EU-financiering voor Sudanese „Rapid Support Forces”
4.10.2016
Vraag met verzoek om schriftelijk antwoord E-007564-16
aan de Commissie
Artikel 130 van het Reglement
Maria Heubuch (Verts/ALE) , Barbara Lochbihler (Verts/ALE) , Reinhard Bütikofer (Verts/ALE) , Ska Keller (Verts/ALE) , Judith Sargentini (Verts/ALE)
De regering van Sudan heeft in de strijd tegen irreguliere migratie en mensensmokkel milities ingezet aan de grens met Libië, de „Rapid Support Forces”. Deze hebben reeds oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid gepleegd. Dit werd onomstotelijk bewezen, bijvoorbeeld in het Internationaal Strafhof. Volgens Amnesty International is het mogelijk dat de Sudanese regering in 2016 in Darfur chemische wapens tegen burgers heeft ingezet.
De EU werkt op het gebied van migratie met de Sudanese regering samen, met name in het project „Better Migration Management” (proces van Khartoem). Volgens de actiefiche van het project verstrekt de EU onder meer ondersteuning voor capaciteitsopbouw aan frontlijnfunctionarissen. „Misbruik van materiaal en opleidingen, verstrekt aan gevoelige nationale autoriteiten, voor repressieve doeleinden” is in de actiefiche opgenomen als een mogelijk gevaar. Er zijn echter geen directe tegenmaatregelen geïdentificeerd.
1. Ontvangen de „Rapid Support Forces” rechtstreeks of onrechtstreeks EU-financiering in het kader van dit of enig ander project?
2. Is de EU van mening dat de „Rapid Support Forces” in aanmerking komen voor toekomstige EU-projecten voor capaciteitsopbouw ter ondersteuning van veiligheid en ontwikkeling?
3. Waarom bestaan er geen rechtstreekse tegenmaatregelen om de aan dit project gerelateerde risico's te beperken? Hoe zal de EU verzekeren dat de internationale humanitaire en mensenrechtenwetgeving worden nageleefd, en dat betrokkenheid bij zware schendingen van de mensrechten, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid wordt vermeden?