De Voorzitter. – Aan de orde is het verslag over beleidsopties voor de ontwikkeling van een Europees contractenrecht voor consumenten en ondernemingen [2011/2013(INI)] – Commissie juridische zaken. Rapporteur: Diana Wallis (2011/2013(INI) (A7-0164/2011).
Diana Wallis, rapporteur. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, we praten nu al meer dan tien jaar over een Europees contractenrecht; nu is het tijd voor actie, en als de interne markt ooit behoefte had aan extra transacties, dan is het wel nu.
De Commissie juridische zaken is voorstander van een facultatief instrument, een tweede Europees contractenrecht voor alle burgers en ondernemingen. We denken dat dat nuttig zou kunnen zijn. Maar we hebben gezegd dat er voor de volgende stap strenge criteria zullen worden gehanteerd. Er moet sprake zijn van een hoog niveau van consumentenbescherming, hoger dan in veel van onze lidstaten. Het moet gemakkelijk en gebruiksvriendelijk zijn voor kleine en middelgrote ondernemingen; het moet door hen als iets aantrekkelijks gezien worden hun bedrijf te runnen in het raamwerk van dit facultatieve contract en er mag geen afbreuk worden gedaan aan nationale wetgeving.
Het proces moet stoelen op praktische gegevens, de effecten ervan moeten beoordeeld worden en het Parlement moet er volledig bij betrokken worden, en zoals ik heb gezegd, is de tijd van praten voorbij en moeten we verdergaan. Sommigen van ons maken zich zenuwachtig en zeggen: "Laten we gewoon het idee van een 'gereedschapskist' of 'instrumentarium' gebruiken". Tot diegenen zou ik willen zeggen: "Pas goed op, want ik heb zo'n vermoeden dat een instrumentarium zonder facultatief instrument in potentie feitelijk veel meer ingrijpt in nationale wetgeving dan een instrumentarium met een facultatief instrument waarvoor vrijwillig gekozen kan worden, dat de autonomie van de betrokken partijen eerbiedigt en geen inbreuk maakt op nationale wetgeving.
Laten we ervoor zorgen dat we gaandeweg iets creëren dat burgers en kleine ondernemingen van de EU preventief recht verschaft; dat ons echt een instrument geeft dat recht ten behoeve van groei betekent. Genoeg gepraat, aan de slag!
Raffaele Baldassarre (PPE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, op de eerste plaats wil ik de rapporteur, mevrouw Wallis, gelukwensen met haar werk en de inhoud van haar verslag, waar ik volledig achter sta.
Ik meen namelijk dat alleen een facultatief instrument, dat op basis van een verordening moet worden goedgekeurd, op adequate wijze de doelen van de totale hervorming van het Europees contractenrecht kan dienen. Een facultatief instrument zou bovendien niet leiden tot het harmoniseren en het vervangen van het contractenrecht van de lidstaten maar naast het contractenrecht van de lidstaten komen, waardoor de contractsluitende partijen een alternatief geboden krijgen waar zij naar vrije keuze gebruik van kunnen maken.
Ik ben het daarom niet eens met de voorstellen van diegenen die de werkingssfeer van dit instrument wensen te beperken tot de contracten voor elektronische handel, daar op die manier een kunstmatig en onnodig onderscheid zou worden gemaakt tussen rechtstreekse en onlinetransacties.
Het is niet onze taak de juridische effecten van de verordening te beperken op grond van speculaties of marktverkenningen. Als wetgever hebben wij echter tot taak te zorgen voor rechtszekerheid en de basis te leggen voor een gemeenschappelijke rechtstaal voor handelstransacties.
Evelyn Regner (S&D). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, commissaris Reding, het visioen van een Europees contractenrecht is duidelijk prachtig. Maar als puntje bij paaltje komt, zal het iets positiefs op moeten leveren voor de Europese burger, want anders zou het concept van het Europees contractenrecht niet meer dan een staaltje l'art pour l'art zijn. Waarom begint het verslag met de kwetsbaarste partij in dit opzicht, namelijk de consument? Het centrale aspect van het verslag van mevrouw Wallis, de aanbeveling van het facultatief instrument, is op zijn zachtst gezegd een onredelijke vraag aan de consument. Het is verwarrend voor hem, en in de praktijk zullen het nooit de consumenten zelf zijn die zullen bepalen van welke staat het contractenrecht uiteindelijk wordt toegepast, maar zullen het eerder hun tegenhangers in de zaak zijn, in het bijzonder de grote ondernemingen.
Hoe dan ook, het is nu niet het moment om te zeggen dat het facultatief instrument het laatste woord in deze kwestie vormt. Wij zullen daarentegen ook eens nader moeten kijken naar de andere opties – het al eerder genoemde instrumentarium en de contractmodellen.
Jaroslav Paška (EFD) – (SK) Mijnheer de Voorzitter, ik wil mevrouw Wallis bedanken voor deze gedurfde stap. Ik weet niet hoe het verder zal gaan, maar natuurlijk moeten we ons inzetten voor gelijke regels voor Europese burgers, handelaren en consumenten, zodat ze op grond van dezelfde regels kunnen kopen en verkopen en dus deelnemen aan de handel.
Met het oog op de complexiteit van het systeem van het Europese recht en de nationale wetgevingen, zou één optioneel systeem dat kan worden toegepast binnen de hele Europese Unie een aantrekkelijk vooruitzicht zijn. Het zal waarschijnlijk echter sisyfusarbeid worden, want we lopen natuurlijk aan tegen de verschillende rechtssystemen, bezwaren vanuit de advocatuur en jurisdictieproblemen. Ik vrees dat het erg moeilijk uitvoerbaar zal zijn, maar laten we het proberen en kijken wat er gebeurt.
Zuzana Roithová (PPE). - (CS) Mevrouw de commissaris, hoewel het invoeren van vrijwillige contractwetgeving juridische problemen met zich meebrengt, is het een manier waarop we de verschillen in het contractrecht kunnen elimineren, die er mede de oorzaak van zijn dat maar liefst 60 procent van de grensoverschrijdende aankopen van consumenten mislukt. Helaas liggen er voor ondernemers nog een aantal andere valkuilen. Niet alleen het contractrecht, maar ook het consumentenrecht is nog niet volledig geharmoniseerd. Er zijn aanzienlijke verschillen in belastingsystemen en standaarden voor jaarrekeningen. Betalingen brengen veelal extra bankkosten met zich mee en om licentieredenen wordt het grensoverschrijdend gebruik van digitale content vaak geblokkeerd. Bovendien was in meer dan tien lidstaten niet eens de helft van honderd geteste producten op de binnenlandse markt verkrijgbaar, terwijl consumenten in dertien lidstaten in een ander land aanbiedingen vonden die minimaal tien procent goedkoper waren dan in hun eigen land. Daarom steun ik het voorstel om gestandaardiseerde, vrijwillige contracten uit te geven die juridisch bindend zijn en die in alle talen beschikbaar zullen zijn. Tegelijkertijd roep ik de Commissie op een actievere rol te spelen bij het oplossen van andere urgente problemen, zodat we de fragmentatie van de interne markt kunnen stoppen.
Viviane Reding, vicevoorzitter van de Commissie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ook ik wil de rapporteur, Diana Wallis, en eveneens Hans-Peter Mayer en Sirpa Pietikäinen, bedanken voor hun uitmuntende werk aan dit dossier.
Het behoeft geen betoog dat de interne markt, in de nasleep van de wereldwijde economische crisis, een flinke stimulans nodig heeft. Willen we groei, nieuwe werkgelegenheid en innovatie, dan hebben we de interne markt nodig. Hoe staan de zaken er op dit moment voor? Slechts een op de vier ondernemingen bedrijft grensoverschrijdende handel en de ondernemingen die dat doen, beperken hun activiteiten tot slechts een paar lidstaten. Dit betekent dat ze de kans mislopen de interne markt te benutten.
Wat zijn de consequenties voor consumenten? Zij plukken evenmin de vruchten van de interne markt. Veel grensoverschrijdende bestellingen – maar liefst 61 procent van de bestellingen die op de online markt geplaatst worden – worden om die reden niet voltooid. Dat betekent dat we hier voor zowel bedrijven als consumenten te maken hebben met een niet-functionerende interne markt. Daarom heeft de Commissie een raadpleging geïnitieerd over beleidsopties op het vlak van contractenrecht, in reactie waarop het Parlement vandaag zijn standpunt kenbaar maakt.
We hebben gezien dat gebrekkig functioneren van de interne markt ten dele kan worden toegeschreven aan de verschillen in nationaal contractenrecht. Toegegeven, er zijn ook andere redenen, maar uit onze recente Eurobarometer-enquêtes blijkt dat de top zeven van belemmeringen voor transacties tussen ondernemingen en consumenten wordt aangevoerd door belemmeringen in verband met contractenrecht. We moeten die belemmeringen dan ook uit de weg ruimen, een voor een, te beginnen met contractenrecht.
Overigens: dit Parlement discussieert nu tien jaar over dit vraagstuk, maar voor de deskundigen daarbuiten is het al dertig jaar onderwerp van debat. Al het werk dat is verricht om analyses uit te voeren en voorstellen te doen ligt dus al op tafel. We hebben daar nooit ons voordeel mee gedaan. Daarom ben ik het met de rapporteur eens dat het tijd is om nú tot actie over te gaan en te bekijken welke positieve maatregelen we kunnen nemen.
Ik heb kennis genomen van de beoordeling in het verslag van de beleidsopties die in het groenboek zijn uiteengezet, evenals van de steun voor de innovatieve oplossing een facultatief instrument vast te stellen, wat inhoudt dat er geen harmonisering plaatsvindt, maar dat consumenten en ondernemingen kunnen kiezen voor een Europabreed systeem. Ik heb ook gezien dat er steun is voor een instrument dat kan worden toegepast op zowel transacties tussen ondernemingen en consumenten als transacties tussen ondernemingen onderling, met een materiële toepassingssfeer die verkoopcontracten, contracten voor het leveren van digitale content en bepaalde contracten betreffende diensten omvat. Ik heb heel goed geluisterd naar wat het Parlement heeft gezegd, namelijk dat een toekomstig instrument, hoe het er ook uitziet, consumenten een hoog beschermingsniveau moet bieden, zodat ze niet minder beschermd worden dan volgens hun nationale wetgeving het geval zou zijn geweest. Dat is een conditio sine qua non. Als we daar niet voor zorgen, zullen al onze activiteiten mislukken.
Wat is de huidige stand van zaken? Op 3 mei 2011 publiceerde de Commissie de resultaten van een haalbaarheidsstudie van de deskundigengroep over Europees contractenrecht en we hebben alle belanghebbenden uitgenodigd te reageren. De Commissie bestudeert de uitkomsten van de openbare raadpleging en zal vervolgens een gedetailleerde effectbeoordeling uitvoeren. Aan de hand daarvan zal gekeken worden wat de volgende stap moet zijn. Die volgende stap moet de interne markt, in deze tijden van crisis, een stimulans geven en groei en werkgelegenheid creëren in de interne markt door de markten uit te breiden, vooral voor kleine en middelgrote ondernemingen, en consumenten de mogelijkheid van een betere keuze en betere deals te bieden.
De Voorzitter. – Het debat is gesloten.
De stemming vindt woensdag 8 juni om 12.00 uur plaats.
Schriftelijke verklaringen (artikel 149)
Cristian Silviu Buşoi (ALDE), schriftelijk. – (RO) Ondanks onze interne markt profiteren ondernemingen en consumenten onvoldoende van de mogelijkheden ervan. Het aandeel van grensoverschrijdende transacties is namelijk vrij laag. De interne markt kan nieuw leven worden ingeblazen door grensoverschrijdende transacties te stimuleren en ik ben van mening dat dit verslag bijdraagt aan het behalen van die doelstelling.
We moeten uiteraard de diversiteit van de juridische stelsels van de lidstaten en het subsidiariteitsbeginsel respecteren. Een totale harmonisatie lijkt mij daarom niet de beste optie. Ik denk dat optionele toepassing van een aantal gemeenschappelijke regels voor grensoverschrijdende contracten een haalbaar alternatief is. Sterker nog, ik ben van mening dat als een lidstaat toepassing van het Europees recht wil uitbreiden naar transacties op nationaal niveau, die vrijheid ook moet bestaan. Natuurlijk is dat niet de oplossing voor alle problemen. Er zijn ook andere obstakels voor grensoverschrijdende transacties naast verschillen op het gebied van contractrecht, zoals fiscale verschillen, verschillen op het gebied van intellectuele eigendom of beschikbaarheid van elektronische betaalmogelijkheden. Ik denk echter dat dit optionele instrument het proberen waard is omdat het een deel van de administratieve lastendruk voor het mkb kan wegnemen, zodat deze in andere dan de eigen lidstaat zakelijke activiteiten kan gaan ontplooien.