Terug naar het Europarl-portaal

Choisissez la langue de votre document :

Parlementaire vragen
PDF 43kWORD 46k
18 oktober 2010
E-8530/2010
Vraag met verzoek om schriftelijk antwoord E-8530/2010
aan de Commissie
Artikel 117 van het Reglement
Nathalie Griesbeck (ALDE)

 Betreft: Afschaffing van de gezinstoelagen van de grensoverschrijdende werknemers in Luxemburg
 Schriftelijk antwoord 

De Europese Unie berust op het beginsel van vrij verkeer van personen. In Verordening (EEG) nr. 1612/68(1) van 15 oktober 1968 betreffende het vrije verkeer van werknemers en Richtlijn 2004/38/EG(2) van 29 april 2004 is bepaald dat het burgerschap van de Unie iedere burger van de Unie „een fundamenteel en persoonlijk recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten” verleent, dat „het vrije verkeer van werknemers binnen de Gemeenschap gewaarborgd moet zijn” en dat de verwezenlijking van dit doel de afschaffing inhoudt van elke vorm van discriminatie op grond van nationaliteit tussen de werknemers der lidstaten, wat betreft de werkgelegenheid, de beloning en de overige arbeidsvoorwaarden. Dit omvat tevens de gelijke behandeling in het beroepsgebied en het verlenen van dezelfde fiscale en sociale voordelen. In Verordening (EG) nr. 883/2004(3) betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels wordt de betaling van de gezinsuitkeringen echter gelinkt aan de wetgeving van het land waar het werk wordt uitgevoerd: deze uitkeringen komen ten laste van het land waar de betrokkene werkt.

De Luxemburgse regering heeft onlangs een wet aangenomen (wet van 26 juli 2010 over de financiële bijdrage van de staat voor studies in het hoger onderwijs, op 27 juli 2010 in de Mémorial gepubliceerd) waarin de gezinstoeslagen en gezinsuitkeringen voor kinderen ouder dan 18 jaar van grensoverschrijdende werknemers wordt afgeschaft. De criteria van deze wet lijken de grensoverschrijdende werknemers te benadelen en de ingezetenen van Luxemburg te bevoordelen, omdat een werknemer meer dan vijf jaar in Luxemburg zal moeten verblijven om voor deze gezinstoelagen in aanmerking te kunnen komen.

Kan de Commissie in dit verband de volgende zaken verhelderen? Is de Commissie van mening dat de wet van 26 juli 2010 verenigbaar is met het Gemeenschapsrecht en het beginsel van vrij verkeer van werknemers? Is bovengenoemde wet niet in strijd met het beginsel van gelijke behandeling en het beginsel van gelijke rechten van werknemers en houdt zij geen discriminatie in van grensoverschrijdende werknemers? Zou niet elke werknemer en zijn gezin, ongeacht zijn woonplaats, recht moeten hebben op deze toelagen?

(1)PB L 257 van 19.10.1968, blz. 2.
(2)PB L 158 van 30.4.2004, blz. 77.
(3)PB L 166 van 30.4.2004, blz. 1.

Oorspronkelijke taal van de vraag: FRPB C 249 E van 26/08/2011
Juridische mededeling - Privacybeleid