Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2010/0073(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0330/2010

Ingediende teksten :

A7-0330/2010

Debatten :

PV 06/06/2011 - 16
CRE 06/06/2011 - 16

Stemmingen :

PV 07/06/2011 - 8.9
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2011)0253

Debatten
Maandag 6 juni 2011 - Straatsburg Uitgave PB

16. Europese economische milieurekeningen (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is het verslag over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad over Europese milieueconomische rekeningen [2010/0073(COD)] – Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid. Rapporteur: Jo Leinen (A7-0330/2010).

 
  
MPphoto
 

  Jo Leinen, rapporteur. − (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, vandaag debatteren wij over een Europese wet – en morgen nemen wij deze aan – die op het eerste gezicht enigszins onopvallend lijkt; maar met deze wet over milieueconomische rekeningen slaan wij waarschijnlijk een nieuw hoofdstuk open in het meten van vooruitgang en welvaart.

Wij weten sinds lang dat het bruto nationaal product niet voldoende is. De zuiver kwantitatieve benadering van economische activiteiten zegt niets over de milieubalans en ook niets over de sociale balans, en daarom is het de allerhoogste tijd om elk jaar te meten of wij het met onze maatregelen en inspanningen goed of slecht doen.

Wij hebben maandelijkse statistieken van onze arbeidsmarktcijfers, wij hebben jaarlijkse statistieken van onze economische cijfers. Hier weten wij alles van. De gegevens over milieueffecten zijn echter niet compleet en vormen een lappendeken. Deze wet over milieueconomische rekeningen moet ons in de 27 lidstaten helpen nauwkeurige balansen op te stellen en vast te stellen of wij vooruitgang boeken of, wat vaak het geval is, dat er van achteruitgang sprake is.

Het Parlement eiste al in 2002 dat betrouwbare informatie zou worden verzameld over de toestand van het milieu, over de belangrijkste tendensen, invloeden en oorzaken die bij de verandering van het milieu waar te nemen zijn en dat het publiek daarover wordt geïnformeerd. Wij willen een wetenschappelijk onderbouwd concept voor het meten van het gebruik van natuurlijke hulpbronnen zodat adequate politieke beslissingen kunnen worden genomen.

Wij zijn blij dat de Commissie in april 2010 dit wetgevingsinitiatief heeft genomen, maar volgens ons was zij daarbij veel te aarzelend. Alle fracties in het Parlement wilden dat het sneller ging omdat de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en de Verenigde Naties al 15 jaar over deze dingen praten. Dit duurt veel te lang. Wij hebben daarom in de onderhandelingen met de Raad ook aanzienlijke vorderingen gemaakt.

De situatie in de Raad was heel moeilijk omdat enkele landen geen milieubalansen opstellen en wij om te beginnen in alle 27 lidstaten een basis moeten leggen. De Commissie stelde voor om drie modulen op te nemen: luchtemissies – dan weten wij precies welke gassen in de lucht worden uitgestoten. Verder de financiële kosten die uit milieubelastingen en milieuheffingen voortvloeien. En ten derde jaarlijkse nationale materiaalstromen, de input en output, maar alleen kwantitatief gemeten. Dat is misschien wel een begin, maar het is een te makkelijk begin, en het Parlement heeft geëist dat wij ook waterbalansen, energiebalansen en afvalbalansen opstellen en dat wij op de hoogte zijn van de toestand van onze bossen. Dit zijn de modulen die wij in de zeer nabije toekomst heel graag willen zien.

Er heerste verschil van mening over de vraag of het ook mogelijk is om over het mariene milieu, dus over de toestand van de visbestanden, statistieken bij te houden. Op dit punt moet onze methodiek waarschijnlijk nog worden verbeterd. Kortom, wij hebben hier verbeteringen tot stand gebracht. De Commissie moet over twee jaar – uiterlijk in 2013 – met een verslag komen en indien mogelijk ook een voorstel doen voor een herziening van deze richtlijn. Ik hoop dat er aan het einde van dit decennium naast een bruto nationaal product ook een eco-nationaal product is. Dat is ons doel.

 
  
MPphoto
 

  Olli Rehn, lid van de Commissie.(EN) Mijnheer de Voorzitter, zoals de rapporteur, Jo Leinen, al zei, beoogt het Commissievoorstel inderdaad een gemeenschappelijk rechtskader vast te stellen voor de verzameling, samenstelling, overdracht en evaluatie van Europese milieueconomische rekeningen om een evenwichtiger besluitvorming te vergemakkelijken, met duurzame ontwikkeling als doel.

Met de presentatie van dit voorstel heeft de Commissie haar eerste etappe op de routekaart 'Over het bbp en verder' volbracht. In een tijd waarin wij in Europa streven naar een duurzame economie waarin hulpbronnen efficiënt worden gebruikt, zullen deze gegevens ons in staat stellen milieufactoren te koppelen aan economische factoren, waardoor we een breder beleid kunnen uitstippelen dat op betere informatie is gebaseerd.

Na een zeer productieve samenwerking tussen de drie instellingen hebben we mijns inziens ons gemeenschappelijke doel bereikt, namelijk de vaststelling van deze kaderverordening inzake Europese milieueconomische rekeningen met haar eerste reeks van drie modulen, die betrekking hebben op luchtemissierekeningen, milieubelastingen of -heffingen en materiaalstroomrekeningen.

In de huidige situatie worden deze gegevens op vrijwillige basis verzameld door de meerderheid van de lidstaten. Het vergaren van de relevante gegevens zal dan ook voor het grootste deel geen extra belasting vormen voor de respondenten, aangezien de betreffende lidstaten de gegevens zouden moeten kunnen samenstellen door de bestaande gegevensbronnen te gebruiken. Met deze verordening hebben we een belangrijke basis gelegd voor statistische informatie over de wisselwerking tussen de economie en het milieu, en we hopen deze basis in de toekomst uit te breiden met weer nieuwe modulen, zoals aangegeven in het verslag en de ontwerpresolutie.

De verschillende andere mogelijke modulen – waaronder bijvoorbeeld werkhout en vis, evenals niet gebruikte extractie – bevinden zich wat hun methodologische ontwikkeling betreft in verschillende fasen. Om die reden is gekozen voor een modulaire structuur voor de verordening, zodat in de toekomst eventuele nieuwe modulen als addenda kunnen worden toegevoegd aan de kerntekst.

Zoals afgesproken zal de Commissie om de drie jaar verslag uitbrengen aan het Parlement en de Raad over de ontwikkeling van nieuwe modulen en waar nodig kan zij tevens nieuwe wetgevingsvoorstellen ter tafel leggen voor de nieuwe modulen.

Tot besluit wil ik graag mijn dank betuigen aan de rapporteur, Jo Leinen, de schaduwrapporteur, de heer Martin, en alle leden van de Commissie milieubeheer en van de Commissie economische en monetaire zaken voor hun constructieve benadering en hun uiterst waardevolle bijdragen.

 
  
MPphoto
 

  Hans-Peter Martin, rapporteur voor advies van de Commissie economische en monetaire zaken. − (DE) Mijnheer de Voorzitter, als Jo Leinen en ik tot politieke standpunten van het vorige millennium terugkeren zijn we het meestal eens. Zo is het ook bij dit verslag. Dit is iets goeds, iets verstandigs en iets belangrijks. Want statistieken kunnen sexy zijn, juist in een tijd waarin de Europese Unie een groot geloofwaardigheidsprobleem bij de burgers heeft. Ik zou zeggen grotendeels ten onrechte als men naar de belangrijke zaken kijkt en niet naar de kwesties waarover Jo Leinen en ik het oneens zijn.

Ik vind het zeer goed om hier te kunnen staan, niet alleen als onafhankelijk afgevaardigde, maar ook als iemand die voor de Commissie economische en monetaire zaken met dit advies – het was geen schaduwrapport, maar een aanvullend advies, dat zelfs omvangrijker is dan dat van de leidende commissie, de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid – bij een stemuitslag van 37 voor en 0 tegen dit standpunt kan innemen waaraan wij hebben vastgehouden. Dat betekent in concreto dat wij – zoals ik dat noem – willen komen tot een Europese duurzaamheidsstatistiek, mooi afgekort als EDS. Dat zou iets opleveren. Juist bij jonge mensen, juist bij diegenen die weten dat wij in de toekomst nieuwe afspraken over gemeenschappelijke doelen nodig hebben om Europa in deze meedogenloze competitie met de Verenigde Staten, China en vele andere machten ook vanuit de achtergrond op een vooraanstaande plaats te kunnen brengen.

Dat betekent natuurlijk ook – zoals Jo Leinen al heeft uiteengezet – dat wij dringend nieuwe modulen nodig hebben. In dit opzicht kunnen we teruggaan naar de jaren zeventig, tachtig, toen is alles al uitgewerkt. Het zou mooi zijn als de Commissie op dit punt wat meer opschoot. Ik vind het heel goed dat er bij Eurostat beweging is gekomen in het verzamelen van gegevens, ook al gebeurde dat onder moeilijke omstandigheden wegens Griekenland. Wij zijn met 37 stemmen voor en 0 tegen van mening dat de Commissie voor een EDS, voor dit stelsel van Europese duurzaamheidsstatistieken, op dit gebied duidelijk meer geld nodig heeft. Dat kan echter ook worden gehaald uit een herverdeling van middelen: maak eindelijk gebruik van het uitbreidingsdividend, zet de ambtenaren die het zo druk hadden met de uitbreidingsfasen bij de grote landen daar in waar wij hen zo dringend nodig hebben, waar zij kunnen bijdragen aan het functioneren van een Europees project.

 
  
MPphoto
 

  Horst Schnellhardt, namens de PPE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, toen ik het eerste voorstel van de Commissie las, was ik bijzonder sceptisch over de wijze waarop zij dit vraagstuk heeft behandeld. Hetgeen de rapporteur en de schaduwrapporteur, mijn voorgangster, mevrouw Joly, nu hebben gepresenteerd is iets wat wij kunnen accepteren en steunen.

In de meeste landen worden milieueconomische gegevens – of zij nu al dan niet betrekking hebben op deze drie modulen – reeds op vrijwillige basis verzameld. Wij hebben een duidelijk overzicht nodig van de resultaten die in de afzonderlijke lidstaten zijn behaald ten aanzien van luchtemissies, milieubelastingen en materiaalstromen. Dat is van groot belang. Daardoor kunnen wij beter inzicht krijgen in het verband tussen milieu en economie. Bovendien kunnen wij beoordelen hoe duurzame economische ontwikkeling in Europa plaatsvindt en hoe wij ons milieubeleid kunnen verfijnen. Dat is een uitermate belangrijk punt dat we in dit verband moeten meenemen.

Ik wil echter een voorzichtige waarschuwing uitspreken: in onze fraaie toespraken spreken wij altijd over vermindering van de bureaucratie. Ik wil er bij de Commissie op aandringen om geen nieuwe bureaucratie te creëren op dit gebied. Dat zou een verkeerde benadering zijn. Ik zou de Commissie derhalve willen vragen of zij voornemens is nieuwe posten binnen de Commissie te creëren voor het verzamelen van de gegevens of dat zij dit met het huidige personeel redt, want het is mijns inziens zeer belangrijk dat het verzamelen van deze gegevens niet leidt tot extra belastingen. Pas als we in 2013 over het eerste uitvoeringsverslag beschikken, kunnen wij besluiten welke andere modulen er nog bij moeten komen, want wij moeten zien hoe dit nieuwe systeem zich ontwikkeld heeft en welke gevolgen het voor de wetgeving heeft.

Ik was buitengewoon ontsteld toen ik merkte dat dit vandaag niet zou worden behandeld hier in het Parlement. Dat zou een enorme fout zijn geweest, aangezien dit, zoals de rapporteur reeds opmerkte, het begin van iets geheel nieuws is.

 
  
MPphoto
 

  Marita Ulvskog, namens de S&D-Fractie. – (SV) Mijnheer de Voorzitter, ik ben het met de vorige sprekers eens. Het is ontzettend belangrijk dat we een klimaat- en milieubeleid hebben dat op feiten is gestoeld. We moeten toegang hebben tot duidelijkere en betrouwbaardere indicatoren op dit gebied. Het milieubeleid is aan dezelfde voorwaarden onderworpen als het economisch, herverdelings-, ontwikkelings- en industriebeleid. We kunnen geen verstandige besluiten nemen en de noodzakelijke veranderingen en aanpassingen in de samenleving niet tot stand brengen als we geen toegang hebben tot de feiten.

Nu hebben we de mogelijkheid om over deze feiten te beschikken. Dat is ontzettend belangrijk. Op dit specifieke gebied is het bbp geen al te beste maatstaf, omdat het te beperkt is. Nu hebben we de mogelijkheid om met een breder perspectief te werken. Er schuilt ook aanzienlijke waarde in coördinatie van milieustatistieken op Europees niveau. Daardoor zou het gemakkelijker worden om de effecten van het milieubeleid in de verschillende lidstaten te vergelijken en op die manier krijgen we een beter beeld van welke beleidsmaatregelen feitelijk werken en welke niet, en welke misschien zelfs contraproductief zijn.

Als we tijdens deze zitting dit besluit eenmaal hebben genomen, hoop ik dat we zullen kunnen verzekeren dat het een belangrijk onderdeel wordt van de basis voor de besluiten die het Parlement en de lidstaten in de toekomst zullen nemen. Ik hoop dat hoge prioriteit wordt verleend aan deze methode voor het bepalen van de kwaliteit en dat er voldoende middelen voor worden geoormerkt om deze methode naar behoren te kunnen laten werken, zodat het niet slechts een idee is dat alleen op papier werkt.

 
  
MPphoto
 

  Gerben-Jan Gerbrandy, namens de ALDE-Fractie. – Voorzitter, ik dank de rapporteur, de heer Leinen, voor zijn verslag. Na vele jaren duwen en trekken lijken we eindelijk die stap te maken naar duurzame nationale rekeningen en dat is hoog nodig, want – laten we heel eerlijk zijn – het economisch systeem dat wij momenteel hebben, werkt simpelweg niet. Het aantasten van milieu en natuur kan nog altijd vrijwel kosteloos. Dus het systeem klopt niet. Die kosten die niemand betaalt, die worden op de maatschappij afgewenteld. Waarom is duurzame energie duurder dan conventionele energie? Omdat de maatschappelijke kosten van het verstoken van kolen en gas en olie niet door iemand betaald worden.

Dit lijkt een heel technisch rapport maar uiteindelijk gaat het om echt belangrijke dingen. Meten is weten, zeggen wij in het Nederlands en daar gaat het hier om. Deze European environmental economic accounts zijn noodzakelijk voor de omslag naar een echt duurzame economie. Ik roep echter zowel de Europese Commissie als de lidstaten op om met de gegevens die dit oplevert ook daadwerkelijk iets te doen. Meten is weten, dat is van groot belang, maar het gebruiken van de kennis die we daarmee opdoen is nog veel belangrijker en dat is wel de essentiële volgende stap. Ik hoop van harte dat dat bijvoorbeeld zal leiden tot het afbouwen van de honderden miljarden aan subsidies die een schadelijk effect hebben voor de natuur en het milieu die we in de wereld nog steeds hebben.

Laat ik nogmaals de commissie en onze rapporteur hartelijk danken. Dit is echter pas het begin. En laten we hierna ook echt de stappen ondernemen die de kennis die dit oplevert, ons mogelijk maakt.

 
  
MPphoto
 

  Michail Tremopoulos, namens de Verts/ALE-Fractie. – (EL) Mijnheer de Voorzitter, het behoeft geen betoog – en dat kunnen wij opmaken uit wat wij tot nu toe hebben gehoord en uit het verslag – dat een juiste beoordeling van het Europese milieubeleid nodig is, gebaseerd op betrouwbare gegevens. Het verzamelen van zulke gegevens moet daarom verplicht en geharmoniseerd zijn.

De conventionele nationale rekeningen zijn echter voornamelijk gericht op markttransacties en op indicatoren die weliswaar belangrijke factoren voor het scheppen van welvaart weergeven, maar welvaart zelf niet meten. Er bestaan echter nieuwe tekorten aan natuurlijke hulpbronnen. We hebben andere impulsen nodig voor productie, maar ook voor kwaliteit. Er is een toeslag op natuurlijke ontvangers. Als er geen rekeningen komen voor de particuliere en sociale kosten van het gebruik van natuurlijke hulpbronnen en de aantasting van het milieu, kan er van de conventionele rekeningen een verkeerde boodschap van vooruitgang uitgaan naar de beleidsmakers waardoor de samenleving in de richting van niet-duurzame ontwikkeling kan worden gestuurd.

De introductie van milieueconomische rekeningen is van fundamentele betekenis, maar deze kunnen niet in de plaats komen van indicatoren die een alternatief voor het bbp vormen en die de verschillende ecologische en sociale dimensies bestrijken. De Commissie zal met voorstellen moeten komen voor het begin van het nieuwe meerjarig financieel kader, zodat een beperkt pakket van samengestelde indicatoren kan worden ingevoerd en gebruikt als aanvulling op het bbp bij het opstellen van beleid. Dit zal een monetaire indicator moeten omvatten, zoals aangepaste netto-uitbetalingen, en een fysieke indicator, zoals een ecologische voetafdruk of een koolstofvoetafdruk voor de ecologische dimensie, evenals sociale indicatoren die de sociale dimensie omvatten, zoals een beoordeling van de ongelijkheid (bijvoorbeeld de Gini-coëfficiënt) en een indicator voor sociale integratie en menselijk welzijn, zoals de Human Poverty Index.

Het oorspronkelijke voorstel van een EU-verordening voorziet uitsluitend in het verzamelen en samenvoegen van gegevens op het gebied van luchtemissies, milieubelastingen naar economische activiteiten, alsmede materiaalstroomrekeningen voor de gehele economie. Er is een reeks voorstellen en amendementen ingediend en ik geloof dat wij hierdoor een geïntegreerd verslag kunnen aannemen en vooruitgang kunnen boeken op het vlak van milieubeleid.

 
  
MPphoto
 

  Paul Nuttall, namens de EFD-Fractie.(EN) Mijnheer de Voorzitter, een verordening over de Europese milieueconomische rekeningen klinkt erg saai, maar in mijn ervaring is saaie EU-wetgeving juist het gevaarlijkst, omdat u denkt dat de belastingbetaler en de media niet de moeite zullen nemen om te lezen wat erin staat.

Laten we er geen doekjes om winden. Het gaat hier om – en ik citeer – "luchtemissies en milieubelastingen", precies zoals de vorige spreker zei. De sovjetisering van de EU zet zich dus voort. De mannen met klemborden en de statistische spionnen van Eurostat willen meer gegevens en – laten we eerlijk zijn – u wilt deze gegevens om belasting op te leggen en controle uit te oefenen, wat verklaart waarom u hunkert naar steeds meer statistieken.

Het ergst van alles is dat dit een verordening is en geen richtlijn. Verordeningen zijn veel erger dan richtlijnen, omdat ze rechtstreeks worden omgezet in Britse wetgeving, buiten het Britse parlement om. Dit is uitermate gevaarlijk en, mijn vrienden, dit is hoe de democratie ten onder gaat.

(Spreker verklaart zich bereid een "blauwe kaart"-vraag krachtens artikel 149, lid 8 van het Reglement te beantwoorden)

 
  
MPphoto
 

  Hans-Peter Martin (NI). - (DE) Wij zijn gekozen als leden van het Europees Parlement. Als u elkaar uitsluitend als Britse afgevaardigden beschouwt, kunt u mijn vraag wellicht enkel vanuit Brits oogpunt beantwoorden. Ten aanzien van de statistieken heeft u gesproken over sovjetisering. Kijkt u daar daadwerkelijk zo tegenaan? Bent u er geen voorstander van dat concrete cijfers over levensomstandigheden, inflatie – zelfs als dit betrekking heeft op de controle van banken – aan de hand van statistieken kunnen worden geleverd en dat ook de burgers en beleidsmakers toegang tot dergelijke informatie hebben, zodat er verstandige besluiten genomen kunnen worden? Of valt dat alles wat u betreft eveneens onder het begrip sovjetisering in Groot-Brittannië?

 
  
MPphoto
 

  Paul Nuttall (EFD).(EN) Mijnheer de Voorzitter, in de eerste plaats: het punt is dat deze instelling graag vanuit een centrale positie controle uitoefent. Een ander punt is dat geen van de commissarissen in feite door de burgers is gekozen. Democratie is van belang voor heel Europa, dus ja, ik ben inderdaad van mening dat wij getuige zijn van een vorm van sovjetisering van Europa. Het punt is dat deze besluiten genomen zouden moeten worden op lidstaatniveau. Het feit dat verordeningen kunnen worden ingevoerd buiten mijn eigen parlement om, buiten de mensen om die door het Britse volk zijn gekozen, is een regelrechte schande en ja, dat is de sovjetisering van Europa.

 
  
MPphoto
 

  Richard Seeber (PPE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, de heer Nuttall beklaagt zich over iets wat Groot-Brittannië net als andere lidstaten reeds sinds 2006 doet. Dit proces, dat wij morgen op parlementair niveau zullen afsluiten – de heer Leinen heeft in dit verband uitstekend werk verricht – giet iets in een wetsvorm wat reeds geruime tijd praktijk is. Waarom hebben wij deze gegevens nodig? Dat heeft niets te maken met sovjetisering. Gegevens zijn slechts zo goed als hun vergelijkbaarheid en deze vergelijkbaarheid is de centrale factor.

Dat is de reden waarom wij deze Europese nationale rekeningen hebben en waarom wij dit systeem wereldwijd sinds de jaren dertig van de vorige eeuw gebruiken – ook in Groot-Brittannië. Het systeem is zo goed, omdat het berust op uniforme normen en wij zodoende de welvaart van afzonderlijke lidstaten en hun economische en sociale succes kunnen vergelijken. Meestal wordt de dollar gebruikt als vergelijkingsmunt. Nu krijgen we een enorme kans om de euro op te waarderen tot een vergelijkingsmunt. Dat is mijns inziens een tweede aspect.

Wij weten echter ook dat deze nationale rekeningen vele tekortkomingen vertonen. Denk maar aan Fukushima. Fukushima zal nu een positief effect hebben op het Japanse bruto binnenlands product, omdat hier vele investeringen worden gedaan. Dat zijn stroomrekeningen en geen voorraadrekeningen. Deze factoren moeten worden gecompenseerd en om die reden heeft de Commissie dan ook haar 'bbp en verder'-voorstel ingediend.

Deze duurzaamheidsrekeningen die we vandaag en morgen zullen aannemen, zijn de eerste stap. Waarom? Als wij bijvoorbeeld in energie-efficiëntie zouden investeren en minder energie verbruiken, dan zou dat een negatief effect op het bruto binnenlands product hebben. Daar kan zelfs iemand als de heer Nuttall niet tegen zijn.

Dit heeft niet zo veel met grote beleidsmaatregelen te maken; het gaat er eenvoudigweg om dat wij ons beleid controleerbaar willen maken: welke belastingen worden er op dit gebied geheven, hoeveel materiaal verbruiken we. Wij willen met andere woorden het wetgevingsproces verbeteren en als u niet bij de Unie zou horen, zou u hetzelfde systeem moeten gebruiken, anders zouden uw gegevens niets waard zijn. Om die reden zou ik zeggen dat dit een eerste positieve stap is. Mijn dank gaat uit naar de Commissie en de rapporteur.

 
  
MPphoto
 

  Kriton Arsenis (S&D). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, ik wil Jo Leinen feliciteren met zijn uitstekende verslag. Wij moeten inderdaad gebruik gaan maken van milieueconomische rekeningen. Wij kunnen niet langer economie en milieu gescheiden zien. De dubbele crisis die ons treft – ecologisch en economisch – ontneemt ons elke speelruimte. De waanzin van het verleden moet stoppen.

De heer Seeber noemde als voorbeeld Fukushima. Een ander, eenvoudiger, alledaags voorbeeld zijn de bosbranden. Een bosbrand die een bos vernietigt en de biodiversiteit en ecosysteemdiensten die het bos biedt, dat wil zeggen, schoon water, schone lucht, het kader voor de voedselkringloop, die de culturele erfenis van een plaats verwoest, die de landbouwproductie vernietigt, wordt positief gemeten in het bbp omdat er investeringen zullen worden gedaan voor herstel. En toch zal dit land, deze regio, deze streek voor vele jaren schade hebben opgelopen. Op de lange termijn zal er meer gebrek zijn dan in het begin.

De milieueconomische rekeningen waarover wij vandaag debatteren zijn niet volmaakt. Zij vormen echter een belangrijke stap in de goede richting. Een stap in de richting van een beter beleid gebaseerd op een vollediger, objectiever beeld van de werkelijkheid. Het is een stap die ons toestaat om consistent te zijn in ons beleid, die ons toestaat internationale verbintenissen tot stand te brengen, maar ook om de Europese economie groener te maken.

 
  
MPphoto
 

  Riikka Manner (ALDE). - (FI) Mijnheer de voorzitter, mijnheer de commissaris, allereerst wil ik de heer Leinen complimenteren met het uitstekende en belangrijke werk dat hij voor dit verslag heeft gedaan. Deze verordening over Europese milieueconomische rekeningen is heel belangrijk, zoals hier al menigmaal is gezegd, omdat ze eindelijk een wettelijk kader creëert voor een systeem van rekeningen dat milieu- en economische statistieken integreert en van cruciaal belang is voor het milieubeleid en in algemenere zin het sociaal beleid.

Wat het toepassingsgebied betreft, is het zeer belangrijk dat de focus in de eerste fase vooral wordt gericht op luchtemissies, materiaalstromen en milieubelastingen. Daar zijn goede redenen voor. Bovendien is het, gezien de capaciteiten van de lidstaten, zeer realistisch om een systeem van rekeningen op dit gebied op te zetten. Natuurlijk moeten we beseffen dat we ons in de verschillende lidstaten op verschillende niveaus bevinden met betrekking tot statistische systemen en het is belangrijk dat dit geen extra bureaucratie creëert, zoals de commissaris al zei.

Wat nieuwe modulen betreft is het belangrijk dat daarin grote nadruk wordt gelegd op thema's die de tenuitvoerlegging van de Europa 2020-strategie ondersteunen.

 
  
MPphoto
 

  Oreste Rossi (EFD). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, deze verordening maakt deel uit van de reeks maatregelen om algemene indicatoren te ontwikkelen ter integratie van het bbp. Deze Europese milieueconomische rekeningen zouden een bijdrage moeten leveren aan de evaluatie van het beleid op basis van data betreffende de wisselwerking tussen ecologische en economische factoren. Het Commissievoorstel is aanvaardbaar, ofschoon er met het oog op de controle van het daadwerkelijke milieubeleid van de lidstaten nieuwe, ingewikkelde bureaucratische procedures in het leven worden geroepen. Dat is de reden waarom wij ons bij de stemming zullen onthouden.

Wij zijn tegen het verslag daar de rapporteur extra modulen wil invoeren voor de boekhouding. De overeenstemming met de Raad in eerste lezing is immers gebaseerd op de voorwaarde dat de nieuwe modulen die de rapporteur voorstelt getoetst worden tijdens de herzieningsprocedure. In het voorkomende geval kan dan de kwaliteit van de gegevens gewijzigd of verbeterd worden, evenals de methoden voor het verzamelen van die data.

Wij zijn van mening dat al deze modulen een nieuwe en dure bureaucratische last vormen die wordt afgewenteld op de lidstaten.

 
  
MPphoto
 

  Sophie Auconie (PPE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, zoals ik het zie gaat politiek over het vinden van de best mogelijke oplossingen voor de problemen die zich voordoen. Hoe kunnen we dat echter bereiken als we niet precies weten welke problemen er spelen en welke oplossingen er voorhanden zijn? Dit is een fundamentele kwestie die verder gaat dan alleen het milieubeleid.

Het is daarom noodzakelijk dat de politieke beleidsmakers beschikken over betrouwbare en zo volledig mogelijk gegevens over de wereld waarin wij leven en de stand van zaken met betrekking tot het milieu. Tot die conclusie is de Europese Raad gekomen in juni 2006, toen hij de Europese Unie en haar lidstaten opriep om de nationale rekeningen uit te breiden tot de kernaspecten van duurzame ontwikkeling. Ik verwelkom dit initiatief en het voorstel van de Europese Commissie, omdat het zal helpen onze kennis van luchtemissies, milieubelastingen en materiaalstromen binnen de economie uit te breiden.

Dit voorstel zal morgen tijdens de stemming echter wel geamendeerd moeten worden om ervoor te zorgen dat de verzamelde gegevens betrouwbaar zijn en bijdragen aan het debat, en ook en vooral om ervoor te zorgen dat alle lidstaten betrokken worden bij dit initiatief. Want hoe kunnen we een Europees beleid uitstippelen als we niet over gegevens over de situatie in alle lidstaten beschikken?

Tot slot wil ik mijn steun uitspreken aan twee krachtige ideeën die worden bepleit door de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-Democraten): de bevoegdheid die aan de Europese Commissie wordt verleend om gedelegeerde handelingen vast te stellen moet om de vijf jaar opnieuw worden bezien, en er moet een herzieningsclausule komen – het tweede krachtige idee in deze verordening. Over een paar jaar zullen we nieuwe gegevens nodig hebben, maar alles op zijn tijd. Deze ontwerpverordening is een grote stap in de goede richting: laten we de ingeslagen weg vervolgen.

 
  
MPphoto
 

  Karin Kadenbach (S&D). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, ik wil de heer Leinen eveneens van harte danken voor een verordening die er al lang had moeten zijn. Voordat wij in het Europees Parlement gekozen werden, gingen velen van ons er gewoon van uit dat de besluiten die dit Parlement neemt, deze besluiten die de toekomst bepalen, inderdaad gebaseerd zijn op deze gegevens, en wij hebben met enige onthutsing geconstateerd dat deze statistieken en gegevens weliswaar in de meeste landen beschikbaar zijn, maar dat deze in werkelijkheid nog niet in een gemeenschappelijk raamwerk zijn samengevoegd en dat heeft ertoe geleid dat ze in de ogen van het publiek niet bepaald geloofwaardig zijn.

De media geven ons altijd de indruk dat economie en milieu lijnrecht tegenover elkaar staan. Deze gegevens zouden ons helpen om de afweging te maken of iets gunstig is voor het milieu, of iets gunstig is voor het milieu en tegelijkertijd ook voor de economie, of iets gunstig is voor de economie en tegelijkertijd ook voor het milieu en daarmee ook voor ons sociale milieu. Dat is de belangrijkste taak die wij ons als politici moeten opleggen. Wij willen kwaliteit van leven creëren en verbeteren, niet alleen op het werk, maar ook in ons milieu.

Ik kan mij alleen maar aansluiten bij de wens die de heer Leinen heeft uitgesproken toen hij vandaag opmerkte dat wij ons aan het einde van dit decennium afgewend moeten hebben van het bruto binnenlands product en op een groen binnenlands product moeten zijn overgestapt. Daarmee zullen wij het eerste cruciale besluit hebben genomen. Ik ben er zonder meer van overtuigd dat wij erin zullen slagen om de geloofwaardigheid van Europa en van vraagstukken met betrekking tot het milieu en de economie te versterken op basis van deze milieueconomische rekeningen.

Hartelijk dank. Gaat u door met dit goede werk.

 
  
MPphoto
 

  Christa Klaß (PPE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Rehn, dames en heren, goede statistieken, efficiënte gegevensverzameling en -beoordeling – dat is de basis waarop de toekomst gestalte moet worden gegeven. Het ligt derhalve voor de hand dat we de bestaande statistieken van de lidstaten moeten harmoniseren teneinde op basis van dezelfde gegevens de juiste besluiten te nemen voor de toekomst voor heel Europa. Dezelfde, vergelijkbare gegevens uit alle lidstaten, dat is het doel.

Nu rijst de vraag wat wij uit deze gegevens kunnen halen. Welke verdere conclusies kunnen we trekken om Europa op evenwichtige wijze te ontwikkelen wat betreft zijn sociaal, economisch en milieubeleid? De Commissie wil voortaan ook kernaspecten van duurzame ontwikkeling in de nationale rekeningen opnemen. Ze stelt daartoe drie modulen voor om gegevens te verzamelen over economische activiteiten die luchtemissies veroorzaken, over milieugerelateerde belastinginkomsten en over de materiaalstromen. Daartoe behoren ook producten van plantaardige oorsprong, zoals graan, peulvruchten, groenten, fruit en hout.

Ik vraag mij af hoe zinvol dergelijke berekeningen zijn – wat kunnen wij er daadwerkelijk uit opmaken? Ik ben niet zo optimistisch als de rapporteur en mijn collega's. Iets willen is één ding; het in de praktijk brengen is iets heel anders. Ik heb zo mijn twijfels over de efficiëntie van de bureaucratische rompslomp en ik zet vraagtekens bij de objectiviteit van het voornemen om milieueconomische rekeningen op te stellen, materiaalstromen te registreren en om afzonderlijke producten en zelfs planten te beoordelen op CO2-emissies. Zowel de productie van zuurstof als de emissies van CO2 als gevolg van productie en transport moeten bijvoorbeeld bij planten in dergelijke berekeningen worden meegenomen.

Ik ben blij met het feit dat in het compromis dat nu tot stand is gekomen, duidelijk wordt gesteld dat aanvullende rapportageverplichtingen pas na een flexibiliteitsbeoordeling mogen worden ingevoerd en dat de bevoegdheden van de lidstaten hierdoor niet mogen worden beïnvloed. Bovendien moeten deze programma's worden ontwikkeld zonder extra financiële lasten en bureaucratische rompslomp.

 
  
MPphoto
 

  Csaba Sándor Tabajdi (S&D). (HU) Mijnheer de Voorzitter, mijn collega Jo Leinen heeft een voortreffelijk verslag opgesteld, dat vanuit het oogpunt van de nationale economie, milieubescherming, maatschappij, landbouw en andere aspecten belangrijk is. Als lid van het STOA-panel, een project dat een beter beheer van natuurlijke hulpbronnen beoogt, hecht ik groot belang aan de samenstelling van een betrouwbare statistische databank. Hoe kunnen we het gebruik van energie- en waterefficiëntie in de lidstaten van de Europese Unie meten als we geen betrouwbare statistische gegevens hebben? En als lid van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling acht ik het in verband met de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid zeer belangrijk om op zijn minst een duidelijk beeld te hebben van de reële maatschappelijke voordelen van door boeren geproduceerde collectieve milieugoederen. Zonder statistische gegevens kunnen we niet vaststellen in welke mate boeren met hun landbouwactiviteiten bijdragen aan de bescherming van de lucht, het cultuurlandschap, de landbouwgrond en het milieu, en hoe ze collectieve milieugoederen produceren waarvoor de markt en het gemeenschappelijk landbouwbeleid nog niet betalen. Daarom is het huidige statistische verslag vanuit het oogpunt van milieubescherming en landbouw uitermate progressief en vooruitziend.

 
  
MPphoto
 

  Paul Rübig (PPE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, als het om statistieken gaat, wordt er altijd veel gediscussieerd en is er veel onenigheid. Ze mogen met name niet decodeerbaar zijn, omdat gegevensbescherming uiteraard ook zonder meer te rechtvaardigen is. Anderzijds hebben we transparantie en vergelijkbaarheid nodig. Dat is mijns inziens belangrijk. Daarom moeten we de gegevens op volledig geautomatiseerde wijze verzamelen aan de hand van willekeurige steekproeven, zodat ze dan vergeleken kunnen worden. Wij kennen bijvoorbeeld beeldvormende methoden die ook in dit verband een belangrijke rol zullen gaan spelen in de toekomst. Automatisering van het proces zal het voor ons in de toekomst bijgevolg eenvoudiger maken om politieke besluiten te nemen.

 
  
MPphoto
 

  Angelika Werthmann (NI). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, Europese milieueconomische rekeningen zullen ons belangrijke gegevens verschaffen om milieuaspecten mee te nemen bij de meest uiteenlopende politieke besluiten en om zodoende bij een breed spectrum aan vraagstukken rekening te houden met deze aspecten. De verzamelde en geanalyseerde gegevens zullen van doorslaggevend belang zijn voor het nemen van doeltreffende maatregelen tegen de milieueffecten van economische activiteiten. Het bewustzijn dat duurzame beleidsmaatregelen vereist zijn om uitdagingen zoals de klimaatverandering, het verlies van biologische diversiteit, de toenemende milieuvervuiling en de dreigende uitputting van onze natuurlijke hulpbronnen het hoofd te kunnen bieden, vindt vandaag krachtige ondersteuning. Met betrouwbare gegevens en de daaruit resulterende prognoses ten aanzien van het gebruik van natuurlijke hulpbronnen kunnen we niet alleen de successen van een duurzaam economisch beleid duidelijk meten, ze bieden de lidstaten eveneens een uitermate belangrijke meerwaarde.

 
  
MPphoto
 

  Niki Tzavela (EFD). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, ook ik wil op mijn beurt de heer Leinen feliciteren met zijn uitstekende verslag. Ik geloof dat Europa nu een punt heeft bereikt waarop wij nog maar zelden een botsing zien tussen economische groei en milieubescherming. Integendeel, wij zijn een fase van wederzijdse beïnvloeding ingegaan. De burgers van Europa hebben nu een ecologisch bewustzijn.

Dit verslag zal er nog meer toe bijdragen om een beter beeld te krijgen van wat er met het milieu gebeurt in Europa. Ik zou drie elementen willen benadrukken: ten eerste moeten wij exacte gegevens hebben over de toestand van het milieu in de lidstaten; ten tweede moet er een procedure bestaan om de gegevens elke vijf jaar te vernieuwen; en ten derde moeten de vorderingen van alle activiteiten die in de Europese Unie ten behoeve van het milieu worden ondernomen gemeenschappelijk worden gemeten.

 
  
  

VOORZITTER: RODI KRATSA-TSAGAROPOULOU
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Franz Obermayr (NI). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, als wij ons milieu voor toekomstige generaties willen behouden, moeten wij economische en milieuaspecten niet los van elkaar zien. Het is om die reden zinvol om milieufactoren op te nemen in nationale rekeningen, en de basis voor elke solide balans zijn adequate en betrouwbare gegevens.

Als de EU echter al kerngegevens uit de lidstaten verlangt, moet zij gevoelige kwesties niet uit de weg gaan. Ik denk daarbij aan het nucleair beleid, aan genetische modificatie, aan een adequate aanduiding van de oorsprong van levensmiddelen en niet in de laatste plaats eveneens aan een onderzoek naar het recente EHEC-schandaal bij komkommers.

Hier is de wisselwerking tussen economie en milieu duidelijk waarneembaar. Bovendien wordt duidelijk waar het zwaartepunt van de EU – helaas – ligt, namelijk bij grote ondernemingen en bij lobbyisten.

 
  
MPphoto
 

  Olli Rehn, lid van de Commissie.(EN) Mevrouw de Voorzitter, hartelijk dank voor dit uitermate essentiële en verantwoordelijke debat. Ik denk dat we het allemaal eens zijn over het belang van dit voorstel en van milieueconomische rekeningen. We zijn het er ook over eens dat we de volgende stappen moeten zetten om met gebruikmaking van de gegevens beleid uit te stippelen, om ons op koers te houden op weg naar een duurzamere economie.

Ik wil graag ingaan op een aantal opmerkingen. Dit is de eerste verordening, met drie modulen. In termen van wetgeving is dit het begin. De tweede reeks modulen wordt nu voorbereid met het oog op een tweede, wijzigingsverordening die voor eind 2012 wordt voorzien. We zijn ook al bezig met het plannen van de derde reeks. Kortom, het werk is in uitvoering en zal worden voortgezet.

Wat de administratieve rompslomp betreft: er wordt met deze verordening geen nieuwe last voor ondernemingen gecreëerd, omdat we gebruikmaken van bestaande administratieve en statistische gegevens. Het Verenigd Koninkrijk, en dit is ook het opmerken waard, loopt in feite voorop met milieurekeningen. Wat de statistieken betreft – en ik verwijs nu naar wat de heer Leinen, de heer David en vele anderen gezegd hebben – wil ik er bovendien de aandacht op vestigen dat we de afgelopen anderhalf jaar aanzienlijke vooruitgang geboekt hebben in het verbeteren van het Europese statistische systeem.

Zo heeft de huidige Commissie op 10 februari 2010, de dag nadat u voor deze Commissie gestemd had, haar allereerste wetgevingsvoorstel gedaan, toen wij een verordening aannamen over auditbevoegdheden voor Eurostat. Dankzij deze verordening kan Eurostat de kwaliteit van statistieken aan de bron controleren en verifiëren, wat van groot belang is. We hebben hier in het geval van Griekenland al gebruik van gemaakt.

Ten tweede wordt op dit moment het actieplan voor Griekenland ten uitvoer gelegd en dit heeft al binnen een jaar geleid tot een zeer grondige herziening van het statistische systeem in Griekenland. Als gevolg daarvan is de kwaliteit van de statistieken over het buitensporige begrotingstekort nu al aanmerkelijk verbeterd en Eurostat heeft in de meest recente ronde de gegevens voor Griekenland kunnen valideren.

Dan tot slot nog een opmerking over de middelen. Hoewel we geen middelen speciaal voor milieurekeningen nodig hebben, ben ik het met de heer Martin eens dat we wel voldoende middelen nodig hebben. Ik heb deze vergaderweek te baat genomen om in Luxemburg langs te gaan, een paar uur geleden, bij Walter Radermacher, de directeur-generaal van Eurostat, om het met hem over middelen te hebben. We zijn bezig onze middelen in Eurostat anders te verdelen en te verbeteren, zodat we ons kunnen concentreren op onze belangrijkste prioriteiten.

Ik zou echter geen middelen willen overhevelen die voor de uitbreiding bestemd zijn, zoals de heer Martin voorstelde, en zeker niet die welke voor de Westelijke Balkan bedoeld zijn. Stabiliteit, democratie en vrede in die regio blijven voor de Europese Unie, voor de Commissie en, neem ik aan, voor het Parlement een hoofdprioriteit. Vergeet niet dat zonder onze zachte kracht, en zonder het EU-uitbreidingsbeleid, Ratko Mladić nu niet in Den Haag zou zijn. Dat moet u ook niet vergeten.

 
  
MPphoto
 

  Jo Leinen, rapporteur. − (DE) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, dank u voor het debat. Ik constateer een breed draagvlak voor het opstellen van milieubalansen in de Europese Unie. Op enkele uitzonderingen na wordt dit hier ondersteund.

Ik ben het ook eens met de verklaring van mevrouw Kadenbach. Velen van ons verkeerden in de veronderstelling dat dit reeds geregeld was en wij waren verbaasd toen we merkten dat een heleboel gegevens helemaal niet beschikbaar waren en dat wij derhalve feitelijk volledig onwetend zijn in onze verklaringen ten aanzien van de toestand van het milieu in de Europese Unie.

Eén lid, de heer Gerbrandy, heeft gezegd: "Meten is weten." Dan weten wij iets en kennis is de basis voor het nemen van maatregelen en voor al onze programma's. Wij hebben simpelweg een betere basis nodig voor de besluiten die wij nemen. Deze milieubalansen kunnen ons daarbij helpen. We hebben uiteraard de Europa 2020-strategie waarin duurzaamheid een hoofddoel is. Ik hoop dat wij de komende jaren ook deze basis nog zullen krijgen, zodat wij in 2020 kunnen vaststellen of wij al dan niet succes hebben geboekt. Wij weten dat ons bruto binnenlands product geen informatie verschaft over de toestand van de natuur en het milieu, over de middelen die wij hebben verbruikt en over de hele duurzaamheidsproblematiek. Daarom is dit nu noodzakelijk.

Wij pakken dit ook in fasen aan. Mevrouw Klaß, wij stellen geen buitensporige eisen; de modulen moeten daarentegen geleidelijk worden uitgebreid. De commissaris heeft immers opgemerkt dat de afzonderlijke wetgevingen – de waterwetgeving, de afvalwetgeving, de wetgeving inzake schone lucht – reeds de verplichting bevatten om deze gegevens te verzamelen.

Europa heeft tevens een wereldwijde verplichting, mijnheer Nuttall. Als wij het Verdrag inzake biologische diversiteit, de klimaatovereenkomst en andere overeenkomsten ondertekenen, dan moeten wij de rest van de wereld kunnen vertellen of wij het goed of slecht hebben gedaan.

Al met al wil ik derhalve de schaduwrapporteurs danken, evenals Eurostat, dat het werk vervolgens moet uitvoeren. Ik hoop dat de nodige middelen in Luxemburg beschikbaar zijn, want zonder geld, zonder middelen kan deze balans uiteraard niet worden opgesteld. Het Parlement moet in dezen eveneens zijn medewerking verlenen. Hartelijk dank. Dit is een belangrijk politiek vraagstuk – en het is een nieuw hoofdstuk in de overweging van wat wij jaar in jaar uit in Europa doen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen om 12.00 uur plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  Monika Flašíková Beňová (S&D), schriftelijk.(SK) Ik wil rapporteur Leinen bedanken voor het voorliggende verslag. Ik ben het eens met de wijze waarop het voorstel van de Commissie in het verslag wordt beoordeeld en wil graag een paar opmerkingen maken over het belang van dergelijke activiteiten.

De kwaliteit van leven meten aan de hand van indicatoren als het bruto binnenlands product is te eenzijdig. Deskundigen zijn het daar al lang over eens, maar deze boodschap is pas sinds kort na de nodige tijd en inspanning doorgedrongen tot de politiek.

Vanuit dat oogpunt vind ik het voorstel van de Commissie betreffende Europese milieueconomische rekeningen zeer waardevol, want het is niet nodig om nu op grote schaal misleidende indicatoren af te schaffen. In plaats van de kwaliteit van leven en het milieu te beoordelen op grond van indrukken, moeten we komen met betere gegevens en betere methoden voor het vergaren en verzamelen van gegevens, zodat we deze beter kunnen gebruiken, bijvoorbeeld om de effecten van beleid en economische activiteiten op het milieu te beoordelen.

Evenals de rapporteur wil ik erop aandringen dat er in het voorstel van de Commissie meer nadruk wordt gelegd op toezicht en evaluatie. Tot slot wil ik nog opmerken dat het heel belangrijk is dat het voorstel van de Commissie nog sterker wordt gebaseerd op het strategische document 'Het bbp en verder: meting van de vooruitgang in een veranderende wereld'. Misschien is een consequente en systematische aanpak wel het allerbelangrijkste in het streven om de meting van de kwaliteit van leven te verbeteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Rovana Plumb (S&D), schriftelijk.(EN) Op basis van goede gegevens over de samenhang tussen het milieu en de economie kunnen afvalrecycling, afvalpreventie, luchtemissies en klimaatverandering, duurzame consumptie en duurzame productie veel beter worden gecontroleerd. Het verzamelen van relevante gegevens, wat op EU-niveau tot op heden op vrijwillige basis plaatsvond, moet daarom verplicht worden gesteld. Bovendien moeten de tot nu toe op Europees niveau beschikbare milieugegevens op de middellange termijn met extra informatie aangevuld worden om een betere beoordeling van het Europese milieubeleid mogelijk te maken.

Met de voorgestelde verordening wordt in dit opzicht een gemeenschappelijk kader vastgesteld voor de verzameling, samenstelling, overdracht en evaluatie van Europese milieueconomische rekeningen door gemeenschappelijke, in heel Europa te gebruiken methoden, gemeenschappelijke normen, definities en boekhoudregels te verstrekken die voor de samenstelling van milieueconomische rekeningen gebruikt moeten worden. De verordening voorziet in het verzamelen en samenvoegen van gegevens op het gebied van luchtemissies, milieubelastingen naar economische activiteiten, alsmede materiaalstroomrekeningen voor de gehele economie. Willen we indicatoren voor vooruitgang en welzijn creëren met een bredere reikwijdte dan het bruto binnenlands product, dan zijn nauwkeurige en geschikte statistische gegevens over het verbruik van energie en hulpmiddelen van fundamenteel belang. Bovendien is een juiste beoordeling van het Europese milieubeleid alleen dan mogelijk als er betrouwbare gegevens beschikbaar zijn.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid