Terug naar het Europarl-portaal

Choisissez la langue de votre document :

  • bg - български
  • es - español
  • cs - čeština
  • da - dansk
  • de - Deutsch
  • et - eesti keel
  • el - ελληνικά
  • en - English
  • fr - français
  • ga - Gaeilge
  • hr - hrvatski
  • it - italiano
  • lv - latviešu valoda
  • lt - lietuvių kalba
  • hu - magyar
  • mt - Malti
  • nl - Nederlands (huidige pagina)
  • pl - polski
  • pt - português
  • ro - română
  • sk - slovenčina
  • sl - slovenščina
  • fi - suomi
  • sv - svenska
Parlementaire vragen
PDF 26kWORD 22k
28 mei 2019
E-001552/2019(ASW)
Antwoord van vicevoorzitter Mogherini namens de Europese Commissie
Schriftelijke vragen: P-001638/19 , E-001956/19 , E-001552/19
Vraagnummers: E-001552/2019, P-001638/2019, E-001956/2019

De Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) en de diensten van de Commissie zijn er inderdaad op de hoogte van dat de derde uitvoeringsfase van het strafwetboek van Brunei-Darussalam van 2013 op 3 april 2019 in werking is getreden. Sommige van de straffen waarin het wetboek voorziet, staan gelijk aan foltering en wrede, onmenselijke of onterende behandeling. De EU bracht een verklaring uit(1) waarin ze er bij de regering van Brunei-Darussalam op aandringt om ervoor te zorgen dat de uitvoering van het strafwetboek geen schending van de mensenrechten met zich meebrengt, dat de uitvoering in overeenstemming is met de internationale en regionale verplichtingen op het gebied van de mensenrechten, en dat het land zijn de-factomoratorium op de doodstraf handhaaft. Dat laatste werd in beginsel bevestigd in een verklaring van de sultan op 5 mei 2019.

De EU heeft deze kwestie voortdurend aangekaart bij de autoriteiten van Brunei-Darussalam, zoals tijdens het recente bezoek van het niet-residerende hoofd van de delegatie van de EU op 27 en 28 februari 2019. Ook heeft de EU publiekelijk haar bezorgdheid geuit in haar jaarverslagen over mensenrechten en democratie. De EDEO en de diensten van de Commissie zullen de kwestie blijven volgen op bilateraal, regionaal (Associatie van Zuidoost-Aziatische Staten) en internationaal niveau, ook in het kader van de „universele periodieke doorlichting” tijdens de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties. Wordt het strafwetboek van 2013 toch in de praktijk toegepast, met name op het punt van onmenselijke behandeling en de hervatting van de doodstraf, dan kan de EU verdere maatregelen overwegen.

De onderhandelingen over een partnerschaps‐ en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en Brunei-Darussalam zijn in mei 2014 stopgezet, toen het strafwetboek van kracht werd. Brunei-Darussalam komt niet in aanmerking voor ontwikkelingshulp van de EU. Steun aan niet-overheidsactoren en het maatschappelijk middenveld wordt verleend in overeenstemming met de toepasselijke, algemene voorwaarden voor dergelijke steun.

(1)https://eeas.europa.eu/headquarters/headquarters-homepage/60557/statement-spokesperson-implementation-penal-code-order-brunei-darussalam_en

Laatst bijgewerkt op: 28 mei 2019Juridische mededeling - Privacybeleid