Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2011/2563(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

O-000111/2011 (B7-0317/2011)

Debatten :

PV 08/06/2011 - 12
CRE 08/06/2011 - 12

Stemmingen :

Aangenomen teksten :


Debatten
Woensdag 8 juni 2011 - Straatsburg Uitgave PB

12. Europees aanhoudingsbevel (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde zijn de mondelinge vragen aan de Raad en de Commissie over het Europees aanhoudingsbevel.

 
  
MPphoto
 

  Jan Philipp Albrecht, auteur. (DE) Mevrouw de Voorzitter, we debatteren vandaag over het Europese aanhoudingsbevel. Het wordt tijd dat we dit debat voeren. Met steun van alle fracties hebben we de Commissie en de Raad om een debat over de hervorming van het Europese aanhoudingsbevel en de toepassing ervan gevraagd en deze instellingen verzocht met desbetreffende voorstellen te komen.

Het Europese aanhoudingsbevel was het paradepaardje van de wederzijdse erkenning op justitieel en politieel gebied. Toen het Europese aanhoudingsbevel bij kaderbesluit werd ingevoerd, heeft het Europees Parlement terdege duidelijk gemaakt dat er enerzijds relatief strikte voorwaarden voor de toepassing van het Europees aanhoudingsbevel gelden en dat het daarom slechts dient te worden gebruikt in het geval van zware misdrijven, en dat anderzijds de toepassing ervan aan het evenredigheidsbeginsel moet voldoen en dat de procedurele normen in de Europese Unie moeten worden geharmoniseerd. In de praktijk wordt geen van deze voorwaarden voor honderd procent nageleefd. In tal van specifieke gevallen – dat valt inmiddels uit de opgestelde verslagen op te maken – is er geen sprake van een evenredige toepassing. Daarom moet niet alleen de praktijk, maar ook de wetgeving worden gewijzigd. Bij de harmonisatie van de procedurele normen maken we na tien jaar, mede dankzij de inspanningen van vicevoorzitter Reding, eindelijk vorderingen, maar het is absoluut noodzakelijk dat we nog meer vooruitgang boeken, met name op het gebied van detentievoorwaarden en individuele rechtsbeschermingsnormen.

Voortaan kan de politiële en justitiële samenwerking niet beperkt blijven tot wederzijdse erkenning, maar moet zij zich ook uitstrekken tot de opstelling van procedurele normen. Toch moet het Europese aanhoudingsbevel nu al worden gewijzigd, aangezien de toepassing blijkbaar niet verenigbaar is met de normen waar wij op hebben gehamerd, met name wat betreft de evenredigheidstoets, die per geval moeten worden uitgevoerd.

 
  
MPphoto
 

  Simon Busuttil, auteur. (MT) Mevrouw de Voorzitter, het Europees aanhoudingsbevel is een heel nuttig instrument gebleken bij het eisen van gerechtigheid buiten de landsgrenzen. Het heeft ons geholpen om nationale grenzen open te stellen door een duidelijke boodschap naar misdadigers te sturen dat ze niet langer naar een ander land kunnen vluchten om aan gerechtelijke vervolging te ontkomen. Daarom is het belangrijk dat het Europees aanhoudingsbevel beschouwd wordt als een nuttig instrument waarmee goede resultaten zijn behaald.

Het heeft echter ook nadelen, zoals wanneer het wordt uitgevaardigd voor misdaden die als te klein worden beschouwd om gerechtvaardigd te worden. Ik verwacht niet dat het Europees aanhoudingsbevel moet worden uitgevaardigd omdat iemand betrapt wordt op het stelen van twee autobanden in een ander land, zoals in het verleden is gebeurd. De straf is niet in proportie met de misdaad en leidt tot een gebrek aan vertrouwen in een belangrijk en nuttig instrument.

Derhalve moeten we een blik werpen op de tekortkomingen in het systeem en in de toepassing ervan zonder het nut van dit bevel te niet te doen.

Om deze reden stellen we deze parlementaire vraag aan de Commissie om ons te helpen begrijpen hoe het bevel de laatste jaren is gebruikt. Aan de hand van zulke informatie kunnen we gemakkelijker besluiten of we het voor een juiste toepassing ervan moeten bijwerken.

 
  
MPphoto
 

  Sarah Ludford, auteur. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, de liberale fractie in het Europees Parlement is altijd een voorstander geweest van het Europees aanhoudingsbevel vanwege het belang ervan in de strijd tegen de zware, grensoverschrijdende misdaad. Tegelijkertijd heeft mijn fractie er echter altijd op gewezen dat het Europees aanhoudingsbevel onvolledig zou zijn als de procedurele verdedigingsrechten in Europa niet worden bevorderd. Wij hebben de Raad continu bekritiseerd, omdat hij die agenda niet vooruit heeft geholpen op basis van het uitgebreide voorstel van de Commissie.

Nu zijn we eindelijk de situatie over verdedigingsrechten aan het veranderen en ik prijs vicevoorzitter Reding voor haar inzet voor dit programma in het kader van de routekaart. De vraag is: zal dit genoeg zijn ter compensatie van de tekortkomingen van het Europees aanhoudingsbevel? Ik denk het niet. We moeten ook iets doen aan de manier waarop het Europees aanhoudingsbevel werkt.

Laten we echter eens even naar de successen kijken: tussen 2005 en 2009 zijn er door het aanhoudingsbevel bijna 12 000 drugssmokkelaars, pedoseksuelen, verkrachters en andere figuren uitgeleverd. Ook Hussain Osman behoort hiertoe, een van degenen die in 2005 in Londen bomaanslagen pleegden. Geen inwoner van Londen zou in het licht hiervan ondankbaar kunnen zijn voor het Europees aanhoudingsbevel. Hij kwam binnen zes weken terug, uit Italië.

Maar op zijn minst in het Verenigd Koninkrijk, en we zullen dit later horen, is het Europees aanhoudingsbevel de favoriete stok geworden waarmee de eurosceptici de reputatie van de EU slaan. Hun 'goede zaak' is geholpen door verschillende notoire schendingen van de mensenrechten. Om precies te zijn, het Verenigd Koninkrijk krijgt het op een na hoogste aantal verzoeken om overlevering, na Duitsland.

Zowel de Commissie als organisaties voor verdedigingsrechten als Fair Trials International – ik verklaar dat ik hier een belang heb, ik ben er beschermvrouwe van – en Justice, waar ik in het bestuur zit, hebben tekortkomingen in het aanhoudingsbevel vastgesteld. Problemen dat het wordt gebruikt voor lichte vergrijpen, het gebrek aan wettelijke vertegenwoordiging in de staat die het bevel uitvaardigt, lange perioden van voorlopige hechtenis, het ontbreken van borgtocht voor mensen die geen onderdaan zijn van de staat die het bevel uitvaardigt, en slechte omstandigheden waaronder mensen wordt vastgehouden, worden allemaal terecht aangehaald. De Commissie vindt niet dat we met een herschikking van het Europees aanhoudingsbevel moeten komen. Ik denk dat we dat wel moeten heroverwegen.

Ten eerste hebben we een veel stevigere basis nodig voor de eis van een evenredigheidstoets, zodat lichte vergrijpen er niet onder vallen. Ten tweede hebben we een expliciete mensenrechtentoets nodig in de uitvoerende staat. Dat moet expliciet worden gemaakt en niet impliciet blijven. Ten derde moet duidelijk worden wanneer het niet redelijk is om een Europees aanhoudingsbevel ten uitvoer te leggen, zodat iemand niet door heel Europa wordt gevolgd door signaleringen in het informatiesysteem van Schengen, ook al is hun overlevering ooit om geldige redenen geweigerd.

We moeten ook iets doen aan de borgtochtsituatie, niet in het minst door het kaderbesluit over surveillancebevelen uit te voeren.

Er moeten inderdaad dingen aan het Europees aanhoudingsbevel worden veranderd, maar in de grond is het tot nu toe een succes geweest. Degenen die het ter discussie stellen, moeten zich afvragen of ze er blij mee zouden zijn dat criminelen jaren uit handen van de rechter en uit handen van justitie blijven, omdat de traditionele uitlevering te veel tijd kost en met te veel bureaucratie gepaard gaat.

 
  
MPphoto
 

  Birgit Sippel, auteur. (DE) Mevrouw de Voorzitter, in het debat over de Hongaarse grondwet werd herhaaldelijk bezwaar gemaakt tegen het feit dat het een politiek debat is. Ik verbaas me daar erg over, aangezien politieke debatten tot de uitdrukkelijke taken van het Parlement behoren. Om te beginnen wil ik dan ook de politieke context van het thema schetsen.

Criminaliteit, met name georganiseerde criminaliteit, houden niet op aan de grens en worden ook niet door grenscontroles in toom gehouden. Daarom is het helemaal niet zinvol om in Europa weer grenzen op te trekken en de integratie van de Europese volkeren te beperken. In plaats daarvan is een consequente uitbreiding van de samenwerking tussen de lidstaten en grensoverschrijdende samenwerking van politie en justitie nodig.

Het Europese aanhoudingsbevel is op dit gebied bij tal van gelegenheden een belangrijk en doeltreffend instrument gebleken. Maar tegelijkertijd komt dit instrument in een kwade reuk te staan als het Europese aanhoudingsbevel bijvoorbeeld in het geval van fietsdiefstallen of alleen voor ondervragingen wordt gebruikt. Helaas hebben we ook moeten meemaken dat het is gebruikt in gevallen waarin bijvoorbeeld het besluit is genomen om een aanhoudingsbevel niet ten uitvoer te leggen, omdat het aantoonbaar ten onrechte is uitgevaardigd, maar waarin de uitvaardigende lidstaat dit besluit vervolgens niet respecteert, wat tot de vervelende situatie leidt dat de betrokken burgers regelmatig bij grensoverschrijdingen worden aangehouden. Dit draagt niet bij tot het vertrouwen in de Europese rechtsstelsels.

Maar waar ligt dit aan? Is de tekst van de richtlijn niet duidelijk genoeg? Ligt het aan de verkeerde tenuitvoerlegging in de lidstaten of aan gebrekkige informatie-uitwisseling? Deze vraagstukken moeten worden opgelost, zo nodig moeten de lidstaten voor verbeteringen zorgen en de Commissie moet maatregelen treffen om dergelijke misstanden te voorkomen. Alleen op die manier kunnen we waarborgen dat een doeltreffend instrument niet op den duur onbruikbaar wordt en dat het vertrouwen in deze maatregelen niet verloren gaat.

Bovendien tonen al deze ervaringen aan dat het van groot belang is om eindelijk werk te maken van de roadmap inzake procedurele rechten. Omwille van de rechtszekerheid voor alle betrokkenen moeten beschuldigden in heel Europa over gelijke rechten beschikken en verplicht worden voorgelicht over deze rechten.

De Commissie moet op al deze punten druk uitoefenen, ook indien zij met weerstand wordt geconfronteerd, en kan hierbij op de steun van het Parlement rekenen.

(Spreekster verklaart zich bereid een 'blauwe kaart'-vraag krachtens artikel 149, lid 8 van het Reglement te beantwoorden)

 
  
MPphoto
 

  William (The Earl of) Dartmouth (EFD).(EN) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw Sippel heeft het Europees aanhoudingsbevel een baby genoemd. Is het in feite niet eerder een monster van Frankenstein? Moet zij dat niet accepteren?

 
  
MPphoto
 

  Birgit Sippel, auteur. (DE) Ik weet niet of ik wel moet antwoorden op uw vraag, omdat die eerder een polemische opmerking is. Maar uit de cijfers komt naar voren dat het Europees aanhoudingsbevel een geschikt instrument is om binnen de gemeenschappelijke Europese ruimte misdaad te bestrijden. Misdaad is geen nationaal, maar een internationaal en grensoverschrijdend fenomeen. Daarom moeten we ook grensoverschrijdend samenwerken. De kinderziekten van het Europees aanhoudingsbevel en het misbruik ervan moeten worden bestreden, maar het instrument op zich is van essentieel belang.

 
  
MPphoto
 

  Gerard Batten, auteur. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik waarschuw al sinds 2004 dat het Europees aanhoudingsbevel (EAB) als onderdrukkingsinstrument tegen politieke dissidenten gebruikt zou kunnen worden. Dat is wat er nu gebeurt in het geval van Julian Assange. Er zijn vele onregelmatigheden in de Zweedse zaak tegen hem. Assange is nog geen specifiek strafbaar feit ten laste gelegd. Een eerder onderzoek tegen hem, voor wat de Zweden aanduiden als een 'lichte verkrachting' is ingetrokken door een hooggeplaatste officier van justitie in Stockholm bijna vier maanden voordat het EAB werd uitgevaardigd. In het opnieuw ingestelde onderzoek dat tot het EAB heeft geleid is de officier van justitie er niet in geslaagd om getuigen te horen die Assange zouden kunnen zuiveren.

In onafhankelijk rechtskundig advies uit Engeland wordt gezegd dat de beschuldigingen tegen Assange geen verkrachting behelzen krachtens het Engels recht. De advocaat van de eisende partij heeft naar verluidt gezegd dat de dames zelf niet kunnen zeggen of de betreffende handelingen verkrachting behelzen, omdat het geen advocaten zijn. Desondanks geeft het aangekruiste vakje op het EAB voor verkrachting geen definitie of uitleg over wat het vergrijp inhoudt.

Assange is vijf weken in Zweden gebleven om op de beschuldigingen te reageren, maar hij werd niet ondervraagd omdat het onderzoek ontzettend werd vertraagd. Assange kwam in Zweden aan minder dan een maand nadat WikiLeaks de oorlogslogboeken over Afghanistan had gelekt en had aangekondigd dat het met nog veel meer onthullingen zou komen. Hooggeplaatste figuren in de Verenigde Staten hebben opgeroepen om Assange te vermoorden of te ontvoeren, en de Amerikaanse regering opgeroepen om te handelen alsof zij in oorlog is met WikiLeaks, die zij als een terroristische organisatie karakteriseren.

Dit alles valt samen met de goed van pas komende uitvaardiging van een Europees aanhoudingsbevel tegen hem. Zweden heeft een zeer goede relatie met de VS wat betreft het uitwisselen van inlichtingen en op samenwerkingsgebied, waardoor er vraagtekens kunnen worden geplaatst bij de zogeheten neutraliteit van Zweden. Waarom zouden de VS willen dat Assange aan Zweden wordt uitgeleverd? De Amerikanen zijn nog steeds bezig een zaak tegen hem op te bouwen en weten niet wat ze hem ten laste kunnen leggen, als ze überhaupt al iets kunnen vinden. Zonder een tenlastelegging kunnen de VS hem niet uit het Verenigd Koninkrijk uitgeleverd krijgen, maar zij willen dat hij ergens opgesloten zit terwijl ze de zaak uitwerken, en hem beletten naar Australië terug te keren.

Het Europees aanhoudingsbevel biedt het perfecte hulpmiddel. Zoals ik vele malen in deze Kamer heb gezegd is uitlevering, of beter gezegd gerechtelijke overlevering om de juiste term te gebruiken, nu een zuiver bureaucratische formaliteit. Er zijn eenvoudigweg geen echte waarborgen. Dat alles gezegd hebbende is mijn vraag aan de Raad en de Commissie niet of het EAB wordt misbruikt voor politieke doeleinden. Maar de vraag is: kan het worden misbruikt? Als de Raad en de Commissie eerlijk zijn, zullen ze moeten toegeven dat dit kan. Willen ze dat alstublieft nu doen? Volgens mij blijkt uit het bewijs dat het zeer zeker gebeurt in het geval van Julian Assange.

 
  
MPphoto
 

  Cornelis de Jong, auteur. − Voorzitter, de tekst van de mondelinge vragen lijkt misschien wat abstract en theoretisch, maar het Europese arrestatiebevel gaat toch over het lot van mensen, over mensenrechten en fundamentele vrijheden.

In Nederland is er veel aandacht voor het lot van Cor Disselkoen. In 1997 werd deze Nederlandse ondernemer beschuldigd van het overtreden van de Poolse belastingregels. Hij werd hiervoor twee maanden vastgezet onder erbarmelijke omstandigheden. Na een zeer hoge borg kwam hij weer vrij en twaalf jaar hoorde hij niets meer van de zaak. Vorig jaar eiste Polen opeens de overlevering van de ondernemer. Polen maakte daarbij gebruik van het Europees arrestatiebevel. Anderhalve week geleden werd hij naar Polen getransporteerd. Volgens de advocaat van Disselkoen verbleef hij daar in een even smerige en overbevolkte gevangenis als in 1997. Het gesprek tussen Disselkoen en zijn advocaat werd tegen alle regels in met een videocamera opgenomen. Bovendien werden er opeens vier nieuwe beschuldigingen bij de zaak betrokken. De rechter dreigde zelfs dat deze zouden kunnen leiden tot een nieuw arrestatiebevel. Disselkoen heeft opnieuw een hoge borgsom betaald en is terug in Nederland. Maar zijn zaak toont aan dat het Europees arrestatiebevel kan leiden tot mensonterende situaties.

De Commissie laat in het verslag dat ze gemaakt heeft, zien dat ze de problemen kent en hier ook bezorgd over is. Daarom heeft mijn fractie haar hoop gevestigd op de commissaris. Commissaris, kunt u niet zelf een toelichting geven over de invulling van de evenredigheidseisen en deze door de Raad laten overnemen? En kunt u ervoor zorgen dat personen daadwerkelijk het recht krijgen een arrestatiebevel aan te vechten in zowel de lidstaat die het bevel heeft uitgevaardigd als de lidstaat die het uitvoert? Bent u het ermee eens dat aan landen waar de situatie in gevangenissen en huizen van bewaring nog onmenselijk is, de uitvoering van een arrestatiebevel consequent kan worden geweigerd, dat er een mensenrechtentoetsing komt en dat Cor Disselkoen niet hoeft te vrezen voor nog meer ellende?

 
  
MPphoto
 

  Timothy Kirkhope, auteur. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, niemand kan het positieve effect ontkennen dat het Europees aanhoudingsbevel op de grensoverschrijdende misdaad heeft gehad. Het heeft tot nu toe bijgedragen aan de uitlevering van bijna 12 000 drugssmokkelaars, pedoseksuelen, verkrachters en terroristen, en heeft daarbij voorkomen dat er langdurige uitleveringsprocedures zijn gevoerd. De snelheid van dit instrument is van onschatbare waarde geweest, gegeven de vrijheid om de grenzen over te steken en de toename van de grensoverschrijdende misdaad. Waar dit instrument echter nooit voor was bedoeld was om lichte vergrijpen te onderzoeken en te straffen, zoals het stelen van een varken, een reep chocolade of te veel rood staan bij de bank.

Wat u vandaag ziet komt hier zelden voor. Bijna alle politieke fracties en alle hier verzamelde nationaliteiten zeggen dat het nu tijd is om het EAB nog eens aan een kritisch onderzoek te onderwerpen, opnieuw te beoordelen en zo nodig te wijzigen. Evenredigheid, bescherming en schadevergoeding zijn de sleutel om dit instrument te hervormen.

We werken momenteel aan het Europees onderzoeksbevel, een partner van het Europees aanhoudingsbevel. Het is van essentieel belang dat we niet opnieuw dezelfde fouten maken. We moeten deze nieuwe wetgeving opstellen met de zwakke plekken en hinderpalen van het Europees aanhoudingsbevel duidelijk in ons achterhoofd.

Er zijn eenvoudigweg te veel voorbeelden geweest van leefomstandigheden voor gevangenen die beneden de maat waren, te veel misplaatste aanhoudingsbevelen en een te groot gebrek aan schadevergoeding voor degenen die het slachtoffer zijn geweest van fouten. Ik vrees dat we doorgaan met het Europees onderzoeksbevel, terwijl juist de fundamenten ervan en het Europees aanhoudingsbevel waarop het is gebaseerd, ontegenzeglijk zwak zijn. We moeten het vertrouwen in en de waarde van dit instrument opnieuw opbouwen en het alleen voor de ernstigste misdrijven voorbehouden, en tegelijkertijd de hoogste maatstaven bij het gebruik ervan garanderen en handhaven.

(Spreker verklaart zich bereid een 'blauwe kaart'-vraag krachtens artikel 149, lid 8, van het Reglement te beantwoorden)

 
  
MPphoto
 

  Gerard Batten (EFD).(EN) Mevrouw de Voorzitter, ik zou de heer Kirkhope deze vraag willen stellen omdat hij het ermee eens is dat het Europees aanhoudingsbevel opnieuw bekeken en beoordeeld moet worden; volgens mij zou er nog veel meer moeten gebeuren, maar dit terzijde. Hij noemde het Europees onderzoeksbevel en ik geloof dat hij zei dat dit een stap te ver zou kunnen zijn.

Maar is hij ervan op de hoogte dat in zijn eigen regering een van de eerste daden van de minister van Binnenlandse Zaken, Theresa May, na haar aantreden was dat zij ervoor koos om aan het Europees onderzoeksbevel mee te doen, wat betekent dat we er nu niet niet aan kunnen meedoen en we opgescheept komen te zitten met wat er ook uit de wetgevende worstenmachine mag komen, omdat dit onderworpen zal zijn aan een stemming met een gekwalificeerde meerderheid en de einduitkomst iets is wat we niet kunnen bepalen? Is dit weer een voorbeeld van het met twee monden spreken van de Tories, wanneer zij zich hier uitspreken tegen de juridische besluiten van de Europese Unie, maar ze thuis in ons eigen parlement steunen?

 
  
MPphoto
 

  Timothy Kirkhope (ECR).(EN) Mijnheer de Voorzitter, het standpunt van de Britse regering met betrekking tot zowel het Europees aanhoudingsbevel als het Europees onderzoeksbevel is dat zij duidelijk vindt dat zij – heel terecht – de plicht heeft om te doen wat het beste is voor het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot de grensoverschrijdende misdaad. Wij zijn het slachtoffer geweest van enorm veel criminaliteit en terrorisme in het bijzonder, zoals de geachte afgevaardigde weet. Ik ben er zeker van dat hij net zo vastbesloten als wij zou willen zijn om een einde aan deze criminaliteit te maken, en de beste manier om dat te bereiken is door over de grenzen heen met elkaar samen te werken.

Uiteraard moet het Europees onderzoeksbevel zorgvuldig ten uitvoer worden gelegd. Maar je komt er niet door er louter aan mee te willen doen en voor de gedachte te kiezen, zoals door de regering is gedaan. Wat we hier moeten zien zijn de details van dit bevel; we moeten het effectief ten uitvoer leggen en ervoor zorgen dat het goed werkt naast het aanhoudingsbevel. Maar het feit dat we eraan willen meedoen is een goede indicatie dat we vastbesloten zijn om de grensoverschrijdende misdaad aan te pakken. Ik vertrouw erop dat de geachte afgevaardigde in dat opzicht dezelfde wensen heeft als wij.

 
  
MPphoto
 

  Enikő Győri, fungerend voorzitter van de Raad. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, het Europees aanhoudingsbevel is een van de succesvolste instrumenten op het gebied van wederzijdse erkenning geworden die in de Europese Unie zijn aangenomen. Daarom ben ik u zeer dankbaar dat u het initiatief tot dit debat hebt genomen.

De Raad heeft veel aandacht en energie aan deze kwestie besteed, niet in het minst door een onderlinge evaluatie van de praktische toepassing van dit instrument die in een periode van drie jaar in alle lidstaten is uitgevoerd. De voordelen van het Europees aanhoudingsbevel zijn vele malen groter dan de mogelijke ongemakken. Dankzij het EAB is de Unie erin geslaagd om de overleveringstijd aanzienlijk te bekorten, in vele gevallen van een of twee jaar naar slechts een of twee maanden. Het vorige uitleveringssysteem was omslachtig en niet langer op zijn taak berekend in de moderne wereld van open grenzen en zware, georganiseerde, grensoverschrijdende misdaad.

Wat de evenredigheidskwestie betreft, ook al zijn er enkele minder belangrijke gevallen geweest waarin er een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd, uiteindelijk is het een kwestie en zaak voor de autoriteiten van elke lidstaat die het bevel uitvaardigen om te beslissen voor welke strafbare feiten zij de procedure in gang willen zetten. Dit is een gevolg van het feit dat het Europees aanhoudingsbevel, in tegenstelling tot uitlevering, een volledig gerechtelijk systeem is. Een Europees aanhoudingsbevel wordt altijd gebaseerd op een rechterlijke beslissing in de staat die het bevel uitvaardigt en het besluit om wel of geen EAB uit te vaardigen is aan de nationale rechterlijke autoriteit. Als er een evenredigheidsprobleem is, wordt dat niet veroorzaakt door het instrument of door het kaderbesluit inzake het EAB; het is eerder het gevolg van het strafrechtbeleid in de afzonderlijke lidstaten. De Raad is zeer duidelijk geweest dat in gevallen waar preventieve detentie niet op zijn plaats is, het Europees aanhoudingsbevel niet mag worden gebruikt.

De Raad heeft de gebruikers van het instrument ook opgeroepen om advies te zoeken en in overweging te nemen over het gebruik van alternatieven voor het Europees aanhoudingsbevel. Wanneer we letten op de algehele efficiëntie van strafprocedures, zouden tot de alternatieven het gebruik waar mogelijk van minder dwingende instrumenten van wederzijdse rechtsbijstand kunnen behoren, door videoconferenties voor verdachten te gebruiken, iemand op te roepen om voor de rechter te verschijnen door middel van een dagvaarding, door het informatiesysteem van Schengen te gebruiken om de woonplaats van een verdachte vast te stellen, of door een kaderbesluit over de wederzijdse erkenning van geldboetes te gebruiken.

Dergelijke inschattingen moeten echter altijd worden gemaakt door de autoriteit die het bevel uitvaardigt. De Europese aanhoudingsbevelen worden uitgevaardigd met betrekking tot de vervolging of uiteindelijke veroordeling in de uitvaardigende staat. Deze rechterlijke beslissingen zijn gebaseerd op de informatie die de rechter of het Openbaar Ministerie in de uitvaardigende staat ter beschikking staat.

Verder moeten we niet voorbijgaan aan de slachtoffers. In de meeste gevallen zitten de slachtoffers van het misdrijf in de uitvaardigende staat, niet in de uitvoerende staat, zodat de rechten van de slachtoffers ook worden ondermijnd door het proces en het onderzoek naar de zaak uit te stellen. Justice delayed is justice denied ("Uitgestelde rechtspraak is ontzegde rechtspraak"), niet alleen voor de verdachte, maar ook voor het slachtoffer. Het is ook in het belang van de slachtoffers om een snel proces te hebben, zodat hun rechten worden geëerbiedigd. De Raad is van plan om een routekaart aan te nemen die door het Hongaarse voorzitterschap is voorgesteld om deze rechten te versterken. De oplossing voor het evenredigheidsbeginsel kan daarom niet zijn dat we de grondslagen van het goed functionerende Europees aanhoudingsbevel veranderen, terwijl het het vroegere uitleveringssysteem drastisch heeft verbeterd.

Wat betreft de rechten van de verdediging zou ik eerst willen opmerken dat het Europees aanhoudingsbevel, in tegenstelling tot uitlevering, een volledig gerechtelijk systeem is, wat op zichzelf al een belangrijke garantie is. Een Europees aanhoudingsbevel is altijd gebaseerd op een rechterlijke beslissing in de uitvaardigende staat en kan slechts door een rechterlijke beslissing in de uitvoerende staat worden uitgevoerd. De persoon zal zijn verdedigingsrechten altijd volledig kunnen uitoefenen in de uitvaardigende lidstaat waar het proces over de zaak zelf plaatsvindt. Dit is volledig in overeenstemming met de rechtspraak van het Europees Hof voor de rechten van de mens in Straatsburg.

Dat impliceert niet dat degene tegen wie een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd niet in de uitvoerende staat enige rechten kan en mag uitoefenen. Richtlijn 2010/64/EU van 20 oktober voorziet in het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures en is ook van toepassing bij de uitvoering van het Europees aanhoudingsbevel.

Verder juichen wij het feit toe dat er in een recent voorstel van de Commissie voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad over het recht op informatie in strafrechtzaken wordt voorzien in het recht op schriftelijke informatie in procedures waarin er sprake is van een Europees aanhoudingsbevel.

Er is zorg geuit dat een negatieve beslissing inzake een Europees aanhoudingsbevel niet automatisch leidt tot het schrappen van de corresponderende signalering in het informatiesysteem van Schengen. De SIS-signalering is een middel om het Europees aanhoudingsbevel door te geven. Uiteindelijk kan alleen de uitvaardigende autoriteit die een signalering heeft opgegeven, deze intrekken.

In gevallen waarin een lidstaat weigert om na gerechtelijke stappen een Europees aanhoudingsbevel uit te voeren, zal de persoon in kwestie worden vrijgelaten. Als de weigering om het Europees aanhoudingsbevel uit te voeren definitief is, is het duidelijk dat de betreffende persoon niet langer op basis van dat instrument in die lidstaat kan worden aangehouden. Een weigering om een Europees aanhoudingsbevel uit te voeren maakt het echter nog niet ongeldig. Het blijft een geldige rechtsgrond voor de arrestatie van de betreffende persoon in de uitvaardigende lidstaat en zelfs in alle andere lidstaten. Dat heeft niets te maken met het Europees aanhoudingsbevel als zodanig en is bijvoorbeeld ook het geval in het uitleveringsstelsel.

Tot slot wat de omstandigheden in gevangenissen betreft, deze kunnen in sommige gevallen uiteraard openstaan voor verbetering, maar dit is geen onderwerp dat specifiek is voor de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel. Het is de verantwoordelijkheid van de autoriteiten van de individuele lidstaten om ervoor te zorgen dat de omstandigheden in gevangenissen aan de normen voldoen, ongeacht of mensen uit andere lidstaten zijn overgeleverd of niet.

 
  
MPphoto
 

  Viviane Reding, vicevoorzitter van de Commissie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, u weet wellicht dat de Commissie op 11 april van dit jaar een verslag heeft goedgekeurd over de tenuitvoerlegging van het aanhoudingsbevel. In dit verslag staan de fundamentele aspecten van de werking van het aanhoudingsbevel centraal, waarbij voor de eerste keer sinds het in januari 2004 in werking is getreden, niet alleen de successen maar ook de tekortkomingen ervan onder de aandacht worden gebracht.

Er is al een heleboel gezegd over de successen. Ik wil alleen onderstrepen dat er tussen 2005 en 2009 bijna 55 000 Europese aanhoudingsbevelen zijn uitgevaardigd, er ongeveer 12 000 zijn uitgevoerd en in die periode ruwweg 60 procent van de gezochte personen met zijn overlevering heeft ingestemd, gemiddeld binnen 14 tot 17 dagen. De gemiddelde overleveringstijd voor degenen die er niet mee instemden was 48 dagen en dit steekt erg gunstig af tegen de situatie van voor het tijdperk van het Europees aanhoudingsbevel van gemiddeld een jaar voor de uitlevering van gezochte personen en heeft ongetwijfeld het vrije verkeer van personen versterkt.

Daarom is het Europees aanhoudingsbevel – en ik denk dat iedereen in dit Huis het daarmee eens is – een belangrijk instrument om misdadigers te vangen en om onze strafrechtstelsels effectiever te maken. Het is behulpzaam geweest bij het oprollen van pedofielennetwerken en het vangen van moordenaars en terroristen, en dat is waar het voor nodig is.

We zien echter, en dat is een recente ontwikkeling, dat het aantal uitgevaardigde aanhoudingsbevelen sinds 2007 drastisch toeneemt. In sommige gevallen is het op een minder dan evenredige manier gebruikt om verdachten van vaak licht strafbare feiten uit te leveren: het stelen van een fiets of een biggetje. Dat is niet nodig en kan de legitimiteit van dit krachtig EU-instrument van wederzijdse erkenning schaden. Dat is de reden waarom de Commissie om actie vraagt.

Om te beginnen vraagt de Commissie de EU-lidstaten om een evenredigheidstoets uit te voeren wanneer ze om een aanhoudingsbevel vragen en om de mazen te dichten waar hun wetgeving er niet in slaagt om volledig aan het kaderbesluit te voldoen waarin het aanhoudingsbevel is opgezet. Wij vragen de lidstaten ook om ervoor te zorgen dat degenen die in de gerechtelijke praktijk werkzaam zijn, zoals officieren van justitie, geen aanhoudingsbevelen uitvaardigen voor licht strafbare feiten.

Daarom zullen we in een handboek over het aanhoudingsbevel de lijnen uitzetten van de maatregelen die op dat niveau moeten worden genomen. Wij zullen ook voor het einde van 2011 met voorstellen komen om de opleiding over het aanhoudingsbevel te intensiveren voor de politie, de gerechtelijke autoriteiten en degenen die werkzaam zijn in de rechtspraktijk, om een consistente en effectieve toepassing te garanderen en om mensen te informeren over de nieuwe EU-waarborgen voor procedurele rechten.

Over waarborgen voor procedurele rechten gesproken, in het verslag staan ook bespiegelingen over het overkoepelende belang van de grondrechten en het wederzijds vertrouwen in de rechtsstelsels van de lidstaten. Daarom is de Commissie begonnen om procedurele rechten op te zetten voor mensen die in hechtenis zijn genomen.

Ten eerste, minimumregels aangaande het recht op vertolking en vertaling, die reeds in 2010 zijn aangenomen. Ten tweede het recht op informatie over de rechten – de schriftelijke verklaring van rechten (de 'letter of rights') waarover men binnenkort tot overeenstemming zal komen. Uiterlijk vandaag keurt de Commissie het derde voorstel goed over procedurele rechten, het voorstel om toegang tot de rechter te garanderen en het recht om een derde persoon in te lichten wanneer iemand van zijn of haar vrijheid wordt beroofd. Hieronder valt een bepaling voor toegang tot de rechter in zowel de uitvaardigende staat als de uitvoerende staat in Europees aanhoudingsbevel-zaken.

Al deze procedurele rechten zijn van toepassing op het aanhoudingsbevel. Deze maatregelen zijn ontwikkeld om de mogelijkheid te voorkomen dat bewijs wordt verkregen door de grondrechten van de verdachte te schenden.

Ik zou ook de specifieke vraag willen beantwoorden die de auteurs naar voren hebben gebracht. De Commissie is niet op de hoogte van enig bewijs dat het verzoek van Zweden aan het Verenigd Koninkrijk om de heer Assange over te leveren om zich te verantwoorden voor beschuldigingen van seksuele vergrijpen aantoont dat het systeem van het Europees aanhoudingsbevel voor andere dingen wordt gebruikt dan waarvoor het is bedoeld.

Overlevering krachtens het kaderbesluit van de Raad waardoor het Europees aanhoudingsbevel tot stand is gebracht is een volledig gerechtelijke procedure waarbij regeringen absoluut geen mogelijkheid hebben om zich in het proces te mengen. In het specifieke geval dat door het Parlement wordt genoemd, is de procedure door de Britse en Zweedse gerechtelijke autoriteiten afgehandeld zonder interventie van de regeringen.

Wat betreft de andere vraag met betrekking tot de mogelijke uitlevering aan de Verenigde Staten zou ik willen onderstrepen dat wij tot nu toe niets hebben gehoord van een verzoek om een mogelijke uitlevering aan de Verenigde Staten. Maar als er al een verzoek was, dan zou dit alleen kunnen gebeuren met toestemming van de overleverende lidstaat, het Verenigd Koninkrijk in dit geval. Omdat krachtens artikel 28 van het kaderbesluit van de Raad iemand die is overgeleverd overeenkomstig een Europees aanhoudingsbevel, niet wordt uitgeleverd aan een derde staat zonder toestemming van de bevoegde autoriteit van de lidstaat die de persoon heeft overgeleverd. Dit zeg ik slechts om de rechtsgrond van de vraag te onderstrepen, maar de hele vraag is uiteraard een 'wat als'-vraag, omdat er niets concreets op tafel ligt.

 
  
  

VOORZITTER: LIBOR ROUČEK
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Agustín Díaz de Mera García Consuegra, namens de PPE-Fractie. (ES) Mijnheer de Voorzitter, naar mijn mening is het aanhoudingsbevel een fundamenteel instrument in de strijd tegen de georganiseerde misdaad, het terrorisme en andere vormen van criminaliteit. Het is een beproefd instrument, en, volgens het Besluit, de hoeksteen van samenwerking en het eerste concrete voorbeeld van het principe van wederzijdse erkenning in het domein van het Strafrecht.

Natuurlijk is het een zeer nuttig instrument, maar we moeten niet onvermeld laten dat het ook tekortkomingen heeft. De tekortkomingen zijn heel nauwkeurig aangewezen, zoals commissaris Reding ook gezegd heeft, niet alleen in het verslag van de Commissie van april 2011 maar ook in dat van 2005 en 2006. Deze tekortkomingen, die in de kern voortkomen uit twee fundamentele en essentiële principes, kunnen en moeten uiteraard verbeterd worden. Het arrestatiebevel bevat twee componenten: die van uitvaardiging, en die van verwerping of uitlevering, afhankelijk van wat van toepassing is. Dat het een nuttig instrument is blijkt wel uit de cijfers: 54 000 uitgevaardigde arrestatiebevelen waarvan er 12 000 zijn uitgevoerd.

Wat moet er dan verbeterd worden? Wat we nodig hebben zijn meer en betere procedurele garanties met betrekking tot uitvaardiging, verwerping en uitlevering. De kwestie van evenredigheid, of het ontbreken daarvan, in de toepassing van het aanhoudingsbevel is cruciaal, een kernpunt. Om die reden doet het mij veel deugd commissaris Reding te horen zeggen dat van de lidstaten geëist zal worden aan te tonen dat voldaan is aan de evenredigheidseisen en dat zij ervoor moeten zorgen dat Europese arrestatiebevelen niet uitgevaardigd worden voor geringe vergrijpen.

Overigens, mijnheer de Voorzitter, terwijl deze vragen aan de orde kwamen is een nieuw gegeven aan het licht gekomen, namelijk het gegeven dat elk aanhoudingbevel de schatkist 25 000 euro kost. Dit werd gezegd door een Ierse rechter. Ik zeg tegen deze rechter dat ik dat niet kan geloven en dat hij ons zou moeten uitleggen hoe hij tot deze berekening is gekomen.

Ik ben derhalve van mening dat het arrestatiebevel van kracht moet blijven in vernieuwde vorm, met verbeterde procedurele garanties.

(Spreker verklaart zich bereid een 'blauwe kaart'-vraag krachtens artikel 149, lid 8 van het Reglement te beantwoorden).

 
  
MPphoto
 

  William (The Earl of) Dartmouth (EFD).(EN) Mijnheer de Voorzitter, is de heer Díaz de Mera ervan op de hoogte dat het Verenigd Koninkrijk en Spanje in 2003 een verdrag ten behoeve van snelle uitlevering hebben getekend, lang voor het Europees aanhoudingsbevel, en zou de spreker misschien in overweging willen nemen dat dit een betere blauwdruk is om met zware misdaad om te gaan, in plaats van het Europees aanhoudingsbevel met alle problemen waarover we nu horen?

 
  
MPphoto
 

  Agustín Díaz de Mera García Consuegra (PPE). (ES) Nee, mijnheer Dartmouth. Ik ben van mening dat het Europees aanhoudingsbevel een meer bruikbaar en ruimer toepasbaar instrument is om alle vormen van misdaad waarover we gesproken hebben te bestrijden.

Commissaris Reding heeft u al gezegd, en ik benadruk dit nog eens, dat het uitvaardigen van een uitleveringsbevel een jaar kan duren, terwijl een Europees aanhoudingsbevel daarentegen binnen 40 dagen geëffectueerd moet zijn.

Daarom ben ik van mening dat dit laatste instrument een veel meer bruikbare en ruimer toepasbare procedure is om criminaliteit, misdaad en terrorisme te bestrijden.

 
  
MPphoto
 

  Claude Moraes, namens de S&D-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, voor onze fractie is de situatie heel helder. We hebben aan de ene kant van de Raad gehoord dat wanneer een Europees aanhoudingsbevel juist en effectief wordt uitgevoerd, en niet in de vele triviale zaken die we hebben gezien, de voordelen zwaarder wegen dan de nadelen ervan.

De commissaris heeft een geloofwaardig verslag toegelicht, een belangrijk verslag, dat ons zegt dat als we met triviale zaken en onevenredigheid kunnen omgaan en met de procedurele waarborgen, het Europees aanhoudingsbevel nog steeds een waardevolle manier kan zijn om zware, georganiseerde misdadigers op te pakken. We moeten het cijfer 12 000 niet vergeten; het doet me erg veel dat we in mijn kiesdistrict in Londen degenen hebben opgepakt die in juli 2005 een bomaanslag probeerden te plegen. Wanneer we het ernstige en symbolische effect van deze zaken begrijpen, dan kan en moet het Europees aanhoudingsbevel werken.

De mondelinge vraag die onze fractie vandaag heeft is een heel eenvoudige. We zijn nu zover dat we van de verslagen naar de daden gaan, en we hebben een situatie waarin er sprake is van twee moeilijke kwesties. De ene is het gebrek aan evenredigheid. Dit zal niet zomaar ineens worden opgelost, en ik raad de commissaris aan (ik heb het hier over de opleiding van het gerechtelijk apparaat) ervoor te zorgen dat we de kwestie van de triviale zaken oplossen waaronder het Europees aanhoudingsbevel gebukt gaat en die tot een geloofwaardigheidsprobleem leiden. Maar daarvoor is ook nodig dat de Raad (ik heb het hier niet alleen over Hongarije, ik heb het over de lidstaten) ons helpt om de procedurele waarborgen erdoorheen te krijgen, en de kwestie van onaanvaardbare perioden van voorlopige hechtenis voor veel burgers van mijn eigen land.

Dit zijn de situaties die de problemen scheppen voor een instrument dat effectief zou kunnen zijn als het juist werd gebruikt. Maar het moeilijkste zal zijn om een gelijk speelveld tot stand te brengen met betrekking tot de procedurele verdedigingsrechten. Daarom nemen we in mijn fractie, die [om] de verklaring van rechten heeft [gevraagd], zowel de kwaliteit als de snelheid van de wetgeving die we nodig hebben, serieus om ervoor te zorgen dat het Europees aanhoudingsbevel het effectieve instrument kan zijn dat het dient te zijn om zware, georganiseerde misdadigers op te pakken en dat de geloofwaardigheid ervan niet moet worden aangetast door de vele triviale zaken en het ongelijke speelveld dat we momenteel zien.

Dit is het standpunt dat wij als fractie willen zien, en wij geloven dat de inzet er is. Maar we moeten zorgvuldig blijven kijken, in het bijzonder naar de lidstaten die om een Europees aanhoudingsbevel vragen, maar aan de andere kant geen maatregelen nemen om de wetgeving te krijgen waarmee we dat gelijke speelveld tot stand kunnen brengen.

(Spreker verklaart zich bereid een 'blauwe kaart'-vraag krachtens artikel 149, lid 8, van het Reglement te beantwoorden)

 
  
MPphoto
 

  Gerard Batten, namens de EFD-Fractie.(EN) Mijnheer de Voorzitter, Claude Moraes sprak over het gebrek aan evenredigheid, enz. Daar kunnen we het allemaal mee eens zijn, maar dat ene ding, die olifant in de kamer, waar niemand vanmiddag over heeft gesproken, is het feit dat de rechtbank niet kan kijken naar het prima facie bewijs tegen de verdachte en geen discretie kan uitoefenen bij de vraag of deze moet worden uitgeleverd of niet. Dit betreft velen van onze ingezetenen.

De opvallendste zaak is die van Andrew Symeou. Ik was aanwezig bij de zittingen in hoger beroep en heb de rechters gehoord. De uitdrukking op hun gezichten maakte duidelijk dat ze beseften dat er geen echt bewijs tegen deze jongen was; het bewijs was tegenstrijdig, de verklaringen leken door de politie te zijn opgesteld en hij had nooit mogen worden uitgeleverd. Hoe zou u dit probleem aanpakken, en het feit dat de rechtbanken geen rekening kunnen houden met het prima facie bewijs, of het gebrek daaraan, tegen een verdachte?

 
  
MPphoto
 

  Claude Moraes (S&D).(EN) Mijnheer de Voorzitter, voor een aanhoudingsbevel moet er prima facie bewijs zijn. Je kunt geen aanhoudingsbevel uitvoeren zonder justitieel inzicht te hebben in de simpele feiten van de zaak.

In de zaak van Andrew Symeou, zeg ik tegen Gerard Batten, waren de onderliggende problemen van procedurele aard: de detentieperioden en het rechtbanksysteem nadat het aanhoudingsbevel was uitgevoerd. U hebt het over de beroepsprocedure. Het was de periode na de uitvoering van het aanhoudingsbevel die problematisch was, en waar we in dit debat van vandaag een oplossing voor proberen te zoeken.

 
  
MPphoto
 

  Nathalie Griesbeck, namens de ALDE-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, het vorige debat was uitermate geanimeerd en fascinerend, maar in dit debat is er veel meer consensus. Ik heb de indruk dat niemand het nut van uitlevering of het Europees aanhoudingsbevel of het inkorten van de procedure, kortom de bestrijding van misdaad, ter discussie stelt.

Maar het aanhoudingsbevel wordt ook op een oneigenlijke manier gebruikt, zoals we allemaal hebben benadrukt: het wordt misbruikt bij kleine vergrijpen – en dan heb ik het nog maar niet over de vele idiote voorbeelden waarbij het ging om fietsendiefstal en dergelijke –, maar ook is er sprake van veel ernstiger vormen van misbruik, zoals bij onevenredig lange opsluiting, opsluiting van onschuldige mensen en misbruik ten aanzien van het recht op beroep tegen deze besluiten.

Mijn fractie heeft al enige jaren geleden bepleit dat er waarborgen moeten worden ingebouwd voor het gebruik van het Europees aanhoudingsbevel, en ik moet zeggen, mevrouw de commissaris, dat ik blij ben dat u vanmiddag verbeteringen in de procedure heeft toegezegd, door richtsnoeren op te stellen voor de lidstaten en handvatten voor arrestanten. Ik ben er blij mee, omdat ik denk dat de Europese burger heel goed begrijpt waar het om gaat bij het Europees aanhoudingsbevel, en omdat dit een belangrijke test is om te laten zien waartoe Europa in staat is als het erom gaat om het recht te doen gelden in Europa.

 
  
MPphoto
 

  Zbigniew Ziobro, in naam van de ECR-Fractie. – (PL) Mijnheer de Voorzitter, de landen van de Europese Unie hebben doeltreffende instrumenten nodig om criminaliteit te bestrijden, en in het bijzonder de meest ernstige vorm van criminaliteit, namelijk georganiseerde misdaad. Vanuit dat oogpunt geeft het Europees aanhoudingsbevel een antwoord op een bepaalde behoefte, in het bijzonder omdat het niet alleen eerlijke burgers zijn, die hoofdzakelijk gebruikmaken van de vrijheid om in de Europese Unie te reizen, maar ook misdadigers, die zeker niet van hun rechten gebruikmaken voor toeristische doeleinden of voor zaken, maar wel voor criminele activiteiten of om zich te onttrekken aan de verantwoordelijkheid die ze zouden moeten dragen in hun eigen land of in het land waar ze hun misdaad hebben gepleegd.

Daarom is het goed dat dit instrument bestaat en werkt, en het is ook goed dat het wordt gecontroleerd. Elke nieuwe rechterlijke instantie heeft naast voordelen ook bepaalde nadelen die aan het licht moeten worden gebracht, en er moet over worden nagedacht hoe ze kunnen worden gecorrigeerd. In dit geval denk ik dat we ons moeten afvragen of er geen beperkingen voor het EAB zouden moeten worden ingevoerd voor de meest onbeduidende misdrijven, die bijvoorbeeld met een straf van twee jaar vrijheidsberoving worden gestraft. Daar moeten we grondig over nadenken.

(Spreker verklaart zich bereid om een 'blauwe kaart'-vraag krachtens artikel 149, lid 8 van het Reglement te beantwoorden)

 
  
MPphoto
 

  Sarah Ludford (ALDE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, als ik het wel heb komt mijnheer Ziobro uit Polen. Ik was het eens met zijn opmerking zoals ik die in vertaling hoorde. Er wordt vaak gezegd dat Polen een voorbeeld is van een land waar geen drempeltest bestaat voor de uitvaardiging van aanhoudingsbevelen, zowel binnenlandse als Europese aanhoudingsbevelen.

Is er nagedacht over een hervorming van uw strafrechtsstelsel waardoor aanklagers enige discretie kunnen uitoefenen bij het uitvaardigen van een aanhoudingsbevel, zodat ze niet elke klacht hoeven te behandelen? Op die manier zouden bekende kleine overtredingen als het gestolen biggetje niet zo'n probleem zijn.

We hebben veel waardering voor alle Polen in het Verenigd Koninkrijk, vooral in Londen, van wie de meesten natuurlijk geen misdadigers zijn. Maar aangezien er veel Polen in het Verenigd Koninkrijk wonen, van wie de meesten zeer welkom zijn, krijgen we veel aanhoudingsbevelen uit Polen.

 
  
MPphoto
 

  Zbigniew Ziobro (ECR).(PL) Mijnheer de Voorzitter, ik wil mevrouw Ludford hartelijk bedankt voor deze vraag. We geven ons natuurlijk rekenschap van het probleem waarop u onze aandacht trekt. De Poolse rechtbanken volgen deze voorschriften zeer strikt op en passen ze ook toe op zaken die op het eerste zicht onbeduidend lijken. Doordat vele van onze landgenoten bijvoorbeeld in Londen wonen, worden er in dergelijke twijfelachtige zaken soms aanhoudingsbevelen uitgevaardigd. Vandaar lijkt het gegrond dat de Commissie zou overwegen om meer algemene oplossingen in te voeren, die ook kunnen gelden voor andere landen, zodat dit soort aanhoudingsbevel niet wordt uitgevaardigd bij kleine overtredingen, bijvoorbeeld in het geval van straffen tot twee jaar vrijheidsberoving, maar enkel bij ernstige misdrijven, waarvoor het aanhoudingsbevel eigenlijk werd ingevoerd.

 
  
MPphoto
 

  Judith Sargentini, namens de Verts/ALE-Fractie. – Voorzitter, ik ben zeer erkentelijk voor de vraag van mevrouw Ludford, want hij lag mij op de lippen te branden. Ik was vorige week in Polen aanwezig bij een rechtszaak van de heer Cor Disselkoen – zijn naam is hier vandaag al even gevallen –, een Nederlander die via een Europees aanhoudingsbevel werd uitgeleverd aan Polen voor een zaak uit midden jaren '90. In de paar dagen dat hij achter slot en grendel zat – want er werd uiteindelijk een regeling getroffen tussen de Nederlandse rechter en de Poolse rechter – in die paar dagen werden door de bewaking daar zijn medicijnen voor zijn hartkwaal gestolen.

Het probleem is niet alleen hoe het Europees arrestatiebevel wordt uitgeoefend, maar ook dat de gevangeniscondities in verschillende landen in Europa van die aard zijn dat je de mensen daar eigenlijk niet meer naar toe kunt sturen. Het zou ook de discretie van een rechter in het land waartoe het verzoek gericht wordt, moeten zijn om te zeggen: naar een land waar de gevangenisfaciliteiten inhumaan zijn, lever ik niet uit en ik hou mij als rechter aan artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Ik ben het met de Raad eens dat landen discreet zouden moeten zijn over de zaken waarvoor ze een dergelijk verzoek uitvaardigen, maar landen zouden ook de ruimte moeten hebben om te zeggen: dat is zo'n klein vergrijp, daarvoor lever ik mensen niet uit. Daarom zou het voor Polen zeer van belang zijn dat ze hun rechtspraak aanpassen.

(Spreekster verklaart zich bereid een 'blauwe kaart'-vraag krachtens artikel 149, lid 8 van het Reglement te beantwoorden).

 
  
MPphoto
 

  Dimitar Stoyanov (NI).(BG) Ik ga ervan uit dat u het over hetzelfde geval hebt als zojuist werd genoemd. Het collega-Parlementslid sprak erover en toen wilde ik hem een vraag stellen, maar kreeg ik het woord niet. Wanneer u het over dergelijke specifieke gevallen hebt, noem dan alstublieft de namen van de mensen wier rechten zijn geschonden, zodat we hen kunnen horen. Daarom zal ik u nu vragen om de naam te geven van deze persoon om wie het gaat, omdat we de mensen wier rechten zijn geschonden bij name moeten noemen.

 
  
MPphoto
 

  Judith Sargentini (Verts/ALE). - Ik maak daar geen enkel geheim van. De naam werd eerder ook genoemd, misschien onvoldoende in de vertolking. Hij heet mijnheer Cor Disselkoen. Ik heb ook een zaak over mijnheer Hörchner, ook een Nederlander. Ik heb de naam genoemd nu en mijnheer Disselkoen schaamt zich daar in het geheel niet over, want hij streeft naar verandering in het Europees aanhoudingsbevel en wil daar dus graag publiek over praten.

 
  
MPphoto
 

  Kyriacos Triantaphyllides, namens de GUE/NGL-Fractie.(EL) Mijnheer de Voorzitter, wij zouden heel wat kunnen zeggen over het Europees arrestatiebevel en over de toepassing daarvan door de lidstaten. Mijn collega´s hebben hier al het een en ander van genoemd.

Ik wil de aandacht toespitsen op een belangrijk specifiek aspect: de volledige eerbiediging van de mensen- en procedurele rechten. Verdachten en aangeklaagden hebben rechten, als mensen maar ook als partijen in een proces. Heel vaak wordt echter met dergelijke rechten geen rekening gehouden. Typische voorbeelden hiervan zijn het vraagstuk van de voorlopige hechtenis en dat van de detentieomstandigheden, waar mijn collega, de heer de Jong, over sprak. De belangrijkste reden hiervoor is dat men ervan uitgaat dat de mensenrechten op Europees vlak overal in dezelfde mate worden geëerbiedigd. Dat is echter overduidelijk niet het geval, omdat bepaalde rechten niet in alle lidstaten op dezelfde manier worden uitgelegd, zoals het recht om te zwijgen, of omdat de procedures onderling verschillen, zoals de duur van voorlopige hechtenis.

Wat denkt u hieraan te doen, mevrouw de commissaris? Zult u concrete maatregelen voorstellen, zoals de invoering van een specifieke bepaling inzake mensenrechten waardoor het voor rechters mogelijk wordt om de aanhangige zaken inhoudelijk te behandelen, zoals in het Verenigd Koninkrijk en in Ierland gebeurt? Of zullen rechters gewoon de besluiten van andere lidstaten moeten bevestigen? Zult u voorzien in de mogelijkheid voor rechters om verdachten of aangeklaagden te horen en aldus te besluiten of ze al dan niet gaan uitleveren aan het verzoekende land, teneinde misbruik te voorkomen, zoals uitlevering om politieke overtuigingen. Bent u van plan om dergelijke veranderingen voor te stellen in het kader van de routekaart ter versterking van de procedurele rechten of door middel van een wijziging van de wetgeving inzake het Europees arrestatiebevel?

 
  
MPphoto
 

  William (The Earl of) Dartmouth (EFD).(EN) Mijnheer de Voorzitter, in de Engels-Amerikaanse wereld is het primaire doel van de wet om mensen te beschermen tegen lukrake aanhoudingen en willekeurige gevangenisstraffen. De wet in continentaal Europa, met name in het voormalig Oostblok, heeft die prioriteit eenvoudig niet en het is belachelijk om te doen alsof dat wel zo is.

Onder het Europees aanhoudingsbevel kan iedereen in Groot-Brittannië worden uitgeleverd (bijvoorbeeld onder de Bulgaarse wet), en daar kan een Britse rechter niet veel tegen doen. Om het nog erger te maken heeft de Britse regering ingestemd met een Europees onderzoeksbevel in strafzaken, dat een verdere aanval op de vrijheden van het Britse volk vormt. De Liberaal-Democraten, die dit allemaal ondersteunen, noemen zichzelf de partij van de burgerlijke vrijheden. Dit is nonsens! De betrokkenheid van de Liberaal-Democraten bij burgerlijke vrijheden komen knarsend tot stilstand bij Calais.

(Spreker verklaart zich bereid een 'blauwe kaart'-vraag krachtens artikel 149, lid 8 van het Reglement te beantwoorden)

 
  
MPphoto
 

  Sarah Ludford (ALDE).(EN) (Microfoon staat uit tot bijna aan het einde van de eerste zin) ... Liberaal-Democraat. Is de graaf van Dartmouth zich ervan bewust dat het de Liberaal-Democraten waren die, met steun van de Conservatieven in het Hogerhuis van het Britse parlement, kans zagen om in de uitwijzingswet van 2003, waarmee het Europees aanhoudingsbevel ten uitvoer werd gelegd, de bevoegdheid op te nemen voor een rechter om een uitlevering te weigeren onder een Europees aanhoudingsbevel, als hierdoor grondrechten van deze personen zouden worden geschonden. Ik kijk naar mijnheer Kirkhope, omdat zijn en mijn partij hierin hebben samengewerkt.

De UKIP schreeuwt alleen maar krachteloos vanaf de zijlijn, terwijl wij doorgaan en er in de praktijk voor zorgen dat grondrechten worden beschermd. U zou zich er beter op kunnen toeleggen om de rechtbanken ervan te overtuigen dat ze zich beroepen op artikel 21 van de uitwijzingswet van 2003. Ik was aanwezig in het Hogerhuis en ik heb er mede voor gezorgd dat dit amendement werd aangenomen.

 
  
MPphoto
 

  William (The Earl of) Dartmouth (EFD).(EN) Niets van wat u hebt gezegd, ontkracht de gematigde kritiek van wat wij en anderen nu zeggen. Ik zou ook willen opmerken dat u zich volkomen vergist wanneer u denkt dat betere vertaalrechten ook maar enige verbetering zouden opleveren voor dit gebrekkige stukje wetgeving dat mensenlevens verwoest.

 
  
MPphoto
 

  Andrew Henry William Brons (NI).(EN) Mijnheer de Voorzitter, de aanhoudingsbevelzittingen hebben heel weinig gemeen met de uitleveringszittingen die voorafgingen aan de uitwijzingswet van 2003. Zelfs bij de hoofdzitting kijkt de rechtbank niet naar het bewijs, maar alleen naar tien zogenaamde juridische belemmeringen voor uitlevering. Gebrek aan bewijs is geen belemmering voor uitlevering. Zelfs mensen die worden beschuldigd van gedrag dat in het uitleverende land geen delict is, kunnen onder het Europees aanhoudingsbevel worden uitgeleverd als voor het delict geen eis van dubbele strafbaarheid bestaat.

Hoewel de meeste delicten ernstige gewelddadige zedenmisdrijven of oplichtingspraktijken betreffen, bevat de lijst ook de schimmige gedachtemisdrijf waar zoveel continentale landen zo dol op zijn, zodat de aangehouden persoon naar een van deze vreselijke plaatsen kan worden gestuurd voor een proces, of liever voor een automatische veroordeling.

Het feit dat dergelijke aanhoudingsbevelen worden uitgevaardigd ter wille van de vervolging van personen op basis van diens politieke overtuiging, zou moeten zorgen voor een juridische belemmering voor uitlevering, maar ik vermoed dat sommige politieke overtuigingen minder gelijk zijn dan andere. We kregen het Europees aanhoudingsbevel opgedrongen met de belofte dat dit zou worden gebruikt om terroristen voor het gerecht te brengen, maar de juridische dwalingen in het geval van Garry Mann, Deborah Dark, Edmond Arapi, Andrew Symeou en vele anderen bevatten geen enkel element van terrorisme.

Het ergste van alles zijn de gevallen van mensen die zijn uitgeleverd voor ondervraging zonder dat er sprake is van een beschuldiging. We moeten de eis in ere herstellen dat een rechtbank iemand uitsluitend uitlevert wanneer er overtuigend bewijs is dat er een ernstig delict is gepleegd volgens de wet van het uitleverende land.

 
  
MPphoto
 

  Elena Oana Antonescu (PPE). (RO) Mijnheer de Voorzitter, het Europees aanhoudingsbevel is een effectief instrument voor de bestrijding en controle van grensoverschrijdende criminaliteit op EU-niveau. Het is een effectief middel gebleken om de overlevering van verdachten van ernstige misdrijven, inclusief terrorisme en georganiseerde misdaad, tussen EU-landen te versnellen. Maar al te vaak zijn er gevallen geweest waarbij dit instrument gebruikt is voor de aanpak van kleine criminaliteit. Misdrijven van volkomen ongelijke zwaarte zijn op gelijke wijze aangepakt. Er zijn bevelen uitgevaardigd in gevallen waarbij het gebruik daarvan onnodig en onevenredig was. Dit heeft niet alleen geleid tot onrechtvaardige situaties voor verweerders, maar ook tot een onnodige belasting van de middelen van de uitvoerende staat.

Het onevenredig gebruik van dit belangrijke instrument voor de bestrijding van grensoverschrijdende criminaliteit ondermijnt het vertrouwen dat erin wordt gesteld. Dat zal ertoe leiden dat sommige staten op basis van hun eigen regels een evenredigheidstoets zullen toepassen wanneer ze besluiten om een Europees aanhoudingsbevel uit te vaardigen. Dat zal resulteren in een inconsequent en ongelijkmatig gebruik van het bevel en daarmee in een gebrek aan vertrouwen in het beginsel van wederzijdse erkenning.

Het recht op rechtsbijstand moet in zowel de uitvaardigende als uitvoerende staat worden gegarandeerd, zodat het recht van verweer op passende wijze wordt toegepast. Dat is de reden waarom we de Commissie en de Raad deze vragen wilden stellen. We hebben een garantie nodig dat de normen van strafrecht en de gevangenisomstandigheden in de Europese Unie niet tot een gebrek aan vertrouwen onder de gerechtelijke systemen in lidstaten leiden. Tot slot wil ik commissaris Reding zelf ook bedanken voor alle maatregelen die zij heeft genomen om de procedurele rechten in strafprocedures te versterken.

 
  
MPphoto
 

  Carmen Romero López (S&D). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, commissaris Reding, feit is dat de schending van de grondrechten een van de belangrijkste tekortkomingen is, zoals hier de hele middag al gezegd is.

Zelfs het waarborgen van deze procedurele rechten, waarover we al gedebatteerd hebben en waarover we nog gaan spreken als onderdeel van het totale pakket van procedurele rechten, zal niet eens mogelijk zijn. Het zal onmogelijk zijn om bepaalde problemen, bijvoorbeeld met betrekking tot gevangenissen of de periode van preventieve detentie, op te lossen, omdat ze niet opgenomen zijn in het totale pakket van procedurele rechten. Dergelijke zaken vallen duidelijk onder de bevoegdheid van de lidstaten.

Maar wat betreft de kwestie van evenredigheid en geringe vergrijpen zou ik u graag willen zeggen, commissaris Reding, dat geen enkele van de misdrijven die ik vanmiddag heb horen noemen – diefstal van stropdassen, biggetjes en fietsen –, opgenomen is in het aanhoudingsbevel. De 32 misdrijven die er wel onder vallen, houden uitsluitend verband met de georganiseerde misdaad, of het zou zo moeten zijn dat de diefstal van biggetjes en stropdassen gepleegd wordt door gewapende en georganiseerde criminele bendes.

Met andere woorden, we kunnen er wel grapjes over maken met voorbeelden waar we op dit moment niet eens weet van hebben, want het wezenlijke probleem is dat er geen gemeenschappelijk statistisch instrument bestaat om het probleem werkelijk aan te pakken.

(Spreekster wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Heidi Hautala (Verts/ALE). (FI) Mijnheer de Voorzitter, de Hongaarse vertegenwoordiger zei hier dat het probleem niet het instrument zelf is, namelijk het Europees aanhoudingsbevel, maar het strafrechtbeleid van elke lidstaat. Ik zie dat ze nu haar hoofdtelefoon opzet. Naar mijn mening is dit in feite een verdraaiing van de waarheid. We moeten nu namelijk erkennen dat het Europees aanhoudingsbevel van meet af aan een probleem was, omdat we net deden alsof in alle lidstaten bepaalde rechtsnormen en minimumnormen voor strafzaken gelden. De waarheid is dat we nog maar net zijn begonnen met het opstellen van die normen nu het Verdrag van Lissabon van kracht is geworden.

Ik wil erop wijzen dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens al heeft gezegd dat in asielzaken niemand bijvoorbeeld naar Griekenland kan worden teruggestuurd, omdat de omstandigheden in de gevangenissen daar zo slecht zijn. Ik vraag me af wanneer het gaat gebeuren dat we op basis van het Europees aanhoudingsbevel niemand kunnen uitleveren, omdat de omstandigheden in de gevangenissen van het land dat om uitlevering vraagt, zo slecht zijn. Naar mijn mening moet de Commissie zich daarop voorbereiden.

 
  
MPphoto
 

  Rui Tavares (GUE/NGL).(PT) Mijnheer de Voorzitter, de Europese Unie is een experiment dat bestaat uit experimenten: de eurozone, dit Parlement waar wij ons nu bevinden, het Schengengebied en nog een aantal andere instrumenten zijn allemaal experimenten. Het probleem is dat politici heel vaak minder bescheiden zijn dan wetenschappers. Wetenschappers zullen als eerste toegeven dat een experiment niet verlopen is zoals zij hadden gehoopt.

Van het Europees aanhoudingsbevel (EAB) weten wij nu dat dit moeilijkheden kent en twijfels heeft doen rijzen. Commissaris Reding verdient erkenning, omdat hij zo eerlijk was te bevestigen dat dit bevel moeilijkheden heeft gekend en twijfels doet rijzen, en dat er evenredigheidstoetsen zijn, die met succes moeten worden doorlopen als bevelen worden uitgevaardigd en die niet automatisch toegepast mogen worden zonder dat een rechter er op een meer tijdrovende en weloverwogen manier naar heeft gekeken.

De oplossing ligt dan ook niet in de afschaffing van het EAB, dat zeer zeker nuttig is. Wij willen niet dat een verkrachter of en moordenaar de grens kan oversteken en vrij kan rondlopen. Het EAB moet echter worden aangevuld met doeltreffende instrumenten om verdachten te kunnen beschermen, met de aanwezigheid van een advocaat en het recht op vertaling, wat barones Ludford al in haar verslag heeft behandeld, maar ook, en zeer cruciaal, de beoordeling van de omstandigheden waarin mensen in Europese gevangenissen gevangen worden gehouden.

Wij moeten onszelf bovendien niet voor de gek houden of illusies hebben: vastzitten in een gevangenis in land A of land B is niet hetzelfde als gevangen zitten in Europa. Het is van groot belang dat deze omstandigheden worden beoordeeld en dat de Europese Commissie vastberaden te werk gaat bij de beoordeling van de omstandigheden in de gevangenissen, zodat deze in overeenstemming kunnen worden gebracht en zodat het EAB op deze manier met meer vertrouwen kan worden toegepast.

 
  
MPphoto
 

  Dimitar Stoyanov (NI).(BG) Mijnheer de Voorzitter, ik heb eerder de argumenten gehoord die naar voren zijn gebracht door de critici van het Europees aanhoudingsbevel en ook uit de mond van mijn collega-Parlementsleden van nationalistische bewegingen. Onze argumenten werden destijds echter voorgesteld alsof ze eurosceptisch waren, alsof we een soort vijand van de vooruitgang waren. Daardoor is dit aanhoudingsbevel in werking getreden.

Vanavond heb ik echter iets anders vreselijks gehoord uit de mond van mevrouw Győri. Wat ze in feite heeft gezegd is dat de effectiviteit van het aanhoudingsbevel een rechtvaardiging is van de gevallen van rechtenschendingen die hebben plaatsgevonden. Mevrouw Győri, ik ben bekend met het beginsel in het strafrecht dat luidt: "Beter tien schuldigen vrijuit dan één onschuldige veroordeeld". Vanuit de visie van het disproportionele antwoord is het echter normaal dat politieagenten alles gebruiken wat ook maar in hun handen wordt gelegd, en zij alle kansen zullen benutten die ze krijgen.

Er is slechts één antwoord op de oude vraag: "Wie zal de bewakers zelf bewaken?", namelijk: "De wet bewaakt de bewakers". Wij als wetgevers, met de Commissie als initiatiefnemer, het Parlement en de Raad als medewetgevers, moeten ons uiterste best doen om ervoor te zorgen dat de wet ook echt de bewakers bewaakt.

 
  
MPphoto
 

  Salvatore Iacolino (PPE). (IT) Mijnheer de Voorzitter, het Europese arrestatiebevel is zonder twijfel een essentieel instrument in de strijd tegen het terrorisme en de georganiseerde misdaad. Hierover bestaat volgens mij overeenstemming en consensus bij al degenen die een bijdrage hebben geleverd, met inbegrip van het voorzitterschap en de Commissie.

Tegelijkertijd is het een bewijs dat de samenwerking van justitie en politie bij transnationale misdaadbestrijding belangrijke doelstellingen kan realiseren. De wachttijden behoren tot het verleden en de kosten moeten worden verantwoord – en hierop moet nog dieper worden ingegaan. Vertrouwen tussen de lidstaten is cruciaal binnen dit bijzonder positieve proces. Het is daarbij belangrijk ervoor te zorgen dat het instrument op uniforme manier wordt toegepast tussen al de lidstaten, met onderscheid tussen ernstige misdrijven, waarvoor het bestemd is en goedkeuring heeft gekregen, en niet-ernstige misdrijven.

Het zou nuttig kunnen zijn – en hiervoor richt ik mij tot commissaris Reding – om het Europese Openbare Ministerie, in te schakelen, dat, wanneer het in werking zal zijn getreden, op een of andere wijze deze uitspraken zal toetsen en beoordelen, die gedaan zijn door de gerechtelijke autoriteiten van de lidstaten, die hoe dan ook bijgeschoold moeten worden. Natuurlijk zijn de detentieomstandigheden niet in alle lidstaten gelijk, maar wij hebben er vertrouwen in dat de volgende week de Commissie de mededeling en het groenboek over de elementaire detentievoorwaarden bekend zal maken, waarin extra uitvoeringsmaatregelen moeten staan.

Dus, met juist gebruik van het arrestatiebevel, evenredigheid, een zorgvuldige toepassing van het instrument, betere informatie-uitwisseling, meer scholing in Europese kwesties voor magistraten, zijn wij ervan overtuigd dat een uniforme toepassing van dit belangrijke instrument volledig kan worden gerealiseerd.

 
  
MPphoto
 

  Françoise Castex (S&D). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, we zien dat in het kader van de toepassing van het Europees aanhoudingsbevel de kwestie aan de orde komt van de zeer grote verschillen die er tussen de lidstaten bestaan ten aanzien van gevangenisstraffen. Sommige lidstaten betonen zich nogal laks als het gaat om de eerbiediging van de grondrechten in de gevangenis.

Bovendien zit een steeds groter deel van de 600 000 gevangenen in de Europese Unie in een gevangenis in een andere lidstaat, juist door dit Europees aanhoudingsbevel. Daardoor worden hen de grondrechten onthouden die hun in hun land van herkomst zouden toekomen. Het heeft in dit geval geen zin om met de vinger te wijzen. We moeten iets doen.

Daarom hebben mijn collega de heer Lambrinidis en ik afgelopen januari een schriftelijke verklaring opgesteld, waarin we ertoe opgeroepen hebben de strafmaat binnen de hele Europese Unie te harmoniseren en in elke lidstaat een onafhankelijke inspectiedienst in te stellen.

Mevrouw de commissaris, ik hoop dat u dit wilt meenemen in de groenboeken die u gaat opstellen, en dat we over niet al te lange tijd een gemeenschappelijke set van minimumrechten zullen hebben die in alle lidstaten van toepassing zijn.

 
  
MPphoto
 

  Axel Voss (PPE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw Györi, mevrouw Reding, in de afgelopen jaren is het Europees aanhoudingsbevel – zoals de sprekers voor mij reeds hebben vastgesteld – een nuttig instrument voor de misdaadbestrijding gebleken. Anders dan vroeger kunnen criminelen in Europa niet meer zomaar misbruik maken van de open grenzen.

Maar ondanks de vele resultaten die zijn geboekt, is in de afgelopen zeven jaar ook duidelijk geworden dat het systeem nog niet perfect is en niet zo wordt toegepast als oorspronkelijk voorzien. U heeft in uw recente verslag immers ook zelf op een aantal zwakke punten gewezen, bijvoorbeeld op het feit dat het recht op een advocaat niet is gewaarborgd, op de deels mensonwaardige detentieomstandigheden en tevens op het vaak uitzonderlijk lange voorarrest. Een essentieel punt, dat ook al vaker is genoemd, is de niet volgens uniforme criteria uitgevoerde of ook ontbrekende toetsing van de evenredigheid door de verzoekende lidstaat. Dit punt ligt me na aan het hart, omdat de praktijk van een systematische uitvaardiging van aanhoudingsbevelen, ook in het geval van minder zware vergrijpen, indruist tegen de oorspronkelijke intentie van het Europees aanhoudingsbevel. Ook werd reeds gewezen op het geval van Polen, waar de meeste Europese aanhoudingsbevelen worden uitgevaardigd, omdat de justitiële autoriteiten daar op grond van een automatisme in het systeem domweg niet bevoegd zijn om een eenmaal ingeleide nationale procedure te beëindigen. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Alvorens een Europees aanhoudingsbevel uit te vaardigen, moet derhalve worden onderzocht hoe ernstig het misdrijf in kwestie is, wat de te verwachten strafmaat is en of de zaak middels een eenvoudiger procedure kan worden aangepakt. Ten slotte dient wellicht ook een kosten/baten-analyse te worden gemaakt, zodat minder zware misdrijven niet tegen te hoge kosten worden vervolgd.

Een consequent beleid vereist mijns inziens ook dat we de bestaande regelingen aanpassen aan de realiteit. In dit verband zou ik graag willen weten welke stappen u voornemens bent te nemen.

 
  
MPphoto
 

  Georgios Papanikolaou (PPE).(EL) Mijnheer de Voorzitter, ik heb aandachtig geluisterd naar de opmerkingen van alle collega´s. Om te beginnen wordt algemeen erkend dat misdaadbestrijding niet enkel een nationale maar ook Europese aangelegenheid is.

Met het Europees arrestatiebevel werd een belangrijke stap vooruit gezet in de misdaadbestrijding en werd bijgedragen aan de totstandkoming van een Europese gerechtelijke ruimte en de bestrijding van grensoverschrijdende misdaad en terrorisme. Daarmee is tevens het vrij verkeer van mensen binnen de Unie versterkt – waarover ook de laatste tijd intensief wordt gesproken in verband met het vraagstuk van de Schengenovereenkomst – en kan worden verzekerd dat degenen die proberen aan justitie te ontkomen geen profijt kunnen trekken van de open grenzen.

Er zijn natuurlijk ook mensen die hun stem verheffen om te protesteren tegen de vaak gebrekkige en onevenredige toepassing op nationaal niveau, en wat dat betreft ga ook ik akkoord met hetgeen de heer Voss en anderen zeiden. Wij spreken eveneens over zowel de kosten als de evenredigheid en over al hetgeen wij moeten toepassen om het arrestatiebevel te versterken. Ik wil er echter aan herinneren dat – zoals wij ook onlangs in Griekenland in enkele belangrijke zaken hebben meegemaakt – er ook nu nog mensen zijn die worden vervolgd wegens ernstige fraude- en corruptiedelicten in een lidstaat van de Unie, maar die gewoon verdwijnen of erin slagen te ontkomen en zich aan arrestatie te onttrekken door gebruik te maken van de uiteenlopende bepalingen van rechtsvordering en de uiteenlopende nationale rechtsstelsels. Daarom geloof ik niet dat er twijfel bestaat over de waarde van het Europees arrestatiebevel.

Tot slot wil ik nog onderstrepen dat u gelijk hebt, mevrouw de commissaris, als u zegt dat wij zoveel mogelijk gebruik moeten maken van Interpol en meer informatie moeten putten uit het Schengensysteem. Er moet gezorgd worden voor een zo sterk mogelijke harmonisatie tussen de lidstaten, opdat wij uiteindelijk kunnen komen tot een geharmoniseerd, modern Europees beleid dat is opgewassen tegen de huidige omstandigheden. Dat vereist deze tijd van ons.

 
  
MPphoto
 

  Joanna Katarzyna Skrzydlewska (PPE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, het Europees aanhoudingsbevel moet dienen om de rechtsorde en de veiligheid van de Europese burgers te waarborgen. Het vrij verkeer van mensen mag misdadigers niet helpen om hun verantwoordelijkheid te ontlopen voor strafbare feiten die ze op het grondgebied van een andere lidstaat hebben gepleegd. Er zijn echter verontrustende signalen over de toepassing van het aanhoudingsbevel, zoals het recente verslag van de Commissie en de mededeling van commissaris Reding dat lidstaten moeten controleren dat het aanhoudingsbevel correct wordt toegepast en dat het aanhoudingsbevel niet mechanisch of automatisch mag worden uitgevaardigd voor kleinere misdrijven. Deze woorden getuigen van potentiële misbruiken die justitie van aanhoudingsbevelen maakt. Daarom sta ik volledig achter het streven om de Europese burgers een maximaal veiligheidsniveau te waarborgen en roep de Commissie hierbij op om de toepassing van het aanhoudingsbevel te controleren en maatregelen te nemen om onregelmatigheden uit te sluiten bij het gebruik van deze procedure door de rechtbanken.

 
  
MPphoto
 

  Graham Watson (ALDE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik had de eer om rapporteur te zijn in dit Parlement toen het Europees aanhoudingsbevel werd goedgekeurd in 2001 en 2002. Collega´s die op dat moment in het Parlement aanwezig waren, zullen zich herinneren dat we er bij de Commissie en de Raad op aandrongen om meer beschermende maatregelen voor burgerlijke vrijheden in de wetgeving in te bouwen, en we kregen van de Commissie een toezegging voor een ontwerprichtlijn over de rechten van beschuldigden in strafrechtelijke vervolging.

Niet alle maatregelen waar we om vroegen, werden opgenomen, en de ontwerprichtlijn voor de rechten van beschuldigden lag jarenlang bij de Raad tussen de ingekomen stukken. De resultaten van deze omissies liggen ten grondslag aan dit debat van vandaag. In 2002 had het Parlement geen macht om mee te beslissen in deze kwesties. Toch meenden we dat, alles bij elkaar genomen, het aanhoudingsbevel de juiste stap was. Zoals vele sprekers tijdens dit debat hebben gezegd, is het aanhoudingsbevel een zeer waardevol hulpmiddel in de strijd tegen misdaad over de grenzen. Het heeft gezorgd voor gerechtigheid voor vele slachtoffers. Waar problemen ontstonden, werden die veroorzaakt door een slechte tenuitvoerlegging binnen de nationale wetgeving, door het oppervlakkige gebruik van het aanhoudingsbevel voor kleine criminaliteit en door onacceptabele detentieomstandigheden.

Al deze dingen kunnen, moeten en worden ook daadwerkelijk aangepakt. Ik prijs degenen die vandaag de mondelinge vragen hebben gesteld, met uitzondering van die ene die tegen alle juridische samenwerking is, dat ze het proces van de verbetering helpen versnellen.

 
  
MPphoto
 

  Charles Tannock (ECR).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ook ik ben persoonlijk van mening dat dit hele debat momenteel een dosis gezond verstand nodig heeft.

Ik geloof nog steeds dat enige vorm van Europees aanhoudingsbevel een noodzakelijk hulpmiddel is voor de bestrijding van misdaad en terrorisme in de Unie, vooral gegeven de enorme vrije beweging van mensen die zich tegenwoordig tussen de lidstaten verplaatsen, onder wie (helaas) ook misdadigers. Ik geloof ook dat het aantal fouten en juridische dwalingen relatief klein is, maar het zijn er nog steeds te veel. We moeten nu niet het kind met het badwater weggooien, wat sommige collega´s in dit Parlement wel zouden willen.

We moeten het functioneren van het aanhoudingsbevel serieus onder de loep nemen en alleen een beperkte lijst met ernstige misdaden opnemen (die altijd voldoen aan de voorwaarden van dubbele strafbaarheid) die als enige justitiabel zijn onder het Europees aanhoudingsbevel. We moeten tevens fundamentele mensenrechten respecteren en beschermende maatregelen opnemen, zoals habeas corpus.

De grote meerderheid van door het Verenigd Koninkrijk uitgeleverde personen bleken in feite migranten uit andere Staten van de Europese Unie te zijn aan wie misdaden ten laste werden gelegd: normale, belangrijke misdaden, geen kleine criminaliteit. Het is ironisch dat de UKIP, die gekant was tegen hun recht om überhaupt naar het Verenigd Koninkrijk te komen, nu probeert om het voor de Britse belastingbetaler uiterst moeilijk en kostbaar te maken om hen terug te sturen naar hun eigen land en daar terecht te staan.

 
  
MPphoto
 

  Franz Obermayr (NI). (DE) Mijnheer de Voorzitter, de laatste jaren werden er juist bij onbeduidende vergrijpen Europese aanhoudingsbevelen uitgevaardigd, bijvoorbeeld voor het stelen van twee autobanden of een speenvarken. Van het oorspronkelijke doel, de bestrijding van terrorisme en zware criminaliteit, is niets meer te merken.

Het Europese aanhoudingsbevel is voor mij zonder meer in strijd met het subsidiariteitsbeginsel. Het doet de belangrijkste functie van het staatsburgerschap teniet, namelijk het bieden van bescherming, en verplicht de lidstaten tot uitlevering van hun eigen staatsburgers. Door de verschillende rechtsstelsels in de Unie geldt de uitleveringsplicht deels ook los van de vraag of het gepleegde feit in het land van uitlevering wel strafbaar is.

Het Europese aanhoudingsbevel staat voor mij symbool voor de Europese eenheidsstaat en een Europees staatsburgerschap ten koste van de soevereiniteit van de lidstaten en ten koste van de burgerrechten.

 
  
MPphoto
 

  Sonia Alfano (ALDE).(IT) Meneer de Voorzitter, commissaris, het Europese arrestatiebevel is het eerste instrument dat is toegepast binnen de Europese Unie, waarmee het principe van wederzijde erkenning van strafrechtelijke beslissingen in de praktijk wordt gebracht. Het is een instrument van wezenlijk belang geworden en moet dat ook blijven, met name in de strijd tegen de maffia en de georganiseerde misdaad.

In het verslag over de georganiseerde misdaad, waarover ik in de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken rapporteur ben, plaatsen wij kanttekeningen bij het Europese arrestatiebevel en doen wij dienaangaand voorstellen. Een van onze belangrijkste voorstellen is dat het EAB wordt versterkt en beter wordt toegepast door de lidstaten, waarbij rekening wordt gehouden met de vereisten en de specifieke aard van de strijd tegen de georganiseerde misdaad.

Mijn vraag is dan ook hoe de Commissie denkt verder te gaan en of er plannen zijn om een voorstel te doen om de discretionaire bevoegdheid van de lidstaten in omzetting van de artikelen 3 en 4 van het kaderbesluit wat betreft de gronden van verplichte weigering van de tenuitvoerlegging en facultatieve weigering van de tenuitvoerlegging, in te trekken. Wat betreft de gronden van facultatieve weigering van de tenuitvoerlegging is mijn vraag of het niet beter is om deze te beperken tot misdrijven die typisch behoren bij de georganiseerde misdaad met inbegrip van het misdrijf van vereniging met maffiose bedoelingen, waarvoor in geen geval dubbele strafbaarheid zou moeten gelden.

 
  
MPphoto
 

  Viviane Reding, vicevoorzitter van de Commissie.(EN) Mijnheer de Voorzitter, in dit Parlement bestaat een algemene instemming dat het Europees aanhoudingsbevel een gunstig hulpmiddel is, dat het de Europese Unie goede diensten heeft bewezen en heeft gefungeerd als beveiliging.

De negatieve kanten zitten in de tenuitvoerlegging. Deze negatieve kanten moeten worden geëlimineerd. De voorstellen die de Commissie voor dit doel ter tafel heeft gelegd, zijn de evenredigheidstoetsen, waarbij we moeten kijken naar de ernst van het misdrijf, de lengte van de straf die voor dit misdrijf zou worden opgelegd, en de kosten/baten van het uitvoeren van een dergelijk aanhoudingsbevel.

Om deze evenredigheidstoets eenvoudiger te maken zal de Commissie een verbeterd handboek presenteren als richtlijn voor de toepassing van de evenredigheidstoetsen. Training, die heel hoog op de agenda staat voor de komende weken, maanden en jaren, is heel belangrijk omdat we rechters, aanklagers en advocaten moeten trainen in de toepassing van onze Europese regels. De minimale normen voor verdachten en beschuldigden, die momenteel ten uitvoer liggen, zijn heel belangrijk omdat ze ook gelden voor het Europees aanhoudingsbevel.

Ik stem in met alle Parlementsleden die het probleem van de omstandigheden in Europese gevangenissen hebben onderstreept. Ik wil hun graag vertellen dat de Commissie volgende week een groenboek over detentie goedkeurt. Nationale overheden zijn verantwoordelijk voor detentieproblemen en het beheer van gevangenissen, maar de rol van de Commissie is om ervoor te zorgen dat de juridische samenwerking functioneert en dat de grondrechten van alle burgers worden gerespecteerd. Daarom is het groenboek het startsein voor een openbare raadpleging, die zal lopen tot 30 november en waarmee nauwkeuriger zal worden onderzocht wat de verbanden zijn tussen detentieproblemen en wederzijds vertrouwen op rechtsgebied in Europa.

Iedereen in dit Parlement weet dat detentieomstandigheden een directe invloed hebben op het soepel functioneren van de wederzijdse erkenning van juridische besluiten, en de basis vormen voor samenwerking tussen rechters in de EU. Maar het systeem wordt belemmerd als rechters weigeren – soms terecht – om beschuldigden uit te leveren, omdat de detentieomstandigheden in het aanvragende land ondermaats zijn. We weten allemaal van overbevolkte gevangenissen en we kennen de verhalen over de slechte behandeling van gedetineerden. Deze factoren ondermijnen het noodzakelijke vertrouwen voor juridische samenwerking. De tijd die iemand in detentie kan doorbrengen voordat het proces plaatsvindt en tijdens de gerechtelijke procedure, verschilt sterk tussen de lidstaten.

We hebben heel wat werk te doen, en ik weet dat ik op het Parlement kan rekenen. Ik hoop dat ik ook op de lidstaten kan rekenen.

 
  
MPphoto
 

  Enikő Győri, fungerend voorzitter van de Raad. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, dank u zeer voor dit debat. Het is duidelijk dat een overgrote meerderheid het goedvindt dat we een samenwerkingssysteem hebben voor onze rechterlijke machten, het Europees aanhoudingsbevel. Het systeem werkt. Het is echter niet perfect en moet verder worden verbeterd. Wij staan uiteraard open voor efficiënter gebruik en een betere tenuitvoerlegging ervan. Ik ben het ermee eens dat fouten, aanhoudingen van onschuldigen enzovoorts moeten worden vermeden. Betere tenuitvoerlegging is, denk ik, in het belang van ons allen.

Ik wil graag specifieker ingaan op twee onopgeloste problemen die meermaals tijdens het debat ter sprake zijn gekomen.

Ten eerste met betrekking tot evenredigheid, voor alle duidelijkheid: een Europees aanhoudingsbevel kan worden uitgevaardigd voor het vervolgen van misdrijven met een maximumstraf van ten minste twaalf maanden vrijheidsstraf, of om een vrijheidsstraf van ten minste vier maanden ten uitvoer te leggen. Dit is al vijftig jaar de norm bij uitleveringen. Hier hoef ik enkel het Europees Verdrag betreffende uitlevering van de Raad van Europa van 1957 te noemen.

Tijdens de vierde ronde wederzijdse beoordelingen van de praktische tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel in alle lidstaten bleek dat er slechts enkele landen waren die eens of meermaals Europese aanhoudingsbevelen hadden uitgevaardigd voor relatief kleine vergrijpen. Het lijkt erop dat de praktijk in die paar landen was om een Europees aanhoudingsbevel uit te vaardigen, telkens wanneer een nationaal arrestatiebevel werd uitgevaardigd. In het algemeen vind ik dat we het dure systeem van het Europese aanhoudingsbevel alleen moeten gebruiken voor ernstige misdrijven. Ik vind dat degenen die dit punt noemden gelijk hebben.

Voor wat betreft gevangenisomstandigheden: de lidstaten hebben de algemene verplichting ervoor te zorgen dat de omstandigheden in hun gevangenissen voldoen aan de grondbeginselen van de menselijke waardigheid en niet het verbod op onmenselijke en onterende behandeling schenden, zoals vastgelegd in artikel 3 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens. Als de fundamentele mensenrechten van gevangenen worden geschonden, kunnen zij in rechte optreden in gerechten in hun eigen land en, later, bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Het is twijfelachtig of artikel 85 van het Verdrag een rechtsgrondslag biedt voor het nemen van wetgevende stappen op EU-niveau inzake gevangenisomstandigheden als zodanig. Echter, we zien uiteraard reikhalzend uit naar het groenboek dat de commissaris zojuist heeft genoemd.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  Roberta Angelilli (PPE), schriftelijk. – (IT) Meneer de Voorzitter, zeven jaar na de inwerkingtreding (op 1 januari 2004) van het Kaderbesluit 13 juni 2002 van de Raad over het Europese arrestatiebevel (EAB) en over de uitleveringsprocedures tussen lidstaten, heeft de Commissie statistische gegevens, die tussen 2005 en 2009 zijn verzameld in de lidstaten, gepubliceerd. Vóór invoering van het arrestatiebevel duurde het gemiddeld een jaar alvorens een gezochte persoon werd uitgeleverd, terwijl, zo blijkt, in de vier jaar dat het EAB wordt toegepast, ongeveer 50 procent van de gezochte personen na ongeveer twee weken heeft ingestemd met uitlevering.

Het is van noodzakelijk belang om de balans op te maken over de uitvoering en werking van het EAB nu ook het Schengen-informatiesysteem in het geding is en opschorting ervan mogelijk is. Laten wij niet vergeten dat de doeltreffendheid van het EAB bij de bestrijding van de transnationale misdaad, van de georganiseerde misdaad en het terrorisme afhankelijk is van het principe van wederzijdse erkenning tussen lidstaten, dat de basis is om een echte juridische Europese ruimte te creëren en ook voor een goed functioneren van het Schengengebied.

Het zou een stap terug betekenen om de huidige situatie op spel te zetten terwijl het beter zou zijn om de aandacht te richten op verbetering van omzetting van het Kaderbesluit, vooral in het licht van de bescherming van grondrechten.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Teixeira (PPE), schriftelijk. – (PT) Het Europees arrestatiebevel (EAB) is in 2002 bij besluit goedgekeurd en het is tot op heden een doeltreffend middel gebleken in de strijd tegen grensoverschrijdende criminaliteit, georganiseerde misdaad en terrorisme, wat door de Commissie juist in een onlangs verschenen verslag is onderstreept. Het systeem functioneert echter nog niet perfect: de mogelijkheid bestaat dat de geloofwaardigheid en de doeltreffendheid ervan worden ondermijnd als blijkt dat het wordt gebruikt voor ondervragingen in plaats van bij aanklachten en gerechtelijke vervolgingen in gevallen van kleine criminaliteit. Daarom moet de Raad dringend stappen ondernemen om het onevenredig gebruik van het EAB in de praktijk te beperken. Bovendien is het raadzaam om ervoor te zorgen dat de procedurele rechten echt worden geëerbiedigd: dat wil zeggen dat personen die gezocht worden onder de bescherming van een EAB, daadwerkelijk het recht hebben op rechtsbijstand, zowel in de lidstaat waar het bevel is uitgevaardigd als in de lidstaat waar het ten uitvoer is gebracht. Er moet ook voor worden gezorgd dat de strafrechtelijke normen en de omstandigheden in de gevangenissen in de Europese Unie geen aanleiding geven tot wantrouwen van de lidstaten met betrekking tot elkaars rechtsstelsels. Alleen op die manier kunnen wij spreken van de werkelijke doeltreffendheid en het ware succes van dit instrument op Europees niveau.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid