Terug naar het Europarl-portaal

Choisissez la langue de votre document :

Parlementaire vragen
PDF 41kWORD 27k
26 september 2011
E-008537/2011
Vraag met verzoek om schriftelijk antwoord E-008537/2011
aan de Commissie
Artikel 117 van het Reglement
Oreste Rossi (EFD)

 Betreft: Het nut van fluorescerende katten in het onderzoek naar aids
 Schriftelijk antwoord 

Bij een experiment in de Verenigde Staten zijn drie transgene kittens geboren die nuttig kunnen zijn in het onderzoek naar aids. Hun genen zijn gemodificeerd door enerzijds het gen van kwallen in te brengen, waardoor ze oplichten wanneer ze aan blauw licht worden blootgesteld, en anderzijds het gen van resusapen, waardoor ze resistent zijn tegen het aidsvirus. Er is gekozen voor katten omdat bij deze diersoort meer dan 250 erfelijke ziekten voorkomen die men ook bij mensen aantreft.

Het betreft een experiment dat nog niet eerder succesvol was en waarvan het belang enorm groot is, omdat het gericht onderzoek mogelijk maakt naar de genezing van een groot aantal ziekten die zowel bij mensen als bij katten voorkomen. Een voorbeeld daarvan is het feline immunodeficiëntievirus (FIV), dat aids veroorzaakt bij katten zoals hiv dat bij mensen doet en dat de eiwitfuncties uitschakelt die normaal gesproken mensen en katten tegen het virus beschermen. Het wetenschappelijk experiment houdt in dat genen die antivirale factoren bij resusapen produceren, in de eicel van de kat worden ingebracht. Wanneer de kittens eenmaal volwassen zijn, zullen ze die genen die tegen het aidsvirus beschermen, kunnen doorgeven aan hun jongen. Dit proces is veel efficiënter dan klonen en maakt het mogelijk om nieuwe bruikbare onderzoeksmethoden te ontwikkelen om de ziekte te bestrijden.

In overweging nemende dat:

de ontdekking een nuttige bijdrage zou kunnen leveren in de strijd tegen aids;
de dieren voor wetenschappelijk onderzoek gebruikt worden,

kan de Commissie aangeven welk standpunt zij van plan is in te nemen ten opzichte van bovengenoemd onderzoek?

Oorspronkelijke taal van de vraag: ITPB C 154 E van 31/05/2012
Juridische mededeling - Privacybeleid