Go back to the Europarl portal

Choisissez la langue de votre document :

  • bg - български
  • es - español
  • cs - čeština
  • da - dansk
  • de - Deutsch
  • et - eesti keel
  • el - ελληνικά
  • en - English
  • fr - français
  • ga - Gaeilge
  • hr - hrvatski
  • it - italiano
  • lv - latviešu valoda
  • lt - lietuvių kalba
  • hu - magyar
  • mt - Malti
  • nl - Nederlands (magħżula)
  • pl - polski
  • pt - português
  • ro - română
  • sk - slovenčina
  • sl - slovenščina
  • fi - suomi
  • sv - svenska
Dan id-dokument mhux disponibbli bil-lingwa tiegħek. Jekk jogħġbok agħżel verżjoni b'lingwa oħra mit-'toolbar' tal-lingwa.

 Indiċi 
 Test sħiħ 
Debatten
Maandag 13 januari 2014 - Straatsburg Herziene uitgave

De voedselcrisis, fraude in de voedselketen en de controle daarop (korte presentatie)
MPphoto
 

  Esther de Lange, Rapporteur. − Voorzitter, terwijl de meeste collega's overduidelijk aan de avondmaaltijd zitten, wil ik toch heel kort de aandacht vragen voor het belangrijke thema voedselfraude, waarover we morgen stemmen. Uiteraard wil ik in eerste instantie de andere fracties, de schaduwrapporteurs met name, danken voor de goede samenwerking tot nu toe. Dat leidde tot steun om dit verslag te gaan schrijven en ook tot unanieme aanname van dit verslag in de Commissie milieu en volksgezondheid.

Het is de eerste keer dat het Europees Parlement zich met dit verslag na een aantal schandalen, waaronder het paardenvleesschandaal vorig jaar, buigt over het fenomeen voedselfraude. Het eerste probleem waar je dan tegenaan loopt, is het gebrek aan vergelijkbare data om een goede inschatting te maken van de exacte omvang van het probleem. Op basis van academische onderzoeken - de weinige die beschikbaar zijn - van Europol-interventies en van gesprekken met de betrokken sectoren, weten we wel om welke producten het gaat, zoals vlees, olijfolie, wijn, bioproducten, maar zelfs koffie en thee worden genoemd.

We weten ook dat er in de Europese Unie miljarden gemoeid zijn met het fenomeen voedselfraude en we krijgen signalen dat ook de georganiseerde criminaliteit zich ervoor begint te interesseren. Maar er is een grote noodzaak om het probleem nog beter in beeld te krijgen en dat is dan ook meteen onze eerste eis.

In tegenstelling tot de Verenigde Staten bijvoorbeeld, meneer de commissaris, heeft de Europese Unie nog geen gemeenschappelijke definitie van voedselfraude. En die moet er snel komen om op basis daarvan verder te werken. Het verslag levert daartoe een eerste aanzet. Kortom de aanpak van voedselfraude in de Europese Unie staat nog in de kinderschoenen en is lange tijd eigenlijk een blinde vlek geweest van nationale en Europese instanties. Zeker die fraudegevallen die geen directe gevolgen hadden voor de volksgezondheid. Uiteraard is en blijft de bescherming van de volksgezondheid van Europeanen de hoogste prioriteit.

Maar ook andere gevallen van voedselfraude vragen om aandacht, omdat deze rotte appels het verpesten voor de grote meerderheid van boeren, van bedrijven, van tussenpersonen die zich wel aan de regels houden. Die rotte appels verpesten ook het vertrouwen van consumenten in voeding en voedingsinformatie. In mijn lidstaat, Nederland, bijvoorbeeld geeft één derde van de consumenten aan dat ze etiketten van voedingsmiddelen niet meer vertrouwen. Dat lijkt me voor de hele sector een ernstige zaak.

Het risico van voedselfraude wordt mede bepaald door de pakkans en de potentiële winst die je met fraude kunt behalen. De pakkans moet dus omhoog en de straf moet afschrikwekkender worden. Ik geef u het voorbeeld van het paardenvleesschandaal in Ierland. Vier bedrijven waren daarbij betrokken. Drie bedrijven begingen de fraude net buiten de grens van het Ierse grondgebied. Blijft één bedrijf over die de Ieren potentieel kunnen vervolgen. Vervolgens is de maximale boete, als ze dat bedrijf al kunnen vervolgen, 30 000 euro, terwijl met één container paardenvlees omgelabeld als rundvlees de winst 65 000 euro is.

Ik denk dat dat Ierse voorbeeld heel erg goed laat zien wat er moet veranderen in de Europese Unie. Allereerst strenger straffen. Wat ons betreft minstens twee keer de potentiële winst die je kunt behalen met fraude. En mensen die keer op keer de fout ingaan, raken wat ons betreft hun vergunning kwijt.

Ten tweede slimmere controles. En dat is niet alleen kwestie van meer geld, al zijn wij wel ernstig bezorgd over de bezuinigingen die keer op keer ook in lidstaten op controlediensten worden toegepast. Maar het vraagt ook om een andere aanpak, minder voorspelbaar, een meer politie-achtige aanpak dan een ambtelijke aanpak, zoals dat bijvoorbeeld al gebeurt in Denemarken en in Italië. Betere grensoverschrijdende samenwerking ook via Europol, via een rapid alert system van de Europese Commissie. De 28 puzzelstukjes van nationale controle moeten veel beter in elkaar passen om één beeld te geven in heel Europa.

Betere informatiestromen door de productieketen heen, zeker bij handelaars en tussenschakels. Maar ook natuurlijk het verantwoord ondernemen van supermarkten. Keer op keer zeggen dat het goedkoper moet, levert niet altijd kwaliteit op.

Voorzitter, ik rond af met een opmerking over de herkomstetikettering van vlees, want daar zal een groot deel van het debat over gaan. En het verslag zegt heel erg terecht dat herkomstetikettering an sich geen instrument is om fraude te bestrijden. Sterker nog, je zou wel eens met die herkomstetikettering kunnen frauderen.

Maar aan de andere kant kan die er wel voor zorgen dat de mensen beter nadenken over waar hun ingrediënten vandaan komen, zeker een kwetsbaar product als vlees. Het verslag zegt dus: Europese Commissie, kom ook met voorstellen als het gaat om vlees als ingrediënt, maar heb daarbij oog voor een impact assessment en vermijd daarbij administratieve rompslomp.

Al met al denk ik een uitgebalanceerd verslag en ik kijk uit naar de reacties van de collega's en de stemming morgen.

 
Avviż legali - Politika tal-privatezza