Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : O-0102/2005

Ingediende teksten :

O-0102/2005 (B6-0347/2005)

Debatten :

PV 01/02/2006 - 14
CRE 01/02/2006 - 14

Stemmingen :

Aangenomen teksten :


Parlementaire vragen
PDF 37kWORD 21k
27 oktober 2005
O-0102/2005

MONDELINGE VRAAG MET DEBAT O-0102/05

ingediend overeenkomstig artikel 108 van het Reglement

van Szabolcs Fazakas, Terence Wynn en Jan Mulder, namens de Commissie begrotingscontrole

aan de Raad


  Betreft: Verklaringen inzake nationaal beheer

 Antwoord plenaire 

In zijn kwijtingsresolutie van 2003 (P6_TA(2005)0092, aangenomen op 12.4.2005) heeft het Parlement het duidelijke standpunt ingenomen dat na tien jaar met negatieve betrouwbaarheidsverklaringen ten aanzien van de betalingskredieten en na de ondubbelzinnige verwijzing door de Rekenkamer naar de oorsprong van de meeste fouten met betrekking tot de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen, nieuwe instrumenten nodig zijn om het inzicht van de Commissie in het beheer en de controlesystemen van de lidstaten te verbeteren.

 

Met een overweldigende meerderheid heeft het Parlement zich op het standpunt gesteld dat de tijd is aangebroken om de relatie tussen de Commissie en de administratieve autoriteiten van de lidstaten te baseren op beginselen van goed openbaar beheer, zoals transparantie en verantwoordingsplicht.

 

In concrete termen heeft het Parlement voorgesteld dat elke lidstaat ex ante een officiële openbaarmakingsverklaring en een jaarlijkse betrouwbaarheidsverklaring ex post met betrekking tot de besteding van EU-fondsen moet overleggen.

 

Welk soort maatregelen heeft de Raad genomen naar aanleiding van de bevindingen van de Rekenkamer met betrekking tot de oorsprong van de meeste fouten ten aanzien van de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen?

 

Kan de Raad documentatie voorleggen betreffende de resultaten van zijn maatregelen?

 

Is de Raad van mening dat er behoefte bestaat aan nationale ex ante- en ex post-verklaringen van een hooggeplaatste autoriteit, door wiens handtekening de betrouwbaarheid van een lidstaat moet worden erkend? En is hij van mening dat dergelijke verklaringen volledig stroken met artikel 274 van het EG-Verdrag?

 

Is de Raad van mening dat het tweede deel van het eerste lid van artikel 274 net zo belangrijk is als het eerste deel van dit lid en dat de huidige onbalans tussen de Commissie en de lidstaten moet worden rechtgetrokken?

 

Is de Raad voornemens bekend te maken welke lidstaten tegen de invoering van nationale beheersverklaringen zijn?

 

 

Ingediend: 27.10.2005

Doorgezonden: 28.10.2005

Uiterste datum beantwoording: 18.11.2005

Oorspronkelijke taal van de vraag: EN 
Juridische mededeling - Privacybeleid