Terug naar het Europarl-portaal

Choisissez la langue de votre document :

  • bg - български
  • es - español
  • cs - čeština
  • da - dansk
  • de - Deutsch
  • et - eesti keel
  • el - ελληνικά
  • en - English
  • fr - français
  • ga - Gaeilge
  • hr - hrvatski
  • it - italiano
  • lv - latviešu valoda
  • lt - lietuvių kalba
  • hu - magyar
  • mt - Malti
  • nl - Nederlands (huidige pagina)
  • pl - polski
  • pt - português
  • ro - română
  • sk - slovenčina
  • sl - slovenščina
  • fi - suomi
  • sv - svenska
Parlementaire vragen
PDF 45kWORD 10k
9 juli 2020
E-004072/2020
Vraag met verzoek om schriftelijk antwoord E-004072/2020
aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid
Artikel 138 van het Reglement
Julie Lechanteux (ID), Dominique Bilde (ID), Nicolas Bay (ID), Gianantonio Da Re (ID), Gilles Lebreton (ID), André Rougé (ID), Filip De Man (ID), Annika Bruna (ID), Virginie Joron (ID), Elena Lizzi (ID), Gilbert Collard (ID), Bernhard Zimniok (ID), Jean-François Jalkh (ID), Jérôme Rivière (ID), Markus Buchheit (ID)
 Schriftelijk antwoord 
 Betreft: Verklaring van de eerste minister van Pakistan, Imran Khan, die Osama Bin Laden een “martelaar” noemt

Op 25 juni 2020 heeft de eerste minister van Pakistan, Imran Khan, een verklaring afgelegd in het parlement, en heeft hij daarbij Osama Bin Laden, het voormalige hoofd van de terreurgroep Al-Qaida, een “martelaar” genoemd, hoewel die organisatie verschillende aanslagen in de Verenigde Staten, Europa en de rest van de wereld op haar geweten heeft en duizenden onschuldige slachtoffers heeft gemaakt.

Voor een eerste minister van een land dat veel EU-steun ontvangt, zijn dat opmerkelijke uitspraken.

De steun van de Europese Unie aan de Islamitische Republiek Pakistan bedraagt immers in totaal meer dan 1.3 miljard EUR.

Pakistan is bovendien een begunstigde van het schema van algemene preferenties (SAP+).

Sinds 2018 staat Pakistan op de grijze lijst van de Financiële-actiegroep (FATF) wegens niet-naleving van de aanbevelingen inzake het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.

Is de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, in het licht van het bovenstaande en gezien de schendingen van de internationale verdragen inzake mensen-, arbeids-, burger- en politieke rechten alsook op het gebied van gendergelijkheid, voornemens de betrekkingen met Pakistan en de toegekende financiële steun opnieuw te bekijken?

Oorspronkelijke taal van de vraag: FR
Laatst bijgewerkt op: 21 juli 2020Juridische mededeling - Privacybeleid