Minimuminkomensregelingen in de Europese Unie
15.6.2016
Vraag met verzoek om mondeling antwoord O-000087/2016
aan de Commissie
Artikel 128 van het Reglement
Thomas Händel, namens de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken
Een van de doelstellingen voor Europa 2020 is 20 miljoen mensen uit de gevarenzone van armoede en sociale uitsluiting te halen. Op dit moment verkeren er 120 miljoen mensen in deze situatie, door oorzaken als langdurige werkloosheid, lage lonen en de verzwakking van sociale beschermingsregelingen, met name in de landen die het zwaarst door de crisis worden getroffen. Voorzitter Juncker sprak bij zijn installatie over de noodzaak van een "toereikend inkomen" voor alle Europeanen, maar over de EU-strategie daartoe bestaat nog geen duidelijkheid. Terwijl werk de belangrijkste uitweg blijft uit de armoede zouden minimuminkomensregelingen zeer instrumenteel kunnen zijn voor het waarborgen van sociale bescherming en gelijkere kansen. In zijn resolutie van 20 oktober 2010[1]benadrukte het Parlement dat een toereikend minimuminkomen zou moeten worden gesteld op een niveau van ten minste 60 % van het mediaan inkomen in de lidstaten om in de elementaire kosten van levensonderhoud te kunnen voorzien en daarbij aan economische groei en sociale cohesie bij te dragen. De Commissie zou deze aanpak kunnen bevorderen en zorgen dat de lidstaten een toereikend en bereikbaar minimuminkomen invoeren overeenkomstig nationale gebruiken. gezien artikel 9, artikel 153, lid 1, onder h) en j) van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en artikel 34 van het Handvest van de grondrechten:
1. Wat verstaat de Commissie onder "toereikend inkomen", en welke elementen moet dat omvatten?
2. Wanneer denkt zij een effectbeoordeling van de minimuminkomensregelingen in de EU uit te voeren en te gaan werken aan criteria en beste praktijken zoals het Parlement in zijn resolutie van 14 april 2016 had gevraagd[2]? Welke programma's kunnen er worden gebruikt om de lidstaten administratieve ondersteuning te bieden?
3. Welke maatregelen denkt zij te nemen ten aanzien van een minimuminkomen in aansluiting op haar aanbeveling 2008/867/EG?
4. Hoe denkt zij ervoor te zorgen dat in landen met een financieel aanpassingsprogramma de financiering van gegarandeerde minimuminkomens (GMI) niet in de plaats komt van andere sociale voorzieningen?
5. Hoe denkt zij de lidstaten te kunnen helpen bij het bieden van kansen om langdurige afhankelijkheid van een minimuminkomen te voorkomen?
- [1] PB C 70E van 8.3.2012, blz. 8.
- [2] Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0136.