Index 
Volledig verslag van de vergaderingen
PDF 2136k
Maandag 13 december 2010 - Straatsburg Uitgave PB
1. Hervatting van de zitting
 2. Goedkeuring van de notulen van de vorige vergadering: zie notulen
 3. Verklaringen van het voorzitterschap
 4. Ondertekening van volgens de gewone wetgevingsprocedure aangenomen besluiten: zie notulen
 5. Aan de resoluties van het Parlement gegeven gevolg: zie notulen
 6. Samenstelling Parlement: zie notulen
 7. Samenstelling interparlementaire delegaties: zie notulen
 8. Mondelinge vragen en schriftelijke verklaringen (indiening): zie notulen
 9. Vervallen schriftelijke verklaringen: zie notulen
 10. Van de Raad ontvangen verdragsteksten: zie notulen
 11. Verzoekschriften: zie notulen
 12. Kredietoverschrijvingen: zie notulen
 13. Ingekomen stukken: zie notulen
 14. Regeling van de werkzaamheden
 15. Opmerkingen van één minuut over kwesties van politiek belang
 16. Overeenkomst EU/Georgië inzake de versoepeling van de afgifte van visa - Overeenkomst EU/Georgië inzake de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven - Vrijstelling van visumplicht in Servië en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië - Tenuitvoerlegging van de overeenkomst EU/Rusland inzake de versoepeling van de afgifte van visa (debat)
 17. Oprichting van een netwerk van immigratieverbindingsfunctionarissen (debat)
 18. Eén enkele aanvraagprocedure voor een verblijfs- en werkvergunning (debat)
 19. Uitbreiding van de werkingssfeer van Richtlijn 2003/109/EG tot personen die internationale bescherming genieten (debat)
 20. Territoriale, sociale en economische cohesie - Goed bestuur en regionaal beleid van de EU (debat)
 21. De gevolgen van adverteren voor het consumentengedrag (korte presentatie)
 22. Regelgeving inzake handel in financiële instrumenten – "dark pools" enz. (korte presentatie)
 23. Agenda van de volgende vergadering: zie notulen
 24. Sluiting van de vergadering


  

VOORZITTER: JERZY BUZEK
Voorzitter

(De vergadering wordt om 17.05 uur geopend)

 
1. Hervatting van de zitting
Video van de redevoeringen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Ik verklaar de zitting van het Europees Parlement, die op donderdag 25 november 2010 werd onderbroken, te zijn hervat.

 

2. Goedkeuring van de notulen van de vorige vergadering: zie notulen
Video van de redevoeringen

3. Verklaringen van het voorzitterschap
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Voordat deze zitting begint, wil ik een aantal opmerkingen maken. Ik herinner eraan dat de Conferentie van voorzitters afgelopen donderdag heeft besloten dat het debat over het verslag van mevrouw Jędrzejewska en mevrouw Trüpel over de ontwerpbegroting 2011 dinsdag om 16.00 uur zal plaatsvinden. De stemming over dit verslag zal plaatsvinden op woensdag. Ten tweede vindt morgen ook het debat plaats over het resultaat van de zestiende Conferentie van de Partijen over klimaatverandering. De internationale gemeenschap heeft in Cancún enige vooruitgang geboekt. Een substantiële delegatie van het Europees Parlement heeft aan de onderhandelingen deelgenomen. Die collega’s zijn vandaag alweer onder ons. Samen met mevrouw Hedegaard zullen wij ons afvragen in hoeverre de bereikte overeenstemming voor ons bevredigend is en welke stappen er genomen moeten worden, voor de conferentie in Zuid-Afrika.

Ten derde is op 21 oktober de jaarlijkse winnaar van de Sacharovprijs van het Europees Parlement voor de vrijheid van denken bekendgemaakt. Zoals u zich ongetwijfeld zult herinneren, is dit de Cubaanse dissident Guillermo Fariñas. Helaas ondervindt de heer Fariñas moeilijkheden om aanstaande woensdag hier persoonlijk de prijs in ontvangst te nemen, ondanks mijn persoonlijke interventie in een brief aan Raul Castro, de president van Cuba. Wij verwachten dat mevrouw Ashton de problemen van de heer Fariñas om hierheen te reizen opmerkt en deze laat meewegen in de verdere betrekkingen met Cuba. We hopen nog steeds dat het onze winnaar lukt om hierheen te komen. Als hij in de komende uren vertrekt, kan hij onze zitting van woensdag nog halen.

Ten vierde wil ik u er ook aan herinneren dat exact dertig jaar geleden, op 13 december 1981, de staat van beleg werd afgekondigd in Polen. Op die manier wilden de communistische autoriteiten de aan macht winnende vakbond Solidariteit de kop indrukken. Duizenden oppositieactivisten zijn toen gearresteerd en meer dan honderd mensen verloren hun leven. Bijna drie decennia na die gebeurtenissen herdenken wij degenen die de moed hadden hun leven te wagen om Europa te bevrijden van het communistische juk. Ten vijfde en laatste heb ik besloten om overeenkomstig de artikelen 9 en 153 van het Reglement, aan de heer Bloom de sanctie van verlies van het recht op verblijfsvergoeding voor de duur van zeven dagen op te leggen, in verband met zijn gedrag tijdens de plenaire vergadering op 24 november en rekening houdend met het feit dat hij geen gebruik heeft gemaakt van de drie mogelijkheden die hem zijn geboden om zijn verontschuldigingen aan te bieden. Ik heb de heer Bloom al van mijn besluit op de hoogte gebracht.

Dan volgen nu enkele aankondigingen: ondertekening van volgens de gewone wetgevingsprocedure aangenomen besluiten. Hierbij deel ik u mede dat ik woensdag samen met de voorzitter van de Raad de volgende tien volgens de gewone wetgevingsprocedure aangenomen besluiten zal ondertekenen overeenkomstig artikel 74 van het Reglement van het Parlement. De titels van deze besluiten worden gepubliceerd in de notulen van deze zitting. Ten tweede heeft mevrouw Pascale Gruny mij schriftelijk in kennis gesteld van haar verkiezing in de Franse Nationale vergadering, waarmee haar mandaat als lid van het Europees Parlement is beëindigd. Het Parlement neemt dit ter kennisgeving aan en constateert overeenkomstig artikel 7, lid 2 van de Akte betreffende de verkiezing van de leden van het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen en artikel 4, leden 1 en 4 van het Reglement, dat de zetel vacant is met ingang van 14 december 2010. Ten derde en laatste heb ik van de Fractie Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa een verzoek gekregen om de heer Cornelis van Baalen te benoemen in de delegatie voor de betrekkingen met Afghanistan in plaats van de heer Carl Haglund. Zijn er opmerkingen? Ik zie geen opmerkingen. De benoeming is bevestigd.

 

4. Ondertekening van volgens de gewone wetgevingsprocedure aangenomen besluiten: zie notulen

5. Aan de resoluties van het Parlement gegeven gevolg: zie notulen

6. Samenstelling Parlement: zie notulen
Video van de redevoeringen

7. Samenstelling interparlementaire delegaties: zie notulen
Video van de redevoeringen

8. Mondelinge vragen en schriftelijke verklaringen (indiening): zie notulen

9. Vervallen schriftelijke verklaringen: zie notulen

10. Van de Raad ontvangen verdragsteksten: zie notulen

11. Verzoekschriften: zie notulen

12. Kredietoverschrijvingen: zie notulen

13. Ingekomen stukken: zie notulen

14. Regeling van de werkzaamheden
Video van de redevoeringen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Aan de orde is de definitieve ontwerpagenda die door de Conferentie van voorzitters is opgesteld overeenkomstig artikel 137 en 138 van het Reglement tijdens haar vergadering van donderdag 9 december 2010.

De volgende wijzigingen zijn voorgesteld:

Met betrekking tot de woensdag:

Ik heb een verzoek ontvangen van de Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten) om toevoeging aan de agenda van het debat over het verslag van de heer Szájer over de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren.

 
  
MPphoto
 

  József Szájer (PPE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, zoals u terecht opmerkte, heeft onze fractie verzocht om inschrijving op de agenda van de verordening inzake uitvoeringshandelingen. Ik voel me hier een beetje ongemakkelijk bij, omdat het niet alleen een verzoek van mijn fractie is; verschillende andere fracties steunen dit idee. De stemming in de Commissie juridische zaken over dit verslag en de diverse gemeenschappelijke inzichten en verklaringen die als bijlage zijn bijgevoegd, was unaniem.

Ik herinner de collega’s eraan dat het Verdrag van Lissabon een jaar geleden van kracht is geworden. Deze verordening inzake uitvoeringshandelingen volgt na een jaar van zeer harde onderhandelingen op een terrein waarbij de nieuwe gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen voor dit Parlement een rol van groot belang spelen. Nu we een jaar verder zijn, kunnen we dit recht naar ik meen volledig uitoefenen. Daarom zou het goed zijn om deze nieuwe verordening te bespreken en aan te nemen.

Ik wil u ook graag meedelen dat zich in de Raad een zeer moeilijke situatie heeft voorgedaan in verband met twee blokkeringsminderheden, zoals onze collega’s weten. Het is derhalve een zeer gevoelige handeling en ik denk dan ook dat het goed is om deze zo snel mogelijk af te ronden. Alle rechten van het Parlement worden in dit verslag gerespecteerd. Ik vraag alle andere fracties om hun steun.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Dank u, mijnheer Szájer. Zijn er leden die dit voorstel steunen?

 
  
MPphoto
 

  Hannes Swoboda (S&D).(DE) Mijnheer de Voorzitter, we hebben er geen bezwaar tegen dat dit onderwerp op de agenda komt te staan. Ik zou er echter op willen wijzen dat leden van verschillende commissies – en volgens mij niet alleen maar uit onze fractie – toch nog steeds bezwaren hebben tegen de concrete regelingen. We moeten ongetwijfeld de tijd krijgen voor het indienen van amendementen, zodat we op zijn laatst op donderdag kunnen stemmen. Ik wil echter wel zeggen dat de discussies nog niet afgesloten zijn, en ik kan nu nog niet zeggen of we hiermee wel of niet zullen instemmen. Er zullen debatten worden gevoerd, maar we hebben er niets tegen dat dit onderwerp op de agenda komt.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Ik stel voor dat we als volgt te werk gaan. We houden het debat op woensdag en de vergadering sluit om 21.00 uur. De termijn voor de indiening van amendementen is woensdag 10.00 uur. De stemming vindt donderdag plaats.

(Het Parlement stemt in met het voorstel)

 
  
MPphoto
 

  Catherine Trautmann (S&D).(FR) Mijnheer de Voorzitter, mijn fractie zou inderdaad graag willen dat de twee mondelinge vragen betreffende het rapport van de Van Rompuy-taskforce en de zes wetgevingspakketten van de Commissie op het gebied van economisch bestuur opnieuw op de agenda worden ingeschreven.

Ons verzoek heeft in de eerste plaats een institutionele reden, aangezien artikel 9 van het Verdrag van Lissabon ons dit voorrecht en deze bevoegdheid toekent om de horizontale sociale clausule en, in het bijzonder, de sociale effectbeoordeling te laten toepassen voor ingrijpende maatregelen en ingrijpende richtlijnen of besluiten die gevolgen hebben voor onze medeburgers.

De heer John Monks, secretaris-generaal van het Europees Verbond van Vakverenigingen, heeft onlangs schriftelijk zijn zorgen geuit over het feit dat de bezuinigingsplannen een directe weerslag hebben op de inkomsten van werknemers, op hun salaris, maar ook op hun pensioen. De politieke reden waarom ik u, namens mijn fractie, dit verzoek doe, mijnheer de Voorzitter, is dat wij, nu wij de regulering van de markten bespreken, moeten laten zien dat wij ons niet alleen over de markten uitspreken, maar dat wij ook stemmen en wetten vervaardigen ten behoeve van onze medeburgers.

Ik hoop dat onze Vergadering de herinschrijving van deze mondelinge vragen op de agenda kan steunen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Wie wil het woord voeren vóór dit voorstel?

 
  
MPphoto
 

  Francesco Enrico Speroni (EFD). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, juist met het oog op de betrekkingen die de drie instellingen – Raad, Commissie en Parlement met elkaar zouden moeten onderhouden vind ik het gepast het voorstel van mevrouw Trautmann te steunen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Is er iemand die zich tegen het voorstel wil uitspreken? Ik zie niemand die het woord wil voeren tegen het voorstel. Wij gaan daarom over tot de stemming.

(Het Parlement willigt het verzoek in)

Deze twee mondelinge vragen zullen worden toegevoegd aan de agenda van woensdagmiddag. De vergadering zal tot ongeveer 21.00 uur duren.

(Het Parlement stelt de agenda vast)

 

15. Opmerkingen van één minuut over kwesties van politiek belang
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Aan de orde zijn de opmerkingen van één minuut over kwesties van politiek belang.

 
  
MPphoto
 

  Teresa Jiménez-Becerril Barrio (PPE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, vorige maand heb ik in dit Parlement een bijeenkomst gehouden voor slachtoffers van terrorisme. Hierbij waren de Voorzitter van dit Parlement en verscheidene afgevaardigden van de Europese Volkspartij aanwezig.

De slachtoffers richtten zich tot ons, hun vertegenwoordigers in Europa, omdat ze gerechtigheid willen die zo vaak met voeten getreden is in hun eigen landen, zoals ook in Spanje, waar de regering van Rodríguez Zapatero de Spaanse burgers blijft voorliegen over een onderhandelingsproces met een terroristische groepering die nog altijd haar wapens niet heeft ingeleverd.

Daarom zijn ernstige incidenten zoals in de Bar Faisán, waar terroristen werden ingelicht over de operatie om ze te arresteren, nog altijd niet tot op de bodem zijn uitgezocht.

Democratische regeringen mogen de slachtoffers van terrorisme niet de rug toekeren, want die hebben de allerhoogste prijs betaald in hun strijd voor vrijheid.

Dit Parlement moet aandringen op een Europees Handvest waarin de eisen van de slachtoffers erkend worden, zoals het niet onderhandelen met terroristen en ervoor zorgen dat ze hun straffen volledig uitzitten.

 
  
MPphoto
 

  Ádám Kósa (PPE).(HU) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, in deze laatste werkweek van het jaar wil ik u een samenvatting geven van mijn ervaringen met het bestuur van het Europees Parlement. Ik sluit mij aan bij de mening van de Europese Ombudsman van 6 december jongstleden als ik zeg dat het team en het personeel van het Europees Parlement een pluim verdienen voor hun werk ter bevordering van gelijke kansen en, in het bijzonder, het verbeteren van de situatie van personen met handicaps. Ik hoop dat op die gebieden de goede lijn zal worden voortgezet. Ik wil mijn dank uitspreken aan drie personen. Om te beginnen wil ik vanwege de aanpassingen die zijn verricht, mijn dank uitspreken aan Erica Landi en Pierre Debaty, hoofden van de eenheid Opleiding. Ook bedank ik Rosa Brignone, hoofd van de eenheid Gelijke kansen en diversiteit, voor het feit dat zij 61 mensen met een handicap aan een baan bij het Europees Parlement heeft geholpen. Dankzij het programma kunnen zij met passende ondersteuning aan de slag. Ik verzoek de heer Buzek om met het oog op de toekomst van de Europese Unie aandacht aan de programma's te blijven besteden.

 
  
MPphoto
 

  Csaba Sógor (PPE).(HU) Mijnheer de Voorzitter, het doet mij deugd dat de Europese Commissie de EU-prijs voor de journalistiek in 2010 heeft toegekend aan een Roemeense die afkomstig is uit de Hongaarse gemeenschap in Roemenië. De winnares heeft de prijs gewonnen met een rapport dat zij in het Hongaars, haar moedertaal, heeft geschreven. Het Hongaars is geen officiële taal in Roemenië, maar voor de Hongaarse gemeenschap van anderhalf miljoen zielen in dat land is het de taal waarin zij kennis nemen van de gebeurtenissen die in de wereld rond hen heen plaatsvinden. Ik ben er dankbaar voor dat de Commissie geen reden ziet iemand te diskwalificeren die publiceert in een andere dan de officiële taal van het land van herkomst. Toch heb ik het gevoel dat er iets ontbreekt. Mensen uit nationale gemeenschappen die geen officiële EU-taal spreken – bijvoorbeeld Catalanen, Basken, Corsicanen enzovoort – kregen immers niet de kans om aan de competitie mee te doen, omdat zij niet in hun moedertaal werden geïnformeerd. Het is tijd dat de Commissie in haar besluitvorming rekening houdt met de Europese realiteit, meertaligheid en het naast elkaar bestaan van culturen.

 
  
MPphoto
 

  Antonio Masip Hidalgo (S&D). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, de beschuldigingen aan het adres van de Spaanse regering zijn nogal verschillend van aard en dat zegt wel genoeg. De arrestaties van terroristen onder de regering van Rodríguez Zapatero spreken voor zich.

Maar ik ga over tot mijn eigenlijke punt: dit jaar wordt stilgestaan bij de dichter Miguel Hernández, die 100 jaar zou zijn geworden. Miguel Hernández is een onvervangbaar slachtoffer van de Spaanse burgeroorlog en een unieke stem die klinkt uit het hart van het volk. Hij was herder van "verdriet en geiten" en lid van de groep waarvan ook Nobelprijswinnaars Pablo Neruda en Vicente Aleixandre deel uitmaakten.

In deze vergadering, die staat voor vrijheid, tolerantie, vrede en cultuur, wil ik het volgende voorlezen: "Ik ben een open raam dat luistert, / en het leven door een floers aanschouwt. / Maar de strijd is een zonnestraal / die de schaduw immer verslaat."

In dit soort donkere tijden blijven we hopen op de enkele lichtstraal die deze dichter noemt. Een lichtstraal die de duisternis van toen en nu voor altijd zal doen oplichten. Om Miguel Hernández te parafraseren: "we moeten over vele zaken spreken", of zoals de dichtregel van César Vallejo, die vorige week door Mario Vargas Llosa werd aangehaald in Stockholm: "Broeders, er is veel te doen," in dit Europa …

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken.)

 
  
MPphoto
 

  Daciana Octavia Sârbu (S&D). - (RO) De Europese Commissie heeft vorige week een verslag gepubliceerd met betrekking tot de uitvoering van de strategie over voeding en obesitas uit 2007. In dit verslag staat een aantal concrete acties beschreven voor de bestrijding van ongezonde voeding en obesitas in de Europese Unie. Het geeft echter ook aan dat vele doelstellingen uit de strategie niet zijn gehaald. De strategie bevatte een aantal afspraken met betrekking tot het uitbreiden van educatie aan kinderen over voeding. Op Europees niveau is er echter te weinig gedaan om deze afspraken na te komen. Het Europees programma "Schoolfruit" bevat bijvoorbeeld wel educatieve elementen, maar richt zich slechts op een beperkt aantal kinderen en heeft daarom slechts een beperkt effect.

Een ander belangrijk probleem is de op kinderen gerichte reclame voor voedingsmiddelen. In 2007 heeft de Commissie de contouren beschreven van gedragscodes voor de marketing van voedingsmiddelen voor kinderen. Toch bestaat er helaas ook nu nog in bepaalde lidstaten directe, op kinderen gerichte reclame voor ongezonde voeding. Ook bestaan er zeer uiteenlopende definities van de richtsnoeren in de gedragscode.

 
  
MPphoto
 

  Ivo Vajgl (ALDE).(SL) Laten wij vandaag in het Parlement de waarschuwing in acht nemen van 26 voormalige staatslieden van de EU over het vredesproces in het Midden-Oosten, die zij tot het publiek wereldwijd hebben gericht.

Ik heb het over mensen die ieder afzonderlijk internationale autoriteit bezitten en daarom in staat zijn de aandacht te trekken. Ik denk dat het goed zou zijn als wij in dit huis bijzondere aandacht besteden aan de formulering van deze waarschuwing, die ons oproept harder te werken aan de vredesinspanningen in deze regio en indien nodig een fermere houding aan te nemen om Israël aan de onderhandelingstafel te krijgen om vrede te bereiken, niet alleen in de regio, maar ook in de staat Israël en voor zijn burgers.

 
  
MPphoto
 

  Michail Tremopoulos (Verts/ALE). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, het Europees steunmechanisme schept voor de Commissie extra verplichtingen om de Europese rechtsorde te beschermen. Ik stel echter met verbijstering vast dat precies het tegenovergestelde gebeurt. Ik heb hier een schriftelijk antwoord van commissaris Rehn over het memorandum met Griekenland. Hij heeft dit antwoord persoonlijk medeondertekend, waarin staat dat het initiatief en de verantwoordelijkheid voor de condities uitsluitend bij de Griekse regering liggen. Ik heb hier ook een andere schriftelijke verklaring, van commissaris Almunia, die onomwonden verklaart dat hij het niet nodig vindt om informatie te verschaffen die wij hem vragen voor de uitoefening van de parlementaire controle.

Voor een aantal landen schijnt de Commissie bewust grijze zones te creëren bij de toepassing van de Europese rechtsorde en het Europese beleid. De democratische controle wordt opzij geschoven, aangezien de nationale regeringen zich voor de meest fundamentele zaken achter de Commissie en de Trojka verschuilen en de Commissie op haar beurt naar de nationale regeringen verwijst. Zo wordt de Commissie van hoedster van de Verdragen tot hoedster van een informele noodsituatie die zij zelf stilzwijgend heeft afgekondigd. In dit moeilijke tijdsgewricht kan het activeren van het steunmechanisme niet het buiten werking stellen van de Europese rechtsorde betekenen.

 
  
MPphoto
 

  Georgios Toussas (GUE/NGL). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, het hevig antivolkse beleid van de Europese Unie, het Internationaal Monetair Fonds en de burgerlijke regeringen in de lidstaten heeft de vorm aangenomen van een oorlog tegen fundamentele loonrechten, arbeidsrechten en sociale rechten, die de arbeidersklasse in een lange strijd heeft verworven.

Massawerkloosheid, armoede, afschaffing van Cao's, drastische verlaging van lonen en pensioenen, verhoging van de pensioenleeftijd, afschaffing van de zware en ongezonde beroepen, verhoging van de btw, afpakken van 25 procent van de arbeiderslonen in het bedrijfsleven en bij de overheid, uitverkoop van openbare bedrijven, hevige toename van autocratie en repressie van de arbeiders en het volk. Typische voorbeelden zijn het opleggen van de schandelijke politieke maatregel om de stakende zeevarenden in Griekenland te dwingen om weer aan het werk te gaan, de noodtoestand vanwege de stakende vluchtleiders in Spanje, het afranselen van leerlingen en studenten in Engeland en in het algemeen het betwisten van fundamentele rechten van het volk.

Tegelijkertijd zien wij echter dat er een fortuin aan subsidies is en provocerende belastingvrijstellingen …

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Nikolaos Salavrakos (EFD). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, een moeilijk jaar loopt ten einde, zowel voor de mensheid als voor Europa, een Europa waarvan de gemeenschappelijke munt en de samenhang op de proef werden gesteld. Nieuwe instellingen voor bescherming en steun werden geconcipieerd en toegepast om de gemeenschappelijke munt te beschermen en met name twee landen met een geheel verschillende economie te ondersteunen: Griekenland en Ierland. Ik geloof dat wij allen, en in het bijzonder de Europese leiders, van deze crisis hebben geleerd en dat er een groter gevoel van solidariteit tussen ons is. Ik heb er vertrouwen in dat dit zo is. Ik geloof daarom dat in 2011 de juiste stappen zullen worden genomen om de sociale samenhang in stand te houden, zonder in de uitersten te vervallen waartoe een onbeteugelde financiële discipline leidt. Ik moet benadrukken dat in de Verenigde Staten het tegenovergestelde financiële beleid wordt toegepast. We moeten begrijpen dat er in de eurozone maatregelen moeten worden genomen om de omstandigheden te creëren voor een normale terugkeer tot de marken van Griekenland, Ierland en Portugal en om soortgelijke problemen in Spanje te voorkomen.

 
  
MPphoto
 

  Csanád Szegedi (NI). (HU) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de op een tweederdemeerderheid leunende regering van Hongarije heeft in het afgelopen halfjaar een offensief ontketend tegen democratische instellingen. Het orgaan dat toezicht hield op de media en op basis van pariteit was samengesteld, werd opgeheven en vervangen door een orgaan waarin gedelegeerden van de regeringspartij zitting hebben. Met de zogeheten mediawet die onlangs in Hongarije is aangenomen, kan de regering bepaalde websites naar believen censureren, waarbij zelfs het Chinese model van censuur niet wordt geschuwd. Sterker nog, de president van de media-autoriteit, Annamária Szalai, gaf daar hoog over op in een interview. Daarbij noemde zij de meest gelezen rechtse internetportal www.kuruc.info, dat, dankzij de anonimiteit waarin internet voorziet, voorop liep bij de onthulling van schendingen die de vorige regering had begaan. Ik verzoek het Europees Parlement en de Commissie er bij Fidesz op aan te dringen zo spoedig mogelijk een einde te maken aan de huidige antidemocratische processen in Hongarije. Het enige dat Hongarije nog heeft is het waakzame oog van het publiek en nu willen ze ons ook dat nog afnemen.

 
  
MPphoto
 

  Barbara Matera (PPE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, er is nu meer dan een maand verstreken sinds de veroordeling van de katholieke Pakistaanse boerin Asia Bibi wegens godslastering.

Wij mogen de bescherming van de onvervreemdbare rechten van de mens niet vergeten. In onze grondwetten wordt ook de vrijheid van meningsuiting tot die rechten gerekend.

In landen als Pakistan heeft de beschuldiging van godslastering de afgelopen tien jaar al geleid tot de dood van 46 mensen en de religieuze onverdraagzaamheid en het islamitisch fundamentalisme aangewakkerd. Al die mensen zijn naar aanleiding van beschuldigingen wegens godslastering buiten de gevangenis vermoord of dood in de gevangenis aangetroffen. Het leven van Asia Bibi verkeert in gevaar, niet alleen als gevolg van de toepassing van de Pakistaanse wet, maar mogelijk ook door het optreden van fanatici. De Pakistaanse wet stimuleert dit klimaat van vervolging waarin mensen zonder reden ter dood worden gebracht.

Tot slot wil ik de hele internationale gemeenschap aansporen met kracht te vragen om de afschaffing van de blasfemiewet in het Pakistaanse wetboek van strafrecht, zodat alle veroordeelden in verband met misdrijven waarvan de strafbaarstelling een schending van het recht op vrije meningsuiting vormt, op korte termijn worden vrijgelaten.

 
  
MPphoto
 

  Mariya Nedelcheva (PPE).(BG) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, vandaag wordt er door mij en vier van mijn collega’s een verklaring uitgegeven en ondertekend, waarin wij oproepen tot een rechtvaardige verdeling van de landbouwsubsidies onder oude en nieuwe lidstaten ná 2013. Op grond van het huidig gemeenschappelijk landbouwbeleid dienen alle boeren in de Europese Unie te voldoen aan dezelfde verplichtingen, hetgeen kostbare investeringen met zich meebrengt. Maar waar de plichten wel gelijk zijn, zijn de rechten dat niet. Ik geloof daarom dat vanaf 2013 het systeem van rechtstreekse betalingen een eerlijke behandeling van alle boeren in de Europese Unie moet waarborgen. Wij moeten het historische model beëindigen, gemeenschappelijke criteria opstellen en rekening houden met de specifieke behoeften van de landbouw in afzonderlijke regio’s. Daarnaast moeten wij werken aan een systeem op basis waarvan de fondsen kunnen worden overgezet van de tweede naar de eerste pijler, zodat een groter deel van de landbouwproducenten in de nieuwe lidstaten kan profiteren van de steunmaatregelen en -instrumenten. Het wordt tijd dat wij een eind maken aan de manier waarop het GLB onderscheid maakt tussen oude en nieuwe lidstaten, en ik hoop oprecht dat u allen dit streven zult ondersteunen.

 
  
MPphoto
 

  Maria Da Graça Carvalho (PPE). - (PT) Mijnheer de Voorzitter, de tornado die Portugal vorige week dinsdag heeft geteisterd, heeft rond Tomar enorme schade aangericht. Dit soort natuurrampen komt helaas steeds vaker voor. Het is belangrijk noodmechanismen beschikbaar te stellen waardoor de getroffenen snel kunnen worden geholpen.

De rol van de EU is van fundamenteel belang, daar zij onder meer beschikt over instrumenten als het Solidariteitsfonds waarmee gereageerd kan worden op dit soort problemen. Het is echter noodzakelijk dat deze mechanismen snel, flexibel en vereenvoudigd geactiveerd en toegepast kunnen worden. Daarom roep ik de Commissie en de Raad op het Solidariteitsfonds flexibeler te maken, zodat het in dit en soortgelijke gevallen met de vereiste snelheid kan worden toegepast.

 
  
MPphoto
 

  George Sabin Cutaş (S&D). - (RO) Voordat Roemenië lid was van de Europese Unie, heeft de Europese Commissie de situatie van internationale adopties aandachtig gevolgd en heeft zij aanbevolen om deze te beëindigen, nadat er misstanden waren gebleken in de adoptiepraktijk. In 2009 echter, tegen de achtergrond van de conferentie van de Europese Commissie en de Europese Raad met betrekking tot de uitdagingen van de adoptieprocedures in Europa, heb ik een brief geschreven aan de heer Jacques Barrot waarin ik heb gewezen op de gevolgen van het opnieuw openstellen van de markt voor internationale adopties. Ik heb toen ook de Europese Commissie opgeroepen tot consequent handelen.

Door onderzoek van een Roemeense krant is de hypothese ontstaan dat de Europese Commissie machtsmisbruik heeft gepleegd door de conclusie van het officiële verslag van de conferentie op te leggen, waarin wordt aanbevolen om een Europees agentschap voor adopties op te richten. Ik ben van mening dat het imago van de Europese Unie te lijden heeft onder deze associatie van de hoedster van de Verdragen met het vervalsen van een officieel document. Zodoende verwacht ik van de Commissie een duidelijk, gemotiveerd antwoord, waarin dit vraagteken met betrekking tot de correctheid van haar motieven wordt opgehelderd.

 
  
MPphoto
 

  Gianni Pittella (S&D). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, sinds meer dan maand worden 250 mensen, onder wie 80 Eritreërs, gegijzeld gehouden door mensenhandelaren in de Sinaïwoestijn in Egypte. Een deel van deze mensen was eerder teruggestuurd door enkele Europese landen toen ze daar de kust hadden weten te bereiken. De ontvoerders vragen 8 000 dollar losgeld voor de gijzelaars die op verschrikkelijke wijze worden misbruikt en gruwelijke ontberingen lijden. Er zijn al zes doden gevallen, terwijl er ook verhalen de ronde doen over de explantatie van organen die op de illegale markt terecht zouden zijn gekomen.

Het is tijd dat de internationale gemeenschap en de EU "Stop!" zeggen. Er moet nu duidelijke taal gesproken worden over het garanderen van het universele recht op asiel, en een aantal regeringen dienen zich te bezinnen op het valse beleid van het terugsturen! De Heilige Vader en ook vele stichtingen, verenigingen en politieke persoonlijkheden hebben daar om gevraagd.

Wij verzoeken u, mijnheer de Voorzitter, om u samen met commissaris Ashton in te zetten voor de onmiddellijke beëindiging van deze lijdensweg.

 
  
MPphoto
 

  Csaba Sándor Tabajdi (S&D).(HU) Mijnheer de Voorzitter, in januari wordt Hongarije de derde nieuwe lidstaat die het roterend voorzitterschap van de EU zal bekleden. Dat wordt een grote test en uitdaging voor Hongarije. De wisseling van het voorzitterschap vindt gelijktijdig plaats met de start van economische governance in de EU, het eerste financiële semester, en de wijziging van het Verdrag van Lissabon voor de vaststelling van een permanent mechanisme voor crisisbeheer. We hogen dat de toetredingsonderhandelingen met Kroatië zullen worden afgerond en dat Roemenië en Bulgarije zich zullen aansluiten bij het Schengengebied. De democratische partijen van Hongarije, met uitzondering van extreemrechts, zijn tot overeenstemming gekomen en werken samen om van het Hongaarse voorzitterschap een succes te maken. Dit Parlement moet echter ook de tegenstelling aan de orde stellen dat het Hongaars voorzitterschap weliswaar moet toezien op de naleving van de fundamentele vrijheden in de EU, maar dat de huidige regering in Hongarije ernstige beperkingen oplegt aan de democratie, de vrijheid van meningsuiting en de rechten van de vakbonden. Ik hoop dat de Hongaarse regering zich in Europa anders zal gedragen dan in Hongarije zelf.

 
  
MPphoto
 

  Kristiina Ojuland (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, een van de kwesties die tijdens de Top EU-Rusland vorige week in Brussel aan de orde kwam, was de rechtsstaat in de Russische Federatie.

Ik herinner u eraan dat in de voormiddag van 15 december uitspraak wordt gedaan in het tweede proces tegen Mikhail Khodorkovsky en Platon Lebedev.

Leden van de internationale gemeenschap, waaronder de EU, hebben het proces zeer nauwlettend gevolgd en ik ben ervan overtuigd dat de uitkomst van het proces ons in staat zal stellen enkele concrete conclusies te trekken over de rechtsstaat in Rusland. Tijdens de volgende vergadering van de parlementaire samenwerkingscommissie EU-Rusland die deze week in Straatsburg wordt gehouden, hoop ik deze kwestie aan de orde te stellen bij collega’s van de Russische Staatsdoema en de Federale Raad, en ik nodig mijn collega’s hier in het Parlement uit hetzelfde te doen.

 
  
MPphoto
 

  Pat the Cope Gallagher (ALDE).(GA) De Europese Unie heeft een belangrijke rol gespeeld bij het bevorderen van het vredes- en verzoeningsproces in Noord-Ierland en in de grensregio’s van het land. De Europese Unie heeft in totaal 1,3 miljoen euro geïnvesteerd in de drie PEACE-programma’s sinds 1994. Sinds 1989 heeft de Unie 349 miljoen geïnvesteerd in het Internationaal Fonds voor Ierland. Het Internationaal Fonds voor Ierland heeft meer dan 6 000 projecten in Ierland ondersteund.

(EN) Dankzij EU-steun hebben gemeenschappen in Noord-Ierland en de grensregio de mogelijkheden kunnen benutten die het vredesproces bood. Vredesopbouw en verzoening zijn een langdurig proces en ik ben stellig van mening dat de steun voor PEACE III en het Internationaal Fonds voor Ierland (IFI) moet worden voortgezet. Ik verwelkom de recente initiatieven van de VS, die door het Verenigd Koninkrijk en de Ierse autoriteiten worden gesteund, om te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om het IFI-programma na 2010 op beperkte en gerichte schaal voort te zetten. Tot besluit wijs ik erop dat voortzetting van de steun voor het vredesprogramma van het grootste belang is.

 
  
MPphoto
 

  Oriol Junqueras Vies (Verts/ALE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, in 1989 werd door middel van de richtlijn "Televisie zonder grenzen" besloten dat de lidstaten audiovisuele uitzendingen uit andere lidstaten op hun grondgebied niet mogen belemmeren.

Met de herziening van deze richtlijn in 2007 werd deze doelstelling versterkt en aangepast aan de nieuwe technologieën en de veranderingen in de structuur van de audiovisuele markt. De Catalaanse noordgrens blijft echter een taal- en cultuurgrens, waarmee deze richtlijnen geschonden worden. In concreto houdt dit in dat de radio- en televisie-uitzendingen in het Catalaans, zogenaamd vanwege technische beperkingen, systematisch worden geweerd uit de reguliere uitzendingen.

Daarom moeten de Europese instellingen eraan herinnerd worden dat ze moeten voldoen aan hun eigen richtlijnen en dat audiovisuele media, die zichzelf ten doel hebben gesteld om een publiek te bereiken buiten hun grenzen, hun diensten moeten kunnen aanbieden aan hun gehele taal- en cultuurgemeenschap, als deze zich, zoals in het geval van Catalonië, niet alleen binnen de grenzen van een enkele lidstaat bevindt.

Hartelijk dank.

 
  
MPphoto
 

  Bairbre de Brún (GUE/NGL).(GA) Ik verwelkom de afspraken van de COP 16 in Cancún. We moeten ons echter niet wijsmaken dat we er nu al zijn. Er moeten nu striktere, duidelijkere en meer bindende doelen worden gesteld.

De regeringen moeten voortbouwen op het werk van Cancún om volgend jaar in Zuid-Afrika een ambitieuze, bindende overeenkomst te bereiken. Ook thuis moeten we actie ondernemen.

Er moet onmiddellijk overeenstemming komen over een reductie van ten minste 30 procent CO2-uitstoot in Europa – niet alleen vanwege internationale overeenkomsten maar voor onszelf – zodat we van nu af aan concurrerend kunnen zijn.

Europa moet veel efficiënter omgaan met zijn energieverbruik. We zijn er niet in geslaagd om dat te doen doordat de energie-efficiëntiedoelstelling van 20 procent niet bindend is gemaakt. Dit moet nu gaan veranderen.

 
  
MPphoto
 

  Slavi Binev (NI).(BG) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik zou graag uw aandacht willen vestigen op de problemen waarmee wegtransporteurs in Bulgarije te stellen hebben. Deze zullen in ernstige geldnood komen als wij toestaan dat er extra luchtvervuilings-, geluidsemissie- en overige heffingen worden opgelegd. De sector bevindt zich in een crisis, en als wij deze heffingen verhogen, riskeren wij niet alleen dat de crisis wordt verhevigd, maar bieden wij de bedrijfstak tevens geen ruimte voor vernieuwing van de vloot. Als Bulgaars staatsburger ben ik tegen de berekeningen die de Commissie heeft gemaakt, waarbij verzuimd is rekening te houden met de verschillen tussen de territoriale situering van de afzonderlijke lidstaten. Bulgarije bevindt zich aan de rand van de Europese Unie, en de Bulgaars wegtransporteurs zullen het hardst worden getroffen door deze extra heffingen. Op basis van onderzoek valt te constateren dat de Bulgaarse economie bij al deze scenario’s als verliezer uit de bus komt.

Geachte leden, ik hoop dat het Europees Parlement de politieke wil heeft om te voorkomen dat de problemen van landen langs de grenzen van de Europese Unie zich verslechteren.

 
  
MPphoto
 

  Nadezhda Neynsky (PPE).(BG) Mijnheer de Voorzitter, een aantal dagen terug heeft voorzitter Barroso nog gewaarschuwd dat Europa te maken heeft met een opkomende golf van populisme en nationalisme. Hij deed een beroep op politieke leiders om zich te verzetten tegen manipulatie op basis van angsten onder de bevolking en irrationele argumenten, waardoor naar zijn oordeel het populisme in zoveel landen floreert. Zijn uitspraken geven mij reden aandacht te vestigen op de gevaren voor de democratie in de voormalige communistische landen. Meer dan elders zullen de Europese leiders juist daar zich onverzettelijk moeten tonen bij alle pogingen om het recht op privébezittingen te ondermijnen. Een voorbeeld hiervan is de gedeeltelijke nationalisering van de persoonlijke bijdragen aan professionele pensioenfondsen en de overdracht daarvan aan het sociale stelsel van de staat. Europa moet ook waakzaam zijn als het gaat om het recht op vrije keuze en zal moeten voorkomen dat dit op ongeacht welke wijze wordt ondermijnd. Maar bovenal zullen de Europese leiders onverzettelijk moeten zijn als het gaat om pogingen om de publieke opinie te manipuleren, om het wijdverbreide gebruik van speciale bewakingsapparatuur en om de officiële bekendmaking van geheime informatie met als doel mensen onder druk te zetten en de mensenrechten te ondermijnen.

 
  
MPphoto
 

  Jim Higgins (PPE).(GA) Het gaat om een buitengewoon belangrijk vraagstuk. Er is een groot verschil tussen de winst van de boeren en de winst van de supermarkten.

In mijn land zijn er ongeveer 22 000 mensen werkzaam in de zuivelindustrie. De zuivelmarkt is alleen al in Ierland jaarlijks een miljard euro waard. Ik denk niet dat de EU genoeg doet om de boeren te helpen. Ik bedoel dan niet de subsidies – de subsidies zijn prima.

Er is veel mis met de markt. De boeren zouden bijvoorbeeld binnen 30 dagen voor hun producten betaald moeten worden. Dat gebeurt helemaal niet. Daarnaast verkopen de supermarkten de melk met korting, maar de boer verliest erop.

Ik ben teleurgesteld dat deze problemen niet worden aangepakt. We moeten veel meer doen om de boeren tegen de supermarkten te beschermen.

 
  
MPphoto
 

  Ioan Enciu (S&D). - (RO) De grondrechten zijn de basisprincipes van de Europese Unie. De controle op het respecteren hiervan is de belangrijkste plicht van alle Europese instellingen.

In de lidstaat Roemenië is er sprake van ernstige inbreuken op de grondrechten. De huidige regering van Roemenië heeft het land in een economisch en sociaal faillissement gestort en neemt nu absurde maatregelen die een zware inbreuk vormen op de in de Europese Unie erkende grondrechten – het recht op pensioen, vakbondsrechten, het recht op salaris en de rechten van jonge moeders. Erger nog, op dit moment bereidt men in Roemenië een wijziging voor van de wet betreffende de bescherming en bevordering van de rechten van personen met een handicap. Het aannemen van dit wetsontwerp van de Roemeense regering zal niet leiden tot een betere bescherming van personen met een handicap of bevordering van sociale insluiting, integendeel, hun leven wordt bemoeilijkt doordat ze afhankelijk worden gemaakt van de staat. De belangen en de waardigheid van personen met een handicap zullen ernstig worden geschaad.

 
  
MPphoto
 

  Alexander Mirsky (S&D).(LV) Ik zou u willen vragen, mijnheer de Voorzitter, wat de term "testpiloot" betekent? Het is een piloot die tijdens het vliegen het vliegtuig test. Wat is een "testpassagier"? Dit concept is onlangs uitgevonden door de Letse maatschappij airBaltic. Het is echter spijtig dat airBaltic de passagiers niet heeft ingelicht dat zij aan tests zouden deelnemen. airBaltic laat bijvoorbeeld passagiers aan boord gaan en later, in de lucht, blijkt dat het vliegtuig technische problemen heeft en een noodlanding moet maken. Naar mijn mening moet een vliegtuig vóór de vlucht gereedgemaakt worden, niet tijdens de vlucht en vooral niet met passagiers erin.

AirBaltic heeft onlangs een zeer groot aantal noodgevallen gehad. Ik wil de aandacht van de leden van het Parlement en de Europese Commissie vestigen op veiligheid in de luchtvaart. Een lichtzinnige houding kan tragische gevolgen hebben.

 
  
MPphoto
 

  Charles Goerens (ALDE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, tot tweemaal toe is mijn verzoek om een mondelinge vraag betreffende het referendum over de toekomstige status van Zuid-Soedan op de agenda in te schrijven, nu al geweigerd.

Ik wil u eraan herinneren dat Zuid-Soedan volgens het alomvattende vredesakkoord uit 2005 de mogelijkheid heeft om zich er na een periode van vijf jaar over uit te spreken of het wel of niet deel wil blijven uitmaken van de Soedanese staat.

Dit referendum moet op 9 januari 2011 plaatsvinden. Er zijn echter nog tal van onopgeloste kwesties – zoals het opstellen van de kieslijsten, de afhandeling van grensgeschillen tussen het Noorden en het Zuiden, om nog maar te zwijgen van de veiligheidsmaatregelen die zo nodig getroffen moeten worden – waarover binnen ons Parlement een gedachtewisseling zou moeten plaatsvinden.

Door dit debat eindeloos uit te stellen, ontzeggen wij onszelf het recht om een politieke impuls te geven. Dat is mijn gezichtspunt. En ik blijf geloven dat het verstandiger zou zijn om te proberen conflictsituaties te voorkomen dan om passief af te wachten tot er rampen uitbreken.

 
  
MPphoto
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL). - (PT) Mijnheer de Voorzitter, de laatste cijfers van Eurostat laten zien dat Portugal een van de landen met het grootste aantal onzekere banen is. In mijn land heeft 22 procent van de werknemers een onzekere baan, terwijl dat percentage voor de Europese Unie gemiddeld 13,5 procent is.

Vrouwen en jongeren zijn het zwaarst getroffen. Meer dan 23 procent van de jongeren onder de 25 is werkloos, terwijl 18 procent van de Portugese bevolking in armoede leeft. Onder die laatste groep zijn steeds meer arme werknemers die niet voldoende verdienen om uit de armoede te geraken.

Hoe valt tegen die achtergrond de ontoelaatbare druk te begrijpen die de Europese Commissie uitoefent op de Portugese regering om de arbeidswetgeving te wijzigen en ontslag nog gemakkelijker te maken? Er moeten juist meer banen met rechten en fatsoenlijke salarissen worden geschapen.

 
  
MPphoto
 

  Miguel Portas (GUE/NGL). - (PT) Mijnheer de Voorzitter, hoewel er sterk bezuinigd wordt op de begrotingen, het Internationaal Monetair Fonds en het Stabilisatiefonds interveniëren en er nu een op sancties gestoeld economisch coördinatiesysteem is, staat de euro nog steeds onder druk via speculatieve aanvallen op de staatsschuld van meerdere landen.

We dienen te erkennen dat de schuld alleen ligt bij de genomen politieke besluiten. Telkens wanneer mevrouw Merkel of de heer Sarkozy in het openbaar speculeert, tonen de speculanten hun dankbaarheid en komen ze meteen in actie. Telkens wanneer deze politici zich uitspreken tegen euro-obligaties tonen de speculanten zich dankbaar, want de verdeeldheid van Europa is de prijs van hun speculatief handelen.

Het is een Europa zonder solidariteit, waar de perifere landen steeds verder weg komen te liggen. Mijnheer de Voorzitter, die stand van zaken dienen we te veranderen.

 
  
MPphoto
 

  Hans-Peter Martin (NI).(DE) Mijnheer de Voorzitter, ik ben al sinds jaren een voorstander van de euro, maar nu is die in gevaar. We gooien goed geld achter slecht geld aan, en de dames en heren die in de lidstaten aan het roer staan hebben niet de moed om daar eindelijk mee te stoppen. We kunnen het ons niet meer permitteren om te zeggen: we schuiven het probleem nog een paar jaartjes voor ons uit. We moeten eindelijk de knoop doorhakken, we moeten eindelijk de moed hebben voor een haircut. Dat is de enige manier om de banken te laten meebetalen. Dat raakt ook mensen als u en ik, via onze pensioenfondsen en levensverzekeringen, maar liever een dramatisch einde dan een drama zonder einde. Dit is een groot probleem, en ik zou alle collega’s willen verzoeken om zich aan te sluiten bij de initiatieven van de Economische Commissie, met name in verband met de zogenaamde financewatch.org, zodat we in de toekomst werkelijke instrumenten kunnen ontwikkelen voor het aanpakken van de banken en van de lobbyisten, die het in dit huis helaas nog steeds voor het zeggen hebben. We hebben informatie uit onafhankelijke bronnen nodig.

 
  
MPphoto
 

  Cătălin Sorin Ivan (S&D). - (RO) De toetreding van Bulgarije en Roemenië tot het Schengengebied is van groot belang voor de stabiliteit van de oostgrens van de EU. Bovendien, en net zo belangrijk, is het een logische stap nadat deze twee landen in 2007 volledig lid zijn geworden van de Europese Unie.

Toch moet het een technische beslissing zijn en geen gevoelsmatige. Er zijn regeringspartijen in de Europese Unie die denken electoraal gewin te kunnen behalen door zich te verzetten tegen deze beslissing, en Roemenië en Bulgarije de schuld te geven van de problemen met de integratie van Roma in Europa.

Als het verslag bovendien gunstige conclusies trekt en de op dit moment in de beide lidstaten uitgevoerde controle laat zien dat zij klaar zijn om toe te treden tot het Schengengebied, vind ik dat wij moeten doorgaan met onze steun te geven, des te meer omdat we onlangs nog een positief oordeel hebben gegeven.

 
  
MPphoto
 

  Marisa Matias (GUE/NGL). − (PT) Mijnheer de Voorzitter, na de zoveelste conferentie over klimaatverandering denk ik dat we eerlijk tegenover onszelf moeten zijn en dienen in te zien dat we hoogstens kunnen zeggen dat deze conferentie beter was dan de conferentie van Kopenhagen, daar er enkele resultaten zijn geboekt en stappen vooruit zijn gezet. Deze laatste conferentie was beter omdat er deze keer weer een compromis in het kader van de Verenigde Naties is gesloten. De conferentie van Cancún was ook beter omdat de Europese Unie er beter uit te voorschijn is gekomen en het onderhandelingsproces veel transparanter was dan daarvoor. Maar dat is op zich slechts een schrale troost en we moeten erkennen dat het nog steeds zeer weinig is.

Er is een positieve basis gelegd om verder te werken. We moeten echter erkennen dat die basis nog steeds gestoeld is op beloften. De regeringen moeten veel meer doen om een antwoord te geven op de noden van de burgers ten gevolge van deze reële crisis die concrete slachtoffers maakt. Het stelt me tevreden dat we hier morgen nog grondiger over kunnen spreken. Het heeft weinig zin de Universele Verklaring van de rechten van de mens te herdenken als we die blijven negeren. We zouden toch moeten weten dat de markt niet alle problemen oplost en dat het tijd is om de persoon centraal te stellen.

 
  
MPphoto
 

  Rui Tavares (GUE/NGL). - (PT) Mijnheer de Voorzitter, enkele dagen geleden heeft het Amerikaanse Congreslid Ron Paul een essentiële vraag gesteld: als een oorlog begint met een leugen is het dan het belangrijkste dat geheim te houden of de burgers de waarheid te vertellen? Ik deel de zorgen van onze geachte collega aan de andere kant van de Atlantische Oceaan in verband met WikiLeaks. In bepaalde gevallen is geheimhouding gerechtvaardigd en noodzakelijk. Het wordt echter problematisch wanneer geheimhouding de regel wordt en niet meer de uitzondering is. De afgelopen jaren hebben we de geheimhoudingscultuur zien groeien. Dat leidt ertoe dat de democratische controle steeds meer ontweken wordt en de privileges van regeringen en ondernemingen meedogenloos worden verdedigd, zoals we hebben kunnen zien bij de reacties van een aantal regeringen en ondernemingen op WikiLeaks.

Na het uitoefenen van politieke druk hebben Amazon, Visa, MasterCard en zelfs een Zwitserse bank besloten geen of minder zaken te doen met WikiLeaks. Een Franse minister heeft geëist dat Frankrijk de site op Frans grondgebied zou verbieden. Dames en heren, deze druk is volkomen onwettig. Vertrouwen dient wederzijds te zijn en regeringen kunnen van hun burgers alleen vertrouwen eisen als ze bereid zijn hun burgers vertrouwen te schenken.

 
  
MPphoto
 

  Philip Claeys (NI). - Het is vandaag exact zes maanden geleden dat de federale parlementsverkiezingen in België hebben plaatsgevonden. Daar mag wel eens op gewezen worden, want het is nog nooit gebeurd dat een EU-voorzitterschap integraal voor de volle zes maanden wordt waargenomen door een ontslagnemende regering.

De Raad is hier vandaag niet politiek vertegenwoordigd. Dat is een beetje jammer, want die surrealistische toestand is toch wel het vermelden waard. De Belgische constructie is vandaag nog altijd even onbestuurbaar als zij zes maanden geleden was en dat kan ook niet anders, want Vlaanderen en Wallonië zijn twee verschillende landen geworden met totaal verschillende politieke en sociaaleconomische culturen.

De Belgische impasse, mijnheer de Voorzitter, is totaal, zodanig dat de Europese Unie zich maar beter kan voorbereiden op het ontstaan van twee nieuwe lidstaten, Vlaanderen en Wallonië.

 
  
MPphoto
 

  Corina Creţu (S&D). - (RO) De laatste wijzigingen in de arbeidswetgeving van Roemenië zullen de situatie van de door de recessie al zwaar getroffen werknemers nog verergeren. Als iemand ontslag wil nemen, moet hij dat langer van tevoren melden, en ook de wettelijke proeftijd wordt verlengd. Het arbeidscontract kan in deze periode of aan het eind ervan, waarin achtereenvolgens meer dan drie personen voor dezelfde functie kunnen worden aangenomen, zonder voorafgaande mededeling worden beëindigd. De ergste maatregel is echter het van rechtswege onderbreken van het arbeidscontract bij stakingen, een grove schending van de grondrechten.

Ik protesteer tegen deze pogingen om werknemers tot slaven van de werkgevers te maken. Ik roep de Europese politieke krachten en de instellingen op om op te treden tegen deze verslechtering van de positie van werknemers in Roemenië.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Hiermee is dit agendapunt afgehandeld.

 
  
  

VOORZITTER: LIBOR ROUČEK
Ondervoorzitter

 

16. Overeenkomst EU/Georgië inzake de versoepeling van de afgifte van visa - Overeenkomst EU/Georgië inzake de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven - Vrijstelling van visumplicht in Servië en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië - Tenuitvoerlegging van de overeenkomst EU/Rusland inzake de versoepeling van de afgifte van visa (debat)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Aan de orde is de gecombineerde behandeling van

– de aanbeveling inzake het ontwerpbesluit van de Raad betreffende de sluiting van de overeenkomst tussen de Europese Unie en Georgië inzake de versoepeling van de afgifte van visa [11324/2010 - C7-0391/2010- 2010/0106(NLE)] - Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken. Rapporteur: Nathalie Griesbeck (A7-0345/2010),

– de aanbeveling inzake het ontwerpbesluit van de Raad betreffende de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven [15507/2010 - C7-0392/2010 – 2010/0108(NLE)] - Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken. Rapporteur: Nathalie Griesbeck (A7-0346/2010),

– de mondelinge vraag (O-0140/2010) van Kristiina Ojuland, namens de ALDE-Fractie, aan de Commissie: Tenuitvoerlegging van de overeenkomst inzake de versoepeling van de visumplicht tussen de EU en Rusland (B7-0568/2010),

– de mondelinge vraag (O-0172/2010) van Manfred Weber, Simon Busuttil, Elmar Brok en Alojz Peterle, namens de PPE-Fractie, aan de Commissie: Tenuitvoerlegging van de overeenkomst tussen de EU en Rusland inzake de versoepeling van de afgifte van visa (B7-0656/2010),

– de mondelinge vraag (O-0181/2010) van Simon Busuttil, Manfred Weber, Anna Maria Corazza Bildt en Monika Hohlmeier, namens de PPE-Fractie, aan de Commissie: Zorgen over juiste toepassing van EU-regeling voor vrijstelling van visumplicht in Servië en Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (B7-0654/2010).

 
  
MPphoto
 

  Nathalie Griesbeck, rapporteur. − (FR) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, dames en heren, het verheugt mij zeer dat ik vanavond deze twee verslagen kan presenteren; verslagen die ik gezamenlijk zal bespreken, over de overeenkomsten tussen de Europese Unie en Georgië. Het eerste betreft de versoepeling van de afgifte van visa en het tweede de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven.

Ik herinner u eraan dat in de eerste overeenkomst inzake overname is bepaald dat de overnameverplichtingen op volkomen wederzijdse wijze gelden voor eigen staatsburgers en staatsburgers van derde landen. In de overeenkomst zijn de overnameprocedures vastgelegd, zoals overnameverzoeken, informatie, te presenteren documenten, bewijzen, bewijsmiddelen, tijdslimieten, wijzen van overdracht, vervoer, doorreis, enzovoort. Dit was niet het geval bij de overnameovereenkomst tussen de Europese Unie en Pakistan, die u zich misschien herinnert, en waar ik me een paar maanden geleden fel tegen heb verzet. In dit geval kan ik zeggen dat ik volledig instem met deze overeenkomst, omdat de mensenrechten erin geëerbiedigd worden en de toepassing ervan zou moeten kunnen worden gewaarborgd, aangezien Georgië het Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens heeft ondertekend. Dit zijn twee vereisten vooraf die in mijn ogen van essentieel belang zijn voor de goedkeuring van een dergelijke overeenkomst.

De tweede overeenkomst, die tot doel heeft de afgifte van visa te versoepelen, moet Georgische burgers – in het bijzonder burgers die reizen, zoals studenten en journalisten – in staat stellen om gemakkelijker een visum voor kort verblijf te bemachtigen om naar de Europese Unie te reizen, en moet dus alle eisen met betrekking tot de documenten die bij een dergelijk verzoek dienen te worden overlegd, aanzienlijk vereenvoudigen.

Ik zou u er tevens op willen wijzen dat deze twee overeenkomsten uiteraard samengaan, want ingevolge de communautaire aanpak kan een overeenkomst inzake de versoepeling van de afgifte van visa in principe alleen worden gesloten als er een overnameovereenkomst bestaat.

Er zijn dus twee belangrijke punten die wij aan de orde moeten stellen. Het gaat om een essentiële fase in de verdieping van de betrekkingen tussen de Europese Unie en Georgië, dat de afgelopen jaren een zeer duidelijke wens inzake toenadering tot de Unie heeft geuit. De sluiting van deze overeenkomsten is dus een eerste stap op weg naar geprivilegieerde betrekkingen, en een krachtig signaal van de kant van de Europese Unie aan Georgië.

Vanzelfsprekend zijn deze overeenkomsten ook in regionaal opzicht van belang en zullen zij bijdragen tot het streven van de Unie naar nauwere samenwerking met andere landen in de regio van de zuidelijke Kaukasus. Net als u allen ben ik ervan overtuigd dat de overeenkomsten Georgië er ook toe zullen aanmoedigen de noodzakelijke hervormingen door te voeren op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht; iets waarvan de Voorzitter enkele dagen geleden nog de noodzaak heeft onderstreept. Hierdoor kan misschien nog doeltreffender worden opgetreden tegen illegale immigratie en kan een bijdrage worden geleverd, kortom, aan de ontwikkeling van de democratie.

Ik verzoek u dan ook, dames en heren, om deze twee overeenkomsten die met Georgië zijn gesloten, goed te keuren. Tot slot zou ik evenwel nog op het volgende willen wijzen, mevrouw de commissaris. Hoewel onze samenwerking van uitstekende kwaliteit is, had u een paar maanden geleden, tijdens de besprekingen over de overnameovereenkomst met Pakistan, plechtig verklaard dat u een evaluatie zou gaan opstellen over de lopende overnameovereenkomsten, evenals een periodiek verslag aan het Europees Parlement over deze overeenkomsten, of ze nu al zijn gesloten of zich nog in de onderhandelingsfase bevinden. Ik zou graag willen dat u opnieuw, al of niet plechtig, ten overstaan van ons Parlement bevestigt dat wij er niet buiten zullen worden gehouden of er te weinig bij betrokken of onvoldoende geïnformeerd zullen worden, wat betreft het aangaan en het verloop van de onderhandelingen over dergelijke overeenkomsten en dus sinds uw verklaring. Ik denk dat het noodzakelijk is dat wij met elkaar op doeltreffende wijze vorderingen maken, in overeenstemming met onze waarden.

 
  
MPphoto
 

  Kristiina Ojuland, auteur. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik moet zeggen dat ik heel blij ben dat dit debat over de overeenkomst tussen de EU en Rusland inzake de versoepeling van de visumplicht vandaag in dit Parlement plaatsvindt, omdat deze kwestie nu al zo lang op de gezamenlijke politieke agenda van de EU en de Russische Federatie staat.

Ik verwelkom de politieke vooruitgang die vorige week tijdens de top in dit kader is geboekt. Maar ik blijf alert als het gaat om de wijze waarop een en ander in praktijk wordt gebracht.

Wat betreft de vraag aan de Commissie over de tenuitvoerlegging van de overeenkomst tussen de EU en Rusland inzake de versoepeling van de afgifte van visa die ik namens de ALDE-Fractie had ingediend: ik wilde graag weten welke vooruitgang er tot nu toe is geboekt en of er momenteel een doorbraak te verwachten is inzake technische vragen zoals de vereiste voor EU-burgers om zich binnen drie dagen bij de autoriteiten te laten registreren indien zij in Rusland bij particulieren thuis verblijven.

Ik sta volledig achter de voorgenomen overeenkomst inzake de versoepeling van de visumplicht als maatregel om Russische burgers in staat te stellen met zo weinig mogelijk formaliteiten naar de EU te reizen, maar ik verwacht eigenlijk dat Rusland dezelfde houding inneemt tegenover burgers van de Europese Unie.

Een ander punt van zorg dat aan de orde moet worden gesteld, is de veiligheid aan de buitengrenzen van de Russische Federatie, vooral met het oog op de illegale immigratiestroom vanuit het zuiden en elders. Rusland zou moeten zorgen voor volledige controle van zijn grenzen, net zoals de Europese Unie grondige grenscontroles moet hebben. In de toekomstige overeenkomst inzake de versoepeling van de visumplicht moeten alle mogelijke extra dreigingen voor de Europese Unie worden uitgesloten.

Mevrouw de commissaris, ik zie uit naar uw reactie.

 
  
MPphoto
 

  Manfred Weber, auteur. − (DE) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, de PPE-Fractie wil dit debat ook aangrijpen om een algemene blik te werpen op het visumbeleid van de Europese Unie.

Ten eerste wil ik zeggen dat we ons er terdege van bewust moeten zijn hoe belangrijk dit visumbeleid voor de Europese Unie is. We zijn in staat om een gezamenlijk visumbeleid te voeren omdat we een gezamenlijk Europa zijn, een gezamenlijke ruimte voor de burgers. Daarom is dit beleid een symbool voor de Europese eenheid, een zeer geslaagd symbool. Juist in crisistijden kan het geen kwaad om daar nog eens op te wijzen.

Ten tweede: bij de liberalisering eisen we dat er duidelijke spelregels gelden. De technische normen waaraan iedereen zich moet houden – aan de buitengrenzen, bij het afgeven van identiteitskaarten en paspoorten – liggen vast. We mogen niemand een politieke korting geven, de normen gelden voor iedereen. We hebben in 2010 op de Balkan meegemaakt dat eerst duidelijk werd gezegd wat de technische normen waren, maar later kwamen er allerlei politieke argumenten op tafel. Bij de liberalisering kunnen we toch niet stoppen na dit land, werd er gezegd, we moeten toch het hele gebied aanpakken, werd er gezegd. Het is waar dat het voor ons altijd moeilijk is om individuele gevallen af te wegen, maar de technische normen en de criteria moeten altijd het uitgangspunt zijn. Ik sta dus volledig achter onze commissaris, we moeten werkelijk de hand houden aan de door ons vastgelegde normen. Dat is een belangrijke taak voor de Commissie, anders ontstaat er bij de burgers geen draagvlak voor ons visumbeleid.

Ten derde wil ik zeggen dat we blij zijn dat de Europese Raad voor Justitie en Binnenlandse zaken de mogelijkheid heeft besproken om de regeling voor individuele landen op te schorten, om de mogelijkheid van visumvrij reizen snel weer in te trekken wanneer een land zich niet houdt aan de normen. Servië was een voorbeeld daarvan, we hebben meegemaakt dat er een golf van asielzoekers op ons af kwam.

Dan het laatste punt: wanneer we het over Oekraïne hebben, wanneer we het over Rusland hebben, is onze fractie op de middellange termijn zeer sceptisch. We vragen ons af of we de deuren wel zo snel open kunnen zetten. In het geval van Servië hebben we namelijk gezien dat er ook negatieve ontwikkelingen plaats kunnen vinden. Daarom moeten we een weloverwogen visumbeleid voeren.

 
  
MPphoto
 

  Cecilia Malmström, lid van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, geachte afgevaardigden, ik zal op alle vragen ingaan. Ik dank u dat u dit belangrijke debat op de agenda hebt gezet.

Om te beginnen dank ik mevrouw Griesbeck voor haar steun en haar werk in de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken in het kader van de overeenkomst tussen de EU en Georgië, met als resultaat een gunstig advies. Na de crisis in Georgië in de zomer van 2008 is tijdens een buitengewone zitting van de Raad van de Europese Unie besloten de betrekkingen met Georgië aan te halen, onder meer door een versoepeling van de visumverstrekking.

Zoals u al zei, mevrouw Griesbeck, is het standaardbeleid van de EU dat een overeenkomst inzake de versoepeling van de afgifte van visa niet zonder een overnameovereenkomst aan een derde land wordt aangeboden. Het besluit van de Europese Raad bracht dus met zich mee dat over beide overeenkomsten parallel zou worden onderhandeld en dat deze parallel zouden worden afgesloten.

Ik ben mevrouw Griesbeck heel dankbaar dat ze er ook op heeft gewezen dat deze twee overeenkomsten een belangrijke stap vooruit betekenen inzake de betrekkingen tussen Georgië en de EU. De overeenkomst volgt heel duidelijk de lijnen van een standaard EU-overeenkomst inzake overname, waaronder zowel eigen staatsburgers als staatsburgers van derde landen vallen en waarmee door middel van een "niet-doeltreffende" clausule en een artikel over gegevensbescherming ook de eerbiediging van de mensenrechten wordt gewaarborgd – zoals al was opgemerkt.

De overeenkomst voorziet ook in de oprichting van een Gemengd Comité overname, dat als doel heeft toe te zien op de tenuitvoerlegging van de overeenkomst. Dit is een belangrijke stap op weg naar een soepeler mobiliteit tussen de bevolking van Georgië en die van de Europese Unie.

Georgië heeft de visumplicht voor EU-burgers reeds afgeschaft en deze overeenkomst zal de mobiliteit voor Georgische burgers vergroten. Dankzij de overeenkomst kunnen Georgische burgers – meer dan 60 000 per jaar – eenvoudiger, goedkoper en sneller een Schengenvisum verkrijgen.

De overeenkomst biedt andere concrete voordelen: er wordt een termijn van tien dagen gesteld voor de verwerking van aanvragen en het visumtarief wordt verlaagd van 60 euro tot 35 euro. Voor bepaalde soorten aanvragers is de aanvraag kosteloos: studenten, journalisten, kinderen, gepensioneerden, gehandicapten, enzovoorts. Zij kunnen ook profiteren van een versoepeling van de vereisten inzake bewijsstukken en van een meervoudig visum als ze moeten reizen. Houders van een diplomatiek paspoort zijn ook volledig vrijgesteld van visumverplichtingen, wat de officiële contacten tussen de EU en Georgië verder zal versterken.

Mevrouw Griesbeck noemde de evaluatie. Deze is enigszins vertraagd, maar ik zal haar begin volgend jaar presenteren – naar ik hoop op zijn laatst in februari. Ik zal de evaluatie met alle genoegen met de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken bespreken. U verwees ook naar het programma voor Pakistan. Dat is nog maar dertien dagen in werking, dus het is nog wat vroeg om deze te kunnen beoordelen, maar we zullen u natuurlijk graag op de hoogte houden.

Wat betreft de kwestie in verband met de overeenkomst tussen de EU en Rusland inzake de versoepeling van de afgifte van visa, die mevrouw Ojuland aan de orde stelde: deze is sinds 1 januari 2007 van kracht. Het is een van de acht overeenkomsten inzake de versoepeling van de afgifte van visa die wij hebben gesloten. Een belangrijk onderdeel is met name dat dit op basis van wederkerigheid ook geldt voor EU-burgers, aangezien zij momenteel een visumplicht hebben als ze naar Rusland willen reizen.

Ook in kwantitatief opzicht is het een belangrijke overeenkomst. Volgens de statistieken die Rusland heeft aangeleverd zijn er in 2008 meer dan 1,5 miljoen visa aan EU-burgers afgegeven en in datzelfde jaar gaven consulaten van lidstaten 3,5 miljoen visa af aan Russische burgers. Dat is meer dan een kwart van alle Schengenvisa die wereldwijd worden afgegeven.

Alle EU-burgers en Russische burgers hebben voordeel van de algemene versoepeling die deze overeenkomst inzake de versoepeling van de afgifte van visa biedt, zoals een verlaagd tarief van 35 euro. Verder zijn bepaalde categorieën vrijgesteld op grond van een specifieke versoepeling, bestaat er een visumvrije regeling en ook een meervoudig visum.

De Commissie heeft deze versoepeling beoordeeld en heeft vastgesteld dat deze goed functioneert. Maar er is sprake van enkele tekortkomingen, waar al naar werd verwezen. Om daar iets aan te kunnen doen hebben we een maand geleden een aanbeveling aangenomen voor richtsnoeren voor nieuwe onderhandelingen met Rusland over de versoepeling van de afgifte van visa. Deze aanbeveling heeft uitsluitend betrekking op verdere versoepeling ten aanzien van bewijsstukken en de duur van de visumaanvraagprocedure, uitbreiding van de bepalingen inzake de afgifte van meervoudige visa en een visumvrijstelling voor een aantal nauwkeurig omschreven categorieën aanvragers.

Wat betreft de specifieke kwestie van de tenuitvoerlegging van artikel 10 van de overeenkomst inzake de versoepeling van de afgifte van visa, dat voorziet in de vereenvoudiging van de registratieprocedure, hebben wij er in onze evaluatie op gewezen dat Rusland enige vereenvoudiging heeft doorgevoerd; het is nu bijvoorbeeld mogelijk om per post te registreren. Het registratietarief wordt volgend jaar afgeschaft, maar enkele andere maatregelen, zoals de vertaling van de registraties in het Engels en de mogelijkheid om online te registreren, zijn nog niet verwezenlijkt. We hebben deze kwestie bij onze Russische tegenhangers en in verschillende fora aan de orde gesteld en we hopen dat zeer binnenkort uitvoering aan deze maatregelen zal worden gegeven.

Wat de andere partnerschapslanden in Oost-Europa betreft: er zijn ook andere stappen ondernomen. Uw vraag had daar ook betrekking op. We hebben sinds 1 januari 2008 een overeenkomst inzake de versoepeling van de afgifte van visa met Moldavië en Oekraïne, maar we gaan ook opnieuw over deze overeenkomsten onderhandelen.

Wat Wit-Rusland betreft: een maand geleden heeft de Commissie ontwerprichtsnoeren voor onderhandelingen over de versoepeling van de afgifte van visa aangenomen en we zullen meervoudige visa met een lange geldigheidsduur voor bonafide reizigers, vaste termijnen voor de verwerking van visumaanvragen en mogelijke vrijstellingen van visumplicht voor houders van een diplomatiek paspoort aanbevelen.

We zullen volgend jaar ook ontwerprichtsnoeren voor onderhandelingen over de versoepeling van de afgifte van visa met Azerbeidzjan en Armenië aannemen.

Wat betreft de juiste toepassing van de regeling voor vrijstelling van visumplicht waar de heer Weber naar verwees, namelijk de regeling die geldt voor Servië en Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië: zoals gezegd, heeft de Raad in 2009 besloten de visumplicht voor reizen naar Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Montenegro en Servië af te schaffen. Dit besluit volgde na een stimuleringsdialoog en nadat deze landen substantiële vooruitgang hadden geboekt op het gebied van de belangrijkste onderdelen van de dialogen over vrijstelling van visumplicht. De dialogen zijn effectief gebleken bij het ten uitvoer leggen van diverse belangrijke hervormingen maar, zoals ook werd aangegeven, brengt de visumvrije regeling verantwoordelijkheden met zich mee en de betreffende landen moeten passende maatregelen nemen om misbruik van de versoepeling van de visumplicht te voorkomen.

Enkele lidstaten zijn geconfronteerd met een toename van het aantal asielaanvragen vanuit deze landen – met name Servië en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië. Deze moeten op individuele basis worden beoordeeld overeenkomstig onze wetgeving. We hebben een aantal maatregelen genomen om deze situatie het hoofd te bieden: we hebben vergaderingen op hoog niveau gehad met de ministers van Binnenlandse Zaken over de twee kwesties, en het Belgische voorzitterschap en de Commissie hebben een bezoek op hoog niveau gebracht aan de twee hoofdsteden.

De autoriteiten van deze twee landen hebben enkele stappen ondernomen. Er zijn nieuwe informatiecampagnes georganiseerd om de burgers te informeren. De grenspolitie heeft instructies gekregen om personen die het land verlaten, strenger te controleren en om reizigers te informeren over het gevaar van ongegronde asielaanvragen.

Toen we begin najaar voorstelden de visumplicht voor de burgers van Albanië en Bosnië-Herzegovina af te schaffen, verbonden beide landen zich ertoe om informatiecampagnes voor hun burgers op te zetten over de rechten en plichten die uit de versoepeling van de visumplicht voortvloeien. Dat is inmiddels gebeurd. Dit zijn zeer ambitieuze campagnes. Bovendien heeft de Commissie, na goedkeuring van het Europees Parlement en de Raad, toegezegd om de controle na vrijstelling van visumplicht voor alle landen van de westelijke Balkan te intensiveren.

Hier zitten twee kanten aan. Enerzijds blijven we de duurzame tenuitvoerlegging van hervormingen door de betreffende landen beoordelen via het stabilisatie- en associatieproces – met name op het gebied van justitie, vrijheid en veiligheid. Anderzijds zullen we ook fungeren als mechanisme ter voorkoming van een mogelijke grote toestroom van personen uit de regio. Begin dit jaar is al de noodzakelijke operationele informatie verzameld die kan helpen om dergelijke situaties te voorkomen. We kunnen rekenen op de actieve deelname door Frontex, Europol, immigratieverbindingsfunctionarissen, politieverbindingsfunctionarissen uit de Westelijke Balkan en het secretariaat van de conventie van politieraden voor Zuidoost-Europa, en we krijgen de steun van de komende voorzitterschappen – Hongarije en Polen.

Alle uitgewisselde en verzamelde informatie wordt gedeeld met de EU-lidstaten en wanneer dit passend is, natuurlijk ook met de landen van de Westelijke Balkan. Dergelijke informatie wordt ook betrokken bij de beoordeling van de controle na vrijstelling van visumplicht die de Commissie in het eerste semester van volgend jaar zal uitvoeren. Ik ben van mening dat deze maatregelen kunnen bijdragen tot het voorkomen van misbruik van de visumvrije regeling en ik ben ervan overtuigd dat nauwe samenwerking tussen de landen van oorsprong en landen van bestemming in de EU, met de steun van de Commissie, een effectieve respons biedt. We zullen natuurlijk regelmatig verslag over de resultaten van dit controlemechanisme blijven uitbrengen aan het Europees Parlement en de Raad. Dat zullen we voor het eerst doen in juni 2011.

 
  
MPphoto
 

  Krzysztof Lisek, rapporteur voor advies van de Commissie buitenlandse zaken. (PL) Mijnheer de Voorzitter, als permanent rapporteur van het Europees Parlement voor de samenwerking van de Europese Unie met Georgië en als rapporteur voor advies van de Commissie buitenlandse zaken met betrekking tot het verslag van mevrouw Griesbeck, wil ik een aantal opmerkingen maken over de overeenkomst inzake de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven en over de overeenkomst inzake de versoepeling van de afgifte van visa tussen de Europese Unie en Georgië. Ik voel me verplicht te melden dat de Commissie buitenlandse zaken beide overeenkomsten met een overweldigende meerderheid van stemmen heeft goedgekeurd.

Ik voeg hieraan toe dat we tijdens de vorige zitting van het Europees Parlement in Straatsburg hebben geluisterd naar een toespraak van president Saakashvili, een toespraak die zelfs door degenen die geen fan van hem zijn, werd omschreven als concreet, evenwichtig en rationeel. De president heeft destijds verklaard geen geweld te gebruiken en open te staan voor gesprekken met Rusland over lastige onderwerpen. Daarnaast is hij ook ingegaan op de belangrijkste doelstellingen van het buitenlands beleid van Georgië. Dit zijn natuurlijk Europese integratie en het NAVO-lidmaatschap.

Het zou getuigen van dwaasheid om nu al te spreken over termijnen, maar we mogen naar mijn mening ook niet vergeten, dat van de landen van het oostelijk partnerschap, Georgië en de Georgiërs het meest pro-Europese land en de meest pro-Europese natie zijn. De Europese Unie moet op de aspiraties van de Georgiërs een positief, ter zake doend antwoord geven en openstaan voor samenwerking met Georgië.

De overeenkomsten waar we vandaag over spreken zijn natuurlijk niet revolutionair, maar iedereen erkent dat ze een stap in de goede richting zijn. Het is nu zaak om ze zo snel mogelijk uit te voeren. Het mag niet zo zijn, dat inwoners van Abchazië en Zuid-Ossetië, de regio’s die zich hebben afgescheiden van Georgië, waarvan de inwoners een Russisch paspoort hebben, makkelijker een visum kunnen krijgen dan inwoners van Georgië.

 
  
MPphoto
 

  Monica Luisa Macovei, namens de PPE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, de PPE-Fractie is vóór de twee voorstellen voor overeenkomsten tussen de EU en Georgië: de overnameovereenkomst en de overeenkomst inzake de versoepeling van de afgifte van visa. Ik wil graag ingaan op de laatste, de overeenkomst inzake de versoepeling van de afgifte van visa.

Deze overeenkomst voorziet in een vereenvoudiging van de visumaanvraag voor Georgiërs. De lidstaten zullen uniforme en vereenvoudigde procedures toepassen. Een visum kost 35 euro, minder dan nu, en geldt voor een verblijf van maximaal negentig dagen per zes maanden. Visumaanvragen worden binnen tien dagen verwerkt. Voor sommige categorieën geldt een termijn van drie dagen en in noodgevallen is de termijn nog korter. Op diplomatieke paspoorten zijn geen visa nodig.

Vrij verkeer is een manier om te leren wat democratie is en het in de praktijk te zien. Rechtstreeks contact tussen mensen betekent dat waarden en realiteiten worden gedeeld. Het schept vertrouwen. Daarom hoop ik dat meer EU-burgers naar Georgië zullen reizen en dat meer Georgiërs naar de Europese Unie zullen reizen.

 
  
MPphoto
 

  Kinga Göncz, namens de S&D-Fractie.(HU) Mijnheer de Voorzitter, wij bedanken commissaris Malmström voor de informatie die zij heeft verstrekt. Het visumbeleid is een zeer belangrijk instrument dat mensen kan helpen makkelijker met elkaar in contact te treden en de betrokken landen nader tot de Europese Unie kan brengen. Vanuit die optiek is de overeenkomst tussen de Europese Unie en Georgië een belangrijke overeenkomst. Ik wil enkele woorden wijden aan de visumliberalisering in de landen van de westelijke Balkan en met name aan de problemen die zijn ontstaan met betrekking tot Servië en Macedonië. Wij hebben deze overeenkomst met een overweldigende meerderheid in het Parlement ondersteund en wij hechten er om de eerdergenoemde redenen veel belang aan.

Deze landen hebben zich serieus ingespannen om aan de verwachtingen te voldoen, ondanks de politieke verdeeldheid die we er vaak zien. We hebben geconstateerd dat er in deze landen op dit gebied wordt samengewerkt. Ik heb er met instemming kennis van genomen dat het aantal mensen dat naar de Europese Unie reist is toegenomen. Wij hebben de indruk dat de problemen in Servië en Macedonië voor een groot deel te wijten zijn aan mensensmokkel. Het aantal mensen dat hierdoor getroffen wordt, neemt echter af, hoewel het nog steeds ernstige problemen veroorzaakt. Ik ben van mening dat we in dit opzicht een gedeelde verantwoordelijkheid hebben. Wij moeten de verantwoordelijkheid delen om te waarborgen dat ook deze landen al het mogelijke doen om hun burgers te informeren en doeltreffende maatregelen te nemen. Servië heeft trouwens in dat opzicht snel en efficiënt gehandeld.

Ik ben echter van mening dat ook wij op dit gebied een grote verantwoordelijkheid dragen. Het is de verantwoordelijkheid van de Commissie om enerzijds deze landen te helpen bij de bestrijding van mensensmokkel en anderzijds informatie te verstrekken, toe te zien op ontwikkelingen die zich in dat gebied voltrekken en de effectiviteit van dit in andere opzichten belangrijke instrument daadwerkelijk te verbeteren, een instrument dat wij in de toekomst willen blijven gebruiken, niet alleen voor de landen van de westelijke Balkan, maar ook voor andere landen. Staat u mij toe nog even kort te vermelden dat wij bijzonder ingenomen zijn met het feit dat nu eindelijk, met een jaar vertraging, Albanië en Bosnië en Herzegovina dit jaar tot de groep van visumvrije landen zullen toetreden.

 
  
MPphoto
 

  Sarah Ludford, namens de ALDE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben het eens met de heer Weber van de PPE dat het visumbeleid van de EU bijzonder waardevol is en dat aan de technische normen en voorwaarden van de versoepeling van de afgifte van visa en van de visumplicht moet worden voldaan.

Maar ik geloof niet dat, in het geval van de versoepeling van de visumplicht voor de Balkan, deze technische normen om politieke redenen terzijde zijn geschoven. De Commissie heeft heel hard gewerkt om de veiligheid van documenten, de wetshandhaving en grenscontroles op het vereiste niveau te krijgen. Als we zouden vinden dat niet aan de technische normen was voldaan, zouden we ons eigen standpunt ondergraven, aangezien we vóór versoepeling van de visumplicht hadden gestemd.

Het is natuurlijk een punt van zorg als concessies niet worden nageleefd, maar daar moeten we zorgvuldig en proportioneel op inspelen. De betrokken landen hebben verantwoordelijkheden – zoals commissaris Malmström zei – en daar moeten ze aan herinnerd worden. De commissaris heeft ons uitgelegd dat er intensief gewerkt is, met vergaderingen op hoog niveau met ministers van Binnenlandse Zaken, bezoeken aan hoofdsteden, het stimuleren van informatiecampagnes, en Bosnië-Herzegovina en Albanië zijn een specifieke verbintenis aangegaan om hun burgers te informeren. Als er problemen met één overeenkomst inzake de versoepeling van de visumplicht zijn, ondermijnt dat natuurlijk de andere. Dat brengt een zekere verplichting tot verantwoordelijkheid en solidariteit met zich mee en betekent dat alle burgers zich ervan bewust moeten zijn dat ze de kans van andere mensen om vrij te reizen, kunnen schaden.

Persoonlijk ben ik er gerust op – en in denk mijn fractie ook – dat de Commissie de controles op de naleving van de voorwaarden van de overeenkomst zal verscherpen en dat ze door middel van nauwe samenwerking met onze partners een mechanisme zal opzetten om problemen te signaleren. Ik hoop dat alle fracties dat geruststellend en toereikend vinden. Zoals mijn buurvrouw, mevrouw Macovei van de PPE, zei, schept rechtstreeks contact tussen mensen vertrouwen. Daar draait het uiteindelijk om. Dat is de reden waarom we de versoepeling van de afgifte van visa en van de visumplicht steunen.

Er is brede partijoverstijgende steun in het Parlement voor dit voorstel omdat het is gebaseerd op onze EU-ervaring en -waarden. We moeten dus niet buitenproportioneel reageren. Er hebben zich problemen voorgedaan, maar de Commissie is ermee bezig. We moeten oppassen dat we het recht op asiel en de overeenkomsten inzake de versoepeling van de visumplicht niet ondermijnen.

 
  
MPphoto
 

  Tatjana Ždanoka, namens de Verts/ALE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, onze fractie steunt de overeenkomst tussen de EU en Georgië inzake de versoepeling van de afgifte van visa.

Maar we hebben enkele bedenkingen bij de overnameovereenkomst. We hebben ertegen gestemd in de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en hebben een schriftelijk minderheidsstandpunt ingediend, omdat de overeenkomst tal van onduidelijkheden bevat die zouden kunnen worden opgehelderd in het Gemengd Comité overname. Er zijn geen strikte waarborgen opgenomen op het gebied van de naleving van grondrechten en de handhaving van strenge ontvangstnormen, waar in Georgië veel mis mee is. De overeenkomst is gericht op het terugsturen van mensen naar een land waar seksueel en op geslacht gebaseerd geweld veelvuldig voorkomt en waar mishandeling door de politie wordt gedoogd. De overeenkomst geldt eveneens voor de voormalige inwoners van Abchazië en Zuid-Ossetië die in feite geen band hebben met Georgië.

Ik wil een ogenblik stilstaan bij de visumovereenkomst met Rusland. Drie jaar geleden is er een verslag aangenomen over de versoepeling van de afgifte van visa met Rusland, met hierin mijn eigen amendement waarin werd gesteld dat de verplichte registratieprocedure een ernstig obstakel vormde voor reizen binnen Rusland en de EU. Helaas is er sindsdien niets veranderd en dit is een punt van cruciaal belang voor mijn kiezers die voor privébezoeken naar Rusland reizen.

 
  
MPphoto
 

  Paweł Robert Kowal, namens de ECR-Fractie. – (PL) Mijnheer de Voorzitter, Georgië is tegenwoordig een land dat ondanks grote problemen, een bijzonder dynamisch maatschappelijk en economisch hervormingsproces doormaakt. We moeten ondubbelzinnig en met open armen elke manier verwelkomen om de Georgische samenleving te tonen, dat de kracht van de hervormingen weerspiegeld wordt in onze reacties als instituut van de Europese Unie. Daarnaast moeten we ook nadenken over het kader waarin we het visumbeleid ten opzichte van Rusland willen zien. Ik heb het gevoel, dat we dit niet mogen behandelen als prestigeobject voor de autoriteiten – dat wanneer wij de visumplicht afschaffen, dit automatisch betekent dat de Russische autoriteiten goed met de Europese Unie onderhandelen. We zouden dit meer moeten zien in het licht van het waarborgen van modernisering en van onze relatie met de gewone Russen.

Daarom moet expliciet gezegd worden dat het proces tot het afschaffen van de visumplicht en het onder bepaalde voorwaarden openstellen een bijzonder positief proces is dat onze betrekkingen met de samenlevingen in het Oosten een goede dienst bewijst. De mythe, dat visa wezenlijk onderdeel uitmaken van onze veiligheid moet ontkracht worden. In plaats daarvan moet, zeker in het Europees Parlement, bij elke gelegenheid duidelijk gezegd worden dat visa onnodige muren oprichten. In het kader van de parlementaire samenwerkingscommissie EU-Oekraïne waarvan ik de voorzitter ben, hebben we samen met niet-gouvernementele organisaties een speciaal verslag opgesteld, waarin dit probleem is onderzocht. Uit dit verslag blijkt duidelijk dat visa inderdaad geen belangrijk instrument zijn voor de veiligheid, maar de samenlevingen in de Europese Unie juist scheiden van de samenlevingen in het Oosten, terwijl het onze plicht is als leden van het Parlement om ons altijd open te stellen.

 
  
MPphoto
 

  Alfreds Rubiks, namens de GUE/NGL-Fractie.(LV) Namens mijn fractie kan ik zeggen dat we de versoepeling van de afgifte van visa steunen. Tegelijkertijd moet er alles aan gedaan worden om te zorgen dat voldaan wordt aan de technische vereisten in de regelingen. Namens mijn kiezers in Letland steun ik ook deze faciliteiten in verband met het reizen vanuit Rusland naar de Europese Unie, aangezien dit bijvoorbeeld van groot belang is voor de mogelijkheid van familieleden om elkaar te ontmoeten, aangezien er in Letland veel gemengde gezinnen en families zijn van wie sommigen in het ene en anderen in het andere land wonen. Dit is ook cruciaal voor het toerisme, dat zich onlangs sterk is gaan ontwikkelen. Bovendien zijn er al positieve reacties geweest op wat er al bereikt is door middel van het versoepelen van visumafgifte. Daarnaast is het van groot belang voor het bedrijfsleven. Als we kijken naar de handelsrelaties met Rusland is de import zeven keer zo groot en de export acht keer zo groot. Dit alles is zeer positief. Ik wens de Commissie succes bij de uitvoering van al deze maatregelen.

 
  
MPphoto
 

  Nikolaos Salavrakos, namens de EFD-Fractie. – (EL) Mijnheer de Voorzitter, wij allen weten dat sinds 19 december 2009 houders van een paspoort met biometrische gegevens uit de FYROM, Servië en Montenegro vrijgesteld zijn van de visumplicht. Ondanks dat wordt er in de landen van de Europese Unie bezorgdheid geuit – die vandaag ook werd geuit door commissaris Malmström – over het toegenomen aantal asielaanvragen door onderdanen van Servië en de FYROM, met als mogelijke consequentie een situatie die het verlenen van visa en het nut van de maatregel in gevaar brengt.

Mijn land, Griekenland, heeft zich voorstander getoond van het op den duur afschaffen van de visumplicht voor alle landen van de westelijke Balkan als tastbaar bewijs van het Europees perspectief voor deze volkeren. Dit is voor het eerst geformuleerd in de agenda van Thessaloniki in juni 2003 en in de geest van het Griekse initiatief voor de Agenda 2014. Toch moet ik zeggen dat ik mij zorgen maak over de mate waarin de criteria van de routekaart door deze landen worden toegepast en de immigratiestromen uit deze landen naar de Europese Unie worden gecontroleerd, juist nu de Europese familie wordt geplaagd door de economische crisis en niet nog meer immigranten kan opnemen. Het moet duidelijk zijn dat de versoepeling van de visumplicht het reizen binnen de Europese Unie makkelijker moet maken, en niet immigratie of andere illegale activiteiten als mensenhandel.

 
  
MPphoto
 

  Daniël van der Stoep (NI). - Voorzitter, vorige maand heeft deze Europese Commissie terecht een waarschuwingsbrief aan de regeringen van Servië en Macedonië gestuurd over de schrikbarende toename van asielaanvragen uit deze twee landen. Voorzitter, het is extra wrang dat juist in die maand dit Parlement heeft besloten om Albanië en ook Bosnië visumvrijheid te verlenen. Vanzelfsprekend is het afwachten tot de eerste waarschuwingsbrief richting één van die twee landen gaat.

Voorzitter, het had nooit mogen gebeuren, maar het is nog niet te laat. Visumvrijheid betekent ook verantwoordelijkheid en als deze verantwoordelijkheid niet wordt genomen, dan moet er opgetreden worden. Voorzitter, de Commissie moet de ambassadeurs van Servië en Macedonië op het matje roepen en maatregelen eisen. Als het aan mij ligt moeten wij die visumvrijheid vandaag nog intrekken, maar de Commissie zal daar waarschijnlijk geen voorstander van zijn, dus ik wil wél horen van deze Commissie dat zij dit bij voortdurend wanbeleid door die Balkanlanden als consequentie durft voor te stellen.

Servië en Macedonië zijn de voorboden voor Bosnië en Albanië. Het is tijd en het is goed om een duidelijk signaal naar deze Balkanlanden te geven.

 
  
MPphoto
 

  Agustín Díaz de Mera García Consuegra (PPE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, de toename van het aantal asielaanvragen van burgers uit Servië en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië vereisen maatregelen ter bescherming van de wijziging van Verordening (EG) nr. 539/2001.

Het visum is een instrument van het migratiebeleid en heeft als doel om de binnenkomst en het tijdelijke verblijf in een land waarvan de aanvrager geen onderdaan of ingezetene is, te legaliseren.

Verordening (EG) nr. 539/2001 voorziet in een beoordelingsinstrument om vrijgesteld te worden van een visum. Hiervoor moet aan een aantal eisen voldaan worden die verband houden met clandestiene immigratie, openbare orde en veiligheid en de externe betrekkingen van de Unie met derde landen, regionale samenhang en het beginsel van wederkerigheid. Dit instrument zou ook de andere kant op kunnen werken.

Het asiel is een beschermingsinstrument waarvan geen onrechtmatig gebruik gemaakt mag worden. Het is belangrijk dat we ons realiseren dat het gemeenschapsbeleid van de Europese Unie op dit gebied als doel heeft de integriteit van het asiel als beschermingsinstrument voor vluchtelingen te bewaken. Hierbij moet voorrang gegeven worden aan de beginselen van het Verdrag van Genève en het Protocol van New York en moeten er algemene criteria gehanteerd worden bij het vaststellen wie daadwerkelijk internationale bescherming nodig heeft waarbij voor het welzijn van deze personen in iedere lidstaat een bepaald minimum aan bestaansmiddelen gegarandeerd wordt.

Het asiel is een humanitair en solidair instrument en is daarom uniek in zijn doel en aard. De Europese Unie moet daarom de autoriteiten van Servië en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië hulp bieden bij het nemen van de noodzakelijke maatregelen bij het bepalen aan welke eisen moet worden voldaan om de status van vluchteling of subsidiaire bescherming te verkrijgen, waarmee misbruik of fraude hiervan worden voorkomen.

 
  
MPphoto
 

  Corina Creţu (S&D). - (RO) Mevrouw de commissaris, dank u wel voor de informatie in verband met de regels ter versoepeling van het visumregime, vooral met betrekking tot Georgië, de Republiek Moldavië en de landen van het voormalige Joegoslavië. Ons debat valt overigens samen met de afschaffing van de visumplicht voor mensen uit Bosnië-Herzegovina en Albanië, met de mogelijkheid om het akkoord in geval van problemen – zoals een lawine van asielaanvragen – snel tijdelijk buiten werking te stellen.

Ik denk dat iedere poging om de tijd terug te draaien in het EU-beleid voor de westelijke Balkan een vergissing is. Het wegnemen van de barrières voor vrij verkeer kan een belangrijke rol spelen bij het dichten van de wonden van het verleden. Tegelijkertijd ben ik van mening dat er een nauwere samenwerking nodig is tussen de Europese Unie en deze staten om de stroom asielaanvragen te ontmoedigen, grenscontroles te versterken en de plaatselijke bevolking correct te informeren. Een ander doel is om netwerken van georganiseerde criminaliteit te bestrijden, die zich bezighouden met mensenhandel, export van criminaliteit en prostitutie. Al deze maatregelen kunnen bijdragen aan het terugdringen van dit fenomeen.

 
  
MPphoto
 

  Marije Cornelissen (Verts/ALE). - Voorzitter, het is zo dat na invoering van visumvrij reizen een aantal misleide Serviërs en Macedoniërs asiel heeft aangevraagd in België, Zweden en Duitsland. Ik steun de Christendemocraten in hun oproep om Balkanbewoners beter te informeren, maar er is meer van belang.

Ten eerste zijn er meer mensen die niet snappen wat visumvrij reizen nu eigenlijk inhoudt. Ik heb Nederlandse parlementariërs, en dan nog niet eens die van de PVV, serieus horen zeggen dat wij nu horden asielzoekers gaan krijgen, die net als de Polen onze banen in komen nemen. Volkomen belachelijk, maar ook schadelijk. Het is spelen met de angst en de onwetendheid van burgers.

Ten tweede waren de asielzoekers bijna alleen maar etnische minderheden. Als Servië en Macedonië ergens op aangesproken moeten worden, dan is het dat zij veel meer moeten doen om de positie van deze etnische minderheden te verbeteren. Dus ja, laten wij Balkanbewoners goed informeren, maar laten wij óók EU-burgers, EU-parlementariërs en EU-ministers beter informeren over wat visumvrij reizen nu eigenlijk inhoudt.

 
  
MPphoto
 

  Jaroslav Paška (EFD).(SK) Mijnheer de Voorzitter, we vragen ons af of de huidige overeenkomst tussen Rusland en de Europese Unie aan onze verwachtingen voldoet en of het verkeer van burgers in beide richtingen overeenkomt met hun belangstelling voor reizen.

Commissaris, ik kan u zonder enige twijfel vertellen dat het huidige visumregime niet toereikend is en vooral schadelijk is voor de Europese Unie. In Rusland is er sinds de Sovjettijd veel veranderd. De middenklasse is betaalkrachtig, wil de wereld verkennen, reizen, recreëren en winkelen. Toen mijn land toetrad tot de Schengenzone moesten we in overeenstemming met de Europese regelgeving het verkeer van Russische burgers naar Slowakije beperken. Dat heeft ernstige economische gevolgen gehad en reisbureaus en winkels zijn veel goede klanten kwijtgeraakt. Het Europese visumregime ontmoedigt veel fatsoenlijke Russen om naar Slowakije te reizen, terwijl het de minder fatsoenlijke Russen absoluut niet van migratie weerhoudt. Daarom ben ik er stellig van overtuigd dat als het ons aan fatsoenlijke Russen gelegen is, we beter kunnen proberen onze economische ruimte toegankelijk te maken en gebruik te maken van het potentieel dat er in Rusland is om de samenwerking tussen de landen te verbreden en te versterken.

 
  
MPphoto
 

  Anna Maria Corazza Bildt (PPE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben heel blij dat de inwoners van Albanië en Bosnië-Herzegovina over twee dagen – net voor Kerstmis – eindelijk kunnen vieren dat ze visumvrij naar de Schengenruimte kunnen reizen. Ik deel hun blijdschap. Ik heb altijd volledig achter het steunen en versnellen van het liberalisatieproces inzake de visumplicht voor alle landen van de westelijke Balkan gestaan. Eindelijk kunnen bijna alle inwoners van die landen gebruik maken van de mogelijkheid om drie maanden in onze landen te verblijven en te studeren.

Onze mondelinge vraag aan de Commissie moet in een positief licht worden bezien. De vraag is bedoeld om ervoor te zorgen dat deze nieuwe vrijheid niet in gevaar wordt gebracht. De visumvrije regeling gaat niet over asiel om politieke of economische redenen. De regeling gaat niet over verblijf voor onbepaalde tijd en ook niet over tewerkstellingsvergunningen.

Ik juich de stappen toe die commissaris Malmström reeds heeft ondernomen – met name in de richting van de autoriteiten van Servië en FYROM – waaruit de vastberadenheid van de Commissie blijkt om het proces aan de gang te houden en toe te zien op de correcte toepassing van de regeling. Ik dank u voor uw reactie.

Nu is het zaak dat we blijven samenwerken om onjuiste uitlegging, misverstanden of misbruik te voorkomen en aan de kaak te stellen. De verantwoordelijkheid blijft bij de autoriteiten van de regio liggen. We juichen het feit toe dat Albanië en FYROM reeds met succes een informatiecampagne hebben gelanceerd en we stimuleren alle landen in de regio van de Westelijke Balkan hetzelfde te doen en meer maatregelen te nemen om misbruik te voorkomen.

We vragen de Commissie om controle te blijven uitoefenen, zoals ze reeds doet, en verslag aan ons uit te brengen. Zoals u al zei: het is van groot belang voor de democratie en de stabiliteit in de regio om contact tussen mensen te ontwikkelen. Laten we dat in een Europees perspectief niet op het spel zetten. Mijn betrokkenheid blijft onverminderd.

 
  
MPphoto
 

  Elena Băsescu (PPE). - (RO) Een fundamentele voorwaarde voor het visumvrij reizen tussen de Russische Federatie en de Europese Unie is het respecteren van de afspraken in de overeenkomst van 2007. De Russische autoriteiten hebben herhaaldelijk gevraagd om opheffing van de visumplicht voor kort verblijf, maar de EU heeft de voorkeur gegeven aan een geleidelijke aanpak, vertaald in een serie gezamenlijke stappen. Ik vind het belangrijk dat alle technische voorwaarden zijn vervuld voordat er een besluit wordt genomen over visumvrij reizen – bijvoorbeeld hogere normen voor grensbeheer, de beveiliging van documenten of de strijd tegen corruptie.

Daarnaast is het noodzakelijk dat Rusland door middel van daden laat zien dat het tastbare resultaten wil bereiken bij het reglementeren van de bevroren conflicten in de regio. Rusland heeft een belangrijke verantwoordelijkheid op dit gebied. De oplossing van het conflict in Transnistrië is een politieke prioriteit voor mijn land. Wij steunen het voortzetten van de formele gesprekken in het kader van de "5+2"-onderhandelingen, met het oog op het vinden van een duurzame oplossing. Deze oplossing moet volledig in lijn zijn met het internationaal recht en de soevereiniteit van de Republiek Moldavië respecteren.

Ik wil hier wijzen op de situatie van de landen uit het oostelijk partnerschap, waaronder Georgië en de Republiek Moldavië. Deze landen wachten sinds lang op een lichter visumregime en hebben vele hervormingen doorgevoerd op dit gebied. Ik wijs erop dat de Republiek Moldavië op dit terrein voorop loopt binnen het oostelijk partnerschap. Ik wil onderstrepen dat het vereenvoudigen van de visumverplichtingen voor Rusland vóór de landen in de onmiddellijke omgeving voor deze laatste ontmoedigend zou werken. Zo zou blijken dat de status van deelnemer in het oostelijk partnerschap weinig telt als het gaat om strategische concessies door de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 

  Marek Siwiec (S&D). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, het is de bedoeling dat we het hebben over visa, het is de bedoeling dat we het hebben over visa uit het oogpunt van de statistiek, uit het oogpunt van de maatregelen die de Europese Unie heeft genomen. In dit Huis heerst tevredenheid, maar ik zou willen dat iedereen die hier met zoveel voldoening en tevredenheid heeft gesproken zich eens probeert voor te stellen, dat zij zelf tien tot twintig uur in de rij moeten staan, in de regen en onder verschrikkelijke omstandigheden en vernederingen en ongemakken moeten ondergaan om een dergelijk visum te bemachtigen. Ze moeten staan en een derde van hun salaris betalen om het visum te krijgen. Ondertussen horen zij dat diplomaten in hun land zijn vrijgesteld van de visumplicht. Uiteindelijk krijgen zij een eenmalig visum, terwijl ze een meermalig visum nodig hadden, of krijgen zij een visum voor slechts één land, terwijl ze een Schengen-visum hadden aangevraagd.

Een dergelijke visumprocedure zou ons in gewetensnood moeten brengen. Deze procedure vernedert miljoenen mensen, de mensen die in die rijen moeten staan. Laten we daar aan denken als we uiting geven aan de wijdverbreide tevredenheid in dit Huis. Ik begrijp dat de visumprocedure onderdeel is van de wortel-en-stok-methode, maar dit zou alleen moeten gelden voor regeringen. De mensen die in de rij staan verdienen beter.

(EN) Mevrouw de commissaris, u komt uit Zweden. Zoals u weet, was uw land in de jaren zeventig samen met Oostenrijk het enige land waar geen visa waren vereist voor de communistische landen. In 1976 bezocht ik als Pools staatsburger uw land. Waarom? Omdat er geen visum nodig was om naar Zweden te reizen. Natuurlijk ben ik gesteld op uw koning, op de Zweedse vrijheid en de economie, maar bedenk wel dat zo lang er nog visumregelingen bestaan, we niet achterover moeten leunen.

 
  
MPphoto
 

  Simon Busuttil (PPE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, wij van de PPE-Fractie staan heel positief tegenover het beleid inzake de versoepeling en de liberalisering van de visumplicht, omdat wij denken dat dit een heel positief instrument is in de omgang met derde landen, met name die landen die in onze naaste omgeving liggen. Daarom kijken we in eerste instantie duidelijk heel positief hiernaar.

Visumversoepeling is een eerste stap, en deze week regelen we dit voor Georgië. Het is een eerste stap, maar het is wel een belangrijke stap in wat mijn collega Anna Maria Corazza Bildt de contacten van mens tot mens noemde. Visumversoepeling gaat normaal gesproken samen met overnameovereenkomsten. Mevrouw de commissaris, wij hechten ook zeer veel belang aan overnameovereenkomsten omdat we ervoor willen zorgen dat mensen die illegaal op EU-grondgebied verblijven ook worden gevraagd weg te gaan. Dit is de enige manier waarop we draagvlak kunnen creëren voor versoepeling van de visumplicht en de uiteindelijke vrijstelling daarvan. Die twee dingen gaan samen, daarom vragen we u er harder aan te werken om het netwerk van overnameovereenkomsten die we met derde landen hebben, uit te breiden.

Wat betreft de versoepeling van de visumplicht: die hebben we vorig jaar geregeld voor Servië, Macedonië en Montenegro. Het is goed om te zien dat onze vrienden uit Albanië en Bosnië-Herzegovina er nu ook van gaan profiteren. Wij staan hier volledig achter en zien dit als een hele goede stap in de richting van verdere Europese integratie en zeker om de toenadering tussen de burgers uit deze landen en ons te bevorderen.

Wanneer we een besluit nemen over deze dossiers, letten we er altijd goed op dat we een besluit nemen dat niet politiek van aard is, maar dat in de eerste plaats wordt genomen op technische gronden – dat wil zeggen, landen moeten eerst voldoen aan technische criteria voordat wij een positief besluit over hen nemen. Een besluit is natuurlijk ook politiek, maar er moet in de allereerste plaats een technische beoordeling aan ten grondslag liggen.

Ik benadruk dit omdat het voornamelijk aan de Commissie is om naar ons toe te komen om te zeggen dat een bepaald land aan de technische criteria heeft voldaan. Om die reden moeten we, wanneer we te maken hebben met gevallen van misbruik in verband met mensen die uit een land komen waarvoor de visumplicht is opgeheven, zoals Servië of Macedonië, en die in EU-landen om asiel vragen, de vraag stellen of de technische beoordeling volledig en correct is uitgevoerd. Het is immers duidelijk niet in overeenstemming is met de liberalisering van de visumplicht wanneer er iemand naar de Europese Unie komt en asiel aanvraagt. Dit betekent dat er ergens iets is misgegaan. Het is legitiem dat we dan vragen wat er is misgegaan en daar dan een antwoord op krijgen.

Ten slotte moeten we deze gelegenheid aangrijpen om een duidelijke boodschap af te geven aan de betrokken landen – met name landen zoals Servië en Macedonië, waar gevallen van misbruik voorkomen – dat zij hun burgers duidelijk moeten maken wat de visumliberalisering inhoudt. Het is niet zomaar naar EU-landen gaan en je daar vestigen of werk zoeken, maar het is gewoon een vrijstelling van de visumplicht voor een beperkte periode – alleen voor een bezoek aan het land. Dit geldt eveneens voor de Europese Commissie. Het is belangrijk dat de Commissie er samen met deze landen aan werkt om ervoor te zorgen dat deze boodschap overkomt.

 
  
MPphoto
 

  Lara Comi (PPE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik steun het verzoek van een aantal collega’s aan de Commissie om een evaluatie te maken van de tenuitvoerlegging van de overeenkomst tussen de Europese Unie en Rusland inzake de versoepeling van de visumplicht.

Daarmee maken de partijen hun gemeenschappelijke wil duidelijk om op lange termijn de visumplicht volledig af te schaffen gezien de mogelijk positieve effecten van een adequate tenuitvoerlegging van de doelstellingen betreffende de versoepeling en vereenvoudiging van de procedures voor het afgeven van visa zowel voor personen als voor de economische en handelsbetrekkingen.

Daarom vind ik het belangrijk toe te zien op de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst. Zo zouden de persoonlijke, culturele, wetenschappelijke en economische banden tussen de Europese Unie en haar belangrijkste gesprekspartner in Oost-Europa aanzienlijk verstevigd kunnen worden.

 
  
MPphoto
 

  Csaba Sándor Tabajdi (S&D).(HU) Mijnheer de Voorzitter, commissaris Malmström heeft ten aanzien van Servië en Macedonië een geruststellend antwoord gegeven zodat we het kind niet met het badwater weg hoeven te gooien. Het zou een ernstige vergissing zijn om voor Servië en Macedonië opnieuw visumverplichtingen in te voeren, alleen omdat er met betrekking tot die landen problemen zijn ontstaan. Mevrouw Malmström heeft hierop gewezen en ik ben ervan overtuigd dat het Hongaarse voorzitterschap zich in het komende halfjaar als een partner zal opstellen ten aanzien van deze kwestie, temeer daar Hongarije, als buurland van Servië, er veel aan gelegen is de problemen op te lossen, niet alleen als het gaat om de oplossing van de problemen, niet alleen met het oog op goede nabuurschapsbetrekkingen, maar ook voor de gemeenschap van 300 000 Hongaren die in Servië leven. Het is duidelijk dat de regeringen van Servië en Macedonië het meeste werk zullen moeten verrichten. Zoals mevrouw Malmström al zei, zijn het die landen zelf die informatie aan hun burgers moeten verstrekken. Ik wil er echter op wijzen dat de oude lidstaten die met asielvraagstukken worden geconfronteerd, ook moeten controleren of hun asielbeleid in orde is, omdat ze ook asiel toekennen aan aanvragers die eigenlijk niet voor asiel in aanmerking zouden mogen komen.

 
  
  

VOORZITTER: SILVANA KOCH-MEHRIN
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Andrew Henry William Brons (NI). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, met de begrippen visumversoepeling en visumliberalisering wordt ongetwijfeld iets positiefs bedoeld. Ze worden altijd verdedigd met het argument dat zij niets te maken zouden hebben met immigratie en alles te maken hebben met onderwijs en toerisme – wat een stuk positiever klinkt.

Noemt u mij maar cynisch, maar studenten komen niet altijd om te studeren en toeristen komen niet altijd voor een kort bezoek. Soms komen ze naar de EU om er te werken en te wonen. Het idee dat mensen altijd de waarheid spreken over hun bedoelingen is vaak niet wat de ervaring leert.

In de huidige crisis zijn banen schaars – met name op het gebied van ongeschoold werk – en de vraag naar huisvesting is altijd groter dan het aanbod. De banen die door illegale migranten worden vervuld, zijn vaak banen die door burgers van de lidstaten zouden kunnen worden vervuld en de voorwaarden en betaling liggen vaak onder het minimum. We moeten nu niet doen alsof het grootmoedig is om de ogen te sluiten voor illegale migratie. Het leidt tot lonen op armoedeniveau, onveilige omstandigheden, uitbuiting en misbruik.

 
  
MPphoto
 

  Georgios Papanikolaou (PPE). - (EL) Mevrouw de Voorzitter, ook ik neem het woord om met mijn collega’s in te stemmen wat betreft onze principiële acceptatie en positieve benadering van de vrijstelling van visumplicht. Het is een feit dat er vanaf het begin van de vrijstelling misbruik is gemaakt, slechte voorbeelden en misstanden die wij in kaart hebben gebracht en spoedig zullen aanpakken. Het is van cruciaal belang dat de Commissie en de commissaris persoonlijk samenwerken met de autoriteiten in die landen die het eerst voor problemen hebben gezorgd. Ik doel natuurlijk zowel op de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië als op Servië. Juist omdat we ook voor andere landen overgaan tot vrijstelling – en dat is, ik herhaal het, een stap in de goede richting – zal het volgende misschien ons richtsnoer moeten zijn: een nauwere samenwerking met de autoriteiten in deze landen, eventueel ook specifieke acties die ons in het vervolg moeten leiden, en tegelijkertijd de tenuitvoerlegging van deze verdragen en de controle ervan.

 
  
MPphoto
 

  Csanád Szegedi (NI).(HU) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, de betrekkingen tussen Rusland en de EU zijn altijd bijzonder geweest, gezien de grote machtspositie die beide partijen innemen. Door hun beider status is het onvermijdelijk dat er meningsverschillen over bepaalde zaken bestaan en dat er tegen diverse kwesties verschillend wordt aangekeken. We moeten echter niet vergeten, en ik vind dat ik dit moet onderstrepen, dat Rusland niet alleen in geografisch opzicht, maar ook qua cultuur en geschiedenis deel uitmaakt van Europa. De geografische, culturele en historische banden met dit land maken een versoepeling van de visumverstrekking onontbeerlijk. De Jobbik-beweging voor een beter Hongarije verleent daarom haar steun hieraan. Net als bepaalde lidstaten van de EU kan Rusland zijn administratieve verplichtingen op visumgebied onafhankelijk vaststellen. Die verplichtingen dienen te berusten op wederkerigheid. De situatie van Servië is lang zo duidelijk niet omdat helaas de Hongaarse minderheden en andere minderheidsgroepen tot op de dag van vandaag met verschillende nadelen te kampen hebben. Het Europees Parlement en de Europese Unie moeten deze kwestie in ieder geval onderzoeken.

 
  
MPphoto
 

  Lena Kolarska-Bobińska (PPE). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, met de visumliberalisering moeten we tegelijkertijd ook onze waarden verspreiden. De deur moet zo ver mogelijk worden opengezet, maar het gaat daarnaast ook om het bevorderen van de democratie in de landen die grenzen aan de Europese Unie. De landen die daadwerkelijk streven naar democratie en de rechtsstaat, die de Europese waarden eerbiedigen, verdienen daarom onze steun. Het lijkt mij echter dat we het visumbeleid in eerste instantie moeten versoepelen voor de voormalige Sovjetlanden en pas daarna voor Rusland.

Ik ben het daarom eens met degenen die hebben gezegd dat het een bijzonder slecht signaal is als we eerst het visumbeleid voor Rusland versoepelen en pas daarna voor de bewoners van Oekraïne en de andere voormalige Sovjetlanden. In Georgië kan het gebeuren dat veel mensen in de gebieden die nu door de Russen worden bezet, de Russische nationaliteit willen hebben en hierin gesterkt worden, omdat dit een vrijbrief voor Rusland betekent. Laten we het visumbeleid daarom ook behandelen als instrument voor promotie van de democratie.

 
  
MPphoto
 

  Cecilia Malmström, lid van de Commissie. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil de geachte leden graag bedanken voor dit debat. Ik ben het geheel met u eens dat versoepeling en liberalisering van de visumplicht zeer sterke instrumenten zijn voor het bevorderen van de contacten van mens tot mens. Niet alleen voor gewone burgers, studenten en toeristen, maar ook voor het zakenleven levert het meer mogelijkheden op en dat is natuurlijk een hele goede zaak.

We hebben als Europese Unie besloten om te streven naar visumliberalisering voor de landen van de westelijke Balkan. Dat is op zich een politieke beslissing. Het toont politieke wil, en dat is heel belangrijk, maar de verwezenlijking van deze doelstelling kan alleen heel technisch van aard zijn en zeer strikt worden nagestreefd. We kunnen visa pas afschaffen als we beschikken over zeer strenge criteria.

Het gaat hier om open criteria. Ze zijn transparant. Zij gelden voor iedereen en ze zorgen voor belangrijke hervormingen in de landen die naar visumversoepeling en visumliberalisering streven. En ja, mijnheer Busuttil, de Commissie houdt dit inderdaad zeer scherp in de gaten en de deskundigenmissies bestaan ook uit deskundigen uit de lidstaten. Al deze verslagen en al dit werk komen op een zeer transparante wijze tot stand.

Dit gezegd hebbende, wil ik wijzen op enkele gevallen van misbruik, met name in Servië en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië. Nu hoeft dit geen onoverkomelijke schaduw hierover te werpen; het systeem werkt, maar er heeft ook misbruik plaatsgevonden. De Commissie heeft dat aangepakt. We zijn er geweest. We hebben met onze gesprekspartners overleg gevoerd. Het Belgische voorzitterschap is heel actief geweest.

We proberen het probleem in kaart te brengen. Het is voornamelijk een kleine groep van criminele netwerken die mensen in afgelegen gebieden ertoe aanzetten op basis van verkeerde veronderstellingen naar de Europese Unie te reizen in de hoop daar asiel te krijgen. We zullen natuurlijk al deze aanvragen stuk voor stuk onderzoeken, maar vele ervan zijn ongegrond en daarom is het nodig deze netwerken aan te pakken. Dit gebeurt inmiddels al en we voeren overleg met de autoriteiten van deze landen.

Ik ben nog maar een maand geleden zelf in Tirana en in Sarajevo geweest, samen met de Belgische minister, om deze boodschap kracht bij te zetten, dat dit heel belangrijk is maar dat men moet waken voor misbruik. We hebben deze boodschap overgebracht aan alle ministers, de leden van het parlement, leden van het maatschappelijk middenveld, de universiteiten en, denk ik, ook aan alle TV-kanalen die we in deze landen konden vinden, om heel duidelijk te maken dat dit een geweldige kans was, maar met het dringende verzoek om er geen misbruik van te maken.

We hebben een beoordelings- en toezichtmechanisme ingesteld en ik wil u graag later, in het voorjaar, verslag uitbrengen over de werking van dit mechanisme.

Wat Rusland betreft, heeft het inderdaad tot veel goeds geleid, tot meer mobiliteit tussen onze landen. Uit alle beoordelingen, die door de lidstaten zijn bevestigd, blijkt dat er geen signalen zijn dat de versoepeling van de visumplicht de veiligheid op enigerlei wijze in gevaar heeft gebracht, of dat deze geleid heeft tot een toename illegale immigratie. Momenteel stellen we een lijst samen van gemeenschappelijke stappen die Rusland en de Europese Unie moeten nemen om mogelijkheden te creëren voor verdere besprekingen over het streven naar visumliberalisering.

Wat betreft Georgië wil ik tegen mijn Groene vrienden herhalen wat de rapporteur ook heeft gezegd, namelijk dat zij zijn toegetreden tot de Raad van Europa en dat zij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens hebben aanvaard krachtens de overnameovereenkomst. De EU-wetgeving vereist ook dat de lidstaten afzonderlijk een asielaanvraag beoordelen en, mocht er internationale bescherming nodig zijn, dat zij dit krachtens de EU-wetgeving respecteren, alsook het beginsel van non-refoulement, dat inhoudt dat een persoon niet naar een land mag worden teruggestuurd als de mogelijkheid bestaat dat deze persoon zal worden vervolgd of ernstige schade zal worden toegebracht.

In zijn geheel genomen denk ik dat dit een heel goed debat is geweest. Ik zie ernaar uit om aan u verslag uit te brengen over de evaluatie van de overnameovereenkomst. De onderhandelingen hierover zijn inderdaad heel lastig, mijnheer Busuttil, maar we werken eraan. Zoals ik al eerder tijdens dit debat heb gezegd, zal begin volgend jaar een evaluatie plaatsvinden en ik zal dan graag naar het Parlement komen om de conclusies daarvan te bespreken en ook hoe we verder kunnen gaan met het versoepelen van deze overeenkomsten met derde landen.

 
  
MPphoto
 

  Nathalie Griesbeck, rapporteur. − (FR) Mevrouw de Voorzitter, ook ik ben, net als onze commissaris, verheugd over de kwaliteit van ons debat, die blijk geeft van de waarachtige verantwoordelijkheid van onze instellingen in het algemeen.

Deze verantwoordelijkheid kwam ook tot uiting in de antwoorden die de commissaris heeft gegeven, de beloften die zijn gedaan en die opnieuw zijn bevestigd door middel van de verschillende evaluatie-afspraken die zijn vastgelegd voor februari en juni 2011. Natuurlijk wilde ik niet meteen een evaluatie voor Pakistan; ik herinnerde u in feite alleen aan onze uitgangspunten. Ik zou de commissaris ook willen bedanken voor haar getoonde bereidwilligheid als het gaat om wederzijdse betrouwbaarheid, beantwoording van vragen, openheid en samenwerking, aanpassingen en de bestrijding van misbruik, en als het gaat om eerbiediging van deze verschillende juridische omstandigheden.

Hoewel deze overeenkomsten terecht een juridisch kader bieden om, onder duidelijke en strikte voorwaarden, de versoepeling van de afgifte van visa en de overnameprocedures te organiseren, moet dit niet worden verward met de absolute noodzaak die voor ons ook aanwezig is om de voorwaarden en grote lijnen van een Europees asielrecht op te stellen.

Tot slot vind ik dat dit beleid iets weg heeft van een januskop. Wij hebben over de politieke en de technische kant gesproken. Voor mij heeft de januskop twee aangezichten die samen één gezicht vormen, waarin de technische en de politieke kant samenkomen. We hebben te maken met een technisch gezicht, dat van de procedures en van de voorwaarden inzake recht en naleving, maar ook met een politiek gezicht, dat – zoals sommige van mijn collega's hebben gezegd – wordt gekenmerkt door verdieping, samenwerking, openstelling van de Unie in de richting van derde landen, als signaal van onze waarden. Het gaat er echter ook om dat wij hiermee in zekere zin beantwoorden aan het verlangen van de Europeanen naar deze openstelling.

Afsluitend zou ik willen zeggen dat wij ervoor moeten zorgen dat deze elementen goed in balans zijn en dat wij alles in het werk moeten stellen om een en ander aan onze medeburgers te verduidelijken. Wij moeten hun duidelijk uitleggen wat een visum voor drie maanden nu precies inhoudt en dus eventuele dubbelzinnigheden of andere misverstanden wegnemen. Ik reken daarbij op u, mevrouw de commissaris.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. - De gezamenlijke behandeling is gesloten.

De stemming vindt dinsdag 14 december plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  Kinga Gál (PPE), schriftelijk.(HU) Handhaving van de vrijstelling van visumplicht is niet alleen een technisch, maar duidelijk ook een politiek vraagstuk. Vrijstelling van visumplicht berust echter op wederzijds vertrouwen en wederzijdse verplichtingen. In het debat van vandaag wordt aan de betrokken landen de boodschap afgegeven dat de lange lijst van taken die als gevolg van hun verplichting voor hen liggen niet ophoudt na verlening van visumvrijstelling. Daarnaast moeten zij namelijk hun burgers informeren over wat visumvrij reizen inhoudt, om misbruik van de regeling te voorkomen. Met de aan Servië en Montenegro verleende visumvrijstelling wordt een Europees perspectief geboden, vooral aan jongeren, die het Europa van de toekomst vorm zullen geven. Met de vrijstelling die twee jaar geleden is verleend, is een belangrijke politieke boodschap aan deze landen afgegeven. Intrekking ervan zou ernstige gevolgen hebben. Van even groot belang is de handhaving van visumvrijstelling voor Hongaren die in Vojvodina leven, voor die burgers die aan beide zijden van de grens leven, dezelfde taal spreken en nauwe culturele en familiebanden onderhouden. Voor landen die in volle vaart afstevenen op het EU-lidmaatschap, is het scheppen van een situatie van naast elkaar bestaan, ongeacht grenzen, van bijzonder belang.

 
  
MPphoto
 
 

  Elżbieta Katarzyna Łukacijewska (PPE), schriftelijk.(PL) Iedere visumliberalisering komt tegemoet aan de verwachtingen van de inwoners van de landen waarvoor de liberalisering geldt. Ik wil benadrukken, dat de overeenkomst die de afgifte van visa tussen de EU en Georgië mogelijk maakt, niet los kan worden gezien van de overeenkomst inzake de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven. We spreken op Europees niveau al langere tijd over dit thema, omdat het visumbeleid voor de EU bijzonder belangrijk is.

Visumliberalisering opent de landen van de EU voor burgers van de Balkanlanden. Die krijgen daarmee de mogelijkheid om deel te nemen aan de EU-dialoog en te leren wat democratie inhoudt. We moeten er echter wel rekening mee houden dat liberalisering grensoverschrijdende criminaliteit en illegale migratie kan bevorderen. Het is daarom noodzakelijk dat de lidstaten uniforme procedures voor de afgifte van visa hanteren, omdat Albanië en Bosnië-Herzegovina ook op hun beurt wachten. De Europese Commissie moet de voorwaarden voor liberalisering naleven en controle op de situatie uitoefenen om te zorgen dat goede oplossingen geen binnenlandse problemen voor de EU-landen veroorzaken. Bovendien is het belangrijk dat landen samenwerken en gebruik maken van de reeds opgedane ervaring met de procedure voor de afgifte van visa.

 
  
MPphoto
 
 

  Marian-Jean Marinescu (PPE), schriftelijk. – (RO) Ik ben van mening dat Servië tot nu toe grote inspanningen heeft verricht om te voldoen aan de verwachtingen van de EU en om verder te gaan op de weg naar integratie. In de loop van 2009 en 2010 zijn de volgende zaken bereikt: visumvrij reizen, start van het proces van ratificatie van de stabilisatie- en associatieovereenkomst en het feit dat de Commissie heeft geaccepteerd een beoordeling voor te bereiden met betrekking tot de kandidatuur van Servië voor het lidmaatschap van de EU.

Het is echter spijtig dat de Servische autoriteiten onvoldoende ruchtbaarheid en uitleg hebben gegeven over het in 2009 geïntroduceerde visumvrij reizen, zodat de burgers de nieuwe mogelijkheden niet misbruiken. Ik hoop dat de zorgwekkende groei van het aantal asielaanvragen in de EU door Servische burgers niet schadelijk zal zijn voor het integratieproces van Servië. Ik ben ervan overtuigd dat de Servische autoriteiten snel zullen reageren en breng in herinnering dat de weg naar integratie afhankelijk is van de individuele inspanningen van Servië om te voldoen aan de criteria van Kopenhagen en aan de stabilisatie- en associatieovereenkomst.

 
  
MPphoto
 
 

  Jiří Maštálka (GUE/NGL), schriftelijk. (CS) Ik zou graag ten aanzien van het centrale thema van dit verslag (visa) willen stilstaan bij de mijns inziens twee belangrijkste aspecten ervan, vanuit de optiek van het streven naar een succesvol Europees nabuurschapsbeleid twee zeer gevoelig liggende problemen. Het eerste probleem is de tenuitvoerlegging van de overeenkomst inzake de versoepeling van de visumplicht tussen de EU en Rusland. Ik acht het in het kader van een algemene beoordeling van het functioneren van de overeenkomst niet erg productief om een handvol maatregelen die Rusland zich tot op heden gedwongen ziet toe te passen – helaas eveneens tegen burgers die vanuit EU-lidstaten komen reizen – uitgebreid te gaan zitten bekritiseren. Deze maatregelen, bijvoorbeeld verplichte registratie, zijn eenvoudigweg een uitvloeisel van de algehele veiligheidssituatie in het land en vormen in de kern geen belemmering voor de versoepeling van de visumplicht. Het tweede probleempunt betreft de duidelijke zorgen ten aanzien van de juiste tenuitvoerlegging van de versoepeling van de visumplicht in Servië, Macedonië en Montenegro. Deze onrust zou worden veroorzaakt door een plotselinge stijging van het aantal asielaanvragen door inwoners van deze landen. Er wordt voorgesteld om in reactie daarop maatregelen te treffen tegen de desbetreffende nationale instanties. Dat lijkt mij een doodlopende weg waarmee de plank volledig misgeslagen wordt. De algehele politieke situatie in de Balkan staat al jarenlang onder verregaande invloed van de NAVO en de EU. Ik acht het dan ook de plicht van deze organisaties om in de Balkan dusdanige maatregelen te treffen en daar dusdanig beleid op poten te zetten, dat de mensen zich niet meer gedwongen zien deze zwaar op de proef gestelde regio te verlaten.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. – (DE) Prijs de dag niet eer het avond is. Wij geloven pas in de overeenkomst met Moskou over het wegnemen van handelsbelemmeringen wanneer die geratificeerd en omgezet is. Denk maar eens aan de handtekening onder het energiehandvest, die Rusland heeft ingetrokken. Het valt nog te bezien of het Kremlin werkelijk ingaat op de eisen van de EU inzake de versoepeling van de visumplicht. Wanneer de vrijstelling van de visumplicht voor de Westelijke Balkan, die duizend keer kleiner is dan Rusland, al tot zulke stromen van asielzoekers heeft geleid, wat gebeurt er dan wanneer de visumplicht verdwijnt voor het land met op zes na grootste aantal inwoners ter wereld? We weten dat vele radicale moslims uit de Kaukasus de Russische nationaliteit hebben. Laten we op die manier potentiële terroristen zonder visumplicht het land in? Of het nu gaat om Servië, Georgië of Macedonië, we moeten de situatie vastberaden aanpakken, en zo nodig doorgaan met het uitwerken van de nodige overeenkomsten inzake de overname van personen. We moeten de ervaringen evalueren die we hebben opgedaan met de vrijstelling van de visumplicht voor de landen op de Balkan, we moeten bijvoorbeeld bij SIS-II orde op zaken stellen, en goed volgen hoe de visumregels in Moskou worden omgezet. We moeten goed in de gaten houden hoe de golf van vluchtelingen uit de Kaukasus en uit de landen in Centraal-Azië naar Rusland zich ontwikkelt, maar we moeten ook vaststellen hoe het aantal asielzoekers uit landen die van de visumplicht willen worden vrijgesteld zich ontwikkelt.

 
  
MPphoto
 
 

  Justas Vincas Paleckis (S&D), schriftelijk.(LT) Volgens gegevens van het Russische bureau voor statistiek zijn er in 2008 meer dan 1,5 miljoen Russische visa afgegeven voor EU-burgers en 3,5 miljoen EU-visa voor Russische burgers. Dat is meer dan een kwart van alle Schengenvisa wereldwijd. Het EU-visumbeleid voor Rusland is een belangrijk instrument voor het verdiepen van de interpersoonlijke relaties en om Rusland dichter bij de EU te laten komen. Ik wil wijzen op de moeilijkheden van de regio Kaliningrad in de Russische Federatie. De meeste inwoners van dit Russische eiland omringd door EU-lidstaten krijgen eenmalige visa voor kort verblijf. De meeste inwoners van Kaliningrad die door naburige EU-lidstaten reizen, moeten iedere keer betalen voor een visum en in de rij staan bij de consulaten van de EU-lidstaten. Onlangs hebben vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld in Kaliningrad, in protest bij het gebouw van de Commissie in Brussel, opgeroepen tot de introductie van bijzondere reisvoorwaarden naar EU-lidstaten voor de inwoners van de enclave, zonder deze kwestie te verbinden aan de besprekingen met Rusland over het afschaffen van de visumplicht.

 
  
MPphoto
 
 

  Iuliu Winkler (PPE), schriftelijk.(HU) De afgelopen jaren hebben zich in de landen van de westelijke Balkan ontwikkelingen ten goede ingezet die de herinneringen aan vijftien jaar geleden, toen de regio nog een oorlogsgebied in Europa was, naar de achtergrond lijken te dringen. De voorbeeldige hulp die de EU aan de democratische ontwikkeling in de westelijke Balkan heeft verleend en het feit dat zij voor de landen in de regio de deur naar het EU-lidmaatschap steeds heeft opengehouden, hebben aan die ontwikkelingen bijgedragen. Het besluit inzake visumliberalisering dat een jaar geleden is genomen, heeft voor Macedonië, Montenegro en Servië de weg vrijgemaakt naar het Europese concept van vrij verkeer. Dat is een duidelijk teken dat Europa zich om dit gebied bekommert. Immigratie wordt in een aantal lidstaten opnieuw een ernstig politiek beleidsprobleem, dat door de economische crisis nog wordt verergerd. Ik ben echter van mening dat wij in weerwil van de crisis Europese solidariteit moeten betonen als wij een nieuwe opleving van nationalisme en protectionisme willen voorkomen. De westelijke Balkan maakt nog geen deel uit van de EU, maar stabiliteit in Zuidoost-Europa kan alleen worden verkregen door EU-uitbreiding met de Balkanlanden. De EU moet streng toezien op naleving van de technische eisen betreffende grensbeveiliging maar moet tegelijkertijd een helpende hand bieden om de burgers van de landen van de westelijke Balkan uitzicht te bieden op een reële verbetering van hun bestaan en het idee te geven dat toetreding tot de EU een haalbare kaart is. We moeten de regio ondersteunen in zijn maatschappelijke en economische ontwikkeling door middel van efficiënte informatievoorziening, het betonen van nog meer solidariteit en de beschikbaarstelling van aanvullende financiële middelen zodat de burgers in eigen land kunnen bouwen aan hun welvaart.

 

17. Oprichting van een netwerk van immigratieverbindingsfunctionarissen (debat)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Aan de orde is het verslag over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 377/2004 van de Raad betreffende de oprichting van een netwerk van immigratieverbindingsfunctionarissen [COM(2009)0322 - C7-0055/2009- 2009/0098(COD)] - Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken. Rapporteur: Agustín Díaz de Mera García Consuegra (A7-0342/2010).

 
  
MPphoto
 

  Agustín Díaz de Mera García Consuegra, rapporteur. − (ES) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw de commissaris, allereerst wil ik mijn collega’s mevrouw Guillaume, mijnheer Ilchev, mevrouw Keller, mevrouw Wikström en mijnheer Tavares bedanken voor hun hulp bij het verbeteren van dit verslag.

Ik wil graag de aandacht van de Raad en de Commissie vestigen op de terminologie. Naar mijn mening is het correcter om de term "immigratie van onregelmatige aard" te hanteren aangezien alle communautaire wetgevingsinstrumenten tot nu toe de term "illegale immigratie" gebruiken.

In sommige lidstaten is onregelmatige binnenkomst of onregelmatig verblijf een delict terwijl in andere lidstaten de term "onregelmatig" geen juridische of semantische betekenis heeft. In veel lidstaten is clandestiene binnenkomst of clandestien verblijf geen strafbaar feit: een goede reden om deze zaken niet te criminaliseren.

Daarom worden de instellingen in de toelichting van het verslag verzocht om de gebruikte terminologie niet aan te passen omdat het van groot belang is om een exacte en correcte definitie te geven van clandestiene immigratie.

Overgaand op de kern van deze zaak: het netwerk van immigratieverbindingsfunctionarissen werd opgericht door middel van Verordening (EG) nr. 377/2004 van de Raad. Met deze verordening is bepaald dat de verbindingsfunctionarissen vertegenwoordiger van een lidstaat zijn, die door de immigratiedienst of een andere bevoegde autoriteit van deze lidstaat in een ander land is gedetacheerd, teneinde contacten met de autoriteiten van het ontvangende land te leggen en te onderhouden met het oog op de preventie en de bestrijding van illegale immigratie, de terugkeer van illegale immigranten en het beheer van legale immigratie.

Na de vaststelling van deze verordening werd het agentschap Frontex opgericht, dat de taak heeft om de operationele samenwerking tussen de lidstaten te coördineren op het gebied van het beheer van de buitengrenzen; de lidstaten bij te staan bij de uitvoering van de operationele aspecten van het beheer van de buitengrenzen; het uitvoeren van risicoanalyses; het volgen van de ontwikkelingen op het gebied van onderzoek dat relevant is voor de controle en bewaking van de buitengrenzen; de lidstaten de nodige technische ondersteuning en kennis op het gebied van het beheer van de buitengrenzen bieden als de omstandigheden erom vragen; en de nodige steun verlenen voor het organiseren van gezamenlijke terugkeeroperaties.

Het moge duidelijk zijn dat Frontex haar belangrijke taak beter kan uitvoeren als er gebruik kan worden gemaakt van de kennis en ervaring van het netwerk van immigratieverbindingsfunctionarissen. Zeker gezien het feit dat Frontex buiten de Europese Unie geen afdelingen of vertegenwoordigers heeft.

Het voorstel tot wijziging van Verordening (EG) nr. 377/2007 van de Raad heeft als doel de kennis en ervaring van de immigratieverbindingsfunctionarissen aan te wenden ten behoeve van Frontex en vice versa , een kwestie die niet is opgenomen in de oorspronkelijke verordening.

Bovendien wordt in het voorstel tot wijziging aangeraden om gebruik te maken van de informatie die door het netwerk van verbindingsfunctionarissen is verkregen en deze uit te wisselen via ICONet, een beveiligd informatie- en coördinatienetwerk voor migratiebeheersdiensten van de lidstaten, om toegang te krijgen tot het Buitengrenzenfonds om de oprichting van netwerken van verbindingsfunctionarissen te bevorderen en uiteindelijk het verbeteren van de regeling voor het indienen van verslagen over de activiteiten van het netwerk van functionarissen en de toewijzing van de zogenaamde regio’s van bijzonder belang voor immigratie.

Het voorstel vindt zijn juridische grondslag in artikel 63, lid 3, onder b) en artikel 66 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.

Ik houd hier op, mevrouw de Voorzitter. In mijn tweede toespraak zal ik een hierover nadere beschouwing houden.

 
  
MPphoto
 

  Cecilia Malmström, lid van de Commissie. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken in het algemeen en de rapporteur, de heer Díaz de Mera García Consuegra, en de schaduwrapporteurs in het bijzonder, van harte bedanken voor het werk dat zij hebben verricht ten aanzien van dit zeer belangrijke dossier en ik ben verheugd over de overeenkomst die met de Raad is bereikt.

Het voorgestelde amendement maakt een nauwere samenwerking mogelijk tussen Frontex en het netwerk van immigratieverbindingsfunctionarissen, en dat zal een verbetering betekenen van de uitwisseling van informatie via een web-based veilig IT-platform en ervoor zorgen dat de Raad en het Parlement naar behoren worden geïnformeerd over de activiteiten van deze netwerken.

Bovendien doet het me deugd dat via de amendementen die het Parlement heeft ingediend er zal worden uitgegaan van een op mensenrechten gebaseerde benadering wanneer er verslag wordt uitgebracht over de situatie in zaken die verband houden met onregelmatige immigratie in de betrokken derde landen. Ik wil graag nog zeggen dat ik het volledig eens ben met de rapporteur dat we gebruik moeten maken van de term "onregelmatige" migratie. Helaas staat er in artikel 79 van het Verdrag "illegale" (migratie) dus daarom staat het er zo, maar ik gebruik zelf ook altijd de term "onregelmatige" migratie. Ik ben het dus volledig met u eens.

Dankzij de door u ingebrachte wijzigingen in het regelgevingskader, en in overeenstemming met het programma van Stockholm, zal het netwerk van verbindingsfunctionarissen zodanig worden aangepast dat een beter inzicht wordt verkregen in de primaire oorzaken van migratiebewegingen zodat deze verschijnselen naar behoren kunnen worden aangepakt. Daarom hoop ik dat wanneer de geamendeerde verordening morgen in stemming wordt gebracht, deze onverwijld zal worden aangenomen. Dit zal ons in staat stellen dit zeer belangrijke samenwerkingsinstrument voor migratiebeheersing efficiënter te kunnen toepassen.

 
  
MPphoto
 

  Carlos Coelho, namens de PPE-Fractie. (PT) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, dames en heren, in dit Parlement steunen we altijd de voorstellen die tot doel hebben een antwoord te geven op de noodzaak om de migratiestromen adequaat te beheersen, zowel wat betreft legale immigratie als onregelmatige of illegale immigratie. Ook dit voorstel maakt deel uit van dat proces en heeft tot doel Verordening (EG) nr. 377/2004 betreffende de oprichting van een netwerk van immigratieverbindingsfunctionarissen te wijzigen, zodat de noodzakelijke synergie kan ontstaan tussen dit belangrijke samenwerkingsinstrument en het agentschap Frontex, dat pas na 2004 is opgericht. De heer Díaz de Mera heeft al op zeer deskundige wijze toegelicht om welke wijzigingen het gaat.

Immigratieverbindingsfunctionarissen zijn in het buitenland gedetacheerde vertegenwoordigers van de lidstaten, en op dit moment zijn zij in meer dan 130 derde landen aanwezig. Het is hun taak de nodige contacten te onderhouden met de autoriteiten van het ontvangende land met het oog op de preventie en de bestrijding van illegale immigratie, de terugkeer van illegale immigranten en het beheer van legale immigratie. Daar Frontex niet vertegenwoordigd is buiten het grondgebied van de Unie, bestaat er geen enkele twijfel over het belang van deze samenwerking. Op basis van de door de verbindingsfunctionarissen verzamelde informatie moet het agentschap risicoanalyses maken en de operationele samenwerking tussen de lidstaten en derde landen verstevigen.

De verkregen informatie wordt uitgewisseld via ICONet (beveiligd informatie- en coördinatienetwerk voor migratiebeheersdiensten van de lidstaten). Tegelijkertijd kunnen deze netwerken toegang krijgen tot de kredieten die beschikbaar zijn in het kader van het Buitengrenzenfonds.

De heer Díaz de Mera vraagt zich natuurlijk al af waarom ik hem nog niet heb gefeliciteerd met zijn uitstekende werk. Dat doe ik dan bij dezen door erop te wijzen dat zijn werk niet alleen van uitmuntende kwaliteit is, maar dat hij, zoals gebruikelijk bij deze dossiers, er ook veel werk van heeft gemaakt. Bovendien wil ik hem prijzen voor zijn inspanningen om dit belangrijke akkoord in eerste lezing te bereiken.

 
  
MPphoto
 

  Claude Moraes, namens de S&D-Fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil van de gelegenheid gebruikmaken om namens de schaduwrapporteur van de S&D-Fractie, mevrouw Guillaume, de rapporteur, de heer Díaz de Mera García Consuegra, te bedanken voor het feit dat hij, op zijn gebruikelijke wijze, alle schaduwrapporteurs actief heeft geraadpleegd en dat hij erin is geslaagd vaart te zetten achter de onderhandelingen met de Raad.

Terwijl het voorstel van de Commissie grotendeels uit technische aanpassingen bestaat, heeft dit verslag mijns inziens geleid tot een beter begrip van en meer consideratie voor de complexiteit en de reikwijdte van de activiteiten van de verbindingsfunctionarissen. Immigratieverbindingsfunctionarissen (ILO’s) houden zich inderdaad bezig met hele complexe en weinig transparante activiteiten. Het is daarom absoluut noodzakelijk – ter wille van die transparantie – om een betere uitwisseling van informatie met enerzijds het Europees Parlement en anderzijds met organisaties zoals de UNHCR en het Ondersteuningsbureau voor asielzaken te bevorderen. Het is tevens van fundamenteel belang dat de missie van de ILO’s ook uitgaat van een op mensenrechten georiënteerde benadering en deze ook promoot, zoals de commissaris zojuist heeft gezegd. Uiteraard is het onnodig eraan te herinneren dat, in de context van de aanpak van gemengde migratiebewegingen, de detachering van ILO’s in derde landen in het licht van de grondrechten tot enige verontrusting kan leiden, met name ten aanzien van ieders recht om een land te verlaten, waaronder het eigen land, en het recht van asielzoekers om te vluchten en bescherming tegen vervolging te zoeken.

Wat ten slotte het verhitte debat over terminologie betreft, hebben wij in de memorie van toelichting een bevredigend compromis opgenomen voor wat een eindeloze discussie schijnt te zijn. Tot slot wil ik de heer Díaz de Mera García Consuegra bedanken; zijn verslag heeft de volledige steun van onze fractie.

 
  
MPphoto
 

  Stanimir Ilchev, namens de ALDE-Fractie.(BG) Mevrouw de Voorzitter, ik zou mij willen aansluiten bij diegenen die uitdrukking hebben gegeven aan hun waardering voor de inspanningen van de rapporteur, de heer Díaz de Mera, aangezien hij een atmosfeer heeft gecreëerd waarin wij met succes de door hem voorgestelde wijzigingen kunnen bespreken, de meest complexe wijzigingen kunnen bewerken en tot compromissen kunnen komen, hetgeen betekent dat wij nu tevreden kunnen zijn over onze inspanningen.

Als lid van de ALDE-Fractie wil ik er ten eerste op wijzen dat de behaalde resultaten voornamelijk te danken zijn aan het feit dat bij deze gelegenheid het vraagstuk van de mensenrechten is geïntegreerd in het bredere onderwerp van immigratie en het beheer van de immigratieprocessen. Op deze manier kunnen wij geheel in overeenstemming met de mensenrechten een voortdurende humane en passende aanpak garanderen door zowel de immigratiediensten als de staf van Frontex.

Ten tweede is een van de grote verdiensten van onze inspanningen dat de samenwerking zal verbeteren, zowel tussen inlichtingendiensten onderling als tussen deze diensten en Frontex. Ten slotte zal Frontex gebruik maken van onze gezamenlijke inspanningen om nieuwe kennis op te bouwen, die een breder bereik en meer variatie qua functies heeft. Deze kennis is in handen van instellingen en personen die verantwoordelijk zijn, zodat zij de immigratieprocessen effectiever kunnen controleren. En waarom is een effectiever beheer van de immigratieprocessen noodzakelijk? Omdat deze immigratieprocessen zich zullen blijven voordoen en in de nabije toekomst alleen maar intensiever zullen worden.

 
  
MPphoto
 

  Franziska Keller, namens de Verts/ALE-Fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, ook ik wil de rapporteur, de heer Díaz de Mera García Consuegra, bedanken voor zijn fantastische werk. De immigratieverbindingsfunctionarissen moeten niet alleen worden gezien als "facilitatoren van deportaties" – ik zou het zelfs niet prettig vinden als ze zo zouden worden gezien – maar zij moeten ook nauwlettend toezien op de mensenrechtensituatie in de gastlanden en met name de bescherming die wordt geboden aan asielzoekers en repatrianten.

Ik ben zeer verheugd dat onze rapporteur erin is geslaagd een verwijzing naar de mensenrechten in dit verslag op te nemen, alsook verschillende verwijzingen naar de rapportage inzake mensenrechten – een aspect dat in het oorspronkelijke voorstel geheel ontbrak.

Ik ben ook blij met de grotere rol die wordt toegekend aan het Parlement, het enige rechtstreeks gekozen orgaan op EU-niveau, dat momenteel na het Verdrag van Lissabon zelfs een nog grotere rol heeft – alhoewel dat nog niet tot iedereen lijkt te zijn doorgedrongen.

 
  
MPphoto
 

  Rui Tavares, namens de GUE/NGL-Fractie. (PT) Mijnheer de Voorzitter, allereerst wil ik de heer Díaz de Mera bedanken voor zijn uitstekende werk, waar meerdere collega’s al op hebben gewezen. Ik wil hem ook bedanken voor de wijze waarop hij tijdens deze hele procedure met ons heeft samengewerkt en gecommuniceerd, met name in verband met de netelige kwestie hoe vast te stellen of we in dit voorstel – en in andere voorstellen – verwijzen naar onregelmatige immigranten of naar illegale immigranten. De rapporteur heeft zich in dat opzicht zeer constructief en dynamisch opgesteld. Het is echter een feit dat de Verdragen en het standpunt van de Raad de rapporteur geen ruimte boden om op dit terrein verder te gaan en een meeromvattende en technisch gezien correctere omschrijving te gebruiken voor onregelmatige immigranten en immigranten zonder papieren.

Ik meen dat we hier, zoals bij vele debatten die we in het Europees Parlement over immigratie hebben gehad, stuiten op het feit dat we een repressief immigratiebeleid hebben. Het gebouw waar dat beleid in huist, is eigenlijk vrijwel volledig af en er ontbreekt niets meer aan. Frontex, Schengen en ook de huidige verordening betreffende immigratieverbindingsfunctionarissen – die nu gewijzigd wordt – hebben hoofdzakelijk tot doel de grenzen te bewaken en hebben daarmee een repressieve functie.

In dit Parlement beseffen we allemaal – aan de linker- en in toenemende mate ook aan de rechterzijde – dat een immigratiebeleid dat louter gestoeld is op repressie geen immigratiebeleid is. Een immigratiebeleid dat die naam waard is dient ook ruimte te creëren voor legale immigratiekanalen.

Als we hier alleen zouden stemmen over het verslag-Díaz de Mera, met de ideeën die de rapporteur heeft gepresenteerd, dan zou ik zonder meer voorstemmen. We stemmen hier echter ook over een compromis met de Raad in eerste lezing en in dat verband zijn we volgens mij niet zo ver gegaan als had gekund.

 
  
MPphoto
 

  Paul Nuttall, namens de EFD-Fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, een van de onaantastbare kenmerken van een soevereine staat is dat deze bepaalt wie er wel en niet het land in mag komen. Helaas hebben verschillende regeringen in het Verenigd Koninkrijk deze macht overgedragen aan niet-gekozen, anonieme bureaucraten in Brussel. En wat een ramp is dat geworden! We bevinden ons nu in een situatie waarin we te maken hebben met ongecontroleerde immigratie vanuit de EU naar ons land, wat ertoe heeft geleid dat de lonen omlaag zijn gegaan en dat de mensen – de autochtone bevolking – zonder werk komen te zitten. Ik geloof niet dat dit EU-netwerk van immigratieverbindingsfunctionarissen ook maar enigszins bij machte is om dit überhaupt te voorkomen.

We hebben bovendien een immigratiestelsel in ons land waarbij met twee maten wordt gemeten. Als je uit Australië of Nieuw-Zeeland of ergens anders vandaan komt, heb je te maken met een bepaalde bovengrens voor immigratie uit deze landen, maar als je uit Letland of Polen komt of welk EU-land dan ook, dan kun je zomaar naar ons land komen. Dat is fundamenteel verkeerd. Er wordt betoogd dat dit netwerk zal bijdragen aan het beheersen van illegale immigratie, maar wat gebeurt er wanneer een land als Roemenië bijvoorbeeld het burgerschap verleent aan honderdduizenden illegale immigranten? Dit maakt het hele systeem tot een aanfluiting.

Ik steun het uitgangspunt dat gekozen politici in het Verenigd Koninkrijk controle hebben over hun eigen grenzen. Wat ik niet steun, zijn niet-gekozen functionarissen die geen verantwoording schuldig zijn. Ik ben van mening dat het versterken van dit netwerk niet nodig zou zijn als iedere afzonderlijke lidstaat de bevoegdheid had om te bepalen wie wel en wie niet het eigen land in komt. Daarom verzoek ik iedereen dringend om dit verslag te verwerpen.

(Spreker verklaart zich bereid een "blauwe kaart"-vraag krachtens artikel 149, lid 8 van het Reglement te beantwoorden)

 
  
MPphoto
 

  Krisztina Morvai (NI).(HU) Mevrouw de Voorzitter, mijn collega-afgevaardigden uit het Verenigd Koninkrijk hebben de problemen ter sprake gebracht waar Britse werknemers mee kampen als gevolg van de immigratie in hun land. Ik kom uit Hongarije, een land waar een groot aantal mensen zich helaas genoodzaakt ziet naar Engeland af te reizen om daar op zoek te gaan naar een baan als bijvoorbeeld verpleegkundige of arts of naar een andere functie in de zorgverlening, omdat de lonen in Hongarije extreem laag zijn. Deze mensen zijn in Hongarije op zeer hoog niveau opgeleid en Hongarije ziet de ineenstorting van …

(Spreekster wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Paul Nuttall (EFD). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, als artsen en tandartsen en dergelijke mensen naar het Verenigd Koninkrijk willen komen om te werken – en we hebben hun vaardigheden nodig – dan moeten ze uiteraard komen, maar we bevinden ons thans in een situatie waarin onze markt verzadigd is: we hebben geen controle over wie er vanuit de EU binnenkomt en wie niet. Dit is fundamenteel onjuist. Dit deugt niet en het zorg ervoor dat mensen hun baan kwijtraken.

Ik zal u een voorbeeld geven. De taxichauffeur die mij vanochtend naar het vliegveld reed, was een metselaar die ontslagen was omdat er Polen waren aangenomen die met een lager loon genoegen namen dan de Britse werknemers, en nu rijdt hij in een taxi. Dat kan toch niet.

 
  
MPphoto
 

  Philip Claeys (NI). - Voorzitter, het spreekt voor zich dat elk element in de strijd tegen illegale immigratie op mijn steun kan rekenen. Als de immigratieverbindingsfunctionarissen het functioneren van Frontex, bijvoorbeeld, efficiënter kunnen maken, dan is dat een positieve zaak.

Ik zou wel willen benadrukken dat wij ons niet blind mogen staren op institutionele en bureaucratische processen en dat wij het bredere geheel niet uit het oog mogen verliezen. Het probleem van de illegale immigratie is een politiek probleem dat een politieke wil vereist om tot oplossingen te komen.

Welnu, vandaag stellen wij vast dat er nog altijd lidstaten zijn, zoals bijvoorbeeld België, die illegale immigratie om politieke en ideologische redenen belonen, door massaal illegalen te belonen met een regularisatie of een verblijfsvergunning. Op die manier wordt illegale immigratie niet bestreden, maar actief aangemoedigd. Dan kunnen wij nog zo veel verbindingsfunctionarissen en Frontex-medewerkers hebben als wij willen, het probleem wordt intussen alleen maar erger.

Wat ik in het voorliggende verslag ergerlijk vind, is dat er wordt aanbevolen om niet meer te spreken van "illegale immigratie", maar van zogenaamde "onregelmatige immigratie". Welnu, ik begrijp dat niet goed, men wil blijkbaar het probleem oplossen door er een andere naam aan te geven, of door te doen alsof het probleem niet meer bestaat. Dit is Orwelliaans, laat ons gewoon een kat een kat noemen en duidelijk zijn en spreken over illegale immigratie en illegale immigranten.

 
  
MPphoto
 

  Georgios Papanikolaou (PPE). - (EL) Mevrouw de Voorzitter, het feit alleen al dat wij bijna allen onze rapporteur, de heer Díaz de Mera García Consuegra, hebben gefeliciteerd, evenals alle schaduwrapporteurs die aan deze taak hebben meegewerkt, toont aan dat er een heel serieuze poging is ondernomen en dat er zeer goede resultaten zijn bereikt. Natuurlijk feliciteer ook ik allen. Het debat van vandaag is heel belangrijk, want het toont aan dat wij – inmiddels op Europees niveau – bij onze poging om de immigrantenstromen – wettige, niet wettige en illegale – te beheersen, bij onze poging om te coördineren en daadwerkelijk onze solidariteit tussen de lidstaten te tonen, nog beter gebruik maken van alle beschikbare middelen.

Wij hebben een netwerk van immigratieverbindingsfunctionarissen opgericht. Het is al eerder gezegd, ongeveer 130 landen zijn bij dit netwerk betrokken en het geeft ons de mogelijkheid om goed geïnformeerd te zijn. We hebben Frontex opgericht, we hebben onlangs het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken opgericht, we gaan een overeenkomst over repatriëring opstellen, we benutten alle Europese fondsen waarover wij beschikken en versterken die elk jaar weer zoveel als wij kunnen. Het feit dat wij inmiddels een punt bereiken dat wij van deze instrumenten gebruikmaken en ze combineren, met andere woorden, dat wij zien wat de behoeften van Frontex zijn en dat wij deze kortsluiten met het netwerk van immigratieverbindingsfunctionarissen, dat wij alle middelen en instrumenten nog beter op elkaar afstemmen, dat alleen al laat zien dat wij steeds efficiënter te werk gaan.

Natuurlijk kan niemand zeggen dat we het gewenste niveau al hebben bereikt. Wanneer men ziet dat de toestroom van illegale immigranten naar Europa voor negentig procent via Griekenland gaat, dan toont dat alleen al aan dat we nog veel moeten doen. Deze samenwerking echter, en de mogelijkheden waarover wij beschikken, tonen aan dat wij nog meer kunnen bereiken. Hierdoor kunnen wij optimistisch zijn, voor zover wij dat kunnen, over de mogelijkheden van Europa, namelijk dat wij met de solidariteit en de nauwe samenwerking van ons allen nog betere resultaten zullen boeken in de toekomst. Mevrouw de commissaris, laat er geen twijfel over bestaan dat wij dergelijke inspanningen van de Commissie allemaal zullen ondersteunen! Laat er geen twijfel over bestaan dat wij dergelijke initiatieven van u steeds positief zullen onthalen!

 
  
MPphoto
 

  Andreas Mölzer (NI).(DE) Mevrouw de Voorzitter, we weten allemaal dat de ambtenaren van Frontex, het agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen, goed werk leveren voor de operatieve samenwerking tussen de lidstaten en derde landen in de strijd tegen de illegale immigratie. We moeten die volgens mij vooral in de transitlanden met kracht bestrijden. Daarom is het zinvol om een fijnmazig net van immigratieverbindingsfunctionarissen op te bouwen, die nauw met elkaar moeten samenwerken. Op die manier kunnen we verhinderen dat er een golf van immigranten op Europa afkomt, met alle negatieve gevolgen van dien voor de Europese volkeren. We moeten er echter voor zorgen dat de informatie van de verbindingsfunctionarissen over de situatie ter plaatse zo snel mogelijk ter beschikking kan worden gesteld aan Frontex en de nationale instanties .

Alle betrokken personen en organisaties moeten in ieder geval beter samenwerken bij de aanpak van de immigratie. De bevoegdheden van Frontex moeten volgens mij zo snel mogelijk worden uitgebreid, met de toestemming van de lidstaten, zodat we met name aan de buitengrenzen gezamenlijk en doelmatig ons werk kunnen doen.

 
  
MPphoto
 

  Simon Busuttil (PPE).(MT) Als rapporteur voor de Frontexrichtlijn ben ik verheugd over de nieuwste verandering in de regelgeving voor ons. Deze zal ons namelijk helpen in het gehele proces van versterking van Frontex. Mijn verslag over het agentschap en de wijzigingen die moeten worden aangebracht in het mandaat is vorige maand gepresenteerd, en de uiterste termijn voor het indienen van amendementen loopt deze week af. Daarom voorspel ik dat de Commissie LIBE de komende maanden – januari en februari – de amendementen op het Frontexverslag zal aannemen en dat we het in de commissie kunnen afronden. Ik hoop dat we vervolgens het proces richting afronding van het dossier zo snel mogelijk kunnen starten. Niettemin is het feit dat we nu immigratieverbindingsfunctionarissen hebben die de communicatie richting Frontex kunnen vergemakkelijken, een zeer positieve ontwikkeling.

 
  
MPphoto
 

  Oreste Rossi (EFD). - (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, wij hadden voor dit verslag kunnen stemmen ware het niet dat het gewijzigd is door amendementen die volgens ons geen nut hebben en vermeden hadden kunnen worden. De woorden "illegaal" en "clandestien" zijn vervangen door "onregelmatig", alsof we bang zijn te zeggen waar het echt op staat.

Daarentegen vinden we het positief dat er een netwerk van immigratieverbindingsfunctionarissen komt, die gedetacheerd zullen worden bij zowel consulaire vertegenwoordigingen als internationale organisaties, met als taak illegale immigratie te voorkomen en illegale immigranten te repatriëren.

Voorts zal de rechtstreekse uitwisseling van informatie tussen staten, ambassades en internationale organisaties in verband met illegale migratiestromen nuttig kunnen zijn voor het bestrijden van de activiteiten van criminele netwerken. Te veel mensenlevens zijn al gebroken en het voorkomen van mensenhandel is een van de uitdagingen waar de Europese Unie zich niet aan kan onttrekken.

 
  
MPphoto
 

  Franz Obermayr (NI).(DE) Mevrouw de Voorzitter, de lidstaten detacheren immigratieverbindingsfunctionarissen naar derde landen, zodat ze samen met de plaatselijke instanties de illegale immigratie kunnen bestrijden. Daarom ben ik van mening dat er zo snel mogelijk een samenwerking moet komen tussen deze functionarissen en Frontex. We moeten zorgen voor een zinvolle uitwisseling van informatie en beste praktijken, en we moeten parallelle structuren vermijden. Ik verwacht dat dergelijke synergieën leiden tot een doelmatigere controle aan de grenzen, ook al omdat Frontex helemaal geen functionarissen in derde landen heeft.

Bij die samenwerking moeten we beslist proberen om met alle betrokken landen een overeenkomst inzake de overname van personen te sluiten, of het nu in Oost-Europa is of op het Afrikaanse continent, want juist bij de gedwongen terugkeer van illegale migranten heerst er in de EU chaos. Sommige lidstaten doen daar heel veel voor, maar andere laten het aanslepen, en dat heeft natuurlijk ook nadelige gevolgen voor alle andere lidstaten.

Het is dus de hoogste tijd dat we de hand aan de ploeg slaan. We moeten Frontex daadkrachtiger maken, en de EU moet de instanties van de lidstaten op hun verantwoordelijkheid wijzen.

 
  
MPphoto
 

  Csanád Szegedi (NI).(HU) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, het is duidelijk dat dit verslag dienstdoet als instrument voor en bedoeld is ter voorbereiding op het bevorderen en vergemakkelijken van de immigratie, en dat vinden wij onaanvaardbaar. De oprichting van een netwerk van immigratieverbindingsfunctionarissen is een nieuwe stap naar een gecentraliseerde maatregel onder beheer van de Europese Unie die gericht is op de verspreiding van immigranten en vluchtelingen. Het is bovendien onaanvaardbaar dat men de term "illegale immigratie" door "onregelmatige immigratie" wil vervangen in een poging deze illegale handeling verdere legitimatie te verlenen. De volkeren van Europa hebben genoeg van de toestroom aan immigranten, en we zouden het verwelkomen als de gekozen leden van het Parlement dit eens zouden inzien. Ik kan helaas niet anders zeggen dan dat het verslag een karikatuur van zichzelf is. Wat in dit verslag wordt belichaamd is een karikatuur van het Europees Parlement.

 
  
MPphoto
 

  Andrew Henry William Brons (NI). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, het amendement op de verordening bevordert de uitwisseling van informatie "om legale en illegale immigratie te beheren". Ik wil die niet beheren: ik wil er een eind aan maken. Migratie is gebaseerd op de onjuiste veronderstelling dat we producten zijn van onze cultuur en dat door niet-Europeanen bloot te stellen aan de Europese cultuur zij in de tweede generatie tot Europeanen zullen zijn getransformeerd, als dat al niet bij de eerste generatie gebeurd is. Verschillende volkeren zijn niet het product van verschillende culturen, het is andersom: verschillende culturen zijn het product van verschillende volkeren.

Haal je de bevolking van de derde wereld naar Europa, dan haal je de derde wereld Europa binnen – niet voor even, maar voor altijd. Dat is wat we de laatste zestig jaar hebben gedaan.

 
  
MPphoto
 

  Krisztina Morvai (NI).(HU) Mevrouw de Voorzitter, de tijd is rijp om de oorzaken die aan het immigratieprobleem ten grondslag liggen te onderzoeken en aan te pakken. Om menselijke redenen stel ik de invoering voor van het recht van eenieder verblijf te houden in zijn of haar eigen land van herkomst, in zijn of haar moederland. Overal ter wereld, ook in de landen die als tweederangslidstaten te boek staan, moeten de juiste economische en andere omstandigheden worden geschapen die ervoor zorgen dat mensen kunnen leven in het land dat hun moederland is. Voortbordurend op mijn eerdere gedachten stel ik dat het gezondheidszorgstelsel in Hongarije is ineengestort of op de rand van ineenstorting staat, doordat Hongaarse artsen, verpleegkundigen en ander gekwalificeerd zorgpersoneel gedwongen zijn massaal binnen de EU te emigreren naar Engeland bijvoorbeeld, maar ook naar andere landen, en daarmee in wezen economische vluchtelingen zijn geworden. Het wordt tijd dat we dit fenomeen onder de loep nemen en maatregelen nemen om het te bestrijden, bijvoorbeeld door lidstaten waar nodig te verplichten een situatie te scheppen waarin gekwalificeerde artsen en verpleegkundigen op een fatsoenlijke manier in hun levensonderhoud kunnen voorzien.

 
  
MPphoto
 

  Cecilia Malmström, lid van de Commissie. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, ook al bleek het niet uit het debat, ik begrijp dat uw voorstel veel steun krijgt, mijnheer Díaz de Mera. Ik wil u daarmee feliciteren omdat het aantoont dat u heel belangrijk werk hebt verricht.

Ik wil ook nogmaals mijn blijdschap uitspreken over het feit dat u hierin de mensenrechtenaspecten hebt weten te versterken via de amendementen van de commissie. Het zal ervoor zorgen dat alle relevante aspecten, met name de mensenrechten, in overweging worden genomen wanneer we een land of regio moeten beoordelen en wanneer we verslag uitbrengen over zaken die verband houden met illegale migratie in het land of de regio in kwestie. We weten dat er een duidelijk verband bestaat tussen de mensenrechtensituatie en het aantal migranten en asielzoekers. Dit is een belangrijke push-factor.

Dit is ook een taak voor het Ondersteuningsbureau voor asielzaken. Het zal die informatie over de landen van herkomst en doorreis van asielzoekers verzamelen. De kerntaak van ILO’s – de verbindingsfunctionarissen – is om contacten te leggen en te onderhouden met de autoriteiten van de gastlanden met het oog op het voorkomen en bestrijden van illegale migratie. Een volledige evaluatie van de mensenrechtensituatie in het gastland behoort echter niet tot hun bevoegdheden, alhoewel het hoog op de agenda staat.

Ik denk dat we met uw voorstel de tekst hebben verbeterd en ik zie uit naar de stemming morgen. Ik wil u en de schaduwrapporteurs nogmaals bedanken voor het belangrijke werk dat u hebt verricht.

 
  
MPphoto
 

  Agustín Díaz de Mera García Consuegra, rapporteur. − (ES) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw de commissaris hartelijk dank voor uw vriendelijke woorden en voor uw steunbetuiging. Ik wil bij dezen nog eens herhalen dat ik veel bewondering heb voor de manier waarop u uw portefeuille beheert.

Er zijn vanmiddag achttien toespraken geweest en de grootste fracties hebben toegezegd dit verslag te steunen. Ik wil u hiervoor wederom hartelijk en welgemeend bedanken. U hebt actief bijgedragen aan de vervolmaking van dit verslag door een aantal belangrijke aspecten te wijzigen, en deze bijdragen zijn dan ook opgenomen in het verslag.

Ik wil u vooral wijzen op het hoofdstuk over mensenrechten, het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken en de rol van het Bureau van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor vluchtelingen.

Uiteraard is het in zo’n groot en divers Parlement niet noodzakelijk om het met elkaar eens te zijn. Daarom zijn de inspanningen om een zo groot mogelijke consensus te bereiken zo belangrijk. Geachte collega’s, vanuit een centrumrechts en christendemocratisch perspectief stel ik me ondubbelzinnig achter de term "onregelmatig" en zou ik graag, omdat het uit juridisch, semantisch en ethisch oogpunt ongewenst is, de term "illegaal" willen verbannen.

Hartelijk dank aan alle collega´s voor uw steun en uw toespraken, ook als u het niet me eens bent.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Het debat is gesloten.

De stemming vindt dinsdag 14 december plaats.

 

18. Eén enkele aanvraagprocedure voor een verblijfs- en werkvergunning (debat)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Aan de orde is het verslag over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende één enkele aanvraagprocedure voor een gecombineerde vergunning voor onderdanen van derde landen om op het grondgebied van een lidstaat te verblijven en te werken en betreffende een gemeenschappelijk pakket rechten voor werknemers uit derde landen die legaal in een lidstaat verblijven [COM(2007)0638 - C6-0470/2007- 2007/0229(COD)] - Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken. Rapporteur: Véronique Mathieu (A7-0265/2010).

 
  
MPphoto
 

  Véronique Mathieu, rapporteur. − (FR) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw de commissaris, dames en heren, zoals u weet is de Europese Unie nu al meer dan tien jaar bezig om zich uit te rusten met wetgevingsinstrumenten met betrekking tot economische immigratie.

Nadat aanvankelijk voor een globale aanpak was gekozen, heeft de Commissie de voorkeur gegeven aan een sectorale aanpak. Dit voorstel voor een richtlijn brengt de noodzaak aan het licht van een gemeenschappelijk beleid op het gebied van legale immigratie en met name economische immigratie.

Tot nu toe hebben wij wetten vervaardigd met betrekking tot illegale immigratie, grenstoezicht en visumbeleid. Het was hoog tijd om gezamenlijk vorderingen te maken op het gebied van economische immigratie, aangezien de Europese Unie het hoofd moet bieden aan uitdagingen die alle lidstaten met elkaar gemeen hebben en die vragen om gemeenschappelijke oplossingen op Europees niveau.

Deze uitdagingen worden gevormd door de bevolkingsafname en de vergrijzing van de Europese bevolking. Vanwege deze twee problemen waardoor Europa in zijn geheel getroffen wordt, zal zich volgens de globale verwachtingen op het gebied van de werkgelegenheid de komende jaren namelijk een aanzienlijk tekort aan arbeidskrachten voordoen. Daarom moeten wij oplossingen op Europees niveau vinden om te kunnen inspelen op de behoeften van de arbeidsmarkt, en economische immigratie is een van de oplossingen die wij moeten onderzoeken.

Wij moeten echter oppassen dat wij onszelf niet voor de gek houden. Een Europese aanpak vaststellen voor het beheer van legale immigratie betekent dat dit dusdanig moet worden georganiseerd dat er duidelijk rekening wordt gehouden met de behoeften en opvangcapaciteiten van alle lidstaten afzonderlijk. Zoals in artikel 1 en 8 van dit voorstel voor een richtlijn staat, blijven de lidstaten zelf bepalen hoeveel migranten zij op hun nationale grondgebied willen toelaten.

Onze regeringen hebben zich op verschillende manieren ingezet om de economische immigratie in goede banen te leiden – bilaterale overeenkomsten, quota, reguleringsmaatregelen –, maar geen van deze maatregelen is echt doeltreffend gebleken om de migratiestromen te beheren en tegelijkertijd illegale immigratie te bestrijden. Welnu, het is duidelijk dat er een verband tussen deze twee fenomenen bestaat. Door legale immigratie op een optimale manier te regelen, zullen wij erin slagen een einde te maken aan illegale immigratie. En dat is wat er op het spel staat bij de aanneming van dit pakket maatregelen, dat maar liefst vijf jaar geleden door de Commissie is gepresenteerd.

Wat zal deze "gecombineerde vergunning"-richtlijn aan het bestaande juridische landschap toevoegen als het om economische immigratie gaat? In tegenstelling tot de "blauwe kaart"-richtlijn gaat deze ontwerprichtlijn niet over de toelatingscriteria voor werknemers afkomstig uit derde landen, maar wordt ermee beoogd de bestaande verschillen tussen de diverse nationale wetgevingen weg te nemen, als het gaat om de aanvraagprocedures voor een werkvergunning en een verblijfsvergunning, en als het gaat om de rechten van buitenlanders die legaal in de Europese Unie werken.

Er bestaat nog geen Europees instrument dat alle rechten omvat die worden toegekend aan onderdanen van derde landen die legaal in de Unie werken en verblijven. Deze ontwerprichtlijn zal dus een einde maken aan de bestaande verschillen in bescherming tussen deze werknemers, doordat gelijke behandeling van nationale onderdanen en werknemers uit derde landen wordt gewaarborgd op een groot aantal gebieden: arbeidsvoorwaarden, onderwijs en beroepsopleiding, sociale bescherming, toegang tot goederen en diensten, en belastingvoordelen.

Dit gemeenschappelijk pakket is er dus op gericht deze mensen te beschermen tegen uitbuiting door hun het voordeel van een gewaarborgde en beschermende rechtspositie te bieden. Het pakket maakt het tevens mogelijk de oneerlijke concurrentie die zich ten nadele van Europese werknemers voordoet, te bestrijden. Dit verschil in bescherming zal op termijn namelijk de werving van laagopgeleide en slecht beschermde arbeidskrachten in de hand werken, ten koste van Europese werknemers.

Bovendien zal deze ontwerprichtlijn de procedures voor de toelating van onderdanen uit derde landen met het oog op werk vereenvoudigen. Alle lidstaten krijgen een standaardprocedure die eenvoudiger, goedkoper en sneller is. Als deze ontwerprichtlijn wordt aangenomen, dan worden er dus belangrijke voordelen gecreëerd voor migranten, werkgevers en nationale administratieve instanties, en kunnen de legale migratiestromen op termijn beter worden beheerd.

Het Parlement is tegenwoordig medewetgever, hetgeen betekent dat het ook blijk moet geven van verantwoordelijkheid – een idealistische en ouderwetse opinie – en wij moeten laten zien dat wij zijn opgewassen tegen de nieuwe taken die ons door het Verdrag van Lissabon zijn toebedeeld. Laten wij ons opstellen als geloofwaardige gesprekspartners die bereid zijn deze omvangrijke uitdaging, namelijk het beheer van de migratiedruk aan de poorten van Europa, aan te gaan. Zoals wij weten, zullen migratiestromen die in goede banen worden geleid, voor iedereen voordelen opleveren.

 
  
MPphoto
 

  Cecilia Malmström, lid van de Commissie. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil allereerst de twee rapporteurs, mevrouw Mathieu en de heer Cercas, alsook de twee commissies en het Belgische voorzitterschap bedanken voor de grote inspanningen die voor dit voorstel zijn verricht.

Zoals u weet, en zoals de rapporteur heeft gezegd, heeft de Commissie dit verslag al in 2007 gepresenteerd. Het was onze bedoeling, en dat is het nog steeds, om procedures te vereenvoudigen door één verblijfs- en werkvergunning in te voeren en tegelijk arbeidsgerelateerde rechten te garanderen voor werknemers uit derde landen die legaal in een lidstaat verblijven en niet vallen onder specifieke Europese wetgeving of voorstellen van de Commissie. Dit voorstel gaat niet over de voorwaarden voor de toekenning of intrekking van een vergunning. Deze voorwaarden behoren tot de bevoegdheid van de lidstaten, net als de eventuele besluiten over toe te laten aantallen personen.

Dit voorstel is een van de bouwstenen van het arbeids- en migratiebeleid van de Europese Unie. Als deze richtlijn door het Parlement en de Raad wordt goedgekeurd, zal hij bevestigen dat de Europese Unie waardering heeft voor de belangrijke bijdrage die werknemers uit derde landen leveren aan onze economieën en onze samenlevingen. Het zou ook laten zien dat we bereid en in staat zijn om wetgeving over arbeid en migratie overeen te komen.

Het is een zeer ingewikkeld voorstel, dat gaat over zowel de immigratiekant als de sociale en werkgelegenheidskant. De Commissie kan het merendeel van de amendementen waarover in de respectieve commissies van dit Parlement is gestemd, steunen, voor zover zij de procedurele garanties voor zowel migranten als werkgevers versterken. Dit betreft de amendementen die zijn gericht op verdere vereenvoudiging van de aanvraagprocedures en op versterking van de bepalingen inzake gelijke behandeling – bijvoorbeeld het evenredigheidsbeginsel voor vergoedingen voor de behandeling van aanvragen en de bepalingen inzake gelijke behandeling op het punt van belastingvoordelen.

Anderzijds is het amendement dat de export van verworven pensioenen afhankelijk stelt van het bestaan van een bilaterale overeenkomst, veel restrictiever dan de aanpak die de Commissie heeft voorgesteld.

Het doet mij genoegen dat het voorzitterschap en het Parlement aanmerkelijke moeite hebben gedaan om hun standpunten dichter bij elkaar te brengen. Het Belgische voorzitterschap heeft getracht de lidstaten dichter bij het standpunt van het Europees Parlement te brengen, en ik weet dat het Parlement rekening heeft gehouden met een aantal zorgen en verzoeken van de Raad.

Het compromis dat we allemaal proberen te bereiken, zal bepaalde criteria eerbiedigen, zoals het doel om migrerende werknemers te beschermen en hun een reeks arbeidsgerelateerde sociaaleconomische rechten te geven die zo veel mogelijk zijn gebaseerd op een gelijke behandeling als Europese werknemers krijgen, vanaf de eerste dag van hun tewerkstelling. Het zal tevens rekening houden met het belang van het scheppen van gelijke voorwaarden voor deze werknemers in de hele EU, en ten slotte met het belang dat we onze partnerlanden laten zien dat we bereid zijn om maatregelen te treffen voor de billijke behandeling van onderdanen van derde landen die legaal op het grondgebied van onze lidstaten verblijven en werken.

We kunnen de zorgen van de lidstaten met betrekking tot bepaalde bepalingen inzake gelijke behandeling niet negeren, vooral niet wanneer het de concentratie van begrotingsmiddelen betreft. Ik denk dat het belangrijk is dat de criteria die ik zojuist naar voren heb gehaald, worden geëerbiedigd, ook al is het eindresultaat misschien niet zo ideaal als we hadden gewild en niet zo ambitieus als we hadden gehoopt. Zoals mevrouw Mathieu zei, is dit een compromis. Het is een goed compromis, het markeert een belangrijke stap voorwaarts op het gebied van de legale migratie en het zal van groot belang zijn voor de werknemers van de Europese Unie.

Ik spreek daarom de hoop uit dat we zo snel mogelijk overeenstemming bereiken over dit voorstel. Ik bedank opnieuw de rapporteurs en de schaduwrapporteurs voor het werk dat is verricht.

 
  
MPphoto
 

  Alejandro Cercas, rapporteur voor advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken. − (ES) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw de commissaris, mevrouw Mathieu, dames en heren, immigratie in Europa is beslist van groot politiek, economisch en sociaal belang.

Het is een uitgelezen kans, die vraagt om een intelligent en correct beheer. Zo niet, dan wordt het juist een probleem, niet alleen voor degenen die hierheen komen omdat ze niet op rechtvaardige wijze behandeld worden, maar ook voor degenen die hier reeds zijn, want de banen van deze werknemers zullen gevaar lopen. Daarnaast zal de arbeidsmarkt uiteenvallen en zullen er "lagelonenarbeiders" komen die de sociale verworvenheden van een hele eeuw van bouwen aan een sociaal Europees model zullen bedreigen.

Daarom, mevrouw de commissaris, mevrouw Mathieu, is een gelijkwaardige behandeling de sleutel tot een intelligent en rechtvaardig economisch immigratiebeleid. De Raad zei het in Tampere elf jaar geleden al, de Commissie vijf jaar geleden in haar Groenboek en morgen zal dit Parlement zich moeten uitspreken over deze ontwerpwetgevingsresolutie. Gelijke behandeling is het onderwerp van in hoofdstuk III van de richtlijn. Het is geen bureaucratische richtlijn. Het is een richtlijn van rechten en plichten voor alle legale immigranten gericht op alle rechten en beginselen van gelijke behandeling en afwezigheid van discriminatie.

Helaas, mevrouw de Commissaris, ziet de richtlijn er echter niet zo uit zoals aangekondigd. Dit zeg ik niet op persoonlijke titel of uit naam van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, maar dit zeggen, zonder uitzondering, alle ngo’s die zich met mensenrechten bezighouden, alle Europese kerken en alle vakbonden. Deze richtlijn is ontoereikend en zelfs gevaarlijk omdat de groepen die juist de meeste behoefte hebben aan bescherming erdoor worden uitgesloten. Seizoenarbeiders, gedetacheerden, werknemers die overgeplaatst worden door hun werkgever, werknemers afkomstig uit derde landen die hier volgens vorm 4 van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel komen werken.

Honderdduizenden werknemers uit derde landen zullen dus hierheen komen volgens het beginsel van het land van oorsprong omdat ze met deze richtlijn geen gelijke behandeling krijgen en omdat u de lidstaten de mogelijkheid biedt om mensen uit te sluiten, zelfs werknemers voor wie het beginsel van gelijke behandeling geldt en die in aanmerking komen voor wat mevrouw Mathieu heeft genoemd: gelijke behandeling voor pensioensregelingen bij terugkeer naar het land van herkomst, gezinstoelagen en alle sociale voordelen voor werklozen met uitzondering van de werkloosheidsuitkering. Ook worden ze uitgesloten van beurzen en vele soorten steun voor hoger onderwijs, waaronder het beroepsonderwijs.

Daarom geeft de Commissie in de toelichting en in de effectbeoordeling aan dat ze van plan is om een einde te maken aan de bestaande verschillen in rechtspositie, de rights gap, maar in de praktijk gebeurt dit niet, in ieder geval niet voldoende, mevrouw de Voorzitter.

Helaas worden morgen de amendementen van de rechtse en centrumrechtse fracties ingediend die nog verder gaan, zoals u heeft gezegd, die zelfs de meeste rechtse standpunten van de Raad overnemen om de overeenstemming die in de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken is bereikt, te torpederen.

Daarom denk ik, mevrouw de commissaris, mevrouw Mathieu, dames en heren, dat we een veel breder debat zouden moeten houden over deze kwestie samen met de andere verordeningen. Dit moet een debat worden dat openstaat voor de Europese burgers, de ngo’s, de kerken en de vakbonden. We moeten niet proberen om deze kwestie snel, en in mijn ogen op onverantwoorde wijze, af te handelen als we morgen de tekst van de Raad aannemen.

Ik denk dat de meerderheid van de collega’s, ook buiten de partijgrenzen, in zouden stemmen met een breder debat dat mogelijk tot grotere consensus zal leiden in dit Parlement, waarbij de beginselen van ons Handvest van de grondrechten gerespecteerd worden en waarbij de aanbevelingen van de Verenigde Naties, de Internationale Arbeidsorganisatie en de Raad van Europa in acht worden genomen.

We hebben het hier niet alleen over de waardigheid van mensen, maar ook over de toekomst van Europa. Ik denk dat we in de toekomst in Europa alle werknemers kunnen gebruiken, ongezien hun achtergrond of een legale verblijfsstatus en ze moeten hun zonder uitzondering hun rechten krijgen. Alleen hiermee kunnen we de strijd met xenofobie en racisme aangaan en zorgen voor een waardig Europa.

 
  
MPphoto
 

  Ria Oomen-Ruijten, namens de PPE-Fractie. – Mevrouw de voorzitter, mag ik allereerst mevrouw Mathieu feliciteren, want zij heeft nu de leiding kunnen nemen over een dossier dat al jarenlang speelt. Als ik het goed heb, mevrouw Malmström, was er al in 2001 een voorstel voor een richtlijn over de condities voor verblijf voor werk in de Europese Unie voor derdelanders. En dat voorstel is in 2006 ingetrokken, waarna in 2007 dit voorstel op tafel kwam met deze unieke procedure voor burgers uit derde landen die de EU binnenkomen om te werken. Verblijfs- en werkvergunning worden dan in één zaak gecombineerd.

Voorzitter, het voorstel dat nu ter tafel ligt – en ik ben het ook niet helemaal eens met de heer Cercas – geeft aan dat derdelanders die in het bezit zijn van een single permit sociale rechten hebben die in feite voor iedereen gelijk zijn. De discussie, en ik dank collega Cercas, want ik discussieer graag met hem, was in de Commissie sociale zaken op twee punten heel fel. Allereerst over de scope, waarbij – en ik ben het daarmee eens – gedetacheerde werknemers niet in aanmerking kunnen/mogen komen voor een single permit. Dat is beschreven in artikel 3, lid 2 b van Richtlijn 96/71/EG, de detacheringsrichtlijn.

Die sociale positie van gedetacheerde derdelanders is en was mijns inziens voldoende beschreven in die richtlijn. Wat ik belangrijk vond en vind is dat er een gelijk speelveld wordt gecreëerd, waardoor leenwerknemers niet goedkoper mogen zijn dan normale krachten. Ik vraag mij echter af of het niet meer noemen van die detacheringsrichtlijn ons in de toekomst niet in de problemen zou kunnen brengen.

Voorzitter, het tweede punt, waar ik zelf grote moeite mee had en dat nu door mijn amendering is aangepast, is het principe van het doorbreken van de gelijke behandeling. Ik was en ben van mening dat het principe, zoals neergelegd in Verordening (EG) nr. 883 uitgangspunt moet zijn, ook bij deze single permit. Voorzitter, ik vind het compromis dat nu door de Raad is bereikt een goed compromis, want zowel gelijke rechten als gelijke behandeling worden gegarandeerd.

 
  
MPphoto
 

  Vilija Blinkevičiūtė, namens de S&D-Fractie. (LT) De richtlijn inzake een gecombineerde werk- en verblijfsvergunning is van groot belang. Er zijn veel discussies, meningen en beoordelingen geweest maar er is geen gezamenlijke beslissing genomen, aanvaardbaar voor alle werknemers uit derde landen die legaal in een lidstaat verblijven en werken. De richtlijn zou een algemene kaderrichtlijn moeten zijn inzake rechten voor werknemers uit derde landen, dat als kader zou moeten dienen voor specifieke richtlijnen. Alleen op deze manier zou hij namelijk kunnen bijdragen aan de EU-doelstelling van een globaal immigratiebeleid. Het belangrijkste probleem is echter het feit dat het kader van de beloofde richtlijn al uit het voorstel van de Commissie was gehaald, aangezien bepaalde categorieën werknemers zoals tijdelijke werknemers, binnen een onderneming overgeplaatste personen en vluchtelingen uit de inhoud waren verwijderd. Met andere woorden: deze richtlijn is geen versterking van het beginsel van gelijke behandeling voor werknemers uit derde landen. Deze richtlijn kan alleen dienen als referentiekader als alle werknemers onder de reikwijdte vallen, met name tijdelijke werknemers. Zo niet, dan zullen legaal in de EU verblijvende immigranten niet kunnen profiteren van arbeidsomstandigheden op basis van rechtvaardigheid, uniformiteit en gelijkheid. Let wel: migrantenwerknemers dragen bij aan de economie van de EU, door hun werk en de belastingen en sociale lasten die zij afdragen. Daarom moeten zij dezelfde minimumrechten hebben en gelijk worden behandeld op de arbeidsmarkt. Als we morgen over deze richtlijn stemmen, moeten we ons verenigen, want alleen zo kunnen we deze strijd winnen zodat alle groepen werknemers onder de reikwijdte van de richtlijn vallen en gelijke rechten krijgen. Ik wil benadrukken dat het onmogelijk is een arbeidsmarkt in twee lagen te creëren, of dat nu binnen of buiten de Unie is. We moeten niet toestaan dat er een onderklasse van werknemers ontstaat die gediscrimineerd wordt en geen rechten heeft. Als wij dat doen, worden alle tot nu toe vastgestelde sociale normen terzijde geschoven.

 
  
MPphoto
 

  Sophia in 't Veld, namens de ALDE-Fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, allereerst een klein punt van orde: ik constateer dat onze partner in de onderhandelingen, de Raad, afwezig is voor dit belangrijke debat. Ik vind dit onaanvaardbaar. Het is niet de eerste keer, en ik verzoek de Voorzitter van het Parlement om de Raad te schrijven en zich hierover te beklagen.

(Applaus)

Ik wil nu doorgaan en, net als de anderen, mevrouw Mathieu feliciteren met het feit dat zij heel goed werk heeft verricht op een zeer moeilijk, ingewikkeld en gevoelig dossier. Mijn fractie, de Fractie Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa, neemt haar verantwoordelijkheid, en ook wij willen tot een akkoord komen, want we beseffen dat dit heel belangrijk is. We doen dit echter niet van harte, want dit voorstel gaat bij lange na niet zo ver als nodig is, zoals volgens mij alle fracties in dit Parlement en de Commissie op verschillende wijzen hebben gezegd.

Mijn fractie blijft bij haar standpunt over de aanvullende documenten, want als we toestaan dat lidstaten aanvullende documenten eisen, ondermijnt dit het hele doel van één enkele vergunning; je hebt één enkele vergunning of je hebt deze niet, maar als je één enkele vergunning hebt, zijn er geen aanvullende documenten.

Mijn fractie zal, om tot overeenstemming te komen, niet stemmen voor de invoeging van omzettingstabellen. Maar ik moet wel zeggen, en dit is een persoonlijke opmerking, dat ik dit een schandelijke rode streep van de kant van de lidstaten vindt, want als de lidstaten de intentie hebben om de richtlijn om te zetten en daarover transparant te zijn, dan moeten ze uit eigen vrije wil omzettingstabellen invoegen.

De lidstaten zijn, tot slot, in 1999 in Tampere met een grootse verklaring gekomen dat zij een gemeenschappelijk asiel- en immigratiebeleid wilden. Hoeveel vooruitgang hebben we tot nu toe eigenlijk geboekt? Nauwelijks enige. Het is overduidelijk dat de lidstaten geen gemeenschappelijk immigratiebeleid willen.

 
  
MPphoto
 

  Jean Lambert, namens de Verts/ALE-Fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, ook wij zijn bezorgd over de variabele arbeidsmarkt die we momenteel al tussen de 27 lidstaten en binnen deze 27 lidstaten hebben, maar wij vragen ons af hoe we daarvan afkomen en tot een arbeidsmarkt kunnen komen die geïntegreerder en sterker is.

We willen zeker weten dat we een overeengekomen basis van rechten voor het merendeel van de onderdanen van derde landen hebben, zoals deze oorspronkelijk door de Commissie is beschreven en in het algemeen is verbeterd in de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken.

We willen niet dat deze rechten steeds meer worden beperkt en tegengegaan, dus we zullen morgen bij de stemming de breedst mogelijke en sterkste verzameling rechten steunen. We willen de Raad eraan herinneren dat het hier gaat om personen die de mogelijkheid moeten hebben om hun vaardigheden te ontwikkelen en onderwijs te volgen, te profiteren van de socialezekerheidsbijdragen die zij betalen, en vooruit te kijken naar het innen van hun opgebouwde pensioen, aangezien hun werk onze economieën en zelfs onze samenlevingen ondersteunt, zoals in het voorstel wordt erkend.

Voor onze fractie is ook de verbintenis tot circulaire migratie in artikel 11, letter a belangrijk. De werkingssfeer is een netelige kwestie, want we hebben andere bestaande instrumenten in behandeling, die soms conflicteren. We houden onszelf ook voor de gek, als we denken dat wat er hier op tafel ligt, echt zal voorzien in de behoeften van elke afzonderlijke migrerende werknemer binnen de Europese Unie. We hebben een genuanceerdere aanpak nodig om te waarborgen dat migratie voor hen werkt, dus we zullen bijvoorbeeld niet stemmen voor de opneming van personen die humanitaire bescherming genieten.

 
  
MPphoto
 

  Patrick Le Hyaric, namens de GUE/NGL-Fractie. – (FR) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw de commissaris, zoals de heer Cercas heel goed heeft opgemerkt is er een meningsverschil tussen de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken en de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken. Daarom zou ons Parlement moeten weigeren om over deze "gecombineerde vergunning" -richtlijn te stemmen. Als je goed leest, heeft deze tekst in wezen slechts één doel, namelijk om concurrentie te creëren tussen werknemers uit de Europese Unie en werknemers die afkomstig zijn uit landen buiten Europa, en zelfs tussen geïmmigreerde werknemers onderling, afhankelijk van hun status.

Als deze ontwerprichtlijn in de huidige vorm gehandhaafd wordt, zal er sprake zijn van verschillende statussen: de status van ingezetenen, van seizoenarbeiders en van binnen een onderneming overgeplaatste personen. Op die manier zouden wij het bestaan van verschillende categorieën werknemers in de Europese Unie officieel bekrachtigen. Door hiermee in te stemmen zouden wij de beginselen van het Handvest van de grondrechten schenden.

In tegenstelling tot wat u hebt gezegd, mevrouw Mathieu, zou er met dergelijke verschillen in status een constante druk naar beneden worden uitgeoefend op de levens- en arbeidsomstandigheden en de arbeidsvoorwaarden van alle werknemers in de Europese Unie. Gelijkheid laat zich niet samenvatten door het louter vermelden van arbeidsvoorwaarden.

Zoals de heer Cercas heeft gezegd, moet gelijkheid betrekking hebben op salaris, arbeidstijd, veiligheid op het werk, gezondheid, vakantie, sociale bescherming, toegang tot openbare diensten en opleiding. Zonder dit gemeenschappelijk minimum wordt het een jungle van concurrentie, stigmatisering, uitsluiting en uitbuiting zonder grenzen. Gelijkheid moet gelden voor alle werkneemsters en werknemers, ongeacht hun herkomst. Wij moeten niet accepteren dat er tussen werknemers nog meer concurrentie ontstaat dan er al door de verschrikkelijke "Bolkesteinrichtlijn" was geïntroduceerd. Gelijke behandeling van werknemers moet worden behandeld in één enkele, positieve richtlijn, waarin dit beginsel wordt bekrachtigd. Gebeurt dit niet, dan zullen alle leden van dit Parlement, los van onze politieke overtuigingen, deze ontwerprichtlijn verwerpen, uit naam van het Europa van de werknemers, van het sociale Europa en van een humanistisch Europa.

 
  
MPphoto
 

  Mara Bizzotto, namens de EFD-Fractie. – (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, dit verslag bevat ongetwijfeld een aantal positieve elementen. De rode draad in het verslag is de vereenvoudiging van de procedures en de stroomlijning van de bureaucratische handelingen voor werknemers uit derde landen die in het bezit zijn van een verblijfsvergunning in een lidstaat.

Ik wil echter wel ter overweging meegeven dat op dit moment enkele tientallen miljoenen burgers in Europa werkloos zijn, onder wie vele jongeren, ten gevolge van de structurele tekortkomingen van het Europees productiestelsel en een crisis waar geen einde aan schijnt te komen.

Alvorens hulp te bieden aan de onderdanen van derde landen die in onze landen verblijven, moet Europa zich inzetten voor economische, politieke en sociale maatregelen die op de eerste plaats onze burgers helpen werk te vinden of opnieuw werk te vinden. Als Europa in staat is zijn burgers aan werk te helpen, legt het een stevige sociale basis om op adequate wijze migratiestromen uit het buitenland te kunnen opvangen.

Europa moet op de eerste plaats op eigen benen kunnen staan en op eigen kracht kunnen groeien. Vervolgens zullen onze landen sterk genoeg zijn om ook anderen werk te geven.

 
  
MPphoto
 

  Daniël van der Stoep (NI). - Voorzitter, mijn partij heeft altijd duidelijk gemaakt dat wij tegen een Europees asiel- en immigratiebeleid zijn. In Nederland hebben wij nu een fantastisch kabinet dat op het gebied van asiel en immigratie meer in staat was geweest dan nu om de wil van het volk op deze gebieden uit te voeren, maar het is nu eenmaal een fait accompli.

Desondanks zal mijn partij, de Partij voor de Vrijheid, altijd proberen te streven naar teruggave van deze bevoegdheden aan de lidstaten. Voorzitter, wat in de tussentijd natuurlijk van belang is, is de schade te beperken en dat is niet wat dit verslag probeert te bewerkstelligen: de nieuwe aanvraagprocedure maakt het de mensen juist gemakkelijker in plaats van moeilijker om de Europese Unie binnen te komen.

Voorzitter, alleen een elitaire, ver van de burger af staande politieke klasse krijgt het voor elkaar om de burger die dagelijks met de desastreuze massa-immigratie van niet-westerse allochtonen te maken heeft, in de kou te laten staan. Voorzitter, omdat ik ben verkozen door Nederlanders en niet door gelukzoekers die de westerse geneugten wél willen proeven, maar niet de joods-christelijke waarden willen omarmen, zal ik tegen dit verslag stemmen.

 
  
MPphoto
 

  Simon Busuttil (PPE).(MT) Om te beginnen wil ik Véronique Mathieu gelukwensen met alle inspanningen voor dit resultaat. Zij heeft zeer belangrijk werk verricht aan een zeer complex onderwerp, zoals commissaris Malmström al zei. Als Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten) verlenen wij onze goedkeuring aan samenwerking op het gebied van legale immigratie, zolang het duidelijk is dat we tegelijkertijd de bestrijding van illegale immigratie intensiveren. Ik ben van mening dat het een niet zonder het ander kan bestaan. Toch zien wij ook dat een van de middelen die kunnen worden ingezet ter bestrijding van illegale immigratie is het bieden van goede en heldere kansen voor legale immigratie, zoals in dit geval. Ik wil echter in herinnering brengen dat, zoals Véronique Mathieu ook zei, onze nieuwe bevoegdheden op dit terrein op grond van het Verdrag van Lissabon ook nieuwe verplichtingen met zich meebrengen. Aangezien we deze nieuwe verantwoordelijkheden op ons moeten nemen, moet het Parlement dat dan ook doen en laten zien dat het in staat is een compromis te sluiten met de Raad van Ministers. Daarvoor is het nodig om een aantal standpunten van de Raad over te nemen, zoals de veiligheidsmaatregelen bij het uitgeven van de vergunningen op grond van deze richtlijn. Ik ben van mening dat dit een kwestie is van gelijke behandeling. We moeten erkennen dat, om een overeenkomst te kunnen sluiten met de Raad, het onvermijdelijk is dat de voorwaarden niet altijd hetzelfde zijn. Tegelijkertijd echter, en hiermee sluit ik af, moeten degenen die beweren dat we te snel gaan of die tegen willen stemmen inzien dat we zonder een dergelijke richtlijn in een onwettige situatie terechtkomen waar betrokken werknemers zeker niet door worden geholpen.

 
  
MPphoto
 

  Claude Moraes (S&D). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik geloof dat mijn collega's van de S&D-Fractie, de heer Cercas en mevrouw Blinkevičiūtė, beide hebben verwezen naar het centrale probleem dat onze fractie heeft met dit pakket: het gaat niet alleen om gelijke behandeling of het beginsel van het land van herkomst – daarover is al zeer uitvoerig gedebatteerd, zoals mevrouw Oomen-Ruijten zei. Er is ook de kwestie van de tegenstrijdigheid van de huidige situatie. We hebben een voorstel voor één enkele vergunning dat na het voorstel voor hooggekwalificeerde werknemers, de blauwe kaart, komt en na sancties voor werkgevers komt. Dit betekent dat we een pakket hebben dat veel goede bedoelingen heeft, zoals het streven naar een horizontale aanpak. We hebben momenteel echter geen werkelijk horizontale aanpak, want we verkeren in de situatie dat mevrouw Mathieu roeit met de riemen die zij heeft, maar wij wilden een algemene aanpak, zoals zij in haar toespraak heeft gezegd, terwijl we nu een sectorale aanpak hebben, en die sectorale aanpak is precies waar mevrouw Lambert zich zorgen over maakte.

Waar staan we dus vandaag? Onze fractie heeft op het gebied van de tewerkstelling grote zorgen over het beginsel van het land van herkomst en we hebben, zoals mijn collega mevrouw Blinkevičiūtė zei, een echt probleem met de categorieën werknemers die in dit voorstel zijn opgenomen. We hebben dus de situatie waarin ter beschikking gestelde werknemers, binnen een onderneming overgeplaatste personen, seizoenarbeiders en – ja – personen die internationale bescherming genieten, allemaal zijn uitgesloten. We zullen deze amendementen morgen opnieuw indienen namens onze fractie.

Als je één enkele vergunning hebt die niet doet wat er op het etiket staat – dat wil zeggen, die geen redelijk ruim opgezette benadering heeft van de toelating van onderdanen van derde landen tot de Europese Unie – krijg je te maken met problemen op het punt van de behandeling, met een beroepsbevolking die twee lagen heeft, en met andere problemen die we met gemeenschappelijk beleid willen oplossen.

Anderzijds beseffen we in de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken in het bijzonder dat de sectorale aanpak de aanpak is waarmee we moeten werken, dus er zullen richtlijnen komen voor seizoenarbeiders en binnen een onderneming overgeplaatste personen. Je kunt daarvan echter niet onze fractie de schuld geven, die gelijke behandeling op basis van het beginsel van het land van herkomst centraal heeft staan in haar inspanningen om deze zaken op te lossen. We zeggen de waarheid, namelijk dat we dingen op de verkeerde manier doen en dat we dit doen vanwege de mensen die hier vandaag niet aanwezig zijn om naar onze argumenten te luisteren: de vertegenwoordigers van de Raad. De Raad wilde dit niet op een horizontale wijze aanpakken, en dus zitten wij nu met deze stapsgewijze aanpak.

Wat betreft één enkele vergunning, zien wij dus de goede bedoelingen en de algemene aanpak en het werk van de rapporteur om dit te laten werken, maar wij zullen morgen toch te goeder trouw onze amendementen indienen, in de hoop dat we één enkele vergunning kunnen krijgen die zegt wat zij is: één enkele vergunning die van toepassing is voor het brede scala van mensen die in deze Europese Unie willen werken. We willen er een realistische enkele vergunning van maken, die ook echt voor alle lidstaten werkt en de tand des tijds zal weerstaan.

 
  
MPphoto
 

  Gesine Meissner (ALDE).(DE) Mevrouw de Voorzitter, ik ben sinds een jaar lid van het Parlement, en ik heb me al met heel wat dossiers bezig gehouden, maar tot nu toe nog nooit met zo’n ingewikkeld dossier. Ik zou mevrouw Mathieu en de heer Cercas nogmaals hartelijk willen bedanken, de twee rapporteurs uit de medeverantwoordelijke commissies.

Het is werkelijk heel ingewikkeld, en wel omdat we in Europa natuurlijk idealen hebben. Wij willen iedereen die bij ons woont en werkt gelijk behandelen, rechtvaardig behandelen. Daarover zijn we het in principe allemaal eens. De vraag is echter altijd in hoeverre we dat werkelijk kunnen bereiken.

Iemand heeft er ook al aan herinnerd dat we nu op basis van het Verdrag van Lissabon een gezamenlijk asiel- en migratiebeleid willen voeren. Het asielbeleid ligt ons na aan het hart, ook vanwege het Handvest van de grondrechten. We moeten ook om economische redenen een migratiebeleid voeren, vanwege de vergrijzing. We hebben dringend werknemers nodig, niet alleen hooggeschoolde, maar ook lager opgeleide werknemers.

Het grote probleem is eigenlijk: hoe moet het nu verder? Er is al gezegd – onder andere door mevrouw In ’t Veld – dat de lidstaten in 1990 in Tampere al hebben gezegd: we willen samen iets ontwikkelen. Tot nu toe was er echter niets voorgelegd, maar nu hebben we iets, een compromis, waarmee we niet helemaal gelukkig zijn, maar dat volgens mijn een gangbare weg is. Ik begrijp persoonlijk heel goed dat sommigen zeggen: we hebben meer tijd nodig om dit te bespreken. Ook ik ben niet met alle voorstellen tevreden. Ik vind het bijvoorbeeld bijzonder belangrijk dat alle burgers toegang krijgen tot onderwijs en bijscholing. Dat is namelijk van het grootste belang, niet alleen voor de betrokken burgers, die een kans willen maken op de arbeidsmarkt, maar ook voor ons, want we hebben werkelijk arbeidskrachten nodig. Bijvoorbeeld bij de sociale zekerheid, die in de lidstaten toch al zo verschillend geregeld is, is de vraag: hoe kunnen we werkelijk in alle gevallen voor derdelanders hetzelfde recht garanderen, als we dat al willen?

Dat is moeilijk, en daarom denk ik dat dit een goed compromis is. We moeten er werkelijk mee instemmen, dan hebben we tenminste iets!

 
  
MPphoto
 

  Hélène Flautre (Verts/ALE).(FR) Mevrouw de Voorzitter, men zal toch moeten toegeven dat het hoogst eigenaardig is dat een ontwerprichtlijn die tot doel heeft een rechtskader te waarborgen inzake daadwerkelijke toegang tot rechten voor alle werknemers, begint met een lange lijst van categorieën werknemers die van deze ontwerprichtlijn worden uitgesloten. Hierdoor lijkt het op een ontwerp voor legale migratie, maar ook voor een uit meerdere lagen bestaande Europese arbeidsmarkt, waarin aan iedere categorie werknemers, afhankelijk van haar waarde, een soort rechtenportefeuille zou worden toegewezen. Wij zijn dus nog ver verwijderd van een horizontale en universele benadering van de rechten van werknemers.

Ik denk dat de Europese beleidsmakers nog niet hebben begrepen dat meer rechten voor werknemers gelijk staat aan meer economische efficiency en meer sociale samenhang, en aan meer individuele en collectieve voordelen, voor migranten uiteraard, maar ook voor de samenlevingen in zowel de gastlanden als de landen van herkomst. Dit blijkt overigens ook uit een onderzoek van de London School of Economics, waarin staat dat regularisatie van 600 000 niet-reguliere werknemers in het Verenigd Koninkrijk, die geen toegang krijgen tot deze enkele aanvraagprocedure voor een gecombineerde vergunning, de Britse schatkist drie miljard pond zou opleveren. Ik vind dat wij absoluut niet zijn opgewassen tegen deze uitdagingen.

 
  
MPphoto
 

  Csaba Sógor (PPE).(HU) Mevrouw de Voorzitter, we weten allemaal dat economische immigratie een reëel fenomeen is in de lidstaten van de Europese Unie. Om een oordeel te kunnen vellen over de aanwezigheid van werknemers uit derde landen, zullen toch ten minste twee overwegingen in aanmerking moeten worden genomen. In deze kwestie openbaart zich vooral een economische noodzaak, omdat uit demografische ontwikkelingen en arbeidsmarkttendensen blijkt dat Europa werkende immigranten nodig heeft. Het is dus in ons belang ervoor te zorgen dat immigratie op legale wijze plaatsvindt, onder gereguleerde omstandigheden, en dat de lidstaten de mogelijkheid hebben op het proces toe te zien en de immigranten rechtszekerheid te bieden. Er mogen met het omzeilen van wettelijke procedures geen voordelen te behalen zijn.

Het onderdeel van de richtlijn waarin de gemeenschappelijke rechten aan bod komen, meer bepaald gelijke rechten voor immigranten en werknemers die onderdanen zijn van de betrokken lidstaat, is naar mijn mening van groot belang. In dit verband wil ik eveneens de aandacht vestigen op een ander, cultureel aspect van het vraagstuk. De aanwezigheid van immigranten met verschillende culturele gewoonten en tradities zorgt in veel lidstaten voor spanningen. Ik ben ervan overtuigd dat de vaststelling van gelijke rechten niet beperkt kan blijven tot een verbod op discriminatie op de arbeidsmarkt. Ik denk dat dit vraagstuk tot een meer subtiele benadering noopt. Dat komt omdat legale immigrantenwerknemers in Europa niet alleen willen werken, ze willen ook studeren, een gezin stichten, kinderen opvoeden en een vol leven leiden. Als Europa dus besluit dat economische immigratie een oplossing is voor de onevenwichtige demografische situatie, kan het niet voorbijgaan aan de culturele dimensie. Het welslagen van het multiculturalisme vooronderstelt tolerantie, wederzijds respect en solidariteit.

 
  
MPphoto
 

  Sergio Gaetano Cofferati (S&D). - (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, ik denk dat de oplossing die we hier bespreken de verkeerde is, daar zij uiterst onrechtvaardig is voor veel kwetsbare personen en we in zekere zin er ons ook mee in eigen vlees snijden. Zoals al eerder is gezegd, zal het namelijk niemand ontgaan zijn dat er een tegenspraak bestaat tussen het debatteren over één enkele vergunning aan de ene kant en het hanteren van afwijkingen en uitzonderingen als uitgangspunt aan de andere kant.

De uitsluiting van ter beschikking gestelde werknemers, seizoenarbeiders en vluchtelingen in dit voorstel betekent een schending van de uniformiteit van arbeids- en burgerrechten. Dat is eigenlijk nog het slechtste nieuws, want dit voorstel zal niet alleen kunnen leiden tot vormen van sociale dumping vanwege uiteenlopende kosten tussen de verschillende landen maar het maakt zelfs onderscheid tussen verschillende categorieën burgers.

Vervolgens zal het Parlement ook moeten debatteren over de arbeidsvoorwaarden voor seizoenarbeiders. Commissaris, seizoenarbeiders zijn niet alleen burgers uit derde landen maar ook Europese burgers. Als vanwege verschillen in materiële voorwaarden en burgerrechten die categorieën seizoenarbeiders van elkaar onderscheiden worden, zullen de ondernemingen ongetwijfeld proberen de goedkoopste seizoenarbeiders aan te trekken.

Wat betreft ter beschikking gestelde werknemers vraag ik u zich de situatie voor te stellen waarin op een gemondialiseerde markt de grote multinationals er baat bij hebben werknemers uit het buitenland aan te trekken om hier bij ons te komen werken tegen arbeidsvoorwaarden die gelden in hun land van herkomst. Dat zou een ongehoord negatieve ontwikkeling betekenen. Dat zou dumping niet alleen tot een gewoon dagelijks verschijnsel maken maar ook leiden tot verschillen tussen burgers die Europa zelfs in zijn meest recente geschiedenis nooit heeft gekend.

Eenheid is van fundamenteel belang en daarom moet dit voorstel grondig worden gewijzigd.

 
  
MPphoto
 

  Carlos Coelho (PPE). - (PT) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, dames en heren, laten we klare taal spreken: is dit het akkoord dat wij wensen? Het antwoord op die vraag is "nee". In dit Parlement hadden velen van ons verder willen gaan maar ik meen dat om twee redenen dit toch een stap in de goede richting is. In de eerste plaats creëren we een nieuw instrument met een pakket rechten ten behoeve van onderdanen van derde landen die naar een lidstaat van de Europese Unie wensen te emigreren. In de tweede plaats gaat er, zoals mevrouw Mathieu al heeft gezegd, een politieke boodschap vanuit naar de buitenwereld. Die boodschap gaat in tegen het idee van Europa als vesting waar alleen maatregelen worden genomen die gericht zijn op repressie en verbetering van de veiligheid. Tegelijkertijd geven we een antwoord op het programma van Stockholm waarin staat dat we moeten streven naar een flexibel immigratiebeleid teneinde de economische ontwikkeling van de Unie te steunen.

Ik ben het eens met mevrouw Mathieu dat het noodzakelijk is met spoed een akkoord met de Raad te bereiken, ofschoon ik het standpunt van mevrouw In ’t Veld deel dat veel lidstaten over geen enkele vorm van gemeenschappelijk immigratiebeleid willen praten. Ook om die reden is het juist belangrijk deze eerste stap te zetten.

Laten we duidelijk zijn: de afschaffing van de binnengrenzen tussen de lidstaten heeft ertoe geleid dat het essentieel is de nationale wetgevingen betreffende de toelatingsvoorwaarden voor het verblijf van onderdanen van derde landen te harmoniseren, een billijke behandeling van die onderdanen te garanderen en ervoor te zorgen dat hun rechten en plichten vergelijkbaar zijn met die van burgers van de Europese Unie. Ik denk dat door het invoeren van één enkele aanvraagprocedure voor een gecombineerde verblijfs- en werkvergunning we zowel voor migranten als voor werkgevers de procedures efficiënter maken, terwijl tegelijkertijd het toezicht op het legale karakter van verblijf en werk gemakkelijker wordt.

 
  
MPphoto
 

  Debora Serracchiani (S&D). - (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, de toegang tot werk is op dit moment slechts voor een aantal specifieke categorieën burgers uit derde landen geregeld. Niet voor alle onderdanen van derde landen geldt het algemene beginsel van gelijke behandeling bij de toegang tot werk.

In dat verband dient de Europese Unie zich in te zetten voor een billijke behandeling van onderdanen van derde landen die legaal verblijven in de lidstaten, personen die de vluchtelingenstatus hebben en personen die internationale bescherming behoeven op grond van Richtlijn 83/2004/EG van de Raad van 29 april 2004.

We moeten voorkomen dat er een toenemende vraag naar seizoenarbeiders uit derde landen ontstaat louter omdat zij minder betaald worden of minder kosten dan een Europese burger die voor hetzelfde werk wordt aangenomen. Voorts dienen we te voorkomen dat vele multinationals hun hoofdkwartier verplaatsen naar landen als Marokko of Turkije en hun werknemers naar de Europese vestigingen sturen omdat het goedkoper is.

Om redenen van sociale rechtvaardigheid is het van fundamenteel belang alle Europese burgers op het vlak van beloning, arbeidsvoorwaarden en sociale zekerheid dezelfde behandeling te garanderen. Daarom vind ik het terecht dat seizoenarbeiders, ter beschikking gestelde werknemers, vluchtelingen en zelfstandigen in deze richtlijn worden opgenomen. Het maken van onderscheid vormt een zeer gevaarlijke ontwikkeling.

 
  
  

VOORZITTER: LÁSZLÓ TŐKÉS
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Liisa Jaakonsaari (S&D). − (FI) Mijnheer de Voorzitter, eeuwenlang zijn mensen uit Europa naar elders vertrokken voor werk of op de vlucht voor oorlog en politieke of religieuze vervolging. Nu trekt Europa door zijn stabiliteit mensen van buiten aan, en dat is goed. Ik ben heel blij dat in de Europese Unie de regels voor legale immigratie zodanig worden geharmoniseerd dat de verblijfsvergunning en werkvergunning tot één enkele vergunning worden gecombineerd. Dat is een goede zaak.

Naar mijn mening is de aanpak van de Commissie echter minder verstandig, omdat zij voor een sectorale aanpak heeft gekozen, die verschillende rechten voor verschillende groepen waarborgt. Dat heeft tot zo’n oerwoud aan regels geleid, dat zelfs deskundigen niet meer weten wat het Europees immigratiebeleid in feite inhoudt. Wij hebben hier uitgezonden werknemers, werknemers met een blauwe kaart, onderzoekers, seizoenarbeiders, werknemers die door overplaatsing binnen ondernemingen hierheen komen, enzovoort. Waarom kan de Commissie niet dezelfde regels op alle werknemers toepassen?

Het is al vaak gebleken dat veel groepen immigranten niet gelijk worden behandeld, en dat is zeer moeilijk te accepteren. Gelijke behandeling van iedereen moet beslist het richtsnoer zijn. Het is niet goed dat gelijke behandeling alleen voor bepaalde personen geldt en dat anderen ervan worden uitgesloten.

De Fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten in het Europees Parlement heeft met dit in het achterhoofd amendementen ingediend waarvan ik hoop dat ze bij de stemming van morgen door het Parlement worden aangenomen. Dat is heel belangrijk en, terwijl wij immigranten welkom heten, willen wij dat de regels gelijkwaardiger en consequenter worden.

 
  
MPphoto
 

  Evelyn Regner (S&D).(DE) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, het idee van een one-stop-shop is goed, maar het is voor allerlei Europese landen een paradigmaverschuiving, ook voor mijn land, Oostenrijk. In mijn land wordt de verblijfsvergunning door de vreemdelingendienst afgegeven, en de werkvergunning door de dienst voor de arbeidsmarkt, de AMS, de Arbeitsmarktservice, en daar worden de sociale partners bij betrokken. De regeling voor de toegang tot de arbeidsmarkt heeft directe gevolgen voor de sociale partners. Daarom moeten ze hier ook inhoudelijk bij worden betrokken. Tot nu toe zijn de vakbonden veel te weinig bij deze discussie betrokken, net als de ngo’s en de kerken. Veel sprekers hebben tot nu toe gezegd dat we het migratiebeleid als geheel moeten bekijken. Daarom ben ik tegen de salamitactiek van de Commissie, die het pakket in stukjes knipt, en via een achterdeurtje het principe van het land van oorsprong wil invoeren, en misschien zelfs het principe van sociale dumping, dat is vandaag ook al genoemd.

Ik zou graag een opmerking willen over het wettelijk karakter van dit aanvullend document. Een checkkaart is te klein voor alle specifieke voorwaarden en alle informatie. Daarom moet ook het aanvullend document rechtsgeldig zijn, anders is een doelmatige controle onmogelijk. Dit biedt de werknemers bescherming, en verhindert de concurrentievervalsing waar ondernemers van profiteren die zich willen verrijken door illegale werknemers in dienst te nemen.

 
  
MPphoto
 

  Ria Oomen-Ruijten (PPE). - Voorzitter, ik heb mij al twee à drie keer met mijn blauwe kaart gemeld om een aantal vragen te stellen. In dit debat krijg ik de indruk dat ik een aantal maanden niet heb meegewerkt aan de sociale kant van het dossier dat wij nu behandelen.

Waar het nu om gaat – en ik zeg dat nog eens tegen alle collega's – is een amendement van mij, zodat er gelijke behandeling komt voor iedereen die op die ene vergunning, die verblijfs- en werkvergunning, in de lidstaten binnenkomt. Dat is gegarandeerd. Hoe kunt u mij aangeven dat dat niet gegarandeerd is? Voorzitter, ik heb ook de persberichten gelezen en ik heb het gevoel dat wij bezig zijn met stemmingmakerij. Wij kunnen dat ook niet aangeven voor seizoenswerknemers, daar komt u met een voorstel voor, denk ik.

Voor wat betreft de detachering is het niet zo dat je een maatschappij kunt oprichten in een derde land en werknemers vervolgens onder slechte voorwaarden daar naartoe kunt verplaatsen. Voorzitter, dat is niet waar!

 
  
MPphoto
 

  Marian-Jean Marinescu (PPE). - (RO) De gecombineerde vergunning zal de administratieve procedures vereenvoudigen en zal leiden tot een betere controle en beheersing van de economische migratie en de uitwisseling van gegevens met betrekking tot de vraag op de arbeidsmarkt. Het huidige voorstel voor een richtlijn lost de problemen echter slechts half op, aangezien het betrekking heeft op de rechten van personen die al zijn toegelaten op het grondgebied van de Unie en op de arbeidsmarkt van een lidstaat. Twee andere aspecten worden niet geregeld, namelijk de criteria voor verlening van een werkvergunning en de situatie van seizoenarbeiders en personen die binnen een onderneming worden overgeplaatst.

Daarnaast moeten wij niet vergeten dat we nu de rechten van arbeiders uit derde landen regelen, terwijl we nog geen volledig vrije arbeidsmarkt hebben voor alle Europese burgers.

 
  
MPphoto
 

  Marita Ulvskog (S&D).(SV) Mijnheer de Voorzitter, er is in dit debat vaak gesproken over gelijke rechten. Het is ook een kwestie van evenwicht of conflict, want dat is de keuze die we zullen hebben, en het is ook een kwestie van een langetermijn- of kortetermijnbenadering.

De uitsluitingen zullen in het slechtste geval leiden tot een nieuwe vorm van slavernij. We weten hoe nefast het voor de orde en het evenwicht op de arbeidsmarkt is geweest om van de richtlijn betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers een maximumrichtlijn te maken in plaats van een minimumrichtlijn. Deze uitsluitingen zullen de situatie er niet beter op maken. Integendeel, de situatie zal er nog slechter door worden. De uitsluitingen zullen sociale rampen veroorzaken. Hele sectoren zullen ervoor kiezen om seizoenarbeiders aan te werven op een manier die gevolgen zal hebben voor de hele arbeidsmarkt, die de lonen onder druk zal zetten en conflicten zal veroorzaken.

Ik doe een beroep op de leden van de andere fracties, zoals de Fractie Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa en de Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten) om het amendement van de Fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten in het Europees Parlement te steunen. Dat is de enige manier om te verzekeren dat de uitsluitingen niet tot die zware sociale conflicten leiden.

 
  
MPphoto
 

  Sonia Alfano (ALDE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, op 18 december 1990 heeft de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (VN) het Internationale Verdrag ter bescherming van alle arbeidsmigranten en van hun gezinsleden aangenomen. Dat verdrag vormt een van de negen hoofdinstrumenten betreffende mensenrechten waarover de VN beschikken. Helaas heeft twintig jaar later nog geen enkele lidstaat van de Europese Unie dat verdrag ondertekend of geratificeerd.

Ik ben van mening dat de erkenning van de rechten van onderdanen van derde landen die legaal in de Europese Unie verblijven en werken een prioriteit dient te zijn voor een Europa dat de nieuwe uitdagingen op het vlak van integratie, non-discriminatie en bescherming van de mensenrechten het hoofd wenst te bieden.

Om die reden vraag ik alle leden amendement 16 te steunen en schriftelijke verklaring nr. 96 te ondertekenen – die ik samen met Cornelia Ernst, Sylvie Guillaume en Franziska Keller heb opgesteld – waarin de lidstaten wordt gevraagd het VN-verdrag betreffende arbeidsmigranten te ratificeren.

 
  
MPphoto
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL). - (PT) Mijnheer de Voorzitter, het is een feit dat we in deze ontwerprichtlijn zeer uiteenlopende categorieën behandelen. We hebben het onder meer over arbeidsmigranten uit derde landen, seizoenarbeiders en ter beschikking gestelde werknemers. Toch staat het vast dat onder het mom van één enkele procedure in de praktijk sociale dumping gelegaliseerd wordt, onzeker werk toeneemt en discriminatie verergert. Daarom zijn wij van mening dat deze ontwerprichtlijn niet mag worden goedgekeurd.

We dienen juist de rechten van de werknemers in de Europese Unie te verbeteren, ongeacht of het om ter beschikking gestelde werknemers, seizoenarbeiders, fulltime werknemers of arbeidsmigranten gaat. Hun rechten dienen erkend te worden, met inbegrip van het Internationale Verdrag ter bescherming van alle arbeidsmigranten en van hun gezinsleden. Het zou een goede zaak zijn als de Commissie zich inzette voor de goedkeuring en ratificering van dit verdrag door alle lidstaten.

 
  
MPphoto
 

  Jaroslav Paška (EFD). - (SK) Mijnheer de Voorzitter, economische immigratie is een fenomeen waar min of meer alle rijkere landen van de Europese Unie mee te maken hebben.

Naast immigranten die legaal, in overeenstemming met de plaatselijke wetten en regelgeving, de landen van de Europese Unie binnenkomen, zijn er echter ook veel illegale immigranten die vaak het slachtoffer worden van discriminatie of zelfs uitbuiting, omdat hun werkgevers misbruik maken van het feit dat ze geen legale verblijfsstatus hebben.

Het streven om met deze richtlijn de organisatie te verbeteren en specifieke gemeenschappelijke regels op te stellen om dit probleem op te lossen kan ertoe bijdragen dat mensen die naar de landen van de Europese Unie komen voor werk respectvol worden behandeld mits zij bereid zijn de migratieregels van de Europese Unie te accepteren. Ik maak me geen illusies dat de richtlijn alle problemen met betrekking tot arbeidsmigratie op zal lossen. De richtlijn kan echter het huidige systeem van indienstneming van arbeidsmigranten verbeteren en bepaalde ongewenste ontwikkelingen die zich op dit gebied hebben gemanifesteerd een halt toeroepen. We kunnen de voorgestelde richtlijn daarom beschouwen als een stap in de goede richting, en zo moeten we hem ook zien.

 
  
MPphoto
 

  Seán Kelly (PPE).(GA) Er is een Iers spreekwoord dat zegt: Zoveel mensen, zoveel meningen. Als dat ergens opgaat, is het wel bij dit controversiële en complexe onderwerp. De rapporteur heeft zodoende goed werk geleverd en verdient onze lof.

(EN) Aangezien de Europese Unie is gegrondvest op de beginselen van vrede en welvaart, is het niet meer dan juist dat zij dat idee in de hele Europese Unie, en zelfs in de hele wereld, probeert over te brengen. Het is juist dat wij, als 's werelds grootste donor aan derde landen, proberen te waarborgen dat degenen die zich legaal binnen onze grenzen bevinden, met dezelfde waardigheid en hetzelfde respect worden behandeld als wij graag zouden zien dat onze burgers zouden ontvangen, als zij zich in derde landen zouden bevinden. Dit is weliswaar niet perfect, maar het is een stap in de goede richting. Ik verwelkom het voorstel en keur het daarom goed.

 
  
MPphoto
 

  Alejandro Cercas, rapporteur voor advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken. – (ES) Mijnheer de Voorzitter, ik wil niet opnieuw het debat aangaan met mijn collega Oomen-Ruijten. Ik wil alleen even de puntjes op de i zetten.

Het debat is op geen moment persoonlijk geweest en niemand heeft haar werk in twijfel getrokken. Als dat het geval is geweest, dan wil ik bij dezen zeggen dat mevrouw Oomen-Ruijten voortreffelijk werk heeft geleverd in de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken.

Als mevrouw Oomen-Ruijten zegt dat zij amendementen heeft ingediend voor de vergadering van morgen die de tekst verbeteren en die zorgen voor gelijke behandeling, moet ik zeggen dat dit niet klopt. Mevrouw Oomen-Ruijten heeft haar handtekening gezet – die ik hier heb – onder de amendementen op de teksten die de Raad niet heeft kunnen introduceren in de dialoog die we met hem hebben gehouden. Het zijn geen amendementen van mevrouw Oomen-Ruijten, het is de letterlijke tekst van de Raad. Wat betreft detachering van werknemers heeft de Raad juist een minder eenduidig standpunt dan de Commissie.

We zouden an sich bereid zijn om de originele tekst van de Commissie te accepteren, maar in de tekst van de Raad staat dat alle gedetacheerde werknemers, ook degenen die onder Richtlijn 96/71/EG uit 1996 vallen, hiervan uitgesloten blijven. Dit amendement leidt niet tot gelijke behandeling, hiermee ontstaat juist ongelijke behandeling.

Ik wil nogmaals mijn persoonlijke waardering voor mevrouw Oomen-Ruijten uitspreken. Ze is, zonder enige twijfel, een uitstekende afgevaardigde en ze heeft erg goed werk geleverd, maar uiteindelijk heeft ze met het voorstel van de Raad ingestemd.

 
  
MPphoto
 

  Cecilia Malmström, lid van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, dit is eigenlijk een heel goed debat geweest. Wat betreft de werkingssfeer van deze richtlijn, is het geen geheim dat de Commissie de voorkeur had gegeven aan een algemene aanpak. Mijn voorgangers hebben deze vele jaren geleden voorgesteld. Deze was toen onmogelijk. En hij is het nog steeds, dus daarom hebben we nu deze sectorale aanpak. Ik ben er niet blij mee, maar het is de enige manier om verder te komen.

De richtlijn is noodzakelijk, omdat we werknemers uit derde landen hebben. Zij bevinden zich in onze landen en leveren een belangrijke bijdrage aan onze economieën. We moeten hen beschermen. Dit gezegd hebbende, en anders dan enkele zienswijzen die hier vandaag zijn geuit, wil ik benadrukken dat de onderhavige richtlijn het beginsel van gelijke behandeling voor migrerende werknemers vaststelt op alle arbeidsgerelateerde gebieden, met inbegrip van arbeidsvoorwaarden en lonen. De richtlijn leidt niet tot discriminatie. Wanneer de richtlijn eenmaal is vastgesteld, zal hij een heel belangrijk instrument zijn in de strijd voor de bescherming van migrerende werknemers en tegen sociale dumping. Niemand wil sociale dumping. We willen deze mensen beschermen.

Andere categorieën werknemers, zoals seizoenarbeiders en ICT’s (binnen een onderneming overgeplaatste personen), zijn niet opgenomen in het onderhavige voorstel. Ik deel uw mening dat we hen moeten beschermen. Dat is de reden waarom de Commissie voor de zomer twee aparte instrumenten heeft voorgesteld die ICT’s en seizoenarbeiders bestrijken en in het bijzonder tot doel hebben hen te beschermen. Ik weet zeker dat de rapporteurs, de schaduwrapporteurs en de commissies, zodra zij echt aan deze voorstellen gaan werken, hun uiterste best zullen doen om ervoor te zorgen dat deze categorieën ook beschermd worden en dat we ook op deze gebieden voortgang kunnen boeken.

Ik ben me er ook van bewust dat sommige mensen of fracties hier ook graag ter beschikking gestelde werknemers zouden hebben opgenomen, die nu zijn uitgesloten. De richtlijn waarover we vandaag debatteren, wordt geacht discriminatie te voorkomen, niet nieuwe discriminatie in het leven te roepen, dus laten we de kwestie van de ter beschikking gestelde werknemers apart behandelen en niet in dit verband. De Commissie staat op het punt om een effectbeoordeling over de kwestie uit te voeren. Zij heeft een herziening van de detacheringsrichtlijn voor het eind van het volgende jaar aangekondigd. De kwestie van de personele werkingssfeer van de detacheringsrichtlijn zou kunnen worden aangepakt als onderdeel van de aangekondigde herziening van de detacheringsrichtlijn.

Wat betreft de kwestie van de omzettingstabellen, die mevrouw In ’t Veld naar voren heeft gebracht, deelt de Commissie haar mening volledig, niet alleen met betrekking tot deze richtlijn. De richtlijn zou, en hopelijk zal, een belangrijk instrument zijn om het vraagstuk aan te pakken van betere regelgeving en grotere transparantie van de kant van de lidstaten, wanneer zij de verschillende richtlijnen ten uitvoer leggen. Het zal goed zijn voor u; het zal goed zijn voor ons, de nationale parlementen en de burgers. We blijven dit tegenover de Raad herhalen. Als het dingen vergemakkelijkt, is de Commissie bereid om hier een verklaring over af te leggen. We willen de richtlijn echter niet in gevaar brengen, als het mogelijk is om morgen, wanneer u over deze kwestie stemt, tot een besluit te komen. We zullen hier echter voor blijven vechten en we zullen hier voor veel andere stukken wetgeving op terugkomen.

Dank u wel voor dit debat. Dank u wel voor de zeer grote inspanningen die veel mensen hebben verricht, in het bijzonder mevrouw Mathieu en de heer Cercas. Ik hoop dat we tot overeenstemming kunnen komen en morgen een positieve stemming hebben.

 
  
MPphoto
 

  Véronique Mathieu, rapporteur. − (FR) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, ik kan het alleen maar roerend met u eens zijn, aangezien u de drieëntwintig collega's die het woord hebben gevoerd over onze tekst, de heer Cercas en mijzelf in alle opzichten antwoord hebt gegeven.

Ik zou alle rapporteurs van alle fracties willen bedanken die aan deze tekst hebben meegewerkt en met wie wij veel hebben gediscussieerd en een zeer goede samenwerking hebben gehad dit afgelopen jaar, want deze samenwerking heeft maar liefst een jaar geduurd. Wij zijn aan het begin van dit jaar begonnen en we eindigen nu met het Belgische voorzitterschap. Ik wil u graag bedanken, mevrouw Malmström, want u hebt veel aandacht besteed aan deze tekst, en dat geldt ook voor uw diensten. Ik wil eveneens de Raad bedanken, omdat de Raad zeer aandachtig naar ons heeft geluisterd, en ik bedank ook de collega's die vanavond het woord hebben gevoerd.

Ik wil erop wijzen dat wij morgen inderdaad in eerste lezing zullen stemmen. Dit is een compromis, en een compromis is nu eenmaal nooit voor honderd procent bevredigend. Als er collega’s zijn die er nog behoefte aan hebben om gerustgesteld te worden, dan hoop ik dat uw betoog van zojuist hun in ieder geval deze geruststelling zal geven.

Mijn collega, mevrouw Flautre, merkte zojuist op dat de tekst begon met een overzicht van uitsluitingen. Ik wil in herinnering brengen dat alle werknemers waarvan sprake was bij deze uitsluiting, in ieder geval onder richtlijnen vielen die specifiek aan hen waren gewijd. Er was dus geen sprake van uitsluiting van een aantal werknemers uit derde landen.

Ik hoop dat de tekst van dit verslag, die wij met alle rapporteurs tezamen hebben opgesteld en die wij morgen aan de overige collega's zullen voorleggen, een belangrijke stap voorwaarts zal betekenen voor werknemers uit derde landen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Het debat is gesloten.

De stemming vindt dinsdag 14 december 2010 plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  Proinsias De Rossa (S&D), schriftelijk. (EN) Ik heb gestemd tegen dit gevaarlijk geformuleerde voorstel voor een richtlijn van de Commissie en de Raad dat probeerde een markt van laagbetaalde banen voor migrerende werknemers in de EU te creëren. Migratie moet eerlijk zijn. Iedereen die in de EU werkt, moet gelijk worden behandeld, ongeacht zijn of haar land van herkomst. Dit voorstel voor één enkele werkvergunning voor onderdanen van niet-EU-landen was een gemiste kans om fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden te steunen, waarbij migranten worden verwelkomd op basis van gelijke behandeling. In plaats daarvan zou het voorstel hebben geleid tot een discriminatoir verschil in behandeling tussen werknemers uit EU-lidstaten en werknemers uit niet-EU-landen die zijn gedetacheerd in de EU. Ondernemingen zouden het bijvoorbeeld voordeliger kunnen vinden om hun hoofdkantoor officieel te verplaatsen naar een land buiten de EU en vervolgens hun werknemers te detacheren bij hun Europese vestigingen, om hun werknemers niet dezelfde rechten en voorwaarden te hoeven bieden als wettelijk gelden voor Europese burgers die in de EU werken. Het Europees Parlement heeft dit voorstel verworpen. Dit betekent dat de Commissie en de ministers van de lidstaten terug naar de tekentafel moeten en moeten komen met een visumvoorstel dat geen neerwaartse spiraal bevordert.

 

19. Uitbreiding van de werkingssfeer van Richtlijn 2003/109/EG tot personen die internationale bescherming genieten (debat)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Aan de orde is het verslag over het voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2003/109/EG teneinde haar werkingssfeer uit te breiden tot personen die internationale bescherming genieten [COM(2007)0298 - C6-0196/2007- 2007/0112(COD)] - Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken. Rapporteur: Claude Moraes (A7-0347/2010).

 
  
MPphoto
 

  Claude Moraes, rapporteur. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik vrees dat alleen ikzelf, de coördinator van de PPE-Fractie en de commissaris nog in dit Parlement over zijn, terwijl ik aan de eerste alinea van mijn toespraak begin. Ik bewonder uw uithoudingsvermogen, commissaris. Ik zou mijn spreektijd nooit moeten opnemen zoals ik dat nu doe, maar ik kon het niet helpen. Dank aan de PPE-Fractie voor het feit dat zij vanavond op dit late uur ook aanwezig is.

Commissaris, u en de Raad hebben goed werk verricht door dit voorstel te redden, waarvan nu personen profiteren die nooit hadden mogen worden uitgesloten uit de werkingssfeer van de oorspronkelijke richtlijn langdurig ingezetenen. In 2008 was er een andere kans om hen op te nemen, en helaas bleek dit opnieuw onmogelijk, doordat in de Raad geen unanimiteit kon worden bereikt. Het is vandaag dus een heel mooie dag, waarop een voorstel dat door mijn voorganger als coördinator van mijn fractie, Martine Roure, is opgepakt, nu onderwerp van een overeenkomst is. Ik ben ook de Raad heel dankbaar. Ik heb er in het vorige debat op gewezen dat de Raad niet aanwezig was, maar als hij hier vandaag wel aanwezig was geweest, zou ik ook de Raad bedanken, want tijdens het Belgische voorzitterschap hebben we goede vooruitgang kunnen boeken. Ik ben daar heel dankbaar voor.

Het voorstel brengt directe voordelen voor alle personen die internationale bescherming genieten en langer dan vijf jaar in de EU verblijven, maar momenteel geen langdurig ingezetene kunnen worden. Het zal eindelijk een einde maken aan de verschillende behandeling van deze personen in vergelijking tot andere onderdanen van derde landen en zal hun meer zekerheid geven over hun situatie in de EU.

De belangrijkste kwestie voor de onderhandelingen betrof de berekening om vast te stellen of de periode van legaal verblijf ten minste vijf bedraagt. We hebben het voorstel van de Commissie om rekening te houden met de volledige duur van de procedure gesteund. De Raad was hier echter fel op tegen. We maakten ons in het bijzonder hierover zorgen, omdat asielprocedures in sommige lidstaten vele jaren kunnen duren. Het compromis dat we in de onderhandelingen hebben bereikt, is dat ten minste de helft van de asielprocedure in aanmerking zal worden genomen, en dat, als een procedure langer dan achttien maanden duurt, de hele procedure in aanmerking wordt genomen.

Ik aarzel om door te gaan naar de kwestie van de omzettingstabellen, maar ik ben verplicht er toch iets over te zeggen, al zou ik dat liever niet doen. Ik wil de instellingen toch dringend verzoeken om op dit punt tot een horizontale overeenkomst te komen. Ik verzoek in het bijzonder de Raad het belang van omzettingstabellen voor het bewaken van de tenuitvoerlegging van wetgeving te erkennen. We hebben een moeilijke situatie meegemaakt, waarin veel van de dossiers die door fracties in dit Parlement van groot belang werden geacht, door deze kwestie vertraging hadden kunnen oplopen.

Ik ben ook heel blij dat de werkingssfeer van het voorstel zowel vluchtelingen omvat, als personen die subsidiaire bescherming genieten. Het is essentieel dat de trend in de richting van afstemming van de normen voor bescherming en de aan beide groepen verleende rechten wordt doorgezet, zoals in de herschikking van de richtlijn betreffende de erkenning van vluchtelingen. De overeenkomst bevat ook veel waarborgen tegen refoulement. Aangezien personen die internationale bescherming genieten, nu van een lidstaat naar een andere lidstaat mogen verhuizen, is het belangrijk dat de beschermingsstatus van personen die subsidiaire bescherming genieten, nooit wordt vergeten. De lidstaten zullen daarom op de verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen een vermelding moeten opnemen en zullen worden verplicht om in geval van een mogelijke uitzetting de lidstaat te raadplegen die de beschermingsstatus heeft verleend. Het voorstel houdt ook rekening met de overdracht van bescherming naar een andere lidstaat overeenkomstig nationale regelingen. De verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen moet dienovereenkomstig worden aangepast als waarborg tegen refoulement.

We hebben ook gegarandeerd dat het beginsel van de eenheid van het gezin wordt hooggehouden in geval van uitzetting naar een andere lidstaat, maar het is ook duidelijk dat het niet automatisch mag worden toegepast in gevallen waarin het niet in het belang van de gezinsleden is om met de uitgezette persoon mee te gaan.

De overeenkomst die we hierover hebben bereikt, is een teken van de nieuwe samenwerking die op het gebied van asiel en legale migratie tussen de drie instellingen kan bestaan, geholpen door het nieuwe kader van het Verdrag van Lissabon. Zij laat zien dat we met de lidstaten overeenstemming kunnen bereiken over een progressief stuk asielgerelateerde wetgeving.

Ik wil nogmaals mijn schaduwrapporteurs uit de diverse fracties bedanken, mevrouw Nedelcheva, mevrouw Wikström en andere collega’s die hebben geholpen om dit te maken tot wat ik een prettige trialoog noem – als dat geen contradictio in terminis is! Ik wil alle betrokkenen bedanken dat zij dit tot werkelijkheid hebben gemaakt.

 
  
MPphoto
 

  Cecilia Malmström, lid van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil beginnen met de rapporteur van het Europees Parlement, Claude Moraes, te bedanken. Hij heeft samen met zijn team van schaduwrapporteurs fantastisch werk verricht. Het Parlement, de Commissie en de Raad hebben echt een akkoord bereikt. De minister was ook zeer behulpzaam.

Het compromis dat we hebben bereikt, is evenwichtig en in overeenstemming met het voorstel van 2007. De uitbreiding van de status van langdurig ingezetene met personen die internationale bescherming genieten, zal een hoger niveau van bescherming en rechtszekerheid voor vluchtelingen in Europa garanderen en zal betere integratie in onze samenlevingen mogelijk maken.

Dit is ook de eerste bouwsteen van ons asielpakket – de eerste van zes stukken wetgeving – en het is een eerste stap in de richting van ons gezamenlijke doel om voor 2012 tot een gemeenschappelijk Europees asielstelsel te komen. Het zal een sterk politiek signaal afgeven dat we het eens kunnen worden, dat we bereid zijn om deze moeilijke, maar noodzakelijke weg af te leggen en vooruitgang te boeken, en dat we op dit punt redelijk en constructief kunnen handelen. Ik wil u daar echt voor bedanken.

Wat betreft de veelbesproken kwestie van de omzettingstabellen, heeft de Commissie een verklaring afgelegd tegenover de Raad. Ik wil deze, met uw toestemming, graag voorlezen: "De Commissie herinnert aan haar inzet om te verzekeren dat de lidstaten omzettingstabellen opstellen waarin de EU-richtlijn wordt gekoppeld aan de omzettingsmaatregelen die zij vaststellen, en dat zij deze aan de Commissie doorgeven in het kader van de omzetting van Europese wetgeving, in het belang van de burgers, het maken van betere wetgeving en de vergroting van de juridische transparantie en om het onderzoek van de overeenstemming van nationale regels met Europese bepalingen te vergemakkelijken.

"De Commissie betreurt het gebrek aan steun voor de bepaling die in het COM-voorstel van 2007 tot wijziging van de richtlijn langdurig ingezetenen was opgenomen, die tot doel had het opstellen van omzettingstabellen verplicht te stellen.

"De Commissie kan, in een geest van compromis en om de onmiddellijke vaststelling van het voorstel voor langdurig ingezetenen te garanderen, de vervanging accepteren van de verplichte bepaling inzake het opnemen van omzettingstabellen in de tekst door een relevante overweging die de lidstaten aanmoedigt deze praktijk te volgen.

"Het door de Commissie ingenomen standpunt op dit dossier mag evenwel niet als een precedent worden beschouwd. De Commissie zal haar inspanningen voortzetten om samen met het Europees Parlement en de Raad een passende oplossing te vinden voor dit horizontale institutionele probleem."

Ik denk dat we het daarover eens kunnen zijn. Het is belangrijk dat deze verklaring in het protocol is opgenomen en is gehoord. Zoals ik in het eerdere debat heb gezegd, herhaalt de Commissie dit argument.

Desondanks is het, met betrekking tot dit specifieke verslag, heel belangrijk dat we overeenstemming hebben bereikt. Ik dank u allemaal nogmaals voor uw bijdrage.

 
  
MPphoto
 

  Mariya Nedelcheva, namens de PPE-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, mijnheer Moraes, dames en heren, om te beginnen wil ik onze rapporteur, de heer Moraes, feliciteren met zijn uitstekende werk en hem bedanken voor de voorbeeldige manier waarop hij heeft samengewerkt met de schaduwrapporteurs, de Commissie en de Raad.

Met dit verslag hebben wij een belangrijke stap gezet op weg naar een geharmoniseerd Europees asielsysteem. De overeenstemming die met de Raad is bereikt was nodig, en ik ben heel blij dat wij erin zijn geslaagd om vorderingen te maken met dit dossier. Het asielpakket is heel wat breder en daarom moet er nog veel worden gedaan. Wij moeten dus waakzaam blijven, en ik hoop dat de Raad ook tijdens de onderhandelingen over de komende dossiers blijk zal geven van een coöperatieve houding. Dit wilde ik even ter inleiding op mijn betoog opmerken.

Wat de inhoud van het dossier betreft, zou ik – zonder de woorden van de rapporteur te herhalen – twee punten aan de orde willen stellen. Ten eerste zou ik het belang willen onderstrepen van de integratie van onderdanen van derde landen in onze samenlevingen. De migranten die naar onze landen komen, zijn een belangrijke aanwinst voor onze economieën. Wij kunnen echter niet iedereen, onder welke voorwaarde dan ook, toelaten. Verscheidene regeringen hebben de afgelopen maanden erkend dat hun integratiemodel mislukt was.

(Spreekster wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Cecilia Wikström, namens de ALDE-Fractie. – (SV) Mijnheer de Voorzitter, ik zou om te beginnen de heer Moraes willen bedanken, die op zijn karakteristieke degelijke manier en met de oprechte wil om de aandacht te vestigen op humanitaire beginselen en het beginsel van respect voor onze medemensen, het verslag heeft geschreven waarover we nu een standpunt moeten innemen.

Personen die in een lidstaat internationale bescherming genieten, blijven daar vaak gedurende zeer lange tijd, misschien de rest van hun leven, omdat er vaak gedurende zeer lange tijd geen einde komt aan hun kwetsbare situatie en vervolging in het land dat ze zijn ontvlucht. Veel personen die internationale bescherming genieten, bevinden zich dus in dezelfde situatie als diegenen die als vluchtelingen worden beschouwd. Iemand die vijf jaar in een land heeft geleefd, zou redelijkerwijs ook als een ingezetene van dat land moeten worden beschouwd. Dat was de insteek van zowel de Commissie als het Parlement. De Raad wilde echter een andere benadering, en dat betreur ik.

Ik wil ook benadrukken dat gezinsleden van de persoon die internationale bescherming geniet, de mogelijkheid moeten hebben om hun eigen leven op te bouwen. In het geval van refoulement moeten de gezinsleden bijvoorbeeld kunnen kiezen of ze de uitgewezen persoon volgen, dan wel of ze blijven. Het doet me plezier dat het Parlement dit verslag nu zal aannemen. Ik betreur dat de Raad niet wilde instemmen met de zogenaamde concordantietabellen, maar ik ben ermee ingenomen dat we vooruitgang boeken met betrekking tot de verslagen die deel uit moeten maken van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel.

Hopelijk zal de Raad nu een meer luisterende houding innemen. We moeten ons immers allemaal aan dezelfde deadline houden, namelijk 2012. We moeten nu bereid zijn om onze oude, vastgeroeste standpunten te herzien, en kijken naar de pan-Europese benadering en wat met betrekking tot asiel en migratie het beste is voor iedereen. Anders zal het woord solidariteit snel zijn betekenis verliezen.

Ik wil nogmaals de rapporteur, de heer Moraes, bedanken voor zijn uitstekende werk en voor een bijzonder aangename, om niet te zeggen excellente samenwerking in verband met dit verslag.

 
  
MPphoto
 

  Judith Sargentini, namens de Verts/ALE-Fractie. Vorige week waren wij met de Commissie burgerlijke vrijheden in Athene en ik sprak daar Mamuth. Mamuth is 26 jaar oud en komt uit Eritrea, hij is de Europese Unie binnengekomen in Griekenland, doorgereisd naar Nederland, want hij wilde daar liever zijn, omdat hij daar contacten had, en weer teruggestuurd naar Griekenland. Mamuth zei dat als hij eindelijk zijn vluchtelingenstatus heeft in Griekenland, hij dan nog niet vrij kan reizen en het duurt een eeuwigheid, voordat hij in Griekenland de Griekse nationaliteit heeft.

Het is voor jongens als Mamuth die recht hebben op een nieuw bestaan, niet opnieuw door landsgrenzen, dat ik blij ben dat dit Europees Parlement daar nu verandering in gaat brengen en dat rapporteur Claude Moraes deze eerste stap in onze asielpakketten heeft weten te zetten. Het zou ook voor Mamuth zijn die dat nieuwe leven eigenlijk liever in Nederland wil leven, om toch fatsoenlijke correlatieschema’s te hebben, want deze jonge Mamuth heeft recht om te zien hoe een en ander in Griekenland geïmplementeerd wordt, of in Nederland, of daar waar hij zijn bestaan zou willen opbouwen.

Dank, mijnheer Moraes, dank voor de samenwerking, en laten wij voor Mamuth kijken hoe snel dit gaat.

 
  
MPphoto
 

  Simon Busuttil (PPE).(MT) Allereerst wil ik Claude Moraes gelukwensen met zijn verslag. Ik ben het eens met het verslag en ben er verheugd over, aangezien het nieuwe rechten verschaft aan hen die internationale bescherming aanvragen, waaronder vluchtelingen. Het zal hen rechten verschaffen die overigens ook worden gegeven aan burgers van derde landen die vijf jaar legaal in de EU verblijven. Er kleven echter enige moeilijkheden aan dit verslag. Ik kom uit een land dat te maken heeft gehad met deze moeilijkheden, namelijk dat vijf jaar veel te lang is om te wachten op het recht dat door deze wet wordt verleend. Dit is met name van toepassing op de landen die een groot aantal mensen herbergen die daar vast zitten, geblokkeerd in het land waar ze in eerste instantie zijn gearriveerd. Naast mijn eigen land hebben ook andere landen onlangs deze ervaring gehad, bijvoorbeeld Griekenland. Zij herbergen grote aantallen mensen die vijf jaar moeten wachten op de rechten op grond van deze regelgeving. Uiteraard kunnen ze uiteindelijk profiteren van de status van langdurig ingezetene. Ze kunnen echter ook verhuizen naar andere landen in de Europese Unie, hetgeen een grote hulp zou zijn voor landen als Griekenland, Malta, Cyprus en andere. Daarom ben ik van mening dat deze overigens goede richtlijn verbeterd kan worden door de wachtperiode van vijf jaar te verkorten. Hier wil ik afsluiten, door mijn dank uit te spreken aan rapporteur Claude Moraes voor zijn erkenning van deze kwestie en voor zijn inspanningen om een – zij het voor hem symbolische – verwijzing op te nemen in een verklarende noot aan het eind.

 
  
MPphoto
 

  Ioan Enciu (S&D). - (RO) In de eerste plaats wil ik collega Claude Moraes gelukwensen met zijn verslag en hem bedanken voor zijn uitmuntende werk als coördinator van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken.

Ik denk dat het zeer goed is dat deze nieuwe richtlijn eindelijk een juridisch vacuüm opvult op het terrein van verblijfsrecht in de EU, een vacuüm waarin de personen zich bevonden die internationale bescherming genieten. Deze mensen, die zich hebben gevestigd in een van de lidstaten, bevinden zich momenteel in een precaire juridische situatie vanwege het feit dat zij geen aanspraak kunnen maken op een verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen, zoals de andere onderdanen van derde landen. Het toekennen van langdurige verblijfsrechten moet op non-discriminatoire wijze plaatsvinden met als enige criterium een eerder legaal verblijf, zoals ook het geval is voor de andere onderdanen van derde landen. Ik denk dat het beter was geweest om uit te gaan van de gehele legale verblijfsduur in de Europese Unie, vanaf het moment van de aanvraag van internationale bescherming.

Tegelijkertijd denk ik dat we rekening moeten houden met het feit dat deze personen blijvend kwetsbaar zijn buiten het grondgebied van de Unie, zodat intrekking van internationale bescherming of de verblijfsvergunning moet gebeuren met strikte inachtneming van de grondrechten en het beginsel van non-refoulement.

Deze richtlijn geeft de nodige aanvullingen op het gebied van de van toepassing zijnde procedures in het geval van uitzetting of opheffing van de internationale bescherming. Ik ben van mening dat we voor het verslag van collega Claude Moraes moeten stemmen, als onderdeel van het algemene regelgevingspakket voor het asiel- en migratiesysteem in de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 

  Franz Obermayr (NI).(DE) Mijnheer de Voorzitter, ik zie dit verslag niet door een roze bril, ik zie het heel bewust met de ogen van de burgers van onze landen, die zich zorgen maken. Na een verblijf van vijf jaar in een lidstaat krijgen vluchtelingen binnenkort namelijk een verblijfsvergunning die lang geldig is, en wel op het hele grondgebied van de EU. Wanneer een vluchteling zich heeft gevestigd in een land met een ruimhartig asielrecht, kan hij na vijf jaar verhuizen naar iedere andere lidstaat. Hij begint dan natuurlijk in een land waar de regels onvolledig zijn, of royaal, en vervolgens vestigt hij zich in een land waar een hoog niveau van sociale zekerheid geboden wordt. Dat leidt tot misbruik en secundaire migratie. Ook het feit dat de duur van de asielprocedure wordt meegeteld voor de periode van vijf jaar is een probleem, want asielzoekers vertragen hun administratieve procedure en het onderzoek vaak heel bewust. Wanneer we de werkingssfeer van de richtlijn uitbreiden zouden de lidstaten met een hoog niveau van sociale bescherming, die toch al enorme problemen hebben, een nog zwaardere last te dragen krijgen, en dat zou de integratie van vluchtelingen nog moeilijker maken. Ik zal dit verslag met een buitengewoon kritisch oog bekijken.

 
  
MPphoto
 

  Cecilia Malmström, lid van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik heb niet veel toe te voegen. Er is hier brede steun voor het door de heer Moraes verrichte werk aan deze zeer belangrijke richtlijn.

Ik wil alleen de heer Moraes en de anderen nogmaals beloven dat dit een belangrijke bouwsteen is. Ik denk dat het morgen in de stemming veel steun zal krijgen. Dit is de eerste stap van onze gemeenschappelijke reis naar 2012 en het asielpakket. Ik hoop alleen dat deze geest van constructieve samenwerking zal standhouden, want ik heb voor de overige richtlijnen uw steun nodig, en ik reken op die steun.

 
  
MPphoto
 

  Claude Moraes, rapporteur. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de commissaris nogmaals formeel bedanken voor haar werk aan dit dossier.

Een van de redenen waarom we hopen dat de eerste stap op asielgebied in de stemming van morgen kan worden voltooid – en ik hoop dat een overtuigende meerderheid vóór zal zijn – is dat, ook al blijft asiel een van de gevoeligste onderwerpen voor dit Parlement, zoals de heer Busuttil in het bijzonder voor kleinere landen heeft uitgelegd, elk stuk wetgeving inzake asiel een onevenredig effect kan hebben, niet alleen op kleine landen, maar ook op flashpointlanden zoals Griekenland.

We moeten allemaal voorzichtig te werk gaan, zoals we in dit verslag hebben gedaan, en er zijn enkele punten in de toelichting die garanderen dat de zorgen van de afgevaardigden heel serieus worden genomen, in het bijzonder wanneer zij komen van serieuze afgevaardigden. Ik denk bijvoorbeeld dat we de zorgen van mevrouw Nedelcheva over integratie hebben kunnen verwerken, alsook die van mevrouw Wikström, die sprak over gezinsleden en uitzetting, en de kwesties van huiselijk geweld en andere kwesties. Wanneer we dat soort samenwerking hebben, verlopen de onderhandelingen op het hogere niveau van de Commissie en de Raad heel goed, dankzij het werk dat wij in dit Parlement met collega's verrichten.

Tot slot, mevrouw Sargentini, ik wilde echt een inventieve manier vinden om te zeggen dat omzettingstabellen zeer belangrijk zijn. Zeggen dat asielzoekers nu wachten tot de omzettingstabellen ten uitvoer worden gelegd, is waarschijnlijk het meest inventieve en verbeeldingvolle gelobby om de resolutie over omzettingstabellen te verwezenlijken, dus ik hoop dat de Raad heeft geluisterd. Ik dank al mijn collega’s nogmaals voor hun steun voor dit verslag na zo'n lange tijd.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Het debat is gesloten.

De stemming vindt dinsdag 14 december 2010 plaats.

 

20. Territoriale, sociale en economische cohesie - Goed bestuur en regionaal beleid van de EU (debat)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Aan de orde is de gezamenlijke behandeling van de volgende verslagen:

- Verslag over de totstandbrenging van werkelijke territoriale, sociale en economische cohesie binnen de Europese Unie: een conditio sine qua non voor een mondiaal concurrentievermogen? [2009/2233(INI)] - Commissie regionale ontwikkeling. Rapporteur: Petru Constantin Luhan (A7-0309/2010); en

- Verslag over goed bestuur met betrekking tot het regionaal beleid van de EU: steun- en controleprocedures van de Europese Commissie [2009/2231(INI)] - Commissie regionale ontwikkeling. Rapporteur: Ramona Nicole Mănescu (A7-0280/2010).

 
  
MPphoto
 

  Petru Constantin Luhan, rapporteur. − (RO) Met dit verslag willen wij een antwoord geven op de vraag in de titel, namelijk of de totstandbrenging van werkelijke territoriale, sociale en economische cohesie binnen de Europese Unie een conditio sine qua non is voor een mondiaal concurrentievermogen. Hierbij hebben we ons speciaal gericht op de rol van het cohesiebeleid.

Het is alarmerend dat de verschillen tussen de 271 regio’s in de Unie zo groot zijn. In de meest ontwikkelde regio is het bruto binnenlands product per inwoner 334 procent van het gemiddelde in de EU 27, in de armste regio is dit slechts 26 procent; dertien keer kleiner.

Een ander negatief aspect is het economisch groeitempo van de Europese Unie, langzamer dan dat van onze internationale concurrenten. Het is dus nodig om, zoals ook wordt vermeld in de Europa 2020-strategie, de strategische gebieden te ontwikkelen en buiten de Europese Unie te kijken om sterker te worden.

Europa heeft een zware last te dragen omdat niet alleen het hoofd moet worden geboden aan de effecten van de huidige crisis, maar ook aan andere uitdagingen, zoals de aanpassing aan globalisering, demografische veranderingen, klimaatveranderingen en problemen met betrekking tot energiezekerheid.

De rol van het cohesiebeleid in de Europa 2020-strategie is onbetwistbaar. Ik ben van mening dat de prioriteiten van dit beleid moeten worden afgestemd op de doelstellingen van de toekomstige strategie, zonder overigens de status van onafhankelijk beleid te verliezen. De doelstellingen van de strategie kunnen eenvoudiger worden gerealiseerd door middel van groeiende synergieën tussen programma's voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie aan de ene kant en cohesieprogramma’s aan de andere kant. Wij moeten ondersteuning geven aan grote projecten met belangrijke gevolgen op Europees niveau, die economische groei zullen genereren, arbeidsplaatsen zullen creëren en de duurzame ontwikkeling van de regio’s zullen waarborgen.

Daarnaast moet groot belang worden gehecht aan alle vormen van investeringen in infrastructuur – vervoer, ICT, sociale infrastructuur, onderwijs, onderzoek en ontwikkeling en milieu – waarmee een adequaat toegangsniveau kan worden gerealiseerd voor alle Europese burgers en die hun gelijke kansen zal bieden op het ontwikkelingspotentieel.

De richtsnoeren op lokaal en regionaal niveau zullen worden bepaald door de specifieke kenmerken van het gebied. Hierdoor kan onmiddellijke toegevoegde waarde worden gecreëerd. Toepassing van het principe van decentralisatie moet worden aangemoedigd tot op het niveau van lokale autoriteiten, met het oog op verbetering van de absorptiegraad van Europese fondsen.

Bij het bevorderen van het concurrentievermogen en het creëren van arbeidsplaatsen moet de belangrijke rol van kleine en middelgrote ondernemingen niet worden onderschat. Deze moeten een betere toegang krijgen tot EU-middelen, tot financieringsinstrumenten en andere bronnen van kredietverlening. Het maximaliseren van het effect van het cohesiebeleid is noodzakelijk met het oog op de groei van het economische concurrentievermogen. Ik zou hier de nadruk willen leggen op de noodzaak om door te gaan met het vereenvoudigen van de procedures en flexibilisering hiervan, het behoud van het bruto binnenlands product als voornaamste criterium voor het vaststellen of een regio in aanmerking komt voor het cohesiebeleid en de noodzaak van een concreet voorstel van de Commissie voor het toepassen van publiek-private partnerschappen.

Om het concurrentievermogen van de Europese Unie op wereldschaal sterk te verhogen, moet naar mijn mening een deel van de via het cohesiebeleid toegewezen middelen worden gebruikt voor het bereiken en behouden van wereldleiderschap in bedrijfstakken waar Europa al een concurrentievoordeel heeft en in bedrijfstakken waar het potentieel bestaat om wereldleider te worden.

Zodoende, waarde collega’s, is de verwezenlijking van economische, sociale en territoriale cohesie naast investeringen op strategische gebieden een absolute voorwaarde voor ons wereldwijde concurrentievermogen.

 
  
MPphoto
 

  Ramona Nicole Mănescu, rapporteur. − (RO) De huidige wereldwijde crisis heeft nogmaals laten zien hoe belangrijk een goed bestuur is op alle niveaus en hoe nodig het is om lokale en regionale autoriteiten als gelijke partners te betrekken bij het opstellen en uitvoeren van gemeenschapsbeleid en -strategieën, te meer omdat zij 70 procent van de communautaire wetgeving handhaven.

Het cohesiebeleid speelt een hoofdrol in de bestuursuitvoering op verschillende niveaus. Gezien de aanzienlijke invloed hiervan op de verwezenlijking van Europese territoriale cohesie, zou het principe van bestuur op verschillende niveaus verplicht moeten worden voor alle lidstaten. Een actieve betrokkenheid van de lokale en regionale autoriteiten in het besluitvormingsproces vanaf de aan wetgeving voorafgaande fase, naast een duidelijke analyse van de doeltreffendheid van de mechanismen van gedeeld beheer, met de verschillende verantwoordelijkheden van Commissie en lidstaten, is in feite de garantie voor betere resultaten op het gebied van de absorptie van Europese middelen in de volgende programmeringsperiode.

De praktijk laat zien dat een integrale aanpak van het regionaal beleid veel doeltreffender is qua resultaten. Juist daarom zou deze aanpak verplicht moeten worden. Wij hebben een gemeenschappelijke definitie nodig van het partnerschapsbeginsel en hier heb ik de Commissie gevraagd om een definitie te presenteren als voorwaarde voor het realiseren van echte partnerschappen met lokale en regionale autoriteiten.

Het gebruiken van de methode van lokale ontwikkeling op basis van lokale partnerschappen is daarom de oplossing die de lidstaten ter beschikking staat voor het bestendigen van de rol van de lokale en regionale autoriteiten in het beheren en uitvoeren van Europese programma’s, met name programma’s in verband met urbane, rurale en en grensoverschrijdende ontwikkeling. Het vereenvoudigen van de normen op Europees en nationaal niveau, niet slechts als gevolg van de economische crisis maar als algemeen principe van het toekomstige cohesiebeleid, is een voorwaarde voor een beter bestuur bij het toepassen van het cohesiebeleid, aangezien we slechts op die wijze mogelijke begunstigden kunnen aanmoedigen.

Bovendien ben ik van mening dat we voor de volgende programmeringsperiode een gemeenschappelijke verzameling regels nodig hebben voor het gebruik van de Europese fondsen, die van toepassing is op alle lidstaten. Op die manier is het voor de lidstaten niet meer mogelijk om aanvullende voorwaarden te introduceren die in werkelijkheid de toegang tot financiering beperken.

Als wij op lange termijn een duidelijker beleid willen dat resultaatgericht is en eenvoudiger is uit te voeren, moet de Commissie zorgen voor zowel een grotere steunverleningscapaciteit voor lokale en regionale autoriteiten als meer uitgebreide bewakingssystemen voor activiteiten op nationaal niveau. Het trainen en begeleiden van lokale en regionale autoriteiten bij het uitvoeren van de programma’s zal naar mijn mening leiden tot het verlagen van het foutenpercentage, met name met betrekking tot niet-subsidiabele uitgaven en openbare aanbestedingen. Ter voorkoming van dubbele controles en een teveel aan controle, waarmee de begunstigden op dit moment te maken hebben, heb ik de Commissie gevraagd om een enkele controlehandleiding op te stellen. Hierdoor kan op alle niveaus een enkele controlemethode worden uitgevoerd. Niet in de laatste plaats moeten we maatregelen nemen ter aanmoediging van de deelname van bedrijven aan Europese projecten. Een eerste stap in deze richting is het vereenvoudigen van de voorschriften voor de werking van de instrumenten van nieuwe financieringstechnieken, die gericht zijn op kleine en middelgrote ondernemingen.

Tot slot wil ik vermelden dat ik tijdens de consultaties een goede samenwerking heb gehad met de Commissie. De openheid en de steun die de vertegenwoordigers van de Commissie hebben laten zien in het daadwerkelijk ondersteunen van de in dit verslag voorgestelde maatregelen is een extra garantie dat deze maatregelen uiteindelijk door de Commissie zullen worden overgenomen.

 
  
MPphoto
 

  Johannes Hahn, lid van de Commissie. − (DE) Mijnheer de Voorzitter, geachte leden van het Europees Parlement, ik zou met name mevrouw Mănescu en mijnheer Luhan willen bedanken voor hun verslagen. Ze behandelen het regionaal beleid heel constructief en heel positief, en absoluut op het juiste moment, gezien het debat dat op dit moment plaatsvindt over het toekomstige regionale beleid, en ik denk daarbij met name aan het cohesieforum, dat op 31 januari en 1 februari wordt gehouden.

We moeten altijd heel goed zien dat het regionaal beleid een beleid is om te investeren in de regio’s, in de mensen, in de Europese burgers. Voor deze programmeringsperiode is er al met al reeds 85 miljard euro voorzien voor het innovatiebeleid en voor het regionaal beleid. Daarmee willen we met name het midden- en kleinbedrijf helpen om de kwaliteit van hun werknemers, hun productiemethodes en hun dienstverlening te verbeteren. We moeten onze strategie in de toekomst echter blijven verbeteren, zodat we niet alleen een goede controle en een goed financieel beheer garanderen, want dat blijft nodig, maar we ook veel sterker uitgaan van de gewenste resultaten. Dat zeggen de rapporteurs terecht. Ik zeg altijd: we moeten een paar prioriteiten vastleggen, die staan in de strategie EU 2020, en we moeten het beleid in de verschillende Europese regio’s flexibel implementeren, dat is niet tegenstrijdig. Dat staat ook heel duidelijk in de conclusies van het cohesieverslag.

De territoriale samenhang is enorm belangrijk. Dit heeft voor mij een hoge prioriteit, en biedt ons een mogelijkheid om de leefomstandigheden in de regio's nog beter te maken, wat trouwens onze taak is, en te garanderen dat de burgers, waar ze ook geboren zijn, in alle regio's toekomstmogelijkheden hebben. Ook dat is een bijdrage aan het versterken van de samenhang binnen Europa.

In dit verband moeten we weer meer aandacht besteden aan de rol van de stad, aangezien ongeveer zeventig procent van de Europeanen in stedelijke gebieden wonen. We mogen de relatie tussen de stad en het platteland echter niet uit het oog verliezen, daar moeten we op letten tijdens de volgende programmeringsperiode. We moeten vaststellen wat de raakvlakken zijn met andere fondsen, en die optimaal gebruiken. We moeten verhinderen dat we dubbel werk verrichten.

In dit Parlement hebben we, zoals u weet, al wat langer geleden een volgens mij zeer diepgaande en hoogstaande discussie gevoerd. Het is belangrijk dat we aandacht besteden aan gebieden met speciale geografische kenmerken, en natuurlijk ook aan de vergrijzing in Europa, dat is een onderwerp dat we nog heel vaak tegen zullen komen. Aan de ene kant loopt het platteland bijna leeg, en aan de andere kant worden de steden al aantrekkelijker. Dat betekent dat in de steden al meer mensen op een klein oppervlak wonen, terwijl andere gebieden ontvolkt raken. Dat kunnen we tot op zekere hoogte sturen door te investeren in nieuwe en oude infrastructuur. Dat is een heel belangrijk element van ons groeibeleid.

Met name in het verslag van mevrouw Mănescu staat hoe belangrijk het partnerschap is, de samenwerking. Het is inderdaad belangrijk om een multi-level governance, een meerlagig bestuur, te ontwikkelen. Ik wil echter hier in het Parlement zeggen dat ook de regio’s het plaatselijke niveau bij de besluitvorming moeten betrekken. Wanneer ik in de regio’s ben, en daar gesprekken voer, heb ik wel eens het gevoel dat de plaatselijke vertegenwoordigers eronder lijden dat ze bij de regionale vertegenwoordigers niet aan bod komen, en dat de regionale vertegenwoordigers het gevoel hebben dat ze bij de nationale vertegenwoordigers niet aan bod komen. We moeten instrumenten ontwikkelen omdat recht te zetten.

We moeten het constitutionele kader van iedere lidstaat natuurlijk respecteren, maar ik deel uw standpunten, ik sta achter uw eis om in de mate van het mogelijke alle niveaus, en ook alle belanghebbenden, inclusief de ngo’s, te betrekken bij het uitwerken van onze programma's voor partnerschap en medefinanciering.

Aan het einde van het debat zal ik vragen beantwoorden, en dan zal ik misschien ingaan op de kwestie van de financiële controle, want ik ben al over mijn spreektijd heengegaan. Ik zou ook de Voorzitter willen begroeten die de vergadering nu leidt!

 
  
  

VOORZITTER: MIGUEL ANGEL MARTÍNEZ MARTÍNEZ
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Iosif Matula, namens de PPE-fractie. – (RO) Het cohesiebeleid is een van de meest belangrijke en succesvolle beleidsterreinen van de Unie. Dankzij het Verdrag van Lissabon kunnen decentrale autoriteiten sterker worden betrokken bij het besluitvormingsproces. Het is een belangrijke stap richting bestuur op verschillende niveaus. Dit moet een centrale rol spelen in de volgende programmaperiode, maar ook in alle fasen van planning en uitvoering van de Europa 2020-strategie.

Het verslag-Mănescu, unaniem aangenomen in de Commissie regionale ontwikkeling, wil het accent leggen op de competenties en de rol van de regionale en lokale autoriteiten bij de uitvoering van het cohesiebeleid. Het verslag onderstreept dat de aanpak op verschillende niveaus horizontaal moet worden toegepast bij al het beleid van de Unie. Het bestuur op verschillende niveaus is een voorwaarde voor het realiseren van territoriale cohesie en het verhogen van het potentieel daarvan, en moet worden gebaseerd op een benadering van onderaf, rekening houdend met de verscheidenheid van bestuursrechtelijke systemen die in de lidstaten bestaan.

De geïntegreerde aanpak moet verder worden geaccentueerd in de huidige programmaperiode maar ook in de toekomst, net als het opvoeren van de bestuurlijke capaciteit en het gebruik van de financieringsinstrumenten. De rol van de lokale en regionale autoriteiten moet groeien door het inzetten van een methode voor plaatselijke ontwikkeling die gebaseerd is op plaatselijke samenwerkingsverbanden, met name voor projecten in verband met stedelijke, plattelands- en grensoverschrijdende problemen. Deze samenwerkingsverbanden moeten bijdragen aan een evenwichtige ontwikkeling en overstijgen het nationale niveau, waardoor ze bijdragen aan een grotere territoriale cohesie van de Unie. Bovendien zullen zij toegevoegde waarde leveren voor het gemeenschappelijk ontwikkelingspotentieel maar ook aan bijzondere lokale kenmerken.

Bestuur op verschillende niveaus door middel van heldere en transparante procedures zal impliciet leiden tot de decentralisering die in een aantal lidstaten nog nodig is. De groei van de rol van de regionale en lokale autoriteiten maakt hen verantwoordelijk voor de doeltreffendheid van projecten, hetgeen zal leiden tot een meer resultaatgerichte aanpak.

Mijn gelukwensen voor mevrouw Mănescu en de heer Luhan voor de uitstekende verslagen, die een belangrijke toegevoegde waarde hebben voor het toekomstige cohesiebeleid.

 
  
MPphoto
 

  Evgeni Kirilov, namens de S&D-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil graag mijn collega’s de heer Luhan en mevrouw Mănescu loven voor hun uitstekende werk. We zijn het er allemaal over eens dat het cohesiebeleid een belangrijke rol speelt voor het concurrentievermogen van de Europese regio’s. Wat betreft de voortzetting van het beleid en zijn resultaten, willen we dat er voldoende middelen beschikbaar worden gesteld voor het cohesiebeleid, of in elk geval niet minder geld dan we momenteel hebben.

We willen evenmin een extra last voor de begunstigden. De toekomstige opzet van het cohesiebeleid hangt af van het besluit dat we samen zullen nemen. De Commissie speelt echter een belangrijke rol met het voorstel dat zij doet, en hier vertrouwen wij op u, commissaris Hahn, want sommige van deze voorstellen – zoals de voorgestelde voorwaarden waaronder de lidstaten financiële bijstand van de Europese Unie kunnen ontvangen – moeten naar mijn mening nader worden uitgewerkt.

Het cohesiebeleid voor alle regio’s moet worden gesteund, en we mogen niet toestaan dat er een situatie ontstaat waarin zij schade lijden door de ondoelmatigheid van enkele nationale regeringen. Ook op dit punt ben ik het met u eens, commissaris, dat het heel belangrijk is deze niveaus te ontwikkelen. Het is daarom cruciaal complexiteit niet te vervangen door voorwaardelijkheid, en de uiteindelijke begunstigden het leven niet opnieuw moeilijk te maken. Laten we, om te waarborgen dat het cohesiebeleid tot positieve resultaten leidt, de regio’s de gelegenheid geven om actief deel te nemen; laten we hun de kans geven om affiniteit met het proces te voelen, hun passende middelen geven en ervoor zorgen dat zij deze middelen zo doelmatig mogelijk gebruiken.

 
  
MPphoto
 

  Riikka Manner, namens de ALDE-Fractie. (FI) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, allereerst wil ik de rapporteurs bedanken voor hun uitstekende werk. Deze twee verslagen vormen een zeer stevige basis voor de toekomst van het cohesiebeleid.

Een goed functionerend cohesiebeleid dat heel Europa omvat is beslist een absolute voorwaarde voor ons mondiale concurrentievermogen. Zoals de commissaris zei, is regionaal beleid niets minder dan investeringsbeleid. Daar moeten wij ook in de toekomst naar streven. Met behulp van het cohesiebeleid kunnen wij ook zeer goed tegemoet komen aan de doelen van de Europa 2020-strategie. Als wij onderzoek, ontwikkeling en innovatie willen verbeteren, dan moeten wij ook het cohesiebeleid als vast onderdeel van deze doelen beschouwen en deze doelen in een breder perspectief plaatsen.

Cohesiebeleid is beslist niet alleen een zaak van solidariteit. Natuurlijk is het dat deels ook, maar nu al hebben wij dankzij het cohesiebeleid zeer veel in onderzoek, ontwikkeling en innovatie geïnvesteerd. Het is daarom heel goed dat wij ook in de komende financieringsperiode een minstens net zo’n hoog bedrag voor het cohesiebeleid reserveren als tot nu toe. In het vijfde verslag over de economische, sociale en territoriale samenhang wordt uitstekend rekening gehouden met deze factoren, en het is ook heel belangrijk dat wij steeds meer in doeltreffendheid investeren.

In het verslag-Mǎnescu wordt ook aandacht besteed aan een zeer belangrijke kernvraag van het cohesiebeleid, namelijk hoe een goed beleid kan worden gecreëerd waarin met elk niveau rekening wordt gehouden. Wij hebben ook enkele slechte resultaten geboekt, onder andere met betrekking tot de implementatiecijfers. Wij moeten als actoren in het regionaal beleid serieus rekening houden met de problemen in het cohesiebeleid en daar bovendien oplossingen voor zien te vinden. Naar mijn mening worden ook deze vraagstukken zeer goed behandeld in het verslag-Mǎnescu.

 
  
MPphoto
 

  Jean-Paul Besset, namens de Verts/ALE-Fractie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik zou graag willen ingaan op het verslag van de heer Luhan.

Het regionale cohesiebeleid moet een essentiële rol spelen in Europa met het oog op een evenwichtige, sociaal harmonieuze en ecologisch doeltreffende economische ontwikkeling, die uiteindelijk wereldwijd concurrerend is.

Ik wil de heer Luhan bedanken dat hij sommige van onze amendementen heeft overgenomen die ten doel hebben een duurzame, koolstofarme economie te creëren die de biodiversiteit ontziet. Desalniettemin kunnen wij niet voor zijn resolutie stemmen, omdat hierin een visie wordt ontvouwd ten aanzien van het cohesiebeleid als instrument ter bevordering van het mondiaal concurrentievermogen, die in onze ogen nog steeds te eng, te beperkt en ontoereikend is.

Wij moeten twee knelpunten ter sprake brengen. Het eerste knelpunt is dat de rapporteur bijna uitsluitend vertrouwt op kwantitatieve maatregelen in termen van infrastructuur als motor van de groei, waarbij "méér" zijn belangrijkste criterium is. Wij vinden dat dit niet past bij de huidige situatie. Hij maakt bijvoorbeeld gewag van 246 operationele onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma’s en is er trots op, maar vraagt zich niet af wat ze inhouden. Onderzoek is een goede zaak, maar wij moeten tevens weten wat wij onderzoeken.

Het tweede knelpunt is dat de rapporteur niet genoeg duidelijke projecten voorstelt. Wij zijn voorstander van een sterke keuze om het hoofd te bieden aan de uitdagingen die in zijn verslag worden genoemd, de keuze voor een groene economie, voor een green new deal, de enige keuze die Europa en zijn regio’s vooruitgang kan doen boeken.

 
  
MPphoto
 

  Charalambos Angourakis, namens de GUE/NGL-Fractie. – (EL) Mijnheer de Voorzitter, deze verslagen hebben dezelfde antivolkse strekking als de strategische plannen van de monopolistische consortia van de Europese Unie en de burgerlijke regeringen die hen dienen. Er heeft nooit cohesie bestaan in de Europese Unie, en er kan ook nooit cohesie bestaan, behalve dan dat men met cohesiebeleid het volk heeft gemanipuleerd. Het beleid van de Europese Unie heeft twee fundamentele kenmerken: de grote ongelijkheid die inherent is aan de kapitalistische ontwikkelingsweg en het feit dat de communautaire middelen niet worden gebruikt voor de bevrediging van de behoeften van het volk, maar voor projecten en structuren die de winstgevendheid van het kapitaal en het flitsgeld van de monopolistische consortia vergroten door middel van publiek-private samenwerking.

Momenteel, terwijl de kapitalistische crisis aanhoudt, wordt ook dit valselijk zo genoemde beginsel van communautaire solidariteit opgegeven en vervangen door het concurrentievermogen van het kapitaal. De verslagen en plannen van de politieke vertegenwoordigers van het kapitaal inzake het cohesiebeleid van de toekomst voorzien in de tegenwoordige behoeften van concerns, ze verhogen het tempo van de kapitalistische hervormingen door middel van de antivolkse Europa 2020-strategie, de felle aanval op de arbeids-, verzekerings- en sociale rechten van de werkende klasse. De Europese Unie en de kapitalistische ontwikkelingswijze zijn niet in staat om dringende behoeften te bevredigen, zoals bescherming tegen aardbevingen, onderwijs, gezondheidszorg en welzijn. Daarom is het uittreden uit de Europese Unie vandaag noodzakelijker dan ooit, evenals de strijd voor een socialistische centrale planeconomie.

 
  
MPphoto
 

  Trevor Colman, namens de EFD-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik spreek hier vanavond, omdat mijn collega de heer Bufton, die anders tot u zou hebben gesproken, ziek is. Namens hem zeg ik u het volgende. Zoals we weten, maken de regionale fondsen, tezamen met het gemeenschappelijk landbouwbeleid, het grootste deel uit van de Europese begroting. Decennialang is de Britse bevolking gedwongen om te betalen voor verschillende projecten in de EU, waarvan de meeste de Britse belastingbetaler geen enkele profijt opleveren.

Onlangs heeft het Bureau of Investigative Journalism in het Verenigd Koninkrijk onthuld dat de Europese regionale fondsen worden gebruikt om wapenleveranciers in Oost-Europa te ondersteunen, waarbij enkele projecten bedragen van miljoenen euro’s ontvangen, ook al gaat het om een paar van de rijkste bedrijven. Hebben zij echt Europese subsidies nodig? Gezien de fraude en verkwisting die endemisch is in dit begrotingsonderdeel, en gezien de wijze waarop het geld niet eens wordt gebruikt voor de doeleinden waarvoor de voorstanders van het begrotingsonderdeel denken dat het wordt gebruikt, verzoek ik de coalitie in het Verenigd Koninkrijk om de financiering in te trekken, omdat we dit geld in eigen land nodig hebben – nog een reden om uit de EU te stappen.

 
  
MPphoto
 

  Csanád Szegedi (NI).(HU) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, Hongarije bevindt zich ongetwijfeld in een bijzondere positie als het gaat om de vorming en ondersteuning van regio’s die uit grensoverschrijdende economische eenheden bestaan. Het is een historisch feit dat deze regio’s ooit binnen het Karpatisch Bekken een eenheid waren. De leden van Jobbik zijn daarom voorstander van samenwerking tussen de regio's en achten die in de huidige situatie ook noodzakelijk; het zou de tijdelijke barrières die tussen Hongaren zijn opgeworpen verder kunnen verkleinen.

De enige financiering die wij ons kunnen voorstellen – in plaats van de uitbetaling en het beheer van middelen rechtstreeks via Brussel – neemt de vorm aan van projecten die op basis van samenwerking en partnerschap tussen de betrokken landen worden opgestart en goedgekeurd. Het kan doeltreffender zijn op lokaal en regionaal niveau problemen vast te stellen en aan te pakken, waarbij rekening wordt gehouden met de grensoverschrijdende aard van de economisch verbonden regio’s die bij wijze van voorbeeld zijn aangevoerd. Dit moet worden ondersteund, zelfs al zouden er alleen maar economische overwegingen aan ten grondslag liggen. Vereenvoudiging van de regelgeving, het betrekken van kmo’s bij Europese projecten, en hulp aan economisch minder ontwikkelde regio’s zodat ze hun achterstand kunnen inhalen, zouden eveneens ondersteuning verdienen, ware het niet dat die een uitbreiding van bevoegdheden en de toezichthoudende rol van Brussel en de Commissie met zich mee zouden brengen, wat ten koste zou gaan van de nationale zeggenschap. Als er voorrang wordt gegeven aan de regio’s, en als de regio’s rechtstreekse economische steun krijgen, zou dat voor de Hongaren van het Karpathisch bekken zelfs het begin van een nieuw tijdperk kunnen inluiden.

 
  
MPphoto
 

  Jan Olbrycht (PPE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, er zijn maar weinig Europese beleidsstrategieën die zoveel emotie en strijd oproepen als het cohesiebeleid, beleid dat door sommigen wordt gezien als socialistisch beleid van het zuiverste water, door anderen als kapitalistisch beleid. Voor sommigen is het rechtvaardig beleid, anderen vinden het juist onrechtvaardig. Sommigen vinden dat het verschillen nivelleert, anderen dat het concurrentievermogen erdoor versterkt wordt.

In feite is er in dit beleid echter geen sprake van tegenstrijdigheden, wat in principe de cohesie tussen de regio’s in de Europese Unie bevordert, niet alleen uit oogpunt van sociale rechtvaardigheid, maar ook met betrekking tot gelijke kansen op het gebied van het concurrentievermogen. Het is met andere woorden cohesie voor concurrentievermogen. Beide verslagen gaan hierover en wijzen op bepaalde elementen die niet alleen voor de huidige situatie van belang zijn, maar ook voor het debat over de toekomst van het cohesiebeleid. Ik wil erop wijzen dat beide verslagen bijzonder veel aandacht besteden aan het partnerschapsbeginsel.

Ik verzoek de heer Hahn om serieus in overweging te nemen om in de voorgestelde ontwikkelingsovereenkomst een eis op te nemen voor de lidstaten. Die eis zou moeten inhouden dat een lidstaat vóór het ondertekenen van de overeenkomst met lokale en regionale partners alle richtingen, prioriteiten en beginselen moet overeenkomen. De eis moet een verplichtend karakter hebben, zodat de Commissie de verantwoordelijkheid van de lidstaat voor zijn deel van de uitvoering van het cohesiebeleid ondubbelzinnig kan vaststellen.

 
  
MPphoto
 

  Georgios Stavrakakis (S&D). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, ik wil om te beginnen de rapporteur, mevrouw Mănescu, feliciteren met de uitstekende samenwerking en met het feit dat zij altijd bereid was om in debat te gaan en de voorstellen van collega’s over de inhoud van het verslag in overweging te nemen. Wat betreft de inhoud van dit verslag waar het debat over gaat, staat het buiten kijf dat goed bestuur de voorwaarde vormt voor het slagen van elk beleid, en al helemaal voor het cohesiebeleid dat steunt op gemeenschappelijk bestuur, waarvoor de meeste verantwoordelijkheid is overgedragen aan nationale en regionale autoriteiten. Op de uitdagingen die dit complexe bestuurssysteem met zich meebrengt is er maar één antwoord: multi-level governance.

Wat ik zou willen benadrukken is dat als we de toekomstige richting van het cohesiebeleid in ogenschouw nemen, zoals zich die tenminste tot op zekere hoogte in het vijfde verslag over de cohesie aftekent, multi-level governance zowel in de horizontale als verticale dimensie van cruciale betekenis zal zijn voor de levensvatbaarheid van elk ontwikkelingsinitiatief en voor het slagen van het beleid. Ik verwelkom eveneens het verzoek om verdere vereenvoudiging van de regels en grotere technische ondersteuning door de Europese Commissie van de lokale autoriteiten, als factoren die een grotere deelname aan de programma’s en de besteding van middelen van potentiële begunstigden op een levensvatbare wijze zullen garanderen. Door de assessments die de Europese Commissie inmiddels uitvoert, hebben we gegevens over welke organen structureel problemen ondervinden op het vlak van bestuurlijke competentie bij de tenuitvoerlegging van cohesieprogramma’s. Zoals ook in het verslag wordt opgemerkt, zal de extra technische hulp aan deze organen in combinatie met de versterking van het initiatief "train the trainers" van de Europese Commissie de bestuurlijke competentie van zelfs de kleinste organen op lokaal niveau vergroten. Tot slot: ik geloof dat een grotere gelijkschakeling en harmonisatie van de regels voor de structuurfondsen een solide basis zullen scheppen voor het streven naar vereenvoudiging en gezond financieel beheer.

 
  
MPphoto
 

  Filiz Hakaeva Hyusmenova (ALDE).(BG) Mijnheer de Voorzitter, nog maar een paar dagen geleden heeft de Commissie een actieplan voor de Donaustrategie aangenomen. Ik zal dan ook naar het verslag van de heer Luhan kijken met deze gebeurtenis in het achterhoofd, met name omdat hij in de toelichting aangeeft dat het zijn doel is om een debat te stimuleren over de onderlinge afhankelijkheid en de complementariteit van de op Europees en nationaal niveau getroffen maatregelen. Hieraan zou ik graag het regionale niveau willen toevoegen. In het verslag wordt een kader geschetst waarin het cohesiebeleid een rol kan spelen bij de verbetering van de concurrentiepositie van de Unie. In het verslag wordt de rol van macroregio’s binnen dit proces niet expliciet behandeld, maar uit analyse blijkt dat de Donaustrategie precies een dergelijk kader is, maar dan op kleinere schaal, evenals de Baltische strategie dat eerder was. Mijn bevinding is dat de voorwaarden in het verslag overeenkomen met de realiteit van het actieplan voor de Donauregio. Verder zijn de beginselen voor het vergroten van de concurrentiepositie die in het verslag zijn opgenomen, van essentieel belang voor de strategie. In het verslag wordt bijvoorbeeld veel belang gehecht aan het opbouwen van banden met andere gebieden. Benadrukt wordt dat de lidstaten een lokaal georiënteerde benadering moeten aanhouden voor het formuleren en uitvoeren van het cohesiebeleid. Dit zijn allemaal beheerstechnieken die reeds zijn opgenomen in het nieuwe beleid voor de grotere Donauregio.

Ook ben ik zeer te spreken over de stelling in het verslag inzake het belang om voortdurende steun te bieden aan met name achterstandsgebieden. Dit maakt de Donaustrategie tot een bijzonder geval binnen het verslag-Luhan, dat geheel overeenstemt met de conclusies. Het doel van deze vergelijking is het ware traject van het cohesiebeleid bloot te leggen. Ik geloof dat deze beginselen en werkwijzen de basis moeten vormen van het cohesiebeleid gedurende de volgende programmeringsperiode. En dit omvat een resultaatgericht lokaal beleid via de macroregio’s.

 
  
MPphoto
 

  Elisabeth Schroedter (Verts/ALE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, ik zou de rapporteur willen bedanken voor haar verslag over goed bestuur, en vooral name voor de goede samenwerking. Ze heeft een uitstekend verslag geschreven. In dit verslag vertellen we de Commissie wat er in de komende tijd moet gebeuren, met name op het vlak van het partnerschapsbeginsel. Hierin staat hoe we ervoor moeten zorgen dat de lokale en regionale niveaus ook worden betrokken bij de besluitvorming, en hoe het bedrijfsleven, de sociale partners en de vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties in alle fasen moeten worden betrokken bij de uitvoering en de evaluatie van de structuurfondsen. Dat betekent dat de lidstaten verplicht zijn om een werkelijk partnerschap aan te gaan. Dat betekent ook dat de partners in staat moeten worden gesteld om op voet van gelijkheid te spreken met de overheid, zodat ze werkelijk invloed kunnen uitoefenen op de programma’s. Daarvoor zijn scholingsmaatregelen nodig, en ook geld. Tot nu toe heeft de Commissie helaas niet veel gedaan. Dat geldt voor de huidige periode, maar ook voor de voorstellen. Ik ben het volledig eens met de heer Olbrycht, die heeft gezegd dat dit verdrag voor ontwikkeling en investeringen alleen maar tot stand kan komen wanneer er een partnerschap wordt gevormd, en de partners op voet van gelijkheid worden betrokken bij het ontwikkelen van deze plannen. Anders bestaat het risico dat we geen Europa van de regio’s meer zijn, maar een Europa van de lidstaten worden, en dat is niet ons doel. Ons doel is regionale ontwikkeling, participatie van de lokale en regionale belanghebbenden, van het bedrijfsleven, van de sociale partners en van het maatschappelijk middenveld.

 
  
MPphoto
 

  João Ferreira (GUE/NGL). - (PT) Mijnheer de Voorzitter, dit debat vindt op het juiste moment plaats, nu de economische, sociale en territoriale ongelijkheid in de Europese Unie op zorgwekkende wijze toeneemt. De ongelijkheid tussen landen en regio’s neemt toe, evenals de ongelijkheid binnen lidstaten. Het is een duidelijke mislukking van de cohesiedoelstelling.

Het cohesiebeleid kan niet los worden gezien van andere beleidsterreinen. Er bestaat een sterke wederzijdse beïnvloeding tussen het cohesiebeleid en de dominante beleidsinzichten en macro-economische uitgangspunten. De aanvallen op de lonen en rechten van werknemers, de ontmanteling en achteruitgang van openbare diensten, de aanvallen op de sociale rol van de overheid en de bezuinigingen op overheidsinvesteringen vormen een integraal bestanddeel van het economische en monetaire beleid dat de Europese Unie de lidstaten oplegt. Dat beleid leidt tot toenemende armoede en ongelijkheid, waardoor het cohesiedoel zich elke dag verder van ons verwijdert.

De realiteit is dat het cohesiebeleid de effecten en de onevenwichtigheden ten gevolge van de integratie in de interne markt en de Economische en Monetaire Unie van economieën met een zeer uiteenlopend ontwikkelingsniveau niet heeft kunnen compenseren. De bedragen in de fondsen voor het cohesiebeleid zijn ontoereikend en de macro-economische beleidsmaatregelen vertonen een gebrek aan samenhang. Het obsessieve doel van die maatregelen is nominale convergentie waarmee reële convergentie onmogelijk wordt gemaakt. Die oorzaken van de negatieve ontwikkeling kunnen we niet negeren. Er moet worden bijgestuurd door meer begrotingsgeld uit te trekken voor cohesie en het macro-economische beleid grondig te wijzigen.

Steun voor de productie en de ontwikkeling van de productiecapaciteit van alle landen en regio’s, de volledige benutting van het endogene potentieel door duurzaam gebruik van hulpbronnen, milieubehoud en het scheppen van banen met rechten, de versterking van de sociale bescherming en betere openbare diensten zijn essentiële strategische instrumenten om daadwerkelijke economische, sociale en territoriale cohesie te realiseren.

 
  
MPphoto
 

  Giancarlo Scottà (EFD). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik meen dat mevrouw Mănescu een goed verslag heeft gemaakt.

Bestuur op verschillende niveaus speelt een sleutelrol bij het cohesiebeleid. In deze sector wordt dat bestuur op verschillende niveaus, waarbij er samengewerkt wordt en de verschillende bestuurslagen hun verantwoordelijkheden verdelen, in de praktijk toegepast bij het beheer van de regionale fondsen. De Commissie bevordert initiatieven ten gunste van de regionale en plaatselijke autoriteiten. Er moeten meer prikkels komen voor het steunen van die voorstellen, zodat er vastgesteld kan worden of er concreet gecoördineerd wordt en de communautaire programma’s op efficiënte wijze worden uitgevoerd.

Partnerschap moet worden gegarandeerd door een cultuur van dialoog tussen de verschillende belanghebbenden. De samenwerking op regionaal niveau moet transparant zijn en de paritaire deelname van de betrokken instanties verzekeren.

Met het oog daarop is een goede scholing van de vertegenwoordigers van de subnationale bestuurslagen belangrijk. Daarbij denk ik aan Erasmusinitiatieven voor regionale en gemeenteambtenaren met financiële ondersteuning van de Commissie. In dat kader kunnen ook goede praktijken worden uitgewisseld teneinde de kwaliteit en de efficiëntie van het beheer van de fondsen voor het cohesiebeleid te verbeteren.

 
  
MPphoto
 

  Joachim Zeller (PPE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, allereerst moet ik zeggen dat ik het betreur dat eens te meer een belangrijk debat over het cohesiebeleid bijna aan het einde van de agenda is gezet. Dat doet dit beleid geen recht, daarvoor is het te belangrijk. Ik zou de rapporteurs willen bedanken voor hun verslagen, die heel duidelijk aantonen met welk beleid de Europese Unie werkelijk succes heeft geboekt, en wel met het cohesiebeleid, en dat we dit beleid moeten voortzetten, op meerdere politieke niveaus, met andere woorden als multi-level governance.

De projecten van het cohesiebeleid maken de rol van Europa direct zichtbaar voor de burgers: in infrastructuurprojecten, in sociale projecten, bij de ondersteuning van onderzoek en innovatie, bij het verdedigen van onze concurrentiepositie en de werkgelegenheid in de regio’s. In het debat dat op dit moment wordt gevoerd over de toekomst van de Europese Unie moeten we het monetaire beleid en het financiële beleid bespreken, maar evenzeer de vraag wat de Europese Unie nodig heeft om de interne samenhang te bewaren, zodat we kunnen verhinderen dat de landen en de regio’s economisch, sociaal en politiek gezien uit elkaar groeien. We worden met mondiale uitdagingen geconfronteerd, en er verschijnen nieuwe concurrenten op de wereldmarkt. Daarom hebben we meer Unie nodig, en moeten we meer samen doen. Het cohesiebeleid kan daartoe een belangrijke bijdrage leveren.

Dat lukt echter alleen maar wanneer we het cohesiebeleid sterker richten op projecten en beleidsterreinen die voor heel Europa iets opleveren, we moeten de sterken de mogelijkheid geven om sterk te blijven, en de zwakkere broeders de kans geven om de achterstand op de sterken te overbruggen. Dat kan volgens mij alleen maar wanneer we de bestaande streefdoelen van het cohesiebeleid handhaven en versterken. Ik denk echter ook dat we aan de subsidies strengere voorwaarden moeten verbinden, en ze meer moeten richten op de grote Europese projecten, bijvoorbeeld in de sectoren vervoer, energie, regionale ontwikkeling, stedenbouw, onderzoek en innovatie. Ik denk dat we daarbij de weg moeten bewandelen die de Commissie in haar vijfde cohesieverslag beschrijft, we moeten de fondsen bundelen in een gezamenlijk strategisch kader, dat dan leidt tot een partnerschap voor ontwikkeling en innovatie tussen de Commissie, de lidstaten en de vertegenwoordigers van de regio’s. Dat betekent echter ook dat de lokale en regionale overheden zo vroeg mogelijk bij dit proces moeten worden betrokken. In dat verband kunnen de nieuwe vormen van regionale samenwerking dit proces op weg naar een werkelijke multi-level governance heel goed ondersteunen.

Mijnheer de Voorzitter, ik zou nog een opmerking willen maken aan het adres van de heer Colman, die de zaal helaas heeft verlaten. Ik wil er nogmaals op wijzen dat de Europese Unie een vrijwillige vereniging van staten is. Wanneer staten dit verbond willen verlaten, hebben ze het recht om dat te doen. Ik denk echter niet dat de burgers van Schotland, Wales, Noord-Ierland en Engeland dat werkelijk willen.

 
  
MPphoto
 

  Erminia Mazzoni (PPE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, commissarissen, dames en heren, we leggen op dit moment de basis voor het Europa van 2020 dat wij ons inclusief, intelligent en innovatief voorstellen. Daarbij moeten onze uitdagingen duidelijk in een mondiale context worden geplaatst.

Wij kunnen de concurrentiestrijd alleen aangaan en winnen, als wij erin slagen eenvormige niveaus in de Europese Unie te creëren. Het cohesiebeleid – zowel in sociaal, economisch als territoriaal opzicht – is samen met de structuurfondsen het instrument waar we onze aandacht op dienen te concentreren. De besparingen die noodzakelijk zijn als gevolg van de financiële crisis kunnen niet bij het cohesiebeleid worden weggehaald. Dat beleid moeten we juist volledig ten uitvoer leggen en verbeteren waar het gefaald heeft.

Op grond van de verzamelde gegevens en de analyses van de behaalde resultaten benadrukt de Commissie regionale ontwikkeling in het verslag-Luhan de grote afhankelijkheid tussen concurrentievermogen en cohesie. Daarom worden er in het verslag correctiemechanismen voorgesteld voor de volgende programmeringsperiode. Het valt namelijk niet te ontkennen dat Europa slechts concurrerend is voor zover het de territoriale ongelijkheden tussen de verschillende regio’s weet te weg te werken.

In dat verband dank ik de heer Luhan voor het overnemen van een amendement van mijn hand waarin nog eens gewezen wordt op de mogelijkheid tijdelijk – voor een periode die niet langer duurt dan vijf jaar – belastingvoordelen in te voeren. Die mogelijkheid stond al in de resolutie die het Parlement in februari 2006 heeft aangenomen. Het is een nuttig instrument om een aantal tekortkomingen bij de uitvoering van het cohesiebeleid te corrigeren, zoals complexe procedures, ontoereikende controles en gebrek aan efficiënt toezicht.

Op grond van deze methodische overwegingen worden er een reeks correcties voorgesteld om het effect van het cohesiebeleid ten bate van een groter economisch concurrentievermogen van de Unie te versterken. Zoals de rapporteur onderstreept, moeten we zowel het accent leggen op een horizontaal en verticaal partnerschap tussen de plaatselijke autoriteiten als op cofinanciering. Die twee punten moeten als basisbeginselen dienen.

Bovendien is het belangrijk de vereenvoudiging van procedures en de toegang tot de financiering te versnellen. Het is eveneens van belang een geïntegreerde aanpak bij de toepassing van de fondsen te hanteren en de overgangsregelingen te handhaven, met name in deze moeilijke tijden. Besluitvorming van onderop, waarbij de belanghebbende regio’s betrokken zijn, dient ertoe om steun voor de ontwikkeling te verzekeren door de specifieke territoriale kenmerken te benutten.

Tot slot wijs ik erop dat de rapporteur twee inhoudelijke hoofddoelstellingen noemt: innovatie en infrastructuur. Ik vind dit verslag belangrijk omdat het voor ons allemaal de weg baant voor een uitputtend antwoord op de vraag die vervat is in de titel van het verslag.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Ik wil u graag melden dat ik, als het lid van het Bureau dat verantwoordelijk is voor de tolk- en vertaaldiensten, het Parlement zal verzoeken het lampje dat ik hier heb en dat aangeeft dat de tolken u niet kunnen volgen, bij alle zitplaatsen te laten installeren. Het heeft immers niet veel zin om alleen mij daarover te informeren. Natuurlijk kan ik u laten weten dat de tolken u niet kunnen volgen, maar ik denk dat het effectiever is als dit lampje bij alle zitplaatsen wordt aangebracht.

 
  
MPphoto
 

  Nuno Teixeira (PPE). - (PT) Mijnheer de Voorzitter, om te beginnen wil ik de heer Luhan en mevrouw Mănescu feliciteren met het uitmuntende werk dat zij met hun verslagen hebben verricht. De twee verslagen vormen een belangrijke bijdrage aan het lopende debat over het nieuwe cohesiebeleid voor de periode 2014-2020.

Nu meer dan ooit is het realiseren van economische, sociale en territoriale cohesie essentieel voor de versterking van het mondiale concurrentievermogen van de Europese Unie. Dat doel kunnen we alleen halen als we beseffen dat slechts door de versterking en ontwikkeling van de regionale dimensie we een Europa kunnen creëren dat intern gekenmerkt wordt door cohesie en dat naar buiten toe concurrerend is.

Ik zou in het bijzonder drie aspecten willen noemen die volgens mij essentieel zijn. In de eerste plaats wijs ik op decentralisatie zodat plaatselijke en regionale autoriteiten, met name autoriteiten met wetgevende bevoegdheden, meer participeren bij de verbetering van de uitvoering van het cohesiebeleid. In de tweede plaats moet er bij de lidstaten op aangedrongen worden de regionale en plaatselijke autoriteiten uit te nodigen deel te nemen aan de onderhandelingen over de toekomst van de structuurfondsen, op voet van gelijkheid met de nationale autoriteiten en vertegenwoordigers. In de derde plaats is er de versterking van de rol van de regionale autoriteiten bij de voorbereiding, het beheer en de uitvoering van de programma’s. Alleen op die manier, met een grotere betrokkenheid van deze autoriteiten bij het hele proces, kan het subsidiariteitsbeginsel worden nageleefd.

Een ander aspect dat ik van cruciaal belang acht, is het zoeken naar een eenvoudiger structuur voor de fondsen na 2013, niet alleen als gevolg van de economische crisis maar ook als algemeen beginsel voor het toekomstig cohesiebeleid, zodat de absorptie van de fondsen vergemakkelijkt wordt. Het streven achter het Verdrag van Lissabon was de wens Europa dichter bij de burgers te brengen. Laten we ons daar echter niet toe beperken en laten we er ook voor zorgen dat het bestaan van de Europeanen gemakkelijker wordt, en dat onnodige bureaucratische lasten, die hen alleen maar zouden weerhouden van participatie, worden vermeden. Slechts langs die weg kunnen we echte territoriale cohesie tot stand brengen en zal de ongelijkheid binnen de Europese Unie, die nu erg groot is en een enorme kloof laat zien tussen rijke en arme regio’s, minder worden. Meer participatie betekent ook meer verantwoordelijkheid die door iedereen gezamenlijk gedragen en gedeeld moet worden, met als doel ons meer en beter in te zetten voor een sterker en concurrerender Europa.

 
  
MPphoto
 

  Hermann Winkler (PPE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ook ik zou beide rapporteurs willen feliciteren met het goede werk dat ze hebben geleverd, en ik dank ze daarvoor. Met name wat Petru Luhan heeft geschreven over de architectuur van het cohesiebeleid na 2014 steun ik volledig. De conclusies over het vijfde cohesieverslag zijn weliswaar slechts de eerste ideeën van de Commissie over dit onderwerp, maar toch is het verslag van de heer Luhan een belangrijke bijdrage voor de opstelling van het Parlement tegenover de Commissie. Net als de rapporteur vind ik het bijvoorbeeld wel degelijk zinvol dat het cohesiebeleid van nu af aan moet overeenstemmen met de doelstellingen van de EU 2020 strategie. De individuele regio’s moeten echter de ruimte houden om zelf hun eigen accenten te zetten.

De regio’s zijn niet allemaal gelijk, ook niet binnen eenzelfde lidstaat. Wanneer er maar twee of drie prioriteiten mogen worden vastgelegd, waarvan er misschien één zelfs wordt voorgeschreven, blijft er voor de regio’s niet meer veel speling over. De regio’s moeten echter de ruimte krijgen om te investeren in de infrastructuur en in de mensen, waarbij ze hun eigen prioriteiten moeten kunnen bepalen. Het is denkbaar dat er dan niet meer voldoende rekening kan worden gehouden met speciale kenmerken, zoals de demografische ontwikkeling. Dan blijft er niet veel over van een regionaal beleid dat is aangepast aan de behoeftes van de regio's, waar de Commissie het telkens over heeft. Daarom ben ik van menig dat wij als Parlement van het begin af aan heel duidelijk moeten maken dat de regio’s tegenover de lidstaten niet in een zwakkere positie terecht mogen komen. We moeten het zogenaamde partnerschapsbeginsel nog meer de ruimte geven.

De regio’s in de EU hebben heel verschillende taken, dat is afhankelijk van het staatsbestel in de lidstaten. Daarom is het subsidiariteitsbeginsel van het grootste belang. We moeten daarvan uitgaan bij het idee van de Commissie om van nu af aan partnerschappen voor innovatie en ontwikkeling tussen de Commissie en de lidstaten te sluiten.

Ik wil niet te diep op de details ingaan, maar ik wil toch iets zeggen over het belang van doelstelling 3. Ik ben het absoluut eens met wat de rapporteur zegt over de problemen in de grensgebieden, zowel aan de binnengrenzen als aan de buitengrenzen van de EU. In verband met dit doel moeten we daar nader op ingaan. Ik heb het gevoel dat we in het debat dat we nu voeren over de toekomst van het cohesiebeleid te weinig aandacht besteden aan doelstelling 3. Juist bij de samenwerking tussen de regio's aan de vroegere buitengrenzen van de EU – en ik doel daarmee op Sachsen, waar ik vandaan kom – kan er nog van alles worden verbeterd.

 
  
MPphoto
 

  Barbara Matera (PPE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de gegevens die de Rekenkamer heeft gepresenteerd in haar jaarverslagen over 2006 en 2008 betreffende de bestaande controlesystemen voor het cohesiebeleid zijn zeker alarmerend te noemen.

Die systemen waren niet efficiënt genoeg en lieten voor de vergoede bedragen in 2006 een foutenmarge zien van 12 procent en in 2008 van 11 procent. Om die foutenmarge te verminderen is het essentieel dat de Europese Commissie haar rol als toezichthouder voor beleid op lokaal en regionaal niveau versterkt.

Het opstellen van een handleiding voor publieke en private actoren en de totstandkoming van een systeem voor scholing en uitwisseling met betrekking tot de praktische toepassing van bestuur op verschillende niveaus zouden efficiënte maatregelen kunnen zijn voor de verbetering van het regionale beleid.

Bovendien moeten de lidstaten de rol van de regionale en plaatselijke autoriteiten versterken, met name na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon.

Voorts moet de samenwerking tussen grensoverschrijdende regio’s makkelijker worden gemaakt. In veel gebieden van de Europese Unie bestaat er immers een zeer groot potentieel aan samenwerkingsmogelijkheden tussen regio’s en lokale gemeenschappen van aan elkaar grenzende lidstaten, met name op het vlak van toerisme, landbouw, industrie en milieubeleid.

Daar ik mijn betoog binnen de voorgeschreven tijd heb afgerond, maak ik van de gelegenheid gebruik de tolken te groeten die altijd zo aardig voor ons zijn.

 
  
MPphoto
 

  Jan Kozłowski (PPE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, om te beginnen wil ik benadrukken dat ik het verslag bijzonder belangrijk vind en ik bedank dan ook de rapporteur, de heer Luhan, voor zijn uitstekende werk. Ik ben van mening dat het cohesiebeleid het leidende beleid van de EU moet zijn en dat het in de toekomst aan betekenis moet winnen. Als horizontaal beleid moet het richting geven aan het sectorbeleid en bijdragen aan vergroting van het concurrentievermogen van de Europese regio's en versterking van de Europese Unie op de wereldmarkten. Het is al meerdere malen gezegd dat het uitvoeringssysteem van het cohesiebeleid modern en flexibel moet zijn en gebaseerd op een bestuursmodel op meerdere niveaus. Verder dient het de coördinatie van de structuurfondsen met andere Europese instrumenten en nationale middelen te bevorderen.

Ik heb gedurende twee ambtstermijnen een regio bestuurd met 2 200 000 inwoners. Ik was verantwoordelijk voor de implementatie van instrumenten van het cohesiebeleid, zowel op basis van het gecentraliseerde model in de jaren 2004-2006, als het gedecentraliseerde model – het regionaal operationeel programma – in de jaren 2007-2013. Op grond van deze ervaringen stel ik met volledige verantwoordelijkheid vast dat het gedecentraliseerde model het lokale potentieel beter benut voor de uitvoering van strategische oplossingen en het bewerkstelligen van positieve veranderingen. Ik ben er dan ook van overtuigd dat we de doelstellingen op Europees niveau moeten vaststellen, maar dat we, overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel, op regionaal en lokaal niveau de manier moeten bepalen waarop ze moeten worden behaald, aangezien dat hiervoor de meest geschikte niveaus zijn. Hierbij is het onmisbaar dat het uitgeven van de middelen gekoppeld wordt aan het bereiken van meetbare doelstellingen en resultaten in de vorm van economische groei en toename van de werkgelegenheid en sociale integratie.

 
  
MPphoto
 

  Elena Băsescu (PPE). - (RO) Ik wil mijn collega Luhan feliciteren met het geleverde werk aan dit verslag, dat van buitengewoon belang is voor Roemenië. Ik ben van mening dat de Europa 2020-strategie een duurzaam ontwikkelingsplan moet bevorderen. In die zin is het nodig om zowel extern sterker voor de dag te komen als intern een efficiëntere coördinatie te realiseren.

Dit verslag is belangrijk omdat het aansluit bij de politieke successen van het cohesiebeleid. Er wordt zodoende een grote rol toebedeeld aan de groei van het concurrentievermogen van de regio’s op wereldniveau. Het toekennen van middelen voor investerings- en ontwikkelingsprojecten zal zeker een groot voordeel betekenen voor ons land. Onderstreept moet worden dat Roemenië in aanmerking kan komen voor aanzienlijke middelen, zowel nu als in de periode na 2013.

Wat dat betreft waren er op nationaal niveau ...

(Spreekster wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Luís Paulo Alves (S&D). - (PT) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, het belang van het cohesiebeleid als bijdrage aan de groei en welvaart wordt algemeen erkend, evenals het belang van dat beleid voor de bevordering van de evenwichtige ontwikkeling van de regio’s. Het wordt ook algemeen erkend dat die evenwichtige ontwikkeling van de regio’s onontbeerlijk is voor de werking van de interne markt en van de Unie als geheel en dat het cohesiebeleid essentieel is voor de realisering van de doelstellingen voor de EU 2020-strategie en nuttig voor het milieu, het scheppen van werkgelegenheid, scholing en het creëren van een modern vervoersnetwerk. Daar al deze nuttige effecten van het cohesiebeleid worden ingezien, is het onaanvaardbaar, mijnheer de Voorzitter, commissaris, dat de Commissie deze successen van de regio’s uitbuit en ze nu tot dreigement wil maken voor de lidstaten die niet voldoen aan de macro-economische criteria. Dat is des te onaanvaardbaarder daar de regio’s niet betrokken waren bij het opstellen van die criteria en er dus geen rechtstreekse verantwoordelijkheid voor dragen. Bovendien zouden de regio’s er de meeste schade van ondervinden vanwege de voorwaarden die gelden bij het toekennen van kredieten uit de structuurfondsen. Commissaris, dat is niet juist en daarom zou ik hierop van u een antwoord willen krijgen.

 
  
MPphoto
 

  Alfreds Rubiks (GUE/NGL) . – (LV) Ik wil graag de aandacht van het Parlement vragen voor sociale cohesie. Ik vind het moeilijk om aan kiezers uit te leggen dat wij hier op weldoordachte wijze beslissingen nemen, terwijl hun levensstandaard is achteruitgegaan sinds Letland lid is geworden van de Europese Unie. 34 procent van de Letten leeft momenteel van een minimaal inkomen aan de rand van armoede. Het minimumpensioen, waar 12 procent van de bevolking van moet leven, is 64 LVL. Wat ik in dit Parlement zie en hoor, wat in de verslagen staat, is iets dat ik persoonlijk niet kan steunen. Ik zie namelijk niet dat sociale kwesties hier veel aandacht krijgen. Het gaat hier nu weer over verdere liberalisering, concurrentievermogen…

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Peter Jahr (PPE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, ik zou graag vier opmerkingen willen maken over deze verslagen.

Ten eerste: de Europese Unie is voor de burgers alleen maar zinvol wanneer ze probeert om de economische, sociale en territoriale verschillen te reduceren.

Ten tweede: het Europese cohesiebeleid is het belangrijkste instrument van het financieel beleid om dit doel te bereiken.

Ten derde: wie daar kritiek op heeft, moet zo eerlijk zijn om ook een alternatief te formuleren. Wie geen alternatief kan voorstellen kan maar beter zijn mond houden.

Ten vierde: juist in de streek waar ik vandaan kom – ik kom uit Oost-Duitsland – heeft dit beleid tot een mooie economische ontwikkeling geleid. We zijn op de juiste weg, maar hebben het doel nog niet bereikt. Daarom hebben we ook na 2013 nog steun nodig, zodat we kunnen voortgaan op de ingeslagen weg.

 
  
MPphoto
 

  Seán Kelly (PPE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, Tip O’Neill, de grote Iers-Amerikaanse politicus, zei ooit: "alle politiek is lokaal". Iets dergelijks zou ook kunnen worden gezegd van de Europese Unie op het punt van ontwikkeling. Alle ontwikkeling is regionaal geweest.

Met name het succes van mijn eigen land onder het cohesiebeleid sinds we zijn toegetreden tot de Europese Unie, is daar een perfect voorbeeld van. Toen we in 1973 toetraden, hadden we een bbp van net iets meer dan de helft van het gemiddelde bbp, maar nu is ons bbp anderhalf keer het gemiddelde bbp, ondanks de huidige financiële problemen van het land.

Verder, want we gaan verder, wordt een van de belangrijkste aspecten voor ons dat de procedure wordt vereenvoudigd, dat nadruk wordt gelegd op resultaten en toegevoegde waarde, en dat wordt geprobeerd de bureaucratie en regelgeving te verminderen. Je kunt formulieren invullen van hier tot het einde van het Parlement, maar als er geen toegevoegde waarde is, heeft het geen nut. Als we dat doen, kunnen we vooruitgang blijven boeken, en ik kijk er zeker naar uit dat het regionaal beleid …

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Miroslav Mikolášik (PPE).(SK) Mijnheer de Voorzitter, om het cohesiebeleid, dat momenteel sterk gedecentraliseerd is, effectiever te maken, is verdere uitbreiding van de verantwoordelijkheden van de regionale en lokale bestuursorganen nodig, want die kennen de behoeften in het betreffende gebied en van de plaatselijke bevolking het beste.

Ik ben er stellig van overtuigd dat voor een daadwerkelijk partnerschap met regionale en lokale bestuursorganen het uitgangspunt van het partnerschap duidelijker moeten worden bepaald en de lokale en regionale bestuursorganen actiever moeten worden betrokken bij de consultatie over het regiobeleid van de Europese Unie. Ik wil benadrukken dat betere coördinatie tussen de afzonderlijke controleniveaus, verhoging van de flexibiliteit, en transparantere en duidelijkere procedures, niet alleen horen bij een goed openbaar bestuur, maar bovendien de besteding van fondsen makkelijker maakt en de deelname van mogelijke partners aan projecten zal verhogen.

 
  
MPphoto
 

  Johannes Hahn, lid van de Commissie. − (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik zou iedereen willen bedanken voor dit intensieve debat. Ik zou van deze gelegenheid ook gebruik willen maken om nog iets te zeggen over de financiële controle. Ik heb het keer op keer gezegd, en niet alleen maar hier: dat is ongetwijfeld een onderwerp waarmee we ons bezig moeten houden, we moeten de zaken eenvoudiger maken, met name omdat we meer moeten doen om ook het midden- en kleinbedrijf in staat te stellen om gebruik te maken van de mogelijkheden die we aan willen bieden, nu met de Europese fondsen, en in de toekomst bijvoorbeeld meer met de zogenaamde rotatiefondsen. Daarbij moeten we ervoor zorgen dat er zo weinig mogelijk rompslomp bij te pas komt.

Aan de andere kant moet ik er echter keer op keer op wijzen dat een groot deel van de bureaucratie op het nationale niveau ontstaat. Niet alle bureaucratie bij een Europees project is dus aan Brussel te wijten, het is een soort Gesamtkunstwerk, dat door de lidstaten en de Europese Unie samen wordt gesigneerd. Daar moeten we samen iets aan doen. Mevrouw Mănescu, ik ben het met u eens dat we moeten proberen om in dit verband normen uit te werken, maar ik kan de wetgeving van de lidstaten natuurlijk niet helemaal negeren. In principe ben ik het in ieder geval volledig met u eens.

We moeten ook nog wat meer aandacht besteden aan de kwestie van de conditionaliteit, maar daarvoor hebben we vandaag niet genoeg tijd. We moeten natuurlijk voor ieder land en voor iedere regio vaststellen wat heeft geleid tot vertragingen bij het uitvoeren van de projecten, al weten we het meestal al wel. Meestal heeft het niets of weinig te maken met geld, de schoen wringt elders. Daar moeten we eerst iets aan doen, zodat we de projecten vervolgens sneller kunnen uitvoeren, dat is in ieders belang, en dat is ook de bedoeling van de conditionaliteit.

Ik ben de sprekers in dit debat dankbaar dat ze hebben gewezen op het verdrag voor ontwikkeling en partnerschap, dit biedt de mogelijkheid om sterker de nadruk te leggen op de participatie van het regionale en plaatselijke niveau. Dat heeft de heer Olbrycht gezegd. We moeten nog eens nadenken over de vraag hoe we dat omzetten, dat moet in een passend institutioneel kader gebeuren, en natuurlijk op een manier die ook voor de lidstaten aanvaardbaar is, dat mogen we niet vergeten. Ik ga ervan uit dat ik de steun van het Europees Parlement geniet, want het Parlement, de Commissie en het Comité van de regio’s zijn het hierover eens. Er staat echter nog een speler op het veld, ik heb het over de lidstaten, die we ervan moeten overtuigen dat er uiteindelijk ook voor hen een toegevoegde waarde ontstaat wanneer meer personen worden betrokken bij de planning van de programma’s, die zich er achteraf veel sterker mee identificeren.

Ik zou ook de sprekers willen bedanken – ik geloof dat het leden van de Fractie de Groenen waren – die zijn ingegaan op de kwestie van de groei. Ik ben een voorstander van kwalitatieve en kwantitatieve groei, we hebben beide nodig. En wanneer ik bijvoorbeeld denk aan het onderzoek, dan valt dat eigenlijk onder de categorie van de kwalitatieve groei. Wanneer het bijvoorbeeld een van onze ambitieuze doelstellingen is om het aandeel van de hernieuwbare energie te verhogen, maar we ook al met al energie-efficiënter willen zijn, dan moeten onze onderzoekers zich bijvoorbeeld bezig houden met de vraag: "Hoe kan ik elektriciteit opslaan, en beschikbaar stellen wanneer die nodig is?" Dat is heel belangrijk om de efficiëntie bij het opwekken van elektriciteit nog verder te verhogen.

Eén ding is wel duidelijk geworden: we kunnen de doelstellingen alleen maar halen wanneer we werkelijk in alle regio's in Europa een regionaal beleid voeren. We kunnen de strategie Europa 2020 namelijk alleen maar waarmaken wanneer we het beleid in alle regio's voorbereiden en omzetten, waarbij we rekening moeten houden met wat er ter plaatse nodig is. Ook dat is vandaag wel gebleken.

Ik zou iedereen nogmaals van harte willen bedanken voor dit waardevolle werk, met name de twee rapporteurs.

 
  
MPphoto
 

  Petru Constantin Luhan, rapporteur. − (RO) In de eerste plaats wil ik alle collega’s bedanken die een aanzienlijke bijdrage hebben geleverd aan dit verslag en uiteindelijk aan het cohesiebeleid en de toekomst daarvan. Ook mijn dank aan de schaduwrapporteurs, die ook zijn gekomen met betekenisvolle amendementen en bijdragen, en vanwege het feit dat we eenvoudig een consensus hebben kunnen vinden.

Ik wil niet teveel in detail treden over wat er is besproken. Ik dank u voor de aan mij gerichte mooie woorden. Ik wil er echter uitlichten wat de heer commissaris heeft gezegd, zeer te waarderen woorden, namelijk dat het cohesiebeleid een beleid is voor het investeren in regio’s en in mensen, wat een voorwaarde is voor verbetering van de levensstandaard in de regio’s van de Europese Unie. Ik ben het daar volledig mee eens.

Ook ben ik ingenomen met het feit dat u ons steunt – dank daarvoor – met betrekking tot verhoogde investeringen in verschillende vormen van infrastructuur als conditio sine qua non voor het wegnemen van de discrepanties in de Europese Unie.

Voor wat betreft de houding van de heer Besset wil ik slechts zeggen dat, als hij het verslag met aandacht had gelezen, hij had gemerkt dat het ook verwijst naar economische groei op basis van een groene economie. Ook door mijn directe verwijzing naar de Europa 2020-strategie wordt de groene economie ingebracht. Ik wil u zeggen dat het verslag daarom op dit moment op een meerderheid kan rekenen.

Allen nogmaals hartelijk dank en wij hopen dat het cohesiebeleid op de juiste weg is naar de toekomst.

 
  
MPphoto
 

  Ramona Nicole Mănescu, rapporteur. − (RO) Ik wil mijn collega’s bedanken voor de vele belangrijke bijdragen aan dit verslag, met name aan de uiteindelijke vorm ervan, zowel de schaduwrapporteurs als de andere collega’s die amendementen hebben ingebracht en degenen die op een zo vergevorderd uur in de plenaire vergadering hebben gesproken.

Aangezien er door de stemming in de Commissie regionale ontwikkeling een brede consensus is ontstaan tussen de fracties voor wat betreft de noodzaak van de uitvoering van de principes en maatregelen in dit verslag, ben ik verheugd dat het debat van vandaag in dezelfde trant is verlopen.

Het werkdocument is opgesteld na consultatie met de Europese Commissie, het Comité van de regio’s en vertegenwoordigers van begunstigden, die ik ook nogmaals wil bedanken voor hun bijdragen. En zoals ik in mijn vorige interventie al heb gezegd, ben ik ervan overtuigd dat de Europese Commissie de nodige openheid en vastbeslotenheid zal tonen om de door ons in de Commissie regionale ontwikkeling gevonden oplossingen niet te laten stranden in het stadium van voorstel. Wij hebben, mijnheer de commissaris, concrete voorstellen gedaan. U hoeft ze slechts serieus in overweging te nemen. Ik zeg dit eens te meer omdat de Unie in de komende maanden het toekomstige cohesiebeleid en de Europa 2020-strategie moet inkaderen en aanpassen, net als de premissen voor de succesvolle uitvoering hiervan.

Wij wensen een nieuwe benadering van bestuur op verschillende niveaus, die een echte bijdrage kunnen leveren aan de kerndoelstellingen van de Unie, respectievelijk aan een Europa van de burger, gekenmerkt door economische groei, sociale vooruitgang en duurzame ontwikkeling.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen om 12.00 uur plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  Slavi Binev (NI), schriftelijk.(BG) Als wij echte sociale en economische cohesie tussen de lidstaten willen bereiken, zullen wij eerst de verschillen moeten aanpakken, niet alleen in de zin van economische groei en ontwikkeling, maar ook in de zin van hun fysieke ligging. In dit stadium lijkt het me zinloos om over gemeenschappelijke maatregelen te praten. De maatregelen zullen moeten verschillen per lidstaat, aangezien hun behoeften eveneens verschillen. Wat betreft de rol van de Commissie binnen de procedures om steun te bieden en toezicht te houden op goed bestuur binnen het regionaal beleid, zullen naar mijn oordeel eerst de afspraken helder moeten worden omschreven en uiteengezet. Mijn ervaring is dat als ik een bepaalde kwestie aankaart bij de Commissie, ik een ontwijkend antwoord krijg en simpelweg te horen krijg dat de vraag niet binnen de bevoegdheden ligt. Ik kom uit een land waar het afschuiven van verantwoordelijkheid al jaren schering en inslag is, en ik zou dan ook graag willen dat de bevoegdheden van de Commissie helder worden afgebakend, zodat wij duidelijke antwoorden en precieze acties onder specifieke omstandigheden kunnen verwachten.

 
  
MPphoto
 
 

  Alain Cadec (PPE), schriftelijk. (FR) Er is tegenwoordig sprake van een zeer groot drempeleffect tussen regio’s die voor financiering in aanmerking komen in het kader van de convergentiedoelstelling, en regio’s waarvoor dit niet geldt. Dit is een zeer slechte zaak voor sommige regio’s die weliswaar niet arm maar zeker niet rijk zijn. Het zou zeer nuttig zijn dit drempeleffect te verminderen door een tussencategorie regio’s in het leven te roepen tussen de doelstellingen "convergentie" en "regionaal concurrentievermogen en regionale werkgelegenheid". Het verheugt mij dat dit een van de voorstellen is die worden gedaan in de conclusies van het vijfde verslag over de cohesie. Deze tussencategorie zou regio’s kunnen omvatten waarvan het bbp per inwoner ligt tussen 75 en 90 procent van het gemiddelde van de EU. Ik zou tevens graag zien dat dit systeem in de plaats komt van het overgangsmechanisme en andere regio’s omvat dan die welke vallen onder de convergentiedoelstelling. In het kader van de onderhandelingen over het volgende meerjarig financieel kader moet de begroting voor deze nieuwe opzet van het cohesiebeleid gelijk blijven. Ik wil er echter op wijzen dat iets meer dan twintig regio’s niet meer onder de convergentiedoelstelling zouden moeten vallen, hetgeen tien miljard euro per jaar zou besparen. Dit bedrag zou vanzelfsprekend aan een nieuwe tussencategorie regio’s kunnen worden toegekend.

 
  
MPphoto
 
 

  Tamás Deutsch (PPE), schriftelijk.(HU) Ik feliciteer de heer Luhan met zijn werk aan het verslag. Met betrekking tot dat verslag wil ik de aandacht vestigen op twee punten. Wat betreft het verband tussen de tenuitvoerlegging van de EU-strategie 2020 en een verbeterd concurrentievermogen is het belangrijk erop te wijzen dat cohesie en een toenemende concurrentiekracht processen zijn die elkaar vooronderstellen en elkaar zelfs versterken. We kunnen ons niet louter concentreren op de ondersteuning van de meest ontwikkelde regio’ s om het concurrentievermogen van de EU zo veel mogelijk te vergoten. Dat zou immers het risico met zich brengen dat regio's met een ontwikkelingsachterstand nog verder achterop raken, wat grote sociale spanningen en instabiliteit in de gehele Europese Unie zou veroorzaken. Bovendien is het belangrijk om vast te stellen dat het cohesiebeleid weliswaar aanzienlijk bijdraagt aan de uitvoering van de EU-strategie 2020, maar niet alleen de verantwoording kan dragen voor het bereiken van de doelstellingen van de strategie. We moeten daarom zorgen voor consistentie tussen de verwezenlijking van de doelstellingen van de EU-strategie 2020 en die van het cohesiebeleid. Ook de andere beleidsterreinen moeten een passende bijdrage leveren aan het behalen van de doelstellingen van de strategie. Het tweede punt dat ik wil benadrukken is dat ik het volledig eens ben met de rapporteur als hij stelt dat het bbp het belangrijkste criterium moet blijven om te bepalen welke regio’s voor steun in aanmerking komen, omdat het bbp tot op heden nog steeds de betrouwbaarste indicator van het ontwikkelingsniveau is. Op lidstaatniveau kunnen nationale autoriteiten andere indicatoren toepassen bij verdeling van de middelen, maar op EU-niveau moet het bbp de maatstaf zijn voor subsidiabiliteit.

 
  
MPphoto
 
 

  Robert Dušek (S&D), schriftelijk. (CS) In het verslag over goed bestuur met betrekking tot het regionaal beleid wordt een lans gebroken voor versterking van de bevoegdheden van regionale en lokale overheden bij de tenuitvoerlegging van het EU-beleid. Het Parlement pleit al jarenlang voor een grotere betrokkenheid van overheden onder het nationale niveau bij de totstandbrenging van het communautaire beleid. Het partnerschapsbeginsel in de zin van het Witboek van het Comité van de regio’s over multi-level governance (meerlagig bestuur) dient in het kader van de discussie in de EU reeds in de allereerste fases te worden versterkt. In het verslag wordt gepleit voor een verdere vereenvoudiging van wet- en regelgeving. Er dient echter te worden opgemerkt dat bepaalde lidstaten en hun overheden in veel gevallen de administratieve belasting juist verzwaren door eisen te stellen die niet voortvloeien uit het communautaire recht. Dat vraagt dus om verdere correcties. De regels voor de steunprogramma’s dienen dusdanig te worden vereenvoudigd dat de procedures ervan begrijpelijker worden en dat potentiële aanvragers dus niet langer worden afgeschrikt. Er gaat veel mis bij de tenuitvoerlegging van de programma’s, vooral op financieel vlak. Maar liefst 12 procent van de betalingen vertoont gebreken. Het hoogste percentage is nog altijd te vinden op het vlak van de openbare aanbestedingen en de zogeheten niet-subsidiabele kosten. Het toezicht door de Europese Commissie is ontoereikend en het moge duidelijk zijn dat zij onmogelijk op alle nationale niveaus toezicht houden kan. Het is van het grootste belang dat aan het begin van de programma’s de toezichthoudende rol van de Commissie intact blijft, om daarna het toezicht in de loop van de uitvoering van de programma’s meer over te hevelen naar de lidstaten en hun regionale en lokale overheden.

 
  
MPphoto
 
 

  Sandra Kalniete (PPE) , schriftelijk.(LV) Om de invloed van het cohesiebeleid uit te breiden is het van groot belang om een aantal beslissende hervormingen door te voeren. De steun vanuit het cohesiebeleid moet worden geconcentreerd in drie hoofdrichtingen. Cruciaal is allereerst geografische concentratie, vervolgens concentratie van ondersteuning en daarna administratieve concentratie. Dit betekent, dat financiële steun moet worden gericht aan de lidstaten en regio’s waar de grootste behoefte bestaat. Dat wil zeggen: een betere sociaaleconomische situatie is niet mogelijk zonder duidelijke steun van het EU-cohesiebeleid. Iedere regio moet zodoende de sectoren aanwijzen die het meest urgent steun nodig hebben, in plaats van het aanwijzen van alle mogelijke sectoren zonder diepere analyse. Iedere regio moet drie tot vijf van de tien sectoren van de Commissie kiezen, waarin alle beschikbare ondersteuning wordt geconcentreerd. We moeten dus de administratieve lasten verlichten. We moeten het vertrouwen in de betrokken instellingen vergroten, zodat de taken van deze instellingen geoptimaliseerd kunnen worden. Ik wil benadrukken dat het bestaande distributiecriterium voor ondersteuning op basis van het Europese cohesiebeleid – bbp op grond van koopkrachtpariteit per hoofd van de bevolking (tot 75 procent van het EU-gemiddelde) – een geschikt, getest en veilig criterium is voor het bepalen welke regio’s in aanmerking komen voor ondersteuning binnen het convergentiekader, omdat dit de daadwerkelijke verschillen weergeeft tussen de EU-lidstaten en regio’s onderling.

 
  
MPphoto
 
 

  Siiri Oviir (ALDE), schriftelijk. (ET) Ik ben het met de rapporteur eens dat het Europees cohesiebeleid een van de belangrijkste beleidssectoren is die bijdraagt aan het verbeteren van het mededingingsvermogen en het waarborgen van duurzame ontwikkeling. Terwijl de internationale financiële crisis in meer of mindere mate een negatieve invloed had op alle Europese regio’s, draagt het cohesiebeleid, dat meerwaarde biedt, er zeker in grote mate toe bij dat de regio’s sterker uit de crisis zullen komen. Het is jammer dat de regeringen van veel EU-lidstaten de rol en het belang van de regio’s – de lokale autoriteiten – niet goed genoeg begrijpen, omdat zij bang zijn macht aan de regio’s te verliezen. Bijvoorbeeld de regering van mijn eigen land, de Republiek Estland, neemt vaak belangrijke wetten aan met betrekking tot lokale autoriteiten, zonder rekening te houden met de besluitvormingsprocedures van die autoriteiten. Om te voorkomen dat de verschillende regio’s niet worden gediscrimineerd, moet er nu meer aandacht komen voor controle op de regelgeving van de regeringen van de lidstaten om ervoor te zorgen dat hun regels niet in strijd zijn met de eigen wetten van de lidstaten en de Europese waarden. Nu krijgen veel Europese regio’s grote politieke steun van het Europees Comité van de regio’s, het Europees Hof van Justitie en de Commissie in gevallen waarin de regeringen van de lidstaten de rechten van de lokale autoriteiten negeren. Ik ben van mening dat een doeltreffend Europees cohesiebeleid en het bereiken van de doelen van de richtlijn de levensvatbaarheid van de regio’s zullen helpen waarborgen – levensvatbare regio’s zullen het functioneren van de Europese Unie als geheel verbeteren – en tegelijkertijd marginalisering van de grensregio’s zullen helpen voorkomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Marie-Thérèse Sanchez-Schmid (PPE), schriftelijk. (FR) In het verslag-Luhan en in het verslag-Manescu wordt terecht gewezen op de beginselen waarop ons cohesiebeleid gebaseerd zou moeten zijn. Ik wil echter drie gebieden met name noemen waarop wij ambitieuzer moeten zijn. Om te beginnen de territoriale cohesie. Dit concept wordt vaak genoemd, maar zelden omgezet in concrete acties. Wij moeten bijvoorbeeld bijzondere aandacht schenken aan de grensgebieden. De handicaps en de problemen waarmee deze regio’s worden geconfronteerd, geven de grenzen van de Europese integratie aan. Wij moeten van deze gebieden die een scheiding aangeven, gebieden maken die verbindingen tot stand brengen. Bovendien is er sprake van een ongelijke behandeling van de regio’s die vallen tussen Doelstelling 1 en Doelstelling 2. Het verschil in steun aan sommige regio’s met hetzelfde bbp kan oplopen tot een factor 10. Het is de hoogste tijd dat wij een overgangsmechanisme invoeren zodat alle regio’s met een bbp tussen 75 en 90 procent van het gemiddelde van de EU op dezelfde wijze worden behandeld. Tot slot moeten wij nieuwe prestatie-indicatoren ontwikkelen. De ontwikkelingsuitdagingen waarvoor de regio’s staan, hangen samen met hun eigen lokale beperkingen. Wij moeten onze criteria op alle regeringsniveaus aanscherpen om de behoeften en de doelstellingen van regionale ontwikkeling accuraat te kunnen meten.

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Seeber (PPE), schriftelijk. – (DE) Het cohesiebeleid van de EU moet meer aandacht krijgen. Dat is nodig voor duurzamere groei en een hoger concurrentievermogen. In een Europa van de regio's moet het bbp het belangrijkste criterium blijven om te bepalen welke regio’s voor subsidies in aanmerking komen. Het Europees regionaal beleid moet echter in alle regio’s worden uitgevoerd, en voldoende flexibel zijn om rekening te houden met regionale en territoriale kenmerken. We willen het groeipotentieel van de regio’s volledig gebruiken, en op die manier een economische, sociale en territoriale cohesie in de Europese Unie tot stand brengen. Dat lukt alleen maar wanneer we met name aandacht besteden aan het concurrentievermogen. Ook plaatselijke problemen in rijke lidstaten moeten daarbij aan bod kunnen komen. We moeten in alle regio’s de nadruk leggen op onderzoek en innovatie, om de concurrentiepositie van de EU te verbeteren, en daarvoor moeten we ook in de toekomst geld ter beschikking stellen. We definiëren de doelstellingen van Europa 2020 op het niveau van de Gemeenschap, maar toch is het van het grootste belang dat we ook de lokale en regionale overheden sterker betrekken bij de omzetting ervan. Een efficiënte omzetting van de economische doelstellingen in de EU 2020 strategie is alleen maar mogelijk met een bottom-up-aanpak.

 
  
MPphoto
 
 

  Monika Smolková (S&D), schriftelijk.(SK) Het cohesiebeleid moet ook na 2013 een sleutelbeleid van de Europese Unie blijven met voldoende financiering en onder de volgende voorwaarden: de procedures voor de toewijzing van structuur- en cohesiefondsen moeten worden vereenvoudigd; er moet een kader worden ontwikkeld voor publiek-private partnerschappen; de infrastructuur moet een basiselement worden van de groei van het mondiale concurrentievermogen; het partnerschap moet een voorwaarde zijn voor het opzetten van echte partnerschappen met regionale en lokale overheden en de openbaarheid en moet als middel dienen om de efficiëntie, rechtmatigheid en transparantie in het stadium van de programmering en gebruikmaking van structuurfondsen te verhogen; zowel op verticaal als op horizontaal niveau moet meerlagig bestuur worden ingesteld. Er zijn beslist nog meer voorwaarden, maar als we de EU 2020-doelstellingen willen verwezenlijken, zijn bovengenoemde voorwaarden volgens mij de belangrijkste.

 
  
MPphoto
 
 

  Zbigniew Ziobro (ECR), schriftelijk. – (PL) Europa maakt momenteel een moeilijke periode door. De economie kampt nog steeds met de gevolgen van de financiële crisis van de jaren 2008-2009, waardoor de verschillen tussen de rijke regio’s in West-Europa en de armere in Oost- en Zuid-Europa zich verder vergroten. Als gevolg hiervan is behoefte ontstaan aan versterking van effectieve mechanismen voor crisisbestrijding. Op EU-niveau zijn het cohesiebeleid en de structuurfondsen hiervan de belangrijkste. Dankzij de cofinanciering van investeringen op lokaal niveau vormen zij een effectief symbool van Europese samenwerking die boven nationale belangen uitstijgt. Ook hebben zij in belangrijke mate bijgedragen aan de vergroting van het gebied dat in de jaren 2004-2007 economische groei te zien gaf en verkleining van het gat tussen de landen van het oude en het nieuwe Europa.

Daarom is het zo belangrijk om meer EU-middelen voor het cohesiebeleid beschikbaar te stellen in de financiële vooruitzichten 2013-2020, en convergentie als prioritaire doelstelling in stand te houden, evenals het huidige mechanisme van selectie van begunstigden op grond van het BBP in de verschillende regio’s. Ook is de mogelijkheid om de cofinanciering van investeringen op te trekken van 75 procent naar 80 procent, bij gelijktijdige vermindering van de financiering van de zogenaamde perifere gebieden, van wezenlijk belang. Uit het oogpunt van de landen van Oost-Europa is verdere financiering van infrastructurele investeringen noodzakelijk, vooral in de strook die Noord- en Zuid-Europa met elkaar verbindt.

 

21. De gevolgen van adverteren voor het consumentengedrag (korte presentatie)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Aan de orde is het verslag over de gevolgen van adverteren voor het consumentengedrag [2010/2052(INI)] - Commissie interne markt en consumentenbescherming. Rapporteur: Philippe Juvin (A7-0338/2010).

 
  
MPphoto
 

  Philippe Juvin, rapporteur. (FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, waarom een verslag over reclame? Omdat reclame zowel het beste van alles als het slechtste van alles kan zijn.

Reclame kan het slechtste van alles zijn indien zij misleidend is, indien zij opdringerig is, indien zij bedriegt, indien zij zich niet aan de regels houdt, indien zij uiteindelijk niet levert wat de consument van haar verwacht, namelijk informatie. Reclame kan het beste van alles zijn omdat zij tevens een geweldig middel voor economische ontwikkeling is. Reclame houdt de economie op gang, en zoals sommigen hebben gezegd, geeft reclame indien zij goed wordt gemaakt de consument tevens de mogelijkheid te vergelijken en stimuleert zij op een bepaalde wijze de concurrentie.

Reclame is dus niets nieuws, maar waarom dan een nieuwe tekst terwijl er reeds teksten bestaan? Om meerdere redenen. In de eerste plaats omdat reclame tegenwoordig niet meer is wat het ooit was. Ik heb onlangs in een Amerikaans rapport gelezen maar in Europa is de situatie vergelijkbaar – dat op 29 november vorig jaar in de onlinehandel op een dag een omzet werd geboekt van meer dan een miljard dollar. De onlinehandel en de onlinereclamemiddelen nemen derhalve aanzienlijk toe. Een van de redenen voor dit verslag is dat de teksten waarmee reclame wordt gereguleerd, soms helemaal niet geschikt zijn voor de middelen die in de afgelopen jaren zijn ontwikkeld.

Reclame kan opdringerig zijn, en wordt dat steeds meer; zij dringt ons privéleven binnen. Reclame heeft tevens een geheel nieuw aspect, dat niet wordt behandeld in de teksten. Reclame kan verborgen zijn. Reclame kan zich niet als zodanig presenteren. Er bestaat een beroemd voorbeeld op Facebook, een van de sociale netwerken – een nieuw middel dat in de wetgeving niet wordt behandeld – waar groepen mensen melding maken van een vermeend gebrek of iets anders in een product. Hierdoor kan een merk binnen enkele dagen of enkele weken letterlijk vernietigd worden.

Het is derhalve duidelijk dat er een wereld van verschil bestaat tussen de reclame van gisteren en de reclame van vandaag, die gebruik maakt van middelen die vroeger niet bestonden. Ik denk hierbij aan behavourial advertising, aan gerichte reclame en aan het lezen van uw privé e-mails. Is er hier iemand die wil of goedkeurt dat zijn privé e-mails worden gelezen? Welnu, dat gebeurt tegenwoordig voor reclamedoeleinden.

Ik vind eigenlijk, dames en heren, dat wij moeten nadenken over enkele zeer eenvoudige waarden: eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en bescherming van mensen die zeer kwetsbaar zijn, omdat wij terdege weten dat kinderen tot de zeer kwetsbaren behoren die zogenoemde behavourial advertising ontvangen, dat wil zeggen reclame die gericht is op hun gewoonten. Die kinderen begrijpen niet dat deze reclame niet toevallig aan hen wordt gestuurd. Die reclame is gericht op hun individuele wensen. Een volwassene zou dit kunnen begrijpen, maar een kind begrijpt het niet.

Welnu, een nieuwe technologie brengt nieuwe uitdagingen met zich mee, aanzienlijke economische uitdagingen. We zien dat dit in feite een echt politiek debat is. De kwestie is opgelost, als we sommige professionals mogen geloven die vooral niet willen dat we iets aan de reclamewereld doen. Bovendien leggen sommige professionals ons uit dat de consument per slot van rekening wordt gewaarschuwd door het uitgebreide en zeer gedetailleerde privacybeleid op websites. In werkelijkheid weten wij dat niemand die lange, onbegrijpelijke teksten leest en dat zij, wanneer ze wel worden gelezen, niet worden begrepen en zelfs onleesbaar zijn. We keren uiteindelijk steeds weer terug naar dezelfde kwestie. Reclame moet eerlijk zijn, zij moet andere mensen eerbiedigen en de persoonlijke levenssfeer eerbiedigen. De consument mag niet worden bespied en mag niet zonder zijn weten een doelwit worden. De consument, de burger, moet geëerbiedigd worden.

Mijnheer de Voorzitter, tot slot wil ik nog zeggen dat wij twee doelstellingen voor ogen moeten houden. In de eerste plaats moet reclame eerlijk zijn: eerlijker, met meer eerbied, derhalve doelmatiger en met meer eerbied voor de persoonlijke levenssfeer, maar tevens moeten burgers, dat wil zeggen consumerende burgers, bewuster worden, niet gemanipuleerd maar beter geïnformeerd worden, en kritischer worden. Dat is het doel van dit verslag.

Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik hoop dat u dit verslag zult accepteren en in algemene zin ervoor zult stemmen in dit Parlement.

 
  
MPphoto
 

  Zuzana Roithová (PPE). - (CS) Ik ben ingenomen met het verslag over de gevolgen van adverteren voor het consumentengedrag. Aangezien er niets in gezegd wordt over regulering van adverteren voor kansspelen, wil ik er hier op wijzen dat vooral het gokken via internet – en de reclame ervoor – volstrekt geen grenzen kent en zeer eenvoudig toegankelijk is voor de jeugd. Weliswaar is in zeven lidstaten gokken via internet illegaal, maar dat maakt het er niet minder toegankelijk om. We moeten onze inspanningen vooral richten op preventie en zo helpen voorkomen dat mensen verslaafd raken aan kansspelen. We dienen ervoor te zorgen dat reclame voor kansspelen gericht op kinderen en jongeren in de hele Europese Unie verboden wordt, want kinderen blootstellen aan reclame voor virtueel gokken is al even moreel verwerpelijk en fataal als hen blootstellen aan onbeperkte reclame voor alcohol, sigaretten of andere verslavende middelen. Daar komt nog eens bij dat er vaak ook buiten het internet helemaal geen beperkingen worden opgelegd aan gokhallen en reclame voor kansspelen. Zo staan gokhallen met al hun reclame-uitingen vaak vlak bij scholen. Ik hoop dat het debat van vandaag er voor de Commissie mede aanleiding toe geeft om op basis van het onweerlegbare maatschappelijk belang ervan voorstellen in te dienen voor een verbod op reclame voor kansspelen.

 
  
MPphoto
 

  Antigoni Papadopoulou (S&D). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, ik feliciteer de rapporteur, Philip Juvin, met zijn verslag over de invloed van reclame op het consumentengedrag.

In het verslag wordt de bestaande wetgeving geëvalueerd, worden problemen bij de toepassing daarvan en ongeoorloofde praktijken gesignaleerd, wordt gewezen op de betekenis van zelfregulering, de bescherming van kwetsbare groepen zoals kinderen, pubers, ouderen, maar ook op de noodzaak om reclame als krachtig instrument voor de bestrijding van stereotypen en de aanpak van vooroordelen te benutten.

Als samensteller van het betreffende advies van de commissie Rechten van de vrouwen en gendergelijkheid ben ik in het bijzonder verheugd, en ik bedank de rapporteur, omdat hij onze adviezen over de bescherming van gendergelijkheid en de menselijke waardigheid volledig heeft overgenomen. Ik roep alle betrokkenen op om nauw samen te werken bij de bestrijding van lasterlijke of misleidende reclame die afbreuk doet aan het beeld van de vrouw en bij het promoten van gezonde rolmodellen, op een zodanige wijze dat reclame een positieve invloed kan uitoefenen op sociale percepties, met eerbiediging van de menselijke waardigheid maar ook van de rolpatronen.

 
  
MPphoto
 

  Christian Engström (Verts/ALE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil het graag hebben over het laatste streepje van paragraaf 25, waarover apart zal worden gestemd en waarvan ik hoop dat we het uit het verslag zullen kunnen schrappen. Dit streepje zegt dat wanneer zoekmachines reclame weergeven in verband met een bepaald trefwoord – dat wil zeggen, iemand typt een trefwoord in en dat trefwoord is een merknaam – daarvoor de toestemming van de eigenaar van het handelsmerk vereist is.

Dit klinkt op het eerste gezicht misschien redelijk, maar het gaat compleet in tegen het merkenrecht zoals dat nu van kracht is. Op de eerste plaats worden handelsmerken geregistreerd in 45 verschillende categorieën goederen en diensten, en je kunt in hetzelfde register in verschillende categorieën hetzelfde handelsmerk hebben. Dit zou bijvoorbeeld betekenen dat wanneer iemand reclame in verband met het woord ‘golf’ weergegeven wil hebben, Volkswagen daar voor iedereen toestemming voor zou moeten geven.

Het tweede probleem is het aantal handelsmerken. Er zijn miljoenen handelsmerken in Europa. Alleen al bij het BHIM in Alicante hebben ze er zeshonderdduizend, en er zijn er nog veel meer, dus als iemand reclame zou willen maken voor iets dat verband houdt met het woord "zilver", zou hij vermoedelijk toestemming moeten zien te krijgen van duizenden eigenaren van handelsmerken. Dit is eenvoudigweg ondoenlijk. Als dit wet wordt – en ik hoop dat het dat niet wordt – is dat zo goed als de doodsteek voor de zoekmachine-industrie in Europa, en het zou het einde betekenen van legitieme reclame en legitieme concurrentie. Ik vraag mijn collega's dus om te stemmen …

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Jaroslav Paška (EFD). - (SK) Mijnheer de Voorzitter, allereerst wil ik opmerken dat het een goede zaak is dat er in het Europees Parlement een discussie loskomt over de oneerlijke handelspraktijken op het gebied van de reclame, vooral in verband met de ontwikkeling van nieuwe reclametechnieken en -technologieën.

Nieuwe vormen van digitale communicatie hebben reclamebureaus een breed scala aan mogelijkheden gegeven. De nieuwe reclamemogelijkheden hebben echter ook nieuwe problemen met zich meegebracht met betrekking tot agressiviteit, misleiding of misbruik van het vertrouwen van kinderen en jongeren om diep binnen te dringen in hun privéleven. De regulering van reclame op het internet moet reageren op de vindingrijkheid van reclamemakers en methoden en praktijken die inbreuk maken op het recht op privacybescherming en ethische normen of die van slechte invloed zijn op de ontwikkeling van kinderen moeten worden beperkt. Daarom moeten we ons concentreren op een grondige analyse van de huidige trends en ons richten op nieuwe regels om de technologieën en mogelijkheden aan banden te leggen die inbreuk maken op de privésfeer van het gezin en de privacy van kinderen en die de gezonde ontwikkeling van het gezin in de weg staan. Deze regels moeten we vervolgens consequent toepassen.

 
  
MPphoto
 

  Csanád Szegedi (NI).(HU) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, allereerst wil ik mijn dank uitspreken aan de rapporteur. Vanuit het perspectief van de waarden die ik aanhang, ging het hier om een van de belangrijkste onderwerpen uit de recente periode. Het is alleen jammer dat de bespreking op zo’n laat tijdstip plaatsvond. Zoals aangegeven in het verslag, vormen kinderen en jongeren de meest kwetsbare groepen bij reclame. Hun vrije wil is nog onvoldoende ontwikkeld en zij zijn makkelijk beïnvloedbaar. Dit geldt niet alleen voor irreguliere, misleidende en agressieve reclame, maar ook voor reclame in het algemeen, aangezien wij leven in een nieuwe wereld waarin mensen al op vroege leeftijd worden geconfronteerd met de overweldigende druk zich te conformeren aan de consumentenmaatschappij. Alle vormen van reclame in kinderprogramma’s moeten uitdrukkelijk worden verboden.

Voorts wil ik onderstrepen dat mogelijk niet de traditionele media, zoals televisie en radio, maar de wereld van het internet de grootste bedreiging voor jongeren vormt. Daar wordt reclame in zijn meest agressieve vorm verspreid en daar kan reclame de meeste schade bij de doelgroep aanrichten. De meest gewetenloze bedrijven hebben geen enkele eerbied voor persoonlijke gegevens en breken via sociale netwerksites in op de persoonlijke levenssfeer van mensen. Dat soort praktijken moet verboden en bestraft worden. In dat opzicht moeten wij allen oproepen tot actie binnen de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 

  Lara Comi (PPE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik ben absoluut voor de ontwerpresolutie van de heer Juvin over de gevolgen van adverteren voor het consumentengedrag. Gezien het belang van reclame voor de economie, maar ook voor de interne markt en de consument, vind ik het essentieel om ervoor te zorgen dat de negatieve gevolgen van bepaalde reclamepraktijken worden weggenomen.

Ik heb in het bijzonder veel waardering voor de analyses van de rapporteur van het bestaande wettelijke en niet-wettelijke kader en de tekortkomingen die zijn vastgesteld bij de interpretatie en de uitvoering daarvan. Dat heeft het bereiken van een adequaat niveau van harmonisatie onmogelijk gemaakt.

We moeten de inspanningen voor het bestrijden van oneerlijke handelspraktijken in de reclamesector concentreren door de werkingssfeer van de bestaande regelgeving te verbreden.

Het voorstel vormt een adequate oplossing voor het eeuwige probleem van het zoeken naar het juiste evenwicht tussen rechten die met elkaar in tegenspraak verkeren: het recht op vrije meningsuiting aan de ene kant en het recht van de consument op bescherming aan de andere kant.

Tot slot wil ik nogmaals de rapporteur en de schaduwrapporteurs feliciteren.

 
  
MPphoto
 

  Miroslav Mikolášik (PPE). - (SK) Mijnheer de Voorzitter, verschillende soorten reclame die zich de laatste jaren via de nieuwe media hebben verspreid, zijn een sociaal fenomeen geworden dat het gevaar met zich meebrengt van misbruik van het vertrouwen van de gewone consument.

Ik vind dat de consumentenbescherming op dit gebied op zijn minst een minimale wettelijke grondslag moet krijgen. Ik ben het eens met de rapporteur en wil hem feliciteren voor zijn verslag waarin hij de kwestie op een constructieve manier heeft bekeken met oog voor het belang van kwetsbare groepen, waaronder kinderen en jongeren, zoals enkele eerdere sprekers al hebben opgemerkt. Als arts sta ik daar vierkant achter. We moeten gevallen van opzettelijke misleiding voorkomen, waarbij de consument beslissingen neemt op grond van informatie waarvan hij denkt dat het objectieve feiten of erkende onderzoeken betreft, terwijl de informatie slechts van propagerende en commerciële aard is. Ook de ontwikkeling van reclametechnieken waarbij direct inbreuk wordt gemaakt op de privacy van de consument, zoals het lezen van de inhoud van e-mails door derden die deze inhoud misbruiken voor commerciële doeleinden, baart mij ernstige zorgen. Bij reclametechnieken die door bedrijven worden toegepast moeten zonder uitzondering de vertrouwelijkheid van persoonlijke correspondentie en de rechtsvoorschriften voor de bescherming van de privacy worden gerespecteerd.

 
  
MPphoto
 

  Seán Kelly (PPE).(GA) Het is moeilijk om de feiten te achterhalen, met name wat betreft de gevolgen van adverteren voor het consumentengedrag. Dagelijks verschijnen er onderzoeken met steeds onderling verschillende resultaten.

(EN) Desalniettemin loont reclame; particuliere ondernemingen besteden miljoen en miljoenen euro's aan reclame op de radio, de televisie en in kranten en aan verborgen reclame zoals sponsoring. Tegelijkertijd is er het dilemma van de beoordeling van reclame. Enerzijds heb je mensen die zeggen dat een van de remedies voor alcoholisme is reclame te verbieden. Anderzijds hebben we het gebruik van drugs de afgelopen decennia exponentieel zien stijgen, en omdat ze illegaal zijn, wordt er niet alleen geen reclame voor gemaakt, maar kunnen ze ook niet over de toonbank worden gekocht.

Ik denk daarom dat er behoefte is aan een onafhankelijke analyse en goed onderzoek op Europees niveau, zonder dat daar gevestigde belangen bij betrokken zijn, teneinde echt vast te stellen wat goed is en wat slecht, wat gunstig is en wat niet, en daarna kunnen we dienovereenkomstig regelgeving opstellen. Als we dat niet doen, krijgen we volgens mij dag in dag uit verschillende onderzoeken die de door de opdrachtgevers van de onderzoeken gewenste resultaten opleveren.

 
  
MPphoto
 

  Johannes Hahn, lid van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil graag namens de Commissie en in het bijzonder namens vicevoorzitter Reding de rapporteur bedanken voor zijn waardevolle verslag, dat meerdere belangrijke aspecten analyseert die verband houden met de invloed van moderne reclame voor het consumentengedrag. Om te achterhalen hoe de problemen als gevolg van de ontwikkeling van het Internet en nieuwe technologieën het beste kunnen worden aangepakt, heeft de Commissie in 2009 en 2010 een brede raadpleging gehouden over het bestaande wettelijk kader voor gegevensbescherming.

De raadplegingen hebben bevestigd dat de onderliggende beginselen van de huidige Europese wetgeving inzake gegevensbescherming nog steeds heel verdedigbaar zijn. Het is echter even duidelijk geworden dat de EU een omvangrijkere en coherentere aanpak nodig heeft in haar beleid voor de bescherming van persoonsgegevens voor de EU en daarbuiten. Daarom heeft de Commissie op 4 november een mededeling aangenomen over een integrale aanpak van de bescherming van persoonsgegevens in de Europese Unie.

Onlinereclame brengt Europese burgers veel voordelen, in het bijzonder doordat het hun gratis toegang geeft tot diensten. Bij veel van de targetingtechnieken – weergave, contextreclame en bepaalde zoekactiegerelateerde advertenties, enzovoort – is geen sprake van het traceren van personen, en deze technieken geven geen aanleiding tot grote bezorgdheid. Mijn collega, vicevoorzitter Neelie Kroes heeft de sector verzocht een zelfregulerend kader voor online behavioural advertising vast te stellen dat is gebaseerd op het Europees wettelijk kader en op de vier beginselen van doelmatige transparantie, een passende vorm van bekrachtiging of toestemming, gebruikersvriendelijkheid en doelmatige handhaving. De Commissie zal toezien op de inspanningen van de sector, om te beoordelen of meer regelgevende actie nodig is.

Wat betreft reclame via e-mail en de vertrouwelijkheid van privécorrespondentie, heeft de vorig jaar vastgestelde hervorming van de telecommunicatiemarkt de Europese privacyregels versterkt en verduidelijkt. Deze hervorming heeft voor de lidstaten ook een duidelijke verplichting ingevoerd om afschrikkende sancties vast te stellen en ervoor te zorgen dat de bevoegde autoriteiten niet alleen beschikken over de benodigde bevoegdheden om deze regels te handhaven, maar ook passende middelen krijgen. De lidstaten hebben tot mei 2011 de tijd om deze bepalingen om te zetten in nationaal recht.

De Commissie erkent dat er tussen de lidstaten bepaalde verschillen zijn in de omzetting van de richtlijn oneerlijke handelspraktijken. De Commissie is van mening dat deze verschillen, waarvan de Commissie er enkele aan het oplossen is door middel van samenwerking met de lidstaten, marginaal zijn en dat de gewenste mate van harmonisatie lijkt te zijn bereikt.

Het gebruik van algemene clausules geeft de lidstaten wat speelruimte, maar waarborgt tegelijkertijd dat de richtlijn toekomstbestendig is. In dit verband zijn de richtsnoeren over de toepassing van de richtlijn oneerlijke handelspraktijken een van de initiatieven die de Commissie heeft genomen om ervoor te zorgen dat er sprake is van volledige harmonisatie; met andere woorden, om ervoor te zorgen dat dezelfde regels in de lidstaten op dezelfde wijze worden uitgelegd en toegepast. Zoals het ontwerpverslag vraagt, zullen we ons werk aan de richtsnoeren zeker voortzetten en dit document bijwerken om rekening te houden met nieuwe problemen en ontwikkelingen. De Commissie is tevens bezig een juridische database over wetgeving, jurisprudentie en academisch werk te ontwikkelen, die de uniforme toepassing van de richtlijn in de lidstaten zal bevorderen.

Wat betreft de verklaringen met betrekking tot reclame in de vorm van verspreiding van commentaren op sociale netwerken, op fora of in blogs, is het belangrijk op te merken dat, wanneer consumenten handelen namens een handelaar en/of op enigerlei wijze door een handelaar worden betaald om een bepaald beeld te schetsen, zonder dat dit in de mening of verklaring duidelijk wordt gemaakt, dit feitelijk een vorm van verborgen reclame is die valt onder de richtlijn oneerlijke handelspraktijken. Gewone meningen kunnen natuurlijk niet worden aangemerkt als reclame.

In dit verband is de Commissie van mening dat wetgeving inzake marketing niet het meest geschikte instrument is, aangezien het een kwestie van vrijheid van meningsuiting is. De richtlijn bevat desondanks specifieke waarborgen voor kwetsbare consumenten. Leeftijd is een factor waarmee nationale autoriteiten rekening moeten houden, wanneer ze de eerlijkheid van een praktijk beoordelen. Het verslag over de toepassing van de richtlijn oneerlijke handelspraktijken, dat in 2011 wordt verwacht, zal worden gebaseerd op de ervaringen van de lidstaten, met inbegrip van hun ervaringen op het gebied van de reclame voor kinderen en jongeren, voor zover de gegevens over dit aspect beschikbaar zijn.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Het debat is gesloten.

De stemming vindt woensdag om 12.30 uur plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  Tiziano Motti (PPE), schriftelijk. – (IT) Ik ben het grotendeels eens met het verslag van de heer Juvin over de gevolgen van adverteren voor het consumentengedrag. Ik meen echter dat het voorkomen van de verspreiding van commentaren op sociale netwerken, fora en blogs – die vanwege hun kenmerken moderne vormen van "verborgen reclame" kunnen worden – uitvoerbaar is door het opsporen van de nieuwe strafbare feiten die door internet worden gestimuleerd en de regelgeving voor de bewaring van gegevens uit te breiden tot de content providers op het net in plaats van terug te grijpen op vormen van censuur. Ik vind het namelijk een prioritair recht van iedere burger ook op internet zijn mening vrijelijk te kunnen uiten, tenzij bewezen is dat hij de wet overtreedt. Het verbaast mij dat eraan gedacht wordt commentaar op fora te censureren, omdat daardoor de keuze van de consument bij het doen van aankopen zou kunnen worden beïnvloed, terwijl het voorstel om de huidige Richtlijn 2006/24/EG betreffende de bewaring van gegevens te verbreden om pedofielen te kunnen opsporen die via sociale fora minderjarigen lokken schadelijk wordt geacht voor de privacy van burgers. Meten we dan niet met twee maten? Consumenten, en met name jongeren, moeten beschermd worden tegen verborgen reclame, maar tegelijkertijd moet navenant ook de vrijheid van meningsuiting beschermd worden die een van de pijlers is waarop onze democratieën zijn gestoeld. Ik hoop daarom dat de bevoegde autoriteiten de noodzakelijke instrumenten zullen krijgen om de daders van internetmisdrijven op te sporen door de werkingssfeer van richtlijn 2006/24 te verruimen tot content providers, zoals al gevraagd is in de verklaring van het Europees Parlement van 23 juni 2010 (P7_DCL(2010)0029).

 

22. Regelgeving inzake handel in financiële instrumenten – "dark pools" enz. (korte presentatie)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Aan de orde is het verslag over regelgeving inzake handel in financiële instrumenten - "dark pools", enz. [2010/2075(INI)] - Commissie economische en monetaire zaken. Rapporteur: Kay Swinburne (A7-0326/2010).

 
  
MPphoto
 

  Kay Swinburne, rapporteur. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik vind het moeilijk om aan degenen die niet bekend zijn met financieel jargon, uit te leggen waarover mijn verslag over "dark pools" precies gaat. Het verslag gaat formeel over de handel in financiële instrumenten, met inbegrip van "dark pools", dat wil zeggen financiële transacties en effectentransacties zijn die plaatsvinden zonder pretransactionele transparantie, ook wel aangeduid als "non-displayed trades". Het verslag is, meer in het algemeen, een beoordeling van de tenuitvoerlegging van de richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten (MiFID) van 2007 met betrekking tot aandelen, en het tracht ook in te gaan op structurele problemen die momenteel duidelijk spelen in de aandelenmarkten.

Ik voel me bemoedigd door het hoge niveau van het debat dat in de commissie heeft plaatsgehad, ondanks het feit dat dit een zeer technisch verslag is. Ik ben blij dat het dankzij de grote inspanningen van mijn collega’s is gelukt om brede steun te krijgen in de politieke fracties, waardoor het aantal van 194 amendementen is teruggebracht tot 26 compromissen, waaraan de meeste fracties hun goedkeuring konden geven.

Gezien de timing van dit initiatiefverslag en de culminatie daarvan in een plenaire stemming deze week, denk ik ook dat het Europees Parlement veel heeft toegevoegd aan de onlangs vrijgegeven raadpleging door de Commissie over de MiFID-herziening (MiFID II), die rekening houdt met veel kwesties die in het debat in de commissie naar voren zijn gebracht. Het Europees Parlement vraagt door middel van dit verslag om een aantal onderzoeken naar de verschillende handelsplatformen die momenteel onder MiFID vallen, en verlangt een nadere analyse, om te waarborgen dat platforms die gelijkwaardige diensten bieden, op een gelijk niveau worden gereguleerd.

Ik geloof dat de Commissie in haar raadplegingsdocument mogelijk een stap verder is gegaan, door haar definitie van georganiseerde handelsfaciliteiten te verruimen tot alle platforms die kopers en verkopers samenbrengen. Dit betekent dat mogelijk een grote maas wordt gedicht. Deze oplossing waarborgt echter toch dat de evenredigheid kan worden behouden, doordat aanmerkelijke differentiatie wordt toegestaan binnen de categorieën voor gereguleerde markten, MTF’s, SI’s, BCN’s en derivatenplatforms.

Het voorgestelde nieuwe toezichtniveau voor exploitanten van "dark pools" moet door beleggers worden verwelkomd, want deze kunnen zeker worden misbruikt, ook al bieden ze momenteel bescherming tegen de bredere markt. Door regelgevers volledige toegang tot bedrijfsmodellen te geven moet men waarborgen dat zij kunnen blijven functioneren als een platform voor de discretionaire crossing van orders van klanten, zonder dat zij proporties kunnen aannemen die de prijsvorming nadelig beïnvloeden of een dekmantel kunnen bieden voor marktmisbruik.

Daarnaast zijn het Europees Parlement en de Commissie het op het punt van de MiFID-ontheffingen eens dat deze opnieuw moeten worden vastgesteld en dat hun tenuitvoerlegging in de EU moet worden gestandaardiseerd. De huidige mogelijkheid van arbitrage door verschillende EU-lidstaten om de beste uitlegging van dezelfde regel te vinden mag niet langer mogelijk zijn. Tijdens het opstellen van dit verslag en de wijziging ervan was het duidelijk dat de grootste tekortkoming in de tenuitvoerlegging van de MiFID het ontbreken van een marktversie van een Europese geconsolideerde transactiemeldingsregeling is. Beleggers in de VS begrijpen niet hoe we in de EU kunnen werken zonder een dergelijk instrument. De noodzaak van een dergelijke regeling wordt algemeen onderkend in de sector, in het bijzonder onder beleggersgroepen, maar in de drie jaar sinds de tenuitvoerlegging van de MiFID hebben de marktdeelnemers verzuimd om bijeen te komen en een Europese geconsolideerde transactiemeldingsregeling vast te stellen. Net als de Commissie, is ook de Commissie economische en monetaire zaken terughoudend om verder te gaan dan het mandateren van de goedgekeurde publicatievoorzieningen, maar als er geen marktoplossing wordt gevonden, moet wetgeving worden ondersteund.

De microstructurele aspecten waarmee de aandelenmarkten momenteel kampen, zijn in de commissie onderwerp van verhit debat geweest. Er is overeenstemming dat praktijken zoals flitsorders, "spoofing" and "pinging" oneerlijk zijn of zelfs een vorm van misbruik zijn. De commissie vond het echter veel moeilijker om het eens te worden over de rol van bepaalde marktdeelnemers, in het bijzonder de kosten en baten van strategieën voor hoogfrequente handel. Gezien het ontbreken van duidelijke gegevens, is het moeilijk om harde conclusies te trekken over hun rol – positief of negatief – en dus moeten we, voordat we wetgevende maatregelen voorstellen, ervoor zorgen dat we gegevens hebben, zodat we geen wetgeving opleggen die mogelijk schadelijk is voor het doelmatig functioneren van de Europese markten.

Eigenlijk moeten we de integriteit van onze financiële markten waarborgen. Zij zijn er niet om tussenpersonen of scharrelaars een platform te bieden om met elkaar in wisselwerking te treden. Ze zijn er om een marktplaats te bieden waar beleggers kapitaal naar bedrijven en rechtspersonen kunnen leiden die actief zijn in onze echte economie. Deze basisfunctie van de markten moeten we allemaal heel goed in gedachten houden tijdens de wetgevingsprocedure voor MiFID II.

 
  
MPphoto
 

  Philippe Juvin (PPE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, mevrouw Swinburne, het spreekt vanzelf dat deze tekst zeer ingewikkeld is, maar waarom gaat het in feite? Het gaat er weer om lessen te trekken uit de crisis. Nee, we moeten niet handelen zoals vroeger. Jawel, we moeten de spelregels veranderen, en we moeten weer orde scheppen in het systeem.

Er zijn mensen in de verschillende landen van de Unie die thans profiteren van de crisis en van de bezorgdheid van de mensen om Europa de schuld geven van alles. Overal horen we mensen zeggen: "Het ligt aan Europa dat zaken niet functioneren, het ligt aan de euro, en ik heb de oplossing: we moeten Europa vaarwel zeggen, we moeten een einde maken aan de euro ...". Tegen al die mensen moeten wij blijven zeggen dat wij inderdaad gemeenschappelijke regels nodig hebben, we moeten blijven zeggen dat indien de landen van Europa niet verenigd zouden zijn, indien zij alleen zouden staan, zij nu dood zouden zijn. Inderdaad, wij hebben regelgeving nodig, gemeenschappelijk beleid, gemeenschappelijke regels en een grondig onderzoek van onze regels alsmede een beter functionerend systeem.

Dames en heren, de zaak is in feite zeer eenvoudig: samen zijn we sterk, alleen zijn we dood!

 
  
MPphoto
 

  Csanád Szegedi (NI).(HU) Mijnheer de Voorzitter, dank u wel dat u zo genereus bent geweest met de toebedeling van de tijd. Vanaf nu ga ik erop letten wie de vergadering voorzit en proberen alle vergaderingen die u leidt bij te wonen. Het verslag-Swinburne is in zoverre van groot belang dat we nu eindelijk de regelgeving inzake handel in financiële instrumenten bespreken. De eerste en grootste vergissing in verband met het verslag is dat dit verslag en de oproep tot verdere regulering te laat zijn gekomen. Verder moeten we, indien het regelgevingskader tot dusver onduidelijk is geweest, met terugwerkende kracht en diepgaand onderzoeken wat zich allemaal heeft afgespeeld. Ik ben van mening dat het plan om grote beleggingen uit te sluiten van strenger toezicht een zinloze en volstrekt verkeerde stap is. Niet alleen de aard van de handel, maar ook de uitgegeven derivaten moeten worden onderzocht en nieuwe uitgiften moeten aan strengere regelgeving worden onderworpen.

Feitelijk wordt de inflatie gestimuleerd door derivaten op de financiële markten. De lasten daarvan worden afgewenteld op de burgers, terwijl de winsten binnenstromen bij allerlei internationale rechtspersonen met een niet altijd even duidelijke achtergrond. Voorts is het geen oplossing de op die manier verkregen winststroom te verleggen naar de reële economie, omdat dit ertoe kan leiden dat onze gehele planeet geleidelijk in de zakken van de meest welvarenden verdwijnt.

 
  
MPphoto
 

  Elena Băsescu (PPE). - (RO) Het verslag van mevrouw Swinburne legt het accent op een aantal gelijkheidsvoorwaarden tussen multilaterale handelsfaciliteiten. Ik ben van mening dat het net zo belangrijk is om deze aan hetzelfde niveau van toezicht te onderwerpen. Ik wil de noodzaak onderstrepen van meer geschikte regelgeving voor het verminderen van systeemrisico’s en voor een eerlijke concurrentie op de markt.

Op dit moment is er een zorgwekkend gebrek aan informatie met betrekking tot de handelsstrategieën. De enige manier om werkelijk te begrijpen of de markt correct functioneert, is dat de regulerende autoriteiten over voldoende informatie beschikken. De EAEM zou gemeenschappelijke meldingsnormen en -formaten moeten vaststellen voor alle gegevens, zowel in het kader van het handelssysteem als dat van de handel buiten de beurs om.

Ik ben van mening dat het zinvol is om een analyse uit te voeren van de effecten van het vaststellen van een minimale orderomvang voor alle darkpooltransacties. Zo kan worden vastgesteld of er een adequate transactiestroom plaatsvindt.

 
  
MPphoto
 

  Johannes Hahn, lid van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik zal namens de Commissie en in het bijzonder namens commissaris Barnier antwoorden door te zeggen dat verbetering van de transparantie in de financiële markten en het waarborgen dat alle relevante marktdeelnemers worden onderworpen aan passende niveaus van regulering hoofddoelen van deze Commissie en de G20 zijn.

Ik wil doctor Swinburne en de Commissie economische en monetaire zaken feliciteren met het verslag over handel in financiële instrumenten, "dark pools", enzovoort. Het verslag is een belangrijke stap in het kader van de lopende herziening van de richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten (MiFID). Bij het opstellen van het voorstel tot wijziging van de bestaande richtlijn in 2011 integreren we de aanbevelingen van het verslag stevig met de zienswijzen van de Commissie. De MiFID-herziening is een belangrijk onderdeel van de agenda van de Commissie voor een stabieler en transparanter financieel stelsel dat werkt voor de samenleving en economie als geheel. Veel stukken zijn al ten uitvoer gelegd, niet het minst de introductie van een nieuwe Europese toezichthoudende instantie met ingang van volgende maand.

De Commissie zet zich in om voor de zomer van 2011 met voorstellen te komen op de overige gebieden. We rekenen op de steun van het Europees Parlement om de noodzakelijke hervormingen snel te kunnen vaststellen, teneinde ervoor te zorgen dat ze zo spoedig mogelijk daarna ten uitvoer worden gelegd.

Zoals u weet, is de MiFID een hoeksteen van het Europese regelgevingskader voor financiële markten. De richtlijn is van vóór de financiële crisis, maar heeft, over het geheel genomen, bewezen goed te werken, zelfs in de moeilijke en turbulente tijden van de afgelopen jaren.

Natuurlijk zijn er enkele tekortkomingen naar voren gekomen. De technologische vooruitgang en snelle ontwikkelingen in de financiële markten hebben er ook voor gezorgd dat regulerende instrumenten die enkele jaren geleden nog state of the art waren, nu duidelijk verouderd zijn.

Op 8 december heeft de Commissie voorstellen voor een raadpleging gepubliceerd. We zijn van plan om alle problemen ambitieus en uitvoerig aan te pakken. We erkennen weliswaar dat de oorspronkelijke doelstellingen van de MiFID nog steeds valide zijn, maar de kwesties waar het om gaat, zijn kritieke aspecten van de wijze waarop onze financiële markten werken, hoe open en transparant ze moeten zijn, en hoe beleggers toegang kunnen krijgen tot financiële instrumenten en investeringsmogelijkheden.

Net als het ontwerpverslag van de Commissie economische en monetaire zaken, erkennen wij de noodzaak van verbeteringen in de regelgeving voor nieuwe typen handelsplatforms en handelsmethodologieën. Daarbij moet passend rekening worden gehouden met de aard van de bedrijfstak, teneinde gelijke concurrentievoorwaarden voor de marktdeelnemers en passende bescherming voor beleggers te garanderen, alsook goede bescherming tegen verstorende marktpraktijken.

We zijn het ook eens met de noodzaak de transparantieregels die gelden voor de aandelenhandel, te verbeteren en nieuwe voorschriften in te voeren voor de handel in andere instrumenten. Een ander belangrijk gebied waar het verslag-Swinburne ook op ingaat, is de verbetering van de werking en regulering van de markten voor grondstoffenderivaten in overeenstemming met de beginselen van de G20.

We streven er voorts naar gerichte verbeteringen in te voeren in de bestaande regels met betrekking tot de bescherming van beleggers. Om het vertrouwen van de belegger te herstellen, is het essentieel te verzekeren dat alle producten en verkooppraktijken passend vallen onder gelijke regels.

Deze herziening zal, tot slot, het toezicht en de handhaving in alle financiële markten versterken, en daarbij is een belangrijke rol weggelegd voor de nieuwe Europese Autoriteit voor effecten en markten. De Commissie gaat door met het werk, en daarbij werken haar diensten nauw samen met onze internationale partners, in het bijzonder met de verantwoordelijke regelgevers in de Verenigde Staten, die met dezelfde problemen kampen, teneinde internationale convergentie te garanderen en het gevaar van regelgevingsarbitrage te voorkomen.

Het verslag-Swinburne komt op een belangrijk moment in de hervorming van de regelgeving. We voelen ons bemoedigd door de betrokkenheid die de Europese afgevaardigden tonen, en door het feit dat uw analyses en aanbevelingen zeer nauw aansluiten bij die van ons. Dit verslag versterkt de basis voor het werk dat voor ons ligt.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen om 12.00 uur plaats.

De volgende vergadering vindt morgen, donderdag 14 december 2010, plaats van 9.00 tot 13.00 uur, van 15.00 tot 20.30 uur en van 21.00 tot 24.00 uur.

De agenda is te vinden op de website van het Europees Parlement.

De vergadering is gesloten.

 

23. Agenda van de volgende vergadering: zie notulen
Video van de redevoeringen

24. Sluiting van de vergadering
Video van de redevoeringen
  

(De vergadering wordt om 23.15 uur gesloten)

 
Juridische mededeling - Privacybeleid