Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2010/2996(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

B7-0156/2011

Debatten :

PV 08/03/2011 - 14
CRE 08/03/2011 - 14

Stemmingen :

PV 09/03/2011 - 10.1
CRE 09/03/2011 - 10.1
Stemverklaringen
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2011)0090

Debatten
Woensdag 9 maart 2011 - Straatsburg Uitgave PB

11. Stemverklaringen
Video van de redevoeringen
PV
  

Mondelinge stemverklaringen

 
  
  

Rooster van de vergaderperioden van het Parlement voor 2012

 
  
MPphoto
 

  Gerard Batten (EFD). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil een toelichting geven op de stemming over het rooster voor 2012. Datgene waar we over stemden was vanzelfsprekend complete onzin, aangezien het probleem van de drie verschillende parlementen niet aan de orde is gesteld: Straatsburg, Brussel en natuurlijk Luxemburg, dat door iedereen wordt vergeten. De totale gezamenlijke kosten bedragen naar ik meen circa 250 miljoen euro per maand.

Ik wil graag een constructief voorstel doen. Waarom kunnen we niet, in plaats van tijdens twaalf verschillende gelegenheden in Straatsburg bijeen te komen, daar in één week gedurende twaalf verschillende zittingen bijeenkomen? Drie zittingen de eerste dag, drie zittingen de tweede dag, drie zittingen de derde dag, en drie zittingen de vierde dag. Op die manier hoeven we per jaar slechts één week hier te vertoeven. De rest van de tijd kunnen we dan indien nodig in Brussel bijeenkomen, en zo kunnen we een enorme hoeveelheid kosten en ongemak besparen.

 
  
MPphoto
 

  Daniel Hannan (ECR). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, er is iets uitzonderlijks aan de maandelijkse verhuizing van dit Parlement tussen de twee zittingen. We prediken een correct begrotingsbeleid, en tegelijkertijd besteden we honderden miljoenen ponden per maand aan de verhuizing van onze vertalers, onze commissie-ambtenaren en alle leden van het Parlement. We spreken over mondiale opwarming, en desondanks stoten we duizenden tonnen broeikasgassen uit omdat ladingen vrachtwagens de noodzakelijke documenten heen en weer vervoeren.

Ik weet dat sommige leden van dit Huis het standpunt aanhangen dat Straatsburg een symbolische betekenis heeft en dat er een historisch idee achter zit, enzovoort, en ik voel me aangetrokken tot het idee dat de EU, als een club van naties, de instellingen verdeelt in plaats van alles in Brussel te concentreren. Maar laten we ons beperken tot één zitting, of het nu op de ene of de andere plek is. Waarom doen we dit Huis niet simpelweg het voorstel dat we ofwel voortaan hier bijeenkomen in deze prachtige Elzasser stad, of dat we vanaf nu in Brussel bijeenkomen?

Wat de keuze ook is, laat ons een einde maken aan de verspilling en in deze tijd van bezuinigingen trachten wat van ons spaargeld terug te geven aan onze sterk onder druk staande belastingbetalers.

 
  
MPphoto
 

  Bruno Gollnisch (NI). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, de stemming die heeft plaatsgevonden, hoewel bij meerderheid, is in feite een manier om de letter van de verdragen te ondermijnen, die heel duidelijk is en waarin wordt voorgeschreven dat er twaalf vergaderingen in Straatsburg moeten worden gehouden. Nu wordt gesteld dat, om een daarvan kwijt te raken, er twee verschillende vergaderingen binnen dezelfde week kunnen plaatsvinden. Dat is ook een manier om voorbij te gaan aan het zeer duidelijke interpretatieve arrest dat door het Hof van Justitie is gewezen, precies op het moment dat dit Parlement het aantal vergaderingen wilde terugbrengen van twaalf naar slechts elf.

We zijn al twintig jaar lang getuige van heimelijke pogingen om Straatsburg af te schrijven als zetel van de Europese Unie. Het is waar – en mijn medeparlementsleden hebben wat dat betreft gelijk – dat de huidige situatie onhoudbaar is, maar wij zijn niet verplicht om van Brussel het Washington DC van de Europese Unie te maken. We hadden alle activiteiten van dit Parlement in Straatsburg kunnen concentreren, maar daar was iets anders voor nodig dan de aanhoudende onachtzaamheid van de Franse autoriteiten om dat te doen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bernd Posselt (PPE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, we hadden vandaag geen overwinning van het Brussel-kamp op het Straatsburg-kamp, want ook het aantal zittingen in Brussel is met één verminderd. Het staat dus eigenlijk 1:1 bij Brussel-Straatsburg. Maar, beste collega's, we hebben tegen het recht gestemd. Het besluit om de plenaire vergadering van augustus en die van oktober in één week te houden is illegaal. In het Verdrag staat namelijk dat het om maandelijkse plenaire vergaderingen gaat.

Dat valt ook met de kostenbesparing niet te rechtvaardigen, want de kosten – die overigens 70 miljoen euro bedragen, dat is nog altijd behoorlijk wat – ontstaan niet door Straatsburg, maar doordat, in strijd met het Verdrag, voortdurend activiteiten naar de schaduw van de bureaucratie van Brussel worden verplaatst.

Indien we ons werk in Straatsburg concentreren, dan besparen we geld en hebben we een onafhankelijk democratisch gezicht in Europa!

 
  
  

Verslag: José Manuel Fernandes (A7-0049/2011)

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Jahr (PPE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, ik heb het woord gevraagd bij de begrotingsbesprekingen, omdat ik van mening ben dat het Europees Parlement daarbij niet altijd helemaal eerlijk behandeld wordt. Ook wij afgevaardigden moeten voor bezuinigingen zijn, maar het gaat er ook om dat we onze taken op een goede manier kunnen uitvoeren. De geplande verhoging van het budget voor het Europees Parlement, die ver onder het inflatiepercentage ligt, is daarom niet adequaat. Er wordt bijvoorbeeld geen rekening mee gehouden dat er achttien afgevaardigden in het Parlement bijkomen, dat we ook de toetreding van Kroatië moeten financieren en dat we ook nog andere investeringen moeten doen.

Ik ga ervan uit dat er uiteindelijk in dezen een goed compromis wordt gevonden.

 
  
  

Ontwerpresolutie B7-0156/2011

 
  
MPphoto
 
 

  Erminia Mazzoni (PPE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, Turkije is, zoals we allemaal weten, een strategische partner voor de Europese Unie. De positie van Turkije is cruciaal voor de economische en politieke belangen van de Unie, waardoor Turkije een belangrijke rol speelt bij de bevordering van de Europese activiteiten in het gebied rond de Zwarte Zee, evenals bij de bevordering van het vredesproces in het Midden-Oosten.

Het voortgangsverslag 2010 inzake de onderhandelingen met Turkije over toetreding tot de Europese Unie wijst op de langzame vorderingen van het proces en de weerstand van de politieke macht in Turkije ten aanzien van een aantal fundamentele bepalingen van de associatieovereenkomst. Ik ben van mening, mijnheer de Voorzitter, dat de Turkse autoriteiten niet veel voortgang hebben geboekt op het gebied van rechtspraak, grondrechten, vrijheid van informatie, vrijheid van godsdienst en immigratie, ondanks de druk die hiertoe door de burgers is uitgeoefend.

Ondanks de economische belangen van de regio mogen wij geen concessies doen aan fundamentele rechten en vrijheden. In de resolutie van het Europees Parlement wordt de situatie vanuit een bepaalde hoek benaderd, waarbij de Commissie en de Raad worden aangespoord de positieve resultaten die sinds 2005 zijn geboekt, niet uit het oog te verliezen, en met name om de bestaande bilaterale overeenkomst die vanuit het idee van een bevoorrecht partnerschap tot stand is gekomen, niet teniet te doen.

Mijn bezorgdheid is dat dit idee van partnerschap de versnelling van het toetredingsproces in gevaar kan brengen, terwijl dit juist ons belangrijkste doel moet blijven.

 
  
  

Ontwerpresolutie B7-0165/2011

 
  
MPphoto
 

  Jarosław Kalinowski (PPE).(PL) Mijnheer de Voorzitter, de aarde wordt voor het merendeel door water bedekt. Wij zien echter het potentieel en belang van zeeën en oceanen voor economische ontwikkeling vaak niet in.

De Atlantische regio is van bijzonder belang voor visserij, vervoer en energie. Het is de bron van bijna 50 procent van de wereldwijde vangsten en van allerlei delfstoffen zoals metalen, olie en gas. Ook doen zich hier krachtige klimaatverschijnselen voor en deze kunnen catastrofale gevolgen hebben voor kustgebieden. Het is derhalve van essentieel belang dat de juiste strategie wordt vastgesteld voor het Atlantische gebied – een strategie die goed beheer zal versterken en die zal bijdragen aan milieubescherming en aan een beter leven voor de mensen in het gebied.

 
  
MPphoto
 
 

  Erminia Mazzoni (PPE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, het kader waarin wij de discussie over deze resolutie moeten plaatsen, moet worden geschetst rondom de Richtlijn 2008/56/EG, de zogenaamde Kaderrichtlijn mariene strategie.

Zoals mijn collega die eerder sprak al heeft gezegd, wordt de context gevormd door het behoud van het mariene milieu, aangezien de genoemde richtlijn de gemeenschappelijke principes bepaalt op basis waarvan de lidstaten, in samenwerking met de derde landen, hun eigen strategieën moeten ontwikkelen, teneinde een goede ecologische toestand van de mariene wateren te bereiken waarvoor ze verantwoordelijk zijn.

Dit is dus het kader waarin de strategie voor het Atlantische gebied had moeten worden ontwikkeld, alsmede op basis van de aanwijzingen van de Raad van 14 juni 2010, zoals de Commissaris het in deze vergaderzaal benoemde.

De resolutie die voor stemming van het Parlement is ingediend, valt echter buiten dit kader en stelt, nogal in tegenstelling met de beraadslagingen die door de Commissie zijn uitgevoerd, een macroregionale strategie voor die gericht is op de territoriale problemen in plaats van de maritieme.

Deze richting bespoedigt een heel ander besluit. Ik hoop dat de mededeling van de Commissie, in lijn met hetgeen in de vergaderzaal vroegtijdig bekend is gemaakt, het initiatief terugbrengt binnen het bereik van de richtlijn inzake de geïntegreerde mariene strategie die ik, als zodanig, ondersteun. Daarom heb ik mij van stemming onthouden.

 
  
  

Ontwerpresolutie B7-0156/2011

 
  
MPphoto
 

  Joanna Katarzyna Skrzydlewska (PPE).(PL) Mijnheer de Voorzitter, ik was blij met de uitslag van de stemming over het verslag inzake Turkije. Ik ben ervan overtuigd dat alle inspanningen die erop zijn gericht Turkije om te vormen tot een volwaardige pluralistische democratie, met de bescherming van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden als grondslag, steun verdienen.

In de afgelopen jaren is gebleken dat de inspanningen van Turkije om een lidstaat van de Europese Unie te worden positieve effecten hebben. De lidstaten van de Europese Unie moeten Turkije blijven ondersteunen bij de hervormingen waarmee Turkije bezig is. Er moet met name gerichte aandacht worden besteed aan de meest problematische kwesties, zoals grondwetshervorming, persvrijheid, de rechten van vrouwen en de bescherming van nationale minderheden. Ik zou ook de aandacht willen vestigen op het probleem van de tenuitvoerlegging van het aanvullend protocol bij de associatieovereenkomst tussen de EG en Turkije.

 
  
MPphoto
 

  Debora Serracchiani (S&D). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, ik heb voor de resolutie over Turkije gestemd omdat de grondwetshervorming die op 12 september 2010 heeft plaatsgevonden, unaniem wordt erkend als een belangrijke stap van Turkije in de richting van Europa.

Natuurlijk moeten er nog veel stappen worden ondernomen en ik spreek in dit opzicht mijn bezorgdheid uit over het grote aantal arrestaties van journalisten. Ik wil benadrukken dat Turkije de zevende handelspartner van de Europese Unie is, dat de Europese Unie de belangrijkste handelspartner van Turkije is en dat het handelsverkeer, dat al eeuwenlang correct verloopt, de onderlinge betrekkingen en vreedzame verhoudingen tussen de volkeren heeft bevorderd.

Derhalve juich ik de opmerkelijke vorderingen toe die gemaakt zijn in het aangaan van banden tussen de Europese Unie en Turkije, met name via de zeesnelwegen die de Noord-Adriatische en Noord-Tyrrheense zee overbruggen, en waarover inmiddels meer dan 250 000 vrachtwagenladingen per jaar in beide richtingen worden getransporteerd, samen met een belangrijke goederenspoorverbinding vanaf de havens naar bestemmingen binnen Europa. Op deze manier is een aanzienlijke hoeveelheid goederenverkeer van de weg gehaald en ik hoop dat deze trend doorzet.

 
  
MPphoto
 

  Andrzej Grzyb (PPE).(PL) Mijnheer de Voorzitter, Turkije is een belangrijke buur van de Europese Unie en in het voor 2010 overgelegde verslag worden belangrijke wijzigingen genoemd die daar hebben plaatsgevonden. Het lijdt geen twijfel dat de grondwetsveranderingen veel indruk maken en een fundamentele bijdrage leveren aan democratisering van het leven in Turkije.

Er zijn echter gebieden waarop wij meer vooruitgang zouden willen zien. Een basiskwestie hierbij is natuurlijk het bevorderen van de betrekkingen met buren. Zolang een oplossing voor de kwestie Cyprus uitblijft, blijven ook alle andere kwesties in een impasse. Een soortgelijke situatie geldt voor de burgervrijheden, waaronder begrepen de vrijheid van godsdienst. Ik hoop dat de conclusies van het verslag het mogelijk zullen maken dat voortgang gerealiseerd wordt in Turkije en dat wordt erkend dat het land niet alleen in economisch opzicht aan het veranderen is, maar ook wat betreft zaken die belangrijk zijn vanuit het oogpunt van burgerrechten en -vrijheid.

 
  
MPphoto
 

  Adam Bielan (ECR).(PL) Mijnheer de Voorzitter, als lid van de parlementaire delegatie die vorig jaar Turkije bezocht, had ik de kans met eigen ogen te zien welke voortgang Turkije boekt in het proces van integratie in de Europese Unie. We moeten zeker positief zijn over hoe de Turkse autoriteiten de zaken met betrekking tot de vrijheid van godsdienst, de rechten van vrouwen, de rechten van vakbonden, de hervorming van de rechterlijke macht, de herziening van radio- en tv-wetgeving en verbeteringen op het gebied van de civiel-militaire betrekkingen hebben aangepakt. Ik ben het er ook mee eens dat het van essentieel belang is de betrekkingen tussen de regering en de oppositie en de vrijheid van de media, met inbegrip van het internet, te verbeteren, verbeteringen op het gebied van de burgerrechten en het recht inzake vrijheid van vergadering aan te brengen en een grondige hervorming van het kiesstelsel door te voeren. Een andere verontrustende kwestie is het steeds grotere probleem van huiselijk geweld en de zogenaamde eermoorden. Er dient met name aandacht te worden besteed aan de vraagstukken van het openstellen van de grens tussen Turkije en Armenië en steun voor de onderhandelingen met het oog op het stabiliseren van de situatie op Cyprus. Ik steun de resolutie, omdat ik van mening ben dat een uitbreiding van de EU met Turkije van belang is voor bepaalde EU-lidstaten, waaronder Polen.

 
  
MPphoto
 

  Markus Pieper (PPE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, ik heb me bij het voortgangsverslag inzake Turkije van stemming onthouden, maar niet omdat ik het niet eens ben met de analyse – ondanks enkele hervormingen spreekt de kritiek op perscensuur, mensenrechtenschendingen, het Turkse kiessysteem en godsdienstvrijheid toch voor zich. Ik heb me onthouden, omdat ik van mening ben dat het Europees Parlement in zijn reactie veel duidelijker moet zijn.

Indien Turkije weigert om belangrijke hervormingen door te voeren, moeten wij ook niet langer over een eventueel lidmaatschap onderhandelen. Het wordt tijd dat het Europees Parlement eist dat de toetredingsonderhandelingen worden gestopt.

 
  
MPphoto
 

  Hannu Takkula (ALDE). (FI) Mijnheer de Voorzitter, het is absoluut waar dat Turkije in de afgelopen jaren vooruitgang heeft geboekt, maar als we naar de criteria van Kopenhagen voor het lidmaatschap van de Europese Unie kijken, dan heeft Turkije nog een lange weg te gaan. Het is mogelijk dat de toetreding van Turkije tot de Europese Unie nog niet in ons leven plaatsvindt. Er is namelijk nog een lange weg te gaan als we het hebben over de mensenrechten en de rechten van vrouwen en kinderen. Zij vormen echter een harde kern van deze Europese Unie en waardenmaatschappij.

Het is ook belangrijk om naar de situatie op Cyprus te kijken. Wanneer Turkije de helft van Cyprus bezet, een lidstaat van de Europese Unie, dan moeten we ook wat dat betreft strikt zijn. We kunnen geen situatie accepteren waarin Turkije een dubbele agenda volgt. In dit verband moeten we hen aanmoedigen om zich democratisch te ontwikkelen, maar ook heel duidelijk zeggen en ervoor zorgen dat de Europese Unie haar eigen waarden niet loslaat.

 
  
MPphoto
 

  Daniel Hannan (ECR). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de houding van de EU ten aanzien van Turkije zal op een dag worden gezien als een generatiefout, als een ethische misstap. Als we verstandig hadden gehandeld, hadden we een keuze gemaakt uit één van de volgende twee strategieën: of we hadden welwillend kunnen toewerken naar een uiteindelijke toetreding, of we hadden in het begin al gezegd dat er geen sprake zou kunnen zijn van een toetreding, maar dat we gezamenlijk wilden werken aan een alternatieve overeenkomst. In plaats daarvan hebben we de belofte van uiteindelijke toetreding in stand gehouden terwijl we stiekem hoopten op een goede afloop. We hebben beloften gedaan die we niet van plan zijn in te willigen.

Kijk hier nu eens naar vanuit het oogpunt van Ankara. Zouden ze dan een reeks ingewikkelde en pijnlijke concessies hebben gedaan inzake het omroepbestel, secularisme, en bovenal Cyprus, waar Turkse Cyprioten vóór het plan van de EU hebben gestemd en werden geïsoleerd terwijl Griekse Cyprioten het hebben verworpen en werden beloond?

We hebben hen zich laten vernederen over de Armeense massamoorden, we hebben hun tienduizenden pagina's van het acquis communautaire opgelegd, en vervolgens keren we hun aan het einde van de rit de rug toe en steken onze middelvinger naar hen op.

Daarmee lopen we het risico juist dat te creëren waar we ogenschijnlijk zo bang voor zijn, namelijk een van ons vervreemde en antiwesterse staat op de drempel van de EU. Vijftig jaar lang hebben Turken de Europese flank verdedigd tegen de expansiedrift van de bolsjewieken. Mogelijk zullen we hen op een dag vragen hetzelfde te doen tegen het extremisme van de jihad. Zij verdienen een betere behandeling.

 
  
MPphoto
 
 

  Bernd Posselt (PPE). (DE) Mijnheer de Voorzitter, hoewel ik de bezwaren van collega Pieper deel, heb ik voor het verslag gestemd, omdat we weer eens heel duidelijk hebben gezegd – aan het begin van het verslag – dat de onderhandelingen voor ons een lang proces met een onzekere afloop zijn. We hebben het amendement van de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie afgewezen, omdat we ons daarmee aan een lidmaatschap zouden verbinden, net als overeenkomstige amendementen van de sociaaldemocraten in vroegere jaren. Daarom is dit Parlement de goede kant opgegaan.

We moeten nu echter snel de volgende stap zetten en Turkije heel eerlijk zeggen, zoals collega Pieper zei, dat een lidmaatschap van Turkije voor ons niet aan de orde is, omdat dit te veel van Turkije zou vragen en de Europese Unie te veel zou belasten. Een politiek geïntegreerd Europa met Turkije als lid is onmogelijk. Dat is een illusie, waar we eindelijk afscheid van zouden moeten nemen.

Wat de vorderingen betreft, deze zijn in het belang van Turkije zelf, dat lid is van de Raad van Europa en de NAVO en onze nauwste bondgenoot is.

 
  
  

Ontwerpresolutie B7-0157/2011

 
  
MPphoto
 

  Janusz Władysław Zemke (S&D).(PL) Mijnheer de Voorzitter, ik wil verwijzen naar de discussie die in deze kamer heeft plaatsgevonden over de integratie van Montenegro in de Europese Unie. Tijdens de discussie vroeg ik de vertegenwoordiger van de Commissie en de Raad om een tijdschema voor dit proces en vroeg ik wanneer Montenegro een volwaardige kandidaat voor het EU-lidmaatschap kon worden. Helaas kreeg ik geen antwoord op die specifieke vraag. Desondanks heb ik voor het aannemen van de resolutie door het Parlement gestemd omdat ik denk dat er belangrijke redenen zijn waarom wij dit moeten doen. Ten eerste is het een resolutie die belangrijk is voor Kroatië. Ten tweede is het een wegwijzer voor andere landen die momenteel deel uitmaken van de Balkan. Ik denk echter dat er ook nog een derde, zeer belangrijke reden is: het is een positieve resolutie die aantoont dat de waarden van de Unie nog steeds aantrekkelijk zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Bernd Posselt (PPE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, we hebben bij het uitbreidingsbeleid zoiets als een regelgevingskader nodig. Daarom moeten we, zoals gepland, in juni de onderhandelingen met Kroatië afronden en dan in het najaar met onze stemming het toetredingsproces voor Kroatië in gang zetten. We willen dat Kroatië volgend jaar of uiterlijk het jaar daarop in de Europese Unie zit.

Dan moet het verdergaan, maar hoe? We moeten de kleine, maar moeilijke rest van Zuid-Europa integreren. Dan gaat het in de eerste plaats om Macedonië en vervolgens om Montenegro. Dat geeft ook een signaal aan alle andere landen in de regio, dat ze ook een plaats in onze gelederen krijgen, indien ze aan de criteria voldoen. Anders dan Turkije zijn dit tot in hun diepste wezen Europese staten die natuurlijk een toekomst in onze Gemeenschap hebben.

Vooral Montenegro is een klein land met een grote Europese traditie. Ik verheug me al op de onderhandelingen met Montenegro!

 
  
  

Verslag: Lívia Járóka (A7-0043/2011)

 
  
MPphoto
 

  Clemente Mastella (PPE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, er moet nog heel wat verwezenlijkt worden op het gebied van non-discriminatie in Europa. Ik ben het eens met de rapporteur, mevrouw Járóka, wanneer ze stelt dat, hoewel discriminatie op grond van etniciteit nu wel als uitgebannen kan worden beschouwd, het sociaaleconomische isolement van de meeste Roma nog altijd een feit is en één van de grootste uitdagingen blijft die wij de komende jaren het hoofd moeten bieden.

Dit wordt veroorzaakt door een groot aantal specifieke factoren zoals geografische nadelen, laag onderwijsniveau, of de ineenstorting van centraal geleide economieën die een groot aantal laaggeschoolde arbeidskrachten aantrekken.

De strategie voor een verbetering van de sociaaleconomische integratie van de Roma zal geen inbreuk op de non-discriminatiewetgeving betekenen, maar juist een aanvulling hierop. Een groot deel van de Europese Roma heeft met dermate ondermaatse en ongunstige omstandigheden te maken, dat een sociaal integratiebeleid als overbrugging moet worden beschouwd van één van de diepste kloven bij de verwezenlijking van de grondwettelijke en mensenrechten in Europa.

 
  
MPphoto
 

  Jens Rohde (ALDE). - (DA) Mijnheer de Voorzitter, de emoties lopen altijd hoog op wanneer we hier in het Parlement debatteren over de Roma. Er is een groep die van mening is dat we in feite niets moeten doen, omdat de kwestie geen betrekking heeft op de Europese Gemeenschap, en er is een andere groep die van mening is dat we niet genoeg geld kunnen betalen, zelfs als het niet goed wordt besteed. Geen van deze benaderingen voor deze problematiek is bijzonder bruikbaar en in ieder geval bieden we totaal geen oplossing voor de problemen van de Roma. Daarom is het goed dat we nu dit verslag hebben. Het is goed dat we hebben besloten om te bekijken welke resultaten de beschikbaarstelling van zoveel middelen voor de integratie van de Roma heeft opgeleverd. We moeten bekijken welke projecten gunstig zijn geweest voor de integratie, voordat we een juiste strategie kunnen vastleggen en op die manier waarborgen dat de middelen goed worden besteed. Daarom heeft de Deense liberale partij Venstre voor dit verslag gestemd, dat in de juiste richting voor de Roma gaat. Dank u, mijnheer de Voorzitter.

 
  
MPphoto
 

  Salvatore Iacolino (PPE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, met de goedkeuring van het initiatiefverslag van vandaag heeft het Parlement een concrete stap ondernomen naar een daadwerkelijke integratie van de Roma in de gemeenschappen waarin ze zijn opgenomen.

De marginalisering van de Roma-gemeenschappen moet bestreden worden via de volledige erkenning van hun fundamentele rechten, zoals gezondheidszorg, onderwijs en de bescherming van kwetsbare groepen. Tevens willen wij graag een betere samenwerking met de lokale en regionale autoriteiten, alsmede een verbetering van het deel van de tekst dat voorziet in concrete controles op de consistentie en doeltreffendheid van het gebruik van de financiële middelen voor wat betreft de verwachte resultaten, en het deel waarin de beloningscriteria voor de lidstaten worden ingevoerd die een correct gebruik van de toegekende middelen waarborgen.

Niettemin kan er waarschijnlijk veel meer gedaan worden op het gebied van wederzijdse erkenning van rechten en plichten, aangezien het van essentieel belang is te blijven wijzen op de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor de daadwerkelijke integratie van de Roma-gemeenschappen.

 
  
MPphoto
 

  Carlo Fidanza (PPE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, wij zijn het allemaal eens over de behoefte aan een EU-strategie voor de integratie van de Roma en uiteraard moeten we de mogelijke discriminatie tegen hen niet onderschatten, maar er kunnen geen rechten bestaan zonder verplichtingen en er kan geen sprake zijn van integratie zonder legaliteit.

Illegale sloppenwijken waarin slechte hygiënische omstandigheden heersen, een hoog aantal voortijdige schoolverlaters, illegale activiteiten zoals diefstal, heling, vrouwen en minderjarigen die tot prostitutie worden aangezet, hinderlijke bedelarij, de weigering om een integratietraject te volgen of ondersteuning te ontvangen van lokale autoriteiten bij het zoeken naar werk: dit is de werkelijkheid van veel Roma-gemeenschappen in mijn land en in andere Europese landen. Het is een beetje hypocriet om te stellen dat de verantwoordelijkheid altijd en uitsluitend bij de instellingen ligt en niet bij degenen die ervoor hebben gekozen om onze maatschappij met dit gedrag op te zadelen.

Ten slotte vind ik het spijtig dat in deze tekst niet is verwezen naar een correcte toepassing van de Richtlijn 2004/38/EG, waarin strenge eisen worden gesteld aan het verblijf van burgers van de Europese Unie in een andere lidstaat en waarin verwijderingsmaatregelen om redenen van openbare veiligheid zijn opgenomen. Om deze redenen heb ik anders gestemd dan de rest van mijn fractie.

 
  
MPphoto
 

  Alfredo Antoniozzi (PPE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het verslag van mevrouw Járóka krijgt momenteel bijzonder veel aandacht en vormt, samen met de mededeling dat de Commissie op het punt staat het aan te nemen, de basis voor verdere discussies tijdens het Europees Roma-platform in Boedapest, dat gepland is op 7 en 8 april.

Ik steun de oproep voor de invoering van verplichte minimumnormen op EU-niveau op het gebied van onderwijs, tewerkstelling, huisvesting en gezondheidszorg. Ik ben met name van mening dat er meer aandacht moet worden besteed aan het primaire onderwijs, dat van cruciaal belang is voor de volledige integratie van de Roma-minderheid.

Het duidelijke verzoek dat door Frankrijk, Roemenië Bulgarije en Finland aan de Europese Commissie is gedaan, moet zeker worden verwelkomd. De Commissie moet echter meer verantwoordelijkheid nemen en een actieve, strategische en leidende rol spelen bij de ontwikkeling van een doeltreffende strategie voor de integratie van de Roma. Het is duidelijk dat er een behoefte bestaat om specifieke plichten vast te stellen die de nomadische gemeenschappen moeten nakomen.

 
  
MPphoto
 

  Pino Arlacchi (S&D). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, mijn fractie steunt dit verslag omdat het een stap in de goede richting is, doordat het oproept tot een EU-strategie en een stappenplan voor de integratie van Roma.

Aan het verslag ligt een helder beeld ten grondslag van de extreem heterogene culturele aspecten tussen de verschillende Roma-gemeenschappen in Europa. Tegelijkertijd pleit het voor de invoering van verplichte minimumnormen op EU-niveau, zodat een begin kan worden gemaakt met een werkelijk integratiebeleid. De EU-strategie schenkt aandacht aan alle vormen van schending van de fundamentele rechten van de Roma-bevolking en roept op tot een daadwerkelijke toegang tot de arbeidsmarkt voor de Roma door de terbeschikkingstelling van microkrediet voor ondernemerschap en zelfstandige arbeid. Mijn fractie heeft met name waardering voor de nadruk op het onderwijs van Roma-kinderen, in het bijzonder de afschaffing van segregatie in de klas door middel van de aanstelling van bemiddelaars afkomstig uit de Roma-gemeenschap en een stijging van het aantal Roma-leerkrachten.

 
  
MPphoto
 

  Lara Comi (PPE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, dit belangrijke initiatiefverslag bevestigt heel sterk de behoefte aan een Europese strategie voor de sociale integratie van de Roma. We moeten de economische en sociale discriminatie van de Roma-gemeenschappen in Europa bestrijden, die als gevolg van de economische crisis is toegenomen.

De Europese Unie dient een nieuw rechtskader op te stellen en te voorkomen dat deze problematiek alleen met niet-bindende wetgeving wordt aangepakt, die inefficiënt is en niet geschikt is voor het bereiken van het beoogde doel. Het is evenzo belangrijk om de task force voor de Roma als permanent orgaan te handhaven en om naar het voorbeeld van het scorebord voor de interne markt een soortgelijk scorebord voor deze thematiek te ontwikkelen.

Ten slotte moet Europa alles in het werk stellen om voor haar eigen burgers, en met name die in de meest kwetsbare bevolkingsgroepen, de bescherming van alle mensenrechten te waarborgen die met de menselijke waardigheid verbonden zijn. Uiteindelijk is de volledige integratie van de Roma in wezen een kwestie van fundamentele rechten, zelfs als we aan de Roma-gemeenschappen moeten vragen hun best te doen en te integreren en zich niet op te sluiten in hun eigen wereld waarin de Europese en nationale wetten niet worden gerespecteerd.

 
  
MPphoto
 

  Antonello Antinoro (PPE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, met de stemming van vandaag hebben we een extra impuls gegeven aan het – hoe zal ik het zeggen – definitief oplossen van dit probleem, maar we hebben niet de beste oplossing aangenomen.

Ik wil er namelijk op wijzen dat de meer dan driehonderd amendementen die zijn ingediend op het verslag, zijn omgezet in 38 compromisamendementen. Deze compromisamendementen werden allemaal aangenomen en dienen om de prioritaire gebieden voor de strategie, oftewel de doelen van de strategie, beter te definiëren. Door middel van de permanente task force moet de Commissie de vergaring en de verspreiding van statistische gegevens waarborgen en beste praktijken garanderen. De lidstaten moeten een overheidsambtenaar aanwijzen – het liefst op hoog niveau – die fungeert als contactpunt voor de uitvoering van de strategie.

Toch hadden we doortastender en minder hypocriet kunnen zijn, als we in het verslag aandacht hadden besteed aan de verplichtingen en plichten die de Roma-gemeenschap in hun gastland hoe dan ook zou moeten respecteren. Dat hoop ik, oftewel, ik hoop dat we snel met oplossingen kunnen komen die de co-existentie van de Roma-gemeenschap en de meerderheidsgemeenschap in alle lidstaten makkelijker maakt.

 
  
MPphoto
 

  Roberta Angelilli (PPE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, geen kinderen meer die niet naar school gaan en geen kinderen meer die worden gedwongen tot bedelen of worden uitgebuit. Dit zijn slechts een paar doelen van het verslag van mevrouw Járóka, dat een belangrijke politieke reactie is.

Afgezien van beginselverklaringen, wachten we op het voorstel van de Commissie – dat in april wordt verwacht – zodat er wat betreft het Roma-beleid meer duidelijkheid en overeenstemming zal zijn over de verantwoordelijkheid en samenwerking tussen de lidstaten en de Europese instellingen. We moeten ons ten doel stellen de beschikbare middelen zo efficiënt mogelijk te gebruiken, te beginnen bij de Europese fondsen, en we moeten vermijden dat lokale overheden alle problemen moeten oplossen en het hoofd moeten bieden aan voortdurende noodsituaties.

Ten slotte hoop ik dat er een debat gevoerd gaat worden over Richtlijn 2004/38/EG. In deze richtlijn worden specifieke voorwaarden gesteld voor het behoud van het verblijfsrecht, zoals werk, voldoende bestaansmiddelen en een ziektekostenverzekering, maar de richtlijn vertoont tegelijkertijd een aantal lacunes inzake wat er gebeurt als er niet aan deze voorwaarden wordt voldaan. Deze onvolkomenheid moet zo spoedig mogelijk worden verholpen.

 
  
MPphoto
 

  Raffaele Baldassarre (PPE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik heb vóór dit verslag gestemd en ik wil mevrouw Járóka complimenteren met haar werk. Zij is erin geslaagd de verschillende standpunten bijeen te brengen en duidelijke doelen en prioriteiten voor de strategie vast te stellen, namelijk het treffen van specifieke maatregelen tegen nomadische levenswijzen en het garanderen van basisgezondheidszorg, gelijke toegang tot lager, middelbaar en hoger onderwijs en het recht op huisvesting.

De strategie is in feite gericht op inclusie, en niet alleen op integratie. Het is duidelijk dat de rol van de Commissie en de lokale overheden cruciaal zal zijn, vooral wat betreft het controleren en beheren van de EU-fondsen.

De enige beperking van dit verslag is het gebrek aan instrumenten om na te gaan of bepaalde Roma-gemeenschappen daadwerkelijk willen integreren en wat de onvermijdbare gevolgen zijn van gebrek aan bereidheid om op het grondgebied van een lidstaat te blijven en van het voortzetten van uitkeringen en programma's op het gebied van bijstand en sociale zekerheid, die niet tot in het oneindige kunnen doorgaan zonder resultaat op te leveren.

 
  
MPphoto
 

  Mitro Repo (S&D). (FI) Mijnheer de Voorzitter, ik heb voor het verslag van mevrouw Járóka gestemd, maar ik wil mijn standpunt nog toelichten. De kwestie van de Roma is voor Europa in vele opzichten paradoxaal. Ze is enerzijds in de praktijk een uitdaging voor de fundamentele waarden en idealen van de Europese Unie, maar is anderzijds ontstaan uit een fundamenteel recht, namelijk de vrijheid van beweging, die een traditionele manier van leven is voor één volk. Ook in Finland zijn Roma en daar is het probleem vooral het lage opleidingsniveau en de daaruit voortvloeiende werkloosheid. Daarom moeten we vooral in onderwijs investeren.

Vrijblijvend recht is niet langer toereikend, net zo min als slappe maatregelen. We hebben uniforme wetgeving nodig en praktische maatregelen waar iedereen zich aan moet houden. Alle lidstaten en Europese instellingen zijn hiervoor verantwoordelijk. Kali sarakosti: een goede vastentijd voor iedereen.

 
  
MPphoto
 

  Miroslav Mikolášik (PPE). - (SK) Mijnheer de Voorzitter, we hebben het over de integratie van de Roma. De Roma wonen in veel Europese landen, zowel in West- als in Oost-Europa.

Het is interessant om te constateren dat hoewel de West-Europese landen langer vrijheid en democratie kennen dan de Midden- en Oost-Europese landen, waaronder mijn land en ons buurland Hongarije, de problemen in het westen en het oosten vergelijkbaar zijn. Die verschillen hebben we nog niet overwonnen.

Er wordt gesproken over integratie van de Roma door ze succesvol te laten worden op de arbeidsmarkt en ze als bevolkingsgroep gezonder te maken. Volgens de geldende wetgeving is de toegang tot onderwijs en gezondheidszorg overal gewaarborgd, maar het is triest dat de Roma vaak hun eigen kinderen niet naar school sturen om onderwijs te volgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Hannu Takkula (ALDE). (FI) Mijnheer de Voorzitter, dit verslag van mevrouw Járóka is uitstekend. Ik denk dat iedereen hier in het Parlement het standpunt deelt dat het de hoogste tijd is om op communautair niveau maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat voor iedereen gelijke mensenrechten gelden. Wat de Roma betreft zijn die helaas nog niet gerealiseerd.

Het is niet voldoende om een goed verslag te hebben: er zijn ook maatregelen nodig. Het is nu de hoogste tijd om de fundamentele vraag te stellen hoe we nu verder gaan om ervoor te zorgen dat dit verslag niet alleen een vrome wens of een mix van verschillende ideeën blijft, maar dat het ook in de praktijk wordt gebracht en de positie van de Roma in de Europese Unie aanzienlijk verbetert.

Het is ook heel belangrijk om een follow-up voor dit verslag te organiseren. Misschien is op communautair niveau een ombudsman voor Roma-kwesties nodig, die volgt en rapporteert of de maatregelen die wij hebben genomen ook in de praktijk goed werken. Dit is de manier om deze kwestie goed en succesvol aan te pakken.

 
  
  

Verslag: Bernd Lange (A7-0022/2011)

 
  
MPphoto
 

  Clemente Mastella (PPE). (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de recente, ernstige economische crisis heeft de Europese industrie zwaar getroffen. Maar de crisis heeft ook duidelijk gemaakt hoe belangrijk de industriesector is voor de economie van de Europese Unie.

De EU concentreerde zich meestal op de gedachte dat markten zichzelf zouden moeten reguleren, en dit concept is tot dusver vooral uitgevoerd door middel van afzonderlijke maatregelen, zonder veel coördinatie tussen de lidstaten. Maar met de EU 2020-strategie wordt in de vorm van een kerninitiatief voor het eerst erkend dat er behoefte is aan een nieuwe benadering. Het is hoog tijd dat de EU ten volle gebruikmaakt van de gemeenschappelijke mogelijkheden voor duurzame vernieuwing en verdere ontwikkeling van de industriële basis met kwalitatief hoogstaande banen.

De Europese industriesector moet op de belangrijkste terreinen leider blijven, en geen volger worden. De EU moet haar eigen weg kiezen voor de industrie van de toekomst. Wij moeten ervoor zorgen dat de Europese markt zijn eigen toegevoegde waarde creëert.

Om dat te bereiken is duidelijke macro-economische coördinatie noodzakelijk van economisch, fiscaal en begrotingsbeleid gericht op groei en werkgelegenheid, bijvoorbeeld door harmonisatie van bedrijfsbelasting.

 
  
MPphoto
 

  Erminia Mazzoni (PPE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het verslag van de heer Lange pakt een zeer actueel probleem aan: namelijk hoe we moeten reageren op de economische en financiële crisis die ons productiesysteem zwaar heeft getroffen.

Ik denk dat deze ontwerpresolutie een heel goed antwoord bevat, omdat het gelukt is de variabelen te bundelen die nodig zijn voor het opstellen van een goed plan voor het herstel van de economie. Het idee om ons te richten op innovatie en onderzoek is van groot belang, rekening houdend met de omvang van ons bedrijfsleven, en ik denk dat dit een waardevolle prikkel vormt ten opzichte van de wellicht enigszins conservatievere houding van de Commissie.

Ik waardeer het werk van de rapporteur. De heer Lange is erin geslaagd meer dan vijfhonderd amendementen te integreren, waardoor een ontwerpresolutie is ontstaan die over het geheel genomen een grote bijdrage levert aan ons werk. Er komt een beeld naar voren van een gericht Europees industriebeleid, dat de diverse sectoren omvat en vooral participerend is, gezien het gebruik van modellen om, zowel van boven- als van onderaf, te monitoren.

Er blijft één controversieel punt over: het EU-octrooi. Ik blijf daar fel tegen, maar dat heeft mij niet weerhouden vóór dit zeer positieve verslag te stemmen.

 
  
MPphoto
 

  Alfredo Antoniozzi (PPE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, dit verslag benadrukt vele positieve aspecten en weerspiegelt de overwegingen en eisen van de diverse nationale industriële organisaties. Daarom moet ik het wel eens zijn met de algemene gedachte van het verslag van de heer Lange.

Bepaalde onderwerpen zijn echter niet aan bod gekomen of niet opgelost, zoals het verzoek om nieuwe wetgevende maatregelen voor het efficiënter gebruik van hulpbronnen en, in het bijzonder, het thema nauwere samenwerking inzake octrooien. Het is nu belangrijk de kwestie van Europese bepalingen inzake de oorsprongsaanduiding aan te pakken. De oorsprongsaanduiding is volgens mij een onmisbaar instrument om de Europese industriesector en zijn concurrentievermogen te versterken en te verbeteren.

Ik heb vóór het verslag van de heer Lange gestemd, omdat ik hoop dat we door het aannemen van het verslag alle instellingen aanzetten tot het verwezenlijken van het ambitieuze programma dat is opgesteld, waarbij zij dit programma zullen vertalen in concreet beleid.

 
  
MPphoto
 

  Jarosław Kalinowski (PPE).(PL) Mijnheer de Voorzitter, de industrie ontwikkelt zich wereldwijd bijzonder snel. Om niet achter te raken op China of India, hebben we onmiddellijk veranderingen nodig. Europa, dat relatief klein is, moet de wereld echter meer bieden dan alleen maar giftige fabrieken en daarom denk ik dat het goed is te investeren in nieuwe technologieën, de ontwikkeling van geneesmiddelen en farmacologie en innovatieve oplossingen op gebieden die we al goed kennen, waaronder begrepen de landbouw. Ik denk niet aan grote veebedrijven, maar aan het creëren van nieuwe oplossingen die het gemakkelijker maken om gewassen te verbouwen, dieren groot te brengen, gezond en ecologisch voedsel te produceren en energie te verkrijgen uit alternatieve bronnen. De hedendaagse economie heeft juist deze investeringen nodig. Innovatieve oplossingen zijn ook een antwoord op de demografische veranderingen die plaatsvinden in een vergrijzend Europa. Dank u wel.

 
  
MPphoto
 

  Miroslav Mikolášik (PPE). - (SK) Mijnheer de Voorzitter, het industriebeleid moet als onderdeel van het economisch beleid vooral gericht zijn op duurzame groei, toename van de werkgelegenheid en de kwaliteit van leven van alle Europeanen.

De Europese industrie staat onder grote concurrentiedruk van de groei-economieën. De Europese Unie moet daarom een actief beleid voeren om de Europese industrie te behouden en te versterken als drijvende kracht achter de economische groei. Het functioneren van de interne markt moet voldoende worden beschermd door voordelige voorwaarden te bedingen in handelsovereenkomsten met derde landen en door middel van bescherming tegen oneerlijke concurrentie en schending van de eerlijke concurrentie en de intellectuele en industriële eigendomsrechten door derde landen.

De Europese Unie heeft namelijk grote mogelijkheden om concurrentievoordeel te behouden op het gebied van hoog gekwalificeerd personeel en innoverende technologieën, wat gepaard moet gaan met verdere investeringen in onderzoek en ontwikkeling.

 
  
MPphoto
 

  Adam Bielan (ECR).(PL) Mijnheer de Voorzitter, industriële producten maken bijna driekwart van de Europese export uit en bieden werkgelegenheid aan 57 miljoen burgers, waarbij de extra banen in aanverwante diensten buiten beschouwing worden gelaten. De industrie is derhalve van enorm belang voor onze economie en is van invloed op alle andere economische sectoren. De lering die we kunnen trekken uit de recente economische crisis en de toenemende concurrentie op de wereldmarkten, is dat het van essentieel belang is om de maatregelen te nemen die nodig zijn om de sterke positie van de Europese industrie te handhaven en om de systematische ontwikkeling daarvan te continueren.

Hier lijkt de Europa 2020-strategie een poging te zijn voor een nieuwe benadering die de mogelijkheden van duurzame modernisering en ontwikkeling van de industriële basis van lidstaten volledig benut en tegelijkertijd ook voor een hoge kwaliteit van het werk zorgt. Dit schept een mogelijkheid voor Europa om leider te blijven in de belangrijkste sectoren van de economie. Met name het geïntegreerde industriebeleid, dat als doel heeft voor een duurzame overgang van een vooral productiegerichte industrie naar een kennisindustrie te zorgen, is ook veelbelovend. Daarom ondersteun ik de resolutie volledig.

 
  
MPphoto
 

  Cristiana Muscardini (PPE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het zou toch ondenkbaar zijn dat een sector die goed is voor 57 miljoen banen in de EU, driekwart van de Europese export van industriële goederen en ongeveer een derde van de bruto toegevoegde waarde in de EU, niet gesteund wordt door adequaat sectoraal beleid dat gericht is op groei en ontwikkeling.

Zonder innovatieve, hoogwaardige industrie is er geen concurrerend handelsbeleid mogelijk. Ik onderschrijf de suggesties van de Commissie internationale handel, en met name de suggesties waarin het belang wordt onderstreept van een doeltreffende handelsbescherming, waarbij, indien nodig, gebruik wordt gemaakt van de beschikbaar gestelde instrumenten.

Het verdedigen van de belangen van de EU bij de onderhandelingen over nog te sluiten handelsovereenkomsten om industrie en werkgelegenheid te kunnen beschermen, is noodzakelijk om bij te dragen aan het overwinnen van de crisis en te waarborgen dat de reële economie, samen met de productiesector, voorrang krijgt op de financiële economie, zodat speculatieve zeepbellen, die zo veel ellende hebben veroorzaakt, worden vermeden.

 
  
MPphoto
 

  Peter Jahr (PPE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, ik acht het van groot belang dat we over dit verslag kunnen debatteren en dat we er vandaag ook over kunnen stemmen. Het zou natuurlijk het beste zijn, als er helemaal geen crises zouden zijn. Het zou echter nog slechter zijn, indien we geen lessen zouden trekken uit de crises die zich voordoen. Juist omdat we een les uit de laatste crisis hebben getrokken, houden we ons in de Europese Unie weer met industrieel beleid bezig, vooral omdat er voor de laatste crises heel veel mensen waren die meenden dat geld heel gemakkelijk met geld kon worden verdiend. Voor onze welvaart in de Europese Unie is het economisch en industrieel beleid nu eenmaal van essentieel belang. Ik vind het buitengewoon belangrijk dat we ons daarmee hebben beziggehouden.

Natuurlijk is het goed om ons met duurzaamheid, innovaties en toekomstgericht industrieel beleid bezig te houden, maar ik vind het net zo belangrijk dat we in dit verslag ook de nadruk op onze traditionele industrie hebben gelegd. Daar ben ik zeer verheugd over en ik hoop dat we daar verder over kunnen debatteren.

 
  
MPphoto
 

  Seán Kelly (PPE).(GA) Mijnheer de Voorzitter, ik heb voor dit uitstekende verslag gestemd en het werd inderdaad tijd dat wij ons gingen richten op het industriebeleid van de Europese Unie. Het is zonder twijfel zo dat we de afgelopen jaren achterop zijn geraakt vergeleken met de grote landen van de wereld, maar ik hoop dat we in de toekomst gestaag vorderingen zullen maken.

(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik heb te kennen gegeven dat ik het verslag steun. Ik wil echter mijn zorg uiten over één punt in de toelichting, namelijk op pagina 32, waar wordt opgeroepen tot de harmonisatie van vennootschapsbelasting. Dat is iets waar mijn land het niet mee eens zal zijn. Vennootschapsbelasting of winstbelasting is zeer belangrijk voor ons, en het is de verantwoordelijkheid van ieder afzonderlijk land om het eigen tarief vast te stellen. Het is wel algemeen bekend dat sommige landen zogenaamd een hoge vennootschapsbelasting hanteren, maar dat ze in de praktijk veel minder betalen.

(GA) Dat kan wel zo zijn, maar dit is een voortreffelijk verslag en ik steun het graag.

 
  
MPphoto
 

  Andrzej Grzyb (PPE).(PL) Mijnheer de Voorzitter, de resolutie die het product is van het debat over de reële economie verdient zeker steun. De afgelopen periode is boven alles gekenmerkt door de uitdaging die globalisering betekend heeft voor het Europese industrieel beleid en de echte productie in Europa. Hoe de doelstellingen van de Europa 2020-strategie gerealiseerd kunnen worden, met name de doelstellingen van meer nieuwe banen en het tegengaan van delokalisatiebeleid in de industrie, is een fundamentele vraag die besproken werd tijdens het debat over het onderwerp van de resolutie. Als antwoord op de vraag of Europa traditionele industrieën moet opgeven, kan geantwoord worden dat dit niet hoeft te gebeuren, en dit werd ook aangetoond door het debat over kleine en middelgrote ondernemingen dat tijdens de laatste plenaire vergadering werd gevoerd.

De beschikbaarheid van onder andere grondstoffen, waaronder grondstoffen voor het opwekken van energie, is een serieuze uitdaging. We moeten veel aandacht besteden aan innovaties en aan het gebruiken van de resultaten van wetenschappelijk onderzoek in de industrie. Een tweede belangrijke taak is gebruikmaken van de synergieën die er bestaan tussen verschillende gebieden van EU-beleid, waaronder tussen industrieel/landbouwbeleid, bijvoorbeeld, en de handelspolitiek. Dank u wel.

 
  
MPphoto
 

  Izaskun Bilbao Barandica (ALDE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, ik heb voor dit initiatief gestemd omdat de Europese Unie zich krachtig in moet zetten voor het industriebeleid en het hoofd moet bieden aan de gevaren van de crisis, aan de concurrentie van derde landen en aan de globalisering door middel van een hogere overheidsfinanciering die zichtbaar is in het toekomstig kaderprogramma.

Met welk doel? Voor activiteiten op het gebied van onderzoek en ontwikkeling. Om de particuliere investeringen te stimuleren en de samenwerking tussen de publieke en particuliere sector te bevorderen. Dat zal ons in staat stellen om gekwalificeerde banen te creëren.

Maar het is noodzakelijk om daarbij gebruik te maken van de wetenschappelijke en technologische deskundigheid van de regio's, die innovatieve netwerken en concurrentieclusters ontwikkeld hebben en die wat betreft innovatie en efficiëntie boven hun landen uitstijgen. Hiervan is sprake in Euskadi, Baskenland.

Maak gebruik van de deskundigheid die aanwezig is in de regio's. Wees niet blind voor deze Europese realiteit. Gezien de huidige bedreigingen zal de erkenning en het opnemen van deze realiteit in het industriebeleid ons in staat stellen om onze leidende rol daarin te consolideren.

 
  
  

Schriftelijke stemverklaringen

 
  
  

Rooster van de vergaderperioden van het Parlement voor 2012

 
  
MPphoto
 
 

  Diane Dodds (NI), schriftelijk. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil mijn collega-Parlementsleden vragen om zich één moment voor te stellen dat ze een bedrijf voeren. U bent momenteel in het bezit van twee fabrieken. Echter, wanneer u slechts één fabriek bezat, zou u de productiviteit kunnen verhogen en tegelijkertijd tot 150 miljoen pond kunnen besparen, en tevens het milieu kunnen beschermen. Dit is wat uw aandeelhouders willen. Welke zakenman die bij zijn volle verstand is zou dan twee fabrieken aanhouden? Maar, collega's, we zijn echt bezig met zaken doen, namelijk de zaken van de regering, en wat heel belangrijk is, met het toezien op de bestedingen van onze kiezers, onze aandeelhouders.

Wij verspillen elk jaar 150 miljoen pond door hier in Straatsburg elf vergaderingen te houden. Enkele personen in dit Huis, dat bezeten is van groen beleid, kiezen ervoor om onnodig 20 000 ton koolmonoxide het milieu in te pompen. Ik wil de heer Fox adviseren om bij zijn werkzaamheden in 2012 en 2013 ten minste enigszins zijn gezond verstand te gaan gebruiken.

 
  
MPphoto
 
 

  Krzysztof Lisek (PPE), schriftelijk. – (PL) Ik heb voor amendement 1 op het ontwerp van het rooster van de vergaderperioden van het Parlement voor 2012 en 2013 gestemd. Ondanks dat ik begrip heb voor het symbolische karakter van plenaire vergaderingen die in de zetel van het Parlement te Straatsburg worden gehouden, moeten wij gezien de huidige kritieke financiële situatie in Europa kijken waar we besparingen kunnen realiseren en dit is wat dit amendement betekent. Twee vergaderperioden in één week houden is bovenal een gebaar richting de Europese burgers, omdat met hun belastinggeld de kostbare en tijdsintensieve reizen van niet alleen de leden, maar ook van ambtenaren en assistenten betaald worden.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (S&D), schriftelijk. (EN) Ik heb vóór amendement 1 gestemd, waarin de geplande vergadering voor week 40 in 2012 wordt geannuleerd. Ik beschouw dit als een kleine stap in de verlaging van de buitensporige kosten die gemoeid zijn met het reizen van Brussel naar Straatsburg.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Als één van de mede-ondertekenaars van het belangrijkste amendement ben ik verheugd dat het is goedgekeurd. Het vergaderrooster voor 2012 moet nu als volgt worden gewijzigd: de geplande vergadering voor week 40 (van 1 tot 4 oktober) moet worden geannuleerd; de vergadering voor de tweede periode van oktober (van 22 tot 25 oktober) moet worden opgesplitst in twee afzonderlijke vergaderingen: vergadering 1 op 22 en 23 oktober, vergadering 2 op 25 en 26 oktober.

 
  
MPphoto
 
 

  Licia Ronzulli (PPE), schriftelijk. – (IT) De uitkomst van deze stemming schept een fundamenteel precedent waarmee we hopelijk op weg zijn naar een moment waarop alle activiteiten van het Parlement zullen worden samengebracht op één locatie.

Ik vind het eigenlijk onacceptabel dat er openbare middelen worden verspild en dat het milieu wordt vervuild omdat het Parlement twee zetels heeft, waardoor duizenden mensen iedere maand gedwongen zijn lange en ingewikkelde reizen te maken tussen Brussel en Straatsburg. Er is een duidelijk signaal afgegeven door de twee plenaire vergaderingen van oktober samen op het rooster van de vergaderperioden van het Parlement voor 2012 te zetten, en ik ben ervan overtuigd dat de weg die we zijn ingeslagen eerlijker is en beter aansluit op de wensen van de burgers.

 
  
MPphoto
 
 

  Thomas Ulmer (PPE), schriftelijk. – (DE) Ik heb de amendementen afgewezen en ik zal samen met collega Posselt bij het Europees Hof van Justitie een klacht indienen wegens verdragsschending.

 
  
MPphoto
 
 

  Derek Vaughan (S&D), schriftelijk. (EN) Volgens de Europese wetgeving moeten er jaarlijks twaalf plenaire vergaderingen plaatsvinden in Straatsburg als zetel van het Europees Parlement. De stemming over de wijziging van het rooster, waarbij twee van deze vergaderingen in Straatsburg binnen dezelfde week kunnen plaatsvinden, weerspiegelt onze wens als leden van het Europees Parlement om kosten te besparen en CO2-emissies te reduceren. Het vervoer naar Straatsburg is duur en meer reizen veroorzaakt extra CO2-uitstoot. Daarom steun ik dit verslag, dat ons de mogelijkheid biedt om de vereiste twaalf plenaire vergaderingen in elf weken te houden, waardoor kosten worden bespaard en de invloed van onze werkzaamheden op het milieu wordt verminderd. Als lid van het Parlement wil ik graag zo goed mogelijk de belangen van mijn kiezers vertegenwoordigen, zowel in economisch als milieu-opzicht. Ik roep de regering van het Verenigd Koninkrijk ook op om dit onderwerp aan de orde te stellen bij andere lidstaten, wat tevens behoort tot de verantwoordelijkheden van de Raad.

 
  
MPphoto
 
 

  Jarosław Leszek Wałęsa (PPE), schriftelijk. – (PL) Ik heb voor amendement 1 gestemd, waarin het voorstel is gedaan de twee plenaire vergaderingen van oktober te combineren en ze in het kader van het rooster van de vergaderperioden van het Parlement voor 2012 in dezelfde week te houden. Ik ben tegenstander van het zo organiseren van het werk van het Parlement dat het over drie locaties wordt verdeeld. Het amendement betekent dat er zowel tijd als geld wordt uitgespaard en er duizenden tonnen CO2 minder worden uitgestoten in de atmosfeer. Er moet bezuinigd worden – het amendement betekent dat niet alleen leden van het Europees Parlement, maar ook duizenden ambtenaren van het Europees Parlement die normaliter in Brussel werken, evenals journalisten, lobbyisten en medewerkers van de Europese Commissie en van de overheidsinstanties van verschillende lidstaten elf in plaats van twaalf maal naar Straatsburg reizen. Dit leidt tot lagere vervoerskosten, onkostenvergoedingen, hotelkosten enzovoort.

 
  
  

Rooster van de vergaderperioden van het Parlement voor 2012 en 2013

 
  
MPphoto
 
 

  John Attard-Montalto (S&D), schriftelijk. (EN) Vandaag heeft het Parlement gestemd over het vergaderrooster voor 2012 en 2013. Voor de eerste keer heb ik als lid van het Parlement ervaren dat de amendementen door de meerderheid zijn goedgekeurd. Dit betekent dat de Parlementsleden niet twaalf keer per jaar naar Straatsburg hoeven af te reizen, maar elf keer om twaalf vergaderingen in Straatsburg te houden. Het maandelijkse heen-en-weergereis van Brussel naar Straatsburg is synoniem geworden aan verspilling, zowel gezien de kosten van 200 miljoen euro als de 20 000 ton CO2-uitstoot die hiermee is gemoeid.

Parlementsleden kunnen niet besluiten waar ze vergaderen, maar ze hebben wel de mogelijkheid te besluiten hoe vaak het Parlement van de ene stad naar de andere moet verhuizen. Circa 350 Parlementsleden steunden het amendement waarmee twee van onze vergaderingen binnen één week worden gepland, waardoor kosten, tijd en energie van het terugreizen worden bespaard. Het zal tevens een positief signaal afgeven aan onze kiezers. Ik hoop bovendien dat dit de aanzet zal zijn voor een uiteindelijk rooster waarin twaalf vergaderingen binnen zes weken zullen worden gehouden. Ik ben het er echter niet mee eens dat er tijdens deze vergadering ook gestemd is over het rooster voor 2013. Dit is duidelijk een slinkse zet om deze procedure niet verder uit te breiden tijdens deze zittingsperiode.

 
  
MPphoto
 
 

  Alain Cadec (PPE), schriftelijk.(FR) Tijdens de stemming over het rooster van de vergaderperioden van het Parlement voor 2012 en 2013 heeft 58 procent van de leden van het Europees Parlement toegestemd in een amendement waarin een van de twee plenaire oktobervergaderingen die in Straatsburg worden gehouden wordt afgeschaft. Dit amendement is niets anders dan een schending van de verdragen! In deze verdragen wordt Straatsburg aangewezen als de zetel van het Parlement en wordt voorgeschreven dat daar jaarlijks twaalf plenaire vergaderingen moeten worden gehouden. Twee plenaire vergaderingen vinden plaats in oktober om het werk dat in augustus niet gedaan is in te halen. Buiten deze plenaire vergaderingen in Straatsburg worden vergaderingen van de parlementaire commissies en extra plenaire vergaderingen gehouden in Brussel. In 1997 heeft het Hof van Justitie duidelijk het beginsel bevestigd dat het Europees Parlement elke maand bijeen moet komen in Straatsburg. De verdragen laten daarover geen enkele twijfel bestaan: Straatsburg is niet de tweede zetel van het Europees Parlement; het is de enige zetel van de instelling. De anti-Straatsburggroep organiseert zich en laat steeds meer van zich horen in een poging om mensen te laten geloven dat het Parlement unaniem tegen Straatsburg is. De verdedigers van de zetel in de Elzas moeten meer van zich laten horen. Zij hebben de legitimiteit van de wet en vijftig jaar Europese integratie mee.

 
  
MPphoto
 
 

  Nessa Childers (S&D), schriftelijk. (EN) Ik heb gestemd voor de wijziging van het rooster voor 2012 om geld van belastingbetalers te besparen, de CO2-uitstoot te reduceren en de onderbreking van de werkzaamheden van het Parlement door de maandelijkse reis naar Straatsburg te beperken.

 
  
MPphoto
 
 

  Marielle De Sarnez (ALDE), schriftelijk.(FR) De Europese verdragen schrijven expliciet voor dat Straatsburg de enige zetel van het Europees Parlement is, en dat daar jaarlijks twaalf plenaire vergaderingen gehouden moeten worden. Toch is er deze week een stemming gehouden om twee plenaire vergaderingen in dezelfde week te laten plaatsvinden, in oktober 2012 en oktober 2013. De democratische leden van het Europees Parlement hebben tegen dit besluit gestemd. Frankrijk heeft al aangekondigd deze zaak binnenkort voor te leggen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Het genomen besluit is namelijk een grove inbreuk op de geest en de letter van de verdragen, aangezien niet vergeten moet worden dat de bepalingen van de teksten alleen geamendeerd mogen worden bij een unaniem besluit van de lidstaten.

 
  
MPphoto
 
 

  Nathalie Griesbeck (ALDE), schriftelijk.(FR) We hebben deze week gestemd over het rooster van de vergaderperioden van het Europees Parlement voor 2012 en 2013. Tot mijn grote spijt heeft een meerderheid van de leden zich uitgesproken voor een amendement (waar ik fel tegen gekant was) waarmee de twee plenaire vergaderingen van oktober in dezelfde week worden gehouden. Deze stemming is wat mij betreft volledig in tegenspraak met de geest van de verdragen van de Europese Unie, waarin expliciet wordt voorgeschreven dat Straatsburg de zetel van het Europees Parlement is en dat daar jaarlijks twaalf plenaire vergaderingen moeten worden gehouden. Het debat over de locatie van de zetel van het Europees Parlement blijft telkens terugkeren en vandaag is er een nieuwe aanval gedaan op de zetel van het Europees Parlement in Straatsburg. De zetel in Straatsburg, waarnaar ook wordt verwezen in juridische teksten, heeft echter historische waarde en zou niet in twijfel moeten worden getrokken door deze meervoudige aanvallen. Frankrijk heeft onlangs aangekondigd deze zaak voor te leggen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie, iets dat ik wil verwelkomen en waar ik achter sta.

 
  
MPphoto
 
 

  Giovanni La Via (PPE), schriftelijk. − (IT) Ik heb gestemd voor de wijziging van de vergaderperioden van het Parlement voor 2012, omdat ik het goed vind om de verspilling van financiële en andere middelen uit hoofde van ons parlementair mandaat te beperken. Met het besluit om de twee plenaire vergaderingen van oktober in één week te houden, wordt voorkomen dat we twee keer naar Straatsburg moeten afreizen, wat leidt tot besparingen. Tot slot ben ik van mening dat dit besluit aansluit op de huidige praktijken, aangezien de twee plenaire vergaderingen van september ook worden samengevoegd.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. − (IT) Ik heb gestemd voor de voorgestelde wijziging van de vergaderperioden van het Parlement voor 2012 en 2013, omdat ik vind dat het volledig in overeenstemming met de Verdragen is om twee vergaderingen in één week te houden, waardoor voorkomen wordt dat we binnen een maand tweemaal naar Straatsburg moeten afreizen. Hierdoor kan bespaard worden op de kosten van de Europese instellingen en worden geld- en tijdverspilling voorkomen. Mijn collega's en ik moeten ons werk dan beter organiseren, maar op deze manier laten wij aan het publiek zien dat wij er meer aan doen om de verkwisting van publieke middelen te voorkomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Catherine Stihler (S&D), schriftelijk. (EN) Ik ben van mening dat het houden van twee afzonderlijke plenaire vergaderingen in oktober onnodig is. Volgens de EU-verdragen is het Parlement verplicht om elk jaar twaalf vergaderingen in Straatsburg te houden. Het is echter wel toegestaan om twee vergaderingen in één week te houden. Door de praktijk om twee keer per maand naar Straatsburg te reizen te stoppen kan het Parlement een voorbeeld stellen in het reduceren van de CO2-uitstoot en de besparing van overheidsmiddelen.

 
  
  

Rooster van de vergaderperioden van het Parlement voor 2013

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (S&D), schriftelijk. (EN) Ik heb vóór amendement 1 gestemd, waarmee de geplande vergadering voor week 40 in 2013 wordt geschrapt. Evenals het besluit over het rooster voor 2012 draagt dit bij aan een kostenbesparing voor het Parlement.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Als één van de mede-ondertekenaars van het belangrijkste amendement ben ik verheugd dat het is goedgekeurd. Het vergaderrooster voor 2013 moet nu als volgt worden aangepast: annuleer de vergadering die was gepland voor week 40 (30 september tot 3 oktober); splits de vergadering van oktober II (21 tot 24 oktober) in twee aparte vergaderingen: vergadering 1: 21 en 22 oktober; vergadering 2: 24 en 25 oktober.

 
  
MPphoto
 
 

  Licia Ronzulli (PPE), schriftelijk. (IT) De uitslag van deze stemming is een belangrijke voorbode van een ontwikkeling die, zo hoop ik, op een zeker moment leidt tot het samenvoegen van de activiteiten van het Europees Parlement op één locatie.

De verspilling van publieke middelen en de luchtvervuiling die veroorzaakt worden door de dubbele zetel van het Parlement – waardoor duizenden personen elke maand lange en moeizame reizen moeten ondernemen tussen Brussel en Straatsburg – zijn niet langer acceptabel. Door de twee plenaire vergaderingen van oktober samen te voegen op de vergaderkalender voor 2013, geven wij een krachtig signaal af, en ik vertrouw erop dat wij hiermee een goede keuze maken die aansluit op de wensen van de burgers.

 
  
MPphoto
 
 

  Thomas Ulmer (PPE), schriftelijk.(DE) Ik heb tegen de amendementen gestemd en zal bij het Europees Hof van Justitie een klacht indienen wegens verdragsschending. De Conferentie van voorzitters had niet mogen toestaan dat deze motie in stemming werd gebracht.

 
  
  

Verslag: José Manuel Fernandes (A7-0049/2011)

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk. (PT) Ik steun dit verslag waarin het uitgangspunt wordt geëerbiedigd dat de instellingen voldoende middelen moeten hebben om zorgvuldig en efficiënt te kunnen functioneren. In deze tijd van economische en financiële crisis in Europa, waarin burgers moeten bezuinigen op hun persoonlijke uitgaven, moeten zowel EU-instellingen als nationale instellingen dit voorbeeld volgen. Dit gegeven mag overheidsinvesteringen die nodig zijn om op middellange en lange termijn winst te boeken, niet in de weg staan. Ik wil onderstrepen dat de gevolgen van de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon voor begrotingspost 5 in 2012 gestabiliseerd moeten zijn, al zal de toetreding van Kroatië die voor 2013 voorzien is, van invloed zijn op de begroting voor 2012.

Vanwege de huidige situatie zullen sommige instellingen wellicht enige moeite hebben het begrotingsevenwicht in stand te houden. Om dit wel te bereiken, sta ik achter de maatregelen van goed financieel beheer, met betrekking tot de administratieve uitgaven en bezuinigingsplannen, en ben ik voor de invoering van efficiënte en milieuvriendelijke technologieën. Tot slot mag het Europees Parlement de voorwaarden die noodzakelijk zijn om te waarborgen dat alle lidstaten onder goede omstandigheden en op voet van gelijkheid hun werk kunnen doen, niet in gevaar brengen.

 
  
MPphoto
 
 

  Marta Andreasen (EFD), schriftelijk. (EN) Ik heb tegen het verslag-Fernandes gestemd over de prioriteiten voor de begroting van 2012, omdat het Europees Parlement nog altijd uitgaat van een stijging van 5 procent van de begroting, terwijl de rest van de Europese instellingen zich beperkt tot een stijging van 1 procent. De kosten van de EU zijn feitelijk onhoudbaar voor de Europese landen en moeten worden gereduceerd. Ik ben hoogst verontwaardigd dat goedkeuring wordt verleend aan het Huis van de Europese geschiedenis als onderdeel van dit verslag: het is een prestigeproject dat tot nu toe 70 miljoen euro kost en dat volledig in strijd is met de veronderstelde bezuinigingseisen.

 
  
MPphoto
 
 

  Laima Liucija Andrikienė (PPE), schriftelijk. – (LT) Ik heb gestemd voor deze resolutie, waarin het algemene kader en de prioriteiten voor de begroting van 2012 op het gebied van de financiering van de EU-instellingen worden vastgesteld. In het licht van de voortdurende economische crisis is een goed financieel beheer van groot belang om de beginselen van zuinigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid in praktijk te brengen. Ik ben het eens met de stelling van de rapporteur dat de instellingen op grond van deze beginselen bezuinigingsplannen moeten voorstellen. Ook moet iedere uitgave die door de instellingen is gedaan, duidelijk worden gespecificeerd en onderbouwd. Het Parlement en de andere instellingen moeten twee maal per jaar een verslag uitbrengen over de uitvoering van hun eigen begrotingen, met daarin details inzake de uitvoering van iedere begrotingspost. Ik vind dan ook dat het Europees Parlement en de andere instellingen verantwoordelijkheid en zelfbeheersing op budgettair gebied moeten tonen. Ik ben blij met de instelling van een nieuwe afdeling X in de EU-begroting voor de Europese dienst voor extern optreden, met een toegekend bedrag van 464 miljoen euro. Ik roep die dienst echter op de voor hem bestemde middelen te gebruiken voor de uitvoering van zijn activiteiten en concrete resultaten te boeken.

 
  
MPphoto
 
 

  Zigmantas Balčytis (S&D), schriftelijk. – (LT) Ik heb voor dit verslag gestemd. De begroting voor volgend jaar moet verantwoord en evenwichtig zijn, en prioriteit geven aan die terreinen die onlosmakelijk verbonden zijn met de EU 2020-strategie. Bij de opstelling van de begroting moet ervoor worden gezorgd dat het beginsel van duurzaam bestuur tot uiting komt in de aspecten doeltreffendheid en doelmatigheid. Er moeten voldoende middelen komen voor de instellingen van de EU, zodat zij hun taken naar behoren kunnen uitvoeren. Tegelijkertijd moeten de instellingen ook reageren op de huidige financiële, economische en sociale situatie in de EU, strenge beheersprocedures toepassen en de financiële middelen strikt en doelmatig beheren. Ik vind ook dat de Europese instellingen een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het terugdringen van kosten en het genereren van schaalvoordelen, zoals gecentraliseerde inkoop, diensten die door de instellingen worden gedeeld, elektronische overheidssystemen (e-governance), enzovoort.

 
  
MPphoto
 
 

  Elena Băsescu (PPE), schriftelijk. – (RO) Ik heb voor dit document gestemd omdat ik van mening ben dat het verslag-Fernandes over de begrotingsprioriteiten voor 2012 de juiste richting aangeeft voor volgend jaar. Ik geef mijn instemming en steun aan het idee in het verslag over prioriteitverlening aan de interne werving van personeel. Hierdoor zal de doeltreffendheid worden verhoogd door gebruik te maken van bestaande ervaring, terwijl de opleidingskosten en de kosten van aanpassing aan een nieuwe organisatiecultuur worden verminderd. Het is echter ook van belang om de daadwerkelijke uitgaven in detail te vergelijken met de in 2011 geraamde uitgaven en bij significante afwijkingen de precieze oorzaak te achterhalen. De instellingen van de EU moeten bezuinigingsplannen opstellen en deze aan de Commissie doen toekomen, met duidelijke termijnen en meetbare doelstellingen. Wij kunnen de gewone burger en de private sector niet vragen om als enigen offers te brengen. De EU-instellingen moeten dat ook doen. Het Parlement moet daarbij het voorbeeld geven, solidariteit tonen en goed blijven letten op de uitgaven.

 
  
MPphoto
 
 

  Regina Bastos (PPE), schriftelijk. (PT) Het verslag over de prioriteiten voor de begroting van het Europees Parlement en andere Europese instellingen voor 2012, dat mijn steun krijgt, past binnen de huidige economische, financiële en sociale situatie waarin we ons bevinden. Met andere woorden, het is een begroting die gekenmerkt wordt door beheersing en bezuinigingen. In dit verslag wordt gepleit voor het ontwikkelen van wetgeving op hoog niveau, bezuinigen, het terugdringen van milieueffecten, en een "zero-based"-begroting, dat wil zeggen een groei die gelijke tred houdt met de inflatie. Ook van belang is het voorstel dat de komende begrotingen meerjarig moeten zijn, zodat ze aansluiten bij het meerjarig financieel kader. Ook wordt er rekening gehouden met de mogelijke toetreding van Kroatië in 2013.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk. (PT) Ik sta achter het verslag over de richtsnoeren voor de begrotingsprocedure 2012, waarin de noodzaak wordt onderstreept van consolidatie van de middelen die nodig zijn in verband met het nieuwe interinstitutionele kader dat is voortgevloeid uit de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon. Het is van essentieel belang dat zowel het Europees Parlement als de andere instellingen zich verantwoordelijk opstellen ten aanzien van begrotingskwesties. In verband met de huidige crisis en de zware staatsschuldenlast moeten we zelfbeheersing tonen, vanuit economische beweegredenen en om redenen van efficiëntie en doeltreffendheid. Onderstreept moet worden dat bepaalde investeringen, met name in technologie, op de lange termijn in de toekomst besparingen kunnen opleveren en daarom niet tegengehouden moeten worden. Ik benadruk verder, dat er maatregelen moeten worden voorgelegd tot vermindering van gebruik van papier, energie, water en uitstoot. Ook zou het wenselijk zijn fysieke vormen van informatieverspreiding terug te dringen en deze te vervangen door digitale vormen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nessa Childers (S&D), schriftelijk. (EN) Gezien de economische, financiële en sociale druk die op de EU-lidstaten rust heb ik gestemd voor het inperken van de begroting van het Europees Parlement voor 2012. We hebben geprobeerd om een aantal kosten te besparen en de rest van de kosten tot in detail te rechtvaardigen. Echter, projecten die al zijn opgestart, zoals het Huis van de Europese geschiedenis, moeten niet in gevaar worden gebracht. Dit is een bezuinigingsbegroting die in één lijn ligt met de inflatie. Tegelijkertijd moeten bezuinigingen geen negatieve invloed hebben op de kwaliteit van het wetgevend werk van het Parlement.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE), schriftelijk. (PT) Ik steun dit uitstekende verslag van de heer Fernandes omdat wij in deze tijden van ernstige financiële, economische en sociale crisis, waarin zoveel offers gevraagd worden van de burgers, de eersten moeten zijn om het goede voorbeeld te geven, door richtsnoeren goed te keuren voor een begroting die gekenmerkt wordt door zelfbeheersing en bezuinigingen. De instellingen van de Europese Unie moeten echter wel over de middelen kunnen beschikken die noodzakelijk zijn om te kunnen doen wat er van hen verwacht wordt, met name tegen de achtergrond van het nieuwe interinstitutionele kader dat is voortgevloeid uit de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon.

Ik onderstreep verder dat het van groot belang is dat het beheer van deze middelen onderworpen wordt aan strengere criteria van zorgvuldigheid en efficiëntie, onder strengere en meer transparante controle. Daarnaast is het van belang dat het tot stand brengen van synergieën gestimuleerd wordt en dat onnodige overlappingen in personeel en taken voorkomen worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Diane Dodds (NI), schriftelijk. (EN) Mijnheer de Voorzitter, wanneer dit huis zich bezint over de prioriteiten voor de begroting, doet het dit tegen de achtergrond van enorme bezuinigingen in de publieke sector in de lidstaten van de EU, groeiende werkloosheid, stijgende rekeningen binnen huishoudens, en algemene economische onzekerheid, zowel op nationaal niveau als in veel gezinnen. Wat beschouwt de EU als een prioriteit in deze uitzonderlijk ernstige situatie die een grote uitdaging vormt? Opmerkelijk genoeg is één prioriteit een Huis van de Europese geschiedenis.

Ik durf te beweren dat als mijn kiezers gevraagd zou worden of de honderd miljoen die hiermee gemoeid is in deze tijd welbesteed is, weinigen van hen, of helemaal niemand, hier bevestigend op zou antwoorden. Het moment is aangebroken voor ons – de Parlementsleden, de Commissie en de ambtenaren – om realistisch te worden. Prioriteiten moeten in het beste belang zijn voor onze kiezers en moeten erop gericht zijn hun leven te vergemakkelijken. Geld van de EU moet niet verspild worden enkel om tegemoet te komen aan diegenen die geobsedeerd zijn door de wens hun idealistische ideeën over een gedeelde Europese geschiedenis en identiteit te promoten. Een dergelijke zelfingenomenheid moet worden bestreden.

 
  
MPphoto
 
 

  Lena Ek, Marit Paulsen, Olle Schmidt en Cecilia Wikström (ALDE), schriftelijk. − (SV) Wij hebben ervoor gekozen om ons achter dit begrotingsverslag te scharen. Enerzijds omdat in dit verslag zo duidelijk het belang van zuinigheid en zelfbeheersing in deze moeilijke economische tijden wordt benadrukt, anderzijds omdat tot uiting wordt gebracht dat men ingenomen is met het bedrag van 464 miljoen euro dat is toegekend aan de Europese Dienst voor extern optreden waarvan de belangrijke werkzaamheden tot het gebied behoren waarop de EU zich moet toespitsen.

Tezelfdertijd staan wij echter zeer kritisch ten aanzien van de investeringen van in totaal 549,6 miljoen voor de uitbreiding van het zogenaamde KAD-gebouw in Luxemburg, en wij delen absoluut niet de hoop van de rapporteur dat dit op termijn tot kostenbesparingen zal leiden. Het enige redelijke alternatief zou erin bestaan om het Europees Parlement en zijn activiteiten op slechts één enkele locatie onder te brengen.

 
  
MPphoto
 
 

  Göran Färm, Olle Ludvigsson, Marita Ulvskog en Åsa Westlund (S&D), schriftelijk. − (SV) Wij, Zweedse sociaaldemocraten, stemden voor het verslag over de prioriteiten voor de begroting 2012 voor het Europees Parlement en andere instellingen.

Het verslag neemt een kritische houding aan ten aanzien van een aantal begrotingsvoorstellen die met grote kosten gepaard gaan en plaatst er vraagtekens bij. Het verslag bepleit verder dat de begroting van het Europees Parlement volgend jaar met niet meer dan het inflatiepercentage mag stijgen; met andere woorden, in reële termen een nulgroei in vergelijking met 2011. Wij willen ook onderstrepen dat wij instemmen met de aarzelende en kritische houding in het verslag ten aanzien van de oprichting van een Huis van de Europese geschiedenis. In deze tijden waarin de nationale begrotingen onder zware druk staan, is het volgens ons misplaatst om zo een waarschijnlijk zeer duur project op te starten.

Wij willen er echter op wijzen dat we het liefst een nog restrictievere houding ten aanzien van de begroting 2012 voor het Parlement hadden willen zien, met ook voorstellen inzake besparingen en herverdeling om nieuwe behoeften te financieren. De Commissie bepleit voor volgend jaar een stijgingspercentage van maximaal één procent voor de administratieve begrotingen van de EU-instellingen – een initiatief dat volgens ons gesteund zou moeten worden. Een stijging met maximaal één procent zou, rekening houdend met de inflatie, in de praktijk neerkomen op een inkrimping van de totale begroting van het Parlement.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) Met het oog op de huidige financiële, economische en sociale situatie van de EU zijn de instellingen verplicht om met de vereiste kwaliteit en efficiëntie te reageren en zorgvuldige beheersprocedures toe te passen om bezuinigingen te kunnen doorvoeren. We moeten er nu alles aan doen om de doelstellingen die vervat zijn in de EU 2020-strategie, volledig te realiseren, en inzetten op groei en werkgelegenheid. Ook moeten er een houdbaar evenwicht en consolidatie tot stand gebracht worden in alle begrotingsrubrieken. Daarom is er ook een zorgvuldige aanpak geboden met betrekking tot de administratieve kosten. Concluderend: ten aanzien van het algemeen kader en prioriteiten voor de begroting van 2012 moet het Parlement wetgeving van het hoogste niveau als beginsel stellen, beginselen van goed beheer en transparantie respecteren, en verantwoordelijkheid tonen op budgettair gebied.

 
  
MPphoto
 
 

  João Ferreira (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) In het verslag wordt "wetgeving van het hoogste niveau als beginsel" gesteld. Gezien het feit dat dat, ondanks de ambiguïteit van deze term, hoofdzakelijk zal afhangen van de politieke richtsnoeren die aan de wetgevingsprocedure verbonden worden, pleiten wij ervoor dat het Parlement de beschikking krijgt over – materiële en personele – middelen, die in overeenstemming zijn met de eisen die aan de werkzaamheden van het Parlement gesteld worden en met de reikwijdte van die werkzaamheden. De rapporteur schuwt geen enkele wollige retoriek, waarvan dit verslag doorspekt is, met termen als "goed beheer", "schaalvoordelen", "efficiëntie", "doeltreffendheid", "kosten-batenanalyse", "bezuiniging", "herindeling van personeel", "mobiliteit", enzovoort. De Europese Dienst voor extern optreden lijkt echter geheel buiten beschouwing te blijven bij deze opsomming, wanneer het gaat om het steunen van "de aspiraties van de EU op het gebied van het buitenlands beleid". We zijn het volledig eens met "het belang van een gelijke behandeling van leden van alle nationaliteiten en talen wat betreft de mogelijkheid hun taken en politieke werkzaamheid uit te oefenen in hun eigen taal". Maar dit houdt veel meer in dan het garanderen van vertolking in commissievergaderingen, zoals de rapporteur wil. Het houdt in dat tolkdiensten ook gewaarborgd moeten worden bij onder andere coördinatorenvergaderingen, trialoogvergaderingen, delegaties en parlementaire vergaderingen. En ook betekent dit dat alle officiële en werkdocumenten binnen acceptabele tijd vertaald moeten worden. Op beide fronten schort het daar momenteel nogal eens aan en dat is onacceptabel.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Dit is weer eens zo'n verslag over de voortgang van het EU-begrotingsbeleid, dat hoofdzakelijk afhangt van de politieke richtsnoeren die aan de wetgevingsprocedure verbonden worden. We zijn er voorstander van dat het Parlement de beschikking krijgt over – materiële en personele – middelen die in overeenstemming zijn met de eisen die aan de werkzaamheden van het Parlement gesteld worden en met de reikwijdte van die werkzaamheden, zonder de kosten te overdrijven en met de bezuinigingen die mogelijk zijn, en zonder de parlementaire werkzaamheden in gevaar te brengen.

We moeten echter benadrukken dat we in plaats van termen als "goed beheer", "schaalvoordelen", "efficiëntie", "doeltreffendheid", "kosten-batenanalyse", "bezuiniging", "herindeling van personeel", "mobiliteit", enzovoort, meer hebben aan een ander EU-beleid, onder andere door fors te bezuinigen op de militaire uitgaven en op de Europese Dienst voor extern optreden.

We staan achter het pleidooi voor gelijke behandeling van leden van alle nationaliteiten en talen wat betreft de mogelijkheid hun taken en politieke werkzaamheid uit te oefenen in hun eigen taal, maar we wijzen erop dat dit veel meer inhoudt dan het garanderen van vertolking in commissievergaderingen, zoals de rapporteur wil. Het houdt in dat tolkdiensten ook gewaarborgd moeten worden bij onder andere coördinatorenvergaderingen, trialoogvergaderingen, delegaties en parlementaire vergaderingen. En ook betekent dit dat alle officiële en werkdocumenten op tijd vertaald worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Lorenzo Fontana (EFD), schriftelijk. (IT) Het verslag van de heer Fernandes heeft betrekking op de richtsnoeren voor de begroting van de Europese instellingen voor 2012. Gezien de moeilijke economische situatie wordt in het verslag onder meer voorzien in een strenger uitgavenbeleid met betrekking tot de bureaucratische wijze waarop de EU georganiseerd is. Daarom heb ik voor het verslag van de heer Fernandes gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Nathalie Griesbeck (ALDE), schriftelijk.(FR) Ik heb gestemd voor de aanneming van dit verslag, waarin de richtsnoeren voor de begrotingsprocedure 2012 worden vastgelegd: een algemeen kader en begrotingsprioriteiten voor de werking van de Europese instellingen (met uitzondering van de Europese Commissie). In ons verslag wordt met name ingestemd met de beperking van de begroting van het Europees Parlement vanwege de economische, financiële en maatschappelijke situatie van de lidstaten, en dat verwelkom ik. Tot slot wil ik zeggen dat ik resoluut tegen de amendementen heb gestemd die een aanval vormen op de zetel van het Europees Parlement in Straatsburg en ik ben blij dat ze verworpen zijn door de meerderheid van het Europees Parlement.

 
  
MPphoto
 
 

  Juozas Imbrasas (EFD), schriftelijk. – (LT) Ik heb ingestemd met dit verslag, omdat het heel belangrijk is prioriteit te geven aan de beginselen van goed beheer, namelijk zuinigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid. Bij de tenuitvoerlegging van de verschillende beleidslijnen moet rekening worden gehouden met de behaalde resultaten en de variabele uitgaven moeten waar mogelijk en indien hun omvang dit vereist, regelmatig worden onderworpen aan een kosten-batenanalyse. Ingevolge de toepassing van deze beginselen moeten de instellingen kostenbesparingsplannen voorstellen; ook moet worden nagedacht over de voordelen van centralisatie, zodat schaalvoordelen (bijvoorbeeld gecentraliseerde inkoop, diensten die door de instellingen worden gedeeld) kunnen worden behaald. Interinstitutionele samenwerking is essentieel voor het uitwisselen van beste praktijken die doeltreffendheid bevorderen en bezuinigingen mogelijk maken. Ik ben van mening dat de interinstitutionele samenwerking moet worden verbeterd op het punt van vertaal- en tolkendiensten, werving (EPSO) en EMAS, en moet worden uitgebreid tot andere terreinen. In de huidige context van een economische crisis, de zware staatsschuldenlast en bezuinigingen om de nationale begrotingen op orde te krijgen, moeten het Europees Parlement en de andere instellingen verantwoordelijkheid en zelfbeheersing op budgettair gebied tonen. Het Parlement moet tot doel hebben om wetgeving op hoog niveau te ontwikkelen en alle hiervoor benodigde middelen moeten hiervoor beschikbaar zijn, met nakoming van de budgettaire restricties.

 
  
MPphoto
 
 

  Cătălin Sorin Ivan (S&D), schriftelijk. – (RO) In het huidige economische, financiële en sociale klimaat vormen de richtsnoeren voor de begrotingsprocedure 2012 een echte uitdaging, vooral omdat de Europese instellingen gedwongen worden aanzienlijk te bezuinigen, maar tegelijkertijd over voldoende middelen moeten beschikken voor het uitvoeren van hun activiteiten op het hoogste niveau van professionalisme en doeltreffendheid. Wat dat betreft spreek ik mijn steun uit voor betere interinstitutionele samenwerking voor het uitwisselen van beste praktijken, hetgeen zal leiden tot sterkere banden tussen Europa en haar burgers. Daarnaast moet bezuinigd en bespaard worden, zodat de doelstellingen van de Europa 2020-agenda kunnen worden behaald.

Hoewel de begroting 2012 van het Parlement en de andere instellingen over consolidatie zou moeten gaan, moet dit geen obstakels opwerpen voor investeringen. Investeringsprojecten zorgen namelijk voor een soepele werking van de Europese economieën.

Tot slot steun ik het standpunt van de rapporteur, dat het onacceptabel is om geen vertolking meer te hebben tijdens de commissievergaderingen van het Europees Parlement. De leden van het Parlement moeten in staat worden gesteld om hun moedertaal te spreken. Ik heb ook in de situatie verkeerd dat er geen tolken beschikbaar waren, zelfs toen ik een verslag moest presenteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Barbara Matera (PPE), schriftelijk. (IT) De begrotingen voor 2012 en 2013 zijn consoliderende begrotingen die de bezuinigingen van de lidstaten moeten weerspiegelen en een referentiepunt moeten vormen voor de bedragen die in het volgende financieel kader worden vastgelegd.

Deze begroting moet gericht zijn op excellentie, wat betekent dat met een minimum aan middelen economische doelen, efficiëntie en doelmatigheid moeten worden nagestreefd. In deze fase van consolidatie moet het Parlement ernaar streven de begroting niet harder laten te groeien dan het inflatiepercentage. Deze doelstelling brengt een grote verantwoordelijkheid met zich mee. De toename van de uitgaven die verband houdt met de toetreding van Kroatië en de uitbreiding van het Parlement met achttien nieuwe leden, zoals vastgelegd in het Verdrag van Lissabon, moet worden opgenomen door middel van een gewijzigde begroting.

Om de uitgaven daadwerkelijk te kunnen beheersen hoop ik dat de instellingen tijdig de informatie aanleveren die nodig is om een algemeen kader te kunnen schetsen van de administratieve uitgaven, zodat de begrotingsautoriteit de middelen kan bestemmen aan de hand van een meerjarige, duurzame benadering waarbij de gegevens van de verschillende instellingen onderling en in de tijd vergeleken kunnen worden.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (S&D), schriftelijk. (EN) Ik verwelkom dit verslag, waarin helder naar voren wordt gebracht dat het Parlement van het Bureau verwacht bij de voorlegging van de ramingen realistische eisen te stellen, bereid is om de voorstellen van het Bureau op basis van de behoeften en een behoedzame aanpak te bestuderen teneinde een correcte en efficiënte werking van de instelling te verzekeren, benadrukt dat de nota van wijzigingen die het Bureau in september aan de Begrotingscommissie heeft voorgelegd ten doel heeft rekening te houden met behoeften die bij de opstelling van de ramingen nog niet waren voorzien en benadrukt dat zij niet gezien moet worden als mogelijkheid om ramingen te herzien waarover men het eerder eens is geworden. Volgens de interinstitutionele richtsnoeren moet in de behoeften die samenhangen met de uitbreiding worden voorzien met een nota van wijzigingen of een gewijzigde begroting; de behoeften voor de achttien nieuwe EP-leden na het Verdrag van Lissabon moeten worden opgenomen door middel van een nota van wijzigingen of een gewijzigde begroting.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Mélenchon (GUE/NGL), schriftelijk.(FR) De grote verdienste van dit verslag is dat erin benadrukt wordt hoe belangrijk het is dat de leden van het Europees Parlement hun taken uitoefenen in hun eigen taal. Het feit dat er geen vertalingen beschikbaar zijn in een aantal vergaderingen, in de mededelingen die aan ons gericht zijn en de gemeenschappelijke resoluties waarover momenteel wordt onderhandeld, is een onverdedigbare belemmering voor onze werkzaamheden als leden van het Europees Parlement en derhalve voor de democratie. Ik steun dit verzoek. Ik weiger echter om mijn steun te geven aan de geldverspilling en de democratische dwaling die de instelling van de Europese dienst voor extern optreden van barones Ashton vertegenwoordigt. Verder weiger ik in te stemmen met het idee om eerder particuliere bedrijven in te zetten dan ambtenaren.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) Door het Verdrag van Lissabon heeft het Europees Parlement nieuwe verantwoordelijkheden gekregen. Dat brengt een grotere administratieve last met zich mee en de Parlementsleden zullen moeten kunnen beschikken over gekwalificeerde stafmedewerkers om de nieuwe taken uit te kunnen voeren. Deze nieuwe situatie brengt twee problemen met zich mee: de kosten zullen omhoog gaan vanwege het feit dat er meer assistenten nodig zijn, en daarnaast zal er meer ruimte nodig zijn, om te zorgen dat zij hun taken onder goede werkomstandigheden kunnen uitvoeren. Dat brengt een kostenverhoging met zich mee die in deze periode van crisis moeilijk uit te leggen is, maar als het Europees Parlement zijn werk goed wil kunnen doen, moet het over de daartoe benodigde personele en financiële middelen kunnen beschikken. Vandaar mijn stemgedrag.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Mirsky (S&D), schriftelijk. (EN) Hoewel het verslag de belangrijkste richtsnoeren en prioriteiten voor de begroting van 2012 omvat, waaronder de richtsnoeren voor wetgevend werk in het Europees Parlement, vind ik niet dat de stijging van de begroting op basis van het inflatiepercentage juist of gerechtvaardigd is. Er zijn andere mechanismen en middelen om een oplossing te zoeken voor gangbare problemen en prioriteiten. Ik heb vóór het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. – (DE) Het uitgavenplafond van het meerjarig financieel kader van de begroting van de Europese Unie voor 2012 is weer verhoogd. Vooral in tijden dat de burgers de broekriem moeten aanhalen, dient ook de Europese Unie te bezuinigen. Er zijn genoeg potentiële besparingsposten te vinden, van opheffing van één van de zetels van het Parlement via een vermindering in de wirwar van EU-agentschappen tot een betere fraudebestrijding binnen de hulpprogramma's.

In het kader van de economische en financiële crisis heeft de Europese Unie slechts enkele plannen opgeschort, maar geen werkelijke bezuinigingen doorgevoerd, hoewel wel is gedaan alsof het hier om grote bezuinigingsmaatregelen ging. Een dergelijke handelswijze is zeer onbillijk tegenover de Europese burgers en het is ook onbillijk om nu alle bijkomende kosten te rechtvaardigen op grond van de hogere eisen in het Verdrag van Lissabon. Om deze redenen heb ik tegen het verslag over de begroting gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Franz Obermayr (NI), schriftelijk. (DE) In dit verslag staat een verhoging van het uitgavenplafond van het meerjarig financieel kader van de begroting van de Europese Unie voor 2012 vermeld. De burgers in de lidstaten werden als gevolg van de economische en financiële crisis gedwongen om bezuinigingsmaatregelen te accepteren en daarmee de grootste last van de gevolgen van de crisis te dragen. Ook de EU zou haar uitgaven moeten verlagen, om te beginnen bij de wildgroei van agentschappen, en vervolgens via de pretoetredingssteun voor Turkije tot aan de dure dubbele structuren en beheerkosten, die bijvoorbeeld zijn ontstaan door de Europese Dienst voor extern optreden. Ik heb daarom tegen dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. (IT) In de ontwerpresolutie over de richtsnoeren voor de begrotingsprocedure 2012 van de heer Fernandes wordt, met het oog op een beter beheer van de middelen waarover de Europese instellingen beschikken, een totaalvisie geschetst op het beheer van de begroting van het Europees Parlement, en om die reden heb ik voorgestemd. Het Parlement moet een begroting aannemen om het volgende financiële kader en de aanstelling van extra personeel in het kader van het Verdrag van Lissabon te consolideren, en om de beschikbare gebouwen en de ICT- en tolkdiensten te verbeteren en voltooien. De belangrijkste taak is om de middelen op een dusdanige manier te beheren dat er bezuinigd wordt, terwijl de dienstverlening wordt verbeterd.

 
  
MPphoto
 
 

  Miguel Portas (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Ik heb mij van stemming onthouden, omdat het in deze tekst weliswaar gaat over mogelijke bezuinigingen op de begroting voor volgend jaar, maar deze in de tekst niet nader gespecificeerd worden. Als we consequent willen zijn, moet het bezuinigingsbeleid beginnen bij de leden van het Europees Parlement zelf.

 
  
MPphoto
 
 

  Paulo Rangel (PPE), schriftelijk. (PT) Ik heb voor dit verslag gestemd omdat ik van mening ben dat het onvermijdelijk is dat de huidige financiële, economische en sociale situatie van de EU de instellingen verplicht om met de vereiste kwaliteit en efficiëntie te reageren en strikte beheersprocedures toe te passen om de benodigde bezuinigingen te kunnen realiseren. Er moet echt gestreefd worden naar consolidatie. Uitgaande van de beginselen van goed beheer moeten de instellingen bezuinigingsplannen voorstellen en iedere uitgave moet duidelijk gespecificeerd en gerechtvaardigd worden. Verder wil ik hier nog publiekelijk mijn waardering uitspreken voor het uitstekende werk dat de heer Fernandes geleverd heeft.

 
  
MPphoto
 
 

  Crescenzio Rivellini (PPE), schriftelijk. (IT) Ik heb voor het verslag over de richtsnoeren voor de begrotingsprocedure 2012 gestemd, omdat ik van mening ben dat de lidstaten en de Europese instellingen gezien de huidige economische crisis – die op dit moment vooral gevolgen heeft voor de werkgelegenheid – gezamenlijk de broekriem moeten aanhalen. Ik ben het dan ook eens met de vaststelling dat begrotingsdiscipline in deze omstandigheden het leidende principe moet zijn bij de vaststelling van de EU-begroting.

Ik vind het sowieso nodig om te benadrukken dat de EU-begroting, en die van het Parlement in het bijzonder – daar het Parlement de enige instelling is die rechtstreeks verkozen wordt – ook in deze economische situatie in de eerste plaats gericht moet zijn op het dichten van de kloof tussen de burgers en de EU, zeker nu de toekomst zo onzeker is. Ik denk dat het heel goed zou zijn om de voorlichtingsbureaus van het Parlement beter te verspreiden over de lidstaten en te vestigen op strategische plaatsen, mede gelet op de recente onrust in naburige landen.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Ik heb vóór het verslag gestemd, hoewel ik liever had gezien dat sommige amendementen waarin het noodzakelijk wordt geacht voor het Parlement om de vergaderlocaties terug te brengen tot één plek niet zouden zijn aangenomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Teixeira (PPE), schriftelijk. (PT) De richtsnoeren voor de begroting van 2012 zijn gebaseerd op een evenwicht tussen de noodzaak om de instellingen voldoende middelen toe te wijzen om hun activiteiten te kunnen uitvoeren en het gegeven dat de huidige financiële, economische en sociale situatie van de EU de instellingen verplicht om met de vereiste kwaliteit en efficiëntie te reageren. In het onderhavige voorstel wordt gesignaleerd dat de instellingen, wat betreft rubriek 5, problemen kunnen ondervinden om de begrotingsdiscipline te handhaven en zelfbeheersing te betrachten om te voldoen aan het meerjarig financieel kader. Daarom doet de rapporteur een oproep om beginselen van goed beheer te respecteren, namelijk zuinigheid, efficiëntie en doeltreffendheid, in het belang van zorgvuldigheid, eenvoud, duidelijkheid en transparantie.

Wat betreft het Europees Parlement wordt er in het verslag, waar ik vóór gestemd heb, rekening gehouden met de behoeften die samenhangen met de uitbreiding met Kroatië in 2013, de uitbreiding van het Europees Parlement met achttien nieuwe leden en de behoefte aan extra personeel na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon. Ten aanzien van de andere instellingen moet gewezen worden op de nieuwe Afdeling X voor de Europese Dienst voor extern optreden, die beantwoordt aan de financiële behoeften die voortkomen uit het inrichten van een ambitieus institutioneel kader voor de aspiraties van de EU op het gebied van het buitenlands beleid.

 
  
MPphoto
 
 

  Peter van Dalen (ECR), schriftelijk. Volgens het verslag-Fernandes moet het EP op wetgevingsgebied uitblinken en moeten alle middelen dat doel dienen. Ik vind dat daar een tweede prioriteit bij moet: het Parlement moet uitblinken in begrotingsdiscipline! Overheden, bedrijven en burgers moeten nu hun uitgaven opnieuw afwegen. Dat moet het EP ook doen: niet inzetten op méér geld maar op nieuwe prioriteiten. De koers moet om, want met name de administratieve uitgaven van de Europese Unie zijn sneller gestegen dan het totaal van de uitgaven. En het EP loopt daarbij voorop! In het verslag wordt in overweging F verwezen naar de Europese buitenlandse dienst die vermoedelijk meer geld gaat kosten. Ook dat moet anders! Waarom heeft die dienst op exotische locaties als Barbados en Madagaskar vele tientallen medewerkers en luxe gebouwen? Haal goed de kam door die dienst, dan hoeft er geen geld bij. Dat moet voor de Europese Unie dé begrotingsprioriteit zijn: niet meer geld erbij, maar beter besteden.

 
  
MPphoto
 
 

  Angelika Werthmann (NI), schriftelijk. – (DE) De richtsnoeren voor de begrotingsprocedure 2012 bestaan uit afzonderlijke afdelingen, samengevoegd onder de titels 'bezuinigingen' en 'consolidering'. Veel burgers in Europa zijn, net als hun regeringen, ten gevolge van de financiële en economische crisis gedwongen tot bezuinigingen en uitgavenreductie. Dan is het volkomen gerechtvaardigd dat het Europees Parlement met zijn begrotingsplan voor 2012 het goede voorbeeld geeft. In 2012 staan de EU nieuwe – en onvermijdelijke – uitgaven te wachten. Die uitgaven ontstaan door de potentiële toetreding van Kroatië, de onlangs opgerichte Europese Dienst voor extern optreden en de drie financiële agentschappen. Om een halt toe te roepen aan het automatisme dat hogere begrotingseisen altijd gelijkstaan aan een verhoging van de begroting, is het nu van belang om mogelijke bezuinigingsposten in de EU-begroting aan te wijzen. Hiertoe moet bijvoorbeeld een bedrijfseconomische analyse van de EU-agentschappen worden gemaakt en het gebouwen- en personele beleid van de EU-instellingen worden beoordeeld.

 
  
  

Ontwerpresolutie B7-0165/2011

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk. − (PT) Ik heb voor deze resolutie gestemd omdat een Europese strategie voor de Atlantische regio van groot belang is voor de territoriale samenhang in de EU, in het bijzonder met het oog op de uitbreiding van de EU naar het oosten. Opgemerkt moet worden dat er uitsluitend als we een strategie volgen waarin het Atlantische gebied een centrale positie inneemt, een aanpak mogelijk is die niet zozeer gericht is op een perifere regio maar die juist gebaseerd is op de geografisch centrale positie van deze regio in de wereld. Deze regio vormt de grens van de EU met Noord-Amerika, Zuid-Amerika en heel West-Afrika. In een strategie voor de Atlantische regio, waaraan de lidstaten en de regio's deelnemen, moet ook prioriteit gegeven worden aan nieuwe terreinen van innovatie, economie en wetenschap, met de nadruk op nieuwe producten en diensten in het kader van het milieu en hernieuwbare mariene energie, mariene biotechnologie op het gebied van voeding, gezondheid en producten en diensten met geavanceerde smart-technologie.

De strategie voor de Atlantische gebied mag niet geïsoleerd zijn, maar moet passen binnen het totaal van de doelstellingen van de EU, gezien de lessen die we geleerd hebben met de strategie voor het Oostzeegebied, die na het van start gaan van de programmeringsperiode voor de begroting 2007-2013 moest worden aangepast, hetgeen zonder enige twijfel het succes van dat initiatief heeft belemmerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Laima Liucija Andrikienė (PPE), schriftelijk. – (LT) Ik heb voor deze resolutie over de Europese strategie voor het Atlantische gebied gestemd. Vijf lidstaten van de EU liggen langs de Atlantische kust: Frankrijk, Ierland, Portugal, Spanje en het Verenigd Koninkrijk. Daarom is een strategie nodig om de acties van deze landen in het gebied te coördineren. Ik ben het met de rapporteur eens dat de voornaamste toegevoegde waarde van macroregionale strategieën op het niveau van de EU gelegen is in samenwerking op verscheidene niveaus, coördinatie en betere strategische investeringen met gebruikmaking van de beschikbare financiering, en niet in de toewijzing van aanvullende middelen. Mijns inziens kan deze strategie een positieve bijdrage leveren aan de volgende punten van algemeen belang: milieu en klimaatverandering, met inbegrip van de voorkoming en bestrijding van zeeverontreiniging door schepen, vervoer en toegankelijkheid, onderzoek, innovatie, cultuur, vrije tijd en toerisme, mariene diensten en opleiding, visserij en de sector eetbare zeevis en schaal- en schelpdieren. Ik wil er graag op wijzen dat een van de eerste strategieën op dit terrein de door de Europese Raad goedgekeurde EU-strategie voor het Oostzeegebied is, die betrekking had op acht EU-lidstaten, waaronder mijn eigen land, Litouwen. Deze strategie heeft tot doel het Oostzeegebied ecologisch duurzaam, welvarend, goed toegankelijk en veilig en betrouwbaar te maken. Deze strategie is al met succes in gang gezet, en ik denk dan ook dat de Europese strategie voor het Atlantische gebied niet alleen goed zou zijn voor deze regio, maar voor de hele EU.

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk.(FR) Samenwerking voor problemen die de nationale grenzen overschrijden is een van de grote meerwaarden van het werk dat is verricht door de Europese Unie. Mijn collega, de heer Cadec, is al maanden hard aan het werk om de samenwerking tussen de regio's in de Atlantische boog te versterken, om hen in staat te stellen optimaal te profiteren van mogelijke synergieën. Daarom heb ik gestemd voor deze resolutie, waarin "de Commissie verzocht wordt zo spoedig mogelijk de EU-strategie voor het Atlantische gebied te ontwikkelen welke de vorm moet krijgen van een geïntegreerde benadering die zich op maritieme en territoriale vraagstukken richt".

 
  
MPphoto
 
 

  Zigmantas Balčytis (S&D), schriftelijk. – (LT) Ik heb voor deze resolutie gestemd. Territoriale samenhang is een van de voornaamste doelstellingen van de EU, en het is een belangrijke voorwaarde voor een doeltreffende, economisch sterke en concurrerende interne markt. Het Atlantische gebied heeft zijn eigen specifieke kenmerken. Het is namelijk een dynamisch maritiem gebied met een kwetsbaar milieu dat behouden moet worden en dat gevoelig is voor de gevolgen van de klimaatverandering. Het is binnen de Europese Unie een perifeer gelegen gebied, met grote toegankelijkheids- en verbindingsproblemen. Ik vind het dringend noodzakelijk om deze strategie vast te stellen, omdat die zal bijdragen aan een oplossing van de elementaire problemen van dit gebied ten aanzien van de ontsluiting, de interconnectie van vervoers- en energienetwerken en de ontwikkeling van mariene energie, de ontwikkeling van stedelijke en plattelandsgebieden en de versteviging van de verbindingen tussen land en zee en tussen de zee en de binnenwateren.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk. (PT) Ik sta achter de resolutie van het Europees Parlement over de Europese strategie voor het Atlantische gebied, die ik van groot belang vind, omdat er vijf landen aan de Atlantische Oceaan liggen: Frankrijk, Ierland, Portugal, Spanje en het Verenigd Koninkrijk. Deze strategie wordt voorgesteld om belangrijke kwesties aan te pakken, zoals mariene energie, milieu en klimaatverandering, vervoer en toegankelijkheid, veiligheid, beveiliging en bewaking, onderzoek, innovatie, creatieve industrieën, cultuur, vrije tijd en toerisme, mariene diensten en opleiding, visserij en de sector eetbare zeevis en schaal- en schelpdieren. De Europese territoriale samenwerking die in deze strategie wordt vastgelegd aan de hand van de genoemde aspecten, kan een belangrijke bijdrage leveren aan de intensivering van het proces van integratie binnen het Atlantische gebied, en wel door meer inbreng van het maatschappelijk middenveld in het besluitvormingsproces en het uitvoeren van concrete acties. Ik wil verder benadrukken dat deze strategie zich kan en moet richten op een betere besteding van de EU-middelen, en niet op een toename van de uitgaven.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE), schriftelijk. (PT) Als vertegenwoordiger uit een land uit het Atlantische gebied moet ik benadrukken dat het belangrijk en noodzakelijk is dat er een Europese strategie wordt uitgewerkt die rekening houdt met de specifieke geografische, demografische en economische kenmerken van dit gebied. Er moet een geïntegreerde en samenhangende strategie worden uitgewerkt, die zorgt voor synergie en samenhang tussen de verschillende sectorale beleidsterreinen op dit gebied en voor de toegevoegde waarde die voor deze regio in het bijzonder, en voor Europa in het algemeen, nodig is om de uitdagingen aan te gaan op het gebied van duurzame ontwikkeling en concurrentie. Ik twijfel er geen moment aan dat er een Europese aanpak nodig is, op basis van meer samenwerking tussen landen die aan de Atlantische oceaan liggen, kustbevolkingen, de private sector en het maatschappelijk middenveld, zodat deze strategie aan alle betrokken partijen ten goede komt.

Daardoor moet het mogelijk worden de gezamenlijke problemen en uitdagingen en de gezamenlijke prioriteiten te benoemen, en kunnen er synergieën tot stand gebracht worden die nodig zijn om de middelen efficiënter te gebruiken. Het is niet alleen belangrijk om de concurrentiepositie en de duurzaamheid van de traditionele sectoren te verbeteren, maar ook om het volledige potentieel van het Atlantisch gebied te onderzoeken, met nieuwe markten, producten en diensten, op grond van twee hoofdprioriteiten: de bescherming van het milieu en van de ecosystemen, en het scheppen van werkgelegenheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk. (PT) Ik heb voor deze resolutie gestemd omdat ik het noodzakelijk vind dat de Commissie op zo kort mogelijke termijn een Europese strategie voor het Atlantische gebied uitwerkt die specifiek gericht is op maritieme en territoriale vraagstukken. Daarin moeten punten van gemeenschappelijk belang aan de orde komen, zoals milieu en klimaatverandering, mariene energie, zeevervoer, veiligheid, beveiliging en bewaking op zee, visserij, toerisme, onderzoek en innovatie. De Azoren, Madeira en Kaapverdië moeten hier ook onder vallen en moeten een belangrijke rol krijgen in deze strategie.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) Het Atlantische gebied vormt vandaag de dag een van de grenzen van Europa, en het was een van de belangrijkste wegen waarlangs Europa in contact kwam met de wereld. Via deze oceaan legde de bevolking van Europa, onder andere ook met nadruk de Portugezen, contact met mensen, economieën en culturen die tot dan toe onbekend waren, en legden op die manier de basis voor wat nu een echt gemondialiseerde wereld is. Vandaag de dag bevindt het Atlantische gebied zich in een gemarginaliseerde positie ten opzichte van het centrum van Europa en daar kan en moet iets aan gedaan worden, vanuit de optiek dat het Atlantische gebied en zijn belangrijkste aangrenzende partners, zoals Brazilië en de Verenigde Staten, eraan kunnen bijdragen dat de in geostrategisch opzicht centrale positie, die sindsdien verloren gegaan is met de opkomst van de Aziatische landen, weer versterkt wordt. Het belang van dit gebied rechtvaardigt volstrekt dat er een Europese strategie wordt ontwikkeld die past bij de rol die historisch is toebedeeld aan de oceaan waaraan het gebied zijn naam ontleent en zich niet beperkt tot de lidstaten maar juist zorgt voor de verbinding met die andere kusten. In dit verband wil ik de enorm belangrijke en onvervangbare rol benadrukken van de ultraperifere gebieden voor het welslagen van deze strategie. Deze gebieden moeten onverminderd gerichte ondersteuning krijgen van de Unie, om de kosten te kunnen dragen die te maken hebben met hun afgelegen ligging en om buitenlandse contacten te stimuleren.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. (PT) De Europese Raad van 14 juni 2010 heeft de Commissie verzocht binnen een jaar na dato een Europese strategie voor het Atlantische gebied te formuleren, gezien het feit dat het een perifeer gelegen gebied betreft met specifieke kenmerken, zowel qua potentieel als wat betreft de kwetsbaarheid van het milieu. Gezien het belang van dit gebied voor de wereld, is er daarom een ambitieuze strategie nodig, die zowel het maritieme als het territoriale aspect in acht neemt. Deze resolutie vormt een belangrijke bijdrage aan de uitwerking van deze strategie, omdat de aandacht wordt gevraagd voor belangrijke aspecten zoals de noodzaak om synergieën met ander EU-beleid tot stand te brengen (milieu, energie, vervoer, toerisme, mariene rijkdommen, enzovoort), een macroregionaal beleid aan te nemen en een internationale aanpak tot stand te brengen, die nodig is voor goede betrekkingen met de buurlanden in het Atlantische gebied. Het verheugt me dat deze resolutie van het Europees Parlement wordt aangenomen, omdat ik ervan overtuigd ben dat deze strategie van de EU voor het Atlantische gebied de duurzame groei in dit gebied zal versnellen en maritieme vraagstukken hoog op de Europese agenda zal zetten.

 
  
MPphoto
 
 

  João Ferreira (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) We zijn voor de ontwikkeling van strategieën die als doel hebben de economische, sociale en territoriale cohesie binnen de aangewezen macroregio's te bevorderen, waarbij uiteraard ook de middelen ter beschikking moeten worden gesteld om deze volledig en doeltreffend uit te voeren. De landen en regio's die zich in dit gebied bevinden moeten actief betrokken worden bij elke fase van deze strategieën – voorbereiding, uitwerking en implementatie – en de strategieën moeten gebaseerd zijn op de samenwerking tussen deze landen en regio's. In deze strategieën kunnen en moeten punten van gemeenschappelijk belang aan de orde komen, zoals in het concrete geval van deze Europese strategie voor het Atlantische gebied onder andere: mariene energie, milieubehoud met inbegrip van de voorkoming en bestrijding van zeeverontreiniging door schepen, vervoer en toegankelijkheid, en onderzoek en innovatie. Er staan echter ook punten in de resolutie waar wij twijfels bij hebben en punten waar wij het volledig mee oneens zijn. Daarom hebben wij niet vóór de resolutie gestemd. De resolutie voldoet niet aan het uitgangspunt dat er voor elke nieuwe doelstelling op het terrein van het cohesiebeleid ook nieuwe middelen dienen te worden uitgetrokken, met name financiële middelen, om deze te kunnen uitvoeren. Ook stelt de resolutie deze strategie in dienst van het extern beleid van de EU, de doelstellingen van het internationaal handelsbeleid, de Europa 2020-strategie en het bereiken van "de doelen van de interne markt".

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Het is belangrijk dat we strategieën blijven ontwikken met als doel de economische, sociale en territoriale cohesie binnen de aangewezen macroregio’s te bevorderen, waarbij uiteraard ook de middelen ter beschikking moeten worden gesteld om deze volledig en doeltreffend ten uitvoer te kunnen leggen. De landen en regio’s in dit geografische gebied moeten actief betrokken worden bij elke fase van deze strategieën – voorbereiding, uitwerking en tenuitvoerlegging – en de strategieën moeten gebaseerd zijn op de samenwerking tussen deze landen en regio’s. Deze strategieën kunnen en moeten gericht zijn op punten van gemeenschappelijk belang. In het concrete geval van deze Europese strategie voor het Atlantische gebied, zijn dat: mariene energie, milieubehoud met inbegrip van de voorkoming en bestrijding van zeeverontreiniging door schepen, vervoer en toegankelijkheid, en onderzoek en innovatie. Er staan echter ook punten in de resolutie waar wij grote twijfels bij hebben en punten waar wij het volledig mee oneens zijn. Daarom hebben wij niet vóór de resolutie gestemd.

De resolutie voldoet niet aan het uitgangspunt dat er voor elke nieuwe doelstelling op het terrein van het cohesiebeleid ook nieuwe middelen, met name financiële middelen, ter beschikking dienen te worden gesteld om deze te kunnen uitvoeren. Dit betekent veel woorden maar weinig daden. Afgezien daarvan beoogt de resolutie deze strategie uit te voeren in het kader van de doelstellingen van het internationaal handelsbeleid, de Europa 2020-strategie en het realiseren van "de doelen van de interne markt".

 
  
MPphoto
 
 

  Pat the Cope Gallagher (ALDE), schriftelijk. – (GA) Ik steun ten zeerste wat er nu op EU-niveau wordt gedaan om een geïntegreerde strategie voor de Atlantische regio vast te stellen. De Atlantische strategie moet zijn gericht op het stimuleren van de economische ontwikkeling van de Atlantische eilanden en de Atlantische kustregio.

De Atlantische regio is een van de rijkste gebieden voor wind-, golfslag- en getijdenenergie, maar dat energiepotentieel wordt niet voldoende benut. De vrijetijds- en toerismeactiviteiten van de Atlantische kustregio zijn ook waardevolle economische hulpbronnen. Er zit daar echt groeipotentieel; bijvoorbeeld door in elk land strategische jachthavens te ontwikkelen.

Vooral de sectoren van het vervoer over zee, de havens en de voor de consumptie bestemde vis (waaronder ook de aquacultuur) zouden profiteren van een nauwere samenwerking tussen de lidstaten die aan de Atlantische Oceaan grenzen. Een strategie voor de Atlantische Oceaan moet ook voldoen aan de bepalingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid. In de loop der jaren zijn de lidstaten beter gaan samenwerken inzake kwesties als veiligheid, beveiliging en maritiem toezicht.

Maar aangezien de Atlantische kustgebieden zo uitgestrekt zijn, moet er een geïntegreerde strategie komen om ervoor te zorgen dat er betere en effectieve activiteiten zijn die door de lidstaten worden gecoördineerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Estelle Grelier (S&D), schriftelijk.(FR) De aanneming van een resolutie van het Parlement over de ontwerpstrategie voor het Atlantische gebied is voor mij een gelegenheid om te benadrukken hoe belangrijk het is dat er op Europees niveau wordt gewerkt aan een gemeenschappelijke benadering voor het gebruik van onze maritieme gebieden en om een gezamenlijke oplossing te vinden voor de bestaande problemen. Het Kanaal is in dat opzicht een uitstekend voorbeeld: een strategische maritieme doorgang van de Europese Unie die tegelijkertijd een onmisbare schakel vormt tussen de Atlantische Oceaan en de Noordzee (het bevat 20 procent van de wereldvloot en dagelijks varen er ruim vijfhonderd vaartuigen van meer dan driehonderd ton doorheen), en een ruimte is die gebruikt wordt voor visserij, pleziervaart, winning van aggregaten en binnenkort, tot mijn grote plezier, energieopwekking met behulp van windmolenparken in zee. Deze concentratie van activiteiten vereist dat er serieus wordt nagedacht over de kwestie van het op Europees niveau beheren van de veiligheid op zee in dit gebied, als onderdeel van de gezamenlijke strategie. Daarom heb ik tijdens het debat over de strategie voor het Atlantische gebied mevrouw Damanaki, commissaris voor Maritieme zaken en visserij, opnieuw verzocht om het Kanaal op te nemen in het voorstel dat zij in juni gaat indienen.

 
  
MPphoto
 
 

  Juozas Imbrasas (EFD), schriftelijk. – (LT) Ik heb voor dit document gestemd, omdat het Atlantische gebied zoals wij weten zijn eigen specifieke kenmerken heeft. Het is namelijk een dynamisch maritiem gebied (dankzij zeevervoer, visserij, mariene energie, enzovoort), een gebied met een kwetsbaar milieu dat behouden moet worden en dat gevoelig is voor de gevolgen van de klimaatverandering. Ook is het binnen de Europese Unie een perifeer gebied, met toegankelijkheids- en verbindingsproblemen en een gering aantal grootstedelijke centra. Wij moeten zo spoedig mogelijk de EU-strategie voor het Atlantische gebied ontwikkelen als een geïntegreerde strategie voor maritieme en territoriale vraagstukken. Deze strategie moet zorgen voor een betere coördinatie van doelen en middelen en moet duidelijk gekoppeld zijn aan de EU 2020-strategie en het EU-beleid na 2013. Deze strategie is gericht op een betere besteding van EU-middelen, niet op meer bestedingen. Zij moet goed aansluiten bij het regionale beleid en het geïntegreerde maritieme beleid van de EU. Ik vind dat deze strategie ook synergieën met ander EU-beleid in de hand moet werken, zoals met de Trans-Europese vervoersnetwerken, het gemeenschappelijk visserijbeleid, klimaat- en milieuacties, het kaderprogramma voor onderzoek en ontwikkeling, het energiebeleid, enzovoort. Het is belangrijk om de toegankelijkheid van de Atlantische maritieme regio's te verbeteren en het personen-, goederen- en dienstenverkeer in dit gebied uit te breiden, zodat de doelen van de interne markt en van het cohesiebeleid worden bereikt, vooral door de ontwikkeling van het zeevervoer over korte afstanden en van zeesnelwegen (verbindingen over zee tussen twee snelwegen over land).

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (S&D), schriftelijk. (EN) Ik heb voor dit verslag over de strategie van de EU voor de Atlantische regio gestemd, waarin het Parlement uiting geeft aan zijn oordeel dat deze strategie in de lijn moet liggen van de doelstelling territoriale samenwerking van het cohesiebeleid (Doelstelling 3) en gebaseerd moet zijn op een geïntegreerde, gebiedsoverschrijdende en territoriale aanpak, die streeft naar een betere coördinatie van het beleid tussen de verschillende bestuursniveaus op een gegeven grondgebied, met de nadruk op relevante kwesties; en aan de overtuiging dat de Europese territoriale samenwerking een belangrijke bijdrage aan de intensivering van het proces van integratie binnen het Atlantische gebied kan leveren, en wel door meer inbreng van het maatschappelijk midden in het besluitvormingsproces en het uitvoeren van concrete acties.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) Het Atlantische gebied heeft geheel eigen kenmerken en is een dynamisch maritiem gebied, waarbij ik met name doel op het zeevervoer, de visserij en mariene energie. Het is een gebied met een kwetsbaar milieu dat behouden moet worden en dat gevoelig is voor kusterosie en extreme klimaatverschijnselen, en het is een perifeer gelegen gebied. Daarom is er een geïntegreerde EU-strategie nodig die zich op maritieme en territoriale vraagstukken richt. Vandaar mijn stemgedrag.

 
  
MPphoto
 
 

  Willy Meyer (GUE/NGL), schriftelijk. – (ES) Ik heb voor deze resolutie gestemd waarin de Europese Unie gevraagd wordt om een Europese strategie te ontwikkelen voor het Atlantische gebied. Europese territoriale samenwerking kan een belangrijke bijdrage leveren aan de intensivering van het proces van integratie binnen het Atlantische gebied, en wel door meer inbreng van het maatschappelijk midden in het besluitvormingsproces en het uitvoeren van concrete acties. In de tekst wordt de Europese Unie gevraagd om met deze strategie maritieme en territoriale kwesties aan te pakken. Ook wordt erop gewezen dat de samenwerking in het kader van deze strategie in de allereerste plaats moet uitgaan van de behoeften van de betrokkenen en men daarom van oordeel is dat de beleidsprioriteiten voor de aanpak door middel van een consensus moeten worden vastgesteld.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Mirsky (S&D), schriftelijk. (EN) Rekening houdend met de specifieke kenmerken van het Atlantisch gebied verzoekt het Parlement de Commissie zo spoedig mogelijk de EU-strategie voor het Atlantische gebied te ontwikkelen, welke de vorm moet krijgen van een geïntegreerde benadering die zich op maritieme en territoriale vraagstukken richt. Hoewel het Parlement vindt dat deze strategie moet leiden tot synergieën tussen het desbetreffende beleid op EU-niveau en nationaal, regionaal en lokaal niveau, doet het een beroep op de Commissie en de lidstaten vereenvoudigde regels te ontwerpen ter vergemakkelijking van de uitvoering van deze strategie en ter vermindering van de hiermee samenhangende administratieve lasten. Naar mijn mening is dit niet mogelijk, aangezien er tot nu toe geen doeltreffende middelen zijn gevonden om invloed uit te oefenen op de Commissie. Ik krijg de indruk dat de Commissie nog altijd niet is begonnen haar prioriteiten krachtens het Verdrag van Lissabon te wijzigen, en blijft steken in ongerechtvaardigde en langdurige redevoeringen met het Parlement om zo meer eigen mogelijkheden te creëren. Dit gebeurt niet in het algemeen belang en is in feite nadelig voor de situatie als geheel. Ik heb mijn steun betuigd aan het verslag, maar desondanks blijf ik bij dit standpunt.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. – (DE) Vijf Europese lidstaten grenzen aan de Atlantische Oceaan. Vooral Frankrijk, Portugal en Spanje hebben lang niet alleen maar baat bij dit geografische feit, omdat de Atlantische Oceaan een niet onbelangrijke rol speelt op het gebied van de vluchtelingenstromen die nu door de crisis in de Noord-Afrikaanse landen steeds groter dreigen te worden. Sinds in 2005 het Spaanse grenshek is opgericht, maken mensensmokkelaars maar al te graag gebruik van de route over de Atlantische Oceaan. Om een toestroom van hoofdzakelijk economische vluchtelingen te voorkomen, zou het voor de EU raadzaam zijn om ook met betrekking tot dit aspect, snel een doeltreffende Atlantische strategie te ontwikkelen, ook al worden de overige twee landen langs de Atlantische kust, Groot-Brittannië en Ierland, hier slechts in geringe mate of helemaal niet door getroffen. Omdat hier in de resolutie nauwelijks iets of helemaal niets over wordt gezegd, heb ik mij van stemming onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Wojciech Michał Olejniczak (S&D), schriftelijk. – (PL) Bij de stemming vandaag heeft het Europees Parlement de resolutie over de Europese strategie voor het Atlantische gebied aangenomen. De strategie is weer een Europees initiatief dat zich niet concentreert op het oplossen van de problemen van één land, maar van het hele Atlantische gebied, dat maar liefst vijf lidstaten omvat.

Het is belangrijk de aandacht te vestigen op het feit dat de strategie gekenmerkt zou moeten worden door een bottom up-benadering. De geostrategische positie van het gebied maakt ontwikkeling van samenwerking mogelijk op de gebieden maritieme veiligheid, internationale handel en visserij, evenals bescherming van het mariene milieu en het behoud van de biodiversiteit.

Ik denk dat het nodig is de Europese Commissie te vragen welke middelen worden verstrekt voor het realiseren van de strategie, aangezien dit met name belangrijk is met betrekking tot het vaststellen van het nieuwe financiële kader. Naar mijn mening zijn ook het proces van het uitvoering geven aan de strategie en de mogelijke noodzaak aanvullende financiële instrumenten te creëren belangrijk.

 
  
MPphoto
 
 

  Rolandas Paksas (EFD), schriftelijk. – (LT) Ik ben het eens met de resolutie over de Europese strategie voor het Atlantische gebied, die zal bijdragen aan de duurzame ontwikkeling van het gebied. Bovendien wordt hiermee een nieuwe stap gezet naar de uitvoering van een van de doelstellingen van de Europese Unie, de territoriale samenhang. Gezien de geostrategische positie van het Atlantische gebied moet de Commissie onmiddellijk actie ondernemen en een geïntegreerde strategie voor deze regio ontwikkelen en daarmee initiatieven tot internationale samenwerking en driepartijensamenwerking versterken en maritieme en territoriale vraagstukken aanpakken. Ik wijs op het feit dat doeltreffende territoriale samenwerking de ontwikkeling van mariene energie zal bevorderen en een gunstig klimaat zal scheppen voor het gebruik van vervoers- en energienetwerken en interconnecties. Om de gestelde doelen te halen, moet deze strategie goed aansluiten bij het regionale beleid en het geïntegreerde maritieme beleid van de EU. Alleen dan kunnen synergieën met ander EU-beleid worden gegarandeerd en kunnen de voorwaarden worden geschapen voor een gerichter en doeltreffender absorptie en gebruik van de door de EU toegewezen middelen, zonder dat de uitgaven worden verhoogd. Bovendien zal door deze strategie de toegankelijkheid van de Atlantische maritieme regio's worden verbeterd en het personen-, goederen- en dienstenverkeer worden uitgebreid.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. (IT) De ontwerpresolutie over de Europese strategie voor het Atlantische gebied volgt op het verzoek van de Raad aan de Commissie om een geïntegreerde, op maritieme en territoriale vraagstukken gerichte strategie voor het Atlantische gebied te ontwikkelen. Ik heb voor de resolutie gestemd om de Commissie te verzoeken de onderhandelingen over de strategie voor te bereiden en daarover uiterlijk in juni verslag uit te brengen. De strategie moet in de Atlantische regio leiden tot betere coördinatie op het gebied van het geïntegreerde maritieme beleid, de trans-Europese vervoersnetwerken, de visserij, klimaat- en milieuacties, onderzoek en ontwikkeling, en op het gebied van de uitbreiding van het personen-, goederen- en dienstenverkeer in deze regio's, zodat de doelstellingen van het cohesiebeleid worden gehaald op een manier die strookt met de EU 2020-strategie en het EU-beleid voor na 2013.

 
  
MPphoto
 
 

  Miguel Portas (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Ik heb voor deze resolutie gestemd omdat ik het, gezien het feit dat Portugal een van de landen in het Atlantische gebied is, met een dynamische maritieme ruimte en een enorm potentieel, maar met een kwetsbaar milieu dat behouden moet worden, positief vind dat de EU het potentieel van zijn Atlantische gebied erkent. Ook zijn voor veel van de problemen in dit uitgestrekte gebied antwoorden nodig op Europees niveau, die gegeven moeten worden door middel van een geïntegreerde EU-strategie voor het gebied, binnen de context van een territoriaal cohesiebeleid, dat het raamwerk zou moeten vormen van de keuzen die de Unie maakt. Daar heeft het echter geheel aan ontbroken bij de besluiten van de Unie. Het is volledig opgeofferd tengevolge van onaanvaardbare beperkingen ten aanzien van de begroting die zijn ingegeven door politieke besluiten over bezuinigingen. Er vindt daardoor geen ontwikkeling plaats.

 
  
MPphoto
 
 

  Paulo Rangel (PPE), schriftelijk. (PT) Gezien de bijzondere geostrategische positie van Portugal, is dit onderwerp van groot belang voor dit land, vooral op het gebied van maritieme veiligheid en bewaking. Ik vind het daarom zeer gewenst dat er een EU-strategie voor het Atlantische gebied ontwikkeld wordt.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Net zoals de resolutie over een EU-strategie voor het Donaugebied die afgelopen maand door het Europees Parlement is aangenomen, onderstreept de huidige ontwerpresolutie dat de voornaamste toegevoegde waarde van macroregionale strategieën op het niveau van de EU gelegen is in samenwerking op verscheidene niveaus, coördinatie en betere strategische investeringen met gebruikmaking van de beschikbare financiering, en niet in de toewijzing van aanvullende middelen. De ontwerpresolutie onderstreept de conclusies van het Zweedse voorzitterschap, dat nieuwe instellingen, nieuwe wetgeving en nieuwe budgets ongewenst acht.

Bovendien bepleit de Commissie regionale ontwikkeling (REGI) deze strategie volgens een bottom up-benadering te laten werken en bij het ontwerpen en uitvoeren van deze strategie alle belanghebbenden te betrekken (de autoriteiten van de regionale en lokale overheden, evenals de lidstaten, de Europese Unie, particuliere belanghebbenden en organisaties van het maatschappelijk middenveld, waaronder betrokken interregionale netwerken en organisaties). Vanuit het oogpunt van de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie hebben we amendementen voorgesteld over de ontwikkeling van mariene energie, de preventie en bestrijding van zeeverontreiniging door schepen en de ontwikkeling van het zeevervoer over korte afstanden en van "zeesnelwegen", die allemaal zijn aangenomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Antolín Sánchez Presedo (S&D), schriftelijk. (ES) Als Galiciër en medeondertekenaar van dit initiatief, steun ik een ambitieuze strategie voor het Atlantische gebied. Ik verzoek de Commissie om uiterlijk juni 2011 met een voorstel te komen waarin, in overeenstemming met de Europa 2020-strategie, groei en het creëren van duurzame werkgelegenheid prioriteit heeft. Het gebied binnen de macroregio is maritiem, kwetsbaar en perifeer, en daarom vereist de strategie een geïntegreerde, transversale en territoriale aanpak die in alle opzichten het milieu beschermt, de toegankelijkheid, mobiliteit en connectiviteit stimuleert en de cohesie bevordert.

Bovendien zou de strategie moeten bevorderen dat de verschillende soorten EU-beleid elkaar versterken, bijvoorbeeld als het gaat om toerisme, zeesnelwegen en transeuropese vervoersnetwerken, gemeenschappelijk visserijbeleid, energiebeleid en dan vooral mariene energie, maatregelen voor de aanpak van klimaatverandering, het kaderprogramma voor onderzoek en technologische ontwikkeling, meertaligheid, en, in het algemeen, al het beleid dat vanaf 2014 van kracht zal worden. Ook moet al het relevante beleid dat de verschillende verantwoordelijke autoriteiten op hun eigen terrein ontwikkelen op elkaar aansluiten. De totstandkoming, aanvaarding en uitvoering van deze strategie moet op transparante en betrouwbare wijze geschieden door middel van samenwerking tussen alle openbare instellingen en in samenspraak met de publieke sector en organisaties van het maatschappelijk middenveld.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Teixeira (PPE), schriftelijk. (PT) De Europese Atlantische kust is vanwege zijn uitgestrektheid een gebied met oneindig veel mogelijkheden en geheel eigen en gevarieerde kenmerken. In het Atlantische gebied vinden belangrijke en dynamische maritieme activiteiten plaats, en het gebied bestaat uit regio's die onderling sterk van elkaar verschillen, maar die allemaal gekenmerkt worden door het feit dat ze afhankelijk zijn van de maritieme activiteiten in deze oceaan. Er zijn regio's in het Atlantisch gebied die moeilijk toegankelijk zijn, omdat ze ver van het Europese vasteland liggen. Ik heb het dan met name over de perifeer gelegen gebieden in de Europese Unie, die toegankelijkheids- en verbindingsproblemen hebben die van invloed zijn op hun economische en sociale ontwikkeling. Het is echter van belang erop te wijzen dat deze regio's enorme troeven in handen hebben ten opzichte van andere Europese regio's. Ondanks de voortdurende beperkingen waar deze regio's mee te maken hebben, bieden hun specifieke kenmerken kansen die in een geïntegreerde visie op het Atlantische gebied moeten worden meegenomen.

In het kader van de doelstelling van territoriale cohesie kan, of moet zelfs, een harmonieuze ontwikkeling van alle regio's van de Europese Unie worden nagestreefd, waarbij alle specifieke kenmerken van elk van die regio's worden meegenomen. Ik hoop dan ook dat Macaronesië, het perifeer gelegen gebied waarvan ook Madeira deel uitmaakt, waar ik vandaan kom, naar behoren aan bod komt in een toekomstige strategie voor het Atlantische gebied en dat met een geïntegreerde benadering de belangrijkste problemen en uitdagingen van die regio's kunnen worden aangepakt.

 
  
  

Ontwerpresolutie B7-0156/2011

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk. (PT) Ik stem voor deze resolutie vanuit de overtuiging dat de toetreding van Turkije tot de EU zowel voor dat land als voor de EU van strategisch belang is. Dat vereist echter wel dat Turkije zich nog meer inzet voor de hervormingen die moeten plaatsvinden om te kunnen voldoen aan de toetredingscriteria. Het gaat daarbij vooral om hervormingen op het gebied van de persvrijheid, de vrijheid van vergadering en de vrijheid van vereniging, en de inzet voor een snellere, onafhankelijke en eerlijke rechterlijke macht, die meewerkt aan de bestrijding van terrorisme, aan de strijd voor vrouwenrechten en mensenrechten in het algemeen. Verder is de terugtrekking van de Turkse strijdkrachten uit Cyprus een belangrijke voorwaarde voor de opbouw van goede nabuurschapsrelaties.

 
  
MPphoto
 
 

  Laima Liucija Andrikienė (PPE), schriftelijk. – (LT) Ik heb voor deze resolutie over het voortgangsverslag 2010 betreffende Turkije gestemd. Toen Turkije met de onderhandelingen voor toetreding tot de EU begon, heeft het zich verbonden aan hervormingen, goede betrekkingen met zijn buurlanden en een geleidelijke aanpassing aan de EU. Het is echter duidelijk dat Turkije te weinig voortgang boekt, en daaruit blijkt dat de regeringsvertegenwoordigers van dit land niet echt genegen zijn hervormingen door te voeren en het land te democratiseren. Het Europees Parlement maakt zich ernstig zorgen over de verslechtering van de persvrijheid, bepaalde gevallen van censuur en de groeiende zelfcensuur in de Turkse media, ook op het internet. Wij veroordelen de beperkingen van de vrijheid van vergadering en in het bijzonder het gewelddadige politieoptreden tegen de studentendemonstraties op de universiteit van Ankara in december 2010. Het Europees Parlement is ook bezorgd over het feit dat verdedigers van de mensenrechten in Turkije worden vervolgd. Dit is nog maar een deel van de mensenrechtenschendingen in een land dat lid wil worden van de EU. Het is duidelijk dat de huidige mensenrechtensituatie in Turkije gecompliceerd is, je zou zelfs kunnen zeggen dat die haaks staat op de waarden en het beleid van de EU. Tegen die achtergrond zijn de onderhandelingen over toetreding tot de EU gedoemd te mislukken. Ik vind dan ook dat de Turkse autoriteiten onmiddellijk drastische hervormingen moeten doorvoeren in alle geledingen van de overheid, ofwel de mogelijkheid onder ogen moeten zien om geen lid, maar strategisch partner van de EU te worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Charalampos Angourakis (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) Het verslag en de resolutie van het Europees Parlement, die in de plenaire vergadering werden aangenomen, weerspiegelen de grote tegenstellingen binnen het imperialistische kamp in de EU en de meningsverschillen over de economische en politieke betrekkingen en de in samenwerking met de Turkse bourgeoisie uitgewerkte doelstellingen. Al deze vraagstukken houden verband met de uitbuiting van het Turkse volk en met de verwezenlijking van de algemene imperialistische belangen inzake de controle op de rijkdom producerende hulpbronnen en de uitbuiting van de volkeren in het Midden-Oosten, Noord-Afrika en heel de regio. In een tijd waarin de kapitalistische crisis en de imperialistische agressie alsmaar toenemen, verdoezelt het EP het volksvijandige beleid van de Turkse regering en de aanval op de sociale rechten en de volksvrijheden van de werknemers in dit land. De Turkse regering beschouwt de volkskrachten die zich verzetten tegen schending van de rechten van de Koerden nog steeds als terroristen. Het Europees Parlement duldt de onverzettelijke en agressieve houding van Turkije ten aanzien van de Cyprische Republiek. Het heeft tegen de amendementen gestemd met betrekking tot de Cyprische Republiek en diens wettelijke rechten in de regio. De Communistische Partij van Griekenland is vierkant tegen de toetreding van Turkije tot de EU omdat zij tegen deze imperialistische organisatie is. De Europese afgevaardigden van de Communistische Partij van Griekenland hebben tegen het verslag over Turkije gestemd omdat toetreding van Turkije tot de EU alleen maar meer ellende kan veroorzaken voor de werknemers.

 
  
MPphoto
 
 

  Pino Arlacchi (S&D), schriftelijk. (EN) Met mijn verklaring wil ik rechtvaardigen dat ik mij inzake de resolutie over Turkije van stemming heb onthouden. Dat heb ik gedaan omdat ik niet te spreken ben over het gebrek aan positieve bezieling en aan een helder begrip van enkele wezenlijke aspecten van de onlangs door de Turkse regering genomen maatregelen. In deze resolutie wordt een te paternalistische houding aangenomen tegenover een groots land dat deze behandeling niet verdient.

Er worden te veel eisen gesteld aan Turkije, er wordt te veel gekeken naar details en er zijn te veel onrealistische criteria waaraan moet worden voldaan. Als deze criteria van toepassing zouden zijn op de lidstaten van de EU zou een aantal lidstaten niet in aanmerking komen voor toetreding tot de EU. Ik hoop dat deze houding ten aanzien van Turkije in de loop van de tijd verandert, en ik hoop dat dit Parlement zich krachtiger zal inspannen de doelstelling te behalen, namelijk een snelle toetreding van Turkije.

 
  
MPphoto
 
 

  Zigmantas Balčytis (S&D), schriftelijk. – (LT) Ik heb voor deze resolutie gestemd. Turkije heeft zich verbonden aan hervormingen, goede nabuurschapsbetrekkingen en een geleidelijke aanpassing aan de Europese Unie. Deze beloftes en inspanningen van Turkije moeten worden beschouwd als een kans voor Turkije zelf om te moderniseren, gezien de steun van de burgers en het maatschappelijk middenveld voor verdere democratisering van het land en hun engagement ten aanzien van een open en pluralistische samenleving. Ondanks de vooruitgang op sommige terreinen is de situatie in Turkije nog steeds vrij gecompliceerd. Tot nog toe heeft het land niet veel vooruitgang geboekt wat betreft de hervormingen. Door de voortdurende confrontaties tussen de politieke partijen en het gebrek aan bereidheid van regering en oppositie om te streven naar een consensus over belangrijke hervormingen, is van een zichtbare impact geen sprake, en op een aantal gebieden is de situatie aan het verslechteren, vooral wat betreft de persvrijheid. De Turkse regering heeft zichzelf verplicht tot het invoeren van veelomvattende hervormingen om het land te moderniseren, en het moet zich dan ook meer inspanningen getroosten om een democratische staat te vormen op basis van het beginsel van de scheiding der machten en een evenwicht tussen de uitvoerende, wetgevende en rechterlijke macht en met respect voor de mensenrechten en de fundamentele vrijheden.

 
  
MPphoto
 
 

  Mara Bizzotto (EFD), schriftelijk. (IT) Voor het vijfde opeenvolgende jaar voldoet Turkije niet aan de Europese eisen. Het fundamentalisme neemt toe en de regering grijpt vanwege haar nationalistische en islamitische politieke opvattingen niet in.

De positie van de christelijke minderheden en van de vrouw verslechtert al jaren. Turkije weigert zich aan te passen aan de westerse democratische waarden en heeft de weg van de islamisering ingezet, waardoor de toetreding van Turkije steeds verder uit het zicht raakt. Een land dat een leidende rol wil spelen in de Arabische en islamitische wereld door een buitenlands beleid te voeren dat vijandig is ten opzichte van het Westen en Israël, is een land dat duidelijk maakt waarom mijn fractie al jaren in het geweer komt tegen de voorstanders van Turkse toetreding tot de EU.

Hoewel in het verslag aandacht wordt geschonken aan de vele problemen die in de laatste jaren aan het licht zijn gekomen, wordt er ook waardering uitgesproken voor de "vooruitgang" die de Turkse regering op een aantal gebieden heeft geboekt. De poort naar Europa blijft in dit verslag voor Ankara wijd open staan, en daarom heb ik tegengestemd. Turkije is niet Europees en zal dat cultureel en politiek gezien ook nooit worden. De Turkse achteruitgang zou ook de fanatiekste voorstanders moeten overtuigen af te stappen van het idee dat Turkije deel zou moeten gaan uitmaken van het Europese project.

 
  
MPphoto
 
 

  Sebastian Valentin Bodu (PPE), schriftelijk. – (RO) Het Europees Parlement moet landen die lid willen worden van de EU blijven aanmoedigen, omdat alleen door het stimuleren van democratische veranderingen en het snel sanctioneren van misstanden deze landen op een lijn kunnen worden gebracht met de gezamenlijke democratische en economische normen van de lidstaten. Daarom ligt het voor de hand om de eerste stappen op weg naar grondwethervormingen in Turkije te verwelkomen, hoewel hieruit ook blijkt dat het hele systeem hervormd moet worden. De politieke problemen van Turkije, de relatie met Griekenland die nog steeds gespannen is en zelfs een patstelling vormt, de onzekere dialoog tussen de politieke partijen en de ondermijning van de persvrijheid zijn allemaal redenen voor een lager tempo van de toetredingsonderhandelingen. Het onmiddellijke doel van Turkije is waarschijnlijk een opheffing van de visumplicht voor Turkse burgers. Het afsluiten van de onderhandelingen over de overnameovereenkomst zal leiden tot een beter migratiebeheer.

De Commissie moet de dialoog met Turkije over visa starten zodra de overeenkomst van kracht wordt. Europa kan het zich niet veroorloven dat een land als Turkije gefrustreerd raakt over de wijze waarop zijn burgers worden behandeld. Turkije verwacht waarschijnlijk meer voordelen van de resolutie van het Parlement. De uitspraak van het Parlement dat het onderhandelingsproces met de EU langdurig is en een open einde heeft, is geen weerspiegeling van de werkelijkheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Philippe de Villiers (EFD), schriftelijk.(FR) De lidstaten hebben er duidelijk veel bij te winnen als zij goede betrekkingen met Turkije onderhouden, maar nogmaals, de Europese Unie heeft zichzelf te schande gemaakt met dit verslag betreffende de voortgang die Turkije heeft geboekt op de weg naar toetreding.

Ten eerste wordt er nog steeds niet geluisterd naar de burgers in Europa, die zich zorgen maken over dit vooruitzicht, dat ertoe zal leiden dat er jaarlijks blindelings honderden miljoenen euro's worden uitgegeven (pretoetredingssteun) waarvoor helemaal niets wordt teruggegeven.

Ten tweede erkent de Unie, hoewel zij er niets van geleerd heeft, dat Turkije de internationale wetgeving in Cyprus en de grondrechten van zijn eigen land in de wind slaat, voorbij gaat aan zijn Armeense en Griekse buren, de minderheden onderdrukt die op zijn grondgebied wonen en zich zelfs niet verwaardigt om de verplichtingen na te komen die het land is aangegaan ten aanzien van de Unie.

Wanneer hebben we de moed om uit deze val te stappen? Zullen onze leiders weer terugkeren in de realiteit en Turkije een partnerschap aanbieden in plaats van toetreding?

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk. (PT) Ik heb voor dit verslag gestemd omdat ik vind dat de hervormingen die Turkije heeft doorgevoerd weliswaar belangrijk zijn, maar te traag verlopen. De recente versterking van het juridisch kader ter waarborging van de rechten van vrouwen en gendergelijkheid moet worden toegejuicht, maar er moet nog veel gedaan worden aan de lage participatiegraad van vrouwen op de arbeidsmarkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Göran Färm, Olle Ludvigsson, Marita Ulvskog en Åsa Westlund (S&D), schriftelijk. − (SV) Wij, Zweedse sociaaldemocraten, steunen de eis dat Turkije de genocide erkent. Wij vinden het echter belangrijk dat de kritiek aan het adres van Turkije omdat het de genocide niet erkent, niet als wapen wordt gebruikt door de helaas xenofobe krachten die Turkije koste wat het kost uit de EU willen houden. Wij zijn van mening dat het belangrijk is om de lidmaatschapsonderhandelingen met Turkije voort te zetten en druk op het land uit te oefenen om aan de criteria van Kopenhagen te voldoen. Op die manier zal het namelijk worden gedwongen om te voldoen aan de eisen met betrekking tot mensenrechten en om een progressiever standpunt in te nemen ten aanzien van minderheden zoals de Koerden, Armenen, Assyriërs en Syriërs, die volgens ons misschien het meest gebaat zouden zijn bij de toetreding van Turkije tot de EU – een EU die waarlijk democratisch is en bereid is om diversiteit te aanvaarden. Daarom onthielden wij ons met betrekking tot amendement 38 van stemming.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) Tegen de achtergrond van de turbulentie en instabiliteit in het zuidelijke deel van het Middellandse Zeegebied en in de hele islamitische wereld moet onderkend worden dat het Turkse regime, ondanks alle tekortkomingen, erin geslaagd is zich op een vreedzamer en ordelijker manier te ontwikkelen en dat het land de aansluiting zoekt bij de Europese Unie en hiervan deel wil uitmaken door haar normen en best practices over te nemen. Turkije is vandaag de dag een regionale macht die de bijzondere aandacht van de Unie verdient, omdat de verbinding tussen beide van essentieel belang is. Dit gezegd zijnde, moet ook onderkend worden dat Turkije nog niet aan alle objectieve criteria voldoet om volwaardig lid van de Unie te kunnen worden, en dat het enige tijd zal duren voordat de hervormingen die onlangs zijn doorgevoerd tot de te verwachten resultaten zullen leiden. Ik hoop dat Turkije zal slagen bij zijn inspanningen tot democratisering, en dat zijn betrekkingen met de Unie, in welke vorm dan ook, in de toekomst nauwer en intensiever zullen worden, in beider belang.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. (PT) In oktober 2005 zijn de onderhandelingen over de toetreding van Turkije tot de Europese Unie van start gegaan, en dit proces is nog in volle gang en nog verre van afgerond. De Europese Unie staat, in het belang van goede nabuurschapsbetrekkingen, welwillend ten opzichte van deze integratie, omdat ze Turkije beschouwt als een strategische partner. De voortgang van dit proces wordt echter bemoeilijkt door enkele problemen. Het gaat daarbij op de allereerste plaats om de schending van de fundamentele rechten, zoals de vrijheid van meningsuiting, de bescherming van minderheden en de rechtsstaat. Deze situatie is voor de EU onaanvaardbaar en dat wordt nog versterkt door de Turkse bezetting van een groot deel van het grondgebied van Cyprus. Turkije moet daarom laten zien dat het echt een veranderingsproces ondergaat, met name door de wetgeving toe te passen die in 2007 gewijzigd is en door de afspraken met de EU volledig na te leven. Ik stem vóór dit verslag in de hoop dat de Turkse regering zo spoedig mogelijk de goedgekeurde aanbevelingen overneemt, omdat dat ten goede zal komen aan de Turkse burgers.

 
  
MPphoto
 
 

  João Ferreira (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Turkije bezet een deel van Cyprus, een van de lidstaten van de EU, met militaire troepen. Ondanks de inspanningen van de Cypriotische regering om een oplossing voor de problemen te zoeken en de verschillende blijken van goede wil om tot een eerlijke oplossing te komen, blijkt nergens uit dat de Turkse autoriteiten hier iets tegenover willen zetten. Integendeel: ze negeren de VN-resoluties volledig en vervolgen het beleid dat gebaseerd is op bezetting en kolonisatie van het noordelijk deel van het eiland. Die kwestie zou centraal moeten staan in deze resolutie. Deze resolutie stelt zich echter uitermate coulant op ten aanzien van het voortbestaan van deze situatie. Bovendien zwijgt de resolutie over de onderdrukking van arbeiders, vakbondsleden en linkse krachten in Turkije, alsmede de onderdrukking van de Koerdische minderheid. Parlementsleden die voor deze resolutie gestemd hebben, vinden het belangrijker Turkije te verzoeken "zich in te zetten voor en actief bij te dragen aan de tenuitvoerlegging van beleidsmaatregelen van de EU in het Zwarte Zeegebied", vooral op het gebied van energie, waarderen de "actieve toewijding" waarmee Turkije ondersteuning biedt aan de inspanningen van de NAVO in Afghanistan en de Balkan, en vragen dat Turkije zijn "nauwe betrekkingen met Israël" weer aanhaalt. Deze afwegingen onthullen de ware bedoeling en betekenis van het uitbreidingsproces van de Europese Unie, in dit concrete geval met Turkije: het gaat hier om het uitvoeren van de plannen van de EU-machten en de belangen die daarmee gediend worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlo Fidanza (PPE), schriftelijk. (IT) Ik steun het verslag van mijn Nederlandse collega uit de Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten), mevrouw Oomen-Ruijten. In het zeer evenwichtige verslag wordt de nadruk gelegd op enkele nog niet opgeloste problemen in het kader van de Turkse toenadering tot de EU. Daarnaast wordt in herinnering gebracht dat de Turkse autoriteiten de verantwoordelijkheid moeten nemen voor de onopgeloste kwestie van de Armeense genocide, voor de bezetting van een deel van Cyprus en voor het geschil met de Republiek Cyprus, die sinds 2004 deel uitmaakt van de EU.

Een ander fundamenteel aspect is de dialoog tussen de verschillende religieuze gemeenschappen, waaronder de christelijke, en de mogelijkheid die deze gemeenschappen hebben om rechtspersoonlijkheid te verkrijgen teneinde godshuizen te kunnen openen en gebruiken. Laten we een einde maken aan de hypocrisie en de Turken niet langer in een hokje stoppen, omdat van meet af aan duidelijk was dat de hindernissen moeilijk te beslechten waren. Cultureel en geografisch gezien behoort Turkije niet tot Europa, hoewel het land zeer intensieve handelsbetrekkingen onderhoudt met Europa. Om deze redenen denk ik dat het beter en nuttiger zou zijn om een geprivilegieerd handelspartnerschap aan te gaan en af te zien van het lange en moeizame toetredingsproces.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Zoals we al vaker benadrukt hebben, roepen de onderhandelingen over de toetreding van Turkije tot de EU vele vragen op. Het gaat hier om een proces dat gestimuleerd wordt door de grootmachten van de EU, en het zit vol tegenstrijdigheden, met doelstellingen als de integratie van dit grote land in de interne markt van de EU, de controle over zijn economie en het gebruik van zijn geostrategische positie ten opzichte van het Midden-Oosten, de Kaukasus en Centraal-Azië, waarbij het vooral gaat om de toegang tot en de controle over de energiebronnen en de markten van deze regio's.

Deze resolutie is op dit punt overigens overduidelijk, daar waar Turkije verzocht wordt "zich in te zetten voor en actief bij te dragen aan de tenuitvoerlegging van beleidsmaatregelen van de EU in het Zwarte Zeegebied", vooral op het gebied van energie, de "actieve toewijding" gewaardeerd wordt waarmee Turkije ondersteuning biedt aan de inspanningen van de NAVO in Afghanistan en de Balkan, en Turkije verzocht wordt zijn "nauwe betrekkingen met Israël" weer aan te halen.

Over de onderdrukking van arbeiders, vakbondsleden en linkse krachten, en de Turkse bevolking zwijgt de resolutie. Met betrekking tot Cyprus is de houding van het Europees Parlement zoals gewoonlijk ambigu, hoewel niet erg duidelijk is waarom, aangezien Turkije op geen enkele manier aanstalten maakt om Cyprus, een van de EU-lidstaten, te erkennen en doorgaat met de militaire bezetting van het noordelijk deel van het eiland, er Turkse burgers vestigt om het demografische evenwicht te verstoren en de VN-resoluties volledig negeert.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk.(FR) De grote fracties hebben in commissieverband niet de moed gehad om hun eigen politieke keuzes te verdedigen wat betreft de toetreding van Turkije tot de Europese Unie. Om te voorkomen dat er gepraat moet worden over volledige toetreding tot de Unie, in het geval van links, of over een geprivilegieerd partnerschap, in het geval van het zogenaamde rechts, hebben ze een deal gesloten. Ze zijn uitgekomen op de gebruikelijke, nietszeggende mogelijkheid van een 'open' proces, ofwel een proces waarvan niet zeker is wat de uitkomst ervan zal zijn. Maar wie heeft er zin om door te gaan met onderhandelingen waarvoor geen duidelijke doelen zijn gesteld? De Europese burgers, die in grote meerderheid tegen deze toetreding zijn, en van wie de regeringen, evenals het Parlement, weigeren naar hen te luisteren, worden voor de gek gehouden. Het Parlement, dat elk jaar het feit betreurt dat Turkije zich niet aan zijn afspraken houdt, dat de hervormingen daar langzaam gaan, dat de omstandigheden van vrouwen en christelijke minderheden daar verslechteren, dat het land in conflict is met een lidstaat...

En daar vervolgens helemaal niets van leert! Ook Turkije en zijn bevolking worden voor de gek gehouden – met rampzalige diplomatieke gevolgen, zoals we onlangs hebben gezien met het bezoek van de heer Erdogan aan Duitsland en het bezoek van de heer Sarkozy aan Turkije. Ook Nicolas Sarkozy heeft niet de moed van zijn vermeende standpunt: is hij voor een partnerschap en niet voor toetreding? Dan moet hij dat duidelijk zeggen en daar naar handelen!

 
  
MPphoto
 
 

  Catherine Grèze (Verts/ALE), schriftelijk.(FR) Ik ben voor de onderhandelingen en voor de toetreding van Turkije tot de Europese Unie, mits de mensenrechten en democratie worden geëerbiedigd. Om die reden heb ik gestemd voor het amendement waarin wordt gesteld dat de genocide in Armenië moet worden erkend. Die erkenning, een cruciale historische stap, is een voorwaarde voor de toetreding van Turkije tot de Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Juozas Imbrasas (EFD), schriftelijk. – (LT) Ik heb voor dit document gestemd omdat er op 3 oktober 2005 toetredingsonderhandelingen met Turkije werden geopend nadat de Raad het onderhandelingskader had goedgekeurd, en omdat het openen van die onderhandelingen het beginpunt vormde van een langdurig proces met een open einde. Turkije heeft zich verbonden tot hervormingen, goede nabuurschapsbetrekkingen en een geleidelijke aanpassing aan de Europese Unie, en deze inspanningen moeten worden beschouwd als een kans voor Turkije zelf om te moderniseren. Het volledig voldoen aan alle criteria van Kopenhagen, in overeenstemming met de conclusies van de vergadering van de Europese Raad van december 2006, blijft de basis voor toetreding tot de Europese Unie, een gemeenschap die is gebaseerd op gemeenschappelijke waarden. Ik zou de voornaamste aspecten en prioriteiten van deze integratie willen benadrukken, zoals het opbouwen van goede nabuurschapsbetrekkingen, het verder ontwikkelen van de samenwerking tussen de EU en Turkije, het versterken van de sociale cohesie en welvaart, en het voldoen aan de criteria van Kopenhagen.

 
  
MPphoto
 
 

  Anneli Jäätteenmäki (ALDE), schriftelijk. (FI) Turkije streeft al sinds de jaren zestig het lidmaatschap van de Europese Unie na, maar nu zijn de toetredingsonderhandelingen praktisch tot staan gekomen. Turkije moet in de spiegel kijken: het heeft het Protocol van Ankara niet geïmplementeerd en Cyprus niet erkend. Bovendien moet het land enkele hervormingen op het gebied van de burger- en mensenrechten doorvoeren, voordat het tot de Europese Unie kan toetreden. Deze hervormingen hebben betrekking op de vrijheid van godsdienst en de rechten van de vrouw. Dit zijn de feiten. De Europese Unie moet echter ook in de spiegel kijken. Er bestaat in de Europese Unie veel weerstand tegen Turkije en die is gebaseerd op vooroordelen en de angst voor verschillen. De grote lidstaten, zoals Duitsland en Frankrijk, zijn bang voor het grote en invloedrijke Turkije. De situatie in Noord-Afrika heeft weer eens aangetoond dat Turkije in de buitenlandse politiek over een vaardige hand beschikt. In feite weet Turkije met zijn politiek meer potten te breken dan de Europese Unie of haar afzonderlijke lidstaten.

Sinds de jaren negentig heeft Turkije voor goede betrekkingen met zijn buurlanden en stabiliteit in de regio gezorgd, dus aan zijn grenzen met Europa, de zuidelijke Kaukasus, Centraal-Azië en het Midden-Oosten. De hervormingsgezinde jongeren in Noord-Afrika kijken naar Turkije. Turkije is een sterke economische speler. In tegenstelling tot de Europese economie is de Turkse economie dynamisch en groeit ondanks de economische crisis en de recessie die Europa en de rest van de wereld hebben geraakt. Dat kan niet worden genegeerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Sandra Kalniete (PPE), schriftelijk. – (LV) Terwijl we vandaag met ingehouden adem en hoop de revoluties gadeslaan die enkele van de Arabische landen in hun greep hebben, wordt mijn overtuiging dat het lidmaatschap van Turkije van de Europese Unie een geopolitieke strategische noodzaak is, alleen maar groter. Turkije is een democratische islamitische staat, die als een inspirerend voorbeeld kan dienen voor andere Arabische landen die een democratisch bestuurssysteem willen instellen dat op de rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten is gegrondvest, terwijl tegelijkertijd hun religieuze waarden in stand worden gehouden. Het verontrust mij dat wij het verkeerde signaal aan de burgers van Turkije zenden en de invloed van anti-Europese en islamitische fundamentalistische krachten versterken. Wij moeten erkennen dat wij hiermee ook een dienst bewijzen aan degenen die de Europese Unie niet als de belangrijkste speler op het wereldtoneel willen zien. We moeten de waarheid onder ogen zien en toegeven dat Europa wat betreft zijn economische ontwikkeling op dit moment niet kan concurreren met landen als China, India en Brazilië. Door Turkije tot onze Unie toe te laten zouden we groter en economisch machtiger worden.

Wij moeten ook het belang van Turkije als stabiliserende geopolitieke macht erkennen. Uit de ervaring van Letland weet ik dat toetredingsonderhandelingen een belangrijk instrument zijn om hervormingen te stimuleren, en daarom is het belangrijk dat de EU de onderhandelingen met Turkije over nieuwe hoofdstukken opent. De wens van Turkije om onderhandelingen met de EU te beginnen over de invoering van een visumvrij regime is gerechtvaardigd. De regering van Turkije heeft belangrijke vooruitgang geboekt, en daarom zou ik willen benadrukken dat de kritiek in de verslagen van de EU over de vooruitgang van Turkije evenredig moet zijn aan een objectieve evaluatie van de dingen die het land tot stand heeft gebracht.

 
  
MPphoto
 
 

  Ramona Nicole Mănescu (ALDE), schriftelijk. – (RO) Turkije heeft een opvallende economische groei bereikt, waardoor het zich qua omvang in tien jaar heeft ontwikkeld van de 27e tot de 16e economie ter wereld. Het is de 7e handelspartner van de EU en de EU is de voornaamste handelspartner van Turkije. Grofweg 88 procent van de directe buitenlandse investeringen in Turkije is afkomstig uit EU-landen, hetgeen aangeeft hoe hecht de banden zijn. Op politiek gebied is het een voorbeeld van stabiliteit en democratie voor moslimstaten. De onderhandelingen met Turkije moeten een stimulans krijgen. Ik denk bijvoorbeeld dat het openen van hoofdstuk 15, over energie, ook van belang is voor EU-lidstaten. Het strategische belang van Turkije voor de energiezekerheid van de EU moet niet worden genegeerd nu wij onze toevoerbronnen willen diversifiëren, bijvoorbeeld via de Nabucco-gaspijplijn. Daarom ben ik van mening dat Turkije nog voor toetreding een aanzienlijke rol moet krijgen in energieprojecten van de EU of in regionale samenwerking in het Zwarte Zee- en Middellandse Zeegebied.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (S&D), schriftelijk. (EN) Ik heb voor dit verslag gestemd, waarin het Parlement de burgers en het maatschappelijk middenveld van Turkije prijst voor hun steun voor verdere democratisering van het land en voor hun engagement ten aanzien van een open en pluralistische samenleving, maar tegelijkertijd wijst op de langzame vorderingen van Turkije met betrekking tot hervormingen en eraan herinnert dat de Turkse regering zich ertoe verbonden heeft omvattende hervormingen door te voeren om te voldoen aan de criteria van Kopenhagen alsook om het land te moderniseren, en er bij de regering op aandringt haar inspanningen op dit gebied te vergroten.

 
  
MPphoto
 
 

  Kyriakos Mavronikolas (S&D), schriftelijk. – (EL) Er heeft zich het afgelopen jaar geen enkele verandering voorgedaan in de houding van Turkije ten opzichte van de Europese Unie en evenmin ten opzichte van Cyprus. Nog steeds zijn er Turkse kolonisten en bezettingslegers op het eiland aanwezig. Het is belangrijk te vermelden dat op het bezette gedeelte van Cyprus Turks-Cyprioten tegen Turkije demonstreren uit protest tegen de economische malaise waarin zij zich wegens de aanwezigheid van het Turkse bezettingsleger bevinden. De Turkse premier Erdogan heeft in zijn verklaringen naar aanleiding van de Turks-Cyprische demonstraties toegegeven dat Turkije Cyprus is binnengevallen vanwege strategische belangen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Mélenchon (GUE/NGL), schriftelijk.(FR) Deze resolutie leert Turkije de les over democratie. Dergelijke lessen zijn ongepast. Nauwelijks twee maanden geleden stond het Parlement welwillend tegenover de onderhandelingen tussen de Commissie en de dictator Khadafi. En hoe zit het met de integratie tussen de Unie en Turkije?

De in de resolutie gestelde tekst waarin de aandacht van een partnerland wordt gevestigd op de behoefte aan een scheiding der machten terwijl dit Parlement daar binnen de Unie niet om vraagt, is werkelijk onuitstaanbaar. Maar het kan nog erger: in deze tekst wordt tegenover Turkije gedreigd om de onderhandelingen over de toetreding van dat land tot de Europese Unie stop te zetten als het land niet onmiddellijk voldoet aan het neoliberale dogma van de Unie, en wordt Turkije herinnerd aan de criteria van Kopenhagen. Iedereen die oog heeft voor het algemeen belang van de bevolking, weet dat dit Europa eerst veranderd moet worden voordat het uitgebreid kan worden. Ik ben ertegen dat er nieuwe toetredingen plaatsvinden zo lang er geen einde is gekomen aan sociale dumping, maar ik stem tegen deze aanmatigende tekst.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) Ik blijf ernstige bedenkingen houden bij een EU-lidmaatschap van Turkije. Dit land blijft immers een deel van Cyprus bezetten en weigert de havens en vliegvelden van die regio open te stellen. De rechten van politieke, religieuze en etnische minderheden worden geschonden, vrouwen worden gediscrimineerd, politieke partijen worden van deelname aan het politieke proces uitgesloten, en wetten die de jurisdictie van de militaire rechtbanken beperken zijn ingetrokken. En dat zijn nog maar een paar voorbeelden. Er zijn ook andere principiële kwesties. Het grootste deel van Turkije behoort geografisch gezien niet tot Europa. Turkije heeft een islamitische identiteit die sterk afwijkt van de joods-christelijke identiteit van de meeste Europese landen. Het seculiere karakter van Turkije wordt uitsluitend door de militairen gegarandeerd. Tot slot zouden migratiestromen uit wat dan het volkrijkste land van de EU zou zijn, verstoringen op de arbeidsmarkt teweegbrengen. Dat alles wil overigens niet zeggen dat we de inspanningen die Turkije zich de afgelopen twee jaar heeft getroost om aan bepaalde door de EU opgelegde criteria te voldoen niet erkennen. Wij zijn wel degelijk ook bereid om te erkennen dat dit land binnen de NAVO een onvervangbare rol speelt. Misschien is het wel veel beter om Turkije een geprivilegieerde en preferentiële partnerschapstatus te verlenen, in plaats van dit land valse hoop op lidmaatschap te geven. Dat laatste is onder de huidige voorwaarden en omstandigheden nauwelijks denkbaar.

 
  
MPphoto
 
 

  Willy Meyer (GUE/NGL), schriftelijk. (ES) Ik ben een voorstander van de toetreding van Turkije tot de Europese Unie en ik verwelkom de vorderingen die dit land heeft gemaakt in het belang van zijn burgers. Maar tegelijkertijd moet vastgesteld worden dat om een lidstaat van de Europese Unie te kunnen worden, Turkije moet voldoen aan de criteria van Kopenhagen, en aan de verplichtingen tegenover de Europese Unie zelf en tegenover die van haar lidstaten, zoals elke andere kandidaat-lidstaat. Het is noodzakelijk dat Turkije het internationaal recht respecteert, en het moet veel meer doen met betrekking tot het Koerdische probleem, tot de erkenning van de Armeense genocide en tot de normalisering van de betrekkingen met zijn buurlanden. In dat opzicht zou Turkije zijn bezettingstroepen terug moeten trekken uit de Republiek Cyprus.

 
  
MPphoto
 
 

  Louis Michel (ALDE), schriftelijk.(FR) Ik vind dat de uiteindelijke toetreding van Turkije van essentieel belang is als de Unie haar politieke, strategische en economische invloed wil aanwenden op internationaal niveau. De Europeanen zullen er net zo veel baat bij hebben als de Turken als dit land wordt opgenomen in Europa.

We moeten niet vergeten dat Turkije een traditioneel seculier land is; het is een machtig land dat rijk is aan menselijk potentieel. Dit land biedt toegang tot de markten en de energieroutes van Azië en het Midden-Oosten. Turkije is bovendien volkomen betrouwbaar binnen de NAVO. Inspanningen van de Turkse autoriteiten met betrekking tot de eerbiediging van de mensenrechten verdienen het genoemd te worden. Zo is de aanneming van amendementen op de grondwet een stap in de richting van de democratische maatstaven die benodigd zijn voor toetreding.

Hoewel de nieuwe radio- en televisiewetten een stap in de goede richting zijn, blijft de vrijheid van meningsuiting, en meer in het bijzonder de persvrijheid, een reden voor ongerustheid. Op dezelfde manier is de oplossing van de kwestie Cyprus een noodzakelijke voorwaarde voor enige vorm van vooruitgang in de toetredingsprocedure.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Mirsky (S&D), schriftelijk. (EN) De toetreding van Turkije tot de EU is niet in het strategisch belang van de EU totdat Turkije toegeeft schuldig te zijn aan de genocide op de Armeense bevolking en het zijn troepen terugtrekt uit Cyprus. Ik heb gestemd tegen de resolutie in zijn geheel en tegen veel afzonderlijke ergerlijke punten in het bijzonder.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. − (DE) Het voortgangsverslag over de toetredingsonderhandelingen met Turkije was weer eens meer dan ontnuchterend. Wat hadden we gezien de omstandigheden ook anders kunnen verwachten? Turkije is geen Europees land – geografisch, cultureel of historisch – en om deze redenen pakt het veel kwesties anders aan. In het licht van dit alles verbaast het me altijd hoe dit Parlement erin slaagt om zulke politiek correcte en positieve resoluties over dit onderwerp op te stellen. De waarheid mag nergens worden genoemd en heldere bewoordingen moeten zo mogelijk worden vermeden. Het is toch echt tijd om Turkije ronduit te zeggen waar het op staat. We moeten de Turken duidelijk maken dat ze op veel terreinen onze vrienden en partners zijn, maar dat toetreding tot de EU er gewoon niet in zit.

Rationele krachten in Turkije hebben al lang ingezien dat toetreding tot de Europese Unie niet het meest begerenswaardige doel is. Gezien zijn ligging en de vele connecties met de Turkse volkeren van de Kaukasus en de Arabieren heeft Turkije een belangrijke strategische positie in het Midden-Oosten. De EU moet hier rekening mee houden en Turkije beschouwen als een belangrijke strategische partner buiten haar grenzen.

 
  
MPphoto
 
 

  Claudio Morganti (EFD), schriftelijk. (IT) Ik vraag me af waarom bepaalde essentiële kwesties met betrekking tot Turkije niet aan bod komen in dit verslag, in de eerste plaats de dramatische situatie op Cyprus. In Noord-Cyprus, dat in Turkse handen is, worden de elementaire rechten dagelijks en stelselmatig geschonden. Daarnaast wil Turkije de bouw van nieuwe nederzettingen stimuleren, wat zeker niet bevorderlijk is voor het gewenste vredesproces.

Een ander aspect dat mij hogelijk verbaast is dat niet is benadrukt dat Turkije willens en wetens blijft weigeren de Armeense genocide die in de vorige eeuw plaatsvond, te erkennen. Om deze en andere redenen heb ik tegen het verslag gestemd, en blijf ik sterk gekant tegen de mogelijke toetreding van Turkije tot de EU.

 
  
MPphoto
 
 

  Justas Vincas Paleckis (S&D), schriftelijk. – (LT) De Europese Unie heeft Turkije nodig, en Turkije heeft de Europese Unie nodig. Turkije is niet alleen belangrijk vanwege de handel en de economische banden en investeringen. Zo'n honderd jaar geleden keerde Turkije zich naar Europa, en het land kan en moet een brug worden die ons continent verbindt met de moslimwereld. Helaas moeten we erkennen dat de onderhandelingen over de toetreding van Turkije tot de Europese Unie vertraging hebben opgelopen. De EU is in afwachting van vooruitgang, met name op het gebied van de bescherming van de mensenrechten, gendergelijkheid en de bescherming van de vrijheid van meningsuiting, de persvrijheid en de vrijheid van godsdienst. Het normaliseren van de betrekkingen met Cyprus is een andere belangrijke kwestie. Dit conflict moet worden opgelost op een wijze die zowel ten voordele is van Turkije als van Cyprus. Het is belangrijk een vreedzame oplossing te vinden voor dit conflict.

De gebeurtenissen in Noord-Afrika tonen aan hoe belangrijk de bijdrage is die Turkije dient te leveren door het verspreiden van stabiliteit en democratische waarden. In de ogen van de bevolking van Libië, Egypte en andere Arabische landen zijn Turkije en de Europese Unie een voorbeeld dat moet worden nagevolgd. Ik heb gestemd voor dit verslag omdat het evenwichtig is. Het is een goede weergave van de vorderingen van de integratie van Turkije in de EU. Niettemin zou dit land het Ankara-protocol moeten implementeren en meer moeten doen op met name het gebied van de minderheden, vrouwen, persvrijheid en de rechtsstaat.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. (IT) Ik heb voor de resolutie van het Europees Parlement over het voortgangsverslag 2010 betreffende Turkije gestemd. Het jaarverslag van de Commissie laat zien dat de omvorming van Turkije tot een moderne pluralistische democratie, een traag en moeizaam proces is, waar de regering, de burgers en het maatschappelijk middenveld zich echter wel voor inzetten. De onenigheid tussen de politieke partijen over de hervormingen draagt niet bij tot het voldoen aan de Europese normen, maar laat wel zien dat men zich inspant voor verandering en modernisering. De recente gebeurtenissen in het Middellandse Zeegebied laten zien hoe belangrijk het is om de hervormingen en de omstandigheden stap voor stap te beoordelen, om te voorkomen dat er met betrekking tot dit onderwerp simplistische standpunten worden ingenomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Papanikolaou (PPE), schriftelijk. – (EL) Ik heb vóór de ontwerpresolutie over het voortgangsverslag 2010 betreffende Turkije gestemd. Afgezien van al het andere is het zeer belangrijk dat de Turkse regering wordt opgeroepen om de bilaterale overnameovereenkomsten toe te passen zolang de overnameovereenkomst met de EU niet in werking is getreden. Deze oproep wint zelfs nog aan belang als men beseft dat door de gebeurtenissen in Noord-Afrika Griekenland in het oog is komen te staan van een migratiecycloon. In deze tijd moeten wij, waar wij ook gaan of staan, wijzen op de mogelijke gevaren van immigratie. Wij kunnen niet toekijken bij iets dat zich reeds vóór onze ogen aan het voltrekken is. Turkije is een kandidaat-lidstaat en moet met de EU samenwerken. Het moet samen met Griekenland en de andere lidstaten proberen de golven van immigranten die illegaal de EU willen binnenkomen, te beteugelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Rovana Plumb (S&D), schriftelijk. – (RO) De ontwerpresolutie over Turkije vestigt de aandacht op de mensenrechten. De constante patstelling tussen Turkije en Cyprus, de precaire dialoog tussen de politieke partijen, het ondermijnen van de persvrijheid, vrouwenrechten en andere grondrechten vormen een aantal factoren die hebben geleid tot een vertraging van de toetredingsonderhandelingen, volgens dit ontwerpverslag. De onderhandelingen worden gezien als "een langdurig proces met een open einde". Ik ben van mening dat de toetreding van Turkije tot de Europese Unie gezien moet worden als een strategisch voordeel voor beide partijen. Daarom roep ik de Turkse regering op het hervormingsproces dat gericht is op de volledige naleving van de toetredingscriteria, te versnellen.

 
  
MPphoto
 
 

  Paulo Rangel (PPE), schriftelijk. (PT) Het voldoen aan de objectieve criteria van de Europese Unie is voor Turkije een langdurig proces en het zal een zaak van de lange adem blijven. Daarom heb ik er altijd voor gepleit dat de betrekkingen tussen de Europese Unie en Turkije versterkt moeten worden door geleidelijk partnerschappen op verschillende gebieden aan te gaan. Ik vind het noch voor Europa, noch voor Turkije een goede zaak om de verwachting te creëren dat toetreding op de lange termijn een optie is.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Ondanks de vooruitgang en de "democratische opening" waar tijdens het debat op is gewezen, blijven er problemen bestaan met betrekking tot vrouwen, minderheden, de vrijheid van meningsuiting en persvrijheid, sociale wanverhoudingen, armoede, de rechten van het kind, onderwijs, een onafhankelijke rechterlijke macht en de inmenging van het leger in de politiek.

De Commissie van de EU merkt op dat ondanks de vooruitgang die op wetgevend gebied is geboekt, hooggeplaatste leden van de strijdkrachten een aantal verklaringen hebben afgelegd die buiten hun bevoegdheid vallen, met name over de rechterlijke macht. Ten aanzien van de rechterlijke macht is zij tot de volgende conclusie gekomen: Onderzoek naar enkele opzienbarende gevallen roept opnieuw vragen op. Dit wijst erop dat niet alleen het werk van de politie en de marechaussee moet worden verbeterd, maar dat tevens de samenwerking tussen de politie en de marechaussee aan de ene kant en de rechterlijke macht aan de andere kant verbetering behoeft.

 
  
MPphoto
 
 

  Licia Ronzulli (PPE), schriftelijk. (IT) Veel kwesties met betrekking tot de vorderingen van Turkije in de onderhandelingen over toetreding tot de EU, zijn nog niet opgelost.

In de eerste plaats moeten de Grieks-Cypriotische en de Turks-Cypriotische gemeenschap een einde maken aan het geschil tussen Turkije en Cyprus, waarbij ook onderhandeld moet worden over de terugtrekking van de Turkse troepen. Deze onderhandelingen zijn in een cruciale fase aanbeland. Daarnaast moeten er opnieuw grote vraagtekens worden gezet bij de culturele achtergrond van Turkije, dat nauw verbonden is met de islamitische tradities en ver verwijderd staat van de katholieke en christelijke wortels van Europa.

 
  
MPphoto
 
 

  Oreste Rossi (EFD), schriftelijk. (IT) Hoewel in het verslag stevige kritiek wordt geuit op de houding van Turkije, blijft de doelstelling van toetreding tot de EU overeind. Wij kunnen het verslag niet steunen vanwege de vele redenen die laten zien dat Turkije niets gemeen heeft met de rest van Europa: Turkije komt steeds verder van Europa af te staan vanwege de geografische ligging, het geloof, de militaristische keuze om een deel van de Europese Unie in het noorden van Cyprus te blijven bezetten, de achteruitgang van de persvrijheid, de beperking van de vrijheid van meningsuiting, de discriminatie op grond van geloof en de schendingen van de vrouwenrechten.

Nog steeds kunnen aanhangers van andere geloven dan de islam geen gebedshuizen bouwen en gebruiken, mensen bekeren, geestelijken opleiden of rechtspersoonlijkheid verkrijgen. De Turkse regering wenst zich niet te houden aan de belangrijke protocollen en Verdragen van de Europese Unie en werkt niet voldoende mee aan de beheersing van de illegale immigratie. Om deze redenen heb ik tegen het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Bart Staes (Verts/ALE), schriftelijk. Ik ben steeds voorstander geweest van de toetreding van Turkije tot de EU, mits aan de Kopenhagencriteria voldaan is en Turkije op gepaste wijze de EU-wetgeving overneemt. Vandaag heb ik voor de ontwerpresolutie met betrekking tot het voortgangsrapport inzake Turkije gestemd. Deze resolutie vertolkt een duidelijke en evenwichtige politieke boodschap aan de vooravond van de parlementsverkiezingen. Turkije heeft grote inspanningen geleverd op weg naar het lidmaatschap, onder andere wat betreft de gedeeltelijke herziening van de Grondwet, de civiele controle op het leger en de gedeeltelijke hervorming van de rechterlijke macht. Het is echter noodzakelijk dat verdere stappen worden gezet. En het tempo mag zeker opgevoerd worden. Het Europees Parlement wijst erop dat een betere waarborging van de mensenrechten, waaronder vrouwenrechten en de rechten voor minderheden, cruciaal is, evenals een onafhankelijke rechterlijke macht. Nadruk dient bovendien gelegd te worden op de waarborging van de vrijheid van meningsuiting en in het bijzonder de persvrijheid, nadat deze recent weer onder druk kwam te staan door arrestaties van journalisten. Het is echter noodzakelijk dat Turkije wordt aangemoedigd in de voortrekkersrol die het kan spelen in het democratiseringsproces in de Arabische wereld. Daarom betreur ik dat nog steeds cruciale hoofdstukken in de toetredingsonderhandelingen worden geblokkeerd door verscheidene lidstaten.

 
  
MPphoto
 
 

  Catherine Stihler (S&D), schriftelijk. (EN) Ik heb dit verslag gesteund, waarin de constitutionele veranderingen die in Turkije hebben plaatsgevonden worden erkend, maar waarin tevens onderwerpen aan de orde worden gesteld die een probleem blijven, bijvoorbeeld dat Turkije heeft verzuimd het Ankara-protocol uit te voeren. Door Turkije te stimuleren door te gaan met hervormingen hoopt het Europees Parlement dat er verbeteringen zullen optreden met betrekking tot de mensenrechten en de wetgeving inzake gelijkheid waar Turkse burgers van zullen profiteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Thomas Ulmer (PPE), schriftelijk. − (DE) Het voortgangsverslag over Turkije legt heel duidelijk de zwakke plekken in het proces tot dusverre bloot. Turkije blijft duidelijk achter bij de verwachtingen. Er mag ook geen toetredingskorting worden gegeven, zoals gevraagd door de Fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten in het Europees Parlement en de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie. In dit verband moeten we ook het optreden van de heer Erdoğan in Duitsland, waar hij de Turken in Duitsland opriep niet te assimileren, kritisch beoordelen. Dergelijke toespraken dragen niet echt bij aan een goede samenwerking en zijn een belediging voor de inspanningen van Duitsland en de Europese Unie. Verder blijft er nog veel te wensen over met betrekking tot de persvrijheid en de resolutie over de kwestie-Cyprus.

 
  
MPphoto
 
 

  Geoffrey Van Orden (ECR), schriftelijk. (EN) Ik ben voortdurend voorstander geweest van het toetredingsproces van Turkije, maar tegelijkertijd ben ik me volledig bewust van de ernstige problemen die moeten worden aangepakt. Het voortgangsverslag 2010 is een redelijk evenwichtig verslag, en ik heb ondanks een aantal bezwaren voor het verslag gestemd. Eén van die bezwaren, en zeker niet de minste, betreft de kwestie Cyprus, en ik betreur het zeer dat de amendementen die opriepen tot naleving van de belofte van de EU-Raad om een einde te maken aan de isolatie van Noord-Cyprus zijn verworpen. Turkije heeft een centrale rol te vervullen als brug tussen het westen en het oosten, en we zouden positieve signalen moeten afgeven en hen welkom moeten heten.

 
  
MPphoto
 
 

  Angelika Werthmann (NI), schriftelijk. − (DE) Ik heb voor het voortgangsverslag 2010 over Turkije gestemd dat duidelijk negatief is uitgevallen. Volgens het verslag heeft Turkije de afgelopen vijf jaar nauwelijks noemenswaardige vooruitgang geboekt bij haar hervormingsprocessen of bij het nakomen van de EU-toetredingscriteria. Er zijn nog steeds veel tekortkomingen op het gebied van de mensenrechten, de persvrijheid, de vrijheid van meningsuiting en de rechten van vrouwen. Als lid van de contactgroep op hoog niveau voor de betrekkingen met de Turks-Cypriotische gemeenschap op het noordelijke deel van het eiland Cyprus weet ik dat dit ook geldt voor het onopgeloste probleem van Cyprus.

 
  
MPphoto
 
 

  Joachim Zeller (PPE), schriftelijk. − (DE) Ik heb voor dit verslag gestemd, maar ik heb dat alleen gedaan omdat het heel precies duidelijk maakt dat er geen vooruitgang is bij de toetredingsonderhandelingen met Turkije. Integendeel, wat wij eigenlijk zien is een stilstand of zelfs achteruitgang in de naleving van burger- en mensenrechten, de godsdienstvrijheid, de vrijheid van vergadering en de persvrijheid, en in de kwestie Cyprus. In feite laat de nieuwe richting die Turkije inslaat op het gebied van het buitenlandse beleid, bijvoorbeeld ten aanzien van Iran en Syrië, er eerder twijfel over bestaan of de Turkse premier Erdoğan het wel echt meent als hij praat over toenadering tot Europa. Verder blijft onduidelijk waaraan de miljarden euro's pretoetredingssteun zijn besteed die aan Turkije zijn betaald. Er is maar één conclusie mogelijk en dat is dat de toetredingsonderhandelingen moeten worden stopgezet. Turkije blijft een van de belangrijkste partners van de EU. Het idee van een volledig lidmaatschap wordt echter steeds meer een illusie.

 
  
  

Ontwerpresolutie B7-0157/2011

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk. (PT) Ik sta achter deze resolutie vanuit de overtuiging dat Montenegro een succesgeval kan worden voor de EU op de Balkan, aangezien het land aan alle voorwaarden voldoet die de Commissie gesteld heeft om het toetredingsproces te kunnen starten. Wat mij echter zorgen baart, is de corruptie, vooral in de bouwsector, bij privatiseringen en bij overheidsopdrachten en, meer nog, de discriminatie van minderheden en de meest kwetsbare groepen. Ook de onafhankelijkheid van de media blijft een punt van zorg.

 
  
MPphoto
 
 

  Laima Liucija Andrikienė (PPE), schriftelijk. – (LT) Ik heb gestemd voor deze resolutie over het Europese integratieproces van Montenegro. Het Europees Parlement keurt de hervormingen goed die door Montenegro worden doorgevoerd en juicht de vooruitgang toe die gemaakt is in het Europese integratieproces. Op 17 december 2010 nam de Europese Raad het besluit Montenegro de status van kandidaat-lidstaat voor toetreding tot de Europese Unie te geven. Het Parlement betreurt in zijn resolutie dat de status van kandidaat-lidstaat wordt losgekoppeld van het recht onderhandelingen te openen, en daar kan ik mij in vinden. Het is belangrijk dat de beslissing tot onderhandelingen niet onrechtmatig of onredelijk wordt uitgesteld. Ik verwacht dat de onderhandelingen uiterlijk na de publicatie van het voortgangsverslag 2011 van de Commissie gestart worden, mits Montenegro goede vorderingen maakt met de ijkpunten die de Commissie heeft vastgesteld.

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk.(FR) De Europese Unie staat vierkant achter de voortgang van de uitbreidingsprocedure maar merkt op dat er in de desbetreffende landen nog grote uitdagingen in het verschiet liggen. In deze resolutie gaat het over Montenegro. Ik heb deze resolutie gesteund omdat ik het een evenwichtig document vind; er wordt benadrukt dat Montenegro niet alleen op economisch gebied veel vooruitgang heeft geboekt, maar ook wat betreft de bestrijding van corruptie. Hoewel Montenegro natuurlijk op deze voet verder moet gaan, vind ik het gerechtvaardigd dat het de officiële status van kandidaat-lidstaat heeft gekregen voor toetreding tot de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Zigmantas Balčytis (S&D), schriftelijk. – (LT) Ik heb voor deze resolutie gestemd. De Europese Raad heeft nogmaals bevestigd dat de toekomst van de westelijke Balkan in de Europese Unie ligt, en dat de groei en stabiliteit van deze regio bijzonder belangrijk is. Te oordelen naar de vooruitgang die Montenegro op verschillende gebieden geboekt heeft, is het duidelijk dat het land zich serieus voorbereidt op de Europese integratie. De regering en de oppositiepartijen in Montenegro hebben een algemene consensus bereikt over de Europese integratie en daaraan hoge prioriteit gegeven. Uit het verslag blijkt ook dat de IPA-bijstand goed verloopt en dat er significante hervormingen zijn doorgevoerd op juridisch en bestuurlijk gebied. Montenegro draagt op succesvolle wijze bij aan de regionale samenwerking, het is een constructieve regionale partner en het speelt een stabiliserende rol in de regio van de westelijke Balkan.

 
  
MPphoto
 
 

  Mara Bizzotto (EFD), schriftelijk. (IT) Het verslag maakt duidelijk waarom de toetreding van Montenegro tot de EU onwenselijk is voor Europa. Er is sprake van wijdverspreide corruptie, ernstige sociale discriminatie van vrouwen en een aantal etnische minderheden, de media zijn lang niet zo pluriform als in Europa het geval is en de georganiseerde misdaad heeft veel invloed op de Montenegrijnse economie en politiek.

Ik kan mij evenmin vinden in het voornemen van de Raad om de Balkanlanden te laten toetreden tot de EU: het is vanuit politiek en strategisch oogpunt belachelijk om Europa te beschouwen als de onvermijdelijke bestemming van de landen van het voormalige Joegoslavië. Het lijkt erop dat men aan de top van onze instellingen niets heeft opgestoken van het recente verleden: door het uitbreidingsproces koste wat kost te willen versnellen en over te gaan tot de toetreding van economische zwakke en politiek instabiele landen, is de Europese Unie niet versterkt, maar juist verzwakt, is het besluitvormingsproces vertraagd en is het moeilijker geworden om gemeenschappelijk beleid te ontwikkelen met betrekking tot onderwerpen die cruciaal zijn voor Europa.

Ik stem dan ook tegen dit verslag, want hoewel aandacht wordt geschonken aan de vele problemen waarmee het toetredingsproces van Montenegro gepaard gaat, blijft daarin de mogelijkheid bestaan dat Montenegro toetreedt tot de EU.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk. (PT) Ik ben verheugd over de grote zorg en inzet die de regering en de oppositiepartijen in Montenegro aan de dag leggen inzake de Europese integratie. Als resultaat van dit proces is de vaststelling van het wettelijke en constitutionele kader van het land bijna afgerond, evenals de doorgevoerde economische hervormingen. Er blijven echter verbeterpunten bestaan, zoals de corruptie, de georganiseerde misdaad, discriminatie en de persvrijheid. Ik roep Montenegro op door te gaan op deze weg, die er naar ik hoop op korte termijn toe zal leiden dat het onderhandelingsproces geopend kan worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) Montenegro heeft er blijk van gegeven de weg van de Europese integratie te willen vervolgen. Ik ben verheugd over de vastberadenheid van de leiders van het land en over de veranderingen die zijn doorgevoerd om aansluiting te zoeken bij de Europese normen, vooral op het gebied van democratie, mensenrechten en de rechtsstaat.

Hoewel er vorderingen zijn gemaakt, is het duidelijk dat het land nog een lange weg te gaan heeft voordat het tot de Europese Unie kan toetreden. Ik hoop dat de vastberadenheid van Montenegro voelbaar blijft en dat het land niet alleen in naam of formeel aansluiting zoekt bij de Europese Unie, maar dat de levensomstandigheden van de bevolking en het functioneren van zijn instellingen verbeterd worden, zodat het een welvarende staat wordt.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. (PT) De Europese instellingen hebben op diverse momenten het strategisch belang onderkend van de uitbreiding van de EU naar het Balkangebied. De toetreding van nieuwe landen hangt af van verschillende factoren. Op de allereerste plaats van de interesse die het land daarvoor aan de dag legt, en vervolgens van de waarborg dat bepaalde fundamentele burgerrechten gerespecteerd worden. Met het oog op het feit dat de Republiek Montenegro er blijk van heeft gegeven tot de EU te willen toetreden, heeft de Europese Raad op 17 december 2010 besloten om Montenegro de status van "kandidaat-lidstaat voor toetreding tot de Europese Unie" te geven. Zoals in dit verslag wordt aangegeven, heeft Montenegro een aantal hervormingen doorgevoerd, met name inzake de vaststelling van een nieuw wettelijk en constitutioneel kader en wat de bestrijding van corruptie betreft. Op een aantal gebieden moet echter nog meer voortgang geboekt worden, zoals ten aanzien van de persvrijheid en het werk van niet-gouvernementele organisaties. Ik sta achter deze resolutie van het Europees Parlement over het Europese integratieproces van Montenegro, waarin wordt aanbevolen het integratieproces te versnellen. Ik roep de autoriteiten van Montenegro op zich ervoor te blijven inspannen om de vastgestelde doelstellingen te halen, want het betreft hier een belangrijk buurland van de EU, waarmee we graag willen samenwerken.

 
  
MPphoto
 
 

  João Ferreira (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Ook in het geval van Montenegro wordt het weer eens duidelijk waar het om gaat bij de uitbreidingsprocessen van deze Europese Unie, namelijk om het uitvoeren van de plannen van EU-machten en de belangen van de economische groepen die daarmee gediend worden. Het gaat hier om de uitbreiding van de markten, toegang tot en controle over geostrategische gebieden, arbeidskrachten die uitgebuit kunnen worden en gebruikt kunnen worden om arbeid overal in de EU nog minder waard te maken. Naarmate de buitenste regio's, die ontstaan zijn als gevolg van eerdere uitbreidingen, uitgeput raken, moeten er nieuwe gecreëerd worden. Er worden veel beloftes gedaan aan de bevolking van Montenegro, net als eerder en ook momenteel aan de bevolking van andere landen. Maar de prijs die daarvoor betaald moet worden is groot en wordt niet volledig openbaar gemaakt. We moeten in dit concrete geval niet vergeten dat het proces van desintegratie van Joegoslavië door de NAVO en de EU-machten is aangewakkerd, dezelfde krachten die nu Montenegro proberen te verleiden om toe te treden tot de EU die de erfgenaam van dat proces is.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) We maken momenteel de zoveelste fase mee in de totale desintegratie van Joegoslavië en wat daar nog van over is. Nu is de beurt aan Montenegro. De grootmachten van de NAVO en de EU hebben Joegoslavië eerst wurgende economische en financiële maatregelen opgelegd, met de steun van de het IMF en de Wereldbank, en vervolgens etnische afscheidingen gesteund die uitgemond zijn in oorlog en in de overhaaste vorming van "soevereine staten".

De toekomstige toetreding van Montenegro tot de EU, die in het verlengde ligt van dat proces en een vervolg is op de aanval op de verworvenheden van het socialisme, is erop gericht de belangen te dienen van de economische en financiële groepen, door uitbuiting van arbeiders, door middel van de markt en door middel van de geostrategische positie en de natuurlijke rijkdommen van deze landen.

Wel, de beloftes zijn enorm. De EU zwaait met miljoenen euro's in de vorm van zogenaamde "hulp" en ontwikkeling. Maar wat gaat dat kosten en wanneer komt het aan, áls het al aankomt?

De ervaring die we in 25 jaar kapitalistische integratie van Portugal in de EU hebben opgedaan is er een voorbeeld van dat de beloofde vooruitgang zich nooit aandient. Wat zich wel aandient, is de vernietiging van het productieapparaat en van de werkgelegenheid, de uitbuiting van arbeiders, het om zeep helpen van openbare voorzieningen, schulden en afhankelijkheid van derden. Vandaar onze twijfels over deze weg.

 
  
MPphoto
 
 

  Lorenzo Fontana (EFD), schriftelijk. (IT) Het uitbreidingsproces van de EU is nog steeds op puur geografische criteria gestoeld en de Raad is, zoals ik eerder heb gezegd in dit Parlement, erg snel met het verlenen van de status van kandidaat-lidstaat: deze status wordt verleend nog voordat de democratie in de betreffende landen ook maar aan de minimumeisen voldoet. Corruptie, smokkel, georganiseerde misdaad en schendingen van de persvrijheid zijn maar enkele van de vele aspecten die in mijn ogen duidelijk maken dat er tussen Montenegro en Europa nog een grote kloof bestaat. Deze redenen lijken mij zwaarwegend genoeg om de resolutie te verwerpen, waarvan de centrale boodschap, ondanks de concrete problemen waar de Balkan mee kampt, luidt dat de toekomst van de Balkanlanden in Europa ligt.

 
  
MPphoto
 
 

  Jiří Havel (S&D), schriftelijk. (CS) De toekenning van het kandidaat-lidmaatschap aan Montenegro was eerst en vooral een politiek besluit. Als het geheel toentertijd niet was beoordeeld in relatie met Albanië, dan had Montenegro waarschijnlijk nog wel even moeten wachten. Maar ja, deze vergelijking viel uiteraard positief uit. Desalniettemin slepen talloze bedenkingen tegen Montenegro zich als een rode draad van het ene naar het andere jaarverslag, uitmondend in het Commissieoordeel: gepolitiseerde overheidsstructuren, geen onafhankelijke rechtspraak, georganiseerde misdaad en milieuproblemen. Dit zijn zo langzamerhand de evergreens geworden. En ondertussen is er nauwelijks enige beweging te zien in de bestrijding van de alom aanwezige corruptie. We mogen dit allemaal echt niet onderschatten. Het is tegen de achtergrond van de gegeven situatie dan ook een goede zaak dat Montenegro de status heeft gekregen van kandidaat-lidstaat voor toetreding tot de Europese Unie zonder openingsdatum voor de toetredingsonderhandelingen. In 2005 koos de EU in verband met het kandidaat-lidmaatschap van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië hier ook al eens voor, echter met dit verschil dat - om de uitdagingen waarvoor de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië gesteld staat het hoofd te bieden - de instemming van twee staten nodig is. Montenegro heeft zijn lot wel geheel in eigen handen. Ik veronderstel dat de heer Herman van Rompuy, de heer José Barroso en de heer Jerzy Buzek die onlangs de kersverse en jongste premier ter wereld, premier Igor Lukšić van Montenegro, dit luid en duidelijk te kennen hebben gegeven. Want niemand vindt het leuk om al te lang bij de neus te worden genomen. En dat geldt ook voor een land dat ondanks het feit dat het geen lid van de EU is al vele jaren de euro als nationale munt hanteert.

 
  
MPphoto
 
 

  Juozas Imbrasas (EFD), schriftelijk. – (LT) Ik heb voor dit document gestemd omdat er in Montenegro bij de regering en oppositiepartijen een consensus bestaat over de Europese integratie en hieraan hoge prioriteit wordt gegeven, waardoor sinds de onafhankelijkheid van het land aanzienlijke vooruitgang in het hervormingsproces is geboekt. Ik ben blij dat Montenegro de status heeft gekregen van kandidaat-lidstaat voor toetreding tot de Europese Unie, en dat de Montenegrijnse burgers nu de mogelijkheid hebben om zonder visum naar het Schengengebied te reizen (volledige visumliberalisering). Ik ben ook verheugd dat de vaststelling van het wettelijke en constitutionele kader van het land bijna is afgerond, en dat er significante vooruitgang is geboekt bij de vaststelling van wetgeving inzake corruptiebestrijding, en dat er sprake is van vooruitgang bij de hervorming van het rechtsstelsel. Toch moet de hervorming van het openbaar bestuur nog steeds worden voortgezet, moeten de menselijke hulpbronnen op lokaal bestuurlijk niveau versterkt worden en de georganiseerde misdaad worden bestreden, met name het witwassen van geld en smokkel. Verder moet de mediasector in staat zijn om zijn werk te doen zonder dat de politiek zich daarmee bemoeit, en dient de onafhankelijkheid van zelfregulerende instanties te worden gewaarborgd.

 
  
MPphoto
 
 

  Giovanni La Via (PPE), schriftelijk. (IT) Ik heb voor de resolutie over het Europees integratieproces van Montenegro gestemd, omdat iedereen heeft kunnen zien dat Montenegro enorme vooruitgang geeft geboekt bij de invoering van goede praktijken en instrumenten.

Deze maatregelen zijn niet alleen in het licht van de toetreding tot de EU noodzakelijk, maar ook om Montenegro te voorzien van een rechterlijke, civiele en sociale structuur, aangezien het land zich moet ontwikkelen op een manier die in overeenstemming is met de regelgeving en de verschillende bestuurslagen een gezamenlijke groei moeten doormaken.

Montenegro heeft al belangrijke hervormingen doorgevoerd en bevindt zich op de goede weg. Een van de doelstellingen is om tot een bestuurlijk stelsel te komen waarmee het land in de toekomst effectief gebruik kan maken van de Structuurfondsen, waar het land veel profijt bij zal hebben.

In afwachting van het openen van de langverwachte onderhandelingen hoop ik, net als vele collega's, een klimaat te scheppen dat gunstig is voor de burgers: een klimaat dat vrij is van corruptie en rijk aan initiatieven die het land democratischer maken.

 
  
MPphoto
 
 

  Monica Luisa Macovei (PPE), schriftelijk. (EN) Ik heb voor de resolutie gestemd, omdat ik erken dat Montenegro vooruitgang heeft geboekt in het Europese integratieproces en ik de doelstellingen die nog moeten worden behaald ten gunste van de bevolking van Montenegro wil onderstrepen. Toen de resolutie nog in de Commissie buitenlandse zaken werd behandeld heb ik amendementen toegevoegd met betrekking tot de doeltreffendheid en voorspelbaarheid van het rechtssysteem. De publicatie van alle vonnissen en de eenmaking van de jurisprudentie moeten prioriteiten zijn om de rechtspraak voorspelbaar te maken en het vertrouwen van het publiek te verzekeren. Een toename van de middelen voor rechtbanken om snel en efficiënt te werken en eenduidige maatregelen voor de opleiding van rechters zijn tevens noodzakelijk. Er moet worden onderzocht of de EU-middelen die voor de hervorming van justitie en de bestrijding van corruptie worden gebruikt efficiënt worden ingezet. De consequente toepassing van de rechtsorde in een land is cruciaal voor het vermogen van dat land om politiek en democratisch vooruitgang te boeken.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (S&D), schriftelijk. (EN) Ik heb voor deze resolutie gestemd, waarin het Parlement zijn verheuging uitspreekt over de consensus die bij de regering en de oppositiepartijen in Montenegro bestaat over de Europese integratie en de hoge prioriteit die hieraan wordt gegeven, waardoor sinds de onafhankelijkheid van het land aanzienlijke vooruitgang in het hervormingsproces is geboekt, en over het nieuwe politieke leiderschap in Podgorica, en de nieuwe regering aanspoort Montenegro's Europese integratieproces voort te zetten en de hervormingen die gericht zijn op de naleving van de criteria van Kopenhagen, te versnellen. In de resolutie wordt tevens uiting gegeven aan de vreugde over het besluit van de Europese Raad van 17 december 2010 om Montenegro de status van kandidaat-lidstaat voor toetreding tot de Europese Unie te geven, maar wordt betreurd dat de status van kandidaat-lidstaat wordt losgekoppeld van het recht om onderhandelingen te openen. Er wordt onderstreept dat de beslissing tot onderhandelen niet onrechtmatig of onredelijk mag worden uitgesteld. Voorts wordt verwacht dat de onderhandelingen uiterlijk na de publicatie van het voortgangsverslag 2011 van de Commissie worden aangevat, mits Montenegro goede vorderingen maakt met de ijkpunten die de Commissie heeft vastgesteld.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Mélenchon (GUE/NGL), schriftelijk.(FR) In deze resolutie wordt de verplichting ondersteund voor de mensen in Montenegro om zich aan de criteria van Kopenhagen te onderwerpen en privatiseringen te versnellen. De Unie is verworden tot een agressieve en pretentieuze liberale doctrine. Daar wil ik niet bij horen. Ik stem tegen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) Montenegro heeft als kandidaat voor toekomstige toetreding tot de EU getoond de keuze voor Europa te willen doorzetten. Dat is gebleken uit de vastberadenheid van de leiders van het land en de hervormingen die in het land zijn doorgevoerd om te voldoen aan de eisen van de EU, met name op het gebied van democratie, mensenrechten en de rechtsstaat. Montenegro heeft al een hele weg afgelegd, maar is nog onvoldoende ver gevorderd. Het land moet zijn inspanningen voortzetten, tot het zover is dat het kan toetreden tot de Europese Unie. Ik hoop dat deze inspanningen hun vruchten zullen blijven afwerpen en dat de aansluiting bij de EU een realiteit gaat worden. Hierdoor kan Montenegro betere levensomstandigheden bieden aan zijn bevolking en het functioneren van zijn overheidsinstellingen bevorderen, zodat het een steeds betere staat kan worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Willy Meyer (GUE/NGL), schriftelijk. (ES) Ik ben een voorstander van het starten van onderhandelingen over de geleidelijke toetreding van Montenegro tot de Europese Unie aangezien ik uit principe een voorstander van uitbreiding ben. Toch heb ik niet voor de resolutie kunnen stemmen omdat de Commissie van Montenegro vraagt om een aantal hervormingen door te voeren die in overeenstemming zijn met het neoliberale beleid van de Europese Unie, zoals de privatisering van de publieke sector en de aanpassing van het onderwijsstelsel aan het proces van Bologna. Om al deze redenen heb ik niet voor de resolutie gestemd maar heb ik mij onthouden van stemming.

 
  
MPphoto
 
 

  Louis Michel (ALDE), schriftelijk.(FR) Montenegro heeft, sinds het onafhankelijk werd in 2006, duidelijk laten merken toe te willen treden tot de Europese Unie: de euro werd officieel aangenomen in 2006 en sinds 1 mei 2010 is een stabilisatie- en associatieovereenkomst (SAO) van kracht. De toetreding van Montenegro tot de Unie zal het land meer politieke, economische en maatschappelijke stabiliteit verlenen en bijdragen aan de stabiliteit op de Balkan. Ik verwelkom de inspanningen die Montenegro heeft verricht om een constructieve partner op het gebied van regionale samenwerking te worden, met name dankzij de verschillende regionale overeenkomsten die het met zijn buurlanden heeft gesloten met betrekking tot terugname en uitlevering en voor zaken op justitieel en politioneel gebied. De consolidering van vrede en stabiliteit komt niet alleen de regio, maar heel Europa ten goede.

Daarom pleit ik ervoor om zo spoedig mogelijk met de toetredingsonderhandelingen te beginnen, vooral omdat de Europese Raad Montenegro eind december 2010 de status van kandidaat-lidstaat heeft gegeven. Montenegro's inspanningen om aan de toetredingscriteria te voldoen gaan goed, hoewel er nog steeds veel moet gebeuren, met name op het gebied van corruptie en georganiseerde misdaad, vrijheid van informatie en gendergelijkheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Mirsky (S&D), schriftelijk. (EN) Hoewel de Commissie buitenlandse zaken het besluit van de Europese Raad toejuicht om Montenegro de status van kandidaat-lidstaat te geven, blijven er wat betreft corruptie ernstige problemen bestaan, met name als het gaat om de bouwsector, privatisering en de sector overheidsaanbestedingen. Er bestaan ook nog altijd problemen met betrekking tot minderheden en onbeschermde groeperingen. Het zou gepast zijn om toezicht te houden op de uitvoering van de aanbevelingen van het Parlement aan Montenegro, en als deze aanbevelingen worden uitgevoerd geloof ik dat de toetreding van een land als Montenegro alleen maar voordeel zal opleveren voor de EU.

 
  
MPphoto
 
 

  Franz Obermayr (NI), schriftelijk. − (DE) Er bestaat constant een spanning, die niet altijd gemakkelijk te overbruggen is, tussen respect voor de mensenrechten enerzijds en andere nationale belangen (bijvoorbeeld van militaire of economische aard) anderzijds. Zelfs de Verenigde Staten en de Europese Unie overschrijden af en toe deze smalle lijn, zoals we kunnen zien aan de inbreuken op de burgerlijke vrijheden en de gegevensbescherming in het kader van de strijd tegen het terrorisme. De EU moet daarom sterker en consequenter opkomen voor de mensenrechten binnen en buiten de Unie. Buiten de Unie denk ik vooral aan de bescherming van christelijke minderheden in islamitische landen en in Azië. Ik heb daarom voor deze ontwerpresolutie gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Wojciech Michał Olejniczak (S&D), schriftelijk. – (PL) Vandaag heeft het Europees Parlement de resolutie over het Europees integratieproces van Montenegro aangenomen. Uitbreiding van de EU met de westelijke Balkan is al in 2003 in Athene bevestigd en daarom heeft het Parlement de hoop uitgesproken dat de toetredingsonderhandelingen voor het einde van dit jaar zullen beginnen. In de resolutie wordt de aandacht gevestigd op de aanmerkelijke verbetering in de politieke en sociale situatie in Montenegro, en ook op de positieve benadering van Europese integratie door Montenegro.

Helaas heeft Montenegro het probleem van corruptie en georganiseerde misdaad nog niet kunnen bezweren. Naar mijn mening is het vraagstuk van discriminatie tegen etnische groepen en ook tegen vrouwen, die ondervertegenwoordigd worden in besluitvormingsprocessen en in het openbaar bestuur, een zeer belangrijk en tot dusverre niet opgelost probleem. Een ander positief element is de strijd van het land tegen censuur en de pogingen om vrijheid van meningsuiting te garanderen. Er worden echter nog altijd aanvallen op journalisten en activisten gemeld.

 
  
MPphoto
 
 

  Justas Vincas Palackis (S&D), schriftelijk. – (LT) De Europese integratie is de voornaamste stuwende kracht achter het Montenegrijnse ontwikkelingsproces. Dit land heeft veel bereikt in de afgelopen twaalf maanden, door met succes structurele en economische hervormingen in te voeren en de corruptie en georganiseerde misdaad op effectieve wijze te bestrijden. In Montenegro leven etnische minderheden vreedzaam samen, en het land zet zich met succes in voor goede nabuurschapsbetrekkingen. De Europese Unie en Montenegro hebben dan ook een stabilisatie- en associatieovereenkomst gesloten. Ik heb gestemd voor deze resolutie omdat hierin terecht de verdere stappen worden aangegeven die nodig zijn voor de hervorming van Montenegro. Er moet vooruitgang worden geboekt bij de vestiging van de rechtsstaat, de invoering van bestuurlijke hervormingen moet worden voortgezet, de kennis van ambtenaren moet worden verbeterd, de kieswet moet veranderd worden, en het maatschappelijk middenveld en onafhankelijke media moeten versterkt worden. Het is voor het land belangrijk om het momentum vast te houden en de werkzaamheden die het heeft aangevat, voort te zetten.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. (IT) In december 2010 heeft Montenegro de status van kandidaat-lidstaat verkregen, maar het staat nog niet vast wanneer de onderhandelingen worden geopend. Ik ben het eens met de strekking van de resolutie, waarin de regering van Montenegro wordt gecomplimenteerd vanwege de prioriteit die zij geeft aan de hervormingen in het kader van het integratieproces en waarin, ondanks de problemen die nog moeten worden opgelost, de hoop wordt uitgesproken dat de onderhandelingen binnen een jaar worden geopend. Montenegro kent van alle Balkanlanden, met betrekking tot de toenadering van die landen tot de EU, de beste sociaal-politieke omstandigheden. Daarom heb ik voor de resolutie gestemd, omdat ik denk dat de toetreding van Montenegro en de andere Balkanlanden tot de EU van groot strategisch belang is voor Europa, gelet op de stabiliteit en de ontwikkeling van de regio en op wat de regio te bieden heeft.

 
  
MPphoto
 
 

  Paulo Rangel (PPE), schriftelijk. (PT) Ik neem goede nota van de inspanningen die Montenegro geleverd heeft, met name op het gebied van de hervorming van de rechterlijke macht, de bestrijding van corruptie en de bestrijding van de verschillende vormen van discriminatie, maar ik benadruk ook dat men dit werk moet voortzetten en intensiveren. Er bestaat nog een heel aantal terreinen waarvoor speciale aandacht nodig is. Daarbij doel ik met name op economische kwesties en op de noodzaak van nieuwe structurele hervormingen, die door de financiële crisis aan het licht gebracht is, ondanks het succes van de doorgevoerde economische hervormingen. Nog een laatste opmerking over een onderwerp dat me na aan het hart ligt: de noodzakelijke verbetering van de kwaliteit van de wetgeving die door het parlement wordt uitgewerkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) In het algemeen is dit verslag goed en evenwichtig. Het verslag bespreekt alle relevante beleidsterreinen. Montenegro, dat in december 2010 kandidaat-lidstaat is geworden, wacht nog steeds op het begin van de onderhandelingen. Het Parlement bekritiseert dit in paragraaf 2 van zijn verslag: "betreurt echter dat de status van kandidaat-lidstaat wordt losgekoppeld van het recht om onderhandelingen te openen, en onderstreept dat de beslissing tot onderhandelen niet onrechtmatig of onredelijk mag worden uitgesteld." De rapporteur verwacht dat de onderhandelingen zullen beginnen na het voortgangsverslag 2011. Enkele interessante punten hebben betrekking op IPA (paragraaf 5), corruptie (paragraaf 8), vrijheid van informatie (paragraaf 10), georganiseerde misdaad (paragraaf 14) en het tegengaan van discriminatie (paragrafen 17-22). Veel paragrafen zijn gewijd aan de kwestie van discriminatiebestrijding en behandelen alle relevante aspecten, zoals Roma, Ashkali, Egyptenaren (paragrafen 17 en 22), LHBT (paragraaf 17), vrouwen en huiselijk geweld (paragrafen 17-19), etnische kwesties (paragraaf 21) en het maatschappelijk middenveld (paragrafen 5, 10, 23, 24 en 32). In het algemeen is het verslag zeer positief over de rol van organisaties uit het maatschappelijk middenveld en wijdt het hier veel paragrafen aan. De belangrijkste zijn de paragrafen 23, 24 en 32.

In deze paragrafen staat: "herhaalt dat een actief en onafhankelijk maatschappelijk middenveld van wezenlijk belang is voor de democratie" en "moedigt de Montenegrijnse regering aan om nauw samen te werken en een regelmatige dialoog te voeren met ngo's".

 
  
MPphoto
 
 

  Licia Ronzulli (PPE), schriftelijk. (IT) Toen Montenegro op 17 december 2010 de status van kandidaat-lidstaat verkreeg, heeft de Montenegrijnse regering meteen de prioriteit gegeven aan de hervormingen waarmee het Europese integratieproces kan worden versneld.

Bepaalde kwesties moeten nog worden aangepakt – zo moeten het kiesstelsel, het openbaar bestuur en de rechtspraak nog worden hervormd – maar uit het verslag wordt goed duidelijk dat Montenegro vooruitgang boekt. Italië steunt de Europese aspiraties van Montenegro volledig, daar de toetreding van Montenegro en de westelijke Balkan in de ogen van Italië van groot belang is voor de EU, omdat daarmee de stabiliteit, de regionale samenwerking en de ontwikkeling worden bevorderd in een gebied dat zeer belangrijk is voor Europa.

 
  
MPphoto
 
 

  Catherine Stihler (S&D), schriftelijk. − (EN) Ik heb voor deze resolutie gestemd, waarin het streven tot uiting komt, Montenegro de status van kandidaat-lidstaat van de Europese Unie te bezorgen. In de resolutie worden ook de kwesties van gelijkheid en corruptie belicht die in Montenegro moeten worden aangepakt en wordt opgeroepen tot maatregelen om deze zaken aan te pakken.

 
  
MPphoto
 
 

  Angelika Werthmann (NI), schriftelijk. − (DE) Ik heb voor de ontwerpresolutie gestemd omdat het verslag heel duidelijk maakt dat sinds Montenegro in 2006 onafhankelijk werd, het land grote vooruitgang heeft geboekt op het gebied van interne hervormingen. We mogen echter niet blind zijn voor het feit dat er nog steeds serieuze problemen zijn met corruptie en de georganiseerde misdaad, de vrijheid van meningsuiting en discriminatie. Tegelijkertijd laat het verslag echter zien dat de regering van Montenegro bereid is om deze probleemgebieden efficiënt aan te pakken en dat zij een pakket goede en adequate maatregelen heeft geïntroduceerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Iva Zanicchi (PPE), schriftelijk. (IT) Ik heb voorgestemd, omdat met het Europese integratieproces van Montenegro in mijn ogen een fundamenteel, strategisch belang van de EU wordt gediend: het bevorderen en waarborgen van stabiliteit en groei in een regio die cruciaal is voor Europa. De toetreding kan voorts bijdragen tot de bestrijding van de georganiseerde misdaad in de Balkan. Daarnaast moet worden onderstreept dat er in Montenegro, gedurende het toenaderingsproces van de Balkanlanden tot de EU, al jaren een grote consensus bestaat over de toetreding tot de EU, en dat Montenegro zich volwassen en verzoenend heeft opgesteld ten opzichte van de aangrenzende landen.

 
  
  

Verslag: Lívia Járóka (A7-0043/2011)

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk. – (PT) Ik heb voor dit verslag gestemd omdat de waarden van de Europese integratie een Europese Unie zonder vooroordelen en discriminatie vereisen waar de eerbiediging van de mensenrechten gewaarborgd is. Deze discriminatie neemt toe ten gevolge van de huidige economische crisis. De integratie van de Roma-bevolking moet dan ook worden beschouwd als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de Europese instellingen, de lidstaten en de regio's en er moet gebruik worden gemaakt van alle middelen die de Europese Unie tot haar beschikking heeft om deze situatie aan te pakken.

De Commissie moet in dit proces een leidinggevende rol spelen en bijzondere aandacht schenken aan verzoeken om technische bijstand. Bovenal moet zij echter een strategie voorleggen waarin de bescherming van de mensenrechten, het recht op onderwijs en beroepsopleiding, cultuur, werkgelegenheid, sport, gepaste huisvesting, gezondheidszorg en verbetering van de gezondheidstoestand van de Roma-bevolking als prioritaire gebieden worden aangemerkt. Bovendien moeten inspanningen worden geleverd om de deelname van de Roma, en met name van de Roma-jongeren, aan het politieke en maatschappelijke leven te bevorderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Laima Liucija Andrikienė (PPE), schriftelijk. – (LT) Ik heb gestemd voor deze resolutie over de EU-strategie voor de integratie van de Roma. De Roma zijn de grootste etnische minderheid in Europa maar ze zijn ook buitengewoon geïsoleerd en daarom vrijwel geheel afgesneden van de nationale staatshuishoudingen. Ik ben het met de rapporteur eens dat de integratie van de Roma een noodzakelijke investering is, omdat het goedkoper is de Roma-bevolking te integreren dan om haar in haar onbevredigende sociaaleconomische levensomstandigheden steun uit te keren. Een andere belangrijke dimensie die ik zou willen benadrukken is het feit dat de algemene integratie van de Roma in wezen een vraagstuk is van de mensenrechten. Een significant deel van de Europese Roma leven onder dermate ondermaatse sociaaleconomische omstandigheden – bijna volledig afgesneden van de economie en vandaar ook van hun fundamentele mensenrechten beroofd – dat een sociaal integratiebeleid niet in de vorm van rectificaties van de algemene beleidsvorming gezien kan worden, maar als overbrugging van een van de diepste kloven bij de verwezenlijking van de grondwettelijke en mensenrechten in Europa te beschouwen is. Door deze strategie goed te keuren, heeft het Europees Parlement een eerste stap gezet voor het bevorderen van de sociale en economische integratie van de Roma, en nu is het aan de Raad en de Commissie om de vereiste actie te ondernemen en ervoor te zorgen dat deze strategie op succesvolle wijze ten uitvoer wordt gelegd.

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk.(FR) Er verblijven ongeveer tien tot twaalf miljoen Roma in de Europese Unie. Een groot aantal van hen heeft te lijden van discriminatie en sociale uitsluiting. Het zijn voor het merendeel Europese burgers en de EU moet met een strategie komen om ze te integreren. Daarom heb ik voor deze tekst gestemd. Het voorziet in een actieplan dat voortbouwt op de fundamentele waarden van gelijkheid, toegang tot rechten, non-discriminatie en gendergelijkheid, en dat gebruik maakt van de beschikbare structuurfondsen.

 
  
MPphoto
 
 

  Zigmantas Balčytis (S&D), schriftelijk. – (LT) De situatie van de Roma in de Europese Unie is tamelijk complex. Een groot gedeelte van de tien tot twaalf miljoen Europese Roma heeft te lijden onder stelselmatige discriminatie, en strijdt bijgevolg tegen een niet te tolereren mate van sociale, culturele en economische uitsluiting en schendingen van de mensenrechten. Verder leeft een aanzienlijk deel van de Roma-gemeenschap in regio's die tot de economisch en sociaal minst ontwikkelde in de Unie behoren. Gevolg hiervan is dat Roma-kinderen vaak geen toegang hebben tot onderwijs- en opleidingenstelsels waardoor zij later gediscrimineerd worden op de arbeidsmarkt en niet kunnen integreren in de samenleving. De Europese Unie heeft een reeks nuttige instrumenten, mechanismen en fondsen ontwikkeld om de integratie van de Roma te bevorderen, maar deze zijn verspreid over de verschillende beleidsterreinen, zodat het effect ervan slechts beperkt is. Ik ben het met de lidstaten eens dat de tenuitvoerlegging van de EU-strategie voor de Roma moet worden verbeterd, en dat de volwaardige omzetting en toepassing van alle betreffende richtlijnen en Europese wetten moet worden gewaarborgd, om op die manier de segregatie en discriminatie van de Roma te voorkomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Regina Bastos (PPE), schriftelijk. (PT) Het Handvest van de grondrechten verbiedt elke discriminatie, met name op grond van geslacht, ras, kleur, etnische of sociale afkomst, genetische kenmerken, taal, godsdienst of overtuigingen, politieke of andere denkbeelden, het behoren tot een nationale minderheid, vermogen, geboorte, een handicap, leeftijd of seksuele geaardheid, alsmede op grond van nationaliteit. Er zijn in Europa ongeveer tien à twaalf miljoen Roma, voor het merendeel EU-burgers, die te lijden hebben onder stelselmatige discriminatie en het slachtoffer zijn van onverdraagzaamheid. De integratie van de Roma-bevolking is zowel de verantwoordelijkheid van alle lidstaten als van de EU-instellingen.

In dit verslag verzoekt het Parlement de lidstaten volledig samen te werken met de Europese Unie en met vertegenwoordigers van de Roma-bevolking, met het oog op de totstandbrenging van geïntegreerd beleid, om, met gebruikmaking van alle EU-middelen die in het kader van de structuurfondsen beschikbaar zijn, de integratie van de Roma-gemeenschap te bevorderen, aangezien het goedkoper is om de Roma-bevolking te integreren dan om haar in haar onbevredigende sociaaleconomische levensomstandigheden steun uit te keren. Om een harmonieuze integratie van de Roma-gemeenschappen te waarborgen is het essentieel dat iedereen meewerkt: de Roma zelf en hun gastgemeenschap. Daarom heb ik mijn steun voor dit verslag verleend.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Bennahmias (ALDE), schriftelijk.(FR) Het feit dat het verslag van mevrouw Járóka met een grote meerheid is aangenomen is weer een politiek signaal dat bevestigt dat de Europese Unie zich bewust is van haar verantwoordelijkheid ten aanzien van deze etnische minderheid, de grootste en meest vervolgde van Europa. In het verslag wordt de nadruk gelegd op de prioritaire gebieden die deel moeten uitmaken van de strategie, zoals de strijd voor de eerbiediging van de grondrechten van de Roma. De strategie moet gericht zijn op onderwijs, maar moet ook extreme marginalisering en de bestendiging van ongelijkheden voorkomen. Ten slotte moet de strategie vernieuwend zijn als het gaat om een goede toegang tot de arbeidsmarkt en tot betaalbare en goed bewoonbare huisvesting.

De huidige uitdaging is, zoals ook in het verslag vermeld wordt, om erop toe te zien dat de EU-middelen volledig opgenomen en gebruikt worden ten voordele van de Roma. De instrumenten zijn er al, maar ze worden bijzonder slecht gebruikt.

De integratie van de Roma is een zaak van Europa. Het is nu aan de Europese Commissie om met definitieve voorstellen te komen op basis van onze stemming van vandaag. De Unie moet, het subsidiariteitsbeginsel respecterend, haar rol als drijvende kracht ten volle benutten en de betrokken actoren op alle niveaus bijeen brengen om de gunstige effecten van de EU-middelen te vergroten en de Roma eindelijk tot volwaardige Europese burgers te maken.

 
  
MPphoto
 
 

  Mara Bizzotto (EFD), schriftelijk. (IT) In het verslag over de integratie van de Roma wordt geen aandacht besteed aan de problemen die spelen bij de sociale inclusie van de Roma, waarbij in ogenschouw had moeten worden genomen dat de Roma vaak niet bereid zijn om te integreren in onze maatschappij.

Het gaat hier om een cultureel fenomeen dat niet mag worden ontkend of genegeerd: de Roma hebben hun eigen tradities en leefwijzen, die het moeilijk maken om hen te laten integreren in een maatschappij die gekenmerkt wordt door praktijken, leefstijlen en gewoonten die fundamenteel afwijken van de Roma-cultuur. Daarom zal elk inclusiebeleid voor de Roma gedwarsboomd worden door hun onwil om te integreren.

Los van deze sociologische observaties moet ik in herinnering brengen dat het beleid met betrekking tot de Roma-gemeenschap dat in het verslag wordt voorgesteld, gelet op bovengenoemde en andere problemen, tot enorme kosten zal leiden voor de EU en de lidstaten, zonder dat de gewenste resultaten zullen worden bereikt. Dit is, zonder om de hete brei heen te draaien, hoe het tot op heden ging, en er zijn geen redenen om te veronderstellen dat de situatie vanaf nu anders zal zijn. Daarom heb ik tegen het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Vilija Blinkevičiūtė (S&D), schriftelijk. – (LT) Ik heb voor dit verslag gestemd omdat de Europese Roma de steun van de Europese Unie nodig hebben. In de EU-strategie voor de integratie van de Roma wordt voorgesteld verplichte minimumnormen op te stellen op het gebied van onderwijs, werkgelegenheid, huisvesting en gezondheidszorg. Een betekenisvol deel van de Europese Roma heeft met dermate ondermaatse omstandigheden te maken dat zij bijna volledig van de economie zijn afgesneden, en vandaar ook van hun fundamentele mensenrechten zijn beroofd. Daarom geeft de door het Europees Parlement voorgestelde strategie prioriteit aan werkgelegenheid voor Roma en aan verbetering van hun toegang tot onderwijs, huisvesting en sociale zekerheid. Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat een eind wordt gemaakt aan de segregatie van Roma in het onderwijs en in de klas. Ook moet de betrokkenheid van Roma bij alle aspecten van het publiek en politiek leven en hun deelname aan de werkzaamheden van niet-gouvernementele organisaties worden bevorderd. Voor de uitvoering van de strategie voor de integratie van de Roma is het absoluut noodzakelijk dat het vooral om een interne EU-strategie gaat en dat het algemene toezicht op de prioritaire gebieden en doelstellingen binnen de communautaire structuur wordt uitgeoefend, waarbij jaarlijks verslag over de voortgang van de strategie wordt uitgebracht en de resultaten worden geëvalueerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Sebastian Valentin Bodu (PPE), schriftelijk. – (RO) De tien à twaalf miljoen Roma moeten gebruik kunnen maken van een minimumniveau aan voorzieningen op EU-niveau, zodat ze toegang krijgen tot banen en onderwijs. De resolutie van het Europees Parlement, waarmee wordt beoogd invloed uit te oefenen op de toekomstige strategie voor de insluiting van de Roma, biedt een betere bescherming van de grondrechten en een hoger niveau van EU-financiering. Roemenië heeft een goed begrip van de moeilijkheden, maar ook van de indolentie van deze minderheid. De Europese Unie moet zich ervan bewust zijn dat er zeer veel weerstand tegen verandering bestaat binnen deze etnische groep, waaronder sociale insluiting. De Roma zijn al eeuwenlang slachtoffers van discriminatie, maar tegelijkertijd van zelfuitsluiting. Dit is een eerlijke beoordeling, maar men moet zich realiseren dat de oplossingen die wij bedenken zeer vaak niet passend zijn of niet begrepen worden door de Roma.

De toekomstige EU-strategie voor de Roma-minderheid moet uiteraard de nadruk leggen op (bevordering van) de grondrechten arbeid, huisvesting en met name onderwijs, zelfs ondanks weerstand van de ouders. We moeten echter niet verwachten dat er snel veranderingen optreden. Er gaan waarschijnlijk meerdere generaties overheen voordat deze minderheid bepaalde regels van sociale co-existentie in acht neemt.

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Březina (PPE), schriftelijk. (CS) Om überhaupt een enigszins zinnige strategie voor de integratie van de Roma te kunnen opstellen, dienen gegevens over de sociaaleconomische situatie van de Roma (met name opleiding, gezondheid, huisvesting en werkgelegenheid) te worden vergaard en verstrekt. Dat betekent dat de lidstaten alsook internationale organisaties (MOP en OESO) zich nauwgezet met deze kwestie bezig dienen te houden en moeten helpen bij de totstandbrenging van concrete doelstellingen ten aanzien van bijvoorbeeld het percentage van de Roma-gemeenschap dat de middelbare school of een universitaire studie afrondt, of dat werkzaam is bij de overheid of vertegenwoordigd in uiteenlopende segmenten van het maatschappelijk en politiek leven. Pas dan kan en moet de Europese Commissie op basis van deze gegevens een duidelijke en ook daadwerkelijk uitvoerbare EU-strategie voor de integratie van de Roma opstellen. Er dient te worden overwogen of er in het kader van het cohesiebeleid niet een prestatiepremie voor de EU-strategie voor de Roma-minderheid ingesteld dient te worden. Er moeten hoe dan ook doeltreffendere methodes komen ter monitoring van de EU-uitgaven specifiek voor marginale bevolkingsgroepen.

Verder dient er in het belang van integratie van de Roma een beter gebruik te worden gemaakt van de verschillende financiële steunmaatregelen in het kader van het PROGRESS-programma, het programma voor levenslang leren, het cultuurprogramma (2007-2013) en het volksgezondheidsprogramma (2008-2013). Tegen deze achtergrond dient de Commissie het Europees Parlement een lijst te verstrekken van projecten ten bate van de Roma die zij sinds 2000 heeft gefinancierd met een indicatie wat uiteindelijk de resultaten van deze projecten waren.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk. – (PT) Het verheugt mij dat de Europese Unie zich ertoe heeft verplicht bindende normen vast te stellen om de toegang van de Roma-gemeenschap tot onderwijs, werkgelegenheid, huisvesting en gezondheidszorg te waarborgen. Dit initiatief heeft niet alleen oog voor de menselijke waarden die inherent zijn aan de maatschappelijke integratie van etnische minderheden, maar vestigt tevens de aandacht op het feit dat een daling van de werkloosheid de economische vooruitgang kan stimuleren. Ik ga akkoord met de maatregelen die worden voorgesteld in het kader van de integratiestrategie, inzonderheid met de voorstellen om zwartwerk te bestrijden en het aantal Roma-onderwijzers te verhogen. Het is belangrijk dat de gemeenschap zelf bij dit integratieproces wordt betrokken om een duurzame groei van binnenuit te waarborgen en de wens om deel uit te maken van de samenleving niet op te leggen, maar positief aan te moedigen. Dit proces dient tevens gericht te zijn op alle vormen van schending van de grondrechten, met bijzondere aandacht voor sociale uitsluiting en discriminatie in het openbare leven.

 
  
MPphoto
 
 

  Françoise Castex (S&D), schriftelijk.(FR) De kwestie van de Roma-integratie is een grote uitdaging die de Europese Unie moet aangaan. Dit verslag is een stap in de goede richting, omdat eruit blijkt dat het Parlement bereid is om hier zijn volledige medewerking aan te verlenen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nessa Childers (S&D), schriftelijk. − (EN) Ik heb voor dit verslag gestemd omdat de tien à twaalf miljoen Roma van Europa moeten profiteren van bindende minimumnormen op EU-niveau voor het verbeteren van hun toegang tot werkgelegenheid, onderwijs, huisvesting en gezondheidszorg. De resolutie, waarmee wordt beoogd invloed uit te oefenen op de strategie voor integratie van de Roma waaraan de Commissie werkt, roept ook op tot betere bescherming van de grondrechten en beter gebruik van de EU-financiering. Ik hoop dat de regeringen van de EU nu zullen reageren op deze sterke boodschap van het Parlement.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE), schriftelijk. – (PT) Samen met mevrouw Járóka pleit ik voor een gecoördineerd EU-beleid dat bijdraagt tot de integratie van de Europese burgers die tot de etnische groep van de Roma behoren – van wie de Raad het aantal schat op tien à zestien miljoen – en voorziet in de aanneming van maatregelen ter bestrijding van racisme en discriminatie als aanvulling op de bestaande wetgeving. Tevens moeten garanties worden geboden voor de tenuitvoerlegging en de correcte toepassing van dit beleid. Er moeten echter ook maatregelen worden genomen die aan de specifieke behoeften van de Roma tegemoetkomen en hun sociaaleconomische integratie bevorderen, zoals onder meer het geval is met het recht op werk, huisvesting, gezondheidszorg en onderwijs.

De integratie van de Roma zal, los van het humanitaire aspect, ook bijdragen tot een toename van de beroepsbevolking, die het socialeverzekeringsstelsel op haar schouders draagt, en een daling van de kosten die verbonden zijn aan de sociale- en gezondheidsverzekering van de armen door de staat, om nog maar te zwijgen van de mogelijke terugval van de criminaliteit. Bij de integratie moeten de bescherming van kinderen en de naleving van de wet gewaarborgd zijn. Dit gemeenschappelijk Europees probleem vergt een gemeenschappelijke Europese oplossing die gebaseerd is op een geïntegreerde intersectorale aanpak teneinde de deur te openen naar steun en specifieke acties voor minder ontwikkelde gebieden met een ernstige structurele handicap.

 
  
MPphoto
 
 

  Marielle De Sarnez (ALDE), schriftelijk.(FR) We hebben zojuist bij grote meerderheid de Europese strategie voor de integratie van de Roma aangenomen. Dat is een sterk politiek signaal waaruit blijkt dat de Europese Unie zich bewust is van haar verantwoordelijkheid ten aanzien van deze minderheid, de grootste en meest vervolgde van Europa. De Europese Unie en de lidstaten moeten een einde maken aan de schandelijke segregatie waar de Roma van te lijden hebben. In dit verslag wordt benadrukt hoe belangrijk het is om de grondrechten van de Roma te eerbiedigen, met name wat betreft de toegang tot onderwijs. Om het risico van marginalisering te voorkomen, is het ook belangrijk om vernieuwend beleid in te voeren voor goede toegang tot werkgelegenheid, en om deze mensen, van wie de overgrote meerderheid permanent gevestigd is, in staat te stellen om toegang te krijgen tot behoorlijke en betaalbare huisvesting. De Europese fondsen zijn er al. Ze moeten gebruikt worden op een manier die gunstig is voor de Roma. Het is nu aan de Europese Commissie om op basis van de voorstellen in dit verslag slotbepalingen op te stellen die in lijn liggen met het subsidiariteitsbeginsel en die als doel hebben dat de Roma volwaardige Europese burgers worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Karima Delli (Verts/ALE), schriftelijk.(FR) Het Parlement heeft een goede tekst aangenomen. De nadruk ligt op de belangrijke rol die Europa speelt voor de integratie van de Roma binnen de Europese Unie, waarbij deze strategie op lokaal niveau wordt toegepast. In het verslag wordt eraan herinnerd dat een strategie voor de Roma alleen mogelijk is in samenspraak met de leden van de gemeenschap, wat erop neerkomt dat we eerst moeten werken ‘met’ voordat we gaan werken ‘voor’. De Roma moeten daarom betrokken worden bij het nemen van besluiten.

In de tekst wordt de nadruk gelegd op de moeilijke leefomstandigheden, de discriminatie en de moeilijkheden om toegang te krijgen tot onmisbare diensten waar de Roma het slachtoffer van zijn. Er wordt herinnerd aan de noodzaak om te garanderen dat het vrije verkeer voor Europese burgers wordt geëerbiedigd. Wat betreft sociale integratie wordt ook stilgestaan bij sociale bescherming, beroepsopleiding, onderwijs en de verlening van overheidsdiensten. Er worden vraagtekens gezet bij de ontoereikende toewijzing van middelen, terwijl het geld goed gebruikt kan worden. Het grote nadeel van dit verslag is echter dat de conservatieven in het Europees Parlement blijven hameren op de noodzaak om de zogenaamde "langdurige afhankelijkheid" van de Roma van sociale voorzieningen te bestrijden. Dit is een schandalig vooroordeel dat er voor de zoveelste keer op gericht is om de Roma-gemeenschap te marginaliseren.

 
  
MPphoto
 
 

  Anne Delvaux (PPE), schriftelijk.(FR) Ik ben verheugd dat het Europees Parlement het verslag-Járóka bij overweldigende meerheid heeft aangenomen. In het verslag wordt bevestigd hoe belangrijk het is om de uitsluiting en discriminatie van de Roma te bestrijden, om hun sociale, culturele en economische integratie te bevorderen, om hun grondrechten beter te beschermen en om de EU-middelen beter te benutten. Het Parlement heeft zijn prioriteiten gesteld, waarover een consensus is bereikt. Het Europees Parlement verzoekt om een actieplan van de Europese Unie voor deze kwestie, zou graag zien dat er gebruik gemaakt wordt van de EU-middelen, en stelt voor om een kaart van crisisgebieden aan te nemen om erachter te komen waar zich de Roma-bevolkingsgroepen bevinden. Wat specifieke maatregelen betreft, kan toegang tot onderwijs genoemd worden, wat voor de Roma net zo zeer een prioriteit is als voor andere bevolkingsgroepen. Verder moeten we toezicht houden op het gebruik van EU-middelen om ervoor te zorgen dat het geld daadwerkelijk terechtkomt bij degenen voor wie het is bedoeld.

Het Parlement heeft ook sterk aangedrongen op de oprichting van EU-organen onder supervisie van de huidige Roma task force, met als doel om financiële steun van de Unie te garanderen voor goede lokale initiatieven en om oneigenlijk gebruik van middelen tijdig op te sporen en te rapporteren. Verder moet het toepassingsgebied van de middelen worden uitgebreid om ook projecten te kunnen financieren die erop gericht zijn om overheidsdiensten te verbeteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Ioan Enciu (S&D), schriftelijk. – (RO) Ik heb voor dit verslag gestemd, omdat ik van mening ben dat een EU-strategie voor de integratie van de Roma een positieve en welkome stap is. Deze gemeenschap heeft bijzondere aandacht nodig op Europees niveau, gezien de aanhoudende problemen met sociale en economische integratie en omdat ze zo mobiel zijn. Ik ben echter van mening dat de grootste inspanningen nog geleverd moeten worden. Op ieder niveau zijn er strategieën en actieplannen voor de Roma beschikbaar, maar het ontbreekt aan daadwerkelijke uitvoering. Zodoende denk ik dat een gestructureerde dialoog tussen de Roma-gemeenschappen, de niet-gouvernementele sector en de lokale autoriteiten de basis moet vormen voor de uitvoering van de toekomstige strategie.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk. – (PT) Ik heb voor dit verslag gestemd omdat ik van oordeel ben dat de integratie van de Roma niets te maken heeft met morele overwegingen of de verplichtingen van de Europese Unie op het gebied van de mensenrechten. Uit tal van studies blijkt dat aan de sociale uitsluiting van Europese burgers voor de lidstaten sociaaleconomische kosten verbonden zijn. Integratie van de Roma is een noodzakelijke investering die op de lange duur financieel rendabel is.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. – (PT) Historisch gezien zijn de Roma steeds het slachtoffer geweest van discriminatie en vijandigheid van de meerderheidsbevolking van de lidstaten. Ook binnen de Roma-gemeenschappen zelf vindt veel discriminatie plaats. De voorgestelde strategie moet die praktijken niet alleen aan het licht brengen, maar vooral ook verhelpen. Ik ben van oordeel dat de EU-strategie voor de integratie van de Roma en andere minder begunstigde etnische groepen een goede zaak is.

Ik ben tevens van oordeel dat de strategie veel kans van slagen heeft als zij wordt ondersteund door de actieve betrokkenheid van de mensen wier integratie wordt beoogd. Zonder de deelname, interactie en inzet van alle actoren in deze gezamenlijke inspanning bestaat het risico dat de strategie niet meer dan een intentieverklaring blijft. Er is nog veel werk aan de winkel om de tendens tot discriminatie jegens de Roma te keren. Ik hoop dat het welslagen van de strategie aan dit probleem op termijn een eind zal maken.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. – (PT) Dit verslag handelt over de ontwikkeling van een EU-strategie voor de integratie van de Roma. Het is een bijzonder nuttig en bemoedigend document dat gezamenlijk is opgesteld door de Commissie en het Parlement. De in de tekst vervatte aanbevelingen liggen in de lijn van de doelstellingen van de Europa 2020-strategie met betrekking tot het terugdringen van de armoede en het bestrijden van de sociale uitsluiting teneinde overal in de Europese Unie een inclusieve groei te bevorderen. In tegenstelling tot andere etnische groepen kent de Roma-bevolking een zeer sterke demografische dynamiek. Verwacht wordt dat hun aandeel in de beroepsbevolking in landen zoals Hongarije tegen 2050 boven de 50 procent zal liggen. Daarom is integratie noodzakelijk, niet alleen in ethische termen, aangezien het hier om een mensenrechtenkwestie gaat, maar ook om de duurzaamheid van de socialeverzekeringsstelsels te waarborgen. Het is gebleken dat integratie geen kosten veroorzaakt, maar beschouwd dient te worden als een "noodzakelijke investering die op de lange duur financieel rendabel is". Gelet op de voordelen van integratie zijn de kosten van uitsluiting soms groter dan die van integratie. Ik verwelkom de aanneming van dit verslag alsmede de aanbeveling om het toezicht en de controle op de naleving van deze strategie door de lidstaten aan de Commissie toe te vertrouwen.

 
  
MPphoto
 
 

  João Ferreira (GUE/NGL), schriftelijk. – (PT) In de resolutie die is aangenomen, wordt gepleit voor de aanneming van een EU-strategie voor de integratie van de Roma, in combinatie met de ontwikkeling van een inclusief actieplan dat moet voortbouwen op de fundamentele waarden van gelijkheid, toegang tot rechten, non-discriminatie en gendergelijkheid. Doel is te waarborgen dat de Roma-gemeenschap daadwerkelijk toegang heeft tot onderwijs, werkgelegenheid, huisvesting, gezondheidszorg en cultuur. De vermelding dat Europese programma's en Europees geld beschikbaar zijn en kunnen worden ingezet voor de maatschappelijke en economische integratie van de Roma lijkt mij bijzonder gepast, vooral omdat er toch sprake is van onderbesteding. Deze resolutie is des te belangrijker omdat de Roma zoals bekend in tal van EU-landen, waaronder Frankrijk en andere lidstaten, het doelwit zijn geweest van ongelukkige en onaanvaardbare discriminerende praktijken.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. – (PT) Het is bekend dat Roma in diverse EU-landen gediscrimineerd worden. Onlangs hebben zich in Frankrijk en andere EU-lidstaten problemen voorgedaan die nog ernstigere vormen kunnen aannemen onder het voorwendsel van de economische en sociale crisis. De rapporteur, een Parlementslid dat tot de Roma-bevolking behoort, heeft geprobeerd om het Parlement van deze situatie bewust te maken.

In dit verband bepleit het Parlement in de resolutie die hier vandaag is aangenomen dat een EU-strategie voor de integratie van de Roma wordt voorgesteld door de Commissie en aangenomen door de Raad in de vorm van een actieplan op Europees niveau dat indicatief en inclusief is op verschillende niveaus en moet voortbouwen op de fundamentele waarden van gelijkheid, toegang tot rechten, non-discriminatie en gendergelijkheid.

Tevens wordt eraan herinnerd dat Europese programma's en Europees geld beschikbaar zijn en kunnen worden ingezet voor de maatschappelijke en economische integratie van de Roma, maar dat op ieder niveau betere communicatie vereist is om te waarborgen dat deze middelen op correcte wijze worden gebruikt. Doel is te garanderen dat de Roma-gemeenschap daadwerkelijk toegang heeft tot onderwijs, werkgelegenheid, huisvesting, gezondheidszorg en cultuur.

 
  
MPphoto
 
 

  Lorenzo Fontana (EFD), schriftelijk. (IT) De problemen die betrekking hebben op de grootste etnische minderheid van Europa moeten pragmatisch worden aangepakt, zonder te vervallen in overdreven begripvol, halfslachtig handelen. Wij debatteren over het garanderen van een groot aantal rechten voor de Roma-minderheid, terwijl de meeste burgers die rechten alleen maar kunnen genieten door elke dag offers te brengen. De vaststelling van een Europese strategie verdient in mijn ogen geen steun, omdat we hier te maken hebben met een fenomeen dat per lidstaat enorm verschilt. Bepaalde landen bevinden zich aantoonbaar in een moeilijke situatie, terwijl andere haast niets merken van de problematiek. Daarom zou het in mijn ogen doeltreffender zijn om het subsidiariteitsbeginsel toe te passen en ben ik niet voornemens dit verslag te steunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. – (FR) Zelden heeft een verslag van het Europees Parlement de waanzin zo dicht benaderd. De strategie voor de integratie van de Roma staat gelijk aan het stelselmatig voortrekken van een kleine bevolkingsgroep bij van alles en nog wat, allerlei verplichte quota, onder meer binnen besluitvormingsorganen en bedrijven, en de stelselmatige overheidsfinanciering van haar vermeende behoeften, waaronder huisvesting. Men gaat er uiteraard van uit dat deze minderheid stelselmatig slachtoffer is van opzettelijke discriminatie, en nooit wordt gekeken naar haar eigen verantwoordelijkheden. Het moet gezegd dat de rapporteur zelf tot deze minderheid behoort, hetgeen bewijst dat laatstgenoemde ook weer niet zo onderdrukt is. Eigenlijk is het een beetje alsof we iemand uit China de taak toevertrouwen om het Europese handelsbeschermingsbeleid vast te stellen.

Om echter terug te komen op het onderwerp, welke andere Europese burgers, slachtoffer van armoede en bestaansonzekerheid en in hun eigen land uitgesloten van de sociale voorzieningen die reeds prioritair worden toegekend aan anderen, kunnen uwerzijds op zoveel bekommernis rekenen? De toenemende afkeer van wat zich in Brussel afspeelt is terug te voeren op deze stelselmatige discriminatie die ten koste gaat van de Europese burger.

 
  
MPphoto
 
 

  Nathalie Griesbeck (ALDE), schriftelijk. – (FR) Deze week heeft het Europees Parlement met grote meerderheid een verslag over de EU-strategie voor de integratie van de Roma aangenomen: dit is een politiek signaal waaruit eens te meer blijkt dat de Europese Unie zich bewust is van haar verantwoordelijkheid tegenover deze etnische minderheid, die niet alleen de grootste maar ook de meest achtergestelde in Europa is. Het verslag onderstreept de prioritaire gebieden van deze strategie: fundamentele rechten, ongelijkheid, de bestrijding van discriminatie, onderwijs, tewerkstelling, toegang tot de arbeidsmarkt, huisvesting, enzovoort. Dit zijn allemaal terreinen waarop maatregelen moeten worden genomen. Persoonlijk heb ik binnen de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken benadrukt dat bij het opstellen van een dergelijke strategie speciale aandacht moet worden besteed aan kinderen en minderjarigen. Het verslag benadrukt eveneens het oneigenlijke gebruik van de Europese middelen die beschikbaar zijn voor de integratie van de Roma: administratieve vertragingen en lasten, gebrekkige voorlichting, onvoldoende betrokkenheid van lokale overheden en ga zo maar door, stuk voor stuk problemen waarop de lidstaten, lokale overheden, belanghebbenden en anderen moeten inspelen om de volledige benutting van deze Europese middelen te waarborgen. Deze strategie zal vervolgens door elke lidstaat moeten worden uitgewerkt en dus in de praktijk op de proef worden gesteld.

 
  
MPphoto
 
 

  Sylvie Guillaume (S&D), schriftelijk. – (FR) De integratie van de Roma is een echt Europees probleem, en daarom moet de Europese Unie de discriminatie waaraan de Roma-gemeenschap blootstaat bij de wortel aanpakken door stereotypen tegen te gaan en daarmee gelijke toegang tot de arbeidsmarkt, huisvesting, gezondheidszorg en onderwijs te garanderen. Ik ben dan ook heel blij dat het Europees Parlement de kwestie op de agenda heeft geplaatst en zijn goedkeuring heeft gehecht aan dit verslag, dat bedoeld is als bijdrage aan de beraadslagingen van de Commissie. Dit verslag bekritiseert het oneigenlijke gebruik door de lidstaten van Europese middelen die zouden moeten worden aangewend ten behoeve van projecten voor de integratie van Roma, maar ik hoop dat de Commissie een stap verder zal gaan door de lidstaten te dwingen openlijk verantwoording af te leggen over hun gebruik van deze middelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Juozas Imbrasas (EFD), schriftelijk. – (LT) Ik heb voor dit document gestemd, hoewel ik van mening ben dat dit verslag had moeten worden verworpen. Op het moment is het niet nodig om een strategie te versterken die slechts aan één groep is gewijd. In plaats daarvan hebben we een doeltreffende noodstrategie nodig die een oplossing biedt voor de kwestie van legale en illegale immigratie, teneinde met name voor economische stabiliteit, werkgelegenheid, veiligheid, openbare orde en rechtvaardigheid te zorgen voor alle Europese burgers die in demografisch, cultureel, traditioneel, historisch en economisch opzicht tot een lidstaat behoren.

 
  
MPphoto
 
 

  Cătălin Sorin Ivan (S&D), schriftelijk. – (RO) De Europese benadering van het Roma-probleem was en is onvoldoende. Het verslag van Lívia Járóka van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken moet, met de bijdragen van de andere relevante commissies, een nieuwe impuls geven aan een goede strategie voor integratie van de Roma, die wij volgende maand verwachten van de Commissie.

Ik ben ervan overtuigd dat we allen graag een daadwerkelijke verandering willen realiseren voor de Roma-gemeenschap, en haar alle randvoorwaarden voor sociale integratie willen verschaffen. Daarom moeten we ons concentreren op de beschikbare politieke en financiële instrumenten en directe actie ondernemen op belangrijke terreinen als onderwijs en gezondheid.

Er is ook behoefte aan samenwerking op ieder niveau, van Europees tot lokaal, omdat zonder gezamenlijk optreden alle middelen verloren gaan. De Roma moeten betrokken worden bij het opstellen van beleid. Daarom moeten er oplossingen worden gevonden om contact te leggen met hen die de schakel vormen tussen het besluitvormings- en uitvoerend niveau.

Tot slot: We moeten het belang onderkennen van de boodschap die we met dit verslag overbrengen. We moeten echter niet vergeten dat er al vele boodschappen zijn afgegeven en dat het nu tijd is voor concrete actie.

 
  
MPphoto
 
 

  Jarosław Kalinowski (PPE), schriftelijk. – (PL) Vanuit cultureel oogpunt zijn de Roma een van de rijkste naties ter wereld. Hun aanwezigheid zorgt voor variëteit in het landschap van veel verschillende landen. Stereotypen en discriminatie zijn echter schadelijk voor de Roma en dragen helaas niet bij aan het opzetten van een dialoog – en een dialoog is nodig. Wij wonen zij aan zij en we moeten elkaar in ieder geval accepteren om een einde te kunnen maken aan het verschijnsel uitsluiting. Daarom is het nodig onderwijs te steunen zodat er geen obstakels zijn die het moeilijk of onmogelijk maken dat Roma-kinderen samen met andere kinderen in Europese scholen onderwijs genieten. Het is ook nodig initiatieven te steunen die Roma in staat stellen deel te nemen aan legale werkgelegenheid en gemakkelijker te acclimatiseren in het land waar zij op enig moment wonen. Wij zijn bang van het onbekende. Als we meer weten over de rijkdom van de Roma-cultuur en -gebruiken, zal integratie ongetwijfeld sneller plaatsvinden.

 
  
MPphoto
 
 

  Timothy Kirkhope (ECR), schriftelijk. − (EN) De ECR-Fractie is helemaal voor de insluiting en integratie van de Roma binnen de lidstaten en de Europese Unie. Gelijke toegang tot de openbare dienstensector en de arbeidsmarkt en vrijwaring van discriminatie zijn essentieel voor alle mensen, ongeacht ras, etniciteit of afkomst. We zijn ook grote voorstanders van de doelstellingen van het verslag als het gaat om het beter besteden en toewijzen van de EU-fondsen om de Roma volledig te steunen. Het verslag bevat echter onderdelen waarin wordt gesproken over gezondheid, onderwijs en werkgelegenheid en dat zijn naar onze mening beleidsterreinen die door de lidstaten geregeld moeten worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Giovanni La Via (PPE), schriftelijk. (IT) Als wij voor de resolutie over de EU-strategie voor de integratie van de Roma stemmen, kan dat een stimulans betekenen voor de bestrijding van de discriminatie in de lidstaten en voor het ontwikkelen van maatregelen ten behoeve van de Roma. Ik doel daarbij met name op de meest kwetsbare groepen, wat in overeenstemming is met de bepalingen van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. De volgende stap op weg naar een serieus en substantieel beleid voor de inclusie van de Roma bestaat mijns inziens uit het vaststellen van effectieve economische instrumenten. In deze resolutie wordt een ook voor mijn land fundamenteel onderwerp behandeld, en de doelstelling ervan is de Roma goed te laten integreren, zodat zij daadwerkelijk kunnen deelnemen aan het economische, sociale en culturele leven van de landen waar zij woonachtig zijn, waar ik aan toevoeg dat zij zich daarbij volledig moeten houden aan de beginselen en wetten van het gastland. Tot slot steun ik de oproep aan de Commissie om in samenwerking met de lidstaten de leidende rol te vervullen bij het vormgeven van de strategische coördinatie door een task force in te stellen als een permanent orgaan om verantwoordelijkheid te nemen voor de supervisie op en de coördinatie van deze kwestie.

 
  
MPphoto
 
 

  Petru Constantin Luhan (PPE), schriftelijk. – (RO) Ik heb voor dit verslag gestemd, omdat ik ingenomen ben met de zeer gedetailleerde blik op de complexiteit van de kwestie van de Roma-gemeenschap in de EU. Ik zou zelfs durven zeggen dat, als de meeste van deze problemen worden opgelost, meteen ook een groot aantal problemen van de Europese samenleving is opgelost. Ik wil graag even aangeven op welke wijze de structuurfondsen gebruikt kunnen worden om de prioriteiten van de EU-strategie voor de integratie van de Roma te ondersteunen. Ik ben van mening dat er substantiële bedragen moeten worden toegewezen voor de economische en sociale ontwikkeling van deze gemeenschappen. Indien er onvoldoende financiële steun is voor maatregelen of als de periode voor het behalen van resultaten te kort is, zullen we niet de effecten verkrijgen die we nu verwachten. Wat we nodig hebben is prioritering, het slim uitgeven van middelen en politieke betrokkenheid. Anders worden de financiële middelen verspild. Na dit verslag zal ik met belangstelling de volgende stappen van de Commissie volgen. Ik hoop dat deze strategie de nodige toegevoegde waarde zal opleveren voor de uitvoering van Europese maatregelen ter ondersteuning van de Roma-integratie.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (S&D), schriftelijk. − (EN) Ik verwelkom dit verslag over het lot van de Roma – de meest gemarginaliseerde groep in de Europese Unie. De resolutie beschrijft praktische maatregelen voor het verbeteren van de gezondheid, de opleiding en het welzijn van de Roma. Het bevat maatregelen om hun toegang tot de arbeidsmarkt en fatsoenlijke huisvesting te verbeteren. Deze resolutie biedt de Roma de kans om beter te integreren in de maatschappij.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Mélenchon (GUE/NGL), schriftelijk. – (FR) Deze resolutie bevat eens te meer slechts loze woorden. Ik ben blij dat deze tekst uitingen van racisme en vreemdelingenhaat, etnische profilering, het onrechtmatig afnemen van vingerafdrukken en onrechtmatige uitzetting aan de kaak stelt. Ik heb echter moeite met de bittere pillen die we daarbij te slikken krijgen: volmachten voor de Commissie op dit terrein, stigmatisering van de Roma in een tekst die beweert het voor hen op te nemen, concurrentie op de banenmarkt en concurrerende clusters. Deze tweeslachtigheid is onaanvaardbaar.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. – (PT) Als ruimte van solidariteit en integratie moet de Europese Unie al het nodige doen om discriminatie jegens Roma te voorkomen en te waarborgen dat deze mensen gelijke rechten genieten op het gebied van onderwijs, werkgelegenheid, gezondheidszorg en huisvesting in alle lidstaten en landen die in de toekomst tot de Unie wensen toe te treden. De Roma zouden zich moeten bekommeren om alle Roma-kinderen die niet naar school gaan omdat hun familie dat niet wil, om de kinderen en vrouwen die moeten bedelen, over het bedelen als levenskeuze, over de weigering om te werken en de gewoonte om in plaats daarvan gebruik te maken van de socialezekerheidsstelsels van derde landen. Er moeten resolute stappen worden ondernomen om aan de bestaande discriminatie een einde te maken, maar daarvoor is het noodzakelijk dat de Roma zichzelf niet uitsluiten en meewerken aan hun integratie in een Europese ruimte waar integratie troef is.

 
  
MPphoto
 
 

  Willy Meyer (GUE/NGL), schriftelijk. (ES) Ik heb voor het verslag gestemd over de EU-strategie voor de integratie van de Roma. In de tekst wordt gewezen op de noodzaak om op EU-niveau een strategie te ontwikkelen voor de bescherming en integratie van dit volk. Ook worden de lidstaten in het verslag verzocht om aanneming en versterking van doeltreffende antidiscriminatiewetgeving en maatregelen ter bestrijding van discriminatie in alle aspecten van het dagelijks leven, inclusief meervoudige discriminatie, alsook ter waarborging, bescherming en bevordering van de grondrechten, gelijkheid en non-discriminatie, het recht op vrij verkeer, met inbegrip van voor Roma en niet-Roma bestemde bewustmakingsacties, met als doel discriminerende obstakels uit de weg te ruimen.

 
  
MPphoto
 
 

  Louis Michel (ALDE), schriftelijk. – (FR) Tien à twaalf miljoen Roma zijn aangewezen op Europese maatregelen om hun sociale, culturele en economische integratie te bevorderen. De Roma hebben blootgestaan en staan nog altijd bloot aan stelselmatige discriminatie, uitsluiting, mensenrechtenschendingen en stigmatisering. Het verslag dat we zojuist hebben aangenomen is een belangrijke stap op weg naar maatregelen om marginalisering, armoede en sociale uitsluiting tegen te gaan.

Er moet echter nog veel gebeuren om te komen tot non-discriminatie. Zelfs wanneer discriminatie op grond van etnische afkomst kan worden uitgebannen, blijft de sociaaleconomische uitsluiting van het merendeel van de Roma een harde realiteit. Talloze Roma in Europa zijn volledig van de economie afgesneden en leven in dusdanig erbarmelijke omstandigheden dat ze hun grondrechten niet kunnen uitoefenen.

Ik ben overigens van mening dat de integratie van de Roma op vroege leeftijd moet beginnen, met de opneming van Roma-kinderen in het bevolkingsregister, toegang tot hoogwaardig onderwijs, en bijstand bij het zoeken naar werk voor ouders. De Commissie moet verplichte minimumnormen op EU-niveau invoeren die de inbreng van lokale, nationale en Europese autoriteiten vereisen.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Mirsky (S&D), schriftelijk. − (EN) Beleidsterreinen waar meer inspanningen van de EU vereist zijn in het proces van de insluiting van de Roma zijn prioriteiten voor de EU. Helaas zijn er problemen op het gebied van onderwijs, medische zorg en het extreme isolement van deze mensen. Het verslag bevat het verzoek aan de Commissie een strategisch plan te presenteren voor het introduceren van bindende minimumnormen op EU-niveau voor deze prioriteiten, waaronder boetes voor lidstaten die zich niet aan de doelstellingen houden. Hoewel ik er niet van overtuigd ben dat dit een succes zal worden, heb ik voor het verslag als geheel gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. − (DE) De Roma en Sinti – dat is de politiek correcte term, hoewel sommige leden van deze etnische groepen dit als een belediging beschouwen en 'zigeuners' genoemd willen worden – leven voor een deel natuurlijk in ellendige omstandigheden. We mogen daarbij niet vergeten dat de gebrekkige vooruitgang in het verbeteren van de leefomstandigheden ook verband houdt met de tradities van deze groepen waaraan zij vast blijven houden. Op een typische weldoenersmanier worden al jarenlang pogingen gedaan om deze groepen te socialiseren maar deze mislukken allemaal, omdat ze niet worden geaccepteerd door het leeuwendeel van dit nomadenvolk. De Europese Unie heeft tot 2013 12 miljard euro gereserveerd voor de integratie van minderheden, en het is nu al duidelijk dat het, voor wat betreft de meeste Roma en Sinti, weggegooid geld zal zijn.

Zowel de clanstructuur als het gebrek aan interventierechten voor de overheid voorkomt dat deze vicieuze cirkel ooit doorbroken zal worden. De nu geplande strategie is niet alleen ongeschikt om daadwerkelijk iets veranderen; ze zou zelfs op bepaalde terreinen, zoals niet-discriminatie, een schot in eigen doel kunnen worden. Verder ontbreekt de restrictie dat er niet zoiets bestaat als het recht op toegang tot het socialezekerheidsstelsel. Daarom wijs ik dit verslag ten zeerste van de hand.

 
  
MPphoto
 
 

  Claudio Morganti (EFD), schriftelijk. (IT) Ik heb tegen dit verslag gestemd, omdat het in mijn ogen helemaal niet nodig is dat de Europese Unie een grote hoeveelheid middelen vrijmaakt voor de integratie van de Roma. In dit verslag wordt beoogd om, in deze tijden van crisis en problemen, nog een tandje bij te zetten om op een groot aantal gebieden specifieke financiering en gunstige voorwaarden te bewerkstelligen voor de Roma-bevolking.

De Roma hebben in Europa altijd een geïsoleerde positie ingenomen, wat meestal niet aan de bereidwilligheid van anderen, maar aan het karakter van de Roma lag. Zij hebben zich willens en wetens afgezonderd om volgens hun eigen regels te kunnen blijven leven, die ver afstaan van de Europese normen en waarden. Ik zou liever zien dat Europa zich niet bezighield met een EU-strategie voor de integratie van de Roma, maar met een daadwerkelijke en doeltreffende gemeenschappelijke immigratiestrategie, die steeds harder nodig is en geen uitstel meer duldt.

 
  
MPphoto
 
 

  Rareş-Lucian Niculescu (PPE), schriftelijk. – (RO) Een Europese Roma-strategie is zonder twijfel een absolute noodzaak. Het gaat namelijk om een Europese minderheid die gekenmerkt wordt door een hoge graad van grensoverschrijdende mobiliteit, vanwege hun manier van leven. Ik heb voor de resolutie gestemd omdat het de rol van goed onderwijs en goede opleidingen benadrukt als factor die het persoonlijke en professionele bestaan van mensen beïnvloedt en omdat onderwijs zodoende de meest betrouwbare oplossing is voor het integreren van de Roma in de samenleving.

 
  
MPphoto
 
 

  Franz Obermayr (NI), schriftelijk. − (DE) Terwijl de meerderheidsmaatschappij in de EU in rap tempo vergrijst, neemt de bevolkingsgroei bij de Roma snel toe. In Hongarije vormen de Roma momenteel tussen de 6 en 8 procent van de bevolking, tegen 2050 zullen ze meer dan 50 procent van de beroepsbevolking uitmaken. Des te erger dus dat het leven van de Roma in de EU nog altijd gekenmerkt wordt door werkloosheid, een onderwijsniveau dat ver onder het gemiddelde ligt, georganiseerde misdaad en prostitutie, en terugtrekking in parallelle maatschappijen. De situatie van vrouwen in de vaak archaïsche Roma-maatschappij is bijzonder dramatisch, en hun gebrek aan onderwijs en dus hun uitsluiting van de arbeidsmarkt des te groter. Dit verslag kaart weliswaar een paar problemen aan, maar slechts eenzijdig. Integratie is geen eenrichtingsverkeer. De Roma moeten hun steentje bijdragen, hun kinderen naar school sturen, zelf beter integreren op de arbeidsmarkt en criminele activiteiten aan banden leggen. Ik heb daarom tegen het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Justas Vincas Paleckis (S&D), schriftelijk. – (LT) Ik heb voor dit verslag gestemd omdat we verandering moeten brengen in een situatie waarin een aanzienlijk deel van de tien à twaalf miljoen Europese Roma in de 21e eeuw nog steeds onder discriminatie lijden en in economisch en sociaal opzicht worden gemarginaliseerd. Integratie is een langdurig en ingewikkeld proces dat al naargelang de omstandigheden in afzonderlijke lidstaten en regio's verschilt. De strategie van de Europese Unie moet duidelijke doelstellingen en middelen voor financieringsprogramma's omvatten. De grootste verantwoordelijkheid berust evenwel bij de lidstaten en lokale autoriteiten, die de situatie in de regio het best kennen. Het beleid op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg en huisvesting en een snellere integratie van Roma op de arbeidsmarkt zijn van cruciaal belang voor het oplossen van de reeds lang bestaande problemen waarmee zij kampen. Indien EU-burgers die deel uitmaken van de Roma-gemeenschap niet naar behoren in de samenlevingen van de lidstaten van de Unie kunnen integreren, zou dit een veeg teken zijn voor het Europese integratiebeleid als geheel.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. (IT) De Europese Unie houdt zich al jaren bezig met de problematiek op het gebied van de sociale integratie en de bescherming van minderheden. In het verslag van mevrouw Járóka over de EU-strategie voor de integratie van de Roma wordt een actieplan voorgesteld voor de sociaaleconomische inclusie van de Roma, dat gericht is op een Europees project waarmee, mede op basis van de kosten die elke lidstaat op dit gebied zal moeten dragen, nationale strategieën worden vastgesteld ter bestrijding van deze problematiek. Daarom heb ik voor het verslag gestemd; er is een nieuw Europees rechtskader nodig dat gepaard moet gaan met maatregelen ter bestrijding van de discriminatie en ter bescherming van de mensenrechten, teneinde de Roma in de lidstaten te laten integreren aan de hand van een plan waarmee zij verzekerd zijn van onderwijs en gezondheidszorg.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Papanikolaou (PPE), schriftelijk. – (EL) Ik heb vóór het verslag van het Europees Parlement over de EU-strategie voor de integratie van de Roma gestemd. De integratie van de Roma in de samenleving is een zeer belangrijk vraagstuk dat alle landen van de EU aangaat, en met name ook Griekenland waar volgens een onderzoek (van het Europees Bureau voor de grondrechten) 35 procent van de Roma analfabeet is en slechts 4 procent minstens tien jaar onderwijs heeft genoten. De sleutel voor integratie is onderwijs en afschaffing van segregatie op school. Afgezien van adequate gezondheidszorg en gelijke kansen op de arbeidsmarkt moeten de lidstaten zorgen voor beter toezicht op de mate waarin voor Roma bestemde financiële EU-middelen daadwerkelijk worden gebruikt ten behoeve van de begunstigden.

 
  
MPphoto
 
 

  Rovana Plumb (S&D), schriftelijk. − (EN) We weten dat tien à twaalf miljoen Europese Roma nog altijd lijden onder ernstige systematische discriminatie op het gebied van onderwijs (waar ze met name slachtoffers zijn van segregatie), huisvesting (in het bijzonder met gedwongen uitzettingen en inferieure leefomstandigheden, vaak in getto's), werkgelegenheid (hun bijzonder lage arbeidsparticipatie) en gelijke toegang tot gezondheidszorgstelsels en andere openbare diensten, alsmede een verbijsterend lage mate van politieke participatie. De EU-strategie voor de integratie van de Roma moet maatregelen omvatten om te zorgen voor toezicht op de situatie van de Roma als het gaat om het respect voor en de bevordering van hun fundamentele sociale rechten, gelijkheid, niet-discriminatie en vrij verkeer binnen de EU, en om onderwijs, opleidingsmogelijkheden en arbeidsbegeleiding voor volwassenen te leveren, wat cruciaal is om ervoor te zorgen dat de Roma werk vinden en houden om voortduren van de sociale uitsluiting te voorkomen.

De Commissie en de lidstaten moeten tegemoetkomen aan de specifieke behoeften van de Roma-vrouwen door een genderperspectief toe te voegen aan alle vormen van beleid voor integratie van de Roma en om in het bijzonder de meest kwetsbare subgroepen te beschermen. Daarom verzoek ik de Commissie jaarlijks verslag uit te brengen aan het Europees Parlement over de EU-strategie voor de integratie van de Roma om toezicht te houden op de voortgang op nationaal niveau.

 
  
MPphoto
 
 

  Paulo Rangel (PPE), schriftelijk. – (PT) Ik heb voor dit verslag gestemd omdat het Parlement hierin aandringt op een doeltreffende aanpak van de problemen en uitdagingen die gerelateerd zijn aan de gevoelige kwestie van de integratie van de Roma-gemeenschappen.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Op 14 februari is er in de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken gestemd over het parlementaire verslag van mevrouw Járóka over de EU-strategie voor de integratie van de Roma, waarbij de meerderheid van de amendementen van de Verts/ALE-Fractie in aanmerking is genomen door de rapporteur of opgenomen bij de compromisamendementen en waarbij veel van de doelstellingen van de fractie bij het onderwerp zijn opgenomen, namelijk dat de strategie voor integratie van de Roma van binnenuit moet worden geleid: ontwikkeld door Roma voor Roma, wat leidt tot zelfverwezenlijking van de Roma, betrokkenheid bij de besluitvormingsprocedure, de aanstelling van Roma-medewerkers/bemiddelaars in sleutelposities op lokaal, nationaal en EU-niveau; dat er een einde moet worden gemaakt aan de onwettige praktijken die blijven bestaan door de straffeloosheid in EU-lidstaten: geweld tegen Roma, schendingen van het recht op vrij verkeer, toenemende activiteit van extremistische politieke partijen, politici en beleidsmaatregelen, stelselmatige segregatie van Roma-kinderen in het onderwijs, wijdverbreide woonsegregatie van Roma, mensensmokkel, ontzeggen van toegang tot gezondheidszorg en sociale diensten, gedwongen sterilisatie van Roma-vrouwen.

 
  
MPphoto
 
 

  Licia Ronzulli (PPE), schriftelijk. (IT) Op 6 april aanstaande komt de Commissie met haar mededeling over de inclusie van de Roma. Dit onderwerp is voorts door de Hongaarse regering, de huidige voorzitter van de EU, als prioriteit aangemerkt. In de resolutie van het Parlement wordt de noodzaak onderstreept van de verdere integratie van de Roma-bevolking in de moderne samenleving.

Persoonlijk ben ik van mening dat de Roma zich aan onze samenleving moeten aanpassen en ons niet moeten dwingen tot het voeren van bevoordelend beleid dat vaak tot resultaten leidt die haaks staan op de verwachtingen. Onwetendheid, een gebrekkige opleiding en analfabetisme leiden vaak tot een slecht toekomstperspectief. Wie geen onderwijs genoten heeft, kan geen actieve rol spelen in de samenleving. De problemen die de Roma ondervinden bij het vinden van een baan zijn vaak het gevolg van hun lage opleidingsniveau, wat laat zien dat onderwijs de basis vormt van een goede toekomst.

 
  
MPphoto
 
 

  Oreste Rossi (EFD), schriftelijk. (IT) Dit verslag is volstrekt onacceptabel omdat hierin meermaals wordt onderstreept dat de inclusie van de Roma economisch noodzakelijk is en tot financiële voordelen zou leiden voor de lidstaten, omdat hierin een task force als permanent orgaan van de Commissie wordt voorgesteld en omdat hierin gesproken wordt van stelselmatige discriminatie en een onacceptabele mate van uitsluiting en schendingen van de mensenrechten.

In het verslag wordt voorts het belang onderstreept van een EU-strategie voor de bestrijding van alle mogelijke schendingen van de rechten van de Roma, met inbegrip van het afnemen van vingerafdrukken en uitzetting. Het verslag voorziet in de bestraffing van de regeringen van de lidstaten die niet voldoen aan de Europese verplichtingen ten aanzien van de Roma, in het bevorderen van het aanwerven van Roma bij het overheidsapparaat en in de aanstelling van Roma-onderwijzers die in hun eigen taal onderwijzen om de Roma-cultuur te beschermen. Daarnaast wordt de vrijheid van meningsuiting geschoffeerd, omdat er in het verslag voor wordt gepleit om het negatief bejegenen en discrimineren van de Roma tijdens politieke bijeenkomsten te veroordelen. Het moge duidelijk zijn dat ik alleen maar tegen dit verslag kan stemmen, omdat het beledigend en schadelijk is voor de rechten van iedereen die zelf wil bepalen wat hij zegt.

 
  
MPphoto
 
 

  Olga Sehnalová (S&D), schriftelijk. (CS) Voor elke Europese strategie voor de integratie van de Roma in welke vorm dan ook dient allereerst gedegen kennis aanwezig te zijn van de lokale omstandigheden. Een dergelijke strategie kan dan ook in geen geval zonder nauwe samenwerking met de lokale overheden en de gemeenschappen worden uitgevoerd, want dat is het niveau waarop het geheel moet worden omgevormd in een dagelijks samenleven van de maatschappelijke meerderheid met de Roma-gemeenschap. Aangezien het verslag hier oog voor heeft, heb ik voorgestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Bart Staes (Verts/ALE), schriftelijk. De Roma kampen in Europa stelselmatig met discriminatie en moeten vechten tegen uitsluiting, mensenrechtenschendingen en stigmatisering. Door vandaag te stemmen voor bindende EU-minimumnormen, hoop ik dat de tien tot twaalf miljoen Roma een betere toegang krijgen tot werkgelegenheid, onderwijs, huisvesting en gezondheidszorg. Positief is dat het verslag ertoe oproept om samen met de betrokkenen te zoeken naar de beste maatregelen. Het verslag wijst verder op de primordiale rol van de regionale politiek. Lidstaten hebben immers toegang tot fondsen om de Roma te helpen met integratie, maar maken amper gebruik van dat geld. Het is dus aan de lidstaten om hun verantwoordelijkheid te nemen.

Positief in het verslag is ook dat de Commissie gunningscriteria moet invoeren, die ten goede komen aan de lidstaten die succesvol zijn en die niet-naleving bestraffen. Het enige minpuntje is de verwijzing naar de zogenaamde langdurige afhankelijkheid van de sociale zekerheid van Roma. Dit is een zeer conservatief vooroordeel dat de Roma-gemeenschap opnieuw marginaliseert. Ik hoop dat de Commissie dit verslag zal integreren in haar eigen voorstel dat vermoedelijk op 5 april gepresenteerd wordt. Nog vóór de zomer zou het door de Raad worden aangenomen. De integratie van de Roma is één van de prioriteiten van het Hongaars voorzitterschap.

 
  
MPphoto
 
 

  Catherine Stihler (S&D), schriftelijk. − (EN) Ik heb steun verleend aan dit verslag, dat gericht is op de bestrijding van discriminatie van de Roma en de lidstaten oproept beleid te ontwikkelen voor de integratie van deze bevolkingsgroep in de arbeidsmarkt. De Roma vormen een van de meest gemarginaliseerde groepen in de EU en daarom moeten we ervoor zorgen dat er maatregelen worden genomen om de sociale uitsluiting waarmee zij te maken hebben aan te pakken.

 
  
  

Verslag: Bernd Lange (A7-0022/2011)

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Alvaro (ALDE), schriftelijk. − (DE) Bij de stemming over het verslag-Lange onthoud ik me bij paragraaf 31 van stemming vanwege de onduidelijke tekst die zowel naar Eurobonds als projectbonds verwijst. Over het geheel genomen stem ik echter voor het verslag omdat ik op zich niks tegen projectbonds heb. Projectbonds dienen voor het financieren van omvangrijke innovatie-, infrastructuur- en herindustrialisatieprojecten. Het gaat hier niet om instrumenten voor de communautarisering van schulden zoals het geval zou zijn bij Eurobonds.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk. – (PT) Ik heb voor dit verslag gestemd omdat het industriebeleid een prioriteit is van de Europa 2020-strategie en de belangrijkste drijvende kracht achter de Europese economie. De industriesector krijgt bijzondere aandacht omdat hij goed is voor bijna driekwart van de Europese export, een baan biedt aan 57 miljoen mensen en 80 procent van de investeringen in onderzoek en ontwikkeling vertegenwoordigt. Als Europa op dit gebied concurrerend wil zijn, moet de nadruk mijns inziens komen te liggen op groene en innovatieve, op kennis gebaseerde projecten.

 
  
MPphoto
 
 

  Laima Liucija Andrikienė (PPE), schriftelijk. – (LT) Ik heb voor deze belangrijke resolutie over een industriebeleid voor het tijdperk van de globalisering gestemd. De Europese industrie heeft de gevolgen van de wereldwijde economische crisis ondervonden en daarom heeft de EU, om de gevolgen van de crisis te boven te komen en deze uitdagingen het hoofd te bieden, een industriebeleid nodig dat zich op concurrentievermogen, duurzaamheid en fatsoenlijk werk richt, en daarnaast tegelijkertijd de economie stimuleert, de werkgelegenheid aanzwengelt, de milieuverontreiniging vermindert en de levenskwaliteit naar een hoger peil tilt. Ik sluit mij aan bij het in de resolutie geformuleerde verzoek aan de Commissie en de lidstaten om een ambitieuze, milieuefficiënte en groene industriestrategie voor de EU te ontwikkelen, teneinde de verwerkende industrie overal in de EU nieuw leven in te blazen en in de EU hooggekwalificeerde en goedbetaalde banen te scheppen. Het Europees Parlement onderstreept de grote betekenis van kmo's in het bedrijfsleven, met name wanneer het gaat om het waarborgen van duurzame banen op regionaal niveau, het behoud van de economische en creatieve dynamiek en de handhaving van een hoog groeipercentage. Derhalve is het noodzakelijk zich te blijven inzetten voor betere toegang tot financieringsmogelijkheden voor kmo's en met name draagkrachtige durfkapitaalmogelijkheden te ontwikkelen; bij de nieuwe architectuur van de financiële markten aandacht te besteden aan financieringsmogelijkheden op korte en lange termijn voor kmo's en hun favoriete financieringsbronnen; markten te ontsluiten en eerlijke mededingingsvoorwaarden te creëren, zodat meer ondernemers en kleine bedrijven kunnen groeien en zich kunnen ontwikkelen tot ondernemingen die in geheel Europa werkzaam zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Elena Oana Antonescu (PPE), schriftelijk. – (RO) De wereldwijde economische crisis heeft de Europese industriesector getroffen, waardoor deze zich moeilijker kan aanpassen aan uitdagingen als op kennis en efficiëntie gebaseerde wijzigingen in de industrie, die een ingrijpende invloed hebben op de industriële ontwikkeling en de arbeidsmarkt. Om de gevolgen van de crisis te boven te komen en deze uitdagingen het hoofd te bieden, ben ik van mening dat Europa een industriebeleid nodig heeft dat zich op concurrentievermogen, duurzaamheid en fatsoenlijk werk richt, en daarnaast tegelijkertijd de economie stimuleert, de werkgelegenheid aanzwengelt, de milieuverontreiniging vermindert en de levenskwaliteit in de EU naar een hoger peil tilt. Dit verslag ondersteunt industriële vooruitgang door slimme, vooruitziende en gerichte regulering en stimulering van de markt op basis van correcte voorspellingen van marktontwikkelingen, met steun voor het wereldwijde streven naar schone, duurzame en innovatieve vormen van productie, distributie en consumptie. Ik heb voor dit verslag gestemd omdat ik van mening ben, dat het succes van het industriebeleid van de EU afhankelijk is van de mate waarin het zich baseert op de nieuwe architectuur van de financiële markten, die investeringen stimuleert en speculatie tegengaat, en op een macro-economisch beleid dat het fiscale, economische en begrotingsbeleid in de EU stuurt richting duurzame groei en het scheppen van banen.

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk. – (FR) De de-industrialisering van Europa is een realiteit. De technologische en economische positie van Europa wordt ondermijnd door de toenemende mondialisering en hevige concurrentie van zich snel ontwikkelende landen. De Europese Unie moet dan ook een industriebeleid ontwikkelen dat concurrentievermogen, duurzaamheid en fatsoenlijk werk koppelt. De doelstellingen luiden als volgt: de economie stimuleren, de werkgelegenheid aanzwengelen, de milieuverontreiniging verminderen en de levenskwaliteit naar een hoger peil tillen. Dat is de strekking van de resolutie, die ik heb gesteund. Ik ben met name voorstander van de uitgifte van Europese obligaties om de Europese Unie in staat te stellen de innovatie, de infrastructuur en de herindustrialisering te financieren.

 
  
MPphoto
 
 

  Liam Aylward (ALDE), schriftelijk. – (GA) Er zijn 57 miljoen mensen werkzaam in de industriesector in de EU en 75 procent van de Europese export betreft dezelfde sector. De sector zal van centraal belang zijn voor de toekomstige concurrentiekracht van de EU. Ik juich toe wat er in de Europa 2020-strategie van de EU wordt gezegd over het stimuleren van kwalitatief hoogwaardige banen en scholing om de ontwikkeling van de industriële basis te steunen, en daarom heb ik voor dit verslag gestemd.

Aangezien het mkb twee derde van de banen in deze sector schept, juich ik toe wat er in het verslag staat over de toegang van kleine bedrijven tot het verkrijgen van overheidsopdrachten en de rol van kleine bedrijven bij het verbeteren van het industriebeleid.

Het mkb moet een betere toegang krijgen tot het kaderprogramma en er moet bijstand en steun worden gegeven aan technologieoverdracht en innovatie. Ik ben het met de rapporteur eens dat de EU innovatieve clusters op regionale actieterreinen moet ontwikkelen en stimuleren. De belangrijkste voordelen van deze clusters zijn hun vermogen om kennis over te dragen, om onderzoeksactiviteiten, vaardigheden en een infrastructuur te ontwikkelen en om de werkgelegenheid in de regio's te stimuleren.

 
  
MPphoto
 
 

  Zigmantas Balčytis (S&D), schriftelijk. – (LT) Ik heb voor dit verslag gestemd. De Europese Unie vormt de grootste markt ter wereld, maar wij maken nog steeds geen gebruik van ons enorme potentieel. We hebben een zeer open markt, maar ondervinden grote belemmeringen bij de toegang tot buitenlandse markten. De nog onvoltooide gemeenschappelijke markt op gebieden als energie dwingt ons ertoe voorwaarden te accepteren die ons door externe partijen worden opgelegd, wat van rechtstreekse invloed is op ons concurrentievermogen. De levensvatbaarheid van onze industrie is afhankelijk van de levensvatbaarheid van het midden- en kleinbedrijf, dat ondanks de reeds vastgestelde maatregelen een moeilijke tijd doormaakt. Ik ben het ermee eens dat innovatie tegenwoordig van centraal belang is voor de industrie, maar op dit gebied kunnen we er niet echt op bogen dat we snel reageren op de veranderende situatie op de wereldmarkt. Ik ben van mening dat we tegenwoordig een evenwichtige en brede visie op de industrie hebben en dat de lidstaten en de Commissie nu de nodige inspanningen moeten leveren om bij te dragen tot de verwezenlijking van onze ambitieuze doelstellingen inzake de totstandbrenging van een moderne en concurrerende industrie.

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Březina (PPE), schriftelijk. (CS) De Europese industrie heeft nog altijd te kampen met de gevolgen van de economische crisis en behoeft, om deze succesvol te boven te kunnen komen, een gecoördineerde aanpak op EU-niveau. Er dient een industriestrategie voor de EU te worden uitgewerkt die aangeeft in welke strategische aandachtsgebieden er moet worden geïnvesteerd. Vervolgens dienen deze prioriteiten te worden verwerkt in de financiële vooruitzichten, de jaarlijkse begrotingen en de uiteenlopende vormen van EU-beleid. Zeg ik Europese industrie, dan zeg ik ambitieuze financiering, met name op het vlak van onderzoek en de energievoorziening, telecommunicatie en verkeersinfrastructuren (TEN), oftewel financiering van de openbare dienstverlening, oftewel het kader voor het bedrijfsleven en het ondernemerschap. Ik denk echter niet dat het nodig is om in verband hiermee Europese obligaties uit te brengen, of om dergelijke Eurobonds of projectbonds überhaupt in te voeren. De EU is geen soevereine politieke eenheid, reden waarom haar inkomsten uitsluitend uit bijdragen van de lidstaten behoort te bestaan. Om nog maar te zwijgen van het feit dat de gedachte van de Eurobonds naar het aangaan van schulden riekt, hetgeen wel eens in strijd zou kunnen zijn met het beginsel van een sluitende Europese begroting. De financiële ondersteuning voor innovatie, infrastructuur en herindustrialisering dient eerst en vooral afkomstig te zijn uit uitbreiding van de middelen voor het achtste kaderprogramma voor onderzoek en ontwikkeling en het programma voor concurrentievermogen en innovatie. Doel van dit alles zou moeten zijn het concurrentievermogen van de Europese industrie wereldwijd op peil te houden en aldus tevens de private investeringen doeltreffend te verzilveren.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk. – (PT) Europa stelt vast dat het op de wereldmarkten aan concurrentiekracht inboet. Daarom moet het manieren vinden om zijn industriële basis te versterken en een antwoord te bieden op de nieuwe uitdagingen. Dit verslag over een geïntegreerd industriebeleid voor het tijdperk van de globalisering heeft ten doel voorstellen aan te dragen om de Europese industrie nieuw leven in te blazen. Een geïntegreerd en duurzaam industriebeleid moet gebaseerd zijn op wetenschappelijk onderzoek, innovatie, efficiënter gebruik van hulpbronnen, een strategie voor grondstoffen, versterking van het midden- en kleinbedrijf en ontwikkeling van regionale netwerken. Het is met name essentieel dat energie-efficiëntie en de invoering van informatie- en communicatietechnologieën de basis van de industriële revolutie vormen teneinde het concurrentievermogen, de economische groei en de werkgelegenheid te bevorderen. Ik ben vooral ook ingenomen met de nadruk die wordt gelegd op de traditionele Europese industrie, die voor onze economie van essentieel belang is. Maatregelen zoals de invoering van nieuwe technologieën en extra inspanningen in wetenschappelijk onderzoek en innovatie in sectoren zoals de verwerkende industrie zijn van cruciaal belang. Dat is de enige manier om ervoor te zorgen dat de Europese industrie opnieuw een leidinggevende rol speelt in de wereld.

 
  
MPphoto
 
 

  Françoise Castex (S&D), schriftelijk. – (FR) Industriebeleid is essentieel voor de Europese Unie, en dit verslag is een kans voor de Europese Commissie; de oorspronkelijke mededeling was teleurstellend. Het Parlement reikt de Commissie nu concrete voorstellen aan waar ze mee aan de slag moet. Dit verslag moet worden gekoppeld aan onze voorstellen, die het voltallige Europees Parlement deze week heeft aangenomen, waaronder met name het beginsel van een 'belasting op financiële transacties' op Europees niveau en de uitgifte van Europese obligaties (Eurobonds). Ons beleid moet aantonen dat sociale innovatie en technologische innovatie verenigbaar zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Jorgo Chatzimarkakis (ALDE), schriftelijk. − (DE) Bij de stemming over het verslag-Lange onthoud ik me bij paragraaf 31 van stemming vanwege de onduidelijke tekst die zowel naar Eurobonds als projectbonds verwijst. Over het geheel genomen stem ik echter voor het verslag omdat ik op zich niks tegen projectbonds heb. Projectbonds dienen voor het financieren van omvangrijke innovatie-, infrastructuur- en herindustrialisatieprojecten. Het gaat hier niet om instrumenten voor de communautarisering van schulden zoals het geval zou zijn bij Eurobonds.

 
  
MPphoto
 
 

  Marielle De Sarnez (ALDE), schriftelijk. – (FR) Het spreekt voor zich dat Europa een duurzaam Europees industriebeleid moet ontwikkelen. We kunnen niet de enige economische ruimte ter wereld zijn die unilateraal vrijhandelsbeginselen toepast en geen flauw benul heeft van waar onze voornaamste concurrenten mee bezig zijn. De Europese Commissie moet beseffen dat met de crisis de geldende regels niet langer geschikt zijn voor de hedendaagse economie, en dat het tijd is om de antidumpinginstrumenten van de Europese Unie en de toepassing van het wederkerigheidsbeginsel in handelsbetrekkingen fors te versterken. De Europese Unie heeft behoefte aan een Europese strategie die als aanjager fungeert voor grote industriële projecten zoals Galileo en ITER. Ze moet daarnaast haar productiesectoren en haar kmo's ondersteunen. Ze moet haar investeringen in onderzoek en ontwikkeling bevorderen en opschroeven om zo te trachten haar leidende positie op het gebied van spitstechnologie te behouden. Eveneens moet ze meer maatregelen nemen om namaak tegen te gaan, en een offensief Europees octrooibeleid voeren.

 
  
MPphoto
 
 

  Karima Delli (Verts/ALE), schriftelijk. – (FR) Deze tekst blinkt niet uit door zijn kwaliteit, aangezien deze de vrucht is van een heel breed compromis tussen de leden van het Europees Parlement. De tekst bevat elementen die naar het oordeel van de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie zeer positief zijn, en bepaalde ideeën die we tevergeefs hebben geprobeerd aan de kaak te stellen. Het belangrijkste is echter dat de Europese afgevaardigden met het verslag een vrij vooruitstrevende visie tot uitdrukking brengen op het vlaggenschipprogramma van de EU 2020-strategie, dat gewijd is aan de industrie.

In de tekst wordt aangedrongen op het duurzamer maken van vervoersystemen door het gebruik van efficiëntere technologieën, interoperabiliteit en innovatieve mobiliteitsoplossingen. Voorts wordt gewezen op de noodzaak een efficiënter gebruik van energie en hulpbronnen centraal te stellen in het Europees industriebeleid. In dit verband wordt er herinnerd aan het enorme potentieel voor het creëren van werkgelegenheid en aan de voordelen van kostenverminderingen die van efficiëntieverbeteringen verwacht worden.

De vaststelling van maatregelen die de energie-efficiëntie helpen verbeteren moet dan ook ten grondslag liggen aan initiatieven in alle industriesectoren. De Parlementsleden hebben zich tevens achter alle inspanningen geschaard om het gebrek aan gekwalificeerd personeel op alle niveaus te verhelpen teneinde de kwalificaties van de arbeidskrachten te bevorderen en het beeld van een baan in de industrie bij jonge afgestudeerden te verbeteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Robert Dušek (S&D), schriftelijk. (CS) De industrie is goed voor zo'n een derde van het bbp van de EU. Verder zijn industriële producten goed voor driekwart van de uitvoer en biedt de industrie werk aan 57 miljoen Europese burgers. Reeds voorafgaand aan het uitbreken van de crisis bevond de Europese industrie zich in een proces van herstructurering. Op dit moment wordt zij voornamelijk beïnvloed door de snelle ontwikkelingen en de veranderingen in de ontwikkeling van de wereldeconomie en de almaar groeiende concurrentie. De mondialisering gaat een nieuwe kant op, richting wereldwijde bedrijven die gedragen worden door kennis, onderzoek en innovaties. Om de klimaatveranderingen af te zwakken en teneinde een zo groot mogelijke biodiversiteit in stand te houden, ziet de industrie zich gedwongen om te produceren zonder CO2-uitstoot en met efficiënte gebruikmaking van de hulpbronnen. De Europese industrie dient haar strategische positie in een aantal cruciale sectoren te handhaven en de mogelijkheden voor duurzaam herstel te benutten en op die manier goedopgeleide arbeidskrachten een maximum aan arbeidsplaatsen te bieden. Met dat doel voor ogen stelt de rapporteur een heel scala aan maatregelen voor. Ik ben voorstander van de voorgestelde vorming van een innovatieve aanvoerketen, efficiënter gebruik van hulpbronnen, doeltreffender gebruik van overheidsopdrachten voor met name het midden- en kleinbedrijf, een verdere uitbreiding van de productie van zogeheten schone energie en over het geheel genomen een grote betrokkenheid van het midden- en kleinbedrijf bij het concept van de Europese industrie. Het verslag is van groot nut voor de Europese industrie en de rapporteur heeft echt verstand van zaken, reden waarom ik voor goedkeuring van het verslag stem.

 
  
MPphoto
 
 

  Ioan Enciu (S&D), schriftelijk. − (EN) Ik heb voor dit verslag gestemd omdat ik van mening ben dat het de weg baant voor een solide, samenhangend en op werkgelegenheid gebaseerd industriebeleid voor de Europese beroepsbevolking. O&O is een belangrijke aanjager van innovatie en handel en zal een van de hoekstenen van het industriebeleid van de EU blijven. Ik ben ervan overtuigd dat de industrie een belangrijke rol speelt bij het behoud van werkgelegenheid in Europa en daarom moeten we ons meer inspannen om een sterke industriële basis te behouden, de meest concurrerende economie ter wereld te worden en te zorgen voor hechte netwerken tussen ondernemingen in de verschillende lidstaten om gedeelde industriële prioriteiten te bereiken. Enkele van mijn amendementen die zijn opgenomen in het verslag hebben betrekking op verkorting van de doorlooptijd voor nieuwe producten, ervoor zorgen dat de Europese fabricage de grondvesten van de Europese economie versterkt en vereenvoudiging van de financieringsprogramma's voor de industrie.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk. – (PT) Ik heb voor dit verslag gestemd omdat ik onderschrijf dat alleen een ambitieuze en milieuefficiënte industriestrategie de Europese productiecapaciteit kan vernieuwen en stimuleren en een centrale rol kan spelen bij het scheppen van hooggekwalificeerde en goedbetaalde banen in de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. – (PT) Op een moment dat Europa een ongekende crisis doormaakt, die onder andere van budgettaire aard is, mogen wij niet voorbijgaan aan de leidinggevende rol van de industrie, die 37 procent van het Europese bruto binnenlands product vertegenwoordigt, en ook niet aan de uitdagingen waarmee deze sector wordt geconfronteerd in een geglobaliseerde wereld, waar opkomende economieën – alsook de Verenigde Staten – een agressief industrieel beleid voeren dat gebaseerd is op massale investeringen in onderzoek en ontwikkeling in sleutelfactoren en concurreren met Europa terwijl ze het voordeel hebben dat ze niet hoeven te voldoen aan hier geldende milieu-, sociale en arbeidseisen. Er bestaat geen wondermiddel om dit probleem op te lossen. Ondanks de vele pluspunten is de Europa 2020-strategie geen toverstokje voor de Europese industrie in een wereld van mondiale, heftige concurrentie.

