Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2010/0384(NLE)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0021/2011

Ingediende teksten :

A7-0021/2011

Debatten :

PV 14/02/2011 - 14
CRE 14/02/2011 - 14

Stemmingen :

PV 15/02/2011 - 9.12
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2011)0054

Volledig verslag van de vergaderingen
Maandag 14 februari 2011 - Straatsburg Uitgave PB

14. Nauwere samenwerking op het gebied van de totstandbrenging van bescherming door middel van het eenheidsoctrooi (debat)
Video van de redevoeringen
Notulen
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is de aanbeveling over het voorstel voor een besluit van de Raad houdende machtiging om nauwere samenwerking aan te gaan op het gebied van de instelling van eenheidsoctrooibescherming [05538/2011 – C7-0044/2011 - 2010/0384(NLE)] - Commissie juridische zaken. Rapporteur: Klaus-Heiner Lehne (A7-0021/2011).

 
  
MPphoto
 

  Klaus-Heiner Lehne, rapporteur. − (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, vandaag houden we ons voor de tweede keer bezig met de nauwere samenwerking. In verband met de behandeling van het familierecht, een paar maanden geleden, hebben we voor het eerst besloten om te werken met de nauwere samenwerking, zoals voorzien in het Verdrag van Lissabon, en nu willen dat weer doen. Vandaag moeten we alleen maar een besluit over de procedure nemen. Dat zeg ik in alle duidelijkheid, omdat we op dit moment niet op de inhoud van de zaak ingaan. Dat gebeurt pas later.

Allereerst moet ik zeggen dat ik tot mijn grote vreugde heb vastgesteld dat vandaag ook het Hongaarse voorzitterschap van de Raad aanwezig is. Dat is eigenlijk een première, want het is volgens mij de eerste keer in de geschiedenis van het Europees Parlement dat het voorzitterschap op een maandagavond vertegenwoordigd is. Daaruit blijkt misschien ook wel hoe belangrijk dit dossier is.

Al sinds 2001 bespreken we de kwestie van het Europees octrooi, op basis van een voorstel van de Europese Commissie. Het Parlement heeft in de eerste lezing, tijdens de behandeling van het verslag-Palacio, heel concreet kleur bekend, en mogelijke oplossingen aangedragen. De Raad is er niet in geslaagd om het eens te worden over het octrooi, en wel hoofdzakelijk om twee redenen. Het eerste probleem is de rechter - welke rechtbank voor welke geschillen bevoegd moet zijn. Het tweede probleem is groter: wat wordt de talenregeling? De kwestie van de rechtbank wordt misschien binnenkort opgelost door een uitspraak van het Europees Hof van Justitie, we verwachten begin maart een advies. Dan weten we precies wat haalbaar is, en wat niet.

Bij de talen schiet het echter niet op. Het Belgische voorzitterschap heeft in de herfst van vorig jaar moeten vaststellen dat het blijkbaar definitief niet mogelijk is om een oplossing te vinden voor het geschil over de talen, in ieder geval kan er geen unanimiteit worden bereikt, en dat is volgens het Verdrag van Lissabon een voorwaarde. Er staan nu eenmaal twee dingen haaks op elkaar: het feit dat er in de Europese Unie 23 officiële talen zijn, die in principe gelijkwaardig zijn, en het feit dat een octrooi vanwege de vertalingen heel duur is. Daarom hebben we altijd een probleem: wanneer we een octrooi in alle talen laten vertalen, brengt dat niet alleen het risico op rechtsgeschillen in bepaalde lidstaten met zich mee: kleine en middelgrote bedrijven kunnen eigenlijk nooit aanspraak maken op dit octrooi, omdat het veel te duur wordt. Zo’n octrooi met veel talen is bij de huidige regels van het Europees Octrooibureau eigenlijk alleen maar haalbaar voor grote ondernemingen, en niet voor de middenstand. Daar moeten we zeker iets aan doen.

Het Europees Parlement heeft sinds 2000 tientallen keren in resoluties geëist dat er eindelijk vooruitgang moet worden geboekt bij het Europees octrooi – in verband met het Lissabon-proces, en met het nieuwe 2020-proces. Ik denk dat het nu wel genoeg geweest is. Het Belgische voorzitterschap heeft de Commissie verzocht om een concreet voorstel op tafel te leggen voor de procedure voor de nauwere samenwerking. De Commissie is op dat initiatief ingegaan. De Raad heeft ons officieel gevraagd om hiermee in te stemmen. De Commissie juridische zaken heeft dat met zestien stemmen voor en vijf stemmen tegen heel duidelijk gedaan. Intussen staan 25 lidstaten achter dit voorstel. De tijd is nu echt gekomen om de volgende stap te zetten, wij als Parlement moeten instemmen met deze procedure, zodat we eindelijk het licht aan het einde van de tunnel zien.

Ik heb nog een allerlaatste punt. We hebben in Europa niet veel grondstoffen. Wat we hebben is ons verstand, onze creativiteit, de ideeën die op dit continent ontstaan. Daarom is het voor ons van het grootste belang dat die ideeën goed beschermd worden. Ik vraag u: hoe kunnen we tegen China, tegen India, tegen allerlei grote opkomende landen overal ter wereld zeggen: “jullie moeten intellectuele eigendomsrechten respecteren”, wanneer we daartoe in Europa zelf niet toe in staat zijn? Daarom moeten we deze grote stap zetten, op weg naar een Europees octrooi. Daarom ben ik hier voor, en doe een beroep op u om voor dit voorstel voor het gebruik van de nauwere samenwerking te stemmen!

 
  
MPphoto
 

  Enikő Győri, fungerend voorzitter van de Raad. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, het is me een waar genoegen en een voorrecht om dit voorname gehoor vandaag te mogen tospreken. Zoals de heer Lehne zojuist zei, blijkt uit het feit dat het voorzitterschap op maandag aanwezig is, wel hoe belangrijk de kwestie is.

Ten eerste dank ik het Europees Parlement voor zijn constructieve benadering ten aanzien van de inspanningen van de Raad om de voorwaarden voor het verkrijgen van octrooibescherming in de Europese Unie te verbeteren. Ik wil ook onze erkentelijkheid betuigen aan het vorige Belgisch voorzitterschap voor zijn niet-aflatende inspanningen om de instelling van eenheidsoctrooibescherming tot stand te brengen.

Ten tweede kan ik melden dat de Raad vanochtend met een overgrote meerderheid heeft besloten uw goedkeuring te vragen voor machtiging om nauwere samenwerking op dit gebied aan te gaan. Afhankelijk van uw goedkeuring zal de Raad concurrentievermogen op 10 maart naar verwachting zijn machtiging verlenen.

Het Hongaars voorzitterschap hecht met name belang aan verbetering van het concurrentievermogen van de EU en steun voor kleine en middelgrote ondernemingen die in de EU actief zijn. Het is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid om hen te helpen met innovatie, dat zowel op Europees als op mondiaal niveau een stuwende kracht is achter het concurrentievermogen van KMO’s.

Het is al vanaf het begin duidelijk dat een van de belangrijkste elementen die een rol spelen bij het verwezenlijken van deze doelstelling, de instelling van een EU-octrooi is, en dit wordt al meer dan dertig jaar uitgesteld. Het is geen optie om alles bij het oude te laten. Er worden jaarlijks miljoenen euro’s uitgegeven aan vertalingen en administratie om te komen tot de instelling van octrooibescherming in de 27 verschillende rechtssystemen in de EU, terwijl in de VS een uitvinder een octrooi voor het hele grondgebied van de VS kan krijgen voor een bedrag van ongeveer 1 850 euro. In de EU kost dat 20 000 euro voor slechts dertien lidstaten.

Volgens berekeningen leiden Europese bedrijven een verlies van zeven- tot achthonderd miljoen euro door het ontbreken van een EU-octrooi. Het hoeft geen betoog dat dit bedrag veel beter zou kunnen worden gebruikt door het bijvoorbeeld aan technologisch onderzoek te besteden.

Er is momenteel geen interne markt in termen van octrooibescherming. De aanvrager is verplicht om met 27 afzonderlijke nationale rechtssystemen te werken. Het gevolg is dat in de praktijk alleen maar bescherming wordt geregeld in een bepaald deel van de EU, waardoor ernstige problemen ontstaan in termen van vrij verkeer van goederen die in sommige rechtsgebieden octrooibescherming genieten maar in andere vrij kunnen worden geproduceerd.

Onze duidelijke voorkeur is altijd uitgegaan naar de instelling van een echt EU-breed octrooi dat het grondgebied van alle 27 lidstaten bestrijkt. We betreuren het ten zeerste dat de onderhandelingen over het talenregime in een impasse zijn geraakt, zonder dat er in de nabije toekomst zicht is op de noodzakelijke consensus.

Ik moet ook benadrukken dat EU-beleidsmakers onder druk staan om snel vooruitgang te boeken op dit gebied. Het onlangs gepubliceerde scorebord voor de Innovatie-Unie bevestigt dat er reeds een gapend gat bestaat tussen de innovatieprestaties van de VS en Japan en die van de EU, en de belangrijkste opkomende markten halen ons gestaag in.

Hoewel octrooiregels niet de enige bepalende factor voor innovatieactiviteiten zijn, is het belang ervan iedereen duidelijk. Elk jaar langer dat we de huidige regels blijven werken, wordt ons gefragmenteerde systeem minder aantrekkelijke en concurrerend.

Onder deze omstandigheden oordeelt de overgrote meerderheid van de lidstaten dat de instelling van eenheidsoctrooibescherming binnen het kader van nauwere samenwerking voorlopig de enige weg vooruit is. De 27 lidstaten hebben officiële verzoeken tot nauwere samenwerking ingediend. Hun duidelijke verwachting is dat er binnen een redelijke termijn zichtbare resultaten worden geboekt.

Als fungerend voorzitterschap zullen we alles in het werk stellen om op dit terrein substantiële vooruitgang te boeken. Anderzijds moet het voorzitterschap ook oog hebben voor de bezwaren en bedenkingen die Spanje en Italië naar voren hebben gebracht.

Ik zal nu de geachte Spaanse en Italiaanse leden van dit Parlement in hun moedertaal toespreken.

(ES) In de eerste plaats wil ik het woord richten tot dames en heren afgevaardigden van onze partner Spanje. We hebben er alle vertrouwen in dat we via nauwere samenwerking, met de instelling van het systeem voor eenheidsoctrooibescherming, een belangrijke stap zetten in de richting van de ideale situatie waarin het systeem voor eenheidsoctrooibescherming alle lidstaten van de Europese Unie omvat.

(IT) Nu richt ik mij tot onze Italiaanse vrienden. Om alle mogelijke misverstanden te vermijden hecht ik eraan te benadrukken dat geen enkele onderneming of persoon, uit welke lidstaat dan ook, van de voordelen van het toekomstig EU-octrooi zal zijn uitgesloten.

(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik dank u voor uw geduld. Ik verheug me er zeer op om op dit punt in de toekomst met het Parlement samen te werken.

 
  
  

VOORZITTER: RAINER WIELAND
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Michel Barnier, lid van de Commissie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, door uw steun te geven aan deze nauwere samenwerking, zoals voorgesteld door de heer Lehne, maakt u, zo u wilt, de levens van Europese bedrijven en uitvinders een stuk gemakkelijker, dankzij wat eindelijk eenheidsoctrooibescherming is in Europa. Het onvermogen om een betere en meer betaalbare bescherming te bieden voor uitvindingen en ontwerpen, met name in de industriële sector, is een ongelofelijke en, naar mijn mening, onaanvaardbare zwakte wat betreft het concurrentievermogen van ons continent, dat het op moet nemen tegen een extreem zware concurrentie wereldwijd.

Daarom heb ik tijdens mijn hoorzitting op 13 januari 2010, en bij vele gelegenheden daarna, de belofte gedaan – een soort eed eigenlijk – dat ik deze zaak vooruit zou helpen om ervoor te zorgen dat ik de laatste EU-commissaris ben die deze kwestie ter sprake brengt. We hebben een voorstel gedaan. Dankzij de proactieve en intelligente benadering van het Belgische voorzitterschap is het voorstel aangevuld, versterkt en verbeterd, maar zoals u weet zijn we er niet in geslaagd om de unanieme steun te verkrijgen waarop ik had gehoopt voor deze zaak. Dat is de reden waarom en de manier waarop dit idee van een nauwere samenwerking, binnen het kader van het nieuwe Verdrag van Lissabon, is ontstaan. De Commissie is snel ingegaan op het verzoek om nauwere samenwerking dat oorspronkelijk bij haar was ingediend, zoals de heer Lehne zei, door een twaalftal lidstaten.

Op dit moment, dames en heren, hebben 25 lidstaten ingestemd met de invoering van deze nauwere samenwerking. Het Hongaarse voorzitterschap heeft het stokje overgenomen van het Belgische voorzitterschap, en geeft eveneens blijk van ferme vastberadenheid, waarvoor ik hen wil bedanken. Het Hongaarse voorzitterschap wil deze samenwerking laten ingaan in maart, en ik ben het Parlement, en u in het bijzonder, mijnheer Lehne, en ook de overige leden van uw commissie, heel dankbaar voor de cruciale rol die u speelt, samen met de Commissie juridische zaken, om vooruitgang te boeken met deze werkzaamheden en om snel tot resultaten te komen voor deze kwestie.

Dames en heren, de Commissie wil dat zoveel mogelijk lidstaten betrokken worden bij deze nauwere samenwerking, en zelf hoop ik dat alle lidstaten uiteindelijk in staat zullen zijn om dit voorstel te steunen, dat, ik herhaal, politiek aanvaardbaar is voor alle lidstaten, en financieel gezien noodzakelijk is voor alle bedrijven. Een zo groot mogelijke steun – juist, indien mogelijk unanieme steun – zal ervoor zorgen dat deze stap vooruit een zo groot mogelijk aantal voordelen met zich meebrengt voor Europese bedrijven en uitvinders.

In mijn hoedanigheid als commissaris met de verantwoordelijkheid voor de interne markt zal ik erop toezien dat nauwere samenwerking in overeenstemming blijft met de verdragen, en met de regels voor de werking van de interne markt in het bijzonder. Dat betekent, dames en heren, dat eenheidsoctrooibescherming – zoals mevrouw Győri heel goed heeft uitgelegd in het Italiaans en in het Spaans – beschikbaar wordt voor alle bedrijven in de Europese Unie, ongeacht het land waarin ze gevestigd zijn. Er is geen discriminatie.

Bovendien zijn de voordelen van deze eenheidsbescherming hetzelfde voor alle uitvinders en voor alle vernieuwende bedrijven in de Europese Unie, en dat geldt zowel voor procedures, die vereenvoudigd worden, als voor vertaalkosten, die verminderd worden. Er is al een analyse van het totale effect van dit project gemaakt, en we zijn momentele bezig met een diepgaande beoordeling van de economische gevolgen ervan.

Tot slot zal de Commissie, die het betreurt dat een overeenkomst tussen de 27 nog niet mogelijk is, haar uiterste best doen om deze nauwere samenwerking spoedig tot stand te brengen – zodra de Raad van Ministers zijn mening heeft gegeven in maart – door de ontwerpverordeningen in te dienen die nodig zijn om deze nauwere samenwerking in de praktijk te brengen, zodat we deze meerwaarde heel snel aan de Europese bedrijven kunnen doen toekomen. Bedankt voor uw aandacht en alvast bedankt voor uw steun aan dit voorstel.

 
  
MPphoto
 

  Raffaele Baldassarre, namens de PPE-Fractie. (IT) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, na een ongebruikelijk snelle en dynamische procedure staat het Parlement op het punt in te stemmen met het eerste precedent op het vlak van nauwere samenwerking dat specifiek de interne markt betreft. De aangevoerde rechtvaardiging is het feit dat de discussie over het Europees octrooi al sinds vele jaren op de agenda staat. Daarom is het goed te preciseren dat de ontwerpverordening inzake de talenregeling pas op 30 juni 2010 door de Commissie is goedgekeurd en dat de Raad in november 2010 heeft vastgesteld dat er geen eenparigheid bestond en het bereiken van een unaniem besluit in de nabije toekomst moeilijk was.

Dan stap ik voor het gemak maar even over het tempo heen waarmee dit dossier in het Parlement is behandeld. Hopelijk zal dat tempo tot voorbeeld dienen voor de toekomst, want er zijn echt geweldige records gevestigd op het vlak van een snelle en doeltreffende behandeling van wetsvoorstellen.

Desalniettemin is het niet mijn bedoeling slechts op te treden als woordvoerder van de belangen van mijn land, dat zich op dit moment verzet tegen nauwere samenwerking. Daar ik meen dat octrooien van fundamenteel belang zijn voor de ontwikkeling van de industrie en de ondernemingen in Europa, wil ik slechts een aantal opmerkingen maken over zaken die ik belangrijk vind in verband met de uitoefening van de wetgevende functie van dit Huis en de verdere behandeling van de octrooiverordeningen.

Op de allereerste plaats is het goed te beseffen dat goedkeuring van nauwere samenwerking de systematische legitimatie voor de ontwikkeling van de interne markt betekent van een instrument dat slechts in laatste instantie zou moeten worden gebruikt. We zijn dus bezig een precedent te creëren dat op alle terreinen van de interne markt kan worden gebruikt. Bovendien meen ik dat het Parlement zich in een volgende fase – bij de behandeling van de andere onderwerpen – op een grondige en onafhankelijke wijze kan uitspreken over de verschillende voorstellen. Voort ben ik van mening dat in die afzonderlijke voorstellen de belangen van de gebruikers en de ondernemingen centraal moeten staan en niet zo zeer de belangen van afzonderlijke groepen van landen.

 
  
MPphoto
 

  Bernhard Rapkay, namens de S&D-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de redenen die de rapporteur noemt zijn correct, daar heb ik niets aan toe te voegen. Daarom zal mijn fractie instemmen met de nauwere samenwerking. Sommige leden zijn een afwijkende mening toegedaan, dat is legitiem, en die moeten ook aan het woord komen. Maar de rapporteur, het voorzitterschap van de Raad en de commissaris hebben gelijk, het is de hoogste tijd, we kunnen niet blijven treuzelen.

Het is niet waar dat we dit allemaal haastje-repje tot een akkoord zijn gekomen, zonder enige discussie, wat sommige collega’s beweren. Dat argument snijdt geen hout, evenmin trouwens als de andere argumenten. De kwestie van de talen wordt tenslotte niet pas besproken sinds de Commissie vorig jaar haar laatste voorstel heeft voorgelegd, over de kwestie van de talen hebben we het al minstens tien jaar. Dat is dus niets nieuws. We hebben in de afgelopen maanden allerlei modellen leren kennen en behandeld, dus kan niemand zeggen dat dit niet uitvoerig genoeg besproken is. Nu moeten we de knoop echt eens doorhakken!

Het tweede argument tegen dit voorstel, dat telkens weer naar voren wordt gebracht, is dat we de interne markt kapot maken. We hebben voor octrooien echter helemaal geen interne markt, en dus kan die ook niet kapot gemaakt worden. Wanneer we ons bewust zijn van het feit dat de interne markt werkelijk alleen maar kan worden voltooid met een eenheidsoctrooi (en dat zijn we ons allang bewust), dan kan de interne markt daardoor dus niet kapot gemaakt worden. Het ergste wat er kan gebeuren is dat het bij de status quo blijft. Ik denk echter dat we vooruitgang zullen boeken.

Het derde argument, dat heel bewust wordt aangedragen, is dat het Parlement afziet van zijn rechten wanneer het instemt met de nauwere samenwerking. Dat is volkomen onjuist. Ik vind dat we eens een blik moeten werpen op het Verdrag van Lissabon en op ons Reglement. We verspelen geen enkel recht. We stemmen nu in met de nauwere samenwerking, en wanneer die begint hebben we gewoon al onze rechten. Bij de talenregeling worden we alleen maar geraadpleegd, want hiervoor is unanimiteit nodig. Bij de eigenlijke verordening inzake het octrooi geldt dan echter de medebeslissing, en bij de bepaling van het bevoegde octrooigerecht geldt de instemmingsprocedure. We geven dus geen enkel recht uit handen, in tegendeel!

 
  
MPphoto
 

  Cecilia Wikström, namens de ALDE-Fractie. – (SV) Mijnheer de Voorzitter, ik zou om te beginnen de heer Lehne willen bedanken voor het voortreffelijke werk dat hij met betrekking tot dit onderwerp heeft verricht, en ik wil ook commissaris Barnier bedanken die op een effectieve en succesvolle manier werk maakt van dit onderwerp.

Zoals we hebben gehoord, is er al decennialang gediscussieerd over dit onderwerp en het is nu duidelijk dat in de Raad niet de unanimiteit tot stand zal kunnen worden gebracht die volgens het Verdrag vereist is om een besluit te kunnen nemen. Daarom hebben veel lidstaten gevraagd om op dit gebied van start te gaan met versterkte samenwerking. Ik wil onderstrepen dat dit een open vorm van samenwerking is waarbij het alle lidstaten vrijstaat om eraan deel te nemen als ze dat wensen.

De kwestie waar we vandaag een besluit over moeten nemen is daarom of het Parlement al dan niet zijn fiat zou moeten geven aan het verzoek van de Raad tot versterkte samenwerking. Ik en de Fractie Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa zijn van mening dat het Europees Parlement zijn toestemming moet geven voor dit verzoek, in lijn met de aanbeveling van de rapporteur, de heer Lehne.

Het is ontzettend belangrijk dat een uitvinding of wetenschappelijke ontdekking wordt beschermd om op basis van innovatie en kennis bruikbare, nuttige producten te maken die, op hun beurt, groei en banen creëren. Momenteel is het voor een individuele uitvinder of kleine onderneming moeilijk om in heel Europa octrooibescherming te genieten. Zoals we hebben gehoord, is het gewoonweg te duur en te ingewikkeld. Een Amerikaans octrooi kost momenteel om en bij de 1 800 euro terwijl een Europees octrooi meer dan 20 000 euro kost – 11 keer zoveel, en dat is duidelijk niet redelijk. Voor multinationals met veel middelen en juridische expertise zal het nooit onoverkomelijk zijn, ongeacht hoe het stelsel eruitziet.

Het zijn de individuele vernieuwers in Europa die in het huidige stelsel het gelag betalen. Het is de hoogste tijd dat ze bescherming krijgen voor hun verwezenlijkingen, zodat ze groeien en de grote werkgevers van morgen worden die onze Unie zo broodnodig heeft. We hebben dit nu nodig. We hebben geen tijd te verliezen.

 
  
MPphoto
 

  Eva Lichtenberger, namens de Verts/ALE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, een Europees octrooi zou voor bepaalde sectoren in de economie en in de wetenschap waarschijnlijk voordelen hebben. Ik moet echter zeggen dat men waarschijnlijk een beetje te veel van dit octrooi verwacht. We moeten de kerk in het midden laten.

Ik ben met name tegen de nauwere samenwerking. Onlangs hebben we hier het dossier over scheidingen met de nauwere samenwerking behandeld. Nu krijgen we meteen weer een dossier waarvoor de nauwere samenwerking wordt voorgesteld. Wanneer we daar zomaar mee instemmen, kan dat het gevaar met zich meebrengen dat we binnenkort alles in de vorm van de nauwere samenwerking behandelen, omdat het voor de Raad te moeizaam is om te proberen het eens te worden. Dat was niet wat we indertijd in de Conventie voor ogen hadden, toen we de nauwere samenwerking bespraken.

Good governance, dat nemen we vaak in de mond, betekent ook overzichtelijk en helder bestuur. Wanneer we allerlei dossiers met de nauwere samenwerking behandelen, maakt dat de zaak juist niet overzichtelijk en helder. Het wordt volgens mij een groot probleem wanneer er bij allerlei dossiers telkens weer subgroepen van lidstaten ontstaan, die met elkaar afspraken maken. Het is natuurlijk erg aardig dat ze zeggen: “Ja hoor, de anderen zijn ook uitgenodigd, die mogen ook komen”, maar onder welke omstandigheden gebeurt dat? Ik had gedacht dat we het deze keer met elkaar eens hadden kunnen worden – wat in de afgelopen jaren nooit was gelukt – wanneer we een beetje langer hadden onderhandeld.

Volgens mij is de procedure van de nauwere samenwerking voor octrooien niet de juiste weg, en daarom zal ik niet voor deze regeling stemmen.

 
  
MPphoto
 

  Zbigniew Ziobro, namens de ECR-Fractie. – (PL) Mijnheer de Voorzitter, er is in Europa al enkele jaren een debat aan de gang over de invoering van regelgeving met betrekking tot eenheidsoctrooibescherming. Economen en zakenmensen zijn van mening dat de invoering van een dergelijke wetgeving niet alleen de kosten van octrooibescherming aanzienlijk zou beperken voor bedrijven in de hele Europese Unie, maar ook zou leiden tot een goedkope, doeltreffende en betere bescherming. Dit is van buitengewoon belang, vooral voor het MKB. De aanbevelingen en voorstellen van de Europese Commissie gaan eveneens in deze richting.

Er dient echter ook aandacht te worden besteed aan een aantal controversiële voorstellen die aanleiding geven tot discussie in deze kwestie – dit punt is eerder vandaag ook al ter sprake gebracht in het Parlement – namelijk de kwestie in verband met de vertaling van de octrooien door het Europees Octrooibureau en het voorstel om de octrooien in de toekomst nog maar in drie talen te vertalen. Over deze kwestie moet nog verder worden nagedacht. We moeten ons afvragen waarom het net die drie bepaalde talen moeten zijn en geen andere, vooral omdat dit een zeker voordeel zou opleveren voor ondernemers die een van deze talen als moedertaal hebben. Ik denk dat we dit aspect nadrukkelijk in overweging moeten nemen.

 
  
MPphoto
 

  Gerard Batten, namens de EFD-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, de Europese Commissie heeft reeds eerder geprobeerd een EU-octrooiwet tot stand te brengen, maar dat mislukte in juni toen de wet werd afgewezen door de Raad, die er niet in slaagde eenparigheid van stemmen te bereiken. De Commissie wil er echter wel verder mee. Daaruit blijkt weer eens dat de Commissie nog meer macht bij de EU wil leggen. De voorstellen zijn onnodig en zadelen innovatieve bedrijven alleen maar op met een nog grotere administratieve last en meer kosten.

Wie zijn hier nu precies vóór? Twaalf landen, waaronder het Verenigd Koninkrijk, willen dit zo nodig. Het zal niemand verbazen dat de Britse coalitieregering hierbij het voortouw heeft genomen, net zoals voorgaande Britse regeringen bij de meeste andere EU-projecten het voortouw namen en ondertussen deden alsof het tegenovergestelde het geval was. Als de Britse conservatieven ooit op het idee waren gekomen om octrooi aan te vragen voor leugens, bedrog en hypocrisie, hadden ze misschien wel zoveel royalty’s binnengehaald dat ze de staatsschuld hadden kunnen afbetalen!

 
  
MPphoto
 

  Marielle Gallo (PPE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, dat mensen al sinds het begin der tijden nadenken over leven en dood kan ik nog begrijpen, maar dat de Europese Unie er sinds de jaren zeventig niet in geslaagd is om de problemen rond Europese octrooien op te lossen is ronduit hopeloos.

Allereerst wil ik het werk en het doorzettingsvermogen van de heer Lehne in deze onderneming prijzen en hem bedanken voor de aandacht die hij heeft besteed aan onze Spaanse en Italiaanse collega’s. Ook ik heb naar hun argumenten geluisterd en ik begrijp ze volledig. Toch zijn we hier vandaag niet om een taalprobleem op te lossen. Het voorstel van de Europese Commissie van 1 juli 2010 is gebaseerd op de talenregeling van het Europees Octrooibureau, dat zijn sporen al heeft verdiend. Nogmaals, deze taaldiscussie staat niet op de agenda.

Vandaag gaat het erom die 25 lidstaten die vooruit willen komen door nauwere samenwerking tot stand te brengen, in staat te stellen om dat ook daadwerkelijk te doen. Vandaag gaat het erom het verzoek in te willigen van Europese bedrijven, die elf keer zoveel betalen voor hun octrooien als bedrijven in de Verenigde Staten. Vandaag gaat het erom dat het Europees Parlement volwassen genoeg is om boven de onbeduidende onenigheden te gaan staan. We hebben meer dan genoeg tijd om de gevoelige politieke keuzes die voor ons liggen te bespreken. Laten we echter niet stil blijven zitten en juist vooruit gaan door onze steun te geven aan de aanbeveling van de heer Lehne op deze lange, lange weg naar het Europees octrooi.

 
  
MPphoto
 

  Edvard Kožušník (ECR). - (CS) Mijnheer de Voorzitter, de Amerikaanse president Obama heeft in zijn jaarlijkse State of the Union opgeroepen tot meer innovatie in de Verenigde Staten. Hij noemde bij die gelegenheid innovatie de “Spoetnik van onze generatie”. Het doet me deugd dat de Europese Unie met het programma „Innovatie-Unie“ een duidelijk signaal doet uitgaan dat innovatie van cruciaal belang is voor het behoud van de economische positie van Europa in de wereldwijde concurrentie. Naar mijn mening is het eenheidsoctrooi een van de belangrijkste instrumenten waarmee de EU het project ‘Innovatie-Unie’ tot een goed einde kan brengen en de voorsprong op innovatieve tijgers als China en Brazilië kan behouden. Het eenheidsoctrooi vergroot het concurrentievermogen van het Europees bedrijfsleven aanzienlijk. Ik betreur het dan ook ten zeerste dat een aantal lidstaten doordat zij minder ter zake doende eisen stellen – zoals bescherming van hun taal – de totstandkoming van een dergelijk voor de ontwikkeling van de innovatie in de Europese Unie cruciaal instrument afremt. Vandaar mijn steun voor het voorstel ter versterking van de samenwerking, zelfs indien dit betekent dat een aantal lidstaten niet meedoet. We mogen de ‘Spoetnik van onze generatie’ niet missen.

 
  
MPphoto
 

  Antonio López-Istúriz White (PPE). (ES) Mijnheer de Voorzitter, de Europese Unie is gebaseerd op waarden als gelijkheid, solidariteit en respect voor alle talen. Wij allen delen deze beginselen.

Als Spaanse afgevaardigden staan wij achter het idee een octrooisysteem te hebben voor de hele Europese Unie, en ik feliciteer mijn collega, de heer Lehne, met dat deel van zijn verslag. Wij ondersteunen alles wat de interne markt kan verbeteren en uitbreiden.

Voor zo’n belangrijke kwestie als deze is echter gekozen voor een weg waarin het Verdrag voorziet – nauwere samenwerking – die een laatste redmiddel zou moeten zijn en die aan een hele reeks voorwaarden dient te voldoen. Vanuit ons gezichtspunt is nauwere samenwerking, waarover we morgen zullen stemmen, in strijd met de artikelen 118 en 326 van het Verdrag. Daarbij komt dat ze in de Raad volgens mij de spelregels veranderd hebben, maar dat zal mijn regering wel aanpakken.

Het nieuwe Verdrag is ontegenzeggelijk een nuttig instrument voor de Unie, maar het mag niet gebruikt worden om een Europa met snelheden gestalte te geven. Vele landen die nu achter nauwere samenwerking staan, zullen zelf al gauw de gevolgen ondervinden, en als de Raad en de Commissie op deze manier gebruik blijven maken van nauwere samenwerking, dan zullen we uiteindelijk allemaal verliezers zijn.

De Spaanse taal wordt gesproken door 850 miljoen mensen. Van de drie talen die de Europese Commissie voor het octrooisysteem heeft voorgesteld, is er maar één die qua omvang met het Spaans te vergelijken valt. Welke criteria zijn hierbij aangehouden? De doelmatigheid? Gaat het om die 1 850 euro? Waarom dan niet alleen het Engels gebruiken en de twee andere talen vergeten? Dan besparen we ons ook de moeite om het drie keer te doen in plaats van twintig. Gaat het om de timing?

Het was niet Spanje dat in het verleden bezwaar heeft gemaakt tegen een eenheidsoctrooi, dat waren andere landen, die zich er nu voor uitsloven om het te hebben. We moeten uitkijken voor bureaucratische manipulaties, die de afstand tussen vele miljoenen Europeanen – en duizenden bedrijven die Spaans gebruiken – en de realiteit van de Europese Unie nog groter maken.

Het door de Commissie voorgestelde systeem is in strijd met het recht van de Europeanen om zich uit te drukken in hun eigen taal, het bevoorrecht een bepaalde taal ten opzichte van andere talen, het verdeelt de markt en creëert rechtsonzekerheid. Deze strijd is nog maar net begonnen. Doordat sommigen zo gehaast zijn, zitten we zo meteen met een rechtszaak bij het Hof van Justitie die jarenlang zal duren, zoals mijn regering al gezegd heeft.

De drie instellingen zullen rekenschap moeten afleggen van de gevolgde procedure en van de reden waarom de waarschuwingen in de wind zijn geslagen. Deze situatie kan worden verholpen als we terugkeren tot de geest en de letter van de Verdragen, die Spanje heeft nageleefd.

 
  
MPphoto
 

  Luigi Berlinguer (S&D). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het uitblijven van een Europees octrooi valt niet langer te tolereren. Bedrijven worden in Europa bij de verlening van octrooien benadeeld, daar de kosten hier tien keer zo hoog zijn als de kosten voor hun Amerikaanse en Japanse concurrenten. De versnippering van octrooirechten is een van de oorzaken van het trage economische herstel.

De Commissie stelt nauwere samenwerking voor met een specifieke talenregeling waar wij geen prijs op stellen. Er is nu echter sprake van een nieuwe ontwikkeling, daar 25 van de 27 lidstaten meedoen. Het politieke beeld is daarmee veranderd. Misschien is er een positieve ontwikkeling mogelijk door bijvoorbeeld een grotere rol toe te kennen aan de taal van de aanvrager van het octrooi.

We moeten er nu allemaal werk van maken om te komen tot meer respect voor iedereen. Wij wensen trouwens dat de Italiaanse taal wordt beschermd en gewaardeerd, maar onze regering heeft het mes gezet in de daarvoor benodigde gelden en is op dit gebied zeer nalatig. Op dit terrein zullen wij de regering blijven aansporen, maar er dient een Europees octrooi te komen.

 
  
MPphoto
 

  Antonio Masip Hidalgo (S&D).(ES) Mijnheer de Voorzitter, laten we onszelf niet misleiden. Deze procedure is in elkaar gezet om het Frans en Duits voorrang te geven op het Spaans, een taal die niet alleen in Europa gesproken wordt maar ook door 700 miljoen mensen elders in de wereld, zoals de heer López –Istúriz White zeer terecht zei, wat meer is dan het aantal Europeanen. Ze zouden ook voorrang hebben op het Italiaans – zoals hier terecht is opgemerkt – omdat het Italiaans en Spaans al werden erkend als talen voor inschrijving in het merkenregister.

De procedure zit vol onzekerheden die leiden tot verontrusting bij grote technologiebedrijven van ‘Digital Europe’, zoals Blackberry, IBM, Nokia, Philips en Siemens. Hopelijk zal hun manifest iedereen bereiken., ondanks de betreurenswaardige poging van een hoog afdelingshoofd van de Europese Commissie om het te blokkeren.

We weten niet wat de uitspraak zal zijn, noch welke instantie of welke instrumenten het zullen zijn. Dames en heren, er is kalmte geboden. Laten we gebruik maken van de nauwere samenwerking van het Verdrag, zonder idiote haast die afbreuk zou kunnen doen aan zijn consolidering en die zou kunnen verhinderen. Het zou ook moeten worden gedaan zonder de belachelijke haast van vanochtend, waardoor de ministers van onderwijs in de Raad er alleen maar een blik op geworpen hebben.

Ik wil de Hongaarse afgevaardigde bedanken voor het feit dat zij Italiaans en Spaans spreekt …

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Andreas Mölzer (NI). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, de culturele en taalkundige veelvoud in de EU leidt automatisch tot meertaligheid, dat weten we allemaal, en dat is ook heel belangrijk. Het geschil over de talen voor het EU-octrooi sleept nu echter al meer dan dertig jaar aan. In die dertig jaar hebben Europese ondernemingen hoge kosten gemaakt voor de vertaling, en misschien heeft dat ook nadelen gehad voor de concurrentiepositie op de wereldmarkt. Het is ongetwijfeld moeilijk om de waarde van immaterieel kapitaal, zoals merken en octrooien, te meten, dat is duidelijk, maar ze worden wel gebruikt als zekerheid voor kredieten, en ook bij ratings wordt daarmee rekening gehouden.

Daarom leidt het nieuwe octrooirecht, dat is uitgewerkt volgens de procedure van de nauwere samenwerking, en dat ten minste in delen van de EU geldt, ongetwijfeld tot minder bureaucratie. De teksten moeten alleen nog maar in het Duits, Engels en Frans worden vertaald. Dat is zinvol, ook al omdat Engels in bepaalde sectoren – zoals informatica of geneeskunde – de lingua franca is. Bovendien kunnen we een groot deel van de bevolking bereiken wanneer we consequent de drie werktalen Duits, Engels en Frans gebruiken. Deze nieuwe regeling versterkt ook de positie van het Duits, en daar ben ik persoonlijk natuurlijk heel blij mee. Duits is namelijk de moedertaal van de meeste burgers in de EU, dat blijkt uit een enquête uit 2006.

 
  
MPphoto
 

  Maria Da Graça Carvalho (PPE). - (PT) Mijnheer de Voorzitter, de totstandkoming van een Europees octrooi zal een stimulans zijn voor innovatie en wetenschappelijke en technologische ontwikkeling in de EU. Ik acht het van fundamenteel belang dat er een oplossing komt voor de kwestie van het Europees octrooi. Ik heb evenwel voorbehouden bij de gekozen talenregeling. Mijns inziens is de beste oplossing alleen Engels te gebruiken, maar als de talenregeling wordt uitgebreid naar andere talen dan dient ook Portugees in aanmerking te komen. De concurrentie is mondiaal en na Engels en Spaans is Portugees de derde taal meest gesproken westerse taal.

 
  
MPphoto
 

  Edit Herczog (S&D). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, het vergaren van kennis is binnen de Europese Unie altijd een prioriteit, en dat doen we met succes. Maar het beheer van kennis gaat de Europese Unie veel minder goed af. Het speet me heel erg te horen dat het Belgisch voorzitterschap de octrooirichtlijn niet volgens plan kon afronden, maar ik hoop dat het Hongaars voorzitterschap zijn best zal doen om de volgende fase, dat wil zeggen nauwere samenwerking, te bereiken.

Tijd is de enige hulpbron die niet hernieuwbaar is. De tijd die we verspelen, krijgen we nooit meer terug. Het kan niet zo zijn dat we Europa uitsluitend via bezuinigingsprogramma’s beleven. We moeten kennis vergaren, we moeten uitbreiden. Daarom is het van cruciaal belang voor Europa dat we octrooien van de grond krijgen, of dat nu is door middel van nauwere samenwerking of via de gemeenschappelijke Europese richtlijn.

Ik wens iedereen die hieraan meewerkt en iedereen die ervoor is, veel succes. Als Hongaren verliezen we de Hongaarse taal, maar daar wegen de voordelen die het ons allen oplevert, ruimschoots tegenop.

 
  
MPphoto
 

  Toine Manders (ALDE). - Ik wil commissaris Barnier bedanken voor de getoonde dapperheid om het op deze manier naar voren te brengen, want tijdens de hoorzitting heeft hij beloofd om gedurende dit mandaat het Europees octrooi aan te pakken, dus dank hiervoor. Ik dank ook collega Lehne voor zijn aanpak.

Wij hoeven nu alleen maar te kiezen of wij akkoord gaan met de nauwere samenwerking. Dat is het eerste wat moet gebeuren. Ik betreur echter dat er een verschil wordt gemaakt tussen het belang van de taal als identiteit en als cultuurverschijnsel en het verschil in de praktijk.

Want in de praktijk wordt het systeem dat nu wordt voorgesteld als 35 jaar gebruikt door alle lidstaten, en ik denk dat de manier waarop het nu wordt voorgesteld een stuk goedkoper kan. Ik vind het jammer dat de discussie enigszins verzand raakt in de taalstrijd in deze en ik hoop – en dat is ook wat het Parlement uitdrukkelijk heeft gevraagd – dat de lidstaten die misschien nu niet meedoen te allen tijde kunnen aanhaken en daarmee denk ik dat het eindelijk tot een einde komt en wij eindelijk een Europees octrooi gaan krijgen.

 
  
MPphoto
 

  Malcolm Harbour (ECR). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, toen ik in 1999 voor het eerst in dit Parlement kwam, stond het uniforme Europese octrooi op de agenda. Ik weet nog dat ik samen met Klaus-Heiner Lehne aan het verslag van mevrouw Palacio werkte. Ik ben blij dat we nu eindelijk enige vooruitgang beginnen te boeken.

We mogen het belang van dit voorstel voor het concurrentievermogen van de Europese economie niet onderschatten. We debatteren momenteel over een zeer vindingrijk nieuw plan van mevrouw Geoghegan-Quinn, aangeduid als de Innovatie-Unie. Dit werelddeel – de Europese Unie – moet inventiever worden. We moeten meer uitvindingen tot stand brengen en ze beter benutten. Een concurrerend octrooisysteem is onontbeerlijk.

Dit besluit tot nauwere samenwerking is een vindingrijke manier om het debat verder te helpen. Ik hoop dat onze Spaanse en Italiaanse collega’s ook zullen meedoen, maar we kunnen dit niet langer laten liggen, want de hele wereld is uit op een aandeel in de innovatiemarkt.

 
  
MPphoto
 

  João Ferreira (GUE/NGL). - (PT) Mijnheer de Voorzitter, vanwege de vorm en de inhoud zegt deze gang van zaken alles over de nieuwe situatie waarin een directorium van machtige landen in de EU op tal van gebieden zijn belangen probeert op te leggen en te verdedigen. De nieuwe omstandigheden zijn gecreëerd door het mechanisme van nauwere samenwerking in het Verdrag van Lissabon. Voor de gevolgen van dat mechanisme hebben wij tijdig gewaarschuwd.

We mogen de inhoudelijke kwesties in verband met het EU-octrooi en de doelstellingen en de effecten ervan nooit uit het oog verliezen. In concreto gaat het in dit geval om het opleggen van een bevoorrechte status van het Engels, Frans en Duits bij het octrooiregister, louter op basis van het criterium dat ik net heb genoemd.

Onderweg worden andere talen als het Portugees – de op twee na meest gesproken Europese taal in de wereld – gedevalueerd. Daarmee worden de belangen van die andere landen geschaad en de mogelijkheden van die talen om op wetenschappelijk en technologisch gebied een positie te verwerven beknot. Als deze plannen worden gerealiseerd, gaat het mede om een aanval op de meertaligheid in de Europese Unie die sluipenderwijs onder het mom van kostenbeperking terrein wint.

 
  
MPphoto
 

  Jaroslav Paška (EFD). - (SK) Mijnheer de Voorzitter, Commissaris, sinds het jaar 2000 probeert de Europese Unie de samenwerking van de lidstaten op het gebied van de octrooibescherming te intensiveren.

Tijdens de laatste onderhandelingsronde, die december vorig jaar heeft plaatsgevonden, is echter gebleken dat meerdere lidstaten ernstige bezwaren hebben tegen de voorgestelde vertaalregelingen voor EU-octrooien die zijn gebaseerd op het huidige talenregime van het Europees Octrooibureau. Daarom kan in de Raad niet het positieve unanieme besluit worden bereikt dat noodzakelijk is voor een verdere gemeenschappelijke vooruitgang. In een dergelijke situatie is het logisch en natuurlijk dat de lidstaten die het belang inzien van nauwere samenwerking tussen de lidstaten hierop reageren door te proberen nauwere onderlinge samenwerking te bereiken voor de totstandbrenging van een eenheidsoctrooi op de wijze zoals beschreven in artikel 20 van het EU-Verdrag.

Commissaris, dames en heren, ik ben er stellig van overtuigd dat het Europees Parlement nauwere samenwerking tussen de lidstaten die willen samenwerken niet in de weg zal staan.

 
  
MPphoto
 

  Andreas Schwab (PPE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, er zijn veel goede argumenten genoemd. Op een aantal hoofdpunten wil ik graag ingaan. De heer Lehne vraagt ons bijvoorbeeld om in te stemmen met het voorstel van de heer Barnier, en wij staan daar volledig achter. In dit verband wil ik graag ook het Belgische voorzitterschap bedanken, dat niet alleen dit dossier met succes heeft behandeld. Ook voor andere dossiers heeft dit voorzitterschap veel gepresteerd.

Vandaag moeten we een besluit nemen over de procedure, dat heeft de heer Lehne ook al gezegd. Het gaat er niet om hoeveel mensen een bepaalde taal spreken in Europa, of in de wereld, en wat de mooiste taal is, het gaat om een besluit over de procedure, dat de Raad wil nemen. We moeten dit besluit over de procedure zorgvuldig behandelen, dat heeft onze collega van de Groenen net heel terecht gezegd. Het gaat echter niet over de wens van een subgroep in de Raad van ministers om een talenregeling vast te leggen, het gaat om maar liefst 25 van de 27 lidstaten. Daarom denk ik dat wij als Europees Parlement wel degelijk kunnen instemmen met dit voorstel, ondanks het feit dat we ieder besluit om in te stemmen met de nauwere samenwerking heel zorgvuldig moeten nemen.

 
  
MPphoto
 

  Adam Gierek (S&D). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, het Europese octrooi heeft tot doel het innovatievermogen te bevorderen. Waarom kan dit octrooi dan zelf niet innovatief zijn? Wij hebben het uitsluitend over het octrooirecht, maar we zouden ons ook moeten afvragen wat de meest geschikte vorm zou zijn voor het octrooi. We hebben immers octrooien van korte duur en octrooien van lange duur. Deze laatste categorie is echter niet noodzakelijk beter of beter omschreven. Naar mijn mening zouden we een octrooi en een procedure voor het beschrijven van uitvindingen moeten creëren waarbij zo goed mogelijk gebruik kan worden gemaakt van het internet en van elektronische registratiemethoden, en bijgevolg ook van taal. Ik denk dat de goedkoopste oplossing zou bestaan in een Europees e-octrooi dat niet hoeft te worden vertaald.

 
  
MPphoto
 

  Zuzana Roithová (PPE). - (CS) Mijnheer de Voorzitter, ik ben reeds vele jaren een groot voorstander van het Europees eenheidsoctrooi. Met dit octrooi wordt het namelijk aantrekkelijker om te investeren in innovatie doordat bedrijven er hun knowhow beter mee kunnen beschermen. Bovendien wordt de overgang van de ontwikkelingsfase naar feitelijke toepassing erdoor versneld en beschermt het ons hopelijk beter tegen namaak op onze interne markt. Al met al een zeer grote uitdaging dus. Het feit dat de Raad na tien jaar niet verder is gekomen dan versterkte samenwerking is uiterst schadelijk voor onze concurrentiepositie. Het doet mij deugd dat de Tsjechische Republiek haar standpunt heeft herzien en heeft aangegeven zich bij de onderhandelingen aan te sluiten. Het is mij tegelijkertijd echter maar al te duidelijk dat het precedent van versterkte samenwerking heel erg gevoelig ligt als het om de te gebruiken talen gaat. Vooral voor grote lidstaten ligt dit heel gevoelig. Ik ben er echter van overtuigd dat alle innoverende bedrijven in de Europese Unie er zeer veel garen bij zullen spinnen.

Het is van groot belang dat het octrooi even goedkoop wordt als in de Verenigde Staten. Ik hoop dan ook van harte dat de Raad het octrooi nog verder vereenvoudigt. Belangrijk ook is het nieuwe gerechtelijk stelsel voor het Europese octrooi dat talloze vraagstukken ten aanzien van software-octrooien en biotechnologische octrooien zou moeten ophelderen. Ik steun het voorstel voor versterkte samenwerking.

 
  
MPphoto
 

  Małgorzata Handzlik (PPE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, er is vandaag al meermaals de aandacht gevestigd op het feit dat Europa en de Europese bedrijven een octrooi nodig hebben. Ik ben het daar volledig mee eens. Zonder octrooiwetgeving zal het voor onze ondernemingen moeilijker zijn om te concurreren met de steeds dynamischere en innovatievere bedrijven van opkomende economieën. We mogen echter niet vergeten dat nauwere samenwerking op het gebied van octrooien niet de meest gunstige oplossing is vanuit het oogpunt van de gemeenschappelijke Europese markt. Als pleitbezorger van een sterke gemeenschappelijke markt heb ik liever dat marktbelemmeringen uit de weg worden geruimd dan dat er nieuwe barrières worden opgeworpen. Ik doe bijgevolg een oproep aan al degenen die betrokken zijn bij het uitwerken van de octrooiwetgeving om oplossingen te ontwikkelen die heel Europa ten goede komen. Ik denk hierbij in de eerste plaats aan de taalregeling die zal worden gebruikt. Ik ben de mening toegedaan dat mensen die het Frans, Duits of Engels niet machtig zijn, niet mogen worden gediscrimineerd. Mijns inziens zou een systeem op basis van één taal de beste oplossing zijn.

 
  
MPphoto
 

  Michel Barnier, lid van de Commissie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, voordat ik bij de procedure kom, zal ik antwoord geven op uw laatste opmerking, mevrouw Handzlik, om te wijzen op de kern van de zaken waar we zo hard aan hebben gewerkt, zoals gezegd, met het Belgische voorzitterschap en, de afgelopen weken, met het Hongaarse voorzitterschap. Als een Bulgaars, Slowaaks, Lets of Portugees bedrijf een octrooi wil aanvragen in zijn eigen taal, is dat mogelijk onder het voorstel dat we nu aan het bespreken zijn, waarbij de kosten van de vertaling worden terugbetaald.

In geval van een geschil ontvangt het bedrijf een handmatige vertaling in zijn eigen taal. Als het bedrijf, voordat hij de vertaling heeft ontvangen, zich niet aan het octrooi kan houden omdat hij het niet goed begrijpt, wordt zijn goede trouw beschermd. Met andere woorden, het bedrijf zal geen schadevergoeding hoeven betalen.

Dus, om er zeker van te zijn dat we allemaal weten wat we hier aan het bespreken zijn, wil ik u nogmaals wijzen, dames en heren, op wat er is voorgesteld of voorgesteld gaat worden. Ik heb voorgesteld dat een bedrijf dat een octrooi wil aanvragen dat mag doen, ook in zijn eigen taal. Rechtsbescherming wordt gegarandeerd in een van de drie talen van het Verdrag van München, dat deel uitmaakt van de geschiedenis van de Europese octrooien. Ik heb dat verdrag niet verzonnen, het bestaat al heel lang. Er zijn drie talen. Eén daarvan – Engels, Frans of Duits – wordt gebruikt om automatisch rechtsbescherming te garanderen in de hele Europese Unie.

Onder het Belgische voorzitterschap hebben we een voorstel toegevoegd dat we ongetwijfeld gaan bespreken. Het voorstel was om twee andere talen te gebruiken met een handmatige vertaling, in aanvulling op een van de drie talen voor rechtsbescherming. Deze twee talen hebben geen rechtswaarde, maar zijn zeer waardevol wat betreft het verstrekken van informatie en het communiceren over wat er in het octrooi staat. Engels kan bijvoorbeeld gebruikt worden als dat gewenst wordt, of Portugees, Lets of Nederlands, met een vertaling in een van de drie talen. Bovendien is de vertaling gratis – de kosten ervan worden vergoed. De situatie is als volgt: een van de drie talen wordt gebruikt voor rechtszekerheid en twee andere talen voor informatie en communicatie. Ik wil er nog een keer bij zeggen dat geen enkel Europees bedrijf gediscrimineerd wordt, ook niet de bedrijven die gevestigd zijn in lidstaten die niet meedoen aan de nauwere samenwerking.

Met andere woorden, als een Spaans bedrijf een aanvraag indient voor een Europees octrooi, kan hij dat gebruiken zonder te worden gediscrimineerd als Spanje niet meteen meedoet aan de nauwere samenwerking. Dat is het doel, en dat, dames en heren, is de reden waarom ik hard aan deze zaak heb gewerkt, zoals ik had beloofd. Ik ben er serieus mee aan de slag gegaan, zonder ideologie en zonder vooroordelen, en ik heb rekening gehouden met alle obstakels en wilde vooral vooruitgang boeken.

Daarom geloof ik dat het voorstel politiek aanvaardbaar is voor de 27 lidstaten en in financieel opzicht noodzakelijk is voor alle bedrijven in de Europese Unie. Mevrouw Herczog maakte het zeer terechte punt – evenals de heer Harbour en anderen, zoals de heer Schwab – dat deze kwestie economisch gezien heel belangrijk is. We moeten uitvindingen en vernieuwingen bevorderen, stimuleren, beschermen en belonen. Dit is een van de gebieden waarop Europa voorop loopt. Laten we die voorsprong behouden; laten we die vergroten en beschermen.

Veel kleine bedrijven zijn financieel niet langer in staat om hun uitvindingen te beschermen, omdat ze niet over dit Europese octrooi beschikken. En wat gebeurt er dan? Mevrouw Roithová noemde het woord ‘namaak’ zojuist al. Als het octrooi niet beschermd wordt omdat de middelen ontbreken om het te beschermen in de Unie, zal het dan beschermd worden in twee of drie lidstaten? En kunnen namaakgoederen alle andere lidstaten binnenkomen? Als ze eenmaal binnen zijn, komen ze in de interne markt terecht, gaan banen verloren en komen de volksgezondheid en de openbare veiligheid in gevaar. Ik noem als voorbeeld de uitvindingen op farmaceutisch gebied. Dit is een uitermate serieus onderwerp en daarom zijn we er ook zo serieus mee omgegaan, zonder ideologisch te zijn, maar met de wil om vooruitgang te boeken en met een verstandige oplossing te komen die, dat geloof ik echt, aanvaardbaar is.

Tot slot, mijnheer de Voorzitter, wil ik graag antwoord geven op een opmerking van de heer López-Istúriz White, naar wie ik aandachtig heb geluisterd, en van mevrouw Lichtenberger. Zij zeiden dat deze nauwere samenwerking, waar momenteel 25 van de 27 lidstaten bij betrokken zijn, gebruikt kan worden om de interne markt op te delen. Ik ben er zeker van dat dit risico nihil is. Waarom? Omdat we ons in een uitzonderlijk situatie bevinden: we hebben een wetgeving voor de interne markt die unanimiteit vereist.

Voor bijna alle andere regels en wetten voor de interne markt hebben we een gekwalificeerde meerderheid van stemmen. In dit geval hebben we unanimiteit nodig. Daarom ben ik van mening dat het risico van fragmentering verwaarloosbaar is; de Europese Commissie gaat in ieder geval goed opletten om elke vorm van fragmentering van de interne markt te voorkomen.

Ik wil de heer Lehne nogmaals bedanken voor zijn standvastigheid en inzet, alsook de leden van de Commissie juridische zaken. Verder wil ik u alvast bedanken voor uw steun, op basis van dit objectieve voorstel, aan deze nauwere samenwerking.

 
  
MPphoto
 

  Enikő Győri, fungerend voorzitter van de Raad. (HU) Dank u wel, mijnheer de Voorzitter. In mijn eerste toespraak van vanavond sprak ik in de taal van het Europees octrooi en in twee talen die voorlopig geen talen zijn van het Europees octrooi. Staat u mij toe nu in mijn moedertaal te spreken, die volgens de huidige stand van zaken ook geen taal van het Europees octrooi vormt, een taal die door slechts 15 miljoen mensen op de wereld wordt gesproken, waarvan er 10 miljoen in Hongarije wonen. Ik zeg dus vooral tegen de Spaanse en de Italiaanse Parlementsleden: gelooft u mij, wij besteden veel aandacht aan de gelijkheid, het belang en het gebruik van talen.

Staat u mij tevens een korte uitweiding toe namens een lidstaat die ik zogezegd tot zes weken geleden steunde – nu sta ik hier niet als vertegenwoordiger van een lidstaat – maar zes weken geleden vertegenwoordigde ik een lidstaat die een andere mening was toegedaan over de kwestie van het octrooi. De afgelopen maanden heeft de Hongaarse regering haar eerdere standpunt gewijzigd. Deze beslissing was niet eenvoudig. En de omstandigheid die de Hongaarse regering daartoe heeft gebracht, was dat we een zeer serieuze dialoog hebben gevoerd met de business community, met de vertegenwoordigers van de kleine en middelgrote ondernemingen, en zij hebben de regering eenduidig gevraagd om haar eerdere terughoudende, of liever gezegd afwijzende standpunt te wijzigen, zodat de Hongaarse kleine en middelgrote ondernemingen kunnen profiteren van het geharmoniseerde Europees octrooi en geld kunnen besparen dankzij een functionerend taalregime.

De situatie die nu is ontstaan – 25 van de 27 – is verre van ideaal. Wij allen en Hongarije al vanaf het begin, zijn altijd voorstander geweest van de interne markt. We vertrouwen erop en geloven erin dat door de verwezenlijking daarvan de Europese groei wordt versterkt, en die groei is – zoals veel Parlementsleden al hebben gezegd – momenteel een noodzakelijkheid in de Europese Unie van na de crisis. Daarvoor moeten we alles in het werk stellen. Ik ben ervan overtuigd dat we het geharmoniseerd Europees octrooi en het taalregime als een van de elementen daarvan in deze context moeten bekijken. En zoals commissaris Barnier ook al heeft benadrukt, denk ik dat ook Italiaanse en Spaanse bedrijven hun voordeel kunnen doen met de totstandkoming van een intern Europees octrooisysteem.

Ik wil nog op twee opmerkingen ingaan. De ene is: vanwaar deze haast en waarom dit hoge tempo, aangezien de Commissie haar voorstel pas in juli heeft ingediend? U hebt eigenlijk deze vraag zelf ook al beantwoord. Maar ik help u er graag aan herinneren dat alleen al het debat over het taalregime al tien jaar gaande is in de Europese Unie, dus is er mijns inziens geen sprake van haast. Een andere opmerking ging over de ultima ratio, namelijk of we er inderdaad wel alles aan hebben gedaan om tot een oplossing te komen die voor alle lidstaten aanvaardbaar is.

Ik denk dat het Belgische voorzitterschap wel degelijk al het mogelijke heeft gedaan. We hoeven er maar aan terug te denken dat er ook in de herfst steeds weer nieuwe voorstellen zijn ingediend met de intentie om dit systeem in alle 27 landen van de interne markt te realiseren. Helaas hebben ondanks alle inspanningen uiteindelijk twaalf landen in december gevraagd om de nauwere samenwerking van start te laten gaan, en zoals gezegd is het aantal landen inmiddels gestegen naar 25. Hier viel dus verder niets meer te doen en het voorzitterschap kon niets anders doen dan zijn toevlucht zoeken tot de nauwere samenwerking, en hiervoor vroeg het voorzitterschap en vraag ik nu ook persoonlijk om uw steun bij de stemming. We hebben de interne markt en de versterking daarvan nodig. We weten, zoals diverse studies uitwijzen, dat een van de belangrijkste obstakels het gebrek aan bescherming van het geharmoniseerde octrooi is, dus we moeten in actie komen zodat vooral onze kleine en middelgrote ondernemingen niet worden belemmerd in innovatie en betere prestaties.

 
  
MPphoto
 

  Klaus-Heiner Lehne, rapporteur. − (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ter afronding zou ik drie opmerkingen willen maken. Commissaris Barnier heeft er al op gewezen dat de nauwere samenwerking heel bewust in het leven is geroepen om hindernissen uit de weg te ruimen die verband houden met de unanimiteit. De unanimiteit op basis van het Verdrag van Lissabon is de absolute uitzondering. Dat betekent dat het om heel weinig gevallen gaat, en juist daarvoor is de procedure van de nauwere samenwerking in het leven geroepen.

Ik wil nog iets over de talen zeggen: die zijn vandaag niet aan de orde. Ik zeg het nogmaals in alle duidelijkheid: vandaag gaat het alleen maar over de procedure. Ik wil graag wijzen op het feit dat we indertijd tijdens de behandeling van het verslag-Palacio al hebben besproken dat één taal nog minder kost dan drie talen. Er is echter ook op gewezen dat we ons moeten houden aan de regels van het Verdrag van München. Het Europees Octrooibureau werkt met de talen die zijn vastgelegd in het Verdrag van München. Wanneer we de talenregeling veranderen, betekent dat automatisch dat we het Verdrag van München moeten wijzigen. Dat kunnen de lidstaten van de Unie echter niet op eigen houtje doen want alle Europese landen hebben zich aangesloten bij het Verdrag van München, met uitzondering van Malta, als ik me niet vergis. Die landen moeten hier allemaal mee instemmen, bijvoorbeeld ook Zwitserland. Wanneer zelfs de 27 lidstaten van de EU het niet met elkaar eens kunnen worden, waarom zou dat uiteindelijk dan wel lukken met de 39 lidstaten van het Verdrag van München? Wanneer dat onze eis is, moeten we het hele dossier uitstellen tot sint-juttemis. Die kwestie zullen we echter pas behandelen wanneer de Commissie ons een concreet voorstel voorlegt.

De juridische diensten van de drie instellingen hebben trouwens uitdrukkelijk bevestigd dat we hier kunnen werken met de procedure van de nauwere samenwerking.

Ik heb nog een tweede opmerking over de talen: de mensen die hier in de praktijk mee werken begrijpen helemaal niet waarom wij dit politieke conflict uitvechten. De mensen die een octrooi aanvragen verrichten hun onderzoek de facto namelijk sowieso in één taal. Dit is een principestrijd over de talen, die voor de betrokken personen eigenlijk onbegrijpelijk is.

Tot slot wil ik nog iets zeggen over de discriminatie: als ik het goed begrepen heb – en ik weet wel zeker dat ik het goed begrepen heb – kan dit nieuwe Europese octrooi worden aangevraagd door alle ondernemingen, door alle uitvinders, uit alle landen, overal ter wereld, ook uit landen die niet meedoen met de nauwere samenwerking. Dat is toch vanzelfsprekend?

Ook landen die niet meedoen met de nauwere samenwerking ondervinden eigenlijk geen nadelen. Voor hen blijft namelijk het Verdrag van München geldig. Dat betekent dat ik voor een vertaling moet zorgen wanneer ik in die landen een gebundeld octrooi wil aanvragen.

Ik heb trouwens nog een derde opmerking over het conflict vanwege de talen: het staat iedereen vrij om al die octrooien in alle 23 officiële talen van de Unie te laten vertalen. Wanneer een lidstaat van mening is dat zijn taal zo belangrijk is dat alle octrooien in de eigen taal moeten worden vertaald, dan moet hij dat vooral doen! Dat mag echter niet ten koste van de octrooihouders gaan, dat zijn de mensen die innovatief zijn, en onze economie laten draaien. Het principe moet juist zijn: wie bepaalt, betaalt. Dan is het een zaak voor de lidstaten, en dus voor de belastingbetalers, om dit te betalen.

Wie van mening is dat de eigen taal zo belangrijk is dat die absoluut en altijd moet worden gebruikt voor alle octrooien die in Europa worden aangevraagd, die moet dan ook consequent zijn, en van die octrooien een rechtsgeldige vertaling in die taal laten maken. Dan moeten ze echter wel zo vriendelijk zijn om dat zelf te betalen. Dat was mijn allerlaatste opmerking, misschien heb ik de discussie zo tot de kern gereduceerd.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

De stemming vindt dinsdag 15 februari 2011 plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  Lara Comi (PPE), schriftelijk. (IT) Intellectuele eigendomsrechten zijn de meest tastbare vorm van erkenning van de dagelijkse onderzoeks- en innovatieactiviteiten van Europese bedrijven om de uitdagingen op het vlak van de concurrentie aan te gaan en inkomsten te genereren die aan iedereen ten goede komen. Die rechten moeten dan ook op alle mogelijke manieren en in alle mogelijke vormen worden beschermd. Ik stel het op prijs dat het Europees Parlement zich met dit onderwerp bezighoudt en het verheugt mij dat ik aan de stemming over dit onderwerp kan meedoen. Maar het spreekwoord zegt dat de weg naar de hel geplaveid is met goede voornemens. Met andere woorden, goede wil is niet voldoende voor het nemen van goede maatregelen waarmee bedrijven het werken echt gemakkelijker wordt gemaakt en worden beschermd tegen de oneerlijke concurrentie van degenen die voor minder kosten procedés kopiëren omdat zij weigeren lang en duur onderzoek te doen naar nieuwe oplossingen voor de verschillende problemen. Op basis van mijn kennis van de regio die ik hier vertegenwoordig, meen ik dat in dit geval de taalbarrière die is opgeworpen voor het aanvragen van een octrooi een buitensporige kostenpost vormt voor onze ondernemingen. Bij wijze van provocatie vraag ik me af wat de effecten zouden kunnen zijn voor de werkzaamheden van dit Parlement als er slechts een regime met drie talen zou bestaan. Het bedrag dat in de begroting is uitgetrokken voor vertaling en vertolking is gewoon het meest welsprekende antwoord op deze vraag. Daarom kan ik niet anders dan tegenstemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Róża Gräfin von Thun und Hohenstein (PPE), schriftelijk. (EN) Ik ben heel blij dat de Raad ermee heeft ingestemd dat twaalf lidstaten het mechanisme voor nauwere samenwerking gaan hanteren om de instelling van een EU-eenheidsoctrooi tot stand te brengen. Dit project ligt al meer dan tien jaar op tafel en wordt helaas geplaagd door verdeeldheid tussen de lidstaatregeringen. Het ontbreken van juridische zekerheid en de hoge kosten die het huidige systeem met zich meebrengt, waarbij octrooien in iedere lidstaat afzonderlijk moeten worden gevalideerd, verstikt de potentiële ontwikkeling, innovatie en groei van de interne markt. Een Europees octrooi dat in slechts de helft van de lidstaten geldig is, is momenteel tien keer zo duur als een octrooi in de VS. De helft van deze kosten heeft te maken met de vertaling. Een meer gestroomlijnde benadering is van cruciaal belang voor de Unie om concurrerend te blijven. Dit EU-brede octrooi is een goed idee! Ik dring erop aan dat we zo snel mogelijk voortgang boeken bij het afronden van de wettelijke regelingen en ik spreek de hoop uit dat in de toekomst alle lidstaten de noodzaak ervan inzien om deel uit te maken van dit systeem.

 
  
MPphoto
 
 

  Tadeusz Zwiefka (PPE), schriftelijk. (PL) Wij praten in het Europees Parlement vaak over de vooruitgang en de ontwikkeling van nieuwe technologieën, terwijl de EU-procedure voor het verkrijgen van een octrooi voor uitvindingen tot de duurste ter wereld behoort. De kosten voor de uitvinders zijn te hoog en de procedures zijn te ingewikkeld. Het is ook glashelder dat het besluit over het Europese octrooi geblokkeerd werd in de Raad. Het Verdrag van Lissabon geeft de lidstaten in deze situatie het recht om de procedure voor nauwere samenwerking in gang te zetten. Het zou uiteraard ideaal zijn om met alle lidstaten tot een compromis te komen over de kwestie van het Europese octrooi, maar anderzijds vind ik dat 20 jaar wachten lang genoeg is. Ik ben me ervan bewust dat het voorstel om gebruik te maken van het mechanisme van nauwere samenwerking grote bezorgdheid veroorzaakt. Laten we echter niet vergeten dat er aan specifieke voorwaarden moet worden voldaan vooraleer het mechanisme kan worden gebruikt en dat elke aanvraag afzonderlijk wordt onderzocht, rekening houdend met het thema waarop de aanvraag betrekking heeft. Daarenboven ben ik van mening dat de procedure voor nauwere samenwerking kan uitgroeien tot een instrument dat niet alleen de weg vrijmaakt voor verdere onderhandelingen, maar dat ook meer garantie biedt op succes. Ik zou eveneens willen benadrukken dat we op dit ogenblik enkel debatteren over de procedure en niet over de octrooien zelf. Er is nog niets beslist. Er komt nog een volgende onderhandelingsronde. Dit is slechts het begin van de werkzaamheden met betrekking tot de structuur van het EU-octrooi en de taalregeling die tot zoveel controverse leidt. Ik hoop daarom dat alle Parlementsleden vastberaden een bijdrage zullen leveren tot het welslagen van dit project, om ervoor te zorgen dat het eindresultaat voor alle betrokken partijen tevredenstellend is.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid