Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2010/2050(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0037/2011

Ingediende teksten :

A7-0037/2011

Debatten :

PV 09/03/2011 - 14
CRE 09/03/2011 - 14

Stemmingen :

PV 10/03/2011 - 9.3
CRE 10/03/2011 - 9.3
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2011)0096

Debatten
Woensdag 9 maart 2011 - Straatsburg Uitgave PB

14. De benadering van Iran door de EU (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is het verslag (A7-0037/2011) van Bastiaan Belder, namens de Commissie buitenlandse zaken, over de benadering van Iran door de EU [2010/2050(INI)].

 
  
MPphoto
 

  Bastiaan Belder, rapporteur. Voorzitter, in de eerste plaats wil ik nogmaals mijn dankbaarheid uitspreken aan de schaduwrapporteurs met wie ik de afgelopen periode goed heb samengewerkt. Het resultaat mag er zijn. Een verslag is bij de stemming in de Commissie buitenlandse zaken met een overweldigende meerderheid, namelijk 62 stemmen voor en slechts 3 tegen, aangenomen. Het is in dit belangrijke dossier dan ook zeer belangrijk dat er met één stem wordt gesproken, niet alleen in het Parlement, maar evenzeer door de Europese instellingen gezamenlijk.

Ik ben verheugd dat we in deze resolutie onze steun en solidariteit uitspreken met de miljoenen demonstranten die sinds de omstreden presidentsverkiezingen van 2009 de straat zijn opgegaan. Die steun en solidariteit hebben de oppositionele krachten in Iran hard nodig, nu ze zien hoe op andere plaatsen in het Midden-Oosten regimes vallen en presidenten hun positie verlaten. De Groene beweging moet onze steun ervaren, nu de oppositie opnieuw naar mogelijkheden zoekt het rechtmatige verzet tegen de Iraanse autoriteiten met gevaar voor eigen leven te organiseren. Dat dit gevaar er daadwerkelijk is, bewijst niet alleen de arrestatie van de oppositieleiders Musavi en Karoubi, maar evenzeer de wilde en ongecontroleerde oproepen van een aanzienlijk deel van de majlis, het Iraanse parlement, hen te doden. In onze resolutie roept het Parlement de Iraanse autoriteiten op volledig en onvoorwaardelijk mee te werken met het IAEA, het Internationaal Atoomagentschap, in Wenen. Het Iraanse nucleaire programma is juist door de weigerachtige houding van Teheran omgeven met een verdachte geur. De zorgen van de gehele internationale gemeenschap zijn meer dan terecht. Het is in mijn ogen dan ook onverstandig om uitgerekend zo'n land de boodschap mee te geven dat het recht heeft op uraniumverrijking. Hoezeer dit ook waar is, het is niet het signaal dat het Europees Parlement op dit cruciale moment moet afgeven. Daarom vraag ik de collega's om steun voor mijn voorstellen deze passages uit onze resolutie te verwijderen. In de resolutie wordt ook ingegaan op de rol van Iran in de regio. Zeker sinds er via wikileaks documenten uitgelekt zijn over de perceptie van Iran door de regio, doet het Parlement er goed aan Teheran de duidelijke boodschap te geven onmiddellijk te stoppen met het uitoefenen van deze destabiliserende invloed. Ik vraag de collega's daarom om steun voor mijn ingediende amendementen over de rol van Iran in buurland Irak en om paragraaf 53 uit de resolutie te verwijderen. In mijn opinie geeft het Europees Parlement in paragraaf 55 al voldoende steun aan het idee dat de Unie en Iran een stabiel Afghanistan als gemeenschappelijk doel zouden moeten hebben.

Ik wil graag, Voorzitter, aan het einde van mijn bijdrage nog een slotopmerking maken. Ik ben niet lichtgeraakt, en juist daarom wil ik iets zeggen tegen Iran en 's lands officiële vertegenwoordigers in Brussel en de nationale hoofdsteden. Van diverse zijden heb ik correspondentie van Iran aan mijn collega's onder ogen gekregen. De toon en de inhoud ervan zijn op zijn zachtst gezegd opvallend te noemen. Dit verslag - ik refereerde daar reeds aan - is met een overweldigende meerderheid door onze Commissie buitenlandse zaken aangenomen. Juist daarom moet deze resolutie niet gezien worden als een privéproject van mij, maar als het gemeenschappelijk standpunt van heel het Europees Parlement. Het is dus niet zo dat mijn achtergrond als voorzitter van de eerste delegatie van dit huis de kritische toon van deze resolutie bepaald heeft. Integendeel, daarvoor moet Iran bij zijn eigen gedrag te rade gaan. Heel het Europees Parlement, en daar ben ik dankbaar voor, accepteert noch de ontkenning van de holocaust, noch de antisemitische retoriek van president Ahmadinejad, al moet ik er helaas bij zeggen dat antisemitisme niet tot de inner circle van het regime beperkt blijft.

 
  
MPphoto
 

  Catherine Ashton, vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, dit is een kans om te debatteren over de benadering van Iran door de Europese Unie, die het onderwerp is van een initiatiefverslag waarvan de heer Belder de rapporteur is.

Het verslag van de heer Belder behandelt een groot aantal zaken en weerspiegelt de standpunten over veel verschillende belangen, maar ik zal me concentreren op twee kwesties, het nucleaire programma en de mensenrechtensituatie in Iran, die beide uitgebreid worden besproken in het verslag.

Zoals de geachte Parlementsleden weten, blijft het nucleaire programma van Iran een ernstige zorg voor de Europese Unie en voor de internationale gemeenschap als geheel. Zowel de VN-Veiligheidsraad als de Raad van beheer van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie in Wenen heeft een reeks resoluties aangenomen waarin wordt geëist dat Iran de noodzakelijke vertrouwenwekkende maatregelen neemt met betrekking tot het zuiver vreedzame karakter van het programma. Helaas heeft het meest recente verslag van de IAEA, dat op 25 februari is uitgebracht, bevestigd dat Iran niet aan zijn internationale verplichtingen heeft voldaan.

Als Europese Unie blijven we vastbesloten werken aan een diplomatieke oplossing op basis van onze dubbele benadering, waarin we druk combineren met dialoog. De doelstelling blijft Iran te stimuleren tot een gefaseerde aanpak van vertrouwenbevordering die leidt tot betekenisvolle onderhandelingen over het nucleaire programma.

Tijdens de tweede bijeenkomst die ik namens de E3+3 – China, Duitsland, Frankrijk, Rusland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten – heb geleid in Istanbul, heb ik onze voorstellen voor concrete vertrouwenbevorderende maatregelen aan Iran gepresenteerd, waaronder een geactualiseerde regeling voor brandstoflevering voor de onderzoeksreactor van Teheran en andere transparantiemaatregelen.

De geachte Parlementsleden weten dat deze voorstellen onmiddellijk voordelen zouden opleveren voor beide partijen en de weg zouden kunnen vrijmaken voor een proces om de zorgen aan te pakken en geleidelijk wederzijds vertrouwen op te bouwen. En vertrouwen opbouwen, daar zijn al onze inspanningen op gericht.

De reactie van Iran was teleurstellend. Men was niet bereid om over onze voorstellen te praten, tenzij we eerst het 'recht om uranium te verrijken' van Iran zouden erkennen. Er werd gesproken over het opheffen van alle sancties.

Ik begrijp dat Iran graag wil dat de sancties worden opgeheven. We willen allemaal dat onze besprekingen leiden tot een succesvolle afronding die – in overeenstemming met de resoluties van de Veiligheidsraad – zou betekenen dat de sancties worden opgeheven. Het opheffen van de sancties zou gebeuren in combinatie met het geleidelijk herstel van het vertrouwen. Dat was de weg die we probeerden te volgen.

Als het gaat om het 'recht op verrijken', zijn de rechten en plichten in het non-proliferatieverdrag nauwkeurig afgewogen. Ik zie geen reden om deze op selectieve wijze te herschrijven of herinterpreteren. De eerste stap moet zijn dat Iran zijn plichten volledig nakomt.

We zullen ons blijven inspannen om Iran over te halen, maar tegelijkertijd zullen we de druk opvoeren, allereerst door middel van het versterken van de tenuitvoerlegging van de bestaande sancties.

Ik heb nadien de nieuwe minister van Buitenlandse Zaken van Iran, dr. Salehi, ontmoet in Genève en tijdens die ontmoeting had ik de kans om hem uit te leggen hoeveel inspanningen we in de besprekingen met Iran hebben gestopt en hoe graag we een reactie willen, voor ons aller veiligheid. Ik heb ook een brief geschreven aan dr. Jalili, die de besprekingen leidde namens Iran, om ons aanbod opnieuw te formuleren en hem uit te nodigen te reageren. Dr. Salehi heeft me verteld dat ze nadachten over hun reactie en ik heb hen met klem verzocht positief te reageren.

Net als dit Parlement deel ik de mening van zo velen over de kwestie van de mensenrechten in Iran. De voortdurende en stelselmatige onderdrukking, arrestaties en intimidatie van advocaten, journalisten en anderen die hun rechten uitoefenen is volkomen onaanvaardbaar.

We hebben zeer lange gevangenisstraffen gezien en beperkingen van het recht om te werken en te reizen van wel twintig jaar voor sommige van de veroordeelde mensen. Toen de Iraniërs op 14 februari vreedzaam wilden demonstreren om de situatie in Egypte en Tunesië te steunen, werden de demonstraties verboden. Bovendien zijn, zoals de heer Belder al zei, de heer Musavi en de heer Karoubi, de twee oppositieleiders die hun steun aan deze demonstraties hadden uitgesproken, onder huisarrest geplaatst en later blijkbaar vastgehouden.

Ik heb de verklaring van de Socialisten en Democraten in het Parlement van 1 maart gezien en die steun ik volledig. Ik blijf me grote zorgen maken over de behandeling van de heer Karoubi en de heer Musavi en ik heb hierover op 4 maart een verklaring afgegeven. Ondanks onze inspanningen om aan controleerbare informatie te komen, blijft het onduidelijk of zij huisarrest hebben of op een andere wijze worden vastgehouden. Ik dring er bij de autoriteiten van Iran op aan hen eenvoudig de vrijheid van verkeer te geven waar ze recht op hebben.

Het verslag onderstreept ook de ernst van de toename van het aantal executies in Iran. De informatie die wij hebben, suggereert dat er sinds het begin van dit jaar ongeveer honderd executies hebben plaatsgevonden. In overeenstemming met ons lang gevestigde en krachtige standpunt over de afschaffing van de doodstraf heb ik opgeroepen tot het stopzetten van alle doodstrafzaken die nog in behandeling zijn. Ik wil dat de doodstraf wordt afgeschaft, wat voor methode er ook wordt gebruikt. Steniging en openbare ophangingen zijn barbaars.

Het is belangrijk om op te merken dat internationale inspanningen een verschil kunnen maken en dat ook doen. Ik zag dat in de zaak van mevrouw Ashtiani haar executie in elk geval tijdelijk is opgeschort, maar zoals uit het verslag blijkt, is Zahra Bahrami, een Nederlands-Iraanse staatsburger, op 29 januari in Iran terechtgesteld zonder voorafgaande kennisgeving. Zowel de executie als het proces dat eraan voorafging was schokkend. Ik heb dat publiekelijk duidelijk gemaakt door mijn afschuw uit te spreken over het gebrek aan transparantie in de zaak en het feit dat de Nederlandse autoriteiten geen consulaire toegang hebben gekregen.

Ik wil mijn interventie afsluiten door te zeggen dat mijn diensten, samen met de lidstaten, bespreken hoe we effectiever kunnen optreden met betrekking tot de mensenrechtenkwesties in Iran, door gebruik te maken van openbare en privéboodschappen, bilateraal en via multilaterale organisaties te werken en met lidstaten en internationale partijen samen te werken, allemaal met één doel: ervoor zorgen dat de grondrechten van het Iraanse volk worden gerespecteerd, net als die van andere mensen.

Ik kijk uit naar dit debat.

 
  
MPphoto
 

  Michael Gahler, namens de PPE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw Ashton, ik wil de heer Belder om te beginnen bedanken voor zijn uitvoerige verslag. Zodra dat verslag nu ter stemming wordt gebracht, zal het hier in de plenaire vergaderingen met een grote meerderheid worden aangenomen. Dat is belangrijk, want het regime in Teheran mag er niet ook in dit Parlement in slagen om bressen te slaan in een breed, gemeenschappelijk front. Wat de nucleaire ambities van de leiders van het regime betreft, treedt de internationale gemeenschap op het niveau van de Verenigde Naties op als één man. Niemand ter wereld wil de Iraanse bom. Iedereen wil volledige, transparante samenwerking met de Internationale Organisatie voor Atoomenergie. We hebben verregaande voorstellen gedaan die helaas niet op een positief antwoord konden rekenen.

We zijn het er in dit Parlement niet helemaal over eens in hoeverre we met sancties de internationale eisen moeten afdwingen. Ik hoop echter dat we in onze globale visie op de situatie tot een gezamenlijk optreden zullen komen.

Het tweede aspect dat ons zorgen baart, is de rol van Iran in de regio. De houding van Iran ten aanzien van Israël blijft onverdraaglijk en onaanvaardbaar. We kunnen niet aanvaarden dat Iran organisaties steunt die de regio destabiliseren. Grote delen van de regio zijn bang voor het Iraanse beleid. De interne politieke situatie is dramatisch wat mensenrechten en democratie betreft. Alleen daarom al hoop ik dat dit grote cultuurvolk zich liever vroeg dan laat van dit bewind ontdoet.

Ik heb er het volste vertrouwen in dat we in Egypte geen tweede Iran zullen meemaken, maar in Iran een tweede Egypte. Dan zou het gedaan zijn met de instrumentalisering van religie voor zeer wereldse doeleinden. Dan zou het hopelijk gedaan zijn met de doodstraf in het algemeen en in het bijzonder voor minderjarigen en leden van minderheden. Dan zou het gedaan zijn met de vervolging van dissidenten, niet alleen van de heren Karoubi en Musavi, en hopelijk zouden de media dan vrij zijn en zou de weg openliggen voor vrije verkiezingen voor een beter Iran.

Op de weg daarheen moeten we onder andere ons Europees instrument voor democratie en mensenrechten gebruiken om diegenen te steunen die in het maatschappelijk middenveld actief zijn. De doelgerichte sancties tegen vertegenwoordigers van het regime moeten ook worden uitgebreid. Laten we de mensen in Iran in het licht van de gebeurtenissen in Noord-Afrika moed geven voor een betere toekomst.

 
  
MPphoto
 

  María Muñiz De Urquiza, namens de S&D-Fractie.(ES) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw Ashton, ik ben heel blij dat de hoge vertegenwoordiger blijk geeft van een tweesporenbenadering waarin op vrijwel gelijke voet gesproken wordt over de mensenrechten en over het nucleaire thema. Voor de wereld, en voor de omringende landen van Iran die op dit moment verwikkeld zijn in democratische hervormingsprocessen en geleid worden door de legitieme wensen van de bevolking, is Iran namelijk allesbehalve een rolmodel, omdat zij in dat land precies datgene zien wat zij voor zichzelf niet willen. Dat is wat wij aan de kaak stellen in het verslag dat mogelijk morgen zal worden goedgekeurd.

In de eerste plaats zien we in dat land een theocratisch regime dat zijn bevolking onderdrukt en de mensenrechten schendt, met het toepassen van de doodstraf – ik noem in het bijzonder de zaak van Zahra Bahrami –, met het machteloos maken van vrouwen, met het vervolgen van homoseksuelen en met het onderdrukken van afwijkende meningen.

Iran geeft ook het slechte voorbeeld als het gaat om politieke vrijheden. De onderdrukking van demonstranten, die op ditzelfde moment en eigenlijk al sinds 2009 plaatsvindt, is volstrekt onaanvaardbaar, evenals de hechtenis van de leiders van de democratische oppositiebeweging, om wier onmiddellijke vrijlating ik vraag uit naam van mijn fractie. Ook vraag ik om de vrijlating van de leiders Musavi en Karoubi en hun vrouwen, en van alle personen die in gevangenschap verkeren vanwege het vreedzaam uitoefenen van hun recht op de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van vereniging en de vrijheid van vergadering.

Iran geeft ook het slechte voorbeeld in de rol van gesprekspartner van de internationale gemeenschap in nucleaire aangelegenheden.

Iran zou een relevante gesprekspartner en medespeler kunnen zijn in het proces van stabilisatie in de regio, als het land blijk zou geven van een verantwoordelijke houding op nucleair gebied en op dat van de mensenrechten, van een andere focus in de regio ten opzichte van Hamas en Hezbollah, en een andere retoriek zou laten horen richting Israël. Ook dit is een van de zaken waar wij om vragen in het verslag.

Het is van belang, mevrouw Ashton, in Teheran een delegatie van de Europese Unie te openen, niet alleen om op die manier een politieke dialoog te kunnen voeren met het Iranese regime, maar ook met het oog op maatschappelijke organisaties.

Ten slotte wil ik de heer Belder bedanken voor zijn samenwerking met de schaduwrapporteurs, waardoor wij erin geslaagd zijn om een evenwichtig verslag te maken dat voor het gehele Europees Parlement aanvaardbaar is.

 
  
MPphoto
 

  Marietje Schaake, namens de ALDE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, is Ahmadinejad beter dan Khadafi? Terwijl de internationale gemeenschap zich terecht concentreert op Libië en manieren probeert te vinden om een einde te maken aan het geweld dat Khadafi en de zijnen de burgers aandoen, mogen we niet toestaan dat Iran wordt ondergesneeuwd op onze politieke agenda. Er vindt ook een bloedbad plaats in Iran, maar dat gebeurt in slow motion. Elke acht uur een executie sinds het begin van dit jaar en stelselmatige onderdrukking, foltering, verkrachting en censuur tieren welig sinds de stichting van de Islamitische Republiek en in het bijzonder sinds de verkiezingen in 2009.

Ahmadinejad is geen haar beter dan Khadafi en we moeten even harde maatregelen nemen om de mensenrechten in Iran te beschermen. Sommigen zullen misschien zeggen dat er al sancties zijn opgelegd, maar die zijn alleen gericht op de nucleaire kwestie en leveren niet de gewenste resultaten op. Dit zou wel eens een nul-somspel kunnen worden als het gaat om de mensenrechten, want de straffeloosheid gaat gewoon door.

Mevrouw de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger, in dit verslag geeft het Europees Parlement u het mandaat om sancties op te leggen aan personen die verantwoordelijk zijn voor de ernstige schendingen van de mensenrechten die we zien en die aanbeveling hebben we al eerder gedaan. Er is een lijst met tachtig namen uitgelekt en toegeschreven aan uw bureau. Ik wil u vragen of dit een teken is van uw voornemen om verder te gaan met deze belangrijke maatregel.

We moeten ook de burgers van technologieën voorzien waarmee ze vrij kunnen communiceren en toegang hebben tot informatie en de EU moet een toevluchtsoord zijn voor vrijdenkers. Vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger, laat de EU voorop lopen bij de inspanningen om personen die vrouwen verkrachten voor hun executie zodat absoluut zeker is dat ze niet als maagd in de hemel komen, mannen die ongewapende jongeren vanaf daken doodschieten als ze op straat lopen en rechters die mensenrechtenadvocaten veroordelen omdat ze jongeren en vrouwen hebben verdedigd, ter verantwoording te roepen. Laten we een systeem dat de facto gevangenneming van oppositieleiders toestaat, ter verantwoording roepen.

Als we het vrijdag over Libië hebben, maakt u dan alstublieft van de gelegenheid gebruik om soortgelijke maatregelen te introduceren tegen de machthebbers in Iran, zodat er gerechtigheid kan komen voor de Iraanse burgers die in 2009 zijn begonnen met de massale jongerenopstanden die nu een hele generatie in het Midden-Oosten en Noord-Afrika inspireren.

 
  
MPphoto
 

  Barbara Lochbihler, namens de Verts/ALE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, het onderhavige verslag, waar alle fracties intensief aan hebben meegewerkt, is een zeer goede basis om het beleid van de EU ten aanzien van Iran op op te bouwen. De verschillende kwesties waarover we met de Iraanse regering van mening verschillen, worden als een gezamenlijke uitdaging aangepakt: het atoomenergieprogramma en de betrekkingen tussen Iran en zijn buren, de rampzalige mensenrechtensituatie in het land en de moeilijke economische toestand. De werkloosheid is enorm toegenomen; een op de vier Iraniërs leeft onder de armoedegrens.

Mevrouw Ashton, u moet nu consequenties trekken uit het verslag. Wij Europeanen mogen niet toezien hoe personen die kritiek uiten op het regime, vakbondsleden, verdedigers van vrouwenrechten en andersgelovigen worden gearresteerd, gefolterd en vermoord. We moeten ons duidelijk meer dan tot dusver inspannen om diegenen die verantwoordelijk zijn voor schendingen van de mensenrechten ook doelgericht door middel van sancties – bijvoorbeeld door een inreisverbod of door blokkering van hun rekeningen – onder druk proberen te zetten.

De Europese Dienst voor extern optreden moet ook precies nagaan welke economische sancties daadwerkelijk effect sorteren en welke alleen de Iraanse bevolking treffen. Een beleid van volledig isolement is een doodlopend straatje en wordt ook door velen in de Iraanse bevolking niet gesteund.

Met dit verslag heeft het Parlement op niet mis te verstane wijze duidelijk gemaakt dat een democratisch veranderingsproces niet van buitenaf met militaire middelen tot stand kan worden gebracht. We moeten blijven vasthouden aan een tweesporenstrategie en in dat kader een dialoog proberen aan te knopen en tezelfdertijd ondubbelzinnig de naleving van universele rechten en internationale overeenkomsten eisen. Het is ook in die context dat het verzoek moet worden gezien om in Teheran een EU-delegatie te openen nu de Europese Dienst voor extern optreden de verantwoordelijkheid voor de vertegenwoordiging van de Europese Unie in derde landen van het roulerend voorzitterschap heeft overgenomen.

 
  
MPphoto
 

  Charles Tannock, namens de ECR-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, hoge vertegenwoordiger, Iran vertegenwoordigt voor mij de ernstigste bedreiging voor de veiligheid in de wereld. President Ahmadinejad is vastbesloten zijn land te bewapenen met kernwapens en het vooruitzicht van een nucleair bewapend Iran is zo angstaanjagend dat ik er niet aan wil denken en vormt een bedreiging voor het voortbestaan van Israël. Daarom moeten we alle mogelijkheden overwegen, ook militaire, om dat te voorkomen.

Iran heeft de internationale gemeenschap keer op keer bedrogen en tegengewerkt. Helaas heeft de Europese Unie zich af en toe laten manipuleren door Ahmadinejad.

Terwijl de Raad het barbaarse theocratische regime in Teheran regelmatig afkeurt, hebben de afzonderlijke lidstaten soms voor een minder harde aanpak gekozen. Het is nog maar een paar maanden geleden dat de EU-leiders hebben afgesproken exportkredietgaranties aan Iran te verbieden. Tot dan toe vormden die garanties een belangrijke economische verbindingslijn met het regime dat elk beetje legitimatie hard nodig heeft, niet in de laatste plaats vanwege Ahmadinejads minachting voor de mensenrechten, die is gebleken uit de regelmatige executie van homoseksuelen, politieke dissidenten en minderjarigen.

(Spreker wordt door de Voorzitter verzocht langzamer te spreken met het oog op de vertolking)

 
  
 

Mijnheer de Voorzitter, voor zover ik weet, verstaat iedereen Engels.

Het spijt me. Ik spreek zo snel als ik zelf wil.

Iran lijkt vaker voor te komen in de mensenrechtendebatten van dit Parlement dan enig ander land. De EU-lidstaten moeten het belang van een verenigde en onverstoorbare benadering van de intriges van Iran inzien.

We moeten in het bijzonder begrijpen dat de regio, als we de nucleaire ambities van Iran en de steun van dat land aan het terrorisme niet de kop indrukken, ongetwijfeld in een wapenwedloop terecht zal komen.

Gezien de inherente instabiliteit in het Midden-Oosten en de Golfregio, waarvan we allemaal maar al te goed doordrongen zijn, zou dat een ramp zijn met ongekende gevolgen voor de toekomst.

 
  
MPphoto
 

  Sabine Lösing, namens de GUE/NGL-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, het verslag van de heer Belder is dankzij de amendementen veel beter geworden en mijn fractie kan de inhoud grotendeels steunen. Het verslag bevat vooral beschrijvingen van de stand van zaken, die op zich absoluut correct zijn, maar het ontbreekt helaas aan een realistisch toekomstperspectief.

De mensenrechtensituatie in Iran is onverdraaglijk. Sancties zijn echter niet geschikt om er de situatie blijvend mee te verbeteren. Om democratisering in Iran te steunen, moet alles op alles worden gezet om ontspanning te brengen in de internationale situatie. Een verscherping van de internationale betrekkingen brengt het gevaar met zich mee dat verdere interne antidemocratische maatregelen in het land worden genomen en dat de oppositie wordt verzwakt. Een detentebeleid zou ook een einde moeten maken aan elk bedreigingsscenario. Onderhandelingen en internationale betrekkingen kunnen slechts succesvol zijn als alle partners diplomatiek worden erkend. Alleen op die manier kunnen zinvolle compromissen worden bereikt in het dispuut over het atoomprogramma.

Ik heb onze visie op een doeltreffende strategie ten aanzien van Iran in een alternatieve ontwerpresolutie neergeschreven en om de uitgelegde redenen zal ik ervoor pleiten om tegen het verslag van de heer Belder te stemmen.

 
  
MPphoto
 

  Fiorello Provera, namens de EFD-Fractie. – (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, allereerst wil ik de heer Belder gelukwensen met zijn uitstekende werk.

Terwijl de wereld getuige is van een opstand in de Arabische wereld gaat Iran gewoon door met de onderdrukking van dissidenten. De arrestatie van de twee oppositieleiders Musavi en Karoubi is daar een duidelijk bewijs van. De westerse wereld is in beweging gekomen tegen Khadafi maar aarzelt als het om Iran gaat, misschien omdat Khadafi reeds gevallen is terwijl Ahmadinejad nog steeds in het zadel zit.

In Iran voltrekt zich de grootste rebellie sinds de opstand na de verkiezingen van 2009. Waar wachten wij op om alle tegoeden te bevriezen van Ahmadinejad, van de door de revolutionaire garde gecontroleerde ondernemingen en van alle bij de repressie betrokken regeringsvertegenwoordigers? Waar wachten wij op om reisbeperkingen op te leggen aan deze regeringsvertegenwoordigers?

 
  
MPphoto
 

  Andreas Mölzer (NI). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, zoals u weet is het nog maar de vraag of Iran met zijn atoomprogramma echt vreedzame doelen nastreeft. Daarom is de samenwerking van Iran met het Internationaal Atoomenergieagentschap van bijzonder groot belang. Alleen via deze samenwerking kan Iran de internationale gemeenschap laten zien dat het civiel gebruik van kernenergie is gewaarborgd.

Wat het Midden-Oostenbeleid betreft is het aan Ahmadinejad om eindelijk duidelijk te maken dat Iran geen bedreiging vormt voor Israël en ook het bestaansrecht van Israël binnen de internationale grenzen erkent. Ontwapening en de totstandbrenging van een kernwapenvrije zone moeten mijns inziens centrale doelstellingen van het Midden-Oostenbeleid zijn teneinde de vrede en de veiligheid in deze regio te waarborgen.

Iran is in het Midden-Oosten natuurlijk een belangrijke factor. In dit licht ben ik verheugd dat uit het zeer uitvoerige verslag van de heer Belder kan worden opgemaakt dat er met betrekking tot de kwestie Afghanistan sprake is van constructieve samenwerking met de EU die gericht is op het verhogen van de stabiliteit in de regio. Alleen op die manier kan de radicale islam of het islamisme, dat steeds vaker ook in Europa de kop opsteekt, worden teruggedrongen.

 
  
MPphoto
 

  Ria Oomen-Ruijten (PPE). - Voorzitter, mevrouw Ashton, collega's, twee jaar geleden, nog vóór de demonstraties in Tunesië, Egypte en Libië, zijn de mensen in Teheran al de straat opgegaan. Ze deden dat met gevaar voor eigen leven. Ze gingen de straat op, omdat ze meer democratie wilden. Ze wilden ook protesteren tegen de haat en onderdrukking van een fout regime. Daarom ben ik blij dat in dit verslag de nadruk ligt bij de mensenrechten en ik feliciteer de heer Belder dan ook daarmee. De les die wij zouden moeten leren, is dat we alles moeten doen wat mogelijk is om de oppositie en allen die daar gedemonstreerd hebben, te helpen. Wij moeten hun de helpende hand reiken tegen dit regime.

Waarom moeten wij dat doen? Omdat het regime het geld en de olie heeft en degenen die onderdrukt worden, alleen maar iets kunnen bereiken, wanneer ook wij iets doen. Ik vind het fijn dat we in paragraaf 32 van jouw verslag, Bas, op dat punt heel helder zijn. Voorzitter, als ik kijk naar de onderdrukking dan zou ik ook van u willen weten wat we doen met oppositieleider Musavi. Besteden we nog aandacht aan het lot van de heer Karoubi? Welke concrete mogelijkheden hebben wij als Europese Unie om daar meer steun te geven?

Een bewijs van de dynamiek van de Iraanse samenleving zien we ook in de één-miljoen-handtekeningen-campagne. Eén miljoen handtekeningen die door vrouwen worden verzameld voor het tegengaan van discriminerende wetgeving. Ik heb alle hulde voor die moedige vrouwen. Ik wil van mevrouw Ashton weten waar zij consulaire bijstand kan geven, want die wordt niet altijd gegeven.

 
  
MPphoto
 

  Marita Ulvskog (S&D).(SV) Mijnheer de Voorzitter, de mensenrechten worden in Iran op grote schaal geschonden en de schendingen lijken bovendien in aantal toe te nemen. Op de meeste gebieden heeft er een duidelijke achteruitgang plaatsgevonden, met name wat betreft het recht op vrije meningsuiting. De aandacht is gevestigd op een aantal doodstraffen die het bewind dreigt uit te voeren; intellectuelen, studenten en dissidenten worden vervolgd; mensen worden gemarteld; en vrouwen, en etnische en religieuze minderheden worden nog altijd gediscrimineerd. De lijst kan naar believen worden aangevuld.

Bij de verkiezingen van 2009 was dat al verontrustend duidelijk en dat is het nog steeds. Ieder van ons die bij verschillende gelegenheden Iraanse vertegenwoordigers ontmoet, stuit ook op meer onverzettelijkheid en hardheid. Tegen die achtergrond zou ik willen zeggen dat de prioriteiten die mevrouw Ashton heeft geschetst – met andere woorden, mensenrechten, sterke bestaande sancties en kernprogramma – juiste en duidelijke prioriteiten zijn.

De rigueur van de EU-reacties ten aanzien van Iran moet worden versterkt en verduidelijkt. Wij moeten ook onverbiddelijker zijn met betrekking tot misdrijven tegen de menselijkheid. Er komt een ogenblik waarop een beleefde omgangstoon feitelijk een vorm van verraad wordt en ik denk dat met betrekking tot Iran dat ogenblik vandaag voor ons is aangebroken.

 
  
MPphoto
 

  Marit Paulsen (ALDE).(SV) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de heer Belder bedanken voor een zeer goed verslag. Ik ben lid van de delegatie van het Europees Parlement voor de betrekkingen met Iran en ik krijg brieven van het Iraanse regime waarin ik in Gods naam word aangesproken, wat ik bijzonder onaangenaam vind. Onder dat mom slagen ze erin om datgene te creëren wat op basis van het verslag van de heer Belder duidelijk kan worden omschreven als de hel op aarde. Het is ongelofelijk en nauwelijks voor te stellen.

Ik heb een ideetje en een droom die ik in dit verband aan mevrouw Ashton wil voorleggen. Zou u, als u een groot nieuw gebouw laat bouwen voor de Europese Dienst voor extern optreden, misschien plaats kunnen inruimen voor een klein kantoortje met een kleine groep mensen die informatie verzamelen over wie de folteraars, beulen en rechters zijn in die groteske samenlevingen rondom ons, zodat ze weten dat we hun doen en laten op de voet volgen?

 
  
MPphoto
 

  Ryszard Czarnecki (ECR).(PL) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw Ashton, ik wil de heer Belder feliciteren met zijn uitstekende verslag. Ik heb de indruk dat de Europese Unie dubbele maatstaven hanteert. Wij oefenen ernstige kritiek uit op regimes als ze op het punt staan te vallen – Libië is hiervan een goed voorbeeld – maar ondertussen houden wij ons stil waar het regimes betreft die stevig in het zadel zitten. Maar al te vaak laten wij ons hierbij leiden door allerlei redenen, waaronder de economische belangen van bepaalde landen. Het gaat goed met het Iraanse regime, en de in het verslag geuite kritiek erop is volledig gerechtvaardigd. Wat zich al jarenlang in Iran afspeelt is volledig onaanvaardbaar. Het Europees Parlement moet zich hierover uitspreken. Wij moeten onze mening uitspreken over de doodstraf, over foltering en over het feit dat de hoop die – zoals wij niet mogen vergeten – gepaard ging met de val van sjah Reza Shah Pahlavi totaal niet bewaarheid is geworden. Integendeel – de situatie is er alleen maar slechter op geworden.

 
  
MPphoto
 

  Barry Madlener (NI). - Voorzitter, ik wil in de eerste plaats rapporteur Bas Belder complimenteren met zijn uitstekende verslag. Bas Belder heeft een zeer scherp verslag geschreven, waarin een keiharde lijn tegen Iran wordt voorgesteld. Dat is de juiste lijn. Dictator Ahmadinejad gaat maar door met het doden van zijn eigen burgers en politieke tegenstanders worden gemarteld. De Nederlandse Zahra Bahrami zou ook doodgemarteld zijn volgens de geruchten en ik heb gevraagd dat uit te zoeken.

Ik wil de linkse socialisten en die vreselijke Groenen in dit Parlement vragen dit verslag niet te af te zwakken met allerlei amendementen. Het criminele regime van Ahmadinejad blijft Israël bedreigen en probeert zijn invloed uit te oefenen in Egypte. Iran ziet het liefst een islamitische republiek ontstaan inclusief politieke ayatollahs, sharia, steniging van vrouwen en ophanging van homo's. Ja, collega's, dat is waar volgens veel moslims de zuivere islam voor staat. Er zijn zelfs Iraanse oorlogsschepen door het Suezkanaal gevaren, een regelrechte provocatie tegen het westen en tegen Israël. Hierbij wil ik het laten.

 
  
MPphoto
 

  Vytautas Landsbergis (PPE).(LT) Mijnheer de Voorzitter, de betrekkingen van de Europese Unie met Iran zijn op zijn zachtst gezegd ambivalent. We laten ons manipuleren. We hebben het over democratie, over de democratieclausule, maar overal ruiken we de doordringende geur van olie en gas. Als we de democratie niet in het hart dragen, kunnen we haar net zo goed met voeten laten treden, samen met de mensenrechten. Een paar jaar geleden verbaasde ik me over berichten in de pers over zware bouwmachines die door bedrijven in de Europese Unie werden geleverd aan Iran. Het ging ook om mijnbouwuitrusting voor de aanleg van ondergrondse fabrieken, waar hoogstwaarschijnlijk kernwapens worden geproduceerd. Teheran beschikt reeds over raketten waarmee bijna heel Europa kan worden bestreken, dus waarom helpen we hen niet meteen om al hun sinterklaaswensen te vervullen? Met behulp van Europese graafmachines wordt een gat gegraven voor de Iraanse natie, als Israël zich met het schrikbeeld van een tweede exodus voor ogen niet weet te bedwingen, en voor Europa en de hele wereld. Het lijkt er niet op dat Europa is voorbereid op een uitdaging van die orde van grootte, of op de hegemonie van kernmogendheid Iran in het Nabije Oosten en Noord-Afrika. Is er ook maar iemand die de huidige ontwikkelingen onder dit gezichtspunt analyseert?

De geëxporteerde uitrusting omvat ook zware bouwkranen uit Duitsland en Nederland, die door het regime in Teheran worden gebruikt voor openbare executies van zogenaamde criminelen en oppositieleden. Naar verluidt is ophanging met behulp van deze Europese kranen bijzonder wreed en sterven de slachtoffers een langzame dood. De terechtstellingen van zondaars gaan gewoon door, net als de leveringen van apparatuur uit Europa.

Hopelijk bestellen de Iraanse autoriteiten geen Mistral-vliegdekschepen in Saint-Nazaire, al kunnen zij die korte tijd later in Rusland op de kop tikken, waar ze in licentie worden gebouwd. Ze hebben de Mistrals hard nodig, opdat de landen aan de Perzische Golf het pistool tegen hun hoofd voelen. Niemand is geïnteresseerd in de gevoelens van de kleine landen rond de Oostzee en de Zwarte Zee. De Perzische Golf ligt Europa nader aan het hart. Het lijkt me goed om hier eens over na te denken.

 
  
MPphoto
 

  Zoran Thaler (S&D).(SL) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de tragedie van Iran is groot. Dertig jaar na de tegen de dictatuur van de sjah gerichte revolutie dringt zich een eenvoudige vraag op: kan Iran wel als een beschaafd land worden beschouwd? De barbaarsheid van het Iraanse regime blijkt uit zijn vele vormen van onderdrukking en uit zijn anachronismen. Vrouwen, dissidenten, eenieder met afwijkende ideeën, jonge mensen, mensen met een seksuele voorkeur voor het eigen geslacht, enzovoort, enzovoort, worden onderdrukt.

Wat kunnen we hieraan doen? Enerzijds heeft de Europese Unie een Iranbeleid nodig en moet ze sancties opleggen die door de voornaamste vertegenwoordigers van het regime worden gevoeld. Laten we hen verhinderen om te reizen en zaken te doen, de Revolutionaire Garde inbegrepen. Laten we anderzijds de helpende hand bieden aan jonge mensen en aan degenen die strijden voor mensenrechten en democratische verandering.

Essentieel is een vrije toegang tot informatie, vrijheid van pers, televisie, radio en vooral het internet. Facebook, twitter en YouTube zijn de sterkste wapens voor degenen die vernederd en woedend zijn, en dat zijn er velen in Iran. Het is onze verantwoordelijkheid om hen te beschermen.

 
  
MPphoto
 

  Norica Nicolai (ALDE).(RO) Mijnheer de Voorzitter, dit regime is in 2005 aan de macht gekomen met een boodschap van nationalisme en justitie. Tot nu toe zijn we er niet in geslaagd om van Iran een democratisch land te maken. Het enige dat we hebben kunnen doen is toekijken bij de ontwikkeling van het enige land dat een despotisch regime op grote schaal bevordert, dat doet denken aan de donkere middeleeuwen. Collega's, ik ben van mening dat Iran een van de brandende kwesties wordt in ons buitenlands beleid omdat we het risico lopen de enorme invloed van dat land – door middel van het financieren van de terroristische bewegingen Hamas en Hezbollah – in Noord-Afrika te veronachtzamen.

Tenzij de Europese Unie een duidelijke beoordeling maakt van de invloed van Iran in de regio, lopen we het risico dat het gebrek aan democratie in Iran chronisch wordt. Sterker nog, binnen Europa hebben we te maken met ernstige zwakte en risico's voor onze veiligheid. Ik ben van mening dat het tijd is voor oplossingen die niet meer het traditionele 'dans'-principe van Talleyrand volgen, maar die voorzien in een helder, krachtig besluit.

 
  
MPphoto
 

  Peter van Dalen (ECR). - Voorzitter, het verslag van collega Belder is heel goed, want het is realistisch en pragmatisch. Wat mij betreft had het verslag op onderdelen nog veel scherper mogen zijn tegen dit verwerpelijke regime van Ahmadinejad. Deze schurk ontkent de holocaust en hij wil de staat Israël het liefst vandaag nog de zee inschuiven. Christenen hebben letterlijk geen leven onder Ahmadinejad. Bovendien onderdrukt hij zijn eigen mensen op een vreselijke manier. Nog nooit zijn er zoveel mensen geëxecuteerd als juist in het afgelopen jaar. De EU moet daarom de oppositionele krachten, die zich richten op democratie en mensenrechten, blijven steunen. Het regime van Ahmadinejad kan niet hard genoeg worden aangepakt. Ik denk aan sancties en het uitvoeren van gerichte acties tegen het Iraanse atoomprogramma, zoals met het Stuxnet-virus is gebeurd. Ik kijk uit naar de dag dat dit regime ten val komt. Liefst vandaag nog.

 
  
MPphoto
 

  Nicole Sinclaire (NI). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, mensenrechtenverdedigers in Iran worden het slachtoffer van doodsbedreigingen, intimidatie, willekeurige arrestatie, gerechtelijke intimidatie, stigmatisering, gewelddadige aanvallen, slechte behandeling, foltering en moord. Vooral vrouwelijke mensenrechtenverdedigers lopen een groot risico in Iran. De vrijheid van meningsuiting, vereniging en vergadering is ernstig beperkt in Iran en is vaak gekoppeld aan zware straffen.

De doodstraf wordt ook willekeurig toegepast, vooral als het gaat om minderjarigen. Wat ik echter zeer storend vind, is de manier waarop de Europese Unie omgaat met Iran. Alweer lijkt onze hoge vertegenwoordiger veel te praten maar weinig te doen. Ik heb haar al vaak, en dat herhaal ik nu nog maar eens, uitgenodigd in de Subcommissie mensenrechten om daadwerkelijk vragen te beantwoorden over haar activiteiten op het gebied van mensenrechten.

Ze heeft ons vandaag verteld hoe belangrijk mensenrechten voor haar zijn, maar wanneer is ze dan ooit bij de Subcommissie mensenrechten geweest? Ze is bereid om haar ondergeschikten te sturen, maar ze is niet bereid tot een democratisch kruisverhoor door dit Parlement. Ze luistert naar wat wij te zeggen hebben, geeft een onsamenhangende, van te voren opgestelde verklaring en gaat weer naar huis. Dat is geen democratie, mevrouw Ashton.

(Spreker verklaart zich bereid een "blauwe kaart"-vraag krachtens artikel 149, lid 8 van het Reglement te beantwoorden)

 
  
MPphoto
 

  Richard Howitt (S&D). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil niet te veel tijd in beslag nemen. Ik wil alleen het volgende vragen aan mevrouw Sinclaire: als de hoge vertegenwoordiger naar een speciale plenaire zitting van het voltallige Parlement komt om het jaarlijkse mensenrechtenverslag te bespreken en dan wordt ondervraagd door EP-leden uit het hele Parlement, vindt zij dan niet dat dat een bevredigendere manier voor ons is om de hoge vertegenwoordiger verantwoording te laten afleggen over de stand van zaken op het gebied van de mensenrechten dan wanneer ze wordt gevraagd naar een subcommissie van het Parlement te komen, zelfs als dat een subcommissie is waaraan ik zeer veel waarde hecht?

 
  
MPphoto
 

  Nicole Sinclaire (NI). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, alle respect voor mijn collega, maar dat is niet bevredigend, want zoals hij weet – of zou weten als hij net zoveel tijd in de Subcommissie mensenrechten had doorgebracht als ik – is het juist in de commissies dat we de kans krijgen om meer dan één ding te zeggen en langer dan een minuut te spreken en dan krijgen we ook rechtstreeks antwoord.

Ik heb veel opmerkingen gemaakt over de kwestie van de mensenrechten en ik heb nog geen enkel antwoord gekregen van barones Ashton – niet één antwoord, wat vindt u daarvan? Ik herhaal dat het hier om democratie gaat. Ik vertegenwoordig vijf miljoen mensen. Ik ben hier gekozen. Barones Ashton heeft nog nooit in haar leven een stem gekregen.

 
  
MPphoto
 

  Paweł Zalewski (PPE).(PL) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw Ashton, ik wil de heer Belder feliciteren met zijn uitstekende verslag. Het doet mij ook genoegen dat het verslag gewijzigd is tijdens de onderhandelingen. Ik denk dat het dankzij de betreffende amendementen nu op de juiste wijze geformuleerd is. De volledige internationale gemeenschap, die veel belang hecht aan democratie en mensenrechten, maakt zich ernstig zorgen over wat er al vele jaren in Iran gebeurt, en wij proberen nu te beslissen over de maatregelen die genomen moeten worden. Deze maatregelen moeten natuurlijk van binnenuit Iran komen. Daarom spreekt het voor zich dat de Europese Unie de Iraanse oppositie steunt.

Ik denk dat er drie thema's zijn die we nu naar voren moeten brengen en die van invloed kunnen zijn op het beleid in Iran. De eerste kwestie betreft ons beleid van samenwerking met Turkije ten aanzien van Iran. Turkije is een belangrijke partner voor de Europese Unie. Het land wordt geregeerd door een partij waarvoor de islamitische traditie belangrijk is, maar het wordt ook geregeerd op een manier die de Europese normen veel dichter benadert. De tweede kwestie is samenwerking met Rusland. We moeten druk uitoefenen op Rusland om nog nauwer samen te werken met de Europese Unie en de Verenigde Staten, zodat samenwerking met Iran niet het beeld laat zien dat het nu laat zien. Ten derde de laatste en erg belangrijke kwestie, namelijk die van het antiraketschild. De Europese Unie moet met de NAVO en de Verenigde Staten samenwerken om ervoor te zorgen dat het schild in Europa gebouwd wordt.

 
  
MPphoto
 

  Pino Arlacchi (S&D). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de aanvankelijke tekst van dit verslag werd bekritiseerd vanwege het agressieve taalgebruik, het feit dat het vooral gericht was op het nucleaire programma van Iran en voorbij ging aan de zorgen over de mensenrechten en het gebrek aan een positief perspectief voor toekomstige samenwerking. De talloze amendementen die zijn ingediend door mijn fractie en anderen hebben deze tekortkomingen rechtgezet en de huidige tekst is evenwichtig. Hij onderscheidt de twee voornaamste dossiers: mensenrechtenschendingen door de zittende regering en het Iraanse nucleaire programma.

De twee dossiers zijn niet hetzelfde en het is onverantwoordelijk om Iran te dreigen met oorlog of internationale interventie, zoals ik vandaag in dit Parlement heb horen voorstellen. Als u Ahmadinejad sterker wilt maken, moet u dat vooral doen, want alle Iraniërs, ongeacht hun politieke standpunten, zullen zich tegen een buitenlandse interventie keren. Het huidige beleid dat de Europese Raad en de hoge vertegenwoordiger toepassen is het juiste, omdat het gebaseerd is op een zorgvuldige inschatting van de situatie ter plaatse.

 
  
MPphoto
 

  Geoffrey Van Orden (ECR). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, allereerst wil ik de heer Belder feliciteren met zijn uitstekende verslag. Iran heeft de potentiële invloed en rijkdom om een goede of kwade macht te zijn in het grotere Midden-Oosten. Helaas is het regime een kwade macht geworden die zich verschuilt achter een religieus masker. Het nucleaire programma van Iran is een reden tot enorme regionale en internationale bezorgdheid. Iran is een bron van extremistische doctrine geworden, het pleegt en steunt internationale terroristische acties, heeft een gevaarlijke invloed op groepen jonge sjiieten in de Golfstaten, in Irak en in Libanon en aarzelt niet om verbonden te sluiten met soennitische terroristische groeperingen in Gaza en daarbuiten. Het heeft geholpen met de training en bewapening van de terroristen die NAVO-doelen in Afghanistan hebben aangevallen en het schendt de mensenrechten. Het zou tragisch ironisch zijn als een tirannie als Iran het meest zou profiteren van de wens van meer vrijheid die we de afgelopen weken overal in de Arabische wereld zo dramatisch tot uiting hebben zien komen en met een misselijkmakende hypocrisie – ik ben bijna klaar, mijnheer de Voorzitter – heeft president Ahmadinejad de burgers van Egypte verteld dat ze het recht hebben om hun eigen mening over hun land te uiten.

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  George Sabin Cutaş (S&D).(RO) Mijnheer de Voorzitter, de internationale gemeenschap kijkt bijna hulpeloos toe terwijl de mensenrechtensituatie in Iran verslechtert. We moeten echter de tot onze beschikking staande instrumenten, waarmee we onze stem kunnen laten horen, niet over het hoofd zien. Het Verdrag van Lissabon biedt ons, via de positie van hoge vertegenwoordiger, een manier om de Iraanse regering ervan te overtuigen dat mensenrechten niet door onderdrukking moeten worden beperkt. Het gaat om een onvervreemdbaar recht van het individu, waar door geen enkel politiek regime aan getornd mag worden. Massaterechtstellingen, met name van minderjarigen, steniging, discriminatie van vrouwen en minderheden en marteling zijn helaas onderdelen van een veel langere lijst.

Democratische veranderingen kunnen niet van buitenaf worden opgelegd. De Europese Unie moet meer doen dan alleen steunverklaringen afleggen; zij moet continu haar steun verkondigen aan de mensen in dit land, die iedere dag hun leven wagen om tegen dit onrecht te protesteren.

 
  
MPphoto
 

  Jan Zahradil (ECR). - (CS) Mijnheer de Voorzitter, tegen de achtergrond van wat er nu allemaal plaatsvindt in de Arabische wereld, in Libië, Egypte, Tunesië en elders, steekt de rigiditeit en de onbuigzaamheid van het Iraanse regime des te schriller af. Het is een intolerant regime, een fundamentalistisch regime, een regime dat politieke tegenstanders uitmoordt en het dient dan ook onder internationale druk te worden gehouden. De Iraanse oppositie in ballingschap dient te worden gesteund. Deze is legaal, daar hebben we resoluties van het Europees Parlement over. We dienen onder meer de situatie in het vluchtelingenkamp Ashraf in Irak waar zich meer dan 3 000 vluchtelingen uit de oppositieorganisaties in ballingschap bevinden, nauwlettend te volgen. Er dreigt daar een humanitaire catastrofe en we moeten deze mensen beschermen. Ik zou dan ook graag van mevrouw Ashton een duidelijk standpunt in deze kwestie willen horen, ik zou duidelijk aangegeven willen zien op welke manier de Europese Unie onder haar leiding deze vluchtelingen in het kamp Ashraf zal helpen.

 
  
MPphoto
 

  Tunne Kelam (PPE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, nu de EU oproept tot een onmiddellijk einde aan de brute dictatuur van Khadafi en erop aandringt hem volledig te isoleren, geldt hetzelfde voor het brute en bloedige Iraanse regime. Hoop koesteren dat er vertrouwen kan worden opgebouwd is geen realistische optie meer, vooral niet sinds Teheran zijn geloofwaardigheid volledig teniet heeft gedaan als het gaat om het nucleaire programma.

In plaats daarvan moeten we ons richten op het grote potentieel van door het volk geleide democratische veranderingen in Iran. Het is waar dat zo'n verandering niet van buitenaf kan worden opgelegd. Maar de prioriteit van de EU zou moeten zijn dat we onze duidelijke morele en politieke steun aan deze groepen geven. Ik denk in het bijzonder aan een zwarte lijst van Iraanse functionarissen (mevrouw Schaake had het over tachtig namen), ondersteuning van de start van Farsitalige uitzendingen van Euronews en erop aandringen dat parlementaire betrekkingen – als die er zijn – onder strikte voorwaardelijkheid worden uitgevoerd.

 
  
MPphoto
 

  Ioan Mircea Paşcu (S&D). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, het heersende dogma is dat Iran de grote winnaar zal zijn van de revoluties in Noord-Afrika en daarbuiten. Dat is mogelijk, maar niet zo waarschijnlijk.

Ten eerste is het Iraanse model niet precies wat de jonge mensen die in deze landen in opstand komen zouden willen. Ten tweede heeft het regime geen binnenlandse vrede en kan het zich dus niet uitsluitend concentreren op het bevorderen van een assertiever buitenlandbeleid. Tot slot zijn andere landen zoals Turkije – of zelfs Egypte na, maar ook tijdens de overgang – sterke concurrenten voor de ambities van Iran.

Natuurlijk kan Iran altijd indirect een bepaalde mate van invloed verwerven, maar dat zou waarschijnlijk niet bepalend zijn om zeggenschap te krijgen in die landen. Paradoxaal genoeg zou de enige manier om een voordeel te behalen, zijn dat de huidige ontwikkelingen worden gezien als een kans om te beginnen Iran weer een plaats te geven in de internationale gemeenschap. Dat zou een lange weg zijn, maar de enige verstandige keuze voor Iran.

Ik feliciteer de heer Belder met zijn uitstekende verslag.

 
  
MPphoto
 

  Antonyia Parvanova (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de heer Belder bedanken voor zijn uitstekende verslag. Slechts één dag nadat we de honderdste verjaardag van Internationale Vrouwendag hebben gevierd, wil ik in het bijzonder de aandacht vragen voor de situatie van vrouwen in Iran en ik wil deze toespraak niet alleen opdragen aan Sakineh Ashtiani en Zahra Bahrami, maar aan alle vrouwen die gevangen zijn gezet en die vermist worden als gevolg van de huidige onderdrukking in Iran.

De EU moet rekening houden met het streven naar democratische verandering van de burgers van Iran en de onaanvaardbare situatie waarmee Iraanse vrouwen te maken hebben. We weten dat er discriminatie is, en zelfs politieke en sociale onderdrukking, die vrouwen in dat land treft en we moeten deze onacceptabele feiten in gedachten houden als we nadenken over onze benadering van Iran.

Terwijl de situatie op dit moment verslechtert, zijn de vrouwenrechtenactivisten in het land het voortouw blijven nemen bij het verzet tegen de huidige onderdrukking en het ontzeggen van burgerlijke vrijheden en mensenrechten. Vrouwenrechten zouden geen optioneel onderhandelingspunt mogen zijn en ik hoop, mevrouw de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger, dat de EU dit geweld onverminderd zal blijven aankaarten.

 
  
MPphoto
 

  Nikolaos Salavrakos (EFD).(EL) Mijnheer de Voorzitter, de heer Belder heeft ons een nauwkeurig, evenwichtig en objectief verslag voorgelegd. Persoonlijk heb ik veel sympathie voor het Iraanse volk. Dit is een oud volk met een oude beschaving en belangrijke tradities. Iran is een belangrijk olieproducerend land en neemt in geopolitiek opzicht een zeer belangrijke positie in het Midden-Oosten in. De stelselmatige schending van de mensenrechten, waar in het verslag gewag van wordt gemaakt en waar ook alle sprekers naar verwezen, past helemaal niet bij een land met een dergelijke traditie en bij een dergelijk volk. Het is echter eerst en vooral aan de regering van Ahmadinejad om dit te beseffen en de noodzakelijke maatregelen te treffen. Door te volharden in een voor de wereldgemeenschap onaanvaardbaar kernprogramma heeft het land enorme spanning in de regio veroorzaakt en heel wat vragen doen rijzen. Het levert hoe dan ook geen bijdrage aan de geopolitieke stabiliteit van de regio.

Mijnheer de Voorzitter, wij mogen de grote onrust in Noord-Afrika en het Midden-Oosten en het feit dat de moslimsamenlevingen zich richten tot de politieke islam niet uit het oog verliezen en miskennen.

 
  
MPphoto
 

  Franz Obermayr (NI). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, de groene revolutie en de recente demonstraties laten duidelijk zien dat de burgersamenleving in Iran een groot potentieel heeft. Dit potentieel moet worden ondersteund omdat alleen zo een democratische opening kan plaatsvinden.

Helaas treffen sancties vaak juist deze jonge actieve burgersamenleving. Zo werden bijvoorbeeld geen TOEFL-tests (Test of English as a Foreign Language) meer gehouden. Deze test is echter een voorwaarde voor een studie aan de meeste Anglo-Amerikaanse universiteiten. Internationaal denkende studenten worden hiervan dus de dupe.

In het verslag worden kritiekloos verdere sancties voorgesteld, zoals beperkingen op de uitvoer van technologie voor mobiele telefoon- en communicatienetwerken. Maar juist deze snelle communicatie- en informatietechnologieën zijn nodig voor de verspreiding van pluralistische ideeën. De lachende derden zijn uiteindelijk China, Rusland en India, die handel blijven drijven met Iran, zich van grondstoffen verzekeren en producten uitvoeren en zich helaas niet aan deze sancties houden.

 
  
MPphoto
 

  Elena Băsescu (PPE).(RO) Mijnheer de Voorzitter, Iran sluit zich momenteel aan bij de Arabische staten die een weg zoeken naar democratie. De situatie in het land wordt gedetailleerd beschreven in het verslag van de heer Belder. Het regime in Teheran keert zich krachtig tegen veranderingen, door het onderdrukken van demonstraties en het arresteren van de leiders van de beweging. Ik wil deze positie, die al vele jaren dominant is in Iran, sterk veroordelen. De mensen vragen om hun recht op vrije meningsuiting en de regering zou daaraan gehoor moeten geven.

Bovendien hebben de Iraanse autoriteiten het schenden van mensenrechten tot gewoonte verheven. Ik wil hier de naam noemen van Neda, de 'engel van Iran'. Zij keuren het gebruik van de doodstraf goed, naast steniging en terechtstelling van minderjarige misdadigers, waarbij de internationale verplichtingen worden genegeerd. De nucleaire ambities van Iran zijn ook een bedreiging voor de bevolking. De activiteiten in de nieuwste kerncentrale moesten onlangs worden gestaakt vanwege besmettingsgevaar.

 
  
MPphoto
 

  Mitro Repo (S&D). (FI) Mijnheer de Voorzitter, barones Ashton, dit verslag is vooral welkom, omdat de Europese Unie een duidelijke en consequente strategie voor landen als Iran moet hebben. Alleen al in de jaren 2008 en 2009, in anderhalf jaar tijd, heeft het Parlement een standpunt ingenomen ten behoeve van de rechtszekerheid van 36 Iraniërs in verband met afzonderlijke mensenrechtenschendingen. Dit is meer dan in verband met welk ander land dan ook. Elk van deze personen verdient het om hier ook nu apart te worden genoemd en herdacht.

Met betrekking tot Iran mogen mensenrechten niet op de tweede plaats komen na handelspreferenties. Dat is in moreel opzicht onjuist en een schande voor de Europese Unie. Daarom moeten de Europese Unie en het Parlement ook in de toekomst de ontwikkelingen van de mensenrechtensituatie in Iran nauwgezet volgen.

 
  
MPphoto
 

  Peter Šťastný (PPE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil mij aansluiten bij mijn collega's die oproepen tot ondersteuning van de Iraanse oppositie en betere bescherming van de vluchtelingen in Kamp Ashraf. Deze arme mensen en hun families zijn voortdurend het doelwit van het brute en wrede Iraanse regime. Hun lot wordt verergerd door de dagelijkse intimidatie en de vijandige houding van de Iraakse troepen die hen zouden moeten beschermen.

Mevrouw de hoge vertegenwoordiger, laten we deze zwaar op de proef gestelde mensen niet vergeten. Samen moeten we ervoor zorgen dat de EU een belangrijke rol speelt bij de overgang van een vervolgde oppositie naar een democratische regering. Het is tenslotte in ieders belang als er – hopelijk snel – een stabiel en democratisch Iran komt waar de burgers dezelfde vrijheden en rechten genieten als wij hier in de EU.

 
  
MPphoto
 

  Catherine Ashton, vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik vind dat dit een interessant debat is geweest en ik wil nog even ingaan op de twee specifieke kwesties die in zekere zin buiten het debat om ter sprake zijn gebracht voordat we de zaak afronden.

Mevrouw Paulsen vroeg me of we ruimte kunnen vinden in het – volgens mij was het woord 'glinsterende' – nieuwe gebouw om daar mensen te laten werken aan de zorgwekkende kwesties van de mensenrechten. Ik wil graag zeggen dat ik heel blij was dat mevrouw Hautala, de voorzitter van de Subcommissie mensenrechten, me heeft geschreven om te zeggen dat ze blij was met de nieuwe plannen voor het aanpakken van de mensenrechten in de nieuwe organisatie. Ik verplaats echter alleen mensen naar één gebouw zodat ze niet meer in acht verschillende gebouwen zitten die verspreid zijn door heel Brussel, omdat ik van mening ben dat we effectiever zullen zijn als we mensen de mogelijkheid geven om samen te werken. We zullen hen erin moeten proppen, want ik probeer tegelijkertijd ook geld te besparen. Daarom hoop ik, als u ziet wat we doen, dat het woord 'glinsterend' een aardig woord is en niet, zoals ik vrees, een woord dat suggereert dat ik iets probeer te doen wat ik zeker niet doe.

In antwoord op mevrouw Sinclaire: de manier waarop mij gevraagd is te reageren op vragen van het Parlement met betrekking tot mensenrechten, bij besluit van deze Vergadering, was het regelmatig bijwonen van de Commissie buitenlandse zaken (AFET), waarbij de subcommissies – waaronder de Subcommissie mensenrechten – zouden worden uitgenodigd en waar men vragen aan mij zou kunnen stellen. Dat heb ik gedaan en ik wil met alle plezier praten met mevrouw Hautala, wat ik ook doe, en reageren op vragen van haar, en ook de plenaire debatten in dit Parlement bijwonen. Ik wil heel graag proberen meer te doen; ik vraag u alleen te erkennen dat het aantal uren dat ik per dag tot mijn beschikking heb beperkt is en dat ik niet alles kan doen. Maar dat is niet omdat ik geen respect heb voor de commissie of voor u persoonlijk; helemaal niet. Ik hoop dat u weet dat u contact kunt opnemen met mijn bureau over zaken waarover u zich zorgen maakt en dat u de vergaderingen kunt bijwonen waar ik wel kan komen spreken.

Ik ben mij zeer goed bewust van mijn eigen achtergrond als het gaat om het feit dat ik een leider ben van een parlement en dat ik niet gekozen ben, maar het was een groot voorrecht dat ik gekozen ben door dit Parlement en natuurlijk dat ik voor deze functie ben uitgenodigd door 27 staatshoofden en de voorzitter van de Commissie. Wat dat betreft ben ik mij zeer bewust van mijn verantwoordelijkheden.

Met betrekking tot het debat zelf en de mensenrechtenkwesties die in zekere zin ons debat hebben gedomineerd: ik probeer te kijken wat ik nog meer kan doen. Ik zal het niet hebben over wat er op dit moment specifiek wordt behandeld, want dat wil ik presenteren als we het werk hebben afgerond, maar we praten met mensenrechtenactivisten en organisaties en we overwegen in de 27 lidstaten wat een effectievere manier zou zijn om deze kwestie aan te pakken en hoe we zo veel mogelijk druk kunnen uitoefenen.

Met betrekking tot de heer Karoubi en de heer Musavi is het, zoals ik al zei, zelfs moeilijk om precies vast te stellen of ze in de gevangenis zitten of huisarrest hebben. Ik probeer daarover duidelijkheid te krijgen. Natuurlijk steunen we de resolutie in Genève voor een speciale rapporteur voor Iran. We brengen deze kwesties ook rechtstreeks ter sprake; het is heel belangrijk dat we ons eensgezind inzetten voor de mensenrechten in Iran. Veel van de geachte Parlementsleden hebben specifieke zaken ter sprake gebracht en gewezen op de vreselijke stand van zaken in dit land en we moeten zo veel mogelijk doen en dat gaat naar mijn mening het beste als we het samen doen.

Tot slot, met betrekking tot de nucleaire kwestie: ik heb vier en een halve dag rechtstreeks met de Iraanse onderhandelaars gesproken en ik ben heel duidelijk in wat ik probeer te doen, namelijk een kans bieden voor dit land, voor Iran, om zijn woorden waar te maken, om aan te tonen dat het werkt in de richting van civiele kernenergie en niet in de richting van kernwapens. Zoals ik tegen hen heb gezegd, is het niet moeilijk: wat ze moeten doen is open en transparant zijn, de inspecteurs toestaan het werk te doen dat ze moeten doen en vertrouwen op te bouwen, zoals we hen al vaak uitgebreid hebben uitgelegd. De keuze is aan hen. Ik ben ook absoluut duidelijk dat vanuit de Veiligheidsraad en mijn rol bij de E3+3 druk uitgeoefend zal blijven worden om te proberen dit voor elkaar te krijgen. Wat echt bemoedigend is, is dat ik de onderhandelingen weliswaar leid, maar met de E3+3 naast me. Dat laat Iran heel duidelijk zien dat we volledig verenigd zijn in onze aanpak en ik wil mijn waardering uitspreken voor iedereen die met me samenwerkt. Ze moeten de politieke wil tonen om te doen wat nodig is; en als ze dat niet doen, geachte Parlementsleden, moeten we de druk verder opvoeren.

 
  
  

VOORZITTER: ALEJO VIDAL-QUADRAS
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Bastiaan Belder, rapporteur. Voorzitter, allereerst waarde collega's, mag ik u allerhartelijkst danken voor uw waardevolle bijdragen aan dit debat. Ik heb daar zeer nauwgezet naar geluisterd. Uw bijdrage maakt duidelijk wat mijn intentie is met dit verslag, namelijk aan te geven dat onze grondrechten, onze mensenrechten die zo fundamenteel zijn en de basis van ons bestaan vormen, ook de rechten van de Iraniërs zijn. Dat is identiek voor mij. Met andere woorden, de aandacht die we hebben voor de grondrechten en de naleving ervan is essentieel. Die naleving, daarvan ben ik van overtuigd, schept ook een toekomstperspectief voor Iran, en met name de Iraanse jongeren. Het trof me tijdens het debat dat collega Lösing - ze is helaas niet meer aanwezig - het had over het toekomstperspectief. Dat gaat me zeker ter harte.

Als we eens even kijken naar de feiten: al jaren achtereen verlaten meer dan 150.000 jonge, hoogopgeleide Iraniërs de islamitische republiek juist vanwege het gebrek aan toekomstperspectief. Niet alleen vanwege de repressie, maar ook vanwege de drukkende sociaaleconomische situatie en het klimaat van onvrijheid. Dat komt neer - en dat heeft een insider, een econoom, mij verteld - op een verlies van alleen al 40 miljard per jaar, nog afgezien van de braindrain. Met mijn verslag wil ik juist aangeven dat onze aandacht en ons stimuleren van meer ruimte en de naleving van de mensenrechten aldaar werkelijk een toekomstperspectief geven. Dit zal ook de regio ten goede komen wat betreft de algemene veiligheid.

Ten slotte, mevrouw de hoge de vertegenwoordiger, was ik erg benieuwd - ik wist het niet, maar collega's hebben het aangesneden - naar het feit dat een paar weken geleden in de Amerikaanse pers het bericht heeft gecirculeerd dat er daadwerkelijk een lijst gaat komen van ernstige schendingen van de mensenrechten in de Islamitische Republiek Iran en van degenen die daarvoor verantwoordelijk zijn, van hoog tot laag, tot zelfs de cipiers in gevangenissen. Ik zou het buitengewoon op prijs stellen indien u het Amerikaanse voorbeeld van zo'n lijst gaat volgen, want dan zijn we niet alleen nucleair bezig met de mensen die prolifereren en dus de wereldwijde veiligheid in gevaar brengen, maar ook met het slechte klimaat dat in Iran heerst. Tegelijkertijd is dat een signaal voor de Iraniërs dat wij kijken naar het gehele scenario in Iran, niet alleen naar het nucleaire gevaar dat er op ons afkomt, en dat wij evengoed vinden dat Iran een normale civiele samenleving hoort te zijn, conform de hoge beschaving die het land in zijn historische traditie kent.

Ten slotte moet u het mij als protestant niet euvel duiden dat de vrijheid van godsdienst voor mij buitengewoon belangrijk is. Laat ik duidelijk zijn: voor de soennieten - de minderheid -, voor baha'is, voor christenen en joden - ook zo'n ontzettend pijnlijk punt - is mijn verslag helaas al achterhaald dat geef ik onmiddellijk toe. Een golf van repressie heeft immers met name de soennieten, de baha'is en de christenen in de afgelopen maanden getroffen en ik bied excuses aan de collega's aan dat ik niet up to date ben. Het is voor mij een stimulans om - ik ga uit van een open door-politiek - verder te gaan met Iran, en ik hoop vaak met u daarover in contact te komen om werkelijk een bijdrage te leveren aan een Iran met een toekomst voor de gehele bevolking.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

De stemming vindt op donderdagmiddag 10 maart plaats.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid