Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2010/2101(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0375/2010

Ingediende teksten :

A7-0375/2010

Debatten :

PV 17/01/2011 - 20
CRE 17/01/2011 - 20

Stemmingen :

PV 18/01/2011 - 7.5
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2011)0005

Debatten
Maandag 17 januari 2011 - Straatsburg Uitgave PB

20. Europese consensus betreffende humanitaire hulp (korte presentatie)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde verslag over de tenuitvoerlegging van de Europese consensus betreffende humanitaire hulp: tussentijdse balans van het actieplan en toekomstperspectieven [2010/2101(INI)] – Commissie ontwikkelingssamenwerking. Rapporteur: Michèle Striffler (A7-0375/2010).

 
  
MPphoto
 

  Michèle Striffler, rapporteur. (FR) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, de humanitaire context in de wereld is slechter geworden, de humanitaire uitdagingen en behoeften zijn enorm en de gebieden waar humanitaire hulp vereist is zijn ontelbaar.

De Europese consensus voor humanitaire hulp is een fundamenteel instrument dat relevanter is dan ooit in deze humanitaire context die volop in ontwikkeling is. We kunnen humanitaire uitdagingen het hoofd bieden door de consensus en het daarbij horende actieplan nauwgezet toe te passen. Los van de humanitaire partners is de consensus bij teveel mensen echter nog te onbekend. We moeten daarom iets gaan doen om de consensus meer zichtbaarheid te geven en bekend te maken bij de lidstaten en de betrokken actoren. We moeten vragen dat deze consensus wordt verspreid, begrepen en toegepast binnen de Europese Dienst voor extern optreden en door militair personeel.

In 2009 is de werkgroep humanitaire hulp en voedselhulp opgericht binnen de Raad. Het is een belangrijk forum geworden, maar de rol ervan moet worden versterkt wat betreft de coördinatie tussen de lidstaten en het toezicht op de tenuitvoerlegging van de consensus, en wat betreft het aanbevelen van humanitaire hulp met betrekking tot de andere werkgroepen van het Politiek en Veiligheidscomité.

De tussentijdse herziening van het actieplan is een unieke gelegenheid om het optreden te verbeteren in gebieden die extra aandacht verdienen, zoals, allereerst, de bevordering van humanitaire principes en het internationale humanitaire recht, omdat humanitaire hulp geen instrument voor crisismanagement is, en we zouden de toenemende politisering van humanitaire hulp en de gevolgen daarvan voor de naleving van de humanitaire ruimte moeten betreuren. Een tweede gebied behelst de kwesties van de kwaliteit, de coördinatie en de coherentie in het kader van de verlening van humanitaire hulp door de Europese Unie, en een derde aspect is de verheldering van het gebruik van militaire middelen en vermogens op het gebied van civiele bescherming in overeenstemming met de humanitaire consensus en de richtsnoeren van de Verenigde Naties.

Er moet een duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen de opdrachten van militaire en humanitaire organen en er moet een dialoog komen tussen militaire en humanitaire organen om tot wederzijds begrip te kunnen komen.

Verder verzoek ik in mijn verslag de Europese Commissie om zeer ambitieuze wetgevingsvoorstellen in te dienen voor de oprichting van een EU-interventiemacht en ik ben verheugd met de mededeling die de Commissie onlangs heeft gedaan met betrekking tot het versterken van de vermogens van de Europese Unie om te reageren in noodsituaties.

Ten slotte moeten we de dimensie ‘beperking van het risico op rampen’ versterken, alsook het verband tussen noodhulp, wederopbouw en ontwikkeling.

In het kader van het Verdrag van Lissabon is de Europese Dienst voor extern optreden opgericht. We hebben daarom tijdens de onderhandelingen geprobeerd om de onafhankelijkheid van DG ECHO te verdedigen en om eventuele pogingen om humanitaire hulp te gebruiken voor buitenlandse politieke doeleinden tegen te houden. Er moeten strenge en transparante regels komen voor de samenwerking en coördinatie tussen de Europese Dienst voor extern optreden en de Commissie voor het beheersen van grote crises.

Tot slot wil ik uw aandacht vestigen op de toename van seksueel geweld – ik denk daarbij vooral aan het oosten van de Republiek Congo in de regio Kivu – en op het belang van de systematische opneming van gender en reproductieve gezondheid in humanitaire acties op het gebied van de basisgezondheidszorg.

 
  
MPphoto
 

  Anna Záborská (PPE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik feliciteer mevrouw Striffler met haar verslag. Er wordt echter met geen woord gerept over actoren van wie de betrokkenheid gebaseerd is op godsdienst, met name het christendom. In de tekst van de Europese consensus wordt wel het Rode Kruis genoemd, maar worden andere actoren genegeerd die dezelfde status hebben in het internationale recht maar gebaseerd zijn op het christelijke geloof, zoals de Orde van Malta.

Dit verslag is dus een nieuw bewijs van de onachtzaamheid waarmee de Europese instellingen tegen de betrokkenheid van christelijke actoren in de humanitaire interventie aan kijken. Godsdiensten hebben niet alleen de plicht, maar ook de noodzakelijke competentie om snel in actie te komen in crisissituaties en natuurrampen.

Ik verzoek de rapporteur een mondeling amendement in te dienen om het nut en de doeltreffendheid te erkennen van actoren die hun werk baseren op het christelijke geloof.

 
  
MPphoto
 

  Miroslav Mikolášik (PPE). - (SK) Mijnheer de Voorzitter, de Europese Unie en de lidstaten zijn de belangrijkste verstrekkers van humanitaire hulp ter wereld. Dat is onze morele verplichting.

De Europese consensus over humanitaire hulp is een belangrijke mijlpaal geworden, wat ook blijkt uit de analyse van het actieplan voor de uitvoering van humanitaire hulp. In het verslag wordt echter ook gewezen op concrete zwakten van het systeem en andere belemmeringen voor de effectieve en snelle levering van humanitaire diensten en goederen voor de kwetsbaarste mensen in crisisgebieden.

Ik denk dat het Verdrag van Lissabon op diverse punten voor vernieuwing zal zorgen op het gebied van de humanitaire hulp van de Europese Unie, die nu een apart beleidsgebied is geworden, en adequaat en direct zal worden ingezet om tastbare resultaten te bereiken met respect voor de menselijke waardigheid, menselijke waarden en naleving van de mensenrechten zoals die zijn verankerd in het internationaal recht, bijvoorbeeld ook bij eerste hulp bij rampen.

 
  
MPphoto
 

  Zuzana Roithová (PPE). - (CS) Het is met het oog op de onder meer als gevolg van de klimaatveranderingen steeds talrijkere en steeds ernstigere humanitaire rampen in derde landen van groot belang dat de humanitaire hulpverlening zowel kwantitatief als kwalitatief op een hoger plan wordt gebracht. De in het verslag genoemde maatregelen zoals de omvorming van de civielebeschermingsstructuren in de lidstaten teneinde deze eveneens te kunnen inzetten als doeltreffende en gecoördineerde hulpstructuren van de Europese Unie, hebben dan ook mijn volledige steun. De veiligheid van de humanitaire werkers dient daarbij echter dringend te worden verbeterd. Ik ben van mening dat de Commissie meer mensen en meer middelen moet inzetten voor bijvoorbeeld voorlichting op Haïti. Dankzij voorlichting kunnen de bewoners inzicht krijgen in de oorzaken en de achterliggende mechanismen van de rampen waar zij het slachtoffer van zijn geworden en zullen zij eerder bereid zijn te helpen de veiligheid van humanitaire werkers te beschermen en niet andersom. Verder is het noodzakelijk – en dus geenszins ongewenst – dat die bescherming mede geboden wordt door het leger.

 
  
MPphoto
 

  Seán Kelly (PPE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil graag even een paar vragen stellen. De Europese Unie is te prijzen om haar financiële hulp aan mensen die dat nodig hebben, maar de steunverlening verloopt vaak via ngo’s. Zijn er ngo’s die hun zaken niet op orde hebben of waarover klachten zijn geuit in de landen waar ze actief zijn, of waarover de Europese Unie zelf twijfels heeft? Met andere woorden, geven wij de steun en de toelagen – laten we het zo maar omschrijven – elk jaar gewoon maar aan de ngo’s? Hoe zit het met het afleggen van verantwoording?

Ik heb mij recentelijk over een aantal programma’s gebogen en maak mij nogal zorgen over aantijgingen met betrekking tot de handelwijze van bepaalde ngo’s en het feit dat zij geen verantwoording afleggen. Let wel, ik realiseer mij dat de overgrote meerderheid wel goed werk doet en eerbare beweegredenen heeft.

 
  
MPphoto
 

  Peter Jahr (PPE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de rapporteur bedanken voor het feit dat wij deze problematiek in het Parlement kunnen behandelen. Ik heb twee opmerkingen of punten die bij humanitaire hulp altijd door mijn hoofd spoken. Ten eerste is hulp aan mensen die in nood verkeren onomstreden en belangrijk. Toch zullen wij ons altijd moeten afvragen – de spreker voor mij deed het al – of de middelen adequaat en naar behoren worden aangewend.

Ten tweede is er nog iets wat wij niet mogen veronachtzamen. Humanitaire hulp wordt met recht verleend aan mensen die in nood verkeren. Natuurrampen kunnen daarvan de oorzaak zijn, maar er zijn ook steeds meer rampen die door de mens zelf zijn veroorzaakt, zoals met name politieke en gewapende conflicten. We moeten bedenken dat we met humanitaire hulp weliswaar noodhulp verlenen, maar dat tegelijkertijd ook de oorzaken, te weten de politieke gewelddaden, moeten worden aangepakt.

 
  
MPphoto
 

  Kristalina Georgieva, lid van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben zeer ingenomen met het verslag van mevrouw Striffler, en ook met de inzet en constante krachtige pleitbezorging van het Parlement voor doeltreffende Europese humanitaire actie.

De consensus is aangenomen in 2007. Deze voorziet in een essentieel gemeenschappelijk beleidskader voor de EU – een gedeelde visie die vergezeld gaat van een actieplan. De lidstaten en de Commissie hebben de gedeelde verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat de consensus goed ten uitvoer wordt gelegd.

Ik wil benadrukken dat in het verslag heel duidelijk naar voren wordt gebracht dat humanitaire beginselen, internationaal humanitair recht en bescherming van de humanitaire ruimte centraal moeten staan bij onze activiteiten in het kader van de consensus. Vier vijfde van onze humanitaire hulp gaat naar mensen die het slachtoffer zijn van noodsituaties die voortvloeien uit een conflict of anderszins het gevolg zijn van menselijk handelen. Wij kunnen deze mensen alleen bereiken als onze hulp onafhankelijk en neutraal is, en ook als zodanig wordt beschouwd.

Graag geef ik u een voorbeeld. Ik ben net teruggekeerd uit Jemen, waar wij samen met de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor vluchtelingen Antonio Gutierrez, met hoge regeringsfunctionarissen en vertegenwoordigers van de rebellenbeweging al-Houthi het gesprek zijn aangegaan over het toelaten van humanitaire hulp. Voor het eerst zijn wij erin geslaagd van hun zijde een toezegging te krijgen dat zij humanitaire hulporganisaties toegang zullen geven tot de conflictzone en dat zij hulpverlening aan alle Jemenieten die in nood verkeren zullen toelaten, overeenkomstig de humanitaire beginselen van neutraliteit en onafhankelijkheid. Verwijzend naar de uren die ik heb doorgebracht in aanwezigheid van mannen met kalasjnikovs constateer ik dat wij in Europa daadwerkelijk dit beginsel van neutraliteit brengen dat een brug slaat naar mensen in nood. Jemen telt 300 000 intern ontheemden en nog honderdduizenden andere mensen die de dupe zijn van zes oorlogen in zes jaar tijd in het noorden van het land.

Voor een blijvend effect is humanitaire hulp uiteraard niet het juiste instrument. Alleen ontwikkeling kan een fundament zijn voor blijvende vrede. In de Commissie hebben we een jaar uitgetrokken voor de tussentijdse evaluatie van het actieplan voor de tenuitvoerlegging van de consensus, in nauwe samenwerking met de lidstaten en humanitaire partners. Op 8 december heeft de Commissie een mededeling over dit onderwerp goedgekeurd. Uit de evaluatie blijkt dat we in de afgelopen drie jaar een significante bijdrage hebben geleverd aan de versterking van het humanitaire optreden door middel van pleitbezorging en humanitaire actie, en ook door humanitaire hulp en civiele bescherming samen te brengen.

We hebben ook vastgesteld dat er op drie gebieden ruimte is voor verdere verbetering.

Ten eerste moeten we de kwaliteit en doeltreffendheid van de hulp verbeteren door een goede behoeftenevaluatie, een goed gecoördineerde respons en investeringen in rampenpreventie en lokale capaciteit. In deze tijd, waarin de behoefte toeneemt en de budgetten beperkt zijn, is dit van cruciaal belang.

Ik wil graag even reageren op het punt van de verantwoordingsplicht. Het moge duidelijk zijn dat we elke euro optimaal moeten benutten met het oog op de best mogelijke hulp met het grootst mogelijke effect. Om ons ervan te verzekeren dat onze partners – VN-agentschappen en ngo’s – verantwoordelijk met de middelen omgaan, evalueren we jaarlijks een derde van alle partners en een derde van alle projecten. In alle crisisgebieden in de wereld hebben we onze eigen hulpbureaus, die als het ware de oren en ogen zijn van onze belastingbetalers; ook in Jemen gezien de toenemende hulpbehoefte. Recentelijk heb ik daar bij de officiële opening het lint mogen doorknippen.

Het tweede punt dat voor verbetering vatbaar is, is het versterken van de stem van de EU. We zijn de grootste donor van humanitaire hulp en moeten ervoor zorgen dat we een duidelijke en eensluidende boodschap afgeven. Ook moeten we andere donoren de hand reiken om invulling te geven aan onze voortrekkersrol, niet alleen ten opzichte van traditionele donoren, maar ook door nieuwe donoren te benaderen.

Ten derde moeten we zorgen voor samenhang, wat inhoudt dat we, samen met de Europese dienst voor extern optreden en met militaire actoren moeten samenwerken om een op principes gebaseerde humanitaire benadering te waarborgen en te promoten in Europa.

Afsluitend zou ik mevrouw Striffler nogmaals willen bedanken voor haar inspanningen en het Parlement willen oproepen de discussie over dit onderwerp voort te zetten. De wereld is veranderd. Helaas zullen we meer en meer te maken krijgen met natuurlijke en door de mens veroorzaakte rampen. Ons handelen zal niet alleen bepalend zijn voor de levens van de getroffenen, maar ook voor het moreel gehalte en de capaciteit van de EU om voorop te gaan in de wereld.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

De stemming vindt dinsdag 18 januari 2011 plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  Artur Zasada (PPE), schriftelijk. – (PL) Humanitaire hulp is een uitdrukking van universele solidariteit tussen mensen, en het is onze morele plicht. Vandaag de dag zien we een systematische stijging van de dringende behoefte aan humanitaire hulp als gevolg van het stijgende aantal natuurrampen dat wordt gerapporteerd. Dit is niet enkel het gevolg van klimaatveranderingen, maar ook van de ontwikkeling van technologieën die helpen vaststellen waar rampen hebben plaatsgevonden en die ons hierover inlichten. Belangrijke criteria voor humanitaire hulpverlening zouden snelheid, verantwoordelijkheid en zo laag mogelijke administratieve kosten moeten zijn. De ontwikkeling van vervoer is een factor die de hulpverlening verbetert. Hierdoor kunnen we sneller bij de slachtoffers komen en aan meer mensen hulp verlenen. Daarom is het zo belangrijk om de bedrijfswereld in te schakelen. Ik denk aan ondernemingen en concerns, maar ook kleine bedrijven, en niet enkel transportbedrijven en logistieke bedrijven. We moeten netwerken van organisaties uitbouwen, die samenwerken in een bepaald gebied, zodat we doeltreffend hulp kunnen verlenen en het systeem voor snelle crisisinterventie kunnen verbeteren. Op basis van intersectorale samenwerking tussen de bedrijfswereld en organisaties en instelling kunnen er bases, afdelingen, bureaus voor beheer van fondsen, magazijnruimte, vrijwilligers, voedsel, elementaire materialen en uitrusting en vervoermiddelen worden aangelegd. Zo’n samenwerking kan voelbare voordelen met zich meebrengen bij menselijke drama’s, in het bijzonder wanneer er snel moet worden gereageerd, en niet eerst fondsen moeten worden ingezameld.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid