Terug naar het Europarl-portaal

Choisissez la langue de votre document :

  • bg - български
  • es - español
  • cs - čeština
  • da - dansk
  • de - Deutsch
  • et - eesti keel
  • el - ελληνικά
  • en - English
  • fr - français
  • ga - Gaeilge
  • hr - hrvatski
  • it - italiano
  • lv - latviešu valoda
  • lt - lietuvių kalba
  • hu - magyar
  • mt - Malti
  • nl - Nederlands (huidige pagina)
  • pl - polski
  • pt - português
  • ro - română
  • sk - slovenčina
  • sl - slovenščina
  • fi - suomi
  • sv - svenska
Parlementaire vragen
PDF 44kWORD 42k
28 februari 2012
E-002248/2012
Vraag met verzoek om schriftelijk antwoord E-002248/2012
aan de Commissie (Vicevoorzitter — Hoge Vertegenwoordiger)
Artikel 117 van het Reglement
Judith Sargentini (Verts/ALE) en Nicole Kiil-Nielsen (Verts/ALE)

 Betreft: VPHR — Het gebruik van administratieve detentie door Israël (en de zaak Khader Adnan)
 Schriftelijk antwoord 

Op 20 februari 2012 ging de Palestijn Khader Adnan de 65e dag van zijn hongerstaking in(1). Met zijn hongerstaking protesteert Khader Adnan tegen het feit dat hij sinds 17 december 2011 door de Israëlische autoriteiten in administratieve detentie is geplaatst. Op dit moment worden in Israël ongeveer 300 mensen, onder wie kinderen, in administratieve detentie gehouden (dat wil zeggen zonder vorm van proces of aanklacht)(2). Op 17 februari heeft de Hoge Vertegenwoordiger van de EU een verklaring uitgegeven als reactie op de zaak Khader Adnan, waarin zij onder andere herhaalde dat „…de EU reeds lange tijd bezorgd is over het gebruik op uitgebreide schaal door Israël van administratieve detentie zonder officiële aanklacht”.

1. Hoe ziet de Hoge Vertegenwoordiger het gebruik van administratieve detentie in het kader van de Verdragen, het Handvest, het EHRM, de jurisprudentie van het EHRM en de internationale wetgeving, vooral, maar niet beperkt tot, het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en het Vierde Verdrag van Genève?

2. Kan de Hoge Vertegenwoordiger specifiek toelichten hoe zij het gebruik van administratieve detentie gedurende een termijn langer dan 30 dagen die geen verband houdt met asiel- en/of immigratiekwesties ziet in de context van bovengenoemde rechtsinstrumenten?

3. Kan de Hoge Vertegenwoordiger aangeven waarom zij in haar verklaring van 17 februari het gebruik van administratieve detentie door de Israëlische autoriteiten in dit specifieke geval en in het algemeen niet heeft veroordeeld, maar slechts nogmaals heeft gewezen op de „bezorgdheid” van de EU over „het gebruik op uitgebreide schaal” van administratieve detentie?

4. Is de Hoge Vertegenwoordiger bereid het gebruik van administratieve detentie door de Israëlische autoriteiten in de zaak Khader Adnan en in het algemeen te veroordelen? Zo niet, waarom?

5. Is de Hoge Vertegenwoordiger bereid van de Israëlische autoriteiten te eisen dat personen die in administratieve detentie worden geplaatst ofwel aangeklaagd/berecht of vrijgelaten worden? Zo niet, waarom?

6. Indien de Hoge Vertegenwoordiger niet bereid is het gebruik van administratieve detentie in bovengenoemd geval en in het algemeen te veroordelen en/of van de Israëlische autoriteiten te eisen dat personen die in administratieve detentie worden geplaatst ofwel aangeklaagd/berecht of vrijgelaten worden, kan zij dan aangeven hoe zij dit beoordeelt in de context van de Verdragen en met name van artikel 21, lid 1, van het VEU?

(1)http://www.guardian.co.uk/world/2012/feb/16/khader-adnan-palestinian-hunger-strike.
(2)http://www.btselem.org/administrative_detention/statistics.

Oorspronkelijke taal van de vraag: ENPB C 110 E van 17/04/2013
Juridische mededeling - Privacybeleid