De Voorzitter. – Aan de orde is het verslag over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een actie van de Europese Unie voor het Europees erfgoedlabel [COM(2010)0076 – C7-0071/2010- 2010/0044(COD)] – Commissie cultuur en onderwijs. Rapporteur: Chrysoula Paliadeli (A7-0311/2010).
Chrysoula Paliadeli, rapporteur − (EL) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, de vorming van een Europees bewustzijn dat multiculturaliteit eerbiedigt en beschermt, vormt een grote uitdaging voor de Europese instellingen bij hun streven naar brede cohesie en solidariteit tussen de lidstaten van de Europese Unie.
Kennis van onze geschiedenis, vertrouwdheid met ons multiculturele cultureel erfgoed en meer kennis bij de jongere generatie van de ideeën en mensen die tot de opbouw van de Europese Unie hebben geleid, kunnen er wellicht toe bijdragen de kloof tussen de EU en haar burgers te overbruggen.
De Europese Commissie heeft onder mandaat van de Raad van de Europese Unie een voorstel opgesteld voor de omvorming van het intergouvernementele Europees erfgoedlabel tot een communautaire instelling. De resultaten van een brede maatschappelijke enquête en een effectbeoordeling toonden aan dat het opnemen van deze instelling in de Europese initiatieven de zichtbaarheid en geloofwaardigheid van het label zou helpen vergroten, onder de voorwaarde van duidelijk omschreven criteria en met het accent op het symbolische en niet het esthetische karakter van een monument of site, zodat, kortom, duidelijk wordt dat de Europese geschiedenis het resultaat is van een divers, maar rijk en complementair gemeenschappelijk cultureel erfgoed en dat de Europese Unie gegrondvest is op krachtige waarden als vrijheid, democratie, eerbiediging van de mensenrechten, culturele diversiteit, tolerantie en solidariteit.
Aanvankelijk was onze benadering van het erfgoedlabel nogal ambitieus: een wapen in het arsenaal van ons buitenlands beleid dat de grenzen van de Europese Unie zou overschrijden en dat ook aan andere landen in Europa en – waarom niet? – buiten ons werelddeel gegeven zou kunnen worden. Momenteel lijkt het realistischer het label te gebruiken als instrument om de cohesie tussen de volken van de Unie te vergroten en het te beperken tot sites van haar lidstaten.
In tegenstelling tot het Commissievoorstel om het label jaarlijks aan maximaal 27 sites toe te kennen stelden wij voor om het proces om de twee jaar uit te voeren teneinde het prestige van de instelling te beschermen en tijd ter beschikking te stellen voor de selectie van de sites en de evaluatie van hun ontwikkeling na toekenning van het label. Wij zijn het ermee eens dat gezien de symbolische waarde van het label als bijdrage tot de Europese integratie de voorkeur zou moeten worden gegeven aan transnationale sites, aangezien zij de cohesie versterken, de vorming van netwerken promoten en samenwerking tussen lidstaten en regio's stimuleren. Om deze reden dienen zij dan ook een prominente plaats in te nemen in de quota. Om praktische redenen wordt één lidstaat als coördinator aangewezen in het contact met de Europese jury van deskundigen en met de Commissie.
Wij zien de omvorming van het label niet alleen als een administratieve omzetting van de oude intergouvernementele instelling, maar als een nieuwe instelling met nauwkeurig omschreven selectiecriteria en bindende verplichtingen van de kant van de begunstigden om het label te behouden. De jury van deskundigen, het netwerken, het symbolische karakter en het toezicht op de bezitters van het label veronderstellen een nieuw concept, dat niet als identiek met het voorgaande van de intergouvernementele instelling mag worden gezien. Om deze reden en om de oude instelling te handhaven en het prestige van de nieuwe instelling te promoten, achtten wij de overgangsbepalingen in de zin van artikel 18 in het Commissievoorstel niet nodig. Wij hebben eveneens naar manieren gezocht om in de tekst van de Commissie de rol van de twaalfkoppige jury van specialisten op te waarderen door nog een lid toe te voegen dat door het Comité van de Regio's zal worden aangewezen, en wij hebben geprobeerd de jury meer te betrekken bij de procedure van toekenning of intrekking van het label.
In hetzelfde kader en om de rol van het Europees Parlement te versterken, hebben wij erop aangedrongen dat de Commissie vóór de definitieve keuze een volledige lijst van voorgeselecteerde sites moet publiceren en het Europees Parlement en de Raad hiervan in kennis moet stellen. Dat zal het Europees Parlement en de Raad voldoende tijd bieden voor een reactie, indien nodig.
Ter afsluiting van deze korte presentatie zou ik de schaduwrapporteurs en de vertegenwoordigers van de Commissie en de Raad willen bedanken voor hun creatieve bijdrage aan het verslag waarover u dadelijk wordt verzocht te stemmen. Ik hoop dat wij in dezelfde geest ook in de volgende fase van het overleg zullen samenwerken.
Androulla Vasileiou, lid van de Commissie. − (EL) Mijnheer de Voorzitter, om te beginnen wil ik het Europees Parlement, en met name de rapporteur, mevrouw Paliadeli, alsook de schaduwrapporteurs bedanken voor hun krachtige steun voor het Commissievoorstel inzake het Europees cultureel erfgoedlabel. Zoals u weet was dit voorstel een van de eerste dat door de Commissie is aanvaard nadat zij in haar nieuwe samenstelling in functie was getreden, en het zal de komende jaren tot onze prioriteiten in de cultuursector behoren.
Door middel van dit label willen wij de Europese burgers, met name de jongeren, nieuwe mogelijkheden bieden om kennis op te doen van hun gemeenschappelijk maar tegelijkertijd rijkgeschakeerd cultureel erfgoed, hun geschiedenis en de ontwikkeling van de Europese Unie. Ik ben ervan overtuigd dat dit zal helpen om de Europese burgers meer bij de Europese Unie te betrekken. Het Europees erfgoedlabel draagt eveneens bij tot een toename van cultureel toerisme en zal ook materiële en financiële voordelen opleveren.
De samenwerking tussen het Parlement en de Commissie inzake het cultureel erfgoedlabel was de laatste maanden heel constructief en ik verheug mij erover dat wij een gemeenschappelijke benadering hebben van vele fundamentele zaken. De meeste amendementen die u vandaag heeft aangenomen, komen volledig overeen met onze ambities voor het nieuwe label. Wij delen de opvatting van het Parlement dat de kwaliteit en het prestige van het initiatief van grote betekenis zijn. Eveneens waarderen wij dat u zich heeft ingezet voor zoveel mogelijk heldere, eenvoudige en flexibele voorschriften die door de burgers gemakkelijk te begrijpen en door de lidstaten en de Europese Unie gemakkelijk uit te voeren zijn.
Een klein aantal van uw amendementen ligt echter politiek gevoelig. Ik doel hoofdzakelijk op het schrappen van de overgangsbepalingen. De sites waaraan het intergouvernementele label is toegekend, evenals de lidstaten, verwachten veel van de overgangsperiode, waardoor zij in de gelegenheid worden gesteld om snel aan het nieuwe systeem deel te nemen, natuurlijk onder de voorwaarde dat zij aan de nieuwe kwaliteitscriteria voldoen. Dat is waarschijnlijk een van de voornaamste zaken waarover wij met de Raad op onze tripartiete vergaderingen moeten overleggen de komende maanden.
Ik ben echter overtuigd dat wij compromisoplossingen zullen vinden die voor alle partijen aanvaardbaar zijn en waarmee het succes op de lange termijn van het Europees erfgoedlabel verzekerd zal zijn. Om deze reden willen wij de uitstekende samenwerking met het Parlement op dit gebied voortzetten. Ik dank u nogmaals voor de uitstekende samenwerking.
Marie-Thérèse Sanchez-Schmid , namens de PPE-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, zoals het hoort wil ik de rapporteur lof toezwaaien voor haar werk, maar vooral voor haar vermogen om te luisteren.
Ik acht het waarschijnlijk dat dit verslag, zelfs al lijkt het misschien niet erg belangrijk in de algemene context van ons Parlement, een echte communautaire actie op gang zal brengen. Kleine beekjes maken grote rivieren.
Als de Commissie cultuur en onderwijs ervoor heeft gekozen de naam ‘Europees erfgoedlabel’ te behouden, en de Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten) hechtte daar veel belang aan, dan is dat omdat dit initiatief zich niet beperkt tot de geschiedenis van de Europese Unie, maar gericht is op het grootse idee van Europa, een concept dat veel verder teruggaat.
Het label is een krachtig hulpmiddel dat voornamelijk tot doel moet hebben de Europese identiteit te bevorderen via culturele verscheidenheid. Het moet niet worden beschouwd als louter een omzetting van het intergouvernementele initiatief maar als een echt instrument dat, gebaseerd op ervaring, een echte toegevoegde waarde zal bieden, zowel door de stimulans die het kan bieden aan de promotie van Europese waarden door lidstaten of lokale overheden als in termen van wat burgers over deze waarden weten.
Het doel is om Europese burgers een sterker gevoel van verbondenheid met Europa te geven en bij te dragen aan de ontwikkeling van een gezamenlijk bewustzijn. Maatschappelijk draagvlak voor het Europese idee is nog altijd een heet hangijzer, en ook daarom heeft Europa symbolen nodig om dit ideaal dagelijks kracht bij te zetten, temeer daar het er helaas op lijkt dat Europese identiteit een vanzelfsprekendheid is die nog moet worden uitgevonden.
Mary Honeyball, namens de S&D-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben het volledig met alle vorige sprekers eens dat dit een uitstekend initiatief is en ik ben erg blij dat de Commissie cultuur en onderwijs en mevrouw Paliadeli dit voorleggen.
Ik wil in het bijzonder onze rapporteur bedanken die uitstekend werk heeft verricht. Het is een heel goede manier om Europa en om onze gemeenschappelijke cultuur en geschiedenis te promoten. Ik ben ervan overtuigd dat het een enorm succes zal worden en we hebben er op verschillende manieren voor gezorgd dat het een succes zal worden. De uiteindelijke sites zullen worden aangewezen door een jury van deskundigen die specialistische kennis op dit terrein bezitten en we zullen, zoals ik al eerder zei, met name kijken naar transnationale sites om het begrip Europa te promoten.
Voorts verlangen wij van succesvolle kandidaten dat zij aan bepaalde criteria voldoen: we willen de Europese betekenis van de gekozen sites bevorderen; succesvolle kandidaten worden geacht educatieve evenementen te organiseren, met name voor jongeren; ideeën zullen worden uitgewisseld over het opzetten van gemeenschappelijke projecten met andere sites waaraan dit label is toegekend; er zullen artistieke en culturele activiteiten plaatsvinden die de dialoog bevorderen; en natuurlijk zullen deze sites voor een zo breed mogelijk publiek toegankelijk zijn.
Ik denk dus dat deze sites, wanneer ze eenmaal operationeel zijn, van enorme betekenis kunnen zijn voor Europa, dat mensen er graag naartoe zullen gaan en dat ze het begrip Europa en wat we doen in het Parlement en in de EU, zullen promoten.
Ik beveel dit verslag daarom van harte bij u aan. Ik ben ervan overtuigd dat wanneer dit programma eenmaal is opgezet en operationeel is, het een enorm succes zal worden en ik ben er trots op dat ik deel heb mogen uitmaken van dit initiatief.
Oriol Junqueras Vies, namens de Verts/ALE-Fractie. – (ES) Mijnheer de Voorzitter, er zijn ten minste twee redenen te noemen waarom het Europees erfgoedlabel ongetwijfeld een buitengewoon relevant project is. Ten eerste stelt het de Europese burgers in staat zich meer verbonden te voelen met hun geschiedenis en hun gemeenschappelijk en divers erfgoed, en ten tweede is het een goed instrument om het cultuurtoerisme te bevorderen en de economie te stimuleren.
Ik wil de commissaris, mevrouw Vassiliou, en de rapporteur, mevrouw Paliadeli, bedanken voor hun initiatief en hun werk, en ik wil van de gelegenheid gebruikmaken om u er nogmaals op te wijzen dat wij, hoewel dit aanvankelijk een initiatief van de lidstaten was, er nu een uitgesproken communautaire dimensie aan moeten geven.
Het Europees erfgoedlabel mag dan ook geen optelsom worden van de sites die door de lidstaten afzonderlijk zijn geselecteerd, maar dient een gemeenschappelijke Europese visie te weerspiegelen. Om die Europese visie tot stand te brengen, zal de voorselectie van de lidstaten moeten plaatsvinden op basis van gemeenschappelijke criteria en met volstrekte transparantie. Bovendien veronderstelt een Europese visie respect voor de regionale, culturele en taaldiversiteit.
Het hangt van ons af of dit een geslaagd project wordt.
Emma McClarkin, namens de ECR-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, het promoten en ontwikkelen van erfgoedsites in Europa is een noodzakelijk en welkom project dat onze volle aandacht verdient. Ons rijk en gevarieerd cultureel erfgoed is iets waar de burgers trots op mogen zijn en is een van de belangrijkste redenen waarom miljoenen mensen uit de hele wereld Europa ieder jaar bezoeken. Met dit project is het mogelijk om historische sites aanvullende financiële steun te verlenen en om hun voorzieningen te behouden en verder te ontwikkelen. Dit laatste is een zeer noodzakelijk pluspunt in deze moeilijke economische tijden, maar wanneer we verwachtingen bij de burgers wekken, hebben we de verantwoordelijkheid die ook waar te maken.
Dit verslag is echter van het begin af aan doorspekt met federalistische taal met het doel een namaak- of gekunstelde Europese demos te promoten, en de poging om het project om te dopen tot het “erfgoedlabel van de Europese Unie” werd door politieke motieven ingegeven en zou duizenden mogelijke locaties waarvan de geschiedenis en het erfgoed ouder en imposanter is dan vele contemporaine sites, uitsluiten.
Bovendien werden pogingen van mijzelf en anderen om ervoor te zorgen dat de nadruk bij het label zou blijven liggen op erfgoed, en niet op politieke integratie, van de hand gewezen. Dit zal onherroepelijk leiden tot onrechtvaardige uitsluiting van vele belangrijke sites.
De financiering van dit programma gaf ook aanleiding tot ernstige bezorgdheid, met name gezien de bezuinigingsmaatregelen waar de cultuurdepartementen in heel Europa thans door getroffen worden. Ik hoop dat het ons gelukt is deze situatie met het oog op het vervolgtraject binnen de perken te houden. De buitensporige toename van het aantal sites en de mogelijke overlapping met het UNESCO-programma zullen waarschijnlijk ook tot verdere problemen leiden.
De centrale doelstellingen van dit label hadden moeten zijn het behouden en eren van ons gemeenschappelijk en gevarieerd erfgoed, maar helaas hebben we geen garanties gegeven dat we toegevoegde waarde zullen leveren. We moeten ons daar wel van bewust zijn.
Giancarlo Scottà, namens de EFD-Fractie. - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik ben blij met dit initiatief, dat tot doel heeft het Europese erfgoedlabel om te vormen tot een officiële actie van de Europese Unie om de doeltreffendheid, de zichtbaarheid, het prestige en de geloofwaardigheid van het label te vergroten.
Met het oog hierop wil ik de nadruk leggen op het belang van de professionaliteit van het comité van deskundigen die de sites moeten beoordelen en op het belang van een strikte procedure voor de toekenning van het label en voor het toezicht op het toekomstige onderhoud. Dit zijn de essentiële elementen om het specifieke karakter en de kwaliteit van het label zelf te waarborgen.
Het label moet echter absoluut sterker gericht zijn op de symbolische en educatieve waarde van de site dan op het esthetische aspect, zoals het geval is bij andere initiatieven om het cultureel erfgoed te bevorderen, om zich hier duidelijk van de onderscheiden. Daarom ben ik het ook eens met het feit dat de transnationale sites vanwege hun symbolische belang bijzondere aandacht verdienen.
Hans-Peter Martin (NI). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, een dergelijk label is wel degelijk zinvol, maar op twee voorwaarden: ten eerste moet het werkelijk zichtbaar zijn, de burgers moeten het waarnemen, want er bestaan veel labels. Ten tweede mag dit niet weer tot een ongebreidelde bureaucratie leiden, wat zo vaak gebeurt bij dergelijke initiatieven, en bij de instellingen van de EU. Wij nemen een bijzonder zinvol initiatief, wij proberen om een heel eigen omgang met onze oude cultuur te garanderen, in tegenstelling tot wat China in dit verband doet, in tegenstelling tot wat de VS doen, die om historische redenen slechts heel weinig dergelijke culturele locaties hebben. Wanneer ons initiatief uiteindelijk echter alleen maar leidt tot meer bureaucratie, meer rompslomp en meer baantjes, dan zou dat toch werkelijk een slechte grap ten koste van de Europese culturele traditie zijn.
Een ding moet duidelijk zijn: we praten hier telkens weer over inspirerende ideeën en visies, en die komen uit de cultuur, maar ze worden niet vaak gerealiseerd. Dit voorstel is bepalend voor onze identiteit, het is compatibel met het subsidiariteitsbeginsel, en kan alleen maar op de cultuur gebaseerd zijn. Daarom moeten we juist meer doen voor de cultuur. Ik denk daarbij onder andere aan gerichte ondersteuning voor schrijvers en andere kunstenaars. Dit mag echter niet gebeuren binnen de bureaucratische organisaties en instellingen die in het Europese kader een eigen leven zijn gaan leiden.
Marco Scurria (PPE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik groet commissaris Vassiliou en ik bedank haar omdat zij vierkant achter dit initiatief staat. Ook bedank ik de rapporteur en alle schaduwrapporteurs voor hun goede werk.
Europa beleeft momenteel moeilijke economische en financiële tijden. Uitgerekend deze dagen wordt er gedebatteerd over hoe hulp kan worden geboden aan enkele landen van de Unie die in moeilijkheden verkeren. Natuurlijk is dit belangrijk, maar Europa mag niet vergeten hoe belangrijk de waarden zijn waarmee de Unie in de loop van haar geschiedenis talloze uitdagingen heeft overwonnen.
De rijkdom van Europa is immers terug te vinden in zijn geschiedenis, cultuur, kunst, belangrijke personen, landschappen, symbolische plaatsen, zijn intellectuelen, filosofen en - ik durf zelfs te stellen - in zijn beschaving. Dit label kan dit alles vertegenwoordigen, het kan de aandacht vestigen op de Europese identiteit in al haar verschillende vormen zoals die in de loop van de tijd door de nationale staten is gevormd.
We moeten nu gaan onderhandelen met de Raad om enkele interpretatieverschillen op te lossen. Ik denk dat we, gezien het belang van het onderwerp, onze meningverschillen snel en wellicht ook gemakkelijk kunnen beëindigen. Ook denk ik dat zodra dit verslag definitief is goedgekeurd, we ons allemaal meer Europeaan zullen voelen, op grond van gedeelde waarden en tradities. Ik denk dat we via de Commissie, het werk van het Parlement en dat van de Raad echt goed werk afleveren voor al onze burgers.
(Spreker verklaart zich bereid een ”blauwe kaart”-vraag van Hans-Peter Martin krachtens artikel 149, lid 8, van het Reglement te beantwoorden)
Hans-Peter Martin (NI). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik dank de heer Scurria voor zijn vraag. Ik heb veel waardering voor wat u over de inhoud heeft gezegd. Juist omdat u lid van de grootste fractie in dit Parlement bent zou ik u willen vragen wat u vindt van het probleem dat de omzetting en het beheer van het erfgoedlabel tot te veel bureaucratie kunnen leiden. Wat ziet u voor mogelijkheden om dat binnen de perken te houden? Hoe kunnen we verhinderen dat allerlei jury's permanent vergaderen, zonder te bereiken wat we allemaal werkelijk willen, namelijk zichtbare labels, waaraan ook de media aandacht besteden?
Marco Scurria (PPE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, ik antwoord graag op de vraag van collega Martin want we weten dat het probleem van de bureaucratie soms datgene is dat voor onderscheid en verdeling tussen de Europese burger en zijn instellingen zorgt. Vanuit dat standpunt denk ik dat het pad dat door dit verslag wordt uitgestippeld, duidelijk genoeg is. We zullen er ook met de Raad over spreken.
Als de lidstaten eenmaal hebben bepaald welke locaties in aanmerking komen voor het Europese erfgoedlabel en we over een panel van deskundigen beschikken die werkelijk bij elkaar komen en die binnen de nodige, maar niet al te lange tijd een keuze zullen maken (we moeten nog bepalen wie het laatste woord zal krijgen, maar dat moeten we zowel met de Raad als de Commissie bespreken) zie ik niet al te veel bureaucratische problemen wat dat betreft. Die zijn er wel met veel andere maatregelen, maar niet met het label, dat volgens mij binnen een vastgestelde termijn en met duidelijke resultaten voor alle Europese burgers te realiseren is.
Maria Badia i Cutchet (S&D). – (ES) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, dames en heren, ik sluit me graag aan bij degenen die mevrouw Paliadeli hebben gefeliciteerd met het uitstekende werk dat zij heeft verricht.
Als we vandaag voor dit verslag stemmen, zetten we mijns inziens opnieuw een belangrijke stap naar een daadwerkelijk verenigd Europa, en in het huidige tijdsgewricht is dat denk ik meer dan welkom.
De beslissing van de lidstaten en van de commissaris en de Commissie om het Europees erfgoedlabel te voorzien van een communautair kader, zal mijns inziens de zichtbaarheid, het prestige en de geloofwaardigheid ervan ten goede komen, en bovendien de gewortelde idealen van cohesie en solidariteit tussen de Europese burgers versterken.
Dit label levert een aanzienlijke bijdrage tot de verdere integratie van Europa omdat we alle burgers dichterbij onze gemeenschappelijke geschiedenis brengen.
Bij het horen van de talrijke stemmen die zo vaak een eigen geschiedenis – en in veel gevallen een nationale geschiedenis – opeisen, denk ik dat initiatieven zoals dit van vandaag, die pleiten voor een gemeenschappelijke geschiedenis en die geschiedenis bekendmaken, echt een symbolische waarde en een heel belangrijke waarde hebben.
Ik denk ook dat wat wij met dit Europees erfgoedlabel gaan doen, de jongste generaties zal helpen te begrijpen welke ideeën de grondleggers van de Europese Unie hebben bewogen, zodat zij inzien dat de huidige Europese Unie en de verdere totstandbrenging van Europa een proces is en dat, zoals bij alle processen, de uitkomst ervan wordt bepaald door degenen die eraan werken. De Europese Unie wordt dan ook wat wij als burgers ervan verwachten. Daarom wil ik iedereen aansporen tot samenwerking. Ik heb zojuist de heer Martin horen zeggen dat we bureaucratie moeten vermijden. Natuurlijk! Het belangrijkste is evenwel dat we inzetten op onze gemeenschappelijke geschiedenis, en dat we die bekendmaken.
De Voorzitter. – De heer Takkula heeft toestemming gevraagd om een vraag te stellen.
Mijnheer Takkula, u mag een vraag stellen aan mevrouw Badia.
Hannu Takkula (ALDE). − (FI) Mijnheer de Voorzitter, ik wilde vooral spreken, omdat ik de coördinator ben van de Fractie Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa en omdat ik namens die fractie mevrouw Paliadeli wil bedanken voor dit uitstekende verslag en enkele woorden wil zeggen over de geschiedenis van ons volk en het Europees erfgoedlabel. Mijn vraag is dus eigenlijk...
(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)
De Voorzitter. – Een ogenblikje, mijnheer Takkula: de procedure … u krijgt straks het woord als extra spreker, omdat de vertegenwoordiger van uw fractie inderdaad niet aanwezig was.
U komt aan de beurt samen met de andere sprekers die hierna het woord voeren, en u krijgt twee minuten spreektijd.
Marek Henryk Migalski (ECR). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, de tolk vertaalde zojuist, bij het vertalen van de woorden van Mevrouw Maria Badia i Cutchet, een term, waarschijnlijk foutief, met ‘Europeïsme’. Dit woord kennen we in het Pools niet en ik heb ook werkelijk de indruk dat dit initiatief, waar we het op dit moment over hebben, iets creëert wat niet bestaat: ‘Europeïsme’, ofwel een kunstmatige creatie die deel uitmaakt van een of ander politiek spel.
Ik ben van mening, dat wat wij aan het doen zijn, niet nodig is. Men moet, zoals ooit een bekende filosoof heeft gezegd, "entiteiten niet zonder noodzaak vermenigvuldigen". Ik heb de indruk dat het Europees erfgoedlabel zo'n entiteit is die zonder noodzaak wordt vermenigvuldigd. En dan ga ik voorbij aan het feit dat er ernstige onduidelijkheden bestaan met betrekking tot de toekenning en intrekking van het label. Ik ga eraan voorbij dat dit initiatief de Europese belastingbetalers
1 350 000 euro gaat kosten. De principiële vraag waar het om draait, naast deze ernstige kwesties, is: “waarom doen wij dit?” Is het werkelijk nodig om iets te creëren wat geen Europeanisme is, maar wel ’Europeïsme’?
João Ferreira (GUE/NGL). - (PT) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris het huidige idee van cultuur is niet nieuw – we hebben dit al gehoord in debatten over andere verslagen in dit Parlement en vandaag wederom. Het lijkt bijna alsof cultuur in de Europese Unie een instrument is. Dit idee krijgt op verschillende manieren gestalte: of het nu gaat om de zogenaamde culturele diplomatie, waarin cultuur wordt gezien als een instrument voor het buitenlands beleid, of om de oprichting van een Europees erfgoedlabel – waarover nu gediscussieerd wordt – waarbij, in de woorden van de rapporteur, ernaar gestreefd wordt om het vertrouwen van de Europeanen in de Europese Unie en haar leiders te vergroten en de kloof tussen de Europese Unie en haar burgers te dichten.
De rapporteur ziet in dat er andere, effectievere middelen bestaan om dit doel te bereiken die meer aandacht behoeven. Ik blijf erbij dat geen enkel label de sporen kan uitwissen die het beleid van de Europese Unie en met name haar economische bestuur achterlaat bij het Europese volk: met andere woorden, de plannen voor het werkelijk sociaal terrorisme die met medewerking van de nationale regeringen worden uitgevoerd.
We zouden ook moeten nadenken over de effecten van de beleidsvoering, zoals bijvoorbeeld het gemeenschappelijk landbouwbeleid of het gemeenschappelijk visserijbeleid, op de verwoesting van de belangrijke sporen van cultuur en de levende elementen van het cultuurhistorisch erfgoed van de Europese volkeren. Denk hier bijvoorbeeld aan de leegloop van de seculiere kust- en plattelandsgemeenschappen, die gekeerd moet worden. Dit voorstel, dat vooral een symbolische betekenis heeft, is gebaseerd op het waanidee van een unieke Europese identiteit en cultuur en zelfs op waarden als vrijheid, democratie, tolerantie en solidariteit. Het feit dat dit idee een gevoelig gebied als het culturele erfgoed en daarmee de geschiedenis binnendringt, is een goede reden voor grote bezorgdheid over de herschrijving van de geschiedenis waar we de laatste tijd mee te maken hebben.
Cultuur wordt, net als andere historische fenomenen, niet gevormd door een homogene gemeenschappelijke identiteit. Integendeel, cultuur is het gevolg van rivaliteit, conflicten en situaties waarin de ene cultuur de andere overheerst. Wij zetten ernstige vraagtekens bij de toekenning van het ‘Europees erfgoedlabel’ enkel op basis van de locatie van het erfgoed in kwestie. Zoals bekend, is het Europese erfgoed het product van vele culturen en schatplichtig aan bijvoorbeeld de islamitische wereld, de mediterrane cultuur en de cultuur van volkeren die onderworpen zijn geweest aan het Europese kolonialisme. Gaat het nu om erfgoed van de Europese Unie of erfgoed in de Europese Unie?
Tot slot, mijnheer de Voorzitter, moet ik zeggen dat over het algemeen de wijzingen van de rapporteur – een enkele uitzondering daargelaten – het oorspronkelijke voorstel van de Commissie verbeteren. De specifieke doelstellingen van dit verslag zijn echter veel minder belangrijk dan de verkeerde ideeën die eraan ten grondslag liggen.
Corneliu Vadim Tudor (NI). – (RO) Mijnheer de Voorzitter, vandaag, 16 december, vieren we de 240e geboortedag van Ludwig van Beethoven, de componist van het volkslied van het verenigde Europa.
Naar aanleiding van dit uitstekende verslag van de Commissie cultuur en onderwijs, wil ik, als Roemeens historicus en schrijver, graag een uitzonderlijke site voordragen voor het Europees erfgoedlabel, een site die uniek is in de wereld: de Sint-Andreasgrot, gelegen vlakbij de plaats waar de Donau uitmondt in de Zwarte Zee. Volgens de kerkvader Origenes – die het gehoord had van zijn vader, die het op zijn beurt weer wist van Andreas' volgelingen – is de eerste man die door Jezus Christus geroepen werd, hier geweest, in deze kleine grot in de provincie Scythia Minor, om het licht van het evangelie te verspreiden. Dit is bijna zeker de eerste christelijke kerk in Europa.
Gedurende de eerste paar maanden van 2011 ga ik de nodige stappen ondernemen om gemeenschapssteun te verwerven voor een groots project. Ik ben van plan een indrukwekkend standbeeld van onze Verlosser Jezus Christus op te richten in het Roemeense deel van Transsylvanië, in de regio-Braşov om precies te zijn. Het wordt veertig meter hoog, waarmee het hoger wordt dan vergelijkbare beelden in Brazilië, Portugal en Polen. Aan de voet van het beeld komt ook een kerk voor huwelijken, dopen en andere godsdienstige vieringen ter gelegenheid van de grote christelijke feestdagen. Alleen in het licht van het christelijke kruis zullen we de duisternis die voor ons ligt, doorkomen en overwinnen.
Hella Ranner (PPE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik ben heel blij dat dit initiatief, dat in een aantal lidstaten al bestaat, nu ook op het niveau van de Europese Unie wordt ingevoerd. Het was ook heel verstandig om het label slechts om het jaar toe te kennen. In dit verband zou ik ook de rapporteur willen bedanken. Toch heb ik bepaalde twijfels, we moeten ervoor zorgen dat duidelijk is wat het verschil is tussen dit label en het Werelderfgoed van de UNESCO, en wat precies de Europese kenmerken van dit label zijn. Anders wordt het voor onze burgers namelijk moeilijk om te begrijpen wat het specifiek Europese belang van dit label is.
Ik heb ook eens gekeken naar de sites waaraan de lidstaten tot nu toe het label hebben toegekend, en ik heb gemerkt dat het primair bouwwerken waren. In de Commissie cultuur en onderwijs wilden we echter niet alleen bouwwerken uitzoeken, maar ook andere sites en waarden of zelfs ervaringen die iets te maken hebben met de Europese ontwikkeling.
Ik heb nog een laatste opmerking. Het is heel belangrijk dat de leden van de jury bekwaam zijn, absoluut vertrouwd zijn met deze doelstellingen en ze ook verder kunnen uitdragen. Dan hoeven we niet bang te zijn dat er een overdreven bureaucratie ontstaat.
Silvia Costa (S&D). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, dames en heren, in een tijd waarin Europa worstelt met zijn identiteit en perspectieven, denk ik dat er grote betekenis moet worden toegekend aan de oprichting van een Europees erfgoedlabel dat – materiële en immateriële – locaties vaststelt die een grote symbolische en educatieve waarde hebben voor de geschiedenis, de cultuur en verwezenlijking van de Europese Unie.
Ik wil de rapporteur, mevrouw Paliadeli, hartelijk bedanken, omdat zij op doeltreffende wijze rekening heeft gehouden met de voorstellen en aanvullingen die door velen van ons in de Commissie cultuur en onderwijs zijn ingediend. Zo zijn de bepalingen met betrekking tot de taakverdeling tussen lidstaten, Commissie, Raad en Parlement duidelijker en meer in overeenstemming met het Verdrag van Lissabon. Zoals ook andere collega’s al duidelijk hebben gemaakt, heeft ze zich ervoor ingezet dat het label andere initiatieven van de UNESCO of de “Europese Culturele Routes” van de Raad van Europa niet overlapt.
De lidstaten zullen namelijk elke twee jaar op basis van duidelijk vastgestelde criteria niet meer dan twee sites voorstellen die zij actief zullen beheren. Dit is belangrijk, want ze moeten bewijzen dat ze in de sites geloven en deze zodoende op educatieve wijze zullen beheren, waarbij het publiek betrokken wordt. De rol van de Commissie zal er in bestaan om na raadpleging van een panel van deskundigen een voorselectie te maken, maar zij zal ook een controlerende rol krijgen en elke zes jaar evalueren of de sites doeltreffend worden beheerd en eventueel labels intrekken. Het Parlement krijgt een grotere rol, want het wijst niet alleen vier van de zestien leden van het Europese panel aan, maar het krijgt ook inspraak over de lijst met voorgeselecteerde sites.
Ook ben ik het eens met de oplossing die is gevonden voor het ingewikkelde probleem van de merktekens die al op intergouvernementele basis zijn toegekend aan veel lidstaten die, zelfs als ze niet geschikt worden bevonden voor het nieuwe systeem en de nieuwe criteria, het vorige merkteken zullen houden en zodoende niet gedeclasseerd worden.
Verder stel ik het op prijs dat er voorrang wordt gegeven aan transnationale sites. Dit zal een zeer interessante uitdaging worden voor Europa – en de rol die vanwege het subsidiariteitsbeginsel is toegekend aan het Comité van de Regio’s – evenals de nadruk op de noodzakelijke betrokkenheid van de lidstaten bij de selectiefase, alsook van de gemeenten en regio’s, om te vermijden dat zij slechts gedeeltelijk betrokken worden. Ik geloof dat een extra inzet van de lidstaten echter eveneens nuttig zou zijn. Het zou erg belangrijk zijn om ook op scholen en universiteiten wedstrijden uit te schrijven voor jongeren om de sites te identificeren. Op die manier kan een gemeenschappelijke – Europese – geschiedenis en lotsbestemming worden geschreven en kunnen ook zij een bijdrage leveren aan het gevoel van betrokkenheid en Europees burgerschap.
Hannu Takkula, namens de ALDE-Fractie. − (FI) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, dames en heren, ik wil u allereerst bedanken voor deze gelegenheid om namens mijn fractie, de Fractie Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa, te kunnen spreken over dit belangrijke verslag over het Europees erfgoedlabel.
Als ik zo naar het debat van vandaag luister, dan is mijn indruk af en toe precies wat een leraar mij eens zei, namelijk dat alles wat verkeerd kan worden begrepen ook verkeerd zal worden begrepen. Daarmee bedoel ik dat sommigen dit uitstekende project - dat als doel heeft de eigenheid van Europa naar voren te brengen en te laten zien dat de kracht van Europa in zijn verscheidenheid ligt, in het feit dat het in verscheidenheid verenigd is - als gevaar zien voor de natiestaat of de Europese identiteit of iets anders. Daar gaat het echter niet om.
Dit is naar mijn mening een uitstekend initiatief en ik wil erop wijzen dat wij meer over Europa moeten weten. Wij moeten over elkaar weten, omdat wij op die manier voor een beter Europa in de toekomst kunnen zorgen.
Europa is vooral een mozaïek van volken waar gemeenschappelijke ideeën over democratie, menselijke waardigheid en vrijheid van meningsuiting zijn ontstaan. Dat zijn kernwaarden die wij willen bevorderen.
Wanneer wij over het Europees cultureel erfgoed spreken, dan moet worden gezegd dat wij een zeer rijk cultureel erfgoed hebben. Ik ben van mening dat deze kleine investering die wij nu doen, 1,3 miljoen euro voor het hele programma, in veelvoud ten goede zal komen, ook in financieel opzicht, aan de locaties die het Europees erfgoedlabel krijgen. Het belangrijkste is hierbij niet het financiële voordeel, maar vooral het psychologische voordeel door meer Europese eigenheid en een beter begrip van hoe dit Europa van mozaïeken is ontstaan en wat het fundament ervan is. Als wij onze achtergrond en geschiedenis kennen, dan kunnen wij ook een duurzame toekomst bouwen.
Mijnheer de Voorzitter, ik wil nog eens de rapporteur, mevrouw Paliadeli, bedanken voor haar verslag, dat naar mijn mening zeer goed en noodzakelijk is. Bovendien kan het Europees erfgoedlabel heel goed op basis van dit verslag nader worden uitgewerkt.
Raffaele Baldassare (PPE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, een Europese identiteit creëren en de belangstelling van de burgers voor de Unie en haar ontstaan vergroten zijn twee proeven die de Europese instellingen moeten doorstaan om op brede schaal cohesie en solidariteit te bereiken.
Deze uitdagingen liggen overigens ten grondslag aan de doelstellingen van het Verdrag van Lissabon. In artikel 3 van het Verdrag is namelijk verankerd dat de Unie zich inspant om de Europese culturele ontwikkeling te waarborgen. Dat de Europese droom vandaag de dag een moeilijke fase doormaakt is niet alleen te wijten aan de impasse van het Europese politieke project of aan de actuele economische crisis, maar ook aan de moeilijkheden van een Unie die is gebaseerd op een nog onbestaande identiteit.
In deze situatie is het meer dan ooit noodzakelijk om de kloof tussen de Europese Unie en haar burgers te verkleinen, door het multinationale, maar tegelijkertijd gemeenschappelijke, culturele erfgoed over te dragen van de Europese Unie op haar burgers en vooral de toekomstige generaties. Dat is het nut en het belang van een Europees erfgoedlabel: Europa in zijn diversiteit verenigen door het bevorderen van een gemeenschappelijke cultuur en de integratie tussen de betrokken sites op zijn grondgebied.
Om dit doel te bereiken zal het nieuwe label zich meer concentreren op de symbolische en educatieve waarde van een site dan op de esthetische waarde, door samenwerking tussen sites te bevorderen en gemeenschappelijke projecten te steunen. Ik ben daarom blij met het uitstekende werk dat de rapporteur en de collega’s van de Commissie cultuur en onderwijs hebben verricht, vooral wat betreft de selectieprocedures van de sites en de versterking van de rol van het Europees Parlement tijdens het selectieproces.
Ik ben ervan overtuigd dat de beslissing van de lidstaten om het label in het bestek van de Europese Unie op te nemen zal bijdragen aan de zichtbaarheid en het prestige ervan, zodat de voorziene doelstellingen voor cohesie en solidariteit tussen de Europese burgers zullen worden bereikt.
Cătălin Sorin Ivan (S&D). – (RO) Mijnheer de Voorzitter, ook ik wil beginnen met de rapporteur te bedanken voor het uitstekende verslag dat ze heeft weten te produceren en voor de onderhandelingen die ze heeft gevoerd met de Commissie en de Raad. Dat ze er niet in geslaagd is het culturele erfgoedlabel van de Europese Unie erdoor te krijgen, neemt niet weg dat het Europees erfgoedlabel uitstekend is, evenals het project zelf. Ik ben ervan overtuigd dat het, als het in de voetsporen van het project "Culturele Hoofdsteden van Europa" treedt, een groot succes zal worden. Het is een uitstekend initiatief, vooral omdat het aanleiding geeft tot transnationale projecten.
Een aantal staten werkt samen om dezelfde waarden en tradities te delen die ze al honderden jaren koesteren. Ik kom uit een stad aan de oostgrens van de Europese Unie, misschien wel de grootste cultuurstad aan de oostgrens, op maar tien kilometer van de grens. Ik ben ook in Santiago de Compostela geweest, dat zo goed als aan de westgrens van de Europese Unie ligt – twee culturele centra die zeer veel gemeenschappelijk hebben, maar die ook op heel veel punten verschillen. Het ene is een orthodox pelgrimsoord, het andere een katholiek pelgrimsoord. We zien onze gedeelde waarden het duidelijkst wanneer we ons buiten de grenzen van de Europese Unie begeven, wanneer we reizen in andere werelddelen. Dan krijgen we een heel duidelijk beeld van de waarden die we al honderden jaren delen, en bepaalde kenmerken die ons onderscheiden van andere volkeren. Het erfgoedlabel van de Europese Unie of het Europees erfgoedlabel krijgt dan ook pas betekenis wanneer we ons buiten de grenzen van de Europese Unie bevinden.
Ik feliciteer u nogmaals met dit verslag en ik ben ervan overtuigd dat het een succesvol project zal zijn.
Csaba Sógor (PPE). – (HU) Ik ben verheugd over het feit, dat wij in de huidige zitting zullen stemmen over het tweede voorstel dat als doel heeft de afstand tussen de Europese Unie en haar burgers te verkleinen. De omzetting van het intergouvernementele programma van meerdere Europese landen in een officiële EU-maatregel betekent de invoering van het Europees erfgoedlabel. Dit versterkt het gevoel dat men onderdeel uitmaakt van de EU, zorgt voor erkenning van de verschillen en voortduring van de dialoog tussen culturen. Het maakt de burgers en met name de jongeren onder hen bewust van het belang van hun rol in de Europese geschiedenis en het Europese symbolisme. Wij kunnen onze aandacht nu richten op ons gemeenschappelijke, culturele erfgoed.
Het zal vooral voor jongeren gemakkelijker worden om de locaties die het label hebben verworven, te bereiken. Daarnaast zullen de objecten die onze gemeenschappelijke geschiedenis vertegenwoordigen op passendere wijze worden gebruikt. Persoonlijk ontleen ik het meeste plezier aan de organisatorische aspecten van de maatregel. De selectie- en toezichtprocedures zullen bijvoorbeeld verlopen volgens gemeenschappelijke, eenduidige en transparante criteria en er zal meer uitwisseling van professionele ervaring plaatsvinden. Als gekozen vertegenwoordiger van een nationale minderheid heb ik met genoegen vernomen, dat in Roemenië, waar al vier objecten over het label beschikken, op basis van de objectieve beoordeling van internationale deskundigen locaties voor het label in aanmerking zullen komen als bijvoorbeeld de Teleki Téka bibliotheek in Târgu-Mureş, die tot een van de bolwerken van de Hongaarse cultuur wordt gerekend, of de Zwarte Kerk van Braşov, die wordt gezien als een voorbeeld van uitmuntende Saksisch-Gothische architectuur.
Olga Sehnalová (S&D). - (CS) Het Europees erfgoedlabel is ontegenzeggelijk een lovenswaardig initiatief en is de voortzetting van het reeds functionerende intergouvernementele project uit 2006. Met het label wordt beoogd bij te dragen tot de totstandbrenging van een gemeenschappelijke Europese identiteit, alsook de belangstelling voor de Europese Unie en haar waarden te vergroten.
Het begrip “cultureel erfgoed” is zeer breed, en dat is maar goed ook. Ik ben erg blij met de goedkeuring van het amendement op het verslag waarmee ook het industrieel erfgoed onder het begrip is komen te vallen. De industrie vormt een van de belangrijkste elementen van de gemeenschappelijke Europese geschiedenis. Per slot van rekening stond de wieg van de industriële revolutie in het negentiende-eeuwse Europa en is het ontstaan van de Europese Unie nauw verbonden met de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Ook de hele beweging voor burgerlijke en sociale rechten is er nauw mee verbonden.
De verwachte voordelen van het Europees erfgoedlabel liggen onder meer op het vlak van het toerisme. Ik weet zeker dat hiermee extra kansen zijn geschapen om de monumenten van de gezamenlijke Europese geschiedenis in te zetten voor de ontwikkeling van het toerisme in het algemeen en zeker ook in regio's die traditioneel gezien geen toeristische bestemmingen zijn. Dit soort monumenten is daar tot nog toe onterecht voor onbenut gebleven. Het enige dat nu nodig is, is het potentieel van de monumenten inzien en uitbuiten. Ik ben dus buitengewoon ingenomen met het verslag dat mijn volste steun geniet, en zou de rapporteur, mevrouw Paliadeli, er hartelijk voor willen bedanken.
Joanna Katarzyna Skrzydlewska (PPE). – (PL) Mevrouw de Voorzitter, in de periode voor de goedkeuring van het Verdrag van Lissabon hadden we te maken met een duidelijk waarneembare afname van belangstelling van de burgers van de Europese Unie voor Europese zaken en activiteiten. De goedkeuring van het Verdrag van Lissabon moest niet alleen een oplossing bieden voor de problemen in verband met de noodzaak de instellingen beter te doen functioneren, maar had ook als doel het vergroten van de betrokkenheid van de inwoners van Europa bij de activiteiten van de Europese Unie, bijvoorbeeld door het burgerinitiatief. Het Europees erfgoedlabel is de volgende stap in de richting van de ontwikkeling van een Europese identiteit en van een versterking van de banden tussen de burgers en de Europese Unie.
In de periode van de afgelopen vier jaar hebben de lidstaten 64 sites aangewezen met een bijzondere betekenis voor Europa. Juist door het ontdekken van onze gemeenschappelijke geschiedenis, het leren kennen van de rol van de Europese Unie en van de culturele diversiteit die gebaseerd is op gemeenschappelijke democratische waarden en mensenrechten, kan bij de inwoners van onze Gemeenschap het gevoel worden versterkt dat ze binnen het kader van de EU bij een grote Europee familie horen.
Seán Kelly (PPE). – (GA) Mijnheer de Voorzitter, ik verwelkom deze voorstellen en ik denk dat zij zullen bijdragen aan de groei en ontwikkeling van de toeristenindustrie, iets waaraan zeker behoefte is deze tijd.
(EN) Ondanks alle kritiek op Europa, denk ik dat de meeste burgers Europa nog steeds waarderen en in het bijzonder een label met Europa erop. Ik heb dat gezien in relatie met de Europese Sportstad. Deze titel is onlangs toegekend aan Limerick, in mijn eigen kiesdistrict, en dit werd zeer gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor de Europese Cultuursteden en het zal zeker ook gelden voor de Europese erfgoedsites.
Er zijn een paar pluspunten hieraan verbonden die aanbeveling verdienen. Een daarvan is dat je de site moet onderhouden, zodat je het label niet eeuwig kunt behouden zonder er daadwerkelijk voor te zorgen dat je het verdient. Ten tweede is er het punt dat de heer Martin noemde, zeer adequaat beantwoord door de heer Scurria, dat de bureaucratie er geen verstikkende invloed op zal hebben. Ik denk dat we hier heel trots op kunnen zijn. Het is een veelbelovend project.
Radvilė Morkūnaitė-Mikulėnienė (PPE). – (LT) Mijnheer de Voorzitter, onder burgers wordt vaak gediscussieerd over de toekomst van Europa. De fundamenten van een krachtige Unie en een voorspoedige toekomst worden gelegd op vertrouwen en wederzijdse inschikkelijkheid, net als binnen een familie. Het Europees erfgoedlabel is een manier voor mensen om meer te weten te komen over anderen, om te weten te komen waar dergelijke dingen zich bevinden en om persoonlijkheden en bewegingen te herkennen die de ontwikkeling van Europa verzinnebeelden. Het vaststellen van een gedeeld cultureel erfgoed is een kans om Europa’s status als één en verenigd te versterken. Alle staten en landen hebben allemaal hun verschillende historische ervaringen, vaak pijnlijk, maar het zijn ook deze verschillen die juist weer samenvallen en onze familie uitmaken en onze Europese identiteit vormen. Ik zou in dit opzicht met name willen wijzen op de verdeling van Europa die vele jaren heeft geduurd en de verschillende mogelijkheden of zelfs het gebrek daaraan voor het ontwikkelen van democratie. Ik heb het dan over Oost-Europa en de bezetting door de voormalige Sovjet-Unie. Ook daar hebben mensen zich hard gemaakt voor het ideaal van een verenigd Europa, en wij moeten goed beseffen…
(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)
Piotr Borys (PPE). – (PL) Mevrouw de Voorzitter, niemand kan ons ervan beschuldigen dat we niet consequent zijn. Met het Verdrag van Lissabon hebben we het burgerschap voor inwoners van de Europese Unie aangenomen, gisteren waren we in de gelegenheid om te stemmen over het burgerinitiatief en vandaag nemen we een symbool aan in de vorm van het Europees erfgoedlabel. Dat is absoluut een versterking van de Europese identiteit en het burgerschapsgevoel, waarden die voor ons zo buitengewoon belangrijk zijn. Ik denk dat dit label een uitstekende aanvulling zal zijn op zowel de Werelderfgoedlijst van de UNESCO als op de Europese Culturele Routes, en ook op de Europese Culturele Hoofdsteden. Ieder van ons die wel eens reist, weet hoe waardevol en belangrijk dat is.
Ik denk dat de promotie van de Europese cultuur naar binnen toe, voor de Europeanen zelf, een fundamenteel aspect vormt. Een flink deel van Europa is in dit opzicht nog onontdekt. Maar ook de promotie van de Europese cultuur naar buiten toe, buiten Europa, speelt een cruciale rol. Het allerbelangrijkste is een effectieve promotie van dit label door de commissaris en door de lidstaten.
Georgios Papanikolaou (PPE). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, ook ik wil op mijn beurt onze rapporteur, mevrouw Paliadeli, bedanken voor haar uitstekende verslag en voor alle inspanningen die zij tot nu toe heeft verricht. Het nieuwe Europees erfgoedlabel zal de aandacht vestigen op onze cultuur, op de Europese geest en zal allen van ons tevredenstellen die dikwijls plaatsen in Europa bezoeken en het jammer vinden dat wij deze meerwaarde van Europa niet laten zien, al deze historische monumenten die wij dringend meer bekendheid moeten geven.
Zoals u weet, is Europa natuurlijk niet alleen bezig met de economische crisis; nu het Verdrag van Lissabon is aangenomen, wil het de nadruk leggen op zijn culturele samenhang, het mozaïek van zijn rijke geschiedenis. Dat moet natuurlijk gebeuren met de actieve medewerking van het Europees Parlement en ik reken erop dat de onderhandelingen met de Raad over artikel 18 zullen slagen.
Iosif Matula (PPE). – (RO) Mijnheer de Voorzitter, ik ben blij dat het intergouvernementele project "Europees erfgoedlabel" wordt omgezet in een formeel EU-initiatief, nu het oorspronkelijke project niet de zichtbaarheid en het prestige heeft gekregen dat het verdient. Dankzij dit project kunnen we ook een deur openen naar landen die de cultuur van ons continent verrijken, zonder dat ze deel uitmaken van de Europese Unie.
Een van de kernpunten is de herbeoordeling van de sites waaraan het label is toegekend in het kader van de intergouvernementele overeenkomst, waarbij gezorgd moet worden voor een eerlijke verdeling als het gaat om landen met een verschillend aantal reeds geregistreerde sites. Bovendien is het van belang dat sites die niet meteen herbeoordeeld kunnen worden, de gelegenheid krijgen het label opnieuw aan te vragen, zodat ze meer kansen krijgen.
Door het Europees erfgoedlabel voor onbepaalde tijd toe te kennen, zonder periodieke herbeoordeling, zou het beperkte budget dat aan dit project is toegewezen, efficiënter kunnen worden gebruikt. Het Europees erfgoedlabel zal het algemene publiek meer bewust maken van de diversiteit van ons gemeenschappelijke culturele erfgoed en het cultuurtoerisme bevorderen.
Elena Băsescu (PPE). – (RO) Mijnheer de Voorzitter, de vorming van een gemeenschappelijke Europese identiteit en een toenemende belangstelling voor de Europese Unie en haar ontstaansgeschiedenis zijn belangrijke uitdagingen, waarmee brede cohesie en solidariteit tot stand gebracht kunnen worden. Het Europees erfgoedlabel zou doeltreffender kunnen zijn in het bereiken van zijn doelstellingen, als het als een EU-initiatief zou worden beheerd, op basis van dezelfde criteria en met een zeer duidelijk omschreven toezichtsysteem. Dit zal onder andere een stimulans geven aan het cultuurtoerisme. Net als bij de sites op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO zal het label zorgen voor een toename van het aantal toeristen en voor een nieuwe impuls aan plaatselijke economieën.
Ik ben blij dat de Commissie het Europees erfgoedlabel wil toevoegen aan de andere instrumenten die bestemd zijn om de band tussen de EU en haar burgers te versterken. Tot slot wil ik nog het belang onderstrepen van de bevordering van de interculturele dialoog.
Androulla Vassiliou, lid van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, het lijkt erop dat de meerderheid van de leden die aan het woord zijn geweest de nadruk leggen op het belang van dit Europese initiatief en de werkelijk toegevoegde waarde ervan. Zij wezen erop dat het belang van dit initiatief ligt in het promoten van Europa, de gemeenschappelijke Europese geschiedenis en het gemeenschappelijk erfgoed, de educatieve waarde van dit initiatief en de betekenis ervan bij het creëren en bevorderen van een intensievere culturele dialoog.
Ik ben erg blij en dankbaar voor deze bijval. Ik wil graag duidelijk stellen dat de deskundigen die zullen worden benoemd om de beslissingen te nemen over dit belangrijke initiatief absoluut over de beste professionele geloofsbrieven zullen beschikken om ervoor te zorgen dat ze niet alleen de beste en de meest waardevolle sites kiezen, maar ook de beste ideeën. Ik wil u eraan herinneren dat dit erfgoed niet alleen over sites gaat, maar ook over immaterieel cultureel erfgoed. Zo hebben we in Portugal het decreet dat het eerste decreet in Europa was waarmee de doodstraf werd afgeschaft. Dat is ook opgenomen in de lijst van het Europees erfgoedlabel; immaterieel erfgoed kan dus ook in aanmerking komen.
Ik wil ook duidelijk maken dat we streven naar een vereenvoudigde procedure – kwaliteit maar ook eenvoud is van belang. Daarom zijn we ook niet akkoord gegaan met het voorstel van de Raad om het initiatief na de groep van deskundigen ook nog een comitéprocedure te laten doorlopen aangezien dat tot bureaucratie zou leiden en verspilling van kostbare tijd voordat het besluit kan worden aangenomen.
Tot slot wil ik nog zeggen dat in deze tijden van economische crisis die verdeeldheid scheppen tussen de Europese volkeren in politiek, sociaal en economisch opzicht, we initiatieven zoals dit nodig hebben om de mensen van Europa bijeen te brengen. Dit zal hun een gevoel van identiteit geven, en we moeten het belang onderstrepen van ons gemeenschappelijk cultureel erfgoed waarvan de rijkdom inderdaad in haar verscheidenheid ligt. Gemeenschappelijk maar gevarieerd cultureel erfgoed is wat ons zal verenigen.
Ik wil u nogmaals bedanken voor uw steun, met name mevrouw Paliadeli en de schaduwrapporteurs, voor de uitstekende samenwerking en ik zie uit naar de uiteindelijke goedkeuring van dit belangrijke initiatief in de nabije toekomst.
Chrysoula Paliadeli, rapporteur. − (EL) Mijnheer de Voorzitter, ik zou om te beginnen willen verklaren dat ik de visie op het cultureel erfgoedlabel en de toegevoegde culturele waarde daarvan deel, een visie die trouwens ook is geformuleerd in de effectbeoordeling. Het label op zich kan de kloof tussen de burgers en de Europese Unie niet dichten. Het kan in meer bescheiden zin, samen met andere initiatieven, bijdragen tot het oplossen van dit probleem. Ik kan natuurlijk niet verhelen dat in tijden van crisis, zoals deze die wij de laatste tijd doormaken, met een agressieve aanval op de euro en de Europese Unie, de EU-burgers niet alleen een beroep doen op cultuur om hun dagelijkse problemen op te lossen. Maar kennis van de geschiedenis en eerbiediging van de multiculturaliteit kunnen niet alleen cohesie bevorderen, maar ook een instrument vormen voor de ontwikkeling van plaatselijke gemeenschappen, en deze aanzetten tot samenwerking op lokaal, regionaal, nationaal maar ook transnationaal niveau, zoals in het Commissievoorstel wordt gesteld en waar wij het mee eens zijn. Vanuit dat oogpunt vormt de gedachte van een erfgoedlabel van de Europese Unie – ik dank de heer Ivan, die het oorspronkelijke voorstel memoreerde – dat een groter besef onder de Europese burgers van een gemeenschappelijk erfgoed tot doel heeft en tegelijkertijd cultureel toerisme bevordert, een positieve stap in die richting. Waarden zoals democratie en vrijheid, die teruggaan op het Europese culturele verleden, zijn voor onze tijd even belangrijk als transparantie en solidariteit, vooral indien wij de kloof tussen de Europese instellingen en de burgers van de lidstaten van de Europese Unie willen dichten, maar ook tussen de burgers van de lidstaten onderling. Natuurlijk zullen wij problemen in verband met de bureaucratie moeten oplossen, maar ik verzeker u dat er onder bijzonder duidelijke omstandigheden een transparante Europese jury van deskundigen samengesteld zal worden. Zonder enige twijfel zal deze instelling met absolute helderheid functioneren.
De Voorzitter. – Het debat is gesloten.
De stemming vindt vandaag om 12.00 uur plaats.
Schriftelijke verklaringen (artikel 149)
Rareş-Lucian Niculescu (PPE), schriftelijk. – (RO) Door van het Europees erfgoedlabel een officiële EU-actie te maken zal een bijzondere meerwaarde worden gegeven aan alle acties die door de lidstaten worden uitgevoerd, en zal bovendien een belangrijke bijdrage worden geleverd aan de vorming van een gemeenschappelijke Europese identiteit. Ik ben blij met dit initiatief en het voorgelegde verslag. Daarnaast wil ik vermelden dat het Europees erfgoedlabel heel succesvol en met gunstig effect zou kunnen worden uitgebreid tot activiteiten in verband met traditioneel plattelandstoerisme, een bloeiende sector in de landen van Europa. Dit is dan ook een van de voorstellen die ik ga indienen bij de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling bij de presentatie van het advies over de rol van plattelands- en agrotoerisme bij het bereiken van de EU-doelstelling om van Europa de toeristische topbestemming in de wereld te maken.
Emil Stoyanov (PPE), schriftelijk. – (BG) Ik zou mevrouw Paliadeli willen feliciteren met haar werk aan dit verslag. Het instellen en toekennen van een Europees erfgoedlabel is een initiatief dat speciale aandacht verdient. De Europese dimensie en het belang van de voorgestelde locaties zullen bijdragen aan de bevordering van een Europese identiteit en een gevoel van Europees burgerschap. De geschiedenis van ons continent is een belangrijk aspect dat kan bijdragen aan de integratie van de Europese volkeren. Onze jongere generatie moet zich goed bewust worden van het Europees erfgoed, aangezien het van groot belang is dat er geen variaties bestaan in de verschillende versies en pogingen tot populistische interpretatie. Het gaat immers om onze gemeenschappelijke Europese geschiedenis en die weerspiegelt onze gehele culturele en linguïstische diversiteit. De selectieprocedure moet waarborgen dat er alleen locaties worden gekozen met een passende kwaliteit. Ik geloof dat de lidstaten hun voorstellen moeten indienen in hechte samenwerking met hun plaatselijke en regionale overheden. Dit draagt bij aan de populariteit van de locaties op nationaal niveau en kan de kloof overbruggen tussen Europese instellingen en de Europese burger. Als lid van het Europees Parlement, het enige democratisch gekozen instituut dat de Europese burger vertegenwoordigt, geloof ik dat dit instituut een belangrijkere rol moet spelen ten aanzien van dit initiatief.
Csanád Szegedi (NI), schriftelijk. – (HU) Voorzitter, ik ben het volledig eens met de stelling in het rapport dat er een enorme kloof gaapt tussen de Unie en de burgers van de Europese lidstaten. Meer dan de helft van hen heeft immers geen positief oordeel over de EU. Met de verandering van „Europees erfgoedlabel” in „erfgoedlabel van de Europese Unie” en de overige wijzigingen hebben we de zoveelste kostbare en overbodige zelfpromotie en propaganda van de EU in gang gezet. De kleinigheid buiten beschouwing latend, dat men het monument voor de Slowaakse nationalist Stefanik heeft bestempeld als een voorbeeld van erfgoed van de Europese Unie, zal ook dit nieuwe initiatief de mensen niet dichter bij de Europese Unie brengen. Het is voorts onduidelijk waarom men het „Europees erfgoedlabel” wil uitbreiden naar derde landen en naar welke landen men dit wil doen, als het waar is dat men geen kopie wil maken van de reeds bestaande Werelderfgoedlijst van UNESCO.