Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2010/2248(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0073/2011

Ingediende teksten :

A7-0073/2011

Debatten :

PV 07/04/2011 - 3
CRE 07/04/2011 - 3

Stemmingen :

PV 07/04/2011 - 6.11
PV 07/04/2011 - 6.12
CRE 07/04/2011 - 6.11
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2011)0156

Volledig verslag van de vergaderingen
Donderdag 7 april 2011 - Straatsburg Uitgave PB

3. Jaarverslag 2009 van de EIB (debat)
Video van de redevoeringen
Notulen
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is het verslag over het jaarverslag 2009 van de Europese Investeringsbank [2010/2248(INI)] - Commissie economische en monetaire zaken. Rapporteur: George Sabin Cutaş (A7-0073/2011).

 
  
MPphoto
 

  George Sabin Cutaş, rapporteur.(RO) Mijnheer de Voorzitter, de presentatie van dit verslag over de activiteiten van de Europese Investeringsbank is onderdeel van een jaarlijkse democratische exercitie die valt onder de verantwoordelijkheid van de Bank ten opzichte van het Europees Parlement.

Hoewel het om een regelmatig terugkerende activiteit gaat mogen we het verslag niet bagatelliseren. Het bevat namelijk aanbevelingen over belangrijke zaken voor de toekomst van de Europese Unie. Met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon in december 2009 werd de Europese Investeringsbank een instrument ter ondersteuning van het extern beleid en een belangrijke partner bij het stimuleren van de EU-economie.

Ik wil mijn collega’s hartelijk danken voor hun bijdragen aan het verslag. Ook wil ik alle medewerkers van de Bank bedanken voor de uitstekende samenwerking, met name president Maystadt en vicepresident Kolatz-Ahnen.

We zoeken allemaal naar een methode om de groeiende schulden en tekorten van de lidstaten te verzoenen met de economische doelstellingen, zoals deze bijvoorbeeld zijn opgenomen in de EU 2020-strategie. Voor die doelstellingen zijn omvangrijke investeringen nodig in onderwijs, gezondheidszorg, technologie, duurzame energie en infrastructuur. Ik denk dat de oplossing voor dit probleem een Europese oplossing is. De Europese Investeringsbank speelt een belangrijke rol in deze situatie.

Ik zal twee veelbetekenende voorbeelden geven van de wijze waarop de Europese Investeringsbank de Europese economie heeft gestimuleerd en dat zal blijven doen. Ten eerste de leningen aan kleine en middelgrote ondernemingen en daarnaast projectobligaties. We moeten niet vergeten dat 99 procent van de Europese bedrijven kleine en middelgrote ondernemingen zijn. Investeringen in KMO’s vormen een belangrijke bijdrage aan de innovatie- onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten in de Europese Unie. De Europese Investeringsbank heeft in 2009 en 2010 kleine en middelgrote ondernemingen financiering verstrekt boven zijn jaarlijkse doelstelling van 7,5 miljard euro.

Ook is in 2010 de Europese microfinancieringsfaciliteit in het leven geroepen, waarin 200 miljoen euro beschikbaar is gesteld voor hen die behoefte hebben aan microkrediet. We zien echter dat het voor ondernemers nog steeds moeilijk is om toegang te krijgen tot dit geld.

Naar mijn mening moeten de procedures voor selectie van de financiële tussenpersonen van de Bank en voor het verstrekken van leningen aan hen transparanter worden. Ook is het de taak van de Europese Investeringsbank om technische bijstand en cofinanciering te verlenen aan de convergentieregio’s zodat zij een hoger percentage van de beschikbare middelen kunnen opnemen.

Een ander onderwerp waar ik het over wil hebben is projectobligaties. Mogen we zoveel hoop stellen in dit financiële instrument? Ik denk het wel. Het doel hiervan is om de kredietwaardering van de obligaties die bedrijven uitgeven te verhogen door private investeringen aan te trekken en om aldus de binnenlandse investeringen en die via de cohesiemiddelen aan te vullen. Dankzij dit multipliereffect zullen de bedrijven meer geld krijgen voor het uitvoeren van infrastructuurprojecten op het gebied van vervoer, energie, IT en duurzame ontwikkeling. Het is belangrijk dat de nadruk op bepaalde sleutelprojecten ligt, zoals duurzame ontwikkeling, de wegen- en spoorinfrastructuur en verbindingshavens voor Europese markten, en projecten die zorgen voor energieonafhankelijkheid zoals de Nabucco-gaspijplijn of het ITGI-project.

De discussie van vandaag over mogelijke uitwegen uit de financiële crisis brengt ons bij het onderwerp van transparantie en belastingparadijzen. Het gebrek aan transparantie van financiële tussenpersonen heeft de specifieke vorm van belastingontduiking en fraude gekregen, en heeft bijgedragen aan de moeilijke situatie waar we ons nu in bevinden.

Als Europese bank heeft de Europese Investeringsbank de plicht te voorkomen dat zij betrokken raakt bij handelingen via niet-meewerkende jurisdicties, zoals deze momenteel zijn vastgesteld door verschillende internationale lichamen. Deze lijsten zijn echter ook nog niet voldoende. De Europese Investeringsbank kan haar bijdrage leveren op dit gebied door eigen beoordelingen te doen en deze regelmatig te publiceren.

Tot slot wil ik de rol van de Bank buiten de Europese Unie vermelden, in landen die op weg zijn naar lidmaatschap van de EU en de landen die onder het toepassingsgebied van het samenwerkings- en ontwikkelingsbeleid vallen. In deze landen steunt de Europese Investeringsbank de doelstellingen van het Europese extern beleid. Daarom ben ik van mening dat we meer gespecialiseerd personeel op dit gebied moeten aanstellen en de deelname van lokale actoren in het project moeten versterken.

Ik hoor graag de meningen van collega’s en zal aan het einde van het debat opnieuw het woord voeren.

 
  
MPphoto
 

  Philippe Maystadt, president van de EIB. (FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, om te beginnen wil ik u bedanken dat u mij wederom hebt uitgenodigd om deel te nemen aan het debat over uw verslag over de activiteiten van de Europese Investeringsbank – dit is een ware traditie aan het worden.

Ik wil met name uw rapporteur, de heer Cutaş, bedanken. Hij is zo verstandig geweest om niet alleen terug te blikken, maar ook richtsnoeren te geven voor de toekomst. Hierover zou ik hoofdzakelijk met u willen spreken, als u het goed vindt. U geeft aan dat onze Raad van Bewind een drieledige benadering heeft ontwikkeld voor de activiteiten van de Europese Investeringsbank in de komende jaren. Wij zullen onze activiteiten richten op drie gebieden: de tenuitvoerlegging van de Europa 2020-strategie, de bestrijding van klimaatverandering en steun aan het extern beleid van de EU.

Toen de lidstaten werden geconfronteerd met de financiële en later economische crisis, die in 2008 uitbrak, hebben ze een kortetermijnmaatregel genomen en nationale plannen vastgesteld om aanvankelijk de banken te redden en later een herstel van de economie te stimuleren. Zoals u weet, werden deze nationale plannen ondersteund door het Europees economisch herstelplan, dat de Europese Raad in december 2008 goedkeurde. De EIB heeft haar steentje hieraan bijgedragen door haar leningvolume te verhogen van 48 miljard euro in 2007 tot 79 miljard euro in 2009 en door deze financiële injectie in de reële economie te concentreren op de door de Raad als prioritair bestempelde sectoren, met name steun aan kleine en middelgrote ondernemingen, zoals ook uw rapporteur zojuist heeft onderstreept.

Maar na deze kortetermijnmaatregel, waarmee wij het ergste hebben weten te voorkomen, moeten wij thans een maatregel voor de langere termijn nemen. Hier komt de Europa 2020-strategie om de hoek kijken, en het cruciale onderdeel van deze strategie wordt gevormd door de verhoging van de arbeidsparticipatie en de productiviteit, die gebaseerd moet worden op de zogenoemde drie zijden van de kennisdriehoek: onderwijs, onderzoek en innovatie. De EIB is bereid een substantiële bijdrage te leveren aan de tenuitvoerlegging van deze strategie. In 2010 heeft zij voor meer dan 4 miljard euro aan projecten gefinancierd in de onderwijssector en voor meer dan 7 miljard euro aan O&O&I-projecten, dat wil zeggen voor projecten op het gebied van onderzoek, ontwikkeling en innovatie.

De EIB is voornemens haar financieringen op deze gebieden te verhogen en wil te dien einde samen met de Europese Commissie gemeenschappelijke financieringsinstrumenten ten uitvoer blijven leggen zoals de RSFF – Risk Sharing Finance Facility – voor onderzoek, omdat dergelijke instrumenten een hefboomeffect hebben op de Europese begroting. Met hetzelfde bedrag aan middelen kan een veel groter investeringsvolume worden bekostigd uit de Europese begroting, terwijl door deze gemeenschappelijke instrumenten de druk op het kapitaal van de EIB wordt verlicht. Dit betekent dat de EIB met hetzelfde bedrag aan kapitaal haar leningvolume kan vergroten.

Ik noemde de RSFF, de Risk Sharing Finance Facility voor onderzoek. Dit is een goed voorbeeld. Wij hebben aan het einde van 2010 dankzij een bijdrage uit de begroting van ongeveer 390 miljoen euro en een toewijzing van kapitaal van de EIB van ongeveer 700 miljoen euro meer dan 6 miljard euro kunnen lenen, waarmee meer dan 16 miljard euro aan investeringen in onderzoek is gefinancierd. U kunt dus het dubbele hefboomeffect zien dat een dergelijk instrument oplevert. Daarom staat het voor ons buiten kijf dat de bijdrage van de EIB aan de Europa 2020-strategie effectiever zal zijn omdat wij kunnen rekenen op een pragmatische samenwerking met de Commissie en met andere financiële instellingen.

Het tweede gebied: de bestrijding van klimaatverandering en de soms tragische gevolgen hiervan. Dit is een prioriteit geworden van de Europese Unie en derhalve ook van de EIB. Door het nucleaire ongeval in Fukushima en de vragen die dit oproept, is het nog noodzakelijker geworden om op grote schaal te investeren in energiebesparing, hernieuwbare energie en nieuwe energietechnologieën.

In 2010 bedroegen de leningen van de EIB voor projecten die een rechtstreekse bijdrage leveren aan een vermindering van de broeikasgasemissies bijna 20 miljard euro, bijna 30 procent van onze totale leningen. Van die totale leningen ging 6,2 miljard euro naar leningen aan hernieuwbare energieprojecten, met name windenergie- en zonne-energieprojecten. De leningen voor projecten ter verbetering van de energie-efficiency bedroegen in 2010 2,3 miljard euro. Zij zullen de komende jaren nog verder stijgen omdat er sprake is van een zeer groot energiebesparingspotentieel, met name bij openbare gebouwen en woningen in vele Europese steden en dorpen. Voor investeringen in de ontwikkeling van het stedelijk vervoer, en derhalve in de vermindering van de vervuiling door privévervoer, verstrekte de EIB in 2010 7,9 miljard euro aan leningen.

Wij zullen onze inspanningen derhalve voortzetten. Wij zullen energiebesparing, energie-efficiency en hernieuwbare energie blijven ondersteunen. Bovendien nemen wij het voortouw bij de ontwikkeling van een –vanwege de technische moeilijkheden onvermijdelijk ingewikkelde – methode voor een nauwkeurigere analyse van de koolstofvoetafdruk van alle projecten die wij financieren. Uit deze bijzondere inspanning blijkt dat wij hoge prioriteit willen geven aan de bestrijding van klimaatverandering.

Tot slot het derde gebied: geen enkele macht kan verwachten een buitenlands beleid te voeren zonder financiële steun. China heeft dit goed begrepen. Dit land verstrekt overal ter wereld financiële steun om zijn doelstellingen ten aanzien van het buitenlands beleid te ondersteunen. Indien de Europese Unie werkelijk een extern beleid wil ontwikkelen dat enige invloed heeft in de wereld, moet ook zij een financiële arm hebben. Indien de Europese Unie dit wenst, kan de EIB die arm zijn. Dit is een van de conclusies van het Camdessus-rapport over het externe mandaat van de EIB. Het staat nog te bezien of de lidstaten, die tevens aandeelhouder van de EIB zijn, gehoor zullen geven aan deze aanbeveling door bij de voorbereidingen voor de financiële perspectieven 2014-2020 een duidelijke beslissing te nemen.

Tot zover, mijnheer de Voorzitter, dames en heren, een algemeen overzicht van de drieledige benadering van de EIB voor de komende jaren.

 
  
MPphoto
 

  Maroš Šefčovič, vicevoorzitter van de Commissie.(EN) Mijnheer de Voorzitter, eerst wil ik onze rapporteur, de heer Cutaş, bedanken voor zijn bijzonder goede verslag. Ook wil ik de heer Maystadt welkom heten bij deze plenaire vergadering. Het is namelijk heel belangrijk dat ook de Commissie hem en de EIB complimenteert met de krachtige reactie op de gevolgen van de mondiale financiële crisis.

De steun van de EIB is van wezenlijk belang geweest. De EIB heeft ons geholpen het tekort aan krediet in de markt aan te pakken en dit is van cruciaal belang geweest, niet alleen voor de EU-lidstaten en de kandidaat-lidstaten maar ook voor onze partners overal ter wereld. De EIB wist haar leningactiviteiten aanzienlijk uit te breiden en zich daarbij tegelijkertijd te concentreren op de belangrijkste groeibevorderende terreinen.

De Commissie deelt de mening van het Parlement dat steun voor het cohesiebeleid van de EU en overgang naar koolstofarme economieën kerndoelen voor de EIB moeten zijn. Derhalve hebben de Commissie en de EIB-groep hun krachten gebundeld om convergentieplannen te kunnen steunen met de bekende gezamenlijk financiële instrumenten – JASPERS, JEREMIE en de nieuwkomer ELENA – teneinde klimaatverandering te bestrijden. Bovendien zijn we verheugd dat het volume van de leningen aan KMO´s is toegenomen en onderschrijven we uw oproep tot meer kwalitatieve maatregelen ter verhoging van de toegevoegde waarde en de transparantie van de activiteiten van de EIB-groep op dit terrein.

In dit verband lijkt een beoordeling van de optimale werkverdeling tussen de EIB en het EIF noodzakelijk. De enorme inspanningen van het EIB tonen aan hoe belangrijk het is de inzet van het EIB-kapitaal te optimaliseren. Het is cruciaal dat we het juiste evenwicht vinden tussen grotere volumes en activiteiten met een hoog risico die weliswaar meer kapitaal verbruiken maar ook meer waarde toevoegen aan de activiteiten van de EIB-groep.

Ik wil ook enkele woorden wijden aan het vraagstuk van de financiële instrumenten. Wij menen dat meer gebruik moet worden gemaakt van innovatieve financiële instrumenten samen met de belangrijkste financiële instellingen, zoals de EIB. Met instrumenten waarin gebruik wordt gemaakt van directe leningen, kapitaal en garanties kunnen de effecten van de EU-begroting worden gemaximaliseerd omdat aanvullende fondsen van derden worden aangetrokken. Daarnaast zou met een toegenomen inzet van gezamenlijke financiële instrumenten en risicodeling met de EU-begroting kapitaal kunnen worden vrijgemaakt en een grotere hefboomwerking en een grotere reikwijdte van de eigen middelen van de EIB kunnen worden bewerkstelligd. Uiteindelijk betekent dit dat meer projecten ter ondersteuning van de Europa 2020-strategie en voor een betere ondersteuning van haar doelstellingen mogelijk worden.

Het initiatief voor projectobligaties in het kader van Europa 2020, waarover momenteel een openbare raadpleging plaatsvindt, is een heel goed voorbeeld. De EU 2020-strategie roept op tot grootschalige grensoverschrijdende investeringen om de EU 2020-vlaggenschipinitiatieven te schragen en slimme, betere en volledig geïnterconnecteerde infrastructuren te ontwikkelen. Het initiatief voor projectobligaties zou steun kunnen geven aan de financiering van specifieke projecten op het gebied van vervoers-, energie- en communicatie-infrastructuur, en mogelijk ook in andere sectoren die ertoe kunnen bijdragen dat de fundamenten worden gelegd voor duurzame groei en werkgelegenheid. Het verheugt mij dat u dit initiatief in uw verslag steunt.

In het kader van de voorbereiding van haar voorstellen voor het volgende meerjarige financiële kader heeft de Commissie een strategische reflectie en analysewerkzaamheden op gang gebracht teneinde een optimaal gebruik van de nieuwe instrumenten te kunnen waarborgen. Dit gebeurt in samenspraak met de EIB en andere financiële instellingen teneinde te profiteren van hun financiële deskundigheid en ervaring in de markt.

Afrondend zou ik een paar opmerkingen willen maken over de externe activiteiten van de EIB. Wat betreft financiering door de EIB buiten de EU steunt de Commissie de verhoging van de plafonds die door het Parlement is voorgesteld tijdens de tussentijdse evaluatie van het externe mandaat van de EIB, in het bijzonder een verhoging met 1 miljard euro voor het Middellandse Zeegebied. We weten nu hoe belangrijk die is. Deze verhoging is van essentieel belang als de EIB haar activiteiten op een duurzaam niveau wil kunnen voortzetten en de democratische verandering in onze partnerlanden wil steunen. Evenzo herhalen wij hoe belangrijk de EIB is voor het hergebruik van de middelen die terugvloeien uit eerdere investeringen in het Middellandse Zeegebied teneinde risicokapitaal te investeren in kleine en middelgrote particuliere ondernemingen in de regio. Bovendien steunen wij een toenemende versterking van de ontwikkelingscapaciteit van de EIB omdat voor deze aanvullende behoeften een geleidelijke toename van de middelen voor gespecialiseerd ontwikkelingspersoneel nodig zal zijn.

De Commissie zal, overeenkomstig het voorstel dat zij heeft gedaan na de tussentijdse evaluatie van het externe mandaat van de EIB, een werkgroep instellen die de mogelijke ontwikkeling van het EU-platform voor ontwikkelingssamenwerking gaat bestuderen. Doel is te zorgen voor een optimale werking van de mechanismen voor het vermengen van subsidies en leningen waarbij de Commissie, de EIB en andere multilaterale en bilaterale instellingen betrokken zijn. De oprichting van een dergelijk platform zou synergie tot stand helpen brengen en de samenwerking tussen de EIB en andere financiële instellingen helpen bevorderen. In dit verband wil ik opmerken dat begin maart het memorandum van overeenstemming tussen de Commissie, de EIB en de EBRD is ondertekend.

 
  
MPphoto
 

  Jean-Pierre Audy, rapporteur voor advies van de Commissie begrotingscontrole. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, ik wil u, mijnheer Maystadt, zeggen hoe blij wij zijn met de aandacht die u ons afgevaardigden schenkt, ofschoon u als president van een intergouvernementele bank daartoe niet verplicht bent. Wij waarderen dat enorm. Mijn opmerkingen gaan over de zekerheid en de communautarisering van de EIB.

Wat de zekerheid betreft hebt u, mijnheer Maystadt, gezegd dat u de sterke arm, de financiële arm wilt zijn van de Europese Unie. Ja, maar dan wel met een AAA-rating. Wij in de Commissie begrotingscontrole stellen al jarenlang voor dat u wordt onderworpen aan prudentieel regelgevingstoezicht. Wij stellen voor dat de EIB zich voor dit toezicht wendt tot hetzij de Europese Centrale Bank, hetzij – mits vrijwillig – de nieuwe Europese Bankautoriteit met of zonder medewerking van een of meerdere nationale regelgevende instanties. Wij vragen u, mijnheer de commissaris, om voorstellen daartoe.

Ik sluit af, mijnheer de Voorzitter, met een verwijzing naar ons voorstel om de Europese Unie lid te laten worden van de Europese Investeringsbank, opdat dit intergouvernementeel instrument snel gecommunautariseerd kan worden.

 
  
MPphoto
 

  Danuta Maria Hübner, namens de PPE-Fractie.(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil net als president Maystadt over de toekomst spreken en zou drie punten aan de orde willen stellen. Ten eerste heeft Europa behoefte aan groei en herstructurering, dat wil zeggen aan investeringen en financiering van investeringen.

De legitieme vraag die we vandaag moeten stellen, is waar de middelen vandaan kunnen komen. Het belangrijkste deel van het antwoord op deze vraag ligt bij de Europese Investeringsbank en de aan haar gelieerde instellingen. Ik denk verder dat het belangrijk is om te onthouden dat we de komende jaren een grote mondiale wedijver om financiering zullen beleven. Nationale begrotingen zullen in het teken van verdere bezuinigingen staan. We zullen ook een bancaire sector met veel onzekerheden zien wanneer de normale financieringsactiviteiten worden hervat en natuurlijk zullen we een Europese begroting hebben die zoals gewoonlijk te klein zal zijn om er doelmatig onze problemen mee op te lossen. De EIB zal daarom absoluut essentieel zijn.

 
  
MPphoto
 

  Thijs Berman, namens de S&D-Fractie. – Voorzitter, de complimenten aan collega Cutaş voor het uitstekende verslag over het jaarverslag van de EIB over 2009. Complimenten ook voor het overzicht dat hij hier gaf.

Ik wil echter graag ingaan op één enkel aspect, namelijk de verhouding tussen Raad en Parlement. Het Europees Parlement is medewetgever voor het externe mandaat van de Europese Investeringsbank, voor alle activiteiten van de Bank buiten de EU, in nabuurschapslanden en in ontwikkelingslanden. Toch kost het de Raad de grootste moeite om serieus na te denken over voorstellen van dit Parlement aangaande de herziening van het externe mandaat. Tot mijn verbazing denkt de Raad dat het heel gewoon is om over allerlei nieuwe voorstellen van dit Parlement koudweg te melden dat zij niet aanvaardbaar zijn.

Het gaat onder meer om voorstellen voor een actieve rol van de EIB bij maatregelen tegen klimaatverandering en over een grotere rol van de EIB bij microfinanciering. Zijn die voorstellen niet aanvaardbaar? Is het de Raad die de ruimte definieert waarbinnen het Europees Parlement mag nadenken? Nee, het Europees Parlement en de Raad zijn medewetgever op gelijke voet en moeten samen en in nauw contact met de Europese Commissie komen tot regels voor het externe optreden van de EIB. Dat vraagt om overleg, om gezamenlijk nadenken, om compromissen, om een open houding van de twee wetgevers. Dan is het onzinnig en contraproductief om "onaanvaardbaar" te zeggen bij voorstellen waarvan het Europees Parlement in grote meerderheid meent dat zij belangrijk zijn. Zo'n ontoegankelijke houding van de Raad, die noem ík onaanvaardbaar. Dat er nu niemand van de Raad aanwezig is, is absurd en tekenend voor die ontoegankelijkheid.

De EIB is een essentieel instrument voor het externe optreden van de EU in de wereld. Voor de ontwikkeling van onze buurlanden is een publieke bank onmisbaar, die met leningen kan bijdragen aan de economische groei en de verbetering van de infrastructuur. Datzelfde geldt voor onze relatie met de ontwikkelingslanden. Ook daar is een publieke bank onmisbaar. Die bank moet dan wel het Verdrag van Lissabon respecteren en de doelstellingen ervan. Armoedebestrijding is zo'n doelstelling. Die opdracht wil het Europees Parlement helder in het externe mandaat van de Bank neerleggen. Ik verwacht van de Raad de open en constructieve houding waarmee wij gezamenlijk tot die verheldering kunnen komen.

 
  
MPphoto
 

  Sylvie Goulard, namens de ALDE-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Maystadt, ik wil één punt benadrukken.

Toen wij begonnen te werken aan dit verslag was er wegens alle gebeurtenissen in de Europese Unie reeds een schreeuwende behoefte aan investeringen op de lange termijn. De crisis heeft aangetoond dat wij teveel met een kortetermijnvisie hebben gewerkt, zoals de heer Padoa-Schioppa zou hebben gezegd. Wij hebben echt investeringen op lange termijn nodig en uw instelling speelt daarbij een aanzienlijke rol.

Al hetgeen in de afgelopen tijd is gebeurd – en dan denk ik met name aan het zuidelijk gedeelte van het Middellandse Zeegebied, aan het feit dat men zich misschien bewust is geworden van een aantal moeilijkheden in onze energiekeuzes – zou u nog meer moeten stimuleren in uw werk en u moeten ondersteunen. U zult in dit Parlement altijd afgevaardigden vinden die vóór het werk zijn dat u doet. Ik denk echter net als mijn collega, de heer Audy, dat, nu wij gezorgd hebben voor versterkt toezicht op een aantal instellingen, het heel belangrijk is dat er stappen in die richting worden gezet.

Ik moet zeggen dat ik weliswaar vóór projectobligaties ben en vóór heel veel ideeën die momenteel de ronde doen, maar dat het voor mij ook erg belangrijk is dat wij ons niet hals over kop storten in de oplossing van publiek-private partnerschappen zonder van te voren te hebben bekeken hoe deze precies worden opgezet en hoeveel ze de belastingbetalers en al degenen die eraan deelnemen uiteindelijk gaan kosten. Mijns inziens kan dit een heel nuttig instrument zijn maar er zijn op dit moment in Europa ook bepaalde fondsen opgezet – ik denk aan het Margueritefonds, aan het werk van de depositokassen die grensoverschrijdende initiatieven hebben ondernomen – en ik zou willen pleiten voor meer investeringen op lange termijn en voor controles die geschikt zijn voor hetgeen wij samen willen doen. Dat lijkt toch wel het minste.

Hoe dan ook, wij geven u onze steun en willen graag dat de laatste gebeurtenissen de aanzet gaan vormen voor een uitgebreider en breder debat.

 
  
MPphoto
 

  Pascal Canfin, namens de Verts/ALE-Fractie.(FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, mijnheer Maystadt, u weet dat de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie altijd al zeer gehecht is aan de EIB. Voor ons is de EIB een uitermate belangrijk beleidsinstrument en juist omdat wij hier zo gehecht aan zijn, zijn wij ook bijzonder veeleisend; het een gaat met het ander samen.

Onze visie is dat de EIB een volwaardige bank is. Dit betekent dat er bankverplichtingen zijn waaraan zij moet voldoen. Terecht hebben meerdere collega´s erop gewezen dat de EIB misschien aan nog meer verplichtingen voor de bankensector moet gaan voldoen. Echter, de EIB is tevens een bank apart, juist omdat zij geld van de belastingbetaler beheert en omdat zij er, onder meer, ook is om dat te doen wat andere banken niet doen en regels toe te passen die verder gaan dan hetgeen de particuliere sector kan doen.

Ik wil aandringen op een aantal punten ten aanzien waarvan de EIB mijns inziens haar prestaties kan verbeteren, ofschoon zij de afgelopen maanden vooruitgang heeft geboekt. Het eerste punt betreft het vraagstuk van de belastingparadijzen. Dat is een uitzonderlijk belangrijke strijd, niet alleen voor ons maar waarschijnlijk ook voor de overgrote meerderheid van mijn collega´s in dit Parlement. De crisis heeft aangetoond dat belastingparadijzen heel het financieel systeem en de wereldeconomie kunnen ondermijnen en kwetsbaar kunnen maken.

Zoals uit het verslag blijkt stemmen de meeste leden van dit Parlement in met het idee dat u moet zorgen voor nog meer transparantie in de verstrekking van via belastingparadijzen lopende leningen aan ondernemingen. Mijns inziens moet korte metten worden gemaakt met deze praktijk. Ik weet heel goed dat u op dit terrein aan operationele banden bent gelegd, maar dit is ook een politieke aangelegenheid: als u namelijk de sterke arm bent van Europa, dan moet u vechten, en als u vecht, moet u mijns inziens ook vechten tegen belastingparadijzen.

En natuurlijk zouden wij verder willen gaan. Met andere woorden, wij willen graag dat u voorwaarden koppelt aan EIB-leningen aan ondernemingen die niet aanwezig zijn in heel de waardeketen van belastingparadijzen en die op zijn minst zijn opgenomen in de zwarte lijst van de OESO, die momenteel herzien wordt.

Het tweede punt waar wij met u over willen spreken betreft het vraagstuk van de controle en het bestuur. Mevrouw Goulard heeft hier zojuist al over gesproken. Volgens mij moeten wij de keuzemogelijkheid, de collectieve aansprakelijkheid uitbreiden, zodat projecten waarvoor belastinggeld wordt uitgegeven op een zo democratisch en transparante wijze worden uitgekozen.

Het derde punt betreft het meten van de baten van uw activiteiten. U meet de baten natuurlijk ook vanuit een financiële invalshoek; dat is duidelijk. U bent – zoals ik zojuist al zei – een volwaardige bank en dat betekent dat u moet zorgen voor een goede risico-baten-verhouding. U probeert echter ook andere baten te realiseren, en met het oog daarop worden precies ook openbare middelen ingezet. U wilt vorderingen mogelijk maken op het gebied van de sociale samenhang, in de strijd tegen armoede en de milieubescherming. Volgens mij kunt u eveneens vooruitgang boeken op het gebied van de verslaglegging, daar deze niet-financiële baten de kern vormen van uw activiteiten en u uw legitimiteit. Bovendien geloof ik dat er geen tegenstelling mag worden gecreëerd tussen financiële en niet-financiële baten. Veeleer moet u een zo breed mogelijke beoordeling maken, een beoordeling die zich niet beperkt tot puur monetaire en financiële aangelegenheden.

Dan gaat tot slot mijn laatste opmerking over klimaatverandering. In het verslag staat dat u alle EU-doelstellingen moet nastreven. Een van de officiële doelstellingen van de Europese Unie is de vermindering van de broeikasgasemissies met 80 procent tot 2050. Dat zal niet mogelijk zijn indien wij doorgaan met het financieren van steenkoolcentrales, die een levensduur hebben van veertig jaar en ontzettend veel CO2 uitstoten.

(Spreker verklaart zich bereid om een ´blauwe-kaart´-vraag krachtens artikel 140, lid 8, van het Reglement te beantwoorden)

 
  
MPphoto
 

  William (The Earl of) Dartmouth (EFD).(EN) Mijnheer de Voorzitter, heeft de heer Canfin eraan gedacht dat het inzetten van de EIB als instrument van overheidsbeleid, waar hij en zijn partij voor pleiten, financieel rechtstreeks ten laste komt van de belastingbetalers in de EU en in het bijzonder de Britse belastingbetalers? Heeft hij daar überhaupt aan gedacht?

 
  
MPphoto
 

  Pascal Canfin (Verts/ALE).(FR) Mijn antwoord is heel eenvoudig. Mijns inziens heeft de EIB de Britse belastingbetaler veel minder gekost dan menige andere, geheel particuliere Britse bank. Mijns inziens is het algemene belang, ook het algemeen belang van de Britse belastingbetaler, veel beter gediend met de EIB dan met de Britse banken die door de belastingbetalers moesten worden gered.

 
  
MPphoto
 

  Kay Swinburne, namens de ECR-Fractie.(EN) Mijnheer de Voorzitter, het Parlement heeft in deze zaal vele uren besteed aan discussies over de vraag hoe van de voor onze financiële diensten verantwoordelijke, Europese toezichthoudende autoriteiten de meest transparante en verantwoordelijke organisaties konden worden gemaakt. Dit heeft geresulteerd in de oprichting van ETA’s die volledig worden gecontroleerd door dit Parlement. Maar in dit nieuwe tijdperk van verantwoording na de financiële crisis, en in het licht van de veranderingen als gevolg van het Verdrag van Lissabon, zullen we vergelijkbare toezicht- en controleniveaus moeten instellen voor bestaande EU-instellingen, waaronder de EIB.

Gezien de centrale rol die de EIB inmiddels speelt in de financiering van de strategieën van EU-lidstaten en overzeese activiteiten van de EU, is het nu tijd om ervoor te zorgen dat de EIB sterker verantwoording aflegt van haar activiteiten tegenover dit Parlement. De kredietportefeuille en de algemene bank- en leenactiviteiten van de EIB moeten net zo worden beoordeeld als die van onze handelsbanken. Ze moeten worden onderworpen aan rigoureuze stresstests en alle financiële activiteiten moeten op de balans blijven staan. Wanneer gebruik wordt gemaakt van hefbomen of risico’s, moeten wij de risicolimieten goedkeuren, omdat uiteindelijk elke wanbetaling betekent dat de belastingbetaler weer mag betalen. Het wordt tijd dat dit Parlement de activiteiten van de EIB nauwgezetter controleert, vooral omdat de rol van de Bank bij de ontwikkeling van nieuwe financiële instrumenten alleen maar groter wordt.

 
  
MPphoto
 

  Jürgen Klute, namens de GUE/NGL-Fractie. (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, mijnheer Maystadt, collega’s, de Europese Investeringsbank, de EIB, heeft als kerntaak de doelstellingen van de EU door langetermijnfinanciering van duurzame investeringen te steunen. Daarmee is de EIB ook gebonden aan het waardestelsel van de EU, dat wil zeggen aan sociale normen, transparantie en hoge milieustandaarden – dus aan de ontwikkeling van een duurzame economie en het scheppen van werkgelegenheid. NGO’s die zich op lokaal niveau met de uitvoering van door de EIB gefinancierde projecten bezighouden, hebben echter laten weten dat deze normen lang niet altijd worden gerespecteerd. Dit punt is al eerder naar voren gebracht door andere sprekers. De NGO’s hebben kritiek op het gebrek aan transparantie in de wijze waarop toezicht wordt verricht op leningen binnen de EU en elders ter wereld, in de inzet van deze leningen en de rapportage hierover door financiële tussenpersonen van de EIB. In hoeverre is de EIB bekend met deze kritiek, en in hoeverre zoekt de EIB eigenlijk uit of deze terecht is? Dat willen we graag weten.

Ons inziens eisen NGO’s in elk geval terecht van de EIB dat deze de kredietverlening door financiële tussenpersonen transparanter maakt en duidelijker financieringsvoorwaarden voor financiële tussenpersonen en efficiencycriteria voor kredietverlening opstelt. Om de transparantie te verbeteren zou de milieu- en financiële informatie over door de EIB gefinancierde projecten volgens NGO’s bovendien moeten worden gepubliceerd alvorens deze projecten worden goedgekeurd. Met name EIB-projecten in derde landen moeten door onafhankelijke instanties worden gecontroleerd op duurzaamheid, teneinde de economische, sociale en milieugevolgen van de betreffende projecten in kaart te kunnen brengen.

Blijkbaar zijn er echter niet alleen maar problemen met de transparantie. De NGO’s hebben ook kritiek op de controle op de naleving van de EU-normen op het gebied van milieu, sociale aspecten en overheidsaanbestedingen. Strikt toezicht op de naleving van deze normen zou bij alle financiële verrichtingen van de EIB vanzelfsprekend moeten zijn. Projecten die niet aan deze normen voldoen, zouden niet mogen worden gefinancierd.

Tot slot nog een opmerking over het energiebeleid. De ondersteuning van een duurzame en veilige energievoorziening is inmiddels gelukkig een van de doelstellingen van de EIB geworden. Met het oog op de kernramp in Fukushima moet de prioriteit uitgaan naar steun aan een duurzame, hernieuwbare, CO2- en kernenergievrije energieproductie en de bevordering van energie-efficiëntie op alle investeringsgebieden van de EIB.

(Spreker verklaart zich bereid een “blauwe kaart”-vraag krachtens artikel 149, lid 8, van het Reglement te beantwoorden)

 
  
MPphoto
 

  Hans-Peter Martin (NI). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, de president van de EIB heeft uiteengezet dat in zijn visie de EIB naast China een slagvaardige partij in de derde wereld zou kunnen worden. U hebt nu zeer diverse punten van kritiek ten aanzien van deze ontwikkelingssamenwerking naar voren gebracht. Kunt u uw uitspraken wat nader toelichten, en wat is uw mening over het basisidee dat de EIB wel degelijk een geschikt instrument zou kunnen zijn om de activiteiten van de Chinezen in de derde wereld aan te vullen of van een tegengewicht te voorzien?

 
  
MPphoto
 

  Jürgen Klute (GUE/NGL). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik denk dat er nu te weinig tijd is om hier gedetailleerd op in te gaan. Ik beschik echter over een groot aantal rapporten van NGO’s, die ik u graag ter beschikking stel. Volgens mij is ook de EIB hiermee bekend. In deze rapporten staat dat de EIB in een aantal Afrikaanse en Aziatische landen op lokaal niveau ontwikkelingshulp financiert, en wordt hierop ook kritiek geleverd. Ik geef u graag inzage in deze rapporten, maar kan hier niet nader op de vraag ingaan.

 
  
MPphoto
 

  Godfrey Bloom, namens de EFD-Fractie.(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben vandaag in dit Parlement het woord gevraagd om één of twee zaken te vermelden die misschien van nut zouden kunnen zijn. Ik heb 35 jaar als investeringsbankier, investeringsmanager, beleggingsadviseur en economisch strateeg gewerkt, en ik heb in mijn hele leven nooit een bankroete bank gekocht. Ik heb nog nooit een bankroete bank voor mijn klanten gekocht, maar de laatste paar jaar hebben de politici en bureaucraten mij als belastingbetaler een pistool tegen het hoofd gehouden en ontelbaar veel bankroete banken laten kopen. Dat zijn nog niet eens Britse bankroete banken maar buitenlandse bankroete banken, en vandaag hoor ik dat de Britse belastingbetaler wordt gevraagd zijn portemonnee te trekken voor Portugal.

Als ik in het buitenland wil beleggen, koop ik een fonds in een opkomende markt. Ik wil niet dat een of andere genationaliseerde Mickey Mouse-bank mijn geld of dat van mijn kiezers met geweld belegt. Ik zeg ‘Mickey Mouse-bank’, mijnheer Maystadt, omdat ik u tot nu toe alleen maar heb horen zeggen hoe u geld gaat investeren om het weer te veranderen. Ik heb van mijn leven nog nooit zulke onzin gehoord. Ik weet niet waar u uw adviezen vandaan haalt, maar statistisch gezien is het weer de afgelopen 15 of 16 jaar niet echt veranderd, dus waar gaat u al dat geld instoppen?

Ik wil niet in uw bank investeren en het Britse volk evenmin. Als u uw AAA-status wilt behouden, adviseer ik u de pleidooien van dit Parlement – vol excentriekelingen, groenliefhebbers en verveelde huisvrouwen – te negeren, met name wat betreft paragraaf 48 van het verslag. Zonnepanelen in het land van de gnoe, de giraf en de bongo kosten u binnen de kortste keren uw AAA-rating.

 
  
MPphoto
 

  Hans-Peter Martin (NI). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, je moet wel buitengewoon goed zijn in het verdringen van de realiteit als je wilt luisteren naar het voorgaand betoog van de spreker uit Groot-Brittannië, en als je de feitelijke ontwikkeling van de financiële markten en banken, waarin we zogenaamd zo veel vertrouwen moeten stellen, de afgelopen jaren hebt gevolgd.

Concreet: de EIB is een belangrijk instrument op drie gebieden. Mijns inziens moeten de verklaringen van de heer Klute in een strategie voor de buitenwereld worden opgenomen. Het is verschrikkelijk om te zien hoe Chinese investeerders, overheidsinvesteerders, steeds vaker ook politieke stelsels ondermijnen doordat zij ter plaatse betrokken zijn bij bruggenbouwprojecten. En als je dan vraagt waar de bijdrage van de Europese Unie is, dan krijg je bijna niets te zien. Ik denk dat u op deze weg moet doorgaan.

Punt twee gaat over kleine en middelgrote ondernemingen, die juist door de traditionele, uitsluitend op winstmaximalisatie gerichte banken schandalig worden verwaarloosd.

Ten derde uiteraard de ommezwaai in ons energiebeleid: op dat vlak zou u vermoedelijk iets kunnen bereiken, geholpen door – hoe bitter het ook is – de momenteel in Europa heersende opinie als gevolg van de kernramp in Japan.

 
  
MPphoto
 

  Jean-Paul Gauzès (PPE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, mijnheer Maystadt, na de opmerkingen die ik zojuist heb gehoord en die dit Parlement onwaardig zijn, wil ik duidelijk maken dat voor de meesten onder ons de activiteiten van de EIB zeer positief zijn. De met het Verdrag van Lissabon aangebrachte verbeteringen geven nieuwe armslag en moeten de EIB in staat stellen haar efficiëntie te verbeteren en gerichte antwoorden te geven op de wereldwijde financiële crisis.

De EIB biedt, zoals u al zei, echte steun aan kleine en middelgrote ondernemingen en levert een beslissende bijdrage aan het convergentiedoel van het cohesiebeleid van de Europese Unie. Deze activiteiten moeten worden voortgezet en in de mate van het mogelijke worden uitgebreid.

De EIB moet meer doen om strategische investeringen in Europa te stimuleren, en daarom wil ik u verzoeken om steun te geven aan degenen die initiatieven hebben genomen voor de verbetering van de langetermijnfinanciering, en met name aan deposito- en consignatiefondsen − caisse des dépôts en cassa dei depositi − en aan KfW. Mijns inziens moeten deze instellingen worden ondersteund omdat de bankenregelgeving en de boekhoudregels zoals deze tot nu toe zijn opgesteld langetermijninvesteringen niet gemakkelijk maken en degenen bestraffen die daarvoor kiezen. In tegenstelling tot hetgeen vaak wordt beweerd moet ervoor worden gezorgd dat deze regelgeving wordt gewijzigd en niet enkel aangepast. Financiering op lange termijn is, zoals u al zei, onontbeerlijk om in Europa de bakens te verzetten.

Buiten de Europese Unie moet de EIB, zoals u terecht zei, een drijvende kracht zijn en met het oog daarop voorstellen doen, met name als het gaat om de financiering van de Middellandse Zeelanden. In de huidige turbulente context in een groot aantal landen kan de EIB met gerichte financiering een nuttige bijdrage leveren aan de economische ontwikkeling in het kader van de Unie voor het Middellandse Zeegebied en kan zij aldus bijdragen aan de totstandkoming van een democratische beschaving in deze landen, waarvan de toekomst onzeker is.

Ik heb nota genomen van uw bereidheid om een dergelijke bijdrage te leveren indien de Unie daarom verzoekt, hetgeen zij naar ik hoop ook zal doen.

 
  
MPphoto
 

  Antolín Sánchez Presedo (S&D).(ES) Mijnheer de Voorzitter, in de eerste plaats zou ik de heer Cutaş willen gelukwensen met zijn uitstekende verslag.

De Europese Investeringsbank moet meer, betere en snellere resultaten opleveren. Haar belangrijke rol bij het financieren van projecten in alle sectoren van de economie, in het belang van de Europese Unie, is met de economische crisis alleen maar groter geworden.

De crisis heeft het moeilijker gemaakt om toegang te krijgen tot kredieten. Ook heeft zij aangetoond dat een diepgaande heroriëntatie van ons economisch model noodzakelijk is. De EIB speelt hierin een cruciale rol. Om die te vervullen moet de EIB een hoog solventieniveau hebben en moet haar financiële positie sterk genoeg zijn om onder gunstige voorwaarden toegang te krijgen tot middelen op de kapitaalmarkten. Zij moet ook instrumenten tot haar beschikking hebben om projecten te kunnen uitvoeren die noodzakelijk zijn maar die anders geen financiële steun zouden krijgen van de commerciële banken, en die elders maar heel moeilijk financiering zouden vinden onder gunstige voorwaarden.

De EIB heeft een aantal positieve resultaten behaald in 2009, toen haar activiteiten toenamen met 40 procent, haar financiering van het midden- en kleinbedrijf steeg met 55 procent en haar financiering voor minder ontwikkelde regio’s met 36 procent, en haar financiering van de bestrijding van klimaatverandering en de stimulering van energie-efficiëntie een stijging van 73 procent te zien gaf.

Toch moet er nog veel gebeuren. Voor de verwezenlijking van de strategische doelstellingen van de Europese Unie is duurzame lange termijnfinanciering nog steeds een vereiste. De beschikbaarheid van dit soort financiering is kleiner geworden als gevolg van de crisis.

Daarom moeten we de euro-obligaties bevorderen. We moeten nieuwe instrumenten creëren en nieuwe ontwikkelingen stimuleren op het gebied van financiële instrumenten. Ook moeten we samen met andere internationale financiële instellingen een platform instellen. Dit dient eveneens samen te gaan met een verbetering van het eigen bestuur van de EIB en van een herziening van haar intern mandaat. Kortom, de EIB dient een brug te zijn die de investeringen en de behoeften van de Europese Unie op doeltreffende wijze met elkaar verbindt.

 
  
MPphoto
 

  James Elles (ECR).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik vraag het woord als Brits afgevaardigde die gelooft dat we deel moeten uitmaken van de Europese Unie en haar moeten veranderen. De heer Bloom van de UK Independence Party vertegenwoordigt het Britse volk niet. Zijn partij heeft geen vertegenwoordigers in het Lagerhuis en geen hoop om die in de voorzienbare toekomst te krijgen.

(Applaus)

Ik denk dat we in dit speciale debat op zoek zijn naar pragmatisch beleid en naar manieren om ondanks de schaarse middelen de Europese burgers toch waar voor hun geld te bieden. Ik complimenteer de president van de Europese Investeringsbank met het werk dat hij jarenlang heeft verzet om een geloofwaardige instelling op te bouwen. Mijn vragen hebben betrekking op de kwestie van de projectobligaties.

Wanneer het document in juni arriveert, zult u dan een afzonderlijke tekst indienen, naast die van de Commissie, zodat we uw mening hebben als wij de meerjarige financiële vooruitzichten voorbereiden, of zal alles in één document worden bijeengebracht?

Zouden deze middelen projectobligaties kunnen zijn voor doeleinden buiten de Unie, of zal het alleen gaan om projectobligaties voor vervoer en andere zaken die de commissaris heeft genoemd?

De laatste en misschien wel belangrijkste vraag is of het mogelijk zal zijn besparingen op de structuurfondsen en het Cohesiefonds te overwegen. U verschaft immers aanvullende financiering voor infrastructuur, hetgeen een kernvraagstuk zal zijn als we spreken over een mogelijke bevriezing van de financiële vooruitzichten tot 2020.

 
  
MPphoto
 

  Claudio Morganti (EFD). (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, in het verslag over de activiteiten van de Europese Investeringsbank (EIB) worden enkele belangrijke en noemenswaardige punten belicht. Het eerst punt betreft de noodzaak om meer inspanningen te leveren om de toegang tot kredieten voor het midden- en kleinbedrijf te vergemakkelijken. Ik ben ook positief over de verwijzing naar de projectobligaties, die volgens mij een nuttig instrument zijn voor de groei en ontwikkeling van een strategische sector als die van de infrastructuur.

Ik ben echter verbaasd over het gedeelte over de externe activiteiten van de EIB, waarvoor meer personeel en financiële middelen worden gevraagd. In het jaarverslag 2009 van de EIB staat aangegeven welke landen genieten van dergelijke leningen en ik stel met ongenoegen vast dat Turkije het leeuwendeel hiervan voor zijn rekening neemt, met bijna een derde van het totaal dat aan alle niet-EU-landen is geleend. Dit komt overeen met iets meer dan een kwart van het bedrag dat is geleend aan Italië, een van de belangrijkste aandeelhouders van de EIB, terwijl Italië zelf ook in grote mate leningen en faciliteiten nodig heeft. Ik vind deze onevenredigheid dan ook absurd en ik vind het onaanvaardbaar dat er zoveel geld gaat naar een land als Turkije, dat geen lidstaat is van de EU en dat, naar mijn mening, ook nooit zal mogen worden.

 
  
MPphoto
 

  Dimitar Stoyanov (NI).(BG) Mijnheer de Voorzitter, om te beginnen wil ik opmerken dat zo’n kort, exact en helder verslag over de zaak in kwestie een zeldzaamheid is in dit Parlement. De Europese Investeringsbank speelt zonder twijfel een fundamentele en zeer belangrijke rol in de ontwikkeling van Europa. Toch wil ik een paar opmerkingen maken over het verslag en over wat er in dit Parlement gezegd is.

Allereerst ondersteun ik vanuit een interne invalshoek het beleid van de Europese Investeringsbank voor de ontwikkeling van kleine en middelgrote ondernemingen. Ik denk dat dit voor Europa een veel belangrijker vraagstuk is dan klimaatverandering. Daar moet de Bank haar inspanningen op richten en niet zozeer op de ontwikkeling van groene technologieën, al zal ook dat gebied tot ontwikkeling komen als kleine en middelgrote ondernemingen worden gesteund.

Afgezien daarvan onderschrijf ik vanuit een interne invalshoek ook het advies van de Commissie begrotingscontrole waarin sprake is van eventueel toezicht door de Europese Bankautoriteit, het nieuwe orgaan dat verantwoordelijk is voor dergelijke activiteiten.

Ten slotte zijn de gegevens die de heer Morganti zojuist noemde, uiterst verontrustend. Ik ben het verder eens met de zienswijze dat met name in het geval van buitenlandse investeringen parlementaire controle geboden is. Het is immers onaanvaardbaar dat niet EU-landen meer Europese fondsen ontvangen dan de EU- landen zelf.

 
  
MPphoto
 

  Alfredo Pallone (PPE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik ben het volledig eens met collega Gauzès. De Europese Investeringsbank (EIB) heeft altijd een sleutelrol gespeeld in de ontwikkeling van de Europese Unie. Haar rol en activiteiten zijn nog eens extra cruciaal in tijden van crisis, zoals de huidige.

De recente hervormingen op het gebied van economisch bestuur, die verband houden met de gevolgen van de crisis, zouden ertoe kunnen leiden dat de staten minder kredieten beschikbaar stellen voor belangrijke projecten als de aanleg van strategische infrastructuren voor de ontwikkeling van de hele Unie, zoals de TEN-T voor het spoorwegvervoer.

Ik steun het initiatief van de Europese Commissie om projectobligaties te creëren. Deze obligaties zijn verbonden aan een project en kunnen een uitstekende oplossing zijn om kredieten te verkrijgen en steun te verlenen aan de infrastructuren die Europa nodig heeft om te moderniseren en het potentieel van de interne markt optimaal te benutten. Bij de uitgifte en het beheer van deze obligaties is dus een fundamentele rol weggelegd voor de EIB.

In het verslag wordt verzocht om meer financiële middelen ten behoeve van het midden- en kleinbedrijf en ik ben het eens met de uitspraak dat de activiteiten van de EIB doel- en resultaatgericht moeten zijn. Mijnheer de president, ik zou echter willen opmerken dat het werk van de EIB niet boven kritiek verheven is. In het bijzonder wil ik u erop wijzen dat veel kleine en middelgrote ondernemingen er niet in slagen te profiteren van de geboden faciliteiten omdat de gefinancierde projecten immense middelen en organisatie vereisen, waardoor het midden- en kleinbedrijf in de praktijk niet kan deelnemen.

Een ander probleem heeft te maken met de lengte van de procedures, die vaak chaotisch en bureaucratisch zijn en niet bepaald stroken met de activiteiten en eisen van de sector. Ik wil niet herhalen hoe belangrijk deze bedrijven voor ons sociaaleconomisch weefsel zijn, en ik wens dan ook dat er een dialoog tot stand komt met het midden- en kleinbedrijf om de procedures vlotter te laten verlopen en de bureaucratie zo veel mogelijk te verminderen.

De EIB kan en moet een belangrijke rol spelen in de beheersing van de recente gebeurtenissen in het Middellandse Zeegebied. Europa moet namelijk ook verder denken dan de huidige noodsituatie en een langetermijnstrategie toepassen om ervoor te zorgen dat de hulp en investeringen ter plaatse worden gerealiseerd en algemeen aanvaarde keuzes worden gemaakt ten behoeve van de democratie en de ontwikkeling van de sociale en markteconomie.

 
  
MPphoto
 

  Olle Ludvigsson (S&D).(SV) Mijnheer de Voorzitter, ik zou twee belangrijke elementen uit dit verslag in de verf willen zetten. Ten eerste speelt de Europese Investeringsbank een cruciale rol in de Europa 2020-strategie. Het gaat daarbij met name om investeringen in groene infrastructuur. De Europese economie kan alleen maar sterk en duurzaam zijn als er meer wordt geïnvesteerd in spoorwegen en havens. Deze moeten via efficiënte vervoersknooppunten worden aangesloten op wegennetten. Van de infrastructuur moet een goed functionerend geheel worden gemaakt. Op die belangrijke gebieden zou de Europese Investeringsbank nog actiever moeten zijn. Dat vereist een nieuwe manier van denken met betrekking tot flexibele financieringsmogelijkheden. Europese projectobligaties zijn een uitstekende stap in de juiste richting, maar ze moeten worden aangevuld met nog andere nieuwe financieringsmogelijkheden. Ik zie in de eerste plaats een mogelijkheid om modellen te ontwikkelen waarin Europese, nationale, regionale en lokale niveaus productiever samenwerken.

Ten tweede is voor de Europese Investeringsbank een belangrijke rol weggelegd in het Europees ontwikkelingsbeleid. Daar doen zich wel degelijk mogelijkheden voor verbetering voor. De activiteiten van de Bank moeten transparanter worden gemaakt, een sterkere lokale basis hebben en duidelijk gericht zijn op de hoofddoelstellingen van het ontwikkelingswerk van de Unie. Milieu-, armoede- en ontwikkelingsgerelateerde aspecten moeten altijd in overweging worden genomen bij de besluiten van de Europese Investeringsbank.

 
  
MPphoto
 

  Struan Stevenson (ECR).(EN) Mijnheer de Voorzitter, de EIB stelt tot 1 miljard euro beschikbaar voor de bouw van windturbines en andere projecten voor hernieuwbare energie in het Verenigd Koninkrijk. Hoewel dit keurig past binnen de strategie ter bestrijding van klimaatverandering, baart het mij zorgen dat de huidige criteria voor financiering van de EIB transparantie en verantwoording ontberen wat betreft het onderzoek en de due diligence van deze projecten. Er is volgens de heer Maystadt 6 miljard euro verstrekt voor de ontwikkeling van windparken in de hele EU, maar de EIB willigt de financieringsaanvragen van de betrokken regeringen gewoon in zonder deze te controleren. Ik geloof niet dat dit goed genoeg is.

Britse ondernemingen in hernieuwbare energie beweren dat hun turbines een belastingsfactor van 30 procent hebben. In feite bedroeg hun belastingsfactor over geheel vorig jaar slechts 21 procent. Ze werken niet als het buiten zeer koud en de vraag naar elektriciteit zeer hoog is. Ze zijn economisch niet levensvatbaar en zullen leiden tot een verdubbeling of verdrievoudiging van de elektriciteitstarieven voor consumenten zonder de CO2-uitstoot te verminderen. Dit is een financieel schandaal dat zich aan het ontvouwen is, en de EIB moet ophouden windenergie te financieren.

 
  
MPphoto
 

  Mairead McGuinness (PPE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, laat ik James Elles bedanken voor zijn commentaar op de opmerkingen van de heer Bloom. Ook zou ik mijn UKIP-collega’s willen zeggen dat als zij iets naar voren willen brengen of het oneens zijn met andere afgevaardigden, zij ons niet per se hoeven te beledigen. De heer Bloom beschreef afgevaardigden als excentriekelingen, groenliefhebbers en verveelde huisvrouwen; mag ik hem vragen ons te zeggen tot welke categorie hij behoort.

Dan nu mijn meer inhoudelijke opmerking over de Europese Investeringsbank. Ierland heeft daarvan geprofiteerd via de financiering van kleine en middelgrote ondernemingen, maar misschien kan de president toelichten – of kunnen anderen toelichten – hoe toegankelijk die financiering is, want er worden aankondigingen gedaan en kleine en middelgrote ondernemingen worden daardoor enthousiast gemaakt, maar wanneer zij op zoek gaan naar de kredietlijn, dan stellen ze vast dat die ontzettend moeilijk toegankelijk is. Ik denk echt dat dit een zaak van praktisch belang voor het mkb is en zou hier graag een reactie op willen hebben.

 
  
MPphoto
 

  Jaroslav Paška (EFD).(SK) Mijnheer de Voorzitter, de Europese Investeringsbank (EIB) is opgericht om de doelstellingen en het beleid van de Europese Unie te ondersteunen, zowel in Europa als daarbuiten. De Bank zelf wordt gefinancierd met obligaties waar de lidstaten van de Europese Unie borg voor staan.

De rapporteur, de heer Cutaş, heeft erop gewezen dat de EU-begrotingsgaranties voor door de EIB toegekende leningen eind 2009 bijna twintig miljard euro bedroegen, wat ook voor de EU-begroting een niet te verwaarlozen bedrag is, en daarom vind ik het terecht dat het Parlement uitleg wil hebben over de risico’s die met deze obligaties gemoeid zijn. Tevens zou het goed zijn meer te weten te komen over de manier waarop de rente over de verstrekte leningen moet worden gebruikt en over de administratieve kosten die worden betaald uit de Europese begroting.

De EIB is verantwoording verschuldigd aan de EU-lidstaten, de Rekenkamer en OLAF. Het in het verslag genoemde voorstel om de EIB te onderwerpen aan bedrijfseconomisch toezicht om te waken over de kwaliteit van de financiële situatie en ervoor te zorgen dat de behaalde resultaten accuraat worden gemeten en dat de regels voor goede beroepspraktijken worden nageleefd. is naar mijn mening zinvol. Daarom wil ik de Commissie aanbevelen om serieus te overwegen toezicht in te stellen teneinde meer transparantie in de besteding van Europese middelen te bewerkstelligen.

 
  
MPphoto
 

  Elena Băsescu (PPE).(RO) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de heer Cutaş gelukwensen met het opstellen van dit zeer goed gestructureerd verslag.

De activiteiten van de Europese Investeringsbank moeten gerichter, selectiever en resultaatgerichter zijn. De Bank moet samenwerken met verantwoordelijke en transparante financiële tussenpersonen. Er moeten meer strategische langetermijninvesteringen in Europa komen. We moeten ons concentreren op Europese infrastructuur en cohesie. Ik ben verheugd dat de Bank zich vooral concentreert op de gebieden die het zwaarst getroffen zijn door de crisis: KMO’s, convergentieregio’s en klimaataanpak.

De EIB moet, met betrekking tot het verstrekken van leningen aan KMO’s, een actief informatiebeleid voeren via haar website. De nadruk moet daarbij liggen op de uitbetaalde bedragen, het aantal reeds toegekende leningen en de regio’s die van deze middelen hebben geprofiteerd.

 
  
MPphoto
 

  Antonio Cancian (PPE). (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik denk dat ten overstaan van de economische crisis, de crisis in het Middellandse Zeegebied en de energiecrisis – kijk maar naar Japan voor wat betreft kernenergie – de Europese Investeringsbank (EIB), de operationele arm van dit beleid, een uiterst belangrijke functie heeft. Ik geloof dat de EIB zowel binnen als buiten Europa moet optreden. Vandaag komt het Middellandse Zeegebied aan bod in een nieuw, belangrijk plan dat in de komende tijd moet worden opgestart.

Welke mechanismen hebben wij daarvoor nodig? Daarvoor hebben we nieuwe financiële mechanismen nodig, zoals projectobligaties, waar we al vaak op hebben gehamerd. Mijnheer de commissaris, vertelt u ons alstublieft wat meer over het tijdschema en de tenuitvoerlegging van deze projectobligaties.

Aan de president van de EIB wil ik het volgende vragen: wat is er terechtgekomen van het fonds dat werd opgericht met de resten van het herstelplan dat we enkele maanden geleden hebben opgestart? Aangezien op dit moment de timing van essentieel belang is wil ik u vragen ons wat te vertellen over dit principe, naast het Margueritefonds, waarvan ik niet weet wat er mee is gebeurd. Voor deze fondsen, die de economie zouden moeten activeren en doen opleven, is de timing van de uitvoering zeer belangrijk.

 
  
MPphoto
 

  Alfreds Rubiks (GUE/NGL) . – (LV) Mijnheer de Voorzitter, naar mijn mening moet het jaarverslag 2009 van de EIB goedgekeurd en aangenomen worden. Wanneer we naar de toekomst kijken, ben ik het met veel sprekers hier eens. Wat mij betreft geloof ik dat het de moeite waard is om een strategische beoordeling en analyse uit te voeren van de financiering van investeringen (waar subsidies ook in meegenomen moeten worden), de terugbetaling van kapitaalbijdragen van lidstaten aan de Europese Investeringsbank (EIB), leningen, innovatieve instrumenten, financiële planning en financieel beheer gericht op projecten met een dergelijk lange termijn dat ze geen directe resultaten opleveren, verbeteringen van de garantiestelsels, opneming van een afdeling ´investeringen´ in de EU-begroting, financiële consortia tussen Europa en nationale en plaatselijke instellingen, politiek en publiek partnerschap, en andere mogelijkheden. Dat zou de kwaliteit van de activiteiten van de Bank nog meer verhogen. Dank u wel.

 
  
MPphoto
 

  Iosif Matula (PPE).(RO) Mijnheer de Voorzitter, de investeringen van de EIB zijn gericht op convergentieregio's, KMO’s en klimaataanpak en bieden aldus een antwoord op de gevolgen van de crisis voor de zwaarst getroffen gebieden.

De convergentieregio’s krijgen aanzienlijke steun van de EIB. De leningen voor structuurprogramma’s hebben tot taak het niveau van kredietopneming te verhogen, en een effectiever gebruik en een betere hefboomwerking van de Europese middelen voor financiële hulpverlening mogelijk te maken, met name in de gebieden waar weinig van deze middelen gebruik wordt gemaakt. Met hun gezamenlijke initiatieven ter ondersteuning van de convergentie hebben de EIB en de Commissie gepoogd KMO's aan te moedigen tot een groter gebruik van de middelen, microkredieten te ontwikkelen om economische groei en werkgelegenheid te stimuleren en steun te verlenen voor duurzame investeringen in stedelijke gebieden. De financiële instrumenten JESSICA, JEREMIE en JASPERS hebben een werkelijk gunstig effect. Omdat deze instrumenten goed worden gebruikt steun ik de uitbreiding van de doelstellingen ervan en de vaststelling van meer innovatieve financiële producten in de toekomst.

Ik wil de heer Cutaş gelukwensen met zijn uitstekende verslag.

 
  
MPphoto
 

  Werner Kuhn (PPE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Maystadt, dit debat is van groot belang voor de economieën van onze lidstaten. Gebleken is dat de landen met een gezond evenwicht tussen grote concerns en kleine en middelgrote ondernemingen het beste uit de crisis zijn gekomen. Als ik dat vertaal naar Duitsland, wil dat zeggen dat we met een aandeel van 70 procent kleine en middelgrote ondernemingen in onze economie voldoende werkgelegenheid en praktijkopleidingsplaatsen kunnen bieden.

Aan de banken in de verschillende lidstaten moet ook het signaal worden gegeven dat dit investeringen vergemakkelijkt, dat kleine en middelgrote ondernemingen kunnen worden uitgebreid en dat de Europese Investeringsbank daar steun aan biedt. Dat is belangrijk om weer groei in onze economieën te bewerkstelligen, om onszelf weer in staat te stellen te concurreren met de VS en Zuidoost-Azië. Daarom is dit initiatief van de Europese Investeringsbank mijns inziens van het grootste belang. Maar er moeten ook resultaten worden geboekt, zodat er groei ontstaat en we de economische en financiële crisis te boven kunnen komen.

 
  
MPphoto
 

  Maroš Šefčovič, vicevoorzitter van de Commissie.(EN) Mijnheer de Voorzitter, verschillende afgevaardigden hebben gewezen op de kwestie van een adequaat regelgevend toezicht. Ik kan hun verzekeren dat de Commissie zorgvuldig nadenkt over het vraagstuk van regelgevend toezicht op de EIB. Er is inderdaad behoefte aan een passend toezichtkader als we ervoor willen zorgen dat de uitstekende kredietwaardigheid van de EIB te allen tijde gehandhaafd kan blijven. Het supranationale karakter van de EIB en de statuten van de EIB, die deel uitmaken van het Verdrag, moeten echter naar behoren in aanmerking worden genomen.

De EIB heeft onlangs concrete stappen gezet om de situatie aan te pakken. Ik noem met name de versterking van haar auditcomité, dat aanzienlijke ervaring met bancair toezicht heeft. Bovendien krijgt de EIB herfinanciering van de ECB en dus voldoet zij ook aan de nodige voorschriften inzake verslaggeving aan de ECB.

Aan de andere kant geloven wij niet dat de Europese Bankautoriteit en de ECB het regelgevend toezicht op de EIB kunnen waarborgen, al willen wij uiteraard de mogelijkheid niet uitsluiten dat de EIB andere soorten regelingen financiert op basis van een vrijwillige aanpak door de EIB in samenwerking met andere organen.

Wat betreft de samenwerking en de rol van de Commissie in deze samenwerking met de EIB, wil ik onderstrepen dat de Commissie al een belangrijke rol speelt in het bestuur van de EIB, in dier voege dat zij advies uitbrengt over alle EIB-leningen en eigen middelen, en dat zij is vertegenwoordigd in de Raad van Bewind van de EIB. Ik kan u verzekeren dat de samenwerking tussen de Commissie en de EIB voorbeeldig en uitstekend is.

Wat betreft het toezicht op de externe EU-programma’s en de bijbehorende kwijtingsprocedures zijn wij – afgezien van de EIB-activiteiten onder auspiciën van het Europees Ontwikkelingsfonds, dat wil zeggen voornamelijk de ACS-investeringsfaciliteit, die worden uitgevoerd op grond van de specifieke financiële EOF-verordening – niet bekend met andere activiteiten op de EU-begroting die in combinatie met EIB-middelen worden uitgevoerd zonder dat deze worden onderworpen aan de gebruikelijke kwijtingsprocedure.

In antwoord op mevrouw Hübner: uiteraard onderschrijven wij volledig de oproep om de mogelijkheden van de EIB te maximaliseren door nieuw extern kapitaal aan te trekken om de potentiële kredietverlening en hulp aan het mkb uit te breiden, vooral in deze tijd na de financiële crisis waarin de kredieten onder druk staan. Daarom zoeken we ook naar innovatieve benaderingen ter zake. Ik wil het Parlement eraan herinneren dat het Financieel Reglement van de EU onlangs is gewijzigd en dat daarin deze oproep tot innovatieve instrumenten nu uitdrukkelijk wordt erkend. We maken er al gebruik van, met name in de programma’s die zijn gericht op de financiering van onderzoek en innovatie. Ik ben ervan overtuigd dat de innovatieve financieringsinstrumenten, dankzij de ervaringen die met dit project zijn opgedaan, ook op andere gebieden kunnen worden ingezet.

 
  
MPphoto
 

  Philippe Maystadt, president van de EIB.(FR) Mijnheer de Voorzitter, ik wil alle afgevaardigden die het woord hebben gevoerd van harte bedanken voor hun opmerkingen, ofschoon enkele daarvan mijns inziens absoluut niet klopten. In de mij toegekende spreektijd kan in natuurlijk onmogelijk gedetailleerd ingaan op alle zeer interessante vragen die zijn gesteld, maar ik denk wel dat enkele ervan diepgaand besproken kunnen worden in de vakcommissie.

Ik denk met name aan de belangrijke vraag van mevrouw Hübner. Als u wilt dat de EIB in staat is een belangrijke bijdrage te leveren aan de uitvoering van de Europa 2020-strategie, via met name de ontwikkeling van gezamenlijke instrumenten met de Commissie, dan moet het huidig regelgevingkader haar daartoe wel de mogelijkheid bieden. Nu u bezig bent met de behandeling van een voorstel voor de herziening van het Financieel Reglement, moet u mijns inziens er goed voor oppassen dat de Europese Investeringsbank inderdaad de mogelijkheid krijgt om deze bijdrage te leveren. Het door de Commissie ingediende voorstel lijkt zich daarvoor goed te eigenen, maar natuurlijk moeten de Raad en het Parlement het voorstel van de Commissie overnemen. U kunt dus via de discussie over het Financieel Reglement een belangrijke rol spelen.

Mijns inziens is het ook de moeite waard om een aantal andere vraagstukken die aan de orde zijn gesteld, diepgaand te bespreken. Ik denk aan het vraagstuk van de belastingparadijzen, waar de heer Canfin de aandacht op vestigde. Ik kan hem verzekeren dat de Europese Investeringsbank wat dat betreft een veel strikter beleid voert dan de andere internationale financiële instellingen. Dit verklaart trouwens ook het feit dat wij onlangs hebben geweigerd om bepaalde projecten te cofinancieren met de Afrikaanse Ontwikkelingsbank of met de Wereldbank of de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling. Deze projecten voldeden namelijk niet aan de striktere criteria die wij daarbij hanteren.

