De Voorzitter. – Aan de orde is het verslag (A7-0313/2010) van Lena Kolarska-Bobińska, namens de Commissie industrie, onderzoek en energie, over een nieuwe energiestrategie voor Europa 2011-2020 (2006/2212(INI)).
Lena Kolarska-Bobińska, rapporteur. – (PL) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, de laatste tijd spreken we regelmatig over de institutionele veranderingen die het Verdrag van Lissabon met zich meebrengt, onder andere over de Dienst voor extern optreden en procedures voor het werk aan de begroting. Het Verdrag verwijst echter ook naar het EU-beleid. Vandaag debatteren wij over de eerste post-Lissabon energiestrategie die is voorbereid door de Commissie voor de jaren 2011-2020.
Benadrukt moet worden dat zowel de strategie van de Commissie als het verslag van het Parlement op het gebied van energiesolidariteit en de zorg voor de energiezekerheid en energievoorziening de geest van het Verdrag van Lissabon ademen. De strategie van de Commissie en het verslag van het Parlement beklemtonen ook de versterking en het Europeser maken van het energiebeleid. We kunnen dit bereiken door bepaalde maatregelen te nemen.
Ten eerste moet de bestaande Europese energiewetgeving dringend ten uitvoer worden gelegd in de lidstaten. Wij ondersteunen de harde maatregelen van de Commissie tegen regeringen en bedrijven die hun verplichtingen op dit gebied verwaarlozen dan ook volledig. Ten tweede is voor het realiseren van de gemeenschappelijke doelstellingen een goed functionerende interne energiemarkt noodzakelijk. Dit geldt ook voor de EU-markt voor hernieuwbare energiebronnen die opgebouwd moet worden. Om onze doelstellingen te kunnen bereiken moet de Europese en grensoverschrijdende energie-infrastructuur uitgebreid en gemoderniseerd worden. Monopolisten en de regeringen die hen beschermen, zijn hier vaak op tegen. Zonder een pan-Europees netwerk kunnen de sleuteldoelstellingen van de Europese Unie echter niet worden gehaald.
Daarvoor moeten administratieve en financiële barrières geslecht worden. Op administratief gebied hebben we vooral heldere prioriteiten en regels voor de keuze van sleutelprojecten nodig. Zonder deze criteria en heldere regels zal de selectie van projecten veel conflicten en wrijving oproepen en in plaats van hoop vooral verdenking oproepen. Op nationaal niveau zijn daarentegen vooral regulerende maatregelen nodig, met name in het kader van grensoverschrijdende projecten.
Laten we nu overgaan tot het belangrijkste probleem – de financiering van de infrastructuur. We weten met hoeveel spanningen de goedkeuring van de begroting voor volgend jaar gepaard gaat. Dat wordt alleen maar erger bij het financieel kader na 2013. De geplande uitgaven moeten echter een afspiegeling zijn van de beleidsdoelstellingen van de Europese Unie, en de energiezekerheid van de burgers hoort daarbij. We zullen ook nieuwe manieren moeten vinden om investeringen van banken en bedrijven aan te trekken. Dit komt aan de orde in het verslag.
Het energiebeleid hangt tegenwoordig steeds meer samen met het buitenlandbeleid van de EU. Onze betrekkingen met buitenlandse energiepartners moeten vorm krijgen volgens de Europese internemarktregels. Buitenlandse bedrijven die zich op de Europese markt begeven, moeten op transparante wijze en volgens de wet opereren en op grond van transparante overeenkomsten worden beheerd. Dit geldt zowel voor pijpleidingen die in de toekomst worden aangelegd, als voor pijpleidingen die nu gebouwd worden.
Commissaris, ik heb waardering voor de hulp die u aan Polen hebt verleend bij de onderhandelingen met Rusland over de Jamal-pijpleiding. Ik zou echter voor de andere pijpleidingen, inclusief de Nord Stream-pijpleiding, vergelijkbare acties willen zien. Ik benadruk hierbij dat transparantie moet gelden voor alle huidige en toekomstige projecten en niet slechts voor enkele ervan.
Kortom, mijnheer de Voorzitter, de Unie heeft een langetermijnvisie nodig voor het energiebeleid. We hebben een Europese energiegemeenschap nodig. Wil de Commissie de activiteiten van ondernemingen en lidstaten op dit gebied versnellen, dan moet zij zelf geloofwaardig zijn en deze bijzonder goede strategie en het infrastructuurpakket daadwerkelijk uitvoeren. Het Europees Parlement zal in de toekomst de tenuitvoerlegging van die strategie willen controleren. Zij is namelijk bedoeld om de werkelijkheid te beïnvloeden en niet om een uiting van ons wensdenken te blijven.
Tot slot is het erg belangrijk hoe de lidstaten de doelstellingen uit de strategie van de Commissie en uit mijn verslag zullen benaderen. Zijn zij bereid om hun nationale belangen te beteugelen ten gunste van het gemeenschappelijke Europese goed? Bieden zij tegenstand aan grote belangengroeperingen en laten zij zich leiden door de veiligheid en het belang van de consumenten? Wij, de leden van het Europees Parlement, staan hierop. Ik feliciteer u, commissaris, met de energiestrategie voor de komende tien jaar.
Günther Oettinger, lid van de Commissie. − (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, allereerst wil ik opmerken dat ik onder de indruk ben van de hoeveelheid en de kwaliteit van uw ideeën, kritische opmerkingen en constructieve bijdragen met betrekking tot het door de Commissie gepresenteerde ontwerp voor een energiestrategie voor 2011-2020. Ik dank mevrouw Kolarska-Bobińska voor haar presentatie, voor het op een intelligente wijze samenvoegen van de bijdragen van haar collega’s en voor het stellen van prioriteiten, hetgeen ik persoonlijk belangrijk acht. Wij willen uw verslag de komende weken graag in onze werkzaamheden opnemen, aangezien ons enkele drukke weken te wachten staan wat betreft het energiebeleid. De Energieraad op 3 december en vervolgens de unieke mogelijkheid voor de staats- en regeringsleiders om op 4 februari de energiekwestie te bespreken, zullen onze gemeenschappelijke doelstellingen en de Europeanisering van het energiebeleid een impuls geven. Wat mij betreft is het Parlement daarbij een cruciale partner.
Onze uitgangspositie is ronduit lastig te noemen. We hebben een interne markt die nog altijd niet voltooid is. Deze vormt al twaalf jaar lang het wettelijk kader voor elektriciteit en gas, maar hij is nog niet gerealiseerd in de praktijk. Wij hebben nog altijd deelmarkten en regionale grenzen en moeten alles in het werk stellen om ervoor te zorgen dat de interne markt de komende vijf jaar ook voor bedrijven en consumenten wordt geïmplementeerd, teneinde meer concurrentie en transparantie te bewerkstelligen.
We hebben op de tweede plaats een evident gebrek aan infrastructuur. Als u kijkt naar de aanwezige basisvoorzieningen van de interne markt voor andere producten, goederen en diensten – wegen, spoorwegen, luchtwegen, de digitale wereld, waterwegen – dan ziet u dat wij nog ver verwijderd zijn van dat wat wij nodig hebben op het gebied van infrastructuur voor het transport van energie, met name gas en elektriciteit, om onze Europese doelstellingen voor het energiebeleid te bereiken, te weten versterking van de energiezekerheid, solidariteit, concurrentie en consumentenbelangen. Wij moeten de komende twee decennia inhalen wat de afgelopen twee eeuwen op het gebied van wegen en spoorwegen en de afgelopen tien jaar binnen de digitale wereld is opgebouwd. Dat heeft te maken met acceptatie onder de burgers en transparantie. Wij hebben transparantie nodig om meer acceptatie voor de bouw van infrastructuur voor elektriciteit en gas te bereiken en we hebben voldoende financiële middelen nodig, die op de eerste plaats door middel van de energieprijs door de consument beschikbaar moeten worden gesteld, maar die daar waar Europese belangen spelen, ook een publieke verantwoordelijkheid van de Europese begroting zijn.
We hebben op de derde plaats een grotendeels onbenut potentieel op het gebied van energie-efficiëntie. Wie net als wij afhankelijk is van importen en tegelijkertijd vooruitgang wil boeken op het gebied van duurzaamheid, klimaatbescherming en milieubescherming, die moet tegen energieverspilling zijn en het voortouw nemen met doelgerichte energie-initiatieven, energiebesparing en een grotere energie-efficiëntie in de publieke, industriële en particuliere sector. Energie-efficiëntie zal daarom voor ons beiden het volgende agendapunt zijn. Ik zie met grote belangstelling uit naar het initiatiefverslag van het Parlement, dat nagenoeg is afgerond en op basis waarvan onze strategie voor energie-efficiëntie volgend voorjaar aan het publiek, aan u en aan de Raad zal worden gepresenteerd.
Een ander onderdeel van onze strategie is de kwestie betaalbare energie. Het Belgisch voorzitterschap van de Raad wijst er terecht op dat met name elektriciteit een tweedeling van de samenleving kan veroorzaken doordat energie duurder wordt en daardoor niet meer voor iedereen beschikbaar is. Dat betekent dat wij energiezekerheid in onze strategieën moeten uitbreiden met de kwestie van betaalbare energie voor bedrijven en arbeidsplaatsen en voor particuliere huishoudens. Onderzoek is een ander belangrijk aspect. Europa kan niet alles voor zijn rekening nemen, maar energieonderzoek kan een zwaartepunt voor de Europese begroting de komende jaren zijn, evenals voor een partnerschap tussen overheid en bedrijven die onderzoek doen.
Dan is er nog de kwestie van externe betrekkingen, de externe dimensie: mevrouw Kolarska-Bobińska heeft daar reeds op gewezen. We hebben een gemeenschappelijke, afgestemde Europese strategie nodig in ons externe energiebeleid als het gaat om de grote belangen van Europa. Wij zijn nog altijd de grootste energiemarkt wat betreft consumptie, vóór China en de Verenigde Staten. Als wij onze inkoopmacht en onze strategieën voor de infrastructuur bundelen, dan hebben wij het voor het zeggen. Als het oude principe van ‘verdeel en heers’ wordt gehanteerd, wordt het voor anderen eenvoudiger om het tegen ons op te nemen. Dat willen we niet. In die zin wil ik u hartelijk danken voor uw veelzijdige en intelligente bijdragen en voor uw verslag. Dat zal voor mij een gids zijn bij mijn verdere werkzaamheden aan onze strategie, die wij uiteindelijk aan de Europese Raad gaan voorleggen.
(Applaus)
Pilar del Castillo Vera, namens de PPE-Fractie. – (ES) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, ik wil graag in de eerste plaats de rapporteur bedanken voor haar uitstekende werk. Haar verslag is, uiteraard, even ambitieus als uitgebreid en is het resultaat, dat moet ik wel zeggen, van lastig, maar succesvol overleg dat ertoe heeft geleid dat de Commissie industrie, onderzoek en energie het vrijwel unaniem heeft goedgekeurd.
Om op dit onderwerp door te gaan: ik wil graag iets aan de orde stellen wat wij allemaal weten, maar wat best nog eens mag worden gezegd, namelijk dat de Europese energiesituatie alles behalve optimaal is. Niet alleen zijn wij steeds meer afhankelijk van de import van energie van buiten Europa, maar wij moeten ook enorme investeringen doen die van belang zijn voor onze energie-infrastructuren, terwijl Europa nog steeds met de gevolgen van de crisis kampt. En daar komt nog bij dat wij nog steeds niet onze eigen energiewetgeving ten uitvoer hebben kunnen leggen.
In deze zittingsperiode beschikken wij over een instrument dat we tijdens de vorige periode niet hadden. Het Verdrag van Lissabon biedt ons niet alleen een aantal duidelijke doelstellingen, zoals de interne energiemarkt, continuïteit van de voorziening en de bevordering van energienetwerken, maar biedt de Europese Unie tevens een juridisch kader en een solide rechtsgrondslag (artikel 194) om op te treden op het gebied van energiebeleid.
In dit nieuwe kader waarin dit debat plaatsvindt, verzoek ik alle leden dit verslag te steunen, omdat het een serie maatregelen voorstelt om de energievoorziening veilig te stellen en de bestaande wetgeving en programma’s ten volle ten uitvoer te leggen. Het legt tevens de nadruk op de noodzaak te investeren in onderzoek, bevordert de ontwikkeling van de pan-Europese energienetwerken en geeft terecht prioriteit aan de oprichting van een interne energiemarkt.
Hartelijk dank en ik verzoek u allen dit verslag morgen te steunen.
Marita Ulvskog, namens de S&D-Fractie. – (SV) Mijnheer de Voorzitter, ik wil eerst en vooral de rapporteur, mevrouw Kolarska-Bobińska, bedanken voor de uitstekende en open samenwerking. Voor mij als sociaaldemocrate was het belangrijk om te streven naar een energiebeleid en een energievoorzieningsstrategie met een duidelijk consumentenperspectief die voor transparantie op de energiehandelsmarkt zorgen en verzekeren dat de klimaatcrisis gevolgen heeft voor onze besluiten inzake omschakeling naar hernieuwbare, duurzame en zekere energiebronnen en -systemen. Wat dat betreft, hebben we ook een zekere vooruitgang geboekt, wat mij plezier doet. We hebben nu betere en duidelijkere formuleringen met betrekking tot de consumentenrechten en, zoals de commissaris zei, met betrekking tot het recht om energie te kopen tegen billijke prijzen zodat huishoudens het zich kunnen veroorloven. Er moet iets worden gedaan aan energiearmoede. De formuleringen met betrekking tot de klimaatkwestie zijn ook duidelijker geworden, ook al hebben we in dat opzicht nog heel wat werk voor de boeg.
Voor mij is het ook belangrijk dat de verantwoordelijkheid van de lidstaten met betrekking tot bijvoorbeeld de energiemix duidelijk in de strategie wordt vermeld. De grootste teleurstelling is dat het verslag geen bindende doelstellingen inzake energiebesparing en -efficiëntie bevat – dat is jammer. De lidstaten zullen de doelstelling van 20 procent vermoedelijk niet halen, wat naar onze maatstaven gemeten een grote mislukking is. Energiebesparingen zijn namelijk een van de beste manieren om minder afhankelijk te worden van ingevoerde brandstoffen, om de concurrentiekracht te versterken en om banen te creëren. Dat is een kwestie waar we als Parlement in een andere samenhang op zullen terugkomen, en dan hopen we op sterke steun van het hele Parlement en van de Commissie.
Jens Rohde, namens de ALDE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil graag in de eerste plaats mevrouw Kolarska-Bobińska bedanken voor en gelukwensen met haar uitstekende verslag en daarna wil ik graag even een verhaaltje uit de echte wereld vertellen. Tien jaar geleden produceerde China geen enkele windmolen; nu is in China een van de tien grootste windenergiebedrijven ter wereld gevestigd. Over twee jaar verwachten ze dat ze twee bedrijven in de top vijf hebben. Tien jaar geleden was er niets. Nu neemt China 50 procent van de gehele windenergieproductie in de wereld voor zijn rekening. China is in beweging, en in rap tempo.
In het licht hiervan moet ik helaas zeggen dat de nieuwe energiestrategie van de Commissie gekenmerkt wordt door een teleurstellend gebrek aan ambitie voor een groenere toekomst. We hebben behoefte aan een ambitieuze energiestrategie voor Europa, niet alleen via een resolutie van de VN-Klimaatconferentie COP 16, die toch door niemand wordt gelezen. We moeten ambitieuze, concrete beleidsdoelstellingen in Europa doorvoeren. ‘Wanneer het moment daar is, kunnen we ambitieus worden’ lijkt wel de strategie van de Raad en de Commissie. Het moment is daar en we kunnen niet achterover leunen en pas in actie komen wanneer er een grote, internationale, bindende overeenkomst is.
Als we een energiestrategie willen die iets doet voor het klimaat, de groei en de werkgelegenheid, dan hebben we behoefte aan een ambitieuze, op de markt gebaseerde aanpak, zodat we het marktmechanisme in ons voordeel kunnen aanwenden. Het is aan ons om de markt te activeren, om de pioniers te laten zien wat we willen, zodat zij dat voor ons kunnen realiseren. Daarom wil de ALDE-Fractie dat de EU een CO2-reductiedoelstelling van 30 procent nastreeft. De koolstofmarkt, het voornaamste mechanisme voor onze CO2-reductie en groene investeringen, werkt niet. Hij wordt overspoeld met quota en de prijs is te laag, waardoor er geen prikkels zijn om in groene technologieën te investeren. Wij zijn van mening dat de EU deze stap moet zetten omwille van onze economische groei, het klimaat en de energiezekerheid. Kom op, Europa, kom op, Commissie, voeg de daad bij het woord.
(Applaus)
Claude Turmes, namens de Verts/ALE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil graag eerst mijn dank, en de dank van mijn fractie, uitspreken voor het werk dat Lena Kolarska-Bobińska en alle schaduwrapporteurs hebben verricht. Het was waarschijnlijk niet gemakkelijk om ons allen – als schapen die moeten worden samengedreven – bij elkaar te brengen, maar u hebt het voor elkaar gekregen.
Mijn eerste boodschap is: implementeren, implementeren, implementeren. We hebben geen nieuw energiebeleid nodig. We moeten het klimaatpakket, het derde energiepakket en de zekerheid van de gasvoorziening implementeren. En daaraan moeten we gerichte beleidsmaatregelen koppelen. U had het over energie-efficiëntie. Dat is cruciaal en we kijken uit naar het verslag van de heer Bendtsen, waarin nader op dat onderwerp wordt ingegaan.
Mijn tweede boodschap betreft de interne markt. Commissaris, ik vind dat u een uitstekende prestatie hebt geleverd ten aanzien van het infrastructuurpakket, maar ik hoop dat het concurrentiebeleid niet zal worden afgezwakt. We hebben ons de afgelopen vijf jaar goed geweerd tegen marktoverheersing en dit moet een belangrijk aandachtspunt van ons Europese energiebeleid blijven.
Wat hernieuwbare energiebronnen betreft is ons verslag zeer duidelijk en zijn uw EU-strategie en de energiestrategie tot 2020 zeer vaag. Jens Rohde heeft gelijk. In de komende tien jaar zal 70 procent van alle energie-investeringen in Europa een investering in hernieuwbare energiebronnen zijn. Van alle energietechnologieën is de technologie voor hernieuwbare energiebronnen onze grootste exportmarkt. Ik denk niet dat het een goed signaal is om de rol van hernieuwbare energiebronnen in the EU 2020-strategie af te zwakken. We hebben een apart hoofdstuk nodig voor wat de grootste investeringen in de komende tien jaar zullen zijn.
Wij zijn in ons verslag ook veel voorzichtiger als het gaat om het heropenen van de discussie over nationale regelingen en andere regelingen. De regeringen willen nationale steunregelingen en we moeten de discussie daarover buiten dit debat houden.
Gas zal in de toekomst belangrijk zijn, evenals olie. Ik heb twee concrete vragen voor u. De eerste is welke rol er volgens u in de komende tien jaar op de energiemarkt is weggelegd voor gas. De tweede vraag is deze: tijdens uw persconferentie was u zeer duidelijk over de oliepiek en ook over het risico dat er een prijs van 200 dollar per vat wordt bereikt, dus hoe past dit in het vervoersbeleid op Commissieniveau?
Konrad Szymański, namens de ECR-Fractie. – (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik sluit mij natuurlijk aan bij de dankbetuigingen aan de rapporteur voor de bijzonder goede samenwerking bij de samenstelling van dit erg moeilijke verslag. De belangrijkste uitdagingen voor het Europese energiebeleid worden erin benadrukt. Ik denk dat de Unie vooral de clausules tegen marktwerking in overeenkomsten met derde landen moet bestrijden. Dat is namelijk een van de grootste obstakels.
Het is vooral Rusland dat beperkingen oplegt bij de toegang tot de pijpleidingen en dat de wederuitvoer verbiedt. Daarmee wordt het eigendomsrecht van Europese bedrijven beperkt met betrekking tot gas dat al is aangeschaft. Dat was de situatie in het Poolse contract waarmee de commissaris goed bekend is. Het Russische beleid is erop gericht om de monopoliepositie op de gasmarkt zo lang mogelijk vast te houden. Het monopolie van Gazprom in Midden-Europa wordt in stand gehouden ten koste van de interne markt, de concurrentie en uiteindelijk ten koste van de consumentenrechten. In dergelijke gevallen moet de Unie bijzonder vastberaden optreden, zonder daarbij de diplomatieke factor uit te sluiten. Hierbij kan ook een rol weggelegd zijn voor de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid. Anders is onze reactie eenvoudigweg onevenwichtig.
De EU-diplomatie moet in ieder geval meer aandacht besteden aan de grondstoffenproblematiek, een thema dat steeds belangrijker wordt en een grote uitdaging betekent voor onze diensten, zeker als we de bevoegdheden van het EU-handelsbeleid in aanmerking nemen. In ons energiebeleid moeten we absoluut alle mogelijke steun verlenen aan moderne technologieën, installaties voor vloeibaar gemaakt gas, geothermische energie en schaliegas. We kunnen het ons niet veroorloven om zomaar te stoppen met steenkool, zolang de zekerheid en diversificatie van de gasvoorziening niet gewaarborgd is. Onze afhankelijkheid van gas wordt anders alleen maar groter, zeker in Oost-Europa, waar steenkool nog steeds een bijzonder belangrijke rol speelt.
Tot slot denk ik dat het de moeite waard is om te wijzen op een zeker institutioneel probleem. Alle zaken die in het verslag van mevrouw Kolarska-Bobińska aan de orde zijn gesteld, zijn door de Commissie nauwelijks verwerkt in haar mededeling. Het lijkt er op dat die is opgesteld zonder rekening te houden met het standpunt van het Parlement. Dit is een bijzonder ongelukkige samenloop van omstandigheden, het proces is erg slecht verlopen. Ik vind dat dit niet meer op deze manier mag gebeuren.
Niki Tzavela, namens de EFD-Fractie. – (EL) Mijnheer de Voorzitter, ik wil mevrouw Bobińska van harte gelukwensen met haar moeite en het uitstekende werk dat zij heeft verricht. Daar hier vrij ambitieuze doelstellingen werden genoemd – en collega Turmes heeft herhaaldelijk gesproken over de toepassing – zou ik graag willen dat wij allemaal ook de Commissie gelukwensten met haar laatste mededeling van november, waarin zij spreekt over de vraagstukken in verband met de energiestrategie. Voor het eerst zien wij een realistische strategie. De Commissie spreekt op concrete en duidelijke wijze over de moeilijkheden; zij bakent deze af, zegt welke ze zijn en welke problemen de verwezenlijking van onze doelstellingen in de weg staan.
Daar u, mijnheer de commissaris, ons een realistische uiteenzetting van het strategisch energiebeleid geeft – waar ik volledig achter sta – wil ik een praktische en realistische oplossing voorstellen met betrekking tot de zuidelijke corridor. Wij hebben twee kleine pijpleidingen: de ITGI en de TAP. Deze zijn klaar voor gebruik. U kunt deze inzetten. Nabucco is een groot maar ook ingewikkeld project en zou vertraging kunnen oplopen. Gaat u daarom aan de slag met deze twee kleine pijpleidingen.
Dimitar Stoyanov (NI). – (BG) Mijnheer de Voorzitter, ik wil graag mijn steun uitspreken voor het verslag, met name voor het laatste deel ervan, waarin wordt opgeroepen de belangen van burgers zwaarder te laten wegen dan politieke argumenten.
De reden hiervoor kan ik verduidelijken middels een heel simpel voorbeeld. Op dit moment worden twee grote projecten ontwikkeld: South Stream en Nabucco. Er zijn enkele radicale facties in Bulgarije die zeggen dat deze projecten onderling onverenigbaar zijn. Het is bijna zo dat er óf voor South Stream óf voor Nabucco moet worden gekozen. Ik ben van mening dat concurrentie tussen deze twee projecten de enige manier is om veilige en betaalbare energie te waarborgen voor de burgers van Europa.
Een ander zeer belangrijk thema, dat we niet over het hoofd mogen zien, is kernenergie en de ontwikkeling daarvan in relatie tot de politisering van deze kwestie. Ik breng dit ter sprake omdat het besluit om de reactoren van de Kozloduy-centrale in Bulgarije te sluiten een politiek besluit was. In plaats van miljarden euro’s met de centrale te verdienen, waarvan een deel zelfs in de EU-begroting zou kunnen worden opgenomen, moeten de lidstaten nu compensatie betalen vanwege de politieke beslissing om deze reactoren te sluiten.
Los hiervan hebben we recentelijk gemerkt dat er nogal wat hysterie is rondom het thema kerncentrales. Ik wil u dringend verzoeken op te treden tegen die activistische organisaties, door middel van onpartijdige maatregelen, met name omdat zij geen enkel alternatief bieden. Kernenergie is feitelijk dé optie waarmee we ook voor veilige en goedkope energie kunnen zorgen.
Herbert Reul (PPE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Oettinger, dames en heren, ook ik wil mevrouw Kolarska-Bobińska danken voor haar uitstekende en intensieve werk. Door mijn dank uit te spreken, steun ik tevens het verslag, in tegenstelling tot enkele collega’s, die het verslag weliswaar loven, maar met een aantal cruciale amendementen morgen een poging gaan doen om enkele passages drastisch te wijzigen. Om die reden wil ik ingaan op het meermaals herhaalde dringende verzoek dat wij ambitieuzer moeten zijn. Ik weet niet zeker of hetgeen wordt voorgesteld ambitieus is of dat het overtrokken is.
Ik ben mevrouw Kolarska-Bobińska bijzonder dankbaar dat zij een realistisch beleid heeft gepresenteerd, want dat is wat er van ons wordt verlangd in tijden van economische en financiële crisis. We moeten geen nieuwe dromen ontvouwen, maar iets voorleggen waarbij we binnen een, twee, drie of vier jaar kunnen bewijzen dat we het hebben verwezenlijkt.
Ik ben haar bijzonder dankbaar dat zij heeft gewezen op het belang van de energiemix en op de verantwoordelijkheid van de lidstaten, die vervolgens zelf moeten beslissen wat ze willen. Wij zullen hun niet voorschrijven dat er slechts één perspectief is, en wel hernieuwbare energie. Het perspectief omvat hernieuwbare energie, steenkool, olie, gas, kernenergie en ook kernfusie. Het zou mij deugd doen als alles wat mevrouw Kolarska-Bobińska heeft geschreven en wat de steun van een grote meerderheid heeft ontvangen, daadwerkelijk behouden blijft.
Zij heeft gewezen op de kwestie van de financiële verantwoordelijkheid, op de noodzaak om infrastructuur te ontwikkelen en tot stand te brengen en om dit niet simpelweg te eisen en te zeggen dat het geld maar ergens vandaan moet komen. Zij heeft tevens gewezen op de verantwoordelijkheid van ondernemingen.
Daarmee komen we bij de interne markt. In verband daarmee moeten we niet om een nieuw pakket en nieuwe wetgeving roepen. Wij moeten daarentegen aandringen op implementatie en beoordeling en we moeten realistisch zijn, zodat de normen die wij hebben gesteld daadwerkelijk in praktijk worden gebracht. Niet in de laatste plaats mogen wij niet er steeds maar weer een schepje bovenop doen om ons vervolgens uiteindelijk te verbazen als de energieprijzen zo hoog worden dat de burgers deze niet langer kunnen betalen. Is het ambitieus of is het onverantwoord om simpelweg steeds maar weer met nieuwe dingen te komen, de kosten te verhogen en dan te klagen over energiearmoede onder de burgers?
Zo nu en dan is het debat uitsluitend gericht op het bedrijfsleven, maar dit zal de burgers de komende maanden en jaren hard treffen. Ik zou willen dat we bij menig debat vooraf bedenken wat het eindresultaat zal zijn.
Teresa Riera Madurell (S&D). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, allereerst wil ik graag mevrouw Kolarska-Bobińska evenals de schaduwrapporteur van mijn fractie, mevrouw Ulvskog, en de overige rapporteurs feliciteren met hun uitstekende werk.
Gezien zijn strategische karakter is dit een uitgebreid verslag, dat op gedetailleerde wijze ingaat op de verschillende aspecten van het energiebeleid van de Unie, door de strategie op te bouwen op basis van de belangrijke voorschriften die wij in de afgelopen jaren hebben goedgekeurd. In de korte spreektijd die ik heb, wil ik graag twee zeer belangrijke aspecten van dit verslag benadrukken: interconnecties en belasting.
Op dit moment is het van groot belang de wettelijke en financiële regelingen die wij tot onze beschikking hebben, gericht toe te passen, teneinde de zwakke schakels van de trans-Europese energienetwerken tijdig (dit is erg belangrijk) te versterken.
Wat de belasting betreft, ben ik van mening dat, om efficiëntie, energiebesparing en hernieuwbare energiebronnen tot de vastgestelde niveaus te brengen, niet alleen specifieke belastingmaatregelen nodig zijn, maar tevens fiscale stimulansen in de vorm van passende aftrekposten of ontheffingen.
Lena Ek (ALDE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, we hebben enorme problemen met de energiemarkt en het distributienet in Europa, en dan heb ik het nog niet over het feit dat de energieproductie voornamelijk gebaseerd is op fossiele bronnen. Als iemand zegt ‘implementeren, implementeren, implementeren’, zeg ik ‘focussen, focussen, focussen’ en ik zal enkele voorbeelden geven.
We hebben nog steeds een financieringstekort van 50 procent voor het strategisch plan voor energietechnologie, ofwel het SET-plan. We voeren begrotingsonderhandelingen die een heel andere richting opgaan dan deze energiestrategie. We moesten ons – excuses voor het woord, ik wil niet uit het Parlement verwijderd – rot vechten voor het Europees economisch herstelplan, energie-efficiëntie en alternatieve brandstoffen, en op onderzoeksgebied hebben we hetzelfde probleem.
In dezelfde week waarin we debatteren over iets wat – ik geef het toe, commissaris – ten dele een goede strategie is, stemmen we over een verslag over de subsidie op steenkool waarin staat dat Spanje steenkool subsidieert in een niet-concurrerende steenkoolmarkt ten bedrage van 50 000 euro per baan, terwijl het gemiddelde 17 000 euro per baan is. Hoe kunnen we concurrerend en modern zijn als we dit soort beslissingen nemen? Zoiets ondermijnt de gehele strategie.
Jaroslav Paška (EFD). - (SK) We hebben uit de gebeurtenissen van de afgelopen jaren rond de onderbreking van de gasleveranties uit de Oekraïne en de omvangrijke stroomuitval in meerdere lidstaten van de Europese Unie kunnen leren dat ons energiestelsel over onvoldoende reserves beschikt om crisissituaties het hoofd te bieden. Bovendien is duidelijk geworden dat er voor de uitbouw van het stelsel omvangrijke investeringen nodig zijn en dat het nodig is om bij de besluitvorming ten aanzien van de wijzigingen aan het stelsel op weloverwogen en gecoördineerde wijze te werk te gaan, om ervoor te zorgen dat de geïnvesteerde middelen zo doeltreffend mogelijk worden aangewend.
In onderhavige verslag wordt daar zeer uitgebreid op ingegaan door welhaast alle aspecten te behandelen waarmee bij het oplossen van de energieproblemen rekening moet worden gehouden; van wetgeving en bevoegdheden via het handelsrecht tot de modernisering van netwerken en de financiering daarvan.
Naast de veiligstelling van de energietoevoer en de ondersteuning van onderzoek en ontwikkeling, wordt er aandacht besteed aan de noodzaak tot grotere energiezuinigheid en toepassing van hernieuwbare energiebronnen. Het onderhavige verslag is gezien de compleetheid en ook de evenwichtigheid ervan mijns inziens een goed uitgangspunt voor verdere werkzaamheden ter verbetering van het Europees energiestelsel.
Bendt Bendtsen (PPE). - (DA) Mijnheer de Voorzitter, ten eerste wil ik de rapporteur danken voor haar uitstekende werk en het zeer evenwichtige verslag. Er bestaat geen twijfel over dat er een toenemende behoefte is aan een nieuwe energiestrategie voor Europa; ook Europese bedrijven zijn zich daarvan bewust. We worden steeds meer afhankelijk van gas uit Rusland en olie uit het Midden-Oosten. De energiestrategie is enerzijds deel gaan uitmaken van het buitenlands en veiligheidsbeleid van Europa en is anderzijds ook een kwestie van energievoorzieningszekerheid. De besluiten die wij in Europa nemen, zijn van doorslaggevend belang voor ons concurrentievermogen. Er is behoefte aan omvangrijke investeringen in de toekomst, zodat een volledige en samenhangende interne markt wordt bereikt, en tevens is er behoefte aan omvangrijke investeringen in energie-efficiëntie. Wat we besparen, is als eerste verdiend. Ook is energie-efficiëntie de goedkoopste manier om de CO2-emissies terug te brengen.
Ik wil graag de commissaris, de heer Oettinger, danken voor zijn opmerkingen vandaag over energie-efficiëntie. Wat betreft energie-efficiëntie, ongeacht of de doelstellingen al dan niet bindend zijn, ben ik tevreden met de mededeling van de Commissie, die een opsomming bevat van een groot aantal gebieden waar we meer kunnen doen. Verder sta ik open voor het voorstel om de Commissie meer macht te geven om de nationale actieplannen af te wijzen, indien ze niet toereikend zijn om onze doelstelling van 20 procent in 2020 te bereiken.
Daar komt bij dat de Verenigde Staten en China enorm veel investeren op het gebied van energie-efficiëntie. Iedereen is zich ervan bewust dat de prijs van energie in de toekomst zal stijgen en Europa is momenteel niet in staat om op wereldniveau te concurreren. Daarom zijn we genoodzaakt om, met behulp van verstandige investeringen in energie-efficiëntie, infrastructuur, intelligente netwerken en dergelijke, onze bedrijven de mogelijkheden te geven om hun concurrentievermogen te vergroten. De bijkomende winst zal bestaan uit nieuwe banen en innovatieve bedrijven in een Europa dat momenteel duizenden arbeidsplaatsen kwijtraakt.
Ivari Padar (S&D). - (ET) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de rapporteur en collega’s complimenteren met dit geslaagde verslag. De creatie van een pan-Europese energiemarkt is in het belang van alle Europeanen. Bij het openstellen van de energiemarkten hebben wij echter de kwesties van transparantie en alomvattendheid van de markt over het hoofd gezien.
Ik maak mij zorgen over het feit dat, terwijl honderden miljarden euro aan elektriciteit, gas en CO2-emissiequota op de markten van eigenaar wisselen, er een duidelijk gebrek aan toezicht en wetgeving bestaat. Ik verwelkom daarom het initiatief van de Europese Commissie om dit vacuüm te vullen. Ik hoop dat de mededeling van de Commissie, die binnenkort wordt aangenomen, zich vooral richt op consumentenbescherming en een duidelijk pan-Europees reguleringskader opstelt, dat ondubbelzinnige regels en definities invoert om handel met voorkennis en marktmanipulatie te voorkomen en de liquiditeit van de markten te vergroten.
Ik ben van mening dat het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators (ACER), dat is opgericht met het derde pakket betreffende de interne markt, toezicht moet houden op de handel in elektriciteit, gas en emissies en ik stel voor dat de lidstaten het toezicht op deze drie markten aan één regulator overlaten.
Fiona Hall (ALDE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben blij dat in de energiestrategie Europa-2020 van de Commissie wordt verwezen naar de huidige evaluatie van de impact van indirecte wijziging van het bodemgebruik. Het is van groot belang dat de Commissie haar verplichting nakomt om aan het einde van dit jaar met een voorstel hiervoor te komen, niet alleen om de wijdverbreide maatschappelijke ongerustheid te temperen over het punt dat sommige biobrandstoffen die momenteel op de markt zijn mogelijk niet tot een nettoreductie van de uitstoot van broeikasgassen leiden, maar ook in het belang van de sector, die innovatieve processen ontwikkelt waarvan de toegevoegde waarde erkenning verdient.
Wat de kwestie van de energiezekerheid betreft wil ik de Commissie ook vragen om nog eens na te denken over haar opmerkingen over de harmonisatie van nationale steunregelingen voor hernieuwbare energiebronnen. Ik ben een voorstander van actie op Europees niveau wanneer het toegevoegde waarde heeft, maar de lidstaten hebben nog maar kort geleden hun nationale actieplannen voor duurzame energie gepresenteerd en zijn bezig deze uit te voeren; hier zou harmonisatie doorschieten.
Maria Da Graça Carvalho (PPE). - (PT) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, ik wil om te beginnen de rapporteur feliciteren met dit uitstekende verslag. De energiesector is de aanjager van economische groei. Europa heeft sinds 2008 een strategie voor energie en voor de bestrijding van klimaatverandering. Het is van groot belang dat deze strategie wordt geïmplementeerd. Maar dankzij het Verdrag van Lissabon kunnen we nog verder gaan, omdat daarmee de weg geopend is voor de vorming van een echte Europese Energiegemeenschap.
We moeten de interne energiemarkt verder uitbouwen, netwerken opbouwen en met elkaar verbinden, de energiezekerheid en -solidariteit waarborgen en de consument centraal stellen bij onze afwegingen. We moeten dringend de financiering opvoeren en de instrumenten en programma’s verder ontwikkelen ter bevordering van energie-efficiëntie. Wetenschappelijk onderzoek en technologie spelen een centrale rol bij het bereiken van deze doelstellingen.
Ik ben dan ook blij met de verschillende Europese industriële initiatieven die in het kader van het strategisch plan voor energietechnologie (het SET-plan) gelanceerd zijn en ik roep de Commissie op, ook de overige initiatieven uit te voeren. Onderzoek en ontwikkeling op het gebied van energietechnologische innovatie moeten ook een centrale prioriteit vormen binnen het achtste kaderprogramma. Het is dan ook van groot belang dat er voldoende middelen beschikbaar komen voor de ontwikkeling van schone en duurzame technologieën. Alleen op die manier zullen we het concurrentievermogen van onze industrie kunnen handhaven, economische groei stimuleren en werkgelegenheid scheppen.
Kathleen Van Brempt (S&D). - Voorzitter, het woord dat hier vandaag het meest gevallen is tot nu toe is het woord strategie. Terecht. We verwelkomen dan ook de strategie van de Commissie. Toch zijn we een beetje ontgoocheld, commissaris, over de strategie, want een goede strategie betekent een goede analyse maken, die te maken heeft met de bevoorradingsproblemen, die vooral te maken heeft met de ecologische problemen én met de sociale problemen. En vanuit die strategie stellen we dan prioriteiten. En ik hecht heel veel belang aan het woord ‘prioriteit’, want dat betekent dat je een rangorde maakt. Voorop in de rangorde staat energie-efficiëntie. U hebt er wel naar verwezen, maar waarom is het toch zo moeilijk, als we energie-efficiëntie zo belangrijk vinden, om doelstellingen te formuleren die we willen afdwingen in onze lidstaten. Dat is cruciaal. We weten dat het werkt, en het is een manier om te komen waar we moeten komen. Dus ik wil de commissaris vragen om deze prioriteit toch op te nemen. En als u een voorbereiding maakt voor de grote top in februari, om die ook echt voor te leggen.
Romana Jordan Cizelj (PPE). – (SL) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, vandaag nemen wij een besluit over de koers van de ontwikkeling van energie tot aan het jaar 2020, maar deze periode is veel te kort. Het duurt jaren om energievoorzieningen op te zetten. Ook het opbouwen van netwerken en elektriciteitscentrales vergt nogal wat tijd. De levensduur van dergelijke installaties is tientallen jaren. Om die reden hebben investeerders betrekkelijk stabiele richtsnoeren voor een aanmerkelijk langere periode nodig. Als wij onze doelen met betrekking tot klimaatverandering en hernieuwbare energie willen verwezenlijken, moeten we een beleidsraamwerk ontwikkelen dat veel verder de toekomst in gaat. We hebben een strategiedocument voor de ontwikkeling van energie tot ten minste 2050 nodig.
Kernenergie wordt steeds meer een van de energiebronnen van de toekomst en ik zou derhalve drie taken eruit willen lichten die ons mijns inziens in dat verband op Europees niveau te wachten staan. Ten eerste moeten we wetgevingsmaatregelen nemen om een veilige ontmanteling van kerncentrales en verwijdering van radioactief afval volgens het ‘vervuiler betaalt’-beginsel te waarborgen.
Ten tweede moeten we er door middel van doeltreffende en transparante procedures voor zorgen dat nieuwe elektriciteitscentrales worden gebouwd volgens de hoogst mogelijke veiligheidsnormen. Dat kunnen we doen door minimumnormen in te voeren voor de goedkeuring en bevestiging van ontwerpen van nieuwe kerncentrales. Bovendien moeten we overwegen om nieuwe soorten kerncentrales op Europees niveau een vergunning te verlenen. Mede daardoor zouden we kunnen profiteren van de gebundelde kennis en landen kunnen helpen die nu pas beginnen met kernenergie en landen met uiteindelijk betrekkelijk kleine overheidsinstanties.
Ten derde moeten we het besluitvormingsproces met betrekking tot nucleaire vraagstukken democratischer gestalte geven. Kernenergie is slechts een van de vele mogelijke energiebronnen en besluitvormingsprocedures moeten derhalve gelijk zijn aan die voor steenkool, hernieuwbare energie, gas en olie. Het Europees Parlement moet medebeslissingsbevoegdheid krijgen. We hoeven het Euratom-Verdrag niet te herzien, aangezien dit door middel van een interinstitutionele overeenkomst kan worden bewerkstelligd.
Adam Gierek (S&D). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, energie maakt ongeveer 40 procent uit van de productiekosten, arbeid slechts 15 procent, maar de productie van grondstoffen voor het opwekken van energie kost ook energie. Het concurrentievermogen van de economie wordt dus afhankelijk van energie. De dogma’s over de invloed op het mondiale klimaat en de bevordering van de zogenaamde koolstofarme economie zijn onzin. Het geploeter met de koolstofdioxidereductiedoelstellingen is een voorbeeld van een sociaaleconomisch onverantwoord voorstel, net als de technologie voor het afvangen en opslaan van kooldioxide die is opgelegd aan steenkoolcentrales – waarom niet aan andere brandstoffen? Waarom is effectiviteit niet de motor van vooruitgang?
Ik waarschuw voor sociale onrust omdat er energiearmoede wordt geschapen. In de nieuwe landen van de Unie gaat ongeveer 40 procent van de gezinsuitgaven naar energie. Ik waarschuw ook voor het verlies van energiezekerheid vanwege de opgelegde wettelijke regels, vooral door het klimaat- en energiepakket. Nog één ding – waarom mogen lidstaten niet zelf besluiten hoe zij de CO2-emissie in hun eigen land willen reduceren, net als bij de energiemix?
Lambert van Nistelrooij (PPE). - Voorzitter, met het nieuwe Verdrag van Lissabon is energie een gedeelde verantwoordelijkheid geworden tussen de EU en de lidstaten. Het tweede energiepakket, eigenlijk onze basis hier, verdient duidelijk aanvulling en het verslag geeft daarover een goede analyse. Maar de lidstaten moeten aan de bak, met hun particuliere en openbare partijen. De operationele programma’s tussen en in de lidstaten worden steeds belangrijker. De doelstellingen in percentages, zowel voor klimaat als voor energie, liggen voldoende vast. Er is geen behoefte aan nieuwe aanvullende bindende doelstellingen. Er werd al gezegd: implementatie telt, de burgers, de consumenten meenemend. En misschien is het wel zo dat de Commissie sterker moet worden in de beoordeling van die nationale programma’s. En moeten we daar onze middelen, misschien eurobonds, van afhankelijk te stellen. Er zit nog steeds een leemte tussen datgene wat wordt gezegd en wordt gedaan. Twee accenten: energie-efficiëntie, een geweldige mogelijkheid. Het draagt bij tot concurrentiekracht van onze bedrijven, tot de werkgelegenheid. Denk eens aan de installatiesector en de bouwsector. Kijk ook in uw eigen land: tienduizenden banen zijn er in Duitsland mee gecreëerd. Het tweede punt: ja, inderdaad, u zei het. De infrastructuur tussen de landen, in de landen en smart grids. Daarvoor zijn die eurobonds nodig. En ik heb een vraag aan de commissaris: wordt er een voortgang gemaakt naar die eurobonds in december? We praten over nieuwe middelen, we hebben geld nodig, en ik wil graag van u horen of u daarmee inderdaad geld bij elkaar krijgt? Actie, dat hebben we nodig.
Silvia-Adriana Ţicău (S&D). – (RO) Mijnheer de Voorzitter, de energiestrategie van de Europese Unie moet gericht zijn op energie-efficiëntie, zodat wij de consumptie van primaire energie en het energietekort kunnen terugbrengen, en daarnaast op het bevorderen van energie uit hernieuwbare bronnen en de zekerheid van de energievoorzieningen van de Unie. Het is echter absoluut noodzakelijk dat de energiestrategie van de Unie wordt gekoppeld aan het industrieel beleid, het transportbeleid, het onderzoeks- en innovatiebeleid, en het beleid inzake de strijd tegen de klimaatverandering.
Wij roepen de Commissie en de lidstaten op de financiële en fiscale instrumenten te ontwikkelen die nodig zijn om te zorgen voor energie-efficiëntie, met name in de bouwsector, en om energie-efficiëntie en een slimme energie-infrastructuur tot prioriteiten te maken binnen het toekomstig meerjarig financieel kader.
De Unie zou groter belang moeten hechten aan het Oostelijk Partnerschap, met name ten aanzien van de Zwarte Zeeregio, die van specifiek geopolitiek belang is voor de veiligheid van de energievoorzieningen en de spreiding van de energievoorzieningsroutes van de Unie.
Ook roepen wij de Commissie en de lidstaten op het project van de Europese zuidelijke gascorridor, met name het Nabucco-project, voort te zetten, hetgeen aanzienlijk moet bijdragen aan de zekerheid van de energievoorzieningen.
Alajos Mészáros (PPE). – (HU) Mijnheer de Voorzitter, voor dit werk moeten we zowel mevrouw Kolarska-Bobińska als commissaris Oettinger dankbaar zijn. Dit is heel belangrijk werk. Met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon zal de Europese energiestrategie in de toekomst gebaseerd zijn op vier nieuwe pijlers: één energiemarkt, voorzieningszekerheid, energie-efficiëntie en de interconnectie van Europese energienetwerken.
Als we onze nieuwe energiestrategie willen formuleren, moeten we een aantal uitdagingen voor ogen houden. Onze fossiele brandstofvoorraden slinken gestaag, maar met nieuwe vindplaatsen van grondstoffen, onderzoek en ontwikkeling kunnen we de bruikbare reserves laten stijgen. Samen met de bevolking neemt ook de energieafhankelijkheid van de Europese Unie toe. In 2030 zal de Europese Unie zich genoodzaakt zien 65 procent van haar energie-import uit bronnen buiten de EU te halen. Bij de aardgasvoorziening kan dit getal zelfs 80 procent zijn. We moeten streven naar een verdere diversificatie van aanvoerroutes en leveranciers. Ook de renovatie van werkende krachtcentrales kan cruciaal zijn.
Het is niet genoeg om enorme bedragen te besteden aan de ontmanteling van verouderde krachtcentrales, we moeten ook aandacht besteden aan het onderhoud ervan. De lidstaten moeten over het algemeen hun standpunt over atoomenergie herzien. Het werk aan de ontwikkeling van atoomenergie moet worden voortgezet, aangezien we anders onze doelstellingen in verband met de klimaatverandering niet kunnen verwezenlijken. Op dit vlak zou ik hoe dan ook aanraden om ons industriële en commerciële concurrentievermogen niet in gevaar te brengen met al te ambitieuze plannen. In deze zin is het voorliggende verslag evenwichtig omdat daarin realistische toezeggingen worden gedaan, en daarom steun ik het van ganser harte.
Mario Pirillo (S&D). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, het waarborgen van duurzame, veilige en toegankelijke energie zal in de komende jaren zonder twijfel een van de grootste uitdagingen voor Europa zijn.
Voor het behalen van de Europese beleidsdoelstellingen is een aantal maatregelen strikt noodzakelijk. De volledige verwezenlijking van de interne energiemarkt kan alleen worden bereikt als alle lidstaten uitvoering geven aan de huidige wetgeving met betrekking tot het energiepakket.
Ik ben van mening dat de strategiedoelstellingen niet volledig behaald kunnen worden zonder te investeren in moderne en intelligente infrastructuur, en bovenal in het gebruik van en onderzoek naar hernieuwbare energie. Want investeringen zijn niet alleen de meest kosteneffectieve manier om de energiebehoefte van de EU te drukken, maar ze zullen ook belangrijk zijn in de strijd tegen de klimaatverandering.
VOORZITTER: STAVROS LAMBRINIDIS Ondervoorzitter
Hannes Swoboda (S&D). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de rapporteur evenals de schaduwrapporteurs en u, mijnheer Oettinger, van harte danken, want wat u de afgelopen dagen en weken heeft gepresenteerd, is cruciaal voor de ontwikkeling van de Europese Unie. Desalniettemin ben ik net als mevrouw Van Brempt, de heer Turmes en anderen van mening dat wij nog een stap verder moeten gaan, want – als ik zo vrij mag zijn – een verstandig, ecologisch energiebeleid werkt bijna als een ‘draagraket’ voor groene groei en groene arbeidsplaatsen.
We hebben hier gisteren nog over gediscussieerd met de voorzitter van de Commissie. Helaas wordt daar vandaag nauwelijks iets over gezegd. Desalniettemin moeten wij deze extra stappen zetten. Uiteraard is een heleboel met betrekking tot een milieugeoriënteerd energiebeleid nu nog duur. Als we echter bedenken wat dit voor het milieu oplevert en wat het voor het Europese bedrijfsleven betekent om een toonaangevende rol te spelen, dan moeten we constateren dat dit ook voor arbeidsplaatsen van belang is.
De heer Reul heeft gelijk: we hebben vele energiebronnen nodig. Wellicht niet allemaal – daarover verschillen we op vele punten van mening. We moeten echter weten welke kant energie-efficiëntie, energiebesparingen en hernieuwbare energie op gaan. Dat zijn de motoren van een toekomstgerichte Europese economie.
Petru Constantin Luhan (PPE). – (RO) Mijnheer de Voorzitter, het energievraagstuk heeft dusdanig veel prioriteit dat wij dit niet langer kunnen uitstellen. Voor het toekomstig actieplan 2011-2020 is het van belang dat wij een grote bijdrage leveren aan de versterking van het gemeenschappelijk beleid van de Europese Unie.
Wij hebben nauwe samenwerking nodig, met name op het vlak van energie-infrastructuur, alsmede toereikende EU-financiering. Ik geloof dat als wij een strategische infrastructuur voor de EU willen ontwikkelen, die de uitbreiding en integratie van alle plaatselijke, regionale en Europese energiemarkten omvat, wij niet alleen moeten zorgen voor publieke en EU-financiering, maar ook meer aandacht moeten besteden aan de private sector en de investeringen uit die hoek.
Ik geloof dat het bevorderen van publiek-private partnerschappen een goede manier is om dit doel te verwezenlijken. Wij kunnen dit doen door de nodige politieke en administratieve steun te verlenen, een zeker mate van financiering te bieden en bepaalde overheidsgaranties af geven. Zo kunnen wij met succes voor de financiering zorgen die van zulk essentieel belang is voor de toekomst van elk energiebeleid.
Arturs Krišjānis Kariņš (PPE). – (LV) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, vandaag wil ik enkele woorden wijden aan het welzijn van onze burgers en aan eilanden. Doorgaans denken we bij eilanden aan plezierige dingen, redenen waarom we daar naartoe willen gaan – de zon, de warmte. De afgelegen locatie van de zuidelijke eilanden is zelfs gunstig voor het welzijn van de eilandbewoners, omdat toeristen hierdoor worden aangetrokken, maar met betrekking tot energie is afzondering of een insulaire status uiterst nadelig voor de bevolking. Dan is dat nu juist datgene wat ze niet nodig hebben. Waarom? Afzondering betekent op het gebied van energie dat sommige monopolies als vanzelf overheersen op deze markt en dat betekent voor de bevolking wederom onzekerheid in de voorziening en hoge prijzen. Dit verslag bevat de oplossing. Infrastructuur, infrastructuur, infrastructuur. Laten we interconnecties van netwerken in de Europese Unie tot stand brengen, zodat we allemaal samen worden gebracht en zodat onze burgers kunnen profiteren van fatsoenlijke prijzen en energiezekerheid. Dank u.
Francesco De Angelis (S&D). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik verwelkom deze uitstekende resolutie, en wel om vier redenen:
Ten eerste benadrukt de resolutie dat energie-efficiëntie en energiebesparing kosteneffectieve manieren zijn om de energiebehoefte van de EU te drukken en klimaatverandering te bestrijden. Ten tweede wordt de nadruk gelegd op het belang van intelligente infrastructuur. Ten derde spoort de resolutie aan tot het volledig uitvoering geven aan de huidige Europese wetgeving. En ten vierde is de resolutie gericht op de verwezenlijking van een energiebeleid met een krachtige en consistente internationale dimensie.
Tot slot wil ik het belang van energiezekerheid en investeringen in onderzoek, ontwikkeling en innovatie benadrukken, om de belangen van de consumenten, ondernemingen en burgers zo goed mogelijk te behartigen.
Zigmantas Balčytis (S&D). – (LT) Mijnheer de Voorzitter, ik ben ervan overtuigd dat alle lidstaten van de Europese Unie zich op dit moment ernstig zorgen maken over hun energie en op de eerste plaats wil ik de rapporteur en de schaduwrapporteurs van harte danken voor het feit dat wij nagenoeg allemaal, de vertegenwoordigers van alle lidstaten, de mogelijkheid hebben gehad om onze eigen voorstellen in te dienen, waardoor er dankzij een aantal intelligente compromissen een uitstekend document is ontstaan. Bovendien is het mijns inziens niet zozeer belangrijk om ambitieuze plannen te hebben als wel om echte plannen te hebben, dat wil zeggen echte infrastructuur, interconnecties, een echte mogelijkheid voor de burgers om de energieleverancier te kiezen waar zij energie van willen afnemen, en uiteraard een echte marktprijs. Ik ben ervan overtuigd dat we een heleboel hebben bereikt als we dit weten te realiseren. Mijns inziens moeten we in de toekomst beter kijken naar de wensen en behoeften van de lidstaten, want als we een gemeenschappelijke energiemarkt willen creëren, moeten deze wensen en behoeften met elkaar in overeenstemming worden gebracht. Commissaris, ik wil u eveneens danken voor uw prompte reactie op de ondertekening van bepaalde overeenkomsten en ik ben blij dat het solidariteitsbeginsel op Europees niveau diep geworteld is.
Sonia Alfano (ALDE). – (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, ik heb het verslag aandachtig gelezen en vind het in zijn geheel genomen een goed verslag. Ik ben echter verbijsterd door een aantal verwijzingen naar de toekomst van kolen in de Europese strategie, in het bijzonder door paragraaf 52 waarin de Commissie wordt verzocht wettelijke voorschriften te formuleren om de bouw van kolengestookte centrales te faciliteren.
In de VS is enkele jaren geleden een politieke en maatschappelijke beweging ontstaan die heeft geleid tot een stop op de bouw van kolengestookte centrales. Naast de uitstoot van CO2 heeft vooral de problematische verwerking van as, dat veel giftige stoffen bevat, meegewogen in deze beslissing. Ik sta dus niet achter de verdediging van kolengestookte centrales en ik wil erop wijzen dat de zogenaamde “schone steenkool” eerder een slogan is dan de werkelijkheid.
Daarnaast heb ik sommige van mijn collega’s de kosten en veiligheid van kernenergie met hand en tand horen verdedigen. Wie dat doet laat helaas blijken niet te weten waar hij of zij over praat. Er zijn namelijk wel alternatieven, namelijk echte, hernieuwbare energie, en de Unie moet haar beleid voor de komende decennia daar op afstellen.
Oreste Rossi (EFD). – (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, in dit verslag wordt uitgegaan van het basisprincipe dat Europa een gemeenschappelijk energiebeleid nodig heeft. Het analyseert zeer precies methoden en termijnen, en biedt zo belangrijke en interessante aanknopingspunten.
Ik heb zelf gesproken op het Europees Energieforum, dat Voorzitter Buzek voor ons Parlement en vertegenwoordigers van 27 lidstaten had georganiseerd, en ik heb er mijn voorkeur uitgesproken voor een algemeen energiebeleid dat de toegangsvoorwaarden voor energie gelijk maakt voor particulieren en bedrijven. Zo verdwijnen de huidige, aanzienlijke, kostenverschillen.
Het is jammer dat we ook in dit voor de rest goede verslag de inmiddels onvermijdelijke verwijzingen naar de verantwoordelijkheden van de Europese Unie in de strijd tegen klimaatverandering tegenkomen. Daarvoor bestaan namelijk specifieke documenten, en het lijkt me overbodig daar steeds maar weer naar te blijven verwijzen, alleen om enkele radicale Groenen tevreden te houden.
Wat ons betreft kan een tweede verbintenisperiode in de geest van het Kyotoprotocol alleen doorgang vinden in een globaal kader, waarin alle belangrijke economieën worden betrokken en met een juridisch bindende overeenkomst.
Radvilė Morkūnaitė-Mikulėnienė (PPE). – (LT) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de rapporteur feliciteren en mijn dank uitspreken aan de commissaris, die zich met zoveel toewijding bezighoudt met de energiestrategie en het energiebeleid. Wij hebben ambitieuze doelstellingen om het proces van de klimaatverandering tegen te gaan. Wat betreft de bescherming van het milieu kan energie een vriend maar ook een vijand zijn. In de Europese Unie zijn we afhankelijk van fossiele brandstoffen, die worden gebruikt om energie op te wekken. Nu de hulpbronnen in de EU op raken, worden wij in toenemende mate afhankelijk van derde landen en het is derhalve niet alleen belangrijk om hernieuwbare energie te ontwikkelen, maar ook om te investeren in onderzoek naar het verbeteren van de energie-efficiëntie. Tijdens de vorige vergaderperiode hebben we gedebatteerd over de toekenning van extra geld uit het Europees economisch herstelplan aan energie. Het zou wellicht zinvol zijn als we geld uit andere Europese financieringsinstrumenten ter beschikking zouden kunnen stellen, dat is aangemerkt voor algemene energie-efficiëntie. Hernieuwbare energie is niet alleen met het oog op klimaatverandering maar ook in verband met energiezekerheid belangrijk voor ons. De bilaterale overeenkomsten van een aantal lidstaten betreffende de tenuitvoerlegging van projecten als “Nord Stream” veroorzaken wantrouwen, niet alleen over milieukwesties, maar ook over solidariteitsbeginselen, en daarom moet er op dit gebied transparantie zijn.
Elena Băsescu (PPE). – (RO) Mijnheer de Voorzitter, naar mijn mening is versterking van het potentieel van de Unie voor hernieuwbare energie een van de centrale aspecten van het verslag. Daarom zou ik in herinnering willen brengen dat de regio Dobrogea in Zuidoost-Roemenië in een paar jaar tijd zal uitgroeien tot het grootste windenergiepark van Europa. De bouw van de 522 turbines zal in 2011 worden afgerond. De aanleg van het park zal Dobrogea in staat stellen 50 procent van het nationale energieverbruik te verzorgen.
Infrastructuur is een ander belangrijk aspect van een efficiënte energiemarkt. De EU zal moeten kiezen uit projecten waarvan de efficiëntie en de financiële winstgevendheid aantoonbaar is. De interconnector Azerbeidzjan-Georgië-Roemenië, die een van de belangrijkste bijdragen van Roemenië is aan de ontwikkeling van de energie-infrastructuur, heeft maar lage kosten en biedt een echt alternatief.
Spreiding van de energievoorzieningsbronnen is ook binnen de oliesector een noodzaak. De P8-pijpleiding is een goed voorbeeld hiervan. Roemenië en Servië hebben onlangs de haalbaarheidsstudies voortgezet naar de bouw van een eerste deel van de pijpleiding tussen Constanţa en Pancevo.
Ioan Enciu (S&D). – (RO) Mijnheer de Voorzitter, spreiding van de bronnen, een nieuwe energie-infrastructuur en een groter aandeel aan hernieuwbare energie zijn van groot belang voor de toekomst van de energievoorziening van de Europese Unie. Tegelijkertijd moeten wij echter niet stoppen met het gebruik van oude energiebronnen. Deze kunnen immers, al naargelang de mogelijkheden en behoeften van elke lidstaat, met behulp van innovatieve technologie zeker worden verbeterd.
Voor mij en de burgers die ik vertegenwoordig, is het belangrijkste punt echter dat wij moeten zorgen voor betaalbare prijzen voor alle consumenten, en dat wij daarnaast de banen in deze sector moeten behouden en nieuwe banen moeten creëren.
Wat wij moeten zien te voorkomen is een situatie waarin er energieoverschotten op de Europese markt ontstaan, omdat deze energie niet meer kan worden ingekocht vanwege de hoge prijzen.
Kyriakos Mavronikolas (S&D). – (EL) Mijnheer de Voorzitter, mijns inziens staat het na het Verdrag van Lissabon buiten kijf dat het Europees Parlement een veel grotere bijdrage kan leveren aan het energiebeleid.
Ik ben het eens met hetgeen de rapporteur zei en wil erop wijzen dat het energiebeleid nu meer dan ooit, direct en indirect, verband houdt met het meer algemeen buitenlands beleid van zowel de lidstaten als de Unie zelf. Inderdaad moeten er nu de onontbeerlijke projecten, infrastructuurprojecten komen en moet er regelgeving worden vastgesteld voor de wijze waarop overeenkomsten worden gesloten.
Wij willen heldere overeenkomsten, transparantie en een bijzondere verwijzing naar hernieuwbare energiebronnen. Wij moeten echter, mijnheer de commissaris, ook zorgen voor een gemeenschappelijke energiemarkt. Dat zou vooral de kleine, insulaire lidstaten van de Unie helpen en ervoor kunnen zorgen dat wij het belangrijke energievraagstuk allen tezamen, op transparante wijze, op één grote markt kunnen beheren.
Nick Griffin (NI). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil graag tegen de commissaris zeggen dat in het verslag over de nieuwe energiestrategie wordt voorbijgegaan aan één groot probleem: de oliepiek, ofwel het punt waarna de olieproductie alleen nog maar afneemt. De Commissie is echter in elk geval eindelijk doordrongen van deze gigantische en onmiddellijke dreiging. Zodra men het gevaar van de oliepiek inziet, kan het merendeel van dit grotendeels goedbedoelde verslag helaas als brandstof dienen.
Het enorme energietekort dat we gaan krijgen kan onmogelijk opgevuld worden door armzalige hernieuwbare energiebronnen of schaliekoolstoffen. Steenkool, kernfusie – en op de lange duur kernfusie plus -splijting – zijn de enige energiebronnen met voldoende capaciteit om ons te redden, nu het olietijdperk op zijn einde loopt.
Commissaris, kunnen we, nu dit inzicht er is, een nieuwe, serieuze aanpak van het energievraagstuk verwachten? We moeten alle onzin over windenergienetwerken en de opwarming van de aarde overboord zetten en ons richten op echte, wetenschappelijke oplossingen voor de oliepiekcrisis.
Günther Oettinger, lid van de Commissie. − (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, wij beginnen hier een debat en als ik kijk naar de punten waar uw bijdragen hoofdzakelijk op gericht waren, dan hebben wij een brede energiemix in de Europese Unie, in de lidstaten en ook in het Parlement. Ik heb alles de revue horen passeren, van 100 procent hernieuwbare energie tot kernfusie, kernenergie en steenkool. Dat betekent dat de prangende vraag zal zijn: kunnen wij het eens worden over een langetermijnstrategie? En zo ja, wat zal de consensus zijn?
Wij werken op dit moment met de strategie die de drie doelstellingen van 20 procent hernieuwbare energie, 20 procent minder CO2-emissies en 20 procent meer energie-efficiëntie omvat. Dat is de strategie voor het nieuwe decennium. Het is waar dat wij een langetermijnstrategie nodig hebben. De routekaart die wij u volgend voorjaar als ruw ontwerp presenteren, zal hierin voorzien. Met deze routekaart willen wij volgend jaar met u en de lidstaten de komende veertig jaar in overweging nemen en de prognoses ten aanzien van energiebehoefte, de energiemix, de milieudoelstellingen en energiezekerheid voor vier decennia uitbrengen. Geen eenvoudige klus. Stelt u zich eens voor dat wij ons in 1970 bevonden, voor de oliecrisis, voor de val van de muur, met slechts een paar lidstaten, en dat wij met de kennis die we in 1970 hadden ons licht over 2010 en de huidige energiesituatie moesten laten schijnen. Wij zouden er met onze inschattingen volledig naast hebben gezeten. Weten wij welke technische mogelijkheden de komende veertig jaar ontwikkeld zullen worden? Welke nieuwe politieke belangen de lidstaten zullen hebben? Desalniettemin pleit ik ervoor om een poging te wagen en een routekaart voor 2050 op te stellen.
Dan was er de vraag waarom wij bindende doelstellingen voor de vermindering van CO2-emissies nodig hebben en waarom de lidstaten dit niet kunnen doen. Dat ligt eenvoudigweg in het feit dat dit zo besloten is. Ik aanvaard de 20 procent CO2 en die 30 procent als wij andere partners wereldwijd vinden. Dat is een besluit van het Parlement, waar u deel van uitmaakt, en van de Raad, en dat breng ik ten uitvoer. Als u iets anders wilt, dan zegt u het mij maar. Als de doelstellingen niet bindend zouden zijn, zouden de lidstaten zich er mijns inziens echter simpelweg niet aan houden. Als wij afzien van bindende doelstellingen, dan zouden de lidstaten minder of niets meer doen, met name in economisch moeilijke tijden.
Het onderwerp energie-efficiëntie is ter sprake gebracht. Wij zetten in onze strategie uitsluitend de hoofdlijnen daarvoor uit. Concrete details met betrekking tot de tenuitvoerlegging, evenals de instrumenten, maatregelen en de financiële corridor zullen in het voorjaar volgen, als wij de energiestrategie hebben gepresenteerd die op dit moment door u wordt behandeld.
Er zijn vragen over de interne markt gesteld. Heb vertrouwen in mij en de heer Almunia. Wij zullen volledige nakoming van het tweede en derde internemarktpakket veiligstellen, we zullen niet-nakomingsprocedures instellen en alles in het werk stellen om in de komende vijf jaar voor gas en elektriciteit een interne markt met concurrentie en transparantie te realiseren. Wij hebben de afgelopen weken de lidstaten raad gegeven – de Poolse regering in de kwestie-Jamal, de Bulgaarse regering in de kwestie-South Stream en met betrekking tot gasleveringen aan Bulgarije. Lidstaten zijn inderdaad niet altijd in staat dan wel bereid om ervoor te zorgen dat hun bilaterale overeenkomsten in overeenstemming zijn met de internemarktregels. Waar ons advies wordt gevraagd, geven wij dat, maar de lidstaten moeten eveneens hun medewerking verlenen. Er zijn ook grote lidstaten waar de interne markt niet functioneert. Een van die landen ligt niet ver hier vandaan, het is wellicht zelfs het land waarin wij ons nu bevinden. Ik zou de afgevaardigden uit Frankrijk derhalve willen vragen: bent u bereid om samen met mij te werken aan de verwezenlijking van een interne markt in Frankrijk en in andere landen? Daar heb ik uw steun bij nodig – niet op nationaal niveau, maar op Europees niveau.
In verband met de zuidelijke corridor zal het besluit inzake Nabucco, TAP of ITGI in het eerste kwartaal van het volgend jaar, meen ik, worden genomen. Gasinfrastructuur vereist dat wij praten over de vraag hoeveel gas wij de komende decennia nodig hebben voor verwarming en de elektriciteitsconversie. Dat is momenteel 500 miljard kubieke meter per jaar. Zal dit meer of minder worden? Ook dat zal in de routekaart voor 2050 worden opgenomen.
De heer Rohde noemde het voorbeeld van China. China is altijd goed om mee te vergelijken, maar moet mijns inziens niet direct worden beschouwd als een voorbeeld dat we moeten volgen. U heeft gelijk dat er in China zeer veel in windenergie wordt geïnvesteerd. Dat is waar, maar u heeft er niet bij gezegd dat China op dit moment al het steenkool van overal ter wereld opkoopt en nog veel meer in steenkool investeert. Het afgelopen jaar heeft China meer in hernieuwbare energie geïnvesteerd dan Duitsland. Dat is waar. Toch daalt het aandeel hernieuwbare energie in China, omdat er beduidend meer in kernenergie en steenkool wordt geïnvesteerd. Bovendien beschouwt China kernenergie als hernieuwbare energie. Daar ben ik het niet mee eens. Het is derhalve weliswaar belangrijk om een vergelijking met China te maken, maar ik raad u ten zeerste af om China als voorbeeld te volgen in ons Europese werk.
Nogmaals hartelijk dank. Ik heb u ook nodig bij de Europese begroting. Er is op aangedrongen om meer te doen, meer middelen beschikbaar te stellen voor onderzoek en infrastructuur. Daar ga ik in mee. Ik pak elke euro die u mij geeft, maar de begroting wordt vastgesteld door de Raad en het Parlement. Op basis van onze positieve ervaringen met het SET-plan, met middelen voor energieonderzoek en met het economisch herstelplan ga ik ervan uit dat wij voor infrastructuur een goed voorstel zullen presenteren en dat u dit zult ondersteunen, zodat er in het volgende decennium voldoende Europese middelen met meerwaarde voor passende Europese maatregelen op het gebied van infrastructuur en onderzoek beschikbaar zullen worden gesteld. In die zin hebben wij beslist voldoende mogelijkheden voor een goede samenwerking.
Lena Kolarska-Bobińska, rapporteur. – (PL) Mijnheer de Voorzitter, zoals u hebt gemerkt, zijn de discussiethema’s en meningen in het Europees Parlement zeer gevarieerd en uiteenlopend. Daarom is dit verslag het resultaat van het compromis dat we hebben bereikt. Ik ben van mening dat het een erg goed verslag is, omdat we tot een consensus zijn gekomen.
Ik wil mijn schaduwrapporteurs – mevrouw Ulvskog, de heren Rohde, Turmes, Szymański en anderen – bedanken voor het feit dat we op plezierige wijze deze consensus hebben bereikt. Ik wil ook mevrouw Castillo Vera bedanken voor haar samenwerking, hulp en steun, mevrouw Toth van de Fractie van de Europese Volkspartij voor haar hulp, de heer Hillman en ook de commissaris en medewerkers van de Commissie die mijn talrijke vragen hebben beantwoord en op verschillende ideeën hebben gereageerd.
Vandaag wordt in Brussel strijd geleverd tussen voorstanders van intergouvernementalisme en degenen die willen handelen op basis van solidariteit. Het Europees Parlement en de Commissie moeten garanderen dat op toekomstige bijeenkomsten van de Europese Raad solidariteit zal zegevieren over individuele nationale belangen. We hebben een zekere consensus bereikt. We hebben een strategie en moeten die, zoals de heer Turmes heeft gezegd, implementeren, implementeren en nog een keer implementeren en onszelf verweren tegen de verschillende particuliere belangen.
De Voorzitter. – Het debat is gesloten.
De stemming vindt morgen, donderdag 25 november, om 12.00 uur plaats.
Schriftelijke verklaringen (artikel 149)
Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk. – (PT) Ik vind deze nieuwe energiestrategie van essentieel belang voor de uitvoering van een concurrerende, duurzame en veilige strategie. In een tijd dat Europa steeds afhankelijker wordt van de invoer van energie, vind ik het van groot belang dat Europa zijn leidende rol blijft houden op het gebied van energie, door te investeren in innovatie en technologie. Voor een duurzamer energiebeleid zullen we moeten blijven investeren in hernieuwbare energieën, door meer concurrentie in te voeren in de energiesector, om zo op effectieve manier gestalte te geven aan de interne energiemarkt. Daardoor zullen de kosten omlaag gaan en zal het concurrentievermogen van onze economie toenemen, en ook zal dit meer welvaart en meer banen opleveren, die belangrijk zijn voor het evenwicht op de handelsbalans. Ik ben afkomstig uit een van de ultraperifere gebieden die op dit moment voor 27 procent autonoom is op energiegebied en die ernaar streeft in 2012 voor 75 procent autonoom te zijn. De concrete doelstellingen van de Azoren zijn ambitieuzer dan die van de EU, en er zijn resultaten bereikt die al op Europees niveau erkenning hebben gekregen, in het bijzonder die op het gebied van geothermische energie, dankzij een ambitieus energiebeleid, gericht op partnerschappen tussen de regio en de beste nationale en internationale onderzoekscentra. De Unie moet naar deze voorbeelden kijken en haar steun opvoeren op het gebied van onderzoek, innovatie en projectontwikkeling.
George Sabin Cutaş (S&D), schriftelijk. – (RO) Het is tijd dat wij ons buigen over een echte Europese energiestrategie. Op het moment zijn er gaten in de uitvoering van de EU-energiewetgeving. De bepalingen van het Verdrag van Lissabon bieden de Europese Unie een gezond wettelijk kader om een efficiënte interne markt te ontwikkelen, die garant staat voor veiligheid van de voorziening, duurzaamheid, interconnectiviteit van de netwerken, en solidariteit. In deze context hebben de nieuwe lidstaten, die veel kwetsbaarder zijn voor buitenlandse verstoringen van de energievoorziening, de steun nodig van de Europese Unie om deze uitdagingen het hoofd te bieden.
Daarnaast zou ik er bij u op willen aandringen de mogelijkheid van door de lidstaten gesubsidieerde kolenmijnen in ieder geval tot 2018 aan te houden. In een kapitalistische wereld staat de term “niet-concurrentiekrachtig” al gauw gelijk aan “maatschappelijke plaag”. Wij moeten echter ook denken aan het menselijke aspect en rekening houden met de nadelige sociaaleconomische gevolgen van het sluiten van de kolenmijnen, die een grote bron van werkgelegenheid vormen, voordat wij een mijn afdoen als niet-concurrentiekrachtig.
Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. – (PT) Dit verslag wil een bijdrage leveren aan een nieuw actieplan voor energie, in het kader van de Europa 2020-strategie. Een nieuw plan kan in principe een belangrijk initiatief zijn, mits we leren van de fouten en tekortkomingen van eerdere plannen. Het heeft niet veel zin vast te houden aan een benadering en voorstellen die ertoe geleid hebben dat we veel minder ver gekomen zijn dan wenselijk zou zijn geweest.
Enkele van de strategische tekortkomingen van het Europees energiebeleid, die in ogenschouw genomen moeten worden, zijn onder andere de volgende.
Het energiebeleid is een aanhangsel geworden van het milieubeleid, dat zich als einddoel stelt, nieuwe terreinen open te stellen voor financiële speculatie, door het mogelijk te maken winst te maken op emissierechten voor broeikasgassen. De energieproblematiek vraagt echter om een eigen aanpak, op basis van betere specifieke indicatoren, zoals energie-intensiteit en energietekort.
Op energiegebied wordt er ook vanuit gegaan dat alle problemen door marktwerking, met private investeerders, als bij toverslag worden opgelost. Er zijn achtereenvolgens al drie verschillende pakketten maatregelen geweest en er zijn overheidsmiddelen in gestoken, maar nog steeds hebben we geen concurrerende markten, nog steeds wordt er niet geïnvesteerd in infrastructuur en nog steeds is energie niet toegankelijker geworden voor de consument. Een volslagen mislukking op alle doelstellingen.
Het argument dat biobrandstoffen alleen maar milieuvoordelen zouden opleveren en een belangrijke impuls zouden geven aan de landbouw en aan de industrie van de Europese landen is niet steekhoudend gebleken.
András Gyürk (PPE), schriftelijk. – (HU) Ik neem met genoegen waar dat het engagement voor de verwezenlijking van één energiemarkt steeds sterker wordt in Europa. Dit alles wordt goed geïllustreerd door het feit dat zowel het verslag van mevrouw Kolarska-Bobińska van vandaag als de laatste energiestrategie en de infrastructurele prioriteiten van de Europese Commissie structurele wijzingen bevatten. Eindelijk begint het ons allemaal te dagen: om doorslaggevend succes te behalen, hebben we aanzienlijke investeringen, de opheffing van administratieve obstakels en concrete actieplannen nodig. Alleen zo kunnen we bereiken dat de belangrijkste doelstellingen van het Verdrag van Lissabon – één markt, voorzieningszekerheid, energie-efficiëntie en de verspreiding van hernieuwbare energiebronnen – voor alle lidstaten werkelijkheid worden.
Ik zie het als een grote stap voorwaarts dat in de eerder genoemde documenten energieprojecten in Midden- en Oost-Europa als speciale prioriteit worden behandeld. De gascrisis van vorig jaar heeft namelijk ook de Westerse landen duidelijk gemaakt dat de lidstaten in onze regio in grote mate afhankelijk zijn van één gasbron en dat de interne markt hier niet functioneert. Europa heeft erkend dat door de toegang tot alternatieve gasbronnen, de aanleg van een noord-zuidcorridor en de liquidatie van geïsoleerde markten de regionale voorzieningszekerheid toeneemt en tegelijkertijd een belangrijke stap wordt gezet richting een interne markt.
Parallel hieraan vergroten ook de versteviging van elektriciteitsnetwerken en de regionale interconnectie van aardolieleidingen de bewegingsruimte van onze regio. Het engagement mag echter niet ophouden bij het opstellen van een strategie. Ik vertrouw erop dat de structurele veranderingen in het belang van de efficiënte werking van de energiemarkt zo snel mogelijk worden doorgevoerd. Dan worden snelle en overzichtelijke vergunningsprocedures mogelijk, ontstaan er regionale initiatieven en komen er nieuwe financieringsinstrumenten beschikbaar.
Tunne Kelam (PPE), schriftelijk. – (EN) Na enkele dramatische ervaringen met de energievoorziening is het duidelijk geworden dat energie een sleutelfactor is in de veiligheid van de EU. Er is onmiskenbaar behoefte aan een strategische langetermijnvisie op energiegebied. De voorgestelde nieuwe energiestrategie is bedoeld om aan deze behoefte te voldoen. Eerst en vooral heeft Europa behoefte aan een samenhangende en geharmoniseerde interne energiemarkt, waarin verschillende energienetwerken moeten worden geïntegreerd door ze aan elkaar te koppelen. Dit is een absolute prioriteit voor de stabiliteit en veiligheid van de EU. Er zijn tegenwoordig nog steeds afgelegen regio’s in de EU die voor bijna 100 procent afhankelijk zijn van externe energieleveranties. In het geval van geïmporteerd gas geldt dit voor de drie Baltische lidstaten. Zij zijn afhankelijk van geëxporteerd Russisch gas, dat Moskou als instrument voor zijn buitenlandse beleid gebruikt. Het gevolg is dat de Baltische staten als directe buurlanden van Rusland 30 procent meer betalen dan Duitsland voor hetzelfde Russische gas. De nieuwe strategie voor het Oostzeegebied moet gericht zijn op de ontwikkeling van geïntegreerde distributienetten rond de Oostzee. Ik steun de toewijzing van een groter gedeelte van de begroting aan het gemeenschappelijke energiebeleid. Er moet met voorrang worden geïnvesteerd in de ontwikkeling van moderne en efficiënte energie-infrastructuren. Het verbeteren van de energie-efficiëntie betekent meer investeren in onderzoek en ontwikkeling en in nieuwe energietechnologieën.
Marian-Jean Marinescu (PPE), schriftelijk. – (RO) De voorgestelde energiestrategie moet op de lange termijn een gespreid samenstel van energiebronnen bevorderen, met inbegrip van niet alleen hernieuwbare energiebronnen, maar ook kernenergie. Deze strategie kan echter onmogelijk levensvatbaar zijn zolang het transmissienetwerk niet wordt versterkt, zodat ze kan bijdragen aan marktintegratie en de ontwikkeling van grootschalige duurzame energieproductie.
Daarnaast is consolidatie van de interconnectiviteit en de koppelingen met derde landen van ongemeen groot belang. De distributienetwerken moeten zeer dringend worden uitgebreid en gemoderniseerd, zodat de steeds vaker voorkomende gevallen van verdeelde productie kunnen worden geïntegreerd. Het spreekt voor zich dat marktintegratie tevens een beter gebruik van de bestaande operationele netwerken vereist. Dit zal moeten gebeuren op basis van grensoverschrijdende harmonisatie van de marktstructuur en door ontwikkeling van gemeenschappelijke Europese modellen voor het beheer van interconnectiviteit. Tot slot, maar daarom niet minder belangrijk, wordt een zeer belangrijk aspect gevormd door het opzetten van een slim EU-netwerk, dat in staat is de verschillende productie- en consumptiemodellen in realtime te beheren, te distribueren en te meten teneinde de veilige, efficiënte exploitatie van het toekomstige elektriciteitssysteem te waarborgen.
Rareş-Lucian Niculescu (PPE), schriftelijk. – (RO) Ik zou dit verslag willen verwelkomen, met name de verwijzingen naar de ontwikkeling van het potentieel van de bio-energiesector. Het potentieel van deze sector ligt in Europa nog onaangeroerd. Een van de relevante aspecten in deze context is dat sommige lidstaten te maken hebben met een situatie waarin enorme stukken landbouwgrond elk jaar onbebouwd blijven. Deze verlaten grond zou ook kunnen worden ingezet ten behoeve van hernieuwbare energie. De situatie in Roemenië, waarmee ik zeer goed bekend ben, biedt hier een duidelijk voorbeeld van: ongeveer 3 miljoen hectare land ligt ongebruikt, terwijl de stroom die er in dit gebied verloren gaat ongeveer 187 terawatt per uur bedraagt. Ik geloof dat deze kwestie moet worden overwogen tijdens de debatten over de toekomst van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Het verzoek dat aan de Commissie is gedaan om een beleidskader voor te stellen en de verdere bevordering van het gebruik van duurzame biobrandstoffen van de tweede generatie in Europa te ondersteunen, komt dan ook geenszins te laat en ik hoop dat dit zal worden aangenomen door de EU.
Wojciech Michał Olejniczak (S&D), schriftelijk. – (PL) Energiewinning is een van de belangrijkste uitdagingen voor de huidige wereld. De Europese Unie zet al jaren in op energiewinning met technologieën die een lage kooldioxide-emissie garanderen. Dat de rapporteur dit benoemt als een van de strategische doelstellingen komt niet als een verrassing en ik steun dit ten volle. De tweede strategische doelstelling, het waarborgen van continuïteit in de energievoorziening voor alle landen, krijgt ook mijn volledige steun. De rapporteur koppelt deze doelstelling aan de ontwikkeling van een economie met een lage kooldioxide-uitstoot. Dit is voor Polen een belangrijke zaak. Het is geen geheim dat de Poolse energiezekerheid gebaseerd is op steenkool. Om deze doelstelling effectief te kunnen behalen is stevige financiële steun van de EU nodig. Polen en vele andere landen erkennen de noodzaak voor de ontwikkeling van een economie met een lage kooldioxide-uitstoot, maar zij kunnen deze doelstelling niet zonder Europese steun bereiken. Tot slot ben ik tevreden dat de rapporteur de energievoorziening van alle consumenten tegen betaalbare prijzen tot een van de strategische doelstellingen van de nieuwe energiestrategie voor Europa heeft gemaakt. Ik accepteer de drie meest prominente doelstellingen van de nieuwe energiestrategie voor Europa en daarmee spreek ik mijn volledige steun uit voor de ontwerpresolutie “Naar een nieuwe energiestrategie voor Europa 2011-2020”.
Indrek Tarand (Verts/ALE), schriftelijk. – (SV) Ik ben erg blij dat wij vandaag weer eens de gelegenheid hebben om in het Europees Parlement actief te debatteren over kwesties met betrekking tot energiezekerheid. Laat er geen misverstand over bestaan: dit onderwerp ligt net zo gevoelig als gas. In de afgelopen jaren heeft de Europese Unie als geheel haar afhankelijkheid vergroot van energieleveranties uit bepaalde derde landen. Er is een risico aan die markt verbonden, niet alleen op grond van het economische aspect, maar ook door het gebrek aan democratische rechten en mensenrechten en de betrokkenheid van ondernemingen zonder goede bedrijfsconcepten. Wij moeten helaas erkennen dat het verslag van mevrouw Kolarska-Bobińska, dat uitstekend is, een beetje te laat wordt besproken en in stemming wordt gebracht. De Europese Commissie publiceerde al op 10 november haar energiestrategie voor Europa 2011-2020, dus is het vermoedelijk te laat om daar nog invloed op te hebben. Maar beter laat dan nooit. Ik wil daarom aan de meningen van vandaag het volgende toevoegen: Frankrijk heeft besloten een oorlogsschip van de Mistral-klasse aan Rusland te verkopen. Wij nemen aan dat Frankrijk zijn besluit oprecht betreurt.
Zbigniew Ziobro (ECR), schriftelijk. – (PL) In de ingediende ontwerpresolutie ontbreken nog steeds duidelijke verwijzingen naar twee belangrijke kwesties. Als eerste de financiële steun uit de EU-begroting voor het zoeken naar alternatieve energiebronnen zoals schaliegas. De Verenigde Staten hebben hun energieonafhankelijkheid te danken aan dit gas. Volgens wetenschappers en geologen tekent zich voor de Europese Unie een vergelijkbaar perspectief op energieonafhankelijkheid af. Hiervoor is het belangrijk om het EU-beleid te veranderen, zodat het zoeken naar en het gebruik van schaliegas wordt bevorderd. Verder is het ook belangrijk financiële steun te verlenen aan de instituten die zich bezighouden met de ontwikkeling van technologieën voor de winning en het transport van het gas, waaronder het gebruik van CO2 bij het breken van schalie. De tweede kwestie is het ontbreken van duidelijke verwijzingen naar de uitvoering van concrete investeringen op het gebied van brandstoftransportprojecten. Dit is het zoveelste document dat niets met strategie te maken heeft. Het Europees Parlement moet nu eindelijk eens projecten aanwijzen die essentieel zijn voor de energiezekerheid en aangeven op welke wijze ze gefinancierd moeten worden. Ondanks de verklaringen uit het Oostelijk Partnerschap en de Zwarte Zee-synergie, wordt de bouw van de Nabucco-gaspijpleiding die de gasvelden in Azië moet verbinden met afnemers in Europa, steeds opnieuw uitgesteld. In de strategie ontbreken verder verwijzingen naar de mogelijkheden om gebruik te maken van de gasvoorraden in Afrika of het Noordpoolgebied. Als laatste ontbreekt een duidelijke uitleg van het begrip ‘energiezekerheid van de Europese Unie’. Wat houdt dit in feite in? Verwijst dit naar de Gemeenschap als geheel? Of naar de zekerheid van de energievoorziening voor de afzonderlijke lidstaten die op dit moment de Europese Unie vormen?