Daarom ben ik van mening dat er voor de Europese industrie maar één weg is, namelijk specialiseren en resoluut opteren voor kwaliteit en speerpunttechnologie, in combinatie met kostenrationalisatie en een efficiënter beheer. Europese producten moeten de voorkeur genieten, niet omdat ze goedkoper zijn – dat zal overigens nooit het geval zijn –, maar omdat ze beter en innovatiever zijn. Dat is slechts mogelijk als de Europese industrie topkwaliteit levert. Wij hopen dat we tegen deze uitdaging opgewassen zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. – (PT) Het belang van de Europese industrie staat buiten kijf. De sector vertegenwoordigt driekwart van de export, een derde van de bruto toegevoegde waarde van de Europese Unie en een derde van de werkgelegenheid. Ondanks haar dynamische karakter is de industrie niet ontsnapt aan de economische crisis. Daarom moet zij hoog op de Europese beleidsagenda worden geplaatst, zoals in dit verslag wordt bepleit. Het is een feit dat het industriebeleid binnen onze aandachtspunten een centrale plaats moet innemen, aangezien het belangrijk is voor de toekomst: het schept werkgelegenheid en het bevordert investeringen in productie. Anderzijds stelt het ons ook voor uitdagingen: hoe kunnen wij de duurzaamheid van onze hulpbronnen waarborgen gelet op de klimaatverandering? De Europese Unie heeft een coherent industrieel beleid nodig dat bedrijven vertrouwen inboezemt en hen de crisis helpt overwinnen. Zij moet bijdragen tot een moderne, efficiënte, energiebesparende en milieuvriendelijke industrie die concurrerend is en resoluut opteert voor onderzoek, innovatie en recycling van grondstoffen. Immers, wij mogen niet vergeten dat een industriebeleid ook een sociaal beleid is. Daarom stem ik voor dit verslag. Desalniettemin wil ik uw aandacht vestigen op de noodzaak om enerzijds meer steun te verlenen voor het midden- en kleinbedrijf, dat het grootste aantal banen in de Europese bedrijfswereld vertegenwoordigt, en anderzijds een oorsprongsaanduiding te hanteren.

 
  
MPphoto
 
 

  João Ferreira (GUE/NGL), schriftelijk. – (PT) Ook dit is weer een verslag dat bol staat van de contradicties. Aan de ene kant bevat het een aantal positieve punten die onze goedkeuring wegdragen omdat zij de belangen van de industrie en het midden- en kleinbedrijf behartigen. Een moderne, efficiënte en vanuit milieuoogpunt duurzame industrie die banen schept, is een belangrijk instrument voor de ontwikkeling van elk land en elke regio. Aan de andere kant is het huidige Europese beleidskader, waarvan de meest negatieve aspecten in de loop der jaren alleen maar verergerd zijn, verre van bevorderlijk voor het verwezenlijken van die doelstelling. Integendeel, het draagt bij tot de ontmanteling van belangrijke productiecentra, de-industrialisatie, het schrappen van banen en een groeiende afhankelijkheid van talloze landen en regio's. Liberalisering en deregulatie van de internationale handel vormen de kern van dit beleidskader en liggen grotendeels ten grondslag aan de huidige situatie. Toch pleit het verslag voor de voortzetting van deze beleidsmaatregelen. Het ondersteunt ze en ziet de gevolgen ervan over het hoofd. Het dringt ook aan op het onaantastbare beginsel van "vrije concurrentie" en de verdieping van de interne markt, beide uitlopers van het voornoemde beleidskader, op publiek-private partnerschappen en zelfs op synergieën tussen civiele en militaire investeringen. De Confederale Fractie Europees Unitair Links/Noords Groen Links heeft geprobeerd om de meest negatieve punten uit het verslag te verwijderen en de positieve punten te behouden, maar helaas zijn alle amendementen verworpen door de meerderheid van het Parlement. Daarom hebben wij tegengestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Helaas heeft geen van de amendementen die ten doel hadden de meest negatieve punten uit het verslag te schrappen ingang gevonden. Daarom hebben wij in de eindstemming over deze resolutie van het Parlement tegengestemd.

Zoals ik ook al in het debat in de plenaire vergadering zei, bevat het verslag weliswaar een aantal positieve elementen, maar staat het bol van de contradicties. Enerzijds maakt het zich sterk voor de bescherming van het midden- en kleinbedrijf (mkb) en anderzijds bevat het voorstellen die aandringen op de liberalisering van de wereldhandel en vrije concurrentie, op de verdieping van de interne markt, op publiek-private partnerschappen en zelfs op synergieën tussen civiele en militaire investeringen.

Wij hebben grondstoffenefficiënte en koolstofarme industrieën nodig die banen met rechten bieden en gelijke rechten voor vrouwen waarborgen op het gebied van de toegang tot de arbeidsmarkt, promotie, lonen en deelname aan bestuurs- en beheersorganen.

Wij pleiten voor andere beleidsmaatregelen, met name op het vlak van de industrie, buitenlandse handel, financiën, onderzoek, wetenschap en innovatie, en dringen erop aan dat die maatregelen het midden- en kleinbedrijf ondersteunen en gepaard gaan met bijzondere aandacht voor de opleiding en diplomering en de waardigheid van werknemers.

 
  
MPphoto
 
 

  Lorenzo Fontana (EFD), schriftelijk. (IT) Het verslag van de heer Lange over een industriebeleid voor het tijdperk van de globalisering gaat in op essentiële thema's, zoals de toegang van bedrijven, en kmo's in het bijzonder, tot krediet. Ik ben met name te spreken over de samenwerking tussen het bedrijfsleven en de universiteiten, die bevorderlijk is voor de Europese universiteiten. Op die manier worden de doelstellingen van de EU 2020-strategie in herinnering gebracht. Daarom steun ik het verslag.

 
  
MPphoto
 
 

  Elisabetta Gardini (PPE), schriftelijk. (IT) Met de EU 2020-strategie wordt onderkend dat er een nieuw industriebeleid nodig is om een solide en duurzame industriële basis in Europa te kunnen behouden.

Een sterke en welvarende industrie is van doorslaggevend belang voor groei in de Europese Unie, en dus is het absoluut noodzakelijk om in de huidige context van globalisering en felle internationale concurrentie een zo gunstig mogelijk kader te creëren voor ontwikkeling. Dit verslag heeft ongetwijfeld de verdienste dat het een gedetailleerde balans opmaakt van het industriebeleid in het licht van de economische crisis die deze sector zo hard heeft getroffen, en dat het meerdere aanknopingspunten biedt voor een echte wederopleving van de Europese industrie.

Voor mij is het daarom belangrijk dat de beleidsdoelstellingen die zijn uiteengezet in het op 28 oktober jongstleden door commissaris Tajani gepresenteerde kerninitiatief worden vertaald naar concrete beleidsmaatregelen, zoals bijvoorbeeld de versterking en internationalisering van het midden- en kleinbedrijf, een betere toegang tot krediet en de invoering van een nieuw model voor industriële innovatie. Afgezien daarvan moet Europa de risico´s aanvaarden die gepaard gaan met een verhoging van de productiviteit door middel van nieuwe ideeën en moet Europa dus meer investeren in onderzoek. Dat zou de nieuwe motor moeten zijn voor het terugwinnen van de Europese uitmuntendheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Adam Gierek (S&D), schriftelijk. – (PL) De wereldmarkt reageert op de noodzaak te voldoen aan de eisen van het consumptiemodel dat al gevormd is in sterk ontwikkelde en ontwikkelingslanden. Het lijkt er echter op dat zich nu concurrentievermogen 'tegen elke prijs' voordoet, waarmee ik concurrentievermogen bedoel dat beïnvloed wordt door meer dan zomaar het innovatievermogen van de industrie en veranderingen in het consumptiemodel.

We kunnen de volgende elementen opnemen in de lijst van ongunstige verschijnselen waarvan concurrentievermogen vergezeld gaat: een door de industrie opgelegd consumptiemodel dat energie en grondstoffen verspilt; concurrentie die niet gebaseerd is op de superioriteit van de toegepaste methoden maar op de financiële suprematie van rijke monopolistische bedrijven; een gefragmenteerd concurrentievermogen dat zich alleen bezighoudt met de eindverwerkingsfase en niet bruto concurrentievermogen, waarmee ik concurrentievermogen bedoel dat rekening houdt met het voor productie voorbereiden van grondstoffen en materialen; de overname van grondstoffen- en energiemarkten door supranationale, vaak niet-Europese, bedrijven; stijgingen van de energieprijzen en, als gevolg daarvan, van de prijzen van grondstoffen, door voorschriften die een emissiehandelssysteem opleggen aan de EU-lidstaten; oneerlijke concurrentie die met name wordt opgelegd door grote, supranationale bedrijven, waaronder financiële bedrijven.

Ik beschouw dit verslag als een goed begin van een zeer belangrijke discussie over de toekomst van concurrerende industrie in Europa, en dus van Europa op zich, en daarom heb ik voor het aannemen ervan gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. – (FR) Ik vind het jammer dat dit verslag niet eerder is ingediend, bijvoorbeeld toen Brussel zich tegen de oprichting van industriële kampioenen keerde, of toen Mittal zijn vijandige overname van Arcelor uitvoerde, waarmee Europa wat nog over was van zijn ijzer- en staalindustrie kwijtraakte. Decennialang heeft de Europese Unie er alles aan gedaan ons industriële weefsel en onze industriële werkgelegenheid kapot te maken, door het Europese sectorale beleid, Europees mededingingsbeleid en het Europese vrijhandelsbeleid, beleidsvormen die door ieder van u hier steevast de hemel in zijn geprezen. Nu de rampspoed zich aandient, schaart u zich schoorvoetend achter wat het Front national al geruime tijd voorstelt: het cruciale karakter van een industriële basis erkennen, strategische sectoren in kaart brengen, een dam opwerpen tegen oneerlijke concurrentie en bijstand bieden bij het penetreren van externe markten, grondstoffenbevoorrading garanderen en veiligstellen, regels opstellen voor overnamebiedingen, mededingingsbeleid onderhevig maken aan strategische en sociaaleconomische vereisten en aan voorschriften inzake overheidsdiensten, overheidssteun bieden aan opkomende of innovatieve sectoren, enzovoort.

Het is echter rijkelijk laat, en Europa, dat zich heeft vastgeklampt aan zijn ultraliberale ideologische grondslagen, is beslist niet het beste besluitvormings- en uitvoeringsniveau voor dergelijk beleid.

 
  
MPphoto
 
 

  Juozas Imbrasas (EFD), schriftelijk. – (LT) Ik heb voor dit verslag gestemd omdat de industriesector in de EU ongeveer een derde van de bruto toegevoegde waarde in de EU genereert, goed is voor bijna driekwart van de Europese export en een derde van de werkgelegenheid en hiermee een bestaan biedt aan circa 57 miljoen mensen. De recente ernstige economische crisis heeft de Europese industrie zwaar getroffen. Maar de crisis heeft ook duidelijk gemaakt hoe belangrijk de industriesector voor de Europese economie is, en heeft laten zien dat er niet voldoende is gedaan om in de huidige moeilijke omstandigheden voldoende op de behoeften van de sector in te spelen. De groei van de productie is tot het laagste niveau van de afgelopen twintig jaar gedaald en sommige Europese industriesectoren bevinden zich in een permanente crisis door oneerlijke concurrentie uit derde landen, met name op het gebied van arbeidsbetrekkingen, milieu en bescherming van intellectuele- en industriële-eigendomsrechten. De VS, Japan en China voeren een sterk en actief industriebeleid dat door innovatieve producten en diensten wordt ondersteund, en het gevaar dreigt dat de Europese industrie bij deze landen zal achterblijven. Een geïntegreerd en duurzaam industriebeleid in de EU dient op de volgende centrale aspecten te zijn gebaseerd: de noodzakelijke totstandbrenging van een innovatieketen waarbij een brug wordt geslagen tussen wetenschappelijk onderzoek en praktische toepassingen, een efficiënter gebruik van hulpbronnen en bevordering van de opwekking van schone energie.

We moeten de EU oproepen om strategieën op touw te zetten die in veranderingen op de lange termijn voorzien, en een onderwijsbeleid voeren dat aansluit bij de behoeften op de arbeidsmarkt. Tijdens de crisis is het noodzakelijk om de uitbreiding van de schaduweconomie en concurrentieverstorend zwartwerk tegen te gaan, en er worden tevens voorstellen gedaan ter vergemakkelijking van de deelneming van kmo's aan overheidsopdrachten.

 
  
MPphoto
 
 

  Silvana Koch-Mehrin (ALDE), schriftelijk. − (DE) Bij de stemming over het verslag-Lange onthoud ik me bij paragraaf 31 van stemming vanwege de onduidelijke tekst die zowel naar Eurobonds als projectbonds verwijst. Over het geheel genomen stem ik echter voor het verslag omdat ik op zich niks tegen projectbonds heb. Projectbonds dienen voor het financieren van omvangrijke innovatie-, infrastructuur- en herindustrialisatieprojecten. Het gaat hier niet om instrumenten voor de communautarisering van schulden, zoals het geval zou zijn bij Eurobonds.

 
  
MPphoto
 
 

  Giovanni La Via (PPE), schriftelijk. – (IT) Mijns inziens is de stemming van vandaag een belangrijke stap vooruit in de richting van de uitgang van de tunnel die economische en financiële crisis heet en Europa en zijn industrie zo zwaar heeft getroffen. Deze resolutie gaat namelijk over een sector die van doorslaggevend belang is en ten volle gesteund moet worden, als wij de Europese Unie in staat willen stellen een industriebeleid ten uitvoer te leggen dat hoge niveaus van productiviteit vergezeld doet gaan van inspanningen in de richting van duurzame en concurrentiële vernieuwing. Daarom is het mijns inziens zinvol te verwijzen naar de EU 2020-strategie. Deze moet een baken zijn voor de volledige verwezenlijking van de Europese beleidsprioriteiten via enorme investeringen in de innovatie- en onderzoekssector. Deze investeringen zijn noodzakelijk om in Europa groei en ontwikkeling te bewerkstelligen. Mijns inziens heeft de rapporteur alles bij elkaar goed werk verricht. Hij is er namelijk in geslaagd om de in meer dan vijfhonderd amendementen vervatte ideeën en suggesties samen te vatten in één verslag. Ik sta hier dan ook achter en steun het volledig, met uitzondering van het Europees octrooi. Het is namelijk verkeerd om versterkte samenwerking op gang te brengen in de strategische sector van de intellectuele eigendom. Daarmee zal dit besluit geen positief effect kunnen sorteren voor de Europese industrie.

 
  
MPphoto
 
 

  Bogusław Liberadzki (S&D), schriftelijk. – (PL) Industriebeleid voor het tijdperk van de globalisering wordt nu een groot probleem voor de Unie en voor individuele lidstaten. Het streven naar het minimaliseren van de productiekosten en prijzen wordt de reden om industriële productie in de Unie te staken, fabrieken naar locaties buiten de EU te verplaatsen en vervolgens productie in te voeren. Dit heeft nadelige gevolgen: een verlies aan capaciteit voor industriële ontwikkeling, technisch onderwijs en innovatievermogen, en, als gevolg daarvan, een afhankelijkheid van andere landen. Hele industriële sectoren gaan ten onder, zoals de scheepsbouwindustrie in Polen. Strengere milieuvereisten die alleen in de EU zijn ingevoerd en het tolereren van dumping door Aziatische producenten versnellen de ontmanteling van de industrie in Europa. Wat we nodig hebben, is een oordeelkundig beleid dat Europa in staat stelt zijn industriële karakter te behouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Petru Constantin Luhan (PPE), schriftelijk. – (RO) De recente economische crisis heeft bevestigd dat kleine en middelgrote ondernemingen nog steeds de motor vormen van economische en sociale ontwikkeling en een belangrijke rol spelen bij de bevordering van economisch concurrentievermogen en het scheppen van banen. Ik verwelkom dit verslag, en ik denk dat de instrumenten van de EU ter ondersteuning van het concurrentievermogen moeten worden herzien en versterkt, zodat de bestuurlijke procedures kunnen worden gestroomlijnd en de toegang tot financiering voor kmo's kan worden verbeterd. Het is daarnaast van essentieel belang om innovatieve stimuleringsmechanismen te introduceren op basis van het bereiken van doelen gekoppeld aan slimme, duurzame groei met een integratieaspect, en om nauwere samenwerking met de financiële instellingen te bevorderen. Een belangrijke methode voor het financieren van innovatie voor kmo's is de Risk Sharing Financial Facility, beschikbaar via de Europese Investeringsbank. Om echter te zorgen dat dit een succes wordt moet de Europese Commissie aanzienlijk meer middelen beschikbaar stellen, waaronder via innovatiefondsen uit EFRO-middelen, en directe private investeringen en innovatieve financieringsmechanismen bevorderen voor innovatieve projecten met een hoog risico en projecten met deelname van kmo's.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (S&D), schriftelijk. − (EN) Ik onderschrijf het verslag in zoverre dat een EU-strategie ter bevordering van sterke en gekwalificeerde human resources met een groot creatief vermogen die actief participeren in innovatie en ontwikkeling, nieuwe en innovatieve technologieën, processen en oplossingen die meerwaarde opleveren, onderzoek en ontwikkeling die aangepast zijn aan de behoeften van duurzame ontwikkeling, een efficiënte aanvoerketen voor de productie van kwalitatief hoogwaardige goederen en diensten, grotere efficiëntie bij de organisatie van het productiesysteem en het management, een algemeen efficiënter gebruik van hulpbronnen dat tot een kleinere koolstofvoetafdruk leidt, kostenefficiënte en duurzame vervoerswijzen, een slimme en efficiënte logistiek en een kwalitatief hoogwaardige infrastructuur, een geconsolideerde en volledig operationele interne markt en een level playing field in de handelsbetrekkingen met derde landen de enige manier is om de duurzaamheid en het concurrentievermogen van de Europese industrie te vergroten en zo haar internationale leidende positie te behouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Jiří Maštálka (GUE/NGL), schriftelijk. (CS) Het verslag over een industriebeleid voor het tijdperk van de globalisering is een belangrijk document in tijden van een crisis die de Europese economie in het hart treft, de industrie niet in de allerlaatste plaats. Maar er wordt met geen woord gerept over het belangrijkste van alles, namelijk de ware oorzaak van deze enorme economische problemen. Deze ligt besloten in het mondiale kapitalisme van vrije mededinging en het ongebreidelde neoliberalisme waarop de Europese Unie jammerlijk genoeg gegrondvest is. De Europese Unie heeft niet nog meer van zulke, door de Europese Commissie aan de lopende band geproduceerde, strategische documenten nodig. Wel is het de hoogste tijd om de grondslag van de EU te veranderen, zodat het een sociale en vredelievende unie wordt met een gereguleerde financiële sector. En als we het dan al over "strategische" documenten als zodanig hebben, wil ik nog kwijt dat het, zoals de praktijk uitwijst, geen enkel probleem is om een dergelijk stuk te schrijven, maar des te moeilijker om deze verder uit te werken in de verschillende deelonderwerpen en de effecten van de voorgestelde maatregelen flexibel te monitoren en te beoordelen. De intellectuele-eigendomsrechten, waaronder de industriële rechten, zijn daar een treffend voorbeeld van.

 
  
MPphoto
 
 

  Gesine Meissner (ALDE), schriftelijk. (DE) Bij de stemming over het verslag-Lange onthoud ik me bij paragraaf 31 van stemming vanwege de onduidelijke tekst die zowel naar Eurobonds als projectbonds verwijst. Over het geheel genomen stem ik echter voor het verslag omdat ik op zich niks tegen projectbonds heb. Projectbonds dienen voor het financieren van omvangrijke innovatie-, infrastructuur- en herindustrialisatieprojecten. Het gaat hier niet om instrumenten voor de communautarisering van schulden zoals het geval zou zijn bij Eurobonds.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. – (PT) De Europese industrie genereert ongeveer een derde van de bruto toegevoegde waarde in de Europese Unie, aangezien driekwart van de Europese export op industriegoederen betrekking heeft, en een derde van de werkgelegenheid. Bovendien heeft ze een multiplicatoreffect, waarbij elke baan in de industriesector ongeveer twee banen in aanverwante diensten oplevert. Gelet hierop trekt niemand het belang van de industriesector voor de economieën van de lidstaten in twijfel. De economische crisis heeft echter twijfel doen rijzen over het belang van deze sector ten koste van de financiële en de dienstensector. Het is dan ook tijd dat wij deze situatie herzien en opnieuw sterk in deze sector investeren. De Europese industrie moet de weg van de specialisering, de productkwaliteit en de speerpunttechnologie bewandelen. Wat door onze industrie wordt geproduceerd, moet zich onderscheiden door innovatie en kwaliteit, niet door de prijs.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Om in de mondiaal veranderende economie concurrerend te blijven, mag de belangrijke economische sector die de industrie is, niet stiefmoederlijk worden behandeld. Duurzaamheid en menswaardige arbeidsomstandigheden moeten aangemoedigd en geëist worden. De concurrentie van opkomende landen zoals China, India en Brazilië wordt immers almaar sterker en de druk op de Europese interne markt bijgevolg almaar groter. Duurzaamheid en groei zijn twee leuzen die met name in het industriebeleid vaak gehoor vinden, maar waarvan de realisatie met name wegens het gebrek aan hiervoor ter beschikking gestelde middelen zwaar in twijfel kan worden getrokken. Ik onthoud mij van stemming omdat ik van mening ben dat de voorgestelde maatregelen bijlange na niet zullen volstaan om Europa wereldwijd de koppositie in de industriesector te verzekeren.

 
  
MPphoto
 
 

  Rolandas Paksas (EFD), schriftelijk. – (LT) Ik heb voor dit verslag gestemd omdat de Europese industrie zwaar is getroffen door de recente ernstige economische crisis. Tegenwoordig is er sprake van enorme concurrentie in de industrie, zodat de industriesector concurrerend en innovatief moet blijven, door innovatieve ideeën, kwaliteit en technologisch leiderschap te bevorderen. We moeten faciliteiten versterken, voor de overdracht van geavanceerde technologie zorgen en de verspreiding ervan bij bedrijven stimuleren. We moeten er alles aan doen om erop toe te zien dat bestaande hulpbronnen (mineralen) naar behoren binnen de Europese Unie worden gebruikt en niet naar landen buiten de EU worden geëxporteerd en dat de vorming van oligopolies in de handel wordt voorkomen. Europese steun mag niet zijn gericht op reddingsmaatregelen voor de korte termijn, maar op investeringen in de toekomst ten behoeve van het scheppen van nieuwe banen, zodat alle burgers werk kunnen vinden in eigen land. Er moet bijzondere aandacht worden besteed aan zogenaamde probleemregio's die gekenmerkt zijn door geringe industriële ontwikkeling of hoge werkloosheid. Derhalve is het noodzakelijk om de oprichting van technologie-, industrie- en wetenschapsparken en bedrijvencentra te steunen. Dergelijke instellingen zijn van bijzonder groot belang voor de actieve schepping en ontwikkeling van moderne technologieën en het waarborgen van economische ontwikkeling en modernisering, en tegelijkertijd voor het creëren van nieuwe banen. Kleine en middelgrote ondernemingen moeten worden aangemoedigd om in clusters te investeren. Voor dergelijke ondernemingen moet een bevorderlijk ondernemingsklimaat worden geschapen en moeten de bureaucratische lasten worden verminderd. Diepgewortelde bureaucratie staat de industriële ontwikkeling in de weg en doet afbreuk aan het concurrentievermogen van de vervaardigde producten.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. (IT) Ik heb vóór het verslag van de heer Lange gestemd omdat de Europese Unie innovatie moet waarborgen door niet alleen de EU 2020-strategie ten uitvoer te leggen maar parallel daaraan ook te streven naar een krachtige ontwikkeling en een beter gebruik van de hulpbronnen. Het verslag over een industriebeleid voor het tijdperk van de globalisering noemt dit ook als doelstellingen: industriële innovatie en vereenvoudiging van de bestaande wetgeving, door de burger en de rol van het midden- en kleinbedrijf – dat het kloppend hart is van de Europese economie – in het middelpunt te plaatsen. Het mkb moet gestimuleerd worden en gemakkelijker toegang krijgen tot financiering. Belangrijk is te wijzen op het middel dat gebruikt moet worden bij het opstellen van een dynamisch en vooruitstrevend industriebeleid, namelijk de structuurfondsen. Als deze correct worden ingezet zullen zij de grondslag kunnen leggen voor Europese groei.

 
  
MPphoto
 
 

  Rovana Plumb (S&D), schriftelijk. – (RO) De industriesector in de EU genereert ongeveer een derde van de bruto toegevoegde waarde in de EU, en is goed voor bijna driekwart van de Europese export en een derde van de werkgelegenheid, en biedt hiermee een bestaan aan circa 57 miljoen mensen (plus het multiplicatoreffect, waarbij elke baan in de industriesector ongeveer twee banen in aanverwante diensten oplevert). Er zijn vijftien essentiële bouwstenen: opbouw van een innovatieketen, efficiënter gebruik van hulpbronnen, duidelijke doelstellingen voor duurzame producten, gebruik van openbare aanbestedingen, bevordering van de productie van schone energie, een overtuigende strategie voor grondstoffen, een nieuwe vorm van de handel voor eerlijke co-existentie en duurzame productie, definitie van een bindend sectoraal industriebeleid, participatie van het mkb, ontwikkeling van regionale actieterreinen, anticiperen op industriële veranderingen; herstructurering aanpakken, betere kwalificaties, grotere participatie van werknemers in de besluitvorming en langetermijnbeleid.

Het industriebeleid van de EU dient te zijn gericht op een duurzame, eco-efficiënte en wereldwijd concurrerende vernieuwing van de industriële basis en op een duurzame overgang van een vooral productiegerichte naar een kennisindustrie, daarnaast is er een duidelijk engagement van de industrie nodig waar het gaat om EU-investeringen en strategische partnerschappen tussen bedrijven in de EU.

 
  
MPphoto
 
 

  Fiorello Provera (EFD), schriftelijk. – (IT) Met dit verslag brengt het Parlement belangrijke vraagstukken naar voren, vraagstukken die het verdienen onderstreept te worden met het oog op de groei van de Europese industrie. Ik verwijs naar de erkenning van de strategische rol die het midden- en kleinbedrijf speelt, naar de noodzaak toegang tot krediet te vergemakkelijken door vereenvoudigde financieringsprocedures toe te passen en naar het belang van internationalisering van het mkb, hetgeen een factor van doorslaggevend belang is voor de concurrentiekracht.

Zeer belangrijk is bovendien dat een band wordt gelegd tussen innovatie en industrie door middel van continue betrekkingen tussen bedrijfsleven en universiteiten. Daarbij moet tevens worden voorgesteld resultaten commercieel te benutten en de toepassing ervan aan te moedigen. Daarom geef ik steun aan de inhoud en de voorstellen van het verslag van de heer Lange.

 
  
MPphoto
 
 

  Paulo Rangel (PPE), schriftelijk. – (PT) De recente economische en financiële crisis heeft het belang van de industrie voor de economie van de Europese Unie in de verf gezet. Daarom is het noodzakelijk te erkennen dat wij een geïntegreerd industriebeleid nodig hebben dat gebaseerd is op een combinatie van concurrentievermogen, innovatie en duurzaamheid en tezelfdertijd in staat is de groei te stimuleren, banen te scheppen en de instandhouding van het milieu te waarborgen. Immers, de Europese industrie wordt geconfronteerd met talloze uitdagingen. Daarom is het van vitaal belang te investeren in nieuwe technologieën en oplossingen, in opleiding van het personeel, in efficiënte productiesystemen en managementmodellen en in de versterking van het midden- en kleinbedrijf.

 
  
MPphoto
 
 

  Evelyn Regner (S&D), schriftelijk. − (DE) Ik heb voor het verslag gestemd omdat ik ervan overtuigd ben dat een geïntegreerd industriebeleid voor Europa absoluut noodzakelijk is in het licht van nieuwe uitdagingen die de globalisering met zich meebrengt, en dat het industriebeleid daarom verder moet worden ontwikkeld. Industriebeleid is de motor voor duurzame werkgelegenheid en maatschappelijke welvaart. Eén arbeidsplaats in de industrie zorgt op zijn minst voor nog eens twee arbeidsplaatsen. De positie van de Europese industriesector wordt steeds meer op de proef gesteld door de steeds breder wordende industriële basis in opkomende landen en doordat de grootste concurrenten, zoals de VS, en China, sterker worden. Daarom is een eigen verdere ontwikkeling noodzakelijk; daarvoor moeten we onze industriële basis vernieuwen door specifieke sectorale initiatieven te ontplooien maar ook door, meer algemeen, het concurrentievermogen van Europa op mondiaal niveau en de duurzame groei van de Europese industrie te verzekeren. In dit verslag dringt het Parlement ook aan op een geïntegreerd industriebeleid dat als basis dient voor het milieu-, mededingings- en handelsbeleid, om de grondstoffenefficiëntie te verbeteren. Daarnaast wordt in het verslag benadrukt hoe belangrijk een constructief partnerschap met werknemers en vakbonden is. Ook het feit dat betere coördinatie tussen de EU en de lidstaten noodzakelijk is, wordt onderstreept. Ik denk dat die maatregelen absoluut noodzakelijk zijn. Dit verslag bevat voorzorgen om de verdere ontwikkeling van het industriebeleid met de nodige ambitie en omzichtigheid aan te pakken.

 
  
MPphoto
 
 

  Britta Reimers (ALDE), schriftelijk. − (DE) Bij de stemming over het verslag-Lange onthoud ik me bij paragraaf 31 van stemming vanwege de onduidelijke tekst die zowel naar Eurobonds als projectbonds verwijst. Over het geheel genomen stem ik echter voor het verslag omdat ik op zich niks tegen projectbonds heb. Projectbonds dienen voor het financieren van omvangrijke innovatie-, infrastructuur- en herindustrialisatieprojecten. Het gaat hier niet om instrumenten voor de communautarisering van schulden zoals het geval zou zijn bij Eurobonds.

 
  
MPphoto
 
 

  Crescenzio Rivellini (PPE), schriftelijk. – (IT) Vandaag hebben wij in de plenaire vergadering het verslag van de heer Lange over een industriebeleid voor het tijdperk van de globalisering aangenomen. De Europese industrie is goed voor ongeveer een derde van de bruto toegevoegde waarde van de EU – bijna driekwart van de Europese export bestaat uit industriegoederen – en voor een derde van de werkgelegenheid. Dit laatste betekent dat zij 57 miljoen mensen middelen van bestaan verschaft. Als men dan ook nog het multiplicatoreffect meerekent, want elke baan in de industrie creëert twee extra banen in de aanverwante dienstverlenende sectoren, dan wordt het belang van de industrie voor de werkgelegenheid nog groter.

Bovendien moet het Europees industriebeleid afgestemd worden op ofwel een wereldwijde, duurzame, concurrentiekrachtige en eco-efficiënte vernieuwing van de industriële basis, ofwel een duurzame overgang van een bij uitstek op productie gebaseerde industrie naar een op kennis gebaseerde industrie. Het is van fundamenteel belang te zorgen voor integratie van alle beleidsvormen van de Unie via het combineren van alle aspecten met een positieve impact op de industrie. Het initiatiefverslag van de heer Lange over het industriebeleid borduurt voort op het standpunt in de mededeling van de commissaris voor Industrie, de heer Tajani, en oppert nieuwe ideeën voor de belangrijke vernieuwing van de industriesector na de economische crisis.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Het Parlement heeft vandaag steun verleend aan een set maatregelen ter bevordering van het concurrentievermogen van de Europese industrie. Ik ben blij met de erkenning dat efficiënt gebruik van energie en hulpbronnen de basis moet zijn voor de vernieuwing van de Europese industrie als we de uitdagingen van de crisis en de globalisering het hoofd willen bieden. Duurzaamheid moet worden erkend als een centraal aspect van het zogenoemde 'concurrentiebestendig maken' en de 'geschiktheidscontroles' die de Commissie zal uitvoeren in het kader van haar initiatieven voor betere regelgeving. Het verslag bevat terecht de oproep tot gesloten industriële productiesystemen en bevordering van de productiviteit, de duurzaamheid, het hergebruik, de recycling en de herproductie van hulpbronnen.

Het verslag bevat tevens de oproep te zorgen voor instrumenten die de ontwikkeling en groei van ecologisch innovatieve kmo's en de ontwikkeling van ecologische industrieparken bevorderen. Het is belangrijk om het industriebeleid van de EU in overeenstemming te brengen met haar doelstellingen op het gebied van klimaat en energiebeleid. De Groenen verwachten dat de Commissie haar beloften op dat gebied nakomt in haar volgende strategische initiatieven, zoals de strategie voor efficiënt gebruik van hulpbronnen, de grondstoffenstrategie en de 'Small Business Act'.

 
  
MPphoto
 
 

  Oreste Rossi (EFD), schriftelijk. – (IT) Eindelijk onderkent de Europese Unie de fundamentele rol van de industrie en komt zij met een voorstel tot vereenvoudiging van de toegang tot krediet en tot vermindering van de bureaucratie. In de afgelopen jaren hebben wij gezien hoe door allerlei maatregelen enorme lasten zijn gecreëerd voor onze industrie en oneerlijke concurrentie door uit derde landen ingevoerde producten in de hand is gewerkt. Ik herinner aan de kosten van de strijd tegen klimaatverandering en de maatregelen tot vermindering of afschaffing van douanerechten.

In het verslag wordt gewezen op het belang van onderzoek als instrument om de concurrentie te weerstaan en op de noodzaak van beroepsopleiding van werknemers en informatieverstrekking aan consumenten. Wij mogen echter niet vergeten dat, afgezien van alle mooie woorden, de Europese Unie het risico loopt een breuk te zien ontstaan tussen de lidstaten. Daaruit blijkt dat er maar weinig wil bestaat om samen een industrietoekomst op te bouwen. Ik heb het dan vooral over hetgeen is gebeurd met het Europees octrooi, waarvan Italië en Spanje zijn uitgesloten, en over de toepassing van de versterkte samenwerking tussen de lidstaten. Ik heb echter vóór dit verslag gestemd omdat ik achter de daarin verkondigde beginselen sta.

 
  
MPphoto
 
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE), schriftelijk. – (PL) De industrie in Europa ziet zich niet alleen gesteld voor de gevolgen van de economische crisis, maar ook voor de nieuwe uitdagingen van het tijdperk van de globalisering. Bedrijven moeten op passende wijze reageren op steeds snellere veranderingen in economische trends. De economieën van opkomende landen leiden tot een verandering van het krachtenevenwicht in internationale markten. Met de ontwikkeling van een kennismaatschappij wordt ook de rol van wetenschappelijk onderzoek en innovatie versterkt, hetgeen zal leiden tot economische groei en concurrentievermogen. De problemen waarvoor de Europese economie zich gesteld ziet, omvatten onder andere demografische veranderingen en de dalende productiviteit. De belangrijkste doelstellingen voor de Europese industrie zijn groei van concurrentie- en innovatievermogen. Om deze te realiseren is het nodig een aantal maatregelen tegelijkertijd te nemen. Het is van essentieel belang te blijven werken aan de interne markt en harmonisatie van douane- en belastingwetgeving. De bureaucratische lasten voor het bedrijfsleven moeten worden verlicht en het juridische kader vereenvoudigd. De samenwerking tussen ondernemingen moet worden versterkt via bedrijvenclusters, netwerken en "centres of excellence", en meer synergie tussen universiteiten en bedrijven moet worden aangemoedigd.

Het kan ook nuttig zijn gebruik te maken van alternatieve mechanismen, zoals risicodeling tussen particuliere en openbare investeerders via publiek-private partnerschappen, en gebruik te maken van het hefboomeffect en van sterke stimuleringseffecten. Het zal van essentieel belang zijn kleine en middelgrote ondernemingen, die de basis van de Europese industrie vormen, te ondersteunen met financiële steun op het gebied van innovatie en technologieoverdracht en door innovatie- en duurzaamheidscriteria op te nemen in aanbestedingen. Er moet worden gezorgd voor een verhoging van de uitgaven aan onderzoek op basis van samenwerking tussen de particuliere en openbare sector.

 
  
MPphoto
 
 

  Catherine Stihler (S&D), schriftelijk. − (EN) Ik heb voor dit verslag gestemd, waarin manieren worden belicht waarop de industriële basis van de EU zou kunnen worden versterkt. De industrie levert ongeveer een derde van de werkgelegenheid in de EU en daarom is het van essentieel belang dat we zorgen dat zij levensvatbaar blijft.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Teixeira (PPE), schriftelijk. – (PT) De Europese industrie en haar multiplicatoreffect genereert ongeveer een derde van de bruto toegevoegde waarde in de Europese Unie en biedt een bestaan aan 57 miljoen mensen. Er moet een industriebeleid in het leven worden geroepen dat zowel de coördinatie tussen de lidstaten als hun concurrentiepotentieel bevordert, zoals beoogd in de Europa 2020-strategie. In deze tijden van economische recessie komt dit verslag bijzonder gelegen. Het toont aan dat de industrie, ondanks het belang van de sector, naar de achtergrond is verdwenen. Die vaststelling verplicht ons ertoe onze aandacht te richten op de uitdagingen die de Europese industrie te wachten staan, met name herstructurering en heroriëntatie, gebaseerd op een wereldwijde kennismaatschappij die geënt is op innovatie en onderzoek, teneinde de concurrentie met de opkomende economieën te kunnen aangaan. Los hiervan moet rekening worden gehouden met nieuwe dynamische ontwikkelingen, de klimaatverandering, demografische verschuivingen en het proces van verstedelijking en ontvolking. Van de vijftien punten die de rapporteur noemt, vraag ik hier uw aandacht voor de maatregelen die gevolgen hebben voor het midden- en kleinbedrijf (mkb), dat de echte drijvende kracht achter de groei van de Europese Unie is. De vereenvoudiging van de procedures om Europese financiering te krijgen, het verschaffen van meer en betere informatie aan het mkb over de operationele programma's, het opzetten van innovatieve clusters en netwerken en het versterken van de steun van de Europese Centrale Bank zijn initiatieven die van vitaal belang zijn om het welslagen van het Europees industriebeleid te waarborgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexandra Thein (ALDE), schriftelijk. − (DE) Bij de stemming over het verslag-Lange onthoud ik me bij paragraaf 31 van stemming vanwege de onduidelijke tekst die zowel naar Eurobonds als projectbonds verwijst. Over het geheel genomen stem ik echter voor het verslag omdat ik op zich niks tegen projectbonds heb. Projectbonds dienen voor het financieren van omvangrijke innovatie-, infrastructuur- en herindustrialisatieprojecten. Het gaat hier niet om instrumenten voor de communautarisering van schulden zoals het geval zou zijn bij Eurobonds.

 
  
MPphoto
 
 

  Derek Vaughan (S&D), schriftelijk. − (EN) Ik heb dit verslag gesteund, omdat het de noodzaak beschrijft van een samenhangend beleid voor de toekomst van de industrie in de EU. Industriële productie levert meer dan 60 miljoen banen in de EU en een solide beleid zal de EU helpen enkele van de uitdagingen waarmee fabrikanten te maken hebben het hoofd te bieden. Dit verslag, dat deel uitmaakt van de 2020-strategie van de EU, beschrijft vijftien 'hoekstenen' van een sterk beleid die ervoor zullen zorgen dat de EU haar concurrentievermogen behoudt ten opzichte van de VS, China en Japan, waar veel wordt geïnvesteerd in onderzoek en ontwikkeling van de nieuwste technologie, en de landen die de kosten kunnen verlagen door goedkope arbeid en het hanteren van minder strenge regels voor intellectueel eigendom. Enkele van de nuttigste aanbevelingen in het verslag zijn de noodzaak van een innovatieketen die onderzoek op industrieel gebied koppelt aan innovatie en toepassing van de technologie en een grotere nadruk op efficiënt gebruik van hulpbronnen en duurzaamheid, wat aansluit op de doelstellingen van de Europa 2020-strategie.

 
  
MPphoto
 
 

  Iva Zanicchi (PPE), schriftelijk. – (IT) Ik heb besloten om vóór het initiatiefverslag van de heer Lange te stemmen omdat het Europees Parlement hiermee een bijdrage levert aan het debat over een vraagstuk dat voor het bedrijfsleven van prioritair belang is: het Europees industriebeleid.

Het verslag bevat een aantal positieve aspecten, zoals een algemene oproep tot Europese ondernemingen om te voldoen aan de milieunormen, zij het dan op vrijwillige basis en zonder oplegging van rigide voorschriften. Bovendien wordt terecht gewezen op de centrale rol van de industrie – en niet alleen het industriebeleid – voor de groei in de Europese Unie. Uitgaande van het vandaag aangenomen verslag ben ik van mening dat het belangrijk is dat alle instellingen en belanghebbenden zich inzetten voor de verwezenlijking van de daarin opgenomen doelstellingen en daarvoor concrete maatregelen treffen. Ik denk daarbij vooral aan de vaststelling van maatregelen voor de bescherming van intellectuele eigendom, de invoering van een op uitmuntendheid afgestemd model voor industriële innovatie, de modernisering van de industrie met name als het gaat om milieubescherming, een zorgvuldig gebruik van energiebronnen en de totstandbrenging van gunstige omstandigheden om internationalisering van het mkb te bevorderen.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid