Terug naar het Europarl-portaal

Choisissez la langue de votre document :

Parlementaire vragen
PDF 44kWORD 46k
11 oktober 2010
E-8155/2010
Vraag met verzoek om schriftelijk antwoord E-8155/2010
aan de Commissie
Artikel 117 van het Reglement
Nathalie Griesbeck (ALDE) en Marielle De Sarnez (ALDE)

 Betreft: De Franse wet betreffende Grand Paris en de interpretatie van artikel 5, lid 2 en artikel 8, leden 2 en 3 van Verordening (EG) nr. 1370/2007 betreffende het openbaar personenvervoer per spoor en over de weg
 Schriftelijk antwoord 

Verordening (EG) nr. 1370/2007(1) stelt lagere overheden/autoriteiten in staat om het lokale openbare vervoer zelf te exploiteren door middel van een interne exploitant zonder openbare aanbestedingsprocedure, op een voorwaarde (artikel 5, lid 2, onder b): de interne exploitant, die profiteert van onderhandse gunning, en elke entiteit waarop deze exploitant een invloed heeft, exploiteren hun openbare personenvervoersdiensten op het grondgebied van de bevoegde plaatselijke overheid en nemen niet deel aan openbare aanbestedingen voor het verrichten van openbare personenvervoersdiensten buiten dit grondgebied. De Franse wet nr. 2010-597 betreffende Grand Paris betreft de wijziging van de ordonnantie van 7 januari 1959 en bepaalt dat de RATP de vervoersdiensten die zijn opgericht vóór 3 december 2009 mag voortzetten tot 2024 (bus), 2029 (tram) en 2039 (metro en RER). De RATP mag de openbare vervoersdiensten in Parijs dus blijven exploiteren tot ruim na 2019 (uiterste datum voor de overgang zoals voorzien in artikel 8, lid 2 van Verordening (EG) nr. 1370/2007) zonder mededinging van andere exploitanten. Het lijkt er daarom op dat de RATP niet zal worden beschouwd als een „interne exploitant” en niet zal hoeven voldoen aan de voorwaarde dat haar activiteiten beperkt zijn tot een afgebakend gebied, aangezien zij reeds een internationale exploitant is en dat in de toekomst nog meer zal gaan worden.

De Franse regering heeft in dit geval de ordonnantie van 1959 gelijkgesteld aan een openbaredienstcontract dat gegund is vóór 3 december 2009, binnen het raamwerk van de uitzondering waarnaar wordt verwezen in artikel 8, lid 3 van Verordening (EG) nr. 1370/2007. Kan de Commissie in deze context de volgende elementen ophelderen:

Kan voor een eenzijdige handeling van wettelijke of bestuursrechtelijke aard, zoals de onlangs gewijzigde ordonnantie van 1959, de uitzondering voor openbaredienstcontracten gelden zoals voorzien in artikel 8, lid 3, indien deze handeling geen openbaredienstcontract is en niet de wezenlijke elementen van het openbaredienstcontract bevat in de zin van de bestaande communautaire wetgeving tot 3 december 2009(2), noch de voorwaarde van beperking in de tijd die wordt vereist door de communautaire wetgeving(3)? Als dat het geval is, wat zouden dan het doel, de reikwijdte en het nuttige effect zijn van artikel 8, lid 2 van voornoemde verordening, waarin een overgangsperiode wordt vastgelegd die ten einde loopt op 3 december 2019 en waarin de lidstaten „maatregelen nemen om geleidelijk te voldoen” aan deze regels? Ten slotte lijkt het erop dat de verordening bedoeld is om de rechtszekerheid te herstellen in de sector van het openbaar vervoer over land. Welnu, als de ordonnantie van 1959 kan profiteren van de uitzondering zoals voorzien in artikel 8, lid 3, komen het doel, de evenwichtigheid en het nuttige effect van Verordening (EG) nr. 1370/2007 dan niet in gevaar?

(1)PB L 315 van 3.12.2007, blz. 1.
(2)Artikel 14, leden 1 en 2 van Verordening (EEG) nr. 1191/69 (grotendeels overgenomen in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1370/2007).
(3)Artikel 8, lid 3 en artikel 4, lid 3 van Verordening (EG) nr. 1370/2007 en artikel 14, lid 2 van Verordening (EEG) nr. 1191/69.

Oorspronkelijke taal van de vraag: FRPB C 249 E van 26/08/2011
Juridische mededeling - Privacybeleid