Index 
Debatten
PDF 5400k
Woensdag 15 december 2010 - Straatsburg Uitgave PB
1. Opening van de vergadering
 2. Presentatie van het werkprogramma van de Commissie voor 2011 (ingediende ontwerpresoluties): zie notulen
 3. De toekomst van het strategisch partnerschap Afrika/EU na de derde Afrika-EU-top (ingediende ontwerpresoluties): zie notulen
 4. Uitvoeringsmaatregelen (artikel 88 van het Reglement): zie notulen
 5. Voorbereiding van de bijeenkomst van de Europese Raad (16-17 december 2010) - Instelling van een permanent crisismechanisme om de financiële stabiliteit van de eurozone te waarborgen (debat)
 6. Burgerinitiatief (debat)
 7. Stemmingen
  7.1. Beschikbaarstelling van middelen uit het flexibiliteitsinstrument voor het programma Een Leven Lang Leren, voor het programma Concurrentievermogen en innovatie en voor Palestina (A7-0367/2010, Reimer Böge) (stemming)
  7.2. Ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2011, als gewijzigd door de Raad (stemming)
  7.3. Standpunt van het Parlement inzake de nieuwe ontwerpbegroting voor 2011, als gewijzigd door de Raad (A7-0369/2010, Sidonia Elżbieta Jędrzejewska en Helga Trüpel) (stemming)
 8. Uitreiking Sacharov-prijs (plechtige vergadering)
 9. Stemmingen (voortzetting)
  9.1. Beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de mondialisering: Noord-Holland ICT/Nederland (A7-0353/2010, Barbara Matera) (stemming)
  9.2. Toepasselijk recht inzake echtscheiding en scheiding van tafel en bed (A7-0360/2010, Tadeusz Zwiefka) (stemming)
  9.3. Ratingbureaus (A7-0340/2010, Jean-Paul Gauzès) (stemming)
  9.4. Intrekking van richtlijnen inzake metrologie (A7-0050/2010, Anja Weisgerber) (stemming)
  9.5. Burgerinitiatief (A7-0350/2010, Zita Gurmai/Alain Lamassoure) (stemming)
  9.6. Presentatie van het werkprogramma van de Commissie voor 2011 (B7-0688/2010) (stemming)
  9.7. De toekomst van het strategisch partnerschap Afrika/EU aan de vooravond van de derde Afrika-EU-top (B7-0693/2010) (stemming)
  9.8. Grondrechten in de Europese Unie (2009) - Effectieve tenuitvoerlegging na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon (A7-0344/2010, Kinga Gál) (stemming)
  9.9. De gevolgen van adverteren voor het consumentengedrag (A7-0338/2010, Philippe Juvin) (stemming)
  9.10. Actieplan voor energie-efficiëntie (A7-0331/2010, Bendt Bendtsen) (stemming)
 10. Stemverklaringen
 11. Rectificaties stemgedrag/voorgenomen stemgedrag: zie notulen
 12. Goedkeuring van de notulen van de vorige vergadering: zie notulen
 13. Economisch bestuur en artikel 9 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (debat)
 14. De mensenrechten in de wereld in 2009 en het EU-mensenrechtenbeleid (debat)
 15. Samenstelling Parlement: zie notulen
 16. Een nieuwe strategie voor Afghanistan (debat)
 17. Resultaat van de NAVO-Top in Lissabon (debat)
 18. Situatie in Ivoorkust (debat)
 19. Controle door de lidstaten op de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie (debat)
 20. Agenda van de volgende vergadering: zie notulen
 21. Sluiting van de vergadering


  

VOORZITTER: JERZY BUZEK
Voorzitter

 
1. Opening van de vergadering
Video van de redevoeringen
 

(De vergadering wordt om 8.35 uur geopend)

 

2. Presentatie van het werkprogramma van de Commissie voor 2011 (ingediende ontwerpresoluties): zie notulen

3. De toekomst van het strategisch partnerschap Afrika/EU na de derde Afrika-EU-top (ingediende ontwerpresoluties): zie notulen

4. Uitvoeringsmaatregelen (artikel 88 van het Reglement): zie notulen

5. Voorbereiding van de bijeenkomst van de Europese Raad (16-17 december 2010) - Instelling van een permanent crisismechanisme om de financiële stabiliteit van de eurozone te waarborgen (debat)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is de gecombineerde behandeling van:

- de verklaringen van de Raad en de Commissie over de voorbereiding van de bijeenkomst van de Europese Raad (16-17 december 2010), en

- de mondelinge vraag (O-199/2010) van Sharon Bowles, namens de Commissie economische en monetaire zaken, aan de Commissie: Instelling van een permanent crisismechanisme om de financiële stabiliteit van de eurozone te waarborgen (B7-0659/2010).

 
  
MPphoto
 

  Olivier Chastel, fungerend voorzitter van de Raad. (FR) Mijnheer de Voorzitter, voorzitter van de Commissie, commissaris, geachte afgevaardigden, namens de Raad bedank ik u, mijnheer de Voorzitter, voor deze mogelijkheid om hier in het Parlement de onderwerpen door te nemen die tijdens deze Europese Raad ter sprake zullen komen.

Het is duidelijk dat de Europese Raad van morgen en overmorgen doorslaggevend zal zijn voor de versterking van de economische pijler van de Economische en Monetaire Unie. Het belangrijkste onderwerp op de agenda is namelijk de versterking van de financiële stabiliteit. We beleven roerige tijden die zowel de regeringen als de burgers zwaar op de proef stellen. Wij moeten alles doen wat nodig is om ervoor te zorgen dat we de huidige financiële crisis te boven komen en het vertrouwen hersteld wordt.

Sinds het begin van de crisis hebben we laten zien dat wij vastberaden zijn om de maatregelen te treffen die nodig waren om de financiële stabiliteit te handhaven en de terugkeer naar een duurzame groei in de hand te werken. De crisis heeft aangetoond dat er een extra instrument nodig is om de financiële stabiliteit van de eurozone te waarborgen. We hebben daarom een ad-hocmechanisme opgezet dat we nu al gebruikt hebben om Ierland bij te staan. Op termijn hebben we echter behoefte aan een permanent instrument.

Met het oog hierop, en in nauw overleg met de voorzitter van de Europese Raad, zal de Belgische regering bij de volgende Europese Raad, morgenochtend, een voorstel voor een besluit tot wijziging van het Verdrag indienen om een mechanisme ter waarborging van de financiële stabiliteit van de gehele eurozone op te zetten, door middel van aanpassing van artikel 136. De Europese Raad zal worden verzocht zijn akkoord te hechten aan dit ontwerpbesluit en aan de invoering van de vereenvoudigde herzieningsprocedure zoals voorzien in artikel 48, lid 6 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. De bedoeling is om het besluit in maart 2011 formeel goed te keuren en op 1 januari 2013 in werking te laten treden.

De tenuitvoerlegging van het rapport van de taskforce economisch bestuur, waarvan de instelling door de Europese Raad van oktober werd bekrachtigd, is overigens een belangrijke stap vooruit in de versterking van de begrotingsdiscipline, de verbreding van het economisch toezicht en de verdieping van de coördinatie. Dit dossier, waar wij bijzonder veel waarde aan hechten, ligt momenteel ter tafel in zowel het Parlement als de Raad en moet voor komende zomer worden goedgekeurd.

Verder wil ik nog benadrukken hoe belangrijk de nieuwe Europa 2020-strategie voor groei en werkgelegenheid is om ons uit de crisis te halen. Het Belgisch voorzitterschap heeft stappen gezet om deze strategie in de praktijk te brengen en zo een duurzaam economisch herstel te bevorderen.

Naaste deze economische kwesties wil ik nog twee zaken noemen. De Europese Raad zal de betrekkingen van de Europese Unie met haar strategische partners bespreken. De Raad Buitenlandse Zaken, onder voorzitterschap van barones Ashton, heeft voortgangsverslagen opgesteld over drie van zijn partners, te weten de Verenigde Staten, China en Rusland. De Europese Raad zal daarom aandachtig luisteren naar de toespraak van barones Ashton over de betrekkingen van de Europese Unie met haar strategische partners. Barones Ashton zal bovendien worden verzocht om hetzelfde te doen voor andere partners als Oekraïne, Afrika, India en Brazilië, en om in maart 2011 verslag uit te brengen over de stand van zaken ten aanzien van deze contacten.

Ten slotte het verzoek van Montenegro tot toetreding tot de Europese Unie. De Raad Algemene Zaken staat positief tegenover het advies van de Commissie ten aanzien van Montenegro. Het land heeft vooruitgang geboekt om aan de door de Europese Raad van Kopenhagen vastgestelde politieke criteria te voldoen, alsook aan de vereisten van het stabilisatie- en associatieproces. Er moeten echter nog meer inspanningen worden geleverd, met name voor de realisering van de zeven grote prioriteiten in het advies van de Commissie. Gelet op het voorstel van de Commissie heeft de Raad aanbevolen om Montenegro de status van kandidaat-lidstaat toe te kennen. De toekenning van de status van kandidaat-lidstaat zal door deze Europese Raad worden besproken.

 
  
MPphoto
 

  José Manuel Barroso, voorzitter van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, voorzitter van de Raad, geachte leden, deze week zal de Europese Raad zich richten op twee primaire doelen: het bereiken van overeenstemming over de essentiële kenmerken van een toekomstig permanent Europees Stabiliteitsmechanisme voor de eurozone en over de beperkte verdragswijziging die dit mechanisme juridisch waterdicht maakt. Daarom hoop en verwacht ik dat deze Europese Raad zich zal richten op het inlossen van de verwachtingen, op het stabiliseren van de koers en op het versterken van de consensus. Met het bereiken van een akkoord zal deze Europese Raad ook een signaal van eenheid, solidariteit en ondubbelzinnige steun voor het Europees project laten uitgaan, maar het vereist hard werken om zover te komen.

We weten allemaal dat er op dit moment veel op het spel staat voor de Europese Unie en de eurozone in het bijzonder. Veel mensen kijken voor antwoorden naar de Europese Unie: in de eerste plaats de markten, vervolgens onze partners in de wereld, maar bovenal, onze burgers. Wat verwachten zij? Hoe kunnen we hen het beste geruststellen? Voor mij is het antwoord helder. We moeten laten zien dat de Europese Unie de gebeurtenissen onder controle heeft, dat we een actieprogramma hebben waar we aan vasthouden en dat we met één stem spreken en eensgezind handelen. Wat we niet nodig hebben is een schoonheidswedstrijd tussen leiders, een kakofonie van uiteenlopende scenario's, of woorden die niet worden gevolgd door daden.

Inderdaad, we staan voor uitdagingen, maar als u even wat afstand neemt en naar de feiten kijkt, ziet u dat de Europese Unie deze uitdagingen dit jaar ferm tegemoet is getreden. We werden met Griekenland en Ierland met twee bijzondere zaken geconfronteerd. In beide gevallen hebben we de noodzakelijke beslissingen genomen. De realiteit is dat de EU beide keren wist op te treden, maar we moeten vergaande hervormingen doorvoeren om te garanderen dat dergelijke situaties zich in de toekomst niet opnieuw voordoen.

Werkelijk Europees economisch bestuur is daarvoor een noodzakelijke en allereerste voorwaarde. Het pakket voor een economisch bestuur moet daarom worden gezien als dé essentiële bouwsteen in een systeem dat de Europeanen en de markten het vertrouwen geeft dat de juiste structuren aanwezig zijn. Ik hoop dat dit Parlement deze voorstellen van de Commissie met prioriteit zal blijven behandelen, zodat zij halverwege volgend jaar volledig geïmplementeerd kunnen worden.

Ons toekomstig systeem zal een systeem zijn dat gebaseerd is op individuele en collectieve inspanningen, op verantwoordelijkheid en op solidariteit. We gaan snel die kant op. Tegelijkertijd moeten de overheidsfinanciën worden versterkt. Gezonde overheidsfinanciën zijn nodig om het vertrouwen te herstellen dat zo essentieel is voor groei. In veel lidstaten trekt de huidige koers van het fiscale beleid een zware wissel op de duurzaamheid op de lange termijn van de overheidsfinanciën en corrigerende maatregelen zijn nodig.

Uiteraard moeten we verder kijken dan fiscale consolidatie bij het stimuleren van groei en via de Europa 2020-strategie leggen we nu de kiem van de toekomstige groei van Europa. Dat biedt Europa een werkelijk groeiperspectief. Ik zie steeds meer lidstaten die de mogelijkheden van Europa 2000 volledig aangrijpen. Laten we daarop voortbouwen met snelle hervormingen die de groei stimuleren. Als we Europa 2020 serieus nemen, kan dit onze lokale, nationale en Europese economieën in de richting van de bronnen voor de groei van morgen sturen.

We zijn hard aan het werk om over een maand de eerste jaarlijkse groeianalyse te kunnen presenteren. Ik ben ervan overtuigd dat dit voor het Parlement volgend jaar een belangrijk onderwerp wordt. Datzelfde geldt voor de begroting van de Unie en voor de wijze waarop de grote mogelijkheden die deze biedt kunnen worden gebruikt om de groei te stimuleren en banen te creëren.

We moeten ook naar ons bankstelsel kijken en de noodzakelijke maatregelen nemen om te garanderen dat banken in de positie verkeren om de economie op de juiste wijze te financieren, met name kleine en middelgrote ondernemingen. Bij het stabiliseren van economieën waren veel van onze maatregelen ad hoc of tijdelijk. Een ander belangrijk element van onze benadering van verreikende hervormingen moet een permanent stabiliteitsmechanisme zijn.

Dat is het doel van het Europees Stabiliteitsmechanisme. Na een intensief en zeer goed verlopen overleg konden we eind vorige maand de opzet van dit mechanisme presenteren. Ik ben ervan overtuigd dat deze de komende week door de Europese Raad zal worden goedgekeurd, hoewel de precieze contouren in de nabije weken verder uitgewerkt moeten worden.

Het mechanisme moet tevens worden ondersteund door een beslissing om verder te gaan met een beperkte en gerichte verdragswijziging. Nu er consensus is tussen de lidstaten om de route van een verdragswijziging te volgen, moet deze benadering snel vorm krijgen. Het doel van de verdragswijziging is zeer specifiek. Het is een pragmatische, rechttoe rechtaan wijziging die in een specifieke behoefte voorziet. Voor de implementatie is niet meer dan een simpele wijziging nodig. Laten we dus de verleiding weerstaan de zaken te ingewikkeld te maken of kunstmatige koppelingen te leggen met andere onderwerpen en laten we ons niet laten afleiden van de taak die ons wacht. De politieke wil achter de euro is enorm. Zowel het tijdelijke mechanisme als nu het permanente mechanisme zijn essentiële beslissingen die laten zien dat de lidstaten nog altijd bereid zijn hun gewicht in de schaal te leggen ten behoeve van de stabiliteit en integriteit van de euro.

Al deze elementen – economisch bestuur, fiscale consolidatie, het waarborgen van hervormingen die de groei stimuleren, effectieve banken, de Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit en de opvolger daarvan, het Europees Stabiliteitsmechanisme – hangen met elkaar samen. Zij moeten worden benaderd als één geheel waarvan de onderdelen op elkaar ingrijpen om zo een breed antwoord op de crisis te formuleren en ervoor te zorgen dat iets als dit nooit meer kan gebeuren.

De actie van de Europese Centrale Bank draagt hier uiteraard wezenlijk aan bij.

Iedereen is het erover eens dat de actie die dit jaar is ondernomen, het duidelijkst ten behoeve van Griekenland en Ierland, ook in het bredere belang van de hele Europese Unie en al haar lidstaten is. Deze berust in belangrijke mate op fundamentele beginselen van solidariteit, collectieve verantwoordelijkheid, het delen van risico's en het verlenen van wederzijdse steun in tijden van nood. Ik weet dat deze beginselen dit Parlement nauw aan het hart liggen. Ze liggen ook mij na aan het hart en daarom begrijp ik goed dat er ook andere ideeën zijn geopperd om deze beginselen via andere mogelijke mechanismen vorm te geven.

Laat ik helder zijn op dit punt. Euro-obligaties zijn op zich een interessant idee. In 2008 heeft de Commissie dit idee zelf naar voren gebracht bij een evaluatie van de eerste tien jaar EMU. Maar we verkeren in een crisissituatie en we hebben al financiële mechanismen om deze crisis aan te pakken, zoals de Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit. Deze mechanismen zijn nog lang niet uitgeput en kunnen verbeterd en aangepast worden, sneller dan alle alternatieven, hoe interessant deze ook zijn.

Hoewel ik goed begrijp dat u over alle mogelijke oplossingen na wilt denken, is het nu tijd om onmiddellijk te handelen. We hoeven het idee niet onmiddellijk af te schieten, maar laten we ons op dit moment concentreren op hoe we tot overeenstemming tussen de lidstaten kunnen komen, op wat we snel en resoluut kunnen doen.

Laten we samenwerken om dit jaar af te sluiten met een boodschap van vertrouwen dat de Europese Unie één gemeenschappelijke visie heeft op haar economie en bezig is die in de praktijk te brengen. Laten we dat doen in het volle besef van onze bestemming en laat die bestemming ook glashelder zijn: een sterke en stabiele eurozone in een steeds hechtere Europese Unie.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Ik wil de fungerend voorzitter van de Raad, de heer Chastel, en de voorzitter van de Commissie, de heer Barroso, graag hartelijk bedanken voor hun inleiding op het debat. We hebben het over iets heel belangrijks: het te boven komen van de crisis en het scheppen van banen zijn voor onze burgers de eerste prioriteiten en dat zijn dan ook precies de onderwerpen waarmee de Europese Raad zich morgen en overmorgen vooral zal bezighouden.

 
  
MPphoto
 

  Joseph Daul, namens de PPE-Fractie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de Europese Raad van deze week vindt plaats onder bijzondere omstandigheden: speculatiegolven tegen de euro, wederopleving van de euroscepsis en de eerste gedachtewisselingen over de financiën van Europa, terwijl het Parlement op het punt staat om de begroting voor 2011 goed te keuren.

Dat heeft uiteraard allemaal met elkaar te maken. De eurocrisis en de solidariteitsmaatregelen zijn van invloed op de koopkracht van de Europeanen en zij vragen zich af of dit allemaal wel de moeite waard is, of het iets zal opleveren. Daarom neemt ook de euroscepsis toe, zelfs in landen die tot nu toe altijd traditioneel pro-Europees waren. Dit fenomeen wordt opgepakt door populistische en extremistische politieke krachten die inspelen op angstgevoelens, de neiging hebben om zich in zichzelf terug te trekken en er, als ze eenmaal in de regering zitten, achter komen dat ze zelf ook geen wondermiddel hebben.

Ik wil beginnen met de euro, die wij moeten beschermen en versterken, maar waar wij ook vragen over moeten stellen.

Eerste vraag: heeft Europa ooit eerder zo een stabiele munt als de euro gehad? Ik zeg dit tegen degenen die met weemoed terugdenken aan hun nationale munt: een terugkeer naar de oude situatie zou desastreuze gevolgen voor Europa hebben.

Tweede vraag: wie is er verantwoordelijk voor de aanvallen waarvan de euro al maanden het slachtoffer is? Wie profiteert er van deze misdaad als ik dat zo mag noemen? Ik ben geen aanhanger van complottheorieën, maar ik voer gesprekken met politieke leiders en financiële analisten en alles wijst in de richting van de bron van onze problemen. Wanneer gaan we hier iets van leren? Dat zeg ik rechtstreeks tegen onze vrienden.

Derde vraag: waarom is de euro nog steeds 1,30 dollar waard? Dat is een groot probleem voor de export en iedereen zegt dat het gedaan is met de euro. Waarom moeten onze landen een streng begrotingsbeleid voeren, terwijl onze concurrenten van hun zwakke munt profiteren om hun economieën te stimuleren? Die vraag stellen onze burgers aan ons. Deze vragen zijn mij de afgelopen twee weken gesteld tijdens vergaderingen met gekozen politici.

Dames en heren, wat wij nodig hebben is een duidelijke boodschap van vertrouwen om uit de crisis te komen, maatregelen die nodig zijn voor het herstel van de groei, concrete maatregelen zoals die onlangs genomen zijn door de Commissie-Barroso om de interne markt een impuls te geven en de financiële markten te stimuleren. Wat wij nodig hebben en wat de eurocrisis heeft laten zien, is dat het sociaal beleid en het begrotingsbeleid moeten convergeren. Daar is moed voor nodig. Fungerend voorzitter van de Raad, voorzitter van de Commissie, ga alstublieft een stap verder en doe het snel, dan kunnen we heel wat problemen oplossen.

Er zal de komende jaren heel veel moed nodig zijn als we onze landen sterker willen maken in de wereldwijde concurrentiestrijd, als we het geld van de belastingbetaler zo efficiënt mogelijk willen uitgeven. We moeten de uitgaven in de hand houden op alle niveaus: lokaal, regionaal, nationaal en Europees. De politieke en financiële prioriteiten van de Europese Unie moeten opnieuw worden bezien, de openbare financiën van Europa moeten tot op de bodem worden uitgezocht, ook op dit gebied moeten we de juiste vragen stellen en, afhankelijk van de antwoorden die we daarop geven, ons begrotingskader aanpassen voor de periode 2014-2020.

Het is een fundamenteel debat waarvan het Europees Parlement vindt dat we het moeten voeren, een inhoudelijke discussie die wij moeten voeren als rechtstreeks verkozen vertegenwoordigers van 500 miljoen Europeanen, en wij willen daar volledig aan deelnemen, of bepaalde regeringen dat nu willen of niet.

Ik vraag de Europese Raad om in te stemmen met dit voorstel en zo nodig over te gaan tot een stemming. Diegenen die ons niet de mogelijkheid willen geven om deel te nemen aan het debat, moeten hun verantwoordelijkheid nemen. Het is voor ons geen machtskwestie, we willen deelnemen aan een debat dat doorslaggevend is voor de opbouw van Europa. We moeten het kwaad met wortel en tak uitroeien, we moeten de juiste besluiten nemen die nodig zijn om van de Europese begroting een echte investeringsbegroting te kunnen maken.

Als onze lidstaten door de noodzaak van bezuinigingen minder kunnen investeren in onderwijs, opleiding, onderzoek en innovatie, moeten we dat op Europees niveau doen door onze middelen te bundelen en op die manier schaalvoordeel te boeken.

De Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten) vindt dat het debat over de financiën van Europa niet mag verworden tot een ruzie tussen de lidstaten die hun geld terug willen hebben. Integendeel, we moeten onze burgers weer verzoenen met Europa door ze te laten inzien wat de toegevoegde waarde is van een visionaire Europese samenwerking.

Ik reis momenteel langs alle Europese hoofdsteden en ik kan u vertellen dat het debat werkelijk wordt gevoerd, doe daar uw voordeel mee. Ik wil het Belgisch voorzitterschap bedanken, het is bijna Kerstmis, het nieuwe jaar staat voor de deur en dit voorzitterschap loopt bijna ten einde, voor de zeer goede samenwerking met het Parlement, evenals José Manuel Barroso, die de moed heeft gehad om toe te zeggen vóór juni met een tekst over kapitaaleisen (eigen middelen) te komen. Ik denk dat we samen verder moet gaan op de ingeslagen weg, de staatshoofden en de regeringsleiders moeten ons daarin volgen. Wij moeten hen laten zien welke kant we opgaan.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Martin Schulz, namens de S&D-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, volgens mij zijn we nog niet vaak aan het eind van het jaar met meer redenen tot grote zorg bijeengekomen. Grote zorg, omdat de vertrouwenscrisis in Europa steeds grotere en ernstigere vormen aanneemt. Deze vertrouwenscrisis heeft oorzaken. Ik zal proberen hier een aantal van deze oorzaken te beschrijven. Mijns inziens hebben we te maken met een dubbele salamitactiek. Degenen die de bevolking van het land in kwestie niet vertellen hoe het er werkelijk voorstaat, gebruiken deze tactiek. Het vertrouwen van mensen wordt flink geschaad als regeringen hun bevolking zeggen, relax, geen probleem, we hebben alles onder controle, en dan plotseling aankomen met de mededeling dat vele miljarden aan hulp nodig zijn. Dat hebben we nu al tweemaal meegemaakt. En ik weet niet of het niet nog een keer zal voorkomen dat regeringen zeggen dat ze alles onder controle hebben en hun leningen kunnen financieren, zelfs als de rente stijgt. En dan komen ze opeens aan en willen hulp, vragen om een vangnet. Dat kan gewoon niet. We moeten een inventarisatie maken van de reële schulden van landen en ook van banken. Volgens mij wekt het meer vertrouwen als we zeggen: "Dit is de situatie zoals zij is", zelfs al is deze niet best. Als alle kaarten op tafel liggen, kunnen we gemakkelijker naar oplossingen zoeken.

Ook de andere kant maakt echter gebruik van de salamitactiek, namelijk wanneer de sterke landen zeggen: "Wij hoeven geen hulp te bieden". Als deze hernationalisatiegeluiden klinken: "We gaan toch niet voor de rest betalen", hoewel degenen die dit zeggen maar al te goed weten dat we elkaar natuurlijk uiteindelijk moeten helpen en met geld over de brug zullen moeten komen. De salamitactiek waarbij de bevolking niet de waarheid te horen krijgt terwijl je weet dat je in je eigen belang betaalt en moet betalen, is net zo funest voor het vertrouwen.

En de verschillende geluiden in de Europese Raad waar we ons nu op voorbereiden? De één zegt ja tegen euro-obligaties, de ander juist nee tegen euro-obligaties. De één zegt reddingspakket stabiliseren en uitbreiden, de ander juist niet uitbreiden. Ik vraag me af wat de logica is van de uitspraak dat het allemaal maar tijdelijke maatregelen zijn, omdat alles onder controle is, terwijl die tijdelijke maatregelen wél in het Verdrag opgenomen moeten worden, zodat ze ook op de lange termijn beschikbaar zijn. Echt iedereen ziet de tegenstrijdigheid hierin, en ook dat schaadt het vertrouwen. Het vertrouwen loopt overigens ook een deuk op als een regering in de zomer de banken aan een stresstest onderwerpt en een aantal maanden later vaststelt dat de stresstest in feite een stresstest voor de euro was, en niet voor de banken.

We hebben te maken met een vertrouwenscrisis, en ik moet u zeggen, mijnheer Barroso, dat wat u vanochtend zei dan wel juist mag zijn, maar klinkt als dat we niet zoeken naar de beste oplossingen en deze in praktijk brengen, maar kijken welke minimale consensus we vrijdag kunnen bereiken. Dat is absoluut onvoldoende. Daar wordt de vertrouwenscrisis alleen maar groter van. Een politiek die de markt alleen maar op korte termijn tot rust brengt, volstaat niet. We hebben een politiek nodig die markten stabiliseert en de euro stabiliseert. Waarom heeft hier en in de Europese Raad eigenlijk niemand het over de waarde van de euro op de internationale valutamarkt? De euro is vandaag 1,34 Amerikaanse dollar waard. De laagste waarde tijdens de crisis was 1,20, bij de invoering 1,15. De euro is een stabiele munt. In de concurrentie tussen continenten, waarbij regio's op economisch vlak met elkaar concurreren, tellen niet langer de afzonderlijke nationale munteenheden, maar wordt gekeken naar de valutaconstructie van de regio in kwestie. De eurozone is economisch en sociaal absoluut de sterkste economische regio ter wereld. Alleen bevindt ze zich op politiek gebied in een situatie waarin degenen die de verantwoordelijkheid dragen deze feitelijk sterke zone verzwakken omdat ze zich bij hun beleid te veel bezighouden met het op korte termijn sussen van nationale discussies. De euro is sterk. De euro zou nog veel sterker kunnen zijn als degenen die het politieke kader vormen en de verantwoordelijkheid dragen eindelijk hun plicht vervullen en moedige en eenvormige beslissingen nemen op sociaal en economisch vlak om een einde te maken aan de vertrouwenscrisis. Kijk naar wat er aan de hand is in Londen, in Parijs, in Rome. Als we geen einde maken aan deze vertrouwenscrisis, zullen we de komende jaren op grote problemen stuiten.

Daarom mijn oproep aan de Raad: ik ben een voorstander van euro-obligaties. Als er andere oplossingen zijn, graag, maar zorg er eindelijk eens voor dat de euro intern wordt gestabiliseerd; naar buiten toe is hij sterk genoeg.

 
  
MPphoto
 

  Guy Verhofstadt, namens de ALDE-Fractie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik denk dat er in het leven één regel is die overal geldt: als een groep wordt aangevallen, dan moet men solidair en standvastig reageren. In 2010, toen de euro werd aangevallen, is precies het tegenovergestelde gebeurd, we zijn het na de Griekse crisis niet meer met elkaar eens geweest, er was geen sprake van eenheid en al helemaal niet van solidariteit.

Nu moeten we het lef hebben – ik zeg dit ook tegen de voorzitter van de Commissie – om toe te geven dat alle tijdelijke maatregelen niet volstaan. Dat is niet mijn analyse, dat is de analyse van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), van de heer Trichet, per slot van rekening de baas van de euro, de president van de Europese Centrale Bank, die van mening is dat alle maatregelen die zijn genomen en die nog in de pipeline zitten niet ver genoeg gaan.

Iedereen zegt dat er op vier punten iets moet gebeuren: allereerst een stabiliteitspact met echte sanctiemechanismen; ten tweede een groter en permanent crisisfonds – dat zeg ik niet, de heer Trichet zegt dat het fonds groter moet, de regeringsleiders willen dat niet, en we willen dat het vertrouwen in de markten terugkomt; ten derde, een economisch en begrotingsbestuur dat reëel is, een fiscale en economische unie; en ten vierde, één euro-obligatiemarkt.

Deze vier zaken moeten er komen, want nergens ter wereld, beste leden, bestaat er een munt die niet ondersteund wordt door één regering, één economische strategie en één obligatiemarkt. Dat bestaat nergens. En wat wordt er vandaag tegen ons gezegd, hier in deze vergadering? Er wordt tegen ons gezegd: "Ja, een prima idee, maar we moeten nog even wachten". Wachten waarop? Wachten op de totale chaos of wachten tot de euro is verdwenen!

Nee, moeten we nu een beslissing nemen en ik verwacht van de Commissie, mijnheer de Voorzitter, niet dat zij vandaag zegt: "Ja, het zal moeilijk worden, we moeten niet verdergaan met deze discussie over de euro-obligaties; het is een prima idee, maar het is nog niet het juiste moment want we hebben dat crisisfonds, dat nu permanent wordt." Het een heeft niets met het ander te maken. Het crisisfonds is nu nodig om de aanvallen op de euro af te slaan, maar de euro-obligaties zijn nodig voor de stabiliteit van de euro op termijn, op middellange termijn en op lange termijn. Dat is geen tegenstrijdigheid, we hebben ze allebei nodig, zoals overal ter wereld het geval is.

Ik denk dus dat naast de regeringsleiders die hier morgen en overmorgen over zullen praten en die gaan zeggen "Ja, we gaan het verdrag wat wijzigen en we gaan het crisisfonds permanent maken, dat uitgebreid moet worden, zoals ook alle anderen vragen", dit het geschikte moment is voor de Commissie om zo snel mogelijk met een moedig, dapper, coherent pakket te komen met deze vier elementen. Wat betreft het Stabiliteits- en groeipact met reële sanctiemechanismen kan het Parlement zijn werk doen, aangezien het pakket er is en we zullen terugkomen op de oorspronkelijke voorstellen van de Commissie. Wat betreft de andere drie elementen, een uitgebreid crisisfonds, ja, maar stel het maar voor. Stel het voor! Neem een standpunt in over dit thema en zeg dat het crisisfonds moet worden uitgebreid. Waarom? Omdat daarmee de speculatiegolven tegen de euro worden gestopt. Ten tweede, stel een globaal pakket voor over een fiscale en economische unie, en ten derde, ben niet bevreesd, stel één euro-obligatiemarkt voor, want we weten allemaal dat die de euro op termijn zal stabiliseren.

 
  
MPphoto
 

  Daniel Cohn-Bendit, namens de Verts/ALE-Fractie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, voorzitter van de Commissie, dames en heren, er is toch iets vreemds aan de hand. Mijnheer Chastel, u had het over de volgende top. U had ons kunnen vertellen dat sommige dingen wat onzeker waren voor deze top en u had kunnen zeggen dat de toon van bepaalde debatten misschien wat gematigd zou moeten worden.

Mijnheer Barroso, ik denk dat we er niets mee opschieten als we niets zeggen en niets doen. Martin Schultz heeft gelijk: de realiteit van de crisis moet worden benoemd, de dingen moeten bij de naam worden genoemd, maar onze politieke onmacht moet ook worden genoemd, evenals de redenen voor die onmacht. Het heeft helemaal geen zin om te zeggen dat we de juiste beslissingen hebben genomen. U weet net zo goed als ik, dat weten we allemaal, dat we te laat beslissingen hebben genomen. We zetten een stap vooruit en doen er twee terug. Ik zeg niet dat dit aan u ligt, integendeel, ik vind juist dat de Commissie een stabiele factor is geweest op een moment waarop scherpzinnigheid ver te zoeken was. Maar – ik geloof dat Guy Verhofstadt de juiste vraag stelde – welke strategie moeten wij volgen in de komende maanden?

De strategie is volgens mij heel eenvoudig: de Commissie stelt een stabiliteitspact voor, wat zij al heeft gedaan, waarin de noodzakelijke stabiliteit staat omschreven, dus de verantwoordelijkheid van allen ten aanzien van de euro, en een solidariteitspact waarin de solidariteit bepaald wordt die wij nodig hebben. Er is geen stabiliteit zonder solidariteit. De discussie tussen mevrouw Merkel en mijnheer die en die interesseert ons niet meer. Ja, het standpunt van sommige landen, waaronder Duitsland, die zeggen dat stabiliteit nodig is en dat dit niet meer mag gebeuren, dat klopt. Ja, mits wij tegelijk zeggen dat de solidariteit ons dwingt de mogelijkheid te scheppen de euro te beschermen met euro-obligaties om te investeren, om ecologische en economische veranderingen teweeg te brengen. We moeten investeren, maar op nationaal niveau kan dat niet meer. Er zitten twee kanten aan onze munt, stabiliteit aan de ene en solidariteit aan de andere kant, en daartussenin zit die verantwoordelijkheid.

Voorzitter van de Commissie, dien een voorstel in tot herziening van de werking van de Europese Unie om met euro-obligaties tot die stabiliteit en solidariteit te komen, en wel zo dat er geen speculatie meer kan bestaan tegen de schulden van bepaalde landen, terwijl u met die euro-obligaties bovendien meteen kunt gaan investeren.

De heer Oettinger heeft ons verteld dat er 1 000 miljard euro nodig is voor de hervorming van de energiesector, maar waar wil hij dat vandaan halen? Gaat hij soms meedoen aan de lotto? Het is volstrekt absurd om te zeggen dat we 1 000 miljard euro nodig hebben zonder erbij te vertellen hoe we aan het geld moeten komen voor deze economische veranderingen.

De strategie is dus heel simpel, de Commissie stelt voor, het Parlement wijzigt en beslist en de Commissie en het Parlement nemen een standpunt in tegen of voor de Raad, en de Raad moet reageren ten aanzien van dit gemeenschappelijke standpunt. Zo simpel is het. De enige oplossing in het debat van vandaag. Als we moeten wachten totdat mevrouw Merkel besluit om een beslissing te nemen een kwartier voordat zij die beslissing moet nemen, nou, dan kunnen we lang wachten. Tegen de tijd dat ze een beslissing neemt, hebben we de trein gemist. Natuurlijk kunt u tegen me zeggen dat er wel weer een andere trein komt, dat het niet erg is, dat we altijd de volgende nog kunnen nemen. Maar zo gaat dat niet. Gorbatsjov zei het al, "wie te laat is, wordt door de geschiedenis gestraft".

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

Ik wil niet dat Europa gestraft wordt door de geschiedenis. Neem uw verantwoordelijkheid. Wij nemen die van ons en we moeten de Raad laten zien dat de politieke stabiliteit die we nodig hebben hier ligt, in de Commissie en in het Parlement, op die manier gaan we de instabiliteit van de Raad het hoofd bieden.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Timothy Kirkhope, namens de ECR-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik deel de hoop dat er in de Europese Raad overeenstemming wordt bereikt over maatregelen ter kalmering van de markten en voor herstabilisatie van de eurozone, omdat we, of we nu lid zijn of niet, daar allemaal belang bij zouden moeten hebben.

Vóór de vergadering kregen we te horen dat meer sancties een centraal element van de oplossing zouden zijn, maar willen ze effectief zijn, dan moeten sancties ook geloofwaardig zijn. Wat dit aangaat zijn de prestaties in het verleden van de Unie niet al te best. Automatische toepassing ervan maakt sancties niet echt geloofwaardiger indien de overtuiging blijft bestaan dat er een politieke oplossing gevonden zou kunnen worden om ze te voorkomen. Wat leden van de eurozone echt nodig hebben, is de politieke wil om hun huidige verplichtingen na te komen.

We hebben horen fluisteren dat een essentieel onderdeel van de oplossing is dat de particuliere sector moet meedelen in de last van toekomstige financiële reddingsoperaties. Maar het zou een afschuwelijke paradox zijn als de voornaamste consequentie van zo'n initiatief een verhoging van de leenkosten voor een aantal van de zwakkere lidstaten uit de eurozone zou zijn, waarmee een volgende crisis in de hand zou worden gewerkt.

We hebben recentelijk een omvangrijk proces van hervorming van het Verdrag afgerond en met dat hervormingspakket zou, zo zei men, het boek van een verdragswijziging voor een generatie worden gesloten. Nog geen paar maanden later beginnen we nu blijkbaar met het volgende.

Ons is ter geruststelling gezegd, ook door de voorzitter van de Commissie, dat er slechts wijzigingen van beperkte omvang nodig zijn, maar de Duitse regering denkt daar blijkbaar anders over. Dr. Schäuble, de Duitse minister van Financiën, lijkt de deur te hebben geopend naar een nieuwe ronde van integratie die tot een fiscale unie en uiteindelijk tot een politieke unie leidt.

Waar gaat dit eindigen? Toch zeker niet in nog een verloren decennium met de nadruk op het verkeerde soort hervormingen? Europa heeft economische hervormingen nodig, discipline in de overheidsfinanciën, verdieping van de interne markt, wijzigingen in de arbeidswetgeving om de werkgelegenheid een impuls te geven en een pakket aan maatregelen om het Europa 2020-programma tot een succes te maken.

Dat zijn de essentiële hervormingen, door commissievoorzitter Barroso zo krachtdadig en correct geformuleerd in het programma voor zijn Commissie, maar ik ben bang dat deze gelegenheid ons nu al door de vingers aan het glippen is. Het afschuwelijke risico is dat Europa in feite ondermijnd zou kunnen worden, ook al praat men over opbouwen, en terwijl je hoopt op een sterker Europa wordt het juist zwakker doordat de onderliggende economische problemen blijven liggen.

Wij zijn van mening dat de Europese Raad prioriteit moet geven aan het bereiken van overeenstemming over een beperkt aantal specifieke maatregelen, zodat leden van de eurozone elkaar door de directe crisis heen kunnen helpen zonder de lasten bij lidstaten te leggen die hebben gekozen daarbuiten te blijven, om daarna nogmaals duidelijk te maken dat het van essentieel belang is dat we het langetermijnrisico aanpakken waarmee we worden geconfronteerd: het risico dat ons economische concurrentievermogen blijvend ineenstort.

 
  
MPphoto
 

  Lothar Bisky, namens de GUE/NGL-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, waarde collega's, de mondiale economische en financiële crisis houdt ons nu al drie jaar bezig. Eén ding kunnen we uit de langdurige discussie concluderen: we pakken met onze maatregelen niet de oorzaken van de crisis aan, maar doen nog steeds slechts aan symptoombestrijding. Ik herhaal nog maar eens: beslissingen op EU-niveau mogen niet worden gestuurd door de financiële markten. Het is onacceptabel dat de banken tot nog toe nagenoeg ongemoeid zijn gelaten, vrolijk doorgaan met speculeren, terwijl de risico's van hun handelen worden afgewenteld op de staat. De rigoureuze bezuinigingspakketten voor Griekenland en Ierland zadelen de bevolking op met de kosten van de crisis die zij niet heeft veroorzaakt. Dit zet een rem op de consumptie en verhindert de nodige economische opleving. Een drastische bezuinigingskoers stuurt andere landen waar een crisis dreigt, zoals Portugal of Spanje, in de richting van de situatie waarin Griekenland en Ierland zich bevinden.

Het aanpassen van financiële instrumenten of het aanbrengen van vangnetten alleen lost de problemen niet op. Een permanent mechanisme voor handhaving van de financiële stabiliteit moet maatregelen omvatten die het reilen en zeilen van de markt reguleren. Dit behelst onder andere de invoering van een belasting op financiële transacties en verplichte sociale minimumnormen. Daarnaast moeten we de statuten van de Europese Centrale Bank zo wijzigen dat ze noodlijdende landen op directe wijze, zonder tussenkomst van de banken, financieel kan steunen.

Daarmee zouden we een begin maken – inderdaad, een begin, maar wel een begin dat al lang geleden had moeten plaatsvinden. Voor alle duidelijkheid: nationale bekrompenheid houdt regelingen voor een effectieve controle op de financiële markten tegen. De staatshoofden en regeringsleiders zetten een rem op vooruitgang in de juiste richting. De Duitse bondskanselier hoort daar wat mij betreft ook bij.

 
  
MPphoto
 

  Nigel Farage, namens de EFD-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, 2010 zal worden herinnerd als het jaar waarin de diepe barsten in het europroject aan het licht kwamen en de mensen in Europa tot grote verbijstering van hun leiders wakker werden.

En daar is dus de volgende top, de volgende crisis, terwijl het vertrouwen in de euro elke week afneemt. Het is net of je in slow motion naar een auto-ongeluk zit te kijken en dan wilt u een permanent reddingsmechanisme. U denkt dat alles goed komt als u over een fonds met laten we zeggen één miljard euro beschikt. Maar dat is niet zo. Het mislukken van de euro heeft niets te maken met speculatie. Het heeft niets te maken met de markten, of het nu geld of obligaties betreft, het is omdat het noorden en het zuiden van Europa op dit moment, of op welk moment dan ook, niet in één monetaire unie passen. Dat werkt gewoon niet.

En politiek gezien zult u het Verdrag natuurlijk moeten veranderen. De reden daarvan is dat de vier Duitse hoogleraren zullen winnen in Karlsruhe. Zij zullen aantonen dat de reddingsoperaties die u al in stelling heeft gebracht, onder de Verdragen feitelijk illegaal waren.

Goed, ik veel opzichten verwelkom ik deze verdragswijziging omdat deze betekent dat er in Ierland een referendum noodzakelijk is. En je weet maar nooit, misschien houdt David Cameron zijn belofte wel en komt er een referendum in het Verenigd Koninkrijk. Ik ben ervan overtuigd dat u allen, als democraten, een referendum over de EU in het Verenigd Koninkrijk zou toejuichen.

Aan het eind van 2010 zouden we niet alleen bespiegelingen over de toestand van de Unie moeten houden, maar ook over de toestand van België. Zes maanden geleden zat het Belgische fungerend Raadsvoorzitterschap ons hier te vertellen dat we verregaander moesten integreren. Wat een farce. In uw eigen land is er al vanaf juni geen regering. Hier is een non-land bezig ons land op te heffen. Het is echt één grote farce, maar niemand hier durft dat toe te geven omdat u allemaal in de ontkenningsfase verkeert. België is de Europese Unie in het klein. België is bezig in stukken uiteen te vallen en de rest volgt. Prettige kerstdagen iedereen.

 
  
MPphoto
 

  Sharon Bowles, rapporteur. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, we staan opnieuw naar de kleefpleister te kijken, waarbij we ons afvragen of deze groot genoeg is om de wond af te dekken. In juli heb ik gevraagd wanneer de Commissie het verwachte wetgevingsvoorstel voor een permanent crisisbeheersmechanisme voor staatsschulden verwachtte en wat de rechtsgrondslag daarvan zou zijn. Ik heb daarnaast een groot aantal andere vragen gesteld, zoals over de relatieve ranking van de verschillende fondsen en de verhoudingen waarin deze zouden worden gebruikt. De gebeurtenissen hebben laten zien dat het antwoord er in feite op neerkomt dat we het niet weten en dat het gaandeweg moet blijken.

Ik kan me daar eigenlijk wel enigszins in verplaatsen, in zoverre dat we ons op nieuw terrein bevinden en er nieuwe plannen moeten worden gemaakt. Maar ik herhaal nog eens, als een uitvoerig vervolg op verklaringen, of die nu van de Commissie zijn of van de Raad, uitblijft, wordt het voordeel van conclusies daarmee tenietgedaan. Er is op mijn vragen van juli alleen antwoord gekomen inzake de Ierse hulpoperatie, en dat vind ik betreurenswaardig, niet in de laatste plaats als het kleinste fonds, dat uit de EU-begroting, gebruikt wordt voor een aandeel dat gelijk is aan dat van de grotere fondsen. Het Parlement werd ondanks mijn eerdere vragen niet geraadpleegd.

Nu sta ik hier om naar verdere bijzonderheden te vragen naar aanleiding van de conclusies van de Raad van oktober, waarin de Commissie gevraagd werd aan een beperkte verdragswijziging te werken die noodzakelijk is om een permanent mechanisme voor crisisoplossing te kunnen realiseren. Men zei ook dat de particuliere sector bij een en ander betrokken moest worden, wat de markt verontrustte, omdat dit onvoldoende werd toegelicht. Ook werd daarmee het door mij genoemde regelgevingsprobleem van een risicoweging van 0 procent voor staatsschuld in de eurozone onderstreept, wat de marktdiscipline heeft ondermijnd en tot verkeerde prikkels heeft geleid.

Vervolgens kondigde de Eurogroep aan dat het permanente mechanisme gebaseerd zou zijn op de Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit en dat de particuliere sector hierbij op incidentele basis betrokken zou kunnen worden, in lijn met de praktijk van het IMF. Kunnen we nu om te beginnen nadere bijzonderheden krijgen over de verdragswijziging en de procedure? Het Parlement moet weten of deze adequaat zijn. Nog meer rommelen met artikel 136 is niet het antwoord. In de tweede plaats, moet het nieuwe instrument gebaseerd zijn op een intergouvernementele aanpak, want zo werkt de EFSF, of zal het in feite communautair zijn, zoals het volgens ons zou moeten zijn? Ten derde: wat zijn de technische mogelijkheden en voorwaarden? Het spreekt voor zich dat het mechanisme wordt gebaseerd op de technische realiteit en dat het robuust, betrouwbaar en duurzaam is. En ik zou daaraan willen toevoegen: betaalbaar. In de vierde plaats: worden lidstaten die nog niet bij de euro zijn aangesloten uitgenodigd deel uit te maken van het mechanisme? Dat lijkt met name relevant voor degenen die schulden opbouwen in euro's.

We hebben gevraagd wanneer een en ander zou gebeuren en het antwoord was januari 2013. Maar welke rol ziet de Commissie voor het Parlement? Het Parlement en mijn commissie zijn inderdaad vastbesloten om hun rol te spelen, zeker omdat we steeds voorop hebben gelopen in het denkproces. Als wij al niet voldoende worden geraadpleegd en geïnformeerd, wat betekent dat dan voor nationale parlementen en burgers? Deze kwestie is onlosmakelijk verbonden met het pakket voor een economisch bestuur. De maatregelen ter verbetering van het Stabiliteits- en groeipact, het toezicht en het Europees Semester richten zich allemaal op het voorkomen van een volgende crisis en ze dienen ter monitoring van de herrijzenis uit de huidige economische crisis.

Dit mechanisme is geen tovermiddel dat we zo maar aan de muur kunnen prikken om de marktdiscipline te bewaken. De oplossing voor de euro is het erkennen van de behoefte aan volledige politieke discipline, in combinatie met volledige marktdiscipline. Deze crisis is ontstaan doordat beide in het verleden zijn ondermijnd.

 
  
MPphoto
 

  Olli Rehn, lid van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, geachte leden, ik wil graag mevrouw Bowles bedanken voor haar vraag en voor de ontwerpresolutie over het permanente mechanisme. Ik zal proberen u het standpunt van de Commissie te schetsen inzake de vijf vragen die in de mondelinge vraag zijn gesteld.

De Europese Raad van oktober nodigde voorzitter Van Rompuy samen met de Commissie uit voor overleg over een beperkte verdragswijziging die nodig was om tot een permanent mechanisme voor crisisoplossing te komen. Naar verluidt impliceert een beperkte verdragswijziging het gebruik van de vereenvoudigde herzieningsprocedure op basis van artikel 48 van het Verdrag.

De beperkingen van deze procedure houden in de eerste plaats in dat deze alleen verdragswijzigingen toestaat van het type dat de bevoegdheden die aan de Unie zijn toegedeeld niet vergroot, en in de tweede plaats is deze beperkt tot wijzigingen in het derde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, over het beleid en intern optreden van de Unie.

Het lijkt erop dat de lidstaten de voorkeur hebben voor een zeer beperkte verdragswijziging waarvoor artikel 136 waarschijnlijk als grondslag zal dienen, waarvan de bepalingen specifiek zijn voor de lidstaten van de eurozone. De zaak zal uiteraard worden besproken in de Europese Raad van deze week. Welke verandering er ook wordt voorgesteld, het Parlement zal er formeel over worden geraadpleegd.

Na het besluit van de Europese Raad van oktober is de Eurogroep in een buitengewone vergadering van november tot overeenstemming gekomen over de voornaamste uitgangspunten van een Europees Stabiliteitsmechanisme, ofwel ESM. Volgens de overeenkomst die in de Eurogroep is bereikt, wordt het ESM een intergouvernementeel mechanisme waarvan het bestuur gebaseerd is op het model van de Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit.

Over de concrete details van het financieel mechanisme moet nog een besluit worden genomen en deze zullen in het eerste kwartaal van volgend jaar nader worden uitgewerkt. Financiering is uiteraard een essentieel element. Het toekomstige instrument dient voldoende robuust te zijn en moet een grote betrouwbaarheid genieten op de markten.

Alle steun van het ESM zal gebonden zijn aan stringente voorwaarden. Bijstand die aan een lidstaat uit de eurozone wordt verleend, moet zijn gebaseerd op een rigoureus programma van economische en financiële beoordeling en een grondige analyse van de schuldpositie, die door de Commissie en het IMF gezamenlijk en in samenwerking met de Europese Centrale Bank wordt uitgevoerd.

Ondanks het intergouvernementele karakter van de financieringskant van het mechanisme zullen de beleidsvoorwaarden stevig geworteld blijven in het Verdrag teneinde volledige consistentie te garanderen met het gemeenschappelijke multilaterale toezichtskader waarop de gehele Economische en Monetaire Unie feitelijk is gebaseerd.

Om antwoord te geven op een van de vijf vragen van mevrouw Bowles, er is nog geen besluit genomen of lidstaten die niet tot de eurozone behoren deel kunnen uitmaken van het mechanisme. Desalniettemin lijkt het erop dat de meeste lidstaten een voorkeur hebben voor een transparant en helder kader waarin lidstaten van buiten de eurozone gedekt zouden worden door het betalingsbalansmechanisme, terwijl lidstaten van binnen de eurozone onder het Europees Stabiliteitsmechanisme zouden vallen.

Overigens zou het nog steeds mogelijk moeten zijn dat sommige lidstaten van buiten de eurozone via bilaterale bijdragen aan een steunoperatie deelnemen, zoals dat in het geval van Ierland ook nu al geldt voor het Verenigd Koninkrijk, Zweden en Denemarken.

Ik wil ook graag reageren op de discussie over de euro-obligaties. Laten we niet vergeten dat de Commissie, in het kader van het instellen van de financiële vangnetten op 9 mei jl. – Schuman-dag – en de daarop volgende nacht, een voorstel heeft gedaan voor een Europees financieel stabilisatiemechanisme, een communautair instrument dat op basis van leninggaranties door de begroting van de Unie onder het besluit betreffende de eigen middelen feitelijk was vastgesteld op maximaal 60 miljard euro.

De begroting van de Unie even terzijde gelaten stelden wij voor dat dit mechanisme gebaseerd moest zijn op door de lidstaten verstrekte leninggaranties die via dit mechanisme hun weg zouden moeten vinden naar landen die financiële hulp nodig hadden vanwege de financiële instabiliteit van de eurozone in zijn totaliteit.

Dit werd door de Raad Ecofin op 9 en 10 mei verworpen. Waarom? Omdat veel lidstaten van mening waren dat dit voorstel te veel op de euro-obligatie leek.

Dit leidde vervolgens tot het instellen van de Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit, een intergouvernementele voorziening, en in het geval van Ierland gebruiken we nu zowel het mechanisme als de faciliteit.

En hoewel de kwestie van de euro-obligaties dus absoluut een zeer belangrijke zaak is, moeten we ook rekening houden met het feit dat dit voorstel recentelijk door de Raad in de besprekingen van mei over het Europees financieel stabilisatiemechanisme is verworpen.

Concluderend wil ik benadrukken dat het toekomstige Europees Stabiliteitsmechanisme onderdeel zal uitmaken van een bredere reactie om de crisis te beheersen en de Europese economie te stabiliseren, en het ESM zal het nieuwe kader van versterkt economisch bestuur complementeren. Dit zal zich in eerste instantie richten op preventie en het zal de kans dat er zich in de toekomst een crisis voordoet, wezenlijk reduceren.

Dat is het algehele, essentiële doel van het nieuwe systeem van economisch bestuur en ik ben u zeer dankbaar voor uw steun voor de voorstellen die de Commissie in dit verband heeft gedaan.

 
  
MPphoto
 

  Werner Langen (PPE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, als je zo luistert naar de eerste ronde, zou je een indruk kunnen krijgen van wie deze vertrouwenscrisis op zijn geweten heeft – want dat is het inderdaad, een vertrouwenscrisis: ten eerste de Commissie, ten tweede de speculanten, ten derde de Raad, en dan met name mevrouw Merkel. Ja, het is vrij simpel.

Gelukkig heeft iemand – de voorzitter van de Fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten in het Europees Parlement – erop gewezen dat de euro stabiel is, niet alleen naar buiten toe, maar ook intern, met de laagste inflatiepercentages. Speculatie heeft hier helemaal niets mee te maken. De euro is een stabiele factor. Het lag aan de verdragsgrondslagen en de kakofonie in de Raad Ecofin. In elke Ecofin-vergadering is sprake van nieuwe turbulenties.

De heer Rehn heeft er zojuist op gewezen dat de Commissie een communautair instrument heeft voorgesteld, maar dat de Raad niet bereid was een bijdrage aan dit communautaire instrument te leveren. We zeggen nu dat de Commissie niets gedaan heeft – ik behoor niet tot de mensen die alles wat de Commissie doet geweldig vinden, maar het is wel zo dat de Commissie in 2008 na tien jaar euro nauwkeurig de balans heeft opgemaakt.

Zij heeft vier punten genoemd die moeten worden geregeld: een uniform Europees toezichtsmechanisme, ten tweede een uniform economisch bestuur, economische regering, of hoe je het ook wilt noemen, ten derde een gezamenlijke externe vertegenwoordiging en ten vierde een uniform crisismechanisme. Dit alles ligt nu op tafel. Anderen hebben deze zaken genegeerd – ik wil daar nadrukkelijk op wijzen. Als we hier schuldigen willen aanwijzen, dan mogen we één schuldige niet vergeten, namelijk de lidstaten, die buitensporig hoge schulden hebben gemaakt, die de voordelen van de invoering van de euro niet hebben benut om hervormingen door te voeren en hun schulden af te bouwen, maar boven hun stand hebben geleefd.

Ook wil ik benadrukken dat bij deze landen sprake is van een rode draad. In al deze landen zitten of zaten lange tijd sociaaldemocraten in het zadel: Portugal, Spanje, het Verenigd Koninkrijk, Hongarije en Letland. In Griekenland hebben ze vier jaar lang dezelfde ellende aangericht.. En dit is het resultaat. Als we niet open zijn over waar de belangrijkste oorzaak voor de buitensporig hoge schulden van de lidstaten ligt, komen we er niet uit.

(Spreker verklaart zich bereid een "blauwe kaart"-vraag krachtens artikel 149, lid 8 van het Reglement te beantwoorden)

 
  
  

VOORZITTER: LIBOR ROUČEK
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Martin Schulz (S&D). - (DE) Mijnheer Langen, u kunt weer gaan zitten. Dat hebt u mooi verwoord, u hebt uw punt gemaakt. Ik heb een vraag voor u: Ierland is voor zover ik weet geen Zuid-Europees land, maar ligt in het noorden van Europa. Ierland heeft enorme schulden. Kunt u ons eens vertellen waar de Ierse schulden vandaan komen, en kunt u er dan ook meteen bij zeggen wie de afgelopen dertig jaar in Ierland aan de macht is geweest?

 
  
MPphoto
 

  Werner Langen (PPE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, daar geef ik graag antwoord op. De Ierse regering heeft de fout gemaakt dat ze garanties heeft verstrekt zonder een hervorming van het bankwezen te eisen. Dat was onverantwoordelijk, en daarom kampt zij nu met netto nieuwe schulden van 32 procent. Dat is bekend. Maar haalt u de problemen van Ierland en die van andere landen toch niet door elkaar. Ierland is een geval apart, omdat het hierbij gaat om de tweede fase van de bankencrisis en niet om een structureel probleem, zoals in de andere gevallen. Collega Schulz, dat weet u toch net zo goed als ik. Leid de aandacht niet af van de verantwoordelijkheid.

(Spreker verklaart zich bereid een "blauwe kaart"-vraag krachtens artikel 149, lid 8 van het Reglement te beantwoorden)

 
  
MPphoto
 

  Victor Boştinaru (S&D). - (RO) Mijnheer de Voorzitter, vergissen is menselijk. In een vergissing volharden is duivels. Weet u wie er premier was in Griekenland toen alle schulden werden gemaakt die tot de crisis in Griekenland hebben geleid? Het was zeker niet mijnheer Papandreou. Herinnert u zich bij welke politieke familie die premier – Karamanlis – hoorde?

 
  
MPphoto
 

  Werner Langen (PPE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, na vier jaar de regering-Karamanlis ... (Rumoer). Nee, nee, de structurele problemen van Griekenland zijn ouder. Hier in dit Parlement hebben we ons in 2000 afgevraagd of we Griekenland alsnog in de eurozone zouden opnemen. Het waren de sociaaldemocraten, de Duitse Bondsregering, die daarom vroegen. Er was hier mede dankzij u een tweederdemeerderheid voor het alsnog opnemen van Griekenland in de eurozone. Dat is de waarheid. Dat heeft toch niets met nationalisme te maken.

Ik wil nog kort ingaan op de vraag van collega Schulz over de schulden van Duitsland en Spanje. Uiteraard is de staatsschuld van Spanje lager dan die van Duitsland. Spanje heeft geen eenwording hoeven bolwerken. Maar de Spaanse regering-Zapatero kampt met andere problemen: zij heeft 6 miljoen mensen het land binnengelaten en 2 miljoen van hen de Spaanse nationaliteit gegeven, en nu bedraagt de werkloosheid ruim 20 procent. Dat is een structureel probleem, dat een naam heeft: Zapatero.

 
  
MPphoto
 

  Stephen Hughes (S&D). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, veel mensen in de Raad en de Commissie zijn er van overtuigd dat het afbouwen van de arbeidsrechten, onze cao-stelsels en pensioenen de enige manier is om te overleven in de mondiale economie. We zouden dus kort gezegd ons sociale model op de helling moeten zetten. De overheidsfinanciën moeten op orde worden gebracht met als enige doel de overheidsschulden terug te brengen tot een arbitraire 60 procent van het bbp en begrotingstekorten zijn voortaan feitelijk volledig uit den boze.

En dan hebben we toch wel degelijk over dezelfde Raad die, als ik me niet heel erg vergis, de Europa 2020-strategie heeft goedgekeurd. Het heeft er echter alle schijn van dat het hem tegelijkertijd niets kan schelen waar het geld voor die de strategie dan vandaan moet komen. Als we de overheidsfinanciën jaar in jaar uit fors moeten doen zakken en als we zoals de Commissie voorstelt geen begrotingstekorten van meer dan 1 procent mogen hebben, dit alles in een situatie van lage groei en hoge werkloosheid, hoe moeten we die 2020-strategie dan uitvoeren?

Deze economische strategie op basis van concurreren op kosten en extreem streng begrotingsbeleid slaat de plank volledig mis en luidt het begin in van een neerwaartse spiraal juist nu Europa op een kruispunt van wegen in zijn geschiedenis staat. De voorzitter van de Commissie, de heer Barroso, is momenteel niet hier, maar ik denk dat hij de Raad duidelijk moet maken dat hij de politieke agenda op ten minste drie vlakken moet herzien.

Allereerst dienen we de Economische en Monetaire Unie te vervolmaken door een Europees stabiliteitsagentschap op te richten voor gemeenschappelijke euro-obligaties en het doet mij deugd dat de heer Barroso de idee van die obligaties vandaag niet op voorhand heeft afgewezen. Op deze manier kunnen de speculatieve aanvallen een halt worden toegeroepen, kan de markt voor overheidsschulden weer liquide worden gemaakt en kunnen de financieringskosten van krediet in de eurozone omlaag worden gebracht.

Ten tweede dienen we de voorgestelde wetgeving over economisch bestuur anders vorm te geven. We zijn het erover eens dat voor een streng begrotingsbeleid strenge regels en een strakke implementatie nodig zijn. Dat neemt niet weg dat we dit alles in overeenstemming dienen te brengen met de tenuitvoerlegging van de doelstellingen van de Europa 2020-strategie in de lidstaten, hetgeen zijn weerslag dient te vinden in de wetgeving.

Ten slotte hebben we nieuwe bronnen van overheidsfinanciering nodig. Door de crisis zijn jarenlange inspanningen op begrotingsvlak in één keer weggevaagd. De belasting op financiële transacties had er allang moeten zijn en het is een groot schandaal dat de Raad volledig geblokkeerd is en niet in staat een besluit daarover te nemen. Dit zijn de in de huidige situatie broodnodige hervormingen.

 
  
MPphoto
 

  Sylvie Goulard (ALDE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, in de geschiedenis van parlementen is het zelden gebeurd dat macht aan het parlement is gegeven. Parlementen kregen steeds meer macht door meer macht te nemen. Als ik luister naar het debat van vanmorgen dan vind ik dat we – de rapporteurs van het pakket voor economisch bestuur – gelijk hebben als we verder gaan dan we zouden mogen, want, commissaris, de Commissie heeft het al gezegd: "We hebben het geprobeerd, maar het is niet gelukt" en de Raad heeft tegen ons gezegd "We hebben geen zin om verder gaan". Nou, dat komt mooi uit, daar is het Parlement. Het is overigens de Raad die de rechten van het Parlement wilde uitbreiden, het is niet zo dat het Parlement bevoegdheden uitoefent die het niet heeft. Volgens het Verdrag van Lissabon zijn wij medewetgevers.

Ik kan u vertellen dat ik in mijn verslag dat ik vanmorgen voorleg ook euro-obligaties heb voorgesteld, omdat hierover in deze plenaire vergadering gedebatteerd moet worden. Ik sta niet toe dat de heer Barroso tegen ons zegt "O maar ja, het is allemaal heel ingewikkeld; we hebben al heel veel domme dingen gedaan in de Raad, dus nu moet u echt uw mond houden". Dat gaan we dus precies niet doen. We gaan hier democratisch over praten.

Ten tweede wordt er nog nagedacht over een Europees Monetair Fonds, omdat, Martin Schulz zei het al, we allemaal tijdelijke oplossingen hebben die permanent worden, maar daar zitten de burgers niet op te wachten. We kunnen uit het raam gaan zitten staren of we kunnen aan het werk gaan. Dit Parlement gaat proberen te werken. We hebben geen blueprint, we beweren niet dat we de waarheid in pacht hebben, maar ik vind het niet normaal dat het debat wordt gevoerd in de Financial Times en in de Zeit en niet hier in het Europees Parlement. Dus wij gaan hier gewoon ons werk doen.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Philippe Lamberts (Verts/ALE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik sta helemaal open voor de oproep van Martin Schulz om te proberen het vertrouwen van onze burgers te herstellen en dat betekent dat we de waarheid moeten vertellen en dat we het allemaal niet zo simplistisch moeten benaderen.

De eerste simplistische stelling is te zeggen dat euro-obligaties verantwoordelijkheid weghalen bij de lidstaten. Dat is echt niet waar, want niemand heeft ooit van de lidstaten gevraagd om hun schulden voor 100 procent bij elkaar te stoppen. In elk geval moeten de lidstaten, ook als we euro-obligaties zouden hebben, nog steeds voor een gedeelte van hun schulden naar de markten toe en dan zullen ze goed merken wat hun handtekening waard is, wat zal worden weerspiegeld in de rente die ze moeten betalen. Dat is dus een simplistische stelling waar we vanaf moeten.

De tweede simplistische stelling is het volgende zeggen: "Wij schieten de Grieken en de Ieren te hulp omdat ze het in hun eentje niet redden". Ik wil er even aan herinneren dat wat wij doen geld lenen aan hen is, wij lenen geld aan hen voor een hele hoge rente en verdienen daarop. Het zit zo: óf we vinden dat Griekenland en Ierland met onze leningen geen risico meer vormen, wat betekent dat we die leningen veel goedkoper moeten verstrekken, misschien wel tegen een nulpercentage of in ieder geval een hele lage rente, óf we denken dat ze failliet gaan. Laten we dan meteen het abces doorprikken en de schulden saneren om zo een einde te maken aan de onzekerheid.

En dan wil ik nog iets zeggen tegen onze Duitse vrienden, in het bijzonder het CDU. Mijnheer Langen, u had het over hereniging en u had gelijk. Toen Duitsland herenigd werd, heeft de hele deutschmark-zone, waar België ook deel van uitmaakte en waaraan Frankrijk uiteindelijk ook heel loyaal was, dat betaald in de vorm van zeer hoge rentes. En dat was terecht. Het was historisch terecht, want de hereniging van Duitsland was de hereniging van ons Europa, en het was economisch terecht, want uiteindelijk heeft iedereen voordeel gehad van de economische groei die daaruit is ontstaan.

Daarom zeg ik vandaag tegen het CDU "Houd daar rekening mee" en wij vragen nu aan u, aan Duitsland, om deze keer voor ons te doen wat wij voor u hebben gedaan .

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Martin Callanan (ECR). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, gezien het feit dat de euro zich van crisis naar crisis sleept, is het ironisch genoeg volledig terecht dat de Europese Raad over een permanent crisismechanisme spreekt. Hoewel velen in het Verenigd Koninkrijk de euro altijd al als een historische vergissing beschouwden, zowel voor ons eigen land als voor Europa als geheel, schept de huidige situatie ons uiteraard geen genoegen. We willen nu dat de problemen op Europees niveau worden opgelost via een krachtige terugkeer naar begrotingsdiscipline in alle lidstaten.

De problemen worden niet opgelost door op Europees of lokaal niveau nog meer geld te lenen. Het is belangrijk dat we heel duidelijk zijn over waar de verantwoordelijkheid voor deze problemen met de euro ligt. Het is de plicht van elke lidstaat binnen de eurozone om zich te kwijten van al zijn verplichtingen jegens die zone, en het is de taak van elk eurozoneland erop toe te zien dat de andere dat ook daadwerkelijk doen. Dat is dan ook een van de belangrijkste redenen waarom zij een aparte bijeenkomst hebben van eurozoneministers. Om het kort en bondig te zeggen: stabiel beheer van de eurozone is eerst en vooral de verantwoordelijkheid van haar leden. De rest van ons kan politieke steun verlenen, maar dat is dan wel zo'n beetje alles. Er is geen enkele rechtvaardiging voor nog meer lasten of überhaupt welke sancties ook voor die lidstaten die ervoor gekozen hebben niet de fout te maken tot de eurozone toe te treden.

 
  
MPphoto
 

  Nikolaos Chountis (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het is nu precies een jaar geleden dat de dramatische ineenstorting van de Griekse economie begon, waarna mijn land betrokken raakte bij het desastreuze memorandum en het ondersteuningsmechanisme. Mijnheer Langen, een jaar na deze ontwikkelingen bevindt het land zich nu op de rand van een faillissement. Ten eerste een sociaal faillissement, daar de werkloosheid volgend jaar zal oplopen tot 15 procent terwijl de regering gisteren nog een wetsvoorstel heeft aangenomen op basis waarvan collectieve arbeidsovereenkomsten worden opgeheven – en vandaag wordt er een algemene staking gehouden. Ten tweede een financieel faillissement, en deze keer werd het tekort en de schuld niet verhoogd door de "liegende Grieken" van PASOK en Nieuwe Democratie. Deze keer werden zij verhoogd door de alchemisten – commissarissen die de gegevens van Eurostat naar eigen goeddunken gebruiken en de schulden van de zwakken omhoog jagen en die van de sterken omlaag brengen.

Als er dus een mechanisme wordt ingesteld zoals dat waar Griekenland gebruik van heeft gemaakt, dan gaan we zeer zeker failliet. Als de Raad bezig is een dergelijk mechanisme uit te werken, dan zal dat bij de landen leiden tot recessie en werkloosheid en tot gunsten voor banken en grote ondernemingen. Ik vraag mij dus af: is dit nou de Europese visie waar de heer Barroso in het begin over sprak, die helaas niet aanwezig is om ons van uitleg te voorzien?

 
  
MPphoto
 

  Timo Soini (EFD). (FI) Mijnheer de Voorzitter, naar mijn mening is elk land zelf verantwoordelijk voor zijn eigen economie. Landen zijn dus niet aansprakelijk voor elkaars schulden. Dat staat ook in artikel 125 van het Verdrag. Wanneer het past, dan houdt men zich aan het Verdrag, maar wanneer het even niet past, dan wordt het Verdrag genegeerd. Dat heeft men bij de referenda kunnen zien: Frankrijk zegt nee, Nederland zegt nee en Ierland zegt nee. Twee van deze resultaten werden tenietgedaan door het Parlement en een door een nieuw referendum. De interpretatie van de artikelen in het Verdrag hangt af van hoe de wind waait.

De Finse regering heeft de Finse belastingbetalers opgezadeld met onredelijke aansprakelijkheden die wij als borg zouden hebben en die wij uiteindelijk moeten betalen. Wij begrijpen niet waarom Finse arbeiders en kleine ondernemers zich in het zweet moeten werken om de schulden van gokkers en leugenaars te betalen. Dat is gewoon oneerlijk.

Als er in de Sovjet-Unie problemen waren, dan werd er meer socialisme geëist. Men kwam in Moskou bijeen om meer socialisme te eisen. Als er in Europa problemen zijn, dan komt men in Brussel bijeen om meer integratie te eisen. Het eindresultaat is precies hetzelfde. Het zal niet werken.

Gezonde samenlevingen zijn van beneden naar boven opgebouwd. Democratie werkt van beneden naar boven en niet vanuit een ivoren toren van boven naar beneden. Zo is dat nu eenmaal de juiste richting. Een gemeenschappelijk Europees economisch beleid zal niet werken. Europa kan alleen werken als economische zone en vrijhandelszone, die Europa weer moet worden.

Ik wil nog enkele woorden kwijt over euro-obligaties. Ik was in Mellunmäki in Helsinki om daarover te spreken en toen ik zei wat dat waren, grepen vrouwen hun handtassen steviger vast en vroegen mannen zich af of zij hun portemonnee nog hadden. Het zal niet werken.

 
  
MPphoto
 

  Hans-Peter Martin (NI). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, we waren zojuist getuige van een Duits spelletje zwartepieten. Dat roept doembeelden op van eind jaren twintig.

Als fervent aanhanger van Europa en langdurig voorvechter van de euro roep ik u toe: merkt u dan niet hoe u juist nu dit geweldige economische en vredesproject van de Europese Unie de nek omdraait? Daniel Cohn-Bendit heeft er terecht op gewezen dat hier altijd te laat wordt gereageerd, en altijd naderhand. Nu moeten we vooruitkijken. Merkt u niet wat er onder de mensen leeft? Mensen interesseren zich niet meer voor dit gekrakeel tussen socialisten en conservatieven, niet in mijn eigen land en niet in het Europees Parlement, maar willen wel oplossingen zien. Wat hen bezighoudt, is of hun geld nog veilig is. En we moeten daar eerlijk over zijn: dat is niet langer het geval.

We moeten de volgende stap naar voren zetten en zeggen: absoluut, we moeten de moed hebben onze schulden drastisch te verlagen, we moeten de rekening eindelijk bij de banken leggen, ook als dit gevolgen heeft voor onze levensverzekeringen, en we moeten een nieuw Europees politiek project op touw zetten dat niet langer gebukt gaat onder de problemen van het Verdrag van Lissabon.

We zitten nu in de val. Als de wijziging op het artikel nu wordt doorgevoerd, zullen we zien dat de bevolking van Ierland in een referendum "Nee" zegt. Dat zal ook het geval zijn in mijn eigen land. Het Verenigd Koninkrijk kampt met een enorm probleem. Collega's, word eindelijk wakker.

 
  
MPphoto
 

  Corien Wortmann-Kool (PPE). - In deze crisistijd moeten wij niet uit het oog verliezen dat de euro ons in de afgelopen tien jaar veel welvaart, werkgelegenheid en stabiliteit heeft gebracht. Daarom is de euro het meer dan waard om daadkrachtig verdedigd te worden. Dat vereist echter wel een besluitvaardige Europese top en heel, heel veel meer eensgezindheid. Dat ontbreekt te veel. Als het gaat om het permanente crisismechanisme, maar ook als het gaat om een stevig economisch bestuur.

Hier in de discussie, Voorzitter, lijkt eurobonds het toverwoord, alsof het de problemen van de staatsschuld als sneeuw voor de zon laat verdwijnen! Maar zij in dit huis die roepen om eurobonds moeten zich ook realiseren dat dit forse verplichtingen met zich meebrengt en vergaande begrotingsdiscipline die veel verder gaat dan de voorstellen die nu voorliggen ter versterking van het stabiliteitspact.

President Trichet zei "a fiscal union". Zijn zij hier in dit huis die roepen om eurobonds daartoe bereid? Daar heb ik mijn vraagtekens bij.

Voorzitter, wij moeten onze energie steken in de voorstellen die nu voorliggen om het fundament onder de euro te versterken. Dat is urgent en daar werken wij in dit huis hard aan. Een meer rule based approach, ook in de preventieve arm van het stabiliteitspact, want voorkomen is beter dan genezen. En lidstaten veel meer medeverantwoordelijk maken, niet alleen voor de voordelen, maar ook de verplichtingen en het commitment dat voortvloeit uit het stabiliteitspact.

 
  
MPphoto
 

  Udo Bullmann (S&D). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, waarde collega's, Europa is er altijd in geslaagd crisissituaties te boven te komen. Niet omdat de belangen tegen elkaar werden uitgespeeld, maar omdat de belangen werden gebundeld en men daardoor nieuwe wegen kon bewandelen.

Ik had het de heer Barroso graag gevraagd – maar hij is helaas al weg. Er zijn vast belangrijke persconferenties over de vraag hoe je met de kleinste gemene deler Europa kunt redden, maar de heer Rehn kan mijn vraag misschien doorspelen. Ik snap niet waarom we niet de volgende weg bewandelen: euro-obligaties zijn een goed idee. De heer Schulz heeft dat namens mijn fractie gezegd, mijn partij zegt dat ook in Duitsland, waar dit een omstreden onderwerp is. Er zijn voorbehouden, vooral bij de Duitse regering, maar ook bij andere landen, die minder rente betalen. Waarom doen we niet het volgende: we zeggen dat deze problemen kunnen worden opgelost. We lanceren nu euro-obligaties, maar dan wel in het kader van een weldoordacht pakket. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat Europa weer kan handelen? Hoe krijgen we geld in het laatje? Hoe kunnen we meer belastingpotentieel krijgen om een doordachte duurzame economie tot stand te brengen? We voeren euro-obligaties in en koppelen deze invoering aan de invoering van de belasting op financiële transacties in de Europese Unie. Dat is een combinatie die een win-winsituatie kan creëren, die iedereen voordeel kan opleveren. Vraagt u bij de Europese top eens aan mevrouw Merkel of ze daartoe bereid is. Waarom zou dat niet kunnen? Waarom doet de Commissie geen dergelijk voorstel? Dit zou iedereen helpen en een groot nieuw project voor Europa zijn om uit de crisis te geraken. Ik wacht op deze Commissie om met dit voorstel te komen.

Geen uitvluchten meer, u bent aan zet. U moet handelen, nu, in het belang van onze burgers, in het belang van de lidstaten, zodat we weer de weg van de groei kunnen volgen. Het lot ligt in uw handen, maar u moet nu wel het initiatief durven nemen.

 
  
MPphoto
 

  Carl Haglund (ALDE).(SV) Mijnheer de Voorzitter, ik denk dat het voorbije jaar laat zien dat een gemeenschappelijke munt duidelijke gemeenschappelijke spelregels nodig heeft, en het is duidelijk dat we die momenteel niet hebben. Het is ook duidelijk dat het de eurozone ontegensprekelijk ontbreekt aan geloofwaardigheid in de ogen van de bevolking en van de financiële markten. Ik ben het niet eens met de heer Bullman. Ik denk veeleer dat de Commissie goed werk heeft geleverd en ambitieuze voorstellen heeft gedaan. Wat betreft de uitdagingen waarmee we momenteel worden geconfronteerd, ligt het probleem volgens mij niet bij de Commissie, maar veeleer bij de Raad. Er staat de Raad in de komende paar dagen een zeer lastige bijeenkomst te wachten.

Ik zou willen zeggen hoe verheugd ik ben dat de Commissie nu ook een voorstel heeft gedaan op basis waarvan we in de toekomst macro-economische onevenwichten kunnen corrigeren. Tot dusver hebben we ons uitsluitend geconcentreerd op de overheidsfinanciën en de tekorten daarin, en dat is allesbehalve voldoende, zoals duidelijk blijkt uit het geval Ierland.

Wat mij minder vrolijk stemt, is de manier waarop de Raad te werk gaat, zoals blijkt uit de koehandel van de heer Sarkozy en mevrouw Merkel om de goede voorstellen van de Commissie veel minder bindend te maken, waardoor het voorstel geen verbeteringen brengt. We mogen niet vergeten wat er in 2005 gebeurde, toen het Stabiliteits- en groeipact minder stringent werd gemaakt. Het waren dezelfde landen die toen een situatie creëerden die uiteindelijk kon leiden tot wat er nu in Griekenland is gebeurd. Ik hoop dat de Raad zich vermant en inziet welk soort besluiten we nodig hebben – anders zullen we deze situatie niet te boven komen.

 
  
MPphoto
 

  Derk Jan Eppink (ECR). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, de Vlaamse politicus Bart De Wever heeft in Der Spiegel een interview gegeven waarin hij zei dat België een betaalunie is geworden waarin geld van de een naar de ander wordt overgeheveld. Niet de taal, maar dit feit zou de kern van het probleem in België zijn. Solidariteit zou eenrichtingsverkeer zijn.

De EU gaat nu precies dezelfde kant op. We veranderen een unie waarin landen elkaar bijstaan in een "overhevelingsunie". De euro is het middel daartoe. Hij biedt verschillende lidstaten de mogelijkheid goedkoop aan geld te komen. Zoals de voorzitter van de Europese Raad, de heer Van Rompuy, zei, is de euro een slaappil geworden: het concurrentievermogen in verschillende landen is ondermijnd. Nu eisen veel Europese politici nog een slaappil: euro-obligaties. Zo wordt de kloof alleen maar groter. Als we zo doorgaan, is de EU er over een aantal jaar net zo aan toe als België op dit moment: een overhevelingsunie waarvan de politieke basis afbrokkelt.

Met de kerst ga ik het boek "Rettet unser Geld" van de heer Henkel, oud-voorzitter van het Bundesverband der Deutschen Industrie, lezen, en misschien kunt u dat ook doen, omdat we er op die manier achterkomen wat ze in Duitsland vinden.

 
  
MPphoto
 

  Mario Borghezio (EFD). - (IT) Mijnheer de voorzitter, dames en heren, na de onthullingen van de New York Times wordt in de VS onderzoek verricht naar de geheime club van negen banken, waarvan één uit Europa, waarvan de directeuren elke woensdag bijeenkomen om af te spreken welke maatregelen moeten worden genomen op het gebied van derivaten. De crisiscommissie wist van niets en Europa heeft het nakijken.

De Amerikaanse Federal Reserve heeft uitleg moeten geven over de 13 biljoen dollar die hij heeft gebruikt om de banken te redden. Kunt u ons vertellen wat de Fed heeft gevraagd voor de redding van de Europese banken? Is het niet de kritieke situatie van de banken, in plaats van die van de overheidsbegrotingen, die vereist dat het bedrag van het Europese reddingsfonds wordt verdubbeld en een vangnet van 2000 miljard euro wordt ingesteld?

Wat weerhoudt ons ervan om de Europese Centrale Bank te verzoeken op transparante en gedetailleerde wijze verantwoording af te leggen, zoals in de Verenigde Staten voor de Fed is gedaan, met alle details? Dit zou de twijfels wegnemen dat de Bank naar eigen inzicht handelt en heeft gehandeld, en niet in het algemeen belang van de bevolking en de belastingbetalers van de lidstaten van de Europese Unie.

Waarom wordt er nooit gesproken over het nemen van maatregelen om commerciële banken daadwerkelijk te scheiden van speculatieve banken, zoals in de Amerikaanse Glass–Steagall Act?

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Alfredo Pallone (PPE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, we zijn het allen eens over de noodzaak van een instrument waarmee in tijden van crisis maatregelen kunnen worden genomen. Een dergelijk instrument dient noodzakelijkerwijs gepaard te gaan met strikte en zorgvuldige begrotingsbeleidsmaatregelen in de lidstaten. Ik hoop dat crises als degene waar we deze maanden mee worden geconfronteerd, zich op deze manier niet nogmaals voordoen.

Het debat van vandaag gaat over de beste manier om een dergelijk instrument te financieren. Zoals we allemaal weten, was de private sector in sommige landen deels verantwoordelijk voor de crisis. In zulke gevallen moeten zij die verantwoordelijkheid ook op zich nemen, hoewel hun aandeel per geval moet worden beoordeeld.

Ik denk echter dat we nieuwe en innovatieve instrumenten moeten vinden om het "anticrisisinstrument" te financieren. Een voorbeeld zouden euro-obligaties kunnen zijn, die sommigen zien als een extra last op de nationale begrotingen. Dit is echter niet het geval. Sterker nog, met de emissie van euro-obligaties zou het anticrisisinstrument via de markt kunnen worden gefinancierd, met gebruikmaking van buitenlands kapitaal en mensen die willen investeren.

Een mechanisme dat slechts gebaseerd is op evenredige bijdragen door simpelweg reserves aan te boren zou een enorme belasting voor de lidstaten betekenen, omdat zij middelen en kapitaal zouden moeten aanhouden zonder dat ze daar enig rendement of vergoeding voor krijgen. In een situatie als de huidige, waarin de lidstaten enerzijds worden verzocht een fors begrotingsbeleid te voeren om tekorten en schulden terug te dringen en anderzijds worden verzocht bij te dragen aan een anticrisisfonds, is de kans op instorting erg groot.

We kunnen de Europese economie onmogelijk nieuw leven inblazen als we niet tegelijkertijd gebruik maken van de kracht van de euro op de internationale markten en de daaruit voortvloeiende verhoging van de kredietwaardigheid om de economie te herstellen.

 
  
MPphoto
 

  Elisa Ferreira (S&D).(PT) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, het Parlement heeft een zeer duidelijke boodschap geformuleerd, een verzoek aan de Commissie om op te treden en te handelen. De Commissie wordt verzocht niet langer alleen maar in te stemmen met de kleinst mogelijke overeenstemming tussen de lidstaten of, anders gezegd, de Commissie mag zich niet langer laten intomen door de wil van de sterkste landen. De Commissie moet zich kwijten van haar taak en van de verplichting om initiatief te nemen.

Het spijt me hier te moeten signaleren dat de conclusies van de volgende bijeenkomst van de Europese Raad waarop wij hier vooruitlopen geen oplossing zullen aandragen, vooral omdat het geplande crisismechanisme unaniem door alle lidstaten moet worden aangenomen en wij een Europese dimensie nodig hebben, veeleer dan een dimensie die de deur opent naar allerlei onevenwichtigheden en onderlinge controle tussen landen. Anderzijds is het thans niet de aangewezen weg om het Verdrag te herzien, aangezien we daarmee de doos van Pandora zouden openen. Hoe dan ook had ik graag antwoord gekregen op de volgende vraag: kunnen in het kader van dit nieuwe mechanisme overheidsobligaties worden gekocht?

Commissaris, er is een brede, diepgaande visie nodig. De Commissie mag het huidige debat inzake euro-obligaties niet negeren en ze moet reageren op de initiatieven die inmiddels door tal van actoren zijn genomen, namelijk Juncker, Mário Monti, sommige geledingen van dit Parlement en diverse denktanks. De Commissie moet een voorstel indienen en ze moet dat voorstel kunnen verdedigen.

Tot slot nog een laatste opmerking: globaal gezien kent de eurozone geen problemen, of eigenlijk wel, maar dan gaat het meer om de ontoereikende groei van de eurozone in haar geheel dan om de ongelijke groei van de economieën die er deel van uitmaken. Waar zijn de middelen die samen met het economisch bestuur en de sanctiemaatregelen moeten bijdragen aan de effectieve bevordering en tenuitvoerlegging van de 2020-strategie?

 
  
MPphoto
 

  Wolf Klinz (ALDE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, Martin Schulz heeft gelijk. We hebben te maken met een enorme vertrouwenscrisis, en de leden van de Raad draaien de burgers een rad voor ogen. Ze zeggen dat alles onder controle is; er hoeven slechts minimale wijzigingen in het Verdrag te worden doorgevoerd, waaronder de invoering van een permanent stabilisatiemechanisme, en dat is het dan. De facto is de situatie niet onder controle. De lidstaten ageren niet, maar reageren, ze springen van brandhaard naar brandhaard, maar het lukt ze niet het vuur te doven. En de markten vragen zich af: wie heeft in Europa en in de eurozone eigenlijk de touwtjes in handen?

De EU bevindt zich op een belangrijk keerpunt. Als we nu niet de juiste koers gaan varen, zullen we niet eens de status quo kunnen handhaven, maar zullen we achteruitgang meemaken. We moeten verder integreren. We hebben meer Europa nodig, we moeten de interne markt voltooien, met inbegrip van de dienstensector. Naast de monetaire unie hebben we een economische, begrotings- en fiscale unie nodig. Plus een sterke Commissie, die het recht en de kracht heeft om deze economische unie daadwerkelijk te sturen en te bewaken en vervolgens ook automatisch sancties op te leggen als daartoe aanleiding bestaat. Als we deze integratiestappen hebben voltooid, dan kunnen we het ook over de invoering van euro-obligaties hebben. Dan is de voorwaarde daarvoor gecreëerd. Daarnaast moeten we ervoor zorgen dat we – alle terechte bezuinigingsmaatregelen ten spijt – op de lange termijn over de benodigde investeringsmiddelen beschikken om het concurrentievermogen van de Europese Unie op de middellange en lange termijn te behouden.

We moeten de burgers eindelijk zeggen hoe het ervoor staat. We moeten onbevooroordeeld oplossingen bedenken, los van ideologische overwegingen discussiëren en ophouden met aanmodderen. Wat we nu nodig hebben, is langetermijnvisie, en geen kortetermijnreactie.

 
  
  

VOORZITTER: DAGMAR ROTH-BEHRENDT
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Vicky Ford (ECR). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, laten we met het goede nieuws beginnen. Inderdaad, de Europese economie laat over het geheel genomen enkele tekens van herstel zien. Dit herstel wordt echter bedreigd door de nog altijd voortdurende onzekerheid, waardoor financiering opdroogt en investeringen worden opgeschort. Iedereen in Europa, met inbegrip het Verenigd Koninkrijk, heeft alle belang bij een gezonde eurozone-economie.

Ingrijpende en transparante economische planning om spilzieke overheidsuitgaven en onhoudbare schuldenlasten onder controle te krijgen, vormt daar voor alle 27 lidstaten een cruciaal onderdeel van. De eurozonelanden zijn tot het inzicht gekomen dat er een permanente oplossing van de crisis dient te komen. Dat neemt niet weg dat er veel open vragen zijn waarvan de resolutie van het Parlement er enkele behandelt.

Allereerst, hoe en in welke mate dient de private sector bij het geheel te worden betrokken? Ik ben ingenomen met de suggestie om het precedent van de IMF te volgen, namelijk om overheidsgeld te beschermen met behulp van de status van bevoorrechte schuldeiser. En dan ten tweede, over welke verdragswijziging heeft u het precies? Dat dient te worden opgehelderd.

En tot slot: het permanente crisismechanisme is ook wel omschreven als een instrument ter versterking van de eurozone. De lidstaten die zich bij de euro willen aansluiten, dient de mogelijkheid te worden geboden om daaraan deel te nemen, maar degenen die ervoor hebben gekozen om niet mee te doen, mogen niet worden gedwongen eraan bij te dragen.

 
  
MPphoto
 

  Alain Lamassoure (PPE). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, het is de twijfel die de Europese burgers en ook de financiële markten zorgen baart. Kunnen de Europeanen, nu ze hun lot aan elkaar verbonden hebben, solidair reageren?

Die solidariteit komt nu boven, op het dieptepunt van de crisis. Dat is goed, maar het is niet genoeg. De Europeanen moeten ook laten zien dat ze solidair zijn in de voorbereiding van de toekomst, want als de crisis Europa al harder heeft getroffen dan de andere continenten, dan was dat doordat onze economie al verzwakt was door tien jaar trage groei, gemiddeld slechts l procent per jaar. De tien jaar van de strategie van Lissabon waren een verloren decennium.

De Europese leiders hebben met Agenda 2020 een programma voorgesteld om onze economie nieuw leven in te blazen, maar zij hebben niet toegelicht hoe dat moet worden gefinancierd en gecontroleerd en wat de eventuele stimulansen en sancties zouden moeten zijn. Daarom moet het Stabiliteits- en groeipact worden aangevuld met een solidariteitspact, zoals hier al is gezegd.

Het woord solidariteit komt 23 keer in het Verdrag voor, laten we dat omzetten in daden. Er moet een procedure komen om te zorgen voor stabiliteit, tekorten moeten worden beperkt, dat is coördinatie van het begrotingsbeleid. Welnu, laten we het doel ervan uitbreiden en samen coördineren om ook de financiering voor de toekomst zeker te stellen. We moeten minder uitgeven, beter uitgeven, niet ieder voor zich onder de dreiging van sancties, maar samen. Als de Europeanen het ergste willen vermijden, moeten ze samenwerken om het best mogelijke voor te bereiden.

 
  
MPphoto
 

  Zoran Thaler (S&D).(SL) Mevrouw de Voorzitter, wij Europeanen leven met een interessante paradox. Aan de ene kant heeft de euro gedurende de twaalf jaar van zijn bestaan bewezen dat het om een van de meest stabiele munteenheden ter wereld gaat. Volgens de officiële cijfers van de Europese Centrale Bank in Frankfurt bedroeg de gemiddelde inflatie in deze periode 1,97 procent en dat is slechts 3 procentpunten lager dan de target van 2 procent. De waarde van de euro ten opzichte van de Amerikaanse dollar is voor alle praktische doeleinden hoger gebleven dan toen de Europese valuta werd ingevoerd. Aan de andere kant horen wij echter verhalen dat de euro zelfs het risico loopt om in elkaar te klappen. Hoe zijn wij in een dergelijke situatie verzeild geraakt?

Wij zijn op dit punt aanbeland door het groteske en onverantwoordelijke gedrag van populistische beleidsmaatregelen, zowel ter linker- als ter rechterzijde. Gaan wij bij het verdedigen van onze munteenheid echter ook zo ver dat wij toestaan dat de democratie zwakker blijkt dan relatief autoritaire regimes? Wij hebben verantwoordelijk gedrag nodig, wij hebben behoefte aan vijf gouden regels voor verantwoordelijk gedrag die in ons beleid verankerd dienen te worden. Laten wij die regels hier in dit Parlement vaststellen. Laten wij besluiten op welke manier wij niet alleen de mate van verantwoordelijk gedrag gaan meten, maar ook de mate van gedrag dat ten goede komt aan het gemeenschappelijk belang zoals dat door het beleid van de onze lidstaten bevorderd wordt.

Dat betekent dat de belasting op financiële transacties en euro-obligaties de hoeksteen zullen moeten vormen. Het is onze plicht vandaag om een dergelijk beleid goed te keuren ter verdediging van onze gemeenschappelijke munteenheid.

 
  
MPphoto
 

  José Manuel García-Margallo y Marfil (PPE). – (ES) Mevrouw de Voorzitter, wat we nu nodig hebben zijn duidelijke regels, maar wat we aan het doen zijn, is precies het tegenovergestelde. Daarom zal ik enkele voorstellen doen om de zaak weer helder te krijgen.

Het Europees Parlement wil zich tijdens het Europees semester richten op een aantal discussies die nu nog een zekere focus missen en niet aansluiten bij de publieke opinie. We willen dat de politieke antwoorden op de aanbevelingen die in de loop van dat semester aan de lidstaten worden gedaan, in aanmerking worden genomen bij het vaststellen van de sancties die zijn voorzien in het wetgevingspakket over bestuur.

Mijn fractie wil duidelijk stellen dat het wetgevingspakket geen toverformules bevat om ons uit de crisis te krijgen. Wel zijn er de bekende methoden van begrotingsdiscipline en structurele hervormingen om het concurrentievermogen op peil te houden.

Zoals ik gisteren tegen u zei, commissaris, beloofde voorzitter Barroso ons hier in dit Huis dat het crisismechanisme een Europees mechanisme zou worden. Vandaag stelt de Raad ons een intergouvernementeel mechanisme voor. Is dat "Europees" zoals de heer Barroso dat bedoeld heeft, want het fonds gaat zich kennelijk in Europa bevinden en niet op de Kaaimaneilanden, of denkt de Commissie ons te helpen bij het tot stand brengen van een mechanisme op basis van de communautaire methode waarbij dit Parlement iets te zeggen heeft?

Volgens de Commissie, de OESO en deskundigen is de uitgifte van euro-obligaties wel een goed idee maar nog onvoldoende uitgewerkt, zodat we er te laat mee zijn.

Wat ik de Commissie voorstel, is dat we een debat beginnen om een stelsel van euro-obligaties op te zetten dat landen die zich goed gedragen voorziet van redelijke financiering en landen die dat niet doen, sanctioneert door ze terug te verwijzen naar markten met ronduit ontmoedigende rentes. Dat is de enige manier om begrotingsdiscipline op passende wijze te combineren met economische groei.

En zeg nu niet dat het te vroeg of te laat is, want we weten inmiddels dat we altijd te laat zijn geweest. We zullen zien of we nu, met andere regels, een keer ruim op tijd zijn.

 
  
MPphoto
 

  Catherine Trautmann (S&D). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, de euro is ons gemeenschappelijk goed en de vakbonden hebben bij het Parlement hun zorgen geuit omdat zij de prijs betalen van de crisis door een zwakke euro, een aangevallen euro en niet door een euro die leidt tot groei en werkgelegenheid.

Daarom is het van belang dat wij niet alleen maar kijken naar een eenvoudige technische herziening van de verdragen. Uit de crisis zijn twee redenen naar voren gekomen waardoor de eurozone niet goed functioneert en waarvoor een oplossing moet komen.

De eerste oplossing is de invoering van euro-obligaties, het is al genoemd. Met deze obligaties kan niet alleen de euro worden gestabiliseerd, maar kunnen ook speculatieve aanvallen meteen worden afgeweerd.

De tweede manier waarop we fiscale rechtvaardigheid kunnen invoeren en ervoor kunnen zorgen dat de financiële markt de prijs van de crisis betaalt, is het invoeren van een belasting op financiële transacties, want anders moeten werknemers de prijs betalen van deze crisis en dat is onrechtvaardig.

Bovendien moet er een Europees agentschap voor schulden komen om een deel van de staatsschuld van de lidstaten te bundelen.

Verder geef ik mijn steun aan de heer Juncker. De woorden van Dominique Strauss-Kahn, algemeen directeur van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), kwamen neer op het verhogen van het stabiliteitsfonds, wat verstandig zou zijn.

Op tijd in actie komen – het is al gezegd – niet te laat komen en ervoor kiezen om sterker te worden in plaats van zwakker, daarmee kunnen we een bestuur garanderen dat het vertrouwen herstelt waarom onze voorzitter, Martin Schultz, heeft gevraagd.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Paulo Rangel (PPE). (PT) Mevrouw de Voorzitter, laat ik beginnen met een punt dat enige verduidelijking behoeft en hier in het Parlement even in de verf moeten worden gezet. In tegenstelling tot wat we soms in de krant lezen of door de Europese leiders horen verkondigen, is de euro als munt van essentieel belang gebleken om paal en perk te stellen aan de huidige crisis. Zonder de euro zouden wij in een bijzonder moeilijke situatie verkeren. De munten van de zwakkere landen zouden een enorme devaluatie hebben gekend en de waarde van de Duitse mark zou te hoog zijn om de Duitse en Europese economie te kunnen ondersteunen. Met andere woorden, de euro heeft voor stabiliteit gezorgd, niet alleen in de landen van de eurozone, maar ook voor de munten van de landen die niet tot de eurozone hebben willen toetreden.

Daarom moeten wij ons sterk maken voor deze Gemeenschap, die erin is geslaagd het hoofd te bieden aan een nog niet eerder vertoonde crisis. We zullen zien wat er bijvoorbeeld in de toekomst met de Amerikaanse dollar zal gebeuren en we zullen zien dat de euro daadwerkelijk voordelen heeft.

Het is onze verantwoordelijkheid om in het kader van de aanstaande bijeenkomst van de Raad al het mogelijke te doen om de euro te verdedigen. We moeten met name een stabilisatiefonds invoeren dat ten uitvoer wordt gelegd overeenkomstig de communautaire methode en enerzijds verantwoordelijkheden oplegt aan de landen die er het ergst aan toe zijn en anderzijds de solidariteit bevordert van de landen die hun verplichtingen zijn nagekomen, maar in de context van de eurozone niet steeds de nodige bereidheid tot solidariteit aan de dag hebben gelegd, althans niet in hun verklaringen naar buiten toe.

 
  
MPphoto
 

  Juan Fernando López Aguilar (S&D). – (ES) Mevrouw de Voorzitter, het jaar dat ten einde loopt – 2010 – is meer dan eens beschreven als een jaar waarin we gevaarlijk hebben geleefd. Daarom denk ik dat dit debat moet worden aangegrepen om de lessen van 2010 te onderstrepen, zodat we er conclusies uit kunnen trekken voor 2011.

De eerste les betreft de onhoudbare asymmetrie in de financiële sector van de Europese economie en de onbalans in de reële economie.

De tweede is de onhoudbare asymmetrie in de eenheidsmunt en de noodzaak van afstemming van het economisch, fiscaal- en begrotingsbeleid, dat per saldo nog altijd bijzonder zwak is.

En de derde, en belangrijkste, les betreft de asymmetrie tussen de snelheid van de crises en de traagheid van de reacties daarop. Economisch betekent dit dat de Europese Centrale Bank zich actiever moet opstellen tegenover speculatieve aanvallen op staatsschulden en dat we in 2011 de basis moeten leggen voor een Europees agentschap voor schulden dat euro-obligaties kan uitgeven.

Ten aanzien van het Stabiliteits- en groeipact moet er een debat worden gevoerd over de benodigde belastingen, over de bankbelasting en de belasting op speculaties, dat wil zeggen speculatieve transacties op zeer korte termijn, en over de noodzaak van eigen middelen in de Europese Unie.

Een debat waaraan dit Parlement echter veel gelegen is, is het debat over de politieke gevolgen van de crisis, want het devies van de Europese Unie – ik onderstreep dat opnieuw – is "In verscheidenheid verenigd", en zeker niet "In tegenspoed verdeeld". Het Parlement moet zich dan ook verzetten tegen degenen die sommige lidstaten willen stigmatiseren tegenover andere lidstaten, waardoor de Europese publieke opinie verdeeld raakt en de Europeanen tegen elkaar worden opgezet.

Dit Parlement vertegenwoordigt 500 miljoen Europeanen in een Unie met 27 staten waarvan, anders dan de dieren op de boerderij van Orwell, sommige niet meer gelijk zijn dan andere.

 
  
MPphoto
 

  Othmar Karas (PPE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, we hebben het eigenlijk over de top op 16 december. Het zou mooi zijn als we na de top van de Raad zouden horen: we kennen de tekortkomingen, we weten waar het fout ging, we weten dat we hebben gefaald en weten wat de grenzen van het Verdrag zijn.

Met zelfgenoegzaamheid en beschuldigende vingers, met mooipraterij en oppervlakkigheid lossen we geen problemen op en scheppen we geen vertrouwen. Laten we niet langer spelletjes spelen met Europa, het gaat om Europa. Ik onderschrijf alle uitspraken van Wolf Klinz.

En omdat Kerstmis voor de deur staat, zeg ik: steek een kaars van vastberadenheid en saamhorigheid aan, een kaars van nieuwe ernst en oprechtheid, van vertrouwen in de toekomst van de Europese Unie en een kaars voor een politieke koerswijziging in Europa, van de crisis naar concurrentievermogen, van de geest van Deauville naar politieke unie, van bezuinigingen naar investeringen en hervorming, van monetaire unie naar politieke unie.

De aanvulling op het Verdrag is vanwege de constitutionele problemen in Duitsland een politieke last voor de verdere ontwikkeling van het reddingspakket, niet meer en niet minder. Het is geen oplossing. Maak het probleem niet groter dan het is. Maak een einde aan het day by day-beleid, en kom met een overkoepelende aanpak als antwoord op de crisis en als voorbereiding op een politieke unie. Stop de kakofonie: het is genoeg, het is niet genoeg, en eigenlijk weten we niet welke kant het op gaat. We moeten de Commissie vragen een concept voor te leggen voor een economische, sociale en financiële unie, opdat we eind volgend jaar de volgende stap naar integratie kunnen zetten en spijkers met koppen kunnen slaan.

 
  
MPphoto
 

  Anni Podimata (S&D). – (EL) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, morgen gaat een van de meest cruciale vergaderingen van de Europese Raad in de geschiedenis van de Europese Unie van start, en in het bijzonder in de geschiedenis van de EMU. De vraag is of de leiders van de lidstaten en van de regeringen voor hun taak berekend zijn. Wij betwijfelen dit ten zeerste, want de filosofie die bepaalde leiders binnen de Europese Raad erop na houden is er niet een die op basis van solidariteit en uiteraard verantwoordelijkheid boven de crisis uitstijgt. Het is een crisismanagementfilosofie, een filosofie die zich concentreert op de details van een permanent mechanisme en zich hiertoe beperkt. De Europese Raad zal niet voor zijn taak berekend zijn omdat hij niet, zoals zou moeten, de boodschap van economische en politieke cohesie overbrengt. Niet alleen om de markten te overtuigen, maar vooral ter overtuiging van de Europese burgers die zich aan het ingraven zijn, die elkaar met argwaan benaderen, die opnieuw xenofoob aan het worden zijn. De Europese Raad moet hen overtuigen van de waarde van de Europese visie, en hen herinneren aan het feit dat er meer zaken zijn die ons verenigen dan zaken die ons scheiden.

 
  
MPphoto
 

  Gunnar Hökmark (PPE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik kan maar niet begrijpen waarom de socialisten proberen de verantwoordelijkheid voor socialistisch beleid af te wentelen. De redenen voor de tekorten in Europa lopen inderdaad uiteen, maar het is ook waar dat socialistische regeringen begrotingstekorten hebben veroorzaakt door een bewust beleid van stijgende uitgaven en stijgende tekorten.

We hebben hier in dit Parlement deze discussie al eens in het voorjaar van 2009 gevoerd, en ook in een aantal lidstaten. Ik weet nog heel goed hoe de Zweedse sociaaldemocraten de Zweedse regering kritiseerden voor het feit dat zij de tekorten en de uitgaven niet lieten stijgen.

En toen kregen we de poppen aan het dansen, reden waarom ik van mening ben dat er stabiele regels nodig zijn voor het Stabiliteits- en groeipact, maar ook met betrekking tot de gevolgen. Het mag niet gebeuren dat lidstaten die het financieel stelsel schade berokkenen en een stijgende rente veroorzaken, onder de gevolgen kunnen uitkomen door andere burgers voor de rente te laten opdraaien.

Wat we nodig hebben, is stabiliteit, en dat is iets dat de euro-obligaties ons niet zullen brengen, hoewel er wellicht andere goede reden aan te voeren zijn voor deze obligaties. Voor wat betreft het financiële mechanisme ben ik van mening dat het moet worden gefinancierd en gebaseerd op het door de lidstaten gecreëerde risico. Als je een groter risico neemt, een groter tekort creëert, dan is het niet meer dan logisch dat je een beetje meer bijdraagt aan het financiële mechanisme. Dat is een kwestie van verantwoordelijkheid nemen voor eigen welbewust gekozen beleid. We mogen niet uit het oog verliezen dat de zaken waarvan we nu in een aantal landen getuige zijn, een uitvloeisel zijn van de debatten in de nationale parlementen en in dit Parlement, waar sommigen onder ons voor meer uitgaven pleitten. Nu zitten we met de brokken.

(Spreker verklaart zich bereid een "blauwe kaart"-vraag krachtens artikel 149, lid 8 van het Reglement te beantwoorden)

 
  
MPphoto
 

  Martin Schulz (S&D). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer Hökmark, ik kan er begrip voor opbrengen dat u hier voor het Zweedse thuisfront een mooi praatje moet houden. Maar geeft u nou eens antwoord op de volgende vraag: welk land in de Europese Unie heeft de hoogste langlopende staatsschuld, en welke partij is in dat land aan de macht?

 
  
MPphoto
 

  Gunnar Hökmark (PPE). - (EN) (De heer Schulz blijft spreken, met uitgeschakelde microfoon) Mevrouw de Voorzitter, ik hoop dat ik verder kan spreken zonder nog eens te worden onderbroken. Allereerst is mijn boodschap vooral aan u gericht, mijnheer Schulz, want ik wil u graag in herinnering roepen wat u hier twee jaar geleden in dit Parlement zei. U pleitte toen voor verhoging van de uitgaven door zowel de EU als de lidstaten. Het probleem is dat sommige lidstaten socialistische regeringen hebben gehad en dat in al die landen als gevolg van beleid zoals u bepleitte het begrotingstekort is opgelopen. Of zou u dat willen ontkennen, mijnheer Schulz?

(Spreker verklaart zich bereid een "blauwe kaart"-vraag krachtens artikel 149, lid 8 van het Reglement te beantwoorden)

 
  
MPphoto
 

  Martin Schulz (S&D). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, aangezien onze collega de vraag niet beantwoordt, zal ik hem beantwoorden. Dat land heet Italië en wordt geregeerd door de heer Berlusconi. De christendemocraten zijn in dit land sinds 1946 bijna onafgebroken aan de macht geweest.

 
  
MPphoto
 

  Liisa Jaakonsaari (S&D). (FI) Mevrouw de Voorzitter, ook ik wil mijn collega vragen hoe de socialisten in Ierland en Griekenland hun landen in de schulden zouden hebben gestort. Is het, nu u de grootste partij in Europa bent en de Commissie meer naar rechts neigt, dan niet de taak van rechts om de weg uit deze crisis te wijzen in plaats van vorige regeringen of daaraan voorafgaande regeringen de schuld te geven?

 
  
MPphoto
 

  Gunnar Hökmark (PPE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil de geachte collega's eraan herinneren dat ik zei dat er meerdere redenen aan de huidige tekorten ten grondslag liggen. Het is echter waar dat ik tevens zei dat - en dit is noch door de heer Schulz, noch door zijn collega's ontkend - dat alle socialistische regeringen dergelijke problemen hebben doen ontstaan, omdat het om welbewust gekozen beleid ging. Ik ben het er absoluut mee eens als er bijvoorbeeld in verband met Ierland wordt gezegd dat er enorme fouten zijn gemaakt, maar waar het hier vooral om gaat is dat het om welbewust gekozen beleid ging om de uitgaven en de tekorten te doen oplopen om de crisis en de problemen aan te pakken, iets waarvan we nu de wrange vruchten plukken. Dat is mijn boodschap aan de heer Schulz cum suis.

(Spreker verklaart zich bereid een "blauwe kaart"-vraag krachtens artikel 149, lid 8 van het Reglement te beantwoorden)

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Collega's, om de spreker en u allen te laten weten waar u aan toe bent, wil ik alleen maar even zeggen dat er op dit moment drie mensen een "blauwe kaart"-vraag willen stellen. Aangezien deze mogelijkheid is ingevoerd door de Werkgroep hervorming van het Parlement, sta ik er zeer welwillend tegenover en we hebben tijd genoeg, maar toch wil ik de spreker vragen of hij bereid is al deze vragen te beantwoorden. En dan wil ik u vragen of deze vragen achter elkaar gesteld kunnen worden, waarna de heer Hökmark ze kan beantwoorden. Daarna sluiten we dat deel van de spreektijd af.

 
  
MPphoto
 

  Philippe Lamberts (Verts/ALE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik zou graag tegen de heer Hökmark willen zeggen dat hetgeen u over de socialistische regeringen beweert, misschien wel een kern van waarheid bevat, maar dat rechtse regeringen in feite hetzelfde gedaan hebben door in plaats van overheidsschulden grote particuliere schulden aan te gaan. Voor de economie maakt dat geen enkel verschil, het is slechts een andere manier om hetzelfde te bereiken, en dat is net zo goed onhoudbaar.

 
  
MPphoto
 

  Werner Langen (PPE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, ik wilde collega Hökmark – die immers al langer meedraait – vragen of hij zich kan herinneren dat België, Griekenland en Italië bij het van start gaan van de monetaire unie schulden hadden ter hoogte van ruim 130 procent van hun nationaal inkomen, dat de staatsschuld van Griekenland sindsdien is gestegen, die van België met ruim 30 procent is gedaald, en die van Italië met ruim 25 procent is afgenomen. Kan hij zich dit nog voor de geest halen?

 
  
MPphoto
 

  Anni Podimata (S&D). – (EL) Mevrouw de Voorzitter, tegen mijnheer Langen en mijnheer Hökmark zeg ik dat u het blijkbaar erg leuk vindt om de kredietcrisis te ideologiseren en om, naar het schijnt, alle socialistische regeringen collectief op de korrel te nemen. Ik zou u graag een simpele vraag willen stellen: heeft u ooit uw collega's bij de Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten), die tot een jaar geleden mijn land regeerden en die aan u en de Europese Commissie officiële gegevens hebben overgelegd – vraagt u het maar aan de heer Rehn – gevraagd hoe het kan dat volgens die gegevens het begrotingstekort van Griekenland voor 2009 6,9 procent was in plaats van 15 procent, zoals recentelijk door Eurostat werd bevestigd?

 
  
MPphoto
 

  Gunnar Hökmark (PPE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, dankzij dit debat is een aantal zaken die we niet mogen vergeten, goed duidelijk geworden.

We mogen vooral mijn eerste punt niet vergeten, namelijk - en het is interessant te zien dat geen van mijn socialistische collega's dit heeft ontkend - dat alle socialistische regeringen die een socialistisch beleid voerden tot over hun oren in de schuldencrisis zitten. De crisis breidt zich als een olievlek uit over de lidstaten, en wel als gevolg van een welbewust gekozen beleid dat de heer Schulz en anderen hier twee jaar geleden nog in het Parlement stonden te verdedigen. We hoeven er alleen maar de notulen van dit Parlement op na te slaan om te kunnen constateren dat dit exact was wat u, mijnheer Schulz, en uw collega's hier in het debat gezegd hebben. En nu zitten we als gevolg daarvan met de brokken, en dat wil ik hier duidelijk gezegd hebben. Ik zie dat het enige dat u als weerwoord heeft, zoiets is van "Ja, u heeft gelijk, maar ook andere landen zitten in de problemen". Maar u heeft geen enkel weerwoord tegen datgene waar het mij om draait, namelijk dat die problemen het gevolg zijn van uw beleid. Dat is de crux van het geheel en moet zorgvuldig worden genotuleerd.

Ook de heer Lamberts wijst op deze problemen. Maar het interessante is dat, niettegenstaande het feit dat een aantal landen inderdaad in de problemen is gekomen als gevolg van de financiële crisis, het evenzo waar is - en ik weet zeker dat de heer Lamberts het daar volstrekt mee eens zal zijn - dat het leeuwendeel van de landen met een stabiele kijk op de publieke financiën wordt geleid door regeringen van niet-socialistische signatuur. Ik geloof niet dat u of iemand anders hier in dit Parlement ook maar één socialistische regering kan noemen die niet in de begrotingsproblemen is beland.

 
  
MPphoto
 

  Ioannis Kasoulides (PPE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, alleen het beleid is belangrijk en niet de vraag wie het heeft uitgevoerd. Wie zonder zonde is, werpe… De eurocrisis zal waarschijnlijk niet ophouden bij Ierland alleen en misschien hebben we het ergste nog voor ons.

Want de hongerige marktmonsters zullen niet nalaten elke kwetsbare opening eindeloos aan te vallen, alle pijnlijke bezuinigingsmaatregelen in de lidstaten ten spijt. Maar als de EU het gevecht wint en erin slaagt in alle tegenspoed vastberadenheid te tonen om alles te doen wat in eendracht en solidariteit nodig is om toezichthouders te tarten en de markten te overtuigen, dan is dit een triomf voor de Europese eenwording, een glorieuze overwinning.

Dit alles kan worden bereikt langs de weg van collectieve wijsheid. Laten we degenen die het einde van de euro en de uittreding van landen, sterke of zwakke, uit de eurozone voorspellen, bewijzen dat ze ongelijk hebben. Begrotingsdiscipline, economisch bestuur en de redding van de euro zijn pas compleet als dit gepaard gaat met een Europees plan voor groei waar iedereen zich in kan vinden. In het verleden is de economie van Europa gered door het Amerikaanse Marshallplan. Nu is een soortgelijk plan nodig van Europeanen voor Europeanen.

 
  
MPphoto
 

  Gay Mitchell (PPE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, vandaag stemt het Ierse Huis van Volksvertegenwoordigers, de Dáil, over het financiële hulppakket van de EU en het IMF. Ierland maakt zeer moeilijke tijden door; de belastingen gaan omhoog en er wordt sterk gesneden in de uitgaven. De begroting van vorige week was slechts een van de talloze uitingen van de problemen waar zoveel mensen in Ierland op dit moment mee te kampen hebben, een zoveelste tegenslag na de loonsverlaging van 14 procent in de publieke en private sector.

Ik heb er echter alle vertrouwen in dat Ierland met het financieel pakket van de EU en het IMF het vertrouwen zal weten te herstellen door daarmee de banken opnieuw te kapitaliseren en te laten lenen, en door de overheidsfinanciën te herstellen. Ik ben het niet noodzakelijkerwijs eens met alle details van het plan, maar Fine Gael steunt in ieder geval de grote lijnen ervan. De onderliggende economische trends in Ierland zijn vrij gunstig. Dit alles vraagt om een verstandige regering en gedegen toezicht door de Dáil om er zo voor te zorgen dat de financiën nooit meer zo gierend uit de hand lopen.

Ook vraagt dit om zelfreflectie door de EU en ECB ten aanzien van het aandeel van lage rentevoeten in de vastgoedinflatie. Tweeënhalf jaar lang was ik hier in dit Parlement een roepende in de woestijn toen ik keer op keer de heer Trichet over dit specifieke punt bevroeg. Met de oprichting van een permanente opvolger van het Europees financieel stabilisatiemechanisme, waaruit Ierland 22,5 miljard euro aan leningen ontvangt – tenminste, als het er volledig gebruik van maakt – is het pakket van de EU en het IMF goed nieuws voor de eurozone.

Ter afsluiting zou ik nog willen opmerken dat veel mensen hier zichzelf als federalisten zien en dus een soort harmonisering van de belastingheffing wensen. In de Verenigde Staten is meer dan 50 procent van het totale aantal bedrijven dat actief is op het vlak van intellectuele eigendom, in de staat Delaware gevestigd. Waarom doen ze dat? Vanwege het belastingstelsel in die staat. Verder is er hier in dit Parlement een aantal behoorlijk onnozele opmerkingen gemaakt door mensen die alleen in hun eigen straatje praten en proberen hun eigen nationale belangen door te drukken door onjuiste uitspraken te doen, die zeker zullen worden aangevochten.

 
  
MPphoto
 

  Tunne Kelam (PPE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, de financiële crisis heeft ons laten zien dat er nog meer behoefte is aan meer Europa. De lering die we moeten trekken, is dat geen enkele lidstaat er ook maar iets mee opschiet als zaken vooral worden aangepakt vanuit het nationale eigenbelang. Morgen hebben we kortom een uitgelezen kans om te zorgen voor gezamenlijk optreden, begrotingsconsolidatie en een met sancties opgetuigd stabiliteitspact.

Dit is ook een uitgelezen kans om de al zo lang bestaande Europese paradox op te lossen. De Europese Unie is gegrondvest op een interne markt, echter zonder dat die geheel is afgerond. Nu is de tijd gekomen om te beginnen met een interne digitale markt. Er dient een permanent crisismechanisme te worden gecreëerd, bij voorkeur groepsgewijs. Ten tweede is er, aangezien het geheel gericht dient te zijn op preventie en vroegtijdige interventie, behoefte aan een betere harmonisering van de voorwaarden voor vroegtijdige interventie en activering van het crisismechanisme, waarbij overregulering uiteraard voorkomen moet worden. Ten derde dient het doel van de crisisbeheersingsfondsen duidelijk te worden gedefinieerd, namelijk zorg dragen voor macro-economische stabiliteit. Ze mogen dus niet worden gebruikt voor de aanpak van andere actuele problemen. Ten vierde dienen de toezichthoudende bevoegdheden op EU-niveau nauwkeuriger te worden gedefinieerd, bijvoorbeeld ten aanzien van mogelijk ingrijpen in de activiteiten van financiële instellingen, met inbegrip van het recht tot stopzetting van de uitbetaling van dividenden of van activiteiten die een onevenredig risico inhouden.

 
  
MPphoto
 

  Jean-Paul Gauzès (PPE). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, minister, commissaris, ik heb dit lange debat als een burger gevolgd.

Ik moet zeggen dat de voorstellen van de heer Barroso zeer interessant waren om te horen. Wij willen echter dat ze omgezet worden in daden. Heldere en inzichtelijke politieke wil en een eerlijk verhaal zijn noodzakelijke voorwaarden om onze burgers het vertrouwen terug te geven. Het is van groot belang dat we de waarheid vertellen. Er zijn overheidsuitgaven, die moeten gedekt of verminderd worden. Er zijn overheidsschulden en particuliere schulden, die moeten terugbetaald worden.

Heel wat deskundigen hebben zich hierover gebogen en daar hun eigen ideeën over ontwikkeld. Degenen die de crisis niet hebben zien aankomen, hebben nu een hele reeks geniale oplossingen. In een moeilijke situatie moeten we echter het hoofd koel houden. We moeten voorkomen dat we met het beheer van de openbare financiën de fouten herhalen die in de particuliere sector zijn gemaakt en die hebben geleid tot de financiële crisis en de bankencrisis. Mooie woorden hebben geen meerwaarde, leiden niet tot welvaart. Het zijn illusies die vaak alleen gunstig zijn voor speculanten.

Dit is de realiteit. Onze lidstaten hebben boven hun stand geleefd. Daar moeten we nu dapper de conclusies uit trekken door erop toe te zien dat de last van het herstel eerlijk verdeeld wordt.

 
  
MPphoto
 

  Seán Kelly (PPE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, om te beginnen heb ik een klacht. U zei dat dit een belangrijk debat is, en dat is het inderdaad. Ik vind het dan ook eigenlijk niet kunnen dat de heer Barroso en veel andere politieke leiders meteen na hun toespraak het Parlement verlieten. En om de heer Schulz recht te doen, hij is wel van het begin tot het einde gebleven, iets waarvoor ik hem mijn complimenten wil overbrengen.

Ten tweede wil ik nog zeggen dat een van de belangrijkste redenen waarom de financiële crisis is uitgebroken, ligt in het feit dat de regeringen niet regeerden en de politieke leiders geen leiding gaven. Gode zij dank krijgen we de situatie nu zo langzamerhand onder controle, met behulp van de nieuwe toezichthoudende architectuur die per 1 januari in werking treedt, met het verslag over de ratingbureaus dat we gisterenavond behandelden en met het permanente mechanisme voor financiële stabiliteit van vandaag. Al deze zaken zijn meer dan welkom.

Als de heer Barroso hier geweest was, zou ik hem gevraagd hebben of hij kan garanderen dat er noch in Ierland, noch elders een referendum nodig zal zijn voor de minimale verdragswijziging waarover hij sprak.

Tot slot wil ik degenen die om een schriftelijke verklaring vroegen, ondertekend door de leden van dit Parlement, nog zeggen dat dit een directe aanval is op de vennootschapsbelasting in Ierland. Dat moeten we niet willen.

 
  
MPphoto
 

  Csaba Sándor Tabajdi (S&D).(HU) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, er is hier een ideologisch debat ontstaan, hoewel we meerdere voorbeelden kunnen geven van de wijze waarop de regering-Schröder een uiterst serieus hervormingsbeleid doorvoerde of hoe in Hongarije de nu zittende rechtse regering alle middelen inzette om te voorkomen dat de toenmalige linkse regering na 2006 fiscale discipline zou doorvoeren. Dit soort debatten leiden nergens toe. Wat belangrijk is, is dat de Europese Unie zich eindelijk met proactieve in plaats van reactieve politiek gaat bezighouden. Het zou mooi zijn als het tijdens de top dit weekend tot een akkoord komt over het Europees Stabiliteitsmechanisme. Het Hongaarse voorzitterschap, de Hongaarse regering, die in januari het roulerende voorzitterschap van de EU zal overnemen, zal alles in het werk stellen om het ratificatieproces te bespoedigen en ervoor te zorgen dat de Europese Unie aan de slag kan met inhoudelijke vraagstukken, zoals Europa dynamischer maken.

 
  
MPphoto
 

  Ildikó Gáll-Pelcz (PPE).(HU) Mevrouw de Voorzitter, geachte Raad, geachte Commissie, lidstaten proberen aan de hand van individuele oplossingen en op hun eigen manier het hoofd te bieden aan de crisis waar ze zich momenteel in bevinden. Na een strategische koers te hebben bepaald, moeten de Raad en de Commissie de oplossingen van de lidstaten consolideren en coördineren. Dit houdt in dat het opleggen van sancties aan lidstaten niet voldoende is als het gaat om economisch bestuur. Uiteraard zou het welkom zijn geweest als we de consistentie en nauwgezetheid die vandaag zichtbaar waren, ook bij bepaalde commissarissen terug hadden gezien toen ze net deden alsof ze blind waren toen gegevens onderzocht moesten worden. Ik ben ervan overtuigd dat de verantwoordelijkheid voor het niet in acht nemen van het Stabiliteits- en groeipact niet alleen bij de lidstaten is gelegen, aangezien de Commissie zelf haar controlemechanismen heeft versoepeld. We moeten erkennen dat het bezuinigingsbeleid dat tot op heden is gevoerd, nergens een succes is gebleken. Er worden dus nieuwe en duidelijke antwoorden van jullie verwacht. Vernieuwende en motiverende oplossingen. Collega's, ik kan u verzekeren dat het Hongaarse voorzitterschap deze coördinerende rol zal vervullen.

 
  
MPphoto
 

  Proinsias De Rossa (S&D). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, Ierland is al veelvuldig genoemd in dit debat. Ik wil allereerst duidelijk maken dat ik voorstander ben van verdergaand economisch bestuur in het kader van een Europese sociale markteconomie. We zijn Ierland´s partners in Europa alle dank verschuldigd voor hun solidariteit in deze tijden van crisis - een crisis die in grote mate het gevolg is van een jarenlange opeenvolging van incompetente regeringen van conservatieven.

Het wekt geen verbazing dat eurosceptici deze solidariteit neerzetten als de teloorgang van Ierland´s onafhankelijkheid. Die dwaling wordt nog eens verergerd door het feit dat de Commissie en de Raad nagelaten hebben het Parlement te betrekken bij het memorandum van overeenstemming met Ierland. Wanneer kan het Parlement dit memorandum van overeenstemming officieel tegemoet zien, mijnheer Rehn?

Commissaris Rehn, de verplichting om het minimumloon in Ierland met 2 000 euro per jaar te verlagen, is een van de geniepigste voorwaarden en verplichtingen in het memorandum van overeenstemming. De Ierse regering beweert dat u daarom gevraagd heeft, mijnheer Rehn. Kunt u het Parlement daar iets meer over zeggen?

Het tweede onbegrijpelijke element van deze overeenkomst is de marge van 3 procent waarom u gevraagd heeft…

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL). (PT) Mevrouw de Voorzitter, het is onaanvaardbaar dat nog langer wordt gewacht met het nemen van essentiële maatregelen. Dat getuigt van onverschilligheid ten aanzien van de toename van de werkloosheid, de armoede, de ongelijkheden, de wanverhoudingen en de economische recessie die door de bezuinigingsplannen wordt veroorzaakt. En ondertussen maken de economische en financiële concerns steeds meer winst. Dat brengt mij tot de volgende vragen.

Waarom worden de statuten en de richtsnoeren van de Europese Centrale Bank niet op zodanige wijze aangepast dat de ECB-leningen direct aan de lidstaten worden toegekend tegen een percentage van 1 procent, en niet zoals nu aan particuliere banken, die op hun beurt een percentage aanrekenen dat drie, vier of vijf keer hoger ligt en op die manier de staatsschuld aanwakkeren? Waarom wordt niet besloten tot een heffing op kapitaalverkeer en worden er geen maatregelen genomen om de belastingparadijzen en derivatenmarkten uit de wereld te helpen, zodat eens en voor altijd een einde wordt gemaakt aan de speculatie op staatsschuld? Waarom wordt niet besloten om de Gemeenschapsbegroting op te trekken en een echt beleid voor economische en sociale samenhang te bekostigen waarmee wordt gestreefd naar een verhoging van de productie en het scheppen van werkgelegenheid met rechten…

(Spreekster wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Jaroslav Paška (EFD). - (SK) Mevrouw de Voorzitter, we zijn hier bijeen om te debatteren over het voorstel voor een permanent mechanisme ter waarborging van de financiële stabiliteit van de eurozone, een mechanisme om onze vrienden in lidstaten die momenteel over te weinig middelen beschikken voor de afbetaling van schulden, te hulp te schieten.

We hebben het hier allemaal over de totstandbrenging van een door alle leden van de eurozone gegarandeerd gemeenschappelijk mechanisme voor financiële stabiliteit en verwachten dat diegenen die nog in staat zijn om hun schuldenlast onder controle te houden, solidair zijn met degenen die dat niet meer lukt.

Na de ervaringen met de maatregelen ter ondersteuning van Griekenland tot nog toe en de onlangs opgerichte eenmalige beschermingsmuur, vraag ik me af wat er gebeurt als de magiërs van de financiële markten een rekenmachientje in de hand nemen om de degelijkheid van de voorgestelde oplossingen door te rekenen en vervolgens vast te stellen dat ook dit nog niet voldoende vertrouwenwekkend is om hen ertoe te bewegen het risico te lopen hun geld in de Europese ruimte te beleggen?

Ik vraag me af of we op een dergelijke mogelijkheid voorbereid zijn en mogelijke volgende te nemen stappen reeds klaar hebben liggen. Want ik geloof dat de gekozen oplossing niet bijster geloofwaardig is in deze tijden.

 
  
MPphoto
 

  Andrew Henry William Brons (NI). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, de meeste gewone mensen zien crises als een tragedie, maar eurocraten zien ze als een kans om de tentakels van hun macht uit te breiden. De Europese Raad staat op het punt een besluit te nemen over een permanent crisismechanisme ter waarborging van de financiële stabiliteit van de eurozone als geheel, uiteraard ondersteund door een verdragswijziging. We hebben uit betrouwbare bron vernomen dat dit toezicht en die verdragswijzigingen tevens van toepassing zijn op de lidstaten buiten de eurozone.

De coalitieregering in het Verenigd Koninkrijk heeft een referendum in het vooruitzicht gesteld wanneer er nog meer bevoegdheden naar de Europese Unie worden overgeheveld. Maar goed, die belofte zal wel net zo hard zijn als de plechtige belofte van de Conservatieven om een referendum te houden over het Verdrag van Lissabon. Voor de Conservatieven zijn beloftes een kwestie van tactiek, niet van verplichtingen.

 
  
MPphoto
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, nu het einde van het jaar nadert, is het de moeite waard om onze werkzaamheden nog eens grondig te analyseren. Laten we dus eens goed kijken naar onze besluiten en interventies, en laten we ons vervolgens afvragen wat we ermee hebben gedaan? Iedereen moet dit maar doen op zijn eigen niveau van besluitvorming en verantwoordelijkheid. Het is prima dat we in het Verdrag een aantal bepalingen willen opnemen voor meer discipline in onze activiteiten. We zijn echter nog steeds gebonden aan het Stabiliteits- en groeipact. Waarom hebben we de regels daarvan niet nageleefd? Waarom hebben de Commissie en haar diensten niet eerder gereageerd in het geval van Griekenland of Ierland?

De Europese Unie is een democratische organisatie die bestaat uit verschillende lidstaten. Zij kan dus niet even unilateraal handelen als individuele landen, zoals China, de Verenigde Staten of andere landen. Vandaar het gebrek aan doortastend optreden ter verdediging van de euro. We moeten dus een nieuwe aanpak ontwikkelen voor economisch bestuur en een echte economische unie tot stand brengen. We moeten de coördinatie versterken en het financiële en zelfs fiscale beleid harmoniseren.

 
  
MPphoto
 

  George Sabin Cutaş (S&D). - (RO) Mevrouw de Voorzitter, zoals de vorige sprekers al hebben gezegd, is het duidelijk dat de Europese Unie tot nu toe onvoldoende vooruitgang heeft geboekt bij het financieel stabiliseren van haar markten. Terwijl speculanten de stabiliteit van de gemeenschappelijke munt dagelijks in gevaar brengen, door middel van het isoleren en het onder druk zetten van lidstaten, kan de oplossing slechts komen vanuit de instandhouding van solidariteit op Europees niveau. Zo is het instellen van een permanent mechanisme om de financiële stabiliteit van de eurozone te waarborgen noodzaak geworden, hetgeen via de communautaire methode moet worden gecoördineerd.

Het belang van de burger wordt het beste beschermd als de Europese instellingen volledig betrokken zijn bij het besluitvormingsproces en als het algemeen belang voorrang heeft op belangen… Tegelijkertijd moeten we in het oog houden dat de betrokkenheid van de 27 lidstaten onontbeerlijk is bij dit toekomstige mechanisme in het kader van de gemeenschappelijke markt. Instabiliteit van andere munteenheden zal altijd aanzienlijke gevolgen hebben voor de positie van de euro.

 
  
MPphoto
 

  Diogo Feio (PPE). – (PT) Mevrouw de Voorzitter, de aanstaande bijeenkomst van de Raad is inderdaad bijzonder belangrijk. Belangrijk om een antwoord te bieden op enerzijds de algemene, internationale crisis en anderzijds de specifieke crisis van de regeringen die hun huiswerk niet tijdig hebben gemaakt, te veel geld hebben uitgegeven en de invoering van de noodzakelijke structurele hervormingen aan hun laars hebben gelapt. Daarom pleit ik hier voor een stabiel instrument ter ondersteuning van de euro.

Het antwoord kan en mag niet geval per geval worden geformuleerd. Daarom ben ik voorstander van een oplossing krachtens de communautaire methode, aangezien de intergouvernementele methode regeringen die niet tijdig hebben gedaan wat zij moesten doen, in feite beloont. Ik dring aan op een versterking van de rol van het Europees Parlement bij de bespreking van deze kwesties, met debatten zoals dat hier vandaag is gevoerd: levendig, met uiteenlopende meningen, maar ten behoeve van een sterkere Europese Unie en een steeds betere euro.

 
  
MPphoto
 

  Zigmantas Balčytis (S&D).(LT) Mevrouw de Voorzitter, ik ben het eerlijk gezegd eens met alle ideeën die vandaag naar voren zijn gebracht over de instelling van een crisismechanisme en over de aanvullende maatregelen die, naar ik aanneem, zowel de Europese Raad als het Parlement in de toekomst zal bespreken. Vandaag hebben we vele tegenstrijdige beoordelingen gehoord en misschien ook enkele beschuldigingen over eerdere fouten. Deze kwamen van alle kanten. Ze kwamen van de lidstaten, van de Europese Commissie en de Raad, en ook van commerciële banken waarvan de activiteiten geloof ik in de toekomst ook nauwkeurig onder de loep zullen worden genomen. Ik zou het hier nog over iets anders willen hebben. De gedachte die door voorzitter Barroso werd uitgesproken dat wij in deze moeilijke situatie eendrachtig, schouder aan schouder, moeten samenwerken staat mij aan en commissaris, ik zou u echt willen vragen om uw uiterste best te doen om ervoor te zorgen dat alle landen aan dit in te stellen crisismechanisme kunnen deelnemen, of zij nu wel of niet deel uitmaken van de eurozone. Omdat wij onze markten hebben opengesteld toen wij ons bij de Europese Unie aansloten, wij hetzelfde bedrag aan de begroting betalen en daarnaast nog vele andere dingen doen.

 
  
MPphoto
 

  João Ferreira (GUE/NGL). - (PT) Mevrouw de Voorzitter, hier is geen sprake van een stabiliteitsmechanisme dat de voornaamste oorzaken van de instabiliteit binnen de Europese Unie wegneemt. Doel is dat de beleidsmaatregelen die ons naar de huidige crisis hebben geleid, worden voortgezet en verder worden ontwikkeld. Een Economische en Monetaire Unie in het belang van enkelen en ten koste van anderen, ongebreidelde financiële speculatie, absolute voorrang aan het vrije dus tomeloze verkeer van kapitaal, de alomtegenwoordige overheersing van de markt op alle terreinen van de samenleving, de ontwaarding van de werkgelegenheid als bron van welvaart en bijgevolg ook van de bijbehorende rechten.

Aan het begin van het tweede decennium van de 21e eeuw wordt deze Europese Unie onvermijdelijk geassocieerd met de grootste maatschappelijke achteruitgang die Europa tijdens de laatste decennia heeft gekend en die het resultaat is van een ongekende aanval op de rechten en de levensomstandigheden van de burgers. De grote economische en financiële concerns blijven enorme winsten opstrijken, de werkloosheid neemt almaar toe en miljoenen werknemers met een baan worden armer. Dat is de boodschap die zich herhaalt in protestacties overal in Europa en het is tijd dat wij luisteren.

 
  
MPphoto
 

  Angelika Werthmann (NI). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, het vertrouwen van de burgers in Europa en in de euro is door de financiële crisis en politieke manipulatie sterk afgenomen. De burgers hebben behoefte aan begrijpelijke, duidelijke en op lange termijn betrouwbare perspectieven voor de bescherming van hun munt. In het Stabiliteits- en groeipact wordt gedefinieerd wat de maximaal toegestane totale schuld is. Dit heeft echter nauwelijks effect. Nieuwe reddingsmechanismen worden alleen breed gedragen onder de bevolking als ze vergezeld gaan van effectieve controles en sancties. Voor de controles moet Eurostat verder worden versterkt en moeten sanctiemechanismen handhaafbaar en effectief zijn. Het bestaande systeem voorziet in sanctiemogelijkheden. Toekomstige reddingsmechanismen zijn: continu toezicht, sneller en gecoördineerder handelen en effectieve sancties.

 
  
MPphoto
 

  Jean-Pierre Audy (PPE). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, u gaat voorstellen om dit permanente mechanisme in te stellen op basis van artikel 136. Ik vind het jammer dat u artikel 122 niet heeft gebruikt, want dan had u alle lidstaten kunnen omvatten, maar we beginnen aan een politiek debat omdat het Parlement wordt geraadpleegd in het kader van artikel 48 betreffende vereenvoudigde herzieningsprocedures, en ik wil twee politieke onderwerpen op tafel leggen.

In de eerste plaats de eurozone, die is op zich niet voldoende. Commissaris, we moeten op zijn minst alle landen omvatten die verplicht zijn de euro te gebruiken, dat zijn 25 lidstaten.

Ten tweede parlementaire politieke controle. Dat is geen urgentiemechanisme, maar een permanent mechanisme. Logischerwijs zou er dus een of andere vorm van parlementaire politieke controle moeten zijn onder passende omstandigheden die u voor moet gaan stellen, omdat parlementen, met name het Europees Parlement, controle moeten uitoefenen op de uitvoerende macht met betrekking tot deze regeling.

 
  
MPphoto
 

  Edite Estrela (S&D). - (PT) Mevrouw de Voorzitter, het heeft geen zin om met de beschuldigende vinger te wijzen, want daarmee lossen wij onze problemen niet op. Bovendien getuigt die houding meer dan eens van een gebrek aan kennis van de verschillende situaties. We hebben maatregelen nodig om de speculatie op staatsschulden een halt toe te roepen. Er wordt veel gesproken over de Portugese situatie, maar deze maand is uit een verslag van het Internationaal Monetair Fonds gebleken dat Portugal een van de landen is die het grootste aantal hervormingen heeft doorgevoerd om de duurzaamheid van de overheidsfinanciën en de sociale zekerheid te waarborgen.

Voor de crisis, in 2007, kende Portugal een economische groei van 2,4 procent van het bbp en een begrotingstekort van 2,6 procent. Tussen 2005 en 2010 was Portugal een van de landen waar de export het sterkst toenam. Wat wij nodig hebben, is meer eenheid, meer verantwoordelijkheidsbesef en meer solidariteit, zodat de markten tot rust komen.

 
  
MPphoto
 

  Bogusław Liberadzki (S&D). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, we concentreren ons op de eurozone, maar 150 miljoen burgers bevinden zich buiten deze zone. Dit is een derde van de bevolking in de Europese Unie. Daarom is voor ons een gezonde euro en een gezonde eurozone zo van belang. Laat het absoluut duidelijk zijn, we willen minder beleid van nationale regeringen, meer Unie en meer Parlement.

In Polen doet de mening van de Duitse bondskanselier er veel meer toe dan die van voorzitter Van Rompuy. De luide stem van premier Cameron is er belangrijker dan die van voorzitter Barroso. Daarom hebben we behoefte aan een stabiliteitspact, een pact voor stabiele Europese solidariteit. De heer Schulz heeft gelijk wanneer hij meer Europa wil in ons denken en nieuwe instrumenten voor ons handelen, zoals een belasting op financiële transacties, euro-obligaties, bankentoezicht en een gecoördineerde begrotingsdiscipline van de lidstaten.

 
  
MPphoto
 

  Olli Rehn, lid van de Commissie. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, geachte leden van het Parlement, ik zou u graag allereerst willen bedanken voor het uiterst gedegen en van veel verantwoordelijkheidsgevoel getuigende debat over de Europese aanpak van de huidige crisis. Deze laatste fase van de financiële crisis blijkt inderdaad steeds meer een systeemcrisis te zijn, hetgeen vraagt om een al even op het onderliggende systeem gerichte aanpak door de Europese Unie.

Dat betekent dus dat de Europese beleidsrespons breed, consistent en vastberaden moet zijn. Dat gaat noodzakelijkerwijs gepaard met bredere maatregelen die van toepassing zijn op de gehele Europese Unie, geflankeerd door specifieke, door de lidstaten te treffen maatregelen.

Wat moet er gedaan worden? Volgens de Commissie zijn er grofweg vijf opties. Allereerst is er vastberadenheid en eendracht nodig om de afgesproken begrotingsmaatregelen daadwerkelijk uit te voeren. Dat betekent dus dat elke lidstaat zich aan zijn begrotingsdoelstellingen moet houden. De beste afweer tegen besmetting is het versterken van onze begrotingen. Zo leggen Spanje en Portugal bijvoorbeeld op dit moment de laatste hand aan uiterst overtuigende maatregelen.

Ten tweede dienen we vooruitgang te boeken met de volgende ronde van de stresstest voor banken en deze nog uitgebreider en strenger uit te voeren dan de vorige keer, en wel met behulp van de nieuwe Europese architectuur van financiële regulering en toezicht zoals die per 1 januari volgend jaar van kracht wordt.

Ten derde hebben we doeltreffende financiële vangnetten nodig, reden waarom de EU mei jongstleden het Europees financieel stabilisatiemechanisme en de faciliteit voor een tijdelijke duur van drie jaar in het leven riep. Binnenkort wordt ook begonnen met de inrichting van het permanente Europees Stabiliteitsmechanisme, dat halverwege 2013 in werking treedt.

Om de zaken nog grondiger aan te pakken, is recentelijk een aantal initiatieven opgestart met betrekking tot euro-obligaties. Het concept euro-obligatie is uiterst breed en omvat een heel scala aan mogelijke toepassingen. Momenteel zijn de beleidsmakers, volkomen terecht, vooral bezig met het doeltreffender en flexibeler maken van de bestaande Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit, zodat die ons direct van nut is bij de aanpak van de huidige fase van de crisis.

Maar we moeten hoe dan ook onverwijld doorgaan met ons analytisch debat over mogelijke rationele alternatieven waarmee Europa de huidige systeemcrisis te boven kan komen door de werking van de obligatiemarkten te verbeteren, door begrotingsconsolidatie mogelijk te maken via redelijke financieringskosten, door een basis te leggen voor grotere begrotingscoördinatie tussen de lidstaten, alsook door versterking van de stimuli voor verstandig begrotingsbeleid in de lidstaten.

Structurele maatregelen dienen het vierde element van de integrale aanpak te vormen, zoals ook uiteengezet in de strategie voor Europa 2020. Structurele maatregelen zijn van cruciaal belang voor het vergroten van onze potentiële groei en voor het scheppen van duurzame werkgelegenheid. We dienen onze interne markt optimaal te benutten, met name op het vlak van diensten en energie, en dienen ervoor te zorgen dat de belasting- en socialezekerheidsstelsels meer gericht zijn op werkgelegenheidsgroei, ons meer in te spannen voor investeringen in kennis en innovatie, alsook onze regelgeving te vereenvoudigen.

Ten vijfde is er een essentieel element van onze aanpak van de systeemfouten dat voor een groot deel in uw handen ligt, geachte leden van het Parlement, en wel een snelle en ambitieuze goedkeuring van het door de Commissie in september jongstleden ingediende wetgevingspakket inzake versterkt economisch bestuur. Het doet mij deugd dat het Parlement en de Raad overeen zijn gekomen dit pakket voor de volgende zomer af te ronden. Hier staat de geloofwaardigheid van de economische en monetaire unie van de Europese Unie als zodanig op het spel. Bovendien is het een uiterst doeltreffend preventiemechanisme tegen crises, aangezien hiermee het langetermijn- en kortetermijnvertrouwen in de Europese economie, alsook het vertrouwen in de nabije toekomst, wordt versterkt.

En om te reageren op wat de heer Karas zei, is het tevens een essentiële opstap naar de afronding van de Economische en Monetaire Unie, door de sterke monetaire unie dan eindelijk aan te vullen met een echte, functionerende economische unie. Het is echt de hoogste tijd dat de "E" in de EMU leven wordt ingeblazen door de oprichting van een werkelijke, doeltreffende economische unie als de laatste stap in de integratie van het Europees economisch beleid.

lid van de Commissie. (FI) Mevrouw de Voorzitter, ik wil nog enkele opmerkingen in het Fins maken vanwege de interventie van de heer Soini. Misschien is hij nu weer teruggekomen, want zojuist verliet hij de vergadering. Wij konden en moeten de interventies van de heer Soini met humor tegemoet treden, maar omdat hij de afgelopen tijd nogal wat aanhang heeft gekregen, moeten wij zijn interventies blijkbaar serieuzer gaan nemen.

Ten eerste denk ik niet dat het kleineren van de Grieken op de manier zoals de heer Soini deed erg nuttig of beroepshalve gepast is. Griekenland voert momenteel zeer belangrijke, baanbrekende hervormingen door, wat ons respect verdient en geen minachting.

Ik raad de heer Soini aan nog eens te denken aan het oude Finse gezegde dat ons leert je bewust te zijn van je eigen situatie en anderen te respecteren. Dat is een veel betere manier om een vreedzaam Europa op te bouwen dat gebaseerd is op samenwerking.

Ten tweede vind ik het ook niet professioneel om Europa met de Sovjet-Unie te vergelijken, zoals de heer Soini deed. Iemand zonder gevoel voor humor zou dat zelfs als beledigend kunnen ervaren. Vrijheid, democratie en rechtsstaat waren geen kenmerken van de Sovjet-Unie, maar zijn wel de fundamentele waarden van de Europese Unie, die de Finnen altijd hebben verdedigd, mijnheer Soini. Ook het begripsvermogen van de Finnen mag niet worden onderschat, zelfs niet dat van de aanhangers van de "Ware Finnen". De burgers weten maar al te goed dat de Europese Unie niet hetzelfde is als de Sovjet-Unie.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Hannes Swoboda (S&D). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, ik neem aan dat u net als ik van mening bent dat de gewoonte van sommige collega's om vragen te stellen en vervolgens weg te gaan, onhebbelijk is. Ik wil hiervoor mijn excuses aanbieden aan de heer Rehn, omdat het schandalig is dat hij uitgebreid antwoord geeft en sommige collega's er dan al vandoor zijn. Mijns inziens moeten we er samen naar streven dat dit in de toekomst niet meer of niet meer zo vaak voorkomt.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Mijnheer Swoboda, ik ben het helemaal met u eens. Het getuigt van grote onbeleefdheid en gebrek aan respect. Mijnheer De Rossa, een beroep op het Reglement?

 
  
MPphoto
 

  Proinsias De Rossa (S&D). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, daar staat tegenover dat commissaris Rehn geen antwoord heeft gegeven op mijn vragen, terwijl ik nog wel aanwezig ben.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Dat was niet echt een beroep op het Reglement. Mijnheer Rehn, u hoeft deze vraag niet te beantwoorden. Het mag natuurlijk wel, maar dit is niet het vragenuur met de Commissie. De volgende spreker is de heer Chastel namens de Raad.

 
  
MPphoto
 

  Olivier Chastel, fungerend voorzitter van de Raad. (FR) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, dames en heren, persoonlijk vind ik dat de Commissie heel veel antwoorden heeft gegeven op de vragen die gesteld zijn in dit interessante debat, te meer daar het Parlement een grote bijdrage kan leveren aan de oplossing voor deze crisis. In aanvulling op wat de Commissie gezegd heeft, wil ik twee punten noemen in verband met wat er morgen en overmorgen gaat gebeuren tijdens deze top.

Allereerst iets over economisch bestuur en de wijze waarop het Parlement daarbij betrokken kan worden. Zoals u weet heeft het voorzitterschap contact opgenomen met het Europees Parlement, met degenen die verantwoordelijk zijn voor het onderwerp economisch bestuur binnen dit Parlement. Het voorzitterschap wil optimale samenwerking tot stand brengen met dit Parlement, met name door middel van informeel overleg voordat we beginnen met de formele onderhandelingen. Omdat dit dossier erg belangrijk is en waarschijnlijk ook gevolgen heeft voor de markten, heeft het voorzitterschap zoals gezegd besloten aan dit dossier te werken volgens de fast track-manier, zoals gewenst door de Europese Raad. Om de werkzaamheden te bespoedigen heeft het voorzitterschap een werkgroep opgericht die zich uitsluitend met dit dossier bezighoudt. Deze groep is eind november begonnen met de beraadslagingen, in vervolg op wat het Economisch en Financieel Comité aan dit dossier heeft gedaan.

Het tweede punt waarover onze staatshoofden en regeringsleiders zich morgen en overmorgen zullen buigen is het toekomstige permanente mechanisme voor het crisisbeheer. Ik begrijp heel goed dat u vragen heeft over dat mechanisme, over de omvang van de oplossing die voor de crisis moet worden aangedragen. Gistermiddag hadden velen van ons, in het bijzijn van voorzitter Van Rompuy, in de Raad Algemene Zaken nog een aantal vragen die wachten op een antwoord. Ik kan u verzekeren dat de lidstaten er alles aan willen doen om de crisis te bezweren, zij zijn zich er heel goed van bewust dat de hele Europese markt en de euro op het spel staan, dat het niet alleen een keer een land is en daarmee misschien nog één. De oplossing voor de crisis moet allesomvattend zijn en wij moeten de onzekerheid die op deze markt drukt absoluut beperken.

Maar we moeten volgens mij ook geen verwachtingen wekken die we op dit moment niet waar kunnen maken. Iedereen komt met nieuwe ideeën over de manier waarop we deze crisis zouden moeten bestrijden. In de wetenschap dat een aantal lidstaten het met elkaar eens moeten worden over die nieuwe voorstellen, lijkt dat op dit moment niet de allerbeste oplossing. Wat morgen en overmorgen, vrijdag, belangrijk is na afsluiting van deze Europese Raad, is allereerst dat we de markten een duidelijk signaal kunnen geven over de bereidheid van lidstaten om een antwoord te geven op de financiële crisis, de huidige eurocrisis; ten tweede zullen we bevestigen dat we een eenvoudig mechanisme willen voor het wijzigen van verdragen. U weet precies waarom dit mechanisme eenvoudig moet zijn, rekening houdend met de ratificering die moet plaatsvinden in de verschillende lidstaten; ten slotte is er het toekomstige permanente crisisbeheermechanisme, dat eveneens helder moet zijn om niet te kunnen worden aangevochten, met name voor het Hof in Karlsruhe.

 
  
  

VOORZITTER: DIANA WALLIS
Ondervoorzitter (debat)

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Tot besluit van het debat is er een ontwerpresolutie(1) ingediend, overeenkomstig artikel 115, lid 5, van het Reglement .

Het debat is gesloten.

De stemming vindt donderdag 16 december 2010 plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  Lidia Joanna Geringer de Oedenberg (S&D), schriftelijk. – (PL) Op de komende top van de Europese Raad worden hoogstwaarschijnlijk besluiten genomen over de vorm van een permanent anticrisismechanisme dat na 2013 de financiële stabiliteit van de eurozone moet beschermen. Ook zal er een begin worden gemaakt met het proces om de oprichtingsverdragen van de Unie te wijzigen. Hoewel ik gelet op de economische crisis begrip heb voor de noodzaak van buitengewone maatregelen, maak ik me zorgen over het tempo van de verandering en de manier waarop sommige landen proberen om andere landen bepaalde oplossingen op te leggen. Sommige ideeën, zoals de emissie van euro-obligaties, worden zonder inhoudelijke discussie verworpen. Ik ben van mening dat ondanks de uitzonderlijke omstandigheden de voor de Europese Unie relevante besluiten in alle rust moeten worden genomen, volgens het principe van solidariteit en met respect voor de gelijke rechten van alle lidstaten. Voorts wil ik mijn steun uitspreken voor het standpunt van de Poolse regering om de overheidsschuld op een andere manier te berekenen. Polen heeft (evenals tien andere EU-landen) zijn pensioenstelsel hervormd, wat momenteel aanzienlijk doorweegt op de nationale begroting. Polen werd tot deze hervorming gedwongen omdat het oude systeem steeds minder toereikend werd, wat resulteerde in steeds hogere kosten. De huidige schuld is dus geen symptoom van een gebrek aan spaarzaamheid, maar het gevolg van veranderingen die op lange termijn tot doel hebben de begrotingsuitgaven aan pensioenen te verminderen. Ik hoop dan ook dat de vertegenwoordigers van de lidstaten de door Polen voorgestelde wijzigingen steunen. Dank u voor uw aandacht.

 
  
MPphoto
 
 

  Iliana Ivanova (PPE), schriftelijk. (EN) De instelling van een permanent mechanisme ter verhoging van de financiële stabiliteit van de eurozone is een stap in de goede richting. Samen met een versterkt en beter gecoördineerd economisch bestuur zou het permanente crisismechanisme de stabiliteit van de eurozone kunnen garanderen, wat in de praktijk ook zo zal gaan uitpakken. Daarnaast moeten bij de instelling van dit mechanisme rekening worden gehouden met de specifieke situatie in de nieuwe lidstaten. Deze landen moeten actief worden betrokken bij het debat en de mogelijkheid krijgen om desgewenst aan het mechanisme deel te nemen. Tegelijkertijd moeten de lidstaten verantwoordelijk blijven voor hun eigen belastingbeleid. Belastingconcurrentie moet worden gehandhaafd als instrument ter bevordering van cohesie en ter stimulering van economische groei in de EU. Indien het accent van het beleid zou worden verlegd naar belastingharmonisatie of indien een gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag zou worden ingevoerd, zouden de tekortkomingen in de economische ontwikkeling worden vergroot en de cohesie worden verzwakt. De lidstaten die door hun tekorten en hun schuldenlast grotere risico's veroorzaken, dienen meer bij te dragen tot de middelen van het crisismechanisme. Dit zou bevorderlijk zijn voor een striktere begrotingsdiscipline en zou de toegevoegde waarde van een behoorlijk economisch en budgettair beleid vergroten.

 
  
MPphoto
 
 

  Astrid Lulling (PPE), schriftelijk. (FR) De gebeurtenissen van de laatste maanden noodzaakten regeringen weliswaar om met spoed maatregelen te treffen en beslissingen te nemen die onmiddellijk ten uitvoer konden worden gelegd, maar de instelling van een permanent crisismechanisme teneinde de stabiliteit van de eurozone te waarborgen, moet gestoeld zijn op onomstreden juridische grondslagen. Bijgevolg moet het Europees Parlement vanzelfsprekend optreden als medewetgever, ter uitvoering van de fundamentele hervormingen die noodzakelijk zijn geworden om de economische en monetaire unie te stabiliseren. Een zuiver intergouvernementele oplossing volstaat niet.

De hervorming van de EMU is een essentiële taak, met aanzienlijke implicaties. Wij zijn ons allen bewust van de waarde van de eenheidsmunt voor het Europese project. De huidige kwetsbaarheid van de EMU vereist evenwel moedige en innovatieve beslissingen.

Tegen deze achtergrond vormt de toevlucht tot "euro-obligaties" een traject dat het verdient om zonder taboes te worden verkend en besproken. Wel zijn er op dit moment veel obstakels: wij moeten ons bewust zijn van de institutionele, juridische en financiële gevolgen van een dergelijk instrument, dat het wezen van Europese Unie zal veranderen. In tegenstelling tot wat sommigen van de pleitbezorgers denken, houdt een dergelijk instrument nog meer discipline en gestrengheid in.

 
  
MPphoto
 
 

  Ulrike Rodust (S&D), schriftelijk. – (DE) Ik wil de Raad wijzen op een probleem - een probleem dat de samenwerking tussen onze beide instellingen op het gebied van visserijbeleid dreigt te verlammen. Het gaat hier om de verordeningen voor plannen voor langetermijnbeheer. Deze verordeningen vormen de kern van het gemeenschappelijk visserijbeleid. De Raad en de meeste lidstaten accepteren niet dat het Europees Parlement door het Verdrag van Lissabon medebeslissingsbevoegdheid heeft. De ministers handelen tegen het advies van de juridische dienst van de Raad, tegen de mening van de Commissie en uiteraard tegen de wil van het Europees Parlement in. Twee beheersplannen liggen momenteel bij de Raad en kunnen niet worden goedgekeurd. De Commissie kan geen verdere plannen voorstellen die dringend noodzakelijk zijn voor onze vissers en onze zeeën en die allang afgerond en wel in de la liggen. Deze situatie is onacceptabel. Ik verzoek het Belgische voorzitterschap en het komende Hongaarse voorzitterschap onverwijld onderhandelingen met het Parlement aan te gaan om een oplossing te zoeken. Wij zijn bereid tot een gesprek. Hartelijk dank.

 
  
MPphoto
 
 

  Edward Scicluna (S&D), schriftelijk. (EN) We mogen niet vergeten dat de crisis in de eurozone grotendeels een staatsschuldcrisis is, die wordt verergerd door twee belangrijke gebeurtenissen, namelijk de reddingsmaatregelen voor particuliere financiële instellingen en de stimuleringspakketten die de regeringen hebben goedgekeurd om de economische neergang een halt toe te roepen. We mogen niet aan deze gebeurtenissen voorbijgaan en zo doen alsof alle landen roekeloos zijn en in de mediterrane zon liggen te luilakken. Welk mechanisme voor crisispreventie en economisch herstel we ook instellen, we moeten beseffen dat de meeste landen in normale tijden netjes bezig waren hun tekorten en daarmee ook hun schulden te verminderen. De probleemlanden zijn uitzonderingen en niet de regel. Voor mijn part kunnen we de toezichtmechanismen versterken en redelijke sancties invoeren, maar we mogen ons eigenlijke doel voor de middellange termijn niet uit het oog verliezen: groei en werkgelegenheid. Dit kunnen we niet bereiken door sancties of bezuinigingsmaatregelen op te leggen. We kunnen alleen voor groei en werkgelegenheid zorgen wanneer we inzicht krijgen in het ontstaan van onevenwichtigheden en hoe deze te verminderen, en wanneer we samenwerken om die doelstelling te verwezenlijken. Dat is wat de burgers van de EU van ons verwachten.

 
  
MPphoto
 
 

  Silvia-Adriana Ţicău (S&D), schriftelijk. – (RO) De Europese Raad van 16-17 december zal debatteren over, en overgaan tot de vaststelling van, de nodige maatregelen ter consolidering van de economische pijler van de Economische en Monetaire Unie en ter versterking van de financiële stabiliteit van de EU. In deze context moeten we ook nagaan welke maatregelen er getroffen moeten worden om er zeker van te zijn dat het bancaire systeem in Europa in staat is de Europese economie te financieren, met name de kleine en middelgrote bedrijven.

De Europese burgers verwachten van de Europese instellingen krachtiger maatregelen, niet slechts voor financiële stabiliteit, maar ook, en vooral, om weer de weg in te slaan van duurzame economische groei.

In 2008 stonden 116 miljoen Europese burgers bloot aan het risico van armoede en sociale uitsluiting. Door de economische en financiële crisis is dit aantal gestegen. Jongeren en ouderen zijn de meest kwetsbare groepen voor het risico van armoede en sociale uitsluiting.

De belangrijkste zorg van de Europese burger blijft het behoud van werk en de zorg voor een fatsoenlijk bestaan. De economische en financiële crisis heeft grote gevolgen gehad voor de nationale begrotingen en heeft geleid tot een verslechtering van het openbaar onderwijs, de gezondheidszorg en de sociale bescherming. Dit is het moment voor de EU om de nodige maatregelen aan te nemen voor een duurzame economische groei, door middel van investeringen in een industriebeleid dat zorgt voor arbeidsplaatsen en concurrentievermogen en door middel van voldoende investeringen in onderzoek, onderwijs en gezondheidszorg.

 
  

(1) Zie notulen.


6. Burgerinitiatief (debat)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Aan de orde is het verslag over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad over het burgerinitiatief [COM(2010)0119 – C7-0089/2010 – 2010/0074(COD)] – Commissie constitutionele zaken. Co-rapporteurs: Zita Gurmai en Alain Lamassoure (A7-0350/2010).

 
  
MPphoto
 

  Zita Gurmai, rapporteur. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, het Europees burgerinitiatief biedt een unieke mogelijkheid. Voor het eerst kunnen de Europese burgers zich aaneensluiten en ons met één sterke stem toespreken als zij van mening zijn dat wij, de Europese besluitvormers, ons werk niet goed doen of te weinig aandacht besteden aan belangrijke kwesties.

We hebben hier dringend behoefte aan. Gezien het feit dat thans slechts 42 procent van de stemgerechtigden ook daadwerkelijk de moeite nemen om hun stem uit te brengen bij de Europese verkiezingen, is elk nieuw Europees instrument – met name een instrument als het Europees burgerinitiatief – van groot belang. We beseffen evenwel dat de hoge verwachtingen die leven ten aanzien van het Europees burgerinitiatief, tot teleurstelling en frustratie kunnen leiden. Dit kunnen we voorkomen door een regeling te treffen die een betrouwbaar en doeltreffend gebruik van het instrument waarborgt, en we kunnen ertoe bijdragen de beroemde kloof tussen ons en de Europese burgers te dichten. Ik zou de burgers op deze plaats ook willen aanmoedigen ervan gebruik te maken.

Mijnheer Lamassoure, mevrouw Wallis, mijnheer Häfner en ik waren ons allen bewust van de grote verantwoordelijkheid die op onze schouders rust. Tijdens de onderhandelingen werden tal van punten aangekaart en we moesten allemaal bereid zijn tot compromissen. Gelukkig hadden we welwillende partners die voldoende flexibiliteit aan de dag hebben gelegd en hetzelfde doel voor ogen hadden als de rapporteurs van het Parlement, namelijk zo snel mogelijk tot een akkoord te komen, waarbij we tegelijkertijd moesten waarborgen dat we kwalitatief goed werk leveren en dat we een jaar na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon een verordening krijgen voor dit burgervriendelijke instrument waarin het Verdrag voorziet.

Ik wil mijn dank uitspreken aan commissaris Šefčovič en het Belgische voorzitterschap, met name mijnheer Chastel, en hun medewerkers. Ook mogen we het Spaanse voorzitterschap niet vergeten, dat er in het begin toe heeft bijgedragen dat er werk werd gemaakt van dit dossier.

Vandaag leggen we u een compromistekst voor die de steun heeft van de Commissie en die ook door Coreper is goedgekeurd. Als we deze tekst aannemen en de Raad er zijn goedkeuring aan hecht – en dat hoop ik – kan de verordening op 1 januari 2012 in werking treden en 12 maanden later worden toegepast.

Wij zijn verheugd over het feit dat de belangrijkste eisen van het Parlement in de onderhandelingen zijn ingewilligd. De toetsing van de ontvankelijkheid van een initiatief zal op basis van duidelijke criteria plaatsvinden bij de registratie, en niet pas nadat talrijke handtekening zijn verzameld. Om ervoor te zorgen dat initiatieven gegrond zijn en een Europese dimensie hebben, dient voor de registratie ervan een burgercomité te worden opgezet dat is samengesteld uit ten minste zeven leden uit zeven lidstaten.

Het burgercomité dient er niet alleen toe het risico van onserieuze burgerinitiatieven te verminderen, maar biedt ook onmiskenbare voordelen voor de organisatoren. Ook als de initiatiefnemers van een Europees burgerinitiatief aan het begin van de procedure wellicht nog niet goed zijn georganiseerd, kunnen zij op een bestaand netwerk teruggrijpen en hebben zij de tekst van hun initiatief al in vele taalversies. Op die manier zullen zij duidelijk minder moeite hebben om een miljoen handtekeningen te verzamelen.

Hoewel het er in eerste instantie op lijkt dat de verplichte instelling van een burgercomité een hindernis vormt, is het duidelijk dat de rest van de procedure hierdoor in de praktijk zal worden gestroomlijnd. De Commissie zal de organisatoren van een initiatief ondersteunen door een gebruikersvriendelijke handleiding ter beschikking te stellen en een contactpunt op te zetten. Indien initiatiefnemers erin slagen een miljoen handtekeningen te verzamelen, wordt voor de nodige follow-up gezorgd, met inbegrip van een hoorzitting in het Parlement.

Het punt van de herziening van de verordening is van cruciaal belang, aangezien dit instrument het eerste in zijn soort is. Volgens ons is de herziening met name zinvol waar het gaat om het moeilijke vraagstuk hoe de handtekeningen dienen te worden gecontroleerd. Hoewel het aan de lidstaten is hierover te beslissen, hebben we er bij hen op aangedrongen zo min mogelijk persoonlijke informatie te vragen. De lidstaten kunnen in zekere mate zelf bepalen welke informatie per land verplicht is, maar gelukkig zullen vele van hen genoegen nemen met minder gegevens dan oorspronkelijk werd beoogd. De regeling zoals die is geformuleerd in de compromistekst, is volgens ons burgervriendelijk en legt de organisatoren geen lastige en frustrerende verplichtingen op.

 
  
MPphoto
 

  Alain Lamassoure, rapporteur. − (FR) Mevrouw de Voorzitter, de Europese Unie stelt zich heden ten dage open voor participerende democratie. Het is nog geen directe democratie, de burgers zullen niet zelf beslissen, maar ze verwerven het recht om rechtstreeks, in het openbaar en massaal, degenen die in Europa beslissen ter verantwoording te roepen, en dat zonder tussenkomst van hun regeringen en volksvertegenwoordigers.

Voortaan hebben burgers hetzelfde recht van politiek initiatief als waarover de Ministerraad en het Europees Parlement beschikken. Wij hebben, zoals mevrouw Gurmai heeft gezegd, profijt gehad van het uitstekende voorbereidende werk door commissaris Šefčovič en zijn team en van de intelligente en efficiënte medewerking van het Belgische voorzitterschap.

Wat het Parlement betreft, is deze tekst het resultaat van vier rapporteurs, een "bende van vier", onder wie uzelf, mevrouw de Voorzitter. Uw aanwezigheid was ons een eer.

Wij wilden een zo eenvoudige mogelijke, zo burgervriendelijk mogelijke procedure opzetten. Wie mogen er aan meedoen? Burgers, ofwel natuurlijke personen, alle burgers, met inbegrip van - waarom niet - volksvertegenwoordigers, maar wel uitsluitend Europese burgers, want daarover laat het Verdrag geen twijfel bestaan.

Het recht om deel te nemen aan het burgerinitiatief voegt zich bij de voorrechten die de Europese burgers genieten. Wie kunnen het initiatief lanceren? Zeven burgers in een organisatiecomité zijn voldoende, en niet de 300 000 die de Commissie voorstelde, niet de 100 000 die de Raad zich had gedacht, maar zeven burgers van zeven lidstaten, ofwel een kwart van de lidstaten.

Met wie moet er contact worden opgenomen voor informatie als men een initiatief wil lanceren? De Commissie brengt zelf een gids voor burgerinitiatieven uit en zal een gespecialiseerd contactpunt opzetten. Wat is de procedure? Zij is verbluffend eenvoudig. Een enkele aanvraag om het initiatief te registreren en om te beoordelen of het ontvankelijk is. Welke criteria gelden voor dit laatste? Het Verdrag, het hele Verdrag, niets dan het Verdrag, het Handvest van de grondrechten inbegrepen. Hoe kan het initiatief worden ondersteund? Dat maakt niet uit: politiek, financieel, lokaal, nationaal, Europees, internationaal, lobby's, ngo's, kerken, enz…

Er geldt één voorwaarde: volledige transparantie. Zij die worden uitgenodigd hun handtekening te zetten moeten weten wie er achter het initiatief zitten. Aan hen dan, de burgers, om hun verantwoordelijkheid te nemen. Hoe wordt de inzameling van handtekeningen formeel geregeld? Op ongelooflijk eenvoudige wijze. Zowel papieren als digitale handtekeningen. Uiteraard kunnen enkel de lidstaten de controle uitvoeren, maar wij hebben toegezien, zoals mevrouw Gurmai heeft gezegd, op een maximale harmonisatie van formulieren.

Uiteindelijk moet er één enkele regeling in alle 27 lidstaten gelden, een derde van die lidstaten is er al klaar voor.

Tot besluit: welk politiek vervolg zal er aan worden gegeven? Dat is een punt waarop het Parlement sterk de nadruk heeft gelegd. Overeenkomstig het Verdrag zal de Commissie als enige beslissen of een geslaagd initiatief een vervolg krijgt in de vorm van wetgeving. De Commissie moet daarom worden beschermd tegen politieke druk om het aantal wetten te verveelvoudigen, want de Unie regelt al te veel. Tegelijkertijd moeten de burgers worden beschermd tegen het risico dat ieder politiek vervolg uitblijft in gevallen waarin de Commissie oordeelt dat aanvullende wetgeving niet opportuun is. Vandaar dat er twee nieuwe rechten zijn gecreëerd ten voordele van de auteurs van geslaagde initiatieven: het recht door de Commissie te worden ontvangen om hun ontwerp in te dienen en het recht op een openbare hoorzitting, die ten overstaan van het Europees Parlement zelf kan worden gehouden.

Kortom, we hebben hier te maken met een eenvoudige, innovatieve, democratische procedure. Het woord is nu aan de burgers.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Gerald Häfner, rapporteur voor advies van de Commissie verzoekschriften. (DE) Mevrouw de Voorzitter, Europese politiek mag – zoals alle politiek – geen politiek zonder burgers zijn of politiek over hun hoofden heen of achter hun rug om. Net als alle andere politiek moet ook Europese politiek een politiek van burgers, voor burgers en door burgers zijn. We willen de kloof tussen burgers en politiek, tussen burgers en instellingen dichten. Daarvoor zijn procedures nodig waarmee de burgers daar waar de beslissingen worden genomen kunnen participeren en hun mening kunnen geven. We hebben veel bereikt op het gebied van democratisering van de Europese Unie, maar we hebben tot dusverre te weinig gedaan om de burgers zelf sterker bij besluiten en Europese debatten te betrekken. Dat doen we met het besluit van vandaag, met de invoering van het Europees burgerinitiatief. We hebben hard onderhandeld, en we hebben veel substantiële verbeteringen bereikt.

Waarde collega's: als u de tekst waarover wij hier vandaag stemmen bekijkt, dan ziet u dat overal waar passages vetgedrukt zijn, onze wijzigingsvoorstellen het resultaat van de onderhandelingen, de oorspronkelijke ontwerptekst van de Commissie, vervangen – collega Lamassoure heeft daar eerder al op gewezen. U zult vaststellen dat wij twee derde van de tekst hebben herschreven, en dat wij de passages die de Commissie al enthousiast had gepresenteerd sterk hebben verbeterd. Ik noem alleen de belangrijkste punten: we hebben de drempels flink verlaagd. Met name hoeven nu nog maar in een kwart van de lidstaten, en niet meer in een derde, handtekeningen te worden verzameld. Natuurlijk zouden we graag willen dat deze in heel Europa zouden worden verzameld, maar het gaat hier om minimale drempels. We hebben vooral de van meet af aan uiterst ongelukkige drempel dat na 300 000 handtekeningen eerst een ontvankelijkheidstoets moest worden doorgevoerd voordat burgers door konden gaan met het verzamelen van handtekeningen, bijna in zijn geheel geschrapt. Bijna in zijn geheel wil zeggen dat wij het idee hebben geopperd aan het begin een comité van organisatoren in te zetten dat ervoor zorgt dat niet elke e-mail die bij de Commissie binnenkomt en als onderwerp "burgerinitiatief" heeft administratief moet worden verwerkt, maar dat wel een minimaal mate van serieus karakter wordt gewaarborgd. Dat wil zeggen dat iemand die één miljoen handtekeningen wil verzamelen eerst zeven landen voor zijn voorstel moet zien te winnen.

We hebben voor meer transparantie gezorgd en voor bindende hoorzittingen aan het eind. Deze hoorzittingen worden in het Europees Parlement en voor Parlement en Commissie georganiseerd. Hier wordt burgers de gelegenheid geboden hun mening te geven. Dit betekent een grote stap voorwaarts, en we hebben hierbij niet voor onszelf gestreden, maar – dat mogen we nooit vergeten – voor de burgers in Europa, voor hun rechten en voor een effectievere en eenvoudigere burgerparticipatie in Europa.

Er zijn ook dingen die we niet voor elkaar hebben gekregen. Sommige van deze punten zien we nu terug in de amendementen van links. De onderhandelingen zijn echter al afgerond. We hebben met de Raad en de Commissie overeenstemming bereikt. Op sommige punten hebben we water bij de wijn moeten doen, maar ook de andere kant heeft de nodige concessies gedaan, en we weten dat amendementen nu meer voor de schijn zijn dan dat ze echt iets opleveren, dat wil zeggen dat dit resultaat nu niet meer kan worden veranderd. Deze mogelijkheid hebben we over drie jaar bij de herziening.

Ik wil uitdrukkelijk iedereen bedanken die heeft bijgedragen aan de totstandkoming: medewerkers, secretariaten, corapporteurs, de Commissie en de Raad, voor de uitstekende samenwerking. Mijns inziens kan deze vorm van samenwerking dwars door alle commissies en fracties heen een model voor de toekomst zijn. Ik hoop dat er een Europa van de burger wordt gerealiseerd, waarin burgers begrijpen dat zij Europa zijn en meer dan tot dusverre participeren.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Ik wil alleen maar zeggen dat ik het een enorm voorrecht heb gevonden om als lid van het team van het Parlement mee te mogen werken aan wat ik als een enorm indrukwekkende prestatie beschouw in naam van de burgers van Europa.

 
  
MPphoto
 

  Olivier Chastel, fungerend voorzitter van de Raad. − (FR) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, dames en heren, rapporteurs vooral, een van de grootste beloften van het Verdrag van Lissabon was een grotere toenadering van Europa tot zijn burgers.

Ik acht het niet nodig voorbeelden aan te halen die ons, voor en na de ondertekening van dit Verdrag van Lissabon in december 2009, duidelijk hebben gemaakt hoezeer toenadering noodzakelijk is. Het ligt voor de hand dat elke maatregel ter vervulling van onze doelstelling om de burger voor de Europese integratie te interesseren en hierbij te betrekken, een prioriteit is voor alle instellingen, de Raad inbegrepen.

Er is mij dus veel aan gelegen om ten overstaan van u in te gaan op de verordening waarmee het burgerinitiatief wordt ingesteld, dit initiatief dat een baanbrekende innovatie is van het Verdrag van Lissabon ten aanzien van een betere deelname van Europese burgers aan de besluitvorming op Europees niveau.

Deze verordening was natuurlijk een van de prioriteiten van het Belgische voorzitterschap van de Raad, want dit burgerinitiatief symboliseert wellicht het meest de nieuwe rol van de burger in de Unie na Lissabon. Door middel van een burgerinitiatief - de rapporteurs hebben dit reeds opgemerkt - kunnen een miljoen Europese burgers de Commissie een wetgevingsvoorstel voorleggen waarbij de Commissie gehouden is dit te bestuderen en zich erover uit te spreken.

Het past om even stil te staan bij deze vernieuwing die wij heden tot stand brengen en die slechts het eerste onderdeel is - de heer Lamassoure heeft het opgemerkt - van participerende democratie op supranationaal niveau. Dit is dus niet alleen een Europese, maar een wereldprimeur.

Laat ons terugkeren naar het wetgevingsdossier waarover wij vandaag debatteren. Ik ben ingenomen met het compromis dat de drie instellingen in hun onderhandelingen over deze verordening hebben bereikt. En uiteraard ben ook ik verheugd over de geest van samenwerking en de bereidheid tot compromissen die de boventoon hebben gevoerd bij de drie instellingen tijdens dit hele onderhandelingsproces.

Ik wil uiteraard ook de rapporteurs van de Commissies AFCO en PETI persoonlijk bedanken, mevrouw Gurmai natuurlijk, mijnheer Lamassoure, mevrouw Wallis en mijnheer Häfner voor hun inspanningen en hun constructieve bijdragen bij het opstellen van deze verordening.

Ik ben daarom bijzonder ingenomen met de stemming van maandag in de Commissie AFCO, die de door de instellingen overeengekomen tekst heeft goedgekeurd. Wanneer de officiële goedkeuring door de Commissie AFCO door de aanstaande stemming over deze zelfde tekst wordt bevestigd, dan zouden we dit akkoord in eerste lezing kunnen zien als voorbeeld van snelle en doelmatige wetgeving op Europees niveau. In dat licht kunnen we niet anders dan commissaris Šefčovič lof toezwaaien voor zijn beschikbaarheid en doortastendheid.

Ik heb, kort en goed, het gevoel dat we allemaal ons voordeel hebben kunnen doen met de vele standpunten die aan de onderhandelingstafel te berde zijn gebracht. Uit deze trialoog en dit akkoord komt de Europese burger als winnaar tevoorschijn.

Ik ben ervan overtuigd dat het compromis dat de instellingen hebben bereikt een goed compromis is, niet alleen in die zin dat elke instelling haar zin heeft kunnen krijgen op de onderdelen die haar aan het hart liggen – waar zojuist op is gewezen – maar ook in die zin dat het tot een goede verordening zal leiden, waardoor er op soepele en efficiënte wijze burgerinitiatieven kunnen worden georganiseerd.

Namens de Raad prijs ik de bereidheid van de twee andere instellingen om rekening te houden met de behoeften van de lidstaten, met de knelpunten waarmee zij te kampen hebben bij het volbrengen van de taak die hun toeviel, oftewel het verifiëren van de handtekeningen die uiteraard reële handtekeningen dienen te zijn, en het waarborgen dat er bij het inzamelen van die handtekeningen geen sprake is van fraude en manipulatie.

Verder was het van belang de lidstaten genoeg tijd te gunnen om de binnenlandse maatregelen aan te nemen die nodig zijn voor de uitvoering van de verordening. Ik begrijp natuurlijk dat het Parlement er veel aan is gelegen het burgerinitiatief zo snel mogelijk ten uitvoer te leggen en ik deel die zorg. Aan de andere kant is het duidelijk dat nationale maatregelen nodig zijn voor een goed verloop van dit initiatief. Er moet dus wat tijd worden uitgetrokken om ze volgens het geldende regelgevingskader te laten aannemen.

De Raad is namelijk altijd van oordeel geweest dat het burgerinitiatief, als een onderdeel van burgerparticipatie aan de Europese besluitvorming, hand in hand moet gaan met het andere onderdeel, te weten de verkiezing van het Europees Parlement.

Tot besluit, en samenvattend: ik ben verheugd over het bereikte compromis in de onderhandelingen en ik kan uiteraard niet anders dan u aanbevelen het aan te nemen tijdens de stemming die nu volgt en ik wens het burgerinitiatief al het succes toe dat het wordt voorspeld. Ik stel vast dat de eerste initiatieven zich reeds in een voorbereidend stadium bevinden en ik hoop dat een groot aantal initiatieven een nieuwe impuls zullen geven aan - en tot nieuwe ideeën zullen leiden over - de Europese integratie.

Zeer bedankt nog aan allen voor uw medewerking aan dit dossier.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Heel hartelijk bedankt voor het leiderschap dat u tijdens het voorzitterschap getoond hebt om dit erdoor te krijgen.

 
  
MPphoto
 

  Maroš Šefčovič, vicevoorzitter van de Commissie. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik ben ook erg blij om hier vandaag in uw midden te kunnen zijn, omdat we samen hele goede resultaten hebben bereikt. Slechts een jaar na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon voeren we al een discussie over de op handen zijnde goedkeuring van de verordening over het burgerinitiatief. Zoals mijnheer Lamassoure al zei voeren we daarmee een geheel nieuwe laag van participatiedemocratie in die een aanvulling vormt op de representatieve democratie die we in de Europese Unie toepassen.

Voor het eerst bieden we de burgers een innovatieve manier om uiting te geven aan hun wensen, een dialoog te voeren met de instellingen en gestalte te geven aan de agenda van de Europese Unie. Volgens mij is het een zeer belangrijk instrument dat de Europese ruimte helpt verdiepen. Het zorgt ervoor dat in de nationale hoofdsteden meer aandacht wordt besteed aan Europese onderwerpen en dat een Europees debat op gang wordt gebracht. We weten allemaal dat de Europese Unie hier dringend behoefte aan heeft.

Om de potentiële voordelen van het Verdrag van Lissabon en het burgerinitiatief te kunnen benutten moeten we een duidelijke procedure vaststellen. Uit de openbare raadplegingen en het overleg met het Europees Parlement is duidelijk naar voren gekomen dat we een procedure nodig hebben die eenvoudig, begrijpelijk, gebruikersvriendelijk en evenwichtig is. Volgens mij zijn we erin geslaagd dit te bereiken. Dat is in wezen te danken aan de diepgaande discussies die we hier in het Europees Parlement zo vaak hebben gevoerd. Ik wil u allen danken voor de organisatie van een reeks hoorzittingen, die niet alleen in de Commissie constitutionele zaken en de Commissie verzoekschriften, maar ook in de meeste fracties hebben plaatsgevonden, aangezien deze hoorzittingen voor ons allen van groot belang waren. Ik kan u verzekeren dat zij een belangrijke bron van inspiratie waren en nieuwe creatieve ideeën vormden die er uiteindelijk toe hebben bijgedragen het oorspronkelijke voorstel van de Commissie te verbeteren.

Ik heb ook waardering voor de innoverende manier waarop het Europees Parlement dit initiatief heeft behandeld. Er waren vier rapporteurs uit twee verschillende commissies. Alain Lamassoure noemde hen de bende van vier. Ik moet erbij zeggen dat het een heel prettige bende was. De samenwerking met u allen was heel plezierig. Uw creatieve inbreng in onze gemeenschappelijke overwegingen was een groot genoegen, omdat ieder van u het onderwerp vanuit een andere invalshoek heeft benaderd en gebruik heeft gemaakt van de eigen ervaringen om suggesties te doen voor de verbetering van het oorspronkelijke Commissievoorstel. Ik stel dit alles zeer op prijs.

Dankzij deze innoverende aanpak hebben we voor een brede consensus binnen het Europees Parlement weten te zorgen. Ik ben in het bijzonder verheugd over de zeer duidelijke uitslag van de stemming in de Commissie constitutionele zaken.

Een van de belangrijkste ideeën die de rapporteurs hebben aangedragen betrof de follow-up die aan het burgerinitiatief behoort te worden gegeven. Het idee dat de organisatoren van een succesvol initiatief door een vertegenwoordiger van de Commissie van een passend hoog niveau dienen te worden ontvangen, was volgens mij afkomstig van het Europees Parlement. Het idee om verplichte hoorzittingen te houden in het kader waarvan de doelstellingen van het initiatief kunnen worden uitgediept, was eveneens afkomstig van dit Huis.

Ik wil benadrukken dat we erg verheugd en tevreden zijn dat deze openbare hoorzittingen op neutraal terrein zullen worden gehouden, namelijk hier bij het Europees Parlement, omdat op deze manier wordt gewaarborgd dat de Commissie niet in de moeilijke situatie belandt dat zij tegelijkertijd als rechter en als jury moet optreden. De Commissie zal hier tijdens die hoorzittingen op passend hoog niveau worden vertegenwoordigd, indien mogelijk door de ter zake bevoegde commissaris of directeur-generaal, en zal het debat nauwlettend volgen.

Ik wil u, en met u alle Europese burgers, verzekeren dat wij bij de Commissie ons er terdege van bewust zijn dat het een belangrijk en waardevol feit is als een bepaald voorstel door een miljoen burgers wordt ondersteund. We zullen zo'n voorstel dan ook met de nodige eerbied en zorgvuldigheid behandelen.

Het enige wat ik in dit debat betreur is dat we nog enige tijd moeten wachten totdat volledig gebruik kan worden gemaakt van het burgerinitiatief. We moeten echter onder ogen zien dat we, om onze dienstverlening aan de burgers te kunnen verbeteren, een aantal interne regels in de lidstaten moeten wijzigen en de software moeten ontwikkelen voor het systeem waarmee online steunbetuigingen worden verzameld. Ik ben er echter van overtuigd dat we dit binnen de gestelde termijn voor elkaar krijgen, zodat de Europese burgers zo snel mogelijk de kans krijgen om van het initiatief gebruik te maken.

Ik stel het derhalve zeer op prijs dat we ernaar streven om in eerste lezing een akkoord te bereiken, omdat onze burgers hierdoor veel eerder van dit instrument gebruik zullen kunnen maken dan oorspronkelijk verwacht.

Ik wil u nogmaals danken voor de uitstekende samenwerking met alle rapporteurs, met mevrouw Gurmai, met onze Voorzitter, mevrouw Wallis, met mijnheer Häfner en mijnheer Lamassoure. Zoals gezegd hebben zij allemaal heel oorspronkelijke en heel belangrijke ideeën aangedragen om dit voorstel beter te maken dan het oorspronkelijke voorstel van de Commissie.

Ook gaat mijn persoonlijke dank uit naar Olivier Chastel, voor zijn enorme talent om een consensus tot stand te brengen. Ik weet hoe moeilijk dat was in de Raad, hoeveel meningsverschillen hij daarvoor moest overbruggen. Dankzij zijn inspanningen en dankzij het uitstekende werk van het Belgische voorzitterschap hebben we inmiddels ook een brede consensus in de Raad.

 
  
MPphoto
 

  Róża Gräfin von Thun und Hohenstein, rapporteur voor advies van de Commissie cultuur en onderwijs. − (PL) Ik wil de rapporteurs van harte bedanken voor het opstellen van de tekst waarover we vandaag stemmen. Ik hoop dat we dit instrument vandaag aan de burger geven en de Commissie het verder zal uitwerken. Ik vind het uiteraard een goede tekst, die bovendien zo eenvoudig mogelijk is gehouden. Waar we vandaag over stemmen is het resultaat van een op sommige punten moeizaam bereikt compromis en ik begrijp dat de heer Lamassoure en andere rapporteurs namens ons hebben bereikt wat reëel en haalbaar is. Persoonlijk betreur ik het opgeven van de minimumleeftijd van zestien jaar om een initiatief te ondertekenen. Toch steun ik de tekst in deze uitonderhandelde vorm. Ik ben er namelijk van overtuigd dat we dit dossier niet langer mogen rekken. Het initiatief moet nu worden teruggegeven aan de burgers.

Ik geloof dat we vandaag vooruitgang boeken, precies om te bereiken waarover wijlen Bronislaw Geremek in deze zaal meermaals heeft gesproken: Europa is verenigd, nu is het tijd voor actieve Europeanen. Vandaag zetten we een goede stap in die richting. Het is overigens geen bijbel die we hier schrijven. Over drie jaar kunnen we de vandaag voorgestelde procedures herzien en verbeteren, mits ze worden benut, wat ik van harte aanbeveel.

 
  
MPphoto
 

  Kinga Göncz, rapporteur voor advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken. (HU) Mevrouw de Voorzitter, als één van de vertegenwoordigers van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken sluit ik me aan bij degenen die de rapporteurs feliciteren en wil ik de Commissie bedanken voor haar werk, en daarnaast de heer Šefčovič en de heer Chastel voor hun werk binnen de Raad, aangezien zij een aanzienlijke bijdrage hebben geleverd aan het opstellen van een goede en levensvatbare tekst die zonder meer een stap richting vereenvoudiging betekent en mijns inziens brede steun zal verwerven. Er zijn intensieve debatten gevoerd en veel goede voorstellen ingediend. Door het grote aantal goede voorstellen moesten ze wel geconsolideerd worden teneinde het definitieve voorstel zo gebruiksvriendelijk mogelijk te maken. Het verzamelen van een miljoen handtekeningen is een enorme prestatie en vergt ontzettend veel inzet. We willen ook de mensen bereiken die niet via internet een bijdrage kunnen leveren, maar liever hun mening op papier kenbaar maken. Graag zouden we terugkoppeling ontvangen en eventuele problemen zo vroeg mogelijk in het proces oplossen. Het staat vast dat Europa enorm veel baat zal hebben bij dit instrument.

 
  
MPphoto
 

  Cecilia Wikström, rapporteur voor advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken. − (SV) Mevrouw de Voorzitter, voorafgaand aan het besluit om het Verdrag van Lissabon aan te nemen, lieten politici zich enthousiast uit over de kans die het burgerinitiatief zou bieden. Nu moeten we ervoor zorgen dat dit een krachtige hervorming voor meer democratie wordt en geen papieren tijger.

Ik was de rapporteur voor advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en ik was verheugd voorstellen te kunnen doen die het voor de burgers gemakkelijker zouden maken. We wilden bijvoorbeeld jongeren warm maken voor dit initiatief en daarom stelden we een leeftijdsgrens van zestien jaar voor om een burgerinitiatief te starten. Het werd achttien jaar, en dat betreur ik, maar we hebben het desondanks nog altijd over jongeren. We verlengden ook de termijn tot 24 maanden. Het zijn nu 12 maanden geworden, maar ik ben desondanks blij met een compromis omdat ik van nature een positief mens ben.

We stellen anderzijds vast dat het van degenen die een voorstel indienen, grote inspanningen zal vergen, maar ik hoop dat we de uitdaging zullen aannemen om ervoor te zorgen dat burgerinitiatieven in de Europese instellingen met respect en een constructieve en positieve instelling worden bejegend.

Tot slot wil ik alle collega's bedanken voor hun uitstekende samenwerking met betrekking tot dit belangrijke initiatief.

 
  
MPphoto
 

  Íñigo Méndez de Vigo, namens de PPE-Fractie. – (ES) Mevrouw de Voorzitter, de Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten) zal enthousiast voor dit verslag stemmen en onze felicitaties gaan uit naar de rapporteurs, de Commissie en de Raad voor deze overeenstemming.

In de jaren tachtig, geachte afgevaardigden, bedachten we de term "democratisch tekort". Daarmee wilden we zeggen dat de besluiten in de Europese Unie uitsluitend werden genomen door de Raad van ministers, op basis van voorstellen van de Commissie, waarbij dit Huis alleen werd geraadpleegd.

Sindsdien heeft het Europees Parlement strijd gevoerd, via het Verdrag van Maastricht, het Verdrag van Amsterdam, het Verdrag van Nice, het Constitutioneel Verdrag en het Verdrag van Lissabon, om dat tekort weg te werken. Naar mijn oordeel hebben wij met het Verdrag van Lissabon, met onze nieuwe bevoegdheden als Parlement, met de deelname van de nationale parlementen, dat doel bereikt.

En dat ronden we vandaag af met het voorliggende burgerinitiatief, dat in het kader van de werkzaamheden van de Conventie te danken is aan de goede samenwerking tussen de nationale parlementen en het Europees Parlement. Ik wil hier de heer Jürgen Meyer, onze Duitse collega van de sociaaldemocraten, en de heer Alain Lamassoure bij name noemen, omdat zij dat initiatief aan de plenaire vergadering van de Conventie hebben voorgelegd en ervoor hebben gezorgd dat het werd goedgekeurd.

Ik denk daarom dat de cirkel nu rond is, mevrouw de Voorzitter. Ik denk dat we vandaag, wanneer we over het initiatief stemmen, de overlijdensakte van het concept van het "democratisch tekort" op tafel hebben gelegd.

Het is nu aan ons, geachte afgevaardigden, om verantwoordelijk te handelen en daarvoor hebben we vandaag de kans. Door voor de begroting van de Unie te stemmen, doen we wat van ons wordt verwacht: een verantwoordelijk Parlement zijn dat meebeslist.

Ik denk dat het een goede dag is voor Europa, geachte afgevaardigden.

 
  
MPphoto
 

  Enrique Guerrero Salom, namens de S&D-Fractie. – (ES) Mevrouw de Voorzitter, "Democratie: een onvoltooide reis" is de titel van een publicatie van de hand van een bekend onderzoeker van de theoretische en praktische veranderingen die de moderne democratieën doormaken.

En dat klopt: we zijn inderdaad bezig met een reis waarin we, na een groot aantal fasen te hebben doorlopen, zijn aangekomen in een periode van risico's, onzekerheid en talrijke twijfels. Ondanks al die twijfels zijn er echter ook enkele zekerheden.

De eerste daarvan is dat hetgeen overeind is gebleven, het bouwwerk is van de representatieve democratie, van onze instellingen, want zonder een vrij parlement op basis van de wil van het volk heeft nog geen enkele democratie standgehouden.

De democratie van vandaag heeft echter ook vernieuwing, hervorming en veranderingen nodig die zorgen voor meer kwaliteit, zonder afbreuk te doen aan de structuren waarvan we tot nu toe gebruik hebben gemaakt en het fundament dat ze overeind heeft gehouden.

Welke veranderingen hebben we nodig? We moeten toe naar een democratie waarin de deelname groter is, waarin de burgers meer zijn dan degenen die om de zoveel jaar hun stem uitbrengen, waarin er meer ruimte is voor debat, waarin de burgers discussiëren, argumenteren en van gedachten wisselen, en waarin het sociaal kapitaal groter is, waarin de burgers hun isolement doorbreken en deel uitmaken van de samenleving. En we hebben een Europese dimensie nodig voor die democratie.

Ik denk dat we dat hebben bereikt met de verordening voor dit burgerinitiatief. Vanaf nu is er geen dubbele legitimiteit meer maar een dubbele stem van de burger: een in dit Parlement en een via dit burgerinitiatief. Daarmee zorgen we voor een sterkere democratie door meer participatie en legitimatie.

 
  
MPphoto
 

  Anneli Jäätteenmäki, namens de ALDE-Fractie. (FI) Mevrouw de Voorzitter, ik wil iedereen bedanken voor de zeer soepel verlopen samenwerking. Het burgerinitiatief is een goede aanvulling op actieve burgerparticipatie. Ik hoop dat het belangrijk zal zijn voor het uitlokken van politiek debat. Niet alle initiatieven krijgen misschien voldoende steun, maar zij kunnen nieuwe perspectieven in het debat brengen.

Het Parlement wilde het burgerinitiatief zo gebruiksvriendelijk mogelijk maken en daarin is het grotendeels geslaagd. Ik ben vooral blij met het feit dat de Commissie en het Parlement een openbare hoorzitting moeten organiseren wanneer één miljoen handtekeningen zijn verzameld. Dat dwingt de Europese instellingen echt te luisteren naar wat de ondertekenaars voorstellen. Tegelijkertijd moet de Commissie haar mogelijk negatieve standpunt grondig ten overstaan van de ondertekenaars motiveren.

Ik had gewild dat dit burgerinitiatief niet alleen kon worden ondertekend door de staatsburgers, maar door alle mensen die in elk land wonen, maar daar was onvoldoende steun voor.

De betekenis van het burgerinitiatief zullen wij pas zien als het van kracht wordt. Ik hoop dat het te zijner tijd een breder debat over EU-zaken zal uitlokken dan vandaag het geval was.

 
  
MPphoto
 

  Indrek Tarand, namens de Verts/ALE-Fractie.(ET) Mevrouw de Voorzitter, ik ben erg blij dat er voor dit dispuut nu eindelijk een oplossing is gevonden. Nog niet eens zo lang geleden leek het namelijk nog om een verhaal zonder einde te gaan. Net als de foxtrot met onze dierbare Europese Dienst voor extern optreden, heeft dit allemaal veel te lang geduurd. Van een trage foxtrot krijg je pijn in je rug en loop je het risico dat je danspartner er een teleurgesteld gevoel aan over houdt. In dit geval is die partner echter niemand minder dan de Europese burger. Ik hoop dat deze nieuwe vorm van democratie een succes zal worden en dat wij de verwachtingen van onze burgers niet zullen beschamen. Het meest trieste aspect van het hele debat vond ik dat wij te vaak te maken hadden met een wantrouwen ten opzichte van onze burgers, met de angst dat die burgers met domme ideeën zouden komen. Die angst is ongegrond en dat zullen wij straks met eigen ogen kunnen zien.

Mijnheer Šefčovič, ik zou ook graag willen dat de Commissie meer vertrouwen in onze burgers stelt. Als vertegenwoordiger van Estland wil ook ik graag de Raad bedanken omdat deze heeft vastgehouden aan de mogelijkheid van een digitale handtekening; dat is voor de mensen in mijn land van essentieel belang. Europa kijkt reikhalzend uit naar de creatieve ideeën van zijn burgers. Ik dank u.

 
  
MPphoto
 

  Emma McClarkin, namens de ECR-Fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, het Europees burgerinitiatief is een hoognodig teken van engagement van de kant van de EU en biedt een uitstekende mogelijkheid om de democratische participatie in Europa te vergroten en de banden tussen de burgers en de politiek hechter te maken.

In twee derde van de lidstaten blijft weliswaar het obstakel bestaan dat het paspoortnummer moet worden aangegeven, maar ik en andere leden van de ECR-Fractie hebben ertoe bijgedragen het burgerinitiatief gebruikersvriendelijker te maken door de vreselijk bureaucratische dubbele ontvankelijkheidstoets te schrappen die door de Commissie was voorgesteld, en door ervoor te zorgen dat het Europees burgerinitiatief ook voor burgerbewegingen en niet alleen voor grote georganiseerde belangengroepen toegankelijk is.

Nu hebben ook echte basisinitiatieven kans van slagen, ook als zij niet op de leest van het Europees federalisme zijn geschoeid. Het belangrijkste punt is dat de Commissie haar precieze redenen voor de weigering van de registratie van een Europees burgerinitiatief uiteen moet zetten en exact moet aangeven hoe zij van plan is gevolg te geven aan een succesvol initiatief. Transparantie is bij deze procedure van essentieel belang.

Het wordt tijd dat de Europese Unie echt gehoor geeft aan de meningen van de Europese burgers en naar de stem van het volk luistert. Ik heb goede hoop dat deze regeling tot een meer democratische instelling en een sterker besef van democratische verantwoordingsplicht bij de Europese Commissie zal leiden en stof zal leveren voor de discussie over de toekomst van de EU.

 
  
MPphoto
 

  Helmut Scholz, namens de GUE/NGL-Fractie. (DE) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, vanmorgen in het debat over de komende Europese Raad is duidelijk geworden dat we een legitimiteitsprobleem in de Europese Unie hebben. Dat de politiek veel te vaak regeert met voorbijgaan aan de dagelijkse belangen van de burgers ligt aan de wortel van dit probleem. Zij verwachten vandaag terecht meer bij het beleid te worden betrokken. Die verwachting komt op veelzeggende wijze tot uiting in het protest dat vanuit veel landen opklinkt. Met het Europees burgerinitiatief, waar wij vandaag over stemmen, beschikken wij voor het eerst in de ontwikkeling van de EU over een instrument dat de burgers in staat stelt hun verwachtingen en verlangens rechtstreeks te verwoorden, initiatieven rechtstreeks en op eenvoudige wijze uit te brengen en direct aan het politieke besluitvormingsproces deel te nemen.

De onderhavige verordening is goed, hoewel mijn fractie vindt dat ze nog beter had kunnen en moeten zijn. Of de burgers en inwoners van Europa het burgerinitiatief ook echt gaan gebruiken, zal uiteindelijk mede afhangen van ons hier in het Parlement. In hoeverre is het menens met onze zelf opgelegde verplichting tot ondersteuning van de vereiste open aanpak? Zullen we over drie jaar gereed en in staat zijn ons tegenover de Raad en de Commissie sterk te maken voor de verdere ontwikkeling van het initiatief? De onderwerpen zijn al in de huidige verordening vastgelegd en we willen vandaag over de desbetreffende punten nog eens onze stem uitbrengen. De waarde van het burgerinitiatief laat zich niet afmeten aan een bereikt interinstitutioneel compromis met de Raad en de Commissie, maar aan het daadwerkelijk gebruik ervan. Dat het resultaat duidelijk is verbeterd – daarvoor spreek ik mijn grote dank uit aan mevrouw Gurmai, mevrouw Wallis, de heer Lamassoure en de heer Häfner, die in nauwe samenwerking de definitieve uitwerking van deze verordening hebben bespoedigd –, heeft er ook mee te maken dat veel actoren uit het maatschappelijk middenveld onze overwegingen en debatten voortdurend op realiteit en uitvoerbaarheid hebben getoetst. Ik wil hier ter plekke ook mijn dank aan hen uitspreken.

Ik roep de burgers van Europa op het initiatief te nemen.

 
  
MPphoto
 

  Morten Messerschmidt, namens de EFD-Fractie. – (DA) Mevrouw de Voorzitter, sinds het Verdrag van Lissabon een jaar geleden in werking is getreden, is een tot nog toe ongekende hoeveelheid macht overgedragen aan de EU-instellingen en gedurende het afgelopen jaar hebben we kunnen zien hoe met name het Europees Parlement deze situatie heeft weten uit te buiten en daarbij een enorme hoeveelheid macht heeft onttrokken aan de lidstaten.

Er waren twee lichtpuntjes, toen het Verdrag van Lissabon in werking trad. Een van deze lichtpuntjes was het burgerinitiatief. Dat is ook waarom ik, zowel namens mijn partij in Denemarken als namens mijn fractie hier in het Europees Parlement, deel heb genomen aan de onderhandelingen, namelijk precies met het doel om het burgerinitiatief ingevoerd te krijgen als een lichtpunt binnen een anderszins zeer duistere en zeer federale EU.

Er zijn punten waarover we het oneens waren. Meerdere rapporteurs hebben reeds opgemerkt dat sommigen graag zouden zien dat het burgerinitiatief wordt uitgebreid tot een recht voor mensen die geen burgers zijn en dat anderen wensen te bepalen wat de kiesgerechtigde leeftijd in andere lidstaten zou moeten zijn, enz. en hierover zijn we het niet eens kunnen worden. Het kader waarover nu overeenstemming is bereikt, bevat desondanks positieve elementen en daarom zal ook mijn fractie, in de geest van de democratie en om de positieve elementen te bevorderen die het Verdrag van Lissabon ondanks alles bevat, dit initiatief steunen.

 
  
MPphoto
 

  Bruno Gollnisch (NI). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, het burgerinitiatief zoals het in de Verdragen wordt voorgesteld en nader is uitgewerkt door deze verordening, is een parodie op de democratie. In de eerste plaats maakt het de burgers wijs dat zij worden gehoord door de Eurocratie, die nochtans stelselmatig heeft geweigerd naar hun stem te luisteren toen zij per volksraadpleging lieten weten dat zij niet van een Europese superstaat waren gediend. Begint u dus met luisteren naar de burgers wanneer zij "nee" zeggen of u manen te stoppen.

Ook wat betreft de beperkingen die voor ontvankelijkheid gelden, is hier sprake van een parodie op de democratie. De burgerinitiatieven moeten overeenstemmen met de Verdragen en met de zogenaamde onderliggende waarden. En dus zullen, in naam van de in de Verdragen opgenomen beginselen van vrij verkeer, alle verzoeken tot bescherming van onze economieën, elke rem op de gefinancierde globalisering waarvan wij nu de verwoestende uitwerking ervaren en elke stremming van migratiestromen, ongenadig worden afgewezen. Hetzelfde lot wacht waarschijnlijk elk initiatief tot stopzetting van de onderhandelingen met Turkije, want de Commissie kan wel worden verzocht om op te treden, maar niet om haar optreden te staken. Wanneer er voor een initiatief genoeg handtekeningen worden ingezameld, is de Commissie niet verplicht er een vervolg aan te geven, zij hoeft enkel haar keuze te verantwoorden. Werkelijk, dit is een parodie op de democratie.

 
  
MPphoto
 

  Mariya Nedelcheva (PPE). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, allereerst wil ik mijn waardering uitspreken voor het kolossale werk dat de rapporteurs hebben verricht. Dames en heren, er zijn van die unieke momenten in het Europees Parlement. Vandaag is zo'n moment. We hebben een duidelijk, eenvoudig en efficiënt instrument in handen van de burgers willen leggen, met als doel hun afstand tot de instellingen te verkleinen.

In de eerste plaats moet grote nadruk worden gelegd op de inspanningen die zijn verricht om de procedure te vereenvoudigen. De registratiefase is nu snel en duidelijk. Het is onze plicht ruchtbaarheid te geven aan de criteria waaraan een initiatief moet voldoen om te kunnen worden geregistreerd: eerbiediging van de Europese waarden, eerbiediging van de bevoegdheden van de Commissie, met betrekking tot de toepassing van de Verdragen.

Ten tweede vestig ik de aandacht op de termijn van een jaar waarover de lidstaten beschikken. Het feit dat ze deze termijn eerbiedigen en de bescherming van de gegevens waarborgen, is een krachtig signaal naar onze burgers.

In de derde plaats wil ik blijk geven van mijn tevredenheid over de termijn van drie maanden, over de politieke en juridische argumenten en over de procedure die de Commissie moet volgen voor het organiseren van openbare hoorzittingen, samen met het Parlement. Met deze drie punten kunnen we zeker zeggen dat de Europese burgers spoedig de beschikking zullen hebben over een instrument dat eenvoudiger is dan voorzien, duidelijker is dan op het eerste gezicht lijkt en naar verluidt doelmatiger is.

Tot besluit: ik blijf waakzaam ten aanzien van het mogelijke averechtse effect van de financiering van het initiatief door politieke partijen, en dat is iets waarvan ik blijf vinden dat het de burgers in een positie kan plaatsen waarin ze ons wat te verwijten zullen hebben. Maar afgezien daarvan reken ik op ons allen om aan de bel te trekken wanneer de eerste tekenen van misbruik zichtbaar worden, omdat dit is waartoe wij ons eerst en vooral hebben verplicht. Wij gaan stemmen voor een instrument van democratische participatie dat slechts de burger toebehoort.

 
  
MPphoto
 

  Victor Boştinaru (S&D). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, om te beginnen zou ik u willen feliciteren met uw bijdrage als corapporteur van onze Commissie verzoekschriften.

Zoals u wellicht weet was het burgerinitiatief voor de S&D-Fractie een belangrijke prioriteit. Allereerst wil ik alle vier de corapporteurs van de Commissie constitutionele zaken en de Commissie verzoekschriften gelukwensen met het gemeenschappelijke werk dat zij hebben verzet bij de opstelling van dit voortreffelijke verslag en met de wijze waarop zij in hun onderhandelingen met de Raad en de Commissie dit goede resultaat hebben weten te bereiken. Ik zou ook willen wijzen op de bijzondere rol die de vicevoorzitter van de Europese Commissie, de heer Šefčovič, heeft gespeeld en op de welwillendheid en openheid waarmee hij met de Raad en het Parlement heeft onderhandeld.

Ik ben verheugd dat ik hierover vandaag al, slechts enkele maanden na het begin van de procedure voor dit unieke en essentiële instrument voor participerende democratie in de Europese Unie, mijn stem kan uitbrengen. Het Europees Parlement heeft veel bijgedragen aan deze tekst. Twee derde van de tekst is afkomstig van het Parlement, waaruit eens te meer blijkt dat het zich er onophoudelijk voor inzet dat de Europese burgers bij het politieke debat worden betrokken en dat de Europese Unie dichter bij de burgers wordt gebracht.

Naar mijn mening is de tekst evenwichtig en draagt deze bij tot de verwezenlijking van onze gemeenschappelijke doelstelling, namelijk dat het burgerinitiatief een belangrijke rol vervult in de praktijk van de Europese democratie en de Europese burgers beter in staat stelt hun invloed te doen gelden op het Europees beleid. Dit instrument is er namelijk op gericht een diepgaand debat in de hele samenleving te bevorderen. Zoals onze fractie van meet af aan heeft geëist, is dit instrument toegankelijk, eenvoudig van opzet, duidelijk en concreet, zodat frustratie wordt voorkomen.

Ik dank u hartelijk en wens u succes na deze uitstekende start.

 
  
MPphoto
 

  Andrew Duff (ALDE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, in tegenstelling tot wat sommige sprekers geloven, ben ik ervan overtuigd dat het burgerinitiatief van begin af aan bedoeld was als instrument dat door de burgers kan worden gebruikt om de Commissie te verzoeken een voorstel te doen voor een wijziging van de Verdragen.

Ik ben erg verheugd dat de definitieve formulering van artikel 2 van de verordening een getrouwe weergave bevat van de formulering uit artikel 11, lid 4, van het Verdrag zelf. Indien de Commissie een voorstel doet voor een wijziging van de Verdragen handelt zij wel degelijk binnen het kader van haar wettelijke bevoegdheden, en zoals we allemaal uit ervaring weten is het vaak nodig de Verdragen te wijzigen om hun doelstellingen ten volle te kunnen verwezenlijken.

Het is aan de burgers om vastberaden en volledig gebruik te maken van dit geweldige nieuwe experiment van de postnationale democratie.

 
  
MPphoto
 

  Marek Henryk Migalski (ECR). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, Emma McClarkin heeft al aangegeven dat onze fractie dit ontwerp kan steunen. Het zit goed in elkaar en verdient daarom steun tijdens de stemming. Ik ben blij dat tijdens de werkzaamheden aan deze tekst een aantal zorgpunten is weggenomen. Zo is de bescherming van persoonsgegevens verscherpt. Ook is de minimumleeftijd van zestien jaar vervangen door achttien en dat is een goede zaak.

Toch heb ik ook een aantal kritische opmerkingen. Ten eerste zal, zoals collega Emma McClarkin al zei, de Commissie beslissen welk initiatief ontvankelijk is en welk niet. De stem van het volk zal dus opnieuw afhankelijk zijn van ambtenaren, hoe welwillend die ook mogen zijn. Ten tweede moeten we ons afvragen of de drempel van 300 000 stemmen en een vierde van de landen niet te laag is? In Polen is voor een dergelijk initiatief de handtekening van 100 000 mensen nodig. Van de hele Europese Unie, die veel groter is, maken de Polen slechts 8 procent uit. De drempel lijkt me dan ook nogal discutabel. Ondanks deze twijfels verdient het initiatief echter steun en de Europese Conservatieven en Hervormers stemmen dus zeker voor.

 
  
MPphoto
 

  Bairbre de Brún (GUE/NGL).(GA) Mevrouw de Voorzitter, in de eerste plaats wil ik zowel u als de rapporteurs bedanken. De werkzaamheden van de rapporteurs hebben tot een aanzienlijke verbetering van het voorstel van de Commissie geleid.

Ik ben echter teleurgesteld dat een aantal aspecten van het voorstel tot gevolg zal hebben dat mensen van dit proces worden uitgesloten die er eigenlijk wel degelijk bij betrokken moeten worden. Ik verzoek het Parlement dan ook om de amendementen die door een grote meerderheid in de Commissie verzoekschriften zijn aangenomen, serieus in overweging te nemen. Die amendementen hebben wij nu opnieuw aan de plenaire vergadering voorgelegd, te weten de amendementen 71, 73 en 74. Wij moeten er met name voor zorgen dat wij mensen die in de EU woonachtig zijn, maar die nog geen officiële Europese burgerschapsstatus hebben, niet de indruk geven dat hun mening overbodig of niet welkom is. Tegelijkertijd moeten ook jonge mensen aangemoedigd worden om hun betrokkenheid te tonen bij kwesties die verband houden met het EU-beleid.

In de huidige situatie zullen niet alle EU-inwoners – met inbegrip van langdurig ingezetenen – in staat zijn om het burgerinitiatief te ondertekenen. Deelname staat nu nog alleen open voor degenen met een Europese burgerschapsstatus.

De amendementen 72 en 73, die wij nogmaals hier aan de plenaire vergadering hebben voorgelegd, zijn dan ook bedoeld om te waarborgen dat de handtekeningen van inwoners zonder burgerschapsstatus meetellen voor de een miljoen handtekeningen die nodig zijn om de Commissie te verzoeken actie te ondernemen.

 
  
MPphoto
 

  Daniël van der Stoep (NI). - Voorzitter, ik weet het nog zo net niet met dit burgerinitiatief. Het klinkt natuurlijk sympathiek om de burgers meer bij de besluitvorming te betrekken, al was het natuurlijk beter geweest om diezelfde burgers een referendum over het Verdrag van Lissabon te gunnen.

Om in een de burger door de strot geduwd verdrag te spreken over een dialoog met de burger is in mijn optiek zowel wrang als ironisch. Voorzitter, ik ben bang dat het burgerinitiatief een enorm wassen neus zal blijken te zijn. De Commissie heeft het primaat om voorstellen niet in behandeling te nemen. Het moge duidelijk zijn dat alleen stokpaardjes van de linkse eurofiele elite die duidelijk een pro-Europees standpunt vertegenwoordigt, zullen worden geaccepteerd.

Of kan de commissaris die zorgen bij mij wegnemen? Stel, er worden burgerinitiatieven opgezet om de onderhandelingen met Turkije te stoppen, of om dit Parlement op te heffen - wat natuurlijk fantastisch zou zijn. Zal de Commissie die dan serieus nemen? Graag een reactie.

Voorzitter, het vertrouwen van de burgers in de Europese Unie is al nihil. Ik vermoed dat dit burgerinitiatief daar weinig verandering in zal brengen en dat vind ik overigens niet erg, want hoe meer mensen het failliet van deze Europese Unie zullen inzien, hoe beter.

 
  
MPphoto
 

  Anna Maria Corazza Bildt (PPE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, als schaduwrapporteur voor de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken heb ik mijn best gedaan ertoe bij te dragen dat dit nieuwe politiek initiatiefrecht voor de burgers van Europa gestalte krijgt, zodat de mensen echt mondiger worden gemaakt.

Ik steun het uiteindelijke compromis en spreek mijn gelukwensen uit aan de heer Lamassoure. Het burgerinitiatief is nu gebruikersvriendelijk, ongecompliceerd en toegankelijk voor de burgers. Ik ben bijzonder ingenomen met de eis van transparantie met betrekking tot politieke en financiële steun. Ik betreur echter dat financiering door politieke partijen en groepen geoorloofd is en dat nationale politici als initiatiefnemers mogen optreden.

Ik wil geen domper op de vreugde zetten, beste collega's, maar laten we realistisch zijn. Het risico bestaat dat het democratisch proces in Europa niet alleen een stimulans kan krijgen, maar dat het ook kan ontsporen en dat extremisten en populisten het burgerinitiatief voor hun karretje spannen of er misbruik van maken.

Ik denk dat we er nu allemaal gemeenschappelijk voor moeten zorgen dat het initiatief alleen wordt gebruikt in het belang van de burgers. Ik doe een beroep op de gekozen politici in de lidstaten om te accepteren dat zij de representatieve democratie hebben om hun mening kenbaar te maken en dat dit initiatief bedoeld is voor de burgers. Ik verzoek de Commissie de burgers naar behoren in te lichten om geen valse verwachtingen te wekken, en de voorwaarden voor registratie strikt toe te passen.

Ik verzoek de media hun rol te vervullen door juiste informatie te verspreiden en vraag de lidstaten persoonsgegevens te beschermen, zodat de burgers genoeg vertrouwen hebben om deel te nemen. Ik hoop echt dat we onze burgers de kans kunnen geven om in het politieke debat te participeren en met plezier gebruik te maken van dit instrument.

 
  
MPphoto
 

  Hannes Swoboda (S&D). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, ik maak weliswaar geen deel uit van de rechtstreeks betrokken commissies, maar ik heb onze rapporteur, mevrouw Gurmai, ten volle ondersteund. Ik zou alle rapporteurs graag van harte willen bedanken. Ik geloof dat er in de democratisering van de Europese Unie een belangrijke stap naar voren is gezet.

Ik weet dat sommige mensen bang zijn voor mogelijk misbruik van het burgerinitiatief. Het is echter aan ons om in ons beleid de zorgen en behoeften van de burgers op te pakken; zij zullen dan niet in staat zijn dit instrument te misbruiken. Het is aan ons om door middel van beleid verzet te plegen tegen burgerinitiatieven die naar onze mening de verkeerde kant opgaan. Verzet is beslist nuttiger dan negeren.

Anders dan mevrouw Corazza Bildt denk ik dat er een goed compromis tot stand is gekomen. Ik vind dat politieke partijen dit initiatiefinstrument niet moeten gebruiken; politieke partijen en dit Parlement zijn er immers niet voor niets. Dat politici niet van deelname aan het debat mogen worden uitgesloten is volkomen terecht. Mijns inziens is hier een goede weg voorwaarts aangegeven.

Het is nu aan de politieke partijen om onder het waakzame oog van de burger en de burgerinitiatieven goed beleid te voeren, in te haken op de wensen en zorgen van de burgers en daar in dit Parlement iets mee doen, en meer met de burgers in dialoog te treden. Dit instrument dwingt de politiek ook slimmer op te treden en een Europa tot stand te brengen dat dichtbij en niet veraf van de burger staat, wat door velen terecht wordt bekritiseerd.

Nogmaals hartelijk dank aan de rapporteurs voor hun goede werk. Ik ben van mening dat zij met dit verslag de democratie in Europa een dienst hebben bewezen. In feite is dit waar wij in het Parlement voor ijveren: een democratisch Europa.

 
  
MPphoto
 

  Tadeusz Cymański (ECR). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, ik wil me aansluiten bij de steun en de lof voor dit initiatief. Wel heb ik bepaalde bedenkingen en opmerkingen, maar dit is dus geen gebrek aan steun. Ik wil er alleen voor zorgen dat dit initiatief werkelijk zinvol wordt. Er wordt namelijk gesproken over kansen en hoop, maar ook over vrees, onder meer door collega Migalski. Vrees dat dit zo hoognodige, verrijkende en democratische instrument in de praktijk kan worden misbruikt.

Paradoxaal genoeg kan dit instrument in de praktijk niet alleen door extremisten maar ook door zeer krachtige lobby's eenvoudig worden misbruikt. We vrezen namelijk dat de drempel van een miljoen steunverklaringen niet zo hoog is, als je kijkt naar het demografische potentieel van de Unie. Bovendien zal de beslissing om een initiatief wel of niet ontvankelijk te verklaren in hoge mate bepaald worden door willekeur, wat voor de burgers zelf een reden voor stevige kritiek kan zijn. Kortom, ik denk dat we vaart moeten zetten achter de werkzaamheden, maar deze regeling wel zeer grondig, zorgvuldig en met gezond verstand moeten analyseren.

 
  
MPphoto
 

  Diane Dodds (NI). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik spreek hier als democraat en als iemand die ervan overtuigd is dat een grotere participatie in het democratische proces moet worden aangemoedigd. Laten we eerlijk zijn, er bestaat een kloof tussen beleidsmakers en burgers. Daarom is het van groot belang dat de stem van de gewone burger gehoor vindt.

De idee van het Europees burgerinitiatief mag dan goed zijn, mijn enthousiasme wordt echter getemperd door het feit dat de Commissie nog steeds over aanzienlijke macht beschikt. We kunnen bovendien niet voorbijgaan aan het feit dat het vanwege de regels voor het verzamelen van handtekeningen voor een burgerinitiatief, ondanks de bepaling dat de deelname beperkt mag blijven tot een kwart van de lidstaten, voor alle potentiële initiatiefnemers wel eens zeer moeilijk zou kunnen blijken de vereiste handtekeningen te verzamelen, behalve dan voor grote lobbyorganisaties die al op Europees niveau actief zijn. Het burgerinitiatief is bedoeld als instrument voor de burgers, niet als instrument voor ngo's.

 
  
MPphoto
 

  Paulo Rangel (PPE).(PT) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, dames en heren, leden van de Raad, ik wil hier onderstrepen dat het burgerinitiatief een zeer belangrijke stap voorwaarts betekent op weg naar de erkenning van de constitutionele aard van de Europese Unie. Alleen een constitutionele instantie, met of zonder geschreven grondwet, is in staat haar burgers een instrument van die aard aan te bieden. Ik erken in ons gebaar iets bijzonder waardevols: de waarde om aan de Europese Unie een dergelijk grondwettelijk karakter toe te kennen.

Ik wil tevens benadrukken dat dit een zeer belangrijke stap is voor de burgers en de solidariteit tussen burgers. Door het minimumvereiste voor het starten van een burgerinitiatief vast te stellen op een vierde van de lidstaten creëren wij bovendien een trans-Europese en pan-Europese beweging, omdat het op die manier veel moeilijker wordt om het initiatief te gebruiken om te lobbyen of partijbelangen te behartigen. In tegenstelling tot wat hier wordt beweerd, wordt dat allemaal veel moeilijker als we eisen dat burgers van zeven of acht landen een initiatief ondertekenen. Ik ben er dan ook van overtuigd dat het burgerinitiatief zal bijdragen tot een versterking van de solidariteit tussen de EU-landen en tussen de burgers van de EU-landen, een solidariteit die wij nu, twee dagen voor deze beslissende decemberbijeenkomst van de Europese Raad, meer dan ooit nodig hebben.

 
  
MPphoto
 

  Roberto Gualtieri (S&D). - (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, procedures vormen een belangrijk onderdeel van het democratische proces. De tenuitvoerlegging van het burgerinitiatief was dan ook niet slechts een technische oefening, maar heeft cruciale keuzes met zich meegebracht op basis waarvan het burgerinitiatief een instrument kon worden dat daadwerkelijk bijdraagt aan de verwezenlijking van een echte Europese politieke ruimte.

Het Parlement heeft heel duidelijk en op voorbeeldige wijze gebruik gemaakt van zijn rechten en het oorspronkelijke voorstel aanzienlijk verbeterd. De belangrijkste resultaten zijn reeds genoemd en ik zal daar niet opnieuw op ingaan. Ik wil echter een ander resultaat benadrukken, waaraan onze fractie een aanzienlijke bijdrage heeft geleverd, namelijk het feit dat de Europese politieke partijen een burgerinitiatief kunnen bevorderen. Dit is een zeer belangrijk resultaat, omdat het lot van de Europese democratie ervan afhangt, aangezien er alleen echte internationale democratie kan zijn als Europese politieke partijen echt een rol spelen in het democratische proces. Vandaag zetten wij een stap in die richting en dit is een reden te meer waarom dit een prachtige dag is voor de Europese democratie.

 
  
MPphoto
 

  Erminia Mazzoni (PPE). - (IT) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, fungerend voorzitter van de Raad, dames en heren, ik wil alle rapporteurs bedanken voor hun harde werk en voor het goede compromis dat is bereikt. Als voorzitter van de Commissie verzoekschriften wil ik graag in het bijzonder mevrouw Wallis en de heer Häfner bedanken, evenals de schaduwrapporteurs die, met een substantiële groep, alle gevoeligheden die in het debat in de Commissie verzoekschriften naar voren kwamen, hebben weten te kanaliseren.

Ik denk dat wij ons ten volle bewust waren van het belang van onze taak. Het burgerinitiatief is een belangrijk doel in de ontwikkeling van een Europa van de volkeren, een democratisch Europa en een echt participatief Europa.

Als Commissie verzoekschriften hebben wij ons dit, in samenwerking met de Commissie constitutionele zaken en onder toepassing van de procedure van artikel 50 van het Reglement, steeds voor ogen gehouden. Zoals velen van u en de rapporteurs al hebben benadrukt, hebben we geprobeerd de procedure zo bruikbaar, lastenvrij, transparant en efficiënt mogelijk te maken.

Met dit als oogmerk hebben we gewerkt aan het opleggen van bepaalde verplichtingen aan de Commissie en het inperken van haar beoordelingsruimte met betrekking tot de door ons ingevoerde ontvankelijkheidscriteria. Ik wil hierbij de leden geruststellen die legitieme en begrijpelijke zorgen hebben geuit, die wij in het debat hebben besproken en waarvoor we in veel gevallen een oplossing hebben gevonden.

Omdat dit onderwerp me aan het hart gaat wil ik ten slotte graag het belang benadrukken van het invoeren van een openbare hoorzitting van de vertegenwoordigers van een burgerinitiatief, die zal worden georganiseerd door de Commissie en het Europees Parlement. Als voorzitter van de Commissie verzoekschriften stemt mij dit tevreden omdat deze taak, op basis van een overeenkomst tussen de betrokken partijen, waarschijnlijk aan de door mij voorgezeten commissie zal worden toevertrouwd.

 
  
MPphoto
 

  Matthias Groote (S&D). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, allereerst wil ik iedereen hartelijk danken die dit mogelijk heeft gemaakt en in het bijzonder voormalig ondervoorzitter Sylvia-Yvonne Kaufmann, die in de vorige zittingsperiode veel voorbereidend werk heeft verricht om de verwezenlijking van het Europees burgerinitiatief thans mogelijk te maken.

De EU-burgers hebben soms het gevoel dat Europa en zijn instellingen ver van hen af staan. Met dit instrument, met het Europees burgerinitiatief, komen de instellingen nader tot de burgers. Het is een uitstekend instrument om de democratie te versterken, aan de democratie deel te nemen en initiatieven te nemen. In de komende maanden zullen twee aspecten een belangrijke rol spelen: ten eerste, dat via internet toegang tot een digitaal burgerinitiatief wordt verschaft toegang die op eenvoudige maar veilige wijze moet worden verkregen. Ten tweede moet een succesvol burgerinitiatief gevolgd worden door een rechtshandeling. Vandaar mijn vraag aan de Commissie: wanneer volgt inzake een aangelegenheid een rechtshandeling en wanneer slechts een hoorzitting? Hoe wordt dat in de toekomst besloten of beoordeeld? Misschien kunt u daarop nog ingaan, mijnheer de commissaris. Nogmaals hartelijk dank voor uw werk en voor het werk van de Raad.

 
  
MPphoto
 

  György Schöpflin (PPE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, de invoering van het burgerinitiatief is ongetwijfeld een van de belangrijkste ontwikkelingen in het Europese integratieproces. Het betekent een kwalitatieve herverdeling van de macht in de Europese Unie en kan de aanzet geven tot een belangrijke vernieuwing in de Europese politiek.

Door de burgers op hetzelfde niveau te plaatsen als het Parlement en de Raad, door de burgers het recht te geven de Commissie te verzoeken wetgevingsvoorstellen te doen, wordt een stap gezet die verstrekkende gevolgen heeft. Zo zou op grond van deze nieuwe regeling een van de fundamentele kenmerken van het integratieproces – namelijk dat het van meet af aan door elites wordt aangestuurd – wel eens op de helling kunnen komen te staan. In vele opzichten is dit proces tot dusver zeer succesvol geweest, maar het lijdt inmiddels nauwelijks nog twijfel dat het integratieproces zonder de steun van de burgers met obstakels te maken krijgt. Inderdaad wordt steeds vaker duidelijk dat de burgers de EU als een ingewikkeld en ondoorgrondelijk systeem ervaren dat ver van hun bed staat. Zij hadden tot nu toe weinig aanleiding om zich betrokken te voelen bij de EU, omdat hun daartoe geen middelen werden geboden.

Dit gemis wordt door het burgerinitiatief verholpen. Het vormt een instrument waarmee de kloof tussen de EU en de demos kan worden overbrugd. Het is in ieders belang dat dit instrument nu in werking treedt en zo doeltreffend mogelijk functioneert.

 
  
MPphoto
 

  Sylvie Guillaume (S&D). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, ik wil in de eerste plaats alle rapporteurs, en met name mijn collega en buurvrouw mevrouw Gurmai, lof toezwaaien voor hun uitstekende werk aangaande dit onderwerp.

De instelling van een burgerinitiatief is een van de meest interessante innovaties van het Verdrag van Lissabon. Het is volgens mij een nieuwe wetgevende bevoegdheid binnen de Europese instellingen die de burgers in handen krijgen.

In het besef dat het gevoel bij de Europese Unie te horen nog te zwak is en het aantal mensen dat niet gaat stemmen vooral bij de Europese verkiezingen onrustbarend hoog is, zal dit nieuwe instrument Europese burgers de gelegenheid bieden volwaardige actoren te zijn in de Europese democratie. Het onderwerp wekt bovendien zeer grote nieuwsgierigheid. Er is zonder meer belangstelling voor.

Daarom zou het een verkeerd signaal zijn om uitsluitend de risico's die burgerinitiatieven wellicht inhouden ter sprake te brengen. Vanzelfsprekend is het nodig dit instrument correct aan te wenden, maar angst voor de discussies die kunnen ontstaan, is ongegrond.

Het compromis tussen het Parlement en de Raad is volkomen in evenwicht. Het gaat er vanaf nu om ervoor te zorgen dat dit instrument, nadat het is aangenomen, zo snel mogelijk van kracht wordt, want de burgers verwachten dit van ons en hier ligt een grote kans.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Carlo Casini (PPE). - (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, als voorzitter van de Commissie constitutionele zaken wil ik bovenal alle leden van mijn commissie bedanken voor hun goede werk, in het bijzonder de heer Lamassoure en mevrouw Gurmai, die uitstekend werk hebben verricht en die het is gelukt een van de belangrijkste vernieuwingen van het Verdrag van Lissabon ten uitvoer te leggen.

De Commissie constitutionele zaken heeft ook naar de standpunten van alle nationale parlementen en deskundigen geluisterd, in nauwe samenwerking met de Commissie, waarvoor ik commissaris Šefčovič hartelijk wil bedanken, en de Raad bereid gevonden in dialoog te treden, waarvoor ik de heer Chastel wil bedanken.

Tevens heeft de toepassing van artikel 50 van ons Reglement goed gewerkt en ons de mogelijkheid geboden nauw samen te werken met de Commissie verzoekschriften.

Ik heb persoonlijk mijn steun uitgesproken voor de noodzaak van een termijn van een jaar voor de inwerkingtreding van de verordening. Dit was niet om de tenuitvoerlegging te vertragen, maar juist om ervoor te zorgen dat de eerste tenuitvoerlegging volledig en consciëntieus verloopt, zodat alle lidstaten, zonder enige uitzondering, aan de vereiste kunnen voldoen om participatie- en controle-instrumenten op te stellen.

Naar mijn mening is het belangrijkste positieve gevolg van de nieuwe regeling de vergroting van het bewustzijn van het EU-burgerschap, dat nu is verrijkt met de mogelijkheid om deel te nemen aan het wetgevingsproces, al is het maar in de vorm van een aanzet. Ik ben er tevens van overtuigd dat de beschikbare mechanismen deze deelname gemakkelijk maken voor burgers en tegelijkertijd misbruik voorkomen.

Ten slotte ben ik van mening dat de goedkeuring van deze verordening, zo vlak voor de kerstdagen, een cadeautje is voor zowel de burgers van Europa als Europa zelf.

 
  
MPphoto
 

  Jo Leinen (S&D). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, het doet me deugd dat ik de volgende ben die na mijn opvolger in de Commissie constitutionele zaken het woord mag voeren, omdat ik dit project tien jaar lang heb begeleid en het Europees burgerinitiatief min of meer op de valreep in de verdragstekst is opgenomen. Het waren destijds de leden van dit Parlement en van de nationale parlementen die in de Conventie het initiatief hebben genomen. Hiermee wordt een nieuw hoofdstuk gestart in de betrekkingen tussen de burgers en de Europese instellingen. We hopen allemaal dat de afstand tussen de mensen en het Europees beleid kan worden verkleind. Het burgerinitiatief is geen wondermiddel maar kan een geweldige bijdrage leveren. Bovenal hoop ik op Europese openbaarheid, een grensoverschrijdend debat over actuele aangelegenheden die de burgers interesseren. Op mijn terrein – het milieu – schieten me veel zaken te binnen die met dit instrument op de agenda van de Europese Unie kunnen worden geplaatst, met name punten die betrekking hebben op de Commissie als Europese regering, als uitvoerende macht. Verder wil ik de Commissie vragen hoe zij zich op de komende initiatieven voorbereidt. Teleurstelling moet worden voorkomen.

Ik dank iedereen, vooral de rapporteurs mevrouw Gurmai en de heer Lamassoure, voor hun uitstekende werk.

 
  
MPphoto
 

  Radvilė Morkūnaitė-Mikulėnienė (PPE).(LT) Mevrouw de Voorzitter, dit is echt een gelukkige en belangrijke dag voor het Europees Parlement. Ik hoop ten zeerste dat wij dit mechanisme zullen goedkeuren waarmee onze burgers aan de ontwikkeling van de toekomst van de Europese Unie kunnen deelhebben, door niet slechts het Europees Parlement te kiezen, maar ook door actief deel te nemen aan het ontwikkelingsproces. Het is heel belangrijk dat de stem van de burger wordt gehoord. Enkele jaren geleden had ik zelf de kans om tienduizenden burgers van de Europese Unie te vertegenwoordigen door een petitie aan het Europees Parlement aan te bieden en ik was zeer verheugd dat het Europees Parlement destijds een op die petitie gebaseerde resolutie heeft aangenomen. Het is geweldig wanneer je het gevoel hebt dat jouw stem, jouw stem als burger, in de instellingen van de Europese Unie wordt gehoord. Er moet een dialoog zijn tussen de Europese Commissie en de burgers, en er moeten geen situaties bestaan die de burgers zouden kunnen demotiveren. Dit is een stap in de richting van nauwere samenwerking, niet alleen tussen de instellingen en de burgers, maar ook tussen de burgers onderling. Dit gaat over het herkennen en benoemen van bepaalde problemen en het bieden van één oplossing voor hen, maar het proces moet veilig en transparant zijn en we moeten het subsidiariteitsbeginsel toepassen.

 
  
MPphoto
 

  Ioan Enciu (S&D). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, allereerst wil ik Zita Gurmai en Alain Lamassoure gelukwensen met dit verslag. Ik ben zeer verheugd over het mechanisme van het burgerinitiatief. Met behulp van dit uiterst positieve initiatief voor de basis zal de democratische kloof tussen de instellingen van de Europese Unie en de burgers drastisch worden verkleind. Bovenal biedt het de burgers een platform om ideeën voor Europese wetgeving kenbaar te maken en voor te stellen. De eis dat voor een initiatief handtekeningen uit minimaal een vierde van alle lidstaten moeten worden verzameld, zorgt ervoor dat een dergelijk voorstel voor nieuwe wetgeving de behoefte van een representatief deel van de Europese samenleving weerspiegelt.

Tot slot wil ik benadrukken dat volledige transparantie vereist is met betrekking tot de initiatiefnemers en de financiële bronnen waaruit zij putten.

 
  
MPphoto
 

  Izaskun Bilbao Barandica (ALDE). – (ES) Mevrouw de Voorzitter, ik wil de rapporteurs feliciteren, want dankzij hun werk zullen de Europeanen beter in staat zijn hun zorgen om te zetten in initiatieven in het Europees Parlement.

Vandaag werken we aan de verbetering van de democratie door de besluitvormingsprocessen dichter bij de burger te brengen en meer open te stellen voor debat, zodat de mensen steeds vooropstaan.

Deze verordening past in het kader van het beleid voor 2020 en is fundamenteel om de in de samenleving aanwezige kennis en talenten goed te benutten. We zullen onszelf moeten vernieuwen om zichtbaarder te zijn als verantwoordelijke politici in de virtuele gemeenschappen, in de digitale samenleving en om van dichterbij en op menselijker wijze leiding te geven. Dit is een stap naar politieke vernieuwing die ons helpt transparanter te zijn en het vertrouwen van de mensen in de politiek terug te winnen.

Tot slot biedt het Europees burgerinitiatief de regio's de kans iets te doen aan hun gebrekkige erkenning binnen de huidige institutionele structuur van de Unie. Ik weet zeker dat zij dit instrument, met de nodige wil en verbeeldingskracht, zullen gebruiken om hun voorstellen rechtstreeks aan ons voor te leggen.

 
  
MPphoto
 

  Oreste Rossi (EFD). - (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, vóór het Verdrag van Lissabon stond de Europese Unie niet open voor verzoeken van burgers, deels vanwege het feit dat twee van haar belangrijkste organen, de Commissie en de Raad, worden benoemd en niet worden gekozen, zoals het Parlement, en deels omdat niet voorzien was in deelname van het publiek.

Met de inwerkingtreding van het nieuwe verdrag kunnen Europese burgers, door het verzamelen van voldoende handtekeningen, voorstellen in de vorm van initiatieven indienen. Wij zijn ten dele vóór de verordening, omdat deze een verbetering inhoudt ten opzichte van de oorspronkelijke tekst van de Commissie. De ontvankelijkheidsprocedure voor het voorstel wordt gecombineerd met de registratieprocedure en wordt gevolgd door het verzamelen en controleren van handtekeningen.

Helaas is het verslag niet optimaal, omdat het geen instrument bevat om de echtheid van handtekeningen te controleren. Dit zou kunnen leiden tot de indiening van valse handtekeningen en daarmee de ondermijning van de democratische waarde van het burgerinitiatief.

 
  
MPphoto
 

  Andrew Henry William Brons (NI). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, het burgerinitiatief kent vele gedaanten. Is het een verzoekschrift? Jazeker, maar een dat niet vrijelijk door de verzoeker zelf is geformuleerd. De verzoeker wordt voorgeschreven waarom hij zou kunnen verzoeken, namelijk iets wat binnen de bevoegdheid van de Commissie valt, en waarom hij niet kan verzoeken, namelijk iets wat de Commissie niet serieus genoeg of in strijd met de zogenaamde Europese waarden acht.

Is het een referendum? Absoluut niet. Ten onrechte wordt het burgerinitiatief ook wel een voorbeeld van directe democratie genoemd. Maar er vindt helemaal geen stemming plaats waaraan alle burgers deelnemen. Zelfs als er een miljoen handtekeningen worden verzameld, hoeft de Commissie niet naar het initiatief te handelen.

Noch is het een echt burgerinitiatief. Het is onwaarschijnlijk dat gewone burgers zich op autonome wijze organiseren. Alleen machtige belangengroepen zullen in staat zijn de publieke opinie te mobiliseren. Bovenal is het initiatief een quasidemocratische dekmantel voor een ondemocratische institutie.

Betekent dit dat ik ertegen ben? Nee. Ik vertrouw erop dat bezorgde tegenstanders er gebruik van zullen maken om een eind te maken aan het Europese project.

 
  
MPphoto
 

  Jarosław Leszek Wałęsa (PPE). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, het Europese burgerinitiatief heeft tot doel een instrument te zijn waarmee de burgers intensiever kunnen deelnemen aan het leven in de Unie en dat de duidelijk aangetaste band tussen de EU en haar burgers versterkt. Naam, adres, nationaliteit en een handtekening; ik ben het er volkomen mee eens dat dit zou moeten volstaan om te garanderen dat de ondertekenaar daadwerkelijk bestaat en niet tweemaal ondertekent. Helaas is niet besloten tot schrapping van de identificatieplicht met legitimatiebewijs, hoewel dit het instrument toch aanzienlijk burgervriendelijker had kunnen maken.

In een tijd waarin er bijzondere zorgen bestaan over de bescherming van persoonsgegevens, kan het verzamelen van vertrouwelijke persoonsgegevens, zoals een identificatienummer, veel burgers afschrikken om een initiatief te ondertekenen. De ambtenaren die de identificatieplicht bepleiten hebben dit probleem duidelijk onderschat. De Europese burger krijgt de mogelijkheid om voorstellen voor nieuwe wetgeving in te dienen in maatschappelijk relevante kwesties. Dit is van onschatbare waarde voor de democratie en ik voel me dan ook vereerd dat ik deel kan uitmaken van het proces waarmee dit instrument wordt aangeboden aan de inwoners van Europa.

 
  
MPphoto
 

  Kriton Arsenis (S&D). – (EL) Mevrouw de Voorzitter, graag zou ik alle rapporteurs willen feliciteren met hun uitstekende werk. We hebben besloten om in onze Europese grondwet, het Verdrag van Lissabon, het recht van burgers op te nemen waarmee zij bij de Commissie om wetgevingsinitiatieven kunnen verzoeken. Onze burgers geloven hierin, men is al begonnen met een eerste initiatief waarbij meer dan een miljoen handtekeningen zijn verzameld. Het door hen gekozen onderwerp is een onderwerp dat ons allen aangaat, een onderwerp waarvoor de Commissie ook zonder deze handtekeningen zelf het initiatief zou moeten nemen. Er worden vraagtekens gezet bij de onafhankelijkheid van de EFSA tegenover de belangen van de biotechnologische bedrijven – het bestaan van deze kwestie werd erkend door commissaris Dalli – en men verzoekt om het instellen van een moratorium voor de teelt totdat er betrouwbare controlemechanismen zijn ter beoordeling van de gevolgen van gemodificeerde organismen voor zowel de menselijke gezondheid als de biodiversiteit en de voedselveiligheid. Ik roep de Commissie op om over te gaan tot het nemen van dit initiatief.

 
  
MPphoto
 

  Constance Le Grip (PPE). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, ook ik wil onze vier rapporteurs bedanken, omdat zij buitengewoon goed werk hebben geleverd. Door hen heeft het Europees Parlement de aanvankelijk door de Commissie voorgestelde tekst aanzienlijke meerwaarde gegeven.

Het burgerinitiatief, waar wij bij de Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten) met enthousiasme voor gaan stemmen, is een door het Verdrag van Lissabon gerealiseerde belangrijke stap voorwaarts. Laat er geen misverstand over bestaan, dit instrument kan het Europese politieke landschap daadwerkelijk veranderen, mits we het zowel met verantwoordelijkheidsgevoel als met durf gebruiken. Het kan ertoe bijdragen dat burgers zich rechtstreeks kunnen gaan mengen in het Europese politieke debat. Het kan bijdragen aan de opkomst van een Europese publieke opinie, dat wil zeggen mannen en vrouwen die Europese burgers zijn en die samen debatteren, samen standpunten innemen en zich scharen rond werkelijk Europese onderwerpen. Laten we onze medeburgers echter niet teleurstellen.

Laten we onze lidstaten aansporen om snel uitvoeringsmaatregelen te nemen waar dit nodig is, laten we onze burgers niet teleurstellen, het gaat hier om een versterking van de Europese democratie.

 
  
MPphoto
 

  Judith A. Merkies (S&D). - Ook mijn felicitaties aan iedereen, en vooral aan de burger; ik kijk uit naar een constructieve samenwerking.

Het is wel zo dat wij ervoor moeten waken dat wij vooral een lage drempel houden en dat betekent dat iedereen moet kunnen meedoen aan een burgerinitiatief. Het is daarom jammer dat juist jongeren onder de 18 jaar hiervan worden uitgesloten, want die willen wij juist zo graag bij de politiek betrekken.

Het is dan ook jammer dat het aan de lidstaten wordt overgelaten om zich al dan niet online open te stellen. Het kan toch echt niet zijn dat wij in deze tijd nog met papiertjes gaan werken en juist online openstelling is een heel efficiënt middel gebleken om mensen te organiseren zowel in de politiek als qua belangen.

Wat zijn onze verwachtingen van wat wij precies met dat burgerinitiatief kunnen doen? Ik vind inderdaad dat de Commissie in een heel vroeg stadium moet kunnen zeggen of bepaalde voorstellen, zoals hier ook worden gedaan, om bijvoorbeeld het Parlement af te schaffen, daadwerkelijk iets voor een burgerinitiatief zijn of niet. Wat kun je ermee doen? Wie gaat een en ander uitwerken en wanneer kunnen wij een wetsvoorstel verwachten?

Wij in de politiek leven in een glazen huis. Mensen kunnen binnenkijken en mensen kunnen nu ook komen binnenlopen en meedoen. Ik kijk uit naar een constructieve samenwerking.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Tegen diegenen van u in de zaal die aan het debat wilden deelnemen volgens de "catch the eye"-procedure, moet ik zeggen dat ik geen ruimte heb voor nog meer sprekers. Ik wil u er evenwel aan herinneren dat het Reglement u de mogelijkheid biedt om een schriftelijke verklaring in te dienen, die dan aan het volledig verslag van het debat wordt toegevoegd. Ik wil u dus aansporen dat te doen, als u dat wenst.

 
  
MPphoto
 

  Maroš Šefčovič, vicevoorzitter van de Commissie. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, allereerst wil ik de leden van het Parlement bedanken voor hun brede steun voor deze verordening. Ik wil hen ook danken voor de zeer positieve Europese energie die tijdens dit debat van dit Huis uitgaat. Zoals we vanmorgen hebben gehoord is dit een jaar vol uitdagingen voor Europa, maar ik geloof dat dit debat heeft laten zien dat deze dag een uitstekende dag is voor de Europese burgers en voor Europa. Ik zou willen onderstrepen dat de Commissie wil dat dit belangrijke initiatief een succes wordt en dat wij het in een zeer constructieve geest zullen behandelen.

In antwoord op een aantal vragen die hier zijn gesteld wil ik de leden verzekeren dat wij de organisatoren zullen helpen. We gaan de contactpunten organiseren en we gaan de helpdesk organiseren waar organisatoren advies kunnen inwinnen over wat mogelijk is en wat niet, welke verordeningen in de pijplijn zitten, welke initiatieven op stapel staan of welke concurrerende of tegengestelde voorstellen we van andere organisatiecomités hebben ontvangen. We zullen proberen ons absoluut gebruikersvriendelijk en burgerinitiatiefvriendelijk op te stellen.

We nemen de door mevrouw Corazza Bildt en de heer Casini verwoorde zorgen zeer serieus. Daarom zullen we er tijdens de gehele procedure op hameren dat het evenwicht tussen de instellingen in deze verordening en het exclusieve initiatiefrecht van de Commissie bewaard moeten blijven, omdat de Commissie verantwoordelijk is voor alle burgers – niet alleen voor de organisatoren van een initiatief, maar ook voor het algemeen belang in Europa. Hierop moeten we in dit proces ook blijven letten.

In antwoord op de vraag van mijnheer Groote zou ik hem willen verzekeren dat wij in het geval van een succesvol Europees burgerinitiatief de procedure zullen volgen die in de verordening is vastgelegd. We zullen de organisatoren op passend niveau – op het niveau van de commissaris of de directeur-generaal – ontvangen en vervolgens zullen we op zo hoog mogelijk niveau deelnemen aan de door het Europees Parlement georganiseerde hoorzittingen. Binnen drie maanden zullen we in de mededeling uitvoerig de redenen uiteenzetten waarom wij gevolg aan het initiatief willen geven in de vorm van een wetgevingsvoorstel, waarom wij de kwestie verder moeten onderzoeken of, indien het initiatief aanvechtbaar is, waarom wij niet met een overeenkomstig voorstel zullen komen.

