Procedure : 2012/2791(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : O-000159/2012

Ingediende teksten :

O-000159/2012 (B7-0367/2012)

Debatten :

PV 19/11/2012 - 18
CRE 19/11/2012 - 18

Stemmingen :

Aangenomen teksten :


Parlementaire vragen
PDF 104kWORD 41k
13 september 2012
O-000159/2012

Vraag met verzoek om mondeling antwoord O-000159/2012

aan de Commissie

Artikel 115 van het Reglement

Klaus-Heiner Lehne, Luigi Berlinguer, Eva Lichtenberger, Francesco Enrico Speroni, Alexandra Thein, Tadeusz Zwiefka

namens de Commissie juridische zaken


  Betreft:  Goedkeuring van de toetreding van acht derde landen tot het Verdrag van Den Haag over de burgerlijke aspecten van internationale kinderontvoering van 1980

 Antwoord plenaire 

Het Verdrag van Den Haag over de burgerlijke aspecten van internationale kinderontvoering van 1980 is een uiterst belangrijke overeenkomst, daar hiermee een systeem is ingesteld waarmee ontvoerde kinderen snel naar hun eigen land van verblijf kunnen worden teruggebracht.

Wil het verdrag van toepassing zijn tussen een toetredende staat en een staat die reeds partij is bij het verdrag, moet de toetreding worden aanvaard door de staat die reeds partij is.

De Commissie is van mening dat de EU exclusieve externe bevoegdheid op het gebied van internationale kinderontvoering heeft verworven doordat zij reeds gebruikt heeft gemaakt van haar interne bevoegdheid op dit gebied, met name via Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad.

Daarom heeft de Commissie acht voorstellen voor een besluit ingediend waarmee de lidstaten worden verzocht namens de Unie akkoord te gaan met de toetreding van acht derde landen.

De Raad blokkeert deze besluiten echter momenteel en weigert het Parlement te raadplegen, waardoor verdere vooruitgang niet mogelijk is, kennelijk omdat de Raad het beginsel dat aan de besluiten ten grondslag ligt om juridische redenen aanvecht.

Kan de Commissie bevestigen dat de Unie exclusieve externe bevoegdheid op dit terrein bezit?

Kan de Commissie een ruwe schatting geven van het aantal individuele gevallen van internationale kinderontvoering waarop deze vertraging wellicht een negatieve invloed heeft gehad, gezien het feit dat Rusland en Marokko – landen waarmee een aanzienlijk aantal EU-burgers familiebanden heeft – twee van de acht landen in kwestie zijn?

Is de Commissie het eens met de ondertekenaars van deze vraag dat de Raad zijn juridische tegenwerpingen tegen deze besluiten moet intrekken en goedkeuring ervan mogelijk moet maken?

Ingediend: 13.9.2012

Doorgezonden: 17.9.2012

Uiterste datum beantwoording: 24.9.2012

Oorspronkelijke taal van de vraag: EN 
Juridische mededeling - Privacybeleid