Wijziging van het akkoord WHA 12-40 tussen de WHO en de IAEA
6.12.2002
SCHRIFTELIJKE VRAAG E-3662/02
van Marie Isler Béguin (Verts/ALE)
aan de Raad
Op 28 mei 1959 heeft de twaalfde Assemblee van de wereldgezondheidsorganisatie zich in haar resolutie WHA 12-40 door een akkoord met de Internationale Organisatie voor Atoomenergie verbonden. Hierdoor worden de werkzaamheden of de programma's van de WHO, die samenvallen met die van de IAEA, onderworpen aan de controle en beoordeling van laatstgenoemde organisatie en moet er krachtens artikel 1, lid 3 van de resolutie een consensus bereikt worden over de procedures en de follow-up van de werkzaamheden en programma's.
In hetzelfde artikel wordt de expliciete en eenzijdige taakstelling van de IAEA vermeld, die "als belangrijkste doel heeft onderzoek wereldwijd aan te moedigen, te steunen en te coördineren, en de ontwikkeling en de efficiënte aanwending van atoomenergie voor vreedzame doeleinden te stimuleren (…)". In het in juli 1946 geratificeerde en op 7 april 1948 in werking getreden oprichtingsverdrag van de WHO hebben de verdragsluitende staten, in overeenstemming met het Handvest van de Verenigde Naties, bij wijze van veiligheidsbeginsel bepaald dat "een goede informatieverstrekking aan en een actieve medewerking van de bevolking van wezenlijk belang zijn voor de verbetering van de volksgezondheid en dat de regeringen verantwoordelijk zijn voor de gezondheid van hun burgers", terwijl de "studiegroep inzake gevolgen van atoomenergie voor de geestelijke gezondheid" in het in 1958 aan de WHO voorgelegde verslag tot de conclusie kwam dat "de meest bevredigende oplossing voor het vreedzaam gebruik van atoomenergie in de toekomst de opkomst van een nieuwe generatie mensen zou zijn, die geleerd zou hebben te leven met onwetendheid en onzekerheid (…)".
- Stelt de Commissie zich geen vragen over het feit dat deze twee internationale organisaties zo duidelijk onder één hoedje spelen, door de WHO-verslagen te onderwerpen aan de censuur van de pro-nucleaire IAEA?
- Is de Commissie niet verontrust over de negatieve gevolgen die deze onmiskenbare compromissen van de WHO hebben voor de integriteit en de kwaliteit van de EU-studies ter voorbereiding van communautaire programma's en initiatieven betreffende de nucleaire sector en met kernenergie samenhangende ziekten (veroorzaakt door het gebruik van verarmd uranium in Irak en in de Federale Republiek Joegoslavië of door de gevolgen van Tsjernobyl in Oost-Europa)?
- Moet de Commissie, gezien het niet-transparante en afhankelijke karakter van de WHO, hetgeen bevestigd wordt door het feit dat de WHO zelf slechts 10 jaar na datum een conferentie organiseerde over het drama van Tsjernobyl en door het niet openbaar maken van de verslagen hierover, niet een einde maken aan dit "samenspel" tussen beide organisaties, dat voortvloeit uit enkele clausules van genoemd akkoord?
- Verbindt de Commissie zich ertoe om, in het kader van haar bilaterale dialoog met deze twee internationale organisaties, wijziging te eisen van akkoord WHA 12-40 (artikel 1, lid 3: "zij houden elkaar op de hoogte"), zoals voorzien wordt in artikel 13?
PB C 222 E van 18/09/2003