Procedure : 2008/2607(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : O-0040/2008

Ingediende teksten :

O-0040/2008 (B6-0166/2008)

Debatten :

PV 09/07/2008 - 15
CRE 09/07/2008 - 15
PV 04/09/2008 - 3

Stemmingen :

Aangenomen teksten :


Parlementaire vragen
PDF 32kWORD 45k
15 april 2008
O-0040/2008

MONDELINGE VRAAG MET DEBAT O-0040/08

ingediend overeenkomstig artikel 108 van het Reglement

van Luisa Morgantini, Hélène Flautre, Richard Howitt, Thijs Berman, Kyriacos Triantaphyllides, Proinsias De Rossa, Pasqualina Napoletano, Margrete Auken, Jean Lambert, Marios Matsakis, David Hammerstein, Jill Evans, Jamila Madeira, Eugenijus Maldeikis, Philippe Morillon, Chris Davies, Vincenzo Aita, Françoise Castex, Caroline Lucas, Antonio Masip Hidalgo, Alyn Smith, Ana Maria Gomes, Karin Scheele, Alain Hutchinson, Marco Cappato, John Bowis, Giovanni Berlinguer, Giusto Catania, Roberto Musacchio, Vittorio Agnoletto, Frieda Brepoels, Mauro Zani, Umberto Guidoni, Luigi Cocilovo, Linda McAvan, Alessandro Battilocchio, Baroness Nicholson of Winterbourne, Francis Wurtz, Tokia Saïfi, Edward McMillan-Scott, Emilio Menéndez del Valle, Ioannis Kasoulides, Véronique De Keyser, Kader Arif, Béatrice Patrie en Rodi Kratsa-Tsagaropoulou

aan de Raad


  Betreft: alestijnse gevangenen in Israëlische gevangenissen

 Antwoord plenaire 

In het laatste rapport over de mensenrechtensituatie in de Palestijnse gebieden schrijft de Speciale VN-rapporteur John Dugard dat er "sinds 1967 meer dan 700,000 Palestijnen gevangen zijn gezet. Op dit moment zitten er zo'n 11 000 gevangenen in Israëlische gevangenissen, waaronder 376 kinderen, 118 vrouwen, 44 leden van de Palestijnse Wetgevende Raad en ongeveer 800 administratieve hechtelingen"[1].

 

Eind januari 2008 hield Israël 813 Palestijnen in administratieve detentie. Deze mensen worden  voor telkens verlengbare termijnen van maximaal zes maanden vastgehouden op grond van niet meer dan een administratieve beschikking[2]. Administratieve detentie is in het internationale recht toegestaan, maar mag uitsluitend onder strenge beperkingen worden toegepast wanneer een bepaald persoon een gevaar oplevert voor de staatsveiligheid. Israël heeft echter nooit criteria  voor het begrip "staatsveiligheid" gedefinieerd. De wijze waarop Israël gebruik maakt van administratieve detentie levert dus een schending van die beperkingen op.

 

De meeste Palestijnse gevangenen zitten in gevangenissen in Israël. Behalve dat familiebezoek daardoor vaak onmogelijk wordt, is dit ook in strijd met artikel 76 van het Vierde Verdrag van Genève, dat voorschrijft dat mensen uit een bezet gebied ook in dat bezette gebied moeten worden gedetineerd en, indien veroordeeld, hun straf aldaar moeten uitzitten.

 

"Gevangenen worden onderworpen aan vernederende en mensonterende behandelingen". Bij de ondervraging worden inhumane methoden gebruikt die soms op marteling neerkomen. De voeding is slecht, en de detentieplaatsen zijn overbevolkt[3]. In 2007 hebben twee rapporten, gepubliceerd door Israëlische NGO's[4],  aangetoond dat arrestanten aan fysieke mishandeling en deprivatie werden onderworpen, zoals slaaponthouding gedurende meer dan 24 uur. De behandeling van kinderen is eveneens zorgwekkend.

 

Aanhouding, ondervraging en detentie van Palestijnse kinderen is de laatste jaren tot de normale gang van zaken gaan horen. Per einde juli 2007 waren er ongeveer 385 Palestijnse kinderen in Israëlische gevangenschap. Deze kinderen worden gewoonlijk vervolgd volgens dezelfde militaire regime als de Palestijnse volwassenen[5]. Dat is uiteraard in strijd met het VN-Verdrag inzake de rechten van kinderen (UNCRC), dat in Israël in november 1991 in werking trad. Israël ontkent evenwel dat dit verdrag in de Palestijnse gebieden van toepassing is.

 

Is de hierboven geschetste schending van het internationale recht aan de Raad bekend?

 

Welke actie denkt de Raad te ondernemen, mede gelet op artikel 2 van het Associatieverdrag EU‑Israël, om te bereiken dat het internationale recht en de internationale verdragen door de staat Israël worden gerespecteerd?

 

 

Ingediend: 15.04.2008

Doorgezonden: 16.04.2008

Uiterste datum beantwoording: 07.05.2008

[1]  Rapport van de speciale VN- rapporteur over de mensenrechtensituatie in de sinds 1967 bezette Palestijnse gebieden , A/HRC/7/17, 21 januari 2008.

[2]  B’Tselem – The Israeli Information Center for Human Rights in the Occupied Territories "Palestinian Security Detainees in Israel - The Use of Administrative Detention".

[3]  Rapport van de speciale VN- rapporteur over de mensenrechtensituatie in de sinds 1967 bezette Palestijnse gebieden , A/HRC/7/17, 21 januari 2008.

[4]  Hamoked (Center for the Defence of the Individual) en B'Tselem, en het Public Committee against Torture in Israel (PCATI).

[5]  Zie: Defence for Children International, Palestine Section - Palestinian Child Political Prisoners: Semi Annual Report 2007.

Oorspronkelijke taal van de vraag: EN 
Juridische mededeling - Privacybeleid