Terug naar het Europarl-portaal

Choisissez la langue de votre document :

  • bg - български
  • es - español
  • cs - čeština
  • da - dansk
  • de - Deutsch
  • et - eesti keel
  • el - ελληνικά
  • en - English
  • fr - français
  • ga - Gaeilge
  • hr - hrvatski
  • it - italiano
  • lv - latviešu valoda
  • lt - lietuvių kalba
  • hu - magyar
  • mt - Malti
  • nl - Nederlands (huidige pagina)
  • pl - polski
  • pt - português
  • ro - română
  • sk - slovenčina
  • sl - slovenščina
  • fi - suomi
  • sv - svenska
Parlementaire vragen
PDF 6kWORD 31k
30 juli 2015
E-006918/2015(ASW)
Antwoord van vicevoorzitter Mogherini namens de Commissie
Vraagnummer: E-006918/2015

Naar aanleiding van de ondertekening van het algemeen politiek akkoord en de vorming van een regering van nationale eenheid heeft de EU sinds 2009 stappen gezet om de betrekkingen met Zimbabwe geleidelijk te normaliseren.

Op 1 november 2014 heeft de Raad besloten om de passende maatregelen die waren genomen op grond van artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou, te laten aflopen, waardoor de meerjarensamenwerking met Zimbabwe in het kader van het 11e Europees Ontwikkelingsfonds kon worden hervat. De EU streeft ernaar de bevolking van Zimbabwe te ondersteunen en hervormingen mogelijk te maken die moeten resulteren in een democratischer en meer welvarend Zimbabwe. De ondertekening van een nationaal indicatief programma ten belope van 234 miljoen EUR voor de periode 2014-2020 draagt hiertoe bij.

Er wordt nauwlettend toegezien op de inzet van deze middelen. Bij de besteding van het in het nationale indicatieve programma opgenomen bedrag van 234 miljoen EUR moeten de gebruikelijke EU-aanbestedingsprocedures in acht worden genomen. Voorts is ook voorzien in audits. Momenteel is geen begrotingssteun gepland. De uitvoering is grotendeels toevertrouwd aan internationale organisaties of ngo's.

Op 20 februari 2015 heeft de Raad besloten de resterende restrictieve maatregelen ten aanzien van Zimbabwe in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de Unie te verlengen in plaats van deze op te heffen, waarbij werd gewezen op de noodzaak van de voortzetting van de politieke hervormingen. Voorts blijft de Raad de situatie op het vlak van de mensenrechten, met inbegrip van de persvrijheid, op de voet volgen. In het licht van de laatste politieke ontwikkelingen zal de Raad zich in februari 2016 opnieuw uitspreken over deze maatregelen.

Juridische mededeling - Privacybeleid