Ik hoop dat dit nieuwe instrument zal bijdragen tot een beter debat in Europa en tot meer discussie over Europese thema's in de nationale hoofdsteden. Ik hoop dat het Europees burgerinitiatief een heel succesvol project wordt en dat dit succes bij de eerste herziening zal blijken. Ik dank u voor uw steun.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Olivier Chastel, fungerend voorzitter van de Raad . − (FR) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, nog een paar opmerkingen na commissaris Šefčovič.

Bij het debat is wel gebleken dat dit een boeiend onderwerp is. Sommige vragen blijven open staan, niet alle angsten zijn weggenomen. Het gaat hier om een echt compromis.

Laat ons het burgerinitiatief levenskansen bieden. Laten we de verordening pas op termijn evalueren, want alleen zo zullen we haar mechanisme kunnen ontwikkelen.

Nogmaals dank voor uw medewerking. Ik wens het burgerinitiatief het allerbeste.

 
  
MPphoto
 

  Zita Gurmai, rapporteur. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil mijn collega's bedanken voor al hun opmerkingen. Ik ben heel blij dat de meerderheid van de leden ervoor is om een nieuwe dimensie toe te voegen aan onze Europese democratie.

Het is heel normaal en het viel ook te verwachten dat er een zekere angst bestaat, maar als we iets geheel nieuws proberen kunnen we niet op voorhand alle vragen beantwoorden en alle angsten wegnemen. Ik heb echter het volste vertrouwen dat de vandaag voorgestelde verordening is voorbereid op vele van de uitdagingen die we tijdens de uitwerking van de verordening konden bedenken.

We hoeven niet bang te zijn voor dit nieuwe facet van de democratie. We zullen beter naar de stemmen van de Europese burgers kunnen luisteren, en daar hoeven we niet bang voor te zijn. Dit is toch immers een van de langetermijndoelstellingen? We moeten hooguit bang zijn dat het Europees burgerinitiatief niet in de geest van het Verdrag wordt gebruikt, dat het niet voor het beoogde doel wordt gebruikt, maar wordt misbruikt, of helemaal niet wordt gebruikt.

We hebben ons best gedaan om dit risico in de verordening te verminderen, waarbij we werden geholpen door Sylvia Kaufmann, die in het Parlement het eerste verslag over het Europees burgerinitiatief heeft opgesteld. Mijn dank gaat ook uit naar alle medewerkers van Maroš Šefčovič en Alain Lamassoure en onze overige collega's. Ook wil ik het medewerkersteam van het Hongaarse voorzitterschap van de Europese Unie danken voor de samenwerking.

Ik wil onderstrepen dat de tenuitvoerlegging van de verordening van cruciaal belang is en in dit verband zou ik mijn hulp en samenwerking willen aanbieden aan het komende Hongaarse voorzitterschap.

Ik heb het volste vertrouwen dat bij de stemming over een uur steun zal worden verkregen voor het compromis dat de Europese instellingen zijn overeengekomen. Alleen zo kunnen we de Europese burgers een mooi kerstcadeau aanbieden: een solide verordening over het Europees burgerinitiatief. We mogen hen er niet langer op laten wachten.

Hartelijk dank voor uw aandacht. Ik wens u, en alle burgers die getuige waren van dit debat, een prettig kerstfeest en een gelukkig nieuwjaar.

 
  
MPphoto
 

  Alain Lamassoure, rapporteur. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik ben blij dat het debat op dit uur is afgerond en ik laat het laatste woord, dat u net zo goed kent als ik, graag aan u over.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Het debat is gesloten.

De stemming vindt dadelijk plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  Elena Băsescu (PPE), schriftelijk. (RO) Mijn gelukwensen aan de auteurs van het verslag, met het resultaat van de stemming in de commissie. Het burgerinitiatief heeft een grote symbolische waarde en is een van de meest doeltreffende manieren om de democratie in de EU te versterken. Het nieuwe instrument moet eenvoudig in gebruik zijn, toegankelijk en geloofwaardig voor de burger. Ik wil hierbij vermelden dat Roemenië tijdens de onderhandelingen in de Raad heeft geprobeerd een balans te vinden tussen de toegankelijkheid van het initiatief en het vaststellen van bepalingen ter voorkoming van misbruik. Ik denk dat de laatste aanpassingen een snellere ontvankelijkheidscontrole voor de voorstellen bevatten, een lagere drempel voor het aantal deelnemende landen en een eenvoudiger proces van ondertekening van de voorstellen. Ik wil het belang onderstrepen van het regelen van dit proces in geheel Europa. We moeten een oplossing vinden die de betrokkenheid van de publieke opinie stimuleert. Hierbij spelen communicatiegerichte activiteiten en informatiecampagnes een belangrijke rol.

 
  
MPphoto
 
 

  Dominique Baudis (PPE), schriftelijk. (FR) Het burgerinitiatief zal eindelijk het licht zien. Deze geweldige democratische vernieuwing zal de basis leggen voor een nieuw Europees burgerschap. Met dit instrument kan de Europese bevolking rechtstreeks uiting geven aan zijn zorgen over onderwerpen die in veel gevallen onze gemeenschappelijke toekomst bepalen. De mogelijkheden tot interventies zijn even belangrijk als de uitbreiding van de bevoegdheden van de Unie. Het Europees Parlement moedigt een snelle en efficiënte tenuitvoerlegging aan. In het Verdrag van Lissabon wordt het burgerinitiatief geïntroduceerd, de Europese instellingen moesten nog wat praktische zaken oplossen. De voorwaarden voor het organiseren van een initiatief, waarvan het Parlement wilde dat ze flexibel zouden zijn (een miljoen personen afkomstig uit ten minste een kwart van de lidstaten, ofwel momenteel zeven landen), zullen burgers alle mogelijkheden bieden om de Commissie te verzoeken een nieuw wetgevingsvoorstel in te dienen. Dat kan met ingang van volgend jaar gebeuren.

 
  
MPphoto
 
 

  Piotr Borys (PPE), schriftelijk. (PL) Met het Verdrag van Lissabon hebben we de inwoners van de EU burgerschap gegeven. De tweede stap is om aan die burgers van de EU het burgerinitiatief toe te kennen. Het komt zelden voor dat een wetgevende of uitvoerende macht een deel van haar bevoegdheden overdraagt aan de burgers. Het getuigt van een grote volwassenheid en we geven hiermee een antwoord op het democratisch tekort.

Wij vertrouwen niet alleen op de representatieve, maar ook op de participatieve democratie. De vroegere totstandkoming van beleid of het overleg met burgers in het besluitvormingsproces voldeed niet altijd aan de verwachtingen van de inwoners van de Europese Unie. Het burgerinitiatief, dat via een moeizaam compromis tot stand is gekomen, garandeert ten eerste volledige transparantie. Ten tweede vereenvoudigen we het hele systeem. Bovendien zijn we innovatief, omdat handtekeningen ook langs elektronische weg kunnen worden ingediend. Vanaf nu moeten we dan ook flink reclame maken voor het burgerinitiatief. Zowel de Commissie, het Europees Parlement alsook de lidstaten moeten dit doen. We moeten ons afvragen of de openheid van het burgerinitiatief in gevaar kan komen door demagogische of populistische voorstellen, hoewel ik zelf denk van niet. Wel zal elk burgerinitiatief een grotere verantwoordelijkheidszin van de Commissie en het Europees Parlement vergen.

 
  
MPphoto
 
 

  Zuzana Brzobohatá (S&D), schriftelijk. (CS) Met het Verdrag van Lissabon is een nieuw instituut tot stand gebracht, namelijk dat van het Europees burgerinitiatief, iets dat tot nog toe zo node ontbrak in het besluitvormingproces van de Europese Unie. Ik ben persoonlijk erg blij met deze nieuwe mogelijkheid; het is een antwoord op de veelvuldige kritiek dat het besluitvormingsproces van de Europese Unie een democratisch tekort vertoont. Met dit nieuwe instrument kunnen de burgers van de Europese Unie zich direct tot de Commissie wenden met het verzoek om een wetgevingsvoorstel teneinde een bepaald probleem aan te pakken. Op deze manier wordt de betrokkenheid van de burger bij de instellingen van de EU vergroot dankzij het feit dat het zo vaak bekritiseerde democratisch tekort in het Europese besluitvormingsproces ermee teniet wordt gedaan en burgers nu direct betrokken worden bij de besluitvorming. Ik denk dan ook dat het Europees burgerinitiatief de Europese instellingen dichter bij de burger brengt en feitelijk op die manier invulling geeft aan het basisbeginsel van de besluitvormingsprocessen van de Europese Unie, namelijk het subsidiariteitsbeginsel. Ik zou tevens willen wijzen op het deel van het advies van het Comité van de Regio's waarin gewag wordt gemaakt van het feit dat het burgerinitiatief grote belangstelling geniet onder lokale en regionale overheden. Zij kunnen zich gezien hun positie dichtbij de burger namelijk als organisator of waarnemer bij het proces aansluiten. Dit is voor mij een van de vele redenen waarom ik voorstander ben van de invoering van het Europees burgerinitiatief.

 
  
MPphoto
 
 

  Jim Higgins (PPE), schriftelijk. (EN) Ik wilde dolgraag dat de Europese burgers zo snel mogelijk van dit krachtige instrument kunnen profiteren, en ik ben heel blij dat de wetgevingsprocedure een jaar na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon is afgerond. Het burgerinitiatief is een belangrijke vernieuwing die met het Verdrag van Lissabon wordt ingevoerd. Hiermee wordt de Europese burgers een nieuw recht verleend op grond waarvan de Commissie door een miljoen burgers kan worden verzocht nieuwe EU-wetgeving voor te stellen. Op deze manier wordt Europa dichter bij de burgers gebracht. Het burgerinitiatief is een waardevol instrument waarmee de burgers door samenwerking ambitieuze doelstellingen kunnen bereiken – dit is het wezen van het Europese project. Dit initiatief zal ervoor zorgen dat de instellingen blijven werken aan de vraagstukken die de burgers nauw aan het hart liggen, terwijl het grensoverschrijdende debatten over Europese thema's zal bevorderen. De ontwikkeling van dit nieuwe instrument is nog niet voltooid, dus zal de Commissie om de drie jaar een verslag presenteren over de toepassing van het burgerinitiatief.

 
  
MPphoto
 
 

  Martin Kastler (PPE), schriftelijk. (DE) De stemming van vandaag over het Europees burgerinitiatief is een mijlpaal op weg naar meer democratie in Europa. Ik ben ingenomen met het compromis en zal het daarom steunen. Met het verslag van mijn collega's Alain Lamassoure en Zita Gurmai zetten wij namelijk de eerste stappen in de goede richting. Dames en heren, laten we niet bang zijn voor meer wil van de burger. We moeten de burgers meer laten meebeslissen – eens in de vijf jaar Europese verkiezingen is niet genoeg. Moed, uithoudingsvermogen en kracht zijn nodig. Moed om voortdurend de dialoog aan te gaan. Uithoudingsvermogen omdat besluiten niet per se sneller kunnen worden genomen. En kracht omdat onze representatieve democratie – eindelijk mag ik wel zeggen – meer participatieve elementen bevat. Meer dialoog tussen burgers en de politiek moet ons doel blijven. Het doet me deugd dat wij met het Europees burgerinitiatief een stap verder zetten in de richting van het Europa van de burgers. Bovendien ben ik ervan overtuigd dat wij Europeanen ooit gezamenlijk Europese besluiten zullen nemen – bij referendum.

 
  
MPphoto
 
 

  Tunne Kelam (PPE), schriftelijk. (EN) De vraag hoe Europa dichter bij de burgers kan worden gebracht en hoe de burgers dichter bij Europa kunnen worden gebracht is een van de belangrijkste discussiepunten sinds de oprichting van de Europese Gemeenschap. De Conventie over de toekomst van Europa heeft de basis uitgewerkt voor het huidige Verdrag van Lissabon en heeft tevens de grondslag gelegd voor het mechanisme van het burgerinitiatief. Nu ligt hierover een concreet voorstel ter tafel, en in de zeer nabije toekomst hebben alle burgers in de EU de mogelijkheid om kwesties die zij belangrijk vinden onder de aandacht van de Europese beleidsmakers te brengen. Dit initiatief is een van de sterkste maatregelen om de burgers in Europa te verenigen – het is een initiatief dat gemeenschappelijk handelen vereist, samenwerking, coördinatie en de wil om gezamenlijk aan een gedeelde Europese doelstelling te werken. Elke stem in de samenleving telt, maar alleen een gezamenlijke stem kan een verschil maken. Ik verzoek de Commissie en de lidstaten dit initiatief te ondersteunen en ervoor te zorgen dat het gemakkelijk toegankelijk is voor iedereen. Ik ben in het bijzonder verheugd over het voorstel van gezamenlijke hoorzittingen met de Commissie en het Parlement. Het is van het hoogste belang dat het rechtstreeks gekozen Europees Parlement nauw bij het initiatief betrokken wordt en nauwlettend volgt met welke zorgen en problemen de burgers te maken hebben.

 
  
MPphoto
 
 

  Ádám Kósa (PPE), schriftelijk.(HU) Het is uitermate belangrijk dat burgers zo snel mogelijk, op vooraf bepaalde wijze en binnen een passend kader initiatieven kunnen ontplooien met betrekking tot vraagstukken die een enorme impact op hun leven hebben. Zoals bekend ben ik het hoofd van een van de langst bestaande vertegenwoordigende organisaties voor mensen met een handicap in Hongarije, namelijk de Hongaarse Vereniging van doven en slechthorenden, die al meer dan honderd jaar bestaat. Op basis van de ervaring die ik tijdens mijn werk daar heb opgedaan, durf ik nu al te zeggen dat het werk van de heer Lamassoure en mevrouw Gurmai tastbare resultaten zal opleveren in de vorm van burgerinitiatieven. Ik merk spijtig genoeg op dat het initiatief "million4disability", dat in 2007 is gestart door de gemeenschap van 80 miljoen mensen met een handicap woonachtig binnen de Europese Unie en waarvoor 1,35 miljoen handtekeningen zijn verzameld, uiteindelijk niets heeft opgeleverd. Een dergelijk initiatief zou nu wél gevolgen en resultaten hebben, en ik bedank eenieder in dit opzicht voor zijn inzet.

 
  
MPphoto
 
 

  Sirpa Pietikäinen (PPE), schriftelijk. (FI) Het burgerinitiatief is een welkome aanvulling op de actieve burgerparticipatie. Naast het eigenlijke wetsinitiatief heeft het een belangrijke rol als ontlokker van een politiek debat.

Het toepassingsgebied van het burgerinitiatief is echter nog niet helemaal duidelijk. Met het Europees burgerinitiatief zou men om wijzigingen in de Verdragen moeten kunnen vragen. Met het Verdrag van Lissabon heeft ook de Commissie de bevoegdheid hier voorstellen voor in te dienen. Daarom moet men ook met het burgerinitiatief de mogelijkheid krijgen met dergelijke initiatieven te komen. Op het gebied van sociale kwesties zou men bijvoorbeeld initiatieven kunnen indienen waarvan de onderbouwing in het Europees Handvest van de grondrechten kan worden gevonden. Het debat over de noodzaak om de Verdragen te wijzigen mag daarom niet eindigen in een nauwe interpretatie van het burgerinitiatief: het moet flexibeler zijn en rekening houden met de mening van de burgers.

 
  
MPphoto
 
 

  Cristian Dan Preda (PPE), schriftelijk. (RO) De instelling van het burgerinitiatief bewijst dat de toenadering van de EU tot haar burgers, een van de belangrijke doelstellingen van het herzieningsproces van de verdragen dat geleid heeft tot het aannemen van het Verdrag van Lissabon, niet slechts een abstractie is. Het burgerinitiatief zal significant bijdragen aan de democratisering van het Europese politieke stelsel, omdat het de burgers van de lidstaten direct in contact brengt met de Europese instellingen. De tekst van het Parlement beantwoordt aan de eis dat de burgers een eenvoudig (te gebruiken) instrument moeten hebben. De mogelijkheid van het verzamelen van handtekeningen via internet laat zien dat het initiatief past in de moderne tijd. Het initiatief zal de Europese politieke partijen de kans geven zich te transformeren van structuren die nationale partijen bijeenbrengen, in organisaties die de wil van de burgers mobiliseren in gezamenlijke projecten. Het effect van het burgerinitiatief moet echter op Europees en op nationaal niveau worden gemeten. Het feit dat vanaf nu een minimum van 24 750 Roemenen volstaat om zich voor een dergelijk initiatief te verbinden met andere burgers uit minimaal een kwart van de lidstaten kan niet los worden gezien van een ander feit, namelijk dat er volgens de Roemeense grondwet 100 000 burgers nodig zijn voor een wetgevingsinitiatief op nationaal niveau.

 
  
MPphoto
 
 

  Algirdas Saudargas (PPE), schriftelijk. – (LT) Ik ben zeer verheugd dat nauwelijks een jaar na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon een akkoord is bereikt over een verordening over het burgerinitiatief. Deze verordening is een grote prestatie, die de democratische beginselen in de Europese Unie versterkt. Het recht om het wetgevingsproces te initiëren, waarvoor één miljoen burgers nodig zijn, zal de belangstelling voor en de deelname aan het EU-beleid stimuleren. Het is erg belangrijk dat het Parlement erin geslaagd is om de procedures te vereenvoudigen om initiatieven in te dienen en te organiseren. Een initiatief zal alleen succesvol zijn als het gemakkelijk ten uitvoer kan worden gelegd en voor iedereen toegankelijk is. Het moet duidelijk en begrijpelijk zijn en burgers moeten eraan kunnen deelnemen en dat ook willen doen. Anderzijds is het ook nodig om transparantie in de organisatie en financiering van dit initiatief te garanderen, en het initiatief moet een uitdrukking blijven van de wil van de burgers zelf, niet van een politieke partij of andere groepering. Ik ben van mening dat de definitieve tekst van deze verordening waarover we vandaag stemmen dit evenwicht zal helpen garanderen. Een van de doelen van het Verdrag van Lissabon is om de burger dichter bij Europa te brengen, en het burgerinitiatief zal dit helpen bereiken door deze nieuwe, unieke vorm van burgerparticipatie in de politiek tot stand te brengen.

 
  
MPphoto
 
 

  Olga Sehnalová (S&D), schriftelijk. (CS) De vaststelling van de werkingsmechanismen van het burgerinitiatief vergden langdurige onderhandelingen en vele compromissen, zowel in het Europees Parlement en de Commissie als in de Raad. Ook het maatschappelijk middenveld was bij het geheel betrokken. Na verloop van tijd kristalliseerde zich tijdens de debatten een aantal thema's uit, zoals behoud van de Europese dimensie van het initiatief, transparantie, de wijze van inzameling van handtekeningen en andere procedurele kwesties. De algemene toegankelijkheid van het burgerinitiatief is echter wat mij betreft het allerbelangrijkste onderdeel ervan. Nu we eenmaal over dit nieuwe instrument beschikken, mogen we niet bang zijn het daadwerkelijk toe te passen en mogen we niet de deuren dichtgooien voor een open debat. Jazeker, we krijgen vast en zeker te maken met populistische en controversiële onderwerpen. Daarom is het zo belangrijk dat het registratieproces voorafgaat aan de inzameling van de handtekeningen, waarbij onder meer gekeken wordt naar de verenigbaarheid van het voorstel met de fundamentele waarden van de Europese Unie. Als schaduwrapporteur van de Commissie cultuur en onderwijs ben ik ingenomen met het goedgekeurde compromis, met name met de verlaging van het minimale aantal lidstaten dat vereist is voor de registratie van het initiatief tot een kwart, alsook met het feit dat het Europees Parlement een actieve rol krijgt bij de openbare hoorzittingen van succesvolle initiatieven. Ik ben uiteraard van mening dat ook gekozen volksvertegenwoordigers in de gelegenheid gesteld moeten worden om initiatieven te organiseren. Ik ben er heilig van overtuigd dat er een mooie toekomst weggelegd is voor het Europees burgerinitiatief als uiting van Europees burgerschap.

 
  
  

VOORZITTER: JERZY BUZEK
Voorzitter

 

7. Stemmingen
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde zijn de stemmingen.

(Uitslagen en nadere bijzonderheden betreffende de stemmingen: zie notulen)

 
  
MPphoto
 

  Jean-Pierre Audy (PPE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik wil het woord nemen op grond van de artikelen 146 en 148 van ons Reglement, over de meertaligheid en de teloorgang van de meertaligheid in het Europees Parlement.

Ik maak gebruik van het feit dat de resolutie over het werkprogramma van de Europese Commissie, plus de amendementen 19 tot en met 28, om 12 uur 40 nog niet in het Frans zijn vertaald om uw aandacht te vestigen op de onaanvaardbare achteruitgang van de meertaligheid in het Europees Parlement.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Dank u wel. We zullen hier in de toekomst rekening mee houden en op deze dingen letten. Dit is heel belangrijk.

 

7.1. Beschikbaarstelling van middelen uit het flexibiliteitsinstrument voor het programma Een Leven Lang Leren, voor het programma Concurrentievermogen en innovatie en voor Palestina (A7-0367/2010, Reimer Böge) (stemming)

7.2. Ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2011, als gewijzigd door de Raad (stemming)
 

Vóór de stemming over amendement 13

 
  
MPphoto
 

  Martin Schulz (S&D). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ten aanzien van amendement 13 wil ik namens onze fractie de volgende verklaring afgeven. Dit amendement had collega Göran Färm namens onze fractie in de Begrotingscommissie ingediend. Wij hadden besloten dit amendement niet opnieuw voor te leggen, maar de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie heeft het met veertig handtekeningen heringediend. Wij zullen ons ten aanzien van dit amendement van stemming onthouden. Ik heb de collega's van De Groenen duidelijk gemaakt dat wij het volledig met dit amendement eens zijn, maar omdat wij nu eenmaal hadden afgesproken als fractie geen nieuwe amendementen in te dienen onthouden wij ons van stemming. Ik zeg echter nadrukkelijk dat wij dit punt – belasting op financiële transacties – ondersteunen en hopen dat wij in de komende dagen bij de stemmingen ook kunnen rekenen op de steun van de collega's aan de andere zijde van het Huis.

 

7.3. Standpunt van het Parlement inzake de nieuwe ontwerpbegroting voor 2011, als gewijzigd door de Raad (A7-0369/2010, Sidonia Elżbieta Jędrzejewska en Helga Trüpel) (stemming)
 

Vóór de stemming

 
  
MPphoto
 

  Sidonia Elżbieta Jędrzejewska (PPE). - (PL) Ik geloof dat we de collega's een korte verklaring schuldig zijn. We stemmen zonder wijzigingen over het ontwerp dat de Raad aan ons heeft voorgelegd, omdat dit ontwerp exact overeenkomt met het standpunt dat de Begrotingscommissie vorige week heeft ingenomen. Het strookt met wat we tijdens de zeer lange onderhandelingen van negen maanden hebben bereikt.

Ik wil van de gelegenheid gebruik maken om in het bijzonder de gespecialiseerde rapporteurs in de commissies van het Europees Parlement te bedanken. Ik dank u voor het vertrouwen en de steun die u mij voortdurend hebt gegeven. Tevens dank ik u omdat we er vandaag in geslaagd zijn de begroting voor 2011 goed te keuren, zodat deze vanaf 1 januari volgend jaar goed kan worden uitgevoerd.

 
  
 

Na de stemming

 
  
MPphoto
 

  Olivier Chastel, fungerend voorzitter van de Raad. − (FR) Mijnheer de Voorzitter, geachte afgevaardigden, het Parlement heeft daarmee het standpunt van de Raad over de ontwerpbegroting 2011 zonder amendementen aangenomen. Namens de Raad kan ik uiteraard alleen maar ingenomen zijn met ons akkoord over de begroting 2011.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Dit is een belangrijke verklaring, dus luistert u alstublieft. Voor het eerst in de geschiedenis hebben wij de procedure als vastgelegd in het Verdrag van Lissabon toegepast. Vorig jaar hebben we een vereenvoudigde procedure gevolgd, nu voor het eerst de volledige procedure van het Verdrag van Lissabon. Ik verklaar daarom het volgende: Het Europees Parlement heeft het standpunt van de Raad van 10 december 2010 inzake het door de Commissie op 26 november 2010 ingediende ontwerp van algemene begroting goedgekeurd. De begrotingsprocedure is overeenkomstig artikel 314 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie afgesloten. Overeenkomstig dit artikel en met name punt 4, letter a), constateer ik dat de begroting voor het begrotingsjaar 2011 definitief is vastgesteld. Ik zal het document nu officieel ondertekenen.

 
  
 

Geachte collega's, tot besluit wil ik nog een paar dingen zeggen. Ik wil graag alle collega's in het bemiddelingscomité van het Europees Parlement, 27 in getal, bedanken en hen feliciteren met hun harde werk en met het behalen van een positief eindresultaat.

Ik wil graag de drie hoofdrolspelers, Alain Lamassoure, voorzitter van de Begrotingscommissie, en de beide rapporteurs, Sidonia Jędrzejewska en Helga Trüpel, verzoeken naar voren te komen voor een fotomoment.

(Applaus)

Daarnaast wil ik graag mijn dank betuigen aan het voorzitterschap van de Raad, het Belgische voorzitterschap, voor zijn uitstekende samenwerking en optreden, en met name aan premier Yves Leterme en staatssecretaris Melchior Wathelet, die hier niet aanwezig zijn. U hebt u bijzonder actief ingezet namens het Belgische voorzitterschap.

Ook Commissievoorzitter Barroso, die niet aanwezig is, en commissaris Lewandowski wil ik bedanken voor de voorbereiding van de begroting en voor hun bijdrage aan de totstandkoming van het akkoord van vandaag. Komt u alstublieft naar voren voor dit korte fotomoment.

(Applaus)

 

8. Uitreiking Sacharov-prijs (plechtige vergadering)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Geachte fungerend voorzitter, mijnheer Chastel, geachte hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid/vicevoorzitter van de Commissie, Lady Ashton, geachte gasten,

 
  
 

De Sacharov-prijs is het visitekaartje van het Europees Parlement in de strijd voor wereldwijde eerbiediging van de mensenrechten. De lege stoel in het midden van onze zaal getuigt ervan hoe hard deze strijd nodig is en hoe hard het nodig is om aandacht te vragen voor de voornaamste voorbeelden van mensen die strijden voor de vrijheid van meningsuiting in de wereld van vandaag. Ik heb de president van Cuba in een brief gevraagd om de heer Fariñas naar Straatsburg te laten komen, maar kreeg helaas nul op rekest. Vrijdag stond er net zo'n lege stoel in Oslo, bestemd voor de gevangenzittende Chinese dissident en Nobelprijswinnaar Liu Xiaobo. Het is al eerder gebeurd dat winnaars van de Sacharov-prijs – Hu Jia uit China en de "Dames in het Wit" uit Cuba – hun prijs niet persoonlijk in ontvangst konden nemen. Oleg Orlov, die afgelopen jaar namens Memorial de Sacharov-prijs kreeg uitgereikt, is vandaag niet in ons midden, ook al is hij wel uitgenodigd voor de plechtigheid.

Dames en heren, Guillermo Fariñas heeft de prijs gekregen voor zijn strijd voor het herstel van de vrijheid van meningsuiting in Cuba. Jarenlang heeft hij zich actief verzet tegen de censuur, heeft hij zijn leven en zijn gezondheid in de waagschaal gesteld en is hij 23 keer in hongerstaking gegaan. Elf jaar heeft hij in de gevangenis gezeten. Onlangs bracht een hongerstaking hem op het randje van de dood, maar juist op dat moment werd in Cuba begonnen met het vrijlaten van oppositieleden en gewetensgevangenen. Dit was vooral te danken aan de katholieke kerk, die voor de Cubanen, net als destijds voor ons in mijn eigen land, de rol vervult van de organisaties van het maatschappelijk middenveld. Helaas zitten er nog altijd elf mensen gevangen, onder wie de echtgenoten van de "Dames in het Wit". Hier en nu, en namens ons allen, roep ik op tot hun onmiddellijke vrijlating.

(Levendig en langdurig applaus)

Ik citeer uit onze resolutie van maart, waarin we de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid/vicevoorzitter van de Commissie en de commissaris voor internationale samenwerking vragen onmiddellijk een gestructureerde dialoog aan te gaan met het Cubaanse maatschappelijke middenveld en de groepen die een vreedzaam overgangsproces op het eiland steunen. Vandaag nog wacht ons het debat over het verslag-Andrikienė over de mensenrechten in de wereld in 2009 en het mensenrechtenbeleid van de Europese Unie. We zullen dus te weten kunnen komen wat mevrouw Ashton in petto heeft als het gaat om de versterking van het EU-mensenrechtenbeleid.

Dames en heren, ook al worden mensen als Guillermo Fariñas vervolgd en gevangengezet, hun stem kan niet tot zwijgen worden gebracht. Het is de rol van het Europees Parlement en van eenieder van ons om die stem te versterken. Het is mij dan ook een groot genoegen u mede te delen dat we zo dadelijk naar een boodschap zullen luisteren, een korte redevoering, die de winnaar van de Sacharov-prijs van dit jaar, Guillermo Fariñas, voor ons heeft opgenomen. Dan zou nu het moment moeten komen waarop het certificaat aan de prijswinnaar wordt overhandigd. Helaas ben ik genoodzaakt het certificaat op de lege stoel te leggen, maar staat u mij toe om, namens ons allen, onze prijswinnaar veel kracht en gezondheid toe te wensen, en succes in de strijd voor de vrijheid, en tot slot de wens uit te spreken dat hij in de toekomst wel naar ons toe zal kunnen komen, hier in het Europees Parlement, om zijn certificaat en de prijs persoonlijk in ontvangst te nemen. Dank u wel.

(Levendig en langdurig applaus)

 
  
MPphoto
 

  Guillermo Fariñas (PPE).(ES) Bericht aan het Europees Parlement: Santa Clara, 14 december 2010. Geachte heer Jerzy Buzek, Voorzitter van het Europees Parlement, geachte vicevoorzitters en geachte afgevaardigden van dit democratische en multinationale forum.

Helaas kan ik, wegens gebrek aan de tolerantie waaraan zoveel behoefte is op deze woelige planeet, niet bij u zijn om te spreken namens de Cubaanse opstandelingen en dat deel van de nationale bevolking dat geen vrees meer voelt voor het totalitaire regime, dat ons reeds een beschamend lange periode van 52 jaar onderdrukt, en waarvan het meest recente slachtoffer de tot martelaar geworden Orlando Zapata Tamayo is.

Tot schande van degenen die wanbestuur over ons uitoefenen in ons eigen vaderland, vormt het feit dat ik het eiland van mijn geboorte niet vrijelijk kan in- en uitreizen, mijns inziens op zich het meest tastbare bewijs dat er jammer genoeg niets is veranderd in het autocratische stelsel in mijn land.

Volgens de denkwijze van de huidige bestuurders in Cuba zijn wij, hun onderdanen, gelijk aan wat onze voorouders uit Afrika waren, toen zij in voorbije eeuwen werden ontvoerd en tegen hun wil naar Amerika werden overgebracht. Evenals alle gewone onderdanen kan ik het land alleen verlaten met een zogenaamde "carta de libertad", zoals de slaven die vroeger nodig hadden, alleen heet de kaart nu "carta blanca".

Bovenal hoop ik dat u zich niet laat misleiden door de sirenenzang van een wreed en gewetenloos communistisch regime dat doet voorkomen economische veranderingen door te willen voeren, met als enige doel dat de Europese Unie en het Europees Parlement het gemeenschappelijk standpunt laten varen om zo in aanmerking te kunnen komen voor de kredieten en investeringen die in de overeenkomsten van Cotonou zijn voorzien ter ondersteuning van derdewereldlanden.

U bevindt zich naar alle waarschijnlijkheid in het gezelschap van voormalige politieke of gewetensgevangenen die recentelijk zijn vrijgelaten door het gewetenloze communistische bewind. Het zou onjuist zijn te denken dat zij daarmee de vrijheid hebben hervonden. Zij en hun familieleden zijn namelijk veroordeeld tot psychologische ballingschap, want hun naasten zijn gechanteerd door de neostalinistische regering van Cuba.

Zoals alle vreedzame tegenstanders in het land treed ik alle materiële en spirituele problemen stoïcijns en rationeel tegemoet. Wij lopen het gevaar onze vrijheid te verliezen of zelfs het leven te moeten laten, want wij vormen het meest achtergestelde deel van de nationale bevolking. Ieder van ons lijdt in stilte, zonder zich te beklagen. Daarom willen wij op uw steun kunnen rekenen.

Geachte leden van het Europees Parlement, ik vraag u niet in te gaan op de verzoeken van de heersende elite van Cuba zolang niet is voldaan aan de volgende vijf punten.

Ten eerste moet het bewind alle politieke en gewetensgevangenen in vrijheid stellen zonder ze te verbannen, en openlijk toezeggen dat het geweldloze politieke tegenstanders nimmer zal opsluiten.

Ten tweede moet het onmiddellijk ophouden met de gewelddadige mishandelingen en bedreigingen van vreedzame tegenstanders in het land door militaire en paramilitaire aanhangers van het regime.

Ten derde dient het bekend te maken dat het na onderzoek zal overgaan tot afschaffing van alle Cubaanse wetten die in strijd zijn met de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

Ten vierde dient het in de dagelijkse praktijk de voorwaarden te scheppen voor de totstandkoming van politieke oppositiepartijen, niet aan het staatssocialisme onderworpen persorganen, onafhankelijke vakverenigingen en allerlei andere vreedzame maatschappelijke organisaties.

Ten vijfde moet het openlijk aanvaarden dat alle Cubanen die in ballingschap leven, het recht hebben om deel te nemen aan het culturele, economische, politieke en maatschappelijke leven van Cuba.

Op dit voor de ontwikkeling van mijn vaderland cruciale moment zou u, samen met alle mensen van goede wil wereldwijd, alert moeten zijn op de voortdurende sociale uitbarstingen en protesten in het land die voortkomen uit de frustratie over het machtsmisbruik van een regering die in staat is mijn landgenoten uit de weg te laten ruimen.

Ik hoop van ganser harte dat er geen onnodige burgeroorlog uitbreekt tussen Cubanen doordat men niet wil toegeven dat het staatssocialisme als politiek model is mislukt overal waar men geprobeerd heeft het in te voeren, terwijl dit tegenover de buitenlandse pers is erkend door de historische leider zelf van wat men ten onrechte de "Cubaanse revolutie" noemt.

De bejaarde Cubaanse leiders willen maar niet inzien, met de minachting voor hun onderdanen die hun eigen is, dat zij de taak van overheidsdienaar moeten vervullen en dat alle overheidsdienaren die die naam werkelijk verdienen, hun landgenoten de mogelijkheid bieden hen te vervangen of in hun functie te bevestigen. Geen enkele leider zou ernaar mogen streven te worden bediend door zijn onderdanen, zoals wel gebeurt in Cuba.

Samen met mijn broeders en zusters in de prodemocratische strijd en ideeën, zowel degenen die zich nog in gevangenschap bevinden als degenen die zich ogenschijnlijk vrij over straat bewegen en degenen die in bittere ballingschap verkeren, zal ik me sterk blijven maken voor de ongelijke, geweldloze strijd tegen de onderdrukking door het regime van Castro. Hopelijk winnen wij die strijd zonder bloedvergieten.

Als ik iets doe in gezelschap van mijn andersdenkende collega's, dan is het wel dat ik alle rancune jegens mijn politieke tegenstanders uit mijn hart uitban. Dat streven verheft ons als mens en is nodig voor de wederopbouw van het vaderland. In de loop van deze strijd heb ik geleerd me te richten naar de woorden van de eerste bekende dissident, Jezus: "Hebt uw vijand lief".

Ik dank het Europees Parlement dat het de Cubanen niet alleen laat in hun strijd voor democratie, die inmiddels meer dan een halve eeuw duurt. Als ik de mij toegekende Sacharov-prijs voor de vrijheid van denken 2010 aanvaard, dan is dat alleen omdat ik me zie als een klein deeltje van het verzet dat leeft onder het volk waartoe ik behoor en waarop ik trots ben.

Ik ben u voor dit gebaar zeer erkentelijk, geachte leden van het Europees Parlement, want daarmee bewijst u dat u de rampspoed die ons treft niet bent vergeten, en brengt u het licht van de vrijheid dichter bij mijn vaderland. Ik hoop ten zeerste dat de Cubanen zich spoedig met elkaar zullen weten te verzoenen en dat zij die verzoening zullen bekronen met de invoering van de democratie.

Houder van universitair diploma in de psychologie, Guillermo Fariñas Hernández, bibliothecaris en onafhankelijk journalist, driemaal gevangengezet wegens zijn politieke overtuiging.

(Applaus)

 
  
  

VOORZITTER: STAVROS LAMBRINIDIS
Ondervoorzitter

 

9. Stemmingen (voortzetting)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  Nicole Sinclaire (NI). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik spreek mijn beste wensen uit aan mijnheer Fariñas en feliciteer hem met zijn prijs en wil het Parlement er bij deze gelegenheid aan herinneren dat een jaar geleden vertegenwoordigers van Memorial hier aanwezig waren die de prijs ook hadden verdiend. Inmiddels zijn twee van hen gearresteerd, en toch gaat de organisatie van een prestigieus voetbaltoernooi – het WK 2018 – naar Rusland, dat als gastland de voorkeur kreeg boven vijf EU-landen.

Waarom heeft het Parlement in dezen niet zijn bezorgdheid tot uitdrukking gebracht? Als deze prijs ook maar iets betekent, moeten we optreden tegen deze mensenrechtenschendingen.

 

9.1. Beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de mondialisering: Noord-Holland ICT/Nederland (A7-0353/2010, Barbara Matera) (stemming)

9.2. Toepasselijk recht inzake echtscheiding en scheiding van tafel en bed (A7-0360/2010, Tadeusz Zwiefka) (stemming)
 

Na de stemming

 
  
MPphoto
 

  Tadeusz Zwiefka, rapporteur. − (PL) Mijnheer de Voorzitter, een paar maanden geleden heeft het Europees Parlement voor het eerst in de geschiedenis van de Europese Unie toestemming verleend aan de Raad voor het gebruik van de procedure van nauwere samenwerking. Dit is een uiterst belangrijke stap, waarmee een deel van de lidstaten van de Europese Unie een geheel nieuwe vorm van samenwerking wordt geboden voor gevallen waarin geen overeenstemming kan worden bereikt tussen alle 27 lidstaten. Dit is een zeer belangrijke beslissing en vandaag hebben we laten zien dat de procedure goed werkt.

Ik wil allereerst mijn hartelijke dank uitspreken aan de Raad voor zijn standpunt in het kader van de samenwerking met het Europees Parlement. Dit is een voorbeeld van uitstekende interinstitutionele samenwerking. Het Parlement fungeerde tijdens het werk aan deze verordening uitsluitend als adviserend orgaan. De frequentie van de vergaderingen lag echter zeer hoog. Ook heeft de Raad in het uiteindelijke document rekening heeft gehouden met alle amendementen die door het Europees Parlement zijn voorgesteld en door de Commissie juridische zaken zijn goedgekeurd. Dit is voor de toekomst dan ook een perfect voorbeeld van een veelbelovende procedure van nauwere samenwerking. Ik dank de Raad ook voor zijn krachtige steun aan ons voorstel voor een snelle herziening van verordening Brussel II bis. Die steun is nodig om bijvoorbeeld kwesties als forum necessitatis op te lossen. Zo kunnen de lidstaten zekerheid behouden ten aanzien van het functioneren van hun nationale rechtsstelsels, maar krijgen onze burgers het vooruitzicht dat ze in de toekomst niet alleen een vrije rechtskeuze kunnen maken, maar ook een vrije gerechtskeuze. Ik dank mijn collega's schaduwrapporteurs van de Commissie juridische zaken en de rapporteurs van de commissies die hun advies hebben gegeven.

 

9.3. Ratingbureaus (A7-0340/2010, Jean-Paul Gauzès) (stemming)
 

Vóór de stemming over amendement 81

 
  
MPphoto
 

  Jean-Paul Gauzès, rapporteur. − (FR) Mijnheer de Voorzitter, dit is een puur technisch amendement teneinde rekening te houden met de inwerkingtreding van de verordening tot oprichting van een Europese Autoriteit voor effecten en markten en met het feit dat de huidige verordening pas op een latere datum in werking kan treden.

Daarom moeten er een overweging en een artikel worden aangepast in de tekst die wij gaan aannemen. In overweging 22 moet de tweede zin worden geschrapt en in artikel 2 stel ik voor eveneens de tweede zin te schrappen. Over dit mondelinge amendement is informatie gegeven door en een akkoord bereikt tussen de diverse fracties die het compromisamendement hebben ondertekend. Deze tekst waarover wij vandaag gaan stemmen completeert de regelgeving inzake ratingbureaus en maakt deel uit van het beleid dat de Europese Unie voert om de regelgeving inzake financiële diensten te verbeteren.

Ik wil van deze gelegenheid gebruik maken om commissaris Barnier en het Belgische voorzitterschap te bedanken voor hun nauwe betrokkenheid bij dit dossier.

 
  
 

(Het Parlement neemt het mondelinge amendement in aanmerking)

 

9.4. Intrekking van richtlijnen inzake metrologie (A7-0050/2010, Anja Weisgerber) (stemming)

9.5. Burgerinitiatief (A7-0350/2010, Zita Gurmai/Alain Lamassoure) (stemming)

9.6. Presentatie van het werkprogramma van de Commissie voor 2011 (B7-0688/2010) (stemming)
  

Vóór de stemming over amendement 7

 
  
MPphoto
 
 

  Doris Pack (PPE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik stel een mondeling amendement op dit amendement voor omdat het zeer negatief is verwoord. Mijn verzoek is de tekst als volgt te formuleren:

Het initiatief "Jeugd in beweging" onderstreept het belang van de bovengenoemde programma's.

 
  
 

(Het Parlement neemt het mondelinge amendement in aanmerking)

Vóór de stemming over amendement 14

 
  
MPphoto
 

  József Szájer (PPE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wilde alleen zeggen dat wij amendement 14 intrekken.

 
  
 

Vóór de stemming over amendement 16

 
  
MPphoto
 
 

  Hannes Swoboda (S&D). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, het gaat om de Unie voor het Middellandse Zeegebied, die, zoals we weten, in een impasse terechtgekomen is en waaraan we nieuwe impulsen willen geven. Dat komt in de huidige formulering slecht tot uitdrukking en daarom willen we de volgende tekst invoegen:

De huidige impasse van de Unie voor het Middellandse Zeegebied.

(DE) Ik weet dat er sprake is van een tegenstrijdigheid, en misschien is er wel een andere formulering mogelijk, maar onze tekst luidt:

De huidige impasse van de Unie voor het Middellandse Zeegebied.

 
  
 

(Het Parlement neemt het mondeling amendement niet in aanmerking)

 

9.7. De toekomst van het strategisch partnerschap Afrika/EU aan de vooravond van de derde Afrika-EU-top (B7-0693/2010) (stemming)
  

Vóór de stemming over paragraaf 8

 
  
MPphoto
 

  Michael Gahler (PPE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, alleen van belang is de correcte aanduiding van waar het over gaat. Er moet uiteindelijk in de tekst komen te staan: Extractive Industries Transparency Initiative (initiatief inzake transparantie van winningsindustrieën). In de tekst klopte het niet.

 
  
 

(Het Parlement neemt het mondelinge amendement in aanmerking)

 
  
 

Na de stemming

 
  
MPphoto
 

  Paul Rübig (PPE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, kunt u ons de naam van de persoon in dienst van het secretariaat mededelen die over de planning van de vergadering gaat, en of die persoon toevallig hier aanwezig is?

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Voor zover ik weet wordt dit in de plenaire vergadering door de fracties gedaan.

 

9.8. Grondrechten in de Europese Unie (2009) - Effectieve tenuitvoerlegging na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon (A7-0344/2010, Kinga Gál) (stemming)

9.9. De gevolgen van adverteren voor het consumentengedrag (A7-0338/2010, Philippe Juvin) (stemming)

9.10. Actieplan voor energie-efficiëntie (A7-0331/2010, Bendt Bendtsen) (stemming)

10. Stemverklaringen
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Beste collega's, we hebben een heleboel stemverklaringen, dus we moeten ons uiterst strak aan de tijd houden. Ik zal iedereen na één minuut onderbreken. Mijn excuses daarvoor, maar het is niet anders.

 
  
  

Mondelinge stemverklaringen

 
  
  

Ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2011, als gewijzigd door de Raad

 
  
MPphoto
 

  Ashley Fox (ECR). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil toelichten waarom ik tegen de begroting 2011 heb gestemd. Ik heb ertegen gestemd omdat de EU in een tijd van bezuinigingen zelfbeheersing aan de dag moet leggen. We moeten onze uitgaven verminderen in plaats van ze te verhogen. Ik vind het een schande dat de Commissie in eerste instantie een toename van 6 procent heeft voorgesteld en dat het Parlement daarin is meegegaan.

Het was goed dat premier David Cameron het niveau van de uitgavenstijging tot 2,9 procent heeft weten te drukken, maar we weten dat dit een compromis is. Het is geen compromis waar de Britse Conservatieven bijzonder gelukkig mee zijn en ik ben er trots op tegen de Europese mateloosheid te hebben gestemd.

 
  
MPphoto
 

  Sirpa Pietikäinen (PPE). (FI) Mijnheer de Voorzitter, het is veelbetekenend dat het Parlement voor de eerste keer de kans kreeg de begroting goed te keuren. In het toekomstige begrotingsbeleid moet het Parlement naar mijn mening zorg dragen voor de volgende prioriteiten: dat de Europese Unie haar eigen financiële bijdrage kan verhogen, dat de begroting materiële doeltreffendheid en het beleid inzake klimaatverandering steunt met haar eigen beleidskeuzen en dat zij op die manier ook de Europa 2020-strategie en een groenere economie steunt.

 
  
MPphoto
 
 

  Syed Kamall (ECR). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, net als mijn collega Fox en vele Britse Conservatieven ben ik bezorgd.

Hoe bestaan we het om in deze tijd van bezuinigingen, waarin regeringen overal in de Europese Unie – en regeringen overal ter wereld – ervoor zorgen dat zij de broekriem aanhalen en hun uitgaven beteugelen, de belastingbetaler om meer geld te vragen? Het is absoluut tijd om de broekriem aan te halen en het goede voorbeeld te geven. We hadden niet om meer geld of om een bevriezing van de uitgaven moeten vragen, maar we hadden moeten verzoeken om een besnoeiing van de EU-begroting, zodat de belastingbetalers in de Europese Unie hun politici serieus kunnen nemen en weten dat wij begrijpen wat zij op het moment moeten doormaken en dat we de pijn met hen delen, in plaats van op te treden als elite die zich niet bekommert om de mensen die haar hebben gekozen.

 
  
  

- Verslag-Jędrzejewska en Trüpel (A7-0369/2010)

 
  
MPphoto
 

  Peter Jahr (PPE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, het begrotingsrecht is het kroonjuweel van elk parlement zo ook voor het Europees Parlement. De samenwerking tussen het Parlement, de Commissie en de Raad draait om verantwoordelijkheid, vertrouwen en partnerschap. De raadplegingsprocedure inzake de begroting voor 2011 wekte in dat opzicht maar weinig vertrouwen. Ik verzoek de Commissie, maar vooral ook de Raad, om de rechten van het Europees Parlement te eerbiedigen, omdat – ik herhaal – het begrotingsrecht het kroonjuweel van het Europees Parlement is.

 
  
MPphoto
 
 

  Daniel Hannan (ECR). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, gisteren vroeg ik me nog af of ik misschien door een kronkel in het ruimte-tijd-continuüm in de jaren zeventig van de twintigste eeuw was beland. Vandaag vraag ik me af of het niet 1770 is.

Ik zou een opmerking van Thomas Jefferson willen citeren over een regering die ver van het volk afstaat. Hij meende dat de regerenden op een afstand, onttrokken aan het zicht van de kiezers, zich welhaast moeten overgeven aan corruptie, zelfverrijking en verkwisting. Wat een perfecte beschrijving van de gebeurtenissen rond de EU-begroting met haar niet-goedgekeurde rekeningen, slordige toewijzing van middelen en bedragen die continu stijgen, ondanks de pogingen van de 27 lidstaten om hun uitgaven te beteugelen. Dit is wat er gebeurt als er geen koppeling bestaat tussen belastingheffing, volksvertegenwoordiging en uitgaven, als de EU schouderklopjes verwacht als zij de geldkraan openzet, maar geen verwensingen wil als zij de begroting verhoogt.

We kunnen deze bedragen alleen weer in lijn brengen met de verwachtingen van de publieke opinie wanneer de begrotingsverantwoordelijkheid wordt teruggegeven aan de nationale parlementen en de nationale parlementariërs, die aan hun kiezers, die tegelijkertijd hun belastingbetalers zijn, rekenschap moeten afleggen.

 
  
  

- Verslag-Gauzès (A7-0340/2010)

 
  
MPphoto
 

  Cristiana Muscardini (PPE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, wij zijn vóór deze maatregel en bedanken de rapporteur, die zeer precies te werk is gegaan.

Wij zijn echter van mening dat dit werk de Europese instellingen moet dwingen de ontwikkelingen van deze nieuwe discipline in de toekomst in de gaten te blijven houden, omdat zich in het verleden helaas te vaak onduidelijke situaties hebben voorgedaan die het financiële stelsel negatief hebben beïnvloed en schadelijk waren voor bedrijven en spaarders.

Wij achten het van groot belang een nieuw Europees systeem op te zetten voor bureaus en toezicht uit te oefenen op alle autoriteiten van de centrale banken om te bewerkstelligen dat de ratings daadwerkelijk aansluiten op het moderne financiële stelsel en nuttig zijn voor de burgers. Wij danken daarom de rapporteur.

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Jahr (PPE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, de vraag is: wie controleert eigenlijk de controle-instanties? Ook in de voetbalsport moeten scheidsrechters zich aan goedkeuringsprocedures onderwerpen, en wat voor het voetbal geldt, moet toch zeker ook voor de financiële markten gelden. De soliditeit van financiële producten en de kredietwaardigheid van banken, ja zelfs van landen, wordt er overgelaten aan ratingbureaus, maar als die een monopoliepositie innemen, zich aan iedere controle onttrekken, ontwikkelen zij zich tot goddelijke instellingen die aanbeden worden. Maar dat kan niet, want de Heilige Schrift zegt: "Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben." In het onderhavige verslag wordt getracht een einde te maken aan deze misstand door controles van ratingbureaus in te voeren. Het Parlement zal te zijner tijd informeren of dat zijn vruchten heeft afgeworpen.

 
  
  

- Verslag-Jędrzejewska en Trüpel (A7-0369/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Barbara Matera (PPE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de stemming van vandaag over de begroting 2011 betekent de afsluiting van een nieuwe procedure waaruit, hoe moeizaam dat ook is gegaan, de verantwoordelijke en standvastige houding van de begrotingsautoriteiten bleek.

Ondanks dat het een compromisoplossing is waar zowel het Parlement als de Raad offers voor hebben moeten brengen, heeft het de invoering voorkomen van een systeem van twaalfden, dat ernstige gevolgen zou hebben gehad voor de financiering van programma’s van de Europese Unie.

Het Parlement is tevreden met de doelstellingen die we hebben bereikt. Het wijst echter met beschuldigende vinger naar degenen die ervoor hebben gezorgd dat het akkoord over het Internationale Thermonucleaire Experimentele Reactor-programma en over flexibiliteit niet tot stand is gekomen. De Unie heeft zelfs aan geloofwaardigheid ingeboet in de ogen van haar internationale partners en loopt hierdoor het gevaar de financiering van haar toezeggingen niet rond te krijgen en de nieuwe actiekaders die voortvloeien uit het Verdrag van Lissabon niet te behalen.

Daarom moeten we vanaf januari 2011 prioriteiten stellen en ervoor zorgen dat deze de komende jaren financieel worden ondersteund.

 
  
  

- Verslag-Weisgerber (A7-0050/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Mario Pirillo (S&D).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de noodzaak om meetsystemen te moderniseren en tegelijkertijd de wetgeving te verbeteren bracht ons ertoe Europese richtlijnen inzake metrologie in te trekken.

Ook ik ben ervan overtuigd dat dit de eerste stap is richting een radicale en nauwkeurigere hervorming op dit gebied. Daarnaast leidt het geen twijfel dat we voldoende tijd moeten uittrekken zodat lidstaten kunnen vaststellen welke gevolgen de intrekking van deze regelgeving voor hun eigen wetgeving zal hebben, en noodzakelijke veranderingen kunnen doorvoeren.

Tot slot sluit de beslissing tot intrekking van de verschillende richtlijnen perfect aan bij de noodzaak tot meer vereenvoudiging, die in alle sectoren nadrukkelijk wordt gevoeld. We hopen echter dat het middel niet erger is dan de kwaal.

 
  
  

- Verslag-Gurmai en Lamassoure (A7-0350/2010)

 
  
MPphoto
 

  Clemente Mastella (PPE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het Verdrag van Lissabon voorziet in een belangrijke ontwikkeling voor de democratische werking van de Europese Unie, namelijk een nieuw concreet instrument voor burgerparticipatie in het Europees debat en de Europese integratie.

Het Europees burgerinitiatief introduceert een nieuw concept van internationale democratie en brengt de Europese Unie een nieuwe vorm van participerende democratie. Al onze burgers kunnen rechtstreeks een beroep op de Europese Commissie doen om een wetgevingsvoorstel in te dienen.

Wij zijn ingenomen met het voorstel van de Commissie, aangezien het betrekken van het maatschappelijk middenveld en het formuleren van beleid in het besluitvormingsproces de democratische legitimiteit van onze instellingen verhoogt en de Europese Unie dichter bij haar burgers brengt.

 
  
MPphoto
 

  Oriol Junqueras Vies (Verts/ALE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, in de eerste plaats wil ik mijn tevredenheid over de goedkeuring van het Europees burgerinitiatief kenbaar maken, waar ik namens de Commissie cultuur en onderwijs schaduwrapporteur voor ben geweest. Tegelijkertijd wil ik mijn beklag doen over het feit dat het Parlement heeft nagelaten te stemmen over twee vraagstukken die mijns inziens cruciaal zijn: het recht van jongeren ouder dan 16 jaar om dit initiatief te ondertekenen en het stemmen voor inwoners.

We weten dat deze initiatieven niet in het Verdrag van Lissabon zijn opgenomen en dit zijn enkele argumenten waarom wij tegen dit Verdrag zijn.

 
  
MPphoto
 

  Jens Rohde (ALDE). - (DA) Mijnheer de Voorzitter, de Deense liberale partij heeft vandaag voor het burgerinitiatief gestemd, omdat het de mogelijkheid van participatie voor burgers bevordert en de EU veel beter toegankelijk maakt. In het Parlement hebben we ervoor gezorgd dat er enkele gestandaardiseerde voorwaarden zijn opgenomen om het burgerinitiatief ongeacht de lidstaat toegankelijk te maken en om te waarborgen dat het instrument eenvoudig te gebruiken blijft. Echter, de burgers moeten uit minimaal een kwart van de lidstaten afkomstig zijn, waarbij het aantal burgers uit elke lidstaat ten minste gelijk moet zijn aan het aantal leden van het Europees Parlement uit die lidstaat vermenigvuldigd met een factor van 750. Ook moeten de burgers oud genoeg zijn om te mogen stemmen in parlementaire verkiezingen. Wij zijn van mening dat deze voorwaarden belangrijk zijn om te waarborgen dat het burgerinitiatief ook de validiteit krijgt die absoluut noodzakelijk is, opdat het wordt beschouwd als een serieuze bijdrage aan de ontwikkeling van democratie.

 
  
MPphoto
 

  Hannu Takkula (ALDE). (FI) Mijnheer de Voorzitter, ik wil een paar dingen over het burgerinitiatief zeggen. Het is waar dat wij met het Verdrag van Lissabon een nieuw initiatief kregen dat onze burgers aanmoedigt aan de democratie deel te nemen. Als een miljoen burgers een petitie ondertekenen, dan neemt de Commissie die vervolgens in behandeling, maar is dat dan alles? Naar mijn mening is dit een goed initiatief, maar wij moeten erover nadenken hoe het verder kan worden ontwikkeld.

Het uitgangspunt is dat onze burgers vooral via verkiezingen aan het democratische proces meedoen. Op die manier kunnen wij de zaken behandelen die voor de mensen belangrijk zijn. Dit nieuwe initiatief zal de betrokkenheid van de burgers waarschijnlijk vergroten, hoewel ik anderzijds denk dat het ertoe leidt dat de Commissie alleen initiatieven beantwoordt en dat er geen concrete resultaten worden geboekt. Daarom moeten wij er opnieuw over nadenken hoe wij de mensen daadwerkelijk kunnen aansporen aan de politieke besluitvorming deel te nemen.

 
  
MPphoto
 

  Morten Løkkegaard (ALDE). - (DA) Mijnheer de Voorzitter, puur als aanvulling op wat reeds is gezegd in verband met de steun van de Deense liberale partij wil ik zeggen dat dit een ongelooflijk belangrijk initiatief is. Het is ook een experiment dat we – en dit is waar ik toe oproep – zeer nauwgezet moeten volgen en waarbij we ervoor moeten zorgen dat de periode van drie jaar die nu voor dit initiatief is vastgelegd ook daadwerkelijk wordt opgevolgd, en we moeten tevens bekijken of dit nu een echt burgerinitiatief is of dat het – als ik het zo mag zeggen – gebruikt wordt met het oog op andere belangen. Het is belangrijk voor het succes – het succes waarop we allemaal hopen voor dit initiatief – dat het ook werkelijk de burgers zijn die het initiatief nemen. In dit verband zou ik ook willen zeggen dat ik persoonlijk hoop dat er een aantal toekomstgerichte, constructieve en positieve onderwerpen zullen zijn die burgers aan de orde willen stellen in verband met het EU-project, zodat het niet altijd het eeuwige "nee"-kamp zal blijken te zijn dat het patent heeft op het gebruik van dit soort initiatieven.

 
  
MPphoto
 

  Sonia Alfano (ALDE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik heb de wetgevingsprocedure voor het Europees burgerinitiatief op de voet gevolgd en ik ben verheugd, deels door de verklaringen van de Raad en de Commissie, dat de eerste verzoekschriften over een jaar zullen worden ingediend.

Ook ben ik trots aan het Europees Parlement mee te kunnen delen dat er in Italië een brede beweging aan de basis van burgers, verenigingen en commissies is ontstaan als gevolg van de goedkeuring van de afschuwelijke richtlijn inzake dierproeven. Deze beweging zal komend jaar niet stilzitten, maar een voorstel voor de Commissie uit gaan werken: een voorstel dat de Europese Unie voorziet van moderne en beschaafde wetten en "nee" zegt tegen dierproeven – een wrede en wetenschappelijk ondoeltreffende praktijk – en sterk aandringt op alternatieve methodes.

Het afkeuren van vivisectie moet een doelstelling van de Europese Unie zijn, omdat dit de wens van haar burgers is.

 
  
MPphoto
 

  Ashley Fox (ECR). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, volgens mij kan het burgerinitiatief nuttig zijn omdat het de burgers de mogelijkheid geeft rechtstreeks tot de Commissie te spreken, maar het blijft de vraag hoe de Commissie op voorstellen zal reageren die haar niet bevallen.

Het valt te verwachten dat er een stortvloed van initiatieven aan zit te komen waarin de Commissie wordt verzocht meer te ondernemen en voor meer Europa te zorgen, en ongetwijfeld zal de Commissie hier enthousiast op reageren.

Maar hoe zal zij reageren op voorstellen om voor minder Europa te zorgen of het Europese beleid te verbeteren, of minder geld te verspillen of wellicht uit te sluiten dat er ooit een Europese belasting komt? Ik ben benieuwd hoe de Commissie op dergelijke voorstellen zal reageren. Worden die voorstellen met de nodige eerbied behandeld? Als zij alleen iets gaat doen met voorstellen die in haar straatje passen, is dit instrument geen stuiver waard.

 
  
MPphoto
 

  Seán Kelly (PPE).(GA) Mijnheer de Voorzitter, ik heb met veel genoegen mijn steun aan deze voorstellen gegeven. Naar mijn idee hebben de rapporteurs zeer goed werk verricht, niet alleen voor de Europese Unie, maar ook voor onze burgers in het algemeen.

(EN) Het burgerinitiatief was een zeer belangrijk onderdeel van het Verdrag van Lissabon, dat in Ierland iets meer dan een jaar geleden werd goedgekeurd, maar een tijd lang leek het erop dat het hele proces door complexiteit en bureaucratie zou worden gedwarsboomd. Dankzij de inspanningen van de rapporteurs is het proces vereenvoudigd en werd het uitstekende idee ingevoerd om een initiatief te laten registreren door een comité van zeven leden uit zeven verschillende lidstaten. Ik denk dat deze en andere maatregelen ervoor zullen zorgen dat de burgers hun echte zorgen onder de aandacht kunnen brengen en dat de gevestigde belangen hopelijk buiten de deur worden gehouden.

(GA) Ik wil dan ook graag afsluiten met het volgende spreekwoord uit mijn eigen taal: Een goed begin is het halve werk. En dat goede begin is in dit geval een feit.

 
  
MPphoto
 
 

  Nicole Sinclaire (NI). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, dit lijkt me de schijndemocratie ten top. Het is een schande dat u de burgers van Europa niet hebt willen aanhoren vóór de invoering van het Verdrag van Lissabon, waarvan dit burgerinitiatief deel uitmaakt.

In antwoord op wat mijnheer Fox zojuist heeft gezegd wil ik erop wijzen dat de Commissie na de eerste fase van het burgerinitiatief zou kunnen besluiten dat het niet de moeite waard is. Dat is het probleem met deze regeling, omdat deze niet in een bindend mandaat voorziet. De Commissie kan een initiatief gewoon naast zich neerleggen. Eens te meer gaat de Europese Unie voorbij aan de wensen van de Europese burgers. Laten we eindelijk naar de burgers luisteren, zij zijn hier niet tevreden mee.

 
  
  

- Ontwerpresoluties RC-B7-0688/2010

 
  
MPphoto
 

  Jim Higgins (PPE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik heb voor het werkprogramma van de Commissie voor 2011 gestemd.

De financiële crisis is een grote uitdaging die we bij de horens moeten vatten. Ik wens de Commissie succes met de verwezenlijking van haar doelstellingen. Wat betreft de euro is het uit het oogpunt van integriteit en cohesie van de Unie en vanuit het oogpunt van solidariteit binnen de Europese Unie absoluut van cruciaal belang dat we een gemeenschappelijke munt hebben en er alles aan doen deze te beschermen.

Met betrekking tot de werkgelegenheid en de economie ben ik verheugd dat de Commissie in januari 2011 haar eerste jaarlijkse groeianalyse zal goedkeuren. In de jaarlijkse groeianalyse wordt de economische situatie van de Unie, met inbegrip van eventuele onevenwichtigheden en systeemrisico's, onderzocht. Dit is van essentieel belang voor de overgang van Europa naar een slimme en duurzame economie.

Last but not least vormen we een gemeenschap van 500 miljoen mensen. We moeten ons zowel op het Europees toneel als op het wereldtoneel sterker inspannen. Ik wens de Commissie veel succes in het komende jaar.

 
  
MPphoto
 
 

  Philip Claeys (NI). - Ik heb om tal van redenen tegen gestemd, maar de meest merkwaardige paragraaf is wel die waarin de lidstaten volgens dit Parlement ertoe moeten worden verplicht om 0,7% van hun bruto nationaal inkomen uit te geven aan ontwikkelingshulp en de Commissie zou moeten toezien op de naleving van die verplichting.

Los van de vraag of ontwikkelingshulp wel zin heeft, is het toch wel een serieuze schending van het subsidiariteitsbeginsel. Curieus is dan ook weer paragraaf 52, waarin de Commissie wordt aangezet om gebruik te maken van het momentum, zogezegd, in het uitbreidingsproces. Mag ik vernemen welk momentum? Heeft men het dan over de voortdurende provocaties van Turkije of de massale schendingen van de mensenrechten in dat land, om maar te zwijgen over de altijd maar verdergaande islamisering?

 
  
  

- Ontwerpresoluties RC-B7-0693/2010

 
  
MPphoto
 

  Philip Claeys (NI). - Er staan zeker een paar goede zaken in deze resolutie, zoals de veroordeling van de deelname van de misdadiger Mugabe aan de top van Lissabon en het wijzen op de nefaste gevolgen van de hersenvlucht uit het Afrikaanse continent.

Ook wordt terecht benadrukt dat de ontwikkeling van een landbouwcapaciteit cruciaal is. Aan de andere kant moeten wij echt af van die onzinnige 0,7% norm. De 1 biljoen dollar ontwikkelingshulp die gedurende zestig jaar naar Afrika is gevloeid, heeft dit continent alleen maar verder in de ellende gestort. In plaats van altijd maar méér hulp moeten wij onze energie onder meer steken in de bestrijding van de illegale kapitaalvlucht, hetgeen trouwens terecht door deze resolutie wordt onderstreept.

Ook de migratieparagraaf kan mij allerminst bekoren en daarom heb ik uiteindelijk tegen gestemd.

 
  
MPphoto
 

  Syed Kamall (ECR). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, als we zien in welke bedroevende toestand tal van Afrikaanse landen verkeren, willen wij in de EU en in de verschillende lidstaten hen natuurlijk allemaal van hun armoede bevrijden, maar ik vind dat we verstandiger om moeten gaan met onze hulp. In het geval van een ramp is het absoluut in orde dat hulpverlening op korte termijn een vitale rol speelt, maar wanneer we naar de langetermijnontwikkeling kijken, wordt onze bijstand in sommige gevallen niet op de juiste manier besteed.

Zo is het natuurlijk niet in orde dat geld van de belastingbetalers in verschillende lidstaten van de EU naar regeringen in Afrika wordt gestuurd die hun land niet behoorlijk besturen en dit geld ook niet doorgeven aan degenen die het echt nodig hebben. Ontwikkeling kan het best worden bevorderd door steun te verlenen aan de ondernemers in armere landen, die in hun eigen gemeenschappen welvaart kunnen scheppen en hun vrienden en buren uit de armoede kunnen helpen.

Laten we onze markten openstellen, laten we gerichte bijstand verlenen voor de bevordering van handel en ontwikkeling in plaats van domweg hulpgelden te sturen.

 
  
MPphoto
 
 

  Daniel Hannan (ECR). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, onlangs heb ik samen met een aantal leden van dit Parlement de ACS-Top in Kinshasa bijgewoond, officieel het op een na ergste land in de wereld. De VN houden een geluksindex bij en schalen de Democratische Republiek Congo alleen nog hoger dan Zimbabwe in. Maar de Congolezen kunnen zich uiteraard in tegenstelling tot de inwoners van Zimbabwe niet optrekken aan de gedachte dat alles beter wordt met een nieuwe regering, want zij hebben vrije verkiezingen achter de rug en beschikken over een internationaal erkende grondwet, en wat dies meer zij.

Wat we in de Democratische Republiek Congo zien, is een ingedikt concentraat van het Afrikaanse drama. Ik denk dat het koloniale verleden aldaar inderdaad meer opspeelt dan in de naburige landen, maar wil tegelijkertijd niet nog eens de hele ellende van de Kongo-Vrijstaat oprakelen. Uiteraard zitten we met de vloek van de natuurlijke hulpbronnen in het land, waardoor de band tussen belastingheffing en uitgaven wordt verbroken en politiek bedrijven synoniem wordt voor graaien naar eer en rijkdom. Maar bovenal zit het land met zijn heterogeniteit, een gebrek aan nationale identiteit, een gebrek aan linguïstische of etnische eendracht. "Houdt u van uw land, betaal dan belasting" stond ergens op een bord in Kinshasa te lezen. Natuurlijk doet niemand dat.

U begrijpt waarschijnlijk wel waarom ik het hier nu over heb. De voorzitter van de Europese Raad zei dat patriottisme tot oorlog leidt. Ik zou hem heel graag eens meenemen naar een plaats waar elk patriottisme ontbreekt om te laten zien waar dat toe leidt.

 
  
  

- Ontwerpresoluties RC-B7-0688/2010

 
  
MPphoto
 
 

  József Szájer (PPE).(HU) Mijnheer de Voorzitter, we weten allemaal dat als gevolg van de financiële crisis de staatspijler van het pensioenstelsel, die meer zekerheid biedt, steeds aantrekkelijker wordt binnen enkele Europese landen. Veel landen nemen hun eigen stelsels onder de loep en doen hun best om het pensioenstelsel van de staat te versterken. Ook al valt het pensioenstelsel in eerste instantie onder de nationale bevoegdheden, de richting die debatten over deze vraagstukken opgaan, is nog altijd van belang. Ik juich daarom punt 30 van het besluit over het werkprogramma van de Commissie toe, dat nu met steun van de drie grootste fracties, te weten de volks-, de sociale en de liberale fractie, binnen het Europees Parlement is goedgekeurd, waarin wordt benadrukt dat de eerste, dat wil zeggen de staatspijler van het pensioenstelsel moet worden versterkt. Mijn vaderland Hongarije heeft een belangrijke stap in de juiste richting gezet met de wet die gisteren is aangenomen. Het pensioendebat binnen de EU betreffende de witboeken en vervolgens de groenboeken, moet op die voet verder gaan. Het Europees Parlement verzoekt de Commissie dit op te pakken en ik ben daarom zeer verheugd over dit voorstel.

 
  
  

- Verslag-Gál (A7-0344/2010)

 
  
MPphoto
 

  Clemente Mastella (PPE). (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het nieuwe institutionele kader dat is ingevoerd bij het Verdrag van Lissabon, benadrukt dat de effectieve bescherming en de bevordering van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden de kern vormen van de democratie en de rechtstaat in de Europese Unie.

Ik sta achter dit verslag omdat ik ervan overtuigd ben dat er een nieuw intern mensenrechtenbeleid moet komen voor de Unie dat doeltreffend en omvattend is en dat zowel op nationaal niveau als op het niveau van de EU voorziet in effectieve verantwoordingsmechanismen om de talrijke schendingen die we dagelijks zien aan te pakken.

We willen benadrukken dat de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon het juridische gezicht van de Europese Unie fundamenteel veranderd heeft. Het Handvest van de grondrechten heeft nu dezelfde rechtskracht als de Verdragen, vormt de meest moderne codificatie van grondrechten, biedt een goed evenwicht tussen rechten en solidariteit, en omvat politieke, economische, sociale, culturele en burgerrechten, alsook rechten van de derde generatie.

 
  
MPphoto
 

  Antonello Antinoro (PPE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik heb besloten vóór dit verslag te stemmen, niet alleen omdat mijn fractie hiertoe heeft besloten, maar ook omdat ik er heilig van overtuigd ben dat dit verslag in institutioneel opzicht van groot belang en onmisbaar is in een tijd dat de bevoegdheden van het Parlement worden bepaald, maar nog verder vorm moeten krijgen.

We wilden van onze eerste goedkeuring van de begroting onder het Verdrag van Lissabon uiteraard een belangrijke gebeurtenis maken. Daarom was het van belang dat we een gemeenschappelijk standpunt innamen; vandaar de inspanningen van de rapporteur om naar compromisamendementen te zoeken zodat beslissingen die er alleen maar toe zouden leiden dat het langer duurt om tot een definitieve procedure te komen inzake de toepassing van het Verdrag van Lissabon, voorkomen kunnen worden.

Ik bedank mevrouw Gál daarom voor haar werk en hoop dat dit verslag leidt tot collectieve verbeteringen in de activiteiten van de Europese instellingen.

 
  
MPphoto
 

  Hannu Takkula (ALDE). (FI) Mijnheer de Voorzitter, allereerst wil ik mevrouw Gál complimenteren met dit uitstekende verslag over de situatie van de grondrechten in de Europese Unie. Dit is echter slechts een verslag. Wij moeten beseffen dat wij nog steeds veel te doen hebben in de Europese Unie. Helaas worden niet ieders grondrechten in de praktijk gebracht, ook al wordt dit in theorie beweerd. Wij hebben bijvoorbeeld een grote Roma-minderheid, wier grondrechten niet in elk opzicht in de praktijk worden gebracht.

Wij hebben ook problemen met de vrijheid van meningsuiting. Wij hebben vandaag de Sacharov-prijs voor de vrijheid van meningsuiting uitgereikt aan een Cubaanse dissident, maar wij hebben ook binnen Europa nog problemen. Niet overal kan men vrijuit spreken of zijn eigen mening uiten. Wij hebben daar een concreet voorbeeld van in het Europees Parlement in de vorm van een collega, die hier omringd door beveiligers rondloopt, omdat hij voor zijn eigen veiligheid moet vrezen. Wij moeten de Europese grondrechten verdedigen en ervoor strijden dat iedereen in de Europese Unie vrijelijk zijn mening kan uiten.

 
  
MPphoto
 

  Sonia Alfano (ALDE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het is bekend dat de activiteiten van de Italiaanse regering het Handvest van grondrechten continu schenden. Denk maar aan het akkoord tussen Italië en Libië, dat resulteerde in de schending van tientallen artikelen van het Handvest, of aan het voorstel van de bavaglio-wet, die is bedoeld om de pers de mond te snoeren en het juridische systeem lam te leggen.

Het gaat hier om een regering die gesteund wordt door een parlement dat op ondemocratische wijze is verkozen, zonder dat burgers de kans krijgen een voorkeur uit te spreken, een regering die gisteren het vertrouwen kreeg met stemmen uit de oppositiebanken van parlementsleden die openlijk toegaven te zijn benaderd met beloftes over de kandidatuur bij toekomstige verkiezingen en geld in ruil voor stemmen.

(Spreekster wordt door een kritische afgevaardigde onderbroken)

De feiten tonen aan dat er corruptie heeft plaatsgevonden. Dit is niets nieuws voor de corrupte mijnheer Berlusconi, zoals naar voren is gekomen uit de definitieve uitspraken in de kwesties Mondadori en Mills.

(Laat het Europees Parlement nu ook al viswijven binnen?)

Op 9 december vierde het Europees Parlement de Internationale Anti-Corruptie Dag. Gisteren begon het Italiaanse parlement aan zijn eerste dag als voorstander van de legalisering van corruptie van parlementsleden.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Mevrouw Ronzulli, ik verzoek u te gaan zitten en op te houden met praten. Dit is niet gepast in de vergaderzaal van het Europees Parlement. U hebt niet het woord en u mag andere sprekers niet op deze manier onderbreken. Gelieve u hieraan te houden. Gaat u verder, mevrouw Alfano. Ik geef u nog een halve minuut.

 
  
MPphoto
 

  Sonia Alfano (ALDE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, op 9 december vierde het Europees Parlement de Internationale Anti-Corruptie Dag. Gisteren begon het Italiaanse parlement aan zijn eerste dag als voorstander van de legalisering van corruptie van parlementsleden.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Mevrouw Ronzulli, ik zeg dit nog één keer. Als u nog eens opstaat en de vergadering verstoort, zal ik u vragen de zaal te verlaten. Is dat duidelijk genoeg? Doet u het niet nog een keer.

 
  
MPphoto
 

  Sirpa Pietikäinen (PPE). (FI) Mijnheer de Voorzitter, met de aanneming van het Verdrag van Lissabon is het bindende Handvest van de grondrechten een van de belangrijkste nieuwe terreinen voor het welzijn van onze burgers. In de volgende stap zullen de verschillende Europese instellingen zich moeten richten op het controleren en bevorderen van de grondrechten op alle beleidsterreinen van de Europese Unie en in alle lidstaten, op een manier die zo bindend en doeltreffend mogelijk is.

Om dit te bereiken is het belangrijk dat zowel individuen als de verschillende instellingen ervoor zorgen dat de richtlijn inzake gelijke behandeling, die momenteel in de Raad is blijven steken, wordt afgehandeld en dat wij op die manier juridisch bindende middelen krijgen om in te grijpen in gevallen van discriminatie in lidstaten.

Ik wil er ook op wijzen dat het heel belangrijk is om in te grijpen in gevallen van zowel flagrante als heimelijke discriminatie. Heimelijke discriminatie richt zich bijvoorbeeld op oudere mensen.

 
  
MPphoto
 

  Philip Claeys (NI). - Het spreekt voor zich dat ik tegen dit politiek correcte verslag heb gestemd. Als Vlaams nationalist vind ik het totaal onaanvaardbaar dat dit Parlement nationalisme automatisch op één lijn stelt met vreemdelingenhaat en discriminatie.

Ronduit gevaarlijk is het voorstel om inbreukprocedures tegen lidstaten aan te vullen met een procedure, waarbij bepaalde beleidsmaatregelen worden geblokkeerd, totdat de Commissie beslist om al dan niet een officiële inbreukprocedure te starten. Dit komt er ronduit op neer dat lidstaten onder curatele worden gesteld en dit is een onaanvaardbare situatie.

Een effectief uitzettingsbeleid zal in de toekomst geblokkeerd kunnen worden door de Europese Commissie en daar gaat zij haar boekje ver te buiten. Dit zijn taken die moeten worden uitgevoerd en uitgeoefend door de nationale lidstaten en niet door de Europese Commissie.

 
  
MPphoto
 

  Daniel Hannan (ECR). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, in een bijlage bij 1984 schreef George Orwell een hoofdstuk over newspeak en sprak hij over de manier waarop taal kan worden gecorrumpeerd en veranderd en op die manier ons denken kan veranderen. Hij haalde daarbij het voorbeeld aan van het woord "vrij". Hij stelde zich voor dat in de newspeak het woord "vrij" uitsluitend gebruikt zou worden als "deze hond is vrij van luizen" en "dit veld is vrij van onkruid". Op die manier verdwijnt het concept van intellectuele en politieke vrijheid, domweg omdat er geen woorden zijn om daar uitdrukking aan te geven. Dat was een griezelig vooruitziend voorbeeld, omdat dit inderdaad min of meer in onze tijd met het woord vrij gebeurd is.

Vroeger betekende het vrijwaring van staatsdwang: vrijheid van meningsuiting, vrijheid van vergadering, vrijheid van godsdienst, maar nu betekent het "ergens recht op hebben". Ik heb de vrijheid te werken; ik heb de vrijheid gebruik te maken van het nationale gezondheidszorgstelsel of van wat dan ook. Dit verslag over mensenrechten is verschoven van het concept van rechten als een waarborg van persoonlijke vrijheid naar rechten als een claim op alle anderen. In plaats van dat het ervoor zorgt dat onze rechten gelijkelijk worden behandeld, wil het dat onze rechten ongelijk worden behandeld. Europa kent geen crisis van de mensenrechten, maar zit wel midden in een crisis van de democratie. We moeten niet denken dat we die oplossen door bevoegdheden over te hevelen van gekozen vertegenwoordigers naar ongekozen juristen.

 
  
 

***

 
  
MPphoto
 
 

  Licia Ronzulli (PPE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, excuses voor het eerdere voorval, maar als Italiaanse kan ik dergelijk gedrag niet over mijn kant laten gaan. Ik ben het zat dat mevrouw Alfano tijd van de stemverklaringen blijft opgebruiken om leugens te verkondigen en de werkelijke situatie zoals die in Italië bestaat, verdraait. Gisteren vond er op basis van het meerderheidsprincipe en volkomen democratisch een vertrouwensvotum plaats in het Italiaanse parlement. Ik zie daarom af van mijn stemverklaring waarin staat dat ik voor het verslag van de heer Juvin heb gestemd.

 
  
  

- Verslag-Juvin (A7-0338/2010)

 
  
MPphoto
 

  Mario Pirillo (S&D).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ook ik ben ervan overtuigd dat reclame een belangrijke rol kan spelen bij het bevorderen van de mededinging en het concurrentievermogen tussen bedrijven, zodat consumenten een ruimere keuze hebben.

Niettemin moet Europa ervoor zorgen dat er strengere regels gelden binnen de sector, anders bestaat het gevaar dat deze steeds overheersender wordt, met name door het gebruik van nieuwe technologieën. Het komt zelfs steeds vaker voor dat consumenten gevoelige gegevens prijsgeven zonder te weten wat de gevolgen hiervan kunnen zijn.

Daarom juich ik het verslag van de heer Juvin toe, met name omdat het zich richt op de meest kwetsbare personen, zoals kinderen, die niet in staat zijn om commerciële aanbiedingen die door agressieve reclame aan de man worden gebracht, onafhankelijk te beoordelen.

 
  
MPphoto
 

  Sirpa Pietikäinen (PPE). (FI) Mijnheer de Voorzitter, reclame is vaak een nuttige bron van informatie voor consumenten en helpt hen verstandige keuzen te maken. De sector heeft ook een uitstekende zelfcontrole met betrekking tot ethische regels op basis waarvan wordt bepaald wat toelaatbare en goede reclame is.

De afgelopen jaren is deze praktijk echter duidelijk in het slop geraakt, zoals wij bijvoorbeeld kunnen zien aan hoe kinderen worden gebruikt en aan reclame die op kinderen is gericht. Ik ben daarom van mening dat het Parlement moet ingrijpen en in een latere fase dit uitstekende verslag als basis moet gebruiken om te bekijken of de richtlijn moet worden herzien en aangescherpt moet worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Maria Corazza Bildt (PPE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, reclame is cruciaal voor een goed functionerende interne markt, zij bevordert de concurrentie en biedt consumenten een keuze. Ik heb voor het verslag over adverteren gestemd. Er wordt geen nieuwe wetgeving over regulering van reclame voorgesteld, noch maatregelen om het internet onder controle te plaatsen of te muilkorven.

Het verslag draagt bij tot vergroting van het inzicht dat er op verantwoorde wijze dient te worden geadverteerd om oneerlijke handelspraktijken in de reclame tegen te gaan en persoonsgegevens en privacy van consumenten te eerbiedigen.

Ik wil het bedrijfsleven oproepen zijn deel van de verantwoordelijkheid op zich te nemen door zelfregulering toe te passen en op vrijwillige basis te zorgen dat er geen misleidende, verborgen en opdringerige reclame de wereld wordt ingestuurd. Ik wil vooral oproepen onze kinderen te vrijwaren van reclame. Het moet afgelopen zijn met de inzet van Batman, Spiderman en Bamse tegen onze kinderen.

 
  
  

- Verslag-Bendtsen (A7-0331/2010)

 
  
MPphoto
 

  Jim Higgins (PPE).(GA) Mijnheer de Voorzitter, ik sta positief tegenover het verslag-Bendtsen en ik heb er dan ook mijn steun aan gegeven. Wij moeten benadrukken dat energiebesparing een manier is om de vraag naar energie in de Europese Unie te verminderen. Dat is dus ook een stap op weg naar de verwezenlijking van meer energie-efficiëntie. Wij discussiëren vaak over hernieuwbare energiebronnen, maar het is heel gemakkelijk om daarbij ons energieverbruik uit het oog te verliezen. Ik heb mijn steun aan dit verslag gegeven, omdat ik het bijzonder belangrijk vind. Tot slot wil ik de rapporteur graag feliciteren.

 
  
MPphoto
 

  Jens Rohde (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, een interessant staaltje van agressie hier van onze Italiaanse collega.

Vorige week maakten een heleboel mensen de verre trip naar Cancún, maar ze kwamen niet ver in de bestrijding van de klimaatverandering. Wij hier hebben vandaag met de stemming over energie-efficiëntie echter wel een stap vooruit gezet. Zoals in het verslag terecht wordt gezegd, is energie-efficiëntie de meest kosteneffectieve en snelste manier om de uitstoot van CO2 te verlagen. Dat neemt niet weg dat de maatregelen in de lidstaten allesbehalve afdoende zijn. Als we verdergaan op de ingeslagen weg, zijn we in 2020 pas halverwege de 20 procent. Daarom zijn bindende doelstellingen ten aanzien van energie-efficiëntie ook zo broodnodig. In dit verslag wordt een groot aantal van de oplossingen genoemd. Nu is het nog een kwestie van uitvoeren. Ik zou de heer Bendtsen graag willen bedanken en mijn complimenten willen overbrengen voor zijn uitstekende verslag.

 
  
MPphoto
 

  Radvilė Morkūnaitė-Mikulėnienė (PPE).(LT) Mijnheer de Voorzitter, ik zou de rapporteur, de heer Bendtsen, willen feliciteren met dit zeer belangrijke verslag over de herziening van het Actieplan voor energie-efficiëntie. Ik heb ervoor gestemd omdat ik van mening ben dat het niet alleen uit economische overwegingen belangrijk is, maar ook in het licht van de conferentie in Cancún. Wij zijn er wel in geslaagd om wat nader tot elkaar te komen, vandaar dat het zeer belangrijk is om het werk voort te zetten dat de Europese Unie is begonnen om de CO2-uitstoot in de Unie terug te dringen. Energie-efficiëntie is een van de meest geschikte wegen om dat te bereiken. De lidstaten moeten beschikken over doeltreffende nationale actieplannen op dit gebied, met inbegrip van financiële instrumenten. De lidstaten en de Europese Commissie moeten het eens zijn over specifieke hulp. Alle Europeanen profiteren van besluiten zoals die welke vandaag zijn genomen, omdat we het hebben over tal van gebieden die los van elkaar staan: vervoer, nieuwe technologieën en de energie-efficiëntie van gebouwen, de productie-industrie en de vervoersinfrastructuur. Dit document is een verzameling van maatregelen die niet alleen gericht zijn op de bescherming van het milieu, maar ook op het vooruithelpen van nationale economieën.

 
  
MPphoto
 

  Hannu Takkula (ALDE). (FI) Mijnheer de Voorzitter, ook ik heb voor dit verslag over energie-efficiëntie van de heer Bendtsen gestemd. In de Europese Unie heeft het Europa 2020-programma ons gebonden aan energie-efficiëntie, energiebesparing en het gebruik van hernieuwbare energiebronnen. Wij moeten echter beseffen dat als wij ons dergelijke doelen stellen, iedereen zich eraan moet houden. Dat is een probleem in Europa: er zijn goede doelen, maar de lidstaten zijn er niet aan gebonden.

Het is natuurlijk te hopen dat, als wij over efficiënt gebruik van energie spreken, dat niet alleen beperkt blijft tot Europa, maar ook voor daarbuiten geldt. Het is duidelijk dat energie-efficiëntie en energiebesparing in geen geval een belemmering voor het concurrentievermogen mogen opleveren: wij moeten er ook voor zorgen dat wij op de wereldmarkt kunnen concurreren, zodat wij ook voor welvaart en concurrentievermogen in Europa kunnen zorgen. Zoals ik zei is het belangrijk om ons te houden aan de verplichtingen die wij zijn aangegaan.

 
  
MPphoto
 

  Sonia Alfano (ALDE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik vind dat de Europese Unie zich niet kan terugtrekken uit de energiestrijd die beslissend is voor de toekomst van onze planeet.

We moeten de mythe ontkrachten dat er een sterk verband bestaat tussen de economie van een land en de stijging van het energieverbruik. Europa moet pionier zijn van een nieuw duurzaam economisch model gebaseerd op een geringer gebruik van hulpbronnen, waaronder energie, met een optimale productiviteit. Daarom moeten we het verband tussen economische groei en toename van energie die verkocht wordt aan bedrijven en burgers, loslaten en in plaats daarvan een verband leggen met de verbetering van de energiedienstverlening, die banen en energie-efficiëntie oplevert.

Daarom ben ik van mening dat energie-efficiëntie van het grootste belang is voor de toekomst van de Europese Unie, zowel op economisch als milieugebied, en ik hoop dat de Commissie onmiddellijk de noodzakelijke maatregelen zal treffen om deze bindende doelen, die het Parlement vandaag heeft vastgesteld, te verwezenlijken.

 
  
MPphoto
 

  Sirpa Pietikäinen (PPE). (FI) Mijnheer de Voorzitter, ik heb voor een ambitieuzer en meer bindend beleid gestemd in dit Actieplan voor energie-efficiëntie en ik ben heel blij met het definitieve standpunt van het Parlement hierover.

Klimaatverandering wordt in eerste instantie niet alleen voorkomen door internationale verplichtingen of verklaringen: wij hebben praktische oplossingen nodig voor het bereiken van de emissiereductiedoelen. Verbetering van de energie-efficiëntie is daarbij het allerbelangrijkste project. Om daarvoor te kunnen zorgen, hebben wij een zeer breed en omvattend beleid voor het verbeteren van die energie-efficiëntie nodig, dat bindend is en zo nodig financiële prikkels en sancties omvat. Dit actieplan is een goede stap in die richting.

 
  
 

***

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Mijnheer Silvestris, geeft u mij een applausje of doet u een beroep op het Reglement tijdens de stemverklaringen? Dat is niet gebruikelijk, maar gaat u uw gang.

 
  
MPphoto
 

  Sergio Paolo Francesco Silvestris (PPE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, u kunt zien dat ik applaudisseer, terwijl ik tevens van de gelegenheid gebruik maak om een opmerking te maken over de gang van zaken.

Mijnheer de Voorzitter, bent u ook voornemens maatregelen te treffen tegen Parlementsleden die zich in de gelukkige positie bevinden om hun spreektijd te gebruiken om de regering van hun land te beledigen?

In uw aanwezigheid heeft een Parlementslid zojuist de Italiaanse regering beledigd, die gisteren de steun van het Italiaanse parlement heeft gekregen, zoals zij ook de steun geniet van de Italiaanse burgers. Dit bevalt het Parlementslid in kwestie misschien niet, maar dat is haar probleem dat zij met haar eigen vrienden kan uitzoeken. Dit Parlementslid heeft gebruik gemaakt van haar spreektijd hier om de regering van haar land, dat ook mijn land is, te beledigen, in plaats van haar stem uit te brengen.

Mijnheer de Voorzitter, ik zou u willen vragen of u van plan bent dit soort zaken te tolereren, ondanks het Reglement, want als dit het geval is ben ik van plan alle toekomstige stemmingen bij te wonen, om iets te zeggen in het voordeel van de regering die Italië legitiem, met instemming van het land en zijn parlement, bestuurt.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − U mag het als een gunst beschouwen dat ik u niet onderbrak, want wat u zei kwam niet echt neer op een beroep op het Reglement. Het is niet mijn taak om in de gaten te houden wat leden besluiten te zeggen. Het is mijn taak ervoor te zorgen dat ze het zeggen wanneer ze aan de beurt zijn om het te zeggen, in plaats van elkaar in de rede te vallen, en dan ook nog eens op een vrij onbeschofte en luidruchtige manier. Bedankt dus voor uw opmerking. Ik blijf erop staan, als ik de vergadering voorzit tenminste, dat de leden op een beschaafde manier met elkaar omgaan, en ik zal proberen om zo goed als ik kan op de tijd te letten. Wat de leden zeggen in een democratische vergaderzaal als deze, is hun eigen zaak, niet de mijne.

***

 
  
MPphoto
 

  Seán Kelly (PPE).(GA) Mijnheer de Voorzitter, ik wil graag een paar opmerkingen over dit onderwerp maken.

(EN) Tot nog toe lag het accent bij de aanpak van de klimaatverandering op hernieuwbare energie. Uiteraard is dat van groot belang, maar er kan zoveel meer bereikt worden met een grotere energie-efficiëntie. Ik ben dan ook buitengewoon ingenomen met dit verslag.

Er kan zoveel meer gedaan worden op het vlak van gebouwen, zeker met het gebouw waarin we ons nu bevinden, de gebouwen in Brussel en nog veel meer openbare gebouwen. Het is van groot belang dat we deze energie-efficiënter maken. Dat geldt eveneens voor uiteenlopende vormen van vervoer. Er zijn nog zoveel gigantische brandstofslurpende auto's op de weg. Autoproducenten moeten worden verplicht ze veel energie-efficiënter te maken.

Er is echter een groep die ik een warm hart toedraag. In mijn land doen de scholen fantastisch werk op het vlak van de groene vlag. Dat verdient onze erkenning en aanmoediging, want via de scholen worden kinderen en ook hun ouders bereikt en wordt een positieve kijk op het onderwerp bewerkstelligd.

 
  
  

Schriftelijke stemverklaringen

 
  
  

- Verslag-Böge (A7-0367/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk. – (FR) De begrotingspraktijk van de Europese Unie kent een aantal beginselen, waarvan specialisatie er een is. Dit betekent dat een bedrag dat aan een bepaald beleid is toegewezen, enkel ten behoeve van datzelfde beleid kan worden besteed. Dit beginsel waarborgt, samen met enkele andere, een deugdelijk financieel beheer van de Unie. Tegelijkertijd leidt dit echter ook tot een zekere budgettaire starheid. Niet alle uitgaven waarvoor de Unie wordt geplaatst, kunnen worden voorzien. Dat geldt voor de jaarlijkse begroting en in nog hevigere mate voor het meerjarige financiële kader. Daarom is er sinds enige jaren een "flexibiliteitsinstrument" ingesteld. Dit bestaat uit een financiële reserve waarvan het bedrag jaarlijks in de begroting wordt opgenomen. Zo kunnen beleidsonderdelen of projecten met onvoorziene kosten worden gefinancierd. In het verslag van mijn collega Reimer Böge wordt aangedrongen op het gebruik van dit instrument om het programma Een Leven Lang Leren, het programma Concurrentievermogen en innovatie en het programma voor financiële bijstand aan Palestina te financieren. Aangezien dit drie onderwerpen zijn waaraan de Unie naar mijn overtuiging een positieve bijdrage kan leveren, heb ik zonder aarzeling voor deze tekst gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Zigmantas Balčytis (S&D), schriftelijk. − (LT) Ik ben het eens met het besluit van het Europees Parlement om in 2011 extra financiële steun toe te kennen aan de uitvoering van het programma Een Leven Lang Leren en het programma Concurrentievermogen en innovatie. De doelstelling van de Strategie van Lissabon, namelijk om van de Europese Unie een mondiaal concurrerende en op kennis gebaseerde economie te maken gebaseerd op duurzame economische ontwikkeling en nieuwe banen, waarbij naar een betere sociale cohesie moet worden gestreefd, zou kunnen worden bereikt door deze programma's ten uitvoer te brengen.

Om het mondiale concurrentievermogen van de Europese Unie te vergroten zou er bijzondere aandacht aan het midden- en kleinbedrijf moeten worden besteed en daaraan de benodigde hulp en financiële steun moeten worden gegeven. Verder zouden investeringen in groene innovaties en de ontwikkeling van wetenschappelijk onderzoek het gebruik van hernieuwbare energiebronnen kunnen stimuleren, waardoor het gemakkelijker wordt om nieuwe, duurzame banen in verschillende sectoren te scheppen, bijvoorbeeld in de energie-, de productie- en de vervoerssector.

 
  
MPphoto
 
 

  Bastiaan Belder (EFD), schriftelijk. − (EN) Het verslag-Böge over het flexibiliteitsinstrument kan niet op mijn steun rekenen. Het voorstel van de Europese Commissie is onvoldoende onderbouwd voor wat betreft de vraag waarom dit extra geld nodig is. Bovendien sta ik uiterst kritisch tegenover de toepassing van het flexibiliteitsinstrument. Alleen voor begrotingsposten waarvoor aantoonbaar extra geld nodig is, kunnen andere begrotingsposten worden verminderd.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) Het flexibiliteitsinstrument kan worden ingezet om nauwkeurig bepaalde uitgaven te financieren die niet binnen het beschikbare plafond van een of meer rubrieken van het meerjarig financieel kader kunnen worden gefinancierd. In de begroting 2011 is het gebruik van het flexibiliteitsinstrument gekoppeld aan de financiering van het programma Een Leven Lang Leren en het programma Concurrentievermogen en innovatie – in het kader van de EU 2020-strategie – en aan de financiering van financiële bijstand aan Palestina, het vredesproces en de Organisatie van de Verenigde Naties voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen in het Nabije Oosten (UNRWA). Vanwege het belang van deze programma's ben ik voornemens om voor het voorstel te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Mario Mauro (PPE), schriftelijk.(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het verslag van de heer Böge over de beschikbaarstelling van middelen uit het flexibiliteitsinstrument voor de financiering van de programma's Een Leven Lang Leren en Concurrentievermogen en innovatie en voor financiële bijstand aan Palestina, moet door het Parlement ongetwijfeld positief beoordeeld worden. Ik ben het eens over de noodzaak en de daaruit voortkomende toewijzing van enkele aanvullende uitgavenposten die de plafonds van de rubrieken 1 en 4 overschrijden. Gezien de huidige economische situatie zijn dit, vanuit verschillende gezichtspunten, zeer belangrijke uitgavenposten voor bijvoorbeeld het bestrijden van de crisis, maar ook voor onze internationale geloofwaardigheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Mélenchon (GUE/NGL), schriftelijk. – (FR) Het is onaanvaardbaar dat de financiering van de financiële hulp aan het Palestijnse volk, van Europese onderwijs- en opleidingsprogramma's en programma's ten behoeve van vrije mededinging in één tekst zijn samengebracht. De kwade bedoelingen zijn zonneklaar. Deze combinatie noopt mij tot onthouding van stemming. Ik spreek nogmaals mijn volledige steun uit aan de zaak van het Palestijnse volk.

 
  
MPphoto
 
 

  Willy Meyer (GUE/NGL), schriftelijk. − (ES) Ik heb vóór dit verslag over de beschikbaarstelling van middelen van de Europese Unie voor een totaalbedrag van ongeveer 70 miljoen euro aan vastleggings- en betalingskredieten uit het Solidariteitsfonds van de Europese Unie voor de natuurrampen in Portugal en Frankrijk gestemd. Portugal verzocht het fonds te activeren in verband met een ramp die werd veroorzaakt door aardverschuivingen en overstromingen op Madeira, en Frankrijk verzocht het fonds te activeren in verband met een ramp veroorzaakt door de storm Xynthia. Ik heb vóór het verslag gestemd omdat ik het noodzakelijk acht deze lidstaten middelen uit dit fonds te verstrekken om hen in staat te stellen de gevolgen van deze natuurverschijnselen zoveel mogelijk te beperken. De Europese Unie heeft het Solidariteitsfonds ingesteld om haar solidariteit met de bevolking van door rampen getroffen gebieden te tonen. Ik onderschrijf dit verslag omdat ik van oordeel ben dat dit verzoek om de beschikbaarstelling van middelen overeenkomstig deze doelstelling is en dat het voorziene mechanisme aldus correct wordt gebruikt.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) De in dit verslag genoemde bedragen zijn volstrekt utopisch. Afgezien van het feit dat het huidige financiële kader volledig toereikend zou moeten zijn voor het bereiken van de doelstellingen, moeten bij een eventuele verhoging veel geringere bedragen worden ingepland. De aanpassing van het financieel kader overeenkomstig de voorstellen in het verslag zal ervoor zorgen dat de flexibiliteit van de Unie juist afneemt in plaats van toeneemt. Daarom heb ik tegen het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Wojciech Michał Olejniczak (S&D), schriftelijk. − (PL) Ik wil allereerst mijn tevredenheid uiten over het feit dat het Europees Parlement en de Raad een akkoord hebben bereikt over de financiering van het programma Een Leven Lang Leren en het programma Concurrentievermogen en innovatie. Ik wil hoofdzakelijk ingaan op het programma Een Leven Lang Leren, dat uit vier sectorale programma's bestaat. Naar mijn mening is met name Erasmus van belang, dat op grote schaal uitwisseling van studenten mogelijk maakt. Dit is uiterst belangrijk, zowel voor het verwerven van nieuwe kennis en vaardigheden, als voor het leggen van nieuwe contacten en het leren kennen van de culturen van de lidstaten. Voor scholieren vervult Comenius een vergelijkbare rol.

Deze programma's zijn niet alleen goed voor de Europese economie, maar bouwen bovendien aan een Europees bewustzijn op basis van een supranationaal netwerk van contacten. Deze programma's verdienen dan ook een hoge prioriteit, ongeacht de begrotingssituatie. Zij vormen namelijk een investering die zich voor de Europese Unie dubbel en dwars terugbetaalt, niet alleen economisch maar ook cultureel en politiek. Het besluit over de steun aan Palestina is van een andere orde, maar ook dat vind ik gerechtvaardigd.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk.(IT) De Europese Commissie heeft een voorstel gepresenteerd over de beschikbaarstelling van middelen uit het flexibiliteitsinstrument in het kader van de nieuwe "begrotingsmanoeuvre" 2011, na het mislukken van de bemiddeling. Ik heb vóór het voorstel gestemd, vooral omdat de verhoging twee programma's betreft, namelijk Een Leven Lang Leren en Concurrentievermogen en Innovatie, die een zo groot mogelijke steun en zoveel mogelijke middelen van de Europese Unie verdienen. Het flexibiliteitsinstrument is vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over begrotingsdiscipline. Na een akkoord tussen beide takken van de begrotingsautoriteit (het Europees Parlement en de Raad) is financiering toegestaan boven de plafonds van de financiële vooruitzichten voor behoeften die op het moment dat het meerjarig financieel kader werd vastgesteld niet voorzien konden worden. Het gaat hierbij om een totaal bedrag van 200 miljoen euro per jaar. Dit is een belangrijk resultaat voor het Europees Parlement, omdat het een succes markeert in de begrotingsdialoog met de Raad.

 
  
MPphoto
 
 

  Paulo Rangel (PPE), schriftelijk. – (PT) Het verheugt mij dat tijdens de bemiddelingsprocedure overeenstemming is bereikt over het gebruik van het flexibiliteitsinstrument om met name het programma "Een Leven Lang Leren" te financieren. Het lijkt mij van vitaal belang dat de Europese Unie investeert in de ontwikkeling van onderwijs en opleiding van hoge kwaliteit en in het bevorderen van kwalitatief hoogwaardige prestaties. Alleen strenge eisen en hoogwaardig onderwijs kunnen ervoor zorgen dat Europa beter concurreert.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Dankzij het Interinstitutionele Akkoord van 17 mei 2006 kan het flexibiliteitsinstrument worden ingezet ter financiering van duidelijk omschreven uitgavenposten die niet gefinancierd konden worden binnen de grenzen van de voor een of meer rubrieken van het meerjarig financieel kader geldende plafonds. Er zijn voor de begroting 2011 extra uitgaven nodig bovenop de plafonds van rubriek 1a en 4. Daarom ligt er nu het voorstel om het flexibiliteitsinstrument in te zetten, overeenkomstig punt 27 van het Interinstitutionele Akkoord. Het gaat om de volgende bedragen: 18 miljoen euro voor het programma Een Leven Lang Leren onder rubriek 1a, 16 miljoen euro voor het kaderprogramma Concurrentievermogen en innovatie onder rubriek 1a en 71 miljoen euro voor Palestina onder rubriek 4. De twee takken van de begrotingsautoriteit zij erop gewezen dat de publicatie van het besluit inzake bovenstaande in het Publicatieblad van de Europese Unie niet later mag plaatsvinden dan de publicatie van de begroting 2011.

 
  
  

- Ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2011, als gewijzigd door de Raad

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. − (PT) De communautaire begroting 2011 bestaat uit 141,8 miljard euro vastleggingskredieten en 126,5 miljard betalingskredieten. In deze begroting zijn de prioriteiten van het EP bedoeld als een teken dat de financiering van onderwijs en innovatie versterkt moet worden. Zo is er in rubriek 1a – Concurrentievermogen voor groei en de werkgelegenheid – een verhoging voorzien van 18 miljoen euro voor het Programma Een Leven Lang Leren en in rubriek 3b – Burgerschap – bevat nog eens 3 miljoen euro voor het Programma Jeugd in actie.

Ik ben verheugd over de toezegging van de vier komende voorzitterschappen van de EU (van de regeringen van Hongarije, Polen, Denemarken en Cyprus) om het Europese Parlement te betrekken bij de toekomstige gesprekken en onderhandelingen over het meerjarig financieel kader (MFK).

Ik verwelkom de toezegging van de Europese Commissie om een officieel voorstel te doen vóór eind juni 2011, en aldus te verzekeren dat de voorstellen betreffende de eigen middelen op het zelfde moment zullen worden besproken als het MFK. De betrokkenheid van het Europese Parlement op dit gebied is overigens voorzien in het Verdrag van Lissabon (Artikelen 312, lid 5, 324 en 311).

Ik hoop dat de noodzaak van unanimiteit binnen de Raad voor het aannemen van het meerjarig financieel kader en voor de nieuwe eigen middelen niet zal uitmonden in een blokkade.

 
  
MPphoto
 
 

  Bogusław Liberadzki (S&D), schriftelijk. − (PL) De Raad en het Europees Parlement zijn tot een akkoord gekomen over de begroting 2011. Ik heb voor de goedkeuring van de begroting gestemd met het oog op de politieke en institutionele principes. Deze hebben onder meer betrekking op een sterkere rol voor het Parlement in de onderhandelingen over het nieuw financieel kader na 2013 en deelname aan het debat over nieuwe bronnen van inkomsten, zoals Europese belasting. Een bijkomend voordeel van de begroting is de grotere flexibiliteit in onvoorziene situaties. De dreiging van voorlopige twaalfden, waarmee de Unie in hoge mate zou zijn verlamd, hebben we weten af te wenden. Een voorlopige begroting zou bijzonder schadelijk zijn geweest, nu we juist de economische crisis krachtdadig moeten bestrijden en het Verdrag van Lissabon moeten uitvoeren. De verdienste ligt hier voor een groot deel bij het standpunt van de fractie van Socialisten en Democraten in het Europees Parlement.

 
  
MPphoto
 
 

  Bogusław Sonik (PPE), schriftelijk. − (PL) Met de goedkeuring van de begroting 2011 laten we zien dat binnen de Europese Unie wel degelijk compromissen mogelijk zijn. De ontwerpbegroting 2011 is aangenomen en goedgekeurd dankzij de goede wil van alle betrokken instellingen. Dit compromis verdient met name waardering omdat de besluitvormingsprocedures die met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon zijn ingevoerd nog nieuw zijn. Voor het eerst in de geschiedenis stond het Europees Parlement in de medebeslissing over de uitgaven op gelijk niveau met de Raad en de Europese Commissie. De begroting is niet perfect, maar ik denk dat de uitgaven verstandig zijn verdeeld en alle prioriteiten van de Europese Unie afdekken. Door vóór de begroting 2011 te stemmen betuig ik ook mijn steun aan de verdere ontwikkeling en het idee van Europese integratie.

 
  
  

- Verslag-Jędrzejewska en Trüpel (A7-0369/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk. (PT) Ik heb vóór dit verslag gestemd, aangezien de communautaire begroting 2011, die gedurende de vergaderperiode door de Begrotingscommissie was gepresenteerd, de door het Europees Parlement gedefinieerde prioriteiten versterkt, zoals onderwijs, innovatie, het vredesproces in het Midden-Oosten en Palestina, het Programma Een Leven Lang Leren, het onderzoeksprogramma Mensen en het programma Concurrentievermogen en innovatie. Ik feliciteer het Parlement, de Raad en de Commissie met hun akkoord over het feit dat, indien meer middelen nodig zijn voor de naleving van de wettelijke verplichtingen van de EU, er gedurende 2011 gewijzigde begrotingen zullen worden ingediend. Juridisch gezien mag de begroting van de EU namelijk geen tekort hebben. Afgezien van de begroting heeft het Parlement een aantal politieke eisen gesteld in verband met de uitvoering van de bepalingen van het Verdrag van Lissabon, in het bijzonder met betrekking tot een nieuw systeem van eigen middelen. Het is nu goed om te weten dat de Europese Commissie heeft aangekondigd om voor eind juni 2011 met een officieel voorstel daaromtrent te zullen komen, waarmee is verzekerd dat de voorstellen voor de eigen middelen op hetzelfde moment zullen worden besproken als de toekomstige financiële vooruitzichten.

 
  
MPphoto
 
 

  Laima Liucija Andrikienė (PPE), schriftelijk. − (EN) Ik heb vóór deze resolutie gestemd en mij uitgesproken vóór de EU-begroting 2011. Het doet mij deugd dat er nu eindelijk een akkoord is bereikt tussen de Raad, de Commissie en het Europees Parlement en ik hoop van ganser harte dat dit een houdbare begroting is die volledig en geheel voorspelbaar vanaf het begin van het begrotingsjaar ten uitvoer kan worden gelegd. Met de aanneming van de resolutie zorgen wij als Europees Parlement voor een zekere financiering en voor de continuïteit van de door de Raad en de Begrotingscommissie overeengekomen begroting. Mijns inziens was het noodzakelijk geweest meer geld uit te trekken voor onderwijs, onderzoek en innovatie, want de EU moet haar doeltreffendheid en concurrentiekracht verbeteren om de financiële en economische crisis te boven te komen. Daarvoor is een langetermijnstrategie nodig en deze begroting is daar onderdeel van.

 
  
MPphoto
 
 

  Charalambos Angourakis (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) De goedkeuring door het Europese Parlement van de Europese begroting 2011, slechts enkele dagen nadat deze afgewezen, bewijst dat deze hele procedure niet meer is dan een slecht georkestreerd spel dat de aandacht afleidt van de essentie van de begroting. De essentie is namelijk dat het grootkapitaal nog beter bediend moet worden in zijn pogingen om de lasten van de financiële crisis en van de intensiever wordende imperialistische interventies van de EU af te wentelen op de werknemers. Tegelijkertijd heeft dit vernuftig spel het intens antagonisme onder de imperialisten blootgelegd, evenals de wedijver tussen de Europese instellingen die elkaar proberen de loef af te steken als het erom gaat wie de belangen van de plutocratie het meest effectief kan dienen. Reeds enige tijd geleden was besloten om in te stemmen met de vermindering van de toch al beperkte kredieten die ten behoeve van arme boeren, werknemers en zelfstandigen hadden kunnen worden ingezet, en met de verhoging van de kredieten die direct worden doorgesluisd naar de monopolistische concerns, naar de diensten en infrastructuur van de civiel-militaire interventies waarmee de volks- en arbeidersbeweging wordt vervolgd en onderdrukt.

Ondanks dergelijke streken zullen de politieke vertegenwoordigers van het kapitaal niet ontkomen aan openbare beschimping. De rol die zij vervullen wordt met de dag duidelijker. Het volk en de arbeiders voeren hun strijd op tegen het beleid van de EU en tegen de bourgeoisregeringen, waarbij ze nieuwe perspectieven openen voor een volkseconomie die in hun eigen behoeften voorziet en niet in die van het kapitaal.

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk. – (FR) De voorbereiding op de jaarlijkse begroting 2011 heeft andermaal aanleiding gegeven tot werkelijke politieke onderhandelingen tussen Europese afgevaardigden en de regeringen van de lidstaten. Gelet op de huidige context van begrotingsbeperkingen wilde de Raad van de Europese Unie, die de regeringen van de lidstaten vertegenwoordigt, de Unie betrekken bij de bezuinigingsinspanningen die de Europese lidstaten zich getroosten. Hoewel het Europees Parlement (net als de Commissie) wilde dat de crisis daarentegen werd bestreden met proactief beleid, schaarde het zich achter het standpunt van de Raad en onderstreepte het hiermee nadrukkelijk zijn solidariteit met de lidstaten. In ruil voor deze concessie wilde het Parlement dat er een debat werd aangesneden over de middelen van de Unie en vooral over de vraag of de Unie over eigen financiële middelen kan beschikken, los van de bijdragen van de lidstaten. De Raad, die zich aanvankelijk onbuigzaam toonde, heeft uiteindelijk toegegeven aan onze legitieme eisen. Om die reden kon ik samen met de andere Europese afgevaardigden akkoord gaan met deze begroting die een tot de korte termijn beperkte ambitie heeft desalniettemin toekomstperspectieven biedt voor het beleid van de Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Zigmantas Balčytis (S&D), schriftelijk. − (LT) Ik heb vóór de begroting 2011 gestemd. Deze begroting is versterkt door nieuwe procedures waarin met het Verdrag van Lissabon is voorzien. Deze langdurige en moeilijke onderhandelingen om tot een akkoord te komen over de begroting 2011 tonen aan dat nu de nieuwe begrotingsbeginselen in werking zijn getreden, wij gedwongen zullen worden om met de andere instellingen tot rationele compromissen te komen op de belangrijkste terreinen van het EU-beleid. Voor de eerste keer sinds het nieuwe Verdrag in werking is getreden heeft het Europees Parlement de bevoegdheden gebruikt die hem zijn toegekend en heeft het volledig deelgenomen aan de opstelling van de begroting van de Europese Unie. De eerste poging om tot een akkoord te komen en om de legitieme eisen van het Europees Parlement in te willigen mislukte. Daarmee wordt aangetoond dat er tussen de instellingen nog steeds een conflict bestaat dat in feite niet zou mogen bestaan, omdat het een effectieve samenwerking tussen de instellingen in de weg staat. Het doel van alle EU-instellingen is om ervoor te zorgen dat overeenkomsten die bijzonder belangrijk zijn voor de hele EU en haar burgers zo probleemloos mogelijk worden aangenomen. Daarom ben ik van mening dat er in de toekomst fundamentele veranderingen moeten komen in de manier waarop de instellingen werken, en dat de deelneming van het Europees Parlement aan alle fasen van de onderhandelingen, en in het bijzonder aan de begrotingsonderhandelingen, als zeer belangrijk moet worden beschouwd voor de tenuitvoerlegging van het beginsel van de representatieve democratie.

 
  
MPphoto
 
 

  Dominique Baudis (PPE), schriftelijk. – (FR) De Europese Unie moet zichzelf een begroting bezorgen die tegemoet komt aan haar ambities. Zij moet zich niet door de crisis laten leiden maar de uitdagingen waarmee zij te maken krijgt, aangaan. Met het Verdrag van Lissabon staat het Parlement nu op gelijke voet met de Raad en heeft het aangetoond een proactieve kracht te zijn. Ik heb voor de begroting 2011 gestemd omdat het tot onze verantwoordelijkheden als Europarlementariërs behoort om Europa duidelijke beleidsrichtsnoeren te verschaffen. Europa zal in 2011 zijn prioriteiten in het vizier blijven houden. Het zal zijn financiële behoeften naar boven kunnen aanpassen teneinde zijn nieuwe bevoegdheden te realiseren. Ondanks moeilijke economische omstandigheden is het Parlement erin geslaagd een stevig engagement van de lidstaten te verkrijgen.

Op voorstel van het Parlement zal de Commissie in 2011 een overpeinzing op gang brengen over de verschillende soorten eigen middelen die Europa nodig heeft om in de toekomst zijn financiële autonomie te waarborgen. Ik betreur het echter dat het Parlement geen consensus heeft gevonden over de extra financiering die het ITER-project vanaf 2012 nodig zal hebben. De experimentele thermonucleaire reactor is een voorbeeldproject van het internationaal onderzoek en het Europees wetenschappelijk dynamisme en had kunnen profiteren van een deel van de ongebruikte kredieten van de begroting 2011.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Bennahmias (ALDE), schriftelijk. – (FR) Na zich goed te hebben geweerd in de onderhandelingen met de Raad over de begroting 2011, over de voorwaarden voor de uitwerking van het volgende meerjarige financiële kader en de kwestie van de eigen middelen van de Unie, heeft het Europees Parlement de slag verloren. Door tijdens de plenaire vergadering van december de begroting 2011 goed te keuren hebben we laten blijken dat de Raad gelijk had. Onze zorgen betroffen niet de cijfers, maar de politieke eisen. Wij zijn onze zeven eisen die tijdens de vorige plenaire vergadering waren aangenomen, niet vergeten. Positief is dat de Commissie in het voorjaar 2011 ook een voorstel zal indienen voor de kwestie van de eigen middelen. Het Parlement zal deelnemen aan deze besprekingen, net als aan de besprekingen die nodig zijn voor de uitwerking van de financiële perspectieven. Maar de modaliteiten daarvoor moeten nog worden vastgesteld; de strijd om de eerbiediging van de medebeslissing op dit gebied is nog maar net begonnen.

 
  
MPphoto
 
 

  Sebastian Valentin Bodu (PPE), schriftelijk. − (RO) De goedkeuring van de EU-begroting 2011 door het Parlement is een teken dat, bij een dialoog tussen Commissie en wetgevende macht, de zaken voor beide partijen voordelig geregeld kunnen worden. De Commissie heeft begrepen dat het Europees Parlement nu meer te zeggen heeft over de financiën van de Unie en heeft, zij het laat, ervoor gekozen om dit te respecteren. In feite blijft de begroting binnen de door de Raad gestelde limieten, maar tegelijkertijd bevat zij ook een aantal van de prioriteiten van het Parlement. Voordat een akkoord was bereikt bevonden we ons in de vreemde situatie dat we allerlei strategieën en programma's hadden waarvoor geen plaats was in de begrotingsplannen voor het volgende jaar. Deze strategieën en programma´s moeten niet slechts papieren constructies blijven; dat zou slechts een teken zijn van inconsequent handelen en gebrek aan vertrouwen in de eigen initiatieven.

Het is duidelijk dat zonder geld om plannen te financieren er geen programma's kunnen worden ontwikkeld voor jeugd, innovatie en onderzoek en men niet de pretenties kan hebben van een actieve speler in de wereldpolitiek. Het Parlement heeft tegenover de Raad met succes de behoefte beargumenteerd aan een systematische beoordeling van de gunstige effecten en de financiering van nieuwe wetgeving. Als rechtstreeks gekozen vertegenwoordigers van de Europese burgers is het belangrijk dat wij de belastingbetaler laten zien dat zijn geld nuttig wordt besteed.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk. (PT) Ik ben verheugd over de vandaag aangenomen begroting, aangezien deze de prioriteitslijnen handhaaft die door het Parlement in oktober zijn vastgesteld en die sleutelgebieden als onderwijs, jeugd, onderzoek en innovatie versterken. Het is van fundamenteel belang dat de EU over een duurzame begroting beschikt, die vanaf het begin van het begrotingsjaar op een duidelijke en voorspelbare manier kan worden uitgevoerd. Dat zou niet het geval zijn geweest met een systeem van voorlopige twaalfden dat de uitvoering van het beleid in het geding zou kunnen brengen. Het is eveneens van belang dat we vechten voor een visionaire begroting in tijden van crisis, een begroting die gebieden als wetenschap en innovatie versterkt waarmee wordt bijgedragen aan economische groei en meer en betere banen. Alleen door middel van een ambitieuze begroting kan er sprake zijn van economisch herstel binnen Europa.

 
  
MPphoto
 
 

  Frédéric Daerden (S&D), schriftelijk. – (FR) Bij de goedkeuring van de begroting 2011 was sprake van verantwoordelijkheid, bitterheid en overtuiging. Verantwoordelijkheid: de Fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten in het Europees Parlement en het Parlement hebben die genomen door vóór deze begroting te stemmen en aldus een institutionele impasse en een beroep op het stelsel van voorlopige twaalfden te vermijden. Bitterheid: de medebeslissing op begrotingsgebied is vechten tegen de bierkaai. Ondanks de concessies van het Parlement hebben sommige lidstaten, die anders dan ik niet geloven in de toegevoegde waarde van de Europese begroting, voet bij stuk gehouden. Overtuiging: de toekomst van de Unie staat of valt met nieuwe eigen middelen en een belasting op financiële transacties. Met de Commissie en haar engagement op dit gebied maken we deze fundamentele doelstelling concreet. Een BFT is nodig, maar dat geldt ook voor een begroting 2011, ik heb mij dan ook onthouden tijdens de stemming over het amendement dat opnieuw is ingediend door de groenen met betrekking tot dit onderwerp. Dat is symbolisch maar onverantwoordelijk. De BFT is een te belangrijk thema om mee te spelen, in het kader van politieke strategieën voor het indienen van amendementen waarvan men niet de oorspronkelijke auteur is en waarvoor nul begrotingskredieten zouden worden uitgetrokken. Het doel van dit oorspronkelijk socialistische amendement was om gedurende de begrotingsprocedure voortgang te boeken in het debat, maar aanneming daarvan vandaag zou kiezen voor een Unie zonder begroting hebben betekend.

 
  
MPphoto
 
 

  Christine De Veyrac (PPE), schriftelijk. – (FR) Ik heb gestemd vóór een begroting die niet of nauwelijks hoger is dan die voor 2010, om aan te tonen dat het Parlement blijk kan geven van volwassenheid en verantwoordelijkheid, gelet op de economische crisis die de nationale regeringen parten speelt. Het is niet gepast de begroting 2011 te verhogen als in de meeste lidstaten een periode van strikte bezuinigingen is begonnen. Het verheugt me dat de harde onderhandelingen tussen de verschillende instellingen over dit onderwerp zijn uitgemond in een compromis en dat we een begrotingscrisis voor het jaar 2011 hebben kunnen vermijden.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk. (PT) Ik heb vóór het verslag over de nieuwe ontwerpbegroting 2011 gestemd omdat het de financiering versterkt van gebieden die als prioriteiten zijn aangemerkt door het Europese Parlement, zoals onderwijs, innovatie, concurrentievermogen en samenhang voor groei en werkgelegenheid, evenals het behoud en het beheer van de natuurlijke hulpbronnen.

 
  
MPphoto
 
 

  Göran Färm (S&D), schriftelijk. − (SV) Wij, Zweedse sociaaldemocraten, hebben vandaag voor het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2011 gestemd. Het is een gematigde begroting die niettemin belangrijke investeringen in onderzoek, maatregelen voor jongeren en noodzakelijke bijstandsinitiatieven voor Palestina bevat en de oprichting van de nieuwe Europese Dienst voor extern optreden en nieuwe instanties voor financieel toezicht mogelijk maakt.

Wij hebben ons echter van stemming onthouden over zowel de tekst als de voorgestelde begrotingslijnen betreffende nieuwe eigen middelen voor de EU. Wij zijn voorstander van een herziening van het stelsel van eigen middelen voor de EU, alsmede van een onderzoek naar een belasting op financiële transacties, maar wij vinden dat we momenteel over te weinig informatie beschikken om een gedetailleerd standpunt in te kunnen nemen ten aanzien van de feitelijke kwestie.

Wij willen benadrukken dat het nieuwe stelsel voor eigen inkomsten voor de EU begrotingsneutraal moet zijn en de bevoegdheid van de lidstaten op het gebied van belastingen moet respecteren, ongeacht welke vorm het stelsel aanneemt.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) De begroting 2011 zal de eerste begroting van de Unie zijn waarover een akkoord is bereikt na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon. Ondanks het feit dat dit akkoord – dat gesloten is overeenkomstig de nieuwe medebeslissingsprocedure – niet aan alle zorgen van het Europarlement tegemoet komt, vormt het de basis voor gemeenschappelijke opvattingen over de begrotingsprioriteiten van de Unie. Gezien de nieuwe uitdagingen voor de Unie is het van cruciaal belang dat de Commissie in staat wordt gesteld om wijzigingen in de begroting voor te stellen wanneer de uitgetrokken middelen onvoldoende zijn om de strategische doelen te realiseren, in het bijzonder in het kader van de in de EU 2020-strategie vastgestelde prioriteiten.

Op dezelfde manier is het aan het Europese Parlement en de Raad om afspraken te maken over de manier waarop snel en doeltreffend gereageerd kan worden en om aldus de voorwaarden te scheppen voor een meer egalitaire en concurrerende Unie, voor een Unie die in staat is om aan de nieuwe uitdagingen het hoofd te bieden.

 
  
MPphoto
 
 

  João Ferreira (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) De uitkomst van het debat over de begroting 2011 was voorspelbaar gezien de verantwoordelijkheid die de Raad en de belangrijkste fracties van dit Parlement toekomt voor zowel de vaststelling en goedkeuring van het huidige meerjarig financieel kader als de goedkeuring van de opeenvolgende begrotingen die daarmee uiteindelijk gedekt moeten worden.

Maar wat dit akkoord niet uitwist maar juist versterkt, zijn de vele redenen voor kritiek op deze begroting, die wij hier terzijde hebben geschoven. De verslechtering van de economische en sociale crisis, de toename van de werkeloosheid en de achteruitgang van de levensomstandigheden van miljoenen mensen – waarvoor de verantwoordelijkheid grotendeels toekomt aan de plannen voor een echt sociaal terrorisme die de EU aan de lidstaten probeert op te leggen – hebben ons opnieuw duidelijk gemaakt wat de werkelijke betekenis is van de zo gepredikte Europese solidariteit: een begroting die de 1 procent van het communautair BNI niet overschrijdt, die niet in staat is om wat voor vorm dan ook van herverdeling te verzekeren, die niet in staat is om de economische en sociale samenhang veilig te stellen en die ongetwijfeld de verderfelijke effecten van het door de EU gevoerde beleid zal versterken. Nogmaals zeggen wij dat er een alternatief is voor deze begroting, een alternatief dat niet alleen mogelijk maar echt noodzakelijk is, een alternatief dat een belangrijke verhoging inhoudt van de communautaire begroting op grond van eerlijke bijdragen van de lidstaten al naar gelang hun BNI.

 
  
MPphoto
 
 

  Pat the Cope Gallagher (ALDE), schriftelijk.(GA) Ik ben verheugd over het akkoord dat is bereikt tussen het Europees Parlement en de regeringen van de 27 lidstaten, vooral omdat de betalingen van volgend jaar aan de Ierse landbouwers vertraging zouden hebben opgelopen als dat akkoord was uitgebleven.

 
  
MPphoto
 
 

  Lidia Joanna Geringer de Oedenberg (S&D), schriftelijk. − (PL) De dreiging van een voorlopige begroting voor 2011 heeft het Europees Parlement en de Raad aangezet tot een intensief debat. Het resultaat is de ontwerpbegroting die vandaag ter stemming voorligt en die we kunnen beschouwen als een pragmatisch compromis. Dankzij de onderhandelingen tussen de instellingen is met de meeste eisen van het Europees Parlement rekening gehouden. Zo hebben we van de Raad de verzekering gekregen dat hij bereid is tot samenwerking bij het opstellen van de financiële vooruitzichten voor 2014-2020, wat neerkomt op de praktische uitvoering van de bepalingen van het Verdrag van Lissabon. Het Parlement heeft hierover ook een akkoord bereikt met de premiers van Hongarije, Polen, Denemarken en Cyprus, dat wil zeggen de landen die in de komende twee jaar het voorzitterschap van de Raad bekleden. Ook zijn we tevreden over het besluit van de Raad om in het flexibiliteitsmechanisme van de EU-begroting vast te houden aan 0,03 procent van het BBP van de EU. Dankzij deze middelen kunnen belangrijke uitgaven worden gefinancierd, die tijdens de onderhandelingen over de vorige financiële vooruitzichten niet konden worden voorzien. Ik denk hierbij aan de Europese Dienst voor extern optreden en Galileo. Van de kant van het Parlement is de concessie gedaan om het debat over de toekomstige financiering van de Europese Unie uit te stellen. Ook de Europese Commissie roept hiertoe op. Het idee van lagere nationale bijdragen aan de EU-begroting is verdwenen vanwege de krachtige oppositie van de landen die vreesden voor de reactie van het publiek. Op dit debat komen we waarschijnlijk terug in de zomer van 2011, wanneer de Commissie een aantal nieuwe mogelijkheden voor financiering van de EU zal voorstellen.

 
  
MPphoto
 
 

  Julie Girling (ECR), schriftelijk. − (EN) (namens de delegatie van de Britse conservatieven) De Britse conservatieven hebben vandaag tegen de verhoging van de begroting met 2,9 procent gestemd. We zijn namelijk van mening dat het ongepast is om als Parlement om verhoging van de Europese uitgaven te vragen als de regeringen in de hoofdsteden op allerlei manieren proberen hun eigen tekorten te verminderen en hun begroting op orde te krijgen. In tijden van bezuinigingen mag en kan de EU-begroting niet, zoals door sommige leden van het Parlement bepleit wordt, gebruikt worden als aanvulling op de nationale begroting. Integendeel, de EU-begroting moet juist een weerspiegeling vormen van de moeilijkheden waarin de lidstaten zelf verkeren. Dat is dan ook de reden waarom de conservatieven oorspronkelijk een amendement hadden ingediend waarin werd opgeroepen de betalingen voor langere tijd te bevriezen op het niveau van 2010. Op die manier zou de burger duidelijk kunnen zien dat de EU haar steentje bijdraagt aan de beheersing van de overheidsuitgaven op de lange termijn en aan de inspanningen om deze op een duurzamere leest te schoeien.

 
  
MPphoto
 
 

  Estelle Grelier (S&D), schriftelijk. – (FR) De goedkeuring vandaag van de begroting 2011 heeft een dubbel falen van het Europees Parlement aan het licht gebracht. Het heeft een te zwakke begroting aangenomen: +2,91 procent, wat veel lager is dan zijn eerste lezing (+6 procent) en dan het oorspronkelijk voorstel van de Commissie (+5,8%). De goedgekeurde bedragen komen precies overeen met de voorgestelde bedragen zonder dat er een werkelijke onderhandelingsruimte was voor de Raad, wat allerminst geruststellend is met het oog op de onderhandelingsmogelijkheden voor de komende begrotingen. Sinds de toepassing van het Verdrag van Lissabon is er sprake van een medebeslissingsprocedure tussen het Parlement en de Raad over begrotingskwesties. Daar wij op dit moment geen enkele toezegging hebben gekregen met betrekking tot de rol die wij afgevaardigden krijgen bij de uitwerking van het komende financiële kader en bij de reflectie over de nieuwe eigen middelen, lopen wij het risico dat de toekomst van het Europese project geheel in handen van de Raad komt te liggen. Gezien de standpunten van sommige lidstaten bestaat er evenwel een reëel gevaar dat dit project aan kracht zal inboeten. Ik betreur met name de houding van Europees rechts dat aan het begin van de onderhandelingen meer dan vastbesloten was ermee op te houden bij het eerste telefoontje van de staatshoofden of regeringsleiders. Ieder mag oordelen over de politieke consistentie van een dergelijke ommezwaai.

 
  
MPphoto
 
 

  Małgorzata Handzlik (PPE), schriftelijk. − (PL) Ik stel met tevredenheid vast dat de EU-begroting 2011 met een overgrote meerderheid van stemmen is goedgekeurd. Dankzij het akkoord tussen het Europees Parlement en de Raad hebben we een voorlopige begroting kunnen vermijden, zodat de uitvoering van het cohesiebeleid en het GLB niet wordt ondermijnd. De goedkeuring is dan ook met name goed nieuws voor de Poolse lokale overheden, boeren en ondernemers die steeds meer gebruik maken van EU-fondsen. Ondanks de economische crisis stijgen de betalingen namelijk met 2,91 procent ten opzichte van 2010. Tevens ben ik verheugd dat er meer middelen zijn vastgelegd voor terreinen die voor het EP prioritair zijn. Ik verwijs in dit verband naar jeugd, onderwijs, onderzoek en innovatie.

 
  
MPphoto
 
 

  Constance Le Grip (PPE), schriftelijk. – (FR) Ik heb vóór de nieuwe begroting gestemd en ben verheugd dat de Europese instellingen eindelijk tot overeenstemming zijn gekomen. Met deze stemming wil het Europees Parlement de Europese Unie van een stabiele begroting voorzien, die begin 2011 direct van kracht kan worden en waarmee voorkomen wordt dat het systeem van voorlopige twaalfden moet worden toegepast, dat de tenuitvoerlegging van het Europees beleid op veel terreinen in gevaar zou hebben gebracht. Toch betreur ik het gebrek aan flexibiliteit van deze nieuwe begroting, evenals de keuze van bepaalde fracties, in het bijzonder de socialisten, om de stemming over de financiering van ITER, de internationale thermonucleaire experimentele reactor, uit te stellen en aldus dit project, dat het enige project is voor fundamenteel onderzoek op de lange termijn waarin de Europese Unie een leidende rol vervult, op de helling te zetten. Door af te zien van kredieten ter waarde van zeshonderd miljoen euro, die beschikbaar waren voor de financiering van ITER, in een tijd van crisis waarin Europese publieke middelen schaars zijn, hebben de socialisten blijk gegeven van onverantwoordelijkheid en inconsistentie, en brengen zij een strategisch en werkgelegenheidbevorderend project in gevaar.

 
  
MPphoto
 
 

  Elżbieta Katarzyna Łukacijewska (PPE), schriftelijk. − (PL) Ik ben blij dat het ondanks de vele complicaties is gelukt om in te stemmen met de EU-begroting voor 2011, na de wijzigingen die door de Raad zijn aangebracht. Dit is buitengewoon belangrijk, niet alleen omdat het gebruik van een voorlopige begroting is vermeden, maar met name omdat de uitgaven voor het cohesiebeleid nu goed kunnen worden geprogrammeerd. Dit is uiterst belangrijk voor de EU-burgers en met name voor de begunstigden van EU-middelen. Daarnaast wil ik benadrukken dat de middelen van het cohesiebeleid zijn verhoogd met tien procent. Het is belangrijk dat we een politiek akkoord hebben bereikt. Hiermee geven we namelijk blijk van Europese solidariteit, wat ons nu financiële stabiliteit voor 2011 oplevert.

 
  
MPphoto
 
 

  Véronique Mathieu (PPE), schriftelijk. – (FR) Ik heb vandaag vóór de begroting 2011 gestemd. Na langdurige onderhandelingen hebben we een akkoord kunnen bereiken waar het Parlement mee in kan stemmen. Het Parlement wacht eigenlijk op de tenuitvoerlegging van de bepalingen van het Verdrag van Lissabon. In het Verdrag wordt bepaald dat onze instelling betrokken moet worden bij de onderhandelingen over de volgende meerjarenbegroting en die verandering moet op alle niveaus geaccepteerd worden. Het Parlement heeft overigens enkele voorbehouden willen handhaven met betrekking tot de begroting 2011. Het betreft onder meer een voor de Europese Politieacademie (CEPOL) bestemd bedrag van 425 000 euro dat in de reserve van de begroting 2011 is opgenomen en dat slechts onder bepaalde voorwaarden vrijgemaakt kan worden. Zo zal de Politieacademie de aanbevelingen ten uitvoer moeten leggen die de afgevaardigden hebben gedaan na de weigering van het Parlement om de uitvoering van de begroting van de Politieacademie goed te keuren, voordat kan worden besloten de begroting van de Europese Politieacademie voor 2011 volledig toe te wijzen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Mélenchon (GUE/NGL), schriftelijk. – (FR) De begroting 2011, de eerste waarover het Parlement mee mocht praten, heeft bevestigd hoe weinig macht ons Parlement heeft. Niet alleen bekrachtigt het Parlement neoliberale contrahervormingen en werkt het voor de financiële markten in plaats van voor de burgers die de afgevaardigden hebben gekozen, maar gaat het ook nog eens overstag onder het mom van urgentie. Ik zal deze verachtelijke daad niet steunen met mijn stem.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) Na intensieve onderhandelingen was het eindelijk mogelijk te komen tot een akkoord voor de begroting 2011. Hoewel het geen ideale begroting is, is het wel een document dat het mogelijk maakt de door de EU voorgestelde doelstellingen te bereiken. De communautaire begroting 2011 die vandaag in de plenaire vergadering is goedgekeurd, versterkt de financiering van de door het Europese Parlement vastgestelde prioriteiten, zoals onderwijs, innovatie, het vredesproces in het Midden-Oosten en Palestina.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Mirsky (S&D), schriftelijk. − (EN) Gelet op de talloze bureaucraten in het Europees Parlement en de Europese Commissie komt de Europese Gemeenschap met deze resolutie dichterbij een weloverwogen en doeltreffende verdeling van de communautaire middelen over de jaren. Ik heb ook zorgvuldig naar andere uitspraken in het verslag gekeken en ben blij te kunnen zien dat sommige mensen in dit Parlement goed doorhebben dat geld op tijd dient te worden gebruikt en niet wanneer het te laat is. Ik heb vóór gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Net als het vorige voorstel tot verhoging van de begroting voor het jaar 2011 wijs ik ook dit voorstel in het belang van de burgers af. Het is gewoon niet te begrijpen hoe de EU zich begrotingsverhogingen kan veroorloven op een moment waarop overal in Europa volop moet worden bezuinigd. De reden voor de nieuwe verhoging is ook nu weer de invoering van het Verdrag van Lissabon en de hieruit voortvloeiende oprichting van nieuwe instellingen als de Europese Dienst voor extern optreden. De Oostenrijkse partij voor de vrijheid, FPÖ, heeft destijds al met vooruitziende blik wijselijk tegen het Verdrag van Lissabon gestemd, dat afgezien van een paar positieve aspecten vooral meer bureaucratie en kosten voor de burgers met zich brengt. De begroting 2011 moet daarom worden verworpen.

 
  
MPphoto
 
 

  Elisabeth Morin-Chartier (PPE), schriftelijk. – (FR) Ik steun de uitslag van de stemming van het Europees Parlement van woensdag 15 december 2010, waarmee de begroting 2011, na het debat van dinsdag, is goedgekeurd tijdens de plenaire vergadering in Straatsburg. In de goedgekeurde begroting is een hogere financiering opgenomen voor het merendeel van de door het Parlement vastgestelde prioriteiten, terwijl toch de door de Raad vastgestelde limieten in acht worden genomen. Tijdens de begrotingsonderhandelingen van dit jaar hebben mijn collega´s in het Europees Parlement eveneens een akkoord gesloten met de Raad en de Commissie over diverse politieke verzoeken met betrekking tot de begroting.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk.(IT) De door de Europese Raad gewijzigde ontwerpbegroting geeft niet volledig de behoeften en de eisen van het Parlement weer, maar men kan de Europese Unie in de eerste maanden van 2011 niet zonder een goedgekeurde begroting laten zitten. Daarom hebben de Commissie, de Raad en het Parlement in de trialoog van 6 december het juiste compromis gevonden voor de begroting. Deze kan nu vanaf het begin van het begrotingsjaar 2011 volledig worden uitgevoerd. Ik heb vóór gestemd omdat dit een verantwoordelijke houding is die strookt met de inspanningen van het Parlement om de burgers van de Europese Unie van adequate financiële middelen te voorzien. Deze middelen zijn nu bevestigd dankzij de goedkeuring van de gezamenlijke verklaring over de betalingskredieten.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk. (PT) Ik heb vóór de resolutie van het Parlement gestemd, omdat ik van mening ben dat de ontwerpbegroting, zoals deze door de Raad is gewijzigd, weliswaar niet geheel tegemoet komt aan de werkelijke noodzaak van een duurzame, coherente en doelmatige begroting van de Unie, maar wel de doelstelling van het Parlement is gerealiseerd om de Unie te voorzien van een begroting die vanaf het begin van het boekjaar op een volledige en voorzienbare manier kan worden uitgevoerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Paulo Rangel (PPE), schriftelijk. (PT) Ik heb vóór de resolutie van het Parlement gestemd, omdat ik het ermee eens ben dat de ontwerpbegroting, zoals deze door de Raad is gewijzigd, weliswaar niet geheel tegemoet komt aan de werkelijke noodzaak van een duurzame, coherente en doelmatige begroting van de Unie, maar wel de doelstelling van het Parlement is gerealiseerd om de Unie te voorzien van een begroting die op een volledige en voorzienbare manier vanaf het begin van het boekjaar kan worden uitgevoerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. (FR) Het was een bijzonder moment toen afgelopen maand alle fracties zich inspanden om, afgezien van de begroting 2011, een politiek akkoord te bereiken over de toekomstige financiering van de Europese Unie. Na al het tumult dat zij tijdens de onderhandelingen hebben veroorzaakt, zijn de drie grote fracties op het laatste moment overstag gegaan. Het Europees Parlement heeft, ondanks zijn nieuwe bevoegdheden, de gelegenheid voorbij laten gaan om zich te laten gelden in zijn rol als besluitvormer op begrotingsgebied. De brief van de Belgische premier, die ons is overhandigd door het Belgische voorzitterschap en waarin wordt gegarandeerd dat het Verdrag nageleefd zal worden (!) en dat het Parlement betrokken zal worden bij de toekomstige discussies, vormt in het geheel geen garantie voor een goed politiek resultaat. Onze tegenstem weerspiegelt deze gemiste kans en de rendez-vousclausule die zal volgen.

De beste manier om eruit te komen is om, net als bij de Conventie, het Europees Parlement, de nationale parlementen, de nationale regeringen en de Europese Commissie bijeen te brengen. Voor wat betreft het megaproject ITER, waaraan momenteel en in de toekomst veel te veel geld wordt toegekend, zijn wij niet bedroefd dat het is uitgesteld. Als het weer ter tafel komt in de Begrotingscommissie zullen wij proberen aan te tonen tot wat voor een geldverspilling dat project leidt.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Teixeira (PPE), schriftelijk. (PT) We staan op het punt de EU-begroting 2011 goed te keuren. Deze is voor het eerst opgesteld volgens de nieuwe bepalingen van het Verdrag van Lissabon. Het verheugt mij dat de rol van het Europees Parlement op dit gebied is bekrachtigd en ik onderschrijf de belangrijkste prioriteiten die in het document waarover wij vandaag stemmen, worden belicht. In 2011 moet speciale aandacht worden gegeven aan het thema Jeugd, Onderwijs en Mobiliteit, een prioriteit waarmee in alle onderdelen van de begroting rekening is gehouden. Het is belangrijk te investeren in de jeugd en in opleiding van alle Europese burgers, vooral via de programma's Een Leven Lang Leren, Erasmus Mundus en Eures.

Bevordering van investeringen in onderzoek en innovatie en de rol van het MKB als motor voor een dynamischere economie, zijn essentieel. Gezien het belang van het cohesiebeleid, dat een rode draad is door alle beleidsterreinen van de Europese Unie, ben ik blij met de in het document opgenomen middelen. Deze zijn essentieel voor een goede uitvoering van dit beleid. Om deze redenen en omdat Europa een periode doormaakt waarin het meer inspanningen moet ondernemen om sterker en concurrerender te worden, en gelet op de noodzaak van een dialoog tussen de verschillende instellingen, heb ik vóór het door het Parlement ingediende ontwerp gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Thomas Ulmer (PPE), schriftelijk. (DE) Ik heb vóór het verslag gestemd. Het Parlement heeft in de onderhandelingen met de Raad zijn tanden laten zien. De Raad is in het afgelopen jaar in het kader van het Verdrag van Lissabon duidelijk de kant opgekomen van het Parlement. Bij het huidige besluit over de begroting heeft het Parlement zich bewogen in de richting van de Raad. Het compromis lijkt aanvaardbaar.

 
  
MPphoto
 
 

  Derek Vaughan (S&D), schriftelijk. − (EN) De begroting 2012 is tot stand gekomen in moeilijke en onstabiele tijden. Nu er hevig gesneden wordt in de nationale begrotingen is het belangrijker dan ooit dat Europa de middelen verschaft om iets te doen aan de gevolgen van de crisis. Dat er met EU-geld mooie dingen tot stand worden gebracht, is heel goed zichtbaar in mijn kiesdistrict. Met dit geld kunnen de mensen die de gevolgen van het momenteel ingevoerde "kap- en zwartblakerbeleid" in het Verenigd Koninkrijk op hun rug zullen krijgen, straks mede uit de brand worden geholpen.

Dat neemt niet weg dat ik een aantal onderdelen van deze begroting afkeur. Zo vind ik het niet erg kies om voor verkwistende landbouwsubsidies te stemmen of voor verhoging van de entertainmentkosten. In deze onzekere economische tijden is het van groot belang de nodige terughoudendheid aan de dag te leggen bij de uitgaven. Om die reden heb ik besloten mij te onthouden van stemming over de begroting 2011.

 
  
MPphoto
 
 

  Glenis Willmott (S&D), schriftelijk. (EN) De Labour-afgevaardigden in het Europees Parlement hebben tegen het begrotingspakket gestemd, omdat wij het niet gepast vinden om de begroting van de Europese Unie te verhogen in een tijd dat zulke zware bezuinigingen op de nationale overheidsuitgaven worden doorgevoerd.

We staan beslist niet achter de wijze waarop veel regeringen hun economie in gevaar brengen door diep te snijden in de overheidsuitgaven. Maar dat betekent niet dat we automatisch een verhoging van de totale uitgaven van de Europese Unie steunen.

De EU zal komend jaar veel belangrijk werk verrichten en zal in veel gevallen steun verlenen aan de gebieden die het hardst worden getroffen door de nationale bezuinigingen. We zijn echter van mening dat met betrekking tot de nieuwe uitgaven die noodzakelijk zijn, het mogelijk was geweest om uitgaven te vinden waarbij we besparingen hadden kunnen doorvoeren en aldus geld vrij te maken voor belangrijke projecten.

Gezien de huidige druk op de nationale economieën, hadden deze begrotingsonderhandelingen een gelegenheid kunnen zijn om de leiders van de EU over te halen iets te doen aan verkwistende Europese uitgaven op gebieden zoals de landbouwsubsidies, die vaak de economie ondermijnen van de landen die de Europese begroting voor internationale hulp juist probeert te helpen. Dit begrotingspakket laat die subsidies echter vrijwel ongemoeid.

Tegen deze achtergrond konden de Labour-leden van het Parlement een verhoging van de begroting van de Europese Unie niet steunen.

 
  
  

- Verslag-Matera (A7-0353/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk. (PT) Overwegende dat Nederland om steun heeft gevraagd in verband met 613 gedwongen ontslagen in twee bedrijven die vallen onder afdeling 46 van de NACE Rev. 2 (Groothandel, met uitzondering van de handel in auto´s en motorfietsen) in de NUTS II-regio Noord-Holland in Nederland, heb ik vóór de resolutie gestemd, omdat ik instem met het voorstel van de Europese Commissie en de daarin aangebrachte amendementen van het Europese Parlement. Ik ben het er ook eens met dat de werking en toegevoegde waarde van het Europees fonds voor de aanpassing aan de globalisering (EFG) moeten worden beoordeeld in de context van de algemene evaluatie van de op basis van het IIA van 17 mei 2006 ingevoerde programma's en diverse andere instrumenten, in het kader van de tussentijdse evaluatie van het meerjarig financieel kader 2007-2013.

 
  
MPphoto
 
 

  Mário David (PPE), schriftelijk. – (PT) Steun aan werknemers die vanwege herstructurering en verplaatsing van activiteiten zijn ontslagen moet dynamisch en flexibel zijn, en zo snel en efficiënt mogelijk ter beschikking worden gesteld. In het licht van de structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen is het van belang dat de Europese economie snel in staat is om instrumenten in te zetten ter ondersteuning van getroffen werknemers en hun de nodige vaardigheden te geven voor een snelle terugkeer op de arbeidsmarkt. Financiële steun moet daarom op individuele basis worden gegeven. Het is belangrijk te benadrukken dat deze steun niet in de plaats mag komen van maatregelen waartoe bedrijven gewoonlijk verplicht zijn en ook niet bedoeld is voor financiering of herstructurering van bedrijven. Overwegende dat Nederland om steun heeft gevraagd in verband met 613 gedwongen ontslagen in twee bedrijven die vallen onder afdeling 46 van de NACE Rev. 2 (Groothandel, met uitzondering van de handel in auto's en motorfietsen) in de regio Noord-Holland, stem ik voor dit verslag, of anders gezegd, voor het steunen van Nederland met behulp van het EFG.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) De financiële en economische crisis die we doormaken, hebben, samen met de veranderingen op de arbeidsmarkt vanwege structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen, talloze mensen het slachtoffer gemaakt van werkloosheid, en in vele gevallen langdurige werkloosheid. Het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering is opgericht voor situaties als deze. In dit geval gaat het om het beschikbaar stellen van iets meer dan 2,5 miljoen euro voor Nederland ter ondersteuning van 613 ontslagen werknemers in twee bedrijven in de detailhandelsector tussen 1 mei 2009 en 31 januari 2010. Gezien het feit dat de Commissie heeft geoordeeld dat deze aanvraag aan de voorwaarden voldoet en derhalve aanbeveelt deze in te willigen, heb ik voor gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. – (PT) Gegeven de sociale consequenties van de wereldwijde economische crisis, die een bijzondere invloed heeft gehad op de werkgelegenheid, is een goede toepassing van het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering van cruciaal belang voor het verlichten van de last van veel Europese burgers en gezinnen. Het draagt bij aan hun maatschappelijke re-integratie en professionele ontwikkeling en biedt tegelijkertijd de middelen die bedrijven nodig hebben en die de economie kunnen versterken. Dit is de achtergrond waartegen de maatregelen voor Nederland worden voorgesteld, in verband met 613 gedwongen ontslagen in twee bedrijven die vallen onder afdeling 46 van de NACE Rev. 2 (Groothandel, met uitzondering van de handel in auto's en motorfietsen) in de NUTS II-regio Noord-Holland in Nederland. Daarom hoop ik dat de Europese instellingen een sterkere betrokkenheid bij de uitvoering van dergelijke maatregelen zullen tonen om het gebruik van een belangrijk middel als het EFG te versnellen en verbeteren, aangezien het niveau van beschikbaarstelling momenteel zeer laag is. Dit jaar is slechts elf procent van de beschikbare 500 miljoen euro aangevraagd.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. – (PT) De EU is een ruimte van solidariteit en het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering is hier een onderdeel van. Deze steun is essentieel voor de slachtoffers van bedrijfsverplaatsingen in deze tijd van globalisering. Een toenemend aantal bedrijven verplaatst zijn productie om te profiteren van lagere arbeidskosten in een aantal landen, met name India en China, met alle schadelijke gevolgen van dien voor de landen die de rechten van werknemers respecteren. Het EFG heeft tot doel werknemers te steunen die het slachtoffer zijn geworden van bedrijfsverplaatsingen en is van groot belang bij het verhogen van de kansen op nieuw werk. Het EFG is in het verleden ook door andere EU-landen gebruikt, zodoende is het correct om steun te verlenen aan Nederland, dat een aanvraag tot beschikbaarstelling van middelen uit het EFG heeft ingediend naar aanleiding van 613 gedwongen ontslagen bij twee bedrijven die vallen onder afdeling 46 van de NACE Rev. 2 (Groothandel, met uitzondering van de handel in auto's en motorfietsen) in de NUTS II-regio Noord-Holland in Nederland.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Aan werknemers die als gevolg van de financiële en economische crisis hun baan hebben verloren, moet de mogelijkheid worden geboden snel terug te keren op de arbeidsmarkt. De landen zijn in dit kader verplicht passende maatregelen te nemen om de betrokkenen te ondersteunen. Het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering stelt hiervoor middelen beschikbaar waar de lidstaten een beroep op kunnen doen. Ik stem voor het verslag omdat het beroep van Nederland op dit fonds beslist gerechtvaardigd is en aan alle criteria is voldaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk. (PT) Overwegende dat Nederland om steun heeft gevraagd in verband met 613 gedwongen ontslagen in twee bedrijven die vallen onder afdeling 46 van de NACE Rev. 2 (Groothandel, met uitzondering van de handel in auto's en motorfietsen) in de NUTS II-regio Noord-Holland in Nederland, heb ik vóór de resolutie gestemd. Ik ben het namelijk eens met het voorstel van de Europese Commissie en met de daarop ingediende amendementen van het Europees Parlement.

Ook ga ik ermee akkoord dat:

- het EFG moet bijdragen tot de re-integratie van elke afzonderlijke ontslagen werknemer; ik wil herhalen dat uit het EFG afkomstige steun niet in de plaats mag komen van maatregelen waartoe bedrijven verplicht zijn krachtens hun nationale wetgeving of collectieve overeenkomsten, of van maatregelen ter herstructurering van bedrijven of bedrijfstakken;

- de werking en de toegevoegde waarde van het EFG moeten worden beoordeeld in de context van de algemene evaluatie van de op basis van het IIA van 17 mei 2006 ingevoerde programma's en diverse andere instrumenten;

Ik begroet het feit dat de Commissie een alternatieve bron van betalingskredieten naast niet-bestede middelen uit het Europees sociaal fonds voorstelt, nadat het Europees Parlement er herhaaldelijk op had gewezen dat het EFG is opgericht als een op zichzelf staand specifiek instrument met eigen doelstellingen en termijnen en dat daarom begrotingslijnen aangewezen moeten worden die geschikt zijn voor overschrijvingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Aldo Patriciello (PPE), schriftelijk. – (IT) Ik ben het volledig eens met de rapporteur, mevrouw Matera, als zij tot haar tevredenheid constateert dat de Commissie bronnen van betalingskredieten voorstelt als alternatief voor de niet-bestede kredieten van het Europees Sociaal Fonds (EFS), en aldus gevolg geeft aan de veelvuldige verzoeken die het Europees Parlement in het verleden had gedaan.

Ik ben het bovendien met de rapporteur eens dat de keuze die gemaakt is in de laatste onderzochte gevallen (dat wil zeggen de begrotingslijn die bestemd is voor het verlenen van steun aan ondernemerschap en innovatie), niet bevredigend is, omdat de Commissie te maken zal krijgen met ernstige tekorten tijdens de uitvoering van de programma's voor concurrentievermogen en innovatie. In een periode van economische crisis zouden deze kredieten dan ook eerder moeten worden verhoogd. De rapporteur nodigt daarom de Commissie uit haar inspanningen om de voor toekomstige betalingen meest beschikte begrotingslijnen te vinden, voort te zetten.

 
  
MPphoto
 
 

  Paulo Rangel (PPE), schriftelijk. – (PT) De aanvraag van Nederland om de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG in verband met gedwongen ontslagen in twee bedrijven die vallen onder afdeling 46 van de NACE Rev. 2 (Groothandel, met uitzondering van de handel in auto's en motorfietsen) in de NUTS II-regio Noord-Holland voldoet aan alle wettelijke voorwaarden. Met Verordening (EG) Nr. 546/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1927/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot oprichting van een Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, werd het toepassingsgebied van het EFG tijdelijk uitgebreid, aangezien het naar verwachting middelen beschikbaar zou kunnen stellen in situaties als deze, waarbij er als direct gevolg van de wereldwijde financiële en economische crisis ten minste 500 gedwongen ontslagen zijn binnen een periode van negen maanden, met name bij kleine of middelgrote bedrijven, in dezelfde NACE Rev. 2-bedrijfstak in een regio of twee aan elkaar grenzende regio's volgens de NUTS II-indeling. Daarom heb ik voor deze resolutie gestemd en ik hoop dat de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG zal bijdragen tot de succesvolle re-integratie van deze werknemers op de arbeidsmarkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Met deze stemming doet het Europees Parlement het volgende: (1) het verzoekt de betrokken instellingen zich de nodige inspanningen te getroosten om de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG te bespoedigen; (2) het brengt in herinnering dat de instellingen zich ertoe verbonden hebben een probleemloze en snelle procedure te garanderen voor de goedkeuring van de besluiten betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG, met als doel tijdelijk en eenmalig individuele steun te verlenen aan werknemers die als gevolg van de globalisering en de financiële en economische crisis werkloos zijn geworden, en het benadrukt de rol die het EFG kan vervullen om ontslagen werknemers te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt; (3) het beklemtoont dat het EFG overeenkomstig artikel 6 van de EFG-verordening moet bijdragen tot de re-integratie van elke afzonderlijke ontslagen werknemer; herhaalt dat uit het EFG afkomstige steun niet in de plaats mag komen van maatregelen waartoe bedrijven verplicht zijn krachtens hun nationale wetgeving of collectieve overeenkomsten, of van maatregelen ter herstructurering van bedrijven of bedrijfstakken.

 
  
MPphoto
 
 

  Silvia-Adriana Ţicău (S&D), schriftelijk. − (RO) Ik heb gestemd voor de resolutie over de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen medewerkers in de ICT-sector in Noord-Holland in Nederland.

De ICT-sector is getroffen door de wereldwijde financiële en economische crisis en door de structurele veranderingen op de ICT-wereldmarkt, met name door een delokalisering van de productie naar China en India, hetgeen ook blijkt uit de ICT5-indicator.

De ICT5-indicator vat de belangrijkste onderzoeksresultaten samen in verband met de bedrijfscyclus, uitgaven en budgetten voor de ICT-sector. Deze indicator is voor West-Europa gedaald van ongeveer 160 in augustus 2008 naar ongeveer 30 in april 2009.

Nederland heeft voor de 613 ontslagen werknemers bij twee bedrijven in dienst van de firma Randstad een gecoördineerd pakket van gepersonaliseerde diensten voorbereid, zoals assistentie bij het zoeken naar een nieuwe baan, het oprichten van mobiliteitscentra, het plaatsen van ontslagen personeel, beroepsopleidingen en onderzoek naar beschikbare arbeidsplaatsen. Het totaal benodigde budget is 3 934 055 euro. Nederland heeft op 8 april 2010 een aanvraag ingediend voor een beschikbaarstelling van 2 557 135 euro uit het EFG.

 
  
MPphoto
 
 

  Thomas Ulmer (PPE), schriftelijk. (DE) Ik heb voor het ontwerpverslag gestemd. Opnieuw helpen wij EU-burgers die na een bedrijfscrisis in nood verkeren, om een nieuwe baan te vinden.

 
  
MPphoto
 
 

  Angelika Werthmann (NI), schriftelijk. (DE) Deze aanvraag is slechts één van het fors aantal Nederlandse steunaanvragen die wij de laatste tijd in de Begrotingscommissie hebben goedgekeurd. Het spreekt vanzelf dat ik heb ingestemd met het verslag van mevrouw Matera over de beschikbaarstelling van EFG-middelen ter ondersteuning van ontslagen burgers in Noord-Holland, omdat het, gelet op het doel en de aard van het fonds voor aanpassing aan de globalisering, terecht is middelen uit dit fonds te gebruiken om individuele steun te verlenen aan burgers die als gevolg van de globalisering werkloos geworden zijn. Tijdens de begrotingsonderhandelingen die de afgelopen weken hebben plaatsgevonden, heeft de Nederlandse regering de aandacht getrokken door haar onverzettelijke houding tegenover de gerechtvaardigde standpunten van het Europees Parlement, dat zich voortdurend tot compromissen bereid heeft getoond. Dit ontlokt mij de opmerking dat een beroep op miljoenensteun van de EU en het tegelijkertijd uit de weg gaan van een legitieme discussie over inhoudelijke punten van het Parlement eerder lijkt te stroken met politiek bekeken door een nationale bril.

 
  
  

- Verslag-Zwiefka (A7-0360/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Laima Liucija Andrikienė (PPE), schriftelijk. − (LT) Ik heb vóór deze resolutie gestemd omdat ik van mening ben dat er in de EU nauwere samenwerking moet komen op het terrein van het toepasselijke recht inzake echtscheiding en scheiding van tafel en bed. Ik meen dat de regelgeving van de EU op dit gebied universeel moet zijn. Anders gezegd, op basis van de wereldwijde regels inzake rechtsconflicten kan worden vastgesteld dat elk recht van toepassing kan zijn: dat van een deelnemende lidstaat, een niet-deelnemende lidstaat en van een land dat geen lid is van de EU. De Unie heeft zich ten doel gesteld om een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht in stand te houden en te ontwikkelen, waarin het vrije verkeer van personen gewaarborgd is. Wil men daarom bereiken dat de echtgenoten de vrijheid hebben een toepasselijk recht te kiezen waarmee zij nauwe banden hebben, en dat, ook bij gebreke van een keuze, een dergelijk recht hun echtscheiding of scheiding van tafel en bed beheerst, dan moet dat recht tevens van toepassing zijn als het niet het recht van een deelnemende lidstaat is. Een grotere mobiliteit van de burgers vereist enerzijds meer flexibiliteit en anderzijds grotere rechtszekerheid, die de nieuwe EU-verordening kan versterken.

 
  
MPphoto
 
 

  Roberta Angelilli (PPE), schriftelijk. – (IT) De noodzaak om een helder en allesomvattend rechtskader vast te stellen met betrekking tot het toepasselijk recht voor echtscheiding en scheiding van tafel en bed, komt voort uit de dringende behoefte om de problemen aan te pakken die het gevolg zijn "internationale" scheidingen. Tot op heden hebben de verschillende nationale regels de gelijke kansen voor echtgenoten niet bevorderd en evenmin de belangen van de betrokken minderjarigen behartigd. Integendeel, ze hebben slechts de zogeheten "rush naar de rechter" helpen aanmoedigen. Als bemiddelaar van het Europees Parlement voor kinderen waar ouders van verschillende nationaliteit om vechten, en op basis van de tijdens mijn werkzaamheden opgedane ervaringen, steun ik dit voorstel voor een verordening die gericht is op het creëren van rechtszekerheid voor de betrokken echtparen en het garanderen van voorspelbaarheid en flexibiliteit.

Eén van de innovatieve voorstellen in de tekst van de verordening betreft de mogelijkheid om voor, tijdens en na de echtscheidingsprocedure, een bemiddelaar te raadplegen, niet alleen omdat deze persoon veel hulp kan bieden door de echtgenoten te informeren over de verschillende vormen en voorwaarden van echtscheiding en door het beslechten van eventuele meningsverschillen, maar ook omdat de rechten van de betrokken kinderen beschermd worden en de ouders worden geholpen bij het maken van gepaste keuzes en minnelijke schikkingen in het belang van het welzijn van hun kinderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk. – (FR) Nu we de Europese regels voor huwelijkszaken beter op elkaar aan willen laten sluiten, is het moeilijk om met 27 landen tot overeenstemming te komen. Gelukkig kunnen lidstaten die dat wensen zich sinds het Verdrag van Amsterdam van 1997 verenigen op een bepaald gebied, volgens de procedure van de nauwere samenwerking, om zo een kern van staten te vormen die de Unie kan voortstuwen en helpen. De moeilijkheden die echtgenoten ondervinden bij de erkenning van hun rechtspositie in Europa, in het bijzonder bij een echtscheiding of een scheiding van tafel en bed, hebben enkele landen ertoe gebracht zich te verenigen om de coördinatie van de nationale regelgevingen te verbeteren. Ik vind het belangrijk dat deze nauwere samenwerking, waaraan Frankrijk wenst deel te nemen, tot stand kan worden gebracht. Volgens mij gaat dit initiatief in de richting van een toenadering tussen de Europeanen, op een gebied dat ons allen aangaat en waarin rechtszekerheid essentieel is. Ik heb derhalve ingestemd met dit voorstel voor een verordening betreffende de totstandbrenging van deze nauwere samenwerking. In de toekomst moet er zo vaak als nodig is van een dergelijke nauwere samenwerking gebruik worden gemaakt.

 
  
MPphoto
 
 

  Izaskun Bilbao Barandica (ALDE), schriftelijk. − (ES) Ik heb vóór dit verslag gestemd omdat de verordening, door voorspelbaarheid en flexibiliteit te garanderen, beoogt rechtszekerheid te bieden aan echtparen die willen scheiden van tafel en bed of echtscheiden en die tot verschillende lidstaten van de Europese Unie behoren.

In die zin is dit initiatief een stap in de goede richting. Het is evenwel enerzijds te betreuren dat de kans onbenut is gelaten om het toepassingsgebied uit te breiden tot de erkenning van huwelijken, nietigverklaringen en voogdij over de kinderen, en dat er evenmin wordt ingegaan op andere vormen van verbintenis, zoals die van homoseksuele stellen, die erkend zijn in sommige lidstaten van de Unie.

Anderzijds is het spijtig dat slechts 15 van de 27 lidstaten bereid zijn deze nauwere samenwerking te onderschrijven, hetgeen nadelig is voor de burgers in de niet ondertekenende landen.

Het is daarom mijn hoop en wens dat het in de toekomst mogelijk zal zijn het toepassingsgebied te verruimen en dat er meer landen zullen zijn die openstaan voor de mogelijkheid om de nauwere samenwerking te vergroten: dat zijn zij verplicht aan de burgers die zij vertegenwoordigen.

 
  
MPphoto
 
 

  Vilija Blinkevičiūtė (S&D), schriftelijk. − (LT) Ik heb vóór dit verslag van het Europees Parlement gestemd over nauwere samenwerking op het gebied van het toepasselijke recht inzake echtscheiding en scheiding van tafel en bed, omdat er een heldere en expliciete rechtsgrondslag moet worden gevestigd volgens welke de regels worden toegepast die te maken hebben met het toepasselijke recht. Ik zou erop willen wijzen dat een van de prioritaire doelstellingen van de Europese Unie de instandhouding en de verdere ontwikkeling van een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht is, waarbinnen het vrije verkeer van personen gewaarborgd is. De bestaande Europese regelgeving inzake het toepasselijke recht wat betreft echtscheiding en scheiding van tafel en bed in geval van internationale huwelijken is momenteel bijzonder onoverzichtelijk, omdat onduidelijk is welke wet van toepassing is. Daardoor komt het vaak tot een "rush naar de rechter", waarbij een van de echtgenoten eerst de echtscheiding aanvraagt om ervoor te zorgen dat de procedure door een bepaald rechtsstelsel wordt beheerst dat gunstiger is voor de verdediging van zijn of haar belangen. Ik zou willen benadrukken dat de nieuwe voorgestelde verordening de betrokken echtparen rechtszekerheid moet bieden en voorspelbaarheid en flexibiliteit moet garanderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Vito Bonsignore (PPE), schriftelijk(IT) Ik wil de heer Zwiefka gelukwensen met de opstelling van dit verslag, waarmee ik instem. Het doel van deze tekst is een helder en allesomvattend kader te verschaffen voor het op echtscheiding en scheiding van tafel en bed toepasselijk recht, waarbij aan de partijen een zekere mate van autonomie wordt verstrekt. De uiteenlopende rechtsbepalingen in de lidstaten kunnen namelijk problemen opleveren in geval van "internationale" scheidingen.

Naast de rechtsonzekerheid met betrekking tot de vraag welke wetgeving in een bepaald geval van toepassing is, kan zich ook een zogeheten "rush naar de rechter" voordoen, opdat een wetgeving toepasselijk wordt verklaard die een van de twee echtgenoten beter beschermt. De Europese Unie moet deze risico's en tekortkomingen beperken en daarom de partijen de mogelijkheid bieden om in gemeenschappelijk overleg het toepasselijke recht te kiezen. Daarom ben ik het eens met de noodzaak om de partijen zo snel mogelijk correcte en accurate informatie te verschaffen opdat zij bewuste keuzes kunnen maken.

 
  
MPphoto
 
 

  Zuzana Brzobohatá (S&D), schriftelijk. − (CS) Overeenkomstig het Verdrag van Lissabon kunnen de lidstaten kiezen voor nauwere samenwerking binnen de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid, het aandachtsgebied waar de hele problematiek van echtscheiding en scheiding van tafel en bed thuishoort. In de verordening worden de voorwaarden voor nauwere samenwerking tussen lidstaten (België, Bulgarije, Duitsland, Spanje, Frankrijk, Italië, Letland, Luxemburg, Algerije, Malta, Oostenrijk, Portugal, Roemenië en Slovenië) uiteengezet. Het is met name de bedoeling discriminatie op grond van geslacht uit de weg te ruimen, ervoor te zorgen dat beide echtelieden gelijke kansen krijgen en het belang van het kind op de eerste plaats te zetten. Echtelieden die willen scheiden, voeren vaak een soort "wedstrijd" wie als eerste het scheidingsverzoek bij de rechter indient, om er zo voor te zorgen dat de scheidingsprocedure overeenkomstig dat rechtsstelsel gevoerd wordt dat de eigen belangen het best beschermt. Met deze verordening wordt beoogd de rechtszekerheid van de scheidende echtparen te verbeteren, alsook om te zorgen voor een enigszins voorspelbaar alsook flexibel verloop van echtscheidingsprocedures. Ik heb voor de verordening gestemd, ook al is die niet van toepassing op de Tsjechische Republiek. Ik wil echter graag geloven dat de invoering van deze verordening een lichtend voorbeeld zal zijn voor de overige lidstaten, waaronder de Tsjechische Republiek, zodat zij er zich in de toekomst bij aansluiten en zich op die manier baseren kunnen op de ervaringen van de pionierende lidstaten.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) In dit voorstel gaat het niet om de harmonisatie van het scheidingsrecht, maar om een geharmoniseerde regeling voor de oplossing van internationale conflicten inzake rechterlijke bevoegdheid. Dit betekent dat we moeten werken binnen het kader van het internationaal privaatrecht en niet binnen het familierecht, waar iedere lidstaat zijn eigen wetten behoudt.

Daarom is het belangrijk te onthouden dat de voorgestelde verordening door middel van het amendement op artikel 7 bis bijvoorbeeld een deelnemende staat niet verplicht om een handeling die niet als zodanig wordt beschouwd door zijn nationale wetgeving of die strijdig is met het subsidiariteitsbeginsel, als huwelijk te erkennen, al was het alleen maar om dit te ontbinden. Dit kan echter geen beperking vormen op de rechten van mensen wier verbintenis niet wordt erkend in een lidstaat: een punt waarover een compromis moet worden bereikt.

Gezien het bovenstaande kan ik de voorziening voor grotere rechtszekerheid met het oog op jurisdictieconflicten in het familierecht, met name met betrekking tot het ontbinden van huwelijken en de scheiding van tafel en bed, alleen maar beschouwen als een belangrijke stap in de richting van de verwezenlijking van een omgeving van vrijheid en rechtszekerheid waarin het vrije verkeer van personen werkelijkheid wordt.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. – (PT) Ik ben zeer verheugd met de aanneming van dit verslag. Daardoor kunnen stellen uit verschillende lidstaten of die in een andere lidstaat dan de eigen verblijven, de van toepassing zijnde wet kiezen voor hun scheiding.

Er waren in 2007 één miljoen echtscheidingen in de EU, waarvan het bij dertien procent ging om stellen met partners van verschillende nationaliteit. Bij deze procedures werden Europese burgers geconfronteerd met juridische problemen in verband met hun scheiding.

Ik wijs erop dat Portugal deelneemt aan het – in de Raad geblokkeerde – proces van nauwere samenwerking waardoor het mogelijk zou moeten zijn om op dit punt vorderingen te maken.

Ik benadruk de noodzaak dat dit verslag er niet toe leidt dat lidstaten erkenning moeten verlenen – al was het alleen om deze te ontbinden – aan een situatie die door de wetgeving van die staat niet erkend wordt, of die tegenstrijdig zou zijn met het subsidiariteitsbeginsel.

 
  
MPphoto
 
 

  Lidia Joanna Geringer de Oedenberg (S&D), schriftelijk. − (PL) Ik wil de rapporteur feliciteren met zijn zeer efficiënte behandeling van dit moeilijke onderwerp, namelijk de keuze van het toepasselijk recht bij echtscheidingen en scheidingen van tafel en bed. Hoe ontzettend gevoelig dit thema ligt blijkt wel uit het feit dat verordening Rome III in de geschiedenis van de EU het eerste voorbeeld is van nauwere samenwerking onder de procedures van het Verdrag. De territoriale werkingssfeer van de verordening blijft dus beperkt tot 14 van de 27 EU-landen en Polen hoort daar niet bij. Ik ben van mening dat Rome III met de invoering van het beginsel van keuze van het toepasselijke recht bij echtscheidingen bijdraagt tot een grotere voorspelbaarheid en meer rechtszekerheid. Gezien de beperkte werkingssfeer van de verordening, die beperkt blijft tot het toepasselijke recht in internationale echtscheidingszaken, moeten we ook de vraag beantwoorden welk gerecht bevoegd is om uitspraak te doen.

Deze kwestie is echter onderwerp van een andere verordening op EU-niveau, namelijk Brussel II bis. Daarom ben ik met de rapporteur van mening dat die verordening zo snel mogelijk moet worden herzien, zodat het principe van forum necessitatis erin kan worden opgenomen. Dit principe neemt bij veel landen de vrees weg dat hun rechters gedwongen worden om uitspraak te doen over echtscheidingen van verbintenissen die hun rechtssysteem niet als huwelijk erkent. Ook stimuleert dit beginsel de landen om Europese regels vast te stellen op het gebied van internationale echtscheidingen, wat het leven voor veel burgers van de EU ongetwijfeld gemakkelijker maakt.

 
  
MPphoto
 
 

  Nathalie Griesbeck (ALDE), schriftelijk. – (FR) Als twee personen van verschillende nationaliteit, of gewoon twee personen die niet langer in dezelfde lidstaat wonen, willen scheiden, dan moeten zij weten tot welk bevoegd gerecht van welk land zij zich moeten richten. Voortaan zullen die twee mensen die willen scheiden zelf kunnen kiezen welk rechtstelsel van de Europese Unie op hun scheiding van toepassing zal zijn. Dit is een heel concrete nieuwe stap in de geleidelijke totstandkoming van een "gemeenschappelijke Europese justitiële ruimte", die rechtstreeks van toepassing is op het dagelijks leven van iedereen. Hoewel ik verheugd ben dat dit verslag is aangenomen en dat de procedure van nauwere samenwerking voor het eerst is toegepast, betreur ik het toch dat het nodig was om deze procedure in te zetten en dat er geen overeenstemming is bereikt tussen alle lidstaten van de Europese Unie. Ik hoop dat andere lidstaten zich spoedig bij deze samenwerking zullen aansluiten.

 
  
MPphoto
 
 

  Edvard Kožušník (ECR), schriftelijk. − (CS) Ik vertegenwoordig hier in het Europees Parlement de Tsjechische Republiek, een lidstaat die zich niet heeft aangesloten bij het mechanisme van nauwere samenwerking waarmee beoogd wordt conflicterende nationale wet- en regelgevingen te harmoniseren. De belangrijkste reden dat de Tsjechische Republiek zich niet heeft aangesloten, is dat deze ontwerpverordening volgens haar niet onontbeerlijk is voor een goede werking van de interne markt. Ook is zij van mening dat de verordening strijdig is met het subsidiariteitsbeginsel, dit omdat er geen enkele sprake is van enige toegevoegde waarde die een ingreep in het nationaal familierecht van de lidstaten zou rechtvaardigen. De Tsjechische Republiek is bovendien van mening dat het voorstel niet strookt met het proportionaliteitsbeginsel, aangezien de juridische vorm van de verordening geen geschikt instrument is voor de harmonisering van met elkaar strijdige nationale normen en regelgeving op het vlak van het internationaal familierecht. Desalniettemin wil ik niet dat de lidstaten die wel voor het mechanisme van nauwere samenwerking gekozen hebben als middel ter harmonisering van met elkaar strijdige wet- en regelgeving ten aanzien van de bepaling van het bevoegde nationale recht inzake huwelijkskwesties, als gevolg van mijn stemgedrag daarvan weerhouden zouden worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Jiří Maštálka (GUE/NGL), schriftelijk. − (CS) Dankzij de ontwerpverordening ter invoering van nauwere samenwerking op het gebied van het toepasselijke recht inzake echtscheiding en scheiding van tafel en bed, kunnen de vaak ingewikkelde en emotioneel gevoelige kwesties rond de scheiding van rechtsgeldig in de echt verbonden personen van verschillende nationaliteiten worden vereenvoudigd. Dergelijke scheidende echtparen kunnen zich op deze manier beter in de materie oriënteren en aldus een beter besluit nemen ten aanzien van het toepasselijke recht. En niet in de allerlaatste plaats gaat ook de rechtszekerheid van deze personen er met grote stappen op vooruit. Het mechanisme van nauwere samenwerking, in het kader waarvan wetgeving tot stand wordt gebracht dat buiten het communautair acquis valt, is aldus een manier waarop de betrokkenen lidstaten een aantal problemen op het vlak van de internationale samenwerking ten aanzien van de scheiding van echtelieden van verschillende nationaliteit uit de weg kunnen ruimen.

De lidstaten die in deze fase nog niet meedoen, hebben voldoende ruimte om na enige tijd een oordeel te vellen over de positieve en negatieve effecten van deze ontwerpverordening en zich eventueel alsnog bij de samenwerking aan te sluiten. In de Tsjechische Republiek wordt nu reeds bij echtscheidingsprocedures tussen personen van verschillende nationaliteit in met redenen omklede gevallen buitenlands recht toegepast.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. – (PT) Door de nieuwe verordening kunnen internationale echtparen (met verschillende nationaliteiten, die in verschillende landen wonen of die samen in een ander land dan hun eigen wonen) kiezen welk recht van toepassing is op hun scheiding, op voorwaarde dat een van de partners een band heeft met het land in kwestie, bijvoorbeeld gewone verblijfplaats of nationaliteit. De nieuwe regels verduidelijken ook welk recht van toepassing is in het geval de partners niet tot overeenstemming kunnen komen. Door de nieuwe verordening kan bijvoorbeeld een Spaans-Portugees echtpaar dat in België woont kiezen voor Portugese, Spaanse of Belgische wetgeving voor hun scheiding.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Mirsky (S&D), schriftelijk. − (EN) Een scheiding is een ernstige zaak. Heel vaak sneuvelt er serviesgoed bij en moeten eigendommen worden verdeeld. Ik heb oprecht bewondering voor het idealisme van de rapporteur, Tadeusz Zwiefka. Wat gebeurt er als een Duitse man in Duitsland wil scheiden, maar zijn vrouw in Sicilië wil scheiden, omdat haar moeder Siciliaanse is? Hoe verdeel je een stofzuiger en een wasmachine, als er geen overeenkomst is? Het idee is goed, maar het moet worden bijgeschaafd. Negentig procent van de echtscheidingen is een tragedie en een schandaal. Ik ben "voor", maar laten we ook naar de details kijken, wanneer we nadenken over een dergelijk document. We hebben een wet nodig, geen regels.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Echtscheidingen en scheidingen van tafel en bed zijn altijd moeilijke aangelegenheden die een baaierd van juridische gevolgen met zich brengen. Problematisch wordt het allemaal als de echtgenoten uit verschillende landen afkomstig zijn. Binnen de Unie is naar een oplossing gezocht maar er kon slechts overeenstemming worden bereikt over een procedure voor nauwere samenwerking die voor de betrokkenen, de scheidende partijen uit verschillende EU-lidstaten dus, maar weinig zoden aan de dijk zet. Bovendien is deze procedure ook wat betreft het toepassingsgebied niet geheel duidelijk, zolang dat gebied niet wordt vastgelegd.

Samenwerking kan natuurlijk niet inhouden dat bijvoorbeeld scheidingsvonnissen in een lidstaat moeten worden erkend ofschoon het toepasselijk recht daarin niet voorziet. Evenmin mag de procedure een mogelijkheid bieden om een land via de achterdeur te dwingen gelijkgeslachtelijke huwelijken te erkennen. Voorts is er te weinig aandacht geschonken aan de rechten van ouders bij grensoverschrijdende scheidingen. Daarom heb ik mij van stemming onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. (IT) Ik heb voor het verslag gestemd omdat ik geloof dat er een helder en allesomvattend kader van toepasselijk recht moet komen voor echtscheiding en scheiding van tafel en bed. Voor het eerst wordt met de invoering van artikel 3 bis de echtgenoten de mogelijkheid gegeven om in gemeenschappelijk overleg het toepasselijk recht te kiezen voor de echtscheidingsprocedure. Ik geloof, bovendien, dat we moeten garanderen dat de keuze die de partijen maken, een geïnformeerde keuze is, dat wil zeggen dat beide echtgenoten naar behoren geïnformeerd zijn over de praktische gevolgen van hun keuze. Ik ben van mening dat het belangrijk is de relatie tussen de echtgenoten te beschermen, opdat de scheiding op een duidelijke, transparante en overeengekomen manier kan plaatsvinden tussen de partijen, die aldus beide, met gelijk gezag, kunnen deelnemen aan de beslissing.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk. (PT) Samen met dertien andere EU-landen (Spanje, Italië, Hongarije, Luxemburg, Oostenrijk, Roemenië, Slovenië, Bulgarije, Frankrijk, Duitsland, Letland en Malta) neemt Portugal deel aan de het eerste proces op basis van nauwe samenwerking in de geschiedenis van de EU. Deze nauwe samenwerking krijgt vorm op het gebied van het toepasselijke recht inzake echtscheiding en scheiding van tafel en bed.

Ik heb vóór dit verslag gestemd. Hierin gaat het om de verordening die heldere regels vaststelt met betrekking tot de procedure voor internationale echtparen (met echtgenoten van verschillende nationaliteiten) die echtscheiding of scheiding van tafel en bed willen in het land waar zij vandaan komen of verblijven. Dit is een volledig consensuele zaak die het leven van een aantal Europeanen eenvoudiger zal maken. Het is ook een symbolisch moment; het is namelijk voor het eerst dat er nauwe samenwerking tussen EU-lidstaten wordt toegepast.

Het doel van deze regels is de rechtszekerheid en voorspelbaarheid te versterken in verband met echtscheiding en scheiding van tafel en bed. De overeenkomst gaat om het harmoniseren van conflictsituaties, niet om het harmoniseren van nationale basisregels.

 
  
MPphoto
 
 

  Aldo Patriciello (PPE), schriftelijk. − (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega's, een van de hoofddoelstellingen van de Europese Unie is de bescherming en de ontwikkeling van een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht waarin het vrije verkeer van personen is verzekerd. In het geval van echtscheiding of scheiding van tafel en bed van gehuwden met een verschillende nationaliteit, is de rechtsgrondslag op Europees niveau erg onduidelijk wat betreft het toepasselijk recht. Om deze reden gebeurt het vaak dat de gang naar de rechter snel wordt ingezet door een van beide echtelieden die daarmee als eerste een scheiding aanvraagt volgens een rechtsorde waarbij zijn/haar belangen het best gediend zijn. Het doel van het voorstel voor een verordening is om rechtszekerheid te scheppen voor de betrokken gehuwden en tegelijkertijd flexibiliteit en transparantie te verzekeren. Daarom ben ik het eens met de heer Tadeusz Zwiefka, die voorstander is van een inhoudelijke regelgeving inzake het toepasselijk recht in geval van echtscheiding en scheiding van tafel en bed.

 
  
MPphoto
 
 

  Rovana Plumb (S&D), schriftelijk. − (RO) België, Bulgarije, Duitsland, Griekenland (dat op 3 maart 2010 zijn verzoek heeft ingetrokken), Spanje, Frankrijk, Italië, Letland, Luxemburg, Hongarije, Malta, Oostenrijk, Portugal, Roemenië en Slovenië hebben bij de Commissie een verzoek ingediend waarin zij te kennen hebben gegeven dat zij onderling een nauwere samenwerking willen aangaan op het gebied van het toepasselijk recht in huwelijkszaken. Zij hebben de Commissie uitgenodigd om een daartoe strekkend voorstel te doen aan de Raad. De steeds grotere mobiliteit van burgers vereist enerzijds meer flexibiliteit en anderzijds meer rechtszekerheid. Om dat doel te bereiken moet deze verordening aan de partijen in een procedure van echtscheiding of scheiding van tafel en bed een grotere autonomie geven door hun de mogelijkheid te bieden het recht te kiezen dat hun echtscheiding of scheiding van tafel en bed beheerst.

De verordening zal uitsluitend van toepassing zijn bij ontbinding van het huwelijk of bij scheiding van tafel en bed. De verordening is niet van toepassing in vraagstukken met betrekking tot de rechtsbekwaamheid van natuurlijke personen, het bestaan, de geldigheid of de erkenning van een huwelijk, de ontbinding van een huwelijk, de naam van de echtgenoten, de vermogensrechtelijke gevolgen van het huwelijk, de ouderlijke aansprakelijkheid, de onderhoudsverplichtingen, trusts en erfopvolging, zelfs als deze de vorm aannemen van een prejudiciële beslissing in het kader van een procedure voor een echtscheiding of een scheiding van tafel en bed.

 
  
MPphoto
 
 

  Paulo Rangel (PPE), schriftelijk. – (PT) De ontwikkeling van een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht waarin het vrije verkeer van personen gewaarborgd is, vormt een van de fundamentele doelstellingen van de Europese Unie. Ik verwelkom zodoende dit voorstel, dat grotere rechtszekerheid brengt met betrekking tot het toepasselijk recht inzake nationale echtscheidingen en scheidingen van tafel en bed. Ik zou graag willen dat andere lidstaten meedoen met deze inspanning om te zorgen dat de nationale regels over juridische conflicten op dit terrein op elkaar aansluiten.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Deze tekst tracht problemen zoals het volgende op te lossen. A en B zijn onderdanen van verschillende lidstaten die een gelijkgeslachtelijk huwelijk hebben gesloten in een van de lidstaten die wetgeving hebben ingevoerd krachtens welke dergelijke huwelijken zijn toegestaan. Zij hebben drie jaar hun gewone verblijfplaats gehad in een lidstaat die gelijkgeslachtelijke huwelijken niet toestaat maar deelgenomen heeft aan de goedkeuring van de verordening over toepasbaar recht in het kader van de verbeterde samenwerkingsprocedure. A en B willen hun huwelijk ontbinden.

Krachtens de regels van Verordening nr. 2201/2003 betreffende de bevoegdheid zijn de enige rechtbanken die onder deze omstandigheden bevoegd zijn de rechtbanken in de lidstaat waar zij hun gewone verblijfplaats hebben. Dat is duidelijk niet eerlijk voor het desbetreffende paar, dat verplicht is een aanzienlijk ongemak en tijdverlies voor lief te nemen om hun scheidingszaak onder de bevoegdheid van een andere rechtbank te brengen.

 
  
MPphoto
 
 

  Alf Svensson (PPE), schriftelijk. − (SV) Toen het Europees Parlement vandaag stemde over het voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de totstandbrenging van nauwere samenwerking op het gebied van het toepasselijke recht inzake echtscheiding en scheiding van tafel en bed, koos ik ervoor om mij van stemming te onthouden. Volgens mij is familierecht, bijvoorbeeld de regelgeving inzake echtscheidingen, een gebied waarop het subsidiariteitsbeginsel hoog in het vaandel zou moeten worden gedragen en waarop elke lidstaat zelf zou moeten beslissen. De samenwerking waarover het verslag gaat, is vrijwillig voor de lidstaten van de Europese Unie en momenteel nemen er veertien landen aan deel. Zweden behoort niet tot die landen. Ik ben van mening dat het voor mij, als Zweeds lid van het Europees Parlement, niet helemaal gepast is om een standpunt in te nemen ten aanzien van wetgeving die uitsluitend op een vorm van samenwerking slaat waar Zweden niet aan deelneemt.

 
  
MPphoto
 
 

  Angelika Werthmann (NI), schriftelijk. (DE) Bij zestien miljoen internationale huwelijken in de EU, waarvan er per jaar 140 000 op een scheiding uitlopen, waren onderhandelingen en overeenstemming noodzakelijk om voor de burgers de nodige rechtszekerheid te waarborgen. Tot dusver stuitten diverse initiatieven in dit verband steeds op een veto van afzonderlijke lidstaten, maar thans wordt met de procedure voor nauwere samenwerking aan minstens veertien landen de mogelijkheid geboden de noodzakelijke criteria vast te leggen.

 
  
  

- Verslag-Gauzès (A7-0340/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk. (PT) Ik heb vóór dit verslag gestemd omdat de wereldwijde financiële crisis, waar de ratingbureaus ook aan hebben bijgedragen, laat zien dat er behoefte is aan een mechanisme voor het registreren van en toezicht houden op ratingbureaus. Ik stem in met de aanmoediging in dit verslag om op Europees niveau een systeem in het leven te roepen voor registratie van en toezicht op ratingbureaus die ratings afgeven voor gebruik in de Europese Unie, en met de overweging van de omstandigheden waarin in de Europese Unie ratings worden gebruikt die zijn afgegeven door bureaus in derde landen. De overeenkomst over de Europese toezichthoudende autoriteit, die op 1 januari 2011 in werking zal treden, maakt het mogelijk om doeltreffend toezicht te houden op ratingbureaus. Het is van groot belang dat de Europese autoriteit voor effecten en markten in staat is om zijn mandaat te verwezenlijken en een goed toezicht uit te oefenen op ratingbureaus die actief zijn in de Europese Unie, en tevens op bureaus in derde landen waarvan de ratings bekrachtigd worden in de Europese Unie, in volledige samenwerking met de nationale autoriteiten van die landen. Ik verwelkom eveneens het feit dat de Verenigde Staten hebben besloten strengere regels inzake toezicht op dit gebied vast te stellen, gegeven het feit dat de Commissie ook nadenkt over internationale harmonisatie in een later stadium.

 
  
MPphoto
 
 

  Laima Liucija Andrikienė (PPE), schriftelijk. − (LT) Ik heb vóór deze resolutie gestemd omdat er volgens mij behoefte is aan een mechanisme om toezicht op ratingbureaus te houden. De wereldwijde financiële crisis, waar ook de ratingbureaus aan hebben bijgedragen, was van invloed op dit initiatief. Ik ben het eens met het voorstel van de Europese Commissie om de accreditatie van en het toezicht op ratingbureaus door de Europese Autoriteit voor effecten en markten (EAEM) te organiseren. Voor de EAEM is het echter van wezenlijk belang om meteen na haar oprichting haar mandaat te kunnen uitoefenen, met het oog op een goed toezicht op ratingbureaus die actief zijn in de Europese Unie en tevens op bureaus in derde landen waarvan de ratings bekrachtigd zullen worden in de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk. – (FR) In beginsel geven ratingbureaus een onafhankelijk oordeel over de kredietwaardigheid van een entiteit, een schuld, een financiële verplichting of een financieel instrument. Het oordeel van deze bureaus kan soms echter ernstige gevolgen hebben voor de economie van de landen waarvan zij de financiële regelmatigheid beoordelen. De Unie heeft in 2009 Verordening (EG) nr. 1060/2009 uitgevaardigd met als doel de werkzaamheden van ratingbureaus te regelen en beleggers en de Europese financiële markten te beschermen tegen het risico van wanpraktijken. Hierin worden voorwaarden vastgesteld voor het afgeven van ratings evenals regels met betrekking tot de registratie van en het toezicht op ratingbureaus. Tegelijkertijd staat in een verslag van een groep deskundigen dat het noodzakelijk is het toezichtkader te versterken om het risico op en de omvang van toekomstige financiële crises te beperken. Met de verordening tot oprichting van een Europese Autoriteit voor effecten en markten (EAEM) is een Europese Autoriteit voor toezicht op de financiële markten in het leven geroepen. Om ervoor te zorgen dat deze autoriteit goed kan werken en op juiste wijze kan worden opgenomen in het algemeen kader van de financiële regelgeving, bleek het noodzakelijk om Verordening (EG) nr. 1060/2009 aan te passen. Ik heb ingestemd met dit verslag waarmee het toezicht op ratingbureaus wordt verbeterd.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE), schriftelijk. – (FR) Op basis van het uitstekende verslag van mijn collega, de heer Gauzès van de Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten), heb ik ingestemd met het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de verordening inzake ratingbureaus van 2009. Daarin wordt bepaald dat de nieuwe Europese Autoriteit voor effecten en markten (EAEM) toezicht zal uitoefenen op deze entiteiten. Ik steun de verbeteringen die de rapporteur heeft aangebracht, in het bijzonder de overdracht van nieuwe bevoegdheden aan de EAEM, bevoegdheden die de Commissie voornemens was zelf uit te oefenen, onder andere op het gebied van sancties. Ik vind het belangrijk dat de EAEM een deel van zijn taken kan delegeren aan de nationale autoriteiten. Ik vind het jammer dat de rating van staten en het bijzondere toezicht waaraan de rating van staten onderworpen moet worden, niet zijn meegenomen in het verslag, maar deze wijziging van de verordening was waarschijnlijk niet de juiste gelegenheid. Ik stel voor een Europees openbaar ratingbureau voor de rating van staten op te richten, dat alle waarborgen biedt voor de noodzakelijke deskundigheid en onafhankelijkheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Zigmantas Balčytis (S&D), schriftelijk. − (LT) De wereldwijde financiële crisis heeft laten zien dat er behoefte is aan een mechanisme om toezicht te houden op ratingbureaus. Er is op EU-niveau behoefte aan een overzicht over ratingbureaus, alsmede aan een geïntegreerd toezicht op die bureaus. Ik sta achter dit belangrijke document. In 2009 is Verordening (EG) nr. 1060/2009 inzake ratingbureaus vastgesteld. Hiermee werd het mogelijk een Europees systeem in te voeren voor het registeren van en houden van toezicht op ratingbureaus die ratings afgeven voor gebruik in de Europese Unie. Tevens zijn in de verordening de voorwaarden vastgelegd voor het gebruik in de Europese Unie van ratings die zijn afgegeven door bureaus in derde landen. Er moet een betrouwbaar toezicht- en controlesysteem zijn en daarom steun ik de voorgestelde amendementen die de Europese Autoriteit voor effecten en markten zullen versterken. Deze instelling moet toezicht gaan houden op ratingbureaus die in de EU werkzaam zijn en haar mandaat doeltreffend uitoefenen.

 
  
MPphoto
 
 

  Vilija Blinkevičiūtė (S&D), schriftelijk. − (LT) Ik heb vóór dit verslag gestemd omdat de wereldwijde economische en financiële crisis heeft laten zien dat er behoefte is aan een mechanisme om toezicht te houden op ratingbureaus. Daarom heeft de Europese Commissie een voorstel gepresenteerd om de Europese Autoriteit voor effecten en markten (EMEA) te belasten met de accreditatie van en het toezicht op ratingbureaus. Het is van belang dat deze autoriteit wordt voorzien van niet eigen toezichthoudende bevoegdheden maar ook onderzoekbevoegdheden. Ook zal zij sancties moeten kunnen opleggen als deze verordening niet wordt nageleefd. Ik ben het eens met het standpunt van het Europees Parlement dat er in de EU een gezamenlijk overzicht moet komen van de producten die ratingbureaus aanbieden, alsmede een geïntegreerd toezicht op die bureaus. Verder stelt het Parlement voor om met betrekking tot de oprichting van de EAEM de aandacht te richten op het toezicht op bureaus en op de definitie van haar nieuwe taken en bevoegdheden. Voor de EAEM is het van wezenlijk belang om meteen na haar oprichting haar mandaat te kunnen uitoefenen, opdat er sprake zal zijn van een goed toezicht op ratingbureaus die actief zijn in de Europese Unie en tevens op bureaus in derde landen waarvan de ratings bekrachtigd zullen worden in de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Nikolaos Chountis (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) Bij de stemming over het verslag over ratingbureaus heb ik mij onthouden. Ratingbureaus dienen onverholen het belang van internationale speculanten. Sinds het begin van de crisis hebben zij een zeer negatieve rol vervuld, en zij gaan daar ook nu nog mee door. Met de doelgerichte en willekeurige verlaging van de kredietwaardigheid van landen zowel binnen als buiten de EU storten zij die landen in een vicieuze cirkel van speculatie en lenen. Door de steeds hogere spreads worden de financiële problemen van deze landen alleen maar groter en kunnen de markten zich op hun kosten verrijken. Met name voor de eurozone geldt dat de praktijken van de ratingbureaus en de rol die zij vervullen ook een negatief effect hebben op de stabiliteit van de euro. De EU draagt hiervoor een bijzonder grote politieke verantwoordelijkheid, daar zij zelf aan de ratingbureaus het recht heeft gegeven om niet alleen bedrijven te beoordelen, maar ook de economieën van de lidstaten. Ik ben van mening dat we onmiddellijk effectieve maatregelen moeten nemen om een einde te maken aan het winstbejag van ratingbureaus en Verordening (EG)1060/2009 bijgevolg ingrijpend dient te worden gewijzigd. In het verslag staan wel enkele positieve, doch helaas zwakke voorstellen en er worden alleen maar timide stappen in die richting gedaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. – (PT) Deze wijziging moest worden doorgevoerd omdat Verordening (EG) nr. 1060/2009 moest worden aangepast aan het nieuwe Europese systeem voor financiële toezichthouders en omdat een nieuw mechanisme voor toezicht op ratingbureaus moest worden ingevoerd.

Met het oog hierop zal de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten – EAEM) eigen bevoegdheden krijgen voor toezicht en onderzoek en voor het opleggen van sancties. We moeten er nu voor zorgen dat de EAEM in staat is haar mandaat te verwezenlijken teneinde een goed toezicht te verkrijgen op ratingbureaus die actief zijn in de Europese Unie en op bureaus in derde landen waarvan de ratings bekrachtigd worden in de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Pat the Cope Gallagher (ALDE), schriftelijk.(GA) Dit verslag vormt een technische wijziging van de bestaande richtlijn. Hierdoor worden aan de nieuwe toezichthouder, de EAEM, vanaf januari 2011 de benodigde bevoegdheden verleend. Wij mogen echter niet vergeten dat er in het voorjaar van 2011 een uitgebreidere herziening van de ratingbureaus zal plaatsvinden.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, in theorie is er reeds sprake van toezicht op en regulering van de werkzaamheden van ratingbureaus op Europees niveau. Is hierdoor de dominantie van de drie Amerikaanse bureaus ter discussie gesteld, die het voor het zeggen hebben op de Europese markten, op het gebied van de staatsschulden en daarmee ook de rentetarieven waartegen de Europese staten leningen kunnen afsluiten? Ik ben bang van niet! Het mocht niet verhinderen dat Standard & Poor heel recent nog dreigde de rating van België te verlagen, noch dat Moody's Spanje en Fitch Ierland bedreigden.

Geen van deze bureaus is bestraft, noch door klanten noch via reputatieschade, voor het feit dat het zijn werk niet goed heeft gedaan ten tijde van het Enron-schandaal en de hypotheekcrisis. Nu pretenderen ze een politieke rol te hebben: het bedreigen van België is een poging om het vormen van een regering af te dwingen en het niet-bedreigen van Frankrijk is bedoeld om het uiteenvallen van de eurozone kunstmatig tegen te gaan. De waarheid is dat zij hun macht ontlenen aan het feit dat de markten niet gereguleerd zijn, en uw teksten, waar ik niettemin vóór heb gestemd, verbeteren daar maar weinig aan.

 
  
MPphoto
 
 

  Takis Hadjigeorgiou (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) De verordening betreft het toezicht op niet alleen ratingbureaus, waar de Europese Autoriteit voor effecten en markten mee belast wordt, maar ook het gebruik van ratings door individuele entiteiten die op nationaal niveau worden gecontroleerd. De nationale toezichthouders blijven verantwoordelijk voor toezicht op het gebruik van ratings door die individuele entiteiten. Toch zullen de nationale autoriteiten geen bevoegdheid hebben om toezichthoudende maatregelen te nemen tegen ratingbureaus die inbreuk plegen op de verordening. Precies ten aanzien daarvan moet het voorstel worden getoetst aan de eerbiediging van het proportionaliteitsbeginsel. Het voorstel voorziet weliswaar in een controlesysteem, maar, gelet op het huidige neoliberale milieu, lijkt het er niet op dat een werkelijke, essentiële toepassing ervan zal worden toegestaan. Het betreft slechts een psychologische noviteit die vooral gericht is op het brede publiek.

Het voorstel heeft echter niet tot doel om een reeds bestaand systeem aan te vullen maar om een nieuw controlesysteem te introduceren dat eerder niet bestond, tenminste niet in deze vorm, waardoor ratingbureaus de mogelijkheid kregen zich tomeloos te gedragen. In die zin is wellicht beter dit systeem te hebben dan helemaal geen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jiří Havel (S&D), schriftelijk. − (CS) Ik heb voor het verslag over de totstandbrenging van centraal toezicht op ratingbureaus gestemd. Ik ben het door de bank genomen eens met de inhoud van het verslag van de heer Gauzès over het voorstel voor een verordening tot invoering van een model van gecentraliseerd toezicht op ratingbureaus middels de EAEM, de Europese Autoriteit voor effecten en markten, met name gezien de grote mobiliteit van de diensten van ratingbureaus en het directe effect ervan op de financiële markten. Met gecentraliseerd toezicht kan de wereld van ratingbureaus transparanter gemaakt worden en de concurrentie tussen de bureaus worden vergroot. Om die reden heb ik voor dit verslag gestemd. Ik vrees echter dat de voorgestelde periode waarbinnen alle wijzigingen met betrekking tot de overdracht van bevoegdheden en taken van de desbetreffende toezichthoudende organen in de lidstaten naar de EAEM rond moeten zijn, ontoereikend is en dient te worden verlengd.

 
  
MPphoto
 
 

  Juozas Imbrasas (EFD), schriftelijk. − (LT) Ik sta achter dit verslag omdat de wereldwijde financiële crisis, waar ook de ratingbureaus aan hebben bijgedragen, heeft laten zien dat er behoefte is aan een mechanisme van toezicht op ratingbureaus. Dit was het doel van de aanneming in 2009 van de verordening inzake ratingbureaus. Hiermee werd het mogelijk een Europees systeem in te voeren voor het registeren van en houden van toezicht op ratingbureaus die ratings afgeven voor gebruik in de Europese Unie. Tevens zijn in de verordening de voorwaarden vastgelegd voor het gebruik in de Europese Unie van ratings die zijn afgegeven door bureaus in derde landen. Het akkoord over de opzet van het Europees toezicht zal op 1 januari 2011 in werking treden en maakt een doeltreffende verwezenlijking van het toezicht op ratingbureaus mogelijk. Het is daarom noodzakelijk de verordening inzake ratingbureaus te wijzigen om de accreditatie van en het toezicht op ratingbureaus door de Europese Autoriteit voor effecten en markten te organiseren. Deze autoriteit zal niet alleen bevoegdheden krijgen voor het houden van toezicht maar ook voor het verrichten van onderzoek en zal sancties kunnen opleggen indien inbreuk wordt gepleegd op deze verordening. Geldboetes zullen door de lidstaten worden geïnd.

 
  
MPphoto
 
 

  Bogusław Liberadzki (S&D), schriftelijk. − (PL) Een mechanisme van monitoring en toezicht op ratingbureaus is nodig. We moeten namelijk vaststellen dat ratingbureaus ten dele hebben bijgedragen aan de crisis. In 2011 zullen we van de Commissie een voorstel krijgen in verband met diverse aanvullende maatregelen voor ratings. Na aanneming van dit verslag kunnen dergelijke maatregelen ook daadwerkelijk worden ingevoerd. Daarom steun ik dit verslag. Ik ben er namelijk van overtuigd dat het spoedig in werking kan treden en we positieve resultaten zullen zien.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Mélenchon (GUE/NGL), schriftelijk. – (FR) Particuliere ratingbureaus krijgen nieuwe rechten om wetgevend op te treden. Hun wordt overdracht van overheidsbevoegdheden beloofd. Hun afhankelijkheid van particuliere partners kent geen grenzen. Hun willekeur evenmin. De openbare macht laat het afweten. Dat is schandalig.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. – (PT) Deze wijziging moet worden doorgevoerd zodat Verordening (EG) nr. 1060/2009 kan worden aangepast aan het nieuwe systeem van Europese toezichthoudende autoriteiten en zodat er een nieuw mechanisme voor het houden van toezicht op ratingbureaus kan worden geïntroduceerd. Zodoende krijgt de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit effecten en markten – EAEM) eigen bevoegdheden voor toezicht, onderzoek en het opleggen van sancties. Voor de EAEM is het van wezenlijk belang om in staat te zijn haar mandaat te verwezenlijken, met het oog op een goed toezicht op ratingbureaus die actief zijn in de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Willy Meyer (GUE/NGL), schriftelijk. − (ES) Hoewel ik mij kan vinden in veel van de punten uit dit verslag en in het algemene voorstel om de transparantie te vergroten en de informatie en het toezicht van de ratingbureaus en andere financiële instellingen te verbeteren, heb ik niet voor kunnen stemmen. Het verslag dient namelijk de belangen van professionele beleggers – die geen contact hebben met de zogenaamde reële economie – door hun een grotere rechtszekerheid te bieden. Hoewel ik het met het voorstel eens ben dat er veel moet worden gedaan voor de transparantie en het recht op duidelijke informatie binnen het financiële stelsel, denk ik dat het harder nodig is een einde te maken aan financiële speculatie en te voorzien in regelgeving die de financiële markten onder toezicht van de lidstaten plaatst. Dit verslag beoogt weliswaar meer transparantie, betere informatie en een zekere mate van toezicht van de financiële bureaus, maar het doet dat mondjesmaat en vanuit een prokapitalistisch standpunt dat de financiële sector welgevallig is en dat ik deel noch steun.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Mirsky (S&D), schriftelijk. − (EN) Dit is een heel belangrijk instrument om Europese burgers te informeren over de situatie in bedrijven en banken, maar ook om het concurrentievermogen van verschillende merken en artikelen te vergelijken. Ik heb voor het voorstel gestemd. Ik hoop ook dat deze verordening in de toekomst zal worden aangevuld met toezicht op de ratings van politieke partijen en massamedia, om te voorkomen dat de publieke opinie voor geldelijk gewin wordt gemanipuleerd. De ratingbureaus geven zich niet veel moeite om de informatie te verzamelen en te analyseren. Ze zijn wel bereid om welkome resultaten te laten zien aan degenen die daarvoor betalen. Iedereen die de publieke opinie manipuleert en zo de samenleving bedriegt, verdient zware straf.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) De financiële crisis heeft ons vooral met de neus op het feit gedrukt dat ratingbureaus een gevaarlijke monopoliepositie innemen en dat hun beoordelingen niet altijd adequaat en hoogst riskant zijn. Het is daarom belangrijk ook ratingbureaus aan een mechanisme voor controle en toezicht te onderwerpen. Ratingbureaus opereren in zeer complexe financiële markten. Er is besloten met die omstandigheid rekening te houden door invoering van een dubbel systeem. Daarnaast is vastgesteld onder welke voorwaarden ratings die door bureaus uit derde landen zijn afgegeven, in de Europese Unie kunnen worden toegepast.

Het is uiteraard van essentieel belang dat in het kader van het toezicht sancties kunnen worden opgelegd. De toekomst zal uitwijzen in hoeverre en in welke mate die sancties daadwerkelijk worden toegepast. De oprichting van meerdere toezichthoudende EU-autoriteiten, die tot meer administratieve lasten en kosten zal leiden, kan niet in het belang van de Europese belastingbetaler zijn. Ik heb daar bij de stemming rekening mee gehouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk. (PT) Ik heb voor de resolutie van het Parlement gestemd omdat ik het eens ben met de volgende zaken:

- De registratie en het doorlopend toezicht op ratingbureaus in de Unie moet de exclusieve verantwoordelijkheid zijn van de Europese toezichthoudende autoriteiten (ETA), met name de Europese Autoriteit voor effecten en markten (EAEM), die de exclusieve bevoegdheid toegewezen moet krijgen om samenwerkingsovereenkomsten aan te gaan met betrekking tot de uitwisseling van informatie met de relevante autoriteiten in derde landen;

- De ETA (EAEM) moeten verantwoordelijk zijn voor de registratie van en het doorlopende toezicht op ratingbureaus, en het recht hebben om via een simpele aanvraag of beschikking alle benodigde informatie van ratingbureaus op te vragen, maar ook van personen die bij ratingbureaus betrokken zijn, organisaties die beoordeeld worden en derde partijen die daarmee verbonden zijn, derde partijen waaraan ratingbureaus operationele taken hebben uitbesteed en personen van enigerlei aard die nauw en op substantiële wijze in verband staan met ratingbureaus of de activiteiten daarvan;

- De door een bevoegde autoriteit goedgekeurde registratie van een ratingbureau moet geldig zijn in de gehele Unie, na overdracht van de toezichthoudende bevoegdheden van de bevoegde autoriteiten naar de ETA (EAEM).

 
  
MPphoto
 
 

  Aldo Patriciello (PPE), schriftelijk. (IT) De mondiale financiële crisis heeft aangetoond dat het noodzakelijk is een controle- en toezichtmechanisme in te stellen voor ratingbureaus, die deels verantwoordelijk zijn voor de crisis. Met dit doel is in 2009 Richtlijn (EG) nr. 1060/2009 inzake ratingbureaus aangenomen.

Door deze richtlijn is op Europees niveau een registratie- en toezichtsysteem mogelijk geworden voor ratingbureaus die de in Europa gehanteerde ratings publiceren. De richtlijn stelt bovendien de voorwaarden vast voor gebruik in de Europese Unie van ratings die worden uitgegeven door ratingbureaus uit derde landen. Hierbij geldt voor de ratings naast een bekrachtigingsregeling ook een gelijkwaardigheidsstelsel. Derhalve heb ik vóór gestemd en ondersteun ik de rapporteur, de heer Gauzes, die voorstelt om de aandacht te concentreren op de opneming van de Europese Autoriteit voor effecten en markten in het toezichtsysteem voor ratingbureaus en op de vaststelling van de nieuwe taken en bevoegdheden van de EAEM. Het is van cruciaal belang dat de EAEM vanaf het eerste begin haar bevoegdheden kan uitoefenen om een doelmatig toezicht te garanderen op ratingbureaus die actief zijn binnen de Europese Unie en op ratingbureaus uit derde landen die bevoegd zijn om ratings uit te brengen voor gebruik in de EU.

 
  
MPphoto
 
 

  Paulo Rangel (PPE), schriftelijk. – (PT) Ik heb vóór de resolutie van het Parlement gestemd omdat ik het ermee eens ben dat de transparantie van de informatie van de uitgevende instelling van een financieringsinstrument dat door een aangewezen ratingbureau is beoordeeld mogelijk toegevoegde waarde kan bieden voor het functioneren van de markt en de bescherming van investeerders.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) De wereldwijde financiële crisis, waar de ratingbureaus ook aan hebben bijgedragen, laat zien dat er behoefte is aan een mechanisme voor het houden van toezicht op deze ratingbureaus. Verordening (EG) nr. 1060/2009 inzake ratingbureaus is in 2009 met het oog hierop vastgesteld. Hiermee werd het mogelijk een Europees systeem in te voeren voor het registeren van en houden van toezicht op ratingbureaus die ratings afgeven voor gebruik in de Europese Unie. Tevens zijn in de verordening de voorwaarden vastgelegd voor het gebruik in de Europese Unie van ratings die zijn afgegeven door bureaus in derde landen, door toepassing van een dubbel systeem van gelijkwaardigheid en bekrachtiging van ratings. Tijdens de debatten die voorafgingen aan de vaststelling van Verordening (EG) nr. 1060/2009 benadrukte de rapporteur dat er op EU-niveau een overzicht moest komen van de producten die ratingbureaus aanbieden, alsmede een geïntegreerd toezicht op die bureaus.

Dit beginsel is overgenomen en de Commissie beloofde een wetgevingsvoorstel in die zin op te stellen. Het akkoord over de opzet van Europees toezicht zal op 1 januari 2011 in werking treden en maakt een doeltreffende verwezenlijking van het toezicht op ratingbureaus mogelijk. In de verordening tot oprichting van de EAEM wordt benadrukt dat deze autoriteit haar eigen toezichthoudende bevoegdheden zal hebben, in het bijzonder met betrekking tot ratingbureaus.

 
  
MPphoto
 
 

  Kyriacos Triantaphyllides (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) De verordening is niet alleen maar van toepassing op toezicht op ratingbureaus, waarmee de Europese Autoriteit voor effecten en markten zal worden belast, maar ook op het toezicht op het gebruik van de ratings door individuele entiteiten die op nationaal niveau worden gecontroleerd. De nationale toezichthouders blijven verantwoordelijk voor de controle op het gebruik van ratings door die individuele entiteiten. Toch zullen de nationale autoriteiten geen bevoegdheid hebben om toezichthoudende maatregelen te nemen tegen ratingbureaus in geval van inbreuk op de verordening. Juist ten aanzien daarvan moet het voorstel worden getoetst op de eerbiediging van het proportionaliteitsbeginsel.

Het voorstel creëert weliswaar een controlesysteem, maar, gelet op het huidige neoliberale milieu, lijkt het er niet op dat een werkelijke, essentiële toepassing ervan zal worden toegestaan. Het betreft slechts een psychologische noviteit die vooral gericht is op het brede publiek. Dit voorstel is geen aanvulling op een reeds bestaand systeem maar introduceert juist een nieuw controlesysteem dat eerder niet bestond, tenminste niet in deze vorm, waardoor het voor ratingbureaus mogelijk was zich tomeloos te gedragen. In die zin is het bestaan van dit systeem wellicht toch beter dan helemaal geen systeem.

 
  
MPphoto
 
 

  Thomas Ulmer (PPE), schriftelijk. (DE) Ik heb met genoegen voor het verslag gestemd. De stapsgewijze regulering van de financiële markten neemt vorm aan. De bescherming van beleggers wordt verbeterd en de transparantie wordt verhoogd. De voorschriften zijn verstrekkender dan voorheen en uitgebreider, waardoor de betrokken partijen beter worden beschermd.

 
  
MPphoto
 
 

  Angelika Werthmann (NI), schriftelijk. (DE) De mondiale financiële crisis, waaraan ook de ratingbureaus hun deel hebben bijgedragen, heeft ertoe genoopt een mechanisme in te stellen voor controle en toezicht op deze bureaus. De Europese Autoriteit voor effecten en markten (EAEM), die op 1 januari 2011 van start gaat, zal met die taak worden belast.

De aanhoudende financiële crisis en nieuwe inzichten in marktmechanismen die continu worden verworven, vereisen tegelijkertijd dat de taken en bevoegdheden van deze autoriteit voortdurend aangepast en zo nodig uitgebreid worden. Ik ben daarom ingenomen met de ingediende preciseringen en verduidelijkingen van de bevoegdheden die de EAEM zal uitoefenen in haar betrekkingen met de bevoegde nationale instanties. Ik heb daarom vóór het verslag gestemd.

 
  
  

- Verslag-Weisgerber (A7-0050/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Laima Liucija Andrikienė (PPE), schriftelijk. – (LT) Ik heb vóór dit document gestemd omdat het een bijdrage levert aan de noodzakelijke vereenvoudiging van het rechtskader van de EU. Ik geloof dat de acht richtlijnen die momenteel op het gebied van de metrologie van kracht zijn, het werk op dit gebied eerder belemmeren dan bevorderen. Tegelijkertijd deel ik het standpunt van de rapporteur dat er aan de lidstaten meer tijd moet worden gegeven om te onderzoeken of de intrekking van de richtlijnen tot rechtsonzekerheid zal leiden, waardoor harmonisatie van de regels op Europees niveau nodig is. Ik ben daarom van mening dat er een oplossing moet worden gekozen waarbij de richtlijnen worden ingetrokken, maar ook voldoende tijd wordt uitgetrokken om de mogelijke gevolgen te onderzoeken in het ruimere kader van de herziening van het basisrechtsinstrument op dit gebied.

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk. – (FR) Metrologie is de wetenschap van het meten. Sinds de oudheid hebben de Europeanen het ene meetsysteem na het andere ingevoerd op allerlei terreinen, zoals lengte, inhoud, alcoholmeting, enzovoort. Met de invoering van het metrieke stelsel werd bijvoorbeeld een betere samenwerking mogelijk tussen de verschillende economische actoren op het continent en vervolgens wereldwijd. Op verschillende gebieden blijven echter uiteenlopende maten en meetsystemen bestaan. Om deze belemmeringen voor de samenwerking binnen Europa op te heffen, voert de Europese Unie al lang een harmonisatiebeleid op het gebied van meetsystemen. Richtlijn 2004/22/EG was een belangrijk stap in die richting. Nu we ons voorbereiden op de herziening van deze wetgeving, blijkt dat een aantal instrumenten verouderd is en beter afgeschaft kan worden om de begrijpelijkheid te verbeteren. Ik heb ingestemd met deze tekst, die een welkome herziening biedt van de wetgeving op het gebied van metrologie.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) Ik ben het eens met de noodzaak om het communautair acquis te vereenvoudigen en de niet meer van toepassing zijnde richtlijnen aan te passen aan deze tijd. De betrokken richtlijnen zijn verouderd en dragen niet bij tot betere wetgeving. De Commissie is van mening dat het niet nodig is om de wetgeving op het gebied van metrologie te harmoniseren, aangezien zij van mening is dat er voldoende samenwerking tussen de lidstaten bestaat en dat de huidige situatie van wederzijdse erkenning van op internationale normen gebaseerde nationale wetgeving naar tevredenheid functioneert. Er moet echter rekening gehouden worden met de negatieve gevolgen van een leemte in de regelgeving op dit terrein. We moeten niet bijdragen aan rechtsonzekerheid.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. – (PT) Het onderhavige verslag behandelt de mogelijkheid om acht richtlijnen inzake metrologie in te trekken met als doel het acquis van de Europese wetgeving op dit gebied te vereenvoudigen: koudwatermeters voor niet-schoon water (Richtlijn 75/33/EEG); alcoholmeters en alcoholtabellen (Richtlijnen 76/765/EEG en 76/766/EEG), respectievelijk gewichten voor gewone weging en precisiegewichten (Richtlijnen 71/317/EEG en 74/148/EEG); manometers voor luchtbanden van automobielen (Richtlijn 86/217/EEG), meting van het natuurgewicht van granen (Richtlijn 71/347/EEG) en de inhoudsbepaling van scheepstanks (Richtlijn 71/349/EEG).

De Commissie concludeert in haar effectbeoordeling met betrekking tot de verschillende opties voor de acht metrologierichtlijnen betreft (volledige intrekking, intrekking onder voorwaarden, geen maatregelen), dat geen van de opties de voorkeur krijgt. Echter, omwille van ´betere wetgeving´ verkiest de Commissie volledige intrekking van al deze richtlijnen, dat wil zeggen zij geeft de voorkeur aan een nieuwe wetgeving in het kader van meetinstrumenten.

Met het oog op de principes van ´betere wetgeving´ steun ik deze keuze van de Commissie, hoewel ik van mening ben dat de lidstaten genoeg tijd moeten krijgen om de mogelijke consequenties te analyseren in het ruimere kader van de herziening van het wettelijke basisinstrument op dit gebied, de meetinstrumentenrichtlijn (Richtlijn 2004/22/EG).

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk.(PT) Een eenvoudig en geactualiseerd communautair acquis is een van de doelstellingen van de EU. Het is niet zinvol om de geldigheid van volledig verouderde regels te handhaven. Met betrekking tot metrologie is het duidelijk dat er geen behoefte is aan harmonisatie, aangezien de geldende wetgeving een algemene erkenning vormt van regels op basis van de internationale parameters van de diverse lidstaten. Om rechtsonzekerheid te voorkomen is het echter belangrijk dat er geen lacune in de wetgeving inzake dit onderwerp ontstaat.

 
  
MPphoto
 
 

  Willy Meyer (GUE/NGL), schriftelijk. − (ES) Ik heb voor dit verslag over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad houdende intrekking van acht richtlijnen van de Raad inzake metrologie gestemd, omdat ik met de rapporteur achter het algemene doel van ´betere wetgeving´ sta. Evenzo steun ik de overweging dat "de lidstaten meer tijd moeten krijgen om te onderzoeken of intrekking van de richtlijnen zal leiden tot rechtsonzekerheid". Ik acht het noodzakelijk dat deze richtlijnen, die verwijzen naar meetinstrumenten, worden ingetrokken of vereenvoudigd middels herziening van het basisrechtsinstrument voor metrologie, namelijk de meetinstrumentenrichtlijn. In algemene zin sta ik positief tegenover de vereenvoudiging van de Europese wetgeving, omdat het dan mogelijk wordt de toegang van de burgers tot deze EU-wetgeving te verbeteren en de doelmatigheid van het werk op dit gebied te vergroten.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Momenteel wordt de metrologie op zes gebieden door acht EU-richtlijnen geregeld. De Commissie stelt voor de richtlijnen in te trekken om redenen van ´betere wetgeving´. De Commissie vindt harmonisatie niet nodig, aangezien de huidige situatie van wederzijdse erkenning van nationale wetgeving naar tevredenheid functioneert. De rapporteur is van mening dat de lidstaten meer tijd moeten krijgen om te onderzoeken of intrekking van de richtlijnen zal leiden tot rechtsonzekerheid. Ik heb voor het verslag gestemd omdat er met de ter sprake gebrachte problemen in verband met een rechtsvacuüm dankzij de rapporteur voldoende rekening wordt gehouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. (IT) Het intrekken van Europese richtlijnen komt in feite neer op het scheppen van een rechtsvacuüm binnen het communautair systeem. Daar staat tegenover dat de modernisering van een systeem als dat van de metrologierichtlijnen moet worden beschouwd als een stap voorwaarts richting een breder en actueler gemeenschappelijk systeem. Om deze reden heb ik gestemd vóór de intrekking van de acht richtlijnen van de Raad inzake metrologie. Het door zowel de Raad als de Commissie gehanteerde principe is echter gebaseerd op een delicaat evenwicht. Elke lidstaat moet namelijk vertrouwen op wederzijdse erkenning van zijn nationale wettelijke regelingen en daarbij zien te voorkomen dat er problemen ontstaan voor de bedrijven in de sector die gebruik maken van de regelgeving inzake metrologie, zolang de herziening van de meetinstrumentenrichtlijn niet is aangenomen waarmee de wetgeving op Europees niveau zal worden geharmoniseerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk. (PT) Ik ben het eens met het standpunt van de rapporteur, die zich sterk maakt voor ´betere wetgeving´ op het gebied van metrologie.

De Commissie verkoos de volledige intrekking van alle acht richtlijnen inzake metrologie. Het standpunt van de rapporteur is echter evenwichtiger, doordat het de lidstaten de tijd geeft om te onderzoeken of de intrekking van de richtlijnen zal leiden tot rechtsonzekerheid, waardoor de noodzaak zou ontstaan van Europese harmonisatie van de wetgeving inzake metrologie. Derhalve is een overgangsperiode vastgesteld om de mogelijke gevolgen van de intrekking van de richtlijnen te analyseren en om te beoordelen in hoeverre er behoefte is aan een herziening van de basisrichtlijn op dit gebied (Richtlijn 2004/22/EG).

 
  
MPphoto
 
 

  Aldo Patriciello (PPE), schriftelijk. (IT) Ik ben het eens met de rapporteur, mevrouw Weisgerber, die voorstander is van het algemene doel van ´betere wetgeving´. Toch is het, wat het onderhavig voorstel betreft, niet duidelijk wat de beste optie is. In haar effectbeoordeling concludeert de Commissie dat uit een onderzoek naar de verschillende opties voor de acht richtlijnen op het gebied van metrologie (intrekken van alle richtlijnen, intrekking gekoppeld aan enkele voorwaarden, geen intrekking) geen optie naar voren komt die de voorkeur heeft.

Niettemin verkiest de Commissie, met het oog op ´betere wetgeving´, intrekking van alle richtlijnen (en vertrouwt zij op de wederzijdse erkenning van de nationale wettelijke regelingen) boven harmonisatie (ofwel aanpassing van de meetinstrumentenrichtlijn). Evenals de rapporteur onderschrijf ik dat het verstandig is om de lidstaten meer tijd te geven om te beoordelen of de intrekking van de richtlijnen zal leiden tot een situatie van rechtsonzekerheid, waardoor harmonisatie van de wetgeving op Europees niveau noodzakelijk zou worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Rovana Plumb (S&D), schriftelijk. − (RO) Het intrekken van de acht richtlijnen zal hoogstwaarschijnlijk leiden tot extra administratieve lasten, aangezien de lidstaten kunnen besluiten om voor de meetinstrumenten die onder de in te trekken richtlijnen vallen, nationale voorschriften in te voeren. Noch de intrekking, noch het behoud van de richtlijnen zal het algemene peil van consumentenbescherming verbeteren. Dit kan alleen met een aanpassing ervan. Ik ben van mening dat de lidstaten meer tijd moeten krijgen om te onderzoeken of intrekking van de richtlijnen zal leiden tot rechtsonzekerheid, zodat harmonisatie van de wetgeving op Europees niveau nodig is. Ik steun het voorstel van de rapporteur dat het proces moet worden afgerond op 1 mei 2014. Zodoende heb ik vóór dit verslag gestemd, omdat er wordt gekozen voor een oplossing waarbij de richtlijnen worden ingetrokken, maar ook voldoende tijd wordt uitgetrokken om de mogelijke gevolgen te onderzoeken in het ruimere kader van de herziening van het wettelijke basisinstrument op dit gebied, de meetinstrumentenrichtlijn (2004/22/EG).

 
  
MPphoto
 
 

  Paulo Rangel (PPE), schriftelijk. – (PT) Ik steun de algemene doelstelling van ´betere wetgeving´ op het gebied van metrologie. Ik ben echter van mening dat dit grondiger overwogen moet worden, aangezien haastige standaardisatie zou kunnen leiden tot meer verstoring en rechtsonzekerheid in plaats van voordelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Met deze stemming laat het Europees Parlement zien dat het de algemene doelstelling van ´betere wetgeving´ verkiest. Wat het onderhavig voorstel betreft, is evenwel niet zo duidelijk wat de beste optie is. De Commissie concludeert in haar effectbeoordeling, waarin ze kijkt naar de verschillende opties voor de acht metrologierichtlijnen (volledige intrekking, intrekking onder voorwaarden, geen maatregelen), dat "er geen optie [is] die de voorkeur krijgt". Toch verkiest zij ter wille van ´betere wetgeving´ volledige intrekking van alle richtlijnen (en kiest zij voor wederzijdse erkenning van de nationale regelgeving) boven harmonisatie (nieuwe regeling binnen de MID). Het Europees Parlement is van mening dat de lidstaten meer tijd moeten krijgen om te onderzoeken of intrekking van de richtlijnen zal leiden tot rechtsonzekerheid, waardoor harmonisatie van de regels op Europees niveau nodig zou zijn.

Wij kiezen daarom voor een oplossing waarbij de richtlijnen worden ingetrokken, maar ook voldoende tijd wordt uitgetrokken om de mogelijke gevolgen te onderzoeken in het ruimere kader van de herziening van het wettelijke basisinstrument op dit gebied, de meetinstrumentenrichtlijn (Richtlijn 2004/22/EG).

 
  
MPphoto
 
 

  Thomas Ulmer (PPE), schriftelijk. (DE) Ik heb voor het verslag gestemd omdat het beantwoordt aan de voortdurende oproep de bureaucratie te verminderen en in dat kader meer dan twintig overbodige of verouderde richtlijnen worden ingetrokken. Dat is de juiste weg naar een eenvoudiger en slanker Europa.

 
  
  

- Verslag-Gurmai en Lamassoure (A7-0350/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Laima Liucija Andrikienė (PPE), schriftelijk. − (LT) Ik sta achter deze belangrijke resolutie omdat ik ervan overtuigd ben dat het Europees burgerinitiatief een belangrijk instrument zal zijn voor het bepalen van de agenda en meer grensoverschrijdende debatten in de EU zal bevorderen. Het burgerinitiatief geeft de Europese burger het recht om een wetgevingsvoorstel te doen. Wil zo'n initiatief effectief zijn, dan moeten de organisatoren van zo'n initiatief zich aaneensluiten in een burgercomité bestaande uit personen uit verschillende lidstaten. Dit zorgt ervoor dat de aangekaarte onderwerpen daadwerkelijk Europese onderwerpen zijn en het vergaren van handtekeningen vanaf het begin zal worden vergemakkelijkt, hetgeen zorgt voor toegevoegde waarde. Ik denk dat het burgerinitiatief alleen een succes wordt indien het op een burgervriendelijke wijze wordt georganiseerd en de organisatoren ervan geen bureaucratische, tot frustratie leidende eisen oplegt. Het is ook van cruciaal belang dat het proces strookt met de Europese wetgeving inzake gegevensbescherming en van begin tot eind honderd procent transparant is. Het Europees burgerinitiatief is een nieuw instrument van de participerende democratie op continentale schaal en er moet daarom veel aandacht worden besteed aan communicatie- en informatiecampagnes die erop zijn gericht de mensen bewust te maken van het Europees burgerinitiatief.

 
  
MPphoto
 
 

  Charalambos Angourakis (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) Het compromis tussen het Europees Parlement en de Raad over de verordening inzake het zogenaamde "burgerinitiatief", dat vergezeld ging van een absurde lofzang op de versterking van de democratische instellingen van de EU, is niet meer dan een nieuwe poging om het volk te manipuleren en om de tuin te leiden. Dit "burgerinitiatief" – een misleidende titel – is niet alleen onbruikbaar, maar zou wel eens gevaarlijk kunnen uitpakken voor het volk. Behalve een paar afgesproken procedurele voorwaarden voor het verzamelen van een miljoen handtekeningen, waarmee de Commissie kan worden gevraagd om een wetgevingsinitiatief te ontplooien, blijft alles bij het oude: de Commissie heeft geen enkele verplichting om een wetgevingsinitiatief voor te stellen en is op geen enkele wijze gebonden aan de inhoud hiervan.

Sterker nog, dergelijke "burgerinitiatieven" – die gestuurd en gemanipuleerd worden door de mechanismen van het kapitaal en het politieke bestel van de bourgeoisie – zouden wel eens nuttig kunnen blijken voor de instellingen van de EU om de meest antivolkse en antireactionaire keuzes van de EU en van de monopolies te presenteren als zogenaamde "volksverzoeken". Bovendien zullen dergelijke "initiatieven" worden benut om met handtekeningen, memoranda en verzoeken uit te pakken tegen de georganiseerde volks- en arbeidsbeweging, tegen de massale volksmanifestaties en volksstrijd, tegen de diverse strijdvormen. De diverse "burgerinitiatieven" kunnen het reactionaire gezicht van de EU niet verhullen, en evenmin kunnen zij de verscherping van de klassen- en volksstrijd voorkomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk. – (FR) Het burgerinitiatief, dat in het Verdrag van Lissabon werd aangekondigd, wordt nu eindelijk ten uitvoer gelegd. Door deze nieuwe vorm van deelname aan de beleidsontwikkeling van de Europese Unie kunnen Europese burgers de Commissie rechtstreeks oproepen om een voorstel in te dienen met betrekking tot vraagstukken die voor hen van belang zijn en die onder de bevoegdheid van de Europese Unie vallen. We moesten alleen nog de procedures en voorwaarden afwachten om dit nieuwe recht van de Europese burgers zijn beslag te kunnen doen vinden. Daar is nu voor gezorgd, met mijn steun tijdens de stemming. Een burgercomité, bestaande uit personen uit ten minste zeven verschillende lidstaten kan een initiatief laten registreren bij de Commissie. Vervolgens kunnen de handtekeningen worden verzameld op papier of online. De benodigde miljoen handtekeningen moet afkomstig zijn uit ten minste een kwart van de Europese lidstaten en moeten binnen twaalf maanden verzameld zijn. De lidstaten zullen de geldigheid van de steunbetuigingen verifiëren. Alle ondertekenaars moeten burgers van de Europese Unie zijn en de kiesgerechtigde leeftijd voor de Europese verkiezingen hebben bereikt. Tot slot zal de Commissie, als hoedster van de Verdragen, uiteindelijk beslissen over de vraag of het wenselijk is de voorgestelde wetgevingsprocedure te lanceren.

 
  
MPphoto
 
 

  Zigmantas Balčytis (S&D), schriftelijk. − (LT) Ik steun het door het Europees Parlement aangenomen besluit inzake het recht om via een Europees burgerinitiatief een wetsvoorstel te doen. Aangenomen wordt dat de invoering van het initiatief een directe band tot stand zal brengen tussen de burgers en de instellingen, en op die manier de tussen hen bestaande kloof zal verkleinen en ervoor zal zorgen dat de instellingen van de EU iets doen aan de concrete problemen waarmee burgers zitten. Door middel van het Europees burgerinitiatief kunnen de burgers van de EU de Europese Commissie rechtstreeks verzoeken om een rechtshandeling te initiëren. De Commissie is ook de instelling die beslist wat er verder met succesvolle burgerinitiatieven moet gebeuren. Het Europees Parlement zal aan de verwezenlijking van deze doelstellingen kunnen bijdragen door het organiseren van openbare hoorzittingen of het aannemen van resoluties. Aangezien dit een nieuw initiatief is, zou het nuttig zijn als de Commissie om de drie jaar een verslag over de uitvoering van het initiatief voorlegde en, indien relevant, een herziening van de verordening voorstelde. Om een effectieve toepassing van het initiatief te garanderen moeten ingewikkelde administratieve procedures worden vermeden. Het is ook noodzakelijk om ervoor te zorgen dat het proces strookt met de Europese vereisten inzake gegevensbescherming.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Bennahmias (ALDE), schriftelijk. – (FR) Er is een compromis bereikt over de voorschriften inzake het burgerinitiatief, en het verslag is met een ruime meerderheid aangenomen: 628 stemmen vóór, slechts 15 stemmen tegen en 24 onthoudingen. Ik ben verheugd over deze stemming, die Europese burgers de mogelijkheid geeft om hun stem duidelijker te laten horen vanaf 2012. Het idee is eenvoudig: het gaat om een soort petitie op Europees niveau. Een burgercomité bestaande uit burgers uit ten minste zeven lidstaten zal een jaar de tijd krijgen om een miljoen handtekeningen te verzamelen over een onderwerp van algemeen belang, dat het onder de aandacht van de Commissie wil brengen. De Commissie moet vervolgens binnen drie maanden besluiten of zij een wetgevingsvoorstel over dit onderwerp nodig acht en zij zal haar besluit onderbouwen. We kunnen enkele voorwaarden die de lidstaten hebben bedongen betreuren, zoals de noodzaak om Europees burger te zijn en niet slechts inwoner om de petitie te kunnen ondertekenen of de mogelijkheid voor lidstaten om identiteitsbewijzen te vragen om de handtekeningen te verifiëren. Niettemin blijft het burgerinitiatief een mooi idee, een eerste aanzet tot participerende democratie, die we nu in de praktijk moeten brengen.

 
  
MPphoto
 
 

  Vilija Blinkevičiūtė (S&D), schriftelijk. − (LT) Ik heb voor dit verslag gestemd omdat het Europees burgerinitiatief, dat in het Verdrag van Lissabon is opgenomen, een enorm grote stap is in de richting van nauwere betrekkingen tussen de Europese Unie en de Europese burgers. Het nieuwe initiatief zorgt ervoor dat de burgers dezelfde politieke initiatiefbevoegdheid hebben als de Raad en het Europees Parlement. Verder zullen de burgers hiermee een stem krijgen, doordat zij onderwerpen van belang aan de Europese instellingen kunnen voorleggen. Beide partijen profiteren van een dergelijk tweerichtingsverkeer. Met de invoering van het initiatief zal worden gegarandeerd dat de instellingen van de Europese Unie ingaan op de concrete problemen die belangrijk zijn voor de burgers. Bovendien zal het Europees Parlement de burgers kunnen helpen deze doelstellingen te verwezenlijken door de hem ter beschikking staande middelen aan te wenden voor het steunen van de burgerinitiatieven van zijn keuze, in het bijzonder het organiseren van openbare hoorzittingen of het aannemen van resoluties.

De Europese Unie moet echter waarborgen dat het proces strookt met de Europese gegevensbeschermingsregels en van begin tot eind honderd procent transparant is. Alleen door een veilige omgeving te waarborgen waarin de burgers voorstellen kunnen presenteren, zullen we hun vertrouwen kunnen winnen en hun belangstelling voor het werk van de Europese Unie kunnen stimuleren.

 
  
MPphoto
 
 

  Sebastian Valentin Bodu (PPE), schriftelijk. − (RO) Het burgerinitiatief, waarmee een miljoen Europese burgers het recht krijgen om een wetsvoorstel in te dienen, introduceert het concept van de participatieve democratie in de Europese Unie, zoals voorzien in het Verdrag van Lissabon. Het is een nieuwe, belangrijke stap van de EU. Het Parlement zal signalen krijgen van de burgers die het vertegenwoordigt of het zijn werk goed doet of niet. Het is toe te juichen dat het Parlement zo veel mogelijk heeft geprobeerd om de procedure voor wetgevingsinitiatieven door Europese burgers zo eenvoudig en gebruiksvriendelijk mogelijk te maken, zodat er ook daadwerkelijk gebruik van wordt gemaakt. Een ingewikkelde procedure had de Europese burger slechts frustraties opgeleverd.

De belangrijkste eisen van het Parlement zijn geaccepteerd, zoals ontvankelijkheidscontrole aan het begin in plaats van na het verzamelen van 300 000 handtekeningen. Ik ben van mening dat het een overwinning is voor het Parlement en voor de burgers van de EU dat het minimale aantal staten waarin handtekeningen moeten worden verzameld een kwart is en niet een derde zoals oorspronkelijk was voorgesteld. Ik hoop dat vanaf 2012, wanneer het besluit van het Parlement in werking treedt, de Europese burgers zoveel mogelijk initiatieven zullen indienen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nikolaos Chountis (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) Ik heb voor het verslag gestemd over het burgerinitiatief. Ik besef maar al te goed dat het slechts een middel is voor de Europese burgers om hun wil kenbaar te maken; het is niet een of ander sterk stuk gereedschap om te participeren in bestaand beleid of om dit omver te gooien. De Commissie heeft tot op het laatst geprobeerd om dit recht van de burgers te beperken, en daarom reflecteert de uiteindelijke tekst niet de werkelijke verwachtingen. Er worden bijvoorbeeld bijzonder ingewikkelde procedures ingesteld voor de uitoefening van dit recht. Helaas zijn ook belangrijke amendementen van de Confederale Fractie Europees Unitair Links/Noords Groen Links verworpen, met als resultaat dat het voor inwoners van de EU die geen onderdaan zijn van een lidstaat niet mogelijk is om initiatieven te ondertekenen, waarmee de gelijkwaardige deelname van alle inwoners, ongeacht herkomst, wordt uitgesloten. Evenmin wordt gegarandeerd dat de handtekeningen van de ondertekenaars niet zullen worden vergeleken met het nummer van hun identiteitskaart.

Desalniettemin is de definitieve tekst veel beter dan wat oorspronkelijk was voorgesteld, want op basis hiervan wordt het minimum vastgesteld op een kwart van de lidstaten. Ook wordt hierin voorgesteld initiatieven onmiddellijk te laten registreren en de Commissie ertoe te verplichten om voor elk succesvol initiatief een openbare hoorzitting te organiseren en volledige transparantie voor wat betreft de financiering van elk initiatief te waarborgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE), schriftelijk. (PT) Ik heb dit initiatief altijd beschouwd als een van de belangrijkste innovaties van het Verdrag van Lissabon. De mogelijkheid voor een miljoen burgers uit een aanzienlijk aantal lidstaten om een wetgevingsinitiatief in te dienen zou moeten bijdragen aan de versterking van het op Europees niveau georganiseerd maatschappelijk middenveld. Ik heb de reikwijdte van dit voorstel benadrukt, gezien het feit dat de leden van het Europees Parlement niet het recht hebben om wetgevingsinitiatieven voor te stellen. Ik hoop dat de praktische toepassing van dit wetgevingsinitiatief geen buitensporige bureaucratie met zich meebrengt, aangezien dit het gebruik van het nieuwe instrument zou ontmoedigen.

 
  
MPphoto
 
 

  Cornelis de Jong (GUE/NGL), schriftelijk. − (EN) Alhoewel ik het Europees burgerinitiatief volledig steun, heb ik tegen de uiteindelijke wetgevingsresolutie gestemd, omdat ik teleurgesteld ben dat uiteindelijk zo weinig is bereikt met dit veelbelovende instrument. Ik ben het in het bijzonder niet eens met de bepaling die voorschrijft dat de ondertekenaars in de meeste lidstaten hun persoonlijke ID-nummer moeten opgeven. Ik ben ook tegen de beperking van deelname aan het Europees burgerinitiatief tot uitsluitend Europese onderdanen.

 
  
MPphoto
 
 

  Marielle De Sarnez (ALDE), schriftelijk. – (FR) Door de basisregels aan te nemen van het burgerinitiatief, dat mogelijk werd door het Verdrag van Lissabon, is er weer een stap gezet in de richting van directe democratie in Europa. De Commissie moet in de toekomst overwegen om een nieuwe Europese wet voor te stellen als een miljoen burgers afkomstig uit ten minste een kwart van alle Europese lidstaten daarom vraagt. Dit nieuwe instrument geeft Europese burgers dus de mogelijkheid om daadwerkelijk invloed uit te oefenen op het wetgevingsproces, door een eis of een zorg, die voortkomt uit de wil van het volk, naar Europees niveau te tillen. Het is een overwinning voor onze beweging, die er altijd al heeft toe opgeroepen om de Europese Unie dichter bij de burgers te brengen door een concreter, transparanter en toegankelijker Europa te vormen.

 
  
MPphoto
 
 

  Christine De Veyrac (PPE), schriftelijk. – (FR) Ik ben verheugd dat ik, samen met de overgrote meerderheid van de afgevaardigden, kon instemmen met het verslag over het burgerinitiatief, dat een ongekende deelname van de bevolking mogelijk maakt aan het wetgevingsproces van de Europese Unie. Door politiek initiatiefrecht te verschaffen aan een miljoen burgers, geeft het Parlement vandaag echt blijk van een mooi voorbeeld van participerende democratie. In die richting moet de Europese Unie ook gaan: zij moet steeds dichter bij de burgers komen te staan.

 
  
MPphoto
 
 

  Martin Ehrenhauser (NI), schriftelijk. (DE) Er zijn kleine verbeteringen aangebracht in het oorspronkelijke voorstel en daarom heb ik vóór het verslag gestemd. Desondanks stel ik vast dat ook met dit tandenloze burgerinitiatief een ernstig democratisch tekort in de EU, die geen enkele vorm van rechtstreekse democratie kent, blijft voortbestaan. De volgende stap moet daarom zijn dat bij elk succesvol initiatief een referendum verplicht wordt gesteld. De opname van een verplichte openbare hoorzitting voor de organisatoren van aangenomen initiatieven met deelname van de Commissie en het Parlement, moet worden toegejuicht. De lidstaten moeten nu snel en zonder verder omhaal en overdreven bureaucratie werk maken van de instelling van burgerinitiatieven.

Legitimatiecontrole op het gemeentehuis zoals die bij nationale referenda gebruikelijk is, zal voor de toetsing van steunbetuigingen niet nodig zijn. De nationale verkiezingsinstanties zullen gebruik moeten maken van steekproeven, zoals door het Parlement is voorgesteld.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk. (PT) Ik heb gestemd vóór het verslag over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake het burgerinitiatief, een van de belangrijkste bepalingen die is ingevoerd met het Verdrag van Lissabon en die de voorwaarden bevat waaronder een miljoen burgers de Commissie kunnen vragen om bepaalde wetgevingsvoorstellen in te dienen. De door het Europees Parlement aangenomen voorstellen zouden ervoor moeten zorgen dat de regels met betrekking tot het burgerinitiatief duidelijker, eenvoudiger en gemakkelijker toepasbaar worden gemaakt.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) Het burgerinitiatief, dat vandaag is goedgekeurd, is een nieuwe stap voorwaarts naar een Europa dat voor en door mensen wordt gemaakt. Het verhoogt het democratische gehalte en de transparantie van Europa, moedigt Europa aan om dichter bij haar burgers te komen en bevordert een actief, geïnteresseerd en participerend maatschappelijk middenveld. Vanaf dit moment is het voor Europese burgers mogelijk om de Commissie te verzoeken een wetgevingsvoorstel over een bepaald onderwerp in te dienen, op voorwaarde dat een minimumaantal ondertekenaars afkomstig uit ten minste een vijfde van de lidstaten gegarandeerd is.

Echter, ik wil mijn verbazing uitspreken over de uitsluiting van collectieve entiteiten en organisaties als "organisatoren" (artikel 2, lid 3), waarbij ik met name denk aan ngo's en politieke partijen, de oprichtende organisaties van de vertegenwoordigende democratie, alsmede over de gekozen terminologie, "burgercomité", om de groep organisatoren aan te duiden.

Ik sta ook verbaasd over de poging om de minimumleeftijd van ondertekenaars vast te stellen op zestien, terwijl in de meeste lidstaten het stemrecht, actief of passief, wordt verkregen op 18-jarige leeftijd. Deze leeftijd zou de maatstaf moeten zijn, zoals voorgesteld door de Commissie in de leden 7 en 2 van artikel 3 van het voorstel.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. – (PT) Ik ben verheugd over de aanneming van dit verslag over het burgerinitiatief, dat door het Verdrag van Lissabon is ingevoerd en dat als doel heeft burgers dezelfde bevoegdheden tot politiek initiatief te geven als de Raad en het Europees Parlement.

Elk initiatief zal twaalf maanden hebben om een miljoen handtekeningen te verzamelen, die afkomstig moeten zijn van ten minste een kwart van de lidstaten, dat wil zeggen zeven op dit moment. Het minimumaantal ondertekenaars per land varieert van 74 250 in Duitsland tot 3 750 in Malta. In het geval van Portugal zal het minimumaantal ondertekenaars dat nodig is om een initiatief te steunen 16 500 zijn.

De geldigheid van steunbetuigingen zal door de lidstaten worden gecontroleerd. In Portugal moet het nummer van een identiteitskaart, paspoort of burgerkaart worden bijgevoegd. Ondertekenaars moeten burgers van de EU zijn en oud genoeg zijn om te mogen stemmen in Europese verkiezingen (achttien in Portugal).

Het is vervolgens aan de Commissie om het initiatief te analyseren en te besluiten, binnen een periode van drie maanden, of zij Europese wetgeving inzake het onderwerp zal voorstellen. De uitvoerende instelling van de EU zal vervolgens meedelen welke maatregelen zij eventueel gaat nemen, en waarom zij deze al dan niet neemt. Deze motivering zal worden gepubliceerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlo Fidanza (PPE), schriftelijk. (IT) Ik juich het verslag van de heer Lamassoure en mevrouw Gurmai over het burgerinitiatief toe. Met deze stemming zijn de basisregels voor het functioneren van het in het Verdrag van Lissabon opgenomen Europees burgerinitiatief aangenomen en gefaciliteerd.

Een "burgercomité", bestaande uit personen van tenminste zeven lidstaten, kan een initiatief laten registreren en een begin maken met het op papier of online verzamelen van de vereiste miljoen handtekeningen, zodra de ontvankelijkheid is vastgesteld door de Commissie. Het gaat hier om een voorbeeld van participerende democratie met een enorm potentieel. Dankzij dit initiatief worden de burgers direct betrokken bij en nemen zij in zekere zin deel aan de werkzaamheden van het Europees Parlement.

H