Parlementaire vraag - O-000063/2016Parlementaire vraag
O-000063/2016

    Aanvallen op ziekenhuizen en scholen (schendingen van het internationaal humanitair recht)

    Vraag met verzoek om mondeling antwoord O-000063/2016
    aan de Raad
    Artikel 128 van het Reglement
    Elena Valenciano, namens de Commissie buitenlandse zaken
    Linda McAvan, namens de Commissie ontwikkelingssamenwerking

    Procedure : 2016/2662(RSP)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    O-000063/2016
    Ingediende teksten :
    O-000063/2016 (B8-0361/2016)
    Stemmingen :
    Aangenomen teksten :

    Een betere naleving van het internationaal humanitair recht is een conditio sine qua non voor het verbeteren van de situatie van de slachtoffers van gewapende conflicten. De overgrote meerderheid van de slachtoffers van de huidige gewapende conflicten, waaronder die in Syrië, Jemen en Afghanistan, zijn onschuldige burgers. De gewelddadige aanvallen op civiele inrichtingen, zoals ziekenhuizen en scholen, getuigen van een grove minachting voor de meest elementaire beginselen van het humanitair recht. Het Parlement heeft de EU ertoe opgeroepen de naleving van het internationaal humanitair recht doeltreffender te bevorderen door middel van dialoog en, indien dat niet mocht werken, door middel van andere maatregelen, in overeenstemming met de EU-richtsnoeren voor het bevorderen van de naleving van het internationaal humanitair recht zoals geactualiseerd en op 8 december 2009 vastgesteld door de Raad Buitenlandse zaken van de EU.

    Met het vaststellen van de richtsnoeren in kwestie bekrachtigde de Raad Buitenlandse Zaken van de EU zijn grote ongenoegen met de straffeloosheid voor ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht en de mensenrechtenwetgeving. Hoewel de Raad aangaf dat de primaire verantwoordelijkheid voor het onderzoeken en vervolgen van dergelijke schendingen bij de partijen bij een gewapend conflict berust, beklemtoonde hij ook het belang van het doeltreffend aanpakken van ernstige schendingen door middel van steun voor passende mechanismen voor het afleggen van rekenschap en onderstreepte hij de belangrijke rol die het Internationaal Strafhof kan spelen in situaties waarin de staat of de staten in kwestie niet in staat of niet bereid zijn hun rechtsmacht uit te oefenen.

    Graag ontvangen wij in dit kader antwoord van de Raad op de volgende vragen:

    1. In de EU-richtsnoeren voor het bevorderen van de naleving van het internationaal humanitair recht staat dat de geëigende werkgroepen van de Raad toezicht zullen uitoefenen op situaties waarin mogelijkerwijs sprake is van schending van het internationaal humanitair recht en dat zij, in voorkomend geval, aanbevelingen zullen doen voor maatregelen ter bevordering van de naleving van het bedoelde internationaal humanitair recht (paragraaf 15a). Op welke wijze hebben de organen van de Raad in kwestie de hierboven bedoelde bepalingen ten aanzien van de conflicten in Syrië en Jemen, en ten aanzien van andere recente of nog voortdurende gewapende conflicten, toegepast?

    2. Wat hebben de EU en haar lidstaten gedaan om de internationale gemeenschap bewust te maken van de ware omvang van de gruwelijke aanvallen op ziekenhuizen en scholen (en op grote aantallen hulpverleners en burgers), en hoe heeft de EU haar politieke invloed gebruikt om dergelijke aanvallen te voorkomen en om ervoor te zorgen dat ofwel de bestaande onderzoeksmechanismen worden gebruikt, ofwel nieuwe mechanismen worden ontwikkeld om te waarborgen dat onafhankelijke onderzoeken naar deze aanvallen worden gedaan en dat de daders ter verantwoording worden geroepen?