Parlementaire vraag - O-0116/2006Parlementaire vraag
O-0116/2006

    Follow-up van de resolutie van het Europees Parlement van 5 juni 2003 over borstkanker in de Europese Unie

    MONDELINGE VRAAG MET DEBAT O-0116/06
    ingediend overeenkomstig artikel 108 van het Reglement
    van Anna Záborská en Karin Jöns, namens de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid
    aan de Commissie

    Procedure : 2006/2611(RSP)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    O-0116/2006
    Ingediende teksten :
    O-0116/2006 (B6-0436/2006)
    Stemmingen :
    Aangenomen teksten :
    1. Aangezien borstkanker de meest voorkomende vorm van kanker onder vrouwen in de EU is, heeft het Europees Parlement in zijn resolutie van 5 juni 2003 over borstkanker in de Europese Unie[1] de lidstaten verzocht tegen 2008 zodanige voorwaarden te creëren dat het gemiddelde mortaliteitscijfer voor borstkanker met 25% wordt teruggebracht en de huidige verschillen tussen de lidstaten in overlevingscijfers voor een periode van vijf jaar tot 5% worden verminderd. Wat heeft de Commissie ondernomen om de lidstaten te helpen deze doelstellingen te halen, en wanneer is het voortgangsrapport van de Commissie beschikbaar waarom het Europees Parlement voor de voorjaarstop van 2006 heeft gevraagd?

     

    1. De vierde herziene uitgave van de EU-richtsnoeren voor borstkankeronderzoek bevat nu, conform het verzoek van het EP in de resolutie van 2003, EU-richtsnoeren voor gespecialiseerde eenheden voor borstonderzoek. Daarin worden twee "oncologisch verpleegkundigen" per eenheid aanbevolen, hoewel er nog overeenstemming moet worden bereikt over de vereiste opleiding van dergelijke verpleegkundigen. Is de Commissie bereid steun te geven aan de lopende activiteiten voor de opstelling van een beroepsprofiel voor deze groep verpleegkundigen en de vereisten en aanbevelingen te publiceren in een supplement bij de vierde uitgave van de EU-richtsnoeren en niet te wachten op voltooiing van de vijfde uitgave?

     

    1. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie worden vrouwen zich door eigen borstonderzoek weliswaar veel sterker bewust van de problematiek, maar is dit geen geschikt alternatief voor het vroegtijdig opsporen van borstkanker door middel van mammografisch bevolkingsonderzoek. Is de Commissie daarom bereid er in regelmatig herhaalde, op vrouwen gerichte voorlichtingscampagnes over een gezonde levensstijl op te wijzen dat eigen borstonderzoek mammografisch bevolkingsonderzoek niet kan vervangen?

     

    1. Voor de uitvoering van een georganiseerd bevolkingsonderzoek voor borstkanker was in diverse lidstaten van de EU-15 forse professionele en logistieke steun nodig via het programma "Europa tegen kanker". Welke plannen heeft de Commissie om, naast de mogelijkheid om gebruik te maken van de structuurfondsen, de nodige steun te verlenen met het oog op de uitvoering van bevolkingsonderzoeken van hoge kwaliteit in de nieuwe lidstaten en de binnenkort toetredende landen?

     

     

    Ingediend: 11.10.2006

    Doorgezonden: 13.10.2006

    Uiterste datum beantwoording: 20.10.2006