De Voorzitter. – Aan de orde zijn de verklaringen van de Raad en de Commissie over de benoeming van de directeurs van de Europese toezichthoudende autoriteiten.
Enikő Győri, fungerend voorzitter van de Raad. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de commissaris en de geachte Parlementsleden – mijn dierbare ex-collega’s – bedanken dat zij mij de kans geven om namens de Raad het woord te voeren over de procedure voor de benoeming van de voorzitters en uitvoerend directeuren van de nieuwe Europese toezichthoudende autoriteiten, de ESA’s, en over de uitgangspunten die als richtsnoer moeten dienen voor de uitoefening van hun taken.
De ESA-verordeningen, die wij minder dan drie maanden geleden hebben vastgesteld, voorzien niet in een specifieke rol voor de Raad bij de benoemingen van de voorzitter en de uitvoerend directeur van elke ESA. Deze worden gedaan door de betreffende raden van toezichthouders.
Daarom wordt, overeenkomstig de ESA-verordeningen, de voorzitter van elke ESA benoemd door de raad van toezichthouders. Daarnaast kennen de ESA-verordeningen een cruciale rol toe aan het Europees Parlement, aan wie de mogelijkheid is geboden om bezwaar te maken tegen de benoeming van deze hoge functionarissen en om een voorzitter uit zijn functie te ontheffen na een besluit van de raad van toezichthouders.
Wat is dan de rol van de Raad in dit scenario? Wel, de Raad, als medewetgever, is met het Parlement overeengekomen dat in deze verordeningen bepalingen worden opgenomen die erop gericht zijn ervoor te zorgen dat de leden van de raad van toezichthouders – de raad van bestuur – de voorzitter en de uitvoerend directeur van elke ESA beschermd worden door en gebonden zijn aan strikte onafhankelijkheid, zodat zij enkel in het belang van de Unie optreden.
Ik zal de bepalingen van de verordeningen, en meer in het bijzonder de artikelen 42, 46, 49 en 52, niet volledig citeren, maar de strekking is duidelijk, en die is dat noch de stemgerechtigde leden van de raden, noch de voorzitter of de uitvoerend directeur, instructies zullen vragen of aanvaarden van de instellingen of organen van de EU, regeringen van lidstaten of van welke publieke of private instantie dan ook, en dat die op hun beurt niet zullen proberen de voorzitter of de uitvoerend directeur te beïnvloeden bij de uitvoering van hun taken.
De ESA-verordeningen vallen onder het statuut van de ambtenaren zoals vastgesteld door de instellingen van de EU. Zij bevatten ook een aantal belangrijke bepalingen die ervoor moeten zorgen dat de voorzitter en de uitvoerend directeur van elke ESA op een zo objectief mogelijke manier worden geselecteerd, strikt op basis van de criteria genoemd in de artikelen 48 en 51 van de verordeningen.
Ik merk op dat die beide artikelen, naast de bestuurlijke ervaring die typisch bij het profiel van een uitvoerend directeur hoort, ook ‘verdienste, bekwaamheid, kennis van financiële instellingen en markten en van relevante ervaring met betrekking tot financieel toezicht en financiële regulering’ als criteria noemen.
Wat de financiering betreft, heeft de Raad bij de vaststelling van de verordeningen hoge ambities voor de ESA’s gesteld, en dat geldt zeker ook voor het Parlement. Nu is het aan de beide instellingen, als begrotingsautoriteit, om te garanderen dat die ambities ieder jaar hun beslag vinden in de passende middelen, op basis van het begrotingsvoorstel van de Commissie.
Het voorzitterschap hecht er ook veel belang aan dat alle lidstaten aan hun verplichtingen jegens de nieuwe autoriteiten voldoen. Voor de Raad, als medewetgever, is het van essentieel belang dat alle bepalingen van de verordeningen volledig en loyaal ten uitvoer worden gelegd. Wij verwachten dat de Europese Commissie, als hoedster van de Verdragen, ervoor zorg draagt dat dat inderdaad het geval is.
Zoals de geachte afgevaardigden ongetwijfeld weten, is de Commissie in overweging 55 van de verordeningen ook belast met de verantwoordelijkheid voor het opstellen van een beperkte lijst van kandidaten om de selectieprocedure voor de eerste voorzitter van elke autoriteit richting te geven. Het Parlement en de Raad zijn deze startprocedure overeengekomen toen zij de verordeningen vaststelden.
