Index 
Debatten
PDF 3088k
Woensdag 22 juni 2011 - Brussel Uitgave PB
1. Hervatting van de zitting
 2. Goedkeuring van de notulen van de vorige vergadering: zie notulen
 3. Welkomstwoord
 4. Samenstelling commissies: zie notulen
 5. Interpretatie van het Reglement: zie notulen
 6. Vervallen schriftelijke verklaringen: zie notulen
 7. Schriftelijke verklaring (indiening): zie notulen
 8. Kredietoverschrijvingen: zie notulen
 9. Aan de standpunten en resoluties van het Parlement gegeven gevolg: zie notulen
 10. Ingekomen stukken: zie notulen
 11. Regeling van de werkzaamheden
 12. Voorbereiding van de Europese Raad (24 juni 2011) (debat)
 13. Welkomstwoord
 14. Voorbereiding van de Europese Raad (24 juni 2011) (voortzetting van het debat)
 15. Het GLB tot 2020: inspelen op de uitdagingen van de toekomst inzake voedsel, natuurlijke hulpbronnen en territoriale evenwichten (debat)
 16. Preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden - Tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten - Voorschriften voor begrotingskaders van de lidstaten - Begrotingstoezicht in het eurogebied - Toezicht op begrotingssituaties en toezicht op en coördinatie van het economisch beleid - Handhavingsmaatregelen voor de correctie van buitensporige macro-economische onevenwichtigheden in het eurogebied (debat)
 17. Samenstelling Parlement: zie notulen
 18. Preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden - Tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten - Voorschriften voor begrotingskaders van de lidstaten - Begrotingstoezicht in het eurogebied - Toezicht op begrotingssituaties en toezicht op en coördinatie van het economisch beleid - Handhavingsmaatregelen voor de correctie van buitensporige macro-economische onevenwichtigheden in het eurogebied (voortzetting van het debat)
 19. Beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval (debat)
 20. Spreektijd van één minuut (artikel 150 van het Reglement)
 21. Analyse van de opties voor een broeikasgasemissiereductie van meer dan 20 procent en beoordeling van het risico van koolstoflekkage (korte presentatie)
 22. Agenda van de volgende vergadering: zie notulen
 23. Sluiting van de vergadering


  

VOORZITTER: GIANNI PITTELLA
Ondervoorzitter

(De vergadering wordt om 15.05 uur geopend)

 
1. Hervatting van de zitting
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Ik verklaar de zitting van het Europees Parlement, die op donderdag 9 juni 2011 werd onderbroken, te zijn hervat.

 

2. Goedkeuring van de notulen van de vorige vergadering: zie notulen
Video van de redevoeringen

3. Welkomstwoord
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het is mij een groot genoegen een delegatie welkom te heten bestaande uit vier leden van de Commissie buitenlandse zaken en twee hoge ambtenaren van het parlement van de Seychellen, onder leiding van Waven William, commissievoorzitter. De delegatie is deze week hier in het Europees Parlement om deel te nemen aan een vierdaags studiebezoek die door het Bureau voor de bevordering van de parlementaire democratie is georganiseerd. Wij hopen dat uw bezoek een aangename en leerrijke ervaring zal zijn, dames en heren, en wij weten dat u met belangstelling het verslag volgt van de heer Cadec over de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Unie en de Seychellen, waarover wij morgen zullen stemmen. We willen u eigenlijk alleen vragen om bij uw volgende bezoek een beetje zon mee te brengen naar Brussel.

 

4. Samenstelling commissies: zie notulen
Video van de redevoeringen

5. Interpretatie van het Reglement: zie notulen
Video van de redevoeringen

6. Vervallen schriftelijke verklaringen: zie notulen

7. Schriftelijke verklaring (indiening): zie notulen

8. Kredietoverschrijvingen: zie notulen

9. Aan de standpunten en resoluties van het Parlement gegeven gevolg: zie notulen

10. Ingekomen stukken: zie notulen

11. Regeling van de werkzaamheden
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Mevrouw Oomen-Ruijten heeft gevraagd het woord te mogen voeren.

 
  
MPphoto
 

  Ria Oomen-Ruijten, namens de PPE-Fractie. – Mijnheer de Voorzitter, we hebben in de vorige zitting gesproken over Rusland. We hebben toen boodschappen meegegeven aan de voorzitter van de Commissie en de voorzitter van de Raad om te praten over de Russische verkiezingen. We hebben nu de mededeling gekregen dat aan één partij in Rusland de registratie geweigerd is. Tegelijkertijd is er in de OVSE medegedeeld dat er waarnemers gestuurd mogen worden. Wij wensen op de kortst mogelijke termijn hier een verklaring te krijgen over de stand van zaken in Rusland. Bovendien willen we hierover een debat voeren. Ik denk dat dat wenselijk is.

 
  
MPphoto
 

  Hannes Swoboda, namens de S&D-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik wil deze motie graag steunen. Het is echter aan de Conferentie van voorzitters om als blijk van haar goede wil ons toe te staan een korte verklaring af te leggen en een debat te voeren tijdens de vergaderperiode van juli, wanneer de hoge vertegenwoordiger hier ook aanwezig zal zijn.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – We zijn nu niet bezig met een debat. We nemen nota van dit verzoek en zullen het aan de relevante organen doorgeven.

We gaan nu over op de agenda.

Aan de orde is de definitieve ontwerpagenda die door de Conferentie van voorzitters is opgesteld overeenkomstig de artikelen 137 en 138 van het Reglement tijdens haar vergadering van 9 juni 2011.

Na de fracties te hebben geraadpleegd, wil ik het Parlement de volgende voorgestelde aanpassingen overleggen voor de vaststelling van de definitieve ontwerpagenda:

Donderdag 23 juni 2011

1. De stemming over het verslag van de heer Kastler over het Europees Jaar voor actief ouder worden (2012) (A7-0061/2011) wordt uitgesteld tot de vergaderperiode van juli.

2. Het verslag van de heer Tatarella over trekkers die in het kader van de flexibele regeling in de handel zijn gebracht (A7-0091/2011) wordt rechtstreeks onder de stemmingen ingeschreven.

De termijn voor de indiening van amendementen wordt vastgesteld op vandaag, 16.00 uur.

Zijn er opmerkingen?

Aangezien er geen opmerkingen zijn, worden deze aanpassingen geacht te zijn aanvaard.

Daarnaast zijn de volgende verzoeken gedaan:

De Verts/ALE-Fractie heeft verzocht om de inschrijving vandaag, woensdag 22 juni 2011, van de gecombineerde behandeling van de economische governance na het debat over de voorbereiding van de Europese Raad en voor de behandeling van het verslag-Dess over het gemeenschappelijk landbouwbeleid.

(Het Parlement verwerpt het verzoek)

We gaan nu over op de agenda voor donderdag. De GUE/NGL-Fractie heeft verzocht om uitstel tot een volgende vergaderperiode van de stemming over de in de gecombineerde behandeling opgenomen verslagen over de economische governance (verslag van Elisa Ferreira - A7-0183/2011, verslag van Diogo Feio - A7-0179/2011, verslag van Vicky Ford - A7-0184/2011, verslag van Sylvie Goulard - A7-0180/2011, verslag van Corien Wortmann-Kool - A7-0178/2011 en verslag van Carl Haglund - A7-0182/2011).

Het woord wordt gevoerd door de heer Klute, die het verzoek toelicht.

 
  
MPphoto
 

  Jürgen Klute, namens de GUE/NGL-Fractie.(DE) Mijnheer de Voorzitter, ik zou graag willen verzoeken om het debat en de stemming over de economische governance te verplaatsen naar de vergaderperiode van juli. De redenen daarvoor zijn vrij eenvoudig. De Raad Ecofin is op maandag bijeengekomen en heeft opnieuw wijzigingen aangebracht in de compromissen waarover is onderhandeld. Als Parlementsleden hebben wij niet voldoende tijd gehad om hiernaar te kijken. De nodige vertalingen zijn evenmin beschikbaar. Wij zien dit als onacceptabele druk die door de Raad wordt uitgeoefend en wij willen u als mede-Parlementsleden vragen deze druk te weerstaan en uw steun te geven aan deze motie om het debat en de stemming uit te stellen.

 
  
MPphoto
 

  Corien Wortmann-Kool, namens de PPE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, Europa heeft dringend behoefte aan een sterke basis voor de euro. We praten nu al vele maanden over dit pakket, en er is nu voor 98 procent overeenstemming met de Raad. We zouden de stemming graag morgen houden, zodat het Parlement zijn zienswijzen in een stemming in de plenaire vergadering kenbaar kan maken. Verdere onderhandelingen met de Raad zijn nodig, zodat we vóór de zomer tot een definitief akkoord kunnen komen en we een sterke basis voor de euro hebben.

 
  
MPphoto
 

  Ilda Figueiredo, namens de GUE/NGL-Fractie.(PT) We hebben hier te maken met een pakket waarin de Raad Ecofin op het laatste moment nog wijzigingen heeft aangebracht. En die zijn nog niet in de verschillende talen vertaald. Er is om te beginnen slechts één versie: ikzelf heb althans alleen maar een Engelse tekst kunnen krijgen. Op die manier kunnen we geen goede indruk krijgen van wat er precies gebeurd is. Het tweede punt is dat we het hier over heel belangrijke zaken hebben, die verreikende gevolgen hebben voor onze landen en volkeren, zeker als je kijkt wat er nu binnen de Europese Unie – bijvoorbeeld in Griekenland, Ierland en, naar verwachting, in Portugal – gebeurt of zal gebeuren. Daarom geloven wij dat we deze onderwerpen omzichtiger moeten benaderen. We vinden dus dat de stemming over deze punten moet worden uitgesteld tot juli.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het Parlement verwerpt het verzoek.

***

De agenda wordt aldus vastgesteld.

 

12. Voorbereiding van de Europese Raad (24 juni 2011) (debat)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Aan de orde zijn de verklaringen van de Raad en de Commissie over de voorbereiding van de bijeenkomst van de Europese Raad (23-24 juni 2011).

 
  
MPphoto
 

  Enikő Győri, fungerend voorzitter van de Raad. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, voorzitter van de Commissie, geachte afgevaardigden, dit is de laatste keer dat ik het Parlement namens de Raad in een plenair debat toespreek.

In januari hebben we een Parlementvriendelijk voorzitterschap beloofd. We waren ons bewust van de consequenties van het Verdrag van Lissabon en beseften dat nauwe samenwerking met het Europees Parlement en zijn leden in de toekomst essentieel zou zijn voor het welslagen van elk voorzitterschap. Het Europese publiek verwacht resultaten van de EU, zonder zich al te zeer druk te maken over het onderscheid tussen het Parlement, de Commissie en de Raad. En daar hebben de mensen gelijk in. We hebben een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid en daarom delen we ook ons succes of falen.

De komende Europese Raad markeert het einde van het Hongaarse voorzitterschap. Dit debat is daarom een prachtige gelegenheid om verslag te doen van hetgeen er op een aantal dossiers, in nauwe samenwerking met dit Parlement, is bereikt.

Laat ik beginnen met het economisch beleid. De Europese Raad zal het eerste Europees semester afsluiten. Dit brengt in één beleidscyclus de twee armen van economisch herstel samen: financiële stabiliteit die is gebaseerd op begrotingsconsolidatie, weerspiegeld in stabiliteits- en convergentieprogramma's, en structurele hervormingen voor slimme, duurzame en banen scheppende groei zonder sociale uitsluiting. Dankzij de uitstekende samenwerking tussen de Commissie, de Raad en de lidstaten in de behandeling van de nationale hervormingsprogramma's en aanbevelingen, heeft het eerste Europees semester een semester geduurd, en geen dag langer.

De Europese Raad zal worden uitgenodigd om de specifieke aanbevelingen per land te bekrachtigen die door de Raad zijn gedaan, die door alle lidstaten moeten worden vertaald in hun nationale besluiten met betrekking tot hun begrotingen en structurele hervormingen. Zelfs in de trialoogbesprekingen hebben we een verwijzing opgenomen naar het Europees semester, zodat het Parlement passend kan worden geïnformeerd over deze ontwikkelingen.

Wat betreft het Euro Plus-pact, hebben de deelnemende lidstaten toezeggingen gepresenteerd die in totaal meer dan honderd aparte maatregelen omvatten. Deze toezeggingen zijn een goede stap op weg naar de verwezenlijking van de doelstellingen van het pact, die nu op nationaal niveau ten uitvoer moeten worden gelegd.

De mate van ambitie en precisie van deze eerste toezeggingen verschilt echter. Bij de voorbereiding van hun volgende toezeggingen zullen de lidstaten zorgen voor een grotere reikwijdte, een concretere aanpak en een hoger ambitieniveau.

Ik kom nu op de zes wetgevingsvoorstellen over economische governance, in ons gemeenschappelijke jargon het 'sixpack' genoemd. Ik zal niet in detail treden, omdat het als zelfstandig punt op de plenaire agenda staat. Ik wil u er alleen aan herinneren dat het Hongaarse voorzitterschap van de Europese Raad de opdracht heeft gekregen om voor eind juni politieke overeenstemming te bereiken met het Parlement. Nadat de Raad in maart een algemene aanpak had vastgesteld, zijn we onmiddellijk aan de slag gegaan en hebben met het Parlement en de Commissie intensieve trialoogbesprekingen gevoerd.

De drie instellingen hebben enorm veel werk verricht. Het aanvankelijke standpunt van het Parlement bevatte circa tweeduizend amendementen. Inmiddels zijn we erin geslaagd om de openstaande punten terug te brengen tot één grote kwestie en enkele technische aspecten. Ik ben ervan overtuigd dat de tekst die we nu op tafel hebben liggen, sterker is en geschikter is om toekomstige crises te voorkomen. We zullen het voorzitterschap van de Europese Raad dienovereenkomstig informeren en zo verslag uitbrengen aan het orgaan dat ons deze missie heeft gegeven.

Ik ben persoonlijk betrokken geweest bij fascinerende gesprekken met een groot aantal leden van dit Parlement. Ik grijp deze gelegenheid aan om u allemaal oprecht te bedanken voor deze ervaring. Als een Parlementvriendelijk voorzitterschap hopen we dat de resultaten die ons op het randje van een akkoord hebben gebracht, niet verloren zullen gaan. De financiële markten, het Europese bedrijfsleven en, wat heel belangrijk is, onze Europese medeburgers verwachten dat we verantwoordelijkheid tonen en dat we besluiten nemen en iets doen aan de schuldenlast – het belangrijkste probleem van onze economieën. Tot slot weten we ook dat de kwestie van Griekenland ook op de agenda van de Europese Raad zal staan.

Ik kom nu op justitie en binnenlandse zaken. De Europese Raad zal strategische aangelegenheden bespreken die verband houden met asiel, migratie en Schengen, voortbouwend op de conclusies die door de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken op 9 juni 2011 zijn aangenomen.

In het licht van de recente ontwikkelingen zal de Europese Raad ideeën bespreken en meer politieke leiding en samenwerking verschaffen in het Schengengebied. Hij zal ook ideeën bespreken met betrekking tot een mogelijk vrijwaringsmechanisme. Ik wil echter benadrukken dat de lidstaten voor het goed functioneren van Schengen de regels volledig ten uitvoer moeten leggen en zo het wederzijdse vertrouwen onder elkaar moeten vergroten. Er is ook een doeltreffend en bijgewerkt systeem voor toezicht en evaluatie voor nodig.

Dan ga ik nu naar het vrije verkeer van personen. Dit behoort tot een ander hoofdstuk van het acquis communautaire dan Schengen, maar toch zijn de twee onlosmakelijk met elkaar verbonden. Beide behoren tot de meest zichtbare en populaire resultaten van de Europese integratie. De lidstaten zijn zich hiervan bewust en zijn volledig van plan om ze te beschermen. De redenering achter Schengen is onveranderd: een steeds efficiënter beheer van de buitengrenzen is een voorwaarde voor reizen zonder grenscontroles binnen de Schengenzone.

Zoals u weet zijn er intensieve onderhandelingen geweest over de verordening tot wijziging van de Frontex-verordening. We hebben in Frontex een Europees instrument par excellence dat onmisbaar is voor het controleren van onze buitengrenzen. Het voorzitterschap verwelkomt het positieve resultaat van de laatste trialoogbijeenkomst. De lidstaten bespreken de resultaten vanmiddag, en we zijn optimistisch gestemd dat er op tijd voor de Europese Raad overeenstemming kan worden bereikt.

Wat betreft het Europees asielbeleid: recente ontwikkelingen hebben dit beleid onder druk gezet. Er zijn veilige en efficiënte asielprocedures nodig voor mensen die bescherming behoeven. Het is daarom cruciaal dat het gemeenschappelijk Europees asielstelsel voor 2012 wordt voltooid – een stelsel gebaseerd op hoge beschermingsnormen, gecombineerd met eerlijke, doeltreffende procedures die in staat zijn om misbruik te voorkomen en een snel onderzoek van asielaanvragen mogelijk maken, teneinde de houdbaarheid van het stelsel te waarborgen.

De Europese Raad zal ook de voortgang evalueren die is gemaakt bij het opstellen van plannen voor capaciteitsopbouw om migratiestromen en vluchtelingenstromen te beheersen. De doelstelling moet zijn de basisoorzaken van onregelmatige migratie aan te pakken. Daartoe zullen partnerschappen met zuidelijke buurlanden worden ontwikkeld. Als eerste stap zal met deze landen een brede gestructureerde dialoog over migratie, mobiliteit en veiligheid worden opgezet, met het doel tastbare voordelen voor hen en voor de EU te behalen.

Ik wil nu enkele woorden zeggen over Kroatië. De afronding van de toetredingsonderhandelingen met Kroatië was een van de topprioriteiten van ons voorzitterschap. Dankzij de reusachtige inspanningen van Kroatië, de Commissie en het voorzitterschap, met de nodige steun van het Parlement – waarvoor het grote lof verdient –, zal de Europese Raad verzoeken om afronding van de toetredingsonderhandelingen met Kroatië voor eind juni 2011. De ondertekening van het toetredingsverdrag wordt voorzien vóór het einde van het jaar.

Deze ontwikkelingen geven het Europese perspectief van de Westelijke Balkan een nieuwe impuls. De Europese Raad zal op dit onderwerp terugkomen in zijn bijeenkomst van december 2011. In dit verband zal hij naar verwachting de arrestatie van generaal Mladić en diens overbrenging naar Den Haag verwelkomen. Servië heeft een reusachtige stap gezet in de richting van toetreding tot de EU.

Wat betreft het zuidelijke nabuurschap: de Europese Raad zal naar verwachting de nieuwe benadering van de betrekkingen met de Europese buurlanden bekrachtigen die maandag is overeengekomen in de Raad Buitenlandse Zaken. Gezien de ernstige ontwikkelingen in delen van het zuidelijke nabuurschap van de Unie, zal de Europese Raad naar verwachting ook een verklaring afleggen over de recente gebeurtenissen in de regio.

Wat betreft andere onderwerpen, kan ik u mededelen dat de Europese Raad naar verwachting Mario Draghi zal benoemen als volgende gouverneur van de Europese Centrale Bank, waarover het Parlement nog zal stemmen.

Last but not least, zal de Europese Raad waarschijnlijk de EU-strategie voor het Donaugebied goedkeuren, alsmede het EU-kader voor de nationale strategieën voor integratie van de Roma, waarmee twee verdere prioriteiten van het Hongaarse voorzitterschap worden verwezenlijkt.

De strategie voor het Donaugebied is opgezet om de kansen te verbeteren voor een hele regio, die een verscheidenheid aan lidstaten en derde landen op de Westelijke Balkan omvat: naties, volken en gemeenschappen. Met het EU-kader voor de nationale strategieën voor integratie van de Roma pakken we voor het eerst op Europees niveau de moeilijke situatie van de Roma aan en maken we die tot een kans voor ons allemaal.

Een speciaal woord van dank aan dit Parlement, omdat het zo'n uitstekend verslag – het verslag-Járóka – heeft opgesteld, en voor het besluit, dat een uitstekende basis was voor ons werk in de Raad. Europa zal zo laten zien dat het, in de woorden van premier Orban, "een hart heeft, en niet slechts hersenen".

Mijnheer de Voorzitter, voorzitter van de Commissie, geachte afgevaardigden, het Hongaarse voorzitterschap koos ‘een Sterk Europa’ als motto. Ik spreek de hoop uit dat u het eens bent met het oordeel van Voorzitter Buzek, die onlangs zei: "Na het Hongaarse voorzitterschap zal Europa sterker en beter zijn."

Ik bedank u nogmaals vanuit het diepst van mijn hart voor uw samenwerking in de afgelopen zes maanden.

 
  
MPphoto
 

  José Manuel Barroso, voorzitter van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, de Europese Raad van deze week heeft een heel omvangrijke agenda. Minister Győri heeft de agenda in het algemeen gepresenteerd, namens het Hongaarse voorzitterschap van de Raad. Ik wil haar op dit moment bedanken voor de inzet die zij in deze zes maanden heeft getoond.

Ik zal me op enkele specifieke punten concentreren: ik heb de leden van de Europese Raad een brief geschreven waarin ik de standpunten van de Commissie heb verwoord over wat volgens mij de belangrijkste agendapunten zijn, en ik wil onze standpunten graag met u delen. Aan het einde zal ik ook enkele opmerkingen maken over Griekenland.

Deze Europese Raad zal heel belangrijke stappen zetten om te waarborgen dat de economische beleidsvorming van de Europese Unie zowel samenhangender als doeltreffender wordt.

Op de eerste plaats hebben we het pakket voor economische governance. Ik ben het Parlement oprecht dankbaar voor het uiterst zware werk die het heeft verricht en de inzet die het heeft getoond in het handhaven van een hoog ambitieniveau op dit punt. Later vanmiddag zal commissaris Rehn, namens de Commissie, onze gedetailleerde standpunten over deze uiterst belangrijke aangelegenheden verwoorden. Ik verwacht dat het Parlement en de lidstaten nu tot overeenstemming zullen komen, want vaststelling van het pakket voor economische governance is fundamenteel voor ons veelomvattende antwoord op de crisis.

Overeenstemming over dit pakket is van wezenlijk belang. Het zal uiterst moeilijk zijn om aan onze burgers uit te leggen waarom we het niet eens kunnen worden over de fundamentele pijlers van het antwoord op deze crisis, wanneer we proberen te reageren op uitdagingen van deze grootte. Ik denk dat het akkoord over dit pakket onze economische toezichtmechanismen op Europees niveau zal versterken. Het zal de Europese Unie veel beter in staat stellen om te voorkomen dat er onhoudbare overheidsschulden en -tekorten en schadelijke macro-economische onevenwichtigheden ontstaan. Ook al is voorkomen beter dan genezen, we zullen ook beter in staat zijn om actie te ondernemen om deze situaties te corrigeren, als ze zich toch voordoen.

Op de tweede plaats verwacht ik dat de staatshoofden en regeringsleiders de specifieke aanbevelingen per land goedkeuren die de Commissie op 7 juni heeft gepresenteerd. Zoals u weet, is dit de eerste keer dat we een dergelijke collectieve exercitie op Europees niveau uitvoeren.

De aanbevelingen zijn gebaseerd op een uitgebreide analyse door de Commissie van de plannen van de lidstaten voor duurzame groei en het scheppen van werkgelegenheid, in combinatie met gezonde overheidsfinanciën. De aanbevelingen zijn gericht, meetbaar en afgestemd op de meest urgente uitdagingen van elk land. Natuurlijk zijn de discussies tussen de Commissie en de lidstaten over deze aanbevelingen bij tijd en wijlen zeer intens geweest, maar ik ben blij dat het algemene resultaat het hoge ambitieniveau heeft behouden.

We kunnen niet aan de ene kant de voordelen van de eengemaakte markt opstrijken en aan de andere kant roekeloze economische beleidsvorming negeren. Het is zinloos om een splinternieuw pakket voor economische governance te ondertekenen, als de lidstaten in dezelfde week vraagtekens plaatsen bij de methodologie en onafhankelijke aanbevelingen van de Commissie in de exercities per land. Deze nieuwe manier van beleidsvorming is ook een krachtig verzoek om collectieve verantwoordelijkheid, want de economische ruimte van de Europese Unie is zo veel meer dan de som van onze afzonderlijke economieën.

Op de derde plaats zal de Europese Raad naar verwachting in 2013 de verdragswijziging goedkeuren die nodig is om de oprichting van het Europees stabiliteitsmechanisme mogelijk te maken, met zijn capaciteit om – onder strikte voorwaarden – de lidstaten in de eurozone in financiële moeilijkheden bij te staan.

Het Europees stabiliteitsmechanisme is, tezamen met de verhoging van de effectieve leencapaciteit van de Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit (EFSF), een duidelijk blijk van onze inzet om de stabiliteit van de eurozone te waarborgen op basis van gezonde en duurzame overheidsfinanciën.

U herinnert zich wellicht dat de noodzaak om de effectieve leencapaciteit van de EFSF te versterken een heel belangrijk onderwerp was, toen de Commissie in januari de jaarlijkse groeianalyse presenteerde. We kregen toen heel veel kritiek, maar nu hebben de regeringen van Europa – unaniem – besloten om de effectieve leencapaciteit te vergroten. Ik vraag me af of het niet mogelijk was geweest om dit een paar maanden geleden goed te keuren.

Het pakket voor economische governance, de specifieke aanbevelingen per land en de stabiliteitsmechanismen: dit is hoe Europa serieus lessen moet trekken uit de crisis en daarnaar moet handelen. De Commissie zal haar uiterste best doen om deze onwrikbare standvastigheid in alle te bespreken aangelegenheden te behouden.

Om te reageren op de economische crisis moeten alle sectoren een bijdrage leveren, en geen enkele sector meer dan de financiële sector. Ik heb het Parlement beloofd dat de Commissie met een formeel wetgevingsvoorstel over een financiële belasting zal komen.

Het voorstel zal drie doelen hebben. Op de eerste plaats versnippering van de interne markt voor financiële diensten voorkomen, want er wordt een toenemend aantal ongecoördineerde nationale belastingmaatregelen ingevoerd. Op de tweede plaats heeft deze financiële belasting ook tot doel passende ontmoedigingen in te voeren voor al te risicovolle of puur speculatieve transacties. Op de derde plaats wil zij waarborgen dat financiële instellingen een eerlijke en substantiële bijdrage leveren aan het delen van de kosten van de recente crisis, alsmede iets doen aan zorgen met betrekking tot excessieve winsten.

De zeer hoge bonussen die nog steeds worden betaald aan bankiers – bankiers die soms zijn gered met hoge sommen geld van de belastingbetalers – wijzen erop dat er excessieve winsten worden gemaakt in de bankensector en dat de bankensector ook moet bijdragen aan het gemeenschappelijk algemeen belang.

(Applaus)

Het tweede grote onderwerp voor de Europese Raad is migratie. De kwestie van de migratie is in de afgelopen maanden op de voorgrond getreden, in het bijzonder onder druk van de recente gebeurtenissen in het zuidelijke Middellandse Zeegebied.

Ik heb het Parlement in mei toegesproken over het migratiepakket van de Commissie, dat recente en toekomstige beleidsinitiatieven in een kader plaatst dat de EU en haar lidstaten in staat stelt om asiel, migratie en mobiliteit van onderdanen van derde landen in een veilige omgeving te beheersen.

Laten we eerlijk zijn, migratie is een onderwerp dat met veel emoties is omgeven. Ik wil echter duidelijk zeggen dat de Commissie pogingen om de principes van Schengen te ondermijnen niet zal accepteren. Ik denk zelfs dat we precies het tegenovergestelde zullen zien, door een versterking van de Europese aanpak van migratie en het vrije verkeer.

De Commissie heeft voorgesteld om het bestuur van het Schengengebied te versterken, om zo het vertrouwen van de lidstaten in het doeltreffende beheer van onze buitengrenzen te vergroten.

Dit zal worden gedaan zowel door versterking van het agentschap voor de buitengrenzen Frontex als door een evaluatiemechanisme volgens welk nationale agentschappen voor het beheer van grenzen gezamenlijk zullen werken aan de beoordeling van bedreigingen. We verkennen ook de haalbaarheid van een waarborgenstelsel dat het mogelijk maakt om op Europees niveau besluiten te nemen om mogelijke moeilijke situaties het hoofd te bieden, wanneer onze gemeenschappelijke buitengrenzen onder exceptionele druk staan of wanneer lidstaten verzuimen om hun verplichtingen na te komen om hun grenzen te controleren. Besluiten over de beste wijze om zulke situaties aan te pakken zouden moeten worden genomen op het niveau van de Europese Unie, zodat unilaterale acties door de lidstaten worden vermeden. Als uiterste mechanisme, en als de kritieke situatie dit rechtvaardigt, zouden deze besluiten kunnen voorzien in de tijdelijke herinvoering van controles aan de binnengrenzen, maar altijd in een communautair kader.

Dit betekent niet dat de afschaffing van de binnengrenzen ongedaan wordt gemaakt. Dit is een manier om de Europese dimensie van het stelsel te versterken, zodat individuele lidstaten zich niet gedwongen voelen om unilateraal op te treden. Ik zal duidelijke steun van de Europese Raad zoeken voor deze aanpak, zodat gedetailleerde voorstellen van de Commissie definitief kunnen worden gemaakt en een kans van slagen hebben.

Het migratiepakket wordt vervolledigd door voorstellen voor een gemeenschappelijk, efficiënt en beschermend asielstelsel dat asielzoekers gelijke behandeling in de hele Europese Unie garandeert. Ik vertrouw erop dat het Parlement en de Raad de voorstellen die zijn vervat in de herziene voorstellen van de Commissie voor minimumnormen voor de opvang van asielzoekers en voor de vluchtelingenstatus zullen goedkeuren. Ik zal de Europese Raad vragen om de voltooiing van het hele asielpakket zo snel mogelijk en binnen de overeengekomen termijn te steunen.

De Europese Raad heeft ook de situatie in ons nabuurschap besproken, in het bijzonder de tenuitvoerlegging van het Partnerschap voor democratie en gedeelde welvaart met de zuidelijke Middellandse Zeelanden. Dit partnerschap is uiterst belangrijk voor onze Arabische partners, die van de Europese Unie steun hopen te krijgen voor de democratische overgang in het zuidelijke Middellandse Zeegebied. We mogen hen niet teleurstellen.

Een ander punt op de agenda van de komende Europese Raad is de aanbeveling van de Commissie dat Kroatië de achtentwintigste lidstaat van de Europese Unie wordt, hopelijk per 1 juli 2013. Er moet nog veel werk worden verricht, maar ik hoop dat we aan het einde van de maand tijdens de toetredingsconferentie de resterende hoofdstukken kunnen ondertekenen.

Tot slot een woord over Griekenland, want ik hoop dat de lidstaten ook gelegenheid zullen hebben om op het hoogste niveau over deze situatie te spreken, die niet alleen belangrijk is voor een van de lidstaten van onze Unie, maar volgens mij ook voor de stabiliteit van de eurozone en voor de stabiliteit van de Europese Unie als geheel. De kwestie Griekenland brengt heel belangrijke kwesties naar voren, niet alleen in termen van financiële stabiliteit, maar ook in termen van sociale betrokkenheid en in termen van de politieke vastberadenheid van de Europese Unie.

De stemming van gisteravond in het Griekse parlement stelt de regering in staat om te bouwen aan consensus en steun voor het met de Europese Unie en het IMF overeengekomen hervormingspakket van fiscale maatregelen, privatiseringen en hervormingen die noodzakelijk zijn voor Griekenlands terugkeer naar groei. Want laten we volstrekt eerlijk zijn, er is geen alternatief voor dit plan. Laten we daar dus naar handelen.

Ik weet dat veel mensen in Griekenland een periode doormaken van grote problemen en onzekerheid. Mijn boodschap aan de Grieken is dat Europa haar woord houdt, als de regering actie onderneemt. Als Griekenland kan aantonen dat het zich werkelijk verbindt tot het met de Europese Unie en het IMF overeengekomen hervormingspakket, begeleiden wij Griekenland op zijn weg terug naar groei. Begrotingsconsolidatie is absoluut noodzakelijk, maar het doel is groei.

We mogen nooit vergeten dat een euro die wordt uitgegeven aan rente op schulden, een euro is die niet naar de bevolking van Griekenland kan gaan, dus het is van zeer groot belang de schuld te verkleinen en het tekort te beheersen, zodat we het vertrouwen in de Griekse economie kunnen herstellen, teneinde groei te bevorderen.

Tegelijk is het uiterst belangrijk dat de Grieken begrijpen dat een nationale consensus nodig is in het licht van zulke moeilijke omstandigheden: een nationale consensus en geen kortzichtige partijpolitiek. We hebben een nationale consensus nodig in Griekenland, zodat Griekenland het vertrouwen van de partners en de markten kan winnen op het punt van de zeer belangrijke hervormingen die nodig zijn.

(Applaus)

Maandagavond heb ik een ontmoeting gehad met premier Papandreou, en we hebben ook gesproken over een strategischer gebruik van onze Europese structuurfondsen. Griekenland kan uit hoofde van het cohesiebeleid toegang krijgen tot een aanzienlijk bedrag aan Europese middelen. Ik denk dat we hun absorptietempo moeten verhogen en deze middelen naar voren moeten halen, om een aanzienlijk effect op de verbetering van het concurrentievermogen en de werkgelegenheid te bereiken.

Dit zal gebeuren binnen de bestaande middelen. Het zal een veelomvattend programma van technische bijstand zijn, gericht op groei en banen, maar met het karakter van een noodmaatregel, want – ik herhaal – Griekenland verkeert in een noodsituatie.

Ik zal deze kwesties met de Europese Raad bespreken: wat we samen met Griekenland kunnen doen. Wij, de Commissie, kunnen dit invoeren, bilateraal met de regering, maar ik denk dat iedereen die iets bij kan dragen, een inspanning moet leveren, en wel in de vorm van technische bijstand afkomstig van de verschillende lidstaten.

De Griekse regering is bereid om met ons aan de slag te gaan met deze aanpak. Ik denk dat we ook bereid moeten zijn om hier op een heel positieve manier op te reageren, altijd op basis van strikte voorwaardelijkheid voor wat betreft de noodzakelijke hervormingen voor dat land.

De tenuitvoerlegging van de hervormingsplannen van Griekenland vraagt om exceptionele inspanningen van de Griekse bevolking. De Commissie stelt nu een exceptioneel antwoord voor, als een teken aan de Griekse bevolking dat er hoop is. Zij brengen offers, en we weten dat ze offers brengen, maar aan het einde van de weg gloort hoop, en oplossingen liggen binnen hun bereik. Zij voeren diverse belangrijke bezuinigingen door, maar deze bezuinigingen zijn noodzakelijk voor groei. Groei is het antwoord, en we zullen er samen met de Griekse autoriteiten en de Griekse bevolking aan werken om die doelstelling te verwezenlijken.

 
  
MPphoto
 

  Joseph Daul, namens de PPE-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, voorzitter van de Commissie, fungerend voorzitter van de Raad, minister Győri, ik wilde eerst kort het woord tot u richten, als blijk van erkenning voor al het werk dat u hebt verricht en vooral voor de methodische aanpak die u hebt gehanteerd en de uren die u aan deze klus hebt besteed, samen met het Parlement vooral. Ik denk dat dit moet worden gezegd, en dus, nogmaals, hartelijk dank.

(Applaus)

U geeft haar applaus, en hoe kan het ook anders: we hebben haar goed opgeleid binnen onze fractie. Daarom kent ze het reilen en zeilen binnen het Parlement.

Zelden heeft een bijeenkomst van de Europese Raad in een zo moeilijke en beladen context plaatsgevonden. Zelden hebben de mensen in onze lidstaten zulke hoge verwachtingen gehad, verwachtingen over moedige en gezamenlijke besluiten van hun leiders over de brandende kwestie van de euro en de schuldencrisis, maar ook over economische governance. In verscheidene landen, en met name in Griekenland, zijn onze medeburgers het spoor bijster, bang en buitengewoon bezorgd over hun toekomst en die van hun kinderen. Ik zou graag van deze gelegenheid gebruik maken om drie boodschappen over te brengen aan onze Griekse vrienden.

Allereerst, Europa is solidair met hen en wij Europeanen doen alles wat in onze macht ligt om ze uit een buitengewoon moeilijke situatie te bevrijden, in een geest van solidariteit en verantwoordelijkheid – en ik leg de nadruk op het woord verantwoordelijkheid.

Ten tweede, de situatie waarmee zij momenteel geconfronteerd worden komt voort uit het feit dat ze jarenlang boven hun stand hebben geleefd – net als talloze andere landen in Europa overigens. Dit moet gezegd, en ik roep alle Europeanen op de werkelijkheid onder ogen te zien.

Mijn derde boodschap vloeit voort uit de eerste twee: Europa kan Griekenland, of om het even welk ander land dat in moeilijkheden verkeert, alleen helpen als het er alles aan doet om zijn economische en financiële situatie duurzaam te saneren. Dit zal gepaard gaan met offers, maar zal uiteindelijk leiden tot positieve veranderingen voor het land. Ook dit moet gezegd, en onwillekeurig moet ik denken aan het voorbeeld van Letland, dat enkele jaren geleden nagenoeg failliet was en dankzij een moedig herstelbeleid onder leiding van de tot tweemaal toe herkozen premier Valdis Dombrovski zijn begroting weer in evenwicht heeft weten te brengen.

Tegenover de huidige situatie kunnen we twee verschillende houdingen aannemen: of we gaan demonstreren en staken – dat is onderdeel van de vakbeweging (ik was zelf vakbondslid) – of, na uiting te hebben gegeven aan onze bezorgdheid, gaan we aan de slag om de situatie te herstellen door middel van rechtvaardig beleid.

Dames en heren, mijn fractie pleit voor een krachtige impuls. Alle lidstaten moeten onder ogen zien dat veranderingen even noodzakelijk als heilzaam zijn. We zullen niet uit deze crisis geraken door zondebokken aan te wijzen (Europa, het Internationaal Monetair Fonds of anderen), maar door onze mouwen op te stropen – en met 'we' bedoel ik uiteraard de politiek, maar ook alle 500 miljoen Europese burgers.

Daarmee kom ik weer uit bij de Europese Raad, waarvan we verwachten dat hij de Europese solidariteit bevestigt. Maar los van de huidige crisis en om een duurzaam herstel te bewerkstelligen, verwachten we ook verregaande hervormingen op het gebied van economische governance; immers, we hebben het monetaire gedeelte van de economische en monetaire unie weliswaar voltooid, met de euro, maar het economische gedeelte laat te wensen over, en daarvoor betalen we nu een hoge prijs. De Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten) roept op de communautaire methode te hanteren bij de onderhandelingen over het wetgevingspakket, zodat onze lidstaten hun verplichtingen niet te makkelijk kunnen ontlopen, zoals ze in het verleden hebben gedaan. Wanneer de Raad, samen met het Parlement, economische regels invoert die de 27 lidstaten geacht worden na te leven, kan het niet zo zijn dat er bij de eerste de beste gelegenheid van wordt afgeweken. We willen gewoon een garantie dat ze zullen worden nageleefd. Als de crisis die we momenteel doormaken ergens goed voor is, dan is het dat we van het verleden moeten leren. Ik hoop dat iedereen in dit Parlement hiervan doordrongen is.

Laat ik met iets positiefs afsluiten, door het verwachte besluit van de Raad over de op handen zijnde toetreding van Kroatië toe te juichen. Kroatië zal naar verwachting over een paar maanden de 28e lidstaat van de Europese Unie worden. Dit besluit zal een beloning zijn voor de enorme inspanningen van het Kroatische volk en hun regering, waarvan ik de moed en gemeenschapszin hier wil loven. Deze toetreding is een belangrijk en positief signaal voor de Europeanen, die momenteel aan zichzelf twijfelen. De waarden die Europa belichaamt – solidariteit, verdraagzaamheid, openheid naar anderen, respect voor minderheden, eerbied voor de mensenrechten en de menselijke waardigheid – hebben onze steun nog nooit zo verdiend als in deze tijden van mondialisering, nu het machtsevenwicht alle andere belangen te vaak naar de achtergrond dringt. Ik weet zeker dat als de Europeanen dit willen, en als gemeenschapszin het wint van verdeeldheid en populisme, we sterker uit deze moeilijke tijden zullen komen. Ik hoop dat de staatshoofden en regeringsleiders de voorkeur zullen geven aan deze visie boven elke andere overweging.

 
  
MPphoto
 

  Martin Schulz, namens de S&D-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het Europees Parlement heeft zich zelden tijdens een heviger crisis opgemaakt voor een vergadering van de Europese Raad. Ik geloof dat wij ons weinig illusies hoeven te maken. Deze vergadering van de Europese Raad zal een historische worden, omdat er over de toekomst van deze Unie zal worden besloten.

Ik las van de week een interessante stelling in een Duitse krant. De markten, zo schreef deze Duitse krant, wantrouwen de Europese Unie omdat zij er geen vertrouwen meer in hebben dat deze een oplossing voor de problemen vindt. De bevolking van Europa, de burgers, wantrouwen de Europese Unie omdat zij er geen vertrouwen meer in hebben dat de regeringen een oplossing voor de problemen vinden. Wij verkeren in een ernstige crisis. Wij verkeren in een vertrouwenscrisis ten aanzien van het Europese project. Iedereen krijgt de crisis die hij verdient. Onze problemen zijn al veel langer bekend. De vraag is of wij deze willen aanpakken op doortastende of wankelmoedige wijze, en of wij de moed hebben de problemen ook echt aan te pakken of dat onze lafheid ons uiteindelijk op de knieën krijgt.

Laat ik één ding zeggen, en dat is misschien wel een van de meest impopulaire boodschappen waarmee wij in Europa momenteel kunnen komen. Toch zal ik het niet laten te zeggen, omdat het ook echt mijn overtuiging is dat het klopt. Wij hebben geen behoefte aan minder Europa, wij hebben behoefte aan meer! Wij moeten de moed tonen om de crisis te overwinnen op basis van Europese middelen.

(Applaus)

Waarom hebben wij behoefte aan meer Europa? Deze bijeenkomst van de Raad gaat voornamelijk over twee dingen. Ten eerste moeten de staatshoofden en regeringen hun gezag terugwinnen, aangezien het niet alleen de staatshoofden en regeringen zijn die beslissen. In de wereld waarin wij leven zijn er 43 ondernemingen met een balanstotaal dat groter is dan de nationale begroting van een middelgrote EU-lidstaat als Polen. Dat betekent dat er 43 directeurs zijn die minstens even machtig zijn als de minister-president van Polen. Deze mensen beslissen over het lot van mensen in ons continent. Is hier ooit wel eens gedebatteerd – en dit is weer een heel ander punt – over de vraag of het wel juist is dat precies voorafgaand aan een vergadering van de Raad Ecofin, aan een vergadering van de Europese Raad, een, twee of drie kredietbeoordelingsbureaus bepalen of de oplossingen die zijn voorgesteld, wel passend zijn? Wie zwaaien er nu eigenlijk echt de scepter over de economische ontwikkelingen in Europa? En wie zit daar achter?

En wie betaalt deze kredietbeoordelingsbureaus eigenlijk voor hun beoordelingen? Ze doen het immers toch niet alleen voor een plekje in het hiernamaals? Uiteraard ontvangen zij voor hun voorstellen geld van belanghebbenden. De staatshoofden en regeringen moeten daarom de moed opbrengen om de soevereiniteit over hun nationale en democratische bevoegdheden om in te grijpen, weer terug te winnen. De enige manier waarop zij dit kunnen doen, is door zich te verenigen.

(Applaus)

Zij zullen hier nooit in slagen als zij zichzelf opsplitsen in afzonderlijke delen. In de 27 lidstaten van de EU woont momenteel 7,8% van de wereldbevolking. Uit bevolkingsstatistieken blijkt dat in 2050 nog slechts 4% van de wereldbevolking hier zal wonen. De resterende 96% van de wereldbevolking zal zich niet alleen op Europa oriënteren. De opkomende machten, de opkomende economieën van deze wereld zitten er niet op te wachten dat Europa zich opsplitst in afzonderlijke delen, van grote delen zoals Duitsland tot heel kleine deeltjes zoals Malta, in de overtuiging dat elk afzonderlijk deel zichzelf wel op eigen houtje kan redden – de renationaliseringsretoriek waar veel politici hun kiezers op trakteren. Wij kunnen binnen de intercontinentale concurrentie alleen overleven – in ecologisch, economisch, financieel en monetair opzicht – als wij onszelf verenigen, en als wij de gezamenlijke wil hebben om uit te groeien tot de sterkste economie van de wereld – want dat is wat Europa is als het zijn eenheid weet te behouden – en om het Europese project te laten slagen doordat wij ons verenigen in solidariteit. En solidariteit betekent dat wij zullen moeten delen. De sterkste schouders wat meer dan de zwakste. Dat betekent overigens niet dat wij een financiële belasting moeten heffen; het betekent wel een belasting op financiële transacties. Als ik naar de supermarkt ga en ik koop een pak melk, dan betaal ik btw. Als ik een financieel product verkoop, hoef ik geen belasting te betalen. Dat klopt niet. Daarom is deze belasting op financiële transacties nodig.

(Applaus)

Deze dingen zijn allemaal al eerder uiteengezet. Zij liggen nu op tafel. Of wij slagen erin Europa in eenheid samen te brengen en niet de ene lidstaat uit te spelen tegen de andere, en niet de gevoelens van de een uit te spelen tegen die van een ander, of het Europese integratieproject staat op losse schroeven. Als de Europese Unie als transnationaal project ter waarborging van de vrede en de welvaart mislukt en de Unie uiteenvalt, dan valt er meer uiteen dan alleen maar een politieke Unie. Dan zullen de demonen van de 20ste eeuw die dit continent in de ellende hebben gestort, snel weer de kop opsteken. De verdediging van Europa is meer dan een Europese top, het is de verdediging van een formidabel idee.

(Applaus)

 

13. Welkomstwoord
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het is mij een genoegen de delegatie welkom te heten, bestaande uit afgevaardigden van het huis van afgevaardigden en de senaat van Mexico onder leiding van José Guadarrama, die op de officiële tribune heeft plaatsgenomen.

 

14. Voorbereiding van de Europese Raad (24 juni 2011) (voortzetting van het debat)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Aan de orde is de voortzetting van het debat over de verklaringen van de Raad en de Commissie over de voorbereiding van de bijeenkomst van de Europese Raad (23-24 juni 2011).

 
  
MPphoto
 

  Guy Verhofstadt, namens de ALDE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, de hoofdvraag van dit debat van vandaag is op de eerste plaats wat we kunnen verwachten van deze Europese Raad op donderdag en vrijdag. Wat ik hoop, en wat mijn fractie hoopt – zoals de meerderheid in dit Parlement volgens mij doet – is dat we deze Top kunnen afsluiten met een besluitvaardigere, uitgebreidere en doortastendere aanpak van de huidige crisis. Laten we eerlijk zijn, we hebben momenteel geen mondiale, alomvattende aanpak van deze huidige crisis. En die ligt vandaag ook niet op tafel in de Raad of in het Parlement.

Ik wil tegen Martin Schulz zeggen dat ook ik enkele vragen heb over de kredietbeoordelingsbureaus en de rol die zij spelen in de huidige crisis, maar laten we liever in onze eigen gelederen proberen fouten en bronnen van de crisis te vinden, in plaats van buiten de Europese Unie en buiten haar instellingen.

Laten we ook eerlijk zijn over iets anders: de crisis is niet voorbij. Degenen die denken dat er wel een einde aan deze crisis – rond Griekenland en de euro – zal komen door wat extra geld aan Griekenland te geven, hebben het bij het verkeerde eind. Deze crisis is niet voorbij, en deze crisis zal aanhouden als we niet op de eerste plaats een structurele oplossing voor Griekenland vinden en als we niet op de tweede plaats een echte economische en politieke unie vormen in Europa. Zulke maatregelen moeten een einde maken aan de crisis rond de euro en Griekenland.

Nogmaals, is het mogelijk om één munteenheid te hebben en zeventien regeringen, zeventien economische strategieën en zeventien obligatiemarkten, zoals we die momenteel hebben en wat een situatie is die nergens anders in de wereld voorkomt? Alleen wij in Europa denken dat we één monetaire unie kunnen hebben en zeventien verschillende strategieën, zeventien verschillende regeringen en zeventien verschillende obligatiemarkten.

Wij – de federalisten in het Europees Parlement – zijn niet de enigen die dit zeggen. Gisteren zei de heer Lipsky, de huidige directeur-generaal van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), dat Europa één politieke en economische unie zou moeten vormen om deze crisis het hoofd te bieden. Gisteren was het de heer Geithner, de Amerikaanse minister van Financiën, die zei: "Misschien kunnen ze eens halt houden en met elkaar praten; laat ze een economische en politieke unie vormen." Als ze aan de andere kant van de Atlantische Oceaan weten wat we moeten doen, waarom hebben wij dan niet de moed om deze enorme stap voorwaarts naar een economische en politieke unie te zetten? Dat is de hoofdvraag voor de Raad van morgen.

Mijn tweede punt is dat we Griekenland moeten helpen – en niet alleen maar op een defensieve manier. We hebben een doortastend bezuinigingsprogramma nodig, en dat wordt momenteel besproken met de Griekse regering. Misschien zijn er plannen om verder te gaan dan wat er nu op tafel ligt. Als dat zo is, hebben we daar een positief plan voor nodig.

Ze kunnen niet uit de crisis komen door middel van uitsluitend bezuinigingen. Ze hebben ook groei en investeringen nodig, en wij kunnen daar binnen de Europese Unie voor zorgen. Laten we bijvoorbeeld garanties verstrekken voor private investeringen. Private investeringen bestaan niet langer in Griekenland. Laten we hun leningen verstrekken van de Europese Investeringsbank. Waarom zouden we niet een deel van het privatiseringsprogramma gebruiken om nieuwe investeringen aan te trekken en groei te scheppen in Griekenland, in plaats van voor begrotingsconsolidatie?

Ik heb nu een vraag voor de heer Daul en ga daarom door in het Frans.

(FR) Ik zal het in het Frans zeggen. In de fractie van de heer Daul zitten leden van de partij Nea Dimokratia. We moeten daarover heel duidelijk zijn. Als we willen dat alle andere lidstaten geld geven aan Griekenland, moet ook in Griekenland een politieke consensus worden bereikt. Ik denk dat we het de heer Daul, die gelijk had in wat hij zei, kunnen toevertrouwen zijn politieke vrienden ervan te overtuigen deze politieke consensus te bereiken en zo de weg vrij te maken voor dit beleid inzake Griekenland.

(Applaus)

Dat is wat we nodig hebben. Ik ben me er terdege van bewust dat we u met een zware taak opzadelen, meneer Daul, maar ik weet dat u in staat bent deze uitdaging het hoofd te bieden. Een land in een dergelijke situatie heeft behoefte aan politieke eenheid, en het is niet door politieke spelletjes te spelen, zoals momenteel het geval is in Griekenland, dat deze situatie zal worden opgelost. Ik heb dit in België namelijk negen jaar lang meegemaakt, meneer Lange.

(EN) Mijnheer de Voorzitter, laten we heel eerlijk zijn. We hebben een doortastender pakket voor economische governance nodig dan we vandaag voor ons hebben liggen.

Ik wil graag iets direct aan voorzitter Barroso vragen: gisteren heeft de woordvoerder van de Europese Commissie op de persconferentie gezegd dat er geen behoefte was aan meer stemmen met een omgekeerde gekwalificeerde meerderheid in het governancepakket. Mijnheer Barroso, ik wil u vragen dit recht te zetten. Ik vraag de Commissie, tezamen met het Europees Parlement, een meer communautaire methode te gebruiken voor het pakket voor economische governance.

(Spreker verklaart zich bereid een "blauwe kaart"-vraag krachtens artikel 149, lid 8, van het Reglement te beantwoorden)

 
  
MPphoto
 

  Joseph Daul (PPE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, ik wil graag het volgende zeggen tegen de voorzitter van de Fractie Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa: ik weet zeker dat wanneer hij, met zijn liberale regeringen, volledige solidariteit met alle lidstaten tot stand weet te brengen, ik en mijn fractie hem reeds voor zijn gegaan als het gaat om Griekenland, en ik zal hem daaraan ook herinneren in dit Parlement.

 
  
MPphoto
 

  Guy Verhofstadt (ALDE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, in de meeste landen waarop de heer Daul doelde, zitten wij in een coalitie met de Christendemocraten, dus dat zal ongetwijfeld meespelen. Ik denk echter niet dat het gepast is om vanmiddag, voorafgaand aan zo'n belangrijke bijeenkomst van de Raad, partijpolitieke spelletjes te spelen door regeringen tegen elkaar in het harnas te jagen. Ik doe een beroep op u, meneer Daul, om de liberalen niet uit te spelen tegen de Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten) of tegen de sociaaldemocraten. Wat ik van u vroeg was om uw vrienden van de Nea Dimokratia te overtuigen, een partij waarvan veel leden overigens ook onze vrienden zijn en waarvan sommigen zelfs naar mijn fractie zijn overgestapt, en die slechts één doel voor ogen hebben: het Griekse volk verenigen, zodat ze uit de huidige crisis kunnen geraken. U kunt hierbij een belangrijke rol spelen. Ik reken op u.

(Spreker verklaart zich bereid twee "blauwe kaart"-vragen van de heer Koumoutsakos en de heer Ransdorf te beantwoorden, krachtens artikel 149, lid 8, van het Reglement)

 
  
MPphoto
 

  Georgios Koumoutsakos (PPE). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, tot mijn vreugde heb ik de heer Verhofstadt horen zeggen dat iedereen nu inziet dat het Griekse probleem een Europees probleem is. Wat is nu de plicht van Griekenland, mijnheer de Voorzitter? Het is de plicht van Griekenland om een begin te maken met grote structurele hervormingen en privatiseringen.

Daarom wil ik de heer Verhofstadt mededelen – want kennelijk is hij niet goed geïnformeerd – dat de Nea Dimokratia niet alleen akkoord gaat met deze twee vraagstukken, die de harde kern vormen van de hervormingen, maar dat het de Nea Dimokratia was die deze voorstellen deed. Deze voorstellen komen van onze partij. Het is de regering die er nu al anderhalf jaar lang niet in slaagt deze te realiseren. Dat is de waarheid.

 
  
MPphoto
 

  Miloslav Ransdorf (GUE/NGL). - (CS) Mijnheer de Voorzitter, ik heb aandachtig naar de heer Verhofstadt, de voorzitter van de Fractie Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa, geluisterd en zou hem willen vragen of ik goed begrepen heb dat zijn motto als volgt zou kunnen worden samengevat: Griekenland is overal, Griekenland is geen lidstaat van de Europese Unie maar in werkelijkheid een soort van geestesverschijning en dus alomtegenwoordig.

 
  
MPphoto
 

  Guy Verhofstadt (ALDE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, het is duidelijk dat we een reusachtige problemen krijgen in de hele eurozone, als we het Griekse probleem niet oplossen. We hebben momenteel al problemen in Portugal; we hebben momenteel al problemen in Ierland. Het verschil in spreads – tussen Portugal en Duitsland, tussen Ierland en Duitsland – is momenteel meer dan achthonderd basispunten.

Wat we dus aan het doen zijn – met de solidariteit die we vanaf het begin van deze crisis nodig hadden, maar die er niet was – is niet alleen bedoeld voor Griekenland; het moet voor alle lidstaten van de eurozone zijn. Het is te wijten aan dit gebrek aan solidariteit dat we in december 2009 een veel groter probleem hebben gecreëerd – het probleem waarvoor we nu gesteld staan.

 
  
MPphoto
 

  Jan Zahradil, namens de ECR-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, het is vandaag heel boeiend in het Parlement.

Laat ik u eraan herinneren dat velen van ons nog het communisme hebben meegemaakt en sindsdien enorme en snelle vooruitgang hebben geboekt om zich voor te bereiden op het lidmaatschap van de Europese Unie.

We werden terecht gedwongen om ons te bewijzen, om te laten zien dat we voldeden aan de criteria van Kopenhagen, om te laten zien dat we volledig functionerende markteconomieën hadden, enzovoort, maar helaas werd deze mate van controle niet toegepast toen sommige Europese landen toetraden tot de eurozone. Waarom niet? Eenvoudigweg omdat deze is opgezet als een politiek project, en niet als een economisch project, en daarom werden de criteria genegeerd; cijfers werden aangepast om landen erbij te halen die nog niet klaar waren. Dat is de kern van het probleem, en nu zitten we met de gevolgen en staan we op een keerpunt.

Geloof me, ondanks het feit dat de meeste leden van mijn fractie afkomstig zijn uit landen die geen deel uitmaken van de eurozone, willen we de euro niet zien mislukken. Tegelijkertijd kan de euro niet tegen elke prijs worden verdedigd.

We bevinden ons zeker op de laatste pagina's van het bailouthoofdstuk. Deze Europese Raad moet een duidelijk signaal afgeven dat de eurozone, wanneer de positie van een land binnen de eurozone onhoudbaar is, niet mag aarzelen om de mogelijkheid van herstructurering van de schulden van het land ter sprake te brengen, of zelfs – hoe wreed het ook mag lijken – de mogelijkheid dat het land de club verlaat, tenzij het land drastische wijzigingen doorvoert.

Mijnheer Barroso, als u dat niet doet, kan ik u vertellen wat er hierna gebeurt: uw tegenstanders – of beter gezegd, de tegenstanders van uw opvolger – zullen geen aardige, fatsoenlijke Eurosceptici zijn zoals ik, maar echt onplezierige anti-Europeanen. En waarom? Omdat ze zullen zijn gekozen door boze Duitse belastingbetalers en door wanhopige Franse en Nederlandse particuliere ondernemers die het zat zijn om andermans schulden te betalen, en ik weet dat noch u noch ik dit willen zien gebeuren. Laten we daar dus naar handelen.

Evenzo wil ik u vragen om alstublieft op te houden elke crisis te gebruiken of te misbruiken als een gelegenheid om de supra-nationalistische agenda een stap verder te brengen in de richting van iets als een fiscale unie of belastingunie, want dat leidt nergens toe.

Dit is geen crisis van Europa. Dit is slechts een crisis van een verkeerd, verouderd concept van Europese integratie, en dat is alles.

 
  
  

VOORZITTER: RAINER WIELAND
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Rebecca Harms, namens de Verts/ALE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw Győri, dames en heren, het verbaast mij hoe rauw het debat over de diepste crisis die de Europese Unie in lange tijd heeft doorgemaakt, plotseling is geworden. Als wij ons realiseren dat wij momenteel Schengen moeten verdedigen, dat wij er niet in geslaagd zijn de persvrijheid in Hongarije tijdens dit voorzitterschap van de Raad te verdedigen, dat wij heel lang nodig hadden om überhaupt tot een gemeenschappelijke taal te komen ten aanzien van Libië en Egypte, dan is het geen wonder dat wij ten overstaan van de verslechterende toestand van Griekenland niet verder komen dan de constatering dat er in Europa weliswaar vele leiders zijn, maar dat wij echt leiderschap ontberen.

Ik geloof dat dit een van de grootste problemen is waarvoor wij vooralsnog geen goede oplossing hebben. In deze crisis, die al veel langer duurt dan de Griekse crisis, zijn wij nu ook in een situatie beland waarin alle oplossingen die de Raad voorstelt, te laat komen en te weinig draagwijdte hebben. De gedachte dat de Europese Unie alleen kan voortbestaan op de wijze zoals wij dat het liefst zouden zien, en dat zij de gezamenlijke Europeanen een beter leven biedt als wij Griekenland redden en het zuiden stabiliseren, is er echter een die tot nu toe nog nooit was uitgedragen, en ik geloof dat er feitelijk maar één instelling verantwoordelijk is voor deze gedachte en dat is de Europese Raad. Het Parlement – ik geef dat eerlijk toe – speelt ook niet altijd een glansrol. Het Parlement weigerde bijvoorbeeld tijdig voorafgaand aan deze historische Raadsvergadering bijeen te komen teneinde een resolutie aan te nemen waarin de problemen die aan deze historische crisis ten grondslag liggen, exact worden verwoord. Het stelt mij uitermate teleur dat zelfs linkse Parlementsleden, die hier aan mijn rechter zijde zitten, zich niet op tijd konden verenigen om namens het Parlement een verklaring af te leggen ten aanzien van Griekenland.

Ik zou nog een keer terug willen komen op het onderwerp wat er mis is gegaan in Griekenland, omdat ik denk dat de heer Daul een verantwoordelijkheid heeft ten aanzien van de Nea Dimokratia. Wat betreft rechtvaardigheid heeft de fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Demoraten in het Europees Parlement ook een verantwoordelijkheid ten opzichte van de heer Papandreou en zijn regering. Hoe verheugd ik ook ben dat hij gisteren een motie van vertrouwen kreeg, de Griekse regering zal toch ook besluiten moeten nemen over rechtvaardige maatregelen in deze crisis. Het feit dat deze zo oneerlijk verdeeld zijn, dat de lasten alleen worden gedragen door de lagere regionen van de samenleving, dat er geen kapitaalheffing in Griekenland wordt geïntroduceerd en dat de belastingontduiking in Griekenland zeer wijdverspreid is, creëert een oneerlijke situatie. De nationale solidariteit waaraan is gerefereerd, moet er toe leiden dat ook de elite in Griekenland, die per slot van rekening zelfs nu nog profiteert van de crisis, zijn deel in de verantwoordelijkheid neemt.

(Applaus)

Wij houden vast aan alles wat wij reeds bij vele gelegenheden over Griekenland hebben gezegd. Langere looptijden, gunstigere leningen – wij geloven dat er ook een zachte, systematische en veilige herstructurering van de schuld bestaat. Ik geloof dat het een brevet van onvermogen van het politiek leiderschap van de Europese Unie is, dat iets waarvan wij erkend hebben dat het juist is, namelijk dat particuliere schuldeisers ook in de lasten moeten delen, niet wordt doorgevoerd omdat wij bang zijn voor de kredietbeoordelingsbureaus. Het probleem dat ons in deze crisis heeft doen belanden, is derhalve nog steeds een bepalende factor en het heeft ons tot op heden ontbroken aan het politiek leiderschap om dit aan te pakken. Ik geloof dat dit een belangrijk probleem is, dat de komende paar dagen tijdens de bijeenkomst van de Europese Raad zal moeten worden besproken.

Mijnheer Barroso, ik wens u succes met uw plannen voor eerlijker belastingen als manier om de crisis te overwinnen. Ik weet niet of u nog altijd streeft naar een belasting op financiële transacties. Wij zijn daar nog altijd voor. Dit Parlement heeft al vele malen zijn steun daaraan gegeven. Ik geloof echter dat belastingontduiking, onrechtvaardige bonussen en alle overige aspecten die hebben bijgedragen aan de financiële ineenstorting vooralsnog niet zijn aangepakt. Dat is ook uw verantwoordelijkheid. Ik dank u voor uw aandacht.

 
  
MPphoto
 

  Lothar Bisky, namens de GUE/NGL-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, als wij kijken naar hoe Griekenland er op dit moment voorstaat, kunnen wij ook iets leren. Bezuinigingseisen en de oproep om ook het laatste tafelzilver in staatsbezit te verpatsen, zullen Griekenland niet redden. Alles gaat echter gewoon door zoals het was. Voordat wij vragen om toezeggingen, worden eerst nog meer bezuinigingsmaatregelen en privatiseringen geëist. Tegelijkertijd wordt nog steeds geprobeerd om, via het Europees semester, deze faillissementservaring als schrikbeeld aan de lidstaten op te dringen.

Deze hele situatie gaat zo ver dat wij de vestiging van een privatiseringsbureau op basis van het Treuhandmodel overwegen. Mijnheer Lange, het Duitse Treuhandbureau heeft een aantal positieve dingen verricht, maar het heeft tevens gezorgd voor een enorme de-industrialisering en voor een verkwisting van staatseigendommen. De gevolgen hiervan zijn vandaag nog steeds merkbaar. Ik wil dit echter niet arrogant neerzetten als de fouten van anderen.

Miljarden aan extra steun aan Griekenland zonder echte koerswijziging zijn niets meer dan een veiligheidsnet voor de banken. In dat opzicht kunnen wij het ook stellen zonder de vrijwillige bijdrage van de particuliere sector, zo wordt ons verteld. In dat geval zou ik durven beweren dat hier sprake is van een politieke buiklanding.

Alles gaat gewoon door zoals het was. Naar mijn oordeel is het enige alternatief een radicale wijziging van ons financiële en economische beleid. Het ontbreekt ons echter aan de moed om dit te doen. De oorzaken van de crisis worden niet echt aangepakt. Dat is waar het probleem echt ligt. Het ontbreekt ons aan de moed om te zorgen voor meer democratie en transparantie en om minder politiek achter gesloten deuren te bedrijven. Hierdoor komt de Europese gedachte in gevaar en kan bekrompen nationalisme terrein winnen.

Ik zou willen vragen dat er een helder signaal van deze top uitgaat, al zal het signaal wat anders moeten zijn dan: "Laten we op dezelfde weg verder gaan."

 
  
MPphoto
 

  Nigel Farage, namens de EFD-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, iedere keer dat ik de heer Barroso vraag wat zijn plan B is, zegt hij dat zo'n plan niet nodig is.

Mijnheer Barroso, iedere keer dat ik voorspel dat een ander land op het randje van een bailout staat, zegt u: "Nee, nee, er is geen probleem." Hier staan we dan, op het randje van de tweede Griekse bailout, en u zegt: "Er is geen alternatief." We moeten deze weg blijven bewandelen. We moeten het feit negeren dat de Spaanse obligatiemarkt ons vertelt dat zij de volgende zullen zijn. U hebt ons aardig in moeilijkheden gebracht. U hebt het in 100 procent van de voorspellingen over de euro bij het verkeerde eind gehad en u zegt vandaag dat dit pakket Griekenland op de weg naar groei zal zetten, maar dat zal niet gebeuren. Het zal Griekenland op de weg naar een derde bailout zetten, waarover we over een paar maanden al zullen discussiëren.

Ik moet zeggen dat ik het werkelijk ziekmakend vind om te zien hoe het land dat democratie eigenlijk heeft uitgevonden, door u en het steeds vreselijkere Internationaal Monetair Fonds wordt gekoeioneerd en hoe de Grieken wordt verteld dat zij dit bezuinigingspakket moeten accepteren. Zij moeten accepteren dat hun economie wordt gesnoeid tot een niveau dat hen in een totale economische depressie brengt. Ze krijgen te horen dat hiervoor geen alternatief is; het is een vorm van sadomonetarisme, en het drijft hen tot waanzin. Ze gaan de straat op en er is geweld, en eerlijk gezegd kan dit alleen maar erger worden. U hebt hen niet alleen geld ontnomen; u hebt hen hun democratie ontnomen.

Wat goede Europeanen, echt goede Europeanen zouden doen, is een alternatief bieden om de Grieken te helpen hun eigen munteenheid weer op te zetten, om hen in staat te stellen te devalueren, om hen te laten heronderhandelen over hun schulden, want de verhouding tussen hun schulden en hun bbp heeft het punt waarna er geen weg terug is, gepasseerd. Dan, en alleen dan, kunnen echte bezuinigingspakketten werken. Alleen dan zullen de Grieken accepteren dat zij deze bezuinigingen moeten doorvoeren. Als we de huidige weg blijven bewandelen, is dat de weg naar een sociale en economische ramp.

(Spreker verklaart zich bereid een "blauwe kaart"-vraag krachtens artikel 149, lid 8, van het Reglement te beantwoorden)

 
  
MPphoto
 

  Niki Tzavela (EFD). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de heer Farage vragen of hij weet hoe hoog de buitenlandse schuld van het Verenigd Koninkrijk is en of hij van mening is dat het Verenigd Koninkrijk als eiland zich in zijn eentje kan redden.

 
  
MPphoto
 

  Nigel Farage (EFD).(EN) Mijnheer de Voorzitter, het Verenigd Koninkrijk heeft precies twintig jaar geleden hetzelfde doorgemaakt. We maakten deel uit van het wisselkoersmechanisme. We zaten in de val, doordat we probeerden de koers van onze munteenheid stabiel te houden ten opzichte van de Duitse mark, met rentetarieven die twee keer zo hoog waren als ze moesten zijn.

Het heeft één miljoen Britten onnodig hun baan gekost. Gelukkig zijn we uit het wisselkoersmechanisme gestapt, de rentetarieven daalden, en we hebben een goede tijd gehad in de jaren negentig van de twintigste eeuw.

Je kunt verschillende economieën met verschillende groeipercentages en verschillende patronen van mondiale handel niet samensmelten. We hebben onze les geleerd. Wij zijn, God zij dank, niet toegetreden tot de euro. Degenen die dat wel hebben gedaan, zitten momenteel vast in een economische gevangenis, vrees ik.

 
  
MPphoto
 

  Barry Madlener (NI). - Voorzitter, de heer Barroso heeft dinsdag jl. gezegd dat Griekenland kan rekenen op Europese steun. Europa zal leveren, zegt hij.

Voorzitter, waarop baseert de heer Barroso deze macht eigenlijk? Is het niet zo dat steun aan Griekenland nadrukkelijk verboden is volgens het Verdrag van Lissabon? Is het niet zo dat de nationale parlementen individueel hun goedkeuring moeten hechten aan steun? Is het niet zo dat ze ook nee kunnen zeggen?

Voorzitter, de macht van de Commissie breidt zich steeds verder uit. Het is tijd dat daaraan een einde wordt gemaakt. De Commissie ziet zichzelf als het bestuur van alle Europese landen, als de uiteindelijke beslisser onder leiding van Barroso. Voorzitter, Barroso is niet democratisch gekozen. Geen Europeaan heeft zijn stem uitgebracht op deze man. Ik heb maar één woord voor een bestuur dat regeert zonder democratie en dat is een dictatuur. Een bureaucratische dictatuur die de Grieken wil onderwerpen en die het ook voor het zeggen wil krijgen in Nederland. Het is onacceptabel dat de man Barroso gaat bepalen of Nederland steun verleent. Er is maar één die bepaalt of Nederland Griekenland zal helpen en dat is het Nederlandse parlement.

Steun voor Griekenland is nutteloos. Het brengt de Nederlandse economie en de Nederlandse burgers schade toe. Daarin had Barroso wel gelijk. Hij zei dinsdag immers zelf ook: zelfs als de Griekse schuld door een wonder zou verdwijnen, is het probleem niet opgelost.

Voorzitter, de conclusie van de Europese top kan echt niet anders zijn. De enige langetermijnoplossing voor dit probleem is dat de Grieken hun drachme herinvoeren die kan devalueren. Dan hoeven de andere lidstaten die rekening niet te betalen.

 
  
MPphoto
 

  José Manuel Barroso, voorzitter van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil alleen antwoord geven op twee concrete vragen die mij zijn gesteld.

Ik zal niet in deze ideologische discussie tegen Europa treden, waarin het, mag ik wel zeggen, interessant is om uiterst rechts en uiterst links verenigd te zien tegen de euro en tegen het Europese project. Ik doe daarom nogmaals een beroep op alle democratische krachten in Europa, in het Parlement, in Griekenland, om zich te verenigen in een consensus om al het mogelijke te doen om groei en welvaart in Europa te waarborgen.

De twee concrete vragen gingen over de financiële belasting en over ons standpunt met betrekking tot stemmen met een omgekeerde gekwalificeerde meerderheid.

Wat betreft de financiële belasting, wil ik bevestigen dat het voorstel dat de Commissie, waarschijnlijk in oktober, naar voren zal brengen, een belasting op financiële transacties zal betreffen. We hebben een effectbeoordeling uitgevoerd. We denken dat er twee mogelijkheden zijn: een belasting op financiële transacties en een belasting op financiële activiteiten. We hebben besloten om nu met een voorstel te komen voor een belasting op financiële transacties, en een van de redenen daarvoor is juist dat er voor financiële transacties geen equivalent van btw bestaat. We komen dus voor eind oktober met dat voorstel.

(Applaus)

Het tweede punt werd naar voren gebracht door de heer Verhofstadt. Ik wil duidelijk maken dat de Commissie het Parlement steunt op het punt van het stemmen met een omgekeerde gekwalificeerde meerderheid. We steunen uw ambitieuze standpunt. Tegelijkertijd – en Olli Rehn zal later vanmiddag gelegenheid hebben om u toe te spreken – zullen we een krachtige oproep doen aan u en de Raad om te kijken of het mogelijk is om tot een definitief akkoord te komen. Want we denken ook dat, dankzij de standpunten van het Parlement, grote vooruitgang is geboekt op het punt van het pakket dat nu wordt overwogen.

Ik wil u feliciteren, het Parlement, degenen die het hardst aan dit onderwerp hebben gewerkt, en ook het Hongaarse voorzitterschap van de Raad, omdat ook dit heel belangrijk werk heeft verricht. Tot slot wil ik tegen u allen zeggen dat, wat betreft verantwoordelijkheid, de kosten van het niet hebben van een akkoord op dit punt zeer hoog zullen zijn, gezien de huidige situatie.

De Commissie steunt de communautaire aanpak. De Commissie steunt een zo groot mogelijke ambitie, wat volgens mij de lijn is die u ook trekt.

Dit zijn de concrete antwoorden op de concrete vragen.

 
  
MPphoto
 

  Manfred Weber (PPE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, mijnheer Barroso, dames en heren, er is al een hoop gezegd over Griekenland. Ik zou hieraan toch nog twee overwegingen willen toevoegen.

Het eerste is dat wij, ondanks alle bezorgdheid en angst die onder de mensen leven, onze beginselen niet uit het oog moeten verliezen. De twee beginselen die Europa kenmerken, zijn solidariteit – en daar houden wij aan vast – en een gevoel van individuele verantwoordelijkheid – namelijk dat de Griekse bevolking en ieder ander aan wie daden van solidariteit ten goede komen, zelf ook verantwoordelijkheid nemen.

Mijn tweede overweging betreft het feit dat er is gesproken over de grote test waar Europa voor staat en over de zorgen dat het Europese project mogelijk zelfs niet slaagt en dat de geesten van het verleden, waarmee wij dachten te hebben afgerekend, hun kop weer opsteken in de Europese Unie. Ik zou dit alles willen omdraaien en de zaak vanuit een positieve invalshoek willen bekijken. Wij moeten niet alleen over problemen praten, maar ook over successen. Wij moeten bijvoorbeeld helder stellen dat de Baltische staten erin geslaagd zijn de crisis te overwinnen en dat Ierland er met Europese steun in zal slagen volgend jaar zijn rentree te maken op de obligatiemarkten. Dit zou tevens een mooie gelegenheid zijn om de bevolking te laten zien dat wij samen sterker staan dan alleen.

In deze context valt het niet mee om nog te praten over het tweede grote vraagstuk voor deze Raadsvergadering, namelijk dat van de migratie. Er is echter een direct verband dat deze twee vraagstukken aan elkaar koppelt, namelijk dat wij met betrekking tot het migratievraagstuk, in het bijzonder ten aanzien van Schengen, hetzelfde principe aan het werk zien, namelijk dat een van de grootste Europese successen nu in twijfel wordt getrokken als gevolg van nationale eigenwaan. Ik neem aan dat iedereen kennis heeft genomen van de cijfers dat er in Italië 18 000 vluchtelingen zijn aangekomen. Wij weten echter allemaal dat 18 000 vluchtelingen voor Italië nu niet echt een buitensporige last vormen. Alleen al in België zijn er vorig jaar meer dan twee keer zo veel vluchtelingen binnengekomen. Het was daarom alles behalve chic dat Italië reageerde zoals het heeft gedaan. Het was een manifestatie van binnenlands beleid van de Italiaanse minister van Hervorming, Umberto Bossi. Naar aanleiding van de komst van een paar honderd mensen reageerde Frakrijk vervolgens met de herintroductie van grenscontroles, en ook dat werd ingegeven door binnenlandse politieke motieven. Ook in Denemarken waren de beweegredenen van binnenlandse politieke aard.

Ik zou daarom graag zien dat er van de Raadsvergadering een duidelijk signaal uitgaat. Wanneer het vraagstuk van migratie en Schengen wordt besproken, zullen de staatshoofden en regeringen van de Europese Unie moeten reageren met de heldere boodschap dat wij niet zitten te wachten op nationale eigenwaan, met name niet op dit vlak. Integendeel, wij willen juist het enorme succes van een vrij Europa verdedigen. Mijnheer Barroso, u hebt hierin de onvoorwaardelijke steun van het Parlement.

 
  
MPphoto
 

  Hannes Swoboda (S&D).(DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, mijnheer de voorzitter van de Commissie, ik zou willen beginnen met een paar woorden over wat mij na aan het hart ligt en dat is natuurlijk Kroatië. Ik hoop dat wij erin slagen het besluit te nemen om Kroatië volledig te laten toetreden tot de Europese Unie. De Commissie heeft in dit opzicht goed werk verricht – commissaris Füle, maar ook uzelf, mijnheer Barroso. Ook het Hongaars voorzitterschap heeft hieraan bijgedragen. Het zou een goed signaal aan een problematische regio als de Balkan zijn, als een land dat aan al zijn opdrachten heeft voldaan, het eerstvolgende is dat ook mag toetreden. Als ik zeg "aan alle opdrachten voldaan," betekent dat niet dat alle problemen zijn opgelost. Nog maar kort geleden hebben wij in Split onacceptabele toestanden meegemaakt in verband met de Gay Parade. Het is echter belangrijk dat een regering opkomt voor de fundamentele vrijheden en de fundamentele rechten.

Staat u mij toe ook enige woorden te wijden aan Griekenland. Mijnheer Barroso, u zei dat het moeilijk is om de burger uit te leggen dat we helemaal geen oplossingen hebben kunnen vinden, bijvoorbeeld ten aanzien van het pakket voor economische governance. Maar mijnheer Barroso, het is even moeilijk om de burger uit te leggen dat wij ons alleen maar richten op bezuinigingen. U had het over groei en u zei dat wij behoefte hadden aan iets dat de groei bevorderde – maar wat dan precies, mijnheer Barroso? U kunt toch niet geloven dat bezuinigingen alleen leiden tot groei als wij niet tegelijkertijd ook met alternatieven komen. De heer Verhofstadt noemde een aantal problemen. Het zijn niet alleen de economen ter linkerzijde – in het economisch katern van Le Monde, niet echt een links-georiënteerde krant, werd het maar al te duidelijk gesteld: bezuinigingen aan de ene kant – ja zeker, wij zullen bepaalde restricties op moeten leggen – maar groei en investeringen aan de andere kant.

Als wij het hebben over privatiseringen, mijnheer Barroso, dan weet u precies hoe wij Griekenland nu moeten dwingen tot een golf van privatiseringen – zoals de heer Bisky al zei, alles wordt verpatst. Wij moeten Griekenland echter de tijd gunnen om datgene te privatiseren waarvan het ook echt zinnig is om dit te doen, en tevens op een moment dat het land er ook een adequaat bedrag voor krijgt.

Ten tweede moet worden benadrukt dat wij ook een deel van het geld moeten investeren. Als u zegt dat u de regionale fondsen en middelen uit de Structuurfondsen wilt vrijgeven, dan betekent dit dat wij de cofinancieringsplicht moeten opheffen, want Griekenland kan hier anders onmogelijk gebruik van maken. Dit zijn de voorstellen van de Commissie waar wij op wachten, mijnheer Barroso. Wij zijn voor spaarzaam beleid en bezuinigingen waar deze nodig zijn, en wij zijn voor restricties en herstructureringsmaatregelen. Maar dit alles zal niet werken zonder groei.

Als puntje bij paaltje komt, zullen wij, als wij zo doorgaan, Griekenland noch onze banken redden, en zullen wij evenmin onze belastingbetalers ontzien; wij zullen slechts uitkomen bij chaos.

En daarom, mijnheer Barroso – en dit geldt natuurlijk ook voor de Raad –, hebben wij behalve aan structurele maatregelen ook behoefte aan groei. Voorstellen voor groei en werkgelegenheid zijn cruciaal voor de toekomst van Griekenland en voor die van Europa.

(Spreker verklaart zich bereid een "blauwe kaart"-vraag krachtens artikel 149, lid 8 van het Reglement te beantwoorden)

 
  
MPphoto
 

  Miloslav Ransdorf (GUE/NGL). - (CS) Mijnheer de Voorzitter, ik zou de heer Swoboda willen vragen of hij het wellicht met mij eens is dat de crisis in een aantal lidstaten misbruikt wordt om de bevolking sluipenderwijs te onteigenen. Ziet hij dat misschien ook zo?

 
  
MPphoto
 

  Hannes Swoboda (S&D).(DE) Mijnheer de Voorzitter, in alle landen die te maken hebben met de crisis, zijn er echte problemen. Dat valt gewoon niet te ontkennen. Deze situatie kan op verschillende manieren worden misbruikt. Het kan bijvoorbeeld worden misbruikt, zoals sommige kredietbeoordelingsbureaus nu doen, door adviezen te geven die deze landen verder de afgrond in drijven. Maar het kan evenzeer worden misbruikt door politieke verklaringen af te leggen die erop neerkomen dat er niets veranderd hoeft te worden. Als sommige demonstranten, zoals in Griekenland, maar ook in andere landen, geloven dat er niets hoeft te veranderen en dat wij gewoon verder kunnen gaan als altijd, dan hebben zij het mis. Wij zijn er dan ook voor om onze volledige steun te geven aan de door de regering van de heer Papandreou voorgestelde maatregelen. Deze maatregelen zijn een stap in de juiste richting. Zij moeten worden ondersteund, en dat is iets wat ook sommige vakbondsvertegenwoordigers in Griekenland zullen moeten erkennen, maar de enige manier om de problemen te overwinnen is als wij tegelijkertijd ook gezamenlijk een groeibeleid nastreven. Dat is wat ik absoluut duidelijk wilde maken. Anders gezegd: geen misbruik van beide kanten. Dit is van uitermate groot belang.

 
  
MPphoto
 

  Alexander Graf Lambsdorff (ALDE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, naar aanleiding van de motie van vertrouwen gisteren in Athene, met het ons allen bekende resultaat, kopte de Duitse krant Bild: "Griekse leider overleeft – Europa slaakt zucht van verlichting." Ik moet zeggen dat ik eveneens verheugd was over de uitkomst van de stemming, maar dat ik wel denk dat het nog veel te vroeg is om een zucht van verlichting te slaken.

Dat is omdat wij nu moeten zorgen dat het uitgebreide bezuinigingspakket de komende week met succes wordt geïnstalleerd. Dat is de volgende grote test. En ook dan zullen wij nog lang geen zucht van verlichting kunnen slaken. Er zullen nog vele stappen en maatregelen moeten worden genomen om deze crisis te overwinnen. Ik geloof dat wat hier is gezegd, juist is. De Griekse bevolking moet licht aan het einde van de tunnel kunnen zien. Ik zou echter goed duidelijk willen maken dat ook de burgers uit de landen waar de meeste steun vandaan komt, licht aan het einde van de tunnel moeten zien. Zij hebben het gevoel dat ze maar geven, geven en geven en dat er geen einde aan komt. In Griekenland hebben de mensen het gevoel dat ze maar bezuinigen, bezuinigen en bezuinigen, en dat er evenmin een einde aan komt.

Dat is waarom de groeistrategie zo belangrijk is. Dat is waarom privatiseringen cruciaal zijn: om de vastgelopen economie open te breken en te liberaliseren. Dat is waarom het juist is om de vermindering van de Griekse staatsschuld resoluut te bevorderen en te ondersteunen. De democratie zal dit moeten bekrachtigen. Wat er gebeurd is met de heer Samaras is totaal onverantwoord. Het is echter juist dat wij bijvoorbeeld garanties geven voor investeringen. Het is ook juist, mijnheer Barroso, dat wij ongebruikte EU-fondsen aanwenden en deze ter beschikking stellen van Griekenland, aangezien het uiteindelijk niet alleen Griekenland zelf is, maar geheel Europa dat zal profiteren van meer groei.

Als wij wat meer vooruit kijken, is er één ding van belang: het stabiliteits- en groeipact moet worden aangescherpt. Wij moeten in de toekomst crises zien te vermijden. En dit is waar de omgekeerde gekwalificeerde meerderheid een rol gaat spelen. Geen gewone burger zal begrijpen wat dat nu eigenlijk betekent. Om duidelijke taal te spreken: of het stabiliteits- en groeipact bevat dit vreemde technische element dat ik zojuist noemde, en kan derhalve zijn tanden laten zien, of het pact heeft dit niet. Maar in dat geval kunnen wij het pakket niet steunen. Stemming bij omgekeerde gekwalificeerde meerderheid in de preventieve fase van het stabiliteits- en groeipact is wat ons betreft absoluut essentieel.

Mijnheer Barroso, het verheugt mij zeer dat u nogmaals heeft bevestigd dat de Commissie exact dezelfde mening is toegedaan. Ik hoop dan ook te zien dat dit Parlement dit project in groten getale zal steunen.

 
  
MPphoto
 

  Sven Giegold (Verts/ALE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, hartelijk dank, mijnheer Lambsdorff, ik ben van mening dat Griekenland dringend behoefte heeft aan politieke eenheid. Maar dat begint er uiteraard mee dat de voorstellen die worden gedaan, uiteindelijk eerlijk zijn. Er kan alleen maar eenheid zijn in een land als er een hernieuwd vertrouwen is in de politieke en economische elite. Om dat mogelijk te maken moeten de maatregelen die worden voorgesteld, tot eenheid leiden. De vraag die ik u echter zou willen stellen is deze: ik zou ook graag enige consistentie willen zien binnen uw fractie. Hier roept u op tot euro-obligaties, maar in Duitsland hebt u de euro-obligatie als een soort van heiligschennis bestempeld. Het is uit uw fractie in het Duitse parlement dat de grootste weerstand komt tegen een gemeenschappelijke Europese...

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Mijnheer Giegold, u kunt niet van de "blauwe kaart"-procedure gebruik maken als u geen vraag gaat stellen. Er is dan voor de heer Graf Lambsdorff niets om te beantwoorden.

 
  
MPphoto
 

  Niki Tzavela (EFD) - (EL) Mijnheer de Voorzitter, als Griekse zou ik de Commissie, de Raad en het Europees Parlement willen bedanken voor de steun die zij Griekenland tot nu toe hebben gegeven. Ik wil vooral de ambtenaren in de Commissie bedanken, die nu al achttien maanden lang hard werken om een oplossing voor de Griekse crisis te vinden.

Dames en heren, wij hebben vandaag in het Europees Parlement gesproken over Europa. Ik wil slechts één, patriottisch getinte opmerking maken voor dit multinationaal publiek. De naam "Europa" komt van de Grieken. De Grieken hebben een beslissende bijdrage geleverd aan wat wij "Europese beschaving" en "Europese waarden" noemen. Wat vragen de Griekse politici en het Griekse volk? Wij vragen u om respect en solidariteit. Wat kunnen wij beloven? Wij beloven dat wij hard zullen werken om het land overeind te helpen. Dat het land zover heeft kunnen komen is eerst en vooral ons eigen probleem en onze eigen schuld.

Mijnheer de Voorzitter, staat u mij toe om drie voorstellen….

(Spreekster wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Andrew Henry William Brons (NI).(EN) Mijnheer de Voorzitter, op de agenda zal de aanwezigheid staan van grote aantallen vermeende asielzoekers uit Libië en Tunesië. Tunesië is een land dat zijn dictator omver heeft geworpen, dus waar vluchten deze Tunesiërs eigenlijk voor? Democratie? Misschien moeten we dan aan de kop van de stoet de heer Ben Ali verwachten, een dictator die onlangs met pensioen is gegaan.

Libië is een oorlogsgebied. Maar mensen worden geen asielzoeker eenvoudigweg omdat ze in een gevaarlijk land leven. Er moet iets met de betreffende persoon aan de hand zijn dat die persoon in gevaar brengt. De discussie lijkt te gaan over de vraag of Italië of Malta hen moet toelaten en een vestigingsvergunning moet geven, omdat zij het eerste land zijn dat deze mensen hebben bereikt, of dat ze moeten worden toegelaten door andere lidstaten. Mijn antwoord is dat geen van allen hen moet toelaten en een vestigingsvergunning moet geven, maar dat ze vroeg of laat moeten worden teruggestuurd naar Noord-Afrika.

Als de Europese asielregels echt zeggen dat alleen al de bewering dat men asielzoeker is, volstaat om de verplichting te scheppen hen toe te laten, moeten de regels worden gewijzigd. Regels worden door mensen gemaakt en kunnen ook weer worden geschrapt. Als dat betekent dat lidstaten, en zelfs de EU zelf, andere internationale akkoorden verwerpen, het zij zo. De lidstaten zijn door de migratie onherkenbaar veranderd. Het is tijd de stroom een halt toe te roepen en omkering van de stroom aan te moedigen.

De toetreding van Kroatië staat ook op de agenda. Welke stappen gaat de EU nemen om te waarborgen dat het referendum op eerlijke wijze wordt gehouden, dat beide zijden worden gehoord en evenveel geld ontvangen? Ik vermoed dat een vrij en eerlijk referendum er niet in zit. Het land zal worden overstelpt met Europese propaganda, en degenen die argumenten aanvoeren tegen de toetreding van Kroatië, zullen geleidelijk uit het debat worden geweerd.

 
  
MPphoto
 

  Ildikó Gáll-Pelcz (PPE). (HU) Mijnheer de Voorzitter, de volgende bijeenkomst van de Europese Raad gaat ook over vertrouwen. Er is een historisch moment aangebroken. Dat moment is historisch, omdat de uitdagingen waarmee de Europese Unie wordt geconfronteerd en waarop we nu enkel verantwoorde antwoorden mogen geven, zich openlijk manifesteren. Die antwoorden zijn echter nauw met elkaar verweven.

Maar allereerst wil ik het Hongaarse voorzitterschap feliciteren met zijn voortreffelijke werk en het daar ook voor bedanken. Daarbij wil ik in het bijzonder mijn dank uitspreken voor het werk van staatssecretaris Enikő Győri, die altijd overal aanwezig was. Ze heeft een zeer duidelijk en strak tijdschema vastgelegd, waaraan het voorzitterschap zich heeft weten te houden, terwijl het de hele tijd een parlementsvriendelijke houding aan de dag heeft gelegd, waarvoor nogmaals mijn dank.

Dit halfjaar is een ware uitdaging geweest, want niet alleen was het een nieuwe taak voor het Hongaarse voorzitterschap, maar ook de taken zelf waren nieuw. We hoeven maar aan de lancering en institutionalisering van het Europees semester te denken, of aan het 'sixpack' voor economische governance, die een geheel nieuwe economische benadering meebrengt.

Er zijn enorme verwachtingen ten aanzien van de volgende bijeenkomst van de Raad en de kwesties rond het wetgevingspakket die nog niet met een compromis zijn afgesloten. Daarnaast dragen de Raad en het Parlement met betrekking tot de overeenkomst een immense verantwoordelijkheid, aangezien besloten moet worden of ze de slechte praktijk die tot de afzwakking van het stabiliteits- en groeipact en indirect ook tot de crisis heeft geleid willen voortzetten, of dat ze een eind maken aan het beleid van slechte akkoorden en nationale afspraken, en eindelijk ruimte maken voor een nieuwe economische beleidsbenadering die gemeenschappelijke Europese oplossingen voorstelt, op gezamenlijk vastgestelde regels berust, het aspect van de integratie inzake economisch beleid eindelijk zal vervolmaken en een sterk Europa centraal stelt. Wat alle burgers, nationale parlementen en markten willen is dat de Europese Unie de Europese economie eindelijk op uniforme wijze conform gezamenlijk aangenomen en nageleefde regels vormt, de stabiliteit van de Europese eenheidsmunt waarborgt en Europese burgers doeltreffend tegen de crisis beschermt.

 
  
MPphoto
 

  Juan Fernando López Aguilar (S&D). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, als leden van het Europees Parlement begrijpen wij heel goed dat het debat over de Europese Raad, dat op 23 en 24 juni a.s. zal worden gehouden, zich opnieuw zal richten op de aanhoudende economische crisis, de problemen met de euro en Griekenland. Maar ik sluit me aan bij degenen die zeggen dat de agenda daarmee niet ophoudt. We hebben ook de taak om te praten over de vragen die zijn gesteld over essentiële kwesties op het gebied van vrijheid, justitie en veiligheid, in het bijzonder Schengen, aangezien dat het belangrijkste element is van het vrije verkeer van personen.

De roep om democratie die zich over heel Noord-Afrika heeft verspreid, vereist een duidelijk en eensluidend antwoord van ons. In geen geval mag het een hervorming van het Verdrag van Schengen zijn. In tegendeel, het Schengenverdrag moet juist worden versterkt. Er zijn precedenten die duidelijk aangeven dat onverwachte en abrupte migratiedruk, zoals op de Canarische Eilanden in Spanje tussen 2004 en 2006, niet alleen meer en een beter Europa vereist, maar ook een bijdrage ter ondersteuning van de roep om een betere democratie in onze buurlanden.

We weten dat Malta, Italië en Frankrijk deze druk hebben ervaren, maar we moeten heel duidelijk aangeven dat de Raad zijn deel van het werk moet doen, door het asielpakket, het immigratiepakket en de hervorming van de Frontexverordening te vervolledigen en uiteraard de in artikel 80 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie neergelegde solidariteitsclausule te updaten, wat het actualiseren van Richtlijn 2001/55 inhoudt.

Tenslotte wil ik tevens mijn bezorgdheid uiten over het idee dat is gelanceerd om een reactiemechanisme in te stellen waarmee de binnengrenzen van de Unie in uitzonderlijke omstandigheden opnieuw zouden kunnen worden ingevoerd. We moeten namelijk heel duidelijk aangeven waar we het precies over hebben en wat de Europese dimensie daarvan zal zijn, met betrekking tot de EU-instellingen, zodat we uiteindelijk niet geconfronteerd worden met een glijdende of zelfs contraproductieve schaal.

 
  
MPphoto
 

  Adina-Ioana Vălean (ALDE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, na een tijdperk van openheid, tolerantie en enthousiasme voor Europa, hebben we de afgelopen jaren een achteruitgang van onze eenheid gezien, alsmede verdeeldheid onder Europeanen, zelfs in dit Parlement, over onderwerpen zoals vrij verkeer, immigratie, nationaal belang en bovenal geld.

Helaas haalt deze mondiale economische crisis het slechtste van onze nationalistische en populistische zienswijzen naar boven. De chaos van de dagelijkse verklaringen over Griekenland door nationale politici en belanghebbenden vergroot de verwarring alleen maar en leidt tot meer speculatie op de markten. Het risico van besmetting van alle andere lidstaten is reëel.

Terwijl Griekenland zijn last van verantwoordelijkheid in zijn crisis deelt, delen onze Europese leider die van hun ook. Als de EU een jaar geleden een eensgezinde en totale inzet had laten zien om Griekenland te helpen, zouden we ons nu niet van het ene reddingsplan naar het andere haasten.

We hebben niet nog meer technische oplossingen nodig. Wat we nodig hebben is cohesie, vastbeslotenheid en eenheid, want we voeren een psychologische oorlog, en wat de markt aan het testen is, is de eenheid van Europa, niet het Griekse bezuinigingsplan.

Het is cruciaal dat we een ondubbelzinnige boodschap van steun en bemoediging afgeven dat Europa achter Griekenland staat.

We moeten bovendien het rentetarief verlagen en meer flexibiliteit tonen bij het verlenen van toegang tot Europese middelen. Griekenland moet ook klaar zijn om zijn lot in eigen hand te nemen. Ook al zijn hervormingen en bezuinigingsmaatregelen noodzakelijk, we mogen niet vergeten dat deze op de lange termijn niet voldoende zijn om het land zich te laten herstellen. We moeten terug naar de basis, investeringen aanmoedigen en groei bevorderen.

Ik hoop dat morgen geen enkele Europese leider zal verzuimen zich solidair te tonen, want Griekenland is slechts een pagina in het boek dat Europa is; als we Griekenland steunen, steunen we dus Europa.

 
  
MPphoto
 

  Mario Borghezio (EFD).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, wat Griekenland betreft hoef je volgens mij maar naar het debat te luisteren om te begrijpen hoe het ervoor staat met de Europese governance. Men vaart zonder instrumenten en heeft geen concrete doelen voor ogen. We hebben niets gehoord waaruit ik hoop zou kunnen putten als ik een Griek was – bijvoorbeeld een werknemer of een kleine ondernemer die failliet dreigt te gaan.

Dan de immigratie. Ik heb verwijten gehoord dat Italië geen immigranten wil opnemen. Commissaris Malmström heeft enkele uren geleden in een openbare verklaring gezegd dat elke lidstaat aan het begin van de tragische uittocht uit Libië heeft toegezegd minstens achthonderd vluchtelingen op te nemen. In werkelijkheid vangt niemand ze op, en mevrouw Malmström haalde het positieve voorbeeld van Noorwegen aan. De vluchtelingen komen aan op Lampedusa en soms op Malta, en wij zijn de enigen die ze opvangen. Italië heeft ze opgevangen. Italië. Men had het over minister Bossi en de minister van Binnenlandse Zaken, de heer Maroni – ministers van de racistische Lega Nord, die hen heeft opgenomen. Totdat het tegendeel is bewezen, is dit de waarheid.

Tot slot Kroatië. Het is van groot belang dat Kroatië toetreedt, maar het is ook belangrijk om in herinnering te brengen dat de paus de Kroaten gewaarschuwd heeft voor de bureaucratische en centralistische EU.

 
  
MPphoto
 

  Mario Mauro (PPE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de complexiteit, en zo u wilt ook de dramatiek, van de agenda van de Raad van 24 juni laten ons zien dat de instrumenten waarover wij beschikken, niet volstaan.

Waarover beschikken wij? Over de Europese Unie. De Europese Unie is nog altijd in ontwikkeling en is nog niet voltooid. Juist vanwege onze zwakheid en angst is het ons zo vaak niet gelukt om de EU te voltooien. Wij beschikken over de Europese Unie, niet over de Verenigde Staten van Europa, wat erop neerkomt dat wij, wanneer de nationale regeringen vanwege binnenlandse kwesties aarzelen, niet beschikken over een instrument dat kan worden ingezet bij het zoeken naar een oplossing voor onze problemen. Om eindelijk te komen tot de Verenigde Staten van Europa, moeten de nationale regeringen en in de eerste plaats de Europese instellingen leiderschap tonen.

De heer Barroso – die inmiddels vertrokken is – heeft zijn herverkiezing volgens mij te danken gehad aan zijn voorzichtigheid. Ik zou hem graag voor een derde keer steunen, maar ditmaal vanwege zijn moed. In andere worden: hij is vanwege zijn voorzichtigheid herkozen, maar ik zou hem graag nogmaals herkiezen vanwege zijn moed. Daarom verwacht ik, gelet op de lastige agenda waar de Raad op 24 juni mee te maken krijgt, dat de Commissie en de Europese instellingen het leiderschap tonen om de nationale regeringen te overtuigen om onze idealen boven onze belangen te stellen.

Dat is in mijn ogen de enige bewandelbare weg. Zo niet, dan blijven we steken in debatten waarin gemopperd wordt over het feit dat, laten we zeggen, de Franse regering om binnenlandse redenen 'Schengen'-maatregel heeft genomen, de Italiaanse regering deze of gene persoon niet in het land wil toelaten, of de Griekse regering nog te zwak is om daadwerkelijk de verantwoordelijkheid te nemen voor haar eigen keuzes. Het gaat hier echter in wezen om iets anders: zolang de politieke aard van het Europese project niet wordt opgehelderd, kunnen wij onze problemen niet aanpakken.

 
  
MPphoto
 

  Anni Podimata (S&D) (EL) Mijnheer de Voorzitter, om te beginnen zou ik mij willen scharen achter de dankbetuigingen van mevrouw Tzavela, die ik daarvoor dank. Ook ik ben de parlementen en volkeren van Europa dankbaar voor de steun die zij mijn land hebben gegeven en blijven geven.

Zoals uit de ontwikkelingen van de afgelopen dagen is gebleken, mijnheer de Voorzitter, is Griekenland vastbesloten om zijn pogingen tot begrotingssanering en structurele hervormingen voort te zetten en te versnellen. Als wij echter willen dat deze inspanningen met succes worden bekroond, moet aan twee voorwaarden worden voldaan. Ten eerste moeten wij in staat zijn om onze burgers niet alleen bezuinigingen op te leggen maar ook een positief perspectief te bieden, een vooruitzicht op economische groei, een vooruitzicht op werkgelegenheid en nieuwe banen. Ten tweede moet de Europese Unie zorgen voor een zekere en ondersteunende omgeving, voor een politiek samenhangende omgeving, omdat wij gedurende heel de crisis en met name gedurende de afgelopen weken hebben kunnen zien hoe zich tussen de Europese hoofdsteden, de Europese Commissie en de Europese Centrale Bank een informele dialoog ontspon waarin kredietbeoordelingsbureaus een vreemd soort scheidsrechtersrol vervulden en waarin het vooral ging om de deelneming van particulieren aan het reddingspakket voor de Griekse economie.

Die vreemde scheidsrechtersrol strekt de Europese Unie en de politiek in het algemeen allesbehalve tot eer. Er moet een einde worden gemaakt aan de kakofonie, want alleen in een samenhangende politieke omgeving is er hoop dat de enorme inspanningen die het Griekse volk zich getroost ook inderdaad met succes worden bekroond.

 
  
MPphoto
 

  Sarah Ludford (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de grote vraag waar de EU-leiders morgen mee te maken krijgen is of zij in staat zullen zijn de Europese verwezenlijkingen in de eurozone en de zone van het vrije verkeer te redden. "Meer Europa" is niet altijd het antwoord, maar in belangrijke kwesties als deze hebben we meer bevoegdheden nodig voor een Europese besluitvorming. Ik ben blij met de veel krachtiger verklaring van Voorzitter Barroso van vandaag dan die in ons debat over Schengen en migratie in mei. Hij had Frankrijk en Italië toen de les moeten lezen zoals Manfred Weber van de PPE dat eerder in dit debat heeft gedaan.

In een uitstekend artikel dat gisteren in de Financial Times is gepubliceerd, betreurde Mario Monti zowel de buitensporige eerbied voor grote lidstaten als de 'beleefdheidscultuur' in de Raad, die ertoe geleid heeft dat lidstaten weigerden elkaar ter verantwoording te roepen voor fouten. Ik zou het liever wat duidelijker formuleren als: "voor wat, hoort wat". Dit was rampzalig in de zaak van de frauduleuze statistieken van Griekenland. We hebben bevoegdheden op EU-niveau nodig voor besluiten en optreden in belangrijke kwesties, maar ook eerlijkheid, want zonder eerlijkheid is wederzijds vertrouwen onmogelijk.

 
  
MPphoto
 

  Fiorello Provera (EFD).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, we hebben kunnen vaststellen dat geen enkele lidstaat de immigratiekwestie alleen aan kan. Het beleid waarmee de grote migrantenstromen worden beheerd, moet gepaard gaan met ontwikkelingssamenwerking en multi- en bilaterale verdragen met de landen van herkomst en doorreis.

Italië heeft helaas ondervonden dat de nieuwe instrumenten ten behoeve van het extern optreden van de EU niet in de geest, noch conform de ambities van de Verdragen zijn ingezet. De lidstaten in de frontlinie hebben het vluchtelingenprobleem moeten aanpakken met eenzijdig optreden, en konden daarbij niet vertrouwen op Europese solidariteit. Daarom vraag ik de Commissie aan te geven in welke gevallen er sprake is van een "massale toestroom van ontheemden" in de zin van Richtlijn 2001/55/EG betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden, en om daarbij exacte, meetbare en permanente criteria te definiëren. Deze opheldering is belangrijk voor het bevorderen van een effectief gemeenschappelijk immigratiebeleid en voor het eerlijk verdelen van de lasten.

 
  
MPphoto
 

  Jean-Pierre Audy (PPE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, ook ik wil minister Győri, fungerend voorzitter van de Raad, graag van harte feliciteren met haar voorzitterschap. Daarnaast wilde ik de vicevoorzitter van de Europese Commissie verwelkomen en twee opmerkingen maken.

De eerste heeft betrekking op Griekenland. Ik denk dat het noodzakelijk is de financiële situatie te consolideren en maatregelen op te stellen om groei te bevorderen. Wat financiële consolidatie betreft, zien we duidelijk dat het buitengewoon lastig is achterom te kijken en tegelijkertijd vooruit te plannen. Ik stel voor een soort kredietbemiddelaar in het leven te roepen, die de oninbare vorderingen op Griekenland zou kunnen onderbrengen in een geschikte financiële structuur. Aangezien er politieke overeenstemming bestaat over het voorkomen van kapitaalverliezen, waarom zouden we de Griekse schuld niet opsplitsen en zo de Griekse regering in staat stellen zich met de toekomst bezig te houden, terwijl deze bemiddelaar zich om het verleden bekommert door middel van een herstructurering?

Wat rentetarieven betreft, moeten ook de banken, die enorme winsten hebben gemaakt door schulden op te kopen tegen een rente van 16% en vervolgens hun kapitaal hebben verdubbeld toen de rente zakte naar 8%, een duit in het zakje doen. Ook stel ik een onderzoek naar financiële transacties met staatsschulden voor, waarmee de Europese Autoriteit voor effecten en markten zou kunnen worden belast. Kredietinstellingen hebben in zekere zin wat in het Franse recht wordt aangeduid als onrechtmatige steun verleend aan een structuur met een hoge schuldenlast. Ze zijn dan ook in de fout gegaan en hebben schade toegebracht: die moeten ze goedmaken.

Wat groei betreft, moeten we ons achter het door voorzitter Barroso voorgestelde plan van 1 miljard euro scharen, en we moeten een passend ontwikkelingsplan voor Griekenland opstellen. Ik ben het eens met het door de heer Cohn-Bendit geopperde idee: waarom zouden we niet kijken naar de militaire uitgaven, die vier procent van het bbp vertegenwoordigen. Verder, als de Europese Unie zou kunnen bemiddelen tussen Turkije en Cyprus, zou dit Griekenland naar ik meen twee procentpunten van zijn bbp besparen.

Dit zijn het soort maatregelen waarmee een groeiplan voor Griekenland zou kunnen worden gerealiseerd.

 
  
MPphoto
 

  Edite Estrela (S&D). (PT) Ik heb met betrekking tot deze Raad geen grote verwachtingen, en wel omdat er binnen de Europese Unie verdeeldheid heerst: in plaats van vastberadenheid zien we aarzeling, in plaats van solidariteit zelfzuchtigheid. En daarmee ontrafelt Europa.

Kijk maar naar het geval Griekenland. Ik zal het niet hebben over mijn eigen land, Portugal, omdat de regering daar nog maar net is geïnstalleerd. Die regering kan ik alleen maar het beste wensen – voor het welzijn van de Portugezen zelf en voor de rest van Europa. We hebben het dus over Griekenland. Griekenland is niet zomaar een land. Het is al tientallen jaren volwaardig lid van de Europese Unie en maakt ook deel uit van de eurozone. En we mogen niet vergeten dat de wieg van de democratie in Griekenland heeft gestaan. Dat zou voor de Europese Unie voldoende moeten zijn om Griekenland met meer respect te behandelen. De Grieken dragen zelf weliswaar enige verantwoordelijkheid voor de toestand waarin ze verkeren, maar dat geldt ook voor de Europese instellingen.

Minister-president Papandreou heeft al het hetgeen in zijn vermogen lag gedaan om een uitweg uit deze moeilijke situatie te vinden. Met uitzonderlijke moed en op een heel waardige wijze heeft hij al de mogelijke – en onmogelijke – bezuinigingsmaatregelen doorgevoerd. Wat er zich in Griekenland afspeelt, kan zich ook voordoen in Ierland, Portugal, Spanje, België, Italië of Frankrijk. Daarom vraag ik de Europese instellingen: hoe verwachten ze dat landen die in moeilijkheden verkeren de schandalig hoge renten die ze opgelegd krijgen, gaan opbrengen als deze landen tegelijkertijd het begrotingstekort en de staatschuld moeten terugdringen en daarbij ook nog eens economische groei en extra banen moeten creëren? Als dat de voorgestelde behandeling is, zou het niet zo kunnen zijn dat genoemde risicolanden niet aan de ziekte maar aan de kuur komen te overlijden?

Dit is dus niet de aangewezen weg. We moeten een gericht plan ontwerpen om de eenheidsmunt te verdedigen. We moeten speculatie met de overheidsschulden tegengaan en de kredietbeoordelingsbureaus op de vingers tikken. Want die bureaus zijn de hoofdschuldigen in de crisis die we nu doormaken.

 
  
MPphoto
 

  Charles Goerens (ALDE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, de eerste voorzorgsmaatregel die moet worden genomen als we een grootschalige brand willen voorkomen is op te houden met vuur te spelen. Ik ben het met voorzitter Barroso eens als hij zegt dat de Griekse regering alles moet dan wat in haar vermogen ligt om haar zaken op orde te krijgen, zodat de Europese Unie op haar beurt actie kan ondernemen. Met andere woorden: Griekenland moet zijn geloofwaardigheid herwinnen.

Moet dezelfde oproep tot verantwoord gedrag niet worden gericht aan regeringen in de EU? Zijn alle politieke leiders zich bewust van de impact van de uitlatingen die ze in de afgelopen achttien maanden hebben gedaan over Griekenland? Het is tijd dat de Europese Raad van morgen een einde maakt aan de onenigheid onder zijn leden.

Vier dingen zijn nodig om te voorkomen dat de Griekse crisis het zo gevreesde domino-effect heeft voor de hele eurozone: ten eerste, een verenigd Griekenland met een economisch en budgettair herstelplan; ten tweede een Europese Unie en een Eurogroep die hetzelfde doel nastreven; ten derde, iets meer tijd dan oorspronkelijk gepland, met name voor privatiseringen; en ten vierde een goed begrepen solidariteit die zich niet alleen vertaalt in nieuwe leningen, maar ook, en vooral, in technische bijstand van de zijde van zijn partners, en met name van de Commissie.

 
  
MPphoto
 

  Paulo Rangel (PPE).(PT) Ik wil om te beginnen zeggen dat ik van deze Europese Raad verwacht dat hij zich dit keer – zeker gelet op de sfeer die we de afgelopen weken hebben meegemaakt – uiterst verantwoordelijk zal opstellen. Verantwoordelijker in ieder geval dan de vorige Raad heeft gedaan. Toen hebben de ministers het probleem uit electorale overwegingen eenvoudigweg drie maanden voor zich uit geschoven. Ik hoop dus dat er nu een verantwoorde beslissing wordt genomen. Van belang is vooral dat men beseft dat deze economische en financiële kwesties voor Europa cruciaal en werkelijk van doorslaggevende betekenis zijn. Ze hebben namelijk een weerslag op het belangrijkste doel van Europa: de vrede bewaren.

Als we een benadering kiezen die er alleen maar toe leidt dat de lidstaten elkaar beginnen te wantrouwen, als we zo argwaan tussen de lidstaten kweken, deze tegen elkaar opzetten en de rivaliteiten tussen de noordelijke en zuidelijke staten of de centrale en de perifere staten aanwakkeren – dan voeren we de Europese Unie naar de afgrond.

Als we de technische oplossingen en de politieke geschillen even buiten beschouwing laten, gaat het er deze Europese Raad volgens mij om precies vast te stellen wat we nu eigenlijk willen en of het Europese project in staat blijft om de vredesstrategie van Europa te onderbouwen. Dat is waar het nu welbeschouwd over gaat.

Ik vind dat veel politieke leiders – zowel die van landen in moeilijkheden als die van netto betalers – een onverantwoordelijk betoog voeren. Er wordt zelfs verwezen naar zeer negatieve eigenschappen van bepaalde naties. Juist daarom doe ik een beroep op het verantwoordelijkheidsgevoel van de Europese regeringsleiders – opdat ze oplossing vinden die Europa een uitweg biedt.

 
  
MPphoto
 

  Gianni Pittella (S&D).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, zoals de heer Mauro zojuist zei, worden de keuzen die de Europese regeringen ten aanzien van de crisis maken, ingegeven door angst en wederzijds wantrouwen.

Europa lijkt wel op een voetbalploeg die met 2-0 achterstaat en waar de spelers niet meer samenspelen, maar denken dat ze in hun eentje doelpunten kunnen scoren. In je eentje win je echter geen wedstrijden. Zelfs Maradona en Pelé zouden de wedstrijd van de crisis niet in hun eentje kunnen winnen. De Griekse crisis had in de beginfase onder controle gebracht kunnen worden. In plaats daarvan zijn we voortgegaan en is de situatie nu kritiek. Deze moeten we aanpakken door de schadelijke afgunst en de mislukte economische recepten voor eens en voor altijd achter ons te laten.

We moeten de waarheid zeggen en toegeven dat veel van de huidige regeringsleiders, tweederangs leiders blijken te zijn. Ze willen maar niet begrijpen dat de crisis niet is veroorzaakt door Griekenland, laat staan door de staatsschulden, maar door de financiële markten die tot voor kort niet aan regels onderworpen waren. Nu houden de regeringen ons weer de aloude giftige worst voor: laten we de overheidsfinanciën op orde brengen en daarna zien we wel wie er nog in leven is. Niemand zal echter nog in leven zijn, en zeker niet het vitale deel van de Europese samenleving. In plaats daarvan moeten we groei nastreven door gericht middelen vrij te maken voor onderzoek, opleiding en de grote uitdagingen, en moeten we de weg naar boven inzetten.

Tot slot spreken wij duidelijke taal met betrekking tot immigratie: er mag niet worden getornd aan Schengen, dat behoort tot de onvervreemdbare verworvenheden die de EU overeind houden, en dat men op zijn hoogst kan versterken. De migrantenstromen moeten vanuit Brussel worden beheerd op een dusdanige manier dat inclusie, solidariteit en veiligheid worden beloond.

 
  
MPphoto
 

  Marian-Jean Marinescu (PPE).(RO) Mijnheer de Voorzitter, het Hongaarse voorzitterschap van de Raad nadert zijn einde. De inspanningen van dit voorzitterschap moeten worden geprezen vanwege de afronding van belangrijke dossiers, waaronder enkele zeer controversiële.

Dit is een bijzonder belangrijke vergadering, omdat we gaan zien of het Europees semester ten uitvoer zal worden gelegd. De aanbevelingen moeten door de lidstaten worden uitgevoerd om te voorkomen dat de stabiliteit wordt ondergraven. Dit is het moment waarop de lidstaten moeten laten zien dat ze zich verantwoordelijk gedragen en zich hebben gecommitteerd aan het nieuwe mechanisme.

Stabiliteits- of convergentieprogramma's en binnenlandse hervormingsprogramma's zijn nodig, maar niet genoeg. Er moet overeenstemming worden bereikt over wat economische governance betekent. Het Parlement heeft met grote moeite een compromis bereikt, dat morgen tijdens de stemming hopelijk zal worden gesteund. Het is nu aan de Raad om dit pakket, dat voor de Unie van het grootste belang is, aan te nemen.

De Schengenruimte is de laatste tijd een veelbesproken onderwerp. Het evaluatiemechanisme is duidelijk aan een opknapbeurt toe. Unilateraal grenscontroles herinvoeren is geen oplossing. Als een lidstaat zijn verantwoordelijkheden met betrekking tot de buitengrenzen niet kan vervullen, zijn steunmaatregelen nodig en moet Frontex worden ingeschakeld.

Als de situatie niet wordt opgelost, kan de Raad, op voorstel van de Commissie, bij gekwalificeerde meerderheid besluiten om gedurende een beperkte periode opnieuw grenscontroles in te voeren. Ik ben van mening dat het unilateraal herinvoeren van grenscontroles, zoals op dit moment gebeurt, geen oplossing is.

Goedkeuring van het verslag van het voorzitterschap over de middelen om de integratie van Roma in de Europese Unie te bevorderen en van de conclusies over de EU-strategie voor de Donauregio kunnen belangrijke stappen zijn op weg naar de tenuitvoerlegging van dit voor de Europese Unie cruciale beleid.

 
  
MPphoto
 

  Tunne Kelam, (PPE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de zwakte van het stabiliteitspact was een van de factoren in deze aanslepende economische crisis, die tot een vertrouwenscrisis is uitgegroeid.

Niemand is hier onschuldig aan. We hebben nu een noodsituatie bereikt waar alleen solidariteit en verantwoordelijkheid nog tellen, maar solidariteit betekent niet alleen allen voor één. Het betekent net zo goed één voor allen. Iedere lidstaat moet zijn verantwoordelijkheid opnemen voor onze Unie en gaan handelen in het algemeen belang van Europa.

We hebben meer Europa nodig, en meer Europa betekent meer discipline, met inbegrip van concrete maatregelen tegen degenen die de regels blijven overtreden.

Om de geloofwaardigheid van de eurozone te herstellen, moet de rol van de Commissie sterker en onafhankelijker worden bij de uitoefening van de economische governance en het uitoefenen van toezicht. De Commissie moet een mandaat krijgen om de economische situatie in de lidstaten te beoordelen, zodat zij tijdig kan waarschuwen en aanbevelingen kan doen.

Maar de cruciale kwestie is de politieke wil en de mogelijkheid om boetes op te leggen. Het opleggen van boetes moet de regel worden, niet een onderwerp van politieke onderhandelingen. De rol van de Raad moet naar behoren worden ingeperkt in procedures die leiden tot mogelijke sancties. De geloofwaardigheid van de EU kan worden hersteld door de kwaliteit van de statistieken te verbeteren, waarbij voortaan iedere vorm van manipulatie en vervalsing van fiscale gegevens wordt uitgesloten.

Mijn land, Estland, stond drie jaar geleden voor een diepe economische crisis. Maar we hebben de mouwen opgestroopt, de begroting in evenwicht gebracht en we zijn tot de eurozone toegetreden. Ook Letland heeft dat gedaan en dat land is duidelijk weer op de rails gezet.

Allen voor één en één voor allen. We moeten allemaal optreden om onze samenleving te hervormen. Snijden in de uitgaven doet pijn, maar het blijft de enige weg terug naar groei en stabiliteit.

 
  
MPphoto
 

  Seán Kelly, (PPE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, het ging vandaag almaar over geven, geven en nog meer geven en schaven en snijden en snoeien. Ik wil daar nog iets aan toevoegen namelijk 'nemen, nemen en nog meer nemen'. Ik heb het dan over de rente die de ECB mijn land, Ierland, oplegt. Wij strijden manmoedig om onze doelstellingen met betrekking tot de financiële hulp te bereiken, maar dit helpt ons niet.

Gelukkig zien het Europees Parlement en de Commissie dat wij niet eerlijk worden behandeld. Een rente opleggen zoals wij die opgelegd krijgen is alsof je een molensteen hangt om de nek van een drenkeling, terwijl je een reddingsboot uitstuurt om hem te redden.

Ik vraag de Raad dan ook om, morgen in het bijzonder, de rentevoet voor Ierland te verlagen. Als de Raad dat doet, zal Ierland weer kunnen groeien, aan zijn verplichtingen kunnen voldoen en weer een groot land en een waardig deel van Europa worden.

 
  
MPphoto
 

  Csaba Sándor Tabajdi (S&D). (HU) Mijnheer de Voorzitter, hopelijk gaat de Europese Raad akkoord met drie succesvolle doelstellingen van het Hongaarse voorzitterschap: de Donau-strategie, de Roma-strategie en de afsluiting van de toetredingsonderhandelingen met Kroatië. Maar de aanneming van het 'sixpack' voor economische governance zou de voornaamste doelstelling moeten zijn. De Hongaarse deskundigen en diplomaten verdienen de grootste lof voor het geweldige werk dat ze hebben verricht, aangezien ze de kwesties die tussen de Raad en het Europees Parlement spelen tot een gering aantal hebben weten terug te brengen. Om de impasse bij de onderhandelingen te doorbreken moet de Hongaarse regering op het hoogste niveau compromissen bereiken. Maar het blijft de vraag of de regering van Viktor Orbán voldoende politiek kapitaal heeft om dat te doen. Is de heer Matolcsy, die het Europees semester openlijk en hard heeft aangevallen, in staat om op geloofwaardige wijze te pleiten voor versterking van de economische governance? Ik hoop dat het alsnog lukt om een doorbraak in de Raad te bereiken. Europa is dringend toe aan de invoering van de economische governance.

 
  
MPphoto
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL).(PT) De eerstvolgende, in juni te houden Raad zou bijzondere aandacht moeten besteden aan de ernstige sociale en economische situatie in een aantal lidstaten van de Europese Unie. Er zou dan eens goed moeten worden nagedacht over wat die toestand nu eigenlijk veroorzaakt heeft. En dan zou het steeds meer neoliberaal gerichte communautaire beleid als schuldige moeten worden aangewezen. De privatiseringen en de onderwaardering van werk hebben immers geleid tot meer maatschappelijke ongelijkheid, grotere economische verschillen, meer werkloosheid, meer armoede en meer sociale uitsluiting. Helaas staat men onverschillig tegenover de strijd die de arbeiders en de volkeren moeten voeren. Want nu wordt voorgesteld het neoliberale beleid dat in Griekenland en Ierland al tot een ernstige crisis heeft geleid en nu ook Portugal en andere lidstaten met zo'n crisis bedreigt permanente status te verlenen.

Waar het uiteindelijk om gaat is de weg te bereiden voor meer financiële speculatie en het verkrijgen van grotere winsten over kapitaal, en dat, zoals gebruikelijk, ten koste van steeds weer dezelfde groepen: arbeiders, micro-, kleine en middelgrote bedrijven, landbouwers en al die mensen die de gevolgen ondervinden van de bezuinigingsmaatregelen en de teruggelopen investeringen.

 
  
MPphoto
 

  Franz Obermayr (NI).(DE) Mijnheer de Voorzitter, het huidige migratiebeleid van de EU heeft gefaald. Een voorbeeld hiervan zijn de plannen van de Commissie voor zogeheten mobiliteitspartnerschappen met als doel een massale instroom van mensen uit Noord-Afrika een zweem van legaliteit te geven. Mevrouw Malmström heeft al meerdere keren verklaard dat Europa afhankelijk zou zijn van immigratie vanuit Noord-Afrika. Daarbij wordt echter bewust voorbijgegaan aan het feit dat tal van lidstaten te kampen hebben met hoge werkloosheidscijfers, met name onder jongeren. In Libië is de bevolking de laatste twintig jaar verdubbeld. Als wij dus de deuren naar Noord-Afrika openen, wordt de druk op de Europese arbeidsmarkt alleen maar vergroot. Wij hebben dan ook helemaal geen behoefte aan immigratie uit Noord-Afrika, maar eerder aan een algehele immigratiestop. Onze burgers zitten in dit opzicht helemaal niet te wachten op mobiliteitspartnerschappen; wat zij daarentegen willen is terugnamepartnerschappen. Onze medeburgers willen de grenzen niet openen, maar willen juist een herintroductie van grenscontroles en een versterking van Frontex. Ook dit zou moeten worden overwogen tijdens de komende Raadsvergadering, als wordt gesproken over de 'voortgang' van het immigratiebeleid.

 
  
MPphoto
 

  Lena Kolarska-Bobińska (PPE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, het grootste gedeelte van de tijd we hebben gesproken over de crisis in Griekenland. Terecht, het is namelijk een enorm probleem. De heer Barroso heeft echter ook gevraagd om steun in de debatten over Schengen die morgen zullen plaatsvinden. Wanneer hij het Parlement om steun vraagt, betekent dit dat hij rekening houdt met een bijzonder moeilijke situatie lastige gesprekken met de verschillende regeringshoofden. Het Schengengebied en het feit dat vrij gereisd kan worden door Europa, stond voor mij persoonlijk en voor alle Polen symbool voor vrijheid en de Europese Unie. Het is een van de grootste voordelen van de EU. Dit type besluiten en beleid bepalen de manier waarop naar de Europese Unie wordt gekeken, daarom mogen we niet toelaten dat deze vrijheid wordt beperkt of dat het gebied uiteenvalt. Ik vraag daarom niet alleen om verdediging van het Schengensysteem, maar ook om Roemenië en Bulgarije zo snel mogelijk op te nemen in dit systeem.

 
  
MPphoto
 

  Bogusław Liberadzki (S&D). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, met groot genoegen heb ik tijdens dit debat waargenomen dat zich twee kampen aftekenen met betrekking tot het ontstaan van de situatie en de aanbevelingen, namelijk het neoliberale kamp enerzijds en het linkse kamp anderzijds. Ik constateer dat we na maandenlang debatteren over de situatie in Europa ten eerste tot de conclusie zijn gekomen dat het gevaar bijzonder groot is, en ten tweede dat samenwerking noodzakelijk is. Ik ben daarom blij dat de heer Barroso vandaag heeft verklaard dat er een voorstel komt voor belasting over financiële transacties. Het is alleen jammer dat we nog niet aan een definitief ontwerp kunnen werken, maar het is goed dat het voorstel er is. Ik neem de vrijheid om de aandacht te vestigen op nog een andere kwestie. Tot nu toe hebben we ons geconcentreerd op de eurozone, maar we hebben in de Europese Unie ook nog een 'niet-eurozone'. Laten we hopen dat die geen problemen krijgt.

 
  
MPphoto
 

  Simon Busuttil (PPE). - (MT) Mijnheer de Voorzitter, ten aanzien van de immigratiekwestie verwachten wij morgen drie dingen. Ten eerste dat het Schengengebied in bescherming wordt genomen, omdat dit de vrijheid van onze burgers symboliseert en omdat het een van de meest zichtbare elementen voor de burgers van de Europese Unie is. Ten tweede verwachten wij tevens dat er wordt voorzien in gedeelde verantwoordelijkheid voor de externe grenzen, niet alleen voor de interne grenzen. Dat vereist een sterker Frontex-agentschap, evenals meer solidariteit en een eerlijke en rechtvaardige verdeling van verantwoordelijkheden. Dat betekent ook dat de samenwerking met de landen van het zuidelijke Middellandse Zeegebied waar revoluties hebben plaatsgevonden, moet worden geïntensiveerd. Bovenal hebben we morgen echter echte politieke wil nodig. Als die er niet is, kunnen we nooit onze woorden in daden omzetten.

 
  
MPphoto
 

  Maroš Šefčovič, vicevoorzitter van de Commissie, (EN) Mijnheer de Voorzitter, het levendige, geanimeerde debat van vandaag bewijst duidelijk hoe belangrijk en kritiek de agenda van de Europese Raad voor de toekomst van Europa is.

Griekenland was sterk aanwezig in de meeste van onze interventies. We weten dat de situatie in Griekenland zeer moeilijk is en dat er geen eenvoudige oplossingen zijn. Ik ben het eens met al degenen die zeiden dat het van groot belang is het Griekse volk te laten zien dat het niet alleen om bezuinigingen en begrotingsdiscipline gaat, maar dat er ook licht is aan het eind van de tunnel en dat wij Griekenland daadwerkelijk terug op de weg naar groei kunnen helpen.

Begrotingsdiscipline moet daarom vergezeld gaan van een beleid en maatregelen die de groei bevorderen. Ik ben er heel zeker van dat de Europese Unie en de Commissie dat kunnen. Wij kunnen Griekenland helpen zijn bestuurlijke capaciteit te vergroten. Wij kunnen Griekenland helpen structuurfondsen beter op te nemen en aan te wenden voor strategische, groeibevorderende sectoren en we kunnen de Griekse overheid helpen de kwaliteit van haar belastinginning te verbeteren.

We weten hoe we landen kunnen helpen hun onderwijsstelsels te verbeteren. Ik denk dat we dat nu allemaal kunnen en de Commissie is klaar om aldus te werk te gaan. We zijn bereid om programma's voor technische bijstand samen te stellen die aansluiten op de moeilijke bezuinigingsmaatregelen die de Griekse overheid moet toepassen. Daarmee willen we duidelijk laten zien dat Europa met hen begaan is; Europa betekent solidariteit en Europa kan helpen als het land zodanig in nood is.

Dezelfde boodschap moet echter komen van het Griekse politieke establishment. Wij kunnen ons best doen, maar wat we nodig hebben van de Griekse autoriteiten is een duidelijk blijk van eenheid en van de wil om de moeilijke kwesties in het land op te lossen. Dit is mijn oproep en die van de Commissie aan de Griekse politieke vertegenwoordigers: werk samen, toon ons eenheid, laat ons een gezamenlijke aanpak zien van de zeer moeilijke kwesties. Dit is het juiste moment en het zou een zeer verantwoordelijk gebaar zijn.

Weinigen onder u noemden het zeer belangrijke element van de afsluiting van het Europees semester. Ik zal het hier echter noemen, want wij hebben de hulp van de leden van het Europees Parlement nodig: zij moeten terugkeren naar hun kiesdistricten, uitleggen dat het Europees semester voorbij is en dat nu het nationale semester begint. Ik denk dat we weten wat ons te doen staat. We hebben landspecifieke aanbevelingen voor elke lidstaat, die zeer billijk, zeer eerlijk en zeer gedetailleerd zijn, maar nu hebben we de medewerking van de nationale autoriteiten en de nationale regeringen nodig om over de brug te komen en de hervormingen in de lidstaten daadwerkelijk uit te voeren. Alleen zo kunnen we de kwaliteit en het concurrentievermogen van de Europese economie ten goede veranderen en de Europese economie opnieuw op de rails zetten.

Ik wil graag nogmaals bevestigen dat de Europese Commissie een belasting op financiële transacties zal voorstellen. We moesten een zeer grondige effectbeoordeling uitvoeren en die staat op het punt te worden afgesloten. Dit is een van onze voorstellen, en een onderdeel van onze inbreng in het mondiale debat over deze zeer belangrijke kwesties. Europa zal nogmaals het voortouw nemen in deze kwestie en we hopen dat onze partners wereldwijd ons zullen volgen.

Een aantal van u verwees naar het Schengengebied en het belang van een zeer goed immigratiebeleid. Ik kan u verzekeren dat we ons er absoluut van bewust zijn dat vrijheid en de rechten van personen op vrij verkeer binnen Europa een van onze belangrijkste verworvenheden is, en dat we die moeten koesteren. De Commissie treedt op als de hoedster van de Verdragen en is bereid om op te treden als aan de fundamenten van deze projecten wordt getornd.

Na de recente ontwikkelingen moeten we echter ook erkennen dat er een complexe oplossing voor alle aspecten van migratie nodig is en dat we het vertrouwen in het systeem moeten consolideren. Daarom is de Commissie ervan overtuigd dat alleen een gecoördineerd, in de Gemeenschap verankerd proces toereikend is, in tegenstelling tot eenzijdige initiatieven van de lidstaten om controles aan de binnengrenzen opnieuw in te voeren.

We hebben ook een gemeenschappelijk Europees asielstelsel nodig, dat efficiënter is en beter beschermt. Wij zullen ons uiterste best doen om ervoor te zorgen dat het systeem in 2012 in werking is. Dat is de aanpak van de Commissie en ik hoop dat die door het Europees Parlement en de lidstaten zal worden ondersteund.

Staat u mij nog een paar korte woorden over de economische governance en het 'sixpack' toe. U hebt kennis genomen van het standpunt van de voorzitter van de Commissie en u krijgt de kans om deze kwestie nader te bespreken met mijn collega, Olli Rehn. Ik wil slechts één element onderstrepen en dat is het belang om zo snel mogelijk tot een overeenkomst te komen, want de tijd dringt en we hebben onze nieuwe instrumenten nodig om de Europese economieën in de toekomst beter en betrouwbaarder te besturen.

Dan nog een afsluitende opmerking over Kroatië. Ik denk dat het tijd wordt en dat er reden is om Kroatië te feliciteren, want dat land stevent af op een historisch moment en ik geloof dat dit een zeer positief signaal geeft, niet alleen aan alle Kroaten, maar aan alle volkeren van de Westelijke Balkan.

Ik wil ook het Europees Parlement en de rapporteur, de heer Swoboda, feliciteren, evenals het Hongaarse voorzitterschap, dat uitstekend werk heeft geleverd door deze kwestie zo krachtig aan de orde te stellen, waardoor we nu deze zeer goede resultaten hebben bereikt.

Een laatste woord van dank gaat uit naar mevrouw Enikõ Győri. Zij heeft vaak gezegd dat ze een Parlementvriendelijk voorzitterschap wilde. Ik denk dat ze dat heeft bewezen met haar veelvuldige aanwezigheid in dit Parlement. Ook wil ik haar bedanken voor haar uitstekende samenwerking met de Commissie.

 
  
MPphoto
 

  Enikő Győri, fungerend voorzitter van de Raad. (HU) Mijnheer de Voorzitter, commissaris Šefčovič, dames en heren, staat u mij toe om bij deze laatste gelegenheid dat ik deelneem aan het plenaire debat in mijn eigen taal te spreken. Allereerst zou ik iedereen willen bedanken voor de erkenning van ons werk, aangezien vele afgevaardigden van verschillende fracties tot de conclusie zijn gekomen dat het Hongaarse voorzitterschap goed werk heeft verricht. Ik ben persoonlijk van mening dat het inderdaad de moeite waard is om een Parlementsvriendelijk voorzitterschap in de EU te bekleden.

Voorzitter Barroso heeft gezinspeeld op het 'sixpack', en vicevoorzitter Šefčovič op de onderhandelingen met Kroatië en verschillende dossiers. Het bestaan van de medebeslissingsprocedure in de Europese Unie stelt de Raad en het voorzitterschap overigens in de gelegenheid om met een groot aantal afgevaardigden persoonlijke contacten op te bouwen en binnen de instellingen het wederzijds bewustzijn van elkaars problemen te verbeteren, wat naar mijn mening voor iedereen geweldige mogelijkheden biedt.

Mijn dank voor het huidige debat. Naar mijn mening zijn we het eens over de grondbeginselen en de fundamentele waarden, waar vandaag heel veel over is gezegd, en er zijn zelfs filosofieën over de Europese integratie besproken, en ik moet zeggen dat uit de meeste bijdragen van de afgevaardigden is gebleken dat we het daarover eens zijn. We zijn het er ook over eens dat de Europese Raad tegenwoordig met bijzonder moeilijke kwesties heeft te kampen. Ik zou voorzichtiger omgaan met het de term "historisch", want naar mijn mening wordt dat begrip gedevalueerd als we het te vaak gebruiken.

Ik ben het er helemaal mee eens dat angst en wantrouwen slechte raadgevers zijn, en de EU-leiders mogen zich bij de besprekingen van morgen en overmorgen niet door zulke emoties laten leiden. Het is mijn credo en ook dat van het Hongaarse voorzitterschap dat we al onze stappen moeten baseren op vertrouwen – ik zou zelfs zeggen: wederzijds vertrouwen –, op het nemen van verantwoordelijkheid en op solidariteit, zoals u ons daartoe heeft aangespoord. Dat is waar we op moeten bouwen, of we het nu hebben over economisch beleid, hervormingen van Schengen, asiel of uitbreiding. De oplossing – zoals de grote meerderheid heeft voorgesteld – is meer Europa, een sterker Europa; met dit in gedachten heeft het Hongaarse voorzitterschap de afgelopen zes maanden gewerkt. We zijn er inderdaad van overtuigd dat een verdere integratie de oplossing voor onze gemeenschappelijke problemen is.

Tot slot wil ik verslag uitbrengen over de kwesties die het Hongaarse voorzitterschap van de eerdere Europese Raden als huiswerk heeft opgekregen, met name ten aanzien van de vraag met wat voor resultaten en verworvenheden we ons naar de morgen beginnende Europese top zullen begeven, aangezien we met u tot een overeenkomst hebben moeten komen over specifieke dossiers, en we hebben ook over andere kwesties overeenstemming moeten bereiken.

Laat ik beginnen met economische kwesties. We hebben het al over het Europees semester gehad, en ik wil vicevoorzitter Šefčovič bedanken, want het is inderdaad de moeite waard om het publiek te vertellen waar het bij deze praktijk om draait. Het gaat erom de transparantie te waarborgen die nodig is om te weten hoe lidstaten hun huishouding voeren, zodat we hen tijdig waarschuwingssignalen kunnen sturen. Het doet mij groot genoegen dat het Europees Parlement deze praktijk op de voet heeft gevolgd; in dit Europees semester sporen we de lidstaten tot een strakker begrotingsbeheer aan, en tegelijkertijd leggen we de basis voor de praktijk dat groei in werk en creativiteit moet worden gezocht.

Wat het 'sixpack' betreft kan ik zeggen dat daarover binnenkort een gedetailleerd debat in dit Parlement zal worden gevoerd. Ik wil graag twee redenen geven waarom ik nog altijd de huidige overeenkomst voor aanneming wil aanbevelen. Enerzijds omdat dit pakket goed is. Het is beter dan het aanvankelijke voorstel van de Raad, en omdat het Parlement ten aanzien van alle kwesties die het op de agenda heeft gezet concessies van de Raad heeft ontvangen. We zijn zelfs aan concessies voor het stemmen met een omgekeerde gekwalificeerde meerderheid gekomen. Ik ben het dus niet eens met de mening van de heer Lambsdorff dat het pakket maar één tand heeft, dat wil zeggen het stemmen met een omgekeerde gekwalificeerde meerderheid. Dit pakket heeft juist als voordeel dat het heel wat 'checks and balances' in het systeem inbouwt, waardoor crises zoals die van 2008 in de toekomst vermeden kunnen worden.

Laat ik u met betrekking tot het vrije verkeer van personen vertellen dat het Hongaarse voorzitterschap op de bijeenkomst van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken van 9 juni unaniem een conclusie heeft aangenomen dat het vrije verkeer behouden moet worden, dat we de instrumenten die ons reeds ter beschikking staan moeten herzien, en dat we pas als die uitgeput zijn en zich werkelijk nieuwe problemen voordoen waaraan we ons huidige acquis moeten aanpassen, buitengewone maatregelen in buitengewone situaties kunnen nemen, en we de modaliteiten pas moeten uitwerken als we een specifiek wetsvoorstel in handen hebben, wat bij mijn weten in het najaar het geval zal zijn.

Ik heb zojuist het nieuws ontvangen dat de Raad gelijktijdig met deze plenaire zitting akkoord is gegaan met de enige openstaande kwestie betreffende Frontex, dus het overleg over de versterking van Frontex is met succes afgesloten. Ik dank het Parlement voor zijn medewerking.

Een ander succes dat we behaald hebben is dat we met dit Parlement een overeenkomst hebben kunnen bereiken over een andere taak die we van de Europese Raad hebben gekregen, namelijk om de kredietcapaciteit van de Europese Investeringsbank te vergroten, en naar mijn mening is dit een heel belangrijke stap bij het regulariseren van de situatie van de Noord-Afrikaanse landen.

Terzijde moet ik even reageren op de woorden van de heer Tabajdi. Ik moet de opmerkingen die hij gemaakt heeft over leden van de Hongaarse regering en die naar mijn overtuiging door binnenlandse politieke motieven zijn ingegeven, van de hand wijzen. Allereerst wil ik u vragen om bijvoorbeeld bij uw collega's in de Commissie economische en monetaire zaken van het Parlement te informeren naar het werk van minister van Economie György Matolcsy, want gisteren was de stemming bij de hoorzitting een beetje anders dan waarover u het vandaag had. Ik zou u tevens willen aanraden om de reacties van de lidstaten op de aanbevelingen van de Commissie ten aanzien van het Europees semester te lezen. Het staat iedereen vrij om op de inhoud te reageren en daar kritiek op te uiten, aangezien alles in de Europese Unie het resultaat is van debatten en meningsuitwisselingen, en veel landen hebben zich inderdaad al kritisch uitgelaten over de inhoud. Ten tweede zou ik u op een van de positieve aspecten van het Hongaarse voorzitterschap willen wijzen, het geheim van ons succes bij het bereiken van overeenkomsten met Europese instellingen ten aanzien van talrijke kwesties, namelijk eerbiediging van de verdragen en van de bevoegdheden van de instellingen. We overhandigen 'sixpack' aan de Europese Raad in de wetenschap dat het Hongaarse voorzitterschap alles in het werk heeft gesteld om tot een overeenkomst te komen, zoals door voorzitter Barroso en uw collega's in dit Parlement op vergaderingen van de Commissie is beaamd. Derhalve overhandigen we het pakket nu aan de Europese Raad, waarvan de voorzitter, die Herman Van Rompuy heet, naar goeddunken zal handelen.

En tot slot wil ik het hebben over de toetreding van Kroatië. Zoals ik aan het begin heb gezegd ga ik heel voorzichtig om met de term 'historisch'. Maar in het geval van Kroatië denk ik dat er wel degelijk een historisch moment is aangebroken, omdat we de landen van de Westelijke Balkan de belangrijke boodschap sturen dat ze een toekomst in de Europese Unie hebben. Ik vertrouw erop dat de staatshoofden en regeringsleiders van de EU morgen en overmorgen de politieke beslissing over de toetreding van Kroatië zullen nemen en dat we de onderhandelingen in de laatste uren van het Hongaarse voorzitterschap, uiterlijk 30 juni kunnen afronden. De Europese Commissie heeft dag en nacht gewerkt om op 10 juni een positief verslag te kunnen afgeven. Ik kan u verzekeren dat zowel de Kroaten als het Hongaarse voorzitterschap dag en nacht hebben gewerkt om dit mogelijk te maken. Er wordt elke dag door de werkgroep van de Raad vergaderd om ervoor te zorgen dat we het werk kunnen afmaken.

Tot slot wil ik niet alleen dit Parlement bedanken – dat heb ik reeds gedaan –, maar ook onze triopartners, Spanje en België, voor de voortreffelijke samenwerking en voor het feit dat we het gemeenschappelijke trioprogramma van anderhalf jaar hebben kunnen voltooien, en ik zou Polen veel succes en een Parlementsvriendelijk voorzitterschap willen toewensen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE). schriftelijk (PT) De nu volgende Europese Raad heeft een bijzondere betekenis, aangezien in de daar te voeren discussie twee kernbegrippen van de Europese integratie centraal staan. Om te beginnen de economische integratie en – vooral – het pakket maatregelen voor economische governance. Die moeten het gemakkelijker maken een uitweg te vinden uit de financiële crisis. Er zijn bovendien concrete maatregelen genomen om de landen die in een moeilijke economische situatie verkeren te steunen. Daarmee moeten de Raad een boodschap van solidariteit en verantwoordelijkheid uitdragen. Dat we nu een moeilijke periode doormaken en er grote migratiedruk op Europa wordt uitgeoefend mag niet als excuus worden gebruikt om de enorme prestatie die Schengen – hét symbool voor vrij verkeer – vertegenwoordigt te ontmantelen. Schengen is een realiteit en een verworvenheid die niet mag worden teruggedraaid. Integendeel: we moeten Schengen nu juist beschermen, versterken en verder uitwerken. Ik hoop dat deze Raad in dit opzicht een duidelijk signaal zal uitdragen en erop zal aandringen dat de lidstaten de Schengen-regels eerbiedigen en doeltreffend en correct toepassen. De Raad zal er ook op moeten wijzen dat de lidstaten meer solidariteit moeten tonen en dat de verantwoordelijkheden beter moeten worden verdeeld. Frontex moet meer bevoegdheden en meer middelen krijgen, en er moet een beoordelingsmechanisme voor Schengen worden ontwikkeld om te kunnen controleren of de regels en controles bij de grenzen naar behoren ten uitvoer worden gelegd. Dat mechanisme moet problemen kunnen vaststellen en hulp bieden bij de oplossing ervan. In het uiterste geval moeten lidstaten bij voortdurende schending van de regels sancties opgelegd krijgen.

 
  
MPphoto
 
 

  João Ferreira (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) De dramatische gevolgen van het zogenaamde bezuinigingsbeleid zijn maar al te zichtbaar. Zoals zovelen een jaar geleden al hebben voorspeld, heeft het EU/IMF-programma voor Griekenland geleid tot een economische en maatschappelijke ramp. Het is er bovendien niet in geslaagd de doelstellingen die al deze bezuinigingen moesten rechtvaardigen te verwezenlijken. De doelstelling met betrekking tot het terugdringen van het overheidstekort is niet gehaald: de staatschuld bedraagt momenteel rond de 170 procent, en de rente die op de markten over deze schuld moet worden betaald is de hoogte in geschoten. En nu bereidt de Europese Raad een nieuwe reeks aanvallen voor. Het is namelijk de bedoeling om Ierland en Portugal vergelijkbare programma's op te leggen, en de aanval op Griekenland te verhevigen en dit volk nog verder uit te knijpen.

Dit zijn nieuwe stappen in deze ongegeneerd koloniale aanpak van inmenging en afpersing. Men wil de economische governance institutionaliseren en het inmengingsbeleid en de daarmee samenhangende EU/IMF-interventie zoals die nu wordt gepleegd permanente status verlenen. Het is de bedoeling de 'voorwaardelijkheid' blijvend te maken, en dat geldt ook voor het extern toezicht op de financiën en het nationale beleid. Die worden voortaan door een directoraat van EU-grootmachten streng gecontroleerd. En als aan hun eisen niet wordt voldaan (of dreigt te worden voldaan), kunnen er strenge sancties worden opgelegd. Dit zijn onaanvaardbare ontwikkelingen, die de reactionaire en antidemocratische aard van deze Europese Unie blootleggen.

 
  
MPphoto
 
 

  Lidia Joanna Geringer de Oedenberg (S&D), schriftelijk. (PL) We zijn op een cruciaal moment aanbeland. De economische toekomst van Europa wordt bepaald in de vorm van het pakket voor economische governance. Bovendien neemt de Europese Unie over een paar dagen een besluit over de volgende tranche aan economische hulp voor Griekenland. Ik denk dat niet het opleggen van extra sancties en beperkingen, maar verdere economische integratie in Europa de uitweg is uit de crisis. De Europese Unie van vandaag bestaat uit de eurozone en de overige landen. De eurozone beschikt weliswaar over één munt, maar is daarnaast opgebouwd uit zeventien obligatiemarkten en zeventien regeringsstrategieën voor ontwikkeling.

Mijn fractie, de Fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten in het Europees Parlement, pleit daarom voor positieve maatregelen zoals verdergaande economische integratie. We vinden tevens dat de lasten gedragen moeten worden door degenen die verantwoordelijk zijn voor de economische crisis en niet door haar slachtoffers, zoals de Griekse burgers. Het idee van belastingheffing op financiële transacties is hierop gebaseerd.

De huidige bijeenkomst van de Europese Raad is tevens de laatste onder het Hongaarse voorzitterschap van de Raad. Dit voorzitterschap is ondergewaardeerd gebleven, omdat een aantal concrete projecten van de EU-agenda waar de Hongaren aan hebben gewerkt, waaronder projecten op het gebied van economische governance, is ondergesneeuwd door politieke problemen zoals de mediawet en de Hongaarse grondwet. Ik hoop dat Polen, dat nu aan de beurt is om het voorzitterschap over te nemen, het voorbeeld van onze buren niet volgt en dat de verkiezingscampagne voor de Sejm zijn successen niet overschaduwt.

 
  
MPphoto
 
 

  Sylvie Guillaume (S&D), schriftelijk. – (FR) Ik vraag me af wat de uitkomst van deze Raad zal zijn, die bedoeld is als een gelegenheid om van gedachten te wisselen over de gemaakte vorderingen bij de uitvoering van het asiel- en immigratiebeleid, en de gevolgen van de Arabische revoluties, aan de Europese grenzen. Als we deze gelegenheid aangrijpen om de controles aan de buitengrenzen uit te breiden, dan – laten we het maar gelijk zeggen – slaan we de plank opnieuw mis. We kunnen niet volstaan met voortzetting van een repressief beleid waarvan we weten dat het niet doeltreffend is en veel menselijk leed veroorzaakt. Laten we niet vergeten dat er mensen zijn die bescherming nodig hebben aan de deuren van Europa, deuren die gesloten blijven onder de valse voorwendselen van kosten en misbruik. Laten we met de recente Wereldvluchtelingendag nog vers in het geheugen bovenal het accent leggen op onze verantwoordelijkheden als Europeanen, verantwoordelijkheden waarvoor de lidstaten ten onrechte terugdeinzen. Anders zouden we de termijn van 2012, waarop dezelfde lidstaten zich hebben vastgelegd, wel eens niet kunnen halen.

 
  
MPphoto
 
 

  Zita Gurmai, (S&D), schriftelijk. (EN) We bereiden ons voor op een drukke Europese Raad, die naar mijn mening zelfs van historisch belang zal blijken. Het Hongaarse voorzitterschap kan bogen op een aantal belangrijke successen: de Donau-strategie en de aanneming van de Roma-strategie. Toch hoop ik dat zij, na het kwaliteitswerk dat zij hebben geleverd op professioneel vlak, ook over genoeg politiek gewicht en scherpte zullen beschikken om belangrijke doelstellingen op andere gebieden te bereiken, zoals de toetreding van Kroatië, migratie en de prangende kwestie van de economische governance. Zij zullen hard moeten werken om tot overeenstemming tussen de 27 lidstaten te komen, als uiting van de Europese eenheid en de wil om de crisis te overwinnen en de essentie van de Europese integratie te behouden. Ik ben ervan onder de indruk dat het eerste EU-voorzitterschap van mijn land toevallig tijdens zo'n uitdagende periode valt en ik hoop dat de Europese Raad deze week aan de verwachtingen zal voldoen.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. – (DE) Terwijl Canada als wereldkampioen immigratie meer hooggekwalificeerde immigranten aantrekt dan welke andere regio ter wereld ook – waarbij diegenen die niet in hun levensbehoeften kunnen voorzien, het land ook weer snel moeten verlaten – voert Europa een beleid van 'barmhartige immigratie voor de ongekwalificeerden'. Feit is dat de meerderheid van de Afrikanen die naar Europa komen, geen vluchtelingen maar economische migranten zijn. Deze menselijke koehandel onder de bedrieglijke naam 'vluchtelingen', alsmede de humanitaire vraag om asiel, veroorzaakt onherstelbare schade aan ons asielstelsel.

Een Europees asielbeleid is gedoemd te mislukken als gevolg van de ongewenste neveneffecten van eerdere voorstellen: de Dublinverordening was bedoeld om asieltoerisme de kop in te drukken. Inmiddels worden landen met makkelijk toegankelijke buitengrenzen overspoeld, al moet worden gezegd dat het merendeel van de asielzoekers niettemin belandt in de landen met de meest genereuze socialezekerheidsstelsels. Dat de gelijkschakeling van asielzoekers en de nationale bevolking in de zin van de arbeidsmarkt en sociale zekerheid tot een hausse aan economische migratie zou leiden, kon je op je vingers natellen.

De toegenomen rechten van illegale immigranten maken uitzetting bijna onmogelijk. Een uniforme asielwetgeving is alleen wenselijk als deze wordt gebaseerd op de meest strenge nationale asielwetgeving, bijvoorbeeld die van Denemarken, en als er consequenties worden verbonden aan schendingen van die wetgeving, zoals het verlenen van toeristische visa aan illegale immigranten.

Een Europees asielstelsel dat uitgaat van de kernbeginselen van humaniteit en gescharrel, moet krachtig worden verworpen. Er moet uiteindelijk een duidelijk onderscheid zijn tussen vluchtelingen die recht hebben op asiel en economische migranten. Bovendien moeten Frontex en de terugnameovereenkomsten verder worden ontwikkeld en moeten illegale immigranten consequent worden uitgezet.

 
  
MPphoto
 
 

  Cristian Dan Preda (PPE). schriftelijk (RO) Mijnheer de Voorzitter, met het oog op de Europese Raad van 23 en 24 juni wil ik de toetreding van Kroatië aan de orde stellen. In de eerste plaats wil ik opmerken hoezeer het mij genoegen doet dat mijn standpunt, ondersteund door een amendement op de resolutie over het voortgangsverslag 2010 voor Kroatië dat ik samen met mijn collega Bernd Posselt heb ingediend, werkelijkheid aan het worden is. Daarom verwelkom ik de overeenstemming die in de Raad Algemene Zaken is bereikt over het afronden van de onderhandelingen met Kroatië eind deze maand. Ik hoop dat de Europese Raad dit zal formaliseren. Na zes jaar onderhandelen is de tijd gekomen om Kroatië erkenning te geven voor de inspanningen die het land zich heeft getroost om aan de toetredingscriteria te voldoen. Ik hoop dat we Kroatië in 2013 kunnen verwelkomen als achtentwintigste lidstaat. Het besluit van de Raad zal een buitengewoon krachtig signaal aan de Westelijke Balkan als geheel vormen, dat de regeringen in deze regio zal aansporen om door te gaan met hun hervormingen. Dat is een langdurig proces, dat om offers vraagt. Uiteindelijk worden de integratie-inspanningen echter beloond. Tegelijkertijd verwelkom ik de positieve houding die de Kroatische autoriteiten hebben aangenomen tegenover het gebruik van het monitoringmechanisme tot het tijdstip van de daadwerkelijke toetreding, als extra prikkel. Het mag echter geen optie zijn om dit gebruik uit te strekken tot na deze datum.

 
  
MPphoto
 
 

  Joanna Senyszyn (S&D), schriftelijk. (PL) Het Schengengebied is een van de kwesties die op de eerstkomende bijeenkomst van de Raad zal worden besproken. In dit kader wil ik de aandacht vragen voor de steeds luider wordende roep om herinvoering van grenscontroles. Denemarken was van plan om een dergelijk besluit te nemen. De redenen die het land hiervoor opgaf, namelijk de bestrijding van grensoverschrijdende criminaliteit en de toename van illegale immigratie, zijn bijzonder ernstige problemen die echter niet opgelost worden door de grenzen te sluiten. Dergelijke maatregelen zijn in tegenspraak met de EU-voorschriften over vrij verkeer van goederen en diensten. Daarnaast bevorderen zij xenofobie en de invloed van partijen die zich bedienen van populistische en nationalistische taal.

Wat we vooral nodig hebben, zijn gezamenlijke en effectieve maatregelen op het gebied van de beveiliging van de buitengrenzen van de EU en uniforme standaarden voor alle lidstaten op het gebied van het immigratiebeleid. Ik roep de Europese Commissie daarom in dit verband op om óf vast te houden aan haar resolute tegenstand tegen de herinvoering van grenscontroles, óf om gemeenschappelijke, samenhangende en verstandige regels, criteria en mechanismen vast te stellen voor de eventuele herinvoering van grenscontroles.

 
  
MPphoto
 
 

  Silvia-Adriana Ţicău (S&D), schriftelijk.(RO) In de eerste plaats deel ik de gevoelens van mijn collega-afgevaardigden die stellen dat we solidariteit met Griekenland moeten tonen. De Europese Unie moet een ferm, verenigd standpunt ten aanzien van dit besluit innemen.

In de tweede plaats is het Schengengebied een van de grootste verworvenheden van de EU en moeten de beginselen ervan worden nageleefd en verdedigd. In dit verband ben ik van mening dat het herinvoeren van grenscontroles binnen het Schengengebied niet aanvaardbaar is, evenmin als het invoeren van aanvullende criteria voor lidstaten die tot het Schengengebied willen toetreden en voldoen aan de specifieke technische criteria.

In de derde plaats verwelkom ik de goedkeuring door de Europese Raad van de EU-strategie voor de Donauregio. Er bestaat een lange geschiedenis van samenwerking in de Donauregio. Een van de eerste Europese instellingen, de Europese Donaucommissie, opgericht in 1856, met het hoofdkantoor in het Roemeense Galaţi, had als doel het vrije verkeer van schepen op de Donau te waarborgen. Ik roep de desbetreffende lidstaten op om prioriteit te geven aan de tenuitvoerlegging van deze strategie en zo voor economische en sociale ontwikkeling te zorgen voor de meer dan 120 miljoen burgers die in deze macroregio wonen.

Tot slot roep ik de Europese Raad en de lidstaten op om de huidige belemmeringen voor het vrije verkeer van Roemeense en Bulgaarse werknemers weg te nemen. Het wegnemen van deze belemmeringen staat gelijk aan eerbiediging van de fundamentele beginselen van de EU, zoals het vrije verkeer van personen en solidariteit.

 
  
MPphoto
 
 

  Angelika Werthmann (NI), schriftelijk. – (DE) De Europese Raad heeft een aantal zaken op zijn agenda voor de vergadering gezet. Ten aanzien van de Griekse crisis moet eindelijk duidelijk worden dat de Europese Unie niet alleen maar staat voor 'geven' of 'nemen', maar dat zij werkt op basis van het beginsel van 'geven en nemen'. Dat betekent echter ook dat als een land hulp ontvangt, dit land de maatregelen die in dat verband zijn genomen, ook echt moet volgen. De aanscherping van het stabiliteits- en groeipact is meer dan welkom, al is het maar enkel om te voorkomen dat zich nog meer financiële rampen voltrekken in de lidstaten. Wat betreft de geplande toetreding van Kroatië: het feit dat dit land voldoet aan de toetredingscriteria is zeer verheugend, maar de vraag blijft niettemin waar de financiering van de ongeveer 500 miljoen euro waar Kroatië recht op heeft, feitelijk van betaald moet worden.

 

15. Het GLB tot 2020: inspelen op de uitdagingen van de toekomst inzake voedsel, natuurlijke hulpbronnen en territoriale evenwichten (debat)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Aan de orde is het verslag over het GLB tot 2020: inspelen op de uitdagingen van de toekomst inzake voedsel, natuurlijke hulpbronnen en territoriale evenwichten [2011/2051(INI)] - Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling. Rapporteur: Albert Deß (A7-0202/2011).

 
  
MPphoto
 

  Albert Deß, rapporteur. − (DE) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, waarde collega's, vijftig jaar geleden, in 1961, begon ik aan mijn opleiding tot agrariër. Sindsdien word ik begeleid door het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de EU. Dit beleid werd een belangrijk verbindend element van de Europese integratie.

De taken van het GLB zijn sinds het werd gelanceerd ingrijpend gewijzigd. Aanvankelijk diende het GLB om de productie van voedingsmiddelen te verhogen om minder afhankelijk te worden van de import van levensmiddelen. Enige tijd daarna kampte Europa met een overschot aan voedingsmiddelen. Op de steeds veranderende situatie werd gereageerd met telkens weer nieuwe hervormingen.

Nu debatteren we over de volgende hervorming, de nieuwe koers van het GLB na 2013. Als rapporteur voor de GLB-hervorming tot 2020 ben ik verheugd over een compromis tussen de verschillende fracties. Hoewel in een compromis niet met alle afzonderlijke belangen rekening kan worden gehouden, kon het verslag in de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling op een grote meerderheid rekenen. De overtuigende stemming is een duidelijk signaal aan de Commissie hoe de Commissie landbouw het GLB tot 2020 vorm wil geven. Ik ben ervan overtuigd, commissaris, dat ook het Europees Parlement zijn stempel zal drukken op de nieuwe koers van het landbouwbeleid na 2013. Het Verdrag van Lissabon biedt ons deze mogelijkheid.

Ik wil vandaag mijn collega's bedanken voor de medewerking en steun, de voorzitter van de commissie, Paolo De Castro, de coördinatoren en de schaduwrapporteurs voor de goede samenwerking en bereidheid tot een compromis te komen. Mijn dank ook aan de medewerkers van het landbouwsecretariaat, de Parlementsfracties en mijn bureau voor de uitstekende medewerking.

Wat het verslag betreft: de voedselveiligheid en voorzieningszekerheid voor een half miljard mensen blijft het voornaamste doel van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, niet alleen in de EU, maar wereldwijd. Het GLB moet duurzaam en concurrerend zijn, voor consumenten veilige en kwalitatief goede levensmiddelen produceren en ook hernieuwbare energiebronnen promoten. De tweepijlerstructuur van het GLB moet blijven bestaan; onze landbouwers moeten voor deze volgende periode weten waar zij aan toe zijn.

In het verslag staat duidelijk – en op dit punt staan wij achter de commissaris – dat de landbouwbegroting in de volgende financieringsperiode op het huidige niveau moet worden gehandhaafd. Ik kan mij niet vinden in de uitspraak van voorzitter Barroso dat flink gesnoeid moet worden in de tweede pijler. Volgens mij zullen de verschillende fracties zich daar gezamenlijk tegen uitspreken.

Het blijft belangrijk het gemeenschappelijk landbouwbeleid te vereenvoudigen. Dat is een hoofdeis in ons compromis. Daarnaast vragen we om een eerlijke verdeling tussen de lidstaten. Dat is mede nodig om gelijke mededingingsvoorwaarden te creëren. We streven naar areaalvergoedingen in plaats van historische en individuele referentiewaarden. De rol van kleine boeren moet worden erkend; lidstaten moeten op basis van subsidiariteit zelf bepalen welke steun aan kleine boeren wordt gegeven. Er wordt gewezen op het belang van jonge boeren. Ik wilde vooral ook voorkomen dat er een nieuw extra betalingssysteem zou worden ingevoerd, aangezien hiervoor aanvullende toezicht- en sanctiesystemen nodig zouden zijn om de landbouw milieuvriendelijker te maken.

Over het geheel genomen hebben we een compromis bereikt dat morgen door een groot aantal collega's kan worden gesteund, opdat we voor de nieuwe koers van dit landbouwbeleid een duidelijk signaal kunnen afgeven. De PPE-Fractie zal met grote meerderheid voor dit verslag stemmen.

 
  
MPphoto
 

  Dacian Cioloş, lid van de Commissie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Deß, geachte afgevaardigden, dit verslag komt op een cruciaal tijdstip, net nu de Commissie bezig is met het opstellen van gedetailleerde wetgevingsvoorstellen die ze in oktober aan het Parlement en de Raad wil voorleggen.

Ik wil de rapporteur, de heer Deß, graag bedanken voor zijn werk in de afgelopen weken en maanden. Ik wil ook de leden van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling bedanken voor hun harde werk en de vruchtbare discussies die we hebben gehad sinds ik begon met mijn mandaat om deze hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid voor te bereiden.

Talloze elementen in het verslag stemmen overeen met de visie die de Commissie uiteen heeft gezet in de eind 2010 gepresenteerde mededeling over de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, en die bedoeld was om een discussie op gang te brengen.

Ik denk met name aan voedselzekerheid, die een van de fundamentele doelstellingen van de landbouw is. Ik denk ook aan het belang om de twee pijlers van het gemeenschappelijk landbouwbeleid te behouden, zoals de heer Deß daarnet zei, en tegelijkertijd aan de noodzaak om het beleid groener te maken en meer te richten op het verantwoorde beheer van natuurlijke hulpbronnen. Ik denk ook aan een eerlijkere verdeling van uit hoofde van het gemeenschappelijk landbouwbeleid toegekende subsidies tussen Europese boeren en aan de noodzaak van een begroting die rekening houdt met voedsel- en territoriale vraagstukken, maar ook het beheer van natuurlijke hulpbronnen in de Europese Unie.

Ik merk tevens op dat u een voorstel voor hogere plafonds voor rechtstreekse betalingen hebt opgenomen. Ik wil op dit punt benadrukken dat veel grote landbouwbedrijven een aanzienlijke bijdrage leveren aan de werkgelegenheid op het platteland. Criteria zoals werkgelegenheid zullen dan ook in aanmerking worden genomen wanneer we de plafonds voor landbouwinkomenssteun vaststellen.

Een groene component toevoegen aan de eerste pijler in combinatie met een sterker plattelandsontwikkelingsbeleid is nog een belangrijke doelstelling die zal helpen klimaatverandering en het milieuvraagstuk aan te pakken, maar tevens zal bijdragen tot de verwezenlijking van de Europa 2020-strategie.

Ik ben blij dat het verslag het belang van nauwere banden tussen rechtstreekse betalingen en behoud van natuurlijke hulpbronnen onderstreept. Ik wil een effectief, pan-Europees instrument tot stand brengen waarmee de beoogde vereenvoudiging van het systeem van rechtstreekse betalingen een feit wordt. Ik ben overtuigd voorstander van het ontkoppelen van rechtstreekse betalingen, hetgeen heilzaam is gebleken om boeren te helpen zich beter aan marktomstandigheden aan te passen. Ik kan me echter vinden in uw in het verslag verwoorde opinie dat we pragmatisch en realistisch moeten zijn, en dat in sommige situaties specifieke segmenten en sectoren die economisch, ecologisch en maatschappelijk gevoelig zijn optionele, gekoppelde steun ook tot de mogelijkheden moet behoren.

Rechtstreekse betalingen zullen een belangrijke rol blijven spelen bij het behouden van de territoriale dynamiek. Dit is een bijzondere uitdaging in gebieden met grote natuurlijke beperkingen. Daarom benadrukte de Commissie in haar mededeling het belang van inkomenssteun in aanvulling op betalingen uit hoofde van de tweede pijler aan gebieden met natuurlijke beperkingen, die gehandhaafd zullen blijven.

We zullen ons buigen over de in uw verslag genoemde punten van zorg, op voorwaarde dat deze component niet wordt toegevoegd aan de eerste pijler. In de mededeling over de toekomst van het gemeenschappelijk landbouwbeleid heb ik voorgesteld een specifieke steunregeling voor kleine boeren in het leven te roepen om de administratieve formaliteiten die gekoppeld zijn aan rechtstreekse steun tot een minimum te beperken. Op grond van de tweede pijler zouden kleine boeren ook wezenlijke steun kunnen ontvangen voor herstructurering of om meer te kunnen bijdragen op territoriaal niveau maar ook in economisch opzicht, door winstgevender en concurrerender te worden.

Het voorbehouden van rechtstreekse betalingen aan actieve boeren is een ander punt waarop uw verwachtingen en mijn visie op het toekomstige gemeenschappelijk landbouwbeleid overeenkomen. Ook hier willen we komen tot een Europese definitie die tevens rekening houdt met de specifieke omstandigheden in lidstaten.

Ik heb ook met belangstelling kennis genomen van uw voorstellen over marktmaatregelen. Het versterken van de beheerscapaciteit en de onderhandelingspositie van producenten en producentenorganisaties, transparante prijzen en andere risicobeheersprocedures zijn stuk voor stuk onderwerpen waarover ik me in het kader van de effectbeoordeling uitgebreid zal buigen. Ik ben van plan op dit punt specifieke wetgevingsvoorstellen in te dienen.

Ik ben het eens met uw opmerkingen over het verbeteren en uitbreiden van plattelandsontwikkelingsmaatregelen. Ook ik vind dat we maatregelen nodig hebben om doeltreffender te kunnen inspelen op uitdagingen die samenhangen met het broeikaseffect, biodiversiteit en het duurzame beheer van natuurlijke hulpbronnen.

De tweede pijler van het toekomstige gemeenschappelijk landbouwbeleid zal al deze uitdagingen het hoofd moeten bieden en moeten kijken hoe technische knowhow kan worden benut om te bouwen aan een toekomst door concurrentievermogen te koppelen aan ecologie. Ik kan u vertellen dat de hele Commissie – het volledige College van Commissarissen, waaronder voorzitter Barroso – voorstander is van een sterke tweede pijler in het toekomstige gemeenschappelijk landbouwbeleid.

Ik heb met belangstelling kennis genomen van uw voorstellen betreffende jonge landbouwers. Plattelandsontwikkelingsbeleid moet voorzien in een breed scala aan maatregelen om aan hun behoeften tegemoet te komen. Ik zou ook willen kijken naar wat we in het kader van de eerste pijler van het gemeenschappelijk landbouwbeleid kunnen doen voor jonge boeren. Ik wil graag dat lidstaten thematische subprogramma's opstellen: pakketten van maatregelen die zich specifiek richten op jonge boeren en erkennen dat zij een prioritaire groep in de lidstaat zijn. Ik denk aan maatregelen voor starters, beroepsopleiding, opleidingsdiensten, investeren in modernisering en de herstructurering van landbouwbedrijven.

Zoals u in uw verslag benadrukt, zal ons beleid passende financiering nodig hebben om toekomstige uitdagingen het hoofd te bieden. We wachten momenteel op de mededeling van de Commissie over het nieuwe meerjarig financieel kader, dat eind juni zal worden gepubliceerd. Zoals ik al zei zullen we op deze mededeling voortbouwen wanneer we in het najaar onze effectbeoordeling en wetgevingsvoorstellen presenteren.

Nogmaals hartelijk dank voor dit verslag. Ik ben graag bereid eventuele vragen te beantwoorden. Ik hoop dat dit een zeer constructief debat zal worden.

 
  
MPphoto
 

  Kriton Arsenis, rapporteur voor advies van de Commissie ontwikkelingssamenwerking. – (EL) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, vandaag debatteren wij over het nieuwe gemeenschappelijk landbouwbeleid. Heel veel mensen hebben kritiek hierop omdat zij van mening zijn dat het gemeenschappelijk landbouwbeleid milieudegradatie veroorzaakt, dat het de ontwikkelingslanden vooral in het verleden veel schade heeft berokkend en dat het ook nu nog in velerlei opzicht een bedreiging vormt voor deze landen, en vooral voor hun landbouw en ontwikkeling.

Degenen die deze kritiek uiten hebben gelijk, maar degenen die aandringen op een vermindering van de kredieten voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid hebben ongelijk. Het gemeenschappelijk landbouwbeleid omvat niet alleen maatregelen voor de landbouw, maar is tevens een instrument voor de herverdeling van de middelen, voor overheveling van middelen van de Europese steden naar het Europese platteland. Het zijn de Europese burgers op het Europese platteland die onze bossen, rivieren en meren verzorgen en die ons voedsel, schone zuurstof en schoon water geven.

Wij moeten stimulansen bieden om verandering te brengen in een aantal wantoestanden, maar als wij een serieus beleid willen voeren, moeten wij meer financiële middelen toekennen aan het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Dan kan het billijker, effectiever en duurzamer worden.

 
  
MPphoto
 

  Karin Kadenbach, rapporteur voor advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid. (DE) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, beste collega's, als je de Europeanen vraagt wat zij van de politiek verwachten, dan is het levenskwaliteit, met termen als gezondheid en milieu. Met ons gemeenschappelijk landbouwbeleid hebben wij nu juist de taak aan deze verwachtingen van de Europese burgers in ons als politici, maar ook in de politiek als geheel te voldoen.

De Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid moet hier een essentiële bijdrage aan leveren, want wij willen hetzelfde als de Europese burgers. We willen gezonde levensmiddelen, die in een grote diversiteit worden geproduceerd, en ik bedoel hier biodiversiteit, maar ook productietechnische diversiteit.

We moeten mogelijkheden scheppen voor behoud van leefruimte. We moeten onze wateren, onze lucht, onze bodem in de gaten houden. We moeten ervoor zorgen dat de leefruimte op het platteland verder wordt ontwikkeld en het platteland niet het armenhuis van Europa wordt. Ons landbouwbeleid moet de ontwikkeling van alle regio's bevorderen. Daarvoor is geld nodig. Dat geld moet juist en eerlijk worden verdeeld!

 
  
MPphoto
 

  Czesław Adam Siekierski, rapporteur voor advies van de Commissie regionale ontwikkeling. – (PL) Mijnheer de Voorzitter, mijn welgemeende excuses. U kunt de tijd laten lopen. Ik wil u een aantal opmerkingen uit het advies van de Commissie regionale ontwikkeling presenteren. Het is jammer dat zij niet volledig zijn opgenomen in het verslag van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling. Het gaat om de volgende opmerkingen. Voedselzekerheid in de Europese Unie en in de rest van de wereld en globalisering vereisen een nieuw, sterk gemeenschappelijk landbouwbeleid dat ten eerste ons concurrentievermogen op de internationale markt verbetert, ten tweede onze landbouwers een fatsoenlijk inkomen verschaft, ten derde garandeert dat consumenten kwaliteitsproducten tegen eerlijke prijzen kunnen kopen, ten vierde evenwichtige en duurzame ontwikkeling stimuleert en ten vijfde bijdraagt aan verbetering van het milieu.

Om deze taken uit te kunnen voeren, moeten objectieve, transparante en vereenvoudigde criteria worden vastgesteld die garanderen dat in het kader van de rechtstreekse betalingen gelijke steun wordt verstrekt aan landbouwers uit alle lidstaten. Het is de hoogste tijd om historische betalingen achter ons te laten. Het GLB moet maatregelen voor marktregulering en een mechanisme voor risico- en crisisbeheer bevatten. Tenslotte moet het GLB meer oog hebben voor kleine familiebedrijven, gelet op de noodzaak tot diversifiëring om ...

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Michel Dantin, namens de PPE-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, om te beginnen wil ik onze rapporteur, de heer Deß, de schaduwrapporteurs en anderen die hebben bijgedragen aan het opstellen van deze tekst feliciteren. Naar mijn idee gaan we morgen stemmen over een evenwichtig en ambitieus verslag.

Bijna zes maanden nadat de heer Lyon zijn verslag opstelde waarin het Europees Parlement zijn beleidslijnen voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) na 2013 uiteenzette, besloot de Europese Commissie voort te bouwen op het verslag door veel van de daarin genoemde ideeën op te nemen in de op 18 november 2010 gepubliceerde mededeling. In het nieuwe verslag, dat vrijwel unaniem werd aangenomen door de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling, wordt de nieuwe koers die we de komende jaren voor ogen hebben met het gemeenschappelijk landbouwbeleid bekrachtigd. Onze boeren zijn er niet alleen om grondstoffen te produceren of goederen op de markt te brengen. Ze zijn er vooral om voedsel te produceren voor de 500 miljoen Europese burgers, maar ook om de rest van de wereld te voeden. Het is niet enkel retoriek om het zo duidelijk te stellen: het is een filosofische keuze die we maken.

In het verslag van de heer Deß wordt een positieve benadering van de bijdrage die de landbouw levert aan het milieu en de ecologie gesteund en wordt derhalve opgeroepen tot een beperking van de vaak kostbare administratieve procedures die voortkomen uit Europese verordeningen en nationale wetsteksten. Door te pleiten voor degressieve rechtstreekse betalingen en een herziening van de reguleringsinstrumenten wordt in het verslag daarnaast ook nieuw licht geworpen op de sociale perceptie van het GLB en op de mondialisering van de handel.

Op dit moment begint de G20 in Parijs de beraadslagingen over regulering van de wereldwijde grondstoffenmarkten, in het bijzonder landbouwgrondstoffen. De benadering van het Parlement is dan ook niet in een ivoren toren tot stand gekomen, waar we afgesloten zijn van de rest van de wereld. Integendeel: ze past in de bredere discussie over hoe we een mondiaal antwoord op een mondiale uitdaging kunnen formuleren.

Evenals bij het verslag van de heer Lyon een jaar geleden en het verslag van de heer Garriga Polledo over de financiële vooruitzichten vorige maand, zullen we morgen stemmen over het op peil houden van de landbouwbegroting voor de programmeringsperiode 2014-2020. Het zal er waarschijnlijk om spannen, maar desalniettemin moeten we knopen doorhakken en keuzes maken, omdat we niet de middelen zullen hebben om alles te doen …

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Stéphane Le Foll, namens de S&D-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, mijnheer Deß, mijnheer Dantin werd onderbroken, maar hij ging uitleggen dat het wereldwijde voedselvraagstuk belangrijk is, en het is belangrijk. Zoals reeds gezegd, wil men in dit verslag, evenals in eerdere verslagen en de mededeling van de Commissie, aantonen dat Europa streeft naar een gemeenschappelijk landbouwbeleid dat garant staat voor voedselzekerheid in Europa en bijdraagt aan een evenwichtige voedselverdeling op mondiaal niveau. Dat brengt politieke verplichtingen inzake marktregulering met zich mee, waar we vandaag over van gedachten wisselen. Ook wij zullen dit in onze debatten op EU-niveau moeten uitdragen. Nu er plannen liggen om het Europese voedselvoorzieningsprogramma af te schaffen, moeten we ons bedenken dat voedselzekerheid nog altijd een kwestie van solidariteit is en aan de orde van de dag is in Europa: bijna dertig miljoen Europeanen lijden momenteel aan ondervoeding. Laten we dat niet vergeten.

In feite zijn in dit verslag de grote lijnen uitgestippeld: vergroening van het landbouwbeleid. Uiteraard moet onze landbouw het milieuvraagstuk positief benaderen. In het bijzonder moet het zich richten op de Europese dimensie en deze waarborgen door het milieuvraagstuk op te nemen in de eerste pijler.

Nog een belangrijk punt is dat dit compromis het resultaat is van langdurige onderhandelingen, waar ik vanaf het begin bij betrokken ben geweest, over degressieve steun. Eindelijk zal bij de verdeling van steun rekening worden gehouden met twee criteria: werkgelegenheid, omdat ik belang hecht aan het idee dat landbouwbeleid kan bijdragen aan werkverschaffing, en uiteraard de productie van collectieve goederen. Het is beter deze benadering te hanteren dan verder te debatteren over steunplafonds en nooit tot oplossingen te komen. Ik zeg dit hier vanmiddag omdat ik het ook echt vind.

Tot slot wil ik nog zeggen dat dit verslag en de toezegging van het Parlement zinloos zijn als de landbouwbegroting niet op peil wordt gehouden. Dit zeg ik als antwoord op hetgeen de commissaris en de voorzitter van de Commissie hebben gezegd over de tweede pijler. We kunnen niet aanvaarden dat de begroting wordt teruggeschroefd.

 
  
MPphoto
 

  George Lyon, namens de ALDE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik denk dat de wereldberoemde Schotse dichter Rabbie Burns de oorspronkelijke versie van dit verslag zou hebben beschreven als een 'angstig, verlegen beestje'. Gelukkig hebben we nu, dankzij het goede werk van Albert Deß en alle andere schaduwrapporteurs van de afgelopen maanden, een verslag waar werkelijk wat in staat en dat veel elementen bevat waar we het mee eens kunnen zijn.

Ik denk echter dat het tekortschiet op één belangrijk punt. Het geeft namelijk geen antwoord op de fundamentele vraag van onze belastingbetalers en onze consumenten, die voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid betalen: waarvoor dient de ontkoppelde rechtstreekse steunverlening? Dat is een fundamentele vraag die we allemaal onder ogen moeten zien. Er is niet langer een verband met voedselproductie, want de betalingen zijn ontkoppeld. Er is een link naar collectieve voorzieningen via de randvoorwaarden, maar ik geloof niet dat dit de vraag werkelijk beantwoordt. Ik denk dat het verslag wellicht wat verder had moeten inspelen op de beantwoording van deze vraag door het idee van een meer gerichte rechtstreekse betaling te steunen, die een belangrijke stimulans is om een duurzamer en concurrerender landbouwmodel te ontwikkelen en de mogelijkheid te bieden de steun te bestemmen voor probleemgebieden, de zogeheten vergroening van de rechtstreekse steunverlening, waar de commissaris naar ik meen een groot voorstander van is.

Als we die weg verder volgen, hebben we denk ik de mogelijkheid om die vraag te beantwoorden en het publiek uit te leggen waar de rechtstreekse steunverlening voor dient. Ook de roep om aftopping en plafonds voor steun wordt ermee weggenomen, als er, bij alle rechtstreekse steunverlening, aan de rechtstreekse steunverlening collectieve goederen worden gekoppeld. Immers: hoe groter de boer, hoe meer collectieve voorzieningen hij zal leveren. Dan is aftopping dus niet nodig. Ik geloof dat het verslag in die richting wijst en ik zal blij zijn met een stap in de richting van dat type model. Ik hoop dat we het verslag morgen kunnen verbeteren. Als wij dat doen, zal onze fractie het zeker graag steunen.

 
  
MPphoto
 

  James Nicholson, namens de ECR-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil ook van de gelegenheid gebruik maken om de rapporteur te feliciteren. Hij heeft tijdens de onderhandelingen beslist bewezen dat hij stevig in zijn schoenen staat, want hij werd door velen met stenen bekogeld. Hij bleek dus zeer veerkrachtig te zijn en slaagde in zijn taak.

In de eerste plaats verheug ik mij over het feit dat het een tweedepijlerstructuur wordt, want ik denk dat we het daarover allemaal eens zijn.

Ik heb geluisterd naar de discussies over vergroening. Vergroening en hoe deze wordt toegepast, betekent echter iets anders voor verschillende mensen in verschillende landen. We moeten daar op de een of andere manier uit zien te komen. Het is geen balletje dat je zomaar even kunt opgooien, want het zal later een enorm effect hebben.

De heer Le Foll heeft gelijk. Als het geld er uiteindelijk niet komt, kunnen we op veel van deze gebieden weinig doen. We moeten verantwoordelijk zijn, en we moeten verantwoordelijk zijn als Parlement in de aanloop naar de wettekst die de commissaris in de late herfst van dit jaar zal uitbrengen. Dat wordt een enorme uitdaging voor ons in dit Parlement. Voor het eerst zullen we verantwoordelijkheid dragen, een stem hebben en deel uitmaken van de uiteindelijke besluitvorming.

Vanuit dat oogpunt ben ik dus tegen de huidige tekst als er gesproken wordt over aftopping. Ik steun de amendementen die zijn ingediend om de mate van aftopping te verminderen. Dat is iets waar we nog verder op in moeten gaan, maar, zoals ik al zei, het heeft allemaal geen zin als er geen geld voor is.

We moeten bekijken hoe we het geld uitgeven. Besteden we ons geld op de verstandigste manier? Gaat er niet te veel op aan administratie? Gaat er niet te veel op aan bureaucratie en administratieve rompslomp? En gaat er te weinig naar voedselzekerheid? Net als bij vergroening praten mensen wel heel erg makkelijk over voedselzekerheid.

Wat doen we om voedselzekerheid te bereiken? We kunnen de komende negen of tien jaar met een crisis geconfronteerd worden. Er zijn minder boeren en minder mensen aan het werk. Ik denk dat we ons in de toekomst hierop moeten concentreren.

 
  
MPphoto
 

  Martin Häusling, namens de Verts/ALE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, waarde collega's, wij zijn van mening dat het verslag absoluut de goede richting heeft gekozen. Het Europese landbouwbeleid moet eerlijker en milieuvriendelijker worden. Volgens mij hebben we deze doelen met dit verslag bereikt. Het Europese landbouwbeleid moet uiteindelijk voldoen aan de klimaat- en diversiteitsdoelstellingen. Ook dat is in het verslag vastgelegd. Het Europese landbouwbeleid moet milieuprestaties laten zien. Dan is de belastingbetaler ook bereid daaraan bij te dragen. We hebben behoefte aan een eerlijke verdeling tussen bedrijven, maar ook tussen lidstaten, en ons handelsbeleid tegenover de minder ontwikkelde landen moet eerlijk zijn. Ook dat staat in het verslag.

De bewerking van bijna 1 300 amendementen was een moeizaam proces, maar voor de lange termijn hebben we een groot gezamenlijk compromis met duidelijk omschreven doelen voor elkaar gekregen. Het Parlement heeft bewezen dat het op dat punt beleid kan maken. Veel punten hadden onzes inziens helderder kunnen worden geformuleerd, bijvoorbeeld ten aanzien van de voorwaarden voor de betalingen in het kader van de eerste pijler – vruchtwisselingen, bescherming van grasland – maar goed, het is nu aan de Commissie daar invulling aan te geven, tenminste bij de vormgeving.

Belangrijk is ook dat de degressie is opgenomen. Grote bedrijven moeten meer presteren op het gebied van werkgelegenheid en milieu. Een grote meerderheid in de commissie heeft dat besloten. Daarnaast moet de rol van boeren in de handel worden versterkt en moet het onderwerp eiwittekort op de agenda komen te staan. We kunnen het ons op de lange termijn niet veroorloven eiwithoudende gewassen, die staan voor 30 miljoen hectare voedergewas, uit andere landen te importeren. Het wordt tijd daar wat aan te doen.

Nogmaals: een sterke tweede pijler is erg belangrijk, daar zijn we het over eens. Plattelandsontwikkeling, maatregelen voor milieu en achtergestelde regio's – daar moeten we onze aandacht op richten. Als de heer Barroso juist hierin het mes wil zetten, kan hij op massief verzet in het Parlement rekenen. Juist hier liggen de kansen voor de plattelandsontwikkeling; we mogen de achtergestelde regio's niet in de steek laten.

 
  
MPphoto
 

  Patrick Le Hyaric, namens de GUE/NGL-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, in het vandaag gepresenteerde verslag wordt een nieuwe koers voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid uitgestippeld, met degressieve overheidssubsidies die werkgelegenheids- en milieuoverwegingen weerspiegelen, erkenning van het feit dat landbouw collectieve goederen voortbrengt en het begrip actieve landbouwers. We hebben echter al te veel goede bedoelingen langs zien komen die het leven van werkende boeren nooit hebben verbeterd. Laten we niet vergeten welke drama's zich momenteel voltrekken in onze plattelandsgebieden. Het idee van een vangnet is weliswaar aantrekkelijk, maar niet afdoende. We moeten terugkeren naar mechanismen van overheidsinterventie om basisprijzen te garanderen voor kleine en middelgrote landbouwers.

Het combineren van economische, sociale en ecologische efficiëntie vereist tevens dat we korte metten maken met het ultraliberale vrijhandelsmodel dat familiebedrijven de das omdoet. De Europese Unie moet streven naar ingrijpende veranderingen in de Wereldhandelsorganisatie en nauwer samenwerken met de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) om terug te keren naar samenwerkingssystemen die voorzien in variabele invoerrechten aan de grens.

Ook moeten we in Europa veel meer geld stoppen in onderzoek. Tot slot moeten we ervoor zorgen dat de begroting voor het beleid wordt gehandhaafd …

(Spreker rondt af terwijl de microfoon uit staat)

 
  
MPphoto
 

  Krisztina Morvai, (NI). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, we konden de vertolking van de vorige spreker niet horen. Ik was er erg in geïnteresseerd, en als het niet teveel moeite is voor de spreker zou ik het zeer op prijs stellen als u ervoor zorgt dat wij het in het Engels kunnen horen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Zijn er nog meer mensen die de Engelse vertolking niet konden verstaan? Misschien is het een probleem dat zich beperkt tot de achterste rijen. We gaan de zaak onderzoeken.

Kennelijk is er een storing in de kanalen. We werken aan de oplossing van het probleem. Ik verzoek u enig geduld te betrachten. Overigens kunt u de bijdrage naderhand op internet nog eens nalezen. U kunt de opnamen ook via internet volgen. Ik weet zeker dat de vertolking daar wel te horen zal zijn.

 
  
MPphoto
 

  Lorenzo Fontana, namens de EFD-Fractie. – (IT) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, allereerst bedank en complimenteer ik de heer Deß met het harde werk dat hij en de schaduwrapporteurs hebben geleverd.

Wij zijn zeer blij dat in het verslag wordt ingegaan op de achtergestelde gebieden – wij zijn met name begaan met de berggebieden. Wij zijn zeer blij dat de kleine bedrijven ondersteund worden, daar deze van groot belang zijn voor de bescherming van het landschap en vanwege de kwaliteit van hun producten. Voorts zijn wij zeer blij dat ook de jonge landbouwers – die in zekere zin de toekomst van de landbouw zijn – ruimschoots aan bod komen.

Wij weten echter allemaal dat er een harde strijd over de begroting in het verschiet ligt, en daarom, commissaris, richt ik mij tot u, die het beter weet dan mijn collega's en ik. Wij mogen niet toestaan dat de GLB-begroting verlaagd wordt, omdat dat waarschijnlijk zou betekenen dat de Europese landbouw minder meetelt. Het is duidelijk dat in dat geval ook de landbouwproducten, en dus al ons voedsel, minder meetellen. Daar moeten wij natuurlijk niet aan denken.

Tot slot, commissaris, wil ik ingaan op de invoerkwestie. Zoals u weet valt de invoer niet onder het GLB, maar is deze een essentieel onderdeel van het pakket dat met het GLB gepaard moet gaan, want als we goedkope producten van slechte kwaliteit importeren, dan zal onze landbouwsector instorten.

 
  
MPphoto
 

  Diane Dodds (NI). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de heer Deß bedanken voor zijn uitgebreide verslag.

Net als andere sprekers wil ik het belang onderstrepen van een adequate begroting voor het nieuwe GLB. Ik geloof dat het erg belangrijk is onze begroting te baseren op de argumenten rond voedselzekerheid.

Er wordt geschat dat er in 2050 een toename van 70% van de landbouwproductie in de wereld nodig is. Ik zou zeggen dat het nieuwe GLB dit moet steunen en die productie binnen Europa moet houden. We mogen niets doen dat de voedselproductie die we al hebben, belemmert.

Ik ben blij met de duidelijke steun voor de tweepijlerstructuur alsmede met de bevestiging van de commissaris vandaag dat ook hij deze steunt. Toch wil ik daaraan toevoegen dat ik niet wens dat het draagvlak voor vergroening in de eerste pijler verdere lasten en kosten voor onze boeren meebrengt. Daarom zie ik graag flexibiliteit op nationaal en regionaal niveau, gezien de grote diversiteit van de landbouwstructuren en grondbezit in de hele EU.

 
  
MPphoto
 

  Giovanni La Via (PPE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, het harde werk van de heer Deß en de schaduwrapporteurs, waarvoor ik mijn waardering uitspreek, is vandaag in de eindfase beland.

Een nieuw gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) is van grote betekenis voor Europa, voor de toekomst van de Europese landbouw en voor het voortbestaan van grote plattelandsgebieden. Met het nieuwe GLB moeten de Europese burgers kunnen kiezen uit een adequaat aanbod van kwaliteitsproducten en in staat worden gesteld om de productie van collectieve goederen waar geen markt voor is, te ondersteunen. Om de doelstellingen te kunnen halen, zijn effectievere instrumenten nodig die bovenal eenvoudiger moeten zijn voor de landbouwers. Zij moeten eenvoudiger toegang krijgen tot subsidies, en de bureaucratie moet worden verminderd.

We hebben daarnaast marktinstrumenten nodig waarmee de helaas steeds terugkerende crises doeltreffend kunnen worden aangepakt, alsmede preventieve en verzekeringsinstrumenten tegen de risico's die inherent zijn aan de landbouw. We hebben een GLB nodig waarin de jongeren centraal staan, zodat wij de landbouw van de toekomst aan hen kunnen overdragen. We hebben besloten om in te zetten op de bescherming van de biodiversiteit en van de talloze regionale en productieve bijzonderheden van de Europese Unie aan de hand van beleid voor plattelandsontwikkeling dat de mogelijkheid moet bieden om alle sterke punten van plattelandsgebieden te benutten. Tegelijkertijd moeten we proberen de landbouw concurrerend te maken. Daarom wil ik de Commissie erop wijzen dat het beleid voor plattelandsontwikkeling maatregelen moet bevatten op het gebied van de overdracht van technologie.

Ik onderstreep het belang van de instelling van plafonds voor de toekenning van rechtstreekse betalingen aan grote economische spelers, zoals vastgesteld door de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling. Ik denk dat we tot een systeem moeten komen waarin de steun afneemt zodra een bedrijf een bepaalde omvang heeft bereikt, om overcompensatie van grote bedrijven, die al grote schaalvoordelen genieten, te voorkomen.

Ik kan er niet omheen te benadrukken dat het GLB adequaat gefinancierd moet worden. Het Parlement kan niet accepteren dat er minder middelen beschikbaar komen voor plattelandsontwikkeling.

 
  
  

VOORZITTER: RODI KRATSA-TSAGAROPOULOU
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Luis Manuel Capoulas Santos (S&D) . – (PT) De socialistische fractie wil met deze hervorming van het GLB een eerlijker en rechtvaardiger landbouwbeleid creëren dat beter aansluit op dit tijdsgewricht. Vragen met betrekking tot voedselveiligheid en de maatschappelijke legitimering van subsidies (alles in de ruimst denkbare zin) zijn nu immers relevanter dan ooit.

We zijn erin geslaagd onze belangrijkste beleidspunten in dit verslag door te laten klinken: het GLB moet een communautair beleid blijven, en er moeten voor dit beleid voldoende financiële middelen worden vrijgemaakt. Ik wil daar graag de nadruk op leggen: we zullen niet toelaten dat er middelen aan dit beleid worden onttrokken om de tenuitvoerlegging ervan te garanderen. Wij willen dat de steun rechtvaardiger wordt verdeeld tussen de lidstaten en tussen de landbouwers; er moet een nieuw, van de productie losgekoppeld systeem worden ingevoerd, gebaseerd op sociale en milieucriteria. Het accent moet dus liggen op werk. Het GLB moet een beleid worden voor degenen die echt landbouw bedrijven, en er moet een speciaal mechanisme worden ontwikkeld voor kleine bedrijven.

Ik ben ervan overtuigd dat het Parlement er met de extra bevoegdheden die we krachtens het Verdrag van Lissabon hebben ontvangen in zal slagen deze doelstellingen – die nu alleen nog in theorie bestaan – met concrete acties te onderbouwen.

 
  
MPphoto
 

  Marit Paulsen (ALDE).(SV) Mevrouw de Voorzitter, ik wil de heer Deß bedanken voor zijn uitstekende werk. Ik zou het willen hebben over een aspect van het landbouwbeleid, namelijk de enorme uitdagingen waarmee de mensheid en de hele wereld worden geconfronteerd: het klimaat, biodiversiteit, de eutrofiëring van waterlopen. Ik zou talloze voorbeelden kunnen opnoemen. Wat dat betreft denk ik dat we moeten beseffen dat het de landbouwers zijn die dag in dag uit ons milieu en de voorwaarden voor ons leven en onze toekomst beheren. Het is in de land- en bosbouw dat we over de beste milieu-instrumenten beschikken, en het is voor het gebruik van die instrumenten dat we de landbouwers moeten betalen en zelfs goed moeten betalen. Daarom zou ik willen dat we in de toekomst onze manier van denken ietwat veranderen, en in plaats van moeilijk uit te leggen subsidies te betalen, ervoor zorgen dat we de landbouwers betalen voor verrichte diensten. De belangrijkste taak van de landbouw is vanzelfsprekend het produceren van voedsel – voldoende en kwalitatief voedsel – maar ik ben van mening dat voedsel op de markt moet worden betaald. Milieudiensten kunnen daar niet worden betaald.

 
  
MPphoto
 

  Janusz Wojciechowski (ECR). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, in de meeste opzichten is het verslag van de heer Deß uitstekend, maar in één opzicht is het helaas bijzonder slecht, omdat het concept van eerlijke verdeling van rechtstreekse betalingen wordt afgewezen. Het bizarre en absurde beginsel dat de rijken meer hulp krijgen dan de armen moet in de agrarische sector kennelijk gehandhaafd blijven. Landbouwers uit de nieuwe lidstaten, en niet alleen zij, zijn extreem bezorgd en ongerust over deze ontwikkeling. De landbouwsector begint af te takelen, vooral in de nieuwe lidstaten. U hoeft slechts te kijken naar de hoeveelheid braakliggend land in Polen, Litouwen en Slowakije.

Ik doe een beroep op de afgevaardigden uit de oude lidstaten om een eind te maken aan deze discriminatie. Laten we nu eindelijk de rechtstreekse betalingen op een eerlijke manier gelijktrekken en geen Europa van twee snelheden creëren. Ik doe vooral een beroep op de Franse afgevaardigden vanwege de leus 'vrijheid, gelijkheid, broederschap' die ooit de vaandels van de Franse Revolutie sierde. De vrijheid is er, maar de gelijkheid ontbreekt, en zonder gelijkheid kan er geen sprake zijn van broederschap. Wij eisen gelijkheid.

 
  
MPphoto
 

  José Bové (Verts/ALE).(FR) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, dames en heren, ik ben het ermee eens dat er behalve vrijheid en broederschap ook gelijkheid moet zijn met landbouwers en de nieuw toegetreden landen in Oost-Europa. Ja, dat ben ik met u eens.

Ik denk dat dit verslag een hele grote stap in de goede richting is. Het was niet eenvoudig aan het begin: de situatie had veel weg van een confrontatie. We hebben een consensus bereikt, en dat is het belangrijkste. Dankzij deze consensus blijven we op koers, en ik geloof dat dit de grote verdienste van het Europees Parlement is. We zijn in deze opzet geslaagd, en eenvoudig was dat niet; ik wil dan ook de rapporteur, de heer Deß, en alle leden van het Parlement bedanken. De eerste fase zit erop.

In dit document wordt de noodzaak van gelijkheid, rechtvaardigheid en billijkheid tussen producenten en tussen regio's opnieuw benadrukt. Ik denk dat dit van belang is. We hebben ons duidelijk uitgesproken voor het behoud en de ontwikkeling van kleine landbouwbedrijven, dat we willen dat er rekening wordt gehouden met kleine bedrijven, aangezien deze cruciaal zijn voor de kwaliteit en biodiversiteit van onze regio's. Ik denk dat dat ook cruciaal was. Het idee om de landbouw agronomisch te maken, om af te stappen van de intensieve industriële landbouw, is inmiddels in de teksten verankerd. Het is nu zaak de daad bij het woord te voegen als we willen dat landbouw een reële optie wordt voor de generaties na ons. Dat heeft niks te maken met ideologie.

Tot besluit: we maken ons zorgen over de dreigende begrotingsverlagingen. We moeten daar duidelijk op reageren. Waar we nu op wachten is dat we daadwerkelijk de tweede fase ingaan, hetgeen vanzelfsprekend het wetgevingsdebat is. We hebben immers meer nodig dan teksten en goede bedoelingen; door te debatteren over wetgevingsvoorstellen zien we echt welke kant we op gaan. Dat is uiteraard waar we nu op wachten.

Ik wil tot besluit echter mijn woede kenbaar maken over de houding van Duitsland, die ertoe heeft geleid dat de voedselhulp aan de allerarmste burgers van Europa tot éénvijfde van het oorspronkelijke bedrag is teruggebracht. Die steun was opgenomen in de begroting van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Ik wil dat we een andere manier vinden om de allerarmsten te helpen: de 80 miljoen Europeanen die niet genoeg te eten hebben.

 
  
MPphoto
 

  Alfreds Rubiks (GUE/NGL).(LV) Mevrouw de Voorzitter, er is uitstekend werk verricht, maar het uiteindelijke verslag is in bijzonder algemene bewoordingen opgesteld. Het verslag geeft duidelijk een nieuwe richting aan - agrarische vergroening. Dat zou wellicht een soort reddingsboei voor niet-productieve boeren kunnen zijn, die zich op die manier zouden kunnen onttrekken aan het leveren van agrarische productie en toch areaalbetalingen ontvangen. Mijns inziens moeten wij bij de tenuitvoerlegging van dit verslag stilstaan bij hetgeen erin ontbreekt. Het probleem met betrekking tot proteïnen wordt niet behandeld, de kwestie van de kwaliteit van geïmporteerde levensmiddelen is er niet in opgenomen, er wordt evenmin gesproken over het probleem ten aanzien van genetisch gemodificeerde gewassen, en het probleem van de bodemdegradatie wordt onvoldoende aangesproken. Er is nog steeds geen duidelijke definitie van termen als "actieve landbouwer", "nieuwe landbouwer", "billijke areaalbetalingen" en "familiebedrijven". Helaas krijgen vele landbouwers in dit verslag geen antwoord op hun vragen en problemen. Daar moeten we in de toekomst verbetering in brengen.

 
  
MPphoto
 

  John Stuart Agnew (EFD) . – (EN) Mevrouw de Voorzitter, terwijl de term 'vergroening' van de eerste pijler aantrekkelijk kan zijn voor salonboeren, zal deze grote problemen opleveren voor boeren met zware grond, die wel eens geneigd konden zijn deze braak te laten liggen in plaats van hem in het voorjaar in te zaaien. Als dit beleid dit jaar al was uitgevoerd, zou het hebben geleid tot totaal mislukte oogsten. Adequate controle en handhaving van de vergroeningsmaatregelen zullen ook onmogelijk zijn.

Om doeltreffend te zijn, zal de aftopping van de bedrijfstoeslagen drastisch moeten zijn. Dit zal de boeren onmiddellijk motiveren om hun bedrijven formeel met hun echtgenoten te delen, zodat de volledige betaling op beide delen gehandhaafd blijft. Daar komt nog bij dat ik heb vernomen dat de besparingen door de aftopping ten goede zullen komen aan de EU en niet aan de lidstaat die feitelijk voor de besparingen heeft gezorgd.

Of er gg-gewassen geteeld mogen worden, moet door de afzonderlijke lidstaten worden beslist. De suggestie dat boeren die deze gewassen telen geen bedrijfstoeslag kunnen ontvangen, is volkomen onzinnig. De wereld heeft een tekort aan voedsel. We moeten de invoering van nieuwe landbouwtechnologie bevorderen in plaats van deze in een kwaad daglicht te stellen. Ik hoop dat de laatste drie winters u allen ervan hebben overtuigd dat er voor ons geen bedreiging is door opwarming van de aarde.

 
  
MPphoto
 

  Krisztina Morvai (NI). (HU) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, hoe anders zouden de steeds verontwaardigdere Europese burgers over de Europese Unie denken als ze merkten dat hun belastingen uitsluitend als openbare middelen aan openbare doeleinden, ten behoeve van het openbaar nut, in verhouding tot het geproduceerd openbaar nut, werden besteed. In verband met de landbouwsteun van de Europese Unie gaat het verslag-Deß die kant op. We hebben morgen een enorme verantwoordelijkheid ten aanzien van de vraag of we voor het plafond, voor het maximum stemmen dat als resultaat van het harde werk van degenen die wijzigingsvoorstellen hebben ingediend door het verslag-Deß is vastgesteld voor op hectaren gebaseerde steun en areaalsubsidies. Ik wil u vragen om het rechtvaardigheidsgevoel van de kiezers te volgen en voor dit plafond te stemmen. Er moet wel degelijk een maximum worden vastgesteld voor de openbare middelen die door allerlei groene en rode baronnen en andere stedelijke zakenlieden van de Europese belastingbetalers worden ontvangen.

 
  
MPphoto
 

  Esther Herranz García (PPE). - (ES) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, ook al is de reden voor het debat vandaag dit belangrijke verslag over de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, toch zou ik ook graag iets willen zeggen over een daarmee samenhangende kwestie die gevolgen heeft voor ons en die tevens gevolgen zou kunnen hebben voor de haalbaarheid van het beleid dat wij verdedigen in het Europees Parlement voor deze hervorming van het toekomstige GLB.

Komende week zal de Europese Commissie haar voorstel presenteren over de financiële vooruitzichten voor de periode na 2014 waarin, als mijn informatie juist blijkt, de Commissie als uitvoerend orgaan van de Gemeenschap zeker van plan is bezuinigingen voor te stellen op de landbouwbegroting van de EU.

We moeten dan in het achterhoofd houden dat de Europese Commissie geen rekening zal houden met het standpunt dat wij morgen zullen goedkeuren, waarin we juist verzoeken om de uitgaven van het gemeenschappelijk landbouwbeleid op hetzelfde niveau te houden.

Ik zie niet in hoe wij met een beperkter budget een oplossing kunnen bieden voor alle problemen die in dat document worden genoemd; hoe we de subsidies van het GLB groener kunnen maken, een proces waarvan wij niet willen dat het een extra inspanning vergt van landbouwondernemers. Hoe kunnen we dit bereiken?

Evenmin zie ik in hoe wij met een verminderd GLB iets kunnen doen aan prijsschommelingen, om maar een voorbeeld te noemen, en een begrotingslijn kunnen creëren, zoals we graag willen, waarmee we een antwoord kunnen bieden op de crises die ons inmiddels zo vertrouwd zijn.

Het GLB moet niet alleen in termen van uitgaven worden gemeten omdat, los van de goederen en diensten die het levert, juist vandaag moet worden benadrukt dat elke euro aan investeringen op landbouwgebied tien euro oplevert in de landbouw- en voedselindustrie. Hier zou terdege rekening mee moeten worden gehouden bij het opstellen van het komende begrotingskader.

Bovendien mag niet worden vergeten dat de onderhandelingen met derde landen en met de Wereldhandelsorganisatie een ernstige bedreiging vormen voor de toekomst van de landbouw en veeteelt in de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 

  Paolo De Castro (S&D).(IT) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, dames en heren, met het verslag van de heer Deß is er een nieuwe fase aangebroken voor de hervorming van het GLB. De Commissie landbouw heeft maandenlang hard gewerkt, en ik dank de heer Deß en alle schaduwrapporteurs en fracties voor hun verrichtingen.

Vandaag kan het Parlement zich duidelijk uitspreken over de toekomst van het GLB – een robuust, eenvoudig, flexibel, groener GLB waarin rekening wordt gehouden met de jongeren en de werkgelegenheid. Om deze reden, commissaris, zijn wij bezorgd over de berichten die dezer dagen in de media zijn verschenen over de verlaging van de begroting, die vooral betrekking heeft op de tweede pijler. Een dergelijke verlaging zou strijdig zijn met het verslag van de heer Deß en met dat van de heer Garriga Polledo over de financiële vooruitzichten van de EU, dat het Parlement kortgeleden heeft aangenomen en waarin het belangrijke principe is opgenomen dat de huidige GLB-begroting in de volgende programmeringsperiode intact blijft.

Daarom, commissaris, ontvangen wij graag opheldering over de berichtgeving, en zouden wij graag weten of er wat u betreft andere richtsnoeren zijn dan de richtsnoeren waarover wij geïnformeerd zijn.

 
  
MPphoto
 

  Britta Reimers (ALDE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, geachte collega's, mijn dank aan de rapporteur voor zijn uithoudingsvermogen en goede werk.

Voor de toekomst van het landbouwbeleid na 2013 moeten we bepalen welke kant we op willen. Willen we een landbouw die de uitdagingen aangaat door innovatief, modern, moedig, zelfbewust, met eigen verantwoordelijkheid en zelfstandig op de markt te opereren? Of willen we een landbouw die aan het eeuwige infuus van Europa blijft hangen en bij elke stap naar de toekomst aan het handje wil blijven lopen en door mama moet worden aangespoord? We bepalen nu welke kant het op gaat. Willen we onze toekomstige taken aankunnen, dan hebben we een landbouw nodig die moderne technologieën bevordert en niet verzandt in oeverloze ideologische debatten. Om bedrijven planningszekerheid te geven, mogen we niet om de paar jaar van richting veranderen. Dit legt een te grote druk op de financiën. Want iedereen hier moet beseffen dat elke politieke koerswijziging nieuwe wetten en richtlijnen met zich meebrengt, waardoor bedrijven op hun beurt investeringen moeten doen waar niet direct extra inkomsten tegenover staan.

We moeten ons niet bezighouden met de vraag of een bedrijf groot of klein is, maar of het op een economisch gezonde manier wordt gerund. Het gaat ons niet aan of het aan conventionele of biologische landbouw doet, zolang het maar bewust met hulpbronnen omspringt. Ook het aantal dieren moet niet uitmaken, zo lang de dieren maar goed worden behandeld. Wij moeten ervoor zorgen dat we in Europa ook in de toekomst voldoende voedsel van goede kwaliteit tegen betaalbare prijzen hebben. Want Europa is niet alleen op de wereld.

 
  
MPphoto
 

  Hynek Fajmon (ECR). - (CS) Mevrouw de Voorzitter, het moment dat het gemeenschappelijk landbouwbeleid voor de oude en de nieuwe lidstaten gelijk wordt getrokken, komt nu eindelijk met rasse schreden naderbij. Eindelijk komt er nu een einde aan de reeds tien jaar durende discriminatie van landbouwers in de nieuwe lidstaten. Dat doet mij uiterst deugd. Ik heb er altijd op vertrouwd dat er in de nieuwe periode niet opnieuw discriminerende voorwaarden voor de boeren uit de hoed getoverd zouden worden. Maar wat gebeurt er? In het verslag van de heer Deß staat een onomwonden pleidooi daarvoor. Ik heb het over de steun voor de zogeheten plafonnering van directe betalingen voor grotere landbouwondernemingen. Een dergelijke maatregel is regelrecht discriminerend voor lidstaten als de Tsjechische Republiek waar we om historische redenen grotere boerenbedrijven hebben dan elders in de Europese Unie.

Plafonnering van de directe betalingen keur ik dan ook faliekant af. Het is een maatregel die ten koste gaat van de doeltreffendheid van het boerenbedrijf in de hele Europese Unie. De landbouw was er tot nog toe allereerst om voedsel te produceren. Maar nu willen talrijke politici, met name uit groene en linkse gelederen, de landbouwers omturnen tot producenten van biobrandstoffen en strijders tegen de wereldwijde opwarming. Een dergelijke ontwikkeling is wat mij betreft onacceptabel.

 
  
MPphoto
 

  Alyn Smith (Verts/ALE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil me aansluiten bij de collega's van mijn fractie en andere collega's met mijn felicitaties aan onze rapporteur. Dit was geen gemakkelijke taak voor hem – noch voor ieder van ons trouwens –, en het verslag dat voor ons ligt, is door ons gezamenlijke werk veel verbeterd, en er staat veel bewonderenswaardigs in.

Ik verheug me vooral over de voortzetting van de rechtstreekse betalingen en de expliciete verwijdering van de historische referentiewaarden in paragraaf 15, en de eerlijker verdeling tussen de lidstaten en binnen de lidstaten in hun regio's en autonome gebieden, in paragraaf 16.

Ik ben afkomstig uit Schotland en daarom ben ik bijzonder blij in paragraaf 82 een duidelijke verklaring te zien ten gunste van probleemgebieden. Ik weet dat de boeren in Schotland – en overal elders – blij zullen zijn met paragraaf 44, waarin uitdrukkelijk gesteld wordt dat de randvoorwaarden op risico gebaseerd en proportioneel moeten zijn. Mijnheer de commissaris, misschien kunt u sommige van uw 'accountant-collega's' speciaal op die paragraaf wijzen.

Hoewel er veel bewonderenswaardigs in dit rapport staat, moeten we eerlijk zijn tegenover onszelf en onze kiezers. Dit alles is zinloos als we paragraaf 1 niet bereiken – en paragraaf 1, waarin we vragen om een sterk en duurzaam GLB met een begroting die in verhouding staat tot de ambitieuze doelstellingen, is dan ook zinloos. Net als andere collega's wil ook ik mijn bezorgdheid uitspreken, zeker bij de geruchten van vandaag dat voorzitter Barroso drastisch wil bezuinigen op de begroting en op de tweede pijler in het bijzonder.

Mijnheer de commissaris, u zult alle bondgenoten die u kunt krijgen nodig hebben in deze discussies binnen de Commissie en met de lidstaten. We moeten een degelijk gefinancierd landbouwbeleid hebben dat ambitieus is voor onze boeren en onze burgers. De Europese landbouw heeft een geweldig verhaal te vertellen. Het is niet het moment om over kleinigheden te vallen.

 
  
MPphoto
 

  Bairbre de Brún (GUE/NGL). (GA) Mevrouw de Voorzitter, ik juich het rapport van de heer Deß over de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) toe en ik wil hem danken voor zijn werk.

De stemming deze week zal weerspiegelen wat het Europees Parlement verwacht van de wetgevingsvoorstellen voor het GLB. De stemming over de begroting die aanstaande is, is eveneens van zeer groot belang om een adequate financiering van de landbouw in de toekomst veilig te stellen.

Wij hebben een sterk en duurzaam GLB nodig - gebaseerd op twee pijlers - dat de boeren op het land houdt, de bescherming van het milieu veiligstelt, de plattelandseconomieën bevordert en billijkheid en transparantie biedt aan iedereen die in de voedselvoorzieningsketen werkzaam is.

Vergroeningsmaatregelen op het gebied van milieu in de eerste pijler moeten duidelijk, goed uitgewerkt en eenvoudig te meten zijn, en financiering van de tweede pijler moet fors en eerlijk zijn.

 
  
MPphoto
 

  Giancarlo Scottà (EFD).(IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, het gemeenschappelijk landbouwbeleid is het Europese beleidsgebied dat in de loop der jaren meer dan alle andere is aangepast om de voortdurende economische veranderingen, ook op internationaal niveau, het hoofd te kunnen bieden.

Daarbij zijn twee hoofddoelstellingen nooit uit het oog verloren: een inkomen garanderen voor de Europese landbouwers en omgaan met een steeds lagere EU-begroting, zonder daarbij een aantal andere doelstellingen op het gebied van de kwaliteit van de producten, van het milieu, van de biodiversiteit en van de watervoorraden uit het oog te verliezen.

De hervorming van het GLB, die morgen in stemming wordt gebracht, is essentieel om het inkomen van onze landbouwers te kunnen blijven ondersteunen, zoals mijn collega's al hebben aangegeven. De doelstelling daarbij is niet om de rechtstreekse subsidies te verminderen, maar om een evenwicht te vinden tussen deze subsidies en de plattelandsontwikkeling, teneinde het stelsel steeds eenvoudiger en eerlijker te maken zonder daarmee de mededingingsregels ter discussie te stellen.

Voor wat betreft de GLB-doelstellingen in het kader van de Europa 2020-strategie kan het GLB een bijdrage blijven leveren aan duurzame economische groei, door adequaat in te spelen op de nieuwe uitdagingen en rekening te houden met de verscheidenheid en de rijkdom van de landbouw en met de bijzonderheden van de 27 lidstaten.

 
  
MPphoto
 

  Georgios Papastamkos (PPE).(EL) Mevrouw de Voorzitter, het behoeft geen betoog dat wij een sterk GLB nodig hebben. De landbouwsector creëert duidelijk meerwaarde voor de Europese economie. De landbouwsector is multifunctioneel en draagt bij aan de productie van collectieve goederen ten behoeve van de gehele maatschappij. De GLB-begroting moet ten minste op het huidige niveau worden gehandhaafd, en de afstemming van middelen en doelstellingen voor het nieuwe GLB moet worden gewaarborgd.

Er dient bijzondere aandacht te worden geschonken aan het vraagstuk van de verdeling van GLB-middelen over de landbouwers van de Europese Unie. Dit is een van de hoofdthema's in de openbare dialoog. Velen verzetten zich tegen de vaststelling van een gelijk, forfaitair steunniveau (flat rate) voor de hele Europese Unie. Mijns inziens moeten objectieve criteria worden vastgesteld om naar behoren rekening te kunnen houden met de bijzonderheden van de landbouwsector in elke lidstaat van de Unie. Positief zijn de voorstellen met betrekking tot de vaststelling van een plafond voor de rechtstreekse betalingen, de invoering van een specifieke steunregeling voor kleine landbouwbedrijven en het verlenen van steun aan uitsluitend actieve landbouwers.

De milieumaatregelen moeten gemakkelijk toepasbaar zijn en voorzien in voldoende compensatie, maar mogen geen extra administratieve lasten met zich meebrengen. Evenals de klimaatrisico´s en de voedselcrises vereisen de steeds onstabieler wordende markten dat effectieve instrumenten worden ingezet. De huidige marktmaatregelen moeten worden versterkt. Ook is er behoefte aan een permanent fonds voor crisisbeheer. Positief is verder het voorstel inzake een nieuw instrument voor het stabiliseren van de landbouwinkomens. Tot slot wil ik erop wijzen dat het noodzakelijk is om effectieve maatregelen voor jonge landbouwers te treffen.

Ik dank de rapporteur, de heer Deß, voor dit moeilijke synthesewerk. Mijnheer de commissaris, een verzwakking van het GLB zal op politieke tegenstand in het Europees Parlement stuiten. Dat is mijns inziens de partijoverschrijdende boodschap die het Parlement vandaag afgeeft, en daar moet echt heel serieus rekening mee worden gehouden.

 
  
MPphoto
 

  Ulrike Rodust (S&D). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, beste collega's, mijn dank aan de rapporteur. Ik ben blij dat het verslag duidelijk een socialistische, sociaaldemocratische signatuur draagt. We willen een duurzaam, milieuvriendelijk en sociaal landbouwbeleid. We willen greening, en wel in de eerste pijler. Crosscompliance en de tot nu toe toegepaste agromilieumaatregelen zijn onvoldoende om de steun van de maatschappij als geheel te krijgen, en die hebben we nu juist nodig.

We moeten bovenal proberen een kwalitatief hoogwaardige en duurzame levensmiddelenproductie in Europa te waarborgen en een actief en vitaal platteland te creëren. We moeten absoluut voorkomen dat steeds meer mensen van het platteland naar de stad trekken, want we hebben mensen nodig. Mensen die zich upstream en downstream met de landbouw bezighouden. De geruchten over geplande grootschalige bezuinigingen in de plattelandsontwikkeling voor het volgende meerjarige financiële kader die binnen de Commissie de ronde doen zijn onacceptabel.

We moeten ons blijven inzetten voor een sterke tweede pijler in het GLB, voor het platteland en voor Europa. Ik wil iedereen die wil korten op de middelen voor landbouw waarschuwen. Als dat het geval is, is een hervorming van de baan. Dan blijft alles zoals het is. Dat valt niet uit te leggen aan de burgers in Europa.

 
  
MPphoto
 

  Richard Ashworth (ECR).(EN) Mevrouw de Voorzitter, de eis van het Parlement om de landbouwbegroting te handhaven, zo niet te verhogen, is in mijn ogen zeer optimistisch. Dit zijn moeilijke tijden, en de begrotingen zijn niet eindeloos. In mijn ogen hebben deze voorstellen een realiteitstoets nodig wanneer de algehele EU-begroting ergens volgend jaar wordt vastgesteld.

We moeten teruggaan naar de echte prioriteiten van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Voedselzekerheid, voedselveiligheid, biodiversiteit, klimaatverandering, nieuwe technologieën en het scheppen van een levensvatbare, concurrerende marktgeleide bedrijfstak moeten centraal staan.

In mijn ogen hebben de voorstellen van de Commissie de richting verloren die uit de vorige twee verslagen naar voren kwam. Ze gaan alle kanten op en zijn te ingewikkeld. Het doet me deugd te zeggen dat Albert Deß in zijn voorstellen een zeer verstandig kader heeft uiteengezet waarin we toekomstige hervormingen kunnen ontwikkelen.

 
  
MPphoto
 

  Elisabeth Köstinger (PPE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, in het verslag van Albert Deß gaat het erom aandacht te schenken aan milieu- en klimaatbescherming in de landbouw en het concurrentievermogen van de landbouw te verhogen. We hebben op deze punten goede compromissen weten te bereiken. Ik ben van mening dat we ons moeten uitspreken voor weldoordachte bovengrenzen voor bedrijven. Vooral als de ontvangers multinationals zijn die gedeeltelijk bedragen ontvangen die absoluut niet te rechtvaardigen zijn.

De Europese Volkspartij staat eenduidig aan de kant van de boeren als het erom gaat de bureaucratie te elimineren. De complete omvorming van de systemen en de daarmee verbonden invoering van aanvullende controles, zoals die door sommigen wordt geëist, zou absoluut onzinnig zijn. Eén ding moge duidelijk zijn: als consumenten verwachten dat de Europese landbouw nog verder gaat in de richting van milieuvriendelijkheid en duurzaamheid, moeten de nodige middelen aan de maatregelen worden toegewezen.

Ik ben absoluut tegen korting van de EU-landbouwbegroting in de volgende begrotingsperiode. Voor wat betreft persberichten volgens welke Commissievoorzitter Barroso het mes wil zetten in de plattelandsontwikkeling, wil ik zeggen: als de Commissie de programma's voor plattelandsontwikkeling kort, berooft ze het platteland van zijn levensader. Goed functionerende landbouwbedrijven zouden zwaar te lijden hebben van een korting van de middelen in de tweede pijler. De Commissievoorzitter zou er goed aan doen de adviezen van dit Parlement ter harte te nemen.

Het gemeenschappelijk landbouwbeleid is en blijft een belangrijk onderdeel van het Gemeenschapsbeleid en de Gemeenschapsbegroting. Je kunt niet weer extra regels opleggen aan onze bedrijven die moeten concurreren in de steeds fellere concurrentiestrijd op de wereldmarkt en tegelijkertijd de steun verminderen. Integendeel! Investeringssteun binnen de tweede pijler verhoogt de innovatielust en innovatiebereidheid. Dat komt iedereen in plattelandsgebieden ten goede. Vooral de maatregelen voor jonge boeren moeten de toekomst van de landbouw veiligstellen. De toekomst van het landbouwbeleid is bepalend voor de toekomst van de zelfvoorziening in Europa!

 
  
MPphoto
 

  Iratxe García Pérez (S&D). - (ES) Mevrouw de Voorzitter, het debat van vanmiddag laat duidelijk zien dat dit Huis zijn steun verleent aan en zich wil inzetten voor een sterk en gemeenschappelijk landbouwbeleid dat de problemen op het gebied van voedselzekerheid, milieuduurzaamheid en werkgelegenheid in de landbouwsector het hoofd kan bieden. Als we dit willen bereiken, mogen wij, en hopelijk schaart dit Huis zich daar ook achter, geen enkele bezuiniging toestaan op de huidige GLB-begroting. We hebben voldoende financiële middelen nodig om deze problemen op te lossen.

We moeten in staat zijn het inkomen van landbouwers te waarborgen en marktinstrumenten in werking kunnen stellen die prijsschommelingen zoals nu voorkomen en afwenden.

Ik wil ook de gebeurtenissen van de afgelopen weken in de groente- en fruitsector niet vergeten, die aantonen dat het nieuwe GLB ook moet beschikken over instrumenten om crisissituaties in alle betrokken sectoren het hoofd te kunnen bieden. Deze instrumenten moeten doeltreffend en snel zijn en aansluiten bij de behoeftes van de verschillende sectoren.

 
  
MPphoto
 

  Julie Girling (ECR).(EN) Mevrouw de Voorzitter, dank aan de heer Deß voor een zeer interessant en informatief verslag. Het is onvermijdelijk dat er bij een kwestie die zo complex is stukken zijn waarmee je het eens bent en stukken waarmee je het niet eens bent.

Omdat 42 procent van onze Europese uitgaven naar het GLB gaat, is het van essentieel belang dat we volledig rekenschap aan onze burgers afleggen. De meeste mensen verwachten, gezien de stijgende voedselprijzen – de sterk stijgende voedselprijzen – en onheilspellende waarschuwingen over voedseltekorten, een GLB te zien dat zich duidelijk richt op het vergroten van de productiviteit en de efficiëntie.

Ja, we moeten zorg dragen voor het milieu – ik ben lid van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en we weten dat – maar we lopen echt het gevaar dat we hier een verslag opstellen met een retoriek die het heeft over dingen als een 'vergroenende eerste pijler'; we hebben het over een beweging weg van het echte aandachtspunt, namelijk efficiëntie. Op grond daarvan steun ik het stellen van een maximum aan de betalingen aan grote boerenbedrijven niet. Deze stap zal inefficiëntie institutionaliseren, en dat valt niet te rechtvaardigen.

 
  
MPphoto
 

  Elisabeth Jeggle (PPE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, geachte collega's, allereerst wil ik – net als de eerdere sprekers – onze rapporteur hartelijk danken voor zijn inzet voor dit verslag en ook voor zijn lange adem om deze compromissen te bereiken. Het was vast niet gemakkelijk, maar we hebben goede compromissen.

Wij zijn voorstander van een concurrerende en duurzame Europese landbouw. Dat wil zeggen dat onze boeren voedsel van de hoogste kwaliteit produceren. We produceren echter ook een cultuurlandschap dat er mag zijn, dat een recreatiegebied om de hoek is voor u allen, voor onze maatschappij, dat werkgelegenheid schept, niet alleen in de landbouw, maar ook in het toerisme en in veel andere sectoren. Dat levert de landbouw aan de maatschappij; de maatschappij heeft daar – net als wij soms – echter veel te weinig oog voor. De landbouw bewijst ons daarmee een grote dienst, en verdient daarom dat er, als dat ook maar enigszins mogelijk is, niet bezuinigd wordt op de totale landbouwbegroting.

Commissaris, we staan achter uw voorstel om meer milieu en meer greening naar de eerste pijler over te hevelen. Dat mag er echter niet toe leiden dat landen en boeren die nu al in het kader van de tweede pijler erg ambitieuze milieuprogramma's uitvoeren, door deze nieuwe aanpak worden gediscrimineerd. We moeten een oplossing vinden die rechtvaardig is voor beide zijden.

Milieuprogramma's zijn duur. Als ik in de krant lees – heel wat collega's kwamen erover te spreken – dat men van plan is in het kader van de tweede pijler bezuinigingen door te voeren, dan wijs ik dat ten zeerste af! We hebben een sterke eerste pijler nodig. We hebben ook een sterke tweede pijler nodig – dat hebben we verklaard. We zullen u, mijnheer de commissaris, in uw inspanningen ter zake steunen!

 
  
MPphoto
 

  Csaba Sándor Tabajdi (S&D). (HU) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de commissaris, het Parlement, de Commissie en de Raad zijn het erover eens dat de GLB-begroting doelmatig moet zijn en ten minste op het huidige niveau moet worden aangehouden. Het is van belang om de tweepijlerstructuur in stand te houden, rechtstreekse betalingen en vooral een krachtig beleid voor plattelandsontwikkeling te handhaven, het concurrentievermogen te verbeteren en het milieubewustzijn te versterken. Innovatie, onderzoek en ontwikkeling zijn eveneens van cruciaal belang. Collectieve milieugoederen en technologieën die de effecten van de klimaatverandering verminderen en biodiversiteit en waterbeheer versterken zouden eindelijk centraal moeten staan bij de plattelandsontwikkeling. Ook is in de toekomst verdere financiële steun nodig om ervoor te zorgen dat nieuwe lidstaten de achterstand inhalen en ook na 2013 onder gunstigere cofinancieringsvoorwaarden aan subsidies voor plattelandsontwikkeling komen. Het is van belang om ervoor te zorgen dat nieuwe lidstaten met ingang van 2014 gelijke concurrentievoorwaarden en kansen hebben. En tot slot is het van belang dat grote landbouwbedrijven en kleine producenten niet tegen elkaar worden uitgespeeld.

 
  
MPphoto
 

  Marc Tarabella (S&D). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, laten we eerlijk zijn, met 1 267 ingediende amendementen leek dit te gaan uitdraaien op een ramp. Daarom heeft de S&D-Fractie ervoor gekozen het aantal amendementen tot een minimum te reduceren. Wij zijn verheugd dat we een sterk en gemeenschappelijk standpunt hebben aan de zijde van onze schaduwrapporteur, Stéphane Le Foll, en dat we samen met de andere fracties en de rapporteur hebben kunnen bijdragen aan een ambitieus akkoord.

Naar mijn mening is het essentieel dat de hulp vooral gericht is op de actieve landbouwers en niet op de grondbezitters, teneinde prioriteit te geven aan de voedselveiligheid, maar ook aan een duurzame en milieuvriendelijkere landbouw waarbij de natuurlijke hulpbronnen beter worden beheerd, en die een rol speelt in de strijd tegen de klimaatverandering.

Wij zijn tevens verheugd dat de vergroening een verplicht onderdeel van de eerste pijler wordt, terwijl rechtstreekse betalingen eerlijker worden verdeeld tussen de lidstaten en tussen de diverse landbouwsectoren.

Voor de eerste keer – en dat is historisch – hebben wij een degressief steunstelsel ingevoerd op basis van criteria die verband houden met werkgelegenheid en milieuaspecten. Verder zijn maatregelen genomen om jonge landbouwers te ondersteunen en aan te moedigen om hen te helpen bij de oprichting van hun onderneming. Kortom, de Commissie en het Parlement beschikken over alle benodigdheden om samen het nieuwe gemeenschappelijk landbouw-, voedsel- en milieubeleid te ontwerpen dat we zo hard nodig hebben.

 
  
MPphoto
 

  Daciana Octavia Sârbu (S&D).(RO) Mevrouw de Voorzitter, we hebben een sterke landbouwsector nodig, die moet worden gegarandeerd door een gemeenschappelijk landbouwbeleid waarvoor een toereikende begroting beschikbaar is en dat voor voedselzekerheid in Europa kan zorgen.

Ik denk dat de landbouwers van Europa recht hebben op fatsoenlijke inkomens. Dat is, naast het zorgen voor voedselzekerheid, een fundamentele reden om het gemeenschappelijk landbouwbeleid in stand te houden. De verdeling van de rechtstreekse betalingen moet echter eerlijker, zowel de verdeling over de lidstaten als die over de landbouwers. Ik hoop dat het toekomstige wetgevingsvoorstel een oplossing zal bieden voor het wegnemen van de oneerlijke ongelijkheden. Tegelijkertijd wil ik de Commissie bedanken voor haar voornemen om een vereenvoudigd financieringsprogramma in te voeren.

Programma's voor jonge landbouwers zijn al even belangrijk. Jonge landbouwers moeten steun krijgen wanneer ze een loopbaan in de landbouw beginnen, niet alleen als bijdrage aan plattelandsontwikkeling, maar ook om een generatiewisseling mogelijk te maken, wat absoluut essentieel is voor de toekomst van de Europese landbouw op de middellange tot lange termijn.

 
  
MPphoto
 

  Jarosław Kalinowski (PPE). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, ik ben van mening dat het verslag van de heer Deß een bijzonder ernstige fout bevat. Paragraaf 16 is namelijk flagrant in tegenspraak met het fundamentele beginsel van gelijke concurrentievoorwaarden op de interne markt. Enerzijds wordt ervoor gepleit om de historische referentiewaarden op te geven, anderzijds wordt voorgesteld om de enorme verschillen in directe steun voor landbouwers in de verschillende lidstaten goed te keuren. Sommigen zouden 200-250 euro per hectare ontvangen, anderen 350 tot zelfs meer dan 400 euro. Het gaat hierbij niet om een verdeling in oude en nieuwe lidstaten, omdat ook landbouwers uit Portugal, Spanje, het Verenigd Koninkrijk, Oostenrijk, Finland en Zweden de laagste toeslagen zouden ontvangen. Het is de hoogste tijd om ook op het gebied van landbouw gelijke concurrentievoorwaarden in te voeren, waarbij de voor de hand liggende verschillen uitsluitend het resultaat mogen zijn van objectieve criteria.

 
  
MPphoto
 

  Mario Pirillo (S&D).(IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, iedereen kent het belang van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en de rol die het GLB heeft gespeeld bij de ontwikkeling van de EU en de voedselzekerheid.

Het GLB van na 2013 krijgt door de milieuproblematiek en de bestrijding van de klimaatverandering een andere rol. Om die reden is er in mijn ogen een sterker en duurzamer GLB nodig met een begroting waarmee de doelstellingen kunnen worden gehaald, waarbij bijzondere aandacht moet worden besteed aan de ontwikkeling van levensmiddelen van hoge kwaliteit en aan de noden van de kleine landbouwers. Door de speculatie met landbouwgrondstoffen en de enorme prijsschommelingen – die met flexibele maatregelen moeten worden aangepakt – komt de voedselzekerheid in gevaar. Marktschommelingen moeten worden tegengegaan aan de hand van anticyclische maatregelen, die in de eerste pijler moeten worden opgenomen en waarmee snel en automatisch kan worden ingegrepen.

 
  
MPphoto
 

  João Ferreira (GUE/NGL).(PT) Dit verslag biedt geen oplossingen voor de uitdagingen van de toekomst, zoals de titel ervan suggereert. En het biedt al evenmin oplossingen voor de ernstige problemen waar we nu mee kampen. Daarom hebben wij een aantal amendementen voorgesteld die we voor een werkelijk diepgaande hervorming van het GLB onmisbaar achten.

Ik wijs hier op ons pleidooi voor instrumenten voor marktregulering en interventiemechanismen om eerlijke prijzen voor producten en producenten te garanderen en het recht op productie van elk land veilig te stellen. We stellen – onder andere – voor om het quotasysteem voor de melkproductie voort te zetten, omdat dit systeem voor het overleven van de producenten in de wat kwetsbaardere landen een absolute voorwaarde is. We pleiten verder voor het behoud van het recht op het planten van wijnstokken en de voortzetting van de steun voor de destillatie van drinkalcohol en crisisdestillatie. We stellen verder voor een met communautaire fondsen gefinancierde landbouwersverzekering op te zetten, om landbouwers bij natuurrampen een minimuminkomen te garanderen. Tot slot hebben we voorstellen gedaan met het oog op een maatschappelijk en ecologisch duurzame landbouw – een visie die haaks staat op de schaamteloze lofzang van dit verslag op markt en mededinging.

 
  
MPphoto
 

  Andrew Henry William Brons (NI).(EN) Mevrouw de Voorzitter, mijn partij is voor volledige terugtrekking uit de EU en daarmee uit het GLB. De realiteit is echter dat we erin zitten en er het beste van moeten zien te maken.

Wat vinden wij van het verslag-Deß? Nou, het lijkt een beetje op het befaamde dilemma. Delen ervan zijn goed. De gedachte om rechtstreekse betalingen afhankelijk te maken van de naleving van zowel milieubescherming als landschapsbeheer kan goed zijn, maar alleen wanneer ze niet aan semireligieuze beginselen als klimaatverandering en onzin over maatschappelijke diversiteit wordt gekoppeld.

In het verslag wordt erkend dat de landbouwsector ondersteund moet blijven worden door overheidsinterventie op het gebied van de prijzen, omdat de geproduceerde hoeveelheden niet precies voorspeld of gepland kunnen worden en de vraag naar landbouwproducten een geringe prijselasticiteit kent. Dat is belangrijk om voedselzekerheid te garanderen en prijsvolatiliteit te voorkomen.

Vanuit ons standpunt gezien is het belangrijkste dat het Verenigd Koninkrijk niet langer een nettobetaler aan de kosten van het GLB moet zijn.

 
  
MPphoto
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE).(PT) We hebben aan dit verslag heel lang moeten werken, en we zijn er daarbij in geslaagd veel compromissen te sluiten. Dat alles heeft een vrij breed opgezet en evenwichtig document opgeleverd, dat recht doet aan de uiteenlopende belangen waarmee in het kader van het GLB rekening moet worden gehouden.

Dit verslag vormt een goede leidraad voor wetsvoorstellen, en met die prestatie wil ik de rapporteur graag gelukwensen. Bij een aantal voorstellen moet ik echter reserves aantekenen, en ik zal de ontwikkelingen op die punten nauwgezet volgen. Ik heb het dan over de herverdeling van de steun. Ik geloof dat we daar heel strikt in moeten zijn: herverdeling mag alleen binnen de context van de eerste pijler en dan uitsluitend op basis van objectieve criteria. Zo verhinderen we dat die herverdeling wordt ondermijnd door correctiecriteria die alleen maar tot een voortzetting van de huidige toestand zullen leiden.

We hebben behoefte aan een eerlijker GLB, met een daarbij aansluitend budget. Ik wijs er verder op dat de veelgeplaagde melksector op de politieke agenda van het GLB moet worden gezet, en wel door goedkeuring van de amendementen 5, 12 en 16.

 
  
MPphoto
 

  Wojciech Michał Olejniczak (S&D). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, het gemeenschappelijk landbouwbeleid is bedoeld om de continuïteit van de voedselvoorziening van de Europese burgers te garanderen. Consumenten verwachten dat wij veilig en hoogwaardig voedsel leveren tegen betaalbare prijzen. We moeten bij de productie en verwerking van voedsel zorg dragen voor het milieu. Wij zeggen 'ja' tegen het gemeenschappelijk landbouwbeleid en 'nee' tegen de nationalisering van dit beleid. We zeggen 'ja' tegen een hoge begroting en 'nee' tegen bezuinigingen op het gemeenschappelijk landbouwbeleid. De rechtstreekse betalingen moeten volgens eenvoudige regels en op gelijke basis worden uitgekeerd aan alle landbouwers in alle lidstaten.

We mogen niet vergeten dat de rechtstreekse betalingen slechts een deel vormen van het inkomen van de landbouwers; daarom zijn maatregelen voor marktregulering ook van belang. Goede prijzen en een stabiele markt zijn een garantie voor het inkomen van de landbouwer. We moeten ervoor zorgen dat bewoners van landelijke gebieden toegang hebben tot openbare voorzieningen zoals onderwijs, gezondheidszorg, openbaar vervoer, sport en cultuur. Deze maatregelen horen thuis in de tweede pijler van het cohesiebeleid.

Commissaris, laten we het programma dat zorg draagt voor de voedselvoorziening van de armste inwoners van Europa in stand houden.

 
  
MPphoto
 

  Marian-Jean Marinescu (PPE).(RO) Mevrouw de Voorzitter, voedselzekerheid is een van de uitdagingen voor de toekomst. Het gemeenschappelijk landbouwbeleid moet op deze uitdaging reageren. In het nieuwe beleid moeten de positieve kenmerken van het huidige beleid worden behouden en de fouten ervan worden gecorrigeerd.

In mijn ogen is dat precies wat in het verslag-Deß wordt gedaan. In het verslag worden twee pijlers voorgesteld: rechtstreekse betalingen en plattelandsontwikkeling. Historische criteria moeten worden losgelaten, en er moeten objectieve criteria worden ingevoerd. Er wordt niet voorgesteld om alle lidstaten evenveel rechtstreekse betalingen toe te kennen. Er moet een billijke verdeling komen, op basis van geografische en economische omstandigheden, met een minimum- en een maximumlimiet ten opzichte van het EU-gemiddelde. De nadruk ligt op het milieuelement, dat ook wordt vereenvoudigd. Een sterke plattelandsontwikkelingscomponent wordt in stand gehouden, en er wordt verzocht dat de begroting na 2014 ten minste even groot blijft als die van voor 2013.

Het doet me genoegen dat het eerste verslag dat na de publicatie van de mededeling van de Commissie is opgesteld veel leidende beginselen deelt met dat laatste document.

 
  
MPphoto
 

  Sergio Gutiérrez Prieto (S&D). - (ES) Mevrouw de Voorzitter, de belangrijkste boodschap van dit Parlement vandaag is dat het een rechtvaardig gemeenschappelijk landbouwbeleid wil, met andere woorden een GLB dat voldoende inkomsten waarborgt voor alle producenten, ongeacht hun activiteit en de plek waar zij die ontplooien.

Hiervoor zijn ambitieuze beleidsmaatregelen nodig op het vlak van directe subsidies, marktbeheer (met inbegrip van up-to-date interventieprijzen), en plattelandsontwikkeling, waarmee het GLB wordt aangepast aan de nieuwe realiteit. Het nieuwe GLB moet tevens worden aangepast aan de 2020-strategie, maar zonder ook maar één euro in te leveren, omdat er nauwelijks genoeg middelen zijn voor alle sociale, milieu- en gezondheidsdoelstellingen die wij ons hebben gesteld.

Ik ben bijzonder verheugd over de aankondiging van commissaris Cioloş om ook binnen de eerste pijler alle mogelijkheden te onderzoeken om jongeren te enthousiasmeren voor de landbouw. Soms richten wij ons, terecht, op het verbeteren van de omstandigheden van de huidige landbouwwerkers, maar hebben wij in het publieke debat te weinig oog voor wat we moeten doen om nieuwe werknemers in de landbouw aan te trekken, teneinde onze productie te waarborgen en te verbeteren. Het is namelijk aangetoond dat landen die de meeste steun hebben verleend aan jonge landbouwers nu het minste risico lopen op landverlating. Dit is zo'n belangrijke uitdaging voor Europa dat het in geen geval aan de willekeur van nationaal beleid mag worden overgelaten.

 
  
  

VOORZITTER: LÁSZLÓ TŐKÉS
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Marc Tarabella (S&D).(FR) Ik vraag om een punt van orde om te wijzen op het beschamende gedrag van het Hongaarse voorzitterschap, waarschijnlijk een van de meest rampzalige voorzitterschappen die Europa ooit heeft gehad. Het heeft het eerste debat over de Europese Raad bijgewoond, heeft de zaal verlaten bij het begin van het debat over het landbouwbeleid en komt nu weer binnen voor het debat over de economische governance. Dat laat zien hoeveel waarde het hecht aan de Europese landbouw en de Europese boeren. Het gaat welteverstaan om 40 procent van de begroting. Dat is toch belangrijk genoeg voor het Hongaarse voorzitterschap om te blijven. Ik vond dat dat gezegd moest worden.

 
  
MPphoto
 

  Oreste Rossi (EFD).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, wij stemmen voor dit initiatiefverslag, omdat het GLB het belangrijkste instrument is voor de Europese landbouw en voor de bescherming van de Europese producenten en producten tegen hun tegenhangers uit derde landen.

De belangrijkste punten van het verslag, waarin wordt uitgegaan van handhaving van de huidige begroting, bevatten nieuwe, redelijke criteria voor de verdeling van de middelen, omdat de rechtstreekse betalingen niet meer worden verdeeld op basis van historische gegevens. Landbouwbedrijven zullen middelen ontvangen, er wordt rekening gehouden met de productiekosten en -capaciteit, en de betaling wordt vereenvoudigd. In het verslag wordt verzocht de rechtstreekse betalingen alleen voor actieve landbouwers te bestemmen en plafonds in te stellen, om ervoor te zorgen dat het geld terechtkomt bij mensen die daadwerkelijk het land bewerken, en niet bij speculanten.

Een ander punt dat wij van belang achten, betreft de plattelandsontwikkeling en de benutting van alle sterke punten van plattelandsgebieden door in te zetten op kwaliteitsproducten en de berggebieden te beschermen. De integratie van nieuwe, met name jonge landbouwers aan de hand van gerichte begrotingsonderdelen, en het verminderen van de lasten en de bureaucratie, moeten behoren tot de doelstellingen van het nieuwe GLB.

 
  
MPphoto
 

  Herbert Dorfmann (PPE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, collega's, met het verslag-Deß zetten we een belangrijke stap in de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Het is essentieel en belangrijk dat we een efficiënte motivering voor de verdeling van landbouwmiddelen vinden en presenteren. Dat betekent dat vooral ook de verdeling binnen de eerste pijler eerlijker moet worden. Mijns inziens wordt het hoog tijd dat we de tot nu toe gehanteerde verdeling loslaten.

We praten veel over de verdeling tussen de lidstaten, maar we moeten het ook hebben over de verdeling binnen de lidstaten. Ook daar heersen grote onevenwichtigheden. Speciale aandacht moet uitgaan naar achtergestelde gebieden, met name berggebieden en kleine bedrijven. Wat betreft de achtergestelde regio's, commissaris, heeft dit Parlement een jaar geleden al een verslag over de nieuwe indeling voorgelegd. We waren destijds erg kritisch. Sindsdien hebben we er niets meer over gehoord, en ik zou graag van de Commissie willen weten hoe zij hierover denkt.

 
  
MPphoto
 

  Dacian Cioloş, lid van de Commissie. (FR) Na dit debat van meer dan een uur over het verslag van de heer Deß blijf ik zeer optimistisch, niet alleen over de stemming die morgen plaatsvindt en de bekrachtiging van dit verslag dat – zoals ik al in mijn inleidende toespraak zei – veel overeenkomsten vertoont met wat de Commissie eind vorig jaar in haar mededeling heeft voorgesteld, maar ook over ons toekomstig gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB).

Ik wil hier nog eens herhalen – zoals ik in mijn inleiding al zei – dat ik trouw blijf aan mijn principe om evenwicht en complementariteit tussen de twee pijlers van het gemeenschappelijk landbouwbeleid te houden en binnen het toekomstige gemeenschappelijk landbouwbeleid een sterke tweede pijler te behouden. Wij zijn namelijk zeer ambitieus voor de tweede pijler voor wat betreft het evenwicht tussen onze gebieden, de milieukwesties, de jonge landbouwers, kleinschalige landbouw, lokale markten en de ontwikkeling van onze plattelandsgebieden. Ik kan u beloven dat ik, samen met voorzitter Barroso en de Commissie, de tweede pijler als een prioriteit beschouw. Deze zal niet worden opgeofferd bij discussies over de toekomstige begroting van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Wat dat betreft wil ik u geruststellen, ook namens voorzitter Barroso.

Verder wil ik ook niet dat de voedselvoorziening – die het belangrijkste doel van het gemeenschappelijk landbouwbeleid blijft – tegenover milieubelangen wordt geplaatst – en dat doet de Commissie in haar mededeling ook niet. Wat wij willen voorstellen is evenwichtige steunverlening aan landbouwpraktijken. Zodoende garanderen we het evenwicht tussen het streven naar financieel concurrentievermogen en het streven om het herstelvermogen van onze natuurlijke hulpbronnen in stand te houden. Ik zie namelijk niet hoe we op middellange en op lange termijn tot een concurrerende landbouwsector kunnen komen als we geen aandacht besteden aan de natuurlijke hulpbronnen. Daarom willen wij een evenwicht vinden in het GLB, in plaats van de voedselvoorziening en de milieubescherming als strijdende belangen tegenover elkaar te zetten.

Vervolgens is er de kwestie van een doelgerichter GLB. De heer Ashworth noemde dit al, maar ik zie dat hij er niet meer is. De Commissie stelt voor de rechtstreekse betalingen doelgerichter te maken. Overigens denk ik ook hierbij dat hetgeen de heer Deß in zijn verslag voorstelt precies overeenkomt met wat de Commissie denkt te gaan verwerken in haar wetsvoorstellen.

Wij stellen maatregelen voor waarmee we crises het hoofd kunnen bieden, of het nu gaat om crises in de markten, crises in de gezondheidszorg of crises als gevolg van noodweer. Dat zijn de instrumenten die we zullen voorstellen, en ik bedank ook het Parlement voor de steun die het heeft geleverd voor dit essentiële doel, dat onze landbouwers in de toekomst zekerheid zal bieden.

Na deze verduidelijkingen wil ik tot besluit nogmaals te kennen geven dat ik optimistisch ben over de stemming van morgen en over de kwaliteit van het verslag-Deß, en ik kan u verzekeren dat u in oktober, wanneer de Commissie haar wetsvoorstellen zal presenteren, alle essentiële elementen van dit voorstel zult terugvinden. Nogmaals dank voor dit werk, dat werkelijk een toegevoegde waarde vormt voor het wetgevingspakket dat de Commissie gaat voorstellen.

 
  
MPphoto
 

  Albert Deß, rapporteur. − (DE) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, beste collega's, mijn dank voor dit intensieve debat en voor de steun die ik hier heb gekregen. Commissaris, we kijken allemaal uit naar uw mededeling in oktober en vervolgens naar een goede, positieve samenwerking. De Europese landbouw is een positieve factor. Hij voedt ruim 500 miljoen mensen, bewerkt en verzorgt meer dan 170 miljoen hectare akkergrond en grasland, levert ook upstream en downstream veel banen, is een belangrijke steunpilaar voor het platteland en is nu al de meeste duurzame landbouw ter wereld. Daarom begrijp ik niet dat voorzitter Barroso het had over forse bezuinigingen in de tweede pijler. Hij brengt daarmee ook de 2020-doelstellingen, dus zijn eigen doelstellingen, in gevaar. Het is toch niet te veel gevraagd dat als 14 miljoen boeren 500 miljoen mensen voeden, 500 miljoen mensen – tussen haakjes – ook 14 miljoen boeren een fatsoenlijke boterham laten verdienen via het Europese landbouwbeleid.

Ik wil bij dezen benadrukken – er is vandaag al een paar keer op gewezen – dat op een paar punten van mijn oorspronkelijke verslag is afgeweken. Ik draai al te lang mee in het politieke wereldje en weet precies waarom ik het verslag zo heb geschreven. Als ik het verslag in zijn huidige vorm had opgesteld, wat had ik dan te bieden gehad bij de onderhandelingen voor een compromis? Zo had ik genoeg te bieden om iedereen gerust te stellen en vandaag met een goed resultaat te komen. Mijn verslag bevatte een flinke buffer.

Ik wilde bereiken dat wij als Parlement een signaal afgeven, dat we het hebben over de belangrijke noodzakelijke punten, dat de Europese boeren een goede toekomst hebben. Als de wetgevingsvoorstellen ter tafel liggen, commissaris, zullen wij ons uiterste best doen om samen een goed resultaat te bereiken. Ik kan u nu al verzekeren dat u hier in het Parlement waarschijnlijk meer steun zult krijgen dan bij menig commissaris het geval is. Dat bieden we u aan.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Het debat is gesloten.

De stemming vindt donderdag 23 juni 2011 plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk.(PT) De landbouw zorgt ervoor dat we over goede en betaalbare voedingsproducten kunnen beschikken. Landbouw verschaft het milieu de nodige bescherming en garandeert een evenwichtige verdeling van het grondgebied. De landbouw schept banen, groei en welvaart. Het idee om landbouwers steun te verlenen enkel en alleen op basis van de hoeveelheid grond die ze bezitten is niet te rechtvaardigen.

We zijn erin geslaagd de steunverlening te hervormen, zodat niet langer 80 procent van de steun terechtkomt bij 20 procent van de grootste landbouwbedrijven. Daarmee hebben we de kleine bedrijven geholpen. We hebben de deur opengezet voor een GLB dat de steun eerlijker verdeelt: tussen de lidstaten, tussen de landbouwers en tussen de verschillende landbouwsectoren. We hebben zo de basis gelegd voor een landbouwbeleid dat recht doet aan de specifieke karakteristieken van onze regio's, het milieu respecteert en de werkgelegenheid op het platteland ten goede zal komen.

Wat de melkquota betreft: we moeten onderzoeken of het nu wel of niet verstandig is om een besluit dat acht jaar geleden op basis van voorspellingen is genomen inderdaad uit te voeren. Ik blijf hierop hameren. Deze kwestie is voor de Azoren van het grootste belang, gelet op de strategische rol die deze sector daar vervult en de betekenis die de quota tot nu toe voor de melkproducenten hebben gehad. Er zijn immers nog steeds geen alternatieven voor de melkquotaregeling voorgesteld.

 
  
MPphoto
 
 

  Elena Oana Antonescu (PPE).(RO) We zijn ons allemaal bewust van de potentiële en cruciale rol die het gemeenschappelijk landbouwbeleid speelt bij het verwezenlijken van milieu- en klimaatdoelstellingen, bij het aanbieden van publieke goederen en ook bij het behalen van de EU-doelstellingen met betrekking tot voedselzekerheid. Het is echter buitengewoon belangrijk dat wanneer we het over de landbouw en de toekomst van het gemeenschappelijk landbouwbeleid hebben, 'vereenvoudiging' en 'innovatie' het parool zijn. We moeten ons concentreren op beleidsmaatregelen die geen nieuwe administratieve lasten met zich meebrengen, omdat we het leven van onze boeren niet nog moeilijker willen maken. Het gemeenschappelijk landbouwbeleid moet eerlijker en eenvoudiger worden gemaakt. Naar mijn mening moeten we een redelijk evenwicht zien te vinden tussen de beleidsmaatregelen die we voorstellen en de administratieve lasten. We moeten de bestaansmiddelen van boeren garanderen en lokale economieën versterken. We moeten het milieu beschermen en ons ook inspannen voor de productie van kwalitatief hoogwaardig, veilig en gezond voedsel. Als het om landbouw gaat, moeten we ons niet uitsluitend op technologische oplossingen of discussies over technologische oplossingen concentreren. We moeten ook rekening houden met consumptiepatronen, het afvalprobleem en de complexe relatie tussen milieu, biodiversiteit en gezondheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Liam Aylward (ALDE), schriftelijk. – (EN) Om te beginnen wil ik de rapporteur bedanken voor zijn uitstekende werk. Met het definitieve document zendt hij een duidelijke boodschap aan de Commissie, die momenteel midden in haar interne bespreking van de begroting over het volgende financiële programma zit: namelijk dat het Parlement het toekomstige gemeenschappelijk landbouwbeleid als beleid ziet dat voor de Europese economie belangrijk is wat betreft werkgelegenheid en groei. Het is een beleid dat de uitdagingen van de voedselzekerheid zal oppakken; het is een beleid dat collectieve goederen zal leveren, het milieu zal beschermen en de biodiversiteit zal vergroten; en het is een middel om de klimaatverandering aan te pakken.

Het verminderen van de capaciteit van de Europese boeren en het belemmeren van hun concurrentievermogen en levensvatbaarheid met een zwakke GLB-begroting zou contraproductief en kortzichtig zijn. Dit is een sector met een ontzettend groot potentieel voor uitbreiding, voor economische groei, voor onderzoek en innovatie en voor het aanpakken van de klimaatverandering. Het GLB levert meetbare resultaten op en een duidelijk rendement op investering met betrekking tot de levering van collectieve goederen. Het GLB van na 2014 heeft, zoals in dit verslag wordt geschetst, duidelijke doelen en prioriteiten die Europese boeren kunnen en willen bereiken, maar ze hebben de steun van een geloofwaardige begroting achter zich nodig.

 
  
MPphoto
 
 

  Elena Băsescu (PPE).(RO) Ik denk dat het verslag van de heer Deß in het kader van de mondiale voedselcrisis en de huidige milieurisico's van groot belang is. De nieuwe versie van het gemeenschappelijk landbouwbeleid is onder meer gestoeld op waarden als consumentenbescherming en regionale cohesie. Ik denk dat de ontwikkeling van de productiviteit op lange termijn in hoge mate afhangt van een duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen, een andere doelstelling van de agenda. Ik verwelkom het initiatief om landbouwers actiever bij plattelandsontwikkelingsprogramma's te betrekken, wat zal helpen om het lokale concurrentievermogen te versterken.

Voedselzekerheid is een andere prioriteit in het nieuwe gemeenschappelijk landbouwbeleid. Samenwerking tussen de lidstaten is essentieel, zoals is gebleken tijdens de E.coli-crisis deze zomer. Om fluctuaties in de voedselprijzen te voorkomen, steun ik de aanneming van aanvullende risicopreventiemaatregelen die voor alle landbouwers in de lidstaten toegankelijk zijn.

Tegelijkertijd denk ik dat het belangrijk is dat landbouwmiddelen eerlijk worden verdeeld. Hierbij moet ik nadrukkelijk wijzen op bijvoorbeeld het positieve effect van directe steun op de winstgevendheid en het concurrentievermogen van landbouwbedrijven.

Ook moeten speciale betalingen worden geprogrammeerd voor gebieden met natuurlijke handicaps die speciale behoeften hebben.

 
  
MPphoto
 
 

  Nessa Childers (S&D), schriftelijk. – (EN) Als lid van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en toegewijd milieuactiviste verwachtte ik een verslag-Deß dat over een GLB zou gaan voor het CO2-tijdperk, een dat is gebaseerd op milieuprikkels, beheer van de natuurlijke rijkdommen en een flinke investering in de meer algemene milieukwesties waarvoor de EU staat. Ik ben onder de indruk van de mate waarin in het verslag-Deß geprobeerd wordt om het GLB te vergroenen; om kleine en middelgrote voedselproducenten te steunen; om naar de toekomst te kijken terwijl er ook op de huidige zorgen wordt ingegaan waarvoor de Europese landbouw staat. Aangezien de Commissie het grotendeels eens is met de voorstellen van het Parlement, verzoek ik dit Huis met klem om zijn stem te laten horen om ervoor te zorgen dat ook de Europese Raad de milieuvoorstellen van dit verslag steunt.

 
  
MPphoto
 
 

  Vasilica Viorica Dăncilă (S&D), schriftelijk.(RO) Het gemeenschappelijk landbouwbeleid staat voor een aantal uitdagingen die vragen om een strategisch besluit over de toekomst van de landbouw door de Europese Unie en de lidstaten. Om deze uitdagingen op doelmatige wijze het hoofd te bieden, moet het gemeenschappelijk landbouwbeleid functioneren in een omgeving van gezond economisch beleid en houdbare overheidsfinanciën, die de Unie zullen helpen om de doelstellingen van de EU 2020-strategie te verwezenlijken. Ik denk dat de Europese Unie ook in de toekomst over toereikende instrumenten moeten beschikken om de crisis in de markt en de voedselvoorziening te beteugelen, evenals de fluctuaties in de prijzen en markten in de landbouwsector. Ik denk dat de middelen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid eerlijk moeten worden verdeeld tussen de eerste en tweede pijler, zowel over lidstaten als over de landbouwers binnen een lidstaat. Dit zal de grote ongelijkheden in de wijze waarop deze middelen over de lidstaten worden verdeeld op een zichtbare wijze verminderen. De tweede pijler van het gemeenschappelijk landbouwbeleid is van groot belang voor de plattelandsontwikkeling. Ik denk dat bijzondere aandacht moet worden besteed aan het motiveren en aanmoedigen van jonge landbouwers. Daarom ben ik voor de invoering in deze gerichte maatregelen – die door de lidstaten zullen worden vastgesteld – om de prioritaire doelstellingen van de EU te verwezenlijken, zodat de compensatie voor probleemgebieden in de tweede pijler behouden blijft.

 
  
MPphoto
 
 

  Anne Delvaux (PPE), schriftelijk.(FR) De landbouw is ontegenzeggelijk de economische sector waarin de Europese Unie het meest heeft bereikt. Het debat van vandaag vindt plaats in de aanloop naar het moment dat de Commissie met cruciale hervormingsvoorstellen zal komen, in oktober.

Er is in deze zaal overeenstemming bereikt over het verslag waar we over hebben gedebatteerd. We hebben twee sterke pijlers in stand gehouden: de eerste pijler, de rechtstreekse betalingen, moet de middelen krijgen die nodig zijn om de uitdagingen waar de landbouw voor staat te overwinnen, en aldus minstens worden gefinancierd volgens het huidige niveau. De eerste pijler zal echter ook meer in overeenstemming worden gebracht met de tweede pijler, die betrekking heeft op de steunmaatregelen voor duurzame ontwikkeling. Naar mijn mening moeten we alleen de vergroening in de eerste pijler juist beoordelen, zodat deze vergroening geen extra last vormt naast de nu al zeer strikte milieueisen waar de landbouwers zich aan moeten houden. De belangrijkste rol van de landbouwers is immers de productie van voedsel. Er wordt ook een hand uitgestoken naar jonge landbouwers voor wie het zoals we weten moeilijk is om een start te maken als ondernemer.

Duidelijk is echter dat we deze doelstellingen alleen kunnen halen als er niet wordt gesneden in de EU-begroting. Wat hebben ambities voor zin als we niet over de middelen beschikken om ze te concretiseren?

 
  
MPphoto
 
 

  Ismail Ertug (S&D), schriftelijk. (DE) Wij sociaaldemocraten hebben ons sterk gemaakt voor een nieuwe koers van het EU-landbouwbeleid op basis van milieustandaarden. Onzes inziens moet de boer worden betaald als dienstverlener aan de maatschappij. Want hij is niets anders, en niets anders wordt momenteel lager gewaardeerd in prijzen die de markt betaalt.

Het behoud van het tweepijlermodel garandeert de boeren ook in de toekomst een vast bedrag waar ze van op aan kunnen. Voor de langetermijnplanning zijn deze betalingen belangrijk. Door de koppeling van rechtstreekse betalingen aan een economische variabele maken we de overgang van een Europa van vijftien lidstaten naar Europa-27 mogelijk zonder dat de een of de ander te zeer voor het hoofd wordt gestoten.

Het verslag is een goed compromis, een Europees compromis. Nu is het de vraag wat de Commissie, en dan vooral Commissievoorzitter Barroso, ervan maakt. Dat uitgerekend op de middelen voor milieubescherming moet worden bezuinigd, getuigt van kortzichtigheid, waar commissaris Cioloş hem hopelijk nog vanaf kan brengen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) In dit verslag wordt gepleit voor een voortzetting van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, maar nu met enige tegenstrijdigheden.

Daarom nemen wij een kritisch standpunt in en doen we een aantal voorstellen gericht op het tot stand brengen van een landbouwproductie die de voedselveiligheid en –soevereiniteit van ieder land garandeert, een antwoord formuleert op de problemen van de familiebedrijven, en plattelandsontwikkeling stimuleert. Die voorstellen houden rekening met de maatschappelijke rol van het land en degenen die de grond bewerken, waarbij ook gelet wordt op de specifieke eigenschappen van ieder land. We streven naar sociale rechtvaardigheid bij de verdeling van de steun – die moet eerlijk worden verdeeld, tussen de lidstaten, tussen de verschillende sectoren en tussen de landbouwers zelf.

Daarom pleiten we in onze voorstellen op een duidelijke en ondubbelzinnige wijze voor een systeem van productiequota's. Die quota's moeten voor iedere lidstaat apart worden vastgesteld, op basis van de voedselbehoefte van dat land. Op die manier zorgen we ervoor dat landbouwers in landen als Portugal beschermd worden.

We willen het recht op productie van elk land zeker stellen. We verzetten ons daarom tegen de liberalisering van de melksector en de wijnstokaanplant. We zijn er verder voor om de steun voor de destillatie van drinkalcohol en crisisdestillatie ook na 2012 voort te zetten. Tot slot verklaren we ons voorstanders van "instrumenten voor marktregulering en interventiemechanismen om eerlijke prijzen voor de productie te garanderen", waarmee we ons verzetten tegen de deregulerende tendens van eerdere hervormingen van het GLB.

 
  
MPphoto
 
 

  Béla Glattfelder (PPE), schriftelijk. (HU) Europa heeft ook na 2013 een sterke landbouw nodig, aangezien de voedselzekerheid van Europese burgers in eerste instantie door de Europese landbouw kan worden gegarandeerd. De productie van levensmiddelen moet de voornaamste doelstelling van de landbouw blijven, aangezien de wereldbevolking blijft groeien en rond 2045 naar verwachting op negen miljard zal uitkomen. Maar dat vergt een krachtig gemeenschappelijk landbouwbeleid en krachtige landbouwsteun. Daarom acht ik het van groot belang om de landbouwsteun conform het ontwerp van het verslag ook in de volgende begrotingsperiode van de EU ten minste op hetzelfde niveau als in 2013 te handhaven. Het Hongaarse voorzitterschap heeft in maart jongstleden conclusies aangenomen om de belangen van de Europese boeren te behartigen. De aanzienlijke prijsschommelingen van de afgelopen periode zijn deels het gevolg van verkeerde besluiten van de EU, zoals de opheffing van de interventieregeling voor maïs. Daarom is een landbouwbeleid nodig dat een effectief optreden tegen extreme prijsschommelingen en speculatie waarborgt. De melkcrisis heeft duidelijk gemaakt dat er in de melksector maatregelen met het oog op de beperking van de productie nodig zijn. In lidstaten waar de suikerproductie als gevolg van de hervorming van de suikersector meer dan gemiddeld is afgenomen, moet groei van de productie mogelijk worden gemaakt.

 
  
MPphoto
 
 

  Louis Grech (S&D), schriftelijk. – (EN) Het is noodzakelijk dat het GLB voldoende wordt uitgerust om de uitdagingen waarvoor het in de toekomst staat aan te kunnen. Het GLB kan niet monolithisch zijn; het moet flexibel en binnen de huidige economische en politieke context worden uitgevoerd. Er moet een regelgevend beleidskader worden ontwikkeld met langetermijndoelen in gedachte. Dat zou kleine boeren meer stabiliteit verschaffen en hen in staat stellen om investeringsplannen over een langere tijdshorizon op te stellen zonder dat ze zich zorgen hoeven te maken over de ontwrichting die kortetermijnbeleidsmaatregelen voor de snelle oplossing van problemen zouden kunnen veroorzaken en hun de steun geven die ze nodig hebben om hun bedrijf te beschermen. De vatbaarheid van de landbouwsector voor de instabiliteit van de markt en voor prijsvolatiliteit moet aan de orde worden gesteld, en het GLB zou een veiligheidsmechanisme moeten garanderen en voor effectieve risicopreventie moeten zorgen, waardoor boeren enige inkomenszekerheid zouden krijgen in deze economisch zware tijden en zij een idee kunnen krijgen hoe de mondiale prijsvolatiliteit de ontwikkelingslanden zal treffen. De mondiale klimaatuitdagingen, de druk die demografische veranderingen op de voedselzekerheid leggen en ook de economische recessie moeten tot intensievere inspanningen leiden om duurzame groei te garanderen en banen te scheppen en te beschermen. Innovatie en specifiek onderzoek zal Europa helpen om op milieu- en economisch gebied duurzamer te worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Ville Itälä (PPE), schriftelijk. (FI) Dit verslag was een overwinning voor de pleitbezorgers van de Finse en Europese landbouw. Vanwege onze noordelijke ligging hebben we in Finland nogal ongunstige natuurlijke omstandigheden voor landbouw, en daarom is het belangrijk dat onze nationale steun gehandhaafd blijft. Het standpunt van het Parlement is een krachtige boodschap aan de Commissie, die haar voorstel voor de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid voorbereidt. Beperkingen op de huidige nationale steun zijn hierna niet meer aanvaardbaar.

 
  
MPphoto
 
 

  Petru Constantin Luhan (PPE), schriftelijk.(RO) Voedselveiligheid is de belangrijkste uitdaging waar de landbouw van de EU voor staat en zal dat ook blijven. Het is echter niet de enige uitdaging, zoals ook wordt gesteld in het verslag van de OESO en de FAO getiteld 'Agricultural Outlook 2011-2020'.

Ik denk dat we ons in het bijzonder moeten richten op de demografische uitdagingen, met name die voor het platteland. Als we de demografische uitdagingen niet aangaan en rurale gebieden niet aantrekkelijker maken voor jonge boeren, lopen we het risico dat deze situatie binnen een bepaald tijdsbestek uitgroeit tot een echt obstakel voor een stabiele en hoogwaardige agrarische productie. Met dit in gedachten moeten we jonge mensen nieuwe, aantrekkelijke maatregelen, consistente financiële steun en een betere toegang tot innovatieve diensten en infrastructuur bieden.

Naast al deze maatregelen is er ook behoefte aan een betere coördinatie tussen de financiële steun die aan plattelandsontwikkeling en het overige regionaal beleid wordt toegewezen en aan het in stand houden van een niveau van financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid dat ervoor zorgt dat alle voorgestelde taken kunnen worden uitgevoerd. Dit zal ons in staat stellen om actiever naar economische, sociale en culturele betrokkenheid van jonge mensen bij de landbouw van de Europese Unie te streven.

 
  
MPphoto
 
 

  Astrid Lulling (PPE), schriftelijk.(FR) De gewaagde en vernieuwende ambities die onze rapporteur ons bij aanvang van ons debat heeft voorgelegd, hebben het helaas niet overleefd en hebben plaats moeten maken voor compromissen waarvan sommige geurloos, kleurloos en smakeloos zijn.

Ik kan ermee leven, vooral wat betreft een evenwichtigere verdeling van de rechtstreekse betalingen in Europa om de goede werking van de interne markt te garanderen.

Ik betreur echter dat het ons aan moed ontbrak waar het ging om de vergroening op alle gebieden van het GLB. Onze landbouwers willen op efficiënte wijze gezonde voeding produceren om bij te dragen aan de voedselzekerheid voor onze 500 miljoen burgers.

Elf lidstaten, waaronder Luxemburg, hebben in een gezamenlijke brief aan commissaris Cioloş bezwaar gemaakt tegen de stopzetting van de aanplantrechten in de wijnbouwsector in 2015.

Ik ben verheugd dat het Europees Parlement zich in het verslag-Deß bij dit streven aansluit. We moeten echter op onze hoede zijn: dit moet er niet toe leiden dat onze landbouwers onderbetaalde landschapsarchitecten worden, en dat we afhankelijk worden van de invoer van voedingsmiddelen en landbouwgrondstoffen uit derde landen die volgens veel minder strenge eisen worden geproduceerd dan de producten van onze eigen landbouwers.

Ik steun dit standpunt met volle overtuiging, en wij verwachten dit terug te vinden in de wetsvoorstellen van de commissaris.

 
  
MPphoto
 
 

  Mariya Nedelcheva (PPE), schriftelijk.(BG) Het Europees Parlement moet opkomen voor een sterk, rechtvaardig en terdege gefinancierd GLB. Het is tijd dat wij ervoor zorgen dat de directe steun eerlijk wordt verdeeld over de lidstaten, de regio's en de sectoren. Wij moeten de Europese burgers laten zien dat de Europese solidariteit een feit is en dat wij aan dit concept niet alleen lippendienst bewijzen. Het verslag van de heer Deß betekent slechts een kleine stap, maar het gaat wel in de goede richting. Ik verwelkom tevens de maatregelen om het territoriale evenwicht in de Europese Unie in stand te houden. Het verheugt mij dat in het verslag wordt gepleit voor ondersteuning van jonge landbouwers, want het is noodzakelijk dat wij ontvolking van het platteland tegengaan. Het is belangrijk dat wij steun blijven verlenen aan minder begunstigde regio's en dat wij de mogelijkheid van productiegerelateerde premies openlaten voor gebieden waar geen alternatief bestaat voor een specifieke productievorm. Ik stel met voldoening vast dat mijn verzoek om meer flexibiliteit in de tweede pijler in aanmerking is genomen. De situatie in de landbouwsector verschilt van lidstaat tot lidstaat. Een grotere vrijheid bij het vaststellen van de prioriteiten van elk land zal de landbouwgebieden echte ontwikkelingsmogelijkheden bieden. Het is echter belangrijk dat wij waarborgen dat de voorgestelde maatregelen niet tot extra bureaucratische lasten voor de landbouwproducenten leiden. Laten wij een sterk signaal afgeven aan de Europese Commissie en de Europese landbouwproducenten door onze steun uit te spreken voor een rechtvaardiger, eenvoudiger en flexibeler GLB.

 
  
MPphoto
 
 

  Franz Obermayr (NI) , schriftelijk. – (DE) Gezonde boerenbedrijven – en dan heb ik het niet over industriële agrofabrieken, maar over kleinschalige familiebedrijven – vormen de garantie voor het behoud van de plattelandscultuur en onze natuur en ons cultuurlandschap en zijn de voorwaarde voor de voorzieningszekerheid van onze bevolking. Hoe belangrijk juist het laatste aspect is, werd ons weer eens duidelijk tijdens de afgelopen EHEC-crisis. Consumenten stellen hoge eisen aan biologische producten: ze verwachten van biologische producten een evenwichtige milieubalans, die in werkelijkheid vaak meer dan twijfelachtig blijkt te zijn. In plaats van bijzonder positief te scoren op het punt van duurzaamheid, zuinig grondstoffengebruik, CO2-besparing en bescherming van zogenoemd gebruiksvee, worden biologische producten vaak door heel Europa getransporteerd. De EU – en ik spreek hier namens Oostenrijk, de nr. 1 in biologische producten – moet op dit vlak in actie komen: er moet meer aandacht worden geschonken aan de regionale voorziening en seizoensgebonden beschikbaarheid alsmede aan een strenge herkomstaanduiding van levensmiddelen. De inzet van de landbouw moet daarom worden beloond door eerlijke productprijzen. Laten we in het GLB geen agrofabrieken steunen, maar liever onze boeren!

 
  
MPphoto
 
 

  Sirpa Pietikäinen (PPE), schriftelijk. (FI) De hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid is een van de belangrijkste taken van dit Parlement. Het onderhavige verslag van de heer Deß is een goede basis voor voortzetting van deze hervorming. We hebben echter een breder debat nodig om het doel van een milieuvriendelijke, efficiënte en diverse landbouw te bereiken. Het antwoord op de mondiale problemen van de landbouw ligt niet in een verhoging van de Europese productie, maar in een bredere vergelijking, waarbij rekening wordt gehouden met economische, sociale en milieukwesties. In plaats van een bekrompen landbouwbeleid hebben we een voedselbeleid nodig waarin rekening wordt gehouden met de hele voedselproductieketen, van begin tot eind. Dat is de beste manier om de ernstige en alomvattende uitdagingen aan te kunnen gaan waar de landbouw in zijn huidige vorm in deze eeuw voor staat.

 
  
MPphoto
 
 

  Pavel Poc (S&D), schriftelijk. (CS) Met genoegen constateer ik dat het nieuwe gemeenschappelijk landbouwbeleid nu eindelijk een eind maakt aan de periode van discriminatie van boeren in een aantal lidstaten, waaronder mijn eigen land. Ik wil de rapporteur hartelijk danken voor zijn werk waarin duidelijk de hand van de deskundige te lezen is. De huidige pogingen om nieuwe discriminerende voorwaarden in te voeren, schokken mij dan ook des te erger. Plafonnering van de directe betalingen is opnieuw een vorm van discriminatie van de lidstaten die als gevolg van specifieke historische ontwikkelingen met name grote landbouwondernemingen met grote stukken land herbergen. Maar moeten deze landbouwbedrijven dan voor de rest niet aan dezelfde regelgeving voldoen als kleine boerenbedrijven in andere lidstaten, en leveren zij niet dezelfde diensten en voldoen zij niet evengoed aan de voorwaarden voor directe betalingen? De door de plafonnering veroorzaakte discriminatie van grote ondernemingen kan menige arbeidsplaats op het platteland op de tocht zetten en het innovatiepotentieel ernstig schaden. Als het ons menens is met de interne markt, kunnen we toch moeilijk instemmen met discriminatie van een aantal lidstaten in de vorm van ongelijke uitbetalingen per hectare of plafonnering?

De boeren in de twaalf nieuwe lidstaten staan nu aan het einde van tien moeilijke jaren die zij toentertijd zijn ingegaan in de veronderstelling dat het om een tijdelijke periode gaat die niet wordt verlengd. Laten we deze ongelijkheden die strijdig zijn met de geest van de toetredingsonderhandelingen tot de EU nu eindelijk voorgoed uit de wereld helpen, laten we alsjeblieft de geloofwaardigheid van de EU in de ogen van de burger niet schaden. Ik wil dan ook alle collega's oproepen zich aan te sluiten bij amendement 10 en 11 waarin de plafonnering van betalingen van de hand wordt gewezen.

 
  
MPphoto
 
 

  Olga Sehnalová (S&D), schriftelijk. (CS) Billijke en transparante voorwaarden voor alle werknemers binnen de EU zijn een fundamentele voorwaarde voor eerlijke mededinging op de interne markt. Het verslag over de toekomst van het gemeenschappelijk landbouwbeleid wijst daar de weg naartoe. Een groot aantal compromissen verdient onze ondubbelzinnige steun, bijvoorbeeld ten aanzien van de vereenvoudiging van de administratieve procedures op een aantal gebieden van het GLB of het behoud van de volledige financiering van de directe betalingen door de EU-begroting en afwijzing van mogelijke renationalisering daarvan. De kwestie van bevoordeling of benadeling van Europese landbouwers op basis van nadere criteria, zoals ten aanzien van de omvang, is voor mij gezien de historisch gegroeide specificiteit van bepaalde lidstaten echter problematisch.

 
  
MPphoto
 
 

  Sergio Paolo Francesco Silvestris (PPE), schriftelijk. – (IT) Dit eerste document over de toekomst van het GLB stemt mij tevreden. Met deze tekst wordt, in afwachting van een wetstekst, al gepoogd een boodschap over te brengen aan de Commissie die positief luidt voor onze landbouwers. Ik vind dan ook dat veel onderdelen van de tekst informatie bevatten die een aantal collega's en ik in de tekst wilden opnemen. Ik noem daarbij de belangrijke passages waarin gunstig wordt gesproken over onze zuidelijke landbouw. Zo zal de rechtstreekse hulp niet langer alleen gebaseerd zijn op het aantal hectaren, maar eindelijk ook op de omvang van de boerderij, de arbeidsvoorwaarden, de productiviteit en de rechtsgrondslag van het bedrijf. Ik ben er daarnaast zeer over te spreken dat deze betalingen alleen ten goede zullen komen aan landbouwers die daadwerkelijk in de sector actief zijn, zodat de hulp terechtkomt bij degenen die deze nodig hebben en die het geld in de landbouw investeren. Daarnaast wordt uitgegaan van een eerlijkere verdeling van de steun, waarbij moet worden opgemerkt dat de landbouwbedrijven in de Europese Unie om historische redenen zeer divers zijn opgezet. Ik sta volledig achter de passage waarin wordt opgeroepen het GLB te voorzien van instrumenten om prijsvolatiliteit tegen te gaan. Tot slot noem ik de meest gebezigde vorm van landbouw in mijn regio – de olijfolieproductie – en de maatregel die wij van de Commissie verwachten: een bijgewerkt systeem voor en de introductie van private opslag.

 
  
MPphoto
 
 

  Dominique Vlasto (PPE), schriftelijk.(FR) Nu de voedselzekerheid een belangrijke uitdaging van de globalisering is, moeten wij ons vermogen tot zelfvoorziening in stand houden. Om dat te bereiken, moeten we zorgen dat ons gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) ambitieus blijft en in staat is op lange termijn in onze meest essentiële behoefte te voorzien: voedselvoorziening. Het GLB behoeft echter aanpassingen om beter te kunnen voldoen aan het criterium eerlijke verdeling. De Europese burgers zouden ons niet kunnen begrijpen als de steun hoofdzakelijk toekomt aan grote landbouwondernemingen: ook kleine landbouwers moeten in staat kunnen zijn van hun productie te leven, en zij moeten in degelijke omstandigheden eerlijk voor hun werk worden beloond. Verder moeten we bij het toekennen van hulp beter rekening houden met de natuurlijke omstandigheden, zoals de stijging van de temperatuur, berggebieden en waterschaarste. De heersende droogte maakt het dringend noodzakelijk in het kader van het GLB onze landbouwers concrete middelen aan te reiken om het hoofd te bieden aan de waterschaarste. Ik pleit dus voor een subtiele herziening die het GLB meer doelgericht maakt en ons in staat stelt tegelijkertijd een onafhankelijke voedselvoorziening, de levensvatbaarheid van de landbouwsector en de instandhouding van onze landschappen te garanderen.

 

16. Preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden - Tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten - Voorschriften voor begrotingskaders van de lidstaten - Begrotingstoezicht in het eurogebied - Toezicht op begrotingssituaties en toezicht op en coördinatie van het economisch beleid - Handhavingsmaatregelen voor de correctie van buitensporige macro-economische onevenwichtigheden in het eurogebied (debat)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Aan de orde is de gecombineerde behandeling van de volgende verslagen:

– Verslag over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden [COM(2010)0527 - C7-0301/2010 - 2010/0281(COD)] - Commissie economische en monetaire zaken. Rapporteur: Elisa Ferreira (A7-0183/2011);

– Verslag over het voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1467/97 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten [COM(2010)0522 - C7-0396/2010 - 2010/0276(CNS)] - Commissie economische en monetaire zaken. Rapporteur: Diogo Feio (A7-0179/2011);

– Verslag over het voorstel voor een richtlijn van de Raad tot vaststelling van voorschriften voor begrotingskaders van de lidstaten [COM(2010)0523 - C7-0397/2010 - 2010/0277(NLE)] - Commissie economische en monetaire zaken. Rapporteur: Vicky Ford (A7-0184/2011);

– Verslag over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de effectieve handhaving van het begrotingstoezicht in het eurogebied [COM(2010)0524 - C7-0298/2010 - 2010/0278(COD)] - Commissie economische en monetaire zaken. Rapporteur: Sylvie Goulard (A7-0180/2011);

– Verslag over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1466/97 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid [COM(2010)0526 - C7-0300/2010 - 2010/0280(COD)] - Commissie economische en monetaire zaken. Rapporteur: Corien Wortmann-Kool (A7-0178/2011);

– Verslag over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende handhavingsmaatregelen voor de correctie van buitensporige macro-economische onevenwichtigheden in het eurogebied [COM(2010)0525 - C7-0299/2010 - 2010/0279(COD)] - Commissie economische en monetaire zaken. Rapporteur: Carl Haglund (A7-0182/2011).

 
  
MPphoto
 

  Elisa Ferreira, rapporteur.(PT) De socialistische fractie meent dat het pakket maatregelen voor economische governance – als onderdeel van het stabiliteitspact – voor Europa niet het juiste antwoord op de structurele crisis is. Deze maatregelen houden een herziening van het stabiliteitspact in, maar de essentie van dat pact blijft onverlet. Het is alleen zo dat de eisen en de sancties strenger worden.

Het zou zinvoller zijn als we erkenden dat het pact niet kan worden nageleefd zolang de economie niet groeit en de crisis voortduurt. Dat zouden de kernthema's op de politieke agenda moeten zijn. We zouden een beleid en daarop afgestemde instrumenten moeten ontwikkelen om de crisis in de landen van de eurozone te bezweren. En we moeten ons gaan afvragen hoe we kunnen voorkomen dat de ongelijke ontwikkeling van de economieën van de eurolanden de eenheidsmunt in gevaar brengt. Als we op die vragen geen antwoord vinden, is het stabiliteitspact inderdaad, zoals iemand heeft opgemerkt, onzin. In het pakket maatregelen is echter wel een lichtpuntje hoop aan te wijzen, en dat is het idee om de zich opeenhopende macro-economische onevenwichtigheden te identificeren en te corrigeren voordat ze onbeheersbaar worden. En dat geldt natuurlijk vooral voor de eurozone.

Het Parlement heeft zich bereid en in staat getoond zijn verantwoordelijkheden als medewetgever te aanvaarden. De tekst waarover we nu gaan stemmen, weerspiegelt een brede consensus. Die hebben we weten te bereiken door hard werk en de bereidheid compromissen te sluiten. Als rapporteur wil ik daarom al mijn collega's van alle fracties bedanken, in de eerste plaats de schaduwrapporteurs. Ik noem hier met name Carl Haglund, voor wie ik ook schaduwrapporteur ben geweest.

De trialoogfase heeft lang geduurd en is moeizaam verlopen. Het – helaas niet alomvattende – akkoord dat we hebben bereikt, is te danken aan de Hongaarse voorzitter, in de persoon van András Kármán, de Commissie, in de persoon van Olli Rehn, en al onze medewerkers. Laten we eerlijk zijn: het identificeren van macro-economische onevenwichtigheden is een heel ingewikkelde zaak. En iets geheel nieuws. Het gaat er niet in de eerste plaats om sancties op te leggen: het gaat erom correct aan te geven wat de risico's zijn en vast te stellen of ze de schuld van het betrokken land zijn dan wel van buiten komen. En dan gaat het erom op tijd juiste én uitvoerbare correcties voor te stellen.

Na de onderhandelingsfase krijgen we het scorebord, het geheel van overeengekomen indicatoren. Dat zijn niet alleen nominale en financiële indicatoren, maar ook indicatoren van de reële economie. We hopen dat de Commissie het compromis van overweging A-6 heel zorgvuldig zal respecteren. Dat compromis houdt in dat behalve de Raad ook het Parlement betrokken moet worden bij eventuele herzieningsprocedures. De interpretatie geschiedt niet automatisch, maar via doordachte in-depth reviews. Dat is meer werk voor de Commissie, maar zo moet het.

De aanbevelingen van de Commissie moeten garanderen dat alle strategische documenten samenhang vertonen. Het is echter aan het betrokken land om als eerste voorstellen voor een oplossingen te presenteren. De uitbreiding van de bevoegdheden van het Parlement, de participatie van de sociale partners, en het respect voor de bij het sluiten van collectieve arbeidsovereenkomsten bestaande gebruiken zijn gegarandeerd. Er kunnen sancties worden opgelegd. Wij hadden die liever minder streng gewild, maar we hebben om een compromis te bereiken op dit punt iets toegegeven. Sancties zijn gerechtvaardigd als landen niet willen meewerken, maar niet als landen niet in staat blijken de doelstellingen te behalen. De sancties zijn bovendien getrapt, wat heel belangrijk is.

Om nu tot een akkoord te geraken, moeten we nog één, essentiële hindernis nemen. We moeten erkennen dat het in een interne markt, binnen een monetaire zone, zinvol is om rekening te houden met zowel positieve als negatieve veranderingen van de indicatoren op het scorebord. Niet alleen tekorten maar ook overschotten moeten in de interpretatie worden betrokken, ook al zullen ze natuurlijk tot andere aanbevelingen leiden. We hebben allemaal – afgevaardigden, politieke fracties en instellingen – een lange weg afgelegd. En nu ligt er een akkoord binnen ons bereik, op basis van een goede en evenwichtige tekst. Daarom hoop ik dat de bereidheid tot het aangaan van compromissen die ons zo ver heeft gebracht ons nu ook in staat zal stellen een definitief akkoord te bereiken.

 
  
MPphoto
 

  Diogo Feio, rapporteur.(PT) Het Europees Parlement heeft wederom een heel bijzonder werk afgeleverd. Ik wil om te beginnen Corinne, Sylvie, Carl, Elisa en Vicky bedanken. Zij hebben me als corapporteurs over dit pakket maatregelen voor economische governance bijgestaan. Verder een woord van welgemeende dank voor de schaduwrapporteurs die ons bij onze werkzaamheden hebben geholpen. Tot slot noem ik het uitzonderlijk goede werk dat de Raad met betrekking tot dit onderwerp heeft verricht. Ik bedank verder Andreas Carmen, met wie we steeds goed hebben samengewerkt, en commissaris Olli Rehn, die in deze hele procedure een belangrijke rol heeft gespeeld.

Ik begin positief, met een boodschap van vertrouwen. Dit pakket maatregelen voor economische governance moet aantonen dat Europa tot iets in staat is – dat het in staat is moeilijkheden te overwinnen en dat het zich kan wapenen tegen problemen in de toekomst. Ik heb dan ook alle vertrouwen in hetgeen er de komende dagen zal gebeuren met betrekking tot de wetgeving over economische governance. Ik ben rapporteur geweest voor het corrigerend onderdeel van het stabiliteits- en groeipact, en het is mogelijk de begrippen stabiliteit en begrotingsdiscipline te koppelen aan het idee van groei. We kunnen de procedures bij macro-economische onevenwichtigheden vernieuwen. En het is mogelijk een strategie in te voeren die meer inhoudt dan alleen maar een eenvoudig mechanisme voor het opleggen van sancties. Daarom zal de goedkeuring van dit pakket maatregelen voor economische governance meer Europa en een beter Europa opleveren.

Om een voorbeeld te noemen: dit pakket voor economische governance heeft ons binnen het kader van het corrigerend onderdeel van het stabiliteits- en groeipact een slimmere toepassing van datzelfde pact opgeleverd. Er wordt nu beter gekeken naar het schuldcriterium, er wordt een gemiddelde geïntroduceerd voor het terugdringen van de staatsschuld – dat moet nu binnen drie jaar worden gehaald – , waardoor er mogelijkheden ontstaan voor het flexibel tegemoetkomen aan de regels. Er is nu ook een betere en meer gedetailleerde lijst factoren waarmee de Commissie rekening moet houden bij het analyseren van de financiële situatie van staten. En er wordt een overgangsperiode ingesteld voor de invoering van het schuldcriterium.

Er zijn echter ook andere aspecten die ik hier wil noemen en die te maken hebben met andere verslagen. We werken altijd in teamverband, en ik moet dus verwijzen naar de invoering van een Europees Semester als belangrijk onderdeel van preventie. We moeten goed beseffen dat de preventiefase het belangrijkst is. Sancties moeten pas worden opgelegd in de laatste fase van de procedure. Er is symmetrie aangebracht bij de analyse van de macro-economische indicatoren, en de Commissie zal mogelijk voor het einde van dit jaar een onderzoek uitvoeren naar euro-obligaties. En sancties worden nu dus gezien als een laatste stap, of het nu gaat om macro-economische onevenwichtigheden of de naleving van het stabiliteits- en groeipact. Bovendien geldt bij de beslissingen van de Raad voortaan een omgekeerde gekwalificeerde meerderheid. Het Parlement heeft bij al deze veranderingen een doorslaggevende rol gespeeld.

Het is daarom van belang dat we nu een duidelijke boodschap aan onze burgers overbrengen. En die luidt als volgt: we zetten nu een institutionele structuur op om in de toekomst crises te voorkomen. Europa is daar met dit pakket maatregelen voor economische governance voortaan goed op voorbereid. Europa draagt er met dit pakket maatregelen voor economische governance toe bij dat onze economie op een gezonde wijze kan groeien.

 
  
MPphoto
 

  Vicky Ford, rapporteur. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik zou om te beginnen de Europese Raad willen bedanken. We kunnen allemaal de ongelooflijk gevoelige situatie in Europa zien en vooral in de eurozone, waardoor van elkaar verschillende landen op een ongekende manier hebben moeten samenwerken. We kunnen de essentiële behoefte zien om de concurrentiekracht te verbeteren en de overheidsfinanciën op een duurzame manier weer op te bouwen.

De laatste dagen, weken en maanden hebben we continu ministers van lidstaten bijeen zien komen om manieren proberen te vinden om uit elkaars individuele problemen te komen. Daarnaast heb ik nooit eerder gezien dat gewone mensen zo graag willen snappen waar het overheidsgeld aan wordt besteed. Laat ik daarom eerst ingaan op de richtlijn waaraan ik heb gewerkt.

In de richtlijn wordt een reeks eisen uiteengezet op het gebied van de boekhoudcijfers, ramingen en begrotingsprocessen. Laten we niet vergeten dat een ondeugdelijke begrotingsplanning en onjuiste informatie deze crisis hebben verergerd.

Het is een richtlijn van de Raad, niet een verslag van de medewetgever, en de Raad heeft hier uitvoerig over gedebatteerd. De lidstaten zelf zijn overeengekomen dat ze een tijdhorizon van minstens drie jaar voor de begrotingsplanning zullen aannemen om alle overheidsniveaus en overheidsgelden in hun begrotingsproces op te nemen en te garanderen dat informatie over bijvoorbeeld voorwaardelijke verplichtingen naar buiten wordt gebracht. Hoe men het op boekhoudkundig gebied en wat de ramingen betreft doet, zal afzonderlijk worden beoordeeld.

Ik kan wel zeggen dat veel lidstaten zich reeds aan grote delen van de richtlijn houden, maar de tenuitvoerlegging van deze minimumreeks eisen zal discipline in het proces brengen en het vertrouwen herstellen, en is een eerste kleine stap op de weg terug naar stabiele overheidsfinanciën.

Daarnaast hebben de lidstaten zelf ermee ingestemd dat ze hun eigen wetgeving over begrotingsregels zullen invoeren – niet noodzakelijk de "schuldenrem" uit de Duitse grondwet – maar speciaal op elk land afgestemde regels waardoor ze zich aan de verplichtingen krachtens het Verdrag houden. Nu is dit ook een gevoelige kwestie, omdat de verschillende landen verschillende verplichtingen krachtens het Verdrag hebben, en om die reden is dat deel niet van toepassing op het Verenigd Koninkrijk.

Tijdens de onderhandelingen over het meer algemene 'sixpack' zijn er een aantal suggesties gedaan om deze richtlijn van de Raad te verbeteren, vele door de Europese Centrale Bank en door leden van dit Huis. De Raad heeft in goed vertrouwen gewerkt om te proberen de richtlijn te verbeteren waar dat gepast is en de transparantie te verbeteren, maar zonder aan de gevoelige kwesties te komen die te maken hebben met de individuele nationale grondwetten.

Even kort iets over de andere richtlijnen. Door middel van deze onderhandelingen heb ik geprobeerd constructief te zijn door vooral de lidstaten van de eurozone de regels en sancties te laten opstellen die ze noodzakelijk achten ter ondersteuning van hun stabiliteit. Ik heb geen collega's gesteund die denken dat simpelweg een sterkere rol voor het Europees Parlement de oplossing is.

In het weekend en maandagavond heeft de Raad geprobeerd een eindvoorstel voor een compromis te doen voor de nog onopgeloste kwestie van de stemmen in de Europese Raad. Hoewel dit volgens mij geen ontzettend belangrijke kwestie in mijn eigen lidstaat is – aangezien wij niet van plan zijn om ons bij de euro aan te sluiten en eruit voortvloeiende boetes niet op ons van toepassing zijn – is het in vele landen een buitengewoon moeilijke en omstreden kwestie, met inbegrip van de landen die van plan zijn om zich aan te sluiten.

Dit is een tijd waarin we moeten proberen om elkaars problemen te begrijpen, maar ook om elkaars verschillen te respecteren. Eerder deze week heb ik collega's gewaarschuwd dat het aansturen op een rechtstreekse confrontatie tussen het Parlement en de Raad over een kwestie die ik volgens mij niet aan de man in de straat kan uitleggen geen verantwoord standpunt van dit Parlement zou zijn. Sterker nog, ik heb gezegd dat ik dacht dat het onverantwoord zou zijn.

En de benadering van dit Parlement van die kwestie wordt door vele leden van mijn fractie niet gesteund. Ik kan de veranderingen van het Parlement in de tekst van de Raad over de macro-economische onevenwichtigheden niet steunen, en ik zou de komende weken graag meer duidelijkheid willen zien over de verschillende standpunten van de lidstaten van de eurozone en de lidstaten die niet tot de eurozone behoren.

 
  
MPphoto
 

  Sylvie Goulard, rapporteur. (FR) Mijnheer de Voorzitter, vele malen, soms 's nachts, hebben wij gedrieën om de tafel gezeten – wij van het Parlement, de Commissie en het Hongaarse voorzitterschap. Eerst zou ik graag de collega's en alle partners willen bedanken voor het werk dat wij gezamenlijk hebben verricht.

De boodschap die wij hebben gekregen van de Raad Ecofin luidt dat ieder zijn verantwoordelijkheid moet nemen. Ik zou graag willen antwoorden: "jazeker, wij nemen onze verantwoordelijkheid", niet als feestelijke aankondiging, niet om te zeggen dat wij snel een akkoord hebben bereikt, maar met in gedachten de problemen van de eurozone en de Europese Unie op economisch gebied en om te proberen echte oplossingen aan te dragen. In elk geval is dat voor mijn fractie het motto van deze onderhandelingen geweest, en ik denk dat noch de markten noch de burgers in snelle maar oppervlakkige oplossingen geloven.

Uit onze beschouwing komt naar voren dat een aanzienlijke verbetering noodzakelijk is. Overigens denk ik dat we een aantal doelstellingen die we hebben vastgesteld, al hebben gehaald. Ik wijs er trouwens op dat we niet de enige zijn die deze hebben gewenst: de Europese Centrale Bank heeft er herhaaldelijk om verzocht dat het Parlement de reeds ambitieuze voorstellen van de Commissie versterkt. Wij hebben de discipline dus geconsolideerd, wat een van onze richtpunten was, niet omdat we graag discipline willen, maar omdat de gemeenschappelijke munt in gevaar komt wanneer de gemeenschappelijke regels in een rechtsgemeenschap worden overtreden. Wij hebben sancties voor fraude ingevoerd – ik denk dat het een les is die wij helaas hebben moeten trekken uit de eerste levensjaren van de euro. Wij hebben ook getracht, zoals mevrouw Ford al zei, om orde te brengen in de nationale begrotingsprocedures, al is het maar om te kunnen vergelijken wat in de verschillende landen gebeurt. Maar wat voor mij heel belangrijk is, is dat als wij de burgers gaan vertellen: "wij hebben ervoor gezorgd dat het toezicht meer automatisch verloopt", zoals in de kranten wordt gezegd, de burgers de indruk krijgen dat in Brussel een soort onbegrijpelijke machine is opgestart om hen op de vingers te tikken als iets niet gaat zoals het hoort.

Als wij strengere regels willen, moeten die regels intelligenter worden, en moeten er vooral meer democratische debatten komen en meer discussies over de grenzen heen. Daarom hebben wij voorgesteld – en ik zou alle collega's die mij daarbij hebben gesteund graag willen bedanken – de zogenaamde economische dialoog in te voeren, die we naar de juiste proporties moeten brengen. Er is geen enkel risico voor de nationale grondwetten, het gaat gewoon om de wens om, met name binnen de eurozone, maar ook in de EU-27, iets meer met elkaar in gesprek te gaan. We zouden graag zien dat dit Parlement de plek is waar deze transparante dialoog tussen het Europees niveau en de lidstaten gevoerd kan worden en dat deze daarin hun problemen op tafel kunnen leggen en hun situatie kunnen uitleggen. Want er zijn landen die achterliggen, er zijn landen die vooroplopen, er zijn perifere landen, er zijn landen met een hoog inwonertal, enzovoort. En het is belangrijk om ons van dit alles bewust te zijn. Ik ben erg blij dat de heer Habermas er deze week in de Duitse media opnieuw op heeft gehamerd dat het absoluut noodzakelijk is dat de democratische legitimiteit wordt vergroot. Tegen mevrouw Ford zou ik graag willen zeggen dat we niet pleiten voor een versterking van onze macht, maar voor een grotere rol voor degenen die door de burgers naar Brussel zijn gestuurd om hun belangen te verdedigen.

Er zijn nog andere belangrijke punten, met name op macro-economisch gebied. Ik ben namelijk van mening dat het belangrijk is dat alle lidstaten worden onderworpen aan dat gemeenschappelijk toezicht. Symmetrie is dus een belangrijk punt, dat zou de Raad moeten begrijpen: een slimme symmetrie, die onderscheid maakt tussen tekorten en overschotten, maar desalniettemin een symmetrie.

Tot slot wil ik het nog hebben over de eurobonds, een van de punten die ik heb aangedragen. Ik zou een oproep willen doen aan alle leiders van alle fracties: voorstander zijn van eurobonds en vervolgens tegenstemmen – dat kan niet. We kunnen zeggen dat we meer willen, en ikzelf zou ook meer willen, maar ik heb enorme waardering voor de inspanningen die commissaris Rehn bereid is te leveren. Ik wil u eraan herinneren dat hijzelf in mei 2010 voorstellen heeft gedaan in overeenstemming met het initiatiefrecht van de Commissie. Wij willen die voorstellen nieuw leven inblazen.

Wij willen dat de euro nu eindelijk zijn rol gaat spelen als mondiale valuta, we willen een grote liquide markt die de kosten van krediet zal verlagen. We willen dat een deel van dat krediet – uiteraard een beperkt deel – op termijn gedeeld wordt door middel van een echt marktreguleringsinstrument. Dus ik hoop dat de stemming morgen gunstig zal uitpakken en dat al diegenen die zeggen voor de eurobonds te zijn de kwestie met de nodige openheid zullen benaderen en niet met ideologische vooroordelen.

 
  
MPphoto
 

  Corien Wortmann-Kool, Rapporteur. − Voorzitter, als er één ding duidelijk is, is het dat Europa een stevig fundament nodig heeft om in de toekomst een nieuwe eurocrisis te voorkomen en duurzame economische groei zeker te stellen. Daarom is onze PPE-Fractie tevreden over de resultaten die we tot nu toe hebben behaald in het wetgevingspakket over economische governance. Ik wil graag alle collega's, rapporteurs, schaduwrapporteurs, medewerkers, staf, iedereen van harte danken voor de vele uren die wij met elkaar hieraan besteed hebben om dit te bereiken, want het Europees Parlement heeft in zijn mandaat een stevige ambitieuze positie ingenomen. Graag wil ik het Hongaarse voorzitterschap, in het bijzonder András Kámán, hartelijk danken voor zijn inzet om de verschillen tussen de Raad en het Parlement te overbruggen. U in persoon hebt het immers mogelijk gemaakt dat nu voor 98% overeenstemming is bereikt, mede dankzij de nuttige steun van commissaris Rehn en zijn staf. Een uitstekend resultaat, maar het was niet eenvoudig.

We stemmen morgen over de verslagen. Mijn fractie wil zich ervoor inzetten dat wordt voortgebouwd op de grote mate van overeenstemming die we hebben bereikt. Ik hoop dat we de komende weken de laatste verschillen kunnen overbruggen zodat we nog vóór de zomer een akkoord kunnen sluiten. Dat is heel belangrijk, want mijn fractie streeft naar een eindstemming in de plenaire vergadering van juli.

De onrust op de financiële markten duurt voort en we moeten urgent een oplossing zoeken voor de schuldencrisis in een aantal landen. Het is echter - en daar ligt nu onze taak als medewetgever - even urgent dat Europa daadkracht toont in de besluitvorming over een ambitieus stabiliteitspact en economische governance. Een besluit nog vóór de zomer is cruciaal om het vertrouwen in de euro te herstellen, want al in 2003 werd het stabiliteits- en groeipact niet gerespecteerd. In plaats van de spelregels te handhaven, werden ze juist verruimd en daaraan moet nu een einde komen. Het gaat om geloofwaardige wetgeving en geen onderonsjes tussen lidstaten om boetes te ontlopen. Als lidstaten geen effectieve actie nemen om hun verplichtingen na te komen en tekorten terug te dringen - dat zijn verplichtingen die ze nota bene zelf zijn aangegaan - dan moet besluitvorming effectief zijn. Daarom heeft dit Parlement de omgekeerde stemprocedure voorgesteld.

Laten we wel zijn, de toverformule van onze links collega's, de golden rule, zal de oplossing niet brengen. Een geldboom bestaat helaas niet en de tijd van gemakkelijke oplossingen en pijnloze keuzes hebben we achter ons gelaten. Daarom pleit de PPE voor duurzame overheidsfinanciën en niet het toestaan van 5 of 6% begrotingstekort. Een schuldenlast - daar zien we nu de pijnlijke bewijzen van - staat de economische groei in de weg, niet alleen in onze Europese landen, maar ook in de Verenigde Staten.

Voorzitter, er is een stevig fundament nodig en daarom ben ik blij dat de Raad de preventieve arm van de voorstellen heeft overgenomen, te weten dat lidstaten de nationale eigen verantwoordelijkheid moeten versterken en de nationale parlementen erbij moeten betrekken, duidelijke termijnen en procedures en controlebezoeken, meer openbare rapporten, peer pressure, openbare debatten in dit Parlement in plaats van de beslotenheid van de Raad. Natuurlijk is er de belangrijke verworvenheid van het Europese semester, want we willen banen en groei.

Voorzitter, we staan voor een belangrijke historische dag. Morgen in dit Parlement zijn wij bereid onze verantwoordelijkheid te nemen. Ik zie een Socialistische Fractie en een Groene Fractie die een blokkade willen opwerpen. De sfeer van compromis betreft alleen het eigen verslag. Voorzitter, dat is niet een sfeer van compromis. Ik wil alle collega's die duurzame overheidsfinanciën belangrijk vinden, oproepen om morgen de zes verslagen te steunen. Het is niet de einduitslag, want morgen is een stap op weg naar overleg met de Raad om de laatste hordes op te ruimen op weg - hopelijk - naar een akkoord in juli.

 
  
MPphoto
 

  Carl Haglund, rapporteur. (SV) Mijnheer de Voorzitter, ik denk dat de gebeurtenissen die we deze week hebben kunnen volgen, zowel in de Raad als in de landen die met zeer ernstige economische problemen kampen, opnieuw aantonen waarom het pakket dat we nu behandelen zo belangrijk is. Als we er niet in slagen om met betrekking tot deze kwesties vooruitgang te boeken, zullen de problemen waarschijnlijk veeleer blijven bestaan dan opgelost raken. Het is volgens mij ook belangrijk om in herinnering te roepen wat er in 2005 gebeurde, toen we hadden moeten optreden en aantonen dat het niet kan dat de gemeenschappelijke bestemmingsclausules met de voeten worden getreden. Dat gebeurde toen niet; in plaats daarvan werden de regels aangepast. Nu is het tijd om dat recht te zetten.

Dit pakket is belangrijk. Ik wil mijn collega's van harte bedanken. We hebben samen hard gewerkt. Zoals al meermaals is gezegd, staan we zeer dicht bij het doel, maar tezelfdertijd moeten we de stemmingen vandaag en in juli door zien te komen. Ik wil tevens van de gelegenheid gebruikmaken om de heer Kármán van het Hongaars voorzitterschap te bedanken, die uitstekend werk heeft geleverd. Dat stellen we echt op prijs. Zoals gezegd, wil ik ook mijn collega's en met name mevrouw Ferreira bedanken. Het is bijzonder goed dat we erin zijn geslaagd om een procedure voor macro-economisch toezicht tot stand te brengen. Dat toezicht is iets nieuws en vult de inspanningen aan die worden geleverd om de gemeenschappelijke munt het hoofd boven water te laten houden. Het is iets wat Europa nodig heeft.

Laten we even teruggaan naar 2005. Het Europees Parlement vraagt nog altijd om een oplossing voor wat we stemming met omgekeerde gekwalificeerde meerderheid noemen. De reden is dat we hebben vastgesteld dat, als het besluitvormingssysteem in de Raad niet voldoende automatisch verloopt, de noodzakelijke besluiten niet worden genomen. Dat kunnen we ons niet meer veroorloven. In dat verband zitten we nog altijd met een onopgeloste kwestie, maar ik hoop dat de Raad erin zal slagen om een serieuze discussie te voeren over datgene waar dit eigenlijk om gaat. De Europese Raad vergadert donderdag en vrijdag. Het mag niet zo zijn dat besluiten over onderwerpen waarvan iedereen weet dat ze noodzakelijk zijn, om prestigeredenen niet worden genomen. Het mag evenmin zo zijn dat bepaalde grote lidstaten denken dat ze op voorhand over bepaalde aangelegenheden een overeenkomst kunnen sluiten en dat de zaak daarmee beklonken is. De Raad moet echte besluiten nemen, en de wetgeving moet in overleg met het Europees Parlement worden vastgesteld. De Raad heeft nu de mogelijkheid om verstandige besluiten te nemen, en ik ben er zeker van dat het Europees Parlement de Raad kan helpen om de juiste besluiten te nemen.

Wat het macro-economische aspect betreft, wil ik om te beginnen onderstrepen dat we, dankzij het werk dat we in het Parlement hebben verricht, een voorstel hebben waar we het met de Raad over eens zijn geworden en dat voldoende transparant is en een oplossing bevat die voldoende automatisch is. Ik denk dat we dankzij die oplossing ook in de toekomst gerust kunnen zijn wat betreft de eurosamenwerking en de mogelijkheden om de economische problemen in een individueel land op te lossen die anders de hele eurozone op de helling kunnen zetten. Ik denk dat het goed is dat we in ons verslag een systeem in het leven roepen voor de manier waarop we omgaan met landen die hun verplichtingen niet nakomen, met andere woorden, de eis om de problemen onverwijld op te lossen. De eerste keer dat het land een belofte niet nakomt, is het verplicht om een onderpand – een rentedragend deposito, zoals we het hebben genoemd – te betalen. Dat is noodzakelijk. We mogen niet het signaal geven dat het zonder gevolg blijft als een land belooft iets te zullen doen, maar dat dan vervolgens niet doet. Helaas zag het oorspronkelijke voorstel er zo uit. Ik ben blij dat we dat hebben kunnen rechtzetten. Dit is een principieel belangrijke kwestie. Tezelfdertijd hebben we ook het fraudeprobleem, waarbij andere landen om de tuin worden geleid, aangepakt. Dat is ook enorm belangrijk. Ik denk dat het Europees Parlement in dat opzicht goed werk heeft geleverd.

Zoals meerdere sprekers hebben gezegd, is de stemming morgen zeer belangrijk. Ik verwacht geen problemen. Ik hoop dat de Europese Raad eind deze week en volgende week een ernstige discussie kan voeren over hetgeen we kunnen doen om een overeenkomst te bereiken. Dat zullen we ook in het Parlement doen. Dan kunnen we de wetgeving vaststellen die Europa zo broodnodig heeft. Dat is cruciaal om een gemeenschappelijke munt te kunnen blijven behouden.

 
  
MPphoto
 

  András Kármán, fungerend voorzitter van de Raad. (EN) Mijnheer de Voorzitter, voordat ik inhoudelijk op de zaken inga, zou ik mijn oprechte waardering willen uitspreken voor de voorzitter van de Commissie economische en monetaire zaken, de rapporteurs, de schaduwrapporteurs en alle vertegenwoordigers van de fracties die actief aan het proces hebben deelgenomen voor al hun waardevolle bijdragen. Ik ben de Commissie en de commissaris zelf even dankbaar voor hun inspanningen om de discussies te vergemakkelijken, niet alleen tijdens de trilogen hier in het Parlement, maar ook in de Raad.

De zes wetgevingsteksten over economische governance zijn de allerhoogste prioriteit geweest van het Hongaarse voorzitterschap. Ik wil er de nadruk op leggen dat het niet de individuele beslissing van het voorzitterschap is geweest om dit dossier tot hoogste prioriteit te bestempelen. Het initiatief van de Commissie is ook gesteund door de staatshoofden en regeringleiders van de 27 lidstaten. Als we een sterkere euro willen opbouwen, dan is dit governancepakket een essentiële bouwsteen van dit proces.

De wereldeconomie, ook die van Europa, heeft de ergste crisis sinds de jaren dertig doorgemaakt, en we hebben de noodzakelijke conclusies moeten trekken. We moeten beseffen dat de schok langdurige effecten zal hebben als we de crisis niet bij de wortel uitroeien. Vele van de te leren lessen worden aan de orde gesteld in de zes wetgevingsvoorstellen die de Commissie afgelopen september naar voren heeft gebracht. Er zal meer nadruk worden gelegd op preventie om in slechte economische tijden geen schadelijke procyclische beleidsmaatregelen te hoeven treffen.

Tot nu toe hebben in het stabiliteits- en groeipact (SGP) de tekorten centraal gestaan, maar desondanks stapelen de schulden zich hoog op, zodat er van nu af aan meer aandacht aan de schuldencriteria zal worden besteed. De les is geleerd dat de procedures niet streng en automatisch genoeg zijn geweest. Daarom gaan we ook hier op deze vragen in om de geloofwaardigheid van het pact te versterken. We hebben ons ook gerealiseerd dat de coördinatie van het begrotingsbeleid door middel van het SGP misschien wel niet voldoende is in een Unie met een eenheidsmunt, en daarom zijn we overeengekomen om een nieuw mechanisme in te voeren om de macro-economische onevenwichtigheden aan te pakken, die op hetzelfde niveau zullen worden aangepakt als onevenwichtigheden in de begroting.

Om de eisen van het Verdrag in de nationale procedures van de lidstaten beter en diepgaander te weerspiegelen, staan we op het punt om regels vast te stellen waarmee we de kwaliteit van de nationale begrotingskaders verbeteren.

Ik heb er vertrouwen in dat het Parlement en de Raad dezelfde doelen hebben, namelijk om de economische governance van de EU en het eurogebied te versterken, crises in de toekomst te voorkomen en een steviger kader voor economische governance in het eurogebied en de EU als geheel op te bouwen.

Na een intensieve ronde van trilogen met de rapporteurs en discussies in de Raad heeft de Raad maandag zijn algehele aanpak gewijzigd. De uitkomst van dit proces is aan het Europees Parlement overgebracht door middel van een brief die de dag erop, op 21 juni, is verstuurd. Ik deel de opvatting dat de kwaliteit van de tekst door de trilogen een stuk is verbeterd, en dat het pakket sterker en samenhangender is geworden. Dit is vooral het geval wat betreft de grotere transparantie en verantwoordingsplicht en de strengere en meer automatische toepassing van de procedures.

Laat ik ten eerste de belangrijkste elementen noemen met betrekking tot de grotere transparantie en verantwoordingsplicht. We zullen het Europees semester in de wetstekst beschrijven met inbegrip van de ruime betrokkenheid van het Parlement bij het proces. We hebben bepalingen toegevoegd waarin het proces van een economische dialoog tussen de Europese instellingen, waaronder het Europees Parlement, de Raad en de individuele lidstaten, wordt gespecificeerd. Het Europees Parlement wordt op gelijke hoogte als de Raad betrokken bij het opzetten en functioneren van het scorebord van indicatoren van een waarschuwingsmechanisme bij de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden. Wat betreft de governancecyclus en de toezichtprocedure respecteren wij de zeer belangrijke rol van de betreffende nationale belanghebbenden volledig, met inbegrip van de sociale partners.

Ten tweede wil ik wat betreft een strengere en meer automatische toepassing van de procedures het volgende opmerken: er wordt een extra sanctie, een rentedragend deposito voor de lidstaten in de procedure voor buitengewone onevenwichtigheden, ingevoerd. Dat is een ontbrekende schakel in de procedures geweest, en het completeert de procedure op een heel logische manier, vergelijkbaar met die waarin in het begrotingstoezicht wordt voorzien. Ook komt er op initiatief van het Parlement een extra boete voor de lidstaten die hun begrotingscijfers vervalsen. De toepassing van de stemming met een omgekeerde gekwalificeerde meerderheid wordt uitgebreid naar de aanbeveling over de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden. Bovendien stellen we in het preventieve deel van het stabiliteits- en groeipact een bepaling voor over een evaluatie van de uitbreiding van de stemming met een omgekeerde gekwalificeerde meerderheid. Tegelijkertijd wordt de reeds bestaande 'naleven of motiveren'-procedure versterkt. Bij de beslissingen over de steun in het SGP wordt verwacht dat de Raad in de regel de aanbevelingen en voorstellen van de Commissie volgt of zijn standpunt publiekelijk motiveert.

Het voorzitterschap meent dat het compromis dat tijdens de trilogen is bereikt een goede, evenwichtige en veelomvattende aanpak weerspiegelt. Wij denken dat alle partijen er zeer veel belang bij hebben om snel tot overeenstemming te komen. Ik betreur het dat het voorstel dat aan de plenaire vergadering is voorgelegd afwijkt van het compromis dat we na een reeks onderhandelingsrondes hebben bereikt en dat het laatste compromisaanbod van de Raad buiten beschouwing is gelaten. Tegelijkertijd ben ik dankbaar voor uw wijze benadering dat het Parlement nog steeds de mogelijkheid openlaat om op korte termijn tot een akkoord in eerste lezing te komen. Het is hoog tijd dat Europa de krachten bundelt en de Unie klaar is om de verwachtingen waar te maken. Alle markten en investeerders zijn waakzaam en willen graag zien of we het voor elkaar kunnen krijgen of niet. De snelle en tijdige aanneming van het pakket is absoluut noodzakelijk voor ons allemaal.

 
  
MPphoto
 

  Olli Rehn, vicevoorzitter van de Commissie. − (EN) Voorzitter, geachte Parlementsleden, laat ik eerst de voorzitter van de Commissie economische en monetaire zaken Sharon Bowles, de rapporteurs Corien Wortmann-Kool, Elisa Ferreira, Vicky Ford, Sylvie Goulard, Diogo Feio en Carl Haglund, en ook de schaduwrapporteurs bedanken, die allemaal een belangrijke rol bij de onderhandelingen hebben gespeeld. De voorzitter, de rapporteurs en de schaduwrapporteurs hebben dit Huis allemaal op voortreffelijke wijze vertegenwoordigd.

Ik heb ook zeer veel waardering voor de uitstekende rol die door staatssecretaris András Kármán is gespeeld, die het Hongaarse voorzitterschap zo vaardig en vastberaden heeft vertegenwoordigd. En ik durf te zeggen dat ik heel trots ben op mijn team uit de Commissie, dat ik zal bedanken zodra we het doel, met uw hulp uiteraard, hebben bereikt.

Ik verwelkom van harte de teksten waaraan u de laatste hand hebt gelegd. In de loop van de trilogen hebben de onderhandelaars van het Parlement de voorstellen van de Commissie in vele belangrijke opzichten verbeterd. En u hebt een flink aantal belangrijke verbeteringen van de Raad gekregen.

De Commissie steunt de teksten waarover u zo meteen gaat stemmen, en wij verwelkomen en stemmen in met al uw amendementen. Zoals we weten, stemt de Raad met bijna alle amendementen in. Maar men heeft enkele uitzonderingen gemaakt die een behoorlijke uitdaging betekenen; ik kom daar zo meteen op terug.

Er is geen tijd om uitgebreid in te gaan op alle winstpunten die het Parlement in deze onderhandelingen heeft behaald: mijn staf heeft voor mij een samenvattende lijst opgesteld van niet minder dan vijftig grote verbeteringen die u erdoor hebt gekregen.

Zo hebt u het Europees semester gecodificeerd, u hebt een gestructureerde economische dialoog opgesteld, waarin wordt voorzien in een vooraanstaande rol van het Parlement tijdens het hele Europese semester. U hebt bereikt dat u de kans krijgt om landenspecifieke situaties gedetailleerd te bespreken tijdens elke cruciale besluitvormingsfase van de beleidscyclus, met inbegrip van de bevestiging van het recht van het Parlement om een dialoog met de afzonderlijke lidstaten te initiëren. In alle delen van de wetgeving hebt u een betere informatiestroom naar het Parlement en meer transparantie voor elkaar gekregen. U hebt de plechtige belofte van de Commissie gekregen om binnen zes maanden na inwerkingtreding van deze wetgeving een onderzoek naar euro-effecten te doen. Dat zal vergezeld gaan van een verklaring van de Commissie, waarvan u de tekst hebt gezien, waarin de reikwijdte van dat verslag wordt uiteengezet. Ook daar kom ik nog op terug. De Commissie zal in deze verklaring ook beloven dat zij het intergouvernementele karakter van het Europees Stabiliteitsmechanisme uiterlijk halverwege 2014 evalueert.

U hebt in een aantal belangrijke gevallen stemming met een omgekeerde gekwalificeerde meerderheid gekregen – om het automatische karakter van de besluitvorming te verbeteren – als regel in het corrigerende deel van het pact, waarin 24 van de 27 lidstaten zich nu helaas bevinden. U hebt ook een even grote rol voor het Parlement verkregen bij de bepaling van het scorebord voor het opsporen van mogelijke macro-economische onevenwichtigheden, en u hebt flinke garanties ingebracht met betrekking tot de maatschappelijke dialoog, de eerbiediging van nationale tradities inzake collectieve arbeidsovereenkomsten, loonvorming en de rol van de sociale partners, waar ook wij volledig achterstaan.

Er zullen flinke boetes komen voor fraude met cijfers en onafhankelijkheidswaarborgen voor de nationale bureaus voor de statistiek. U hebt snellere sancties ingevoerd in de buitensporigtekortprocedure. En zo zou ik kunnen blijven doorgaan.

In uw eerste ontmoeting met Ecofin als medewetgever op het gebied van het economisch beleid hebt u bijna al uw belangrijkste doelen bereikt. Dit is een zeer goed resultaat voor het Parlement en voor Europa.

Ten aanzien van de euro-effecten wil ik in de context van dit pakket slechts bevestigen wat ik tijdens de trialoog van 15 juni heb gezegd. De Commissie is van plan om een verslag aan het Parlement en de Raad te presenteren over het opzetten van een stelsel van de gemeenschappelijke uitgifte van Europese overheidsobligaties, of euro-effecten, in het kader van de hoofdelijke aansprakelijkheid, conform artikel 8 bis, lid 5 van de verordening inzake de effectieve handhaving van het begrotingstoezicht in het eurogebied en binnen zes maanden na de inwerkingtreding van die verordening. Deze euro-effecten zijn gericht op het versterken van de begrotingsdiscipline en vergroten de stabiliteit via de markten ook door te profiteren van de toename van de liquiditeit, en waarborgen zo dat de lidstaten met de hoogste kredietratings geen schade ondervinden van hogere rentepercentages. Bij het verslag zullen zo nodig wetgevingsvoorstellen worden gevoegd.

Met andere woorden, volgens ons gaat zo'n verslag over euro-effecten hand in hand met en heeft alleen zin door de beoogde versterking van de economische governance overeenkomstig dit pakket waarover nu wordt beraadslaagd.

Ik zal kort iets over de volgende stappen zeggen. Ik maak me zorgen. Mocht er geen overeenstemming over het pakket worden bereikt, dan moet noch de Raad noch het Parlement denken dat men met succes de verantwoordelijkheid op de ander kan afschuiven. Dat zal niet lukken. De mensen die van buitenaf naar de besluitvorming kijken, zijn niet geïnteresseerd in de kleinste details. Als wij falen – en ik zeg 'wij' en dan bedoel ik echt ons allemaal – dan zullen zij gewoon zeggen dat 'Europa' heeft gefaald. Europa zou dan falen, en het vertrouwen van de mensen in het vermogen van Europa om hun werkelijke problemen aan te pakken zou een enorme klap krijgen.

Bovendien moet geen van beide instellingen zelfs maar een moment denken dat zij – of dat nu om tactische of inhoudelijke redenen is – een betere deal in tweede lezing kan krijgen. Het voorzitterschap heeft heel bekwaam compromissen van de Raad weten te verkrijgen die zeer waarschijnlijk niet meer op tafel komen te liggen als er geen akkoord in eerste lezing zou kunnen worden bereikt.

Er staat in feite nog slechts één kwestie open: de werkingssfeer van de stemming met een omgekeerde gekwalificeerde meerderheid. Ik geloof dat u allemaal op de hoogte bent van de inspanningen die wij hebben verricht. De Commissie steunt de stemming met een omgekeerde gekwalificeerde meerderheid. Net als de ECB en een aantal lidstaten, maar niet allemaal en niet overal. De Raad heeft reeds ingestemd met de stemming met een omgekeerde gekwalificeerde meerderheid bij vijf van de zes besluiten waar dat wettelijk mogelijk is. Over de resterende kwestie verschillen het Parlement en de Raad van mening Ik geloof dat er een oplossing gevonden kan en moet worden. Daarom doe ik een beroep op u om de komende dagen een constructieve oplossing te zoeken voor het resterende punt en doe ik ook een beroep op de Raad om van zijn kant met een constructieve benadering te komen.

Ik kan u geruststellen dat de Commissie tot de laatste minuut, tot de laatste seconde zal werken om een bevredigende oplossing te vinden. Een sterkere economische governance in Europa is eenvoudigweg te belangrijk om op deze laatste resterende kwestie te stranden.

We weten dat de Raad op het punt staat om het verdrag over het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) te ondertekenen, dat op correctie is gericht. Maar het ESM zal alleen het nieuwe kader voor versterkt economisch toezicht aanvullen, dat op preventie is gericht en van primair belang is omdat het de kans op het ontstaan van crises in de toekomst zoals die welke we hebben meegemaakt aanzienlijk verkleint.

Laat ik met een eenvoudige boodschap afsluiten. Als er deze week geen akkoord is en uiterlijk in juli geen stemming, zal het een hele slechte deal zijn voor Europa en voor de burgers van Europa. En het zou alleen tot frustratie, verbittering en een slechtere uitkomst voor iedereen leiden als we in september op deze dossiers moeten terugkomen.

U hebt met 99,9 procent van de inhoud ingestemd. Ik vraag nu beide partijen om de laatste centimeters af te leggen om een akkoord met de ander te bereiken. Het is van het allerhoogste belang, aangezien dit pakket echt de hoeksteen is van ons alomvattende antwoord op de nog steeds voortdurende crisis. Het is absoluut van cruciaal belang voor de geloofwaardigheid van de Europese Unie om voor het zomerreces tot een akkoord over het pakket te komen en vervolgens verder te gaan en er effectief gebruik van te maken.

 
  
MPphoto
 

  Pervenche Berès, rapporteur voor advies namens de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken. (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, mijnheer de commissaris, dames en heren, ik wil graag namens de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken drie series opmerkingen maken.

Ten eerste: op het moment dat we dit pakket economisch bestuur aannemen, moeten we zorgen dat het hele Verdrag van Lissabon in aanmerking wordt genomen. Rekening houden met de eisen inzake de bevordering van een hoog niveau van werkgelegenheid, de waarborging van een adequate sociale bescherming en de bestrijding van sociale uitsluiting wordt in het Verdrag beschouwd als een horizontaal doel, dat dus ook van toepassing is op dit pakket economisch bestuur, maar ik heb soms de indruk – als ik het zo mag zeggen – dat dit doel naar het tweede plan is geschoven.

Daarom heeft de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken erop aangedrongen dat het gehele pakket niet alleen gebaseerd zou worden op artikel 121 van het Verdrag, dat betrekking heeft op de coördinatie van het economisch beleid, maar ook op artikel 148, dat gaat over het werkgelegenheidsbeleid op het punt van de coördinatie tussen de verantwoordelijkheden van de lidstaten en het Europese niveau. En daarom ook vinden wij dat binnen de Unie de rol van de Raad Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken (EPSCO), stevig gewaarborgd moet zijn, naast die van de Raad Economische Zaken en Financiën (Ecofin).

Immers – en daarmee kom ik bij mijn tweede reeks opmerkingen –, als we het stabiliteits- en groeipact alleen maar herzien om het soort governance in te stellen dat de ratingbureaus zouden willen, dan missen we een grote kans in de geschiedenis van onze economische en monetaire unie. Wat de geschiedenis vandaag van ons vraagt, is dat we een veel bredere benadering kiezen en dat we goed kijken naar de doelstellingen die men met dat economisch bestuur wil bereiken.

Natuurlijk moeten we het schuldniveau terugdringen, maar we moeten ook zorgen dat dit economisch bestuur de Europa 2020-strategie tot een succes kan maken. Wat dat aangaat denken wij dat andere aanpakken mogelijk waren geweest. Waarom, mijnheer de commissaris, komen alleen de uitgaven voor pensioenen in aanmerking voor een speciale behandeling in uw beoordeling van de budgettaire middellangetermijndoelstellingen van de lidstaten? Waarom kan die speciale behandeling niet ook gelden voor investeringen in de toekomst in de vorm van uitgaven aan onderwijs of de uitgaven die we moeten doen om de sociale uitsluiting te bestrijden, een doel dat u gesteld hebt en dat wij hebben opgenomen in de Europa 2020-strategie? Waarom worden een dergelijke doelstelling en een dergelijke benadering niet ook toegepast voor uitgaven aan onderzoek, ontwikkeling en infrastructuur?

Mijn derde reeks opmerkingen heeft betrekking op hoe het macro-economisch toezicht plaatsvindt. Dit is voor ons een essentieel resultaat van dit pakket, maar dit betekent dat het symmetrisch moet worden toegepast. Uiteindelijk gaat het ons, hier in het Europees Parlement, om een fundamentele kwestie. Mevrouw Ford had het over een krachtmeting. Het is geen krachtmeting, het is een kwestie van democratie. Als wij een Europees economisch bestuur willen, moet er ruimte moet zijn voor openbaar debat en voor Europese democratie om dit Europese economische bestuur te laten functioneren. Wat dat betreft moet ik zeggen dat uw weigering en die van de Raad om het Europees Parlement mee te laten doen bij het vaststellen van de macro-economische indicatoren door middel van gedelegeerde handelingen, mij niet de juiste benadering lijkt.

 
  
MPphoto
 

  Sari Essayah, namens David Casa, rapporteur voor advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, de heer Casa heeft mij gevraagd om namens hem te spreken omdat hij op dit moment niet hier kan zijn.

Met veel van de amendementen van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken is door de 'sixpack'-rapporteurs rekening gehouden. Wij zenden de boodschap uit dat een samenleving alleen een gezonde economie kan hebben als haar leden volledig aan haar ontwikkeling kunnen bijdragen. Een gezonde economie is de basis voor een goed werkgelegenheidsniveau en sociaal beleid, en omgekeerd zijn een goed werkgelegenheidsniveau en sociaal beleid voorwaarden voor een gezonde economie. Die lidstaten die het meest voorzichtige beleid en de meest voorzichtige groeistrategie in hun begroting hadden, presteren nu het beste. Dat is het bewijs dat begrotingsstabiliteit tot groei en werkgelegenheid leidt.

We moeten ons aan de regels van het stabiliteits- en groeipact houden. Het is van essentieel belang om groei en banen tot stand te brengen en te voorkomen dat de schuldenlast bij onze kinderen en toekomstige generaties wordt neergelegd. We moeten begrijpen dat elke euro die wordt gebruikt om rente op de staatsschuld te betalen er een is die niet naar investeringen in het onderwijs, de sociale zekerheid en andere terreinen gaat die noodzakelijk zijn voor een goede ontwikkeling van de economie en het welzijn van de bevolking. Het is daarom van essentieel belang dat onze totale schuldenlast in de lidstaten zo snel mogelijk wordt teruggebracht.

 
  
MPphoto
 

  Herbert Dorfmann, namens de PPE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, waarde collega's, er zijn vast een heleboel redenen voor de economische situatie waarin we ons momenteel in de eurozone en in de Europese Unie als geheel bevinden; twee daarvan springen bijzonder in het oog. Ten eerste hebben we in feite veel te laat in de gaten gehad waar het economische schip Europa heenvoer. Ten tweede heeft – toen we dit in de gaten hadden - vooral de Raad lange tijd geweigerd de noodzakelijke maatregelen te nemen waarin het groei- en stabiliteitspact eigenlijk voorziet en ook de noodzakelijke sancties op te leggen. In gewonemensentaal: er is gewoon niet aan het noodrem getrokken.

Deze twee problemen moeten worden opgelost via de nieuwe regeling voor macro-economisch toezicht. Enerzijds moeten we dus proberen aan de hand van een volkomen nieuw systeem macro-economische onevenwichtigheden vroegtijdig te herkennen, en anderzijds moeten we dan ook snel kunnen handelen. We hebben een goed scorebord ontwikkeld, ook na uitvoerig overleg. Ik wil de rapporteur, Lisa Ferreira, hartelijk danken, mede voor haar coöperatieve houding.

Wel moet worden gewaarborgd dat urgente maatregelen worden genomen tegen onevenwichtigheden. Juist daarom is het noodzakelijk dat hier een mechanisme wordt ontwikkeld dat niet politiek kan worden afgeschoten. Daarom is het gebruik van de omgekeerde meerderheid zo belangrijk en zo existentieel voor het Parlement.

Als we het instrument efficiënt willen omzetten, dan betekent dat automatisch een delegatie van bevoegdheden van de hoofdsteden naar Brussel. Maar dat is in een economische en monetaire unie hoogstwaarschijnlijk toch wel nodig. Alleen als de burgers in Europa zien dat we nu de nodige actie ondernemen, dat we daadwerkelijk lering trekken uit de fouten die we hebben gemaakt, kunnen we de vertrouwensbreuk waarvan momenteel sprake is repareren.

Ik kan beloven dat mijn fractie morgen het verslag-Ferreira zal steunen.

 
  
MPphoto
 

  Stephen Hughes, namens de S&D-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, u zult niet veel Parlementsleden in deze zaal vinden die het niet eens zijn met de noodzaak om de schuld en de tekorten de komende jaren naar een redelijk niveau terug te brengen. Mijn fractie is beslist van mening dat we dat moeten doen.

Dit gaat niet over een politieke confrontatie tussen deugdzame en onverantwoorde leden van dit Huis op begrotingsgebied. Het meningsverschil tussen u en ons en tussen progressieven en conservatieven hier in het Huis gaat over hoe we weer gezonde overheidsfinanciën krijgen, tegen welke economische en maatschappelijke kosten, tegen welke kosten voor het toekomstig vermogen van Europa om op een mondiale markt te concurreren. U blijft maar bij de gedachte, commissaris, dat er geen alternatief is voor uw agenda van alleen maar bezuinigingen. Wij vinden dat zeer verkeerd. Volgens ons is uw benadering en die van de rechtse meerderheid in de Raad juist de grootste bedreiging voor de toekomst van de Europese gedachte, omdat zij de gedachte van het behoren tot een gemeenschap, de solidariteitsgedachte en de cohesie vernietigt.

De overgrote meerderheid van de miljoenen mensen die tijdens deze crisis hun baan hebben verloren is vandaag de dag nog steeds werkloos. Welke boodschap hebben de Raad en de Commissie voor hen? Of voor de miljoenen mensen wier baan in gevaar is of die in armoede leven? Welke boodschap voor de honderden miljoenen mensen die het moeilijk hebben als gevolg van het snoeien in de overheidsvoorzieningen, in de gezondheidszorg, in het onderwijs? Welke boodschap heeft men voor hen? Welke boodschap van de Raad deze week? Nou, eerlijk gezegd verwacht ik niets, niets.

De Raad van deze week zal geen enkel sprankje hoop opleveren voor hardwerkende mensen, voor werklozen of jongeren die zo veel pijn lijden. Zij zijn ten onrechte ernstig getroffen door de crisis die zij niet hebben veroorzaakt, en nu zullen zij opnieuw worden getroffen om de schade te herstellen die zij niet hebben veroorzaakt.

Uw politieke en economische agenda is totaal onaanvaardbaar voor ons aan deze zijde van het Huis. Tijdens het hele wetgevingsproces hebben wij verstandige en evenwichtige amendementen geopperd op de voorstellen van de Commissie; wij hebben voorgesteld om het programma voor nationale hervorming en het programma voor stabiliteit en groei stevig aan elkaar te koppelen, waarbij het eerste wordt gebruikt als solide middel voor de noodzakelijke bevordering van overheidsinvesteringen. Wij hebben voorstellen gedaan om productieve overheidsinvesteringen op een verstandig peil te houden, en wij hebben voorgesteld om de nieuwe regels duidelijk anticyclisch te maken. Ik zou door kunnen gaan, maar de realiteit is dat de economische en maatschappelijke agenda door rechts is gekaapt. Er is zelfs geen ruimte voor gematigde politieke benaderingen, laat staan meer progressieve.

En alstublieft, commissaris Rehn, vertel me niet dat deze beleidsmaatregelen die ik hier verwerp door socialistische regeringen worden doorgevoerd. U weet dat in een tijd waarin zelfs de sterkste economieën van Europa zich aan de eisen van een onverantwoordelijke en steeds gevaarlijkere financiële sector moeten onderwerpen, geen enkele lidstaat in zijn eentje deze agenda kan veranderen.

Ik vraag me af wie uiteindelijk zal profiteren van de besluiten die deze week zullen worden genomen. Het lijkt mij dat de enige mensen die zullen profiteren degenen zijn die de hele zooi in de eerste plaats hebben veroorzaakt, de financiële sector, en dat vind ik een schande.

 
  
MPphoto
 

  Sharon Bowles, namens de ALDE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, tot nu toe hebben we over bijna het hele pakket tot overeenstemming kunnen komen en hebben we aangetoond dat medebeslissing werkt, met dank aan het harde werken van het Hongaarse voorzitterschap en natuurlijk aan András Kármán in het bijzonder, en aan het onderhandelingsteam van het Parlement en de Commissie.

Het voorzitterschap en de Commissie hebben reeds talrijke aanvullingen van het Parlement – ik meen dat het er vijftig waren – belicht. Zoals een wettelijk kader voor het semester en toezicht op nationale hervormingsprogramma's, onafhankelijke nationale bureaus voor de statistiek en boetes voor fraude, toezichtmissies van de Commissie, een economische dialoog tussen alle belanghebbenden en een aanzienlijk grotere algehele transparantie.

We kunnen echter niet verhullen dat er aanmerkelijke geschillen zijn geweest tijdens de onderhandelingen over het pakket. Ikzelf zie dit niet als politiek vertoon, maar eerder als een zoektocht naar het nemen van verantwoordelijkheid, om het nemen van verantwoordelijkheid door het volk mogelijk te maken. Wat ons in het Parlement verdeelt, verschilt van onze problemen met de Raad, maar hoe moeilijk het ook mag zijn, wij moeten onze democratische plicht gestand doen. Het is dit Huis dat verantwoordelijkheid zal verlenen.

Sommigen geven de voorkeur aan intergouvernementalisme. Gegeven dat de tekst waarover overeenstemming is bereikt als beter wordt beschouwd dan de algemene benadering van de Raad, lijkt dit niet logisch. En het is ook niet logisch in de zoektocht naar het nemen van verantwoordelijkheid – dat zo duidelijk ontbreekt in een groot deel van het antwoord op de crisis en dat zozeer een gevolg is van intergouvernementele besluiten. Van het besef dat de voorzieningen van het stabiliteitsfonds groter moesten zijn tot de erkenning van het feit dat strafrentepercentages geen duurzaamheid geven of de kans om op de markten terug te keren, is dit Huis niet bang geweest om te leiden en is de Raad gevolgd.

Wij zijn sterker als we samenwerken, en ik geloof dat de laatste geschillen kunnen worden opgelost.

 
  
MPphoto
 

  Ivo Strejček, namens de ECR-Fractie. – (CS) Mijnheer de Voorzitter, het pakket van zes voorstellen waarmee de discipline binnen de eurozone zou moeten worden verbeterd, is gebaseerd op de overtuiging dat de lidstaten de nieuwe strengere architectuur van het internationale toezicht beter zullen naleven. Dat lijkt me niet zo'n verstandig idee, want een aantal leden van de eurozone was tot nog toe niet eens in staat om de huidige beduidend zachtere regels na te leven of te zorgen voor naleving ervan. Ik zou graag vier in mijn ogen problematische punten uiteen willen zetten.

Allereerst is er de reverse qualified majority voting waarover hier al zo vaak gesproken is. Omgekeerde gekwalificeerde meerderheid van stemmen is wat mij betreft een uitzonderlijk instrument dat alleen in grondig met redenen omklede gevallen kan worden toegepast, waarbij dan telkens nauwkeurig moet worden nagegaan of het gebruik ervan niet strijdig is met het primaire recht.

Ik ben het niet eens met verhoging van het aantal aandachtsgebieden dat onderhevig is aan toezichtprocedures waarvoor gestemd zou moeten worden bij omgekeerde gekwalificeerde meerderheid. Met de voorgestelde procedure krijgen de Commissie en het Europees Parlement meer macht ten koste van de Raad en de nationale overheden, en dat willen wij niet.

Ik heb verder ernstige bedenkingen tegen het voorstel inzake de toezichtmissies, omdat deze missies in hoofdzaak bemand zouden worden door ambtenaren van de Europese Commissie en zij over verstrekkende volmachten zouden beschikken zonder dat ook maar één lid van deze missie over een politiek mandaat beschikt. Dat is een principieel bezwaar. Mensen die - hoe goed hun bedoelingen ook zijn - niet onder publiek toezicht van hun kiezers staan, mogen geen toezicht uitoefenen op de hoofden van nationale politieke organen of de allerhoogste nationale instellingen.

Het scorebord, een poging om op supranationaal niveau een lijst van macro-economische indicatoren tot stand te brengen op basis waarvan de bestendigheid van nationale regeringen en hun nationale economieën tegen economische onevenwichtigheden beoordeeld zou moeten worden, is uiterst discutabel. De huidige situatie in Griekenland is een goede illustratie van het feit dat van buitenaf opgelegde oplossingen veel weerstand oproepen bij de bevolking in het land in kwestie en een bron zijn van stijgende sociale spanningen.

 
  
MPphoto
 

  Philippe Lamberts, namens de Verts/ALE-Fractie.(FR) Mijnheer de Voorzitter, de Groenen willen een economisch bestuur, niet om mensen een plezier te doen, niet omdat het een leuke foto oplevert, maar gewoon om de Europese burgers de instrumenten te verschaffen om de uitdagingen van de 21e eeuw aan te kunnen gaan, namelijk om te zorgen voor een fatsoenlijk bestaan voor iedereen, en niet alleen voor de happy few, en om dat te doen – en dat is natuurlijk nieuw – binnen de fysieke grenzen van onze aarde.

In dat opzicht steunen wij de teksten over de begrotingskaders en de macro-economische component van het pakket economisch bestuur. We zijn tevreden met alle indicatoren die zijn aangehouden, ook al hadden we ook graag salarisongelijkheden ertussen zien staan, want die vormen een heel duidelijk symptoom van zowel een slecht functionerende economie als een slecht functionerende samenleving, en zouden daarom een waarschuwingssignaal moeten zijn.

Wij stemmen echter alleen in met de macro-economische component op voorwaarde dat – en ik richt mij hierbij tot de Raad – wordt vastgehouden aan een symmetrische benadering. Met andere woorden: wij vinden dat alle lidstaten gelijk behandeld moeten worden, of ze nu een tekort op de lopende rekening hebben of een overschot. Er is geen reden voor voorkeursbehandelingen, want het overschot van het ene land is het tekort van het andere.

Wat het stabiliteits- en groeipact betreft, is een instrument met als enige resultaat, nu en in de toekomst, bezuinigen, bezuinigen en nog eens bezuinigen – waarmee we uiteindelijk dus de kwetsbaarsten in onze samenlevingen als enigen voor de economische crisis laten opdraaien – voor ons onaanvaardbaar.

Wij wilden evenwicht, niet door de begrotingsdiscipline te versoepelen, maar door deze te combineren met investeringsdiscipline. Ons voorstel was om de doelstellingen die Europa zichzelf gesteld heeft met de Europa 2020-strategie, niet alleen bindend te maken, maar net zo bindend als de regels voor de begroting en voor tekorten. Ik betreur dat er in dit Parlement geen meerderheid gevonden kon worden om deze strategie uiteindelijk te ondersteunen en haar een beetje serieus te nemen.

We hadden voor dit stabiliteits- en groeipact, zoals het nu voorligt, kunnen stemmen als het vergezeld was geweest van een ambitieus belastingpakket met een belasting op financiële transacties, een energiebelasting, een eerlijke belasting op transnationale ondernemingen en natuurlijk maatregelen ter bestrijding van belastingfraude, zodat de lidstaten en de Unie de middelen krijgen om hun ambities te kunnen financieren. Daarvan is echter geen spoortje terug te vinden. De pijplijn is helemaal leeg, ondanks de mooie woorden die de heer Barroso ook vandaag weer heeft uitgesproken.

Ik heb tegen rechts het volgende te zeggen: u hebt ervoor gekozen een krappe meerderheid te vormen met de eurosceptici – en dat is uw goed recht – om een vorm van economisch bestuur op te zetten die – dat zeg ik u maar vast – oneerlijk is en die ineffectief zal blijken.

We zullen zien hoe het verdergaat, hetzij in dit Parlement als uw pact met de eurosceptici is stukgelopen, hetzij bij de stembus in Frankrijk in 2012 en in Duitsland in 2013, waarbij ik denk dat de kiezers ons gelijk zullen geven.

 
  
MPphoto
 

  Jürgen Klute, namens de GUE/NGL-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, beste collega's, al in ons programma voor de Europese verkiezingen van 2009 vragen wij om economische governance. Wij als linkse partij hebben echter een heel ander idee van economische governance dan wat in het pakket economisch bestuur dat nu ter tafel ligt, wordt voorgesteld.

Economische governance betekent voor ons dat aan het bedrijfsleven duidelijke regels worden gesteld en grenzen worden getrokken. Dat betekent voor ons bijvoorbeeld dat er een einde wordt gemaakt aan loondumping, belastingdumping of dat sociale minimumnormen worden vastgelegd om concurrentievervalsingen op de arbeidsmarkt aan banden te leggen. En natuurlijk betekent economische governance voor ons ook een efficiënte regulering van de financiële markten.

Daarvan is in het pakket economisch bestuur niets terug te vinden. Het pakket in zijn huidige vorm wekt juist de indruk dat het vooral onder druk van de ratingbureaus op de Zuid-Europese eurolanden tot stand is gekomen. Het bevat, zoals nu al af te lezen is aan het voorbeeld van Griekenland, Portugal en Spanje, een drastisch bezuinigingsbeleid met nauwelijks te overziene gevolgen voor de toekomst van het hele Europese project. De drastische bezuinigingen drijven burgers in Griekenland, Portugal en Spanje, maar ook in Noord-Europese landen terug in een onzalig nationalisme waarvan werd aangenomen dat het in Europa al lang geleden was overwonnen.

De verbeteringen ten opzichte van de oorspronkelijke Commissievoorstellen – die overigens zeer wel terecht zijn -, die in de Commissie economische en monetaire zaken zijn uitgewerkt en in stemming zijn gebracht – met name in het verslag van Elisa Ferreira –, zijn onder druk van de Raad voor het grootste deel weer geschrapt en afgezwakt. Totaal onacceptabel is naar onze mening de schrapping van de gedelegeerde handelingen in het verslag-Ferreira. Daarmee heeft het Europees Parlement in de toekomst geen invloed meer op de wijze waarop met macro-economische onevenwichtigheden wordt omgegaan. Dit blijft voorbehouden aan de Commissie. Met democratie heeft dat weinig te maken, en nog minder met een sociaal en levensvatbaar Europa!

Onzes inziens is het pakket economisch bestuur – in zijn huidige vorm althans – het verkeerde antwoord op de crisis waarmee we kampen. Daarom zullen we tegen het pakket in zijn huidige vorm stemmen.

 
  
MPphoto
 

  Claudio Morganti, namens de EFD-Fractie. – (IT) Mijnheer de Voorzitter, commissaris Rehn, dames en heren, toen de euro werd ingevoerd, wist men wellicht nog niet goed wat het voor een lidstaat zou betekenen om geen zeggenschap meer te hebben over het monetair beleid. Nu zien we in Griekenland wat hiervan de dramatische gevolgen zijn.

Het eurogebied was en is geen optimale monetaire unie, en een land dat door de crisis is getroffen, zal moeilijker herstellen, waarbij de kans bestaat dat de andere lidstaten in de afgrond worden meegesleurd. Sinds het Verdrag van Maastricht bestaan er criteria om gevaarlijke situaties te bestrijden, en nu hebben we gezien dat deze criteria volstrekt niet hebben gewerkt. In 1999 voldeed Griekenland aan geen enkel criterium, en twee jaar later maakte het deel uit van het eurogebied. Portugal was het eerste land dat in 2002 gewaarschuwd werd over het begrotingstekort.

Ook in het verleden waren er signalen, maar nu lopen alle Europese burgers de kans om voor de gevolgen op te draaien. We wachten dan ook af of deze nieuwe maatregelen meer effect hebben. Waarschijnlijk zijn deze maatregelen onze laatste kans voordat we definitief vaststellen dat het Europees economisch beleid gefaald heeft.

 
  
MPphoto
 

  Hans-Peter Martin (NI). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, het drama van de Europese Unie wordt steeds meer een tragedie. Morgen telt mogelijk elke stem. Hoe kan ik als iemand die door 500 000 kiezers uit Oostenrijk rechtstreeks is gekozen ja zeggen tegen dit pakket?

Economische governance kun je inmiddels ook zeer wel aan bepaalde eurosceptische mensen uitleggen, maar hoe wil je dat doen als deze geen democratische legitimiteit heeft en niet te controleren valt? Hoe moet dat als enerzijds de facto een protectoraat wordt ingericht – Griekenland – en anderzijds quasi de belastingbetaler uit economisch sterke landen via deze omwegen van de ECB, de bad banks, de leningen wordt kaalgeplukt? Hoe kun je uitleggen aan mensen die er stellig van overtuigd waren dat de schilling, de mark niet zou worden opgegeven, dat we nu opeens, juist omdat de banken niet worden gecontroleerd – mijnheer Hughes uit Groot-Brittannië, mooi dat de sociaaldemocraten daar nu ook op komen – euro-obligaties nodig hebben? Ik kan me dat alleen maar voorstellen als men eindelijk toegeeft en zegt "we hadden zus, we hadden zo, we hadden destijds", dat men fouten toegeeft en naast dit brandende Huis Europa eindelijk een visie presenteert waarin wij ons in de globalisering kunnen handhaven.

Dat zie ik echter niet terug in het onderhavige pakket, en daarom wordt het, afgezien van een aantal punten, moeilijk om hier als iemand met verantwoordelijkheidsbesef vóór te stemmen.

 
  
MPphoto
 

  Krišjānis Kariņš (PPE).(LV) Mijnheer de Voorzitter, in de praktijk is het doorgaans het geval dat huizen worden ontworpen door mensen met een hogere opleiding, terwijl de huizen worden gebouwd door mensen die nauwelijks middelbaar onderwijs hebben gevolgd. Als er tijdens het bouwen van een huis bovendien een bouwvakker is die lui of niet eerlijk is en minder beton in de fundering stort dan in het ontwerp is voorzien, dan wordt het een wankel huis. In het geval van de eurozone werd de fundering, die stabiliteit moet geven, gelegd met het stabiliteits- en groeipact. Helaas hebben verschillende lidstaten zich - wellicht net als luie of nalatige bouwvakkers - niet aan het stabiliteitspact gehouden en buitensporige overheidsschulden en begrotingstekorten gecreëerd. Toen de wereldwijde economische crisis ontstond, begon het huis van de eurozone te wankelen. Als de eurozone een huis was geweest, hadden we logischerwijs aan het werk moeten gaan en een nieuwe fundering moeten leggen. Nu hebben we een pakket economisch bestuur uitgewerkt dat we, net als een versterkte fundering, moeten goedkeuren, zodat de eurozone in de toekomst niet wankelt als er een nieuwe storm opsteekt. Als we overigens een idee willen krijgen van hoe dit wankelen eruit ziet, dan hoeven we alleen naar de gebeurtenissen in Griekenland te kijken. Dames en heren, wij moeten voorkomen dat ons huis in de toekomst opnieuw gaat wankelen, en dat kunnen we doen door dit pakket economisch bestuur goed te keuren. Dank u voor uw aandacht.

 
  
MPphoto
 

  Udo Bullmann (S&D). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, voordat ik verderga, wil ik commissaris Rehn en ook de heer Kármán van de Raad een vraag stellen. Zij hebben beide opgemerkt dat er nog een kwestie moet worden afgehandeld inzake de meerderheid van het Parlement en van de Raad. Ik heb deze week vernomen dat de Raad zich heeft verzet tegen een formulering in het verslag van de sociaaldemocratische rapporteur Elisa Ferreira ten aanzien van de symmetrische benadering. Kunt u bevestigen dat dit probleem is opgelost, aangezien de Raad heeft ingestemd met de rapporteur? Dan blijft er nog het probleem van de meerderheid hier en die in de Raad over. Of bent u vergeten dit te melden? Dat zou ik dan ook graag weten, want daaruit zou ik opmaken dat het in uw ogen onbelangrijk is. Graag hoor ik van u beiden voor het einde van dit debat een toelichting.

Als ik de twee conservatieve fracties hier en ook de liberalen beluister, dan krijg ik de indruk dat de wereld beter af is als we de door u voorgestelde teksten aannemen. Dat is echter niet juist. De wereld is slechter af, niet beter, omdat men de kans om een meer gemeenschappelijk economisch beleid in Europa in te voeren, heeft laten liggen. Wat overblijft is niet meer dan een bezuinigingspact. Dat is een slechte zaak, omdat het een voortzetting betekent van het beleid uit de vorige eeuw, een achterhaalde aanpak die louter voorziet in politieke sanctieregelingen, en niet in stimulansen, intelligente belastingen en evenwichtige uitgangspunten zoals door ons naar voren gebracht. Er zijn vanuit het Parlement diverse pragmatische voorstellen gedaan om tot een evenwichtig pakket te komen.

De bewering van collega Wortmann-Kool dat de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie en de Fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten in het Europees Parlement hier iets willen blokkeren, raakt natuurlijk kant noch wal. Het tegendeel is waar! Geachte collega's van de PPE, of u nu de Commissie of de Raad achterna loopt, u bent hier niet om slechts ja te knikken, maar om zelf na te denken, dat is de opdracht van de kiezers. Ik wil u het volgende vragen: u kunt momenteel toch niet beoordelen of een lidstaat tanks en gevechtsvliegtuigen koopt, of investeert in het toekomstige onderwijsstelsel? U kunt geen kwalitatieve beoordeling van het begrotingsbeleid uitvoeren. Dat is wel waarop we hebben aangestuurd. We hebben gestreefd naar een intelligenter pakket, waarmee de Commissie meer invloed kan uitoefenen. Ik kan niet begrijpen waarom de heer Rehn zich verzet tegen de mogelijkheid om meer invloed uit te oefenen, tegen een modern economisch beleid met oog voor de EU 2020-doelstellingen in het belang van de burgers. Die mogelijkheid hebt u afgewezen en dat is jammer. Daarom is dit pakket verre van evenwichtig.

Wij zullen ons blijven inzetten voor een beter economisch pakket. Dat zijn we aan onze kiezers verschuldigd. Het antwoord moet immers 'meer Europa' zijn en niet 'minder Europa'. Maar dan wel het juiste Europa en niet het verkeerde pakket.

 
  
MPphoto
 

  Olle Schmidt (ALDE).(SV) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, Europa bevindt zich in een moeilijke situatie, maar het is precies in tijden van crisis dat de EU er doorgaans in slaagt om stoutmoedige besluiten te nemen. Het is niet alleen voor de landen in de eurozone van het allergrootste belang dat we morgen een besluit kunnen nemen over striktere en duidelijkere regels voor het economisch bestuur. Dat besluit heeft gevolgen voor ons allemaal. De Europese leiders hebben getalmd en onzekerheid gecreëerd. De nervositeit greep om zich heen. De ene dag was hun boodschap zus, de andere zo. Met zijn besluit kan het Parlement morgen aantonen dat het in staat is om in moeilijke tijden moeilijke besluiten te nemen. Griekenland wist dankzij fraude lid te worden van de eurozone. Dat klopt. Precies daarom zouden de Duitse en Franse leiders duidelijk blijk moeten geven van leiderschap en hun verantwoordelijkheid moeten nemen voor de toekomst van Europa, in plaats van wat te blijven mompelen.

Het stabiliteits- en groeipact moet worden hervormd en de regels moeten worden aangescherpt. Pacta sunt servanda – afspraken dienen te worden nageleefd; we willen geen nieuw Griekenland. In Zweden weten we dat de weg naar stabiliteit en groei via gezonde overheidsfinanciën loopt. De heer Bullman kan het zijn Zweedse fractiegenoten vragen. Ik hoop dat de Zweedse sociaaldemocraten het voorstel kunnen steunen, met name omdat we regels hebben kunnen doordrukken die de Zweedse collectieve overeenkomsten veiligstellen. Daardoor is voor de Zweedse sociaaldemocraten de laatste hinderpaal uit de weg geruimd om eraan mee te kunnen werken om Zweden toe te laten treden tot het Euro Plus-pact. Als Zweden tot de kern van de EU wil behoren, kunnen we niet meehuilen met de EU-critici uit Hongarije, Tsjechië en Groot-Brittannië. Dat is geen goed gezelschap.

 
  
MPphoto
 

  Kay Swinburne (ECR).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik zit in een lastig parket in dit debat, omdat ik ervan overtuigd ben dat strenge begrotingsregels noodzakelijk zijn voor een sterke munt en een sterke economie. Dat is, geloof ik, de voornaamste reden geweest waarom mijn land zich niet bij de euro heeft aangesloten. Een monetaire unie zou altijd moeilijk zijn zonder belangrijke stappen richting een economische unie, en juist vanwege deze laatste eis denk ik niet dat het Verenigd Koninkrijk zich ooit bij de euro zal aansluiten.

Voor mijn fractie hier in het Parlement is nationale soevereiniteit inzake beslissingen over het economisch beleid een grondbeginsel. Als al deze zes verslagen en hun regels alleen op de eurozone van toepassing waren, dan zouden we de eurogroep actiever in haar besluit kunnen steunen om de beginselen te versterken die aan haar monetaire unie ten grondslag liggen. Als alle lidstaten die de euro gebruiken de coördinatie van hun economisch beleid willen versterken en verdiepen, dan hoort dat hun beslissing te zijn.

Het Verenigd Koninkrijk en andere landen die niet tot de eurozone behoren, willen goede buren zijn. Pogingen om degenen van ons die buiten de eurozone liggen vast te leggen op doelen en processen die zijn bedoeld om het economisch beleid te harmoniseren, zijn echter onacceptabel. Ik wil niet graag dat de eurozone nog lang in de problemen zit, maar de ECR kan geen EU-wetgeving steunen die nog meer bevoegdheden wegneemt bij de nationale regeringen die nu buiten die eurozone liggen.

Alle lidstaten zullen hopelijk de lessen van de crisis hebben geleerd, namelijk dat een evenwichtige begroting en sterke begrotingsdiscipline worden beloond met lagere financieringskosten op de financiële markten, en dat een eerlijke verslaglegging over de cijfers van essentieel belang is voor het voortgezette vertrouwen van de markt. Het is nu eenmaal zo dat een sterke eurozone met de euro als wereldmunt in ons aller belang is. Nieuwe regels moeten ervoor zorgen dat zij sterker en duurzamer wordt gemaakt.

 
  
MPphoto
 

  Sven Giegold (Verts/ALE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, wij van de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie willen een sterk economisch bestuur in Europa. Dat betekent enerzijds handhaving van strenge regels om onevenwichtigheden tegen te gaan (zoals vermeld in het verslag-Ferreira), en anderzijds de instelling van sancties. We zullen daarom voor deze beide verslagen stemmen, net als voor het verslag van mevrouw Ford, waarin de statistische basis voor de economische samenwerking wordt gelegd.

Voor de drie verslagen over het stabiliteits- en groeipact geldt hetzelfde: we willen één gemeenschappelijke euro, maar ook in Europa moeten we grenzen stellen aan tekorten en schulden. Die zijn tijdens deze crisis overschreden. We moeten ons echter ook afvragen hoe deze tekorten en schulden worden afgebouwd. We zien nu in Griekenland, Portugal en Ierland dat telkens opnieuw, mede onder druk van de Europese Commissie, de onderhandelingen met de nationale regeringen uitlopen op maatregelen en pakketten die vooral de zwaksten financieel treffen, terwijl de rijken, die de afgelopen twintig jaar goed hebben verdiend, niet in de lastenverdeling worden meegenomen. Het vertrouwen in dit proces is daardoor ernstig aangetast. Daarom willen wij van de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie dat de Europa 2020-doelstellingen in het stabiliteits- en groeipact en in de verslagen geheel bindend worden, net als de doelstellingen voor de tekorten en schulden.

Door dit niet te aanvaarden, geachte collega's van de Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa fractie en de Europese Conservatieven en Hervormers, bent u afgeweken van het beginsel van sociale samenhang in Europa. Dat kunnen we niet steunen. We betreuren dat zeer omdat we graag hadden gerekend op een brede pro-Europese meerderheid in het Parlement.

Als er morgen geen meerderheid voor deze verslagen blijkt te zijn, zijn wij te allen tijde bereid constructief mee te werken aan een gemeenschappelijke oplossing voor een economisch bestuur dat evenveel aandacht schenkt aan sociale als aan economische verantwoordelijkheid.

 
  
MPphoto
 

  Nikolaos Chountis (GUE/NGL).(EL) Mijnheer de Voorzitter, voor ons, Confederale Fractie Europees Unitair Links/Noords Groen Links, is het pakket economisch bestuur niet alleen het verkeerde antwoord op de crisis, maar betekent het ook het einde van het Europa dat wij tot nu toe kenden. Dit pakket is niet, zoals wordt beweerd, gericht op economische coördinatie en begrotingsdiscipline. Veeleer heeft het tot doel aan heel Europa, aan alle werknemers een permanent bezuinigingsmemorandum op te leggen. Het ´Europees semester´ en de nationale stabiliteits- en hervormingsprogramma´s zijn niet gericht op convergentie maar op afschaffing van de collectieve arbeidsovereenkomsten, op liberalisatie van ontslag, op privatisering en afbraak van de openbare pensioenstelsels.

Dit beleid is niet in het belang van de volkeren van Europa en kan hun hoop op echte groei niet in vervulling doen gaan. Integendeel, dit beleid dient de belangen van de banken, die in hun boeken welbewust toxische obligaties hebben staan waarmee op internationaal vlak hevig wordt gespeculeerd. Dit beleid is in het belang van de grote ondernemingen waarvoor de interne markt een paradijs is om te speculeren en belasting te ontduiken. Ik noem als voorbeeld de Duitse onderneming Hochtief die de luchthaven van Athene beheert en die sinds 2001 geen euro meer heeft betaald, ofschoon zij 500 miljoen euro aan btw schuldig is.

Er wordt heel veel gepraat over Griekenland. De essentiële onderdelen van het pakket economisch bestuur worden nu al een jaar lang in mijn land toegepast, met alle catastrofale gevolgen van dien: de recessie wordt dieper, de inflatie rijst de pan uit, investeringen zijn in geen velden of wegen te bekennen, de arbeidskosten nemen nergens in Europa zo sterk af als in Griekenland, de werkloosheid is opgeklommen tot twintig procent, en de schuld blijft alsmaar groeien en voedt een gevaarlijke, vicieuze cirkel van recessie-schuld-nieuwe leningen. Daarom zijn de Griekse werknemers woedend de straten en pleinen opgegaan. Zij willen met hun strijd een eind maken aan het bezuinigingsbeleid, hun inkomen beschermen, hun arbeids- en sociale rechten verdedigen, en echte ontwikkeling en een betere toekomst voor Griekenland en Europa bewerkstelligen.

 
  
MPphoto
 

  Francisco Sosa Wagner (NI). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, wij streven naar de creatie van een economisch bestuursgebied dat is gebaseerd op de beginselen van het federalisme, maar dan aangepast aan het proces van Europese integratie.

We mogen onze ogen niet langer sluiten. We kunnen niet enerzijds een gemeenschappelijke munt hebben, terwijl we anderzijds de fiscale en financiële instrumenten ontberen die daarvoor nodig zijn.

Het volgende is dan ook noodzakelijk: de emissie van Europese obligaties, een duidelijk 'nee' tegen concurrentie tussen de schuldpapieren die zijn uitgegeven door de verschillende lidstaten, de oprichting van een echt Europese schatkist en de harmonisering van fiscale beleidsmaatregelen om de gelijkheid van burgers te waarborgen, belastingfraude tegen te gaan en te helpen een progressief Europees sociaal beleid op te stellen dat gebaseerd is op efficiënte publieke diensten.

Sommigen zullen zeggen dat dit basisgedachten zijn. We moeten ze echter blijven herhalen, omdat niemand ernaar luistert. En het is juist omdat niemand luistert dat we nu in deze donkere tijden leven, die de dichter Bertolt Brecht al had voorzien.

 
  
MPphoto
 

  Íñigo Méndez de Vigo (PPE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, toen ik twintig jaar geleden toetrad tot dit Parlement, had dit debat niet kunnen plaatsvinden, omdat dit Huis destijds een raadplegend parlement was. In die twintig jaar hebben velen van ons ervoor gestreden om het Parlement te maken tot wat het nu is: een medewetgever.

Een medewetgever dient echter ook verantwoordelijk te zijn. Wat we nu moeten doen is verantwoordelijkheid nemen. Een deel van dit Huis heeft de oude slogan van mei 1968 overgenomen, die zegt dat het realistisch is het onmogelijke te vragen. Natuurlijk, als iemand het onmogelijke vraagt, is het uiteindelijk onmogelijk ergens overeenstemming over te bereiken.

In de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-Democraten) hebben wij niet met specifieke fracties onderhandeld. We hebben met alle fracties onderhandeld. Maar we hebben alleen overeenstemming bereikt met de fracties die daartoe bereid waren.

Mijnheer de Voorzitter, als we objectief kijken naar het voorstel van de Commissie, het standpunt van de Raad en wat hier nu ter tafel ligt, waar we morgen over zullen stemmen, denk ik dat we niet kunnen ontkennen dat er veel vooruitgang is geboekt. Dat is de ware controverse of het ware dilemma dat we morgen moeten oplossen.

Miguel de Cervantes zei tegen het eind van zijn vruchtbare bestaan dat er momenten zijn in het leven waarop men moet kiezen een weg of een herberg te zijn. Met een herberg zijn bedoelde Cervantes stilstaan, zich beklagen dat men wordt genegeerd en blijven staan. Een weg zijn betekent vooruitgaan, obstakels overwinnen, weten dat nog niet alles is bereikt, dat de weg waarschijnlijk niet de weg is die we zouden willen bewandelen, maar toch voortgaan.

Dat is wat ik denk dat dit Parlement morgen moet doen: doorgaan, de problemen die er nog zijn oplossen met de Raad, maar met de blik vooruit, in deze tijden van crisis die alle Europeanen raken. Het is niet verantwoord om in deze tijden te zeggen: "dit staat me niet aan, goedendag, tot ziens". Verantwoordelijkheid betekent: blijven lopen.

Daarom denk ik, mijnheer de Voorzitter, dat we bij de stemming morgen een nieuwe bijeenkomst zullen beleggen met de Raad in juli. Zoals een andere dichter zei (de heer Sosa Wagner verwees naar een Duitse dichter, ik citeer nu een Franse dichter, Paul Valery): "een gedicht wordt nooit voltooid, alleen in de steek gelaten".

Wij zullen het eindresultaat in de steek laten tot juli, en ik hoop dat het Hongaarse voorzitterschap, dat zulk goed werk heeft verricht, ook een akkoord zal kunnen bereiken waarmee iedereen tevreden is.

Hartelijk dank, mijnheer de Voorzitter. Ik realiseer me dat dit de eerste keer is in twintig jaar dat de klok zich in mijn voordeel vergist en me meer tijd geeft dan nodig.

 
  
MPphoto
 

  Edward Scicluna (S&D). - (MT) De zes verslagen over economisch bestuur vormen een complex pakket voor de Europese Unie, met name voor de eurozone. Degenen die dit pakket hebben samengesteld, hebben er moeite mee om dit toe te lichten, en voor de buitenwacht is het nog moeilijker te begrijpen. Het is begrijpelijk dat mensen verward raken, zowel door de crisis die zich voor hun ogen afspeelt als door onze onduidelijke en timide reactie daarop. Om die reden hebben wij de verantwoordelijkheid om onze stemkeuzes uit te leggen aan onze achterban; om uit te spreken of wij voor of tegen elk van deze verslagen zijn. Kort gezegd was het pakket dat de Commissie ons heeft voorgelegd bedoeld om de drie fasen van de vereiste reactie op de crisis te behandelen. Dit pakket is voornamelijk gericht op preventie, verzachting en oplossing van de crisis. De verslagen-Wortmann-Kool, -Feio en -Goulard behandelen het gebruik van sancties bij uitstek als de belangrijkste instrumenten om te voorkomen dat een land gevaarlijke tekorten en schuldenniveaus bereikt, evenals de scenario's die zich voordoen als deze landen de verschillende waarschuwingen ten aanzien van hun kritieke begrotingssituatie in de wind slaan. Aanvankelijk werd er in deze verslagen gekibbeld over de hoogte van de op te leggen boetes, maar later werden meer gematigde voorstellen aangenomen. De meest harde en creatieve manier om de crisis op te vangen door macro-economische onevenwichtigheden te voorkomen door middel van het gebruik van scoreborden die voorzien in doelstellingen die behaald moeten worden, wordt in het verslag-Ferreira behandeld. Ondanks technische beperkingen en andere moeilijkheden is men er bij dit verslag in geslaagd om in ieder geval tot een minimumaantal gewenste doelstellingen te komen. Wie een oplossing voor de huidige crisis hoopt te vinden in dit pakket, komt bedrogen uit. Dit pakket ontbeert goed doordachte, verstandige ideeën van Europese en niet-Europese economen over de vraag hoe de getroffen landen uit de crisis kunnen komen. Een verslag waarin een poging werd gedaan om een consensus over zekerheden voor de euro tot stand te brengen, werd op het laatste moment door de Raad opzij geschoven en is nu eenvoudigweg door de Commissie in de ijskast gezet, met de toezegging dat er verdere studies over dit onderwerp zullen worden verricht. We hebben niets concreets in handen; we zijn geëindigd met niet meer dan de ene na de andere belofte. We mogen niet vergeten dat het doel van deze hele operatie was om Europa overeind te helpen, om Europa uit het slop te halen en om ervoor te zorgen dat Europa vooruit gaat en met de rest van de wereld kan concurreren. Om die reden moeten wij ons niet verzetten tegen het idee dat landen van de eurozone hun buitensporige begrotingslasten moeten verlagen. Wij zijn het erover eens dat niemand zou moeten concurreren terwijl hij een dergelijke grote last met zich meedraagt. We kunnen echter niet accepteren dat er een crashdieet wordt opgelegd dat leidt tot verslechtering en verzwakking. Europa moet economische spierkracht ontwikkelen; het heeft creatieve regelingen nodig om de economische groei te versterken en banen te creëren. Het is bijzonder teleurstellend dat na al deze maanden niet een van de zinvolle voorstellen die zijn voorgelegd, in dit pakket is opgenomen.

 
  
MPphoto
 

  Wolf Klinz (ALDE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, lange tijd hebben we geloofd dat de interne markt en de invoering van een gemeenschappelijke munt vanzelf zouden leiden tot convergentie van de economieën en de lidstaten en dat de criteria van Maastricht in voldoende mate voor discipline zouden zorgen. We zijn inmiddels door de werkelijkheid ingehaald. De governance-instrumenten bleken niet toereikend, en de regels op dit gebied zijn in het verleden met voeten getreden.

Een gemeenschappelijke munt en een gemeenschappelijk monetair beleid zonder reële uitwerking op fiscaal, budgettair, economisch en sociaal gebied zal op termijn niet standhouden. De EU maakt nu een nieuwe start. Zij krijgt als het ware nog een laatste kans. Als we deze kans niet aangrijpen, kan de schade enorm zijn. De EU zou in een economische regressie terecht kunnen komen, waarbij renationalisatie en protectionisme weer de kop opsteken en de eurozone uiteen zou kunnen vallen.

Met het nieuwe pakket wordt getracht het tij te keren en een nieuwe basis te leggen. Ik stem voor dit pakket, hoewel ik het vanwege de zojuist geschetste misstanden halfhartig vind. Het Europees Semester dreigt uit te lopen op een centralistische, bureaucratische exercitie. Het 'Pact voor de euro' lijkt tandeloos te zijn. Het ontbreekt aan bindende aanbevelingen van de Commissie. Het ontbreekt aan automatische initiatieven en sancties die de Raad slechts met omgekeerde gekwalificeerde meerderheid kan tegenhouden. Er moet in ieder geval een einde komen aan de verwerpelijke 'achterkamertjespolitiek' van leden van de Raad. Er is dringend behoefte aan een duidelijk resolutiemechanisme voor de financiële sector zodat deze weer goed kan functioneren.

 
  
MPphoto
 

  Derk Jan Eppink (ECR). - Mijnheer de Voorzitter, het is intussen duidelijk dat een monetaire unie een budgettaire unie vereist plus de naleving van de regels. Dat is de les van de eurocrisis. Ik vind het pakket dat we vorige week woensdag zijn overeengekomen zeer afgewogen en daarom, mijnheer de commissaris, heb ik de eer u mede te delen dat de Belgische delegatie in de ECR-Fractie dit pakket zal steunen.

Ik heb wel enige kritiekpunten. Ik denk in het algemeen dat Eurobonds niet de mirakeloplossing zijn. Gideon Rachman schreef gisteren in de Financial Times dat men een alcoholvergiftiging niet kan genezen met een fles wodka. Ik heb daarover theologische debatten gevoerd met mevrouw Goulard. We zijn het niet eens geworden, maar ik waardeer haar als opponent. Ook denk ik dat de theorie van economische onevenwichten erg vaag en onduidelijk is. Het is niet zo dat Duitsland een handelsoverschot heeft omdat Portugal een handelstekort heeft. Dit lijkt echt op een EU economics for dummies.

Daarom, mijnheer de Voorzitter, de best haalbare tekst ligt voor. Ik zal deze steunen en ik denk dat wij en dit Parlement op dit moment en in deze crisisperiode in de eurozone worden opgeroepen to deliver en dat zou ik graag willen doen.

 
  
MPphoto
 

  Georgios Toussas (GUE/NGL).(EL) Mijnheer de Voorzitter, met het pakket maatregelen voor economisch bestuur wordt een ijzersterk mechanisme ingevoerd waarmee de EU-lidstaten gedwongen kunnen worden om de kapitalistische herstructureringen op uniforme wijze en aan de hand van een uniforme strategie door te voeren, met als doel het concurrentievermogen, de winstgevendheid en de macht van het kapitaal te versterken. Dit is een permanent memorandum van bezuinigingen voor de arbeidersklasse in alle lidstaten van de Europese Unie. Er wordt ordinaire propaganda bedreven met de schuld en de tekorten van Griekenland, Ierland, Portugal en andere landen. Men wil de mensen doen geloven dat alles de schuld is van de arbeidersklasse met haar verworven rechten, en de ware verantwoordelijke, te weten het kapitaal en de monopolies, achter de schermen houden. Men blaast op het vuur van de ideologische terreur door de bourgeoisie om de mensen te doen geloven dat er maar één uitweg is, namelijk de afslachting van het arbeidersvolk, en dit alles om de winstgevendheid van het kapitaal onaangetast te kunnen handhaven.

Alleen al in de periode 1985-2011 heeft het binnenlands en buitenlands monopolistisch kapitaal – afgezien van het feit dat het zich een onmetelijke rijkdom heeft kunnen toe-eigenen door de arbeidersklasse in Griekenland uit te buiten – als leningverstrekker of leningontvanger 628 miljard euro afhandig kunnen maken in de vorm van rente en afbetalingen.

De arbeidersklasse is niets verschuldigd aan degenen die hun hebben afgenomen wat zij in het zweet des aanschijns hebben moeten verdienen. Integendeel, men is de arbeiders heel de rijkdom verschuldigd die het kapitaal hun afhandig heeft gemaakt. De boodschap die de Communistische Partij van Griekenland vandaag vanaf de rots van de Akropolis de wereld in stuurt is actueler dan ooit: "Volkeren van Europa, verheft u zich! Maak een einde aan het kapitalistische barbarendom en de dominantie van de monopolies".

 
  
MPphoto
 

  Andreas Mölzer (NI). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, hoe meer garanties we geven in het toekomstige Europese stabilisatiemechanisme, des te afhankelijker worden de solide staten van de te zwaar met schulden belaste EU-periferie. Centralisatie en de eenheidsmunt, die op lange termijn nooit een harde munt kon zijn, hebben bijgedragen aan de huidige problemen, en juist het voortzetten van dit dwaalspoor wordt nu als reddende oplossing voorgesteld.

Eerst werden economisch sterke en zwakke economieën op een hoop gegooid, vervolgens werden diverse vergeefse reddingspogingen gedaan, en nu zou er een Europees economisch bestuur moeten komen. Als economieën met een te grote schuldenlast in de EU willen blijven, moeten ze naar mijn mening veeleer worden onderworpen aan een strenge begrotingscontrole. Centralisatie in de vorm van een Brusselse begrotingsautoriteit voor alle lidstaten zou echter een ontoelaatbare inbreuk op de soevereiniteit van de lidstaten betekenen en de solide landen in Europa maken tot een speelbal van de Europese bureaucratie.

Ik ben van mening dat we het voortdurende streven naar meer centralisatie vanuit Brussel aan banden moeten leggen.

 
  
MPphoto
 

  Danuta Maria Hübner (PPE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, onze taak en verantwoordelijkheid hier is om ervoor te zorgen dat zowel de lidstaten als de Unie als geheel sterker uit de crisis komen, en het pakket economisch bestuur neemt ons mee in die richting. Het pakket, dat vóór de crisis politiek ondenkbaar was en zeker nog niet perfect is, is echt een grote stap voorwaarts.

Het is echter duidelijk dat een akkoord bereiken één ding is – en dat is onze plicht hier –, maar om de praktische tenuitvoerlegging ervan te zien en vervolgens van de nieuwe regels te profiteren, zal weer een hele andere uitdaging zijn. Deze hervorming, die politieke onderhandelingen en politieke handelingsvrijheid meer automatisch gaat maken, zal de toets van het echte leven moeten doorstaan, en hiervoor is een sterke politieke wil nodig en een houding dat men verantwoording wil afleggen.

Het is onduidelijk hoeveel tijd het gaat kosten voordat alle institutionele regelingen zijn ingevoerd en de nieuwe regels hun vruchten beginnen af te werpen. Deze onzekerheid schept risico's, en we moeten geen extra ruimte voor deze risico's scheppen. Het blijft ook nog onduidelijk hoe de wisselwerking tussen het Europees semester en de nieuwe infrastructuur van de economische governance gaat werken, en ik maak me ook zorgen over het permanente Europese stabiliteitsmechanisme dat als een intergouvernementeel instrument naar voren komt.

Ik hoop dat onze overeenstemming over het 'sixpack' ervoor zal zorgen dat deze instrumenten uiteindelijk worden omgezet in communautaire instrumenten.

Tot slot wil ik zeggen dat het pakket voor economische governance ons een kans geeft om de winnaar-/verliezerhouding uit onze Europese werkelijkheid te laten verdwijnen en dat Europa geen nul-somspel wordt.

 
  
MPphoto
 

  Liem Hoang Ngoc (S&D).(FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, onze medeburgers vragen zich af of de bezuinigingen die hun publieke diensten beperken en hun sociale zekerheid afknijpen, wel zin hebben. Daar waar deze bezuinigingen huishouden, lukt het desondanks niet om de overheidsschuld te verminderen en de werkloosheid terug te dringen. De inhoud van dit pakket economisch bestuur – en ik heb het inderdaad over de inhoud – waar we het vandaag over hebben, is zo absurd dat zelfs economen ervan versteld staan, want het wordt verboden om het begrotingsbeleid aan te passen aan de economische cycli.

Tijdens de trialoog hebben de vertegenwoordigers van de Commissie ons zelf bekend dat ze geen enkel theoretisch of econometrisch model hebben gebruikt op basis waarvan ze solide voorspellingen en aanbevelingen zouden kunnen doen. Ze geven toe dat ze louter op hun intuïtie afgaan. Het is dan ook moeilijk te bevatten waarom de conservatieve, liberale en eurosceptische afgevaardigden in dit Parlement blindelings gepoogd hebben de door de Commissie voorgestelde tekst aan te scherpen. Zij verkeren des te minder in de positie om ons de les te lezen, daar het de regeringen onder leiding van hun kompanen zijn die de schulden hebben laten oplopen door belastingverlagingen die even onrechtvaardig als ineffectief zijn – nietwaar, mijnheer Gauzès? Ze steken gewichtige verklaringen af over de Europa 2020-strategie, maar weigeren om uitgaven die bestemd zijn om de toekomst voor te bereiden, zoals uitgaven voor investeringen, buiten de berekening van de tekorten te houden.

Ja, mevrouw Wortmann-Kool, dat is waar het voor ons om draait in dit debat! Zeker, we moeten de schuldenberg verminderen, bijvoorbeeld door terug te komen op al die belastingdouceurtjes die vooral de geldschieters van de staat ten goede zijn gekomen, maar laten we investeringen, beroepsonderwijs en werkgelegenheid ontzien, want de investeringen van vandaag zijn de banen van morgen en de belastinginkomsten van overmorgen, en daarmee kunnen we onze tekorten dan weer terugdringen. Dat is het theorema dat op het frontispies van het pakket economisch bestuur zou moeten staan.

Beste conservatieve en liberale collega's, sommigen van u willen staten die ketters zijn ten aanzien van uw dogma automatisch straffen met miljarden euro's boete. En ook landen die hun lonen niet verlagen om hun handelsbalans in evenwicht te brengen, willen ze straffen. Ze menen dat tekorten vooral een kwestie zijn van onwil van staten, alsof het neoliberale model dat voor u buiten twijfel staat, niet zijn ernstigste crisis sinds 1929 heeft doorgemaakt en alsof die crisis er niet toch al toe leidt dat de koopkracht van gewone mensen onder druk staat en de belastinginkomsten enorm teruglopen: twee problemen die er juist debet aan zijn dat zowel de private als de publieke schulden zijn opgelopen.

Bij de stemmingen zullen de socialisten en democraten een duidelijk signaal afgeven tegen dit bezuinigingspakket, dat de verontwaardiging die in heel Europa de kop opsteekt, zeker zal doen aanzwellen. Dit duidelijke signaal is gericht aan alle Europese werknemers en vooral aan onze medeburgers in Frankrijk en Duitsland, want daar zullen weldra verkiezingen worden gehouden die beslissend zullen zijn voor de toekomst van Europa.

 
  
MPphoto
 

  Ramon Tremosa i Balcells (ALDE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, om te beginnen wil ik alle rapporteurs bedanken voor het prima werk dat zij hebben geleverd, in het bijzonder mijn collega's en vrienden Sylvie Goulard en Carl Haglund.

Onze stemming over het pakket economisch bestuur zou een van die historische keerpunten kunnen zijn voor dit Parlement. Niet alleen vanwege de rechtstreekse gevolgen ervan, maar ook vanwege het ethische standpunt dat we onze burgers laten zien. Het is tijd dat de politiek en regeringen een fermer standpunt innemen over wat fout en wat goed is in de waarden die we willen verdedigen, ook op economisch gebied.

Willen we regeringen die liegen over hun begroting of tekorten? Dat willen we niet omdat, ook al kan men de werkelijkheid een tijdje ontkennen, het zich uiteindelijk altijd tegen je keert. Willen we bovendien regeringen die zich aan het stabiliteits- en groeipact houden? Ik denk het wel. Vandaar dat het nodig is om sancties te hanteren.

Wij weten dat er niets zal gebeuren als de lidstaten elkaar straf moeten opleggen. Daarom steun ik de stemming met een omgekeerde gekwalificeerde meerderheid volledig, ook in naam van mijn partij, de Catalaanse Liberale Coalitie, die nu in de regering van Catalonië zit en ook in het bestuur van de stad Barcelona. Automatische procedures zijn zeer nodig als we er zeker van willen zijn dat rode lijnen niet vrijelijk worden overschreden.

Verder is er het verzoek aan de Commissie om een voorstel over euro-effecten te doen. Ik zou dit openlijk willen steunen als een voorstel waarmee rekening wordt gehouden met de eigenschap begrotingsdiscipline.

 
  
  

VOORZITTER: MIGUEL ANGEL MARTÍNEZ MARTÍNEZ
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Peter van Dalen (ECR). - Voorzitter, de Griekse crisis ligt mede aan de basis van dit debat. Om aan de Grieken meer te lenen en van hen meer bezuinigingen te eisen, is onverstandig. De Grieken kunnen de leningen nooit terugbetalen en een economie die op sterven na dood is, kan niet bezuinigen. Je kunt niet van een geraamte vragen de broekriem aan te halen.

Wat is dan wel nodig? Ten eerste, degenen in dit Parlement die Griekenland binnen de eurozone hebben gehaald, moeten met de Belgische minister Reynders schuld bekennen. Dit had natuurlijk nooit mogen gebeuren.

Ten tweede, de Griekse schuld moet voor een deel worden afgeboekt en om zeker te zijn dat de restschuld wel wordt afbetaald moet een meerjarenherstelplan voor de Griekse economie worden opgesteld.

Ten derde, het stabiliteits- en groeipact moet automatische sancties bevatten tegen de eurozondaars want deze ellende moeten we nooit meer hebben. Op dit punt had voor mij het verslag Wortmann-Kool krachtiger gemogen.

Voorzitter, ik steun het sixpack, maar op dat punt onthoud ik me van stemming bij het verslag Wortmann-Kool.

 
  
MPphoto
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL).(PT) Dit wetgevingspakket bevat geen antwoorden op de ernstige economische en sociale problemen waarmee veel landen, volkeren en werknemers nu worden geconfronteerd. Deze problemen zijn het gevolg van een steeds sterker neoliberaal geïnspireerd beleid en een voortdurend toenemende concentratie van de politieke en financiële macht.

Het resultaat van de onderhandelingen – een stabiliteitspact met meer eisen en strengere sancties – laat zien welke politieke consensus tussen de drie instellingen de koers bepaalt, en wat de belangrijkste richtsnoeren van de Europese Unie zullen zijn. Er wordt een aanval zonder weerga ingezet op de nationale parlementen. Deze zijn nu gebonden aan de neoliberale strategie van de Europese Unie met betrekking tot de begrotingen van de lidstaten. Deze strategie legt de werknemers en de bevolkingen bezuinigingen op, met overal privatiseringen en teruglopende overheidsinvesteringen in essentiële sectoren en diensten.

Zoals bekend hebben deze maatregelen in Griekenland, Ierland en Portugal negatieve resultaten opgeleverd en hebben de werknemers van deze landen strijd geleverd. Het is nu tijd om te erkennen dat dit de verkeerde aanpak is en te stoppen met het bevoordelen van de grote economische en financiële concerns van (vooral) de grote Europese mogendheden. Wat de wetgeving die we nu bespreken beoogt, is het voortzetten van het tot nu toe gevoerde inmengingsbeleid, dat erop gericht is volkeren en hun landen te onderwerpen, om ze te veranderen in protectoraten of kolonies. Zo zetten we een beleid voort dat wel moet leiden tot een economische en sociale ramp en de implosie van de Europese Unie. Daarom zijn wij tegen.

 
  
MPphoto
 

  Jean-Paul Gauzès (PPE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, mijnheer de minister, dames en heren, er is al veel gezegd over de verschillende verslagen die samen het pakket economisch bestuur vormen. Wat zijn in dit stadium de voornaamste punten waarop we het gedane werk moeten beoordelen? Het feit dat dit pakket, dat voortkomt uit onderhandelingen tussen de Raad en het Parlement, er nu is, is op zich al een hele vooruitgang. Het voorziet in een duidelijke leemte in de ontwikkeling van de euro, en helaas was er een schuldencrisis voor nodig om ons zover te krijgen deze op te vullen.

Wat dat betreft zij gewezen op de prijzenswaardige inspanningen van het Hongaarse voorzitterschap en de kwaliteit van de onderhandelaars van het Parlement. Bovendien zou ik graag de resultaten willen benadrukken die het Parlement in de onderhandelingen met de Raad heeft weten te boeken, waarbij laatstgenoemde zich daadwerkelijk open heeft opgesteld. Laten we bedenken waar we zijn begonnen en vervolgens objectief vaststellen hoever we zijn gekomen.

Maar dan is het vervolgens de vraag: kunnen we tevreden zijn met die bepalingen, zijn ze voldoende? Natuurlijk is er altijd ruimte voor verbetering, maar dit pakket biedt nu al echte oplossingen voor het versterken van de eurozone en het opzetten van het benodigde economische overleg. Valt het serieus te verdedigen – zoals de tegenstanders van dit pakket proberen – dat we groei kunnen bouwen op een schuldenberg die we steeds maar blijven doorschuiven naar de toekomst?

Degenen die ons verwijten dat we een bestuurspakket steunen dat op geen enkel theoretisch of econometrisch model is gebaseerd, wil ik slechts dit vragen: hebben die modellen waarover u het had de huidige crisis zien aankomen of weten af te wenden, de crisis waar we middenin zitten en die nog niet voorbij is; of hebben ze juist tot riskant gedrag geleid onder de schijn van wiskundige waarheid?

Morgen, mijnheer de Voorzitter, dames en heren, zal ons Parlement zich moeten uitspreken, en ik hoop dat het een luid en duidelijk signaal zal afgeven, zowel aan onze medeburgers, om hun weer vertrouwen te geven in Europa, als aan de markten, om onze munt te stabiliseren.

 

17. Samenstelling Parlement: zie notulen
Video van de redevoeringen

18. Preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden - Tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten - Voorschriften voor begrotingskaders van de lidstaten - Begrotingstoezicht in het eurogebied - Toezicht op begrotingssituaties en toezicht op en coördinatie van het economisch beleid - Handhavingsmaatregelen voor de correctie van buitensporige macro-economische onevenwichtigheden in het eurogebied (voortzetting van het debat)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Aan de orde is het debat over de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden; de procedure bij buitensporige tekorten; voorschriften voor begrotingskaders van de lidstaten; het begrotingstoezicht in het eurogebied; het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid; en handhavingsmaatregelen voor de correctie van buitensporige macro-economische onevenwichtigheden in het eurogebied.

 
  
MPphoto
 

  Antolín Sánchez Presedo (S&D). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, onze burgers willen een sterke en daadkrachtige Europese Unie. Traagheid, ontoereikendheid en een puur intergouvernementele visie verergeren de gevolgen van de crisis en doen afbreuk aan de geloofwaardigheid van het Europese project.

Wij staan niet voor puur nationale problemen, noch voor een eenvoudige economische crisis. We staan voor een politieke crisis die een snelle, integrale en Europese reactie vereist.

Van de economische en monetaire unie moeten zowel de 'economie' als de 'unie' worden versterkt. Het voorstel dat vandaag ter tafel ligt over economisch bestuur dient aanzienlijk te worden verbeterd indien we dat willen bereiken.

Wij zijn voor het opstellen van nationale begrotingskaders die transparantie, economische coördinatie en de controle op het nakomen van Europese beloftes waarborgen.

Wij zijn van mening dat het noodzakelijk is macro-economische onevenwichtigheden te corrigeren en richting convergentie te gaan, en wij zijn van oordeel dat het verslag van mevrouw Ferreira met name op dat gebied voortgang boekt.

De voorstellen voor de hervorming van het stabiliteits- en groeipact zijn echter onvolledig: stabiliteit wordt verward met aanpassing en beleidsmaatregelen voor groei worden overgelaten aan de markt en aan de lidstaten. We mogen niet accepteren dat Europa zich niet inzet voor investeringen en werkgelegenheid.

Wij zullen niet meedoen aan deze poging om Europa zover te krijgen dat het zijn burgers en zijn eigen belangen de rug toe keert. We zullen ons niet overgeven aan het weerloos toekijken hoe de problemen zich verergeren en we zullen niet accepteren dat met dubbele maten wordt gemeten. We hebben unanimiteit nodig om middelen vrij te maken en besluiten op basis van gekwalificeerde meerderheden om sancties te voorkomen.

Wij moeten inzetten op Europa en snel ook. Het Europees Parlement moet hard aan het werk om een ambitieus en Europees antwoord te bieden; daar hebben onze burgers recht op.

We moeten inderdaad gaan lopen, maar niet achteruit zoals krabben. Europa mag zich niet verstoppen nu het het hardst nodig is.

 
  
MPphoto
 

  Ashley Fox (ECR).(EN) Mijnheer de Voorzitter, hoewel het Verenigd Koninkrijk geen lid van de eurozone is – en ik hoop dat het dat nooit zal worden – hebben wij een gevestigd belang in het succes ervan. Ik wens de eurozone alle goeds toe en het spijt me dat ik de voorstellen over economisch bestuur waarover we vanavond debatteren niet kan steunen.

In de voorstellen die voor ons liggen worden aan de Commissie ingrijpende nieuwe bevoegdheden toegekend. Waren deze bevoegdheden alleen tot de landen van de eurozone beperkt gebleven, dan zou ik daar geen bezwaar tegen hebben gemaakt, maar in plaats daarvan zien we dat de Commissie en vele leden van dit Parlement – onder wie mevrouw Wortmann-Kool, voor wie ik het allergrootste respect heb – de crisis in de eurozone gebruiken als excuus om de macht van de EU uit te breiden tot het economische bestuur van het Verenigd Koninkrijk en andere landen die de euro niet gebruiken. Ik ben niet gekozen om de EU meer bevoegdheden te verlenen met betrekking tot de manier waarop het Verenigd Koninkrijk zijn zaken regelt en ik zal daarom tegen deze voorstellen stemmen.

 
  
MPphoto
 

  Werner Langen (PPE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, het debat weerspiegelt de onopgeloste vraagstukken van het economisch beleid in Europa. We hebben weliswaar een centraal monetair beleid, maar de verantwoordelijkheid voor het begrotings- en financieel beleid ligt op lokaal niveau. De pogingen van enige Griekse collega's om de verantwoordelijkheid voor de interne politieke bevoegdheden van Griekenland over te hevelen naar Europa, naar derde partijen, naar kapitalistische banken, of naar wie dan ook, zijn gedoemd te mislukken.

(Interrupties)

Het waren de Griekse communisten.

De euro is gelukkig zowel intern als extern stabiel. Er is geen sprake van een eurocrisis, maar van een staatsschuldencrisis. Daar moeten we beginnen. Het heeft geen zin, ook de staat kan niet eindeloos boven zijn stand leven. Het is zinloos om meer schulden op de huidige te stapelen zonder de consequenties van noodzakelijke hervormingen te accepteren. Daarom zeg ik dat het de hoogste tijd is om in actie te komen. Het Parlement roept al geruime tijd om maatregelen. De Commissie heeft nu voorgesteld om het stabiliteits- en groeipact verder aan te scherpen. Het Hongaarse voorzitterschap heeft goed onderhandeld, wij van onze kant ook. Ik vind het jammer, collega Bullmann – over veel aspecten van de regulering van de financiële markten zijn we het eens – dat de socialisten nog altijd een onderscheid willen maken tussen goede en slechte schulden. Dat is een dwaalweg. En als we de balans opmaken van landen die in moeilijkheden zijn geraakt, hoeven we niemand zwart te maken, de situatie is helder. Alle landen waar begrotings- en financiële problemen zijn opgetreden, hadden een socialistische regering. Hongarije, Letland, Roemenië, buiten de Eurozone, Ierland, Spanje, Portugal, Groot-Brittannië een ook Griekenland met een onderbreking van vier jaar, toen wij in de regering vertegenwoordigd waren. Met andere woorden, jullie economische model werkt niet.

(Interrupties)

Mijnheer Bütikofer, u zou inmiddels beter moeten weten. We kunnen de Grieken niet van hun verantwoordelijkheid ontslaan, en ik zeg u zonder omwegen dat het niet de Grieken waren die als eerste het stabiliteits- en groeipact schonden; dat waren de twee grootste landen, Duitsland en Frankrijk. We hebben ons hiertegen verzet en er verandering in gebracht. U zat destijds in de regering, mijnheer Bütikofer. U hebt het graf gegraven, uw partij heeft het graf gegraven voor het stabiliteits- en groeipact, niet de Grieken. De Grieken daarentegen moeten ...

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

(Spreker verklaart zich bereid twee "blauwe kaart"-vragen krachtens artikel 149, lid 8 van het Reglement te beantwoorden)

 
  
MPphoto
 

  Udo Bullmann (S&D). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Langen, ik zou graag van u horen of u überhaupt bekend bent met onze ideeën. Daarom vraag ik u: weet u welk voorstel wij aan uw collega Wortmann-Kool hebben gedaan? Ten eerste, om het pact te versterken door op voorstel van de heer Rehn extra toezicht uit te oefenen op geselecteerde doelstellingen uit het EU 2020-pakket, zoals onderzoek en ontwikkeling en armoedebestrijding. Daar zou dan ook de moderniseringsinvestering in energievoorzieningssystemen onder vallen.

 
  
MPphoto
 

  Marc Tarabella (S&D).(FR) Mijnheer de Voorzitter, twee dingen:

Ten eerste: Griekenland. Laten we geen geschiedvervalsing plegen! Het was een rechtse regering die twee termijnen lang met hulp van de bank Goldman Sachs de cijfers heeft gemanipuleerd. Nu probeert een linkse regering de boel weer op orde te krijgen. En dan zou het volk moeten opdraaien voor de fouten die op advies van banken zijn begaan?

Mijn tweede voorbeeld: in mijn eigen land, België, hebben we dankzij een regering waarin links zitting had en die geleid werd door onze collega, de heer Dehaene, in twaalf jaar onze schuld teruggebracht van 130 naar 80 procent van het bruto binnenlands product. Vanwege fouten van de bankenwereld, en vooral van Fortis, moesten we de banken helpen, omdat anders het hele systeem zou …

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Werner Langen (PPE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik ben absoluut op de hoogte van de voorstellen van collega Bullmann en van de Fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten in het Europees Parlement. Het enige probleem daarbij was dat ze eerst en vooral meer geld willen. Met meer geld kan het probleem niet worden opgelost. De heer Tarabella heeft het zojuist bevestigd: ook als de socialisten erbij betrokken zijn, kunnen schulden worden verminderd. Ik zeg dat heel duidelijk: de hervormingen die in Griekenland zijn doorgevoerd, hebben er niet toe bijgedragen dat de grote particuliere Griekse rijkdom ertoe heeft geleid dat de rijken werkelijk hebben geholpen de kosten van de staat te dragen. Integendeel! Sinds 1 januari hebben Griekse staatsburgers 59 miljard euro van hun Griekse bankrekeningen afgehaald, en sinds 1 januari is 12 miljard euro aan Griekse staatsobligaties verkocht. Ik verzoek de vele rijken in Griekenland – en dat moet geregeld worden door de politiek – een actieve rol te spelen. Dan kunnen ze door zelf verantwoordelijkheid te nemen blijven rekenen op onze solidariteit!

 
  
MPphoto
 

  Saïd El Khadraoui (S&D). - Voorzitter, collega's, ik wil om te beginnen hulde brengen aan al degenen die hard gewerkt hebben aan het pakket de laatste tijd, maar ik sluit mij ook aan bij de vorige sprekers van mijn fractie. Dit pakket is voor ons onvoldoende en niet evenwichtig. Het gaat daarbij niet zozeer om technische details, maar om de cruciale vragen: waarop wordt de nadruk gelegd? Wat zouden de doelstellingen moeten zijn van een meer geïntegreerd economisch beleid? Het is dus niet zo dat we geen Europees economisch bestuur willen, maar wel gaat het over wat daarvan de definitie is, wat de essentie is van een Europees economisch bestuur. Natuurlijk is er tijdens de crisis duidelijk gemaakt dat een monetaire unie ook economische samenwerking vergt. Er is een soort DNA-constructiefout in geslopen en dat moeten we oplossen.

Voor ons gaat het om veel meer dan het eens te zijn over besparingen en het halen van begrotingsdoelstellingen. Ja, uiteraard, mijnheer Langen en collega's, wij zijn voor gezonde overheidsfinanciën, maar voor ons staat centraal hoe we met z'n allen vooruit kunnen, hoe we uit het moeras kunnen geraken. Hoe we de toekomst kunnen voorbereiden en dus hoe we via een gemeenschappelijk economisch beleid groei en tewerkstelling kunnen creëren. Dat wil zeggen door een ambitieuze investeringsstrategie te integreren in het systeem, door een link te leggen met de 2020-doelstellingen, met andere woorden, door samen afspraken te maken over hoe we bijvoorbeeld ons onderwijssysteem gaan verbeteren, de armoede bestrijden en hoe we via investering in onderzoek en ontwikkeling competitiever worden en de concurrentie kunnen aangaan met derden.

Ik ben trouwens verbaasd dat sommigen, zoals collega Verhofstadt gisteren nog, pleiten voor een investeringsstrategie, maar tegelijkertijd tevreden kunnen zijn met dit pakket. Ik denk persoonlijk dat dat niet consequent is. Het sixpack is volgens ons dan ook een gemiste kans om een echt economisch bestuur op te starten.

 
  
MPphoto
 

  Marianne Thyssen (PPE). - Voorzitter, collega's, wij zitten in een heel diepe crisis waarbij we er niet alleen voor moeten zorgen dat we ons daar samen uithijsen, maar waarbij we er ook voor moeten zorgen dat we voorkomen dat we daar ooit opnieuw in terechtkomen. Precies daarom hebben wij een krachtig wetgevingskader nodig en precies daarom moeten wij als medewetgever, als Parlement ook onze verantwoordelijkheid nemen. Wij zijn tenslotte de generatie die nú beslist over de toekomst van onze kinderen.

Met de PPE hebben wij de moed, Voorzitter, om zo'n set aan regels erdoor te drukken. Wij moeten nu durven beslissen wat nodig is. We moeten er ook voor durven kiezen die beslissingen erdoor te drukken, ze te doen naleven, zelfs als we daarvoor tegen de stroom moeten ingaan. Wij begrijpen de mensen die de straat opgaan, meer nog, wat wij doen is precies een structureel antwoord geven op de zorgen van die mensen. Goede banen, duurzame groei en ruimte in de toekomst voor een adequaat sociaal beleid. Als wij een relevante speler willen blijven in een geglobaliseerde economie, dan moeten wij zorgen dat er meer coördinatie is tussen economisch en begrotingsbeleid, meer coördinatie ook tussen het economisch beleid en het beleid inzake het concurrentievermogen van de lidstaten. Dan hebben we natuurlijk investeringen in de economie nodig, maar dan hebben we vooral ook nodig dat niemand zomaar de vrijheid kan nemen om af te wijken van afgesproken regels, want dan trekt men ook de anderen mee de diepte in.

Voorzitters, het pakket dat uiteindelijk uit de onderhandelingen is gekomen, geeft een sterk antwoord op die vereisten en dat geeft ook een antwoord op de fouten van het verleden. Alleen - en dat is ingegeven door het gedrag van het verleden - moeten we het preventieve luik van het stabiliteitspact nog versterken, want als een lidstaat een verkeerde weg opgaat, dan kunnen we het niet laten afhangen van politiek gemarchandeer in de Raad wat uiteindelijk de tegenreactie vanuit Europa zal zijn.

Ik hoop dus dat we hier morgen goed stemmen, dat we het pakket steunen, maar dat we tegelijk onszelf nog de kans geven om met de Raad een laatste onderhandeling aan te gaan om dit punt nog te versterken.

 
  
MPphoto
 

  Leonardo Domenici (S&D).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, volgens mij is er sprake van een paradox. Aan het pakket waarmee onevenwichtigheden en ongelijkheden zouden moeten worden aangepakt en voorkomen, liggen onevenwichtigheid en ongelijkheid ten grondslag. Het is als een lichaam dat op twee benen staat, terwijl het ene been veel langer en ontwikkelder is dan het andere. Het been dat het begrotingsbeleid controleert, is gespierd en goed gevormd, terwijl het been dat het groeibeleid controleert, en dat zou moeten zorgen voor elan en stimulansen voor de lange termijn, is graatmager en krachteloos.

Ik denk dat de uiteindelijke onevenwichtige structuur van het pakket voortkomt uit een verschil van mening over het ontstaan en de aard van de crisis – het verschil tussen degenen die denken dat de crisis het gevolg is van chaos en onevenwichtigheden in de overheidsfinanciën en degenen die denken dat het onderliggende probleem te maken heeft met het gebrek aan regels en transparantie op de markten, een onevenwichtige economische en handelssituatie en sociale ongelijkheid. Het gevaar is dat we oorzaak en gevolg door elkaar halen. We willen allemaal dat de overheidsfinanciën op een verantwoorde manier beheerd worden, maar de doelstelling van schuldenvermindering alleen is niet genoeg om voortvarend te groeien en het concurrentievermogen te versterken. Bij deze maatregelen ligt de nadruk op procedures en sancties, en veel minder – te weinig – op investeringen en op een duurzame groeistrategie die Europa zou moeten bevorderen en implementeren.

Wij weten dat ons handelen onbedoeld tot resultaten kan leiden die erg verschillen van, of zelfs tegengesteld zijn aan de beoogde resultaten. Ons handelen heeft een averechts effect en ik vrees dat dat het probleem is van dit pakket.

 
  
MPphoto
 

  José Manuel García-Margallo y Marfil (PPE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, het is duidelijk dat we ons in een ernstige situatie bevinden, die van ons allen vereist dat wij ons verantwoordelijk opstellen. Allemaal, inclusief de Raad. Wat ons vandaag onderscheidt van de Raad is de kwestie rond de omgekeerde gekwalificeerde meerderheid.

We weten allemaal dat het stabiliteits- en groeipact heeft gefaald omdat de lidstaten hebben besloten elkaar niet te bestraffen indien een van hen geen begrotingsdiscipline betracht. Misschien omdat ze in het evangelie hebben gelezen "hij die zonder zonde is, werpe de eerste steen".

Wat dit Parlement wil, en dat is wat ons onderscheidt van de Raad, is een einde maken aan deze vrolijke kameraadschap tussen de regeringen en een partijdige scheidsrechter vervangen door een onpartijdige scheidsrechter.

Het pakket is een goed pakket en we moeten er vóór stemmen. Wanneer iemand heel arm is, zal niemand zeggen dat hij meer moet uitgeven. Wat we nu aan het doen zijn is opnieuw begrotingsdiscipline invoeren.

Maar het feit dat het een goed pakket is, betekent niet dat het afdoende is. De interventies van vandaag hebben diverse zaken duidelijk gemaakt. We wisten allemaal dat de monetaire unie geen perfecte monetaire unie was. Iedereen dacht dat de verschillen tussen de lidstaten met het huidige institutionele kader (gecentraliseerd monetair beleid, stabiliteitspact en coördinatie van de overige economische beleidsmaatregelen) zouden worden verminderd of opgelost. Dat is echter niet gebeurd. De verschillen zijn in goede tijden alleen maar toegenomen en in slechte tijden storten de pijlers waarop de monetaire unie rust in, namelijk het 'no-bailout'-beginsel, het 'no default'-beginsel en nu wellicht ook het 'no exit'-beginsel.

En dus staan we voor de vraag 'wat nu?', zoals Lenin zei. De enige oplossing is opschuiven richting een politieke unie.

Ik ben vóór euro-obligaties. Dat is een stap in de goede richting, maar we zullen meer moeten doen. Als we voor een politieke unie de Verdragen moeten hervormen door een conventie te beleggen, dan zij dat zo. Een Griekse spreuk zegt: "regels zijn er voor de mens, de mens niet voor de regels".

Het is niet de bedoeling tot drie uur 's ochtends trialogen te houden of om zes uur 's ochtends de ministers bijeen te roepen. Laten we vanaf nu gaan bedenken wat we kunnen doen om deze situatie op te lossen.

De eerste stap is echter vóór dit pakket te stemmen, omdat het een flinke stap in de juiste richting is. Anders verrichten we slechts onnodige inspanningen. Zoals de heer Ortega y Gasset al zei, leiden nutteloze inspanningen slechts tot melancholie en in de politiek tot oppositie.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Het leidt tot melancholie maar ook tot overschrijding van de spreektijd, mijnheer García-Margallo y Marfil, en die extra tijd hebt u dankzij de toegeeflijkheid van de Voorzitter gekregen.

 
  
MPphoto
 

  Alfredo Pallone (PPE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, dit debat stelt ons in de gelegenheid om het te hebben over een nieuw akkoord inzake bestuur in de Europese Unie, om een krachtig en eensluidend signaal af te geven, om de solidariteit in de EU te herstellen en een einde te maken aan de speculatie.

Het is een feit dat wij het stabiliteits- en groeipact de afgelopen jaren hebben verzwakt. Het staat buiten kijf dat dit een fout was en dat we er nu de gevolgen van ondervinden. Er moet weer begrotingsdiscipline komen, daar gaat het om. Dat is de discussie die we moeten voeren. De procedures moeten automatisch zijn, zodat de problemen die bij het vorige stabiliteits- en groeipact speelden, zich niet opnieuw voordoen. Er is in mijn ogen maar één weg om uit de crisis te geraken; kortere wegen zijn er niet. De remedie ligt bij nationaal beleid, bij het voldoen aan geplande, overeengekomen verplichtingen. De solidariteit tussen de lidstaten moet gepaard gaan met een gevoel van verantwoordelijkheid en moet in overeenstemming zijn met de regels, waar de lidstaten niet willens en wetens inbreuk op kunnen en mogen plegen.

Hierbij mogen wij niet voorbijgaan aan het belang van groei, die leidt tot hogere belastinginkomsten, en aan de structurele hervormingen die noodzakelijk zijn voor het herstel van de landen die het moeilijk hebben. De structurele hervormingen die gericht zijn op het versterken van het concurrentievermogen van de economieën en het groeipotentieel moeten bovenaan de politieke agenda staan.

Ik ben het oneens met degenen die stellen dat het nieuwe stabiliteits- en groeipact de ontwikkeling van de lidstaten zal remmen. Met het pact wordt juist het dode hout verwijderd, wordt gemoderniseerd, en worden de structurele hervormingen doorgevoerd die nodig zijn voor het herstel van de economie. Met deze maatregelen ben ik er, als de regels van het nieuwe stabiliteits- en groeipact strikt worden nageleefd, van overtuigd dat de EU sterker zal worden en nieuwe uitdagingen het hoofd zal kunnen bieden zonder steunmaatregelen te treffen en zonder vreselijke, achterhaalde kreten te slaken. De leiden namelijk tot niets en berokkenen enkel schade aan met name de zwakkeren in de samenleving.

 
  
MPphoto
 

  Astrid Lulling (PPE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, het Europees Parlement mag wel prat gaan op een paar aardige resultaten op het gebied van economisch bestuur, maar ik nodig mijn collega's toch uit om zich vooral nederig op te stellen. We staan namelijk aan de rand van de afgrond. We moeten ons twee dingen goed realiseren. Ten eerste heeft het Europees Parlement tot nu toe geschitterd door afwezigheid waar het gaat om de Griekse crisis. Terwijl we er normaal gesproken als de kippen bij zijn om met allerlei resoluties te reageren op allerlei gebeurtenissen waar ook ter wereld, zijn we door deze fundamentele crisis blijkbaar met stomheid geslagen. Ik betreur het ten zeerste dat we niet in staat zijn gebleken een krachtig, concreet en eenvoudig signaal te laten uitgaan naar de Grieken, de regeringen van de lidstaten en de Europese burgers.

Mijn tweede opmerking gaat over de reikwijdte van dit pakket. Met het – naar ik hoop – aannemen van deze zes richtlijnen en/of verordeningen zorgen we er zeker voor dat het eurogebied een nieuwe stap zet richting de discipline waar het zozeer aan ontbroken heeft; een stap zeg ik, meer is het ook niet, en het nut daarvan zal nog moeten blijken in de toekomst. Maar als we alleen al kijken naar de verhitte discussies rond de omgekeerde gekwalificeerde meerderheid kunnen we vaststellen dat we nog een lange weg te gaan hebben, terwijl het zou moeten gaan om regels en automatische sancties. Het mechanisme van de omgekeerde gekwalificeerde meerderheid blijft voor sommigen een waar schrikbeeld. We moeten echter krachtig vasthouden aan dit principe.

Puur politiek gezien betreur ik het dat links de beginselen van goed begrotingsbeheer maar blijft afwijzen, hoe overduidelijk de noodzaak hiervan ook moge zijn. Ja, tekort en duurzame groei gaan niet samen. Ja, ook de lidstaten moeten hun begroting als een goed huisvader beheren, en ik zeg nee tegen impulsen via overheidsuitgaven. Dat is alleen maar een lapmiddel voor de korte termijn, geen duurzame oplossing.

Nu het zich laat aanzien dat de komende weken cruciaal zullen worden, moeten we vandaag nog een begin maken met het leggen van de grondslagen van een nieuwe economische unie....

(Spreekster wordt door de Voorzitter onderbroken)

(Spreekster verklaart zich bereid een "blauwe kaart"-vraag krachtens artikel 149, lid 8 van het Reglement te beantwoorden)

 
  
MPphoto
 

  Werner Langen (PPE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, daar mijn spreektijd voorbij is, stel ik collega Lulling de volgende vraag: mevrouw Lulling, bent u bereid het Parlement namens mij mede te delen dat ik zojuist niet alle Griekse collega's bedoelde, maar alleen de twee communistische collega's die direct vóór mij het woord voerden, de heer Chountis en de heer Toussas? Kunt u dit bevestigen tegenover het Parlement?

 
  
MPphoto
 

  Astrid Lulling (PPE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, vanzelfsprekend ben ik bereid dat te zeggen en te bevestigen. Maar ik wil daaraan toevoegen: we doen ook een beroep op de Grieken. Er zijn in Griekenland namelijk slechts tien belastingontduikers die verklaren dat ze meer dan één miljoen euro per jaar verdienen. Ik heb het ook tegen hen, zoals collega Langen zich tot de communisten richtte.

 
  
MPphoto
 

  Othmar Karas (PPE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de tijd dringt. Daarom zeg ik: en nu is het uit en over met de mooie praatjes en met het zwartepieten en de partijtactische spelletjes, om het even waar dit gebeurt! We moeten spijkers met koppen slaan en stap voor stap antwoorden op de crisis vinden.

Wat zijn de oorzaken van de crises? Een aantal van de oorzaken is – en daar wijzen wij continu op – dat men zich niet aan de regels heeft gehouden, dat de sancties werden geblokkeerd en dat de monetaire unie niet doorkan naar de volgende fase. Wij eisen met ons economisch bestuur nu dat het groei- en stabiliteitspact preventief en correctief wordt versterkt, dat er bij de oplegging van sancties een omgekeerde meerderheid is en dat de Commissie indien nodig het recht heeft om in te grijpen, zodat de burger erop kan vertrouwen dat aan de regels wordt voldaan.

Ten tweede: we willen dat de monetaire unie naar een volgende fase gaat. Dat wil zeggen dat we een monetaire unie tot stand brengen en de politieke unie niet uit het oog verliezen.

Mij moet wel van het hart dat ik teleurgesteld ben over de uitkomst van de trialoog. Er zit momenteel geen schot in. Maar dat de Raad er in de economische dialoog niet mee instemt dat het Europees Parlement en de sociale partners daar deel van uitmaken, vormt een verzwakking van de integratie. We willen de integratie versterken. En dat de Raad er niet toe in staat is de onbalans in onze maatschappij aan te pakken en het Parlement de mogelijkheid te geven de ministers van de lidstaten ook tegenover ons rekenschap te laten afleggen, verzwakt de uitkomst van de trialoog. Wij staan achter de uitkomst van de trialoog. We willen een oplossing vinden voor de open vragen en een integratie tot stand brengen. Als we ons nu door de zwakte van de Raad ook zelf laten verzwakken, hebben we geen lering getrokken uit de crisis.

(Spreker verklaart zich bereid een "blauwe kaart"-vraag krachtens artikel 149, lid 8 van het Reglement te beantwoorden)

 
  
MPphoto
 

  Franz Obermayr (NI). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik heb een vraag aan collega Karas. Onze gemeenschappelijke munt bevindt zich in een crisis. We stellen vast dat we kampen met fundamentele problemen: we hebben geen gemeenschappelijk begrotingsbeleid, geen gemeenschappelijk economisch beleid. Voor mij zijn dat erg verrassende inzichten van de economen of slimme dames en heren. Gelooft u nou echt, collega Karas, dat deze gemeenplaats dat je een gemeenschappelijke regering nodig hebt, dat je een politieke unie nodig hebt, niet al bij de invoering van een gemeenschappelijke munt bekend was? Misschien was men gewoon te laf en te oneerlijk om dit ook tegen de burgers te zeggen.

 
  
MPphoto
 

  Othmar Karas (PPE). - (DE) Mijnheer Obermayr, natuurlijk wist men dat, en men heeft dat ook gezegd. Men zei dat de monetaire unie een politiek project is, dat de integratie met de monetaire unie onomkeerbaar is en dat we met de monetaire unie de volgende stappen in de richting van integratie moeten zetten. En daar hebben we ons ook jarenlang intensief voor ingezet. Door politieke groeperingen zoals de uwe zijn sentimenten tegen de Europese Unie aangewakkerd, is het belang van de munt te weinig voor het voetlicht gebracht en de mogelijkheden, de politieke wil ...

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Theodor Dumitru Stolojan (PPE).(RO) Mijnheer de Voorzitter, ik ga morgen voor het wetgevingspakket voor Europees economisch bestuur stemmen. Ik wil in het bijzonder de rapporteurs, het Hongaarse voorzitterschap en de Commissie bedanken voor de werkelijk uitzonderlijke inspanningen die zij hebben ondernomen, en die zijn uitgemond in de verduidelijking van dit wetgevingspakket.

Dit pakket voor Europees economisch bestuur moet worden gezien in relatie met het andere, reeds aangenomen wetgevingspakket voor de financiële sector, dat onder meer betrekking heeft op de structuur van het toezicht op de financiële sector. Ik ben ervan overtuigd dat een doelmatige tenuitvoerlegging van deze wetgeving ervoor zal zorgen dat geen enkele lidstaat bij toekomstige crises ooit nog op zo'n manier aan de markt zal worden blootgesteld. We zullen begrotings- en economische onevenwichtigheden kunnen corrigeren, hetgeen een van de beste garanties is voor economische groei en banen.

Ik moet echter opmerken dat het me zorgen baart dat Europese instellingen niet bereid zijn om de economische realiteit waarin we momenteel leven te erkennen. Daarmee bedoel ik dat een lidstaat die een schuld heeft die hij niet langer kan betalen, geen steun krijgt, waardoor een nieuwe schuld op de reeds bestaande schuld wordt gestapeld, met ook nog eens hogere kosten. De ervaring en het gezond verstand leren ons dat de oplossing erin is gelegen dat het schuldenland zijn eigen huis op orde brengt, waarbij de crediteuren zich realiseren dat de schuld moet worden geherstructureerd om deze aan te passen aan het werkelijke vermogen van het land om de schuld af te betalen. Als we niet op deze manier te werk gaan, zullen we geen tijd winnen, maar juist verliezen en zal het probleem alleen maar groter worden.

 
  
MPphoto
 

  Sławomir Witold Nitras (PPE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, staat u mij toe dat ik naar aanleiding van het debat van vandaag, waar ik aandachtig naar heb geluisterd, een aantal opmerkingen plaats. Ten eerste is in dit Parlement bijzonder vaak gesproken over het stimuleren van de economie door middel van extra begrotingsuitgaven. Ik vermoed dat de afgevaardigden die dit hebben gezegd, vergeten dat er landen zijn in de Europese Unie niet slechts een of twee, en niet alleen Griekenland die een binnenlandse schuld van meer dan 100 procent hebben, die het gevolg is van niets minder dan het stimuleren van de economie. Als resultaat hiervan hebben we een zekere, maar enigszins kunstmatige economische groei bereikt. Er staan echter nog wel wat rekeningen open die juist op dit moment betaald moeten worden.

Er is ook gesproken over restrictieve maatregelen om het begrotingstekort te beperken. Deze maatregelen stellen echter voor dat elk land zijn schuld binnen 20 jaar moet terugbrengen naar een niveau van 60 procent. Wanneer 20 jaar om de schuld te halveren het langetermijnperspectief is, wat is dan het perspectief op de korte termijn? Ik kan mij in deze situatie namelijk geen langere termijn voorstellen.

Is het mogelijk om af te zien van boetes, of is het boetesysteem een restrictief systeem? Vijftien jaar geleden, toen ik nog studeerde, heb ik geleerd dat convergentiecriteria een verplicht karakter hebben. Die verplichte criteria bestonden echter alleen op papier. Als ze al iemand verplichtten, dan alleen degenen die wilden toetreden tot de eurozone. Voor degenen die al in de eurozone waren opgenomen, golden ze daarentegen niet. In het licht van het bovenstaande is het onmogelijk om een dergelijk systeem in te voeren zonder boetes, restrictieve boetes volgens sommigen. Deze sancties stonden op papier, maar we weten dat deze sancties tot op heden niet echt bestaan.

Mijn laatste opmerking betreft het punt dat de afgevaardigden van de Fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten in het Europees Parlement aan de orde hebben gesteld, namelijk dat we de doelstellingen van de EU 2020-strategie moeten uitvoeren en ons niet alleen beperken tot bezuinigen. Echter, deze documenten gaan onder andere al over het Europees semester en introduceren ook een nieuwe procedure voor buitensporige onevenwichtigheden. Met dit instrument kan de Europese Commissie onder meer de vraag beïnvloeden of de lidstaten al dan niet de EU 2020-strategie uitvoeren. Het loont dus om de waarheid te vertellen. Ik pleit daarom voor het aannemen van dit pakket, omdat het ontbreken van een akkoord tussen de Raad, de Commissie en het Parlement op dit gebied zal...

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Sirpa Pietikäinen (PPE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, compromissen zijn verstandig. Zeker het Parlement heeft in zijn onderhandelingen meer dan de helft van de weg naar een compromis afgelegd, maar ik vind dat we de grens hebben bereikt. Het uitstellen van de besluitvorming over het pakket lost het probleem niet op. Het probleem zal niet verdwijnen. We zullen opnieuw voor dezelfde problemen komen te staan en ze zullen een gevaar voor de hele toekomst van de euro en de EU vormen als we geen betere coördinatie en meer van de communautaire methode hebben.

De EU is uiteindelijk een economische unie. We moeten de belangrijkste oorzaken van de problemen aanpakken. Met dit pakket zijn we dichterbij gekomen maar nog niet dichtbij genoeg. Ik denk dat de omgekeerde gekwalificeerde meerderheid een van de kwesties is die de kern van het probleem vormen.

Dit is geen tijd voor populisme en het maken van kortzichtig beleid, wat de Raad in mijn ogen soms in zekere mate heeft gedaan. De Raad is net als het Parlement verantwoordelijk voor de Europeanen. Ik hoop dat de Raad, samen met de Commissie en het Parlement, zijn verantwoordelijkheid zal nemen en de noodzakelijke stappen zal zetten voor dit pakket van economisch bestuur en toekomstige maatregelen zal nemen. Als de stukken niet goed en niet in orde zijn, zijn de plannen voor de toekomst en de EU 2020 slechts zinloze en mooie woorden, waar we echt geen toekomst op kunnen bouwen.

 
  
MPphoto
 

  Thomas Mann (PPE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, met het pakket voor Europees economisch bestuur hebben we een duidelijk signaal afgegeven. Toekomstige schuldencrises moeten worden vermeden. Een destabilisering van de euro moet effectief worden tegengegaan. Dat is de kernboodschap van het uitmuntende verslag van onze collega Corien Wortmann-Kool. Daarvoor hebben we een sterkere beleidscoördinatie tussen de lidstaten nodig, en nauwlettend toezicht op Gemeenschapsniveau. Dit toezicht is een essentieel element van de EU 2020-strategie.

Ons groei- en stabiliteitspact is de basis voor een sterke euro en moet eindelijk consequent worden toegepast om begrotingszondaars te laten zien waar de grenzen liggen. Dat is een terechte eis van onze burgers, en niet alleen in de landen die zich solidair moeten opstellen en voor steeds grotere vangnetten moeten zorgen. Er mogen geen uitvluchten en halfslachtige compromissen worden gebruikt als de lidstaten hun convergentieprogramma's en begrotingsbeleid aan elkaar meedelen. De burgers zullen alleen tot pijnlijke bezuinigingen bereid zijn als je ze eerlijk zegt hoe de zaken ervoor staan. Alleen dan is er draagvlak voor de nodige ingrepen.

In tegenstelling tot de wijdverbreide nationale dromen hebben we niet minder maar meer Europa nodig! Zo moet bijvoorbeeld onze Gemeenschapsmethode op basis van het Verdrag van Lissabon worden versterkt. De Europese Commissie moet en zal haar verantwoordelijkheid nemen om financiële en economische trends vroegtijdig op te sporen en de dialoog tussen financiële instellingen en beleidsmakers veel efficiënter dan tot dusverre vorm te geven.

 
  
MPphoto
 

  Seán Kelly (PPE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, de maatregelen die we hier vanavond bespreken moeten worden toegejuicht. Ik vind dat ze laten zien dat de Europese Unie het vermogen, de wil en de intelligentie heeft om maatregelen te nemen die voortvloeien uit de lessen die we van de economische crisis hebben geleerd.

Sommigen hebben gezegd dat dit een overdracht van bevoegdheden van de lidstaten naar de Europese Unie is, maar dat is het afgezaagde verhaal dat naar voren wordt gebracht om tegen elk voorstel bezwaar te maken. Als je deel uitmaakt van de Europese Unie moet je haar een aantal bevoegdheden geven, en wij zenden zeker een boodschap aan de markten en de burger dat we cruciale problemen kunnen aanpakken op het moment dat ze zich voordoen.

Ik ben het beslist helemaal eens met wat we aan het doen zijn en ik zou ook heel graag zien dat wij automatische, bindende sancties en ook het stelsel van stemming met een omgekeerde gekwalificeerde meerderheid aannemen. Dat zou ervoor zorgen dat we in de toekomst niet meer in een crisis belanden. Voorkomen is beter dan genezen en het draait hier allemaal om preventie. Leren van wat we reeds hebben geleerd.

 
  
MPphoto
 

  Marc Tarabella (S&D). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, wij moeten economisch bestuur invoeren om ervoor te zorgen dat de Europese Unie uit deze alsmaar voortdurende crisis geraakt. Wij moeten ons beleid coördineren, onze nationale begrotingen transparant beheren en vooral onze tekorten wegwerken.

Maar denkt u nu echt dat wij daarmee op de goede weg zijn? Europees rechts maakt zich op om simpelweg een streep te halen door de doelstellingen van de Europa 2020-strategie. Rechts wil geen belasting op financiële transacties, geen euro-obligaties, en fixeert zich volledig op de kredietbeoordelaars die de crisis van de subprimes niet hebben zien aankomen, wat genoeg zegt over het vertrouwen dat wij in die bureaus moeten hebben.

Laat één ding duidelijk zijn: wij zitten in een crisis die is veroorzaakt door het neoliberalisme en het blinde vertrouwen van regeringen en Europa in deregulering van de markten. En hoe willen wij vervolgens een uitweg uit die crisis vinden? Door nog meer neoliberalisme en bezuinigingen. Wat wij nodig hebben is groei en herstel van de vraag, iets wat wij niet zullen bereiken als wij onze medeburgers op de knieën dwingen. U zit op het verkeerde spoor.

 
  
MPphoto
 

  Nikolaos Salavrakos (EFD).(EL) Mijnheer de Voorzitter, als Griek wil ik mijn dank betuigen aan alle collega's die zich positief hebben geuit over Griekenland, en onderstrepen dat het overleven van een staat een kwestie is die mijns inziens partijen en partijgezindheid ver overstijgt. Wij hebben het hier weliswaar over het Europa van de toekomst, maar wij hebben het Europa van het verleden nog niet eens begrepen, hoe hard wij dat ook proberen. Wij proberen te begrijpen hoe wij in deze situatie verzeild konden raken. Het spijt mij, maar het moet van mijn hart dat de hebzucht van een aantal mensen in met name Griekenland misschien was ingegeven door domheid, maar dat bij anderen opzet in het spel was.

Wij zeggen dat het probleem kan worden opgelost met particuliere investeringen. De particuliere investeringen zijn echter naar elders vertrokken; kennelijk neigen wij ertoe dat te vergeten. De particuliere investeringen gaan naar andere gebieden van onze planeet. Europa is niet concurrentiekrachtig meer; Europa vergrijst; Europa kan de concurrentie niet meer aan en heeft niets meer te bieden. Dat wat…

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Ildikó Gáll-Pelcz (PPE). (HU) Mijnheer de Voorzitter, mijn dank voor het werk van de rapporteurs, de adviseurs, het Hongaarse voorzitterschap en iedereen die het mogelijk heeft gemaakt dat het pakket van zes wetgevingsvoorstellen betreffende economisch bestuur vandaag in deze vorm voor ons ligt. Het zou mooi zijn te denken dat dit pakket niet meer nodig is en dat de economische problemen van Europa in een handomdraai zullen worden opgelost. Helaas is dat niet het geval. Europa is nog niet uit de crisis, en als we niet verantwoord handelen kunnen we nog meer crises verwachten. Ik ben het eens met de verantwoordelijke denkers die beweren dat de begrotingsdiscipline en het stabiliteits- en groeipact versterkt moeten worden. We moeten hardop uitspreken dat de Europese Unie tot dusver te ruim de tijd heeft genomen; het had geen mechanisme voor crisisbeheer en heeft als gevolg daarvan niet adequaat kunnen reageren op de ernstige consequenties van de crisis, waardoor economische, financiële en sociale stoornissen zijn ontstaan. Dit mag niet opnieuw gebeuren. Bovendien moeten we lering trekken uit de fouten die in het verleden zijn gemaakt.

 
  
MPphoto
 

  Frédéric Daerden (S&D). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, beste collega's en rapporteur, goed Europees economisch bestuur is nodig, dat is duidelijk. Maar als deze zes teksten worden aangenomen, is er voor de lidstaten geen enkele manoeuvreerruimte meer om een investeringsbeleid te voeren dat de groei stimuleert.

Nu de burgers steeds minder vertrouwen hebben in de Unie, Griekenland op de knieën ligt en de wil van de kredietbeoordelaars wet is voor de lidstaten, moet dit Parlement korte metten maken met het dogma van bezuinigingen tot elke prijs.

Deze crisis van neoliberale snit wil de Unie nu te lijf gaan met neoliberale recepten, met stelselmatig snijden in de uitgaven, met name in de sociale zekerheid, uitgaven die juist algemeen gezien worden als een goede verdedigingsmuur tegen economische crises.

Ik zie dan ook niet hoe deze teksten aangenomen zouden kunnen worden zonder de door de progressieve fracties in dit Parlement gewenste wijzigingen. Het zou zelfs neerkomen op schizofrenie, daar we resoluties hebben aangenomen over de toepassing van de Europa 2020-strategie, en verslagen opstellen, net zoals ik heb gedaan, over de implementatie van het platform voor armoedebestrijding. Dit voorstel voor economisch bestuur …

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Bastiaan Belder (EFD). - Mijnheer de Voorzitter, aanscherping van het stabiliteits- en groeipact is dringend gewenst. De ervaringen van de afgelopen jaren maken dat duidelijk. Ik ben ook blij dat het onderhandelingsresultaat een stap in de goede richting is. Ministers mogen elkaar niet opnieuw de hand boven het hoofd houden als een lidstaat de overheidsfinanciën laat ontsporen. Daarom zou het goed zijn dat de preventie van grote tekorten wordt verbeterd door de besluitvorming meer op afstand van de politiek te zetten. Terecht houdt rapporteur Wortmann-Kool daarom vast aan de wens dat ministers besluiten slechts met gekwalificeerde meerderheid kunnen blokkeren.

Een pijnpunt voor mij is echter de verklaring van commissaris Rehn, die aan dit wetgevingspakket is gerelateerd. Dit is een stap in de richting van de invoering van euro-obligaties. De president van de ECB heeft erop gewezen dat het onwenselijk is dat er een situatie ontstaat waarin begrotingsdiscipline ontbreekt en er euro-obligaties worden ingevoerd. Het introduceren van nieuwe schulden verergert het Europese schuldenprobleem. De sociaal-democraten en groenen willen overheidsinvesteringen bovendien uitzonderen van de norm van een maximaal ...

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Jaroslav Paška (EFD).(SK) Mijnheer de Voorzitter, het pakket maatregelen voor economisch bestuur is een nuchtere reactie op de onmiskenbare economische en financiële problemen die de Europese Unie al langere tijd teisteren.

De economische crisis heeft meerdere landen in de eurozone in ernstige schuldproblemen gebracht en het is duidelijk dat de regels van het stabiliteitspact de muntunie niet hebben beschermd tegen de gevolgen van het amateuristische en onverantwoorde beleid van de regeringen van sommige landen. Hoewel ik vind dat de bevoegdheden van de Europese Commissie niet zouden moeten worden uitgebreid, ben ik het ermee eens dat de Europese muntunie een nauwkeuriger wederzijds controlemechanisme moet creëren voor het begrotingsbeleid. Sommige leden van de muntunie betalen de rekening voor het onverantwoorde en roekeloze gedrag van anderen, en daarom moeten we dringend de stap zetten naar meer transparantie en duidelijkheid in de begrotingsvoorwaarden om langdurige problemen in onze landen te voorkomen. Het is echter belangrijk dat we de overeen te komen regels ook consequent toepassen en er niet allerlei uitzonderingen op gaan maken.

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Elena Băsescu (PPE).(RO) Mijnheer de Voorzitter, om een hoog niveau van concurrentievermogen, duurzame economische groei en banengroei te verwezenlijken is een gemeenschappelijke strategie op EU-niveau nodig. Een krachtig, effectief stabiliteits- en groeipact is daarvan het belangrijkste instrument. Daarnaast zijn extra inspanningen vereist om te voorkomen dat een onhoudbaar begrotingsbeleid wordt aangenomen.

Het versterkte kader voor economisch bestuur zal worden ondersteund door verschillende onderling verbonden beleidsvormen. Mede dankzij dit pakket zullen lidstaten ertoe worden aangespoord een prudent begrotingsbeleid te voeren en indien nodig tijdig corrigerende maatregelen aan te nemen om te voorkomen dat er sancties worden opgelegd. Voorkomen is gemakkelijker dan genezen.

 
  
MPphoto
 

  Franz Obermayr (NI). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, het is duidelijk welke lijn de regeringen van de Europese kernlanden, de Commissie en de ECB volgen. Er worden nieuwe reddingspakketten voor Griekenland samengesteld, miljarden aan belastinggeld geriskeerd en plannen gemaakt voor een gezamenlijk Europees economisch bestuur, zoals we net gehoord hebben. De voorstellen van de Commissie zijn in eerste instantie gericht op een aanscherping van de regelingen van het groei- en stabiliteitspact, en de naleving van de criteria van Maastricht moet in de toekomst ook door een enorme verhoging van de boetes worden afgedwongen. Dit pact heeft tot dusver echter niet gefunctioneerd, en zal naar ik aanneem ook in de toekomst niet functioneren. Tegelijkertijd wordt voor begrotingszondaars opnieuw het ene na het andere steunmechanisme gecreëerd van belastinggeld. Men doet aan symptoombestrijding zonder de oorzaken aan te pakken. Europa zal op de korte of lange termijn voor de gevolgen van deze uiterst riskante strategie moeten opdraaien. Je kunt niet steeds maar dezelfde prestatiegerichte landen laten dokken voor de fouten van anderen.

 
  
MPphoto
 

  Olli Rehn, vicevoorzitter van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik denk niet dat ik alle Parlementsleden een antwoord kan geven. Daar hebben we niet genoeg tijd voor, maar ik zal proberen enige inzichten te verschaffen wat betreft de vanavond naar voren gebrachte punten.

Om te beginnen dank ik u allen voor dit zeer substantieel en wezenlijk debat waaruit een algeheel gevoel van verantwoordelijkheid voor de economische toekomst van Europa, voor groei en stabiliteit en voor het welzijn van onze burgers naar voren komt.

Ik ben van mening dat we algemeen gesproken allen de opvatting delen dat evenwichtige en gezonde overheidsfinanciën een noodzakelijke voorwaarde zijn voor duurzame groei en het verbeteren van de werkgelegenheid, wat het doel van het huidige wetgevingspakket is. Dit pakket verdient dan ook uw steun. Zoals velen van u benadrukten, is het een wezenlijke bouwsteen van onze alomvattende beleidsreactie op de huidige financiële crisis en staatsschuldcrisis.

Waarom is het zo belangrijk dat dit pakket op dit kritieke moment wordt aangenomen? Omdat we onze burgers, economische spelers en internationale partners moeten laten zien dat de Europese Unie echt in staat is een begrotingscrisis zoals we die bijvoorbeeld in het geval van Griekenland onlangs hebben doorgemaakt, voortaan te voorkomen.

Dat nooit meer. Dat is de eerste bouwsteen van dit wetgevingspakket. Daarom zijn preventief begrotingstoezicht en effectieve handhaving zoals deze in het pakket en ook door uw rapporteur en uw commissie worden voorgesteld, noodzakelijk. Dat is ook de reden dat we een echt en effectief functionerend mechanisme nodig hebben waarmee we macro-economische onevenwichtigheden kunnen opsporen en corrigeren, zodat we het soort crises waarvan nu sprake was, zoals in Ierland, of de kredietboom die we in Spanje hebben gezien, kunnen voorkomen.

Daarom hebben we de tweede bouwsteen in dit pakket nodig: een effectief mechanisme om macro-economische onevenwichtigheden te kunnen opsporen en corrigeren.

Sommigen van u, zoals Udo Bullmann, Sven Giegold en Philippe Lamberts, wilden weten of wij van oordeel zijn dat de kwestie rond symmetrie/asymmetrie is opgelost. Ik kan u mijn interpretatie en die van de Commissie geven inzake deze kwestie, die uiterst gecompliceerd is, zoals u zult vaststellen als u de teksten bekijkt. Ik hoop dat niemand dit pakket zal blokkeren omdat dat eenvoudigweg niet aan onze burgers valt uit te leggen.

Zowel in de ontwerptekst van de Raad als in die van het Parlement worden zowel de tekort- als de overschotlanden behandeld. Dat is heel duidelijk. De verschillen in de ontwerpteksten zouden geen wezenlijke gevolgen hebben voor het toepassingsgebied of de nadruk betreffende het uit te voeren economisch toezicht. Ik hoop dat het Parlement en de Raad erin slagen samen te werken en tot een overeenkomst te komen op basis van de inhoud en niet van de semantiek.

Er zijn bijna geen verschillen, dus laten we de knoop doorhakken en deze belangrijke kwestie rond symmetrie/asymmetrie afronden zodat we aan de slag kunnen en de macro-economische onevenwichtigheden en verschillen in de concurrentiepositie kunnen gaan opsporen en corrigeren.

Al met al is uw stem morgen van zeer groot belang voor de Europese Unie om het grote publiek, de economische spelers en onze internationale partners ervan te overtuigen dat we in staat zijn de crisis te boven te komen en duurzame groei te verwezenlijken.

Uw stem is morgen dus een fantastische gelegenheid om een historische mijlpaal te bereiken, namelijk door de monetaire unie aan te vullen met een werkelijk goed functionerende economische unie – die we zeker nodig hebben – en de Europese Unie zo in staat te stellen wijzer en hopelijk sterker en, in ieder geval, met nieuwe passende beleidsinstrumenten voor duurzame groei en werkgelegenheid uit de huidige crisis tevoorschijn te komen, met oog voor het belang van onze burgers.

 
  
MPphoto
 

  András Kármán, fungerend voorzitter van de Raad. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, tot mijn vreugde komt uit de meeste bijdragen naar voren dat de ons toevertrouwde opdracht – en met 'ons' bedoel ik het Parlement en de Raad – om tot een zeer ambitieus en nieuw pakket voor economisch bestuur te komen, zoals die ons werd toevertrouwd voor 99 procent voltooid is.

Ik ben het ook met veel van de geachte afgevaardigden eens dat we na de zware onderhandelingen de zaak rond moeten zien te krijgen. Ik ben optimistisch omdat ik voel dat er hier in dit Parlement sprake is van betrokkenheid en een echt gevoel van eigenaarschap ten aanzien van de toekomst van Europa.

Ik zal een paar opmerkingen maken over de specifieke kwestie die nog openstaat, namelijk de uitbreiding van de regel inzake stemming met een omgekeerde gekwalificeerde meerderheid. De afgelopen zes, zeven weken heeft de Raad minstens eenmaal per week gesproken over de voorstellen van het Parlement. De afgelopen vier weken hebben de ministers van Financiën van de 27 lidstaten het pakket driemaal besproken en telkens deden ze belangrijke concessies aan het Parlement ten aanzien van diverse onderdelen van de tekst om de weg te bereiden voor een tijdig akkoord.

We hebben alle aspecten van alle voorstellen op diverse niveaus besproken. Oorspronkelijk stelde u voor om de regel inzake stemming met een omgekeerde gekwalificeerde meerderheid in meer dan vijftien gevallen toe te passen. In sommige gevallen was het juridisch niet haalbaar om dat te doen en we hadden heel snel vastgesteld wanneer dat het geval was. Een aantal andere van de desbetreffende punten maakten al onderdeel uit van de algemene benadering van de Raad inzake het besluit over financiële sancties.

In mei ging de Raad ermee akkoord naast de algemene benadering in twee gevallen te stemmen met een omgekeerde gekwalificeerde meerderheid. Maandag heeft de Raad aanzienlijke concessies gedaan, in het laatste geval inzake het preventieve aspect van het pact, waaronder een clausule inzake herziening over drie jaar en toepassing van het beginsel 'naleven of motiveren', dat ten opzichte van het vorige akkoord in de Ecofin-Raad in maart werd versterkt.

Deze waarborgen kunnen het Parlement de nodige zekerheid geven dat er zo weinig mogelijk wordt afgeweken van de voorstellen en aanbevelingen van de Commissie en dat gevallen van niet-naleving van de regels en dus van de noodzaak om te motiveren zeer uitzonderlijk zullen zijn.

Het wordt beslist tijd dat het Parlement zijn oorspronkelijke standpunt heroverweegt en een stap in de richting van de Raad doet. De markten en investeerders zijn waakzaam en wachten af of wij er de komende dagen al dan niet in zullen slagen tot een overeenkomst te komen. Ik ben van mening dat het van wezenlijk belang voor ons is om te slagen. Bovendien kunnen we met dit pakket laten zien hoe Europese instellingen in staat zijn om op zo'n belangrijk terrein op een verantwoorde, doeltreffende en constructieve manier samen te werken. Ik heb Parlementsleden verschillende keren tijdens de trialogen zware kritiek horen uiten op intergouvernementele procedures. Door het pakket snel en tijdig aan te nemen kunnen we aantonen dat de communautaire methode de juiste weg voorwaarts is.

 
  
MPphoto
 

  Elisa Ferreira, rapporteur.(PT) Ik wil alle deelnemers aan dit debat bedanken voor hun bijdragen. Ik noem hier in het bijzonder de samenvattingen van commissaris Olli Rehn en de fungerend voorzitter van de Raad, András Kármán. Wat ik hier wel graag kwijt wil is het volgende: iedereen heeft concessies gedaan en we zijn nu heel dicht bij een akkoord. Ik moet echter iets zeggen over de kwestie symmetrie en asymmetrie – dat is namelijk heel belangrijk. Die kwestie en de omgekeerde gekwalificeerde meerderheid zijn elementen waaraan nog geschaafd moet worden. We zijn daar nog niet helemaal uit. Ik ben heel blij met de positieve bijdrage van commissaris Olli Rehn, maar als we tot een akkoord geraken moet er boven de wettekst een verwijzing naar die bijdrage komen te staan – boven de artikelen, en met vermelding van artikel 32, artikel 42 en overweging 11-A. We hebben dat al uitgebreid besproken. Ik zou het dus op prijs stellen als u hier op bleef letten. Het is namelijk een onderwerp dat, zoals we gezien hebben, voor verschillende afgevaardigden en verschillende fracties van belang is gebleken.

Dit gezegd zijnde, geloof ik dat een nieuw onderdeel bij de analyse van macro-economische onevenwichtigheden nuttig zou kunnen zijn. Het spijt me, mijnheer de commissaris, maar het gaat er niet alleen om bellen in de onroerend goed- of financiële markten te detecteren. Van belang is ook en vooral dat we datgene wat in Europa een groot probleem vormt kunnen vaststellen, en dat is de spanning die wordt gecreëerd door de sterk uiteenlopende ontwikkelingen van de economieën die tezamen de eurozone vormen. Die spanning brengt nu het voortbestaan van de eenheidsmunt – die het moet stellen met een minder dan optimaal monetair gebied – in gevaar. Daar is vandaag terecht op gewezen, vooral door de heer García Margallo.

Het is gewoon zo dat de Europese Unie niet volmaakt, niet compleet is. Wat we nu aan het doen zijn, volstaat niet om te compenseren voor de gebreken van de Europese economie op dit moment. Er wordt wel beweerd dat problemen veroorzaakt worden door mensen die lui zijn, fouten maken en liegen. En die worden dan vergeleken met de goeden die geen problemen ondervinden, maar dat is een karikaturale voorstelling en bovendien heel gevaarlijk. We moeten een dergelijke visie opzij zetten. De geschiedenis van Europa heeft immers uitgewezen dat eenvoudige verklaringen van complexe problemen nooit goede oplossingen opleveren. Dat is de oproep die ik hier tot u richt.

 
  
MPphoto
 

  Diogo Feio, rapporteur.(PT) Ik wil u graag bedanken voor al uw bijdragen aan het debat. Ik wil vooral de voorzitter van de Commissie economische en monetaire zaken, mevrouw Bowles, bedanken voor de doorslaggevende rol die ze in dit hele proces heeft gespeeld. Ik heb zojuist verzuimd dat te vermelden.

Om te beginnen wil ik erop wijzen dat dit pakket maatregelen voor economisch bestuur bijdraagt tot meer transparantie bij de instellingen. Het verleent dit Parlement een sterkere en belangrijkere rol. Tot slot is het een pakket dat de euro verdedigt. Al degenen die menen dat dit pakket niet de beste oplossingen voor groei bevat zullen toch moeten toegeven dat ze geen enkele staat kennen die zijn openbare financiën wel op orde heeft en niet groeit. Staten met een goede begrotingsdiscipline zijn staten met een groeiende economie. We mogen dat niet vergeten – dat dit het voorbeeld is dat we zelf moeten geven. En dat voorbeeld probeert men nu in mijn land te volgen.

Verder wil ik iedereen in dit Parlement iets vragen: gelooft u dat dit pakket voor economisch bestuur er nu slechter uitziet dan het oorspronkelijke pakket? Vindt u dat het Parlement er geen verbeteringen in heeft aangebracht? Dit pakket voor economisch bestuur is beter dan het aanvankelijke Commissievoorstel en dat komt omdat een aantal afgevaardigden er verbeteringen in heeft aangebracht. We moeten onze burgers immers een duidelijk antwoord geven. We willen dat de Europese economie groeit. We willen stabiliteit. En we willen zeer zeker transparantie. Om dat alles te verwezenlijken zullen we morgen bij de stemming verantwoordelijkheid moeten tonen – we moeten dus een verantwoorde stem uitbrengen en de partners met wie we willen samenwerken goed kiezen.

Voor mij is de keuze duidelijk: ik kies voor een beter Europa en een betere Europese economie.

 
  
  

VOORZITTER: RODI KRATSA-TSAGAROPOULOU
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Sylvie Goulard, rapporteur. − (FR) Mevrouw de Voorzitter, ik dank u allen voor dit debat, ook de commissaris en staatssecretaris Kármán.

Allereerst wil ik hem zeggen dat ik denk dat we reeds het bewijs hebben geleverd dat de communautaire methode goed werkt. Diogo Feio heeft het zojuist heeft al gezegd; ook ik denk dat de tekst zelfs beter is en dat we, als er een openbaar debat plaatsvindt, gewoon ons werk doen, en dat de burgers geïnformeerd kunnen worden over wat er in Brussel gebeurt, zoals ze zeggen.

Waarom dringen we aan op de omgekeerde gekwalificeerde meerderheid? Ik wil daar simpelweg het volgende over zeggen. Er zijn bijvoorbeeld landen in dit Parlement met een grotere bevolking, die meer afgevaardigden hebben. Bij de stemming heeft elk land het gewicht dat past bij zijn omvang. Maar in welke democratie hebben we ooit gezien dat er bij de toepassing van de regel verschil wordt gemaakt tussen degenen waarvoor die regel geldt?

Wanneer het gaat om de uitvoering van de regels die we met ons allen hebben afgesproken, kan er geen sprake zijn van marchanderen. De burgers verwachten dat de wet voor iedereen hetzelfde is. Ook op Europees niveau moet het zo zijn dat de situatie voor elke lidstaat, klein of groot, dezelfde is.

Daarom maken we ons hier sterk voor. Dat is geen kwestie van ideologie, maar van algemeen belang.

Tweede punt is de evenwichtigheid, en daarvoor richt ik me met name tot mevrouw Ferreira. Dit is een belangrijk punt, dat onderdeel vormt van het akkoord. We moeten ons ervan bewust zijn dat dit punt sommigen van ons veel heeft gekost en dat er, om het overeind te houden, in dit Parlement een zo groot mogelijke eensgezindheid moet bestaan over alle aspecten van de deal. We moeten eensgezind zijn. Net zoals de commissaris heeft gezegd, denk ik dat de verschillen tussen ons niet zo groot zijn dat ze onoverbrugbaar zijn. Ik roep dus op tot eensgezindheid. Je kunt niet aan de ene kant om steun vragen en tegelijkertijd de anderen aan hun lot overlaten.

Laatste punt: ik zou de heer Kármán toch heel graag willen bedanken voor één puntje, namelijk dat comply or explain. Hoe vaak heb ik u tijdens de discussies al gevraagd wat comply or explain precies wil zeggen, en aan wie we dat moeten uitleggen? U hebt zich een goed pleitbezorger getoond, u hebt de Raad in beweging gebracht. Ze zijn bereid om dit publiekelijk te doen. Ze nemen een voorschot op de economische dialoog. Dank u. Vraag hun om nog wat verder te gaan. Dat is alles wat van u verlangd wordt. U hebt het heel goed gedaan, dus we komen er wel.

 
  
MPphoto
 

  Corien Wortmann-Kool, rapporteur. − Voorzitter, ik wil ook graag iedereen bedanken die aan het debat heeft deelgenomen en iedereen die ons met zulke heldere argumenten heeft ondersteund.

Ik wil tevens graag Sharon Bowles, voorzitter van de Commissie economische zaken, bedanken, want de situatie was heel gecompliceerd en het is zeker ook aan haar te danken als we morgen hopelijk een positieve stemming krijgen.

Voorzitter, vandaag hadden we een behoorlijk ideologisch debat en het is duidelijk dat iedereen in dit Parlement graag duurzame overheidsfinanciën en begrotingsdiscipline wil, maar de geschiedenis bewijst dat je dat niet kunt bereiken door alleen maar meer geld uit te geven.

Voorzitter, er ligt nu een pakket op tafel. We hebben heel veel bereikt. Commissaris Rehn heeft vijftien punten op zijn lijstje staan en het kan zijn dat er collega's zijn die problemen hebben met details in dit pakket, maar als je kijkt naar het alternatief van links, dan brengt ons dat alleen maar verder van huis. Daarom hoop ik dat de collega's morgen op dit zo belangrijke wetgevende pakket voor dit Parlement, dat voor het eerst in zijn geschiedenis een medewetgevende bevoegdheid heeft, bereid zijn hun verantwoordelijkheid te nemen, net zoals de Raad dat ook doet.

We hebben de komende week nog een aantal hordes te nemen, maar met een hopelijk positieve stemming morgen, en de komende week nog te gaan, hoop ik dat we uiteindelijk in eerste lezing in juli het besluit kunnen nemen, want voor 98% zijn we er.

Ik zou ook graag namens de PPE willen onderstrepen wat collega Goulard heeft gezegd over de symmetrie en de asymmetrie. Het is inderdaad in dit Parlement een geven en nemen en iedereen heeft zijn prioriteiten. Maar dan moet het ook op geven en nemen aankomen om ook op het punt van de symmetrie uiteindelijk een standpunt van dit Parlement over het pakket aan te nemen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

De stemming vindt donderdag 23 juni 2011 plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  George Sabin Cutaş (S&D), schriftelijk.(RO) In een tijd dat het effect van de recessie en de staatsschuldencrisis sterk wordt gevoeld, hebben we een robuust economisch bestuur op EU-niveau nodig. Het wetgevingspakket voor economisch bestuur in zijn huidige vorm zal de Europese Unie echter niet helpen om de weg naar herstel in te slaan, maar zal leiden tot een situatie waarin hoge werkloosheid en armoede permanente verschijnselen zijn.

Ik denk dat de voorstellen in dit pakket niet ambitieus genoeg zijn, omdat ze uitsluitend zijn gericht op bezuinigingen en het snijden in sociale rechten van werknemers. Elementen die een Europees economisch herstel kunnen ondersteunen, zoals investeringen op belangrijke gebieden als infrastructuur, onderwijs, onderzoek en innovatie, worden niet genoemd.

We kunnen een alternatief bieden voor dit bezuinigingsmodel, dat, zoals we in Griekenland kunnen zien, grote beperkingen blijkt te hebben. De invoering van euro-obligaties die gezamenlijk worden uitgegeven voor een deel van de Europese staatsschuld zou de financieringskosten in de Europese Unie automatisch verminderen en zou het fundament leggen om de investeringen weer te laten aantrekken. In navolging van het model van de New Deal in de Verenigde Staten zal de oplossing van de huidige economische en financiële crisis moeten worden gevonden in het weer tot stand brengen van economisch groei op basis van investeringen en het scheppen van banen.

 
  
MPphoto
 
 

  Monika Flašíková Beňová (S&D), schriftelijk.(SK) Het is belangrijk dat de Europese Unie niet alleen op de crisis reageert door de meest acute problemen weg te nemen, maar dat zij ook werkt aan meer fundamentele economische hervormingen. De voorliggende verslagen zijn op verschillende punten een stap in de goede richting, maar ze hebben ook meerdere tekortkomingen. In de voorstellen wordt gesproken over hardere sancties, over boetes voor het niet opvolgen van aanbevelingen en over de automatische oplegging daarvan, zodat daar geen politiek handjeklap bij aan te pas kan komen. Dat is allemaal prima. Ik kan me echter niet aan de indruk onttrekken dat deze sancties zijn toegesneden op de lidstaten die het momenteel moeilijk hebben, en dat er vanuit wordt gegaan dat dit hun eigen schuld is en dat ze hun situatie door een "gedisciplineerde" aanpak zelf kunnen verbeteren. Dat is echter een misvatting. Nog vóór de crisis ontstond er in Europa een dynamiek waarbij de sterke landen in de eurozone hun concurrentievoordeel zeker stelden. Mede dankzij salarisdumping, bijvoorbeeld in Duitsland, versterkten de kernstaten hun exportpositie en de landen in de periferie werden het zwak concurrerende achterland voor hun producten en kapitaal. De crisis was voor deze landen de spreekwoordelijke laatste nagel aan hun doodskist. Uit deze situatie kunnen ze niet komen met wilskracht of vastberadenheid. De macro-economische onevenwichtigheden, vooral in de landen met de gemeenschappelijke munt, kunnen alleen worden opgelost door een unanieme herziening van het huidige model van economische ontwikkeling. Niet alleen bezuinigingen en begrotingsdiscipline zullen de oplossing brengen, maar ook een beleid van doelmatige ontwikkeling en ondersteuning van het concurrentievermogen van de periferie van Europa.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. – (FR) Zoals gewoonlijk legt u ons, onder het mom van het oplossen van problemen die u zelf hebt veroorzaakt, meer Europa op, en meer macht voor de Commissie. Een Commissie die niks meer is dan een handjevol zonder democratische controle aangewezen ambtenaren, maar die wel is opgericht als censor en slavendrijver die het recht krijgt sancties op te leggen aan de lidstaten. Uw pseudo-economisch bestuur gaat veel verder dan begrotingsbetutteling. Het komt er simpelweg op neer dat hele volkeren en naties onder voogdij komen te staan. Oftewel de toepassing van de doctrine van beperkte soevereiniteit, die onze grote democraat Brezjnev zo na aan het hart lag, met financiële sancties in plaats van tanks. Ik overdrijf niet: een van de verslagen ziet het als zijn taak om te verduidelijken dat een nieuwe regering, na het wijzigen van de meerderheid na verkiezingen, toestemming moet krijgen om veranderingen aan te brengen in de begrotingsprioriteiten van de vorige regering, en dan ook nog slechts marginale. Welke prioriteiten trouwens? Prioriteiten die door de Europese Unie zijn opgelegd: terugbetaling van particuliere crediteuren, geruststelling van de markten, afbraak van de sociale zekerheid en versnelling van ongebreidelde liberalisering, volgens de EU 2020-strategie. Het gaat hier niet om het rechtzetten van fouten, het verbeteren van het openbaar bestuur of het voorkomen van een nieuw geval à la Griekenland, maar om een overval op de democratie.

 
  
MPphoto
 
 

  Jiří Havel (S&D), schriftelijk. (CS) Crises kunnen een kans voor verandering inhouden of voor het ontstaan van nieuwe regels en instellingen. De econoom Joseph Schumpeter sprak over zogeheten creatieve destructie. En zo beschikt de EU momenteel over de unieke kans om een nieuw mechanisme tot stand te brengen voor meer macro-economische stabiliteit fiscaal en monetair in de lidstaten op de lange termijn. Zo kunnen ze weer concurrerender worden. De ervaringen met het functioneren van de economische en monetaire unie tot nog toe leren ons echter dat dergelijke regels in wetgeving gegoten dienen te worden en dat niet domweg gerekend mag worden op de goede wil van de lidstaten. Om die reden acht ik het voorliggende pakket wetgeving met zes voorstellen voor de totstandbrenging van een degelijker kader voor economisch bestuur een stap in de goede richting. Vier van die voorstellen hebben betrekking op begrotingsaangelegenheden zoals hervorming van het stabiliteits- en groeipact, en de overige twee verordeningen dienen voor een tijdige opsporing en aanpak van macro-economische onevenwichtigheden in de EU en de eurozone. Voor een doeltreffende afdwinging van dergelijke nieuwe regels is het echter noodzakelijk dat de nationale parlementen en het Europees Parlement nauwer en tijdiger bij het hele proces betrokken worden.

Door de bank genomen acht ik het voorliggende pakket wetgeving een adequate reactie op de wereldwijde crisis en de huidige economische situatie in de EU. Het gaat uit van relevante wetgeving en is in overeenstemming met de Europa 2020-strategie en andere strategische documenten van de EU. Ik zou dan ook willen voorstellen het in de gedaante waarin het nu voor ons ligt aan te nemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Iliana Ivanova (PPE), schriftelijk. – (BG) Het gebrek aan passende instrumenten voor een vroegtijdige diagnose van overheidsproblemen van financiële aard vormt samen met de slecht werkende mechanismen van het stabiliteits- en groeipact een van de hoofdoorzaken van de langdurige crisis die de eurozone en de Europese Unie thans doormaken. Het wetgevingspakket stelt ons in de gelegenheid passende maatregelen te nemen om de onevenwichtigheden aan te pakken voordat zij schadelijke gevolgen hebben voor de overheidsfinanciën. Het biedt de Europese Commissie de mogelijkheid om permanent toezicht uit te oefenen op de macro-economische ontwikkeling van de lidstaten en indien nodig zal een grondige analyse van de nationale economieën worden uitgevoerd. Dat is de reden waarom de indicatoren voor toezicht op de macro-economische ontwikkeling en hun drempelwaarden niet automatisch door de Commissie mogen worden aangenomen, maar bestudeerd moeten worden vanuit een economisch perspectief. Het is belangrijk dat bij de opstelling van het scorebord rekening wordt gehouden met de verschillende uitgangssituaties van de lidstaten, alsook met hun macro-economische kenmerken, die verschillen al naargelang zij al dan niet tot de eurozone behoren. Bij de analyse van de drempelwaarden van de indicatoren dient aandacht te worden besteed aan de inhaalbeweging die de nieuwe lidstaten thans uitvoeren. Dat is de enige manier om te waarborgen dat de macro-economische ontwikkeling aan een passende analyse wordt onderworpen.

 
  
MPphoto
 
 

  Kristiina Ojuland (ALDE), schriftelijk. – (EN) De economische integratie van de Europese Unie en met name de euro zijn zover gevorderd dat we niet langer de andere kant op kunnen kijken als er sprake is van onmiskenbare afwijkingen van de criteria die zijn vastgesteld om de economische stabiliteit in de Unie te waarborgen. Ik roep derhalve op tot versterking van de rol van de Commissie bij het economisch bestuur van de EU. Uiteindelijk moeten er automatische mechanismen worden ingesteld en uitgevoerd wanneer bepaalde lidstaten consequent het stabiliteits- en groeipact schenden. De economische crisis heeft de onverantwoorde financiële en economische besluiten van verschillende regeringen blootgelegd, maar het zijn de consciëntieuze lidstaten die de prijs daarvoor betalen. De crisis heeft ons een pijnlijke maar zeer waardevolle les geleerd voor de toekomst. De Commissie moet het mandaat krijgen om zonder voorbehoud in te grijpen wanneer ze alarmerende signalen van een lidstaat ontvangt en de Raad moet niet achter de daders gaan staan. We kunnen niet oneindig over solidariteit blijven praten. Als we de boosdoeners niet tot de orde roepen, zouden de burgers van landen zoals Estland hun geduld wel eens kunnen verliezen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Teixeira (PPE), schriftelijk.(PT) De goedkeuring van het pakket maatregelen voor economisch bestuur toont nogmaals aan dat het Europese project nog steeds levensvatbaar is en dat de consensus tussen de zevenentwintig lidstaten ertoe zal leiden dat we de problemen oplossen en een antwoord weten te formuleren op de nog komende uitdaging. De crisis met de overheidsschulden heeft duidelijk gemaakt dat de mechanismen voor toezicht en correctie niet volstaan. De maatregelen waarover we vandaag hebben gestemd zijn bedoeld om de instrumenten die niet goed hebben gefunctioneerd te versterken. Het is dus zaak dat ze ook concreet worden toegepast. Het schuldcriterium zoals we dat in het Verdrag van Maastricht hebben vastgelegd wordt met dit pakket eindelijk operationeel en zal dus inderdaad toegepast worden. De officiële instelling van een Europees Semester, de versterking van de dialoog tussen de Europese instellingen en de nationale entiteiten, de rol van het Parlement en de Commissie in het begeleidingsproces, en een beter en doeltreffender toezicht – het zijn allemaal manieren om in Europa slimme, duurzame en inclusieve groei te verwezenlijken. Ik wil er tot slot op wijzen dat we voor een succesvolle Europese economie ook regels nodig hebben die de hier vastgelegde regels aanvullen, ter ondersteuning van groei en investeringen in de lidstaten. Europa doet er verstandig aan een gemeenschappelijke strategie te kiezen, maar mag daarbij specifieke nationale karakteristieken niet uit het oog verliezen.

 
  
MPphoto
 
 

  Rafał Trzaskowski (PPE), schriftelijk. – (PL) Het afgelopen jaar heeft aangetoond dat het stabiliteits- en groeipact, dat was bedoeld om de lidstaten te weerhouden van schending van de macro-economische beginselen van de eurozone, op zijn zachtst gezegd niet bepaald effectief is geweest. Dit werd voor een belangrijk deel veroorzaakt door het feit dat de lidstaten ongestraft hun gang konden gaan, omdat de sancties uit het systeem niet automatisch werden toegepast. Wij zijn het eens over de vorm van de sancties die moeten worden opgelegd aan landen uit de eurozone zodra zij het toegestane niveau van het begrotingstekort en de staatsschuld overschrijden. Preventieve maatregelen zijn echter net zo belangrijk. Daarom is het Europees Parlement ook voor de invoering van een automatisch mechanisme voor de preventieve dimensie van het pact. Het totale proces vereist tevens meer transparantie, die alleen kan worden gewaarborgd door grotere betrokkenheid van het Europees Parlement en de nationale parlementen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jarosław Leszek Wałęsa (PPE), schriftelijk. – (PL) In maart en juni 2010 heeft de Europese Raad de EU 2020-strategie aangenomen. Prioriteit van deze strategie is een grotere coördinatie tussen de economische beleidsstrategieën van de lidstaten om uiteindelijk op de lange termijn duurzame en inclusieve groei en een evenwichtige arbeidsmarkt te bereiken. Aangezien economisch bestuur overheidsschuld gelijkstelt aan een tekort, moeten we ons tot het uiterste inspannen om ervoor te zorgen dat de vaststelling van het begrotingskader voor de middellange termijn bijdraagt aan lastenverlaging voor de toekomstige generaties. Hierbij moeten we gebruik maken van de ervaring die is opgedaan in het eerste decennium dat de Economische en Monetaire Unie functioneerde. Er is dringend behoefte aan harmonisatie van de eisen die betrekking hebben op de regels en procedures die het begrotingskader vormen, zodat vergelijkbare sociale uitkeringen zijn gewaarborgd en sociale uitsluiting kan worden bestreden.

Gelet op de hoge mate van onderlinge afhankelijkheid tussen de begrotingen van de lidstaten en de EU-begroting moeten de begrotingsramingen op beide niveaus even transparant zijn. Daarom is overeenstemming tussen de Commissie en iedere lidstaat over de reikwijdte van de ramingen en de ramingsmethoden zo belangrijk. Deze vorm van samenwerking voorkomt tegenstrijdige macro-economische scenario's en vergroot de geloofwaardigheid van de prognoses die worden gebruikt bij de planning.

 
  
MPphoto
 
 

  Iuliu Winkler (PPE), schriftelijk. (RO) De economische crisis en de gevolgen daarvan hebben ons laten zien dat de toekomst van de EU moet worden gebouwd op Europese en niet op binnenlandse oplossingen. Het vinden van een levensvatbare oplossing voor de staatsschuldencrisis en de noodzaak om de euro te versterken, maar ook de terugkeer naar een pad van duurzame groei en het scheppen van nieuwe banen, hangen af van een efficiënte coördinatie tussen de lidstaten en een versterking van het stabiliteits- en groeipact. Kort gezegd, dit hangt af van een sterk Europa, een doel dat ook wordt uitgedrukt in het motto van het Hongaarse voorzitterschap van de Raad.

Het pakket voor Europees economisch bestuur dat op de agenda van het Europees Parlement staat, kan de mechanismen creëren die de EU nodig heeft om haar toekomst vorm te geven op een wijze die de architecten ervan het zich hebben voorgesteld. Het aannemen van dit pakket zal leiden tot nauwe coördinatie, begrotingsdiscipline, economisch toezicht, doelmatige besluitvormingsregels en sterke Europese instellingen, waarmee de fundamenten voor de heropleving van de EU worden gelegd.

De economische crisis heeft de wereld onomkeerbaar veranderd en het is duidelijk dat de EU dringend een nieuwe financiële structuur nodig heeft. We staan op een keerpunt. Een verzwakking van de ambitie van de lidstaten om de onder druk van de crisis aangevatte hervormingen te voltooien, een te grote toegeeflijkheid, te veel uitzonderingen op de algemeen aanvaardbare regels en een terugkeer naar een nieuwe ronde van intern protectionisme zullen allemaal fatale ontwikkelingen zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Záborská (PPE), schriftelijk.(SK) Ik geloof niet dat regeringen of autoriteiten de economie kunnen sturen. Tegelijkertijd begrijp ik dat we op zoek moeten naar de oorzaken van de financiële problemen van Griekenland en andere lidstaten van de Europese Unie en een manier moeten vinden om die problemen in de toekomst te voorkomen. Tegelijkertijd balanceren we op de grens van de democratie als we beperkingen opleggen aan het recht van de burgers om te beslissen over de begroting van hun eigen land, en daarmee over de beleidsprioriteiten van hun nationale regering. Solidariteit is echter alleen mogelijk als verantwoord bestuur de regel wordt voor iedereen. We naderen derhalve een kruispunt. Één weg leidt tot vertraging van de Europese integratie, en misschien tot het uiteenvallen van Europa. De andere weg leidt tot belastingharmonisatie, het einde van de nationale begrotingen en een federale superstaat. In dat geval hebben we het echter ook over een gemeenschappelijk systeem voor de bijdragen voor ziektekostenverzekering, sociale verzekeringen en pensioenen in de hele Europese Unie. Dat zijn de argumenten in het debat over een federaal Europa, en niet holle frasen over eendracht.

 

19. Beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval (debat)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is het verslag over het voorstel voor een richtlijn van de Raad inzake het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval [COM(2010)0618 - C7-0387/2010- 2010/0306(NLE)] - Commissie industrie, onderzoek en energie. Rapporteur: Romana Jordan Cizelj (A7-0214/2011).

 
  
MPphoto
 

  Romana Jordan Cizelj, rapporteur. (SL) Mevrouw de Voorzitter, wij behandelen nu een wetgevingsvoorstel waarmee voor het eerst Europese normen zullen worden ingevoerd voor het omgaan met radioactief afval en verbruikte splijtstof. Er zijn twee jaar verstreken sinds we een richtlijn inzake nucleaire veiligheid hebben aangenomen en sindsdien is er steeds meer aandacht besteed aan een veilige werking van kerncentrales.

Het Europees Parlement heeft eveneens herhaaldelijk aangedrongen op een richtlijn inzake het beheer van radioactief afval en verbruikte splijtstof. De gebeurtenissen in Fukushima hebben laten zien dat dit terecht was, want verbruikte splijtstof in tijdelijke opslagbassins kan eveneens een risico vertegenwoordigen dat met adequate maatregelen kan worden voorkomen. De Commissie industrie, onderzoek en energie (ITRE) is een groot voorstander van een Europese richtlijn, maar die moet wat ons betreft op een aantal punten strenger worden. In ons verslag hebben wij aandacht besteed aan de technologische aspecten, het beschikbaar stellen van financiële middelen en arbeidskrachten, evenals onafhankelijke, sterke en competente regelgevende instanties.

Laat ik u onze standpunten nader toelichten. Zelfs de beste ideeën, hoe gewenst ook, kunnen geen werkelijkheid worden zonder voldoende financiële middelen. Binnen ITRE hebben we de financiële vereisten aanzienlijk aangescherpt. Het slechts adequaat en beschikbaar zijn van deze middelen is volgens ons niet voldoende. Op politiek niveau moeten wij ervoor zorgen dat deze twee vereisten worden geïmplementeerd, en wij zijn derhalve voorstander van meer transparantie van en toezicht op financiële middelen. Wij stellen eveneens voor te eisen dat de middelen voor een specifiek doeleinde worden benut.

Wij hebben ons tevens sterk gemaakt voor implementatie van het beginsel 'de vervuiler betaalt' en dat is mijns inziens een van de fundamentele eisen van het Europees Parlement. Wij hebben bovendien gereageerd op de zorgen van het publiek ten aanzien van de veiligheid van verbruikte splijtstof en gepleit voor het omkeerbaarheidsbeginsel. Wij hebben het standpunt ingenomen dat verbruikte splijtstof moet worden beheerd. Om technische redenen of in geval van nieuwe technologische oplossingen moet deze splijtstof worden gewonnen, verwerkt of gerecycled en hergebruikt.

Wij hebben de vereisten ten aanzien van transparantie aanmerkelijk aangescherpt en details uitgewerkt met betrekking tot inspraak van het publiek, de informatie die het publiek moet worden verschaft, evenals de wijze van communicatie en inspraak bij besluitvorming. Wij hebben in dit verband gewezen op het Verdrag van Aarhus. Onze commissie is een voorstander van regionale samenwerking. Om ervoor te zorgen dat regionale samenwerking echter niet slechts een excuus is om besluiten uit te stellen, hebben wij een reeks vereisten toegevoegd waaraan deze samenwerking moet voldoen.

Wij hebben bijzondere aandacht besteed aan de bescherming van werknemers die omgaan met verbruikte splijtstof en radioactief afval, naleving van het ALARA-beginsel (as low as reasonably possible - zo laag als redelijkerwijs mogelijk) dat in de praktijk wordt bepaald, de noodzaak tot opleiding en training, evenals de noodzaak tot ontwikkeling van wetenschappelijke en technologische vaardigheden.

Ik wil met name ons standpunt ten aanzien van de uitvoer van radioactief afval benadrukken. Ik durf te stellen dat niemand in de commissie een NIMBY-houding (not in my backyard - niet in mijn achtertuin) heeft. Wij zijn tegen onverantwoord beheer en wij willen dat radioactief afval veilig wordt opgeslagen. Anderzijds weten wij dat er uitzonderingen zijn als het gaat om uitvoer. Om die reden hebben wij onze steun verleend aan een amendement waarmee uitvoer is toegestaan naar landen die dezelfde normen aanhouden als wij met deze richtlijn in de EU gaan invoeren. Wij moeten bijvoorbeeld geen radioactief afval gaan uitvoeren naar landen die niet over definitieve opslagfaciliteiten beschikken. Wij hebben eveneens een amendement ingediend waarin wij erop aandringen dat de Europese Commissie het concept voor het beheer van radioactief afval en verbruikte splijtstof beoordeelt zodra de collegiale toetsingen zijn afgerond. De nadruk moet met name liggen op het omkeerbaarheidsbeginsel en de vereisten ten aanzien van uitvoer.

Dames en heren, het Europees Parlement heeft op grond van het Euratom-Verdrag slechts een adviserende rol. We hebben hard gewerkt en ik ga er graag vanuit dat ons werk niet voor niets is geweest. Ik verwacht derhalve dat de Europese Commissie en de Raad onze standpunten zullen respecteren en ik verzoek u om de standpunten van ITRE tijdens dit debat te ondersteunen.

 
  
MPphoto
 

  Günther Oettinger, lid van de Commissie. (DE) Mevrouw de Voorzitter, geachte afgevaardigden, vandaag bespreken we een voorstel van de Commissie over een thema dat Europa aangaat en voor de tweede maal op de agenda van het Parlement prijkt. In 2003 en 2004 werd het eerste voorstel van de Commissie niet goedgekeurd. Wij vinden het op Europees niveau verstandig en raadzaam om de hoogste veiligheidsnormen in acht te nemen bij het gebruik van kernenergie – ongeacht het doel – en bij het beheer van radioactief afval.

Ik spreek mijn dank uit aan mevrouw Jordan Cizelj voor haar uitvoerige verslag en voor het werk dat zij in de afgelopen weken heeft geleverd. Ook dank ik de schaduwrapporteurs van de Commissie industrie, onderzoek en energie en de overige commissies. Volgens mijn ambtenaren hebt u een zeer feitelijk en ter zake dienstig verslag opgesteld. Wij zijn er verheugd over dat in het verslag steun wordt geuit aan de essentiële aspecten van het voorstel van de Commissie, dat moet fungeren als belangrijke bouwsteen voor de ontwikkeling van een alomvattend Europees juridisch en regelgevend veiligheidssysteem op het hoogst mogelijke niveau.

Tot mijn vreugde hebt u in principe ingestemd met het concept van het Europees rechtskader en steunt u onze voorstellen inzake de verantwoordelijkheid voor de nationale programma's, voor duidelijke regels op het gebied van werk, termijnen en financiën, voor informatieverstrekking en voor het volledig betrekken van het grote publiek bij elke nationale uitvoeringsprocedure.

Wij willen samenwerken om te komen tot een gedetailleerde en gegronde vaststelling van de afvalbeheertrajecten en de veiligheid daarvan, temeer daar het om zeer langdurige opslagperioden gaat.

Een groot aantal van uw voorstellen getuigt van uw kennis van zaken. Zij ondersteunen en versterken de aanpak van de Commissie.

Staat u mij toe enkele aanvullende opmerkingen te maken op vier specifieke gebieden.

Allereerst het basisprincipe: wij willen ons houden aan het subsidiariteitsbeginsel en niet alles tot in detail vastleggen, temeer daar de uitgangssituatie van de afzonderlijke lidstaten verschillend is. Doel is een Europees rechtskader vast te stellen. In het ontwerpdocument zijn de essentiële punten opgenomen die voor de veiligheid en de normen van belang zijn en laten we speelruimte als het gaat om het type raadpleging van de burgers, opleiding en training van werknemers en leidinggevend personeel, en de details van de modellen voor financiering – let wel, niet de kwaliteit van de financiering. Ook de regulering van de locaties voor definitieve opberging die door verschillende lidstaten gezamenlijk zijn gebouwd of worden beheerd, vullen we welbewust niet in. Indien gewenst kunnen wij aanbevelingen hiervoor doen als gedurende het proces een en ander gespecificeerd moet worden.

Overigens ben ik er zeker van dat het in de komende twintig jaren niet bij dit ene voorstel zal blijven. Ik verwacht dat bij de uitvoering in de komende twee tot vijf jaar zal blijken dat nadere correcties en aanvullingen nodig zijn. Daarom biedt de Commissie u allen de gelegenheid om met een herziening te komen als de tijd rijp is, zodat we lering kunnen trekken uit de opgedane ervaringen en de richtlijn verder kunnen verbeteren.

Ten tweede: als het gaat om het weer opdelven en de opwerking van splijtstof en afval is het principe van toepassing dat elke locatie voor duurzame en definitieve opslag geschikt en veilig moet zijn, zowel uit geologisch als technisch en bouwkundig oogpunt. Wij zijn er ons echter bewust van dat zich op het gebied van onderzoek en wetenschap nieuwe ontwikkelingen kunnen voordoen. Momenteel neemt de verwachting toe dat in de nabije toekomst – in de komende decennia of binnen de volgende of daaropvolgende generatie van wetenschap –, de mogelijkheid zal ontstaan het afval doeltreffender te recycleren of op te slaan. Daarom hechten we net zozeer belang aan de optie van het weer opdelven van afval als aan, in de tussentijd, constante toegankelijkheid en veiligheid. We willen de mogelijkheid bieden dit in nationale wetgeving op te nemen en wellicht in de preambule te verduidelijken.

Ten derde ondersteunen wij de rapporteur in haar opvatting over het belang van toereikende financiering voor nationale beheerprogramma's. De Commissie heeft dan ook in haar ontwerpdocument belangrijke financieringsvereisten opgenomen die moeten voorkomen dat toekomstige generaties met onevenredig zware lasten worden opgezadeld. We willen dus waarborgen dat passende financiële middelen tijdig en overeenkomstig het beginsel 'de vervuiler betaalt' beschikbaar worden gesteld, dat er gedetailleerde en betrouwbare kostenprognoses in de nationale programma's worden opgenomen en dat werknemers en de bevolking als geheel informatie krijgen op het gebied van het afvalbeheer. Daarnaast moet ook de financiering transparant zijn.

Wij ondersteunen ook de voorstellen waarin staat dat de financiering van het beheer op lange termijn moet worden gewaarborgd. Dit standpunt zullen wij namens u ook tegenover de Raad uitdragen.

Mijn laatste punt betreft de uitvoer. Het principe van ons voorstel luidt dat elke lidstaat, ongeacht of en hoeveel kerncentrales hij heeft en hoeveel afval hij gewoonlijk moet verwerken – ook lidstaten zonder kerncentrales hebben kernafval, afkomstig van medische apparatuur en industrieel onderzoek –, de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van zijn taken moet nakomen en daarnaast bilaterale verbintenissen aangaan en oplossingen met andere lidstaten ontwikkelen moet. In principe is met de uitvoer naar derde landen geen Europees belang gediend.

Mijn geboorteland Duitsland heeft in de jaren zeventig en tachtig veel gevaarlijke industriële afvalstoffen uitgevoerd naar de voormalige DDR en naar Oost-Europa, die daar tegen een vergoeding werden opgeslagen op een wijze die bepaald niet aan de toenmalige stand van de techniek en aan de normen voor optimale bescherming van mens en milieu voldeed. Dat is nu ook weer een bron van zorg. De Commissie is daarom bereid om besluiten te nemen die voorzien in elke mogelijke restrictieve oplossing, waaronder uitvoerverboden en uitvoerbeperkingen. Wij doen een beroep op het Parlement om op dit punt geen concessies te doen maar restrictieve oplossingen te ondersteunen. Dat maakt het voor ons makkelijker te voorkomen dat de Raad de exportbeperkingen aan het einde van de procedure verlicht.

Ik dank u hartelijk voor uw constructieve medewerking. Ik ben er zeker van dat wij dit onderwerp binnen enkele jaren opnieuw ter tafel zullen brengen om deze eerste richtlijn uit te breiden en te verbeteren.

 
  
MPphoto
 

  Jean Lambert, rapporteur voor advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, laten we hopen dat we, wanneer we deze richtlijn gaan herzien, dit op een andere rechtsgrondslag kunnen doen.

Onze commissie was van mening dat artikel 153 van het Verdrag de rechtsgrondslag moet zijn, aangezien deze kwestie rechtstreeks verband houdt met gezondheid en veiligheid. We hebben het belang onderstreept van informatieverstrekking en echte raadpleging van werknemers met betrekking tot de veiligheidsanalyse en de veiligheidsbeoordelingen, niet alleen voor de locaties waar verbruikte splijtstof en radioactief afval worden bewaard, maar ook voor de wijze waarop dit materiaal moet worden vervoerd. Ook benadrukken wij de behoefte aan een streng en doeltreffend controlesysteem met effectieve, afschrikkende en proportionele sancties.

We willen ook dat alle vergunninghouders garant staan voor grondige en voortdurende nascholing van iedereen die met deze stoffen werkt, met inbegrip van onderaannemers – een potentieel zwakke schakel in de veiligheidsketen – gelegenheidswerknemers en alle andere personen die op de locatie werkzaam zijn, ongeacht hun functie. We waren ook van mening dat er geen eenvoudig scheiding mogelijk was tussen civiel en militair afval, gelet op het feit dat het tegenwoordig heel goed mogelijk is dat burgers militair afval behandelen.

 
  
MPphoto
 

  Pavel Poc, rapporteur voor advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid. − (CS) Mevrouw de Voorzitter, mijn oprechte complimenten aan de rapporteur voor haar uitstekend verslag. Als rapporteur voor advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid heb ik met eigen ogen kunnen zien hoe het technisch voorstel van de ene op de andere dag een uiterst beladen politiek thema werd. Ik zou dan ook mijn hartelijke dank willen uitspreken aan alle collega's die ondanks het ongeval in Japan in staat zijn geweest om met een objectief oog naar de zaak te blijven kijken. Ik zou met name de schaduwrapporteurs van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid willen bedanken voor de uitstekende bijdragen aan het advies van deze commissie.

Ik ben ervan overtuigd dat de EU straks met deze richtlijn een afdoende wettelijk kader heeft voor het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval en dat het een onlosmakelijk onderdeel zal worden van de wetgeving ten behoeve van een veilig gebruik van kernenergie in de lidstaten die een plaatsje blijven inruimen voor deze vorm van energie in hun energiemix. Ik ben onder meer uiterst ingenomen met de vereiste dat de lidstaten voldoende geld moeten uittrekken voor het beheer van verbruikte splijtstof. Ik heb persoonlijk een aantal depots voor radioactief afval bezocht en ben er van overtuigd dat de beveiliging daarvan regelrecht lijden zou onder onvoldoende financiering. Dat moeten we echt zien te voorkomen hier in Europa.

 
  
MPphoto
 

  Edit Herczog, namens de S&D-fractie. (HU) Mevrouw de Voorzitter, ik juich het verslag toe namens de Fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten in het Europees Parlement. Het is het resultaat van langdurige debatten, beraadslagingen en onderhandelingen, en we zullen het morgen unaniem steunen. We gebruiken al zestig jaar lang nucleaire technologie voor energieproductie, de vervaardiging van geneesmiddelen, en de besturing van onderzeeërs en ijsbrekers. En we hebben in de afgelopen zestig jaar geen efficiënte oplossingen kunnen vinden voor het beheer en de langdurige opslag van gevaarlijke afvalstoffen. We steunen de richtlijn omdat ze politieke obstakels wegneemt en de noodzakelijke financiële voorwaarden en onafhankelijkheid creëert, al zijn we het niet met alle aspecten eens. Ofschoon we verschillend denken over energieproductie zijn we het er op basis van het beginsel 'de vervuiler betaalt' allemaal mee eens dat afvalstoffen die in de Europese Unie worden geproduceerd in de EU moeten worden opgeslagen, zelfs als opwerking in een derde land plaatsvindt. We zijn voor het initiatief om afvalstoffen tot een minimum terug te brengen en om, voor zover de resultaten van onderzoek en ontwikkeling dat mogelijk maken, herverwerking te verrichten. Vandaar dat het beginsel van omkeerbaarheid heel belangrijk voor ons is.

We achten het eveneens van groot belang om de menselijke factor in gedachte te houden. Die moeten we zonder meer garanderen, en de veiligheid van werknemers is daarmee nauw verbonden en moet ook tijdens de opslag van afval een topprioriteit zijn. Bovendien achten we het van belang om te vermelden dat de huidige rechtsgrondslag te weinig Europese oplossingen biedt, aangezien we geen recht op medezeggenschap hebben. Daarom achten we het van belang om in de toekomst een nieuwe rechtsgrondslag te vinden. Uiteindelijk moet Europa zowel ten aanzien van de wetgeving als bij de aanleg van opslagplaatsen het voortouw nemen. Alleen op die manier kan het een voorbeeld zijn voor de rest van de wereld.

 
  
MPphoto
 

  Fiona Hall, namens de ALDE-Fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, kernafval is een probleem waar we niet omheen kunnen. Zelfs als alle kernreactoren morgen werden gesloten, zouden we toch opgescheept zitten met de erfenis van een halve eeuw nucleaire elektriciteitsproductie en diverse andere activiteiten. Aangezien we kernafval niet gewoon kunnen wegtoveren, zullen we er zo verantwoord mogelijk mee om moeten gaan. Dat betekent dat we ervoor moeten zorgen dat radioactief afval onder toezicht en controle van de EU blijft.

Als kernafval zich eenmaal buiten de Europese grenzen bevindt, kunnen we niet garanderen hoe het wordt beheerd. Daarom staat de Fractie Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa volledig achter het standpunt van de commissaris en dringt ze aan op handhaving van de status-quo. De export van radioactief afval naar derde landen moet worden verboden.

Een specifiek probleem van kernafval is de lange tijdschaal van het gevaar. Tienduizend jaar geleden leefden we nog in grotten. Hoe kunnen we nu ooit weten hoe de menselijke maatschappij en de planeet aarde er over tienduizend jaar uitzien?

Om die reden moeten de beslissingen die we vandaag nemen, toekomstbestendig zijn. Nu lijkt de geologische opslag van kernafval in het algemeen de minst slechte oplossing, maar nieuwe wetenschappelijke inzichten kunnen die conclusie op zijn kop zetten. Ik verwelkom dan ook de opmerkingen van de commissaris hierover. Daarom is het verstandig om een herzieningsbepaling in deze richtlijn op te nemen.

Tot slot moet ik er, net als een aantal collega's vóór mij, op wijzen dat het absurd is dat het Europees Parlement slechts wordt geraadpleegd en niet echt iets te zeggen heeft over deze richtlijn, waarvan de veiligheid van vele toekomstige generaties afhangt.

 
  
MPphoto
 

  Evžen Tošenovský, namens de ECR-Fractie. – (CS) Mijnheer de Voorzitter, ik zou als schaduwrapporteur van de Fractie Europese Conservatieven en Hervormers graag mijn waardering willen uitspreken voor het verslag van mevrouw Jordan Cizelj. Dit verslag is tot stand gekomen in een uiterst moeilijke periode, te midden van de haast hysterische discussies na de natuurramp in Japan en de gevolgen van deze catastrofe voor een aantal kerncentrales aldaar.

Ondanks de verhitte debatten zijn we erin geslaagd om het vraagstuk van het beheer van radioactief afval rationeel te benaderen. Uiteraard moet er bij het beheren van radioactief afval zorg worden gedragen voor maximale veiligheid. Om die reden is de in het verslag opgenomen verplichting tot informatie en openheid over dergelijke activiteiten ter vergroting van het vertrouwen van het algemeen publiek van zo groot belang. Al deze activiteiten moeten aan streng toezicht worden onderworpen overeenkomstig de internationale normen. Het is van groot belang dat deze internationale normen zowel bij tijdelijke als bij langdurigere opslag in acht genomen worden. Het is echter wel een uiterst kostbare zaak. Het gaat om installaties die tientallen, of beter zelfs, honderden jaren zullen moeten werken. Het is dan ook van groot belang dat er rekening wordt gehouden met de te verwachten technologische ontwikkelingen in de komende decennia. De technologie voor deze opslagplaatsen moet ruimte bieden voor enige flexibiliteit in de toekomst. Ik vind het dan ook geen goede zaak dat sommigen proberen een absolute conservering van nucleair afval in permanente opslagplaatsen tot stand te brengen.

 
  
MPphoto
 

  Béla Kovács (NI). (HU) Mevrouw de Voorzitter, terwijl de Europese Unie een oplossing probeert te vinden voor de opslag en verwijdering van zogenaamde verbruikte splijtstof, wordt die in de Verenigde Staten en Rusland als zuinige energiedrager beschouwd. De verbruikte splijtstof die tegenwoordig in reactoren wordt gegenereerd kan in de gesmolten-zoutreactoren van de vierde generatie op eenvoudige wijze als brandstof worden benut. De toepassing van een procedure voor het versnellen van protonen, waarbij een target van lood en bismut wordt gebruikt, biedt nog grotere vooruitzichten. Langlevende hoogactieve isotopen die in kerncentrales worden geproduceerd zijn in wezen ongevaarlijk: ze kunnen tot kortlevende laagactieve isotopen worden getransmuteerd, terwijl de installatie als elektriciteitscentrale kan functioneren. Een ander enorm voordeel van deze reactoren is dat ze ook op thorium draaien, waarvan de wereldvoorraad die van uranium thans tienvoudig overtreft. Ze draaien op een fractie van een kritische massa splijtstof, waardoor het ontstaan van een spontane kettingreactie onmogelijk is. We lopen dus opnieuw kans om een leidende mondiale rol op het gebied van onderzoek, ontwikkeling en economie mis te lopen, tenzij we onmiddellijk een begin maken met de invoering en toepassing van de nieuwe technologie.

 
  
MPphoto
 

  Maria da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk.(PT) Ik wil de rapporteur graag gelukwensen met haar uitstekende werk. De voorgestelde aanpak is bedoeld om te verzekeren dat de lidstaten een juridisch kader en nationale programma's ontwikkelen voor een verantwoordelijker beheer van radioactief afval.

Het is van belang dat de nationale programma's heldere bepalingen bevatten betreffende het besluitvormingsproces. Dat proces moet gebaseerd zijn op een duidelijke verdeling van de verantwoordelijkheden en plichten van de betrokkenen. Als het gaat om nucleaire zaken zijn toezicht, controle en informatie van cruciaal belang voor een transparant beheer. Inspraak van de bevolking leidt tot overeenstemming en betrokkenheid en dus tot de maatschappelijke legitimering van de strategieën voor het beheer van radioactief afval. Voor alles wat met nucleaire zaken of nieuwe technologieën te maken heeft geldt dat de bevolking moet worden geïnformeerd over mogelijke risico's. Ook dat is van fundamenteel belang.

Kennis, informatie en vergaande transparantie zijn voorwaarden voor een maatschappelijk draagvlak. Ik wijs verder op het belang van internationale samenwerking en gemeenschappelijk programma's voor onderzoek en samenwerking teneinde te komen tot uitwisseling en verspreiding van goede werkwijzen.

 
  
MPphoto
 

  Marita Ulvskog (S&D).(SV) Mevrouw de Voorzitter, het debat over nucleaire energie verdeelt ons vaak in verschillende kampen. We zijn voor of we zijn tegen; we willen een snelle ontmanteling en het gebruik van nucleaire energie geleidelijk stopzetten of we willen het helemaal niet stopzetten. Wat nucleaire veiligheid betreft, is het uitgangspunt anders. In dat verband zijn we het er immers over eens dat we het hoogst mogelijke veiligheidsniveau willen, en dit geldt vanzelfsprekend ook voor het nucleaire afval waar wij en zeer vele generaties na ons – onafhankelijk van de periode gedurende dewelke we nog nucleaire energie gebruiken – verantwoordelijk voor zullen zijn. We moeten op de absoluut beste manier met het afval omgaan en de EU-richtlijn moet zo zijn opgesteld dat ze echt aan die doelstellingen voldoet. Een kwestie die van bijzonder belang is, betreft de uitvoer van nucleair afval, zoals een aantal sprekers voor me al hebben aangestipt. Natuurlijk moeten EU-lidstaten ook in de toekomst overeenkomsten met elkaar kunnen sluiten met betrekking tot afval, maar we mogen afval niet uitvoeren naar landen buiten de EU. Dat is een morele imperatief waar wij gehoor aan moeten geven.

 
  
MPphoto
 

  Corinne Lepage (ALDE). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, een land dat afvalverwerking niet goed beheerst, zou geen toegang moeten hebben tot de technologie waaruit dat afval ontstaat. Je kunt van geen enkel land verwachten dat het het vuilnisvat van een ander land wordt. Daarom kunnen we het alleen maar eens zijn met het standpunt van de Commissie over de uitvoer van afval en het verbod, en moet er uiterst streng worden toegezien op eventueel te sluiten bilaterale overeenkomsten.

Ten tweede moet radioactief afval een vorm van afval zijn die onder gemeen recht valt maar aan strengere regels is onderworpen. De ons voorgestelde definitie is minder dan een minimumnorm. In feite geeft zij helemaal geen definitie van afval omdat er, als we de logische redenatie maar ver genoeg doorzetten, nooit radioactief afval zal zijn, aangezien er altijd wel een nieuwe technologische oplossing kan worden bedacht. Ik vind dit onverantwoord.

Tot slot moeten de kosten van ontmanteling en afval werkelijk in de prijs van kernenergie worden verdisconteerd, iets wat op dit moment nog niet gebeurt helaas. Je kunt het beginsel 'de vervuiler betaalt' pas hanteren als je exact weet hoe hoog die prijs eigenlijk is.

 
  
MPphoto
 

  Marina Yannakoudakis (ECR). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, de recente gebeurtenissen in Japan hebben ons zonder twijfel herinnerd aan de potentiële problemen die kleven aan het beteugelen van kernenergie en het verwijderen van verbruikte splijtstof. Maar in een wereld die te kampen heeft met energietekorten moeten we de kwestie met een open geest blijven benaderen.

We moeten proberen alle vormen van energieproductie – van hernieuwbare, duurzame energiebronnen tot investeringen in veilige kerncentrales – te stimuleren. Als het om kernenergie gaat, zijn veiligheid en transparantie van procedures twee belangrijke kwesties waar we voortdurend aandacht aan moeten besteden. Het antwoord is niet per se dat we centrales moeten sluiten, zoals Duitsland van plan is, maar eerder dat we ervoor zorgen dat we de strengst mogelijke veiligheidsprogramma’s volgen als het gaat om deze vorm van energie en het afval dat wordt geproduceerd.

Kernenergie biedt vele mogelijkheden om Europa te dienen, maar we moeten wel realistisch zijn. Laten we proactief zijn en kernenergie nu en in de toekomst voor ons laten werken, en met dit verslag aan de slag te gaan.

 
  
MPphoto
 

  Paul Rübig (PPE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, om te beginnen wil ik mijn felicitatie overbrengen aan de heer Oettinger. Hij is inmiddels de derde commissaris die verantwoordelijk is voor nucleaire veiligheid, afval en ontmanteling. Het Parlement heeft de Commissie altijd ondersteund en wij hebben er steeds voor geijverd de bevoegdheid op dit gebied naar een Europees niveau te tillen. Helaas vond de werkgroep voor nucleaire veiligheid van de Raad dat dergelijke vraagstukken geen plaats op de agenda verdienden.

Ik ben er trots op dat we er geleidelijk aan in slagen deze thematiek serieus met elkaar te bespreken en dat de Raad zich oprecht inspant om enerzijds de Europese meerwaarde te onderstrepen en anderzijds het subsidiariteitsbeginsel te volgen. Waar het hier echter ook om gaat, is dat wij ons realiseren wat wij op dit zeer gevoelige terrein binnen het achtste kaderprogramma voor onderzoek kunnen bereiken. Vandaar dat de wetenschap en de vraag wat de harmonisering ons naar we aannemen in de toekomst zal brengen en of we wederzijdse erkenning willen, zo belangrijk zijn op dit gebied.

We moeten ook nadenken over de onderwerpen waar we ons in de nabije toekomst op willen richten. Ik kan me de woorden van commissaris Palacio nog goed herinneren, die zei dat de zaak pas weer op de agenda komt als de volgende kernramp een feit is. Ze heeft helaas gelijk gekregen. Hoewel we daar inmiddels rijkelijk laat mee zijn, moeten we nadenken over de stappen die op Europees niveau moeten worden gezet. Dat is echter niet genoeg. Europa moet een voortrekkersrol spelen, vooral op de internationale bühne. Wij zouden op dit gebied samen met de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (IAEA) de normen moeten stellen, normen die garant staan voor het hoogst mogelijke veiligheidsniveau en die ons uiteindelijk de mogelijkheid bieden het risico voor de bevolking zo klein mogelijk te houden. Mijnheer Oettinger, u verdient een pluim. U hebt de juiste aanpak gekozen en we kunnen er zeker van zijn dat het Parlement en de Commissie veel succes zullen boeken.

 
  
MPphoto
 

  Hannes Swoboda (S&D).(DE) Mevrouw de Voorzitter, om te beginnen ben ik het volledig eens met de woorden van de heer Oettinger over het verbod op uitvoer. Nu er brede consensus op dit punt lijkt te zijn, hoop ik dat die zal beklijven tot morgen bij de stemming en dat we de Commissie een steuntje in de rug kunnen geven. Het zou beslist verstandig zijn als de Commissie en het Europees Parlement in dezen gezamenlijk zouden optrekken.

Ten tweede zei u, mijnheer Oettinger, over inspraak van het publiek dat we niets in detail hoeven te regelen. In principe hebt u gelijk. Er zal echter ook behoefte zijn aan grensoverschrijdende inspraak van de burger, aangezien sommige opslagfaciliteiten zich dicht bij de grens bevinden. We kunnen niet simpelweg bij de grens een streep trekken en zeggen dat de mensen die over de grens wonen niets met de kwestie te maken hebben. Er zal op dit gebied waarschijnlijk behoefte zijn aan communautaire voorschriften. Blijven die uit, dan kunnen er geschillen ontstaan of kunnen mensen worden uitgesloten omdat zij onderdanen van een andere staat zijn. Wij zijn echter allen burgers van Europa. Aangezien landen met dergelijke opslaglocaties pal over de grens zich als belanghebbenden kunnen beschouwen, is het belangrijk dat er een aantal principes worden vastgesteld, dat de Commissie komt met een voorstel voor fundamentele regelgeving. Zo laten we zien dat inspraak van het publiek serieus wordt genomen en dat die op communautaire beginselen berust.

 
  
MPphoto
 

  Vladimir Urutchev (PPE).(BG) Mevrouw de Voorzitter, in de eerste plaats dank ik mevrouw Jordan Cizelj voor haar voortreffelijke verslag. Ik hoop van harte dat het de aanneming van de richtlijn inzake het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval zal bespoedigen.

Het lijdt geen twijfel dat Europa voorschriften en een regelgevingskader nodig heeft om vereisten te kunnen vaststellen die garanties bieden voor het hoogste niveau van veiligheid waarnaar zowel wijzelf als de Europese burgers zo verlangen. Het volstaat helaas niet om een dergelijk veiligheidsniveau in Europa in te voeren. De mogelijkheid dat in de nabijheid van de grenzen van de Europese Unie activiteiten op basis van kernenergie worden uitgevoerd die beantwoorden aan minder strenge voorschriften en normen dan die welke in Europa worden gebezigd, is voor ons en voor de Europese burgers een reden tot bezorgdheid. Immers, kernongevallen kennen geen geografische grenzen.

Hoe kunnen wij ervoor zorgen dat de strenge Europese normen ook in andere landen worden toegepast? Praktisch gezien is er maar één manier om dat te bewerkstelligen, namelijk samenwerking met deze landen en het uitvoeren van gezamenlijke projecten. Daarom lijkt het me bijzonder belangrijk dat uitvoering wordt gegeven aan het eerste amendement van de Commissie industrie, onderzoek en energie, waarin wordt voorzien in de mogelijkheid om verbruikte splijtstof en radioactief afval uit te voeren naar derde landen indien de normen in deze landen even streng zijn als de onze. Als wij de lidstaten deze praktische optie ontzeggen, beroven wij hen van de efficiëntste manier om onze strenge Europese voorschriften te verbreiden. Hiermee bedoel ik samenwerking en gezamenlijke projecten inzake het beheer van radioactief afval. Laten wij onze morele twijfels met betrekking tot de praktijken van de Europese kernenergie-industrie opzijzetten. Die zal deze gelegenheid heus niet aangrijpen om haar eigen ongeschikte afval kwijt te raken ten koste van andere landen. Ik verzoek de Commissie dan ook dringend een constructievere houding aan te nemen ten aanzien van deze kwestie.

 
  
MPphoto
 

  Judith A. Merkies (S&D). - Voorzitter, commissaris, u heeft het over drie zaken waarvoor ik geloof dat u op een grote meerderheid in het Europees Parlement mag rekenen. U hebt het over de vraag om het exportverbod te ondersteunen. Dat krijgt u in ieder geval van een groot deel van ons, want het is ons eigen afval. We moeten er zelf voor zorgen en dat moeten we niet naar andere landen brengen, buiten de Europese Unie.

U bepleit transparantie. Daar is helemaal niemand tegen. Het lijkt me een heel goed idee, zeker als het over zoiets gaat dat zo veel mensen beweegt als kernenergie en kernafval.

U hebt het ook over de omkeerbaarheid van de uiteindelijke oplossing van ondergrondse opslag. U zegt, het wordt uiteindelijk niet definitief, we kunnen er altijd bij. Dat is heel goed. Daar zult u in ieder geval ook mijn steun voor krijgen.

Ik heb één zorg en dat is ondergrondse opslag. Staat het wel onomstotelijk vast dat dat de meest zekere methode is? Naar mijn idee niet. Het wordt ook nog nergens gebruikt. In sommige landen is daar de hele geologie niet echt geschikt voor, dus ik wil toch bepleiten dat er echt een mogelijkheid komt ook op een andere veilige manier bovengronds daarmee om te gaan.

 
  
MPphoto
 

  András Gyürk (PPE). (HU) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, iedere lidstaat produceert radioactief afval, en daarom moeten wij met het oog op de bescherming van de burgers en het milieu zorg dragen voor niet alleen verbruikte splijtstof van kerncentrales maar ook het veilig en doeltreffend beheer van radioactief afval in het algemeen. Alleen al om die reden is het absoluut op zijn plaats dat wij deze kwestie vandaag hier in het Europees Parlement bespreken.

Ik ben het ermee eens dat het gebruik van kernenergie een kwestie van nationale bevoegdheid is, maar het is wel gerechtvaardigd om EU-beginselen met betrekking tot nationale wetgeving inzake afvalbeheer vast te stellen. Want als deze ontbreken en als er afwijkende voorschriften bestaan, hebben marktdeelnemers er belang bij om hun radioactieve afval in landen met de soepelste wetgeving te beheren. Gezien het bovenstaande is het initiatief om lidstaten strikte afvalbeheersprogramma’s te laten opstellen veelbelovend. Maar voorwaarde daarvoor is wel dat de bevoegde autoriteiten worden aangewezen die strikt toezicht kunnen houden op het kernafvalbeheer en zo nodig ook in staat zijn om overtredingen op adequate wijze te bestraffen. Naar mijn mening moet in nationale programma’s tevens duidelijk worden gemaakt wat de bevoegdheden van die autoriteiten zijn en welke verantwoordelijkheid marktdeelnemers hebben.

Tot slot nog één gedachte: volledig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval is een uitermate kostbare activiteit. Nationale programma’s hebben derhalve alleen zin als de financieringsaspecten worden verduidelijkt. Een belangrijk basisbeginsel is dat de noodzakelijke financiering voor het beheer van nucleaire afvalstoffen reeds tijdens de productie van afval gereserveerd moet worden. Ik ben het ermee eens dat de kosten van afvalbeheer voor rekening van de afvalproducent moeten komen. Dat stimuleert marktdeelnemers namelijk op adequate wijze om radioactief afval te verminderen en doeltreffend te beheren.

 
  
MPphoto
 

  Francesco De Angelis (S&D).(IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, door de ramp in Fukushima is het thema van de veiligheid van kernenergie weer op de kaart gezet. Het probleem van radioactief afval moet worden aangepakt en opgelost.

Omdat het kort te houden, beperk ik mij tot twee in mijn ogen prioritaire onderwerpen. Ten eerste het verbod op het overbrengen van afval. Elk land moet zijn verplichtingen kunnen nakomen, en bovenal is het een eerlijk principe dat de vervuiler betaalt. Het tweede punt betreft de veiligheid, en dan met name de gezondheid en de veiligheid van werknemers. Ik vind dit een zeer belangrijk punt, en het is aan ons om de burgers gerust te stellen. We moeten dat doen door ervoor te zorgen dat dit onderwerp zo transparant en – hierop leg ik de nadruk – zo veilig mogelijk wordt behandeld.

 
  
MPphoto
 

  Marian-Jean Marinescu (PPE).(RO) Mevrouw de Voorzitter, de richtlijn stelt het wettelijk kader vast voor een verantwoordelijk beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval, wat een absolute must is op het gebied van regelgeving.

In de Europese Unie worden op dit moment drie kerncentrales ontmanteld met financiële steun van de EU. Duitsland heeft al aangekondigd dat er een aantal kerncentrales uit bedrijf zal worden genomen. In de nabije toekomst zullen ook in andere lidstaten kerncentrales moeten worden ontmanteld omdat ze het eind van hun levenscyclus hebben bereikt. De aanpak van de richtlijn op nationaal niveau zal resulteren in de aanleg van stortplaatsen voor radioactief afval in de hele Europese Unie. Dat is een verspilling van middelen en een bron van zorg voor het algemene publiek. Dat is op dit moment in Roemenië het geval, ook in de regio waar ik vandaan kom, met de stortplaats voor radioactief afval van de kerncentrale Kozloduy.

Ik ben van mening dat een werkelijk Europese, langetermijnaanpak nodig is. Die zal leiden tot het delen van technologie, besparing van middelen en Europese financieringsmechanismen. Het aannemen van een algemene aanpak en het verstrekken van relevante informatie zal Europese burgers vertrouwen en gemoedsrust geven.

 
  
MPphoto
 

  Csaba Sógor (PPE). (HU) Mevrouw de Voorzitter, de kwestie van verbruikte splijtstof en radioactief afval is een belangrijk en brandend vraagstuk dat naar aanleiding van de tragedie in Fukusima nog meer nadruk heeft gekregen. Ondanks technologische innovaties en oplossingen en afvalbeheersprogramma’s vormt het probleem een steeds grotere uitdaging. Het beheer en de opberging van radioactief afval is een bestaand probleem en blijft dat ook in de toekomst. In Europa streven we naar energiezekerheid en milieuvriendelijke, stabiele energieproductie, maar tegelijkertijd vraagt een aantal problemen, waaronder de verwerking, transmutatie en opberging van de stormachtig toenemende hoeveelheid radioactief afval, steeds meer om onze aandacht. Met het oog daarop moeten we niet alleen de technische voorwaarden vaststellen, maar ook een strenge politieke, juridische en maatschappelijke structuur opbouwen. Het zou de moeite waard zijn om op dit gebied een pan-Europese samenwerking te overwegen, te evalueren en te plannen. We moeten alle verantwoordelijken bij de opbouw en ontwikkeling van dit veilige proces betrekken en maatregelen nemen die ook toekomstige generaties zullen beschermen.

 
  
MPphoto
 

  Jaroslav Paška (EFD).(SK) Mevrouw de Voorzitter, het beheer van radioactief afval wordt terecht nauwlettend door het publiek gevolgd en daarom is het een goede zaak dat de Europese Commissie heeft besloten dit vraagstuk via alomvattende wetgeving aan te pakken, zodat de plichten en verantwoordelijkheden van alle bij dit proces betrokken partijen duidelijk worden bepaald.

Het is goed dat in onderhavig verslag de nadruk wordt gelegd op beter toezicht en controle, en vooral op transparantere processen en burgerparticipatie. Naar mijn mening blijft de waarborging van voldoende financiële middelen om de onvermijdelijke kosten voor de ontmanteling van kernreactoren en het beheer van het vrijgekomen radioactief afval te dekken een belangrijke open vraag. Het voorgestelde systeem voor toezicht op de financiële reserves door een onafhankelijk orgaan kan, mits goed georganiseerd, omstandigheden creëren waaronder kerncentrales tijdens hun functioneren voldoende financiën opsparen om milieuvriendelijke ontmanteling te kunnen dekken, en dat zou ons doel moeten zijn.

 
  
MPphoto
 

  Elena Băsescu (PPE).(RO) Mijnheer de Voorzitter, ik verwelkom het opstellen van dit verslag tegen de achtergrond van het mondiale beleid inzake kernenergie en het voorstel voor een richtlijn op dit gebied.

Ik moet benadrukken hoe belangrijk het is om het beginsel van ‘de vervuiler betaalt’ eerlijk toe te passen, zoals ook is gebleken in de nasleep van de ramp in Japan. Hoewel de lage kosten ervan kernenergie aantrekkelijk maken, moet de veiligheid van de werknemers en burgers voorop staan. Daarom steun ik het voorstel voor samenwerking tussen lidstaten op het gebied van de veilige opslag van nucleair afval. Transparantie in dit proces houdt ook in dat de bevolking moet worden betrokken bij het vaststellen van de plekken waar stortplaatsen moeten komen en bij andere details. Regionale onderzoeksprogramma’s op dit gebied hebben hun nut reeds bewezen.

Ook denk ik dat de EU-lidstaten faciliteiten voor de behandeling en opslag van kernafval moeten delen.

 
  
MPphoto
 

  Miroslav Mikolášik (PPE).(SK) Mevrouw de Voorzitter, ik ben erg verheugd dat we vooruitgang boeken op het gebied van het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval, dat er concrete normen worden bepaald die garanderen dat de lidstaten zorgen voor een nationaal kader voor de regulering en organisatie en dat ze effectieve nationale programma's opstellen vanaf het vrijkomen tot aan de opslag van het afval. In het hele systeem is van cruciaal belang dat de regels voldoen aan het beginsel van transparantie, toezicht en controle. Ik ben ook voorstander van de mogelijkheid van diepe geologische opberging en het omkeerbaarheidsbeginsel. Er moet echter worden gezorgd voor voldoende financiering van de nationale programma's, zodat de vervuiler betaalt, en dat wordt in deze richtlijn duidelijk versterkt. Daar ben ik mee ingenomen, net als met de passende ontmoedigingsmaatregelen die elk systeem moet bevatten.

 
  
MPphoto
 

  Günther Oettinger, lid van de Commissie. – (DE) Mevrouw de Voorzitter, uit de toespraken blijkt dat de leden van het Europees Parlement alle details van de voorstellen gelezen, verwerkt en beoordeeld hebben. Ik denk dat we op één lijn zitten. Ik beloof u dat wij tijdens de procedure nader op uw suggesties zullen ingaan.

Ik kom nog even terug op een voor ons belangrijk punt, dat de heer Swoboda noemde: gelijke grensoverschrijdende rechten wat inspraak van het publiek betreft. Het is inderdaad zo dat definitieve opslagplaatsen en kerncentrales om geologische of andere redenen vaak in de buurt van nationale grenzen zijn gevestigd, hetgeen betekent dat een ondeelbaar en gelijk recht op inspraak voor de burgers, transparantie en de bijbehorende rechten alle noodzakelijk zijn vanuit een Europees perspectief.

Hartelijk dank voor uw medewerking. Ik hoop dat wij morgen tijdens de stemming hier in het Parlement op uw steun kunnen rekenen.

 
  
MPphoto
 

  Romana Jordan Cizelj, rapporteur. (SL) Mevrouw de Voorzitter, het doet mij bijzonder veel deugd dat dit debat eveneens heeft aangetoond dat wij het op vele punten nagenoeg dan wel volledig met elkaar eens zijn en dat deze punten van wezenlijk belang zijn voor een veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval.

Ik wil eveneens opmerken dat ons werk in deze tijd, na de ramp in Fukushima, bijzonder moeilijk is geweest en ik ben blij dat de tekst die door de Commissie industrie, onderzoek en energie (ITRE) is aangenomen ondanks deze moeilijke tijd op adequate wijze is voorbereid en dat we niet zijn verzand in ideologische discussies.

Mijns inziens liggen onze standpunten over die punten waarover wij van mening verschillen, niet zo ver uit elkaar dat het verslag hierdoor in gevaar wordt gebracht, en dat is bijzonder positief. Ik zou derhalve graag zien dat dit verslag, deze richtlijn zo spoedig mogelijk wordt aangenomen en ten uitvoer wordt gelegd. Ik ben het uiteraard eens met iedereen die heeft opgemerkt dat het Europees Parlement slechts een adviserende rol speelt ten aanzien van kernenergie. In de toekomst moeten wij hier mijns inziens eens serieus over debatteren en naar een gemeenschappelijke oplossing voor deze aangelegenheid zoeken, want dit is een democratisch vraagstuk.

Ten slotte wil ik iedereen danken die heeft meegewerkt aan de voorbereiding van dit verslag, te weten de schaduwrapporteurs, allereerst binnen ITRE, maar ook de rapporteurs en hun fracties die een advies hebben opgesteld. Ik wil alle leden danken die hebben deelgenomen aan de debatten en die amendementen hebben ingediend, en ik wil de Raad en de Europese Commissie danken – wij hebben goed samengewerkt en regelmatig en tijdig onze standpunten uitgewisseld. Ik wil uiteraard ook mijn assistent danken, de adviseur van mijn fractie en de adviseur van ITRE.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

De stemming vindt donderdag 23 juni 2011 plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  Paolo Bartolozzi (PPE), schriftelijk. – (IT) Als schaduwrapporteur voor advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid heb ik dit onderwerp van dichtbij gevolgd en wil ik mevrouw Jordan Cizelj danken voor haar uitstekende werk. Ondanks de problemen in de onderhandelingsfase, die voortkwamen uit de zeer gevoelige internationale context, is men er met dit voorstel voor een richtlijn inzake het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval in geslaagd om tot een samenhangend en geharmoniseerd regelgevingskader te komen waarmee, los van de toekomstige gevolgen en toepassingen van kernenergie, gezorgd wordt voor een veilige verwerking van kernafval. Ik geloof dat dit de kracht van het voorstel is. Met dit voorstel wordt de lidstaten verzocht om een hoger niveau van veiligheid, overeenkomstig de internationale veiligheidsnormen, te waarborgen, om meer aandacht te schenken aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang, mede gelet op het omkeerbaarheidsbeginsel, om sterker de nadruk te leggen op de bescherming van het milieu en de volksgezondheid, en om op transparante wijze, met inachtneming van de rol van de licentiehouders, te bepalen wie verantwoordelijk is volgens het principe 'de vervuiler betaalt'.

 
  
MPphoto
 
 

  Ioan Enciu (S&D), schriftelijk. – (EN) De Europese Unie produceert meer dan 40 000 m3 radioactief afval per jaar. 80 procent daarvan is kortlevend laagactief radioactief afval en ongeveer 5 procent is langlevend laagactief radioactief afval. Het is belangrijk dat de Unie een richtlijn ten uitvoer legt inzake het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval. Roemenië is een van de lidstaten die graag de mogelijkheid hebben radioactief afval naar derde landen te exporteren. Verbruikte splijtstof afkomstig van onderzoeksreactoren in Roemenië moet ofwel worden gerepatrieerd naar het land van oorsprong, Rusland of de Verenigde Staten, ofwel in bijzondere gevallen worden geëxporteerd naar derde landen. Om deze reden kan ik het voorstel voor een exportverbod in dit verslag niet steunen. Aangezien kernenergie in de toekomst onderdeel blijft van de energiemix van de lidstaten, is het van belang dat een dergelijk verslag wordt aangenomen in de plenaire vergadering van dit Parlement. Verbruikte splijtstof moet zo snel mogelijk uit bassins worden gehaald en droog worden opgeslagen en er moet hoge prioriteit worden gegeven aan het oudste radioactieve afval. Verder is het van belang dat burgers vertrouwen hebben in de beginselen die de veiligheid van opslagplaatsen regelen en in de programma’s voor afvalbeheer.

 
  
MPphoto
 
 

  Alajos Mészáros (PPE), schriftelijk. (HU) Radioactief afval wordt in de hele Europese Unie geproduceerd. Daaronder vallen ook isotopen die benut worden voor medische, industriële, agrarische, onderzoeks- of onderwijsdoeleinden. Toch wordt verbruikte splijtstof meestal in kerncentrales geproduceerd. Voor de behandeling van dit afval worden vandaag de dag twee technologieën toegepast: hergebruik of opberging. Naar gelang van hun activiteitsgraad worden afvalstoffen ingedeeld als laag-, middel- of hoogactief afval. Op basis van deze indeling wordt tevens besloten of de keuze valt op ondiepe opberging of op diepe geologische opberging. Maar de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor verbruikte splijtstof en radioactief afval ligt bij de lidstaten. De meeste lidstaten hebben echter nog altijd niet hun belangrijkste besluiten met betrekking tot verbruikte splijtstof genomen. Helaas worden maar op heel weinig plaatsen goed georganiseerde programma’s voor de opberging van afval uitgevoerd. Er is behoefte aan een permanent politiek engagement voor het langetermijnbeheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval om ervoor te zorgen dat hierbij de strengste veiligheidsnormen in acht worden genomen. Om de bevolking te beschermen moeten lidstaten strenge nationale normen voor nucleaire veiligheid aannemen. Verder moeten ze een systeem ontwikkelen dat de bevoegdheden en taken van de bevoegde overheidsinstanties bepaalt ten aanzien van het beheer van radioactief afval. Ook dienen burgers adequaat te worden geïnformeerd, want het is van groot belang dat inwoners voldoende kennis hebben van wat er om hen heen gebeurt.

 
  
MPphoto
 
 

  Rovana Plumb (S&D), schriftelijk.(RO) In alle maatregelen die we nemen moeten we de veiligheid van het algemene publiek en het milieu waarborgen. Ik steun de totstandbrenging van een ‘veiligheidscultuur’, waarvoor veiligheidsnormen, onafhankelijke en sterke toezichthouders, passende menselijke en financiële middelen en voldoende voorlichting aan het algemene publiek nodig zijn.

Voor het informeren van het algemene publiek moet een transparant proces worden toegepast. Meer transparantie brengt met zich mee dat de verantwoordelijkheden van de autoriteiten duidelijk worden vastgesteld en dat er een goed gefundeerd en gecoördineerd systeem komt voor het informeren van het algemene publiek. Dan kan ervoor worden gezorgd dat het publiek vertrouwen blijft houden in het beheer van uit het productieproces in kerncentrales en de nucleaire geneeskunde afkomstig radioactief afval.

 
  
MPphoto
 
 

  Jutta Steinruck (S&D), schriftelijk.(DE) Het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval is een zeer actueel onderwerp. De recente gebeurtenissen in Japan hebben opnieuw laten zien aan welke rechtstreekse gevaren werknemers en burgers zijn blootgesteld bij het omgaan met radioactief materiaal.

We hebben in Europa tonnen radioactief afval die door mensen worden verplaatst. Ik ben verheugd dat we voor heel Europa in een kader kunnen voorzien voor de bescherming van de gezondheid van deze mensen.

We hebben in het Parlement een verslag opgesteld dat op het technisch verslag van de Commissie is gebaseerd en dat de nadruk legt op de mensen. Dat zijn bijvoorbeeld medewerkers van vervoerbedrijven en fabrieken die met radioactief afval werken, maar ook werknemers op de definitieve opslagplaatsen. De leden van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken hebben gepleit voor de bescherming van de werknemers. Daarvoor zijn veiligheidsmaatregelen, maatregelen voor gezondheidsbescherming en bijscholing van werknemers op het gebied van radioactief afval nodig. Economische belangen mogen nooit vóór de gezondheid van werknemers en de bevolking komen. Daarom hebben we uitvoerige documentatie nodig van alle afval en het beheer ervan zolang dat afval mens en milieu kan schaden.

Ik ben blij dat een groot aantal van onze eisen in het definitieve verslag van de Commissie industrie, onderzoek en energie is opgenomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Kathleen Van Brempt (S&D), schriftelijk. Nucleaire energie is een controversieel onderwerp dat resulteert in hoog oplaaiende discussies in het Parlement en de fracties. Fukushima heeft dit debat aangewakkerd waardoor velen hun mening drastisch gewijzigd hebben. Het is goed dat dit onderwerp behandeld wordt met ruimte voor voor- en tegenstanders in het Parlement. Onafhankelijk echter van het standpunt, is de afvalproblematiek een realiteit en we moeten afval zo goed en veilig mogelijk behandelen. Daarom ben ik verheugd over dit verslag, dat een bijdrage levert aan een afvalbeleid dat strenger en veiliger is, elke lidstaat gelijk behandelt en de producenten van afval op hun verantwoordelijkheden wijst.

Ik verdedig het principe "de vervuiler betaalt" en we mogen onze verantwoordelijkheden onder geen beding van ons afschuiven. Vandaar dat ik ook pleit voor een verbod op de uitvoer van nucleair afval naar derde landen. Dit is niet enkel een ethische kwestie, maar vooral een zaak van veiligheid en bescherming van mensen. Immers, wij hebben geen inzage in noch controle over het afvalbeleid dat in derde landen gevoerd wordt. Dat is een onaanvaardbaar risico. We moeten ons afval zelf behandelen en via strikte wetgeving en voorstellen eisen dat dit op de meest veilige en technisch optimale manier gebeurt.

 

20. Spreektijd van één minuut (artikel 150 van het Reglement)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde zijn de opmerkingen van één minuut.

 
  
MPphoto
 

  Anna Záborská (PPE).(SK) Mevrouw de Voorzitter, de vrije zondag zou onderdeel moeten gaan uitmaken van een Europese norm op het gebied van het arbeidsrecht. Daarover zijn vertegenwoordigers van vakbonden, maatschappelijke organisaties, christelijke organisaties en kerken het eens geworden die deze week in Brussel de Europese Alliantie voor de Zondag hebben opgericht. De vrije zondag is belangrijk vanuit het perspectief van adequate arbeidsomstandigheden, maar ook om ruimte te bieden voor het cultiveren van gezinsbanden, vooral tussen ouders en kinderen. Ik ben blij dat ik bij het ontstaan van dit initiatief aanwezig mocht zijn, samen met twee maatschappelijke organisaties uit Slowakije, de Club van Grote Gezinnen en de Alliantie voor de Zondag. Bij de herziening van de arbeidstijdenrichtlijn zou de Commissie rekening moeten houden met het standpunt van honderden organisaties uit heel Europa die zich in de nieuwe alliantie hebben verenigd, omdat een zo grote associatie niet over het hoofd kan worden gezien bij het maken van wetten.

 
  
MPphoto
 

  László Tőkés (PPE). (HU) Mevrouw de Voorzitter, de afgelopen weken hebben de oprichters van de vertegenwoordiging van Szeklerland in Brussel en de Hongaarse gemeenschap in Roemenië in het algemeen, een hele reeks aanvallen en een vijandige, hysterische campagne van de Roemeense politieke elite te verduren gehad. Intussen zijn er pogingen gedaan om in Roemenië met geweld een plan voor regionale en bestuurlijke reorganisatie door te voeren door acht megaregio’s met meerderheden tot stand te brengen, waarmee de Hongaarse meerderheid die in Szeklerland en Partium woont tot een absolute minderheid zou worden teruggedrongen. Krachtens de uitdrukkelijke bepalingen van het Europees Handvest inzake lokale autonomie en het Europees Handvest voor regionale en minderheidstalen wijzen de Transsylvanische Hongaarse afgevaardigden uit Roemenië deze antidemocratische en discriminerende wijze van regionale herordening van hun land met kracht van de hand. Wij doen in het kader van de gemeenschappelijke democratische waarden van de regerende volkspartijen van Roemenië en Hongarije een beroep op uw daadkrachtige hulp en vragen om de actieve steun van het Europees Parlement voor de bescherming van onze Transsylvanische Hongaarse gemeenschap.

 
  
MPphoto
 

  Alexander Mirsky (S&D).(LV) Mevrouw de Voorzitter, wat betekent het woord 'draaikonterij' volgens u? Volgens het woordenboek betekent dit gedraai, om de waarheid heen draaien. Politieke draaikonterij betekent niets anders dan leugens en cynisch kiezersbedrog. In Letland lijkt er een groep van parlementsleden te zijn gekomen die politieke draaikonten zijn. Tijdens de vorige verkiezingen voor het Lets parlement hebben leden van Saskaņas centrs (Harmonie Centrum) hun Russisch sprekende achterban, die in Letland ruim 40 procent van de bevolking uitmaakt, beloofd dat zij voor hun moedertaal zouden opkomen. Vorige week heeft deze groep echter voor strengere sancties gestemd voor iedereen in de particuliere sector die niet de officiële landstaal gebruikt. Zij beloven dus één ding maar doen iets anders. U zult het met mij eens zijn dat dat draaikonterij is. Letland zou best eens de wieg van een nieuwe politieke beweging kunnen worden, 'Draaikonterij Centrum'. Dank u voor uw aandacht.

 
  
MPphoto
 

  Nikolaos Salavrakos (EFD).(EL) Mevrouw de Voorzitter, één ding is wel zeker: geen enkele Europeaan, en dus ook geen enkele Griek, vindt het leuk om te moeten bedelen. Wij, in Griekenland, moeten wel beseffen dat wij onze levensstandaard minstens tien jaar terug hebben gedraaid. Ik vrees echter dat in andere landen helaas hetzelfde zal gebeuren.

Wij zien echter dat wij worden beschuldigd van dingen die onze verantwoordelijkheden ver te boven gaan. Zeventien stuurlui, plus eenzelfde aantal medewerkers, zeventien begrotingen, zeventien obligatiemarkten en een gemeenschappelijke munt. Zo kan het niet doorgaan met de gemeenschappelijke munt, mevrouw de Voorzitter. Wij hebben een gemeenschappelijk economisch beleid nodig, een gemeenschappelijke obligatiemarkt en een gezamenlijke coördinatie. Het lijdt geen twijfel dat begrotingsdiscipline verandering kan brengen in het consumentenvertrouwen, maar ik zie geen maatregelen in die richting. Daarom vraag ik dat wij de grote prestaties die wij de afgelopen 65 jaar hebben geleverd, en die in de invoering van de gemeenschappelijke munt hun hoogtepunt vonden, niet over boord gooien en meer zelfdiscipline betrachten.

 
  
MPphoto
 

  Nicole Sinclaire (NI). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, nog geen jaar geleden heb ik een partijoverstijgende petitie opgezet voor een referendum in het Verenigd Koninkrijk over het lidmaatschap van de Europese Unie. De campagne kreeg opvallend veel steun uit het hele politieke spectrum.

Waar deze mensen zo fel tegen protesteerden is de obsessie van de EU om een Europese federale staat te creëren zonder rekening te houden met de wil van de bevolking en de democratie. Je kunt de wil van de bevolking niet eindeloos naast je neerleggen. Er komen voortdurend kiezers naar me toe die willen weten wanneer ze inspraak krijgen over ons lidmaatschap van de Europese Unie? In heel Europa is de wil van de bevolking genegeerd. Er is tegen de wil van de bevolking van Europa een gemeenschappelijke munt gecreëerd en moet je zien tot welke problemen dat heeft geleid. Er zijn referenda in de lidstaten gehouden en die zijn genegeerd.

De bevolking van mijn kiesdistrict, de bevolking uit het hele Verenigd Koninkrijk en de bevolking van de hele Europese Unie zeggen: "Laat de bevolking beslissen". De professionele politici hebben er een zootje van gemaakt. Laat de bevolking beslissen.

 
  
MPphoto
 

  Mariya Nedelcheva (PPE).(BG) Mevrouw de Voorzitter, sinds januari heb ik in Bulgarije rondetafelgespekken georganiseerd over de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Die aanpak heeft er mede voor gezorgd dat het Bulgaarse standpunt goed onderbouwd is en het verdient om in het debat over het verslag van de heer Dess meegenomen te worden .

Ik moet zeggen dat ik ingenomen ben met een aantal belangrijke aspecten van het standpunt dat Bulgarije in het GLB-debat inneemt. Daarbij gaat het om:

eerst en vooral een sterk, rechtvaardig en goed gefinancierd GLB,

nieuwe, neutrale, duidelijke en rechtvaardige criteria voor het berekenen van de directe steun die ten grondslag liggen aan de toekomstige verdeling over de lidstaten, hun regio’s en de diverse sectoren,

een van onze doelstellingen, te weten het toekennen van directe steun aan actieve kleine en middelgrote producenten en aan degenen die verantwoordelijk zijn voor het GLB.

Ik wil hier nog drie andere punten aanstippen:

meer kansen voor onze veehouders,

meer flexibiliteit in de tweede pijler

en ten slotte eenvoudige en duidelijke procedures, zodat wij onze boeren een passend inkomen kunnen waarborgen en jonge mensen ertoe kunnen aanzetten te investeren in landbouw. Wij willen ook dat Europa ervoor blijft zorgen dat de voedselprijzen en de voedselvoorziening gewaarborgd zijn en dat het zijn standpunt op waardige wijze verdedigt in de wereld.

 
  
MPphoto
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, Polen en Duitsland hebben al op 11 juni 1991 een verdrag ondertekend over goed nabuurschap en vriendschappelijke samenwerking. Dit verdrag vormt de basis voor de huidige betrekkingen tussen beide landen. Gisteren vond in Warschau, ter gelegenheid van de twintigste verjaardag van deze gedenkwaardige gebeurtenis, een gezamenlijke raadpleging plaats van de regeringen van Polen en Duitsland onder voorzitterschap van de Poolse premier, de heer Tusk, en de Duitse bondskanselier, mevrouw Merkel. Meer dan twintig ministers en viceministers van verschillende departementen uit beide landen namen deel aan de raadplegingen. Deze gezamenlijke ontmoeting heeft geleid tot een verklaring van de regeringen van de Republiek Polen en de Bondsrepubliek Duitsland met als titel ‘Buren en partners’, die vergezeld gaat van een samenwerkingsprogramma voor de komende jaren.

Ik wil ter gelegenheid van deze verjaardag even stilstaan bij de betrokkenheid en steun van de opeenvolgende Duitse regeringen bij de pogingen van Polen om lid te worden van de Europese Unie. De Pools-Duitse betrekkingen worden steeds beter; het continu toenemende handelsvolume tussen beide landen is hiervan een goed voorbeeld. Onze economieën behoren tot de meest dynamische van Europa. We hopen dat de betrekkingen tussen Polen en Duitsland zich verder zullen ontwikkelen ten gunste van het welzijn van onze burgers en heel Europa.

 
  
MPphoto
 

  Elisabeth Köstinger (PPE). (DE) Mevrouw de Voorzitter, de Europese Unie heeft een krachtig gemeenschappelijk landbouwbeleid nodig waarmee zij aan de hoge eisen van de samenleving kan voldoen en, bovenal, een krachtige, onafhankelijke rol kan vervullen.

Ondernemingen in Europa moeten concurrerend blijven. Ze worden geconfronteerd met grote uitdagingen, zoals fluctuerende prijzen van grondstoffen, hoge productiekosten en lage inkomensniveaus. De lage productiekosten en de lage sociale, milieu- en kwaliteitsnormen in derde landen, die niet met de normen in de EU kunnen worden vergeleken, drukken de prijzen. Als er nieuwe handelsbetrekkingen worden aangegaan moeten de Europese productieniveaus absoluut worden beschermd door vrijwaringsclausules. Dergelijke clausules worden in industrieel verband toegepast, en zijn bijvoorbeeld opgenomen in de handelsovereenkomsten met Zuid-Korea inzake de automobielindustrie, en zouden eveneens op de landbouw van toepassing moeten zijn.

Het gaat erom gelijke mededingingsvoorwaarden en gelijke kansen voor iedereen te scheppen. Elk land moet het recht hebben zich te richten op de zorgen van zijn burgers over zaken als voedselveiligheid, milieu en voorbehouden ten aanzien van genetische modificatie en de behoeften van plattelandsgebieden met het oog op de bevordering van een duurzame landbouw in Europa.

 
  
MPphoto
 

  Ramon Tremosa i Balcells (ALDE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, vorige week hebben enkele Parlementsleden die de voornaamste politieke partijen in Catalonië vertegenwoordigen, zich in het Catalaanse parlement als één man uitgesproken vóór onze taal, het Catalaans, in de EU en in haar instellingen.

We dringen er nogmaals op aan het Catalaans als officiële taal in het Europees Parlement te erkennen, zoals vele andere Catalaanse leden van het Europees Parlement de afgelopen 25 jaar hebben gedaan.

De Catalaanse taal, die eeuwenlang verboden is geweest in Spanje, krijgt nu een nieuwe kans. Over enkele maanden treedt Kroatië toe tot de Unie. Om van Kroatisch een officiële taal te maken moet het Verdrag worden aangepast. Als het zover is, zullen wij de Spaanse regering opnieuw vragen om het Catalaans in de EU een officiële status te verlenen. De Spaanse regering dient de Catalaanse taal een plaats te geven in de EU zoals de Ierse regering dat enkele jaren geleden met het Gaelic heeft gedaan.

We vragen de steun van het Europees Parlement en de Commissie voor erkenning van het Catalaans als officiële taal.

 
  
MPphoto
 

  Spyros Danellis (S&D) . – (EL) Mevrouw de Voorzitter, het probleem van de piraterij in de Golf van Aden, en nu ook in het enorme zeegebied van de Indische Oceaan, wordt steeds erger, ondanks de inspanningen van EU NAVFOR. Het gebied waarin de piraten opereren is zo groot dat het heel moeilijk is om hun optreden alleen met militaire middelen te bestrijden. Daarom moeten, zo mogelijk, de repressiemaatregelen worden verscherpt en deel gaan uitmaken van een ambitieuze internationale strategie. Ook moeten zij gepaard gaan met maatregelen voor de bestrijding van de oorzaken van dit verschijnsel. Achter piraterij gaan namelijk absolute armoede en regeringsloosheid schuil, twee zaken die in de afgelopen twintig jaar een steevaste kenmerk van Somalië waren.

De Europese Unie heeft de mogelijkheid om het Europees Ontwikkelingsfonds sterker voor dit doel in te zetten. Zowel de Europese Unie als de Verenigde Naties hebben ervaring met programma´s in Somalië. Daarmee is goed werk verricht en dat werk moet nu worden voortgezet en opgevoerd.

 
  
MPphoto
 

  Marek Henryk Migalski (ECR). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, afgelopen nacht is in Magadan, de hoofdstad van de regio Kolyma, Anatoly Bitkow overleden. Hij was hoofdredacteur van het lokale televisiestation "Kolyma Plus". Ik wil niet vooruit lopen op de vraag of het hier gaat om moord of een natuurlijke dood en of het een politiek gemotiveerde moord is of niet, maar er wel op wijzen dat deze droevige gebeurtenis helaas geen uitzondering is. Journalisten in Rusland sterven, journalisten die zich bezighouden met politiek sterven nog vaker. Vele serieuze analysen wijzen erop dat in de Russische Federatie in de afgelopen tien jaar ongeveer 200 journalisten zijn overleden. Journalist is op dit moment het gevaarlijkste beroep in Rusland. Zonder vrijheid en veiligheid van journalisten kan er geen sprake zijn van mediavrijheid en zonder mediavrijheid kan er geen sprake zijn van democratie. Dit moeten we dit altijd in ons achterhoofd houden wanneer we samenwerken met de Russische Federatie.

 
  
MPphoto
 

  Paul Murphy (GUE/NGL). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, zaterdag vaar ik samen met honderden andere activisten naar Gaza als onderdeel van de Freedom Flotilla 2. We gaan geneesmiddelen en bouwmaterialen brengen, waar grote behoefte aan is.

Als gevolg van de illegale blokkade van Israël moeten 300 000 mensen leven van minder dan een dollar per dag en is de werkloosheid ruim 40 procent. Catherine Ashton heeft gezegd dat de vloot niet de juiste reactie is op de situatie in Gaza, maar de reactie van de EU is dat ze door middel van onderzoekssubsidies de Israëlische wapenindustrie blijft financieren die de wapens produceert die worden gebruikt om Palestijnse burgers te doden. In plaats van kritiek te hebben op de vloot zou de EU de dreigingen met geweld die de Israëlische krijgsmacht tegen ons richt, moeten veroordelen. Gezien het feit dat ze vorig jaar negen activisten aan boord van de vloot hebben vermoord, moeten we deze dreigementen bijzonder serieus nemen. De EU moet ook een eind maken aan haar medeplichtigheid aan de voortdurende onderdrukking van de Palestijnse bevolking.

 
  
MPphoto
 

  Monika Smolková (S&D). – (SK) Mevrouw de Voorzitter, twee weken geleden werd er in Straatsburg verhit gedebatteerd over de Hongaarse grondwet. Nu beschikken we ook over het adviesrapport van de Commissie van Venetië. Daarom wil ik nogmaals wijzen op de problematische tekst van de Hongaarse grondwet, vooral in deel D, waar wordt gesproken over de verantwoordelijkheid van Hongarije voor alle Hongaren, over een verenigde Hongaarse natie, over collectieve rechten en het vormen van een collectief zelfbestuur in het buitenland op grond van etniciteit. De Commissie van Venetië heeft het individuele karakter van mensenrechten benadrukt, aangezien het kaderverdrag ter bescherming van nationale minderheden niet uitgaat van collectieve rechten van minderheden. De Commissie van Venetië heeft haar twijfels geuit over het democratische beginsel van het aannemen van een grondwet voor het culturele, religieuze, ethische, sociale, economische en financiële beleid. Ik verwacht een snelle reactie van de Europese instellingen op het standpunt van de Commissie van Venetië met betrekking tot de Hongaarse grondwet.

 
  
MPphoto
 

  Michail Tremopoulos (Verts/ALE).(EL) Mevrouw de Voorzitter, ik vraag mij af of maatregelen die afbreuk doen aan het klimaat überhaupt een oplossing kunnen zijn voor de economische crisis. De Europese Commissie zegt helaas van wel. Zij heeft immers samen met Portugal het memorandum inzake het steunmechanisme ondertekend waarin als legale maatregel een voorwaarde is opgenomen op grond waarvan de gegarandeerde prijzen voor energie uit hernieuwbare energiebronnen moeten worden verminderd. In Griekenland vormen investeringen in hernieuwbare energie echter een van de weinige tegengewichten voor de economische crisis en de toezegging van de vorige milieuminister dat de gegarandeerde prijzen verankerd zouden worden in wetgeving moet onmiddellijk worden bevestigd door de huidige minister.

Het debat over de mogelijkheid om de door economische problemen geteisterde landen vrij te stellen van de toch al ontoereikende Europese klimaatdoelstellingen, van de 20-20-20-doelstellingen, is echter totaal niet op zijn plaats. Dergelijke opties geven blijk van een onaanvaardbare mentaliteit die helaas door de Commissie wordt onderschreven. Daarmee worden hele Europese beleidsvormen in het gips gezet en niemand hoeft meer ergens verantwoording voor af te leggen. Op die manier zaagt Europa de poten onder zijn eigen stoel weg.

De klimaatdoelstellingen moeten worden aangescherpt en opgetrokken tot het door de wetenschappers gevraagde niveau. Voor de landen met economische problemen moeten speciale programma´s worden opgesteld. Wij hebben geen andere mogelijkheid dan de impasse te doorbreken en de economische, sociale en milieucrisis bij te hoorns te vatten. Begrotingssanering is één ding, maar een aanval op milieuduurzaamheid is heel wat anders.

 
  
MPphoto
 

  Katarína Neveďalová (S&D).(SK) Mevrouw de Voorzitter, Europa en de Europese Unie willen de best concurrerende en meest ontwikkelde economie ter wereld worden.

Om dat te bereiken moeten we echter niet alleen over financiering praten en over allerlei daarmee samenhangende zaken, maar de Europese Unie zou ook meer moeten investeren in onderwijs, wetenschap, onderzoek en innovatie. De Europese Commissie heeft onlangs nieuwe resultaten gepubliceerd van een onderzoek naar de investeringen van de lidstaten op dit gebied. De lidstaten waren verdeeld in vier groepen en mijn land, Slowakije, kwam helaas op een weinig eervolle plaats in de derde groep, met investeringen van slechts 0,48 procent, in plaats van de 2 procent die het oorspronkelijk had toegezegd als investeringen in wetenschap, onderwijs en onderzoek in het kader van de Europa 2020-strategie.

Daarom wil ik de Europese Unie, het Europees Parlement, de Commissie en de Raad verzoeken om te proberen de lidstaten meer te steunen en er meer op aan te dringen dat ze investeren op dit gebied, omdat we alleen door te investeren in onderzoek, innovatie en onderwijs de doelstellingen van de Europa 2020-strategie daadwerkelijk kunnen behalen.

 
  
MPphoto
 

  Pat the Cope Gallagher (ALDE).(GA) Mevrouw de Voorzitter, de afgelopen twintig jaar heeft de Unie een centrale rol gespeeld bij de bevordering van vrede en verzoening in Ierland. De Unie heeft sinds 1994 meer dan 1,3 miljard euro ter beschikking gesteld voor het programma voor vrede en verzoening en circa 349 miljoen euro voor het Internationaal Fonds voor Ierland.

Uit de gewelddadige incidenten in Oost-Belfast en de moord op Ronan Kerr blijkt wel hoe belangrijk het is dat deze programma's worden voortgezet, die de economische en sociale ontwikkeling aan beide zijden van de grens stimuleren.

Deze week hebben vertegenwoordigers van het Internationaal Fonds voor Ierland en van het programma voor vrede en verzoening hier een bezoek aan het Europees Parlement gebracht en de Commissie regionale ontwikkeling toegesproken over het belang van de steun van het Parlement en de Unie voor dit programma. Ik ben er vast van overtuigd dat de Europese Unie en de andere internationale partners serieus over deze aangelegenheid moeten nadenken en moeten besluiten om dit zinvolle en doeltreffende programma voort te zetten.

 
  
MPphoto
 

  John Bufton (EFD). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, landbouw vormt de kern van de economie van Wales, maar omdat er steeds meer EU-wetgeving wordt uitgevaardigd wordt het de boeren in Wales onmogelijk gemaakt om succesvol te concurreren, ondanks het feit dat de normen tot de hoogste van Europa behoren.

In het kader van de regelgeving inzake elektronische identificatie worden boeren beboet voor het aanleveren van onjuiste gegevens, ondanks het feit dat de technologie ernstige gebreken vertoont. Evenals vertegenwoordigers van vele andere lidstaten heb ik deze kwestie reeds diverse malen onder de aandacht van de Commissie gebracht. Welse boeren ervaren het ondeugdelijke systeem voor elektronische identificatie als een vorm van sluipbelasting.

Een ander punt is dat Wels vee jonger dan 24 maanden op grond van de BGA-regels niet als Wels mag worden geëtiketteerd. In Schotland mag dat wel. Daar kan de rundvleesindustrie vlees ongeacht de leeftijd van het dier van het stempel van het land voorzien.

Wales produceert fantastisch rundvlees en moet dat als Wels kunnen etiketteren. De handel op de wereldmarkt brengt met zich mee dat een land zijn producten moet kunnen aanprijzen. Dit is een wezenlijke kwestie voor honderden boeren in Wales die hoogwaardige bedrijven draaiende houden die in veel gevallen al generaties in de familie zijn. Ik eis verklaringen.

 
  
MPphoto
 

  Oriol Junqueras Vies (Verts/ALE). - (ES) Mevrouw de Voorzitter, ik wil graag mijn steun uitspreken voor het pakket maatregelen om het economisch bestuur van de Unie te versterken, evenals voor de maatregelen die zijn gericht op het verduidelijken en versnellen van de sanctieprocedure ten aanzien van lidstaten die een buitensporig tekort hebben.

De Unie dient zich er echter bewust van te zijn dat er lidstaten zijn die ernaar streven aan de begrotingsvereisten van Europa te voldoen, maar ten koste van de rekeningen van lagere overheden.

En deze zin is Spanje een typisch voorbeeld, omdat het probeert aan de vereisten te voldoen door zijn tekort door te schuiven naar de autonome gemeenschappen en de gemeenten.

Dergelijke praktijken moeten worden veroordeeld, omdat ze niet overeenstemmen met de geest van het groei- en stabiliteitspact van de Unie en met name omdat ze aanzienlijke schade toebrengen aan de economische herstelcapaciteit van economisch sterke naties als Catalonië.

 
  
MPphoto
 

  Csaba Sógor (PPE). (HU) Mevrouw de Voorzitter, de EU bemoeit zich niet met het bestuursstelsel van haar lidstaten. Het is van belang om dit te benadrukken, aangezien sommige politici in Roemenië de noodzaak van een administratieve reorganisatie tegenwoordig met het argument verklaren dat het land alleen op die manier meer geld uit de structuurfondsen van de EU kan opnemen. In Roemenië wordt momenteel gediscussieerd over een hervorming waarbij acht administratieve eenheden van het niveau NAC2 zouden worden gecreëerd uit de huidige 41 districten, die administratieve eenheden van het niveau NAC3 zijn, zonder daarbij rekening te houden met de geografische, economische, sociale en culturele realiteiten. De voornaamste discussies over de kwestie gaan vooral over de Hongaren uit Roemenië, aangezien die autochtone nationale gemeenschap ondanks de bepalingen van het desbetreffende verdrag van de Raad van Europa na de hervorming in geen enkele administratieve eenheid een meerderheid zou vertegenwoordigen en zodoende haar rechten om zelfbestuur in te stellen zou kwijtraken. De EU moet erop toezien dat lidstaten de inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel niet alleen van de EU zelf verwachten, maar dat ze er zelf ook voor zorgen dat besluitvorming zo dicht mogelijk bij de burgers plaatsvindt.

 
  
MPphoto
 

  Cristian Silviu Buşoi (ALDE) . – (RO) Mevrouw de Voorzitter, zoals u waarschijnlijk weet, heeft dit weekend de tweede ronde van de lokale verkiezingen in Chişinău in de Republiek Moldavië plaatsgevonden. Zoals ook waarnemers van de OESO hebben opgemerkt, zijn deze verkiezingen, net als die in andere plaatsen van de Republiek Moldavië, in overeenstemming met de Europese en internationale normen verlopen, waardoor reële vooruitgang is geboekt ten opzichte van de parlementaire verkiezingen in 2010.

Ik kan alleen maar blij zijn met de resultaten van de lokale verkiezingen in de Republiek Moldavië, die de positie van de partijen in de Alliantie voor Europese integratie, die momenteel de regering vormen, hebben versterkt. Met de resultaten van de verkiezingen zenden de Moldavische burgers ook de heel duidelijke boodschap uit dat hun wens dat Moldavië een welvarende, democratische samenleving wordt en in de Europese Unie wordt geïntegreerd, sterk en echt is. Ook moeten de verkiezingen voor de partijen in de Alliantie voor Europese integratie een aanmoediging vormen om door te gaan met de hervormingen waaraan ze zich verbonden hebben.

Mij persoonlijk doet het veel genoegen dat Dorin Chirtoacă een nieuwe termijn als burgemeester van Chişinău heeft gekregen.

 
  
MPphoto
 

  Zbigniew Ziobro (ECR). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, onlangs is de Poolse publieke opinie geschokt door een gebeurtenis die om zes uur 's morgens plaatsvond. Acht gewapende agenten, waaronder zes agenten van de speciale dienst, drongen een woning binnen. Als de bewoner een gezochte drugsdealer, wapenhandelaar of een verdachte van een bankoverval was geweest, had niemand ervan opgekeken. Het ging echter om een heel andere persoon. In deze woning woonde namelijk een internetgebruiker, een student die de moed had om de maatregelen van de huidige regering op ironische wijze te beschrijven.

Het is bijzonder alarmerend wanneer machtshebbers zo slecht tegen kritiek, satire en humor kunnen, dat zij om zes uur 's morgens gewapende agenten sturen naar internettende studenten. Wij moeten ons hiertegen uitspreken, vooral hier, in het Europees Parlement.

 
  
MPphoto
 

  Jacek Olgierd Kurski (ECR). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, over tien dagen neemt Polen het voorzitterschap van de Europese Unie over, en daarom moeten we goed in de gaten houden wat er in dat land gebeurt. De kwaliteit van de democratie valt af te lezen aan de manier waarop de oppositie wordt behandeld. Helaas vindt er in Polen een heksenjacht plaats op de oppositie, waar ook de rechtbanken zich bij hebben aangesloten. In de zaak rond ex-premier en oppositieleider Jarosław Kaczyński heeft de rechtbank besloten dat hij psychiatrisch onderzoek moet ondergaan. Deze laaghartige procedure berustte enkel op het feit dat Jarosław Kaczyński heeft toegegeven dat hij kalmerende middelen heeft geslikt na de ramp in Smoleńsk, waarbij zijn broer, schoonzus en veel van zijn vrienden zijn omgekomen. Daar is niets vreemds aan en de medische documentatie bevestigt dat.

Deze kwestie is des te betreurenswaardiger omdat er een Europees tintje aan zit. Het hoogtepunt moet namelijk plaatsvinden op 6 juli. Dan zal Jarosław Kaczyński het psychiatrisch onderzoek ondergaan, terwijl Donald Tusk in Straatsburg zijn inaugurele rede zal houden ter gelegenheid van het voorzitterschap van de Europese Unie. Ik hoop dat de internationale gemeenschap protesteert tegen het misbruiken van psychiatrisch onderzoek in het politieke strijdperk naar het voorbeeld van de Sovjet-Unie en Belarus.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het debat over dit onderwerp is gesloten.

 

21. Analyse van de opties voor een broeikasgasemissiereductie van meer dan 20 procent en beoordeling van het risico van koolstoflekkage (korte presentatie)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is het verslag over de analyse van de opties voor een broeikasgasemissiereductie van meer dan 20 procent en beoordeling van het risico van koolstoflekkage [2011/2012(INI)] - Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid. Rapporteur: Bas Eickhout (A7-0219/2011).

 
  
MPphoto
 

  Bas Eickhout, rapporteur. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, als leden kijken naar hun e-mails en alle verzoeken van lobbyisten en de industrie en naar de voor- en nadelen voor het klimaat, kunnen ze concluderen dat het klimaat onmiskenbaar zijn rentree heeft gemaakt op de politieke agenda.

Dat is een heel goede zaak. Het klimaat is immers nooit van de wetenschappelijke agenda verdwenen. Als je kijkt naar de wijze waarop de wetenschap zich ondertussen heeft ontwikkeld, zie je dat de argumenten voor een krachtiger klimaatbeleid van dag tot dag sterker worden. Politiek gezien was het na Kopenhagen en Cancún echter nogal rustig op het klimaatfront. Nu staat het klimaat duidelijk weer op de politieke agenda.

Dat is een goede zaak. Maar wat vooral belangrijk is, is het feit dat het debat ondertussen is veranderd. Het draait niet langer alleen maar om een klimaatargument. Het wordt steeds meer een economisch debat, een economisch argument. Als je kijkt naar de nieuwe industrieën die afhankelijk zijn van klimaatbeleid, zie je dat ze om een ambitieuzer klimaatbeleid vragen. Of kijk naar onze afhankelijkheid van olie en de situatie in noordelijk Afrika: het debat over onze afhankelijkheid van olie wordt steeds belangrijker voor onze economische positie in de EU.

Maar kijk ook naar alle brieven van de industrie die echt lobbyen om de doelstelling op te trekken tot 30 procent omdat ze daar belang bij hebben; het komt hun winst ten goede als we onze klimaatambities opvoeren. Hieruit blijkt heel duidelijk dat er een fundamentele verschuiving plaatsvindt in het debat over klimaatbeleid. Dat is heel belangrijk. Het is geen kwestie van economie versus ecologie; het is economie èn ecologie. Dat is een cruciaal gegeven.

Wat staat er in het verslag? Natuurlijk vragen we de Commissie om met een voorstel te komen om de binnenlandse reductiedoelstelling op te trekken tot 25 procent. Dit is van groot belang omdat we op die manier minder afhankelijk van olie worden. Op die manier kunnen we de extra baten voor de gezondheid plukken. Het is ook de manier om het potentieel van energiebesparingen te benutten. Energiebesparingen zijn dus ook een cruciaal onderdeel van het verslag want, als we onze energiebesparingsdoelstellingen halen, zijn we al op weg naar de binnenlandse reductiedoelstelling van 25 procent in de EU.

In het verslag vragen we om een algemene doelstelling van 30 procent. Met andere woorden, een binnenlandse doelstelling van 25 procent maar 30 procent in totaal. Er is nog steeds sprake van een groot aantal compensaties op de markt, dus als je het hebt over een binnenlandse doelstelling van 25 procent, heb je het ook over 30 procent in totaal. Hierdoor wordt de rol van compensaties ook enigszins beperkt en daar ging het debat deels over. Dat staat ook in het verslag.

Deze discussie gaat ook over de aanpassing van het emissiehandelssysteem. Ik zal hier heel duidelijk over zijn. Als we de klimaatambities opvoeren door middel van energiebesparingen en alleen iets doen op het gebied van energiebesparingen, zal de koolstofprijs dalen; de schatting op grond van studies is van 15 euro naar 0 euro per ton koolstof. We moeten dus ook iets doen aan het emissiehandelssysteem om te zorgen voor een goede prijs en ervoor te zorgen dat er echte stimulansen zijn om op groene technologieën over te schakelen.

De stemming zal morgen van cruciaal belang zijn voor de economie van de toekomst, een groene economie. Ik dring er bij de Commissie op aan om in te gaan op het verzoek dat we als Parlement zullen doen als we morgen met een wetgevingsvoorstel komen. De Raad is in beweging, het Parlement formuleert morgen zijn standpunt en vervolgens is het aan de Commissie om met een voorstel te komen. Wanneer we een wetgevingsvoorstel bespreken, weten we dat er in de Raad geen sprake meer is van een veto voor welk land ook.

We halen een meerderheid in het Parlement, zoals we morgen zullen zien, en ook een meerderheid in de Raad om onze klimaatambities echt op te voeren en ervoor te zorgen dat onze toekomstige economie een groene economie is.

 
  
MPphoto
 

  Jo Leinen (S&D).(DE) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer Oettinger, dames en heren, de Fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten in het Europees Parlement steunt het verslag van de heer Eickhout, omdat het zowel naar binnen als naar buiten het krachtige signaal afgeeft dat wij de strijd tegen klimaatverandering onverdroten zullen voortzetten. Wij geven naar binnen het signaal af dat wij onze belofte met betrekking tot het klimaatpakket van 2008 – 20 procent hernieuwbare energie en 20 procent energiebesparingen – serieus nemen. Mijnheer Oettinger, u hebt vandaag een voorstel gedaan en wat dat betreft hebben wij nog veel werk te doen. Beide maatregelen gezamenlijk zullen leiden tot een besparing van 25 procent op de CO2-uitstoot binnen de EU. Wie kan zich daartegen verzetten? Dat kan ook niet, omdat het om een wetgevingspakket gaat dat wij hebben aangenomen. Daarnaast hebben wij een verantwoordelijkheid tegenover de rest van de wereld. Wij moeten ook het resultaat van 5 procent CDM's (mechanismen voor schone ontwikkeling) nog zien te behalen. Dan zouden we uitkomen op een totaal van 30 procent. Ik hoop niet dat dit wordt afgezwakt. Het amendement op paragraaf 3 zou het hele verslag onderuithalen. Als dit amendement wordt aangenomen, stemmen we morgen tegen het verslag. Ik hoop dat het daar niet van komt, omdat we een krachtig signaal moeten afgeven.

 
  
MPphoto
 

  Jacek Olgierd Kurski (ECR). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, ik krijg de indruk dat er een nieuw soort waanzin en een nieuwe seculiere godsdienst de kop opsteekt in Europa. Er bestaat geen enkel wetenschappelijk bewijs dat de mens van doorslaggevende invloed is op de verhoogde CO2-emissies in de lucht. Het klimaat wordt beheerst door cycli van enkele eeuwen. Over dit onderwerp bestaan verschillende expertisen, onder andere van professor Jaworowski, een gerenommeerd klimaatonderzoeker uit Polen.

Waarom heet Groenland eigenlijk Groenland, terwijl het op dit moment volledig bevroren is? Vroeger was het namelijk een groen eiland, maar daarna is het klimaat veranderd zonder dat de mens hier de hand in heeft gehad. Daarom moeten we ons verzetten tegen deze nieuwe seculiere godsdienst, deze waanzin, die maakt dat wij ons afvragen of de toetreding van landen als Polen tot de Europese Unie überhaupt wel zin heeft gehad, omdat zij veel meer geld moeten gaan uitgeven aan de reductie van CO2-emissies dan zij tot nu toe netto hebben ontvangen in het kader van het cohesiebeleid. Wanneer een reductie van de CO2-emissies met 20 procent zinloos is, dat is een reductie van 30 procent dat al helemaal. Ik zal daarom tegen stemmen.

 
  
MPphoto
 

  Paul Rübig (PPE).(DE) Mevrouw de Voorzitter, ik denk dat Fukushima de wereld ook heeft veranderd met betrekking tot de CO2-uitstoot. We moeten een betrouwbare energievoorziening hebben, dat is waar het hier om gaat. We zullen kernenergie moeten verruilen voor of aanvullen met gas en kolen, al heeft de verbranding van gas en kolen natuurlijk CO2-emissies tot gevolg. Het door onszelf vastgestelde niveau van 20 procent is dan ook behoorlijk hoog. We zouden blij moeten zijn dat we beschikken over een reserve in de vorm van energie-efficiëntie omdat we die goed kunnen gebruiken ter ondersteuning van de nieuwe vormen van energie die we nodig hebben om kernenergie te vervangen. Gas en kolen zullen een belangrijke rol spelen bij de vervanging van kernenergie. Ik denk dat vakbonden en werknemers er zich ernstig zorgen over maken dat banen uit Europa zullen verdwijnen als gevolg van het CO2-beleid en dat de gehele grondstoffenindustrie, of het nu gaat om staal, aluminium of papier, zal worden verplaatst naar landen buiten Europa als wij te strikte regelgeving invoeren. Ik wil iedereen waarschuwen dat we niet te hard van stapel moeten lopen. Ons beleid moet haalbaar en realistisch zijn.

 
  
MPphoto
 

  Jaroslav Paška (EFD).(SK) Mevrouw de Voorzitter, ik wil hier graag de aandacht richten op het advies van de Commissie industrie, onderzoek en energie, waarin in paragraaf 3 wordt gewezen op het feit dat de huidige beleidsbepalingen van de Europese Commissie op het gebied van klimaatverandering zullen leiden tot een verplaatsing van de productie naar buiten Europa, en ik vrees dat de naderende prijsverhogingen voor de uitstoot van kooldioxide deze tendens alleen maar zullen versterken.

Tevens wordt er in het advies op gewezen dat de huidige afname van de uitstoot in Europa niet kan worden geïnterpreteerd als een signaal dat de Europese Unie op weg is de doelstelling van lagere emissies te bereiken. Deze afname moeten we eerder zien als het gevolg van de verminderde industriële productie en de verplaatsing van productie naar buiten Europa, als gevolg waarvan de werkloosheid in Europa groeit. Daarom ben ik ervan overtuigd dat de weg naar minder broeikasgassenuitstoot loopt via een consequentere bevordering van innovatie via nieuwe groene technologieën, zodat we de noodzaak om luchtvervuiling tegen te gaan niet alleen aanpakken met financiële en administratieve middelen maar ook met steunverlening aan onderzoek naar nieuwe technologieën en toepassing ervan in de praktijk.

 
  
MPphoto
 

  Maria da Graça Carvalho (PPE). (PT) De Europese energie- en klimaatstrategie moet een evenwicht zien te vinden tussen economisch concurrentievermogen, energievoorzieningszekerheid en milieuoverwegingen. Als we kiezen voor een broeikasgasemissiereductie van meer dan 20 procent, moeten we die doelstellingen op elkaar afstemmen. Ik ben het eens met het idee om de uitstoot verder terug te dringen, en wel met 25 in plaats van 20 procent. Die extra 5 procent moet dan het gevolg zijn van een verbeterde energie-efficiëntie.

Het is intussen wel van fundamenteel belang dat we oplossingen vinden die het concurrentievermogen van de Europese industrie onverlet laten. Ik ben daarom heel blij dat er in het Parlement nu een brede consensus bestaat over het opnemen van een sectorale benadering. Zo kunnen we de doelstelling voor het terugdringen van de broeikasgassen voor een bepaald land laten aansluiten op een alomvattende, holistische aanpak van alle industriesectoren, om aldus koolstoflekkage voorkomen.

 
  
MPphoto
 

  Zbigniew Ziobro (ECR). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, het publiek verwacht van ons als politici dat wij in al onze activiteiten pragmatisch, rationeel en effectief zijn. De belastingbetaler is in staat om ons veel dingen te vergeven, maar niet dat wij zijn geld spenderen zonder dat daar een resultaat tegenover staat. In onze discussie moeten we klimaatverandering benaderen als een rationeel project. Hierbij laat ik de legitimiteit van de theorie die aan onze politieke besluiten ten grondslag ligt voor even buiten beschouwing. We weten dat wetenschappers het niet met elkaar eens zijn, maar dat probleem ga ik nu niet oplossen.

Ik wil er echter wel op wijzen dat het bijzondere van broeikasgassen is dat zij geen grenzen kennen. Zelfs als de Europese Unie de strengste limieten voor de emissie van broeikasgassen accepteert, dan heeft dit nauwelijks effect wanneer China, India en andere ontwikkelingslanden dit niet doen. Niet alleen zal de Europese belastingbetaler dit in zijn portemonnee voelen, ook de productie zal worden beperkt, de werkloosheid zal toenemen en banen zullen verdwijnen naar landen buiten de Europese Unie.

Als we al maatregelen nemen in deze kwestie, laten we dan rationeel handelen en er een mondiaal proces van maken, omdat alleen dan het beoogde resultaat kan worden bereikt. Als het inderdaad waar is dat de maandelijkse broeikasgasemissie in China gelijk is aan de jaarlijkse reductie van 20 procent in Europa, dan zegt mij dat genoeg.

 
  
MPphoto
 

  Elena Băsescu (PPE).(RO) Mevrouw de Voorzitter, om te beginnen wil ik de heer Eickhout feliciteren met dit verslag.

Uitgaande van de top van Cancún beschouw ik het terugdringen va