commissie.
Het is opvallend dat de verzoeken van afgelopen september aan de Commissie om wetgevingsvoorstellen te presenteren nu als het ware zijn omgezet in een verlangen om deze voorstellen op basis van de versnelde procedure te behandelen. Nu zal in de komende maanden de normale wetgevingsprocedure moeten worden afgewikkeld. Ik reken erop dat de communautaire methode net zo deugdelijk zal blijken te zijn als in het verleden en ons zal helpen de economische governance in de eurozone en in Europa te versterken.
Ik geloof dat wij uiteindelijk zullen uitkomen bij strenge regels gebaseerd op adequate stimulansen voor naleving, semiautomatische implementatie en een effectief kader voor de aanpak van de meer algemene macro-economische onevenwichtigheden. Wij hebben behoefte aan een versterkte en rigoureuze economische governance om stabiele en duurzame groei te kunnen bewerkstellingen. Dat is namelijk van cruciaal belang voor de werkgelegenheid en de welvaart van onze burgers.
Een permanent mechanisme voor crisisbeheer in de eurozone is een essentieel onderdeel van de puzzel. Het momenteel van kracht zijnde tijdelijke mechanisme zal in 2013 aflopen en daarom is het zeer belangrijk dat wij voordien iets in het leven hebben geroepen dat geloofwaardig, robuust en duurzaam is en dat in de essentiële technische realiteit is geworteld. Daarom heeft de Commissie reeds een begin gemaakt met de voorbereidende werkzaamheden met betrekking tot de algemene kenmerken van het toekomstige mechanisme van de eurozone. Dit nieuwe mechanisme moet gezien worden in de context van onze algemene inspanningen om de economische governance in de Europese Unie en de eurozone te versterken. Onze voorbereidingen daarvoor geschieden in nauw overleg met de voorzitter van de Europese Raad.
Ik wil echter duidelijk maken dat, ook al wordt dit mechanisme gefinancierd uit de nationale begrotingen, het een “Europees” initiatief blijft en dat met het oog op een goede werking ervan kan worden geput uit de ervaring, onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de Commissie. Dit mechanisme zal drie hoofdbestanddelen hebben: een programma voor macro-economische aanpassing, een financieringsregeling en betrokkenheid van de particuliere sector. Dit laatste bestanddeel kan diverse vormen krijgen, maar ik moet van meet af aan duidelijk maken dat welk besluit ook genomen wordt met betrekking tot de betrokkenheid van de particuliere sector, een en ander pas na 2013 van toepassing zal zijn.
De staatshoofden en regeringsleiders hebben unaniem besloten dat er voor de oprichting van dit mechanisme een Verdragswijziging nodig is. Toen wij vorig jaar het Verdrag van Lissabon afrondden, had niemand kunnen denken dat er zo snel al weer wijzigingen zouden worden voorgesteld. Wij weten echter allen dat een dergelijk proces nooit van een leien dakje gaat, en wij weten allen dat het risico’s met zich meebrengt. Dat is een van de redenen waarom ik – gedurende en zelfs vóór de Europese Raad – heb verklaard dat wij niet mogen instemmen met een wijziging van het Verdrag die de stemrechten van de lidstaten op losse schroeven zet. Tot mijn genoegen is dit argument aanvaard en heeft men afgesproken dat er enkel een beperkte, ja zelfs zeer doelgerichte wijziging zal plaatsvinden.
Het is voor ons ook zinvol dat wij een zo rechtlijnig mogelijk proces volgen. Daarom wil ik ervoor waarschuwen dat wij niet in de verleiding mogen komen om hieraan andere onderwerpen te koppelen, onderwerpen die hier niets mee uit te staan hebben.
Al deze activiteiten vinden niet in een vacuüm plaats. De Europese Raad, de G20-top en de EU/VS-top in Lissabon van vorig weekend zijn allemaal bouwstenen, onderdelen van een groter plan om opnieuw stabiliteit en groei in Europa te bewerkstelligen. Over de G20-top zullen wij tijdens het debat hierna in dit Parlement spreken, en daarom zal ik nu heel kort ingaan op de zeer belangrijke EU/VS-top in Lissabon.
De sfeer tijdens de top was vertrouwelijk, vriendschappelijk en gefocust. Voorzitter Van Rompuy en ik hebben met president Obama afgesproken dat er behoefte is aan een trans-Atlantische agenda voor groei en werkgelegenheid, evenals aan convergerende regelgeving en tijdige raadpleging over vraagstukken als mededinging en wereldwijde hervormingen. Wij hebben de ministers en commissarissen opgedragen schot te brengen in deze concrete werkzaamheden via met name het Trans-Atlantisch Economisch Forum.
Andere belangrijke agendapunten betroffen de wereldeconomie, de G20 en de opkomende economieën. Mijn stelling is dat de Europese Unie haar doelstellingen alleen kan bereiken als zij actief wordt op alle beleidsterreinen, als zij munt slaat uit de betrekkingen met al haar belangrijke partners, als zij de haar ter beschikking staande invloed op een geïntegreerde wijze gebruikt op elk niveau, nationaal, Europees en mondiaal . Eén ding is duidelijk: wij zullen extern meer invloed kunnen uitoefenen als wij intern, binnen de Europese Unie, tot overeenstemming kunnen komen. Wat dat betreft ben ik enigszins bezorgd omdat met een aantal onlangs ingenomen standpunten niet is bijgedragen aan de doelgerichtheid en samenhang van ons gezamenlijk optreden.
Ik denk dat de vooruitgang die wij tot nu toe bij het vraagstuk van de economische governance hebben geboekt, aangeeft dat wij met voldoende politieke wil van alle kanten Europa sterker kunnen maken in de wereld, ten behoeve van onze burgers. Laat echter duidelijk zijn dat wij daarvoor wel politieke wil nodig hebben, dat wij ons bewust moeten zijn van het gemeenschappelijk doel. Dit geldt niet alleen voor de Europese instellingen maar ook voor alle lidstaten. Dit is dan ook de oproep die ik vandaag wil doen: meer coherentie, meer convergentie, meer bewustzijn van het gemeenschappelijk doel.
Joseph Daul, namens de PPE-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, uit een enquête waarover ik gisteren in een krant heb gelezen, blijkt dat 70 procent van de Fransen van mening is dat zij nog steeds midden in een crisis zitten en dat die nog niet is opgelost. Ik ben er zeker van dat een bredere enquête in Europa dezelfde resultaten zou opleveren.
Wij moeten derhalve reageren op de legitieme zorgen van onze medeburgers. Zij maken moeilijke tijden door en kunnen niet wachten op de trage en complexe besluitvorming op Europees en mondiaal niveau. Velen van hen hebben mij tevens gevraagd wat wij doen en wat Europa doet voor hen en hun gezinnen. De mensen zijn bang. Tegelijkertijd zie ik dat steeds meer politici en steeds meer landen, zelfs in dit Parlement, die angst en bezorgdheid gebruiken, manipuleren en misbruiken zonder voorstellen te doen.
Deze populistische benadering, die onze politiek vergiftigt, is een ernstige zaak, en ik hecht eraan hier te zeggen dat wij de reële en ernstige problemen waarmee onze landen en Europa in de wereld kampen, niet op deze wijze kunnen oplossen. Ik vind dat het de taak is van de politieke partijen en van de fracties die dit populisme en deze demagogie verwerpen, om meer van zich te laten horen.
Nee, we kunnen de crisis niet oplossen door onze kop in het zand te steken of onze toevlucht te nemen tot protectionisme. Nee, er bestaat geen snelle of gemakkelijke oplossing voor de crisis waarmee wij worden geconfronteerd. Nee, het is niet mogelijk om de solidariteit los te laten of de inspanningen op te geven om al onze landen sterker te maken met het oog op de globalisering, om uiteindelijk tot de slotsom te komen dat wij partners nodig hebben in woelige tijden.
Wij moeten bepaalde lessen trekken uit de gebeurtenissen in Ierland, en dat is geen kritiek aan het adres van Ierland, mijnheer de voorzitter van de Raad, mijnheer de voorzitter van de Commissie. Wij moeten lessen trekken omdat de problemen waarmee dit land kampt, niet alleen te wijten zijn aan de banken maar ook aan het fiscale en economische beleid dat de huidige regering sinds jaren voert. Deze Keltische tijger, die in zijn eentje heeft gewerkt aan zijn groei, met een bijzonder belastingstelsel, minimale regelgeving voor banken en een investeringswetgeving zonder weerga in de Europese Unie, wordt thans geconfronteerd met een uiteenspattende vastgoedzeepbel, huishoudens met torenhoge schulden, een recordwerkloosheid en aangeslagen banken. De Ierse regering heeft voor het gehele bankenstelsel garanties afgegeven van 480 miljard euro, drie keer het bbp, waardoor het overheidstekort wordt verhoogd tot 32 procent.
De Ierse regering heeft vandaag gevraagd om Europese solidariteit en deze terecht gekregen. Ik juich dit toe. Zoals commissaris Rehn maandag juist in dit Parlement heeft gezegd, zal de hulp die Ierland weldra krijgt, zorgen voor stabiliteit in de gehele eurozone. Heeft de Ierse regering echter zelf de afgelopen jaren, bijvoorbeeld bij toetreding tot de EU, blijk gegeven van die Europese solidariteit die Dublin thans terecht krijgt?
Hoe vaak hebben de lidstaten niet geprobeerd hun belastingwetgeving te harmoniseren – een noodzakelijke voorwaarde voor een goede governance van de euro, zoals thans eens te meer blijkt? En iedere keer weer verzet hetzelfde handjevol landen zich hiertegen.
Ik wijs de beschuldigende vinger naar niemand, maar ik denk dat het de hoogste tijd is dat wij voor de toekomst lessen trekken uit dit gedrag. Ik heb herhaalde malen in dit Parlement gezegd dat een crisis een kans biedt om te veranderen. Wij moeten niet bang zijn om sommige van onze gewoonten te veranderen die niet de positieve gevolgen hebben gehad waarop wij rekenden.
Dames en heren, de maatregelen die de Europese Raad enkele weken geleden heeft goedgekeurd, en de beleidslijnen die zijn overeengekomen tijdens de G20 in Seoul, zijn een stap in de goede richting, maar zij gaan niet ver genoeg. Met andere woorden: we moeten ons bewust worden van de noodzaak tot samenwerking in Europa en tussen grote regionale blokken om te kunnen reageren op de instabiliteit van financiële markten en de onevenwichtigheden in de handel, en tevens om een valutaoorlog te voorkomen.
Wij weten allen dat onze landen alleen niet in staat zijn om voor al deze onderwerpen een levensvatbare langetermijnoplossing te vinden die voldoet aan de verwachtingen van de 500 miljoen Europeanen die – ik heb dit reeds aan het begin gezegd – van hun politici, dat wil zeggen van ons allen hier en thuis in onze hoofdsteden, verwachten dat zij toekomstgerichte besluiten nemen.
Mijnheer de Raadsvoorzitter, als de crisis ons iets heeft geleerd, is het wel dat de oplossingen van gisteren niet per se die van morgen zijn. Wij betalen er een hoge prijs voor dat wij ons in een tijd van crisis hiervan bewust worden, maar wij zullen een nog hogere prijs betalen indien wij dat blijven negeren. Ik verzoek de Europese instellingen en de regeringen van onze lidstaten te veranderen, politieke lessen te trekken uit de crisis en niet langer pas naar solidariteit te streven wanneer het te laat is.
Mijnheer de Voorzitter, ik wil nog één ding zeggen. Het gaat niet om een gevecht tussen de Raad en het Parlement; het gaat om de toepassing van de verdragen, om solidariteit, om samenwerking. Dat is de boodschap die ik wil aan u overbrengen opdat wij deze crisis kunnen overwinnen omwille van onze medeburgers.
Martin Schulz , namens de S&D-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, bij de voorzitter van de Europese Raad beluister ik een andere toon dan bij de voorzitter van de Commissie. De voorzitter van de Raad heeft ons een verslag gepresenteerd en, mijnheer Van Rompuy, als ik dat een beetje op me laat inwerken kan ik maar één conclusie trekken: alles gaat prima. Als ik echter naar de heer Barroso luister, krijg ik eerder de indruk dat, en ik citeer, “met een aantal onlangs ingenomen standpunten niet is bijgedragen aan de samenhang”. Dat zegt de voorzitter van de Commissie over de Raad, waar volgens u volledige eensgezindheid heerst.
Nee, de realiteit in Europa is anders. De realiteit in Europa ziet er zo uit dat de EU uiteenvalt in drie delen: het Duits-Franse bestuur, de rest van de eurozone en de overige landen die niet bij de eurozone horen, met een status aparte voor het Verenigd Koninkrijk. Dat is de realiteit in Europa.
En de status aparte van het Verenigd Koninkrijk vraagt onze bijzondere aandacht. Het Duits-Franse bestuur Merkel-Sarkozy heeft een deal gesloten met de heer Cameron. Dat weet iedereen en dat moet ook uitgesproken worden. De deal luidt als volgt: “Ik heb een verdragsherziening nodig voor het stabiliteitspact.” “Oké,” zegt Cameron, “dat is niet gemakkelijk voor mij, omdat ik een paar backbenchers in het Lagerhuis heb zitten die dat niet willen; dan krijg ik een andere begroting.” Dan zeggen mevrouw Merkel en de heer Sarkozy: “Ja, goed, zo doen we het.”
Dat is de realiteit in Europa. Dit heeft niet alleen helemaal niets te maken met gemeenschapszin, dit is een proces dat funest is voor de coherentie in de Europese Unie, en op termijn ook voor de Europese Unie zelf. Ik ben bang dat er mensen zijn die hier belang bij hebben. Die gaan hier hard bij applaudisseren. Daar zitten de collega’s.
(Applaus)
Als we niet willen dat deze mensen het op dit continent voor het zeggen krijgen, moeten we Europa een andere koers laten varen.
(Interrupties)
Ik zal proberen om door te gaan. De heer Langen is altijd licht ontvlambaar. De hervorming van het stabiliteitspact in de EU wordt afhankelijk gemaakt van de toestemming van een land dat niet eens bij de euro hoort. Mevrouw Merkel stemt in met een herziening van het Verdrag op een moment dat niemand in dit Parlement kan voorspellen wat er in Ierland gaat gebeuren. En ik weet niet of de herziening van het EU-Verdrag door Ierland zo gemakkelijk zal worden geaccepteerd als uw verslag over de Europese Raad ons doet geloven.
Mevrouw Merkel zegt dat we de private sector erbij moeten betrekken. Over de private sector in Ierland wil ik graag een vraag aan u stellen, mijnheer Rehn. Hoe is het eigenlijk mogelijk dat de Ierse banken zijn geslaagd voor de stresstests? Zou u ons dat kunnen zeggen?
Het optreden van mevrouw Merkel is een stresstest voor de euro. Ik zal u zeggen wat er aan de hand is: deelname van de private sector is goed en juist. Wij hebben in het Europees Parlement – en daar sta ik nog steeds achter – met grote meerderheid besloten hoe de private sector mee moet doen, namelijk door de invoering van een Europese belasting op financiële transacties.
(Applaus)
Op de G8-top is dit kort ter sprake geweest, en toen hebben ze gezegd: “Nee, we willen geen belasting op financiële transacties.” Toen hebben wij gezegd: “Ja, oké, laat maar zitten dan.” ‘s Middags bij de thee is de belasting op financiële transacties begraven. Als er één manier is om de private sector erbij te betrekken en deze sector ook te raken, is het deze wel. Nu zeggen ze dat het Verenigd Koninkrijk dit niet wil. Bepaalt het Verenigd Koninkrijk eigenlijk alles in Europa? Is het dan misschien een idee om bijvoorbeeld al in de eurozone te beginnen met de belasting op financiële transacties, en te zeggen dat we op deze manier binnen de eurozone de private financiële sector erbij betrekken?
(Interrupties)
Ik herhaal even wat hij heeft gezegd, zodat de tolken het ook kunnen zeggen: “Eén volk, één rijk, één leider.” Dat is wat deze man heeft gezegd.
Ik ben bijna klaar, maar als deze collega hier door de zaal loopt en roept: “Eén volk, één rijk, één leider”, wil ik één ding kwijt: de mensen die dat in Duitsland hebben gezegd, zijn mensen tegen wier geest ik strijd, maar ik geloof dat deze mijnheer meer verwantschap voelt met deze geest dan ik.
Joseph Daul (PPE). – (FR) (tot de heer Bloom) Ik kan hetgeen u hebt gezegd niet accepteren. Wij leven in een democratische tijd en een democratisch stelsel. Ik wil u vragen officieel uw excuses aan te bieden; anders dienen wij een officiële klacht in. Er zijn mensen die minder hebben gezegd dan dit – dit is niet juist.
(Applaus)
Het ontbrak er nog maar aan dat hij eraan toevoegde dat er concentratiekampen werden gebouwd om het probleem op te lossen.
De Voorzitter. – Waarde collega’s, we moeten door. Ik zal hier rekening mee houden. Ik citeer uit artikel 152, lid 1, van het Reglement: “De Voorzitter roept een lid dat het goede verloop van de vergadering verstoort of wiens gedrag niet strookt met de bepalingen ter zake van artikel 9, tot de orde.” Collega, ik verzoek u uw excuses aan te bieden aan het Parlement.
Godfrey Bloom (EFD). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de standpunten die Herr Schulz uitdraagt, zeggen genoeg. Hij is een ondemocratische fascist.
De Voorzitter. – Collega’s, we verwachtten iets heel anders. We staan niet toe dat ons debat op deze wijze wordt verstoord. Collega, wij moeten eens bij elkaar gaan zitten en een besluit nemen over verdere maatregelen.
Onder deze omstandigheden kunnen we niet debatteren. Collega, zoals u ziet, is het Parlement fel gekant tegen uw gedrag. Ik zal artikel 152, lid 3, voorlezen in mijn eigen taal.
“Bij aanhoudende ordeverstoring of bij een tweede herhaling kan de Voorzitter het lid het woord ontnemen en voor de verdere duur van de vergadering de toegang tot de vergaderzaal ontzeggen. In uitzonderlijk ernstige gevallen van ordeverstoring kan de Voorzitter ook onmiddellijk tot deze laatste maatregel overgaan, zonder het lid nogmaals tot de orde te roepen. De secretaris-generaal ziet erop toe dat een dergelijke maatregel met behulp van de parlementaire bodes en, zo nodig, de veiligheidsdienst onverwijld ten uitvoer wordt gelegd.”
Mijnheer Bloom, zoals u ziet, vinden de meeste Parlementsleden uw gedrag absoluut onacceptabel. Ook ik vind uw gedrag onacceptabel. Ik moet u daarom verzoeken het Parlement te verlaten.
Zoals uw weet, kunt u debatteren en uw mening verkondigen, maar u mag anderen daarbij niet schofferen. Anders kunnen we de orde in ons Parlement niet handhaven.
Guy Verhofstadt, namens de ALDE-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, om te beginnen vind ik hetgeen hier gebeurd is, zeer kwalijk. Ik vind tevens dat de fracties vandaag moeten reageren met een gemeenschappelijk standpunt over dit onderwerp. Ik hoop dat alle fracties, behalve natuurlijk die van de betrokken afgevaardigde, de stappen die u hebt genomen om te voorkomen dat dit ooit nog eens gebeurt, duidelijk zullen ondersteunen.
(Applaus)
Ik denk dat hetgeen de heer Daul heeft gezegd over Ierland – hij heeft de situatie van Ierland immers volledig geanalyseerd – volkomen waar is. Toch wil ik tegen hem zeggen dat Ierland nooit met de problemen gekampt zou hebben waarmee het thans kampt, indien wij bij het begin van de financiële crisis in oktober 2008 een Europees reddingsplan voor de banken zouden hebben opgesteld zoals voorgesteld door de Commissie maar verworpen door de lidstaten. Dat voorstel is in oktober 2008 verworpen met als argument: “Nee, dat is niet noodzakelijk. Wij in Duitsland hebben genoeg geld om onze problemen zelf op te lossen.” Welnu, wij hebben gezien waartoe dit heeft geleid.
Ten tweede wil ik ingaan op het huidige probleem, omdat er nog steeds sprake is van spanningen. Ik persoonlijk hoop dat de euro morgen of overmorgen weer stabiel wordt, omdat dit nog niet het geval is. Ik vind derhalve dat wij de woorden die de president van de Europese Centrale Bank en de heer Rehn gisteren hebben gebezigd, zeer serieus moeten nemen.
Ik vind hetgeen de heer Trichet tijdens het debat gisteren heeft gezegd – er waren niet veel personen aanwezig tijdens dat debat – zeer belangrijk. Hij zei dat het pakket niet toereikend is om de stabiliteit in de eurozone te herstellen. Wij hebben als Parlement derhalve een bijzondere verantwoordelijkheid omdat wij op al deze gebieden medebeslisser zijn. Wij moeten dat serieus nemen. Wat is nu eigenlijk precies het probleem? Er bestaat nergens op de wereld een valuta die niet wordt gesteund door één regering, één economisch beleid, één strategie en één obligatiemarkt. Wij in de eurozone denken dat het mogelijk is te handelen met zestien regeringen, zestien obligatiemarkten en zestien verschillende economische beleidsinstrumenten; ik denk dat wij op basis hiervan moeten handelen en een conclusie moeten trekken. Wij moeten verder gaan dan de besluiten van de Raad. Ik denk zelfs, mijnheer Rehn, dat wij verder moeten gaan dan de voorstellen van de Commissie en dat wij de heer Trichet moeten steunen.
Indien de heer Trichet, die per slot van rekening verantwoordelijk is voor de stabiliteit van de euro, het Parlement en de overige Europese instellingen vraagt het pakket te versterken, kunnen wij voor de financiële markten slechts besluiten om het pakket te versterken, te communautariseren, volledig automatische sancties in te voeren – die er momenteel niet zijn – en één euro-obligatiemarkt in het leven te roepen. De verschillen tussen Griekenland en Duitsland en tussen Ierland en Duitsland zullen niet verdwijnen indien er geen sprake is van één obligatiemarkt. Wij zouden tevens een werkelijk effectieve aanvullende sanctie kunnen invoeren voor landen die zich niet houden aan het stabiliteitspact.
Tot slot wil ik zeggen dat wij een echte economische governance nodig hebben die de investeringen bevordert. Indien de Duitse regering vraagt om voor dit doel artikel 136 van het Verdrag te wijzigen, laten we het dan wijzigen, maar laten we tevens doen wat noodzakelijk is en in de toekomst echte economische governance en volledig automatische sancties opnemen in artikel 136. Laten we van de wijzigingen van het Verdrag die op stapel staan, een echte kans maken om de euro gereed te maken voor de toekomst, dat wil zeggen door economische governance in het leven te roepen in de eurozone en de Europese Unie.
(Spreker verklaart zich bereid een “blauwe kaart”-vraag krachtens artikel 149, lid 8, van het Reglement te beantwoorden)
William (The Earl of) Dartmouth (EFD). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, als de Commissie het economisch bestuur krijgt dat zij wil en dat u wilt dat zij krijgt, bent u dan van mening, mijnheer Verhofstadt, dat de Commissie altijd de juiste beslissingen zou nemen?
Guy Verhofstadt (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik denk dat ik meer vertrouwen heb in het voornemen van de Europese Commissie om maatregelen te nemen tegen landen die het stabiliteitspact niet toepassen dan in de Raad zelf, waar de regeringsleiders zitten. Ik heb negen jaar in de Raad gezeten en ik heb nog nooit een land gezien dat een ander land aanwees en zei: “U past het stabiliteitspact niet toe.”
We hebben het in 2004 en 2005 gezien met Frankrijk en Duitsland. Zij pasten het stabiliteitspact niet toe en geen van beide landen heeft een sanctie opgelegd gekregen. Daarom moet de Europese Commissie, die de communautaire instelling is en echt de werkwijze van Monnet en Schuman volgt, hier de leiding in nemen.
Barry Madlener (NI). - Voorzitter, dat klopt. Ik kon er net even niet tussenkomen toen u de collega van UKIP uit de zaal verwijderde, maar ik wil toch protesteren tegen het niet zuiver uitvoeren van de regels. Meneer Schulz heeft mijn collega Daniël van der Stoep hier in deze zaal een fascist genoemd. U heeft toen niets gedaan; er zijn geen excuses gekomen. Er is niets gedaan tegen meneer Schulz. Wat meneer Schulz nu doet, is precies hetzelfde...
(spreker vervolgt maar microfoon is uitgeschakeld)
De Voorzitter. – Ik moet een einde maken aan deze discussie. Als u met de gang van zaken zit, kunt u bij mij langskomen. Ik sta open voor een gesprek. We zullen het er nog over hebben.
Mijnheer Farage, u weet dat ik u ook heb gevraagd een aantal zeer belangrijke punten te bespreken, en ik heb mij persoonlijk voor u ingezet. Ik heb u mijn mening gegeven, en u wist precies hoe ik erover dacht. Ik heb u hierbij ook gevraagd of u enige twijfel had bij mijn besluit.
Rebecca Harms, namens de Verts/ALE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het is bijna niet te doen om in deze gespannen sfeer te spreken. Het geeft voor een groot deel ook aan in welke situatie de Europese Unie terecht zou kunnen komen, als we Europees beleid niet weer zorgvuldiger en besluitvaardiger gaan vormgeven. Mijnheer Schulz, naar mijn mening is het probleem niet de kleine verdragswijziging die Duitsland wil en nodig heeft – omdat de financiële crisis nu eenmaal geen natuurramp is. Het probleem is dat de Europese Raad, en met name de vertegenwoordigers van de grote landen in de Europese Raad, niet meer in staat is om er in deze crisis voor te zorgen dat er een positieve vonk overslaat van de vergaderingen in Brussel naar de samenlevingen van de lidstaten van de Europese Unie. Ik vind het echt van de zotte hoe snel we dit pro-Europese gemeenschapsgevoel zijn kwijtgeraakt. Ik vind het van de zotte dat juist Duitsland, dat in de oudere en jongere gemeenschappelijke geschiedenis het meeste geprofiteerd heeft van solidariteit, niet meer in staat is om een debat dat vandaag de dag bol staat van egoïsme en bekrompenheid, te verheffen tot een discussie over de vraag waarom het juist is dat de lidstaten in Europa hun lot zo sterk met elkaar hebben verbonden, en waarom het de Raad en ook u, mijnheer Van Rompuy, niet meer lukt om de burgers, wier vertwijfeling de heer Daul zo treffend heeft beschreven, uit te leggen waarom we alleen gezamenlijk en niet elkaar beconcurrerend een weg kunnen vinden uit deze crisis. Een van onze problemen is dat dit gemeenschapsgevoel volledig ontbreekt.
Het tweede probleem is dat er een eerlijke politieke uitleg ontbreekt over het feit dat wij niet iedere Griek of Ier redden, maar wel de ene na de andere bank, en dat Ierland niet alleen een Iers noodgeval is, maar tegelijkertijd een Duits noodgeval en een Brits noodgeval, ook al hoort u dat niet graag. Ik geloof dat deze eerlijke uitleg de basis vormt voor de instemming van de burgers met de zaken die in deze tijden van crisis in Brussel worden besloten.
Ten derde wil ik zeggen dat ik van mening ben dat de heer Verhofstadt echt gelijk heeft. We moeten nu werken aan de vormgeving van het economisch bestuur. Dat weten we allemaal. En telkens als de Raad en de Commissie zeggen dat ze zo snel mogelijk de nodige stappen willen nemen, gaan bij mij de alarmbellen rinkelen, omdat juist deze pro-Europese geest van solidariteit ontbreekt en deze noodzakelijke, consequente integratiestappen er niet zullen komen. Natuurlijk moeten we het nu hebben over de belastingdumping in Ierland. Dat moet anders. Op welke manier is de ene vraag. Wanneer, op welke termijn, is een andere vraag. Maar voorop staat dat de lidstaten hun belastingbeleid op elkaar moeten afstemmen, anders zal dit niet goed gaan in de Europese Unie.
Er is een discussiepunt dat we niet te licht op moeten vatten, omdat het niet van de minsten komt: de betrokkenheid van de schuldeisers en de herstructurering van de schulden, ook bij degenen die de crisis direct hebben veroorzaakt. Ik moet u zeggen dat ik het heel moeilijk vind om te beoordelen wat hier nu goed of fout is. We weten dat Spanje en Portugal bijna uitgeteld zijn. We weten dat het een kwestie van tijd is tot ook zij een beroep doen op solidariteit en crisismanagement. Doen we onszelf een plezier als we de schuldeisers er nu bij betrekken of is het beter om nu echt te zeggen: we willen dit economische bestuur, we willen een sterke regulering van de bankensector, we willen de belasting op financiële transacties of vermogensheffingen van degenen die aan deze crisis geld verdienen? Dat is een afweging die we samen moeten maken. Het heeft echter helemaal geen zin om te doen alsof we hierover niets hoeven te besluiten. Ik dank u voor uw aandacht.
(Spreekster wordt door de Voorzitter onderbroken)
Kay Swinburne, namens de ECR-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, de twee voornaamste gespreksonderwerpen van de Europese Raad en de media in mijn kiesdistrict in Wales zijn dit keer dezelfde. Het eerste is de vraag hoe de EU zal omgaan met de situatie in Ierland en het tweede hoe de impasse van de EU-begroting kan worden doorbroken. In Wales zijn we ons heel sterk bewust van de EU-fondsen die we hebben ontvangen en al mijn kiezers beseffen dat een stabiele eurozone noodzakelijk is. De verschillen tussen de manieren waarop de twee onderwerpen worden besproken in Cardiff en in Brussel zijn echter groot.
In Brussel, in het Europees Parlement, bespreken we deze twee kwesties los van elkaar. De reactie van het Europees Parlement en de Raad om de euro te redden is dat we het economisch bestuur moeten verbeteren, dat er meer regels moeten komen voor nationale regeringen en dat deze moeten worden gehandhaafd door middel van boetes en sancties.
In mijn hoofdstad Cardiff – en ongetwijfeld ook in Dublin – concluderen we met betrekking tot de begroting dat de lidstaten minder egoïstisch moeten zijn en Europa boven de behoeften van hun eigen land moeten plaatsen, want het komt allemaal neer op hoe en waar het geld van de belastingbetalers moet worden besteed. De mensen weten dat bezuinigingspakketten nodig zijn. Ze horen iedere dag hoeveel schulden hun landen hebben. Ze weten dat er moeilijke beslissingen moeten worden genomen, maar ze willen ook meebepalen hoe hun zuurverdiende geld wordt uitgegeven. Gevraagd worden om nog meer geld af te staan voor het financieren van EU-projecten via een hogere EU-begroting in een tijd waarin ze ook een deel van hun staatspensioenen moeten afstaan of in sommige gevallen zelfs sociale uitkeringen waarvan ze afhankelijk zijn, gaat veel kiezers te ver.
Als de EU zelf erkent dat zij haar eigen regels en normen niet goed genoeg heeft gehandhaafd binnen de eurozone, zullen de burgers niet echt staan te springen om nog meer geld te betalen. In deze tijden van strikte overheidsuitgaven, waarin we de regels voor economisch bestuur voor de lidstaten herzien, moeten we binnen het Europees Parlement respect tonen voor de druk die op de lidstaten rust en accepteren dat alle niet-urgente projecten van de EU-instellingen moeten worden opgeschort om een EU-begroting te kunnen opstellen waarin onze moeilijke economische tijden tot uitdrukking komen.
(Spreekster verklaart zich bereid een “blauwe kaart”-vraag krachtens artikel 149, lid 8, van het Reglement te beantwoorden)
William (The Earl of) Dartmouth (EFD). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, realiseert de spreekster zich dat de zogenoemde EU-fondsen waarvan zij zegt dat haar kiezers ze hebben ontvangen eenvoudig het eigen geld van het Verenigd Koninkrijk vormen dat wordt teruggegeven, maar slechts gedeeltelijk en nadat de Europese Unie het aandeel van de croupier heeft afgeroomd? Beseft of begrijpt mevrouw dat?
Kay Swinburne (ECR). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, zoals mijnheer weet, weet ik heel goed waar het geld vandaan komt en wie de nettobetalers van de EU-begroting zijn. Mijn kiezers in Wales zien echter dat zij investeringen krijgen in cruciale projecten terwijl zij het laagste bnp van alle regio’s in het Verenigd Koninkrijk hebben. Daarom zal ik de EU-uitgaven in mijn kiesdistrict altijd verdedigen.
Lothar Bisky, namens de GUE/NGL-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, als de staatshoofden en regeringsleiders zijn overeengekomen om een permanent crisismechanisme te creëren voor behoud van de financiële stabiliteit in de eurozone, kan ik dat alleen maar toejuichen. De resultaten van het maandenlange werk van de taskforce van Van Rompuy aan de vormgeving van het economisch beleid laten sterk te wensen over – hoewel ik ze genuanceerd bekijk. Er wordt geprobeerd om een zo stevig mogelijke controle op de begrotingen te realiseren teneinde langdurige tekorten te vermijden, maar de voorzichtige opleving uit de crisis wordt onmiddellijk weer in gevaar gebracht door radicale bezuinigingen op de overheidsuitgaven. Dat is niet alleen volslagen contraproductief, maar ik vind het ook absurd. Niemand schijnt iets geleerd te hebben van onze ervaringen met het stabiliteits- en groeipact. Je kunt niet extra geldboetes opleggen aan een land dat al diep in de schulden zit. Het bail-out-verbod en het stabiliteits- en groeipact zijn funest voor de solidariteit tussen de lidstaten van de monetaire unie.
Schrijft de economie voor wat de politiek moet doen? De gevolgen van de crisis worden opnieuw afgewenteld op de schouders van de bevolking. Wat we kunnen verwachten zijn loondumping en sociale dumping, bezuinigingen in het onderwijs en toenemende werkloosheid. Dit zal de last voor de getroffen landen verder vergroten en hun herstel bemoeilijken. Het heeft helemaal geen zin om de druk op landen als Ierland, Griekenland of Portugal te vergroten. Het is belangrijk om de grote economische ongelijkheid in Europa weg te werken; wat we nodig hebben is economic governance. Wat wij willen is een sociaal en rechtvaardig Europa dat berust op het solidariteitsbeginsel. Het primaat van de politiek over de economie moet behouden blijven of hersteld worden.
Nigel Farage, namens de EFD-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, de heer Van Rompuy is nu een jaar in functie en in die tijd is het hele bouwwerk gaan afbrokkelen. Er heerst chaos. Het geld raakt op. Ik moet de heer Van Rompuy bedanken. Hij zou de held van de eurosceptische beweging kunnen zijn.
Maar kijk vanochtend eens rond in deze zaal, mijnheer Van Rompuy. Kijk eens naar deze gezichten. Zie de angst. Zie de woede. Die arme oude heer Barroso ziet eruit alsof hij een spook heeft gezien! Ziet u, ze beginnen te begrijpen dat het spelletje voorbij is, maar toch willen ze, in een wanhopige poging om hun droom in leven te houden, de laatste restjes van de democratie uit het systeem verwijderen. Het is vrij duidelijk dat niemand van u iets heeft geleerd. Als u, mijnheer Van Rompuy, zegt dat de euro ons stabiliteit heeft gebracht, dan zou ik u kunnen complimenteren met uw gevoel voor humor. Maar is dit niet gewoon de bunkermentaliteit?
Uw fanatisme is onverholen. U zei dat het een leugen was dat de natiestaat kan blijven bestaan in de geglobaliseerde wereld van de 21e eeuw. Nou, misschien geldt dat voor België – dat al zes maanden geen regering heeft – maar bij de rest van ons, in alle lidstaten van deze Unie (en dat verklaart misschien de angst op de gezichten), zegt de bevolking steeds luider: “Wij willen die vlag niet, wij willen het volkslied niet, wij willen deze politieke klasse niet, wij willen dat deze hele zaak in de vuilnisbak van de geschiedenis verdwijnt.”
We hadden eerder dit jaar de Griekse tragedie en nu hebben we de situatie in Ierland. Ik weet dat de domheid en hebzucht van de Ierse politici daar veel mee te maken hebben. Ze hadden nooit mee moeten doen met de euro. Ze hebben geleden onder lage rentevoeten, een valse bloei en een enorme crisis. Maar kijk eens hoe u op hen reageert. Wat zij te horen krijgen, nu hun regering instort, is dat het niet gepast zou zijn om algemene verkiezingen te houden. Commissaris Rehn zei hier zelfs dat ze het eerst eens moesten worden over de begroting voordat ze algemene verkiezingen mochten houden.
Wie denkt u wel niet dat u bent? U bent heel gevaarlijk. Uw obsessie met het creëren van deze eurostaat zorgt ervoor dat u met plezier de democratie vernietigt. Het lijkt wel of u blij bent dat er miljoenen mensen werkloos en arm zijn. Miljoenen naamloze mensen moeten lijden om uw eurodroom in vervulling te laten gaan.
Maar dat zal niet lukken, want nu is Portugal aan de beurt. Met zijn schuldenlast van 325 procent van het bnp is het de volgende in het rijtje. Daarna wordt het Spanje, denk ik. De financiële injectie voor Spanje zou zeven keer zo groot moeten zijn als die voor Ierland en tegen die tijd is al het geld voor financiële reddingsoperaties op. Dan is er niets meer.
Maar het houdt niet op bij de economie, want als u mensen berooft van hun identiteit, als u hen berooft van hun democratie, dan houden ze niets anders over dan nationalisme en geweld. Ik kan alleen maar hopen en bidden dat het europroject door de markten wordt vernietigd voordat het zo ver komt.
Angelika Werthmann (NI). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, om het hoofd te bieden aan de huidige financiële crisis zijn fundamentele veranderingen nodig in de verantwoordelijkheid voor economisch beleid in Europa: grotere financiële discipline, toezicht op het economisch beleid en verbetering van de coördinatie in het crisismanagement. Een versterking van het stabiliteits- en groeipact zou onherroepelijk leiden tot een grotere verantwoordelijkheid voor het economisch beleid.
Stapsgewijze sancties zouden vroegtijdig effect kunnen sorteren in het toezicht op de begroting, er zou gelet worden op het tekortcriterium en de openbare schuldenlast. Een nieuw crisismanagement betekent immers dat bijvoorbeeld banken en verzekeringsmaatschappijen ter verantwoording kunnen worden geroepen. Ik doe een beroep op deze instellingen om toch eindelijk meer verantwoording op zich te nemen ten opzichte van de belastingbetalers.
Nog even over Cancún: de EU wil met één stem spreken. Juist in deze moeilijke tijden moeten we de kans niet voorbij laten gaan om bijvoorbeeld te investeren in hernieuwbare energie en energie-efficiëntie om op die manier het milieu en het groeibeleid te verbeteren.
Marianne Thyssen (PPE). - Voorzitter, voorzitters, collega’s, bankencrisis, economische crisis, crisissituaties in de openbare financiën; wij hebben de afgelopen tweeëneenhalf jaar geleerd en meer dan ooit ervaren wat crises zijn. Tot dusverre is er goed op gereageerd door de overheden, niet in het minst door de Europese. Het bestaan en de weerstand van de euro en ook het accurate optreden van de Europese Centrale Bank hebben ons voor erger behoed. ‘Samen sterk’, hebben we in Europa geleerd, en solidariteit werkt. Maar de actuele situatie bewijst dat we de structurele aanpassingen verder moeten doorvoeren en dat we echt naar een economisch bestuur toe moeten. Als de euro ons dan al een stuk in slaap zou hebben gewiegd, voorzitter van de Europese Raad, laat ons dan de ernst van deze crisis gebruiken als wake up call om onze Europese kracht in de toekomst volledig uit te spelen. Strenge regels en afdoende handhavingsmechanismen: we hebben ze nodig voor de financiële sector, voor de overheidsbegrotingen, voor de schuld, maar ook voor het corrigeren van de macro-economische onevenwichtigheden. Ze zijn noodzakelijk om het vertrouwen te herstellen, de concurrentiekracht op te voeren, economische groei te bevorderen, en de kansen op banen en welvaart te verhogen. Ik hoop dat niemand zich van stringente maatregelen laat afschrikken uit vrees dat de Europese Unie door de lidstaten als boeman afgeschilderd zou worden, want de waarheid is dat de lidstaten externe druk, desnoods een boeman nodig hebben, want alleen kunnen ze het werk in tijden van globalisering niet aan. Voorzitter van de Raad, de conclusies die we gelezen hebben, en die in heel belangrijke mate het werk zijn van uw task force, brengen de Unie op weg naar de structurele aanpassingen die we nodig hebben, en in die zin verwelkomen we die ook. Maar toch twee vragen. Ten eerste: meer dan de helft van het governance-pakket moet beslist worden bij codecisie en u vraagt een besluitvorming via fast track procedures. Ik vraag me dan af of u aan de Ecofin voldoende marge laat om met het Parlement te onderhandelen en om het Parlement zijn rol ten volle te laten spelen, want dat willen wij. Ten tweede en tot slot: de Europese Raad verzet zich tegen een automatisme in het sanctiesysteem. Geen Verdragswijziging, geen doos van Pandora openen, maar anderzijds stelt u zelf voor het Verdrag te wijzigen om het permanent crisismechanisme - wat we nodig hebben - in het leven te kunnen roepen. Waar zit dan Pandora, vraag ik mij af. Dank bij voorbaat voor de antwoorden.
VOORZITTER: LIBOR ROUČEK Ondervoorzitter
Stephen Hughes (S&D). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik weet zeker dat we het er allemaal over eens zijn dat de staatshoofden en regeringsleiders het heel erg druk hebben. Ik vind het daarom onbegrijpelijk dat ze elke drie maanden bij elkaar komen en heel veel tijd en geld verspillen om heel weinig beslissingen te nemen, terwijl ze te maken hebben met een crisis die nog eens extra wordt onderstreept door wat er zojuist in Ierland is gebeurd.
Neem nu het idee van een belasting op financiële transacties. Dat stond op de agenda van de top in maart, de top in juni en de top in oktober en elke keer schoof de Raad het door naar de volgende vergadering. Het is nu doorgeschoven naar de Raad van december en het zal waarschijnlijk nog veel verder de toekomst in worden geschoven. We hebben dringend een sprong naar voren nodig als het gaat om economisch bestuur; we hebben visie en actie nodig, wederzijdse solidariteit en nauwe samenwerking. Maar in plaats daarvan krijgen we alleen verwarring, aarzeling en wederzijds wantrouwen, met als resultaat permanente instabiliteit in plaats van stabiliteit.
Sommige dingen zijn duidelijk. Ten eerste: een verdere vernauwing van het stabiliteits- en groeipact is niet voldoende. Erger nog, er is een aanzienlijk gevaar dat het nieuwe systeem dat is voorgesteld procyclisch zal blijken en dus contraproductief zal zijn voor groei en werkgelegenheid. Ten tweede: de economische en monetaire unie moet veel effectiever worden gemaakt door middel van werkelijk evenwichtige en effectieve economische beleidscoördinatie, niet alleen toezicht en sancties. Ten derde: er moet hoe dan ook een systeem voor gemeenschappelijk schuldenbeheer komen, ten minste voor een deel van de overheidsschuld – misschien tot 60 procent van het bnp.
De economische voordelen van een dergelijk systeem van euro-obligaties zijn enorm en duidelijk. Voorzitter Van Rompuy, u hebt gezegd dat u niet van politici met een visie houdt. Ik denk dat u de voorkeur geeft aan praktisch handelen; dat begrijp ik. Maar ik denk dat u nu kunt beginnen om die twee bij elkaar te brengen. Ik hoop dat de weg duidelijk is en dat de belasting op financiële transacties en een evenwichtig stelsel van economische beleidscoördinatie verder gaan dan alleen toezicht en gemeenschappelijk schuldenbeheer. Ik denk, voorzitter Van Rompuy, dat het tijd is voor visie en actie.
Alexander Graf Lambsdorff (ALDE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, het is van belang, ook voor de burgers, dat we één ding begrijpen: de Europese Unie heeft geen schulden. We hebben het hier over een schuldencrisis in onze lidstaten. De Europese Unie is het enige politieke niveau in Europa dat vrij van schulden is. Ik wil ook dat dit zo blijft. Via de euro zijn wij echter door het lot met elkaar verbonden. Terecht klagen mevrouw Harms en de heer Schulz over het ontbreken van een Europees gemeenschapsgevoel. Deauville was een fout. Duitsland en Frankrijk zijn gechanteerd door het Verenigd Koninkrijk. De Commissie moet de sancties opleggen, niet de ministers van Financiën. Mijnheer Van Rompuy, het automatisme in de preventieve fase is prijsgegeven in Deauville. De ministers van Financiën moeten hier weer over beslissen. Zij zijn het die eerder de financiële crisis en de schuldencrisis in de lidstaten hebben veroorzaakt.
Wat wil dat zeggen, economisch bestuur? Iedereen heeft het over economisch bestuur. Wat betekent dit concreet? Willen we echt dat de Europese Unie medezeggenschap heeft over details van ons arbeidsmarktbeleid en sociale beleid? Dat is de grote vraag. Het is goed dat we een rechtskader hebben voor activiteiten van ondernemingen, dat we groeikrachten stimuleren, maar we moeten vooral de openbare financiën in de lidstaten weer op orde brengen. Dat is de uitdaging. Daarom is het Europees semester zo belangrijk. Daarom moet dat gerealiseerd worden.
(Spreker verklaart zich bereid een “blauwe kaart”-vraag krachtens artikel 149, lid 8, van het Reglement te beantwoorden)
Martin Schulz (S&D). – (DE) Mijnheer Lambsdorff, u bent lid van het landelijk bestuur van de FDP. Is uw uitspraak “Deauville was een fout” ook de mening van de voorzitter van uw partij en de vicekanselier van de Bondsrepubliek Duitsland, of is het uw eigen mening? Mogen we dit gebruiken als mening van de FDP of alleen als mening van de heer Lambsdorff?
Alexander Graf Lambsdorff (ALDE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, natuurlijk ben ik bereid om op deze vraag te antwoorden. De heer Schulz is ook lid van het landelijk bestuur van de SPD en zal bij deze of gene gelegenheid ook wel eens uitlatingen doen die waarschijnlijk niet honderd procent met elkaar overeenkomen. Toch wil ik één ding zeggen: als de heer Schulz mij kan laten zien wie van de FDP erbij was in Deauville, ben ik hem dankbaar. Direct daarna hebben wij onze mening hierover relatief duidelijk kenbaar gemaakt.
Ik geloof dat het belangrijkste punt, namelijk vermindering van het automatisme in de preventieve fase, door ons in zeer heldere bewoordingen is bekritiseerd. Als we de verdragswijziging krijgen, zullen we dit achteraf kunnen corrigeren. Maar dit besluit van Deauville was onmiskenbaar een fout.
Philippe Lamberts (Verts/ALE). – (FR) Mijnheer de Voorzitter, te veel lidstaten hebben de afgelopen 25 jaar geleefd volgens een economisch groeimodel dat voornamelijk was gebaseerd op schulden – zowel particuliere als overheidsschulden. Het probleem is dat met deze schulden veeleer financiële speculatie en consumptie werd gefinancierd dan investeringen, in een tijd waarin de rest van de wereld – bijvoorbeeld China, Brazilië en India – begon te investeren. Misschien zullen geschiedenisboeken dit omschrijven als het moment waarop Europa werkelijk de weg kwijtraakte.
Zo hoeft het echter niet te gaan. Wij hebben vanzelfsprekend een sterke Europese economische governance nodig. Wij moeten echter eerst de schade herstellen die is veroorzaakt door deze schulden. Indien wij denken dat wij het probleem kunnen oplossen door eenvoudigweg de overheidsuitgaven te verminderen, gaan wij voorbij aan de werkelijkheid. Wij zullen deze crisis niet te boven komen indien wij de schulden niet herstructureren en herschikken wanneer zij een duurzaam niveau hebben overschreden en zij redelijkerwijze niet kunnen worden terugbetaald door de debiteuren.
Wij moeten duidelijk zijn. Zowel de debiteuren als de crediteuren zijn verantwoordelijk voor het oplopen van de schulden. Zeker, de debiteuren hebben meer geleend dan ze konden, maar de crediteuren hebben op een onverantwoorde wijze leningen verstrekt, in de hoop dat ze substantiële risicovrije winsten zouden maken omdat de belastingbetaler hen vanzelfsprekend altijd uit de brand zou helpen.
Zowel de debiteuren als de crediteuren moeten derhalve een bijdrage leveren aan deze inspanningen. Indien wij er niet voor zorgen dat dit gebeurt, roepen wij een scenario à la Japan over ons af, dat wil zeggen de neergang van de Europese Unie. Ik vind dat de burgers van dit werelddeel veel beter verdienen dan dit.
Vicky Ford (ECR). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, dit is een debat over economisch bestuur. In heel Europa hebben veel landen, waaronder het mijne, te maken met moeilijke economische tijden. Dit weekeinde hebben de EU en het Verenigd Koninkrijk de hulp aan onze vrienden aan de andere kant van de Ierse Zee uitgebreid. Dit is niet het moment om in het Europees Parlement namen te gaan noemen of met de vinger te wijzen, maar het wordt tijd dat we leren van onze fouten om in de toekomst betere beslissingen te nemen.
Vorige week, half november, heeft Griekenland zijn jaarafsluiting voor december voor de derde maal gewijzigd. Ik hoop dat we eindelijk een streep hebben getrokken onder die rekeningen. Als er ooit een goede reden is geweest waarom landen moeten zorgen voor een betere boekhouding en betere prognoses, dan was dat het wel.
De Europese Raad is ver gegaan met zijn gedetailleerde plannen voor het delen van informatie gedurende het Europees semester. Die plannen moeten in praktijk worden gebracht. Ja, we moeten goede werkwijzen delen tussen de verschillende landen, maar we moeten ook erkennen dat niet alle landen hetzelfde zijn en dat goed economisch bestuur op verschillende manieren kan worden bereikt, ten gunste van iedereen.
Bairbre de Brún (GUE/NGL). – (GA) Mijnheer de Voorzitter, nu het IMF, de Europese Centrale Bank en de Commissie strikte voorwaarden hebben gesteld, is het duidelijk dat er in Ierland voor miljarden euro’s zal worden bezuinigd. Er zullen banen verdwijnen, overheidsdiensten zullen flink worden beperkt en de inkomstenbelasting voor mensen met een laag inkomen zal worden verhoogd. De banken zullen hun winsten behouden, terwijl de armen, zieken, gepensioneerden en andere kwetsbare groepen als verliezers uit de bus komen. Dit is geen Europese hulp en daarom zijn wij er sterk op tegen.
In plaats van te streven naar een mandaat om deze bezuinigingen door te voeren, nadat het IMF en de EU de boeken hadden doorgenomen, heeft de Ierse regering besloten geen verkiezingen te houden totdat deze begroting was goedgekeurd. Er was een andere weg, maar de Ierse regering heeft besloten dat pad niet op te gaan. Ze heeft besloten maatregelen te nemen ten gunste van haar vrienden bij de banken en niet ten gunste van de gewone mensen in Ierland.
Mario Borghezio (EFD). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de oren van de president van de ECB, de heer Trichet, moeten tuiten tijdens dit debat. Stel dat we ons hier in de senaat van het oude Rome bevonden, dan zou ongetwijfeld een in toga gehulde senator opstaan en tegen de heer Trichet zeggen: “Quousque tandem abutere, Trichete, patientia nostra?” – hoe lang nog, Trichet, zul jij ons geduld op de proef stellen?
We moeten ons eigenlijk afvragen wat de juiste weg is: vermijden dat de euro verdwijnt – wat zeer lastig is – of voorkomen dat de redding van de euro de economieën van onze lidstaten te gronde richt nadat de eurofiele politiek van de heer Prodi en anderen onze industrie al te gronde heeft gericht, en dan met name de middelgrote en kleine ondernemingen, zoals die in Padanië, met enkel ontslagen en werkloosheidsuitkeringen als gevolg.
Waarom moeten de landen die de crisis te boven proberen te komen krom liggen en bijna 100 miljard euro steken in de redding van Ierland, dat met een vennootschapsbelasting van 12,5 procent oneerlijk concurreert met andere landen?
Waar was de Europese governance toen de Anglo-Irish Bank met een tekort van 8 miljard euro bleek te kampen, een maand nadat de bank was geslaagd voor de stresstest? Waar was de heer Trichet? Weten we wel zeker dat we met het reddingspakket voor Ierland geen inbreuk plegen op het Verdrag van Maastricht? Gelukkig is er een constitutioneel hof in Duitsland dat zal bepalen dat het ongrondwettig is om de tekorten van een ander land in de Duitse begroting op te nemen. Daarom moeten we afscheid nemen van de euro. Dag euro, tot ziens!
Werner Langen (PPE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik heb hier veel kritiek gehoord op het besluit van Deauville, maar iedereen weet toch dat er bij aanvang van de laatste vergadering van uw taskforce, mijnheer Van Rompuy, nog twintig punten openstonden. En aangezien u moet voldoen aan het unanimiteitsbeginsel, moest er een oplossing komen. Dat weet toch iedereen. Iedereen weet ook dat het de twee grootste lidstaten, Duitsland en Frankrijk, zijn die in 2004 hebben gezondigd tegen het stabiliteits- en groeipact, maar er was toen een rood-groene regering in Duitsland, dat weten we ook. De tirade van de heer Schulz is dan ook volledig misplaatst.
Als we vandaag vinden dat het stabiliteits- en groeipact meer tanden moet krijgen, is de eerste voorwaarde dat de lidstaten zich eindelijk aan dit pact gaan houden. Wat hebben de scherpste tanden voor zin als niemand doorbijt? Het is misgegaan bij de naleving. We hebben nu zes wetgevingsvoorstellen: twee zijn verordeningen van de Raad en vier zijn gemeenschappelijke verordeningen van de Raad en het Europees Parlement. Voor een deel begrijp ik het gejammer niet. We praten mee in het kader van de medebeslissingsprocedure. Namens mijn fractie kan ik zeggen dat wij hier achter de voorstellen van de Commissie staan. Daarna zullen we er nog met de Raad over onderhandelen. Dat is toch de realiteit. Waarom zijn we zo bescheiden en schelden we anderen uit die deel uitmaken van het wetgevingsproces in plaats van gebruik te maken van onze eigen rechten?
Staat u mij toe iets te zeggen over de noodzaak van verdragswijzigingen. Volgens mij is het Verdrag op 9 mei opgerekt tot aan de grenzen van het mogelijke. Er is een rechtvaardiging van het vangnet nodig volgens artikel 122. Dat de lidstaten dit niet willen, omdat de Commissie en het Parlement er dan mogelijk bij betrokken worden, vind ik fout. Het zal niet voldoende zijn als we alleen artikel 136 wijzigen, we hebben ook een betrouwbare rechtsgrondslag nodig voor het vangnet, en alle andere vragen zullen daarna vanzelf worden opgelost.
Elisa Ferreira (S&D). – (PT) Mijnheer de Voorzitter, laten we eerlijk zijn. Het solidariteitsmechanisme voor de staatsschulden heeft niet gewerkt en zal niet werken; de prijs van de Griekse schulden is niet gedaald, Ierland is in economische beroering terechtgekomen en de besmetting is niet ingedamd. Toen een proces werd opgezet, was het al te laat. Dat proces is intergouvernementeel en had al in een andere vorm moeten bestaan toen de euro werd ingevoerd.
De voorzitter van de Commissie stelt nu voor om dit systeem te consolideren. Bij een derde deel van de voorgestelde instrumenten wordt echter voorgesteld om de private sector erbij te betrekken. We hebben dat voorstel al van kanselier Merkel gehoord, en de markten schoten omhoog door die premature en slecht getimede suggestie. Het Parlement zal al zijn bevoegdheden gebruiken en de grootst mogelijke verantwoordelijkheid en bereidheid tot samenwerking tentoonspreiden in het medebeslissingsproces met betrekking tot het wetgevingspakket inzake economische governance, maar zal de snelheid en urgentie niet ten koste laten gaan van de kwaliteit. Het Parlement zal dus actief deelnemen aan het proces, om het nog duidelijker te zeggen, maar het probleem van de staatsschulden is zo ernstig dat het niet kan worden beschouwd als een marginale kwestie of kan worden opgelost zonder dat de Europese bevolking en haar vertegenwoordigers daarbij worden betrokken: die twee elementen gaan hand in hand.
Tot slot hebben wij Europeanen behoefte aan een duidelijke Europese visie in deze tijden van crisis. Er moet een Europees mechanisme voor de consolidatie van de staatsschulden komen. Er moeten euro-obligaties worden uitgegeven en het eurogebied moet op een duurzame wijze worden beschermd door Europese systemen, niet door intergouvernementele systemen. De Europese begroting moet worden versterkt. We kunnen niet blijven vasthouden aan een begroting van 1 procent, en groei en echte convergentie moeten de kern van de Europese politieke prioriteiten uitmaken. De Commissie en de nieuwe voorzitter van de Raad moeten aan deze agenda vasthouden. De voorzitter van de Commissie moet zich niet ondergeschikt laten maken aan de Raad Ecofin. Dat is wat we aan de Europese bevolking moeten laten zien.
Mirosław Piotrowski (ECR). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, de crisis in de eurozone is een feit. Dat op dit moment zelfs geprobeerd wordt om regels uit het Verdrag van Lissabon te wijzigen, dat met zoveel tegenstand is aangenomen, getuigt van de ernst van de situatie. Het is aan de ene kant begrijpelijk dat landen als Duitsland en Frankrijk niet willen betalen voor de crisis in Griekenland, Ierland en misschien ook in andere landen. Aan de andere kant is het openbreken van het Verdrag van Lissabon een precedent. Dit verdrag moest in principe de werking van de Europese Unie verbeteren. Het tegengestelde blijkt het geval.
Als we dan toch gedwongen zijn om het Verdrag van Lissabon te wijzigen, laat dit dan niet alleen gelden voor vraagstukken met betrekking tot de eurozone, maar ook voor andere gevoelige institutionele mechanismen. Veel economen zijn van mening dat de Griekse crisis niet op Europese schaal had bestaan als dit land had vastgehouden aan zijn eigen munt, waardoor het de koers aanzienlijk had kunnen verlagen. Hieruit blijkt dat nationale valuta’s de Unie meer stabiliteit kunnen geven dan de eurozone tot nu toe heeft gedaan.
Mario Mauro (PPE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik wil een politiek oordeel vellen over wat er tijdens dit debat is gezegd.
Wij, vertegenwoordigers van de belangrijkste Europese politieke stromingen, hebben kritiek op de eurosceptici omdat zij niet in Europa geloven. Ik denk echter dat het werkelijke probleem is dat wij zelf misschien niet in Europa geloven, en daarom kunnen wij de eurosceptici niet beschuldigen van iets waar wij verantwoordelijk voor zijn. Wij zijn de belangrijkste Europese politieke stromingen en we hebben altijd grote en sterke Europese idealen gekoesterd. Het is echter ook zo dat de regeringen die uit onze politieke stromingen voortkomen, ons dagelijks hinderen bij het verwezenlijken van deze grote politieke idealen. Men komt dus vaak snel terug op gedane beloften.
Daarom moeten wij meer verantwoordelijkheid nemen, want als wij niet in staat zijn om in onze debatten overeenstemming te bereiken over maatregelen, zoals de uitgifte van euro-obligaties, of meer in het bijzonder obligaties van de Europese Unie, dan wordt het wel heel moeilijk voor ons om aan de burgers uit te leggen dat wij tot dezelfde partijen behoren die Europa dagelijks overal de schuld van geven en die zeggen dat we de crisis alleen te boven kunnen komen wanneer Europa minder geld uitgeeft.
Ik denk dat dit tot onze kernverantwoordelijkheden behoort en als we hieraan voorbijgaan, verliezen we de achterliggende gedachte van het Europese project uit het oog, verliezen we onze geloofwaardigheid en zullen we beloond worden met lege zalen en lage opkomsten bij verkiezingen, totdat nog maar 40 procent van de kiesgerechtigden komt opdagen.
Anni Podimata (S&D). – (EL) Mijnheer de Voorzitter, als wij één fundamentele conclusie kunnen trekken uit de besluiten van de laatste Europese Raad, dan is het wel dat men er niet in is geslaagd de markten te overtuigen en gerust te stellen. Nu de markten het voor het zeggen hebben, moeten wij ons afvragen waarom.
Is dat misschien omdat de markten – niettegenstaande de strengere regels inzake begrotingsdiscipline – goed in de gaten hebben dat wij de kloof in de economische en politieke samenhang binnen de eurozone niet alleen ongemoeid laten maar zelfs groter maken?
Is dat misschien omdat bepaalde landen, door de manier waarop zij het overigens juiste idee om een permanent mechanisme voor crisisbeheer op te richten hebben behandeld, de meerwaarde van een dergelijk mechanisme in de praktijk ongedaan hebben gemaakt en aldus een verkeerde boodschap aan de markten hebben gestuurd, met alle gevaren van dien, namelijk dat wij terechtkomen bij een mechanisme van een zichzelf waarmakende profetie van een beheerst faillissement?
Als wij beslist willen dat de particuliere sector erbij wordt betrokken en de lasten worden verdeeld, waarom blijven wij ons dan zo halsstarrig verzetten tegen de invoering van een belasting op financiële transacties op Europees niveau?
Waarom zien wij tot slot niet in dat er een groot gat zit tussen enerzijds strengere regels inzake begrotingsdiscipline en anderzijds een permanent mechanisme voor crisisbeheer? Dat gat zouden wij kunnen opvullen door eindelijk serieus te overwegen een mechanisme voor gemeenschappelijk beheer van een deel van de schuld van lidstaten in te voeren en euro-obligaties uit te geven.
Danuta Maria Hübner (PPE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, om te beginnen wil ik zeggen dat de concurrentieomstandigheden voor de lange termijn in de afzonderlijke lidstaten nog jaren zullen verschillen. Structurele oorzaken van onevenwichtigheid zullen daardoor blijven bestaan, terwijl het economisch bestuur vrij zwak zal blijven zolang het proces nog in uitvoering is.
In deze context is het van het allergrootste belang dat de Commissie met spoed, met het eerste jaarlijkse groeionderzoek bij de start van het Europees semester 2011, zo veel mogelijk elementen van nieuw economisch bestuur beproeft, in het bijzonder de relevantie en de operationele mogelijkheden van het scorebord.
Ten tweede begrijp ik dat er voor een systeem van volledig automatische sancties een verdragswijziging nodig zou zijn en dat we met het voorgestelde systeem slechts zo ver kunnen gaan als de beperkingen van het Verdrag mogelijk maken. Daarom vertrouw ik erop dat de Commissie en de Raad hun uiterste best zullen doen om extra stadia in de behandeling, die de procedure onnodig zouden vertragen, te vermijden.
Ten derde is de economische gezondheid van de EU niet simpelweg de som van de nationale situaties. Bovendien kan, aangezien het systeem is gebaseerd op het signaleren van afzonderlijke lidstaten die zich niet goed gedragen, het rechtzetten van hun slechte gedrag negatieve externe effecten hebben.
Met name de aanpak van onevenwichtigheden kan van invloed zijn op de andere lidstaten in de eurozone en de rest van de Unie. Met deze mogelijke effecten moet bij de individuele behandelingen rekening worden gehouden om ervoor te zorgen dat de economische gezondheid van de Unie als geheel verbetert.
Tot slot begrijp ik dat een volledige en diepgaande effectbeoordeling van de blauwdruk voor economisch bestuur meer tijd zou vergen dan we hebben. Wat helpt is dat de Commissie in de afgelopen twee jaar substantiële en diepgaande kennis en inzichten heeft verworven met betrekking tot de 27 economieën, dus ik zou willen vragen om twee acties. Zorg voor vergelijkbaarheid van alle elementen van en relaties tussen interne en externe onevenwichtigheden.