Procedure : 2011/2849(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : O-000229/2011

Ingediende teksten :

O-000229/2011 (B7-0635/2011)

Debatten :

PV 25/10/2011 - 16
CRE 25/10/2011 - 16

Stemmingen :

Aangenomen teksten :


Parlementaire vragen
PDF 43kWORD 25k
4 oktober 2011
O-000229/2011

Vraag met verzoek om mondeling antwoord O-000229/2011

aan de Commissie

Artikel 115 van het Reglement

Sharon Bowles

namens de Commissie economische en monetaire zaken


  Betreft: Verenigbaarheid van de Duitse en Britse belastingovereenkomsten met Zwitserland met de EU-Richtlijn betreffende belastingheffing op spaargelden

 Antwoord plenaire 

Duitsland en het VK hebben onlangs bilaterale belastingovereenkomsten met Zwitserland gesloten. Volgens de overeenkomst tussen Duitsland en Zwitserland wordt een definitieve bronbelasting geheven op de inkomsten uit spaargelden, beleggingen, enz. van Duitse burgers met Zwitserse bankrekeningen (artikel 18). De overeenkomst voorziet zowel in een eenmalige betaling voor in het verleden gederfde inkomsten, die in eerste instantie door de Zwitserse banken wordt betaald, als in een permanente belasting op rente en kapitaalopbrengst. De bronbelasting zal echter anoniem worden betaald ter bescherming van het Zwitserse bankgeheim. Andere lidstaten zouden soortgelijke overeenkomsten kunnen overwegen en Frankrijk en Spanje doen dit reeds.

1. Acht de Commissie de Duits-Zwitserse belastingovereenkomst, die voorziet in een bronbelasting van 26,375% (artikel 18), verenigbaar met de EU-Richtlijn betreffende belastingheffing op spaargelden en de overeenkomst tussen de EG en de Zwitserse Bondsstaat, die voorziet in maatregelen die vergelijkbaar zijn met die van genoemde richtlijn, waarin een bronbelasting van 35% is vastgelegd? Is het in artikel 20 van de overeenkomst vastgelegde kredietsysteem toereikend, mede in vergelijking met de Britse aanpak van een bronbelasting van 48%? Heeft de Commissie de voorwaarden van de tussen het VK en Zwitserland gesloten overeenkomst kunnen evalueren en, zo ja, hoe beoordeelt zij de bepalingen van de overeenkomst?

2. Hoe ziet de Commissie de weerslag van deze overeenkomst op de lopende onderhandelingen in de Raad over de EU-Richtlijn betreffende belastingheffing op spaargelden en, meer in het algemeen, hoe strookt deze overeenkomst met het verklaarde doel van een intensievere belastingcoördinatie tussen de lidstaten op EU-niveau? Beschouwen de Commissie en de andere lidstaten de overeenkomst als een belemmering voor de ontwikkeling van de EU-Richtlijn betreffende belastingheffing op spaargelden? Welke maatregelen denkt de Commissie te nemen om de bepalingen van de EU-Richtlijn betreffende belastingheffing op spaargelden te beschermen en met de herziening ervan vooruitgang te boeken?

3. Zijn de lidstaten bevoegd om dergelijke bilaterale overeenkomsten te sluiten, ondanks het feit dat de EU-Richtlijn betreffende belastingheffing op spaargelden reeds in regels voor hetzelfde vraagstuk voorziet? Is de Commissie van oordeel dat zij een sterkere rol zou moeten vervullen bij de controle vooraf op bilaterale belastingovereenkomsten tussen lidstaten en derde landen? Was de Commissie betrokken of is zij geraadpleegd bij de onderhandelingen tussen Duitsland/VK en Zwitserland? Zal de Commissie ernaar streven om bij komende verdere onderhandelingen met andere derde landen in dit verband te worden betrokken of geraadpleegd?

4. Hoe verhoudt zich de overeenkomst tot artikel 26 van het OESO-modelverdrag en vertraagt zij de ontwikkeling van de automatische uitwisseling van informatie in belastingkwesties?

Ingediend: 4.10.2011

Doorgezonden: 6.10.2011

Uiterste datum beantwoording: 13.10.2011

Oorspronkelijke taal van de vraag: EN 
Juridische mededeling - Privacybeleid