Ik hoop dat de voorzitters nu met hun werk kunnen beginnen. Het is van het allergrootste belang dat de nieuwe agentschappen zo snel mogelijk operationeel worden. Zij vormen een essentieel onderdeel van de reactie van de EU op de uitdagingen als gevolg van de financiële crisis. Wij kunnen ons niet veroorloven te wachten. Wij moeten ervoor zorg dragen dat de oprichting en het werk van de nieuwe agentschappen soepel zullen verlopen, en ik ben ervan overtuigd dat ik daarbij op de volledige steun van het Parlement kan rekenen.
Door de goede samenwerking tussen het Parlement en de Raad heeft de EU nu een geheel nieuwe structuur van toezichthoudende autoriteiten. Het is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat de ESA’s zo snel mogelijk aan het werk gaan.
Als vertegenwoordiger van een parlementvriendelijk voorzitterschap zet ik alles in het werk om in zo goed mogelijke harmonie samen te werken met het Europees Parlement, en ik hoop ook te kunnen werken met een Parlement dat een loyale partner is.
Michel Barnier, lid van de Commissie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de minister, dames en heren, de Europese Unie beschikt sinds 1 januari over een nieuw systeem voor financieel toezicht.
Dit systeem zal, in combinatie met een grondige herziening van de regelgeving voor de financiële markten en marktdeelnemers, de financiële stabiliteit in de Unie vergroten en volgens mij zorgen voor meer kansen en solide grondslagen voor de in onze landen uiterst belangrijke financiële sector.
Om te beginnen wil ik het Europees Parlement feliciteren met de bijzonder belangrijke rol die het al enkele jaren lang bij dit proces speelt. Het feit dat wij nu beschikken over een doeltreffender systeem voor financieel toezicht en zowel in deze als in andere kwesties lessen trekken uit de crisis, hebben we grotendeels te danken aan het Europees Parlement.
Met de benoemingen in de komende dagen van de voorzitters en uitvoerend directeurs of directrices van de drie Europese toezichthoudende autoriteiten naderen wij nu de laatste fasen van de totstandbrenging van deze nieuwe structuur. Dames en heren, bij deze benoemingsprocedures is sprake geweest van volledige transparantie en een strikte naleving van zowel de verordeningen tot oprichting van de autoriteiten als de andere regels die van toepassing zijn op de aanstelling van de hoofden van de regelgevende instanties van de Unie.
Voor de zes functies in kwestie zijn er circa 275 kandidaatstellingen ontvangen, die allemaal minutieus en objectief zijn bekeken. De rollen die zijn toebedeeld aan de verschillende belanghebbenden, aan het Parlement, het comité van toezichthouders en de Commissie zelf, zijn eveneens ten volle gerespecteerd. Wij zullen er in de toekomst op blijven toezien dat het proces transparant en correct gepland is, opdat de Commissie economische en monetaire zaken van het Parlement haar uiterst belangrijke rol optimaal kan vervullen.
Dit Parlement heeft – in mijn ogen terecht – hoge eisen gesteld met betrekking tot deze autoriteiten en blijft deze stellen. Ik begrijp de wensen van het Parlement. De Commissie is het met het Parlement eens dat de voorzitters en uitvoerend directeurs van deze autoriteiten moeten worden gekozen op basis van hun verdiensten, ervaring, onafhankelijkheid, Europees engagement en van hun kennis van de kwesties die verband houden met het toezicht op en de regulering van de financiële markten. Dames en heren, de lopende selectieprocedures, op basis van de ontvangen kandidaatstellingen, hebben tot nu toe in deze geest plaatsgevonden.
Daar het Parlement en de Raad in artikel 68 van de verordeningen tot oprichting van deze autoriteiten hebben bepaald dat voor de voorzitters en uitvoerend directeurs dezelfde regels moeten gelden als voor het personeel van de instellingen van de Unie, heeft de Commissie erop toegezien dat dit inderdaad het geval is en dat de verordening zowel op dit punt als op andere punten wordt nagekomen.
Dames en heren, u hebt uw bezorgdheid geuit over de salarissen en maximumleeftijd van de hogere functionarissen van deze autoriteiten. Wij hebben op deze punten alle mogelijkheden onderzocht om een maximale flexibiliteit te verkrijgen en deze kwestie kan eventueel nog worden bestudeerd ten tijde van de voor eind 2013 geplande evaluatie van de werkzaamheden van de autoriteiten.
Daarnaast streef ik er net als het Parlement naar dat er evenveel vrouwen als mannen aan het hoofd van deze autoriteiten komen te staan. In de voorselectieprocedure heeft de Commissie dit beginsel van gelijke kansen strikt toegepast aan de hand van de geregistreerde kandidaatstellingen. In dit opzicht wijs ik erop dat er in de laatste lopende, nog niet beëindigde procedure voor de benoeming van de uitvoerend directeurs, twee bijzonder capabele vrouwen in de race zijn voor een functie van uitvoerend directeur.
Ik ben het helemaal met het Parlement eens dat we behoefte hebben aan krachtige autoriteiten, waarbij geen sprake is van politieke of andere inmenging. De voorzitters, uitvoerend directeurs en leden van de verschillende raden zullen onafhankelijk en uitsluitend in het belang van de Unie moeten handelen. Het Parlement en de Raad hebben dit beginsel centraal gesteld in de verordeningen tot oprichting van deze autoriteiten, in het bijzonder in artikel 42, 46, 49 en 52, waaraan minister Győri zojuist heeft gerefereerd.
Als hoedster van het EU-recht zal de Commissie de verantwoordelijkheid voor een strikte naleving van deze artikelen geheel en al op zich nemen. Ik voeg hieraan toe dat de Commissie zal zijn vertegenwoordigd in de bestuursorganen van de autoriteiten en er om die reden natuurlijk op zal toezien dat elke genomen beslissing in het belang is van de Unie.
Wat de samenstelling van de raad van toezichthouders betreft, heeft de Commissie al gewezen op de juridische noodzaak en het politieke belang om deze raden samen te stellen uit de hoofden van de bevoegde nationale autoriteiten. Ik heb de autoriteiten zelf aangeschreven om dit punt zo nodig te kunnen verduidelijken. Sommige nationale autoriteiten hebben hun vertegenwoordiging sindsdien gewijzigd; andere moeten dit nog doen. U kunt erop rekenen dat de Commissie deze kwestie op de voet zal volgen en onverbiddelijk zal zijn.
De samenstelling van de raden van de autoriteiten moet helemaal conform uw wensen zijn, conform de wensen van de wetgever in het algemeen, en ik zal er persoonlijk op toezien dat de hoofden van de nationale autoriteiten –ik herhaal – ten minste tweemaal per jaar effectief aanwezig zijn, in overeenstemming met artikel 40 van de verordeningen tot oprichting van deze autoriteiten.
Dames en heren, tot slot vind ik net als het Parlement dat deze autoriteiten moeten beschikken over de financiële en personele middelen die nodig zijn voor een geloofwaardige uitvoering van hun taken. De begrotingsautoriteit kan rekenen op de technische bijstand van de Commissie als het erom gaat toe te zien op een goede samenhang tussen enerzijds de aan deze autoriteiten toevertrouwde verantwoordelijkheden en anderzijds natuurlijk de middelen die hun zijn toegekend voor de verwezenlijking van deze verantwoordelijkheden.
Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het is nu van essentieel belang dat de procedures voor de aanstelling, voor de bevestiging van de voorzitters en uitvoerend directeurs van deze autoriteiten worden afgerond. Deze autoriteiten moeten aan de slag. Ik verzeker u dat ik iedere dag bemerk hoe nuttig deze nieuwe autoriteiten zijn aangezien wij momenteel bijna dagelijks een beroep op hen op doen.
De taken die deze autoriteiten moeten uitoefenen in samenwerking met het Europees Comité voor systeemrisico's zijn van het allergrootste belang. Het was onze wens dat zij met ingang van 1 januari volledig operationeel zouden zijn. Het is nu de verantwoordelijkheid van ons allemaal, van een ieder onder ons in de eigen specifieke rol, om hen in staat te stellen hun taak snel en onder goede omstandigheden uit te oefenen. Hiertoe behoeven zij de volledige steun van uw instelling.
Ik bevestig hierbij dat de Commissie er van haar kant voor zal zorgen dat de wil van de wetgever ten volle wordt gerespecteerd en dat deze autoriteiten uitsluitend in het belang van de Europese Unie handelen.
VOORZITTER: DAGMAR ROTH-BEHRENDT Ondervoorzitter
Jean-Paul Gauzès, namens de PPE-Fractie. – (FR) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw Győri, mijnheer Barnier, dit is geen juridisch maar een echt politiek debat. Het is een debat over de toekomst van Europa op het gebied van financiële regelgeving. Het is het eindresultaat van een deel van het werk dat het Parlement samen met de Raad en onder leiding van de Commissie heeft verricht. Ik zal dus heel duidelijk zijn.
Het gaat er ons niet om ons te vermaken met een soort revolutie of het tonen van onze spierballen. Het gaat erom ervoor te zorgen dat de aan de akkoorden tussen de Raad en het Parlement ten grondslag liggende geest effectief wordt gerespecteerd. Het is geen les in recht. Het gaat niet om de teksten. Die kennen we. Wat telt, is de manier waarop deze teksten in werking zullen worden gesteld. In dit opzicht bedank ik de commissaris voor zijn duidelijke woorden.
Wij hebben de Commissie nooit betwist en de woorden van de commissaris sluiten helemaal aan bij de wensen van het Parlement. Het betreft een politieke daad waarmee wordt gezegd: "Deze instellingen zijn opgericht en nu moeten wij ze de concrete middelen geven om te kunnen functioneren."
Welnu, wij koesteren argwaan – ik denk niet dat we slechts twijfels hebben – ten aanzien van de manier waarop deze bepalingen effectief zijn uitgevoerd door een aantal lidstaten, door hen die het Europees toezicht willen ontmantelen, die financiële regelgeving op Europees niveau willen voorkomen. Daar verzetten wij ons tegen omdat we van mening zijn dat als dit het geval was geweest, wij bij de onderhandelingen over het toezicht zouden zijn beduveld. Deze onderhandelingen waren lang en moeizaam. Iedereen heeft compromissen gesloten. Het Belgische voorzitterschap heeft opmerkelijk werk verricht, de commissaris heeft een enorme impuls gegeven, maar nu zouden we kunnen worden geconfronteerd met instellingen die in werkelijkheid geen enkele macht hebben: omdat het aangestelde personeel een lage status heeft, omdat de lidstaten niet de beste kandidaten hebben gekozen en misschien omdat de salarissen niet aantrekkelijk waren.
Het Parlement moet nu in ieder geval een concreet antwoord krijgen en ik moet u zeggen, mevrouw de minister – ondanks mijn gevoelens van vriendschap voor u omdat wij in dezelfde banken, in dezelfde fractie en commissie hebben gezeten – dat de brief die ik heb gezien en waarvan ik weliswaar moet toegeven dat deze slechts een eerste versie is, niet volstaat.
Ik zal u het simpele antwoord van de Fractie van de Europese Volkspartij (christendemocraten) geven. U zegt namens de Raad dat u de zojuist door de commissaris gedane uitspraken woord voor woord onderschrijft. Ik kan u meedelen dat dit voor ons een bevredigende verklaring zal zijn. De verklaring van de commissaris is nauwkeurig. Daarin worden problemen op het gebied van personele en financiële middelen behandeld. In uw brief moet staan: "Wij zijn het eens met vrijwel alle uitspraken van de commissaris." Mevrouw Győri, dit is bijzonder belangrijk.
Wij zijn het eens met vrijwel alle uitspraken van de commissaris vanavond, tijdens deze vergadering.
Udo Bullmann, namens de S&D-Fractie. – (DE) Mevrouw de Voorzitter, collega’s, waarom zijn we hier? De heer Barnier heeft het gezegd: we zijn hier omdat het Europees Parlement erin is geslaagd om Europese toezichtinstanties te creëren die deze naam waardig zijn. Dat is niet volgens het plan van de Raad en niet volgens het plan van de lidstaten. Ook de Commissie vroeg zich af hoe ver we eigenlijk zouden komen met de ontwikkeling van deze nieuwe instelling. De Raad zal begrijpen – moet begrijpen – en ook de Commissie zal begrijpen – misschien zelfs uit eigen beweging – waarom wij ons zorgen maken.
Nee, dit Europees Parlement – en dat is een uitspraak die ik maak namens alle fracties en niet slechts namens de sociaaldemocraten – zal niet toestaan dat er nationale spelletjes worden gespeeld die de bevoegdheden van deze toezichtinstanties ondermijnen. Daarom zijn wij natuurlijk geïnteresseerd in de keuze van het personeel. Wij hebben daarbij rechten; wij moeten geraadpleegd worden.
Er zijn voortekenen die inderdaad reden tot zorg geven. We krijgen lijsten met personen en we krijgen lijsten waarbij we echt niet kunnen zien dat er een gendercriterium is gehanteerd. We krijgen voorstellen waarbij we niemand zien – en dat zeg ik met alle respect voor de betrokkenen – die volgens ons zijn of haar werk niet naar behoren zou kunnen doen. Het gaat duidelijk om goede mensen, die ook in hun baan al hebben bewezen dat ze goed werk kunnen verrichten, maar de ons voorgestelde personen zijn geen mensen die met eigen gezag, op grond van hun vroegere werk, tegen de nationale toezichthouders kunnen zeggen waar ze in geval van een conflict staan. Waar Europees toezicht bestaat, rust nationaal toezicht op zijn lauweren. Dat verbaast ons, dat irriteert ons, en dat moet ons ertoe aanzetten om in actie te komen.
Deze procedures zijn onbevredigend en ik vraag me af waarom we bijvoorbeeld niet dezelfde werkwijze hanteren als bij de verantwoordelijken voor OLAF, waarbij de mening van dit Parlement er voor u wel degelijk toe doet. Waarom eigenlijk niet? We hebben nog een kans met de uitvoerende directeuren. U kunt nog bewijzen dat u geïnteresseerd bent in de mening van het Europees Parlement. U hebt nog een kans. Ik zou u beiden willen uitnodigen, fungerend voorzitter van de Raad, geachte voormalige collega, en commissaris Barnier, om deze kans te baat te nemen. U kunt naar de bezwaren van dit Parlement luisteren. U kunt heel duidelijk zeggen hoe u in de toekomst met ons wilt werken. U kunt heel duidelijk zeggen welke doelen u bij de hervorming van 2013 wilt ondersteunen en hoe u de instellingen zult uitrusten. En u zult heel duidelijk kunnen zeggen of u bij de nog te maken personeelskeuze geïnteresseerd bent in onze mening. Daarom verzoek ik u, in het belang van Europa, met klem om een snelle regeling.
Sylvie Goulard, namens de ALDE-Fractie. – (FR) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw Győri, mijnheer de commissaris, dank u voor uw aanwezigheid hier vanavond. Wij realiseren ons terdege dat er weinig tijd was en bedanken u derhalve des te meer dat u begonnen bent met ons te antwoorden. Ik vind het belangrijk onze beweegredenen duidelijk in perspectief te brengen, zoals ook mijn collega's hebben gedaan.
Wat ons motiveert, is dat wij ons er maandenlang collectief voor hebben ingezet dat er kon worden gesproken over een tijdperk "vóór de crisis" en een tijdperk "na de crisis", dat binnen deze interne markt, die de expansie van financiële diensten en bankactiviteiten heeft vergemakkelijkt – en wij kunnen ons helemaal vinden in al het grensoverschrijdende werk van de sector –, gemeenschappelijke regels en toezicht op één lijn werden gebracht. Eerlijk gezegd hebben wij ons tijdens de onderhandelingen – overigens met steun van de Commissie – terdege gerealiseerd dat wij onruststokers waren. Het was ons duidelijk dat er lidstaten waren die het toezicht in eigen hand wilden houden en vooral niet wilden dat iemand zich met hun zaken bemoeide.
Mevrouw Győri, u vertelt ons dat de Raad geen zeggenschap heeft in de aanstelling van deze functionarissen – hetgeen juridisch gezien correct is –, maar er zijn lidstaten die in een hinderlaag liggen. De commissaris heeft er overigens aan herinnerd dat zijn diensten bepaalde landen erop hebben moeten wijzen dat zij hun beste mensen moesten sturen. Dit Parlement doet dus zijn werk doordat het probeert te zorgen voor onafhankelijkheid, middelen en de wil om vooruit te komen.
Wij zijn ons natuurlijk bewust van onze verantwoordelijkheden. Meer dan wie ook willen wij dat deze autoriteiten aan de slag gaan, aangezien we persoonlijk hebben bijgedragen tot de oprichting ervan. Wij hebben geen enkele behoefte om hun werk te vertragen; ik denk hierbij bijvoorbeeld aan de zo belangrijke stress tests voor de banken. Zoals reeds is benadrukt, zullen wij echter simpelweg hoge eisen stellen, een nachtje over deze kwestie slapen en de tijd nemen om alle opmerkingen, van eenieder van u afzonderlijk, in detail te bestuderen, waarna we naar eer en geweten een beslissing zullen nemen.
Ik bedank de heer Barnier voor zijn bijzonder duidelijke woorden en verzoek u, mevrouw Győri, niet naïef te zijn. Er staat veel op het spel.
Sven Giegold, namens de Verts/ALE-Fractie. – (DE) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, mijns inziens gaat het er nu om de mogelijkheden van het recht werkelijk ten behoeve van een sterk financieel toezicht in Europa te benutten, en wij twijfelen eraan of deze mogelijkheden in de instellingen wel echt worden benut. We zien gebreken in de procedure. We zijn er als Parlement tot op heden niet in geslaagd de kandidatenlijst van te voren te zien. We zien slechts het kant en klare resultaat. Het zou heel eenvoudig zijn om ons de lijst voor de uitvoerende directeuren nu toe te sturen. Er is bij de bezetting van de posten duidelijk sprake van een gebrek aan gendergelijkheid en op grond van bepaalde gebeurtenissen in het proces betwijfelen we of de lidstaten bij de invulling van de posten voor deze instelling werkelijk in het belang van Europa zullen handelen.
Op grond hiervan en op grond van de overige punten in onze brief hebben wij het recht een principieel vraagstuk aan de orde te stellen. Bovendien gaat het dan natuurlijk nog om de geschiktheid van de individuele personen, en dan moet iedereen individueel en op grond van eigen bekwaamheid beoordeeld worden. Op dat punt signaleren we twee grote problemen. We hebben bij de hoorzittingen gezien dat een van de kandidaten ontkende dat het om een Europese instelling ging, dat hij het in plaats daarvan had over een netwerk van toezichthoudende instanties en dat hij ook na vragen hierover niet bereid was dit te corrigeren.
Op de vraag of ze bereid waren om alle lobbycontacten met de financiële sector transparant te maken, hebben we geen duidelijk antwoord gekregen. We hebben alle drie kandidaten een brief gestuurd en voor ons is het resultaat van de stemming afhankelijk van de vraag of we hierop duidelijke en uitgebreide antwoorden krijgen.
Kay Swinburne, namens ECR-Fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, de ECR-Fractie is blij met de mogelijkheid om deze vraagstukken vanavond in dit Parlement te bespreken.
Ik wil graag duidelijk stellen dat onze fractie van mening is dat alle drie de kandidaten voor het voorzitterschap van de ESA’s, zoals gisteren door de Commissie Economische en monetaire zaken voorgesteld, volledig gekwalificeerd en bekwaam zijn om de betreffende belangrijke functies te vervullen.
De opmerkingen die ik vanavond maak, hebben puur en alleen betrekking op de procedure die is gevolgd om zover te komen. Ik wil daarom vragen om toekomstige selectieprocedures zo in te richten dat kandidaten worden geworven uit een zo breed mogelijke pool van talent, zodat onafhankelijk denken en een nieuwe diversiteit in het managementteam van deze autoriteiten gegarandeerd is. Daartoe moeten de salarisschalen aansluiten bij de verwachte senioriteit van die functies. Onnodige leeftijdsbeperkingen, of welke andere criteria anders dan technische vaardigheden en bekwaamheid dan ook, dienen ten koste van alles te worden vermeden.
Op het punt van de procedure en de transparantie naar het Parlement toe kunnen wij het best wat beter doen dan we deze keer hebben gedaan. Ik hoop dat hier in de toekomst aandacht aan zal worden geschonken.
Marta Andreasen, namens de EFD-Fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik ben van mening dat deze functies van toezichthouders bij de agentschappen helemaal niet nodig zijn, omdat volgens mij de agentschappen zelf niet nodig zijn. Zal de oprichting van weer een nieuw toezichtsysteem met de naam EAEM leiden tot een verbetering in vergelijking met de bestaande toezichthoudende autoriteiten? Ik denk dat we, door dit te doen, alleen maar verwarring zullen stichten over de vraag wie verantwoordelijk is voor wat.
Zal de toezichthoudende autoriteit regels opstellen die geschikt zijn voor ‘s werelds grootste financiële district? Ik betwijfel het. Integendeel, ik denk dat de stokpaardjes van de antimarktlobby zullen worden omarmd en aan de City of London worden opgedrongen. De problemen die in de afgelopen jaren door financiële activiteiten zijn veroorzaakt, zijn te wijten aan het feit dat de regels ofwel terzijde werden geschoven ofwel door degenen wier taak het was ze uit te voeren domweg werden genegeerd.
Er is geen garantie dat deze autoriteiten het beter zullen doen. Bovendien is ons voor elke functie slechts één kandidaat voorgeschoteld, een volstrekt ondemocratische gang van zaken. Natuurlijk, het is dezelfde gang van zaken als bij de aanstelling van de voorzitter van de Commissie, de rest van de commissarissen en de hoge vertegenwoordiger. Zo kan ik nog een hele lijst opsommen. Ik moedig u allen aan om tegen deze of welke andere kandidaten dan ook te stemmen.
Michel Barnier, lid van de Commissie. − (FR) Mevrouw de Voorzitter, ik zal het kort houden, aangezien ik geprobeerd heb mij zo eerlijk en duidelijk mogelijk uit te drukken, waarbij ik elk woord van mijn verklaring goed heb afgewogen. Deze verklaring zal overigens nog schriftelijk worden bevestigd in een brief die ik samen met vicevoorzitter Šefčovič heb ondertekend om ervoor te zorgen dat alles zeer duidelijk is.
In antwoord op al uw opmerkingen, waar ik u voor bedank, wil ik slechts drie punten aanhalen.
Ten eerste de onafhankelijkheid en het gezag van de voorzitters van de autoriteiten. Ik ben zeer verheugd, maar niet verbaasd, over het feit dat het Parlement – evenals de Commissie overigens – vastbesloten is om deze onafhankelijkheid en dit gezag te verdedigen en om ervoor te zorgen dat deze blijvend worden gerespecteerd. Dat is van essentieel belang en dat is ook wat telt voor de toekomst wanneer wij denken aan de grote hoeveelheid taken en de ernst van de taken waar deze autoriteiten mee te maken zullen krijgen. Eerder zijn de kwesties van de ratingbureaus en de stresstesten aan de orde geweest; dat zijn nu precies de zaken waar wij de autoriteiten en hun geloofwaardigheid voor nodig zullen hebben. Dat is het eerste punt dat ik wilde aanhalen, waaraan het Parlement, en natuurlijk de Commissie hun goedkeuring kunnen geven, en ik hoop en ik verwacht ook de Raad.
Het tweede punt betreft de selectieprocedure. Dames en heren, ik herinner mij de discussies tijdens de trialogen, waar in talloze debatten over deze procedure is gesproken en waarover de medewetgevers uiteindelijk een akkoord hebben bereikt. De procedure is zoals deze is en kent ongetwijfeld tekortkomingen. Zelf heb ik voor verbetering ervan gezorgd door de rendez-vous-clausule op te nemen. Ik heb geen reden, en dat zeg ik in alle eerlijkheid ten overstaan van u, om te denken dat er geen goede kandidaten zijn aangewezen. Ik heb geen reden om te twijfelen aan de motieven van de geselecteerde kandidaten. Nadat ik de shortlists had ontvangen en alle kandidaten persoonlijk had ontmoet, heb ik zelf de verantwoordelijkheid genomen voor het opstellen van een volgorde van de criteria die mij, in alle eerlijkheid, het meest nuttig en geloofwaardig leken. Maar om deze goede kandidaten te vinden hebben wij ons gebaseerd op de lijsten die wij hebben ontvangen en de kandidaturen zoals die zijn gesteld; er zijn 275 kandidaten voorgedragen door de regelgevende instanties van de lidstaten. Wij hebben een rendez-vous-clausule opgenomen voor de verbetering van deze procedures, die inderdaad voor verbetering vatbaar zijn. Toch wil ik in alle oprechtheid zeggen dat ik, als ik namens mijzelf spreek, geen reden heb om te zeggen of te denken dat wij geen goede kandidaten hebben aangewezen die hun verantwoordelijkheid niet aan zouden kunnen.
Tot slot het derde punt, dat velen van u reeds naar voren hebben gebracht, betreft het niveau van vertegenwoordiging van de autoriteiten. De Commissie zal ervoor blijven ijveren dat deze vertegenwoordiging volledig conform de verordeningen is en het hoogste niveau heeft. Op dit punt wil ik het Europees Parlement bovendien zeer bedanken voor de steun die het ons gegeven heeft in deze zeer belangrijke kwestie. Ook deze is een factor van belang voor de geloofwaardigheid.
Mevrouw de voorzitter, dames en heren, dat is wat ik wilde zeggen voor deze avond die ons raad moet brengen, zoals eerder is gezegd. Dat is wat ik u wilde verzekeren: wij, en ik zeg dit persoonlijk namens alle commissarissen, zullen ervoor waken dat deze autoriteiten een succes worden in de betekenis van een echt Europees toezicht. Dit toezicht, en dat wil ik ook gezegd hebben, zal de nationale toezichthoudende autoriteiten niet vervangen, maar zorgt ervoor dat zij beter samenwerken, en het zal eigen bevoegdheden hebben zodat het het hoofd kan bieden aan de uitdagingen en de risico's die vandaag de dag overduidelijk transnationaal zijn.
Wij hadden deze drie radarschermen nodig, en nu hebben wij ze dan ook, grotendeels dankzij u. Nu hebben we deze drie autoriteiten naast het Europees Comité voor systeemrisico's. En nu, dames en heren, moet iedereen snel aan de slag, want eerlijk gezegd zie ik dat de markten zeer snel bewegen, veel sneller dan wij in onze tijd van democratie, en ook de autoriteiten moeten snel aan het werk.
Enikő Győri, fungerend voorzitter van de Raad. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, geachte afgevaardigden, laat mij om te beginnen de vraag beantwoorden die tijdens dit debat heel vaak is gesteld: gaat de Raad ermee akkoord dat de benoemingsprocedure in de verordening wordt geëvalueerd?
Ik weet dat in dezelfde overweging staat dat, met het oog op de latere aanwijzingen van de voorzitters, de mogelijkheid om de Commissie een beperkte lijst te laten opstellen, in een verslag moet worden getoetst.
Ik weet ook dat artikel 81 van de verordening erin voorziet dat de evaluatie door de Commissie uiterlijk op 2 januari 2014, en daarna eens in de drie jaar, wordt ingediend bij het Europees Parlement en de Raad. Dit geeft ons dus de kans om de verordening te zijner tijd te verbeteren op basis van de ervaringen in de praktijk. In die geest zie ik uit naar een constructieve dialoog tussen onze instellingen om de weg te effenen voor de komende evaluatie.
(HU) De toespraken van de commissaris en van mij werden ingegeven door onze bevoegdheden. We hebben de brief van de voorzitter van de Commissie economische en monetaire zaken ontvangen, en allebei geprobeerd de vragen te beantwoorden die pasten bij onze bevoegdheid. Ik heb geprobeerd u ervan te overtuigen dat de garanties voor onafhankelijkheid bestaan, en bij het opstellen van de begroting is het de taak van de Raad en het Parlement, als de twee instellingen met financiële verantwoordelijkheid, ervoor te zorgen dat deze instellingen kunnen functioneren. De werkverdeling is dus duidelijk en het engagement van alle instellingen is mijns inziens eenduidig.
De brief die de voorzitter van ECOFIN, minister György Matolcsy, vandaag als antwoord heeft gestuurd op de brief die de voorzitter van de Commissie economische en monetaire zaken vanmorgen heeft verstuurd, is in deze geest geschreven, en ik vertrouw erop dat u dit in combinatie met de mening van de Commissie een bevredigend antwoord vindt. De Raad en het fungerende voorzitterschap staan hier volledig achter. Dit was de vraag van de heer Gauzès en de Commissie heeft geantwoord op de daarin aan de orde gestelde thema’s, voor zover die onder haar bevoegdheden vielen. Ik vertrouw er dus op dat er nu geen belemmeringen meer zullen zijn voor het Parlement om morgen steun te geven aan de kandidaten en de toezichthoudende autoriteiten eindelijk aan het werk te zetten.
De Voorzitter. − Tot besluit van het debat zijn drie ontwerpresoluties ingediend, overeenkomstig artikel 120, lid 2, van het Reglement.(1)
Het debat is gesloten. De stemming vindt morgen om 11.30 uur plaats.
Schriftelijke verklaring (artikel 149)
Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. – (IT) Dit Parlement heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de oprichting van de nieuwe Europese toezichthoudende autoriteiten. Daarom wil het vanavond deze rol bekrachtigen en de Raad en de Commissie vragen te beloven dat de autoriteiten op onafhankelijke wijze zullen functioneren en zullen worden voorzien van adequate middelen en personeel, ongeacht wie benoemd zal worden. Alle kandidaten voor de voorzittersposten van deze Europese toezichthoudende autoriteiten hebben namelijk laten zien dat zij competent en professioneel zijn, en ik ben ervan overtuigd dat zij hun rol op onpartijdige en meer dan adequate wijze zullen vervullen. Voor mij is het fundamenteel dat de kandidaten steun krijgen en dat ervoor wordt gezorgd dat deze autoriteiten in staat worden gesteld om zo spoedig mogelijk aan de slag te gaan. Er zijn namelijk veel problemen die moeten worden opgelost, en die onmiddellijk optreden vereisen. Dat was ook de reden waarom wij deze autoriteiten wilden oprichten en dat is wat wij morgen tijdens de stemming voor ogen moeten houden.