Ik kan u in ieder geval zeggen, mijnheer Canfin, dat wij nooit en te nimmer een projectontwikkelaar zullen financieren die gevestigd is in een land die op de zwarte lijst van de OESO staat. Ik ben echter absoluut bereid om dit vraagstuk nader in detail te onderzoeken. Hetzelfde geldt ook voor de door de heer Klute gestelde vragen, met name wat betreft de kredietverstrekking aan kleine en middelgrote ondernemingen en de transparantie ervan. Mijns inziens zijn er niet veel financiële instellingen die bereid zijn om zoveel informatie te verschaffen over de toewijzingen aan kleine en middelgrote ondernemingen. Ik wil ook onderstrepen dat het aantal kleine en middelgrote ondernemingen die daadwerkelijk hebben geprofiteerd van leningen van de Europese Investeringsbank via financiële tussenpersonen aanzienlijk is verhoogd. Het ging in 2010 om meer dan 60 000 kleine ondernemingen.

Ik wil drie kenmerken onderstrepen die van de Europese Investeringsbank een unieke instelling maken. Ten eerste gebruiken wij, in tegenstelling tot hetgeen één van u heeft gezegd, geen geld van belastingbetalers.

(EN) Om heel duidelijk te zijn: we vragen geen cent van de belastingbetaler in het Verenigd Koninkrijk.

(FR) Wij gebruiken geen geld van belastingbetalers; wij gebruiken de middelen die wij dagelijks uit de financiële markten in heel de wereld halen. Dat is trouwens ook de reden waarom het zo belangrijk is dat wij de AAA-rating behouden. Wij lenen in Azië en de Verenigde Staten en met de aldus bijeengebrachte middelen kunnen wij onder goede voorwaarden projecten financieren. Het enige gevolg voor de begroting betreft de garantie met betrekking tot het politieke risico dat gepaard gaat met de uitvoering van het externe mandaat dat wij van de Raad en het Parlement ontvangen. Daarmee is inderdaad een garantie gemoeid die voorlopige kosten genereert voor de Europese begroting. Er wordt namelijk een provisie geëist van 9 procent van het totaal van de op basis van het externe mandaat verstrekte leningen – en deze provisie gaat in twee jaar na de eerste uitbetaling – en natuurlijk neemt deze provisie af naarmate terugbetaald wordt. Daar wij in feite geen gebruik maken van die garantie zijn de kosten voor de Europese begroting nihil. Nul! Men moet dus wel beseffen dat wij geen instelling zijn die belastingbetalers geld kost. Laat dat duidelijk zijn!

Tweede kenmerk: wij zijn de enige financiële instelling die een echte Europese instelling is, een instelling waarvan de aandeelhouders alle lidstaten en enkel en alleen de lidstaten van de Europese Unie zijn. Wij zijn de enige financiële instelling die wettelijk, via het Verdrag, verplicht is financiële steun te geven aan de beleidsdoelstellingen van de Europese Unie. Wij zijn trouwens ook de enige financiële instelling die pas een project kan financieren na ontvangst van een gunstig advies van de Europese Commissie. En de Europese Commissie brengt dit advies uit nadat alle diensten, alle directoraten-generaal, van DG Mededinging tot DG Milieu, dit project hebben onderzocht. Wij zijn dus verplicht om de Europese regels en beleidsvormen strikt toe te passen. Wij zijn onderworpen aan controle door de Rekenkamer, voor zover daarin is voorzien in de driepartijenovereenkomst. Wij werken continu samen met OLAF, het Europees Bureau voor Fraudebestrijding, en ik zou daaraan willen toevoegen dat wij op het punt staan om toezicht door de nieuwe Europese Bankautoriteit te accepteren. Als Europese Investeringsbank zouden wij hoe dan ook heel gelukkig zijn indien wij officieel onder de een of andere vorm van banktoezicht zouden worden geplaatst. Wij zijn in feite indirect al onderworpen aan toezicht, omdat wij bijvoorbeeld bij ons auditcomité mensen betrekken die ervaring hebben met banktoezicht. Ik kan echter nogmaals bevestigen dat wij absoluut open staan voor behoorlijk toezicht door de nieuwe Europese autoriteit.

Dan wil ik tot slot nog het derde kenmerk noemen: de Europese Investeringsbank is heel uniek ook wat het soort ervaringen betreft dat zij opdoet. Wij zijn een instelling die permanent meer dan honderd ingenieurs, plus een reeks gespecialiseerde consultants aan het werk heeft, wat zelden voorkomt bij een bank.

Op bepaalde gebieden hebben wij een overigens alom erkende ervaring en expertise. Ik zal u een voorbeeld geven: wij worden gevraagd om technisch advies over projecten die wij zelf niet kunnen financieren omdat zij gesitueerd zijn in gebieden die niet onder ons mandaat vallen. Daarom geloof ik dat het jammer zou zijn indien deze expertise niet werd gebruikt. Op bepaalde gebieden, zoals stedelijk vervoer, energie-efficiëntie, watercyclus, ondersteuning van KMO´s heeft de EIB zonder meer een unieke expertise verworven, en daarom concludeer ik dat het zonde zou zijn dit potentieel niet ten volle te benutten via een misschien systematischere en beter gestructureerde samenwerking met het Europees Parlement.

Er zijn volkomen terechte vragen gesteld. Wij financieren meer in Turkije. Wel, dat doen wij heel eenvoudig omdat dat ons mandaat is; dat is het mandaat dat de Raad en het Parlement samen hebben vastgesteld. Wij hebben de opdracht gekregen meer leningen te verstrekken in kandidaat-landen, hetgeen inderdaad betekent dat wij verhoudingsgewijs meer financieren in Turkije en Kroatië dan in andere landen. Wij zijn er om de mandaten uit te voeren die wij van de Europese autoriteiten en met name de Raad en het Parlement krijgen. Ik denk dus dat dit een systematischere en beter gestructureerde samenwerking met het Europees Parlement geheel zou rechtvaardigen.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  George Sabin Cutaş, rapporteur.(RO) Mijnheer de Voorzitter, om te beginnen wil ik alle sprekers in dit constructieve debat bedanken. Ik moet zeggen, mijnheer Maystadt, dat alle sprekers de belangrijke rol van de Europese Investeringsbank tijdens de huidige economische en financiële crisis hebben erkend, een aantal kritische opmerkingen daargelaten.

Het is duidelijk dat we in de Europese Unie behoefte hebben aan investeringen en duurzame ontwikkelingsprojecten. Daarom ben ik van mening dat we ambitieuze ideeën moeten ontwikkelen en uitvoeren, en niet bang moeten zijn om dergelijke ideeën naar voren te brengen.

Tot slot wil ik bij wijze van conclusie het volgende punt benadrukken: transparantie en een betere communicatie met alle Europese instellingen mogen niet uit het oog worden verloren.

Tot slot, mijnheer Maystadt, kan ik u namens mijn collega's zeggen dat u kunt rekenen op de steun van het Europees Parlement in de toekomst.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

De stemming vindt om 12.00 uur plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) We zijn ons bewust van het belang dat leningen van de Europese Investeringsbank (EIB) kunnen hebben voor de ontwikkeling en sociale vooruitgang, vanwege de lagere rentes en langere afbetalingstermijnen.

De mogelijkheden die de EIB biedt, zijn echter niet transparant en duidelijk genoeg. Er is ook weinig transparantie en duidelijkheid met betrekking tot de landen en regio’s die de meeste behoefte hebben aan EIB-leningen en die het meest gebruik maken van deze leningen. Dit verslag, waar wij achter staan, bevat derhalve een aantal kritische noten, suggesties en voorstellen.

We stemmen echter niet in met de omzetting van de EIB in een instrument dat de EU kan gebruiken om haar beleid ten uitvoer te leggen en de problemen op het gebied van de sociale en economische cohesie, alsmede de sociale ontwikkeling aan te pakken, aangezien dit zaken zijn die in de Europese begroting en de Europese structuur- en cohesiefondsen thuishoren. De EIB zou hier uiteraard toezicht op kunnen houden en verbeteringen kunnen aanbrengen, maar de EIB mag geen surrogaat worden voor Europees begrotingsbeleid.

 
  
MPphoto
 
 

  Edit Herczog (S&D), schriftelijk.(HU) De belangrijkste eis aan de Europese Investeringsbank is dat zij haar activiteiten nog transparanter maakt voor het Europees Parlement en dat de door haar verstrekte financiële instrumenten nog doeltreffender worden gebruikt. Wij adviseren te kijken naar het voorstel dat stelt dat ook deze instelling onder prudentieel toezicht moet vallen, zodat de financiële situatie en de resultaten van de EIB kunnen worden gemeten en kan worden gecontroleerd of de regels voor effectief en succesvol zakendoen worden nageleefd. Ik wil duidelijk aangeven dat wij dit niet adviseren omdat wij twijfelen aan de rechtmatigheid van de activiteiten van de EIB, maar omdat wij over het algemeen van oordeel zijn dat "regelgeving en toezicht van toepassing moeten worden op alle systeemrelevante financiële instellingen, instrumenten en markten", zoals twee jaar geleden ook tijdens de G20-top in Londen in een verklaring duidelijk is aangegeven. Wij stellen voor de Europese Commissie te verzoeken om voor 30 november 2011 het Europees Parlement een juridische analyse te geven van de mogelijkheden voor prudentieel toezicht op de EIB. Volgens de geldende wetgeving heeft namelijk geen enkele Europese instelling recht toezicht te houden op de EIB. Dit moet echter spoedig veranderen, aangezien de rol van de Bank groeit en er communautaire garantie aan de Bank moet kunnen worden gegeven. Het is daarom gerechtvaardigd om te zorgen voor verhoogde professionele en maatschappelijke controle, zoals dit de laatste tijd ook bij de overige niet-bancaire financiële instellingen is gebeurd. De kredietverleningsactiviteiten van de EIB moeten in de toekomst selectiever, doeltreffender en resultaatgerichter worden, vooral als het gaat om financiering van het mkb. Om dit te bereiken moet ook de informatie over verstrekte leningen op meer systematische wijze worden verzameld en gepubliceerd.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid