Procedure : 2015/2879(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : O-000103/2015

Ingediende teksten :

O-000103/2015 (B8-0761/2015)

Debatten :

PV 06/10/2015 - 13
CRE 06/10/2015 - 13

Stemmingen :

Aangenomen teksten :


Parlementaire vragen
PDF 6kWORD 26k
16 september 2015
O-000103/2015
Vraag met verzoek om mondeling antwoord O-000103/2015
aan de Raad
Artikel 128 van het Reglement
Elena Valenciano, namens de Commissie buitenlandse zaken

 Betreft: De doodstraf
 Antwoord plenaire 

De dertiende Werelddag tegen de doodstraf zal op 10 oktober 2015 plaatsvinden. Deze dag vormt voor de Europese Unie de gelegenheid om haar voortrekkersrol in het streven naar de afschaffing van de doodstraf en een moratorium op executies te bekrachtigen.

Hoewel in een aantal landen aanzienlijke vooruitgang is geboekt, is er nog een lange weg te gaan naar de wereldwijde afschaffing van de doodstraf, en moeten de inspanningen ter ondersteuning van het initiatief worden voortgezet. In 1977 hadden slechts 16 landen de doodstraf in de wet of in de praktijk afgeschaft. Thans zijn het er 140.

In de 58 landen en gebieden die de doodstraf handhaven, werden er in 2014, 22 executies voltrokken. Helaas blijft in een aantal van deze landen en gebieden het aantal executies hoog of is dit in de afgelopen jaren nog toegenomen.

Het zwaartepunt van de komende werelddag ligt vooral bij doodstraffen voor druggerelateerde criminaliteit. In tegenstelling tot de algemene tendens van de afgelopen decennia hebben steeds meer landen wetten uitgevaardigd die de doodstraf voor druggerelateerde criminaliteit mogelijk maken. Ook deze ontwikkeling moet door de Europese Unie worden aangepakt. In de in 2013 herziene richtsnoeren van de EU over de doodstraf wordt duidelijk verklaard dat "de doodstraf [evenmin mag] worden opgelegd voor druggerelateerde criminaliteit".

In dit verband vragen de Commissie buitenlandse zaken en de Subcommissie mensenrechten de Raad om antwoord te geven op de volgende vragen.

1. Welke maatregelen zijn genomen om de campagne ter afschaffing van de doodstraf op te nemen in het buitenlands beleid en de externe betrekkingen van de EU, vooral ten aanzien van de bilaterale betrekkingen met landen die nog steeds de doodstraf hebben?

2. Welke actie is de Raad bereid te ondernemen in situaties waarin derde landen verantwoordelijk zijn voor een aanzienlijke toename van het aantal executies of voor het hervatten van executies?

3. Welke maatregelen worden genomen, in het licht van het ondubbelzinnige verbod in de EU-richtsnoeren op de doodstraf voor druggerelateerde criminaliteit, om ervoor te zorgen dat de samenwerking van de EU met derde landen in de strijd tegen drugs niet ertoe bijdraagt dat de doodstraf wordt opgelegd aan personen die in dit verband van misdaden worden verdacht?

Oorspronkelijke taal van de vraag: EN
Juridische mededeling - Privacybeleid