Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2011/2644(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0224/2011

Ingediende teksten :

B7-0224/2011

Debatten :

PV 23/03/2011 - 17
CRE 23/03/2011 - 17

Stemmingen :

PV 24/03/2011 - 6.15
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2011)0118

Debatten
Woensdag 23 maart 2011 - Brussel Uitgave PB

17. Situatie in Japan, inclusief het kerncentrale-alarm (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde zijn de verklaringen van de Raad en de Commissie over de situatie in Japan, inclusief het kerncentrale-alarm.

 
  
MPphoto
 

  Győri, Enikő, fungerend voorzitter van de Raad. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil namens de Raad mijn medeleven betuigen met al degenen in Japan die dierbaren hebben verloren, evenals met alle andere mensen die op de een of andere manier getroffen zijn door de tragische gebeurtenissen van meer dan tien dagen geleden. Ik wil tevens degenen die nu de gevolgen van de verschrikkelijke aardbeving en tsunami proberen te bestrijden en al degenen die de gevolgen van de kernramp proberen aan te pakken, hulde betuigen voor hun moed en vastberadenheid.

De Europese Unie staat het Japanse volk terzijde op dit buitengewoon moeilijke moment, bij de enorme uitdagingen die daarmee gepaard gaan. Wij hebben Japan reeds concrete hulp geboden. Op de dag van de aardbeving zelf heeft de Europese Raad de hoge vertegenwoordiger en de Commissie verzocht om alle geschikte hulp beschikbaar te maken. Het Europees mechanisme voor civiele bescherming werd in werking gesteld om te kunnen helpen bij de coördinatie van de hulpverlening door de lidstaten.

De Europese Unie heeft binnen zeer korte tijd geantwoord op het hulpverzoek van de Japanse regering. De Europese Unie zal op elk moment kunnen reageren op verzoeken om humanitaire hulp, technische bijstand of om de volgens de Japanse autoriteiten geschikte specialistische hulp.

Namens de Raad wil ik in bijzonder commissaris Georgieva en de hoge vertegenwoordiger bedanken voor hun snelle, veelomvattende en goed gecoördineerde respons op de ramp. Het Europees civiele-beschermingsteam dat naar Japan is gestuurd heeft onze volledige steun. Ook de afzonderlijke lidstaten hebben voorbereidingen getroffen om op zeer genereuze wijze hulp aan te bieden.

Belangrijk is eveneens te vermelden dat de Raad de macro-economische gevolgen van de crisis in Japan in de gaten zal moeten houden. De ministers hebben hierover reeds een eerste discussie gevoerd tijdens het Ecofin-ontbijt van 15 maart.

Een van onze belangrijkste zorgen betreft natuurlijk de toestand in de kerncentrale van Fukushima Daiichi. Ik wil onderstrepen dat het Hongaars voorzitterschap onmiddellijk in actie is gekomen en rekening heeft gehouden met de ernst van de gebeurtenissen en de mogelijke gevolgen ervan voor Europa, met name wat het nucleaire risico betreft.

Wij hebben onmiddellijk de werkgroep Atoomvraagstukken en een buitengewone bijeenkomst van de Energieraad bijeengeroepen om de situatie in Japan en de mogelijke repercussies ervan op de EU te beoordelen en om over de EU-respons na te denken.

Ik wil onderstrepen dat de eerste boodschap van de Raad in het teken stond van solidariteit, medeleven en bereidheid om zowel humanitaire hulp als technische bijstand te verlenen. Deze boodschap stond tevens in het teken van respect voor de volhardende en veerkrachtige houding van het Japanse volk en in het bijzonder van degenen die nog steeds met alle macht proberen het hoofd te bieden aan de situatie in Fukushima.

Het is dankzij hun volharding onder barre omstandigheden dat er nu enige hoop is wat de toestand van de kerncentrale betreft, hoe ernstig deze ook nu nog moge zijn. Het grootste probleem is nu het hoge stralingsniveau dat is gemeten in de buurt van de centrale.

Onze steun aan Japan moet worden voortgezet. Diverse lidstaten leveren een bijdrage, ofwel bilateraal, ofwel via de verscheidene, door de Commissie beheerde coördinatiemechanismen, ofwel via het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie. Zoals de Hongaarse minister van Plattelandsontwikkeling, Sándor Fazekas, tijdens de bijeenkomst van de ministers van Milieu werd medegedeeld, hebben de gebeurtenissen in de kerncentrale van Fukushima geen gevolgen voor de bevolking van de EU. De stralingsniveaus zijn in alle lidstaten normaal en er wordt controle uitgevoerd op uit Japan ingevoerde voedingsmiddelen. Desalniettemin vraagt het ongeluk in de kerncentrale van Fukushima om een effectieve respons van de EU.

Wij kunnen een aantal lessen leren uit dit ongeluk. De toepassing van hoge normen voor nucleaire veiligheid en de voortdurende verbetering van deze normen zijn een topprioriteit voor de Europese regelgevers en bedrijven. Het concept van voortdurende verbetering betekent echter dat wij eerst de lessen leren, ofschoon het ongeluk is veroorzaakt door externe factoren en niet door een slecht functioneren van de centrale. Diverse lidstaten en bedrijven hebben reeds besloten om de veiligheid van kerncentrales te toetsen, wat moet worden toegejuicht.

Na de buitengewone bijeenkomst van de Raad Energie van 21 maart jongstleden heeft de Hongaarse minister van Nationale Ontwikkeling, Tamás Fellegi, voorzitter Van Rompuy een brief gestuurd over het voorstel om kerncentrales te onderwerpen aan een stresstest en om ook andere landen, en in het bijzonder onze buurlanden, daarbij te betrekken. De reikwijdte en modaliteiten van de tests moeten worden bepaald in het licht van de recente gebeurtenissen. Daarbij moet volledig gebruik worden gemaakt van de beschikbare deskundigheid. Wat de reikwijdte betreft wil ik erop wijzen dat elke kerncentrale natuurlijk zijn eigen specifieke kenmerken heeft, maar dat de tests de volgende cruciale sectoren zouden moeten bestrijken: overstromingsrisico´s, aardbevingsrisico´s, noodsystemen en procedures voor noodsituaties.

De Groep Europese Regelgevers op het gebied van nucleaire veiligheid zal de modaliteiten voor deze tests vaststellen in overleg met de belanghebbenden en met volledige betrokkenheid van de lidstaten. Ofschoon het moeilijk is om hiervoor een vaste datum te noemen, is het wel duidelijk dat hiermee zo spoedig mogelijk een begin moet worden gemaakt.

Het vraagstuk van de veiligheid van kerncentrales houdt natuurlijk niet op bij de EU-grenzen. Daarom is het zo belangrijk buurlanden van de EU hierbij te betrekken. De tests moeten zowel bestaande als geplande centrales omvatten, en daarbij moeten wij volledig gebruik maken van de internationale organisaties en instanties, zoals het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie en andere internationale verbanden zoals de G20, opdat ook andere landen hierbij kunnen worden betrokken.

Natuurlijk is het belangrijk dat wij het publiek een duidelijke boodschap geven met betrekking tot de situatie in Japan. Daar wil ik twee opmerkingen over maken. Ten eerste hangt de geloofwaardigheid van deze tests af van de vraag hoe transparant wij zijn bij het vaststellen van de modaliteiten en ten aanzien van de resultaten van de tests. Ten tweede mogen wij, hoe serieus de situatie in Japan ook moge zijn, niet de indruk wekken dat het vraagstuk van de nucleaire veiligheid versnipperd en enkel nu wordt aangepakt. Het is belangrijk eraan te herinneren dat er al meer dan vijfentwintig jaar een juridisch bindend kader van kracht is in Europa. Wat het specifieke vraagstuk van de kernveiligheid betreft zal de Raad de ontwikkelingen natuurlijk op de voet volgen en hier in juni in ieder geval op terugkomen.

De Europese Raad zal eind deze week nagaan hoe de situatie in Japan is in de nasleep van deze tragedie. Ik heb geen enkele twijfel dat onze staatshoofden en regeringsleiders – net zoals ik nu heb gedaan – hun niet aflatende solidariteit zullen betuigen met de Japanners. De Europese Unie blijft paraat om ongeacht welke hulp te verlenen die zij nodig mochten hebben om deze moeilijke tijden door te komen. Nogmaals, ik heb alle lof voor hun moed en vastberadenheid.

 
  
MPphoto
 

  Günther Oettinger, lid van de Commissie. (DE) Mevrouw de Voorzitter, geachte afgevaardigden, de Commissie heeft zich solidair verklaard met het Japanse volk en de Japanse regering. We hebben ons medeleven betuigd. We vinden dat het Japanse volk ons volle respect en onze bewondering verdient voor zijn moed en beheerste houding.

Er zijn door het waarnemings- en informatiecentrum gecoördineerde hulpoperaties om van de zijde van de EU te zorgen voor een gemeenschappelijk hulpaanbod. Een eerste gezamenlijk EU-hulppakket omvat door 13 lidstaten beschikbaar gestelde dekens, matrassen, watercontainers, tenten en artikelen voor hygiënische verzorging. We verwachten nog meer aanbod en zullen al de komende dagen, donderdag, dus morgen, en vrijdag hulpgoederen in Japan in ontvangst nemen en verdelen. Collega Georgieva van de Commissie zal zelf ter plekke zijn.

We hebben ook aangeboden om bij de kerncentrale te helpen, maar we hebben nog geen hulpverzoeken ontvangen. We staan wat de energie betreft in nauw contact met het Internationaal Atoomagentschap in Wenen en we volgen, beoordelen en analyseren de veiligheidssituatie in Japan nauwgezet. We hebben meer informatie nodig om de gevolgen van het ongeval met de kerncentrale te kunnen inschatten. We vertrouwen er nu op dat de Japanse ingenieurs en technici en de regering deze kerncentrale weer onder controle krijgen en dat verdere schade in deze ramp kan worden voorkomen.

We onderzoeken welke conclusies er voor Europa kunnen worden getrokken. Daartoe hebben we afgelopen dinsdag een conferentie op hoog niveau gehouden – met alle lidstaten, met alle energiebedrijven die kerncentrales exploiteren, met alle ondernemingen die kerncentrales produceren en met de toezichthoudende instanties op nucleair gebied van de Europese lidstaten. Maandag vond op uitnodiging van de heer Fellegi namens het voorzitterschap van de Raad een buitengewone vergadering van de Energieraad plaats.

We moeten ons realiseren dat de uitgangspositie en de standpunten van de lidstaten met betrekking tot het onderwerp kerncentrales zeer verschillend zijn. Veertien landen maken gebruik van kerncentrales. In het energiebeleid van dertien van de landen wordt uitgegaan van een langdurig gebruik hiervan en Duitsland hanteert een exitstrategie. Dertien landen hebben geen kernenergie en in twee daarvan – Polen en Italië – bestaan momenteel plannen om misschien te beginnen met kernenergie of die opnieuw te gaan gebruiken. De energiemix valt met uitzondering van de hernieuwbare energie – steekwoord '20 procent' – onder de bevoegdheid van de nationale politiek en wetgeving. Dit respecteren wij.

In deze zeer heterogene uitgangspositie van Europa – de elektriciteitsmix van Europa bestaat voor 30 procent uit kernenergie, maar in Oostenrijk is dit percentage bijna 0 procent en in Frankrijk rond 80 procent – hebben we twee gemeenschappelijke noemers, waarvan één de infrastructuur is, waarop we in de loop van het jaar terugkomen. Welke ontwikkelingen zich op het gebied van het energiebeleid ook zullen voordoen, de infrastructuur voor elektriciteit, gas en opslagruimte moet – zowel in kwaliteit als in capaciteit – snel worden uitgebreid. De tweede gemeenschappelijke noemer is de veiligheid. De veiligheid van industriële complexen in het algemeen, van infrastructuur in het algemeen en van kerncentrales in het bijzonder is een gemeenschappelijk streven voor de werknemers in de kerncentrales, de Europese burgers en de Europese natuur.

Daarom stellen wij voor te onderzoeken of het gezien de nu zichtbare oorzaken en de grotere kennis over de oorzaken van het ongeval in Japan, niet zinvol en raadzaam zou zijn om een veiligheidscontrole, een stresstest, een buitengewoon onderzoek aan de hand van gemeenschappelijke normen en criteria uit te voeren, om het risico in de 143 kerncentrales die in de Europese Unie in bedrijf zijn te verkleinen en ook met het oog op eventuele nieuw te bouwen kerncentrales in de Europese Unie.

Veiligheid komt alle burgers ten goede, of de lidstaat waarin ze wonen nu kernenergie heeft of niet, plannen hiervoor maakt of ermee wil stoppen. Daarbij moet rekening worden gehouden met speciale criteria zoals overstromingen en gevaren voor het bedrijf en de veiligheid, aardbevingen en kennis uit Japan, koelsystemen en de werking daarvan en stroomtoevoer en noodstroomaggregaten die zo zijn gelegen dat ook bij aardbevings- en overstromingsgevaar en dergelijke voor meer koeling kan worden gezorgd door middel van stroom- en noodstroomaggregaten. Daarbij gaat het om algemene criteria voor alle kerncentrales, maar ook om speciale criteria in verband met constructie, levensduur, locatie, aardbevingsgevaar, overstromingsgevaar enzovoort. Ook zaken als vliegtuigongelukken, cyberaanvallen en terroristische aanslagen zouden bij dit speciale onderzoek betrokken moeten worden.

Wij als Commissie bieden de lidstaten aan om dit samen met de toezichthoudende instanties op nucleair gebied voor te bereiden en te coördineren. Dit alles is een aanbod en het staat de lidstaten vrij om dit al of niet aan te nemen. De lidstaten zijn zelf verantwoordelijk voor de beslissing of ze een algemene en speciale gemeenschappelijke stresstest in Europa willen uitvoeren.

De vorige spreekster heeft het gehad over buurlanden die voor onze veiligheid net zo belangrijk zijn. Daarbij is Zwitserland van belang, net als Oekraïne, Armenië, Turkije en de Russische Federatie. Ik heb een lang telefoongesprek met de Oekraïense minster van Energie gevoerd. Hij zei dat hij graag zou meedoen, als er een algemene stresstest voor de Europese Unie komt – dat is dus een aanbod van zijn kant. Het is duidelijk dat onze autoriteit op het gebied van de stresstest buiten de Europese Unie en haar lidstaten sterk afhangt van de vraag of we deze in heel Europa gemeenschappelijk kunnen organiseren. Indien enkele lidstaten niet meedoen, heeft ons aanbod aan Turkije, Oekraïne, Rusland en Zwitserland minder gezag dan wanneer iedereen dit als een gemeenschappelijke veiligheidstaak ziet.

Daarom zullen we de komende weken deze veiligheidscriteria opstellen en we zijn graag bereid om, naast het Parlement, met alle betrokkenen in de Europese Unie, ngo’s, energiebedrijven, werknemers, technici en ingenieurs in de kerncentrales samen te werken om een zo groot mogelijke verdere risicovermindering en veiligheidstoename te bewerkstelligen. We zijn dankbaar dat president Sarkozy dit alles bij de G20 ter sprake wil brengen en daarmee conclusies wil trekken voor de kerncentrales – niet alleen die in Europa, maar in de hele wereld.

Dit is het voor dit moment van onze kant. Graag informeren we het Parlement te allen tijde over de verdere aanpak via de commissies – zoals de laatste dagen al gebeurd is bij de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en de Commissie industrie, onderzoek en energie – en we rekenen op overeenkomstige steun van de Europese Raad morgen en overmorgen hier in Brussel.

 
  
MPphoto
 

  Elmar Brok, namens de PPE-Fractie. – (DE) Mevrouw de Voorzitter, voorzitter van de Raad, commissaris, collega’s, we hebben weer eens gemerkt wat de kracht van de natuur is en we zien de grenzen van het menselijk kunnen en ervaren dat we aan deze enorme natuurkrachten overgeleverd zijn. Op zulke momenten kunnen we ons ook alleen maar solidair verklaren met de Japanners en we laten die solidariteit tot uitdrukking komen in onze gedachten en gebeden, maar ook in praktische hulp. Als de commissaris erop wijst dat er hulp wordt geboden en wordt getracht om mensen te ontlasten en te steunen, is dat een belangrijke maatregel die niet alleen rechtstreekse hulp, maar ook troost biedt. Ik weet ook dat het hierbij niet alleen maar om overheidsorganisaties gaat, maar dat in Europa ook veel particulieren bereid zijn om geld te geven. Alleen al in mijn eigen stad – ik ben daar beschermheer – is binnen drie dagen 50 000 euro ingezameld en de inzamelingsactie is nog niet beëindigd. Dat gebeurt overal in Europa. Hieruit blijkt dat er veel hulp wordt geboden.

Tegelijkertijd moeten we zorgen dat we hier even bij stilstaan en dat we dit niet van meet af aan voor de binnenlandse politieke strijd gebruiken. Het lijdt geen twijfel dat we uit deze kernramp lering moeten trekken en de stresstest moeten uitvoeren, commissaris, en ik hoop dat we dat op Europees niveau zullen doen, omdat grenzen geen rol spelen wanneer er ongelukken gebeuren. We moeten er ook voor zorgen dat de nodige infrastructuur voor andere oplossingen tot stand komt en dat er onderzoek op het gebied van potentiële nieuwe energieprojecten wordt gedaan. Hierbij zijn ook kwesties als klimaatverandering, arbeidsplaatsen en concurrentievermogen aan de orde.

We moeten ons ook realiseren dat de woorden 'bijkomstig risico' een andere inhoud krijgen. Het vertrouwen van mensen dat bedrijven alle voorschriften nakomen en dat alles berekenbaar is, is verdwenen. Japan zal ons denken over deze kwesties veranderen en daarom moet er opnieuw over het onderwerp bijkomstig risico worden nagedacht. Dit zal nieuwe consequenties hebben en tot nieuwe overwegingen en nieuw beleid moeten leiden. Dat moeten we in alle rust bespreken.

 
  
MPphoto
 

  Marita Ulvskog, namens de S&D-Fractie. – (SV) Mevrouw de Voorzitter, een van de economisch en technisch meest ontwikkelde landen wordt plotsklaps geconfronteerd met een humanitaire noodtoestand. Het is in de eerste plaats een ramp voor alle getroffen mensen. De beelden uit Japan zijn hartverscheurend. We moeten hun alle mogelijke steun en alle denkbare hulp bieden. De ramp toont echter ook aan hoe kwetsbaar alle moderne samenlevingen zijn. Datgene wat er in Japan is gebeurd, kan in andere delen van de wereld – ook bij ons – gebeuren. Zelfs in landen met extreem hoge veiligheidseisen kan die veiligheid illusoir blijken.

Kernenergie is nu natuurlijk niet zomaar weg te denken. In Europa zijn er weliswaar enkele landen die geen kernenergie hebben, maar de meerderheid van de lidstaten is in verregaande mate, zo niet volledig afhankelijk van kernenergie. Een aantal landen bouwt nieuwe kerncentrales, andere beginnen centrales te sluiten. Dat is de situatie waarin we ons bevinden – met andere woorden, de kwetsbaarheid verschilt van lidstaat tot lidstaat, maar we zitten toch allemaal in hetzelfde schuitje en voor onze energievoorziening moeten we een langetermijnbenadering hanteren.

We moeten het over een andere boeg gooien om onze energiesystemen minder risicovol en minder eenzijdig te maken. We moeten een ernstige inspanning leveren om van onderzoek en ontwikkeling, investeringen in en de uitbouw van energiebronnen die op lange termijn duurzaam en hernieuwbaar zijn, onze prioriteiten te maken. Europa heeft wat dat betreft een groot onbenut potentieel dat tegenover het feit moet worden geplaatst dat het bouwen van nieuwe kerncentrales ons nog vele decennia lang afhankelijk maakt van die centrales – met andere woorden, nieuwe investeringen in kernenergie zijn een manier om de expansie van hernieuwbare energie uit te stellen en te verhinderen, een manier om de toekomst te verhypothekeren.

Wat we nu in plaats daarvan moeten doen, is een ernstig debat voeren over het hoger leggen van de lat wat betreft de doelstellingen en ambities van de EU met betrekking tot hernieuwbare energie, en zo snel mogelijk een besluit nemen over bindende energie-efficiëntiedoelstellingen en een langetermijnplan voor onze energievoorziening – een omschakeling op hernieuwbare energie. De gemeenschappelijke stresstest voor kerncentrales in alle landen is dus noodzakelijk, maar daarna is een langetermijnvisie nodig.

 
  
MPphoto
 

  Lena Ek, namens de ALDE-Fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, de beelden van de hevige aardbeving en de tsunami in Noordoost-Japan zijn huiveringwekkend; onze gedachten en welgemeend medeleven gaan uit naar degenen die hun huis en geliefden zijn verloren.

Natuurlijk zijn we verheugd over het hulppakket van de Europese Unie. In Fukushima is het personeel nog altijd hard aan het werk op de locatie van de kerncentrale om verdere besmetting door straling te voorkomen, en een en ander dient uiteraard grondig te worden geëvalueerd door heel de Europese Unie – ook door Brussel.

Ik verwelkom de door de Commissie voorgestelde stresstest, maar daarbij dient te worden opgemerkt dat we niet kunnen volstaan met een stresstest op basis van technologie en geografie. Er zijn nog twee stappen nodig. De eerste betreft de cultuur van veiligheid. Het is evident dat het onmogelijk is geweest een veelvoud aan risico's te voorzien. De tweede betreft het institutionele kader, met inbegrip van een overzicht van de relaties tussen de nationale regelgevende instanties en de nucleaire bedrijven. Bovendien zou het de autoriteiten niet moeten zijn toegestaan zichzelf te controleren.

Ten slotte zouden we ons bij het evalueren van de gevolgen van de ramp moeten laten leiden door kennis en informatie. Mogelijk zijn er drastische maatregelen nodig – ik denk van wel. Een ding dient echter duidelijk te zijn: we moeten onze energieproductie hervormen en inzetten op hernieuwbare energie, en daarmee moeten we direct beginnen.

 
  
MPphoto
 

  Giles Chichester, namens de ECR-Fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik bewonder de stoïcijnse veerkracht waarmee de Japanners dit natuurgeweld tegemoet treden, als we bedenken welke kracht de aardbeving en de tsunami hadden.

Ik verwelkom de stresstests waaraan Europese kerncentrales uit voorzorg zullen worden onderworpen, ook al is de nucleaire sector al de meest gereguleerde en veiligheidsbewuste industrie ter wereld. Ik wijs op de uitspraak die eerder dit jaar is gedaan door Wenra, de Vereniging van West-Europese regelgevers op nucleair gebied, over het nog veiliger maken van nieuwe reactoren dan de bestaande. Het is heilzaam de staat van dienst van de kolen-, olie- en waterkrachtindustrie te vergelijken met die van de nucleaire industrie voor wat betreft fatale ongevallen.

Mevrouw de Voorzitter, in deze zo donkere dagen voor Japan zie ik een klein lichtpuntje – de wederopbouw en het herstel in het land die dankzij de grote reserves van de verzekeringssector mogelijk zijn, zouden de nationale economie een geweldige impuls moeten geven, wat goed is voor de rest van de wereld.

Ik ben de minister en de commissaris dankbaar voor hun attente opmerkingen en ik zou de lidstaten en verder iedereen willen zeggen: begin nu niet te twijfelen aan kernenergie, want die is al te zeer nodig.

 
  
MPphoto
 

  Rebecca Harms, namens de Verts/ALE-Fractie. – (DE) Mevrouw de Voorzitter, waarde collega’s, natuurlijk moeten we Japan in deze situatie zo goed als we kunnen en met alle mogelijke middelen bijstaan. Een land dat zo wordt geteisterd als Japan heeft alle steun nodig. Ik vind het echter wel opmerkelijk dat we de helden in Japan zo lichtvaardig prijzen. Ik denk dat we helemaal niet beseffen dat degenen die wij 'helden' noemen, beter dan wie dan ook weten dat ze hun eigen leven op het spel zetten en dat velen van degenen die nu de nucleaire brand in Fukushima bestrijden, ten dode zijn opgeschreven. Er is geen volk ter wereld dat zo goed weet wat een nucleaire ramp aanricht als de Japanners. Zij zijn in hun geschiedenis door Hiroshima en Nagasaki getekend. Ieder kind in Japan weet hoe de gevolgen van een kernsmelting eruitzien. Dat moeten we ons realiseren, nu we over Japan spreken. De Japanners zijn zich meer dan wie dan ook elders bewust van het hele schrikbeeld, niet van de huidige situatie, maar van wat nog komen gaat. Misschien kunnen alleen nog de Oekraïners, die sinds 25 jaar ook een deel van hun land als verwoest land kennen, hier werkelijk over meepraten.

Volgens mij gaat het er in de Europese discussie nu om dat we anders dan 25 jaar geleden moeten praten over de gevolgen voor het beleid, indien we vaststellen dat we in onze landen met een technologie van doen hebben die we soms niet meer in de hand hebben en die niet alleen in bepaalde regio’s het verleden vernietigt en het heden verstoort, maar die ook consequenties heeft voor de toekomst van iedereen die in de nabije en verdere omgeving van deze complexen woont. Ik geloof dat we dat nog niet doen wanneer we het over stresstesten hebben, mijnheer Oettinger. We moeten er veel eerlijker over praten dat we ook in de Europese Unie al heel vaak in centrales die wij exploiteren, geconfronteerd zijn met situaties die heel dicht tegen een kernsmelting aan zaten. Ik zal ze in het kort opnoemen: Tihange in België, Civaux in Frankrijk, Philippsburg in Duitsland, Kosloduj in Bulgarije, Paks in Hongarije, Brunsbüttel met een waterstofexplosie in Duitsland, Forsmark in Zweden, Barsebäck in Zweden, Blayais in Frankrijk, Krümmel in Duitsland – daar hebben zich om uiteenlopende redenen sinds Tsjernobyl de duidelijkste storingen voorgedaan, waarbij we dicht tegen een kernsmeltingsituatie aan zaten.

Hoe moeten we er mee omgaan dat in iedere kerncentrale die door ons wordt geëxploiteerd een kernsmelting kan plaatsvinden? Stresstesten? Ik ben van mening dat die alleen relevant zijn als ze ertoe leiden dat we plannen maken waarin we aangeven bij welke centrales en welke daar vastgestelde risico’s we uit deze risicovolle technologie stappen. Indien deze stresstesten dienen om de gemoederen te sussen en weer eens te suggereren dat wij in Europa nooit in dergelijke situaties verzeild kunnen raken als we nu in Japan beleven, acht ik deze stresstesten verkeerd. Overigens willen we er heel graag over meepraten wie deze stresstesten vaststelt – dat kunnen niet de exploitanten van kerncentrales zijn – en ook wie ze uitvoert en beoordeelt. De tot dusver verantwoordelijke autoriteiten hebben tot nu toe veel te vaak de ogen voor moeilijkheden in Europese centrales gesloten en veel te vaak – bijvoorbeeld Euratom in het geval van Belene of Mochovce – centrales goedgekeurd die dat bij lange na niet verdienden, omdat ze nooit door de conformiteitsbeoordelingsprocedure heen hadden mogen komen.

 
  
MPphoto
 

  Bairbre de Brún, namens de GUE/NGL-Fractie.(GA) Mevrouw de Voorzitter, net als andere sprekers wil ik mijn deelneming betuigen met de mensen die door de tragedie in Japan zijn getroffen, een tragedie die nog voortduurt. We moeten al het mogelijke doen om het Japanse volk te helpen.

Wat betreft de lessen die we in Europa moeten leren, staat de kwestie van nucleaire veiligheid nu hoog op de agenda, vooral met betrekking tot de stresstests waaraan nucleaire installaties in Europa moeten worden onderworpen. Wat er in Japan is gebeurd heeft ernstige gevolgen voor het toekomstige energiebeleid van de EU.

De humanitaire ramp toont aan dat het van belang is een niet-nucleair Europa tot stand te brengen. Wij hebben een moratorium op kernenergie nodig. Er is behoefte aan grootschalige investeringen in duurzame en hernieuwbare energie. Ook moet de regelgeving ten aanzien van nucleaire veiligheid worden herzien.

 
  
MPphoto
 

  Fiorello Provera , namens de EFD-Fractie. – (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, ook ik wil mijn solidariteit met het Japanse volk uitspreken, net als mijn bewondering voor de waardigheid, de kracht en de saamhorigheid die de Japanners hebben getoond na de ramp die qua ernst en omvang zijn gelijke haast niet kent. De houding van het Japanse volk inspireert ons allemaal en noopt ons tot het verlenen van steun.

De lering die uit deze ramp moet worden getrokken, is dat de Europese civiele bescherming moet worden versterkt door de coördinatie van de maatregelen te verbeteren en door meer mankracht en middelen beschikbaar te stellen om snel in actie te kunnen komen bij rampen.

Het zou verkeerd zijn als we ons bij de discussie over kernenergie lieten leiden door de emoties van het moment: kernenergie is daarvoor een te belangrijk onderwerp dat wetenschappelijk dient te worden benaderd. Het is een zeer goede zaak dat de veiligheidsmaatregelen voor de huidige en toekomstige kerncentrales worden aangescherpt en dat verouderde, onveilige centrales worden ontmanteld, maar we moeten voorkomen dat er politieke munt uit wordt geslagen en moeten voorzichtig en pragmatisch handelen, zoals de heer Brok zei. Ik wijs erop dat er in het gebied rond Fukushima als gevolg van de aardbeving ook een dam is ingestort, met vele doden als gevolg, en dat wij daarom nog niet overwegen de dammen af te breken of te stoppen met de aanleg van nieuwe dammen. Daarom moeten we voorzichtig, oplettend en toekomstgericht te werk gaan.

 
  
MPphoto
 

  Bruno Gollnisch (NI) . – (FR) Mevrouw de Voorzitter, de vreselijke ramp die de Japanse noordoostelijke regio Tōhoku heeft getroffen wekt uiteraard het medeleven en de deelneming van alle Europeanen. Daarnaast moeten we natuurlijk hulp bieden, omdat de situatie naar ik meen verre van stabiel is in Japan. Het is een bewonderenswaardig land, bijzonder waardig, sterk, trots en plichtsbewust, maar waar de gevolgen van de bureaucratie, zoals overal, initiatieven kunnen blokkeren.

Een van de lessen van deze ramp is dat de meest doeltreffende hulp tenslotte via de zee wordt aangevoerd. Dan moeten er natuurlijk wel toereikende voorzieningen in de nabijheid zijn.

De situatie is nog niet stabiel en veel ontheemden hebben nog te lijden van kou en honger. Wij denken dat we de volgende lessen kunnen leren van deze ramp: de eerste is dat het ergste zich altijd voordoet, het ergste gebeurt altijd. De Titanic was gebouwd als een onzinkbaar schip. Er werd gezegd dat zelfs God het schip niet kon doen zinken. Toch is het, ondanks de waterdichte compartimenten, echt gezonken op zijn eerste reis, omdat men niet had verwacht dat er zo'n groot lek kon ontstaan.

Het ergste gebeurt dus altijd, en de aardbeving gevolgd door de tsunami was uiteraard het ergste scenario. Er zullen echter meer aardbevingen volgen, de grote aardbeving van Kanto, die men ieder moment verwacht, zal komen. Er zullen misschien aardbevingen komen in Californië, misschien in Italië, misschien in het Caribisch gebied. Daarom moeten we daarop voorbereid zijn met een versterkte civiele bescherming.

De tweede en laatste les is dat we ons nooit moeten laten meeslepen door paniek. Er kan niet tegelijkertijd worden gezegd dat we moeten afzien van kernenergie wegens de gevaarlijke fall-out, terwijl tegelijkertijd wordt gezegd dat we moeten afzien van fossiele brandstoffen wegens de uitstoot van kooldioxide in de atmosfeer. Er zal een keuze gemaakt moeten worden.

 
  
MPphoto
 

  Sandra Kalniete (PPE).(LV) Mevrouw de Voorzitter, het ongeluk dat het Japanse volk heeft getroffen is immens. Ik wil graag mijn diepste deelneming betuigen aan de families van degenen die hebben geleden en degenen die zijn gestorven, en hun naasten. De waardigheid en zelfbeheersing die het Japanse volk in deze moeilijke tijd tentoonspreidt verdient het diepste respect en is een voorbeeld voor de hele wereld. Japan ziet zich geplaatst voor de zware taak om zijn verwoeste gebieden weer op te bouwen. Daarvoor is veel geld nodig, waaronder investeringen van buitenaf. Daarom dring ik er op aan dat er op de top van de Europese Unie en Japan op 25 mei, wordt besloten onderhandelingen te beginnen over een vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en Japan. Deze overeenkomst moet in het voordeel van beide partijen zijn; ze moet voor beide partners dezelfde voorwaarden voor toegang tot de markt waarborgen, zowel wat de goederen- en dienstenstroom betreft als voor landbouwproducten. Een vrijhandelsovereenkomst kan uitgroeien tot een van de instrumenten voor de derde ontsluiting van Japan, zoals de Japanse premier Kan het kleurrijk heeft verwoord. Het ongeluk dat door de tsunami in de kernreactor van Fukushima is veroorzaakt geeft wereldwijd aanleiding tot ernstige zorg. Wij moeten eerbiedig en dankbaar het hoofd buigen voor de helden die met inzet van hun eigen leven werken aan de stabilisering van de situatie in de kernreactor. De ervaring die de Japanse ingenieurs en deskundigen op het gebied van rampenbestrijding inzake kernenergie op dit moment verwerven, is uniek. Het is van belang dat de wereld leert van deze ervaring. Wat er in Fukushima is gebeurd moet de mensheid tot lering strekken. Het moet als grondslag dienen voor het testen van kerncentrales en het ontwikkelen van betere veiligheidscriteria. Tot besluit wil ik opnieuw stellen dat de Europese Unie al het mogelijke moet doen om Japan, een van onze meest naaste partners, te helpen. Dank u.

 
  
MPphoto
 

  Nessa Childers (S&D). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, in de nasleep van de tragische gebeurtenissen in Japan van twaalf dagen geleden zijn ons twee zaken opgevallen. De eerste is de voorbeeldige reactie van de Japanners - de snelle actie van de noodhulpdiensten en de inspirerende veerkracht van het Japanse volk. Andere aardbevingsgevoelige landen zouden zich daarnaar kunnen richten. De tweede zaak, de radioactieve neerslag in Fukushima, is lastiger.

Terwijl Japan ongetwijfeld snel lering zal trekken uit deze gebeurtenissen, moet ook Europa die lessen oppakken, waarbij we op twee manieren kunnen reageren. Allereerst dient de veiligheid van kerncentrales in de EU volledig gewaarborgd te zijn. Ik verwelkom de plannen voor het uitvoeren van tests en zou willen benadrukken dat die moeten uitmonden in gemeenschappelijke regels voor de lidstaten inzake de veiligheid van kerncentrales en de opslag van zeer giftig kernafval. Dat is met name relevant voor mijn kiesdistrict Ierland Oost. De grootste hoeveelheid van dit soort materiaal ligt namelijk opgeslagen bij de kerncentrale in het Engelse Sellafield, op slechts 280 kilometer van County Louth.

Ten tweede zouden we ons moeten bezighouden met de toekomst van kernenergie in het algemeen. We moeten afspreken de bouw van nieuwe kerncentrales volledig te staken. Verder moeten we investeringen in de productie van duurzame energie en een efficiënter energiegebruik goedkeuren om de EU te kunnen blijven voorzien van voldoende energie.

 
  
MPphoto
 

  Johannes Cornelis van Baalen (ALDE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik sluit me aan bij de woorden van mijn collega's van de Delegatie voor de betrekkingen met Japan – de heer Gollnisch en mevrouw Kalniete –, woorden van respect voor en medeleven met de Japanners. We moeten er echter ook van leren, en dat betekent dat deze kernramp een internationale dimensie zou moeten hebben. Er moet volstrekte transparantie zijn. We moeten vaststellen waarom er geen actie is genomen op de waarschuwing van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie; er is geen discussie geweest over deze waarschuwing. We moeten achterhalen wat er gebeurd is.

Ik ben het eens met alle anderen die zeggen dat we ons gezamenlijk moeten inzetten voor de wederopbouw. Een vrijhandelsovereenkomst is daarom van bijzondere waarde en we zouden die overeenkomst zo snel mogelijk moeten sluiten.

 
  
MPphoto
 

  Mirosław Piotrowski (ECR). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, als lid van de Delegatie voor de betrekkingen met Japan van het Europees Parlement wil ik in het licht van deze enorme ramp allereerst mijn medeleven en solidariteit met het Japanse volk betuigen. De ramp heeft bijna tienduizend mensenlevens gekost en er zijn meer dan zestienduizend personen vermist, en deze cijfers veranderen nog voortdurend. De aardbeving en de tsunami hebben onvoorstelbare vernieling aangebracht. De verliezen worden nu al op driehonderd miljard dollar geschat.

Japan heeft de Europese Unie weliswaar niet om hulp gevraagd, maar we kunnen niet passief toekijken hoe het land deze enorme ramp bestrijdt. Het meest verontrustend is de schade aan de kerncentrale in Fukushima. Volgens bepaalde experts is de situatie zeer ernstig en kan ze leiden tot een herhaling van wat er in Tsjernobyl is gebeurd. De verklaring van het Hongaars voorzitterschap en van mevrouw Ashton betreffende humanitaire hulp en hulp van experts moet zo snel mogelijk in de praktijk worden gebracht in nauwe samenwerking met de Japanse regering.

 
  
MPphoto
 

  Claude Turmes (Verts/ALE).(DE) Mevrouw de Voorzitter, de Japanse onderneming Toshiba en andere ondernemingen die kerncentrales hebben gebouwd schreven nog twee weken geleden in hun folders dat zij de veiligste kerncentrales ter wereld bouwden - meer hoef ik niet te zeggen over de bewering dat wij ongetwijfeld de veiligste kerncentrales in Europa hebben.

Ik denk dat dit bijzonder ernstige en betreurenswaardige ongeval in Japan ook duidelijk zou moeten maken dat het absurd is om in de strijd tegen de klimaatverandering een kerncentrale te vergelijken met een installatie voor windenergie of zonne-energie, of met het verbeteren van de energie-efficiëntie. Dit hele idee van een low carbon technology klopt gewoon niet. We moeten bij iedere technologie het totale risico beoordelen. Daarom zou ik u een eerste concrete vraag willen stellen, mijnheer Oettinger. Vindt u niet ook dat het de hoogste tijd is om in de "Energy Road Map 2050" tenminste één scenario voor te leggen dat simpelweg laat zien wat we kunnen bereiken met honderd procent hernieuwbare energie, gekoppeld aan meer efficiëntie? Dat zijn we de Europese burgers schuldig, dat is toch wel het minste.

Ik wil ook iets zeggen over de stresstests: daar zijn we voor, maar ze moeten verplicht worden gesteld, en wel op Europees niveau. De eerste stresstest van de banken is door de nationale instanties te zeer gemanipuleerd, een paar banken zijn daar namelijk niet aan onderworpen, en pas tijdens de tweede ronde is er een echte stresstest georganiseerd. Het tweede punt zijn die "onafhankelijke deskundigen". Mevrouw Lauvergeon van Areva wordt genoemd, en de heer Teyssen van E.ON, maar ook de Euratom-ambtenaren van de Commissie, de mensen van die atoomorganisatie in Wenen, en zelfs de nationale autoriteiten voor het toezicht op kernenergie – die zijn toch allemaal bevooroordeeld? Ook de nationale instanties zullen toch niet toegeven dat de veiligheidstests die ze zes maanden geleden hebben verricht nu niet meer kloppen? Daarom hebben we onafhankelijke deskundigen nodig, anders loopt u het gevaar dat u alleen maar met partijdige deskundigen te maken krijgt.

Nog een laatste puntje: ik zou een beetje oppassen, mijnheer Oettinger, ik weet niet of het verstandig is om de heer Sarkozy te beschouwen als de grote pleitbezorger voor de nucleaire veiligheid op deze planeet. Ik zou een beetje voorzichtiger zijn.

 
  
MPphoto
 

  Sabine Wils (GUE/NGL).(DE) Mevrouw de Voorzitter, in Japan dreigt nog steeds een situatie die erger is dan het worstcasescenario. De straling bij de kerncentrale in Fukushima stijgt sterk. We kunnen de kernenergie niet beheersen, dat wordt eens te meer op een vreselijke manier duidelijk. Daarom eisen wij dat we meteen stoppen met het gebruik van kernenergie, die alleen maar nut heeft voor de winst van de elektriciteitsconcerns. Wanneer er een ongeluk gebeurt, moet de burger echter voor het risico opdraaien. Daarom moet de EU meteen voorschrijven dat er voor iedere kerncentrale een aansprakelijkheidsverzekering wordt afgesloten. In alle lidstaten moet iedere schade voor de gezondheid, voor roerend en onroerend goed en voor vermogen gedekt zijn. De Europese Unie moet eindelijk stoppen met het subsidiëren van kernenergie, en een einde maken aan het Euratom-Verdrag. Er worden nog steeds miljarden van de belastingbetaler betaald voor een buitengewoon gevaarlijke en riskante technologie, terwijl er te weinig geld beschikbaar is voor veilige alternatieven als hernieuwbare energie.

 
  
MPphoto
 

  Mario Mauro (PPE). - (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, het zou een ernstige fout zijn als dit debat verwerd tot een soort proces tegen de gevaren van de moderne samenleving. We moeten erkennen dat we dankzij de wetenschap en de technologie langer en onder betere omstandigheden leven, dat de toekomst er rooskleuriger uitziet, dat de voedselzekerheid verbeterd is, dat onze zorgstelsels verbeterd zijn en dat de levensomstandigheden in onze toekomstgerichte wereld verbeterd zijn, juist omdat we goed gebruik weten te maken van wetenschap en technologie.

Dit vooruitzicht is natuurlijk niet vrij van risico's, risico's die we kunnen overwinnen als we tot een gezamenlijke aanpak komen van de problemen waar de internationale gemeenschap zich elke dag voor gesteld ziet. Elmar Brok had gelijk toen hij stelde dat onze relatie tot de wereld mysterieus is en dat wij niet altijd alles in eigen hand hebben: wij hebben, hoe ontwikkeld we ook zijn, niet voor alle problemen waar de natuur ons voor stelt een oplossing, en deze aardbeving herinnert ons daaraan. Het ligt zeer waarschijnlijk aan de minder ontwikkelde wetenschap en technologie dat er niet lang geleden – of honderd jaar geleden, zoals in Messina – meer dan 100 000 doden konden vallen bij een veel minder ernstige aardbeving.

Hierin schuilt een duidelijke boodschap voor de toekomst: wetenschap en technologie zijn instrumenten die we alleen ten volle kunnen benutten aan de hand van goed beleid. Goed beleid, oftewel het gezamenlijk optreden van de instellingen, zal bepalen of wij het tijdperk van de kernenergie achter ons kunnen laten of dat wij om de voor iedereen noodzakelijke ontwikkeling door te kunnen maken, nog lange tijd gebruik moeten maken van kernenergie.

Vandaag staan we voor een heel andere taak: wij moeten in actie komen voor een volk dat lijdt en onze hulp nodig heeft. Weinigen in deze zaal snijden dit onderwerp aan, omdat iedereen verwikkeld is in een politieke discussie waarin vooruitgelopen wordt op zorgen die niet relevant zijn voor de agenda van vandaag.

 
  
MPphoto
 

  Daciana Octavia Sârbu (S&D).(RO) Mevrouw de Voorzitter, de huidige crisis in Japan doet bezorgdheid ontstaan over de veiligheid van kerncentrales in de gehele wereld. Wij moeten ons afvragen hoe bestendig en veilig de kerncentrales op ons grondgebied zijn.

Ik kom uit Roemenië. De mensen in mijn land zijn terecht bezorgd over de veiligheid van de kerncentrale in Cernavodă, vooral omdat er onlangs in de pers veel vraagtekens bij zijn geplaatst.

Ik ben ervan overtuigd dat, niet alleen in Roemenië maar ook in een aantal andere lidstaten, het grote publiek zich afvraagt of het wel afdoende beschermd is in het geval van natuurrampen die de kerncentrales zouden kunnen beschadigen.

Afgelopen week besloot Duitsland een grondige inspectie uit te voeren van de systemen voor de productie van nucleaire energie. Tegen de achtergrond van de gebeurtenissen in Japan is het absoluut noodzakelijk om met spoed een beoordeling van de nucleaire veiligheidssituatie te maken in de gehele Europese Unie. Alle lidstaten moeten strikte en volledige controle uitoefenen over deze energiecentrales.

De Europese Commissie moet er niet alleen voor zorgen dat de richtlijn inzake nucleaire veiligheid correct wordt uitgevoerd, maar ook samen met de bevoegde autoriteiten in de lidstaten de status van deze energiecentrales nauwkeurig in het oog houden.

De tragische situatie in Japan laat opnieuw zien dat we onze uiterste best moeten doen om snelle responsmechanismen op te zetten voor rampenbestrijding.

 
  
MPphoto
 

  Charles Goerens (ALDE). – (FR) Mevrouw de Voorzitter, ik wil twee dingen zeggen over Japan. In de eerste plaats moet er alles aan gedaan worden om het leed te verzachten van het Japanse volk, dat ons oprechte medeleven en onze solidariteit verdient.

In de tweede plaats is er naast de twee natuurrampen – de aardbeving en de tsunami – nog een derde ramp, van nucleaire aard, dus door de mens veroorzaakt. Alles wat hierover is gezegd kan in één woord worden samengevat: afbreken. Ja, wij staan voor een verandering van paradigma. Dit alles kan in twee vragen worden samengevat: wat moet er veranderd worden en ten tweede, wat kunnen we in de eerste plaats veranderen op het gebied van energieproductie?

Stel dat er geen fossiele energie en geen kernenergie meer was, dan zouden we ons heel snel een nauwkeurig beeld kunnen vormen over het potentieel van de ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen. Wij verwachten van de Europese Unie dat zij de strategie op dit gebied opnieuw bepaalt. Daar is een visie voor nodig, een sterke wil en een gedetailleerde routekaart.

 
  
MPphoto
 

  Bas Eickhout (Verts/ALE). - Mijnheer Oettinger, ik wil u allereerst feliciteren met uw begin. U begon snel vorige week, maar sindsdien zit er wel de klad in. U moet nu wel gaan doorpakken en het duidelijk maken, want wat u vorige week zei was dat we een discussie moeten gaan voeren over Europa, de toekomst van Europa zonder kernenergie. Dat heeft u daarna niet herhaald, terwijl dát nu de discussie zou moeten zijn. Vele studies laten het keer op keer zien, wetenschappelijke studies: je kunt je milieudoelen halen en dat kan zonder kernenergie. Het kan: Europa volledig op duurzame stroom. Dat zou de discussie moeten zijn.

Het is een politieke keuze of je voor kernenergie bent of niet. En niet wij zouden moeten verdedigen waarom we tegen kernenergie zijn. De mensen die vóór kernenergie zijn, die moeten uitleggen waarom. Daarom ook het belang van die stresstest.

Twee vragen aan u, meneer Oettinger, twee belangrijke vragen. Ten eerste: hoe gaan we de criteria vaststellen? Hoe zorgen we dat die onafhankelijk zijn? En ten tweede: wat gebeurt er als een kerncentrale de stresstest niet haalt? Wat zijn dan de gevolgen?

 
  
  

VOORZITTER: LIBOR ROUČEK
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Lena Kolarska-Bobińska (PPE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, ieder van ons is diep geraakt door de gebeurtenissen in Japan. We brengen hulde aan de mensen die met gevaar voor eigen leven de gevolgen bestrijden van deze drie gelijktijdige gebeurtenissen, een aardbeving, tsunami en kernramp. Deze tragedie, die sterke sympathie oproept, heeft ook de aanzet gegeven tot de discussie die we momenteel in Europa voeren over de toekomst van kernenergie en het energiebeleid van Europa. Niet zo lang geleden hebben we een energiestrategie voor Europa tot 2020 goedgekeurd. Op dit moment wordt deze strategie opnieuw ter discussie gesteld, omdat die ook kernenergie goedkeurt. We zeggen in de strategie dat kernenergie gewoon aan bepaalde strenge veiligheidsvoorwaarden moet voldoen, en dat kernenergie een aanvaardbaar onderdeel van de energiemix van de verschillende lidstaten kan zijn.

Volgens mij moet deze discussie ook nauwere Europese samenwerking op het gebied van energie bevorderen, en dat is iets waarom we in ons verslag hebben verzocht. Vandaag moeten we niet enkel de veiligheidsvoorwaarden aanscherpen, maar ook de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie versterken, en naar een Europese Energiegemeenschap streven. De Europese Commissie moet aandringen op betere samenwerking tussen de lidstaten en een europeanisering van het kernenergiebeleid. Stresstests mogen niet vrijwillig zijn, want bepaalde landen zullen ze dan toepassen als ze dat willen, en andere niet. Dit moet onderdeel worden van het uitbouwen van wat het gemeenschappelijk kernenergiebeleid moet worden.

We moeten ook nieuwe technologieën steunen. Het hele energiebeleid van Europa is gestoeld op decentralisering en diversificatie. Als dit dan toch het geval is, laten we dan de bouw van kleine en middelgrote kernreactoren bevorderen. Ze kosten minder, worden gebouwd als modules en kunnen daardoor gemakkelijker op veiligheid worden getest Misschien zal deze vorm gemakkelijker aanvaardbaar zijn voor de publieke opinie, want we zullen dit soort energie niet volledig kunnen uitbannen.

 
  
MPphoto
 

  Zigmantas Balčytis (S&D). - (LT) Mijnheer de Voorzitter, Japan heeft het onvoorstelbare effect van een natuurramp en een nucleair ongeval ervaren. De bevolking van Litouwen is bezig actief fondsen te werven en probeert op alle mogelijke manieren bij te dragen aan hulp aan de slachtoffers van het land. Wij herinneren ons de pijnlijke gevolgen van de kernramp bij Tsjernobyl en zullen ze ons altijd blijven herinneren. Zelfs na dertig jaar zijn die voor de mensen in deze regio nog altijd voelbaar. De ramp in Japan dwingt ons ertoe de kwestie van nucleaire veiligheid structureel in heroverweging te nemen. We hebben geen controle over natuurrampen, en daarom moeten we er op z'n minst voor zorgen dat ze geen extra en bijzonder pijnlijke kernrampen tot gevolg hebben. Ik ben het ermee eens dat er kritisch naar de bestaande infrastructuur moet worden gekeken en dat er nieuwe mogelijkheden moeten worden geschapen, maar we moeten de gebeurtenissen bij de Japanse kerncentrale grondig analyseren, vooral in het licht van de eerdere ramp bij Tsjernobyl. We moeten tot conclusies komen en maatregelen aannemen die ons in staat stellen de nucleaire veiligheid in heel Europa aanzienlijk te versterken.

 
  
MPphoto
 

  Chris Davies (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, mijn bezorgdheid over de nucleaire industrie is overschaduwd door mijn bezorgdheid over de klimaatverandering en ik denk nu dat kernenergie kan bijdragen tot de bestrijding van de opwarming van de aarde. Dat gold voordat de gebeurtenissen in Japan plaatsvonden, en dat geldt ook nu. Het is duidelijk dat er lessen te leren zijn. Er zijn problemen in verband met het ontwerp, de inadequate regelgeving en de ontoereikende zelfstandigheid, en het spreekt voor zich dat er geen kernreactoren mogen worden gebouwd op plaatsen waar zich aardbevingen voordoen.

We leven echter in een wereld vol gevaar; chemische fabrieken in onze steden houden zonder uitzondering grote risico's in maar die beheersen we, we leven ermee. In de loop der decennia zijn we getuige geweest van afschuwelijke treinongevallen maar dat betekent nog niet dat we de spoorwegen opdoeken. We trekken er lering uit, en die lessen passen we toe om de veiligheid te verbeteren. Dat is wat we moeten doen met de nucleaire industrie.

 
  
MPphoto
 

  Romana Jordan Cizelj (PPE). - (SL) Mijnheer de Voorzitter, als het ons werkelijk ernst is met de klimaatdoelen, zal kernenergie deel blijven uitmaken van onze energiemix. Daarom moeten onze discussies niet ideologisch gekleurd zijn. Wat we in de eerste plaats nodig hebben, zijn antwoorden op tal van vragen, zoals: wat was de voornaamste reden voor het ongeluk en hoe kon het worden voorkomen? Waren de systemen ten aanzien van de verantwoordelijkheid, de uitvoering en de supervisie uitgevallen? Was de veiligheidscultuur in een van de nucleaire installaties zwak? Wat voor mogelijkheden zijn er om splijtstof veiliger op te slaan? Was de regelgevende autoriteit te zwak om op tijd in actie te komen? Enzovoort. Wij hebben antwoorden op deze vragen nodig om verantwoordelijke politieke actie te kunnen ondernemen.

Wat betekent het eigenlijk om verantwoordelijke politieke actie te ondernemen? Wij moeten een maatschappelijke consensus zien te bereiken over aanvaardbare technologieën, in het bijzonder wat de rol van kerncentrales betreft. We moeten ervoor zorgen dat het beginsel van 'veiligheid eerst' ten uitvoer wordt gelegd. We moeten een wetgevend kader formuleren, dat zou moeten voorzien in adequate financiële en menselijke middelen voor de veilige toepassing van complexe technologieën. We moeten de ontwikkeling van een hoogwaardige en onafhankelijke nucleaire beroepsgroep vergemakkelijken, zorgen voor continue opleiding en kennisoverdracht van oudere aan jongere generaties. We moeten de bekwaamheid en onafhankelijkheid evalueren van de regelgevende organen die een sleutelrol spelen in de handhaving van de veiligheidscultuur en we moeten zorgen voor een veilige verwijdering van hoog radioactief afval en verbruikte splijtstof.

Tot slot wil ik de gemeenschappelijke veiligheidscriteria vermelden. Op dit moment zijn we het er allemaal over eens dat we ze echt nodig hebben, maar denk even terug aan 2009, toen we de richtlijn inzake nucleaire veiligheid bespraken. Ook toen bekrachtigde het Europees Parlement de gemeenschappelijke Europese criteria, die door de Raad helaas niet werden bevestigd. Destijds bewees het Europees Parlement dat het juist handelde. Daarom meen ik dat het hoog tijd is dat het Europees Parlement meer bevoegdheden krijgt op het gebied van kernenergie. We moeten een interinstitutionele overeenkomst tot stand brengen zodat we medebeslissingsbevoegdheden kunnen krijgen.

 
  
MPphoto
 

  Ildikó Gáll-Pelcz (PPE). (HU) Mijnheer de Voorzitter, allereerst wil ik mijn oprechte medeleven betuigen, in de tweede plaats wil ik mijn respect uiten voor de Japanners en de Japanse natie en in de derde plaats mijn enorme bewondering en erkenning uitspreken voor de Japanse helden die ook nu nog in de krachtcentrale werken. Er heeft zich een tragedie voltrokken die voor altijd een plek zal hebben in de geschiedenis van Japan en de wereld. Het door de ramp getroffen eilandenrijk heeft de hulp van de Europese Unie ingeroepen bij de voorlopige coördinatie van de door de lidstaten aangeboden steun.

De snelle reactie van de Commissie is verheugend, evenals het feit dat de commissaris heeft bevestigd dat alle hulp zal worden geboden aan Japan en de ongeveer een half miljoen mensen die na de verwoestende aardbeving en vloedgolf in een tijdelijk toevluchtsoord verblijven. Ik ben ervan overtuigd dat we er daarnaast alles aan moeten doen om de gevolgen van de ramp weg te werken en de levensomstandigheden opnieuw op te bouwen. Tegelijkertijd wil ik echter ook mijn mening ventileren dat het niet gelukkig is dergelijke en soortgelijke tragedies tegenover het gebruik van kernenergie te plaatsen. Aan de andere kant moeten kerncentrales uiteraard met een zo uitgebreid mogelijk veiligheidssysteem worden uitgerust, dat vervolgens aan de hand van de strengste voorschriften voortdurend moet worden gecontroleerd.

Het voorstel van de Commissie om uitgebreid Europees overleg te organiseren, moet worden verwelkomd. Aan de andere kant acht ik het nodig en steun ik het dat de Commissie richtsnoeren opstelt waarmee de basis wordt gelegd voor een op Europees niveau gecoördineerd, goed functionerend veiligheidssysteem, en waarmee de verdere veilige productie van kernenergie wordt gegarandeerd voor de toekomst. De houding van het Japanse volk is exemplarisch en kan als voorbeeld voor ons dienen. Ik ben ervan overtuigd dat ze alle steun verdienen. Dank u wel, mijnheer de Voorzitter.

 
  
MPphoto
 

  Edit Herczog (S&D). (HU) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, we zijn vandaag allemaal een beetje Japans. Ook te midden van deze natuurramp moeten we toegeven dat nucleaire veiligheid een menselijk gezicht heeft. De planning, de bouw, de inwerkingstelling, de ontmanteling en zoals nu, in de kerncentrale van Fukushima, het omgaan met ongevallen, vormen de krachtproef van menselijke kennis en toewijding. De Europese stresstest is een belangrijke stap voor ons om het tot nu toe onvoorstelbare te plannen voor de toekomst. Commissaris, we kunnen het best respect betuigen aan de arbeiders in Fukushima als Europese deskundigen worden betrokken bij de Europese professionele en politieke besluitvorming. We moeten hier die werknemers van de kerncentrale bij betrekken van wie de toewijding en de kennis onontbeerlijk zijn.

Op de middellange termijn is het behoud en de verdere ontwikkeling van nucleaire kennis erg belangrijk, want dit is de echte garantie op veiligheid. Verder wil ik u opnieuw attenderen op wat mevrouw Ulvskog heeft gezegd. Onderzoek en ontwikkeling van kernenergie moet, beter dan nu het geval is, een antwoord geven op de vraag hoe we kernafval, de geschiedenis waarmee we al zestig jaar te maken hebben, kunnen verwerken. Dank u dat u naar me hebt geluisterd.

 
  
MPphoto
 

  Paul Rübig (PPE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, ik zou commissaris Oettinger willen bedanken voor zijn serieuze en zeer bezonnen aanpak van deze kwestie.

We moeten overwegen om de WENRA aan te wijzen als Europese regelgevende instantie voor de 27 lidstaten. We moeten overwegen of we de normen van de IAEA niet bij wet zouden moeten voorschrijven, en die nieuwe regelgevende instantie het recht geven om een centrale meteen te sluiten wanneer men zich niet aan die normen houdt. Bovendien moeten we overwegen om de Euratom-Verdragen te herzien, waarbij de bepalingen inzake veiligheid en beveiliging centraal moeten staan, en ons buigen over de eis dat de branche alle kosten zelf moet dragen, wat nu al het geval is bij ontmanteling en definitieve opslag.

Ik denk dat deze kwestie gevoelig ligt. Nu moeten we deze kans pakken, we moeten in Europa een peer review doorvoeren en de nieuwste normen voorschrijven, zodat er niet nog meer schade ontstaat voor de volksgezondheid.

 
  
MPphoto
 

  David Martin (S&D). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, natuurlijk ben ik blij dat we de Japanners snel te hulp zijn geschoten nu zij daar zo behoefte aan hebben, en natuurlijk deel ik het medeleven met het Japanse volk. Ik ontkom echter niet aan de indruk dat er gezien de opstelling van sommige van onze lidstaten vraagtekens kunnen worden gezet bij de oprechtheid van onze uitingen van solidariteit.

Als ik onze kranten lees, zie ik dat de Spaanse regering erop heeft aangedrongen goederen uit Japan zorgvuldig te controleren op straling, dat de Nederlandse regering havenarbeiders heeft gewaarschuwd alle containers uit Japan met zorg te behandelen, dat de Franse regering heeft opgeroepen tot een controle van alle invoer, en dat de Duitse autoriteiten steekproefcontroles eisen voor alle uit Japan ingevoerde goederen, met inbegrip van auto's. Het gaat daarbij om goederen die Japan twee of drie weken – in sommige gevallen twee of drie maanden – voor de aardbeving hebben verlaten.

Daaruit spreekt weinig solidariteit of medeleven en ik wil de Raad en de Commissie vragen de lidstaten te zeggen dat, als zij zich echt solidair willen tonen, zij er goed aan doen de mensen geen indianenverhalen te vertellen.

 
  
MPphoto
 

  Fiona Hall (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, het verbaast me dat de commissaris zo optimistisch klinkt over de mogelijkheid de situatie in Fukushima binnen enkele dagen onder controle te krijgen, terwijl deskundigen op het gebied van kernenergie spreken van weken en maanden; ondertussen blijft er straling uit de centrale komen, die de voedsel- en watervoorziening vervuilt.

Ik verwelkom de roep om stresstests, maar die zijn geen antwoord op de grotere vraag. Die vraag is: zijn we bereid de toenemende risico's van atoomenergie te accepteren in een wereld waarin zich steeds vaker complexe natuurrampen en extreme weergebeurtenissen voordoen. De veiligheid van kernreactoren kan eenvoudigweg niet volledig worden gegarandeerd bij een omvangrijke ramp die op diverse niveaus tot ontwrichting leidt, waarbij de elektriciteit, de watervoorziening en de communicatiesystemen uitvallen en de fysieke toegang wordt afgesloten. Dat is de vraag: zijn we echt bereid dat risico te nemen wanneer er alternatieven zijn?

 
  
MPphoto
 

  João Ferreira (GUE/NGL). - (PT) Mijnheer de Voorzitter, we willen hier uitdrukking geven aan onze solidariteit met het Japanse volk en ook wij betonen ons medeleven met de slachtoffers van de ramp die het land getroffen heeft.

We weten dat deze ramp tot ernstige ongelukken heeft geleid in de kerncentrale van Fukushima. De gevolgen daarvan kunnen nog niet op hun ware omvang worden geschat. De ongelukken die zich in de reactoren van deze centrale hebben voorgedaan, zijn veroorzaakt door een combinatie van factoren waarop de kans slechts zeer klein is, maar die zich desondanks mogelijk in andere kerncentrales kunnen herhalen.

We moeten dan ook lering trekken uit de gebeurtenissen in Fukushima. Allereerst moeten de veiligheidseisen zo snel mogelijk opnieuw worden beoordeeld en zo nodig worden aangepast, vooral met betrekking tot de koelsystemen.

Ook moet de locatie van de bestaande kerncentrales opnieuw beoordeeld worden, met name in het licht van het risico op aardbevingen en tsunami’s. Maar daarnaast moet er ook een brede maatschappelijke discussie plaatsvinden over het energievraagstuk: over de huidige en toekomstige energiebehoefte en de manier om hieraan te voldoen. Dit moet op heldere en geïnformeerde wijze gebeuren, op grond van een analyse van de risico’s, effecten, kansen en beperkingen van de verschillende energiebronnen.

 
  
MPphoto
 

  Oreste Rossi (EFD).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, allereerst wil ik mijn medeleven tonen met het Japanse volk dat zo zwaar door rampspoed getroffen is. Het verraste mij dat de Japanse technologie het laat afweten als gevolg van natuurverschijnselen die daar vaak voorkomen. Het is een ernstige kwestie dat men een technologisch verouderde kerncentrale open heeft gehouden. Deze gebeurtenissen nopen ons tot het heroverwegen van het Europese nucleaire programma.

We mogen ons niet laten leiden door angst of ondoordachte keuzes maken: er moet een algemene overeenkomst worden gesloten over het waarborgen van de veiligheid van de bestaande kerncentrales en over het toezicht op kerncentrales in aanbouw. Gezien de ramp en gezien het feit dat er als gevolg van deze vreselijke ramp waarschijnlijk een financiële crisis zal ontstaan, mag Europa mag zich niet onttrekken aan zijn plicht om de Japanse bevolking hulp te verlenen.

Op de korte termijn moeten maatregelen worden getroffen om de stagnering van de Japanse economie en de te verwachten gevolgen voor de belangrijkste handelspartners van Japan op te vangen. We mogen niet vergeten dat de regering al voor de ramp zwak was en geen meerderheid had in het Japanse Hogerhuis, waardoor er ook nog een regeringscrisis kan ontstaan.

 
  
MPphoto
 

  Angelika Werthmann (NI).(DE) Mijnheer de Voorzitter, allereerst wil ik mijn medeleven uitspreken mat alle slachtoffers van deze rampzalige situatie. De tragische ramp in Japan heeft tot een nucleaire catastrofe geleid, zoals we allemaal weten. Europa heeft vrij snel gereageerd, en min of meer met één stem gesproken. Toch zijn we ons bewust – en ik hoop dat dit ook geldt voor alle voorstanders van kernenergie - van het feit dat radioactiviteit geen grenzen kent, en de natuur geen veiligheidsnormen, hoe streng dan ook. We hebben Tsjernobyl meegemaakt, een soort mislukte stresstest, we hebben Fukushima meegemaakt. Het is de hoogste tijd dat de voorstanders van kernenergie het welzijn van de burgers, de volksgezondheid en de bescherming van de natuur voorrang geven boven alle financiële belangen. We moeten overwegen om in heel Europa te stoppen met kernenergie, en al onze middelen investeren in hernieuwbare energie.

 
  
MPphoto
 

  Alajos Mészáros (PPE). (HU) Mijnheer de Voorzitter, de tsunami die volgde op de aardbeving in Japan was de directe oorzaak van het ongeluk in de kernreactor, wat voor het vakgebied en het publiek in de eerste plaats een veiligheidskwestie is geworden. Daarom is de juiste beslissing genomen om onze werkende kernreactoren aan een streng onderzoek te onderwerpen. Het is duidelijk geworden dat we een omvattend, grondig debat nodig hebben zodat er een rationele beslissing kan worden genomen over de toekomst van kernenergie. We moeten ons er tevens van bewust zijn dat na zo’n vreselijke ramp meer angst bij de mensen wordt ingeboezemd, en juist daarom moeten we zorgen voor objectieve en geloofwaardige informatieverstrekking en strengere veiligheidsmaatregelen.

Wat ik echter nog wil benadrukken: kernreactoren in Europa zijn aan totaal andere omgevingsfactoren blootgesteld dan die in Japan. Ons continent wordt niet bedreigd door het gevaar van een tsunami of een grootschalige aardbeving, en daarom mogen we geen rechtstreekse conclusies trekken uit deze betreurenswaardige tragedie. Onze centrales zijn voorbereid op de omstandigheden waardoor ze zouden kunnen worden getroffen, en kernenergie kan ook in de toekomst een onlosmakelijk onderdeel blijven van onze energiebronnen. Ten slotte wil ik mijn medeleven betuigen en mijn respect betonen aan onze Japanse vrienden. Dank u.

 
  
MPphoto
 

  Günther Oettinger, lid van de Commissie. − (DE) Mijnheer de Voorzitter, geachte afgevaardigden, ik heb aandachtig geluisterd naar uw woorden, en dank u voor de hoge mate van objectiviteit, die ook nodig is in verband met deze ramp en de gevolgen ervan. U heeft uw medeleven uitgesproken, uw ontsteltenis, en u heeft hulp aangeboden. Daaraan heb ik niets toe te voegen. U bevestigt de intenties van het voorzitterschap van de Raad en van de Commissie.

Het gaat om de civiele bescherming in het algemeen. Denk maar aan Haïti, denk maar aan Pakistan, denk maar aan het toenemende aantal rampen. Ik ben echt van mening dat de mededeling van de Commissie over een versterkte Europese respons bij rampen, die de Raad in december vorig jaar heeft goedgekeurd, de juiste voorstellen bevat. We moeten de samenwerking en de procedures voor de civiele bescherming op Europees niveau verbeteren, er de nodige financiële middelen en het nodige personeel voor ter beschikking stellen, en alles op Europees niveau coördineren. Commissaris Georgieva zal in de loop van dit jaar ongetwijfeld concrete voorstellen voorleggen aan het Parlement en aan de Raad.

Ik wil ook ingaan op het Europese energiebeleid en de conclusies uit de recente evaluatie van de gebeurtenissen in Japan. Ik denk allereerst dat we eerlijk moeten zijn en de feiten onder ogen moeten zien. Ik noem als voorbeeld de Duitse regering, en ik ben lid van één van de coalitiepartijen. Die heeft een drastische koerswijziging voorgesteld. In Duitsland zijn op dit moment zeven kerncentrales stilgelegd. De reacties varieerden van "niet erg geloofwaardig" tot "typisch Duits, ze zijn bang". We moeten eens nadenken over de vraag of we niet wat meer respect zouden moeten hebben voor andermans standpunt. Ik heb respect voor het Parlement, dat hier een paar jaar geleden duidelijk kleur heeft bekend ervoor pleitte om kernenergie nog jarenlang als onderdeel van de Europese energiemix te beschouwen, maar dat dit nu ongetwijfeld gedeeltelijk in een ander licht ziet. Ten tweede respecteer ik de verdeling van de bevoegdheden. Ik heb het Euratom-Verdrag nog eens goed gelezen, en ook de richtlijn betreffende de nucleaire veiligheid, die de Raad en het Parlement twee jaar geleden in juni hebben goedgekeurd. Die richtlijn bevat allerlei formele voorschriften, er moeten instanties in het leven worden geroepen, er moet informatie worden verstrekt, er moet worden gerapporteerd, enzovoort, maar er staan nauwelijks concrete bepalingen in over de manier waarop de centrales moeten worden gebouwd of geëxploiteerd, het is allemaal heel algemeen.

Nu stelt het Parlement voor om de Europese wetgeving uit te breiden en ik denk zeker niet dat we kunnen wachten op de verslagen die de lidstaten in 2014 voor zullen leggen om dan pas namens de Commissie een verslag voor te leggen, ik vind ook dat we nu al mogen eisen dat deze richtlijn op zijn laatst in juli van dit jaar in het nationale recht wordt omgezet, daartoe zijn de lidstaten verplicht. Dan kunnen we zo nodig met de lessen die we tegen die tijd hebben geleerd uit Japan, en misschien ook uit de stresstests die in heel Europa plaats moeten vinden, al volgend jaar hier in Brussel beginnen met een voorstel van de Commissie voor verdere concrete technische voorschriften voor de nucleaire veiligheid.

Er is gezegd dat ik moet "ingrijpen". Dat is verre van mij. Ik wil consequent uitgaan van de vraag: welke bevoegdheden hebben de Europese wetgevers me gegeven, en welke niet? Sommige regeringen hebben mij in de afgelopen dagen bekritiseerd, ze zeggen dat ik de ernst van de situatie overschat, en dat ik te ver ga met mijn conclusies. Andere regeringen zeggen dat ik eindelijk in moet grijpen. Ik bewandel de gulden middenweg, en daar voel ik me eigenlijk altijd heel goed. Wie van beide kanten kritiek krijgt, die bewandelt waarschijnlijk de gulden middenweg.

Veel van de 143 kerncentrales zullen niet alleen in dit decennium, maar ook in het komende decennium, en in het decennium daarna, nog in bedrijf zijn. Dat is de wens van de zittende regering in de meeste lidstaten, niet alle lidstaten, maar het zijn er toch veel. Dat betekent dat het absoluut in ons belang is om voor de kerncentrales die op de middellange en lange termijn in bedrijf zijn de maximale veiligheid te garanderen, nieuwe normen voor te stellen en het risico nog verder te beperken.

Ten tweede ga ik er tot nader order van uit dat er in Europa nieuwe kerncentrales zullen worden gebouwd, en dat is een bevoegdheid van de lidstaten, van hun parlement en hun regering. We kunnen ons wel voorstellen wat het resultaat zal zijn van het referendum dat in juni in Italië wordt gehouden, en ik heb begrepen dat er in geen van de dertien lidstaten met kerncentrales tot nu toe een koerswijziging heeft plaatsgevonden, behalve in Duitsland. Ik volg op de voet wat er wordt gezegd door de regeringen, de parlementen en de media.

Er is nog een ander aspect: het gaat om Europa, maar dit heeft ook een mondiale dimensie. We zullen op deze planeet nog tientallen jaren kernenergie gebruiken, en daarom hebben we er alle belang bij dat we werken met de strengste normen, niet alleen bij ons, maar overal ter wereld. Daarom ben ik blij...

(Interrupties)

Mijnheer Turmes, ik probeer echt objectief te blijven om commotie te vermijden, en misschien kunt u dat ook doen. U zegt dat ik de heer Sarkozy niet mag vertrouwen. Ik vertrouw hem wel, hij zal dit punt tijdens de Top van de G20 op de agenda plaatsen. Dat is op zich al een mooi resultaat, dat het onderwerp ook daar aan de orde komt, daar nemen de Amerikanen deel, de Chinezen, de Russen, en andere landen die kerncentrales hebben of plannen, of veel knowhow hebben op het gebied van de bouw van kerncentrales, omdat in hun land grote industrieconcerns gevestigd zijn. Daarom ben ik er absoluut van overtuigd dat we de risico's opnieuw moeten evalueren, en strengere veiligheidsnormen moeten opleggen, en de tegenstanders van kernenergie zouden dat ook zo moeten zien, want onze planeet zal gebruik blijven maken van kernenergie.

(Interrupties)

U moet geen debatten overdoen die u hier twee jaar geleden heeft gevoerd. Daarvoor ben ik in mijn functie volgens mij niet de juiste contactpersoon. Dat kunt u beter doen wanneer iemand anders het woord vraagt.

Ik wil even ingaan op de kwestie van de routekaart energie 2050. Er wordt beweerd dat daarin onvoldoende middelen beschikbaar zijn voor hernieuwbare energiebronnen. U onderschat in dit verband uw eigen besluiten, wij controleren en garanderen dat die worden uitgevoerd. 20 procent energie uit hernieuwbare bronnen binnen slechts negen jaar, dat betekent de facto in de sleutelsector, de elektriciteit, 35 procent. Daar draait het primair om. We zijn op weg naar dat streefdoel, 35 procent van de elektriciteit opwekken op uit hernieuwbare energiebronnen – en de lidstaten doen mee. Binnen vier à vijf jaar zal er meer elektriciteit worden opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen dan uit kernenergie en steenkolen. Dat betekent dat hernieuwbare energiebronnen in Europa binnenkort de belangrijkste factor voor het opwekken van stroom zullen zijn. Bovendien zullen we tegen het einde van de lente onze concepten en scenario's voorleggen voor een routekaart energie 2050. Het jaar 2050 is nog ver weg, maar het gaat ook om het jaar 2025, en 2030, dat is het tijdperk waarvoor we nu moeten investeren in infrastructuur en productiecapaciteit. Ik kan hier geen vaste toezeggingen doen, maar in 2030 zullen we ongetwijfeld verder zijn gekomen dan 35 procent hernieuwbare energiebronnen, dan zullen we boven de 40 procent liggen, of zelfs bij de 60 procent, of ergens daartussen. Dat toont toch wel aan dat we niet kunnen zeggen dat er te weinig middelen beschikbaar zijn voor de hernieuwbare energiebronnen. Wij zullen het nog meemaken dat hernieuwbare energiebronnen de belangrijkste component van de energiemix worden.

(Interruptie van mevrouw Harms)

Mevrouw Harms, ik heb het over de routekaart voor energie, maar u heeft het over de routekaart voor CO2, en dat is niet hetzelfde. We hebben onze doelstellingen voor 2020 helemaal niet verwaterd, die luiden nog steeds 20 procent bij stand alone, en 30 procent wanneer anderen zich bij ons aansluiten, wat van het begin af aan het standpunt was van Parlement, Raad en Commissie, en wat we op het internationale toneel ook hebben aangeboden. Daaraan is niets veranderd. Nu gaat het echter over de hernieuwbare energiebronnen, en daar zullen we boven de 40 procent uitkomen. U zult het met me eens zijn dat we er op deze manier voor hebben gezorgd dat de energiemix al lang niet meer alleen door de lidstaten wordt vastgelegd, zij dragen de helft van die verantwoordelijkheid, misschien iets meer. Ten tweede hebben we ook een voorstel gedaan voor een rechtsgrondslag voor deze ondersteuning, zodat de lidstaten samen met ons kunnen zorgen voor de financiële en technische middelen.

Mijnheer Turmes, u kunt ervan uitgaan dat in die scenario's heel serieus wordt getoetst hoe we het aandeel van de hernieuwbare energie zouden kunnen verhogen tot 100 procent, wat verschillende organisaties voorstellen. U moet echter eens kijken naar artikel 194, het kan nooit kwaad om eens een blik op de wet te werpen. Dat artikel houdt nog steeds in dat de energiemix een aangelegenheid is voor de lidstaten zelf. Het Verdrag van Lissabon is niet mijn bijbel, maar wel de basis voor mijn werk. Ik weet dat de lidstaten bepaalde rechten hebben, en daar staan ze op, of de regeringen nu in Berlijn, Luxemburg, Parijs of Londen zitten.

Een laatste punt: ik heb heel goed geluisterd naar de woorden van de heer Davies en van mevrouw Hall, die lid zijn van dezelfde partij, uit hetzelfde land komen en het volledig oneens zijn met elkaar. Dat respecteer ik. Wanneer er binnen een kleine partij in een groot land zulke verschillende meningen bestaan, zoals hier tussen de geachte afgevaardigden, wanneer diezelfde partij voor de verkiezingen tegen kernenergie was en er na de verkiezingen geen moeite mee had, dan respecteer ik dat ook. Daaruit blijkt echter wel wat de ecologische, economische en politieke dimensies zijn, en daarom zullen de meningen altijd uiteenlopen. Dat is inherent aan dit onderwerp, overal ter wereld.

 
  
MPphoto
 

  Enikő Győri, fungerend voorzitter van de Raad. – (HU) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, ik beloof dat ik het kort zal houden. Medeleven en kalmte zijn denk ik de twee zaken waardoor we ons nu moeten laten leiden. Medeleven om de Japanners te helpen bij alles wat ze nodig hebben; we moeten naar ze luisteren en actie ondernemen op de terreinen waar zij dat zelf ook nodig achten. Kalmte is nodig om op het juiste moment de juiste beslissingen over onze eigen toekomst te nemen. We moeten in zo’n essentiële kwestie niet beslissen onder invloed van de gebeurtenissen. Één ding is zeker, en dat heeft niemand in deze zaal vandaag bestreden, dat we uit alle macht moeten streven naar het bereiken van maximale veiligheid.

Verder is het onze plicht om de burgers volledig te informeren, zodat ze begrijpen waar we het over hebben, en wanneer, waarover en hoe we beslissen. Het is heel belangrijk dat we conclusies en lering trekken uit het gebeurde. We moeten met analyses komen zonder traag te zijn of vooruit te lopen op de gebeurtenissen en nu al uitspraken te doen waarvan het niet zeker is of ze over een paar weken of maanden ook nog stand houden. Wat betreft de stresstests wil ik alleen maar zeggen dat we daar nu, op grond van de huidige regelgeving, vrijwillig de mogelijkheid toe hebben. Diverse sprekers hebben al genoemd dat de rechtsgronden moeten worden gewijzigd, de kaders die op dit moment van kracht zijn, en ik ben ervan overtuigd dat ook de Raad daar niet afwijzend tegenover staat. Dit moet verder worden uitgewerkt en de juiste voorstellen moeten worden ingediend. We hoeven niet overhaast te handelen, maar we moeten uiteraard wel aan het werk gaan.

Commissaris Oettinger wees er al op dat de energiemix een nationale bevoegdheid is. Alle lidstaten besluiten soeverein met welke energiesoorten ze hun energiebehoeften dekken. De helft van de lidstaten, in orde van grootte de helft, maakt gebruik van kernenergie. We kunnen met de juiste rechtsgrond iedereen verplichten tot veiligheid, maar de mogelijkheid en de verantwoordelijkheid voor deze keuze ligt bij de lidstaten. Ik verwelkom het overigens met genoegen dat het verslag, zoals commissaris Oettinger zei, al in juli 2011 door de Commissie kan worden opgesteld. Nog een laatste gedachte: we hebben het vaak over onderzoek en ontwikkeling, een van de hoekstenen van de Europa 2020-strategie. Het is onze taak om de optimale voorwaarden te scheppen voor onderzoek en ontwikkeling in de Europese Unie. Op dit gebied hebben we zeer zeker nog genoeg te doen. Met behulp van onderzoek en ontwikkeling moeten we de veiligste en meest milieuvriendelijke vormen van energiewinning vinden. Laten we dus de wetenschap in dienst stellen van de mens en de optimale veiligheid van de mens. Dank u zeer, mijnheer de Voorzitter.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Tot besluit van het debat is er een ontwerpresolutie1 ingediend, overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement.

Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen (donderdag 24 maart 2011) plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  János Áder (PPE), schriftelijk. – (HU) Staat u mij allereerst toe dat ik mijn diepe medeleven betuig aan de Japanners en de nabestaanden van de slachtoffers van de uitzonderlijke natuur- en industriële ramp die amper twaalf dagen geleden heeft plaatsgevonden. De Japanse tragedie herinnert ons eraan dat natuur- en industriële rampen overal en op elk moment kunnen plaatsvinden, zelfs in Europa. De vraag is alleen wanneer en waar ze zullen plaatsvinden. Juist daarom acht ik het van belang dat de Europese Unie bij een eventuele Europese industriële ramp over een adequaat financieel instrument beschikt om acuut en effectief op te treden en de schade te verlichten. De Europese inspanningen op het gebied van preventie zijn uiteraard heel belangrijk, maar momenteel heeft de Europese Unie geen financieel instrument in handen waarmee ook in bovenstaande behoefte kan worden voorzien. We hoeven ons alleen maar in te denken wat er zou gebeuren als een lidstaat in economisch zwaar weer zou worden getroffen door een ramp. Afgezien van de ingrijpende sociale en milieugevolgen zou dit de begroting van het land in kwestie en de Europese economie ernstig aantasten. Mijns inziens heeft Europa daarom een nieuw verzekeringsstelsel voor rampen nodig, dat is gebaseerd op het principe van de verplichte aansprakelijkheidsverzekering, en dat met de betalingen van mogelijke vervuilers op jaarbasis extra fondsen ter waarde van ongeveer 4 à 5 miljard euro zou genereren voor snelle materiële hulp in het geval van industriële rampen. Daarnaast zouden ook de betalers kunnen profiteren van het systeem doordat ze via aanbestedingen aanspraak zouden kunnen maken op subsidies uit niet bestede fondsen voor het doen van investeringen op het gebied van veiligheid en milieubescherming.

 
  
MPphoto
 
 

  Sergio Berlato (PPE), schriftelijk. – (IT) De groeiende energiebehoefte maakt diversificatie van de energievoorziening nodig: er zijn duurzame alternatieven voor olie nodig, zoals
zonne-, wind- en kernenergie.

Mijns inziens mag de discussie over de opwekking van kernenergie niet gevoerd worden met de emotionele toon die nu aan de dag wordt gelegd. Ik vrees dat de welbekende tegenstanders van kernenergie, die vaak worden gefinancierd door de olie-industrie, de gebeurtenissen in Japan willen aangrijpen om ons land afhankelijk te maken van olie en oliederivaten. In Italië sterven jaarlijks meer dan 8 000 en in Europa meer dan 350 000 mensen aan de gevolgen van de vervuiling die veroorzaakt wordt door de verbranding van oliederivaten.

Daarnaast wil ik benadrukken dat de bestuurders bij het aanwijzen van mogelijke locaties voor kerncentrales door deskundigen van technisch-wetenschappelijk advies worden voorzien, waardoor zij de beste keuzen kunnen maken in het belang van de veiligheid van de burgers en het milieu. Ik hoop dat de discussies over alternatieven voor olie objectief zullen worden gevoerd en dat de Europese burgers adequaat en correct geïnformeerd worden om te voorkomen dat wij door goedkope manipulatie nog afhankelijker worden van de instabiele olieproducerende landen.

 
  
MPphoto
 
 

  Rareş-Lucian Niculescu (PPE), schriftelijk. – (RO) Ik deel de gevoelens van mijn collega’s die hun condoleances hebben uitgesproken voor Japan en het Japanse volk na de tragedie die zij doormaken. De EU moet Japan met alle mogelijke middelen steunen bij het lanceren en uitvoeren van wederopbouwprogramma’s. Ik heb het debat nauwlettend gevolgd, maar ik moet zeggen dat ik niet kan instemmen met de kruistocht die naar aanleiding van deze tragedie ontstaat tegen nucleaire energie. Het gaat om een goedkope, groene energiebron, die door technologische vooruitgang steeds veiliger wordt. Een vliegtuigongeluk is bijvoorbeeld net zo tragisch, maar ik geloof niet dat dit voldoende reden voor ons zou zijn om te twijfelen aan de voordelen en de veiligheid van vliegtuigen. De juiste oplossing is: ja tegen stresstesten, ja tegen toezicht en nee tegen het demoniseren van nucleaire energie.

 
  
MPphoto
 
 

  Kristiina Ojuland (ALDE), schriftelijk. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil mijn welgemeende medeleven betuigen aan de inwoners van Japan. Zij zijn de afgelopen weken getroffen door een vreselijke natuurramp. Japan ontvangt momenteel hulp uit de Europese Unie en uit de lidstaten. De Europese Unie zal iedere vorm van hulp die de Japanse regering nodig acht, blijven verlenen om de bevolking te helpen deze ernstige crisis te boven te komen.

De ramp met de kerncentrale in Fukushima heeft echter een emotioneel debat losgemaakt over het gebruik van kernenergie in de Europese Unie in het algemeen. Ik zou iedereen willen adviseren een rationeel standpunt in te nemen. Laten we niet vergeten dat, toen een Ierse wetenschapster, Mary Ward, op 31 augustus 1869 uit de stoomauto van haar neef viel en werd overreden, er geen verbod op het gebruik van auto's werd ingesteld.

In plaats daarvan zouden we hiervan moeten leren en meer moeten investeren in nucleaire veiligheid en innovatief onderzoek. Fossiele brandstoffen zijn eindig en duurzame energie is nog altijd sterk experimenteel. Daarentegen zou kernenergie de oplossing kunnen zijn voor onze toekomst. Als de eerste holbewoners bang voor vuur waren geweest, dan zouden we nu nog in het Stenen Tijdperk leven.

 
  
MPphoto
 
 

  Vladimír Remek (GUE/NGL), schriftelijk. (CS) Geachte collega's, ik wil me allereerst aansluiten bij degenen die hun medeleven hebben betuigd aan het door de verwoestende aardbeving en de verwoestende vloedgolf getroffen Japanse volk, een natuurramp die duizenden mensen het leven heeft gekost. Een enorm verlies. Nog eens tienduizenden andere mensen zijn het dak boven hun hoofd, hun persoonlijke spullen en hun hele verdere hebben en houden kwijt. Hun leven heeft plots een dramatisch andere wending genomen. Ook al richten de media zich vooral op de problemen met de kerncentrales, we mogen dit vooral niet uit het oog verliezen. De problemen met de beschadigde kerncentrale in Fukushima stelt alle voorgaande in de schaduw. Maar alle alarmerende scenario’s ten aanzien van die centrale ten spijt is het bombardement van Hiroshima en Nagasaki met atoombommen nog altijd de allergrootste kernramp aller tijden. Het militair kernarsenaal vormt inderdaad de allergrootste bedreiging voor de mensheid. En ondanks alle goede bedoelingen wordt dat arsenaal steeds groter, zonder dat het onder het permanente en uiterst nauwgezette publieke toezicht staat waar de kerncentrales onder staan. Bovendien zullen de gebeurtenissen in Japan de veiligheidseisen en -normen ten aanzien van die centrales ongetwijfeld op een nog hoger plan brengen. Laten we het hoofd koel houden en ons niet laten verleiden tot een overhaaste, welhaast hysterische reactie op de gebeurtenissen in Japan. Vooralsnog is er voor kernenergie - de zo broodnodige, toegankelijke en emissieloze energiebron - nog geen enkel alternatief voorhanden. Het doet mij dan ook deugd dat lidstaten als de Tsjechische Republiek, Finland, Frankrijk en andere zo realistisch tegen deze kwestie blijven aankijken. Dat vormt een schril contrast met de lidstaten waar kernenergie als belangrijke troef wordt ingezet in aanloop naar de verkiezingen, wat gezien de situatie in Japan welhaast onethisch genoemd mag worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Joanna Senyszyn (S&D), schriftelijk. (PL) Ik wil graag de situatie in Japan bespreken. Humanitaire hulpverlening voor Japan spreekt voor zich en is een noodzakelijke reactie van de Europese Unie op de tragische ramp die dit land heeft getroffen. Ik ben ervan overtuigd dat alle nodige (technische, administratieve en organisatorische) hulp en financiële steun moet worden verleend aan Japan en de getroffen regio's. Naast deze noodhulp moeten we ook nadenken over de uitwerking van een model voor systematische samenwerking met alle landen die worden bedreigd door allerlei soorten rampen, ook landen die niet tot de Europese Unie behoren. Ik richt mij tot de bevoegde diensten van de Commissie en de Raad met het verzoek om de toepasselijke regelgeving te bestuderen en voorstellen in te dienen om de uitwisseling van goede praktijken op het gebied van crisismanagement te bevorderen.

Steeds meer landen, ook in de Europese Unie, hebben steeds vaker te lijden onder natuurrampen. Daarom is permanente, sterk ontwikkelde samenwerking op internationaal niveau noodzakelijk. Ook een overzicht van de bestaande juridische en administratieve kaders betreffende de veiligheid en bescherming van nucleaire installaties is van belang. Hier wil ik in het bijzonder op twee zaken wijzen: toezicht op de volledige tenuitvoerlegging van de richtlijn betreffende veiligheid van nucleaire installaties en goedkeuring van de richtlijn betreffende radioactieve afvalstoffen.

 
  
MPphoto
 
 

  Debora Serracchiani (S&D), schriftelijk. – (IT) De Europese Unie, die al te maken had met de instabiele situatie in Noord-Afrika, voelt nu ook de gevolgen die de aardbeving van 11 maart in Japan heeft voor de nucleaire veiligheid en de wereldeconomie.

Ik ben blij met de besluiten die zijn genomen tijdens de bijzondere vergadering van de Raad Energie, die in het teken stond van de gevolgen van de kernramp in Fukushima, en ik vertrouw erop dat de lidstaten de kerncentrales in de EU aan een stresstest zullen onderwerpen en deze tests ook buiten Europa, en dan met name in naburige landen, zullen uitvoeren. Hierop gelet is het van belang dat de Commissie verslag uitbrengt over de veiligheidssituatie van de Europese kerncentrales, daar kernrampen ook de aan lidstaten grenzende gebieden kunnen treffen. Zij moet daarbij het moratorium dat sommige lidstaten hebben ingesteld op kerncentrales en de referenda over de energieontwikkeling die binnenkort worden gehouden, serieus nemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Stavrakakis (S&D), schriftelijk. – (EL) Ook ik wil mijn deelneming en steun betuigen aan het Japanse volk dat door de verwoestende gevolgen van de hevige aardbeving en de tsunami, die duizenden levens hebben geëist en enorme verwoestingen hebben achtergelaten, zwaar geleden heeft. Natuurlijk, wetenschap en technologie hebben een maximale bijdrage geleverd aan de verbetering van de veiligheid van de gebruikelijke belangrijke constructies, en natuurlijk beschikken wij over zeer strenge voorschriften om de kwetsbaarheid van deze constructies te verminderen, maar de recente immense aardbeving en de daarop volgende verwoestende tsunami, met duizenden slachtoffers, verwoestingen van Bijbelse proporties en met zeer ernstige schade aan de kernreactoren in Fukushima, maken een herziening en zelfs volledige wijziging van de heersende opvatting over de veiligheid van kernreactoren noodzakelijk. Zowel de locatiekeuze als het ontwerp ervan zullen moeten voldoen aan extreme criteria die passen bij de extreme natuurverschijnselen waaraan zij kunnen worden blootgesteld. Wetenschappers voorspellen met een hoge mate van waarschijnlijkheid waar op de middellange en de lange termijn krachtige aardbevingen kunnen plaatsvinden. Politici mogen dus in geen geval kerncentrales plannen in seismisch actieve gebieden. Er bestaan moderne, duurzame, slimme en effectieve methoden voor landen in seismisch actieve gebieden om hun energiebalans in stand te houden. In het andere geval ziet het ernaar uit dat het energieprobleem wordt gecompenseerd met mensenlevens.

 
  
MPphoto
 
 

  Csanád Szegedi (NI), schriftelijk. – (HU) Allereerst wil ik namens Jobbik, de Beweging voor een Beter Hongarije, en namens het hele Hongaarse volk, mijn deelneming betuigen aan het Japanse volk. De Hongaren hebben altijd met de genegenheid voor een familielid naar de Japanners gekeken, wat de ramp die zich heeft voltrokken extra schokkend maakt. Het is de plicht van de Europese Unie om het Japanse volk te helpen en alle hulp te bieden waar Japan behoefte aan heeft. Aan de andere kant moeten we de consequenties van deze ramp onder ogen zien, die de mensheid duidelijk laten zien dat deze geglobaliseerde wereld, die steeds verder verwijderd raakt van de natuur, uitermate kwetsbaar is. Volgens een Hongaars gezegde leren slimme mensen van andermans ongeluk. De volkeren van Europa moeten van deze ramp leren en, door zo veel mogelijk terug te keren naar de natuur, naar natuurlijke voeding en natuurlijke energiebronnen, ons milieu beschermen voor toekomstige generaties.

 
  
MPphoto
 
 

  Vilija Blinkevičiūtė (S&D), schriftelijk. (LT) Ten eerste wil ik aan de Japanse bevolking mijn medeleven betuigen in verband met de aardbeving en tsunami die het land hebben geteisterd en die veel levens hebben geëist. Gezien de tragische ramp bij de kerncentrale van Fukushima die op de aardbeving en tsunami volgde, zou ik Europa willen oproepen de toekomst van kernenergie in beschouwing te nemen en naar alternatieven voor het opwekken van energie te kijken. Onze beoordelingen van het effect van de ramp moeten bovendien gebaseerd zijn op informatie en expertise die door specialisten en deskundigen worden aangedragen, en we moeten nieuwe manieren om elektriciteit op te wekken vanuit wetenschappelijke invalshoek bekijken. De gebeurtenissen in Japan moeten alle lidstaten zorgen baren, of ze nu wel of niet zelf kerncentrales hebben, want als soortgelijke rampen zouden plaatsvinden, zou de straling een bedreiging voor heel Europa vormen. Op dit moment zijn de plannen van Rusland en Wit-Rusland om kerncentrales te bouwen een grote zorg voor de landen in Oost-Europa, met name de Oostzeestaten. Het effect van straling uit deze geplande kerncentrales is zelfs nog zorgwekkender, en of de naburige landen aan de internationale veiligheidseisen kunnen voldoen is ook punt van zorg. Ik zou willen benadrukken dat Duitsland direct na de ramp in Japan zijn eigen reactoren die voor 1980 waren gebouwd sloot. Het lid van de Europese Commissie dat verantwoordelijk is voor energie, is ook van mening dat Europa naar een toekomst zonder kerncentrales moet streven. Wanneer we de potentiële bedreiging van straling voor Europa eenmaal hebben vastgesteld, zouden we hier in het Europees Parlement daarom het risico moeten bespreken van kerncentrales vlakbij de buitengrenzen van de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Jarosław Leszek Wałęsa (PPE), schriftelijk. (PL) De verwoestende aardbeving en tsunami die op 11 maart 2011 Japan en de regio van de Stille Oceaan hebben getroffen en daarbij duizenden slachtoffers hebben gemaakt, zijn een echte tragedie die ons allen raakt. Het is niet alleen onze plicht om onze solidariteit en medeleven te betuigen aan de inwoners en de regering van Japan, maar ook om hun humanitaire, technische en financiële hulp te verlenen. Ik ben blij dat de Europese Unie bijna onmiddellijk de noodzakelijke hulp heeft verleend, en daarbij haar beste reddingsteams en ervaring met rampenbestrijding heeft gebruikt. Deze hulp moet ononderbroken worden voortgezet tot de situatie in Japan gestabiliseerd is. Deze ramp heeft tot een bijzonder ernstig nucleair ongeval in de kerncentrale van Fukushima geleid, waardoor het leven en de gezondheid van de Japanners opnieuw in gevaar is gebracht. Gelet op dit verontrustende feit moeten we de veiligheid van kerncentrales in de Europese Unie controleren en testen. Ondanks het feit dat het ongeval in de kerncentrale in Fukushima voor ons een waarschuwing is, ben ik van mening dat dit niet tot paniek en vooroordelen over kernenergie mag leiden. Japan heeft meermaals de Europese volkeren geholpen in de bestrijding van de gevolgen van rampen en heeft daarbij van zijn rijke en waardevolle ervaring gebruik gemaakt. Nu is het onze beurt om deze rol op ons te nemen. Ik ben ervan overtuigd dat zo’n samenwerking niet enkel voordelen met zich meebrengt in de vorm van noodhulp aan de slachtoffers, maar ook onze banden met een belangrijke vriend als Japan zal versterken.

 
  
MPphoto
 
 

  Joanna Katarzyna Skrzydlewska (PPE), schriftelijk. – (PL) De rampzalige aardbeving die Japan heeft getroffen, heeft ongetwijfeld aangetoond dat geen enkel land, hoe sterk economisch ontwikkeld ook, in staat is om alleen te vechten tegen de tragische gevolgen van zo'n grote ramp. Het is onze plicht om naast het medeleven dat we vandaag allemaal aan de Japanners betuigen, ook hulp te verlenen aan de slachtoffers. Zo’n onvoorspelbare gebeurtenis als een aardbeving, die naast vele duizenden slachtoffers ook de enorme dreiging van een kernramp veroorzaakte, dwingt ons om ook conclusies te trekken, hoewel de gevolgen van deze ramp ons niet rechtstreeks raken. We moeten een duidelijk antwoord geven op de vraag in hoeverre de Europese kerncentrales voorbereid zijn op dit soort situaties. Om zulke risico's in de toekomst te vermijden, hoe weinig waarschijnlijk ze ook mogen zijn, en om de veiligheid van de Europeanen te waarborgen, is het noodzakelijk dat we de beveiligingsvoorzieningen controleren die worden toegepast in kerncentrales in de Europese lidstaten.

 
  
MPphoto
 
 

  Radvilė Morkūnaitė-Mikulėnienė (PPE), schriftelijk. – (EN) We moeten ons niet uitsluitend concentreren op nucleaire veiligheid in de EU, maar ook kijken naar onze directe omgeving. Er zijn twee nieuwe projecten voor kerncentrales met experimentele reactoren in ontwikkeling aan de rand van de EU: een in Kaliningrad en een in Belarus, 23 kilometer van de buitengrens van de EU en 50 kilometer van de hoofdstad van Litouwen.

Beide locaties zijn geselecteerd volgens onbekende criteria. Gelet op het gebrek aan transparantie in het proces, de onvoldoende mate van overleg en het verzuim informatie te delen met de betrokken landen, zijn beide projecten aanleiding voor ernstige bezorgdheid. De werkzaamheden zijn al begonnen, hoewel de internationale milieueffectbeoordelingen van beide centrales bij lange na nog niet zijn voltooid.

Daarnaast is direct na de ramp in Japan een overeenkomst getekend door Rusland en Belarus over de bouw van de centrale in Belarus. Uit gegevens over Tsjernobyl en Fukushima blijkt dat de radioactieve straling directe gevolgen heeft over een afstand van 50 tot 55 kilometer. Bij een onverhoopt ongeval zou de hoofdstad van een EU-lidstaat dus direct worden getroffen. De EU dient van deze derde landen te eisen dat zij hun verantwoordelijkheden serieus nemen en zich nauwgezet houden aan de internationale verplichtingen en normen voor kernenergie. Ik hoop dat de komende Europese Raad de juiste besluiten zal overeenkomen.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid